Categorie archief: 19e eeuw

beleefdheidsacrobatiek

vandaag uitgelezen: De schele hertogin (2000) van Frederic Bastet
Gedenkschriften van Marie-Caroline de Berry

De schele hertoginIemand die een roman schrijft die zich afspeelt aan het hof tijdens de Restauratie (1815-1848), moet niet alleen thuis zijn in de geschiedenis maar ook in het uitvoerige protocol. Voor een tijdgenoot stond de etiquette aan het hof minder ver van zich af dan voor ons. Stendhal (1783-1842) dicteerde in 1839 De kartuize van Parma , een verhaal dat zich voor een groot deel afspeelt in het hertogdom Parma en Piacenza in de jaren 1815-1830. Hij stond nog met één been in de achttiende eeuw en was helemaal vertrouwd met de beleefdheidsacrobatiek in de hogere kringen. Het keurslijf van de vormelijkheid ging overigens verder dan het hof. De hele maatschappij was nog doordrenkt van gezagsverhoudingen en daarbij hoorde dus klassenbewustzijn en allerlei gedragsvoorschriften. In onze liberale maatschappij waarin iedereen zich mag en kan beroepen op gelijkheid, leven de ongelijkheid en de etiquette van vroeger nog enigszins voort in de titulatuur.

Voor Frédéric Bastet (1926-2008), de P.C.Hooft-prijswinnaar van 2005, stond de Restauratie even ver van hem af als voor ons. Toch weet hij deze tijd bijna net zo dicht te benaderen als Stendhal. Zijn roman is het pseudo-gedenkschrift van Maria Carolina van Sicilië- hertogin van Berry die leefde van 1798 tot 1870. De memoires bestrijken vooral de periode 1816, toen ze in het huwelijk trad met de Franse troonopvolger, de hertog van Berry, en 1836, de dood van koning Karel X.

Ook op de Brunnsee leefden wij in stijl en zetten de klok gewoon terug naar de achttiende eeuw. Dat is nu eenmaal de beste tijd die er is geweest.

Marie-Caroline de Berry in
“De schele hertogin” van Frédéric Bastet

Tijdens de Restauratie probeerde men de klok terug te zetten naar de achttiende eeuw en te doen alsof er nooit een Revolutie was geweest. In Europa lukte dat een poosje. Maar in Zuid-Amerika wilde men geen afstand doen van de vrijheid die was opgesnoven. Tussen 1810 (Colombia) en 1828 (Uruguay) maakten zich alle huidige soevereine staten in Zuid-Amerika (op de drie Guyana’s na) los van Spanje. Brazilië riep in 1822 de onafhankelijkheid uit en drie jaar later werd dit door Portugal erkend. In Frankrijk, nog altijd het kernland van de revolutie, duurde de Restauratie tot 1830.

Na de Julirevolutie moest de laatste Bourbon, Karel X, vluchten naar Engeland. De ‘schele hertogin’ vergezelt de koninklijke familie tijdens de vlucht en verblijft met hen in ballingschap. Daarna gaat ze de Franse troon opeisen voor haar zoon Henri V van Frankrijk, de legitieme troonopvolger. Maar na 1830 zal er nooit meer een Bourbon en na de troonsafstand van burgerkoning Louis Philippe II in 1848 zal er zelfs nooit meer een koning Frankrijk regeren.

Karel X
Karel X, koning van Frankrijk van 1824 tot 1830, liet zich in 1825 portretteren in de traditie van Lodewijk XIV. Karel X was een man uit het verleden. In 1830 werd hij door het Franse volk afgedankt. De toekomst was aan het liberalisme en aan de constitutionele monarchie. In 1848 zou Frankrijk voor de tweede keer een Republiek worden en vier jaar later voor de tweede maal een Keizerrijk. Na 1871 zouden er nog drie Republieken volgen.

