en The Making of The Mill and the Cross
The Mill and the Cross is een poëtische en metafysische film die aan de hand van het schilderij De Kruisdraging uit 1564 van Pieter Brueghel het laat-Middeleeuwse wereldbeeld inzichtelijk maakt. Om door de oppervlakte van het schilderij steeds verder in de symboliek door te kunnen dringen, moet de film beslist meerdere malen gezien worden. De schilder Breughel blijkt dan niet alleen een historische figuur, maar representeert ook het archetype van de magiër die een een-tweetje maakt met de tijd. De tijd wordt voorgesteld als een molenaar. Als Zeus op de Olympus kijkt hij neer op de wereld onder hem en houdt hij het lot van de stervelingen in zijn handen door het wiel van de tijd draaiende te houden. De raderen in de buik van de molen zijn een weerspiegeling van de kosmos. Volgens kunstkenner Michael Gibson was Brueghel zich bewust van zijn macht als schilder om de tijd stil te zetten. In dat bevroren moment wil hij ons de betekenis van het lijden laten zien.
Voor deze penetrerende en schouwende blik in de wereld had men in Vlaanderen in de vijftiende eeuw de landschapsschilderkunst “uitgevonden". In de late Middeleeuwen vormde het landschap altijd het decor van het Grote Verhaal van het christendom. Wanneer een schilder een landschap wilde schilderen, werd hij geacht daar altijd een Vlucht naar Egypte, een Offer van Abraham, een Kruisiging of andere Bijbelse scene in onder te brengen. Dat hoefde overigens niet altijd op de voorgrond. Bij de Joachim Patinir (ca. 1480-1524) en Herri met de Bles (1500/10- na 1555) moeten we vaak even zoeken om een verscholen Hieronymus of Anthonius te ontdekken.

Maar in de zestiende eeuw ontwikkelt het landschap zich tot een zelfstandig genre in de schilderkunst. Onder invloed van de ontdekkingsreizen ontstaat er een type dat we wereldlandschap noemen. In het wereldlandschap ligt de horizon meestal hoog in het beeld, zodat we de wijde wereld kunnen overzien. Het wereldlandschap is een opsomming van elementen die we met elkaar “wereld” noemen: een ommuurde stad, een oceaan, een boerenhoeve, bergen, bossen, weiden vaak met verschillende type luchten. We zien ook de bewoners van deze wereld: meestal boeren en hun vee, vogels en soms een zeemonster. Al die elementen waren voor de laat-Middeleeuwse mens met betekenis geladen.
Pieter Brueghel de Oude leefde vlak vóór de Copernicaanse omwenteling van het wereldbeeld. Bij het wereldbeeld van Copernicus denken we in de eerste plaats aan de omkering van de aarde met de zon: de zon draait niet om de aarde, maar de aarde draait om de zon. Maar de ontdekking van Copernicus staat ook voor een geestelijke omwenteling, namelijk de overgang van een theocentrisch naar een humanistisch en wetenschappelijk wereldbeeld. In het licht van deze omwenteling, die in Brueghel’s tijd (1525-1669) volop aan de gang was, moeten we Brueghel’s landschappen proberen te verstaan.

De Kruisdraging 1564
De Kruisdraging is een wereldlandschap vol symboliek. Dat zien we onmiddellijk in de compositie. De voorstelling wordt geflankeerd door een bloeiende boom en een welvarende stad aan de linkerzijde en aan de rechterzijde een paal met een rad en daar onder een schedel. We kennen deze indeling uit de drieluiken van Jeroen Bosch. Links het Paradijs, rechts de hel.
De bloeiende boom en de kale paal met het rad symboliseren bij Breughel leven en dood. In het midden van de compositie torent een onwaarschijnlijke rots met bovenop een molen boven alles uit. De molenaar is voor Brueghel een plaatsvervanger van God, omdat deze meester is over de tijd en dus beschikt over het lot van de stervelingen.
Volgens Gibsons en Majewski beschouwde Pieter Brueghel de Oude zijn schilderij als een web waarin hij onze blik wil vangen. Het centrum van dat “web” dat in De Kruisdraging gesponnen is, is echter niet de molen bovenop de rots, maar het kruis van Christus. Hij wordt als het graan vermalen door de molenwieken.
Eigenlijk had deze film ook The Wheel and the Cross kunnen heten. Behalve de raderen van de molen, zie we het rad ook als martelinstrument en als symbool van het noodlot dat gesymboliseerd wordt door de man met het rad. Niet toevallig zijn het kruis en het wiel de symbolen van het christendom en het boeddhisme. In hun interpretatie van de Kruisdraging van Brueghel lijken Gibsons en Majewski het christendom en boeddhisme bij elkaar te willen brengen. De symboliek van het levenschenkende Brood is uiteraard christelijk. Maar de kringloop van het graan (vlees) dat tot meel (stof) vermalen wordt en uiteindelijk als brood weer terugkeert naar het vlees, verwijst naar reïncarnatie.
Natuurlijk is het idee van een kosmische kringloop niet aan het boeddhisme voorbehouden. De meeste natuurreligies draaien mee met een kosmische kringloop van leven en dood naar nieuw leven. Maar het rad als symbool van de tijd zien we alleen in het hindoeïsme en boeddhisme terug. Alles wat geboren wordt, moet onverbiddelijk lijden en sterven. Aan het verpletterende wiel van de tijd zijn we allemaal uitgeleverd. Het noodlot houdt het leven in zijn web gevangen. Maar waar het boeddhisme gelooft in een weg van zelfverlossing, waarbij de ziel tenslotte wordt uitgeblust (nirvana), gelooft het christendom in verlossing van de ziel door Jezus Christus.
De interpretatie van Gibsons en Majewski richt zich meer op het kosmische drama van het lijden dan op verlossing uit het lijden. Daardoor blijft The Mill and the Cross tenslotte een sombere film die veelzeggend eindigt bij de cirkel van de dood: het volk danst in een grote kring en loopt als piassen de wereld in (of uit?). Voor de Opstanding van Christus is geen plaats. Deze uitzichtloosheid van wereldse dwaasheid en lijden weerspiegelt de situatie in Vlaanderen omstreeks 1564. Spaanse huurlingen terroriseerden de boerenbevolking.
Door de kruisdraging van Christus kon Brueghel’s opdrachtgever De Jonckheere zich identificeren met het lijden van zijn tijdgenoten. We zien een wereld zonder hoop, draaiend rond een demonische totem. De enige macht is de schijnbare macht van de schilder om de tijd stil te zetten. Brueghel confronteert ons met het lijden van Vlaanderen anno 1564 en het universele lijden van de wereld, vertegenwoordigd door de kruisdragende Christus.
Twee jaar nadat Brueghel zijn tijd stil zette, trok de Beeldenstorm over de Lage Landen. De Opstanding van Christus was in 1566 voor het volk een zoethoudertje van de clerus geworden. De onderdrukte bevolking wierp het kruis van zich af en kwam zélf in opstand. Er volgde een orgie van volkswoede, die zich in de eerste plaats richtte tegen de schatrijke Rooms-katholieke Kerk. De alarmerende situatie die daardoor ontstond, noodzaakte Philips II om “de ijzeren hertog” Alva naar Vlaanderen te sturen. Het lijden werd veel groter.
Uiteindelijk werd uit de opstand tegen de Spaanse furie de Republiek der Verenigde Nederlanden geboren. Het volk had zich onder een alternatief en protesterend christelijk geloof vrijgevochten van de tirannie. Geen Opstanding van Christus, maar opstand van het volk…



Een ontroerend en intiem portret van de legendarische gitarist van the beatles, met nooit eerder vertoonde beelden en niet eerder uitgebrachte muziek. Oscar winnaar Martin Scorsese neemt je mee op reis door het muzikale en spirituele leven van George Harrison. Interviews met de beroemde gitarist zelf, maar ook met zijn weduwe Olivia, zoon Dhani en vrienden en collega’s (o.a. Phil Spector, Paul McCartney, Ringo Starr, Eric Clapton, Terry Gilliam), geven een zeldzaam kijkje in het bewogen leven van de muzikant. Het resultaat is een openhartig, ontroerend en intiem portret van een van de meest getalenteerde artiesten van zijn generatie.
Gisteren viel ik op het Belgische Canvas in een mooi gesprek met een andere Duitse monnik. De karmeliet Reinhard Körner is zielzorger en begeleidt mensen die aan depressies lijden. Daarbij baseert hij zich op de spiritualiteit van Juan de la Cruz. Met Lucette Verboven sprak hij een halfuur lang over depressiviteit,
Donkere nacht van de ziel is een metafoor die de spirituele ervaring beschrijft van iemand die een fase in zijn leven doormaakt waarin hij zich door iedereen verlaten voelt, zonder hoop op een betere toekomst. Deze aan depressie verwante gevoelens ervaart de persoon als een crisis van geestelijke identiteit. Verschillende spirituele tradities zoals de christelijke mystiek verwijzen naar deze ingrijpende en louterende ervaring. Zo beschreef Johannes van het Kruis in een gedicht de reis van de ziel vanuit zijn lichamelijke thuis naar een vereniging met God. Deze reis is bijzonder zwaar want het betekent een onthechting van de wereld om zich “met het licht van de schepper te kunnen verenigen.” In zijn werken maakt Johannes onderscheid tussen twee donkere nachten: de nacht van de zuivering van de zintuigen en de nacht van de zuivering van de geest. Bron:
Utopisten geloven dat een harmonieuze wereld mogelijk is. Eén les uit de geschiedenis lijken ze niet te willen trekken, namelijk de les dat de menselijke wil tot macht altijd weer tot chaos, strijd, waanzin en vernietiging leidt. 

“Als jullie nu allemaal even naar mij luisteren en doen wat ik zeg, dan zal alle ellende uit de wereld verdwijnen!” Dit is waarschijnlijk de kortste samenvatting van het evangelie van de utopist. Voorzien van een blinde vlek voor het kwaad in zichzelf kan de utopist compleet overtuigd zijn van de oorspronkelijke goedheid van de mens. De wereldverbeteraar is een idealist, geen realist. Vaak heeft hij daarom iets met wiskunde, het terrein van het ideële bij uitstek. En met organisatie en planning. Zo ook 
Utopisten waren vaak messiaanse figuren die Christus probeerden te imiteren. Een ervan was Claude Henri de Saint-Simon. Hij stond niet direct afwijzend tegenover het christelijk geloof, maar probeerde het stiekem toch te vervangen door zijn eigen leer, het saintsimonisme . In zijn laatste levensjaren werd hij daar steeds duidelijker in. Hij wilde de stichter zijn van een “nieuw christendom". Het moest een wereldomvattende religie zijn dat in totalitarisme vooruit liep op het communisme en fascisme. Saint-Simon wilde een nieuwe wereldorde en zag zichzelf als de messias: “De rol van de praters nadert zijn einde, en het zal niet lang meer duren voor die van de doeners zijn intrede doet.” Je zou hem een proto-communist of een proto-fascist kunnen noemen. Dat de sovjets in hem een voorloper zagen, bewijst de obelisk die ze in Moskou ter ere van Saint-Simon hadden opgericht.

