» » geschiedenis

donderdag 9 september 2010
who the * is … ? [ 1 ]
Friedrich Ludwig Zacharias Werner (1768-1823)

In het Rijk van de Geest is alles tegenwoordige tijd en alleen daar ben je onsterfelijk. Dat geldt in het bijzonder voor schrijvers. Immers, wie schrijft die blijft. Zolang we hen blijven lezen en gedenken, leven zij voort. En wanneer ze zijn weggezonken in het collectieve geheugen, kunnen ze met een lemma op wikipedia weer even tot leven worden gewekt.
Vandaag: Zacharias Werner (1768-1823)

WernerIn de biografie over Arthur Schopenhauer van Rüdiger Safranski las ik in het zesde hoofdstuk over Schopenhauers studietijd in Gotha en Weimar in 1807 en 1808. Schopenhauer had de twintig jaar oudere toneelschrijver Zacharias Werner tijdens zijn studie in Gotha leren kennen. Deze is dan al beroemd geworden door een toneelstuk over Luther, Die Weihe der Kraft (1807). Goethe neemt Werner mee naar Weimar waar hij op de beroemde theekrans van Arthur’s moeder, Johanna Schopenhauer, wordt uitgenodigd. Ook zoon Arthur is van de partij. Safranski schrijft dat niemand van het illustere gezelschap (Goethe, Brentano, Von Arnim, de Schlegels) dat Johanna’s theekrans bezocht, zich later de twintigjarige Schopenhauer herinnert. Behalve Zacharias Werner.

WernerWie was deze Zacharias Werner nu precies? Wikipedia.de is hem niet vergeten. Wat ik boeiend aan deze man vind, is dat hij zich op zijn 42e bekeerde tot het Rooms-katholieke geloof nadat hij carrière had gemaakt als toneelschrijver. Als iemand zijn succes op geeft voor ‘een hoger doel’, dan is er wel iets aan de hand. Dan is hij omgekeerd op de weg naar het succes. Werner wordt in 1814 priester in Wenen. Met zijn talent, dat hij nu gebruikt voor zijn preken, trekt hij veel publiek.

Friedrich Ludwig Zacharias Werner war der einzige Dramatiker der Romantischen Schule, der Bühnenerfolge errang. Kein anderer bildete so sehr die mystischen Elemente und die Schicksalsidee aus wie er. Immer mehr steigerte er sich in eine düstere Phantastik und Dramatik und fand letztlich seinen einzigen Halt in der “ungebrochenen Macht und Herrlichkeit” der katholischen Kirche.
 
Bron: de.wikipedia.org
Alles, was Freund und Feind des Romantischen sich darunter vorstellen, schien sich in ihm zu vereinigen: christliche Frömmigkeit bis zum Märtyrertod, heidnische Mythen und Riten, Liebe als Sexualität, Schwärmerei und Caritas, Geheimgesellschaften sowie nicht-klassische Formkunst.

Gerhard Schulz

Weihe und Kraft
titelblad van Die Weihe der Kraft 1807
in plaats van Werner’s naam wordt vermeld: Verfasser der Söhne des Thales. Na zijn bekering schrijft Werner in 1813 Die Weihe der Unkraft

Zacharias Werner [ de.wikipedia.org ] | Zacharias Werner [ bautz.de ]

woensdag 8 september 2010
wandtapijt
in de noenzaal van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Laten we het eens over de vorm hebben en niet over de inhoud. Tijdens de moeizame kabinetsformatie keert telkens het beeld terug van de persconferentie van de informateurs voor het wandtapijt met de twee vazen. Ik vroeg mij af waar deze persconferenties gegeven worden en vond al snel het antwoord: in de noenzaal van het gebouw van de Eerste Kamer in Den Haag.

noenzaal
de informateurs voor het wandtapijt

Op de website van de eerste kamer kun je er virtueel rondwandelen en het relikwie uit de Gouden Eeuw eens goed bekijken.

noenzaal
de noenzaal dateert nog uit de 17e eeuw. Ooit was het de vergaderruimte van de gecommitteerde raden, het uitvoerende college van Holland en West-Friesland. Tegenwoordig wordt de zaal o.a. gebruikt voor persconferenties.

virtuele rondleiding door de Eerste Kamer

woensdag 25 augustus 2010
geestverschijningen [ 2 ]
kijken naar 19e eeuwse portretfoto’s bij kaarslicht
vandaag is het de 110e sterfdag van Friedrich Nietzsche

We zijn zo gewend geraakt aan fotografie, dat we de magie van het medium bijna vergeten zijn. Want eigenlijk is fotografie optische tovenarij. De massacultuur heeft de oorspronkelijke betovering van de fotografie laten verdwijnen. Sommige foto’s kan ik nog steeds ‘betoverend’ vinden, maar meestal betekent dat gewoon ‘heel erg mooi’. Zelden komt het voor dat ik door een foto als door de bliksem getroffen word, zoals 170 jaar geleden, toen de mens met de eerste foto’s werd geconfronteerd. Om weer ontvankelijk te worden voor de oorspronkelijke betovering van de foto, bekijk ik de laatste tijd als dagafsluiting een 19e eeuwse portretfoto bij kaarslicht. Zolang het geen spiritisme wordt, kan de betovering mij eigenlijk niet ver genoeg gaan!

Nietzsche, Olde
Friedrich Nietzsche Weimar, 1899

Friedrich Nietzsche kreeg op 3 januari 1889 in Turijn een geestelijke inzinking waar hij tot aan zijn dood op 25 augustus 1900 in zou blijven. Zijn zuster Elisabeth haalde haar inmiddels beroemde broer in 1897 naar haar huis in Weimar en etaleerde hem als een “martelaar van de geest". Een jaar voor zijn dood maakte Hans Olde een beroemde fotosessie van de zieltogende filosoof. Voor de liefhebbers: Ga eens googlen op “nietzsche olde” en kies images.
 

Nietzsche, Olde
Friedrich Nietzsche op Google Images

Nietzsche in Weimar [ youtube.com ]

zaterdag 21 augustus 2010
kingmaker
de glamour en grandeur van Hyacinthe Rigaud (1659-1743)

Een van de bekendste schilderijen ter wereld, dat in bijna elk geschiedenisboek staat afgedrukt, is het portret van de ‘Zonnekoning’ Lodewijk XIV op het toppunt van zijn macht in 1701. Dit pronkerige en levensgrote portret geldt sindsdien als ‘het icoon van het absolutisme’. Het is geschilderd door Hyacinthe Rigaud (1659-1743) Deze Franse schilder van Catalaanse afkomst was in zijn tijd de kingmaker op het canvas. Overal in Europa, van Sint-Petersburg tot Madrid, imiteerden de vorstenhoven ‘de Zonnekoning‘. En Rigaud was zijn schilder. Zoals Mohammed de profeet van Allah is.

Rigaud
‘het icoon van het absolutisme’, het beroemde portret van Lodewijk XIV uit 1701 en het minder bekende portret van zijn achterkleinzoon Lodewijk XV uit 1730

Rigaud maakte honderden van zulke pronkportretten en zijn oeuvre is een galerij van de Franse adel en tegelijkertijd een catalogus van dure kleding. Naast de zelfverzekerde houding van de geportretteerde is het vooral de pracht en praal van de barokke kleding en entourage die het oog bestormt. Rigaud’s schilderijen, die in hun visuele rijkdom op zijn minst opdringerig zijn te noemen, kunnen gemakkelijk gaan tegenstaan. Maar in schilderkunstig opzicht kunnen we Rigaud beslist op één lijn stellen met de grote hofschilders uit de 16e en 17e eeuw, Titiaan, Rubens, Van Dyck en Velasquez. Zijn virtuoze stofuitdrukking én zijn psychologisch inzicht maken zijn portretten geniaal. Om dat te kunnen zien moet je echter wél bereid zijn om door de glamoureuze oppervlakte heen te kijken. In de schilderkunstige traditie staat Rigaud in de overgang van de 17e naar de 18e eeuw.

Rigaud
Rigaud drie portretten

Hyacinthe Rigaud bleef tot op hoge leeftijd actief. In 1740 schilderde hij op ruim tachtigjarige leeftijd twee portretten van Joseph Wenzel van Liechtenstein, de ambassadeur van Oostenrijk in Parijs. Het is een buitengewoon vitaal portret. De geportretteerde lijkt zich er duidelijk van bewust dat hij geschilderd wordt door dezelfde meester die veertig jaar eerder ‘de Zonnekoning’ heeft vereeuwigd. Hij blaakt van het zelfvertrouwen. In vergelijking met het portret van Lodewijk XIV dat in een zware barokstijl is geschilderd, is Rigauds portret van Joseph Wenzel licht en luchtig. De barok heeft in 1740 plaatsgemaakt voor het rococo.

Rigaud
de twee portretten van Joseph Wenzel van Liechtenstein die Rigaud in 1740 schilderde

Rigaud op 39-jarige leeftijd in 1698 Hyacinthe Rigaud was the most important portrait painter during the reign of King Louis XIV. His instinct for impressive poses and grand presentations precisely suited the tastes of the royal personages, ambassadors, clerics, courtiers, and financiers who sat for him. Rigaud owes his celebrity to the faithful support he received from the four generations of Bourbons whose portraits he painted. He garnered the core of his clientele among the richest circles as well as among the bourgeois, financiers, nobles, industrialists and government ministers, also courting all the major ambassadors of his time and several European monarchs. His œuvre reads as a near-complete portrait gallery of the chief movers in France from 1680 to 1740. Some of that œuvre (albeit a minority) also includes those of more humble origins - Rigaud’s friends, fellow artists or simple businessmen.
Bron: en.wikipedia.org

Rigaud is als schilder 63 jaar (!) actief geweest en heeft een reusachtig oeuvre opgebouwd. In 1919 stelde Joseph Roman een oeuvrecatalogus samen die op fr.wikipedia.org te vinden is.

vrijdag 20 augustus 2010
concert der mogendheden
satirische politieke kaarten van Europa 1870-1915
in de kaartencollectie van de Bibliotheek van de UvA

Al bleef Europa tussen 1815 en 1914 gespaard voor een Grote Oorlog, tussen 1871 en 1914 was het bepaald niet rustig. Een ingewikkeld maar wankel netwerk van verdragen moest de vrede op het continent garanderen. Ondertussen waren de grootmachten Engeland, Frankrijk, Duitsland en Rusland niet alleen in een industriële maar ook in een koloniale wedloop verwikkeld geraakt. Het Osmaanse Rijk, ‘de oude zieke man van Europa’ moest zich terugtrekken van de Balkan en daar ontstond ‘het kruitvat van Europa’.

Europa 1914
W.TrierKarte von Europa im Jahre 1914

Nadat het in de kolonies al gebroeid had (Fashoda Incident (1898), Eerste Marokko Crisis (1905), Agadir Crisis (1911)), liepen de spanningen op de Balkan na de annexatie van Bosnië-Herzegowina door Oostenrijk-Hongarije in 1908 nog hoger op. In 1912-1913 brak op de Balkan tweemaal oorlog uit. De Derde Balkanoorlog in 1914 werd tenslotte de gevreesde Grote Europese Oorlog, waarbij de grootmachten definitief met elkaar in botsing kwamen. Toen in 1917 ook de Verenigde Staten bij de Grote Oorlog betrokken raakte, was de Eerste Wereldoorlog een feit.

Europa ca. 1915
Louis Raemaekers satirieke kaart van Europa, Het gekkenhuis (oud liedje, nieuwe wijs), ca. 1915

In de negentiende eeuw was het al gebruikelijk om het zogenaamde concert der grote mogendheden uit te beelden in een satirische kaart van Europa. Rusland was daarbij vaak een grote beer die zijn muil naar het Westen opende, terwijl Turkije letterlijk als de zieke man van Europa dreigde verpletterd te worden. Als in 1914 de Grote Oorlog tenslotte is uitgebroken, visualiseren politieke tekenaars de onderlinge verhoudingen in een satirische kaart van Europa. Daarbij representeren ze uiteraard de visie van hun land. In de prent van W.Trier voert Duitsland een twee frontenoorlog, waarbij het in het oosten ‘de Rus’ terugdringt en in het westen zijn pistool op Engeland en Frankrijk richt. Het neutrale Nederland blijft in zijn prent zonder gezicht.

Europa 1914
W.Trier (detail)
Karte von Europa im Jahre 1914

In de prent van Louis Raemaekers heeft Nederland wél een gezicht gekregen dat nauwlettend zijn oosterbuur in de gaten houdt die op de vuist is met Frankrijk. Tenslotte een satirische prent van een Engelse tekenaar. Net als Raemakers is deze uitgegaan van ‘een oud liedje, nieuwe wijs’ en heeft zijn prent genoemd naar de eeuwenoude nursery rhyme ‘Hark, hark, the dogs do bark’. Hier toont Nederland een heel ander gezicht. Voor de Engelsen was de neutrale positie van Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog vooral een kwestie van opportunisme.

Europa ca. 1915
Louis Raemaekers (detail)
satirieke kaart van Europa, ca. 1915
Hark hard the dogs do bark
Walter Emanuel (detail)
Hark, hark, the dogs do bark, 1914

dpc.uba.uva.nl | bibliodyssey.blogspot.com | satirical maps [ flickr.com ]

donderdag 19 augustus 2010
the age of optimism
portret van Isambard Kingdom Brunel (1806-1859)
door Robert Howlett (1831-1858)

De fotograaf en pionier van de fotojournalistiek Robert Howlett is vooral bekend geworden door de fotoreportage die hij in opdracht van The Times in 1857 maakte van de bouw van het reusachtige stoomschip The SS Great Eastern. De bekendste foto uit deze reportage is het portret van de Engelse ingenieur Isambard Kingdom Brunel die voor een ankerketting met monsterachtig grote schakels staat.

Isambard Kingdom Brunel door Robert Howlett
het beroemde portret dat Howlett van Brunel maakte in 1857, resp. 1 en 2 jaar voor hun dood

Het is een archetypisch en paradoxaal beeld: we zien het cliché van de directeur met hoge hoed en dikke sigaar. Deze man is hier duidelijk de baas. De moderne techniek vergroot zijn macht tot bovenmenselijke proporties. Toch blijft hij zélf mens en wordt zijn eigen nietigheid benadrukt door de reusachtige ketting. Deze foto uit 1857 wordt wel eens het eerste moderne portret genoemd en de moderne tijd met de paradox van de techniek is hier aangebroken. In de periode 1850-1880 die als The Age of Optimism bekend is, nam het zelfvertrouwen van de mens enorm toe en dacht men de wereld te beheersen.

Tegelijkertijd vond juist in deze periode de pessimistische filosofie van Arthur Schopenhauer weerklank: Schopenhauer stelde in Die Welt als Wille und Vorstellung dat de wereld in wezen beheerst wordt door de duistere kracht van de ‘wereldwil’. In Howlett’s portret van Brunel visualiseert de ketting op de achtergrond deze onontkoombare oerkracht. Je kunt ook de radicaal Darwinistische opvatting van Richard Dawkins in deze foto weerspiegeld zien: Dawkins beweert dat het leven een zinloze reproductie van aminozuurketens is, waar de mens zélf een uitdrukking van is.

Great Eastern
Robert Howlett werf Great Eastern, 1857
The SS Great Eastern (1858-1883) was met een lengte van 211 meter het grootste stoomschip (met zeilen) van de negentiende eeuw

Robert HowlettRobert Howlett’s major work was the commission by The Times (or Illustrated Times) to document the construction of the worlds largest steamship the SS Great Eastern. His images were translated into engravings for The Illustrated Times. They reflected and stimulated the widespread interest in this feat of engineering. This project included the well known portrait of the Great Eastern’s creator and engineer, Isambard Kingdom Brunel, standing in front of the giant launching chains on the ‘checking drum’ braking mechanism at John Scott Russell’s Millwall shipyard. It was taken to celebrate the launch of the world’s largest steamship, in November 1857. This image, which depicts Brunel in an industrial setting instead of a more traditional background for a portrait, has been described as one of the first examples of environmental portraiture.
Bron: en.wikipedia.org

postzegels Isambard Kingdom Brunel
Het caraïbische eiland Nevis gaf in 1985 deze postzegel uit van Brunel met de door hem ontworpen Royal Albert Bridge ter gelegenheid van het 150-jarige bestaan van de Great Western Railway

Seven wonders of the industrial world [ BBC ] | brunel200.com

woensdag 4 augustus 2010
de duivelskunstenaar
zondagmorgen gezien bij VPRO Boeken: Pieter Steinz over Faust
de duivelskunstenaarEen levenslange fascinatie voor Johannes Faust inspireerde NRC Boekenchef Pieter Steinz tot een tocht langs vijfhonderd jaar Faust in de kunsten. (…) De fascinatie van Steinz zelf vindt zijn oorsprong in zijn kindertijd. Tijdens een bezoek aan Slot Waardenburg, bij Zaltbommel, wordt bij bij jonge Steinz de kiem gelegd voor een levenslange liefde voor de Faust-legende. “Op Slot Waardenburg werd ik door een rondleider naar de ‘Faust-kamer’ gebracht, die toen nog niet open was voor publiek. Faust zou daar gezeten hebben, in een heel schilderachtig kamertje met maar één raam. Op een gegeven moment wees die man naar een vlek op de muur en vertelde dat dat het bloed van Faust was nadat de duivel hem was komen halen. Dat maakte zo’n ongelofelijke impact dat het me mijn hele leven bleef fascineren.”
 
Bron: boeken.vpro.nl
donderdag 22 juli 2010
Romantische Strasse [ 3 ]
de sprookjeskoning en de zwanenridder
Ludwig II van Beieren en Lohengrin

LohengrinVandaag drie weken geleden bezochten we Schloss Hohenschwangau gelegen vlakbij misschien wel het beroemdste kasteel ter wereld: Schloss Neuschwanstein. Beide kastelen hebben weinig met de Middeleeuwen te maken, maar wél alles met de revival van de Middeleeuwen in de negentiende eeuw. We maakten de keuze om één kasteel van binnen te bezoeken en dat werd Schloss Hohenschwangau. Het werd tussen 1832 en 1836 in neogotische stijl opgetrokken uit de resten van een burcht uit de twaalfde eeuw in opdracht van Maximilliaan II, de vader van sprookjeskoning Ludwig II van Beieren (1845-1886). Van binnen is het rijk versierd met wandschilderingen en neogotisch meubilair.

Wagner pianoIn dit kasteel groeide Ludwig II op en in 1865 was Richard Wagner hier te gast en de piano in neogotische stijl waar Wagner op gespeeld heeft, staat er nog steeds. Ludwig II leerde de componist in 1861 kennen tijdens een uitvoering van Lohengrin. In de Lohengrinzaal zijn episoden van de Lohengrinsage afgebeeld. Het thema van de zwanenridder Lohengrin keert ook terug in het nabijgelegen Schloss Neuschwanstein dat de sprookjeskoning tussen 1869 en 1886 liet bouwen.

Lohengrinzaal
De Lohengrinzaal in Schloss Hohenschwangau
In 1858, when Ludwig II was thirteen years old, his governess told him of the upcoming production of Richard Wagner’s opera Lohengrin, the story of which centres around the heroic medieval Swan-knight Lohengrin. Since the walls of Hohenschwangau were covered in frescoes featuring Lohengrin, a curious Ludwig acquired a copy of the opera’s libretto and he read it voraciously. It wasn’t too long before the Prince had learnt the entire libretto off by heart, as well as the libretto of another Wagner opera, Tannhäuser. He was soon devouring every book written by Wagner, and on February 2nd, 1861, Ludwig heard a Wagner opera for the first time. Lohengrin, the Knight of the Swan, reveals his identity to the people of Antwerp at the dramatic climax of “Lohengrin“. Appropriately it was Lohengrin and the experience left a profound impression on the Prince.
 
Bron: schwangau.de
Hohenschwangau
met de klok mee: Schloss Hohenschwangau uitzicht uit een van de vensters op de Alpsee, muurschildering naar een ontwerp van Moritz von Schwind en deel van het exterieur. In het midden een portret van Ludwig II rond 1860
Lohengrin postzegel
Lohengrin verscheen in 1933 op een postzegel

Schloss Hohenschwangau [ de.wikipedia.org ] | schloesser.bayern.de

woensdag 21 juli 2010
Bayern - Italien [ 1 ]
de Via Claudia Augusta van Augsburg naar Venetië

catalogus Bayern ItalienDeze zomer is in de Beierse steden Augsburg en Füssen de tentoonstelling Bayern-Italien te zien die gaat over 2000 jaar culturele betrekkingen tussen Beieren en Italië. Augsburg wordt wel eens de noordelijkste Italiaanse stad genoemd en het is waar, het oude stadscentrum ademt onmiskenbaar iets Italiaans. Het ligt ook voor de hand om en reis naar Italië vanuit Augsburg te beginnen. Hier begint namelijk de 2000 jaar oude Via Claudia Augusta en deze loopt via Füssen aan de voet van de Alpen, over de Fernpas, Landeck, de Reschenpas, Merano, Bolzano, Trento en Vicenza naar Venetië.

Via Claudia Augusta
vanuit Füssen hebben we eerst de Via Claudia Augusta (oranje) naar Venetië gevolgd. Terug hebben we deze gecombineerd met het omgekeerde traject (geel) dat Goethe in september 1786 heeft gevolgd via Mittenwald, Innsbruck, de Brenner, Bozen, Trento, Verona, Vicenza en Padua naar Venetië. We eindigden weer in Füssen.

Vrijdag 2 juli bezochten we vlak voor onze tocht over de Via Claudia Augusta naar Venetië de tentoonstelling Bayern-Italien in het Benedictijner klooster Sankt Mang in Füssen.

In Füssen stehen zwei Ebenen im ehemaligen Benediktinerkloster St. Mang für die Landesausstellung zur Verfügung. Der prächtige barocke Kaisersaal wird in den Ausstellungsrundgang einbezogen und mit lichttechnischen Mitteln den Besuchern nähergebracht. In dem beeindruckenden denkmalgeschützten Gebäudekomplex des Klosters St. Mang in der touristisch gut positionierten Stadt Füssen nahe Schloss Neuschwanstein im Allgäu werden die historischen Themenbereiche der bayerisch-italienischen Verbindungen und Beziehungsgeflechte von der Antike bis ins ausgehende 18. Jahrhundert an ausgewählten Personen und Episoden dargestellt. Dieser spannungsreiche lebensgeschichtliche Ansatz erleichtert den Zugang in verschiedene historische Zusammenhänge.
 
Bron: hdbg.de/bayern-italien
maandag 19 juli 2010
Pruisische Lady Di
vandaag is het de 200e sterfdag van Luise von Mecklenburg-Strelitz

Luise von Mecklenburg-StrelitzToen ik voor de laatste keer in Potsdam was en we de museumwinkel van Schloss Sanscouci bezochten, zag je op ansichtkaarten, kalenders,mokken, pannelappen, schotels en zelfs stropdassen steeds hetzelfde lieftallige meisje met de krulletjes. In 1802 schilderde Joseph Grassi dit buitengewone kokette portretje van Luise von Mecklenburg-Strelitz. In 1793 was de 17-jarige hertogin van Mecklenburg getrouwd met de kroonprins Wilhelm Friedrich van Pruisen. Toen deze in 1797 koning werd, mocht Luise zich koningin van Pruisen noemen. Niet alleen op Grassi’s portret is zij een uiterst charmante verschijning. De beeldhouwer Johann Gottfried von Schadow had na haar huwelijk met de kroonprins in 1793 de opdracht gekregen om Luise samen met haar zusje Frederike in een beeld te verenigen.

Am 24. Dezember 1793 wurden im Berliner Stadtschloss der preußische Kronprinz Friedrich Wilhelm und Prinzessin Luise von Mecklenburg-Strelitz getraut. Zwei Tage später heirateten an gleicher Stelle Prinz Louis und Prinzessin Friederike, die jüngeren Geschwister des Kronprinzenpaares. Die beiden Paare wohnten in nebeneinander liegenden Gebäuden an der Straße Unter den Linden, im Kronprinzenpalais (Berlin) und dem später so genannten Prinzessinnenpalais. Der preußische Staatsminister Friedrich Anton von Heynitz schlug seinem König Friedrich Wilhelm II. vor, die Schwestern durch den Hofbildhauer Gottfried Schadow abbilden zu lassen, der zuvor die Quadriga auf dem Brandenburger Tor geschaffen hatte und nach Ansicht des Ministers „ jetzt unter allen Bildhauern Europas den ersten Platz“ verdiente. Der König machte sich den Vorschlag zu eigen, er selbst war von der Schönheit und dem jugendlichen Charme der Prinzessinnen höchst beeindruckt, seit er sie im März 1793 erstmals gesehen hatte; danach hatte er diese Heirat seiner Söhne nachdrücklich voran getrieben.
 
Bron: de.wikipedia.org
Prinzessinnengruppe
Johann Gottfried von Schadow
Prinzessinnengruppe, 1795
links de 18-jarige Luise en rechts haar 16-jarige zusje Frederike

Dat beeld werd de Prinzessinnengruppe en is een hoogtepunt van het Duitse classicisme. In de hal van de Alte Nationalgalerie neemt het marmeren beeld van de twee prinsessen nu een prominente plek in.

Königin der HerzenKönigin der Herzen. Eine Biographie
Daniel Schönpflug

August Wilhelm Schlegel nannte sie eine “Königin der Herzen". Während Napoleons Armeen die Throne in Europa zum Wanken brachten, gelang es Luise von Preußen, die Untertanen für die Monarchie zu begeistern. Als Preußens Waffen längst vor dem Kaiser der Franzosen kapituliert hatten, trat Luise ihm persönlich entgegen. Daniel Schönpflug erzählt das Leben der jungen Königin, die schon mit 34 Jahren starb, in einer hinreißend geschriebenen Biographie. Luises Leben verging im Rhythmus jenes großen Theaters der Macht, dessen tieferer Sinn es war, den Status der ersten Familie des Reiches unentwegt sichtbar und erfahrbar zu machen. Das Geheimnis von Luises Erfolg war die Energie, Hingabe und Brillanz, mit der sie ihre Rolle spielte. In einer Ära radikaler Umbrüche durch die Französische Revolution und Napoleon stand sie für eine behutsame Erneuerung der Monarchie. Doch als Napoleon 1806 Preußen vernichtend geschlagen hatte, brach nicht nur das Königreich, sondern auch Luises Leben zusammen. Einfühlsam und historisch genau zeichnet dieses Buch ein neues Bild der Königin, die wie keine andere in der Erinnerung der Deutschen lebendig geblieben ist.
Bron: bol.com

Christian Daniel Rauch Luise Sarkophag
Er ontstond een ware cultus om de koningin die 200 jaar geleden op 34-jarige leeftijd stierf…

Luise von Mecklenburg-Strelitz [ de.wikipedia.org ]

zaterdag 17 juli 2010
Romantische Strasse [ 1 ]
drie middeleeuwse stadjes in Beieren:
Rothenburg o/d Tauber, Dinkelsbühl en Nördlingen

Dit weekend alweer drie weken geleden, vervolgden we na ons bezoek in Würzburg de Romantische Strasse en bezochten drie schitterende middeleeuwse stadjes: het wereldberoemde Rothenburg ob der Tauber en het minder bekende Dinkelsbühl en Nördlingen. Rothenburg is op afstand het mooiste stadje. Nördlingen is uniek vanwege de stadsmuur met weergang die compleet bewaard gebleven is. En Dinkelsbühl is heel kleurig en vrolijk.

Rothenburg postzegel 1969Rothenburg ob der Tauber
Hoch über dem Taubertal, wo sich Romantische Straße und Burgenstraße kreuzen, erhebt sich die unvergleichliche Silhouette der ehemaligen Freien Reichsstadt. Die wechselvolle Geschichte der Stadt spiegelt sich in den Aufführungen des Historischen Festspiels ‘Der Meistertrunk’ und im ‘Schäfertanz‘ wider. Komplettiert wird der volle Veranstaltungskalender durch die lustigen Schwänke der Hans-Sachs-Gilde, die Reichsstadtfesttage, den berühmten Reiterlesmarkt und natürlich durch das Toppler Theater - die Freilichtbühne im Nordhof des Reichsstadtmuseums.

Rothenburg
enkele highlights in Rothenburg gefotografeerd op zaterdagmiddag toen het stadje bijna uit haar voegen barstte van de toeristen.

Dinkelsbühl
Die deutsche Stiftung Denkmalschutz beschreibt die kleine Stadt an der Romantischen Straße mit ihren stattlichen Kirchenbauten, prächtigen Handelshäusern und der reichen Fachwerkarchitektur als eine der am besten erhaltenen spätmittelalterlichen Stadtgebilde Deutschlands. Zu den wichtigsten Sehenswürdigkeiten zählen das Münster St. Georg, eine der schönsten spätgotischen Hallenkirchen Deutschlands. Das Haus der Geschichte Dinkelsbühl - von Krieg und Frieden veranschaulicht die Vergangenheit der ehemaligen Reichsstadt. Am Abend geht der Nachtwächter durch die beleuchtete Altstadt.

Dinkelsbühl
Ook in Dinkelsbühl is de laat-middeleeuwse stadskern goed geconserveerd gebleven

Nordlingen postzegel 1996Nördlingen
Nördlingen im Herzen des Meteoritenkraters Ries gelegen, besitzt noch ein mittelalterliches Stadtbild mit einer fast völlständig erhaltenen und rundum begehbaren Stadtmauer/Wehrgang – die einzige dieser Art in Deutschland. Das historische Stadtbild wird von seinem Wahrzeichen, der spätgotischen Hallenkirche St. Georg mit ihrem 90 m hohen Glockenturm “Daniel“, der an 365 Tagen im Jahr bestiegen werden kann, geprägt.

Nördlingen
We keken in Nördlingen naar de WK achtste finale Duitsland-Engeland op een groot scherm op het terras van Hotel Sonne (linksboven en linksonder) waar Goethe en de keizer nog hebben gelogeerd. Toen ik bovenop de Daniël stond, de 90 meter hoge kerktoren, hoorde ik een enorm gejuich opstijgen van het terras vlak onder de toren: een doelpunt voor Duitsland!
romantische strasse
De Romantische Strasse begint in Würzburg en loopt naar Füssen over een lengte van ruim 360 km. Hierboven is het noordelijke deel van de route weergegeven.

romantischestrasse.de

zondag 20 juni 2010
Safranski over Romantiek
Peter Voß in gesprek met Rüdiger Safranski
Sind wir Deutsche hoffnungslose Romantiker?

ter gelegenheid van zijn 70e verjaardag zond BR-alpha op 3 januari dit interview met Rüdiger Safranski uit

Rüdiger Safranski [ de.wikipedia.org ]

zondag 13 juni 2010
God in de Lage Landen
vanavond om 21.10 op Nederland 2 : God in de lage landen

Als WK-alternatief voor de zondagavond brengt de EO de komende zes weken de serie God in de lage landen over de geschiedenis van het Christendom in ons land. Vanavond de eerste aflevering: God komt aan wal. Daarin gaat het over Willibrord, Bonifatius en de minder bekende Liudger.

Bonifatius
Bonifatius in 754 in Dokkum vermoord
detail uit een Middeleeuws handschrift
In de eerste aflevering van God in de Lage Landen vertelt presentator Ernst Daniël Smid het verhaal van de eerste christelijke boodschappers die het waagden om rond 700 na Christus in het heidense, drassige land het evangelie te gaan verkondigen. Ze deden dat met gevaar voor eigen leven.
 
Ze kwamen niet alleen van overzee, zoals Willibrord en Bonifatius. Het was een zekere Liudger uit Zuilen (bij Utrecht) die het werk van zijn overzeese collega’s voortzette en met succes. Een zeer recente archeologische vondst toont aan dat er rond 800 na Christus al mensen waren die christelijke symbolen droegen.
 
Bron: www.eo.nl

God in de lage landen
De Nederlandse maatschappij heeft christelijke wortels. Hoe zien die wortels eruit? En wat is de invloed van het christendom op de hedendaagse maatschappij en cultuur? In God in de Lage Landen reist verteller Ernst Daniël Smid door de geschiedenis en het heden. Hij speurt na hoe het christendom in ons land kwam, wat belangrijke bewegingen zijn en hoe het tot in het heden doorwerkt. Hij bezoekt daarvoor kloosters, vertelt over bijzondere historische figuren en spreekt met hedendaagse christenen. God in de Lage Landen, een nieuwe EO-documentaireserie over hoe het christendom Nederland vormt.

overzicht van de zes afleveringen in deze serie [ eo.nl ]

vrijdag 11 juni 2010
het uitverkoren groeps-IK
gelezen in Romantiek. Een Duitse Affaire van Rüdiger Safranski

Romantiek. Een Duitse AffaireHet spook van het nationalisme waart niet meer rond, maar zit nu met 24 zetels (1,5 miljoen kiezers) stevig in de volksvertegenwoordiging. De onderbuik van het volk heeft een duidelijke stem gekregen. Hoe gevaarlijk is dat? Wanneer we naar de geschiedenis van onze oosterburen kijken, gaan alle haren recht overeind staan.

Het begon ruim 200 jaar geleden allemaal zo mooi met het gedachtengoed van de filosoof Johann Gottlieb Fichte (1762-1814). Hij vestigt alle aandacht op ons ‘ik’ en voor Fichte betekent dat in diepste zin een ongedeeld ‘ik’. Voordat de Franse Revolutie losbarstte, had vooral de adel ‘een ik’ (lees: individuele vrijheid), maar het gewone volk kwam daar niet of nauwelijks aan toe. Tijdens de Verlichting ontwaakte ‘het ik’ ook onder het gewone volk. Rüdiger Safranski beschrijft in zijn boek Romantiek. Een Duitse Affaire hoe er in het denken van Fichte geleidelijk een omslag plaats vond van het universalisme in het nationalisme. ‘Het ik’ van het Duitse volk werd in de eerste plaats ‘een Duits ik’. En dat ‘Duitse ik’ voelde zich uitverkoren de wereld geestelijk vóór te gaan…

De idee van culturele natie is bij Novalis en Schiller nog in de geest van een universalistische missie geformuleerd, de appreciatie van het eigene gaat nog niet gepaard met verachting voor het vreemde.

Rüdiger Safranski

Johann Gottlieb FichteNovalis gelooft net als Schiller dat het de ‘wereldgeest; is die de Duitsers heeft ‘uitverkoren’ voor de grote missie vrijheid en humaniteit in Europa te bevorderen, en geen van beiden had ooit kunnen bevroeden dat de traagheid waarmee de Duitse Natie tot stand kwam niet tot democratische culturele rijpheid zou leiden, maar dat er in plaats daarvan bijzondere vormen van hysterie en ressentiment uitgebroed zouden worden, dat de langzaam gegroeide cultuur en vorming niet sterk genoeg zouden zijn om de latere barbarij een halt toe te roepen, en dat deze cultuur zich zelfs als instrument voor barbaarse doeleinden zou laten gebruiken.
 
De idee van culturele natie is bij Novalis en Schiller nog in de geest van een universalistische missie geformuleerd, de appreciatie van het eigene gaat nog niet gepaard met verachting voor het vreemde.
 
Bij Fichte kun je echter gadeslaan hoe het universalisme geleidelijk omslaat in nationalisme. De Grundzüge des gegenwärtigen Zeitalters van 1805 zijn nog universalistisch; (…) Maar een jaar later, in de in Berlijn gehouden Reden an die Deutsche Nation van 1807/08, is het vaderland niet alleen het uiterlijke kader, maar het eigenlijke subject van de vrijheid. (…) Fichte spreekt over het volk als over één groot individu. De heuglijke eigenschappen van de enkeling - vrijheid, daadkracht, geest, cultuur - worden nu aan het volk toegeschreven (…)
 
uit: Romantiek. Een Duitse Affaire. Hoofdstuk I, blz. 21
Nederland heeft gewonnen!

Geert Wilders op 9 juni 2010

donderdag 10 juni 2010
Kameroen 1915
vandaag 95 jaar geleden: de Duitse kolonie Kamerun
wordt op 10 juni 1915 door Engelse en Franse troepen veroverd
Kamerun Briefmarken
postzegel uit Kamerun 1900
met Kaiser Wilhelm’s jacht “Hohenzollern”
During the First World War 1914 to 1918 Germany was defeated in Cameroon in 1915 by a combined force of British, French and Belgian troops. The British and French thereafter established a joint administration of the territory (condominium) for a few months, and then partitioned it. The British took a smaller Western band with the Mountain range forming a natural frontier between her sector and the larger eastern French sector. The British sector was disjointed by the Benue Valley thus providing Nothern British Cameroon and Southern Cameroons. Cameroonians were henceforth subjected to two other types of colonial experiences with problems of adaptation to new languages: French and English respectively; new attitudes and cultures. This was a new start all over again. While British ruled their sector of Cameroon as part of Nigeria to which they attached it for administrative convenience, the French ruled the French Cameroun as an entity after carving out of it that part which she had earlier ceded, under pressure, to Germany in 1911 in exchange for German hands-off in Morocco where France wished to have a free hand. At the end of the war, the newly formed League of Nations confirmed the partition of Cameroon and awarded the sectors as Mandates to the British and French respectively in 1922.
 
Bron: cameroon-tour.com
zondag 6 juni 2010
de langste dag
vanavond op televisie : The Longest Day (1962)
De landing in Normandië op 6 juni 1944

Wanneer je Saving Private Ryan hebt gezien, kun je The Longest Day nauwelijks nog serieus nemen. Achttien jaar na D-Day was een rauwe realistische film als Saving Private Ryan ondenkbaar geweest. Regisseur en producent Darryl F. Zanuck maakte van zijn film in 1962 een luchtige reconstructie van de werkelijke gebeurtenissen. En ‘luchtig’ betekent dan vooral ongeloofwaardig. Soms heb je het gevoel naar een comedy te kijken. Evenals in Dad’s Army (’Daar komen de schutters’) wordt de oorlog gebruikt als kapstok voor grappige, clowneske situaties. Een Fransman die uitzinnig van vreugde de geallieerden verwelkomt terwijl de kogels om zijn oren fluiten en zijn huis aan gruzelementen geschoten wordt. Of een groepje nonnen dat met doodsverachting en ferme pas dwars door de vuurlinie loopt en wonder boven wonder, niet één non wordt geraakt. De gruwelijkheden van de oorlog moesten in 1962 bedekt worden en daarom komt deze film nogal steriel over.

