Categorie archief: 19e eeuw

objectiviteitskoorts

Description de l’Egypte (1809-1829)

EgypteVorig jaar schreef ik hier al iets over de Description de l’Égypte, ou Recueil des observations et des recherches qui ont été faites en Égypte pendant l’expédition de l’armée française. Dit werk verscheen tussen 1809 en 1829 in tien delen en geldt als een mijlpaal in de wetenschap van de vroege negentiende eeuw. Het volledige werk bestaat uit honderden platen onderverdeeld in de volgende categorieën: antiquiteiten, topografische atlas, Egypte rond 1800 en natuurlijke historie (dieren, planten en mineralen). De oudheidkundige opgravingen nemen het grootste deel in beslag (vijf delen) maar de Description de l’Égypte geeft ook een prachtig beeld van Egypte zoals de Fransen het in 1798 aantroffen. Caïro telde in die tijd 600.000 inwoners en was daarmee even groot als Parijs.

Telkens als ik weer eens blader door dit wetenschappelijk (én artistieke) monument valt me weer op hoe sterk de drang naar objectiviteit 200 jaar geleden was. De fotografie schreeuwde om uitgevonden te worden, maar pas tien jaar nadat het laatste deel van de Description de l’Egypte verschenen was, lukte het Daguerre om fotografische beelden te fixeren. Een objectievere schrijver dan het licht is er niet. Maar de graveurs van de Decription kwamen de werkelijkheid die Egypte heet, bijzonder nader. De gravures zijn wetenschappelijk verantwoord en hebben geen artistieke pretentie.

De fotografie schreeuwde aan het begin van de negentiende eeuw om uitgevonden te worden, want een objectievere schrijver dan het licht is er niet.

Toch ademt dit wetenschappelijke werk uit de vroege negentiende eeuw onmiskenbaar iets romantisch. Dat heeft verschillende oorzaken. Tussen 1809 en 1829, toen de tien delen verschenen, draaide de (historische) romantiek op volle toeren. Het was begonnen in Duitsland en breidde zich al snel uit naar Frankrijk en Engeland. Er stonden romantische helden op als Lord Byron en zelfs in het classicistische Frankrijk spatte het romantische pathos bij schilders als Géricault en Delacroix van het doek.

Daarnaast was de expeditie naar Egypte die Napoleon in 1798 en 1799 ondernam één van de meest dwaze militaire ondernemingen uit de geschiedenis. Het was eerder een romantische gril. Maar we hebben aan dit onbezonnen avontuur wél de egyptologie aan te danken. Tenslotte is de achterkant van de wetenschappelijke belangstelling voor Egypte een romantisch verlangen naar een andere wereld. Terwijl de Duitse romantiek vooral de middeleeuwen zocht, ontwikkelde zich in Frankrijk het oriëntalisme. Met de Franse verovering van Algerije in 1830 kwam dit pas goed op gang, maar in de Decription kun je al heel goed een aanzet zien.

Memphis
Sommige gravures zijn zo eenvoudig en droog dat ze iets surrealistisch hebben, zoals deze reusachtige hand opgegraven in de woestijn bij Memphis.

De Description de l’Egypte was geen nieuw fenomeen. In de tweede helft van de achttiende eeuw was de wetenschappelijke gravure sterk in opkomst. Vooral door de verspreiding van de laatste (illustratieve) delen van de Encyclopédie in de jaren 1770 was men vertrouwd geraakt met de wetenschappelijk verantwoorde illustratie. Dat zien we zelfs bij de Italiaanse meestergraveur Piranesi. In het begin van zijn carrière aan het einde van de 1740′s werkt hij nog in een rococostijl, maar aan het einde van zijn leven in de 1770′s is zijn werk strakker en strenger geworden. Met andere woorden: wetenschappelijk verantwoord.

De Entzauberung der Welt, die Max Weber honderd jaar geleden meende te zien, had zijn oorsprong dus al in de achttiende eeuw. De romantiek zou de objectiviteitskoorts aan het begin van de negentiende eeuw met irrationaliteit bestrijden. Dat zou in veel gevallen tot de “romantische ziekte” lijden. Maar in de Description de l’Egypte zijn wetenschap en romantiek voor mijn gevoel in evenwicht al is het omdat ik mijn eigen gevoel eraan toevoeg.

