Categorie archief: geschiedenis

de moord op Kotzebue

zaterdag was het 200 jaar geleden dat August von Kotzebue
door de patriot Karl Ludwig Sand in Mannheim vermoord werd

de fantoomterreurDe moord op de toneelschrijver August von Kotzebue (1761-1819) op 23 maart 1819 is een sleutelmoment in de eerste helft van de negentiende eeuw. Het gaat dan eigenlijk niet om de gebeurtenis zelf of de persoon van Kotzebue (hij schreef overigens 211 toneelwerken, was bij het gewone volk veel populairder dan Goethe en Schiller en in zijn tijd was zijn werk al over de hele wereld verspreid, o.a. in Russische bibliotheken op de Aleoeten.) maar om de gevolgen van deze moord.

De moord was immers een politieke moord en om de impact te begrijpen, moeten we iets weten van de politieke situatie na 1815.

Nu is er weer volop belangstelling voor de Restauratie zoals de periode tussen 1815 en 1848 genoemd wordt. Historicus Adam Zamoyski schreef in 2014 Phantom Terror (in 2015 verschenen in een Nederlandse vertaling onder de titel De fantoomterreur). En Beatrice de Graaf schreef Tegen de terreur waarmee ze net als Zamoyski inzoomt op de bestrijding van politieke vijanden en de organisatie van veiligheidsdiensten tijdens de Restauratie.

Karl Ludwig Sand, de martelaar
In Arthur Schopenhauer – de woelige jaren van de filosofie beschrijft Rudiger Safranski in hoofdstuk 18 dat er na de moord op August von Kotzebue een cultus rond zijn moordenaar Karl Ludwig Sand ontstond: “De verering die men met name in Heidelberg voor Sand had, was hier jaren later nog te bespeuren. Van de planken en balken van het schavot waarop Sand was terechtgesteld, bouwde scherprechter Braun (…) een huisje in zijn wijngaard bij Heidelberg. Daar plachten corpsleden in het geheim samen te komen. In Heidelberg tierde ook de handel in relikwieën. Men vocht om de met bloed van de martelaar bespatte houtkrullen, en men kon hier pijpen en koffiekopjes met het portret van Sand kopen”.

Bij de moord op August von Kotzebue gaat het niet om de schrijver en ook niet om zijn moordenaar Karl Ludwig Sand, maar om de zogenaamde Besluiten van Karlsbad die het gevolg waren van deze moord. De impact van deze besluiten kunnen moeilijk onderschat worden. Ten eerste kwam er een algemene censuur van de pers en een verbod op Burschenschaften (Duitse studentenverenigingen). Revolutionair gezinde docenten werden ontslagen. Er kwam staatstoezicht op universiteiten. Tenslotte werd er onderzoek ingesteld naar revolutionaire activiteiten door een centrale commissie in Mainz. Met andere woorden: Er ontstond een politiestaat.

Nadat in juni 1815 het Congres van Wenen was afgesloten en Napoleon defintief verslagen was, ontstond er een “nieuw” Europa dat bij elkaar gehouden werd door een politiek systeem waarvan Metternich de architect was. Om dit systeem in stand te houden, was repressie nodig van liberale bewegingen. Doordat Napoleon praktisch heel Europa had aangestoken met de idealen van de Franse Revolutie, was de vonk overgeslagen. Vooral naar Duitsland. De Duitsers bleken zeer ontvankelijk voor liberale hervormingen. Duitsland werd het hartland van nationalisme, identiteit en volkswil. En zo begon het Duitse volk zich bewust te worden van zijn eigen identiteit en te verlangen naar een Duitse eenheidsstaat. Dit verlangen botste met de politieke werkelijkheid, want na 1815 werd de traditionele Kleinstaaterei in Duitsland gewoon hervat. De liberale beweging leefde vooral onder studenten. Om de verspreiding van het liberalisme te voorkomen stelde Metternich de zogenaamde demagogenvervolging in.

