Categorie archief: 19e eeuw

born to be brave

de brave kunst van Moritz von Schwind (1804-1871)

Von SchwindIn juli 2010 maakte ik voor het eerst kennis met het werk van de Oostenrijkse illustrator en schilder Moritz von Schwind. In het kasteel Hohenschwangau, niet te verwarren met Schloss Neuschwannstein, zagen we fresco’s naar ontwerpen van Von Schwind. Een maand later kocht ik een dikke oeuvrecatalogus uit 1906. Waarschijnlijk het eerste en laatste volledige overzicht van zijn werk, want daarna raakte Von Schwind in de vergetelheid. Zijn geromantiseerde taferelen verdragen zich niet goed met de moderniteit en vinden waarschijnlijk alleen nog waardering bij liefhebbers van Victoriaanse koektrommelplaatjes.

Schwind
Der Handschuh der Heiligen Elisabeth (1856)

Er zijn zeker nog wel meer redenen om het werk van Moritz von Schwind te waarderen. In de eerste plaats zijn vakmanschap. In de tweede plaats zijn ijver. En in de derde plaats zijn braafheid. Want ook dat laatste is een kwaliteit. Von Schwind werd in 1804 in Wenen geboren. Zijn ouders hebben tweemaal een vernederende vrede met Napoleon meegemaakt, de Vrede van Pressburg in 1805 en de Vrede van Schönbrunn in 1809. Moritz was nog te klein om zich dat later te herinneren.

Maar het Congres van Wenen (1814-1815) waarbij de rollen omgedraaid werden, zal hij als elfjarig jongetje bewust hebben meegemaakt. Deze gebeurtenis bepaalde het politieke en artistieke klimaat in Europa tot 1848 en werkte ook daarna nog een poosje door. Wenen was het centrum van de Restauratie en gold als oerconservatief. Het grootste deel van zijn leven (Von Schwind overleed in 1871) werd bepaald door de conservatieve geest van de Restauratie. Hij was “born to be brave“.

Als brave ambachtsman volgde hij het Renaissancistische schoonheidsideaal waarbij Rafael het summum is. Alles is ten dienste gesteld aan de onderlinge harmonie. Compositie, vorm en kleur zijn helder. Er is geen picturaal vuurwerk. De verf is getemd door de tekening en zit keurig binnen de lijntjes. Dat is goed te zien in een detail van Sabina von Steinbach uit 1844. Von Schwind omhelst, net als zijn tijdgenoot Peter von Cornelius (1783-1867) en de Nazarener de reactionaire kunst.

Schwind
detail van Sabina von Steinbach (1844)

Moritz von Schwind [ de.wikipedia.org ]

oppervlakkige cultuur

gezien: Les Misérables (2012)
aan het lezen in: Les Misérables (1862) van Victor Hugo

In Beschaving na de cultural turn (2011) doet Joris van Eijnatten de volgende uitspraak: “lage cultuur ontstaat daar waar mensen niet reflecteren.” De musicalfilm Les Misérables is voor mij de jongste bevestiging van deze uitspraak. Alessandro Baricco stelde in zijn essaybundel De Barbaren (2010) dat massacultuur het onderscheid tussen hoge en lage cultuur doet vervagen. Dat is niet erg, meent hij, want we leven in een tijd van transformatie waarbij een onderscheid aan het verdwijnen is dat toch altijd al arbitrair was. Zo gold aan het begin van de twintigste eeuw het medium film voor het elitaire theaterpubliek als plat volksvermaak, nu wordt het algemeen als een kunstvorm beschouwd. En ooit beschouwden we de roman eerbiedig als het ultieme kunstwerk van de literator. Maar als BN’ers romans gaan schrijven, komt er onherroepelijk inflatie. Wat lage cultuur was, werd hoge cultuur en omgekeerd. Voor de markt bestaat er tenslotte geen hoge of lage cultuur. Daar gelden alleen kijk- en verkoopcijfers. U vraagt, wij draaien.