Description de l’Egypte [ fr.wikipedia.org ]

Henri Zuber [ 2 ]

De Franse schilder Henri Zuber (1844-1909)

Henri Zuber heeft een enorm oeuvre achtergelaten. Zijn twitteraccount heeft ruim 21.000 volgers en dagelijks verschijnt er in mijn Twitter timeline “nieuw werk” van deze in 1909 overleden Franse schilder. Meestal zijn dat aquarellen, want Zuber werkte veel en plein air en registreerde zijn leven lang met de verfdoos in de hand. Toen hij twintig was, verbleef hij in Rome waar hij onderstaande aquarel van het Colosseum maakte.

Zuber
het Colosseum in Rome, 1864

Zuber maakte als jongeman een reis om de wereld. In 1865 had hij zich aangemeld als vrijwilliger om in Korea te vechten. Op de heenreis maakte hij onderstaande tekening op het Franse eiland Réunion, ten oosten van Madagaskar. In 1867 keerde hij naar zijn vaderland terug via Nieuw-Caledonië en Brazilië. Terug Parijs werd hij leerling van Charles Gleyre.

Zuber
Saint Dénis hoofdstad van het eiland Réunion, 1865

Henri Zuber was een leerling van Charles Gleyre (1806-1874) en werd toegelaten tot de Salon des artistes français in 1869. In 1866 had hij deelgenomen aan de Franse campagne in Korea waarover hij in 1873 Le Tour du Monde een artikel publiceerde met zijn eigen illustraties daarbij. Vanaf 1884 is hij lid van de Société d’aquarellistes français. In 1886 trad hij toen tot het Légion d’honneur. Hij stierf in 1909 in Parijs.

Henri Zuber [ 1] | henri-zuber.com | Henri Zuber op Twitter

tijdcapsule

200 jaar terug in de tijd met 1817 now

@pastnow_ is een twitteraccount van een romanticus uit Engeland die via Twitter dagelijks bericht over het nieuws van precies 200 jaar geleden. De focus ligt op Engelse dichters en schrijvers en passeren Mary Shelley, Lord Byron, John Keats en William Blake en William Wordsworth bijna dagelijks. (Jane Austen stierf in 1816 dus over haar geen berichten meer op 1817 now). De berichten zijn meestal voorzien van een schilderij, tekening of gravure uit 1817. Een aardige tijdcapsule voor wie niet vies is van de Engelse romantiek.

Blake en Goethe
William Blake in 1807 (door Thomas Phillips) en Goethe in 1828 (door Karl Joseph Stieler). Het romantische genie werd bij voorkeur afgebeeld als een mysticus die een privéverbinding heeft met het Allerhoogste. Blake werd 60 in 1817. Goethe 68.

twitter.com/universalpast

politiek messianisme

gelezen: Hoofdstuk 5 van Aardse Machten (2005) van Michael Burleigh

Aardse MachtenIn het hoofdstuk Uitverkoren volkeren: politiek messianisme van Aardse Machten (2005) beschrijft Michael Burleigh de vrijheidsstrijd in de negentiende eeuw van achtereenvolgens de Grieken, de Polen, de Ieren en de Italianen. Hij begint het hoofdstuk met een uiteenzetting van het nationalisme dat begint tijdens de Verlichting bij Rousseau en Herder en dat in de Reden an die Deutsche Nation (1807) van Fichte een hoogtepunt vindt. Het nationalisme zal naast de wetenschap dé stuwende kracht van de negentiende eeuw zijn.

De negentiende eeuw werd geboren uit de Franse Revolutie, die je als de politieke consequentie van de Verlichting zou kunnen zien. De idealen van vrijheid, gelijkheid en broederschap werden maatschappelijk uitgewerkt. Met de Restauratie werd de revolutie weer teruggedraaid maar de geest was uit de fles. Uit de drie idealen van de Franse Revolutie zouden zich in de negentiende eeuw ideologieën ontwikkelen. Het ideaal van vrijheid werd uitgewerkt door het liberalisme, het ideaal van gelijkheid door het socialisme en tenslotte het ideaal van broederschap door het nationalisme. Het mag duidelijk zijn dat deze idealen altijd met elkaar verbonden zijn en in elkaar overlopen.

