Categorie archief: 19e eeuw

Napoleon & Josephine

aan het lezen in: Napoleon van Adam Zamoyski (2018)
aan het herlezen: Josephine van Kate Williams (2014)

Drie weken geleden begon ik aan de biografie over Napoleon van Adam Zamoyski. Ik vergeleek deze toen alvast met de biografie van Andrew Roberts. Beide Engelse historici hebben een heel verschillende benadering van Napoleon: Roberts tilt hem op het voetstuk waar veel Fransen hem zo graag zien en noemt zijn biografie zelfs Napoleon de Grote. Zamoyski , die behalve een wereldberoemd historicus ook graaf is en stamt uit een adellijke Poolse familie, probeert Napoleon in zijn juiste proporties te zien en zoekt de mens achter de mythe.

Dit was vooral de mythe die Napoleon rond zijn eigen persoon creëerde. Met dank aan imagebuilders als Jacques-Louis David, Antoine-Jean Gros e.v.a. De snelle opkomst van Napoleon na 1796 was niet alleen te danken aan zijn militaire successen maar ook aan zijn efficiënte overdrijving daarvan. Hij zag al snel het enorme belang van propaganda. Het Directoire, het vijfkoppige bestuur van Frankrijk dat tussen november 1795 en november 1799 regeerde, had de jonge generaal evenzeer nodig als dat men hem vreesde.

Napoleon en Josephine
Drie biografieën die ik permanent naast elkaar opensla: een over Josephine van Kate Williams en twee over Napoleon van Andrew Roberts en Adam Zamoyski

Tijdens het lezen van de biografie van Zamoyski heb ik er naast de biografie van Roberts nog een tweede biografie bij gepakt. Geen biografie over Napoleon maar over Josephine en geschreven door een vrouw, de Engelse historica Kate Williams. Deze biografie las ik in het voorjaar van 2015 nadat ik in het Hermitage Amsterdam de tentoonstelling Alexander, Napoleon en Josephine gezien had.

Napoleon heeft een gigantische correspondentie nagelaten, die in Frankrijk bezorgd wordt in een voortreffelijke uitgave van 28 kloeke delen. Het zijn 22 duizend brieven. Tel je daarbij dan nog de bevelen en decreten op, dan kom je uit op een totaal van 30-35 duizend brieven. We kunnen Napoleons leven dan ook van dag tot dag volgen. Dat geldt ook voor zijn relatie met Josephine de Beauharnais. Napoleon leerde haar in het najaar van 1795 kennen tijdens een etentje bij Barras, die de twee aan elkaar probeerde te koppelen. Met succes. Napoleon was onmiddellijk verkocht, hoewel Jospehine zes jaar ouder en zeker geen schoonheid was. Maar met haar charme maakte ze op iedereen indruk.

Hippolyte CharlesIn maart trouwden ze, maar Napoleon was razend druk met het voorbereiden van zijn veldtocht naar Italië. Het huwelijk was allang geconsumeerd. Dat de eerste huwelijksnacht geen succes werd, is dus dramatischer dan het lijkt. Desondanks ging Josephine , nadat haar kersverse man als opperbevelhebber van het revolutionaire Italiëleger was vertrokken, onmiddellijk vreemd met de dandy Hippolyte Charles. Vanuit Noord-Italië schreef Napoleon haar brieven waarin hij openhartig en, weliswaar verhuld door een sluier van romantiek, schaamteloos plat zijn lust voor haar beschrijft. Thuis maakt Josephine zich met haar vriendinnen en haar minnaar vrolijk om zijn geëxalteerde taalgebruik.

Zowel Kate Williams en Adam Zamoyski hebben veelvuldig gebruik gemaakt van de brieven van Napoleon en Josephine. Zelf schreef ze hem niet vaak en het waren zeker geen lange brieven. Ze was vooral bezig met haar minnaar. Voor Zamoyski moeten deze brieven aan Josephine die Napoleon aan het begin van hun huwelijk en tijdens de Italiaanse veldtocht schreef, vruchtbaar materiaal zijn geweest om ‘Napoleon de Grote’ terug te brengen tot zijn ware proporties. En deze brieven zijn beslist ook voer voor psychologen.

een gelovig wetenschapper

Op 5 december a.s. verschijnt bij de Deutsche Post een herdenkingspostzegel
t.g.v. de 250e geboortedag van Friedrich Schleiermacher

