Categorie archief: natuur

Het beeld van het Wilde Westen [5]

gisteren gezien: The Revenant (2015)

Voor mij is de western een erfgenaam van The Hudson River School en van de Amerikaanse romantiek, het transcendentalisme. Het gaat daarbij om de grootsheid van de natuur met haar eindeloze vergezichten en de nietigheid van de mens. Ik ben vaak meer geboeid door het decor, de Amerikaanse wildernis, dan door het verhaal. De mens staat op de achtergrond en de natuur op de voorgrond. De western als voortzetting van de landschapsschilderkunst.

Albert Bierstadt
Go West!Albert Bierstadt, een van de schilders van de Hudson River School geeft een romantisch beeld van het Westen Dit is ook het beeld dat ons in How the West was won (1962) wordt opgedrongen. Het beeld dat The Revenant (2015) van de Amerikaanse wildernis geeft, staat hier haaks op.

De western heeft vele gezichten. Je hebt de zwijgende westerns van Edwin S.Porter (The Great Train Robbery, 1903), de klassieke westerns van John Ford (Wagon Master, 1950) en William Wyler (The Big Country, 1958) en de spaghettiwesterns van Sergio Leone (Dollar Trilogie (1964-1966).

Op het witte doek heeft de western zich vaak vermengd met andere genres: er zijn komische westerns (Blazing Saddles, 1974 ), horrorwesterns (Devil Rider, 1988), scifiwesterns (Westworld, 1973), patriottische westerns (How the West was won, 1962) en psychedelische westerns (The Hired Hand, 1971). En je zou het niet verwachten, maar ook de feministische western (True Grit, 2010) bestaat. De western heeft zijn eigen iconen: John Wayne, de iconische cowboy. Monument Valley, het iconische landschap. Deadwood, het iconische westernstadje. De 4-4-0 ‘American’ , de iconische stoomlocomotief.

Misschien is de western wel het Amerikaanse genre bij uitstek. In How the West was won geeft een heroïsche voice over ons geschiedenisles en vertelt hoe de verovering van het wilde Westen, Amerika groot maakte. De film besluit met een patriottisch lied: “The promised land, the land of plenty rich with gold. Here came dreamers with Bible, fist and gun. Bound for land, across the plains their wagons rolled. Hell bent for leather – that’s how the West was won.”

The RevenantEen groter contrast met The Revenant is nauwelijks denkbaar. Deze western van Gonzalez Iñáritu uit 2015 is een ontluisterende film. Van de trots uit 1962, toen The American Dream misschien wel op zijn hoogtepunt was, is niets meer over. In The Revenant is de Amerikaanse kolonisator in het Westen een beest geworden onder inheemse beesten (grizzlyberen en indianen) die vecht om te overleven in een wildernis die volmaakt onverschillig staat tegenover de mens. Geen fraai mensbeeld en ook al geen romantische opvatting over de natuur.

De 37-jarige avonturier Hugh Glass sluit zich in 1823 aan bij de Rocky Mountain Fur Company, een onderneming pelsjagers die de bovenloop van de Missouri afspeurt op zoek naar pelsdieren. Wanneer Glass zich op een dag van de groep afscheidt en op verkenning gaat, wordt hij aangevallen door een grizzlybeer. Zijn collega’s vinden zijn bewusteloze lichaam. Ondanks zijn hevige verwondingen is Glass nog steeds in leven. Omdat ze zich op gevaarlijk terrein begeven en de winter op komst is, betaalt de kapitein van de expeditie John Fitzgerald en de jonge Jim Bridger om bij Glass te blijven en hem te begraven zodra hij overleden is.
Bron: nl.wikipedia.org

The Revenant rekent niet alleen genadeloos af met een optimistisch mensbeeld (dat deden de spaghettiwesterns natuurlijk ook al), maar ook met de illusie dat de natuur onze bescherming nodig heeft (of door de mens geknuffeld zou moeten worden). De witte, vijandige wildernis in The Revenant is een wrede arena waarin wrede wezens proberen te overleven. Ieder voor zich. Een zwarte film, al is het landschap steeds wit. De wildernis als metafoor van het universum in zijn kale existentie.

