Categorie archief: 19e eeuw

Natasja’s Dans

gelezen in Natasja’s Dans (2003) van Orlando Figes
hoofdstuk 2: Kinderen van 1812

Natasja's dansMijn oude schoolvriend André Wierenga raadde mij onlangs dit boek aan van de Engelse historicus Orlando Figes. Ik was zijn boek over de Krimoorlog aan het herlezen, maar nu ben ik toch begonnen aan zijn culturele geschiedenis van Rusland die hij in 2002 publiceerde. Heerlijk! Opnieuw bijna 600 pagina’s Figes in het vooruitzicht, als een maagdelijke besneeuwde Russische steppe voor mij. Ik besloot mijn eerste voetstappen te zetten in het tweede hoofdstuk: Kinderen van 1812. Die keuze was niet zo moeilijk omdat ik van Figes collega Adam Zamoyski al het vuistdikke boek gelezen heb over Napoleon’s veldtocht naar Rusland. Over de decembristenopstand heeft Zamoyski ook al geschreven in De Fantoomterreur. “Kinderen van 1812″ gaat dus over een episode van de Russische geschiedenis waar ik al het een en ander van weet.

De bloei van de Russische cultuur in de negentiende eeuw is ondenkbaar zonder Napoleon’s veldtocht naar Rusland. De “Kinderen van 1812″ legden de basis voor de zogenaamde Russische renaissance. De verschrikkingen van 1812 hadden toch ook een positieve kant. Doordat de geest van de Franse Revolutie definitief ook Rusland bereikt had, begon de Russische samenleving te ontwaken. Figes beschrijft het conservatisme van de Russische aristocratie. Deze was volledig Frans georiënteerd. Men las Franse schrijvers en men sprak Frans aan het hof en in de hogere kringen. Omdat officieren in het leger allemaal van adel waren, werd in het Russische leger ook Frans gesproken. Maar de veldtocht van 1812 zou alles veranderen. Frankrijk was niet langer de hoeder van de Russische aristocratie maar de vijand!

Gewone soldaten waren bijna zonder uitzondering ongeletterde lijfeigenen, die door de officieren niets meer waren dan menselijke beesten. De oorlog van 1812 schakelde het lot van de officieren en soldaten, dus van aristocraten en lijfeigenen, gelijk. Officieren ontdekten dat lijfeigenen mensen bleken te zijn. En lijfeigenen ontdekten dat officieren ook hele gewone mensen waren. In 1812 ontwaakte de Russische ziel zou je bijna kunnen zeggen. De idealen van “vrijheid, gelijkheid en broederschap” zorgden ervoor dat er een Russisch nationalisme ontwaakte. Officieren gingen in het leger Russische woorden gebruiken om hun soldaten dieper aan te kunnen spreken. Sommigen van deze officieren zouden in 1825 verantwoordelijk zijn voor de opstand tegen de omstreden tsaar Nicolaas I.

Maar met “Kinderen van 1812″ bedoelt Figes zeker ook de kunstenaars die de Russische ziel aanschouwelijk en hoorbaar maakten. In de allereerste plaats was dat natuurlijk Aleksandr Poesjkin (1799-1837). Aan hem is het te danken dat het Russisch de gemeenschappelijke taal wordt van alle Russen, van adel én lijfeigenen, ook al waren die laatsten bijna altijd analfabeet. Maar Poesjkin richtte zich ook naar hen. De Russische cultuur veranderde van een soort dépendance van Frankrijk in een eigen cultuur. Voor 1812 was het voor een aristocraat onmogelijk om kunstenaar te zijn. De adel was voorbestemd voor staatsdienst, moest zijn leven geven aan de Russische staat. Door de veldtocht van Napoleon zou dat gaan veranderen. De gewone Rus moest nog altijd kruipen, maar begon zich bewust te worden van zijn lot. In Gribojedovs drama Lijden door verstand uit 1823 zegt Tsjatski: “Ja, dienen graag, maar nooit kruipen leren.”

