vrijdag 3 september 2010
Bodega Bay
gisterenavond gezien: The Birds (1963) van Alfred Hitchcock

Ook al is deze Hitchcock-klassieker bijna een halve eeuw oud, in Bodega Bay, honderd kilometer ten noorden van San Francisco, leeft de film nog altijd. Aanstaand weekend komt Tippi Hedren (inmiddels 80) voor een signeersessie weer eens naar de baai die haar in 1963 wereldberoemd maakte.

The Birds
Potter Schoolhouse in Bodega Bay
still uit The Birds
The 150 year old Potter School behind St. Theresa’s Church five miles south of Bodega Bay in Bodega, was vacant at the time of the filming. After Alfred Hitchcock’s crew repaired the exterior it was used for several scenes. Today it is a private residence and is sometimes open for tours. The school teacher’s house was a façade erected during the filming. The Catholic Church, briefly visible in the film, was made famous when it was photographed by Ansel Adams.
 
Bron: bodegabay.com
The Birds
apocalyptische slotscene uit The Birds

bodegabay.com | filmlocaties in Bodega Bay

donderdag 2 september 2010
vintage traveling
20th Century Travel: 100 Years of Globe-Trotting Ads
20th Century TravelA lush visual history of international wanderlust, this volume features 400-plus print advertisements from the Jim Heimann Collection, that illustrate the evolution of leisure travel — from domestic to global, exclusive to popular, exotic to standardized — and its crucial role in American culture.
 
With an introduction, decade-by-decade analysis, and an illustrated timeline, this book highlights the cultural and technological developments that transformed travel from a cushioned journey of the elite into a convenient leisure pastime for the general public. 20th Century Travel takes us on a grand tour of travel’s golden age.
 
Bron: taschen.com
poster
illustratie voor een toeristische advertentie

blader door dit boek

dinsdag 31 augustus 2010
Herinneringen
gezien na Zomergasten : Amarcord (1973) van Fellini

AmarcordAls je net zoals ik eerst Cinema Paradiso (1988) of Maléna (2000) van Giuseppe Tornatore hebt gezien en daarna pas Amarcord, dan weet je zeker dat Tornatore deze Fellini gezien moet hebben. En dat hij net als Fellini de verhalen van Pirandello moet hebben gelezen. Deze films zijn typische coming-of-age-tales die zich afspelen tegen het decor van een plaatselijke gemeenschap. In plaats van dat er een lineair verhaal met een plot wordt verteld, is er een aaneenschakeling van herinneringen, dikwijls vermengd met dromen en seksuele fantasieën die in luchtige sketches verpakt zijn. Hoe vulgair deze soms ook mogen zijn, bij Fellini tillen de rare typetjes, het schilderachtige camerawerk en de symbolistische poëzie de sketches moeiteloos boven de Benny Hill Show uit.

Amarcord is gefilmd vanuit het perspectief van Titta Biondi en haalt herinneringen op aan Fellini’s jeugd in het Rimini van de dertiger jaren. Een jaar lang volgen we het wel en wee van Titta en de plaatselijke gemeenschap. In Amarcord richt een van de figuren zich rechtstreeks tot het bioscooppubliek en wordt zo de verteller van de film. Het zogenaamde ‘doorbreken van de vierde wand’ is een van Fellini’s handelsmerken geworden. Dit principe herhaalt zich in E la Nave va uit 1983. Deze film kondigt zich overigens in Amarcord al aan in de scene met het ocenaanschip. Fellini vond het helemaal niet erg dat zijn films vaak op elkaar leken. “Ik kan mijn films niet van elkaar onderscheiden. Voor mijn gevoel heb ik altijd dezelfde film gedraaid.”

