Categorie archief: Italië

Palazzo Farnese 1602

het Palazzo Farnese in Rome
met fresco’s van Carracci en Domenichino

Het Palazzo Farnese in Rome biedt tegenwoordig onderdak aan de Franse ambassade in Italië. Het is een van de hoogtepunten van de Italiaanse renaissance en werd gebouwd voordat de barok in de zeventiende eeuw het beeld van Rome zou gaan bepalen. Het paleis werd ontworpen door Antonio da Sangallo (1484-1546) in opdracht van Alessandro Farnese (1468-1549), die vanaf 1534 beter bekend is als paus Paulus III. Michelangelo werkte mee aan de voltooiing van dit stadspaleis.

Palazzo Farnese
het Palazzo Farnese gezien door Piranesi

Twee schilders uit Bologna werkten in het interieur van het palazzo Farnese mee aan de decoratie. Annibale Carracci (1560-1609) en zijn leerling Domenichino (1581-1641) schilderden vanaf 1602 enkele fresco’s. Het fresco van de heilige maagd van Domenichino is waarschijnlijk het bekendst. Het is geschilderd in een opvallend licht coloriet van grijs-groene tinten, veel minder zwaar dan in de barok gebruikelijk was.

Domenichino
Heilige maagd met de eenhoorn, ca. 1602

Het fresco is typerend voor de vermenging van het christelijk geloof en heidense mythologie. In de vijftiende eeuw was dat niet ongewoon. De aristocratie hield van de antieke joie de vivre en het christelijke motief was vaak niet meer dan een schaamlap. Volgens de legende zou alleen een maagd de eenhoorn kunnen temmen.

Domenichino
Heilige maagd met de eenhoorn (detail), ca. 1602

het Parma van Bertolucci

gezien op DVD: Prima della Rivoluzione (1964)

Prima della RivoluzioneIn 1963 maakte de toen pas 23-jarige Bernardo Bertolucci een vroeg meesterwerk. Prima della Rivoluzione ging in première op het Cannes Film Festival 1964 en trok internationaal de aandacht. Maar in Italië bleef het succes uit. Bertolucci ontleende elementen uit De Kartuize van Parma. Deze zomer las ik Stendhal‘s grote roman voor het eerst en kwam zo ook op het spoor van Prima della Rivoluzione. Het enige dat echt uit het boek is overgenomen, zijn de hoofdpersonen Fabrizio del Dongo en zijn tante Gina, de hertogin van Sanseverina. Bertolucci verplaatst hen naar zijn eigen tijd, het begin van de jaren zestig.

Prima della Rivoluzione
Prima della Rivoluzione begint met een luchtopname van Parma en een voice over

Prima della Rivoluzione is een kruising tussen het Italiaanse neorealisme en de Franse nouvelle vague. Bertolucci opent met fraaie zwart-witbeelden van zijn vaderstad. Het communisme speelt een belanrgijke rol. Zoals zovele intellectuelen in het naoorlogse Italië was Bertolucci lid van de communistische partij. Ook zijn hoofdpersonage Fabrizio wordt aangetrokken door het communisme, maar door zijn afkomst is hij verstrikt in de Parmezaanse bourgeoisie.

Prima della Rivoluzione
ook de Po ten Noorden van Parma vormt een decor

Het motto van Prima della Rivoluzione is een uitspraak van Talleyrand (1754-1838): “Celui qui n’a pas vécu avant la révolution ne sait pas ce qu’est la douceur de vivre.” (Al wie niet geleefd heeft in de wereld van voor de Revolutie, heeft de zoetheid des levens niet gekend.)

