Categorie archief: schilderkunst

sublieme landschappen

vrijdag in Rotterdam gekocht: Groots en meeslepend
Sublieme landschappen uit de Nederlandse romantiek

Groots en meeslependTien jaar geleden was in het Frans Hals Museum in Haarlem de tentoonstelling Groots en meeslepend te zien. Ik heb deze tentoonstelling helaas niet gezien, maar als bij zoveel tentoonstellingen koop ik jaren later de catalogus in de ramsj. Antoon Erftemeijer heeft in samenwerking met vormgever Willem Morelis een schitterende catalogus gemaakt die uit twee delen bestaat. In het eerste deel worden zestien landschapsschilders uit de eerste helft van de negentiende eeuw besproken. De oudste is Gerard van Nijmegen (1735-1804) en de jongste Gerard Bilders (1838-1865). Daartussen de bekende namen uit de romantische school: Andreas Schelfhout (1787-1870) en Barend Cornelis Koekkoek (1803-1862) en iets minder bekende schilders als Hendrik Voogd, Abraham Teirlink, Jacob Cremer.

Van Gerard van Nijmegen
tot Gerard Bilders

In een lichtgroen katern worden in vijf intermezzo’s verkenningen gedaan rond de landschapsschilderkunst van de romantiek. De religieuze diepte van de landschapsschilderkunst wordt gepeild, het verhevene in de literatuur en filosofie in de eerste helft van de negentiende eeuw komt aan bod, er wordt gekeken naar de voorlopers van de romantische landschapsschilderkunst in de Hollandse schilderkunst van de zeventiende eeuw en tenslotte is er ook aandacht voor de werkwijze van de landschapsschilders. In het tweede deel worden thema’s behandeld die kenmerkend zijn voor het zogenaamde sublieme landschap: schipbreuk en stormzee, noodweer, watervallen, wouden, bergen, de nacht, enz…

De romantische landschapsschilderkunst was in de eerste helft van de negentiende eeuw een internationaal fenomeen. Het werd vooral in Duitsland beoefend, maar ook in Oostenrijk, Scandinavië en in de Verenigde Staten. Iedere lokale romantische school voegde een karakteristiek toe aan het sublieme landschap: Alpenreuzen (Thomas Ender), fjorden en watervallen (Johan Christian Dahl) en prairies (Hudson River School). De catalogus legt geen link naar de romantische landschapsschilderkunst buiten Nederland, maar dat ervaar ik niet als een gebrek.

In het najaar van 2015 draaide in het Museum de Fundatie in Zwolle en het Rijksmuseum Twenthe in Enschede: de dubbeltentoonstelling Gevaar & Schoonheid – Turner en de traditie van het sublieme. De catalogus van deze tentoonstelling vormt, zeker om de romantische landschapsschilderkunst in internationaal en eigentijds perspectief te plaatsen, een prima aanvulling op Groots en meeslepend.

Siciliaanse dromer

De Italiaanse schilder, beeldhouwer, architect, schrijver en decorontwerper
Salvatore Fiume (1915-1997)

In het Stedelijk Museum Schiedam loopt op dit moment de tentoonstelling Manzoni in Holland. Fijn dat er belangstelling is voor een Italiaanse kunstenaar uit de twintigste eeuw, maar jammer dat er voor Manzoni gekozen is. Vanuit het museum gezien is het begrijpelijk. Met Piero -Merda d’Artista -Manzoni krijg je de media gemakkelijk achter je aan. Bovendien wil je op zondagmiddag graag gezinnen naar het museum trekken. En een blikje poep is leuk en spannend (dat wist Ome Willem al) voor de kinderen. Net als pindakaasvloeren.

Salvatore Fiume
Salvatore Fiume
Isola di statue, 1950
[credits: fiume.org]

Van mij hadden ze in Schiedam beter een retrospectief kunnen organiseren van de Italiaanse schilder, beeldhouwer, architect, schrijver en decorontwerper Salvatore Fiume (1915-1997). Maar Fiume is in Nederland weinig bekend. Toch is hij een belangrijke Italiaanse kunstenaar van de twintigste eeuw en liet hij een veelzijdig oeuvre na. Hij werd duidelijk beïnvloed door de pittura metafisica van zijn landgenoten Carlo Carrà (1881-1966) en Giorgio de Chirico (1888-1978). Deze richting in de moderne kunst die maar van korte duur was (1917-1918), vormde een soort prelude op het surrealisme.

