Categorie archief: 19e eeuw

Wiertz, Wauters en Wappers

gekocht bij de kringloopwinkel: De schilderkunst der Lage Landen (2007)

de schilderkunst der lage landen 3Soms heb je in de kringloopwinkel met boeken en platen geluk en vind je tussen alle bagger uiteindelijk toch het goud waarnaar je op zoek was. Het overkwam mij afgelopen weekend. Voor vijftien Euro kon ik de drie spiksplinternieuwe delen De schilderkunst der Lage Landen buit maken. Bij bol.com of boekwinkeltjes.nl betaal je meer dan honderd Euro hiervoor. Hoewel ik al jarenlang een “boekenquotum” in huis na te streven, komen er op deze manier toch weer meer nieuwe boeken bij dan ik voorzien had. Uiteraard ben ik blij met mijn nieuwste aanwinst. Ik ben begonnen in deel drie, vanwege mijn voorliefde voor de negentiende eeuw.

overzicht
Een bescheiden overzicht van ruim 80 Nederlandse (blauw) en Belgische (rood) schilders geboren tussen 1768 en 1846, ingedeeld in 15 categorieën [klik op afbeelding voor PDF]

De meeste Nederlandse schilders van de negentiende eeuw waren mij bekend maar verrassend genoeg kwam ik een aantal Belgische schilders tegen waar ik nog nooit van gehoord had: de landschapsschilders Théodore Fourmois (1814-1871), Francois Lamorinière (1828-1911) en Adriaan Joseph Heymans (1839-1921) bijvoorbeeld. Of de veduteschilder François Bossuet (1798-1889). En ook van de grote historieschilders Louis Gallait (1810-1887), Hendrik Leys (1815-1869), Gustaaf Wappers (1803-1874) en Antoine Wiertz (1806-1865) bleek ik veel werk niet te kennen. Niet alleen een naslagwerk erbij maar ook weer veel nieuwe kennis over de Belgische schilderkunst in de negentiende eeuw.

socialistische messias

uitgelezen: Les mysteres de Paris (1842) van Eugene Sue

Les mysteres de Paris verscheen als feuilleton tussen 19 juni 1842 en 15 oktober 1843 in le journal des débats, een zeer invloedrijke krant in Frankrijk die in 1789 was opgericht en die tot 1944 zou bestaan. Veel Nederlandse vertalingen van lijvige Franse romans uit de negentiende eeuw zijn verkorte versies. Ik las de vertaling van Richard ten Berge en die is aanzienlijk korter dan het origineel dat in zes flinke delen werd uitgegeven. Misschien is deze vertaling ook meer een bloemlezing maar dat kan ik niet beoordeling omdat ik de oorspronkelijke Franse versie niet ken. Psychologische verfijning is bij Eugene Sue ver te zoeken. Het is melodrama voor het volk waarin de personages uit karton lijken gesneden. Literair beslist geen hoogstandje.

Maar waarom was Les mysteres de Paris dan zo’n groot succes? Ik denk om dezelfde reden waarom in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw soaps op televisie een succes waren. Je volgde met elkaar dagelijks het wel en wee van de vele hoofdpersonen en je kon er met elkaar over praten. Amusement dus. Omdat Les mysteres de Paris ook in de Parijse onderwereld duikt, zit er een flinke dosis misdaad in. Sue vermengt dat met allerlei onderwerpen waar het grote publiek van smult. Veel list en bedrog uiteraard en verder: sociale uitbuiting, kindermoord, waanzin, vervalsing, speculaties, hoeren en complotten.

Eigenlijk zijn Rodolphe en Jean Valjean een soort messiasfiguren die afdalen in de sociale ellende van de grote stad en laten daar het licht der gerechtigheid schijnen.

RodolpheDit feuilleton beïnvloedde Alexandre Dumas in 1844 voor zijn Graaf de Monte Cristo en in 1862 Victor Hugo voor Les Miserables. Vooral de sociale dimensie van Les mysteres de Paris werd door Dumas en Hugo nagevolgd en Hugo gebruikte Les Miserables als een politiek pamflet tegen de misstanden van zijn tijd. In de romans van Dumas en Hugo horen we duidelijk de echo van Rodolphe, de filantropische prins uit Les mysteres de Paris. Want zowel de graaf van Monte Cristo als Jean Valjean lijken gemodelleerd naar Rodolphe. Ze zijn niet alleen fysiek sterk maar ook kapitaalkrachtig. Met hun geld weten ze onrecht te corrigeren.

