» » religie

dinsdag 14 mei 2013
het lijden volgens Brueghel
gezien op DVD: The Mill and the Cross (2011)
en The Making of The Mill and the Cross

Mill and the CrossThe Mill and the Cross is een poëtische en metafysische film die aan de hand van het schilderij De Kruisdraging uit 1564 van Pieter Brueghel het laat-Middeleeuwse wereldbeeld inzichtelijk maakt. Om door de oppervlakte van het schilderij steeds verder in de symboliek door te kunnen dringen, moet de film beslist meerdere malen gezien worden. De schilder Breughel blijkt dan niet alleen een historische figuur, maar representeert ook het archetype van de magiër die een een-tweetje maakt met de tijd. De tijd wordt voorgesteld als een molenaar. Als Zeus op de Olympus kijkt hij neer op de wereld onder hem en houdt hij het lot van de stervelingen in zijn handen door het wiel van de tijd draaiende te houden. De raderen in de buik van de molen zijn een weerspiegeling van de kosmos. Volgens kunstkenner Michael Gibson was Brueghel zich bewust van zijn macht als schilder om de tijd stil te zetten. In dat bevroren moment wil hij ons de betekenis van het lijden laten zien.

Voor deze penetrerende en schouwende blik in de wereld had men in Vlaanderen in de vijftiende eeuw de landschapsschilderkunst “uitgevonden". In de late Middeleeuwen vormde het landschap altijd het decor van het Grote Verhaal van het christendom. Wanneer een schilder een landschap wilde schilderen, werd hij geacht daar altijd een Vlucht naar Egypte, een Offer van Abraham, een Kruisiging of andere Bijbelse scene in onder te brengen. Dat hoefde overigens niet altijd op de voorgrond. Bij de Joachim Patinir (ca. 1480-1524) en Herri met de Bles (1500/10- na 1555) moeten we vaak even zoeken om een verscholen Hieronymus of Anthonius te ontdekken.

Joachim Patinir
Joachim Patinir de vlucht van de heilige familie naar Egypte (eerste kwart van de zestiende eeuw)

Maar in de zestiende eeuw ontwikkelt het landschap zich tot een zelfstandig genre in de schilderkunst. Onder invloed van de ontdekkingsreizen ontstaat er een type dat we wereldlandschap noemen. In het wereldlandschap ligt de horizon meestal hoog in het beeld, zodat we de wijde wereld kunnen overzien. Het wereldlandschap is een opsomming van elementen die we met elkaar “wereld” noemen: een ommuurde stad, een oceaan, een boerenhoeve, bergen, bossen, weiden vaak met verschillende type luchten. We zien ook de bewoners van deze wereld: meestal boeren en hun vee, vogels en soms een zeemonster. Al die elementen waren voor de laat-Middeleeuwse mens met betekenis geladen.

Pieter Brueghel de Oude leefde vlak vóór de Copernicaanse omwenteling van het wereldbeeld.

Pieter Brueghel de Oude leefde vlak vóór de Copernicaanse omwenteling van het wereldbeeld. Bij het wereldbeeld van Copernicus denken we in de eerste plaats aan de omkering van de aarde met de zon: de zon draait niet om de aarde, maar de aarde draait om de zon. Maar de ontdekking van Copernicus staat ook voor een geestelijke omwenteling, namelijk de overgang van een theocentrisch naar een humanistisch en wetenschappelijk wereldbeeld. In het licht van deze omwenteling, die in Brueghel’s tijd (1525-1669) volop aan de gang was, moeten we Brueghel’s landschappen proberen te verstaan.

Breughel
Pieter Brueghel de Oude
De Kruisdraging 1564

De Kruisdraging is een wereldlandschap vol symboliek. Dat zien we onmiddellijk in de compositie. De voorstelling wordt geflankeerd door een bloeiende boom en een welvarende stad aan de linkerzijde en aan de rechterzijde een paal met een rad en daar onder een schedel. We kennen deze indeling uit de drieluiken van Jeroen Bosch. Links het Paradijs, rechts de hel.

De bloeiende boom en de kale paal met het rad symboliseren bij Breughel leven en dood. In het midden van de compositie torent een onwaarschijnlijke rots met bovenop een molen boven alles uit. De molenaar is voor Brueghel een plaatsvervanger van God, omdat deze meester is over de tijd en dus beschikt over het lot van de stervelingen.

BrueghelVolgens Gibsons en Majewski beschouwde Pieter Brueghel de Oude zijn schilderij als een web waarin hij onze blik wil vangen. Het centrum van dat “web” dat in De Kruisdraging gesponnen is, is echter niet de molen bovenop de rots, maar het kruis van Christus. Hij wordt als het graan vermalen door de molenwieken.

Eigenlijk had deze film ook The Wheel and the Cross kunnen heten. Behalve de raderen van de molen, zie we het rad ook als martelinstrument en als symbool van het noodlot dat gesymboliseerd wordt door de man met het rad. Niet toevallig zijn het kruis en het wiel de symbolen van het christendom en het boeddhisme. In hun interpretatie van de Kruisdraging van Brueghel lijken Gibsons en Majewski het christendom en boeddhisme bij elkaar te willen brengen. De symboliek van het levenschenkende Brood is uiteraard christelijk. Maar de kringloop van het graan (vlees) dat tot meel (stof) vermalen wordt en uiteindelijk als brood weer terugkeert naar het vlees, verwijst naar reïncarnatie.

Natuurlijk is het idee van een kosmische kringloop niet aan het boeddhisme voorbehouden. De meeste natuurreligies draaien mee met een kosmische kringloop van leven en dood naar nieuw leven. Maar het rad als symbool van de tijd zien we alleen in het hindoeïsme en boeddhisme terug. Alles wat geboren wordt, moet onverbiddelijk lijden en sterven. Aan het verpletterende wiel van de tijd zijn we allemaal uitgeleverd. Het noodlot houdt het leven in zijn web gevangen. Maar waar het boeddhisme gelooft in een weg van zelfverlossing, waarbij de ziel tenslotte wordt uitgeblust (nirvana), gelooft het christendom in verlossing van de ziel door Jezus Christus.

Brueghel confronteert ons met het lijden van Vlaanderen anno 1564 en het universele lijden van de wereld, vertegenwoordigd door de kruisdragende Christus.

De interpretatie van Gibsons en Majewski richt zich meer op het kosmische drama van het lijden dan op verlossing uit het lijden. Daardoor blijft The Mill and the Cross tenslotte een sombere film die veelzeggend eindigt bij de cirkel van de dood: het volk danst in een grote kring en loopt als piassen de wereld in (of uit?). Voor de Opstanding van Christus is geen plaats. Deze uitzichtloosheid van wereldse dwaasheid en lijden weerspiegelt de situatie in Vlaanderen omstreeks 1564. Spaanse huurlingen terroriseerden de boerenbevolking.

Door de kruisdraging van Christus kon Brueghel’s opdrachtgever De Jonckheere zich identificeren met het lijden van zijn tijdgenoten. We zien een wereld zonder hoop, draaiend rond een demonische totem. De enige macht is de schijnbare macht van de schilder om de tijd stil te zetten. Brueghel confronteert ons met het lijden van Vlaanderen anno 1564 en het universele lijden van de wereld, vertegenwoordigd door de kruisdragende Christus.

Twee jaar nadat Brueghel zijn tijd stil zette, trok de Beeldenstorm over de Lage Landen. De Opstanding van Christus was in 1566 voor het volk een zoethoudertje van de clerus geworden. De onderdrukte bevolking wierp het kruis van zich af en kwam zélf in opstand. Er volgde een orgie van volkswoede, die zich in de eerste plaats richtte tegen de schatrijke Rooms-katholieke Kerk. De alarmerende situatie die daardoor ontstond, noodzaakte Philips II om “de ijzeren hertog” Alva naar Vlaanderen te sturen. Het lijden werd veel groter.

Uiteindelijk werd uit de opstand tegen de Spaanse furie de Republiek der Verenigde Nederlanden geboren. Het volk had zich onder een alternatief en protesterend christelijk geloof vrijgevochten van de tirannie. Geen Opstanding van Christus, maar opstand van het volk…

themillandthecross.com | storyboard

zondag 7 april 2013
all things must pass
zondag gezien op Nederland 3: George Harrison
Living in the material world
(2011)
George HarrisonEen ontroerend en intiem portret van de legendarische gitarist van the beatles, met nooit eerder vertoonde beelden en niet eerder uitgebrachte muziek. Oscar winnaar Martin Scorsese neemt je mee op reis door het muzikale en spirituele leven van George Harrison. Interviews met de beroemde gitarist zelf, maar ook met zijn weduwe Olivia, zoon Dhani en vrienden en collega’s (o.a. Phil Spector, Paul McCartney, Ringo Starr, Eric Clapton, Terry Gilliam), geven een zeldzaam kijkje in het bewogen leven van de muzikant. Het resultaat is een openhartig, ontroerend en intiem portret van een van de meest getalenteerde artiesten van zijn generatie.
 
Bron: bol.com
Ik zou de Beatle zijn die het meest veranderd is. Maar daar gaat het ook om: wie zich niet van God bewust is, moet veranderen.

George Harrison

“I think with us having all the material wealth that we need, then…you know, the average person feels that if they had a car and a telly and a house then that’s where it’s at. But if you get a car and a telly and a house…and even a lot of money…your life’s still empty because it’s still on this gross level. What we need isn’t material, it’s spiritual. We need some other form of peace and happiness.”
 
George Harrison in 1967

George Harrison - Living in the material world [ imdb.com ]

maandag 1 april 2013
noche oscura del alma
gezien op Canvas bij Katholieke Televisie en radio Omroep: Braambos
karmeliet Reinhard Körner over depressie en Juan de la Cruz

De benedictijner monnik Anselm Grün is niet alleen in Duitsland maar ook in Nederland en Vlaanderen een bekende auteur van boeken over zingeving. Tientallen van zijn boeken zijn inmiddels in het Nederlands vertaald. Een grote kracht van Anselm Grün is dat hij een brug weet te slaan van het christendom naar de hedendaagse zoektocht naar zingeving. In zijn teksten gebruikt hij vaak de taal van de psychologie.

Reinhard KörnerGisteren viel ik op het Belgische Canvas in een mooi gesprek met een andere Duitse monnik. De karmeliet Reinhard Körner is zielzorger en begeleidt mensen die aan depressies lijden. Daarbij baseert hij zich op de spiritualiteit van Juan de la Cruz. Met Lucette Verboven sprak hij een halfuur lang over depressiviteit, Johannes van het Kruis en geloof in eeuwig leven. Zijn boeken verschijnen bij Vier-Türme Verlag die ook de boeken van Anselm Grün uitgeeft. Deze uitgeverij is gevestigd in de benedictijner Abtei Münsterschwarzach. Zelf woont Körner in het Karmelitenkloster Birkenwerder.

En una noche oscura,
con ansias en amores inflamada,
¡oh dichosa ventura!
salí sin ser notada,
estando ya mi casa sosegada.

Juan de la Cruz, ca. 1577

Dunkle NachtDonkere nacht van de ziel is een metafoor die de spirituele ervaring beschrijft van iemand die een fase in zijn leven doormaakt waarin hij zich door iedereen verlaten voelt, zonder hoop op een betere toekomst. Deze aan depressie verwante gevoelens ervaart de persoon als een crisis van geestelijke identiteit. Verschillende spirituele tradities zoals de christelijke mystiek verwijzen naar deze ingrijpende en louterende ervaring. Zo beschreef Johannes van het Kruis in een gedicht de reis van de ziel vanuit zijn lichamelijke thuis naar een vereniging met God. Deze reis is bijzonder zwaar want het betekent een onthechting van de wereld om zich “met het licht van de schepper te kunnen verenigen.” In zijn werken maakt Johannes onderscheid tussen twee donkere nachten: de nacht van de zuivering van de zintuigen en de nacht van de zuivering van de geest. Bron: nl.wikipedia.org

reinhard-koerner.de

zaterdag 9 maart 2013
wereldverbeteraars [ 3 ]
gelezen in: Aardse Machten van Michael Burleigh (2005)
over utopisten uit de 19e eeuw: Fourier (1772-1837)
 

Utopisten in de negentiende eeuw waren idealisten die meenden dat de volmaakte maatschappij bestond. Hun ideeën hoefden “alleen maar” in praktijk gebracht te worden! Twijfel aan zichzelf leken ze niet te kennen. Bescheidenheid evenmin. De nieuwe mens, de nieuwe religie en de nieuwe wereld begon voor utopisten in hun eigen hoofd. Verblind door een naïef geloof in de vooruitgang en de goedheid van de mens, zagen ze aan de horizon hun schitterende visioen. En alles wat hun utopie in de weg stond, werd gezien als kwaad. Dat kwaad projecteerden ze buiten zichzelf in de oude maatschappij, die tot een nieuwe wereld omgevormd moest worden. Utopisten werden zo de wegbereiders van de totalitaire ideologieën uit de twintigste eeuw.

Aardse MachtenUtopisten geloven dat een harmonieuze wereld mogelijk is. Eén les uit de geschiedenis lijken ze niet te willen trekken, namelijk de les dat de menselijke wil tot macht altijd weer tot chaos, strijd, waanzin en vernietiging leidt. Charles Fourier die in 1772 geboren werd, groeide op in de jaren voor en na de Franse Revolutie. Als jongeman maakte hij al genoeg mee om voor de rest van zijn leven ontgoocheld te zijn over de goede bedoelingen van de mens. Zo moest hij van zijn baas uit commerciële overwegingen eens een grote voorraad rijst vernietigen, terwijl er in het land honger werd geleden. Hij zou er een levenslange afkeer van handel aan over houden. Maar de onrechtvaardigheid en chaos in de wereld ontmoedigden hem niet, maar wakkerden zijn idealisme juist aan.

Charles Fourier werkte een ideale samenleving uit op basis van de menselijke hartstochten. Hij onderscheidde twaalf verschillende hartstochten en leidde daar 810 verschillende karaktertypen uit af. De ideale maatschappij was voor hem georganiseerd in gemeenschappen die hij phalanstères noemde. Dit waren grote gebouwen met meerdere verdiepingen waar in het ideale geval 2000 mensen woonden. Het waren geen communes of pseudo-kloosters waarin iedereen gelijk was, want Fourier geloofde in meritocratie. Niet de ongelijkheid, maar de armoede was voor hem de oorzaak van alle ellende in de wereld. 

Ledoux
La Saline royale d’Arc-et-Senans uit 1778 van de utopische architect Claude-Nicolas Ledoux toont verwantschap met de woon- en werkgemeenschappen die Fourier phalanstères noemde.

In de phalanstères zou er nog steeds verschil zijn in positie en inkomen, maar degenen die niet konden werken, zouden een basisinkomen krijgen zodat er geen armoede meer was. De rijken zouden in de bovenste luxe verdiepingen wonen en de minder rijken op de begane grond. Joden werden echter uitgesloten en moesten op aparte boerderijen buiten de phalanstères wonen. Maar Fourier discrimineerde geen vrouwen en homoseksuelen. Hij zag hen als volwaardige individuen, wat voor zijn tijd heel opmerkelijk was. Er is nog nooit één phalanstère echt gerealiseerd. Toch werd er na zijn dood in 1837 wel geëxperimenteerd met zijn gedachtegoed, met name in de Verenigde Staten. Het bekendste project dat gebaseerd was op het utopisme van Fourier, was de Familistère van de Franse industrieel Jean-Baptiste André Godin

Charles Fourier
Charles Fourier
Goed, het is niet de eerste keer dat God een kleine man heeft gebruikt om de groten te vernederen en een onbekende man heeft gekozen om de wereld de belangrijkste boodschap te brengen.

Charles Fourier over zichzelf

Tijdens zijn leven had Charles Fourier slechts enkele aanhangers. Just Muiron was de belangrijkste; Victor Prosper Considérant heeft een belangrijke rol gespeeld bij het verspreiden van het gedachtegoed van Fourier, met het uitbrengen van het tijdschrift La Phalanstere (vanaf 1832). Na Fouriers dood groeide zijn beweging, het fouriérisme. Vooral in de Verenigde Staten werden gemeenschappen gesticht, die gebaseerd waren op het gedachtegoed van Fourier. Ze waren echter meestal geen lang leven beschoren.
 
Bron: nl.wikipedia.org

charlesfourier.fr | familistere.com

vrijdag 8 maart 2013
wereldverbeteraars [ 2 ]
gelezen in: Aardse Machten van Michael Burleigh (2005)
over utopisten uit de 19e eeuw: Comte (1798-1757)
 

Utopisten in de negentiende eeuw waren idealisten die meenden dat de volmaakte maatschappij bestond. Hun ideeën hoefden “alleen maar” in praktijk gebracht te worden! Twijfel aan zichzelf leken ze niet te kennen. Bescheidenheid evenmin. De nieuwe mens, de nieuwe religie en de nieuwe wereld begon voor utopisten in hun eigen hoofd. Verblind door een naïef geloof in de vooruitgang en de goedheid van de mens, zagen ze aan de horizon hun schitterende visioen. En alles wat hun utopie in de weg stond, werd gezien als kwaad. Dat kwaad projecteerden ze buiten zichzelf in de oude maatschappij, die tot een nieuwe wereld omgevormd moest worden. Utopisten werden zo de wegbereiders van de totalitaire ideologieën uit de twintigste eeuw.

Auguste Comte“Als jullie nu allemaal even naar mij luisteren en doen wat ik zeg, dan zal alle ellende uit de wereld verdwijnen!” Dit is waarschijnlijk de kortste samenvatting van het evangelie van de utopist. Voorzien van een blinde vlek voor het kwaad in zichzelf kan de utopist compleet overtuigd zijn van de oorspronkelijke goedheid van de mens. De wereldverbeteraar is een idealist, geen realist. Vaak heeft hij daarom iets met wiskunde, het terrein van het ideële bij uitstek. En met organisatie en planning. Zo ook Auguste Comte (1798-1857). Tussen zijn 19e en 26e (1817-1824) was hij de secretaris van Claude Henri de Saint-Simon (1760-1825) en werd hij gevormd door het utopische socialisme van zijn leermeester. Elke tekst die Comte schreef, moest hij ondertekenen met de naam van zijn meester. In 1824 sloeg hij zijn vleugels uit en brak hij met Saint-Simon. Vanaf dat moment noemde hij zijn leermeester “een ontaarde charlatan".

Evenals Saint-Simon zou zijn leerling eindigen met het stichten van een pseudo-religie. Tussen 1851 en 1854 publiceerde hij een vierdelig sociologisch werk waarmee hij de basis legde voor zijn Religie van de Mensheid. Volgens Comte vormde deze een derde weg tussen christelijke theologie en abstract rationalisme. De betekenis van Auguste Comte ligt vooral in zijn rol als grondlegger van het positivisme en als munter van het begrip “sociologie". Het motto van zijn positivisme L’amour pour principe et l’ordre pour base; le progrès pour but” ("Liefde als principe en orde als basis; vooruitgang als doel") leeft voort in de vlag van Brazilië met het opschrift Ordem e Progresso.

de vlag van Brazilië
het utopisme van Comte is nog altijd springlevend in de vlag van Brazilië:
Ordem e Progresso
Uiteindelijk is Comtes ideaal van maatschappelijke orde zijn werk zo sterk gaan beheersen dat het religieuze trekken kreeg. Hij ontwierp een Religie der Mensheid en kroonde zichzelf tot hogepriester. De Religie der Mensheid kaderde zijn streven in naar maatschappelijke orde, dat op treffende wijze uitgedrukt wordt in zijn devies “Orde en vooruitgang". Volgens Comte ligt de grondslag van iedere maatschappelijke orde immers in een gemeenschappelijk stelsel van opvattingen en ideeën. Hij beschouwt dat stelsel als de “lijm” waarmee afzonderlijke delen van de maatschappij (gezin, kerk, staat) door consensus aan elkaar vastplakken.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Aardse Machten [ debezigebij.nl ]

donderdag 7 maart 2013
wereldverbeteraars [ 1 ]
gelezen in: Aardse Machten van Michael Burleigh (2005)
over utopisten uit de 19e eeuw: Saint-Simon (1760-1825)
 

Utopisten in de negentiende eeuw waren idealisten die meenden dat de volmaakte maatschappij bestond. Hun ideeën hoefden “alleen maar” in praktijk gebracht te worden! Twijfel aan zichzelf leken ze niet te kennen. Bescheidenheid evenmin. De nieuwe mens, de nieuwe religie en de nieuwe wereld begon voor utopisten in hun eigen hoofd. Verblind door een naïef geloof in de vooruitgang en de goedheid van de mens, zagen ze aan de horizon hun schitterende visioen. En alles wat hun utopie in de weg stond, werd gezien als kwaad. Dat kwaad projecteerden ze buiten zichzelf in de oude maatschappij, die tot een nieuwe wereld omgevormd moest worden. Utopisten werden zo de wegbereiders van de totalitaire ideologieën uit de twintigste eeuw.

Aardse MachtenNergens vermengde religie en politiek zich zo sterk als in het utopisme van de vroege negentiende eeuw. Michael Burleigh behandelt in het zesde hoofdstuk van Aardse Machten drie utopisten: Claude Henri de Saint-Simon, Auguste Comte en Charles Fourier. Om in de hemel op aarde te geloven en in de goedheid van de mens, moet je naïef zijn, een beetje gek, of je moet vóór 1914 geleefd hebben en de catastrofe van de wereldoorlogen niet gekend hebben. De utopisten uit de eerste helft van de negentiende eeuw voldeden aan deze criteria.

Als mij tot nu toe één ding duidelijk is geworden na het lezen in Aardse Machten, dan is het wel dat de “lange negentiende eeuw", de tijd tussen de Franse Revolutie en de Eerste Wereldoorlog, de voedingsbodem is geweest voor de totalitaire regimes van de twintigste eeuw. Ondanks allerlei stormachtige ontwikkelingen in de maatschappij, wetenschap en techniek, was er een constante in de negentiende eeuw: een blijmoedig geloof in de vooruitgang. Doordat wetenschap en techniek economische voorspoed met zich meebrachten, was er een grenzeloos optimisme over de menselijke mogelijkheden. Terwijl het christelijk geloof als een rem op de vooruitgang werd gezien, werd de wetenschap bejubeld als de motor van alles.

Terwijl het christelijk geloof als een rem op de vooruitgang werd gezien, werd de wetenschap bejubeld als de motor van alles.

In het laatste decennium van de achttiende eeuw probeerden Jacobijnen het christelijke geloof te vervangen door een artificiële religie, waarin de dienst aan het Opperwezen de plaats moest innemen van de heilige Mis. Napoleon zag al snel dat dit een doodlopende weg was, omdat de meeste Fransen trouw bleven aan de christelijke traditie. Toen een revolutionaire voorstander van de nieuwe religie eens een keer aan Talleyrand om advies vroeg bij het werven van bekeerlingen, antwoordde deze fijntjes: “Ik raad u aan u te laten kruisigen en op de derde dag weer te verrijzen.” Hiermee vatte hij perfect samen wat er mis was met de surrogaat-religie: Christus ontbrak.

Claude Henri de Saint-SimonUtopisten waren vaak messiaanse figuren die Christus probeerden te imiteren. Een ervan was Claude Henri de Saint-Simon. Hij stond niet direct afwijzend tegenover het christelijk geloof, maar probeerde het stiekem toch te vervangen door zijn eigen leer, het saintsimonisme . In zijn laatste levensjaren werd hij daar steeds duidelijker in. Hij wilde de stichter zijn van een “nieuw christendom". Het moest een wereldomvattende religie zijn dat in totalitarisme vooruit liep op het communisme en fascisme. Saint-Simon wilde een nieuwe wereldorde en zag zichzelf als de messias: “De rol van de praters nadert zijn einde, en het zal niet lang meer duren voor die van de doeners zijn intrede doet.” Je zou hem een proto-communist of een proto-fascist kunnen noemen. Dat de sovjets in hem een voorloper zagen, bewijst de obelisk die ze in Moskou ter ere van Saint-Simon hadden opgericht.

Het utopisme van Saint-Simon kenmerkt zich door een onwankelbaar geloof in de wetenschap en zijn leerling Auguste Comte zal dit van hem overnemen. Saint-Simon erkende het belang van vrijhandel en een efficiënte infrastructuur voor een ideale samenleving. Kanalen en wegen zouden de wereld voor de handel ontsluiten. De opkomst van de spoorwegen zou hij niet meer meemaken, maar op dit punt had Saint-Simon een vooruitziende blik. Tussen 1830 en 1850 zou de wereld door een netwerk van spoorlijnen en telegraafverbindingen ingrijpender veranderen dan in de drie eeuwen daarvoor. Als kind van de Franse Revolutie geloofde hij in de verheffing van het volk door kunst en cultuur. In zijn ideale maatschappij zouden de Academie van de Rede en de Academie van het Gevoel het volk opvoeden tot ideale burgers.

Félicien David
de componist Félicien David
door Raymond Bonheur (1832)

Na zijn dood in 1825 vormde zijn trouwe discipel Barthélemy Prosper Enfantin de leer van zijn meester om tot een religieuze sekte. In Ménilmontant werd een commune gesticht, waar de volgelingen van Saint-Simon als pseudo-monniken leefden. Ze droegen een speciaal uniform dat alleen van achteren kon worden vastgemaakt. Dat speelde een rol in een ritueel om de wederzijdse afhankelijkheid te benadrukken. De schilder Raymond Bonheur maakte een portret van de componist Félicien David in zijn saintsimonistische “monniksgewaad".

Aardse Machten [ debezigebij.nl ]

dinsdag 5 maart 2013
Aardse Machten [ 3 ]
gelezen in: Aardse Machten van Michael Burleigh (2005)
over Giuseppe Mazzini (1805-1872) en Giovane Italia

Aardse MachtenIn het vijfde hoofdstuk van Aardse Machten kijkt Michael Burleigh naar de liberale bewegingen die tijdens de Restauratie overal in Europa ontstonden. Meestal werden ze door het repressieve systeem van Metternich dat sinds het Congres van Wenen (1814-1815) de nieuwe orde in Europa bepaalde, snel de kop ingedrukt. Nadat Napoleon verslagen was, vestigden zich in Europa overal monarchistische dictaturen. Liberalen en republikeinen die tussen 1789 en 1815 aan de vrijheid hadden geroken, moesten hun droom van een vrije natiestaat in het verborgene met elkaar delen. Er ontstonden zo geheime genootschappen. Het oudste republikeinse genootschap noemde zich carbonari en was al in 1802 in Italië ontstaan uit de vrijmetselarij. Deze groepering streefde naar eenwording van het Italiaanse schiereiland en luidde de Risorgimento in.

Na een mislukte liberaal-nationalistische opstand in Napels in 1820-21 worden de carbonari overal vervolgd en velen van hen vluchten naar het buitenland. Pas tien jaar later volgt een tweede opstand, ditmaal in Romagna, Parma en Modena, vazalstaten van Oostenrijk. Ook nu herstelt het Oostenrijkse leger de orde weer. Een van de opstandelingen is Giuseppe Mazzini, die in 1831 de beweging Giovane Italia zal oprichten. Het mengsel tussen politiek en religie, waar Aardse Machten over gaat, is nergens zo bedwelmend als bij Giuseppe Mazzini en zijn Giovane Italia. Zijn geschriften zijn doorspekt met religieuze retoriek als apostolaat, overtuiging, credo, enthousiasme, geloof, martelaarschap, missie, loutering, wedergeboorte, heilig, offer, redding, etc..

martelaars
De Restauratie (1815-1848) was in feite een wrede monarchistische dictatuur. Italianen die Mazzini’s geschriften lazen, werden vaak zonder pardon doodgeschoten.
Mazzini probeert zijn volgelingen te leiden met een kracht die zij al in zich hebben. Het moet gezegd dat zijn aanhangers die stierven voor de zaak, dat deden met zoveel moed en zoveel toewijding dat ze doen denken aan de eerste martelaren van het christendom.

uit: Noi Credevamo

Tegenwoordig doet de taal van Mazzini ons denken aan die van moslimfundamentalisten. Ook de Italiaanse republikeinen van Giovane Italia voerden een heilige strijd. Zoals het met een heilige strijd altijd gaat, wordt elk slachtoffer automatisch martelaar. Anna Banti begint haar roman noi credevamo (“wij geloofden”) met drie vrienden in het Koninkrijk der beide Siciliën die in 1831 trouw zweren aan Giovane Italia. We zien hoe hun levens bepaald worden door de heilige strijd. De eerste gaat deze strijd te ver. Voor de tweede gaat het nog lang niet ver genoeg. De derde wordt gelouterd door jarenlange opsluiting in Montefusco. Toch blijft het vuur van de revolutie in hem branden en in 1860 sluit hij zich aan bij de roodhemden van Garibaldi.

Het optreden van de Carbonari kwam voor het eerst aan het licht in het Koninkrijk Napels rond 1815. Hierbij richtten zij zich tegen de Franse overheersing onder het bewind van Napoleon Bonaparte. Na de val van Bonaparte richtten zij zich meer op het nationalistische gevoel en bestreden zij ook de Oostenrijkse invloed binnen de Italiaanse gebieden. In 1820 dwongen zij koning Ferdinand I van de Beide Siciliën een constitutionele monarchie af te kondigen. Dit succes bracht Carbonari in het koninkrijk Sardinië ertoe dezelfde eis aan koning Victor Emanuel I voor te leggen, die hierop besloot af te treden ten gunste van zijn broer Karel Felix. Beide politieke omwentelingen waren slechts van korte duur doordat met hulp van de legers van de Heilige Alliantie –Rusland, Oostenrijk en Pruisen- de opstanden onderdrukt werden en de situatie van vóór 1820 weer hersteld werd. Hierop besloten verschillende Carbonari het land te ontvluchten en zich vooral in Frankrijk te vestigen.
 
Giuseppe MazziniBij het uitbreken van de Julirevolutie in 1830 te Frankrijk, die zich richtte tegen koning Karel X, waren ook de Carbonari actief. Het succes dat geboekt werd, was aanleiding om te geloven dat soortgelijke opstanden ook mogelijk moesten zijn in Italië. Begin 1831 slaagden de Carbonari er dan ook in verschillende steden binnen de Kerkelijke Staat los te maken van het pauselijk bestuur en er een tijdelijke republiek te vestigen. Op aandrang van paus Gregorius XVI waren het opnieuw de Oostenrijkse legers die ingrepen en de opstand neersloegen. Hierop volgden grootschalige vervolging van de Carbonari waardoor veel leden besloten uit te treden en toe te treden tot een nieuwe beweging, Giovane Italia (Jong Italië), geleid door de Vrijmetselaar Giuseppe Mazzini.
 
Bron: nl.wikipedia.org

150anni-lanostrastoria.it

maandag 4 maart 2013
Aardse Machten [ 2 ]
gelezen in: Aardse Machten van Michael Burleigh (2005)
hoofdstuk vijf: uitverkoren volkeren: politiek messianisme

Aardse MachtenAardse Machten beschrijft een deel van het geestelijke landschap van Europa in “de lange negentiende eeuw” (1789-1914). Historici die mammoetprojecten op zich nemen, begeven zich in de kolkende stroom van het worden en moeten daarin hun eigen koers bepalen. Michael Burleigh navigeert op twee stromen in de uitwaaierende ideeëngeschiedenis sinds de Franse Revolutie. De symbiose tussen politiek en seculiere religie heeft zijn eigen dynamiek, waarbij de koele en de warme stroom zich telkens met elkaar vermengen.

Het vijfde hoofdstuk gaat over nationalisme en nationale bewegingen. Dat is bij uitstek een symbiose tussen politiek en religie, want hier wordt een mystieke band gesmeed tussen individu, gemeenschap, volk en territorium, die zowel door en door religieus als door en door politiek is. Een voorloper van het fascistische Blut und Boden. Het negentiende eeuwse nationalisme is geboren uit de idealen van de Franse Revolutie, die de monarchie en het christelijke geloof tot vijand hadden verklaard. Maar terwijl de kop van de koning van het schavot rolde, lukte het de republiek maar niet om het christelijk geloof te vernietigen. Er was van alles geprobeerd, van iconoclasme, afschaffing van de zondag tot het vestigen van een nieuw tijdperk op basis van een revolutionaire kalender. De heilige mis was vervangen vervangen door een deïstische eredienst aan het Opperwezen. Maar het christelijk geloof bleek onuitroeibaar.

Regnault 1795
La Liberté ou la Mort J-B. Regnault, 1795
Tijdens de eerste fase van de Franse Revolutie moesten dergelijke koele deïstische fantasieën het christelijk geloof overbodig maken…

Toen Napoleon met kerst 1799 alle macht naar zich had toegetrokken, begreep hij dat hij het over een andere boeg moest gooien. De katholieke kerk en de paus gebruikte hij als pionnen in zijn strategische spel om over Europa te heersen. Religie werd onder Napoleon koele berekening en politiek een vurige, publieke aangelegenheid. Individu, gemeenschap, volk en natie kregen een sacrale betekenis binnen een surrogaat-religie, het nationalisme. Vanuit Frankrijk werd het naar andere delen van Europa geëxporteerd, zodat het ook daar wortel kon schieten en de monarchie kon verwerpen. Het koningschap was een christelijk concept waarbij de koning bij gratie Gods over het volk heerste. En dat het volk bestond uit horige onderdanen, niet uit vrije burgers. De Franse Revolutie zette dit concept op de kop. Niet God en de koning waren de baas, maar de mens die de moed had om zélf na te denken en te heersen over zijn wereld. De bevrijding van het volk onder één natie werd tot heilig doel verklaard.

Het negentiende eeuwse nationalistische “geloof", zoals veel van zijn aanhangers en voorvechters het zonder een spoortje van ironie noemden, verrees niet simpelweg als een nieuw bouwwerk op het terrein van het traditionele geloof dat als gevolg van de secularisatie braak was komen te liggen, want de geschiedenis van het nationalisme gaat in dit tijdperk gelijk op met periodes van ontkerstening en herkerstening.
 
Bron: Michael Burleigh in hoofdstuk 5, blz. 173. Naties in opkomst

Aardse Machten [ debezigebij.nl ]

donderdag 8 november 2012
zo straat als een stoeptegel
dinsdag met René bezocht: de weg naar Van Eyck
Museum Boijmans van Beuningen Rotterdam tot 10 februari 2013

Annunciatie“Het Bijbelboek Genesis is rauw, bizar en zo straat als een stoeptegel", volgens Daniël de Wolf, de schrijver van de zogenaamde straatbijbel.

De straat is hot. Zo wordt de jongerencultuur voor een belangrijk deel door de straatcultuur bepaald. Je kunt beter streetwise zijn dan een boekenwurm, wil je als jongere weerbaar en cool zijn. Dat verklaart voor een deel waarom de straat zoveel aantrekkingskracht uitoefent op de jeugd. Maar de straatcultuur heeft ook invloed op wat vroeger de Hochkultur was. Zo zijn we gewend geraakt aan graffiti in het Museum van Schone Kunsten en Van Eyck op straat. Het lagere en het hogere net zolang blijven omkeren totdat alles horizontaal geworden is en op straat is komen te liggen. Nivelleren beperkt zich echt niet alleen tot Rutte II.

Op weg naar Van Eyck liepen wij over stoeptegels met ronde, slijtvaste stickers met fragmenten van Van Eyck’s Annunciatie uit 1435. Kunst op straat. Voor Van Eyck zou dit ondenkbaar en zeker schokkend zijn geweest. Niet alleen omdat het om zijn kostbare werk ging, maar vooral omdat het om het heilige gaat. Dat is precies datgene dat in de massacultuur met zijn dominante straatcultuur vervlakt tot een trottoirsticker. Het heilige komt op hetzelfde lage niveau als een reclamesticker en houdt zo op om heilig te zijn. Of wordt even “heilig” als het logo op de stoep voor een MacDonald restaurant. Het is de erfenis van pop art.

stoeptegels Mothership
de aartsengel Gabriël en de hand van de Moeder Gods op de trottoirstickers van kunstenaarscollectief Mothership

Op de fragmenten uit Van Eyck’s Annunciatie die de gemeente Rotterdam in de Witte de Withstraat en in de buurt van het Museum Boijmans van Beuningen op straat heeft gegooid, zien we bijvoorbeeld de duif, voor de christelijke Van Eyck het symbool van de Heilige Geest. Ook zien we het portret van de aartsengel Gabriël.

Niemand lijkt er mee te zitten dat hier met de onderkant van de schoen overheen gelopen wordt. Zouden moslims Djibriel al herkend hebben? Ik denk het niet. Met de onderkant van de schoen een portret aanraken, geldt in de islamitische wereld als een grove belediging. Dat een van die portretten de aartsengel Djibriel is, die zich aan Mohammed zou hebben geopenbaard en hem de koran zou hebben gedicteerd, is geen bijkomend detail.

Blijkbaar hebben de moslims nog niet in de gaten dat de trottoirstickers van Mothership voor de islam godslasterlijk zijn. Dat er vanuit christelijke hoek nog niet gereageerd is, verwondert mij niet. Over het christendom is inmiddels al zoveel heengelopen, dat de meeste christenen maar berusten.

De kunst ligt letterlijk op straat tijdens de unieke tentoonstelling De weg naar Van Eyck in Museum Boijmans Van Beuningen. Op de Witte de Withstraat, de winkel- en uitgaansstraat die richting het museum loopt, worden namelijk op straat grote afbeeldingen ‘geplakt’ met daarop fragmenten van een van de schilderijen van de vooraanstaande Vlaamse schilder Jan van Eyck. Bezoekers lopen letterlijk over een weg geïnspireerd op de kunst van Van Eyck, naar de tentoonstelling in het museum. Ook laten de ondernemers van de bruisende straat zich inspireren tot speciale arrangementen, aanbiedingen en activiteiten in de stijl van de Vlaamse schilder en de expositie. De tentoonstelling De weg naar Van Eyck en bijbehorende festiviteiten in de Witte de Withstraat lopen van 13 oktober 2012 tot 10 februari 2013.
 
Kunstproducent Mothership zorgt ervoor dat Van Eyck ook op straat aanwezig is, in de vorm van stickers op stoeptegels met fragmenten uit een van de beroemde werken. En dat is nog maar het begin, er zal nog veel meer volgen.

De weg naar Van Eyck [ boijmans.nl ]

maandag 24 september 2012
handen uit de mouwen
vanavond op Nederland 2 bij Tegenlicht: Made in Germany

BildNa elke vernietigende klap komen de Duitsers er met elkaar in vijftien jaar weer bovenop. Het gebeurde na de Eerste Wereldoorlog in de dertiger jaren met het Wirtschaftswunder van Hitler en opnieuw na de Tweede Wereldoorlog met het Wirtschaftswunder van Adenauer in de vijftiger jaren. En nu is er dan Wirtschaftswunder 3.0. Twintig jaar na een miljardenverslindende Duitse eenwording en vier jaar na de kredietcrisis blijkt Duitsland weer de sterkste economie van Europa. Hebben we eigenlijk wel te maken met een wonder of is het gewoon een wetmatigheid? Zolang het protestantse arbeidsethos en de Gründlichkeit in de Duitse Volksgeist verankerd liggen, blijven de Duitsers een verbazingwekkend herstellend vermogen houden.

Het is nog maar tien jaar geleden dat Duitsland als de zieke man van Europa door het leven ging. De Duitse hereniging had een zware wissel getrokken op de economische groei en stabiliteit van het land. Maar de Duitsers zijn altijd in hun eigen kracht blijven geloven. Dit is volgens socioloog Ulrich Beck voor een belangrijk deel toe te schrijven aan de overtuiging dat kwaliteit, kleinschaligheid en toewijding aan het werk dat je doet, zo diep geworteld is in de Duitse samenleving. De oorsprong moet worden gezocht in het protestantisme die het fundament heeft gelegd voor het moderne Duitsland.
 
Bron: tegenlicht.vpro.nl
Arbeidsethos in Duitsland

In de serie Civilization liet Niall Ferguson zien hoe de Duitse socioloog Max Weber aan het begin van de vorige eeuw op zoek was naar het geheim van het kapitalisme. In de Verenigde Staten ontdekte hij dat het protestantse arbeidsethos de drijvende kracht achter het kapitalisme is.

Whereas other religions associated holiness with the renunciation of worldly things – monks in cloisters, hermits in caves – the Protestant sects saw industry and thrift as expressions of a new kind of hard-working godliness. The capitalist ‘calling’ was, in other words, religious in origin.
 
Bron: Niall Ferguson in Civilization (chapter 6: Work)

Max WeberIn zijn beroemde boek Die protestantische Ethik und der Geist des Kapitalismus beschrijft Max Weber deze ontdekking. De Reformatie begon in de zestiende eeuw niet voor niets in Duitsland. Het protestantisme verving de traditionele christelijke ascese met werk. Een beroep was een roeping om God te dienen. Hard werken en spaarzaamheid hoorden daarbij. Het Westen werd aan het werk gezet en het verdiende kapitaal werd geïnvesteerd in nog meer werk.

Das Entscheidende aber war: daß der im religiösen Sinn methodisch lebende Mensch par excellence eben doch allein der Mönch war und blieb, daß also die Askese, je intensiver sie den einzelnen erfaßte, desto mehr ihn aus dem Alltagsleben herausdrängte, weil eben in der Ueberbietung der innerweltlichen Sittlichkeit das spezifisch heilige Leben lag.
 
Bron: Die religiösen Grundlagen der innerweltlichen Askese (Max Weber)

Made in Germany [ tegenlicht.vpro.nl ]
Askese und kapitalistischer Geist [ zeno.org ]

dinsdag 18 september 2012
het / de Allerhoogste
20 jaar geleden was Swami Chidananda (1916-2008) in Nederland

Twintig jaar geleden was ik via mijn (onvergetelijke!) yogalerares Stien Nowack in contact gekomen met Purnima Zweers die toen bezig was om swami Chidananda uit India naar Nederland te halen. Omdat ik een busje had, werd mijn hulp gevraagd bij de organisatie. De swami zou naar de jeugdherberg in Arnhem komen waar een kleine honderdtal volgelingen en belangstellenden met hem een weekend lang zou doorbrengen met spiritueel onderricht, meditatie, satsang en mantra’s zingen. In Amsterdam pikte ik een vrachtlading spullen op die we nodig hadden om de ruimte in te richten waar swami Chidananda ontvangen werd.

Chidananda 1992
swami Chidananda omringd door foto’s van “wereldleraren” waaronder Jezus van Nazareth (linksonder)

Ik schilderde een welkomstbord en verzorgde het kleine podium voor de geestelijk leraar. Een portret van Chidananda’s persoonlijke leraar, swami Sivananda omkranst met een mala, hing in het midden. Aan weerszijden werden afbeeldingen opgehangen van zogenaamde “wereldleraren” waaronder Vivekananda, Sri Ramakrishna, Sai Baba en Paramhansa. Maar er hing ook een afbeelding van Jezus, aan de rechterhand van swami Chidananda.

Chidananda 1992
swami Chidananda en zijn toehoorders

Toen ik swami Chidananda op vrijdagavond 18 september 1992 voor de eerste maal zag, was ik erg onder de indruk. Ik volgde al een paar jaar een oosterse weg van zelfrealisatie maar een echte goeroe uit India had ik nog nooit ontmoet. Nu stond ik oog in oog met een verlicht mens en verlichting zag ik toen als mijn/onze eindbestemming. Ik was ontroerd door de blik van de swami, die goedheid en nederigheid uitstraalden. We wisten allemaal dat we iets heel kostbaars in ons midden hadden.

ChidanandaSwami Chidananda Saraswati, geboren als Sridhar Rao (1916-2008) was de voorzitter van de Divine Life Society in Rishikesh, India. Hij was een student van Swami Sivananda sinds 1943 en hij volgde hem op als voorzitter bij zijn dood in 1963, waar hij sinds 1948 al voorzitter van was. Hij werd geïnitieerd in de Sannyas orde door Sivananda op de dag van Guru Purnima, 10 juli 1949, waarbij hij zijn spirituele bijnaam Chidananda Saraswati ontving, dat de herbenoemde in het hoogste bewustzijn en gelukzaligheid betekent. (Bron: nl.wikipedia.org)

Swami Chidananda leerde ons over de zogenaamde bhakti yoga, de yoga van de toewijding tot het Allerhoogste. Verrassend genoeg was de swami ook toegewijd aan de westerse heilige Franciscus van Assissi. Het eenvoudige gebed van Fransiscus sloten we met de swami in ons hart: “Heer, maak mij tot een instrument van Uw vrede! Waar haat is, laat mij liefde brengen. Waar belediging is, laat mij vergeving brengen…” Voor mij was de oosterse weg altijd een weg geweest die zich van het westen en van het christendom afkeerde. Nu had ik een leraar uit India ontmoet, die ons naar de liefde en toewijding van het christendom liet kijken.

Chidananda 1992
gebed van Franciscus van Assissi

Als herinnering aan het weekend bewaar ik nog altijd een foto met iedereen erop en de swami in het midden. Apetrots was ik toen ik een vaas met bloemen kreeg met het verzoek deze achter swami Chidananda vast te houden.

Chidananda 1992
detail van groepsfoto
Een kind vraagt aan Swami Chidananda:"Wat is het doel van mijn leven? Welke taak moet ik volbrengen?”
 
Swami Chidananda antwoordde terwijl hij naar een bos bloemen wees: “Zie je die bloemen? Aan sommige takken zitten kleine knoppen en aan andere takken bloemen die in volle bloei staan. De bloemen die in volle bloei staan, hebben prachtige bloembladeren, een mooie kleur, een aangename geur en een fraai uiterlijk. Aan de knoppen kun je al die schoonheid nog niet zien. Het doel van de knoppen is om de schoonheid die in hen opgeslagen ligt, naar buiten te brengen en een volmaakte bloem te worden. Geleidelijk aan zullen ze groeien en vanuit zichzelf al die schoonheid naar buiten brengen.
Chidananda 1992
swami Chidananda had voor ons cadeau’s meegebracht
Het doel van jou leven is om de slapende schoonheid die in jezelf zit naar buiten te brengen. Je taak is om uit te groeien tot een volmaakt en voorbeeldig mens. In jou zijn alle nobele menselijke eigenschappen aanwezig zoals vriendelijkheid, mededogen, onbaatzuchtigheid, de bezieling om anderen te dienen, de moed om deugdzaam te blijven, de innerlijke wilskracht en het streven om voor hogere waarden en idealen te leven. In jou is dit hele potentieel aanwezig; dit naar buiten brengen is de taak die je in dit leven dient te volbrengen. Dan zul je bloeien, net als deze mooie bloem"…
 
Bron: sacredindiatours.com

Jozef van den Berg in 1992God’s wegen zijn ondoorgrondelijk. Begin 1993 wilde ik voor enkele maanden naar Zuid-India waar ik bij een kunstenaar op zijn atelier kon werken. Maar het liep anders. Ik werd in Nederland verliefd en stelde mijn reis naar India uit. Op 21 maart 1993, precies een half jaar na mijn ontmoeting met swami Chidananda, had ik een ontmoeting met Jozef van den Berg. Uit zijn ogen straalde de zachtheid die ik ook bij swami Chidananda had gezien. Ik kon hem vertrouwen. Hij bracht mij nog dichter bij het Allerhoogste door mij te vertellen dat het om toewijding aan dé Allerhoogste gaat, dat het niet om iets gaat, bewustzijn of verlichting, maar om Iemand. Een van de “wereldleraren” van wie ik een afbeelding op het podium had geplakt, bleek deze Persoon te zijn. Swami Chidananda had mij een voorzet gegeven om tot dit inzicht te komen.

Er valt niets meer te spelen | een gesprek met Jozef van den Berg

zondag 16 september 2012
return to fantasy
het verbond tussen fantasy en neopaganisme

WotanHet neopaganisme, de herleving van het heidendom in de westerse cultuur, is ontstaan in de late romantiek. Dat in dezelfde tijd ook het fantasy genre ontstond, is niet toevallig. Vooral in het fantasy subgenre sword and sorcery keren de goden en demonen, heksen, druïden, tovenaars en sjamanen uit de pre- christelijke tijd overvloedig terug.

De belangstelling voor de klassieke mythologie en de antieke, pre-christelijke cultuur begon natuurlijk al in de Renaissance . Maar in de negentiende eeuw werd het spectrum breder. Onder invloed van de Romantiek en het historisme kreeg men ook belangstelling voor Noorse mythologie en, nog dichter bij huis, volkssprookjes. In de Romantiek begint men, in het spoor van Johann Gottfried von Herder, volksmuziek, legenden en sprookjes, te verzamelen. Sommige romantici, waarvan Ludwig Tieck de bekendste is, schrijven zogenaamde “kunstsprookjes". Hier ligt de oorsprong van het fantasy genre. Want fantasy verhalen zijn eigenlijk niets anders dan “kunstsprookjes” waarin alles draait om een uiterlijke strijd tussen goede en kwade krachten.

Fantasy verhalen zijn eigenlijk niets anders dan “kunstsprookjes” waarin alles draait om een uiterlijke strijd tussen goede en kwade krachten.

Het verzamelen van sprookjes en volksmythen gaat in de negentiende eeuw overigens prima samen met nationalisme. In Duitsland is de fascinatie voor de mythe het grootst. Germaanse helden als Arminius (Hermann) de Cherusk en Siegfried de Drakendoder zijn al vóór 1871 iconen van de Duitse Eenheid. Dat Siegfried een Duitse held werd, hebben we natuurlijk vooral aan Wagner te danken. Der Ring des Nibelungen (1853-1874), een cyclus van vier lange opera’s is exemplarisch voor de laat-romantische Duitse obsessie voor de mythe.

kenmerken van neopaganisme
-polytheïsme (veelheid van goddelijke wezens)
-pantheïsme (de natuur als manifestatie van het goddelijke)
-godinnen (het vrouwelijke principe van het goddelijke)

Weird Tales 1932Spierballenhelden als Siegfried bleven niet beperkt tot Duitsland. Ook in de Verenigde Staten sloeg de bombastische heroïek aan. In 1932 bedacht de Amerikaanse schrijver en avonturier Robert E. Howard een “Amerikaanse Siegfried” Conan de Barbarian. De verhalen die hij doorspekte met Noorse mythologie waren net zo opgezwollen als de torso van zijn superheld. Het werd niet voor niets pulp genoemd. Na Conan werden in Amerika andere superhelden geboren zoals Superman en Spiderman. Volgens de Amerikaanse feministe Gloria Steinem is Superman “our version of Greek Myth.”

Fantasy en in het bijzonder sword and sorcery keren meestal terug naar een pre-christelijk wereldbeeld vol mythische en demonische wezens. Een uitzondering vormen de Kronieken van Narnia van C.S. Lewis, waarin veel christelijke symboliek is verwerkt. En Wagner keerde met zijn laatste opera Parsifal (1882) tenslotte terug naar het esoterische christendom.

Fantasy en in het bijzonder
sword and sorcery keren meestal terug naar een pre-christelijk wereldbeeld vol mythische en demonische wezens.
1500 jaar geleden was Europa grotendeels bekeerd tot het christendom. Alleen de volken in het noorden bleven hun oude geloof trouw. Hun belangrijkste god was Odin, heerser tussen de sterren in het Walhalla. Zijn raven bezorgden hem wijsheid en geheugen. Het vuur van het oude geloof doofde maar er ontstond een nieuwe legende die de mensen in hun hart hebben gesloten. Over een smid die een draak versloeg en een schat veroverde, het drakengoud.
 
begin uit de fantasyfilm The Curse of the Ring (2004)
vrijdag 14 september 2012
glamour fantasy
gisteren gezien op RTL 7: Ring of the Nibelungs
Curse of the Ring
(2004) van Uli Edel

Curse of the RingMeeliftend op het succes van de Lord of the Rings trilogie (2001-2002-2003) verscheen in 2004 de miniserie Ring of the Nibelungs (alternatieve titel Dark Kingdom: The Dragon King) aanbevolen met de tagline “The Nordic legend that inspired J.R.R. Tolkien to write the Lord of the Ring trilogy". Het is waar dat Tolkien zich zwaar heeft laten inspireren door Der Ring des Nibelungen van Richard Wagner. Sinds Wagner en het Derde Rijk met elkaar verbonden zijn, wordt dat nog wel eens “vergeten". Wagner baseerde zijn opera op het Nibelungenlied. Ja, er wordt heel wat aangerommeld met dit oerverhaal.

Het Nibelungenlied is oorspronkelijk mondeling overgeleverd. In de dertiende eeuw is het opgetekend in verschillende handschriften waarvan er 34 bewaard zijn gebleven. Deze worden ingedeeld in drie stammen die vaak genoemd worden naar de plaats waar ze bewaard worden: ‘MS A’ in München, ‘MS B’ in Sankt Gallen en ‘MS C’ in Donaueschingen. De beroemde verfilming van Fritz Lang uit 1924 splitst het verhaal in twee delen: Siegfried en Kriemhild’s Rache. Fritz Lang schreef samen met zijn vrouw Thea von Harbou het scenario en zij volgden tamelijk nauwkeurig de middeleeuwse manuscripten.

Nibelungen 1967Nog steeds is Die Nibelungen van Fritz Lang uit 1924 onovertroffen. De verfilming van Harald Reinl uit 1966/67 is spierballenkitsch geworden en Ring of the Nibelungs van Uli Edel uit 2004 maakt een potje van het verhaal. Edel citeert verschillende malen scenes uit de versie van 1924. Bijvoorbeeld de scene met de confrontatie tussen Kriemhild en Brunhild op de trap voor de kathedraal of de sterfscene van Siegfried. Maar van het krachtige en spookachtige van de oerfilm van Fritz Lang is niets overgebleven. Natuurlijk beweegt een draak uit de computer zich veel soepeler dan de houterige draak uit 1924, maar de mythische sfeer is verloren gegaan. Daarvoor in de plaats krijgen we gelikte computer-generated imagery. Regisseur Uli Edel had kunnen leren van zijn collega Werner Herzog die met zijn interpretatie van Nosferatu (1979) bewust dichtbij de oerfilm van F. W. Murnau uit 1922 is gebleven. Maar Edel is gezwicht voor glamour fantasy.

Christendom 500 na Christus
de verspreiding van het christendom
in het Romeinse Rijk rond het jaar 300 (rood) en de verspreiding tot het jaar 600 (geel). Het Nibelungenlied speelt zich af rond het jaar 450.
1500 jaar geleden was Europa grotendeels bekeerd tot het christendom. Alleen de volken in het noorden bleven hun oude geloof trouw.

Zo begint Ring of the Nibelungs. Maar klopt dit wel? In 496 had Chlodovech, de koning van de Franken, zich in Reims weliswaar laten dopen. Daarmee was de eerste Germaanse stam bekeerd tot het orthodoxe christendom. Maar rond het jaar 500, waren behalve de Franken alle andere Germaanse stammen nog ariaans of heidens. Het grootste deel van Europa was dus nog niet bekeerd tot het orthodoxe christendom.

In het Nibelungenlied wordt de ondergang van de Bourgondiërs beschreven. Deze werden in het jaar 534 door de Franken verslagen. Maar het Nibelungenlied gaat over eerdere episodes, tijdens het Eerste Bourgondische Rijk (407-436) en de nederlaag van de Bourgondiërs in 451 tegenover Atilla de Hun (Koning Etzel in het tweede deel van het Nibelungenlied).

Curse of the Ring [ imdb.com ]

maandag 6 augustus 2012
prins Cem
historische feiten over prins Cem in de tv-serie The Borgias

Vorige week schreef ik hier over een mogelijke historische onjuistheid in episode 2 van de tv-serie The Borgias. In de derde episode die zich afspeelt in 1492 of 1493 zitten in ieder geval een aantal onjuistheden. The Borgias Fan Wiki laat zien wat er verdraaid is of uit een grote duim gezogen.

Prince CemIn de derde episode The Moor is de Ottomaanse prins Cem “te gast” bij The Borgias. Zijn broer de sultan Bayezid II wil van hem af omdat prins Cem ook aanspraak maakt op de troon. Via omzwervingen is Cem in Rome terecht gekomen. De sultan belooft de paus jaarlijks 40.000 dukaten als dekking voor de verblijfskosten van zijn broer. In werkelijkheid wordt Cem tegen betaling van zijn broer door de paus in Rome gevangen houden. Wanneer paus Alexander VI 400.000 dukaten nodig heeft voor de bruidsschat van Lucrezia die hij wil uithuwelijken aan de hertog van Milaan, besluit hij om Cem te laten vermoorden. De sultan heeft er 400.000 dukaten om zijn broer uit de weg te laten ruimen. Kort voordat Cem vermoord wordt, wil hij zich tot het christendom bekeren. De liefdevolle manier waarop christenen met elkaar omgaan, heeft zo’n indruk op hem gemaakt dat hij christen wil worden.

Bovenstaande feiten zijn verdraaid. Prins Cem was in 1489 al in Rome aangekomen waar paus Innocentius VIII hem onder zijn hoede nam. Onder paus Alexander VI bleef Cem als hooggeplaatste gast de gevangene van het Vaticaan. Sultan Bayezid II betaalde de paus jaarlijks een groot bedrag voor deze dienst. Toen koning Charles XIII van Frankrijk in januari 1595 Rome innam, werd Cem gevangen genomen. De koning wilde de Ottomaanse prins naar Frankrijk sturen, maar Cem werd ziek en stierf in Capua op 25 februari 1495. Er wordt soms over gespeculeerd dat hij mogelijk vermoord is, maar daar zijn geen bewijzen voor.

Episode 3 The Moor preview

Het verhaal van prins Cem in episode 3 van The Borgias is dus op verschillende punten verdraaid. Hij werd niet in 1492/93 vermoord maar stierf in 1495 waarschijnlijk een natuurlijke dood. Alexander VI ontving nooit 400.000 dukaten van de sultan om daarmee de bruidsschat van zijn dochter Lucrezia te financieren. Prins Cem heeft zich nooit tot het Christendom willen bekeren. Wél heeft paus Innocentius VIII zijn gijzelaar gebruikt als afschrikmiddel: wanneer sultan Bayezid II campagnes zou ondernemen naar christelijke landen, zou de paus Cem vrijlaten en dat zou grote interne verdeeldheid veroorzaken in het Ottomaanse Rijk.

Bron: Prins Cem [ nl.wikipedia.org ]

woensdag 1 augustus 2012
Romeinse maffia
gekeken naar deel 1 van Borgia (2011)
en deel 1 en 2 van The Borgias (2011)

The BorgiasSamen met de families Corleone en Soprano is de familie Borgia geknipt voor een kroniek van een corrupte en criminele familie. Na een paar speelfilms over de Borgia’s is het vorig jaar tot een tv-serie gekomen. Tot twee onafhankelijke producties zelfs, en bijna onder dezelfde titel. Borgia van Tom Fontana heeft net als The Borgias van Neil Jordan twee seizoenen achter de rug. Vorige maand begon de AVRO op Nederland 2 op zaterdagavond met het uitzenden van het eerste seizoen van The Borgias. Op UPC on demand is het eerste seizoen van Borgia te zien. Van beide series bekeek ik inmiddels drie afleveringen.

Mijn eerste indruk is dat beide series historisch tamelijk nauwkeurig willen zijn. Het verhaal begint in 1492. In Rome stond toen nog niet de Sint Pieter die we nu kennen, maar na ruim duizend jaar nog altijd de oude basiliek die keizer Constantijn op het graf van Petrus had laten bouwen. De Sixtijnse Kapel, genoemd naar paus Sixtus IV, stond er in 1492 al wel. Paus Sixtus IV had tijdens zijn pontificaat (1471-1484) de wanden van de kapel in 1481 en 1482 laten beschilderen door de beste schilders van zijn tijd. Michelangelo moest in 1492 het gewelf nog beschilderen. De tv-serie Borgia lijkt hier historisch juist. Wanneer de kardinalen in conclaaf zijn om na de dood van paus Innocentius VIII een nieuwe paus te kiezen, zien we het interieur van de Sixtijnse Kapel zoals dat er in 1492 moet hebben uitgezien, met splinternieuwe muurschilderingen maar zonder de beroemde fresco’s van Michelangelo .

Raphael
Raphael ca. 1506
Dama con il liocorno (Giulia Farnese?)

Een eerste mogelijke historische onjuistheid die ik ben tegengekomen, is in de tweede aflevering van The Borgias. Een van de maîtresses van paus Alexander VI (Rodrigo Borgia) was de Romeinse schoonheid Giuilia Farnese. De paus laat haar schilderen door Pinturicchio met een jonge geit op schoot. Op het schilderij moet dat een baby eenhoorn worden. Dit portret verwijst niet naar een werk van Pinturicchio, maar naar een bekend portret dat Raphael omstreeks 1506 geschilderd heeft. Aangezien kunsthistorici aannemen dat het meisje op Raphael’s portret Giuilia Farnese is maar dit niet met zekerheid kunnen zeggen, hoeft hier dus geen sprake te zijn van een historische onjuistheid. Ook Lucrezia laat zich door Pinturicchio schilderen. Het staat vast dat hij haar rond 1495 geschilderd heeft.

Lucrezia Borgia door Pinturicchio Rond 1500 kwam een einde aan de relatie tussen Giuilia Farnese en de paus, een periode waarin Giulia ook haar echtgenoot verloor. Na zich aanvankelijk teruggetrokken te hebben in Carbognano, trad zij na enkele jaren opnieuw in het huwelijk, ditmaal met Giovanni Capece van Bozzuto, een Napolitaans edelman. In de periode 1506-1522 werd Giulia aangesteld als gouverneur van Carbognano. In 1523 verhuisde Giulia naar Rome, waar ze introk bij haar broer kardinaal Alessandro. Daar overleed zij op 23 maart 1524.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Borgia [ imdb.com ] | The Borgias [ imdb.com ]

zondag 29 april 2012
de schilder en zijn broodheer [ 5 ]
Jean-Baptiste Regnault en de Franse Revolutie
 

Doordat de overheid zich als geïnstitutionaliseerde mecenas terugtrekt, worden veel kunstenaars die ooit afhankelijk waren van subsidie, nu gedwongen een knieval te maken voor ‘de markt’. In veel gevallen moeten deze kunstenaars om te overleven, net als vroeger, weer de persoonlijke en commerciële belangen gaan dienen van rijke particuliere opdrachtgevers.