De ellendigenVan Eijnatten schrijft: “Lage cultuur ontstaat wanneer aanzien en gezag worden misbruikt en populaire sentimenten boven het bezonnen oordeel wordt geplaatst.” En Baricco noemt “de tirannie van ratings en top tien lijstjes” die de collectieve smaak gaan aanvoeren. Marketing heeft niet alleen de massacultuur maar ook de hoge cultuur in zijn greep. En zo werd er in 1980 een musical gemaakt van Les Misérables. Overigens was deze roman (mede door een uitgekiende reclamecampagne) in 1862 een enorm verkoopsucces, terwijl de literaire kritiek niet erg positief was. Maar De ellendigen wordt nu algemeen wel als een van de grote Franse romans uit de negentiende eeuw beschouwd. Dit literaire werk werd dus het slachtoffer van de musicalindustrie. Er zat een liefdesverhaal in, de innerlijke strijd van een bekeerde boef, spektakel en een personificatie van het maatschappelijk gezag. Genoeg ingrediënten voor een avondje uit met het hele gezin.

Lage cultuur ontstaat wanneer aanzien en gezag worden misbruikt en populaire sentimenten boven het bezonnen oordeel wordt geplaatst.

Joris van Eijnatten

Les Misérables DVDDe musicalfilm uit 2012 en het boek uit 1862 zijn producten van de populaire cultuur. Er ligt 150 jaar tussen. Wat is er veranderd in die anderhalve eeuw? In de eerste plaats de factor tijd: die lijkt schaarser geworden. Maar waarschijnlijk komt dat omdat wijzelf ongeduldiger zijn geworden. Oorspronkelijk telde Les Misérables 1200 bladzijden. De versie die ik nu aan het lezen ben, is een ingekorte versie (ruim 400 bladzijden) die rond 1962 in pocket verscheen. In 1862 waren 1200 bladzijden voor het toenmalige publiek geen bezwaar. Honderd jaar later werd de roman teruggebracht naar eenderde van de oorspronkelijke lengte om het grote publiek nog te kunnen bereiken. En in 1980 verscheen de musical die de roman tenslotte terugbracht naar een avondje uit. Het inkorten of verfilmen van een roman vraagt altijd offers. Meestal gaat dat ten koste van de diepte en complexiteit.

C’est de la physionomie des années que se compose la figure des siècles

Les Misérables Tome I – En l’année 1817

Doordat de tijd wordt ingekort, wordt dus ook de diepte aan betekenis minder. Hoe meer de blik gericht wordt op de spectaculaire oppervlakte, hoe minder deze onder de oppervlakte kan kijken. Om terug te komen bij de uitspraak van Van Eijnatten: “lage cultuur ontstaat daar waar mensen niet reflecteren.” De arbeiders die in 1862 twintig stuivers inlegden om samen een exemplaar van Les Misérables te kunnen kopen, kregen dus wél wat de kosmopolieten die voor veel geld de musical zien, niet krijgen: reflectie.

Het einde van de musicalfilm lijkt mij een verkrachting van de boodschap van Les misérables. Vanaf de barricaden bezingt men de nieuwe wereld, een soort loflied op de socialistische heilstaat. Maar de boodschap die de bisschop van Digne op de hoofdpersoon (Jean Valjean) overbrengt, gaat helemaal niet over maakbaarheid van een betere wereld, maar over medelijden met de behoeftigen en verdrukten: de ellendigen.

Hij (de bisschop van Digne) wendde zich tot wat leed en boette. Het heelal kwam hem voor als één grote ziekte; overal speurde hij de koorts en tastte hij lijden en zonder te trachten het raadsel op te lossen, zocht hij de wond te verbinden. De schrikwekkende aanblik van het geschapene wekte vertedering in hem: steeds was hij erop uit de beste manier van deernis en verlichting te vinden en deze aan anderen te leren. Het bestaande was voor deze milde en uitzonderlijke priester het voorwerp van blijvende droefenis, die vertroost wilde worden. Er zijn mannen die goud delven: wat hij dolf was barmhartigheid. De ellende in al zijn vormen was zijn mijn. Hebt elkander lief, dat was zijn volledige leer.
 
uit: De Ellendigen, eerste hoofdstuk

Als Alessandro Baricco gelijk heeft wanneer hij schrijft dat we in een overgangstijd leven waarin het verschil tussen hoge en lage cultuur aan het verdwijnen is, dan is dat maar zo. Als het verschil tussen oppervlakkigheid en diepgang maar gezien blijft worden. Want als cultuur alleen nog maar over de toppen van de golven scheert, raakt ze los van haar oorsprong.

