Categorie archief: 18e eeuw

vedute in Engelse collecties

Claude Jospeh Vernet en Canaletto in Engelse collecties

Op de Engelse website artuk.org ontdekte ik 65 werken van de Franse schilder Claude Jospeh Vernet (1714-1789). Hij werkte in de traditie van zijn landgenoot Claude Lorrain en verbleef net als zijn voorbeeld lange tijd in Rome. Daar stond hij onder invloed van de beroemde veduteschilder Giovanni Paolo Pannini (1691-1765) die zich gespecialiseerd had in Romeinse oudheden. Pannini componeerde graag capricci, architectonische fantasieën. Vernet volgde hem daarin en voegde naast fantasiearchitectuur in zijn landschappen vaak grillige rotspartijen toe.

Vernet
Claude Jospeh Vernet op artuk.org

De belangrijkste afnemers van stadsgezichten waar rijke Engelse toeristen die in de achttiende eeuw hun Grand Tour maakten. Dat verklaart waarom er zoveel schilderijen van Vernet in Engelse verzamelingen terecht zijn gekomen. Canaletto, de beroemdste veduteschilder van de achttiende eeuw, verhuisde zelfs naar Engeland om daar ter plekke stadsgezichten en topografische landschappen te schilderen. De Engelse verzamelaar kon er geen genoeg van krijgen.

Canaletto
Canaletto op artuk.org

artuk.org

Jaarmarkt aan de Rhône

Les Abords d’une foire (1774) van Claude Joseph Vernet

In hetzelfde jaar dat hij La construction d’un grand chemin schilderde, werkte Claude Joseph Vernet aan een ander pronkstuk. Les Abords d’une foire (vrij vertaald: aan de rand van een jaarmarkt) is een overzicht van dagelijks leven in 1774. Het schilderij meet 98 bij 163 cm en hangt in het Musée Fabre in Montpellier.

C.J.Vernet
Claude Joseph Vernet 1774
Les Abords d’une foire

In de achttiende eeuw was de stad Beaucaire in de Languedoc bekend door haar jaarmarkt. Vernet geeft vanaf de andere zijde van de Rhône een blik op de jaarmarkt. De bergen op de achtergrond fantaseert hij erbij. Émile Levasseur schrijft in Traité du Commerce en France avant 1789 over het internationale karakter van de Foire de Beaucaire:

Dans le Languedoc du XIIIe siècle, la foire de Beaucaire tenait la tête. Placée au débouché du Rhône, elle attirait les marchands orientaux de Tunis, d’Alexandrie, de Syrie et de Constantinople, les Grecs, les Italiens de Venise et de Gênes ; les Aragonais et les Catalans de Barcelone ; des Portugais, des Anglais, même les Allemands et les marchands de France, venus de tous les points du territoire.
 
Bron: fr.wikipedia.org
C.J.Vernet
Claude Joseph Vernet 1774
Les Abords d’une foire (detail)

Vernet leerde het schilderen van stadsgezichten in Rome waar hij de kunst afkeek bij Giovanni Paolo Pannini. Dat is ook duidelijk te zien in de figuren. De hele mis en scene oogt spontaan, maar is zorgvuldig gecomponeerd.

C.J.Vernet
Claude Joseph Vernet 1774
Les Abords d’une foire (detail)
C.J.Vernet
Claude Joseph Vernet 1774
Les Abords d’une foire (detail)
C.J.Vernet
Claude Joseph Vernet 1774
Les Abords d’une foire (detail)

250 uur lopen van Parijs

La construction d’un grand chemin (1774) van Claude Joseph Vernet

In 1774, het jaar waarin Lodewijk XVI zijn grootvader Lodewijk XV opvolgde, schilderde Claude Joseph Vernet in opdracht van l’abbé Terray (1715-1778) het onderstaande schilderij van de aanleg van een weg. Het is een nauwkeurig werk waarin de zestigjarige Vernet laat zien dat hij zijn métier tot in de details beheerst. Een opdracht voor de contrôleur général des finances van de koning was voor een schilder een hele eer. Terray wilde laten zien hoe gedisciplineerd de wegenbouw in Frankrijk was. We zien allerlei wegarbeiders tijdens een bezoek van de inspecteur op de voorgrond gezeten te paard. Het schilderij is 97 cm hoog en 162 cm breed en hangt in het Louvre.