Bij het uitbreken van de Julirevolutie in 1830 te Frankrijk, die zich richtte tegen koning Karel X, waren ook de Carbonari actief. Het succes dat geboekt werd, was aanleiding om te geloven dat soortgelijke opstanden ook mogelijk moesten zijn in Italië. Begin 1831 slaagden de Carbonari er dan ook in verschillende steden binnen de Kerkelijke Staat los te maken van het pauselijk bestuur en er een tijdelijke republiek te vestigen. Op aandrang van paus Gregorius XVI waren het opnieuw de Oostenrijkse legers die ingrepen en de opstand neersloegen. Hierop volgden grootschalige vervolging van de Carbonari waardoor veel leden besloten uit te treden en toe te treden tot een nieuwe beweging, 
“Het Bijbelboek Genesis is rauw, bizar en zo straat als een stoeptegel", volgens Daniël de Wolf, de schrijver van de zogenaamde 
Na elke vernietigende klap komen de Duitsers er met elkaar in vijftien jaar weer bovenop. Het gebeurde na de Eerste Wereldoorlog in de dertiger jaren met het Wirtschaftswunder van Hitler en opnieuw na de Tweede Wereldoorlog met het Wirtschaftswunder van Adenauer in de vijftiger jaren. En nu is er dan Wirtschaftswunder 3.0. Twintig jaar na een miljardenverslindende Duitse eenwording en vier jaar na de kredietcrisis blijkt Duitsland weer de sterkste economie van Europa. Hebben we eigenlijk wel te maken met een wonder of is het gewoon een wetmatigheid? Zolang het protestantse arbeidsethos en de Gründlichkeit in de Duitse Volksgeist verankerd liggen, blijven de Duitsers een verbazingwekkend herstellend vermogen houden.
In zijn beroemde boek 

Swami Chidananda Saraswati, geboren als Sridhar Rao (1916-2008) was de voorzitter van de 


God’s wegen zijn ondoorgrondelijk. Begin 1993 wilde ik voor enkele maanden naar Zuid-India waar ik bij een kunstenaar op zijn atelier kon werken. Maar het liep anders. Ik werd in Nederland verliefd en stelde mijn reis naar India uit. Op 21 maart 1993, precies een half jaar na mijn ontmoeting met swami Chidananda, had ik een ontmoeting met Jozef van den Berg. Uit zijn ogen straalde de zachtheid die ik ook bij swami Chidananda had gezien. Ik kon hem vertrouwen. Hij bracht mij nog dichter bij het Allerhoogste door mij te vertellen dat het om toewijding aan dé Allerhoogste gaat, dat het niet om iets gaat, bewustzijn of verlichting, maar om Iemand. Een van de “wereldleraren” van wie ik een afbeelding op het podium had geplakt, bleek deze Persoon te zijn. Swami Chidananda had mij een voorzet gegeven om tot dit inzicht te komen.
Het
Spierballenhelden als Siegfried bleven niet beperkt tot Duitsland. Ook in de Verenigde Staten sloeg de bombastische heroïek aan. In 1932 bedacht de Amerikaanse schrijver en avonturier
Meeliftend op het succes van de Lord of the Rings trilogie (2001-2002-2003) verscheen in 2004 de miniserie Ring of the Nibelungs (alternatieve titel Dark Kingdom: The Dragon King) aanbevolen met de tagline “The Nordic legend that inspired J.R.R. Tolkien to write the Lord of the Ring trilogy". Het is waar dat Tolkien zich zwaar heeft laten inspireren door
Nog steeds is 
In de derde episode The Moor is de Ottomaanse prins
Samen met de families Corleone en Soprano is de familie Borgia geknipt voor een kroniek van een corrupte en criminele familie. Na een paar speelfilms over de Borgia’s is het vorig jaar tot een tv-serie gekomen. Tot twee onafhankelijke producties zelfs, en bijna onder dezelfde titel. Borgia van Tom Fontana heeft net als The Borgias van Neil Jordan twee seizoenen achter de rug. Vorige maand begon de AVRO op Nederland 2 op zaterdagavond met het uitzenden van het eerste seizoen van The Borgias. Op UPC on demand is het eerste seizoen van Borgia te zien. Van beide series bekeek ik inmiddels drie afleveringen. 
Rond 1500 kwam een einde aan de relatie tussen Giuilia Farnese en de paus, een periode waarin Giulia ook haar echtgenoot verloor. Na zich aanvankelijk teruggetrokken te hebben in Carbognano, trad zij na enkele jaren opnieuw in het huwelijk, ditmaal met Giovanni Capece van Bozzuto, een Napolitaans edelman. In de periode 1506-1522 werd Giulia aangesteld als gouverneur van Carbognano. In 1523 verhuisde Giulia naar Rome, waar ze introk bij haar broer kardinaal Alessandro. Daar overleed zij op 23 maart 1524.






De positie van de vrouw in het christendom is al jaren een populair thema in boeken en films. Na het onvoorstelbare succes van The Da Vinci Code van Dan Brown surfen veel auteurs mee op de hype van de vrouw en het vrouwelijke binnen de Kerk. De historische roman Pope Joan van Donna Woolfolk Cross werd in Duitsland onder de titel 

In mei 1996 werd de wereld geschokt door een afgrijselijke gebeurtenis in Algerije. Zeven Franse monniken van een Trappistenkloostertje bij Tibhirine in de Atlas waren in het voorjaar van 1996 door een groepje extremisten van het GIA (een afsplitsing van het FIS) ontvoerd. In ruil voor gevangen terroristen in Frankrijk zouden de monniken weer vrij worden gelaten. Parijs ging niet in op de eisen van de ontvoerders en in mei 1996 bleken de zeven monniken te zijn vermoord. Alleen hun hoofden waren teruggevonden. De Franse regisseur Xavier Beauvois maakte een introspectieve film over de maanden die vooraf gingen aan de ontvoering van de monniken. Centraal in zijn film staat de innerlijke worsteling van de monniken met de grootste keuze waar een mens voor kan komen te staan: het leven behouden of het leven verliezen. Het gebied waarin hun kloostertje zich bevond, was door terroristische acties levensgevaarlijk geworden en de kloosterlingen moesten beslissen of ze zouden vertrekken of blijven.
“Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden.” (Johannes 15:13) luidt een ander woord uit de Bijbel dat zowel christenen als niet-christenen aanspreekt. Want de persoonlijkheden die ons van binnen het diepste raken, zoals Gandhi, Nelson Mandela en Moeder Theresa, getuigen van deze kwaliteit. Zowel voor het christendom als voor het humanisme gaat er niets boven de liefde en de zelfopoffering. Toch staat religie tegenwoordig in gespannen verhouding met de humaniteit. Swami Vivekananda heeft wel eens gezegd dat de meest intense liefde die de mensheid ooit heeft gekend, door de religie tot ons gekomen is, maar dat ook de meest duivelse haat die de mensheid ooit heeft gekend door de religie tot ons gekomen is. Sinds 11 september 2011 weet de hele wereld definitief welke diabolische krachten religieus fanatisme in de mens kan losmaken. Moeten we nu bang zijn voor religie?
De droom van Tibhirine
Komende maand is het weer de 
Van de acht oscarnominaties wist The Nun’s Story er in 1960 niet één te verzilveren omdat Ben Hur er dat jaar met bijna alle prijzen vandoor ging. Toch is deze film met Audrey Hepburn als Sister Luke in de hoofdrol net als Ben Hur een klassieker geworden. De rol van de Belgische non was de Engels-Nederlandse actrice op haar lijf geschreven, ook al werd ze met het tegengestelde typetje Holly Golightly uit 
Is Fetih 1453 een nationalistisch heldenepos? Verkondigt deze film de superioriteit van de Turken en de islam? Geeft Fetih 1453 geen plat beeld van de historische werkelijkheid? Met deze vragen ging ik gisteren naar de bioscoop om de duurste Turkse film aller tijden te zien.
De gevechten zijn overtuigend in beeld gebracht waarbij de kunst is afgekeken van Gladiator, The Return of the King, Troy en Kingdom of Heaven. Dat betekent de bekende close ups van afgehakte ledematen, fonteinen van bloed en gezichten die met een ploertendoder tot moes geslagen worden. Ja, je moet ervan houden. Op het eind ontaardt Fetih 1453 in spierballenporno: twee look a likes van Conan the Barbarian vechten en krijsen als wilde beesten het verhaal tot een happy end. En dat is natuurlijk de glorierijke overwinning, niet alleen voor Mehmet II en de Ottomanen maar ook voor de islam. Terwijl de Turkse held Hassan bovenop een vestingtoren met Byzantijnse pijlen doorzeefd wordt, plant hij de rode vlag met de halve maan. Constantinopel is Turks en islamitisch geworden en is dat na 559 jaar nog steeds.
Het VPRO-programma Boeken op zondagmorgen is het beste programma over boeken sinds jaren. Wim Brands is een fijne interviewer die graag met de schrijvers bij hem aan tafel in het diepe duikt. Zondag was er een 

Eigenlijk nam de systeemfilosofie van Hegel tijdens de Vormärz dezelfde positie in als het systeem Leibniz-Wolff in de eerste helft van de achttiende eeuw: het rechtvaardigde de staat. Zoals de theodicee van Leibniz ("God heeft de beste wereld van alle mogelijke werelden geschapen.") in Duitsland de verlichte despoten in het zadel hield, zo steunde de centrale gedachte van het systeem van Hegel ("het werkelijke is redelijk en het redelijke is werkelijk.") de Restauratie. De staatsfilosoof zag dat het goed was. Pas na de maartrevolutie van 1848 was het met de hegemonie van Hegel aan de Duitse universiteiten gedaan en begon men open te staan voor de pessimistische filosofie van Schopenhauer. Deze was na dertig jaar wachten op erkenning zo verzuurd geraakt, dat hij niet meer van zijn succes heeft kunnen genieten. 
Nadat ’s morgens de Commissie Deetman haar 
Om écht ergens in te kunnen geloven, moet je ervan overtuigd zijn dat het wáár is. Voor het verstand is waarheid een griezelig woord (fundamentalisme!) en is er een reflex om dat te relativeren. De eigen religie zou dan even waar/onwaar moeten zijn als de religie van de ander, ook als deze in het tegendeel gelooft. Deze relativering zou dan van respect voor anderen getuigen. Kritiek op andere religies wordt zo taboe verklaard omdat deze kritiek een uitdrukking van het eigen gelijk zou zijn. Religieus relativisme is een dictaat van de ‘Verlichting’.





