Categorie archief: taal en poëzie

Hyperion [ 2 ]

aan het lezen in: Hyperion oder Der Eremit in Griechenland (1797)
van Friedrich Hölderlin

Hölderlin briefmark 1993Friedrich Hölderlin kwam voor het eerst op het idee om een roman over de vrijheidslievende Grieken te schrijven toen hij nog aan het Tübinger Stift studeerde. In een brief aan Neuffer, daterend uit juli 1793, staat voor het eerst een kort fragment. In het voorjaar van 1794 begint hij in Tühringen aan het eerste boek van Hyperion. Hij is dan net 23. Zoals in die tijd gebruikelijk is, kiest hij voor een roman in briefvorm. De hoofdpersoon Hyperion richt zijn brieven uit Griekenland aan zijn vriend Bellarmin in Duitsland. Zo richt Hölderlin zich vanuit zijn geïdealiseerde Griekenland tot zijn publiek in Duitsland. In 1793 verschijnt in de Neue Thalia een fragment uit Hyperion.

O wenn sie eines Vaters Tochter ist, die herrliche Natur, ist das Herz der Tochter nicht sein Herz? Ihr Innerstes, ists nicht Er? Aber hab ichs denn? kenn ich es denn?

Hyperion I Erstes Buch Kapitel 5

Hyperion is niet alleen een brievenroman uit de late achttiende eeuw, maar ook een zogenaamde Bildungsroman. De Bildungsroman is een echte Duitse uitvinding. Andere bekende Bildungsromane zijn Wilhelm Meisters Lehrjahre van Goethe en Heinrich von Ofterdingen van Novalis die net als Hyperion rond 1800 geschreven zijn.

Een Bildungsroman is een psychologische roman die verhaalt over de emotionele, morele en intellectuele groei van het (meestal jonge) hoofdpersonage. Het hoofdpersonage wordt vaak gevormd door de mensen die hij ontmoet en waar hij mee omgaat. Zijn levensverhaal wordt gekenmerkt door de zoektocht naar zingeving en harmonie. Heel vaak staat het conflict tussen de protagonist en de maatschappij centraal, waarbij de protagonist de hem omringende normen en waarden stukje bij beetje leert accepteren, waardoor hij uiteindelijk toch in de maatschappij wordt opgenomen. In sommige verhalen is de protagonist pas na het bereiken van een zekere rijpheid in staat zich om anderen te bekommeren en te helpen. (Bron: nl.wikipedia.org)

Een van de kwalen die Hölderlin in zijn tijd zag, is dat de mens gereduceerd dreigde te worden tot zijn maatschappelijke functie. Het geestelijke aspect van werk verdween en het woord “beroep” verloor zijn binding met het woord “roeping”. Hölderlin moet dit aan den lijve gevoeld hebben. Als dichter had hij zijn roeping gevonden, maar om in zijn levensonderhoud te voorzien, was hij veroordeeld tot Hofmeister. Zoals zovelen dichters en denkers was hij bij rijke burgers huisleraar tegen wil en dank.

Wie sein Ziehvater Schiller, wie sein Studiengefährte Hegel, so sah Hölderlin das Grundübel der neuen Zeit in der Reduzierung des Menschen auf eine bestimmte Tätigkeit, einen nützlichen Zweck, ein Funktionsteil im seelenlosen Räderwerk der Staatsmaschinerie. Heute würden wir das mit einem Wort bezeichnen: Arbeitsteilung. Deren Effizienz ist unbestritten, deren Seelenlosigkeit bewirkt aber tiefes Leid, welches den Menschen selbst nur selten bewusst ist. Einzig der Dichter, ausgestattet mit jenem empfindsamen Gemüt, das Hölderlin den Genius nennt, weiß um den Verlust jener Ganzheitlichkeit, die einst den Menschen des klassischen Griechenlands ausgezeichnet haben soll. Die Dichter jedoch, namentlich jene in Deutschland, werden behandelt “wie Fremdlinge im eigenen Hause”.
 