C.J.Vernet
Claude Joseph Vernet 1774
La construction d’un grand chemin
C.J,Vernet
Claude Joseph Vernet 1774
La construction d’un grand chemin (detail)
C.J.Vernet
Claude Joseph Vernet 1774
La construction d’un grand chemin (detail)
C.J.Vernet
Claude Joseph Vernet 1774
La construction d’un grand chemin (detail)

Op de kilometerpaal met de Franse lelie linksonder staat het getal 250 waarmee aangeduid wordt dat deze locatie zich op 250 lieues van Parijs bevindt. De nouvelle lieue de Paris bedroeg tussen 1674 en 1793 2000 toises dat gelijk staat aan 3898 meter. 250 lieues is dus bijna 974 kilometer van Parijs. In Nederland sprak men in de achttiende eeuw van een uur gaans. Wanneer een wandelaar er vijf uur over deed om van de ene stad naar de andere stad te lopen, dan sprak men over 5 uur gaans en in Frankrijk van 5 lieue.

C.J.Vernet
Claude Joseph Vernet 1774
La construction d’un grand chemin (detail)

La construction d’un grand chemin [ histoire-image.org ]

me voilà!

gelezen: Napoleon en de negentiende-eeuwse Blitzkrieg door Bart Stol

Napoleon staat tussen Jezus en Mohammed in de top drie van personen die op Google de meeste hits scoren. Er gaat geen dag voorbij dat ik informatie binnenkrijg over Napoleon via e-mail of Twitter. Gisteren las ik een stuk van Bart Stol over de oorlogsvoering van Napoleon in het Historisch Nieuwsblad.

Jaffa 1799
Napoleon bezoek een leprozenhuis in Jaffa
op 7 maart 1799

Het was gisteren precies 218 jaar geleden dat Napoleon tijdens zijn expeditie naar Egypte en Palestina in Jaffa een leprozenhuis bezocht. Antoine Gros maakte een beroemd schilderij van deze historische gebeurtenis op 7 maart 1799 waarbij Napoleon als een soort religieuze figuur staat afgebeeld. Hij raakt de melaatse man aan en lijkt over een genezende kracht te beschikken. Napoleon als de nieuwe mensenzoon.

Laffrey 1815
Napoleon tegenover troepen van het 5e infanterieregiment in Laffrey op 7 maart 1815

Precies 16 jaar later zou Napoleon beginnen aan zijn Honderd Dagen. Op 7 maart 1815 was hij ontsnapt uit Elba en begon in Zuid-Frankrijk zijn mars naar Parijs. Bij Laffrey (Isère) in de buurt van Grenoble stond hij tegenover troepen van het 5e infanterieregiment. Napoleon zou zijn grijze jas hebben opengerukt en gezegd hebben: s’il en est qui veut me tuer, me voilà! (“als er iemand is die mij wil doden, hier ben ik”). Ook hiervan is een schilderij gemaakt.

Napoleon en de negentiende-eeuwse Blitzkrieg [ Historisch Nieuwsblad ]

aristocratische catwalk

een tijdlijn van damesmode uit de 18e eeuw

Op behance.net vond ik een schitterende overzicht van mode door de eeuwen heen. De afbeeldingen komen oorspronkelijk van het Russische Блошка. Honderden figuren uit bekende en minder bekende historische portretten zijn vrijstaand gemaakt. Ten voeten uit.

mode 18e eeuw
dameskleding tussen 1740 en 1768
(credits: Блошка)

Deze beeldbewerking levert een lange parade op van stijlvol geklede aristocratische dames (en heren). Dagelijks waren ze een paar uur bezig met aankleden en toilet maken, flaneren, gokken en andere vormen van nietsdoen. De gewone én werkende vrouw (99% van de bevolking) werd de grisette genoemd, vanwege haar grauwe kleding. De adellijke dames konden tegenover die achtergrond optimaal afsteken. De Franse Revolutie maakte aan deze decadentie tijdelijk een einde.

