Categorie archief: geschiedenis

Histoire des Girondins

gelezen in: kopstukken van de Franse Revolutie
11 literaire portretten door Alphonse de Lamartine

LamartineVorige week kocht ik de Nederlandse vertaling van Histoire des Girondins (1847) van Alphonse de Lamartine (1790-1869). dat verscheen onder de titel Kopstukken van de Franse Revolutie bij Uitgeverij Boekwerk in Groningen, 1989. Het is een tweetalige uitgave met daarin elf portretten van Franse revolutionairen: Mirabeau, la Fayette, Vergniaud, Madame Roland, Rouget de Lisle, Théroigne de Méricourt, Marat, Le Bon, Danton, Saint Just en Robespierre. De schrijver heeft hen nooit ontmoet, want hij was pas vier jaar toen de meesten al dood (Mirabeau), vermoord (Marat), geëxecuteerd (Madame Roland, Danton, Saint Just, Robespierre, Le Bon) of krankzinnig waren geworden (de Méricourt). Alleen Rouget de Lisle en La Fayette haalden de negentiende eeuw en Lamartine zou hen als volwassen man ontmoet kunnen hebben.

Histoire des Girondins
Titelblad van Histoire des Girondins (1847)
En le perdant, la Montagne perdait son sommet. (Toen de Berg hem verloor, verloor ze haar top.)

Lamartine over Danton (1847)

Afgelopen maand citeerde ik op deze blog twee beschrijvingen van Georges Danton die ik las in de romans De Sans-culotten van Jo van Ammers-Küller en in 1793 van Victor Hugo. Ook Lamartine geeft een beschrijving van Danton waarvan hieronder een fragment:

C’était un de ces hommes qui semblent naître du bouillonnement des révolutions, et qui flottent sur le tumulte jusqu’à ce qu’il les engloutisse. Tout en lui était athlétique, rude et vulgaire comme les masses. Il devait leur plaire, parce qu’il leur ressemblait. Sou éloquence imitait l’explosion des foules. Sa voix sonore tenait du rugissement de l’émeute. Ses phrases, courtes et décisives, avaient la concision martiale du commandement. Sort geste irrésistible imprimait l’impulsion aux rassemblements. L’ambition était alors toute sa politique. Sans principes arrêtés, il n’aimait de la Démocratie que son trouble. Elle lui avait fait son élément.
 
uit: Histoire des Girondins – Danton

LamartineLamartine verscheen op het Franse literaire toneel op een moment dat dit bijna volledig leeg was. De schrijvers die onder het Empire gesteund waren, konden niemand echt bekoren, Madame de Staël was overleden en Chateaubriand was nog vrij klassiek ingesteld en had geen grote revolutie teweeggebracht. Lamartine wordt algemeen aanzien als de vader van de Franse Romantiek. Hij zette de eerste stappen tot de volledige bloei van de Romantiek in Frankrijk, gebruik makend van verschillende invloeden die hij in zijn werken verwerkte. Zo combineerde hij de hernieuwde interesse voor het katholicisme van Louis de Bonald en Joseph de Maistre, de aanbidding van de natuur van Rousseau en Bernardin de Saint-Pierre, het sentimentalisme van Madame de Staël, de interesse voor de Middeleeuwen van Chateaubriand en Scott en de mal du siècle van Chateaubriand en Byron. Deze mengeling kwam als zeer vernieuwend over voor zijn tijdgenoten, zo nieuw zelfs dat wordt verteld dat een uitgever zijn eerste bundel Les Méditiations poétiques weigerde omdat deze niet in lijn was met de gevestigde waarden.
(Bron: nl.wikipedia.org)

Alphonse de Lamartine [ nl.wikipedia.org ]

haal ik de eeuwigheid wel …

begonnen aan Memoires van over het graf (1848)
van François-René de Chateaubriand vertaald door Frans van Woerden (2000)

Geschiedenis is voor mij steeds meer de periode 1750-1850. In deze tijd vond een omwenteling plaats waarvan de impact twee eeuwen later nog steeds niet ten volle kan worden begrepen. De omwenteling was totaal en had zijn uitwerking op elk gebied: politiek, sociaal, economisch, religieus, artistiek, filosofisch, wetenschappelijk en technologisch. De motor van deze omwenteling of Revolutie was de Verlichting die zelf weer een uitvloeisel was van de Renaissance. Het christelijke wereldbeeld uit de Middeleeuwen had concurrentie gekregen van het antieke wereldbeeld en zou tenslotte door het wetenschappelijke wereldbeeld verdrongen worden.

