Categorie archief: schilderkunst

volg de meester [ 127 ]

kopie van portret van Benjamin Franklin door J.S. Duplessis

Franklin 1778Joseph Duplessis (1725-1802) was een van de meest getalenteerde portretschilders van de achttiende eeuw. Hij schilderde Lodewijk XVI (1775), zijn minister van financiën Jacques Necker (1781), de componist Christoph Willibald Gluck (1775) en zijn collega Joseph Marie Vien (1784). Maar zijn bekendste werk is het portret van Benjamin Franklin (1706-1790) uit 1778. Het is ook een van de meest gereproduceerde portretten ter wereld omdat het sinds 1914 op het biljet van honderd dollar staat afgebeeld.

Zaterdag begon ik een paar onderschilderingen volgens de vertrouwde werkwijze: Een imprematuur van rauwe omber met dunne witte tempera om te hogen en dunne rauwe omber om te diepen. Hierna volgde een uniform glacis van rauwe sienna en zinkwit.

Duplessis
toonschildering in rauwe omber en zinkwit (tempera) als basis voor een olieverfportret. rechts met een uniform glacis van rauwe siena en zinkwit.

Tijdens de eerste “close watching” van Franklins kop viel mij op hoe duidelijk de schilderkunst van de zeventiende eeuw doorschemert. Hoewel Duplessis als kind van het galante tijdperk thuis was in poezelige pastelplaatjes, zit er Franklins kop een rauwheid van een Cromwell of Hollandse zeeheld. Nu was Franklin ook wel de man die daartoe uitnodigde. Hij wist dat de Fransen hem als native “Americain” graag zagen als de bon sauvage van Rousseau.

Dus koketteerde hij daarmee. In Versailles had hij het lef zonder pruik te verschijnen. Hij kon zich dat veroorloven omdat hij in 1776, toen hij voor het eerst in Frankrijk was om steun te vragen voor de Amerikaanse onafhankelijkheid, al een beroemd man was. Zijn landgenoot John Adams was ook een geboren Amerikaan, maar deze haalde het niet in zijn hoofd om zonder pruik aan het Franse hof te verschijnen. Franklin ging nog een stapje verder. Hij droeg een berenmuts om te onderstrepen dat hij een “wilde” was. De overbeschaafde Fransen vonden het prachtig.

volg de meester [ 1-126 ] | van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan

Arno Arts

vandaag overleed beeldend kunstenaar Arno Arts (13 juni 1947 – 3 april 2018)

In 1975 maakte ik voor het eerst kennis met het werk van Arno Arts via Hank the Knife and the Jets. Mijn vriendje had het debuutalbum The Guitar King met een hoes van Arno in fotorealistische stijl. Ik had (en heb nog steeds) twee singletjes.

Hank the Knife
The Guitar King, Stan the Gunman (1975) en het logo van Hank the Knife and the Jets

Arno Arts [ nl.wikipedia.org ]

inscapes [ 64 ]

twee lichtcomposities voor een “historiestuk”

Het zogenaamde “historiestuk” komt in de moderne schilderkunst eigenlijk niet meer voor. Traditioneel was de historieschilderkunst het genre dat het hoogste stond aangeschreven omdat hierin alle disciplines samenkomen: landschap, figuur, portret en stilleven. Een schilder die een “historiestuk” kon schilderen, moest dus alle genres beheersen. Maar hij moest vooral visueel een verhaal kunnen vertellen. Meer dan andere genres is het “historiestuk” verdrongen door de fotografie en de film.

In de historieschilderkunst waren vroeger de katholieke kerk en het wereldlijke gezag de belangrijkste opdrachtgevers. De katholieke kerk is in Nederland tegenwoordig gemarginaliseerd terwijl de overheid voor beeldvorming gebruik maakt van fotografie, televisie en internet. Deze media hebben immers de grootste schijn van objectiviteit en kunnen “de gespiegelde werkelijkheid” onmiddellijk en continu onder de ogen van de burger brengen. Tot in de vorige eeuw speelde de historieschilderkunst nog wel een rol in de opvoeding tot burgerschap, denk aan de schoolplaten uit de eerste helft van de twintigste eeuw.

Voor mij als liefhebber van traditionele schilderkunst is het genre beslist niet dood. Maar in het digitale tijdperk is het wel een anachronisme geworden. De historieschilderkunst verbindt mij met de traditionele schilderkunst tussen 1500 en 1900. Tot 1850 was schilderkunst nog hét medium om de objectieve werkelijkheid weer te geven. Dus visualiseerde de schilder Bijbelse verhalen en nationale mythen. Rond het midden van de negentiende beleefden vooral nationale mythen, liefst theatraal en XXXL, nog een climax in de schilderkunst. Historieschilders stonden op schouders van de grote voorbeelden uit het verleden, van Titiaan tot Goya.

Nadat ik mij een paar jaar geconcentreerd heb op landschapsschilderkunst, heb ik nu voorzichtig een stap richting de historieschilderkunst gezet, beter gezegd: het figuurstuk. Zeker niet als proeve van bekwaamheid! De reden is praktisch: de inscapes waar ik al jaren aan werk vragen mij om figuren. Het groeperen van figuren is traditioneel een opgave voor de schilder. De rangschikking kan op vele manieren, vanuit de betekenis van de figuur of puur formeel. Voor de ordening van figuren is voor mij het geheel, dus het licht, erg belangrijk. Zo denk ik eerder vanuit de compositie in licht-donker vanwaaruit figuren tevoorschijn komen, dan omgekeerd. In de onderstaande studies is telkens gewerkt op een stralend goudgele ondergrond met transparante olieverf in neutrale (rauwe omber) en warme (kobaltviolet en rauwe siena) tonen.

inscape 2018
licht- en kleurcompositie A
inscape 2018
licht- en kleurcompositie B

meer inscapes | schilderen als empirisch onderzoek [ PDF ]

Tefaf 2018

vrijdag met Michaela de TEFAF in Maastricht bezocht

TefafEen dag op de TEFAF loopt van 11.00 tot 19.00 uur. Om alles te kunnen bekijken, heb je in ieder geval twee dagen nodig en nog beter drie dagen. Michaela en ik hadden vrijdag zes uur: van kwart voor een tot kwart voor zeven. We moesten dus een keuze maken en kozen voor werken op papier (oude handschriften en grafiek) en voor traditionele schilderkunst en iconen. In die categorieën waren een kleine zestig stands van kunsthandels te bekijken. Gemiddeld hadden we dus vijf minuten per kunsthandel. Dat is natuurlijk weinig, maar voor een bezoek aan de TEFAF is het toch nog veel. Met ruim 280 stands zou bij een voltijds bezoek van acht uur de gemiddelde tijd voor een bezoek aan een kunsthandel nog geen anderhalve minuut zijn. Uiteraard liepen de bezoektijden uiteen. Voor sommige kunsthandels uit onze selectie namen we tien minuten de tijd, voor anderen nog geen minuut.

Tefaf
impressies van de TEFAF 2018
Boven: Kunsthandel Neuse (stand 112) uit Bremen. Midden: Sanct Lucas (stand 308) uit Wenen. Onder: Massimo de Carlo (stand 443) Milaan, Londen, Hong Kong

De kunsthandels waar we langer de tijd voor namen, waren de specialisten in oude handschriften, iconen en een paar galeries met oude meesters. Bijvoorbeeld De Jonckheere uit Genève (stand 340) en Sanct Lucas uit Wenen. Beide kunsthandels zaten naast elkaar op de hoek van “het Vrijthof” een van de grotere kruispunten op de TEFAF. Op de tweede foto hierboven de hoek van Sanct Lucas met een puntgave De Hondecoeter.

Bij De Jonckheere zagen we Vlaamse meesters in een topconditie: een uiterst gedetailleerd nature morte met insecten van Jan van Kessel uit 1653. Maar ook een honderd jaar ouder fantasielandschap van Herri met de Bles. Daarnaast een boslandschap van Alexander Keirincx en een bijzonder fraai miniatuur van de Heilige Familie van Marcellus Coffermans (25×19 cm) uit de tweede helft van de zestiende eeuw.

Tefaf
impressies van de TEFAF 2018
Boven: Tomasso Brothers Fine Art (stand 304) uit Londen. Midden: De Jonckheere (stand 340) uit Genève. Onder: Jean Luc Baroni (stand 310) uit Londen.

Grafiek zagen we bij Stephane Clavreuil (stand 721) uit Londen, Nicolaas Teeuwisse (stand 723) uit Berlijn, Helmut Rumbler (stand 369) uit Frankfurt am Main. Bij bovengenoemde galeries kocht of kreeg ik een grafiekcatalogus. Grafiek behoort tot de betaalbare kunst van de TEFAF, al leg je voor een droge naald van Rembrandt uit 1636 van 10,4 bij 9,4 centimeter toch nog ruim een halve ton neer.

Tefaf
Kunsthandel Sanct Lucas (stand 308) uit Wenen met een doorkijkje op Het Oordeel van Paris door Hendrick de Clerck (1560-1630)
Tefaf
Kunsthandel Neuse uit Bremen

Na de afdelingen Works on Papers en Painting besloten we nog een ronde te maken door de andere afdelingen om een globale indruk van de hele TEFAF 2018 te krijgen. Modern, Ancient Art, Tribal en Design deden we op zevenmijlslaarzen, voor Antiques namen we iets meer de tijd. De twee Nederlandse kunsthandels Toth (stand 236) uit Huizen en Morsink (stand 139) uit Amsterdam bekeken we vrij aandachtig omdat beide galeries in iconen gespecialiseerd zijn. Iconen in een museum of galerie is voor ons altijd een vervreemdende ervaring. Eigenlijk zijn iconen gebruiksvoorwerpen die vereerd (lees: aangeraakt en gekust) behoren te worden. Maar in de context van een museum of galerie wordt een icoon een kunstvoorwerp. En dan is het uiteraard: “don’t touch“.

Tefaf
Michaela op “Trafalgar Square” op de TEFAF 2018. Links op de achtergrond Dr. Jörn Günther Rare Books (stand 109) uit Basel.

Erg onder de indruk waren we van de oude handschriften op de TEFAF: Les Enluminures (stand 273) uit New York, Stephane Clavreuil (stand 721) uit Londen en Dr. Jörn Günther Rare Books (stand 109) uit Basel. Bij de laatste kunsthandel zagen we miniaturen van vijfhonderd jaar oud, zo fris alsof de gouache net was opgedroogd.

tefaf.com

stervende leeuw

n.a.v. de Leeuw van Luzern

Korte interpretatieoefening
De stervende leeuw. De held uit de heraldiek. Trots verbrijzeld. Aslan. “Ween niet; zie, de Leeuw, Die uit den stam van Juda is, de Wortel Davids, heeft overwonnen, om het boek te openen, en zijn zeven zegelen open te breken.” (Openbaringen 5:5)

stervende leeuw
toonschildering in transparante olieverf

Historische context van het Löwendenkmal in Luzern van Bertel Thorvaldsen:
Meer dan 600 Zwitserse landsknechten sneuvelden tijdens de Bestorming van de Tuilerieën op 10 augustus 1792 of werden nadien gedood. Naar schatting tweehonderd stierven later nog in de gevangenis of tijdens de Septembermoorden. Slechts honderd gardisten konden uit de Tuilerieën ontkomen.