The Longest Day
still uit The Longest Day uit 1962

Toen Steven Spielberg in 1998 Saving Private Ryan maakte, had hij in tijd driemaal zoveel afstand tot D-Day als Darryl F. Zanuck in 1962. Het publiek kon 54 jaar na de oorlog meer geweld verdragen dan in 1962 toen de wereld nog aan het herstellen was van de shock. Het eerste halfuur van Saving Private Ryan toont het tegendeel van de The Longest Day: D-Day was in werkelijkheid een absurde en weerzinwekkende slachting. Je ziet geen figuranten die theatraal sneuvelen, maar de oorlog in al zijn gruwelijkheid.

The Longest Day
still uit Saving Private Ryan uit 1998

De cinema biedt dus twee smaken van D-Day: een goed te verdragen comedy-versie uit 1962 en een nauwelijks te verdragen rauwe reconstructie uit 1998.

Invasion of Normandy [ en.wikipedia.org ]

zaterdag 5 juni 2010
het Oude Europa
gelezen uit: Die Christenheit oder Europa (1799) van Novalis

De romantische schilderkunst is innig verbonden met filosofie en poëzie. Deze verenigen zich in het Duitse Idealisme. Novalis is een icoon van de Duitse Dichter und Denker. Met het lezen van zijn essay Die Christenheit oder Europa uit 1799 krijgen voor mij niet alleen de zoetige voorstellingen van de Nazarener of de ‘archituurvisioenen’ van Karl Friedrich Schinkel maar ook de schilderijen van Caspar David Friedrich een kader. Novalis idealiseert in zijn essay de Middeleeuwen als een gouden tijdperk en vereenzelvigt Europa met het christelijke geloof, dat door de Verlichting onder druk was komen te staan.

NapoleonNovalis (1772-1801) en veel romantici verlangden terug naar de verloren eenheid van het Middeleeuwse Europa. Ruim tweehonderd jaar later lijkt deze tekst van een andere planeet te komen. Maar we mogen niet vergeten dat Novalis zijn essay schreef in 1799 en dat Europa toen geconfronteerd werd met de opmars van Napoleon. De Eerste Consul vertegenwoordigde de expansieve kracht van de seculiere geest, die het oude en christelijke Europa wilde vervangen door een seculiere eenheidsstaat. Een jaar voordat Die Christenheit oder Europa geschreven werd, was Rome door Napoleon gebrandschat en deze had vervolgens het hoofd van de christenheid, paus Pius VI gevangen laten nemen. Deze stierf in 1799 in gevangenschap en zo was het katholieke Europa door toedoen van Napoleon onthoofd. Nu de geest van de secularisatie allang uit de fles is en wij verwereldlijkte en onttoverde zielen zijn geworden, die ‘consumenten’ heten, zouden we Novalis‘ idealisering voor een deel weer serieus kunnen nemen.

Es waren schöne glänzende Zeiten, wo Europa ein christliches Land war, wo Eine Christenheit diesen menschlich gestalteten Welttheil bewohnte; Ein großes gemeinschaftliches Interesse verband die entlegensten Provinzen dieses weiten geistlichen Reichs. – Ohne große weltliche Besitzthümer lenkte und vereinigte Ein Oberhaupt, die großen politischen Kräfte. – Eine zahlreiche Zunft zu der jedermann den Zutritt hatte, stand unmittelbar unter demselben und vollführte seine Winke und strebte mit Eifer seine wohlthätige Macht zu befestigen. Jedes Glied dieser Gesellschaft wurde allenthalben geehrt, und wenn die gemeinen Leute Trost oder Hülfe, Schutz oder Rath bei ihm suchten, und gerne dafür seine mannigfaltigen Bedürfnisse reichlich versorgten, so fand es auch bei den Mächtigeren Schutz, Ansehn und Gehör, und alle pflegten diese auserwählten, mit wunderbaren Kräften ausgerüsteten Männer, wie Kinder des Himmels, deren Gegenwart und Zuneigung mannigfachen Segen verbreitete. Kindliches Zutrauen knüpfte die Menschen an ihre Verkündigungen.
 
Bron: zeno.org
Schinkel
Karl Friedrich Schinkel 1815
Middeleeuwse stad aan een rivier
So wehrte er den kühnen Denkern öffentlich zu behaupten, daß die Erde ein unbedeutender Wandelstern sey, denn er wußte wohl, daß die Menschen mit der Achtung für ihren Wohnsitz und ihr irdisches Vaterland, auch die Achtung vor der himmlischen Heimath und ihrem Geschlecht verlieren…
Novalis : Die Christenheit oder EuropaAemsig suchte, diese mächtige friedenstiftende Gesellschaft, alle Menschen dieses schönen Glaubens theilhaftig zu machen und sandte ihre Genossen, in alle Welttheile, um überall das Evangelium des Lebens zu verkündigen, und das Himmelreich zum einzigen Reiche auf dieser Welt zu machen. Mit Recht widersetzte sich das weise Oberhaupt der Kirche, frechen Ausbildungen menschlicher Anlagen auf Kosten des heiligen Sinns, und unzeitigen gefährlichen Entdeckungen, im Gebiete des Wissens. So wehrte er den kühnen Denkern öffentlich zu behaupten, daß die Erde ein unbedeutender Wandelstern sey, denn er wußte wohl, daß die Menschen mit der Achtung für ihren Wohnsitz und ihr irdisches Vaterland, auch die Achtung vor der himmlischen Heimath und ihrem Geschlecht verlieren, und das eingeschränkte Wissen dem unendlichen Glauben vorziehn und sich gewöhnen würden alles Große und Wunderwürdige zu verachten, und als todte Gesetzwirkung zu betrachten. An seinem Hofe versammelten sich alle klugen und ehrwürdigen Menschen aus Europa. Alle Schätze flossen dahin, das zerstörte Jerusalem hatte sich gerächt, und Rom selbst war Jerusalem, die heilige Residenz der göttlichen Regierung auf Erden geworden. Fürsten legten ihre Streitigkeiten dem Vater der Christenheit vor, willig ihm ihre Kronen und ihre Herrlichkeit zu Füßen, ja sie achteten es sich zum Ruhm, als Mitglieder dieser hohen Zunft, den Abend ihres Lebens in göttlichen Betrachtungen zwischen einsamen Klostermauern zu beschließen. Wie wohlthätig, wie angemessen, der innern Natur der Menschen, diese Regierung, diese Einrichtung war, zeigte das gewaltige Emporstreben, aller andern menschlichen Kräfte, die harmonische Entwicklung aller Anlagen; die ungeheure Höhe, die einzelne Menschen in allen Fächern der Wissenschaften des Lebens und der Künste erreichten und der überall blühende Handelsverkehr mit geistigen und irdischen Waaren, in dem Umkreis von Europa und bis in das fernste Indien hinaus.
 
Bron: zeno.org
woensdag 2 juni 2010
wie es eigentlich (gewesen) ist [ 2 ]
de inhuldiging van Friedrich Wilhelm IV van Pruisen
in Berlijn op 15 oktober 1840

In 1840 was de fotografie een jaar oud. Maar het zou nog decennia duren voordat er mensenmenigten gefotografeerd konden worden. Dus bleef het vastleggen van belangrijke openbare gebeurtenissen traditioneel de taak van de schilder. Bij staatsopdrachten moest de visie van de staat gerepresenteerd worden. Het officiële beeld dat de schilder moest creëren, was daarom bij voorbaat al staatspropaganda. Zeker in Pruisen tijdens de Restauratie toen er strenge censuur was ingesteld. Met de nieuwe koning Friedrich Wilhelm IV zou de censuur wel iets versoepeld worden, maar écht liberaal werd het beleid nog niet. Het beeld dat we hieronder zien, is daarom een staatsvisie.

inhuldiging
inhuldiging van Friedrich Wilhelm IV
schilderij van Paul Krüger

Franz Krüger was een van de officiële staatsschilders van Pruisen en produceerde gepolijste taferelen. Deze waren zeer bevredigend voor de negentiende eeuwse drang naar objectiviteit, maar in artistiek opzicht tonen ze nauwelijks expressie. Ook de Pruisische schilder Anton van Werner was zo’n objectiviteitsrakker. Hij is verantwoordelijk voor het officiële beeld van de proclamatie van het Duitse Keizerrijk in 1871.

inhuldiging
detail van de eretribune rechtsonder
v.l.n.r. Cornelius, Alexander von Humboldt, Tieck, Schelling, Rauch en de gebroeders Grimm

Nederland had een week eerder een nieuw staatshoofd gekregen: op 7 oktober 1840 werd koning Willem II in de Nieuwe Kerk in Amsterdam ingehuldigd. Het inhuldigingsfeest vol pracht en praal moest vooral voor de Russische delegatie verhullen dat Amsterdam in 1840 in werkelijkheid een verpauperde stad was. Het schilderij van de inhuldiging toont daar natuurlijk niets van. In tegenstelling tot de openbare inhuldiging in Berlijn, blijft Willem II veilig binnen, waar de armoede op straat niet zichtbaar is.

inhuldiging
inhuldiging van Willem II op 7 oktober 1840 in de Nieuwe Kerk in Amsterdam

Friedrich Wilhelm IVIn de jaren veertig begon de fotografie de portretschilderkunst langzaam te verdringen. Van de meeste beroemdheden geboren aan het einde van de achttiende eeuw zijn er op latere leeftijd daguerreotypes gemaakt. Zo ook van Friedrich Wilhelm IV (1795-1861) in 1847. Willem II (1792-1849) heeft blijkbaar nooit voor de camera geposeerd. Hij stierf in 1849 en in Nederland was de fotografie toen nog niet echt doorgedrongen. Zijn weduwe Anna Palowna liet zich na zijn dood wel fotograferen.

Wie es eigentlich (gewesen) ist [ 1 ]

maandag 31 mei 2010
oud nieuws voor kluizenaars
Zeitung für Einsiedler uit Heidelberg (1808)

De Zeitung für Einsiedler werd tussen april en augustus 1808 door Achim von Arnim uitgegeven en behoorde tot de Heidelberger Romantik. Clemens Brentano en Joseph Görres zaten in de redactie. De Heidelberger Universiteit heeft de originele uitgaven gedigitaliseerd en op haar website voor alle kluizenaars ter wereld mét internetverbinding toegankelijk gemaakt. Aangezien kluizenaars al met één been in de eeuwigheid staan, is het niet zo erg dat de krant van vandaag 202 jaar oud is.

Zeitung für Einsiedler
Zeitung für Einsiedler 31 mei 1808

Zeitung für Einsiedler [ de.wikipedia.org ] | diglit.ub.uni-heidelberg.de

zaterdag 29 mei 2010
een onderpand van onze onsterfelijkheid
gelezen uit Franz Sternbalds Wanderungen (1798) van Ludwig Tieck

In navolging van Goethes Wilhelm Meisters Lehrjahre (1795/96) schreef Ludwig Tieck de kunstenaarsroman Franz Sternbalds Wanderungen. Het verhaal gaat over de 22-jarige schilder Franz Sternbald die zijn leermeester Albrecht Dürer uit Nürnberg verlaat om op reis te gaan. Tijdens zijn omzwervingen ontmoet hij allerlei personen waaronder ook historische figuren als de Noord-Nederlandse schilder Lucas van Leyden. Aan het begin van zijn reis probeert een zakenman hem op andere gedachten te brengen. Kunstenaars zijn volgens hem arme stumperds en zouden beter een vak kunnen gaan leren. Franz Sternbald dient hem van repliek. In Tieck’s roman komt de romantische opvatting over kunst duidelijk naar voren: kunst is een onderpand van onze onsterfelijkheid en moet juist niet nuttig zijn!

Zo beschouw ik de kunst
als een onderpand
van onze onsterfelijkheid.

uit: Franz Sternbalds Wanderungen

Friedrich Overbeck
Portret van Franz Pforr door Friedrich Overbeck
Overbeck liet zich inspireren door de romantiek van Wackenroder en Tieck en keerde terug naar de tijd van Dürer, Raffael en Lucas van Leyden
“En wat drukt u uit met dat woord “nut"? Moet soms alles op eten, drinken, en je kleden neerkomen? Of dat ik een schip beter leer besturen en machines uitvind die het ons gemakkelijker maken, opnieuw alleen om beter te eten? Ik zeg het nog een keer, het waarlijk hoogstaande kan en mag geen nut hebben; dit nuttig-zijn staat haaks op de goddelijke natuur, en dat te eisen betekent de verhevenheid van haar adel beroven en het haar op de laag-bij-de-grondse niveau van de vulgaire behoeftes van de mensheid plaatsen. Want weliswaar heeft de mens veel nodig, maar hij moet de geest niet tot de knecht van zijn knecht, van het lichaam verlagen: hij moet als een goede heer des huizes zorg dragen dat alles goed verloopt, maar die zorg voor het onderhoud moet niet heel zijn leven uitmaken. Zo beschouw ik de kunst als een onderpand van onze onsterfelijkheid.”
 
uit: Franz Sternbalds Wanderungen, vertaling van Mark Wildschut
Aesthetic vision and German romanticism van Brad Prager


Franz Sternbalds Wanderungen [ de.wikipedia.org ]

vrijdag 28 mei 2010
Katyn 1940
gezien op DVD : Katyn (2007) van Andrzej Wajda

Katyn DVDRegisseur Andrzej Wajda schreef samen met de Poolse schrijver Andrzej Mularczyk (1930) het scenario voor de film Katyn. Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van de achterblijvers: de officiersvrouw Anna, haar schoonmoeder, Róza de vrouw van een generaal, Agnieszka en Irena de zussen van luitenant en Tadeusz , de zoon van een Poolse intellectueel. Ondertussen volgt de film het lot van hun echtgenoot, zoon, vader en broer. Anna’s schoonmoeder verliest niet alleen haar man, een Poolse professor aan de Universteit van Krakov die door de nazi’s gedeporteerd wordt naar Sachsenhausen, maar ook haar zoon Andrzej die door de sovjets in Katyn wordt vermoord. De vele familierelaties maken Katyn tot een tamelijk complexe film. Om de verhaallijnen allemaal goed te kunnen volgen, moest ik de film meerdere malen zien.

Het verhaal begint op 17 september 1939, de dag dat het Rode Leger Polen in de rug aanvalt met als voorwendsel de Litouwse, Wit-Russische en Oekraïnse minderheden ten oosten van de curzonlijn te beschermen. Het Poolse leger wordt door Russische tanks omsingeld en de krijgsgevangen soldaten en officieren worden verzameld. Daarna volgt een deal die het duivelspact van Hitler en Stalin vier weken eerder, duidelijk onderstreept: de nazi’s krijgen de soldaten als krijgsgevangenen, de sovjets de officieren. Daarmee is het lot van de officieren bezegeld. Terwijl de SS’ers en de sovjetofficieren elkaar feliciteren met de overwinning en de krijgsgevangenen onder elkaar verdelen, zijn twee Poolse officieren, Anna’s man Andrzej en Jerzy met elkaar in gesprek. Jerzy ziet het somber in, want Moskou heeft de Derde Geneefse Conventie niet ondertekend. Maar Andrzej heeft nog hoop. Hoe lang denk je dat hun vriendschap duurt? vraagt hij Jerzy. Deze antwoordt hem cynisch dat Hitler een duizendjarig rijk belooft, maar dat het communisme voor altijd is. Het duurt dus op zijn minst duizend jaar. Andrzej gelooft niet dat de Duits-Russische ‘vriendschap’ langer dan een jaar zal duren. Daarna hebben ze ons weer nodig, houdt hij zichzelf en Jerzy voor. “Wie zijn ze?” bijt Jerzy hem toe.

Nadat de nazi’s en de sovjets hun deal hebben gemaakt, worden de Poolse officieren in verschillende treinen naar drie verschillende plaatsen in de Sovjet-Unie gedeporteerd: Smolensk, Belgorod en Charkov. De film volgt de officieren die naar Smolensk (in de buurt van Katyn) gaan, maar de gevangenen die naar de andere lokaties gaan, ondergaan hetzelfde lot. Intussen worden ook de achterblijvers gevolgd: Anna die uit Krakow komt maar de Curzonlijn is overgestoken om haar man Andrzej in Oost-Polen op te zoeken. Haar schoonmoeder in Krakow, en Róza , de vrouw van een Poolse generaal. Alledrie deze vrouwen verliezen hun man. De Poolse officieren die we leren kennen door de personages Andrzej, Jerzy, Piotr en de generaal worden gevolgd tot vlak voor hun deportatie naar Katyn. Ze zijn uitgelaten als ze na maanden in een ijskoud kerkgebouw gevangen te hebben gezeten, eindelijk naar buiten worden gelaten.

Katyn
begin april 1940, de Poolse officieren mogen na een koude winter in een voormalig kerkgebouw eindelijk naar buiten

Dan springt de film drie jaar verder naar april 1943. De nazi’s houden nu het westen van de Sovjet Unie bezet en hebben in Katyn het massagraf ontdekt. In Krakow worden de namen van de vermoorde officieren, geestelijken en intellectuelen omgeroepen. Anna, haar schoonmoeder en Róza die drie jaar in onzekerheid hebben geleefd, horen het vreselijke bericht. Ook worden er twee nieuwe personen in het verhaal geïntroduceerd: Agnieszka en Irena, zussen van luitenant Piotr. Anna en haar schoonmoeder zijn opgelucht omdat hun Andrzej niet op de lijst staat, maar de onzekerheid blijft. Róza krijgt van de nazi’s een oproep. Ze krijgt te horen dat haar man door de bolsjewieken is vermoord en ontvangt een onderscheiding uit Berlijn. Als ze gedwongen wordt een tekst voor te lezen waarvan de nazi’s een opname willen maken, weigert ze. Om haar van de harde waarheid te overtuigen, laten de nazi’s haar een propagandafilm zien met verschrikkelijke beelden van het massagraf bij Katyn.

Het tweede deel van de film dat begint in 1945 vind ik in psychologisch opzicht het boeiendst. Dit deel van de film maakt ook duidelijk dat de oorlog voor het Poolse volk pas in 1989 eindigde. Het naoorlogse Polen bleef gewoon een bezet land waar de waarheid niet gezegd mocht worden. Vooral de waarheid over Katyn niet. Nu de nazi’s de massagravan in de bossen van Katyn eenmaal gevonden hadden en uitgeplozen, deed de NKVD (de voorloper van de KGB) er alles aan om de schuld in de schoenen van de nazi’s te schuiven. Wajda laat in zijn film naast een authentieke nazipropagandafilm ook een sovjetpropagandafilm zien, waarin alles 180 graden gedraaid wordt. De sovjets gingen over tot geschiedvervalsing en de massamoord bij Katyn had volgens Moskou in 1941 plaats gevonden, toen Hitler Rusland was binnengevallen.

In dit deel van de film wordt het Poolse volk vooral met zichzelf geconfronteerd. Wie in het communistische Polen wilde overleven, moest laf zijn en wie het lef had om te beweren dat de ruim 20.000 Poolse officieren, geestelijken en intellectuelen in april 1940 door de sovjets waren vermoord, werd door de Poolse Geheime Dienst als staatsgevaarlijk gezien en opgepakt. Het verschil tussen waarheid en leugen, moed en lafheid, is vooral bij de zussen Agnieszka en Irena zichtbaar. Irena loopt mee in het communistische systeem, maar Agnieszka wil de waarheid over Katyn niet verzwijgen. Ze heeft een grafsteen voor haar broer Piotr laten maken met als inscriptie de datum 7 april 1940. Daarmee maakt zij zichzelf staatsgevaarlijk. Irena probeert haar ervan te weerhouden. “Wij moeten voor de levenden kiezen, maar jij kiest voor de doden, dat is morbide.” maar Agnieszka antwoordt haar dat ze voor de slachtoffers kiest en niet voor de moordenaars. De twee zussen scheiden zich.

still uit de filmWajda heeft zijn film geladen met symboliek. De vereenzelviging van het Poolse volk met het lijden en offer van Christus komt sterk tot uitdrukking in hun geloof. In de Sovjet Unie is het geloof vernietigd. Een leegstaand orthodox kerkgebouw in de buurt van Smolensk wordt gebruikt als gevangenis voor de Poolse officieren. In plaats van de Bijbel, moet een Poolse priester de Pravda lezen. Het enige dat aan de rand van het massagraf nog overblijft, is het geloof. “Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.” Na het afslachten van de krijgsgevangenen schuift een bulldozer het massagraf dicht, de biddende hand van Piotr met rozenkrans steekt nog even boven het zand uit. Dan wordt het beeld zwart.

Katyn documenthet executiebevel van Beria
In 1992 heeft Boris Jeltsin aan de toenmalige Poolse president Lech Walesa een document overhandigd waaruit blijkt dat NKVD-chef Lavrenti Beria verantwoordelijk is voor de massaexecutie bij Katyn. In het document, dat door Beria is ondertekend, staat o.a. te lezen: “Breng naar de Sowjet-NKVD (Volkscommissariaat voor binnenlandse zaken; voorganger van de KGB) de 14 700 voormalige Poolse officieren, ambtenaren, landeigenaren, politiemensen, en geindarmes, die worden vastgehouden in krijgsgevangenkampen… Alsmede officieren, landeigenaren, fabrikanten en geestelijken, in gevangenissen in de westelijke gebieden van Oekraine en Wit-Rusland, in totaal 11 000 mensen. Hun zaken moeten volgens een speciale procedure worden behandeld en zij moeten worden onderworpen aan de hoogste straf - executie door het vuurpeloton.”

de onthoofding van een volk [ woest & vredig ]

donderdag 27 mei 2010
de vierde deling
gezien op DVD: Katyn (2007)

Pools-Litouws GemenebestNadat ik de afgelopen avonden meerdere malen naar de Poolse film Katyn heb gekeken, heeft de tragische geschiedenis van Polen mij aangegrepen. Tweehonderd jaar, tussen 1569 en 1772, besloeg het Pools-Litouws Gemenebest een enorm grondgebied dat ongeveer samenviel met het huidige Polen, Letland, Litouwen, Wit-Rusland en grote delen van de Oekraïne. Vanaf 1772 begonnen de Midden-Europese grootmachten Rusland, Oostenrijk en Pruisen dit territorium met elkaar te verdelen. Op onderstaande kaart is te zien dat tijdens drie delingen in 1772, 1793 en 1795 Polen helemaal van de kaart verdween. Tussen 1795 en 1919 zou er geen onafhankelijk Polen meer bestaan.

Poolse delingen 1772, 1793 en 1795
de Poolse delingen 1772, 1793 en 1795
blauw naar Pruisen, geel naar Oostenrijk en groen naar Rusland

Na de Eerste Wereldoorlog en de Russische Revolutie kwam Polen eindelijk weer op de kaart. Duitsland moest enkele gebieden afstaan, waardoor in het interbellum de Poolse corridor ontstond. Oostenrijk-Hongarije was na 1918 uiteengevallen en Galicië kwam, zoals vóór 1772, weer bij Polen. De Sovjet-Unie had het grootste deel moeten afstaan. De oostgrens van het nieuwe Polen lag tussen 1919 en 1939 enkele honderden kilometers ten oosten van Brest en Lvov (Lemberg). Maar in deze vorm zou Polen amper 21 jaar bestaan. Feitelijk maakte de ondertekening van het Molotov-Ribbentrop Pact op 23 augustus 1939 een einde aan Polen. Een week later volgde de Duitse inval en nog eens twee weken later vielen sovjet troepen het land in de rug aan. Hitler en Stalin hadden weer hetzelfde gedaan als Frederik de Grote en Katherina de Grote in het laatste kwart van de achttiende eeuw. Het Molotov-Ribbentrop Pact wordt daarom soms wel de Vierde Deling genoemd.

Curzon lijn
de Curzon lijn
de blauwe contour markeert de kaart van Polen tussen 1919 en 1939. de rode contour geeft het grondgebied van Polen aan na 1945. Na 1991 zijn de gebieden ten oosten van de groene (Curzon) lijn een deel van Litouwen, Wit-Rusland en de Oekraïne

Voor Stalin was de inval van het Rode Leger gerechtvaardigd. Tijdens de Russische burgeroorlog had Polen gebieden ten oosten van de zgn. Curzon-lijn geannexeerd. Het Molotov-Ribbentrop Pact was voor de Sovjet-Unie een grenscorrectie en geen opdeling van Polen. Op 28 september ontmoetten de nazi’s en de sovjets elkaar bij de rivieren Narew, Boeg, Wisla en San. Polen was weer van de kaart geveegd. Al eerder beslisten de twee bezetters over het lot van de krijgsgevangenen. De nazi’s kregen de bijna 700.000 krijgsgevangen gemaakte Poolse soldaten terwijl de Russen de officieren kregen. Dit was een veel kleiner aantal, maar het was wel het hoofd van het leger.

Katyn begint symbolisch op een brug over een van de rivieren op de Curzon-lijn. Vanuit het westen wil een dichte stroom vluchtelingen de brug oversteken naar het oosten. Maar dan komen er vanaf de andere kant in paniek andere Polen aangerend die op de vlucht zijn voor het Rode Leger dat Polen in de rug heeft aangevallen. De verwarring, onzekerheid en chaos is compleet. Het volk is op de brug in het nauw gedreven door de nazi’s in het westen en de sovjets in het oosten. Degenen die uit het westen komen en de verschrikkingen daar hebben gezien, gaan in de verwarring toch naar het oosten, degenen uit het oosten gaan naar het westen. Vluchten kan niet meer.

Katyn still
sovjetsoldaten verscheuren de Poolse vlag
Deze scene symboliseert niet alleen de Vierde Deling van Polen, maar ook de communistische overheersing en het verlies van onschuld. Tot 1990 zouden de Polen die hun geweten lieten spreken door Moskou vervolgd worden

De Poolse tragiek wordt in een sommige scenes sterk weergegeven. Zo hebben de sovjets met grof geweld de corpus van Christus van het kruis gerukt. Aan een spijker bungelt nog een arm. Wanneer Anna, de vrouw van een Poolse officier een pastoor ziet bidden bij een slachtoffer waarover een officiersjas ligt gespreid, denkt ze even dat het haar man is. Als ze de jas wegneemt om te kunnen zien wie het is, deinst ze terug. Onder de jas ligt de Gekruisigde, de corpus die de sovjets van het kruis hebben gerukt. Het lot van de Gekruisigde en van het katholieke Poolse volk vallen ineens samen. Een andere scene met sterke symboliek is die met twee soldaten van het Rode Leger die de Poolse vlag doormidden scheuren. Ze scheuren de rode baan van de witte en plaatsen de gehalveerde rode Poolse vlag als communistische vlag terug. De witte baan wikkelt een van de soldaten om zijn schoenen. Polen is verscheurd en vertrapt.

Katyn [ woest & vredig ]

vrijdag 21 mei 2010
de onthoofding van een volk
dinsdag gezien met Kees : Katyn (2007) van Andrzej Wajda

Katyn DVDEen maand voor de vliegramp in Tripoli stortte bij Smolensk een Pools regeringsvliegtuig neer waarbij 96 vooraanstaande politici, hoge militairen, ambtenaren en geestelijken omkwamen, waaronder de Poolse president Lech Kaczynski en zijn echtgenote Maria. De vliegramp bij Smolensk dompelde Polen in diepe rouw. De missie van het Poolse regeringsvliegtuig was de herdenking van een andere ramp zeventig jaar geleden, die bekend staat onder de naam Katyn. In de bossen bij het plaatsje Katyn ten Westen van Smolensk werden op 5 april 1940 door de sovjets de bijna 22.000 Poolse officieren en intellectuelen op laffe en koelbloedige vermoord en in een massagraf begraven. Toen de Duitsers in 1943 dit deel van Rusland bezet hielden, werd dit massagraf ontdekt en deze oorlogsmisdaad door de sovjets begaan, was natuurlijk koren op de molen van de nazistische propaganda. Maar na 1945 toen Polen een satellietstaat was geworden van de Sovjet-Unie, was de officiële versie dat de nazi’s en niet de NKVD de 22.000 Polen hadden vermoord. Ieder die van deze versie afweek, werd als staatsgevaarlijk gezien. Pas na de val van het ijzeren gordijn, mocht de waarheid over Katyn eindelijk naar boven komen. In 1992 rakelde Boris Jeltsin Katyn weer op en beschuldigde Gorbatchov ervan dat de communisten de zaak taboe verklaard hadden. Uiteindelijk gaf Moskou toe en maakte een geheim document uit 1940 openbaar. Dit document, het bevel tot de massamoord op bijna 22.000 vooraanstaande Polen, was door Lavrenti Beria de hoogste baas van de NKVD ondertekend. De waarheid over Katyn was eindelijk aan het licht gekomen.

Katyn trailer

In 2007 maakte Andrzej Wajda, zélf een zoon van een van de vermoorde Polen bij Katyn, een film over de massamoord die voor Rusland nog steeds erg gevoelig ligt. Maar Katyn werd afgelopen maand tijdens de 70-jarige herdenking voor het eerst op de Russische televisie uitgezonden. Voor de geallieerden was Katyn vlak na de oorlog een hete aardappel. Zo had Roosevelt wel een geheim rapport dat duidelijk de sovjets als de daders aanwees, maar de Amerikanen lieten dat rapport ‘zoekraken’. Stalin was toen immers nog hun bondgenoot. Wel werd tijdens het Proces van Neurenberg de schuld van de massamoord niet aan de nazi’s gegeven. Zo bleven de Polen zélf het slachtoffer en pas na 1991 mocht de waarheid over Katyn gezegd worden.

Katyn 2010
herdenking van de vliegramp bij Smolensk vorige maand waarbij Lech Kaczynski zijn echtgenote Maria en 94 vooraanstaande politici om het leven kwamen
Katyn logoKatyn is een Russisch dorp, dat ongeveer 20 km ten westen ligt van de stad Smolensk. Het dorp is bekend geworden door het nabijgelegen bos, dat lange tijd gebruikt werd door de NKVD, de geheime dienst van de Sovjet-Unie, als executieplaats. In 1940 was Katyn een van drie locaties waar de NKVD in totaal en ten hoogste 25.700 Poolse burgers, geestelijken en militairen executeerde. De massagraven werden daarna beplant met bomen. Direct na de inval van het Rode Leger in het oosten van Polen in september 1939 waren tienduizenden Polen opgepakt en afgevoerd naar kampen in Rusland, samen met 15.000 krijgsgevangenen. Met de arrestatie van de intellectuele bovenlaag van de Poolse bevolking hoopte Stalin eventueel verzet tegen het communisme in de kiem te smoren. Het bevel tot de moord werd gegeven door het Centraal Comité, getekend door Stalin op 5 maart 1940. Het bevel was gevolg van een besluit van NKVD-chef Lavrenti Beria om ruim 25.000 “landheren, fabrikanten, voormalige officieren, ambtenaren en overlopers te fusilleren". De concentratiekampen waarin de Polen gevangen hadden gezeten, moesten worden vrijgemaakt vanwege de komst van 50.000 tot 70.000 inwoners van de Baltische staten, waarvan het grootste deel later eenzelfde lot zou ondergaan als de Polen.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Het stukje Katyn en verder van Michel Krielaars op weblogs.nrc.nl toont aan dat de discussie over Katyn nog steeds niet is afgesloten. Een maand na publicatie zijn er ruim 200 reacties en nog dagelijks komen er reacties binnen.

maandag 17 mei 2010
odyssee van de geest
gisteren van Michaela gekregen: Romantiek. Een Duitse Affaire
van Rüdiger Safranski, vertaald door Mark Wildschut

Romantiek. Een Duitse AffaireAl twee jaar keek ik uit naar de Nederlandse vertaling van Safranski’s boek Romantik. Eine deutsche Affäre. Gisteren gaf Michaela mij deze cadeau en vandaag ben ik erin begonnen. Safranski begint zijn verhaal op 17 mei 1769, vandaag precies 241 jaar geleden. Dat is het moment waarop Johann Gottfried Herder (Safranski noemt hem de Duitse Rousseau) halsoverkop vanuit Riga de boot neemt naar Toulon. Door het ruimte sop te kiezen, ruilt Herder het vaste in voor het vloeibare, het zekere voor het onzekere. Deze sprong in het onbekende is typerend voor de geest van de Romantiek. Rüdiger Safranski heeft een indrukwekkende intellectuele reikwijdte en weet vanuit de Goethezeit genuanceerd lijnen naar onze tijd te trekken. Daarbij is hij een meesterlijk verteller. Filosofie en geschiedenis blijven bij hem wat ze eigenlijk zijn: het meeslepende avontuur van de geest.

De Romantiek was de poging ‘aan het banale een verheven betekenis, aan het gewone een geheimzinnig aanzien, aan het bekende de waardigheid van het onbekende, aan het eindige een schijn van oneindigheid te geven’.

Novalis

Herder in BückeburgOverigens verbleef Herder tussen 1771 en 1776 in Bückeburg, de residentie van het graafschap Schaumburg-Lippe. Michaela en ik bezochten vorige week dit fraaie stadje. Aan het beeld van Johann Gottfried Herder, dat herinnert aan de jaren 1771 tot 1776 toen hij hier predikant was, zijn we blijkbaar voorbijgelopen. De jaren in Bückeburg waren voor Herder zijn Sturm und Drang periode waarin Über den Ursprung der Sprache (1772) en Von Deutscher Art und Kunst (1773) ontstonden.

Herders levensfilosofie heeft de cultus rond het genie van de Sturm und Drang (en later van de Romantiek) geïnspireerd. Het genie gaat daar door voor iemand bij wie het leven vrij kan stromen en zijn scheppende kracht ten volle kan ontplooien. Er ontstond in die tijd een luidruchtige cultus rond het zogenaamde “krachtdadige genie": vaak opgeklopt en pretentieus, maar ook vol elan en zelfverzekerd. De geest van de Sturm und Drang wil voor het geniale, dat als betere aanleg eigenlijk in iedereen sluimert en er alleen op wacht eindelijk ter wereld te komen, de verloskundige zijn.
 
uit: Romantiek. Een Duitse Affaire. Hoofdstuk I, blz. 21

Romantiek. Een Duitse Affaire [ uitgeverijatlas.nl ]

zondag 16 mei 2010
geschiedenis van gisteren
Nederlandse en Duitse lesboeken geschiedenis van dertig jaar geleden

Mijn oude schoolboeken geschiedenis heb ik nooit weggegooid. In 1978/79 stond de periode 1850-1975 op het programma en als lesboek Geschiedenis in onderwerpen onder redactie van W.F.Kalkwiek. Dit lesboek is typisch voor de didactiek van de jaren zeventig toen de geschiedenis een thematische behandeling had gekregen. Mijn oudere broer had als voorbereiding op het eindexamen een ander lesboek in gebruik: Geschiedenis van gisteren met daarin geschiedenis van de twintigste eeuw. In dit boek is de chronologische benadering van de geschiedenis nog enigszins overeind gebleven.

geschiedenisboeken
geschiedenis in onderwerpen
en geschiedenis van gisteren beiden uit 1976

Het is aardig om door deze boeken te bladeren. Grote geschiedenis is eerder ingebed in kleine geschiedenis dan omgekeerd. Zo hebben de Entente Coridiale uit 1904 en de Triple Entente uit 1907 zich in mijn leven voor altijd verbonden met de schoolbanken van 1978. De meeste geschiedschrijving probeert het verleden objectief en van buitenaf te beschrijven, maar onze blik op de geschiedenis zal altijd subjectief en van binnenuit blijven. Lesboeken geschiedenis uit een andere tijd of uit een ander land laten dat duidelijk zien.

geschiedenisboeken
Ook Michaela heeft haar oude lesboeken geschiedenis nog bewaard. Die Reise in die Vergangenheit Band 3 en 4 dateren uit 1982.
Ze zijn in alle opzichten beter dan de Nederlandse lesboeken
Je hebt nu voor een groot deel deze school doorlopen. Vanaf dit moment komt geleidelijk aan de voorbereiding op het eindexamen. Je zult ook meer en meer moeten gaan bezinnen op wat je daarna gaat doen. Waar je ook terechtkomt, het staat vast dat je actiever gaat deelnemen aan het maatschappelijk gebeuren. Op die maatschappij ben je niet voldoende voorbereid als je je “papiertje” in de zak hebt. Men zal namelijk steeds verlangen dat je kritisch aan het maatschappelijk verkeer deelneemt. Dat betekent dat je zelf interpretaties kunt geven aan alles wat er om je heen gebeurt. (…) Hiervoor is het nodig te weten hoe onze maatschappij in elkaar zit en hoe het komt dat zij zo gegroeid is.
 
uit het voorwoord van geschiedenis van gisteren 1976
zaterdag 15 mei 2010
bring them back
Griekenland wil Elgin Marbles uit het British Museum terug

Aan het beging van de negentiende eeuw liet Lord Elgin, de gezant van de Engelse regering in Istanbul , met toestemming van de lokale Ottomaanse overheid een aantal klassieke beeldhouwwerken van het Parthenon verwijderen en vervolgens naar Engeland brengen. Sinds 1816 bevinden de beelden zich in het British Museum waar zij bekend staan als de Elgin Marbles. De Griekse regering oefent al zeker drie decennia voortdurend druk uit op Engeland over teruggave van de reliëfs van het Parthenon en één van de kariatiden die Lord Elgin van het Erechtheion liet verwijderen. Op bringthemback.org ontdekte ik onderstaande video van de Griekse aktie Bring them back! De situatie wordt met humor even omgekeerd: hoe zou Engeland reageren wanneer Mr. Elginiadis de klok van de Big Ben naar Griekenland mee zou nemen? Ook als hij bereid zou zijn de klok voor een poosje aan Engeland uit te lenen? De beelden horen natuurlijk in het nieuwe Acropolis Museum aan de voet van de Acropolis.


video van bringthemback.org
De verwoede kunstverzamelaar Lord Elgin liet het materiaal verwijderen met toelating van de lokale Turkse overheid. Zijn bedoelingen waren oorspronkelijk echter vrij bescheiden: hij vroeg alleen maar de toestemming om schetsen en enkele plaasteren afgietsels te laten maken ten behoeve van het landhuis dat hij zich in Engeland liet bouwen. Tijdens zijn verblijf in Athene ervoer hij echter de omkoopbaarheid én het totale gebrek aan kennis en interesse van de Turkse ambtenaren, en maakte van deze situatie misbruik om het waardevolle beeldhouwwerk, meer dan de helft van wat de tand des tijd overleefde, als “studiemateriaal” naar Engeland te verschepen. Het werk in Athene werd uitgevoerd door de Italiaanse landschapsschilder Giovanni Battista Lusieri, die met hulp van een paar andere, door Elgin ingehuurde hulpkrachten enkele jaren aan dit project gewerkt heeft.
 