Doordat Napoleon praktisch heel Europa had aangestoken met de idealen van de Franse Revolutie, was de vonk van het liberalisme overgeslagen. Vooral naar Duitsland.

Demagogen waren voor Metternich populisten, invloedrijke personen die op de onderbuik van het volk inspeelden. Tweehonderd jaar geleden waren de populisten echter niet rechts- maar linksgeoriënteerd. Ze waren liberaal en in de eerste helft van de negentiende eeuw stond liberaal voor links terwijl monarchistisch en conservatief voor rechts stond. Het liberalisme leefde vooral in de Burschenschaften, de studentenverenigingen, onder jonge mensen. Zij zagen de idealen van vrijheid, gelijkheid en broederschap die de Fransen naar Duitsland hadden geëxporteerd, gesmoord in het monarchistische systeem van Metternich.

Karl Ludwig SandDe theologiestudent Karl Ludwig Sand (1795-1820) was een van de studenten die zich niet thuis voelden in het “nieuwe” Europa van Metternich. In 1817 nam hij deel aan het Wartburgfest bij de Wartburg in Eisenach. Dit was een patriottisch feest. Het Duitse nationalisme had nog niet zoveel te maken met het nationaalsocialisme ruim een eeuw later. Toch was er ook een duidelijke overeenkomst, de boekverbranding. Een van de boeken die in 1817 in Eisenach verbrand werden, was de Geschichte des deutschen Reichs van August von Kotzebue. De schrijver was immers een conservatief die op grond van de geschiedenis de monarchie verdedigde en het liberalisme afwees. Heinrich Heine zou in 1820 schrijven: “wo man Bücher verbrennt, verbrennt man auch am Ende Menschen”.

Wartburgfest 1817
DDR herdenkingspostzegel

Het Wartburgfest was een opmaat naar de moord op Kotzebue op 23 maart 1819. Er ontstond polarisatie en de Burschenschaften en de verdedigers van de Restauratie kwamen steeds meer tegen over elkaar te liggen. Kotzebue, die in 1817 meemaakte dat zijn boek verbrand werd, werd nog monarchistischer dan hij al was. Hij ging pleiten voor een verbod op de populistische Burschenschaften. Voor Karl Ludwig Sand was dat de aanleiding voor de moord. Met deze politieke moord bereikte hij het tegendeel. Vijf maanden later werden de Besluiten van Karlsbad van kracht.

Mister Blueberry [ 1 ]

aan het lezen in Mister Blueberry van Jean Giraud

Toen de Belgische scenarist Jean-Michel Charlier (1924-1989) overleed, stond tekenaar Jean Giraud (1938-2012) voor dezelfde keus als Albert Uderzo bij de dood van René Goscinny twaalf jaar eerder. Zou hij de succesvolle reeks die hij samen met zijn scenarist gecreëerd had definitief stoppen of in zijn eentje voortzetten? Nu was Blueberry op dat moment al een van de populairste Franse strips, door een miljoenenpubliek over de hele wereld gelezen. Dus volgde Giraud zijn collega Uderzo en nam hij voortaan ook het scenario op zich. Uderzo schreef nieuwe verhalen in de geest van Goscinny en Giraud deed dat in de geest van Charlier.

Mister Blueberry
Mister Blueberry

Anders dan bij Asterix, waarbij de verhalen altijd op zichzelf staan, vormen de verhalen van Blueberry al sinds 1963 een veelluik. Het magnum opus van Giraud en Charlier is een uit een hand gelopen drieluik, geïnspireerd door de dollarstrilogie, drie beroemde spaghettiwesterns van Sergio Leone uit de jaren zestig. Oorspronkelijk vormden de albums Chihuahua Pearl, De man die $500.000 waard was en Ballade voor een doodskist een gesloten verhaal, maar doordat de hoofdpersoon voortvluchtig was, volgde een reeks verhalen waarin Mike Blueberry achterna gezeten werd door een hele reeks vijanden. Charlier en Giraud werkten meer dan dertien jaar (1973-1986) aan deze cyclus van tien verhalen. Het laatste verhaal heette toepasselijk Het einde van de lange rit. Drie jaar later overleed Charlier.