Broeders des Gemenen Levens. Ik moet er ergens in 1973 voor het eerst van gehoord hebben. Het kwam uit de mond van meester Bos, de bovenmeester van de protestants christelijke school CNS II. Meester Bos had een roeping als predikant gemist en sprak vol vuur over Geert Grote, die hij als een voorloper beschouwde van de grote reformator. Die Geert Grote, dat was een katholieke man ja, maar daar kon hij niets aan doen, want vóór 1517 werd je nu eenmaal katholiek geboren en begraven. Zo ging dat. Maar in zijn hart was hij al protestants, want hij verzette zich tegen de pracht en praal van de rooms-katholieke kerk. Hij stichtte een religieuze gemeenschap die zich de 

Vorige week overleed de man die ons het iLife heeft ‘geschonken’. Als James Watts, de uitvinder van de stoommachine, de vader van de industriële revolutie is, dan maakt Steve Jobs een goede kans om definitief de geschiedenis in te gaan als de vader van de digitale revolutie. De bijna bovenmenselijke status die Jobs krijgt toegedicht, toont aan dat het vooruitgangsgeloof in de postmoderne tijd nog altijd springlevend is en dat zeer velen nog altijd hun hoop gevestigd hebben op een technologische utopie, die de visionaire en pragmatische Jobs voor Apple geclaimd heeft onder de naam iLife. In Vreemdgang. Filosoferen aan de grens betoogt Jan van Riessen o.a. dat Utopia in onze postmoderne tijd niet door een religie of politieke ideologie wordt gepredikt maar door de technocratie. 
De Duitse theoloog en cultuurfilosoof Romano Guardini (1885-1968) was een tijdgenoot van Martin Heidegger (1889-1976). Beiden studeerden aan het begin van de twintigste eeuw theologie (Guardini in Tübingen en Heidegger in Konstanz en Freiburg) en raakten als jonge theologen verwikkeld in de 
Vermoeden van het goddelijke
Na de Eerste Wereldoorlog heerste er in Duitsland een groot onbehagen. Het cultuurpessimisme bleek een voedingsbodem voor allerlei alternatieve en spirituele clubjes die hun verlossingsweg aanboden. New Age en shoppen op de relimarkt zijn dus niet alleen de laatste veertig jaar in de mode. Carl Christian Bry schreef hier in de jaren twintig al een kritisch boek over onder de titel Verkappte Religionen. Kritik des kollektiven Wahns Zijn proza heeft een korte, zakelijke en soms bijna dadaïstische toon en werd in 1925 een bestseller. Een jaar later overleed Bry in Davos op 33-jarige leeftijd aan tuberculose.
Tot de vele kunstenaars die aan het begin van de negentiende eeuw naar Italië en Rome reisden, behoorden ook Friedrich Overbeck en Franz Pforr. Ze studeerden beiden aan de kunstacademie in Wenen maar waren ontevreden over de toen heersende classicistische stijl die in hun ogen koud en zielloos was. De twee studenten richtten de Lukasbund op en wilden de schilderkunst met de religie verbinden. Daarbij kozen ze het dweperige geschrift
Ze gingen naar Italië waar zij zich terugtrokken in het klooster van San Isidoro in het centrum van de Rome. Daar wijdden zij zich aan hun religieuze kunst en lieten ze zich inspireren door de meesters uit de Renaissance. Friedrich Overbeck zag in Pietro Perugino zijn grote voorbeeld, terwijl Franz Pforr zich door Albrecht Dürer liet inspireren. De twee schilders leefden met nog een paar andere schilders als monniken in het klooster en noemden zich 

Terwijl de
Nietzsche en het toverwoord ‘leven’ inspireren na 1890 het
Hugo Höppener wurde am 8. Oktober 1868 (…) in Lübeck geboren. Ostern 1887 wurde er von seinen Eltern auf die Vorschule der Münchner Akademie geschickt. Nach nur drei Monaten verließ er die Akademie und wurde Schüler des Malers und Naturapostels Karl Wilhelm Diefenbach in Höllriegelskreuth, von dem er seine stilistische Prägung und den Künstlernamen „Fidus“ (Der Getreue) erhielt. Er verschrieb sich den lebensreformerischen Ideen des Vegetarismus, der Lichtgläubigkeit, der Freikörperkultur und einer naturgemäßen Lebensweise.
Károly Kerényi saw the theory of religion as a human and humanistic topic which coined his reputation as humanist further. So for him every view of mythology had to be a view of man – and hence theology always had to be at the same time anthropology. In this humanist spirit Kerényi defined himself as philological-historical as well as psychological scholar. In later years Kerényi evolved his psychological interpretation further and replaced the concept of archetypes with one that he labeled ’Urbild’. This became particularly clear in some of his most important publications: Prometheus as well as especially in Dionysos, likely Kerényi’s most crucial work, which he had started as idea in 1931 and finished writing in 1969. Kerényi hence looked at the appearances in Greek religion not as curiosities, but as expressions of real human experience.
Pascal’s beroemde uitspraak ‘Le coeur a ses raisons que la Raison ne connaît pas’
Martin Heidegger is een van de weinige grote filosofen van de twintigste eeuw die zich zijn hele leven heeft opengesteld voor de religieuze dimensie van het bestaan. Hoewel hij rond zijn dertigste, kort na de Eerste Wereldoorlog, afstand had gedaan van het katholieke geloof, was hij er wel door gevormd. Niet alleen als kind maar ook als student en jonge filosoof. Een typisch Heideggeriaans begrip als Seinsvergessenheit is te herleiden tot zijn eerste teksten die hij tussen 1910 en 1912 schreef voor het katholieke maandblad Der Akademiker. Hierin verdedigde hij de traditie tegenover de oprukkende moderniteit. Een van deze stukken gaat over de Deense schrijver en essayist
“Heidegger begon als katholiek filosoof. Hij nam de uitdaging van de moderne tijd aan. Hij ontwikkelde de filosofie van een bestaan dat zichzelf aantreft onder een lege hemel, beheerst door een verslindende tijd, geworpen en toegerust met de gave het eigen leven te ontwerpen. Een filosofie die de enkeling op zijn vrijheid en verantwoordelijkheid aanspreekt en de dood serieus neemt. De zijnsvraag in Heideggeriaanse zin betekent, het bestaan lichten zoals je een anker licht, om bevrijd de open zee op te varen.” Zo begint Rüdiger Safranski zijn biografie over Heidegger (1994). 


Zo is Maarten, de rationalist van de Gebroeders Meester deze mening toegedaan. Zijn romantische broertje Frank is het natuurlijk niet met hem eens en hij is juist gecharmeerd van de Middeleeuwse filosofie omdat die ruimte schept voor zaken die we niet kunnen begrijpen en volgens hem daardoor zoveel interessanter zijn. Maarten gebruikt de vergelijking met het sprookje van Doornroosje die Anthony Gottlieb maakt in de Droom der Rede: In het jaar 529 liet de Byzantijnse keizer Justinianus alle filosofiescholen in Athene sluiten. De filosofie werd daarna duizend jaar lang de dienstmaagd van de theologie. Pas met Descartes kwam de radicale twijfel weer terug in de filosofie en daarmee het leven. Immers, de enige zekerheid die we vanuit de Rede hebben, is dat we twijfelen. Na haar vinger geprikt te hebben aan de christelijke theologie viel de filosofie duizend jaar in slaap totdat zij door de kus van Descartes werd gewekt. Maar volgens Gottlieb is deze verleidelijke vergelijking toch te simpel. Maarten Meester schrikt er niet voor terug om deze versimpeling te gebruiken om zich tegenover zijn broertje te positioneren. De Middeleeuwen vormen voor hem “een non-descripte, grijze, onbetekenende periode tussen de klassieke periode en het begin van de moderne tijd in.” Dit is min of meer ook het standpunt van de Verlichting: In de Middeleeuwen was het licht uitgegaan, terwijl in de Nieuwe Tijd (vanaf 1500) het licht weer was gaan branden.
De Zwolse chirurgijn Hendrik Smeeks (1645-1721) zal het niet eens geweest zijn met zijn tijdgenoot Gottfried Wilhelm Leibniz (1646-1716) die beweerde dat we in de beste van alle mogelijke werelden leven. Of in ieder geval, meende Smeeks dat we niet in het beste deel van die wereld leven. Ruim driehonderd jaar geleden schreef hij een imaginair reisverhaal: Beschryvinge van het magtig Koningryk Krinke Kesmes (1708). 
Het is een feest van herkenning om het voorwoord te lezen dat J.-K.Huysmans bijna twintig jaar na het verschijnen van A rebours in 1903 schreef. Als jonge kunststudent vond ik in de jaren 1984-85 in de decadent Des Esseintes uit A rebours een geestverwant. Deze fijnbesnaarde zonderling uit het fin de siècle had zich uit walging voor de maatschappij afgezonderd in een landhuisje in Fontenay waar hij zich omringd had met boeken en beeldende kunst. A rebours is een plotloze roman over slechts één persoon. De veertien hoofdstukken die het boek telt, zijn een soort inventarisatie van zintuigelijke waarnemingen die Des Esseintes in zijn passies gecultiveerd heeft: Latijnse, kerkelijke en wereldlijke literatuur, beeldende kunst, parfums en gastronomie. Huysmans schreef A rebours toen hij een jaar of vijfendertig was in een poging om zich te bevrijden uit het
A rebours is een hoogtepunt in het
Ik sta nog steeds achter de bladzijden die ik in Tegen de keer aan de Kerk heb gewijd, want ze lijken werkelijk door een katholiek geschreven. En toch, hoe ver waande ik mij niet van de godsdienst! Het kwam niet in mij op dat er maar één stap lag tussen Schopenhauer, die ik mateloos bewonderde en de Prediker van Salomo en het boek Job, De premissen van het pessimisme zijn dezelfde, alleen weigert de filosoof er consequenties aan te verbinden. Ik hield van zijn ideeën over de afschuw van het leven, over de domheid van de mensen en de onbarmhartigheid van het lot; ik houd van dezelfde gedachten in de Heilige Schrift; maar de opmerkingen van Schopenhauer leiden tot niets; hij laat je zogezegd in het onzekere; zijn aforismen zijn eigenlijk een herbarium met gedroogde planten; de Kerk verklaart oorsprong en oorzaak van dit pessimisme, geeft doel en genezing aan. Zij stelt er zich niet tevreden mee je geestelijk te onderzoeken, zij behandelt en geneest je, terwijl de Duitse kwakzwalver eerst nauwkeurig de diagnose stelt dat de ziekte, waaraan je lijdt, ongeneeslijk is en je dan hoonlachend de rug toekeert.
“Rel in VS over artikel islam” kopt het
De representaties van een prettig leven op aarde, die de reclame voorschotelt, ontmaskeren we bij voorbaat als leugens. De reclame komt de consument in zijn wantrouwen tegemoet. Als overtuigen niet meer werkt, dan moet het maar over een andere boeg gegooid worden. Met aanstekelijk amusement. Als je met een grappig spotje de kijkers voor de buis kunt krijgen, heb je als merk toch weer credits opgebouwd. ‘O ja, die verzekeringsmaatschappij met dat gave spotje!’ (…maar welke verzekeringsmaatschappij was het nou?) Met humor lijk je alles te kunnen verkopen. Zelfs de Belastingdienst probeert het, maar kan daarin niet te ver gaan, omdat ze het nu eenmaal niet leuker kan maken. Ook de dominee weet dat hij het niet leuker kan maken. Je kunt preken als een getalenteerde verkoper, maar als je waarschuwt over de gevaren op de geestelijke weg, kun je die gevaren niet gaan opleuken. Alleen degenen die deze gevaren erkennen, zullen de boodschap dan nog willen horen en blijven zitten.

De polarisatie van Hegel’s volgelingen in twee kampen, een behoudende rechtervleugel, de Althegelianer , en een progressieve linkervleugel, de Junghegelianer, ontstaat met een controverse in het midden van de jaren dertig. Aanleiding van deze controverse is Das Leben Jesu uit 1835 van de 27-jarige David Friedrich Strauss. In dit boek zet Strauss de tradionele christologie op losse schroeven en dat veroorzaakt in Duitsland grote commotie .
David Friedrich Strauß studierte ab 1825 Theologie am Evangelischen Stift zu Tübingen. 1830 wurde er Vikar und 1831 Professoratsverweser am Seminar zu Maulbronn; er ging aber noch ein halbes Jahr an die Universität zu Berlin, um Georg Wilhelm Friedrich Hegel und Friedrich Daniel Ernst Schleiermacher zu hören. 1832 wurde er Repetent am Tübinger Stift und hielt zugleich philosophische Vorlesungen an der Universität.
In de biografie over Arthur Schopenhauer van Rüdiger Safranski las ik in het zesde hoofdstuk over Schopenhauers studietijd in Gotha en Weimar in 1807 en 1808. Schopenhauer had de twintig jaar oudere toneelschrijver Zacharias Werner tijdens zijn studie in Gotha leren kennen. Deze is dan al beroemd geworden door een toneelstuk over Luther, Die Weihe der Kraft (1807). Goethe neemt Werner mee naar Weimar waar hij op de beroemde theekrans van Arthur’s moeder,
Wie is deze Zacharias Werner nu precies? Wikipedia.de is hem 


De geest van het postmodernisme is een (weg)zapper. Wanneer dé Waarheid (het Grote Verhaal) in beeld komt, zapt het snel weg naar een ander kanaal dat voor het postmodernisme evengoed ‘een verhaal’ is. De geest van het postmodernisme keert zich af van dé Waarheid omdat dé Waarheid voor het postmodernisme heel griezelig is. In sociaal opzicht lijkt dé Waarheid je geen goed te doen. Anderen vinden dan bijvoorbeeld dat je arrogant bent. Je komt in een verkeerde hoek te staan, de hoek van het fundamentalisme, de hoek van kruisridders, nazi’s en moslimterroristen. De waarheidsclaim wordt dus verbonden met misdaden tegen de mens(elijk)heid. Daarom kun je beter uit de buurt van de waarheidsclaim blijven.
Novalis (1772-1801) en veel romantici verlangden terug naar de verloren eenheid van het Middeleeuwse Europa. Ruim tweehonderd jaar later lijkt deze tekst van een andere planeet te komen. Maar we mogen niet vergeten dat Novalis zijn essay schreef in 1799 en dat Europa toen geconfronteerd werd met de opmars van Napoleon. De Eerste Consul vertegenwoordigde de expansieve kracht van de seculiere geest, die het oude en christelijke Europa wilde vervangen door een seculiere eenheidsstaat. Een jaar voordat Die Christenheit oder Europa geschreven werd, was Rome door Napoleon gebrandschat en deze had vervolgens het hoofd van de christenheid, paus Pius VI gevangen laten nemen. Deze stierf in 1799 in gevangenschap en zo was het katholieke Europa door toedoen van Napoleon onthoofd. Nu de geest van de secularisatie allang uit de fles is en wij verwereldlijkte en onttoverde zielen zijn geworden, die ‘consumenten’ heten, zouden we Novalis‘ idealisering voor een deel weer serieus kunnen nemen.
Aemsig suchte, diese mächtige friedenstiftende Gesellschaft, alle Menschen dieses schönen Glaubens theilhaftig zu machen und sandte ihre Genossen, in alle Welttheile, um überall das Evangelium des Lebens zu verkündigen, und das Himmelreich zum einzigen Reiche auf dieser Welt zu machen. Mit Recht widersetzte sich das weise Oberhaupt der Kirche, frechen Ausbildungen menschlicher Anlagen auf Kosten des heiligen Sinns, und unzeitigen gefährlichen Entdeckungen, im Gebiete des Wissens. So wehrte er den kühnen Denkern öffentlich zu behaupten, daß die Erde ein unbedeutender Wandelstern sey, denn er wußte wohl, daß die Menschen mit der Achtung für ihren Wohnsitz und ihr irdisches Vaterland, auch die Achtung vor der himmlischen Heimath und ihrem Geschlecht verlieren, und das eingeschränkte Wissen dem unendlichen Glauben vorziehn und sich gewöhnen würden alles Große und Wunderwürdige zu verachten, und als todte Gesetzwirkung zu betrachten. An seinem Hofe versammelten sich alle klugen und ehrwürdigen Menschen aus Europa. Alle Schätze flossen dahin, das zerstörte Jerusalem hatte sich gerächt, und Rom selbst war Jerusalem, die heilige Residenz der göttlichen Regierung auf Erden geworden. Fürsten legten ihre Streitigkeiten dem Vater der Christenheit vor, willig ihm ihre Kronen und ihre Herrlichkeit zu Füßen, ja sie achteten es sich zum Ruhm, als Mitglieder dieser hohen Zunft, den Abend ihres Lebens in göttlichen Betrachtungen zwischen einsamen Klostermauern zu beschließen. Wie wohlthätig, wie angemessen, der innern Natur der Menschen, diese Regierung, diese Einrichtung war, zeigte das gewaltige Emporstreben, aller andern menschlichen Kräfte, die harmonische Entwicklung aller Anlagen; die ungeheure Höhe, die einzelne Menschen in allen Fächern der Wissenschaften des Lebens und der Künste erreichten und der überall blühende Handelsverkehr mit geistigen und irdischen Waaren, in dem Umkreis von Europa und bis in das fernste Indien hinaus.
Toen E.F. Schuhmacher in 1968 in Sint Petersburg was, dat toen nog Leningrad heette, zag hij verschillende kerkgebouwen om zich heen, terwijl er op de kaart geen kerkgebouwen stonden aangegeven, behalve kerken die als museum waren ingericht, zoals de 

Ernst Friedrich “Fritz” Schumacher (1911-1977) was een invloedrijk economisch denker met een statistische achtergrond. Schumacher verliet vóór de Tweede Wereldoorlog al zijn geboorteland Duitsland, onder meer voor studies in Oxford (waarvoor hij een Rhodesbeurs kreeg) en aan Columbia University in New York. Na de oorlog werkte hij van 1950 tot 1970 als adviseur voor de Britse National Coal Board. Hij voorzag dat de energievoorziening van het land niet enkel op steenkool kon blijven draaien, maar tegelijk beschouwde hij aardolie evenzeer als niet onuitputtelijk. Bovendien waarschuwde hij dat de olievoorraden zich bevonden in ’s werelds meest onstabiele landen. Als economisch raadgever bezocht bij meerdere derde-wereldlanden en steunde die in hun streven naar meer zelfvoorziening (self-reliance). Hij is gekend voor zijn kritiek op de Westerse economieën en zijn voorstellen voor op mensenmaat aangepaste en gedecentraliseerde technologieën. Volgens de Times Literary Supplement hoort zijn boek Small Is Beautiful (1973), (de schoonheid van het kleine), in het Nederlands uitgebracht onder de titel Hou het klein, bij de honderd meest invloedrijke boeken van na de Tweede Wereldoorlog. Schumacher’s ontwikkelingstheorieën kunnen samengevat worden met de termen intermediate size en intermediate technology. In tegenstelling tot veel klassieke economen was hij op zoek naar een alternatieve economie. In die geest schreef hij zelfs een essay over boeddhistische economie. Hij schreef over economie in The Times, The Economist en Resurgence. (Bron:
In Letter & Geest, de weekendbijlage van Trouw, las ik een bijdrage van Rik Torfs, hoogleraar kerkelijk recht aan de Katholieke Universiteit Leuven. In Lofzang op het fundamentalisme vergelijkt hij de afgeronde levensvisie (het katholicisme van 
Theresa van Avila heeft wel eens gezegd dat God in de keuken rondwaart tussen de potten en de pannen. Dat aardse beeld past helemaal bij het Mysterie van de menswording van God. In deze tijd wordt dit Mysterie vaak niet meer begrepen. We hebben van de God-mens een mens gemaakt, een historische en inspirerende figuur. Maar Jezus van Nazareth als Gods Zoon die Zélf God is? Dat gaat er na de Verlichting nog moeilijk in. De volledig transcendente god van de moslims of ‘de god’ van de New Age, de voortdurende wedergeboorte van het Zelf, is voor ons verstand enigszins nog te begrijpen. Maar de ménswording van God? Jezus als dé Zoon van God? Misschien is dat wel hét Grote Verhaal waar de postmoderne mens afstand van heeft gedaan.


Ik maakte het eerst kennis met Ad Verbrugge door een avondje
Verbrugge groeide op in een gelovig protestants milieu in Terneuzen, waar hij ook de middelbare school doorliep en al vroeg in de weer was met vragen over het ontstaan van de wereld en de aard van de samenleving. Hij koos dan ook voor een studie filosofie, die hij volgde aan de Universiteit Leiden van 1985 tot 1991. In 1994 werd hij er benoemd tot universitair docent wijsgerige ethiek.
Over de Apostel Paulus bestaan ontzettend veel vooroordelen. Volgens de een is hij de stichter van het fundamentalistische christendom, volgens een ander is hij een vrouwenhater en homofoob. Volgens weer anderen een fanaat, ophitser, demagoog, drammer en zelfs Romeinse spion. Gelukkig verschijnen er ook telkens weer publicaties die onderzoeken hoe eerlijk deze oordelen eigenlijk zijn. Zo verscheen begin vorig jaar bij uitgever Ten Have
Een van de nieuwe wetenschappen die in de negentiende eeuw ontstond en die nauw verband hield met de Europese expansie, was de volkenkunde. In de twintigste eeuw vond er met de dekolonisering een omslag plaats in de volkenkunde, die tegenwoordig etnologie of culturele antropologie wordt genoemd. Men deed afstand van de etnocentrische visie en ging alle culturen als gelijkwaardig beschouwen. Dit betekende ook dat men alle religies in principe als gelijkwaardig ging zien. Het is niet onbelangrijk om te zien dat de veroordeling van het zgn. Europacentrisme een Westerse zélfveroordeling is.
De van oorsprong Roemeense godsdienst-psycholoog Mircea Eliade wijst in
Niet elke wetenschapper hoeft in deze valkuil terecht te komen. Zo ontmoette de Peruaanse student antropologie Carlos Castaneda in 1960 in de Yaqui sjamaan ‘Don Juan’ terwijl hij de riten van zijn stam als studieobject gekozen had. Het verhaal is bekend: Castaneda gaf zijn positie als wetenschapper op en gaf zich over aan de levende ervaring. In zijn boeken deed hij verslag van de lessen die hij van zijn leermeester Don Juan ontving. De reacties waren voorspelbaar: zijn oudere vakbroeders noemden hem een charlatan, omdat hij zijn wetenschappelijke positie had opgegeven. Maar daardoor was hij nu een ingewijde in plaats van een buitenstaander ‘Het object van zijn belangstelling’ had hem uitgenodigd de grens te overschrijden en zijn wetenschappelijke houding op te offeren.


Beroemd is Pascal’s gedachte over ‘het hart dat zijn redenen heeft, die de rede niet kent’ (of niet begrijpen kan). En daar bedoelde hij geen kritiek mee op het hart (dat het irrationeel zou zijn, gevoelsmatig zou reageren etc…) nee, daarmee uitte hij zijn verwondering – juist als verstandig mens – voor de verborgen en ongrijpbare logica die het hart heeft en waar het verstand – met alle respect – af moet blijven. Ze is fundamenteel voor het menselijk bestaan.
Na de C-factor (





Het Darwinjaar is inmiddels halverwege en iedere week verschijnen er wel publicaties over de betekenis van Darwin’s evolutietheorie voor onze tijd. Natuurlijk speelt daarbij (gelukkig!) nog altijd de vraag ‘Evolutie of Schepping?’ Aanhangers van ID (Intelligent Design) of theïstisch evolutionisme menen dat het én-én is. Terecht krijgen zij kritiek van zowel degenen die van de evolutietheorie uitgaan als van degenen die trouw willen blijven aan het Scheppingsverhaal.
Prosman meldt niet welke vertaling Nietzsche gelezen heeft, want over deze filosoof gaat het, maar wél dat hij in de jaren zestig van de negentiende eeuw de opkomst het darwinisme meemaakte tijdens zijn studie in Basel en dat hij er zeer door geschokt was. Je zou Nietzsche’s filosofie zelfs als een radicale geestelijke uitwerking van Darwin’s biologische evolutietheorie kunnen zien: het einde van de teleologische visie op de geschiedenis en ‘het begin’ van de grote nivellering die Nietzsche
De Duitse filosofe Edith Düsing schreef een dik boek over Nietzsche en de evolutietheorie, 
Badiou noemt Paulus bij herhaling, en met diepe sympathie, ’de geniale anti-filosoof’. Hij rekent af met iedereen die in Paulus een religieuze dwingeland of een alle vooruitgang blokkerende godsdienstfanaat ziet, speciaal met Nietzsche. Het boek heeft een postmodernistische agenda. Badiou wil iets zeggen over ’waarheid’. Die kan volgens hem nooit een kwestie van weten en kennis zijn, ook niet van herinneren, maar van al verkondigend trouw blijven aan een beseffende gebeurtenis, een ’evenement’.
In onze beeldvorming over historische personen worden we vaak gemanipuleerd door geconstrueerde mythen.
In feite is deze uitspraak een demonisering van Luther’s persoon, aangezien zelfverheffing en oplaaiende woede de eigenschappen van Lucifer zijn. In de film zien we uiteraard een compleet ander beeld. Luther ontsteekt in zijn monnikscel soms wel in toorn, maar deze woede is een heilige verontwaardiging tegenover de verleidingen van de duivel. Luther’s ware gezicht is dat van de devote monnik, die weet dat hij alleen in de nederigheid zijn God kan vinden. Joseph Fiennes speelt de rol van Luther met grote onschuldige ‘hier sta ik en ik kan niet anders’ ogen. Hij is intens verdrietig maar ook furieus wanneer hij ziet dat de boeren voor het gewelddadige verzet kiezen. Kortom, Luther heeft alles wat een charismatische strijder tegen het onrecht eigen is. Net als Mahatma Gandhi, Martin Luther (!) King en Nelson Mandela is hij boven alles een vredestichter. Of Luther in werkelijkheid was zoals hij in deze film wordt neergezet, valt te betwijfelen. Wel wordt duidelijk hoe groot en corrupt de macht van Rome vijfhonderd jaar geleden was. De verwerpelijke aflatenhandel als het duidelijkste voorbeeld van dat machtsmisbruik, werd toen gelukkig openlijk bestreden vanuit het moedige geweten van één Augustijner monnik. Met alle gevolgen vandien…
In de sympathieke 
De kunstenaar speelt het spel met betekenissen en (her)schept de werkelijkheid telkens. Hij/zij heeft de vrijheid om overal beeldelementen vandaan te halen en deze in een context te plaatsen die voor de kunstenaar intrigerend, verrassend, spannend of prikkelend is en wat hij de anderen graag wil laten zien. Postmodernisme maakt ons ervan bewust dat de werkelijkheid een constructie is, een patchwork van betekenissen. De collage (de cut ‘n paste methode) is daarom een goed middel om het spel te spelen. De kunstenaar die zich op een postmoderne wijze met religie bezighoudt, kan naar hartelust knippen en plakken. Hij gebruikt fragmenten uit allerlei soorten religieuze verhalen en tradities om daarmee een eigen verhaal te maken.
Het postmodernisme maakt ons leven tot een spel (met betekenissen/zingeving). Maar spelen met het leven blijft natuurlijk iets anders dan spelen met de bal. Wanneer we spelen met zingeving en religie, spelen we met de grote dingen van het leven en dus ook met de dood. Het is daarom een ernstig spel, al zijn ironie en humor onontbeerlijk om het spel te verlichten. Echt ironisch kan het spel nooit worden. Toch kan postmoderne kunst gemakkelijk verlamd raken door teveel ironie. Een postmoderne kunstenaar die het spel speelt met louter ironie, lijkt op een voetballer die voortdurend speelt op balbezit, de anderen met schijnbewegingen steeds op het verkeerde zet, maar zelf de bal op een gegeven moment ook niet meer kan zien. Des te mooier is het om te kijken naar postmoderne kunst die met gepaste ernst ‘gespeeld’ wordt. De vrienden van Job, Wout Herfkens en Rinke Nijburg laten op overtuigende wijze zien dat hun spel ernst is, zonder dat hun spel zwaar is geworden. Integendeel, Tableau Mort is een tentoonstelling die je ademloos kunt bekijken, als een Erik of een kleine Johannes op blote voeten. Geen grote schilderijen, maar tegels die net iets kleiner zijn dan een A-4′tje, gepresenteerd in een lichte witte ruimte. Tableau Mort is nog te zien tot 3 mei in
De depressie-epidemie
Het Calvijnjaar is losgebarsten en dagblad Trouw besteedt daar uitgebreid aandacht aan. Afgelopen weekend verscheen in het katern Letter & Geest een essay van Lodewijk Dros waarin hij de zwalkende betekenis van het begrip ‘calvinistisch’ onderzoekt: 

De persen draaien. Het gaat gebeuren. Op d.v. 12 januari 2009 verschijnt Calvijn! Een eenmalige glossy over de staat van het Nederlands calvinisme heden ten dage. Het is een wonderlijke combinatie gebleken; glossy en calvinisme. Het heeft Calvijn! een geheel eigen inhoud en uiterlijk gegeven. Al een jaar geleden verraste Michaël Zeeman met een opzienbarend artikel in de Volkskrant over de plaats van het calvinisme in Nederland. Hij diept zijn gedachten hierover in deze glossy verder uit in gesprek met James Kennedy. Met zangeres Wende Snijders spraken we over het woord en de kracht van woorden, want woorden staan bij calvinisten hoog in het vaandel. Freek de Jonge schreef speciaal voor deze glossy zijn eigen geloofsbelijdenis. Fred van Lieburg maakte een calvinistische canon. In een straatmodereportage laten we zien wat calvinisten zoal dragen. En wat te denken van de Staphorstdocumentaires, ook hiervan een verslag. We gingen op onderzoek uit bij de ‘Underground Calvinists’. We zapten door de Institutie (Calvijns standaardwerk). Keken door de blik van een calvinist naar een urbane omgeving. John Exalto legt uit waarom calvinisten Calvijn niet hoeven te lezen. En Herman Pleij waarom Nederland in het geheel niet calvinistisch is. Obama schijnt trouwens geen moslim maar calvinist te zijn. En wat dies meer zij. Zoals bijvoorbeeld Agnes Amelink in gesprek met Antoine Bodar. Een interview met de nieuwe directeur van het Nationaal Historisch Museum, Valentijn Byvanck. Maxima. Calvijn op Zuid, het curriculum van Calvijn, Calvijn op de sofa, een citaat van Calvijn. En ‘Oudvaders revisited’; ‘Calvijn is só 2009′.
Van 11 oktober t/m 11 januari aanstaande zijn unieke miniatuurschilderingen uit de Rijmbijbel van Jacob van Maerlant van dichtbij te zien. Doordat de Rijmbijbel voor restauratie uit elkaar genomen is heeft de bezoeker voor het eerst de gelegenheid om twintig afzonderlijke pagina’s met evenzoveel miniaturen in detail te bekijken. Daarnaast zijn miniaturen uit andere prachtige Maerlant-handschriften te bewonderen die zeer zelden te zien zijn, en o.a. in Berlijn, Brussel en Brugge worden bewaard.
In 2007 publiceerde Herman Vuijsje zijn nieuwste boek ‘Tot hier heeft de Heer ons geholpen, over godsbeelden en goed gedrag’. Dit was het vervolg op ‘Pelgrim zonder God’ (1989), het verslag van een ‘omgekeerde’ pelgrimage van Santiago de Compostela naar zijn woonplaats Amsterdam. Verder schreef hij onder meer over het proces tegen Mohammed B. en portretteerde hij verstandelijk gehandicapten. Vuijsje schrijft op regelmatige basis voor dagbladen als NRC Handelsblad en Trouw.
Tentoonstellingscatalogi zijn duur. Gelukkig heb ik een methode gevonden om een catalogus van een tentoonstelling toch voor weinig geld aan te schaffen. Je hebt er wel jaren geduld voor nodig. Bladerend door de 


Kees Fens (1929) is een alom geacht en bewonderd literair criticus en essayist. Decennialang waren zijn literatuurrecensies in De Volkskrant toonaangevend voor boekliefhebbers. In 1977 verscheen zijn laatste recensie, maar nog steeds schrijft hij wekelijks eigenzinnige, scherpe en liefdevolle stukken over muziek, geloof, architectuur en beeldende kunst. Fens is emiritus hoogleraar in de moderne letterkunde en ontving in 1990 de P.C. Hooftprijs voor zijn gehele oeuvre. Muziek, literatuur, geloofsbelijdenis en architectuur zijn pijlers onder het werk en het leven van Kees Fens. De film van Hans Keller is daar getuige van. De film is een proeve van archeologie in het bestaan en de ziel van Kees Fens. ‘De hemel en voorstelling van de hemel zijn in scherven naar beneden gekomen.’ Het geheel is er niet meer. (Regie: Hans Keller)
“Een ander belangrijk boek is ’De catechismus’ van Frits van der Meer geweest. Van der Meer was priester en kunsthistoricus. Hij behandelt de geloofsleer, de leerstellingen op een manier die duidelijk maakt dat hij de hele westerse beschaving overziet. Hij citeert met evenveel gemak de kerkvaders als Franse mystici uit de achttiende eeuw. Het boek is daardoor een complete cultuurgeschiedenis. Compleet, in de zin van samenhangend en dus in zekere zin gesloten, maar tegelijk ook met de weidsheid van eeuwen. Bij het lezen dacht ik opnieuw: dit is mijn wereld. Besloten en ruim tegelijkertijd.”
Willem Jan Otten (1951)
Het was in 1999 een handige retorische truc van romanschrijver en dichter Otten om zijn VU-gehoor naar
De meeste reacties op Fitna in Trouw stelden mij teleur. Te gemakkelijk richtte men zich voornamelijk tegen de persoon van Wilders. Gelukkig waren er ook een paar reacties die wél inhoudelijk over de boodschap van Fitna gingen, o.a. een
Nahed Selim, (Dakhalia, Egypte, 1952) is een tolk-vertaler, columnist, publicist en schrijfster. Nahed Selim studeerde Engelse literatuur aan de Universiteit van Caïro en verhuisde in 1979 naar Nederland, waar ze aan de filmacademie studeerde. Ze werkt als tolk-vertaler Arabisch en schrijft regelmatig columns voor NRC Handelsblad en Opzij. De in Zwijgen is verraad gebundelde columns handelen over vrouwonvriendelijke praktijken die in naam van de islam worden gepleegd. Selim noemt zichzelf moslimfeministe en zet zich af tegen vrouwen die hoofddoekjes dragen. Orthodox noemt ze die. Nahed Selim kreeg de Harriët Freezerring 2006. Het feministische maandblad Opzij reikt sinds 1978 jaarlijks de Harriët Freezerring uit. Deze prijs is bestemd voor een vrouw wier werk belangrijk is voor de emancipatie.
De fijnzinnige Marburgse theoloog en godsdiensthistoricus Rudolf Otto heeft ons in zijn beroemde boek
Het verhaal is dat Mohammed een vriend had genaamd Zaid. Die had een mooie vrouw op wie Mohammed verliefd werd. Toen ze eens bij elkaar zaten, zei Mohammed tegen hem: „God heeft mij opgedragen jou te zeggen dat jij van je vrouw moet scheiden.” De vriend scheidde van haar. Enkele dagen later zei hij: „God heeft mij bevolen dat ik haar zelf moet nemen.” Na haar genomen te hebben en echtbreuk met haar te hebben gepleegd, aldus Johannes (Damascenus), maakte hij de volgende wet: ’Een man die dat wil mag van zijn vrouw scheiden. Maar als hij na de scheiding naar haar terug wil, moet eerst iemand anders met haar trouwen. Want hij mag haar niet terugnemen als ze niet eerst met iemand anders getrouwd is geweest.’