Michael Burleigh spreekt over “politieke religies” en ik vind dat een goed gekozen begrip. Tijdens de Verlichting werd duidelijk dat zich een paradigma omwenteling aan het voltrekken was: van een christelijk mens- en wereldbeeld naar een humanistisch en wetenschappelijk mens- en wereldbeeld. God en de kerk waren niet langer het middelpunt van de samenleving maar de mens en de staat. Door deze verschuiving werd de mens zich bewust van zijn ik en ontwaakte hij als een politiek wezen. In de maatschappij ging politiek steeds meer de plaats van religie innemen. Nu is dat net zo vanzelfsprekend als onze hartslag, maar ooit was dit een aardverschuiving in het menselijk Dasein.

Van alle politieke ideologieën (of politieke religies) die Burleigh in zijn omvangrijke studie behandelt, vind ik het nationalisme de meest fascinerende. Dat is niet alleen omdat we in onze tijd van globalisering weer een opleving van het nationalisme beleven, maar vooral omdat nationalisme zich direct verbindt met onze identiteit.

In het postmoderne denken gaan we ervan uit dat identiteit per definitie een constructie is. Nationale identiteit zou een product uit de negentiende eeuw zijn. Voor een deel is dat ook zo. Toch worden we ook met een identiteit geboren. Het woord nationalisme is trouwens van “geboorte” afgeleid. Identiteit komt dus vóór de eigen keuze. Je kunt voor een imago kiezen, maar nooit voor identiteit. Dat wordt de postmoderne visie op identiteit nogal eens vergeten: nationale mythen uit de negentiende eeuw zijn weliswaar imagebuilding, maar daaronder ligt wel degelijk de diepere werkelijkheid van de identiteit.

Omdat nationalisme de identiteit raakt, raakt het ons wezen. Anders dan de idealen vrijheid en gelijkheid die bij uitstek voor het individu gelden, gaat het derde ideaal over de gemeenschap, over de mystieke verbinding ik-wij. En dat is in wezen religieus. In het vijfde hoofdstuk Uitverkoren volkeren: politiek messianisme laat Burleigh zien hoe diep deze gemeenschap kan gaan. Na de val van Napoleon ontstonden, met name in Italië, geheime genootschappen waarin het nationalisme beleden werd. De bekendste daarvan waren de Carbonari. Tijdens de Restauratie werden deze genootschappen streng vervolgd, want nationale en liberale bewegingen waren meestal één en dezelfde.

In de vierde paragraaf van dit hoofdstuk staat Giuseppe Mazzini (1805-1872) centraal, die in 1831 de oprichter was van La Giovine Italia (Jong Italië). Drie jaar later volgde Giovine Europa. Het nationalisme in Europa had een naam gekregen. Mazzini vermengde politiek en religie. In een van zijn geschriften lezen we: “Als bij de geboorte van Jong Europa alle altaren van de oude wereld zijn gevallen, zullen er twee altaren worden opgericht op de grond die het goddelijk woord vruchtbaar heeft gemaakt; in een van die altaren zal de vinger van het boodschappervolk griffen: Vaderland, in het andere: Mensheid.”

Dio e popolo
Italiaanse vlag uit de 1831 met het motto van Mazzini: Dio e popolo (God en volk) Mazzini vermengde politiek en religie en fundeerde zijn gemeenschap op de relatie tussen God en zijn (uitverkoren!) volk
Als bij de geboorte van Jong Europa alle altaren van de oude wereld zijn gevallen, zullen er twee altaren worden opgericht op de grond die het goddelijk woord vruchtbaar heeft gemaakt; in een van die altaren zal de vinger van het boodschappervolk griffen: Vaderland, in het andere: Mensheid.”

Uit deze typisch Italiaanse mix van katholicisme en politiek zal in de twintigste eeuw het fascisme voortkomen. De retoriek van Hitler (Ein Volk, Ein Reich, Ein Führer) vinden we al bij Giusseppe Mazzini (1805-1872). Omdat er een ononderbroken lijn loopt van het nationalisme van de negentiende eeuw naar het fascisme zijn we sinds 1945 huiverig geworden voor nationalisme. Door de besmetting van het fascisme en het nationaalsocialisme is het bijna onmogelijk om nog te geloven in de zuiverheid van het ideaal van broederschap.