Bron: zum.de

Hyperion [ gutenberg.spiegel.de ]

Hyperion [ 1 ]

aan het lezen in: Hyperion oder Der Eremit in Griechenland (1797)
van Friedrich Hölderlin

hyperion1796Dat Hölderlin de tweede helft van zijn leven werd opgevangen door de meubelmaker Ernst Zimmer uit Tübingen, had hij indirect te danken aan zijn brievenroman Hyperion waarvan hij het eerste deel in 1796 had geschreven. Zimmer was een bewonderaar van dat werk. Toen hij in 1806 hoorde dat Hölderlin uit de psychiatrische inrichting ontslagen was, bood hij hem een verblijf aan in zijn woontoren aan de Neckar. De krankzinnige dichter zou er tot aan zijn dood in 1843 wonen. Meestal lag bij hem een gedrukte versie van Hyperion opengeslagen op tafel. Net als zijn alter ego Hyperion verlangde Hölderlin intens terug naar de Griekse goden.

In Romantiek. Een Duitse Affaire schrijft Rüdiger Safranski daarover: “Uiteindelijk is Hölderlin met zijn goden alleen gebleven, Maar goden die niet meer worden gedeeld, verdwijnen. Hij kon ze in zijn eentje niet vasthouden, en dus is hij ze achternagegaan.”

O ein Gott ist der Mensch, wenn er träumt, ein Bettler, wenn er nachdenkt, und wenn die Begeisterung hin ist, steht er da, wie ein mißratener Sohn, den der Vater aus dem Hause stieß, und betrachtet die ärmlichen Pfennige, die ihm das Mitleid auf den Weg gab.

Hyperion, Erstes Buch

Schinkel
Karl Friedrich Schinkel
De bouw van het Parthenon (1836)
Hyperion, der rückschauend seinem deutschen Freund Bellarmin von seinem Leben berichtet, wächst in der Mitte des 18. Jahrhunderts in Südgriechenland im Frieden der Natur auf. Sein weiser Lehrer Adamas führt ihn in die Heroenwelt des Plutarch, dann in das Zauberland der griechischen Götter und begeistert ihn für die griechische Vergangenheit. Sein tatkräftiger Freund Alabanda weiht ihn in die Pläne zur Befreiung Griechenlands ein. In Kalaurea lernt er Diotima kennen. Sie gibt ihm die Kraft zur Tat. Er nimmt im Jahre 1770 am Befreiungskrieg der Griechen gegen die Türken teil, dem Osmanischen Krieg. Die Rohheit des Krieges stößt ihn jedoch ab. Er wird schwer verwundet, Alabanda muss fliehen und Diotima stirbt. Hyperion geht nach Deutschland, aber das Leben dort wird ihm unerträglich. Deshalb kehrt er nach Griechenland zurück und lebt dort als Eremit. In seiner Einsamkeit findet er in der Schönheit der Landschaft und Natur zu sich selbst und überwindet die Tragik, die in diesem Alleinsein liegt.
 
Bron: de.wikpedia.org
Ja! ein göttlich Wesen ist das Kind, solang es nicht in die Chamäleonsfarbe der Menschen getaucht ist.Es ist ganz, was es ist, und darum ist es so schön. Der Zwang des Gesetzes und des Schicksals betastet es nicht; im Kind ist Freiheit allein.

Hyperion, Erstes Buch

Hyperion [ gutenberg.spiegel.de ]

Klirren die Fahnen

afgelopen maandag gekocht: de mooiste van Friedrich Hölderlin
samengesteld door Koen Stassijns en Ivo van Strijtem

hölderlinDe Duitse romantische dichter Hölderlin (1770-1843) keert op onverwachte momenten bij mij terug. Mijn eerste kennismaking was op de middelbare school met Duitse letterkunde. Ik was 17 en had de ideale leeftijd voor romantische bevlogenheid, maar toch was er geen klik. Die kwam pas veel later in de zomer van 2011 toen we Tübingen bezochten, het universiteitsstadje ten zuiden van Stuttgart waar Hölderlin samen met Hegel en Schelling studeerde aan de Tübinger Stift. Drie grote Duitse Dichter und Denker op één studentenkamer. Het gegeven alleen al heeft mythische proporties.

Legendarisch is ook Hölderlin’s verblijf in de woontoren aan de Neckar. De dichter leefde de tweede helft van zijn leven, zoals de Duitsers dichterlijk zeggen, in Geistige Umnächtung. Je krijgt het er bijna poëtisch van. Hölderlin werd dus gek. Een krankzinnige dichter in een toren aan het water, een beeld dat zich tot de Duitse Romantik verhoudt als klompen en tulpen tot Holland. In 1806 werd hij opgenomen in een inrichting waar hij ongeneeslijk krankzinnig werd verklaard. Timmerman Ernst Zimmer uit Tübingen, die geletterd was en een bewonderaar van Hölderlin‘s brievenroman Hyperion, bood hem een verblijf aan in een woontoren aan de Neckar, vlak onder de Stift waar hij gestudeerd had.

