Categorie archief: schilderkunst

portretten van Pinterest [ 2 ]

portretstudies n.a.v. zwart-witfoto’s

Op Pinterest verzamel ik o.a. portretfotografie uit de periode 1920-1965 in zwart-wit. Wat belichting betreft vind ik de fotografie uit deze periode ongeëvenaard. Portretfotografen probeerden met geraffineerde belichting en zachte afdrukken zoveel mogelijk grijswaarden in het gezicht vast te leggen. Gisteren ben ik begonnen met een aantal portretten van acteurs in tempera en olieverf. De onderschilderingen zijn inmiddels klaar en moeten drogen. Binnenkort laat ik hier de definitieve olieverfportretten in kleur zien.

portretten
Laurence Olivier en Christopher Walken (hogingen in witte tempera en schaduwen in rauwe omber)

portretten van Pinterest [ 1 ]

portretstudies n.a.v. zwart-witfoto’s

Op Pinterest verzamel ik o.a. portretfotografie uit de periode 1920-1965 in zwart-wit. Wat belichting betreft vind ik de fotografie uit deze periode ongeëvenaard. Portretfotografen probeerden met geraffineerde belichting en zachte afdrukken zoveel mogelijk grijswaarden in het gezicht vast te leggen. Gisteren ben ik begonnen met een aantal portretten van acteurs in tempera en olieverf. De onderschilderingen zijn inmiddels klaar en moeten drogen. Binnenkort laat ik hier de definitieve olieverfportretten in kleur zien.

portretten
Marlon Brando, Elisha Cook jr., Bela Lugosi, Alain Delon, Stefan Lisewski en Dirk Bogarde (hogingen in tempera en schaduwen in rauwe omber)

rijk Dordt

Een koninklijk paradijs Aart Schouman en de verbeelding van de natuur
Dordrechts Museum, 19 februari t/m 17 september 2017

Een koninklijk paradijs“Het is hier geen rijk Dordt!” placht mijn moeder wel eens bestraffend te zeggen als ik vroeger mijn boterham te dik belegde. In Zuid-Holland waar mijn moeder vandaan komt, was deze uitdrukking van moeder op (mijn) moeder overgegaan. In Dordrecht woonden vroeger de rijken. Het Dordrechts Museum laat permanent al veel van het rijke verleden van Dordrecht zien maar nu is daar nog iets bijgekomen. Afgelopen zaterdag opende koningin Maxima de tentoonstelling Een koninklijk paradijs – Aart Schouman en de verbeelding van de natuur.

De achttiende eeuw gold lang als “de vergeten eeuw” maar gelukkig is daar de laatste jaren verandering in gekomen met tentoonstellingen als Uit de plooi. De 18de eeuw in beweging (Valkhof Museum Nijmegen 2013) of programma’s als Ridders van Gelre – de vergeten achttiende eeuw (Omroep Gelderland, 2015) en Alexander Roslin – portrettist van de aristocratie (Rijksmuseum Twenthe, Enschedé, 2015).

Aert Schoumann
portret van Albertus de Jonck
Ook na de Gouden Eeuw kende Dordrecht schilders die naam maakten ver buiten hun eigen stad. Aert Schouman staat symbool voor een periode waarin de schilderkunst een meer decoratieve functie kreeg. Hij schilderde zowel portretten als historie- en genrestukken en aquarellen, evenals ander decoratief werk, alles aansluitend bij de veranderende smaak van het publiek. Het Franse classicisme voerde de boventoon, welgestelden richtten hun huis opnieuw in, waarbij het belangrijk was dat het interieur een eenheid vormde. Naast schilder was Schouman ook kunsthandelaar en had hierdoor een groot netwerk aan kunstliefhebbers- en kenners. Hij meende dat tekenen een belangrijk onderdeel van de opvoeding vormde en gaf om die reden zijn hele leven tekenles aan kinderen. Ook leidde hij jonge schilders op en leverde een nieuwe generatie Dordtse kunstenaars af.
 