Toch volgen de tegenstanders van de huidige populisten en patriotten ook hun ideaal van broederschap. Herder, samen met Rousseau, de vader van het nationalisme, was uitgesproken kosmopolitisch. Een Verenigd Europa dat als tegengif zou moeten dienen tegen populisme is uiteindelijk ook weer een broederschap van Europeanen, die enerzijds het nationalisme wil overstijgen, maar anderzijds weer een nieuwe identiteit construeert: “de Europeaan.” Het bewijst voor mij dat identiteit altijd dieper ligt dan een constructie. Europeaan is nog een bloedeloze identiteit. Blijkbaar is de band met de lokale gemeenschap warmbloediger dan kosmopolitisme.

Liberalisme en nationalisme [ W&V ]

het beeld van 1815 – 1840 [ 6 ]

schilderkunst tussen 1815 en 1840 : eigentijdse gebeurtenissen

Ik weet niet precies waar mijn fascinatie voor de schilderkunst van 200 jaar geleden precies vandaan komt. Heeft het te maken met de Romantiek? Met de emancipatie van het landschap in de landschapsschilderkunst? Of met de drang naar objectiviteit vlak voor het ontstaan van de fotografie? Het ontluikende historisme en oriëntalisme? De intimiteit van huiselijke taferelen van de Biedermeier? Of juist van het schurende tussen classicisme en realisme?

Voor de komst van de fotojournalistiek waren het de schilders die historische gebeurtenissen vastlegden. Anders dan de fotojournalist bepaalt de schilder niet alleen de framing (inkadering én momentopname) maar de volledige beeldvorming. We zouden tegenwoordig zeggen dat de historieschilder alleen maar photoshopt. 1839 wordt tegenwoordig gezien als het geboortejaar van de fotografie, maar de drang naar de objectieve weergave van de werkelijkheid is bijna al zo oud als de schilderkunst zelf. Objectieve weergave is de rimpelloze weerspiegeling waarbij een magische verdubbeling plaatsvindt. Op dit punt heeft de fotografie de schilderkunst overtroffen.

Objectieve weergave is de rimpelloze weerspiegeling waarbij een magische verdubbeling plaatsvindt. Op dit punt heeft de fotografie de schilderkunst overtroffen.

De periode 1815-1840 gold als de laatste kwart eeuw voordat de fotografie aan haar opmars begon. Het gepolijste neoclassicisme liep vooruit op de objectieve registratie van de werkelijkheid, ideaal om eigentijdse historische gebeurtenissen vast te leggen. Maar vanaf de jaren 1820 maakte ook de Romantiek opgang en daarin ging het veel meer om, gevoel voor en persoonlijke beleving van de werkelijkheid dan om objectiviteit. Een van de beroemdste schilderij uit deze periode is het enorme schilderij van Het vlot van de Medusa van Théodore Géricault uit 1818. Het is gebaseerd op een gebeurtenis uit 1816.

Géricault
Théodore Géricault 1818
Het vlot van de Medusa

Een ander schilderij waarop het menselijk lijden wordt afgebeeld is van Horace Vernet. Het is een soort World Press Photo avant la lettre. We zien een van de slachtoffers van de pestepidemie in Barcelona.

Vernet
Horace Vernet 1822
de pest in Barcelona

Een jaar geleden schreef ik hier al eens iets over het onderstaande schilderij van Eugène Delacroix. In het voorjaar van 1822 liet Mohammed Ali van Egypte, de bondgenoot van de Ottomaanse sultan, meer dan twintigduizend mensen vermoorden vrouwen en kinderen inbegrepen. Dit tot afgrijzen en verontwaardiging van de toenmalige grootmachten. Het tafereel van Delacroix is een aanklacht tegen deze genocide.

Delacroix
Eugène Delacroix 1824
Scène des massacres de Scio

Ook de uit Dordrecht afkomstige schilder Ary Scheffer (1795-1858) trok zich het lot van de onderdrukte Griekse bevolking aan. In 1826 schilderde hij Griekse vrouwen die zich in een grot schuil hielden voor de Ottomaanse bezetter terwijl ze een smeekgebed richtten tot de Moeder Gods. Het is een sentimenteel schilderij dat aansluit bij de romantische genretaferelen van het Biedermeier.