The Revenant is een zwarte film, al is het landschap steeds wit. De wildernis als metafoor van het universum in zijn kale existentie.

En toch, wat kan het het zwijgen van de natuur mooi zijn! Deze esthetische ervaring van de vijandige natuur zou Nietzsche tot de gedachte brengen “dat alleen als esthetisch fenomeen het bestaan en de wereld voor eeuwig gerechtvaardigd zijn”. Het camerawerk van Emmanuel Lubezki werd niet voor niets beloond met een oscar. De regisseur en de hoofdrolspeler kregen er ook een.

The Revenant [ nl.wikipedia.org ] | voorgaande stukjes in deze reeks

huilen met Rousseau

gelezen: Jean-Jacques Rousseau – een rusteloos genie (2012)
door Leo Damrosch

RousseauOp 28 juni 2012 was het precies 300 jaar geleden dat Jean-Jacques Rousseau in Genève geboren werd. Maarten Doorman schreef een boekje over zijn persoonlijke relatie met de vader van de moderne autobiografie (en nog wel meer) en Uitgeverij Ten Have/Veen bracht in 2012 een bijna vuistdikke vertaling van Rousseau – Restless Genius (2005) van Leo Damrosch op de markt. Een paar jaar later kwam het in de ramsj en ik kocht het om het bijna twee jaar ongelezen in de boekenkast te laten staan.

Deze zomer kwam een mooie gelegenheid om het te lezen: tijdens onze vakantie in de Jura bezochten we Môtiers, het Zwitserse bergdorpje waar Rousseau en zijn levensgezellin Thérèse tussen 1762 en 1765 in ballingschap zouden wonen. Helaas was het kleine museum gesloten, maar het was toch fijn om even op de beroemde waranda te hebben gestaan, al is in de afgelopen 250 jaar bijna alles vernieuwd.

Môtiers
Môtiers …op de trap naar de waranda van het huis waar Rousseau na de publicatie van Emile en Le contract social in 1762 verbleef.
(Foto genomen op 11 juli 2018)

In Frankrijk zijn er nog tientallen andere “Rousseau bedevaartsplaatsen”. De meeste dateren van kort na zijn dood in 1778 toen er een Rousseaucultus ontstond. In de achttiende eeuw hoorde je in de voetsporen van Rousseau je zakdoek te pakken en enkele tranen te plengen. Ik hield het droog in Môtiers.

boekbespreking door Sebastien Valkenberg in Trouw [ trouw.nl ]

koningin zoekt boerderij

gisteren gezien op Arte: Marie Antoinette und die Geheimnisse von Versailles

De Zonnekoning was al zeventig jaar dood toen de koningin van Frankrijk, Marie Antoinette, in de tuin van Versailles haar droom liet realiseren: een boerendorpje waar ze zichzelf letterlijk even kon bevrijden van het knellende korset van het protocol. Hier kon ze even vrij adem halen, van een geïdealiseerd boerenleven genieten en met haar koninklijke handen de koeien melken of de (geparfumeerde!) schapen hoeden. Een boerderij op Versailles, Lodewijk XIV zou zich omdraaien in zijn graf.

Hameau de la reine
Hameau de la reine
… ontmoeting tussen rococo en romantiek …

En toch had de stichter van Versailles onbedoeld de aanzet hiertoe gegeven. Hij was de bedenker van een hofcultuur waarin hij de complete adel van Frankrijk in een soort bijenkorf gevangen hield en deze vervolgens om hem heen liet zwermen. Wie het best zijn rol speelde, werd beloond door bijvoorbeeld ‘s morgens aanwezig te mogen zijn tijdens het koninklijk toilet. Er ontstonden ontelbare regels die de etiquette aan het hof bepaalden en waarin iedereen zat ingesponnen. Het korset van de dames was een materialisatie van dat andere korset: de etiquette. Degenen die zich het beste aanpasten, hadden de meeste kansen om op Versailles te overleven én om hogerop te komen.

