Categorie archief: natuur

Schollevaars & Lepelaars

gisteren met René natuurgebied de Blauwe Kamer bezocht
Blauwe Kamer
de vogelkolonie met aalscholvers en lepelaars
Verschillende vogels kunnen hier zich goed handhaven. Het aantal soorten broedvogels schommelt tussen de 60 en 75. De vogeldichtheid neemt toe; het aantal vastgestelde territoria was in 1993 iets meer dan 500 en verdubbelde in de periode 2006-08. De aalscholver broedt er sinds 1998 en de lepelaar broedt er sinds 2004. Het aantal broedparen lepelaars steeg tussen 2004 en 2008 tot 17.
 
Bron: nl.wikipedia.org
Blauwe Kamer
Luchtopname van de Blauwe Kamer vanuit het westen gezien. De provinciegrens tussen Utrecht en Gelderland loopt dwars door het natuurgebied heen naar de Rijn. [ foto: Henk van de Poel ]

De Blauwe Kamer [ utrechtslandschap.nl ]

Poëziepad Immerloo

zaterdagmorgen werd het Poëziepad Immerloo geopend
in Park Immerloo, Arnhem-Zuid

Parken en poëzie hebben wat met elkaar. Vaak worden parken dan ook naar dichters genoemd. Het Vondelpark natuurlijk. Of Gorkypark in Moskou. Maar niet altijd is er een verband, zoals in de combinatie MacArthur ParkDonna Summer. Toch is de queen of disco nog nooit zo poëtisch uit de hoek gekomen als in MacArthur Park. Ze zong daar zomaar “MacArthur Park is melting in the dark“, dat ik bij voorkeur vertaal als “het park smelt (lost op) in de schemering.” Het zit dus wel goed met de relatie tussen park en poëzie.

Dat moeten de initatiefnemers van Poëziepad Immerloo ook gedacht hebben. Een onafhankelijke jury heeft 12 gedichten gekozen van Arnhemse dichters die gedichten hadden ingestuurd met als thema ‘Het Park’. Op 12 locaties worden de gedichten gepresenteerd in een vorm die ontworpen en uitgevoerd is door het kunstenaarsduo vGtO (Terry van Gurp en René Oudenhoven) uit Arnhem.

opening Poëziepad Immerloo
wethouder Ine van Burgsteden (linksboven) opent het Poëziepad Immerloo

De opening van het Poëziepad Immerloo vond plaats in het natte gras en de kleverige rivierklei onder de paraplu’s. Weinig wees er dat moment op dat het de voorjaar haar intrede gedaan had. Na de toespraak van wethouder Ine van Burgsteden en de onthulling van het eerste gedicht, begon het gezelschap door de regen het poëziepad te volgen. De gedichten zijn door vGtO naadloos ingebed in de natuur en hun presentatie komt wat mij betreft in aanmerking voor de Gelderse duurzaamheidsprijs voor kunstwerken in de openbare ruimte. (Bestaat deze prijs nog niet, mevrouw Van Burgsteden?)

opening Poëziepad Immerloo
iedereen onder de paraplu. in het midden kunstenaarsduo (Terry) van Gurp tot (René) Oudenhoven.

Het gezelschap vervolgde onder de paraplu en begeleid door een Amélie-achtig accordeonmuziekje de druilerige Dapperstraat van het Immerloopark. Aangekomen bij de haiku van Sjef Welling werden we gesterkt in onze collectieve in-het-park-in-de-regen-ervaring. Was natuur niet iets voor de tevredenen of legen?

gedicht van Sjef Welling
haiku van Sjef Welling
Als we wandelen
plukt men onkruid uit het hoofd
het park zegt welkom
 
Sjef Welling
haiku van Sjef Welling
Sjef Welling
gedicht van Jesse Laport
gedicht van Jesse Laport
Menno Wieringa
Menno Wieringa (verwart u hem alstublieft niet met Friso Wiegersma, die van “laaangs het tuinpad van mijn vader”.)

de dichters van het Poëziepad Immerloo
 
Ed Bruinvis (1950), Joep Everts (1960), Loek Klinkhamer (1941), Jesse Laport (1991), Piet Taal (1938-2013), Anne Takens (1938-2013), Louis Verhaar (1950), Sjef Welling (1958), Menno Wieringa (1956), Jibbe Willems (1977), Marlies Wouters (1980), Hilde Wijnen (1977)