Dit weekend las ik in het katern Letter & Geest een bijdrage van Matthias Smalbrugge, predikant van de PKN. Trouw geeft hem regelmatig de ruimte om het vrijzinnige deel van haar abonnees te bedienen. Smalbrugge spreekt liever over ‘de Eeuwige’ dan over God en al helemaal niet over ‘de Vader’. Op het artikel
“Wil de kerk op de huidige relimarkt overleven”, zegt filosoof Govert Buijs, “dan zal ze haar geloofsgoed krachtiger onder woorden moeten brengen. Zo moeilijk is dat niet.
Hij kwam dan in een stad van Samaria, genaamd Sichar, nabij het stuk land, hetwelk Jakob zijn zoon Jozef gaf. En aldaar was de fontein Jakobs. Jezus dan, vermoeid zijnde van de reize, zat alzo neder nevens de fontein. Het was omtrent de zesde ure. Er kwam een vrouw uit Samaria om water te putten. Jezus zeide tot haar: Geef Mij te drinken. (Want Zijn discipelen waren heengegaan in de stad, opdat zij zouden spijze kopen.) Zo zeide dan de Samaritaanse vrouw tot Hem: Hoe begeert Gij, Die een Jood zijt, van mij te drinken, die een Samaritaanse vrouw ben? Want de Joden houden geen gemeenschap met de Samaritanen. Jezus antwoordde en zeide tot haar: Indien gij de gave Gods kendet, en Wie Hij is, Die tot u zegt: Geef Mij te drinken, zo zoudt gij van Hem hebben begeerd, en Hij zoude u levend water gegeven hebben. De vrouw zeide tot Hem: Heere! Gij hebt niet om mede te putten, en de put is diep; van waar hebt Gij dan het levend water? Zijt Gij meerder dan onze vader Jakob, die ons den put gegeven heeft, en hijzelf heeft daaruit gedronken, en zijn kinderen en zijn vee? Jezus antwoordde, en zeide tot haar: Een ieder, die van dit water drinkt, zal wederom dorsten; Maar zo wie gedronken zal hebben van het water, dat Ik hem geven zal, dien zal in eeuwigheid niet dorsten; maar het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem worden een fontein van water, springende tot in het eeuwige leven. De vrouw zeide tot Hem: Heere, geef mij dat water, opdat mij niet dorste, en ik hier niet moet komen, om te putten. Jezus zeide tot haar: Ga heen, roep uw man, en kom hier. De vrouw antwoordde en zeide: Ik heb geen man. Jezus zeide tot haar: Gij hebt wel gezegd: Ik heb geen man. Want gij hebt vijf mannen gehad, en dien gij nu hebt, is uw man niet; dat hebt gij met waarheid gezegd. De vrouw zeide tot Hem: Heere, ik zie, dat Gij een profeet zijt. Onze vaders hebben op dezen berg aangebeden; en gijlieden zegt, dat te Jeruzalem de plaats is, waar men moet aanbidden. Jezus zeide tot haar: Vrouw, geloof Mij, de ure komt, wanneer gijlieden, noch op dezen berg, noch te Jeruzalem, den Vader zult aanbidden. Gijlieden aanbidt, wat gij niet weet; wij aanbidden, wat wij weten; want de zaligheid is uit de Joden. Maar de ure komt, en is nu, wanneer de ware aanbidders den Vader aanbidden zullen in geest en waarheid; want de Vader zoekt ook dezulken, die Hem alzo aanbidden. God is een Geest, en die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid. De vrouw zeide tot Hem: Ik weet, dat de Messias komt (Die genaamd wordt Christus); wanneer Die zal gekomen zijn, zo zal Hij ons alle dingen verkondigen. Jezus zeide tot haar: Ik ben het, Die met u spreek.

Vandaag begint in Trouw een wekelijkse serie artikelen over deugden. Paul van Tongeren geeft de aftrap en zegt hij vandaag in deze krant: „Dat het normen- en waardendebat onvruchtbaar is, heeft te maken met die termen ’normen’ en ’waarden’. De normen worden ons van buiten opgelegd en zijn verplichtend.”
Paul van Tongeren, Deugdelijk leven

Wat leven we toch in een geweldig interessante tijd. Nee, dit is niet ironisch bedoeld. Ook al is de ironie tegenwoordig de manier geworden om met de waarheid om te gaan, ik maak er zelf op het moment supreme liever geen gebruik meer van. Ironie verhult en onthult. In de verhulling beschermen we onszelf en in de onthulling laten we zien wie we zijn en waar we staan: ik sta in een geweldig interessante tijd.
Dat is het mooie van onze identiteit, dat ze zo open is. Maar wanneer we ons bedreigd voelen, gaan we de identiteit afbakenen. ‘We trekken ons’ terug in een groepsidenteit die zich gevormd heeft in het gebied waar ‘we’ geboren zijn, ‘we’ sluiten de rijen. Nederland is vol! Daarmee sluiten we ons af van de anderen, een riskante ontwikkeling. Want we zijn niet wie we zijn zonder de anderen. De Nederlandse identiteit is een artficiële identiteit en gaat niet zo diep als de identiteit die we als mensen met elkaar delen. Als Nederlander zit ik ergens gevangen in de Nederlandse identiteit, ook al heb ik de illusie als wereldburger daar helemaal vrij van te kunnen bewegen. Maar een Argentijnse kan dat zien. Daarom luister ik naar haar verhaal:
Zo’n zeven jaar geleden begon mijn zoektocht naar de Nederlandse identiteit. Daarbij werd ik geholpen door tal van lieve en wijze deskundigen. Ik had het voorrecht met veel mensen kennis te maken. Heel veel te zien, te horen en te proeven van Nederland.



In de vastentijd presenteren Trouw en NRC Handelsblad broederlijk een
Frits Bolkestein stelt in
En wreekt zich nu misschien dat we daartoe veel te laat zijn overgegaan en de zaak al veel te lang op zijn beloop hebben gelaten? Zelden lijken elementaire waarden als vrijheid van godsdienst, vrijheid van meningsuiting, het verbod op het gebruik van geweld bij meningsverschillen zo sterk onder druk te hebben gestaan als tegenwoordig. Kunnen mensen die heilig geloven in hun religie vreedzaam samenleven met mensen die een andere religie aanhangen of zelfs helemaal geen religie? En zo ja, hoe? Dat religie een bindende factor kan zijn voor de leden van een bepaalde groep, is bekend.5 Maar dat religie ook een factor van twist en strijd kan zijn tússen de groepen, wordt minder vaak belicht.
De daad van zelfaanvaarding is de wortel van alle dingen. Ik moet het ermee eens zijn de persoon te zijn die ik ben. Ik moet het ermee eens zijn dat ik de eigenschappen heb, die ik heb. Ik moet het ermee eens zijn te leven binnen de beperkingen die mij gesteld zijn… De klaarheid en de moed van deze aanvaarding is de grondslag van het hele bestaan.
Guardini’s voornaamste zorg is hoe de christen zijn bestaan moet beleven in de wereld van vandaag, die gekenmerkt wordt door wetenschap en techniek, en dus door een zeer sterk gegroeide macht van de mens over anderen en over zijn wereld. Gedurende heel zijn theologische werk worstelt Guardini voortdurend met de vraag hoe de christen zich moet gedragen in een dergelijke wereld. Hij vraagt zich af hoe het christelijke bestaan in de diepe zin van het woord zich verhoudt tot een wereld die steeds minder God centraal stelt, en steeds meer de wereld en de mens.
Meister Eckhart toont op dit punt duidelijk verwantschap met de Spaanse mysticus
Eerste Brief van Johannes 1: 5-7
Leusink houdt van een enthousiaste Bach. In veel cantates is dat een prima aanpak. Bij cantate 197: “Gott is unsere Zuversicht” krijg je bij Leusink een koor dat bruist van het enthousiasme. Dat enthousiasme hoor je soms wel terug bij Harnoncourt/Leonhardt, maar veel te weinig bij de anderen. Minder geslaagd bij Leusink zijn die koorfragmenten die om een ingetogen karakter vragen. Het openingskoor uit cantate 21: “Ich habe viel Bekümmernis” heeft echt geen dans-tempo nodig. Herreweghe heeft dat uitstekend door.
De goedkope uitvoering (dankzij een enorme oplage van 5 miljoen!) van de cantates van Pieter Jan Leusink voor het Brilliant-label (
Na mij tussen kerst en nieuwjaar te hebben overgeven aan een horizontaal leven met de Top 2000, ben ik mij deze week weer gaan verdiepen in ernstiger zaken. Ik ben chronisch achter met lezen en daar ben ik inmiddels al zo aan gewend geraakt dat ik de stapels aan het begin van het nieuwe jaar maar gewoon doorschuif naar een archief dat door mij waarschijnlijk altijd ongelezen zal blijven. Positieve bijkomstigheid is dat ik voortdurend mag blijven reflecteren op het nut en nadeel van kennis voor het leven. Hierop half-bezinnend kwam vanmorgen de volgende alinea van een artikel van Jan Oegema voor mijn neus:
zegt Jan Oegema aan het begin van een
De komende weken wil ik in mijn weblog een paar citaten uit dit artikel gaan belichten vanuit het orthodox christendom. de mysticus Meister Eckhart is nu voor velen een held en een voorbeeld, maar in 1329 werd de ban over zijn geschriften uitgesproken. Het cliché dicteert ons tegenwoordig dat dit een laffe actie was van het machtsinstituut kerk dat eigenlijk bewijst dat Eckhart gewoon gelijk had. Hoewel ik zelf tien jaar lang een weg van (verre-)oosterse en westerse mystiek gevolgd heb en dacht dat de christelijke dogma’s voor mij en de mensheid een gepasseerd station waren, ben ik uiteindelijk gaan ingezien waarom de citaten (die ik tot nu toe van Eckhart gehoord heb) niet spreken over een echte relatie met God, maar dat ze spreken over een bepaalde ervaring van ‘de godheid’ die bij het individu past. Het is daarom ook heel logisch dat hij ons nu, in onze geïndividualiseerde tijd, zo aanspreekt. Bij Eckhart verliest God zijn gezicht, is Hij niet langer een Persoon. Dat spreekt de meeste mensen van nu aan, omdat we van een persoon steeds meer tot een individu geworden zijn. We lijken zelfs het verschil tussen persoon en individu vergeten …
Answering this question, many educated Russians would mention the rites, – but we hardly need wasting time on this sort of nonsense. Not much closer to the truth, however, is another opinion, fairly common among those who are better versed in theology. They would tell us about the filioque, about Papal supremacy and other teachings rejected by Orthodoxy, and also about the teachings of both Latin and Orthodox faiths which are rejected by the Protestants. It would turn out that Orthodoxy has no specific substance of her own, equally unfamiliar to all of the European confessions. But because they have originated one from another, we might expect that there are certain treasures of Christ’s truth which cannot be found in any of them: a heresy born of another heresy must keep some part of the parent if it is not returning to the True Church.
This fraternal encounter which brings us together, Pope Benedict XVI of Rome and Ecumenical Patriarch Bartholomew I, is God’s work, and in a certain sense his gift. We give thanks to the Author of all that is good, who allows us once again, in prayer and in dialogue, to express the joy we feel as brothers and to renew our commitment to move towards full communion. This commitment comes from the Lord’s will and from our responsibility as Pastors in the Church of Christ. May our meeting be a sign and an encouragement to us to share the same sentiments and the same attitudes of fraternity, cooperation and communion in charity and truth.
The Holy Spirit will help us to prepare the great day of the re-establishment of full unity, whenever and however God wills it. Then we shall truly be able to rejoice and be glad.