Een serie over de schilder en zijn opdrachtgever in de periode 1712-1912. Aflevering 5: Jean-Baptiste Regnault schilderde La Liberté ou la Mort voor de Salon van 1795

Regnault 1795
La Liberté ou la Mort 1795
Het hoogste punt in de voorstelling is de rode Jakobijnenmuts linksboven. Deze allegorie is een triomf voor de Jakobijnen.

Toen ik voor het eerst de allegorie La Liberté ou la Mort zag, dacht ik dat het een schilderij uit een vrijmetselaarsloge was. Vreemd is deze associatie niet, want het revolutionaire Frankrijk werd geestelijk gevoed door de Verlichting. Symbolen die de vrijmetselarij gebruikt, zoals het alziend oog, kom je ook tegen in het revolutionaire Frankrijk en Amerika van de late achttiende eeuw. Regnault schilderde in zijn allegorie overigens geen alziend oog maar een triangel, die de drieslag Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap symboliseert.

Regnault 1795
detail van La Liberté

La Liberté ou la Mort uit 1795 verbeeldt de overwinning van de revolutie op de gewelddadige gebeurtenissen van 1793-1794. Deze worden voorgesteld als Magere Hein met de Zeis. Dat beeld was zeer concreet geworden in een tijd waarin de guillotine overuren maakte.

Regnault 1795
detail van La Mort

Net als Jacques Louis David maakte Jean-Baptiste Regnault dankbaar gebruik van de christelijke symboliek. Het nieuwe Frankrijk was een post-christelijke staat. Er was een nieuwe jaartelling gekomen en de christelijke religie was vervangen door een Dienst aan het Opperwezen waarin de Rede de hoogste plaats had. Aan christelijke symbolen werd een nieuwe betekenis gegeven. De Triniteit Vader, Zoon en Heilige Geest werd vervangen door Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap.

Regnault 1795
detail van de Schutsengel

Regnault combineert in de allegorie twee momenten uit het leven van Jezus. De beschermengel van de idealen van de revolutie maakt het gebaar “het is volbracht” aan het kruis maar verwijst ook naar de Verrijzenis. De brandende vlam op zijn hoofd verwijst weer naar Pinksteren. Op de aarde onder is niet alleen Frankrijk maar West-Europa te zien. De hemelse allegorie profeteert eigenlijk al de verspreiding van de Franse Revolutie over Europa die spoedig onder Napoleon zal gaan plaatsvinden.

Jean-Baptiste Regnault [ nl.wikipedia.org ]

vrijdag 27 april 2012
het opgeheven vingertje
Socrates en Hypatia als martelaren van het vrije denken
wijsbegeerte als substituut voor religie

In het jaar 399 voor Christus werd Socrates door Meletus met de volgende woorden aangeklaagd: “Socrates pleegt onrecht door de goden die de stad vereert niet te vereren en door nieuwe goddelijke wezens te introduceren; voorts pleegt hij onrecht door zijn slechte invloed op de jeugd. De geëiste strafmaat: de dood” Socrates werd met het drinken van een dodelijke beker dollekervel een martelaar van de filosofie en het vrije denken. De Franse classicistische schilder Jacques Louis David maakte in 1787 een beroemd schilderij van deze dramatische gebeurtenis.

David de dood van Socrates
De dood van Socrates 1787
David schildert de boodschap van de Verlichting “Sapere Aude!” (durf te weten!), maar steekt deze in een christelijk jasje.

Onmiddellijk valt hier de parallel op met religieuze voorstellingen van het laatste avondmaal. Daar is Christus altijd in het midden van zijn discipelen terwijl Hij de instellingswoorden uitspreekt en daarbij vaak de beker opheft. Tijdens de Verlichting in Frankrijk verkondigden filosofen openlijk het atheïsme. Door het bestaan van God te ontkennen, plaatsten zij zich weliswaar tegenover het gezag van de Kerk, maar ze wisten ook dat het lot van Socrates hen nu bespaard zou blijven. Het geloof in de Rede werd de nieuwe religie en in Socrates zagen de Philosophes hun voorloper. David die een meester was in schilderijen met een politieke boodschap, kende de kracht van de christelijke iconografie. Hij schilderde de boodschap van de Verlichting Sapere Aude (durf te weten!) maar stak deze in een christelijk jasje.

David de dood van Socrates
de dood van Socrates (detail)
De filosoof drukt met een handgebaar zijn innerlijke overtuiging uit
David de dood van Socrates
de dood van Socrates (detail)
De gifbeker die Socrates krijgt aangereikt verwijst naar de kelk van het laatste avondmaal

Toen ik naar de film Agora keek over het leven van de vrouwelijke filosoof Hypatia van Alexandrië, zag ik ook de filosoof als martelaar van het vrije woord. Terwijl het volk verstrengeld zit in de religie, stijgt Hypatia daar als vrijdenker bovenuit. Het kost haar, net als Socrates, het leven. Naast elementen uit de christelijke iconografie gebruikt David in de dood van Socrates ook een handgebaar dat in de retorica van de romeinse redenaar Marcus Fabius Quintilianus een belangrijke plaats inneemt. Het is het gebaar van de redenaar die zijn innerlijke overtuiging uitdrukt dat de waarheid en de wijsheid boven de mens(en) uitstijgt.

Hypatia en Plato
Rachel Weisz als Hypatia in Agora en Plato op de School van Athene door Rafael.
woensdag 25 april 2012
Jezus als vrouw
gezien op DVD: Agora (2009) van Alejandro Amenábar
biopic over Hypatia van Alexandrië (355-415)

AgoraDe positie van de vrouw in het christendom is al jaren een populair thema in boeken en films. Na het onvoorstelbare succes van The Da Vinci Code van Dan Brown surfen veel auteurs mee op de hype van de vrouw en het vrouwelijke binnen de Kerk. De historische roman Pope Joan van Donna Woolfolk Cross werd in Duitsland onder de titel Die Päpstin in 2004 een bestseller en vijf jaar later werd het voor een miljoenenpubliek verfilmd.

De film Agora over het leven van Hypatia van Alexandrië van de Spaanse regisseur Alejandro Amenábar past helemaal in deze trend. Succes was bij voorbaat verzekerd door de ingrediënten: een mooie, intelligente, sterke en wijze vrouw in de hoofdrol en een meute dolle christenen als figuranten. Met dat laatste kan de doelgroep beter omgaan dan met een woedende menigte moslims. Kritiek op het christendom ligt minder gevoelig dan kritiek op de islam. Terwijl de islam best vrouwonvriendelijk is, kijkt men toch liever naar de vrouwonvriendelijkheid van de Kerk. Met Hypatia heb je dan gegarandeerd een verhaal dat blijft hangen.

Voor hun scenario hadden Alejandro Amenábar en Mateo Gil drie historische bronnen over het leven van Hypatia tot hun beschikking. Wikipedia vermeldt dat Hypatia tegenwoordig vooral bekend is om haar gruwelijke einde maar dat de verschillende bronnen geen overeenstemming geven over de achtergronden bij de moord op Hypatia. Behalve Hypatia’s vader, de wiskundige Theoon van Alexandrië, haar leerling Synesius van Cyrene, magistraat Orestes en patriarch Cyrillus van Alexandrië berusten de personages in de film op geromantiseerde fictie. Amenábar en Gil maakten gebruik van verschillende historische gebeurtenissen. Aan het einde van de vierde eeuw na Christus was er in Alexandrië een machtsstrijd gaande. Deze was ontstaan doordat het christendom na het Edict van Milaan in 313 salonfähig was geworden. Het christendom was uit de catacomben gekropen en werd in de vierde eeuw een machtsfactor van belang. Dat was even wennen voor de gevestigde orde.

Over Hypatia’s leven is slechts weinig bekend en de meeste bronnen zijn onbetrouwbaar. In de eerste plaats moet het aan haar gewijde artikel in de Suda, de Byzantijnse encyclopedie, worden vermeld. Veel van dit verhaal komt echter uit tweede hand en is geromantiseerd. Betrouwbaarder is mogelijk de informatie die haar tijdgenoot Socrates Scholasticus biedt in zijn Kerkgeschiedenis (Historia ecclesiastica, VII 15)). De derde belangrijke bron zijn brieven van de bisschop Synesius van Cyrene, die haar leerling was en haar ook later nog graag raadpleegde. Alle latere artikelen over haar baseren zich op deze drie bronnen.
 
Bron: nl.wikipedia.org
Hypatia
Rachel Weisz als Hypatia
Hypatia heeft in de film
ongeveer alles dat heldinnen
en ideale vrouwen nodig hebben:
schoonheid, intelligentie, nieuwsgierigheid, wijsheid,
rechtschapenheid en kracht

Onder de christenen in Alexandrië was verdeeldheid gekomen. Een gematigde groep stond tegenover een groep fanatieke christenen, de zogenaamde Parabolani. Het is verleidelijk om ze op één hoop te smijten met fundamentalistische moslims, want uiterlijk verschillen ze nauwelijks een baardhaar. Deze Parabolani eisten de onmiddellijke en definitieve vernietiging van het heidendom. Alexandrië was een paradijs voor afgodsbeelden. De hellenistische stad was vanaf haar stichting in het jaar 330 voor Christus een smeltkroes van culturen en religies geweest. In de tijd van Hypatia, toen de stad dus al zevenhonderd jaar bestond, vond je overal tempels en afgodsbeelden op straat van Griekse, Romeinse en plaatselijke goden. Vlakbij de beroemde bibliotheek lag de tempel van het Serapion waarin zich een gigantisch afgodsbeeld bevond.

Alexandrië was dus multiculti. Maar de Parabolani beschouwden deze veelkleurigheid niet als iets positiefs. Afgodsbeelden zijn in het radicale monotheïsme een gruwel. Vanuit hetzelfde radicalisme als de Taliban die in Afghanistan reusachtige Boeddhabeelden opbliezen, riepen de Parabolani de gematigde christenen op om de afgodsbeelden in hun stad stuk te slaan. De heidenen lieten dat uiteraard niet gebeuren maar toen aan het einde van de vierde eeuw de christenen in de meerderheid waren gekomen, liepen de spanningen zeer hoog op. In het jaar 392 werd er tenslotte een decreet van keizer Theodosius I uitgevaardigd om alle heidense tempels te verwoesten. Patriarch Theophilus gaf toen het bevel om in Alexandrië te zuiveren van afgodsbeelden en heidense tempels. Het Serapion werd verwoest. Tegen deze historische achtergrond speelt de eerste helft van de film zich af.

Vanaf 392 koos Theodosius echter een harde lijn tegen het heidendom. De heidense cultus werd verboden en heidenen konden geen officiële ambten meer bekleden. Op het bezit van zelfs de kleinste heidense symbolen, zoals huisaltaren en beeldjes, werd de doodstraf gesteld. In 393 verbood Theodosius de Olympische Spelen. In 394 liet hij de Tempel van Apollo in Delphi en de tempel met de Vestaalse maagden in Rome sluiten.
 
Bron: nl.wikipedia.org
Agora
De mannen in Agora vertegenwoordigen Macht, Passie en Ambitie. De vrouw vertegenwoordigt de Vrijheid.

De toon wordt in de eerste vijftien minuten gezet. Hypatia onderricht haar leerlingen in de wetenschap. Als Rachel Weisz is zij een prachtige verschijning. Ze heeft ongeveer alles dat heldinnen en ideale vrouwen nodig hebben: schoonheid, intelligentie, nieuwsgierigheid, rechtschapenheid, wijsheid, kracht. In psychologisch opzicht hebben de personages in Agora weinig reliëf meegekregen. Haar vader, de wiskundige Theoon van Alexandrië wordt gespeeld door Michael Lonsdale. “Onze goden zijn beledigd en we moeten reageren", oordeelt hij tegenover de heidenen in het Serapion . Dat is het signaal om naar de dolken en de zwaarden te grijpen en de christenen op straat neer te steken. Ik had Michael Lonsdale laatst nog gezien als de pacifistische Broeder Luc in Des Hommes et des Dieux en moest er even aan wennen om hem nu te zien aanzetten tot geweld. Aan de christenen kun je goed merken dat ze drie eeuwen van onderdrukking en vervolging niet meer willen. De christengemeenschap van Alexandrië wordt door de Parabolani opgestookt om voor de vergelding te kiezen. “Hebt uw vijand lief", de boodschap van Christus, mag in deze “bijzondere situatie” best wel even tussen haakjes geplaatst worden. Het wordt oog om oog, tand om tand.

Hypatia kiest in haar wijsheid geen partij. Door te kiezen voor het weerloze, volgt zij het martelaarschap van Christus.

Hypatia kiest in haar wijsheid geen partij. Door te kiezen voor het weerloze, volgt zij het martelaarschap van Christus. In de scene dat ze bij het Serapion de mannen oproept de vrede te bewaren, toont ze zich in Agora voor het eerst als een vrouwelijke Jezus. We weten haar gruwelijke einde dan al en zo wordt de Agora haar Golgotha, de plek waar ze door het gepeupel ter dood zal worden gebracht. Hypatia zal niet gekruisigd worden, maar gelyncht. Om haar als icoon van zuiverheid en eerlijkheid te presenteren, wordt ze in de laatste scene ontkleed. In werkelijkheid was Hypatia zestig jaar toen ze stierf, maar in de film is ze een vrouw van pakweg 33 jaar.

Agora gebruikt de heliocentrische theorie van Aristarchus van Samos om een verbinding te maken met religieus relativisme. Aristarchus zegt namelijk “Het vreemde gedrag van dwalers (bepaalde hemellichamen) is een optische illusie veroorzaakt door onze eigen beweging.” Deze uitspraak kun je ook op het geestelijke leven projecteren en dan zouden er helemaal geen dwalingen, dwaalleren, ketters en afgoden meer bestaan omdat alles relatief is. Ook een beetje het verhaal van de balk en de splinter. Agora mag van Hypatia dan wel een vrouwelijke Jezusfiguur maken, het is zeker geen film die uitnodigt om christen te worden. In zekere zin is het zelfs anti-religieuze propaganda, slim gemaakt met de dwingende suggestie dat filosofie boven het geloof staat.

Agora [ imdb.com ]

zaterdag 21 april 2012
des hommes et des dieux
gezien op DVD: des hommes et des dieux (2010)

des hommes et des dieuxIn mei 1996 werd de wereld geschokt door een afgrijselijke gebeurtenis in Algerije. Zeven Franse monniken van een Trappistenkloostertje bij Tibhirine in de Atlas waren in het voorjaar van 1996 door een groepje extremisten van het GIA (een afsplitsing van het FIS) ontvoerd. In ruil voor gevangen terroristen in Frankrijk zouden de monniken weer vrij worden gelaten. Parijs ging niet in op de eisen van de ontvoerders en in mei 1996 bleken de zeven monniken te zijn vermoord. Alleen hun hoofden waren teruggevonden. De Franse regisseur Xavier Beauvois maakte een introspectieve film over de maanden die vooraf gingen aan de ontvoering van de monniken. Centraal in zijn film staat de innerlijke worsteling van de monniken met de grootste keuze waar een mens voor kan komen te staan: het leven behouden of het leven verliezen. Het gebied waarin hun kloostertje zich bevond, was door terroristische acties levensgevaarlijk geworden en de kloosterlingen moesten beslissen of ze zouden vertrekken of blijven.

Op intelligente wijze heeft Xavier Beauvois het christelijke en het menselijke met elkaar verenigd , zodat Des Hommes et des Dieux zowel christenen als niet-christenen weet aan te spreken. Des Hommes et des Dieux begint met een psalmtekst waaraan de film zijn naam dankt. “Ooit heb ik gezegd: U bent goden, zonen van de Allerhoogste, allemaal. Toch zult u sterven als mensen, ten val komen als aardse vorsten.” (Psalm 82:6-7) In deze psalmtekst wordt het menselijke en het goddelijke en het sterfelijke en het onsterfelijke met elkaar verbonden. Alle mensen hebben de hoogste roeping maar moeten desondanks sterven. Vanuit de innerlijke overtuiging dat we maar voor korte tijd op aarde zijn terwijl ons doel hoger ligt, zijn de monniken bereid het grootste offer te brengen, het eigen leven.

des hommes et des dieux“Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden.” (Johannes 15:13) luidt een ander woord uit de Bijbel dat zowel christenen als niet-christenen aanspreekt. Want de persoonlijkheden die ons van binnen het diepste raken, zoals Gandhi, Nelson Mandela en Moeder Theresa, getuigen van deze kwaliteit. Zowel voor het christendom als voor het humanisme gaat er niets boven de liefde en de zelfopoffering. Toch staat religie tegenwoordig in gespannen verhouding met de humaniteit. Swami Vivekananda heeft wel eens gezegd dat de meest intense liefde die de mensheid ooit heeft gekend, door de religie tot ons gekomen is, maar dat ook de meest duivelse haat die de mensheid ooit heeft gekend door de religie tot ons gekomen is. Sinds 11 september 2011 weet de hele wereld definitief welke diabolische krachten religieus fanatisme in de mens kan losmaken. Moeten we nu bang zijn voor religie?

Des Hommes et des Dieux verplaatst ons in het leven van een klein groepje Frans monniken in trappistenkloostertje in de Atlas. Hun levens kabbelen voort in gebed, eenvoudige arbeid en zorg voor de plaatselijke bevolking. Terwijl het dagelijks officie de Cisterciënzer traditie volgt, ligt er bij de prior behalve een Bijbel ook een Koran in zijn werkkamer. Leven in een islamitisch land verplicht tot een interreligieuze dialoog om in harmonie met de islamitische bevolking samen te kunnen leven. In het eerste deel van de film worden we opgenomen in het dagelijks bestaan van de monniken: bidden, werken, een bezoek aan een besnijdenis van een jongetje in een naburig islamitisch dorp. Panorama´s van de kurkdroge Atlas wisselen de alledaagse bezigheden af. Deze verstilde natuuropnamen herinneren mij aan regisseur Ang Lee. Het leven van de monniken kabbelt traag maar harmonieus voort. Het is de stilte voor de storm.

Des Hommes et des Dieux trailer
Ooit heb ik gezegd: U bent goden, zonen van de Allerhoogste, allemaal. Toch zult u sterven als mensen, ten val komen als aardse vorsten.”

Psalm 82 : 6-7

Met de moord op een aantal Kroaten die als gastarbeider in Algerije werken, wordt de rust wreed verstoord. Korte tijd daarna wordt op klaarlichte dag een jonge vrouw op straat doodgestoken omdat ze ongesluierd over straat was gegaan. De aanslagen zijn gepleegd door een extremistische afsplitsing van het FIS dat van Algerije een fundamentalistische islamitische staat wil maken. Deze fundamentalistische moslims terroriseren de bevolking zodat het kloostertje van Tibhirine plotseling midden in onveilig gebied is komen te liggen. Het Algerijnse leger wordt ingezet en ook het klooster krijgt bescherming aangeboden. Prior Christian weigert wapens in het klooster. Hij stelt zich radicaal pacifistisch op naar het Evangeliewoord “Wie naar het zwaard grijpt, zal door het zwaard vergaan.” (Mattheus 26:52) dat kenmerkend is voor zijn geloof. (voor humanisten: zijn compromisloze idealisme.) Toch zijn enkele monniken zeer verontwaardigd dat hun prior zonder overleg de aangeboden bescherming van het klooster heeft afgewezen. Het is opeens iedereen duidelijk geworden: hun leven staat op het spel. Plotseling is de zelfopoffering in beeld gekomen. De prior geeft daarna zijn monniken de gelegenheid te kiezen: blijven of vertrekken. Ieder van hen is vrij om te gaan. Maar hij herinnert zijn monniken ook aan hun monniksgelofte: “Hier blijven lijkt onverstandig. Maar het is net zo onverstandig als monnik worden.”

In zijn dagboek, dat na zijn dood zijn testament werd, schreef prior Christian de Chergé:

We kunnen alleen mensen zijn als we ons de liefde voorstellen zoals die zich openbaart in Christus. Hij die vrijwillig een onrechtvaardig lot onderging. Als ons iets overkomt, wat ik niet hoop, dan wil ik solidair zijn met alle Algerijnse mannen en vrouwen die hun leven al hebben gegeven. We houden dit vol met hulp van Hem die ons ook heeft geroepen. Mijn verwondering blijft groot. Ik weet zeker dat God van de Algerijnen houdt. Hij wil hen dat bewijzen door hun ons leven te geven. Je kunt je afvragen: houden wij werkelijk van hen? Houden we wel genoeg van hen? Een beslissend moment voor ons allen.

Een van de indrukwekkendste scenes uit de film is nu al bekend als “Het Laatste Avondmaal". We zien de monniken, kort voor hun ontvoering in de refter luisteren naar Het Zwanenmeer van Tsjaikowsky. De camera tast hun gezichten een voor een af. De monniken zwijgen en berusten. De uitdrukking op hun gezichten spreekt boekdelen. Persoonlijk vind ik de keuze voor de kamerbrede muziek van Tsjaikowsky uit de toon vallen in het sobere trappistenklooster. De scene is licht gekunsteld en balanceert op het randje tussen kunst en kitsch. In ieder geval blijft de Beauvois als Franse regisseur trouw aan de typisch Franse combinatie van pathétique en grandeur.

Des Hommes et des Dieux won in 2010 terecht de Zilveren Palm in Cannes. Michael Lonsdale (broeder Luc) en Lambert Wilson (prior Christian) blinken met hun ingetogen spel uit. Xavier Beauvais heeft een introspectieve film gemaakt, waarbij de nadruk ligt op de innerlijke worsteling van de monniken met de grote levensvraag als puntje bij paaltje komt: “Ben ik bereid om te sterven voor mijn geloof?” Het knappe is dat hij humanisten daarbij niets in de weg legt om deze vraag óók te stellen: “Ben ik bereid om te sterven voor mijn ideaal?” Dat geloof en dat ideaal vinden elkaar in hetzelfde doel: de anderen. En in dit geval de geterroriseerde moslimbevolking van de Atlas.

De droom van TibhirineDe droom van Tibhirine
In de nacht van 26 op 27 maart 1996 werden in het Algerijnse Tibhirine zeven trappisten van het klooster Onze-Lieve-Vrouw van de Atlas door een gewapend commando van hun bed gelicht en ontvoerd. Na twee maanden van onzekerheid, vertwijfeling en bang afwachten werden ze op 21 mei van datzelfde jaar terechtgesteld. Hun gewelddadige dood schokte de hele wereld. Ruim tien jaar na die tragische gebeurtenis klinkt de boodschap van de vermoorde trappisten actueler dan ooit. De bezieling van hun leven is een hart onder de riem voor al wie begaan is met het vreedzaam samenleven van verschillende culturen. Het geestelijk testament van Christian de Chergé, de toenmalige prior van het klooster, bestempelen sommigen dan ook terecht als een van de meest inspirerende teksten van deze tijd. In deze bundel maken we nader kennis met het indringende getuigenis van de ‘broeders van Tibhirine‘. Hoe gaf hun droom van een vreedzame multiculturele samenleving vorm aan hun leven van alledag?
Bron: bruna.nl

zaterdag 7 april 2012
… und weinte bitterlich
gisterenmiddag geluisterd naar de Matthäus Passion

Wanneer je een willekeurige voorbijganger op straat vraagt om één kunstwerk uit de achttiende eeuw te noemen, dan is er een grote kans dat je dan als antwoord krijgt : de Matthäus Passion. Johann Sebastiaan Bach componeerde al zijn werk uitsluitend in opdracht. Niet één cantate, fuga of orgelwerk schreef hij puur voor zichzelf. Daar had hij geen tijd voor. Teveel opdrachten. De Matthäus Passion componeerde hij als cantor voor de Thomaskerk in Leipzig in 1727 of 1728. Ieder jaar met Goede Vrijdag zijn er overal in het land vele uitvoeringen en op televisie wordt het beroemde koorwerk elk jaar tussen twaalf en drie uur ’s middags uitgezonden. Gisterenmiddag was dat de uitvoering van het barokorkest en koor met solisten o.l.v. Ton Koopman op 14 maart 2006.

Matthäus Passion - Petri Verleugnung (vanaf 6:00) uitvoering: Barok orkest en solisten Amsterdam o.l.v. Ton Koopman

Een van de meest aangrijpende momenten vind ik de verloochening van Petrus: “Und alsbald krähete der Hahn. Da dachte Petrus an die Worte Jesu, da er zu ihm sagte: “Ehe der Hahn krähen wird, wirst du mich dreimal verleugnen", und ging hinaus und weinte bitterlich.Bach heeft het woord “weinte” grote intensiteit gegeven door het over enkele maten uit te spinnen. Ook wanneer je geen belijder bent van het Grote Verhaal, blijft de verloochening van Petrus een diep menselijk drama. Het gaat dan over het verraden van je geliefde, over overspel en gepast berouw. Maar voor Bach en gelovigen gaat het over een kosmisch drama, het schepsel dat zijn Schepper verloochent en daar in navolging van Petrus berouw over heeft. Daarna horen we een van de mooiste aria’s: “Erbarme Dich, Mein Gott, um meiner Zähren willen! Schaue hier, Herz und Auge weint von dir Bitterlich.

Ton Koopman kondigt Matthäus Passion aan

dinsdag 3 april 2012
Mensch·Maschine
de Maand van de Filosofie staat in het teken van de ziel
het aprilnummer van Filosofie Magazine is verschenen

Filosofie Magazine De ZielKomende maand is het weer de Maand van de Filosofie. Dit jaar staat deze in het teken van de ziel. Descartes meets Swaab, zoals Daan Rovers in het voorwoord van de nieuwste filosofiemagazine.nl schrijft. De media, boekhandels en universiteiten doen weer mee. Wetenschapsjournalist Steven de Jong schreef gisteren een artikel in NRC Handelsblad onder de provocerende titel Na God, moet nu ook de ziel eraan geloven. Allemaal hersenspinsels. Hersenonderzoeker Dick Swaab zal dat van harte, maar niet zielsgraag, onderschrijven. De auteur van Wij zijn ons brein meent namelijk dat de ziel een misvatting is. Hij verwijst met dat woord naar Richard Dawkins die meent dat God een misvatting is. Materialisten en atheïsten houden blijkbaar van ferme taal.

Ik zeg gewoon waar het op staat: de ziel is onlosmakelijk verbonden met het geloof in leven na de dood, en dat geloof berust nergens op.

Dick Swaab

Bert Keizer die wekelijks een column heeft in Trouw, schreef afgelopen weekend in de vernieuwde zaterdagbijlage Letter & Geest het essay We zijn meer dan ons brein. In de nieuwste filosofiemagazine gaat hij in debat met Dick Swaab over de ziel. Nog niet zo lang geleden hoorde ik Keizer het hartgrondig oneens zijn met cardioloog Pim van Lommel, die bij het grote publiek bekend is van zijn bestseller Eindeloos Bewustzijn. “Ik geloof in hersenen zonder bewustzijn, maar niet in bewustzijn zonder hersenen, zoals Pim van Lommel.” Maar Bert Keizer blijkt weer wél aan het begrip ziel te hechten.

Die Maschine Mensch
L’homme machine - Die Maschine Mensch (1748) van Julien Offray de la Mettrie en Die Mensch·Machine (1978) van Kraftwerk

Voordat ik een duik neem in het thema van de Maand van de Filosofie, wil ik eerst een kleine historische aanloop nemen. Ik ga eerst eens wat lezen in de Frans-Duitse uitgave van l’Homme Machine (1748) van Julien Offray de la Mettrie, die bij mij nog steeds ongelezen in de kast staat. Het schaamteloze hard boiled materialisme van De la Mettrie, maar ook dat van Jakob Moleschott (Ohne Phosphor keine Gedanken) blijkt nog altijd springlevend als je Dick Swaab, Richard Dawkins en Daniel Dennett hoort. Een beetje ironie van Kraftwerk erbij kan daarom geen kwaad. Voor de broodnodige bezieling.

Keizer: “Ik wil aan het begrip van de ziel juist vasthouden omdat je daarmee gelovigen binnenboord houdt. Als je de ziel verwerpt, ben je die hele groep kwijt en denken ze dat een gesprek als dit niet over hen gaat.”
 
Swaab: “Jij houdt dus vast aan de ziel uit praktische overwegingen?”
 
Keizer: “Inderdaad. Ik wil gelovigen erbij houden. Vervolgens laat ik natuurlijk wel zien dat er geen reden is om aan te nemen dat die ziel na de dood blijft bestaan.”
 
Swaab: “Zo’n slecht karakter heb ik niet. Ik zeg gewoon waar het op staat: de ziel is onlosmakelijk verbonden met het geloof in leven na de dood, en dat geloof berust nergens op.”
 
uit het gesprek tussen Bert Keizer en Dick Schwaab in Filosofie Magazine

filosofiemagazine.nl

maandag 19 maart 2012
Zuster Unicef
zondagmiddag gezien op Een: The Nun’s story (1959)

Audrey HepburnVan de acht oscarnominaties wist The Nun’s Story er in 1960 niet één te verzilveren omdat Ben Hur er dat jaar met bijna alle prijzen vandoor ging. Toch is deze film met Audrey Hepburn als Sister Luke in de hoofdrol net als Ben Hur een klassieker geworden. De rol van de Belgische non was de Engels-Nederlandse actrice op haar lijf geschreven, ook al werd ze met het tegengestelde typetje Holly Golightly uit Breakfast at Tiffany’s wereldberoemd als style icoon. Met haar grote ogen is zij als sister Luke de vleesgeworden onschuld maar met haar belijdenissen komt zij ons ook naderbij: “Heer, telkens zondig ik weer omdat ik mij niet aan de Regel kan houden. En ook als het mij lukt om mij aan de Regel te houden, ben ik daar trots op en heb ik alweer gezondigd.”

Hepburn als Sister Luke
Audrey Hepburn is met haar grote ogen als Sister Luke de vleesgeworden onschuld.
Heer, telkens zondig ik weer omdat ik mij niet aan de Regel kan houden. En ook als het mij lukt om mij aan de Regel te houden, ben ik daar trots op en heb ik alweer gezondigd.

Sister Luke (Audrey Hepburn)

De mooie technicolor opnamen in Afrika geven soms het gevoel naar een koloniaal polygoonjournaal te kijken. De Nun’s Story krijgt hier net als in Tabu: A Story of the South Seas uit 1931 van F.W. Murnau het karakter van een klassieke documentairefilm over volkenkunde. Wanneer Audrey Hepburn met een stralende lach tussen de Afrikaanse kinderen staat terwijl ze een baby in haar armen houdt, zien we de toekomstige ambassadrice van Unicef. De filmscore is gecomponeerd door Franz Waxman (bekend van o.a. Rebecca, Suspicion, Sunset Blvd., Rear Window, Stalag 17 en Peyton Place).

The Nun’s Story [ imdb.com ]

zondag 18 maart 2012
Turks Kruit [ 2 ]
gisteren met Patrick gezien in Cinemec : Fetih 1453

FetihIs Fetih 1453 een nationalistisch heldenepos? Verkondigt deze film de superioriteit van de Turken en de islam? Geeft Fetih 1453 geen plat beeld van de historische werkelijkheid? Met deze vragen ging ik gisteren naar de bioscoop om de duurste Turkse film aller tijden te zien.

Special effects of zwaardgevechten boeien mij niet echt, maar des te meer ben ik geïnteresseerd in de Turkse interpretatie van de val van Constantinopel in 1453. Als erfgenaam van de historieschilderkunst is film waarschijnlijk hét medium dat onze beeld van de geschiedenis bepaalt. Onlangs hoorde ik Pieter Raedts, auteur van De Ontdekking van de Middeleeuwen op televisie nog zeggen dat ons beeld van de Middeleeuwen zich beweegt tussen het rauwe beeld uit Flesh en Blood en het idyllische beeld van de hobbitstee uit Lord of the Rings. Zo zullen er nog steeds veertigplussers zijn die het gezicht van Jeroen Krabbé voor ogen komt wanneer ze van Willem van Oranje horen en bij Floris V denken we tegenwoordig bijna alleen nog maar aan Rutger Hauer.

Zeven jaar geleden zag ik met Patrick al Kingdom of Heaven (2005), een spektakelfilm die parallellen toont met Fetih 1453. In beide films gaat het over twee glorieuze overwinningen van islamitische krijgsheren (resp. Saladin en Mehmet II) en twee christelijke steden die door moslims worden ingenomen (resp. Jeruzalem en Constantinopel). Het wapengekletter volgt de trend van Gladiator (2000), The Return of the King (2003), Troy (2004), Alexander (2004) en 300 (2006). Maar Kingdom of Heaven is een Hollywood-productie waarin hoofdpersoon Orlando Bloom een verzoener is tussen twee godsdiensten die elkaar op leven en dood bevechten. De boodschap is dat het Koninkrijk der Hemelen in je hart ligt, in het respect voor anderen. Het is een moreel appèl om boven de partijen te staan met de suggestie dat de God van de christenen en Allah één en dezelfde is. In het post-christelijke Europa ontbreekt ons het onderscheidingsvermogen om te zien dat er nog altijd een onoverbrugbaar verschil is. We gooien religie te gemakkelijk op één hoop: óf we beschouwen alle religies als iets achterlijks óf we projecteren met ons verstand achter alle religies dezelfde idee die we dan best wel ‘god’ willen noemen.

We gooien religie te gemakkelijk op één hoop: óf we beschouwen alle religies als iets achterlijks óf we projecteren met ons verstand achter alle religies dezelfde idee die we dan best wel ‘god’ willen noemen.

Op dit relativisme kun je Fetih 1453 niet betrappen. De film is er zeer duidelijk over: “Er is maar één God en Mohammed is Zijn Profeet.” Je hoort de islamitische geloofsbelijdenis enkele malen, maar nog vaker hoor je in de film “Allahu akbar!” schreeuwen als geloofsbelijdenis in zijn meest verkorte vorm én als strijdkreet. Allah is niet alleen groot, de legers van Mehmet II en de Turkse trots zijn ook zeer groot. De film begint in het jaar 627. De Profeet, die we natuurlijk niet in beeld zien, spreekt de historische woorden: “Voorwaar, u zal Constantinopel veroveren. Wat een prachtige leider zal hij zijn en wat een krachtig leger zal dat zijn!” Ruim achthonderd jaar moeten de moslims op deze leider wachten. Op 30 maart 1432 wordt hij in Edirne geboren als Mehmet II, de zoon van sultan Murat II. We slaan dan 19 jaar over en gaan naar 3 februari 1451, het jaar dat Murat II sterft en Mehmet II zijn vader als sultan opvolgt. Fetih 1453 vermeldt als educatieve multimedia telkens de locatie en de datum rechts onderaan in beeld. Turkije werd onder Atatürk een westers land en ging over op het latijnse schrift en de gregoriaanse kalender en Fetih 1453 volgt dus het westerse schrift en de kalender. Maar voor Mehmet was 1453 AD eigenlijk 831 AH (Anno Hegirae)

Daarna zien we de troonopvolging van Mehmet II in 1451 en de geschiedenis die daar op volgt. In een droom wordt de jonge sultan verteld dat hij de uitverkorene is waar Mohammed over sprak. Hij zal de veroveraar van Constantinopel worden. In een indrukwekkende 3D vogelvlucht en panorama zien we de Byzantijnse hoofdstad met de centrale Hagia Sophia nog zonder minaretten. Ook het langwerpige hippodroom springt eruit. De 3D-simulaties van de rijke Byzantijnse interieurs zijn best wel aardig gemaakt, maar de 3D-simulaties van het Vaticaan zijn erg mager. Je waant je hier meer in een 3D programma uit de jaren negentig. Vergeleken bij de Hollywood-productie Kingdom of Heaven is de CGI duidelijk onder de maat. Fetih 1453 werd dan ook gemaakt met een budget van maar 17 miljoen dollar. In Hollywood had deze productie zeker acht keer zoveel gekost. Ter vergelijking: Kingdom of Heaven kostte 135 miljoen dollar in 2005.

FetihDe gevechten zijn overtuigend in beeld gebracht waarbij de kunst is afgekeken van Gladiator, The Return of the King, Troy en Kingdom of Heaven. Dat betekent de bekende close ups van afgehakte ledematen, fonteinen van bloed en gezichten die met een ploertendoder tot moes geslagen worden. Ja, je moet ervan houden. Op het eind ontaardt Fetih 1453 in spierballenporno: twee look a likes van Conan the Barbarian vechten en krijsen als wilde beesten het verhaal tot een happy end. En dat is natuurlijk de glorierijke overwinning, niet alleen voor Mehmet II en de Ottomanen maar ook voor de islam. Terwijl de Turkse held Hassan bovenop een vestingtoren met Byzantijnse pijlen doorzeefd wordt, plant hij de rode vlag met de halve maan. Constantinopel is Turks en islamitisch geworden en is dat na 559 jaar nog steeds.

Op het eind ontaardt Fetih 1453 in spierballenporno: twee look a likes van Conan the Barbarian vechten en krijsen als wilde beesten het verhaal tot een happy end. En dat is natuurlijk de glorierijke overwinning, niet alleen voor Mehmet II en de Ottomanen maar ook voor de islam.

Mijn vermoedens zijn bewaarheid en dat is jammer. Fetih 1453 is een erg ééndimensionale film geworden. Hollywood op zijn Turks. Good guys tegen bad guys. Mehmet II is een heldhaftige en edelmoedige sultan die nergens in faalt. Hij wint elk zwaardgevecht, met boogschieten is het altijd midden in de roos en ook met schaken zet hij de tegenstander tijdens een dialoog schaakmat. Zo weinig reliëf er zit aan Mehmet II zo vlak is ook de figuur Constantijn XI Paleologus. Zoals de Hollywood-nazi altijd door een acteur met een onsympathiek gezicht gespeeld wordt, zo is de laatste Byzantijnse keizer een afstotelijke figuur. In het hippodroom zweept hij zijn volk op. “Dood aan de Turken! Dood aan de ongelovigen!” bralt hij als een hysterische volksmenner.

Op deze manier zien we een geschiedenis in beeld gebracht die uit bordkarton is gesneden. In een flash back laat Fetih 1453 nog even zien hoe kruisridders een heel dorp uitmoorden met vooral beelden van vrouwen met kinderen die wreed gedood worden. Het zijn uiteraard altijd de ánderen die zich aan genocide schuldig maken. Nationalisme is nooit subtiel en verheerlijkt per definitie het eigen volk en zijn glorierijke leider.

Het is veelzeggend dat een Hollywoodfilm als Kingdom of Heaven de islamitische krijgsheer Saladin afbeeldt als een edelmoedige krijgsheer en een boodschap verspreidt van verzoening en geen eindzege claimt voor het christendom of de islam. Fetih 1453 is daarentegen een islamitische triomffilm geworden. In een van de scenes tijdens het beleg zien we een processie waarin een grote icoon van de Moeder Gods wordt meegedragen terwijl in het Grieks de akathist tot de Moeder Gods gezongen wordt:

Gij zijt de Aanvoerster die voor ons strijdt, en die ons van alle boosheid hebt bevrijd; daarom zingen wij u vol dankbaarheid het zegelied. Maar door uw onoverwinnelijke macht, o Moeder Gods, red ook nu uit alle gevaren het bevrijde volk, dat tot u zingt : verheug u, ongehuwde Bruid.

Wanneer een Turkse kanonskogel vlakbij inslaat, vallen de gelovigen op de grond en laten de grote icoon vallen. De beeltenis van de Moeder Gods valt plat in het stof. Voor orthodoxe christenen is dit ongeveer even pijnlijk als het scheuren van bladzijden uit de koran voor moslims. Maar zo weinig protesten je hoort over deze scene in Fetih 1453, zoveel protesten hoorde je over de korte film fitna van Geert Wilders. Uit angst voor nationalisme en ‘eigen volk eerst’ gaan we, zonder ons dat goed te beseffen, blijkbaar zover dat wij het eergevoel en het ‘eigen volk eerst’ van ‘onze’ minderheden gaan verdedigen. Ook dát is niet eerlijk. Dat we soms zo met twee maten meten, kan Fetih 1453 ons misschien wat beter laten zien.

filmbespreking op rkk.nl | fetih1453 [ imdb.org ]

dinsdag 28 februari 2012
gemeenschapszin met katholiek randje
zondag gezien bij VPRO Boeken: Wim Brands in gesprek met
Peter Raedts over De ontdekking van de Middeleeuwen
en Jos Palm over Moederkerk

de ontdekking van de MiddeleeuwenHet VPRO-programma Boeken op zondagmorgen is het beste programma over boeken sinds jaren. Wim Brands is een fijne interviewer die graag met de schrijvers bij hem aan tafel in het diepe duikt. Zondag was er een boeiende aflevering over twee boeken die verwantschap met elkaar tonen: De ontdekking van de Middeleeuwen van Peter Raedts en Moederkerk van Jos Palm. Het was een Boeken met een katholiek randje en het was prettig dat Wim Brands als intellectueel geen allergie toonde voor het onderwerp. Eerst ging hij in gesprek met Peter Raedts, ooit priester. Waarom was hij ooit priester geworden, wilde Brands weten. De liturgie in het Latijn had en heeft een onweerstaanbare aantrekkingskracht op Raedts. Hij noemde het een Gesammtkunstwerk dat alle zintuigen beroert. Na het Tweede Vaticaanse Concilie werd de katholieke kerk veranderd in een speelhoek van een kleuterschool, compleet met gitaren, een drumstel en onbenullige teksten. Het gewijde werd ingeruild voor het gewone en gezellige.

Peter Raedts stapte na een persoonlijke crisis op zijn vijftigste uit het priesterambt. Als hoogleraar Middeleeuwse Geschiedenis schreef hij al een lange reeks publicaties in het Engels, Frans en Nederlands voordat hij begon aan De ontdekking van de Middeleeuwen. In dat boek gaat het vooral over onze beeldvorming over de Middeleeuwen:

Waren de Middeleeuwen een tijd van hechte gemeenschap en ridderlijke trouw of een tijd van barbaars geweld en ruwe onderdrukking? Een tijd om te vergeten of een tijd om naar terug te verlangen? Tolkien’s Lord of the Rings of Verhoeven’s Flesh and Blood? Sinds de Renaissance roept het beeld van de Middeleeuwen sterk wisselende emoties op. Afkeer en idealisering wisselen elkaar af tot op de dag van vandaag. Dit boek brengt die wisselende waardering van de Middeleeuwen in kaart en onderzoekt waarom de Middeleeuwen nooit een vaste plaats gevonden hebben in het collectieve geheugen van Europa.
 
Bron: vanstockum.nl
beeld van de Middeleeuwen
ons beeld van de Middeleeuwen beweegt zich tussen het donkere, rauwe, vieze en stinkende beeld uit Flesh and Blood (1985) en het liefelijke, pastorale beeld van de Hobbitstee uit Lord of the Rings. (2001)
Het beeld groeit dat men in de Middeleeuwen meer verstand had van saamhorigheid en gemeenschap dan in de tegenwoordige tijd.
Het negatieve beeld dat we heden ten dage in Nederland van de middeleeuwen hebben is gecreëerd tijdens de verlichting. De humanisten en calvinisten schiepen een duistere tijd vol afgoderij, ziekte, angst en dood. Liever keken we in Nederland terug naar de glorieuze zestiende en zeventiende eeuw, in plaats van naar die tijd van pest en bederf. Raedts benadrukt dat er tijdens de Romantiek een omslag in het denken over de middeleeuwen plaatsvindt. Mede onder invloed van denkers als Rousseau ontstond het beeld van de ‘nobele wilde’, alsmede de angst voor moderniteit en het verlangen naar een ‘simpeler’ leven. Het beeld groeit dan dat men in de middeleeuwen meer verstand had van saamhorigheid en gemeenschap dan in de tegenwoordige tijd. In Nederland vindt dit idee echter weinig weerklank.
 
Bron: boeken.vpro.nl

Rein Swart over Boeken: Moederkerk van Jos Palm [ reinswart.blogspot.com ]

dinsdag 14 februari 2012
Weltgeist zu Pferde
gelezen in Duitse Filosofie 1760-1860 van Terry Pinkard
de systeemfilosofie van Georg Friedrich Wilhelm Hegel

In de geschiedenis van de filosofie is het historische feit al ontelbare malen genoemd. Karl Vorländer is er in zijn Geschichte der Philosophie (1908) kort over. Hij besteedt er slechts één bijzin aan: -in Napoleon hatte er den “Weltgeist zu Pferde” bewundert-. En Joachim Störig schrijft in zijn Kleine Weltgeschichte der Philosophie (1959) : “Hij had Napoleon gezien. “Het is inderdaad een wonderlijke ervaring zulk een individu te zien, dat, hier in één punt geconcentreerd, op een paard zittend, in de wereld ingrijpt en haar beheerst.” Het gaat hier natuurlijk over Georg Friedrich Wilhelm Hegel, de onbetwiste krachtpatser van het Duitse idealisme.

Napoleon trekt over de Alpen
David schilderde Napoleon in 1801 als Wereldgeest te paard. Rond 1850 schilderde Paul Delaroche een minder heldhaftig beeld van Napoleon.

Wereldgeest te paard. Sinds we niet meer kunnen geloven dat God op een ezeltje zijn intocht in Jeruzalem maakte, is er een breuk tussen hemel en aarde, en deze is zo dramatisch dat de hemel nu aan scherven op straat ligt. Het is bijna een nostalgisch plaatje, zo’n wereldgeest te paard. Het hoogste woord dat vlees geworden is, zoals het in die goeie ouwe tijd gewoon nog kon. Hegel’s Weltgeist is in deze tijd eigenlijk niet meer zonder ironie te verstaan. Voor Hegel had zijn “ontmoeting” met Napoleon een religieuze dimensie. In de kleine korporaal op zijn witte paard zag hij werkelijk de Absolute Geest die in en door de wereldgeschiedenis werkzaam is. Hij bewonderde Napoleon ook als zodanig, niet als persoon of om zijn strategische talent, maar omdat volgens hem in Napoleon de Weltgeist zijn uitdrukking had gevonden.

Hegel zou in de jaren twintig van de negentiende eeuw school maken in Berlijn zoals nog nooit een filosoof school had gemaakt, zelfs Kant niet. Hegel’s systeemfilosofie werd de officiële staatsfilosofie van Pruisen. Talloze studenten hebben college van hem gehad. Wanneer je zijn systeem niet volgde, kon je een leerstoel in de filosofie wel vergeten. Dat verklaart ook waarom de eerste druk van Die Welt als Wille und Vorstellung van Arthur Schopenhauer in 1819 op de plank bleef liggen. Er was in Pruisen gewoon geen ruimte voor een andere filosofie dan de filosofie van Hegel. Zeker niet voor de pessimistische filosofie van Schopenhauer. Hegel regeerde vanuit Berlijn als alleenheerser over het Duitse denken. Daarbij speelde de politiek van de Restauratie geen onbelangrijke rol.

Terry PinkardEigenlijk nam de systeemfilosofie van Hegel tijdens de Vormärz dezelfde positie in als het systeem Leibniz-Wolff in de eerste helft van de achttiende eeuw: het rechtvaardigde de staat. Zoals de theodicee van Leibniz ("God heeft de beste wereld van alle mogelijke werelden geschapen.") in Duitsland de verlichte despoten in het zadel hield, zo steunde de centrale gedachte van het systeem van Hegel ("het werkelijke is redelijk en het redelijke is werkelijk.") de Restauratie. De staatsfilosoof zag dat het goed was. Pas na de maartrevolutie van 1848 was het met de hegemonie van Hegel aan de Duitse universiteiten gedaan en begon men open te staan voor de pessimistische filosofie van Schopenhauer. Deze was na dertig jaar wachten op erkenning zo verzuurd geraakt, dat hij niet meer van zijn succes heeft kunnen genieten.

Aanvankelijk had de conservatieve Hegel helemaal opengestaan voor de idealen van de Franse Revolutie. Tijdens zijn studietijd in Tübingen deelde hij met zijn vrienden Hölderlin en Schelling de passie voor de oude Grieken en het enthousiasme voor de revolutie. Schelling was een geniale leerling. In 1798 werd hij op 23-jarige leeftijd al hoogleraar in Jena, terwijl de vijf jaar oudere Hegel als privéleraar moest zien rond te komen. Maar de vriendschap bleef bestaan en een paar jaar later kwam ook Hegel naar Jena. Daar werkte hij verder aan een eigen denksysteem. Hegel was een erg diepgravende denker en net als Kant had hij veel tijd nodig om zijn klus te klaren. Maar toen het er eenmaal was, bleek zijn systeem consistenter dan dat van Schelling. Naar eigen zeggen voltooide Hegel zijn magnum opus Phänomenologie des Geistes op 14 oktober 1806, in de nacht vóór de Slag bij Jena. Het leidde tot een breuk met Schelling. Hegel vond dat deze het absolute zag als “die Nacht, worin, wie man zu sagen pflegt, alle Kühe schwarz sind”. In hun studententijd in Tübingen hadden ze nog een vrijheidsboom geplant en hoopten ze op een nieuw tijdperk. In 1806 was voor Hegel niet alleen het einde van de geschiedenis bereikt maar ook het einde van zijn vriendschap met Schelling.

Dichter und Denker
twee eigen interpretaties van de bekende portretten van Hegel en Schelling

Hegel had in de jaren negentig van de achttiende eeuw een aantal theologische verhandelingen geschreven over het Christendom, in het bijzonder over de liefde van Christus. Aanvankelijk zag hij in de liefde van Christus de kracht die alle tegenstellingen verzoent. Maar in Der Geist des Christentums und sein Schiksal (1799/1800) komt hij tot de conclusie dat deze “idee” te eenvoudig en te beperkt is. De liefde heft volgens Hegel de objectiviteit op, omdat er in de liefde geen scheiding meer bestaat. Objectiviteit kan echter alleen bestaan bij gratie van de subjectiviteit. Voor Hegel is objectiviteit noodzakelijk voor zijn systeem. Het lot van het Christendom is om te worden opgeheven. Tot die conclusie komt hij in 1799. Hegel gebruikt hier het Duitse woord ‘aufheben’ in drie betekenissen: beendigung, aufbewahrung, erhöhung. Deze “aufhebung” moet komen van een Aufheber die Hegel zelf meent te zijn. We wisten al dat filosofen die denksystemen bouwen geen bescheiden types zijn.

De Absolute Geest die Hegel in 1806 in Phänomenologie des Geistes presenteert, is niet de Heilige Geest uit het Christendom. Het is een uiterst abstract begrip en het doet op het eerste gezicht vermoeden dat Hegel een monist is, een erfgenaam van Plotinos. Maar Hegel is juist een erfgenaam van Heraklitos. In zijn Logik (1817) schrijft hij dat er geen woord van Heraklitos is dat hij niet in zijn logica heeft opgenomen. In de negentiende eeuw komt er een heuse Heraklitos-revival op gang. Soms spreekt men zelfs van “neoheraklitisme” en je zou zelfs een lijn kunnen trekken van Hegel, via Nietzsche naar Heidegger. Zoals er voor Heraklitos alleen nog “een worden” bestaat, zo is er voor Hegel een dialectische ontwikkeling waarin de tegenstellingen zich uiteindelijk opheffen.

Het grote gebeuren van de werkelijkheid zélf, het wereldgebeuren waaronder Hegel de wereldgeschiedenis verstaat, wordt volgens hem aangedreven door strijd tussen de tegenstellingen. Daarin zijn de twee uitspraken van Heraklitos terug te vinden: “De tegengestelden hebben elkaar nodig zoals de boog en de pees” en “Oorlog is de vader van alle dingen". De tegenstelling tussen de subjectieve geest (het individu) en de objectieve geest (de wet) lost zich volgens Hegel op in de Absolute Geest. Hegel heeft het Christendom opgeheven en schept nu zelf een nieuwe drie-eenheid: subjectieve geest, objectieve geest en Absolute Geest. In de Absolute Geest plaatst hij vervolgens een hiërarchie die uit drie sferen bestaat: de kunst, de religie en de filosofie. De filosofie overtreft bij Hegel de kunst en de religie. En onder de filosofie verstaat hij natuurlijk zijn eigen filosofie. Denken en zelfgenoegzaamheid gaan soms uitstekend samen en als de staat daar nog bij komt, heb je totalitarisme.

Geen Duits idealisme zonder ethiek [ athenaeum.nl ]

zondag 18 december 2011
de christofobie van het avondland
vrijdag hield Antoine Bodar zijn afscheidsrede in Tilburg
als hoogleraar Christendom, Cultuur en Media

Antoine BodarNadat ’s morgens de Commissie Deetman haar eindrapport over seksueel misbruik binnen de katholieke kerk had gepresenteerd, hield Antoine Bodar ’s middags aan de Universiteit van Tilburg zijn afscheidsrede als hoogleraar Christendom, Cultuur en Media. In navolging van het essay de zelfhaat van het avondland van de toenmalige kardinaal Joseph Ratzinger en nu dus paus Benedictus XVI, richtte Bodar zich in zijn afscheidsrede op het avondland. Europa verkeert opnieuw in een crisis en onheilstijdingen en diagnoses als die van Oswald Spengler razen weer over het continent. Voor Bodar is de onzekere en stormachtige tijd waarin we ons nu bevinden een moment om het anker uit te werpen en weer contact te maken met de grond die onze gedeelde Europese identiteit draagt: het Christendom.

Dierbaar Europa is de titel van zijn afscheidsrede waarin hij het geestelijke aspect van de huidige crisis onder de loep neemt. Als hoogleraar Christendom, Cultuur en Media kijkt hij daarbij vooral ook naar de rol van de media. Hij ziet een toenemende christofobie in de media. In tegenstelling tot islamofobie die in bepaalde opiniërende kringen politiek incorrect is, is christofobie correct.

In tegenstelling tot islamofobie die in bepaalde opiniërende kringen politiek incorrect is,
is christofobie correct.

Atheïsten, ongelovigen en agnosten die het hart vormen van weldenkend Nederland zijn volgens Bodar ‘de telgen van de Europese cultuur’. Maar, zegt hij “Het is als met kinderen jegens hun ouders. Een periode zich tegen hen afzetten kan behoren tot volwassenwording. Maar kinderen, die ook op den duur niet willen weten van hun ouders, zijn niet volwassen geworden.” Hierin sluit hij aan bij het essay van kardinaal Ratzinger/paus Benedictus XVI:

Er bestaat hier een merkwaardige en alleen als pathologisch aan te duiden zelfhaat van het avondland, dat zich weliswaar vol begrip en op prijzenswaardige wijze openstelt voor waarden van buiten, maar van zichzelf een afkeer heeft en van zijn eigen geschiedenis alleen nog maar het gruwelijke en het vernietigende ziet en het grote en reine niet meer kan waarnemen.
 
Bron: Joseph Ratzinger in de zelfhaat van het avondland
Lessing
kruisridder die huiswaarts keert
(schilderij van Carl Friedrich Lessing, 1835)
De kruistochten maken net als de V.O.C. geen deel uit van gedeelde trots maar van gedeelde schaamte. Het omzetten van deze schaamte (over onze ‘ouders’) in een persoonlijk berouw, zou een remedie kunnen zijn tegen zelfhaat.
Het is als met kinderen jegens hun ouders. Een periode zich tegen hen afzetten kan behoren tot volwassenwording. Maar kinderen, die ook op den duur niet willen weten van hun ouders, zijn niet volwassen geworden.

Antoine Bodar in “Dierbaar Europa”

Antoine Bodar moet zich er goed bewust van zijn geweest dat hij zijn afscheidsrede zou uitspreken op de dag waarop de Commissie Deetman haar eindrapport over seksueel misbruik binnen de katholieke kerk zou presenteren. In het slot van Dierbaar Europa wijst hij erop dat het berouw deel moet uitmaken van onze Europese identiteit.

Zich herinneren dat Europa in oorsprong een christelijke cultuur is betekent zich bewust zijn van de bronnen waaruit die is voortgekomen – de Joodse Bijbel, de Griekse wijsbegeerte, het Romeinse recht. Maar het betekent beslist ook de wijze waarop christenen met niet-christenen in Europa zijn omgegaan opdat niet meer kan geschieden wat niet op grond van het christendom maar wel uit naam van het christendom aan slechts, minderwaardigs en erger in het verleden is geschied. Laat het berouw daaromtrent voortaan ook deel uitmaken van de identiteit van dit continent, opdat Europa aan eenieder dierbaar is.
 
Bron: Antoine Bodar in Dierbaar Europa

Dierbaar Europa [ refdag.nl ]

dinsdag 1 november 2011
pijnpunten
ik mengde mij in een interreligieuze discussie op internet…

vreedzame coëxistentieOm écht ergens in te kunnen geloven, moet je ervan overtuigd zijn dat het wáár is. Voor het verstand is waarheid een griezelig woord (fundamentalisme!) en is er een reflex om dat te relativeren. De eigen religie zou dan even waar/onwaar moeten zijn als de religie van de ander, ook als deze in het tegendeel gelooft. Deze relativering zou dan van respect voor anderen getuigen. Kritiek op andere religies wordt zo taboe verklaard omdat deze kritiek een uitdrukking van het eigen gelijk zou zijn. Religieus relativisme is een dictaat van de ‘Verlichting’.

zondag 30 oktober 2011
Licht van de wereld
Rembrandt en de aanbidding van de drie koningen (1632)

In 1632 schilderde de 26-jarige Rembrandt de aanbidding van de drie koningen. Meestal werd dit bekende Bijbelse thema door de schilder in opdracht voor de katholieke kerk uitgevoerd. Maar in de protestantse Republiek der Verenigde Nederlanden waren het juist de particulieren die opdracht gaven voor een Bijbelse voorstelling. Meestal ging het dan om schilderijen met bescheiden afmetingen. De stad Leiden stond in de eerste helft van de zeventiende eeuw bekend om haar fijnschilders en voordat hij naar Amsterdam verhuisde, was Rembrandt daar gewoon één van. Zijn schilderijtje van de drie koningen van is slechts 45 cm hoog en 37 cm breed.

Rubens
Pieter Paul Rubens 1624
aanbidding van de drie koningen (447 x 336 cm)

De aanbidding van de koningen is een thema dat Rembrandt zeker gekend moet hebben van prenten die hij verzameld had. De bekendste voorstelling uit Rembrandt’s tijd was waarschijnlijk die van Pieter Paul Rubens. Deze schilderde het tafereel als een Italiaan met veel bravoure en sprezzatura op een enorm formaat. In de geest van de barok stapelt hij zijn figuren op elkaar en deze nemen bijna de hele ruimte in beslag. Behalve een stukje blauwe lucht bovenin is er nauwelijks diepte. Rembrandt pakte het voor zijn bescheiden schilderijtje anders aan. Evenals de katholieke schilder Abraham Bloemaert uit Utrecht en velen met hem, koos hij voor het moment waarop koning Balthasar voor het Christuskind neerknielt en Hem mirre aanbiedt.

Bloemaert
Abraham Bloemaert 1624
aanbidding van de drie koningen (voorstudie)

Rembrandt laat het licht als een spotlight op de knielende koning Balthasar, Maria en Jezus vallen. In het halfdonker staan de lijfwachten en het gevolg van de drie koningen. De meest opvallende figuur is de centraal geplaatste koning die ons als onze getuige recht in de ogen kijkt, terwijl hij met zijn hand Jezus lijkt te willen bevestigen als het Licht van de wereld. De parasol lijkt Rembrandt van zijn leermeester Pieter Lastman geleend te hebben. Rechts op de achtergrond staan de paarden en kamelen waarmee de drie koningen naar Bethlehem zijn gereisd. Achter Maria staat Jozef die zijn hoed heeft afgenomen en nederig het hoofd buigt voor het hoge en nachtelijke bezoek.

Rembrandt
Rembrandt Harmenszn. van Rijn 1632
aanbidding van de drie koningen (45 x 39 cm)

Rembrandt laat ons zien hoe het licht in de wereld komt, in fysische en metafysische zin. Hij is niet alleen een tovenaar met verf, maar ook een verkondiger van het Woord. Rembrandt moet zich verwant hebben gevoeld met Johannes de Doper zoals deze door de evangelist Johannes beschreven wordt: “Hij kwam als getuige, om van het licht te getuigen, opdat iedereen door hem zou geloven. Hij was niet zelf het licht, maar hij was er om te getuigen van het licht: het ware licht, dat ieder mens verlicht en naar de wereld kwam.”