Scheffer
Ary Scheffer 1826
Griekse vrouwen richten hun smeekgebed
tot de Moeder Gods in een grot

Louis-François Lejeune (1775-1848) bij mijn weten de enige generaal in de geschiedenis die een verdienstelijk schilder werd, kreeg in 1825 opdracht om de intocht van koning Karel X in Parijs te schilderen. Oude tijden herleven. Lejeune, die naam had gemaakt met het schilderen van veldslagen, had er geen moeite mee om mensenmassa’s te schilderen. Zijn schilderijen zijn eerder geschilderde fotojournalistiek dan kunstwerken.

Lejeune
Louis-François Lejeune 1825
Entrée de Charles X à Paris, par la barrière de la Villette, après son sacre. 6 juin 1825

Het beroemdste schilderij van de Julirevolutie van 1830 is natuurlijk van Eugène Delacroix. Maar De vrijheid leidt het volk is een allegorie en geen werkelijke voorstelling van zaken. De versie van Victor Schnetz weerspiegelt de gebeurtenissen van 28 juli 1830 beter. En ook het schilderij van Amédée Bourgeois waarbij het Hotel de Ville van een afstand is gezien, komt meer in de buurt van de historische werkelijkheid.

Bourgeois
Amédée Bourgeois 1830
Attaque de l’hôtel de ville de Paris et combat du pont d’Arcole, le 28 juillet 1830

het beeld van 1815 – 1840 [ 5 ]

schilderkunst tussen 1815 en 1840 : Griekse en Romeinse mythologie

Ik weet niet precies waar mijn fascinatie voor de schilderkunst van 200 jaar geleden precies vandaan komt. Heeft het te maken met de Romantiek? Met de emancipatie van het landschap in de landschapsschilderkunst? Of met de drang naar objectiviteit vlak voor het ontstaan van de fotografie? Het ontluikende historisme en oriëntalisme? De intimiteit van huiselijke taferelen van de Biedermeier? Of juist van het schurende tussen classicisme en realisme?

Vanaf 1780 gingen neoclassicisme en mythologie hand in hand. De grote man van het neoclassicisme in de schilderkunst, Jacques-Louis David, bevrijdde de Griekse en Romeinse goden en godinnen uit de roze wolk waarin het rococo ze gevangen hield. Hij legde de nadruk op de tekening, temperde de kleuren en plaatste de Oudheid in het koele licht van de rede. Hij wilde zijn publiek in de eerste plaats opvoeden tot deugdzaamheid en niet simpelweg behagen.

Mars ontwapend door VenusNa de Franse Revolutie en daarna onder Napoleon wordt het neoclassicisme bevorderd tot staatskunst. Niet alleen Griekse en Romeinse taferelen maar ook de eigen tijd wordt door de bril van het neoclassicisme gezien. David wordt de hofschilder van Napoleon. De val van Napoleon wordt ook de val van David. Hij wordt verbannen naar Brussel waar hij in 1825 overlijdt. Daar keert hij weer terug naar de mythologie, waarbij de politieke boodschap vermeden wordt. Een van zijn laatste werken, Mars ontwapend door Venus uit 1822-1824, lijkt ons te willen zeggen: make love not war. Het past helemaal in de filosofie van de Restauratie.

Pierre Narcisse Guérin was een van de vele leerlingen van Jacques-Louis David. Zélf was hij weer de leermeester van o.a. Théodore Géricault, Eugène Delacroix en Ary Scheffer. In 1815 schilderde hij geheel in de traditie van het neoclassicisme Phaedra en Hippolytus. Net als bij David zijn de personages bevroren als beelden met scherpe contouren. Het schilderij doet sterk aan de compositie van de Eed van de Horatii van zijn leermeester denken, waarbij de figuren gerangschikt zijn in twee groepen binnen een heldere ruimte.

Guérin
Pierre Narcisse Guérin 1815
Phaedra en Hippolytus

Ook Louis Hersent (1777-1860) was een leerling van David. Zijn voorstelling Daphne en Chloë is net als Phaedra en Hippolytus een neoclassicistisch schilderij, maar lijkt terug te keren naar het pastorale uit de rococo. Ook qua kleurgebruik wijkt het af van de principes van zijn leermeester die het liefste koele kleuren gebruikte. Omdat de Restauratie de klok had terugdraaide, konden schilders ook weer teruggrijpen op de schilderkunst van het ancien régime.