Veel uit de periode 1750-1850 heeft mijn bijzondere aandacht. Dat geldt zeker ook voor de theologie uit dit tijdvak. Na 1750 begon de wetenschap steeds grotere invloed uit te oefenen op het denken over mens en wereld. Natuurlijk werkte dit ook uit op het christelijke geloof. Friedrich Schleiermacher is een van de bekendste en invloedrijke theologen uit het begin van de negentiende eeuw. Daarom wordt hij wel eens de ‘de kerkvader van de 19de eeuw‘ genoemd. Hij leefde in een tijd dat de wetenschap de geloofswaarheden uit de Bijbel begon te ondermijnen. Deze ontwikkeling was tijdens de Verlichting al op gang gekomen en zette in de negentiende eeuw definitief door.

Schleiermacher Briefmarke
postzegel t.g.v. de 250e geboortedag van Friedrich Schleiermacher

Zo ontstonden er allerlei wetenschappen die de kennis op grond van de Bijbel in twijfel gingen trekken. De geologie kwam bijvoorbeeld op ramkoers te liggen met het Scheppingsverhaal. De Ierse bisschop James Ussher berekende in de zeventiende eeuw op grond van het scheppingsverhaal in Genesis dat de aarde op 22 oktober 4004 voor Christus moest zijn geschapen. De wetenschap kwam tot heel andere berekeningen. In de eerste dertig jaar van de negentiende eeuw werd de natuurlijke historie met miljoenen jaren opgerekt en ontstonden de namen van de geologische tijdvakken. Het rijtje Trias, Jura, Krijt klinkt de meeste scholieren nu bekender in de oren dan het rijtje Leviticus, Numeri, Deuteronomium. Wat Schleiermacher in zijn tijd meemaakte was een verschuiving van het christelijke, theocentrische wereldbeeld naar een wetenschappelijk, postchristelijk wereldbeeld. Op deze verschuiving, die natuurlijk ook een confrontatie was, reageerde Schleiermacher met zijn theologische geschriften. Zijn bekendste is Über die Religion. Reden an die Gebildeten unter ihren Verächtern uit 1799.

Schleiermacher worstelde met de in zijn tijd dringende vraag naar de verhouding tussen wetenschap en geloof, tussen de kennis van het hoofd en kennis van het hart. Hij vroeg zich af of het wel mogelijk is om tegelijkertijd een goed christen te zijn en een modern denkende wetenschapper, een vraag, die begrijpelijk is voor wie zijn levensgeschiedenis kent.
 
Bron: koinonia.kerkwinkel.eu

dichterbij 1812

aan het lezen in: Naar Moskou! Naar Moskou! door Willem Oosterbeek
Memoires van een officier uit de Lage Landen in het leger van Napoleon

Naar Moskou! Naar Moskou!In de geschiedenis is het jaar 1812 bijgezet als het jaar van de veldtocht van Napoleon naar Moskou die het begin van zijn einde zou zijn. 1812 als opmaat naar 1815, het jaar van de Honderd Dagen, de Slag bij Waterloo en zijn definitieve einde. Nog altijd staat de uitdrukking ‘zijn Waterloo vinden‘ voor het lijden van een definitieve nederlaag. De Russische veldtocht van 1812 was dus het begin van het einde van Napoleon. De brand van Moskou, de Slag bij Borodino, de ijzingwekkende aftocht en de overtocht over de Berezina staan in het collectieve geheugen gegrift. De schoolplaten van vroeger zijn vervangen door interactieve kaarten en games.

In 1812 trekt Napoleon op naar Moskou, een veldtocht die een helletocht zou worden. Jean François Dumonceau is officier in la Grande Armée. Hij maakt deel uit van de Keizerlijke Garde, en verkeert in de nabijheid van Bonaparte. Als een van de weinigen overleeft hij de tocht. Aan het eind van zijn leven schrijft hij, in het Frans, zijn memoires. Die geven een huiveringwekkend beeld van een oorlog waarin honderdduizenden sneuvelen, maar ook schetsen ze zijn verbondenheid met Liesje, zijn paard, en zijn oppasser Jan. Willem Oosterbeek vertaalde Dumonceaus memoires en voorzag ze van historisch commentaar. Zo ontstaat een ooggetuigenverslag van een veldtocht die twee eeuwen later nog altijd tot de verbeelding spreekt. Bron: singeluitgeverijen.nl

Voor Nederland is Napoleons veldtocht ook belangrijk geweest omdat er in de Grande Armée, tot dan toe het grootste leger dat ooit op de been was gebracht, duizenden Nederlandse soldaten zaten. Macron en Merkel dromen van een Europees leger. Als dat leger er ooit komt, zal dat niet voor de eerste keer zijn, want de Grande Armée was een echt Europees leger dat bestond uit soldaten van vele nationaliteiten die onderling tientallen talen spraken, ook al was de taal onder de officieren Frans. Engeland en Rusland waren de enige Europese landen die niet in de Grande Armée vertegenwoordigd waren.