Wieringa
dichter Menno Wieringa en beeldend kunstenaar René Oudenhoven
gedicht van Piet Taal
gedicht van Piet Taal (1938-2013), de Arnhemse Kees Stip (1913-2001).
gedicht van Hilde Wijnen
gedicht van Hilde Wijnen
Hilde Wijnen
Hilde Wijnen
manifest om het even
 
Doe een riem om je ziel
en je hebt een hond
voor het park
 
laat haar uit
laat je haar los
laat je gaan
 
laat de hemel je ogen blauw kussen de wolken je dauwdieren rauw lusten
doe een dans in rimpels
laat je armen groeien tot het gras
vertel me hoe vandaag de zon naar vroeger ruikt
bewaar een bocht voor later
 
Hilde Wijnen

De route werd afgesloten bij de zonnepoort van de Oosterbeekse beeldhouwer Marius van Beek (1921-2003). Loek Klinkhamer gedenkt Marius in de laatste regel van zijn gedicht.

gedicht van Loek Klinkhamer
gedicht van Loek Klinkhamer
Valiezen met gras staan
nog op precies dezelfde plaats
de zeis is opnieuw ingevet
geluid van overwerkte vogels
dat is wat de blinde schilder ziet
 
Het park in bad geweest
schapen nieuwe wollen trui
Horas non numero nisi serenas
ik tel slechts de zonnige uren, Marius
 
Loek Klinkhamer

Ook al telden wij geen zonnige uren, de zonnewende werd uitgebreid gevierd. Want schreef de Arnhemse dichter Louis Verhaar niet: “Niet kunst, maar het versieren. Niet het leven, maar het vieren”?

gedicht van Louis Verhaar
gedicht van Louis Verhaar
Louis Verhaar
gedicht van Louis Verhaar

Ga naar het Immerloo Park en maak er een spannende middag (of avond) van: “Niet de afspraak, maar het begroeten. Niet het gebaar, maar het ontmoeten.”

Het Immerloopark en het Poëziepad zijn erg goed toegankelijk voor rolstoel en scootmobiel. De bedoeling is dat in de toekomst nieuwe gedichten aan het Poëziepad Immerloo worden geïnstalleerd. Donaties zijn welkom, te storten op rekening NL88RABO0130996971 t.n.v. G.E.M. van Schoonderwalt o.v.v. Poëziepad.

immerloopark.nl | Poëziepad Immerloo [ PDF ]

vader van de palmen

de botanicus Carl Friedrich Philipp von Martius (1794-1868)

Ik kwam Carl Friedrich Philipp von Martius voor het eerst in 1981 tegen in het Album der Zeitgenossen van de Münchner fotograaf Franz Hanfstaengl (1804-1877). Daarin staat zijn portret uit de jaren vijftig van de negentiende eeuw. Een sympathiek ogende oudere heer, die enigszins lijkt op mijn grootvader. Dat hij in Hanfstaengl‘s Album der Zeitgenossen is opgenomen, een soort galerij der groten uit Beieren anno 1853-1863, heeft hij voornamelijk te danken aan een bijzondere prestatie die hij leverde in de jaren 1817-1820 toen hij een ontdekkingsreis maakte naar Brazilië, dat in die jaren als koninkrijk nog in een personele unie met Portugal verbonden was.

Von Martius
Carl Friedrich Philipp von Martius in het Album der Zeitgenossen van de Münchner fotograaf Franz Hanfstaengl

Toen in 1817 Maria Leopoldina, de vierde dochter van keizer Franz I van Oostenrijk, trouwde met Dom Pedro (vanaf 1822 de eerste keizer van Brazilië), werden de handelsbetrekkingen tussen Oostenrijk en Brazilië verstevigd. Zo werd de Österreichische Brasilien-Expedition ondernomen die van 1817 tot 1835 duurde. Het expeditieteam bestond uit wetenschappers en kunstenaars, maar het voornaamste doel was economisch: het vinden van inheemse producten voor de Europese afzetmarkt.

Brasilienreise
Titelblad van Reise in Brasilien 1823

Carl Friedrich Philipp von Martius reisde als botanicus mee, samen met 14 anderen waaronder de Oostenrijkse schilder Thomas Ender (1793-1875) die ongeveer even oud was als hij. Von Martius stond onder bescherming van de Beierse koning Maximiliaan I die in 1815 al een Zuid-Amerikaanse expeditie had gepland. In 1917 sloot hij zich aan bij de Oostenrijkse expeditie.

