Categorie archief: documentaires

getormenteerde kunstenaar

gisteren gezien in het Uur van de Wolf: Dick is boos (2014)
een portret van striptekenaar Dick Matena door Hans Polak

Als negenjarig jongetje had ik al bewondering voor het werk van Dick Matena (ik sprak het altijd uit als Ma-téé-na). Samen met Martin Lodewijk, Daan Jippes, Fred Julsing, Henk Kuijpers, Peter de Smet, Willy Lohmann en Hans G.Kresse behoort hij tot de old school van Nederlandse striptekenaars die een platform hadden in PEP. Nog steeds koester ik zes jaargangen (1970-1975) van dat weekblad als relikwie van mijn jeugd. De Argonautjes en Grote Pyr van Dick Matena staan op hetzelfde papier dat ik als jongetje in mijn handen had.

PEP 52 1974
in de laatste PEP van 1974, nu veertig jaar geleden, tekende de 31-jarige Dick Matena onder het pseudoniem A.den Dooier de teloorgang van oude knudde

Gisteren zond NTR in het Uur van de Wolf de documentaire Dick is boos uit van Hans Polak. Dick blijkt een moeilijke man te zijn. Vaak boos. Maar ook heel vaak niet boos, zegt hij lachend. Zijn vrouw Nelleke weet er alles van.

Matena is een kunstenaar van het oude stempel, een ambachtsman. Omdat er zo zoveel charlatans zijn die zich kunstenaar noemen, ziet Dick zichzelf liever niet als kunstenaar. Er zullen ook weinig mensen zijn die net zo hard werken als Dick Matena. Op 71-jarige leeftijd zit hij, ook na zijn hartinfarct, dagelijks nog uren achter de tekentafel. Het geld moet binnen.

Mooi moment uit de documentaire is de scene voor boekhandel Donner in Amsterdam. Samen met collega Martin Lodewijk moet hij van zijn uitgever zijn boeken signeren. Terwijl Martin Lodewijk binnen braaf tekeningen in boeken maakt, blijft Dick nukkig op straat staan. Nee, daar doet hij dus niet aan mee. Tenslotte zien we hem binnen toch signeren en een tekening maken voor een meisje met een stapel Matena-boeken in haar handen. “Je bent niet voor niets gekomen hoor”, spreekt hij haar als liefdevolle opa toe. De gekwelde oude man blijkt een heel klein hartje te hebben.

Dick Matena noemt zichzelf een getormenteerd mens. Dat past volgens hem niet bij een striptekenaar. Neem nu zijn collega Jan Kruis, dat is gewoon een heel nette en aardige man. Die heeft ook succes. Maar als je een klootzak of een viezerik bent, dan moet je sappelen met al je talent. Matena geeft toe dat hij niet het vermogen heeft om zijn tekentalent in geld om te zetten. Nelleke vindt dat haar man een te laag zelfbeeld heeft en zich best wel wat arroganter mag opstellen. “Vroeger, toen ik voor Toonder Studio werkte, was ik een arrogante zeikerd hoor!” zegt Dick. “maar dat soort arrogantie bedoel ik juist niet”, corrigeert Nelleke. Het is duidelijk, Dick mag volgens haar wel wat meer eigenwaarde hebben. Maar voor een getormenteerd mens zijn eigenwaarde en geluk per definitie een slagveld.

Striptekenaar Dick Matena is vaak boos heel boos | dickmatena.com | 100 paginas Dick

Pulchinella aan de macht !