Bron: dordrechtsmuseum.nl

Aart Schouman [ nl.wikipedia.org ]

volg de meester [ 126 ]

twee kopieën van Peter Paul Rubens

Vorige week begon ik aan onderschilderingen van Venus en Adonis (ca. 1610) en De vereniging van aarde en water (1618) van Rubens. Deze werden uitgevoerd in dunne rauwe omber op een doorschijnend geelgroene imprimatura van rauwe omber. Na droging werd er een glacis van zinkwit over het incarnaat gelegd.

Rubens
doodverving met glacis over incarnaat

Vandaag begon ik aan de uitwerking in lokale kleuren: vermiljoen, kobaltblauw, engels rood, gele oker en zwart, dekkend tot transparant opgebracht. In deze fase gaat het om het treffen van de lokale kleur. De modellering volgt later met withogingen en glaceringen.

Rubens
eerste fase in lokale kleuren

glacispigmenten
zinkwit, rauwe sienna, gebrande sienna, rauwe omber, VanDyckbruin
 
dekkende pigmenten (of pigmenten voor lokale kleuren)
cremserwit, gele oker, engels rood, vermiljoen, zwart, kobaltblauw

nieuwe rook [ 2 ]

postmodern spiegelpaleis of rookgordijn?
over betekenis in het werk van Neo Rauch

Neo Rauch BegleiterIn het eerste deel schreef ik over mijn dubbele standpunt tegenover het werk van de hedendaagse Duitse schilder Neo Rauch. Het werk trekt mij als een magneet aan, maar het voelt als sirenengezang. Het bedwelmt als een stevige joint, maar tegelijkertijd voel ik een akelige leegte, hoewel er op zijn schilderijen echt van alles te zien is. Het is als met een avontuurlijke droom. Je wordt van de ene in de andere hoek geslingerd en bij het wakker worden, voel je je total loss. Je verlangt naar een kop koffie en bent blij dat je de hele film weer vergeten kan. Maar je kunt de nachtelijke avonturen ook duiden.

De voorstellingen van Neo Rauch hebben veel van dromen. Dat wordt versterkt doordat ze fragmentarisch zijn en ten dele onvoltooid. Rauch maakt in zijn schilderijen de rafelranden van ons bewustzijn zichtbaar. Daarin sluit hij zich aan bij de traditie van het surrealisme. Deze kunststroming ontstond ongeveer honderd jaar geleden vanuit het dadaïsme en de pittura metafisica. De kunstenaars van het surrealisme voelden zich aangetrokken tot de droom waarmee ze twee kanten op konden: aan de ene (psychologische) kant leek in de droom het geheim van ons bestaan versleuteld. Aan de andere (existentiële) kant benadrukte de droom de absurditeit van het bestaan.

Neo Rauch
Neue Rollen
Neo Rauch schildert met olieverf maar zijn schilderijen hebben de uitstraling van gouache. Dat komt door zijn voorliefde voor heldere kleuren vaak in grote vlakken, die we ook bij de reclameschilders van de jaren vijftig zien. De zogenaamde flat colors zijn kenmerkend voor de midcentury look.

Een van de surrealisten die telkens bij mij naar boven komt als ik naar het werk van Neo Rauch kijk, is Max Ernst (1891-1976). Misschien komt dat omdat Ernst ook een Duitser is en Duitsers hebben de neiging om de diepte in te gaan. Deze Einladung zum Tanz is bij mij aan het juiste adres. Zowel Ernst als Rauch hebben het vermogen om op een heel natuurlijke wijze een andere werkelijkheid zichtbaar te maken. Een deel van de magie zit in vaak de verhalende, maar meestal cryptische titel. Je krijgt een voorzet die uitnodigt om er een interpretatie in te knallen. Tegelijkertijd is het ook allemaal Spielerei. Toch werkt de titel bij mij vaak als een aanwijzing, een soort gids om een vreemde wereld binnen te treden.

Zowel Max Ernst als Neo Rauch hebben het vermogen om op een heel natuurlijke wijze een andere werkelijkheid zichtbaar te maken.