Von Martius - Book of Palms
illustratie uit Historia naturalis palmarum: opus tripartitum het magnum opus van Von Matrius

Von Martius verkende samen met Johann Baptist von Spix het Amazonegebied. Ze deden uitgebreid onderzoek naar de tropische flora. Von Martius besteedde daarbij bijzondere aandacht aan palmbomen, zodat hij bekend werd als de “vader van de palmbomen”. In totaal bracht het tweetal 85 geconserveerde zoogdieren, 350 vogels, 150 amfibieën, 116 vissen, 2.700 insecten en 6.500 planten en zaden van hun reis mee naar München. Von Martius is altijd in de schaduw blijven staan van Alexander von Humboldt die twintig jaar eerder een reis naar Zuid-Amerika maakte.

The Book of Palms [ taschen.com ]

indian summer

gisterenmiddag in de IVN tuin van het bezoekerscentrum Veluwezoom in Rheden
IVN tuin
impressies van de IVN-heemtuin van het bezoekerscentrum Veluwezoom in Rheden
Sinds 1971 is er in Rheden een bezoekerscentrum van Natuurmonumenten. Het aantal bezoekers groeide gestaag en in 2007 zijn de gebouwen uitgebreid met een eigentijdse vleugel. Achter de opvallende zwevende luifel van de nieuwe entree verbindt een lange glazen hal – het hart van het nieuwe complex – de oude boerderij en de stal. Naast het bezoekerscentrum ligt een educatieve IVN-heemtuin. De moestuin en kruidentuin roepen herinneren aan het vroegere boerenerf. Een oude silo doet inmiddels dienst als vijver.
 
Bron: natuurmonumenten.nl
IVN tuin
impressies van de IVN-heemtuin van het bezoekerscentrum Veluwezoom in Rheden

veluwetransferiumposbank.nl | bezoekerscentrum Veluwezoom [ natuurmonumenten.nl ]

meewaggelen

maandag gezien bij ARD: Pinguine Hautnah!
Penguins – Spy in the Huddle van John Downer

Penguins – Spy in the HuddleLiefhebbers van March of the Penguins van Luc Jacquet moeten ook zeker gaan kijken naar Penguins – Spy in the Huddle de serie documentaires die de BBC dit voorjaar uitzond en die nu op de ARD te zien zijn onder de titel Pinguine Hautnah! In navolging van Le Peuple Migrateur (Winged Migration) van de Franse natuurfilmer Jacques Perrin werden de vogels op hun huid gezeten. Maar meevliegen, zoals in Le Peuple Migrateur, is er met pinguïns niet bij. Het team van John Downer werkt met camera’s die verstopt zijn in een pinguïnrobot, een kunstei of rijdend rotsblok.

Pinguine sind die wohl drolligsten aller Vögel. Und sie sind ziemlich hart im Nehmen. Schließlich müssen sie ihre Küken unter schwierigsten Bedingungen großziehen – im ewigen Eis der Antarktis, an sturmumtosten Steilküsten oder in der Atacama-Wüste. 50 verschiedene Überwachungskameras entwickelte der innovative britische Tierfilmer John Downer, um den tapferen Vögeln so nah zu kommen wie nie zuvor. Mit Hilfe ferngesteuerter Hightech-Pinguinattrappen zeigt dieser spektakuläre Dreiteiler wie Pinguine wirklich sind: taff, mutig, zielstrebig – und sehr, sehr witzig.
Eine Gruppe Pinguine
 
Drei Pinguinarten stehen im Mittelpunkt dieser Miniserie: Kaiserpinguine, die monatelang mit ihren Küken in Finsternis und extremer Kälte ausharren; Felsenpinguine, die schneller hüpfen als laufen und Stürze aus großer Höhe unbeschadet überstehen; und die extrem scheuen Humboldtpinguine, die in der peruanischen Atacama-Wüste vor einem für Pinguine eher unüblichen Problem stehen: Es ist dort gefährlich heiß und trocken.
 
Bron: daserste.de

volgende week maandag deel 2 om 20.15 op ARD

de natuur als theater

de overweldigende natuur van de Hudson River School
en de Franse natuurfotograaf Alexandre Deschaumes

De Australische kunstcriticus Robert Hughes heeft de natuur wel eens het grote project in de kunst van de negentiende eeuw genoemd. In Europa denken we daarbij vooral aan Caspar David Friedrich en de romantische landschapsschilderkunst of aan Claude Monet en de impressionistische schilderkunst. Maar de Amerikanen denken in de eerste plaats aan de Hudson River School. Deze school wortelt historisch in de romantiek en filosofisch in het pantheïsme. Het pantheïsme dat we in de landschappen van Friedrich aantreffen, wordt door de schilders van de Hudson River School in een typisch Amerikaanse drang naar het spectaculaire ver over de top getild.

