Categorie archief: film

oppervlakkige cultuur

gezien: Les Misérables (2012)
aan het lezen in: Les Misérables (1862) van Victor Hugo

In Beschaving na de cultural turn (2011) doet Joris van Eijnatten de volgende uitspraak: “lage cultuur ontstaat daar waar mensen niet reflecteren.” De musicalfilm Les Misérables is voor mij de jongste bevestiging van deze uitspraak. Alessandro Baricco stelde in zijn essaybundel De Barbaren (2010) dat massacultuur het onderscheid tussen hoge en lage cultuur doet vervagen. Dat is niet erg, meent hij, want we leven in een tijd van transformatie waarbij een onderscheid aan het verdwijnen is dat toch altijd al arbitrair was. Zo gold aan het begin van de twintigste eeuw het medium film voor het elitaire theaterpubliek als plat volksvermaak, nu wordt het algemeen als een kunstvorm beschouwd. En ooit beschouwden we de roman eerbiedig als het ultieme kunstwerk van de literator. Maar als BN’ers romans gaan schrijven, komt er onherroepelijk inflatie. Wat lage cultuur was, werd hoge cultuur en omgekeerd. Voor de markt bestaat er tenslotte geen hoge of lage cultuur. Daar gelden alleen kijk- en verkoopcijfers. U vraagt, wij draaien.

De ellendigenVan Eijnatten schrijft: “Lage cultuur ontstaat wanneer aanzien en gezag worden misbruikt en populaire sentimenten boven het bezonnen oordeel wordt geplaatst.” En Baricco noemt “de tirannie van ratings en top tien lijstjes” die de collectieve smaak gaan aanvoeren. Marketing heeft niet alleen de massacultuur maar ook de hoge cultuur in zijn greep. En zo werd er in 1980 een musical gemaakt van Les Misérables. Overigens was deze roman (mede door een uitgekiende reclamecampagne) in 1862 een enorm verkoopsucces, terwijl de literaire kritiek niet erg positief was. Maar De ellendigen wordt nu algemeen wel als een van de grote Franse romans uit de negentiende eeuw beschouwd. Dit literaire werk werd dus het slachtoffer van de musicalindustrie. Er zat een liefdesverhaal in, de innerlijke strijd van een bekeerde boef, spektakel en een personificatie van het maatschappelijk gezag. Genoeg ingrediënten voor een avondje uit met het hele gezin.

Lage cultuur ontstaat wanneer aanzien en gezag worden misbruikt en populaire sentimenten boven het bezonnen oordeel wordt geplaatst.

Joris van Eijnatten

Les Misérables DVDDe musicalfilm uit 2012 en het boek uit 1862 zijn producten van de populaire cultuur. Er ligt 150 jaar tussen. Wat is er veranderd in die anderhalve eeuw? In de eerste plaats de factor tijd: die lijkt schaarser geworden. Maar waarschijnlijk komt dat omdat wijzelf ongeduldiger zijn geworden. Oorspronkelijk telde Les Misérables 1200 bladzijden. De versie die ik nu aan het lezen ben, is een ingekorte versie (ruim 400 bladzijden) die rond 1962 in pocket verscheen. In 1862 waren 1200 bladzijden voor het toenmalige publiek geen bezwaar. Honderd jaar later werd de roman teruggebracht naar eenderde van de oorspronkelijke lengte om het grote publiek nog te kunnen bereiken. En in 1980 verscheen de musical die de roman tenslotte terugbracht naar een avondje uit. Het inkorten of verfilmen van een roman vraagt altijd offers. Meestal gaat dat ten koste van de diepte en complexiteit.

C’est de la physionomie des années que se compose la figure des siècles

Les Misérables Tome I – En l’année 1817

Doordat de tijd wordt ingekort, wordt dus ook de diepte aan betekenis minder. Hoe meer de blik gericht wordt op de spectaculaire oppervlakte, hoe minder deze onder de oppervlakte kan kijken. Om terug te komen bij de uitspraak van Van Eijnatten: “lage cultuur ontstaat daar waar mensen niet reflecteren.” De arbeiders die in 1862 twintig stuivers inlegden om samen een exemplaar van Les Misérables te kunnen kopen, kregen dus wél wat de kosmopolieten die voor veel geld de musical zien, niet krijgen: reflectie.