Hölderlinturm
drie jaar geleden bezochten we de Hölderlinturm

Hölderlin was 36 jaar en zou nog 36 jaar in deze toren leven. Een van Hölderlin‘s bekendste gedichten is Hälfte des Lebens. Hij schreef het in 1805 op 35-jarige leeftijd in Frankfurt.

Hälfte des Lebens

Mit gelben Birnen hänget
Und voll mit wilden Rosen
Das Land in den See,
Ihr holden Schwäne,
Und trunken von Küssen
Tunkt ihr das Haupt
Ins heilignüchterne Wasser.

Weh mir, wo nehm’ ich, wenn
Es Winter ist, die Blumen, und wo
Den Sonnenschein,
Und Schatten der Erde?
Die Mauern stehn
Sprachlos und kalt, im Winde
Klirren die Fahnen.

De poëzie van Hölderlin hoort bij het subliemste wat Europa ooit zag. Deze hypergevoelige romanticus, doodongelukkig om een onmogelijke liefde, schreef als een magiër bij nacht en ontij, als een jonge god bij zonsopgang, als een aartsengel die het vijfde evangelie uitbazuint. Wie eenmaal zijn hymnen en gezangen gelezen heeft, is voor altijd verloren. Zijn gedichten doen je van de ene verbijstering in de andere gevallen. Esthetische én ethische verbijstering. Hij past Griekse versvormen toe in het Duits, vermengt christelijke theologie met antieke mythologie en verwijst zo haast visionair naar de kwalen en dreigingen van onze hedendaagse beschaving. Koen Stassijns en Ivo van Strijtem brengen zijn meest geniale gedichten samen in deze bundel, zowel in vertaling als in de originele taal. Zij vroegen aan de prominente vertalers Erik Derycke en Geert van Istendael om geheel nieuwe vertalingen te maken.
 
Bron: lannoo.be

verder lezen:
De waanzin van Hölderlin [ woest & vredig ]
Als water van rotsklip tot rotsklip geworpen [ Kester Freriks op athenaeum.nl ]

“dat ben ik”

gezien bij VPRO Boeken: Wim Brands en Vonne van der Meer
Het smalle pad van de liefde (2013)

Het smalle pad van de liefde Hegel meende dat de ochtendkrant voor de moderne mens de plaats van het ochtendgebed heeft ingenomen. In het verlengde daarvan zou je kunnen zeggen dat de roman voor de eucharistie in de plaats is gekomen. Zeker als je kijkt naar het boekenprogramma VPRO Boeken dat op 1 september weer van start ging en iedere zondagmorgen tussen 11.20 en 11.50 wordt uitgezonden. Gisteren kwam Vonne van der Meer vertellen over haar nieuwste boek Het smalle pad van de liefde dat afgelopen week verscheen. Naast het verhaal over een buitenechtelijke liefde is het ook een bekeringsverhaal. Een moedig boek, zei Wim Brands, maar voegde er gelijk aan toe: “waarom moet ik dit eigenlijk moedig vinden? Het heeft te maken met de schroom voor het onderwerp.”

Vonne van der Meer vindt het christelijk geloof geen taboe. Want een taboe kun je doorbreken. Maar wanneer iets als achterlijk (of achterhaald) wordt beschouwd, dan is het not done. In combinatie met de spot van Maarten ‘t Hart of de ironie van Gerard Reve wordt het christelijk geloof in de hedendaagse literatuur nog wel getolereerd, maar een ondubbelzinnig bekeringsverhaal is voor de de meeste literatuurrecensenten iets om te negeren of om af te branden. Wim Brands toonde zich oprecht geïnteresseerd voor het boek en voor de bekering van Vonne van der Meer, twintig jaar geleden, al blunderde hij in het begin omdat hij dacht dat de schrijfster onlangs tot het licht was gekomen. In Het smalle pad van de liefde staan een paar gedichten, waaronder “op zekere leeftijd” van de Pools-Amerikaanse schrijver en dichter Czesław Miłosz (1911-2004). Brands las het voor:

