abstractie van vroeger

postzegels met geabstraheerde landschappen uit de periode 1962-1973

Een postzegel die mij in mijn jonge jaren op de achterkant van menige ansichtkaart achtervolgde, was een kleine frankeerpostzegel van 10 cent met een onduidelijke voorstelling. Als kleuter zat ik er op te turen alsof er iets stond geschreven in een vreemd schrift, in een prikkeldraad van tekens, vol weerhaken zoals bij een ondoordringbare tekst in gotische letters. Ik heb het nooit kunnen ontcijferen…

Nederland 1962
Nederland 1962

Maar er stond niets geschreven. Jaren later kwam de postzegelcatalogus onverwacht met de oplossing: de deltawerken. Natuurlijk! Waarom had ik dat als kind nooit gezien? Had ik zo slecht gekeken? Mijn voorlopige conclusie: De abstractie was te moeilijk voor mij als vijfjarige.

De abstractie van Dick Bruna kon ik volgen, maar de abstractie van A. van der Vossen (de ontwerper van deze postzegel) dus niet. Het was meerduidig. Waar Dick Bruna je met de rug tegen de muur zet, kun je bij Van der Vossen juist alle kanten op. En ik wist niet welke. Het kwam niet tot “een betekenisvol beeld”, het kwam niet tot de deltawerken. Terwijl het bij Nijntje direct tot een konijn kwam.

Later ontdekte ik meer van dergelijke postzegels. Ze verschenen in de periode 1962-1973, de eerste tien jaar van mijn leven. Postmodernisme moest nog komen. Het modernisme beleefde zijn heyday. Abstraheren was mode. Niet het oprakelen van beelden uit het verleden, wel het verwijzen naar het verleden maar dan in een nieuwe taal. Het modernisme pretendeerde universeel te zijn, tijdloos.

Duitsland 1969
Duitsland 1969

Als ik nu naar de abstractie uit die periode kijk en mij de vraag stel of het toen gelukt is om tijdloos te zijn, kom ik niet tot een sluitend antwoord. Ik kan deze postzegels nu ouderwets vinden. Het modernisme is ingehaald door “iets” dat we gemakshalve maar postmodernisme zijn gaan noemen, maar is het modernisme dan ook achterhaald? Omdat abstraheren geen mainstream meer is en ons tijdsbeeld na zestig jaar veranderd is, zijn deze ontwerpen dan ouderwets geworden?

Duitsland 1969
Duitsland 1969

Je zou ook kunnen vaststellen dat “we” in 1965 moderner waren dan in 2025. Ontwerpers streefden naar een universeel visueel idioom waarin je alles kunt uitdrukken. Kijk naar de boekomslagen, de affiches uit die periode 1962-1973. Het is niet toevallig dat de White Album van de Beatles midden in die periode verscheen. Er was een groot verlangen om los te laten van het tijdelijke, van de vorm en op te gaan in iets universeels. Altijd en overal.

Liechtenstein 1972
Liechtenstein 1972

Met het postmodernisme zijn we weer terug midden in de geschiedenis. Het verleden braakt zich in elke toekomstige seconde opnieuw uit. Dat gebeurde natuurlijk altijd al, ook in de genoemde periode. Om bij de Beatles te blijven, de twee albums die vooraf gingen aan de leegte van het White Album (Sgt Pepper’s Lonely Hearts Club Band en the Magical Mystery Tour uit 1967) waren druk en kleurrijk en liepen dus al vooruit op de bonte kermis van het postmodernisme.

Zwitserland 1973
Zwitserland 1973

Als het allemaal even te druk wordt met de beelden om mij heen, dan trek ik mij in gedachten even terug in het oog van de orkaan, in het modernisme uit mijn jonge jaren dat mij het gevoel geeft dat minder meer kan zijn. En dat abstractie mij de ruimte geeft.

Film Noirs op YouTube [40]

gezien op Full Moon Matinee : The third secret (1964)

Eigenlijk hou ik helemaal niet van misdaadfilms maar voor film noir heb ik een groot zwak. De zwartwit-cinematografie, belichting en het tijdsbeeld zuigen me altijd weer een nieuwe noir binnen. In het public domain staan honderden films waarvan het copyright om verschillende redenen niet verlengd is en die dus legaal via het internet getoond mogen worden, zoals op het YouTube-kanalen Full Moon Matinee en Cult Cinema Classics. In juni kijk ik naar tien film noirs uit de periode 1945-1964.
Vandaag: The Third Secret van Charles Crichton.

The Third SecretDeze film valt buiten de klassieke periode van de film noir die in 1958 werd afgesloten. Maar in stilistisch opzicht is The Third Secret een echte film noir. Het is een psychologische thriller (nota bene een moord op een psychoanalyticus!) die speelt met thema’s uit de dieptepsychologie. Uitstekend materiaal dus om aan te pakken met het visuele vocabulaire van de film noir.

De film speelt zich af in Londen en draait om de mysterieuze dood van de beroemde psychiater Dr. Leo Whitset. Officieel wordt zijn dood als zelfmoord bestempeld, maar zijn 14-jarige dochter Catherine (Pamela Franklin) weigert dat te geloven. Ze vermoedt dat een van zijn patiënten verantwoordelijk is.

The third secret met Stephen Boyd, Pamela Franklin, Jack Hawkins, Richard Attenborough en Diane Cilento.

Catherine schakelt de hulp in van Alex Stedman (Stephen Boyd), een Amerikaanse journalist en patiënt van haar vader. Samen beginnen ze aan een zoektocht naar de waarheid. Stedman interviewt Whitsets andere patiënten, elk met hun eigen geheimen en neuroses. Langzaam wordt duidelijk dat er een complex web van leugens, schuld en psychologische manipulatie achter Whitsets dood schuilt.De titel verwijst naar een concept van Whitset: volgens hem heeft ieder mens drie geheimen — twee die hij met zichzelf kan delen en één (het derde geheim) dat hij niet eens tegenover zichzelf durft te erkennen. Het is dit derde, diepste geheim dat de sleutel tot het raadsel vormt.De speurtocht leidt naar een onthutsende ontknoping waarbij Stedman en Catherine een waarheid ontdekken die zowel schokkend als tragisch is.