Het einde van de musicalfilm lijkt mij een verkrachting van de boodschap van Les misérables. Vanaf de barricaden bezingt men de nieuwe wereld, een soort loflied op de socialistische heilstaat. Maar de boodschap die de bisschop van Digne op de hoofdpersoon (Jean Valjean) overbrengt, gaat helemaal niet over maakbaarheid van een betere wereld, maar over medelijden met de behoeftigen en verdrukten: de ellendigen.

Hij (de bisschop van Digne) wendde zich tot wat leed en boette. Het heelal kwam hem voor als één grote ziekte; overal speurde hij de koorts en tastte hij lijden en zonder te trachten het raadsel op te lossen, zocht hij de wond te verbinden. De schrikwekkende aanblik van het geschapene wekte vertedering in hem: steeds was hij erop uit de beste manier van deernis en verlichting te vinden en deze aan anderen te leren. Het bestaande was voor deze milde en uitzonderlijke priester het voorwerp van blijvende droefenis, die vertroost wilde worden. Er zijn mannen die goud delven: wat hij dolf was barmhartigheid. De ellende in al zijn vormen was zijn mijn. Hebt elkander lief, dat was zijn volledige leer.
 
uit: De Ellendigen, eerste hoofdstuk

Als Alessandro Baricco gelijk heeft wanneer hij schrijft dat we in een overgangstijd leven waarin het verschil tussen hoge en lage cultuur aan het verdwijnen is, dan is dat maar zo. Als het verschil tussen oppervlakkigheid en diepgang maar gezien blijft worden. Want als cultuur alleen nog maar over de toppen van de golven scheert, raakt ze los van haar oorsprong.

geschiedenis als spektakel

gezien op DVD: Les Misérables (2012)

Les MisérablesBij de eerste take van de musicalfilm Les Misérables (2012) wist ik het al. Dit is niet mijn film. Computer generated imagery verdraag ik alleen als deze spaarzaam is toegepast. Maar zodra een virtuele camera een duikvlucht maakt en langs oppervlakten begint te scheren, dan pas ik. Het verschil tussen de fysieke en virtuele camera is niet principieel. In beide gevallen wordt de blik van de kijker een wereld binnengezogen. Maar de fysieke camera is echt en de virtuele camera is nep.

Het fenomenale openingshot van Touch of Evil (1958) van Orson Welles is bijvoorbeeld echt. Drie minuten lang zwenkt de camera behendig door de filmset (een Mexicaans grensstadje) en volgt een staalkaart aan technieken (handheld, kraan- en dollyshot). Vakwerk. CGI is ook vakwerk maar dan via een computer met bovenmenselijke rekenkracht. Het ziet er verbluffend echt uit, maar het gaat meestal te snel en er is vaak een “saus” overheen gekieperd. Films als Moulin Rouge (2001) en Hugo (2011) die zich net als Les Misérables in Parijs afspelen, konden mij om deze reden ook al niet zo boeien.

Ik moet bij deze films denken aan de profetische boodschap van La Société du Spectacle (1967) van Guy Debord. Deze Parijse (alweer) marxistische schrijver en filmmaker voorzag een halve eeuw geleden al in wat voor een wereld we terecht zouden komen: een spektakelmaatschappij waarin we over de toppen van de golven scheren in onze jacht op prikkels. Alle saaie momenten moeten worden omgezet in sensaties. We eten geen pap meer, alleen krenten worden nog geserveerd.

En zo krijg je films die eruit zien als videoclips. De kijker wordt meegesleurd in een stroomversnelling van beelden, krijgt daarna even tijd om op adem te komen, en wordt vervolgens weer meegezogen. De montage is strak en snel. De spektakelmaatschappij is ook strak en snel. Ik verzet me er tegen. Zeker als de geschiedenis, die voor mij juist een reservaat is in deze jachtige wereld, de prooi van de spektakelmaatschappij wordt. De negentiende eeuw gezien door de bril van de eenentwintigste (zoals in Les Misérables of Moulin Rouge) heeft meer met onze tijd te maken dan met het verleden. In de negentiende eeuw kon het publiek vuistdikke boeken lezen. Nu hebben we geen tijd meer om Les Misérables in zijn geheel te lezen. De spektakelmaatschappij maakte er in 1980 daarom een musical van. Als luchtig tussendoortje.

schetsboek 2018 [ 8 ]

olieverfschetsen naar stills uit Laura (1944)
Laura
Dana Andrews en Gene Tierney
olieverfschets op geprepareerd papier
Laura
Dana Andrews
olieverfschets op geprepareerd papier
Laura
Dana Andrews en Vincent Price
olieverfschets op geprepareerd papier