Willem Oosterbeek vertaalde in 2014 de (franstalige) dagboeken van Jean François Dumonceau, een Nederlandse officier die met Napoleon meereist naar Moskou. Hij is een van de weinigen die terug zullen keren. Oosterbeek heeft niet alles letterlijk vertaald en wisselt de dagboekaantekeningen af met historisch commentaar. Het is een zeer leesbaar, informatief en spannend boekje geworden dat mij na het lezen van 1812 – Napoleons fatale veldtocht naar Moskou van Adam Zamoyski toch weer allerlei nieuws bood. In intermezzo’s gaat Oosterbeek in op de politieke situatie van het Napoleontische Europa (hoofdstuk 3 sidderende machthebbers), op de organisatie en de dagelijkse realiteit van de veldtocht (hoofdstuk 7 een rugzak van koeienhuid) en op de wijze van oorlogvoeren (hoofdstuk 9 schreeuwende gewonden).

Willem Oosterbeek vertelt het verhaal van de veldtocht veel summierder dan Adam Zamoyski, aan de hand van een selectie uit het dagboek van de Nederlandse officier, maar toch kunnen we de tocht wel helemaal volgen: van Parijs, via Brussel, Maastricht, Münster, Osnabrück, Minden, Hannover, Braunschweig, Magdeburg, Potsdam en Stettin gaat het door het groothertogdom Warschau naar de oever van de Njemen, de grensrivier tussen het Napoleontische Europa en het tsaristische Rusland. Half juni, na drie maanden en 1800 kilometer dagmarsen van tussen de 20 en 25 kilometer, bereikt Dumonceau eindelijk het uiterste oosten van Napoleons vazalstaten en dus van zijn invloedssfeer.

Daarna gaat het naar Vilna, Vitebsk, Minsk naar Smolensk aan de Dnjepr. Daar zijn ze eindelijk op eigenlijke Russische bodem. Het Russische leger onder de Schotse opperbevelhebber Barclay de Tolly blijft zich terugtrekken en zuigt de Grande Armée zo het onmetelijke binnenland in, steeds verder van huis. Dumonceau wil dolgraag slag leveren, maar bij Smolensk gaan de Russen de confrontatie maar gedeeltelijk aan. De stad wordt in brand gestoken, een voorproefje van wat Napoleon te wachten staat in Moskou.

Omdat Dumonceau officier is van een regiment binnen de Keizerlijke Garde, is hij steeds in de buurt van Napoleon. Van de half miljoen soldaten die invasiemacht telt, vangen de meeste soldaten zelfs niet een glimp van de keizer op. Maar Dumonceau ziet hem regelmatig voorbij komen. Een nadeel van deze bevoorrechte positie in de Keizerlijke Garde is dat Napoleon deze in de praktijk als reservetroepen achter de hand houdt. Waarschijnlijk is dat ook een reden waarom Dumonceau de Russische veldtocht overleefd heeft. Hij hoeft geen slag te leveren, al ziet hij daar wel naar uit.

terugtocht in  1812
Napoleons terugtocht in 1812 door Adolf Northern

Oosterbeek schrijft dat van de twaalf soldaten die naar Moskou trekken, slechts twee overleven. Tien soldaten zullen uiteindelijk nooit terugkeren. Slechts een van de tien bezwijkt op het slagveld of later aan zijn verwondingen. Twee van de tien worden er gevangen genomen, dikwijls door kozakken die ze uitleveren aan boeren. Deze treffen het zwaarste lot omdat de boeren op verschrikkelijke wijze wraak nemen op de aan hen uitgeleverde gevangenen. Tenslotte zullen zeven van de tien die het niet overleven onderweg sterven. Naar Moskou! Naar Moskou! Is een verhaal over de waanzin van oorlog, over de discrepantie tussen een ambitieus plan en de weerbarstige werkelijkheid. In al zijn gruwelijkheid blijft het verhaal van de Russische veldtocht tot de verbeelding spreken en komt het voor de Nederlandse lezer door het dagboek van de Nederlandse officier Dumonceau dichterbij als in 1812 van Zamoyski.