Ja, dienen graag,
maar nooit kruipen leren.

uit “Lijden door verstand” (1823)

Natasja’s dans is een monumentale cultuurgeschiedenis van Rusland vanaf circa 1770 tot circa 1970, waarbij vooral literatuur en muziek en in iets mindere mate schilderkunst en beeldende kunst aandacht krijgen. De titel, ontleend aan een scène in Tolstojs Oorlog en vrede, is een soort zinnebeeld voor ‘de ziel en identiteit van het Russische volk’; Figes tracht die in het boek te definiëren als een mengeling van de Europese elitecultuur (Sint-Petersburg) en de meer Oosters gewortelde boerencultuur (Moskou), alsook de voortdurende spanning tussen beide. Figes probeert ook te verklaren waarom literatuur en andere kunstvormen altijd zo’n belangrijke rol hebben gespeeld in het leven van de Russen; hij ziet met name oorzaken in het altijd ontbroken hebben van (democratische) vrijheidsbeginselen, waardoor kunst telkens de rol kreeg toebedeeld om uitdrukking te geven aan wat er werkelijk onder het Russische volk leefde.
 
Bron:nl.wikipedia.org

Natuur als heiligdom

gelezen in Alexander von Humboldt
und die Erfindung der Natur
van Andrea Wulf

die Erfindung der naturOm de ondertitel van de biografie over de Duitse ontdekkingsreiziger Alexander von Humboldt te kunnen begrijpen, moeten we terug naar de achttiende eeuw. Hoe kun je de natuur nu uitvinden? Je kunt in de natuur doordringen via allerlei soorten wetenschap en ontdekkingen doen, maar uitvinden? Toch noemt Andrea Wulf haar 400 pagina dikke biografie Alexander Von Humboldt und die Erfindung der Natur. Deze titel blijkt goed gekozen. Ze beweert nergens dat Von Humboldt de natuur heeft uitgevonden, maar ze plaatst hem wel in een tijd waarin er een heel nieuw begrip over de natuur ontstond en in zekere zin werd “uitgevonden”, de jaren rond 1800.

Rond 1800 was er in Europa niet alleen een politieke aardverschuiving gaande. Ook in de wetenschap vond een omwenteling plaats. De Verlichting had definitief een einde gemaakt aan de onwetendheid die het geloof in stand zou hebben gehouden. De mens had de moed gekregen om zelf na te denken en langs empirische weg de natuur te ontsluiten. Natuur was altijd een vijand van de mens geweest. De Bijbel leerde dat sinds de mens verdreven was uit het Paradijs de natuur vijandig was geworden. In het Paradijs bestond de dood niet, maar in de natuur draait alles om eten en gegeten worden. In zijn strijd om het bestaan was de natuur dus een vijand van de mens.

Tijdens de Romantiek die aan het einde van de achttiende eeuw haar intrede deed, draaide dit beeld helemaal om. De natuur werd een heiligdom en de mens die de natuur goed kon “lezen” en aan anderen kon uitleggen, werd een soort priesterfiguur. Alexander von Humboldt die in 1769 geboren werd, een maand na Napoleon, was bijna twintig toen de Franse Revolutie uitbrak. Hij leefde in een stormachtige tijd. Als Duitser groeide hij op in het klimaat van de vroege Romantiek. De Duitse romantici waren volgelingen van Rousseau en zagen de natuur als goed. De cultuur, het “huis” van de mens om zich te beschermen tegen de onberekenbare natuur, zag Rousseau als verdorven.

Alexander von Humboldt
Alexander von Humboldt in 1806 en 1843

Deze veranderde houding ten aanzien van de natuur had ook alles te maken met de Verlichting, die Rousseau eigenlijk verafschuwde. Door de natuurwetenschap kreeg de mens steeds meer grip op de natuur. De natuur werd minder bedreigend en er bestond een groeiend optimisme over een vreedzame onderwerping van de natuur. De industriële revolutie was nog niet op gang gekomen en het fenomeen milieuvervuiling was ondenkbaar.

In dit klimaat discussieerde Von Humboldt met zijn tijdgenoten over de natuur. Zo was er onder geologen was er een levendig debat of alle aardse gesteenten van oorsprong in de oceanen gevormd (neptunisme) of juist ontstaan zijn door vulkanisme aangedreven door warmte uit het binnenste van de aarde.(plutonisme). In dit debat zouden neptunisten en plutonisten veertig jaar lang (van 1790 tot 1830) tegenover elkaar staan. Uiteindelijk zou Von Humboldt met bewijzen komen dat de theorie van het neptunisme onhoudbaar was.