Hersent
Louis Hersent 1817
Daphne en Chloë

Wie was er in Frankrijk rond 1800 eigenlijk geen leerling van David? Ook Jean Auguste Dominique Ingres (1780-1867) studeerde bij hem en was misschien wel zijn meest getalenteerde leerling. In 1819 schilderde hij Roger bevrijdt Angelica. Het is een werk dat op de grens ligt van het neoclassicisme en de Romantiek.

Ingres
Jean Auguste Dominique Ingres 1819
Roger bevrijdt Angelica

Raymond Monvoisin (1790-1870) was een leerling van Pierre Narcisse Guérin. Het schilderij Telemachus en Eucharis uit 1824 is een van de velen in de serie mythologische duo’s. Het is gepolijst geschilderd en staat haaks op het rauwe schilderwerk van Eugène Delacroix die in diezelfde periode doorbrak.

Monvoisin
Raymond Monvoisin 1824
Telemachus en Eucharis

Alexandre Charles Guillemot (1786-1831) maakte in 1827 een gepolijst werk van Acis en Galatea. Onder koning Karel X was Frankrijk in de greep van de ultra’s gekomen en werd het aartsconservatief. Schilders als Monvoisin, Guillemot en Meynier werkten in een gladde stijl die de orde en stabiliteit van de Restauratie in Frankrijk perfect weerspiegelde.

Guillemot
Alexandre Charles Guillemot 1827
Acis en Galatea

Een ander schilderij van Guillemot uit 1827 is Mars en Venus worden door Vulcanus verrast. De figuren lijken eerder van marmer dan van vlees en bloed en zijn helemaal in de geest van het neoclassicisme geschilderd met duidelijke omtrekken. Deze stijl zou tot ver in de negentiende eeuw het klimaat op de Franse Académie bepalen.

Guillemot
Alexandre Charles Guillemot 1827
Mars en Venus worden door Vulcanus verrast

Charles Meynier (1763-1832) kreeg in 1826 om in het Louvre een plafondschildering te maken voor een van de vertrekken van koning Karel X van Frankrijk. Het is in de traditie van het absolutisme waarin de macht van de vorst gelijk gesteld wordt met die van de goden. Doordat Karel X zich steeds meer als een koning uit de achttiende eeuw begon te profileren, stevende hij daarmee af op zijn eigen ondergang in 1830. De moderne tijd was aangebroken. Het absolutisme was een anachronisme en na 1830 behoorden mythologische voorstellingen tot het verleden. De toekomst was aan het realisme.

Meynier
Charles Meynier 1827
Les Nymphes de Parthénope, emportant loin de leurs rivages les Pénates, images de leurs dieux, sont conduites par la déesse des Beaux-Arts sur les bords de la Seine

het beeld van 1815 – 1840 [ 4 ]

schilderkunst tussen 1815 en 1840 : Napoleon

Ik weet niet precies waar mijn fascinatie voor de schilderkunst van 200 jaar geleden precies vandaan komt. Heeft het te maken met de Romantiek? Met de emancipatie van het landschap in de landschapsschilderkunst? Of met de drang naar objectiviteit vlak voor het ontstaan van de fotografie? Het ontluikende historisme en oriëntalisme? De intimiteit van huiselijke taferelen van de Biedermeier? Of juist van het schurende tussen classicisme en realisme?

Na de definitieve verbanning van Napoleon naar Sint Helena in de herfst van 1815 was het afgelopen met schilderijen van de voormalige keizer. De Bourbons waren in 1814 weer aan de macht gekomen en Lodewijk XVIII, de jongere broer van de in 1793 vermoorde Lodewijk XVI, werd koning van Frankrijk. De Restauratie draaide de klok weer terug naar het ancien régime en Lodewijk XVIII en zijn opvolger Karel X lieten zich op een staatsieportret afbeelden zoals hun absolutistische voorgangers. Overigens was Napoleon zelf ook niet vies van decorum. In 1806 liet hij zich door Ingres schilderen gezeten op een troon als een Romeinse keizer.