Frédéric Bastet, die wat naam betreft zo zou kunnen figureren in zijn roman, legt zijn hoofdpersonage rake beweringen over het protocol in de mond: “Gelukkig hebben wij aan het hof niet voor niets geleerd frases te debiteren zonder inhoud en beleefdheden uit te wisselen zonder hart. Dat is het vet in de machinerie. Zo draaien de raderen toch wel door. Maar als het vet verhardt of ranzig wordt! Dat was wat gebeurde.” En: “Als het moet, trekken beschaafde mensen uit ons milieu op het gewenste ogenblik hun gezicht weer helemaal in de plooi. De bekende stijve bovenlip. Negatieve en positieve gevoelens worden samen te slapen gelegd en toegedekt met een goed gestevend laken.”

bespreking van het boek door Arnold Heumakers [ arnoldheumakers.nl ]

De moord op de Hertog (1820)

gelezen in: De schele hertogin (2000) van Frederic Bastet :
De moord op de Duc de Berry op 23 februari 1820
Duc de Berry
La mort du Duc de Berry
Prent over de moordaanslag op hertog Karel Ferdinand van Berry. De hertog werd op 13 februari 1820 neergestoken bij de opera in Parijs door Louis Pierre Louvel. Hij stierf de volgende dag. De prent is gedrukt met zes houtsneden en ingekleurd met rood, geel en blauw. Op de prent is geen uitgever vermeld. Deze prent is uitgegeven door P.J. Brepols in Turnhout of door één van zijn opvolgers.
Op 13 februari 1820 werd Karel aangevallen, toen hij het operagebouw aan de rue de Richelieu in Parijs verliet samen met zijn vrouw. Hij werd neergestoken door Louis Pierre Louvel en stierf de volgende dag. Zeven maanden na zijn dood beviel Caroline van een zoon (l’enfant du miracle) die de titel hertog van Bordeaux kreeg, maar beter bekend is als Henri d’Artois, graaf van Chambord. Koning Lodewijk XVIII liet na de moord op zijn neef het operagebouw afbreken.
 
Bron: nl.wikipedia.org
Duc de Berry
La mort du Duc de Berry

Karel Ferdinand van Berry [ nl.wikipedia.org ]

Chateaubriand & Napoleon [ 2 ]

Chateaubriand doet op 18.6.1815 vanuit Gent verslag van de Slag bij Waterloo

GirodetIn het veertiende “boek” (eigenlijk hoofdstuk) van Mémoires d’Outre-Tombe beschrijft Chateaubriand zijn eerste ontmoeting met Napoleon in 1802. De schrijver had in datzelfde jaar grote bekendheid gekregen door de publicatie van zijn Génie du christianisme waarin hij het christelijk geloof herwaardeerde na een periode van atheïsme tijdens de Franse Revolutie. Napoleon was op het gebied van religie een opportunist die het grote succes van dit boek hoopte te gebruiken om de paus weer aan zijn kant te krijgen. Chateaubriand wijdt zes “boeken” aan Napoleon die hij lang na de dood van Napoleon schreef omstreeks 1838.
 
Aflevering 2: De Slag bij Waterloo

Tot aan de Eerste Wereldoorlog, bijna honderd jaar lang, was de Slag bij Waterloo een van de grootste gebeurtenissen in de geschiedenis. De hele negentiende eeuw markeerde Waterloo het einde van een stormachtig tijdperk: de Franse Revolutie en de Napoleontische Oorlogen. In juni 1815 begon een nieuwe tijd die we kennen als de Restauratie. Overal in Europa werd de monarchie hersteld en probeerde men te doen alsof er niets gebeurd was.

De Slag bij Waterloo was in de negentiende eeuw ook een onderwerp voor de romanschrijver. De afgelopen jaren las ik in verschillende romans uit de negentiende eeuw over Waterloo: In De kartuize van Parma van Stendhal maakt Fabrizio del Dongo een achterhoedegevecht mee zonder dat de grote veldslag in beeld komt. Het tweede deel (Cosette) van Les Misérables van Victor Hugo begint met een gedetailleerde beschrijving van de bestorming op de kasteelboerderij Hougoumont, een van de strijdtonelen van de grote veldslag.

Hougoumont
Engelse herdenkingspostzegel uit 2015
Cette grande bataille, encore sans nom, dont j’écoutais leséchos au pied d’un peuplier, et dont une horloge de village venait de sonner les funérailles inconnues, était la bataille de Waterloo!

