Categorie archief: schilderkunst

Het laatste restje romantiek

gisterenavond gezien op NPO 2: Een Hollander in Parijs: Ary Scheffer

Ary SchefferAls er aandacht is voor Nederlandse schilders in het Parijs van de negentiende eeuw, dan richt deze zich vrijwel altijd op het belle epoque, het laatste kwart van de negentiende eeuw tot aan de Eerste Wereldoorlog. Toen begon het spannende avontuur van de moderne kunst: bekende Nederlandse schilders in Parijs waren Jongkind, Van Dongen en natuurlijk Van Gogh. Ook al is dit inmiddels een uitgekauwde geschiedenis, het grote publiek lijkt er niet genoeg van te kunnen krijgen.

Daarom vind ik het een dapper initiatief van de NPO om eens aandacht te besteden aan Nederlandse schilders in Parijs in de eerste helft van de negentiende eeuw. Wat moet het grote publiek zich daarbij voorstellen? Was dat niet de periode van de Biedermeier, van zoete sentimentele plaatjes? En zitten we daar tegenwoordig niet met onze rug naar toegekeerd? Ja, dat klopt. En dat is best wel jammer, want eigenlijk geven we onze ogen dan niet de kans om eens echt te kijken naar de schilderkunst uit de eerste helft van de negentiende eeuw.

Dante en Vergilius
Ary Scheffer 1854
Francesca da Rimini en Paolo Malatesta aanschouwd door Dante en Vergilius (Hamburger Kunsthalle)

Presentator Philip Freriks kan er blijkbaar niet omheen zijn verhaal over Ary Scheffer op te leuken met sappige anekdotes, o.a. over “kakken op een Frans schijthuis rond 1830″ of met kreten als “een man met geheimen” of kwijlerige vragen als “dus hij was best wel een rebel?”. Het is onvermijdelijk dat kunst op televisie zo behandeld wordt. Een programma over Ary Scheffer, die toch vooral bekend geworden is met mierzoete voorstellingen, is een gewaagde onderneming. Daarom wordt er ook een koppeling gemaakt naar de moderne kunst. Pat Andrrea legt uit dat Scheffer abstracties, lege ruimten en kleurstellingen gebruikte waarin hij vooruitloopt op de moderne kunst. Gelukkig maar, hadden we bijna iets verkeerds gegeten…

Met Ary Scheffer lopen we het Parijs in waar de rust nog lang niet is weergekeerd. Parijs is in burgeroorlog. En Ary Scheffer bevindt zich in het centrum van de macht. Al beweren de geschiedenisboeken anders, hij was degene die Louis Philippe d’Orleans in 1830 op de troon zette. Scheffer was een uitgesproken persoonlijkheid, en dat staat in schril contrast met zijn mierzoete schilderijen. Kunstenaar Pat Andrea laat zien wat het talent van Ary Scheffer was. In zijn tijd een ware ster, maar nu zo goed als vergeten. Ook de kunst is onderhevig aan modegrillen.
 
Bron: npostart.nl

Hij staat gestandbeeld in Dordrecht [de-maarschalk.blogspot.com]

Chateaubriand & Napoleon [ 1 ]

Chateaubriand over Napoleon bezoekt het pesthuis in Jaffa
van Antoine-Jean Gros (1804)

GirodetIn het veertiende “boek” (eigenlijk hoofdstuk) van Mémoires d’Outre-Tombe beschrijft Chateaubriand zijn eerste ontmoeting met Napoleon in 1802. De schrijver had in datzelfde jaar grote bekendheid gekregen door de publicatie van zijn Génie du christianisme waarin hij het christelijk geloof herwaardeerde na een periode van atheïsme tijdens de Franse Revolutie. Napoleon was op het gebied van religie een opportunist die het grote succes van dit boek hoopte te gebruiken om de paus weer aan zijn kant te krijgen. Chateaubriand wijdt zes “boeken” aan Napoleon die hij lang na de dood van Napoleon schreef omstreeks 1838.
 
Aflevering 1: Napoleon in Jaffa (1799)
 
rechts: details uit portretten van Napoleon en Chateaubriand door Anne-Louis Girodet-Trioson

Twee jaar geleden schreef ik hier iets over het beroemde schilderij van Antoine-Jean Gros: Napoleon bezoekt het pesthuis in Jaffa. Dit beeld paste helemaal in de cultus die Napoleon als dictator rond zijn persoon had gecreëerd. Gros schildert een beeld van Napoleon als heiland.