Neo Rauch leidt de beschouwer een parallelle wereld binnen en de vraag die steeds in mij opkomt, “betekent dit eigenlijk nog wel iets?”, zegt zowel iets over zijn werk als over mij. Ik zoek dus naar betekenis, wil vaste grond onder mijn voeten vinden en niet wegzakken in een moeras van interpretaties. Als er helemaal geen betekenis achter zijn werk zou zitten, dan is het gewoon wat het is, puur oppervlakte zonder diepte. De sluier van Maya. Je kunt je eraan vergapen, maar ook je schouders bij ophalen. Wat moet je er eigenlijk mee? Net als na de onsamenhangende droom die ‘s morgens een chaos in je hoofd heeft achterlaten, kun je dan het beste overgaan tot de orde van de dag.

Maar dat doe ik niet. Het werk van Neo Rauch heeft mij bedwelmd en ik blijf er betekenis achter zoeken. Niet de betekenis van zijn werk, maar de betekenis die het voor mij heeft. Dat zijn verschillende zaken. Ik kan het werk van Neo Rauch indelen bij het neo-surrealisme. Dat is prettig, want dan zit het keurig opgeborgen in een vakje. Betekenis heeft het dan nog niet gekregen, maar het is een begin. Betekenis krijgt het voor mij als ik kan gaan zien hoe het werk van Neo Rauch zich verhoudt tot de geschiedenis van de schilderkunst en hoe deze weer is ingebed in de geschiedenis. De geschiedenis, dat is niet alleen onze tijd, dat is ook het verleden en ook de tijd die nog moet komen.

Wat zeggen zijn schilderijen over de tijd waarin wij nu leven? Wanneer ik daarop een antwoord wil vinden, moet ik vooral gaan kijken naar het verleden. Het heden komt des te scherper in beeld als we ons op het verleden richten. Want dan kunnen we gaan zien waarin onze tijd anders is dan de tijd van onze voorouders.

Men zegt dat we in een postmoderne tijd leven. Daar is heel veel over te zeggen. Wat voor mij het meest wezenlijke daarvan is, is dat dit een tijd is waarin niet meer in een Groot Verhaal geloofd wordt. Postmodernisme impliceert relativisme én pluralisme: er is niet één Waarheid maar er zijn vele waarheden, omdat iedere tijd, iedere cultuur en ieder mens een “eigen waarheid” zouden hebben. De schilderkunst, met name de historische, had veelal de functie had om een Groot Verhaal te illustreren. Tot 1700 was dat het Verhaal van de Bijbel met zijn uniforme christelijke Waarheid. Daarnaast putten schilders ook uit de antieke wereld, waarbij de Metamorfosen van Ovidius een belangrijke bron was. Deze twee bronnen droogden na 1800 op en er kwamen andere grote verhalen. De negentiende eeuw werd de tijd van de nationale mythen. Natiestaten fundeerden hun legitimiteit in historische gebeurtenissen. Deze werden door historieschilders geïllustreerd, vaak op enorme doeken soms nog groter dan die van Neo Rauch.

Postmodernisme impliceert relativisme én pluralisme: er is niet één Waarheid maar er zijn vele waarheden, omdat iedere tijd, iedere cultuur en ieder mens een “eigen waarheid” zouden hebben.
Neo Rauch
Ordnungshüter 2008

Met de komst van het modernisme in de tweede helft van de negentiende eeuw werd het realisme steeds belangrijker. Het gaat in het realisme eerder om iets kleins dan om iets groots. Het alledaagse gaat de plaats innemen van grote historische gebeurtenissen. De Hollandse schilderkunst van de zeventiende eeuw is een groot voorbeeld voor de realisten, met het bosje asperges van Adriaen Coorte als dé openbaring van het gewone. Realisme kijkt naar de dingen om ons heen en heeft de oppervlakte lief. Het zoekt niet naar een wereld achter de verschijnselen. In een tijd waarin de metafysica is doodverklaard, is dit ons zeer vertrouwd. De hemel ligt in scherven op de aarde. Het is deze wereld en niets anders.

