Categorie archief: 18e eeuw

me voilà!

gelezen: Napoleon en de negentiende-eeuwse Blitzkrieg door Bart Stol

Napoleon staat tussen Jezus en Mohammed in de top drie van personen die op Google de meeste hits scoren. Er gaat geen dag voorbij dat ik informatie binnenkrijg over Napoleon via e-mail of Twitter. Gisteren las ik een stuk van Bart Stol over de oorlogsvoering van Napoleon in het Historisch Nieuwsblad.

Jaffa 1799
Napoleon bezoek een leprozenhuis in Jaffa
op 7 maart 1799

Het was gisteren precies 218 jaar geleden dat Napoleon tijdens zijn expeditie naar Egypte en Palestina in Jaffa een leprozenhuis bezocht. Antoine Gros maakte een beroemd schilderij van deze historische gebeurtenis op 7 maart 1799 waarbij Napoleon als een soort religieuze figuur staat afgebeeld. Hij raakt de melaatse man aan en lijkt over een genezende kracht te beschikken. Napoleon als de nieuwe mensenzoon.

Laffrey 1815
Napoleon tegenover troepen van het 5e infanterieregiment in Laffrey op 7 maart 1815

Precies 16 jaar later zou Napoleon beginnen aan zijn Honderd Dagen. Op 7 maart 1815 was hij ontsnapt uit Elba en begon in Zuid-Frankrijk zijn mars naar Parijs. Bij Laffrey (Isère) in de buurt van Grenoble stond hij tegenover troepen van het 5e infanterieregiment. Napoleon zou zijn grijze jas hebben opengerukt en gezegd hebben: s’il en est qui veut me tuer, me voilà! (“als er iemand is die mij wil doden, hier ben ik”). Ook hiervan is een schilderij gemaakt.

Napoleon en de negentiende-eeuwse Blitzkrieg [ Historisch Nieuwsblad ]

aristocratische catwalk

een tijdlijn van damesmode uit de 18e eeuw

Op behance.net vond ik een schitterende overzicht van mode door de eeuwen heen. De afbeeldingen komen oorspronkelijk van het Russische Блошка. Honderden figuren uit bekende en minder bekende historische portretten zijn vrijstaand gemaakt. Ten voeten uit.

mode 18e eeuw
dameskleding tussen 1740 en 1768
(credits: Блошка)

Deze beeldbewerking levert een lange parade op van stijlvol geklede aristocratische dames (en heren). Dagelijks waren ze een paar uur bezig met aankleden en toilet maken, flaneren, gokken en andere vormen van nietsdoen. De gewone én werkende vrouw (99% van de bevolking) werd de grisette genoemd, vanwege haar grauwe kleding. De adellijke dames konden tegenover die achtergrond optimaal afsteken. De Franse Revolutie maakte aan deze decadentie tijdelijk een einde.

Fashion Timeline 18th century [ behance.net ]

rijk Dordt

Een koninklijk paradijs Aart Schouman en de verbeelding van de natuur
Dordrechts Museum, 19 februari t/m 17 september 2017

Een koninklijk paradijs“Het is hier geen rijk Dordt!” placht mijn moeder wel eens bestraffend te zeggen als ik vroeger mijn boterham te dik belegde. In Zuid-Holland waar mijn moeder vandaan komt, was deze uitdrukking van moeder op (mijn) moeder overgegaan. In Dordrecht woonden vroeger de rijken. Het Dordrechts Museum laat permanent al veel van het rijke verleden van Dordrecht zien maar nu is daar nog iets bijgekomen. Afgelopen zaterdag opende koningin Maxima de tentoonstelling Een koninklijk paradijs – Aart Schouman en de verbeelding van de natuur.

De achttiende eeuw gold lang als “de vergeten eeuw” maar gelukkig is daar de laatste jaren verandering in gekomen met tentoonstellingen als Uit de plooi. De 18de eeuw in beweging (Valkhof Museum Nijmegen 2013) of programma’s als Ridders van Gelre – de vergeten achttiende eeuw (Omroep Gelderland, 2015) en Alexander Roslin – portrettist van de aristocratie (Rijksmuseum Twenthe, Enschedé, 2015).