Louis Hersent
Louis Hersent 1817
Louis XVI distribuant ses bienfaits aux pauvres pendant le rigoureux hiver de 1788

Over de Franse schilder Louis Hersent schreef ik zeven jaar geleden al eens iets. Met het bovenstaande schilderij van precies 200 jaar geleden wilde hij de menselijke kant van de monarchie laten zien: Lodewijk XVI als een betrokken man die tijdens de hongersnood van 1788 het volk persoonlijk bedeelt.

François Gérard
François Gérard 1827
kroningsplechtigheid van Karel X op 29 mei 1825 in de kathedraal van Reims

Onder koning Karel X (1825-1830) zakte Frankrijk nog verder terug in de tijd. De geestelijkheid kreeg weer de macht die het als vanouds had. Karel X liet zich traditioneel kronen door de aartsbisschop van Reims tijdens een indrukwekkende plechtigheid op 29 mei 1825. François Gérard voltooide in 1827 een koninklijke opdracht die onmiddellijk de kroning van Napoleon van zijn leermeester Jacques-Louis David in herinnering roept. Het verschil kan niet duidelijker zijn: Karel X laat zich door de bisschop kronen, terwijl Napoleon als provocatie zichzelf kroonde.

Tijdens de regeerperiode van Karel X (1825-1830) was alles dat naar revolutie verwees taboe verklaard. Napoleon was in 1821 op Sint Helena gestorven, maar het gonsde van de geruchten dat hij in werkelijkheid naar Amerika gevlucht zou zijn. Napoleon werd doodgezwegen. Dat veranderde na de Julirevolutie van 1830. Deze revolutie die Karel X over zichzelf had afgeroepen, werd min of meer door de liberalen gekaapt en zij vervingen Karel X door zijn neef Louis-Philippe. Onder zijn regeerperiode (1830-1848) werd Frankrijk een stuk liberaler. De boycot rond Napoleon werd opgeheven en voor het eerst sinds 1814 verschenen er weer schilderijen van hem.

Mauzaisse
Jean-Baptiste Mauvaisse 1833
Napoléon Ier couronné par le Temps,
écrit le Code Civil

Jean-Baptiste Mauvaisse schilderde in 1833 een schaamteloos eerbetoon aan de voormalige dictator. Napoleon wordt door een personificatie van de Tijd gelauwerd als wetgever. In zijn handen houdt hij als een nieuwe Mozes de Code Civil (of Code Napoleon). De liberalen konden Napoleon waarderen als hervormer, ondanks alle oorlogen die hij gevoerd had.

In hetzelfde jaar schilderde Louis Charles Auguste Couder Napoleon als beschermheer van de kunsten. Op het onderstaande classicistische schilderij inspecteert Napoleon de nieuwe trappen van het Louvre die hij tussen 1809 en 1812 door de architecten Percier en Fontaine had laten bouwen.

Couder
Louis Charles Auguste Couder 1833
Napoléon Ier visitant l’escalier du Louvre sous la conduite des architectes Percier et Fontaine

Horace Vernet schilderde Napoleon in 1836 in de Slag bij Friedland in 1807. De verhoudingen tussen Rusland en Frankrijk waren in de jaren 1830 tot een dieptepunt gedaald. Tsaar Nicolaas I had na de Julirevolutie van 1830 alle Russen in Frankrijk het bevel gegeven het land onmiddellijk te verlaten. De Slag bij Friedland op 14 juni 1807 leidde elf dagen later tot de Vrede van Tilsit die Napoleon sloot met tsaar Alexander I. Rusland was nu door Frankrijk ingetoomd en in 1836 wilde Vernet met dit schilderij hieraan herinneren.

Vernet
Horace Vernet 1836
Napoleon tijdens de Slag bij Friedland in 1807

In 1840 wordt op initiatief van premier Adolphe Thiers en koning Louis-Philippe de as van Napoleon bijgezet in de Dome des Invalides in Parijs. Napoleon is nu weer helemaal terug. In de jaren 1840 is hij voor Franse schilders een terugkerend onderwerp. Zo schildert François Bouchot in 1840 de staatsgreep van 9 november 1799 (18 Brumaire), het moment dat Napoleon alleenheerser van Frankrijk wordt.

Bouchot
François Bouchot 1840
Le coup d’Etat du 18 Brumaire (9 november 1799)

Louis Hersent, schilder van de Restauratie [ W&V ]