terug naar Solferino [ 3 ]

op 1 juli j.l. keerden we terug naar Solferino en San Martino della Battaglia
The name of Solferino and San Martino goes down in history not only for the battle, but also for the following five reasons:
1. Here was the last battle, where in the middle of the fights there were three Head of States on horseback within a few kilometres radius: Franz Joseph, Napoleon III and Victor Emmanuel II.
San Martino
Solferino Museo
2. During this battle the Sardinian Army Corps – that could be already considered Italian due to the remarkable number of volunteers from all over the peninsula – fought for the Independence of Italy.
San Martino
Solferino Museo
3. For the first time in Modern Europe, there were many black fighters in the French Army who symbolized colonial Imperialism that was reigning at that time.
San Martino
Ossario di San Martino (exterieur)
4. Maybe, for the last time, an Army, the one led by Franz Joseph, fought moved by dynastic loyalty and in defence of the principle of Legitimacy: one of its major creators, Prince Klemens Von Metternich – died precisely at that time in Vienna.
San Martino
Ossario di San Martino (interieur)
5. Finally, and it’s the most relevant fact in the history of humanity, that event marked the birth of the Red Cross. It was, in truth, seeing the trampled-on corpses, the badly buried bodies and the wounded left to the pity of the people rather than in the hands of the health services that inspired Henry Dunant to create the Red Cross which earned him, as its founder, the first Nobel Peace Prize.
 
Bron: solferinoesanmartino.it

Solferino Museo | Ossario di San Martino

in de voetsporen van Fabrizio

op 4 juli j.l. bezochten we Parma

StendhalDit voorjaar schreef ik al iets over De Kartuize van Parma van Stendhal (1783-1842). In het Woord vooraf schrijft Stendhal dat hij tijdens de Franse bezetting van Italië door Napoleon was ingekwartierd in het huis van een kanunnik in Padua met wie hij bevriend raakte. Toen hij bijna dertig jaar later terugkeerde in Padua besloot hij dat huis nog eens op te zoeken. De kanunnik was allang overleden, maar Stendhal maakte er kennis met zijn neef en zijn vrouw. Ze nodigden de Fransman uit en Stendhal haalde herinneringen op aan zijn oom. Het werd een lange avond want de neef en zijn vrouw vertelden de geschiedenis van de hertogin Sanseverina en haar neef Fabrizio del Dongo. Stendhal schrijft dan:

In het land waar ik naar toe ga”, zei ik tegen mijn vrienden, “zal ik bijna geen avonden als deze meemaken. Om de lange avonduren door te komen, zal ik uw geschiedenis tot een roman verwerken.

De Kartuize van Parma werd rond 1830 geschreven, niet door Stendhal zelf, maar door zijn secretaris die door zijn meester gedicteerd werd. Pas in 1839 werd de roman gepubliceerd. Stendhal voorzag dat zijn roman aanvankelijk geen succes zou zijn en dat pas na zijn dood de waarde van zijn oeuvre zou worden ingezien. Hij heeft gelijk gekregen.

Samen met Julien Sorel uit Le rouge et le noir is Fabrizio del Dongo een van de bekendste romanfiguren uit de negentiende eeuw. Ze lijken op elkaar en natuurlijk ook een beetje op Stendhal zelf. Beter gezegd: Stendhal had zoals Julien of Fabrizio willen zijn. Beiden worden verscheurd tussen het rood (het leger) en het zwart (de kerk). In 1815 besluit de dan 17-jarige Fabrizio om Napoleon tijdens de Honderd Dagen te steunen en vertrekt naar Noord-Frankrijk. Daar neemt hij deel aan de achterhoedegevechten rond Waterloo. In de beschrijvingen van de schermutselingen kon Stendhal putten uit zijn eigen ervaringen. In 1812 reisde hij in de legers van Napoleon mee naar Moskou.

Grianta
In 2011 en 2016 waren we in Grianta aan het Comomeer. Hier bevindt zich het kasteeltje van Markies Del Dongo, de vader van Fabrizio.

Fabrizio‘s besluit om voor Napoleon te gaan vechten, heeft grote gevolgen voor hem. Als jonge edelman wordt hij geacht de revolutionairen te haten en niet om met hen te sympathiseren. Hij moet zijn ouderlijk huis in Grianta aan het Comomeer ontvluchten. Zijn tante Gina, de hertogin Sanseverina, die bijzonder op haar neef gesteld is, speelt een belangrijke rol. Samen met haar minnaar, graaf Mosca, zorgt ze ervoor dat Fabrizio een nieuw leven kan beginnen in Parma.