In het laatste kwart van de achttiende eeuw kwam het in een stroomversnelling. De industriële revolutie was letterlijk al op stoom gekomen. En de emancipatoire krachten van de Verlichting kregen hun uitwerking in de politiek. Zo waren de Amerikaanse en Franse Revolutie de maatschappelijke concretisering van het nieuwe, soevereine mensbeeld. De onderdaan werd burger. De koning die regeert bij de gratie Gods was verleden tijd, al zou de Restauratie na 1815 nog alles op alles zetten om de Revolutie ongedaan te maken.

ChateaubriandOm de tijd van de Verlichting, Revolutie en Restauratie van heel dichtbij te leren kennen, ben ik romans aan het lezen die zich in deze periode afspelen. Een roman is toch heel iets anders dan een geschiedenisboek. Het beschrijft de tijd van binnenuit. Maar er is nog een literaire vorm die het verleden heel dichtbij kan halen: de (auto)biografie. Omdat ik lovende kritieken heb gelezen over Les Mémoires d’outre-tombe van François-René de Chateaubriand (1768-1848), besloot ik deze autobiografie, die voor het eerst na zijn dood in 1848 gepubliceerd werd, te gaan lezen. Ik kocht de Nederlandse vertaling (Memoires van over het graf) van Frans van Woerden die in 2000 verscheen bij uitgeverij Meulenhoff.

In het voorwoord schrijft Frans van Woerden wat deze autobiografie zo bijzonder maakt: “Chateaubriand brengt zijn eigen bewogen tijdperk (vooral mutatie ervan) in beeld, maar geeft het tegelijkertijd een plaats in de ‘lange duur’ van de geschiedenis. Dit temporele aspect is een dermate allesdoordringend gegeven dat de Memoires in wezen ook te lezen zijn als één lange beschouwing over het verschijnsel tijd, over de wijze waarop tijdsverloop wordt ervaren, over hoe de menselijke herinnering (collectief, individueel) werkt (er zijn tal van pre-Proustiaanse passages in de Memoires), over wat eigenlijk het begrip ‘geschiedenis’ inhoudt.

Chateaubriand
Google is steeds meer het filter van ons collectief geheugen. Chateaubriand schreef in zijn memoires bezorgd: “haal ik de eeuwigheid wel?” Voor Google lijkt alleen het stukje vlees voorlopig de eeuwigheid gehaald te hebben.

François-René de Chateaubriand [ nl.wikipedia.org ]

Parijs 1832

vandaag is het 186 jaar geleden dat in Parijs de Juni Opstand uitbrak

Vandaag ontving ik als volger van Geri Walton de onderstaande tweet. Deze Amerikaanse historica schreef een boek over de hartsvriendin van Marie Antoinette: Marie Antoinette’s Confidante: The Rise and Fall of the Princesse de Lamballe. Dagelijks stuurt ze tweets die met de 18e of 19e eeuw te maken hebben. Het is een soort abonnement op de krant van (eer)gisteren. Op 5 juni 1832 braken in Parijs rellen uit en kwamen anti-monarchisten in opstand tegen burgerkoning Louis-Philippe I. Victor Hugo was als 30-jarige ooggetuige en beschreef de opstand 30 jaar later in Les Misérables.

tweet
de tweet van Geri Walton
The June Rebellion or the Paris Uprising of 1832, was an anti-monarchist insurrection of Parisian republicans on 5 and 6 June 1832. The rebellion originated in an attempt by the Republicans to reverse the establishment in 1830 of the July Monarchy of Louis-Philippe, shortly after the death of the king’s powerful supporter President of the Council Casimir Pierre Périer on 16 May 1832. On 1 June 1832 Jean Maximilien Lamarque, a popular former commander who later became a member of the French parliament and was critical of the monarchy, died of cholera. Riots following his death sparked the rebellion, which was the last outbreak of violence linked with the July Revolution of 1830. Author Victor Hugo described the rebellion in his novel Les Misérables, and it figures largely in the stage musical and films based on the book.
 