Het modernisme was allerminst nog het einde van de Grote Verhalen omdat het in de kern een utopie volgde, de hemel op aarde van het modernisme. Alles helder, overzichtelijk en functioneel. Dat utopische modernisme zou tot in de jaren zeventig van de twintigste eeuw blijven bestaan. Daarna zouden we gaan spreken van het postmodernisme. Tenslotte kunnen we ook niet meer in het laatste Grote Verhaal, het utopische modernisme, geloven. Wat overblijft is de aandacht voor het kleine, het meest nabije en het persoonlijke.

Neo Rauch was in de DDR opgegroeid met het Grote Verhaal van het socialisme en de officiële kunst maakte zich dienstbaar aan dat verhaal. Studenten aan de kunstacademies achter het ijzeren gordijn werkten tot in de jaren tachtig vanuit een kunstideaal dat haaks stond op het pluralisme en postmodernisme in de vrije westerse wereld. De nadruk in het socialistische kunstonderwijs lag op het ontwikkelen van technische vaardigheden, want dat was de motor achter het socialistisch realisme. Neo Rauch valt in de eerste plaats op door zijn technische vaardigheid, een kwaliteit die hij deelt met reclameschilders. Uiteindelijk is socialistisch realisme natuurlijk niets anders dan propaganda voor de Partij. Na de Wende kon Neo Rauch zich bevrijden de socialistische tunnelvisie, maar bleef hij de DDR-look koesteren. Een film als Good Bye Lenin (2003) maakte DDR-parafernalia in het Westen enorm populair en dat was uiteraard gunstig voor de bekendheid van zijn werk.

Je kunt Neo Rauch gemakkelijk verwijten dat hij koketteert met zijn DDR-verleden, dat hij retro combineert met ostalgie. Maar hij doet dat binnen een traditie die niets met het socialistisch realisme te maken heeft. Hij sluit zich aan bij het surrealisme uit de jaren twintig en dertig. Zijn voorstellingen zijn bewust fragmentarisch, een soort geschilderde collages, tonen een gebroken spiegel. Terwijl de traditionele historieschilderkunst ons een ongebroken spiegel laat zien waarin één Verhaal, één Boodschap naar voren komt, weet je bij Rauch niet wat hij ons wil zeggen.

Gelaagdheid lijkt in de hedendaagse kunst een voorwaarde te zijn geworden en dat heeft alles te maken met het postmodernisme dat sterk geneigd is om eenduidigheid af te wijzen en meerduidigheid omarmt. Voorstellingen die kant noch wal raken, kunnen zo met allerhande verschillende interpretaties “diepte” krijgen. Staat er een guillotine op het schilderij (wat bij Neo Rauch vaker voorkomt) dan ontlokt dat allerlei soorten interpretaties die kunnen variëren van historische interpretaties tot interpretaties in het veld de persoonlijke mythologie (zoals de stoomtrein in het werk van Giorgio de Chirico). Trekt Neo Rauch nu bewust een rookgordijn op waarin ieder zijn eigen demonen en idolen ziet opdoemen of zit er toch nog iets achter deze rook?

Trekt Neo Rauch nu bewust een rookgordijn op waarin ieder zijn eigen demonen en idolen ziet opdoemen of zit er toch nog iets achter deze rook?

Acht jaar geleden was in het Drents Museum in Assen de tentoonstelling Realisme uit Leipzig – Drie generaties Leipziger Schule te zien. Op dit moment loopt in Museum De Fundatie in Zwolle (tot 14 mei 2017) de tentoonstelling Werner Tübke – meesterschilder tussen Oost en West. Werner Tübke (1929-2004) behoort tot de eerste generatie van deze school. Neo Rauch (1960) is van derde generatie die de zogenaamde Neue Leipziger Schule genoemd wordt.

volg de meester [ 125 ]

kopieën n.a.v. Peter Paul Rubens

Samen met Michelangelo, Titiaan en Caravaggio behoort Rubens tot de meest invloedrijke schilders uit de geschiedenis. Toch heeft hij door zijn barokke stijl altijd ver van mij afgestaan. Dat is de laatste jaren aan het veranderen. Mijn ingang tot Rubens gaat via het impressionisme. Dat is minder vreemd dan het lijkt. Je kunt van de impressionisten een duidelijke lijn trekken via Delacroix, Fragonard en Watteau naar de Antwerpse meester.