Naar Moskou!Naar Moskou! [ singeluitgeverijen.nl ]

beleefdheidsacrobatiek

vandaag uitgelezen: De schele hertogin (2000) van Frederic Bastet
Gedenkschriften van Marie-Caroline de Berry

De schele hertoginIemand die een roman schrijft die zich afspeelt aan het hof tijdens de Restauratie (1815-1848), moet niet alleen thuis zijn in de geschiedenis maar ook in het uitvoerige protocol. Voor een tijdgenoot stond de etiquette aan het hof minder ver van zich af dan voor ons. Stendhal (1783-1842) dicteerde in 1839 De kartuize van Parma , een verhaal dat zich voor een groot deel afspeelt in het hertogdom Parma en Piacenza in de jaren 1815-1830. Hij stond nog met één been in de achttiende eeuw en was helemaal vertrouwd met de beleefdheidsacrobatiek in de hogere kringen. Het keurslijf van de vormelijkheid ging overigens verder dan het hof. De hele maatschappij was nog doordrenkt van gezagsverhoudingen en daarbij hoorde dus klassenbewustzijn en allerlei gedragsvoorschriften. In onze liberale maatschappij waarin iedereen zich mag en kan beroepen op gelijkheid, leven de ongelijkheid en de etiquette van vroeger nog enigszins voort in de titulatuur.

Voor Frédéric Bastet (1926-2008), de P.C.Hooft-prijswinnaar van 2005, stond de Restauratie even ver van hem af als voor ons. Toch weet hij deze tijd bijna net zo dicht te benaderen als Stendhal. Zijn roman is het pseudo-gedenkschrift van Maria Carolina van Sicilië- hertogin van Berry die leefde van 1798 tot 1870. De memoires bestrijken vooral de periode 1816, toen ze in het huwelijk trad met de Franse troonopvolger, de hertog van Berry, en 1836, de dood van koning Karel X.

Ook op de Brunnsee leefden wij in stijl en zetten de klok gewoon terug naar de achttiende eeuw. Dat is nu eenmaal de beste tijd die er is geweest.

Marie-Caroline de Berry in
“De schele hertogin” van Frédéric Bastet

Tijdens de Restauratie probeerde men de klok terug te zetten naar de achttiende eeuw en te doen alsof er nooit een Revolutie was geweest. In Europa lukte dat een poosje. Maar in Zuid-Amerika wilde men geen afstand doen van de vrijheid die was opgesnoven. Tussen 1810 (Colombia) en 1828 (Uruguay) maakten zich alle huidige soevereine staten in Zuid-Amerika (op de drie Guyana’s na) los van Spanje. Brazilië riep in 1822 de onafhankelijkheid uit en drie jaar later werd dit door Portugal erkend. In Frankrijk, nog altijd het kernland van de revolutie, duurde de Restauratie tot 1830.

Na de Julirevolutie moest de laatste Bourbon, Karel X, vluchten naar Engeland. De ‘schele hertogin’ vergezelt de koninklijke familie tijdens de vlucht en verblijft met hen in ballingschap. Daarna gaat ze de Franse troon opeisen voor haar zoon Henri V van Frankrijk, de legitieme troonopvolger. Maar na 1830 zal er nooit meer een Bourbon en na de troonsafstand van burgerkoning Louis Philippe II in 1848 zal er zelfs nooit meer een koning Frankrijk regeren.

Karel X
Karel X, koning van Frankrijk van 1824 tot 1830, liet zich in 1825 portretteren in de traditie van Lodewijk XIV. Karel X was een man uit het verleden. In 1830 werd hij door het Franse volk afgedankt. De toekomst was aan het liberalisme en aan de constitutionele monarchie. In 1848 zou Frankrijk voor de tweede keer een Republiek worden en vier jaar later voor de tweede maal een Keizerrijk. Na 1871 zouden er nog drie Republieken volgen.