Bron: wikipedia.org

Baugnez 1944

vanmorgen een bezoek gebracht aan het museum Baugnez44
en het monument van de slachtoffers van het Massacre of Malmedy
Baugnez 44
op 16 december 1944 vindt er op de driesprong Malmedy-Ligneuville-Wammes een onvoorziene confrontatie plaats tussen de het 285ste Amerikaanse veld artillerie bataljon en de 1ste Panzer SS van Peiper
Op 17 december, bij het krieken van de dag, rijden de tanks van de 1ste Panzer SS van de Kampfgruppe van Obersturmbannführer Peiper onze streek binnen. Dit offensief heeft tot doel de bruggen over de Maas te veroveren en de haven van Antwerpen via Luik te bereiken. Op deze zelfde dag komt het 285ste Amerikaanse veld artillerie bataljon, waarvan een deel van de mannen onder het commando staan van luitenant Lary, te Malmedy aan. Verwittigd van de aanwezigheid van Duitse pantserwagens te Büllingen, beslist hij nochtans de weg die hem opgelegd was voort te zetten; de eenheid neemt dus de N 23 in de richting van het kruispunt van Baugnez om zich te voegen bij de 7de gepantserde divisie die zich te Sankt-Vith bevindt. Ze komt aan op het kruispunt van Baugnez op hetzelfde ogenblik als een voorhoede van Kampfgruppe Peiper. Een hevige confrontatie volgt, voertuigen worden vernietigd en andere worden naar de kant van de weg geduwd om de doorgang mogelijk te maken. Lary begrijpt dat de situatie van zijn troep uitzichtloos is en hij beslist zich over te geven. Volgt dan het triestig beroemde bloedbad van Malmedy, waarbij 84 Amerikaanse gevangenen het leven laten. De reden hiervan is nog steeds onzeker.
 
Bron: baugnez44.be
Baugnez 44
Michaela loopt langs het weiland waar op 16 december 1944 83 Amerikaanse militairen werden doodgeschoten. Tijdens het Ardennen Offensief waren de verliezen enorm: 76.890 Amerikanen sneuvelden, raakten gewond of werden krijgsgevangen gemaakt.
Baugnez 44
de memorial wall met de namen van de 84 slachtoffers

baugnez44.be

geschiedenis als spektakel

gezien op DVD: Les Misérables (2012)

Les MisérablesBij de eerste take van de musicalfilm Les Misérables (2012) wist ik het al. Dit is niet mijn film. Computer generated imagery verdraag ik alleen als deze spaarzaam is toegepast. Maar zodra een virtuele camera een duikvlucht maakt en langs oppervlakten begint te scheren, dan pas ik. Het verschil tussen de fysieke en virtuele camera is niet principieel. In beide gevallen wordt de blik van de kijker een wereld binnengezogen. Maar de fysieke camera is echt en de virtuele camera is nep.

Het fenomenale openingshot van Touch of Evil (1958) van Orson Welles is bijvoorbeeld echt. Drie minuten lang zwenkt de camera behendig door de filmset (een Mexicaans grensstadje) en volgt een staalkaart aan technieken (handheld, kraan- en dollyshot). Vakwerk. CGI is ook vakwerk maar dan via een computer met bovenmenselijke rekenkracht. Het ziet er verbluffend echt uit, maar het gaat meestal te snel en er is vaak een “saus” overheen gekieperd. Films als Moulin Rouge (2001) en Hugo (2011) die zich net als Les Misérables in Parijs afspelen, konden mij om deze reden ook al niet zo boeien.

Ik moet bij deze films denken aan de profetische boodschap van La Société du Spectacle (1967) van Guy Debord. Deze Parijse (alweer) marxistische schrijver en filmmaker voorzag een halve eeuw geleden al in wat voor een wereld we terecht zouden komen: een spektakelmaatschappij waarin we over de toppen van de golven scheren in onze jacht op prikkels. Alle saaie momenten moeten worden omgezet in sensaties. We eten geen pap meer, alleen krenten worden nog geserveerd.

En zo krijg je films die eruit zien als videoclips. De kijker wordt meegesleurd in een stroomversnelling van beelden, krijgt daarna even tijd om op adem te komen, en wordt vervolgens weer meegezogen. De montage is strak en snel. De spektakelmaatschappij is ook strak en snel. Ik verzet me er tegen. Zeker als de geschiedenis, die voor mij juist een reservaat is in deze jachtige wereld, de prooi van de spektakelmaatschappij wordt. De negentiende eeuw gezien door de bril van de eenentwintigste (zoals in Les Misérables of Moulin Rouge) heeft meer met onze tijd te maken dan met het verleden. In de negentiende eeuw kon het publiek vuistdikke boeken lezen. Nu hebben we geen tijd meer om Les Misérables in zijn geheel te lezen. De spektakelmaatschappij maakte er in 1980 daarom een musical van. Als luchtig tussendoortje.