De Pulchinella’s van Giovanni Domenico Tiepolo in Ca’Rezzonico

Giovanni Domenico Tiepolo (1727-1804) was de rechterhand van zijn vader, de grote Venetiaanse frescoschilder Giovanni Battista Tiepolo (1696-1770). Op de beroemde plafondschildering in de Würzburger Residenz staan ze beiden naast elkaar afgebeeld. Na de dood van zijn vader in 1770 ontwikkelde Giovanni Domenico een eigen stijl. Zijn bekendste werk bevindt zich in het Ca’Rezzonico in Venetië. Hier schilderde hij een aantal fresco’s die bevolkt worden door klonen van Pulchinella, een figuur uit de Commedia del Arte.

pulchinella
Giovanni Domenico Tiepolo
Pulchinella’s op een fresco in Ca’Rezzonico

Wat bezielde deze schilder om zijn huis vol te schilderen met deze onbetrouwbare snuiter uit de Commedia del Arte? In de BBC documentaire over het rococo legt presentator Waldemar Januszczak het uit. Toen Napoleon in 1797 een einde maakte aan de bijna duizendjarige onafhankelijkheid van Venetië, was de stad een schaduw van wat ze ooit geweest was. Doordat Engeland en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden de handel op zee hadden overgenomen, was het bergafwaarts gegaan met Venetië. In de achttiende eeuw werd het een soort Las Vegas. De rijken maakten tijdens hun Grand Tour graag een extra lange stop in Venetië om er te gokken en achter de vrouwen, mannen of kinderen aan te zitten. Zo was “La Serenissima” ten prooi gevallen aan moreel verval.

pulchinella
Giovanni Domenico Tiepolo
Pulchinella’s op een fresco in Ca’Rezzonico
Giovanni Domenico Tiepolo schildert een machtsgreep van paljassen. Niets wordt meer serieus genomen. Het vermaak domineert.

Dit morele verval wil Giovanni Domenico Tiepolo volgens Januszczak laten zien. Op een van de plafondschilderingen staat een groepje Pulchinella’s die capriolen uithalen op een slap koord. Op de plaats waar ooit Christus stond en later de antieke god Apollo, staat nu een clown. Sinds de Renaissance zagen we al een toenemende verwereldlijking. Dat begon al met de fresco’s van Michelangelo op het plafond van de Sixtijnse kapel. “Naakte atleten in een kerk, meer iets voor een kroeg!” oordeelden tijdgenoten. In de achttiende eeuw worden Christus en de heiligen vervangen door Apollo en het heidense pantheon. Het wordt steeds meer een kermisvertoning. Op de fresco’s in Ca’Rezzonico maakt Giovanni Domenico Tiepolo het af. Hij schildert een soort machtsgreep van paljassen. Niets wordt meer serieus genomen. Het vermaak domineert.

narDe relativist in mij haalt zijn schouders op. Die taferelen in Ca’Rezzonico zijn toch van alle tijden? Kwamen er op de schilderijen van Jeroen Bosch ook al geen narren en dwazen voor? De dwaasheid is toch zo oud als de wereld? Net als het pessimisme dat we steeds verder afglijden. Toch stelt deze relativering mij niet gerust. Omdat dwaasheid van alle tijden is, betekent het nog niet dat we er maar niets aan moeten doen. Het morele appèl is ook van alle tijden. Als je Pulchinella daarmee confronteert, slaat hij met een knuppel op je kop en schatert zijn publiek.

A World of Pulcinellas at Ca’ Rezzonico [ veneziablog.blogspot.nl ]

rooh-kooh-kooh

gezien op DVD: Rococo het begin van de moderne tijd

rococo DVDBegin dit jaar zond de BBC Four het drieluik Rococo before bedtime uit. De Engelsen spreken over “rooh-kooh-kooh.” Kunsthistoricus Waldemar Januszczak gidst ons aan de hand van drie thema’s (travel, pleasure, madness) door het galante tijdperk. Hij rekt de stijlperiode rococo op van 1725-1775 tot 1700-1790 zodat ook een deel van de late barok en het classicisme eronder valt. Daardoor kunnen ook schilders als Watteau en Goya aan bod komen, die meestal vóór (barok) en na het rococo (classicisme en romantiek) een plek krijgen.