De werkelijkheid was anders. Napoleons secretaris Bourrienne verklaart: “De bedden van de pestlijders bevonden zich aan de rechterkant in de eerste zaal. Ik liep naast de generaal (lees: Napoleon); ik verklaar hierbij dat ik hem niet een pestlijder heb zien aanraken. Hij liep snel door de zalen heen, terwijl hij met een karwats korte tikjes tegen de gele rand van zijn laars gaf. Met grote stappen doorlopend herhaalde hij steeds de volgende woorden:”Ik moet terug naar Egypte voordat de vijand daar aankomt.”

Gros
Antoine-Jean Gros 1804
Napoleon in het pesthuis in Jaffa in 1799 (detail)
Ik verklaar hierbij dat ik hem niet een pestlijder heb zien aanraken.

Napoleons secretaris Bourrienne over Napoleon in Jaffa

Chateaubriand schrijft in boek XIX van zijn memoires: “Wat moeten we nu aan met het prachtige schilderij van Gros? Wel dat blijft een meesterwerk van de schilderkunst.” Als romanticus beoordeelt Chateaubriand het kunstwerk dus op zijn esthetische kwaliteiten, niet op haar historische betrouwbaarheid. Net als Riefenstahl is Gros gezwicht voor de leugen van de dictatuur. Maar die leugen ziet er dan wel schitterend uit! De romantische esthetiek vindt in de uitspraak van Nietzsche misschien wel zijn bestemming: “Alleen als esthetisch fenomeen zijn het bestaan en de wereld voor eeuwig gerechtvaardigd”. Voorbij goed en kwaad, waarheid en leugen, historische nauwkeurigheid en idealisering, betrouwbaar nieuws en propaganda. Kortom: esthetiek boven ethiek.

Napoleon de Verlosser [ W&V ]

Op de barricaden

gelezen in Les Misérables (1862) van Victor Hugo

Place Charles de GaulleDe revoluties van 1789, 1830 en 1848 in Parijs gingen steeds gepaard met gevechten op de barricaden. Het Tweede Keizerrijk (1852-1870) wilde daar voortaan een einde aan maken. Dus werd besloten tot een grootschalige verbouwing, waarbij de oude infrastructuur van Parijs met smalle bochtige straten die nog uit de late Middeleeuwen dateerde, plaats moest maken voor een stervormig netwerk van brede avenues die allemaal samenkwamen op de Place de l’Etoile (sinds 1970 Place Charles de Gaulle) met de Arc de Triomph als stralend middelpunt.

Dit ambitieuze stedenbouwkundige plan had twee doelen: prestige en veiligheid. Onder baron de Hausmann (1809-1891), de perfect van het departement van de Seine ging Parijs in de jaren vijftig van de negentiende eeuw op de schop. Parijs heeft sindsdien een belangrijk deel van haar allure te danken aan deze stadsvernieuwing. La plus belle avenue du monde, de Avenue des Champs Elysées, werd oorspronkelijk dus niet aangelegd voor de jaarlijkse finale van de Tour de France of voor de jaarlijkse militaire parade op 14 juli. Samen met de andere boulevards heeft ze als doel om Parijs overzichtelijk te houden, waarbij de Place de l’Etoile het oog in een stedenbouwkundig panopticum vormt.

Les MisérablesVoor de rigoureuze stadsvernieuwingen tijdens het Tweede Keizerrijk had de Rive Droite (met name het achtste arrondissement) een heel ander karakter. Het was een labyrint van straatjes, een ideale biotoop voor revolutionairen. In het vierde deel van Les Misérables beschrijft Victor Hugo (naar hem is overigens een avenue in het 16e arrondissement genoemd) de junirevolutie van 1832. Hij was daar zelf getuige van (zie helemaal onder) en beschrijft tot in de details hoe het “in de barricade” was (zie onder). De revolutie van 1832 was een volksopstand en in feite een (mini)burgeroorlog.

“Franse revolutie!”
“Vuur!” werd er gecommandeerd.
Een rosse flits verlichtte de gevels aan de straat, alsof de deur van een oven werd geopend en snel weer gesloten. Het salvo daverde over de barricade. De rode vlag stortte neer. De kogels waren in een zo dichte regen neergekomen dat de stok was stuk geschoten. De eerste charge maakte diepe indruk in de barricade. De aanval was fel genoeg om de moedigsten tot nadenken te stemmen. Er leek minstens een regiment voor de barricade te staan.

uit het vierde deel van Les Misérables

Schnetz
Het schilderij van Jean-Victor Schnetz (Combat devant l’hôtel de ville) is veel minder bekend dan de beroemde allegorie ‘de vrijheid die het volk leidt’ van Eugène Delacroix maar geeft wel een realistischer beeld van de julirevolutie van 1830

Victor Hugo, who was thirty years old at the time, was in Tuileries Gardens writing a play on June 5, 1832. He heard the sounds of gunfire coming from the area of Les Halles and had to have the park-keeper let him out so he could leave the gardens. Hugo decided not to hurry back to his home and instead followed the sounds of the rebellion through Paris’s empty streets. He stumbled upon the barricades near Les Halles, unaware that much of his city had fallen into the control of the rebels for the short period of time. Hugo kept going north to rue Montmartre then towards Passage du Saumon. He ended up near rue du Bout du Monde, where he saw grilles on either side of the alleyway slammed shut. Surrounded by the many barricades, he hid himself between columns in the street where he stayed for about a quarter of an hour as the rebels and the French troops shot at each other.
Bron: historythings.com

De vrijheid van 1830 [ Woest & Vredig ]

Het beeld van het Wilde Westen [5]

gisteren gezien: The Revenant (2015)

Voor mij is de western een erfgenaam van The Hudson River School en van de Amerikaanse romantiek, het transcendentalisme. Het gaat daarbij om de grootsheid van de natuur met haar eindeloze vergezichten en de nietigheid van de mens. Ik ben vaak meer geboeid door het decor, de Amerikaanse wildernis, dan door het verhaal. De mens staat op de achtergrond en de natuur op de voorgrond. De western als voortzetting van de landschapsschilderkunst.

Albert Bierstadt
Go West!Albert Bierstadt, een van de schilders van de Hudson River School geeft een romantisch beeld van het Westen Dit is ook het beeld dat ons in How the West was won (1962) wordt opgedrongen. Het beeld dat The Revenant (2015) van de Amerikaanse wildernis geeft, staat hier haaks op.

De western heeft vele gezichten. Je hebt de zwijgende westerns van Edwin S.Porter (The Great Train Robbery, 1903), de klassieke westerns van John Ford (Wagon Master, 1950) en William Wyler (The Big Country, 1958) en de spaghettiwesterns van Sergio Leone (Dollar Trilogie (1964-1966).

Op het witte doek heeft de western zich vaak vermengd met andere genres: er zijn komische westerns (Blazing Saddles, 1974 ), horrorwesterns (Devil Rider, 1988), scifiwesterns (Westworld, 1973), patriottische westerns (How the West was won, 1962) en psychedelische westerns (The Hired Hand, 1971). En je zou het niet verwachten, maar ook de feministische western (True Grit, 2010) bestaat. De western heeft zijn eigen iconen: John Wayne, de iconische cowboy. Monument Valley, het iconische landschap. Deadwood, het iconische westernstadje. De 4-4-0 ‘American’ , de iconische stoomlocomotief.

Misschien is de western wel het Amerikaanse genre bij uitstek. In How the West was won geeft een heroïsche voice over ons geschiedenisles en vertelt hoe de verovering van het wilde Westen, Amerika groot maakte. De film besluit met een patriottisch lied: “The promised land, the land of plenty rich with gold. Here came dreamers with Bible, fist and gun. Bound for land, across the plains their wagons rolled. Hell bent for leather – that’s how the West was won.”

The RevenantEen groter contrast met The Revenant is nauwelijks denkbaar. Deze western van Gonzalez Iñáritu uit 2015 is een ontluisterende film. Van de trots uit 1962, toen The American Dream misschien wel op zijn hoogtepunt was, is niets meer over. In The Revenant is de Amerikaanse kolonisator in het Westen een beest geworden onder inheemse beesten (grizzlyberen en indianen) die vecht om te overleven in een wildernis die volmaakt onverschillig staat tegenover de mens. Geen fraai mensbeeld en ook al geen romantische opvatting over de natuur.