Op zekere leeftijd
 
Wij wilden zonden bekennen en er was niemand aan wie.
De wolken wilden ze niet aanhoren, noch de wind
Die een voor een alle zeeën bezoekt.
Het lukte ons niet de dieren te interesseren.
De honden, ontgoocheld, wachtten op een bevel.
De kat, immoreel als altijd, viel in slaap.
Een persoon, ons schijnbaar genegen,
Was niet geneigd te luisteren naar wat vroeger gebeurd was.
Gesprekken met anderen, bij wodka of koffie,
Hoefden we niet te rekken na het eerste signaal van verveling.
Het zou vernederend geweest zijn een man met diploma
Per uur te betalen voor een luisterend oor.
Kerken. Misschien de kerken. Maar wat daar bekennen?
Dat wij onszelf ooit mooi en edel vonden,
Maar dat later, op deze plaats, een afzichtelijke pad
De dikke spleetogen opent
En men weet: „Dat ben ik„
 
Czesław Miłosz

Wanneer zelfkennis en religieus bewustzijn elkaar in een gezegende situatie mogen ontmoeten, groeit er bewustzijn van God. Want waar moeten we naartoe met onze zelfhaat? Wáár kunnen we onze zonden bekennen? Wie kunnen we onze zonden bekennen? Wie is er wit als sneeuw?

Bij Vonne van der Meer ontstond begin jaren negentig ook een soort religieuze nieuwsgierigheid. Ze bekeerde zich – na haar veertigste – tot het katholieke geloof. Sindsdien is religie bij de schrijfster een terugkerend thema. Vaak heel subtiel, zoals in Het smalle pad van de liefde. Terwijl er in de hedendaagse literatuur nog weinig over religie wordt geschreven, heeft het Van der Meer een gebied gebracht waarover ze kan schrijven – zonder dat het een evangelisch traktaat wordt.
 
Bron: boeken.vpro.nl

Evelien de Nooijer las Het smalle pad van de liefde onmiddellijk na het verschijnen en besprak het afgelopen donderdag op haar boekenblog Over boeken enzo.

vonnevandermeer.nl

noche oscura del alma

gezien op Canvas bij Katholieke Televisie en radio Omroep: Braambos
karmeliet Reinhard Körner over depressie en Juan de la Cruz

De benedictijner monnik Anselm Grün is niet alleen in Duitsland maar ook in Nederland en Vlaanderen een bekende auteur van boeken over zingeving. Tientallen van zijn boeken zijn inmiddels in het Nederlands vertaald. Een grote kracht van Anselm Grün is dat hij een brug weet te slaan van het christendom naar de hedendaagse zoektocht naar zingeving. In zijn teksten gebruikt hij vaak de taal van de psychologie.

Reinhard KörnerGisteren viel ik op het Belgische Canvas in een mooi gesprek met een andere Duitse monnik. De karmeliet Reinhard Körner is zielzorger en begeleidt mensen die aan depressies lijden. Daarbij baseert hij zich op de spiritualiteit van Juan de la Cruz. Met Lucette Verboven sprak hij een halfuur lang over depressiviteit, Johannes van het Kruis en geloof in eeuwig leven. Zijn boeken verschijnen bij Vier-Türme Verlag die ook de boeken van Anselm Grün uitgeeft. Deze uitgeverij is gevestigd in de benedictijner Abtei Münsterschwarzach. Zelf woont Körner in het Karmelitenkloster Birkenwerder.

En una noche oscura,
con ansias en amores inflamada,
¡oh dichosa ventura!
salí sin ser notada,
estando ya mi casa sosegada.

Juan de la Cruz, ca. 1577

Dunkle NachtDonkere nacht van de ziel is een metafoor die de spirituele ervaring beschrijft van iemand die een fase in zijn leven doormaakt waarin hij zich door iedereen verlaten voelt, zonder hoop op een betere toekomst. Deze aan depressie verwante gevoelens ervaart de persoon als een crisis van geestelijke identiteit. Verschillende spirituele tradities zoals de christelijke mystiek verwijzen naar deze ingrijpende en louterende ervaring. Zo beschreef Johannes van het Kruis in een gedicht de reis van de ziel vanuit zijn lichamelijke thuis naar een vereniging met God. Deze reis is bijzonder zwaar want het betekent een onthechting van de wereld om zich “met het licht van de schepper te kunnen verenigen.” In zijn werken maakt Johannes onderscheid tussen twee donkere nachten: de nacht van de zuivering van de zintuigen en de nacht van de zuivering van de geest. Bron: nl.wikipedia.org