Rococo staat tegenwoordig voor het frivole, kitscherige en onechte. We lijken ons ervan te hebben gedistantieerd. Maar dit BBC-drieluik laat zien hoe dicht het rococo nog bij ons staat. Het happy hour van de kunstgeschiedenis, zoals Waldemar Januszczak deze stijlperiode noemt, is tegelijkertijd het begin van de moderne tijd. In de achttiende eeuw werd “Gij zult genieten!” na twee eeuwen godsdienstoorlogen hét gebod waar men naar ging leven. Aanvankelijk gold het gebod voor de happy few, maar met de idealen van de Verlichting werd het nastreven van geluk het doel en het recht van ieder individu.

In de achttiende eeuw werd “Gij zult genieten!” na twee eeuwen godsdienstoorlogen hét gebod waar men naar ging leven. Aanvankelijk gold het gebod voor de happy few, maar met de idealen van de Verlichting werd het nastreven van geluk het doel en het recht van ieder individu.

De spiegel die het rococo ons in de eenentwintigste eeuw voorhoudt, is niet aangenaam. Alleen het woord al, dat lijkt op een holle kreet tijdens het carnaval. En die pruikenbollen aan het Franse hof waren allemaal leeghoofden. Maar wijzelf? Als we naar de massacultuur om ons heen kijken, moeten we toegeven dat de behoefte aan vermaak en de jacht op genot tegenwoordig niet kleiner is geworden als driehonderd jaar geleden.

Toen met de Vrede van Utrecht in 1713 een einde was gekomen aan een donkere periode van bijna tweehonderd jaar religieuze strijd, klaarde de lucht op. De zware barok, die oorspronkelijk een onderdeel was geweest van de contrareformatie, maakte plaats voor iets lichters en luchtigers. Niet alleen de kleuren veranderden, ook de thematiek. Het leek alsof men de religieuze moraal, die in Europa tot zoveel conflicten had geleid, bij het grof vuil wilde zetten. De adel vestigde zich definitief in het aardse paradijs. Dat gebeurde al sinds de Renaissance, maar door de religie was er altijd een zekere terughoudendheid geweest. Nu gingen alle registers open.

De Franse schilder Antoine Watteau is de vader van een nieuw genre dat in de schilderkunst van de achttiende eeuw erg populair werd: het fête galante. Het is een genretafereel met flanerende paartjes in een parkachtige omgeving, vaak gegroepeerd rond een fontein of antiek standbeeld. Deze geïdealiseerde voorstellingen vervingen eigenlijk de traditionele christelijke voorstellingen van Adam en Eva in het Paradijs. Het fête galante was een eigentijds paradijs, een besloten feestje voor de happy few.

Het fête galante was een eigentijds paradijs, een besloten feestje voor de happy few.

Een van Watteau‘s bekendste schilderijen is de inscheping voor Cythera. Volgens de Griekse mythologie was dit het eiland van Aphrodite, de godin van de liefde. De personen op het schilderij zijn reizigers die met een gericht doel naar het eiland gaan. Ze zijn op zoek naar de aardse liefde. Januszczak noemt het “een pelgrimsreis naar de begeerte”.

Watteau
Antoine Watteau 1718/19
inscheping naar Cythera

De voorstellingen van het aardse paradijs veranderen in de eerste helft van de achttiende eeuw. Bij Watteau is er nog een zekere diepte te bespeuren in de melancholische sfeer van zijn fêtes galantes. Maar bij François Boucher worden de taferelen vulgair, plat, ondubbelzinnig erotisch. Je kunt ze heel goed vergelijken met wat er in de kiosk op de bovenste schap ligt. Maar wat tegenwoordig de smaak van de gemiddelde vrachtwagenchauffeur is, was toen de smaak aan het hof van Lodewijk XV.

Hercules en Omphale
François Boucher Hercules en Omphale
De hofschilder van Lodewijk XV had zich aangepast aan de smaak van het Franse hof.