Bron: nl.wikipedia.org

bringthemback.org

vrijdag 14 mei 2010
Teutoonse titaan
vorige week vrijdag met Michaela bij het Hermannsdenkmal geweest

Hermann BriefmarkHet Hermannsdenkmal even ten Zuiden van Detmold op de Groteberg kent een boeiende geschiedenis. Vorig jaar schreef ik hier iets over zijn schepper, de Beierse beeldhouwer Ernst von Bandel (1800-1876). Als kunststudent maakt Von Bandel al zijn eerste schetsen voor een monument ter ere van de Cherusk Arminius. Deze versloeg in het jaar 9 na Chr. de romeinse legioenen in het Teutoburger woud. In de zestiende eeuw werd zijn naam per ongeluk vertaald in Hermann, waarmee Der Cherusk ineens een Duitser was geworden. Nadat Heinrich von Kleist in 1808 zijn toneelstuk der Hermannschlacht had geschreven ontstond er in de tijd van het nationalisme een cultus rondom de figuur van Arminius/Hermann.

HermannsdenkmalHet beeld van Ernst von Bandel zou in 1875 de kroon op deze Hermanncultus worden. Ruim vijftig jaar zou Von Bandel aan het project werken, maar vanwege geldgebrek moest hij het telkens onderbreken. In 1846 voltooide hij het 27 meter hoge gebouw waarop het 25 meter hoge beeld staat. Toch duurde het toen nog bijna dertig jaar voordat het beeld er eenmaal stond. Toen in 1871 het Duitse Keizerrijk werd uitgeroepen, ging het ineens erg snel. Von Bandel werkte vanaf 1872 onafgebroken aan zijn Arminiussäule en op 16 augustus 1875 werd het reusachtige beeld onder de aanwezigheid van keizer Wilhelm I voor het eerst voor het publiek opengesteld. Het Hermannsdenkmal zou daarna actief deel gaan uitmaken van de stormachtige Duitse geschiedenis. Vanaf zijn ontstaan had het beeld immers al een sterke politieke lading meegekregen.

Hermann
Hermann de sterke man, geeft het jonge Duitse Keizerrijk zelfvertrouwen. Wilhelm I werd voorgesteld als de nieuwe Hermann.
Ernst von Bandel wurde am 17. Mai 1800 im bayerischen Ansbach geboren. Seine Schulzeit verlebte er in Ansbach und Nürnberg. Mit 16 begannen seine “Lehrjahre” in München auf der “Bauschule der Akademie” . Zwei Jahre später mußte Bandel bereits seinen Lebensunterhalt und die Mittel für sein weiteres Studium selbst verdienen. In dieser Zeit entstanden erste Zeichnungen für ein Hermannsdenkmal oder eine “Arminiussäule” , wie Bandel selbst es stets bezeichnete. 1822/23 arbeitete er am “schönen Brunnen” in Nürnberg. (…)
 
Im Herbst 1873 kehrte Bandel an die Baustelle im Teutoburger Wald zurück. Endlich konnte er sein Lebenswerk vollenden. Der mittlerweile 73-jährige Künstler war am Ziel seiner Wünsche. Die Fertigstellung des Denkmals bis zum Sommer 1875 kostete ihn jedoch seine letzten Kräfte. Er wohnte in den letzten Jahren der Bauarbeiten ständig auf “seinem Berge", in einem einfachen Blockhaus, der ” Bandelhütte “. Halb erblindet und von rheumatischen Beschwerden gezeichnet, erlebte er am 16. August die Einweihung. Die Ordensverleihung durch Wilhelm I. war eine späte Würdigung seiner Verdienste. Die nachhaltige Anerkennung seines Lebenswerkes blieb ihm jedoch versagt. Er starb ein Jahr nach der Denkmalenthüllung am 25.09.1876.
 
Bron: hermannsdenkmal.de
Hermann
Hermann beloofde met zijn magische zwaard ‘Nothung’ in de Eerste Wereldoorlog de overwinning. In het Europa van nu zou de defensieve paraplu van de EU hem beter passen.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd Hermann ingezet als morele ondersteuning van de Duitse soldaten aan het front. Hermann herinnerde namelijk niet alleen aan de overwinning op de Romeinen, maar ook aan de overwinning op Frankrijk in 1871. Na 1945 bleef het beeld staan, niet langer als Denkmal maar nu als Mahnmal. Hermann werd niet ontwapend maar “Nothung", zijn magische zwaard, heeft zijn magische kracht verloren. Hij zou net zo goed een paraplu kunnen dragen. Dan hadden we tenminste kunnen schuilen, want vrijdag regende het pijpenstelen in het Teutobuger Woud.

Hermann
de nazi’s vereenzelvigden de Führer met Hermann

hermannsdenkmal.de

zaterdag 1 mei 2010
12 Floréal
de Dag van de Arbeid volgens de Republikeinse Kalender

De Dag van de Arbeid valt dit jaar op Duodi 12 Floréal van het jaar CCXVIII volgens de Franse Republikeinse Kalender. De kalender is al 204 jaar niet meer in gebruik dus we hoeven ons daar niet meer zo druk over te maken. Voor historici die de periode tussen 5 oktober 1793 en 1 januari 1806 onderzoeken is de kalender wel van belang omdat deze toen de officiële kalender van Frankrijk was. In de Zuidelijke Nederlanden was de kalender op 17 juni 1796 ingevoerd en algemeen verplicht gesteld vanaf 3 april 1798. Daarom blijft de kalender een rol spelen voor genealogisch onderzoek omdat de Burgerlijke Stand een aantal jaren op deze kalender moest overgaan.

de Franse Republikeinse Kalender
de Franse Republikeinse Kalender oogt even vrouwelijk als een kalender van Alphonse Mucha

De Franse Republikeinse Kalender begint op 21 september en telt 12 maanden die ieder in drie decades zijn ingedeeld. De herfstmaanden (eindigend op -aire) zijn Vendémiaire Wijnmaand (22 september ~ 21 oktober), Brumaire Mistmaand (22 oktober ~ 20 november) Frimaire Koudemaand (21 november ~ 20 december). De wintermaanden (eindigend op -ôse) zijn: Nivôse Sneeuwmaand (21 december ~ 19 januari), Pluviôse Regenmaand (20 januari ~ 18 februari) en Ventôse Windmaand (19 februari ~ 20 maart). De lentemaanden (eindigend op -al) zijn Germinal Kiemmaand (21 maart ~ 19 april), Floréal Bloemmaand (20 april ~ 19 mei) en Prairial Weidemaand (20 mei ~ 18 juni). De zomermaanden (eindigend op -idor) zijn Messidor Oogstmaand (19 juni ~ 18 juli), Thermidor Hittemaand, (19 juli ~ 17 augustus) en Fructidor Fruitmaand (18 augustus ~ 16 september).

Aan het einde van het jaar kwam men vijf dagen tekort en in een schrikkeljaar zes dagen. Deze zgn. sansculottiden werden ingelast tussen 17/18 en 21/22 september. Deze dagen behoorden niet tot een bepaalde maand, maar kregen een bijzondere naam zoals de Dag van de deugd (17 of 18 september), de Dag van het vernuft (18 of 19 september), de Dag van de meningsuiting (20 of 21 september), de Dag van de beloning (21 of 22 september) en de schrikkeldag le Jour de la révolution En ja, ook het revolutionaire Frankrijk had zijn ‘Jour du travail‘ de Dag van de arbeid en vierde deze op 19 of 20 september.

decimale wijzerplaat
hybride wijzerplaat met decimale urenindeling waarin het etmaal in 10 uren van ieder 100 minuten is ingedeeld
De revolutie had van Frankrijk een seculiere staat gemaakt die zich afzette tegen alles wat kerks was, de Gregoriaanse kalender inbegrepen. De kalender was ook een uiting van een technocratische denkwijze die met het verleden wilde breken. Bij de decimaal verdeelde kalender behoorde sinds het decreet van 4 Frimaire van het jaar II (24 november 1793) ook een nieuwe decimale urenindeling van de dag. Tien uren van ieder 100 minuten van elk honderd seconden zouden het dagritme moeten gaan bepalen. Vooral omdat er bij de kwart voor en kwart over geen cijfers stonden (immers 7,5 en 2,5) vond het nieuwe systeem weinig weerklank. Te meer daar de tijd alleen als tijdstip werd gebruikt; men rekende nog niet met tijdsduur, waardoor de decimale opbouw geen voordeel bood. Hierdoor heeft deze indeling nooit veel ingang gevonden. Bovendien waren de klokken gecompliceerd doordat men ook de oude tijd wilde aangeven. Daardoor was de productie gering en klokken met een tienuren-wijzerplaat zijn uiterst zeldzaam. De week werd vervangen door de decade, een periode van 10 dagen. Dat betekende dat er nog maar een op tien dagen vrij was in plaats van een op zeven, en dat heeft de acceptatie bepaald niet geholpen. Het bijbehorende decimale stelsel van maten en gewichten had meer succes. Hoewel ook dat weer tijdelijk werd afgeschaft veroverde het (bijna) de gehele wereld; in de wetenschap zelfs compleet.
 
Franse Republikeinse Kalender
donderdag 29 april 2010
La journée sera rude
de terechtstelling van Robert François Damiens in 1757
en Jean Calas in 1762 onder Lodewijk XV

In Frankrijk bestonden er 250 jaar geleden nog verschrikkelijke openbare executies. De afschrikwekkendste voorbeelden zijn de terechtstellingen van Robert François Damiens (vierendeling) en Jean Calas (het rad). Verlichte geesten probeerden een einde te maken aan deze middeleeuwse praktijken. Maar de Verlichting bewerkstelligde hoogstens een “verlichte” doodstraf: de guillotine. Het zou daarna nog bijna tweehonderd jaar duren voordat de doodstraf in Frankrijk definitief werd afgeschaft op 9 oktober 1981. Tot 27 juni is in het Musée d’Orsay in Parijs de tentoonstelling Crime et châtiment te zien.

de terechtstelling van Jean Calas
de terechtstelling van Damiens in 1757
Damiens diende in het leger, was bediende en had verschillende andere baantjes. Hij was een goedgelovige en beïnvloedbare man die zich vaak ophield in kringen van het Parlement van Parijs, een rechtbank die in verschillende conflicten had met Lodewijk XV gewikkeld was, en waar opruiende taal tegen de koning gebruikt werd. Op 5 januari 1757 bracht de koning een bezoek aan een van zijn dochters in het kasteel van Versailles. Toen hij in zijn koets wilde stappen kwam Damiens naar voren en stak de koning met een mes, waarbij slechts een oppervlakkige wond ontstond. Damiens werd onmiddellijk gearresteerd. De koning zélf vond de zaak nauwelijks de moeite waard, maar het proces werd voor het Parlement van Parijs gebracht, dat geen moeite spaarde om te verdoezelen dat de eigen magistraten door hun opruiende taal zélf de inspirators tot de moordpoging waren geweest. De morele schuld werd uiteindelijk op perfide wijze bij de Jezuïeten gelegd. Vanwege van deze poging tot koningsmoord (regicide) werd hij op 26 maart 1757 veroordeeld tot de dood door middel van vierendeling. Bij de aankondiging van de straf antwoordde Damiens met de woorden “La journée sera rude” (vertaling: ‘t wordt een zware dag). De terechtstelling vond twee dagen later plaats op het Place de Grève voor het stadhuis van Parijs, en werd bijgewoond door onder andere Casanova.
 
Bron: nl.wikipedia.org
de terechtstelling van Jean Calas
de terechtstelling van Jean Calas in 1762
Calas, along with his wife, was a Protestant. France was then a mostly Catholic country; Catholicism was the state religion. While the harsh oppression of Protestantism initiated by King Louis XIV had largely receded, Protestants were, at best, tolerated. Louis, one of the Calas’ sons, converted to Catholicism in 1756. On October 13-October 14, 1761, another of the Calas’ sons, Marc-Antoine, was found dead on the ground floor of the family’s home. Rumors had it that Jean Calas had killed his son because he, too, intended to convert to Catholicism. The family, interrogated, first claimed that Marc-Antoine had been killed by a murderer. Then they declared that they had found Marc-Antoine dead, hanged; since suicide was then considered a heinous crime against oneself, and the dead bodies of suicides were defiled, they had arranged for their son’s suicide to look like a murder. On March 9, 1762, the parlement (appellate court) of Toulouse sentenced Jean Calas to death on the wheel. On March 10, at the age of 64, he died tortured on the wheel, while still very firmly claiming his innocence. Voltaire, contacted about the case, after initial suspicions that Calas was guilty of anti-Catholic fanaticism had subsided, began a campaign to get Calas‘ sentence overturned.
 
Bron: en.wikipedia.org
guillotine
Lodewijk XVI met zijn hoofd onder de guillotine op 21 januari 1793 in Parijs

executedtoday.com

zaterdag 24 april 2010
cameravlees
gezien op DVD : Waterloo (1970)
spektakelfilm met tienduizenden figuranten als voer voor de camera

DVDHet had niet zoveel gescheeld of Napoleon had Wellington tijdens de Slag bij Waterloo verslagen. Toen het Pruisische leger zich vroeg in de avond eindelijk bij de coalitie voegde, wisten de Engelsen dat ze gered en de Fransen dat ze verslagen waren. Waterloo uit 1970 van Dino de Laurentiis is ouderwets megaspektakel in de traditie van The Ten Commandments (1956), Ben Hur (1959), Spartacus (1960), El Cid (1961), The Longest Day (1962), Lawrence of Arabia (1962) en Cleopatra (1963). Veel diepgang heeft de film niet. Ook al zet Rod Steiger als Napoleon nog een aardige karakterrol neer, Christopher Plumer komt met een bijna clowneseke interpretatie van de Duke of Wellington. Ook zitten er lollige scenes in, bijvoorbeeld die ene gardist die een varkentje in zijn knapzak meesmokkelt. Vergeleken bij een oorlogsfilm als Gettysburg (1993) biedt Waterloo nauwelijks verdieping. Maar het spektakel dat deze veertig jaar oude film biedt, is erg indrukwekkend. Aan deze megaproductie werkte een deel van het sovjetleger mee. Alle brigades die de camera met één lange pan in beeld brengt, zijn geen samples maar échte figuranten, tienduizenden moeten het er zijn. In onze tijd met CGI (computer generated imagery) zijn dergelijke aantallen figuranten niet meer nodig. Misschien is er na Waterloo, dankzij het toenmalige sovjetleger, geen massaproductie meer geweest waaraan zoveel figuranten hebben meegewerkt.


scene uit Waterloo : de aanval op Hougoumont én de aanval van de Scots Grey
de Scots Grey
De twee Britse brigades zware cavalerie reden op de Fransen in, en de Fransen begonnen zich terug te trekken, wat uitmondde in een vlucht met de Britse cavalerie in de achtervolging. De Britse cavalerie werd overmoedig en wilde meteen ook maar de ‘grande batterie’ oprollen, maar die schoot terug. Ondertussen kwam er Franse cavalerie aangesneld en die sneed de Britten af van de rest van het geallieerde leger. Drie andere lichte geallieerde cavaleriebrigades, waaronder een Nederlandse, kwamen hen ontzetten.
 
Bron: nl.wikipedia.org
Waterloo slagveld
15.30 : de Franse cavalerie breekt door de Engelse stellingen die zich in defensieve carrés hebben opgesteld

Als lesmateriaal is Waterloo bijzonder geschikt, maar dan zou de film hier en daar fors ingekort moeten worden. Het slagveld is overtuigend in beeld gebracht en als krijgshistorisch document voldoet de film ook. Vanuit de helikopter gefilmd is vooral aanval van de Franse cavalerie op de Engelse linies prachtig te volgen. De cavaleristen die door de linie breken komen in een labyrint van carrés terecht waarin ze van alle kanten beschoten worden. Daarom splitst de cavalerie zich in tweeën om in een omtrekkende beweging eerst alle carrés te vangen en dan samen te trekken. Maarschalk Ney maakte echter een fout door de cavalerie te vroeg te laten oprukken, waardoor er geen ondersteuning kwam van infanterie en artillerie. De carrés bleven daardoor onneembaar voor de cavalerie.

Napoleon’s plan
Het plan van Napoleon was om de geallieerden met de cavalerie te bestormen, gevolgd door infanterie en artillerie om de geallieerden vervolgens te verdrijven. Maar maarschalk Ney, die de aanval zou moeten coördineren, liet de cavalerie te vroeg aanvallen, zodat er geen infanterie- en artilleriesteun beschikbaar was. Trompetten bliezen de aanval en dwars door de modder trachtten zijn vijfduizend ruiters in het centrum de glooiing van de Mont-Saint-Jean te bestormen. Mede door de slechte staat van de grond kwam het niet tot een charge in galop, en had de aanval nooit de vereiste impact. De geallieerde infanterie formeerde zich -zoals verwacht- in defensieve carrés, en werden onneembaar voor cavalerie zonder steun van infanterie en artillerie. De hoeve La Haye Sainte, die tussen Napoleon en het geallieerde leger in stond, was voor beide zijden van vitaal belang. Daar konden de infanterie en artillerie tegengehouden worden.
 
Bron: nl.wikipedia.org
Waterloo Kaart
overzichtskaart van de veldslagen bij Ligny, Quatre-Bras, Waver en Waterloo 15-18 juni

chronologie van de veldslag, 18 juni 1815
11.30 u Begin van de vijandelijkheden: aanvallen van de Fransen.
14.00 u Franse aanvallen worden teruggedrongen. Charge van de Engelsen tegen de gedesorganiseerde Franse rangen.
15.00 u Herhaaldelijke maar tevergeefse Franse aanvallen bij La Haie-Sainte. Terugtrekking van de Franse cavaleristen en infanteristen: mislukking van de Franse infanterieaanval.
15.30 u Charge geleid door maarschalk Ney met 5.000 cavaleristen tegen de Engelse artillerie en brigades: een bloedbad. De cavalerie van Kellerman wordt gestuurd als versterking. Weerstand van de Engelsen te Hougoumont.
18.30 u La Haie-Sainte valt uiteindelijk in handen van de Engelsen
19.00 u De korpsen van het Pruisische leger van Bulow en vervolgens ook van Blücher komen het Engelse leger te hulp.
De keizer gooit de garde in de strijd.
19.30 u Een eerste schreeuw “De garde trekt zich terug!” gevolgd door een terugtrekking van de Franse troepen: “Victorie, victorie, ze vluchten!”
20.15 u Een toejuiching in de Engelse rangen, gevolgd door een algemeen offensief van de geallieerden op heel het front: het is de strijd tot de dood van alle naties tegen één enkele.
20.30 u Paniek en ontreddering bij de Fransen. Napoleon begrijpt dat de geschiedenis hier een wending neemt.
21.30 u Wellington keert terug naar zijn hoofdkwartier, waar hij zijn overwinningsverslag van Waterloo opstelt.

historische reconstructie van de slag bij Waterloo, 18-20 juni 2010
De Slag van Waterloo is één van de grootste Europese veldslagen, zowel door zijn omvang als door zijn gevolgen. Het Slagveld is vandaag een herdenkingsplaats geworden die ieder jaar bezocht wordt door duizenden mensen. Maar meer nog, om de vijf jaar, spreken duizenden vrijwilligers van overal ter wereld af, om een magistrale reconstructie te doen van de evenementen van 1815, een exceptioneel spektakel dat je absoluut moet gezien hebben. ( Bron: waterloo1815.be )

waterloo1815.be

vrijdag 23 april 2010
flatus vocis
de historische fundering van de Institutionele Theorie
gelezen in Niet alles is kunst een essay van Lennaart Allan

niet alles is kunst(wat vooraf ging) In zijn essay een pleidooi voor een herwaardering van de representatietheorie in de bundel Niet alles is kunst laat Lennaart Allan zien dat de Institutionele Theorie aandelen van het nominalisme in zich draagt. In de geschiedenis van de filosofie kennen we het nominalisme uit de scholastiek, de middeleeuwse wijsbegeerte. Deze werd voortgestuwd door de zogenaamde universaliastrijd. In deze strijd ging het om de vraag of de essenties of Ideeën een werkelijk bestaan hebben of dat ze slechts als abstracties bestaan, als namen dus. De eerste nominalist, Roscellinus (ca. 1050 - ca. 1120) leerde bijvoorbeeld (volgens Anselmus van Canterbury) dat de universalia niets anders waren dan flatus vocis, een “ademtocht van de stem". Voor het nominalisme hadden de essenties dus geen eigen werkelijkheid, terwijl het realisme (we zouden het tegenwoordig beter idealisme kunnen noemen) meende dat de essenties werkelijk bestonden in een transcendent Ideeënrijk.

Het nominalisme botste in de Middeleeuwen met de christelijke leer. Nominalisten liepen steeds het risico van ketterij beschuldigd te worden, vooral als zij zich uitspraken over de dogma’s van de Kerk. In de eerste helft van de veertiende bouwde William van Occam (ca. 1300 - ca. 1349) het nominalisme verder uit. Ook hij werd van ketterij beschuldigd en in 1328 werd hij geëxcommuniceerd en vogelvrij verklaard. We kennen deze nominalist vooral van ‘het scheermes van Occam‘. Dit ’scheermes’ is de uitspraak: Entia non sunt praeter necessitatem multiplicanda, d.w.z. dat men de zijnden (gepostuleerde objecten binnen een hypothese) niet zonder noodzaak moet verveelvoudigen. Deze methode doet denken aan de zogenaamde ‘fenomenologische reductie‘, die ruim vijf eeuwen later door Edmund Husserl werd geformuleerd. In de fenomenologie streeft men naar een terugkeer naar de dingen (verschijnselen) zélf, zonder deze te vermeerderen met abstracties.

nominalisme of anti-essentialisme
Een halve eeuw geleden werd een serie boeken geïllustreerde wereldgeschiedenis nog onder de titel de pelgrimstocht der mensheid uitgegeven. Tegenwoordig zou een dergelijke titel ondenkbaar zijn. Er bestaat voor de postmoderne mens geen pelgrimstocht, hoogstens een zwerftocht, aangezien het post-modernisme het hogere doel heeft afgeschaft. Ook heeft ‘het scheermes van Occam‘ het woord ‘mensheid’ bijna uit ons vocabulaire weggeschoren. Dat we een woord als ‘mensheid’ niet zo gauw meer gebruiken, heeft te maken met de dominantie van het nominalisme of anti-essentialisme. Deze leer houdt in dat de dingen geen essentie hebben, maar samenvallen met wat ze zijn. Het gevolg van deze opvatting is dat de ideeënleer van Plato en alle metafysica die zich hieruit ontwikkeld heeft (en bovendien alle religie!) simpelweg wordt opgedoekt. Andy WarholWat overblijft, zijn de dingen zelf. Warhol’s Brillo Boxes markeren volgens Arthur Danto een eindpunt in de kunstgeschiedenis. Vanuit filosofisch oogpunt zijn ze het einde van de metafysica. Kunst die eigenlijk hoort bij Nietzsche’s laatste mens. De pop-art van Andy Warhol is anti-humanistisch. Zijn uitspraak “I want to be a machine” is misschien ironisch maar legt tegelijkertijd een griezelig verlangen naar ontmenselijking bloot, om een ding onder de dingen te zijn.

Nu terug naar het essay van Lennaart Allan. In verband met de Institutionele Theorie gaat hij vooral in op het hedendaagse nominalisme. Hij stelt hierbij vast dat het huidige nominalisme een anti-humanisme is, omdat deze veronderstelt dat de menselijke natuur niet bestaat. Vervolgens gaat hij op zoek naar de oorsprong en oorzaak van het nominalisme in onze tijd. De geest van het nominalisme heeft zich in het postmodernisme radicaal uitgewerkt. Het postmodernisme schaft namelijk de hoogste Idee af en stelt dat de waarheid niet bestaat. De invloed van Derrida’s uitspraak ‘Il n’y a pas de hors-texte’ (uit: L’écriture et la différance, 1967) is groot geweest. Eigenlijk is dit een radicalisering van de flatus vocis: elke uitspraak, dus ook de filosofische uitspraak, is een ‘ademtocht van de stem’ en verwijst weer naar een andere ‘ademtocht van de stem’, maar nooit naar een werkelijkheid buiten de taal. Het postmodernisme heeft zich dus opgesloten binnen de taal, in de flatus vocis en schaft de werkelijkheid daarbuiten af. Occam’s scheermes is bij Derrida een kettingzaag geworden. Niet alleen ‘de filosoof met de hamer’ wist van opruimen.

Gunther van Hagens
Gunther van Hagens X-lady, 2008
het menselijk lichaam als ready made
postmodernisme (of hedendaags nominalisme) houdt van deconstructie en is anti-humanistisch

Het is duidelijk dat het postmodernisme en de Institutionele Theorie wat met elkaar gemeen hebben. Beiden sluiten zich op in een cirkelredenering en oefenen vanuit deze positie macht uit. Voor het postmodernisme bestaat dé werkelijkheid niet en is alles interpretatie. Voor de Institutionele Theorie bestaan er geen criteria meer voor kunst, maar bepaalt de (Institutionele) Theorie tenslotte wat kunst is. Allan beschouwt het nominalisme terecht als een voorloper van het postmodernisme. Dichterbij in de geschiedenis ligt volgens hem het marxisme als tweede belangrijke bron van het postmoderne denken. Hij beschrijft zelfs het postmodernisme als marxisme-substituut. Daarover een volgende keer meer.

Damien Hirst
Damien Hirst For the love of God, 2008
postmodernisme (of hedendaags nominalisme) is ding-achtig en vaak cynisch

Niet alles is kunst
Diederik Kraaijpoel, Willem L. Meijer en Lennaart Allan
Uitgeverij Aspekt maart 2010, 310 pagina’s, ISBN 9789059118669

recensie over Niet alles is kunst door Stefan Beyst

donderdag 22 april 2010
toverstafje
De Institutionele Theorie
gelezen in Niet alles is kunst een essay van Lennaart Allan

niet alles is kunst( wat vooraf ging ) In zijn essay een pleidooi voor een herwaardering van de representatietheorie in de bundel Niet alles is kunst zoekt Lennaart Allan naar de oorsprong van de Institutionele Theorie. Deze kunsttheorie is ontstaan na de revolutie van de ready made, waardoor in de moderne kunst alles (en zelfs niets) tot kunst bevorderd kan worden. De Amerikaanse filosoof en kunstcriticus Arthur Danto (*1924) was de eerste die in zijn essay The Artworld (1964) tot een formulering van de Institutionele Theorie is gekomen. Tien jaar zou George Dickie (*1926) deze theorie in zijn boek Art and the Aesthetic: An Institutional Analysis nog verder verfijnen.

Wat houdt de Institutionele Theorie van Arthur Danto en George Dickie precies in? De kortste samenvatting van deze theorie is: Kunst berust op iets buiten het kunstwerk, namelijk theorie. De theorie is dus een cirkelredenering en daarom kan ook letterlijk alles of niets tot kunst worden bevorderd. Met de Institutionele Theorie kan de kunstwereld zijn mantra’s laten rondzingen. Zo zegt Anna Tilroe kunstcriticus van de Volkskrant: “Kunst is context". Haar collega Cornel Bierens van NRC Handelsblad is sarcastisch: “het is beeldende kunst omdat de beeldende kunstclub het zegt, zoals televisie televisie is omdat het televisietoestel het doorgeeft.”

Het essay The Artworld (1964) van Arthur Danto had veel invloed. Een bekende passage uit dat essay is Danto’s reflectie op de Brillo Boxes (1963) van Andy Warhol. Volgens Danto was dit de culminatie en het eindpunt van de geschiedenis, omdat de essentie van kunst hierin zou worden onthuld:

Brillo Boxes 1963Wat uiteindelijk het verschil maakt tussen een Brillo-doos en een kunstwerk dat bestaat uit een Brillo-doos, is een bepaalde kunsttheorie. Het is de theorie die de doos opneemt in de wereld van de kunst en hem beschermt tegen een terugval naar het object dat hij in werkelijkheid is (…) Zonder die theorie zal niemand hem als kunst zien, en om dat te kunnen inzien, moet men heel wat kunsttheorie beheersen plus een flink portie geschiedenis vande recente New Yorkse schilderkunst.
 
Bron: Arthur Danto in “The Artworld” (1964)

De Institutionele Theorie is dus eigenlijk het toverstafje waarmee alles tot kunst kan worden omgetoverd. De theorie is tegelijkertijd een zelfrechtvaardiging van veel hedendaagse kunst, waarvan je je kunt afvragen of het nog kunst is. De schrijvers van de essays in Niet alles is kunst stellen vast dat er door Institutionele Theorie grote verwarring is ontstaan over wat nu wél en wat nu géén kunst is, ook onder de ingewijden.

Kamagurka
© Kamagurka. uit: Harde Tijden, 1983

Juist omdat de Institutionele Theorie alles tot kunst kan maken, komt de kunst zélf in een crisis. Want welk onderscheid is er dan nog tussen kunst en niet-kunst? Om uit de verwarring te komen, moeten we terug naar de tijd dat de Institutionele Theorie nog niet bestond. Allan begint dan het spoor terug te volgen en komt eerst uit bij een voorloper van de Institutionele Theorie die door de Amerikaanse estheticus Morris Weitz werd geformuleerd. In zijn Philosophy of the Arts (1950) introduceerde hij het anti-essentialisme van Wittgenstein in de kunsttheorie. Het anti-essentialisme van Wittgenstein is historisch terug te voeren naar het nominalisme een stroming binnen de scholastiek, de middeleeuwse wijsbegeerte. Een volgende keer wil ik stil staan bij de filosofische fundering van de Institutionele Theorie, het nominalisme.

Niet alles is kunst
Diederik Kraaijpoel, Willem L. Meijer en Lennaart Allan
Uitgeverij Aspekt maart 2010, 310 pagina’s, ISBN 9789059118669

recensie over Niet alles is kunst door Stefan Beyst

woensdag 21 april 2010
de pelgrimstocht der mensheid
toegevoegd aan mijn verzameling geschiedenisboeken:
de pelgrimstocht der mensheid (1960)

Omdat ons beeld van de geschiedenis beperkt is, verzamel ik oude geschiedenis(school)boeken. Deze helpen mij de geschiedenis te bekijken vanuit de geschiedenis. Vandaag kocht ik de pelgrimstocht der mensheid die in 1937 voor het eerst verscheen en die in 1960 als vijf geïllustreerde deeltjes in de Phoenix pocketreeks nog een vijfde en laatste druk beleefde.

de pelgrimstocht der mensheid
de pelgrimstocht der mensheid
uitgeverij De Haan, 1937-1960

Een halve eeuw geleden was de titel eigenlijk al over de houdbaarheidsdatum heen, maar uitgeverij De Haan durfde het nog aan. De vijf deeltjes uit 1960 zien er even puntgaaf als ongelezen uit. Dat gaat nu allebei veranderen. Ik kon mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en heb alvast gekeken hoe het afloopt met de pelgrimstocht der mensheid. De allerlaatste bladzijde uit de laatste en herziene druk van het vijfde deel, waarin ook de Tweede Wereldoorlog is opgenomen, eindigt als volgt:

Blijft echter de grote vraag, die ieder mens zich geregeld stelt (althans stellen moet): maar… zijn wij wel op weg naar vrede, gaan wij wel, zij het met vallen en opstaan, omhoog of glijden wij integendeel steeds verder af naar een nieuwe catastrofe? Op deze vraag behoeft (gelukkig!) en kan (helaas!) de geschiedschrijver van het jongste verleden, van de eigen tijd dus, geen antwoord op geven. Welbewust laat hij daarom dit overzicht van ’s mensen tocht door twintig eeuwen in oktober 1960 eindigen met een vraagteken, maar ook… met een afbeelding van het gebouw der Verenigde Naties.
 
Prof. Dr. C.D.J.Brandt in De pelgrimstocht der mensheid
united nations headquarters
De pelgrimstocht der mensheid eindigt in 1960
bij het hoofdkwartier van de Verenigde Naties
dinsdag 20 april 2010
de humptydumptisering van de kunst
gelezen uit Niet alles is kunst een essay van Lennaart Allan:
een pleidooi voor de herwaardering van de representatietheorie

The Shock of the NewIn 1982 was op de Nederlandse televisie de documentaireserie The shock of the new te zien die ging over de aardverschuiving in de beeldende kunst aan het begin van de twintigste eeuw. Deze serie vormde voor mij een aanleiding om voor mijn eindexamen voor het vak geschiedenis een scriptie te schrijven over het ontstaan van de abstracte kunst. Bovendien zou ik na mijn eindexamen naar de kunstacademie gaan dus het leek mij een uitstekende voorbereiding. Als leidraad voor mijn werkstuk koos ik voor een uitspraak van Paul Klee: “Moderne kunst geeft niet het zichtbare weer, maar maakt zichtbaar.” Ik was ervan overtuigd dat moderne beeldende kunst visionair is en een groter bereik heeft dan traditionele kunst die niet verder komt dan reproduceren van het bekende, terwijl we in de moderne kunst geconfronteerd worden met het nieuwe. En honderd jaar geleden veroorzaakte dat een schok.

The Shock of the New van en met de Australische kunstcriticus Robert Hughes was eigenlijk een terugblik op het modernisme. In 1982 hoorde je het woord ‘postmodern’ nog nauwelijks. De Franse filosoof Jean-François Lyotard gaf het woord in La condition postmoderne (1979) een filosofische lading en in de loop van de jaren tachtig ging men steeds vaker de term postmodernisme gebruiken in het besef dat het modernisme ten einde was. De manifesten die in de eerste decennia van de vorige eeuw geschreven werden, zijn nu ouderwets. Als postmoderne eenentwintigste eeuwers kunnen we de utopische visie van het jonge modernisme niet meer delen, een enkele stokoude modernist onder ons daargelaten. Nu zijn het tijdsdocumenten geworden en vanuit postmodernistisch oogpunt zelfs gevaarlijk. Want ‘de Nieuwe Mensch’ en zijn ‘Nieuwe Kunst’ passen niet per toeval precies bij de totalitaire ideologieën die in de twintigste eeuw een apocalyps hebben voortgebracht. Wij, de erfgenamen van het modernisme zoeken nu in zekere zin onze veiligheid in het huis van het postmodernisme. Laten we het klein en bij onszelf houden en laten we vooral geen grote woorden meer gebruiken. Het modernisme is definitief door het postmodernisme ten grave gedragen.

Ruim een kwarteeuw later ben ik anders tegen het modernisme aan gaan kijken. Ik herkende mij in de visie van Robert Hughes die vijfentwintig jaar later in 2004 de documentaire The New Shock of the New maakte, waarin hij probeerde te volgen hoe de hedendaagse kunst zich na 1982 ontwikkeld had. Hij was daar niet optimistisch over. Grootstedelijke celebrity en het grote geld hadden volgens hem de hedendaagse kunst verziekt en de kunstwereld was gaan lijken op de schijnwereld van de showbizz. Dat was voor een deel de erfenis van Andy Warhol, maar had ook te maken met de gekte op de financiële markten die overgeslagen was op de kunstwereld. Kunstmakelaars, kunstbobo’s en hypes hadden de hedendaagse kunst steeds meer in hun greep gekregen, waarbij kunstenaars soms niet meer te onderscheiden waren van yuppies of beurshandelaren. Robert Hughes in gesprek met Jeff KoonsJeff Koons is daar het prototype van. Hughes kon weinig waardering voor zijn werk opbrengen, maar zocht Koons toch op omdat zijn werk exemplarisch is voor de kunst van de neoliberale jaren negentig. Hughes luisterde onbewogen naar Koons mantra’s die New Yorkse kunstmakelaars en galeriehouders zo graag reproduceren.

Bij het verschijnen van the new shock of the new in 2004 schreef Hughes:

Styles come and go, movements briefly coalesce (or fail to, more likely), but there has been one huge and dominant reality overshadowing Anglo-Euro-American art in the past 25 years, and The Shock of the New came out too early to take account of its full effects. This is the growing and tyrannous power of the market itself, which has its ups and downs but has so hugely distorted nearly everyone’s relationship with aesthetics. That’s why we decided to put Jeff Koons in the new programme: not because his work is beautiful or means anything much, but because it is such an extreme and self-satisfied manifestation of the sanctimony that attaches to big bucks. Koons really does think he’s Michelangelo and is not shy to say so. The significant thing is that there are collectors, especially in America, who believe it.
 
Bron: guardian.co.uk

Wanneer je dit nu leest, valt de parallel met de kredietcrisis onmiddellijk op. Het bedrog dat in de financiële wereld mogelijk is, is ook in de kunstwereld mogelijk. Hughes: “in art, it can. And since it can, as Bill Clinton remarkes in another context, it does.”


Robert Hughes: The Business of Art.
Damien Hirst is all hype

Tijdens zijn bezoek aan David Hockney zag je de kunstcriticus weer delen in de verwondering en de nieuwsgierigheid van de kunstenaar. Hughes had het duidelijk gehad met de mindgames die er in de hedendaagse en conceptuele kunst gespeeld worden en besloot zijn documentaire met de vraag waarover kunst hoort te gaan. Zijn antwoord was kort en duidelijk: beauty. Daarmee keerde hij terug naar de klassieke opvatting over kunst.

niet alles is kunstDe vooruitgangsidee dat alles, dus ook kunst, steeds beter, bewuster en universeler wordt en die door het modernisme werd uitgedragen, is uitgewerkt en lijkt in het postmodernisme zelfs geïmplodeerd. Postmodernisme is anti-utopisch en kent geen vooruitgang meer. Alles kan. Maar is dat wel zo? De klassieke drieslag het schone, het ware en het goede wordt door postmoderne ogen met wantrouwen bekeken. Omdat deze drieslag mij zo lief is, ben ik blij als de schijnbaar tolerante houding van het postmodernisme kritisch bekeken wordt. Vorige maand verscheen bij uitgeverij Aspekt de essaybundel Niet alles is kunst met daarin drie essays van Diederik Kraaijpoel, Willem L.Meijer en Lennaart Allan. Het essay van Lennaart Allan is voortgekomen uit het artikel we laten ons niet langer voor de gek houden , een essay van Lennaart Allan dat op 10 september 2005 in de weekendbijlage Letter & Geest van Trouw verscheen. Zijn betoog geeft een helder inzicht in een ontwikkeling in de twintigste eeuwse kunst die heeft geleid tot een vervreemding tussen kunst en samenleving en is tegelijkertijd te lezen als een pleidooi voor de herwaardering van de representatietheorie zoals hij zijn essay zelf noemt.