Ook Chateaubriand schrijft over Waterloo. In boek XXIII van Memoires van over het graf (1848) schrijft hij over de Honderd Dagen in het voorjaar van 1815. Aanvankelijk adviseert Chateaubriand de koning Lodewijk XVIII om in Parijs te blijven. Maar op 13 maart 1815 vlucht de koning met zijn hofhouding naar Gent waar hij zich vestigt in Hotel d’Hane-Steenhuyse aan de Veldstraat. Als minister in het hogerhuis vergezelt Chateaubriand de koning naar Gent en op 18 juni schrijft hij in zijn memoires:

“Op 18 juni 1815 verliet ik tegen het middaguur Gent door de Brusselse Poort. (…) Ik was al meer dan een mijl buiten de stad toen ik een dof gerommel meende op te vangen: ik hield de pas in, keek naar een tamelijk zwaar bewolkte hemel en overlegde bij mezelf of verder zou wandelen of maar weer beter richting Gent kon gaan vanwege de kans op onweer.(…) Ik liep weer door: ik had nog geen dertig stappen gedaan of het gerommel begon weer, nu eens kort, dan weer lang en met ongelijke tussenpozen. (…) Doordat de knallen niet zo zwaar doordreunden en het niet van die aaneengeschakelde ratelende slagen waren zoals bij donder het geval is, kwam de gedachte bij mij op aan een vuurgevecht.(…) Door en inmiddels opgestoken zuidenwind was het kanongebulder duidelijker hoorbaar geworden. Die grote, vooralsnog naamloze veldslag, waarvan ik de echo aan de voet van de populier opving, en voor de nog anonieme doden waarvan de doodsklok van een dorpskerk al had geluid, dat was de slag bij Waterloo!”

Le 18 juin 1815, vers midi, je sortis de Gand par la porte de Bruxelles ; j’allais seul achever ma promenade sur la grande route. J’avais emporté lesCommentaires de César et je cheminais lentement, plongé dans ma lecture. J’étais déjà à plus d’une lieue de la ville, lorsque je crus ouïr un roulementsourd : je m’arrêtai, regardai le ciel assez chargé de nuées, délibérant en moi-même si je continuerais d’aller en avant, ou si je me rapprocherais de Gand dansla crainte d’un orage. Je prêtai l’oreille ; je n’entendis plus que le cri d’une pouled’eau dans les joncs et le son d’une horloge de village. Je poursuivis ma route ; je n’avais pas fait trente pas que le roulement recommença, tantôt bref, tantôtlong et à intervalles inégaux ; quelquefois il n’était sensible que par unetrépidation de l’air, laquelle se communiquait à la terre sur ces plainesimmenses, tant il était éloigné. Ces détonations moins vastes, moins onduleuses, moins liées ensemble que celles de la foudre, firent naître dans mon esprit l’idéed’un combat. Je me trouvais devant un peuplier planté à l’angle d’un champ dehoublon. Je traversai le chemin et je m’appuyai debout contre le tronc de l’arbre, le visage tourné du côté de Bruxelles. Un vent du sud s’étant levé m’apporta plus distinctementle bruit de l’artillerie. Cette grande bataille, encore sans nom, dont j’écoutais leséchos au pied d’un peuplier, et dont une horloge de village venait de sonner les funérailles inconnues, était la bataille de Waterloo!
 
Bron: fr.wikisource.org

de schele hertogin

begonnen aan De schele hertogin (2000) van Frederic Bastet
Gedenkschriften van Marie-Caroline de Berry
F.BastetMarie-Caroline hertogin de Berry (1798-1870) is in haar leven afwisselend bewonderd en verguisd. Na de val van Napoleon trouwde de van oorsprong Siciliaanse prinses in 1816 met de hertog de Berry om ook in de toekomst de Franse troon voor de Bourbons te verzekeren. Het liep anders. Vier jaar later werd de hertog in de opera vermoord door een anarchist. De zoon van wie Marie-Caroline zwanger bleek te zijn is door de revolutie van 1830 nooit koning geworden. De even geestige als ondernemende Marie-Caroline nam daar geen genoegen mee. jarenlang heeft zij voor haar zoon Henri de kroon opgeëist.
 