Amarcord
Het grote schip uit Amarcord keerde tien jaar later terug in Fellini’s E la nave va

Amarcord [ moviemeter.nl ]

maandag 30 augustus 2010
ein Punk in der Kaiserzeit
gezien op WDR: Der die Tollkirsche ausgräbt (2006)

Der die Tollkirsche ausgräbtAdemloos heb ik zaterdagnacht naar deze magische film van Franka Potente uit 2006 gekeken. Der die Tollkirsche ausgräbt is een ‘Neo-Stummfilm’ uit de eenentwintigste eeuw, net als de Argentijnse film La Antena uit 2007. Met digitale beeldmontage en manipulatie kunnen filmbeelden antiek gemaakt worden en krijgen ze een hoogbejaard uiterlijk. Maar voor een film ben je er dan nog lang niet. De acteurs moeten bewegen en acteren zoals er in stomme films bewogen en geacteerd werd. De interieurs moeten het tijdsbeeld van 100 jaar geleden oproepen. En bovendien moeten de acteurs zoals in het varietétheater expressief geschminkt zijn. De karakters zijn nooit realistisch, eerder grotesk: de dames hebben een bleke, bijna witte teint en donkere lipstick, de heren hebben eyeliner en vaak een uitbundige snor.

Wanneer dit allemaal klopt en je in de illusie bent dat je naar een film uit 1919 kijkt, kun je de magische, surrealistische werkelijkheid van de expressionistische stummfilm in de eenentwintigste eeuw voor iets nieuws gebruiken. Der die Tollkirsche ausgräbt is een perfecte reconstructie van de werkelijkheid van de expressionistische stummfilm en toont binnen dat kader de magie van ‘de gelijktijdigheid van het ongelijktijdige.’


Der die Tollkirsche ausgräbt trailer
DVD Der die Tollkirsche ausgräbtaus der Berliner Zeitung:
 
„Ihr Film ist in jeder Hinsicht ein Unikum. Vierzig Minuten, ohne Worte und schwarz-weiß, inszeniert wie ein klassischer Stummfilm mit chaplinesken Verwicklungen. Die surreale Familiengeschichte, in der ein Punk in die Kaiserzeit fällt, ist mehr als die Realisierung einer Sommeridee. Es ist die Liebeserklärung der Schauspielerin an das Kino und ein Beweis ihrer vielen Talente.“
 
Bron: tollkirsche-derfilm.de/inhalt.html

tollkirsche-derfilm.de

zondag 29 augustus 2010
volg de meester [ 11 ]
reconstructie van twee Franse neo-classicistische portretten
Pierre-Henri de Valenciennes en Jacques-Louis David

Een rationele opbouw van een olieverfschilderij vanuit de tekening in verschillende lagen geeft je optimale controle. Je kunt het een beetje vergelijken met werken in Photoshop. Laag voor laag manipuleer je het beeld (bijv. de ene keer met sharpen de andere keer met blur). In zekere zin is schilderen in lagen eenvoudiger dan schilderen a la prima want de laatste techniek is intuïtief, direct en alles ‘moet’ in één keer goed zijn. Onder het eerste stadium van twee portretten die later in olieverf worden uitgevoerd.

Pierre-Henri de Valenciennes en Jacques-Louis David

doodschildering
een tekening in Oost-Indische inkt en modellering in dunne witte acrylverf op de imprimatura vormen de basis voor het olieverfportret. Een totaal glacis van rauwe Sienna brengt eenheid.

In het 18e eeuwse neo-classicisme ziet men de tekening als de basis van het schilderij. Vorm is belangrijker dan kleur en goed tekenonderwijs is voor de schilder onontbeerlijk. De autoriteit van de 19e eeuwse Académie is bijna absoluut maar vanaf 1848 komt de geïdealiseerde visie onder felle kritiek te staan van het realisme. Met de a la prima schilderkunst van de impressionisten zal het gezag van de Académie tenslotte gaan afbrokkelen en wordt de weg naar de moderne kunst vrij gemaakt.

volg de meester [ 1-11 ]
van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan [ PDF ]

zaterdag 28 augustus 2010
volg de meester [ 10 ]
portret van Jacques-Louis David ca. 1813