Aanvankelijk verloopt alles goed. Maar dan begaat Fabrizio uit noodweer een moord en wordt door Ernest Ranuce IV, de tiran van Parma, en de politieke tegenstanders van hertogin Sanseverina en graaf Mosca ter dood veroordeeld. Eerst wordt hij opgesloten in de Farnesische toren. Maar tijdens zijn gevangenschap beleeft hij de gelukzaligste ogenblikken van zijn leven. Fabrizio is namelijk verliefd geworden op Clelia, de dochter van generaal Conti, die de citadel van Parma bewaakt.

Tijdens onze vakantie in Noord-Italië las ik enkele hoofdstukken die zich afspelen in Parma en probeerde ter plekke plaatsen op te zoeken die Stendhal beschrijft. De Farnesische toren heeft nooit bestaan en de citadel blijkt tegenwoordig een park waarbij alleen nog een enkele verdedigingsmuur bewaard gebleven is. Wel vond ik vlak achter het baptisterium een gebouw waar ik met enige fantasie de Farnesische toren in kon zien.

Parma
de Farnesische toren is in Parma niet te vinden, maar achter het baptisterium zag ik in mijn verbeelding hoog boven mij Fabrizio en Clelia.

Fabrizio wordt de hulpbisschop van aartsbisschop Landriani van Parma. Deze kijkt tegen Fabrizio omdat deze van adelijke afkomst is en een van zijn voorvaderen bisschop was. Als hij Fabrizio voor het eerst ontvangt in het bisschoppelijk paleis, weet hij dat allemaal nog niet en laat hem te lang wachten. Daar krijgt hij vreselijke spijt van. Stendhal beschrijft met psychologische precisie de omgangsvormen rond 1825 en alle gevoeligheden in het sociale netwerk.

Parma
het bisschoppelijk paleis

Het hertogdom Parma en Piacenza heeft overigens nooit een aartsbisschop Landrini of een vorst Ernest Ranuce IV gekend. Dat is een verzinsel van Stendhal. Van 1814 tot 1847 werd Parma geregeerd door Marie Luise van Oostenrijk, de tweede vrouw van Napoleon.

Parma
ingang van de dom

De Kartuize van Parma [ nl.wikipedia.org ]

terug naar Solferino [ 2 ]

op 1 juli j.l. keerden we terug naar Solferino en San Martino della Battaglia

Wat ons vorig jaar niet gelukt was, moest dit jaar slagen. Daarom gingen we al gelijk bij aankomst in Noord-Italië naar San Martino, een paar kilometer onder het Gardameer en de autostrada van Milaan naar Venetië. Hier staat als een vuurtoren landinwaarts het nationaal monument om de Slag bij Solferino te herdenken. Ieder jaar is hier op 24 juni een re-enactment waarbij de slag tussen de Sardijnse en Oostenrijkse troepen wordt nagespeeld. Wij waren dan te laat voor dit spektakel, maar op tijd voor de toren die veel geduld heeft.

San Martino
De Torre di San Martino (1880-1893) en het standbeeld van Victor Emanuel II

In een brede rotonde onderin de toren staat in het midden een groot standbeeld van Victor Emanuel II (1820-1872), de koning van Sardinië én de eerste koning van het koninkrijk Italië dat in 1861 ontstond. Voor de Italianen is hij de Padre della Patria. Het nationaal monument is ook aan hem opgedragen.

San Martino
De twee grote Giuseppes: Giuseppe Mazzini en Giuseppe Garibaldi

In de nissen van de rotonde bevinden zich borstbeelden van andere Italianen die een grote rol hebben gespeeld in de Risorgimento, de eenwording van Italië. Giuseppe Garibaldi (1807-1882) is natuurlijk de bekendste. Op honderden Italiaanse pleinen staat zijn standbeeld. Een jaar na de Slag bij Solferino zorgde hij voor de hereniging tussen Noord en Zuid door het Koninkrijk Napels binnen te vallen. De mars van de duizend roodhemden is waarschijnlijk nog steeds de meest heroïsche episode uit de Italiaanse geschiedenis.

Minstens zo belangrijk als Garibaldi vind ik persoonlijk Giuseppe Mazzini (1805-1872). In 1831 richtte hij La Giovine Italia op, een liberale beweging die overal in Europa navolging vond. Het streven was naar de nationale eenheidsstaat, bij voorkeur in de vorm van een republiek. Ook Garibaldi wilde alle Italianen graag verenigen in een republiek. Maar rond 1860 was heel Europa nog altijd monarchistisch en een republiek was nog altijd een brug te ver. Pas in 1949 zou Italië een republiek worden.

San Martino
allegorische figuren [klik voor een vergroting]

Aan de rand van de koepel van de rotonde zijn allegorische vrouwenfiguren geschilderd. Michaela vond ze “Mucha-achtig”. Ze zijn geschilderd rond 1893 en ademen de geest van Mucha en de art nouveau.

San Martino
allegorische figuren [klik voor een vergroting]

Een van de nissen in de rotonde geeft toegang tot een treeloze trap die in een spiraal aan de binnenkant van de toren omhoog voert. Op de wanden zijn grote wandschilderingen aangebracht die scenes uit de veldslag laten zien. De Slag bij Solferino en San Martino was bijzonder bloedig. Er stond veel op het spel. Voor Oostenrijk markeerde deze slag het begin van het einde. Er was een einde gekomen aan driehonderd jaar Habsburgse hegemonie in Noord-Italië.

San Martino
Michaela in het inwendige van de toren

terug naar Solferino [1]

terug naar Solferino [ 1 ]

op 1 juli j.l. keerden we terug naar Solferino en San Martino della Battaglia

Vorig jaar bezochten we iets ten Zuiden van het Gardameer de plaatsen Lonato, Castiglione delle Stiviere, Solferino en San Martino della Battaglia. Op 24 juni 1859 werd in deze streek een verschrikkelijke veldslag geleverd tussen Fransen en Italianen enerzijds en Oostenrijkers anderzijds. Henri Dunant schreef na deze bloedige dag zijn beroemde Un souvenir de Solferino.

Deze episode uit de geschiedenis die het startsein van de Italiaanse eenwording werd, bleef mij het afgelopen jaar boeien. Omdat we dit jaar weer in Noord-Italië waren, besloten we terug te keren naar Solferino en San Martino della Battaglia die op 24 juni 1859 precies op de frontlijn lagen. Ook bezochten we Castiglione delle Stiviere opnieuw, dat achter de frontlijn lag en waar Henri Dunant diep onder de indruk raakte van de vrouwen die daar de gewonden verpleegden, ongeacht hun nationaliteit. De vrouwen van Castiglione inspireerden hem tot de oprichting van het internationale Rode Kruis, dit jaar 150 jaar geleden.

San Martino della Battaglia
uitzicht vanaf de Rocca di Solferino op het Noorden. Op de achtergrond het Gardameer en de zuidelijke uitlopers van de Alpen. In het midden de Torre di San Martino [klik voor vergroting]

Vorig jaar bezochten we de Rocca di Solferino maar voor de nabijgelegen Torre di San Martino waren we net te laat. Bijna een jaar later keerden we, ditmaal ruim op tijd, terug. De 64 meter hoge toren werd gebouwd tussen 1880 en 1893 als een nationaal monument. Vanaf de toren heb je een schitterend uitzicht over het gebied waar op 24 juni 1859 gevochten werd en waar de Oostenrijkers tenslotte werden teruggeslagen over de Mincio, de grensrivier tussen Lombardije en Veneto.

San Martino della Battaglia
uitzicht in omgekeerde richting: van de Torre di San Martino op de Rocca di Solferino [klik voor vergroting]

Het is moeilijk voor te stellen dat dit vruchtbare gebied met vele wijngaarden ooit een van de bloedigste slagvelden uit de Europese geschiedenis is geweest. In een klein museum achter de toren is een simulatie van de slag te zien in een multimediapresentatie. De Fransen onder Napoleon III vielen de Oostenrijkers aan bij Solferino en de Italianen onder Vittorio Emmanuel I vochten ten Zuiden van het Gardameer rond het plaatsje San Martino.