Fashion Timeline 18th century [ behance.net ]

rijk Dordt

Een koninklijk paradijs Aart Schouman en de verbeelding van de natuur
Dordrechts Museum, 19 februari t/m 17 september 2017

Een koninklijk paradijs“Het is hier geen rijk Dordt!” placht mijn moeder wel eens bestraffend te zeggen als ik vroeger mijn boterham te dik belegde. In Zuid-Holland waar mijn moeder vandaan komt, was deze uitdrukking van moeder op (mijn) moeder overgegaan. In Dordrecht woonden vroeger de rijken. Het Dordrechts Museum laat permanent al veel van het rijke verleden van Dordrecht zien maar nu is daar nog iets bijgekomen. Afgelopen zaterdag opende koningin Maxima de tentoonstelling Een koninklijk paradijs – Aart Schouman en de verbeelding van de natuur.

De achttiende eeuw gold lang als “de vergeten eeuw” maar gelukkig is daar de laatste jaren verandering in gekomen met tentoonstellingen als Uit de plooi. De 18de eeuw in beweging (Valkhof Museum Nijmegen 2013) of programma’s als Ridders van Gelre – de vergeten achttiende eeuw (Omroep Gelderland, 2015) en Alexander Roslin – portrettist van de aristocratie (Rijksmuseum Twenthe, Enschedé, 2015).

Aert Schoumann
portret van Albertus de Jonck
Ook na de Gouden Eeuw kende Dordrecht schilders die naam maakten ver buiten hun eigen stad. Aert Schouman staat symbool voor een periode waarin de schilderkunst een meer decoratieve functie kreeg. Hij schilderde zowel portretten als historie- en genrestukken en aquarellen, evenals ander decoratief werk, alles aansluitend bij de veranderende smaak van het publiek. Het Franse classicisme voerde de boventoon, welgestelden richtten hun huis opnieuw in, waarbij het belangrijk was dat het interieur een eenheid vormde. Naast schilder was Schouman ook kunsthandelaar en had hierdoor een groot netwerk aan kunstliefhebbers- en kenners. Hij meende dat tekenen een belangrijk onderdeel van de opvoeding vormde en gaf om die reden zijn hele leven tekenles aan kinderen. Ook leidde hij jonge schilders op en leverde een nieuwe generatie Dordtse kunstenaars af.
 
Bron: dordrechtsmuseum.nl

Aart Schouman [ nl.wikipedia.org ]

vergeten radicalen [ 4 ]

gelezen: het hoofdstuk J.J.Rousseau in Het verdorven genootschap
De vergeten radicalen van de Verlichting
van Philipp Blom

Het verdorven genootschapAl in de inleiding van Het verdorven genootschap bekent Philipp Blom dat hij een afkeer heeft van Jean-Jacques Rousseau (1712-1778). Dat is begrijpelijk, want Blom is een bewonderaar van Denis Diderot (1713-1784) en het gedachtegoed van deze twee Franse denkers ligt wijd uit elkaar. Oorspronkelijk waren Diderot en Rousseau dik met elkaar bevriend. Blom schrijft daar soms ontroerend over. Ze deelden dezelfde achtergrond en trokken rond hun twintigste naar Parijs. Maar na hun dertigste begonnen ze uit elkaar te groeien. Diderot stelde zich steeds verzoenlijk op maar Rousseau zonk steeds verder weg in een diep wantrouwen. Rond hun vijftigste was de breuk definitief geworden.