In 1995 startte Giraud een nieuwe verhalencyclus die tenslotte uit vijf albums zou bestaan: Mister Blueberry (1995), Schaduw over Tombstone (1997), Geronimo de Apache (1999), OK Corral (2003) en Dust (2005). Scenarist Giraud liet Blueberry definitief het leger de rug toekeren en een nieuw leven beginnen in het legendarische westernstadje Tombstone in Arizona. Vandaar Mister Blueberry in plaats van Lieutenant Bluebbery.

Mister Blueberrry
Mister Blueberry (1995), Schaduw over Tombstone (1997) en Geronimo de Apache (1999)

Na het einde van de Amerikaanse Burgeroorlog schuift de frontier zich door de ontwikkeling van de spoorwegen razendsnel westwaarts. Het Wilde Westen is bijna ten einde gekomen. Aan de Oostkunst realiseert men zich dit ook en schrijvers en journalisten uit Boston, New York of Philedelphia trekken naar het Westen om verhalen op te kunnen tekenen uit de mond van levende legendes, want het publiek in de grote steden is daar gek op. En zo arriveert de schrijver Campbell met zijn assistent Billy in juli 1881 in Tombstone om de levende legende Mike S. Blueberry te ontmoeten.

Vanuit dit gegeven weeft Giraud een verhaal met flashbacks uit het leven van Blueberry en een legendarische gebeurtenis uit 1881, het vuurgevecht bij de O.K. Corral. Zo kan hij ook een aantal historische figuren ten tonele voeren: Wyatt Earp en zijn broers Morgan en Virgil, Doc Holliday en Billy Clanton.

Mister Blueberry (1995)
Schaduw over Tombstone (1997)
Geronimo de Apache (1999)
OK Corral (2003)
Dust (2005)

alles over Blueberry op deze blog

Berlin 1926

zondagavond gezien op ZDF: Terra-X Ein Tag in Berlin 1926

De tv-serie Babylon Berlin maakt in Duitsland veel los. Verwonderlijk is dat niet want deze Weimar Krimi bundelt twee Duitse obsessies: de misdaadfilm en de opkomst van het nationaalsocialisme. De serie die in 2018 door de betaalzender Sky 1 werd uitgezonden en in januari op de ARD werd herhaald, trekt in zijn kielzog verschillende documentaires met zich mee. Duitsers hebben nu eenmaal veel interesse voor hun nationale identiteit en het brandpunt ligt vaak op de Eerste Republiek (1919-1933) beter bekend als de Weimar Republiek. Hoe heeft het allemaal zo ver kunnen komen?

In Duitse documentaires zijn de jaren twintig al bijna net zo uitgemolken als de periode 1933-1945. Toch belicht Babylon Berlin (gebaseerd op de romancyclus van Volker Kutscher over inspecteur Gereon Rath) een nieuw aspect van de jaren twintig: de ontwikkeling van de organisatie van de recherche en sporenonderzoek. Een belangrijke vernieuwer was de legendarische hoofdinspecteur Ernst Gennat (1880-1839). In het boek Der Nasse Fisch (Schaduw over Berlijn) is hij de hoogste baas van hoofdpersoon Gereon Rath.

Alexanderplatz 1908
De Alexanderplatz in 1908 met in het midden het Polizeipräsidium (der Roten Burg). In 1929 ligt de ‘Alex’ op de schop en zal aan het begin van de jaren dertig een hypermodern aanzien krijgen.