Allan probeert met zijn essay de wortels van de hedendaagse kunst(theorieën) te belichten vanuit een filosofisch, kunsthistorisch en kunsttheoretisch standpunt. Om de oorsprong van de hedendaagse kunst(theorieën) bloot te leggen, gaat Allan eerst bijna honderd jaar terug naar Duchamp en dan weer honderd jaar naar de Romantiek. Daarna volgt hij het spoor verder terug en belandt via de scholastiek bij de klassieke filosofen Aristoteles en Plato. Tenslotte eindigt hij bij de pre-socraten Parmenides en Heraclitos. Binnen het bestek van nog geen negentig pagina’s komt dus de westerse filosofie in volgelvlucht voorbij. In de filosofie komt het rijtje Kant, Fichte, Schelling, Hegel, Schopenhauer, Marx en Nietzsche aan bod en wat de kunstbeschouwing betreft, gaat hij in op de kunsttheorieën van Claude Henri de Saint-Simon, Gabriel-Désiré Laverdant, Charles Batteux, Arthur Danto, Morris Weitz en George Dickie. Ook verwijst hij naar hedendaagse denkers als Stephen Halliwell, Merlin Donald, Mark Lilla en Stefan Beyst.

Het essay begint met enkele voorbeelden van wat je naar analogie van sportverdwazing ook wel kunstverdwazing zou kunnen noemen. Een schoonmaakster die enkele volle asbakken en vuile bierglazen opruimt en daarna hoort dat het een kunstwerk (van Damien Hirst) is. Haar eerlijke reactie: “ik wist niet dat het kunst was.” Om aan te tonen dat er niet alleen onder schoonmakers maar ook onder museumdirecteuren en conservatoren zélf verwarring is over wat wél en wat géén kunst is, geeft hij nog een ander voorbeeld, waaruit blijkt dat men het in de kunstwereld soms ook niet meer precies weet. De verwarring is dus alom. We weten het gewoon niet meer goed. Allan stelt vast dat er iets niet klopt en opent zijn betoog met de vraag “hoe is dat zo gekomen?”

fountain van Marcel DuchampWaar komt de verwarring over wat kunst nu precies is eigenlijk vandaan? Daarvoor gaat Allan eerst terug naar Marcel Duchamp. Misschien is Duchamp wel de meest invloedrijke kunstenaar van de twintigste eeuw geweest. Wat de kwantummechanica voor de moderne natuurkunde is, dat is de ready made voor de moderne kunst. De ready made, de naam zegt het al, is een voorwerp dat reeds gemaakt is en wat tot kunst wordt bevorderd. Dat is mogelijk doordat we met elkaar afspreken dat het kunst is. Bij de navolgers van Duchamp, bijvoorbeeld bij Yves Klein, fluxus, neo-dada en pop-art kan een ready made zelfs (van) alles zijn. Of letterlijk niets. Zo staat op de achterflap van ‘niet alles is kunst’ het volgende te lezen over een project van kunstenares Saskia Korsten:

Op 27 november 2004 berichtte de NRC dat de Italiaanse kunstenaar Luis Listoni van de gemeente Zwolle de opdracht had gekregen om in een buitenwijk een kunstwerk te plaatsen. Er werd een tent neergezet. Na een paar maanden mochten de wijkbewoners naar binnen. Iedereen gefopt: er was niets te zien. Een stem op een bandje legde uit dat het kunstwerk bestond uit deze lege tent. Het ging om de kunst van het weglaten, ‘tot de essentie van het niets overblijft’. De grap kostte 138.000 euro.

Marcel Duchamp kon ik als achttienjarige wel waarderen om de kwajongensstreek waarmee hij de kunst op zijn kop had gezet. Samen met een schoolvriend die ook naar de kunstacademie zou gaan, hadden we ons niet aangesloten bij de punk (veel te mainstream vonden we) maar bij Dada. Begin jaren tachtig hing er een donkere wolk boven Nederland, in de vorm van jeugdwerkloosheid en kernbewapening. We herkenden ons in de ‘vrolijke’ reactie van de dadaïsten op de zelfvernietiging van de burgerlijke maatschappij tussen 1914 en 1918. Als de wereldleiders de boel belazerden, dan kon de jeugd hen een spiegel voorhouden. Dada was bewust anti-kunst omdat ze tegen het oude Europa was die de jeugd als kanonnenvoer naar het front liet marcheren. Dada was dus niet bedoeld als kunst maar werd als dadaïsme wel gecanoniseerd in de twintigste eeuwse kunstgeschiedenis.

Marcel Duchamp
de tandartsnota van Marcel Duchamp uit 1919 als kunstwerk

Marcel Duchamp speelde een grote rol als het gaat om de omkering anti-kunst in kunst. Hij was een uitstekend schaker en zijn (anti)kunst was dan ook een uitkomst van zijn strategisch denken. Met de introductie van de ready made hoefde een kunstenaar zelf niets meer te maken. Het enige wat nodig was, was de bevordering tot kunstwerk. Duchamp is de vader van de conceptuele kunst, van de nieuwe kleren van de keizer. Wat gebeurt er eigenlijk als je een voorwerp tot kunst bevordert en de ander accepteert dat? Allan noemt een bekende annekdote uit het leven van Duchamp. Deze werd gevraagd een werk in te zenden voor een tentoonstelling van zelfportretten. Hij stuurde een telegram naar de galeriehouder met de mededeling: “This is a portrait if I say this is a portrait”. De galeriehouder hing het telegram op de tentoonstelling tussen de ingezonden zelfportretten. Toen het op een betaling van het ingezondene aankwam, stuurde de organisator een telegram terug naar Duchamp met de boodschap “This is a cheque, if I say this is a cheque.” Duchamp werd dus met een voorspelbare tegenzet geconfronteerd, maar was evenwel niet meer van het bord te vegen. Hij had namelijk zelf de regels van het spel bepaald en de ander had met hem meegespeeld. Bij dit spel verwijst Allan naar Humpty Dumpty, het eivormige mannetje uit het boek Through the Looking Glass, het vervolg van Alice in Wonderland.

Humpty Dumpty
Humpty Dumpty uit Alice in Wonderland geïllustreerd door John Tenniel, 1871
“Als ik een woord gebruik", zegt Humpty Dunpty op een nogal boze toon, “dan betekent het precies wat ik kies dat het betekent - niets meer en niets minder.” “De vraag is", zei Alice, “of je woorden wel zulke verschillende dingen kunt laten betekenen.” “De vraag is", zei Humpty Dumpty “wie er de baas is - dat is alles.”
 
uit: Through the Looking Glass van Lewis Carroll

De ready made, waar Duchamp de geestelijk vader van is, bestaat bij gratie van de acceptatie door de kunstwereld. Anders gezegd: de kunstwereld geeft zich over aan de macht van de individuele kunstenaar die een voorwerp, alles of zelfs niets tot kunst heeft bevorderd. Achter de ready made gaat dus een machtsspel verborgen.

Merda d’artista uit 1961Zo kreeg de Italiaanse kunstenaar Piero Manzoni het in 1961 voor elkaar zijn eigen ingeblikte uitwerpselen te verkopen. Nu hebben bijna alle grote musea voor moderne kunst in de wereld een geel blikje poep van Manzoni in hun collectie. Poep als kunst. Het is duidelijk dat Duchamp’s ready made een revolutie in de kunst van de 20e eeuw heeft veroorzaakt. Daarom was er ook een nieuwe kunsttheoretische fundering nodig. Maar je zou ook kunnen zeggen, dat de moderne kunst die door de ready made op zijn kop gezet werd, gerechtvaardigd moest worden. Deze rechtvaardiging werd de Institutionele Theorie. Een volgende keer meer hierover…

Niet alles is kunst
Diederik Kraaijpoel, Willem L. Meijer en Lennaart Allan
Uitgeverij Aspekt maart 2010, 310 pagina’s, ISBN 9789059118669

recensie over Niet alles is kunst door Stefan Beyst

maandag 19 april 2010
Amerikaanse Burgeroorlog [ 9 ]
het Anacondaplan van generaal Winfield Scott

Na de Eerste Slag bij Bull Run (First Manassas) op 21 juli 1861 was het voor de Unie duidelijk geworden dat de oorlog langer zou gaan duren dan men aanvankelijk had gedacht. President Lincoln besloot tot de uitvoering van het Anaconda Plan. Omdat het Zuiden zonder toevoer van middelen van buiten niet zou kunnen overleven, werd besloten om het Zuiden af te knijpen. De Unie beschikte over een moderne vloot van zgn. ironclads die superieur waren vergeleken bij de houten schepen van de geconfedereerde staten. De Unie breidde haar vloot uit en begon aan een blokkade van de 5600 km. lange kustlijn tussen Virginia en Mexico. In het Westen draaide alles over de heerschappij op de Mississippi, terwijl in het Noorden de staat Tennessee werd ingenomen. Deze reusachtige omsingeling moest het Zuiden tenslotte op de knieën dwingen. Gedurende de hele Amerikaanse Burgeroorlog bleef het Anacondaplan de strategie van de Unie bepalen.

het Anaconda Plan
cartoon van het Anacondaplan
“It is the design of the Government to raise 25,000 additional regular troops, and 60,000 volunteers, for three years. … We rely greatly on the sure operation of a complete blockade of the Atlantic and Gulf ports soon to commence. In connection with such blockade, we propose a powerful movement down the Mississippi to the ocean, with a cordon of posts at proper points … the object being to clear out and keep open this great line of communication in connection with the strict blockade of the seaboard, so as to envelop the insurgent States and bring them to terms with less bloodshed than by any other plan.”
Winfield Scott (letter to McClellan)

Winfield ScottHet Anacondaplan werd in 1861 voorgesteld door de Noordelijke generaal Winfield Scott als strategie om de Amerikaanse burgeroorlog te winnen met minimale verliezen, door de Geconfedereerde Staten van Amerika op zee te blokkeren en door de controle over de Mississippi (rivier) over te nemen. Het plan bestond uit twee onderdelen: 1. Blokkade van de kust en havens van de Zuidelijke staten om de export van katoen en andere producten te voorkomen, en om de import van oorlogsmaterieel tegen te houden. 2. Afsnijden van de zuidwestelijke staten van de rest van het Zuiden door de Mississippi-rivier over haar gehele lengte te controleren.
 
Bron: nl.wikipedia.org

zondag 18 april 2010
Amerikaanse Burgeroorlog [ 8 ]
foto’s van de Amerikaanse Burgeroorlog

Roger Fenton was de eerste oorlogsfotogaaf uit de geschiedenis en zijn naam is voor altijd verbonden met de Krimoorlog (1853-1856). Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) had de fotografie zich verder ontwikkeld en Matthew Brady kon al een kortere sluitertijd gebruiken dan zijn collega Fenton tien jaar eerder. Toch waren actiefoto’s nog steeds niet mogelijk. Brady’s oorlogsfoto’s zijn dan ook vooral foto’s van slagvelden bezaaid met lijken of van geduldig poserende mannen.

civil war
A regimental fife-and-drum corps 111-B-328
civil war
Amputation being performed in a hospital tent, Gettysburg July 1863. 79-T-2265
civil war
U.S.S. St. Louis first Eads ironclad gunboat, renamed the Baron de Kalb in October 1862. 165-C-630

Overigens was de Amerikaanse Burgeroorlog niet de eerste oorlog op Amerikaanse bodem die gefotografeerd is. Vijftien jaar daarvoor vochten Amerika en Mexico de Mexican-American War (1846-1848) uit en daar zijn nog enkele vroege foto’s, zg, daguerreotypes van overgebleven, maar de fotografen zijn anoniem gebleven.

civilwarphotos.net | de Amerikaanse Burgeroorlog in foto’s

zaterdag 17 april 2010
Amerikaanse Burgeroorlog [ 7 ]
historische filmpjes met oorlogsveteranen op youtube

Over drie jaar is de slag bij Gettysburg 150 jaar geleden. In 1958 stierf de allerlaatste veteraan van de Amerikaanse Burgeroorlog. Maar in juli 1938 waren er tijdens de 75e herdenking nog 1800 civil war veterans aanwezig. Het zijn mooie beelden van stokoude mannen met baarden, allemaal geboren tegen het midden van de vorige vorige eeuw. En President Roosevelt houdt een toespraak in de eeuwige schaduw van Lincoln’s Gettysburg Adress.


Gettysburg, 75th Anniversary, 1938

Op youtube kwam ik zelfs nog een filmpje tegen uit 1914, opgenomen in Jacksonville, Florida, waar 40.000 geconfedereerde veteranen bijeenkwamen. 51 jaar na Gettysburg waren sommigen nog fit genoeg om een dansje te maken.


Confederate Veterans Convention, 1914
een filmpje met een hoog ZZ top gehalte
vrijdag 16 april 2010
Amerikaanse Burgeroorlog [ 6 ]
de oorlog in prenten: Harper’s Weekly (1861-1865)

Op de website sonofthesouth.net ontdekte ik uniek historisch materiaal over de Amerikaanse Burgeroorlog. Alle uitgaven van het legendarische Harper’s Weekly uit de jaren 1861-1865 zijn hier te bekijken met afbeeldingen in hoge resolutie en alle tekst in HTML gecodeerd. Dat is nog eens archiveren! Je kunt hier eindeloos teksten scannen en fraaie gravures downloaden. Harper’s Weekly hield een groot aantal illustratoren (waaronder Winslow Homer) en graveurs aan het werk. In de 19e eeuw was het nog niet mogelijk om foto’s met een halftoonraster af te drukken en werden in kranten gravures gebruikt als illustratie. Vaak diende een foto als uitgangspunt voor een gravure.

John Burns in Harpers Weekly
John L. Burns inwoner van Gettysburg gefotografeerd in juli 1863. De graveurs volgden de foto maar gaven er vaak een eigen draai aan.
Harpers Weekly artist
Alfred R. Waud een illustrator van Harper’ s Weekly op het slagveld van Gettysburg, juli 1863

Harper’s Weekly (1857-1916)

Harpers Weekly

Harper & Brothers publishing was started in 1825 by James, John, Fletcher and Wesley Harper. Following the successful example of the Illustrated London News, Fletcher began publishing Harper’s Monthly in 1850. The publication was more intent on publishing established authors such as Dickens and Thackeray, but was a great enough success to begin publishing the Harper’s Weekly in 1857. By 1860 the Weekly’s circulation had reached 200,000. Illustrations were an important part of the Weekly’s content, and it developed a reputation for employing some of the most renowned illustrators, notably Winslow Homer, Granville Perkins and Livingston Hopkins. Among its recurring features were the political cartoons of Thomas Nast who was recruited in 1862 and would remain with the Weekly for more than 20 years. Nast was a feared caricaturist, considered by some the father of American political cartooning. He was the originator of the use of animals to represent the political parties—the Democrats’ donkey and the Republicans’ elephant—as well as the familiar character of Santa Claus. So as not to upset its wide readership in the South, Harper’s took a moderate editorial position on the issue of slavery. For this it was called by the more hawkish publications “Harper’s Weakly.” The Weekly supported the Stephen A. Douglas presidential campaign against Abraham Lincoln, but as the American Civil War broke out, Lincoln and the Union received full and loyal support of the publication. Arguably, some of the most important articles and illustrations came from the Weekly’s reporting on the war. Besides renderings by Homer and Nast, Harpers also published illustrations by Theodore R. Davis, Henry Mosler, and the brothers Alfred Waud and William Waud. ( Bron: en.wikipedia.org )

Harper's
In Franklin, Tennessee worden op 9 juni 1863 twee zuidelijke spionnen opgehangen. (We are indebted to Mr. James K. Magie, of the 78th Illinois Regiment, for the sketch of the execution of the two rebel spies, Williams and Peters, who were hanged by General Rosecrans on 9th inst.)
Harpers Weekly
een typische ‘center spread’ uit Harper’s Weekly. de graveurs maakten overuren om de oorlogsverslaggeving visueel te ondersteunen

sonofthesouth.net | harpers archive 1850-2010 | civilwarphotos.net

donderdag 15 april 2010
Amerikaanse Burgeroorlog [ 5 ]
Abraham Lincoln’s Gettysburg Adress op 19 november 1863
vandaag is het 145 jaar geleden dat Abraham Lincoln werd vermoord

De korte en simpele toespraak die Abraham Lincoln op 16 november 1863 in Gettysburg hield, is in de Verenigde Staten een canonieke tekst die al door generaties Amerikaanse schoolkinderen uit het hoofd is geleerd. Lincolns woorden zijn vereeuwigd op het Lincoln Memorial in Washington. Ook op het Lincoln Monument in Gettysburg staat de volledige tekst van zijn toespraak.

Gettysburg Adress Monument
het Lincoln Adress Monument door Henry Kirke Bush-Brown bij het Gettysburg Battlefield, opgericht in 1912
Gettysburg Adress
Lincoln’s Gettysburg adress
in de New York Times van 20 november 1863
Zevenentachtig jaar geleden brachten onze voorvaders op dit continent een nieuwe natie voort, ontstaan in vrijheid en gewijd aan het beginsel dat alle mensen als gelijken zijn geschapen.
 
Nu zijn we verwikkeld in een grote burgeroorlog, die beproeft of die natie, of elke natie zo ontstaan en gewijd, zich lang kan voortzetten. We zijn bijeen op een groot slagveld van die oorlog. We zijn gekomen om een gedeelte van dat veld te wijden als laatste rustplaats voor hen die hier hun levens gaven opdat die natie mocht leven. Het is, al met al, gepast en juist dat we dit doen moeten.
 
Maar, in ruimer zin, kunnen we deze grond niet opdragen, wijden of heiligen. De dappere, al dan niet gesneuvelde mannen die hier streden hebben het gewijd, ver boven onze armzalige macht daaraan toe of af te doen.
 
Het zal de wereld amper opvallen, laat staan lang bijblijven wat wij hier zeggen, maar nooit zal ze vergeten wat zij hier deden. Veeleer is het aan ons, de navertellers, om hier te zijn gewijd aan het onvoltooide werk, hetwelk zij die hier vochten, tot dusver zo nobel hebben bevorderd. Veeleer is het aan ons om hier te zijn gewijd aan de grote voor ons overgebleven taak: dat we ons om deze geëerde doden des te nauwer mogen verbinden met de zaak aan welke zij voorgoed zijn gebonden; dat we hier plechtig beloven dat deze doden niet tevergeefs zullen zijn gestorven; dat deze natie, onder God, in nieuwe vrijheid zal herleven; en dat staatsbestuur van een volk, door een volk, voor een volk, niet van de aarde zal verdwijnen.
begrafenis van Lincoln
Amerika neemt afscheid van zijn geliefde president (gravure uit: Harper’s Weekly)

Gettysburg Adress [ en.wikipedia.org ]

woensdag 14 april 2010
Amerikaanse Burgeroorlog [ 4 ]
gisteren gezien op DVD: Gettysburg (1993)
een eerbetoon aan de 58.000 dodelijke slachtoffers van Gettysburg

The Killer AngelsGettysburg is het Waterloo van de Verenigde Staten en keerde het tij voor Robert E. Lee. De eerste oorlogsjaren had deze briljante generaal van de geconfedereerden met zijn leger vooral overwinningen behaald op het leger van de Unie. Na Gettysburg zouden de kaarten anders op tafel komen te liggen. Michael Shaara schreef over deze bloedigste veldslag die ooit op Amerikaans grondgebied is uitgevochten, de roman The Killer Angels (Pulitzerprize 1974) waarop de film Gettysburg (1993) gebaseerd is. Zondag keek ik al naar God and Generals (2002) de verfilming (en prequel) van het gelijknamige eerste deel van Micheal Shaara’s zoon Jeffrey.

GettysburgGettysburg is een magistrale oorlogsfilm die zowel te bekijken is als een nauwkeurige reconstructie van de Slag bij Gettysburg als om de diepzinnige dialogen over leven of dood en over winnen of verliezen. De film doet een zeer gedetailleerd verslag van de strijd waarbij vele sleutelpersonages optreden en er geschakeld worden tussen evenzovele sleutelposities aan beide zijden van het front. Het is een knappe prestatie van regisseur Ronald F. Maxwell dat hij het verhaal heel precies vertelt en toch de vaart en de spanning erin weet te houden. De langdradigheid van de de prequel God and Generals heeft Gettysburg gelukkig helemaal niet. Het verslag begint op de avond van 30 juni en volgt de strijd die de volgende dag uitbreekt en de daaropvolgende dagen tot de avond van 3 juli wanneer Lee besluit om zich terug te trekken. Bij het schakelen tussen de posities aan het front worden telkens onderschriften gebruikt. Er worden zoveel personages opgevoerd dat je wel met al je aandacht bij de film moet blijven.

In het verhaal komen talloze namen voorbij en er zijn zeker tien belangrijke figuren: luitenant general James Longstreet (Tim Berenger), kolonel Joshua Chamberlain (Jeff Daniels), generaal Robert E. Lee (Martin Sheen), sergeant “Buster” Kilrain (Kevin Conway), luitenant Thomas Chamberlain (Thomas Howell), brigadier generaal John Buford (Sam Elliott), brigadier generaal Lewis A. “Lo” Armistead (Richard Jordan), majoor generaal Winfield Scott Hancock (Brian Mallon) en majoor generaal George Pickett (Stephen Lang), luitenant generaal Richard S. Ewell (Tim Scott) en majoor generaal Henry Heth (Warren Burton). Oorlog was 150 jaar geleden een mannenwereld en in Gettysburg zit dan ook geen enkele vrouwelijke rol. De enige vrouwen die je in de filmziet, zijn een paar Pennsylvanische vrouwen aan de kant van de weg die de colonne voorbijzien trekken en de enkele tekst die door een vrouw wordt uitgesproken luidt “Ik dacht dat de oorlog in Virginia was!”

Gettysburg focust vooral op de generaals aan beide zijden, uiterst gewetensvolle mannen die eigenlijk geen oorlog willen. Daardoor komt de verschrikking van de oorlog angstaanjagend dichtbij. Want beide partijen hebben toch besloten het conflict met geweld te beëindigen en hebben zich daardoor in een oorlog gestort waarvan ze aan het begin niet konden vermoeden wat dat betekende. Oorlog is een duivelse onderneming, een cultus van het kwaad waarbij de eer van goedwillende mannen gebruikt wordt om dood en verderf te zaaien. Als Gettysburg een boodschap heeft, is het deze: het zijn de goedwillenden die oorlog voeren, degenen die eigenlijk geen oorlog willen, maar die zich tot oorlog hebben laten verleiden.

sterfscene van generaal Reynolds
sterfscene van generaal Reynolds
deze wordt door de art director van Gettysburg in de vorm gegoten van een tableau vivant dat geïnspireerd is door het iconische tafereel van de dood van generaal Wolfe door Benjamin West
generaal Reynolds dood
de plaats waar generaal Reynolds dodelijk getroffen raakte vlak na de slag gefotografeerd door oorlogsfotograaf Matthew Brady en als gravure gepubliceerd in Harper’s Weekly

In werkelijkheid waren het natuurlijk niet alleen maar gewetensvolle mannen die meevochten. Dat de generaals aan beide zijden als killer angels worden voorgesteld, komt waarschijnlijk omdat de Amerikaanse Burgeroorlog een broedermoord is geweest. Ook daarom focust het verhaal in op de twee broers Joshua en Thomas Chamberlain en op de generaals Armistead en Hancock, twee oude vrienden die aan het front plotseling tegenover elkaar komen te staan. Elke oorlog is broedermoord, en bij een burgeroorlog is de hartverscheurendheid van deze broedermoord een blijvend trauma. “Zegt u generaal Hancock dat het mij spijt.” huilt de generaal Armistead tegen een van de noordelijken wanneer hij in de vijandelijke stellingen dodelijk gewond is geraakt. De broers Joshua en Thomas Chamberlain zijn op de avond na de slachting in shock. Ze kunnen niets meer zeggen, kijken elkaar met een lege blik aan en omhelzen elkaar. De slachting van Gettysburg was een broedermoord, een humanitaire ramp, zoals elke moord (laat staan een oorlog) een broedermoord en een humanitaire ramp is. Tijdens de slachtpartij bij Gettysburg (1-3 juli 1863) vielen 58.000 doden, bijna net zoveel als tijdens de hele oorlog in Vietnam (58.177 doden).

Joshua ChamberlainThe Killer Angels
Joshua Chamberlain tegen sergeant Buster Kilrain: Zeg ’s Buster, wat vind jij van negers?
Buster: Als u het ras bedoelt, ik weet het echt niet. Daar hoef je je niet voor te schamen. ‘t Gaat erom dat je een ras niet kunt veroordelen. Het is achterlijk om een groep als geheel te veroordelen. Je moet mensen op zich beoordelen.
Chamberlain
: Voor mij was het nooit een verschil.
Buster: Helemaal niet?
Chamberlain
: Ik ken niet veel bevrijde slaven, maar de paar die ik ken… als je hen in de ogen keek, zag je ‘n mens. Een goddelijke vonk zei mijn moeder dan. En daar gaat ‘t om, alle rassen zijn mensen. (stilte) Wat zit de mens mooi in elkaar. Volmaakt toegerust voor zijn taak. Zijn daden gelijken die van een engel.
Buster: Hij mag misschien wel een engel zijn, maar dan is hij wel een moordende engel. Kolonel, u bent een goed mens. Er is een groot verschil tussen ons, maar toch bewonder ik u. U bent een idealist, God zij geloofd. De waarheid is dat er geen goddelijke vonk bestaat. Er zijn veel mensen met evenveel waarde als een dode hond. Als je ze elkaar op ziet hangen, zoals in mijn oude land (Buster komt uit Ierland). Gelijkheid? Ik vecht ervoor om te bewijzen dat ik beter ben dan zij. Wanneer hebt u ooit die goddelijke vonk gezien, kolonel? Waar hebt u die prachtige gelijkheid waargenomen? Geen twee dingen op aarde zijn gelijk of hebben gelijke kansen. Veel mensen zijn slechter dan mij. Sommigen zijn beter. Maar ik geloof niet dat ras of land maar iets uitmaakt. Wat er toe doet is rechtvaardigheid. (stilte) En daarom ben ik hier. Ik wil beoordeeld worden op mijn eigen verdiensten, niet op die van mijn vader. Ik ben Kilrain en ik vervloek alle hoge heren. Er is maar één aristocratie. En die zit hier (wijst naar zijn hersens). En daarom moeten we deze oorlog winnen.
(uit: The Killer Angels)

Generals can do anything.
There’s nothing so much
like a god on earth
as a General on a battlefield.

Kolonel Joshua Chamberlain

gevechten om little round top
de strijd om little round top op 2 juli 1863 behoorde tot de bloedigste gevechten tijdens de Slag bij Gettysburg

John BufordJohn Buford: Wij vallen dapper aan. En we worden dapper afgeslacht. En na afloop slaan de hoge heren zich van trots op de borst omdat het zo’n dappere aanval was. Devin, ik ben al heel lang soldaat. En ik heb nog nooit zo duidelijk iets voor ogen gezien. Alsof ik die blauwe troepen echt zie tijdens die bloedige gebeurtenis. Hoe ze die helling opgaan naar de top. Alsof het al gebeurd is. Alsof het al een herinnering is. Het heeft een vreemde, oneigenlijke helderheid. Alsof morgen al gebeurd is en je er niets meer aan kunt doen. Het gevoel dat je soms hebt als je weet dat een aanval zal mislukken. Maar je kunt ‘m niet voorkomen. Je moet ‘m zelfs helpen mislukken.
(uit: The Killer Angels)

We will charge valiantly…
and be butchered valiantly!
And afterwards men in tall hats and gold watch fobs will thump their chest and say what a brave charge it was.

Generaal John Buford

little round top
herdenking op little round top bij Gettysburg

Robert E. LeeRobert E. Lee tegen generaal James Longstreet (voordat de strijd op de tweede dag begint): We vrezen onze dood niet. Maar eens is het moment daar. We zijn er niet klaar voor dat er zoveel doden vallen. We verwachten wel af en toe een lege stoel. Als saluut voor omgekomen kameraden. Maar deze oorlog gaat maar door en er vallen steeds meer doden. We verwachten dat er mensen omkomen. Maar niet dat we allemaal omkomen en daarin ligt het gevaar. Als u aanvalt moet u alles geven. Dit is een zee van bloed en ik wil dat er een eind aan komt. Dit moet het laatste gevecht worden.
(uit: The Killer Angels)

When you attack, you must hold nothing back. You must commit yourself totally.
We are adrift here in a sea of blood and I want it to end.
I want this to be the final battle.

Robert E. Lee

slagveld op Google Maps
het slagveld bij Gettysburg op Google maps in terreinweergave

James LongstreetRobert E. Lee tegen generaal James Longstreet (na de verschrikkelijke nederlaag op de avond van 3 juli 1863): Ze sterven niet voor ons (generaals). Niet voor ons. Dat is nog enigszins een opluchting. Als deze oorlog doorgaat… en hij zal doorgaan. Wat kunnen we anders doen dan doorgaan? Het is altijd dezelfde vraag. Wat kunnen we anders doen? Als zij vechten, moeten we met ze mee vechten. En maakt ‘t uit wie er wint? Was dat ooit écht de vraag? Zal de almachtige God die vraag stellen aan het einde? (uit: The Killer Angels)

Gettysburg [ imdb.com ] | Gettysburg [ en.wikipedia.org ]

dinsdag 13 april 2010
Amerikaanse Burgeroorlog [ 3 ]
zondag gezien op DVD: Gods and Generals (2002)

Gods and GeneralsGettysburg van Ronald F. Maxwell uit 1993 was de verfilming van het middelste deel uit de befaamde trilogie van Michael en Jeffrey Shaara over de Amerikaanse Burgeroorlog. Bijna tien jaar later werd het eerste deel Gods and Generals verfilmd. Het derde deel The Last Full Measure zal onverfilmd blijven want Gods and Generals flopte terwijl de film zestig miljoen dollar had gekost. De veldslagen zijn uitstekend in beeld gebracht, maar over het geheel genomen is de film langdradig en traag en dat is regisseur Ronald F. Maxwell aan te rekenen. Zijn director’s cut duurt zelfs zes uur!

Gods and GeneralsDe twee zuidelijke generaals Stonewall Jackson (Stephen Lang) en Robert Edward Lee (Robert Duvall) en de noordelijke majoor Joshua Chamberlain (Jeff Daniels) spelen in Gods and Generals de hoofdrollen. Dat het verhaal vooral vanuit het zuidelijke perspectief verteld wordt, hoeft niet te verwonderen omdat Ted Turner voor de financiering van de film zorgde. Overigens speelt ‘The Mouth From The South’ zélf de rol van de zuidelijke kolonel Waller T. Patton. Net als in Gettysburg uit 1993, want ook deze film is door Turner geproduceerd.

Thomas Jonathan JacksonThomas Jonathan Jackson genaamd Stonewall (1824-1863) was een Amerikaans onderwijzer en militair. Hij werd beroemd als Zuidelijk generaal tijdens de Amerikaanse burgeroorlog als legerkorps-commandant in het Army of Northern Virginia van generaal Robert E. Lee. Krijgshistorici noemen zijn Shenandoah-campagne en zijn omsingeling van de Noordelijke rechtervleugel bij Chancellorsville briljant; maar daar tegenover stellen ze zijn zwakke en verwarde optreden tijdens de Zeven Dagen veldslagen rondom Richmond. Al met al wordt hij beschouwd als één van de meest talentvolle tactici in de militaire geschiedenis van de Verenigde Staten. “Stonewall” Jackson werd per abuis door zijn eigen troepen neergeschoten bij Chancellorsville en verloor een arm. Hij overleed enkele dagen later aan complicaties bij zijn verwondingen. Zijn dood was een zware tegenslag voor de Confederatie; na zijn verwonding, maar vóór zijn dood, zei generaal Lee: “Hij heeft zijn linkerarm verloren, maar ik mijn rechterarm.” (Bron: nl.wikipedia.org)

I regard the crime of desertion as a sin against the army of the Lord. Duty is ours,
the consequences are God’s

Generaal ‘Stonewall’ Jackson

Drie grote veldslagen worden in beeld gebracht: de Eerste Slag bij Bull Run (of Slag bij Manassas) (18 juli 1861), de Slag bij Fredericksburg (11-15 december 1862) en de Slag bij Chancellorsville (30 april - 6 mei 1863). Tijdens deze laatste veldslag raakte generaal Jackson door eigen vuur gewond en overleed kort daarop aan een longontsteking. Een maand later zou generaal Lee de noordelijken op eigen grondgebied aanvallen. De Slag bij Gettysburg (1-3 juli 1863) werd de bloedigste slag uit de Amerikaanse geschiedenis en is verfilmd in Gettysburg gebaseerd op The Killer Angels het tweede deel van de trilogie. De Slag bij Antietam (16-18 september 1862) wordt overigens overgeslagen.

Slag bij Chancellorsville
Generaal Stonewall Jackson wordt tijdens de Slag bij Chancellorsville door eigen vuur getroffen (Kurz and Allison, 1863)

De Amerikaanse Burgeroorlog (The Secession War voor de Zuidelijke Staten en The Civil War voor de Noordelijke Staten) is in de Verenigde Staten nog altijd springlevend. Het is het grootste trauma uit de geschiedenis van het land die het Vietnamtrauma honderd jaar later overschaduwt. In de Vietnamoorlog kwamen ruim 58.000 Amerikanen om terwijl in de Burgeroorlog het aantal doden op 618.000 wordt geschat, zeker tien keer zoveel. En daarbij moet je ook bedenken dat de VS ten tijde van de Burgeroorlog 32 miljoen inwoners had tegenover ruim 300 miljoen tegenwoordig. In de vier jaar (1861-1865) van de Burgeroorlog stierven meer Amerikaanse soldaten dan tijdens alle oorlogen waarbij Amerika in de twintigste eeuw betrokken was.

They carried one Bible. They believed in the same God. One side fought for God’s glory. The other for His kingdom on earth. But for the duration of the war God refused to take side.

Gods and Generals, trailer

straatgevechten in Fredericksburg
straatgevechten in Fredericksburg 1863
gravure uit Harper’s Weekly

Er zijn vele websites over deze zwartste episode uit de Amerikaanse geschiedenis, waaronder ook forums als civilwarinteractive.com waar bijna 150 jaar later levendig over de Civil/Secession War wordt nagepraat. En nog altijd is het verschil tussen de noordelijke en zuidelijke staten merkbaar, al is het al in de naamgeving van de veldslagen die door beide partijen vaak anders genoemd werden en worden. De veldslagen uit 1861-1865 worden door vrijwilligers nog altijd nagespeeld. Zo organiseert de Washington Civil War Association over drie weken in het weekend van 1 en 2 mei bij Fort Steilacoom (Washington) een reconstructie van de Slag om Fort Steilacoom door vrijwilligers.


reconstructie van de Slag om Fort Steilacoom door vrijwilligers. (Geen schokkende, wel schokkerige beelden.)

godsandgenerals.warnerbros.com | Gods and Generals [ en.wikipedia.org ]
Gods and Generals [ jeffshaara.com ]

maandag 12 april 2010
Amerikaanse Burgeroorlog [ 2 ]
149 jaar geleden werd het eerste schot in de Amerikaanse Burgeroorlog gelost
Fort Sumter
Fort Sumter 12 april 1861
Op 12 april 1861, om 04.30 uur ’s ochtends openden de Zuidelijke batterijen het vuur, recht op fort Sumter, en hielden dat 36 uur lang vol. Het garnizoen beantwoordde het vuur, maar zonder veel effect, omdat majoor Anderson niet toestond om kanonnen te gebruiken (omdat die teveel kans liepen door het Zuidelijke kanonvuur geraakt te worden). Op 13 april gaf het fort zich over en werd geëvacueerd. Volgens getuige-verslagen, zoals het bekende dagboek van Mary Chesnut, vierden de bewoners van Charleston groot feest ter gelegenheid van het begin van de strijd.
 
Bron: nl.wikipedia.org
beschieting van Fort Sumter
de bewoners van Charleston kijken op de daken van hun huizen naar de beschietingen van de geconfedereerden op fort Sumter (Harper’s Weekly, 4 mei 1861)


aanleiding Burgeroorlog tot 1820
| aanleiding Burgeroorlog 1820-1860
de aanval op fort Sumter op 12 april 1861

vrijdag 9 april 2010
Amerikaanse Burgeroorlog [ 1 ]
145 jaar geleden kwam er een einde aan de Amerikaanse Burgeroorlog
Omsingeld door een enorme overmacht kon Lee kiezen: vechten tot de laatste man voor een gedoemde confederatie, of zich overgeven en naar huis terugkeren. Robert E. Lee, de man die alles gegeven had voor zijn Virginia, besloot de koers te varen die het meeste moed vergde en het beste resultaat voor zijn manschappen op zou leveren: op 9 april 1865 tekende hij te Appomattox Court House de overgave van ‘the Army of Northern Virginia‘ aan ‘the Army of the Potomac‘. Met de overgave van Lee – meer dan wie ook het gezicht van de Geconfedereerde Staten van Amerika, meer dan wie ook de leider van de natie – scheen de vechtersziel van de confederatie ineen te storten. Hoewel er nog tot 13 mei 1865 schermutselingen waren, gaven de confederale strijdkrachten zich massaal over. Tegen juni 1865 was er geen confederaal leger meer, de confederale marine gaf de strijd in november op.
 
Bron: nl.wikipedia.org
overgave van Lee 9 april 1865
de capitulatie van generaal Robert E. Lee tegenover generaal Ulysses S. Grant in Appomattox Court House op 9 april 1865
Appomattox Court House in Virginia is de plaats waar de Zuidelijke generaal Robert E. Lee zich overgaf aan de Noordelijke commandant Ulysses S. Grant op 9 april 1865 in het huis van Wilmer McLean, waarmee effectief een einde kwam aan de Amerikaanse burgeroorlog.
 