reinhard-koerner.de

Hoe genoeglijk rolt het leven …

van Michaela gekregen: H.K.Poot – Dichter en Boer
Hubert Korneliszoon PootHubert Korneliszoon Poot (1689-1733) was bij zijn leven een hype. Het was in Nederland nog nooit vertoond dat een boer tegelijk dichter was. Zijn eerste bundel Mengeldichten (1716) met vooral liefdespoëzie kreeg meteen een paar herdrukken. Zijn tweede boek, Gedichten, werd chic uitgegeven met tal van illustraties bij de afzonderlijke gedichten, waaronder het bekende Akkerleven, „Hoe genoeglijk rolt het leven / des gerusten landmans heen„, dat onder dit brave begin heel wat ironie verbergt. Zijn roem is zo groot dat men hem op de boerderij opzoekt: kijk, hij dicht. Als eerste literator probeert hij van de pen te leven, door poëzie in opdracht te schrijven en redactioneel werk te verrichten. Daartoe verhuist de boerenzoon van Abtswoude naar Delft.
 
Het loopt op een pijnlijke mislukking uit. Hij raakt in een depressie en keert naar huis terug. Die teleurstelling is hij nauwelijks te boven gekomen. Maar wel heeft hij zijn poëzie een nieuwe wending gegeven. In zijn laatste jaren heeft hij vernieuwende gedichten geschreven met de natuur als uitgangspunt. Ook had hij de durf zijn schrijnende levenservaringen een plaats in zijn poëzie te geven.
 
Bron: uitgeverijprometheus.nl
Hubert Korneliszoon Poot was bij zijn leven een hype. Het was in Nederland nog nooit vertoond dat een boer tegelijk dichter was.
Hubert Korneliszoon PootHubert Korneliszoon Poot (1689-1733) was een Nederlands dichter, wiens werk aansluit bij zowel de klassiek georiënteerde poëzie van bijvoorbeeld Vondel, als bij de gevoelige stemmingspoëzie uit de 18e eeuw. Poot stond ook aan de basis van een ommekeer in de Nederlandse literatuur: hij nam zich voor om te proberen van zijn pen te leven en, wat heel ongebruikelijk was in de 17e eeuw, daarnaast geen ander beroep uit te oefenen. Als brooddichter trad hij ook op als uitgever.
 
Aanvankelijk was Poot boer. Dat hij als boerenzoon de Latijnse school niet bezocht, heeft hem echter niet belet om door middel van vertalingen vertrouwd te geraken met de klassieke auteurs. Dat blijkt uit de vele klassieke toespelingen die in zijn gedichten te vinden zijn. Zo is zijn Akkerleven (uit Gedichten, verschenen in 1722) een navolging van wat Horatius schreef in zijn verheerlijking van het leven van de boer. Het succes van zijn in 1716 gepubliceerde Mengeldichten (herdrukt in 1718) bracht hem er in 1723 toe om zich in Delft te vestigen en zich geheel aan de literatuur te wijden. Dat draaide echter uit op een teleurstelling en een jaar later keerde hij terug naar zijn dorp. Na zijn huwelijk in 1732 verhuisde hij opnieuw naar Delft, waar hij na een jaar aan een nierziekte overleed.
 
Bron: nl.wikipedia.org

plekken uit mijn jeugd

in het voorbijgaan … (1969-1975)

Ik maakte een wandeling over het kale terrein waar eens het bos uit mijn jeugd stond. Veertig jaar geleden was dit mijn wereld. Nu is het er leeg, kaal en koud. Een golf van weemoed overspoelde mij en uit de diepte klonken de woorden van de Psalmist: “Gelijk het gras is ons kortstondig leven, Gelijk een bloem, die op het veld verheven, Wel sierlijk pronkt, maar kracht’loos is en teêr; Wanneer de wind zich over ‘t land laat horen, Dan knakt haar steel, haar schoonheid gaat verloren; Men kent en vindt haar standplaats zelfs niet meer.” (Psalm 103:8).

CNS II
voorjaar 2010
mijn school is na veertig jaar verdwenen…

Voor maandagmorgen moesten we altijd een psalmversje leren. Vrolijke maar ook droevige. In 1973 wist ik nog niet wat melancholie was en had de onomkeerbaarheid van het leven nog niet leren kennen. Het was eeuwig zomer. Al zong Gerard Cox op de radio dat-ie weer voorbij was…

De plekken uit mijn jeugd zijn
er nog, maar iedereen is weg.
Ik ben dertig zomers geleden al vertrokken. En keer steeds terug.
Puskásbosje
voorjaar 2011
mijn bos is na veertig jaar verdwenen…