De 37-jarige avonturier Hugh Glass sluit zich in 1823 aan bij de Rocky Mountain Fur Company, een onderneming pelsjagers die de bovenloop van de Missouri afspeurt op zoek naar pelsdieren. Wanneer Glass zich op een dag van de groep afscheidt en op verkenning gaat, wordt hij aangevallen door een grizzlybeer. Zijn collega’s vinden zijn bewusteloze lichaam. Ondanks zijn hevige verwondingen is Glass nog steeds in leven. Omdat ze zich op gevaarlijk terrein begeven en de winter op komst is, betaalt de kapitein van de expeditie John Fitzgerald en de jonge Jim Bridger om bij Glass te blijven en hem te begraven zodra hij overleden is.
Bron: nl.wikipedia.org

The Revenant rekent niet alleen genadeloos af met een optimistisch mensbeeld (dat deden de spaghettiwesterns natuurlijk ook al), maar ook met de illusie dat de natuur onze bescherming nodig heeft (of door de mens geknuffeld zou moeten worden). De witte, vijandige wildernis in The Revenant is een wrede arena waarin wrede wezens proberen te overleven. Ieder voor zich. Een zwarte film, al is het landschap steeds wit. De wildernis als metafoor van het universum in zijn kale existentie.

The Revenant is een zwarte film, al is het landschap steeds wit. De wildernis als metafoor van het universum in zijn kale existentie.

En toch, wat kan het het zwijgen van de natuur mooi zijn! Deze esthetische ervaring van de vijandige natuur zou Nietzsche tot de gedachte brengen “dat alleen als esthetisch fenomeen het bestaan en de wereld voor eeuwig gerechtvaardigd zijn”. Het camerawerk van Emmanuel Lubezki werd niet voor niets beloond met een oscar. De regisseur en de hoofdrolspeler kregen er ook een.

The Revenant [ nl.wikipedia.org ] | voorgaande stukjes in deze reeks

de Salon van 1880 [ 2 ]

gelezen in Écrits sur l’art van Joris-Karl Huysmans
L’Art moderne (1883), Certains (1889) en Trois Primitifs (1905)

Met 7.289 inzendingen was de Parijse salon van 1880 de grootste tot dan toe. De schilder Joseph E. Dantan, bekend van zijn inventariserende interieurstukken (meestal van kunstenaarsateliers of kunstverzamelingen) schilderde een gedetailleerde voorstelling van de Salon van 1880. Hij deed dat jaar ook zelf mee met Un coin d’atelier.

Salon de 1880
De salon van 1880 door Joseph E. Dantan

Maar Huysmans negeert in zijn commentaar het werk van Joseph E. Dantan

Dantan
Joseph E. Dantan 1880
Un coin d’atelier

… en ook Julien Dupré blijft onvermeld…

Dupré
Julien Dupré 1880
Faucheurs de luzerne

… en John Singer Sargent

Singer Sargent
John Singer Sargent 1880
Fumée d’ambre gris

… maar dan! Henri Fantin Latour:

Fantin-Latour
Henri Fantin Latour 1880
portret van Louise Riesener

Voor Huysmans is het portret van Louise Riesener door Fantin Latour het beste van de salon: “J’arrive maintenant au portrait qui est, selon moi, de beaucoup, le meilleur du salon, à celui de M. Fantin-Latour. Ce portrait représente une femme vêtue de noir et assise sur une chaise. La tête vous regarde, parle ; c’est superbement enlevé, sans tapage et sans fracas ; c’est de la peinture solide, presque austère, en quelque sorte puritaine et grave comme celle de quelques toiles de l’école moderne anglaise.”

Manet
Edouard Manet 1880
Chez le père Lathuille
Le moderne dont j’ai parlé, le voilà!

Huysmans over Manet

Verrukt is hij ook over de inzending van Manet: “…dans le Père Lathuile, le jeune homme et la jeune femme sont superbes, et cette toile, si claire et si vive, surprend, car elle éclate au milieu de toutes les peintures officielles qui rancissent dès que les yeux se sont portés sur elle. Le moderne dont j’ai parlé, le voilà!”