Eugene Sue was beïnvloed door het socialisme en populariseerde in zijn romans de opvattingen van Charles Fourier en Pierre-Joseph Proudhon. Victor Hugo volgde hem na en maakte van Les Miserables een bittere aanklacht tegen de sociale misstanden van zijn tijd. Eigenlijk zijn Rodolphe en Jean Valjean een soort messiasfiguren die afdalen in de sociale ellende van de grote stad en laten daar het licht der gerechtigheid schijnen.

soap uit 1842

Dramatis Personae van Les Mystères de Paris van Eugène Sue

Breedvoerigheid is vaak een kenmerk van de roman uit de negentiende eeuw. De lezer van vroeger had geen televisie of internet maar wel lange avonden tot zijn beschikking. Een roman van meer dan duizend bladzijden was vanwege zijn omvang nog niet afschrikkend. Hetzelfde gold voor het aantal personages. De romanschrijver verwerkte graag verhalen in verhalen en voerde daarbij telkens nieuwe personages op. In de roman-feuilleton speelden meestal tientallen personages mee. Het was de voorloper van de soap, waarbij de lezer dagelijks het wel en wee kon volgen van de hoofdpersonen. Voor het zeer succesvolle vervolgverhaal Les Mystères de Paris van Eugène Sue dat in 1842-1843 in een Franse krant werd gepubliceerd, maakte ik een Dramatis Personae. Dat deed ik niet in de gebruikelijke vorm, met een lijst in de volgorde van opkomst, maar met een visueel overzicht waarin de relaties van de verschillende personages naar voren komen.

Les Mysteres de Paris
Dramatis Personae van Les Mystères de Paris
[ klik op afbeelding voor een PDF ]

In het bovenstaande overzicht zijn bijna 60 personages uit Les Mystères de Paris opgenomen. De hoofdpersonages staan in grotere letters. De kleuren wijzen op de karakters, die bij Eugène Sue vaak eendimensionaal (goed of slecht) zijn. De groene staan voor de nobele karakters, de rode voor de corrupte personen, degenen die tot inkeer komen in oranje. De min of meer neutrale karakters en figuranten staan in geel. De hoofdpersoon Rodolphe staat in paars.

Urban gothic [ 2 ]

aan het lezen in: Les Mystères de Paris (1842) van Eugene Sue

Les Mystères de ParisTelevisieseries uit de vorige eeuw zoals Peyton Place (1964-1969), Dallas (1978-1991) en Dynasty (1981-1989) hadden hun voorloper in het vervolgverhaal van de 19e eeuw. In het Frans wordt dat een feuilleton genoemd omdat het vervolgverhaal oorspronkelijk verscheen in dag- en weekbladen (feuilles).

Doordat een vervolgverhaal periodiek verschijnt in massamedia kan de massa van dag tot dag of van week tot week de belevenissen van de fictieve personages volgen. De bekendste Nederlandse feuilleton uit de 19e eeuw is Eline Vere van Louis Couperus die in 1888 in het dagblad Het Vaderland verscheen. Op straat of in de tram spraken mensen met elkaar over Eline Vere alsof het een werkelijke bekende van hen was. Dit bijzondere verschijnsel, het volk dat wekelijks meeleeft met de belevenissen van fictieve personages, begon in Frankrijk met de feuilletons vanaf 1836. Een van de meest succesvolle was Les Mystères de Paris van Eugene Sue dat tussen 19 juni 1842 en 15 oktober 1843 verscheen in le journal des débats. Het was zo’n groot publiekssucces, dat de oplage van deze krant omhoog schoot. Daarna volgden vrijwel alle kranten deze succesformule en kwamen ze met hun eigen feuilleton.

journal des débats 1842
de banner van le journal des débats (1842)