Georges Rouget (1781-1869) kwam in 1796 op het atelier van Jacques-Louis David in Parijs en werd een van zijn favouriete leerlingen. Rond 1813 moet door een anonieme schilder op het atelier van Rouget het onderstaande portret van de toen 65-jarige David geschilderd zijn. Bij classicistische portretten zie je vaak een schema met ideale proporties doorschemeren. Zoals elke visagist weet, dragen klassieke verhoudingen bij aan de face value, maar maken de afwijkingen een gezicht juist spannend. Dat is ook in het portret van David zichtbaar. Terwijl de ogen vrijwel gelijkvormig geschilderd zijn, doorbreekt de scheve mond de symmetrie van het gezicht.

Jacques-Louis David
portret van Jacques-Louis David ca. 1813, waarvan de rechter afbeelding met Photoshop is geabstraheerd

Net als bij het zelfportret van Pierre-Henri de Valenciennes heb ik David’s portret met Photoshop vereenvoudigd om het schema naar voren te halen. Daarna heb ik met zwarte ballpoint variaties op dit schema getekend.

ballpoint tekeningen
tekeningen met zwarte ballpoint
David
… en zo zag David zichzelf in de spiegel

volg de meester [ 1-10 ]
van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan [ PDF ]

vrijdag 27 augustus 2010
volg de meester [ 9 ]
zelfportret van Pierre-Henri de Valenciennes (1750-1819)

Pierre-Henri de Valenciennes is vooral bekend geworden door een theoretisch werk over het ‘historische landschap’. Nadat hij jarenlang geijverd had voor een Prix de Rome in de categorie van het historische landschap, ging zijn wens twee jaar voor zijn dood in vervulling. In 1817 werd voor het eerst een Prix de Rome voor het historische landschap uitgereikt. Dit betekende een officiële herwaardering van de landschapsschilderkunst, die met de School van Barbizon en de impressionisten in de negentiende eeuw zo belangrijk zou worden. De Valenciennes schilderde heldere composities met een nadruk op de grote vorm en deze doen soms denken aan het werk van Edward Hopper.

de Valenciennes
Pierre-Henri de Valenciennes Farnese
de Valenciennes
Pierre-Henri de Valenciennes Palatijn 1782-4

Ook zijn zelfportret doet door een grote mate van abstractie modern aan. De Valenciennes hanteert een duidelijk schema en belichting, waardoor zijn gezicht iets maskerachtigs krijgt. Naar aanleiding van zijn portret maakte ik verschillende ballpointtekeningen waarbij ik varieerde op zijn schema.

de Valenciennes
In Photoshop schematiseerde ik eerst De Valenciennes‘ zelfportret
Valenciennes
tekeningen met zwarte ballpoint

volg de meester [ 1-9 ]
van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan [ PDF ]

donderdag 26 augustus 2010
wagons west !
vanmiddag gezien op BBC 2 Wagon Master van John Ford (1950)

Wagon Master 1950Na de “cavalry trilogy” Fort Apache (1948), She Wore a Yellow Ribbon (1949), and Rio Grande (1950) met John Wayne maakte regisseur John Ford Wagon Master. De film vertelt het verhaal van een groep mormonen die onder begeleiding van drie wagon masters met huifkarren westwaarts trekt. De reis van de wagon train door de Amerikaanse wildernis wordt schilderachtige in beeld gebracht. Daarbij wordt de sfeer nog eens versterkt door de soundtrack met liedjes als “Chuckawalla Swing” en “Wagons West Are Rolling” van Stan Jones. Deze staan overigens ook op de CD Wagons West van The Sons of the Pioneers. John Ford beschouwde Wagon Master aan het eind van zijn leven als zijn favouriet. In de jaren vijftig volgde een televisieserie onder dezelfde naam.

Wagon Master
Wagons west are rolling
out where winds are blowing
through rivers and plains
through sand and through rain
rolls a mighty wagon train

Wagons west by Stan Jones

This great film captures the pioneering spirit about as good as any Western ever has. It was shot in Monument Valley, and though short on plot it’s strong on character. (Bron: homepages.sover.net)
Wagon Master
een ‘mormon wagon train’
Wagon Master brengt de Amerikaanse pioniersgeest schilderachtig in beeld

John FordJohn Ford became best known for his Westerns, of which he made dozens through the1920s, but he didn’t achieve status as a major director until the mid-’30s, when his films for RKO (The Lost Patrol [1934], The Informer [1935]), 20th Century Fox (Young Mr. Lincoln [1939], The Grapes of Wrath [1940]), and Walter Wanger (Stagecoach [1939]), won over the public, the critics, and earned various Oscars and Academy nominations. His 1940s films included one military-produced documentary co-directed by Ford and cinematographer Gregg Toland, December 7th (1943), which creaks badly today; a major war film (They Were Expendable [1945]); the historically-based drama My Darling Clementine (1946); and the “cavalry trilogy” of Fort Apache (1948), She Wore a Yellow Ribbon (1949), and Rio Grande (1950), each of which starred John Wayne. My Darling Clementine and the cavalry trilogy contain some of the most powerful images of the American West ever shot, and are considered definitive examples of the Western.

The westerns of John Ford

woensdag 25 augustus 2010
geestverschijningen [ 2 ]
kijken naar 19e eeuwse portretfoto’s bij kaarslicht
vandaag is het de 110e sterfdag van Friedrich Nietzsche

We zijn zo gewend geraakt aan fotografie, dat we de magie van het medium bijna vergeten zijn. Want eigenlijk is fotografie optische tovenarij. De massacultuur heeft de oorspronkelijke betovering van de fotografie laten verdwijnen. Sommige foto’s kan ik nog steeds ‘betoverend’ vinden, maar meestal betekent dat gewoon ‘heel erg mooi’. Zelden komt het voor dat ik door een foto als door de bliksem getroffen word, zoals 170 jaar geleden, toen de mens met de eerste foto’s werd geconfronteerd. Om weer ontvankelijk te worden voor de oorspronkelijke betovering van de foto, bekijk ik de laatste tijd als dagafsluiting een 19e eeuwse portretfoto bij kaarslicht. Zolang het geen spiritisme wordt, kan de betovering mij eigenlijk niet ver genoeg gaan!

Nietzsche, Olde
Friedrich Nietzsche Weimar, 1899

Friedrich Nietzsche kreeg op 3 januari 1889 in Turijn een geestelijke inzinking waar hij tot aan zijn dood op 25 augustus 1900 in zou blijven. Zijn zuster Elisabeth haalde haar inmiddels beroemde broer in 1897 naar haar huis in Weimar en etaleerde hem als een “martelaar van de geest". Een jaar voor zijn dood maakte Hans Olde een beroemde fotosessie van de zieltogende filosoof. Voor de liefhebbers: Ga eens googlen op “nietzsche olde” en kies images.
 

Nietzsche, Olde
Friedrich Nietzsche op Google Images

Nietzsche in Weimar [ youtube.com ]

dinsdag 24 augustus 2010
Biedermeier-Middeleeuwen [ 2 ]
Moritz von Schwind (1804-1871)
en de fresco’s in Schloss Hohenschwangau