Tijdens de Renaissance was er al een andere, wereldse geest in de christelijke kunst binnengedrongen. Maar nog altijd domineerden religieuze voorstellingen. Vanaf 1500 begon de antieke wereld steeds duidelijker haar gezicht te laten zien. Het publiek raakte vertrouwd met voorstellingen van heidense goden, met Venus en Cupido en met al die bizarre fantasieën uit de Metamorfosen van Ovidius, dat na de Bijbel de meest geraadpleegde bron voor kunstenaars was geworden. In de zeventiende eeuw was men zo vertrouwd geraakt met de heidense mythologie, dat het voor kunstenaars weinig uitmaakte of ze nu een christelijk of mythologisch tafereel schilderden. De klant was immers (de) koning.

Botticelli
Het gedoe met Venus, de godin der liefde, en haar boodschapper Cupido, begon al vóór 1500 met waarschijnlijk de bekendste Venus op een schilderij, die van Sandro Botticelli.
Titiaan
Titiaan maakte haar in 1555 van vlees en bloed, maar het handgebaar wijst nog op een zekere schaamte over haar naaktheid.
François Boucher
François Boucher De triomf van Venus (1740)
Venus werd het middelpunt van een schaamteloze vertoning.
François Boucher
250 jaar nadat Sandro Botticelli zijn delicate Venus had geschilderd, was de godin van de liefde wulps geworden en was er rond haar een bordeel ontstaan. Met koninklijke goedkeuring.
Als we hier op aarde zijn om zoveel mogelijk te genieten, dan moeten we niet gaan zitten somberen of moraliseren. Dat klinkt ons vertrouwd in de oren!

Van oudsher had de adel een voorkeur gehad voor aardse genoegens. De christelijke moraal diende daarbij vaak als schaamlap. Maar aan het begin van de achttiende eeuw leek deze overbodig geworden. De adel koos schaamteloos voor het nastreven van geluk. Het eigen geluk uiteraard. En zo gingen alle remmen los. Als we hier op aarde zijn om zoveel mogelijk te genieten, dan moeten we niet gaan zitten somberen of moraliseren. Dat klinkt ons vertrouwd in de oren!

De decadentie van het ancién regime is nooit verdwenen. De Franse Revolutie maakte wel een einde aan het feestje van de adel, maar de decadentie is gebleven. Het aardse paradijs eveneens. En het paradijs uit de Bijbel? Dat lijkt in 2014 nog veel verder weg dan in 1714.

rococo [ bbc.co.uk ]

de onzen

gisteren gezien bij 2doc: Poetins kus (2011)
In Westerse ogen mag Ruslands premier Vladimir Putin een ondemocratische tiran zijn, voor veel Russen belichaamt hij juist de sterke, charismatische vaderfiguur. Een hele nieuwe generatie heeft zich verenigd in de patriottistische jeugdbeweging Nashi, die Rusland van haar ‘vijanden’ wil ontdoen.
 
Wie dat zijn, laat zich raden: iedereen die zich níet achter Putin en president Medvedev schaart. De intelligente negentienjarige Marsha is woordvoerder voor Nashi. Ooit zoende zij Putin op zijn wang, en sindsdien steekt ze haar adoratie voor de ‘Napoleon van het Kremlin’ niet onder stoelen of banken. Totdat ze in contact komt met leden van de liberale oppositie.
 
Een van hen is de kritische blogger Oleg Kashin, die een vergelijking maakt tussen Nashi en de Hitlerjugend. Marsha belandt in een moreel schemergebied: hoeveel speelruimte biedt Nashi haar eigenlijk voor haar eigen mening? Of moet ze zich volledig onderwerpen aan de ‘partij’?
 
Wat volgt, is een coming of age-documentaire die tevens een beeld geeft van het grimmige Russische politieke klimaat. Open debatten schitteren door afwezigheid, en géén partij kiezen blijkt simpelweg geen optie. Marsha’s kus verandert langzaam in een gebalde vuist.
 
Bron: vpro.nl
banner van NASHI
kop op de website van de politieke jeugdbeweging NASHI (“de onzen”) met de tekst третьим будешь? (“zal jij de derde zijn?”)