Les Mystères de Paris initieerde een nieuw (sub)genre, de zogenaamde stadsmysteries, een subgenre van de urban gothic. Er volgden na Les Mystères de Paris nu feuilletons die de geheimen van een grote stad onthulden zoals The Mysteries of London (1844) van George WM Reynolds. En het genre stak zelfs de oceaan over want in 1849 verscheen City Crimes or Life in New York & Boston van George Thompson. Een jaar geleden schreef ik iets over Os Misterios de Lisboa (1854) van Camilo Castilo Branco, een roman-feuilleton die in 2010 meesterlijk verfilmd werd door Raul Ruiz.

mysteriesofparis
Engelse uitgave van les Mystères de Paris

Maar nu naar de moeder van alle stadsmysteries, les Mystères de Paris van Eugène Sue. Ik lees het in de Nederlandse vertaling van Richard ten Berge die sterk ingekort is en 53 episodes telt. Zoals in elk feuilleton (of soapserie) is de lijst met personages lang en wordt er steeds geschakeld tussen de verschillende personages. In de eerste episodes wordt er daarom een groot beroep op het geheugen van de lezer gedaan die al deze personages uit elkaar moet houden. Dat zijn er in de eerste vijftig bladzijden al minstens twintig. Ook wordt, zoals in de roman van de negentiende eeuw gebruikelijk is, vaak een en ander verteld over het verleden van de personages, soms in een flashback van de verteller, soms in de vorm van een bekentenis, en soms aan de hand van een verslag of een brief van een ander personage.

les mysteres 1842De geheimen in Les Mystères de Paris worden beetje bij beetje onthuld. De hoofdpersoon heet Rodolphe. In werkelijkheid is hij de groothertog van Gerolstein (een fictief groothertogdom) die incognito in Parijs is neergestreken en op zoek is naar de werkelijke ouders van het meisje Fleur-de-Marie bijgenaamd la Goualeuse. Rodolphe doet zich voor als als handarbeider. Hij is fysiek ontzettend sterk en komt op voor de zwakkeren in de samenleving. Zijn secretaris ontvangt in de elfde episode een zekere Baron Von Graun, die van zijn informant Monsieur Badinot veel over de geschiedenis van verschillende personages te weten is gekomen. Zo wordt de lezer steeds meer onthuld.

Les Mystères de Paris daalt onmiddellijk aan het begin van de eerste episode al af in de krochten van de Parijse onderwereld anno 1842 waar figuren als de Schoolmeester, het Skelet en Bras-Rouge de dienst uitmaken. Bij Eugène Sue liggen de karakters vaak vast. Rodolphe en la Goualeuse vertegenwoordigen het goede terwijl De Schoolmeester, La Chouette, Polidori en gravin Sarah MacGregor het kwade vertegenwoordigen. Maar iemand als Le Chourineur valt er tussenin en doet veel denken aan Jean Valjean uit Les Misérables. Hij is een ontslagen galeiboef uit de bagno van Rochefort die door de onschuld van la Goualeuse tot inkeer komt. Victor Hugo heeft er dan ook nooit een geheim van gemaakt dat hij zich voor Les Misérables (1862) heeft laten inspireren door Les Mystères de Paris (1842) van Eugène Sue. Maar ook le Comte de Monte Cristo (1844) lijkt geïnspireerd door Les Mystères de Paris. Een graaf die incognito in Parijs verblijft, doet mij toch wel denken aan de groothertog van Gerolstein (Rodolphe) uit Les Mystères de Paris.

Urban gothic [ 1 ]

Gemopper in de kantlijn

gisteren gekocht: Hooligans (1989) van Jan Hendrik van den Berg
metabletisch onderzoek naar de betekenis van Centre Pompidou en Crystal Palace

hooligansSoms koop je wel eens een boek waarin een vorige lezer aantekeningen heeft gemaakt. Meestal is dat hinderlijk, maar soms is het leerzaam en een enkele keer zelfs amusant. De boekverkoper van boekwinkeltjes.nl had mij netjes geattendeerd op “aantekeningen in potlood”. De volgende dag was het boek er al. Het bleek mee te vallen. De aantekeningen zijn in een klein en fijn handschrift (met een scherp geslepen H-potlood gemaakt) zodat ze tijdens het lezen nauwelijks storend zijn. Hoe ‘fluisterend’ het commentaar visueel ook is, inhoudelijk is het met een vette marker gemaakt. Schreeuwende kritiek genoteerd in een uiterst bescheiden handschrift heeft iets komisch.