Deze hofcultuur waarbij alles draaide om de rol die men behoorde te spelen, moest wel tot een heftige reactie leiden. Versailles was in feite een theater en de hovelingen waren de acteurs. De mens zou door een mens in opstand komen tegen dit nepleven. Die mens heette Jean-Jacques Rousseau. De wal had voor hem het schip gekeerd. De Franse cultuur, die inmiddels de toenmalige beschaafde wereld in zijn greep had gekregen, was overgecultiveerd geworden en moest terug naar de natuur.

Het appèl van Rousseau vond overal gehoor. In de jaren zeventig van de achttiende eeuw nam zijn invloed steeds meer toe en toen hij in 1778 stierf, brak er een Rousseau-mania uit. Marie Antoinette was toen 23 jaar en al acht jaar gekneed aan het hof van Versailles. Ze droeg belachelijk hoge kapsels die in de tweede helft van de jaren zeventig mode waren geworden. De rol van koningin die ze vanaf 1775 moest spelen, was de hoogste rol die er voor een vrouw was en dus een voorbeeld voor alle andere vrouwen aan het hof.

In 1775 had ze van haar gemaal Lodewijk XVI het Petit Trianon cadeau gekregen, een klein paleisje dat op afstand lag van het grote paleis van Versailles. Door zich daarin terug te trekken, kon ze ook afstand nemen van alle etiquette waarin het leven aan het hof van Versailles verstrikt was. Na 1780 ging er een andere wind waaien. De ideeën van Rousseau en andere Verlichtingsdenkers kregen steeds meer invloed. Ook de koningin van Frankrijk wilde terug naar de natuur.

Marie-Antoinette
Op een portret uit 1783 dat Elisabeth Vigée-Lebrun van Marie-Antoinette schilderde, draagt de koningin een jurk van dunne stof, een hoed van stro en misschien wel het opvallendst van alles: ze draagt geen juwelen. Dit portret is een statement waarmee de koningin wil laten zien dat ook zij een volgeling van Rousseau wil zijn: terug naar de natuur.

De afkeer van het protocol aan het hof van Versailles en de terugkeer naar de natuur zouden er komen. Rond 1785 werd achter het Petit Trianon een Engelse tuin aangelegd met daarin een pittoresk boerendorpje. Het telt een tiental huizen waaronder een watermolen (die verder geen functie heeft), een schapenstal en een boerderij. Of Marie-Antoinette nu een authentiek mens was geworden, valt te betwijfelen. Ze speelde nu gewoon af en toe ook een andere rol, die van boerin.

Hameau de la reine
Hameau de la reine
Den Höhepunkt ihres Gestaltungswillens und ihrer Sehnsucht nach Privatsphäre bildet das tief im englischen Landschaftsgarten verborgene Hameau – von außen ein beschauliches Bauerndörfchen, doch im Inneren ein echtes Schmuckstück. In gerade einmal 20 Jahren hat Marie Antoinette Versailles ihre ganz persönliche Prägung verliehen: Zwar wurde das Schloss von Ludwig XIV. erbaut, doch die Innenarchitektur trägt die Handschrift der Königin. Nach der Revolution begann der Zahn der Zeit am Hameau de la Reine zu nagen. Nach umfangreichen Restaurierungsarbeiten ist er nun in alter Pracht wiedererstanden und erstmals seit dem 18. Jahrhundert der Öffentlichkeit zugänglich. Kunsthandwerker legen im restaurierten Hameau letzte Hand an, Möbel und Nippes finden ihren ursprünglichen Platz. Aus dem Halbdunkel beobachtet eine einsame Marie Antoinette das Geschehen. Der letzten Königin von Frankreich wurde zum Verhängnis, dass sie ihrer Zeit voraus war und für sich das Recht auf Glück in Anspruch nahm.
 
Bron: arte.tv
Hameau de la reine
Hameau de la reine

Natuur als heiligdom

gelezen in Alexander von Humboldt
und die Erfindung der Natur
van Andrea Wulf

die Erfindung der naturOm de ondertitel van de biografie over de Duitse ontdekkingsreiziger Alexander von Humboldt te kunnen begrijpen, moeten we terug naar de achttiende eeuw. Hoe kun je de natuur nu uitvinden? Je kunt in de natuur doordringen via allerlei soorten wetenschap en ontdekkingen doen, maar uitvinden? Toch noemt Andrea Wulf haar 400 pagina dikke biografie Alexander Von Humboldt und die Erfindung der Natur. Deze titel blijkt goed gekozen. Ze beweert nergens dat Von Humboldt de natuur heeft uitgevonden, maar ze plaatst hem wel in een tijd waarin er een heel nieuw begrip over de natuur ontstond en in zekere zin werd “uitgevonden”, de jaren rond 1800.

Rond 1800 was er in Europa niet alleen een politieke aardverschuiving gaande. Ook in de wetenschap vond een omwenteling plaats. De Verlichting had definitief een einde gemaakt aan de onwetendheid die het geloof in stand zou hebben gehouden. De mens had de moed gekregen om zelf na te denken en langs empirische weg de natuur te ontsluiten. Natuur was altijd een vijand van de mens geweest. De Bijbel leerde dat sinds de mens verdreven was uit het Paradijs de natuur vijandig was geworden. In het Paradijs bestond de dood niet, maar in de natuur draait alles om eten en gegeten worden. In zijn strijd om het bestaan was de natuur dus een vijand van de mens.

Tijdens de Romantiek die aan het einde van de achttiende eeuw haar intrede deed, draaide dit beeld helemaal om. De natuur werd een heiligdom en de mens die de natuur goed kon “lezen” en aan anderen kon uitleggen, werd een soort priesterfiguur. Alexander von Humboldt die in 1769 geboren werd, een maand na Napoleon, was bijna twintig toen de Franse Revolutie uitbrak. Hij leefde in een stormachtige tijd. Als Duitser groeide hij op in het klimaat van de vroege Romantiek. De Duitse romantici waren volgelingen van Rousseau en zagen de natuur als goed. De cultuur, het “huis” van de mens om zich te beschermen tegen de onberekenbare natuur, zag Rousseau als verdorven.

Alexander von Humboldt
Alexander von Humboldt in 1806 en 1843

Deze veranderde houding ten aanzien van de natuur had ook alles te maken met de Verlichting, die Rousseau eigenlijk verafschuwde. Door de natuurwetenschap kreeg de mens steeds meer grip op de natuur. De natuur werd minder bedreigend en er bestond een groeiend optimisme over een vreedzame onderwerping van de natuur. De industriële revolutie was nog niet op gang gekomen en het fenomeen milieuvervuiling was ondenkbaar.

In dit klimaat discussieerde Von Humboldt met zijn tijdgenoten over de natuur. Zo was er onder geologen was er een levendig debat of alle aardse gesteenten van oorsprong in de oceanen gevormd (neptunisme) of juist ontstaan zijn door vulkanisme aangedreven door warmte uit het binnenste van de aarde.(plutonisme). In dit debat zouden neptunisten en plutonisten veertig jaar lang (van 1790 tot 1830) tegenover elkaar staan. Uiteindelijk zou Von Humboldt met bewijzen komen dat de theorie van het neptunisme onhoudbaar was.

Door hun hoge geboorte en intellect hadden Alexander en zijn broer Wilhelm Von Humboldt in Jena het voorrecht om in het gezelschap van Goethe en Schiller te verkeren. Goethe en Von Humboldt hadden veel interesse voor geologie en waren in die jaren aanhanger van het neptunisme. Maar ze toonden ook veel belangstelling voor botanie. In het tweede hoofdstuk Fantasie und Natur: Johann Wolfgang von Goethe und Humboldt beschrijft Andrea Wulf hun vriendschap. Goethe liep tegen de vijftig en was tweemaal zo oud als Alexander von Humboldt. Hij merkte over de getalenteerde jongeman op:

Was ist das für ein Mann! Ich kenne ihn so lange und bin doch von neuem über ihn in Erstaunen. Man kann sagen, er hat an Kenntnissen und lebendigem Wissen nicht seinesgleichen. Und eine Vielseitigkeit, wie sie mir gleichfalls noch nicht vorgekommen ist! Wohin man rührt, er ist überall zu Hause und überschüttet uns mit geistigen Schätzen. Er gleicht einem Brunnen mit vielen Röhren, wo man überall nur Gefäße unterzuhalten braucht und wo es immer erquicklich und unerschöpflich entgegenströmt.
 