Thomas Cole
Thomas Cole ca. 1828
Expulsion – Moon and Firelight

Thomas Cole (1801-1848) wordt beschouwd als de vader van de Hudson River School. Zijn werk is soms schaamteloos kitscherig. En dat geldt ook voor een van zijn navolgers Albert Bierstadt. Het lijkt alsof ze willen zeggen dat het onderscheid tussen kunst en kitsch er niet meer toe doet als je door de natuur overweldigd wordt. De volgelingen van Thomas Cole benadrukten deze ervaring door kolossale doeken te schilderen. Het werden een soort kermisattracties. Zo maakte het spectaculaire doek Niagara Falls (1857) van Frederic Edwin Church een succesvolle tournee langs Amerikaanse en Europese steden.

Niagara Falls
Frederick Edwin Church 1857
Niagara Falls
The Niagara Falls became wildly popular, both in the United States and in Europe, and has, over time, become a uniquely “American“ image. When completed in 1857, Church exhibited this work at a one-painting show at the New York commercial art gallery of Williams, Stevens, and Williams. Within two weeks of the exhibition’s opening, more than 100,000 visitors had paid twenty-five cents each to view Church’s masterwork. The art-loving public was clearly fascinated and enchanted by this image. Many used opera glasses to discern the minute details that were only visible upon close inspection. Church, ever the businessman, generated additional revenue through the sale of chromolithographs of the painting. After a successful exhibit in New York, Church then toured Niagara to various cites on the east coast, and eventually even took the image to London and Paris. In all, Niagara made Church both a wealthy man and amongst the most famous of American painters.
 
Bron: smarthistory.khanacademy.org
Albert Bierstadt
Albert Bierstadt 1868
Among the Sierra Nevada Mountains

De Franse natuurfotograaf Alexander Deschaumes zou je kunnen zien als een erfgenaam van de Hudson River School. Hij heeft een duidelijke voorkeur voor Nacht und Nebel. Door dramatische belichting en nevels blijft het landschap voor een deel verborgen. Dat verhoogt de mystieke sfeer. Je zou het gothic landscapes kunnen noemen.

Alexander Deschaumes
website van Alexandre Deschaumes

alexandredeschaumes.com

surrealisme onder water

gisteren gezien op WDR: Abenteuer Erde
The Great Barrier Riff (deel 1) van James Brickel

Natuurfilms die het leven in de diepzee of in een koraalrif tonen, laten een kleurrijke en fantasierijke wereld zien. Het adagium van Nietzsche dat de wereld alleen als esthetisch fenomeen gerechtvaardigd is, is hier erg van toepassing. De natuur is sowieso amoreel. Vreemde levensvormen bewegen zich onder water op zoek naar eten of een partner voor de voortplanting. En ja, er wordt af en toe ook een dutje gedaan. Maar dan moet je wel oppassen. Je kunt je in het koraal nog zo goed verstoppen, sommige vijanden hebben een zeer goede neus.

deze vis had zich goed verstopt, maar werd opgespoord door een flinke slak met een goede neus. Even later verdween hij in een soort stofzuigerzak, de mond van deze monsterlijke slak.
Das Great Barrier Reef in Australien ist weltberühmt und steht für Rekorde: 2300 Kilometer lang, bedeckt es eine Fläche von 350.000 Quadratkilometern und ist aus dem Weltraum mit bloßem Auge zu erkennen. Man bezeichnet es auch als das siebte Weltwunder der Natur.
 
Die Bauherren dieses größten von Lebewesen geschaffenen Gebildes auf der Erde sind dagegen winzige Korallenpolypen, oft nicht mehr als zwei Millimeter groß. Wegen seines Artenreichtums gilt das Riff als Dschungel der Meere. Obwohl sie aussehen wie blühende Gärten – Korallen sind keine Pflanzen, sondern Tiere. Sie brauchen tierische Nahrung und sie sind wiederum Nahrung für Tiere.
 
Bron: wdr.de

De twee volgende delen over The Great Barrier Riff worden op 1 en 8 oktober uitgezonden.

Bekijk deze aflevering van Abenteuer Erde [ wdr.de ]