Categorie archief: film

als een rat in de val

opnieuw geluisterd naar de score van Ascenseur pour l’echafaud (1958)

Miles DavisEen van mijn favoriete Franse films uit de jaren vijftig is Ascenseur pour l’echafaud (1958) van Louis Malle. Het is een meesterwerk van het existentialisme. Een krachtig verhaal over misdaad en straf met een nauwkeurige sfeertekening die vooral te danken is aan een van de mooiste soundtracks uit de filmgeschiedenis. Dat is niet alleen een verdienste van Miles Davis, maar ook van zijn (voornamelijk Franse) begeleiders Barney Wilen (tenor sax), René Urtreger (piano), Pierre Michelot (bass) en Kenny ‘Klook’ Clarke (drums).

De meest memorabele track is Nuit sur les Champs-Elysées, die een dolende Carala (Jeanne Moreau) in het nachtelijke Parijs begeleidt. Ze speelt de minnares van Julien die zojuist met haar goedkeuring haar rijke echtgenoot op zijn kantoor vermoord heeft. Het plan lijkt te slagen, totdat Julien vast komt te zitten in de lift terwijl de nachtportier geen dienst heeft. Zijn minnares heeft na de misdaad met hem afgesproken, maar hij komt niet opdagen. Ze begrijpt dat er iets is misgegaan maar blijft in het ongewisse. Dat gevoel, in het ongewisse blijven met een verschrikkelijk vermoeden, wordt treffend hoorbaar gemaakt in Nuit sur les Champs-Elysées. Maar het klinkt fantastisch! In plaats van een gierend stuk dat paniek uitdrukt, is gekozen voor een intens loom stuk dat gelatenheid uitdrukt. De vrouw kan niets anders meer dan door de stad dwalen en zich overgeven aan de onmacht. Geen onderhuidse paniek maar een verdoving die grenst aan de bedwelmende roes van het moment.

Nuit sur les Champs-Elysées
een dolende Jeanne Moreau in
Nuit sur les Champs-Elysées
De vrouw kan niets anders meer dan door de stad dwalen en zich overgeven aan de onmacht. Geen onderhuidse paniek maar een verdoving die grenst aan de bedwelmende roes van het moment.

De scene met Nuit sur les Champs-Elysées is een schitterende metafoor van het levensgevoel van het existentialisme. De mens is een dolende in de ruimte geworden en de weg kwijt. Maar in plaats van hopeloos naar een uitweg te zoeken, levert hij zich uit aan het naakte bestaan: glanzende straatstenen in de regen, lichten van passerende auto’s, verlokkende etalages, een bedelaar, een wegschietende kat…

Er is in de filmscore nog een andere track die het levensgevoel van het existentialisme uitdrukt. Assassinat horen we op het moment dat Julien beseft dat hij in de lift gevangen zit. Anders dan zijn minnares Carala wordt hij niet verlamd door onmacht, maar gaat hij tot het uiterste om een uitweg uit zijn impasse te zoeken. Zijn blik tast elk stukje van de inwendige liftcabine af naar een uitweg, elke naad en elk schroefje wordt in overweging genomen. We horen ijle, langgerekte tonen uit de trompet van Miles Davis die de desolaatheid van een woestijn uitdrukken. De lift is het negatief van de woestijn. Je kunt er moeilijk in verdwalen, maar het gevoel van beklemming is precies hetzelfde: Julien zit als een rat in de val terwijl de tijd wreed doortikt tot het naderende doodvonnis.

Miles Davis
Franse plaat met soundtrack
Julien zit als een rat in de val terwijl de tijd wreed doortikt tot het naderende doodvonnis.

De lift naar het schavot gaat over het mislukken van een vluchtplan na de misdaad. Het lot wordt geradicaliseerd doordat hun uitbraak tenslotte uitloopt op het op heterdaad betrapt worden en gevangenschap. Julien en Carala zijn een soort Adam en Eva na de zondeval. Ze weten dat ze fout zijn en vellen door hun misdaad hun eigen doodsvonnis.