Histoire des Girondins

gelezen in: kopstukken van de Franse Revolutie
11 literaire portretten door Alphonse de Lamartine

LamartineVorige week kocht ik de Nederlandse vertaling van Histoire des Girondins (1847) van Alphonse de Lamartine (1790-1869). dat verscheen onder de titel Kopstukken van de Franse Revolutie bij Uitgeverij Boekwerk in Groningen, 1989. Het is een tweetalige uitgave met daarin elf portretten van Franse revolutionairen: Mirabeau, la Fayette, Vergniaud, Madame Roland, Rouget de Lisle, Théroigne de Méricourt, Marat, Le Bon, Danton, Saint Just en Robespierre. De schrijver heeft hen nooit ontmoet, want hij was pas vier jaar toen de meesten al dood (Mirabeau), vermoord (Marat), geëxecuteerd (Madame Roland, Danton, Saint Just, Robespierre, Le Bon) of krankzinnig waren geworden (de Méricourt). Alleen Rouget de Lisle en La Fayette haalden de negentiende eeuw en Lamartine zou hen als volwassen man ontmoet kunnen hebben.

Histoire des Girondins
Titelblad van Histoire des Girondins (1847)
En le perdant, la Montagne perdait son sommet. (Toen de Berg hem verloor, verloor ze haar top.)

Lamartine over Danton (1847)

Afgelopen maand citeerde ik op deze blog twee beschrijvingen van Georges Danton die ik las in de romans De Sans-culotten van Jo van Ammers-Küller en in 1793 van Victor Hugo. Ook Lamartine geeft een beschrijving van Danton waarvan hieronder een fragment:

C’était un de ces hommes qui semblent naître du bouillonnement des révolutions, et qui flottent sur le tumulte jusqu’à ce qu’il les engloutisse. Tout en lui était athlétique, rude et vulgaire comme les masses. Il devait leur plaire, parce qu’il leur ressemblait. Sou éloquence imitait l’explosion des foules. Sa voix sonore tenait du rugissement de l’émeute. Ses phrases, courtes et décisives, avaient la concision martiale du commandement. Sort geste irrésistible imprimait l’impulsion aux rassemblements. L’ambition était alors toute sa politique. Sans principes arrêtés, il n’aimait de la Démocratie que son trouble. Elle lui avait fait son élément.
 
uit: Histoire des Girondins – Danton

LamartineLamartine verscheen op het Franse literaire toneel op een moment dat dit bijna volledig leeg was. De schrijvers die onder het Empire gesteund waren, konden niemand echt bekoren, Madame de Staël was overleden en Chateaubriand was nog vrij klassiek ingesteld en had geen grote revolutie teweeggebracht. Lamartine wordt algemeen aanzien als de vader van de Franse Romantiek. Hij zette de eerste stappen tot de volledige bloei van de Romantiek in Frankrijk, gebruik makend van verschillende invloeden die hij in zijn werken verwerkte. Zo combineerde hij de hernieuwde interesse voor het katholicisme van Louis de Bonald en Joseph de Maistre, de aanbidding van de natuur van Rousseau en Bernardin de Saint-Pierre, het sentimentalisme van Madame de Staël, de interesse voor de Middeleeuwen van Chateaubriand en Scott en de mal du siècle van Chateaubriand en Byron. Deze mengeling kwam als zeer vernieuwend over voor zijn tijdgenoten, zo nieuw zelfs dat wordt verteld dat een uitgever zijn eerste bundel Les Méditiations poétiques weigerde omdat deze niet in lijn was met de gevestigde waarden.
(Bron: nl.wikipedia.org)

Alphonse de Lamartine [ nl.wikipedia.org ]

haal ik de eeuwigheid wel …

begonnen aan Memoires van over het graf (1848)
van François-René de Chateaubriand vertaald door Frans van Woerden (2000)

Geschiedenis is voor mij steeds meer de periode 1750-1850. In deze tijd vond een omwenteling plaats waarvan de impact twee eeuwen later nog steeds niet ten volle kan worden begrepen. De omwenteling was totaal en had zijn uitwerking op elk gebied: politiek, sociaal, economisch, religieus, artistiek, filosofisch, wetenschappelijk en technologisch. De motor van deze omwenteling of Revolutie was de Verlichting die zelf weer een uitvloeisel was van de Renaissance. Het christelijke wereldbeeld uit de Middeleeuwen had concurrentie gekregen van het antieke wereldbeeld en zou tenslotte door het wetenschappelijke wereldbeeld verdrongen worden.