Door hun hoge geboorte en intellect hadden Alexander en zijn broer Wilhelm Von Humboldt in Jena het voorrecht om in het gezelschap van Goethe en Schiller te verkeren. Goethe en Von Humboldt hadden veel interesse voor geologie en waren in die jaren aanhanger van het neptunisme. Maar ze toonden ook veel belangstelling voor botanie. In het tweede hoofdstuk Fantasie und Natur: Johann Wolfgang von Goethe und Humboldt beschrijft Andrea Wulf hun vriendschap. Goethe liep tegen de vijftig en was tweemaal zo oud als Alexander von Humboldt. Hij merkte over de getalenteerde jongeman op:

Was ist das für ein Mann! Ich kenne ihn so lange und bin doch von neuem über ihn in Erstaunen. Man kann sagen, er hat an Kenntnissen und lebendigem Wissen nicht seinesgleichen. Und eine Vielseitigkeit, wie sie mir gleichfalls noch nicht vorgekommen ist! Wohin man rührt, er ist überall zu Hause und überschüttet uns mit geistigen Schätzen. Er gleicht einem Brunnen mit vielen Röhren, wo man überall nur Gefäße unterzuhalten braucht und wo es immer erquicklich und unerschöpflich entgegenströmt.
 
Bron: avhumboldt.de
Alexander von Humboldt
Alexander von Humboldt (37 jaar) door Christan Weitsch in 1806
Er gleicht einem Brunnen mit vielen Röhren, wo man überall nur Gefäße unterzuhalten braucht und wo es immer erquicklich und unerschöpflich entgegenströmt.

Goethe over Alexander von Humboldt

Alexander von Humboldt
Alexander von Humboldt (74 jaar) door Joseph Karl Stieler in 1843

Alexander von Humboldt stierf in 1859 op bijna 90-jarige leeftijd in Berlijn. Hij was een van de beroemdste mensen van zijn tijd. Tijdens zijn leven zou hij de grootste bioloog ter wereld blijven. Kort na zijn dood, in het najaar van 1859 verscheen The Origin of Species. Het boek sloeg in als een bom en maakte Darwin op slag wereldberoemd. Tegenwoordig staat Von Humboldt in zijn schaduw maar Darwin zag Von Humboldt als zijn leermeester op wiens schouders hij stond.

interview met Andrea Wulf over haar Alexander von Humboldt [ nrc.nl ] | avhumboldt.de

a portrait of Effie Gray

gezien op BBC 2: Effie Gray (2014)

Effie GrayJohn Ruskin (1819-1900) was de meest invloedrijke kunstcriticus van het Victoriaanse tijdperk. Hij maakte al vroeg naam met het eerste deel van Modern Painters in 1843. Daarin stelde hij dat de landschapsschilderkunst van Joseph Mallord William Turner (1775-1851) superieur was aan die van de meesters uit de zeventiende en achttiende eeuw. Dat was een ongebruikelijke opvatting, want veel van Turner’s tijdgenoten vonden zijn schilderijen te slordig en onaf. Er volgden nog vijf delen van Modern Painters; het laatste deel verscheen in 1860.

Effie Gray is niet de enige film uit 2014 waarin we John Ruskin kunnen zien. Een jonge Ruskin komt ook even voorbij in Mr.Turner van Mike Leigh. Philip Hoare vraagt zich af waarom er in Effie Gray en Mr.Turner zo’n negatief beeld gegeven wordt van John Ruskin.

John Ruskin
driemaal John Ruskin foto uit ca. 1865 onder en linksboven Joshua McGuire in Mr. Turner (2014)
en rechtsboven Greg Wise in Effie Gray (2014)
Ruskin, played by Joshua McGuire, is a simpering Blackadderish caricature of an art intellectual: a lisping, red-headed, salon fop.

Philip Hoare in The Guardian

Effie Gray exploreert de liefdesdriehoek tussen de victoriaanse kunstcriticus John Ruskin (Greg Wise), zijn tienerjaren bruid Effie Gray (Dakota Fanning) en pre-raphaelite schilder John Everett Millais (Tom Sturridge). Het verhaal volgt Effie, zij trouwde op de jonge leeftijd van 19 jaar en al snel realiseerde dat haar huwelijk een leugen is wanneer Ruskin weigert om haar liefde te geven. Verlangend naar liefde valt ze al snel voor de charmes van de charismatische John Everett Millais. Wanhopig om bevrijd te worden van John, begint Effie aan een levensveranderende reis om één van de eerste vrouwen in de geschiedenis te worden die van haar man wil scheiden.
 