Slag bij Solferino
de posities van de Sardijnse, Franse en Oostenrijkse divisies tijdens de Slag van Solferino en San Martino op 24 juni 1859 (klik voor vergroting)

Het is dus logisch dat het nationale monument in San Martino moest komen omdat hier het Italiaanse bloed gevloeid heeft. Toch heerst ook hier de geest van het Rode Kruis, want of het nu Italiaans, Frans of Oostenrijks bloed is, uiteindelijk gaat het om de humaniteit. De Slag van Solferino confronteert mij met tegenstrijdige gevoelens van eng nationalisme en universele menselijkheid.

San Martino della Battaglia
uitzicht vanaf de Torre di San Martino op het Noorden [klik voor vergroting]

Souvenir de Solferino [4]

een Rus in Italië [ 2 ]

gezien op VHS: Nostalghia (1983) van Andrei Tarkovski

NostalghiaOnbetwiste meesters van de filmkunst leveren per definitie auteursfilms af. Of ze nu een boek verfilmen of zelf een script schrijven, het publiek herkent de hand van de meester onmiddellijk. Dat geldt voor Silence van Martin Scorcese, misschien wel zijn meest persoonlijke film waarin religie een centrale rol speelt. Bij Tarkovski stond religie al vanaf zijn eerste meesterwerk Andrei Rublev (1966) in het middelpunt en in zijn laatste film Offret (1986) ging het nog steeds over religie.

Nostalghia is Tarkovski‘s voorlaatste film en misschien wel zijn meest persoonlijke film. Samen met scenarist Tonino Guerra (1920-2012) schreef hij aan het begin van de jaren tachtig het script. De hoofdpersoon is de Russische schrijver Andrei Gorchakov in wie we een alter ego kunnen zien van Tarkovski. Gorchakov werkt aan een studie over een Russische componist uit de achttiende eeuw in Italië en verblijft daarom zelf ook in dat land. Net als zijn studieobject lijdt hij in Italië aan heimwee naar zijn vaderland. Tarkovski leefde de laatste jaren van zijn leven in ballingschap in Europa. Heimwee naar het vaderland was voor hem dan ook een actueel onderwerp.Tarkovski verbindt het specifieke heimwee naar Rusland met het verlangen naar huis als universeel religieus thema.

Tarkovski verbindt het specifieke heimwee naar Rusland met het verlangen naar huis als universeel religieus thema.

Gorchakov leeft in Italië samen met zijn vrouwelijke tolk Eugenia. Hun relatie lijkt zuiver platonisch. Ze noemt hem een heilige, een zonderlinge man die iets zoekt wat de meeste mannen niet zoeken. Bij het kuuroord waar ze verblijven ontmoet hij Domenico, een geestverwant die net als hij op zoek is naar iets dat alle grenzen overstijgt. Domenico is een dorpsgek maar ook een roepende in de woestijn. Tegen Gorchakov zegt hij dat hij zijn gezin wilde redden en ze daarom zeven jaar lang in een kelder heeft opgesloten. Daarna zag hij dat dit niet genoeg was. Hij wil nu alle mensen redden. Daarvoor moet iemand met een kaars door het bad van de heilige Catharina lopen.

Nostalghia
still uit Nostalghia (1983)

De rol van Domenico wordt gespeeld door de Zweedse acteur Erland Josephson die drie jaar later in Offret de hoofdrol zal spelen. Ook daar speelt hij een man die een offer brengt. Wie goed oplet merkt dat er tussen Nostalghia en Offret allerlei parallellen lopen. Zo spreekt Domenico al over het in brand steken van je huis. Het huis is een telkens terugkerende metafoor in het werk van Tarkovski. Het staat voor onze bestemming maar ook voor onze gebondenheid aan bezit. In het laatste beeld uit Nostalghia versmelten Rusland en Italië in één beeld: Italië als het land van ruïnes en Rusland als het land van herinnering.

Een Rus in Italië [ 1 ]