Zondag was bij ZDF in Terra-X de documentaire Ein Tag Im Leben des Kriminalkommissars Fritz Kiehl te zien. Anders dan in de ARD documentaire 1929 – Das Jahr Babylon werd de koppeling met de serie Babylon Berlin niet gemaakt. Waarschijnlijk heeft dat te maken met het feit dat de ARD een van de coproducenten van Babylon Berlin is en de ZDF zich niet met de serie verbonden heeft. De vele overeenkomsten tussen documentaire en tv-serie berusten beslist niet op toeval. Het jaar 1929 werd “een dag in 1926″ en de jonge inspecteur Gereon Rath werd Kriminalkommissar Fritz Kiehl. Het decor blijft ongewijzigd: Spree Chicago, der Roten Burg (Polizeipräsidium am Alexanderplatz), en Ernst Gennat. Ook wordt de titel van Kutscher’s bestseller Der Nasse Fisch verklaard. Dat was een uitdrukking van Gennat waarmee hij een onopgeloste zaak bedoelde. Overigens stond Gennat bekend om zijn ongekend hoge percentage van zaken die wel opgelost werden.

Der Spiegel | Tatort Berlin [ tagesspiegel.de ]

Boek & Film

eindelijk uit: Schaduw over Berlijn (2008) van Volker Kutscher
in januari gezien: Babylon Berlin (2017)

Schaduw over BerlijnIn de eerste twee weken van januari herhaalde de ARD op de late avond de zestien episodes uit de eerste serie van Babylon Berlin (2017), een Krimi die zich afspeelt in Berlijn in mei 1929. Wanneer je een verfilmd boek leest nadat je de film al gezien hebt, worden de personages in het boek onvermijdelijk ingevuld door de acteurs uit de film. Bij Gereon Rath, Bruno Wolter en Charlotte Ritter zag ik tijdens het lezen dus de gezichten van Volker Bruch, Peter Kurth en Liv Lisa Fries. Ook herinnerde ik mij tal van scenes uit de film. Maar vooral de verschillen tussen het boek en het scenario kwamen aan het licht.

Regisseur Tom Tykwer bewerkte samen met Henk Handloegten en Achim von Borries de thriller van Volker Kutscher. Voor deze duurste Duitstalige tv-serie uit de geschiedenis moest het boek stevig omgewerkt worden. Er zijn teveel verschillen tussen boek en scenario om op te noemen. Het belangrijkste verschil is dat Charlotte Ritter samen met Gereon Rath in de film de hoofdrol speelt. In het boek is Gereon Rath op afstand de hoofdpersonage en speelt Charlotte Ritter een veel kleinere rol.

Babylon BerlinDe personage van gravin Svetlana Sorokina duikt pas op de laatste bladzijden van het boek op, terwijl ze in de tv-serie in elke episode te zien is. Dat Charlotte Ritter en Svetlana Sorokina in het verhaal zo naar voren geplaatst zijn, was ongetwijfeld een van de eisen van de filmproducent. Als je een tv-serie van veertig miljoen produceert, wil je uiteraard ook de vrouwelijke kijker kunnen bereiken. Een derde vrouw die tenslotte in de tv-serie een grote rol krijgt dan in het boek, is Elisabeth Behnke, de hospita van Gereon Rath.

Wat de plot betreft, wil ik hier niet in details treden, maar de ontknoping in het boek is totaal anders dan die in de film. Hoewel de ondergang van de slechterik in het boek al behoorlijk Wagneriaans is, heeft men er in de film toch nog een schepje bovenop gedaan met een actiescene a la James Bond. De drie scenaristen hebben nog een aantal verhaallijnen door de tv-serie geweven die niet in het boek zitten. En de achtergrond van Gereon in zijn geboortestad Keulen, die in het boek soms aangestipt wordt, is verder uitgesponnen. De film opent perspectieven op zijn katholieke geloof en zijn loopgraafervaringen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ook maken we kennis met zijn schoonzuster en zijn neefje en op het laatst ook met zijn dood gewaande broer Anno.

Alexanderplatz 1929
‘Der Alex’ (Alexanderplatz) in 1929
Warenhuis Tietz wordt in het boek een paar keer genoemd. De finale van het boek speelt zich af op het legendarische dakterras van de gloednieuwe Karstadt aan de Hermannplatz.