Bron: filmvandaag.nl
John Ruskin
Millais schilderde dit portret van John Ruskin bij Glen Finglas tijdens hun reis naar Schotland in 1853. Hier werden Effie en Everett op elkaar verliefd.
During 1847 Ruskin became closer to Effie Gray, the daughter of family friends. It was for Effie that Ruskin had written The King of the Golden River. The couple were engaged in October. They married on 10 April 1848 at her home, Bowerswell, in Perth, once the residence of the Ruskin family.[33] It was the site of the suicide of John Thomas Ruskin (Ruskin’s grandfather). Largely owing to this association, Ruskin’s parents did not attend. The European Revolutions of 1848 meant that the newlyweds’ earliest travelling together was limited, but they were able to visit Normandy, where Ruskin admired the Gothic architecture. Their early life together was spent at 31 Park Street, Mayfair (later addresses included nearby 6 Charles Street, and 30 Herne Hill) secured for them by Ruskin’s father. Effie was too ill to undertake the European tour of 1849, so Ruskin visited the Alps with his parents, gathering material for the third and fourth volumes of Modern Painters. He was struck by the contrast between the Alpine beauty and the poverty of Alpine peasants, stirring the social conscience that became increasingly sensitive.
 
Bron: en.wikipedia.org

Effie Gray [bbc.couk ] | Effie Gray [ imdb.com ]

Luxemburgse crisis 1867

150 jaar geleden: de Luxemburgse kwestie

De Luxemburgse kwestie ontstond na de ontbinding van de Duitse Bond op 23 augustus 1866 in het Verdrag van Praag. De Duitse Bond was op het Congres van Wenen in 1815 onder leiding van Oostenrijk opgericht. Tijdens de Restauratie had de bond weliswaar gefunctioneerd maar na 1848 werd de spanningen tussen Oostenrijk en Pruisen steeds groter, al bleef Oostenrijk de dominante macht. Tenslotte leidde de rivaliteit binnen de Duitse Bond tot een oorlog tussen Pruisen en Oostenrijk en bondgenoten aan beide kanten. In juli 1866 versloeg Pruisen tijdens de Slag bij Königgrätz zijn rivaal. Na ruim een halve eeuw was er een einde gekomen aan de Duitse Bond.

Kladderadatsch  1867
spotprent uit Kladderadatsch (maart 1867), een liberaal Duits blad met als bijschrift: “een goede herder laat zijn schaap verloren gaan”

In het jaar daarop richtte Pruisen de Noord-Duitse Bond op, in feite de opmaat naar het Duitse Keizerrijk. De Noord-Duitse Bond omvatte alle staten ten noorden van de Main die eerder tot de Duitse Bond hadden behoord, behalve Luxemburg en Limburg. Op het Congres van Wenen in 1815 waren deze gebieden toebedeeld aan het Koninkrijk der Nederlanden. Toen België in 1830 zich onafhankelijk verklaarde, werden Limburg en Luxemburg doormidden gedeeld. Het westelijke deel van beide gebiedsdelen werd bij de nieuwe staat België gevoegd. De koning van Nederland was groothertog van de oostelijke delen van Limburg en Luxemburg zodat een personele unie met het koninkrijk der Nederlanden gevormd werd. Limburg en Luxemburg maakten tot 23 augustus 1866 deel uit van de Duitse Bond en in Luxemburg waren zelfs Pruisische soldaten gestationeerd.

In 1867 liet Napoleon III zijn oog op Luxemburg vallen. De Franse keizer vond dat na de Duitse Oorlog van 1866 het machtsevenwicht hersteld moest worden en dat Luxemburg uit de boedel van de Duitse Bond door Frankrijk moest worden overgenomen. Bismarck had aanvankelijk geen bezwaar, maar al snel werd het een politieke kwestie waarbij de grootmachten tegen elkaar kwamen te staan, terwijl koning Willem III als groothertog van Luxemburg klem kwam te zitten.