Frédéric Bastet, die wat naam betreft zo zou kunnen figureren in zijn roman, legt zijn hoofdpersonage rake beweringen over het protocol in de mond: “Gelukkig hebben wij aan het hof niet voor niets geleerd frases te debiteren zonder inhoud en beleefdheden uit te wisselen zonder hart. Dat is het vet in de machinerie. Zo draaien de raderen toch wel door. Maar als het vet verhardt of ranzig wordt! Dat was wat gebeurde.” En: “Als het moet, trekken beschaafde mensen uit ons milieu op het gewenste ogenblik hun gezicht weer helemaal in de plooi. De bekende stijve bovenlip. Negatieve en positieve gevoelens worden samen te slapen gelegd en toegedekt met een goed gestevend laken.”

bespreking van het boek door Arnold Heumakers [ arnoldheumakers.nl ]

De moord op de Hertog (1820)

gelezen in: De schele hertogin (2000) van Frederic Bastet :
De moord op de Duc de Berry op 23 februari 1820
Duc de Berry
La mort du Duc de Berry
Prent over de moordaanslag op hertog Karel Ferdinand van Berry. De hertog werd op 13 februari 1820 neergestoken bij de opera in Parijs door Louis Pierre Louvel. Hij stierf de volgende dag. De prent is gedrukt met zes houtsneden en ingekleurd met rood, geel en blauw. Op de prent is geen uitgever vermeld. Deze prent is uitgegeven door P.J. Brepols in Turnhout of door één van zijn opvolgers.
Op 13 februari 1820 werd Karel aangevallen, toen hij het operagebouw aan de rue de Richelieu in Parijs verliet samen met zijn vrouw. Hij werd neergestoken door Louis Pierre Louvel en stierf de volgende dag. Zeven maanden na zijn dood beviel Caroline van een zoon (l’enfant du miracle) die de titel hertog van Bordeaux kreeg, maar beter bekend is als Henri d’Artois, graaf van Chambord. Koning Lodewijk XVIII liet na de moord op zijn neef het operagebouw afbreken.
 
Bron: nl.wikipedia.org
Duc de Berry
La mort du Duc de Berry

Karel Ferdinand van Berry [ nl.wikipedia.org ]

Chateaubriand & Napoleon [ 2 ]

Chateaubriand doet op 18.6.1815 vanuit Gent verslag van de Slag bij Waterloo

GirodetIn het veertiende “boek” (eigenlijk hoofdstuk) van Mémoires d’Outre-Tombe beschrijft Chateaubriand zijn eerste ontmoeting met Napoleon in 1802. De schrijver had in datzelfde jaar grote bekendheid gekregen door de publicatie van zijn Génie du christianisme waarin hij het christelijk geloof herwaardeerde na een periode van atheïsme tijdens de Franse Revolutie. Napoleon was op het gebied van religie een opportunist die het grote succes van dit boek hoopte te gebruiken om de paus weer aan zijn kant te krijgen. Chateaubriand wijdt zes “boeken” aan Napoleon die hij lang na de dood van Napoleon schreef omstreeks 1838.
 
Aflevering 2: De Slag bij Waterloo

Tot aan de Eerste Wereldoorlog, bijna honderd jaar lang, was de Slag bij Waterloo een van de grootste gebeurtenissen in de geschiedenis. De hele negentiende eeuw markeerde Waterloo het einde van een stormachtig tijdperk: de Franse Revolutie en de Napoleontische Oorlogen. In juni 1815 begon een nieuwe tijd die we kennen als de Restauratie. Overal in Europa werd de monarchie hersteld en probeerde men te doen alsof er niets gebeurd was.

De Slag bij Waterloo was in de negentiende eeuw ook een onderwerp voor de romanschrijver. De afgelopen jaren las ik in verschillende romans uit de negentiende eeuw over Waterloo: In De kartuize van Parma van Stendhal maakt Fabrizio del Dongo een achterhoedegevecht mee zonder dat de grote veldslag in beeld komt. Het tweede deel (Cosette) van Les Misérables van Victor Hugo begint met een gedetailleerde beschrijving van de bestorming op de kasteelboerderij Hougoumont, een van de strijdtonelen van de grote veldslag.

Hougoumont
Engelse herdenkingspostzegel uit 2015
Cette grande bataille, encore sans nom, dont j’écoutais leséchos au pied d’un peuplier, et dont une horloge de village venait de sonner les funérailles inconnues, était la bataille de Waterloo!