Von SchwindNa ons bezoek aan Schloss Hohenschwangau begin juli waren we vorige week weer even terug in Duitsland. Daar vond ik in een antiquariaat in Bückeburg een boek over Moritz von Schwind die van Maximilliaan II van Beieren de opdracht had gekregen voor zijn kasteel ontwerpen te maken voor fresco’s met middeleeuwse sagen. Op het internet kon ik weinig vinden over deze laat-romantische Oostenrijkse schilder. Maar in het voorwoord van het boek van Friedrich Haack uit 1897 (waarvan ik een derde druk uit 1924 kocht) vond ik een verwijzing naar een oeuvrecatalogus uit 1906. En deze kon ik voor een spotprijsje bestellen bij een ander antiquariaat in Duitsland. Nu heb ik eindelijk een goed overzicht van Von Schwind’s omvangrijke oeuvre. Schwind, Des Meisters Werke (herausgegeben von Otto Weigmann, Stuttgart/Leipzig, 1906) telt 1265 afbeeldingen van tekeningen, aquarellen, schilderijen en fresco’s. In het Duitse Keizerrijk stond Moritz von Schwind nog zeer hoog aangeschreven. Zijn oeuvrecatalogus verscheen als negende deel in de reeks Klassiker der Kunst nadat Raffael, Rembrandt, Titiaan, Dürer, Rubens, Velasquez en Michelangelo hem waren voorgegaan. Honderd jaar later moeten we vaststellen dat Von Schwind het modernisme niet heeft overleefd. Toch leeft hij voor mij voort in sprookjestuinen en brave fantasy art.

ontwerpen van Von Schwind
ontwerp voor fresco in Schloss Hohenschwangau (1834-1836) voor de kamer met de legende over Karel de Grote

Moritz von Schwind was dertig toen de koning van Beieren hem de opdracht gaf voor de fresco’s in zijn kasteel Hohenschwangau. Hij ontwierp in totaal vijf reeksen voor verschillende kamers: De Wilkinasage in de heldenzaal, de legende van de geboorte van Karel de Grote in de Berchtakamer, scenes uit het ridderleven in de schrijfkamer, Rinaldo en Armida in de slaapkamer en de Autharisage in de Autharikamer.

Hohenschwangau interieur
de Berchtakamer in Schloss Hohenschwangau met muurschilderingen naar een ontwerp van Von Schwind
Der zweite Zyklus behandelt die Legende von der Geburt Karls des Großen, die eine alte Sage in die Reißmühle im Würmtale verlegt. Auf diese lokalgeschichtliche Tradition weist das erste Bild: Bavaria reicht Germania den kleinen Karl, der von ihr mit Szepter und Krone geschmückt wird. Als Erzähler erscheint Aventinus in bischöflichem Gewand, ein kleiner historischer Irrtum, den man dem Romantiker nicht zu sehr verübeln darf. Die Sage vermeldet: Auf einem Jagdzug im Würmtal findet Pippin bei einem Müller die britannische Königstochter Berchta, an deren Stelle ihm der betrügerische Hofmeister die eigne Tochter als Gemahlin zugeführt hatte. Er erkennt sie und erhebt sie zu seiner Gattin. Nachdem an den Schuldigen das Strafgericht vollzogen, führt er Berchta, die inzwischen eines Knäbleins — Karl — genesen ist, im Triumph auf seine Burg Weihenstephan. Der Darstellung liegt eine Publikation des Freiherrn von Aretin, „Aelteste Sage über die Geburt und Jugend Karls des Großen", München 1803, zugrunde.
 
Bron: Schwind des Meisters Werke in 1265 Abbildungen, herausgegeben von Otto Weigmann, Stuttgart/Leipzig 1906
Von Schwind
Deze potloodtekening laat goed zien dat Von Schwind de apollinische vormgestrengheid van de meesters uit de Hoogrenaissance nastreefde

Hohenschangau [ castles.org ] | Moritz von Schwind [ de.wikipedia.org ]

johannes@mimesis.nl

HTML Hit Counters
eXTReMe Tracker

het numineuze www.griffioen-beelden.nl

www.gerdrenshof.com

www.vanleestantiek.com

nl.orthodoxlogos.com

comics grafische vormgeving en webdesign muziek tekeningen en illustraties wetenschap taal & poëzie Rusland religie geschiedenis filosofie film boeken orthodoxie schilderkunst architectuur fotografie