Boek en film moeten op eigen kwaliteiten beoordeeld worden. Ik begrijp de teleurstelling van sommigen die eerst de thriller gelezen hebben en daarna pas de tv-serie zagen. De scenaristen hebben voor de productie veel concessies moeten doen waardoor de film een zeer vrije bewerking van het boek is geworden. Omdat er voor iedere aflevering een cliffhanger moest komen, heeft de plot een heel ander ritme gekregen. Veel is toegevoegd en vaak is dat gedaan vanuit commercieel oogpunt. Het oorspronkelijke verhaal is echt iets anders dan de film. Volker Kutscher schrijft in de stijl van de hard boiled en Gereon Rath is soms een Duitse Sam Spade of Philip Marlowe. Preciezer gezegd: een Keulenaar in Berlijn met de hoed van Philip Marlowe op. Het film noir aspect uit het boek heeft Tom Tykwer uiteraard dankbaar uitgebuit.

Duitsers zijn gek op Krimi’s. Elke avond worden er op de verschillende Duitse zenders meerdere uitgezonden en het totaal aantal Duitstalige Krimi’s is meer dan vijftig series. Er zijn komische Krimi’s, regionale Krimi’s, vakantie Krimi’s en er is zelfs een Amsterdam Krimi (met Fedja van Huet). Babylon Berlin voegt aan al deze series weer een nieuw element toe: de brisante politieke situatie in Berlijn vlak voor de Beurskrach van 1929 en de nationaalsocialistische dreiging. Twee Duitse obsessies worden zo gebundeld.

Der nasse Fisch. Gereon Raths erster Fall [de.wikipedia.org]

Door de bril van Bril

vrijdag in Rotterdam gekocht: De kleine keizer
verslag van een passie (2008) van Martin Bril

De kleine keizer - verslag van een passieDe stukjes die Martin Bril in 2004 voor de Vlaamse krant De Morgen over Napoleon schreef, aangevuld met enkele stukjes die tussen 2004-2007 in De Volkskrant gepubliceerd werden, zijn in 2008 gebundeld in het boekje De kleine keizer – verslag van een passie. Op 21 april 2009 ontving hij voor deze bundel de Bob den Uyl-prijs voor het beste literaire of journalistieke reisboek van 2008 een dag voordat hij kwam te overlijden. Door zijn columns en zijn optredens in DWDD was Bril een mediapersoonlijkheid geworden.

De schrijver staat met zijn fotogenieke hoofd op de foto op de achterkant van het boekje met een tinnen miniatuurtje van Napoleon voor zijn neus. Zijn kop lijkt tien meter hoog uit te torenen boven een van de meest invloedrijke historische figuren aller tijden. Ironie van de schrijver uiteraard. Maar of het van de uitgever ook ironie is dat op de voorkant en rug van het boekje in koeienletters Martin Bril staat? Ik denk dat dit eerder een uitvloeisel is van de Wet van het gewicht van een mediapersoonlijkheid in boekenland. De vormgever bij Uitgeverij Balans heeft het wat mij betreft beter gedaan. Adam Zamoyski is inmiddels een merknaam geworden, maar wordt met kleinere letters gepresenteerd dan Napoleon.

In het stukje ‘Wenen‘ beschrijft Martin Bril zijn bezoek aan het eiland Lobau in de Donau. Tijdens de Slag bij Aspern-Essling (21-22 mei 1809) en de Slag bij Wagram (5 en 6 juli 1809) hadden de Fransen hier hun kamp opgeslagen. Via noodbruggen deden de Fransen tweemaal een uitval. De eerste maal moesten ze zich terugtrekken omdat de Oostenrijkers een van de bruggen zo gesaboteerd hadden dat de Fransen de Donau dreigden te worden ingedreven. De tweede maal haalde Napoleon een strategische overwinning bij Wagram.