paus en patriarch




Of the nature of the soul, though her true form be ever a theme of large and more than mortal discourse, let me speak briefly, and in a figure. And let the figure be composite—a pair of winged horses and a charioteer. Now the winged horses and the charioteers of the gods are all of them noble and of noble descent, but those of other races are mixed; the human charioteer drives his in a pair; and one of them is noble and of noble breed, and the other is ignoble and of ignoble breed; and the driving of them of necessity gives a great deal of trouble to him. I will endeavour to explain to you in what way the mortal differs from the immortal creature. The soul in her totality has the care of inanimate being everywhere, and traverses the whole heaven in divers forms appearing—when perfect and fully winged she soars upward, and orders the whole world; whereas the imperfect soul, losing her wings and drooping in her flight at last settles on the solid ground—there, finding a home, she receives an earthly frame which appears to be self-moved, but is really moved by her power; and this composition of soul and body is called a living and mortal creature. For immortal no such union can be reasonably believed to be; although fancy, not having seen nor surely known the nature of God, may imagine an immortal creature having both a body and also a soul which are united throughout all time. Let that, however, be as God wills, and be spoken of acceptably to him. And now let us ask the reason why the soul loses her wings!

Toch gebeurt dat steeds vaker. Na 11.09.01 zijn velen ervan overtuigd geraakt dat (elke!) religie gevaarlijke kanten heeft en dat het daarom veiliger is om in de redelijkheid van de Verlichting te blijven. Dat is merkwaardig, want de geschiedenis leert ons dat de Verlichting helemaal niet zo betrouwbaar is. In de achttiende eeuw begon het christelijk geloof langzaam af te brokkelen en begon men te vertrouwen op de Rede. Men geloofde dat er door de Rede een nieuwe (betere) mens zou ontwaken en dat er een nieuwe (betere) maatschappij opgebouwd zou worden. Maar al snel na de omwenteling van 1789 werd er een schrikbewind ingesteld en rolden de koppen van het schavot. Het is goed om hieraan herinnerd te worden wanneer er geroepen wordt dat de islam een Voltaire nodig heeft en door de Verlichting heengejaagd moet worden. Bovendien zijn de twee verschrikkelijke ideologieen van de twintigste eeuw, het communisme en het fascisme, rechtstreekse erfgenamen van de Verlichting en predikten ze een nieuwe wereld en een nieuwe mens. Elke heilstaat heeft zijn eigen goelag, zijn eigen concentratiekamp zoals in 1794 met het schrikbewind al duidelijk werd. Wanneer de mens met iets beters denkt te komen dan het traditionele geloof, schept hij zijn eigen hel.
Kali is een afgodin uit het hindoeistische pantheon. Vorige week stond er een
Kaya probeert aan te kaarten dat Benedictus met zijn komst de Turkse overheid onder druk wil zetten om aan het patriarchaat in Istanboel een oecumenische status te verlenen. De Turkse overheid wil daar niet van weten omdat dit een verregaande autonomie zou beteken. Een van de fundamenten van de Turkse staat is nu net het laïcisme: het onderwerpen van godsdienst aan de overheid. Om die reden houdt Ankara het slot op de deur van het orthodoxe priesterseminarie Chalki in Istanboel, en is het een verplichting dat de patriarch in Istanboel Turks is. In de praktijk betekent dit dat de Grieks-orthodoxe gemeenschap in Turkije bij gebrek aan instroom langzaam maar zeker doodbloedt. Juist omdat deze gemeenschap zo klein is, laten de autoriteiten in Ankara de patriarch met rust. Een gemeenschap die aan gewicht wint, zou wel eens voor problemen kunnen zorgen. En problemen kunnen krijgen.
Ik word nogal eens bespot omdat ik alles – het christelijk geloof, psychologie en boeddhisme – door elkaar zou gooien. Laatst werd er tijdens een bijeenkomst, door radicaal conservatieven, met posters tegen mij geprotesteerd.


Muslime sind auf dem Weg, Europa und den deutschsprachigen Raum für den Islam zu erobern. Der Islam ist eine politische Macht. Er will die Weltherrschaft. Die Islamisierung Europas ist auf dem Vormarsch. Alle europäischen Länder - auch die Schweiz - sind davon betroffen. Die Mehrheit der Europäer stehen dieser Entwicklung hilflos gegenüber. Sie sind weder über das wahre Wesen des Islams informiert, noch über die Hintergründe islamischer Politik auf europäischem Boden.
“Zoals blijkt uit de handleiding wordt de djihad verklaard als een ‘collectieve plicht’ om oorlog te voeren tegen niet-moslims. De handleiding verklaart ook dat de kalief oorlog dient te voeren tegen Joden, Christenen en Zoroasters (…) Indien er geen kalief is, dient de djihad nog steeds te worden uitgevoerd.”
Nahed Selim
Met de naderende verkiezingen in het vooruitzicht is religie voor alle politieke partijen een hot issue geworden, niet in de minste plaats omdat met de stemmen van de allochtone kiezer heel wat kamerzetels gemoeid zijn. Na de controverse tussen de paus en de islam, moet Femke Halsma met haar relativistische visie (te verwarren met Verlichtingsfundamentalisme) gedacht hebben dat het een goed moment is om fundamentalistische Christenen op een hoop te vegen met het islamistische terrorisme.
Ze beschrijft gebeurtenissen die je doen walgen. Zoals de terechtstelling van twaalf mannen in Dacca die voor het oog van twintigduizend gelovigen beestachtig worden afgemaakt onder gejuich ‘Allah Akbar. God is groot’, waarna de twintigduizend een stoet vormen en over de lijken lopen en hun botten verbrijzelen. Zoals de excecutie van drie vrouwen op een publiek plein in Kaboel die gehuld in een burqa als ‘dingen’ worden afgeslacht. Zoals de ‘infibulatie’ waarbij de clitoris bij jonge vrouwen wordt weggesneden en de grote schaamlippen dichtgenaaid, om seksueel genot te verhinderen. Kunnen we dit blijven aanvaarden? Waarom protesteren de Krekels (westerse intellectuelen) daar niet tegen? “Hoe komt het dat jullie over de Afghaanse zusters, over de vrouwen die vermoord, gemarteld, vernederd, mishandels of misleid zijn door die klootzakken met hun soutane en tulband, het stilzwijgen van jullie mannetjes imiteren? Hoe komt het dat jullie nooit heibel schoppen voor de ambassade van Afghanistan of Saoudi-Arabië of enig ander islamitisch land?”
De islam lijkt zichzelf steeds meer te ontmaskeren als een religieuze ideologie die geen kritiek verdraagt en dreigt met het kopje kleiner maken van iedereen die kritiek heeft op ‘de Profeet’, in psychologisch opzicht het brandpunt van trots en eer van bijna iedere moslim. Na de 


Met blijkbaar welgevallen vertoeft Dante’s herinnering bij den tijd toen hijzelf, naar Parijs getogen als student (omstreeks 1280), er in de Rue du Fouarre de lessen van een bemind leermeester volgde. Met de vrijmoedigheid van het dichterlijk genie wijst hij den parijschen scolasticus Siger de Brabant, naderhand gevallen als een slagtoffer van staatkundigen hartstogt, voor alle volgende eeuwen eene plaats in den Hemel aan.
Conrad Busken Huet werd geboren in Den Haag, als zoon van een ambtenaar. Hij studeerde theologie in Leiden. Van 1851 tot 1862 was Busken Huet Waals predikant in de Église Walonne te Haarlem. Hij nam zelf ontslag om literair criticus te worden. Door E.J. Potgieter was hij gevraagd om in de redactie van het bekende literaire tijdschrift De Gids zitting te nemen. Zijn opdracht als redacteur was om één kritiek per maand af te leveren.
Tussen islam en islamisme bestaat geen wezenlijk, maar slechts een gradueel verschil. Het islamisme is aanwezig in de islam als het kuiken in het ei. Er is geen goede of slechte islam, net zoals er ook geen gematigde islam is. Daarentegen zijn er wel gematigde moslims: dat zijn degenen die een deel van hun geloof links laten liggen.
Anne-Marie Delcambre studeerde rechten en islamologie en publiceerde diverse boeken over de islam, waaronder 









De geweldadige thriller is niet mijn favouriete genre. Maar als deze knap gemaakt is, dan kijk ik er toch naar. Dat was de reden om eindelijk eens Se7en te gaan zien, naast 

Leestip
De Griekse goden in de Metamorphosen hebben Romeinse namen gekregen. De bekendste kennen we wel: De oppergod Zeus werd Jupiter, zijn vrouw Hera werd Juno, Hermes werd Mercurius, Poseidon werd Neptunes, Aphrodite werd Venus, Pallas Athene werd Minerva en Dionysos werd Bacchus. Maar hoe zit het met de andere goden en godinnen? Hoe heette de godin van de jacht bijvoorbeeld in het Grieks en in het Latijn? En hoe heette de oorlogsgod Mars bij de Grieken? Op de
De film noir (in kleur) The End of the affair die gisteren door de Canvas werd uitgezonden, was mijn eerste kennismaking.
Henry Graham Greene was in 1926 roomskatholiek geworden; het geloof, en vooral religieuze twijfel, speelde een overheersende rol in al zijn grote romans. Zo zwerft in The Power and the Glory (1940) een drinkebroer-priester door revolutionair Mexico, voortdurend op het punt zijn God te verraden; terwijl in The Heart of the Matter (1948) een andere sanctified sinner ten onder gaat in een corrupte West-Afrikaanse kolonie. Maar Greene’s katholicisme was allesbehalve dogmatisch. ’s Heren wegen zijn bij hem ondoorgrondelijk, de genade Gods wordt geheel willekeurig over de mensheid verdeeld, en de bewoners van ‘Greeneland’ (zoals Greene’s universum door zijn fans wordt genoemd) worden eigenlijk vooral door wanhoop naar het geloof getrokken.
Klassieker

Afgelopen zaterdag een prachtig fotoboek gekocht over Cisterciënzer kloosters. Twee “dochters” van Cîteaux heb ik ooit bezocht. Een van de oudste, het uit 1148 daterende klooster van Sénanque in Zuid-Frankrijk, prachtig gelegen in de lavendelvelden. Het andere klooster staat bekend om het abdijbier. Het is de abdij van Orval gelegen in de bosrijke omgeving bij Virton in Zuid-België. Dit laatste werd als zovele kloosters onder Napoleon verwoest, maar werd in de twintigste eeuw weer herbouwd. De ruïnes van het Middeleeuwse klooster, die uit de eerste helft van de twaalfde eeuw dateren, zijn nog altijd te bezoeken. Het klooster ontvangt jaarlijks veel toeristen die vaak met een paar flessen ambachtelijk abdijbier het klooster weer verlaten.
Bat Ye’or, born in Cairo, became a stateless refugee in 1957 and a British citizen by marriage in 1959, before settling in Switzerland. She became the pioneer researcher on ‘dhimmitude’ – the inferior status of subjected non-Muslims. She has been described by Sir Martin Gilbert in the third volume of his History of the 20th Century as “the acknowledged expert on the plight of Jews and Christians in Muslim lands”.