De aantekeningen werden misschien wel dertig jaar geleden gemaakt, want Hooligans van Jan Hendrik van den Berg werd gepubliceerd in 1989 (uitgeverij G.F. Callenbach in Nijkerk.) Blijkbaar had deze lezer geen hoge dunk van de metableticus Van den Berg. Dit blijkt al op het titelblad, waar hij achter de naam dr. Jan Hendrik van den Berg geschreven heeft: ‘rechtse rakker, gevaarlijk eenzijdig, bijziend, oppervlakkig, onrechtvaardig, sociale racist – en nog zo wat.’

commentaar
de vorige eigenaar van het boek waarschuwt op het titelblad van Hooligans voor het “weerzinwekkend mens- en wereldbeeld” en de “verderfelijke theorieën” van dr. Jan Hendrik van den Berg.

Het bovenstaande is een voorproefje van wat mijn commentator in de marges van de volgende 230 bladzijden noteert. Zo ontlokt het conservatisme van Van den Berg hem meermalen een spottend ‘ochot!’ Wanneer hij Van den Berg ergens op meent te kunnen betrappen dan staat er: ‘alsjeblieft, de aap uit mouw’. Bij verontwaardiging: ‘Wel ja, toe maar’. En tenslotte laat hij zich kennen als een progressieve moralist: ‘Van den Berg heeft een weerzinwekkend mens- en wereldbeeld. Bovendien bedenkt hij verderfelijke theorieën.’, ‘Heeft Van den Berg sympathie voor bepaalde methoden van Hitler om de minderen en de minsten te laten verdwijnen?’, ‘Van den Berg: dirty mind’, ‘Wat een smeerlapperij’.

Ondanks al dit gemopper in de marge, blijkt het boek Hooligans een interessante cultuurkritische studie over de relatie tussen moderne architectuur en het wegvallen van gezagsverhoudingen in de samenleving. De Hooligans zijn voor Van den Berg voor de cultuur en menselijke waardigheid bedreigender dan de Barbaren dat zijn voor Alessandro Barricco. De laatste, onthoudt zich uit vrees voor cultuurpessimisme van een duidelijke stellingname. Van den Berg schrijft vanuit een dapper conservatisme, waarvoor hij door zijn commentator genadeloos afgerekend wordt.

De Krimoorlog [ 16 ]

Deze maand gelezen: Sebastopol vertellingen (1855) van Tolstoj

De derde en laatste vertelling van Tolstoj over Sebastopol, speelt zich af in augustus 1855, een maand voor de val van de Russische havenstad. Het is het verhaal van de broers Mikhail en Vladimir Semjonytsj Kozeltsov. Met het gegeven van twee broers voegt Tolstoj een extra dimensie toe aan de gruwelijke setting die Sebastopol tijdens het beleg van 1854 en 1855 vormde. Natuurlijk versterkt het de dramatiek, maar met de twee broers brengt Tolstoj juist ook veel tederheid en psychologie zijn vertelling binnen.

De hel van Sebastopol
Dante had zijn inferno opgebouwd als een trechter van concentrische ringen en deze waren gerangschikt volgens een hiërarchie van verschrikkingen. De aardse hel van Sebastopol bestond in zekere zin ook uit concentrische ringen in een toenemende graad van pijn en dodelijkheid. Alleen was het hier precies omgekeerd: het dieptepunt van de hel bevond zich niet in het centrum maar aan de randen van de stad. Bastion 4, het meest vooruitgeschoven bolwerk, gold als het gevaarlijkste. Degenen die dit bastion binnen gingen konden “alle hoop laten varen”.