Veel tijd voor vriendschappen had Diderot trouwens niet meer want vanaf 1751 zat hij tot over zijn oren in het werk. De Encyclopédie was een enorm ambitieus project en Diderot zou er 25 jaar druk mee zijn. Rousseau was na het verschijnen van Julie (1761), Émile, ou De l’éducation (1762) en Du contrat social (1762) een ster geworden, niet alleen in Frankrijk maar ook daarbuiten. Wellicht is zijn briefroman Julie ou la nouvelle Héloïse het meest gelezen boek van de achttiende eeuw, nog vóór Robinson Crusoe (1719) of Die Leiden des jungen Werthers (1774). De invloed van Rousseau met deze drie boeken was veel groter dan de invloed van Diderot met zijn Encyclopédie.

RousseauToch zou Diderot‘s tijd ook nog komen. Rond 1850 had in Europa het materialisme het idealisme eindelijk “drooggelegd” en was er weer volop belangstelling voor de radicale Verlichting waar Diderot zo’n groot voorstander van was. Hij vond dat de mens alleen op zijn verstand moet afgaan en dat de wetenschap de enige betrouwbare gids is die zijn licht in de duisternis van onwetendheid en bijgeloof werpt. Voor Diderot volgde Rousseau met zijn contra-Verlichting, die uiteindelijk zou uitgroeien tot de Romantiek, een religieuze weg.

Diderot en zijn vrienden van de radicale Verlichting hadden een enorme hekel aan het christendom. Ze zagen Rousseau als een pseudo-christen. Ook al had Rousseau zelf niets meer met het christelijk geloof, zijn tegenstanders irriteerde het dat hij nog steeds in God en in de onsterfelijke ziel geloofde, in hun ogen niets meer dan restanten van het christendom. Voor de radicale Verlichting is de mens enkel materie, een wonderbaarlijke “machine van vlees”, en heeft deze helemaal geen ziel. Als je Wij zijn ons brein gelezen hebt, zal je dat bekend voorkomen.

Voor de radicale Verlichting is de mens enkel materie, een wonderbaarlijke “machine van vlees”, en heeft deze helemaal geen ziel. Iedereen die Wij zijn ons brein gelezen heeft, komt dat bekend voor.

Philipp Blom schrijft mooi, maar zijn vooringenomenheid is hinderlijk en soms lachwekkend. Omdat hij zo dweept met zijn helden Diderot en baron d’Holbach en zo openlijk zijn afkeer van Rousseau etaleert, laat hij de lezer geen ruimte om er het zijne van te denken. Het verdorven genootschap kun je lezen als een pleidooi voor de voltooiing van de Verlichting, die volgens Blom nog altijd gedwarsboomd wordt door de invloedrijke erfenis van Rousseau. Volgens de auteur zou er definitief afgerekend moeten worden met God en de ziel en hij ziet deze als de laatste hardnekkige restanten van het christendom.

Keer op keer beukt hij met zijn sloophamer in op het christelijke geloof, en omdat hij daar een karikatuur van maakt, lijken zijn sloopwerkzaamheden redelijk. De Kerk zou niets anders zijn dan een machtsinstituut dat met sprookjes en angstbeelden het volk onderdrukt. Het is een cliché dat rechtstreeks van de radicale Verlichters komt en dat zich al ruim twee eeuwen in ons bewustzijn genesteld heeft.

Above us only skyNet als bij “Imagine there’s no heaven, It’s easy if you try, No hell below us, Above us only sky” van John Lennon vraag ik mij af in welke tijd Blom meent te leven. De laatste vijftig jaar is het christendom in West-Europa gemarginaliseerd en in een hemel en een hel wordt praktisch niet meer geloofd. We hebben helemaal geen imaginatie nodig om ons voor te stellen dat er geen hemel en hel zijn. Het ontbreekt juist aan verbeeldingskracht en geloof om ons wél voor te stellen dat er ook een “geestelijke topografie” is waarin een hemel en een hel wel degelijk plaatsen zijn. Het materialisme van de radicale Verlichting waar Blom zo hartstochtelijk voor pleit, heeft de weg naar onze hoofden allang gevonden.

Vergeten radicalen 3 | Vergeten radicalen 2 | Vergeten radicalen 1