In het laatste kwart van de achttiende eeuw kwam het in een stroomversnelling. De industriële revolutie was letterlijk al op stoom gekomen. En de emancipatoire krachten van de Verlichting kregen hun uitwerking in de politiek. Zo waren de Amerikaanse en Franse Revolutie de maatschappelijke concretisering van het nieuwe, soevereine mensbeeld. De onderdaan werd burger. De koning die regeert bij de gratie Gods was verleden tijd, al zou de Restauratie na 1815 nog alles op alles zetten om de Revolutie ongedaan te maken.

ChateaubriandOm de tijd van de Verlichting, Revolutie en Restauratie van heel dichtbij te leren kennen, ben ik romans aan het lezen die zich in deze periode afspelen. Een roman is toch heel iets anders dan een geschiedenisboek. Het beschrijft de tijd van binnenuit. Maar er is nog een literaire vorm die het verleden heel dichtbij kan halen: de (auto)biografie. Omdat ik lovende kritieken heb gelezen over Les Mémoires d’outre-tombe van François-René de Chateaubriand (1768-1848), besloot ik deze autobiografie, die voor het eerst na zijn dood in 1848 gepubliceerd werd, te gaan lezen. Ik kocht de Nederlandse vertaling (Memoires van over het graf) van Frans van Woerden die in 2000 verscheen bij uitgeverij Meulenhoff.

In het voorwoord schrijft Frans van Woerden wat deze autobiografie zo bijzonder maakt: “Chateaubriand brengt zijn eigen bewogen tijdperk (vooral mutatie ervan) in beeld, maar geeft het tegelijkertijd een plaats in de ‘lange duur’ van de geschiedenis. Dit temporele aspect is een dermate allesdoordringend gegeven dat de Memoires in wezen ook te lezen zijn als één lange beschouwing over het verschijnsel tijd, over de wijze waarop tijdsverloop wordt ervaren, over hoe de menselijke herinnering (collectief, individueel) werkt (er zijn tal van pre-Proustiaanse passages in de Memoires), over wat eigenlijk het begrip ‘geschiedenis’ inhoudt.

Chateaubriand
Google is steeds meer het filter van ons collectief geheugen. Chateaubriand schreef in zijn memoires bezorgd: “haal ik de eeuwigheid wel?” Voor Google lijkt alleen het stukje vlees voorlopig de eeuwigheid gehaald te hebben.

François-René de Chateaubriand [ nl.wikipedia.org ]

Parijs 1832

vandaag is het 186 jaar geleden dat in Parijs de Juni Opstand uitbrak

Vandaag ontving ik als volger van Geri Walton de onderstaande tweet. Deze Amerikaanse historica schreef een boek over de hartsvriendin van Marie Antoinette: Marie Antoinette’s Confidante: The Rise and Fall of the Princesse de Lamballe. Dagelijks stuurt ze tweets die met de 18e of 19e eeuw te maken hebben. Het is een soort abonnement op de krant van (eer)gisteren. Op 5 juni 1832 braken in Parijs rellen uit en kwamen anti-monarchisten in opstand tegen burgerkoning Louis-Philippe I. Victor Hugo was als 30-jarige ooggetuige en beschreef de opstand 30 jaar later in Les Misérables.

tweet
de tweet van Geri Walton
The June Rebellion or the Paris Uprising of 1832, was an anti-monarchist insurrection of Parisian republicans on 5 and 6 June 1832. The rebellion originated in an attempt by the Republicans to reverse the establishment in 1830 of the July Monarchy of Louis-Philippe, shortly after the death of the king’s powerful supporter President of the Council Casimir Pierre Périer on 16 May 1832. On 1 June 1832 Jean Maximilien Lamarque, a popular former commander who later became a member of the French parliament and was critical of the monarchy, died of cholera. Riots following his death sparked the rebellion, which was the last outbreak of violence linked with the July Revolution of 1830. Author Victor Hugo described the rebellion in his novel Les Misérables, and it figures largely in the stage musical and films based on the book.
 
Bron: wikipedia.org