Harper's Week 1867
spotprent uit Harper’s Week(1867) Zuster Nederland tegen de koning van Pruisen en de keizer van Frankrijk: “het heeft geen zin heren, ze zal naar niemand gaan”
Nederland had bij Bismarck getracht te bewerkstellingen, dat Limburg niet zou hoeven toe te treden tot de Noord-Duitse Bond. Maar Bismarck antwoordde dat het Nederlandse deel van Limburg zou worden geannexeerd, als het niet zou toetreden. Nederland informeerde daarop bij Frankrijk of er op militaire steun gerekend kon worden, als er daadwerkelijk een Pruisische inval zou plaatsvinden. Frankrijk reageerde positief, maar eiste als voorwaarde de overdracht van Luxemburg. Koning Willem III en zijn minister van Buitenlandse Zaken Jules van Zuylen van Nijevelt stemden toe: Willem III zou vijf miljoen gulden ontvangen voor de verkoop van zijn groothertogdom (waarvan zijn broer Hendrik sinds 1850 stadhouder was).
 
Voor de zekerheid liet Willem III Pruisen consulteren. De kwestie belandde nu toch in de kranten, en voor Willem III en Nederland werd de situatie plotseling heikel. Kroonprins Willem (‘Wiwill’) was als speciaal gezant naar Frankrijk afgevaardigd, en deponeerde in Parijs een schriftelijke verklaring van afstand aan Napoleon III. De Luxemburgse Statenvergadering moest nog wel tekenen, en Napoleon III dreigde met oorlog indien de overdracht alsnog niet door zou gaan.
 
Intussen had de publiciteit uiteraard ook het Pruisische parlement wakker geschud, waardoor Bismarck plots volledig van standpunt wijzigde en óók dreigde met een Pruisische oorlogsverklaring aan zowel Frankrijk als Nederland, wanneer de overdracht wél doorging. Schielijk annuleerde Nederland de overdracht – Pruisen werd intussen meer gevreesd dan Frankrijk. Het Tweede Congres van Londen (mei 1867) garandeerde de neutraliteit van Luxemburg, dat evenals Limburg ook buiten de Noord-Duitse Bond zou blijven. Het Pruisische garnizoen verdween, de vesting van Luxemburg werd afgebroken.
 
Bron: historiek.net

George Cruikshank

vandaag is het de 225e geboortedag van George Cruikshank
Engelse llustrator, politiek tekenaar en karikaturist

Gisteren werd de inktspotprijs uitgereikt, de prijs voor de beste politieke cartoon. Het genre van de satirische tekening kwam in het Engeland van de 18e eeuw al tot grote bloei. William Hogarth (1697-1764) was dan in de eerste plaats schilder, zijn taferelen lopen al duidelijk vooruit op de satirische prenten die aan het einde van de eeuw gemaakt werden door James Gillray (1757-1815) een van de grootste politieke tekenaars aller tijden. Vandaag is het de geboortedag van George Cruikshank (1792-1878) qua stijl duidelijk een navolger van James Gillray.

George Cruikshank
In Engelse spotprenten kregen de protagonisten vaak nicknames. Napoleon was bij Gillray “Little Boney”. Koning Lodewijk XVIII die Napoleon na zijn val in 1814 opvolgde, wordt door Cruickshank “Old Bumblehead the 18th” genoemd. [Lodewijk XVIII probeert de laarzen van Napoleon uit voor de Spaanse veldtocht, 1823]
George Cruikshank begon zijn loopbaan met satirische politieke cartoons en illustreerde later meer dan 850 boeken over actuele gebeurtenissen en kinderboeken. Zijn beroemdste illustraties waren die voor het boek Oliver Twist van de novellist Charles Dickens (1838). Hij publiceerde ook zelf een aantal boeken. Eind 1840 werd Cruikshank, wiens eigen vader was overleden aan de gevolgen van alcoholisme, een enthousiaste propagandist voor de geheelonthouding. In die tijd publiceerde hij een serie van acht platen met de titel The Bottle in 1847, waarvan bijna 100.000 exemplaren verkocht werden, en het vervolg, acht platen van The Drunkard’s Children in 1848. Tussen 1860 en 1863 schilderde hij een enorm doek waarop The Worship of Bacchus was afgebeeld. Cruikshank stierf op 1 februari 1878 in Londen.
 
Bron: nl.wikipedia.org

terug naar Solferino [ 3 ]

op 1 juli j.l. keerden we terug naar Solferino en San Martino della Battaglia
The name of Solferino and San Martino goes down in history not only for the battle, but also for the following five reasons:
1. Here was the last battle, where in the middle of the fights there were three Head of States on horseback within a few kilometres radius: Franz Joseph, Napoleon III and Victor Emmanuel II.
San Martino
Solferino Museo
2. During this battle the Sardinian Army Corps – that could be already considered Italian due to the remarkable number of volunteers from all over the peninsula – fought for the Independence of Italy.
San Martino
Solferino Museo
3. For the first time in Modern Europe, there were many black fighters in the French Army who symbolized colonial Imperialism that was reigning at that time.
San Martino
Ossario di San Martino (exterieur)
4. Maybe, for the last time, an Army, the one led by Franz Joseph, fought moved by dynastic loyalty and in defence of the principle of Legitimacy: one of its major creators, Prince Klemens Von Metternich – died precisely at that time in Vienna.
San Martino
Ossario di San Martino (interieur)
5. Finally, and it’s the most relevant fact in the history of humanity, that event marked the birth of the Red Cross. It was, in truth, seeing the trampled-on corpses, the badly buried bodies and the wounded left to the pity of the people rather than in the hands of the health services that inspired Henry Dunant to create the Red Cross which earned him, as its founder, the first Nobel Peace Prize.
 
Bron: solferinoesanmartino.it

Solferino Museo | Ossario di San Martino

terug naar Solferino [ 2 ]

op 1 juli j.l. keerden we terug naar Solferino en San Martino della Battaglia

Wat ons vorig jaar niet gelukt was, moest dit jaar slagen. Daarom gingen we al gelijk bij aankomst in Noord-Italië naar San Martino, een paar kilometer onder het Gardameer en de autostrada van Milaan naar Venetië. Hier staat als een vuurtoren landinwaarts het nationaal monument om de Slag bij Solferino te herdenken. Ieder jaar is hier op 24 juni een re-enactment waarbij de slag tussen de Sardijnse en Oostenrijkse troepen wordt nagespeeld. Wij waren dan te laat voor dit spektakel, maar op tijd voor de toren die veel geduld heeft.

San Martino
De Torre di San Martino (1880-1893) en het standbeeld van Victor Emanuel II

In een brede rotonde onderin de toren staat in het midden een groot standbeeld van Victor Emanuel II (1820-1872), de koning van Sardinië én de eerste koning van het koninkrijk Italië dat in 1861 ontstond. Voor de Italianen is hij de Padre della Patria. Het nationaal monument is ook aan hem opgedragen.

San Martino
De twee grote Giuseppes: Giuseppe Mazzini en Giuseppe Garibaldi

In de nissen van de rotonde bevinden zich borstbeelden van andere Italianen die een grote rol hebben gespeeld in de Risorgimento, de eenwording van Italië. Giuseppe Garibaldi (1807-1882) is natuurlijk de bekendste. Op honderden Italiaanse pleinen staat zijn standbeeld. Een jaar na de Slag bij Solferino zorgde hij voor de hereniging tussen Noord en Zuid door het Koninkrijk Napels binnen te vallen. De mars van de duizend roodhemden is waarschijnlijk nog steeds de meest heroïsche episode uit de Italiaanse geschiedenis.

Minstens zo belangrijk als Garibaldi vind ik persoonlijk Giuseppe Mazzini (1805-1872). In 1831 richtte hij La Giovine Italia op, een liberale beweging die overal in Europa navolging vond. Het streven was naar de nationale eenheidsstaat, bij voorkeur in de vorm van een republiek. Ook Garibaldi wilde alle Italianen graag verenigen in een republiek. Maar rond 1860 was heel Europa nog altijd monarchistisch en een republiek was nog altijd een brug te ver. Pas in 1949 zou Italië een republiek worden.

San Martino
allegorische figuren [klik voor een vergroting]

Aan de rand van de koepel van de rotonde zijn allegorische vrouwenfiguren geschilderd. Michaela vond ze “Mucha-achtig”. Ze zijn geschilderd rond 1893 en ademen de geest van Mucha en de art nouveau.

San Martino
allegorische figuren [klik voor een vergroting]

Een van de nissen in de rotonde geeft toegang tot een treeloze trap die in een spiraal aan de binnenkant van de toren omhoog voert. Op de wanden zijn grote wandschilderingen aangebracht die scenes uit de veldslag laten zien. De Slag bij Solferino en San Martino was bijzonder bloedig. Er stond veel op het spel. Voor Oostenrijk markeerde deze slag het begin van het einde. Er was een einde gekomen aan driehonderd jaar Habsburgse hegemonie in Noord-Italië.

San Martino
Michaela in het inwendige van de toren

terug naar Solferino [1]