Bron: avhumboldt.de
Alexander von Humboldt
Alexander von Humboldt (37 jaar) door Christan Weitsch in 1806
Er gleicht einem Brunnen mit vielen Röhren, wo man überall nur Gefäße unterzuhalten braucht und wo es immer erquicklich und unerschöpflich entgegenströmt.

Goethe over Alexander von Humboldt

Alexander von Humboldt
Alexander von Humboldt (74 jaar) door Joseph Karl Stieler in 1843

Alexander von Humboldt stierf in 1859 op bijna 90-jarige leeftijd in Berlijn. Hij was een van de beroemdste mensen van zijn tijd. Tijdens zijn leven zou hij de grootste bioloog ter wereld blijven. Kort na zijn dood, in het najaar van 1859 verscheen The Origin of Species. Het boek sloeg in als een bom en maakte Darwin op slag wereldberoemd. Tegenwoordig staat Von Humboldt in zijn schaduw maar Darwin zag Von Humboldt als zijn leermeester op wiens schouders hij stond.

interview met Andrea Wulf over haar Alexander von Humboldt [ nrc.nl ] | avhumboldt.de

rijk Dordt

Een koninklijk paradijs Aart Schouman en de verbeelding van de natuur
Dordrechts Museum, 19 februari t/m 17 september 2017

Een koninklijk paradijs“Het is hier geen rijk Dordt!” placht mijn moeder wel eens bestraffend te zeggen als ik vroeger mijn boterham te dik belegde. In Zuid-Holland waar mijn moeder vandaan komt, was deze uitdrukking van moeder op (mijn) moeder overgegaan. In Dordrecht woonden vroeger de rijken. Het Dordrechts Museum laat permanent al veel van het rijke verleden van Dordrecht zien maar nu is daar nog iets bijgekomen. Afgelopen zaterdag opende koningin Maxima de tentoonstelling Een koninklijk paradijs – Aart Schouman en de verbeelding van de natuur.

De achttiende eeuw gold lang als “de vergeten eeuw” maar gelukkig is daar de laatste jaren verandering in gekomen met tentoonstellingen als Uit de plooi. De 18de eeuw in beweging (Valkhof Museum Nijmegen 2013) of programma’s als Ridders van Gelre – de vergeten achttiende eeuw (Omroep Gelderland, 2015) en Alexander Roslin – portrettist van de aristocratie (Rijksmuseum Twenthe, Enschedé, 2015).

Aert Schoumann
portret van Albertus de Jonck
Ook na de Gouden Eeuw kende Dordrecht schilders die naam maakten ver buiten hun eigen stad. Aert Schouman staat symbool voor een periode waarin de schilderkunst een meer decoratieve functie kreeg. Hij schilderde zowel portretten als historie- en genrestukken en aquarellen, evenals ander decoratief werk, alles aansluitend bij de veranderende smaak van het publiek. Het Franse classicisme voerde de boventoon, welgestelden richtten hun huis opnieuw in, waarbij het belangrijk was dat het interieur een eenheid vormde. Naast schilder was Schouman ook kunsthandelaar en had hierdoor een groot netwerk aan kunstliefhebbers- en kenners. Hij meende dat tekenen een belangrijk onderdeel van de opvoeding vormde en gaf om die reden zijn hele leven tekenles aan kinderen. Ook leidde hij jonge schilders op en leverde een nieuwe generatie Dordtse kunstenaars af.
 