Aert Schoumann
portret van Albertus de Jonck
Ook na de Gouden Eeuw kende Dordrecht schilders die naam maakten ver buiten hun eigen stad. Aert Schouman staat symbool voor een periode waarin de schilderkunst een meer decoratieve functie kreeg. Hij schilderde zowel portretten als historie- en genrestukken en aquarellen, evenals ander decoratief werk, alles aansluitend bij de veranderende smaak van het publiek. Het Franse classicisme voerde de boventoon, welgestelden richtten hun huis opnieuw in, waarbij het belangrijk was dat het interieur een eenheid vormde. Naast schilder was Schouman ook kunsthandelaar en had hierdoor een groot netwerk aan kunstliefhebbers- en kenners. Hij meende dat tekenen een belangrijk onderdeel van de opvoeding vormde en gaf om die reden zijn hele leven tekenles aan kinderen. Ook leidde hij jonge schilders op en leverde een nieuwe generatie Dordtse kunstenaars af.
 
Bron: dordrechtsmuseum.nl

Aart Schouman [ nl.wikipedia.org ]

vergeten radicalen [ 4 ]

gelezen: het hoofdstuk J.J.Rousseau in Het verdorven genootschap
De vergeten radicalen van de Verlichting
van Philipp Blom

Het verdorven genootschapAl in de inleiding van Het verdorven genootschap bekent Philipp Blom dat hij een afkeer heeft van Jean-Jacques Rousseau (1712-1778). Dat is begrijpelijk, want Blom is een bewonderaar van Denis Diderot (1713-1784) en het gedachtegoed van deze twee Franse denkers ligt wijd uit elkaar. Oorspronkelijk waren Diderot en Rousseau dik met elkaar bevriend. Blom schrijft daar soms ontroerend over. Ze deelden dezelfde achtergrond en trokken rond hun twintigste naar Parijs. Maar na hun dertigste begonnen ze uit elkaar te groeien. Diderot stelde zich steeds verzoenlijk op maar Rousseau zonk steeds verder weg in een diep wantrouwen. Rond hun vijftigste was de breuk definitief geworden.

Veel tijd voor vriendschappen had Diderot trouwens niet meer want vanaf 1751 zat hij tot over zijn oren in het werk. De Encyclopédie was een enorm ambitieus project en Diderot zou er 25 jaar druk mee zijn. Rousseau was na het verschijnen van Julie (1761), Émile, ou De l’éducation (1762) en Du contrat social (1762) een ster geworden, niet alleen in Frankrijk maar ook daarbuiten. Wellicht is zijn briefroman Julie ou la nouvelle Héloïse het meest gelezen boek van de achttiende eeuw, nog vóór Robinson Crusoe (1719) of Die Leiden des jungen Werthers (1774). De invloed van Rousseau met deze drie boeken was veel groter dan de invloed van Diderot met zijn Encyclopédie.

RousseauToch zou Diderot‘s tijd ook nog komen. Rond 1850 had in Europa het materialisme het idealisme eindelijk “drooggelegd” en was er weer volop belangstelling voor de radicale Verlichting waar Diderot zo’n groot voorstander van was. Hij vond dat de mens alleen op zijn verstand moet afgaan en dat de wetenschap de enige betrouwbare gids is die zijn licht in de duisternis van onwetendheid en bijgeloof werpt. Voor Diderot volgde Rousseau met zijn contra-Verlichting, die uiteindelijk zou uitgroeien tot de Romantiek, een religieuze weg.

Diderot en zijn vrienden van de radicale Verlichting hadden een enorme hekel aan het christendom. Ze zagen Rousseau als een pseudo-christen. Ook al had Rousseau zelf niets meer met het christelijk geloof, zijn tegenstanders irriteerde het dat hij nog steeds in God en in de onsterfelijke ziel geloofde, in hun ogen niets meer dan restanten van het christendom. Voor de radicale Verlichting is de mens enkel materie, een wonderbaarlijke “machine van vlees”, en heeft deze helemaal geen ziel. Als je Wij zijn ons brein gelezen hebt, zal je dat bekend voorkomen.

Voor de radicale Verlichting is de mens enkel materie, een wonderbaarlijke “machine van vlees”, en heeft deze helemaal geen ziel. Iedereen die Wij zijn ons brein gelezen heeft, komt dat bekend voor.

Philipp Blom schrijft mooi, maar zijn vooringenomenheid is hinderlijk en soms lachwekkend. Omdat hij zo dweept met zijn helden Diderot en baron d’Holbach en zo openlijk zijn afkeer van Rousseau etaleert, laat hij de lezer geen ruimte om er het zijne van te denken. Het verdorven genootschap kun je lezen als een pleidooi voor de voltooiing van de Verlichting, die volgens Blom nog altijd gedwarsboomd wordt door de invloedrijke erfenis van Rousseau. Volgens de auteur zou er definitief afgerekend moeten worden met God en de ziel en hij ziet deze als de laatste hardnekkige restanten van het christendom.