Annus horribilis [ 2 ]

gelezen in Quatrevingt-Treize (1793) van Victor Hugo
in combinatie met de oorspronkelijke illustraties uit 1874 van Émile Bayard

1793Vorige week kreeg ik van Michaela de Nederlandse vertaling van Quatrevingt-treize, de laatste roman van Victor Hugo. Ik had mij voorgenomen in juli op een Franse camping een begin te maken, maar ik kon niet wachten. Ik las het eerste hoofdstuk en het boek had mij te pakken. Het overrompelde mij. De flaptekst had mij hier overigens al voor gewaarschuwd: “Hier wordt geen geschiedenis geschreven, hier wordt de lezer meegetrokken in de chaos van de gebeurtenissen en ondervindt hij aan den lijve wat en wie er allemaal op het spel staat, als in het jaar van de Terreur de contrarevolutie losbreekt onder koningsgezinde boeren in de Vendée.”

1793 is een magistrale roman. Na 141 jaar werd deze eindelijk in het Nederlands vertaald en dat moet een zware klus geweest zijn voor Tatjana Daan. Hugo doorspekte zijn verhaal met details over de Franse Revolutie waarbij de lezer “getrakteerd” wordt met ruim 500 noten. Veel fact- en namedropping dus, en voor de lezer die het verschil niet weet tussen jacobijnen, girondijnen, cordeliers, hébertisten en montagnards zal het verhaal soms stroef lezen. Ook als je redelijke voorkennis hebt, moet je toch steeds bladeren naar de toelichting bij de noten achterin het boek. Maar wat komt de Franse Revolutie dan tot leven!

De vertaalster zal het niet altijd gemakkelijk hebben gehad met het vertalen van tijdgebonden woorden (bijvoorbeeld van kledingstukken) en jargon (zoals scheepstermen en militaire benamingen). Zo kwam ik enkele malen Nederlandse woorden tegen waar ik maar zelden van hoor of die ik nog niet kende. Dat zijn ook de cadeautjes die je krijgt bij het lezen van een historische roman: niet alleen de blik op de geschiedenis maar ook de taal wordt verruimd.

1793
In het Eerste Boek van het Tweede Deel (Cimourdain) schrijft Hugo iets over het omvertrekken van het ruiterstandbeeld van Lodewijk XIV op de Place Vendôme op 12 augustus 1792. Het beeld had er op de dag af 100 jaar gestaan. (illustratie van Émile Bayard)

Ik las de eerste 150 bladzijden in combinatie met de oorspronkelijke illustraties uit 1874 van Émile Bayard die ik vond op gallica.bnf.fr. Émile Bayard is niet zo bekend als zijn tijdgenoot Gustave Doré maar wel wereldberoemd geworden door zijn illustratie van Cosette uit Hugo‘s andere roman Les Misérables uit 1862.

Een paar weken terug citeerde ik een beschrijving van Georges Danton door Jo van Ammers-Küller in De Sans-culotten. Ook Hugo voert Danton in zijn roman op, samen met Robespierre en Marat. Danton was niet moeders mooiste. “Hij heeft een neus als een platgeslagen karbonkel boven een mond, die als een snuit van een dier vooruitsteekt.” schreef Van Ammers-Küller. Hugo deed het op zijn manier:

Le grand, débraillé dans un vaste habit de drap écarlate, le col nu dans une cravate dénouée tombant plus bas que le jabot, la veste ouverte avec des boutons arrachés, était botté de bottes à revers et avait les cheveux tout hérissés, qnoiqu’on y vît un reste de coiffure et d’apprêt; il y avait de la crinière dans sa perruque. Il avait la petite vérole sur la face, une ride de colère entre les sourcils, le pli de la bonté au coin de la bouche, les lèvres épaisses, les dents grandes, un poing de portefaix, l’œil éclatant.
 
Bron: Deuxième Partie: à Paris – Livre Deuxième – Le Cabaret de la Rue du Paon
1793
Danton, Marat en Robespierre in Le Cabaret de la Rue du Paon (illustratie van Émile Bayard)

1793 [ gutenberg.org ]