Nasji is een door de overheid gesteunde Russische politieke jeugdbeweging, die zichzelf neerzet als een democratische anti-fascistische beweging. De oprichting werd gesteund door hooggeplaatste functionarissen uit het Russische presidentieel bestuur. De beweging telde eind 2007 ongeveer 120.000 leden, variërend in leeftijd van 17 tot 25. In december 2007 werd Misjki opgericht, een pro-Poetin-kinderbeweging voor de jeugd van 8 tot 15 jaar.
 
De beweging wordt door de meeste Russische liberale politici gezien als Poetins versie van de Komsomol en sommige westerse commentators hebben de beweging vergeleken met de Hitlerjugend. Kremlinadviseur Sergej Markov zei in 2005 dat Nasji van Rusland “een modern, sterk en vrij land” wil maken en dat hun ideologie is gericht op de modernisering van het land en het daarbij behouden van haar soevereiniteit.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Deze Deense documentaire (89 min.) is integraal te zien op de website van 2doc.

Le voyage extraordinaire

gezien op TV 5: Le voyage extraordinaire documentaire over Méliès (2011)

L'Arrivée d'un train 1895De allereerste films werden gemaakt in Frankrijk en duurden meestal niet langer dan één minuut. “Levende beelden” is een betere benaming want de eerste films waren eigenlijk bewegende foto’s die als kermisattractie vertoond werden. Er was meestal geen verhaal. Alleen de kracht van de illusie, was sterk (en nieuw!) genoeg om de toeschouwer iets sensationeels te bieden. De reactie van het publiek in 1895 op L’Arrivée d’un train en gare de La Ciotat van de gebroeders Lumière is legendarisch geworden. Toeschouwers zouden in paniek zijn geraakt omdat ze dachten dat de trein de zaal in kwam gereden.

We zijn tegenwoordig zo afgestompt door het bombardement van beelden, dat we niet meer zien dat fotografie en film eigenlijk tovenarij zijn.

Ik kijk graag terug naar de eerste films en naar de eerste foto’s. We zijn tegenwoordig zo afgestompt door het bombardement van beelden, dat we niet meer zien dat fotografie en film eigenlijk tovenarij zijn. De eerste projectoren heetten niet voor niets toverlantaarns. Wanneer je wel eens zelf een foto ontwikkeld hebt in de doka, ken je de ervaring van het beeld dat in het ontwikkelbad op het witte papier tevoorschijn komt. In de kraamkamer van de fotografie voel je iets van het magische van foto-grafie die in de grond een “verschijning” is, een beeld “geschreven” met licht. Deze ervaring is helemaal weggesleten doordat ons netvlies elke dag gebombardeerd wordt foto’s en filmbeelden. Ze zijn op hetzelfde niveau gekomen als alle andere visuele prikkels.

Net als in de geschiedenis van de schilderkunst zie je bij fotografie en film ook een ontwikkeling die in het collectieve bewustzijn verwerkt wordt. Wanneer filmmakers verhalen gaan vertellen in het nieuwe medium ontstaat er een filmtaal en het publiek leert deze te interpreteren. We zijn nu zo vertrouwd met een flash back dat we daar niet eens meer over na hoeven te denken. Als we er wél bij stilstaan, realiseren we ons hoe magisch het medium film is. Het is in staat de tijd in te dikken, om te buigen en terug te spoelen. Film geeft de illusie dat we meester over de tijd zijn. Edgar Reitz, de schrijver en regisseur van Heimat, stelt dat film geen tijdverdrijf is, maar tijdwinst. De grammatica van de film heeft zich in de eerste decennia van de film ontwikkeld en is opgenomen in ons collectieve bewustzijn. De prijs voor conditionering aan een medium is dat de oorspronkelijke verwondering afslijt.

Un homme de têtes 1898
still uit Un homme de têtes 1898
van Georges Méliès
Is het mogelijk om een schilderij uit 1600, een foto uit 1850 of een film uit 1910 te zien zoals de mensen het toen zagen?