Rembrandt
aanbidding van de drie koningen (detail)
Rembrandt laat ons zien hoe het licht in de wereld komt,
in fysische en metafysische zin.
Hij is niet alleen een tovenaar
met verf, maar ook
een verkondiger van het Woord.
Rembrandt
De aanbidding van de herders 1646
Veertien jaar later schilderde Rembrandt deze voorstelling waarin hij van het Christuskind de lichtbron heeft gemaakt.
maandag 17 oktober 2011
toewijding
gisteren gezien: Door geloof gedreven en Aan God gehecht
over Moderne Devotie in het Stedelijk Museum Zwolle t/m 11 maart 2012

Geert GroteBroeders des Gemenen Levens. Ik moet er ergens in 1973 voor het eerst van gehoord hebben. Het kwam uit de mond van meester Bos, de bovenmeester van de protestants christelijke school CNS II. Meester Bos had een roeping als predikant gemist en sprak vol vuur over Geert Grote, die hij als een voorloper beschouwde van de grote reformator. Die Geert Grote, dat was een katholieke man ja, maar daar kon hij niets aan doen, want vóór 1517 werd je nu eenmaal katholiek geboren en begraven. Zo ging dat. Maar in zijn hart was hij al protestants, want hij verzette zich tegen de pracht en praal van de rooms-katholieke kerk. Hij stichtte een religieuze gemeenschap die zich de Broeders (of de Zusters) des Gemenen Levens noemde. Die broeders bleken vooral de jongens in de klas aan te spreken. Op het schoolplein werd je vrolijk en vriendschappelijk tegen je schenen getrapt of kreeg je een stomp in je maag terwijl de dader zich dan voorstelde als je bloedeigen broeder uit het gemene leven. Meester Bos zag met gemengde gevoelens hoe het gemene leven zich op het schoolplein ontwikkelde en probeerde onze aandacht af te leiden met een andere man uit Deventer. “De venter ging over de brug van Deventer en toen was de vent er.” Vent! Gewaagd voor een bovenmeester met een brilmontuur uit 1951. Maar hij begreep ons plezier in taal. Dat was mijn eerste kennismaking met Geert Grote.

Gisteren volgde mijn tweede ‘ontmoeting’ met Geert Grote. Samen met Michaela bezocht ik de tentoonstelling in het Gemeentemuseum in Zwolle. Door geloof gedreven is een mooie titel voor een tentoonstelling, maar een mooiere was geweest Modern! Devoot? zoals het Nederlands Dagblad kopte boven een bespreking van deze tentoonstelling. De vier kunstenaars op deze tentoonstelling laten zich eerder door religieuze tradities inspireren (de christelijke traditie in het bijzonder), dan dat hun werk helemaal drijft op het christelijk geloof. Wanneer je de devotie en het geloof in vraag gaat stellen, laat je in het hart van de bezoeker de ruimte. Vormt het christelijk geloof met zijn specifieke beeldtaal een aanleiding voor het werk of is dat geloof de kern vanwaaruit gewerkt wordt?

Rinke Nijburg, Skin Flowers, houtskool, pastel, verfstift en pen op papier, 150 x 110 cmRinke Nijburg koos als uitgangspunt voor een paar van zijn werken de wonden van Christus. 5475 moeten het er zijn geweest. Deze boekhoudkundige benadering van het lijden van Christus heeft iets kinderlijks en is bijna ridiculiserend. Kinderen kunnen met uitgestrekte armen soms een gebaar maken om aan te geven hoeveel (zoveel!) pijn de tandarts deed. Het lijden van Christus langs de meetlat. 5475 wonden. Je kunt ze tellen als de knoopjes van een gebedssnoer en je tijd offeren door stil te staan bij het lijden van de Heer.

“Wanneer men alle 5475 wonden wil invoelen komt men daar nooit helemaal mee klaar. Compassie schiet altijd tekort. En dat is nu juist wat de Moderne Devotie zo goed begreep: dat de pelgrim onderweg altijd in slaap valt, de leerling vergeet zijn huiswerk te maken. Dat men altijd tekort schiet. Alleen het eigen lijden kan de mens helemaal invoelen. Men bedenke dat de Man van Smarten zijn wonden in een etmaal kreeg toegediend. Kan iemand die in een maand tijd zo’n 5475-wonden-tekening wil maken al die duizenden wonden invoelend tekenen?”
 
Bron: Rinke Nijburg over de 5475 wonden van Christus stedelijkmuseumzwolle.nl

Luther zag dergelijke devotie als sensatie. Rozenkransen, relieken en andere vormen van katholieke devotie waren in de ogen van de kerkhervormer uiterlijk vertoon, paapse fratsen, kermisattracties voor het volk. Hij kieperde het allemaal overboord. De kerk van de Reformatie leverde zelfs nog geen schrale voedingsbodem voor beeldend kunstenaars. De dienst van het Woord bleef over. Hedendaagse beeldende kunstenaars die zich door het christelijk geloof willen laten inspireren, moeten daarom wel terugkeren naar de rijke beeldtaal van de rooms-katholieke kerk. En wanneer je daarin gaat wroeten, komt de kermisachtige devotie vanzelf mee naar boven. De vraag naar devotie, moet ze sereen zijn of mag ze zich vermengen met aardse oppervlakkigheden, blijft daardoor actueel. Mag ze speels zijn en zoals wij destijds op het schoolplein, af en toe zelfs plagerig? Of is toewijding per definitie iets ernstigs?

Als het om toewijding aan Christus gaat, want daarover gaat het in het christelijk geloof, dan geven we Christus het laatste woord: “Maar de ure komt en is nu, dat de waarachtige aanbidders de Vader aanbidden zullen in geest en in de waarheid; want de Vader zoekt zulke aanbidders. God is geest en wie Hem aanbidden moeten aanbidden in geest en waarheid.” (Christus tot de Samaritaanse vrouw, Johannes 4 : 23-24)

Lazzaro Bastiani
Lazzaro Bastiani Christus en de Samaritaanse vrouw bij de waterput
Maar de ure komt en is nu,
dat de waarachtige aanbidders
de Vader aanbidden zullen
in geest en in de waarheid.

Johannes 4 : 23-24

stedelijkmuseumzwolle.nl | rinkenijburg.blogspot.com

woensdag 12 oktober 2011
vervreemding
gisteren begonnen aan Vreemdgang
Filosoferen aan de grens, door Jan van Riessen

Van RiessenVorige week overleed de man die ons het iLife heeft ‘geschonken’. Als James Watts, de uitvinder van de stoommachine, de vader van de industriële revolutie is, dan maakt Steve Jobs een goede kans om definitief de geschiedenis in te gaan als de vader van de digitale revolutie. De bijna bovenmenselijke status die Jobs krijgt toegedicht, toont aan dat het vooruitgangsgeloof in de postmoderne tijd nog altijd springlevend is en dat zeer velen nog altijd hun hoop gevestigd hebben op een technologische utopie, die de visionaire en pragmatische Jobs voor Apple geclaimd heeft onder de naam iLife. In Vreemdgang. Filosoferen aan de grens betoogt Jan van Riessen o.a. dat Utopia in onze postmoderne tijd niet door een religie of politieke ideologie wordt gepredikt maar door de technocratie.

In dit boek staat de vraag centraal hoe de dreigende dehumanisering en vervreemding langs filosofische weg opgeheven kunnen worden. Dit begint met de terugkeer naar de grenzen die we in onze vooruitgangsdrift overschreden hebben. Die grenzen worden bepaald door de eindigheid als het wezenskenmerk van de gegeven werkelijkheid. Alleen in de bedding van die werkelijkheid is het scheppen van een eigen, humane leefwereld weer mogelijk.
 
Bron: filosofiemagazine.nl

boekbespreking [ wapenveldonline.nl ]

dinsdag 11 oktober 2011
Moderne Devotie in Zwolle
Door Geloof Gedreven Gijs Frieling, Sela ©, Rinke Nijburg en Marc Mulders
Stedelijk Museum Zwolle 16 oktober 2011 t/m 11 maart 2012
Geert GroteHet verhaal van de Moderne Devotie brengt het verhaal van deze religieuze beweging aan het eind van de 14de eeuw met Zwolle als een van de bakermatten. Geert Grote, de grondlegger, vond zijn tijdgenoten te individualistisch, materialistisch en teveel gericht op status. Hij wilde dat de mensen zouden leven zoals de eerste christenen en een nieuwe vurige innigheid van het hart zouden voelen. Samen het brood breken en zorgen dat niemand gebrek lijdt, dat was zijn ideaal. Hij gaf ook ongezouten kritiek op de geestelijkheid die samenleefde met vrouwen en kerkelijke baantjes binnensleepten vanwege de goede salarissen. Deze boodschap vond veel weerklank in de Nederlanden en het Rijngebied. Er werden kloosters gesticht in de geest van deze Moderne Devotie. Nieuwe gemeenschappen van broeders en zusters van het gemene (gewone) leven wijdden hun leven aan Christus, terwijl zij samen hun geld verdienden met handwerk, zoals het maken van prachtig verluchte boeken.
 
Bron: stedelijkmuseumzwolle.nl
Rinke Nijburg
Rinke Nijburg me not, 2008
Door Geloof Gedreven is het onderdeel met actuele kunst in de grote tentoonstelling over Moderne Devotie in de musea van Zwolle. Naast het verhaal over de Moderne Devotie in “Aan God Gehecht” laten in “Door Geloof Gedreven” de hedendaagse kunstenaars Gijs Frieling, Sela ©, Rinke Nijburg en Marc Mulders werk zien dat grotendeels specifiek voor deze tentoonstelling is gemaakt. Gijs Frieling maakt in de tuinkamer en achterkamer van het Drostenhuis een gigantische muurschildering. De andere kunstenaars maken veelal nieuw en specifiek werk rond het thema “de wonden van Christus". De stigmata, de wonden van Christus, worden door deze kunstenaars gezien als “het beeld” als de kern van het geloof rond de dood en de opstanding van Jezus Christus.
 
Bron: stedelijkmuseumzwolle.nl

Op 16 oktober 2011 15.00 uur wordt de tentoonstelling Door Geloof Gedreven geopend door priester en professor Antoine Bodar, waarbij hij tevens de kunstenaars interviewt. Dit interview is na de opening terug te zien op stedelijkmuseumzwolle.nl

Rinke Nijburg | Gijs Frieling | Marc Mulders | Sela ©

woensdag 21 september 2011
de gestalte der toekomst (1950)
gelezen: Das Ende der Neuzeit van Romano Guardini

Das Ende der NeuzeitDe Duitse theoloog en cultuurfilosoof Romano Guardini (1885-1968) was een tijdgenoot van Martin Heidegger (1889-1976). Beiden studeerden aan het begin van de twintigste eeuw theologie (Guardini in Tübingen en Heidegger in Konstanz en Freiburg) en raakten als jonge theologen verwikkeld in de Modernismusstreit waarin de Rooms-katholieke Kerk moderne theologische opvattingen bestreed. Guardini werd in 1910 tot priester gewijd en ook Heidegger leek voorbestemd om priester te worden. Na een blauwe maandag bij de Jezuïeten, zag hij in 1909 van het priesterschap af. Twee jaar later verruilde hij zijn studie theologie voor de filosofie. In 1915 habiliteerde de dan 26-jarige Heidegger met een studie over Duns Scotus. In hetzelfde jaar kreeg de 30-jarige Guardini de doctorstitel in de theologie met een studie over Bonaventura, zijn eerste in een lange reeks theologische studies. Daarnaast publiceerde hij ook cultuurfilosofische studies over o.a. Hölderlin, Dante, Pascal en Kierkegaard. Heidegger viel kort na de Eerste Wereldoorlog van zijn geloof en keerde zijn vroegere broodheer, de Rooms-katholieke Kerk, de rug toe.

Romano Guardini 1885-1985
Romano Guardini kreeg bij zijn honderdste geboortedag een postzegel. Zijn tijdgenoot Martin Heidegger viel rond zijn dertigste van zijn geloof. In 1933 koos hij zelfs voor het nationaal socialisme. Dat laatste maakt hem nog altijd tot een omstreden filosoof en om die reden heeft de Deutsche Post hem nog steeds niet met een postzegel willen eren.

Guardini ontwikkelde zich in de geest van zijn tijd tot een existentialistisch theoloog en schreef in hoog tempo theologische werken. Tot zijn bekendste werken behoren Vom Geist der Liturgie (1918) en Der Herr. Betrachtungen über die Person und das Leben Jesu Christi. (1937). Kort na de Tweede Wereldoorlog kwamen zowel Guardini als Heidegger in een depressie terecht. Heidegger schreef in 1946 zijn Brief über den “Humanismus”, waarin hij onderzocht of en hoe er na de verschrikkingen van de oorlog aan het woord humanisme nog betekenis kon worden gegeven. Guardini gaf in 1947 en 1948 in Tübingen en in 1949 in München een aantal colleges die in 1950 selectief bijeengebracht werden in het essay Das Ende der Neuzeit. Hierin schetste hij de historische ontwikkeling van Europa sinds de Middeleeuwen, met het accent op de verdringing van het christelijk geloof door de moderniteit en de hoop voor de toekomst. Anders dan in Novalis‘ essay Der Christenheit oder Europa (1799) zag hij geen visioen van een verenigd christelijk Europa. Hij stelde zijn hoop niet op een politieke werkelijkheid maar op Christus.

Wat […] levensbeschouwingen als die van het Franse existentialisme betreft: hun negatie van de zin des levens is zo gewelddadig, dat men zich afvraagt of zij niet een bijzonder vertwijfelde vorm van romantiek vormen, die door de aardbevingen der laatste decennia mogelijk is geworden.

Romano Guardini
in: Das Ende der Neuzeit (1950)

De Tweede Wereldoorlog laat in Duitsland diepe wonden na. Velen vragen zich af hoe een beschaafd volk deze verschrikkingen heeft kunnen laten gebeuren. Er ontstaat een indruk dat het ideaal van de moderne, redelijke, humane mens ten einde gelopen is. Guardini is door de oorlog veranderd. Hij meent dat de catastrofe met Hitler uiting en voorbode is van het einde van een tijdperk en tegelijk het angstwekkende begin van een nieuw tijdperk. Hij herhaalt steeds hoe dat alles wel moest gebeuren in het kader van de toenmalige cultuurgeschiedenis. Hij thematiseert dit in zijn essay Das Ende der Neuzeit (1950), maar in het enthousiasme van de wederopbouw vindt zijn geluid geen weerklank.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Boeken van Guardini bij Matthias Grünewald Verlag
Romano Guardini im Internet

vrijdag 2 september 2011
van God los ?
Wat is er gebeurd met God in Nederland? door Peter Nissen

In het nieuwste nummer van het tijdschrift Speling las ik een wetenschappelijke analyse van Peter Nissen van het veranderende godsbeeld in Nederland. Het artikel maakt dus niet wijzer (en heeft die pretentie ook niet) maar informeert wél uitstekend over het religieuze landschap in Nederland. Nissen geeft in zijn objectiverende, wetenschappelijke taalgebruik eigenlijk al antwoord op de vraag waarom het godsbeeld in Nederland zo veranderd is. God is tot een object gemaakt. De volgende zin van de wetenschappelijk onderzoeker Nissen krijgt een andere betekenis als je deze als volgt corrigeert: “In 1966 was 47% van de Nederlanders ervan overtuigd dat er een God is die zich dat God Zich met ieder mens persoonlijk bezighoudt, in 2006 was nog slechts 24% daarvan overtuigd.” De titel zou evengoed kunnen luiden: Wat is er met óns gebeurd in Nederland?

SpelingVermoeden van het goddelijke
Onze cultuur is bezig de speelruimte van de spiritualiteit opnieuw te verkennen. Daarbij staan de eigen traditie en bepaalde voorgegeven leerstellingen niet meer voorop. Het is een open ruimte, waar ervaring en beleving vrij spel hebben.
Maar als alles draait om de menselijke beleving, is er dan nog ruimte voor God? Minder voor God als massieve zekerheid, denken wij, misschien wel meer voor het goddelijke in de toonaard van het vermoeden. Vermoeden zoekt voorzichtig, is tastend, meer gissend dan zeker. Een hachelijk waagstuk voor iemand die zekerheid zoekt en garanties wil. Maar voor wie het waagt, ontstaat er speelruimte en beweging. Dit is vooral van belang waar het gaat om God, waarschijnlijk het meest vermoedelijke dat vermoed wordt.
Bron: speling.nl

Als alles draait om de menselijke beleving, is er dan nog ruimte voor God? Minder voor God als massieve zekerheid, denken wij, misschien wel meer voor het goddelijke in de toonaard van het vermoeden.
Is Nederland van God los? Het beeld wordt soms in behoudende christelijke kringen opgeroepen: Nederland is God vergeten. Maar de werkelijkheid is anders: veel mensen zijn in Nederland bezig met de vraag naar wat hen overstijgt, de vraag naar het transcendente, het heilige, het omvattende en het dragende in hun leven, de vraag naar het goddelijke of naar God. Maar die God is doorgaans niet meer de God over wie de kerken vroeger – en vaak ook nu nog – met gezag en grote stelligheid meenden te kunnen spreken. Veel Nederlanders zijn op een of andere manier wel bezig met de vraag naar God, maar het is niet meer de God van de klassieke kerkelijke leer. God is veranderd in Nederland, of beter natuurlijk: de godsbeelden zijn in Nederland veranderd. lees het hele artikel

Tijdschrift Speling | peternissen.nl

zondag 14 augustus 2011
relimarkt anno 1925
Verkappte Religionen. Kritik des kollektiven Wahns
van Carl Christian Bry (1925)

Verkappte Religionen 1925Na de Eerste Wereldoorlog heerste er in Duitsland een groot onbehagen. Het cultuurpessimisme bleek een voedingsbodem voor allerlei alternatieve en spirituele clubjes die hun verlossingsweg aanboden. New Age en shoppen op de relimarkt zijn dus niet alleen de laatste veertig jaar in de mode. Carl Christian Bry schreef hier in de jaren twintig al een kritisch boek over onder de titel Verkappte Religionen. Kritik des kollektiven Wahns Zijn proza heeft een korte, zakelijke en soms bijna dadaïstische toon en werd in 1925 een bestseller. Een jaar later overleed Bry in Davos op 33-jarige leeftijd aan tuberculose.

Was bezeichnet die verkappten Religionen? - Mysterien, Sekten, Aberglauben, Vereinsmeierei, Mangel an Lebensart?
Ja, auch das. Aber ein ästhetisches Abgestoßensein wird ihnen nicht gerecht. Ihr Feld ist viel weiter. Es geht von der Abstinenz bis zur Zahlenmystik. Aber es geht auch von der Astrologie bis zum Zionismus, oder von den Antibünden (mit dem Antisemitismus an der Spitze) bis zur Yoga oder von der Amor Fati bis zur Wünschelrute, oder vom Atlantis bis zum Vegetarianismus. Dieses Hexenalphabet besetzt jeden Buchstaben doppelt und dreifach.
 
Ein paar, längst nicht alle Gebiete: Esperanto, Sexualreform, rhythmische Gymnastik. Übermenschen, Faust-Exegese, Gesundbeten, Kommunismus, Psycho-Analyse, Shakespeare ist Bacon, Weltfriedensbewegung, Brechung der Zinsknechtschaft, Antialkoholismus, Theosophie, Heimatkunst, Bibelforschung, Expressionismus, Jugendbewegung, Genie ist Wahnsinn, Fakirzauber, Haß gegen Freimaurer und Jesuiten, endlich das weite Gebiet des Okkultismus, das wiederum seine eigenen siebenfachen Hexenalphabete hat: das sind nur einige von den Bewegungen, die hier verkappte Religionen heißen.
 
Bron: dalank.de

Carl Christian Bry [ de.wikipedia.org ]

zaterdag 23 juli 2011
Italiëgangers [ 13 ]
Friedrich Overbeck, Franz Pforr en de Nazarener

Nog geen drie weken geleden waren we in Italië maar het is alweer dertig jaar geleden dat ik voor de laatste keer in Rome was. Rome was het einddoel van de kunstenaars die van de zestiende tot de negentiende eeuw uit het Noorden naar Italië reisden om daar de antieke kunst en de Italiaanse meesters van de Renaissance te bestuderen. De meesten bleven langere tijd, vaak enige jaren. Talloze kunstenaars vestigden zich voorgoed in Rome. In Duitsland worden ze Deutschrömer genoemd, Duitsers die naturaliseerden tot Romeinen. Wanneer je hun graf wilt bezoeken, moet je naar Rome.

San Isidoro klooster
het San Isidoro klooster in Rome waar de Nazarener tussen 1810 en 1820 als halve monniken leefden en werkten.

Terwijl de Nederlandse schilders Jan Gossaert (Mabuse) en Jan van Scorel al tijdens het leven van de superstars Michelangelo en Rafael naar Rome reisden, kwam het bij de Duitse schilders, afgezien van Albrecht Dürer, wat later op gang. Rafael Anton Mengs is een van de eerste Duitse schilders geweest die aan Rome het hart verloor. Hij zou er zijn hele leven blijven wonen en werken. In het laatste kwart van de achttiende eeuw, toen het classicisme in de mode was, vertrokken ook Jacob Philipp Hackert, Johann Christian Reinhart, Johann Tischbein, Asmus Jacob Carstens en Joseph Anton Koch voor korte of langere tijd naar Rome. Laatstgenoemde zou de jongere generatie die vanaf 1800 naar Rome kwam, wegwijs maken in het Romeinse leven.

Friedrich OverbeckTot de vele kunstenaars die aan het begin van de negentiende eeuw naar Italië en Rome reisden, behoorden ook Friedrich Overbeck en Franz Pforr. Ze studeerden beiden aan de kunstacademie in Wenen maar waren ontevreden over de toen heersende classicistische stijl die in hun ogen koud en zielloos was. De twee studenten richtten de Lukasbund op en wilden de schilderkunst met de religie verbinden. Daarbij kozen ze het dweperige geschrift Herzensergießungen eines kunstliebenden Klosterbruders (1797) van Wilhelm Heinrich Wackenroder en Ludwig Tieck als hun manifest. Maar toen de Franse troepen van Napoleon in Wenen kwamen, werd het classicisme nog machtiger en de studenten Overbeck en Pforr moesten het veld ruimen.

Franz PforrZe gingen naar Italië waar zij zich terugtrokken in het klooster van San Isidoro in het centrum van de Rome. Daar wijdden zij zich aan hun religieuze kunst en lieten ze zich inspireren door de meesters uit de Renaissance. Friedrich Overbeck zag in Pietro Perugino zijn grote voorbeeld, terwijl Franz Pforr zich door Albrecht Dürer liet inspireren. De twee schilders leefden met nog een paar andere schilders als monniken in het klooster en noemden zich Nazarener. In de jaren tussen 1810 en 1820 kwam uit Duitsland nieuw talent de groep versterken. De bekendsten onder hen waren Peter von Cornelius uit Düsseldorf, Julius Schnorr von Carolsfeld uit Leipzig en Wilhelm von Schadow uit Berlijn. Nazarener waren anachronisten en hun schilderijen anachronismen. Ze kleedden zich soms zoals de tijdgenoten van Albrecht Dürer en hun werk zag eruit alsof het ruim driehonderd jaar eerder gemaakt was.

Friedrich Overbeck
Friedrich Overbeck 1831-1840
Triumph der Religion in den Künsten
Triumph der Religion in den Künsten
Auf der Terrasse haben sich die Maler und Kupferstecher versammelt: die unmittelbar rechts am Brunnen stehenden Meister stehen für das eben gezeigte doppelte Wesen der Kunst, es sind Bellini und Tizian, gebeugt über zwei deren Kunststreben vedeutlichenden Knaben; darüber Carpaccio, Pordenone und Corregio. Gleich links vom Springbrunnen stehen Leonardo da Vinci mit drei Schülern und Holbein. Weiter nach links bilden Giotto, Orcagna, Memmi, Raffael, Perugino, Ghirlandajo, Masaccio, Fra Bartolomeo, Francia sowie (sitzend) Signorelli und Michelangelo annähernd einen Halbkreis um den singenden Dante. Links von Dante sind noch die Köpfe von Cornelius, Overbeck und Veit zu erkennen. Auf der rechten Seite begrüßen sich Lucas van Leyden mit Martin Schön und Mantegna mit Marc Anton, dazwischen steht Dürer. Rechts anschließend begrüßen sich Fra Angelico und die Brüder van Eyck, zwischen diesen stehen Benozzo Gozzoli, Stefan Lochner und Hemlink; neben Jan van Eyck kommt Schorel als Pilger zusammen mit einem wohl spanischen Meister. Ganz rechts im Hintergrund stehen noch zwei weibliche Gestalten - ein kleines Zugeständnis des patriarchalischen Overbeck an weibliche Kunstschaffende. Vorne auf den Stufen der Terrasse sitzen zwei Mönche, die an die Anfänge der Kunst in Klöstern erinnern sollen.
 
Bron: bela1996.de
Rafael en Overbeck
Overbeck heeft zich ook laten inspireren door Rafael, de beroemde leerling van de Umbrische schilder Pietro Perugino die hij zo bewonderde. Hierboven de groepen op de linker voorgrond van de School van Athene en de Triumph der Religion in den Künsten

meer Italiëgangers

maandag 6 juni 2011
Fidus
neoromantiek vanaf 1890 : Hugo Höppener (1868-1948)

Romantiek. Een Duitse AffaireTerwijl de Romantiek als tijdvak meestal tussen 1795 en 1820 gesitueerd wordt, zijn romantische tendenzen in de negentiende en twintigste eeuw zich blijven ontwikkelen. In het tweede deel van Romantiek. Een Duitse Affaire volgt Rüdiger Safranski het romantische spoor van 1820 tot in de jaren zestig van de vorige eeuw.

Het romantische is in de Biedermeiertijd (1815-1848) nog zo sterk vertegenwoordigd dat men vaak over de ‘late Romantiek’ spreekt. Als na 1848 het geestelijk klimaat verzakelijkt, stroomt het romantische ondergronds door en beleeft het bij Wagner en Nietzsche heftige uitbarstingen. In hoofdstuk 15 is Safranski aangekomen in de jaren negentig van de negentiende eeuw. Nietzsche was in 1890 afgezonken in een geestelijke afgrond waar hij nooit meer uit zou komen. Veel intellectuelen beschouwden hem nu als een ‘martelaar van de geest’ en in er ontstond zelfs een hype rond zijn persoon en zijn ‘profeet’ Zarathustra. Safranski schrijft over het geestelijke klimaat in de jaren negentig:

‘Leven’ werd het begrip waar alles om draaide, zoals vroeger ‘zijn’, ‘natuur’, ‘God’ of ‘ik’, een strijdbegrip bovendien dat op twee fronten werd ingezet. Enerzijds tegen het halfhartige idealisme van de plicht, zoals het op Duitse leerstoelen, in de retoriek van de officiële instanties en door de burgerlijke conventies werd uitgedragen. Anderzijds was het parool ‘leven’ gericht tegen een zielloos materialisme, dus tegen de erfenis van de op zijn eind lopende eeuw. ‘Leven’ betekende de eenheid van lichaam en ziel, dynamiek en creativiteit. Er vond een herhaling plaats van het protest van de Sturm und Drang en van de Romantiek. Toentertijd waren ‘natuur’ respectievelijk ‘geest’ de strijdleuzen tegen rationalisme en materialisme geweest. Het begrip ‘leven’ heeft nu diezelfde functie.
 
uit: Romantiek. Een Duitse Affaire. Hoofdstuk 15, blz. 302-303 (vertaling: Mark Wildschut)

LichtgebetNietzsche en het toverwoord ‘leven’ inspireren na 1890 het symbolisme en allerlei expressionistische tendenzen. Maar ook de Jugendstil ontstaat in het de neoromantische klimaat aan het einde van de negentiende eeuw. In de decoratieve Jugendstil wordt vooral het plantaardige leven afgebeeld, het groeien uit de aarde naar het licht. “Wees de aarde trouw” had Nietzsche verkondigd. De Duitse schilder Hugo Höppener (1868-1948) noemde zich Fidus (’de getrouwe’) en schilderde vanaf 1908 vele versies van een zonaanbiddende figuur die zich als een zonnebloem naar de zon uitstrekt. Lichtgebet werd de icoon van de Reformbeweging, van Freie Körper Kultur en van communes als de Neue Gemeinschaft van Gustav Landauer en de Brüder Hart en de Kosmischer Kreis rond Alfred Schuler en Ludwig Klages. Rond 1910 bloeide er een nieuw heidendom en droomde men van een universele natuurreligie. Maar de vruchten van het neopaganisme waren niet goed. In de jaren twintig trok ‘de Nieuwe Mensch’ de laarzen aan. En een bruin uniform.

Hugo HöppenerHugo Höppener wurde am 8. Oktober 1868 (…) in Lübeck geboren. Ostern 1887 wurde er von seinen Eltern auf die Vorschule der Münchner Akademie geschickt. Nach nur drei Monaten verließ er die Akademie und wurde Schüler des Malers und Naturapostels Karl Wilhelm Diefenbach in Höllriegelskreuth, von dem er seine stilistische Prägung und den Künstlernamen „Fidus“ (Der Getreue) erhielt. Er verschrieb sich den lebensreformerischen Ideen des Vegetarismus, der Lichtgläubigkeit, der Freikörperkultur und einer naturgemäßen Lebensweise.
 
Anarcho-sozialistische Vorstellungen von Bodenreform und vegetarischer Pazifismus beherrschten die Geisteswelt des jungen Fidus. So war Fidus unter anderen Mitglied der lebensreformerischen Verbände Deutsche Gartenstadtgesellschaft, des Bundes Deutscher Bodenreformer sowie Mitglied im Bund für allseitige Lebensreform des gesamten Deutschtums, im Verein für Körperkultur und im Deutschen Verein für vernünftige Leibeszucht.
 
1889 setzte Fidus sein Studium an der Münchner Akademie fort. Die Bekanntschaft mit dem Theosophen Wilhelm Hübbe-Schleiden führte zur Mitarbeit als Illustrator der Zeitschrift Sphinx. Fidus vertrat fortan eine mystische Naturreligion und setzte sich für Ideen einer Sexualreform ein. Der spezifische Jugendstil seiner Bilder wurde fortan mit esoterischen Symbolen - Lotosblüten, Eiformen, Kreuzen und Sonnenzeichen - angereichert. Die zyklische Kreisstruktur des Lebens, die Rückkehr des Mannes in den göttlichen Mutterschoß, die Verschmelzung der Geschlechter und die Erlösung durch das Licht waren immer wiederkehrende Bildmotive. Zudem entwarf er Pläne zu gigantischen Tempelanlagen für eine neue Natur- und Lichtreligion, in denen sich das Volk zur Andacht versammeln sollte. Sein berühmtestes Bild wurde das in mehrfacher Ausfertigung, erstmals 1908, entstandene „Lichtgebet“. Es zeigt einen jungen, schlanken, fast androgynen Mann auf einem Berggipfel, die Arme in Form einer Lebensrune spreizend und die Sonne anbetend. Dieses Bild wurde zur Ikone der Jugendbewegung.
 
Bron: de.wikipedia.org

Altijd de ramen openlaten [ nrcboeken.nl ]

donderdag 2 juni 2011
meester van de roes
Károly Kerényi: Dionysos - Archetypal Image of Indestructable Life

Dinsdag kwam ik op een donker plekje in huis een deel van een studie tegen over Dionysos (1931-1969) van de Hongaarse filoloog en mytholoog Károly Kerényi. Deze heb ik in 1985 gelezen toen ik mij op de kunstacademie bezig hield met het dionysische in de kunst. Tot mijn verrassing zat er een jeugdwerk in van vriend en studiegenoot René. Het Griekse restaurant Dionysos in Nijmegen bestaat overigens nog altijd.

Dionysos
collage van René (1986)
Kerényi looked at the appearances in Greek religion not as curiosities, but as expressions of real human experience.
Károly Kerényi Károly Kerényi saw the theory of religion as a human and humanistic topic which coined his reputation as humanist further. So for him every view of mythology had to be a view of man – and hence theology always had to be at the same time anthropology. In this humanist spirit Kerényi defined himself as philological-historical as well as psychological scholar. In later years Kerényi evolved his psychological interpretation further and replaced the concept of archetypes with one that he labeled ’Urbild’. This became particularly clear in some of his most important publications: Prometheus as well as especially in Dionysos, likely Kerényi’s most crucial work, which he had started as idea in 1931 and finished writing in 1969. Kerényi hence looked at the appearances in Greek religion not as curiosities, but as expressions of real human experience.
 
Bron: en.wikipedia.org
donderdag 26 mei 2011
who the * is … ? [ 8 ]
John Henry Newman (1801-1890)

John Henry NewmanPascal’s beroemde uitspraak ‘Le coeur a ses raisons que la Raison ne connaît pas’
(Het hart heeft zijn redenen die de rede niet kent.) wordt vaak aangehaald om de intuïtie boven het verstand te plaatsen. Het hart spreekt een eigen taal die voor het verstand soms onbegrijpelijk is. ‘Cor ad cor loquitur’ zou de negentiende eeuwse Engelse theoloog en kardinaal John Henry Newman Pascal aanvullen. In 1845 was er in de Engelse pers een golf van verontwaardiging ontstaan over het feit dat de bekende publicist John Henry Newman het hart had gehad om de Anglicaanse Kerk te verlaten voor de Rooms-katholieke Kerk. In zijn autobiografische boek Apologia pro sua vita verdedigt Newman zijn overstap naar de Kerk van Rome. Het hart spreekt tot het hart…

Cor ad cor loquitur
Het hart spreekt tot het hart

credo van John Henry Newman

In 1991 werd John Henry Newman eerbiedwaardig verklaard na een zorgvuldig onderzoek naar zijn leven en werk door de Congregatie voor de Heiligverklaringen, de eerste stap op weg naar een canonisatie. Het proces voor zijn zalig- en heiligverklaring loopt nog. De Congregatie voor de Heiligverklaringen heeft inmiddels (april 2009) een wonder erkend dat aan de tussenkomst van de kardinaal wordt toegeschreven. Op 19 september 2010 werd de kardinaal door paus Benedictus XVI tijdens zijn staatsbezoek aan Groot-Brittannië aan het Verenigd Koninkrijk zalig verklaard. Hij is daarmee de eerste geboren Engelsman die deze eer te beurt valt sinds de Reformatie. Zijn feestdag is op 9 oktober. De Paus spreekt normaliter geen zaligverklaring uit, alleen heiligverklaringen. Door deze uitspraak wil de Paus benadrukken dat hij Newman als een rolmodel ziet in een steeds meer geseculariseerde wereld. De Paus prees de kardinaal voor het verdedigen van de vitale plaats van de openbaringsgodsdiensten in de samenleving.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Oog in oog met John Henry Newman [ charlesvanleeuwen.nl ]

dinsdag 24 mei 2011
Heidegger’s Heimat [ 5 ]
Komende zomer hopen we Heidegger’s berghut te bezoeken
aan het lezen in Heidegger en zijn tijd van Rüdiger Safranski

Martin HeideggerMartin Heidegger is een van de weinige grote filosofen van de twintigste eeuw die zich zijn hele leven heeft opengesteld voor de religieuze dimensie van het bestaan. Hoewel hij rond zijn dertigste, kort na de Eerste Wereldoorlog, afstand had gedaan van het katholieke geloof, was hij er wel door gevormd. Niet alleen als kind maar ook als student en jonge filosoof. Een typisch Heideggeriaans begrip als Seinsvergessenheit is te herleiden tot zijn eerste teksten die hij tussen 1910 en 1912 schreef voor het katholieke maandblad Der Akademiker. Hierin verdedigde hij de traditie tegenover de oprukkende moderniteit. Een van deze stukken gaat over de Deense schrijver en essayist Johannes Jørgensen en is getiteld Per mortem ad vitam (’van de dood naar het leven’). Het geloof is voor de jonge filosoof in deze jaren nog een veilige haven en een plek van (oorspronkelijk) leven. In tegenstelling tot de geestelijke stromingen van de moderniteit (zoals het Darwinisme) die de mens ‘metafysisch dakloos’ maken. Ook als Heidegger zélf ‘metafysisch dakloos’ is geworden, blijft hij zoeken naar ‘oergeborgenheid’ en ziet hij de moderniteit als een voortdurende bedreiging van het oorspronkelijke zijn.

In het maartnummer (Der Akademiker) van 1910 schrijft hij een recensie (Per mortem ad vitam (Gedanken über Jörgensens Lebenslüge und Lebenswahrheit). In: Der Akademiker II. Jhg., Nr. 5, März 1910) van een levensbeschrijving van de Deense schrijver en essayist Johannes Jørgensen. Lebenslüge und Lebenswahrheit luidt de Duitse titel van het boek. Het schildert de geestelijke ontwikkelingsgang van darwinisme naar katholicisme, weergegeven als weg uit de vertwijfeling naar geborgenheid, uit de trots naar de deemoed, uit de teugelloosheid naar de levende vrijheid. Voor de jonge Martin Heidegger is dit een exemplarische en leerzame weg, omdat hij alle dwaasheden en verlokkingen van de moderne tijd doorkruist om tenslotte uit te komen bij de rust en het heil van het kerkelijk geloof, dus bij de bovenaardse waarde van het leven.
 
uit: Rüdiger Safranski, Heidegger en zijn Tijd, blz. 37.
Uitgeverij Olympus/Contact, derde druk 2002 (vertaling: Mark Wildschut)

Martin Heidegger bibliografie

donderdag 12 mei 2011
Heidegger’s Heimat [ 2 ]
Komende zomer hopen we Heidegger’s berghut te bezoeken
aan het lezen in Heidegger en zijn tijd van Rüdiger Safranski

Martin Heidegger“Heidegger begon als katholiek filosoof. Hij nam de uitdaging van de moderne tijd aan. Hij ontwikkelde de filosofie van een bestaan dat zichzelf aantreft onder een lege hemel, beheerst door een verslindende tijd, geworpen en toegerust met de gave het eigen leven te ontwerpen. Een filosofie die de enkeling op zijn vrijheid en verantwoordelijkheid aanspreekt en de dood serieus neemt. De zijnsvraag in Heideggeriaanse zin betekent, het bestaan lichten zoals je een anker licht, om bevrijd de open zee op te varen.” Zo begint Rüdiger Safranski zijn biografie over Heidegger (1994).

Hij ontwikkelde de filosofie van een bestaan dat zichzelf aantreft onder een lege hemel, beheerst door een verslindende tijd, geworpen en toegerust met de gave het eigen leven te ontwerpen.

Safranski over Heidegger

Zijn boek Romantiek. Een Duitse Affaire laat Safranski ook heel bewust beginnen met de uitgestrektheid van de oceaan. (Johann Gottfried von Herder die op 17 mei 1769 het ruime sop kiest, vol vertrouwen een onbepaalde toekomst tegemoet.) Safranski heeft de gave om spannend over filosofie te schrijven en filosofie terug te brengen tot wat het is: het avontuur van de geest.

Toen Safranski aan Heidegger en zijn tijd begon, had hij al een biografie over ETA Hoffmann (1984) en Schopenhauer (1988) geschreven. Ein Meister aus Deutschland luidt de ondertitel van zijn biografie over Martin Heidegger en Safranski plaatst hem daarmee in de traditie van Meister Eckhart en andere Duitse mystici. Zoals bijna alle mystici had ook Heidegger een plek waar hij zich terug kon trekken en waar hij ‘het Zijn’ kon ondervragen. Die plek was bij Todtnauberg in het Zwarte Woud waar hij een blokhut bezat en waar hij ongestoord aan zijn hoofdwerk Sein und Zeit (1923-1927) en aan vele andere teksten kon werken.

Hij was echt een ‘meester’ uit de school van de mysticus meester Eckhart. Als geen ander heeft hij in een a-religieuze tijd de horizon voor de religieuze ervaring opengehouden.

Safranski over Heidegger

Heidegger
dichterisch wohnet der Mensch auf dieser Erde (Heidegger bij zijn blokhut)
Das Tagungsmotto ‘Voll Verdienst, doch dichterisch wohnet/Der Mensch auf dieser Erde‘ ist eine Wendung Hölderlins, der sich Heidegger auf seinem Weg mit dem Dichter immer wieder auslegend näherte. Eine Verwandlung des Denkens, die der ‘Machenschaft’ und dem ‘Ge-stell’ als den Formen, in denen die Geschichte der Metaphysik im 20. Jahrhundert ihre höchste und zugleich brutalste Ausprägung gewann, einen anderen Anfang, eine echte geschichtliche ‘Besinnung’ entgegenstellt, erwartete Heidegger von einer Neubegründung des Verhältnisses von Dichten und Denken in der Zuwendung zu Hölderlin. Noch in jenem berühmten Spiegel-Gespräch aus dem Jahre 1966 merkt Heidegger an, dass ‘mein Denken […] in einem unumgänglichen Bezug zur Dichtung Hölderlins‘ stehe, dass Hölderlin derjenige Dichter sei, ‘der in die Zukunft weist’. Indem Heidegger so von der Bedeutsamkeit Hölderlins angesprochen wird und ihr entspricht, erreicht er den Ort, an welchem ein wahrhaft freies Gespräch mit der Dichtung überhaupt erst möglich wird, ein Gespräch, in welchem es um die gemeinsame Sache des Dichtens und des Denkens geht.
 
Bron: beck-shop.de

Ein Philosoph und seine Dichter - Heidegger, Hölderlin und Thelema

dinsdag 15 maart 2011
de haven van vroomheid
scholastiek : God vinden door middel van de wetenschap
of: hoe wij in het Westen door de wetenschap God kwijtraakten

Als je het al weet (wat je wilt vinden), hoef je niet meer te (zoeken) filosoferen. Zo redeneert degene die de wijsheid liefheeft. De theoloog en de theologie (beiden: kennis van een Persoonlijke God) gaan van oorsprong een andere weg en zoeken voortdurend naar God, die de Bron is van alle wijsheid. De scholastieke theologen gaan in hun zoektocht naar God de logica inzetten. En vooral: Aristoteles. En dan raken ze de Persoonlijke God kwijt, terwijl ze de Rede voorbereiden op het Deïsme van de Verlichtingsfilosofen. Waar het in de westerse geschiedenis misliep in onze zoektocht naar de Persoonlijke God.

filosofieschool
filosofieschool, veertiende eeuw
En laat mij, vermoeide, nu mijn anker uitwerpen in de haven van vroomheid

Proclus, vijfde eeuw na Chr.

“En laat mij, vermoeide, nu mijn anker uitwerpen in de haven van vroomheid” schrijft de Griekse neo-platoonse filosoof Proclus (411-485) in een van zijn hymnen. Aan dit citaat ontleent Anthony Gottlieb de titel van het veertiende hoofdstuk uit de Droom der Rede, het eerste grote overzicht van de westerse filosofie sinds de gezaghebbende werken van Bertrand Russell en Hans-Joachim Störig een halve eeuw eerder. Zo nu en dan duik ik weer eens in de scholastiek, de wijsbegeerte van de middeleeuwen. Meestal begin ik dan wat te lezen in de de bekende naslagwerken van Russell en Störig. In 2004 is daar ook het bovengenoemde boek van Gottlieb bijgekomen. En in 2005 verscheen onder redactie van Filosofie Magazine een verzameling grondteksten (de ‘Kruidvat slof’) met daarbij een overzicht geschreven door Daan Rovers en René Gude en bovendien nog het boekje Meesters in Filosofie. Deze boeken zijn mijn startpunt geworden, wanneer ik met omtrekkende bewegingen een filosofie wil vatten.

mijn naslagwerken over filosofie
Bertrand Russell, Geschiedenis van de Westerse Filosofie, 1945 (1948)
Hans-Joachim Störig, Geschiedenis van de Filosofie, 1950 (1959)
Anthony Gottlieb, De droom der rede, 2000 (2004)
Daan Rovers en René Gude, Overzicht van de geschiedenis van de filosofie, 2005
Diverse grondteksten, Van de Oudheid tot de Renaissance, 2005
Gebroeders Meesters, Meesters in de filosofie, 2005
(Het jaar van uitgave in de Nederlandse vertaling staat tussen haakjes)

naslagwerken filosofie
Geschiedenis van de filosofie
vlnr. Rovers/Gude, Russell, Meester, Gottlieb, Störig, grondteksten

De middeleeuwse filosofie wordt meestal als een pauze gezien, zoals we de Middeleeuwen eigenlijk ook als een pauze en zelfs als een culturele terugval zijn gaan zien. De naam Middeleeuwen zegt het eigenlijk al: het zijn de eeuwen ergens tussen, namelijk tussen Oudheid en Renaissance. Aangezien de Renaissance een herleving van de Oudheid is, zijn de Middeleeuwen dus een periode van afwezigheid van de antieke cultuur, die we sinds de Renaissance als de basis van onze westerse beschaving zijn gaan beschouwen. Zeker in de tijd van de Verlichting zijn we in het Westen gaan neerkijken op de Middeleeuwen. Ook al beleefde de Middeleeuwen tijdens de Romantiek een opleving en trekt deze tijd nog altijd romantische zielen aan, de algemene teneur is toch dat de Middeleeuwen een primitieve periode is geweest. Wat de filosofie betreft, gaat men er soms vanuit dat het denken tussen de Oudheid en de Renaissance duizend jaar heeft stilgestaan.

De filosofie was na het sluiten van de filosofiescholen in Athene door keizer Justinianus 1000 jaar lang de dienstmaagd van de theologie.

de Byzantijnse keizer JustinianusZo is Maarten, de rationalist van de Gebroeders Meester deze mening toegedaan. Zijn romantische broertje Frank is het natuurlijk niet met hem eens en hij is juist gecharmeerd van de Middeleeuwse filosofie omdat die ruimte schept voor zaken die we niet kunnen begrijpen en volgens hem daardoor zoveel interessanter zijn. Maarten gebruikt de vergelijking met het sprookje van Doornroosje die Anthony Gottlieb maakt in de Droom der Rede: In het jaar 529 liet de Byzantijnse keizer Justinianus alle filosofiescholen in Athene sluiten. De filosofie werd daarna duizend jaar lang de dienstmaagd van de theologie. Pas met Descartes kwam de radicale twijfel weer terug in de filosofie en daarmee het leven. Immers, de enige zekerheid die we vanuit de Rede hebben, is dat we twijfelen. Na haar vinger geprikt te hebben aan de christelijke theologie viel de filosofie duizend jaar in slaap totdat zij door de kus van Descartes werd gewekt. Maar volgens Gottlieb is deze verleidelijke vergelijking toch te simpel. Maarten Meester schrikt er niet voor terug om deze versimpeling te gebruiken om zich tegenover zijn broertje te positioneren. De Middeleeuwen vormen voor hem “een non-descripte, grijze, onbetekenende periode tussen de klassieke periode en het begin van de moderne tijd in.” Dit is min of meer ook het standpunt van de Verlichting: In de Middeleeuwen was het licht uitgegaan, terwijl in de Nieuwe Tijd (vanaf 1500) het licht weer was gaan branden.

Na haar vinger geprikt te hebben aan de christelijke theologie viel de filosofie duizend jaar in slaap totdat zij door de kus van Descartes werd gewekt.

Anthony Gottlieb

Vanuit het standpunt van de Verlichting zouden de Middeleeuwen dus een terugval in de tijd zijn geweest, die we beter hadden kunnen overslaan. Toch wordt deze periode in de naslagwerken filosofie niet overgeslagen, al wordt ze doorgaans veel beknopter behandeld dan de oudheid. De filosofie van de Oudheid loopt van de 6e eeuw voor Christus tot de 6e eeuw na Christus, ruim duizend jaar dus. De Middeleeuwse filosofie loopt van de vijfde eeuw tot aan de vijftiende eeuw, bijna duizend jaar. De filosofie van de Nieuwe en Nieuwste Tijd is nog geen vijfhonderd jaar oud. Uiteraard wordt aan deze laatste periode in de naslagwerken het meeste aandacht geschonken. Maar de aandacht die er aan de filosofie van de Oudheid en de Middeleeuwen is niet bepaald in balans, terwijl ze beiden ongeveer duizend jaar geduurd hebben.

I. De vroege scholastiek in de 11e en de 12e eeuw.
Twee belangrijke vertegenwoordigers zijn: Anselmus van Canterbury en Petrus Abaelardus.
II De hoogscholastiek in de 13e en 14e eeuw.
Twee belangrijke vertegenwoordigers zijn: Albertus Magnus en Thomas van Aquino.
III De late scholastiek in de 14e en 15e eeuw.
Twee belangrijke vertegenwoordigers zijn: Johannes Duns Scotus en Willem van Ockham.
overzicht van scholastische filosofen

Russell besteedt (uitgave Servire, Katwijk) 260 blz. aan de Oudheid, 68 blz. aan de patristiek en 86 blz. aan de Middeleeuwen. Störig die overigens ook de oosterse filosofie behandelt, houdt de geschiedenis van de westerse filosofie beter in balans: 86 blz. voor de Griekse en Romeinse filosofie, 22 blz. voor de patristiek en 41 blz. voor de scholastiek. Gottlieb tenslotte besteedt de eerste dertien hoofdstukken van de droom der Rede (335 blz.) aan de klassieke filosofie. In het veertiende hoofdstuk, “de haven van vroomheid” zijn er slechts 14 blz. voor de scholastiek, terwijl hij juist veel aandacht besteedt aan de neo-platonist Plotinus die in de geschiedenis van de filosofie meestal de Oudheid afsluit. Het is duidelijk dat de scholastiek in de meeste handboeken een ondergeschoven kindje is. Sinds we de moderne filosofie met Descartes laten beginnen, is de scholastiek voor de filosofie wat religie voor de Verlichting is.

Unknowability does not mean agnosticism or refusal to know God. Nevertheless, this knowledge will only be attained in the way which leads not to knowledge but to union––to deification. Thus theology will never be abstract, working through concepts, but contemplative: raising mind to those realities which pass all understanding…
 
Bron: orthodoxwayoflife.blogspot.com

scholastiek [ nl.wikipedia.org ]

zaterdag 12 maart 2011
Krinke Kesmes
Beschryvinge van het magtig Koningryk Krinke Kesmes (1708)
de oude droom van vreedzame coëxistentie door religieus syncretisme

Krinke KesmesDe Zwolse chirurgijn Hendrik Smeeks (1645-1721) zal het niet eens geweest zijn met zijn tijdgenoot Gottfried Wilhelm Leibniz (1646-1716) die beweerde dat we in de beste van alle mogelijke werelden leven. Of in ieder geval, meende Smeeks dat we niet in het beste deel van die wereld leven. Ruim driehonderd jaar geleden schreef hij een imaginair reisverhaal: Beschryvinge van het magtig Koningryk Krinke Kesmes (1708).

Hoofdpersoon is de koopman Juan de Posos, zoon van een Spaanse vader en Nederlandse moeder, die tijdens een van zijn handelsreizen schipbreuk lijdt en strandt op een vierkant eiland van twintig bij twintig kilometer dat deel uitmaakt van het mysterieuze Zuidland. In het begin van de achttiende eeuw fantaseerde men nog over dit onbekende deel van de wereld dat sinds Ptolemaeus (100 - 161 na Chr.) Terra australis incognita heette. De ontdekkingsreiziger James Cook zou met het in kaart brengen van de Stille Zuidzee in 1772 voorgoed een einde maken aan de fantasieën over het Zuidland. In navolging van Thomas Moore’s Utopia (1516) projecteert Smeeks op dit eiland een ideale maatschappij: het onbekende koninkrijk Krinke Kesmes

Hendrik Smeeks was een man van de Verlichting. Hij was opgegroeid in het Europa van na de godsdienstvrede van Münster (1648). Maar toch was het in de tweede helft van Europa allesbehalve rustig gebleven op religieus gebied. Smeeks moet de gevolgen van de herroeping van het Edict van Nantes in 1685 door Lodewijk de XIV bewust hebben meegemaakt. Vijftigduizenden hugenoten waren naar het buitenland gevlucht en velen daarvan kwamen naar de relatief tolerante Republiek. Maar voor verlichte geesten was de situatie in ons land ook nog verre van ideaal. En zo projecteerde Smeeks een ideale maatschappij ergens op het Onbekende Zuidland: Krinke Kesmes.

De Hollanders waaren de vreedigste, om dat haar geloof
het zagste scheen te weesen.

uit: Krinke Kesmes (blz. 131)

vreedzame coëxistentieIn het fictieve Koninkrijk Krinke Kesmes kan iedereen door dezelfde godsdienstige deur omdat er maar één religie is die alle religies in zich verenigt. Smeekssyncretisme is een voorloper van de luie maar populaire opvatting dat ‘alle wegen naar Rome leiden’ en dat alle religieuze uitdrukkingen in feite op hetzelfde neer komen. Vanuit de achtergrond van de godsdienstoorlogen uit de zestiende en zeventiende eeuw is het syncretisme een diplomatieke oplossing: de verschillen tussen de godsdiensten worden uitgewist en de overeenkomsten worden benadrukt. Maar vanuit de beleving van de afzonderlijke godsdiensten is interreligie een soort ‘MacDonald-isering’ waarbij eeuwenoude tradities door de gehaktmolen van de Verlichting tot eenheidsworst worden gedraaid. Het gaat natuurlijk vooral om het bewaren van de lieve vrede. Maar echte tolerantie en vreedzame coëxistentie zijn alleen mogelijk wanneer er verschillen zijn die om wederzijdse acceptatie vragen. Het opruimen van die verschillen getuigt juist van weinig respect voor de eigenheid van de traditie(s). Smeeks‘ ideaal van één wereldreligie is even rationeel als naïef. Maar tot op de dag van vandaag zijn er nog goedbedoelende gelovigen van de interreligieuze ‘kerk’.

Onse Godsdienst en onse Wijsheid bestaan alle in Spreuken, die wy uit Europische en Asiatische boeken hebben uitgetrokken;

uit: Krinke Kesmes (blz. 126)

Wy gelooven niet als de Europers, dat de Weereld voor vijf+ a ses duisend jaaren zoude geschaapen zijn, waar over zy twisten+. Deese Natie aanbad in voortijden de Sonne, Balone+, en haaren Koning, zonder meer andere Goden te kennen. Tot dat naa uwe reekeninge van de geboorte Christi duisend en dertig, als wanneer hier een Persiaansch Schip kwam te stranden, welke Schip van Bender Abassi+ of Cambron+ bevragt was na Mecca, met veel kostelijkheid, onder andere waaren daar op veele Boeken van verscheide Taalen en Faculteiten, gelijk als Persiaanze, Maleize, Turkze, Latijnze, Italiaanze, en veele andere.
 
Bron: dbnl.org
citaat
Krinke Kesmes blz. 109

Krinke Kesmes [ nrc.nl ] | literatuurgeschiedenis.nl

maandag 21 februari 2011
van afkeer naar ommekeer
herlezen: voorwoord van J.-K.Huysmans bij A rebours uit 1903

J.-K.HuysmansHet is een feest van herkenning om het voorwoord te lezen dat J.-K.Huysmans bijna twintig jaar na het verschijnen van A rebours in 1903 schreef. Als jonge kunststudent vond ik in de jaren 1984-85 in de decadent Des Esseintes uit A rebours een geestverwant. Deze fijnbesnaarde zonderling uit het fin de siècle had zich uit walging voor de maatschappij afgezonderd in een landhuisje in Fontenay waar hij zich omringd had met boeken en beeldende kunst. A rebours is een plotloze roman over slechts één persoon. De veertien hoofdstukken die het boek telt, zijn een soort inventarisatie van zintuigelijke waarnemingen die Des Esseintes in zijn passies gecultiveerd heeft: Latijnse, kerkelijke en wereldlijke literatuur, beeldende kunst, parfums en gastronomie. Huysmans schreef A rebours toen hij een jaar of vijfendertig was in een poging om zich te bevrijden uit het naturalisme dat in zijn ogen alleen nog maar rondjes draaide om de dierlijke driften en instincten in de mens. Huysmans was eigenlijk zélf de protagonist uit zijn roman. Uit afkeer voor de platvloersheid van de wereld zocht hij de schoonheid op als het medicijn, maar intussen bleef hij doodziek van de wereld. Het motto van A rebours is overigens een uitspraak van de Vlaamse mysticus Jan van Ruusbroec (1293-1381):

Ik moet mijn vreugde buiten de tijd zoeken …, hoewel de wereld mijn blijdschap verafschuwt
en te grof is om te begrijpen
wat ik wil zeggen.

Jan van Ruusbroec

Gerard ReveA rebours is een hoogtepunt in het estheticisme en luidde het begin in van de decadente literatuur, die op de literatuur van de twintigste eeuw zijn uitwerking zou hebben. Op Gerard Reve zou de decadente Huysmans een blijvende indruk maken. Je zou zijn bekering tot het katholicisme, waarin hij Huysmans navolgde, een literaire stijlfiguur of pose kunnen noemen. Maar daarmee zou je oprechtheid ondergeschikt maken aan kunst(matigheid). Bij de rijpe Huysmans is dat zeker niet het geval. In 1891 schreef hij met Là-bas eerst nog een satanistische roman, voordat hij in 1895 met En route definitief voor de Weg van Christus zou kiezen. In Huysmans leven is een geestelijke logica te ontdekken, het verhaal van de Verloren Zoon, die je vanuit je eigen leven ten diepste herkennen kunt, als je wilt. Na het verschijnen van A rebours schreef de literatuurcriticus Barbey d’Aurevilly: “Na zo’n boek blijft de auteur slechts de keus tussen de mond van een pistool en de voeten van het Kruis.”

Arthur SchopenhauerIk sta nog steeds achter de bladzijden die ik in Tegen de keer aan de Kerk heb gewijd, want ze lijken werkelijk door een katholiek geschreven. En toch, hoe ver waande ik mij niet van de godsdienst! Het kwam niet in mij op dat er maar één stap lag tussen Schopenhauer, die ik mateloos bewonderde en de Prediker van Salomo en het boek Job, De premissen van het pessimisme zijn dezelfde, alleen weigert de filosoof er consequenties aan te verbinden. Ik hield van zijn ideeën over de afschuw van het leven, over de domheid van de mensen en de onbarmhartigheid van het lot; ik houd van dezelfde gedachten in de Heilige Schrift; maar de opmerkingen van Schopenhauer leiden tot niets; hij laat je zogezegd in het onzekere; zijn aforismen zijn eigenlijk een herbarium met gedroogde planten; de Kerk verklaart oorsprong en oorzaak van dit pessimisme, geeft doel en genezing aan. Zij stelt er zich niet tevreden mee je geestelijk te onderzoeken, zij behandelt en geneest je, terwijl de Duitse kwakzwalver eerst nauwkeurig de diagnose stelt dat de ziekte, waaraan je lijdt, ongeneeslijk is en je dan hoonlachend de rug toekeert.
 
J.-K.Huysmans in 1903 over A rebours (1884) in de vertaling van Jan Siebelink

Joris-Karl Huysmans [ nl.wikipedia.org ]

donderdag 20 januari 2011
Jezus & Mohammed
De Washington Post weigerde artikel van Willis E. Elliott

Willis E. Elliot“Rel in VS over artikel islam” kopt het Nederlands Dagblad vandaag op de voorpagina. Verderop in de krant is een Nederlandse vertaling te lezen van het artikel van de baptistenpredikant Willis E. Elliott dat door de Washington Post geweigerd is. Amerikaanse websites, waaronder pajamasmedia.com, die voor de vrijheid van meningsuiting willen opkomen, hebben het artikel van Elliott daarna integraal geplaatst.

Omdat Jezus een mislukkeling was en Mohammed juist succes had, leerden christenen vanaf het begin wat het is om een religieuze minderheid te zijn en overleefde Jezus’ falen alleen vanwege het feit dat Hij niet dood bleef.

Willis E. Elliott

Blasphemy (irreverent speech or action against a deity or religious person/belief/object) is currently in the news only when Muslims become violent, or threaten violence, when they feel offended: when we Christians feel offended, almost never do we become violent, and almost always we suffer the disrespect in silence. In the New Testament (and other early Christian literature), much is said about nonviolence, never is violence commanded or even suggested; it is forbidden. Not so, early Muslim literature. The contrast is to be expected: Jesus was anti-violent, Muhammad was violent (a military leader as well as a religious leader).
 
Bron: pajamasmedia.com

The True Islamophobia at the Washington Post | Nederlands Dagblad
Willis E. Elliott On Faith [ Washington Post ]

vrijdag 8 oktober 2010
een lastige boodschap …
moderne versie van de brede en de smalle weg
gemaakt door grafisch ontwerper Fokke de Vries

de brede en de smalle weg, 1866De representaties van een prettig leven op aarde, die de reclame voorschotelt, ontmaskeren we bij voorbaat als leugens. De reclame komt de consument in zijn wantrouwen tegemoet. Als overtuigen niet meer werkt, dan moet het maar over een andere boeg gegooid worden. Met aanstekelijk amusement. Als je met een grappig spotje de kijkers voor de buis kunt krijgen, heb je als merk toch weer credits opgebouwd. ‘O ja, die verzekeringsmaatschappij met dat gave spotje!’ (…maar welke verzekeringsmaatschappij was het nou?) Met humor lijk je alles te kunnen verkopen. Zelfs de Belastingdienst probeert het, maar kan daarin niet te ver gaan, omdat ze het nu eenmaal niet leuker kan maken. Ook de dominee weet dat hij het niet leuker kan maken. Je kunt preken als een getalenteerde verkoper, maar als je waarschuwt over de gevaren op de geestelijke weg, kun je die gevaren niet gaan opleuken. Alleen degenen die deze gevaren erkennen, zullen de boodschap dan nog willen horen en blijven zitten.

Met humor lijk je alles te kunnen verkopen. Zelfs de Belastingdienst probeert het, maar kan daarin niet te ver gaan, omdat ze het nu eenmaal niet leuker kan maken. Ook de dominee weet dat hij het niet leuker kan maken.

In de beeldtaal van veel religieuze tradities, maar zeker in die van het Christendom, bestaat het beeld van de brede en de smalle weg, de makkelijke en de moeilijke weg. De ene weg is op korte termijn prettig en aangenaam, maar werkt als een fuik. Na verloop van tijd merk je dat je terug wilt, maar dat het moeilijk gaat. Net als bij een verslaving was het in het begin prettig maar nu merk je dat je in een val gelopen bent. De smalle weg is lastig en vaak eenzaam, maar kent wél een goede en veilige bestemming. De traditionele boodschap is: de brede weg leidt naar de hel en de smalle weg naar de hemel. Deze boodschap is moeilijk te verkondigen, want ‘hemel en hel’ worden nauwelijks nog serieus genomen. Hoogstens wordt deze tweedeling in een hiernamaals gezien als een uitgewerkt manipulatiemiddel van de kerk. Dat de boodschap een oprechte waarschuwing zou kunnen zijn, wordt nauwelijks nog ernstig overwogen.

plaat
het gouden kalf is de toegang tot de brede weg van consumptie en amusement
anti-globalisten en anti-kapitalisten zullen het hier waarschijnlijk mee eens zijn

Het is moedig dat in Urk het initiatief is genomen om een eigentijdse representatie te maken van het klassieke beeld van de twee wegen. Het beeld zal jongeren nog steeds kunnen aanspreken. De jeugd is van nature open en gevoelig voor de morele dimensie van ons bestaan, ook al wordt moraliseren door de meeste jongeren als ‘fout’ ervaren. Maar als het gaat om ‘het redden van de planeet’ zoals de opdracht van het ‘groene evangelie’ luidt, zijn jongeren uitstekend te mobiliseren. Juist voor jonge mensen is het urgent om de massaconsumptie af te remmen, want doorgaan met onze hedonistische levenswijze zal tenslotte leiden tot een verschrikkelijke milieucatastrofe, een hel op aarde. De brede weg van onverantwoorde massaconsumptie zal op den duur onder water komen te staan, omdat we weten dat de zeespiegel verder zal stijgen. De moeizame weg van duurzaamheid, waarbij eerst het zure komt en pas veel later het zoete, zal de wereld leefbaar houden. Vanuit deze betrokken houding tot de aarde en de toekomst van onze kinderen, kan het beeld van de brede en de smalle weg, weer serieus genomen worden.

plaat
de plaat is voor € 14,95 te bestellen bij johannes-multimedia.nl
( beeld: Fokke de Vries )
Helemaal nieuw zijn een beeldscherm met daarop het gezicht van een jonge vrouw, een auto met een afbeelding die sterk doet denken aan de Staatsloterij en een vol supermarktkarretje dat symbool staat voor de genotscultuur en het gemaksdenken. Anders is ook een afbeelding van het Pantheon met op het dak een grote zwarte spin die staat voor het world wide web. Mensen dansen op muziek van een dj. Uit speakers komen de woorden „doom, doom, doom.” Een vijver in het midden toont links een wegzinkende kerk en rechts een bron – van levend water.
 
Bron: puntuit.nl

johannes-multimedia.nl

dinsdag 14 september 2010
who the * is … ? [ 4 ]
David Friedrich Strauss (1808-1874)

In het Rijk van de Geest is alles tegenwoordige tijd en alleen daar ben je onsterfelijk. Dat geldt in het bijzonder voor schrijvers. Immers, wie schrijft die blijft. Zolang we hen blijven lezen en gedenken, leven zij voort. En wanneer ze zijn weggezonken in het collectieve geheugen, kunnen ze met een lemma op wikipedia weer even tot leven worden gewekt.
Vandaag: David Friedrich Strauss (1808-1874)

Het materialisme dat in Duitsland en heel Europa na 1848 sterk opkomt, wordt in de dertiger jaren al aangekondigd door de Junghegelianer, een groep studenten en docenten in Berlijn die de dialectische filosofie van Hegel volgen, maar daaruit andere conclusies trekken, vooral op religieus en politiek terrein. De beroemdste Junghegelian is Karl Marx. Hij baseert zich aanvankelijk op Ludwig Feuerbach, een andere Junghegelian die zich vooral met de christelijke religie bezighoudt. Later rekent Marx met hem af in zijn bekende Thesen über Feuerbach. De Junghegelianer zijn in de jaren dertig politiek incorrect en mogen niet aan de universiteit doceren. Vaak moeten ze in bittere armoede leven. Vanwege de strenge censuur kiest Marx daarom voor vrijwillige ballingschap in Parijs .

David Friedrich StraussDe polarisatie van Hegel’s volgelingen in twee kampen, een behoudende rechtervleugel, de Althegelianer , en een progressieve linkervleugel, de Junghegelianer, ontstaat met een controverse in het midden van de jaren dertig. Aanleiding van deze controverse is Das Leben Jesu uit 1835 van de 27-jarige David Friedrich Strauss. In dit boek zet Strauss de tradionele christologie op losse schroeven en dat veroorzaakt in Duitsland grote commotie .

Das Leben JesuDavid Friedrich Strauß studierte ab 1825 Theologie am Evangelischen Stift zu Tübingen. 1830 wurde er Vikar und 1831 Professoratsverweser am Seminar zu Maulbronn; er ging aber noch ein halbes Jahr an die Universität zu Berlin, um Georg Wilhelm Friedrich Hegel und Friedrich Daniel Ernst Schleiermacher zu hören. 1832 wurde er Repetent am Tübinger Stift und hielt zugleich philosophische Vorlesungen an der Universität.
 
Damals erregte er durch seine 1835–1836 erschienene Schrift Das Leben Jesu, kritisch bearbeitet ein unerhörtes Aufsehen. Strauß wandte dort das auf dem Gebiet der Altertumswissenschaften begründete und bereits zur Erklärung alttestamentlicher und einzelner neutestamentlicher Erzählungen benutzte Prinzip des Mythos auch auf den gesamten Inhalt der evangelischen Geschichte an, welche er als Produkt des unbewusst nach Maßgabe des alttestamentlich jüdischen Messiasbildes dichtenden urchristlichen Gemeingeistes deutete.
 
Bron: de.wikipedia.org

In 1873 schrijft Friedrich Nietzsche zijn eerste Unzeitgemäße Betrachtung met als titel David Strauß. Der Bekenner und der Schriftsteller. In dit schotschrift veegt hij de vloer aan met de inmiddels beroemde theoloog die na zijn breuk met het christendom een soort verlichte religie op basis van het pantheïsme wil stichten. De tirade trekt de aandacht van de pers en maakt de tot dan toe nog onbekende hoogleraar op slag beroemd.

David Friedrich Strauss [ de.wikipedia.org ]

donderdag 9 september 2010
who the * is … ? [ 1 ]
Friedrich Ludwig Zacharias Werner (1768-1823)

In het Rijk van de Geest is alles tegenwoordige tijd en alleen daar ben je onsterfelijk. Dat geldt in het bijzonder voor schrijvers. Immers, wie schrijft die blijft. Zolang we hen blijven lezen en gedenken, leven zij voort. En wanneer ze zijn weggezonken in het collectieve geheugen, kunnen ze met een lemma op wikipedia weer even tot leven worden gewekt.
Vandaag: Zacharias Werner (1768-1823)

WernerIn de biografie over Arthur Schopenhauer van Rüdiger Safranski las ik in het zesde hoofdstuk over Schopenhauers studietijd in Gotha en Weimar in 1807 en 1808. Schopenhauer had de twintig jaar oudere toneelschrijver Zacharias Werner tijdens zijn studie in Gotha leren kennen. Deze is dan al beroemd geworden door een toneelstuk over Luther, Die Weihe der Kraft (1807). Goethe neemt Werner mee naar Weimar waar hij op de beroemde theekrans van Arthur’s moeder, Johanna Schopenhauer, wordt uitgenodigd. Ook zoon Arthur is van de partij. Safranski schrijft dat niemand van het illustere gezelschap (Goethe, Brentano, Von Arnim, de Schlegels) dat Johanna’s theekrans bezocht, zich later de twintigjarige Schopenhauer herinnert. Behalve Zacharias Werner.

WernerWie is deze Zacharias Werner nu precies? Wikipedia.de is hem niet vergeten. Wat ik boeiend aan deze man vind, is dat hij zich op zijn 42e bekeerde tot het Rooms-katholieke geloof nadat hij carrière had gemaakt als toneelschrijver. Als iemand zijn succes op geeft voor ‘een hoger doel’, dan is er wel iets aan de hand. Werner keert zich om op de weg van het ego en het succes en wordt in 1814 priester in Wenen. Zijn schrijftalent gebruikt hij nu voor zijn preken.

Friedrich Ludwig Zacharias Werner war der einzige Dramatiker der Romantischen Schule, der Bühnenerfolge errang. Kein anderer bildete so sehr die mystischen Elemente und die Schicksalsidee aus wie er. Immer mehr steigerte er sich in eine düstere Phantastik und Dramatik und fand letztlich seinen einzigen Halt in der “ungebrochenen Macht und Herrlichkeit” der katholischen Kirche.
 
Bron: de.wikipedia.org
Alles, was Freund und Feind des Romantischen sich darunter vorstellen, schien sich in ihm zu vereinigen: christliche Frömmigkeit bis zum Märtyrertod, heidnische Mythen und Riten, Liebe als Sexualität, Schwärmerei und Caritas, Geheimgesellschaften sowie nicht-klassische Formkunst.

Gerhard Schulz

Weihe und Kraft
titelblad van Die Weihe der Kraft 1807
in plaats van Werner’s naam wordt vermeld: Verfasser der Söhne des Thales. Na zijn bekering schrijft Werner in 1813 Die Weihe der Unkraft

Zacharias Werner [ de.wikipedia.org ] | Zacharias Werner [ bautz.de ]

donderdag 5 augustus 2010
de geest van de Middeleeuwen
de Boze Boodschap van Nosferatu, Phantom der Nacht (1979)

Schrijver Maarten ‘t Hart koos afgelopen zondagnacht na Zomergasten voor de film Nosferatu van Werner Herzog uit 1979. Deze film leunt zwaar op de klassieker Nosferatu, eine Symphonie des Grauens van Friedrich Wilhelm Murnau uit 1922. Een paar sterke scenes uit het origineel heeft Herzog zelfs letterlijk geciteerd. Het tijdsbeeld van de Biedermeier wordt in deze film mooi samengeweven met het gestyleerde beeld van de expressionistische film. Isabelle Adjani die de rol van Lucy speelt, lijkt wel een filmdiva uit 1915. Dat wordt nog eens versterkt door de sjabloonachtige weergave van emoties.

Nosferatu
Nosferatu met Isabelle Adjani als Lucy

Nosferatu van Werner Herzog en de gothic novel van Bram Stoker uit 1897 zijn verschillend, maar toch is de essentie van het vampierverhaal hetzelfde. Net als bij de versie van Francis Ford Coppola uit 1992 heeft het verhaal mij weer aan het denken gezet. Dracula is de afgelopen honderd jaar meer dan 200 keer verfilmd, waardoor het een cliché geworden is dat het publiek heeft afgestompt. Maar Herzog probeert weer tot de kern van het verhaal door te dringen en vertelt het op een trage, bijna meditatieve manier. De score van o.a. Popol Vuh versterkt de sfeerbeelden. Gemakkelijke schrikeffecten laat Herzog achterwege. Voor veel horrorliefhebbers mag deze film misschien saai zijn, maar hij kruipt wél onder de huid. Hoewel Dracula een modern verhaal (1897) is, is het gebaseerd op oude volksverhalen die voortkomen uit volks bijgeloof.

Sinds we met de Verlichting afscheid hebben genomen van ‘de Middeleeuwen’, hebben we de duistere en onzichtbare wereld van demonische wezens verbannen naar de periferie van onze belevingswereld: de schijnwereld van de gothic novel en de horrorfilm. In ‘de moderne tijd’ kunnen we nog moeilijk in het bestaan van demonen geloven, maar onze angst voor demonen is nog niet helemaal verdwenen. Dat maakt het mogelijk om in onszelf de grens van onze bestaanszekerheid op te zoeken en te huiveren. Het is eigenlijk vreemd dat je kunt genieten van rillingen over de rug. De griezelfilm roept op een veilige manier de sensatie van doodsangst op. Dat kan ook een gevoel van macht geven. Want we laten ons even helemaal onderdompelen in onze angst, terwijl we vooraf en achteraf weten dat het ‘maar een film’ is en dat we weer uit onze angst zullen komen. Behalve als we er IN zitten, wordt de film écht. Op dat moment ervaren we dat ‘de Middeleeuwen’ er nog steeds zijn. De waarschuwing “ga er niet heen, want het spookt er!” is in ‘de Middeleeuwen’ van levensbelang net als het radiobericht “er is een spookrijder op de A12 gesignaleerd” in ‘de moderne tijd’. Demonen op de buis zijn amusement wanneer we niet geloven in hun bestaan, terwijl er intussen angst en twijfel blijft, als een restant van ‘de Middeleeuwen’ in ons bewustzijn.

In ‘de Middeleeuwen’ wordt het bestaan van demonen die in allerlei gedaanten kunnen veranderen serieus genomen. De Middeleeuwse wereld is eigenlijk zo bedreigend dat je elk moment wel van angst zou kunnen sterven. Maar in ‘de Middeleeuwen’ ervaart de mens ook bescherming door het geloof. Het christelijk geloof leert de overwinning op de dood door het Kruis en door de Opstanding van Christus. Dit geloof is in Dracula nog terug te vinden: vampiers verdragen geen daglicht, kruis(teken) en hostie. Het overwinning dragende kruis, en daarmee ook het christelijk geloof, speelt in de vampierroman dus nog wel een rol. Maar het Dracula is er niet om ons bij het christelijk geloof te brengen, maar om ons te ‘amuseren’ met een Boze Boodschap. Het griezelverhaal wil onder de huid kruipen en ons de stuipen op het lijf jagen. Herzog gebruikt geen goedkope schrikeffecten, maar laat het kwaad langzaam neerdalen en steeds dieper op ons inwerken. Tenslotte laat hij het verhaal slecht aflopen. Eigenlijk is Nosferatu een negatief evangelie: het gaat niet om onze redding maar om onze verdoemenis in een hel waar we geen daglicht kunnen verdragen en waar we ’s nachts altijd moeten blijven leven. “Niet de dood is het ergste dat we vrezen moeten", zegt graaf Dracula tegen Jonathan Harker, “maar áltijd moeten blijven leven, dát is ondragelijk.” Graaf Dracula spreekt hier als de demon uit Die fröhliche Wissenschaft van Nietzsche :

„Das grösste Schwergewicht. – Wie, wenn dir eines Tages oder Nachts, ein Dämon in deine einsamste Einsamkeit nachschliche und dir sagte: „Dieses Leben, wie du es jetzt lebst und gelebt hast, wirst du noch einmal und noch unzählige Male leben müssen; und es wird nichts Neues daran sein, sondern jeder Schmerz und jede Lust und jeder Gedanke und Seufzer und alles unsäglich Kleine und Grosse deines Lebens muss dir wiederkommen, und Alles in der selben Reihe und Folge – und ebenso diese Spinne und dieses Mondlicht zwischen den Bäumen, und ebenso dieser Augenblick und ich selber. Die ewige Sanduhr des Daseins wird immer wieder umgedreht – und du mit ihr, Stäubchen vom Staube!“ – Würdest du dich nicht niederwerfen und mit den Zähnen knirschen und den Dämon verfluchen, der so redete?
 
Bron: Die fröhliche Wissenschaft, Viertes Buch, Aphorismus 341 (KSA 3, S. 571)
Time is an abyss… profound as a thousand nights… Centuries come and go… To be unable to grow old is terrible… Death is not the worst… Can you imagine enduring centuries, experiencing each day the same futilities…

Count Dracula

De Ewige Wiederkunft is overigens een oeroude gedachte en Nietzsche lijkt deze via Schopenhauer aan de Indische filosofie ontleend te hebben. Graaf Dracula spreekt over de kwelling van het eeuwige leven zonder verlossing.

Rad van Reïncarnatie
het boeddhistische Rad van Reïncarnatie wordt vastgehouden door een demon met vampiertanden

Dracula is een even populair als angstaanjagend verhaal, al dringt het angstaanjagende maar moeilijk tot je door zolang je de realiteit van de hel niet echt serieus neemt. Het geloof in een hiernamaals, opgesplitst in een hemel en een hel is in de loop van de 20e eeuw sterk afgenomen. Dood is dood. Punt uit. Het leven is gewoon genieten op aarde zolang je (nog) kunt. Net als die dansende mensen op de markt in Delft in Nosferatu. De stad is letterlijk voor driekwart uitgestorven en de laatste overlevenden die al ten dode opgeschreven zijn, volgen de wijsheid van de dwaas: “Probeer er, naar eigen goeddunken, maar het beste van te maken!” Er wordt nog ‘genoten’ van een galgenmaal tussen de ratten en daarna is de game over.

Dit beeld van de dansende pestlijders uit Nosferatu, is een griezelige metafoor van onze wereld. In plaats van een gebed om bescherming van de ziel, gaat het lichaam nog één keer helemaal los in genotzoekerij. De wanhoop en de doodsangst worden bedekt met wegkijken, jagen op genot en ‘amusement’.

Nosferatu Phantom der Nacht

dinsdag 3 augustus 2010
laat los !
over de imperatief van het postmodernisme

zapperDe geest van het postmodernisme is een (weg)zapper. Wanneer dé Waarheid (het Grote Verhaal) in beeld komt, zapt het snel weg naar een ander kanaal dat voor het postmodernisme evengoed ‘een verhaal’ is. De geest van het postmodernisme keert zich af van dé Waarheid omdat dé Waarheid voor het postmodernisme heel griezelig is. In sociaal opzicht lijkt dé Waarheid je geen goed te doen. Anderen vinden dan bijvoorbeeld dat je arrogant bent. Je komt in een verkeerde hoek te staan, de hoek van het fundamentalisme, de hoek van kruisridders, nazi’s en moslimterroristen. De waarheidsclaim wordt dus verbonden met misdaden tegen de mens(elijk)heid. Daarom kun je beter uit de buurt van de waarheidsclaim blijven.

Het relativisme is als houding veel aantrekkelijker omdat je dan jezelf nooit op iets vast hoeft te leggen. Je blijft als het ware ‘vloeibaar’ en dat maakt je ook ongrijpbaar. Dat lijkt een goede strategie, want bij een eventuele tegenstander lijk je zo geen coördinaten meer te hebben. Het boeddhisme is als levensbeschouwing ook aantrekkelijk. Relativisme en boeddhisme ontkennen beiden dé Waarheid. Daarom verbindt het postmodernisme zich graag met relativisme en boeddhisme. Het zijn ‘veilige’ posities omdat ze uit de buurt blijven van de waarheidsclaim. Toch claimen ze impliciet toch ook dé Waarheid, namelijk: “dé Waarheid bestaat niet.” Dat is dus het ‘fundament’ van het postmodernisme. Toch wordt déze waarheidsclaim wél veilig gevonden.

De imperatief van het postmodernisme is ‘niet-vastleggen’ of ‘loslaten’. Als je écht (be)vrij(d) wilt worden, moet je loslaten. Ook voor het boeddhisme geldt dit. In het christelijk geloof is het anders: als je (be)vrij(d) wilt worden, heb je een bevrijder nodig. Want als je écht in doodsnood bent, kun je jezelf niet (meer) bevrijden. Zou de drenkeling die de leeflijn krijgt toegeworpen niet vastgrijpen? Het christelijk geloof vraagt dus juist om persoonlijke hechting, niet om abstracte onthechting. Toch spreekt de Bevrijder ook over loslaten : Hij zegt: “Wie zijn leven wil behouden, zal het verliezen, maar wie zijn leven wil verliezen omwille van Mij, zal het behouden.”

Boeddha en Christus spreken allebei over onthechting, loslaten, bevrijding en verlossing van het ego en de begeerten. Maar de Weg die zij aanbieden is totaal verschillend: Christus zegt dat we het Leven zullen behouden in Hém wanneer we ons eigen ik loslaten. En Boeddha zegt dat als we ons op eigen kracht onthechten van gedachtenconstructies (die uit het ego voortkomen) dat we na een lange reeks van levens in het eeuwige niet-Leven (nirvana) uitdoven.

zondag 13 juni 2010
God in de Lage Landen
vanavond om 21.10 op Nederland 2 : God in de lage landen

Als WK-alternatief voor de zondagavond brengt de EO de komende zes weken de serie God in de lage landen over de geschiedenis van het Christendom in ons land. Vanavond de eerste aflevering: God komt aan wal. Daarin gaat het over Willibrord, Bonifatius en de minder bekende Liudger.

Bonifatius
Bonifatius in 754 in Dokkum vermoord
detail uit een Middeleeuws handschrift
In de eerste aflevering van God in de Lage Landen vertelt presentator Ernst Daniël Smid het verhaal van de eerste christelijke boodschappers die het waagden om rond 700 na Christus in het heidense, drassige land het evangelie te gaan verkondigen. Ze deden dat met gevaar voor eigen leven.
 
Ze kwamen niet alleen van overzee, zoals Willibrord en Bonifatius. Het was een zekere Liudger uit Zuilen (bij Utrecht) die het werk van zijn overzeese collega’s voortzette en met succes. Een zeer recente archeologische vondst toont aan dat er rond 800 na Christus al mensen waren die christelijke symbolen droegen.
 
Bron: www.eo.nl

God in de lage landen
De Nederlandse maatschappij heeft christelijke wortels. Hoe zien die wortels eruit? En wat is de invloed van het christendom op de hedendaagse maatschappij en cultuur? In God in de Lage Landen reist verteller Ernst Daniël Smid door de geschiedenis en het heden. Hij speurt na hoe het christendom in ons land kwam, wat belangrijke bewegingen zijn en hoe het tot in het heden doorwerkt. Hij bezoekt daarvoor kloosters, vertelt over bijzondere historische figuren en spreekt met hedendaagse christenen. God in de Lage Landen, een nieuwe EO-documentaireserie over hoe het christendom Nederland vormt.

overzicht van de zes afleveringen in deze serie [ eo.nl ]

zaterdag 5 juni 2010
het Oude Europa
gelezen uit: Die Christenheit oder Europa (1799) van Novalis

De romantische schilderkunst is innig verbonden met filosofie en poëzie. Deze verenigen zich in het Duitse Idealisme. Novalis is een icoon van de Duitse Dichter und Denker. Met het lezen van zijn essay Die Christenheit oder Europa uit 1799 krijgen voor mij niet alleen de zoetige voorstellingen van de Nazarener of de ‘archituurvisioenen’ van Karl Friedrich Schinkel maar ook de schilderijen van Caspar David Friedrich een kader. Novalis idealiseert in zijn essay de Middeleeuwen als een gouden tijdperk en vereenzelvigt Europa met het christelijke geloof, dat door de Verlichting onder druk was komen te staan.

NapoleonNovalis (1772-1801) en veel romantici verlangden terug naar de verloren eenheid van het Middeleeuwse Europa. Ruim tweehonderd jaar later lijkt deze tekst van een andere planeet te komen. Maar we mogen niet vergeten dat Novalis zijn essay schreef in 1799 en dat Europa toen geconfronteerd werd met de opmars van Napoleon. De Eerste Consul vertegenwoordigde de expansieve kracht van de seculiere geest, die het oude en christelijke Europa wilde vervangen door een seculiere eenheidsstaat. Een jaar voordat Die Christenheit oder Europa geschreven werd, was Rome door Napoleon gebrandschat en deze had vervolgens het hoofd van de christenheid, paus Pius VI gevangen laten nemen. Deze stierf in 1799 in gevangenschap en zo was het katholieke Europa door toedoen van Napoleon onthoofd. Nu de geest van de secularisatie allang uit de fles is en wij verwereldlijkte en onttoverde zielen zijn geworden, die ‘consumenten’ heten, zouden we Novalis‘ idealisering voor een deel weer serieus kunnen nemen.

Es waren schöne glänzende Zeiten, wo Europa ein christliches Land war, wo Eine Christenheit diesen menschlich gestalteten Welttheil bewohnte; Ein großes gemeinschaftliches Interesse verband die entlegensten Provinzen dieses weiten geistlichen Reichs. – Ohne große weltliche Besitzthümer lenkte und vereinigte Ein Oberhaupt, die großen politischen Kräfte. – Eine zahlreiche Zunft zu der jedermann den Zutritt hatte, stand unmittelbar unter demselben und vollführte seine Winke und strebte mit Eifer seine wohlthätige Macht zu befestigen. Jedes Glied dieser Gesellschaft wurde allenthalben geehrt, und wenn die gemeinen Leute Trost oder Hülfe, Schutz oder Rath bei ihm suchten, und gerne dafür seine mannigfaltigen Bedürfnisse reichlich versorgten, so fand es auch bei den Mächtigeren Schutz, Ansehn und Gehör, und alle pflegten diese auserwählten, mit wunderbaren Kräften ausgerüsteten Männer, wie Kinder des Himmels, deren Gegenwart und Zuneigung mannigfachen Segen verbreitete. Kindliches Zutrauen knüpfte die Menschen an ihre Verkündigungen.
 
Bron: zeno.org
Schinkel
Karl Friedrich Schinkel 1815
Middeleeuwse stad aan een rivier
So wehrte er den kühnen Denkern öffentlich zu behaupten, daß die Erde ein unbedeutender Wandelstern sey, denn er wußte wohl, daß die Menschen mit der Achtung für ihren Wohnsitz und ihr irdisches Vaterland, auch die Achtung vor der himmlischen Heimath und ihrem Geschlecht verlieren…
Novalis : Die Christenheit oder EuropaAemsig suchte, diese mächtige friedenstiftende Gesellschaft, alle Menschen dieses schönen Glaubens theilhaftig zu machen und sandte ihre Genossen, in alle Welttheile, um überall das Evangelium des Lebens zu verkündigen, und das Himmelreich zum einzigen Reiche auf dieser Welt zu machen. Mit Recht widersetzte sich das weise Oberhaupt der Kirche, frechen Ausbildungen menschlicher Anlagen auf Kosten des heiligen Sinns, und unzeitigen gefährlichen Entdeckungen, im Gebiete des Wissens. So wehrte er den kühnen Denkern öffentlich zu behaupten, daß die Erde ein unbedeutender Wandelstern sey, denn er wußte wohl, daß die Menschen mit der Achtung für ihren Wohnsitz und ihr irdisches Vaterland, auch die Achtung vor der himmlischen Heimath und ihrem Geschlecht verlieren, und das eingeschränkte Wissen dem unendlichen Glauben vorziehn und sich gewöhnen würden alles Große und Wunderwürdige zu verachten, und als todte Gesetzwirkung zu betrachten. An seinem Hofe versammelten sich alle klugen und ehrwürdigen Menschen aus Europa. Alle Schätze flossen dahin, das zerstörte Jerusalem hatte sich gerächt, und Rom selbst war Jerusalem, die heilige Residenz der göttlichen Regierung auf Erden geworden. Fürsten legten ihre Streitigkeiten dem Vater der Christenheit vor, willig ihm ihre Kronen und ihre Herrlichkeit zu Füßen, ja sie achteten es sich zum Ruhm, als Mitglieder dieser hohen Zunft, den Abend ihres Lebens in göttlichen Betrachtungen zwischen einsamen Klostermauern zu beschließen. Wie wohlthätig, wie angemessen, der innern Natur der Menschen, diese Regierung, diese Einrichtung war, zeigte das gewaltige Emporstreben, aller andern menschlichen Kräfte, die harmonische Entwicklung aller Anlagen; die ungeheure Höhe, die einzelne Menschen in allen Fächern der Wissenschaften des Lebens und der Künste erreichten und der überall blühende Handelsverkehr mit geistigen und irdischen Waaren, in dem Umkreis von Europa und bis in das fernste Indien hinaus.
 
Bron: zeno.org
woensdag 28 april 2010
gids voor de verdoolden
gids voor de verdoolden (1977) van E.F. Schuhmacher

gids voor de verdooldenToen E.F. Schuhmacher in 1968 in Sint Petersburg was, dat toen nog Leningrad heette, zag hij verschillende kerkgebouwen om zich heen, terwijl er op de kaart geen kerkgebouwen stonden aangegeven, behalve kerken die als museum waren ingericht, zoals de Izaakijevskije Sobor die in 1930 was omgedoopt in het Soviet Museum of Scientific Atheism. “Levende kerken laten we op onze kaarten niet zien", verklaarde de gids.

Veertig jaar later is de situatie in Rusland volkomen veranderd. Toen ik in 2005 een bezoek aan Sint Petersburg bracht waren er alleen al in het begin van de Nevski Prospect een handvol kerken dagelijks geopend die eveneens keurig op de kaart vermeld stonden. Niet alleen in Rusland is religie in het openbare leven teruggekeerd. Ook in Nederland is religie weer terug van weggeweest en wordt er in het publieke debat zelfs weer over God gesproken. Maar toen E.F. Schuhmacher aan het eind van zijn leven gids voor de verdoolden schreef, leek religie iets voor het museum geworden. Religie mag als thema misschien weer terug zijn in de samenleving, God lijkt nog even ver weg als 33 jaar geleden toen gids voor de verdoolden verscheen.

isaac kathedraal
De Izaakijevskije Sobor is op de kaart van Sint Petersburg niet meer over het hoofd te zien
Wie alles zonder meer gelooft, loopt het risico zich te vergissen. Toch, als ik alleen maar dingen wil weten die ik boven alle twijfel verheven acht, loop ik wel zo min mogelijk gevaar me te vergissen, maar het het gevaar dat misschien het fijnst, belangrijkste en kostbaarste van het leven mij ontgaat, wordt daarmee des te groter. Thomas van Aquino heeft, in navolging van Aristoteles, gezegd dat ‘de vaagste kennis die van het hoogste te verwerven is, te verkiezen is boven de meest stellige kennis die over het lagere is vergaard.”
 
uit: gids der verdoolden, Ambo, Baarn, 1977
isaac kathedraal en pantheon
De Izaakijevskije Sobor in Sint Petersburg en het Pantheon in Parijs. De Isaac kathedraal is nu weer de zetel van het patriarchaat van Sint-Petersburg waar de Liturgie weer gevierd kan worden. Het Pantheon in Parijs is nog altijd een museum, waar naast de Slinger van Foucault ook de kille geest van de Verlichting hangt.

Ernst Friedrich SchumacherErnst Friedrich “Fritz” Schumacher (1911-1977) was een invloedrijk economisch denker met een statistische achtergrond. Schumacher verliet vóór de Tweede Wereldoorlog al zijn geboorteland Duitsland, onder meer voor studies in Oxford (waarvoor hij een Rhodesbeurs kreeg) en aan Columbia University in New York. Na de oorlog werkte hij van 1950 tot 1970 als adviseur voor de Britse National Coal Board. Hij voorzag dat de energievoorziening van het land niet enkel op steenkool kon blijven draaien, maar tegelijk beschouwde hij aardolie evenzeer als niet onuitputtelijk. Bovendien waarschuwde hij dat de olievoorraden zich bevonden in ’s werelds meest onstabiele landen. Als economisch raadgever bezocht bij meerdere derde-wereldlanden en steunde die in hun streven naar meer zelfvoorziening (self-reliance). Hij is gekend voor zijn kritiek op de Westerse economieën en zijn voorstellen voor op mensenmaat aangepaste en gedecentraliseerde technologieën. Volgens de Times Literary Supplement hoort zijn boek Small Is Beautiful (1973), (de schoonheid van het kleine), in het Nederlands uitgebracht onder de titel Hou het klein, bij de honderd meest invloedrijke boeken van na de Tweede Wereldoorlog. Schumacher’s ontwikkelingstheorieën kunnen samengevat worden met de termen intermediate size en intermediate technology. In tegenstelling tot veel klassieke economen was hij op zoek naar een alternatieve economie. In die geest schreef hij zelfs een essay over boeddhistische economie. Hij schreef over economie in The Times, The Economist en Resurgence. (Bron: nl.wikipedia.org)

schumacher.org.uk

zondag 25 april 2010
fundament & fragment
gelezen in Letter & Geest (Trouw) :
Lofzang op het fundamentalisme door Rik Torfs

Rick TorfsIn Letter & Geest, de weekendbijlage van Trouw, las ik een bijdrage van Rik Torfs, hoogleraar kerkelijk recht aan de Katholieke Universiteit Leuven. In Lofzang op het fundamentalisme vergelijkt hij de afgeronde levensvisie (het katholicisme van Evelyn Waugh) met het aftasten van Patrick Modiano van zijn verleden. Niet als zoektocht, maar juist om thuis te blijven. Al blijft dit verleden vaak bij fragmenten, ze vormen wel degelijk een fundament onder ons bestaan. Modiano is evenmin als Torfs een existentialist, die het bestaan beschouwt als een intrinsiek doelloze en zinloze zwerftocht.

Onze onmacht om onszelf, ons leven, onze God van vroeger een plaats te geven, dichten wij aan een grotere, alomvattende zinloosheid toe. Als wij geen zin kunnen vinden, is het omdat die er niet is. Raar. Wanneer iemand een onbevredigende relatie heeft met zijn vriendin, en daaruit afleidt dat goede relaties niet bestaan, haasten wij ons om de beperktheid van die visie aan het licht te brengen. Gaat het echter om zin, dan verheffen wij ons falen tot norm. Als wij niet kunnen geloven, komt dat omdat God er niet in slaagt te bestaan.
 
Bron: trouw.nl

Torfs besluit zijn essay met de transsubstantiatie. Het heiligste sacrament (mysterie) van de Kerk (de verandering van brood en wijn in het Bloed en Lichaam van Christus) kan de rationele mens uitsluitend symbolisch interpreteren. Symboliek is een soort één-tweetje in ons hoofd. Het Mysterie dat ons hart wil binnendringen, wordt ergens in ons hoofd opgelost: “o ja, dat moet je symbolisch zien!”

Zo heb ik vandaag, wie weet door aandachtiger te leven, meer sympathie voor de traditionele katholieke opvatting over transsubstantiatie dan vroeger. De transsubstantiatie: door de instellingswoorden tijdens de eucharistie worden brood en wijn het lichaam en bloed van Christus. Tegelijk houden zij op brood en wijn te zijn. Lange tijd dacht ik, zoals vele hedendaagse katholieken: we moeten dat allemaal symbolisch opvatten. Het brood blijft brood, de wijn blijft wijn. Vandaag weet ik dat niet meer zo. Symboliek is saai en simpel. Is het symbool geen vlucht voor wat confronterend, en tegelijk voor wat inspirerend is? Brood en wijn die werkelijk lichaam en bloed worden, klinkt dat niet veel spannender? Er komt een moment in je leven waarop je niet langer wil dat waarheid onaantrekkelijk is.
 
Bron: trouw.nl

Rick Torfs : Wie gaat er dan de wereld redden?

zaterdag 24 april 2010
een prachtige, eindeloze tocht
gelezen in Trouw: de tien geboden
een interview met de schilder Henk Helmantel

De schilder Henk Helmantel is schilder-kluizenaar. Een kluizenaar schuwt de publiciteit, maar kan tegelijkertijd ook uitspraken doen die in de maatschappij niet correct heten te zijn. Zo is door de huidige polarisatie bijna onmogelijk om je nog kritisch uit te spreken tegenover de islam zonder dat je ervan verdacht wordt op de PVV te stemmen. Het correcte antwoord moet zijn dat de islam een religie is als alle andere en even waar of onwaar is als alle andere religies. Een combinatie van lui relativisme en onverschilligheid is de beste remedie om sociaal overeind te blijven. Maar Helmantel durft iets anders te zeggen. Een voordeel van een kluizenaarsbestaan is dat je betrekkelijk vrij bent van sociale strategieën.

Henk Helmantel in zijn atelier
Henk Helmantel werkt aan een boekstilleven
Ik heb er geen intensieve studie van gemaakt, maar voor zover ik het kan nagaan, lijkt me dat alle overtuigingen, behalve het christelijk geloof, door de mensen zelf bedacht zijn. Geen mens zou bedenken dat een ander, Christus, alle schuld op zich zou nemen. Die liefde van God is voor ons niet te bevatten; tot zoiets zijn mensen niet in staat. Het christelijk geloof is het ware geloof. Dat betekent dat andere geloven vals zijn.
 
Met name de islam heeft twee gezichten. Ze hebben allerlei dingen van het jodendom en het christendom geleend en één van de stamgoden tot God gemaakt. Maar het ergste is: ze claimen de wereldheerschappij. In die zin vormen ze een groot gevaar. Zo lang ze in de minderheid zijn houden ze zich koest, maar zodra ze de meerderheid vormen gaat het mis. Kijk maar naar de Arabische wereld: daar loopt alles door gebrek aan tolerantie in de soep.
 
Bron: trouw.nl
Er zijn meer mensen op zoek
naar de dingen die er werkelijk
toe doen. Het is een prachtige, eindeloze tocht
Het klinkt misschien raar, maar ik denk dat het mij lukt om in balans te blijven omdat ik altijd heb geweten wat mij voor ogen stond. Ik word misschien iets wijzer, maar ik heb nooit een wilde tijd gehad. Ik ging niet achter de vrouwen aan, ik ben me nooit aan drank te buiten gegaan. Ik heb me van jongs af aan bezig gehouden met geloof, natuur, kunst en geschiedenis. Ik had daardoor ook nooit echte vrienden. Toen ik naar de kunstacademie ging, begon ik op te bloeien. Daar kwam ik in contact met mensen die net zo in het leven stonden. Het christelijk geloof kon ik slechts met enkelen delen, maar dat contact leverde wel spannende en voor mij vormende discussies op. Op alle andere vlakken waren we allemaal geestverwanten. Ineens bevond ik me tussen mensen die óók naar klassieke muziek luisterden en zich bemoeiden met het hele culturele veld. Het was een verademing. En ook een geruststelling: ik ben niet alleen. Er zijn meer mensen op zoek naar de dingen die er werkelijk toe doen. Het is een prachtige, eindeloze tocht.
 
Bron: trouw.nl


Henk Helmantel over de deugd der traagheid [ trouw.nl ]

donderdag 1 april 2010
God tussen de potten en pannen
gezien op DVD: il vangelo secondo Matteo (1964) van Pasolini

il vangelo secondo MatteoTheresa van Avila heeft wel eens gezegd dat God in de keuken rondwaart tussen de potten en de pannen. Dat aardse beeld past helemaal bij het Mysterie van de menswording van God. In deze tijd wordt dit Mysterie vaak niet meer begrepen. We hebben van de God-mens een mens gemaakt, een historische en inspirerende figuur. Maar Jezus van Nazareth als Gods Zoon die Zélf God is? Dat gaat er na de Verlichting nog moeilijk in. De volledig transcendente god van de moslims of ‘de god’ van de New Age, de voortdurende wedergeboorte van het Zelf, is voor ons verstand enigszins nog te begrijpen. Maar de ménswording van God? Jezus als dé Zoon van God? Misschien is dat wel hét Grote Verhaal waar de postmoderne mens afstand van heeft gedaan.

il vangelo secondo Matteo
Margherita Caruso als de jonge Maria

Italiaanse cineasten verstaan de kunst om van het alledaagse theater te maken. Het alledaagse zoals het is: een brood op tafel, de schaduw van een boom, een jongetje met ongewassen voeten. Caravaggio heeft dat, natuurlijk. Ladri di biciclette (fietsendieven, 1946) van Vittorio de Sica heeft het ook; in zijn film is het alledaagse verplaatst naar het naoorlogse Rome. Pasolini’s il vangelo secondo Matteo heeft het helemaal. Het droge Zuid-Italiaanse landschap en de Bijbelse wereld vallen in zijn film samen. De rauwe volkse koppen zijn die van tijdgenoten van Jezus, nog altijd. De tijd staat stil. En in dat magische moment vertelt Pasolini het Evangelie volgens Mattheus. Zonder franje. Ook al kijkt hij door een bril met dikke communistische glazen en maakt hij van Jezus een Che Guevarra look-a-like, het verhaal blijft recht overeind staan.

Voor zijn verfilming van het leven van Jezus van Nazareth ging Pier Paolo Pasolini uitsluitend uit van het eerste Evangelieboek, dat van Mattheüs: niets werd toegevoegd, alle gesproken teksten zijn letterlijke citaten. In tegenstelling tot de bombastische Hollywood-bijbelfilms uit de jaren ‘50 en ‘60 streefde Pasolini een eenvoudige, pure en poëtische stijl na. Hij liet een aan het volk toebehorende Christus zien, een Christus van de armen, strijdbaar en sociaal geëngageerd. De locaties vond hij in het arme zuiden van Italië. Alle acteurs (waaronder zijn moeder, die Maria op latere leeftijd speelt) zijn amateurs. Met deze film leverde Pasolini de meest zuivere en volgens velen de beste verfilming van het het leven van Christus af.
 
Bron: italiaansefilms.nl

Il vangelo secondo Matteo wordt door velen gezien als de beste film ooit over het leven van Jezus gemaakt. Pasolini’s film was zeker niet de eerste Jezusfilm. Toen het medium film nog maar net bestond werd er al een film over het leven van Jezus gemaakt. Volgens christianitytoday.com is La vie et la passion de Jésus Christ uit 1902-05 nog altijd de beste Jezusfilm aller tijden.

Pier Paolo Pasolini en zijn moeder
Pier Paolo Pasolini met zijn moeder die in de film Maria op latere leeftijd speelt
Right from its very first frames—when a visibly upset Joseph beholds a very pregnant Mary—this film challenges the soft-focus piety that affects many adaptations of the Gospels. Director Pier Paolo Pasolini, a gay Marxist atheist who was famous for his poetry before he turned to filmmaking, certainly wanted to confront the conventional spirituality of his day, and his Jesus is more aggressive than most. But nearly every single line of dialogue comes from Matthew’s Gospel (a pattern that would be followed decades later by Campus Crusade’s adaptation of Luke and the Visual Bible’s adaptations of Matthew and John), and the film’s gritty, down-to-earth realism underscores the revolutionary nature of Christ’s message; you can believe the authorities would want to crucify this guy. While the film is often hailed for stripping the story down to its basics, it also reflects Pasolini’s belief in finding transcendence within the everyday—an effect that is especially achieved on the eclectic soundtrack, which includes Bach, Negro spirituals, and the Missa Luba.
 
Bron: christianitytoday.com

Il vangelo secondo Matteo [ movie2movie.nl ]

dinsdag 30 maart 2010
broeders en zusters
gelezen: Tijd van Onbehagen door Ad Verbrugge
het verdwijnen van de ervaring van heiligheid in onze cultuur
We dienen ons af te vragen wat het verdwijnen van de ervaring van heiligheid voor onze cultuur zou kunnen betekenen. Men kan hier meteen het postmoderne bezwaar aantekenen dat dit wel al te ‘grote woorden’ zijn die we beter niet kunnen gebruiken, omdat er immers ook zoveel ellende uit is voortgekomen. Grote woorden zijn echter nodig waar navenant grote zaken in het geding zijn. Er zal hier worden betoogd dat de ervaring van heiligheid wezenlijk is voor de samenhang van een gemeenschap en dat vooral in de hedendaagse Verlichting deze ervaring ontbreekt.
 
Bron: Tijd van Onbehagen, Uitgeverij SUN, 2004, blz. 229
Het heilige bezielt ons,
niet omgekeerd;
dat is de ethologische realiteit
van het heilige,
of dat vanuit een uitwendig perspectief een drogbeeld is
of niet, doet niet ter zake
Russische parochie Nijmegen
Russische Kerk Hl. Tychon Nijmegen
De richting van de Europese cultuur als geheel kan niet los worden gezien van de christelijke symbolisering waarin de mens werd gedreven door een bepaalde ervaring van het heilige om van daaruit zijn leven en de wereld gestalte te geven. De subjectiviteit in de religieuze levenservaring was er toch altijd één waarin de mens zich in zijn innerlijke leven afgestemd wist op een groter heilig verband. Voorts behoorde tot de idee van de waarheid van het individu in zijn godsverhouding tegelijkertijd het diep doorvoelde besef van de eigen zondigheid en daarmee van de noodzaak tot een wedergeboorte in Christus door de genade Gods. Deze wedergeboorte was bovendien een gemeenschappelijke aangelegenheid van ‘broeders en zusters‘. Daarom werd juist de zelfzucht als bron van kwaad en van demonische excessen ervaren; een motief dat iemand als Shakespeare op weergaloze wijze voel- en zichtbaar heeft gemaakt.
 
Bron: Tijd van Onbehagen, Uitgeverij SUN, 2004, blz. 231

Tijd van Onbehagen [ books.google.nl ]

donderdag 25 maart 2010
de dood van God?
gelezen in Tijd van Onbehagen (2004) van Ad Verbrugge

Tijd van OnbehagenIk maakte het eerst kennis met Ad Verbrugge door een avondje Zomergast(en) in 2006. Verbrugge (Terneuzen, 1967) is een filosoof van mijn eigen generatie en stelt zich duidelijk pessimistischer op dan de voorgaande generatie, de babyboomers. Vorige week begon ik eindelijk aan Tijd van Onbehagen, een bundel filosofische esays over een cultuur op drift. Op de omslag staat het schilderij Erwartung (1935) van Richard Oelze afgebeeld. De onheilszwangere sfeer brengt Untergang des Abendlandes van cultuurpessimist Oswald Spengler in herinnering. Verbrugge is niet de enige die het interbellum (en zijn cultuurpessimisme) verbindt met onze tijd. Na de optimistische jaren vijftig en zestig waarin de babyboomers opgroeiden, volgden de moeilijke jaren zeventig en tachtig, waarin de generatie van Verbrugge tot bewustwording kwam. In de jaren negentig nam de welvaart weliswaar toe, maar tegelijkertijd werd de schaduwzijde steeds meer zichtbaar en in het nieuwe millennium moest ook de mondiale instabiliteit onder ogen gezien worden. Het maakbaarheidsideaal van de babyboomers kwam onder druk te staan.

Verbrugge sluit aan bij een groep denkers die zich communitaristen noemen. Deze leggen de nadruk eerder op het cement van de samenleving dan op de bouwstenen (het individu) en bekritiseren het individualisme dat in hun ogen sinds de jaren zestig te ver is doorgeslagen. Het gevolg is dat de boel uit elkaar dreigt te vallen. William Butler YeatsThings fall apart, the centre cannot hold” wordt regelmatig geciteerd en ook worden parallelen getrokken met de duistere tijd waarin het nationaal socialisme zich kon ontwikkelen en presenteren als dé oplossing om de boel bij elkaar te houden. Religie speelt een centrale rol als het gaat om datgene wat mensen bindt. Niet voor niets maakte het nationaal socialisme gebruik van het mythische en (quasi-)religieuze. En niet voor niets is de mensheid na de oorlog huiverig geworden voor religie, ideologie en Grote Verhalen en laat de post-moderne mens zich liever leiden door relativisme. De ‘veilige’ optie van het relativisme ondermijnt echter ook de gemeenschap. Het bindmiddel van gemeenschappelijke waarden spoelt weg wanneer waarheid vervangen wordt door ‘eigen waarheid’ (lees: mening). Wat overblijft zijn losse individuen. Daarom is de voornaamste zorg van het communitarisme het vaststellen en beschermen van gemeenschappelijke waarden die een samenleving bij elkaar houden.

In het voorlaatste en langste essay De dood van God? uit de bundel Tijd van Onbehagen geeft Verbrugge en filosofisch en historisch overzicht van de (westerse) Verlichting en het onvermijdelijke gevolg daarvan, wat we na Nietzsche de dood van God zijn gaan noemen. Verbrugge vervangt Nietzsches uitroepteken met een vraagteken. Want religie en God zijn weer helemaal terug. Hoe kan dat eigenlijk? Het geseculariseerde westen wordt geconfronteerd met miljoenen migranten voor wie Allah springlevend is. Hebben we hier enkel te maken met een botsing van beschavingen of is er méér aan de hand? Is er toch méér tussen hemel en aarde zoals ietsisten menen. Of heeft deze wereld een sterk westers beschavingsoffensief nodig, m.a.w. moet de islam door de Verlichting worden gejaagd? Verbrugge gelooft niet in de Verlichting zoals zijn collega’s Paul Cliteur en Herman Philipse en dat maakt hem voor mij een open filosoof, die de zwakke plekken van de (westerse) Verlichting onder ogen wil zien.

Ad VerbruggeVerbrugge groeide op in een gelovig protestants milieu in Terneuzen, waar hij ook de middelbare school doorliep en al vroeg in de weer was met vragen over het ontstaan van de wereld en de aard van de samenleving. Hij koos dan ook voor een studie filosofie, die hij volgde aan de Universiteit Leiden van 1985 tot 1991. In 1994 werd hij er benoemd tot universitair docent wijsgerige ethiek.
 
Vijf jaar later - na een inhoudelijk conflict met zijn promotor in Leiden - promoveerde hij aan de KU Leuven op een proefschrift over de omstreden Duitse filosoof Martin Heidegger. In Leiden werd hij in 2002 verkozen tot docent van het jaar. In zijn veelbesproken boek Tijd van Onbehagen (2004) ontleedt hij aan de hand van fenomenen als zinloos geweld en de vorming van Europa de geest van deze tijd, die zich in de ogen van Verbrugge kenmerkt door het ontbreken van gemeenschapszin en een gebrek aan bezieling. Verbrugge wil zich inzetten om de samenleving te veranderen. Dat levert hem naast veel bijval ook kritiek - vooral uit linkse hoek - op.
 
Bron: vpro.nl

Ad Verbrugge [ nl.wikipedia.org ]

zondag 10 januari 2010
de ware Paulus
afgelopen week in Trouw: Plato en Paulusvertaler Gerard Koolschijn en
hoogleraar Bijbel en Ned. cultuur Patrick Chatelion Counet over Paulus

de Apostel PaulusOver de Apostel Paulus bestaan ontzettend veel vooroordelen. Volgens de een is hij de stichter van het fundamentalistische christendom, volgens een ander is hij een vrouwenhater en homofoob. Volgens weer anderen een fanaat, ophitser, demagoog, drammer en zelfs Romeinse spion. Gelukkig verschijnen er ook telkens weer publicaties die onderzoeken hoe eerlijk deze oordelen eigenlijk zijn. Zo verscheen begin vorig jaar bij uitgever Ten Have Paulus - De fundering van het universalisme van Alain Badiou. Deze niet-christelijke filosoof verbergt zijn sympathie voor Paulus niet en noemt hem zelfs ’de geniale anti-filosoof’. De gelauwerde Platovertaler Gerard Koolschijn maakte onlangs een rauwe vertaling van Paulus’ Brief aan de Romeinen. Deze week las ik een interview met hem in Trouw over zijn vertaling, waarin hij gehakt maakt van de Apostel der heidenen.

„Plato en Paulus draaien de materiële wereld de rug toe. Beiden gaan daarbij hevig tekeer tegen seksuele begeerte in zijn homofiele variant. Wanneer Paulus de slechtheid van de mens beschrijft is het eerste wat hij noemt de mannelijke en vrouwelijke homofiele liefde. Die krijgt een hele alinea, terwijl doodslag in een rijtje hebzucht, twist, kwaadsprekerij staat. Paulus voert een innerlijke oorlog, zegt hij, waarbij de wet van het lichaam vecht tegen de wet van zijn God. Hij verwart die wet van het lichaam op een rare manier met de joodse wet. In elk geval wil hij van die wet loskomen. Zoals een vrouw vrij komt voor een andere man wanneer haar man sterft, zo wil Paulus vrij komen voor zijn verlossende vereniging met Jezus. Die moet hem bevrijden van alle aardse strijd en hem vrede en eeuwige glorie bezorgen.
 
Dát vind ik het ergste, die afwijzing van het enige leven dat we hebben, in dienst van een hersenschim. En als zijn fundamentalistische vrienden nu maar in hun binnenkamer bleven en alleen zichzelf voor de gek hielden. Maar wat een vernietiging en misvorming hebben ze op hun geweten!”
 
Gerard Koolschijn in Trouw, dinsdag 5 januari, De Verdieping, pagina 27

Twee dagen later publiceerde dezelfde krant een reactie van bijzonder hoogleraar Bijbel en Nederlandse cultuur Patrick Chatelion Counet over Koolschijn’s vertaling van de Romeinenbrief. Chatelion Counet verdiepte zich in de vooroordelen over Paulus en schreef er een boek over.

Hoe kan het dat uw visie op Paulus zo essentieel verschilt van die van Koolschijn?
„Over deze teksten ligt tweeduizend jaar interpretatie, beïnvloeding, en bevooroordeling. En zeker de calvinistische interpretatie neigt naar fundamentalisme. Een vertaler zou zich daar aan moeten proberen te ontworstelen. Dat doet Koolschijn niet. Hij keurt de interpretatie van Paulus af, waarmee zijn voorouders probeerden te leven. Maar hij ziet de revolutionaire Paulus, de bevrijder, volkomen over het hoofd. Hij leest hem areligieus, zonder mystiek en antirevolutionair. Het maakt hem tot een atheïstische calvinist. Nog een laatste voorbeeld. Het meest ergert Koolschijn zich aan Paulus’ zogenaamde eis tot „gehoorzaamheid aan een zelfbedachte instantie.” Die gehoorzaamheid kom je bij Paulus nauwelijks tegen. „Onderzoek alles, behoud het goede,” schrijft hij in zijn vroegste brief. En: „Alles is geoorloofd, maar niet alles is nuttig.” In die uitspraken kom ik een Paulus tegen die Koolschijn eigenlijk had willen zien.”
 
Patrick Chatelion Counet in Trouw, donderdag 7 januari, De Verdieping, pagina 27

Genie of Misgeboorte. Zeven vooroordelen over de Apostel Paulus
In zijn nieuwste boek presenteert Chatelion Counet zeven ‘Paulijnse paradoxen’. Is hij nu de volgeling van Jezus of de feitelijke stichter van het christendom? Is zijn schrijven fundamenteel joods of is hij een proto-antisemiet? Is het beroep dat velen op hem doen om homoseksualiteit en vrouwenemancipatie te veroordelen terecht? Is hij een manager of een mysticus, een rouwdouwer of een man van gebed? (Bron: rkkerk.nl)

Aan de Romeinen [vert. Gerard Koolschijn ] | Genie of Misgeboorte. Zeven vooroordelen over de Apostel Paulus

donderdag 7 januari 2010
terug naar het oerverhaal [ 3 ]
cultuurrelativisme en het einde van het Grote Verhaal

KMMA TervurenEen van de nieuwe wetenschappen die in de negentiende eeuw ontstond en die nauw verband hield met de Europese expansie, was de volkenkunde. In de twintigste eeuw vond er met de dekolonisering een omslag plaats in de volkenkunde, die tegenwoordig etnologie of culturele antropologie wordt genoemd. Men deed afstand van de etnocentrische visie en ging alle culturen als gelijkwaardig beschouwen. Dit betekende ook dat men alle religies in principe als gelijkwaardig ging zien. Het is niet onbelangrijk om te zien dat de veroordeling van het zgn. Europacentrisme een Westerse zélfveroordeling is.

beeld voor het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren, gebouwd in neo-rococo stijl tussen 1904 en 1910

De Sloveense filosoof Slavoj Žižek heeft aangetoond dat er achter het Westerse cultuurrelativisme nog altijd een superioriteitsgevoel schuilgaat. Volgens hem is het Westen er in geoefend om het authentieke van andere culturen te benadrukken terwijl het haar eigen identiteit onzichtbaar probeert te maken. Doordat het Westen in daarmee ‘identiteitloos’ wordt, kan het zich verbinden met ‘universele waarden’ die voor alle culturen zouden moeten gelden. En daarmee behoudt het Westen stiekem nog altijd haar superioriteitsgevoel.

( … ) Vroeger kon je als witte, heteroseksuele man niet eens spreken over je eigen “authentieke” cultuur en identiteit, want dan was je bij voorbaat al verdacht, dan was je al bijna een neofacist. Maar die zelfvernedering bleek ook een dekmantel. Juist doordat wij “identiteitloos” waren, konden wij namelijk spreken over universele waarden. Want omdat wij geen identiteit hadden, spraken we vanuit een neutrale positie. En precies dat was zo arrogant tegenover die mensen die we zogenaamd beschermen. “Toe maar, wees vooral jezelf", zeiden we - maar daarmee stellen wij de norm van wat “jezelf” is. Niet omdat we “westers” en dus superieur waren, want dat zou racistisch zijn, maar omdat we “neutraal” waren. Maar superieur bleven we… stiekem. Het is eigenlijk meta-racisme. Fascinerend, hoe deze hypocrisie mogelijk was: meta-racisme als kritiek op het racisme! ( … )
 
Bron: Slavoj Žižek in Filosofie Magazine

Wat heeft dit alles met oerverhalen te maken? Het betekent dat Europa met zijn cultuurrelativisme (én godsdienstrelativisme) het Grote Verhaal waarop de Westerse cultuur gebaseerd is (het Christendom) verloochent door dit verhaal te nivelleren aan de honderdduizenden oerverhalen die de Westerse cultureel antropologen en mythografen verzameld hebben. Het post-modernisme, dat je als de erfgenaam van de Europese Verlichting kunt zien, probeert een bescheiden maar neutrale positie in te nemen en verklaart hét Grote Verhaal taboe. Dat is een noviteit in de geschiedenis, want elke cultuur is altijd gefundeerd geweest op een oerverhaal over de oorsprong van de wereld en van de mens. Dit Grote Verhaal heeft een cultuur gevormd en het kloppend hart daarvan is de religie.

Het post-modernisme, dat je als
de erfgenaam van de Europese Verlichting kunt zien, probeert
een bescheiden maar neutrale
positie in te nemen en verklaart
het Grote Verhaal taboe.

In het Westen heeft de wetenschap de plaats van het Christendom ingenomen. Aan de ene kant is er winst: de Westerse mens is geen gelovige meer die door een religieuze autoriteit klein gehouden wordt, maar is geëmancipeerd tot een individu. Toch betaalt hij voor deze ‘vrijheid’ een hoge prijs: diep wantrouwen en een onvermogen tot overgave. Hij zou wel willen geloven, maar hij kan het niet (meer). Met het afschaffen van het Grote Verhaal valt het bezielend verband weg en moet ieder voor zichzelf maar ‘zijn’ of ‘haar waarheid’ zien te vinden. De geestelijke uitholling die het afschaffen van het Grote Verhaal veroorzaakt, drukt zwaar op de post-moderne mens.

Mircea EliadeDe van oorsprong Roemeense godsdienst-psycholoog Mircea Eliade wijst in Het heilige en het dagelijkse bestaan ook op deze verzakelijking van de wereld, een proces dat gepaard gaat met het verlies van bevredigende zingevende verhalen, ook al schept de wetenschap eigen oorsprongsverhalen, zoals het verhaal van de oerknal. Mythen worden door de moderne mens bestudeerd in plaats van gecelebreerd. Eliade noemde dit proces desacralisatie. Ook de Canadese filosoof Charles Taylor houdt zich diepgaand met de onttovering van de wereld bezig. Het is veelzeggend dat hij naast filosoof ook praktiserend katholiek is.

eerdere posts in deze reeks | Het heilige en het dagelijkse bestaan

dinsdag 5 januari 2010
terug naar het oerverhaal [ 2 ]
gelezen: het heilige en het profane (1957) van Mircea Eliade

Mircea EliadeOver godsdienstwetenschappers wordt wel eens gegrapt dat zij de enige wetenschappers zijn die niet in hun eigen bronnen geloven. Tijdens het lezen van het heilige en het profane van de godsdienst-historicus Mircea Eliade ontdekte ik hoe waar deze opmerking eigenlijk is. De van oorsprong Roemeense Eliade (1907-1986) was behalve godsdienst-historicus nog veel meer: yoga-kenner, religie-psycholoog, wijsgerig antropoloog en misschien ook wel socioloog. In het voorwoord bij de Nederlandse vertaling van Hans Andreus schrijft deze dat Mircea Eliade meer verwant is met de dichter dan met de wetenschapper. Maar het heilige en het profane is vooral een boek van iemand die de smaak van honing beschrijft. Terwijl je van een dichter verwacht dat hij ‘hoger honing’ bezingt.

Misschien is dit het tragische lot van de wetenschapper; beroepshalve moet hij aan de kant blijven staan en daardoor mist hij datgene wat hij bestuderen wil: de levende ervaring. Omdat de godsdienstwetenschapper afstand schept tussen zichzelf en het object van zijn studie, kan hij niet participeren als een gelovige. Hij beschrijft de godsdienst(en) niet van binnenuit maar van buitenaf. Daardoor spreekt hij ook een andere taal. De terminologie die Eliade gebruikt, is even wetenschappelijk precies als kil. Religieuze ervaringen worden gebundeld en gelabeld in verstandelijke categorieën als ‘antropokosmische homologatie’, ‘zijnsmodus’ of ‘hiërofanie’. De godsdienstwetenschap brengt net als de fenomenologie een rationalistisch monstrum voort. Beiden worden gedreven door een diep verlangen om door te dringen tot de essentie. ‘Zurück zu den Sachen selbst‘ zoals de grondlegger van de fenomenologie Edmund Husserl het verwoordde. Maar in plaats van terug te keren naar de naakte verschijnselen, schept de fenomenologie een eigen metataal, waardoor het brandpunt juist op de taal komt te liggen en niet op de verschijnselen zoals oorspronkelijk de bedoeling was.

Mircea EliadeNiet elke wetenschapper hoeft in deze valkuil terecht te komen. Zo ontmoette de Peruaanse student antropologie Carlos Castaneda in 1960 in de Yaqui sjamaan ‘Don Juan’ terwijl hij de riten van zijn stam als studieobject gekozen had. Het verhaal is bekend: Castaneda gaf zijn positie als wetenschapper op en gaf zich over aan de levende ervaring. In zijn boeken deed hij verslag van de lessen die hij van zijn leermeester Don Juan ontving. De reacties waren voorspelbaar: zijn oudere vakbroeders noemden hem een charlatan, omdat hij zijn wetenschappelijke positie had opgegeven. Maar daardoor was hij nu een ingewijde in plaats van een buitenstaander ‘Het object van zijn belangstelling’ had hem uitgenodigd de grens te overschrijden en zijn wetenschappelijke houding op te offeren.

Het heilige en het profane is een boek van een wetenschapper die geconcentreerd schrijft over ‘het object van zijn belangstelling.’ Eliade heeft het voortdurend over ‘de goden’ maar dat blijft voor hem een categorie, evenals ‘de mythische helden’. Hij plaatst zich daardoor op een ‘wetenschappelijke Olympus’ die boven alle godenbergen uitreikt. Maar de religieuze ervaring zélf is in die positie onbereikbaar. De paradox is dat hij de religieuze ervaring wél dichterbij brengt, zoals onmiddellijk uit de eerste alinea van zijn boek blijkt:

Voor de religieuze mens is de ruimte niet homogeen. Hij toont scheuren en breuken; er zijn ruimte-delen die kwalitatief verschillen van de andere. ‘Kom niet te dichtbij’ zei de Heer tot Mozes ‘doe uw schoenen van uw voeten want de plaats waarop gij staat, is heilige grond. (Exodus 3:5) Er is dus gewijde, en daarom ’sterke’ veelbetekenende ruimte, en er zijn andere ruimten, die niet-gewijd, en bijgevolg over ‘t geheel zonder ordening en samenhang amorf zijn. De religieuze mens ziet deze ruimtelijke in-homogeniteit in de ervaren tegenstelling tussen de gewijde ruimte - de enige die werkelijk is, die werkelijk bestaat - en al het overige, de vormloze uitgestrektheid daar omheen.
 
Bron: eerste alinea uit ‘het heilige en het profane’
De religieuze mens ziet deze ruimtelijke in-homogeniteit in de ervaren tegenstelling tussen de gewijde ruimte - de enige die werkelijk is, die werkelijk bestaat - en al het overige, de vormloze uitgestrektheid daar omheen

Mircea Eliade

The Sacred and the Profane [ books.google.nl ] | castaneda.com

zaterdag 2 januari 2010
terug naar het oerverhaal [ 1 ]
25 jaar terug in mijn geschiedenis:
Mircea Eliade, Carl Gustav Jung en Anselm Kiefer

Mircea EliadeMet het lezen van het heilige en het profane uit 1957 van de bekende godsdienstwetenschapper Mircea Eliade (1907-1986 ) reis ik voor mijn gevoel weer 25 jaar terug in de tijd. Ik was begin twintig en voelde mij geestelijk ontworteld, een onderhuidse wanhoop die met religieuze honger beantwoord werd. Tijdens mijn studie aan de kunstacademie voelde ik mij vrij om aan de hand van geesten als Carl Gustav Jung en Mircea Eliade een spirituele reis te maken langs allerlei geestelijke tradities. Ik beschouwde hen als mijn gidsen op deze spirituele ontdekkingstocht.

Begin jaren tachtig was in de schilderkunst de figuratie terug van weggeweest en waren ‘jonge Duitsers’ en ‘jonge Italianen’ in de mode. De heftige en expressionistische schilderijen van deze jonge wilden waren meestal rauw geschilderd en daarmee verwant aan de subculturen van punk, grunge en graffiti. De enige nieuwe wilden die mij interesseerden waren Anselm Kiefer en Francisco Clemente. Naar mijn gevoel gingen zij inhoudelijk dieper dan de rest, juist omdat ze citeerden uit het verleden, bij voorkeur uit mythische verhalen. In het aanboren van Germaanse en Hindoeistische tradities brachten zij de tijdloze sapstroom weer omhoog. In diezelfde tijd las ik voor het eerst Man and his symbols van Carl Gustav Jung en gebruikte ik de universele beeldtaal van de archetypen ook bewust in mijn eigen tekeningen en schilderijen. Ik was ervan overtuigd dat een kunstenaar zijn eigen mythe schept. Religie moest opnieuw worden uitgevonden om waarachtig te kunnen zijn. Geïnstitutionaliseerde religie, met ons eigen Christendom voorop, vond ik niet authentiek. De toekomst was aan de esoterische, mystieke en mythische tradities die ik in mijn adolescente maakbaarheidswaanzin dacht te kunnen samensmeden tot een hoogst persoonlijke re-ligio, een blauwdruk van mijn ziel.

priester kunstenaar, 1916
laatste deel van het gedicht priester kunstenaar van Theo van Doesburg

Ik vond overigens wel dat dit met de nodige zelfspot moest gebeuren. Een hoogdravend ‘God in het diepst van mijn gedachten’ kon immers tot gevaarlijke zelfverheffing leiden. Een gedicht als priester-kunstenaar dat Theo van Doesburg in 1916 voor de Utrechtse schilder-mysticus Janus de Winter had geschreven, vond ik aantrekkelijk en afstotend tegelijk. Van Doesburg was overigens niet de enige die zo bralde in die tijd, onder kunstenaars zwangerde het van de Nieuwe Mensch die in het heldere licht van het modernisme geestelijk herboren moest worden. Uiteraard bedoelde men daar in de eerste plaats zichzelf mee. Dat de mythe van ‘de nieuwe Mensch’ een vruchtbare voedingsbodem voor foute ideologieën kon zijn, werd pas achteraf goed duidelijk. Zowel fascisme als communisme misbruikten de mythe van de nieuwe mens en van de moderniteit. Waarschijnlijk was Dada, een beweging die bewust anti-kunst nastreefde, een van de weinige bewegingen uit die tijd, die niet gevoelig was voor dergelijke aanlokkelijke gedachten. Als nuloptie had het dadaïsme geen idealen en ambities en dus ook niets te verliezen.

Ernst werd door de dadaïsten doeltreffend afgebrand met spot. ‘Nihil, nihil, driewerf nihil!’. De traditionele opvatting dat kunst het goede, het ware en het schone in zich verenigt, werd belachelijk gemaakt. De pop-art en later ook de punkbeweging hebben de anti-kunst van de dadaïsten in de twintigste eeuw voortgezet. Ideologie, grote verhalen en niet in de laatste plaats waarheid, kwamen na de 1945 onder sterke verdenking te staan. De klassieker The Open Society and its Enemies van Karl Popper uit 1945 zou een enorme invloed krijgen op het geestelijk klimaat na de Tweede Wereldoorlog. Op de weerlegging van theorieën zou een grotere nadruk komen te liggen dan op de bevestiging van theorieën. Betwijfelen van waarheid werd positiever dan het onderstrepen van waarheid. Het geestelijk klimaat werd na de oercatastrofe van de twintigste eeuw (1914-1945) steeds anti-dogmatischer en keerde zich daarmee van ‘de grote Waarheid’ af. Waarheid werd iets relatiefs en net zoiets individueels als de eigen mening.

Verwerping van ideologie en waarheid leek een veiliger optie dan bevestiging daarvan. En naarmate de meerderheid zich bij deze opvatting ging aansluiten, werd het een alsmaar veiliger optie. Spot bleek bovendien een doeltreffend middel om stellige opvattingen genadeloos af te branden. De geest van Dada bleef jonge mensen inspireren tot het cultiveren van een strategische nuloptie. Elke verheffende gedachte moest blijvend worden afgebrand met een methodisch en categorisch nihilisme. In de tweede helft van de jaren zeventig werden flower power en oosterse wijsheden door de punk afgekrabd of met spuitbussen overgespoten. No future! In dat klimaat kwam ik met een van de eerste lichtingen uit de Generatie X in 1983 naar de kunstacademie, terwijl er een schrijnende en vooral deprimerende jeugdwerkloosheid heerste.

De Duitse schilder Anselm Kiefer (1945) stond op dat moment erg in de belangstelling. In zijn werk verwees hij bijna altijd naar de Duitse geschiedenis en met een reflectie op de mythische dimensie van de Duitse identiteit, liet hij zien dat na Dada en pop-art de oude verhalen nog springlevend waren. In navolging van zijn ‘goeroe’ Joseph Beuys keerde hij zich af van het kosmopolitische modernisme dat na 1945 vooral uit New York kwam. De naoorlogse abstracte schilderkunst en ook de popart hadden zich in hun ogen teveel los gemaakt van plaats en tijd. In de drang naar universele geldigheid die het modernisme eigen is, had de moderne kunst zichzelf steeds verder uitgehold en, om met Simon Schama te spreken, was de kunst in de jaren zestig ontaard in “eindeloze pirouettes rond het heiligste der heiligen: de voorstellingstheorie.”

Net als Joseph Beuys legde Anselm Kiefer juist de nadruk op de innerlijke gelaagdheid en de interpretatie van het kunstwerk. Die gelaagdheid was vaak heel concreet. Bij Beuys en Kiefer zien we geen gladde en gelikte oppervlakten, zoals bij heel veel kunst uit de jaren zestig, maar juist rauwe en natuurlijke structuren, vaak half weggekrabd om de structuren daaronder bloot te leggen. Terwijl Beuys in zijn werk vaak verwees naar sjamanistische tradities, zocht Kiefer het eigen door de nazi’s besmette Duitse verleden op en onderzocht hij in zijn werk Germaanse en nationalistische mythen.

Anselm Kiefer
Anselm Kiefer markischer Sand, 1980

Een Duitse schilder die zo schaamteloos weer de aandacht vestigde op de mythe zoals die van Blut en Boden, werd met argusogen bekeken.Vooral de Boden werd er in zijn werk soms dik bovenop gelegd, zelfs letterlijk, want Kiefer verwerkte modder en stro in de rauwe verflaag. Op de kunstacademie noemde ik dergelijke kunst die toen erg in was spottend ‘zureregenkunst’. (’Zure regen’ was tussen de Club van Rome en de Kyoto Conferentie een veel gebezigde term in de milieuproblematiek) Het woord paste precies bij het deprimerende klimaat van de eerste helft van de jaren tachtig. Maar dit als een persoonlijke herinnering even terzijde.

Wat bezielde Kiefer om in de linkse jaren van de Baader-Meinhoff Gruppe de ‘dark room’ van Duitse mythen op te te zoeken? Kiefer geloofde dat het gevaarlijk was de mythe compleet te negeren. Na 1945 was de Duitse geschiedenis die taboe geworden. Vanaf 1949 moest er met de Bundesrepublik een nieuw Duitsland komen, gezuiverd van mythen. Hij wilde met zijn werk aantonen dat deze zuivering ook risico’s met zich meedroeg. De Britse historicus Simon Schama ziet het zo:

Het was duidelijk dat Kiefer het niet eens was met de opvatting die opgang deed bij de empirische historici in de jaren zestig, dat het Dritte Reich een historische abberatie was die weinig of niets te maken had met de lange traditie van het Duitse militaristische autoritisme. Het zou natuurlijk goed uitkomen als de geweldadige mythen van Blut und Boden veilig geklasseerd konden worden als specifiek nazistisch, en het daarbij te laten. Maar Kiefer is een te consciëntieuze cultuurhistoricus om dat soort keurige klasseringen te dulden. Democratie, lijkt hij te zeggen, wendt haar gezicht af van deze mythen, en dat is gevaarlijk. Wie hun betovering wil verbreken, moet tot op zekere hoogte hun kracht van dichtbij begrijpen, misschien wel binnen besmettingsafstand.
 
Bron: Simon Schama, Landscape and Memory (1995), Ned. vertaling 2007, blz. 147
Innenraum, Anselm Kiefer
Anselm Kiefer Innenraum, 1980

Voor Kiefer was het veiliger om het gevaar op te zoeken ook al was er het risico om zelf besmet te raken. Gelukkig zag men in de kunstwereld dat dit wel meeviel. Het Stedelijk Museum kocht al heel snel zijn schilderij Innenraum aan, dat een desolate aanblik bood op het uitgemergelde interieur van die Neue Reichskanzlei in Berlijn. Toch was niet iedereen enthousiast over Kiefer’s thematiek. Je bezighouden met mythen, bleef voor hen spelen met vuur. Sommige kunstcritici zagen in hem zelfs een ‘pyromaan’.

Het hoeft geen betoog dat Kiefers onbetamelijke bereidheid met vuur te spelen hem de beschuldiging heeft opgeleverd dat hij de gretige pyromaan was. In Duitsland wordt hij nog steeds met onaangename argwaan bekeken, en een reizende tentoonstelling door de Verenigde Staten in 1988-89 werd niet met onverdeeld enthousiasme ontvangen. Arthur Danto verweet hem zelfs achterbaks te zijn, zich te wentelen in een soort zonderlinge Wagneriaanse cult, en reclame te maken voor de mystiek van Blut und Boden die hij juist beweerde af te keuren.
 
Ik ben ervan overtuigd dat Anselm Kiefer geen verkapte fascist is (of wat voor fascist dan ook). Maar ondanks alle prijzen die hij heeft gekregen in Jeruzalem en Tel Aviv, is het makkelijk te begrijpen waar de argwaan uit voortkomt. Want die heeft zich gehecht aan talloze kunstenaars en antropologen die op afstand hebben genomen van de scepsis van de Verlichting over de culturele kracht van mythe en magie, en die in de ingewikkelde symbolische detaillering meer hebben gezien dan een misleiding van de naïeven door de gewetenlozen. Het staat vast dat mythen verleidelijk zijn. Een angstaanjagend aantal mensen die hun leven hebben besteed aan het coderen, vertellen en uitleggen ervan, is zelf aangetast door hun betovering. De moderne carrieres van Mircea Eliade en Joseph Campbell zijn alarmerende waarschuwingen. Campbell, dankzij de televisie de bekendste mythograaf in Amerika, was, blijkt nu, niet alleen een kenner, maar ook een aanhanger van heroïsche archetypen, en had beslist weinig geduld met de dagelijkse pietluttigheden van de democratie. Eliade, ongetwijfeld de voornaamste interpretator van de mythe, blijkt bezwarend betrokken te zijn geweest bij de wrede autoritaire politiek in zijn geboorteland Roemenië. En achter hen strekt zich natuurlijk een lange rij aanhangers van archetypen uit, van Carl Gustav Jung tot Friedrich Nietzsche (…), die door hun betrokkenheid bij de mythe aangezet werden tot vijandigheid jegens het individualisme van de natuurlijke rechten, en de democratische politiek die dat beschermt.
 
Bron: Simon Schama, Landscape and Memory (1995), Ned. vertaling 2007, blz. 148
Het staat vast dat mythen verleidelijk zijn. Een angstaanjagend aantal mensen die hun leven hebben besteed aan het coderen, vertellen en uitleggen ervan, is zelf aangetast door hun betovering. De moderne carrieres van Mircea Eliade en Joseph Campbell zijn alarmerende waarschuwingen.

Simon Schama

Ook eerder genoemde Mircea Eliade en Carl Gustav Jung staan nog altijd onder sterke verdenking bij degenen die de mythe schuwen. Mythen zouden mythografen besmetten met een verlangen naar een sterke leider en een afkeer van pietluttig overleg en democratie. Relativisme is het aangewezen middel om krachtige ideëen, waarvan de mythen een voertuig zijn, af te zwakken. Maar relativisme kan zelf ook weer een absoluut karakter krijgen. De postmoderne waarheid dat dé Waarheid niet bestaat, maar dat ieder heeft zijn/haar eigen waarheid heeft, is mijns inziens een zeer gevaarlijke gedachte. Achter het doodverklaren van het Grote Verhaal zoals dat in het post-modernisme gebeurt, verbergt zich zelf ook weer een Groot Verhaal dat maar moeilijk gezien wil worden. Een volgende keer meer hierover.

maandag 23 november 2009
23 november 1654
De genadedag in het genadejaar van Blaise Pascal (1623-1662)
Blaise PascalBeroemd is Pascal’s gedachte over ‘het hart dat zijn redenen heeft, die de rede niet kent’ (of niet begrijpen kan). En daar bedoelde hij geen kritiek mee op het hart (dat het irrationeel zou zijn, gevoelsmatig zou reageren etc…) nee, daarmee uitte hij zijn verwondering – juist als verstandig mens – voor de verborgen en ongrijpbare logica die het hart heeft en waar het verstand – met alle respect – af moet blijven. Ze is fundamenteel voor het menselijk bestaan.
 
Zelf heeft hij die hartslogica proberen te leren. En één keer is hij door die ‘andere geest’ die daarbij hoort zo aangegrepen / in z’n nekvel gegrepen / dat het zijn leven veranderd heeft, bijgestuurd. Onvergetelijk. Nooit heeft hij er met iemand over gesproken. We zouden er ook niets van geweten hebben, als zijn huisknecht niet na zijn dood een bobbel in de voering van zijn jas was opgevallen. Hij tornde die open en vond een stukje perkament. In losse woorden, halve zinnen staat daar een poging op om in woorden vast te leggen, wat hij daar heeft meegemaakt.
 
‘Vuur! (met grote letters)
God van Abraham, God van Izaäk, God van Jakob,
niet van filosofen, niet van geleerden.
Zekerheid, zekerheid, gevoel, vreugde, vrede’.

 
Bron: dick.wursten.be
Feu. Dieu d’Abraham,
Dieu d’Isaac, Dieu de Jacob,
pas des philosophes
ni des savants

Blaise Pascal

On 23 November 1654, between 10:30 and 12:30 at night, Pascal had an intense religious vision and immediately recorded the experience in a brief note to himself which began: “Fire. God of Abraham, God of Isaac, God of Jacob, not of the philosophers and the scholars…” and concluded by quoting Psalm 119:16: “I will not forget thy word. Amen.” He seems to have carefully sewn this document into his coat and always transferred it when he changed clothes; a servant discovered it only by chance after his death.[17] This piece is now known as the Memorial. The story of the carriage accident as having led to the experience described in the Memorial is disputed by some scholars.[18] His belief and religious commitment revitalized, Pascal visited the older of two convents at Port-Royal for a two-week retreat in January 1655. For the next four years, he regularly travelled between Port-Royal and Paris. It was at this point immediately after his conversion when he began writing his first major literary work on religion, the Provincial Letters.
Bron: en.wikipedia.org

zaterdag 7 november 2009
God als mystery guest
het verschil tussen ietsisme en atheïsme
Schrijver Kluun in Filosofie Magazine

November is Maand van de Spiritualiteit en schrijver Kluun schreef in het kader daarvan het essay God is gek. In Filosofie Magazine reageert hij op een uitspraak van Nietzsche: “Het is de godsdienst die God verstikt heeft”. Atheïsme vindt hij dogmatisch, maar hij positioneert zichzelf niet expliciet als agnosticus. Wél heeft hij sympathie voor ietsisten, dat zijn mensen die geloven dat er meer is, alleen weten ze niet wat of wie die God-achtige macht dan is.

Deze zogenaamde ietsisten zouden intellectueel lui zijn: ze willen wel de geruststellende gedachte van een God, maar wijzen de sterke doctrine af. Onzin! Volgens mij denken ze juist eindelijk eens na. (…) Ze geven God dus de ruimte en verstikken Hem niet.

Wat mij opvalt is dat Kluun hier over “Hem” (God) spreekt en niet over “het"(goddelijke). Impliciet ziet hij God dus als Persoon, als Iemand. Geldt voor een relatie met God niet hetzelfde als voor een relatie met een mens? Wanneer je iemand wilt (leren) kennen, dan wil je toch weten hoe die persoon heet, waar die persoon woont en hoe je met die ander in contact kunt komen? Wanneer die Iemand nu God in hoogsteigen Persoon is, dan wil je toch weten hoe je een relatie met Hem kunt krijgen? Kun je God leren kennen door Hem volledig transcendent te houden? Kun je met Hem in contact komen, wanneer je Hem geen Naam wilt geven? Wij hebben zélf toch ook een naam waarmee anderen ons kunnen aanspreken en waarmee we gekend kunnen worden?

Super Nova
God als iets, bij voorkeur als energie
het beeld van een Super Nova als een van de laatste immananties vóór de volledige transcendentie en onbereikbaarheid van God

Welke waarde heeft het opzettelijk niet benoemen en het openlaten van “het God-achtige” door de ietsisten? Is het een deur waardoor God naar binnen kan komen? Of is dit “openlaten” juist een muur waarmee God, zoals Hij door ons gekend wil worden, wordt buitengesloten? Kun je een deur openhouden (of op een kier laten staan) voor iemand die per se onzichtbaar moet blijven? Ik denk het niet. Maar er is ook een andere houding die open maar gastvrij is: je erkent dat deze onzichtbare persoon al binnengekomen is en je behandelt Hem vervolgens als Mystery Guest: je wilt graag weten Wie Hij is.

Uit onderzoek blijkt dat maar 14 procent van de Nederlanders met zekerheid meent te weten dat er geen God of hogere macht bestaat. De rest, 86 procent, gelooft ergens in of weet het niet. Laat nou juist bijna alle zogenaamd weldenkende media-iconen - Jeroen Pauw, Paul Witteman, Theodor Holman, Max Pam, om er maar een paar te noemen - tot die 14 procent behoren. De atheïsten hebben het monopolie op weldenkendheid geclaimd. Dat is de dictatuur van het atheïsme.
 
Maar is het niet juist bijzonder dom om glashard te beweren dat God niet bestaat? Hoe weet jij dat zo zeker, terwijl geen enkele filosoof of wetenschapper dat durft te bevestigen? Door de mogelijkheid van een hogere macht niet open te houden, ben je minstens zo dogmatisch als de kerk. Bovendien, waarom maken die hedendaagse atheïsten zich zo druk? Waarom die zendingsdrang? Als ik niet van voetbal zou houden, zou ik er niet over schrijven.
 
Bron: Filosofie Magazine nummer 9 - 2009
De atheïsten hebben het monopolie op weldenkendheid geclaimd. Dat is de dictatuur
van het atheïsme.

Kluun in FM

filosofiemagazine.nl

woensdag 21 oktober 2009
doe de relitest
ik liet me verleiden door de relitest…

relitest logoNa de C-factor (hoe Calvinistisch ben ik?) komt dagblad Trouw nu met de R-factor: Hoe religieus ben ik? Doe de relitest! Ik liet me verleiden en verbaasde mij over sommige vragen en nog meer over de uitslag. Bepaalde antwoorden plaatst de computer in het vakje van een religie of levensbeschouwing. En zo beslist de computer dat mijn antwoorden voor 80% christelijk zijn maar voor 44% islamitisch, voor 20% joods, voor 10% hindoeïstisch, voor 10% boeddhistisch en voor 10% de nieuwe spiritualiteit vertegenwoordigen. Maar de beste manier om te testen hoe religieus je bent, gaat via het hart en daar weet de computer gelukkig niets van.

relitest uitslag

doe de relitest

donderdag 15 oktober 2009
de enen en nullen zijn onder ons
het digitale leven

De digitalisering van onze leefruimte zie ik als de eindfase van het seculariseringsproces dat sinds de Renaissance de Westerse cultuur (en daarmee de hele wereld) vooruit gestuwd heeft. Digitalisering is radicale onttovering. Middeleeuws bijgeloof is uitgebannen en in toenemende mate wordt ook het geloof zélf uit het openbare leven weggedrukt. In de publieke ruimte schijnt het koele en zakelijke licht van de Verlichting. Aangesloten op een wereldwijd netwerk van computers persen we triljoenen enen en nullen door de kabel om onszelf van informatie te voorzien.

digitaal leven als mysterium tremendum
doorbraak in cyber space

Met Google Maps overzien we bijna elke vierkante meter van de aardbol en zo hebben we de illusie van overzicht, beheersing en onafhankelijkheid steeds verder geperfectioneerd. Tegelijkertijd worden we steeds afhankelijker van datgene waarmee we ons leven calculeren, de computer. De boze geesten lijken verdreven, maar de enen en nullen zijn onder ons.

woensdag 14 oktober 2009
her-innering en re-ligio
Alberto Savinio over herinnering en religie in Valori Plastici 1921

Afgelopen week vond ik een tekst terug die ik 25 jaar geleden van mijn toenmalige kunstdocent Han Janselijn (1942-2005) gekregen heb. Het zijn fragmenten uit de primi saggi di filosofia delle arti van de schrijver en schilder Alberto Savinio die hij tussen 1918 en 1921 in het Italiaanse tijdschrift Valori Plastici publiceerde.

Savinio
citaat van Alberto Savinio in Valori Plastici III 1921, blz. 103-105
De herinnering is onze cultuur. Het is de geordende verzameling van onze gedachten. Niet alleen van onze eigen gedachten: het is ook de verzameling gedachten van alle mensen die ons in de geschiedenis voorafgegaan zijn. En aangezien de herinnering de geordende verzameling van onze gedachten en die van anderen is, is zij ook onze religie - religio. ( … )
 
De liefde tussen Zeus en Mnemosyne bracht negen kinderen voort, de muzen. Wanneer ze afdalen naar de aarde slaken zij een zucht van verlichting. Zo is de kunst dus geboren uit de vruchtbare schoot van de herinnering (Mnemosyne). Daarom ademt de kunst een soort nostalgie. Geen terugverlangen naar de hemel, maar naar de pracht die in den Beginne hier beneden bloeide: de onsterfelijkheid van de aarde. Daarom wordt alleen in de kunst de herinnering aan het oorspronkelijk goede geboren, leeft zij daar weer en wordt zij weer tot wonderbaarlijke zekerheid.
 
citaat uit primi saggi di filosofia delle arti van Alberto Savinio in Valori Plastici III 1921, blz. 103-105.
Giorgio di Chirico
Giorgio di Chirico Piazza d’Italia, 1913
Alberto Savinio was de broer van Di Chirico
Zo is de kunst geboren
uit de vruchtbare schoot
van de herinnering

Alberto Savinio

Kultur, Memoria und Mythos [ books.google.nl ] | Valori Plastici

donderdag 3 september 2009
eerlijk gesprek
Open Brief van PKN-leden over de dialoog tussen christenen en moslims
wil de verschillen benadrukken om de eigen identiteit te behouden

In de zomer van 2009 werd door een aantal bezorgde PKN-leden een open brief aan de Synode is gezonden inzake de dialoog met de islam. De brief werd op initiatief van Hebe Kohlbrugge opgesteld en is ondertekend door enkele tientallen leden van de kerk. Het schrijven is nadrukkelijk niet gericht aan de moslims, maar aan de kerk die zich op de dialoog met moslims bezint.

De weg van Jezus Christus
In het verlengde van dit Godsbegrip (de God van Israel) ligt de christelijke belijdenis, dat God zich heeft geopenbaard in de weg die Jezus gegaan is door leven, lijden en dood heen. Juist in de keuze van Jezus om zich met Gods liefde en waarheid kwetsbaar uit te leveren aan de mensen en krachten om hem heen, herkennen wij de radicale keuze van de Ene om de God van feilbare en kwetsbare mensen te zijn.
 
Juist in het kruislijden van Jezus, teken van zegenende weerloosheid, is Jezus voor ons de openbaring van Gods diepste wezen. Dat het voor islamitisch besef onbestaanbaar is dat de Almachtige zich weerloos maakt en dat de Ene de vloek op zich neemt, geeft aan hoe diametraal verschillend wij de grootheid van God zien. Waar het wordt uitgesloten dat Gods messias lijdt en sterft om het diepste lot van de mensheid te delen, verdampt de common ground van een gemeenschappelijk godsbesef.
 
Dat maakt het des te nodiger dat we intens met elkaar over God in gesprek zijn, maar laat dan helder zijn dat we niet ‘eigenlijk in hetzelfde geloven’, want dat is niet het geval.
 
Bron: woordenmetzielenzin.nl
dialoog
Mekka en Rome broederlijk voorgesteld
Tijdens een iftar-maaltijd kan het nog gezellig zijn, maar naarmate de dialoog vordert, wordt steeds meer een mijnenveld betreden
Dat het voor islamitisch besef onbestaanbaar is dat de Almachtige zich weerloos maakt en dat de Ene de vloek op zich neemt, geeft aan hoe diametraal verschillend wij de grootheid van God zien

A common word [ open brief van de moslims ]
De PKN en het gesprek met de Islam [ open brief van bezorgde PKN-leden ]

maandag 31 augustus 2009
spiritueel recreëren
spirituele plaatsen in Nederland ontdekken op de website van Trouw
kloosters
gastenkloosters in Nederland

bedevaartsplaatsen | spirituele activiteiten en bezinningscentra

maandag 6 juli 2009
de pijn van het worden
gelezen in Beweging: In de aap gelogeerd door Jan Hoogland
en Zonder Begin is er niets van Ad Prosman in Letter & Geest, Trouw

Charles DarwinHet Darwinjaar is inmiddels halverwege en iedere week verschijnen er wel publicaties over de betekenis van Darwin’s evolutietheorie voor onze tijd. Natuurlijk speelt daarbij (gelukkig!) nog altijd de vraag ‘Evolutie of Schepping?’ Aanhangers van ID (Intelligent Design) of theïstisch evolutionisme menen dat het én-én is. Terecht krijgen zij kritiek van zowel degenen die van de evolutietheorie uitgaan als van degenen die trouw willen blijven aan het Scheppingsverhaal.

Afgelopen weekend stond in Letter & Geest (Trouw) een waardevolle kritiek op ID van de theoloog en predikant Ad Prosman. Eerder las ik in Beweging, een uitgave van de Stichting voor Reformatorische Wijsbegeerte, een artikel van Jan Hoogland (’In de aap gelogeerd’) waarin hij het thema Schepping/evolutie als non-issue bestempelt. Beide auteurs gaan uit van het primaat van de liefdevolle Schepper die aan het begin en aan het einde staat. Jan Hoogland besluit zijn essay met het primaat van dit geloof, de keuze voor de Weg van Christus en de rijkdommen die het Scheppingsverhaal verbergt voor degenen die deze Weg willen gaan:

Volgens mij is de kern van het het christelijk geloof dat het een levenskeuze is: de keuze om een bepaalde weg te gaan. Bij het gaan van die weg behoren onvermijdelijk ook bepaalde noties of vooronderstellingen over de werkelijkheid. Die noties geven bijvoorbeeld antwoord op de vraag waarom het goed of belangrijk is om die weg te gaan en wat je ervan mag verwachten. In het geval van het christelijk geloof zijn bij het gaan van die weg tal van dat soort noties en vooronderstellingen van belang: dat het in het gaan van die weg gaat om de ander,de naaste; dat mensen vaak gericht zijn op zichzelf en de kracht van God nodig hebben om dat te doorbreken; dat zij door Christus verlost moeten worden van die gerichtheid op zichzelf; dat de navolging van Christus een weg is tot behoud; dat alleen het gaan van de weg achter Christus aan tot heil kan leiden.
 
Dat alles tezamen vormt de kern van het christelijk geloof. Het geloof is met andere woorden een levenskeuze om een weg te gaan in vertrouwen dat die weg ten goede leidt. Geloof is daarmee ook overgave aan de trouw en goede bedoelingen van God die je leven leidt. De Bijbel speelt voor het gaan van die weg een belangrijke rol als gids, een routebeschrijving, een handleiding, een bemoedigend woord. Om het die rol te laten spelen, zal de gelovige iedere keer weer voor de uitdaging gesteld worden om de betekenis van een bepaald gedeelte voor het eigen leven zichtbaar te krijgen. Dat lukt het beste wanneer hij daarbij niet gehinderd wordt door al te stellige opvattingen over wat die betekenis zou moeten zijn. Ook de eerste Bijbelhoofdstukken barsten van betekenis voor mensen die in navolging van Christus leven. Ook al hebben we geen flauw benul van de lengte van dagen die in deze hoofdstukken beschreven staan.
 
Bron: In de Aap gelogeerd? door Jan Hoogland in Beweging, zomer 2009

Ad Prosman kijkt in zijn artikel ‘Zonder begin is er niets’ (Trouw, zaterdag 4 juli) vooral naar de gevolgen van de evolutietheorie voor onze zingeving. Hij doet dat door te onderzoeken hoe één van de eerste en tegelijkertijd invloedrijkste Westerse filosofen het gedachtengoed van Darwin begon te verwerken. Zoals bekend verscheen Darwin’s ‘coming out’ (On the origin of Species) in 1859 en werd het direct gretig gelezen, niet alleen in Engeland, maar dankzij vertalingen ook in Frankrijk en Duitsland. Overigens is de eerste Duitse vertaling van de paleontoloog en zoöloog Heinrich Georg Bronn die al in 1860 verscheen geen betrouwbare gebleken. Bronn had bijvoorbeeld ‘bevoorrechte soorten’ consequent vertaald met ‘perfecte rassen’ en dat zegt genoeg. In 1867 verscheen tenslotte een verbeterde Duitse vertaling van de entomoloog en zoöloog Julius Victor Carus die daarna de Duitse standaardvertaling werd.

Friedrich NietzscheProsman meldt niet welke vertaling Nietzsche gelezen heeft, want over deze filosoof gaat het, maar wél dat hij in de jaren zestig van de negentiende eeuw de opkomst het darwinisme meemaakte tijdens zijn studie in Basel en dat hij er zeer door geschokt was. Je zou Nietzsche’s filosofie zelfs als een radicale geestelijke uitwerking van Darwin’s biologische evolutietheorie kunnen zien: het einde van de teleologische visie op de geschiedenis en ‘het begin’ van de grote nivellering die Nietzsche die ewige Wiederkehr deze Gleichen noemt en die nog altijd prima in staat is de bodem onder ons bestaan weg te slaan zodat we vervolgens in een zwart gat wegzinken. Het gaat hier om het nihilisme, dat in bedekte of onbedekte vorm altijd deprimerend is. Daar helpt geen lieve welvaart aan. Integendeel, we zijn welvarender dan ooit en slikken met z’n allen meer anti-depressiva dan ooit tevoren. Een wereld waaronder de bodem is weggeslagen, verzinkt in een depressie. Dat is wat Nietzsche voorzag. Als gewoon mens kon hij die gedachte niet (ver)dragen, dus ontwikkelde hij een filosofie om dat wél te kunnen. Door zijn concept van de Übermensch als ‘kroon op een doelloos (lees: zinloos) universum’ te gaan léven, wilde hij de zinloosheid kunnen trotseren.

Nietzsches Denkweg. Theologie - Darwinismus - NihilismusDe Duitse filosofe Edith Düsing schreef een dik boek over Nietzsche en de evolutietheorie, Nietzsches Denkweg. Theologie - Darwinismus - Nihilismus Daarin schrijft ze dat Nietzsche niet zozeer geschokt was door het evolutionaire feit dat de mens van het dier afstamt, maar juist wél over het feit dat de natuur ‘blind’ (zinloos en wreed) is. Düsing spreekt zelf van fysiocratie in plaats van theocratie. Niet God regeert, maar de natuur (het recht van de sterkste). Ook spreekt ze van ‘een vreselijke verdrijving’ van de mens uit zijn geborgenheid in God.

Vroeger probeerde men het gevoel van heerlijkheid van de mens te bereiken door op zijn goddelijke afkomst te wijzen: dit is inmiddels een verboden weg geworden, want aan de ingang ervan staat de aap, en ander gruwelijk gedierte, en laat vol begrip zijn tanden zien als om te zeggen: niet verder in deze richting!
 
Bron: Friedrich Nietzsche in Morgenrot

Nog steeds wordt niet voldoende beseft, wát het aannemen van de evolutietheorie (en wie doet dat eigenlijk niet, al dan niet in combinatie met het christelijk geloof?) precies betekent. Nietzsche was zich er pijnlijk van bewust.

Evolutie wil niet méér zeggen dan dat alles komt en vergaat, dat alles in beweging is en dat alles zich ontwikkelt. Maar er is geen doel. Alles ontwikkelt zich volgens de wetten van de natuur en tegelijk is alles toeval.

Zonder begin is er niets
Ad Prosman

De Darwin-shock opende Nietzsche de ogen voor het feit dat het Darwinisme niet alleen ingrijpende gevolgen had voor de wetenschap, maar voor alle sectoren van het leven. Evolutie wil niet méér zeggen dan dat alles komt en vergaat, dat alles in beweging is en dat alles zich ontwikkelt. Maar er is geen doel. Alles ontwikkelt zich volgens de wetten van de natuur en tegelijk is alles toeval. We hebben te maken met de woeste stroom van het worden (Heraclitus). De natuur wordt niet meer geleid, niet meer in toom gehouden., Voor Nietzsche werd het steeds duidelijker dat als God de natuur niet leidt, de mens dit zal moeten doen. De mens moet voorkomen dat het blinde toeval zal regeren. Om die reden ontwikkelde hij zijn gedachten over de Uebermensch.
 
Anders dan voor Nietzsche bestaat voor de christen de pijn van het worden uit het feit dat het de opheffing is van de geschiedenis. Het worden slaat een bodem daaronder vandaan. Want het begin van het worden is niet meer te achterhalen en er is evenmin een doel, omdat er geen midden is van waaruit oorsprong en doel bepaald kunnen worden. Dat gevoel van ontworteling is het ergste dat een mens kan overkomen en dat wordt niet goedgemaakt door bijna stiekem nog een plaatsje voor God te willen inruimen.
 
Bron: trouw.nl
Anders dan voor Nietzsche bestaat voor de christen de pijn van het worden uit het feit dat het de opheffing is van de geschiedenis. Het worden slaat een bodem daaronder vandaan .( … )
Dat gevoel van ontworteling is het ergste dat een mens kan overkomen en dat wordt niet goedgemaakt door bijna stiekem nog een plaatsje voor God te willen inruimen.

Zonder begin is er niets
Ad Prosman

bewegingonline.nl | zonder begin is er niets [ trouw.nl ]

zondag 7 juni 2009
Pinksteren 2009
vandaag viert de Orthodoxe Kerk haar geboortefeest
Alain Badiou over Paulus: universalisme vs. differentie-denken

Vorig weekend schreef Willem jan Otten in Letter & Geest (Trouw) ter gelegenheid van (Westers) Pinksteren over de drie woorden van het Christendom : ‘Christus is verrezen’. Hij besprak o.a. het boek van de Franse filosoof en romancier Alain Badiou, Paulus -De fundering van het universalisme. Dit boekje is in een Nederlandse vertaling bij Ten Have in de Agora-reeks verschenen.

 

Pinksteren

Paulus -De fundering van het universalisme
Badious interesse in het universalisme is (…) geen religieuze. In de eerste plaats vindt hij in dit universalisme een alternatief voor het ‘differentie-denken’ dat decennialang bij Franse wijsgerige tijdgenoten zoals Deleuze en Derrida de boventoon heeft gevoerd. Dit denken benadrukt het belang van particularisme en differentie. Voor Badiou daarentegen zijn verschillen en particulariteiten het allergewoonste wat er is, zoals hij in het boekje De ethiek provocerend opmerkt. Alleen dat wat deze verschillen overstijgt en doorkruist en zo iedereen gelijkelijk aangaat vormt een uitzondering op dit doodgewone en verdient daarom met recht de kwalificatie ‘événement’.
Bron: bespreking Alain Badiou [ 8weekly.nl ]

Niet zozeer de gedachte, maar de trouw daaraan is zijn onderwerp. En hij maakt gaandeweg duidelijk dat deze trouw van Paulus
een vrij mens maakt.

Willem Jan Otten over Badiou

PaulusBadiou noemt Paulus bij herhaling, en met diepe sympathie, ’de geniale anti-filosoof’. Hij rekent af met iedereen die in Paulus een religieuze dwingeland of een alle vooruitgang blokkerende godsdienstfanaat ziet, speciaal met Nietzsche. Het boek heeft een postmodernistische agenda. Badiou wil iets zeggen over ’waarheid’. Die kan volgens hem nooit een kwestie van weten en kennis zijn, ook niet van herinneren, maar van al verkondigend trouw blijven aan een beseffende gebeurtenis, een ’evenement’.
 
Trouw blijven aan iets wat in je opkomt, en tegen alles ingaat wat je voorheen wist, en niet beredeneerd of gelegitimeerd kan worden – dat fascineert Badiou. Niet zozeer de gedachte, maar de trouw daaraan is zijn onderwerp. En hij maakt gaandeweg duidelijk dat deze trouw van Paulus een vrij mens maakt. Iemand die, om zijn eigen woorden (in de Galatenbrief) te spreken, „in de vrijheid stond waarin Christus u gelaten heeft”.
 
Badiou gaat neuriënd en schouderophalend voorbij aan de discussie waaraan moderne geloofscolumnisten en filmers verslaafd zijn: kan Jezus heus bestaan hebben? Was hij bezig met het stichten van een religie? Hij was Jood, kan hij zich dan Zoon van God genoemd hebben? Kan hij uit de dood zijn opgestaan?
 
Badiou gelooft niet, ook niet in ’Christus is verrezen’, en toch laat hij zijn hele betoog draaien om Paulus’ trouw aan deze woorden. En ik vraag me af of er een hedendaagse theoloog is die me dichter bij de mateloze betekenis van deze woorden zou kunnen brengen dan Badiou heeft gedaan.Volgens Badiou beweert Paulus met de drie woorden niets anders dan dat Christus in hem, Paulus, is verrezen.
 
Bron: de drie woorden van het Christendom [ trouw.nl ]
zondag 10 mei 2009
hier sta ik en ik kan niet anders
gezien met Michaela op DVD: Luther (2003)

Luther DVDIn onze beeldvorming over historische personen worden we vaak gemanipuleerd door geconstrueerde mythen. Maarten Luther (1483-1546) is een van de meest invloedrijke personen uit de geschiedenis en zijn mythe is het verhaal van één man die de macht van de Kerk brak, die wees op onze persoonlijke relatie met God en die Europa voor bijna 150 jaar in rep en roer zette. Voor de post-christelijke eenentwintigste eeuwer is de mythe van Luther vooral het verhaal geworden van het individu dat met succes in opstand komt tegen de autoriteit. Waar Erasmus diplomatiek bleef, stelde Luther zich compromisloos op tegenover de kerk van Rome.

De film Luther uit 2003 probeert weer eens het ware verhaal te vertellen. Omdat het Amerikaanse Thrivent Financial for Lutherans deze film voor een belangrijk deel gefinancieerd heeft, weten we bij voorbaat dat we een ingekleurd beeld te zien krijgen. Luther is een biopic over de grote kerkhervormer gezien door de ogen van zijn eenentwintigste eeuwse erfgenamen. Toch lijkt de film objectief omdat de gangbare visie verkondigd wordt: de katholieke kerk is een corrupt machtsinstituut geworden dat de massa uitbuit en arm houdt. Het individu, vertegenwoordigd door Luther, komt daar terecht tegen in opstand. Deze schijn van objectiviteit is er omdat Luther 500 jaar later de wereld aan zijn kant gekregen heeft. Dat was 90 jaar geleden en 400 jaar na de Rijksdag in Worms (1521) nog wel anders. Katholieken en protestanten leefden toen nog in twee werelden. Zo kun je in het katholieke Beknopte Handboek der Kerkgeschiedenis uit 1924 bijvoorbeeld lezen:

De onevenwichtigheid van zijn zielenleven openbaarde zich ook in zijn zelfverheffing en eigenwijsheid, waardoor hij zich boven allen plaatste in zijn hevig opbruisende toorn

Beknopt Handboek der Kerkgeschiedenis
( W. Nolet, 1924 )

95 stellingenIn feite is deze uitspraak een demonisering van Luther’s persoon, aangezien zelfverheffing en oplaaiende woede de eigenschappen van Lucifer zijn. In de film zien we uiteraard een compleet ander beeld. Luther ontsteekt in zijn monnikscel soms wel in toorn, maar deze woede is een heilige verontwaardiging tegenover de verleidingen van de duivel. Luther’s ware gezicht is dat van de devote monnik, die weet dat hij alleen in de nederigheid zijn God kan vinden. Joseph Fiennes speelt de rol van Luther met grote onschuldige ‘hier sta ik en ik kan niet anders’ ogen. Hij is intens verdrietig maar ook furieus wanneer hij ziet dat de boeren voor het gewelddadige verzet kiezen. Kortom, Luther heeft alles wat een charismatische strijder tegen het onrecht eigen is. Net als Mahatma Gandhi, Martin Luther (!) King en Nelson Mandela is hij boven alles een vredestichter. Of Luther in werkelijkheid was zoals hij in deze film wordt neergezet, valt te betwijfelen. Wel wordt duidelijk hoe groot en corrupt de macht van Rome vijfhonderd jaar geleden was. De verwerpelijke aflatenhandel als het duidelijkste voorbeeld van dat machtsmisbruik, werd toen gelukkig openlijk bestreden vanuit het moedige geweten van één Augustijner monnik. Met alle gevolgen vandien…

luther.de/nl | de 95 stellingen

dinsdag 7 april 2009
een ernstig spel
Tableau Mort, de vrienden van Job - Galerie Wit, Wageningen
lezing door Aldwin Kroeze over de relatie tussen kunst en religie

de vrienden van Job - tableau mortIn de sympathieke galerie Wit in een rustige wijk op de Wageningse Berg was zondagmiddag de opening van Tableau Mort, een kleine tentoonstelling van de vrienden van Job een bescheiden kunstenaarsinitiatief dat in 2001 is gestart door drie kunstenaars met de focus op de relatie tussen kunst en religie. Inmiddels wordt Vrienden van Job gevormd door het duo Wout Herfkens en Rinke Nijburg. Speciaal voor deze tentoonstelling maakten zij samen een serie gipsen tegels met daarop afbeeldingen van insecten in gemengde techniek: getekend, geschilderd en ingekrast.

De Utrechtse kunsthistoricus Aldwin Kroeze hield een lezing waarin hij Tableau Mort plaatste in de traditie van de moderne kunst en dat weer in relatie met religie en levensbeschouwing. Kunst en religie zijn zoals we weten wezenlijk met elkaar verbonden. Tot de Renaissance is in het Westen bijna alle kunst gewijde (lees: christelijke) kunst die gericht is op ‘het sacrale’. (lees: God en de heiligen) Tijdens de Renaissance bloeit de profane kunst sterk op. Omdat de kunsthistorische altijd de geestelijke ontwikkeling volgt, komt onder invloed van het humanisme de mens in zijn kunst steeds meer in het middelpunt te staan. Daarmee verandert uiteraard de positie van de kunstenaar. Deze wordt steeds meer zélf de schepper, terwijl dé Schepper steeds meer een projectie van de kunstenaar wordt.

Aan het einde van de negentiende eeuw ontstaat in het Westen voor het eerst een expliciet religieuze kunst die zich heeft losgemaakt van de geïnstitutionaliseerde christelijke religie, het symbolisme. Deze kunst is zwanger van symbolen, is mysterieus en bezwerend tegelijk. De christelijke iconografie wordt door de symbolisten veel vrijer geïnterpreteerd dan in de christelijke traditie gebruikelijk is. Men neemt de vrijheid om de christelijke iconografie te vermengen met symbolen uit de alchemie en andere occulte stromingen en voegt daar zelfs nog oosterse elementen aan toe. Het symbolisme is een amalgaam van religieuze tradities en iconografie, eigenlijk een voorbode van wat nu als New Age ingeburgerd is geraakt. Het draait niet langer om een voorgekauwde, maar om een persoonlijke relatie met (en interpretatie van) het sublieme.

Het symbolisme duurt ongeveer van 1890 tot 1910 en maakt tenslotte deel uit van een waaier van ismen die je onder de noemer van het modernisme kunt samenbrengen. In het modernisme speelt het spirituele aanvankelijk een grote rol. Maar door de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog keert de zoektocht naar het hogere zich om tot de cynische antikunst van het dadaïsme. De invloed van Dada op de moderne kunst is moeilijk te overschatten. Deze anti-kunst maakt definitief een eind aan de hoogvliegerij van het symbolisme. Ook al is de spot van de dadaïsten meestal bijtend, ze laten wel zien dat we relativerende humor nodig hebben om ons weerbaar te maken tegen agressief fundamentalisme. Toch zullen de suprametisten, neo-plasticisten en constructivisten hun socialistische utopieën vol vuur blijven verkondigen. Ondanks het protest van de dadaïsten wordt de eerste helft van de twintigste eeuw beheerst door totalitaire bewegingen en de verschrikkelijke gevolgen daarvan.

de vrienden van Job - tableau mort
Tableau Mort
alle beelden © de vrienden van Job © galerie wit

Voor de postmoderne mens wordt het relativisme een soort van overlevingsstrategie. Grote Verhalen kunnen alleen nog met groot wantrouwen benaderd worden. Uiteraard spelen nog andere factoren mee in het ontstaan van het postmodernisme. De globalisering en daarmee het relativerende contact met niet-Westerse culturen heeft al sinds de negentiende eeuw een enorme invloed op de geestelijke en kunsthistorische ontwikkeling in het Westen. Cultureel-antropologen als Claude Lévi-Strauss zouden aan het begin staan van wat we nu structuralisme noemen, de visie dat elke visie (dus ook kunst en religie) cultuurbepaald is. Zo voedt het structuralisme weer het postmodernisme in de overtuiging dat er geen absolute waarheid bestaat. Zoals elke cultuur zijn eigen waardensysteem kent, zo heeft elk individu ook een hoogst persoonlijke set van waarden en normen. De waarheid bestaat niet; ieder heeft zijn/haar eigen waarheid. Dat is ‘de waarheid’ van het relativisme. Deze overtuiging moet natuurlijk tot een crisis leiden. Want als iedereen ‘heel bescheiden’ de eigen waarheid als het allerheiligste beschouwt, heb je de totale anarchie in huis.

Het postmodernisme probeert deze crisis op te lossen door alles als een spel te zien. Op het moment dat je je eigen spel met de waarheid laat domineren boven het spel van de ander, weet je dat je de speelruimte van de ander niet mag inperken. Deze postmoderne modus vivendi lijkt op die van het liberalisme waarin je behoort te weten dat de eigen vrijheid begrensd wordt door de vrijheid van de ander. De postmoderne en liberale vrijheid vormen een relatieve, uiterlijke vrijheid. Deze wordt begrensd door de ander. Meestal is dit ook de vrijheid en speelruimte voor de postmoderne kunstenaar. Zelf geloof ik dat er nog een andere vrijheid bestaat, die innerlijk door God gegeven is. Maar dat is een geloof en dat wordt tegenwoordig niet meer als een collectieve, maar als een individuele aangelegenheid opgevat. Religie wordt door de liberale en postmoderne vrijheidsopvatting steeds meer uit het publieke domein teruggedrongen naar de plaats waar het volgens deze opvatting behoort te zijn: in het privédomein. Daar blijft het achter de eigen voordeur en kan het de speelruimte van anderen niet inperken. In het publieke domein heerst een ‘neutrale’ wetgeving.

de vrienden van Job - tableau mortDe kunstenaar speelt het spel met betekenissen en (her)schept de werkelijkheid telkens. Hij/zij heeft de vrijheid om overal beeldelementen vandaan te halen en deze in een context te plaatsen die voor de kunstenaar intrigerend, verrassend, spannend of prikkelend is en wat hij de anderen graag wil laten zien. Postmodernisme maakt ons ervan bewust dat de werkelijkheid een constructie is, een patchwork van betekenissen. De collage (de cut ‘n paste methode) is daarom een goed middel om het spel te spelen. De kunstenaar die zich op een postmoderne wijze met religie bezighoudt, kan naar hartelust knippen en plakken. Hij gebruikt fragmenten uit allerlei soorten religieuze verhalen en tradities om daarmee een eigen verhaal te maken.

Grote Verhalen leveren voor de postmoderne kunstenaar de grondstof. In feite worden ze niet meer als Groot Verhaal gerespecteerd, maar als een van de vele grote of minder grote verhalen. De geïnstitutionaliseerde religies worden steeds vaker met syncretisme geconfronteerd. De Waarheid is uitgewaaierd in myriaden van waarheden en wij zijn het zelf die daaruit onze eigen waarheid kunnen construeren. De postmoderne kunstenaar die zich laat inspireren door religie is bezig met ‘deconstructie van religieuze narratieve structuren’ en plaatst deze in een nieuwe context. Het is een analytische benadering, naar analogie van de ontleding van beeldelementen zoals deze in het kunstonderwijs sinds het Bauhaus gebruikelijk is. Je kunt je alleen ernstig afvragen of je zo’n analytische benadering ook op religie kunt loslaten. Want elk iconografisch detail is ingebed in een rijke context en traditie en in wezen niet los verkrijgbaar. Het postmodernisme bestaat nu zo’n veertig jaar terwijl de grote religieuze tradities duizenden jaren oude lévende tradities zijn.

Om bij de insecten van Tableau Mort aan te sluiten een kleine anekdote. Toen Maria Sybilla Merian in het begin van de achttiende eeuw in Suriname haar tekeningen maakte voor Metamorphopsis Insectorum Surinamensium (1705), werd ze daarbij geholpen door de plaatselijke bevolking. Tegen betaling bracht deze haar telkens nieuwe insecten. Toen het op een gegeven moment lastiger werd om nieuwe soorten te vinden, bedacht een van hen een list. Hij trok twee insecten uit elkaar en schoof het bovenlijf van de een op het onderlijf van de ander. Maria Sybilla Merian merkte het niet op, gaf de vinder zijn beloning en maakte braaf een gravure van deze nieuwe schepping. Wanneer ze levende insecten had getekend, had ze de list doorzien. Maar voor haar tekeningen stonden tableau morts met opgeprikte insecten model, zodat de echte exemplaren en het cut ‘n paste exemplaar door hun dode staat op één lijn kwamen te staan. De dood is bedrieglijk.

Zo zou je je het misschien ook mogen zien met religieuze tradities. Wanneer de religie niet leeft, dat wil zeggen, van binnenuit beleefd wordt, is het innerlijke leven van de religie moeilijk te ervaren. Zelfs wanneer je geïntrigeerd wordt door details uit een religieuze iconografie, kan dat bij een uiterlijke fascinatie blijven. Wanneer je deze combineert met elementen uit een andere religieuze traditie ontstaat een nieuw beeld met een eigen poëzie, dat nieuwe betekenissen oproept. Een van de postmoderne kunstenaars die speelt met iconografische tradities in zijn werk, is de neo-expressionist Francesco Clemente (1952). In 1982 maakte hij op zijn eigen wijze veertien kruiswegstaties terwijl hij daarbij enthousiast leende uit de hindoeïstische iconografie. ‘Zodra er een traditie lijkt te ontstaan, doe ik alsof deze er niet is’ heeft hij eens gezegd. Hij is dus typisch een voorbeeld van een postmoderne kunstenaar die ‘nergens’ wil uitkomen, die bewust aan de buitenkant wil blijven, bij het beeld. De buitenkant wordt tot binnenkant gemaakt, het poëtische beeld tot onuitsprekelijke inhoud.

Wanneer je leeft met en vanuit een bepaalde religieuze traditie, dan doet dit syncretisme pijn omdat je voelt dat levende religies in stukjes worden gehakt en daarna weer worden gemonteerd, terwijl de oorspronkelijke levende inhoud niet meer terugkeert. In plaats daarvan is er een beeld gekomen dat voor veel mensen misschien heel intrigerend is en daardoor zelfs levend lijkt, maar voor de gelovige is afgehakt van de stam.

de vrienden van Job - tableau mortHet postmodernisme maakt ons leven tot een spel (met betekenissen/zingeving). Maar spelen met het leven blijft natuurlijk iets anders dan spelen met de bal. Wanneer we spelen met zingeving en religie, spelen we met de grote dingen van het leven en dus ook met de dood. Het is daarom een ernstig spel, al zijn ironie en humor onontbeerlijk om het spel te verlichten. Echt ironisch kan het spel nooit worden. Toch kan postmoderne kunst gemakkelijk verlamd raken door teveel ironie. Een postmoderne kunstenaar die het spel speelt met louter ironie, lijkt op een voetballer die voortdurend speelt op balbezit, de anderen met schijnbewegingen steeds op het verkeerde zet, maar zelf de bal op een gegeven moment ook niet meer kan zien. Des te mooier is het om te kijken naar postmoderne kunst die met gepaste ernst ‘gespeeld’ wordt. De vrienden van Job, Wout Herfkens en Rinke Nijburg laten op overtuigende wijze zien dat hun spel ernst is, zonder dat hun spel zwaar is geworden. Integendeel, Tableau Mort is een tentoonstelling die je ademloos kunt bekijken, als een Erik of een kleine Johannes op blote voeten. Geen grote schilderijen, maar tegels die net iets kleiner zijn dan een A-4′tje, gepresenteerd in een lichte witte ruimte. Tableau Mort is nog te zien tot 3 mei in galerie Wit.

Noi tutti siamo asiliati, viventi entro la cornici di uno strano quadro. Chi sa questo, viva da grande. Gli altri sono insetti.

Leonardo da Vinci

Hindoeïsme en roomskatholicisme hebben gemeen dat ze ons een godenwereld voorstellen die caleidoscopisch rijk geschakeerd is. Hoe meer goden hoe groter de vreugde. Het is ook wat de apostel Paulus opmerkt wanneer hij ergens rond het jaar 50 de Akropolis in Athene beklimt en ziet dat er een oneindig aantal altaren is opgericht voor een oneindige rij goden. Voor het gemak hebben de Atheners ook een altaar opgericht voor die ene onbekende god. Men was bang een god te vergeten die uit ongenoegen zijn gramschap over de mensen uit zou storten. Paulus komt die ene god prediken die men niet kent en die ook nog eens de enige blijkt te zijn.
 
Misschien is het waar dat er maar een god is. Maar wanneer die ene zich nu eens vermomt en zich in iedere omgeving anders voordoet opdat wij hem of haar kunnen herkennen? Wanneer de grote monotheïstisch godsdiensten menen dat er slechts een enkele god is hebben zij gelijk, maar wanneer anderen menen dat er velen zijn hebben zij niet minder gelijk. De behoefte om zoveel mogelijk goden voor ons aangezicht te plaatsen is niet anders dan de behoefte geen andere goden dan die ene god voor ons aangezicht te hebben. Maar zijn het dan wel zoveel goden of is het er maar één? Of is het er geen?
 
uit: Tableau Mort - een kleine insectengids

Tableau Mort [galeriewit.nl]

maandag 9 februari 2009
manager van zijn eigen levensloop
gelezen in Letter & Geest [ Trouw ] van afgelopen weekend:
Het dictaat van de zelfverbetering van Frits de Lange
Wie de lat te hoog legt
voor zichzelf,
gaat er gemakkelijk
aan onderdoor

Loesje

NietzscheVorige week schreef ik hier iets over het verband tussen individualisme en depressie in het kader van het communitarisme van de Canadese filosoof Charles Taylor. Depressie lijkt volksziekte nummer één aan het worden. Frits de Lange schrijft in Het dictaat van de zelfverbetering (afgelopen weekend in Trouw ) dat er in 2006 ruim één miljoen Nederlanders anti-depressiva gebruikten, ruim 6% van de bevolking. Tussen 1993 en 1998 nam het aantal depresssieve stoornissen toe met 63% en het aantal recepten voor antidepressiva met 278%. Tussen 1999 en 2006 is het gebruik van anti-depressiva nog eens verdubbeld. In zijn essay probeert hij een verklaring te vinden voor deze depressiegolf. Daarin verwijst hij enkele malen naar het boek De depressie-epidemie van Trudy Dehue (zie kader onder) en naar Nietzsche :

Nietzsche riep de twintigste-eeuwer op om na de dood van God het heft van zijn bestaan in eigen hand te nemen. ’De dood van God’ stond bij hem voor de afrekening met de illusie van een morele wereldorde, waarin de zin van ons leven zou zijn voorgegeven. De zin van het leven is niet een zaak van ontdekken, maar van scheppen. Rondom het lege midden van het Niets moeten we ons heroïsch een robuuste identiteit construeren. Maar het moderne ik blijkt in werkelijkheid weinig om het lijf te hebben. Het is een kaartenhuis boven de afgrond.
 
Bron: trouw.nl
Rondom het lege midden van het Niets moeten we ons heroïsch een robuuste identiteit construeren.

Frits de Lange
het dictaat van de zelfverbetering

Het feit dat ieder zelf verantwoordelijk is om zichzelf tot iemand te maken die in de ogen van anderen en van zichzelf iets voorstelt, is misschien wel de depressogene factor bij uitstek. Elk individu wordt vandaag geacht zijn eigen onderneming te zijn, de manager van zijn eigen levensloop. Initiatiefrijk, energiek, gemotiveerd, flexibel, stressbestendig, communicatief, risico nemend – het zijn niet meer de ideale eigenschappen om in het midden- en kleinbedrijf te slagen, maar de minimale voorwaarden voor iedereen om het te redden in het leven. Het cultuurideaal van het maakbare individu schept een nieuwe tweedeling tussen winners en losers. De losers zijn zij die bezwijken onder de pressie zichzelf te worden. Zij vormen het groeiende leger dat noodgedwongen een beroep doet op de geestelijke gezondheidszorg. De GGZ als de schaduweconomie van de performancecultuur.
 
Bron: trouw.nl
Self-enhancement is
de categorische imperatief
van het soevereine individu.
Hij moet onophoudelijk
’aan zichzelf werken’.

Frits de Lange
het dictaat van de zelfverbetering

De Lange wijst aan het slot van zijn essay twee wegen aan die uit de depressie kunnen voeren: 1. onszelf verliezen in de ander en 2. zelfacceptatie. Als ethicus verplicht hij zich binnen een humanistisch kader en reikt ook een oplossing aan die binnen onszelf ligt. Dat is mijns inziens een zwak punt. Bij de eerste weg uit de depressie wijst hij naar datgene wat van buiten op ons afkomt, in het bijzonder degene die wijzelf niet zijn, kortom de ander, als mogelijke oplossing. Want “iets of iemand anders moet ons toch uit de baan om die zwarte zon kunnen stoten?” De doorbraak uit het ik naar de ander wordt door hem terecht als een weg uit de depressie aangewezen. Maar wanneer deze ander nooit de Ander wordt, blijven we binnen de horizon van het menselijke . Je breekt misschien wel uit de eigen gevangenis, maar tenslotte kom je bij een andere mens in zijn cel, misschien wel iemand die aan een nog ernstigere depressie lijdt, of gaat lijden. Van de regen in de drup. De ‘dood van God’ stond bij Nietzsche voor ‘de afrekening met de illusie van een morele wereldorde’ schrijft De Lange. Hier ligt een kans om de Ander binnen te laten, niet als ‘de illusie van een morele wereldorde bij Nietzsche‘, maar als de Weg, de Waarheid en het Leven. Maar dat is waarschijnlijk te dwingend geformuleerd voor de heroïsche identiteit.