Bron: nl.wikipedia.org

americancivilwar.com | civilwarhome.com | civilwar.org | civil-war.net
american civil war [ history.com ]

woensdag 7 april 2010
Willem & Anna
met Pasen gekocht in het Hermitage aan de Amstel in Amsterdam
De ridder en de grootvorstin van Michel Didier
Michel Didier - De ridder en de grootvorstinWillem II was de enige Romantische ridder die Nederland ooit heeft geregeerd en zijn exotische bruid Anna Paulowna bracht de praal van het Russische hof naar de Lage Landen bij de Zee, op het moment dat Romantische kunstenaars en dichters stonden te dringen om de nieuwe eenheidsstaat, het Koninkrijk der Verenigde Nederland, te bezingen. Willem II verzamelde niet alleen kunst op grote schaal, hij introduceerde de Romantische gotiek in Nederland en liet ‘middeleeuwse’ paleizen en vorstelijke onderkomens ontwerpen in heel Nederlanden in België. Na zijn dood wijdde Anna paleiszalen aan de nagedachtenis van haar ranke oorlogsheld.Voor het eerst zijn alle kunstuitingen rond Willem en Anna in één boek bijeengebracht, van de poëzie van Bilderdijk en Tollens tot de schilderijen van Kruseman en Koekkoek, van de Russisch-orthodoxe kapellen in Den Haag en Soestdijk tot de paleizen in Berlijn, Tervuren en Sint Petersburg. Een fascinerend tijdsgewricht komt tot leven: de Franse revolutie, Napoleon, de Slag bij Waterloo, de Tiendaagse Veldtocht, Van Speijk, Victoria en Thorbecke, de dynastieke verwikkelingen van de Oranjes en Romanovs, de Saksen-Coburgs, Bourbons en Bonapartes, kortom: Revolutie en Romantiek.
 
Bron: nnbh.com
Willem II, Anna Paulowna en hun kinderen
Willem II, Anna Paulowna en hun kinderen
door Jan Baptist van der Hulst
Willem II was ook een groot verzamelaar van kunstwerken uit de 15de tot de 19de eeuw. In zijn tijd had deze Oranje de grootste privé collectie van Nederland.
Dat Willem II een grote liefde voor de schone kunsten had, komt ruimschoots aan de orde. Didier is niet voor niets kunsthistoricus. Willem II wordt belicht als fervent aanhanger van de neogotiek en ook zijn eigen talenten als architect worden belicht. Willem II was ook een groot verzamelaar van kunstwerken uit de 15de tot de 19de eeuw. In zijn tijd had deze Oranje de grootste privé collectie van Nederland. Helaas moest deze collectie na zijn dood worden geveild om de schulden aan zijn zwager, de Tsaar van Rusland, te kunnen voldoen. Zo zijn vele belangrijke stukken, waaronder prachtige Rembrandts, uit Nederland verdwenen.
 
Zo meldt Didier bijvoorbeeld niet dat een deel van deze collectie op de veiling is gekocht door de Luxemburgse verzamelaar Pescatore, die vervolgens zijn collectie heeft nagelaten aan de stad Luxemburg. Zo is nog steeds een deel van de collectie van Willem II te zien in de Villa Vauban in Luxemburg.
 
Bron: oranje-nassau.org

Anna Paulowna 1855Anna Paulowna (1795-1865) was een dochter van tsaar Paul I van Rusland en diens vrouw Sophia Dorothea Augusta Louisa van Württemberg, in Rusland beter bekend als tsarina Maria Fjodorovna. Toen zij 6 jaar was werd haar vader vermoord en opgevolgd door zijn zoon Alexander I. In 1809 (ze was toen veertien jaar oud) heeft keizer Napoleon geprobeerd haar te trouwen, maar zijn verzoek werd afgewezen. Hij was toen op zoek naar een adellijke echtgenote, maar kreeg Anna’s hand niet, na verzet van Anna zelf en haar moeder tsaritsa Maria Fjodorovna, de vrouw van tsaar Paul I. In 1814 was er een plan geweest om Anna uit te huwelijken aan de Franse prins Karel, zoon van de latere koning Karel X. Maar doordat Anna direct na het huwelijk zich tot het katholicisme zou moeten bekeren, ging dit uiteindelijk niet door. Toen de verloving tussen de Nederlandse prins Willem II en de Engelse prinses Charlotte werd verbroken, werd Anna door haar broer, tsaar Alexander, hij was een goede vriend van kroonprins Willem, als geschikte huwelijkskandidate naar voren geschoven. Na een reis van bijna een maand arriveerde kroonprins Willem met zijn vader koning Willem I op 20 december 1815 in het Russische Sint-Petersburg. Aldaar heeft het huwelijksaanzoek plaatsgevonden. Na onderhandelingen op het gebied van geloofsovertuiging werd overeengekomen dat zij Russisch-Orthodox mocht blijven, al bezocht zij later ook veel hervormde kerkdiensten. Op 21 februari 1816 trouwde ze met veel pracht en praal in het Rozenpaviljoen, dat zich in de paleistuin van het Pavlovsk-paleis nabij Sint-Petersburg bevindt, met de latere koning Willem II.
 
Bron: nl.wikipedia.org

dinsdag 6 april 2010
grijs gebied
documentaire over het ministaatje Neutraal Moresnet (1815-1919)
vanavond op Canvas in de serie Publiek Geheim om 20.40
de ligging van MoresnetHet was na de val van Napoleon in 1815 dat tijdens het Congres van Wenen de grenzen binnen Europa opnieuw getrokken moesten worden. Zo moest ook de grens tussen Pruisen en het Koninkrijk der Nederlanden worden bepaald. (België bestond toen nog niet, dit gebied werd grotendeels bij Nederland getrokken) Echter in de buurt van het plaatsje Kelmis (vlakbij Moresnet) kwamen ze niet tot overeenstemming omdat in Kelmis een belangrijke zinkmijn lag. Omdat geen van beide landen deze belangrijke grondstof in handen van de ander wilde laten vallen hebben ze er nog een jaar lang over moeten onderhandelen.
 
Uiteindelijk werd in 1816 in een apart grensverdragje, het Akens Grensverdrag (ook wel het ‘Verdrag der Grenzen’ genoemd), maar besloten het gebied (de Mairie Moresnet) als volgt in drieën te verdelen. Het plaatsje Moresnet kwam bij Nederland, het huidige Neu-Moresnet ging als Pruisisch Moresnet naar Pruisen en het gebiedje met daarin het plaatsje Kelmis en zijn zinkmijn kregen een neutrale status. En het was dit laatste gebiedje met zijn status aparte dat onder de naam Neutraal Moresnet als ministaatje verder ging, weliswaar onder gezamenlijk bestuur van een Pruisische en een Nederlandse commissaris.
 
Bron: moresnet.nl
Moresnet ansichtkaart
ansichtkaart begin 20e eeuw
Feitelijk was het bestaansrecht van Neutraal Moresnet geëindigd bij het uitgeput raken van de zinkmijn in 1885. Vanaf die tijd zal voornamelijk Pruisen weer meer pogingen dan voorheen gaan doen om de ‘tijdelijke’ status van Neutraal Moresnet te beëindigen. Met doet van alles om België zover te krijgen dat ze willen gaan onderhandelen. Omdat dit allemaal niet snel genoeg gaat, gaat men tot regelrechte sabotageacties over. Zo worden rond 1900 door Pruisen de elektriciteits- voorzieningen afgesneden en telefoonverbindingen gekapt. Zelfs de aanleg van nieuwe leidingen over Belgisch gebied probeert men tegen te houden. Verder probeert men de aanstelling van nieuwe gemeenteambtenaren etc tegen te werken. De bewoners van Neutraal Moresnet die de bui al voelen hangen dienden al in maart 1897 een verzoekschrift in om aanhechting bij België in geval van afschaffing van het neutraliteitsstatuut.
 
Bron: moresnet.nl
Moresnet ansichtkaart
ansichtkaart begin 20e eeuw

moresnet.nl

zaterdag 3 april 2010
Sfinx Washington
het kunstgebit van George Washington
Gilbert Stuart’s beroemde portret gekopieerd

Als je een historische figuur wilt leren kennen, is er naast het lezen van de biografie nog een andere mogelijkheid: bestudeer aandachtig het portret van de betreffende persoon. Misschien wel de mooiste bijkomstigheid van het kopiëren van een portret van een historische figuur is de ontmoeting met de geportretteerde. Afgelopen maand begon ik aan een kopie van een portret van George Washington, de vader des vaderlands van de Verenigde Staten. Voor Amerikanen is zijn portret een icoon en de persoon van George Washington is voor de gemiddelde Amerikaan wellicht heiliger dan Willem van Oranje voor de gemiddelde Nederlander. Ik weet voor diezelfde Amerikaan waarschijnlijk oneerbiedig weinig over het leven van George Washington. Eerst behaalde hij als generaal voor de Engelsen overwinningen op de Fransen. Maar na de zevenjarige oorlog zou hij zich steeds meer van de Engelsen afkeren. Door zijn vastberaden optreden en de oversteek over de Delaware werd hij de held in de Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd en in 1789 de eerste president van de Verenigde Staten. Dat is het wel zo’n beetje.

George Washington
portret van George Washington
door Gilbert Stuart (detail)

Terwijl ik zijn portret kopieer, sta ik oog in oog met een wantrouwende oude man. Stuart heeft een fraai gestyleerde en tekenachtige stijl. De trekken zijn scherp. De vastberaden mond is treffend weergegeven met enkele parallelle penseelstreken. Stuart schilderde een man, gesloten als een vesting en calculerend als een generaal. Was George Washington écht zoals hij in Stuart’s portret naar voren komt? In ieder geval weten we dat Washington zojuist zijn nieuwe kunstgebit droeg en in die tijd was dat eerder een martelwerktuig dan een hulpstuk. Vandaar de verbeten uitdrukking. Bovendien werd zijn kaaklijn door de prothese vervormd.

…when the president came to sit for the portrait, his newly acquired set of false teeth created a bulge around the mouth and distorted his jawline….
kopie Stuart
de verschillende stadia van mijn kopie

Gilbert Stuart schilderde Washington in 1795 en 1796 in totaal driemaal en maakte op basis van die drie ‘lifeportaits’ in zijn verdere loopbaan meer dan honderd portretten waar hij zeer goed voor betaald kreeg. Wanneer het waar is dat het portret de spiegel van de ziel is, heeft Stuart dus driemaal de gelegenheid gehad om in Washington’s ziel door te dringen. De relatie tussen de eerste president van de Verenigde Staten en Stuart moet niet bijzonder hartelijk zijn geweest. In ieder geval vond de portretschilder Washington tijdens de sessies geen geduldig model. Voor de oud-generaal moet zijn officiële portret een verplicht nummer zijn geweest. Op Stuart’s portretten zie je steeds dezelfde afstandelijke man. Op het bekendste, de zgn. Atheneum, die ook op het ééndollarbiljet staat, lijkt hij net iets ‘vriendelijker’. Washington stierf in 1799, drie jaar nadat hij geportretteerd was.

George Washington
de zgn. ‘Athenuem’ George Washington door Gilbert Stuart bekend van het dollarbiljet
Each of Stuart’s portraits of Washington (about one hundred in all) is based on one of three life portraits. Washington first sat for Stuart in 1795, but the result of that early session, a portrait showing Washington facing right, is known only through replicas that are identified as the Vaughan type (named for the first owner of one of the replicas). That first portrait was so successful that Martha Washington commissioned Stuart to paint a pair of portraits of her and her husband for their Virginia home, Mount Vernon. Stuart began what would become his most reproduced image, a depiction of Washington facing left, now called the Athenaeum portrait for the Boston library that acquired it after Stuart’s death. Although he never finished the original itself, he used it throughout his career to make approximately seventy-five replicas, and the image––carefully built up with contrasting flesh tones––is one of Stuart’s most accomplished portraits. Creating it was not an easy task; when the president came to sit for the portrait, his newly acquired set of false teeth created a bulge around the mouth and distorted his jawline.
 
In 1796 the president sat a third time. This full-length canvas envisions Washington in the role of civilian leader, in a formal black velvet suit rather than his military uniform. The portrait is known as the Lansdowne because it was commissioned as a gift for the Marquis of Lansdowne. The composition, which reflects Stuart’s knowledge of European state portraiture, includes objects symbolic of Washington’s illustrious military and civil leadership, while his oratorical pose, with hand extended, refers, according to contemp- oraries, to his recent speech to Congress. The image was celebrated in America and England upon its completion, and Stuart was commissioned to paint several replicas.
 
Bron: nga.gov
George Washington
George Washington at Princeton (detail)
door Charles Peale Polk. Vergeleken bij Stuart is Peale Polk een derderangs schilder, maar zijn Washington oogt wél ontspannender zonder kunstgebit. Peale Polk schilderde Washington nooit naar het leven en zijn portret is eigenlijk meer een karikatuur.

George Washington [ en.wikipedia.org ] | Gilbert Stuart [ en.wikipedia.org ]

vrijdag 2 april 2010
Old Amsterdam
De eerste foto’s van Amsterdam 1845-1875
Stadsarchief Amsterdam 2 april tot 27 juni 2010

Een paar jaar geleden schreef ik hier iets over de Amsterdamse stadsfotografen Jacob Olie en Johannes Leendert Scherpenisse die de stad zo’n honderd jaar geleden op de gevoelige plaat vastlegden. Met de tenstoonstelling De eerste foto’s van Amsterdam 1845-1875, die vandaag opent in het Stadsarchief Amsterdam, keren we nog eens een halve eeuw verder terug in de tijd. De vijftien foto’s die de Engelse landschapsfotograaf Benjamin Brecknell Turner in 1857 van onze hoofdstad maakte, vormen het hart van deze tentoonstelling.

Singel bij Lutherse kerk 1857
Singel bij Lutherse kerk 1857
in 1857 barstte het van de bedrijvigheid in Amsterdam, maar op de foto’s van Benjamin Brecknell Turner is de stad uitgestorven

Anders dan de opnamen van Olie en Scherpenisse tonen zijn beelden een ontvolkte hoofdstad. Dat had te maken met de sluitertijd die in die dagen van enkele minuten soms wel kon oplopen tot een half uur. Weg mensen, een enkele honkvaste bedelaar of schoenpoetser daargelaten. In het kader van deze tentoonstelling zijn in het centrum grote reproducties van zijn foto’s geplaatst waarlangs een wandeling is uitgezet. Deze is ook online te volgen

Het Stadsarchief Amsterdam organiseert van 2 april t/m 27 juni 2010 de tentoonstelling ‘De eerste foto’s van Amsterdam 1845-1875’. Uit eigen bezit en collecties in binnen- en buitenland is het mooiste wat er uit deze periode bewaard is gebleven bij elkaar gebracht. De tentoonstelling geeft een breed overzicht van de erfenis aan foto’s die in het derde kwart van de negentiende eeuw van Amsterdam zijn gemaakt. De tentoonstelling is het resultaat van jarenlang onderzoek en het is voor het eerst dat de opnamen als een ‘ensemble’ worden gepresenteerd. Niet eerder is de relatie tussen het ‘nieuwe medium’ fotografie en de topografische werkelijkheid op deze wijze aan de orde gesteld.
 
Bron: stadsarchief.amsterdam.nl

Uitzicht op Muntsluis. Rechts: ingang Reguliersbreestraat. Rechthebbende: Rijksmuseum AmsterdamEduard Isaac Asser
De eerste foto’s van Amsterdam zijn waarschijnlijk omstreeks 1840 gemaakt, kort na de ‘ontdekking van de fotografie’ in 1839 van de Fransman Louis Daguerre. Helaas zijn deze mysterieuze opnames niet bewaard gebleven. De oudste foto’s van Amsterdam dateren uit 1845: het zijn beelden van de Reguliersbreestraat en het logement Rondeel (waar nu Hotel L’Europe staat), gemaakt door de Amsterdamse advocaat en fotograaf Eduard Isaac Asser.
Bron: amsterdam.nl

stadsarchief.amsterdam.nl

donderdag 18 maart 2010
smakeloze stijlenbrij
eclecticisme - negentiende eeuwse neo-stijlen

victoriaanse meubelDe stijlperiode tussen ‘Biedermeier’ en vóór Berlage wordt in Nederland wel eens met De Lelijke Tijd aangeduid. Het is de periode van het historisme (1835-1895). Daarin worden historische stijlen zoals rococo of gotiek geïnterpreteerd en gecombineerd tot een uitbundige - typisch 19de eeuwse - stijl.

Om ‘de kaalslag’ van het modernisme na de Eerste Wereldoorlog te kunnen begrijpen, zou je je eigenlijk eerst moeten ‘opsluiten’ in de negentiende eeuw. De regeerperiode van koningin Victoria (1837-1901) viel samen met het historisme, vandaar dat we deze tijd meestal het Victoriaanse tijdperk noemen. Maar we zouden het ook het tijdperk van Franz Jozef kunnen noemen. Deze was van 1848 tot 1916 keizer van Oostenrijk-Hongarije. Je hoeft maar naar films van D.W.Griffith te kijken om te weten dat de gezwollenheid van de negentiende eeuw tijdens de Eerste Wereldoorlog nog steeds niet echt was doorgeprikt. Maar na 1920 ging het ineens hard: het Russische constructivisme, het Bauhaus en De Stijl sloegen met hun sloophamers de negentiende eeuwse bombast aan barrels. De moderne twintigste eeuw moest nuchter, strak en zakelijk zijn.

victoriaanse meubel

In de winter van 1995 was er in het Rijksmuseum de tentoonstelling De Lelijke Tijd te zien met kunstnijverheid uit de periode 1835-1895. Ik heb die helaas niet gezien, maar wanneer ik op Google Images zoek op “Victorian furniture” dan haal ik al die lelijkheid weer ruimschoots in. Een bezoek aan Huis Doorn volstaat ook. De laatste Duitse keizer staat immers bekend om zijn bedorven smaak. Ook de Franse keizer Napoleon III leed aan ’stijl-boulimie’. Zo is de Opéra Garnier die onder Napoleon III gebouwd werd exemplarisch voor de neo-barok van het Tweede Keizerrijk. De neo-barok werd tot in de twintigste eeuw toegepast, van Duitsland (waar het de Wilhelminischer Stil genoemd werd met o.a. Reichstag, Bodemuseum, Berliner Dom) tot de Verenigde Staten (Philadelphia City Hall en Singer Building in New York).

Philadelphia City Hall
Philadelphia City Hall werd gebouwd tussen 1871 en 1901 in de neo-barok stijl. Van 1901 tot 1908 was de 167 meter hoge toren het hoogste bewoonbare bouwwerk ter wereld.
Singer Building in 1908
het Singer Building in New York met Mansarde dak in aanbouw, ca. 1908. Een jaar lang (tot 1909) was dit het hoogste gebouw ter wereld. Het was zowel van van buiten als van binnen in Second Empire Baroque. Maar in 1968 ging de potsierlijke 187 meter hoge wolkenkrabber onder de sloophamer. Het had zestig jaar bestaan…
de lelijke tijd catalogusDe Lelijke Tijd
Voor de negentiende-eeuwse objecten is lange tijd nauwelijks belangstelling geweest, waardoor zij opgeborgen bleven op zolders en in kelders en depots van de musea. In de vorige eeuw keek men graag naar stijlen uit het verleden en verwerkte daar elementen uit. De twintigste eeuw zette zich tegen dergelijke mengvormen af. Het museum spreekt over originele en verbazingwekkende meesterwerken, maar wil de bezoeker vooral in staat stellen een eigen oordeel te vormen. Meubelen en zilver staan centraal op de tentoonstelling, omdat Nederland juist op deze gebieden veel heeft ge presteerd. Keramiek werd veelal uit het buitenland geïmporteerd of naar Engels voorbeeld gekopieerd. De eerste neo-stijl die in de negentiende eeuw veel toepassing vond, was de neo-gothiek. Op de tentoonstelling zal onder meer een neo-gothische zilverkast van koning Willem II te zien zijn, evenals de troonzetel die hij bij zijn inhuldiging in 1840 gebruikte.
 
victoriaanse meubelOok zullen rijk versierde ‘tentoonstellingsstukken’ worden geëxposeerd die speciaal gemaakt werden voor nijverheids- en wereldtentoonstellingen. In de tweede helft van de negentiende eeuw was het scala van stijlen waaruit men putte enorm, zoals op de expositie moet blijken. Daarin wordt een belangrijke plaats ingeruimd voor Pierre Cuypers, de architect van het Rijksmuseum. Hij was niet alleen de bouwmeester bij de herbouw van kasteel De Haar bij Utrecht, en ontwerper van talloze gebouwen (kerken, stations, huizen) maar ontwierp ook de interieurs en de meubelen en ornamenten. Een selectie daarvan is in ‘De Lelijke tijd’ te zien.
 
Bron: trouw.nl
KMMA Tervuren
Ook in België en in Nederland werd aan het begin van de twintigste eeuw nog in historische stijlen gebouwd. Het Africamuseum in Tervuren van de Franse architect Charles Girault en het Vredespaleis in Den Haag van Louis M. Cordonnier ook een Franse architect, werden na 1900 gebouwd en resp. in 1910 en 1913 voltooid. Beide gebouwen staan er nog …

De Lelijke Tijd [ volkskrant.nl ] | eclecticisme [ nl.wikipedia.org ]

maandag 15 maart 2010
God zit in de details
afgelopen zaterdag op Nederland 2 : De Troon

‘Niet doorvertellen hoor…’ zegt de kleine prinses Marianne (het kleine zusje van Guillot, de latere koning Willem II) wanneer ze Anna Paulovna voor het eerst ontmoet, de zuster van tsaar Alexander II met wie haar grote broer in 1816 trouwt, ‘…maar de kroon van mijn vader is eigenlijk van hout hoor!’ De tolk die Anna en Guillot dag en nacht begeleidt, vertaalt het maar niet…

huwelijkskroning uit De Troon
huwelijkskroning van Willem II en Anna Paulovna in Sint Petersburg volgens De Troon
De geestelijken hadden een mitra moeten dragen

Waar de waarheid wordt gesproken over de hoofdbedekking van koning Willem I, zo onjuist is De Troon over de hoofdbedekking van de Russische geestelijkheid. Regisseur Erik de Bruyn zal misschien gedacht hebben dat met het gedragen orthodoxe gezang, de wierookvaten en het visueel rijke kerkinterieur bij de meeste kijkers het beeld van de Russische Kerk wel compleet zal zijn. Maar God zit in de details. Tijdens de huwelijkskroning in De Troon zien we twee Russische geestelijken met bisschopsmijters op. Ook is er in het interieur van de kerk geen iconostase te bekennen. Voor de art director en de regisseur misschien onbelangrijke details. Of gewoon gebrek aan geld? Het budget voor De Troon bedroeg namelijk maar twee miljoen Euro.

huwelijkskroning uit The Deerhunter
huwelijkskroning uit The Deerhunter

Erik de Bruyn had wat mij betreft beter een voorbeeld kunnen nemen aan Michael Cimino. De regisseur van The Deer Hunter laat tijdens de plechtige huwelijkskroning in de Saint Sergius de Russische kathedraal van Cleveland de priester figureren zónder hoofdbedekking. Ook al heeft deze baardloze priester iets katholieks over zich, de iconostase maakt in ieder geval duidelijk dat je hier in een orthodoxe kerk bent.

De Troon [ avro.nl ]

zaterdag 13 maart 2010
en 24 heures très libéral
162 jaar geleden werd koning Willem II in 24 uur liberaal
vanavond op Nederland 2 om 20.15 De Troon

Willem IIIn de vierde aflevering van De Troon (niet vanavond maar over twee weken op 27 maart) gaat het o.a. over grondwetsherziening van 1848. Voor ons land is dat een erg belangrijke gebeurtenis geweest, omdat deze de basis heeft gelegd voor ons huidige stelsel van parlementaire democratie. Niet langer is de koning, maar zijn de ministers verantwoordelijk voor het beleid. De Tweede Kamer krijgt veel meer invloed en wordt bovendien rechtstreeks - weliswaar voorlopig nog door een beperkte groep kiezers - gekozen.

Vous voyez devant vous un homme, qui de très conservatif est devenu en 24 heures très libéral

koning Willem II

Met zijn koerswending verraste Willem II zijn omgeving. Hij kondigde zijn besluit geheel uit eigen beweging aan, met voorbijgaan van zijn ministersploeg. Tegenover de gezanten van de vier grote Europese mogendheden (Oostenrijk, Engeland, Pruisen en Rusland) verklaarde hij zijn daad enkele dagen later met de gevleugelde woorden, dat tegenover hen een man stond die binnen 24 uur van zeer conservatief tot zeer liberaal was geworden. Hij zei dit natuurlijk in het Frans, destijds de taal van het diplomatieke verkeer: ‘Vous voyez devant vous un homme, qui de très conservatif est devenu en 24 heures très libéral.’
 
Bron: volkskrant.nl

Waarom draaide Willem II op 13 maart 1848 ineens 180 graden? In februari was in Frankrijk de burgerkoning Louis Philippe afgezet en was de Tweede Republiek uitgeroepen. En een maand later brak in Pruisen de Maart Revolutie uit waarbij door het volk democratische en liberale hervormingen werden afgedwongen. De conservatieve Oranje koning zag zijn hoofd al onderaan de guillotine liggen. Willem II zou met zijn beperkte macht niet lang meer leven. Een jaar na zijn ‘bekering’ tot liberaal, overlijdt hij op 17 maart 1849.

ThorbeckeKort na de afkondiging van de Grondwetsherziening van 1840 doet Willem I afstand van de troon ten gunste van zijn oudste zoon, die vanaf 7 oktober 1840 als koning Willem II i gaat regeren. Het bewind van de nieuwe koning verschilt niet zo veel van dat van zijn vader. Ook Willem II heeft veel invloed op het bestuur en bemoeit zich met allerlei detailzaken. Bovendien is er net als onder het bewind van zijn vader veel kritiek op het financiële beleid. De koning houdt bovendien lange tijd iedere democratische hervorming tegen, en wenst zeker geen grotere invloed van de Tweede Kamer op het bestuur. Als echter begin 1848 in Duitsland en Frankrijk revoluties uitbreken, wijzigt hij (in één nacht) van standpunt. Buiten zijn ministers om vraagt hij de Tweede Kamervoorzitter om advies. Er wordt vervolgens een Grondwetscommissie ingesteld onder leiding van de liberaal Thorbecke. Die commissie komt met ingrijpende wijzigingen. De nieuwe Grondwet is de basis van ons huidige parlementaire stelsel. Op 17 maart 1849, vier maanden nadat de Grondwetsherziening tot stand is gekomen, overlijdt Willem II.
 
Bron: parlement.com
inhuldiging Willem II in 1840
de inhuldiging van Willem II in 1840
in de Nieuwe Kerk in Amsterdam
J.G.Kikkert over de inhuldiging Willem II in 1840: “Ouderen herinnerden zich de sobere plechtigheid, waarmee koning Willem I zijn waardigheid aanvaardde. Bovendien was er kritiek op de overdadigheid van de versieringen in de Nieuwe Kerk in Amsterdam, waar de plechtigheid plaatsvond. Immers: in diezelfde novembermaand van 1840 genoten 70.000 van de 225.000 Amsterdammers bijstand en dreigden van honger dood te gaan (Giele, 1968)
 
Bron: J.G.Kikkert, De drie Oranje koningen, Uitgeverij Aspekt, 2010

Vóór de grondwetsherziening van 1848 had de koning zoveel vrijheid dat hij als een autocraat met zijn bevolking om kon gaan. In de jaren veertig groeide overal in Europa de kritiek en brokkelde de Restauratie van 1815 verder af. Populair werd het ‘Onze Vader’ van de journalist Jan de Vos:

Onze Koning, die in ’s-Gravenhage zijt!
Uw naam worde geëerbiedigd!
Uw Koninkrijk moge blijven bestaan!
Uw wil geschiede, zoowel aan het Hof als bij de burgerij!
Geef ons heden door wijze wetten,
dat wij tenminste ons dagelijks brood mogen verdienen.
En vergeef ons onze achterstallige belasting, gelijk ook wij wel moeten doen met hen, die het ons toekomende niet kunnen betalen!
Leid ons niet in verzoeking om U te haten,
maar verlos ons van eenige ministers…
Amen!

Jan de Vos, 1845

Het revolutiejaar 1848
De voornaamste oorzaak van het uitbreken van de revolutie was de wijdverbreide ontevredenheid over het reactionaire, absolutistische regeringssysteem in de Duitse staten sinds het Congres van Wenen (1815). Het symbool van dit systeem was de Oostenrijkse kanselier Klemens von Metternich, die (o.a. met de besluiten van Karlsbad) de persvrijheid beknotte en liberale en nationalistische bewegingen verbood en vervolgde. In economisch opzicht speelden de Industriële revolutie, de daarmee samenhangende verpaupering en de grote misoogsten van 1846 een rol. Een directe aanleiding voor de Maartrevolutie was de Februarirevolutie in Frankrijk, die een einde maakte aan de heerschappij van de burgerkoning Louis Philippe.
 
Bron: nl.wikipedia.org

de grondwetsherziening van 1848 | prorepublica.nl

donderdag 11 maart 2010
Der Krieg in Farben
De Tweede Wereldoorlog in kleur
Apocalypse World War II op Canvas en Der Krieg op ARD

Mijn brein zit tegenwoordig zo in elkaar dat ik bij een zwartwitfoto in de krant langer stilsta dan bij een kleurenfoto. Nu kranten in kleur gedrukt worden, is een zwartwitfoto meestal een historische foto. En het verleden trekt mij aan als een magneet. De oppervlakte geeft zich meer bloot, als ik onder de waan van de dag mag kijken. Ik voel me dan weer het jongetje dat op zijn buik de ondiepe bodem van de plas bestudeert. Bovendien houd ik van zwartwit foto’s omdat ze een imaginaire zwartwit-werkelijkheid laten zien. Als ik filmopnamen uit de jaren dertig zie, dan stel ik mij wel eens voor dat mijn ouders die van 1930 zijn, in zwartwit geboren zijn in een zwartwit kinderkamer. Natuurlijk was het rood toen even rood als nu. Maar toch, volgens de metabletica van Jan Hendrik van den Berg kán het: de wereld was vroeger zwartwit en is kleur geworden.


Apocalypse World War II

Apocalypse World War II DVDHet bijzondere van de documentaire Apocalypse World War II die vanaf gisteren op Canvas de komende zes weken wordt uitgezonden, is dat alle beelden in kleur zijn. Dat is bedrieglijk. Ook al kon er in 1939 in technicolor gefilmd worden (denk aan The Wizard of Oz uit dat jaar), dat gebeurde nog sporadisch. De meeste beelden zijn (erg goed) ingekleurd. Toch brengt dat de Tweede Wereldoorlog ineens heel dichtbij. Vroeger zat er voor mijn gevoel altijd een enorm gat tussen de Tweede Wereldoorlog en de Vietnamoorlog (waarschijnlijk omdat ik in dat ‘gat’ geboren ben), maar in feite was het maar 20 jaar, terwijl de Vietnamoorlog alweer 35 jaar achter ons ligt. Zwartwit beelden zijn in zekere zin veilig omdat ze bij een grijs verleden horen dat ver achter ons ligt. De (in)kleur(ing) maakt Apocalypse World War II griezelig actueel.

Apocalypse World War II toont de Tweede Wereldoorlog zoals die nog niet eerder te zien was. Vaak gefilmd door gewone soldaten en burgers. De beelden zijn volledig gerestaureerd en ingekleurd (een van de duurste restauraties ooit met een budget van 9 miljoen) in high definition. De serie geeft aan de hand van deze authentieke archiefbeelden de harde realiteit van de oorlog van heel dichtbij weer. Apocalypse World War II bevat, onder andere, zeldzame opnames van het bloedbad van Katyn in Rusland, de evacuatie van het Britse expeditieleger vanuit Duinkerke, de inhumane behandeling van Franse soldaten die door de Nazi’s gevangen waren genomen en de opoffering van Sovjet-soldaten bij Stalingrad.
 
Bron: a-film.nl

Overigens loopt op de Duitse televisie (ARD) ook een korte serie met nieuw filmmateriaal over de Tweede Wereldoorlog. Der Krieg is nog één keer te zien, op maandagavond 15 maart om 21.00. Ook deze serie toont alles in kleur.

bekijk de trailer [ video.canvas.be ]

woensdag 10 maart 2010
Kneuterdijk
gezien: De Troon elke zaterdagavond op Nederland 2 om 20.15
gelezen: De Drie Oranje Koningen van J.G. Kikkert

beginscene uit De TroonZaterdagavond ging de Nederlandse dramaserie De Troon van start. Regisseur Erik de Bruyn had in interviews al gezegd dat hij zich had laten inspireren door de dynamiek en eigentijdse frisheid van Marie-Antoinette van Sophia Coppola. Dat was meteen al aan de openingsscene te zien waarin we regentes Emma en een lakei door de paleistuin zien rennen. En ook daarna zie je geregeld opgewonden adel en hofhouding door paleizen rennen, gefilmd in handheld. Sophia Coppola was zeker niet de eerste die de achttiende eeuw met veel dynamiek in beeld gebracht heeft. Ook in Orlando (1992) en The Madness of George III (1994) zien we ‘rennende kostuums’ door paleistuinen en horen we opgejaagde muziek. Geen plechtige Shakespeare-achtige tableau vivants zoals in Willem van Oranje (1984). Zó moest De Troon dus niet worden en zo is het ook dus ook niet geworden.

De Troon
een deel van de stamboom met foto’s van de acteurs moet helpen om de serie beter te kunnen volgen…

Het taalgebruik is bewust hedendaags gehouden en dat lijkt mij een logische keuze. Men sprak aan het hof voornamelijk Frans en Duits en als er al een Nederlands woord zou zijn gevallen, dan zou dat Nederlands op z’n Bilderdijks zijn geweest. “We moeten alles doen om een troon onder onze kont te krijgen” zegt Willem Frederik (de latere koning Willem I) tegen zijn zoontje Guillot (de latere koning Willem II) als hij op audiëntie gaat bij Napoleon. Die scene heeft iets lachwekkend amateuristisch maar dat is waarschijnlijk bewust zo gedaan om de kneuterigheid van de Oranjes op het Europese toneel te benadrukken. De vrouw van koning Willem II en zus van tsaar Alexander I, Anna Paulovna, sprak met Russisch accent van Kneuterdijk en bedoelde daar dan ons land mee.

We moeten alles doen om een troon onder onze kont te krijgen

Willem Frederik tegen zijn zoontje Guillot

KikkertNaast de tv-serie De Troon lees ik in De Drie Oranje Koningen van Oranjekenner J.G. Kikkert. Dit boek leek mij een betere keuze dan het omstreden Voor de troon wordt men niet ongestraft geboren van Dorine Hermans en Daniela Hooghiemstra, het boek waarop Ger Beukenkamp het scenario van De Troon gebaseerd heeft. Jan Kikkert heeft een indrukwekkend aantal oranjebiografieën op zijn naam staan en Prins Bernhard noemde hem ‘een nephistoricus‘ wat zijn betrouwbaarheid dus vergroot. Koning Willem I komt na zijn bronnenonderzoek (de tekst is met veel noten) niet bijzonder sympathiek naar voren. Hij was toch vooral de man die de Oranje dynastie zijn fortuin gaf ‘over de magere ruggen van de Javanen en hun lotgenoten’, zoals Kikkert schrijft. Hij wist een trouwe aanhang voor zich te winnen door deze in de adelstand te verheffen. Schandalen gingen met zwijggeld in de doofpot. Als het boek al zo begint, wat heeft het dan nog in petto? De drie hoofdstukken die ieder een Willem behandelen, heten respectievelijk: “Dit verfoeylijk wezen", “Laten we niet teveel van hem verwachten” en “Koning Gorilla".

De Troon [ avro.nl ] | prorepublica.nl

vrijdag 26 februari 2010
couleur locale [ 1 ]
de kleur(en) van de jaren vijftig

In onze jeugdherinneren zijn het vaak geen grote dingen die ons bijblijven, maar eerder de ‘kleine dingen’. Bijvoorbeeld de lichtval in de keuken, de geur van een etui en de kleur van het bankstel bij oma. Het zijn blijkbaar de ‘kleine dingen’ die het doen, die het levenssap doen bruisen. Ik heb het zelf meestal met geuren en kleuren, maar beperk mij hier even tot kleur. Kleur is gebroken licht en licht is het eerste dat God schiep. Met kleur laten we zien hoe we ons voelen, lang niet altijd bewust en vaak collectief. Zo heeft elke tijd zijn couleur locale. Heel duidelijk is dat zichtbaar in de jaren vijftig toen de kleuren van onze kleding, interieurs en auto’s grotere verzadigingen hadden dan de kleuren die we tegenwoordig om ons heen hebben.

retro color set
de ‘verschoten’ kleuren uit de jaren vijfig hebben grotere verzadigingen dan de kleuren die we tegenwoordig gebruiken

Je kunt het pastelkleuren of verschoten kleuren noemen. Maar mij doen ze altijd denken aan technicolor en vooral aan Sissi: zonnig en zoet. Zo moest het na de Tweede Wereldoorlog ook zijn: De getraumatiseerde wereld omgaf zich in een ‘roze’ wolk van zachte kleuren. Een nieuw begin. In de loop van de jaren zestig zouden de kleuren geleidelijk weer op volle sterkte komen vooral in de jongerensubculturen. In het begin van de jaren zeventig vond het ook zijn neerslag in de massacultuur; de kleuren konden niet hard genoeg knallen en liefst in bonte combinaties. Technicolor was nostalgie geworden.

The Aviator
Martin Scorcese liet The Aviator uit 2004 in technicolor opnemen voor de juiste couleur locale

Technicolor [ nl.wikipedia.org ]

dinsdag 23 februari 2010
vintage shopping
winkelen met de set decorator van Mad Men

De kwaliteit van Mad Men is voor een deel te danken aan de zeer zorgvuldige reconstructie van het tijdsbeeld. Matthew Weiner, die de serie bedacht, vindt het belangrijk dat de serie een authentiek beeld geeft van de vroege jaren zestig in Manhattan. Hij wilde uitdrukkelijk geen iconisch beeld van ‘mid-century modern’. Daarom zit Mad Men niet vol met hip design zoals de retromovie Down with Love die zich ook in Manhattan anno 1962 afspeelt. Begin jaren zestig waren de interieurs en het straatbeeld zeker niet up to date. Net zoals er nu nog auto’s uit de jaren negentig rondrijden en een enkele oldtimer, zo reden er in 1962 nog volop modellen uit de jaren vijftig en de late jaren veertig. En sommige interieurs waren nog vooroorlogs, vooral bij ouderen.