Salvatore Fiume
Isola di statue detail van linker luik
[credits: fiume.org]

Pittura metafisica was een reactie op het Italiaanse futurisme (1909-1914). De futuristen hadden het verleden definitief de rug toegekeerd en verkozen een Bugatti boven de Mona Lisa. De van oorsprong Griekse Giorgio de Chirico wilde het verleden niet loslaten maar ook niet eindeloos blijven herhalen zoals in het classicisme. Hij zocht naar een heel persoonlijke relatie met het verleden en combineerde beelden uit zijn jeugd met beelden uit het collectieve geheugen zoals klassieke beelden en architectuur. Zijn broer Alberto Savinio (geboren als Andrea de Chirico) was ook kunstenaar maar schreef ook cultuur-filosofische beschouwingen, o.a. primi saggi di filosofia delle arti (1921). Hierin verbindt hij cultuur met herinnering.

Salvatore Fiume
Isola di statue detail van rechter luik
[credits: fiume.org]

Alberto Savinio trad in 1950 op als promotor van Salvatore Fiume tijdens de Biënnale van Venetië. Fiume exposeerde hier zijn drieluik Isola di statue. Het was een variatie op Città di statue dat in 1949 door het Museum of Modern Art in New York was aangekocht. Hiermee had de 34-jarige kunstenaar internationaal zijn naam gevestigd. Sinds 1977 maakt het drieluik Isola di statue samen met dertig andere werken van Fiume deel uit van de collecties van de Musei Vaticano.

Niet alleen beelden, maar ook gebouwen kijken ons aan. We wonen in onze beelden op een eiland. Een krachtige metafoor van de menselijke conditie.

Als geboren Siciliaan was Salvatore Fiume (1915-1997) vertrouwd met de restanten van uiteenlopende culturen die zich over een periode van ruim 2500 jaar op Sicilië hadden gevestigd. Door het verleden kreeg zijn identiteit de geheimzinnige diepte van een droom. De reeks schilderijen met de naam Isola di statue zijn een soort zelfportretten. Niet alleen beelden, maar ook gebouwen kijken ons aan. We wonen in onze beelden op een eiland. Een krachtige metafoor van de menselijke conditie.

Salvatore Fiume
L’isola volante 1950′s
[credits: fiume.org]

…When Fiume talks to you of an island of statues, gigantic inhabitable statues, which he would want someone to let him build, you shouldn’t be amazed or smile as if you thought this was only fantasy. In fact, if no one will not build it for him, he will build it for himself. He is his own patron and he bleeds himself for Fiume and his ideas. What matters to him is that things be done, and quickly. In a sense his painting is an abstraction, more filtered and precious, but the dimensions of his imagination are in the scale of construction. Fiume paints what he would build. You can even walk within his world; islands, heads, domes are all alike. And the analogy originates from the fantastic stories, regal and comic, of his hometown. He is a Sicilian Gaudì…
(Bron: Lisa Ponti in Domus Magazine, oktober 1954)

Salvatore Fiume
Salvatore Fiume maakte de omslag van het gerenommeerde architectuurmagazine Domus #247 (juni 1950)

schilderijen van Salvatore Fiume [ fiume.org ]

Petits faits vrais

gelezen: De Slag (2018) van Ivan Gil en Frédéric Richaud
naar de gelijknamige roman uit 1997 van Patrick Rambaud

Voor zijn roman La Bataille heeft Patrick Rambaud zich intensief gedocumenteerd. Hij maakte niet alleen gebruik van gedetailleerde verslagen van gevechtshandelingen maar vooral ook van talloze anekdotes van veteranen. Zo verwerkte hij het voorval van de infanterist die zijn hoofd werd afgerukt door een kanonskogel. De gouden Napoleons die hij in zijn halsdoek genaaid vlogen de andere infanteristen om de oren. Of het gegeven dat er bouillon getrokken werd van paardenvlees op smaak gebracht met buskruit. Naast deze ‘petits faits vrais’, zoals Stendhal ze noemde, zijn er ook de ‘grote’ feiten. Wanneer we in een standaardwerk over Napoleon lezen over de Slag bij Aspern-Eßling komen we deze tegen. Zowel Andrew Roberts als Adam Zamoyski maken melding van een aantal feiten tijdens of rondom deze veldslag. Deze komen we ook tegen in de roman van Patrick Rambaud en in de bewerking van Ivan Gil en Frédéric Richaud.