Bron: dordrechtsmuseum.nl

Aart Schouman [ nl.wikipedia.org ]

een ruil is een ruil

a.s. zaterdag opent de internationale beeldententoonstelling Sonsbeek 2016

Het thema van Sonsbeek 2016 is transACTION. Net als het woord “communicatie” kun je daar de hele wereld aan ophangen. Waar of wanneer je bent, bijna altijd is er een transactie met je omgeving, zeker wanneer je de stad in gaat en je geacht wordt je te gedragen als consument. Met de keuze voor het Indonesische een kunstenaarsinitiatief Ruangrupa uit Indonesië als curator, lijkt Sonsbeek 2016 gekozen te hebben voor een iets specifiekere interpretatie van het woord transactie, namelijk de uitwisseling tussen verschillende culturen. Als er één land in de wereld is geweest, waar Nederland ooit een intense relatie mee had, dan is het wel voormalig Nederlands-Indië, sinds 1945 Republik Indonesia.

Sonsbeek 2016
website van Sonsbeek 2016

Het koloniale tijdperk begon aanvankelijk met ruilen. Met kralen en spiegeltjes. Ik heb er zelf ooit aan meegedaan. In 1986 ruilde ik met een indianenstam aan de Ucayali in het Peruaanse regenwoud mijn onderbroeken (niet van Calvin Klein maar wel erg westers) tegen beschilderde urnen. Terug in Nederland kreeg ik spijt. Dan zijn er godzijdank nog enkele zuivere indianenstammen overgebleven in Zuid-Amerika en die worden dan door toeristen (ik dus) met westerse consumptiegoederen verpest. Ik legde het voor aan H.C.ten Berge die in 1987 gastdocent was aan de kunstacademie in Arnhem. Hij stond o.m. bekend om zijn belangstelling veel natuurvolkeren (Azteken en Inuit) en was voor mij de man die ik mijn “vuile transactie” (de onderbroeken waren overigens wel gewassen) kon opbiechten. Hij verraste mij met zijn reactie. In plaats van mij mores te leren, zei hij: “een ruil is een ruil”. Met andere woorden: een goede of foute ruil bestaat helemaal niet (totdat je erachter komt dat je belazerd bent). De indianen waren blij met mijn onderbroeken en ik was blij met de beschilderde urnen. Een win-winsituatie dus.

Maar kolonialisme heeft bitter weinig met een win-winsituatie te maken. Het ruilen werd al snel roven. Door zijn koloniale verleden draagt de blanke man voor altijd een onaflosbare hypotheek met zich mee. Zullen we daar op Sonsbeek 2016 iets van merken? Kunnen we weer gewoon ruilen, ditmaal met Indonesische kunstenaars? Of worden we in die ruil nog altijd met de schuld van het roven geconfronteerd? De Indonesische kunstenaar Agung Kurniawan is ervan overtuigd dat de Nederlandse overheid en haar burgers de misstanden van de koloniale geschiedenis van Indonesië nooit volledig hebben erkend. Vanmiddag mag hij Sonsbeek 2016 openen met de Parade, een optocht door de Arnhemse binnenstad waarin Arnhemmers zijn statement bevestigen. Kunst of activisme?

Ik vrees dat Sonsbeek 2016 nu al achtervolgd zal worden met het verwijt van een verborgen politieke agenda. Ook loopt Sonsbeek 2016 het risico een vehikel te zijn geworden van de duurzaam-en-ecologisch-bouwen-lobby. Transactie met niet-westerse culturen, wakkert niet zelden de hardnekkige mythe aan van de nobele wilde. Omdat deze dichter bij de natuur leeft, zou hij ook een zuiverder mens zijn. De nobele wilde bouwt zijn huisje duurzaam en ecologisch verantwoord. Dat zouden wij in het Westen ook moeten doen. Wordt “de nobele wilde” hier voor het karretje van de duurzaam-en-ecologisch-bouwen-lobby gespannen?

Wordt “de nobele wilde” hier voor het karretje van de duurzaam-en-ecologisch-bouwen-lobby gespannen?