Keer op keer beukt hij met zijn sloophamer in op het christelijke geloof, en omdat hij daar een karikatuur van maakt, lijken zijn sloopwerkzaamheden redelijk. De Kerk zou niets anders zijn dan een machtsinstituut dat met sprookjes en angstbeelden het volk onderdrukt. Het is een cliché dat rechtstreeks van de radicale Verlichters komt en dat zich al ruim twee eeuwen in ons bewustzijn genesteld heeft.

Above us only skyNet als bij “Imagine there’s no heaven, It’s easy if you try, No hell below us, Above us only sky” van John Lennon vraag ik mij af in welke tijd Blom meent te leven. De laatste vijftig jaar is het christendom in West-Europa gemarginaliseerd en in een hemel en een hel wordt praktisch niet meer geloofd. We hebben helemaal geen imaginatie nodig om ons voor te stellen dat er geen hemel en hel zijn. Het ontbreekt juist aan verbeeldingskracht en geloof om ons wél voor te stellen dat er ook een “geestelijke topografie” is waarin een hemel en een hel wel degelijk plaatsen zijn. Het materialisme van de radicale Verlichting waar Blom zo hartstochtelijk voor pleit, heeft de weg naar onze hoofden allang gevonden.

Vergeten radicalen 3 | Vergeten radicalen 2 | Vergeten radicalen 1

Von Hamilton

de paardenportretten van Johann George von Hamilton (1672-1737)

De dierschilder Johann George von Hamilton is vooral bekend door zijn portretten van paarden voor de Spaanse rijschool in Wenen. Hamilton’s paarden glanzen als Meissener porselein en staan in een snoeperig landschap.

Hamilton
Johann George von Hamilton
Hamilton
Johann George von Hamilton
Hamilton
Johann George von Hamilton
Johann George von Hamilton war ein bekannter Tier- und Stilllebenmaler. Als Sohn des Stilllebenmalers James Hamilton stammte er aus einer schottischen Adelsfamilie, die in die Spanischen Niederlande ausgewandert war (möglicherweise als Folge der Schlacht Rullion Green in Galloway am 28. November 1666). In den 1690er Jahren kam er zusammen mit seinem Bruder Philipp Ferdinand nach Wien. Dort gelang ihm eine Anstellung beim kaiserlichen Hof von Karl VI., wo er 1712 zum Hof- und Kammermaler ernannt wurde. Ein weiterer Bruder, Karl Wilhelm von Hamilton (* 1668 oder 1670, † 1754), war ebenfalls Tiermaler. Johann Georgs Sohn Anton Ignaz von Hamilton (* 1696 in Wien, † um 1770 zu Hubertusburg in Sachsen) trat als Maler in die Dienste des Herzogs von Weimar und des Königs August III. von Polen und Sachsen. Von 1709 bis 1718 lebte er auf Schloss Wittingau (Třeboň) in Südböhmen bei Adam Franz Karl Eusebius Fürst zu Schwarzenberg. Zudem stattete er das Schloss Ohrada mit Malereien aus. Heute sind sicher seine Darstellungen von Pferden und insbesondere die Lipizzaner der Spanischen Hofreitschule seine bekanntesten Werke.
 
Bron: de.wikipedia.org
Hamilton
Deze Piebald van Johann George von Hamilton heeft iets van een buitenaards ruimteschip. Pas in 1878 zou Edward Mybridge met zijn fotoreeks Horse in Motion bewijzen dat een paard in galop er nooit uitziet zoals de traditionele schilderkunst ons wil laten geloven.

Johann Georg de Hamilton [ artnet.com ]

vergeten radicalen [ 3 ]

gelezen: de proloog van Het verdorven genootschap
De vergeten radicalen van de Verlichting
van Philipp Blom

Het verdorven genootschapDe historicus en romanschrijver Philipp Blom is overtuigd atheïst en schreef in 2010 een bevooroordeeld boek over de salon van baron d’Holbach die het derde kwart van de achttiende eeuw floreerde en prominenten uit binnen- en buitenland naar zich toetrok. De historicus verbergt zijn bewondering voor d’Holbach en Diderot niet en zijn afkeer voor Voltaire en Rousseau evenmin.

Al in de proloog merkt hij op dat het oordeel van de geschiedenis in het voordeel van de laatste twee is uitgevallen en in het nadeel van de d’Holbach en Diderot. Terwijl Voltaire en Rousseau in het Pantheon werden bijgezet als de twee grote Franse Verlichtingsfilosofen, is er geen groot eerbetoon voor d’Holbach en Diderot.