Door terug te gaan in de geschiedenis kunnen we een omgekeerde beweging uitproberen: het oude weer nieuw laten worden. Is het mogelijk om een schilderij uit 1600, een foto uit 1850 of een film uit 1910 te zien zoals de mensen het toen zagen? Kunnen we de conditionering tijdelijk tussen haakjes zetten en het nieuwe, de betovering, opnieuw ervaren. Ik denk het wel, al hebben we door onze plaats in de geschiedenis een definitief ander bewustzijn gekregen dan iemand uit 1850. Maar het bewustzijn van onze voorouders is gedeeltelijk te achterhalen…

We staan op de hoogste trede in de geschiedenis en zien letterlijk veel meer verleden dan onze voorouders. Maar we blijven intussen wel dwergen die op de schouders van reuzen staan. We kunnen ons oefenen om op de grond, in het hier en nu, te gaan staan zodat we op kunnen kijken naar die reuzen. Het zou dwaas zijn om op het verleden en op de traditie neer te kijken, als iets dat achter ons ligt en dat we overtroffen hebben.

L’homme a la tête en caoutchouc 1901
Bij Méliès zien we een analoog knutselplezier dat door CGI achterhaald is, maar waar het hart van opspringt.

Bepaalde ervaringen, die onze voorouders (of wijzelf als kind) nog hadden, lijken nu te zijn verdwenen. We zijn gewend aan het digitale leven maar hebben ons daarmee ook verbonden met een snelheid en hoeveelheid die ver boven de menselijke maat ligt. Vroeger kon ik tien of twintig nummers op een cassettebandje opnemen. Wilde ik een nummer luisteren, dan moest er eerst gespoeld worden. Nu heb je een paar duizend nummers op een USB-stick die direct toegankelijk zijn. Maar kunnen we al die nummers ooit beluisteren, laat staan dat we er een relatie mee aan kunnen gaan?

Wat voor muziek geldt, geldt voor beelden misschien nog veel meer. Zijn we nog in staat om “langzaam” te kijken met al die illusies die de hele dag op ons afkomen via internet, televisie, kranten en tijdschriften, reclameborden, enz.? Voor aandachtige visuele waarneming hebben we vaak geen geduld meer, omdat we opgejaagd worden door de ontelbare beelden om ons heen.

Le Voyage dans la Lune 1902
still uit Le Voyage dans la Lune 1902
van Georges Méliès

Nu zijn er verschillende manieren om even te ontsnappen aan de maalstroom van beelden. Meditatie is een prima weg. Maar we kunnen ook actief mediteren, een weg die Descartes aanprijst. Oude schilderijen, foto’s en films zijn heel geschikt om aandacht te bundelen en tegelijkertijd een tijdreis en bewustzijnsreis te maken. Un voyage extraordinaire.

Le voyage extraordinaire [ trailer ]

groen toekomstvisioen

zondagavond gezien op NGC: Cosmos episode 12

De twaalfde aflevering van Cosmos, the world set free, gaat helemaal over de gevolgen van CO² uitstoot. Het begint met beelden van een paradijselijke wereld. De voice over vertelt dat de planeet Venus er meer dan een miljard jaar geleden zo moet hebben uitgezien. Met oceanen moet Venus veel geleken hebben op onze blauwe planeet.

Dan kleurt de voice over donker: “maar toen ging er iets vreselijk mis!” Door vulkaanuitbarstingen kwamen er gigantische hoeveelheden CO² vrij waardoor de atmosfeer veranderde. Tegenwoordig is het op Venus een hel met aan de oppervlakte temperaturen waar je lood kunt smelten. Dit komt door het broeikaseffect.

Help!

De boodschap wordt mij nu, geloof ik, duidelijk. Venus is door het broeikaseffect veranderd van een paradijs in een hel. Eerst komt het schrikbeeld, het worst case scenario voor de wereld als geheel. Daarna zal de oplossing worden aangeboden. Even simpel als urgent.

cosmos
Cosmos – a spacetime odyssey (2014)

In de late Middeleeuwen werden realistische afbeeldingen van de hel als schrikbeelden gebruikt om het gedrag van het volk te beïnvloeden. Schrikbeelden zijn efficiënte middelen om de massa van richting te laten veranderen. De astrobioloog Carl Sagan, de bedenker van de serie Cosmos die zelf ooit promoveerde op het broeikaseffect van de planeet Venus, hield niet van religie. Religie zou de mens gevangen houden binnen zijn angsten. Hij geloofde heilig in wetenschap. Maar deze aflevering van Cosmos laat zien dat ook wetenschap een weg naar de ondergang en een weg naar het heil ziet. In dat opzicht verschilt wetenschap niet van religie. Ook wetenschap gelooft in “hemel” en “hel”, maar dan in fysische en niet in metafysische zin.

Ook wetenschap gelooft in “hemel” en “hel”, maar dan in fysische en niet in metafysische zin.

De episode The world set free is zelfs een ouderwetse donderpreek en doet een heel persoonlijk appèl. Nu de serie zijn einde nadert (Met Pinksteren is de dertiende en laatste aflevering) dringt Cosmos ons zowaar een boodschap op. Ik schreef al eerder dat er eigenlijk niet zo’n groot verschil is met The Hour of Power. Beide programma’s hebben dezelfde Amerikaanse toon.

Wat is dat precies, dat “Amerikaanse”? Het heeft in ieder geval veel te maken met een onverwoestbaar optimisme en een toekomstdroom. The American Dream is een optelsom van de ontelbare individuele dromen van emigranten die vanuit Europa naar de Nieuwe Wereld trokken om daar een nieuw leven te beginnen. Ze trotseerden daarbij allerlei gevaren, omdat ze in een beter leven geloofden. Amerika was voor velen van hen het Beloofde Land waar een nieuwe mens geboren kon worden. Een mens voor wie geen berg te hoog is, een mens die zelfs naar de maan wil en kán gaan.

De slotscene van Cosmos episode 12: The world set free lijkt op die van How the West was Won een propagandafilm uit 1962. In datzelfde jaar op 12 september sprak president Kennedy in Houston zijn moon speech uit:

But why, some say, the moon? Why choose this as our goal? And they may well ask why climb the highest mountain? Why, 35 years ago, fly the Atlantic? Why does Rice play Texas? We choose to go to the moon. We choose to go to the moon in this decade and do the other things, not because they are easy, but because they are hard, because that goal will serve to organize and measure the best of our energies and skills, because that challenge is one that we are willing to accept, one we are unwilling to postpone, and one which we intend to win, and the others, too.
 
Bron: en.wikipedia.org

Nil volentibus arduum. “Niets is moeilijk voor hen die willen”, lijkt de strekking van Kennedy’s woorden. En wij Amerikanen willen! En wij kunnen! zo moedigt hij zijn volk aan. President Obama refereerde met Yes we can! aan het Amerikaanse zelfvertrouwen uit de tijd van de moon speech en How the West was won.

In de slotscene van Cosmos hoor je Kennedy’s empowerment, begeleid door heroïsche muziek terwijl we met het oog van de camera mee zweven door een virtuele wereld, een soort technologisch en groen Utopia, het Amerika van de toekomst. Dit is dus het paradijs volgens Cosmos. En hoe komen we daar? Heel simpel, door gebruik te maken van de zon en de wind. Het is eenvoudig, maar we moeten het wel doen!

We zweven met het oog van de camera mee door een virtuele wereld, een soort technologisch en groen Utopia, het Amerika van de toekomst. Dit is dus het paradijs volgens Cosmos.

save the planetWacht eens, is dit niet een reclamespotje van bedrijven die duurzame energie leveren? Gewapend met feiten, de waarheden van de wetenschap, verkoopt Cosmos ons hier dé oplossing om de dreigende apocalyps om te buigen naar het paradijs van duurzame energie en consumptie. Jij en ik kunnen er wat aan doen. Save the planet!

Cosmos is meesterlijke en ook peperdure propaganda waarin de duurzaamheidsindustrie veel geïnvesteerd zal hebben. Propaganda wordt vooral gemaakt om sceptici te overtuigen. Daar hoor ik in ieder geval niet bij, want ik ben een “ongelovige”. Ik geloof namelijk niet in een aards paradijs of in een technologisch Utopia. Al zijn die nog zo groen.