De depressie-epidemieDe depressie-epidemie
Trudy Dehue bespreekt de geschiedenis van neerslachtigheid. Ze bestudeert de claims van de biopsychiatrie, analyseert de commercialisering van het psychiatrisch onderzoek en de inhoud van de anti-depressivareclames. Ze betoogt dat gangbare verklaringen voor de toename van depressie niet houdbaar of niet volledig zijn. De depressie-epidemie belicht het proces waarin het ideaal van de maakbare samenleving werd ingeruild voor dat van het maakbare individu. Benadrukten we voorheen omstandigheden als oorzaak van ellende, tegenwoordig gaat de aandacht naar het individuele brein. Daarbij werden we zelf verantwoordelijk voor wat ons vroeger gewoon overkwam. Want nu succes een keuze is geworden, geldt dat voor mislukking evenzeer. ( Bron: augustus.nl )

download het eerste hoofdstuk [ PDF ]

Het dictaat van de zelfverbetering [ trouw.nl ]

maandag 12 januari 2009
gelukkig, het is maar een test!
test je c-factor: hoe calvinistisch ben ik?

Johannes CalvijnHet Calvijnjaar is losgebarsten en dagblad Trouw besteedt daar uitgebreid aandacht aan. Afgelopen weekend verscheen in het katern Letter & Geest een essay van Lodewijk Dros waarin hij de zwalkende betekenis van het begrip ‘calvinistisch’ onderzoekt: Van geuzennaam tot scheldwoord. Ook stond afgelopen zaterdag in Trouw een rede van premier Balkenende afgedrukt: Dit land dankt zo veel aan Calvijn Op het internet heeft Trouw op haar website een speciaal hoekje voor het Calvijnjaar ingericht, waarin je jezelf kunt testen op de c-factor. Hoe calvinistisch ben je? Je hoort wel eens beweren dat alle Nederlanders calvinistische trekjes hebben, of ze nu protestant, katholiek of humanist zijn. Zelf heb ik de leerstelligheden van Calvijn achter mij gelaten en ben tot het oosters (orthodox) christendom toegetreden. Maar de test weegt mij nog altijd voor 67% calvinistisch en in het geloof zelfs 80%. Gelukkig, het is maar een test! Morgen wordt de test officieel gelanceerd door minister Rouvoet en we mogen nu alvast raden welke percentage híj scoort.

uitslag

enkele vragen uit de test

Eens of oneens?
» Voor elk dilemma bestaat uiteindelijk maar één juiste oplossing.
» Het maken van uitzonderingen op de regels, verzwakt de regels.
» Ik vind de ander belangrijker dan mijzelf.

uitslag

trouw.nl/achtergrond/Specials/calvijn

zondag 11 januari 2009
ha fijn! Calvijn!
morgen verschijnt een eenmalige glossy over Johannes Calvijn

Johannes Calvijn (1509-2009) op dik hoogglanzend kwaliteitspapier? De reformator had er vast en zeker voor bedankt. Glossy’s vormen een vast bestanddeel van de kermis van ijdelheden die in een hedonistische maatschappij als de onze op volle toeren draait. Calvijn was en is nog altijd criticaster gebleven van genotszoekerij en daarom is deze glossy meer in de geest van onze tijd dan in de geest van Calvijn, het sobere en archaïsche portret op de cover even daargelaten. Ik ga het nummer wel kopen en hoop achter de glanzende omslag naast overvloed ook wat van het onbehagen te proeven. Calvijn heeft wat dat betreft zijn herdenkingsjaar goed gepland, nu we met z’n allen de economische recessie intuimelen.

Calvijn glossyDe persen draaien. Het gaat gebeuren. Op d.v. 12 januari 2009 verschijnt Calvijn! Een eenmalige glossy over de staat van het Nederlands calvinisme heden ten dage. Het is een wonderlijke combinatie gebleken; glossy en calvinisme. Het heeft Calvijn! een geheel eigen inhoud en uiterlijk gegeven. Al een jaar geleden verraste Michaël Zeeman met een opzienbarend artikel in de Volkskrant over de plaats van het calvinisme in Nederland. Hij diept zijn gedachten hierover in deze glossy verder uit in gesprek met James Kennedy. Met zangeres Wende Snijders spraken we over het woord en de kracht van woorden, want woorden staan bij calvinisten hoog in het vaandel. Freek de Jonge schreef speciaal voor deze glossy zijn eigen geloofsbelijdenis. Fred van Lieburg maakte een calvinistische canon. In een straatmodereportage laten we zien wat calvinisten zoal dragen. En wat te denken van de Staphorstdocumentaires, ook hiervan een verslag. We gingen op onderzoek uit bij de ‘Underground Calvinists’. We zapten door de Institutie (Calvijns standaardwerk). Keken door de blik van een calvinist naar een urbane omgeving. John Exalto legt uit waarom calvinisten Calvijn niet hoeven te lezen. En Herman Pleij waarom Nederland in het geheel niet calvinistisch is. Obama schijnt trouwens geen moslim maar calvinist te zijn. En wat dies meer zij. Zoals bijvoorbeeld Agnes Amelink in gesprek met Antoine Bodar. Een interview met de nieuwe directeur van het Nationaal Historisch Museum, Valentijn Byvanck. Maxima. Calvijn op Zuid, het curriculum van Calvijn, Calvijn op de sofa, een citaat van Calvijn. En ‘Oudvaders revisited’; ‘Calvijn is só 2009′.
 
Bron: calvijnglossy

Op 10 juli dit jaar is het 500 jaar geleden dat de reformator Johannes Calvijn geboren werd. Calvijn heeft een fundamentele bijdrage geleverd aan de Europese ontwikkelingen op het gebied van kerk en theologie, maar ook op de terreinen van cultuur, wetenschap en politiek. Wereldwijd wordt het blijvende belang van zijn denken erkend. Daarom wordt dit jaar in alle werelddelen uitvoerig bij Calvijns leven en werken stilgestaan. Van China tot Mexico en van Libanon tot Nigeria worden allerlei activiteiten ontwikkeld om dit jubileum zowel wetenschappelijk als populair vorm te geven. Calvijns betekenis voor de Nederlandse kerk en cultuur is onomstreden groot. Vanzelfsprekend wordt daarom ook in ons land aan dit jubileum ruime aandacht geschonken.

Bron: 500jaarcalvijn.nl

calvijn.org | 500jaarcalvijn.nl | calvijnglossy

donderdag 25 december 2008
rijmbijbel
Rijmbijbel van Jacob van Maerlant in Museum Meermanno-Westreenianum
en online in het Geheugen van Nederland t/m 11 januari 2009
verluchtiging in de RijmbijbelVan 11 oktober t/m 11 januari aanstaande zijn unieke miniatuurschilderingen uit de Rijmbijbel van Jacob van Maerlant van dichtbij te zien. Doordat de Rijmbijbel voor restauratie uit elkaar genomen is heeft de bezoeker voor het eerst de gelegenheid om twintig afzonderlijke pagina’s met evenzoveel miniaturen in detail te bekijken. Daarnaast zijn miniaturen uit andere prachtige Maerlant-handschriften te bewonderen die zeer zelden te zien zijn, en o.a. in Berlijn, Brussel en Brugge worden bewaard.
 
Jacob van Maerlant - een Vlaamse dichter die aanvankelijk ridderromans schreef - voltooide de Rijmbijbel in 1271. In dit boek zette hij de bijbelse verhalen op rijm waarbij hij als eerste de volkstaal gebruikte. Hierdoor werd de bijbel voor veel meer mensen toegankelijk dan tot dan toe het geval was: meestal werden boeken in het Latijn geschreven.
 
Bron: meermanno.nl

De Rijmbijbel (1271)

De Vlaamse dichter Jacob van Maerlant (ca. 1230- ca. 1295) voltooide in 1271 een omvangrijk werk, dat nu als de Rijmbijbel bekend staat, maar dat hij zelf de Scolastica noemde. Het is een bijbelse geschiedenis van bijna 35000 Middelnederlandse versregels, gebaseerd op Petrus Comestors Historia scholastica en Flavius Josephus De bello judaico. Maerlants werk is de eerste vertaling van de bijbelse geschiedenis en ‘Joodse oorlog’ in het Nederlands. Van de Rijmbijbel zijn verschillende handschriften bewaard. Het exemplaar van het Museum Meermanno-Westreenianum in Den Haag (10 B 21) werd in 1332 te Utrecht voltooid. Het is geschreven op perkament, in een gotisch boekschrift. De tekst is verlucht met talrijke gehistorieerde initialen en 65 miniaturen – werk van de schilder Michiel van der Borch.

meermanno.nl | geheugenvannederland.nl

zaterdag 1 november 2008
donderpreek
Op dinsdag 21 oktober hield Herman Vuijsje de tweede Bergrede :
‘Het christendom als morele ruimte: een donderpreek’

In de weekendbijlage Letter & Geest van Trouw las ik vanmorgen de tweede Bergrede die Herman Vuijsje onlangs uitsprak in de Bergkerk in Amersfoort. De atheïst Vuijsje pleit voor de moraliserende, dus moedige vorm van christelijk geloof in plaats van de vage en vrijblijvende variant, die in Nederland tot mainstream is geworden. Het is opmerkelijk dat juist een atheïst op dit zgn. ‘ietsisme’ onder christenen wijst. Al eerder sprak een van Nederlands bekendste atheïsten Paul Cliteur zijn relatieve sympathie uit voor de orthodoxen onder de christenen, omdat zij anders dan de ietsisten duidelijk voor hun geloof gaan staan en van het christendom geen wereldvormige (lees: de wereld paaiende) variant kneden. De buitenstaander heeft enerzijds misschien een scherpere blik voor de strategie achter de rekkelijke positie van de ietsist en oordeelt die vage houding als lafheid. Anderzijds is het vanaf de zijlijn natuurlijk ook niet zo moeilijk om dat oordeel te vellen.

Het ietsisme hoort bij gedachtensystemen als het postmodernisme en het waardenrelativisme, met slogans als ’Je weet zelf het beste wat goed voor je is’. Zekerheden maken plaats voor vragen.
’s Levens gang wordt ervaren
als een zoektocht; de waarde
ligt niet in het vinden,
maar in het zoeken zelf.

uit: de tweede Bergrede

Talloze Nederlanders, volgens sommige onderzoekers al een meerderheid, onder wie ook veel kerkleden, geloven niet meer in de God van de bijbelse openbaring, maar wel in een onbenoembaar ’iets’. Dit ’ietsisme’, zoals het door de huidige minister Plasterk is gedoopt, kent geen vaste dimensies of begrenzingen, maar is vloeiend en individueel van karakter. In ietsistische voorstellingen verliezen alle drie de genoemde dimensies aan kracht en betekenis.
 
Zo kent het ietsisme geen lineaire route naar een betere wereld. Ietsisten koesteren geen eenduidige geloofsopvatting, opgebouwd rond de gedachte dat de mensheid een moreel project te vervullen heeft, maar eerder een cyclisch tijdsbesef en wereldbeeld. Niet de mensheid of de schepping moet naar volmaaktheid groeien; in plaats daarvan wordt een vaag idee van persoonlijke groei en zelfontplooiing gehuldigd. De levensweg is een Werdegang, waarbij start en finish niet meer zo van belang zijn. Ook de vraag of de te volgen weg breed is of smal, houdt ietsisten niet bijzonder bezig. Als het zo uitkomt spelen ze leentjebuur bij oosterse godsdiensten: zingeving wordt gezocht in het onderweg zijn zelf.
(…)
Het ietsistisch wereld- en hiernamaalsbeeld kent geen verticale ordening van hoog naar laag en van goed naar kwaad. Eerder zou je kunnen spreken van een beeld dat horizontaal gesegmenteerd is, verdeeld in een serie alternatieve ruimtes die zich op hetzelfde niveau bevinden en moreel evenwaardig zijn. Het ietsisme hoort bij gedachtensystemen als het postmodernisme en het waardenrelativisme, met slogans als ’Je weet zelf het beste wat goed voor je is’. Zekerheden maken plaats voor vragen. ’s Levens gang wordt ervaren als een zoektocht; de waarde ligt niet in het vinden, maar in het zoeken zelf.
 
Bron: trouw.nl
De grote kerkgenootschappen (…) houden zich – beducht voor het verwijt van moralisme en bemoeizucht en uit angst dat nog meer klanten de benen zullen nemen – ver van de alledaagse moraliteit.

uit: de tweede Bergrede

Herman VuijsjeIn 2007 publiceerde Herman Vuijsje zijn nieuwste boek ‘Tot hier heeft de Heer ons geholpen, over godsbeelden en goed gedrag’. Dit was het vervolg op ‘Pelgrim zonder God’ (1989), het verslag van een ‘omgekeerde’ pelgrimage van Santiago de Compostela naar zijn woonplaats Amsterdam. Verder schreef hij onder meer over het proces tegen Mohammed B. en portretteerde hij verstandelijk gehandicapten. Vuijsje schrijft op regelmatige basis voor dagbladen als NRC Handelsblad en Trouw.

De Bergrede van Vuijsje zal ook worden gepubliceerd in boekvorm. Naast de Bergrede zullen in dit boek ook enkele kunstwerken worden afgedrukt. Er zullen tekeningen worden geplaatst van kunstenaar Rinke Nijburg die hij speciaal hiervoor heeft gemaakt. Het zijn tekeningen gemaakt met potlood, houtskool en pastel op papier.

hermanvuijsje.nl

woensdag 8 oktober 2008
Russische schilders [ 9 ]
gekocht: tentoonstellingscatalogus Kunst en Religie in Rusland
door J. Petrova, F.-W. Kaiser & I. Wierda

Kunst Religie in RuslandTentoonstellingscatalogi zijn duur. Gelukkig heb ik een methode gevonden om een catalogus van een tentoonstelling toch voor weinig geld aan te schaffen. Je hebt er wel jaren geduld voor nodig. Bladerend door de ramsjkrant kwam ik laatst de catalogus Kunst en Religie in Rusland tegen die verscheen bij een tentoonstelling die ik zes jaar geleden in het Haags Gemeentemuseum zag. Het nadeel is natuurlijk het lange wachten. Maar er zijn wél twee voordelen: een catalogus voor weinig geld en op afstand nog eens nagenieten van de tentoonstelling. Een van de hoogtepunten was voor mij in 2002 een enorm schilderij van Henryk Siemiradzki. De catalogus, uitgegeven door Waanders, kostte oorspronkelijk € 22,50 en nu € 7,90.

Kunst Religie in Rusland laat de grote rol zien die de christelijk religie heeft gespeeld in de Russische kunst: van de iconen tot de 19de eeuwse salonschilderijen en van de avantgarde tot aan de schilderijen ten tijde van het sociaal realisme. Ook de kunst vanaf de Perestroika pakt de religieuze thematiek weer op. In samenwerking met het Russisch Staatsmuseum in St. Petersburg - die in het bezit is van de grootste verzameling Russische kunst - heeft het Gemeentemuseum een groots overzicht over dit onderwerp samengesteld. Dat de oorsprong van kunst in religie en mythes ligt wordt vandaag de dag graag vergeten. Zelfs pioniers van de abstracte kunst zoals Mondriaan, Malewitsj en Kandinsky werden hierdoor geïnspireerd. Vaak zochten kunstenaars hun spirituele inspiratie in buiten-Europese culturen of in de Theosofie. De Russische kunst werd als geen andere bepaald door het mysterie van het orthodoxe christendom - er loopt een lijn vanaf de Ikonen via de avant-garde begin 20ste eeuw tot aan de kunst van vandaag. Een selectie van een zestigtal werken laat de continuïteit van de christelijke spiritualiteit in 500 jaar Russische kunst. De expositie pretendeert echter geen volledig overzicht te geven van de Russische kunstgeschiedenis. Het is een selectieve keuze met betrekking tot een christelijke of daarmee verwante beeldtaal.
 
Bron: gemeentemuseum.nl

miniboekje van tentoonstelling ( 21.09.02 t/m 05.01.03 ) | meer Russische schilders

zondag 3 augustus 2008
Delftse Bijbel 1477
het eerste gedrukte boek in de Nederlandse taal is digitaal online
Genesis 1 in de Delftse Bijbel
Genesis 1 in de Delftse Bijbel
nu voor iedereen toegankelijk

bijbelsdigitaal.nl

zondag 29 juni 2008
eersttronende apostelen
vandaag werd volgens de Westerse kalender het feest van Petrus en Paulus gevierd en paus Benedictus XVI hield in Rome een homilie
Seit ältesten Zeiten feiert die Kirche von Rom das Fest der großen Apostel Petrus und Paulus als ein einziges Fest, am selben Tag, dem 29. Juni. Durch ihr Martyrium in Rom sind sie zu Brüdern geworden, zusammen die Gründer des neuen christlichen Rom. Als solche besingt sie der auf Paulinus von Aquileja (+ 806) zurückgehende Hymnus der zweiten Vesper: „O Roma felix - glückliches Rom, purpurgeschmückt durch das kostbare Blut so großer Fürsten. Du ragst hinaus über alle Schönheit der Welt, nicht durch dein eigenes Lob, sondern durch das Verdienst der Heiligen, die du mit blutigem Schwert getötet hast". Das Blut der Märtyrer schreit nicht nach Rache, sondern es versöhnt. Es steht nicht als Anklage da, sondern als „goldenes Licht", wie der Hymnus der ersten Vesper sagt: als Kraft der Liebe, die den Haß und die Gewalt überwindet und so eine neue Stadt, neue Gemeinschaft gründet. Durch ihr Martyrium gehören sie nun – Petrus und Paulus – zu Rom: Durch das Martyrium ist auch Petrus zum römischen Bürger für immer geworden. Durch das Martyrium, durch ihren Glauben und ihre Liebe zeigen sie, wo die wahre Hoffnung ist, und sind Gründer einer neuen Art von Stadt, die immer neu sich bilden muß inmitten der alten menschlichen Stadt, die von den Gegengewichten der Sünde und der Eigensucht der Menschen bedroht bleibt.
Durch ihr Martyrium gehören Petrus und Paulus für immer zueinander.
Petrus en Paulus icoon
de broederlijke omhelzing van de apostelen Petrus en Paulus is niet alleen de icoon van de naastenliefde maar ook van de oecumene
Ein Lieblingsbild der christlichen Ikonographie ist die Umarmung der beiden Apostel auf dem Weg zum Martyrium. Wir dürfen sagen: Ihr Martyrium selbst ist im tiefsten der Vorgang einer brüderlichen Umarmung. Sie sterben für den einen Christus und sind eins in dem gemeinsamen Zeugnis, für das sie ihr Leben hingeben. In den Schriften des Neuen Testaments können wir aber gleichsam die Geschichte ihrer Umarmung, dieses Einswerden in Zeugnis und Auftrag verfolgen. Es beginnt damit, daß Paulus drei Jahre nach seiner Bekehrung nach Jerusalem geht, „um Kephas kennenzulernen” (Gal 1, 18). Vierzehn Jahre danach steigt er noch einmal nach Jerusalem hinauf, um den „Angesehenen” das Evangelium vorzulegen, wie er es verkündigt, „damit ich nicht ins Leere laufe oder gelaufen bin” (Gal 2, 1f). Diese Begegnung endet damit, daß ihm Jakobus, Kephas und Johannes die Hand reichen und so die Communio bekräftigen, die sie im einen Evangelium Jesu Christi verbindet (Gal 2, 9). Ich finde es als ein schönes Zeichen dieser wachsenden inneren Umarmung, die in aller Verschiedenheit der Temperamente und der Aufträge vor sich geht, daß die Mitarbeiter, die Petrus am Ende seines ersten Briefes erwähnt, ebenso enge Mitarbeiter des heiligen Paulus sind: Silvanus und Markus. In der Gemeinsamkeit der Mitarbeiter wird die Gemeinsamkeit der einen Kirche, die Umarmung der großen Apostel ganz konkret sichtbar.
 
lees verder op vatican.va

tropaar toon 4
Gij, Eersttronenden der Apostelen,
en Leraren der wereld,
bidt tot de Meester van het heelal
om aan de wereld vrede te schenken,
en aan onze zielen de grote genade.

Parochie van de Eersttronende Aposelen Petrus en Paulus in Deventer

donderdag 19 juni 2008
a heavenly craft
houtsnedes in 15e en 16e eeuwse boeken
online expositie op de website van the Library of Congress
A Heavenly Craft: The Woodcut in Early Printed Books is a Library of Congress exhibition that presents for the first time all the woodcut-illustrated books purchased by Lessing J. Rosenwald at the Dyson Perrins sale, now part of the legendary Rosenwald Collection at the Library of Congress. These books were printed within the first century after Gutenberg mastered the art of printing with moveable type.
 
Bron: loc.gov/exhibits/heavenlycraft
heavenlycraft
Cardinal Juan de Torquemada’s Meditations on the life of Christ,
a cornerstone of Italian book illustration, is thought to be the first Italian book illustrated with a series of woodcut images. The first edition was printed in Rome in 1467 by the German printer Ulrich Han. The copy displayed here is the fourth edition, printed Stephan Plannck, Han’s apprentice who took over the business after his death. The designs of the thirty-three woodcuts, though considered rough by some early critics, are distinguished by their spaciousness, clarity, and economy of line, all important characteristics of the Italian woodcut before 1490.
heavenlycraft
De meditaties van kardinaal Juan de Torquemada’s over het leven van Christus, het eerste Italiaanse boek met houtsneden, 1484
These woodcuts of Adam and Eve in the Garden and The Annunciation are simply constructed, gracefully executed, and eminently accessible to the viewer. A sensuousness in the lines that define Adam’s torso and the fine turn of Eve’s ankle suggests a developed sense of artistic possibility. This emphasis on the physical form demonstrates a new artistic awareness that was developing in Italian woodcut design during the early Renaissance.
 
Bron: loc.gov

loc.gov/exhibits/heavenlycraft

maandag 16 juni 2008
erfgenaam van een lege hemel
Zaterdagavond overleed Kees Fens (1929 - 2008)
vanavond in het Uur van de Wolf op Nederland 2 om 23.50
De hemel en voorstelling
van de hemel zijn in scherven
naar beneden gekomen.
Het geheel is er niet meer.
Kees FensKees Fens (1929) is een alom geacht en bewonderd literair criticus en essayist. Decennialang waren zijn literatuurrecensies in De Volkskrant toonaangevend voor boekliefhebbers. In 1977 verscheen zijn laatste recensie, maar nog steeds schrijft hij wekelijks eigenzinnige, scherpe en liefdevolle stukken over muziek, geloof, architectuur en beeldende kunst. Fens is emiritus hoogleraar in de moderne letterkunde en ontving in 1990 de P.C. Hooftprijs voor zijn gehele oeuvre. Muziek, literatuur, geloofsbelijdenis en architectuur zijn pijlers onder het werk en het leven van Kees Fens. De film van Hans Keller is daar getuige van. De film is een proeve van archeologie in het bestaan en de ziel van Kees Fens. ‘De hemel en voorstelling van de hemel zijn in scherven naar beneden gekomen.’ Het geheel is er niet meer. (Regie: Hans Keller)
 
Bron: nederland2.nl

Postuum: Kees Fens. Een geboren bewonderaar [ Volkskrant ]

maandag 9 juni 2008
thuis
gelezen in Letter & Geest (Trouw) van het afgelopen weekend
Die kerk hoort bij mij door Kees Fens
“In de afgelopen vijftig jaar heeft het christendom in West-Europa zijn centrale rol verloren. Door die ontwikkeling is de gedaante van onze cultuur veranderd. De westerse cultuur is haar tweeduizend jaar oude perspectief kwijtgeraakt, een perspectief dat als bindmiddel diende. Het wezen van godsdienst is dat het mensen bij elkaar brengt en bij elkaar houdt. Geloof kun je alleen maar in gemeenschap ondergaan. Het is geen privézaak. De eerste christenen waren ervan overtuigd dat Christus snel zou terugkomen op aarde. Dat is niet gebeurd en het zal ook niet meer gebeuren.”
“Het wezen van godsdienst is dat het mensen bij elkaar brengt en bij elkaar houdt. Geloof kun je alleen maar in gemeenschap ondergaan. Het is geen privézaak.”
“Op die (…) schoolplaat was een scriptorium afgebeeld, een ruimte waar monniken boeken overschreven. Het zien van die plaat is een Paulus-moment voor mij geweest. Het raakte me diep. Ik werd geconfronteerd met een compleet afgezonderde, een gesloten, ideale wereld. De wereld van de Middeleeuwen op die plaat, en die van het oude christendom waarover ik later leerde, gaven het gevoel dat ik er thuis was gekomen.”
In een Middeleeuws klooster door Isings
“Het zien van die plaat is een Paulus-moment voor mij geweest. Het raakte me diep. Ik werd geconfronteerd met een compleet afgezonderde, een gesloten, ideale wereld.”
Het kerkelijk jaar opent het perspectief op de eeuwigheid. Zo verschijnt de hemel in het aardse.
“Het kerkelijk jaar geeft structuur aan het leven. Als alles is geweest, dan begint wéér de Advent met vier zondagen, dan wéér de kersttijd. In die cyclische voortgang lijkt het of de tijd wordt opgeheven. Het kerkelijk jaar opent het perspectief op de eeuwigheid. Zo verschijnt de hemel in het aardse. Niet alleen de kerkdiensten zijn daar de uitdrukking van. Ook het leven van alledag hoort voor een goede katholiek in het teken te staan van wat er later komt. De mens is enkel op aarde om een doortocht te maken van de geboorte naar de dood.”
Frits van der Meer“Een ander belangrijk boek is ’De catechismus’ van Frits van der Meer geweest. Van der Meer was priester en kunsthistoricus. Hij behandelt de geloofsleer, de leerstellingen op een manier die duidelijk maakt dat hij de hele westerse beschaving overziet. Hij citeert met evenveel gemak de kerkvaders als Franse mystici uit de achttiende eeuw. Het boek is daardoor een complete cultuurgeschiedenis. Compleet, in de zin van samenhangend en dus in zekere zin gesloten, maar tegelijk ook met de weidsheid van eeuwen. Bij het lezen dacht ik opnieuw: dit is mijn wereld. Besloten en ruim tegelijkertijd.”
“Men is goed voor elkaar, men dient niet God maar de medemens. En na dit leven is het afgelopen. Daarmee is de kern uit het christendom gehaald. Er is geen hemel meer, de toekomst ligt op aarde.”
“Wij geloven niet meer dat wij in een eindtijd leven, we rekenen niet meer met de al zo vaak uitgestelde terugkeer van de Heer. Het verhaal is afgelopen. De tijd heeft gewonnen van de eeuwigheid. Veel mensen die nog wel zeggen te geloven doen dat in een aardse variant. Men is goed voor elkaar, men dient niet God maar de medemens. En na dit leven is het afgelopen. Daarmee is de kern uit het christendom gehaald. Er is geen hemel meer, de toekomst ligt op aarde.”

( Alle citaten komen uit Trouw ) | Holland Festival 2008

dinsdag 8 april 2008
De ambigue gelovige
Willem Jan Otten hield in Utrecht de Quasimodolezing 2008
Trouw (Letter & Geest) publiceerde afgelopen weekend de integrale tekst
Op de zaterdag vóór zondag Beloken Pasen (in het latijn “Quasimodo geniti” genaamd) werd in de kathedrale kerk in Utrecht de tweede Quasimodolezing gehouden. De dichter, romanschrijver en essayist Willem Jan Otten was uitgenodigd om te spreken over de ambigue gelovige, de moderne gelovige die niet goed weet op welk been hij nog kan staan en daardoor wat wankelmoedig in verschillende richtingen naar God zoekt.
“Ietsisten struinen de wereld af, en daarvan vooral het geestelijke leven, op zoek naar iets waarin zij kunnen geloven. Ze vinden van alles, maar wat ze ook vinden: ze willen het nooit in zijn geheel.”
Christus icoon
Ietsisten zeggen wel in “iets” te geloven maar niet in iemand, laat staan in de Iemand die mensgeworden is in Christus
Otten thematiseert deze moderne geloofshouding in zijn werk als literator. In zijn lezing knoopte hij bij Augustinus aan, bij wie alles om de menswording draait. Het besef dat God in Jezus Christus mens geworden is, leidt tot de belijdenis van het geloof.
 
Otten reageerde kritisch op de zogenaamde “ietsisten” die met het geloofsgoed selectief omgaan en zeggen wel in “iets” te geloven maar niet in iemand, laat staan in de Iemand die mensgeworden is in Christus.
 
Bron: okkn.nl
“Het komt er uiteindelijk op neer dat God overal is waar de ietsist in de spiegel kijkt - overal is hij, maar mirabili dictu, niet op Gogoltha.”

Willem Jan OttenWillem Jan Otten (1951)
is een Nederlands schrijver, met een veelzijdig oeuvre van poëzie, verhalend proza, toneel, kritieken, artikelen, beschouwingen en essays. Otten is getrouwd met schrijfster Vonne van der Meer. Hij debuteerde in 1973 als dichter met de bundel Een zwaluw vol zaagsel. Van 1989 tot 1996 was hij redacteur van Tirade. Na het verschijnen van zijn roman Ons mankeert niets in 1994 raakte Otten betrokken in de discussie over het euthanasie-vraagstuk.

Naar aanleiding van zijn bekering tot het katholieke geloof publiceerde hij in 1999 Het wonder van de losse olifanten, een rede tot de ontwikkelden onder de verachters van de christelijke religie. In 2004 verscheen zijn roman Specht en zoon die op 2 mei 2005 bekroond werd met de Libris Literatuurprijs. In deze roman vertelt Willem Jan Otten het verhaal van portretschilder Felix Vincent die van de rijke industrieel Valéry Specht de opdracht krijgt zijn gestorven zoon te schilderen. Specht en zoon zal vertaald worden in het Italiaans (Iperborea), Frans (Gallimard), Duits (Fischer Verlag) en Zweeds (Bonniers).
( Bron: nl.wikipedia.org )

Het wonder van de losse olifanten, een rede tot de ontwikkelden onder de verachters van de christelijke religie

Het wonder van de losse olifantenHet was in 1999 een handige retorische truc van romanschrijver en dichter Otten om zijn VU-gehoor naar Schleiermachers voorbeeld uit 1799 aan te spreken als verachters van de christelijke religie. Kritische gelovigen verwijt hij dat hun afwijzen van leerstukken als de maagdelijke geboorte en de lichamelijke opstanding resulteert in een hooghartig neerzien op “achterblijvers” zoals hij. De beste verdediging is de aanval, zal hij gedacht hebben. Zijn late gang naar het geloof der Moederkerk voerde hem tegen de stroom in, en hij neemt het deze stroom kwalijk dat die niet zijn zwemrichting koos. “Eigentijdse” christenen, stelt hij, willen “hun leerstellingen zo ruim interpreteren dat je er met je verstand bij kunt". Dat doet hij anders: hij wenst de christelijke religie uitsluitend te consumeren in de klassieke bereidingswijze, d.w.z. met huid en haar. Dat gaat tegen de rede in, en daarom is zijn geloof ook precies wat het alleen maar zijn kan: geloof. Zijn strijdlust zal vele Sancho Panza’s enthousiast maken, en lezers die de gemakkelijke stoel verkiezen boven de gevaren van het strijdperk nieuwsgierig.
(Bron: Biblion recensie, Drs. J. Kleisen)

zondag 6 april 2008
fitna, de beproeving
gelezen in de bijlage Letter & Geest (Trouw)
Islamisering is allang binnengeslopen door Nahed Selim

Geert WildersDe meeste reacties op Fitna in Trouw stelden mij teleur. Te gemakkelijk richtte men zich voornamelijk tegen de persoon van Wilders. Gelukkig waren er ook een paar reacties die wél inhoudelijk over de boodschap van Fitna gingen, o.a. een ingezonden stuk van Jan Kloosterman en Harry van der Molen, respectievelijk voorzitter van de SGP-jongeren en van het CDJA. Ze vinden dat hun partij in het Fitna-debat van afgelopen dinsdag te eenzijdig gereageerd heeft vanuit de reflex: ‘Wilders polariseert en toont geen respect.’ De werkelijke problematiek wordt op deze manier doodgedrukt. Wilders heeft wel degelijk een punt: dé islam kent een gewelddadige variant en deze past niet zonder slag of stoot in de westerse samenleving. En over die breuklijn moet juist gesproken worden.

De moslimfeministe Nahed Selim stelt het nog duidelijker: Er bestaan in haar visie wel gematigde moslims, maar er bestaat géén gematigde islam. In de weekendbijlage van Trouw (Letter & Geest) stelt ze Wilders ook voor een deel in het gelijk. Maar ze gaat zelfs nog verder. Wanneer Wilders in Fitna een toekomstbeeld geeft van een verislamiseerd Nederland, kunnen we lezen: “De moskee zal onderdeel worden van het Nederlandse overheidssysteem.” Nahed Selim reageert daarop:

Ik ben bang dat dit al begonnen is. Wat betekent het anders als een ambtenaar van Jeugdzorg pas zijn werk kan doen, wanneer hij zich laat vergezellen door een imam? De staat delegeert zodoende een deel van zijn taken aan de moskee. Ook bewijst dit dat zulke moslimgezinnen alleen loyaal zijn aan hun geestelijken, en niet aan de overheid en haar ambtenaren.
 
Jammer dat Wilders niet meer aandacht heeft besteed aan deze aspecten. Anders had hij ook kunnen constateren dat niet alleen moslims daar debet aan zijn. Heel vaak is deze institutionele islamisering mogelijk dankzij autochtone Nederlanders die alvast aan het zelfislamiseren slaan, omdat ze totaal geen benul hebben van de scheiding tussen kerk en staat.
 
verder lezen: www.trouw.nl
“Heel vaak is deze institutionele islamisering mogelijk dankzij autochtone Nederlanders die alvast aan het zelfislamiseren slaan, omdat ze totaal geen benul hebben van de scheiding tussen kerk en staat.”

Nahed SelimNahed Selim, (Dakhalia, Egypte, 1952) is een tolk-vertaler, columnist, publicist en schrijfster. Nahed Selim studeerde Engelse literatuur aan de Universiteit van Caïro en verhuisde in 1979 naar Nederland, waar ze aan de filmacademie studeerde. Ze werkt als tolk-vertaler Arabisch en schrijft regelmatig columns voor NRC Handelsblad en Opzij. De in Zwijgen is verraad gebundelde columns handelen over vrouwonvriendelijke praktijken die in naam van de islam worden gepleegd. Selim noemt zichzelf moslimfeministe en zet zich af tegen vrouwen die hoofddoekjes dragen. Orthodox noemt ze die. Nahed Selim kreeg de Harriët Freezerring 2006. Het feministische maandblad Opzij reikt sinds 1978 jaarlijks de Harriët Freezerring uit. Deze prijs is bestemd voor een vrouw wier werk belangrijk is voor de emancipatie.
( Bron: nl.wikipedia.org )

Wat is extremisme?
Neem de ramadan. Het normale geloofsprincipe is dat de vasten een maand duurt. Zo staat het immers in de Koran. Radicaal of extreem is het pas om het hele jaar door te vasten. Of neem het bidden. Volgens de islam dient dat vijf keer per dag te gebeuren. Een religieuze stroming die verwacht dat de gelovigen de hele nacht wakker moeten blijven om achter elkaar te bidden, kan met recht omschreven worden als extremistisch of radicaal. Die wijkt te veel af van wat er in de bronnen voorgeschreven staat. Een eenvoudig principe, lijkt me.
 
Maar stel nu dat het andersom was. Ik ken moslims die bepaalde geneesmiddelen niet willen gebruiken als er alcohol in zit, omdat de Koran zegt dat je geen alcohol mag drinken. Zijn zij radicaal? Of is de Koran radicaal? Ook staan in de Koran instructies voor de gelovigen om de ongelovigen af te slachten. De meeste moslims vinden dat te ver gaan. Ze weigeren deze voorschriften uit te voeren. Mij lijkt het dat zij verstandiger zijn dan hun heilige teksten. Maar stel dat er iemand is die om welke reden dan ook deze bevelen serieus neemt en ernaar gaat handelen. Is hij dan extreem of is zijn heilige tekst dat?
 
Je hoeft niet alles te doen wat in Koran staat, zeg ik wel eens tegen andere moslims, bijvoorbeeld als het gaat om de hoofddoek. Gegarandeerd krijg ik dan te horen dat dat wel moet, juist omdat zo’n voorschrift uit een heilig boek komt.
 
verder lezen: www.trouw.nl

meer essays van Nahed Selim in Letter & Geest (Trouw):
Gelovige weeskinderen / Tornen aan een goddelijk bevel
Lessen in afvalligheid
Strijden voor humor, liefst met een grap

donderdag 3 april 2008
het onweerstaanbaar vreeswekkende
Friedrich Nietzsche over ‘crimen laesae majestatis humanae’
en Rudolf Otto over ‘mysterium tremendum ac fascinans’
De neutraliteit van de grote natuur (in de berg, de zee, het woud en de woestijn) bevalt ons, maar slechts voor een korte tijd: daarna worden we ongeduldig. “Willen deze dingen ons dan helemaal niets zeggen? Bestaan wij niet voor ze?” Er ontstaat een gevoel van een crimen laesae majestatis humanae (misdaad tegen de menselijke waardigheid)
 
Friedrich Nietzsche in Also sprach Zarathustra
Mönch am Meer
Caspar David Friedrich
Der Mönch am Meer, 1809-10
“Bei diesem Bild, besonders wenn man es mit anderen aus der Zeit um 1800 vergleicht, tut sich ein Abgrund auf, der sonst oft mit vordergründigen Schönheiten übermalt wird. Dieses Bild ist radikal, es führt bis an ein Ende, wo es nicht mehr weitergeht und sich das Ungeheure zeigt.”

Rüdiger Safranski

Mysterium Tremendum Ac Fascinans

Nieuwe uitgave van Het HeiligeDe fijnzinnige Marburgse theoloog en godsdiensthistoricus Rudolf Otto heeft ons in zijn beroemde boek Das Heilige (1917) een magistrale analyse geschonken van de structuur van dit begrip. Otto begint zijn studie door een originele benaming voor het heilige in te voeren, n.l. het numineuze. Dit begrip is afgeleid van numen, wat in het Latijn oorspronkelijk betekent: de door een knik gegeven wenk of wilsuiting. In numineus zit dus het oncontroleerbare, soevereine karakter van het Heilige. Tevens de gedachte, dat het zich aan rationeel begrip en ethische beoordeling onttrekt. Vervolgens karakteriseert Otto het Heilige als een mysterium tremendum ac fascinans. Deze Latijnse kunstterm is ook buiten de kring van theologen bekend geworden en is met enige uitleg direct doorzichtig. Dat het Heilige een mysterie is (…) behoeft geen nader betoog.

Dit mysterie is naar zijn structuur een soort contrastharmonie, d.w.z. het oefent een invloed uit waarin een polaire spanning zit. Het is tremendum, wat betekent, dat het gevreesd moet worden en dat het een onbeperkt ontzag wakker roept, maar het doet zich ook kennen als fascinans, wat inhoudt dat het onweerstaanbaar bekoort en een onbeschrijfelijke staat van zaligheid (hoogste geluk) schenkt. Otto zelf was blijkbaar zeer gefascineerd door het moment van tremendum in het Heilige. Onvermoeibaar schetst hij de verschillende graden van huivering die de mens voor het bovennatuurlijke voelt, vanaf het kippevel dat ons bekruipt bij een griezelige ervaring, tot aan de sprakeloze aanbidding voor Gods overweldigende soevereiniteit. Daarbij spreidt hij zijn meesterschap ten toon in het fijnzinnig bepalen van de godsdienstige kwaliteitsverschillen. Zo onderkent hij aan het tremendum een aantal aspecten: het totaal andere, het daadkrachtige, het majesteitelijke, het zogenaamde mirum en het sanctum. Het Heilige is om te beginnen totaal anders dan al het wereldlijke en menselijke. Het behoort tot een eigen orde van zijn. Het is verder daadkrachtig, d.w.z. het is geen bleek idee, maar het laat zich gelden, het is een willende macht. In die zin spreekt de Bijbel van een levende God.

FriedrichTen derde vertegenwoordigt het heilige een ‘majestas’, waartegenover de mens zich in het niet voelt zinken. Een welsprekende getuigenis van dit besef kan men in de psalmen aantreffen. Vervolgens het mirum, het wonder: dit slaat de mens met stomme verwondering. Otto, die zijn uiteenzetting van stap tot stap verduidelijkt met prachtige citaten, verwijst hier naar de grenzeloze verbazing die de hoorders beving, toen zij Jezus hoorden prediken, met macht, en niet zoals de schriftgeleerden.

Tenslotte het sanctum. Om te peilen, wat deze notie inhoudt, leze men hoofdstuk zes van de profetieën van Jesaja, waarin de profeet beschrijft, hoe hij in een visioen staat voor Gods verterende heiligheid en zich daarbij bewust wordt van zijn onheiligheid, zijn fouten en schuld. Aan dit hoofdstuk ontleende Vondel het thema voor zijn onsterfelijk schone rei der engelen in Lucifer. Het tegenwicht tot het tremendum vormt het fascinans. Daarvan getuigen alle liederen die in stamelende, opgetogen woorden Gods goedheid bezingen en het hoogste geluk van het geloof willen uitspreken.

(Bron: home.versatel.nl/rudolfotto)

Het Heilige ( De Appelbloesem Pers Amsterdam, 2002 )

zondag 30 maart 2008
kritische houding
gelezen: kritisch over Mohammed in Letter & Geest (Trouw)

In dit artikel citeert prof. Pieter W. van der Horst enkele passages uit een geschrift van Johannes Damascenus uit 740 waarin hij als apologeet van de Orthodoxe Kerk stelling inneemt tegenover de jonge islam.

Johannes van DamascusHet verhaal is dat Mohammed een vriend had genaamd Zaid. Die had een mooie vrouw op wie Mohammed verliefd werd. Toen ze eens bij elkaar zaten, zei Mohammed tegen hem: „God heeft mij opgedragen jou te zeggen dat jij van je vrouw moet scheiden.” De vriend scheidde van haar. Enkele dagen later zei hij: „God heeft mij bevolen dat ik haar zelf moet nemen.” Na haar genomen te hebben en echtbreuk met haar te hebben gepleegd, aldus Johannes (Damascenus), maakte hij de volgende wet: ’Een man die dat wil mag van zijn vrouw scheiden. Maar als hij na de scheiding naar haar terug wil, moet eerst iemand anders met haar trouwen. Want hij mag haar niet terugnemen als ze niet eerst met iemand anders getrouwd is geweest.’
 
De wijze waarop Johannes (Damascenus) dit verhaal vertelt impliceert opnieuw dat Mohammeds openbaringen vooral werden ingegeven door uiterst dubieuze vormen van eigenbelang.
 
lees verder op website van Trouw

20 februari 2008 (wereldomroep.nl)
De Egyptische schrijver Bisnat Rashad is doelwit geworden van fatwa’s en bedreigingen vanwege haar boek Seks in het Leven van de Profeet Mohammed. Rashad wil de mythe over Mohammeds uitzonderlijke seksuele prestaties ontkrachten. Zij vindt het verhaal beledigend voor de profeet, en bovendien een slecht voorbeeld voor moslims. Rashad, die zichzelf een vrome moslima noemt, kreeg zware kritiek van islamitische leiders op een religieuze satellietzender. De mannen vaardigden een fatwa uit en noemden haar trouweloos. Zij riepen de gelovigen op haar bloed te doen vloeien, ook al mocht ze eventueel haar dwaling toegeven. Rashad vertelde aan de nieuwszender Al Arabiya dat de leiders haar boek zien als een ‘zware belediging jegens de Profeet Mohammed en zijn vrouwen’. Naar eigen zeggen heeft zij ernstige bedreigingen ontvangen.

Johannes Damascenus (676-749)

zondag 23 maart 2008
opstanding
vandaag is het Westers Pasen
in de Orthodoxe Kerk is het de Zondag van Gregorios Palamas
Opstanding
wandtegels in een 16e eeuws koopmanshuis in Hattem waarin tegenwoordig het Voerman Museum gevestigd is
woensdag 5 maart 2008
de legende van Bahira
Barbara Roggema schreef proefschrift over de legende van Bahira

Volgens de legende van Bahira zou Mohammed door ketterse ideëen van een ‘christelijke’ monnik zijn misleid en daarop een nieuwe godsdienst hebben gebaseerd.

Bahira en Mohammed
Mohammed ontvangt volgens de legende vals onderricht van de wraakzuchtige monnik Sergius Bahira
Promovendus Barbara Roggema onderzocht deze legende van Bahira. Haar proefschrift omvat edities en vertalingen van de twee Syrische en twee Arabische versies van deze legende, met een gedetailleerde studie daarvan. Zij vergeleek de legende met andere oosters-christelijke geschriften, waardoor zij nieuw inzicht kon geven in de manier waarop de legende probeert het christendom te verdedigen. Verder bleek de legende geen verband te hebben met de vele westers-middeleeuwse geschriften waarin de docent van Mohammed als ketter wordt afgeschilderd. Bovendien vond zij een tweede Arabische versie van de legende. Roggema vond gedetailleerd bewijs voor een negende-eeuwse oorsprong. Tot slot toonde zij aan dat de Latijnse tekst van de legende geen oudere versie van de legende vertegenwoordigt.
 
Bron: dissertations.ub.rug.nl

de list van de monnik [ scholieren.nrc.nl ]

zondag 3 februari 2008
de dominee en de filosoof
de filosoof wil de theologische uitverkoop op de reli-markt stoppen
en de dominee vindt dat de waarheid juist in de uitverkoop moet

In de weekendbijlage Letter & Geest, de dubbele Verdieping van Trouw, wordt een Hollandse traditie hooggehouden: de polemiek tussen rekkelijken en preciezen. Om als dagblad te overleven, kan Trouw niet meer zoals vroeger een orthodox-christelijk geluid laten horen. Daar hebben we het Nederlands Dagblad en het Reformatorisch Dagblad namelijk al voor. Bovendien is Trouw van oudsher verbonden met de (synodale) gereformeerden, tegenwoordig onderdeel van de PKN. De Protestantse Kerk Nederland balanceert anno 2008 niet alleen op het randje van de vrijzinnigheid; sinds er ‘atheïstische dominees’ bezoldigd worden, is de PKN de vrijzinnigheid in feite ook al voorbij. Trouw profileert zich vandaag de dag daarom als een levensbeschouwelijke krant met in het dagelijkse katern de Verdieping veel ruimte voor filosofie en religie.

Matthias SmalbruggeDit weekend las ik in het katern Letter & Geest een bijdrage van Matthias Smalbrugge, predikant van de PKN. Trouw geeft hem regelmatig de ruimte om het vrijzinnige deel van haar abonnees te bedienen. Smalbrugge spreekt liever over ‘de Eeuwige’ dan over God en al helemaal niet over ‘de Vader’. Op het artikel Stop de theologische uitverkoop van zijn collega-scribent Govert Buys reageert hij dit weekend met het stuk de waarheid moet juist in de uitverkoop.

Govert BuijsWil de kerk op de huidige relimarkt overleven”, zegt filosoof Govert Buijs, “dan zal ze haar geloofsgoed krachtiger onder woorden moeten brengen. Zo moeilijk is dat niet.
De God van Israël is uniek onder de goden:
Hij is met mensen in gesprek.”

Smalbrugge gaat hier recht tegenin, hij vindt juist dat de Kerk de waarheidsclaim moet laten vallen en denkt dat te kunnen illustreren met het Evangelie van de Samaritaanse vrouw. Wat schrijft Smalbrugge precies?

In (het Evangelie volgens) Johannes staat een verhaal over een vrouw die water haalt uit de put. Elke dag weer. Ze is in de vicieuze cirkel geraakt van water putten en altijd dorst hebben. Jezus spreekt haar aan. Dat is in die tijd ongebruikelijk: een man komt alleen bij een waterput om een vrouw te zoeken. Zou die put, vraagt hij haar, ooit weer een bron kunnen worden met levend water? Ze is getroffen. Zou de bron van het leven ooit weer kunnen stromen in haar? Zou ze uit de put kunne klimmen? Waarop Jezus vraagt of ze haar man wil halen. Een heikele vraag, ze leeft intussen met de zesde. Jezus poseert bewust als de zevende, ideale echtgenoot. De vrouw spreekt over de verschillende geestelijke tradities die er bestaan. Waarop Jezus antwoord dat God ‘geest’ is en niet valt vast te leggen. In geen enkele traditie. Zo beleeft de vrouw het ook. Daarom zegt ze dat ze weet dat ooit de Messias zal komen. Jezus antwoordt dat hij het is.
 
Let wel, hij heeft het niet over waarheid; daar heeft hij al mee afgerekend toen hij God ‘geest’ noemde. Hij heeft het over de tastbare vorm van God die je tegenkomt in liefde, geloof en hoop.
 
Bron: Matthias Smalbrugge in Letter & Geest 2 februari 2008

Nu ‘het hart’ van dit Evangelie zoals we in de Statenvertaling kunnen lezen:

Johannes 4: 5 -26
Christus en de Samaritaanse vrouwHij kwam dan in een stad van Samaria, genaamd Sichar, nabij het stuk land, hetwelk Jakob zijn zoon Jozef gaf. En aldaar was de fontein Jakobs. Jezus dan, vermoeid zijnde van de reize, zat alzo neder nevens de fontein. Het was omtrent de zesde ure. Er kwam een vrouw uit Samaria om water te putten. Jezus zeide tot haar: Geef Mij te drinken. (Want Zijn discipelen waren heengegaan in de stad, opdat zij zouden spijze kopen.) Zo zeide dan de Samaritaanse vrouw tot Hem: Hoe begeert Gij, Die een Jood zijt, van mij te drinken, die een Samaritaanse vrouw ben? Want de Joden houden geen gemeenschap met de Samaritanen. Jezus antwoordde en zeide tot haar: Indien gij de gave Gods kendet, en Wie Hij is, Die tot u zegt: Geef Mij te drinken, zo zoudt gij van Hem hebben begeerd, en Hij zoude u levend water gegeven hebben. De vrouw zeide tot Hem: Heere! Gij hebt niet om mede te putten, en de put is diep; van waar hebt Gij dan het levend water? Zijt Gij meerder dan onze vader Jakob, die ons den put gegeven heeft, en hijzelf heeft daaruit gedronken, en zijn kinderen en zijn vee? Jezus antwoordde, en zeide tot haar: Een ieder, die van dit water drinkt, zal wederom dorsten; Maar zo wie gedronken zal hebben van het water, dat Ik hem geven zal, dien zal in eeuwigheid niet dorsten; maar het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem worden een fontein van water, springende tot in het eeuwige leven. De vrouw zeide tot Hem: Heere, geef mij dat water, opdat mij niet dorste, en ik hier niet moet komen, om te putten. Jezus zeide tot haar: Ga heen, roep uw man, en kom hier. De vrouw antwoordde en zeide: Ik heb geen man. Jezus zeide tot haar: Gij hebt wel gezegd: Ik heb geen man. Want gij hebt vijf mannen gehad, en dien gij nu hebt, is uw man niet; dat hebt gij met waarheid gezegd. De vrouw zeide tot Hem: Heere, ik zie, dat Gij een profeet zijt. Onze vaders hebben op dezen berg aangebeden; en gijlieden zegt, dat te Jeruzalem de plaats is, waar men moet aanbidden. Jezus zeide tot haar: Vrouw, geloof Mij, de ure komt, wanneer gijlieden, noch op dezen berg, noch te Jeruzalem, den Vader zult aanbidden. Gijlieden aanbidt, wat gij niet weet; wij aanbidden, wat wij weten; want de zaligheid is uit de Joden. Maar de ure komt, en is nu, wanneer de ware aanbidders den Vader aanbidden zullen in geest en waarheid; want de Vader zoekt ook dezulken, die Hem alzo aanbidden. God is een Geest, en die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid. De vrouw zeide tot Hem: Ik weet, dat de Messias komt (Die genaamd wordt Christus); wanneer Die zal gekomen zijn, zo zal Hij ons alle dingen verkondigen. Jezus zeide tot haar: Ik ben het, Die met u spreek.
‘Maar de ure komt, en is nu, wanneer de ware aanbidders den Vader aanbidden zullen in geest en waarheid; want de Vader zoekt ook dezulken,
die Hem alzo aanbidden.’

Na dit Evangelie gelezen te hebben, wordt onmiddellijk duidelijk welke steken Smalbrugge heeft laten vallen: hij spreekt niet over ‘waarheid’ en evenmin over ‘de Vader’; woorden die Christus hier echt niet voor niets gebruikt. Hij legt het Evangelie niet alleen vrijzinnig uit, hij vertelt het verhaal ook vrijzinnig na (lees: zoals het hem uitkomt), zodat hij kan besluiten met deze woorden:

God is telkens anders, toont zich aan elk mens anders. Leg je daarentegen dat andere vast - bijvoorbeeld in de Bijbel - dan heb je de waarheid in handen en wordt ze jouw God. Dat is definitieve narcistische eigenliefde. Maar als er een God is dan kun je hem alleen onmoeten, liefhebben. Niet eigen maken.
 
Bron: Matthias Smalbrugge in Letter & Geest 2 februari 2008

‘De God van de Bijbel’ is voor deze PKN dominee dus ‘definitieve narcistische eigenliefde’. Dat is de vrucht van zijn vrijzinnigheid.

zondag 27 januari 2008
de lieve vrede is niet alles
vandaag gelezen in Letter & Geest (Trouw)
de reactie van Lodewijk Dros op Benoemen en Bouwen
Nathan en David
Koning David en de profeet Nathan
die de koning de waarheid zegt
tekening van Rembrandt
De lieve vrede, de harmonie, de linkerwang, ze hebben in de christelijke geschiedenis een waardering ontvangen die niet alleen onrecht doet aan de historie, maar ook aan de waarde van disharmonie, van weerbaarheid, van elkaar hard de waarheid zeggen. Dat loopt niet altijd goed af, nee. Maar de lieve vrede kan net zo funest zijn als het etterende conflict.
 
lees verder : trouw.nl/deverdieping/letter-geest
vrijdag 18 januari 2008
debat over deugden
Vandaag begint in Trouw een wekelijkse serie artikelen over deugden
de filosoof Paul van Tongeren geeft de aftrap
we moeten het debat over normen en waarden sluiten. Veel zinniger is het te discussiëren over deugden.

Paul van Tongeren

Paul van TongerenVandaag begint in Trouw een wekelijkse serie artikelen over deugden. Paul van Tongeren geeft de aftrap en zegt hij vandaag in deze krant: „Dat het normen- en waardendebat onvruchtbaar is, heeft te maken met die termen ’normen’ en ’waarden’. De normen worden ons van buiten opgelegd en zijn verplichtend.”
 
Volgens Van Tongeren daagt een verplichting uit tot overtreding. „In plaats van de norm te verinnerlijken, willen wij de grens overschrijden.”
 
„Aan de andere kant staan de waarden, die zijn steevast hoogverheven en te weinig realistisch om houvast te bieden. Zoals de mission statements van bedrijven en organisaties zijn: vroom, maar weinig concreet.”
 
Daarom moeten we het debat over normen en waarden sluiten. Veel zinniger is het te discussiëren over deugden, meent de hoogleraar.
 
„De deugdethiek is een opvoedingsethiek, gericht op voortdurende vorming, op perfectionering van jezelf.” Deugden, van moed en geduld tot mededogen en integriteit, zijn dus geen beperkende normen of vage waarden, maar kwaliteiten waarin je excelleert.
 
„Zo spreken over morele vorming lijkt mij zinniger dan het normen- en waardendebat.”
 
Bron: meer.trouw.nl

Paul van Tongeren, deugdelijk levenPaul van Tongeren, Deugdelijk leven
een inleiding in de deugdethiek
Vandaag ontdekken we weer dat deugd eigenlijk niets met een dergelijke mentaliteit te maken heeft, maar eerder met kracht, voortreffelijkheid, kwaliteit van leven en levenskunst. Wie wil weten wat menselijk leven is en hoe het moet, kan het beste kijken naar mensen die het goed kunnen, die de kunst van het leven verstaan. De deugd lijkt een belangrijke rol te kunnen (gaan) spelen in actuele problemen, en deze inleiding probeert duidelijk te maken wat de bijdrage kan zijn van de deugdethiek aan een oplossing van de problemen van onze tijd. Deugdelijk leven is het nieuwe eindexamencahier voor het vwo. Het onderwerp is deugdethiek en werd door de Begeleidingscommisie in het Filosofie in het voortgezet onderwijs voor de examenjaren 2004 tot en met 2006 vastgesteld. ( Bron: felix-en-sofie.nl)

Paul van Tongeren: Deugden zijn niet los verkrijgbaar [ trouw.nl ]

Raffael, de deugden
Raffael de deugden
Stanza della Segnatura, Vaticaanstad

De zeven deugden

Prudentia (Voorzichtigheid - verstandigheid - wijsheid)
Iustitia (Rechtvaardigheid - rechtschapenheid)
Temperantia (Gematigdheid - matigheid - zelfbeheersing)
Fortitudo (Moed - sterkte)
Fides (Geloof)
Spes (Hoop)
Caritas (Naastenliefde/Liefde)

debat over deugden [ meer.trouw.nl ] | website Paul van Tongeren | deugden.nl

vrijdag 21 december 2007
hartje winter
Vanavond speelt Het Toneelhuis in de Bourla Schouwburg, Antwerpen
Winterverblijf van Lotte van den Berg
In Siberië en Mongolië is het ‘s winters te koud om de kerk te verwarmen. De missen worden dan ook in de schuur opgedragen, terwijl de metten van het breviergebed in de keuken plaats vinden. Tussen de gebeden door wordt er in de pap geroerd, eeuwenoude gezangen worden op plastic stoelen ten gehore gebracht. De monniken zitten op een rij naast de straalkachel. Een jonge non uit Irkutsk zingt vals. Stuk voor stuk taferelen die laten zien dat ‘geloven’ hier vanzelfsprekend is en hoe dan ook zijn vorm krijgt in het dagelijks leven. Lotte van den Berg laat in deze voorstelling mensen zien die hopen te geloven, die een poging doen vorm te geven aan iets wat ze eigenlijk niet begrijpen door een gebed te zeggen, een lied te zingen. Mensen die met onvoorwaardelijke overgave stuntelen.
 
Bron: toneelhuis.be
Ik heb ontzettend lang gezocht.
Ik ben overal geweest.
Uiteindelijk kwam ik tot de conclusie dat de zoeker zoekt,
maar dat hij wordt gevonden.
winterlandschap
Lotte van den Berg liet zich inspireren door haar reis naar Siberië en Mongolië
Daarom, dames en heren,
om deze man, om Christus,
daarom alleen
heb ik dit stuk gezocht.

Jozef van den Berg op 14 september 1989
in De Singel, Antwerpen

‘Ik zal het u proberen uit te leggen. Ik heb ontzettend lang gezocht. Ik ben overal geweest. Uiteindelijk kwam ik tot de conclusie dat de zoeker zoekt, maar dat hij wordt gevonden. Daarom, dames en heren, om deze man, om Christus, daarom alleen heb ik dit stuk gezocht. En ik stap uit het vak. Voor mij is het voorbij. Ik zeg u allen goedendag.’
 
Met deze legendarische woorden hief Jozef van den Berg op 14 september 1989 in De Singel zijn eigen theaterwerk op. Genoeg gewacht, zo heette de voorstelling die hij zou opvoeren. In plaats daarvan ensceneerde hij zijn eigen geloofsbelijdenis. Onder begeleiding van een weifelend applaus ruilde hij definitief het voetlicht in om zich te wijden aan een verlichting van een hogere orde. Het zijn ook de woorden waarmee Lotte van den Bergs Winterverblijf opent.
 
Bron: Danielle de Regt in De Standaard

Vanaf 4 januari 2008 gaat Winterverblijf op tournee
vr 04/01/08 Hamburg, Kampnagel, Hamburg
za 05/01/08 Hamburg, Kampnagel, Hamburg
zo 06/01/08 Hamburg, Kampnagel, Hamburg
wo 09/01/08 De Warande, Turnhout
za 12/01/08 Stadsschouwburg, Amsterdam
zo 13/01/08 Rotterdamse Schouwburg, Rotterdam
vr 18/01/08 Vooruit, Gent
za 19/01/08 Vooruit, Gent
wo 23/01/08 Toneelschuur, Haarlem
vr 25/01/08 Theater De Veste, Delft
ma 28/01/08 Koninklijke Schouwburg, Den Haag
wo 30/01/08 30CC / Stadsschouwburg, Leuven, Leuven
vr 01/02/08 Stadsschouwburg, Groningen
wo 13/02/08 KVS, Brussel

Winterverblijf weblog | Winterverblijf in de pers

donderdag 27 september 2007
open en gesloten
Prinses Maxima hield afgelopen maandag een toespraak
bij de presentatie van het WRR rapport Identificatie met Nederland

HollandWat leven we toch in een geweldig interessante tijd. Nee, dit is niet ironisch bedoeld. Ook al is de ironie tegenwoordig de manier geworden om met de waarheid om te gaan, ik maak er zelf op het moment supreme liever geen gebruik meer van. Ironie verhult en onthult. In de verhulling beschermen we onszelf en in de onthulling laten we zien wie we zijn en waar we staan: ik sta in een geweldig interessante tijd.