Philip Blom wil daar verandering inbrengen met zijn boek. Hij komt uit de kast als een discipel van de materialistische en atheïstische denkers d’Holbach en Diderot. Juist vanwege het atheïsme konden ze nooit in de positie komen die Voltaire en Rousseau voor zichzelf wel wisten te bemachtigen, die van de verlichte superstar. Voltaire bleef bewust zijn leven lang een deïst en was ervan overtuigd dat er een Schepper was. Alleen bemoeide deze zich niet meer met zijn Schepping. Voor het deïsme was God een uurwerkmaker die na zijn arbeid het mechanische universum aan zichzelf had overgelaten.

Rousseau is in de ogen van Philipp Blom meer een verkapte christen. Ook al had Rousseau de kerk de rug toegekeerd, zijn hele filosofie baseert zich op christelijke thema’s als paradijs, zondeval en verlossing. De invloed van Rousseau was enorm. Door zijn volgelingen werd hij vereerd en na zijn dood in 1778 werd zijn laatste rustplaats op Île des peuplier een bedevaartsoord. Tijdens de Franse Revolutie was Jean-Jacques inmiddels een seculiere heilige geworden. Zijn invloed is er nog altijd. In de eenentwintigste eeuw kunnen we in het verlangen naar authenticiteit en natuurlijk leven maar ook in de romantische religie van de nieuwetijdse spiritualiteit sporen van zijn denken aantreffen. Voor Philipp Blom is Rousseau vooral een negatieve figuur die het heldere Verlichtingsdenken van Diderot vertroebeld heeft. Rousseau stond aan het begin van de Romantiek en de Romantiek keerde zich zelfs tegen de Verlichting.

Philipp Blom pleit voor het sapere aude, de moed om zelf te blijven denken en weerstand te bieden aan de reflexen van het gevoel en terug te deinzen voor een universum dat door de radicale Verlichting metafysisch is uitgekleed. Een universum zonder doel, waarin de mens geworpen is, is door het existentialisme van de twintigste eeuw geëxploreerd, maar in de achttiende eeuw waren weinig geesten daar nog rijp voor. De kring rond Baron d’Holbach en Diderot was een grote uitzondering. Volgens Blom was hun salon in de Rue Royale Saint-Roch het brandpunt van de radicale Verlichting, een Verlichting die compromisloos de consequenties durft te trekken van het zelfstandige denken, dat zich ontworsteld heeft aan de eeuwenoude onderworpenheid aan het christelijk geloof.

Philipp Blom pleit voor het sapere aude – de moed om zelf te blijven denken en weerstand te bieden aan de reflexen van het gevoel en terug te deinzen voor een universum dat door de radicale Verlichting metafysisch is uitgekleed.

De radicale Verlichting aan de Parijse Rue Royale Saint-Roch had uitgesproken politieke ambities: het verzet tegen instituties, niet alleen tegen de katholieke kerk, maar ook tegen de monarchie die door de kerk gefaciliteerd werd. Rond 1750 was er een strenge censuur en alle geschriften waarin het christelijk geloof ondermijnd werd, waren staatsgevaarlijk. Een aanval op de fundamenten van het christendom was indirect ook een aanval op het koningschap dat gelegitimeerd werd door het droit divin.

De vrije geesten van de radicale Verlichting waren gedwongen om onder pseudoniemen te publiceren. Hun boeken moesten vaak in Nederland gedrukt worden en werden daarna Frankrijk binnengesmokkeld. Het was streng verboden deze boeken in bezit te hebben en de lezers werden net als de auteurs streng vervolgd. Deze onderdrukking van het atheïsme heeft de radicale Verlichting onvermijdelijk gepolitiseerd. Blom beschrijft de vrijdenkers uit de achttiende eeuw soms als martelaren van de geest die net als vervolgde christenen uit de eerste eeuwen moeten wegduiken in hun catacomben. Natuurlijk roept deze underdogpositie sympathie op.

Het hoofdstuk Le bon David gaat over de connectie met de Schotse filosoof David Hume. Aan het begin van de jaren zestig was Hume diplomaat in Parijs. Hij werd door de baron uitgenodigd in zijn salon aan de Rue Royale Saint-Roch. Daar ging Hume graag op in. Hij genoot van alle aandacht en hield van lekker eten, een “bijkomstigheid” waar de salon van d’Holbach bekend om stond. Bovendien spraken Baron d’Holbach en Diderot beiden uitstekend Engels. De salon verheugde zich op de komst van The Great Infidel, zoals Hume in zijn calvinistische Schotse vaderland genoemd werd.

David Hume
David Hume in 1766 door Alan Ramsay
Voor David Hume lieten materialisten en atheïsten zich verleiden tot een zekerheid die er niet is.

Toen Hume aanschoof, merkte hij op dat hij niet wist hoe atheïsten eruit zagen omdat hij er nog nooit een gezien had. “Kijkt u dan maar eens even goed om u heen”, zei zijn gastheer “van de achttien mensen hier aan tafel zijn er vijftien atheïst en drie zijn er nog niet helemaal uit!” Maar Hume die bekend stond als een Godloochenaar, zag zichzelf helemaal niet als atheïst. Voor een scepticus is de “zekerheid dat God niet bestaat” een brug te ver. Hume kon hoogstens een agnostisch standpunt innemen.

De vrijdenkers in de salon waren te politiek georiënteerd om Hume echt te kunnen begrijpen. Hun doel was het omverwerpen van de macht van Kerk en staat, terwijl Hume meer filosoof dan activist was. Voor hem draaide de Verlichting om het inzicht dat de menselijke identiteit gebaseerd is op waarneming en gewoonte en dat er nergens vaste grond te vinden is, ook niet in materialisme of atheïsme. Want materialisten en atheïsten lieten zich voor Hume verleiden tot een zekerheid die er niet is. De salon van d’Holbach was uitgesproken progressief, terwijl de radicale twijfel Hume juist conservatief had gemaakt. Want als je alles betwijfelt, kun je evengoed niets betwijfelen en kiezen voor een pragmatisch volgen van gewoonten en tradities.

Atheïsme is de foute term voor gezond verstand [ nrc.nl ]
Wij zijn aapjes die zin zoeken [ volkskrant.nl ]
in the name of godlessness [ economist.com ]

frontispiece, 1764

Het frontispiece voor de Encyclopédie
van Charles-Nicolas Cochin

In 1751 verscheen het eerste deel van de Encyclopédie, ou dictionnaire raisonné des sciences, des arts et des métiers, de voorloper van wikipedia. Met deze ambitieuze onderneming wilden de initatiefnemers Diderot en d’Alembert alle kennis bundelen die de mens tot dan toe verzameld had. De Encyclopédie is misschien wel hét symbool van de Verlichting geworden. De encyclopédisten wilden het licht van de rede overal op laten schijnen.

In 1764 ontwierp de ontwerper, graveur, schrijver en kunstcriticus Charles-Nicolas Cochin (1715-1790) een frontspiece voor de Encyclopédie. Het is een iets compactere uitvoering van de allegorie van Academie francaise van Sebastian Leclerc uit 1698. In plaats van wetenschappers met hun attributen zien we een tafereel dat hoofdzakelijk door vrouwen bevolkt is. De 18e eeuw is niet alleen de eeuw van de rede maar ook de eeuw van de vrouw.

Frontispiece Charles-Nicolas Cochin
De gesluierde waarheid staat tussen de verbeelding en de rede, daaronder bevinden zich de kunsten en wetenschappen. De gravure werd in 1772 gemaakt door Bonaventure-Louis Prévost.

In 1765 werd het ontwerp van Cochin geëxposeerd in de Salon en Diderot was er gelijk zeer over te spreken. Dat er op de voorgrond een paar “nimfen” zitten die zo uit het atelier van François Boucher lijken te komen, zal hij Cochin wel vergeven hebben. De zedelijke les waar Diderot zo van hield, zat er in ieder geval duidelijk in.

Frontispiece Charles-Nicolas Cochin
detail 1: de optica, botanie, chemie en landbouw
Frontispiece Charles-Nicolas Cochin
detail 2: de muziek, schilderkunst, beeldhouwkunst en bouwkunst
Frontispiece Charles-Nicolas Cochin
detail 3: theologie met Bijbel (boven half zichtbaar), astronomie en mathematica
C’est un morceau très ingénieusement composé. On voit en haut la Vérité entre la Raison et l’Imagination: la Raison qui cherche à lui arracher son voile, l’Imagination qui se prépare à l’embellir. Au-dessous de ce groupe, une foule de philosophes spéculatifs; plus bas la troupe des artistes. Les philosophes ont les yeux attachés sur la Vérité; la Métaphysique orgueilleuse chercher moins à la voir qu’ à la deviner; la Théologie lui tourne le dos et attend sa lumière d’en haut. Il y a certainement dans cette composition une grande variété de caractères et d’expressions, mais les plans n’avancent ne reculent pas assez; le plus élevé devrait se perdre dans l’enfoncement; le suivant venir un peu sur le devant, le troisième y être tout à fait. Si la gravure réussit à corriger ce défaut, le morceau sera parfait.
 
Diderot’s commentaar op de frontispiece van Cochin