Cosmos [ en.wikipedia.org ]

The Electric Boy

gezien op NGC: Cosmos episode 10 The Electric Boy
Michael Faraday (1791-1867)

FaradayDe tiende aflevering van Cosmos ging vooral over de ontdekkingen en uitvindingen van Michael Faraday (1791-1867), volgens presentator Neil deGrasse Tyson de grootste natuurkundige tussen Newton en Einstein in. Net als zijn voorganger Isaac Newton (1643-1727) postuleerde Faraday een andere grote kracht die in de natuur werkzaam is: het elektromagnetisme.

Faraday was afkomstig uit de lagere klasse. Hij had alleen maar de lagere school gevolgd en is daarom nooit een theoreticus geworden. Aan het begin van de negentiende eeuw raakte hij zoals zovelen geboeid door een geheimzinnige kracht, die elektriciteit genoemd werd. Hij las er boeken over en volgde lezingen van Humphry Davy (1778-1827) in de Royal Institution. De gedetailleerde aantekeningen die hij van deze lezingen had gemaakt, overhandigde hij aan Davy in de hoop dat hij als secretaris en assistent in zijn laboratorium mocht gaan werken. Davy was onder de indruk van de oplettende leerling en nam hem aan.

cosmos
Cosmos – a spacetime odyssey (2014)

Davy en de chemicus William Hyde Wollaston hadden tevergeefs geprobeerd om een praktische toepassing te vinden voor de elektromagnetische verschijnselen waarover de Deense wetenschapper Hans Christian Ørsted (1777-1851) gepubliceerd had. Ørsted had ontdekt dat de naald van een kompas uitslaat bij een elektrische stroom en dat er dus een verband moet bestaan tussen elektriciteit en magnetisme. Voor Faraday was het een enorme uitdaging om de naald van een kompas met stroom te laten draaien, want dan zou hij het principe van de elektromotor weten. Omdat de elektromotor de stoommachine zou overtreffen en overbodig maken, zou dit een revolutionaire uitvinding betekenen.

In 1821 lukt het Faraday om in het laboratorium een opstelling te maken die de moeder werd van alle elektromotoren. Zijn ontdekking sloeg in Engeland in als een bom. Faraday werd tot ergernis van Davy zijn beste ontdekking genoemd! Hij was daar zo bitter over dat hij Faraday op een ander project zette. Deze kreeg nu de taak om de kwaliteit van optisch glas te verbeteren. Pas na de dood van Davy in 1827, kon Faraday zich weer fulltime bezig gaan houden met het bestuderen van het elektromagnetisme. Na de elektromotor vond hij ook de dynamo uit door een magneet in te voegen in een spoel van draden.

Prometheus heeft, zegt men, ons mensen het vuur geschonken; aan Faraday danken wij de elektriciteit.

Sir William Bragg

Rond zijn vijftigste begint Faraday te lijden aan geheugenverlies en krijgt hij last van depressies. Toch blijft hij doorgaan met onderzoek. Elektriciteit en magnetisme werden volgens hem met elkaar verbonden door onzichtbare velden en hij meende dat ook licht aan deze krachten gekoppeld kon worden. Met behulp van het optisch glas dat hij nog voor Davy gemaakt had, toonde hij aan dat de polarisatie van licht door een magnetisch veld beïnvloed kon worden. Het Faraday-effect bundelt drie grote krachten in de natuur: licht, elektriciteit en magnetisme.

Zijn conclusies werden aanvankelijk afgewezen omdat de theoretische fundering ontbrak. Faraday was niet in staat om zijn ontdekking in wiskundige vergelijkingen op te schrijven. Dat werd het werk van James Clerk Maxwell (1831-1879). Met de zogenaamde Maxwell-vergelijkingen werden de theorieën van Michael Faraday gevalideerd.

Cosmos – a spacetime odyssey [ nl.wikipedia.org ]