Moreau
Gustave Moreau 1880
Galatée
Entre tous, un artiste existait dont le talent le ravissait en de longs transports, Gustave Moreau.

A Rebours, 1884, Chapitre 5

Een van de favoriete moderne schilders van Huysmans‘ alter ego Des Esseintes in A Rebours (1884) is Gustave Moreau: “Entre tous, un artiste existait dont le talent le ravissait en de longs transports, Gustave Moreau.” Het is interessant om zijn commentaar uit 1880 te op Galatée te lezen, vier jaar voordat hij zijn beroemde roman schreef. Daarin loopt hij al vooruit op de beschrijving van de Salomé (1875) van Gustave Moreau in A Rebours:

“L’autre toile nous montre Galatée, nue, dans une grotte, guettée par l’énorme face de Polyphème. C’est ici surtout que vont éclater les magismes du pinceau de ce visionnaire. La grotte est un vaste écrin où, sous la lumière tombée d’un ciel de lapis, une flore minérale étrange croise ses pousses fantastiques et entremêle les délicates guipures de ses invraisemblables feuilles. Des branches de corail, des ramures d’argent, des étoiles de mer, ajourées comme des filigranes et de couleur bise, jaillissent en même temps que de vertes tiges supportant de chimériques et réelles fleurs, dans cet antre illuminé de pierres précieuses comme un tabernacle et contenant l’inimitable et radieux bijou, le corps blanc, teinté de rose aux seins et aux lèvres, de la Galatée endormie dans ses longs cheveux pâles !”

Salon de 1880 [ huysmans.org ]

de salon van 1880 [ 1 ]

gelezen in Écrits sur l’art van Joris-Karl Huysmans
L’Art moderne (1883), Certains (1889) en Trois Primitifs (1905)

HuysmansOok in 1880 deed Joris-Karl Huysmans verslag van de Salon de Paris. Er waren dat jaar 7.289 inzendingen, meer dan ooit tevoren. In 1883 werden zijn kritieken gebundeld in l’Art Moderne. Tegenwoordig is deze bundel weer opgenomen in Écrits sur l’art, naast zijn andere teksten over schilderkunst: Certains (1889) en Trois Primitifs (1905).

In 1879 had Huysmans al partij gekozen voor de nieuwe generatie (Huysmans was zelf van 1848) en was tekeer gegaan op de salonschilders. Zijn commentaar op de Salon van 1880 begint met een tirade op de salonschilders en hun navolgers: “Partout ce sont les élèves de Cabanel et de Bouguereau, qui égalent, s’ils ne dépassent, en nullité, leurs déplorables maîtres.”

Jules Aviat
Jules Aviat 1880
Charlotte Corday

Jules Charles Aviat (1844-1931) was een leerling van Carolus Duran et Léon Bonnat. Zijn inzending voor de salon van 1880 was een portret van Charlotte Corday, de moordenares van Marat. Als we tegenwoordig aan Marat denken, dan zien we daarbij vanzelf het kale schilderij van David met de man in bad, bekend van ontelbare boekomslagen. Dat Marat levenloos in zijn bad hing, was te danken aan een 24-jarige vrouw uit de Gironde die Marat hartgrondig haatte. Aviat schildert haar kort na de moord, waarbij ze zich achter een gordijn verstopt. Baudry schilderde dit moment al eens in 1860 en Aviat moet hier zeker naar gekeken hebben.

Jules Bastien-Lepage
Jules Bastien-Lepage 1879
Jeanne d’Arc

De Jeanne d’Arc van Jules Bastien-Lepage hangt tegenwoordig in het Metropolitan Museum of Art in New York. We zien het moment dat de jonge vrouw haar heilige missie ontvangt. Het katholieke Frankrijk heeft wat met jonge strijdbare vrouwen; ook Charlotte Corday zou met haar verzetsdaad een martelares worden van het katholieke en royalistische Frankrijk. Huysmans, die zich in 1880 nog niet tot het katholicisme bekeerd had, vindt de maagdenverering eerder lachwekkend: “Ajoutons-y encore les vierges et les nudités des peintres d’histoire, les Charlotte Corday et les Marat qui abondent, plus comiques les uns que les autres.” In zijn ogen heeft de gerenommeerde Salon de Paris zich gedegradeerd tot een ordinaire “verkoopbazar”.