Bron: hebban.nl
Lawrence
Thomas Lawrence schilderde rond 1825 Marie-Caroline de Bourbon (1798-1870) die toen 27 jaar oud was en al vijf jaar weduwe. Het portret heeft niet alleen de levendigheid van Rubens maar ook de setting is helemaal in de stijl van de grote meester uit Antwerpen.

Maria Carolina van Bourbon-Sicilië

Het laatste restje romantiek

gisterenavond gezien op NPO 2: Een Hollander in Parijs: Ary Scheffer

Ary SchefferAls er aandacht is voor Nederlandse schilders in het Parijs van de negentiende eeuw, dan richt deze zich vrijwel altijd op het belle epoque, het laatste kwart van de negentiende eeuw tot aan de Eerste Wereldoorlog. Toen begon het spannende avontuur van de moderne kunst: bekende Nederlandse schilders in Parijs waren Jongkind, Van Dongen en natuurlijk Van Gogh. Ook al is dit inmiddels een uitgekauwde geschiedenis, het grote publiek lijkt er niet genoeg van te kunnen krijgen.

Daarom vind ik het een dapper initiatief van de NPO om eens aandacht te besteden aan Nederlandse schilders in Parijs in de eerste helft van de negentiende eeuw. Wat moet het grote publiek zich daarbij voorstellen? Was dat niet de periode van de Biedermeier, van zoete sentimentele plaatjes? En zitten we daar tegenwoordig niet met onze rug naar toegekeerd? Ja, dat klopt. En dat is best wel jammer, want eigenlijk geven we onze ogen dan niet de kans om eens echt te kijken naar de schilderkunst uit de eerste helft van de negentiende eeuw.

Dante en Vergilius
Ary Scheffer 1854
Francesca da Rimini en Paolo Malatesta aanschouwd door Dante en Vergilius (Hamburger Kunsthalle)

Presentator Philip Freriks kan er blijkbaar niet omheen zijn verhaal over Ary Scheffer op te leuken met sappige anekdotes, o.a. over “kakken op een Frans schijthuis rond 1830″ of met kreten als “een man met geheimen” of kwijlerige vragen als “dus hij was best wel een rebel?”. Het is onvermijdelijk dat kunst op televisie zo behandeld wordt. Een programma over Ary Scheffer, die toch vooral bekend geworden is met mierzoete voorstellingen, is een gewaagde onderneming. Daarom wordt er ook een koppeling gemaakt naar de moderne kunst. Pat Andrea legt uit dat Scheffer abstracties, lege ruimten en kleurstellingen gebruikte waarin hij vooruitloopt op de moderne kunst. Gelukkig maar, hadden we bijna iets verkeerds gegeten…

Met Ary Scheffer lopen we het Parijs in waar de rust nog lang niet is weergekeerd. Parijs is in burgeroorlog. En Ary Scheffer bevindt zich in het centrum van de macht. Al beweren de geschiedenisboeken anders, hij was degene die Louis Philippe d’Orleans in 1830 op de troon zette. Scheffer was een uitgesproken persoonlijkheid, en dat staat in schril contrast met zijn mierzoete schilderijen. Kunstenaar Pat Andrea laat zien wat het talent van Ary Scheffer was. In zijn tijd een ware ster, maar nu zo goed als vergeten. Ook de kunst is onderhevig aan modegrillen.
 
Bron: npostart.nl

Hij staat gestandbeeld in Dordrecht [de-maarschalk.blogspot.com]

Chateaubriand 250

vandaag is de 250e geboortedag van François-René de Chateaubriand

Het is jammer dat er geen postzegel verschijnt ter gelegenheid van de 250e geboortedag van François-René de Chateaubriand. In 1948 verscheen ter gelegenheid van zijn 100e sterfdag nog wel een postzegel. En twintig jaar later volgde Monaco met een postzegel ter gelegenheid van de 200e geboortedag.

Monaco 1968
Postzegel uit Monaco t.g.v. de 200e geboortedag van Chateaubriand

Chateaubriand was een voorbeeld voor schrijvers en kunstenaar uit de romantiek. In 1802 werd hij in één klap beroemd met zijn Genie du christianisme dat in 1808 al in het Nederlands vertaald werd onder de titel Schoonheden van den Roomsch-Katholijken Godsdienst. Na de afschaffing van het christendom door de Franse Revolutie keerde dit boek van Chateaubriand in Frankrijk het tij, mede doordat Napoleon het gebruikte voor zijn toenadering tot de paus. Napoleon was een opportunist die de godsdienst voor zijn eigen karretje spande. Tijdens zijn veldtocht in Egypte deed hij zich voor als verdediger van de islam. Maar als consul en later als keizer verdedigde hij juist weer het christendom. In ieder geval was de waardering van Chateaubriand voor het christendom wel oprecht. Misschien dat hij door zijn reactionaire houding in onze tijd niet meer zo in de belangstelling staat.

Combourg
Chateau de Combourg tussen Saint Malo en Rennes waar Chateaubriand is opgegroeid. Daarnaast zijn standbeeld in Combourg.

societe-chateaubriand.fr | Annee Chateaubriand [ letelegramme.fr ]

Chateaubriand & Napoleon [ 1 ]

Chateaubriand over Napoleon bezoekt het pesthuis in Jaffa
van Antoine-Jean Gros (1804)

GirodetIn het veertiende “boek” (eigenlijk hoofdstuk) van Mémoires d’Outre-Tombe beschrijft Chateaubriand zijn eerste ontmoeting met Napoleon in 1802. De schrijver had in datzelfde jaar grote bekendheid gekregen door de publicatie van zijn Génie du christianisme waarin hij het christelijk geloof herwaardeerde na een periode van atheïsme tijdens de Franse Revolutie. Napoleon was op het gebied van religie een opportunist die het grote succes van dit boek hoopte te gebruiken om de paus weer aan zijn kant te krijgen. Chateaubriand wijdt zes “boeken” aan Napoleon die hij lang na de dood van Napoleon schreef omstreeks 1838.
 
Aflevering 1: Napoleon in Jaffa (1799)
 
rechts: details uit portretten van Napoleon en Chateaubriand door Anne-Louis Girodet-Trioson

Twee jaar geleden schreef ik hier iets over het beroemde schilderij van Antoine-Jean Gros: Napoleon bezoekt het pesthuis in Jaffa. Dit beeld paste helemaal in de cultus die Napoleon als dictator rond zijn persoon had gecreëerd. Gros schildert een beeld van Napoleon als heiland.

De werkelijkheid was anders. Napoleons secretaris Bourrienne verklaart: “De bedden van de pestlijders bevonden zich aan de rechterkant in de eerste zaal. Ik liep naast de generaal (lees: Napoleon); ik verklaar hierbij dat ik hem niet een pestlijder heb zien aanraken. Hij liep snel door de zalen heen, terwijl hij met een karwats korte tikjes tegen de gele rand van zijn laars gaf. Met grote stappen doorlopend herhaalde hij steeds de volgende woorden:”Ik moet terug naar Egypte voordat de vijand daar aankomt.”

Gros
Antoine-Jean Gros 1804
Napoleon in het pesthuis in Jaffa in 1799 (detail)
Ik verklaar hierbij dat ik hem niet een pestlijder heb zien aanraken.

Napoleons secretaris Bourrienne over Napoleon in Jaffa

Chateaubriand schrijft in boek XIX van zijn memoires: “Wat moeten we nu aan met het prachtige schilderij van Gros? Wel dat blijft een meesterwerk van de schilderkunst.” Als romanticus beoordeelt Chateaubriand het kunstwerk dus op zijn esthetische kwaliteiten, niet op haar historische betrouwbaarheid. Net als Riefenstahl is Gros gezwicht voor de leugen van de dictatuur. Maar die leugen ziet er dan wel schitterend uit! De romantische esthetiek vindt in de uitspraak van Nietzsche misschien wel zijn bestemming: “Alleen als esthetisch fenomeen zijn het bestaan en de wereld voor eeuwig gerechtvaardigd”. Voorbij goed en kwaad, waarheid en leugen, historische nauwkeurigheid en idealisering, betrouwbaar nieuws en propaganda. Kortom: esthetiek boven ethiek.

Napoleon de Verlosser [ W&V ]