Bril beschrijft het eiland Lobau zoals het er tegenwoordig bij ligt. Het is een recreatiegebied waar Wenen vooral in de zomer naartoe trekt en het wemelt er van uitspanningen. De Napoleontoerist probeert zich een voorstelling te maken hoe het hier in de zomer van 1809 moet zijn geweest. De schrijver stelt vast dat dit ondoenlijk is. ‘Is het een troost dat we nooit werkelijk zullen weten hoe iets was?’

sublieme landschappen

vrijdag in Rotterdam gekocht: Groots en meeslepend
Sublieme landschappen uit de Nederlandse romantiek

Groots en meeslependTien jaar geleden was in het Frans Hals Museum in Haarlem de tentoonstelling Groots en meeslepend te zien. Ik heb deze tentoonstelling helaas niet gezien, maar als bij zoveel tentoonstellingen koop ik jaren later de catalogus in de ramsj. Antoon Erftemeijer heeft in samenwerking met vormgever Willem Morelis een schitterende catalogus gemaakt die uit twee delen bestaat. In het eerste deel worden zestien landschapsschilders uit de eerste helft van de negentiende eeuw besproken. De oudste is Gerard van Nijmegen (1735-1804) en de jongste Gerard Bilders (1838-1865). Daartussen de bekende namen uit de romantische school: Andreas Schelfhout (1787-1870) en Barend Cornelis Koekkoek (1803-1862) en iets minder bekende schilders als Hendrik Voogd, Abraham Teirlink, Jacob Cremer.

Van Gerard van Nijmegen
tot Gerard Bilders

In een lichtgroen katern worden in vijf intermezzo’s verkenningen gedaan rond de landschapsschilderkunst van de romantiek. De religieuze diepte van de landschapsschilderkunst wordt gepeild, het verhevene in de literatuur en filosofie in de eerste helft van de negentiende eeuw komt aan bod, er wordt gekeken naar de voorlopers van de romantische landschapsschilderkunst in de Hollandse schilderkunst van de zeventiende eeuw en tenslotte is er ook aandacht voor de werkwijze van de landschapsschilders. In het tweede deel worden thema’s behandeld die kenmerkend zijn voor het zogenaamde sublieme landschap: schipbreuk en stormzee, noodweer, watervallen, wouden, bergen, de nacht, enz…

De romantische landschapsschilderkunst was in de eerste helft van de negentiende eeuw een internationaal fenomeen. Het werd vooral in Duitsland beoefend, maar ook in Oostenrijk, Scandinavië en in de Verenigde Staten. Iedere lokale romantische school voegde een karakteristiek toe aan het sublieme landschap: Alpenreuzen (Thomas Ender), fjorden en watervallen (Johan Christian Dahl) en prairies (Hudson River School). De catalogus legt geen link naar de romantische landschapsschilderkunst buiten Nederland, maar dat ervaar ik niet als een gebrek.

In het najaar van 2015 draaide in het Museum de Fundatie in Zwolle en het Rijksmuseum Twenthe in Enschede: de dubbeltentoonstelling Gevaar & Schoonheid – Turner en de traditie van het sublieme. De catalogus van deze tentoonstelling vormt, zeker om de romantische landschapsschilderkunst in internationaal en eigentijds perspectief te plaatsen, een prima aanvulling op Groots en meeslepend.

Siciliaanse dromer

De Italiaanse schilder, beeldhouwer, architect, schrijver en decorontwerper
Salvatore Fiume (1915-1997)

In het Stedelijk Museum Schiedam loopt op dit moment de tentoonstelling Manzoni in Holland. Fijn dat er belangstelling is voor een Italiaanse kunstenaar uit de twintigste eeuw, maar jammer dat er voor Manzoni gekozen is. Vanuit het museum gezien is het begrijpelijk. Met Piero -Merda d’Artista -Manzoni krijg je de media gemakkelijk achter je aan. Bovendien wil je op zondagmiddag graag gezinnen naar het museum trekken. En een blikje poep is leuk en spannend (dat wist Ome Willem al) voor de kinderen. Net als pindakaasvloeren.