William Adolphe Bouguereau
William Adolphe Bouguereau 1880
La flagellation du Christ

Huysmans loopt met een wijde boog om La flagellation du N.S. Jésus-Christ heen.

Alexandre Cabanel
Alexandre Cabanel
Phèdre

Ook Phèdre van de salonschilder Alexandre Cabanel (1823-1889) laat hij links liggen.

Pierre Cot
Pierre Cot 1880
l’Orage

Het honingzoete neo-rococoplaatje van Pierre Cot zal Huysmans zeker niet behaagd hebben! Geen woord dus daarover in zijn verslag.

Pascal Dagnan-Bouveret
Pascal Dagnan-Bouveret 1880
Un accident
Un enfant s’est coupé la main. Que de sang! Il y en a plein une cuvette! Quelle pâleur de visage, quel mélo, quelle scène dramatiquement composée!

Over het naturalistische en melodramatische schilderij Un accident van Pascal Dagnan-Bouveret (1852-1929) maakt Huysmans zich vrolijk: “Un enfant s’est coupé la main. Que de sang ! Il y en a plein une cuvette ! Quelle pâleur de visage, quel mélo, quelle scène dramatiquement composée ! Après la boutique du photographe, le doigt coupé; après le rire les larmes ! Succès sur toute la ligne. Des dames étouffent devant cette cuvette rouge, devant ces bandelettes de linge taché. Eh ! Ce n’est pas du sang qui devrait sortir de cette poupée blême, c’est du son, du joli son jaune ! La vérité exigeait impérieusement ce sacrifice ; mais comme d’habitude, M. Dagnan s’y est refusé”.

de Salon van 1879 | Huysmans [ nl.wikipedia.org ]

De salon van 1879 [ 3 ]

gelezen in Écrits sur l’art van Joris-Karl Huysmans
L’Art moderne (1883), Certains (1889) en Trois Primitifs (1905)

HuysmansDeze reeks over de salon van 1879 wordt afgesloten met zes schilders: Edouard Manet, Pierre Auguste Renoir, Pascal Dagnan-Bouveret, Jules Bastien-Lepage, Jean-François Raffaëlli en Pierre Puvis de Chavannes. In zijn verslag maakt Joris-Karl Huysmans er geen geheim van dat hij een hekel heeft aan het werk van de salonschilders. Net als Diderot ruim honderd jaar vóór hem Boucher zag als dé vertegenwoordiger van de slechte smaak (Cet homme a tout, excepté la vérité), zo was Bouguereau voor Huysmans het levende bewijs van zielloze schilderkunst. “Ni muscles, ni nerfs, ni sang.”, oordeelt hij over zijn Venus, een van de pronkstukken van de salon van 1879.

Huysmans voelt zich wel thuis bij schilders als Degas, Manet en Renoir, die tijdens de officiële salon van 1879 vertegenwoordigd zijn. Hij deelt dus de moderne smaak die de onze is geworden. Nog steeds wordt onze visie bepaald door de tegenstelling salonschilders vs. impressionisten. De salonschilders zijn dan door kunstcritici zoals Huysmans al voorzien van labels van afkeuring: gekunsteld, kitsch, fake, glossy, enz… terwijl de impressionisten hun stempel van goedkeuring hebben.

Ooit was dat precies omgekeerd en viel de impressionisten een vette R (van refusées) ten deel. De revolutie die de impressionisten ontketenden had grote gevolgen voor de schilderkunst. In de loop van de twintigste eeuw zou de academische schilderkunst neerbuigend worden behandeld. Over de weergaloze techniek van Cabanel, Gérôme of Bouguereau werd helemaal niet meer gesproken, over het schandaal des te meer. De media gingen een allesoverheersende rol spelen in ons oordeel over kunst.

Manet
Edouard Manet 1879
Dans la serre (Nationalgalerie Berlin)

Op de salon van 1879 hing een schilderij van Edouard Manet dat een van zijn bekendste werken zou worden. Ik zag het voor het eerst in 1985 in de Nationalgalerie in Berlijn, waar het een van de highlights is. Manet was in 1879 al een beroemdheid. Op de salon van 1863 had hij op de Salon des Refusées een schandaal veroorzaakt met zijn Déjeuner sur l’herbe. Hij werd de hoop van een groep jonge schilders die later de impressionisten zouden gaan heten en die zich enorm aangesproken voelden door de directheid en frisheid van zijn werk. Ook Huysmans is geraakt door de frisheid van Manet: “C’est là une oeuvre moderne très attirante, une lutte entreprise et gagnée contre le poncif appris de la lumière solaire, jamais observée sur la nature.”