Dat besefte ik weer eens toen ik maandag op het journaal flitsen zag van de toespraak die prinses Maxima die dag had gehouden in verband met de presentatie van het WRR-rapport Identificatie met Nederland. Issues over de samenleving raken mij tot op het bot, want ik ben mij ervan bewust dat ik uiteindelijk géén individu ben. Ik ben tenslotte geen eilandje in een zee van eilandjes, maar een persoon die wezenlijk verbonden is met de samenleving. Met alle personen in de wereld deel ik de onpeilbare identiteit van het menszijn. ‘Het individu’ is voor mij een cocon en is per definitie bezig met het eigen (over)leven. Het ene individu bakent tegenover het andere individu zijn identiteit af: ik ben zus en niet zo (als zij of als jij). Zo leef ik eigenlijk binnen de muren van een voorlopige identiteit: het eigen zelfbeeld dat in een gespannen verhouding staat met de ander. Ik geloof dat prinses Maxima over onze werkelijke en persoonlijke identiteit sprak, toen ze zei:

‘Om de identiteit en loyaliteit van een mens zijn geen hekken te plaatsen.’

HollandDat is het mooie van onze identiteit, dat ze zo open is. Maar wanneer we ons bedreigd voelen, gaan we de identiteit afbakenen. ‘We trekken ons’ terug in een groepsidenteit die zich gevormd heeft in het gebied waar ‘we’ geboren zijn, ‘we’ sluiten de rijen. Nederland is vol! Daarmee sluiten we ons af van de anderen, een riskante ontwikkeling. Want we zijn niet wie we zijn zonder de anderen. De Nederlandse identiteit is een artficiële identiteit en gaat niet zo diep als de identiteit die we als mensen met elkaar delen. Als Nederlander zit ik ergens gevangen in de Nederlandse identiteit, ook al heb ik de illusie als wereldburger daar helemaal vrij van te kunnen bewegen. Maar een Argentijnse kan dat zien. Daarom luister ik naar haar verhaal:

Prinses MaximaZo’n zeven jaar geleden begon mijn zoektocht naar de Nederlandse identiteit. Daarbij werd ik geholpen door tal van lieve en wijze deskundigen. Ik had het voorrecht met veel mensen kennis te maken. Heel veel te zien, te horen en te proeven van Nederland.
 
Het was een prachtige en rijke ervaring waarvoor ik enorm dankbaar ben. Maar ‘de’ Nederlandse identiteit? Nee, die heb ik niet gevonden. Nederland is: grote ramen zonder gordijnen, zodat iedereen goed naar binnen kan kijken. Maar ook: hechten aan privacy en gezelligheid. Nederland is: één koekje bij de thee. Maar ook: enorme gastvrijheid en warmte. Nederland is: nuchterheid en beheersing. Pragmatisme. Maar ook: samen intense emoties beleven.
 
Bron: koninklijkhuis.nl

Prinses Maxima zegt dus dat ze ‘de’ Nederlandse identiteit niet gevonden heeft. Maar ze noemt wel een aantal zaken die voor haar Nederlands zijn: grote ramen zonder gordijnen (open) één koekje bij de thee (zuinigheid) en nuchterheid en beheersing. In haar ontdekkingsreis is ze dus verschillende eigenschappen tegengekomen, maar ‘de’ Nederlandse identiteit heeft ze niet gevonden. Voor conservatieven als Geert Wilders is dat ‘goedbedoelde politiek correcte prietpraat’. Voor andere conservatieven is het een belediging of een bedreiging. Maar ik vind het hoopgevend dat er een toekomstige koningin is, die kan voelen of het te benauwd wordt in onze samenleving.

“We denken nog te veel in scheidslijnen. Ook nieuwkomers doen dat. Soort bij soort. Maar Nederland is geen Artis. Juist verscheidenheid en vermenging geven ons kracht.” De prinses haalde als voorbeeld de ervaring van een Nederlandse supermarktmanager aan. Hij wilde de omzet verhogen met een nieuw assortiment Marokkaanse producten. “Dat lukte van geen kant. Tot een kassamedewerkster met een Marokkaanse achtergrond zich ermee ging bemoeien. Zij gaf het advies de producten veel lager in het schap te zetten. Toen vlogen ze de winkel uit. De Marokkaanse huisvrouwen hadden de spullen wel willen kopen, maar ze konden er gewoon niet bij.”
 
Bron: koninklijkhuis.nl
Holland
onze identiteit op z’n best: samen!

Het is natuurlijk gesproken vanuit een geloof in mensen en in die zin ook een wankele overtuiging. We weten namelijk uit de geschiedenis hoe we ons achter een groepsidentiteit kunnen verschansen en vervolgens anderen geen Lebensraum gunnen. Die duistere krachten zijn er altijd, buiten ons maar vooral ook binnen ons. Daarom moeten we waakzaam blijven en iedereen zijn ruimte en overtuiging gunnen. Juist ook Geert Wilders, omdat hij nu door velen als een bedreiging wordt gezien. Maar we hoeven niet bang te zijn voor hem en zijn gedachtengoed. Iemand die namens 600.000 Nederlanders bang is voor te grote openheid moet je niet gaan spiegelen, maar juist met open armen ontvangen en niet als een bedreiging zien.

Identificatie met Nederland

zaterdag 7 april 2007
kluisvlijt [ 3 ]

 

de kluizenaar

 

donderdag 5 april 2007
kluisvlijt [ 2 ]

 

de kluizenaar

 

woensdag 4 april 2007
kluisvlijt [ 1 ]

 

de kluizenaar

 

maandag 12 maart 2007
door smart bevangen
geluisterd naar het Stabat Mater van Antonio Vivaldi

Stabat MaterIn de vastentijd presenteren Trouw en NRC Handelsblad broederlijk een CD box met twaalf maal een Stabat Mater, waaronder enkele uit mijn eigen collectie, o.a. van Antonio Vivaldi, Giovanni Pierluigi da Palestrina, Giovanni Battista Pergolesi en Antonín Dvořák. Sinds de Mattheus Passion elk jaar in april een hype is en religie tegenwoordig ook cultuur heet, durven een seculiere en een protestantse krant deze bij uitstek katholieke muziek te promoten.

Het Stabat Mater, over de moeder Maria aan de voet van het kruis waaraan haar zoon Jezus Christus stierf, behoort tot de oudste niet-bijbelse passieteksten. De auteur is nooit met zekerheid geïdentificeerd, maar moet in de dertiende eeuw in Italië hebben geleefd. De tekst is aangrijpend en roept op tot medelijden.
 
Bron: selectie.nrc.nl

Hans van der Velden wijdde een groot deel van zijn leven aan het fenomeen Stabat Mater en maakte er een zeer informatieve website over waarin zo’n 600 componisten worden genoemd die een Stabat Mater hebben gecomponeerd.

Stabat mater

Stabat mater dolorosa
Juxta crucem lacrimosa,
Dum pendebat filius.
Cujus animam gementem
Contristantem et dolentem
Pertransivit gladius

De diepbedroefde Moeder
Stond wenend bij het kruis
Terwijl haar Zoon daar hing.
Haar klagende ziel,
Medelijdend en vol smart,
Werd als door een zwaard doorstoken

meer teksten

woensdag 28 februari 2007
niet diplomatiek
Paus Pius II (vijftiende eeuw) over Mohammed

De handelsmissie die met de koningin mee naar Turkije is gereisd, zal de woorden van paus Pius II beslist tegenspreken.

“Met zijn kennis van het
Oude en Nieuwe Testament
vervalste hij beide”
Pius II“Dat (Turkse) volk is een vijand van de goddelijke Drie-eenheid en volgt een valse profeet, een zekere Mohammed, een Arabier vol heidense dwaling. Hij werd rijk door een ontuchtige relatie met een machtige weduwe. Toen hij eenmaal bekend stond als een beruchte overspelpleger, verzamelde hij een bende struikrovers waarmee hij het leiderschap over de Arabieren opeiste. Met zijn kennis van het Oude en Nieuwe Testament vervalste hij beide. Hij durfde zichzelf profeet te noemen en beweerde dat hij het voorrecht had met engelen te spreken. Daarmee wist hij die onwetende stammen zó in zijn ban te krijgen dat hij hun een nieuwe leer gaf en hen wist over te halen om Christus onze Verlosser op te geven.”
 
Antoine Bodar citeert in navolging van paus Benedictus XVI in Regensburg
paus Pius II (vanaf 1458) in zijn Tilburgse inaugurale rede
woensdag 14 februari 2007
universele moraal
Moreel Esperanto van Paul Cliteur

CliteurDeze week verschijnt Moreel Esperanto van Paul Cliteur een van de grootste pleitbezorgers van de Verlichting in Nederland. Als verklaard tegenstander van de rol van religie in de publieke sfeer zou hij het liefst de religie een spuitje willen geven en zacht laten inslapen. Met het heilige en universele huis van de Verlichting zou dan een nieuw tijdperk op aarde aanbreken. Zijn nieuwste boek gaat over een universele moraal en daarin deelt hij de missie van Hans Küng die al jaren bezig is een universele ethiek te ontwikkelen in de geest van de de Verklaring van de Universele Rechten van de Mens.

BolkesteinFrits Bolkestein stelt in Opinio dat Cliteur de religie aanvalt en ik ben het met Bolkestein eens. Zoveel godsdiensten, zoveel voorschriften, regels en visies op de moraal. Maar er is maar één Verlichting die zijn waarheidsclaim in de God van de Rede heeft gefundeerd. Nee, laten we totalitarisme maar ver achter ons houden, hoe redelijk het zich ook aan ons presenteert. Wanneer er één universele moraal en één universele wet komt, is de nieuwe wereldorde (lees: globale politiestaat) nabij.

Het is een verwarrende tijd. Zelden tevoren botsten religieus gefundeerde morele oordelen zo hard op niet-religieus gefundeerde oordelen. Maar daartoe blijft de tegenstelling niet beperkt. Er bestaat bij alle commentatoren ook een groot verschil van inzicht over de vraag hoe men hiermee zou moeten omgaan. Moeten we religieus geweld beantwoorden met een oproep tot ‘dialoog’? Zou het helpen als we ‘matiging van kritiek’ op godsdiensten betrachten? Is ‘het Westen’ arrogant en zou een nederiger houding de sleutel zijn tot een beter wederzijds begrip? Dat lijkt voor de hand te liggen, want in de berichten die ons vanuit de hoek van religieuze terroristen bereiken, komt telkens weer terug dat men zich vernederd voelt. Of zou een dergelijke reactie juist contraproductief werken?
 
Zou het bekennen van schuld (ook wanneer men zelf van die schuld niet overtuigd is) de gevoelens van afkeer juist versterken? Zouden radicalen dan zeggen: ‘Zie je wel, ze geven het zelf toe, we zijn vernederd en we strijden voor een rechtvaardige zaak’? Moeten we misschien juist een krachtig pleidooi houden voor universele waarden als de vrijheid van meningsuiting en het verbod op eigenrichting?
 
moreel esperantoEn wreekt zich nu misschien dat we daartoe veel te laat zijn overgegaan en de zaak al veel te lang op zijn beloop hebben gelaten? Zelden lijken elementaire waarden als vrijheid van godsdienst, vrijheid van meningsuiting, het verbod op het gebruik van geweld bij meningsverschillen zo sterk onder druk te hebben gestaan als tegenwoordig. Kunnen mensen die heilig geloven in hun religie vreedzaam samenleven met mensen die een andere religie aanhangen of zelfs helemaal geen religie? En zo ja, hoe? Dat religie een bindende factor kan zijn voor de leden van een bepaalde groep, is bekend.5 Maar dat religie ook een factor van twist en strijd kan zijn tússen de groepen, wordt minder vaak belicht.
 
Bron: Paul Cliteur in het voorwoord van Moreel Esperanto [PDF]

weltethos.org

vrijdag 19 januari 2007
overgave
Gelezen: jezelf aanvaarden, durven leven vanuit het geloof
door Romano Guardini
Ik moet het ermee eens zijn
te leven binnen de beperkingen
die mij gesteld zijn…

Weer eens gelezen in het mooie essay van Romano Guardini waarover ik twee jaar geleden hier al iets schreef.

GuardiniDe daad van zelfaanvaarding is de wortel van alle dingen. Ik moet het ermee eens zijn de persoon te zijn die ik ben. Ik moet het ermee eens zijn dat ik de eigenschappen heb, die ik heb. Ik moet het ermee eens zijn te leven binnen de beperkingen die mij gesteld zijn… De klaarheid en de moed van deze aanvaarding is de grondslag van het hele bestaan.

Romano Guardini (1885-1968)
is een existentieel theoloog: zijn levensloop is sterk verbonden met zijn theologisch denken. Guardini is een gepassioneerd denker, geen ‘kamertheoloog’ die een groots systeem uitbouwt. Zijn theologie vertrekt uit het concrete leven. Hij wil de wereld, de waarheidservaring als uitgangspunt nemen. Elke theologische verhandeling is voor hem resultaat van een affectief proces. Biddend theologiserend maakt hijzelf een worsteling met de materie, en door deze worsteling komt hij tot een inzicht, tot een standpunt. Theologie raakt heel zijn wezen. Zijn denken heeft daardoor iets visionairs: hij heeft het gevaar dat de mens bedreigt, gezien, en wil hem redden. Zowel zijn kenleer als zijn theologie zijn doordrongen van het besef dat het geloof een overgave is aan God, en in deze zin ten diepste toe een sprong, die niet rationeel verhelderd kan worden. Overgave is het sleutelwoord. Zijn theologie is veel meer spiritualiteit dan exacte theologie. Weten, handelen en bidden, gaan voor hem samen.

GuardiniGuardini’s voornaamste zorg is hoe de christen zijn bestaan moet beleven in de wereld van vandaag, die gekenmerkt wordt door wetenschap en techniek, en dus door een zeer sterk gegroeide macht van de mens over anderen en over zijn wereld. Gedurende heel zijn theologische werk worstelt Guardini voortdurend met de vraag hoe de christen zich moet gedragen in een dergelijke wereld. Hij vraagt zich af hoe het christelijke bestaan in de diepe zin van het woord zich verhoudt tot een wereld die steeds minder God centraal stelt, en steeds meer de wereld en de mens.

Het antwoord op deze vragen zal hem leiden tot een bepaalde visie op de geschiedenis, een methode om de wereld te begrijpen vanuit theologisch perspectief en tevens tot een krachtige waarschuwing aan de mensen van deze wereld, in het bijzonder de christenen. Guardini is een denker die vanuit een theologisch perspectief de moderne wereld beschouwt, om van daaruit de christen op te roepen deze wereld Godwaardig te houden en daardoor tevens menswaardig. Deze veelomvattende taak ziet hij zonder meer als zijn theologische roeping.

Bron: wikipedia

Boeken van Guardini bij Matthias Grünewald Verlag | Romano Guardini im Internet

maandag 8 januari 2007
van persoon tot individu [ 2 ]
gelezen: Jan Oegema over Meister Eckhart

Dit weekend verscheen in de zaterdagbijlage Letter & Geest van Trouw een tweede artikel van Jan Oegema over Meister Eckhart. Op de zingevingsmarkt is mystiek op dit moment razend populair en ook voor Meister Eckhart is de belangstelling gestaag groeiende. Oegema noemt hem in de introductie stijgen naar het ongewone samen met Eckhart Tolle, net als Anselm Grün een schrijver van bestsellers:

Meister Eckhart lijkt alleen al door zijn naam verwant te zijn met Eckhart Tolle, ook een Duitser, ook een mysticus, maar dan uit de 20ste eeuw en goed voor grote oplagen. Beiden spreken over loslaten van het ik, afgescheidenheid, ledigheid van gemoed. Beiden zouden deze zin kunnen schrijven: „Ledig is een gemoed wanneer het door niets in de war wordt gebracht en aan niets is gebonden, wanneer het niet door bepaalde emoties wordt vertroebeld en in geen enkel opzicht met zichzelf bezig is.” Maar de volgende zin kan alleen van de Meister zijn:
„Wanneer de afgescheidenheid haar hoogste graad heeft bereikt, wordt zij door te kennen kennisloos en door liefde liefdeloos en door licht duister.”
Bij Eckhart Tolle is weinig duister, bij Meister Eckhart heel veel. Daarom verkoopt de uitgever van de eerste honderdduizend boeken per jaar, de uitgever van de tweede slechts duizend – als hij geluk heeft. Ik zou liever zien dat het andersom was, ik zou het de Meister graag gunnen.

Juan de la CruzMeister Eckhart toont op dit punt duidelijk verwantschap met de Spaanse mysticus Juan de la Cruz, die met zijn mystieke gedicht Noche Oscura del Alma (donkere nacht van de ziel) de duisternis benadrukt. Uiteraard komen we de duisternis tegen wanneer we een geestelijk leven willen gaan leiden, maar Juan de la Cruz en Meister Eckhart gaan veel verder: ze zien de duisternis als een wezenlijk kenmerk van God. Wanneer we het begin van het Johannesevangelie erbij pakken, lezen we het volgende:

Evangelie naar Johannes 1 : 4-13
In het Woord was leven en het leven was het licht der mensen; en het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet gegrepen. Er trad een mens op, van God gezonden, wiens naam was Johannes; deze kwam als getuige om van het licht te getuigen, opdat allen door hem geloven zouden. Hij was het licht niet, maar was om te getuigen van het licht. Het waarachtige licht, dat ieder mens verlicht, was komende in de wereld. Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem geworden, en de wereld heeft Hem niet gekend. Hij kwam tot het zijne, en de zijnen hebben Hem niet aangenomen. Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die in zijn naam geloven; die niet uit bloed, noch uit de wil des vlezes, noch uit de wil eens mans, doch uit God geboren zijn.

Hoe komt het dat een mysticus als Meister Eckhart die volgens Oegema ‘verknocht is aan het christendom’ tot een ervaring van God komt die haaks staat op wat de evangelist Johannes schrijft? Voor een mysticus uit de oosterse traditie van het christendom zoals Simeon de Nieuwe Theoloog zou een dergelijke uitspraak ondenkbaar zijn. Niet alleen de polariteit licht-duisternis wordt door Meister Eckhart als een oosters yin-yangprincipe gehanteerd, ook de polariteit: volheid-leegte.

“De meesters leren, God is een wezen, een intelligent wezen en herkent alle dingen. Ik zeg echter: God is géén wezen, hij is niet intelligent, noch herkent hij dit of dat. Daarom is God leeg van alle dingen. Daarom is het nodig dat de mens er naar streeft van het werken Gods niets te weten noch te herkennen.”
(Bron: Meister Eckhart in Warum wir sogar Gottes ledig werden sollen.)

Een uitspraak als deze doet denken aan een oosterse wijsheid en lijkt een peilloze diepzinnigheid te bezitten. Maar als we deze ervaring toetsen aan het Evangelie en de traditie is deze gewoon onwaar. Het punt is nu dat deze toets steeds meer als (negatief!) fundamentalisme wordt beschouwd. De ‘vrije’ individuele ervaring lijkt nog de enige toets die OK is. Het individu zoekt boven alles zijn eigen-zinnigheid, zichZelf, onafhankelijkheid, orginaliteit en zijn eigen-wijsheid. Oosterse eenheidsmystiek, gnosis en Eckhart sluiten hier naadloos op aan. Dat de kerkelijke leer hier niet in meegaat, wordt vaak als een bevestiging gezien dat het individu gelijk heeft en het instituut zich daartegen verzet. Uit angst voor machtsverlies zou de Kerk daarom inzichten van mystici afwijzen. De tegenstelling instituut-individu (meestal geinterpretteerd als verdrukker-onderdrukte) is een hardnekkig denkbeeld, maar in het geestelijk leven bestaat deze tegenstelling niet. De mens is juist een persoon, in de eerste plaats afhankelijk van Zijn Schepper en geroepen om voor altijd in een relatie met Hem te leven. De oosterse mystiek en gnosis gaan er juist vanuit dat de mens ondeelbaar (individuum) is en in wezen Zélf God is en bij zijn bestemming komt als hij volledig ontwaakt. Oosterse mystiek en gnosis spreken daarom bij voorkeur over het onpersoonlijke leven, over ‘het’ goddelijke, over ‘onzijdig’ bewustzijn en verwerpen God als Persoon.

Meister Eckhart leefde in een tijd (eind 12e , begin 13e eeuw) waarin de theologie in het westen intellectueel geworden was. Het vertrekpunt in de omgang met God had zich verplaatst van het hart naar het hoofd. Er werd heel diep nagedacht en wat Meister Eckhart doet, lijkt op het kraken van een zen-koan. Het lijkt diepzinnig als hij over God spreekt in termen van duisternis en leegte, maar zijn uitspraken getuigen niet meer van een levende omgang met God Die Persoon is. Het is ook niet voor niets dat bij Eckhart God zijn gezicht verliest. Voor het individu betekent dit het begin van zijn ‘verlichting’, maar voor de persoon betekent dit zijn dood.

De vaders van de Orthodoxe Kerk benadrukken de apofatische kennis van God. We kunnen God kennen door wat Hij allemaal niet is. Het lijkt op negatieve theologie avant la lettre. Maar in de Orthodoxie verzelfstandigt de apofatische kennis zich nooit maar blijft ze steeds verbonden met de levende ervaring met God. Daarom schrijft de evangelist Johannes (die ook wel Johannes de Theoloog wordt genoemd) in zijn eerste Brief :

Johannes de TheoloogEerste Brief van Johannes 1: 5-7
En dit is de verkondiging, die wij van Hem gehoord hebben en u verkondigen: God is licht en in Hem is in het geheel geen duisternis. Indien wij zeggen, dat wij gemeenschap met Hem hebben en in de duisternis wandelen, dan liegen wij en doen de waarheid niet; maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkander; en het bloed van Jezus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.
God is licht en in Hem is in het geheel geen duisternis
Getrost in deine Hände
Gisteren gehoord in de Geertekerk in Utrecht:
Bach cantate voor Theofanie: Sie werden aus Saba alle kommen

Gisterenavond naar een uitvoering geweest van een cantate die Bach voor de zondag na kerstmis componeerde: Sie werden aus Saba alle kommen Thuis ook weer eens geluisterd naar de uitvoering van BWV 65 op de tweede CD in de Box Cantatas Vol. X van de Bach Edition. Vijf jaar geleden kocht ik alle cantates van de Bach Edition op 60 CD’s in de uitvoering (2000) van het Holland Boys Choir uit Elburg o.l.v. Pieter Jan Leusink.

slotkoor van BWV 65

7. Choral
Ei nun, mein Gott, so fall ich dir
Getrost in deine Hände.
Nimm mich und mach es so mit mir
Bis an mein letztes Ende,
Wie du wohl weißt, dass meinem Geist
Dadurch sein Nutz entstehe,
Und deine Ehr je mehr und mehr
Sich in ihr selbst erhöhe.

Leusink houdt van een enthousiaste Bach. In veel cantates is dat een prima aanpak. Bij cantate 197: “Gott is unsere Zuversicht” krijg je bij Leusink een koor dat bruist van het enthousiasme. Dat enthousiasme hoor je soms wel terug bij Harnoncourt/Leonhardt, maar veel te weinig bij de anderen. Minder geslaagd bij Leusink zijn die koorfragmenten die om een ingetogen karakter vragen. Het openingskoor uit cantate 21: “Ich habe viel Bekümmernis” heeft echt geen dans-tempo nodig. Herreweghe heeft dat uitstekend door.
 
In de wat moelijker koren verliest Leusink het zonder meer van het koor van Herreweghe. Desalniettemin levert Leusink een prima resultaat, ondanks het feit dat het koor in bijv. cantate 198, de Trauerode, er een beetje tegenaan zingt. Kijken we bijv. naar BWV 31: “Der Himmel lacht, die Erde jubiliert": Harnoncourt besluit om in dit lastige koor de sopraanpartij te laten zingen door de sopraan-solist. In Leusinks koor zingen alle jongetjes gewoon mee: het resultaat mag er zijn!
 
Bron: home.wanadoo.nl/jdpt/bijlagen/brilliant/Bach_Leusink.htm

Onder Leusink’s leiding kwamen vele cd, dvd & tv opnamen tot stand, waarvan 3 met goud en 1 met platina bekroond. Internationaal kwam zijn doorbraak met het realiseren van de integrale opnamen van Bach’s 200 geestelijke Cantates (60 cd’s!) in het Bach Herdenkingsjaar 2000, waarvan wereldwijd meer dan 5 miljoen werden verkocht. In tal van muziekvakbladen werd zijn vakmanschap geprezen! Voor zijn bijzondere verrichtingen als dirigent, musicus en Bach-specialist werd hij in 2004 door Hare Majesteit de Koningin benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Een hoge koninklijke onderscheiding.

KoopmanDe goedkope uitvoering (dankzij een enorme oplage van 5 miljoen!) van de cantates van Pieter Jan Leusink voor het Brilliant-label (te koop bij het Kruidvat) wordt door de meeste kenners als redelijk studiemateriaal beschouwd. Inmiddels is er door Ton Koopman & The Amsterdam Baroque Orchestra & Choir voor Antoine Marchand Records ook een complete registratie op 22 CD’s uitgebracht. Dit is een veel duurdere editie maar deze uitvoering wordt over het algemeen ook hoger gewaardeerd. Te koop in de webshop van deze website

De cantates van Johann Sebastian Bach [ hoogtelijnen.nl ] | bach-cantatas.com
De cantates en het kerkelijk jaar | kalender met een BWV-nummer voor elke dag

zondag 7 januari 2007
van persoon tot individu [ 1 ]
gelezen in Letter & Geest (weekendbijlage van Trouw):
Jan Oegema over Meister Eckhart

Jan OegemaNa mij tussen kerst en nieuwjaar te hebben overgeven aan een horizontaal leven met de Top 2000, ben ik mij deze week weer gaan verdiepen in ernstiger zaken. Ik ben chronisch achter met lezen en daar ben ik inmiddels al zo aan gewend geraakt dat ik de stapels aan het begin van het nieuwe jaar maar gewoon doorschuif naar een archief dat door mij waarschijnlijk altijd ongelezen zal blijven. Positieve bijkomstigheid is dat ik voortdurend mag blijven reflecteren op het nut en nadeel van kennis voor het leven. Hierop half-bezinnend kwam vanmorgen de volgende alinea van een artikel van Jan Oegema voor mijn neus:

En u, waarom leest u deze aflevering van Letter & Geest? U zegt tegen uzelf dat u behoefte heeft aan verdieping, dat u graag over de grote dingen van het bestaan nadenkt. Dat is zonder twijfel zo. Maar uw broer en zuster lezen nooit een krant, laat staan een betere - hoe komt het dan dat u dat wél doet? Zeker, u bent geinteresseerd in zingeving. - maar wat u daar ten diepste toe aanzet, onttrekt zich aan uw waarneming. Verdieping, zingeving, dat zijn verklaringen achteraf. U bent uw eigen werk niet, u ontkomt er domweg niet aan te doen wat u nu doet.
Geen enkele mens kent zijn particuliere broncode

Eckhartzegt Jan Oegema aan het begin van een vervolgartikel over Meister Eckhart met de titel De godheid heeft geen gezicht. Ik moet hem gelijk geven dat ik niet precies weet waarom ik dit artikel ben gaan lezen en waarom ik het eerste deel van zijn reeks over de Duitse mysticus van 2 december j.l. (inderdaad nog ongelezen in het archief!) nu ook ben gaan lezen. Waarschijnlijk komt het omdat ik deze week weer een oefening cultuurbeschouwing heb gedaan op deze plek en de naam van Eckhart daarin voorbij had laten komen. Ik noemde zijn mystiek als voorbeeld van een reactie op het intellectualisme van zijn tijd, maar tegelijkertijd toch ook weer een product van dit intellectualisme. Ik vergelijk het maar met de Romantiek als reactie op de Verlichting. (Niet voor niets werd Eckhart in de Romantiek, na 500 jaar, pas herontdekt.) Een reactie voegt zich altijd ook naar datgene waarop het reageert en zoals er in de Romantiek heel veel elementen uit de Verlichting zijn opgenomen, zo nam Meister Eckehart veel over uit de scholastiek die hem in zekere zin heeft voortgebracht.

Een van mijn motieven om Oegema’s essay te gaan lezen heb ik hiermee genoemd. Een ander motief is dat ik mij graag op de hoogte wil laten houden van de bewegingen in het geestelijke leven om mij heen. Dat is ook de reden waarom ik Trouw | de Verdieping lees, volgens mij de enige krant in Nederland die kwalitatief en veelzijdig schrijft over religie en zingeving. De uitgever en publicist Oegema is al een paar jaar een van de terugkerende essayisten in het zaterdagbijvoegsel Letter & Geest en met zijn artikelen bedient de krant een deel van haar lezers dat iets van zichzelf herkent in Oegema’s etiket (dat eigenlijk geen etiket mag zijn) soloreligieus. Vaak hebben deze lezers een christelijke én kerkelijke achtergrond, maar vinden ze de christelijke leer en het kerkelijk leven te benauwd geworden om zichzelf volledig te kunnen ontplooien en om ‘datgene’ te kunnen vinden dat ze ‘God’ noemen.

In levensbeschouwelijk opzicht zijn soloreligieuzen actiever dan zgn. ietsisten. Een ietsist ben je namelijk al zodra je gelooft dat er ‘meer’ is en een soloreligieus is juist iemand die een actieve en persoonlijke zoektocht gaat naar dat ‘meer’. Wat de soloreligieus dan weer onderscheidt van de traditionele gelovige, is juist het geloof in de persoonlijke God. Waar de (niet vrijzinnige) christen spreekt over God of Christus, spreekt de soloreligieus over God, god, godheid, het goddelijke of de historische Jezus van Nazareth. Meestal gaat het in de soloreligiositeit al veel te ver om God (het goddelijke) een naam te geven en daarvan getuigt ook Oegema’s essay in Letter & Geest: “De godheid heeft geen gezicht.”

EckhartDe komende weken wil ik in mijn weblog een paar citaten uit dit artikel gaan belichten vanuit het orthodox christendom. de mysticus Meister Eckhart is nu voor velen een held en een voorbeeld, maar in 1329 werd de ban over zijn geschriften uitgesproken. Het cliché dicteert ons tegenwoordig dat dit een laffe actie was van het machtsinstituut kerk dat eigenlijk bewijst dat Eckhart gewoon gelijk had. Hoewel ik zelf tien jaar lang een weg van (verre-)oosterse en westerse mystiek gevolgd heb en dacht dat de christelijke dogma’s voor mij en de mensheid een gepasseerd station waren, ben ik uiteindelijk gaan ingezien waarom de citaten (die ik tot nu toe van Eckhart gehoord heb) niet spreken over een echte relatie met God, maar dat ze spreken over een bepaalde ervaring van ‘de godheid’ die bij het individu past. Het is daarom ook heel logisch dat hij ons nu, in onze geïndividualiseerde tijd, zo aanspreekt. Bij Eckhart verliest God zijn gezicht, is Hij niet langer een Persoon. Dat spreekt de meeste mensen van nu aan, omdat we van een persoon steeds meer tot een individu geworden zijn. We lijken zelfs het verschil tussen persoon en individu vergeten …

(wordt vervolgd…)

De angst nooit meester [ Anton van Harskamp over soloreligieuzen ]
Meister Eckhart [ eckhart.de ]

zondag 3 december 2006
het verschil
What is the Difference Between Orthodoxy and Western Confessions?
Metropolitan Anthony (Khrapovitsky) of Kiev and GalichAnswering this question, many educated Russians would mention the rites, – but we hardly need wasting time on this sort of nonsense. Not much closer to the truth, however, is another opinion, fairly common among those who are better versed in theology. They would tell us about the filioque, about Papal supremacy and other teachings rejected by Orthodoxy, and also about the teachings of both Latin and Orthodox faiths which are rejected by the Protestants. It would turn out that Orthodoxy has no specific substance of her own, equally unfamiliar to all of the European confessions. But because they have originated one from another, we might expect that there are certain treasures of Christ’s truth which cannot be found in any of them: a heresy born of another heresy must keep some part of the parent if it is not returning to the True Church.
 
Bron: stxenia.org/wayapart/index.html
vrijdag 1 december 2006
de paus in Turkije [ 4 ]
vandaag is de laatste dag van het bezoek van de paus aan Turkije
patriarch en paus
de patriarch en de paus gisteren op het balkon van het Phanar in Constantinopel

Holy Mass at the Cathedral of the Holy Spirit Homily of the Holy Father
Farewell ceremony at the Airport of Istanbul
13.15 Departure from the Airport of Istanbul to Rome

Bron: vatican.va

vredeskusThis fraternal encounter which brings us together, Pope Benedict XVI of Rome and Ecumenical Patriarch Bartholomew I, is God’s work, and in a certain sense his gift. We give thanks to the Author of all that is good, who allows us once again, in prayer and in dialogue, to express the joy we feel as brothers and to renew our commitment to move towards full communion. This commitment comes from the Lord’s will and from our responsibility as Pastors in the Church of Christ. May our meeting be a sign and an encouragement to us to share the same sentiments and the same attitudes of fraternity, cooperation and communion in charity and truth. ondertekeningThe Holy Spirit will help us to prepare the great day of the re-establishment of full unity, whenever and however God wills it. Then we shall truly be able to rejoice and be glad.
 
Eerste deel van een gemeenschappelijke verklaring ondertekend door de paus en de patriarch
Bron: patriarchate.org
donderdag 30 november 2006
de paus in Turkije [ 3 ]
vandaag is de derde dag van het bezoek van de paus aan Turkije
The Pope’s journey to Istanbul (… ) finds a first significant moment in his meeting of prayer and dialogue on 29 November with His Holiness Bartholomew I in the Patriarchal Cathedral. At the end of the common prayer, the relics of Saint Gregory the Theologian and Saint John Chrysostom will be venerated. The heart of the visit to the Ecumenical Patriarch takes place on 30 November, the liturgical memorial of the Apostle Andrew. The Holy Father’s participation in the Divine Liturgy is followed by a brief common prayer and the unveiling of a stone commemorating the last three Popes who visited the Patriarchate, and concludes with the reading and signature of a Joint Declaration by His Holiness and Patriarch Bartholomew I.
 
Bron: vatican.va
patriarch en paus
de patriarch en de paus gisterenavond
in de kerk van de hl. George

Istanbul [Konstantinopel]
Divine Liturgy at the Patriarchal Church of St. George Address of the Holy Father
Joint Declaration
Visit to the Museum of Saint Sofia
Moment of prayer to the Armenian Apostolic Cathedral and meeting with H.B. Patriarch Mesrob II Greeting of the Holy Father
Meeting with H.E. the Syrian Orthodox Metropolitan
Meeting with the Grand Rabbi of Turkey
Meeting and dinner with the members of the Catholic Episcopal Conference

Bron: vatican.va

patriarch en paus
de patriarch en de paus gisterenavond
in de kerk van de hl. George
The Divine Liturgy of Saint John Chrysostom in the Patriarchal Church of Saint George in the Phanar
 
The Byzantine Liturgy is common to all the Churches of the Byzantine tradition, both Orthodox and Catholic: those of Greece, the Middle East, Eastern Europe and southern Italy. The Byzantine Churches use three anaphoras or Eucharistic prayers, also called simply “liturgies”: those of Saint John Chrysostom – used almost daily; Saint Basil – used ten times a year; and Saint James – used only once a year. The Byzantine Divine Liturgy, like that of all the Eastern Churches, is celebrated facing East. The priest and all the faithful look to the East, whence Christ will come again in glory. The priest intercedes before the Lord for his people; he walks at the head of the people towards the encounter with the Lord. At different moments the priest turns to the people: for the proclamation of the Gospel, for the dialogue preceding the anaphora, for the communion with the holy gifts, and for all the blessings. These symbolize moments in which the Lord himself comes forth to meet his people.
 
The Byzantine Divine Liturgy has three parts: the preparation of the priest and the gifts of bread and wine (prothesis); the liturgy of the catechumens (liturgy of the word); and the liturgy of the faithful.
 
A. The preparation of the gifts has two parts. First, the preparation of the priest, which includes the prayers and his clothing with the sacred vestments. In the prayers the priest asks the Lord in his mercy to make him worthy to offer the sacrifice, to intercede for the people, to call down the Holy Spirit.
 
There follows the preparation of the gifts of bread and wine. Although the rite of preparation is performed by the priest alone, the whole Church, in heaven and in earth, is symbolically present.
 
B. The liturgy of the catechumens calls for the participation of the catechumens, who are then dismissed after the proclamation of the Gospel.
 
The Divine Liturgy begins with an invocation of the Holy Trinity: “Blessed be the kingdom of the Father and the Son and the Holy Spirit…”. Three litanies follow, a longer one and two shorter ones, which invoke the Lord’s mercy upon the whole world and the entire Church. Mention is made of the Church, her members and all those in need. These litanies always include an invocation to the Mother of God, who intercedes for everyone and for the Holy Church. After the second litany the christological hymn, “Only-Begotten” is sung; this is an ancient liturgical hymn that summarizes the principal dogmas of the Christian faith: the Trinity, the Incarnation of the Word of God, the divine maternity of Mary, the salvation that is bestowed on us by Christ’s passion, death and resurrection. There follows the “Small Entrance”. In a solemn procession, the priest and the deacon take the Gospel from the altar, show it to the faithful and set it again on the altar, in order to indicate the beginning of the proclamation of the word of God: originally this was the entrance procession. Before the readings the Trisagion is chanted: “Holy God, Holy Mighty, Holy Immortal…”. Two readings are then proclaimed from the New Testament. The Gospel is usually followed by a homily.
 
C. The Liturgy of the Faithful. The third part of the Divine Liturgy is the liturgy of the faithful, in which those who are baptized participate fully. It begins with the “Great Entrance”, the procession with the bread and wine towards the altar. The choir sings the hymn: “We who mystically represent the Cherubim…”, another ancient liturgical text in which the Church of heaven and earth is united in praise and thanksgiving to God for his gifts. The priest incenses the altar, the church, the gifts and the faithful, all of which are icons of Christ. He then solemnly takes the paten and the chalice, and after asking the Lord to remember all those who have been commemorated and the whole Church, he sets them on the altar and covers them with the veil. The priest then recites for himself and the whole Church the words of the Good Thief from his cross: “Remember me, Lord, in your Kingdom…”. The gifts, a symbol of Christ, the Lamb who was slain, are then placed on the altar, as if in the tomb from which, after the consecration or sanctification, the life-giving Body of Christ will be given to each of the faithful. After the entrance, litanies are sung, the sign of peace is exchanged, and the Nicene-Constantinopolitan Creed is recited. There follows the anaphora of Saint John Chrysostom, which has a structure similar to that of the other anaphoras of the Eastern and Western liturgies: an initial trinitarian dialogue, Preface, Sanctus, anamnesis, institution narrative, epiclesis, intercessions and conclusion.
 
This is followed by the Our Father, the breaking of the bread and communion. Before communion the priest pours some boiling water (called the zéon) into the chalice as a symbol of the outpouring and presence of the Holy Spirit, as well as a sign of the life which comes from communion in the living and life-giving Body and Blood of Christ himself. Communion is received under both species.
 
The Divine Liturgy concludes with the final blessing.
 
Bron: vatican.va

Bekijk de Goddelijke Liturgie [realplayer vereist]

woensdag 29 november 2006
de paus in Turkije [ 2 ]
vandaag is de tweede dag van het bezoek van de paus aan Turkije

Efeze
Holy Mass Homily of the Holy Father

Efeze
De bibliotheek van Celsus in Efeze

Istanbul - Konstantinopel
18.30 Arrival at Kemal Attaturk Airport. Greeted by His All Holiness Ecumenical Patriarch Bartholomew.
19.15 Official Welcome of His Holiness Pope Benedict by His All Holiness Ecumenical Patriarch Bartholomew of Constantinople.
19.30 Doxology of thanksgiving upon the occasion of the arrival of Pope Benedict XVI to the Ecumenical Patriarchate, exchange of greetings and mutual reverence of the Holy Relics.
20.00 Private meeting between the Ecumenical Patriarch and the Pope.
20.45 Departure of Pope.

St.George
Patriarchale kerk van de hl. George in Konstantinopel

Bronnen: vatican.va en patriarchate.org

dinsdag 28 november 2006
de paus in Turkije [ 1 ]
vandaag is de eerste dag van het bezoek van de paus aan Turkije
paus en Erdogan
Paus Benedictus XVI tijdens zijn ontmoeting met de Turkse premier Tayyip Erdogan.

13.00 Arrival at Esemboğa International Airport
Visit to the Atatürk Mausoleum
Welcome ceremony and courtesy visit to the President of the Republic
Meeting with the Vice Prime Minister
Meeting with the President of Religious Affairs Address of the Holy Father
Meeting with the Diplomatic Corps Address of the Holy Father
Bron: vatican.va

Benedictus XVIpaus en patriarch
Donderdag bezoekt paus Benedictus XVI het oecumenisch patriarchaat in Konstantinopel. In het Westen zijn we nauwelijks bekend met de geschiedenis van het oosterse christendom en daarmee verbonden Byzantijnse Rijk. Op de website van het oecumenisch patriarchaat staat een prachtige interactieve tijdlijn van de geschiedenis van het patriarchaat Konstantinopel.
 

pausbezoek in teken van lastige kwesties [ nrc.nl ]

zondag 19 november 2006
oecumenische ontmoeting
over 10 dagen ontvangt Oecumenisch Patriarch Bartholomeos
paus Benedictus XVI in Istanbul (Konstantinopel)
Zijne Alheiligheid Oecumenisch Patriarch Bartholomeos, spirituele leider van meer dan driehonderd miljoen orthodoxe gelovigen, zal Paus Benedictus XVI op 29 en 30 november ontvangen op het Oecumenisch Patriarchaat in Konstantinopel (Istanbul).
Bartholomeos Benedictus XVI
Oecumenisch Patriarch Bartholomeos en Paus Benedictus XVI
“Wij kijken naar het bezoek van de Paus uit met broederlijke liefde en grote verwachting”
Paus Benedictus’ driedaags bezoek aan Istanbul is het gevolg van een persoonlijke uitnodiging van het Oecumenisch Patriarchaat ter gelegenheid van het feest van de Heilige Apostel Andreas, de eerstgeroepene der Apostelen en de oudere broeder van de Heilige Petrus. De Heilige Andreas reisde door Klein-Azië en wordt beschouwd als de stichter van het Oecumenisch Patriarchaat van Konstantinopel, zoals Istanbul vroeger genoemd werd. Beide prelaten zijn over heel de wereld gekend als vredestichters en voor hun uitzonderlijke inzet om bruggen te slaan van waarheid en liefde over verdeeldheden van religieuze, etnische en politieke aard en voor het behoud van het milieu.
 
“Wij kijken naar het bezoek van de Paus uit met broederlijke liefde en grote verwachting”, zei de Oecumenische Patriarch Bartholomeos. “Het zal zeer belangrijk zijn voor ons land en voor de relaties tussen orthodoxen - katholieken”.
 
Bron: orthodoxia.be

Zijne Alheiligheid Bartholomeos is de Aartsbisschop van Konstantinopel, het Nieuwe Rome en de Oecumenische Patriarch. Hij is de 270ste opvolger van de Heilige Apostel Andreas, die tweeduizend jaar geleden de lokale christelijke Kerk van Byzantium heeft gesticht. De Oecumenische Patriarch is een levende getuige voor de wereld van de pijnlijke en verlossende strijd voor religieuze vrijheid en de natuurlijke waardigheid van de mensheid. Als burger van Turkije, geeft zijn persoonlijke ervaring hem een uniek perspectief op de voortdurende dialoog tussen de christelijke, islamitische en joodse gemeenschappen. Voor zijn inspirerende inspanningen voor religieuze vrijheid en mensenrechten, wordt Oecumenisch Patriarch Bartholomeos gezien als een bruggenbouwer en vredestichter en ontving hiervoor de Gouden Medaille van het Congres der Verenigde Staten in 1997.
Bron: orthodoxia.be

» patriarchate.org

woensdag 15 november 2006
Iets is mijn Herder
VU-Alumni symposium over de mogelijkheden en onmogelijkheden
van het aanroepen van God bij een vervagend godsbeeld
De Heer is mijn herder
Bij het relationele Godsbeeld volgen we soms te zoetige en kinderlijke voorstellingen…
Een persoonlijk godsbeeld is niet of niet meer vanzelfsprekend. Theologen keren zich ervan af, onderzoekers verklaren de verschijnselen en gelovigen gaan hun eigen wegen. Maar het debat hierover is ongekend levendig, want er staat iets op het spel.
 
Daarom belegt de alumnicommissie VU-theologie en religie en levensbeschouwing op maandag 20 november 2006 een symposium over twee cruciale vragen:
 
1 wat is het belang van een relationeel godsbeeld en
2 hoe kan liturgie zich ontwikkelen in een cultuur van ietsisme?
 
Deze vragen worden belicht vanuit de systematische theologie, de godsdienstpsychologie en de liturgiek. Drie wetenschappers van de theologische faculteit geven hun visie, drie alumni reageren vanuit hun werkveld.
 
Maandag 20 november 2006
Vanaf 10.30 uur
Hoofdgebouw VU: Kerkzaal (16e verdieping)
Vrije Universiteit Amsterdam
Faculteit der Godgeleerdheid
Dante
… maar soms ook visionaire voorstellingen
God als Iets
… die lijken op de kosmische voorstellingen wanneer we ons God als universele krachtbron voorstellen.
dinsdag 14 november 2006
over de ziel
De ziel als drieeenheid bij Plato
Bij Plato is de ziel het morele en intellectuele zelf, dit in onderscheid met de passies en lust c.q. plezier en allerlei zintuiglijke aspecten van het menselijk bestaan. Plato onderscheidt in zijn Faidros (Phaedrus 246A ff., 253C ff.) drie aspecten van de menselijke ziel die hij vergelijkt met een wagenmenner achter een tweespan. Zowel de menner als wel de twee (gevleugelde) paarden zijn onderdeel van de tripartite ziel Deze drie onderdelen zijn (in meerdere verschillende transcripties van veelal hetzelfde)
 
Bron: nl.wikipedia.org

De menner, de logos of noes (nous) (intellect, het redenerende en kennende deel)
Het nobele paard, de thumos, thumoeides (passie, wil, doorzettingsvermogen)
Het weerspannige paard, epithumia, epithumetikon (trek, lust, driftleven)

de ziel volgens PlatoOf the nature of the soul, though her true form be ever a theme of large and more than mortal discourse, let me speak briefly, and in a figure. And let the figure be composite—a pair of winged horses and a charioteer. Now the winged horses and the charioteers of the gods are all of them noble and of noble descent, but those of other races are mixed; the human charioteer drives his in a pair; and one of them is noble and of noble breed, and the other is ignoble and of ignoble breed; and the driving of them of necessity gives a great deal of trouble to him. I will endeavour to explain to you in what way the mortal differs from the immortal creature. The soul in her totality has the care of inanimate being everywhere, and traverses the whole heaven in divers forms appearing—when perfect and fully winged she soars upward, and orders the whole world; whereas the imperfect soul, losing her wings and drooping in her flight at last settles on the solid ground—there, finding a home, she receives an earthly frame which appears to be self-moved, but is really moved by her power; and this composition of soul and body is called a living and mortal creature. For immortal no such union can be reasonably believed to be; although fancy, not having seen nor surely known the nature of God, may imagine an immortal creature having both a body and also a soul which are united throughout all time. Let that, however, be as God wills, and be spoken of acceptably to him. And now let us ask the reason why the soul loses her wings!
 
Bron: Phaedrus

The Trinetarian Soul

maandag 13 november 2006
Mnemosyne
Waarom herinneren we ons niet?
Bedwelmd door de wateren van Lethe, zijn we vergeten dat Nous, onze geestelijke gids en mentor, zich wèl herinnert, kennis heeft en – als we het maar konden opbrengen om Psyche, onze ziel, aan haar toe te vertrouwen – voor ons de vluchtige visioenen van geestelijke dingen zou kunnen oproepen: die zwakke maar werkzame teugen uit de bron van wijsheid.
 
(…)
 
Niettemin is gemeenschap tussen goden en mensen altijd mogelijk en zal dat altijd zijn, want het vermogen om de geheime bron van waarheid aan te boren zetelt in de ziel. Maar kennis daarvan komt alleen toe aan hen die omgang hebben met Nous, de kenner in ons, gepersonifieerd als Mnemosyne, Godin van de Herinnering. Wie is deze godin en wat is haar functie?
 
Mnemosyne, moeder van de Muzen, is de dienares van Nous, van wie het de opgave is om Psyche, de ziel, ertoe te bewegen zich de waarheid voor de geest te halen, zodat ze door zich haar goddelijke oorsprong te herinneren, tenslotte het recht op hereniging met Nous verwerft. Onder de overblijfselen van de Orfische mysteriën die in de graven op Kreta en in Zuid-Italië zijn teruggevonden, zijn acht kleine, heel dunne bladgouden schrijftabletten waarin kleine Griekse letters zijn gegraveerd. Een hiervan uit de buurt van Petelia, bij Strongoli, spreekt over twee bronnen bij de ingang van de Onderwereld: de bron van Lethe of Vergetelheid (zonder naam) links, en die van Mnemosyne of Herinnering rechts:

Gij zult links van het Huis van Hades een bron vinden,
En daarnaast staat een witte cypres.
Nader deze bron niet te dicht.
Maar gij zult er nog een vinden bij het Meer van Herinnering,
Koud water stroomt erdoor, en er staan Wachters voor.
Zeg: ‘Ik ben een kind van de Aarde en van de Sterrenbezaaide Hemel;
Maar mijn volk is (uitsluitend) van de Hemel. Dit weet uzelf.
En kijk, ik smacht van de dorst en ik verga. Geef mij snel
Het koude water dat stroomt uit het Meer van Herinnering.’
En uit zichzelf zullen zij u te drinken geven uit de heilige Bron,
En daarna zult gij heer zijn onder de andere Helden.

In deze hymne wordt de Orfische kandidaat gewaarschuwd voor het drinken van het water van Lethe.

Lethe
John Roddam Spencer Stanhope
The Waters of Lethe by the PLains of Elysium, 1879 - 1880
De natuur is altijd meedogend en rechtvaardig: omdat de heldere wateren van Mnemosyne aan de onvoorbereiden de dood zouden kunnen brengen, gaat ze op een zorgzame manier te werk waardoor een of meer van haar dochters tot zielenadel kan inspireren. Zoeken we zelfs vandaag de dag niet naar Terpsichore, Melpomene, of Polyhymnia – de Muzen van dans, zang en hymne – zowel voor een innerlijke als een uiterlijke verfrissing? Krijgen wetenschappers in hun zelfopofferende arbeid en onderzoek geen intuïtieve ingevingen van Urania van wie de magische staf naar de hemelse sferen verwijst waar haar hemelse kennis vandaan komt? Ongetwijfeld bevindt ieder mens zich onder de bijzondere hoede van een of meer van de ‘lieflijk sprekende Negen’ – boodschappers van ons geestelijke zelf, van wie de levenschenkende wijsheid een voortdurende hulp is bij het zich herinneren.
Zo diepgaand werd dit begrepen dat de dichter Hesiodus uitriep:

Onuitsprekelijk gezegend
is hij die door de Muzen wordt bemind.

Bron: theosofie.net

Mnemosyne (Mνημοσύνη) was in de Griekse mythologie een Titanide en de personificatie van het geheugen. Volgens de oude Grieken vond zij de woorden en taal uit. Volgens Hesiodus kregen koningen en dichters hun uitzonderlijke spraakvermogen van Mnemosyne en hun speciale relatie met haar dochters, de muzen.

Mnemosyne is volgens sommige bronnen ook de naam van een rivier in Hades. Doden die van haar wateren dronken zouden hun leven niet vergeten (zoals bij de rivier Lethe het geval was) maar onthouden.

Bron: nl.wikipedia.org

Griekse Mythologie

vrijdag 10 november 2006
een messiaanse parabel ?
The Matrix als gnostisch evangelie

Op de persoonlijke website van Dick Wursten uit Antwerpen vond ik een aantal zeer boeiende artikelen : over de cantates van Bach, over Psalmen, over geloof en post-modernisme (’God in stukken’), over fundamentalisme als uitdaging, over een pelgrimage naar Vezelay, over een beklimming van de Mont-Ventoux in de voetsporen van Petrarca en over de films The Passion of Christ en The Matrix. De laatste film bevat zoveel symboliek en betekenislagen dat het een ’speeltuin’ is geworden voor filosofen en theologen. Er is in de film een duidelijke verwijzing naar de christelijke heilsgeschiedenis. Ik heb alleen het eerste deel van de film gezien, The Matrix Reloaded komt ooit misschien nog eens.

Matrix has you
synopsis van de Matrix en het christelijk evangelie
In veel discussiefora over The Matrix wordt op een veel te simplistische en directe wijze naar parallellen gezocht tussen de personen en gebeurtenissen van the Matrix en het evangelie rondom Jezus Messias. De parallellie zou een x=y moeten zijn. Zo eendimensionaal zijn de WachowskiBros gelukkig niet. Zij blijven de dubbelzinnigheid ook in de dubbele bodems volhouden. Wil men een gelijkstelling dan zou men naast de Matrix een compleet Messias-verhaal moeten zetten dat zelf ook vol dubbelzinnigheden zit. Het lijkt mij dat de gnostische variant van het christendom dan het meest in aanmerking komt (voor het geval u het niet weet: Van de 2de t/m de 4de eeuw had de zich langzaam settelende vorm van kerkelijk georganiseerd crhistendom (wat wij nu ‘orthodox’ noemen, maar orthodoxie is altijd een naam die achteraf door de winnaar aan zijn eigen eertijds omstreden opinie is gegeven) een geduchte concurrent in een syncretistische verlossingsleer (incl. oosterse invloeden !), die Jezus niet alleen als redder maar ook als een mystagoog vereerde, omdat hij de geheime kennis aan zijn volgelingen heeft onthult, waardoor de gang van zaken in deze wereld plots transparant werd tot op de werkelijke wereld daarachter[1]. Met name Matrix Reloaded met de introductie van The Architect doet gnostisch aan.”
 
Bron: dick.wursten.be
‘…maar orthodoxie is altijd een naam die achteraf door de winnaar aan zijn eigen eertijds omstreden opinie is gegeven’

Met deze uitspraak kan ik niet instemmen. Door het woord ‘orthodox’ zo te benaderen, roept het antipathie op. Vaak wordt het woord in (neo-)gnostische teksten in deze betekenis gebruikt: orthodox als overwinnaar (onderdrukker) en gnosticisme als underdog (onderdrukte). Het is voorspelbaar waar de sympathie dan bij voorbaat al naartoe gaat… Letterlijk betekent het woord ‘ortho-dox’ : rechte (juiste) lofprijzing (of leer).

The Matrix; Religious Symbolism

donderdag 9 november 2006
religie en politiek in de VS
Deze week in Newsweek: The Politics of Jesus
Newsweek coverIn the days before the midterm elections, 62 percent of evangelicals say that religion plays too small a role in American political and cultural life today, compared to 37 percent of the American public, according to the November 2-3, 2006, Newsweek Poll, part of the November 13 cover package “The Politics of Jesus” (on newsstands Monday, November 6). Twenty-nine percent of the American public is equally divided over whether the role religion plays is too big or about right; whereas 21 percent of evangelicals say that the role religion plays is about right; and 14 percent say it plays too big a role.
 
Twenty-six percent of evangelicals say that their top priority this election day will be Iraq, compared to 32 percent of the American public, according to the Newsweek Poll. Sixteen percent of evangelicals say that terrorism is most important; 13 percent say the economy and 12 percent say health care; 10 percent say immigration; 9 percent say abortion compared to 5 percent of the American public; and 3 percent say stem cell research is at the top of their list. Despite the evangelical evolution, wedge politics are still sharp – from stem cells to gay marriage to late-term elections, reports Senior Editor Lisa Miller in the cover story. “Where you get such strong support is on issues where there is clarity,” explains Tony Perkins, president of the Family Research Council. “For those who believe in the Bible, there’s no question in marriage, there’s no question on the sanctity of human life.”
 
Bron: biz.yahoo.com

website van Newsweek

maandag 6 november 2006
het kwaad en de redelijkheid
“Geloof in kwade machten bevordert moordlust”

Religie staat weer midden in de belangstelling. Onlangs publiceerde Journal of Religion & Society een onderzoek dat Gary F.Jensen deed naar het verband tussen geweld en religieuze overtuiging. Hij kwam daarbij tot de conclusie dat mensen eerder gewelddadig zijn wanneer ze geloven in het bestaan van een duivel en een hel.

De duistere kant van godsdienst is volgens Jensen het geloof in duivel en hel. Jensen sluit zich aan bij de ideeën van Charles Kimball die in 2003 een studie publiceerde over aspecten van religiositeit die geweld faciliteren, dan wel tegenwerken (‘When Religion Becomes Evil’). Waar mensen sterk geloven in de hel, daar hebben ze eerder de neiging om iemand naar het leven te staan, dan waar de kosmologie vriendelijker trekken heeft.
 
In zijn studie stelde Kimball dat een sterk dualistisch geloof het aantal moorden zou opstuwen. Dualistisch wil zeggen: met geloof in God én duivel. De Verenigde Staten en de Dominicaanse Republiek scoren hoog op ‘dualistisch geloof’. IJslanders – en veel andere Europeanen – op hun beurt geloven wel in God maar niet in de duivel – Jensen noemt het God-Only . En dan zijn er nog landen met relatief veel ongelovigen.
 
Bron: trouw.nl/deverdieping

Ik vind zo’n onderzoek bij voorbaat al verdacht: een wetenschappelijk onderzoek heeft voor velen het aura van objectiviteit (lees: hoogste waarheidsgehalte.) Een conclusie van een dergelijk onderzoek leidt vaak tot een versimpeling van de werkelijkheid. Ik vind het ook bedenkelijk wanneer wetenschap zich met religie gaat bemoeien, want de Rede gaat zich dan bijna onvermijdelijk verheffen boven het hart en de macht van het getal gaat tellen. Tenslotte is het onzinnig om religie in het algemeen te onderzoeken. Er zijn zoveel soorten van religieuze overtuiging dat je nooit religie op één hoop kunt gooien.

11 september 2001Toch gebeurt dat steeds vaker. Na 11.09.01 zijn velen ervan overtuigd geraakt dat (elke!) religie gevaarlijke kanten heeft en dat het daarom veiliger is om in de redelijkheid van de Verlichting te blijven. Dat is merkwaardig, want de geschiedenis leert ons dat de Verlichting helemaal niet zo betrouwbaar is. In de achttiende eeuw begon het christelijk geloof langzaam af te brokkelen en begon men te vertrouwen op de Rede. Men geloofde dat er door de Rede een nieuwe (betere) mens zou ontwaken en dat er een nieuwe (betere) maatschappij opgebouwd zou worden. Maar al snel na de omwenteling van 1789 werd er een schrikbewind ingesteld en rolden de koppen van het schavot. Het is goed om hieraan herinnerd te worden wanneer er geroepen wordt dat de islam een Voltaire nodig heeft en door de Verlichting heengejaagd moet worden. Bovendien zijn de twee verschrikkelijke ideologieen van de twintigste eeuw, het communisme en het fascisme, rechtstreekse erfgenamen van de Verlichting en predikten ze een nieuwe wereld en een nieuwe mens. Elke heilstaat heeft zijn eigen goelag, zijn eigen concentratiekamp zoals in 1794 met het schrikbewind al duidelijk werd. Wanneer de mens met iets beters denkt te komen dan het traditionele geloof, schept hij zijn eigen hel.

1794
het schrikbewind, 1794

Je hoort de laatste jaren soms ook spreken over Verlichtingsfundamentalisme, van de overtuiging dat (elke) religie een potentieel gevaar is en dat deze platgespoten dient te worden met een spuitje van de Rede, zoals Kuitert bij het christelijk geloof heeft willen doen. Geloven mag (want de Verlichting noodzaakt ons om tolerant te zijn), maar de waarheidsclaim die bij het geloof hoort, mag eigenlijk niet. Daarom mag er in de Verlichting eigenlijk geen andere autoriteit zijn dan de Rede, die elk geloof als projectie, als helende verbeelding beschouwt en dus boven het geloof gaat staan. Zeker weten!

Uit het onderzoek van Gary F. Jensen zou blijken dat mensen die geloven in het bestaan van een hemel, een hel, God en een duivel eerder geneigd zijn tot haatprediking en geweld. Een dergelijke onderzoeksresultaat zal onmiddellijk de volgende gedachten bevestigen:
“het is verkeerd (primitief, achterlijk) om in het bestaan van de duivel en een hel te geloven. Mensen die in het bestaan van de duivel en in een hel geloven, zijn potentieel gevaarlijker dan mensen die hier niet in geloven.”
Sinds ons land sterk geseculariseerd is, associeren we reflexmatig de duivel en de hel met de Midddeleeuwen en met de primitieve, onderontwikkelde mens waar de geseculariseerde mens definitief bovenuitgestegen zou zijn. Het is typische arrogantie van de Verlichting die met minachting naar het ‘Middeleeuwse geloof ‘ kijkt.

Het geloof in het bestaan van duistere krachten is niet gevaarlijk.
Het is juist gevaarlijk om die duistere krachten te ontkennen.

De Verlichting heeft een tegenreactie opgeroepen die we historisch zijn gaan kennen onder de naam Romantiek. Net als de Verlichting heeft deze zich in talloze varianten opgesplitst en leeft ze tot aan de dag van vandaag door. Een van die varianten van Romantiek kennen we als New Age, die over het algemeen afkerig is van het hoofd en de nadruk legt op het hart. New Age is een typisch Westers verschijnsel, ook al put het uit allerlei religieuze tradities. Ze onderscheidt zich duidelijk van het christelijk geloof omdat het niet gelooft in een persoonlijke God en ook niet in verpersoonlijking van ‘het kwaad’ en een hel. New Age heeft een grote aantrekkingskracht door een vriendelijke kosmologie en deelt met het boeddhisme het imago van vredelievendheid. New Age heeft nooit kruistochten gehad of heksen verbrand en als je kunt spreken over New Age avant la lettre, dan zie je voorlopers in gnostici, katharen en mystici die als martelaren van een onderdrukkend patriarchaal christendom worden gepresenteerd. Het is opvallend dat daar dan selectief naar gekeken wordt. katharen worden als de underdog gezien (en wie sympathiseert daar nu niet mee), als slachtoffers van een wrede geinstitutionaliseerde religie. Maar er wordt weinig of geen aandacht geschonken aan het dualistische wereldbeeld van de katharen en de negatieve visie op het (vrouwen)lichaam.