Ook Chateaubriand schrijft over Waterloo. In boek XXIII van Memoires van over het graf (1848) schrijft hij over de Honderd Dagen in het voorjaar van 1815. Aanvankelijk adviseert Chateaubriand de koning Lodewijk XVIII om in Parijs te blijven. Maar op 13 maart 1815 vlucht de koning met zijn hofhouding naar Gent waar hij zich vestigt in Hotel d’Hane-Steenhuyse aan de Veldstraat. Als minister in het hogerhuis vergezelt Chateaubriand de koning naar Gent en op 18 juni schrijft hij in zijn memoires:

“Op 18 juni 1815 verliet ik tegen het middaguur Gent door de Brusselse Poort. (…) Ik was al meer dan een mijl buiten de stad toen ik een dof gerommel meende op te vangen: ik hield de pas in, keek naar een tamelijk zwaar bewolkte hemel en overlegde bij mezelf of verder zou wandelen of maar weer beter richting Gent kon gaan vanwege de kans op onweer.(…) Ik liep weer door: ik had nog geen dertig stappen gedaan of het gerommel begon weer, nu eens kort, dan weer lang en met ongelijke tussenpozen. (…) Doordat de knallen niet zo zwaar doordreunden en het niet van die aaneengeschakelde ratelende slagen waren zoals bij donder het geval is, kwam de gedachte bij mij op aan een vuurgevecht.(…) Door en inmiddels opgestoken zuidenwind was het kanongebulder duidelijker hoorbaar geworden. Die grote, vooralsnog naamloze veldslag, waarvan ik de echo aan de voet van de populier opving, en voor de nog anonieme doden waarvan de doodsklok van een dorpskerk al had geluid, dat was de slag bij Waterloo!”

Le 18 juin 1815, vers midi, je sortis de Gand par la porte de Bruxelles ; j’allais seul achever ma promenade sur la grande route. J’avais emporté lesCommentaires de César et je cheminais lentement, plongé dans ma lecture. J’étais déjà à plus d’une lieue de la ville, lorsque je crus ouïr un roulementsourd : je m’arrêtai, regardai le ciel assez chargé de nuées, délibérant en moi-même si je continuerais d’aller en avant, ou si je me rapprocherais de Gand dansla crainte d’un orage. Je prêtai l’oreille ; je n’entendis plus que le cri d’une pouled’eau dans les joncs et le son d’une horloge de village. Je poursuivis ma route ; je n’avais pas fait trente pas que le roulement recommença, tantôt bref, tantôtlong et à intervalles inégaux ; quelquefois il n’était sensible que par unetrépidation de l’air, laquelle se communiquait à la terre sur ces plainesimmenses, tant il était éloigné. Ces détonations moins vastes, moins onduleuses, moins liées ensemble que celles de la foudre, firent naître dans mon esprit l’idéed’un combat. Je me trouvais devant un peuplier planté à l’angle d’un champ dehoublon. Je traversai le chemin et je m’appuyai debout contre le tronc de l’arbre, le visage tourné du côté de Bruxelles. Un vent du sud s’étant levé m’apporta plus distinctementle bruit de l’artillerie. Cette grande bataille, encore sans nom, dont j’écoutais leséchos au pied d’un peuplier, et dont une horloge de village venait de sonner les funérailles inconnues, était la bataille de Waterloo!
 
Bron: fr.wikisource.org

de schele hertogin

begonnen aan De schele hertogin (2000) van Frederic Bastet
Gedenkschriften van Marie-Caroline de Berry
F.BastetMarie-Caroline hertogin de Berry (1798-1870) is in haar leven afwisselend bewonderd en verguisd. Na de val van Napoleon trouwde de van oorsprong Siciliaanse prinses in 1816 met de hertog de Berry om ook in de toekomst de Franse troon voor de Bourbons te verzekeren. Het liep anders. Vier jaar later werd de hertog in de opera vermoord door een anarchist. De zoon van wie Marie-Caroline zwanger bleek te zijn is door de revolutie van 1830 nooit koning geworden. De even geestige als ondernemende Marie-Caroline nam daar geen genoegen mee. jarenlang heeft zij voor haar zoon Henri de kroon opgeëist.
 
Bron: hebban.nl
Lawrence
Thomas Lawrence schilderde rond 1825 Marie-Caroline de Bourbon (1798-1870) die toen 27 jaar oud was en al vijf jaar weduwe. Het portret heeft niet alleen de levendigheid van Rubens maar ook de setting is helemaal in de stijl van de grote meester uit Antwerpen.

Maria Carolina van Bourbon-Sicilië