Renoir
Pierre Auguste Renoir 1879
Madame Georges Charpentier en haar dochtertjes
(Metropolitan Museum New York)

Ook Pierre Auguste Renoir was in 1879 met een schilderij vertegenwoordigd in de Salon. Zijn grote portret van Mme Georges Charpentier en haar dochtertjes hangt nu in het Metropolitan Museum in New York. “En somme, c’est l’oeuvre d’un artiste qui a du talent et qui, bien que figurant au salon officiel, est un indépendant”, besluit Huysmans. Renoir was als impressionist een onafhankelijke, maar voor verkoop deed hij gewoon mee met de officiële Salon (voor veel van zijn vrienden de vijand!) In 1881 zou hij tegenover de kunsthandelaar Paul Durand-Ruel bekennen: “In heel Parijs zijn er misschien vijftien kunstliefhebbers in staat een schilder te waarderen zonder de Salon. Maar er zijn er 80.000 die niets willen kopen van een schilder die niet op de Salon tentoongesteld heeft. Dat is waarom ik mijn portretten elk jaar stuur. Mijn bijdrage aan de Salon is volledig vanuit commercieel oogpunt. Het is net als met sommige medicijnen: baat het niet, dan schaadt het niet.”

Dagnan-Bouveret
Pascal Dagnan-Bouveret 1879
Une noce chez un photographe

Het schilderij van Pascal Dagnan-Bouveret is een eigentijds tafereel: een bruidegom en zijn bruid laten zich fotograferen bij de plaatselijke fotograaf. De familie is meegekomen, want in 1879 was een fotografie nog iets bijzonders en de fotograaf nog een soort tovenaar. Het schilderij lijkt in zijn alledaagsheid zelf wel een kiekje, maar Huysmans merkt terecht op dat het slecht geschilderd is: “J’avoue tout d’abord que c’est médiocrement peint.”

Bastien-Lepage
Jules Bastien-Lepage 1879
Portret van Sarah Bernhardt

Het portret van de actrice Sarah Bernardt door Jules Bastien-Lepage kan Huysmans niet echt bekoren: “M. Bastien-Lepage, dont le portrait de Mlle Bernhardt semble peint à la loupe et exécuté à petites lèches sur une plaque d’ivoire, ne ferait pas mal de regarder l’oeuvre de M. Fantin-Latour.”

Raffaëlli
Jean-François Raffaëlli 1879
Voddenman

Bovenstaande aquarelle-gouache van Jean-François Raffaëlli spreekt Huysmans erg aan. “Voilà donc enfin une oeuvre qui est vraiment belle et vraiment grande!” We weten uit een interview dat Jules Huret in 1890 met J-K.Huysmans had, dat hij in zijn werkkamer een aquarel van Raffaëlli aan de muur had hangen. Na zijn kennismaking tijdens salon van 1879 met bovenstaande Chiffonnier van Raffaëlli is hij mogelijk zijn werk gaan verzamelen of is hij met deze kunstenaar bevriend geraakt.

Puvis de Chavannes
Pierre Puvis de Chavannes 1879
Drie meisjes aan het strand

Tenslotte een werk van Pierre Puvis de Chavannes. Huysmans zou in de jaren tachtig veelal geassocieerd worden met het symbolisme waarvan Puvis de Chavannes een vertegenwoordiger was. Voor Gustave Moreau en Odillon Redon zou Huysmans meer waardering hebben, maar hij geeft toe dat Puvis de Chavannes talent heeft:“ça agace, comme d’habitude, avec ses prétentions à la naïveté et son affectation du simple; et cependant, si incomplet qu’il puisse être, ce peintre-là a du talent.”

Tot zover dit drieluik over de Salon van 1879. Een volgende keer de Salon van 1880, waar Huysmans ook verslag van deed. Deze verslagen werden in 1883 gebundeld in l’Art Moderne.

de Salon van 1879 | Huysmans [ nl.wikipedia.org ]