Misschien is het megasucces juist te danken aan deze verweving tussen feiten en fictie. Je zou het ook inlegkunde kunnen noemen. De historische bronnen , meestal gnostische geschriften uit de eerste eeuwen na Christus, zitten vaak net als het Judas Evangelie boordevol gaten. Met een beetje fantasie kun je deze opvullen zodat er een spectaculair verhaal ontstaat, dat plotseling ‘nieuw licht werpt’ of een ‘ander verhaal’ vertelt. Opzienbarend! spectaculair! dit moet je lezen!
Het verhaal speelt in Spanje, in Sevilla, gedurende de vreselijkste tijd van de inquisitie, toen dagelijks ter ere van God de brandstapels in het ganse land brandden.
Na 9/11 leven we in een periode die in bepaalde opzichten lijkt op de jaren 30 van de vorige eeuw. Er is een nieuwe dreiging in de wereld gekomen en die roept allerlei (tegenstrijdige) reacties op. Degenen die ons in 1945 van het fascisme bevrijd hebben, nemen de dreiging ernstig en bereiden zich voor op een aanval op Iran. De bevrijders van weleer zijn nu voor velen agressors geworden. Maar als zij in de jaren ‘30 een preventieve aanval op Hitler-Duitsland hadden ondernomen, was de verschrikking van de Tweede Wereldoorlog aan ons voorbijgegaan. Achteraf is het gemakkelijk praten. De ‘wereldvrede’ verkeert nu in een griezelige situatie. Waar moeten we banger voor zijn: voor een onbesuisde actie (met alle gevolgen vandien) of voor een nieuw verraad van München (met alle gevolgen vandien)?
Deze week kwam de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, de WRR, met dit rapport, waarin wordt bepleit dat de Nederlandse politiek minder verkrampt omgaat met de islam dan de laatste tijd gebeurt. Een van de leden van die raad is overigens de bekende VVD-man Pieter Winsemius, voorzitter is de CDA-er professor Van de Donk. Het is inderdaad een nogal uitgesproken rapport, hier en daar kritisch op de regering, controversieel waar het oproept tot een open dialoog met Hamas. Overigens heeft de WRR wel een punt als men zegt: wij willen altijd dat er in die landen democratische verkiezingen zijn, en dan zijn die er een keer, dan kunnen we niet zomaar alle contact verbreken omdat de uitslag ons niet bevalt. Maar goed, over dat rapport kun je lang en breed praten, en dat gebeurt ook, en daarmee alleen al heeft het zijn waarde bewezen.
Het rapport beschrijft vrij uitputtend in een aantal hoofdstukken de ontwikkeling van het islamitisch- politieke denken, de ontwikkeling van islamitisch-politieke bewegingen en de ontwikkeling van het islamitisch recht. Als er een ding duidelijk wordt, dan is het dat er vele stromingen en richtingen zijn en dat dé islam niet bestaat.
vraag 8: Is het waar dat minister-president Balkenende in een lezing voor de Universitas Islam Negeri (Jakarta, Indonesië, 7 april 2006) heeft gezegd dat de islam als zodanig geen bedreiging vormt.[3]? Bent u het met mij eens dat die uitspraak in het licht van het anti-westerse karakter van de (zuivere) islam en de daaruit voortgevloeide aanslagen en bedreigingen van de westerse beschaving een ernstige vergissing en een derhalve laakbare opmerking is? Is de minister-president bereid zijn opmerkingen in dat licht te nuanceren danwel terug te nemen; zo neen, waarom niet?
dr. Michiel Leezenberg (1964) is als universitair docent verbonden aan de afdeling Wijsbegeerte van de Faculteit der Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam. Hij verbleef geruime tijd voor onderzoek in de islamitische wereld en publiceerde hierover talrijke artikelen. In 2001 verscheen van zijn hand
Een ’spiritualiteit’ die ook heel veel vrouwen aanspreekt. Niet voor niets werden we voor deze uitzending al opgewarmd met een documentaire over Maria Magdalena, waarin fenomeen Dan Brown veelvuldig aan het woord kwam. Hij mocht nog eens zeggen waarom Maria Magdalena altijd als hoer is afgeschilderd. De Kerk heeft als boos en mannelijk machtsinstituut natuurlijk altijd de positie van de vrouw willen onderdrukken. Maria Magdelena is een van de trouwste discipelen van Christus. Volgens sommige sprekers in deze documentaire was ze in de meeste opzichten ‘veel verder’ dan de mannelijke volgelingen. De boodschap is duidelijk: naast machtswellust zal de door mannen gedomineerde Kerk vast ook wel door jaloezie gedreven zijn en haar daarom gestraft hebben met een negatief imago. Dan Brown weet haarfijn hoe hij zijn publiek, dat vooral uit lezeressen bestaat en zich identificeert met de spirituele Maria Magdalena, moet paaien. 
Alister McGrath (1953) is een belangrijk denker op het internationale spirituele vlak. Hij is hoogleraar historische theologie in Oxford en hoofd van Wycliffe Hall. Hij heeft meer dan veertig boeken geschreven op het gebied van wetenschap, religie en christelijke spiritualiteit. Interessant is zijn zienswijze op de toekomst van het christelijk geloof en de verhouding tot het atheïsme. Hij is van mening dat het atheïsme op de terugweg is en exploreert de historische wortels van de verhouding tussen atheïsme en religie. McGrath is een man die de controverse niet schuwt en kritiek levert op de periode van de Verlichting. Ook gaat hij in zijn werken in discussie met de bioloog Richard Dawkins. McGrath is in Nederlands vanwege de vertaling van zijn boek
Herman Philipse (1951) is hoogleraar aan de Universiteit Utrecht en verricht onderzoek op het gebied van de moderne en contemporaine wijsbegeerte. Hij heeft belangrijke bijdragen geleverd aan de kennis- en wetenschapsleer en aan de interpretatie van filosofen zoals Husserl en Heidegger. Ook mengt hij zich nadrukkelijk in het publieke debat, met o.a. zijn 


Gilles Quispel werd geboren op 30 mei 1916 in Rotterdam - verhuisde al vroeg naar de Kinderdijk, waar zijn vader een smederij had. Hij bleek te onhandig om zelf in de smederij te gaan werken. Daarom werd hij dus maar naar het gymnasium gestuurd. Hij studeerde daarna Klassieke Talen en Theologie in Leiden en Groningen, en promoveerde in Utrecht in 1943 op een proefschrift over Tertullianus’ geschrift tegen de gnosticus Marcion, die leefde rond 144 na Christus. Aanvankelijk werd hij leraar op een lyceum. Na de oorlog stapte hij over naar de universiteit, waar hij in 1951 op 35-jarige leeftijd in Utrecht werd benoemd tot hoogleraar kerkgeschiedenis. Hij was tevens hoogleraar te Leuven en Harvard. Quispel is op 2 maart 2006 in Egypte overleden aan de gevolgen van een longontsteking.
Op 7 december 2004 bliezen terroristen het bisschoppelijk paleis in de Noord-Iraakse stad Mosul op. Ook een Armeens-katholieke kerk was doelwit van een bomaanslag. Gewapende mannen vielen de gebouwen binnen, verjoegen de aanwezigen en lieten explosieven afgaan die grote schade toebrachten. Niemand raakte gewond. Ze hebben “het mooiste symbool van de Chaldeeuwse Kerk in heel Irak” verwoest, zei de Chaldeeuws-katholieke patriarch Emmanuel III Delly [ zie foto ] van Bagdad tegenover AsiaNews. Patriarch Emmanuel: “Christenen maken zich steeds meer zorgen over dit soort geweld dat steeds weer toeslaat.”. Hij vreest dat de Iraakse regering niet bij machte is om de christenen afdoende tegen terreur te beschermen.
Vandaag worden door de radicaal islamitische organisatie Hizb Ut Tahir pamfletten uitgedeeld in Nederlandse steden die Geert Wilders oproepen om de sportprenten van zijn site te halen.


De titel is afkomstig van de Eerste brief van Johannes (vers 4:16). In 42 alinea’s over 70 pagina’s bespreekt de encycliek de concepten eros (seksuele liefde), agape (onvoorwaardelijke liefde), logos (het woord) en hun verhouding tot de leer van Jezus Christus. Het document legt uit dat eros en agape beide inherent goed zijn, maar dat eros het gevaar loopt te worden gedegradeerd tot enkel seks wanneer het niet in balans wordt gebracht door een Christelijk spiritueel element.
Toen mijn kinderbijbel Koning op een ezel verscheen, schreef het Confessioneel Gereformeerd Beraad een brief aan mijn synode waarin ze zeggen dat de kerk publiekelijk afstand van mij moet nemen. En wat doet die dappere Bas Plaisier (topman van de Protestantse Kerk in Nederland, AV)? In plaats van pal achter mij te gaan staan, zegt hij dat tuchtmaatregelen niet werken, of iets dergelijks! En dat is godverdorie mijn baas! Hij beweert dat ik mijn hand heb overspeeld en dat ik eens met wetenschappers in gesprek zou moeten gaan. Terwijl tientallen Oud- en Nieuw-Testamentische exegeten van alle grote universiteiten - in extenso vermeld - mij in Het verhaal gaat… trouw terzijde hebben gestaan! Wat Plaisier had moeten doen is die - helaas slecht geïnformeerde - broeders van het Gereformeerd Beraad rustig uitleggen dat mijn theologie mainstream-theologie is en dat ik een bescheiden poging doe de ook bij hen stagnerende geloofsoverdracht - tot op zekere hoogte een taalkwestie - uit het slop te helpen.
De bestsellers van de Amerikaanse schrijver Hal Lindsey vormen de basis van een geldmachine die draait op interpretatie van het Bijbelboek De Openbaringen van Johannes. Wanneer ik zijn website 




.jpg)









Anton van Harskamp, hoogleraar Religie, Identiteit en Civil Religion aan de VU, schreef afgelopen dinsdag in 




Gisterenmorgen, in zijn laatste