Aan het begin van de achttiende eeuw was er aan de Franse Académie royale de peinture et de sculpture een strijd tussen de volgelingen van Poussin en de volgelingen van Rubens. De classicistische Poussin stond voor de uitgebalanceerde tekening en de koele, ingehouden kleuren, terwijl Rubens juist voor gloeiende kleuren en heftige taferelen. Je zou achter deze strijd de eeuwige dialectiek tussen het apollinische en dionysische kunnen zien.

In de achttiende en negentiende eeuw zouden poussinistes en rubenistes telkens in afwisselende perioden de wind mee en tegen hebben. Een van de grootste en invloedrijkste pousenistes was Jacques-Louis David die met zijn neoclassicisme tussen 1780 en 1820 de norm zou worden in Frankrijk. Maar voor de Romantiek was zijn stijl veel te rationeel en afstandelijk. In de jaren twintig van de negentiende eeuw zou Eugène Delacroix breken met het neoclassicistische kunstideaal. Hij greep daarbij letterlijk terug op Rubens.

Rubens
onderschilderingen voor Venus en Adonis (ca. 1614)

Rubens heeft in Nederland niet erg veel invloed gehad. Onze nuchtere en calvinistische voorouders vonden hem te theatraal, te Italiaans en vooral te katholiek. Het realisme van Vermeer met een sterke nadruk op het alledaagse sprak boven de grote rivieren veel meer aan dan de theatrale barok van Rubens. We begrijpen elkaar in onze afwijzing van Rubens.

Als schilder kun je echter moeilijk om Rubens heen. Zijn kleurgebruik is fenomenaal, zijn techniek virtuoos en zijn schilderkunstige intelligentie verbluffend. Dat ben ik nu steeds meer aan het ontdekken in het navolgen van Rubens. Ik doe het wel op mijn eigen manier op geprepareerd zwaar papier met een imprimatura van rauwe omber.

Rubens
onderschilderingen voor Venus en Adonis (ca. 1610) en De Vereniging van Water en Aarde (1618)
CCCP 1977
40 jaar geleden gaf de Sovjet-Unie een postzegel uit met het meesterwerk De Vereniging van Water en Aarde (1618) dat in het Hermitage hangt.

volg de meester [ 1-125 ] | van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan

volg de meester [ 124 ]

olieverfschets n.a.v. Peter Paul Rubens

Maandag schreef ik dat de blik van de martelaar tijdens zijn/haar laatste beproeving nauwelijks nog voorkomt in de moderne beeldcultuur. Zaterdagavond zag ik een uitzondering in de film Silence. Liam Neeson speelt hierin een Portugese priester die afvallig is geworden doordat hij zijn ultieme beproeving niet doorstaan heeft. De Japanners martelen voor zijn ogen zijn vrienden en verleiden hem zo zijn geloof af te zweren. Neemt hij afstand van Christus, dan zullen zijn vrienden in leven blijven. Het moment van geestelijke verscheuring door dit duivelse dilemma is door cinematograaf Rodrigo Prieto vastgelegd. Overigens is het in onze tijd moeilijk voor te stellen waarom het een duivels dilemma is. Wanneer we anderen kunnen helpen, lijkt het afzweren van geloof op het loslaten van een denkbeeld en is dat eerder een plicht dan omgekeerd.

Liam Neeson
twee olieverfschetsen: rechts de profeet Daniël in de leeuwenkuil (Rubens) en links Liam Neeson in Silence (Scorsese)

volg de meester [ 1-124 ] | van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan