Categorie archief: film

schetsboek 2018 [ 1 ]

schetsen van filmstills uit Laura (1944)

Laura (1944) is een van de meest gestileerde films uit de geschiedenis. Dat is een verdienste van regisseur Otto Preminger maar zeker ook van zijn cinematograaf Joseph LaShelle. De belichting is subtiel en voor fijnproevers is er veel te genieten. Zelden zag ik zulke zachte grijzen.

schetsboek2018
potlood en grafietstift
schetsboek2018
potlood en grafietstift
schetsboek2018
potlood en grafietstift

mooiste vrouw van Hollywood

gisteren gezien op BBC2: Laura (1944)

Laura 1944De jaren veertig waren de gouden tijd van de film noir. En 1944 was waarschijnlijk het gouden jaar. In dat jaar verschenen een paar noir klassiekers tegelijk: Double indemnity, The woman in the window en Murder my dear. Deze films zag ik al meerdere keren. Maar 1944 is ook het jaar van Laura en deze noir moest ik beslist nog zien. Gelukkig heeft de BBC2 de zeer goede gewoonte om op zondag klassiekers in zwart-wit uit te zenden. Dus schakelde ik gisterenmiddag over naar het tweede net.

Laura en The woman in the window hebben een duidelijke overeenkomst in het portret van de mooie vrouw die de obsessie van de man wordt. Ik schrijf bewust “de” en niet “een” omdat film noir een psychologisch genre is dat werkt met archetypes, in het bijzonder dat van de femme fatale. Laura wordt gespeeld door een actrice die destijds gold als de mooiste vrouw van Hollywood: de 23-jarige Gene Tierny.

Laura
still uit Laura met superbe fotografie van oscarwinnaar Joseph LaShelle

De eerste keer keek ik naar deze film vooral naar de beelden. Laura werd in 1945 voor vijf oscars genomineerd, maar verzilverde alleen de oscar voor de cinematografie. De zwart-witfotografie van Joseph LaShelle behoort tot het beste dat je uit de jaren veertig kunt verwachten. Om je vingers bij af te likken.

Laura
still uit Laura met superbe fotografie van oscarwinnaar Joseph LaShelle

Laura [ imdb.com ]

Victoriaanse koektrommelplaatjes

gezien: Victoria series 2 (2017)

Victoria & AlbertHet succes van de film The young Victoria (2009) over het begin van de lange regeringsperiode (1837-1901) van koningin Victoria van het Verenigd Koninkrijk gaf wellicht het groene licht voor de minstens zo succesvolle BBC-reeks Victoria. In 2016 verscheen de eerste serie (8 episodes) en vorig jaar de tweede serie (8 episodes). Bovendien werd er in december 2017 nog een dubbellange aflevering speciaal voor kerst uitgezonden. In 2018 is alweer een derde serie in de maak die dit najaar wordt uitgezonden bij de BBC. In Nederland en Vlaanderen hoeft men niet lang te wachten op uitzending, meestal volgt deze kort daarop.

De “Young Victoria”, dat wil zeggen de jaren veertig van de negentiende eeuw, is geknipt voor de film. Allereerst omdat er een mooi jong paar in het middelpunt staat. Victoria (1819-1901) en haar drie maanden jongere Albert (1819-1861) waren beiden in de twintig. De film geeft uiteraard een geflatteerd beeld van het jonge stel. De echte Victoria was zeker niet zo mooi als de kokette Jenna Coleman maar met haar kogelronde gezichtje is Coleman een geloofwaardige lookalike. Ook Albert was niet zo’n knappe man als Tom Hughes. In de film is Albert een Byroneske held met wapperend haar. Maar in werkelijkheid was Albert van Coburg-Gotha heel wat stijver. In ieder geval was hij een ernstige man en dat brengt acteur Tom Hughes goed over. We zien hem nooit lachen.

Daarnaast is de begintijd van het Victoriaans Tijdperk (1837-1901) fotogeniek omdat deze nog net valt in de stijlperiode van het Biedermeier (1815-1848). Het huiselijk leven staat in de Biedermeiertijd centraal zodat de production designer en zijn set decorators zich konden uitleven in de interieurs. Deze zijn indrukwekkend. Op architecturaldigest.com zijn een aantal filmsets te zien die production designer Michael Howells ontworpen heeft. Samen met de kostuums en belichting levert dit de mooiste plaatjes op.

Victoria 1843
Franz Xaver Winterhalter schilderde de 24-jarige Victoria met los haar, niet bepaald een kuis Victoriaans plaatje. In 1843 gold losgemaakt haar en een ontblootte schouder als een duidelijk signaal voor de man: pluk me! En waarschijnlijk is dat nog steeds zo, alleen gaan we er nu anders mee om: de vrouw mag nu publiekelijk verleidelijk zijn.
bbc-unveils sexy portrait of queen Victoria

Victoria is puur mooifilmerij en dat bedoel ik niet negatief. Ik ben gek op Victoriaanse koektrommelplaatjes. De makers van Victoria zijn zich er goed van bewust dat schijn bedriegt. De Victoriaanse tijd was zeker niet zo fraai als binnen de muren van Brockett Hall of Buckingham Palace. De zesde aflevering uit de tweede serie Faith, Hope en Charity gaat over de onbeschrijfelijke ellende van de Ierse hongersnood die vijf (!) jaar duurde. En dat in een tijd waarin het Verenigd Koninkrijk, vlak voor de Great Exhibition van 1851 de rijkste en welvarendste natie was die ooit had bestaan.

30 oktober 1961, 16.30

zondagavond gezien op TV5: La dénonciation (1962)

La dénonciationNadat Michaela op het Duitse ARD haar wekelijkse Tatort geconsumeerd had, bleef er voor mij op het Franse TV5 nog een stukje over van de Franse nouvelle vague film la dénonciation van regisseur Jacques Doniol-Valcroze (1920-1989). Te laat om nog iets van de plot te kunnen begrijpen, maar altijd op tijd om mij te laten meevoeren met de stroom van fraaie zwart-witbeelden. Voor elke zwart-witfilm uit de periode 1960-1963 krijg je mij voor de televisie of in de bioscoop. Ik ben verliefd op het tijdsbeeld uit de eerste helft van de jaren zestig en zie dat bij voorkeur in zwart-wit. Alsof ik mijzelf wil doen laten geloven dat de wereld waarin ik (1963) geboren werd een wereld in grijstinten was.

la dénonciation
still uit La dénonciation (1962)

La dénonciation zit vol buitenopnamen. Ik vind het leuk om oude automodellen voorbij te zien komen met daaronder natuurlijk de koningin onder de Franse auto’s de Citroën ID 19 uit 1959. Maar het is gewoon ook leuk om te kijken naar het straatbeeld van 1961. De mode, de etalages en het straatmeubilair. Alsof je in een tijdmachine bent gestapt. In een film komt alles weer tot leven.

la dénonciation
still uit La dénonciation (1962)
[credits: Internet Movie Cars Data Base]

In de laatste scene kijken we naar de laatste momenten uit het leven van Michel Jussieu (gespeeld door Marice Ronet). We volgen Michel in zijn Citroën ID 19 door het drukke verkeer in Parijs. Doniol-Valcroze maakt gebruik van de voice over (stem van Laurent Terzieff), een sterk stijlmiddel uit de film noir. “30 octobre 1961 cinq heures et demie. Michel Jussieu sait enfin que le courage est une chose simple et grave, il est enfin libre et heureux”

la dénonciation
still uit La dénonciation (1962)
[credits: Internet Movie Cars Data Base]

Het einde doet me sterk denken aan het einde van Godard’s A bout de souffle (1960) en ik denk dat Doniol-Valcroze dit slotakkoord uit de moeder van alle nouvelle vague films bewust gebruikt heeft.

la dénonciation
still uit La dénonciation (1962)
[credits: Internet Movie Cars Data Base]
30 octobre 1961 cinq heures et demie. Michel Jussieu sait enfin que le courage est une chose simple et grave, il est enfin libre et heureux.
la dénonciation
still uit La dénonciation (1962)
[credits: Internet Movie Cars Data Base]

la dénonciation [ imdb.com ]

gewone jongen

maandag gezien: Holiday (1938)

HolidayHoliday is de derde film met Cary Grant en Katherine Hepburn die ik tot nog toe gezien heb. Alleen Sylvia Scarlett (1935) moet ik nog zien. Holiday is een kostelijke komedie, wat mij betreft veel leuker dan Bringing up baby. En gemaakt met hetzelfde vakmanschap als Philadelphia Story, die ook door “woman’s director” George Cukor geregisseerd werd. Holiday is gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk uit 1928 van Philip Barry. In 1930 werd het al eens verfilmd.

Holiday gaat luchtig over de klassenverschillen in de Amerikaanse samenleving. Film was oorspronkelijk iets voor Jan met de Pet, de high society ging immers naar het theater. Dus richt Holiday zich op de gewone Amerikanen die in 1938 gebukt gingen onder de Grote Depressie. Met Johnny Case (Grant) kan Jack the Plumber zich direct identificeren: hij werkt hard, heeft een hart van goud en zegt wat hij denkt. Vertolkt door Cary Grant krijgt deze gewone Amerikaan ook nog eens een heel fraaie buitenkant. Zijn tegenspeelsters zijn de zusjes Julia Seton (Nolan) en Linda Seton (Hepburn). Tijdens een vakantie in Lake Placid zijn Johnny en Julia zo verliefd op elkaar geworden dat ze besluiten direct te gaan trouwen. Maar daarvoor heeft Johnny eerst de toestemming van Julia’s vader nodig. Julia‘s vader blijkt de puissant rijke New Yorkse bankier Edward Seton te zijn.

Holiday 1938
de zichtbare chemie tussen Katherine Hepburn en Cary Grant is een lust voor het oog.

Julia woont samen met haar zus Linda en broer Ned bij haar vader aan Park Avenue. De life style van de Amerikaanse elite wordt heerlijk over de top getild. Het huis is van binnen een paleis met marmeren zuilen, vloeren en trappen en doet eerder aan een museum denken dan aan een plek waar mensen wonen. “My God!”, roept Johnny uit bij het zien van deze luxe. Hij verontschuldigt zich tegenover de butler. “Ik bedoel het niet kwaad.” Daarna ontmoet hij Julia en wordt het hem duidelijk dat ze geen bediende in dit paleis is, maar de dochter van Edward Seton. Eenvoudige Johnny is verliefd geworden op een miljardairsdochter.

Een lot uit de loterij, zou de gemiddelde Amerikaanse man denken. Maar Johnny is een man met karakter en heeft geen ontzag voor rijkdom. Wel geeft hij toe dat hij ervan droomt eerst veel geld te verdienen zodat hij daarna niet meer hoeft te werken. Je moet toch weten waar je voor werkt? Werken is toch niet zaligmakend? Het gaat erom dat je van het leven geniet. Deze mentaliteit valt niet in goede aarde bij de vader van Julia. Hij wenst zich een schoonzoon die is zoals hij: iemand die leeft voor het geld.

Met deze verhouding is de toon van de komedie gezet. De New Yorkse jetset is weliswaar stinkend rijk, maar ook vreselijk conservatief en oersaai. De gewone jongen daarentegen houdt van het leven en brengt ook leven in de brouwerij. Julia’s zusje Linda (Hepburn) zit te verpieteren in haar gouden kooi en ook broer Ned voelt zich diep ongelukkig in het paleis van zijn vader. Hij heeft de hoop opgegeven en is aan de drank geraakt. Julia voelt het leven in haar terugstromen als Johnny in de buurt is en wordt onvermijdelijk verliefd op hem…

Holliday [ imdb.com ]

pleasure lovers

opnieuw gezien: The Trip (1967)

the tripDe film The Trip waarschuwt weliswaar tegen LSD, maar maakt er tegelijkertijd ook nieuwsgierig naar. Het frame van “de wonderpil die jou de waarheid openbaart”, is duidelijk aanwezig. Het is interessant om the Trip te analyseren omdat deze film de ziel van de hippiegeneratie blootlegt. The Trip nodigt uit om onze schuldgevoelens los te laten en je over te geven aan de “vrije liefde”. Nu heb ik “vrije liefde” altijd een pleonasme gevonden én een misleidende term. Omdat “vrije liefde” suggereert vrijer te zijn dan gewone liefde. Als het goed is, maakt de liefde (oude of nieuwe) vrij. Maar ook verantwoordelijk. Dat laatste werd door de hippies graag ontweken. Als de jaloezie door vrije liefde werd aangewakkerd, dan had je een probleem met je ego.

Als je The Trip ziet als een propagandafilm voor de vrije liefde, dan is het interessant om te onderzoeken hoe deze propaganda precies werkt. Het intelligente script van Jack Nicholson zit zo in elkaar, dat het stapsgewijs uitnodigt om ons oordeel los te laten. Daarin volgt het enigszins de idee van advaita (non-dualiteit) waarin niet oordelen gelijk staat aan de hoogste vorm van bewustzijn en liefde. We hoeven alleen de tegenstellingen achter ons te laten. Vriend en vijand, goed en kwaad, schuld en onschuld. De LSD-trip confronteert de hoofdpersoon met zijn schuld en angst voor het oordeel. Deze concretiseren zich in de politie waarvoor hij op de vlucht is. Tenslotte leert hij dat de politie niet bestaat. Hij hoeft helemaal niet te vluchten of zich te verdedigen.

What police? There are no police.
I don’t believe in police.
The Trip
The Trip kun je zien als een pleidooi voor vrije liefde en dus rechtvaardiging van overspel.

Het zinnebeeld van de vijand wordt in The Trip gepresenteerd door de politie. In zijn paranoia wordt de hoofdpersoon Paul Groves (Peter Fonda) opgejaagd door de politie. De politie staat voor zijn schuldgevoel en slechte geweten. Hij denkt dat hij door de politie gezocht wordt omdat hij in zijn waan meent dat hij zijn gids John (Bruce Dern) vermoord heeft. In zijn vlucht door de stad maakt hij zich tenslotte verdacht. De politie gaat inderdaad achter hem aan.

The TripIn de afdaling in zijn onderbewuste doorkruist hij de topografie van zijn onderbewuste: de plekken van verlangen (seks met zijn vrouw én met zijn verleidster), de plekken van angst (de onderwereld waarin hij zichzelf ziet opgebaard), de rafelranden van zijn bewustzijn (klauterend op een rotspartij in de branding), nogmaals de plek van zijn angst (verdwaald in een vreemde omgeving) en nogmaals zijn verlangen (een vredige wandeling door een groen bos). Een bijzonder moment is zijn ontmoeting met een persoon (gespeeld door Dennis Hopper) die hem beter kent dan hij zichzelf kent. Ze treffen elkaar in een carrousel op een soort kermis. Er staat een grote ovale spiegel. Hier begint zijn angst voor het oordeel. “Paul Groves, is dat je menselijke naam?” vraagt de man bij de spiegel vriendelijk. “Heb ik dan iets gedaan?” vraagt hij geschrokken.

Hier begint het zelfonderzoek met zijn tegenover. Voelt hij zich ergens schuldig over? Nee, hij pleit voor zijn onschuld. Zijn tegenover toont hem beelden in de spiegel. Hij wil hem iets laten zien, over zijn werk. Hij werkt in de reclame. Reclame zijn leugens, dat weet hij. Maar ze werken. Dat weet hij ook. Hij verontschuldigt zich: “Ik moet toch ook mijn geld verdienen?” Hij pleit nog steeds voor zijn onschuld. Is er dan niets waar hij zich schuldig over voelt? Dan wordt hij geconfronteerd met zijn echtscheiding en zijn tegenover vraagt hoe hij zich daarover voelt: schuldig of onschuldig? “Ik weet het niet.”, zegt hij. Nu spreekt zijn tegenover zich duidelijk uit. “Is dat liefde? Je bent alleen met jezelf bezig!” Onmiddellijk volgt zijn verweer “ja, en zij dan?!” Is zij ook niet vreemd gegaan?! Waarom zou hij het dan niet mogen?!

The Trip
het Laatste Oordeel volgens het hippiegeloof: een kermis met een carrousel (rad van wedergeboorte)
What’s the matter with you guys? Isn’t the real world good enough for you, love freak?

Maar er zit ook zelfkritiek in de film. Deze wordt geuit door een cynische serveerster in een hippe tent. Terwijl het dansende publiek high is, is zij een van de weinigen die gewoon haar werk doet. Wanneer ze ontdekt dat Paul Groves knetterstoned is, kijkt ze hem meewarig aan en stelt hem de retorische vraag: “What’s the matter with you guys? Isn’t the real world good enough for you, love freak?”

Fine Jung Thing van The Electric Flag
(Jung verwijst naar de psycholoog C.G.Jung)

De soundtrack voor The Trip is van de psychedelische bluesband Electric Flag uit Chicago. In 1967 werden ze ook bekend door hun optreden op Monterey. De langste track is het nummer Fine Jung Thing het hoogtepunt van de film. Het volledige filmscript is op internet te lezen. Freak out!

bungeejumpen in the head

opnieuw gezien: The Trip (1967)

the tripAfgelopen week keek ik ‘s avonds weer eens naar de psychedelische film The Trip uit 1967. De film is lang niet zo bekend dan Easy Rider (ook met Peter Fonda en Dennis Hopper) maar wat mij betreft wel beter. De score uit Easy Rider van Steppenwolf kan nauwelijks overtroffen worden, maar qua verhaal is The Trip eigenlijk veel interessanter.

Easy Rider is een tamelijk nihilistische roadmovie. Wyatt (Fonda) en Billie (Hopper) hebben het idealisme achter zich gelaten en willen gewoon een hoop fun gaan maken op Mardi Grass in New Orleans. Maar Paul Groves uit The Trip is een heel ander personage. Hij werkt als regisseur voor commercials en zit in een echtscheiding plus midlife crisis. Om zichzelf beter te leren kennen, besluit hij een LSD trip te maken. Het verschil tussen the Trip en Easyrider is ook het verschil tussen zelfkennis en just fun.

Voordat de film begint komt er eerst een waarschuwing van de Amerikaanse overheid die gewichtig wordt uitgesproken. Zonder deze waarschuwing voor LSD had de producent de film nooit kunnen uitbrengen. In 1966 en 1967 was LSD een hype waar veel geld mee te verdienen was en The Trip lift uiteraard mee op deze hype. Het werd gemaakt met een piepklein budget van honderdduizend dollar (iets meer dan voor And now for something comlpetely different van Monty Python vier jaar later) maar de film bracht wel honderd keer zoveel op bij de box offices. Tegenwoordig is de film zo goed als vergeten en wordt deze compleet overschaduwd door Easy Rider. Maar dat is onterecht. The Trip is nog altijd actueel voor iedereen die aan zelfonderzoek doet en daarbij het onderbewuste niet schuwt.

The Trip
Paul Groves (Fonda) en zijn gids John (Dern)
Een LSD-trip is een onderdompeling in het onderbewustzijn. Of beter gezegd: een vrije val. Het is een soort bungeejumpen in je eigen hoofd.

In alles wat met psychologie of psychedelica te maken heeft, draait het om de psyche, de ziel. Voor reductionisten als Dick Swaab is de ziel een misvatting omdat het brein voor hem in de eerste én laatste plaats iets fysieks en chemisch is. Deze materialistische opvatting is wijdverbreid. Het brein zou een chemische fabriek zijn met “bewustzijn” als output. De “fabrieksinstellingen” zouden met psychedelica zoals LSD zo gewijzigd kunnen worden, dat er een andere output ontstaat die je “bewustzijnsverruiming” kunt noemen. Maar voor reductionisten is het allemaal chemie. We hoeven daar geen God, ziel, hemel en hel bij te halen. It’s all in the mind and it’s all chemistry.

Als je dergelijk reductionisme aanhangt en daarbij consequent wilt zijn, zul je ook de liefde als misvatting durven zien. Als de ziel slechts een gedachte is en iedere menselijke gedachte “neuronengeknetter” is, dan is ook de liefde “neuronengeknetter”. Al kunnen we ons er zo heerlijk door laten bedwelmen. Maar er zijn zullen slechts weinig mensen die afstand willen doen van de liefde. Het bestaan van de ziel kan zonder veel moeite worden afgewezen, maar aan de liefde blijken we gehecht. Liefde is een eerste levensbehoefte. Zonder liefde zou ons leven uiteenvallen in onsamenhangende momenten en zouden we zelf uiteen dwarrelen. Zonder liefde zouden we tot wanhoop gedreven worden.

The TripDe meeste psychologische systemen gaan uit van de ziel en de liefde. Het verlangen naar de liefde van de menselijke ziel is daarbij de primaire kracht. In dit verlangen komen we tegelijkertijd onze diepste angst tegen: de angst dat er niet van ons gehouden wordt en dat we uitgesloten worden. De angst dat we vervloekt zijn. De angst voor de hel. Ook al geloven we niet meer in de hel, we kunnen wel degelijk bang zijn voor de hel op aarde: oorlog, ziekte, pijn. We bevinden ons altijd tussen deze twee polen van verlangen naar liefde en angst voor pijn. Als we in onszelf proberen te kijken, kunnen we inzicht krijgen in de geschiedenis van onze verlangens en angsten. Daar is moed voor nodig.

Een LSD-trip is een onderdompeling in het onderbewustzijn. Of beter gezegd: een vrije val. Het is een soort bungeejumpen in je eigen hoofd. Vandaar ook de waarschuwing aan het begin van de film. Een LSD-trip is niet zonder risico. Als “leeflijn” toont Frank’s begleider thorazine. Als je een bad trip krijgt, moet je onmiddellijk de thorazine inslikken. Daarmee kan een psychose voorkomen worden. De thorazine geeft een gevoel van veiligheid, maar biedt geen garantie. Net zoals met bungeejumpen het elastiek iets te rekbaar kan blijken, kan de LSD-gebruiker zijn hoofd beschadigen. Velen maakten in de jaren zestig een enkele reis en keerden nooit meer terug naar de realiteit.

Jack Nicholson schreef het scenario. Twee jaar later zou hij in Easy Rider als de maffe George Hanson met rugbyhelm achterop de motorfiets definitief doorbreken. Nicholoson is duidelijk ervaringsdeskundige. Wie nog nooit een LSD-trip heeft gemaakt, zal door de trip die Jack Nicholson heeft uitgeschreven toch een beetje kunnen delen in die ervaring.

Jack Nicholson en LSD
“Nadat hij voor het eerst LSD had geslikt, was hij ervan overtuigd dat hij het gezicht van God had gezien”, schrijft Eliot. “Hij had ook castratie-angst en koesterde homo-erotische fantasieën en meende tijdens een LSD-trip te hebben ontdekt dat hij een ongewenst kind was”. Nicholson zou ook drugs gebruikt hebben bij het schrijven van scenario’s. Volgens het boek gebruikte Nicholson LSD toen hij in 1967 het toneelstuk The Trip schreef. Ook toen hij een jaar later aan het script voor de Monkees-film Head schreef, “was hij regelmatig stoned en slikte hij LSD”. Nicholson zou volgens zijn biograaf drugs hebben gebruikt om zijn creativiteit te stimuleren bij het acteren en schrijven.
 
Bron: hln.be

The trip [ imdb.com ]