Mad Men Office
het interieur van Sterling Cooper
The Sterling Cooper office has a lot of medium blue and muted green. Palettes also complement each actor.
We go with period colors that have different saturations than today’s. For example, the Sterling Cooper office has a lot of medium blue and muted green. Palettes also complement each actor. The complexion of Don Draper (Jon Hamm), for instance, looks good against blue. Betty Draper (January Jones) is very blonde, so we surround her with more contrast, like the French blue grass-cloth walls of the Draper house living room or the tan-black plaid wallpaper in the kitchen. Since Joan Holloway (Christina Hendricks) is a redhead, we’re careful what we put her against, steering clear of pinks and oranges.
 
Bron: interiordesign.net

Dan Bishop is production designer voor Mad Men. De eerste vraag die hij zich stelt bij het design van de set is “Bestond het al in 1962?” De volgende vraag is “Werd het algemeen gebruikt in 1962?” en tenslotte “ook in Manhattan in 1962?” Amy Wells is verantwoordelijk is voor de aankleding van de set. In elke aflevering komen vier tot tien sets voor. Er zijn zes vaste sets, o.a. het kantoor van Sterling Cooper en het huis van de Drapers. Daarnaast zijn er een paar “swing sets” zoals de appartementen van bijfiguren. Er worden ook veel hotelinterieurs gebruikt en die moeten tot in de details 1962-proofed zijn.

Pasadena
Amy Wells Salvation Army paintings
(Jay L. Clendenin /Los Angeles Times)

Op de website van de LA Times kwam ik een leuk stukje tegen over Amy Wells die in de Salvation Army Antique Thrift Store in Pasadena ‘nieuwe’ rekwisieten aanschaft voor de set.

Beat-up pieces – be they picture frames or coffee tables – don’t distress Wells. “Old wooden furniture, particularly American walnut and Scandinavian teak, is so forgiving,” says Wells, who swears by an oil-based rub-on product called Restor-A-Finish . Though “Mad Men” is celebrated for its use of post-World War II American office furniture and Danish modern designs, some of the sets are more traditional. The Draper family kitchen, for instance, leans toward Colonial revival. At the Salvation Army Antique Thrift Store at 35 W. Waverly Drive in Pasadena, Wells scored a pair of ornately framed farmer-and-his-wife needlework hangings. For more Americana, she heads to Mission Street in South Pasadena. She likes the fine Colonial and Federal furniture at Thomas R. Field; vintage draperies, vanity table items and knickknacks at Hodgson Antiques; and kitchenware at Mission Antiques.
 
Bron: latimes.com

vintageshoppingguide.com

maandag 22 februari 2010
keeping up appearances
gekeken naar Mad Men (tweede seizoen) op DVD

De televisieserie Mad Men geeft een grondige inkijk in de schijnwereld van de American Dream. De intro met de in elkaar stortende reclamewereld en de reclameman in vrije val doet al vermoeden dat de zeepbellen die de reclamejongens blazen in hun eigen leven uit elkaar spatten. De tv-serie laat vooral zien hoe het is om te leven op de oppervlaktespanning van die zeepbel.

mad men intro
de intro van Mad Men
Dan River 1962
Dan River Ad 1962
De zeepbel van ‘het gelukkige gezinnetje’ wordt door de reclame nog altijd geblazen… Het is een beeld waar we ‘allemaal’ in willen blijven geloven

Bijna een halve eeuw later is er van de American Dream weinig over. Dat maakt deze serie ook tot pure nostalgie. Nog een keertje je vingers aflikken bij al het mahonie, chroom en pastelkleurige staartvinnen. De Cadillac Coupe de Ville bijvoorbeeld. De serie is tot in de puntjes verzorgd. Zet het beeld op een willekeurig moment stil en bestudeer alle details, ook op de achtergrond. Het klopt allemaal! Mad Men werkt als een tijdmachine.

Cadillac
Cadillac Coupe de Ville 1962
Cadillac
Don Draper in zijn 1962 Cadillac

All-American Ads '60sThe mood of advertising in the sixties was cheerful, optimistic, and at times, revolutionary. This nostalgic and diverse collection of print ads explores the wide, wonderful world of 60s Americana. (Bron: taschen.com)

De meeste advertenties die voor de intro van Mad Men zijn gebruikt, staan ook in All-American Ads ’60s, een bundeling advertenties onder redactie van Jim Heimann en verschenen bij Uitgeverij Taschen.

Cadillac brochure 1962 [ tocmp.com ] | 405madisonavenue.com

zaterdag 20 februari 2010
Vermeer = méér
essentialvermeer.com van Jonathan Janson

Er zijn mensen die al langer met Vermeer bezig zijn, dan de 30 jaar die Vermeer geschilderd heeft (1655-1675). Met Vermeer bezig zijn betekent per definitie méér dan met Vermeer bezig zijn. Want wat weten we nu eigenlijk over het leven van ‘de sfinx van Delft’? Wanneer je Vermeer’s biografie uit je hoofd kent, kun je je nog geen expert noemen. Het rijtje met biografische gegevens is zo kort, dat iedereen het binnen een uur uit zijn hoofd kan leren. Vermeer is méér dan Johannes Vermeer, Vermeer is licht en Vermeer is tijdloos.

alle schilderijen op een rij
Alle schilderijen van Vermeer naar grootte

Een van die mensen die al meer dan 30 jaar into Vermeer zijn, is Jonathan Janson. Naast zijn passie voor Vermeer en de zeventiende eeuwse Hollandse schilderkunst beheert hij al een aantal jaren een cluster van websites waarvan essentialvermeer.com het hart vormt. Op deze zeer informatieve website heeft hij een indrukwekkend aantal gegevens verzameld, niet alleen over Vermeer zelf maar ook over de tijd van Vermeer en de Europese schilderkunst

Hollandse schilders
een overzicht van zeventiende eeuw schilders uit de Republiek der Verenigde Nederlanden per stad en met een link naar de webgallery of art van Dr. Emil Krén en Mr. Dániel Marx uit Budapest

Naast essentialvermeer.com beheert Janson ook rembrandtpainting.net

essentialvermeer.com | rembrandtpainting.net

dinsdag 16 februari 2010
opkomst, bloei & verval
een vergeten studie: der Weg aus dem Chaos (1931) van Paul Ligeti

Der Weg aus dem ChaosJaren terug ontdekte ik bij De Slegte een zeldzaam exemplaar van der Weg aus dem Chaos van de Hongaarse architect Paul Ligeti. Het is een zware linnen band uit het interbellum met een hoog Untergang des Abendlandes-gehalte. De eerste editie die in 1931 verscheen, is gelukkig niet gedrukt in Buchstaben met weerhaken. Ik kocht het boek onmiddellijk omdat ik geïnteresseerd ben in de conjunctuur van de (kunst)historische ontwikkeling waar deze studie juist op focust. Daarmee is het ook een curiosum geworden, want het ordenen van de geschiedenis in wetmatige modellen is al minstens een halve eeuw even bizar als not done. In onze postmoderne tijd denken we niet meer in termen van opkomst, bloei en verval maar in termen van pluriformiteit, complexiteit en relativiteit. Toch is het helemaal niet verkeerd om eens uit ons postmoderne kader te ontsnappen. Laten we het eens proberen: Zou postmodernisme een andere naam kunnen zijn voor arrogantie (van het heden over het verleden) verpakt in de bescheidenheid waarin het ‘Grote Woord’ ontbreekt? Ik ben het helemaal met Huub Mous eens die op zijn blog schrijft:

En toch, soms denk ik wel eens, waarom waagt niemand het meer aan een organische ontwikkelingstheorie van de geschiedenis. Een theorie over opkomst, bloei en verval, ook van onze beschaving. Bewust of onbewust gaat menigeen er nog altijd vanuit dat de westerse beschaving zich alleen maar in opwaartse lijn zal verder ontwikkelen of op zijn minst op een constant niveau zal blijven voortbestaan. Het postmodernisme mag dan de utopie en de vooruitgang uit ons denken weggevaagd hebben, dat er ooit nog sprake zal zijn van neergang en verval, dat is natuurlijk een andere zaak. Vandaag de dag is menigeen belast met de loodzware arrogantie van het leven in het hier en nu en het superieur achten van onze eigen tijd. Zonder voor een nieuw cultuurpessimisme te pleiten, denk ik wel eens dat een beetje meer bescheidenheid ten aanzien van het heden wellicht geen kwaad zou kunnen. Alle grote beschavingen zijn ooit ten gronde gegaan. Waarom zou onze superieure westerse beschaving een uitzondering op die regel vormen? Een beschaving, die zijn goden ziet sterven, zei Spengler, krijgt zicht op het eind van zijn levenscyclus. Een weg uit de chaos, die Paul Ligeti tussen al zijn schema’s en modellen ontdekte, hebben weinigen nog voor ogen.
 
Bron: huubmous.nl
der Weg aus dem Chaos
twee uitgaven van het boek waarvan de linker editie nu in Michaela’s boekenkast staat

Pa(u)l Ligeti (1885-1941) was een joods Hongaarse architect over wie nauwelijks iets bekend is. Der Weg aus dem Chaos verscheen in 1931 bij de prestigieuze uitgeverij Callwey in München. In 1926 was de oorspronkelijke tekst al in een Hongaarse editie verschenen, maar met de Duitse uitgave in 1931 kreeg deze studie een veel groter verspreidingsgebied. Ligeti was de leermeester van de modernistische architect Farkas Molnár die in 1945 in Budapest gedood werd tijdens de Russische beschietingen. Ligeti stierf vier jaar eerder in een concentratiekamp.

Een beschaving, die zijn goden
ziet sterven, krijgt zicht
op het eind van zijn levenscyclus.

Oswald Spengler

der Weg aus dem Chaos
Ligeti zag de geschiedenis van Duitsland als een golfbeweging met het Habsburgse Rijk rond 1500 als hoogtepunt. De ironie van dit wetmatige model is dat Ligeti kort na het verschijnen van zijn boek gelijk kreeg. In 1933 begon de zwartste bladzijde uit de Duitse geschiedenis die uitliep op een ondergang die ook Ligeti het leven kostte.

Op het web vond ik overigens nog een verwijzing naar deze vergeten studie: Obscure(d) Modernism: The Aesthetics of the Architect Paul Ligeti van Rajesh Heynickx:

The few short articles devoted to him, or the short mention of Der Weg aus dem
Chaos
in studies on world history, have been mainly dominated by the idea that his philosophy of history and art theory was fascinating but intellectually negligible because it consisted of an incoherent patchwork of ideas. I want here to probe more fully the foundations of and justification for this treatment of Ligeti’s work. ( … ) To answer that question, I firstly want to offer an analysis of Ligeti’s art philosophy by delving into his intellectual sources and the graphical figures and charts he designed to elucidate his theories. Secondly, I will raise questions about the nature of writing (architectural) history and will discuss how our knowledge of twentieth-century aesthetics has been formed. More particularly, I will explore the mechanism by which historiographical narratives canonised some, and excluded other, strains of modernist thought.
 
Bron: Obscure(d) Modernism: The Aesthetics of the Architect Paul Ligeti
maandag 15 februari 2010
rewind - stop - play !
van Michaela gekregen met Valentijnsdag: Mad Men (tweede seizoen)

Kodak CarouselNostalgia
It’s delicate, but potent…
Teddy told me that in Greek, nostalgia literally means the pain from an old wound.
It’s a twinge in your heart, far more powerful than memory alone.
This device… isn’t a spaceship, it’s a time machine.
It goes backwards, forwards.
It takes us to a place where we ache to go again.
It’s not called the Wheel.
It’s called the Carousel.
It lets us travel the way a child travels.
Around and around and back home again,
to a place where we know we are loved.

uit: “Mad Men” Season 1, Episode 13, “The Wheel”

We zeggen meestal over het verleden dat het voorbij is en dat we in het heden (moeten) leven. En in zekere zin is dat ook waar. Maar door de ambivalentie van ons bestaan blijft het verleden voortdurend aanwezig. En dat is maar goed ook. Bernlef die in Hersenschimmen over ‘het grote vergeten’ schrijft (niet schrééf!) benadrukte dat laatst nog in een interview. Voor veel mensen is leven in het hier en nu het hoogste spirituele ideaal, maar Bernlef is ervan overtuigd dat dit juist de hél moet zijn.

Wanneer we zeggen dat we het verleden los moeten laten, bedoelen we eigenlijk dat we moeten leren leven mét het verleden en niet dat we moeten proberen het verleden uit te wissen. Voor ons verstand leven we ergens midden in de tijd op een onmogelijke richel tussen verleden en toekomst die voortdurend opschuift richting toekomst. Maar in wezen leven we altijd in het hier en nu. Dat verandert nooit. Het hier en nu is de al-tijd waar het verleden voortdurend wordt uitgebraakt en geherinterpreteerd. Dit hier en nu is een ander hier en nu dan het hier en nu dat tussen verleden en toekomst zit ingeklemd. Wanneer je in dat hier en nu leeft, voel je je voortdurend bedreigd en leef je in de hel waar Bernlef over spreekt.

Het aantrekkelijke van de verleden tijd is dat het mij steeds meer toegangen geeft tot de al-tijd. Het verleden is dat deel van het hier en nu dat tot stilstand is gekomen en waarnaar je rustig kunt kijken, zodat je scherper kunt gaan zien. Daardoor lijkt het verleden gemakkelijker in een tijdsbeeld te vangen dan de eigen tijd. De tweede reeks van Mad Men speelt zich af in 1962. Dat is een halve eeuw geleden, 1962 is al lang voorbijgegaan. Maar je zou ook kunnen zeggen dat 1962 doodstil staat. Besteed er vervolgens aandacht aan en de ‘dode’ komt weer tot leven. Rewind- stop - play! De tijd stroomt niet als water naar één punt, maar staat in wezen stil. Dát is de toekomende tijd. Wij zijn het zélf die onze aandacht kunnen richten en ons kunnen bevrijden van het ongeduld en van de drang om de toekomst te veroveren.

Mad men
Mad Men II zet de tijd stil in 1962
It lets us travel the way a child travels. Around and around and back home again, to a place
where we know we are loved.

uit seizoen I, afl. 13 : The Wheel

mad menDe serie speelt zich af in het New York City van de vroege jaren 60 van de 20e eeuw, en draait om de medewerkers van het fictieve reclamebureau Sterling Cooper advertising agency, gelegen aan Madison Avenue. Centraal staat Don Draper, een van de belangrijkste medewerkers van het bedrijf. De serie toont ook de veranderingen van de sociale mores in Amerika, en de reclamewereld in New York begin jaren 60. Een wereld waarin iedereen de hele dag drinkt, rookt en vreemd gaat. Waar mannen voor veel geld slogans en campagnes bedenken terwijl ongetrouwde vrouwen notuleren.
 
Bron: nl.wikipedia.org
United Airlines
advertentie voor United Airlines

Erg leuk aan Mad Men vind ik dat deze serie zich afspeelt rond een reclamebureau aan Madison Avenue in New York. (vandaar de naam Mad Men. Reclamejongens werden in Amerika ad men genoemd.) In elke aflevering wordt er wel gebrainstormd voor een relcamecampagne. In de eerste aflevering van de tweede reeks is dat een campagne voor Mohawk Airlines. Het aardige is dat er op reclamebureau’s in 1960 nog kunstschilders werkten. Na 1960 begint de fotografie de geschilderde advertentie langzaam te verdringen.

vintage ads
in de eerste helft van de jaren zestig wordt de geschilderde advertentie minder arbeidsintensief en tenslotte komt de goedkopere fotografie ervoor in de plaats.

Mad Men tweede seizoen

zaterdag 13 februari 2010
Saint-Germains-des-Pres 1949
vanavond op radio 6: Miles Davis & Juliette Greco
en Saint-Germains-des-Pres het brandpunt van het existentialisme

… of luister later naar de podcast

Juliette GrecoDe roep van het na-oorlogse Parijs was onweerstaanbaar. Sommige namen klinken bekend. Remco Campert. Simon Vinkenoog. Karel Appel. De vele anderen waarvan de namen vergeten zijn. Goedkope Algerijnse wijn. Frites. 30 frs. Sandwich Pate, 40 frs. Klonk veel beter dan de andijviestampot na het Onze Vader, thuis. Slapen op een bank in de metro of het park. Zwartomrande ogen en gespeelde verveling. Bietsen. ‘Cigarette?’ Gauloisses. Ribfluwen broek, houtje-touwtje jas. ‘Vind je het niet mieters! ‘, schreef Voskuil in Bij nader inzien. ‘Jezus, Klaas. Parijs!’ Saint-Germains-des-Pres, een kleine wijk die geen grenzen kende. Nu zijn de Rue de Jacob, Rue Mazarine en Rue Guenegaud gevuld met haastige toeristen en geparkeerde scooters.
 
Bron: wissel.radio6.nl

Juliette Greco in Bonjou Tristesse (1958)

playlist [ wissel.radio6.nl ]

woensdag 3 februari 2010
achttiende eeuwse meesters [ 2 ]
Johann Zoffany (1735-1810)

ZoffanyTot voor kort had ik het vooroordeel dat de schilderkunst van de achttiende eeuw nauwelijks de moeite waard was. Alles was in de zeventiende eeuw al gedaan en in het laatste kwart van die eeuw kwamen die vreselijke pruiken al en werd de schilderkunst even poezelig als de mannen verwijfd. Mea culpa voor dit verschrikkelijke vooroordeel! Om boete te doen, heb ik mij de laatste tijd op de schilderkunst van de achttiende eeuw gestort, met name op portretten.

Enkele dagen geleden schreef ik al iets over de schilders Nicolas Largillière (1656-1746) en Pompeo Batoni (1708-1787), wat mij betreft achttiende eeuwse meesters. De schilderkunst in deze merkwaardige eeuw verrast mij telkens weer en een van de verrassingen heet Johann Zoffany. Deze van origine Duitse schilder die vooral in Engeland gewerkt heeft, conformeerde zich voorbeeldig aan zijn opdrachtgevers en tegelijkertijd was hij schaamteloos in zijn openlijke bewondering voor Rembrandt. Nu hoef je je voor Rembrandt al tweehonderd jaar niet meer te schamen, maar in de achttiende eeuw konden Rembrandt’s schilderijen over het algemeen geen goedkeuring wegdragen. Te boers, te grof, te onbeschaafd, zo oordeelde men in de ‘galante tijd’. Maar de schilders herkenden zijn genie. Ook Zoffany’s tijdgenoot Joshua Reynolds heeft veel naar Rembrandt gekeken en citeerde hem in zijn pose.

Zoffany
Sir Joshua Reynolds en Johann Zoffany
beiden als Rembrandt

In de achttiende eeuw wordt de portretschilderkunst vooral door de Engelse schilders Thomas Gainsborough, Sir Joshua Reynolds, Sir Thomas Lawrence en George Romney op een zeer hoog niveau gebracht. Toch was het de Duitser Johann Zoffany die de lievelingsschilder van koning George III (1738-1820) werd. Niet alleen in Engeland bereikte hij als schilder het hoogst haalbare. In 1776 werd hij door keizerin Maria Theresia (1717-1880) in de adelstand verheven. Zoffany was ook een avonturier en maakte van 1783 tot 1789 een grote reis naar Indië. Twee maanden geleden is er in Engeland een biografie over hem verschenen met als titel Johan Zoffany: Artist and Adventurer

Zoffany
Charles Towneley in zijn collectie (detail)
Zoffany schilderde overgedetailleerde schilderijen die een kunstcollectie moest inventariseren, met de trotse eigenaar tussen de kunstwerken in.
Johan Zoffany: Artist and Adventurer
In his early years in England, Johan Zoffany (1733-1810) was as much in demand as a portrait artist as Sir Joshua Reynolds and Thomas Gainsborough. Following in the footsteps of Hogarth, for whom he had the greatest admiration, he developed the art of the ‘conversation piece’ – the group portrait – and made the genre uniquely his own. As a painter at the court of King George III, he became a particular favourite of the Queen, Charlotte of Mecklenburg, who felt at home with this talented German-born artist who spoke her own language and who depicted her growing young family in a way that was both touching and unusually informal.
 
ZoffanyFrom early apprenticeships in Ellwangen and Regensburg, studying under Martin Speer, and Rome where he fell under the spell of Piranesi, Zoffany moved to London, finding work painting pastoral vignettes for the clockmaker Stephen Rimbault. From there he joined the studio of Benjamin Wilson whose passion for the theatre opened the door to London’s leading thespian, David Garrick. Under Garrick’s patronage, Zoffany popularised and perfected the art of the theatrical ‘conversation piece’ which captured the actor on stage in character, thereby acting as his publicist and provider of prints for his doting fans.
 
After being nominated by the King himself to membership of the Royal Academy of Arts, the artist – dogged by the want of money and need for escape – was offered the chance to accompany the naturalist Joseph Banks on the second Cook expedition to the South Seas, but their ship was deemed unseaworthy and the voyage was cancelled. In desperation, Zoffany turned to the Queen who agreed to send him to Florence to paint the Grand Duke’s renowned collection of paintings in the gallery of the Uffizi known as ‘The Tribuna’.
 
Bron: suebond.co.uk
Zoffany
Johann Zoffany 1771-72 (detail)
The Academicians of the Royal Academy

Johann Zoffany [ en.wikipedia.org ]

dinsdag 2 februari 2010
achttiende eeuwse meesters [ 1 ]
Pompeo Batoni (1708-1787) en zijn Engelse klanten in Rome

Pompeo  BatoniDe Grand Tour was er niet alleen voor kunstenaars. In de achttiende eeuw was de reis naar Italië voor welgestelden een verplicht nummer geworden voor de culturele vorming. Voor je toenmalige CV was het net zo belangrijk als tegenwoordig een post-universitaire opleiding in de Verenigde Staten. Rond het midden van de achttiende eeuw kwamen er steeds meer Engelsen naar Italië en daarbij was Rome meestal het hoofddoel van hun reis. Ze waren kapitaalkrachtig en voor de Romeinse portretschilders vormden ze een ideale klantenkring. Halverwege de achttiende eeuw was Pompeo Batoni (1708-1787) de beste portretschilder van Rome. In de gedistantieerde voornaamheid die hij zijn opdrachtgevers laat uitstralen, doen zijn verfijnde portretten mij denken aan die van zijn zestiende eeuwse voorganger Agnolo Bronzino. Omdat hij zo goed was, portretteerde hij voornamelijk vooraanstaande Engelsen. Samen met de ontelbare portretten van Joshua Reynolds, die van 1749 tot 1752 ook in Rome verbleef, biedt zijn oeuvre een representatief beeld van de Engelse jetset uit de tweede helft van de achttiende eeuw. Twee jaar geleden was er in de National Gallery in Londen een grote overzichtstentoonstelling van zijn werk.

Batoni
Pompeo Batoni
portret van Richard Miles, ca.1760
Pompeo Batoni (1708-1787) was one of the most esteemed artists of the age. Rather like the Mario Testino or Lord Litchfield of his day, everyone who was anyone wanted Batoni to do his portrait. He captured them at the culmination of a long journey to Rome, displaying the learning, clothes, and fineries they had acquired on their trip. The poses and props in the portraits provide us with good insights about who these men were. Sir Humphry Morice reclines below in beautiful scenery. Batoni had already used this landscape for another painting about the Roman gods Diana and Cupid. Displaying him in this learned context was almost as essential as including fine portraits of his dogs. ( … ) While travel has changed beyond recognition since the Grand Tour, it did leave a lasting legacy. The works of art and the tastes young men brought back have influenced collections of art throughout Britain, including the National Gallery.
 
Bron: nationalgallery.org.uk
Batoni
details uit een portret van Richard Miles of Nackington Miles wijst op de kaart de naam ‘Grisoni’ aan, een Zwitsers kanton dat hij bezocht op weg naar Rome
the Grand Tour
At its height, from around 1660 – 1820, the Grand Tour was considered to be the best way to complete a gentleman’s education. After leaving school or university, young noblemen from northern Europe left for France to start the tour. After acquiring a coach in Calais, they would ride on to Paris, their first major stop. From there they would head south to Italy or Spain, carting all their possessions and servants with them. Their most popular destinations were the great towns and cities of the Renaissance, along with the remains of ancient Roman and Greek civilisation. Their souvenirs were rather more durable than holiday snaps, replica Eiffel Towers or t-shirts - they filled crates with paintings, sculptures and fine clothes. Travel was somewhat more of an ordeal than today (even accounting for the worst airport queues and hold-ups). However rich these young men were, there was no hot shower after a day on the road, no credit card to get them out of a tight spot, and no mobile phone to ring people for help. Furthermore transport was slow. Instead of taking a 12 month trip, some went away for many years. Most went for at least two, spending months in essential spots along the way. The plan was to set young noblemen up to manage their estates, furnish their houses and prepare for conversation in polite society. But did the Grand Tour turn them into gentlemen? Sometimes a taste for vice got in the way.
 
Bron: nationalgallery.org.uk

Italiëgangers [ Woest & Vredig ]

zondag 31 januari 2010
Founding Father
gezien: The President’s Mistress Sally Hemings (2004)

Thomas JeffersonThomas Jefferson de schrijver van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring (1776) en de latere president van de Verenigde Staten, was van 1784 tot 1789 ambassadeur in Parijs. Frankrijk had de Amerikaanse kolonisten vanaf 1778 in hun onafhankelijkheidsstrijd gesteund en was daarmee het eerste land dat de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten heeft erkend. Zoals gewoonlijk werden de bondgenoten in elkaars armen gedreven door een gemeenschappelijke vijand, Engeland. Er waren goede diplomatieke contacten tussen Frankrijk en de piepjonge Verenigde Staten, maar het bleef ook wringen tussen die twee. Frankrijk leefde in de nadagen van het absolutisme en het gewone volk had nog altijd niets te zeggen. Terwijl de democratische staatsvorm van de Verenigde Staten juist een uitdrukking is van de gelijkheid van alle mensen. Het duurde nog een paar jaar totdat in Frankrijk de bom uiteindelijk barstte en Thomas Jefferson moest zich na vijf jaar als ambassadeur uit Parijs terugtrekken en maakte weer de grote oversteek. De Parijse periode uit Jefferson’s leven (1784-1789) is al eens verfilmd in Jefferson in Paris uit 1995. Bijna tien jaar later werd de miniserie The President’s Mistress op de Amerikaanse televisie uitgezonden. De Parijse periode is een dankbaar onderwerp voor een film omdat Jefferson in die tijd een affaire kreeg met zijn kamermeisje Sally Hemmings een jonge slavin uit Monticello. De miniserie is erg gelikt, maar daar moet je een beetje doorheen willen kijken. Het geeft toch een fraai tijdsbeeld met al die fijne plaatjes.

Monticello
Monticello bij Charlottesville, Virginia
het landgoed waar Thomas Jefferson met zijn slaven woonde en dat hij zelf ontwierp
There were two reasons Thomas Jefferson was sent to Paris in 1784. First, his beloved wife had just died after childbirth and his friends feared that he was so distraught that his health and career might be permanently damaged; a strong change of place was what he needed. Second, Benjamin Franklin who had marvelously represented the new United States in France was old and becoming more frail, there was much business to be done concerning such matters as following up on the peace treaty with England, the 1793 Treaty of Paris, dealing with North African pirates and French loans to the United States. John Adams, who was never the most popular American in Paris was leaving his work with the finished Treaty of Paris to represent the United States in London.
 
Whoever decided that Jefferson should go to Paris made the correct decision. He became immensely popular in that sophisticated city and, despite a dangerous love affair and bouts of ill health, including migraines, his scientific knowledge, mastery of foreign affairs and intellectual sophistication greatly benefited from his years in France.
 
Bron: jeffersoninparis.com
Jefferson in Paris
still uit Jefferson in Paris
In de miniserie The President’s Mistress leren we Thomas Jefferson kennen als Amerikaans ambassadeur in Parijs. Het is 1787 als hij zijn jongste dochter naar Frankrijk laat komen. Het meisje wordt vergezeld door slavin Sally Hemings, op dat moment slechts 15 jaar. Weduwenaar Jefferson voelt zich sterk aangetrokken tot het beeldschone kind. Hij regelt voor haar onderwijs in lezen en schrijven. En tevens sleurt hij haar regelmatig het bed in om de liefde te bedrijven. Een dikke buik is het gevolg. Als in 1789 de Franse Revolutie uitbreekt, keert het hele gezelschap terug naar Virginia. Nabij het stadje Charlottesville bevindt zich Jefferson’s kapitale landhuis Monticello, alwaar hij meer dan 200 slaven in bezit heeft. Diep in zijn hart is Jefferson fel tegen slavernij, maar ondanks zijn hoge politieke invloed doet hij er bar weinig aan om tot algehele afschaffing te komen. Dat zou in die tijd ook niet echt gunstig geweest zijn voor zijn politieke carrière.
 
Bron: dvd-gratis.nl
Jefferson in Paris
still uit Jefferson in Paris

Overigens werd een paar jaar na de miniserie over Thomas Jefferson een miniserie gemaakt over het leven van zijn politieke tegenstander John Adams , de tweede president van de Verenigde Staten. Net als Jefferson was Adams voordat hij president werd eerst ambassadeur in Europa. Van 1782 tot 1788 was hij in Nederland de eerste ambassadeur van de Verenigde Staten. Beide founding fathers stierven op Independence Day 1826, precies een halve eeuw na de geboorte van de Verenigde Staten. Adam’s laatste woorden waren “Thomas Jefferson survives..“, maar hij kon niet weten niet dat deze enkele uren daarvoor was overleden.

jeffersoninparis.com | Sally Hemmings [ en.wikipedia.org ]

zaterdag 30 januari 2010
virtuoze streken [ 8 ]
hoe precies is precies geschilderd ?

Het fascinerende van de Vlaamse schilderkunst uit de vijftiende eeuw vind ik altijd weer de radicale detaillering. In de Zuid-Nederlandse miniaturen van de vroege 15e eeuw was de aandacht voor de details al tot in het extreme doorgevoerd. Wie een paar jaar geleden in Nijmegen tijdens de tentoonstelling over de gebroeders Van Limburg met een loep gekeken heeft, zal zeker onder de indruk zijn geweest. In de vijftiende eeuw was de olieverf nog een nieuwe techniek. Vergeleken met de traditionele temperaverf was het nieuwe medium veel geschikter voor het schilderen van vloeiende overgangen. Olieverf werd vooral gebruikt voor de plasticiteit. Belichting speelde nog nauwelijks een rol. En de kleuren waren weliswaar briljant maar bepaald niet natuurlijk.

Gerard David
details uit het Oordeel van Cambyses 1498
van Gerard David

In de zestiende eeuw werd door de Venetianen de eigenlijke basis gelegd voor de olieverfschilderkunst. De kleuren worden ‘vuiler’ gemaakt door vele glaceringen en de detaillering wordt opgeofferd om meer atmosfeer te scheppen. De suggestie wordt belangrijker dan de zorgvuldige inventarisatie van de details. In plaats van de volledige weergave wordt een ’samenvatting’ geschilderd in trefzekere streken. Wanneer je suggestief kunt schilderen, dan heb je eerst heel precies gekeken en kun je in de rauwe materie, die verf tenslotte is, datgene tevoorschijn laten komen wat je gezien hebt. Daar is zeker bravoure voor nodig, want je loopt niet keurig langs het paadje (dat je overigens wél goed kent) en je blijft niet binnen de lijntjes. Met slordigheid heeft het niets te maken, met meesterschap des te meer.

In de geschiedenis is de losse penseelstreek telkens verschillend gewaardeerd. Er zijn perioden geweest waarin de losse penseelstreek slordig en lui werd gevonden. Door de opkomst van de fotografie in de tweede helft van de negentiende eeuw bijvoorbeeld, kwam er juist meer waardering voor de losse penseelstreek, omdat een duidelijke meerwaarde van het schilderij boven de foto daarin zichtbaar was. In het impressionisme heeft de penseelstreek zich tenslotte volledig vrijgemaakt. Maar ook in de zeventiende eeuw gebeurde dat. Velazquez bijvoorbeeld was typisch een schilder met een virtuoze losse hand en een meester in de schilderkunstige illusie.

Velazquez en Rigaud
tweemaal een koninklijke arm
boven Velazquez (ca. 1640)
en onder Rigaud (1701)

In de tweede helft van de zeventiende eeuw ging de Franse stijl de Europese kunst beheersen en deze gebood dat de penseelstreek onzichtbaar moest zijn. Details werden net als in de vijftiende eeuwse schilderkunst weer in zijn geheel geschilderd. Wanneer je met je neus bovenop het schilderij stond, moest je precies kunnen zien wat het detail voorstelde en daarvoor moest het gepolijst geschilderd zijn. Dat ging ten koste van de suggestie. Maar de koning wilde het zo en iedereen volgde dus. Want zo ging dat in de tijd van het absolutisme.

Ook in de achttiende eeuw ging de Franse stijl nog een poosje door, maar na de dood van Lodewijk XIV in 1715 veranderde de opvattingen over hoe iets geschilderd moest zijn. Op de Académie Royale had je sinds 1648 in de schilderkunst twee richtingen: degenen die Poussin en de degenen die Rubens volgden. De zgn. Poussenistes benadrukten het belang van de (gedetailleeerde) tekening terwijl de Rubénistes de kleur juist belangrijker vonden. In de achttiende eeuw werd gaandeweg weer wat losser en vrijer geschilderd.

Reynolds en Ingres
boven Reynolds (ca.1785)
en onder Pierre Paul Prud’hon (1810)

Aan het einde van de eeuw kwam het classicisme in de mode en deze stijl vroeg weer om gepolijste vormen. Ook hier gaf Frankrijk weer de boventoon aan. De poussenistes David en zijn leerling Ingres drukten een zwaar stempel op de kunst van de eerste decennia van de negentiende eeuw. De Académie des Beaux Arts die hun opvattingen propageerde, zou tot ver in de negentiende eeuw grote invloed blijven uitoefenen. Omstreeks 1870 maakte een groep jonge schilders zich los van de strenge regels van de Académie.

De impressionisten, zoals ze al snel genoemd werden, waren echte rubénistes al werd deze term toen al niet meer gebruikt. Onder de oude meesters waardeerden ze bijvoorbeeld Velazquez en Rembrandt om hun losse streek. Wij zijn nog steeds geneigd om deze vrije manier van schilderen als modern te bestempelen. Het bovenste portret van Reynolds dat 25 jaar eerder ontstond dan het schilderij van Pierre Paul Prud’hon zal ons meer aanspreken. We ervaren deze manier van schilderen tegenwoordig als fris, kleurrijk en levendig.

meer virtuoze streken

donderdag 28 januari 2010
200 jaar geleden …
… hield het Koninkrijk Holland (1806-1810) op te bestaan

Lodewijk NapoleonHet woordje ‘oogluikend’ leerde ik toen ik een jaar of tien was tijdens de les vaderlandse geschiedenis. In het boekje stond dat Lodewijk Napoleon, die van 1806 tot 1810 koning was van het Koninkrijk Holland, de smokkel naar Engeland oogluikend toestond. De meester gebruikte het woord ook graag en hield dan de hand met de vingers gespreid voor zijn gezicht. “Hij zag het door de vingers” verduidelijkte de meester het woord en dacht daarbij ongetwijfeld aan zichzelf en aan zijn leerlingen. Veel meer over Lodewijk Napoleon ben ik eigenlijk niet te weten gekomen tijdens de vaderlandse geschiedenisles. Dit jaar is het tweehonderd jaar geleden dat Napoleon zijn broer weer van de troon wipte en ons grondgebied werd opgeslokt door het Franse Keizerrijk. Nadat Nederland al 15 jaar als vazal Frankrijk had moeten volgen, kwam er nu definitieve Franse duidelijkheid.

Koninkrijk Holland in 1810
het Koninkrijk Holland in 1810
De Nederlandse Republiek was al in 1795 door de Fransen veroverd. De Fransen kregen daarbij hulp van Nederlandse patriotten. De Bataafse Republiek (zo heette Nederland toen) bleef zogenaamd onafhankelijk van Frankrijk. In het echt was dat niet zo. Voor de meeste beslissingen moesten de Fransen eerst goedkeuring geven. In 1806 besloot Napoleon dat zijn broer Lodewijk koning van Holland werd. Nederland was toen opeens een koninkrijk. Maar in 1810 was dat alweer voorbij. Napoleon zette zijn broer af en maakte Nederland onderdeel van het Franse Keizerrijk. Drie jaar later, in 1813, werd Napoleon verslagen en op het Franse eiland Elba gevangengezet. Nederland werd weer onafhankelijk.
 
Bron: entoen.nu/napoleon
Lodewijk Napoleon
Lodewijk Napoleon op de munt
Grandes Armes du Royaume de Hollande
wapen van het Koninkrijk Holland

Nederland heeft in de Franse Tijd vier verschillende namen gehad :
Bataafse Republiek (1795-1801)
Bataafs Gemenebest (1801-1806)
Koninkrijk Holland (1806-1810)
Onderdeel van het Franse Keizerrijk (1810-1813)
(Bron: entoen.nu/napoleon)

Napoleon en de Franse Tijd [entoen.nu ]
Nederland in de Franse Tijd [ members.home.nl/pfransetijd ]

woensdag 27 januari 2010
fab four
Raphaelle, Rubens, Rembrandt en Titian
Charles Willson Peale (1741-1827) en zijn zonen

PealeStel dat je vier zonen hebt en je noemt ze John, Paul, George en Ringo, dan heb je een beetje het gevoel the fab four te bezitten. De Amerikaanse schilder Charles Willson Peale had ook zijn fab four en hij noemde ze Raphaelle, Rubens, Rembrandt en Titian. Hij had nog dertien andere kinderen, maar daarvan stierven er elf! Rembrandt Peale maakte de American Dream van zijn vader (die weliswaar compleet Europees geworteld was) helemaal waar. Net als zijn vader en drie broers maakte hij carrière als schilder.