Sonsbeek 2016 moet natuurlijk over kunst gaan, maar kunst is, zoals we weten, nooit autonoom maar diep verstrengeld met onze maatschappij en de tijdgeest. Het toverwoord van de 21 eeuw is “duurzaam”. Dit wordt duidelijk gepresenteerd in het statement van de Indonesische kunstenaar Eko Prawoto. Naast de witte Sonsbeekvilla heeft hij van bamboe een paviljoen laten bouwen dat een soort spiegelbeeld in bamboe is. Het past prima in het thema transACTION: Nederland ontmoet Indonesië en westers bouwen ontmoet bouwen met natuurmateriaal.

sonsbeek.org

natuur zoals natuur bedoeld is

Cornelis Lieste – Schilder van het licht
nog tot 19 juni 2016 in het Koekkoekhuis in Kleef

Cornelis Lieste (1817-1861) is bij het grote publiek in Nederland waarschijnlijk meer bekend als de betovergrootvader van (Joost Zwagerman) dan als landschapsschilder. Volgend jaar is het tweehonderd jaar geleden dat hij in Haarlem geboren werd. Hij werd niet ouder dan 44 jaar en schilderde in de jaren vijftig van de negentiende eeuw tijdens de overgang van de romantiek naar het realisme.

Cornelis Lieste toont de verhevenheid en stille grootte der natuur middels weidse heidepanorama‘s, eindeloze horizonten, zich hoog verheffende bergen, of waterspiegels die een mysterieuze diepte doen vermoeden. Hij houdt het moment van de eeuwigheid vast in de overgang van dag naar nacht. De tentoonstelling omvat 35 schilderijen en een keur aan tekeningen, grafisch werk en schetsboeken. Het grootste gedeelte van de tentoongestelde werken is afkomstig uit Nederlands en Duits privébezit en uit de kunsthandel en werd tot nu toe nog nooit in het openbaar getoond. Verschillende Nederlandse musea als ook kunsthandel Simonis&Buunk, Ede, hebben werken in bruikleen afgestaan en zo deze expositie mogelijk gemaakt.
 
Bron: koekkoek-haus.de

Lieste stond tussen de Romantische School en de schilders van Barbizon (en Oosterbeek) in. Deze laatsten verwierpen het romantische plaatje en trokken erop uit om de natuur op heterdaad te betrappen. Atmosfeer was veel belangrijker dan het detail. B.C.Koekkoek , die in de jaren veertig gevierd werd als de “prins van de landschapsschilders”, raakte na 1850 op zijn retour. De generatie na hem hield ermee op om elk blaadje te schilderen en elke verfstreek onzichtbaar te maken. Een landschap moest niet geïdealiseerd worden, maar je moest via het schilderij het landschap kunnen beleven zoals het werkelijk was, in al zijn rauwheid. Daar hoorde dus ook een rauwere penseelvoering bij.

Lieste
Waterval van Chiavenna, ca. 1854

Omstreeks 1854 bezocht Cornelis Lieste de Italiaanse-Zwitserse stad Chiavenna en omgeving. Net als Nietzsche die bijna dertig jaar later in het nabijgelegen Sils Maria aan zijn Zarathustra schreef, moet hij verrukt geweest zijn van het woeste en ongeciviliseerde landschap. Hier was de natuur helemaal zichzelf zoals op de landschappen van de Hudson River School: majestueus maar onverschillig voor het lot van de mens. Dit realisme trof ik aan op een schilderij dat Lieste maakte van een waterval in de buurt van Chiavenna en ik besloot er een olieverfschets van te maken. Ik was vooral getroffen door de delicate tonen tussen violet en lila.

Cornelis Lieste
olieverfschets naar Cornelis Lieste
Koch en Richter
De waterval bij Chiavenna staat in een traditie uit de romantiek om ongerepte natuur af te beelden in een omhoog strevende compositie.
Der Schmadribachfall (1821) van Joseph Anton Koch en Der Watzmann van Ludwig Richter(1824)
Cornelis Lieste en Thomas Cole
Ook het beroemde schilderij van de Kaaterskill Falls (1826) van de Amerikaanse schilder Thomas Cole staat in deze traditie.