De Slag
de drie delen van de graphic novel De Slag (2018)

Allereerst de line up. Voordat een (militair) historicus verslag doet van een veldslag, moet hij eerst weten wie de hoofdrolspelers zijn. Zoals ik al eerder schreef, komen de Oostenrijkers niet in beeld. Alleen hun opperbevelhebber, aartshertog Karl, zien we heel even vanuit de verte. La Bataille wordt beschreven vanuit verschillende posities in het Franse kamp. Allereerst de hoofdpersoon Louis-François Lejeune, een kolonel van 34 die tevens kunstschilder is. Rambaud heeft zijn hoofdpersoon slim gekozen. Lejeune was tijdens de Slag bij Aspern-Eßling verbindingsofficier. Hij moest dus boodschappen doorgeven tussen Napoleon en zijn generaals.

Via Lejeune maken we dus kennis met alle hoofdrolspelers in deze veldslag. Allereerst Napoleon zelf en zijn chef-staf Louis Alexandre Berthier die steeds bezorgd is dat Napoleon zich op het slagveld te kwetsbaar opstelt. Vervolgens zijn belangrijkste generaal André Masséna met de koosnaam ‘L’Enfant chéri de la Victoire’ die de leiding heeft in het dorpje Eßling, het meest strategische punt in de veldslag. Drie maanden later zal hij op de veertigste verjaardag van Napoleon de titel Prins van Eßling ontvangen.

Dan is er nog een hele reeks generaals en officieren onder wie Lannes, Sainte-Croix, Lasalle, Espagne, Saint-Cyr, Molitor, Legrand, Carra, Perigord, Dorsenne, Boudet, Saint-Hilaire en Pouzet. Drie generaals zullen sneuvelen: Espagne, Saint-Hilaire en Lannes. Vooral het verlies van Jean Lannes viel Napoleon zwaar. Ze waren sinds het Beleg van Toulon (1793) met elkaar bevriend.

Boutigny 1894
Paul-Émile Boutigny (1853-1929) schilderde dit tafereel (detail van een schilderij uit 1894) waarin Napoleon zijn zwaargewonde vriend Jean Lannes bezoekt, nadat een kanonskogel zijn been verbrijzeld had. Lannes zou tien dagen na de veldslag aan zijn verwondingen overlijden.

Bij een historische roman is het altijd de vraag of hoe vrais de faits zijn. Klopt het of heeft de schrijver de geschiedenis naar zijn eigen hand gezet? In ieder geval vond ik twee feiten die niet helemaal waar zijn. In het verhaal wordt een 17-jarige Duitse jongen opgevoerd die Napoleon zo hartgrondig haat dat hij hem persoonlijk wil vermoorden. Deze jongen heeft werkelijk bestaan en heette Friedrich Stapß. Op 12 oktober, vlak voor de ondertekening van de Vrede van Schönbrunn zou hij in een mislukte aanslag Napoleon met een mes hebben willen aanvallen. Hij werd door Napoleon persoonlijk ondervraagd en kon gratie krijgen. Maar Friedrich Stapß toonde geen berouw en werd ter dood gebracht. Deze gebeurtenis is in La Bataille verwerkt, maar vindt plaats voor de Slag bij Wagram op 5 en 6 juli 1809. Dat klopt dus niet.

Ook de excommunicatie van Napoleon door paus Pius VII die beantwoord werd met zijn arrestatie valt in de roman net iets te vroeg. De excommunicatie was op 10 juni maar de gevangenneming van Pius VII kwam pas op 6 juli nadat Napoleon bij Wagram de Oostenrijkers verslagen had.

Meynier 1812
Charles Meynier schilderde een tafereel (detail van een schilderij uit 1812) na de terugtrekking van de Fransen op het eiland Lobau in de Donau. Napoleon bezoekt de gewonden van de Slag bij Aspern-Eßling en wordt voorgesteld als een messiaanse figuur.