Rembrandt Peale met geranium 1804In 1801, Rembrandt painted a portrait of his brother Rubens, youngest of the 6 Peale children, who always had an admiration for gardening and tending to natural life. Inspired by his brother’s gardening appreciation, Rembrandt seated his younger brother next to a geranium. Viewers must understand the story behind this particular painting, as it carries more than the artist’s admiration for a sibling’s love of nature. The painting was the initial inspiration of the Dutch 17th century artist, David Teniers the Younger, who had painted the 5 senses series, all oil on copper. His painting, “Smell” is quite similar to Rembrandt Peale’s work of art, which depicts a man looking over at another individual admiring a flower pot. Rembrandt’s piece captures the essence of a young gardener/artist’s peace of mind, gracefully looking out, a posture of wonder and calmness.
 
Bron: en.wikipedia.org
Rembrandt Peale
Rembrandt Peale
zelfportret uit 1828

de zonen van Charles Willson Peale (1741-1827)
Raphaelle Peale (1774-1825)
Rembrandt Peale (1778-1860)
Rubens Peale (1784-1865)
Titian Peale (1799-1885)

de gebroeders Peale
de gebroeders Peale
Raphaelle, Titian, Rubens en Rembrandt

Charles Willson Peale [ en.wikipedia.org ]

dinsdag 26 januari 2010
van Kleve naar Klaipėda
alles over Pruisen op preussen-chronik.de

Preussen KronikWat bindt de Duitse stad Kleve, hier vlak over de grens, met het verre Klaipėda in Litouwen? Beide steden vormden van 1618 tot eind 1944 het uiterste westen en uiterste noordoosten van Pruisen. Kleve en Memel (Klaipėda) behoorden al in de tijd van Rembrandt tot Brandenburg-Pruisen. De afstand van Kleve naar Klaipėda is ruim 1400 km, evenver als naar Rome. Tegenwoordig moet je om de Russische exclave Kaliningrad (het voormalige Königsberg) heen via Kaunas, nog eens honderden kilometers om. Ik kwam overigens op deze route door een fraaie website over Pruisen.

van west naar oost
van Kleve naar Klaipėda (Memel)

Wie de afstand tussen Kleef en Oost-Pruisen goed gekend heeft, was de grote keurvorst (en hertog van Pruisen) Frederik Wilhelm van Brandenburg (1640-1688). De eerste jaren resideerde hij voornamelijk in Kleef maar ook in Koningsberg (Kaliningrad). Pas in 1652 koos hij Berlijn, dat ongeveer in het midden lag, als vaste residentie. Ene Michiel Smids uit Nederland werd omstreeks 1649 aangesteld als baas van de posterijen in Brandenburg en onder zijn leiding deed een brief uit Kleef er 10 dagen over om in Koningsberg bezorgd te kunnen worden. Voor die tijd was dat enorm snel!

Pruisen 1618 - 1866
250 jaar expansie van Pruisen
Pruisen in 1618, 1713, 1803 en tenslotte in 1866
vlak voor de Duitse eenwording

preussen-chronik.de | preussenweb.de | foto’s van Kaliningrad [ panoramio.com ]

zaterdag 23 januari 2010
pruikentijd [ 2 ]
gezien met Michaela: Orlando (1992)

Tilda Swinton als OrlandoBen van Os en Jan Roelfs die verantwoordelijk zijn voor de art direction in de film Orlando, werden in 1993 beiden terecht genomineerd voor een oscar. Maar deze werd gewonnen door de art directors van Schlindler’s List. Orlando werd ook voor een oscar genomineerd in de categorie kostuumontwerp. Maar ook deze oscar werd niet verzilverd en de prijs ging tenslotte naar Gabriella Pescucci die de kostuums verzorgde in The Age of Innocence van Martin Scorcese.

Orlando
stills uit Orlando 1992

Orlando is een magnifieke film, vooral wat de kostuums en fotografie betreft. Het verhaal spreidt zich uit over vier eeuwen en dat moet een enorme uitdaging zijn geweest voor de afdeling kostuums en art direction.

Orlando
Qua fotografie vind ik dit een van de mooiste scenes uit Orlando (de art direction is van Ben van Os en Jan Roelfs)

Ik ben geen historicus en zeker geen modehistoricus en kan dus niet oordelen of de voorstellingen die in kostuumfilms gegeven worden historisch verantwoord zijn. Wanneer er oscarnominaties zijn voor de kostuums en de art direction zal het we goed zitten, is mijn simpele redenering. En toch hoeft dat niet per se zo te zijn, tenminste als ik A. Bender mag geloven van marquise.de De film Amadeus die in 1984 een aantal oscars won, waaronder die voor het beste kostuumontwerp ( van Theodor Pistek ) en art direction, is als het om kleding gaat, historisch niet altijd juist. Maar het zou mij niets verbazen als Pistek deze ‘verkeerde’ keuzes bewust heeft gemaakt. In de film Marie Antoinette horen we toch ook Siouxsie and the Banshees ?

Het verleden is dood, leve de interpretatie!

Ironischerweise bekam Amadeus einen Oscar für die Kostüme, obwohl der Kostümbildner wie auch bei “Valmont” übelst gestümpert hat. Dabei sind zwischen vielen besch…eidenen Kostümen nur einige wenige, die halbwegs in Ordnung sind.
 
Constanze trägt beim ersten Auftritt etwas, das wohl eine Française sein soll. Der Kostümbildner hat den gleichen Fehler gemacht wie Sabine Normalverbraucherin und an ein Kleid hinten ein paar “Watteaufalten” geklebt. Das wäre wahrscheinlich nicht weiter aufgefallen, hätte er die Falten nicht ausgerechnet aus einem anderen Stoff als das restliche Kleid gemacht. Beim Bild links allerdings fällt schon anhand der Form auf, daß die Falten nicht, wie es sein sollte, Teil des Kleidrückens sind.
 
ConstanzeDie Perücken sind ein weiterer Schwachpunkt, besonders bei den Statistinnen. Sie sehen aus, als wäre ein toter Pudel aus 2000 Metern Höhe auf ihren Kopf gefallen und dort klebengeblieben. Die Haare sind ganz offensichtlich von Natur aus (oder besser gesagt, von Chemie aus) weiß, anstatt weiß gepudert zu sein, und der Haaransatz ist allzu offensichtlich mit Absicht verdeckt.Dabei waren solche Türme (typisch für die 1770er), wie sie links zu sehen sind, schon aus der Mode, bevor Mozart erwachsen war. Schaflockig-wuschelig waren die Türme nie, sondern im Gegenteil sehr ordentlich gelegt. Wuschelige Frisuren gab es Ende der 80er noch, aber sie waren nicht hochgetürmt.
 
Bron: marquise.de

Orlando [ imdb.com ]

vrijdag 22 januari 2010
pruikentijd [ 1 ]
Nicolas de Largillière (1656-1746) en de pruikentijd

Tijdens de regeerperiode van Lodewijk XIV (1640-1715) werd de Europese cultuur ondergedompeld in de Franse stijl. In ons land werd de Hollandse eenvoud en soberheid nog wel even vastgehouden (met Vermeer als laat hoogtepunt) maar na 1672 rukten het geparfumeerde coloriet, het fluweel en de pruiken ook in de Hollandse schilderkunst steeds verder op. Rond 1700 was de Europese hofcultuur volledig Frans geworden. De schilders maakten hun penseelstreek onzichtbaar door eindeloos glad te ‘dassen’ zodat hun schilderij een glossy uitstraling kreeg. Wanneer je de portretten uit het galante tijdperk bekijkt dan vraag je je af wat ons toen heeft bezield. Zeker als je deze portretten vergelijkt met de Hollandse portretschilderkunst van nog geen halve eeuw eerder, dan is het duidelijk dat de welgestelden hun nuchterheid hadden verloren. Natuurlijk behoorden de geportretteerden in hun extravagante kleding allemaal tot de happy few. Het gepeupel was armoedig gekleed. Gewone meisjes werden bijvoorbeeld grisettes (’grijsjes’) genoemd, omdat hun kleding altijd grijs was.

portretten van de Largillière
portretten van Nicolas de Largillière

Het meest verbaast mij toch altijd weer die pruiken. Hoe kwamen kerels zo ver om zich zo verwijfd te kleden? Als iets gangbare mode wordt, gaat iedereen die mee wil tellen daarin mee. Dus werd in navolging van de zonnekoning een pruik gedragen… en gebruikten mannen parfum. Er werd gezegd dat de zonnekoning meer parfum gebruikte dan al zijn hofdames bij elkaar. Alles moest elegant zijn en zelfs kousen werd van achteren opgevuld voor een paar ideale kuiten. De Europese hofcultuur was veranderd in een lachwekkende balts. Dit was de pronktijd van het absolutisme en als het aan de rijken had gelegen, had het feestje eeuwig mogen duren. Maar aan het einde van de eeuw rolden de koppen van het Ancien Régime. De pruiken waren al eerder afgezet.

De Largillière,  familieportret
Nicolas de Largillière
familieportret, ca. 1730

Nicolas de Largillière 1707De Franse barokschilder Nicolas de Largillière was samen met Hyacinthe Rigaud en Charles LeBrun een van de grote Franse schilders van zijn tijd. Een van zijn bekendste werken is een familieportret uit 1730 dat in het Louvre hangt. Hij had alles waar het galante tijdperk om vroeg: een ‘geparfumeerd’ palet, zwier en gevoel voor stofuitdrukking. Hij zat beslist niet om opdrachten verlegen. Het aardige is dat hij ook zichzelf schilderde. Het mooist vind ik zijn zelfportret uit 1707. Hier zien we de schilder zonder pruik, met kaalgeschoren hoofd en eenvoudige muts. Doe maar gewoon…

One of the most sought-after portraitists of the late 17th and early 18th centuries, Nicolas de Largillierre was as much at home with easel painting as with the monumental group portraits prized by the aldermen of the City of Paris. His marked taste for rich fabrics and elaborate tailoring gives his portraits a theatricality that is a close reflection of an elegant, sophisticated society. Lively brushwork and extensive use of impasto gleamingly highlight the details while giving his figures depth and solidity. He also painted a number of religious works in the same stylistic vein. Coming in the wake of François de Troy, he developed an approach to the portrait that earned him the substantial clientele he shared with Hyacinthe Rigaud.
 
Bron: louvre.fr

Nicolas de Largillière [ nl.wikipedia.org ]

woensdag 20 januari 2010
tweemaal Slag bij Lützen
De Slag bij Lützen 1632 en de Slag bij Lützen (Großgörschen) 1813

De Slag bij Lützen speelt in onze nationale geschiedenis geen rol, maar in de Duitse en Zweedse geschiedenis des te meer. Ook voor de Fransen heeft Lützen een vertrouwde klank. Dat komt omdat zij de Slag bij Großgörschen (1813) la bataille de Lützen zijn gaan noemen. Na de mislukte Russische veldtocht in 1812 streed een deel van wat er van de Grande Armée was overgebleven tegen de coalitietroepen van Pruisen en Rusland. Napoleon verloor bij deze veldslag nog eens 22.000 soldaten.

De Slag bij Lutzen/Großgörschen
De Slag bij Lützen 1813
Nachdem Preußen am 27. März 1813 Napoleon den Krieg erklärt hatte, zog dieser mit sechs in Kolonnen marschierenden Armeekorps von Mainz (damals vorübergehend von 1803 bis 1814 französisch: Mayence) über Erfurt in Richtung Leipzig. Am 29. April erreichte er Naumburg, am 30. April Weißenfels und am 1. Mai Lützen, wo er die Nacht am Denkmal für den 1632 gefallenen Schwedenkönig Gustav II. Adolf verbrachte. Dieser demonstrative historische Bezug führte auch dazu, dass in Frankreich diese Schlacht als “la bataille de Lützen” bezeichnet wird.
 
Bron: de.wikipedia.org

Maar de oorspronkelijke Slag bij Lützen vond twee eeuwen eerder plaats tijdens de Dertigjarige Oorlog. Hoewel deze veldslag door de protestantse coalitie werd gewonnen, betekende zij toch een trauma voor Zweden, omdat hun koning Gustav II Adolf dodelijk gewond raakte. Zweden steunde de protestantse keurvorsten in de strijd tegen hun gemeenschappelijke vijand, de katholieke Habsburgers. In 1855 toen overal in Europa het nationalisme opbloeide, schilderde de Zweedse historieschilder Carl Wahlbom onderstaand schilderij met centraal de dood van Gustav II Adolf in de Slag bij Lützen.

De Slag bij Lutzen
Carl Wahlbom 1810-1858
de dood van koning Gustav II Adolf op het slagveld bij Lützen
De Dertigjarige Oorlog was een tussen 1618 en 1648, voornamelijk in het Centrale Europese gebied van het Heilig Roomse Rijk, waarbij echter ook de belangrijkste continentale machten waren betrokken, uitgevochten conflict. De oorzaken voor het conflict waren zeer uiteenlopend. Hoewel het van in het begin een godsdienstig conflict tussen protestanten en katholieken was, was het zelfbehoud van de Habsburger ook een deel van de inzet van de strijd. De Denen en vervolgens Zweden kwamen verscheiden malen tussenbeide ter verdediging van hun eigen belangen.
De Slag bij Lutzen
De Slag bij Lützen detail
Rubens, Battle of Anghiari
Carl Wahlbom vond voor zijn schilderij duidelijk inspiratie in de bovenstaande tekening van Pieter Paul Rubens naar een origineel van Leonardo da Vinci dat verloren is gegaan
De Zweedse interventie begon in 1630 en duurde tot 1635. Sommigen aan het hof van Ferdinand II geloofden dat Wallenstein de controle wilde krijgen over de Duitse Prinsen en aldus zijn invloed op de keizer te versterken. Daarop ontsloeg Ferdinand II Wallenstein in 1630. Hij zou hem later echter terugroepen, nadat de Zweden onder leiding van koning Gustaaf II Adolf van Zweden het Rijk aanvielen en een aantal beduidende veldslagen won.
 
Gustaaf II Adolf, zoals eerder Christiaan IV, kwam de Duitse Lutheranen ter hulp, om te anticiperen op katholieke agressie tegen hun vaderland en om economische invloed te verkrijgen in de Duitse staten rond de Oostzee. Net zoals Christiaan IV werd Adolf door Richelieu, de eerste minister van Lodewijk XIII van Frankrijk, en de Nederlanders betaald. Van 1630 tot 1634 dreven ze de katholieke krijgsmacht terug en herwonnen een groot deel van de bezette protestante gebieden.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Tweemaal Slag bij Quebec | Tweemaal Slag bij Waterloo

zondag 17 januari 2010
tweemaal Slag bij Quebec
De Slag bij Quebec (1759) door Benjamin West en Edward Penny

Benjamin WestRuim een halve eeuw voordat Jan Willem Pieneman zijn schilderij van de Slag bij Waterloo voltooide, maakte de Amerikaanse schilder Benjamin West een soortgelijk schilderij over een andere historische veldslag, de Slag bij Quebec. In Nederland is deze slag niet zo bekend, maar de Engelsen en Fransen en zeker de Canadezen en de Amerikanen weten deze slag moeiteloos te plaatsen in de Zevenjarige Oorlog. Deze oorlog werd niet alleen in Europa uitgevochten tussen Pruisen en Oostenrijk (met Silezië als inzet) maar juist ook in Noord-Amerika. Engeland dat Pruisen steunde in zijn strijd tegen Oostenrijk, Frankrijk en Rusland, voerde de oorlog vooral op zee en overzee, met name in Noord-Amerika. Een van de veldslagen in de Zevenjarige Oorlog was de Slag bij Quebec in 1759. In 1763 kwam aan de oorlog een eind en sloten Engeland en de Frankrijk de Vrede van Parijs waarbij de Fransen Canada en alle gebieden ten oosten van de Mississippi moesten opgeven. Vijftien jaar later zou Frankrijk zich wreken op Engeland door de Amerikaanse kolonisten militair te steunen in de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog (1774-1783).

de dood van generaal Wolfe
de dood van generaal Wolfe, 1770
door Benjamin West
West verdeelde zijn doek in drie groepen. In het midden ligt Wolfe op de grond in de klassieke pose van de stervende held, zijn ogen omhooggericht, zijn bezorgde, treurende officieren boven hem als een boog die culmineert in een bollend vaandel dat met zijn hemelwaartse beweging de aanstaande weg van de ziel aangeeft. Het doet ook denken aan het lege kruis in een kruisafname, waardoor Wolfes lichaam wordt geasscocieerd met het beeld van Christus’ offer.
 
Robert Hughes in Amerikaanse visioenen, blz 74
de dood van generaal Wolfe, detail
de dood van generaal Wolfe, detail

Benjamin Wests schilderij hangt in de National Gallery of Canada (Musée des beaux arts du Canada) in Ottawa. West was niet de enige die het tafereel schilderde. Edward Penny schilderde zeven jaar eerder al de sterfscene van de Engelse generaal. Maar Benjamin West maakte er in 1770 pas een echt meesterwerk van.

de dood van generaal Wolfe
de dood van generaal Wolfe, 1763
door Edward Penny
This 1763 painting depicts the death of General James Wolfe. This work by Edward Penney is probably much closer to the truth of how Wolfe died than Benjamin West’s more famous painting. Of all the accounts of the general’s last moments, Captain John Knox’s version is generally accepted as the most credible. Knox stated that ‘various accounts have been circulated of General Wolfe’s manner of dying, his last words, and the officers into whose hands he fell; and many, from a vanity of talking, claimed the honour of being his supporters after he was wounded; but […] Lieutenant Brown, of the grenadiers of Louisbourg and the twenty-second regiment […] with Mr. Henderson, a volunteer in the same company, and a private man, were the three persons who carried his excellency to the rear; which an artillery officer seeing, immediately flew to his assistance; and these were all that attended him in his dying moments.’
 
Bron: cmhg-phmc.gc.ca

The Battle of Quebec | The Death of General James Wolfe at Quebec

zaterdag 16 januari 2010
achteruitkijkspiegel
eindeloos turen op tijdbalken…

Ik weet niet waar mijn belangstelling voor het verleden precies vandaan komt. Ongetwijfeld heeft het iets met de eigen identiteit te maken, met het opzoeken van mijn wortels en die van mijn voorouders. Door te graven in het verleden vinden we eigenlijk altijd scherven. Het verleden is veel te groot en ontsnapt aan ons beperkte zicht. Het is een onmogelijke opgave om de geschiedenis te kennen. Waarom zou je dan met jaartallen een net willen spannen over het verleden wanneer je weet dat je het nooit zult vangen? Maar met het grofmazige net dat we zélf kunnen knopen, kunnen we door de historische feiten die we daar mee vangen toch een beperkt overzicht van het verleden te krijgen.

willebroek.info
tijdbalk op willebroek.info

Voor mij is een tijdbalk zo’n net waarmee je de verleden tijd kunt vangen. Het is een soort doodskleed vol gaten dat over het lijk van de tijd ligt uitgespreid. Meestal heeft een tijdbalk een bewuste beperking en wordt bijvoorbeeld het overzicht beperkt tot de Nederlandse, Europese of Amerikaanse geschiedenis. Of de tijdbalk focust alleen in op kunst, wetenschap of politiek. Want het doel van de tijdbalk is het overzicht en dat is per definitie een groteske versimpeling van de werkelijkheid. Interessant wordt het wanneer het overzicht en de werkelijkheid elkaar weer gaan raken, wanneer ik in de veelheid van informatie het overzicht weer verlies en wordt teruggeworpen in het hier en nu, in de lévende tijd waarin ikzelf de enige ben die een stap naar voren kan zetten. Want ook al hou ik van het beeld in de achteruitkijkspiegel, de weg ligt vóór mij.

entoen.nu
de canon van Nederland

De canon van Nederland biedt een overzicht van de (Nederlandse) geschiedenis, samengevat in 50 ‘vensters’. Leerlingen (én leraren!) in de bovenbouw van het basisonderwijs worden geacht het uitzicht te kennen dat deze vensters op onze geschiedenis geven. Zonder historisch bewustzijn is er geen nationaal bewustzijn. En zonder nationaal bewustzijn zak je voor je ingeburgeringsexamen.

tijdbalk [ willebroek.info ] | de canon van Nederland [ entoen.nu ]

vrijdag 15 januari 2010
tweemaal Slag bij Waterloo
De Slag bij Waterloo door Jan Willem Pieneman en Louis Moritz

Napoleon BuonaparteOver vier jaar zullen er twee grote herdenkingen zijn. Het zal dan honderd jaar geleden zijn dat de Eerste Wereldoorlog begon en nog eens honderd jaar eerder het Congres van Wenen. Na de Napoleontische oorlogen en na de Eerste Wereldoorlog zou de kaart van Europa drastisch veranderen. Napoleon was in 1814 verbannen maar nog steeds niet definitief verslagen. Op 1 maart 1815 wist hij van Elba te ontsnappen en kwam nog eens voor honderd dagen terug op het Europese toneel. Op 18 juni 1815 na de Slag bij Waterloo moest hij voorgoed de aftocht blazen.

Op 1 maart 1815, toen het congres nog in volle gang was, wist Napoleon van Elba te ontsnappen. Al snel had hij weer een grote legermacht onder zijn bevel, waarmee hij opnieuw oprukte tegen de mogendheden. Uiteindelijk werd hij door Pruisische, Hollandse, Belgische, Nassause (onder aanvoering van de prins van Oranje) en Engelse legers verslagen bij Waterloo. Daarna aarzelde Willem niet langer en riep zich op 16 maart 1815 met instemming van de mogenheden uit tot Koning der Nederlanden, Willem I, nadat op 13 februari 1815 de Nederlanden definitief verenigd werden in het Traktaat van de 38 Artikelen. In september werd in Brussel de eenwording van de Noordelijke- en Zuidelijke Nederlanden plechtig gevierd.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Voor het nationale zelfbewustzijn van het piepjonge Verenigd Koninkrijk der Nederlanden was de aanwezigheid van de prins van Oranje tijdens de Slag bij Waterloo van enorm belang. Bovendien was Napoleon voorgoed verslagen op het grondgebied van het koninkrijk, want België en Nederland waren toen nog verenigd. De jonge prins van Oranje en latere koning Willem II (1840-1849) werd tot nationale held gemaakt. Dat hij tijdens de veldslag (aan zijn schouder) gewond was geraakt, sprak nog meer tot de verbeelding. Voor de historieschilders was er werk aan de winkel. Het bekendst is het heldhaftige schilderij dat Jan Willem Pieneman in 1824 voltooide. Het is een doek van on-Nederlandse afmetingen (576 x 836 cm!) en hangt nu in het Rijksmuseum.

Pieneman
Jan Willem Pieneman 1824
De slag bij Waterloo, 18 juni 1815
Olieverf op doek, 576 x 836 cm
Centrale figuur is de hertog van Wellington terwijl de gewonde prins Willem II links staat afgebeeld
Jan Willem PienemanJan Willem Pieneman werkte jaren aan ‘Waterloo‘. In de jaren 1819-1821 was hij verschillende malen langdurig bij de hertog van Wellington te gast om portretstudies van Wellington en diens officieren te maken. Op het schilderij zijn 69 personen herkenbaar. Het enorme schilderij was in 1824 af. Koning Willem I kocht het voor zijn zoon. Het zou komen te hangen in diens Brusselse paleis. Maar voor het daarheen verhuisde, werd het tentoongesteld in Amsterdam, Gent, Brussel en Londen. Pieneman verdiende daar - bovenop de verkoopsom van veertigduizend gulden - nog eens vijftigduizend gulden extra mee: een vermogen toentertijd.
 
Bron: rijksmuseum.nl/aria
Pieneman
De slag bij Waterloo detail
Prins Willem II raakte tijdens de veldslag gewond
Geen wonder dat dadelijk door Hollandse kunstenaars de afbeelding in prent en schilderij ter hand werd genomen, niet alleen van de slag bij Waterloo, maar ook van het voorafgaande wapenfeit bij Quatre Bras, waar op 16 juni - in strijd met Wellingtons bevelen - de Nederlandse troepen waren geconcentreerd en onder aanvoering van de Prins van Oranje, de Franse aanvallen zolang wisten te weerstaan, dat daardoor het latere verloop van de veldslag ten goede werd beïnvloed. Dankzij die uitkomst kon zijn insubordinatie achteraf als een heldhaftig en beleidvol optreden worden bejubeld.
 
Bron: dbnl.org

Een veel minder bekend schilderij ( maar dan ook veel minder groot) is van Louis Moritz (1773-1850). Ook hij beeldt de gewonde prins van Oranje af maar dan bijna in het midden. Op het schilderij van Pieneman is de hertog van Wellington de centrale figuur. Maar deze had door bemiddeling van koning Willem I dan ook persoonlijk model willen zitten voor de schilder. Pienemans enorme schilderij was een attractie en werd tentoongesteld in Amsterdam, Gent, Brussel en Londen

Louis Moritz
Louis Moritz
De slag bij Waterloo, 18 juni 1815
Tot de eersten, die bij ons Waterloo in beeld brachten, behoorde Louis Moritz, wiens roeping en ervaring als historieschilder met een voorkeur voor paarden, hem hiertoe bijzonder geschikt maakten. Hij toog samen met C.L. Hansen en J. Kamphuysen aan het werk in een ambitieuze onderneming: het schilderen van een groot panorama van de slag bij Waterloo, dat in 1816 te Amsterdam, in een rond gebouwtje op het Leidseplein en naderhand in enkele andere plaatsen werd tentoongesteld. Zijn aandeel bestond in het schilderen van de levensgrote figuren en paarden. De exploitant was blijkbaar E. Maaskamp, die in een brochure van 1816 een uitvoerige beschrijving van het panorama publiceerde met een schematische afbeelding ervan, waarbij de inhoud der voorstelling tot in bijzonderheden werd aangeduid. Over de latere lotgevallen van dit panorama tasten wij in het duister.
 
Het hier getoonde schilderij, dat niet gedateerd is maar vermoedelijk ongeveer gelijktijdig ontstond, kan een indruk geven van de manier, waarop Moritz het onderwerp behandelde. Ook al is het moment van Oranjes verwonding hier op iets andere wijze in beeld gebracht dan in het desbetreffende stuk van het panorama, de schilder heeft hier stellig met evenveel accuratesse de juiste toedracht gevolgd als hij deed in het grote tafereel, dat volgens Maaskamp door de Prins ‘met de uiterste oplettendheid’ werd bekeken en ‘met het hoogste welgevallen goedgekeurd’.
 
Bron: dbnl.org

De Slag bij Waterloo [ rijksmuseum.nl/aria ]

zaterdag 2 januari 2010
terug naar het oerverhaal [ 1 ]
25 jaar terug in mijn geschiedenis:
Mircea Eliade, Carl Gustav Jung en Anselm Kiefer

Mircea EliadeMet het lezen van het heilige en het profane uit 1957 van de bekende godsdienstwetenschapper Mircea Eliade (1907-1986 ) reis ik voor mijn gevoel weer 25 jaar terug in de tijd. Ik was begin twintig en voelde mij geestelijk ontworteld, een onderhuidse wanhoop die met religieuze honger beantwoord werd. Tijdens mijn studie aan de kunstacademie voelde ik mij vrij om aan de hand van geesten als Carl Gustav Jung en Mircea Eliade een spirituele reis te maken langs allerlei geestelijke tradities. Ik beschouwde hen als mijn gidsen op deze spirituele ontdekkingstocht.

Begin jaren tachtig was in de schilderkunst de figuratie terug van weggeweest en waren ‘jonge Duitsers’ en ‘jonge Italianen’ in de mode. De heftige en expressionistische schilderijen van deze jonge wilden waren meestal rauw geschilderd en daarmee verwant aan de subculturen van punk, grunge en graffiti. De enige nieuwe wilden die mij interesseerden waren Anselm Kiefer en Francisco Clemente. Naar mijn gevoel gingen zij inhoudelijk dieper dan de rest, juist omdat ze citeerden uit het verleden, bij voorkeur uit mythische verhalen. In het aanboren van Germaanse en Hindoeistische tradities brachten zij de tijdloze sapstroom weer omhoog. In diezelfde tijd las ik voor het eerst Man and his symbols van Carl Gustav Jung en gebruikte ik de universele beeldtaal van de archetypen ook bewust in mijn eigen tekeningen en schilderijen. Ik was ervan overtuigd dat een kunstenaar zijn eigen mythe schept. Religie moest opnieuw worden uitgevonden om waarachtig te kunnen zijn. Geïnstitutionaliseerde religie, met ons eigen Christendom voorop, vond ik niet authentiek. De toekomst was aan de esoterische, mystieke en mythische tradities die ik in mijn adolescente maakbaarheidswaanzin dacht te kunnen samensmeden tot een hoogst persoonlijke re-ligio, een blauwdruk van mijn ziel.

priester kunstenaar, 1916
laatste deel van het gedicht priester kunstenaar van Theo van Doesburg

Ik vond overigens wel dat dit met de nodige zelfspot moest gebeuren. Een hoogdravend ‘God in het diepst van mijn gedachten’ kon immers tot gevaarlijke zelfverheffing leiden. Een gedicht als priester-kunstenaar dat Theo van Doesburg in 1916 voor de Utrechtse schilder-mysticus Janus de Winter had geschreven, vond ik aantrekkelijk en afstotend tegelijk. Van Doesburg was overigens niet de enige die zo bralde in die tijd, onder kunstenaars zwangerde het van de Nieuwe Mensch die in het heldere licht van het modernisme geestelijk herboren moest worden. Uiteraard bedoelde men daar in de eerste plaats zichzelf mee. Dat de mythe van ‘de nieuwe Mensch’ een vruchtbare voedingsbodem voor foute ideologieën kon zijn, werd pas achteraf goed duidelijk. Zowel fascisme als communisme misbruikten de mythe van de nieuwe mens en van de moderniteit. Waarschijnlijk was Dada, een beweging die bewust anti-kunst nastreefde, een van de weinige bewegingen uit die tijd, die niet gevoelig was voor dergelijke aanlokkelijke gedachten. Als nuloptie had het dadaïsme geen idealen en ambities en dus ook niets te verliezen.

Ernst werd door de dadaïsten doeltreffend afgebrand met spot. ‘Nihil, nihil, driewerf nihil!’. De traditionele opvatting dat kunst het goede, het ware en het schone in zich verenigt, werd belachelijk gemaakt. De pop-art en later ook de punkbeweging hebben de anti-kunst van de dadaïsten in de twintigste eeuw voortgezet. Ideologie, grote verhalen en niet in de laatste plaats waarheid, kwamen na de 1945 onder sterke verdenking te staan. De klassieker The Open Society and its Enemies van Karl Popper uit 1945 zou een enorme invloed krijgen op het geestelijk klimaat na de Tweede Wereldoorlog. Op de weerlegging van theorieën zou een grotere nadruk komen te liggen dan op de bevestiging van theorieën. Betwijfelen van waarheid werd positiever dan het onderstrepen van waarheid. Het geestelijk klimaat werd na de oercatastrofe van de twintigste eeuw (1914-1945) steeds anti-dogmatischer en keerde zich daarmee van ‘de grote Waarheid’ af. Waarheid werd iets relatiefs en net zoiets individueels als de eigen mening.

Verwerping van ideologie en waarheid leek een veiliger optie dan bevestiging daarvan. En naarmate de meerderheid zich bij deze opvatting ging aansluiten, werd het een alsmaar veiliger optie. Spot bleek bovendien een doeltreffend middel om stellige opvattingen genadeloos af te branden. De geest van Dada bleef jonge mensen inspireren tot het cultiveren van een strategische nuloptie. Elke verheffende gedachte moest blijvend worden afgebrand met een methodisch en categorisch nihilisme. In de tweede helft van de jaren zeventig werden flower power en oosterse wijsheden door de punk afgekrabd of met spuitbussen overgespoten. No future! In dat klimaat kwam ik met een van de eerste lichtingen uit de Generatie X in 1983 naar de kunstacademie, terwijl er een schrijnende en vooral deprimerende jeugdwerkloosheid heerste.

De Duitse schilder Anselm Kiefer (1945) stond op dat moment erg in de belangstelling. In zijn werk verwees hij bijna altijd naar de Duitse geschiedenis en met een reflectie op de mythische dimensie van de Duitse identiteit, liet hij zien dat na Dada en pop-art de oude verhalen nog springlevend waren. In navolging van zijn ‘goeroe’ Joseph Beuys keerde hij zich af van het kosmopolitische modernisme dat na 1945 vooral uit New York kwam. De naoorlogse abstracte schilderkunst en ook de popart hadden zich in hun ogen teveel los gemaakt van plaats en tijd. In de drang naar universele geldigheid die het modernisme eigen is, had de moderne kunst zichzelf steeds verder uitgehold en, om met Simon Schama te spreken, was de kunst in de jaren zestig ontaard in “eindeloze pirouettes rond het heiligste der heiligen: de voorstellingstheorie.”

Net als Joseph Beuys legde Anselm Kiefer juist de nadruk op de innerlijke gelaagdheid en de interpretatie van het kunstwerk. Die gelaagdheid was vaak heel concreet. Bij Beuys en Kiefer zien we geen gladde en gelikte oppervlakten, zoals bij heel veel kunst uit de jaren zestig, maar juist rauwe en natuurlijke structuren, vaak half weggekrabd om de structuren daaronder bloot te leggen. Terwijl Beuys in zijn werk vaak verwees naar sjamanistische tradities, zocht Kiefer het eigen door de nazi’s besmette Duitse verleden op en onderzocht hij in zijn werk Germaanse en nationalistische mythen.

Anselm Kiefer
Anselm Kiefer markischer Sand, 1980

Een Duitse schilder die zo schaamteloos weer de aandacht vestigde op de mythe zoals die van Blut en Boden, werd met argusogen bekeken.Vooral de Boden werd er in zijn werk soms dik bovenop gelegd, zelfs letterlijk, want Kiefer verwerkte modder en stro in de rauwe verflaag. Op de kunstacademie noemde ik dergelijke kunst die toen erg in was spottend ‘zureregenkunst’. (’Zure regen’ was tussen de Club van Rome en de Kyoto Conferentie een veel gebezigde term in de milieuproblematiek) Het woord paste precies bij het deprimerende klimaat van de eerste helft van de jaren tachtig. Maar dit als een persoonlijke herinnering even terzijde.

Wat bezielde Kiefer om in de linkse jaren van de Baader-Meinhoff Gruppe de ‘dark room’ van Duitse mythen op te te zoeken? Kiefer geloofde dat het gevaarlijk was de mythe compleet te negeren. Na 1945 was de Duitse geschiedenis die taboe geworden. Vanaf 1949 moest er met de Bundesrepublik een nieuw Duitsland komen, gezuiverd van mythen. Hij wilde met zijn werk aantonen dat deze zuivering ook risico’s met zich meedroeg. De Britse historicus Simon Schama ziet het zo:

Het was duidelijk dat Kiefer het niet eens was met de opvatting die opgang deed bij de empirische historici in de jaren zestig, dat het Dritte Reich een historische abberatie was die weinig of niets te maken had met de lange traditie van het Duitse militaristische autoritisme. Het zou natuurlijk goed uitkomen als de geweldadige mythen van Blut und Boden veilig geklasseerd konden worden als specifiek nazistisch, en het daarbij te laten. Maar Kiefer is een te consciëntieuze cultuurhistoricus om dat soort keurige klasseringen te dulden. Democratie, lijkt hij te zeggen, wendt haar gezicht af van deze mythen, en dat is gevaarlijk. Wie hun betovering wil verbreken, moet tot op zekere hoogte hun kracht van dichtbij begrijpen, misschien wel binnen besmettingsafstand.
 
Bron: Simon Schama, Landscape and Memory (1995), Ned. vertaling 2007, blz. 147
Innenraum, Anselm Kiefer
Anselm Kiefer Innenraum, 1980

Voor Kiefer was het veiliger om het gevaar op te zoeken ook al was er het risico om zelf besmet te raken. Gelukkig zag men in de kunstwereld dat dit wel meeviel. Het Stedelijk Museum kocht al heel snel zijn schilderij Innenraum aan, dat een desolate aanblik bood op het uitgemergelde interieur van die Neue Reichskanzlei in Berlijn. Toch was niet iedereen enthousiast over Kiefer’s thematiek. Je bezighouden met mythen, bleef voor hen spelen met vuur. Sommige kunstcritici zagen in hem zelfs een ‘pyromaan’.

Het hoeft geen betoog dat Kiefers onbetamelijke bereidheid met vuur te spelen hem de beschuldiging heeft opgeleverd dat hij de gretige pyromaan was. In Duitsland wordt hij nog steeds met onaangename argwaan bekeken, en een reizende tentoonstelling door de Verenigde Staten in 1988-89 werd niet met onverdeeld enthousiasme ontvangen. Arthur Danto verweet hem zelfs achterbaks te zijn, zich te wentelen in een soort zonderlinge Wagneriaanse cult, en reclame te maken voor de mystiek van Blut und Boden die hij juist beweerde af te keuren.
 
Ik ben ervan overtuigd dat Anselm Kiefer geen verkapte fascist is (of wat voor fascist dan ook). Maar ondanks alle prijzen die hij heeft gekregen in Jeruzalem en Tel Aviv, is het makkelijk te begrijpen waar de argwaan uit voortkomt. Want die heeft zich gehecht aan talloze kunstenaars en antropologen die op afstand hebben genomen van de scepsis van de Verlichting over de culturele kracht van mythe en magie, en die in de ingewikkelde symbolische detaillering meer hebben gezien dan een misleiding van de naïeven door de gewetenlozen. Het staat vast dat mythen verleidelijk zijn. Een angstaanjagend aantal mensen die hun leven hebben besteed aan het coderen, vertellen en uitleggen ervan, is zelf aangetast door hun betovering. De moderne carrieres van Mircea Eliade en Joseph Campbell zijn alarmerende waarschuwingen. Campbell, dankzij de televisie de bekendste mythograaf in Amerika, was, blijkt nu, niet alleen een kenner, maar ook een aanhanger van heroïsche archetypen, en had beslist weinig geduld met de dagelijkse pietluttigheden van de democratie. Eliade, ongetwijfeld de voornaamste interpretator van de mythe, blijkt bezwarend betrokken te zijn geweest bij de wrede autoritaire politiek in zijn geboorteland Roemenië. En achter hen strekt zich natuurlijk een lange rij aanhangers van archetypen uit, van Carl Gustav Jung tot Friedrich Nietzsche (…), die door hun betrokkenheid bij de mythe aangezet werden tot vijandigheid jegens het individualisme van de natuurlijke rechten, en de democratische politiek die dat beschermt.
 
Bron: Simon Schama, Landscape and Memory (1995), Ned. vertaling 2007, blz. 148
Het staat vast dat mythen verleidelijk zijn. Een angstaanjagend aantal mensen die hun leven hebben besteed aan het coderen, vertellen en uitleggen ervan, is zelf aangetast door hun betovering. De moderne carrieres van Mircea Eliade en Joseph Campbell zijn alarmerende waarschuwingen.

Simon Schama

Ook eerder genoemde Mircea Eliade en Carl Gustav Jung staan nog altijd onder sterke verdenking bij degenen die de mythe schuwen. Mythen zouden mythografen besmetten met een verlangen naar een sterke leider en een afkeer van pietluttig overleg en democratie. Relativisme is het aangewezen middel om krachtige ideëen, waarvan de mythen een voertuig zijn, af te zwakken. Maar relativisme kan zelf ook weer een absoluut karakter krijgen. De postmoderne waarheid dat dé Waarheid niet bestaat, maar dat ieder heeft zijn/haar eigen waarheid heeft, is mijns inziens een zeer gevaarlijke gedachte. Achter het doodverklaren van het Grote Verhaal zoals dat in het post-modernisme gebeurt, verbergt zich zelf ook weer een Groot Verhaal dat maar moeilijk gezien wil worden. Een volgende keer meer hierover.

maandag 7 december 2009
wereldoorlog
gisterenavond gekeken naar De Oorlog deel 7 : Nederlands-Indië 1942-1946
en vandaag is de Japanse aanval op Pearl Harbour 68 jaar geleden

Tijdens het kijken naar De Oorlog werd ik me er weer van bewust dat de wereldoorlog een nieuw fenomeen is in de geschiedenis. En zo ook de Volkerenbond en de VN (Verenigde Naties) die daaruit is voortgekomen. Lokale conflicten zijn er altijd al geweest, maar mondiale conflicten ontstaan door de globalisering en deze is met het Europese kolonialisme begonnen. Na 1945 kwam er een nieuwe wereldorde met de Verenigde Staten als aanvoerder van de vrije wereld. Kolonialisme is nu officieel voorbij maar wordt in feite voortgezet onder het neo-kolonialisme: het imperialisme van multinationals. De vlaggen van de koloniale mogendheid wapperen tegenwoordig niet meer overzee. Het zijn nu de logo’s van de multinationals.

stills uit De Oorlog afl. 7
stills uit De Oorlog deel 7

De dictaturen onder Hitler, Stalin en het Japanse Keizerrijk moesten vanuit hun ware aard het kapitalisme en de democratieën van Europa en de Verenigde Staten wel haten en werden min of meer in elkaars armen gedreven. Maar Rusland (na 1922 de Sovjet Unie) en Japan waren sinds 1905 bepaald geen vrienden meer. Dus was er eerst toenadering tussen de Sovjet Unie en Duitsland. Op 24 augustus 1939 hadden beide dictators een niet-aanvalsverdrag gesloten. Hitler en Stalin gaven elkaar daarbij in het geheim nog wat ‘cadeautjes’. Een week later ontketende Hitler met de inval in Polen een nieuwe oorlog tussen de Europese mogendheden. Stalin pakte op zijn beurt de gebieden in Oost-Europa die Hitler hem in het Molotov-Ribbentrop pact had toebedeeld.

Toen nazi-Duitsland in het voorjaar van 1941 zijn invloed uitbreidde tot in de Balkan, begon Stalin zich toch benauwd te voelen. In april 1941 sloot hij daarom een verdrag met de oude vijand Japan om zo een wig te drijven in het bondgenootschap tussen Duitsland en Japan. Als tegemoetkoming voor deze ‘vriendschap’ gaf hij het keizerrijk carte blanche in Oost-Azië. Japan profiteerde van het verdrag met de Sovjet-Unie en had nu de vrije hand in Oost-Azië en breidde zijn invloed ook uit over de Pacific. Daardoor zou er onvermijdelijk een conflict komen met de Verenigde Staten. Japan wachtte niet af en op 7 december 1941 ging het tot aanval over. Net als in 1917, toen de Verenigde Staten door de Duitse duikbotenoorlog bij de Grote Europese Oorlog werden betrokken, werden ze nu weer een oorlog ingetrokken. Alleen was het nu niet in de bufferzone van de Atlantische Oceaan maar in die van de Pacific. De Tweede Wereldoorlog was op 7 december 1941 een feit.


scene uit Pearl Harbour (2001)
Pearl Harbour 1941Pearl Harbour 7 december 1941
Om 12:02 werd de eerste aanvalsgolf van Japanse vliegtuigen opgemerkt door een Amerikaans radarstation. Dit waren de vliegtuigen die om 11:00 waren opgestegen vanaf de Japanse vliegdekschepen. Om 12:20 merkte een andere radar opnieuw deze golf vliegtuigen op, nu dichter bij de haven. De dienstdoende officier echter, legde dit angstwekkende beeld naast zich neer en waarschuwde niemand, waarschijnlijk omdat er op die dag een aantal B-17’s uit de VS gepland stond om te arriveren. Pas om 12:25 werd Kimmel bericht over het eerdere voorval met de onderzeeër, maar nog altijd werd er geen actie ondernomen. Alle schepen lagen in de haven voor anker en vormden zo een uitermate kwetsbaar doelwit voor de naderende vliegtuigen.
 
Om 12:49 ontvingen de Japanse piloten officieel toestemming voor de aanval; hierop viel de eerste Japanse aanvalsgolf om 12:55 Pearl Harbor daadwerkelijk aan vanuit het noordwesten. De tweede golf volgde ruim een uur later om 14:00. Zij vielen de haven aan vanuit het noordoosten.
 
Pearl Harbour 1941Om 14:45 waren er van de 96 schepen in de haven 18 gezonken of zwaar beschadigd. Ook 188 van de 394 vliegtuigen waren vernietigd en 159 andere beschadigd. In totaal vonden 2403 militairen de dood als gevolg van deze aanval. Er vielen 1178 gewonden. Het hoge aantal doden werd voornamelijk veroorzaakt door het zinken van het slagschip de USS Arizona. Bij de ondergang van dit schip vonden namelijk 1177 mensen de dood.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Bekijk de uitzending | de aanval op Pearl Harbour [ nl.wikipedia.org ]

zondag 6 december 2009
Rogier
De tentoonstelling De Passie van de Meester is vandaag afgesloten
vrijdag bezochten we deze in Museum M in Leuven

Rogier van der WeydenBourgondië was 550 jaar geleden de machtigste staat van Europa en de schilder Rogier Van der Weyden was een echte superstar. De tentoonstelling De Passie van de Meester die vandaag in Museum M in Leuven is afgesloten en die we vrijdag bezochten, heeft duidelijk laten zien dat Rogier van der Weyden nog steeds levend is en honderdduizenden bezoekers weet te trekken. Ook de geest van het hertogdom Bourgondië blijkt nog volop aanwezig en bevestigt de gemeenschappelijke wortels van de Zuidelijke en Noordelijke Nederlanden. De tentoonstelling over Rogier van der Weyden in het splinternieuwe museum M in het oude centrum van Leuven werd bijvoorbeeld geopend door de prinsessen Mathilde en Maxima. Bourgondië forever. Waarbij wel de dominantie van de Brabantse en Vlaamse steden genoemd moeten worden, die in het huidige koninkrijk België liggen. Een van die steden is tegenwoordig hoofdstad van Europa. De stad van meester Rogier is nog altijd het zwaartepunt van Europa.

In het nabijgelegen Leuven schilderde hij een van zijn meesterwerken, de kruisafname in 1435. Helaas is het weggekocht en hangt het alweer honderden jaren in Madrid. Wanneer Karel de Stoute een mannelijke erfgenaam had gehad, dan zou het hertogdom Bourgondië in 1477 niet zijn opgeslurpt door de Habsburgers. Toen Karel de Stoute in 1477 op het slagveld stierf en Maria van Bourgondië later dat jaar trouwde met Maximilliaan van Oostenrijk was het in feite gedaan met het hertogdom. Veel Bourgondische kunst verdween daarna definitief naar het buitenland, waaronder Rogiers kruisafname. Een kleinere kopie bleef wel in Leuven achter en hangt permanent in de Sint Pieterskerk.

De schilderkunst der vijftiende eeuw ligt in de sfeer, waar de uitersten van het mystische en het grof aardsche elkander raken. Het geloof, dat hier spreekt, is zoo onmiddellijk, dat geen aardsche verbeelding er te zinnelijk of te zwaar voor is. Van Eyck kan zijn engelen en goddelijke figuren behangen met de zware praal van stijve gewaden, druipende van goud en steenen; om naar omhoog te wijzen behoeft hij nog niet de fladderende slippen en spartelende beenen der barok. ( Bron: Johan Huizinga, Herfsttij der Middeleeuwen, XII )

Bourgondië
De Bourgondische Nederlanden bij de dood van Filips de Goede in 1467 De Koninkrijken Nederland en België zijn latere constructies, zoals het hertogdom Bourgondië ook een tijdelijke constructie was

Op de terugweg spraken René en ik nog na o.a. over de tronie van Filips de Goede die van 1419 tot 1467 hertog was van Bourgondië. We kennen zijn kop nu door het portret dat meester Rogier van hem schilderde en waarin de loop der tijd talloze kopieën van zijn gemaakt. Hij was de machtigste heerser van zijn tijd. “Wanneer God uit de hemel zou nederdalen, zou men Hem niet meer eer kunnen bewijzen dan aan Filips de Goede", werd wel eens gezegd. Zijn bibliotheek van 900 geïllustreerde handschriften was even indrukwekkend als zijn banketten. In een Leuvense delicatessenwinkel kocht ik voor Michaela een pastei om de legendarische pastei van Filips de Goede uit 1453 in de herinnering te houden. Alleen was dat pasteitje een stuk groter en speelde er volgens de ene bron een orkest van 14 man in maar volgens een andere bron waren het er 28. Waarschijnlijk had die bron een vaatje Bourgogne te veel op.

Filips de Goede“Eigenlijk ken ik helemaal niemand met zo’n gezicht", merkte René op. Van Eyck en Van der Weyden behoorden tot de eerste schilders die de nadruk legden op de individuele kenmerken van hun opdrachtgevers. Ze waren trouw aan de werkelijkheid en dus realisten in hun benadering. Tegelijkertijd legt het zelfbeeld van opdrachtgevers ook een gewicht in de schaal, waardoor de balans gemakkelijk doorslaat naar een geïdealiseerd portret. Filips de Goede wilde zo een waardig beeld bij zijn geïdealiseerde naam. Edele trekken dus. Of een rechtschapenheid die ervan afdruipt? De hertog had de integriteit blijkbaar hard nodig. ‘Voor jou geen ander’ beloofde hij Isabella van Portugal bij hun huwelijk, maar intussen zijn er minstens 33 namen van zijn maîtraisses bekend en bracht hij zeker 24 onwettige kinderen voort. Zijn bastaardzonen kregen van pa uiteraard een hoge positie. Anton van Bourgondië die ook door meester Rogier geportretteerd is, was een vooraanstaand militair en voerde de titel Grootbastaard van Bourgondië. Voor David, een van zijn andere onwettige zonen, kocht Filips bij de paus voor 4000 gouddukaten de bisschopszetel van Utrecht waarmee ook het bisdom Utrecht onder de Bourgondische invloed kwam. Macht en geld corrumperen, of je nu hertog van Bourgondië bent of paus van Rome.

Rolin Van Eyck en Van der Weyden
kanselier Nicolas Rolin een van de machtigste mannen van het Bourgondische Rijk in 1435 door Van Eyck en 15 jaar later door Rogier van der Weyden

De portretten van Rogier van der Weyden zijn dus geïdealiseerd ook al lijken ze in eerste instantie realistisch. Jan van Eyck die al in 1441 stierf, was een stuk trouwer aan de werkelijkheid. Dat kun je bijvoorbeeld zien bij twee portretten van kanselier Nicolas Rolin, die door beide schilders vereeuwigd werd. Rogier deed het in 1450 en Van Eyck 15 jaar eerder. Ook Rogiers portret van Anton, de Grootbastaard Bourgondië, kunnen we vergelijken met een ander portret van deze persoon geschilderd door Hans Memling. De laatste was trouwer aan de waarneming. Of hij kreeg gewoon minder betaald voor zijn portret.

Anton van Bourgondië
Anton van Bourgondië geschilderd door
Hans Memling en Rogier van der Weyden
Filips de Goede was al een machtig man toen hij in 1430 zijn neef Filips van Sint Pol opvolgde als hertog van Brabant. Hij bezat toen reeds het hertogdom Bourgondië en de graafschappen Vlaanderen, Artesië en Namen. Nadat hij hertog van Brabant was geworden werd hij ook nog hertog van Limburg, graaf van Holland, Zeeland en Henegouwen en hertog van Luxemburg.
 
Zijn betekenis voor de geschiedenis van de Nederlanden is groot vooral door zijn aanzet tot het instellen van centrale bestuurslichamen. In de eerste plaats de Staten Generaal die in 1464 voor het eerst in Brugge bijeen kwam; in de tweede plaats de Grote Raad die een centrale rechtspraak mogelijk moest maken. Ook voerde hij een centrale belastinginning in. Hoewel hij als hertog veel persoonlijk belang had bij deze instellingen en ze vooral in zijn eigen voordeel gebruikte, zouden ze mettertijd het gevoel van eenheid onder de Nederlandse gewesten versterken.
 
Bron: thuisinbrabant.nl

’s levens felheid [ woest & vredig ]

zaterdag 28 november 2009
Stop, children, what’s that sound
gezien op DVD : the 60’s (1999)

DVD The 60'sDe Amerikaanse miniserie The 60’s is zo’n sentimentele Amerikaanse televisiefilm waarbij een adagio aanzwelt zodra er iemand moet huilen. Toch slaagt de film er ook in de jaren zestig in de Verenigde Staten te laten herleven. Alle grote gebeurtenissen uit die tijd, van de moord op Kennedy in 1963 tot aan de eerste maanlanding in 1969 die als historische beelden in de film zijn ingelast, staan al ons hele leven bijgezet in het mausoleum van de geschiedenis en zijn in zekere zin morsdood. Maar deze familiekroniek wekt de dode feiten weer tot leven. Dat is de kracht ook van een familiekroniek: je kijkt door de verschillende perspectieven van de familieleden naar het historische decor dat daardoor weer tot leven komt.

Uiteraard speelt de muziek in the 60’s een voorname rol. Want als er een decennium is geweest waarin het geluid nog bepalender is geweest dan het beeld, dan zijn het de zestiger jaren. Dat geluid was vooral de stem van het protest. Dat kwam van verschillende kanten. In de eerste plaats waren het natuurlijk de jongeren. Maar in de Verenigde Staten was er ook het protest van de zwarte Amerikanen. Waar de stem van jongeren vertolkt werd door Bob Dylan, deed James Brown hetzelfde voor de black people. Bij een van de mooiste scenes uit de film klinkt Say it loud, I’m black and proud van James Brown terwijl het hart van de film een impressie is bij Love minus zero van Bob Dylan. Bij de scene waarin iedereen op televisie getuige is van de moord op Robert Kennedy in 1968 klinkt heel toepasselijk For what’s worth van Buffalo Springfield. Nog meer dan in de beelden, is de geest van de jaren zestig in het geluid gekropen.

There’s something happening here
What it is ain’t exactly clear
There’s a man
with a gun over there
Telling me I got to beware

Buffalo Springfield


The 60’s [ imdb.com ]

dinsdag 17 november 2009
zestiende eeuws naakt
terug naar het eerste naakt: Adam en Eva in de zestiende eeuw

Niets is tijdlozer dan het naakt. Maar nu ik na ruim twintig jaar weer naaktmodel aan het tekenen ben, pak ik toch de kunstgeschiedenis er even bij. Want zodra ik mij binnen de contouren van een Matisse-naakt begeef, betreed ik de wereld van het klassieke naakt. Daarbij gaat het vooral om subtiele toonverschillen. Het klassieke naakt werd in de Renaissance herontdekt. Michelangelo tilde het naar een nieuwe hoogte en in de hele zestiende eeuw, leek deze beeldhouwer, schilder, dichter en architect op een stoel naast God te zitten als medeschepper van het naakt. En zo herschiep Michelangelo niet alleen Adam, maar ook Eva. Vijfhonderd jaar geleden, in het jaar 1509/10.

Adam en Eva
1510 Michelangelo
de zondeval en de verdrijving uit het Paradijs, Sixtijnse Kapel

Er is misschien geen kunstenaar die zoveel navolging heeft gevonden dan Michelangelo. Gedurende de hele zestiende eeuw werd hij eindeloos gekopieerd. Er werd ook op allerlei mogelijke manieren geëxperimenteerd met modellen die in allerlei vreemde bochten werden gewrongen. De Nederlander Geerten Gossaert die zich Mabuse noemde, reisde in het eerste kwart van de zestiende eeuw naar Rome om de klassieken en vooral ook Michelangelo te bestuderen. Ook hij schilderde een Adam en een Eva, maar maakte er twee draaikonten van. Al moet hij dat zelf gezien hebben als een proeve van zijn meesterschap.

Adam en Eva
1525 Mabuse en ca. 1550 Titiaan

Halverwege de zestiende eeuw was de Renaissancekunst verschillende kanten opgegaan. Aan de ene kant had je de maniëristen die, zoals de naam al aangeeft, een maniertje hadden ontwikkeld om te laten zien dat ze Michelangelo, Rafael en Leonardo verwerkt hadden of in Italië oog in oog met de antieken hadden gestaan. Dat maniertje herkennen we nu vooral aan overdreven en onnatuurlijke poses, zoals bij Mabuse. Aan de andere kant had je de Venetianen met Titiaan voorop. Zij waren de eigenlijke wegbereiders voor de Westerse schilderkunst van de zeventiende eeuw en werkten met olieverf op linnen en vaak op grote formaten. Titiaan introduceerde de ‘vuile’ kleuren, die veel natuurlijker overkwamen dan de heldere maar onnatuurlijke kleuren van de Vlaamse primitieven of de temperaschilderijen van de Italiaanse Renaissancekunstenaars. Door laag over laag te glaceren, werd niet alleen de kleur natuurlijker maar kwam er ook veel meer diepte in het schilderij. Titiaans Adam en Eva zijn van vlees en bloed en baden al in het gouden licht waarin Rembrandt de wereld zal gaan zien.

Adam en Eva
1594 Corneliszn. van Haarlem en
1608 Hendrick Goltzius

Aan het einde van de zestiende eeuw was het maniërisme in Nederland de hoofdstroming geworden. Schilders als Joachim Wttewael en Cornelis Corneliszoon van Haarlem beheersten hun vak, dat vooral bestond uit een overproductie aan bloteriken, vaak in onwaarschijnlijke houdingen. Eva heeft bij de laatste een opvallende witte huidskleur en steekt wel erg schriel af bij de kleerkast van Adam. Cornelis Corneliszoon had blijkbaar plezier in het schilderen van dieren want ik tel er minstens veertien, de “slang” niet meegerekend. Hendrick Goltzius was een meesterlijk graveur die pas op zijn tweeënveertigste begon te schilderen. Hij bleef een kind van zijn tijd en daardoor trouw aan het maniërisme dat na 1600 ouderwets geworden was. De barok stond immers voor de deur en Caravaggio had daar al iets van laten zien. Goltzius’ Adam en Eva beleven de zondeval nogal knusjes bij de boom met een blik van verstandhouding. Ook schamen ze zich nog niet voor hun naaktheid. Maar Goltzius heeft hun schaamte toch alvast bedekt, omdat hij al weet wat er komen gaat. Misschien dat Adam er daarom wat sukkelig bij staat.

Adam en Eva
1510 Michelangelo de zondeval (detail)

Michelangelo liep niet op de feiten vooruit. Als er in de Bijbel staat dat Adam en Eva voor en tijdens de zondeval naakt waren, dan moet dat ook zo zijn, zal hij gedacht hebben. Dus is Michelangelo’s Adam piemeltjenaakt, al heeft hij Eva wel netjes de andere kant op te laten kijken. Maar al het naakt op het Laatste Oordeel dat Michelangelo dertig jaar later in diezelfde Sixtijnse kapel voltooid had, keurde het Concilie van Trente in 1565 niet meer goed. Daniele da Volterra is toen de geschiedenis ingegaan als Il Braghettone, de schilder die Michelangelo’s naakten heeft ‘aangekleed’.

zondag 15 november 2009
de vergeten oorlog van Kieft
… begon met de moord op Claes Swits in 1641

indianenverhalenTerwijl Duitsland door de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) verscheurd werd, beleefde de Republiek der Verenigde Nederlanden een bloeiperiode. De Gouden Eeuw had echter wel een zwart randje. In ons nationale bewustzijn hebben we de oorlog van Kieft (1643 tot 1645) keurig verdrongen. Maar in het Hudsonjaar komen ook de zwarte bladzijden uit onze koloniale geschiedenis naar boven. Drie Nieuw-Nederland deskundigen, Kees-Jan Waterman, Jaap Jacobs en Charles T. Gehring schreven in het kader van het Hudsonjaar het boek Indianenverhalen - De vroegste beschrijvingen van Indianen langs de Hudsonrivier (1609-1690) en daarin wordt de wrede oorlog tussen de Hollandse kolonisten en de Wickquasgeek indianen niet vergeten.

De kolonisten wilden liever
geen oorlog omdat de indianen
hen waardevolle handelswaar
gaven als pelzen. De gouverneur
Kieft ging tegen wil en dank
toch door met zijn plan.
In augustus 1641 werd de kolonist Claes Swits in Nieuw-Amsterdam door een Wickquasgeek-Indiaan vermoord. Het motief was wraak voor een eerdere overval en moord vijftien jaar daarvoor door Europeanen op een Indiaanse familie. De toenmalige bestuurder van de kolonie, Willem Kieft, greep deze moord aan om af te rekenen met de indianen in de buurt. De kringen rond Kieft zagen de indianen als een hindernis om de kolonie verder te laten doorgroeien. Om steun te verwerven onder de Europese bevolking voor een aanval op de Indianen richtte Kieft een raad van twaalf op, bestaande uit twaalf prominenten van de kolonie, die hem moest adviseren. De raad ging akkoord dat de daders voor de moord moesten worden gestraft, maar vonden het toch raadzaam om eerst te zoeken naar een diplomatieke oplossing. De gouverneur moest volgens de raad de Indianen herhaaldelijk vriendelijk vragen de dader uit te leveren. Kieft weigerde dit advies te volgen en verbood ook nog enige verdere samenkomst van de raad, toen deze daadwerkelijk inspraak wilde. De kolonisten wilden liever geen oorlog omdat de indianen hen waardevolle handelswaar gaven als pelzen. De gouverneur Kieft ging tegen wil en dank toch door met zijn plan.
 
Bron: nl.wikipedia.org

detail kaart van Nicolaes Visscher

detail van een kaart van Nicolaes Visscher van Nieuw-Nederland uit 1656. Dit is een latere druk uit 1685 toen de Engelsen Nieuw-Amsterdam hadden omgedoopt tot New York
Indianenverhalen
Op zoek naar een doorgang naar Azië voer Henry Hudson in 1609 de rivier op die later zijn naam zou dragen. Daarmee legde hij de grondslag voor de kolonie Nieuw-Nederland, met als hoofdstad Nieuw-Amsterdam, het latere New York. Hudsons tocht en de inbezitname van het gebied rond het eiland Manhattan bracht Nederlandse handelaars en kolonisten in direct contact met Indianen. Nederlandse predikanten, bestuurders en reizigers deden verslag aan het thuisfront over hun ontmoetingen met ‘wilden’, zoals zij bijna consequent werden aangeduid. Verwondering, fascinatie, afschuw en soms bijna etnografische afstandelijkheid strijden om voorrang in de beschrijvingen. In reisverslagen, brieven en journalen berichtten de nieuwkomers over het uiterlijk en de gebruiken van de inheemse bevolking. Boeiend zijn ook hun observaties van hoe de Indiaanse samenleving omging met zaken als bijvoorbeeld bezit of macht.
 
In Indianenverhalen zijn de vroegste beschrijvingen van deze Indianen samengebracht, ingeleid en verklaard door drie Nieuw-Nederlanddeskundigen. Ondanks het ontbreken van Indiaanse geschreven bronnen beschikken we met deze overleveringen toch over kennis van de levenswijze van de oorspronkelijke Amerikanen. Bovendien kunnen we door deze geschriften ook meer over de 17de-eeuwse Nederlanders zelf te weten komen. Wat zeggen hun beschouwingen en interpretaties van de Indiaanse culturen over hén?
 
Indianenverhalen: De vroegste beschrijvingen van Indianen langs de Hudsonrivier (1609-1690) - Kees-Jan Waterman, Jaap Jacobs en Charles T. Gehring - Walburg Pers - ISBN: 9057306263 - 22,50
 
Bron: walburgpers.nl
indianen

Nederlandse indianenverhalen [ nos.nl ]

zondag 8 november 2009
kroniek Tatort
november 2009 : 20 jaar na de muur - 39 jaar na Taxi nach Leipzig

Natasja KinskiMijn eerste kennismaking met Tatort was als achtjarige in 1971. Ik moet toen iets uit een van de allereerste afleveringen hebben gezien, want de serie loopt vanaf 30 november 1970. In ieder geval duurde het nog tot het voorjaar van 1978 voordat ik bewust kennismaakte met de crimi der crimi’s. Maar toen (met de aflevering Reifezeuchnis, 1977) was het gelijk goed raak. Want wat moet je als vijftienjarige jongen als je de (in 1977) zestienjarige scholiere Natasjka Kinski naakt met haar leraar in bed ziet liggen? Inmiddels is Tatort ruim dertig jaar verder en is de serie een kroniek geworden van bijna veertig jaar Duitsland na 1970. Zo zien we ook het verenigde Duitsland na 1990 weerspiegeld in deze serie. Begon het allemaal 39 jaar geleden met een Taxi nach Leipzig ergens in de BRD, nu is Leipzig zelf ook Tatort geworden. Het team uit Leipzig dat bestaat uit de rechercheurs Bruno Ehrlicher en Kain (Peter Sodann en Bernd Michael Lade) is in de Saksische metropool zo populair dat ze beiden tot ereburgers zijn verheven.


de intro van Tatort ademt evenals de intro van James Bond de geest van de sixties maar is door eindeloze herhaling tijdloos geworden

Tatort is actief in 15 steden. Eigenlijk is de misdaadserie tegenwoordig een cluster van series geworden die elk door een regionale omroep (NDR, WDR, SWR, MDR, RBB, HR, BR) geproduceerd wordt. Zelfs de ORF doet mee omdat een van de teams standplaats Wenen heeft. Op 27 december zendt de SWR de 750e Tatort uit onder de naam Bluthochzeit.

Liste der 750 Tatort Folgen | Tatort | tatort-fundus.de | tatort-fans.de

maandag 2 november 2009
filmgedicht over aards paradijs
gezien met Michaela op DVD : The New World (2005)

The New World DVDAl eerder heb ik aandacht geschonken aan The New World (2005) van Terrence Malick. Het is typisch zo’n film waar je helemaal van houdt of helemaal niet van houdt. Als je niet zo van poëzie houdt maar meer van actie of een doortimmerde plot dan kun je beter niet kijken. Hou je wel van poëzie en heb je daarbij ook interesse voor de vroegste kolonisatie van het Noord-Amerikaanse continent, dan is er grote kans dat je deze film al gezien hebt en er door geraakt bent. Ook al leunt het hele verhaal zwaar op de mythe van de nobele wilde, het is toch niet zo verkeerd om de Europese kolonisering van Amerika en de uitroeiing van de oorspronkelijke bevolking die daarmee gepaard ging te zien als een van de grootste tragedies uit de geschiedenis. Niet alleen in humanitair opzicht was het een drama, ook in ecologisch opzicht was de ontdekking van Amerika een ramp voor het nieuw ontdekte continent. Na 1500 is er een aards paradijs verloren gegaan. The New World laat iets zien van dat allereerste begin, Virginia 1607.

The New World
Engels schip voor de Amerikaanse kust

Toen Michaela de eerste beelden had gezien en nog niet wist waar de film precies over ging, vroeg ze of het verhaal zich soms ergens in Nieuw-Guinea afspeelde! Inderdaad, aan het begin van de zeventiende eeuw, zo’n honderd jaar na Columbus, was Amerika een ongerepte wildernis. Kijk bijvoorbeeld eens naar de reconstructie van Manhattan in het jaar dat Hudson er als eerste Europeaan voet aan wal zette. Amerika was ooit echt een compleet nieuwe wereld en The New World maakt dat op een poëtische wijze zichtbaar. De Amerikaanse wildernis waar de eerste Engelsen kolonisten kennis mee maken, is een zuivere wereld waarin de oorspronkelijke bewoners een intense band onderhouden met de ongerepte natuur. In onze tijd van save the planet waarin we de aarde langzaam zien sterven, lijkt de geest van de indianen meer dan ooit tot ons te spreken: “denk aan onze Moeder!”

Ik heb altijd een dubbel gevoel bij films waarin indianen als beter soort mensen worden afgeschilderd (Dances with Wolves, The Emerald Forrest, enz…) Eerst hebben de Europeanen hun land afgepikt en als wilde beesten afgeslacht of in reservaten opgesloten. En nu er bijna geen indianen meer zijn, plaatsen we ze op een voetstuk en verdient de filmindustrie geld aan deze tragedie. Natuurlijk is een dergelijke film ook een eerbetoon aan de oorspronkelijke bevolking van Amerika. De schaamte waarmee wij als filmkijkers geconfronteerd worden, is op zijn plaats. En toch blijft het voor mij altijd dubbel, een gespeeld mea culpa dat niets kost maar waar juist aan verdiend wordt.

The New World
Pocahontas en haar vader
In onze tijd van save the planet waarin we de aarde langzaam zien sterven, lijkt de geest van de indianen meer dan ooit tot ons te spreken: “denk aan onze Moeder!”

Toen Rembrandt in de wieg lag, werd in het verre Amerika door Engelse kolonisten in Virginia een nederzetting gebouwd die de trotse naam van Jamestown (stad van de koning van Engeland) kreeg. Erg koninklijk moet Jamestown niet geweest zijn, want de eerste kolonisten keerden achter de houten omheining in wezen terug naar de vroege Middeleeuwen. In de eerste jaren werd er vreedzaam samengeleefd met de hen omringende Powhatan indianen, maar al snel werd de situatie grimmiger. Het verhaal van de film gaat over de liefde tussen John Smith, de stichter van Jamestown die door de indianen gevangen wordt genomen. Hij wordt op het laatste moment van de dood gered door Pocahontas , de dochter van het opperhoofd die haar vader smeekt Smith’s leven te sparen. Haar vader geeft hier gehoor aan en Smith wordt opgenomen door de Powhatan. Hij begint een nieuw leven en gaat delen in de natuurverbondenheid van deze indianen. De voice over van Smith zwijmelt over de zuiverheid van de indianen en dat kan soms irritant zijn. Maar als je hem gelooft, is het allemaal prachtig om te horen en heeft hij werkelijk het aards paradijs gevonden waarin de Powhatan leven als onschuldige kinderen.

The New World
replica van de Susan Constant een van de drie schepen waarmee de eerste kolonisten naar Virginia kwamen en Jamestown stichtten.

In 1607 vestigden de eerste Engelsen zich in hun kolonie Jamestown op het grondgebied van de Powhatan. De indianen dolven tegen de Europese wapens al gauw het onderspit. Het grootste deel van hen werd geangliceerd, andere vluchtten naar New Jersey en Delaware, waar vandaag de dag nog steeds nakomelingen van de Powhatan wonen. Hun aantallen waren in de 19e eeuw al zo sterk afgenomen dat door de Amerikaanse federale overheid nooit pogingen zijn gedaan de overgebleven indianen te verhuizen naar het Indian Territory in Oklahoma.
Bron: nl.wikipedia.org/wiki

Virginia
kaart van Viriginia met Jamestown

The New World werd opgenomen op locatie langs de Chickahominy, welke door moest gaan voor de James. Langs de rivier werden reconstructies gemaakt van Jamestown en het indianendorp. Hiervoor werden zowel archeologische bewijzen als eigen inzicht van de producers gebruikt. De scènes in Engeland werden opgenomen bij het Hampton Court Palace en Hatfield House, nabij Londen, en buiten de Bodleian Library in Oxford. Blair Rudes, professor in taalkunde, verzorgde voor de film een reconstructie van de inmiddels uitgestorven taal van de Powhatan-indianen.
Bron: nl.wikipedia.org/wiki

The New World [moviemeter.nl]
Jamestown in 1607 [ nationalgeographic.com ]

maandag 26 oktober 2009
’s levens felheid
Rogier van der Weyden De Passie van de Meester
M | Leuven tot 6 december 2009

Van der WeydenHet nieuwe museum M in Leuven opende vorige maand zijn deuren met een grote tentoonstelling over de vijftiende eeuwse Vlaamse meester Rogier van der Weyden (1399/1400-1464) tijdgenoot van Jan van Eijck en een van de meest invloedrijke schilders die ooit in de Lage Landen geleefd heeft. Tijdens zijn leven oefende hij al invloed uit op de Italiaanse Renaissance via de schilder Antonello da Messina. Terug naar de Bourgondische Tijd en het Herfsttij der Middeleeuwen waarover Huizinga zo treffend schreef. Velen die het boek gelezen hebben, herinneren zich nog wel de beginzin van het eerste hoofdstuk ’s levens felheid geschreven in die mooie oude spelling (1919):

Toen de wereld vijf eeuwen jonger was, hadden alle levensgevallen veel scherper uiterlijke vormen dan nu. Tusschen leed en vreugde, tusschen rampen en geluk scheen de afstand grooter dan voor ons; al wat men beleefde had nog dien graad van onmiddellijkheid en absoluutheid, dien de vreugd en het leed nu nog hebben in den kindergeest.
 
Bron: Herfsttij der Middeleeuwen [ nl.wikisource.org ]
Rogier van der Weijden
Rogier van der Weyden
het jongste gerecht (detail) ca. 1450
Toen de wereld vijf eeuwen
jonger was, hadden alle levensgevallen veel scherper
uiterlijke vormen dan nu.

Johan Huizinga, 1919

‘Dien graad van onmiddellijkheid en absoluutheid’ is precies wat we aantreffen in de schilderijen van Rogier van der Weijden maar ook in die van zijn tijdgenoot Jan van Eijck. Hun beide meesterwerken De Kruisafneming (Prado, Madrid) en De aanbidding van het Lam God’s (Sint Bavo, Gent) schelen slechts drie jaar (1435 en 1432). Beide werken illustreren precies de geest die Huizinga beschreef in ‘s levens felheid. Deze werken hebben vanaf hun ontstaan ondoorbroken indruk op ons gemaakt. Philips II raakte zelfs zo in de ban van De Kruisafneming dat hij het naar Spanje liet halen en daar hangt het nu nog steeds. Om technische redenen mag het werk niet vervoerd worden en ontbreekt het nu helaas op de tentoonstelling Leuven. Als plaatsvervanger maakte de videokunstenaar Walter Verdin een installatie (The Sliding Time) waarmee hij De Kruisafneming tot leven laat komen.

Rogier van der Weijden
Rogier van der Weyden kruisafneming 1435
Al wat men beleefde had nog
dien graad van onmiddellijkheid
en absoluutheid, dien de vreugd
en het leed nu nog hebben
in den kindergeest.

Johan Huizinga, 1919

Het belangrijkste en invloedrijkste werk dat aan Van der Weyden kan worden toegeschreven is de Kruisafneming die zich vandaag in het Museo del Prado in Madrid bevindt. Dit werk is wellicht het invloedrijkste schilderij uit de hele 15e eeuwse kunstgeschiedenis. Het bleef eeuwenlang een maatstaf voor de uitbeelding van emoties in de religieuze kunst. De vorm, de compositie en het kleurgebruik van dit werk zijn opmerkelijk. De ietwat te grote figuren van dit werk zitten als het ware gevat in een bak met in het midden een verhoging om het kruis af te beelden. Het stelt een vergulde bak voor die men kent uit de minutieus gesneden retabels. De schilderstijl van de figuren verwijst naar gepolychromeerde beelden. De zorgvuldig bestudeerde compositie met het rijm in de armbeweging van drie op de voorgrond geplaatste figuren en de naar linksonder vallende compositielijn geeft het al geladen thema, een kruisafneming, nog meer dramatiek mee. De haast levensgrote figuren bezitten een zeer grote graad van detaillering en realisme en munten uit door precieze stofuitdrukking. Haren, baarden, stoffen en pelzen zijn haast tastbaar aanwezig, en toch geeft de compositie in haar geheel een gebalde, uitgepuurde en gesynthetiseerde indruk. Geen enkel detail geeft de indruk overbodig te zijn. Het gaat hier niet zozeer om een descriptief detailrealisme zoals bij Jan van Eyck maar eerder om een synthetisch detailrealisme. Het werk is zo geconcipieerd dat het op gelijk welke beschouwingsafstand een verpletterende indruk maakt. De beschouwer kan als het ware haast eindeloos blijven inzoomen op het werk. De hele opbouw van het werk is toegespitst op het uitdrukken en overbrengen van emoties.
 
Bron: nl.wikipedia.org
Rogier van der Weijden
Rogier van der Weyden heilige Ivo ca. 1450
Net als in zijn paneel van Maria Magdalena uit dezelfde periode, verenigt Van der Weyden hier verte en nabijheid, portret en landschap

Rogier van der Weyden groeit op in Doornik. In 1435 wordt hij stadsschilder van Brussel. Hij staat dicht bij het hertogelijk hof en bij de burgerij. Zowel de Bourgondische vorsten als de Leuvense Voetbooggilde behoren tot zijn opdrachtgevers. De vormentaal van Van der Weyden krijgt navolging in heel Europa. Hij wordt algemeen beschouwd als de invloedrijkste 15de-eeuwse schilder uit de Nederlanden.

r