Salvatore Fiume
Salvatore Fiume
Isola di statue, 1950
[credits: fiume.org]

Van mij hadden ze in Schiedam beter een retrospectief kunnen organiseren van de Italiaanse schilder, beeldhouwer, architect, schrijver en decorontwerper Salvatore Fiume (1915-1997). Maar Fiume is in Nederland weinig bekend. Toch is hij een belangrijke Italiaanse kunstenaar van de twintigste eeuw en liet hij een veelzijdig oeuvre na. Hij werd duidelijk beïnvloed door de pittura metafisica van zijn landgenoten Carlo Carrà (1881-1966) en Giorgio de Chirico (1888-1978). Deze richting in de moderne kunst die maar van korte duur was (1917-1918), vormde een soort prelude op het surrealisme.

Salvatore Fiume
Isola di statue detail van linker luik
[credits: fiume.org]

Pittura metafisica was een reactie op het Italiaanse futurisme (1909-1914). De futuristen hadden het verleden definitief de rug toegekeerd en verkozen een Bugatti boven de Mona Lisa. De van oorsprong Griekse Giorgio de Chirico wilde het verleden niet loslaten maar ook niet eindeloos blijven herhalen zoals in het classicisme. Hij zocht naar een heel persoonlijke relatie met het verleden en combineerde beelden uit zijn jeugd met beelden uit het collectieve geheugen zoals klassieke beelden en architectuur. Zijn broer Alberto Savinio (geboren als Andrea de Chirico) was ook kunstenaar maar schreef ook cultuur-filosofische beschouwingen, o.a. primi saggi di filosofia delle arti (1921). Hierin verbindt hij cultuur met herinnering.

Salvatore Fiume
Isola di statue detail van rechter luik
[credits: fiume.org]

Alberto Savinio trad in 1950 op als promotor van Salvatore Fiume tijdens de Biënnale van Venetië. Fiume exposeerde hier zijn drieluik Isola di statue. Het was een variatie op Città di statue dat in 1949 door het Museum of Modern Art in New York was aangekocht. Hiermee had de 34-jarige kunstenaar internationaal zijn naam gevestigd. Sinds 1977 maakt het drieluik Isola di statue samen met dertig andere werken van Fiume deel uit van de collecties van de Musei Vaticano.

Niet alleen beelden, maar ook gebouwen kijken ons aan. We wonen in onze beelden op een eiland. Een krachtige metafoor van de menselijke conditie.

Als geboren Siciliaan was Salvatore Fiume (1915-1997) vertrouwd met de restanten van uiteenlopende culturen die zich over een periode van ruim 2500 jaar op Sicilië hadden gevestigd. Door het verleden kreeg zijn identiteit de geheimzinnige diepte van een droom. De reeks schilderijen met de naam Isola di statue zijn een soort zelfportretten. Niet alleen beelden, maar ook gebouwen kijken ons aan. We wonen in onze beelden op een eiland. Een krachtige metafoor van de menselijke conditie.

Salvatore Fiume
L’isola volante 1950′s
[credits: fiume.org]

…When Fiume talks to you of an island of statues, gigantic inhabitable statues, which he would want someone to let him build, you shouldn’t be amazed or smile as if you thought this was only fantasy. In fact, if no one will not build it for him, he will build it for himself. He is his own patron and he bleeds himself for Fiume and his ideas. What matters to him is that things be done, and quickly. In a sense his painting is an abstraction, more filtered and precious, but the dimensions of his imagination are in the scale of construction. Fiume paints what he would build. You can even walk within his world; islands, heads, domes are all alike. And the analogy originates from the fantastic stories, regal and comic, of his hometown. He is a Sicilian Gaudì…
(Bron: Lisa Ponti in Domus Magazine, oktober 1954)

Salvatore Fiume
Salvatore Fiume maakte de omslag van het gerenommeerde architectuurmagazine Domus #247 (juni 1950)

schilderijen van Salvatore Fiume [ fiume.org ]