Maandelijks archief: november 2005

zwerkwerk [ 1 ]

Nu ik weer aan het schilderen ben, ditmaal een serie luchten in olieverf, blijf ik het web gebruiken voor documentatie. Zoals marineschilders verstand moesten hebben van scheepsbouw, pluimveeschilders van pluimvee, vanitasschilders van emblemata, zo moet elke landschapschilder verstand hebben van luchten. Al is ‘verstand’ niet het juiste woord, want een kunstschilder hoeft geen weerman te zijn. Oog en gevoel voor het licht en de ruimte, daar gaat het om. Pieter Rim en Maarten de Kroon maakten in 2003 een bekroonde film over het Hollands licht. Er is ook een mooie site over gemaakt.

(… ) Hollands licht, als het bestaat vinden we ook terug op de schilderijen van onze befaamde landschapsschilders in de Gouden Eeuw. Van Goyen, Ruysdael, Vermeer en noem maar op, zij maakten wereldwijd indruk met hun Hollandse Luchten en waren de eersten in de geschiedenis die de schoonheid van de lucht ontdekten. “Hollandse schilders hebben iets met licht, op stillevens net zo goed als op landschappen, binnen en buiten, altijd is het licht zo geschilderd alsof het je niet alleen mogelijk maakt de dingen te zien. Het is zelf te zien; belangrijker dan de asperges, de melk of het tin, de koeien, de molens, de zee” ( … )
 
Bron: www.knmi.nl

recensie over Hollands Licht in De Filmkrant
hollandslicht.nl

Jezus hot, Zijn Kerk not

Twee weken geleden stonden hier een paar citaten van Anton van Harskamp die soloreligieuzen de bange meesters van hun eigen geloof noemde. Vandaag verscheen er in Trouw een reactie van Govert Jan Bach (pastoraal psycholoog en geestelijk verzorger). Hij is het niet eens met Van Harskamp, die beweert dat solo-religieuzen een antichristelijke spits zouden hebben.

In de laatste alinea heeft hij (Van Harskamp) het over een antichristelijke spits, waarmee hij wil aangeven dat het denken van solo-religieuzen zich niet goed verhoudt met het christelijke erfgoed. Hij bedoelt waarschijnlijk meer een anti-kerkelijke spits, want het is nog maar de vraag of onze solo-religieuzen niet een heel eind op weg kunnen met Jezus, die ongetwijfeld ook een mysticus was en een soort solo-religieus.
 
Waar ze wars van zijn is: kerkelijkheid en niet spiritualiteit. Als ze ergens bang voor zijn, dan is het wel de geborneerdheid en angstvalligheid van het kerkelijke en theologische gefundeerde christendom.

Het hoort natuurlijk allemaal bij het individualisme van onze tijd: geloven á la carte. De Kerk is voor het individu per definitie een vrijheidsbeperkend machtsinstituut (met een strafblad) geworden. Jezus daarentegen was OK, een ideale mens, revolutionair, gnosticus, solo-religieus, broeder, vriend, enz…

Maar Zoon van God? Dat is natuurlijk een strategische zet van de geïnstitutionaliseerde Kerk geweest om een machtspositie te veroveren. Voor de solo-religieus is het allemaal allang ontmaskerd. Jezus is tegenwoordig los verkrijgbaar.

het papieren theater

Vorige week ben ik begonnen met het maken van een gipsen minitheater voor kleianimaties. Via Google Afbeeldingen kwam ik terecht op een paar websites van liefhebbers, bijvoorbeeld die van Harry Oudekerk en Ab Vissers. Maar zeker ook in het buitenland zijn er mensen die hun liefde voor het papieren theater niet verbergen. Zo vond ik ook de site van Trish Lewis Fargo met waarschijnlijk de enige weblog ter wereld die alleen maar over het papieren theater gaat.

Toy_Theatre
Het Papieren theater is een van de huiselijke genoegens van de kinderen in het 19e eeuwse burgelijke gezin, naast de stereoscoop, de toverlantaarn en de poppenkast.
 
In tegenstelling tot deze laatste is het papieren- of miniatuurtheater in Nederland nauwelijks populair geweest en daardoor bijna onbekend. Als theatervorm wordt het naast schimmen, marionetten en handpoppen tot het poppenspel gerekend. Maar een miniatuur-poppenkast is het niet.
 