SebastopolLuitenant Mikhail Semjonytsj Kozeltsov, gedeeltelijk hersteld van zijn verwondingen, keert vanuit Simferopol weer terug naar de loopgraven van Sebastopol. Onderweg loopt hij zijn jongere zeventienjarige broer Wladimir tegen het lijf. Wladimir, zo schrijft Tolstoj, “leek veel op zijn broer Mikhail, maar dan zo als een uitbottende knop op een uitgebloeide roos lijkt.” Boven zijn lippen groeide wat licht donshaar. Russen hebben de gewoonte elkaar te noemen met de naam van hun vader als tweede naam en gebruiken vaak ook een koosnaam om genegenheid uit te drukken. “De oorlog is anders dan jij denkt, Wolodja” zegt zijn oudere broer wanneer ze elkaar op weg naar Sebastopol onverwacht ontmoeten. “Het woordje ‘Wolodja’ ontroerde de jongste broer.”

Tolstoj beschrijft de psychologische dimensie van de oorlog, zoals hij twintig jaar later in zijn magnum opus Oorlog en Vrede opnieuw zou doen. De jongste broer wil graag dapper zijn maar loopt tot zijn schaamte tegen zijn angst aan. Hij probeert dit tegenover zijn oudste broer, die wel frontervaring heeft, te verbergen. Hij verwijt zichzelf dat hij een lafaard is, want zijn angst is veel groter dan zijn voornemen om een held te zijn. Tolstoj fileert het heldendom genadeloos, met name onder officieren. En toch bespeurt hij “een wil tot dapperheid”, met name onder gewone soldaten, die grenst aan het heroïsche. Dit is echter een heroïek ondanks onszelf. In het gebed van Wladimir Kozeltsov geeft Tolstoj een heel persoonlijke en universele uitdrukking aan de wil om dapper te zijn:

“Hij wierp zich op zijn knieën, sloeg een kruis en vouwde zijn handen zo samen, als hij dat in zijn jeugd had geleerd. Dat gebaar gaf hem een lang vergeten gevoel van gelukzaligheid. “Als ik moet sterven, als het nodig is dat er een eind komt aan mijn leven, laat dat dan gebeuren Heer”, dacht hij, “en laat het dan zo snel mogelijk gebeuren; en als daarvoor dapperheid en vastberadenheid nodig zijn – die ik niet heb – geef me die dan, maar bewaar me voor de schande en smaad die ik niet kan verdragen, en leer mij, wat mij te doen staat om Uw wil te vervullen.” Zijn kinderlijke, angstige, kleine ziel was plotseling volwassen geworden, zag alles duidelijker en een nieuwe brede, lichtere horizon tekende zich af.
…en als daarvoor dapperheid en vastberadenheid nodig zijn – die ik niet heb – geef me die dan, maar bewaar me voor de schande en smaad die ik niet kan verdragen, en leer mij, wat mij te doen staat om Uw wil te vervullen.

de Krimoorlog [ 15 ]

gisteren gekocht: Sebastopol vertellingen (1855) van Tolstoj

Sebastopol vertellingenIn de winter van 1854/55 was de jonge Tolstoj (1828-1910) als artillerist ingekwartierd in Sebastopol, de Russische havenstad die van oktober 1854 tot september 1855 door de Engelsen en Fransen belegerd werd. Hier schreef hij zijn drie vertellingen onder de eenvoudige namen Sebastopol in december, Sebastopol in mei en Sebastopol in september. De drie verhalen verschenen in 1855 en 1856 in het literaire tijdschrift Sovremennik.

Ze maakten grote indruk. Net als de Engelse fotograaf Roger Fenton geeft Tolstoj een realistisch beeld van de strijd. Waar Fenton door de beperking van een lange sluitertijd met zijn camera niet kan doordringen, lukt het Tolstoj wel om ons een levendig beeld te geven van een stad die lijdt onder een langdurig beleg. Hij richt zich rechtstreeks tot de lezer met ‘stelt u eens voor’ en leidt de lezer vervolgens rond door de stad. Tolstoj neemt ons mee op een virtuele wandeling door Sebastopol in de winter, het voorjaar en in de nazomer.

Destijds was Tolstoj 26 jaar. Hij was nog niet de titaan van Oorlog en Vrede en Anna Karenina. Maar zijn vertellingen uit Sebastopol waren een sensatie. Niet alleen door de weergave van de gruwelijke werkelijkheid, maar ook door zijn realistische verslaggeving en compassie met de lijdende mens.

De Krimoorlog [ 1-14 ]