Het naakte bestaan [ W&V ]

levensecht

gisteren gezien: Boyhood (2014)

BoyhoodEen film over het alledaagse leven is altijd een waagstuk. Het project kan gemakkelijk aan twee kanten ontsporen, omdat enerzijds de saaiheid en anderzijds de ongeloofwaardigheid op de loer liggen. Scenario en acteerwerk zijn de pijlers van iedere goede film, maar in een film over het alledaagse leven is het een voorwaarde dat scenario en acteerspel op zo’n natuurlijke wijze in elkaar overvloeien, dat de speelfilm op reality-tv gaat lijken. Als het goed werkt, dan zal de natuurlijkheid van het spel het scenario dragen, en omgekeerd zal het scenario de acteurs maximale ruimte geven. Mike Leigh, de regisseur van Another Year (2010) bereikte dit door zijn acteurs te laten improviseren. Hierdoor konden levensechte situaties ontstaan, die deze film een registrerend, documentair karakter geven. De levendigheid van het moment kan nog versterkt worden door gebruik te maken van de handheld camera.

Een goed scenario met levensechte dialogen kan het alledaagse leven van heel dichtbij besluipen.

Richard Linklater pakt het met Boyhood iets anders aan. Hij laat de werkelijke tijd leven van hoofdrolspeler Ellar Coltrane (1994) gelijk oplopen met de tijd van het gespeelde leven van Mason. We zien in Boyhood de hoofdfiguur over een periode van twaalf jaar opgroeien van jongetje naar jongeman. Dit concept maakte deze film a priori al levensecht. Maar daarmee was Linklater er natuurlijk nog niet. Boyhood is een speelfilm en geen documentaire zoals Seven Up!, een project waarin Michael Apted sinds 1964 de levensloop van veertien kinderen uit verschillende milieus volgt en daar om de zeven jaar een filmisch verslag van uitbrengt. Het werkelijke leven staat hier centraal en de personen vallen dus samen met zichzelf. Het is reality-tv op zijn best.

Richard Linklater schreef zelf het scenario, waarin het bijzondere van het alledaagse en het alledaagse van het bijzondere elkaar telkens raken. Een goed scenario met levensechte dialogen kan het alledaagse leven van heel dichtbij besluipen. Dat zien we ook in de tv-reeks Mad Men. Sally Draper, de dochter van Don Draper, wordt gespeeld door Kiernan Shipka (1999) en we zien haar in de loop van de reeks (2007-2015) opgroeien van een meisje van zeven naar een puber van zestien. Het element van de realtime heeft an Sich al een enorme kracht, maar als dat ook nog eens versterkt wordt met een levensecht scenario, dan komt het gewone leven in zijn volheid naar voren.

Mason: So what’s the point?
Dad: Of what?
Mason: I don’t know, any of this. Everything.
Dad: Everything? What’s the point? I mean, I sure as shit don’t know. Neither does anybody else, okay? We’re all just winging it, you know? The good news is you’re feeling stuff. And you’ve got to hold on to that.
 
Bron: imdb.com/quotes
Mason (Ellar Coltrane) is vijf jaar oud als de film begint. Samen met zijn moeder (Patricia Arquette) en zus Samantha (Lorelei Linklater) betreedt hij de weg naar het volwassendom. Gedurende ruim tweeëneenhalf uur wordt de kijker meegenomen in de complete jeugd van Mason. Dit mondt uit in een feest van herkenning. Alle belangrijke, vreugdevolle, gênante en leerzame ervaringen die een jongvolwassene in zijn of haar reis naar zelfstandigheid tegenkomt zijn in Boyhood opgenomen. Maar hierin ligt niet direct de kracht van de film, juist in alle ‘normale’ momenten leren we Mason het best kennen. Juist in deze dagelijkse gesprekken aan de ontbijttafel of discussies over klusjes in huis komt de brille van Linklater naar voren. De spitsvondigheid van de dialogen en de dynamiek van het spel zitten tegen het geniale aan.
 
Bron: cinemagazine.nl

Boyhood [ imdb.com ]

humanitair drama

opnieuw gezien: As linhas de Torres (2012)
The lines of Wellington van Valeria Sarmiento

Lines of WellingtonEen paar jaar geleden zag ik deze Frans-Portugese film voor het eerst en was erg onder de indruk. De grote Chileense cineast Raúl Ruiz (1941-2011) overleed helaas tijdens de productie en zijn weduwe, de Chileense regisseur Valeria Sarmiento regisseerde de film in de geest van haar overleden echtgenoot. De stijl van Ruiz is herkenbaar door telkens terugkerende trage takes met een poëtische lading. In dialogen worden afwisselende close ups meestal vermeden en blijft de camera op afstand registreren binnen het half totaal. Net als in films van Tarkovsky lopen de werkelijke en de filmische tijd vaak gelijk. Door traagheid als verhaalelement te gebruiken, zal As linhas de Wellington het grote publiek waarschijnlijk vervelen. Dat zit te wachten op een veldslag en niet op de kont van een paard die te lang in beeld is. Maar juist dat soort filmische keuzes maken The lines of Wellington voor mij de moeite waard.

official trailer

The lines of Wellington is een oorlogsfilm zonder veldslagen die vooral gaat over de ontreddering die oorlog met zich meebrengt. De wanhoop en de gelatenheid in de eindeloze vluchtelingenstroom die door het Portugese landschap trekt, komt sterk naar voren. Honderdduizenden Portugezen moeten hals over kop hun huis verlaten en zich samen met de Engelsen terugtrekken achter de Linies van Torres Vedras die Lissabon tegen de Franse invasie moet beschermen. Onder de vluchtelingen bevinden zich de meest uiteenlopende types. De meesten zijn boer, maar ook aristocraten zijn op de vlucht. Iedereen is van het een op het andere moment vluchteling geworden.

De Franse invasie van het Iberisch schiereiland was een catastrofe. Maar in plaats van veldslagen, zien we het humanitaire drama achter de gevechtslinies. Dat wordt griezelig concreet gemaakt: rondzwervende bendes deserteurs die alleen nog voor eigen lijfbehoud vechten en gewetenloze bandieten zijn geworden. Portugezen die ‘handballen’ met afgehakte hoofden van Franse soldaten. Lijkenrovers die de laarzen van gesneuvelde soldaten verkopen. Een aristocraat die op de vlucht is en die op een kar twee kasten vol boeken heeft meegenomen zodat hij kan wegvluchten in een boek. Een jongen met een verstandelijke handicap die niemand heeft maar meeloopt met de rest. Door in te zoomen op het individuele leed krijgt de vluchtelingenstroom verschillende gezichten, die diepe indruk maken. Veel meer dan de zoveelste sensationele veldslag in een oorlogsfilm.

By choosing an old-school directing style, Valeria Sarmiento reinforces the solemn dimension of a film that not only aims to be a homage to her late husband (with guest appearances by Catherine Deneuve, Isabelle Huppert, Mathieu Amalric, Michel Piccoli, and Chiara Mastroianni among others), but also a historical record from a grassroots perspective. Indeed, the film focuses very little on the battle’s great figures played by John Malkovich and Melvil Poupaud, and lingers no longer on great explosive battle scenes, even for the film’s ending.
 
Bron: cineuropa.org

linhas de Wellington [ imdb.com ]

Bronson’s blik

gezien op RTL 7: C’era una volta il West (1968)
Once upon a time in the West van Sergio Leone

C'era una volta il WestHet is alweer twaalf jaar geleden dat ik Once upon a time in the West voor het laatst zag. Omdat het dit jaar 50 jaar geleden is dat de film werd uitgebracht, besloot ik gisterenavond weer te gaan kijken, misschien voor de zesde of zevende keer. Dit meesterwerk heeft nog altijd niet al zijn geheimen aan mij prijsgegeven. Deze keer zag ik toch weer nieuwe dingen en wat ik al kende, de fenomenale beginscène, de close ups, de engelachtige muziek, de panorama’s en de sobere dialogen, dat alles bleef indrukwekkend. Niet voor niets keert deze film telkens weer terug in het rijtje best gemaakte films aller tijden.

We moeten niet vergeten dat C’era una volta il West een Italiaanse film is en niets met Hollywood te maken heeft. De scenaristen, regisseur, art-director, componist en producers zijn allemaal Italianen. Deze spaghettiwestern werd, met uitzondering van de scène in de iconische Monument Valley, niet in de Verenigde Staten gedraaid maar in Europa. De Desierto de Tabernas in Andalusië is de enige woestijn in Europa en hier zijn al honderden westerns gedraaid. In de jaren vijftig draaiden Amerikaanse filmmaatschappijen vanwege de lage productiekosten al in Spanje of Marokko. Bovendien kostten de figuranten er bijna niets. Zo ontwikkelden zich filmsets die uitgroeiden tot themaparken: Oasys is Andalusië en Atlas Studios in Ouarzazate (Marokko).

Het Italiaanse in C’era una volta il West wordt voor mij in de eerste plaats vertegenwoordigd door La Cardinale (in april dit jaar 80 geworden!). Maar het is in veel meer elementen in de film terug te vinden. Het meesterwerk van Leone is ook een opera. De hoofdpersonen hebben allemaal hun Leitmotiv, een muzikaal thema. Beeld en geluid vormen een eenheid, zeker niet alleen in de scenes met Claudia Cardinale waarin de engelen wenen, maar ook in de scenes zonder de score van Ennio Morricone, zoals in de kale beginscene waarin we naast het piepen van de ijzeren windmolen enkel wat droge, geïsoleerde woestijngeluiden horen.

Cinematografisch is C’era una volta il West vernieuwend geweest door de enorme close ups. De ogen van Charles Bronson in superbreed (2.35:1) Techniscope. Italiaans door de schilderkunstige benadering van Tonino Delli Colli die niet zozeer de belichting als wel het rauwe realisme van Caravaggio heeft nagevolgd. Er komen nauwelijks gewassen en geschoren mannen in de film voor.

Close up Bronson
de blik van Charles Bronson

Het duel tussen de mysterieuze Harmonica, gespeeld door Charles ‘Leatherface’ Bronson en Frank, gespeeld door Henry Fonda, vond ik ditmaal de meest indrukwekkende scène. Het niveau van de western wordt hier overstegen. Hier gaat het om grote thema’s als gerechtigheid, manlijkheid, leven en dood. Wie houdt zijn zenuwen het langst in bedwang? De close ups laten de registrerende, priemende blik zien. Er is een duidelijk verschil tussen de houding van Harmonica en Frank. Harmonica blijft ontspannen staan, terwijl Frank gespannen tegenover hem loopt. De blik van Bronson en de brede glimlach op zijn lippen, geven hem veel van een wijze Indiaan of een oosterling die volmaakt in het hier-en-nu is en daardoor het beslissende moment kent.

Once upon a time in the West [ imdb.com ]

outsider art

dit weekend gezien: Loving Vincent (2017)

Loving VincentHet verhaal van Vincent van Gogh blijft zijn kracht houden. Dat komt omdat het alle elementen van een groot verhaal in zich draagt, een universeel en tragisch verhaal dat ons allemaal raakt. De film Loving Vincent voegt daar nu weer een nieuwe dimensie aan toe. Het unieke van deze film is natuurlijk in de eerste plaats dat deze helemaal geschilderd is. Loving Vincent werd trots aangekondigd als The world’s first fully painted movie. Meer dan honderd kunstenaars schilderden de beelden, 1500 per minuut en 91 minuten in totaal. Dat levert een unieke ervaring op waarbij je ondergedompeld wordt in een geschilderde wereld, de wereld van Van Gogh. Een verademing vergeleken bij alle gelikte 3D-films die er tegenwoordig gemaakt worden. Even stug en weerbarstig als de kunstenaar zelf.

Maar Loving Vincent heeft ook een goed scenario. Dat was ook wel een beetje te verwachten. Want bij zo’n ambitieus project, waaraan meer dan honderd schilders meewerken om het simpele idee (een geschilderde film over Vincent Van Gogh) uit te voeren, moet het verhaal natuurlijk ook kwaliteiten hebben. Alleen dan krijg je een goede film. Het scenario van Loving Vincent is even eenvoudig als effectief. Het verhaal begint in Arles met Armand Roulin, de zoon van postbode Roulin . Doordat Van Gogh ze in 1888 geschilderd heeft, zijn ze beide iconische figuren geworden. De frontale postbode met zijn gevorkte baard en de jongeman met het hoedje en kanariegele jasje kent de hele wereld. Vóór Mickey Mouse en Donald Duck waren ze al wereldberoemd en nu verschijnen ze dus in een (geschilderde) animatiefilm.

Armand RoulinArmand Roulin reist na Vincents dood af naar Auvers om erachter te komen hoe en waarom Vincent aan zijn einde gekomen is. Hij spreekt een aantal mensen die allemaal hun eigen verhaal hebben. In flashbacks komen we te weten wat voor een man Vincent was en hoe zijn laatste weken in Auvers waren. Roulin heeft gesprekken met Père Tanguy, het meisje van het pension waar Van Gogh verbleef, de kamerdame van dr. Cachet, de bootverhuurder, een oude man op een ladder, een arts, de dochter van dr. Cachet en tenslotte met dr. Cachet zelf.

Het verhaal is via gesprekken met ooggetuigen in combinatie met flash backs goed opgebouwd. Het is een prachtige verteltechniek die in de jaren veertig veel werd toegepast, bijv. in Citizen Kane (1941) en The Killers (1946). De ooggetuigenverslagen leiden ons langs de rafelrand van feiten en verdichtsel. Heeft Van Gogh zichzelf van het leven beroofd of werd hij door iemand anders in zijn buik geschoten? Wat gebeurde er in de dagen vóór zijn dood? Hoe was zijn relatie met dr. Cachet en zijn jonge dochter? Keerden zijn depressies in Auvers terug? Leven, werk en dood van de geniale outsider die in zijn eentje een nieuwe standaard zette, blijven fascineren.

lovingvincent.com

oppervlakkige cultuur

gezien: Les Misérables (2012)
aan het lezen in: Les Misérables (1862) van Victor Hugo

In Beschaving na de cultural turn (2011) doet Joris van Eijnatten de volgende uitspraak: “lage cultuur ontstaat daar waar mensen niet reflecteren.” De musicalfilm Les Misérables is voor mij de jongste bevestiging van deze uitspraak. Alessandro Baricco stelde in zijn essaybundel De Barbaren (2010) dat massacultuur het onderscheid tussen hoge en lage cultuur doet vervagen. Dat is niet erg, meent hij, want we leven in een tijd van transformatie waarbij een onderscheid aan het verdwijnen is dat toch altijd al arbitrair was. Zo gold aan het begin van de twintigste eeuw het medium film voor het elitaire theaterpubliek als plat volksvermaak, nu wordt het algemeen als een kunstvorm beschouwd. En ooit beschouwden we de roman eerbiedig als het ultieme kunstwerk van de literator. Maar als BN’ers romans gaan schrijven, komt er onherroepelijk inflatie. Wat lage cultuur was, werd hoge cultuur en omgekeerd. Voor de markt bestaat er tenslotte geen hoge of lage cultuur. Daar gelden alleen kijk- en verkoopcijfers. U vraagt, wij draaien.

De ellendigenVan Eijnatten schrijft: “Lage cultuur ontstaat wanneer aanzien en gezag worden misbruikt en populaire sentimenten boven het bezonnen oordeel wordt geplaatst.” En Baricco noemt “de tirannie van ratings en top tien lijstjes” die de collectieve smaak gaan aanvoeren. Marketing heeft niet alleen de massacultuur maar ook de hoge cultuur in zijn greep. En zo werd er in 1980 een musical gemaakt van Les Misérables. Overigens was deze roman (mede door een uitgekiende reclamecampagne) in 1862 een enorm verkoopsucces, terwijl de literaire kritiek niet erg positief was. Maar De ellendigen wordt nu algemeen wel als een van de grote Franse romans uit de negentiende eeuw beschouwd. Dit literaire werk werd dus het slachtoffer van de musicalindustrie. Er zat een liefdesverhaal in, de innerlijke strijd van een bekeerde boef, spektakel en een personificatie van het maatschappelijk gezag. Genoeg ingrediënten voor een avondje uit met het hele gezin.

Lage cultuur ontstaat wanneer aanzien en gezag worden misbruikt en populaire sentimenten boven het bezonnen oordeel wordt geplaatst.

Joris van Eijnatten

Les Misérables DVDDe musicalfilm uit 2012 en het boek uit 1862 zijn producten van de populaire cultuur. Er ligt 150 jaar tussen. Wat is er veranderd in die anderhalve eeuw? In de eerste plaats de factor tijd: die lijkt schaarser geworden. Maar waarschijnlijk komt dat omdat wijzelf ongeduldiger zijn geworden. Oorspronkelijk telde Les Misérables 1200 bladzijden. De versie die ik nu aan het lezen ben, is een ingekorte versie (ruim 400 bladzijden) die rond 1962 in pocket verscheen. In 1862 waren 1200 bladzijden voor het toenmalige publiek geen bezwaar. Honderd jaar later werd de roman teruggebracht naar eenderde van de oorspronkelijke lengte om het grote publiek nog te kunnen bereiken. En in 1980 verscheen de musical die de roman tenslotte terugbracht naar een avondje uit. Het inkorten of verfilmen van een roman vraagt altijd offers. Meestal gaat dat ten koste van de diepte en complexiteit.

C’est de la physionomie des années que se compose la figure des siècles

Les Misérables Tome I – En l’année 1817

Doordat de tijd wordt ingekort, wordt dus ook de diepte aan betekenis minder. Hoe meer de blik gericht wordt op de spectaculaire oppervlakte, hoe minder deze onder de oppervlakte kan kijken. Om terug te komen bij de uitspraak van Van Eijnatten: “lage cultuur ontstaat daar waar mensen niet reflecteren.” De arbeiders die in 1862 twintig stuivers inlegden om samen een exemplaar van Les Misérables te kunnen kopen, kregen dus wél wat de kosmopolieten die voor veel geld de musical zien, niet krijgen: reflectie.

Het einde van de musicalfilm lijkt mij een verkrachting van de boodschap van Les misérables. Vanaf de barricaden bezingt men de nieuwe wereld, een soort loflied op de socialistische heilstaat. Maar de boodschap die de bisschop van Digne op de hoofdpersoon (Jean Valjean) overbrengt, gaat helemaal niet over maakbaarheid van een betere wereld, maar over medelijden met de behoeftigen en verdrukten: de ellendigen.

Hij (de bisschop van Digne) wendde zich tot wat leed en boette. Het heelal kwam hem voor als één grote ziekte; overal speurde hij de koorts en tastte hij lijden en zonder te trachten het raadsel op te lossen, zocht hij de wond te verbinden. De schrikwekkende aanblik van het geschapene wekte vertedering in hem: steeds was hij erop uit de beste manier van deernis en verlichting te vinden en deze aan anderen te leren. Het bestaande was voor deze milde en uitzonderlijke priester het voorwerp van blijvende droefenis, die vertroost wilde worden. Er zijn mannen die goud delven: wat hij dolf was barmhartigheid. De ellende in al zijn vormen was zijn mijn. Hebt elkander lief, dat was zijn volledige leer.
 
uit: De Ellendigen, eerste hoofdstuk

Als Alessandro Baricco gelijk heeft wanneer hij schrijft dat we in een overgangstijd leven waarin het verschil tussen hoge en lage cultuur aan het verdwijnen is, dan is dat maar zo. Als het verschil tussen oppervlakkigheid en diepgang maar gezien blijft worden. Want als cultuur alleen nog maar over de toppen van de golven scheert, raakt ze los van haar oorsprong.

geschiedenis als spektakel

gezien op DVD: Les Misérables (2012)

Les MisérablesBij de eerste take van de musicalfilm Les Misérables (2012) wist ik het al. Dit is niet mijn film. Computer generated imagery verdraag ik alleen als deze spaarzaam is toegepast. Maar zodra een virtuele camera een duikvlucht maakt en langs oppervlakten begint te scheren, dan pas ik. Het verschil tussen de fysieke en virtuele camera is niet principieel. In beide gevallen wordt de blik van de kijker een wereld binnengezogen. Maar de fysieke camera is echt en de virtuele camera is nep.

Het fenomenale openingshot van Touch of Evil (1958) van Orson Welles is bijvoorbeeld echt. Drie minuten lang zwenkt de camera behendig door de filmset (een Mexicaans grensstadje) en volgt een staalkaart aan technieken (handheld, kraan- en dollyshot). Vakwerk. CGI is ook vakwerk maar dan via een computer met bovenmenselijke rekenkracht. Het ziet er verbluffend echt uit, maar het gaat meestal te snel en er is vaak een “saus” overheen gekieperd. Films als Moulin Rouge (2001) en Hugo (2011) die zich net als Les Misérables in Parijs afspelen, konden mij om deze reden ook al niet zo boeien.

Ik moet bij deze films denken aan de profetische boodschap van La Société du Spectacle (1967) van Guy Debord. Deze Parijse (alweer) marxistische schrijver en filmmaker voorzag een halve eeuw geleden al in wat voor een wereld we terecht zouden komen: een spektakelmaatschappij waarin we over de toppen van de golven scheren in onze jacht op prikkels. Alle saaie momenten moeten worden omgezet in sensaties. We eten geen pap meer, alleen krenten worden nog geserveerd.

En zo krijg je films die eruit zien als videoclips. De kijker wordt meegesleurd in een stroomversnelling van beelden, krijgt daarna even tijd om op adem te komen, en wordt vervolgens weer meegezogen. De montage is strak en snel. De spektakelmaatschappij is ook strak en snel. Ik verzet me er tegen. Zeker als de geschiedenis, die voor mij juist een reservaat is in deze jachtige wereld, de prooi van de spektakelmaatschappij wordt. De negentiende eeuw gezien door de bril van de eenentwintigste (zoals in Les Misérables of Moulin Rouge) heeft meer met onze tijd te maken dan met het verleden. In de negentiende eeuw kon het publiek vuistdikke boeken lezen. Nu hebben we geen tijd meer om Les Misérables in zijn geheel te lezen. De spektakelmaatschappij maakte er in 1980 daarom een musical van. Als luchtig tussendoortje.