Het papieren theater imiteert in theaterbouw en effecten, in decors en figuren en in de gespeelde stukken rechtstreeks zijn grote voorbeeld; het echte theater. Het repertoire bestond uit de klassieke sprookjes en uit speciaal gekuiste en sterk verkorte stukken en opera’s uit het grote theater.
 
Bron: Ab Vissers Phoenix Papierentheater

por dios! wat een blad [ 1 ]

pepPiet Bakker heeft een mooie website gemaakt over het legendarische stripblad PEP (por Dios wat een blad!) uit de jaren 60 en eerste helft van de jaren 70. Hij heeft alle jaargangen van 1962 tot 1969 keurig geindexeerd. Zelf heb ik de jaargangen 1972-1975 nog compleet bewaard. Deze week is daar na 35 jaar eindelijk de jaargang van 1970 bijgekomen. Nu nog op zoek naar de pepjes van ’71…
 

Indexen
De PEP-site van Piet Bakker
PEP-index 1962-1975 van Dik Winter
EPPO-index 1975-1985 van Dik Winter
EPPO-index 1975-1985 van Floris Wiesman
PEP-EPPO-Wham!-Wordt Vervolgd-Sjosji-Stripparazzi-Myx-Index van Martijn Moree

zeventiende eeuws jasje

Van 1996 tot 1999 onderzocht ik op mijn atelier zeventiende eeuwse schildertechnieken en kopieerde ik gretig een aantal zelfportretten van Rembrandt. Ook plaatste ik mijn eigen kop letterlijk op een zeventiende eeuws jasje. Photoshoppen met verf dus.

Een paar jaar later ontdekte ik via Google het werk van de Noorse schilder Odd Nerdrum. Behalve de aardappelneus tonen zijn zelfportretten sprekende gelijkenis met die van de Hollandse meester. Nerdrum heeft grondig Rembrandt’s techniek bestudeerd en overgenomen. Je zult ze zijn doeken dan ook wel bij de neus kunnen aanpakken.

Nerdrum lijkt 400 jaar te laat geboren en lijkt in dat opzicht op onze eigen Cornelis LeMaire. Maar Nerdrum is in zijn onderwerpen toch heel wat orgineler. Onderstaand werk getuigt daar zeker niet van, maar moet als een provocatie (tegenover de hedendaagse kunst) worden opgevat. De schilder beeldt zichzelf uit als profeet luisterend naar de naam King of Kitsch.

Odd Nerdrum
Zelfportret als profeet
The Norwegian artist Odd Nerdrum is one of the greatest painters of the century. Unfortunately, according to his detractors, the century in question is the seventeenth. Thus Nerdrum has emerged as one of the most controversial artists of our day. His admirers praise him for his superb Old Master technique, while his critics condemn him as hopelessly reactionary. His work calls into question all our customary narratives about art history, and especially the modernist dogma that the artist can be creative only by turning his back on the past.
 
Nerdrum has openly acknowledged his debt to the Old Masters. He uses heavy layers of paint to create chiaroscuro effects reminiscent of Caravaggio and Rembrandt, and he also continually recalls the achievement of the great Italian and Dutch painters in his ability to capture the texture of things on canvas — from shiny metals to rich fabrics. Above all, he knows how to convey every shade of human flesh. And yet the subject matter of Nerdrum’s works is usually enough to place him in the modern world. His dark palette seems to underwrite a disturbing vision of the end of civilization as we know it. For those who have not seen Nerdrum’s paintings, I try to describe them this way: imagine the result if Rembrandt had painted the sets of The Road Warrior.
 
Nerdrum’s career thus presents a challenge to the modernist establishment that still dominates the international art scene. He refuses to paint like a modernist, but thematically he seems to be responding to a crisis in the modern world; indeed he seems to be coming to grips with the spiritual state of modernity in a way far more profound than that pursued by most modernist painters. As a result, few contemporary painters have managed to enrage the modernist establishment as much as Nerdrum has. The artists, critics, and curators who comprise the modernist establishment somehow sense that if Nerdrum is right, then they must be wrong. By returning to the Old Masters, Nerdrum is violating what has come to be the fundamental convention of modernist art. Thumbing his nose at the whole art establishment, Nerdrum used the occasion of a series of exhibitions of his paintings from 1998 to 2000 in Norway to proclaim himself publicly the King of Kitsch.(…)
 
Bron: artcyclopedia.com

nerdrum.com