Een van de listen van de duistere krachten is om ons te laten denken dat ze alleen maar projecties zijn, zodat we het kwaad gaan psychologiseren.

Het onderzoek van Gary F.Jensen zal degenen die in de Verlichting geloven of juist New Age aanhangen, waarschijnlijk bevestigen in hun visie dat het negatief is om te geloven in het bestaan van een duivel of een hel. Maar vergelijk het nu eens met een vijver in de speeltuin van een kinderdagverblijf. Is het negatief wanneer de begeleidsters de peuters waarschuwen voor die vijver? Wordt de speeltuin gevaarlijker van die waarschuwing?

KaliKali is een afgodin uit het hindoeistische pantheon. Vorige week stond er een bericht in de krant dat in India een 11-jarige jongen door priesteressen geofferd was aan deze demonische afgodin. Christus is gekomen om een einde te maken aan alle religies, waarbij vaak mensenoffers voorkwamen omdat men dacht daarmee bepaalde afgoden en demonen gunstig te stemmen. Kali moet blijkbaar nog steeds gunstig gestemd worden met mensenoffers. Dat is verwerpelijk en kun je absoluut niet op één hoop gooien met het geloof in het bestaan van een duivel en een hel.

Religious Cosmologies and Homicide Rates among Nations

maandag 30 oktober 2006
relithriller
“Wie zal paus Benedictus XVI in Istanboel vermoorden?”
smakeloze relithriller Papa’ya suikast bestseller in Turkije

Over vier weken hoopt paus Benedictus XVI een bezoek te brengen aan Turkije. Er is al een boek geschreven over deze komende gebeurtenis, waarin feiten en verzinsels met elkaar worden verweven in een slap genre bekend onder de naam ‘faction’. Dan Brown is er multi-miljonair mee geworden.

In Aanslag op de paus is een belangrijke rol weggelegd voor het bezoek van Benedictus aan het Patriarchaat van de Orthodoxe Kerk in Istanboel – een bezoek dat ook écht op de pauselijke agenda staat. Benedictus wil de banden met de orthodoxe Kerken nauwer aanhalen.
 
aanslag op de pausKaya probeert aan te kaarten dat Benedictus met zijn komst de Turkse overheid onder druk wil zetten om aan het patriarchaat in Istanboel een oecumenische status te verlenen. De Turkse overheid wil daar niet van weten omdat dit een verregaande autonomie zou beteken. Een van de fundamenten van de Turkse staat is nu net het laïcisme: het onderwerpen van godsdienst aan de overheid. Om die reden houdt Ankara het slot op de deur van het orthodoxe priesterseminarie Chalki in Istanboel, en is het een verplichting dat de patriarch in Istanboel Turks is. In de praktijk betekent dit dat de Grieks-orthodoxe gemeenschap in Turkije bij gebrek aan instroom langzaam maar zeker doodbloedt. Juist omdat deze gemeenschap zo klein is, laten de autoriteiten in Ankara de patriarch met rust. Een gemeenschap die aan gewicht wint, zou wel eens voor problemen kunnen zorgen. En problemen kunnen krijgen.
 
Turkse ultranationalisten protesteren geregeld voor de poorten van het orthodoxe patriarchaat. Voor hen is het een voorpost van het onbetrouwbare Westen, en een spook uit het verleden. De Grieks-orthodoxe kerkleiders droomden hardop om op het puin van het Ottomaanse Rijk een nieuw Byzantium te bouwen. Voor de Turken zou in die opzet alleen maar een onherbergzaam stuk Anatolië overblijven. De Turkse ultranationalisten stellen het bezoek van de paus en zijn gevolg dan ook graag voor als het bezoek van missionarissen, die van zins zijn om Anatolië te kerstenen. Precies dat argument lag aan de basis van twee aanvallen op katholieke priesters, eerder dit jaar aan de Zwarte Zee. In Trabzon werd de Italiaanse priester Andrea Santoro vermoord, in de stad Samsun werd zijn confrater Luis Brunissen gewond bij een aanval met een mes. De motieven voor de aanvallen waren vaag, maar kwamen telkens uit de hoek waar ultranationalisme en islamisme een gevaarlijke cocktail vormen.
 
Bron: katholieknieuwsblad.nl

rorate.com

zaterdag 28 oktober 2006
new age monnik ?
Vandaag in De Tien Geboden in Trouw: Anselm Grün
Anselm GrünIk word nogal eens bespot omdat ik alles – het christelijk geloof, psychologie en boeddhisme – door elkaar zou gooien. Laatst werd er tijdens een bijeenkomst, door radicaal conservatieven, met posters tegen mij geprotesteerd.
 
Ik zal niet beweren dat het mij niets doet, maar ik wéét dat ik heel christelijk ben, dat ik vanuit mijn geloof leef. Mensen die ervoor openstaan horen het, en zij die het niet willen horen, horen het niet. Ik heb geen last van bewijsdrift, ik zie het niet als mijn opdracht mijzelf bij zoveel mogelijk mensen populair te maken.
 
Dat mijn boeken zo succesvol zijn, verklaar ik uit het feit dat ik een heldere taal spreek, dat ik niet veroordeel maar mensen neem zoals ze zijn en dat ik hen vanuit het christelijk geloof probeer te helpen zin aan hun leven te geven.
 
Bron: De Tien Geboden [trouw.nl]

Een van de redenen waarom de boeken van Anselm Grün zoveel mensen bereiken, is waarschijnlijk dat hij een brug slaat tussen de zoekende ziel en de wijsheid die er in de Christelijke Traditie bewaard wordt. Hij spreekt zelden over het katholicisme, protestantisme of evangelicale beweging, maar als Benediktijner monnik weet hij zich verbonden met een monastieke traditie die teruggaat tot de woestijnvaders van de vierde eeuw. Het enige boekje dat ik van hem heb, gaat over de strijd van de oude monniken tegen de demonen. (Omgaan met de Boze, verschenen in de serie Monastieke Cahiers van de Abdij Bethlehem in Bonheiden) en het valt mij op dat hij de Jungiaanse psychologie hierin combineert met de psychologie avant la lettre van de woestijnvaders. Eigenlijk verkondigt Grün een soort spirituele psychologie en gebruikt net als in de New Age veelvuldig het woord ‘helen’. Daar is natuurlijk niets mis mee, maar vaak valt een beetje teveel nadruk op het zelf dokteren aan de ziel en raakt Christus wat op de achtergrond. Daarom zijn de protesten uit conservatief christelijke kringen ook wel begrijpelijk.

Ik word nogal eens bespot omdat ik alles – het christelijk geloof, psychologie en boeddhisme – door elkaar zou gooien.

Ik wil niet beweren niet Anselm Grün van oosterse en westerse mystiek één potje kookt, maar vaak is hij te weinig kritisch over oosterse mystiek. Natuurlijk weet hij dat er tegenwoordig een grote behoefte is om mystieke tradities met elkaar te verbinden en dat oosterse mystiek erg populair is. Je daarover kritisch uitlaten, betekent waarschijnlijk ook een groot deel van je publiek verliezen en Grün wil nu juist zoveel mogelijk mensen bereiken. Ik vind het jammer dat hij zich niet volledig uitspreekt over de christelijke visie op het bestaan en Jezus bijna als een gnostische messias presenteert:

“Wat ik te vertellen heb, komt hier op neer: God heeft de mens goed geschapen, Jezus heeft ons aan de goddelijke kern herinnerd en wij moeten ons deze kern – waarin we gelukkig en heel zijn – bij alles wat wij doen bewust zijn. Vanuit die gedachte kunnen we onze dagelijkse problemen relativeren en in onze omgang met anderen innerlijke vrijheid ervaren.”

Hij spreekt hier helemaal niet over de menswording van God, dat Christus mens geworden is om ons weer terug te brengen bij God. Door de zonde zijn we gevallen en alleen door het Offer van Zijn Heilig Lichaam en Bloed kunnen we weer bij God terugkeren. Het zou kunnen dat hij meent dat de religieuze zoeker van de 21e eeuw deze visie niet verdraagt. Dat hij als Benediktijner monnik het gnosticisme aanhangt, lijkt mij in ieder geval sterk.

Wat is het eigenlijke doel: zoveel mogelijk mensen willen bereiken en helpen ‘zin aan hun leven te geven’ of zoveel mogelijk mensen bij God willen brengen?

Anselm Grün schreibt:

“Im Ausatmen können wir uns vorstellen, wie wir all die Gedanken, die immer wieder hochkommen, einfach abfließen lassen. Wenn wir das eine Zeitlang tun, werden wir innerlich ruhig. Dann können wir den Atem mit einem Wort verbinden. Wir können z.B. beim Einatmen still sagen: ‘Siehe’ und beim Ausatmen ‘Ich bin bei dir’… Ich muss mich bei dieser Meditation gar nicht konzentrieren.”

Hier aber befinden wir uns voll im Trend der New-Age-Mystik. Gott ist nicht mehr eine Person, dem der Mensch im Anruf gegenübersteht, sondern eine Art kosmische Energie, die einen durch Atemtechniken, die noch dazu die ideale Voraussetzung für Passivität sind, immer mehr erfüllen kann.

Bron: vigi-sectes.org/catholicisme/esoteriklehrer-fuer-evangelikale.html

anselm-gruen.de | vier-tuerme-verlag.de

woensdag 25 oktober 2006
dialoog?
Herman Hegger over de ontmoeting tussen christenen en moslims

Vandaag las ik in Trouw een Open Brief van ds. Herman Hegger aan Harry Kuitert. Hierin roept hij Kuitert tegenover zijn eigen publiek tot de orde. Onder de indruk van deze brief, zocht ik met Google naar informatie over Hegger’s boek Mijn weg naar het Licht en kwam ik een van zijn rondzendbrieven tegen op de website eenheid.org. Hegger spreekt hierin heel duidelijk over de relatie tussen moslims en christenen.

dialoog
spotprent van Tom Janssen

Over een ‘dialoog’ zoals hierboven verbeeld hoor je Herman Hegger niet spreken..

Wij zijn geroepen om te getuigen van Christus als de enige en volkomen Zaligmaker voor een verloren mensdom. We mogen nooit opzij gaan voor geweld waarmee men ons bedreigt omdat wij onze Heiland openlijk belijden. Als we voor de keuze gesteld worden: Christus of de dood, mag er geen twijfel over bestaan, dan is onze keuze zonder meer: Christus.
 
Maar daaruit volgt niet dat wij als een ‘wij’ een front moeten maken tegenover de ‘zij’ die een onjuiste leer aanhangen. De liefde sluit wel een valse leer uit, maar ze sluit nooit mensen buiten. Waarom niet? Omdat de Here dat ook niet doet en omdat wij geroepen zijn om navolgers van God te zijn (Ef. 5:1). God sluit niemand buiten Zijn liefde. Hij wil dat alle mensen behouden worden (1 Tim. 2:4). Hij omvangt allen met Zijn uitnodigende liefde.
De liefde sluit wel een valse leer uit, maar ze sluit nooit mensen buiten
Aan Zijn barmhartigheid hebben wij onze eigen redding te danken. Christus heeft ons door Zijn kruisdood met God verzoend, ondanks het feit dat wij vijandig stonden tegenover Zijn Vader (Rom. 5:10). Daarom: “Weest dan barmhartig gelijk uw Vader barmhartig is” (Lukas 6:36).
 
Een betere manier om moslims voor Christus te winnen is het, als we met hen uit de Koran lezen. Laat hen maar de verzen voorlezen die zij graag naar voren willen brengen. Maar stel dan wel als voorwaarde dat ook u uit de Bijbel mag voorlezen. Zo kunnen ze zelf in Gods Woord ontdekken dat Jezus zo heel anders is.
 
En we moeten wat de Bijbel zegt, onderstrepen met ons getuigenis. Ze moeten merken dat wij vol zijn van de levende God als de Vader van Jezus en dat we daarom over Hem niet kunnen zwijgen. Ze moeten aan ons zien dat wij Hem met ons hart kennen door de verlichting van de Heilige Geest. Het moet van ons afstralen dat wij ons in Christus “verheugen met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde” (1 Petr. 1:8).
 
Bron: eenheid.org/Rondzendbrief-doc

Open Brief van Hegger aan Kuitert [refdag.nl] | tomjanssen.net

dinsdag 24 oktober 2006
Openbaring van Johannes (Paulus II)
bizarre interpretatie van de Apocalyps door World’s Last Chance

In religieus opzicht zijn de Verenigde Staten een merkwaardig land. Het is de bakermat van veel protestants-christelijke sekten, fundamentalistische groeperingen en de evangelicale beweging. Nergens ter wereld wordt zoveel gespeculeerd over de Eindttijd in het licht van het laatste Bijbelboek. Vijfendertig jaar geleden las mijn vader gretig de bestsellers van Hal Lindsey. Inmiddels heeft deze exegeet een heus orakelimperium opgebouwd. Maar hij is niet de enige. Zo kwam ik gisteren via een linkje op de website van Worlds Last Chance. Deze groepering interpreteert het zeventiende hoofdstuk van de Apocalyps als volgt: Benedictus XVI is de laatste menselijke paus en de volgende paus zal een geïncarneerde duivel zijn in de persoon van een wederopgestane paus Johannes Paulus II.

zeven koningen
En het beest, dat was en niet is, die is ook de achtste koning, en is uit de zeven en gaat ten verderve
Openbaringen, Hoofdstuk 17
1 En een uit de zeven engelen, die de zeven fiolen hadden, kwam en sprak met mij, en zeide tot mij: Kom herwaarts, ik zal u tonen het oordeel der grote hoer, die daar zit op vele wateren; 2 Met welke de koningen der aarde gehoereerd hebben, en die de aarde bewonen zijn dronken geworden van den wijn harer hoererij. 3 En hij bracht mij weg in een woestijn, in den geest, en ik zag een vrouw, zittende op een scharlakenrood beest, dat vol was van namen der godslastering, en had zeven hoofden en tien hoornen. 4 En de vrouw was bekleed met purper en scharlaken, en versierd met goud, en kostelijk gesteente, en paarlen, en had in hare hand een gouden drinkbeker, vol van gruwelen, en van onreinigheid harer hoererij. 5 En op haar voorhoofd was een naam geschreven, namelijk Verborgenheid; het grote Babylon, de moeder der hoererijen en der gruwelen der aarde. 6 En ik zag, dat de vrouw dronken was van het bloed der heiligen, en van het bloed der getuigen van Jezus. En ik verwonderde mij, als ik haar zag, met grote verwondering. 7 En de engel zeide tot mij: Waarom verwondert gij u? Ik zal u zeggen de verborgenheid der vrouw en van het beest, dat haar draagt, hetwelk de zeven hoofden heeft en de tien hoornen. 8 Het beest, dat gij gezien hebt, was en is niet; en het zal opkomen uit den afgrond, en ten verderve gaan; en die op de aarde wonen, zullen verwonderd zijn namen niet zijn geschreven in het boek des levens van de grondlegging der wereld), ziende het beest, dat was en niet is, hoewel het is.
Het Beest van de Apocalyps
Het beest in de Bamberger Apocalyps,
een pareltje van Ottoonse boekverluchtiging
tussen 1000 en 1020 vervaardigd
9 Hier is het verstand, dat wijsheid heeft. De zeven hoofden zijn zeven bergen, op welke de vrouw zit. 10 En het zijn ook zeven koningen; de vijf zijn gevallen, en de een is, en de ander is nog niet gekomen, en wanneer hij zal gekomen zijn, moet hij een weinig tijds blijven. 11 En het beest, dat was en niet is, die is ook de achtste koning, en is uit de zeven en gaat ten verderve. 12 En de tien hoornen, die gij gezien hebt, zijn tien koningen, die het koninkrijk nog niet hebben ontvangen, maar als koningen macht ontvangen op één ure met het beest. 13 Dezen hebben enerlei mening, en zullen hun kracht en macht het beest overgeven. 14 Dezen zullen tegen het Lam krijgen, en het Lam zal hen overwinnen en die met Hem zijn, de geroepenen, en uitverkorenen en gelovigen. 15 En hij zeide tot mij: De wateren, die gij gezien hebt, waar de hoer zit, zijn volken, en scharen, en natiën, en tongen. 16 En de tien hoornen, die gij gezien hebt op het beest, die zullen de hoer haten, en zullen haar woest maken, en naakt; en zij zullen haar vlees eten, en zullen haar met vuur verbranden. 17 Want God heeft hun in hun harten gegeven, dat zij Zijn mening doen, en dat zij enerlei mening doen, en dat zij hun koninkrijk het beest geven, totdat de woorden Gods voleindigd zullen zijn. 18 En de vrouw, die gij gezien hebt, is de grote stad, die het koninkrijk heeft over de koningen der aarde.
 
Bron: Statenvertaling

Bamberg ApocalypsThe Bamberg Apocalypse
(Bamberg, Staatsbibliothek, MS A. II. 42) is an 11th century richly illuminated manuscript containing the Book of Revelations and a Gospel Lectionary. It was created in the scriptorium at Reichenau between 1000 and 1020 and is closely related to other Reichenau manuscripts including the Pericopes of Henry II and the Munich Gospels of Otto III. It was commissioned by Otto III. The manuscript was unfinished at the time of Otto’s death and was ordered completed by Henry II, who then, along with his wife, Cunigunde, donated it to the newly established Collegiate Abbey of St. Stephan at Bamberg. It is the only extant illustrated Ottonian Apocalypse manuscript. The manuscript has 106 folios and is illuminated with 57 gilded miniatures and over 100 gilded initials.
Bron: en.wikipedia.org

meer afbeeldingen uit de Apocalyps | apocalyptic-theories.com
worldslastchance.com | nog maar één paus? [katholieknieuwsblad.nl]

dinsdag 3 oktober 2006
De tijden zijn veranderd
Adelgunde Mertensacker ziet islam als gevaar voor Europa

De Duitse Geert Wilders is een vrouw. Adelgunde Mertensacker was van 1986 tot 1987 bondsvoorzitter van de Deutsche Zentrumspartei maar in 1988 richtte ze haar eigen partij Die Christliche Mitte op waarvan ze nu nog steeds voorzitter is.

Sinds de Tweede Wereldoorlog heeft in onze geseculariseerde wereld het fascisme de plaats van de duivel ingenomen. In de jaren zeventig bereikte de demonisering van alles wat rechts was een hoogtepunt. Deze eenzijdige benadering van het kwaad (die voor links natuurlijk altijd in het voordeel heeft gewerkt) heeft een groot risico, omdat we de achterdeur nooit onbewaakt mogen laten. Wanneer iedereen verwacht dat het gevaar van extreem-rechts komt, van historische en nationalistische (lees: extreem-rechtse) opvattingen, dan is de kans groot dat het gevaar wel eens van een heel andere kant komt. Het islamitisch terrorisme stelt de politiek daarom voor een probleem. Het gevaar komt plotseling van binnenuit, van bepaalde groepen extremistische ‘buitenlanders’ die juist vanuit anti-rascistische sentimenten lang gekoesterd zijn als de potentiële slachtoffers van extreem-rechtse agressie.

Die Christliche Mitte van Adelgunde Mertensacker zou in de jaren tachtig in dezelfde positie hebben gezeten als de Centrum Democraten. Maar de tijden zijn veranderd. Het begint ons te dagen dat we teveel gefixeerd zijn geweest op de spoken uit het verleden en dat we onze blik moeten verruimen. Toch blijven we met het collectieve trauma van de holocaust naar het heden kijken en daarom wordt er soms gesproken van islamofascisme. Het sjabloondenken uit het verleden werkt nog verder door: onder invloed van het multi-culturalisme (traditioneel gepropageerd door links) en het daarmee samenhangende relativisme blijven we het liefst aannemen dat de islam zélf niet bedreigend is, maar dat het de kleine fundamentalistische groeperingen zijn. Dat de islam bedreigend is, is natuurlijk een bijzonder verontrustende gedachte, niet in de laatste plaats voor de moslims zélf. Adelgunde Mertensacker is wat dit betreft niet bang en laat zich niet intimideren met verbale stopkogels als islam-basher. Zoals je tot 1990 elk politieke debat met het verbale projectiel ‘fascist’ kon saboteren, wordt nu iedereen die de islam teveel bekritiseert al gauw een ‘islam-basher’ of moslimhater genoemd.

Muslime sind auf dem Weg, Europa und den deutschsprachigen Raum für den Islam zu erobern. Der Islam ist eine politische Macht. Er will die Weltherrschaft. Die Islamisierung Europas ist auf dem Vormarsch. Alle europäischen Länder - auch die Schweiz - sind davon betroffen. Die Mehrheit der Europäer stehen dieser Entwicklung hilflos gegenüber. Sie sind weder über das wahre Wesen des Islams informiert, noch über die Hintergründe islamischer Politik auf europäischem Boden.
 
Bron: Die Muslime erobern Deutschland

Boeken van Adelgunde Mertensacker
Allahs Krieg gegen die Christen, Christliche Mitte, Lippstadt
Islam von A bis Z. Ein Kurzlexikon, Christliche Mitte, Lippstadt

Können Muslime Demokraten sein? | Der verlogene Dialog

zondag 1 oktober 2006
oorlog tegen niet-moslims ?
Nahed Selim schrijft in Trouw een reactie op het gewraakte citaat
van de Byzantijnse keizer Manuel II Paleologos dat door de paus werd aangehaald
Misschien wilde de paus door het citaat zijn eigen afkeer uitspreken van de tegenwoordige djihad, in de vorm van terrorisme. Dat is zijn goed recht, en hij staat zeker niet alleen in deze afkeer. De enige redelijke en beschaafde reactie op het citaat van de paus zou moeten zijn: inhoudelijk op de kritiek ingaan. Is de islam inderdaad met het zwaard verspreid?
Het antwoord luidt eenvoudigweg: ja
De bewering dat de djihad - in de zin van het voeren van een heilige oorlog tegen niet moslims- een extreme opvatting binnen de islam zou zijn of dat alleen radicale moslims dit gedachtengoed ondersteunen, is (dus) totale onzin. Zelfs de zeer gezaghebbende niet-radicale Al-Azhar-Universiteit in Egypte doceert deze leerstelling aan haar studenten. Onderstaand citaat komt uit het handboek ‘Steunpilaar van de reiziger’ uit 1999:
djihad“Zoals blijkt uit de handleiding wordt de djihad verklaard als een ‘collectieve plicht’ om oorlog te voeren tegen niet-moslims. De handleiding verklaart ook dat de kalief oorlog dient te voeren tegen Joden, Christenen en Zoroasters (…) Indien er geen kalief is, dient de djihad nog steeds te worden uitgevoerd.”
Mijns inzien bestaat er geen meerderheid van gematigde moslims die de djihad als doctrine afwijst. De enige die tot nu toe een duidelijke stem tegen de djihad heeft laten horen, was Mahmoud Mohammed Taha uit Soedan, leider van de Republican Brothers, een kleinde beweging voor hervorming van de islam, en schrijver van ‘The Second Message of Islam’. Hij wilde alleen de koranteksten uit de eerste periode in Mekka erkennen als basis voor de islam. Daardoor zouden alle djihad-teksten buiten werking worden gesteld. De Al-Azhar-Universiteit verklaarde hem afvallig, waarop hij in 1985 werd geëxecuteerd.
Bron: Trouw
De bewering dat de djihad een extreme opvatting binnen de islam
zou zijn, is totale onzin

Nahed SelimNahed Selim
Makkelijk is het niet om in deze tijd moslim te zijn, erkent ze. ‘ik schaam me er bijna voor om moslim te zijn. Bij elk conflict in de wereld zijn moslims betrokken. Het is niet zo dat elke moslim een terrorist is, maar wel zijn veel terroristen moslims. Dat geeft te denken. Aan de andere kant staan er in de koran prachtige, inspirerende teksten. Zo staat er geschreven dat er verschillende geloven en verschillende rassen en volkeren zijn opdat men elkaar zal leren kennen. Dat getuigt van tolerant denken. Diezelfde vrije houding, zie je terug wanneer je een zonde begaat. Volgens de koran stel je dan niet God teleur, maar doe je slechts jezelf tekort. Alles wat je doet, moet je voor je eigen geweten kunnen verantwoorden. God is dus eigenlijk je eigen geweten. Vanwege zulke teksten noem ik mezelf nog steeds moslim.’
Bron: hellighart.nl

Boeken van Nahed Selim
Zwijgen is verraad
De vrouwen van de profeet

interview met Nahed Selim [liberales.be]

uitglijer van Halsema
lijsttrekker Groen Links demoniseert ‘orthodox’ christendom samen met
het islamitisch fundamentalisme als de ‘as van het religieus kwaad’

Femke HalsemaMet de naderende verkiezingen in het vooruitzicht is religie voor alle politieke partijen een hot issue geworden, niet in de minste plaats omdat met de stemmen van de allochtone kiezer heel wat kamerzetels gemoeid zijn. Na de controverse tussen de paus en de islam, moet Femke Halsma met haar relativistische visie (te verwarren met Verlichtingsfundamentalisme) gedacht hebben dat het een goed moment is om fundamentalistische Christenen op een hoop te vegen met het islamistische terrorisme.
Een vervelende uitglijer voor Groen Links.

„De bevrijding van vrouwen is een aanhoudende strijd, in Nederland, maar vooral wereldwijd. Vrouwen zijn altijd het eerste slachtoffer van geweld. Zeker wanneer oorlogen woeden zoals in Soedan, Irak en Afghanistan. Vluchtelingen en ontheemden zijn in meerderheid vrouw. Vluchtende vrouwen worden vaak verkracht. Velen van hen krijgen aids. Vrouwen worden in veel landen ernstig onderdrukt, verhandeld en gedwongen geprostitueerd. Helaas bestaat er wereldwijd geen coalitie voor vrouwen, maar wel een coalitie tegen vrouwen. Dat zijn de fundamentalistische moslims, maar ook de fundamentalistische Amerikaanse christenen en de rooms-katholieke kerk. Dat is een as van religieus kwaad die de zeggenschap van vrouwen probeert terug te dringen. De gevolgen zijn desastreus.”
(Femke Halsema tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen op 27 september j.l.) 
Bron: trouw.nl
maandag 18 september 2006
het punt van Oriana
Was Oriana Fallaci een ordinaire islamofoob?

Vorige week overleed de Italiaanse journaliste, publiciste en schrijfster Oriana Fallaci op 76-jarige leeftijd aan kanker. Hoewel ze altijd een boegbeeld is geweest van de linkse intelligentsia (ze kwam uit een communistisch nest), distantieerde ze zich steeds meer van de westerse intellectuelen die ze ‘de krekels’ noemde. Toen ze in 2001 het pamflet La rabbia e l’orgoglio (vert. de woede en de trots, 2002) schreef, een felle en vulgaire repliek tegen de islam, veroorzaakte dat een oorverdovend krekelconcert. Rene Zwaap van de De Groene liet ook van zich horen

Direct na 11 september doorbrak de legendarische Italiaanse journaliste en schrijfster Oriana Fallaci haar meer dan tienjarige stilzwijgen in haar vrijwillige ballingsoord in het hart van Manhattan voor een lange, woedende tirade tegen de volgens haar naar wereldheerschappij strevende islam. Het pamflet, La rabbia e l’orgoglio (De woede en de trots), geschreven in de vorm van een emotionele brief aan haar uitgever, verkocht in Italië meer dan een miljoen exemplaren en ontketende een fel debat. «Italië raakt verdeeld in het teken van Oriana», schreef een krant. In Frankrijk deed een antiracismegroepering een poging tot een verbod wegens rassenhaat. Bij de gelegenheid van de verschijning van de Nederlandse vertaling, uitgegeven door Bert Bakker, schreef René Zwaap een open brief aan de vrouw die ooit het idool was van een gehele generatie.
Bron: groene.nl

Was haar schotschrift een provocatie of meende ze het allemaal echt? Ik heb het niet gelezen, dus kan er niet over oordelen. Volgens mij had Fallaci wel een punt te pakken. Dat bevestigt ook het artikel op liberales.be de website van de denktank van de liberale beweging in België:

de woede en de trotsZe beschrijft gebeurtenissen die je doen walgen. Zoals de terechtstelling van twaalf mannen in Dacca die voor het oog van twintigduizend gelovigen beestachtig worden afgemaakt onder gejuich ‘Allah Akbar. God is groot’, waarna de twintigduizend een stoet vormen en over de lijken lopen en hun botten verbrijzelen. Zoals de excecutie van drie vrouwen op een publiek plein in Kaboel die gehuld in een burqa als ‘dingen’ worden afgeslacht. Zoals de ‘infibulatie’ waarbij de clitoris bij jonge vrouwen wordt weggesneden en de grote schaamlippen dichtgenaaid, om seksueel genot te verhinderen. Kunnen we dit blijven aanvaarden? Waarom protesteren de Krekels (westerse intellectuelen) daar niet tegen? “Hoe komt het dat jullie over de Afghaanse zusters, over de vrouwen die vermoord, gemarteld, vernederd, mishandels of misleid zijn door die klootzakken met hun soutane en tulband, het stilzwijgen van jullie mannetjes imiteren? Hoe komt het dat jullie nooit heibel schoppen voor de ambassade van Afghanistan of Saoudi-Arabië of enig ander islamitisch land?”
 
Niet alleen de vrouwen worden onderdrukt en vermoord, maar ook alle niet islamitische symbolen. In opdracht van de mullah’s werden twee duizend-jarige Boedhabeelden opgeblazen, net zoals later de Twin Torens. Alles wat niet islamitisch is moet verdwijnen. Het is voor Fallaci een houding die al veertienhonderd jaar bestaat en waarvoor het westen onverklaarbaar genoeg de ogen sluit. Hier heeft ze een punt. Vanuit een soort cultuurrelativisme worden onaanvaardbare praktijken vanuit een misbegrepen verdraagzaamheid al te snel geaccepteerd als vormen van traditie of gewoonte.
 
Bron: liberales.be
Vanuit een soort cultuurrelativisme worden onaanvaardbare praktijken vanuit een misbegrepen verdraagzaamheid al te snel geaccepteerd als vormen van traditie of gewoonte

enkele boeken van Oriana Fallaci
1990 - Insciallah roman vert. Insjallah
2001 - La rabbia e l’orgoglio vert. De woede en de trots
2004 - La forza della ragione vert. De kracht van de rede
2004 - Oriana Fallaci intervista Oriana Fallaci
2005 - Oriana Fallaci intervista sé stessa - L’Apocalisse

zaterdag 16 september 2006
Manuel II Paleologos
Wie was de man die afgelopen week door de paus geciteerd werd?

Benedictus XVI in RegensburgDe islam lijkt zichzelf steeds meer te ontmaskeren als een religieuze ideologie die geen kritiek verdraagt en dreigt met het kopje kleiner maken van iedereen die kritiek heeft op ‘de Profeet’, in psychologisch opzicht het brandpunt van trots en eer van bijna iedere moslim. Na de Deense cartoonrellen, lijkt paus Benedictus XVI een nieuwe rel ontketend te hebben met zijn toespraak aan de universiteit van Regensburg afgelopen week. Trouw schrijft vandaag in haar commentaar:

Als we het woord spot even tussen haakjes zetten is dit (kritiek) precies wat paus Benedictus XVI in praktijk bracht toen hij deze week in een theologische lezing aan de universiteit van Regensburg de veertiende-eeuwse Byzantijnse keizer Manuel II citeerde. Hij zei over de profeet:
‘Laat me zien wat Mohammed voor nieuws heeft gebracht. Wat je dan tegenkomt is niets dan kwaads en onmenselijks, zoals zijn bevel om het geloof dat hij predikte met het zwaard te verbreiden’
Zo’n tekst komt hard aan. En als het over geweld gaat had de paus ook wel wat nadrukkelijker naar de eigen kerkgeschiedenis kunnen verwijzen met zijn kruistochten en heksenverbrandingen. Dat neemt niet weg dat de boodschap van het Nieuwe Testament er niet één is van geweld. Anders gezegd, hier ligt een belangrijk verschil in uitgangspunt, dat in een goede dialoog tussen beide godsdiensten niet weggemoffeld mag worden. De expliciete vraag is: hoe vat de islam deze boodschap van de profeet op en hoe gaat men daarmee om in een wereld waarin het woord djihad en het gebruik van geweld een geladen betekenis hebben gekregen?
 
Bron: trouw.nl

Vanmorgen ben ik op het web gaan zoeken naar wie deze Byzantijnse keizer Manuel II Paleologos nu precies was. Als zo vaak kwam ik bij een van de 1.386.667 artikelen op de Engelstalige wikipedia terecht. De kracht van deze online en open encyclopedie bleek weer eens uit de zeer recente informatie over de controverse tussen de uitspraak van de paus en de moslimgemeenschap.

Pope Benedict XVI quoted in his September 12 speech at the University of Regensburg parts from a dispute between Manuel II and a Persian scholar, in which Palaiologos was quoted by as saying, “Show me just what Muhammad brought that was new and there you will find things only evil and inhuman, such as his command to spread by the sword the faith he preached"[1], triggering outrage from Muslim organizations: Ali Bardakoglu opined that Benedict has a “crusader mentality", Mahdi Akef called Muslim states to discontinue relations with the Vatican and al-Arabiya predicted the quote would provoke the “anger of the Muslim world".
 
While the speech discussed the issue of transcendence, Manuel II’s original writings reflect the rise of Islam (the original letters were penned sometime around 1391, when the Ottomans had conquered most of the Byzantine provinces. Α mere 200 years earlier, it was Catholicism which represented the greater threat to the Byzantine Empire’s stability, as exemplified by the events of the Fourth Crusade, but by Manuel II’s time, Turkish power had become the predominant threat. Professor Adel Theodor Khoury, editor of the cited writings, criticized the lack of understanding of the historical context in the debate and denounced both the Emperor’s argument and the Islamist reaction to the Pope’s speech
 
Bron: en.wikipedia.org

Om de uitspraak van Manuel II Paleologos goed te kunnen begrijpen, moeten we naar de geopolitieke achtergrond van zijn tijd kijken: de islamitische (Ottomaanse) dreiging .

Byzantijnse Rijk 1265
Het Byzantijnse Rijk in 1265

Het Byzantijnse Rijk had zich in 1265 weer hersteld van de Latijnse overheersing, maar zou tweehonderd jaar later niet meer bestaan. Rond 1400, tijdens het bewind van Manuel II Paleologos waren alleen nog de laatste bolwerken (Constantinopel, Thessaloniki, Chalkidiki en de Zuidelijke Peloponnesos) overgebleven.

Byzantijnse Rijk 1403
Het Byzantijnse Rijk rond 1400 ten tijde van Manuel II Paleologos
polderpeil Trouw
dinsdag 22 augustus 2006
Dante en de scholastiek
Dante en zijn leermeester Siger van Brabant
uit: Het land van Rembrand (1884) door Conrad Busken Huet

Rond 1280 studeerde Dante in Parijs. In die tijd was de Sorbonne hét centrum van de scholastiek, die bij Thomas van Aquino (1225-1275) een hoogtepunt had bereikt. Ook Conrad Busken Huet woont een periode van zijn leven in Parijs, waar hij tussen 1882 en 1884 het bekende standaardwerk over de Nederlandse cultuurgeschiedenis schrijft, Het land van Rembrand. In Parijs volgt hij ook Dante die daar 600 jaar eerder onderricht ontving van de omstreden scholasticus Siger van Brabant

De poëzie van het tijdvak, door Dante vertegenwoordigd, getuigt niet anders dan de kunst. Vier zangen van het Paradijs (x-xiii) zijn eene onafgebroken hulde aan de scolastiek, als inwijding in de edelste vormen van geestelijk leven waartoe, langs den weg van het denken, het menschelijk gemoed zich verheffen kan. Hetgeen wij als de middeneeuwsche wijsbegeerte zelve beschouwen; hetgeen Erasmus eenmaal in haar veroordeelen en bespotten zal, is in Dante’s oogen slechts het bovendrijvend schuim van den smeltkroes, dat, afgeschept, het zuiverst goud ontbloot. Scolastiek en goddelijke waarheid gelden voor Dante als woorden van één beteekenis. In het door Thomas van Aquino bereikt inzigt vereert hij een hoogtepunt, hetwelk de menschelijke geest niet zal kunnen verlaten of vaarwel zeggen, zonder te ontaarden en beneden zichzelf te dalen.
 
DanteMet blijkbaar welgevallen vertoeft Dante’s herinnering bij den tijd toen hijzelf, naar Parijs getogen als student (omstreeks 1280), er in de Rue du Fouarre de lessen van een bemind leermeester volgde. Met de vrijmoedigheid van het dichterlijk genie wijst hij den parijschen scolasticus Siger de Brabant, naderhand gevallen als een slagtoffer van staatkundigen hartstogt, voor alle volgende eeuwen eene plaats in den Hemel aan.
 
Dante’s grootmoedigheid en vrijheidsliefde zijn te bekend dan dat de scolastiek, zoo zij niets anders dan een wespenest van onpraktische spitsvindigheden geweest was, hem in die mate bekoord zou hebben. Voor hem was zij het inbegrip der geheele hoogere beschaving van zijn tijd in haar ruimsten omvang, met Parijs tot middenpunt; en de fransche hoogeschool verdiende die ingenomenheid.
 
Geen andere toenmalige instelling in Europa was zoo geschikt Dante te behagen als deze kosmopolitische parijsche republiek van den geest, welke noch eene militaire noch eene burgerlijke monniksorde was, maar van de waardigen onder de jonge muzezoonen eene belangstelling, eene inspanning, een leven van zelfvergeten en ontberingen eischte en verwierf, hetwelk in den tijd van hun eersten en schoonsten bloei zelfs de bedelmonniken te naauwernood verwezenlijkten. Voor het eerst in de geschiedenis der europesche beschaving heeft de universiteit van Parijs het denkbeeld beligchaamd eener hoogere regtbank, voor welke rijkdom, geboorte, noch uitwendige voorregten gelden, maar de verstandelijke meerderheid, die, met het karakter of de deugd, de eenige redelijke maatstaf der menschelijke beteekenis is. Loopplaats van alle buitensporigheden der jeugd, uit alle europesche landen; internationale bedelaarskolonie met gehoorzalen waar stroo de kollegebanken verving; was Parijs reeds in Dante’s dagen tegelijk een vereenigingspunt van edelmoedige opwellingen, eene gelegenheid tot onderscheiden van anderen en van zichzelven, een kweekbed van den wetenschappelijken geest.
 
Hetgeen omtrent het onderwijs van Dante’s parijschen lievelingsmeester ons bekend is, vormt te weinig een geheel om als rigtsnoer te kunnen dienen bij een oordeel over Siger. In een zijner geschriften werpt Siger verreikende twijfelingen op (dat er geen God is; dat de wereld der verschijnselen om ons heen slechts in onze verbeelding of voorstelling bestaat; dat alle menschelijke handelingen strikt genomen goed zijn; dat men zoogenaamd slechte handelingen niet moet verbieden of straffen, enz.); en gaat dan met klem van redenen aantoonen hoe valsch die paradoxen zijn.
‘Dat is het eeuwig, stralend licht van Siger, die in de straat der voorraadmagazijnen door zijn geleerdheid haat en nijd verwekte’

Paradiso X : 136-138

In een geschrift van een zijner leerlingen, dat over politiek handelt, vindt men met ingenomenheid herinnerd hoe welsprekend Siger de aristotelische stelling plag te verdedigen: dat het ‘verweg beter is voor den Staat te worden geregeerd door goede wetten dan door brave personen, daar ook de braafste lieden op den duur zoo braaf niet kunnen zijn, of zij blijken toegankelijk voor opwellingen van toorn, haat, partijdige vriendschap, vrees, begeerlijkheid.’
 
Onze weetlust wordt door deze karige gegevens niet bevredigd. Zij maken alleen verklaarbaar dat Dante in zijne jonge jaren krachtig en blijvend geboeid werd
 
Bron: dbnl.org

Busken HuetConrad Busken Huet werd geboren in Den Haag, als zoon van een ambtenaar. Hij studeerde theologie in Leiden. Van 1851 tot 1862 was Busken Huet Waals predikant in de Église Walonne te Haarlem. Hij nam zelf ontslag om literair criticus te worden. Door E.J. Potgieter was hij gevraagd om in de redactie van het bekende literaire tijdschrift De Gids zitting te nemen. Zijn opdracht als redacteur was om één kritiek per maand af te leveren.

Huet zag literatuur als een uiting van beschaving; hij vond dan ook dat men aan de kwaliteit van de literatuur van een maatschappij de stand van de beschaving kon aflezen. Huet vergeleek in zijn kritieken de boeken van Nederlandse schrijvers vaak met de door hem hoger gewaardeerde literatuur uit landen als Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië. Hij leverde scherpe kritiek, soms op spottende toon geschreven, ook en vooral op gevestigde schrijvers.

Huet vestigde zich in 1876 in Parijs. Zijn neef J. l’Ange Huet nam het redacteurschap over, maar vanuit Parijs hield Busken Huet een stevige vinger in de pap, en bleef kritische bijdragen leveren. Dit leidde ertoe dat l’Ange Huet, als verantwoordelijk redacteur, op Java een gevangenisstraf opgelegd kreeg. Ook schreef hij daar zijn bekende Nederlandse cultuurgeschiedenis Het land van Rembrand (2 dln, 1882—1884; Huet spelde de naam met een -d), mede als gevolg waarvan de 17e eeuw voortaan als de Gouden Eeuw in de Nederlandse kunst zou worden beschouwd, en Rembrandt als haar grootste schilder. Conrad Busken Huet overleed te Parijs in 1886.

Bron: nl.wikipedia.org

maandag 21 augustus 2006
virtuele reis door de hel [10]
deze maand daal ik met Dante en Vergilius af in de hel [slot]
de negende kring: de verraders

Helemaal beneden aangekomen, ontmoeten Dante en Vergilius de duivel in eigen persoon. Hij heeft drie muilen waarmee hij drie verraders simultaan ende eeuwig verslindt: Brutus, Judas en Cassius. Omdat voor Dante het verraad van Julius Ceasar door Brutus en Cassius minder ernstig was dan het verraad van Jezus Christus door Judas, plaatste hij de laatste met zijn hoofd in de middelste bek van het monster. Dat gaf nog net iets meer helse pijnen. De Florentijnse schilder Sandro Botticelli maakte in de quattrocento de vijftiende eeuw, 150 jaar na Dante, onderstaande tekening van deze gruwelijke fantasie.

‘Die in de voorste muil stak, had van het bijten geen pijnen door de wreder pijn van het klauwen dat keer op keer de ruggegraat ontblootte’

Inferno, canto 34: 58-60

lucifer
Lucifer verslindt vlnr. Brutus, Judas en Cassius
Eternally eaten by Lucifer’s three mouths are–from left to right– Brutus, Judas, and Cassius (Inf. 34.61-7). Brutus and Cassius, stuffed feet first in the jaws of Lucifer’s black and whitish-yellow faces respectively, are punished in this lowest region for their assassination of Julius Caesar (44 B.C.E.), the founder of the Roman Empire that Dante viewed as an essential part of God’s plan for human happiness. Both Brutus and Cassius fought on the side of Pompey in the civil war. However, following Pompey’s defeat at Pharsalia in 48 B.C.E., Caesar pardoned them and invested them with high civic offices. Still, Cassius continued to harbor resentment against Caesar’s dictatorship and enlisted the aid of Brutus in a conspiracy to kill Caesar and re-establish the republic. They succeeded in assassinating Caesar but their political-military ambitions were soon thwarted by Octavian (later Augustus) and Antony at Philippi (42 B.C.E.): Cassius, defeated by Antony and thinking (wrongly) that Brutus had been defeated by Octavian, had himself killed by a servant; Brutus indeed lost a subsequent battle and took his life as well.
 
For Dante, Brutus and Cassius’ betrayal of Julius Caesar, their benefactor and the world’s supreme secular ruler, complements Judas Iscariot’s betrayal of Jesus, the Christian man-god, in the Bible. Judas, one of the twelve apostles, strikes a deal to betray Jesus for thirty pieces of silver; he fulfills his treacherous role–foreseen by Jesus at the Last Supper–when he later identifies Jesus to the authorities with a kiss; regretting this betrayal that will lead to Jesus’ death, Judas returns the silver and hangs himself (Matthew 26:14-16; 26:21-5; 26:47-9; 27:3-5).
 
Suffering even more than Brutus and Cassius, Dante’s Judas is placed head-first inside Lucifer’s central mouth, with his back skinned by the devil’s claws (Inf. 34.58-63).

Dante Online | illustraties Doré | Dante Inferno

zondag 20 augustus 2006
duidelijke taal
Dit weekend in het katern Letter & Geest van Trouw:
De gematigde islam bestaat niet, door Anne-Marie Delcambre
HallajTussen islam en islamisme bestaat geen wezenlijk, maar slechts een gradueel verschil. Het islamisme is aanwezig in de islam als het kuiken in het ei. Er is geen goede of slechte islam, net zoals er ook geen gematigde islam is. Daarentegen zijn er wel gematigde moslims: dat zijn degenen die een deel van hun geloof links laten liggen.
 
De mysticus Mansoer Al-Hallaj die alleen de liefde voor God tot in de extase aanprees, werd ter dood veroordeeld in 922. De beulen hakten zijn voeten en handen af, en gaven hem 500 zweepslagen. Vervolgens werd hij gekruisigd. Zijn onthoofde lichaam werd verbrand, zijn as uitgestrooid. Het hoofd werd gespietst op een lans, twee dagen aan de oevers van de Tigris tentoongesteld. In 1131 werd Ayn Al-Quzat Hamadani, Perzisch mysticus, van ketterij beschuldigd en levend gevild, opgehangen en in het vuur gegooid.
 
lees het volledige artikel in Trouw
‘Doch de vergelding van hen die God en Zijn boodschapper bestrijden en zich beijveren verderf te brengen in het land is dat zij ter dood gebracht worden of gekruisigd of dat hun handen en voeten worden afgekapt van weerszijden’

soera 5, vers 33

DelcambreAnne-Marie Delcambre studeerde rechten en islamologie en publiceerde diverse boeken over de islam, waaronder La schizophrenie de l’islam (’De schizofrenie van de islam’)’ en L’islam des interdits (’De islam van de verboden’). Beide studies verschenen bij uitgeverij Desclée de Brouwer. Delcambre geeft Arabisch op het lycée Louis le Grand in Parijs, een van de meest elitaire scholen in de hoofdstad. Volgens Delcambre heeft niet zozeer het islamisme, als wel de Koran een probleem met de moderniteit: ,,De Koran is tegen gelijkheid tussen mannen en vrouwen, tegen gelijkheid tussen moslims en niet-moslims. De Koran is tegen de vrijheid van religie, tegen de vrijheid de islam te verlaten. De Koran is tegen de broederschap tussen moslims en niet-moslims.’’

zaterdag 19 augustus 2006
virtuele reis door de hel [9]
deze maand daal ik met Dante en Vergilius af in de hel
de achtste kring: de bedriegers
De achtste kring van de hel heet de malebolge, Italiaans voor “buidels van het kwaad.” De dichters bereiken deze kring, die een diepe en steile afgrond vormt, vliegend op de rug van de draak Geryones. Er zijn tien “buidels,” kloven, voor tien soorten bedriegers:
 
1.Verleiders en koppelaars lopen in tegengestelde richting door de eerste malebolgia, letterlijk opgezweept door duivels (canto 18).
2.De vlijers baden in drek in de tweede kloof.
3. De derde kloof is gevuld met simonisten, waaronder paus Nicolaas III (canto 19). Deze paus, die op zijn kop in een gat in de grond zit waar alleen zijn brandende voeten uitsteken, herkent Dante niet en vraagt of zijn opvolger misschien is gearriveerd. Bedoeld wordt Dantes vijand paus Bonifatius VIII, die in 1300 nog in leven was. Nicolaas voorspelt ook de latere komst van paus Clemens V naar deze regionen. Beide zullen bovenop Nicolaas gestapeld worden, net als onder hem een hele stapel zondige pausen begraven is.
4. In de vierde kloof lopen magiërs, heksen en zieners rond, waaronder Teiresias (canto 20). Hun hoofd is achterstevoren op hun nek gezet.
5. De vijfde kloof bevat een bad van kokende pek, gevuld met corrupte politici en ambtenaren (canto 21-22). Ook worden zij belaagd door duivels met hooivorken.
6. In de zesde kloof lopen de huichelaars rond in loden pijen, die aan de buitenkant een gouden glans vertonen (canto 23). Kajafas en andere leden van het Sanhedrin die Christus naar Pontius Pilatus zonden zijn aan de grond genageld in een kruishouding.
7. De dieven lijden in de zevende kloof (canto 24-25). Zij ontbranden spontaan, waarna ze weer uit hun as herrijzen, en ze worden belaagd door slangen. Eén dief versmelt met een vuurspuwende slang tot een draakachtig wezen.
slechte raadgevers
kwade raadgevers
In die vuren moeten geesten huizen, elk omhuld met wat hen doet verteren
8. De kwade raadgevers branden in de achtste kloof (canto 26-27). Onder hen is Odysseus, die de Trojanen bedroog met het Paard van Troje (de Trojanen zijn volgens de Aeneis de stamvaders van de Romeinen).
9. In de negende kloof lijden de schismatici onder wie Mohammed en Ali (canto 28-29). De stichting van de islam werd beschouwd als een splitsing in het christendom, omdat Mohammed volgens de middeleeuwers eerst een christelijke priester zou zijn geweest. De splitsers worden verminkt (Mohammeds romp wordt opengereten, net als Ali’s hoofd) door een duivel met een zwaard. Vervolgens maken ze een rondgang door de hele kloof, waarbij hun wonden helen, tot ze weer bij de duivel uitkomen.
10. De tiende en laatste kloof is de verblijfplaats van alchemisten en vervalsers (canto 29-30). Zij lijden aan gruwelijke kwalen.

Dante Online | illustraties Doré | Dante Inferno

vrijdag 18 augustus 2006
virtuele reis door de hel [8]
deze maand daal ik met Dante en Vergilius af in de hel
de zevende kring: de geweldplegers
In de zevende kring lijden de geweldplegers. Deze kring is onderverdeeld in drie delen:
 
In het eerste deel bevinden zich degenen die geweld hebben gepleegd tegen anderen,hetzij lichamelijk, hetzij tegen het bezit van een ander. Zij liggen in een kolkende bloedrivier, de Phlegeton, en worden bewaakt door centauren. In de Phlegeton ligt o.a. Attila de Hun. Nessus brengt de dichters de rivier over.
 
Het tweede deel is een woud, bestaande uit in bomen veranderde zelfmoordenaars, die geweld tegen zichzelf gepleegd hebben. Hun zonde is dat zij hun door God gegeven leven niet gewaardeerd hebben. Ze worden gestraft door harpijen, die hun scherpe klauwen in de takken zetten, waarbij de bomen bloeden. Als Dante een tak van een struik afbreekt spreekt deze tegen hem. Dit is gebaseerd op een scène in de Aeneis, waar een struik die op een graf groeit bloedt en spreekt namens de dode, na het afbreken van een tak. Andere zelfmoordenaars, die tevens verkwisters waren, rennen door het bos, opgejaagd door jachthonden die hen willen verscheuren. De zelfmoordenaars verschillen in één belangrijk opzicht van de andere zondaars: op de jongste dag zullen de andere gekwelde zielen hun lichaam weer gaan bewonen, wat hun pijnen verhevigt. De lichamen van de zelfmoordenaars zullen echter aan hun nieuwe boomlichamen worden opgehangen.
godslasteraars
de godslasteraars
In het derde deel lijden de godslasteraars, die geweld plegen tegen God, de sodomieters, die geweld plegen tegen de natuur, en de woekeraars, die geweld plegen tegen de kunst. Zij rennen rond in een woestijn, terwijl vuur op hun hoofden regent. Een van de sodomieters is Dante’s vriend en leermeester Brunetto Latini, die Dante voorspelt dat hij verbannen zal worden.

Dante Online | illustraties Doré | Dante Inferno

donderdag 17 augustus 2006
virtuele reis door de hel [7]
deze maand daal ik met Dante en Vergilius af in de hel
de zesde kring: de ketters

Phlegyas zet Dante en Vergilius de Styx over . Nadat een engel de poort geopend heeft, komen ze in de stad van Dis (een van de Latijnse namen van de god Hades), waar de geweldplegers gestraft worden. Het eerste deel van Dis, de zesde kring van de hel, is een grafveld met brandende open graven, waarin de ketters liggen, o.a. Epicurus.

ketters
Zodra ik bij deze tombe stond, keek hij me wat laatdunkend aan en vroeg: “Wie waren uwe vaderen?”
Dante opts for the most generic conception of heresy–the denial of the soul’s immortality (Inf. 10.15)–perhaps in deference to spiritual and philosophical positions of specific characters he wishes to feature here, or perhaps for the opportunity to present an especially effective form of contrapasso: heretical souls eternally tormented in fiery tombs. More commonly, heresy in the Middle Ages was a product of acrimonious disputes over Christian doctrine, in particular the theologically correct ways of understanding the Trinity and Christ. Crusades were waged against “heretical sects,” and individuals accused of other crimes or sins–e.g., witchcraft, usury, sodomy–were frequently labeled heretics as well.
 
Heresy, according to a theological argument based on the dividing of Jesus’ tunic by Roman soldiers (Matthew 27:35), was traditionally viewed as an act of division, a symbolic laceration in the community of “true” believers. This may help explain why divisive, partisan politics is such a prominent theme in Dante’s encounter with Farinata.
 
Bron: danteworlds.laits.utexas.edu

Dante Online | illustraties Doré | Dante Inferno

woensdag 16 augustus 2006
virtuele reis door de hel [6]
deze maand daal ik met Dante en Vergilius af in de hel
de vijfde kring: de wraakzuchtigen

De vijfde kring bevat de moerassige Styx, waarin de agressievelingen elkaar tot in eeuwigheid bevechten. De wrokkigen liggen onder water.

wraakzuchtigen
Like the fourth circle of hell, the fifth circle–presented in Inferno 7 and 8–contains two related groups of sinners. But whereas avarice and prodigality are two distinct sins based on the same principle (an immoderate attitude toward material wealth), wrath and sullenness are basically two forms of a single sin: anger that is expressed (wrath) and anger that is repressed (sullenness). This idea that anger takes various forms is common in ancient and medieval thought. Note how the two groups suffer different punishments appropriate to their type of anger–the wrathful ruthlessly attacking one another and the sullen stewing below the surface of the muddy swamp (Inf. 7.109-26)–even though they are all confined to Styx.
 
Bron: danteworlds.laits.utexas.edu

Dante Online | illustraties Doré | Dante’s Inferno

dinsdag 15 augustus 2006
virtuele reis door de hel [5]
deze maand daal ik met Dante en Vergilius af in de hel
de vierde kring: de hebzuchtigen

In de vierde kring duwen de hebzuchtigen én de verkwisters zware lasten zinloos heen en weer.

hebzuchtigen
Avarice–greed, lust for material gain–is one of the iniquities that most incurs Dante’s scornful wrath. Consistent with the biblical saying that avarice is “the root of all evils” (1 Timothy 6:10), medieval Christian thought viewed the sin as most offensive to the spirit of love; Dante goes even further in blaming avarice for ethical and political corruption in his society. Ciacco identifies avarice–along with pride and envy–as one of the primary vices enflaming Florentine hearts (Inf. 6.74-5), and the poet consistently condemns greed and its effects throughout the Divine Comedy. Dante accordingly shows no mercy–unlike his attitude toward Francesca (lust) and Ciacco (gluttony)–in his selection of avarice as the capital sin punished in the fourth circle of hell (Inferno 7). He viciously presents the sin as a common vice of monks and church leaders (including cardinals and popes), and he further degrades the sinners by making them so physically squalid that they are unrecognizable to the travelers (Inf. 7.49-54). By defining the sin as “spending without measure” (7.42), Dante for the first time applies the classical principle of moderation (or the “golden mean") to criticize excessive desire for a neutral object in both one direction ("closed fists": avarice) and the other (spending too freely: prodigality). Fittingly, these two groups punish and insult one another in the afterlife.
 
Bron: danteworlds.laits.utexas.edu

Dante Online | illustraties Doré | Dante’s Inferno

maandag 14 augustus 2006
virtuele reis door de hel [4]
deze maand daal ik met Dante en Vergilius af in de hel
de derde kring: de vraatzuchtigen

In de derde kring, waar het eeuwig regent, bevinden zich de vraatzuchtigen, die bewaakt en gemarteld worden door de hellehond Cerberus.

de vraatzuchtigen
om mijn verdoemelijke vraatzuchtigheid werd ik door deze regen neergeslagen
Gluttony–like lust–is one of the seven capital sins (sometimes called “mortal” or “deadly” sins) according to medieval Christian theology and church practice. Dante, at least in circles 2-5 of hell, uses these sins as part–but only part–of his organizational strategy. While lust and gluttony were generally considered the least serious of the seven sins (and pride almost always the worst), the order of these two was not consistent: some writers thought lust was worse than gluttony and others thought gluttony worse than lust. The two were often viewed as closely related to one another, based on the biblical precedent of Eve “eating” the forbidden fruit and then successfully “tempting” Adam to do so (Genesis 3:6). Based on the less than obvious contrapasso of the gluttons and the content (mostly political) of Inferno 6, Dante appears to view gluttony as more complex than the usual understanding of the sin as excessive eating and drinking.
 
Bron: danteworlds.laits.utexas.edu

Dante Online | illustraties Doré | Dante’s Inferno

zaterdag 12 augustus 2006
virtuele reis door de hel [3]
deze maand daal ik met Dante en Vergilius af in de hel
de tweede kring: de wellustigen

In deze kring woedt een eeuwige storm, die de zielen voortblaast van de wellustigen, die hun erotische verlangens niet konden beheersen; o.a. Francesca da Rimini, Cleopatra VII en koningin Dido van Carthago. Blijkbaar had Dante vooral vrouwen op het oog…

wellustigen
de wellustigen
Here Dante explores the relationship–as notoriously challenging in his time and place as in ours–between love and lust, between the ennobling power of attraction toward the beauty of a whole person and the destructive force of possessive sexual desire. The lustful in hell, whose actions often led them and their lovers to death, are “carnal sinners who subordinate reason to desire” (Inf. 5.38-9). From the examples presented, it appears that for Dante the line separating lust from love is crossed when one acts on this misguided desire. Dante, more convincingly than most moralists and theologians, shows that this line is a very fine one indeed, and he acknowledges the potential complicity (his own included) of those who promulgate ideas and images of romantic love through their creative work. Dante’s location of lust –one of the seven capital sins–in the first circle of hell in which an unrepented sin is punished (the second circle overall) is similarly ambiguous: on the one hand, lust’s foremost location–farthest from Satan–marks it as the least serious sin in hell (and in life); on the other hand, Dante’s choice of lust as the first sin presented recalls the common–if crude–association of sex with original sin, that is, with the fall of humankind (Adam and Eve) in the garden of Eden.
 
Bron: danteworlds.laits.utexas.edu

Dante Online | illustraties Doré | Dante’s Inferno

vrijdag 11 augustus 2006
virtuele reis door de hel [2]
deze maand daal ik met Dante en Vergilius af in de hel
de eerste kring: het limbo of voorgeborchte van hel

Het web is steeds meer een virtuele spiegelwereld geworden. Je kunt zelfs virtueel afdalen in de trechtervormige hel van Dante. De universiteit van Austin (Texas) vraagt er geen entreegeld voor en inloggen hoeft ook al niet. Als je helemaal beneden bent, is de game over. Treed binnen zonder dat je alle hoop hoeft te laten varen.

hel
Dante stelt zich de hel voor als een trechter die vlak onder het aardoppervlak breed begint en dan toeloopt naar het (ijskoude!) middelpunt der aarde, waar Lucifer zetelt. Hij onderscheidt negen kringen.De zevende en achtste kring bestaan uit verschillende divisies.
De eerste kring is het limbo of voorgeborchte. Hier bevinden zich de deugdzame heidenen, waaronder Vergilius. Omdat zij niet gedoopt zijn, hebben ze geen toegang tot de hemel. Echter, ze worden niet actief gestraft, omdat ze geen kwaad verricht hebben; hun enige straf is dat ze verstoken zijn van de goddelijke liefde.
 
In het limbo bevinden zich onder andere Averroës, Cicero, Euclides, Homerus, Ovidius en Saladin, maar ook mythische figuren als Aeneas. Het limbo is ook Vergilius’ gebruikelijke verblijfplaats, die hij voor de gelegenheid mag verlaten om Dante de weg te wijzen. De bijbelse aartsvaderen (zoals Adam, Abraham, Koning David) verbleven aanvankelijk in het limbo, maar zijn er door Christus vandaan gehaald.

Dante Online | illustraties Doré | Dante’s Inferno

donderdag 10 augustus 2006
virtuele reis door de hel [1]
deze maand daal ik met Dante en Vergilius af in de hel

Na de Metamorphosen die Ovidius aan het begin van onze jaartelling in Rome schreef, neem ik een sprong van 13 eeuwen om te belanden in het Florence rond 1300. Het romeinse rijk is uiteengevallen en in het noorden van Italië zijn een aantal stadstaatjes ontstaan waaronder Genua, Pisa, Sienna en Florence. Vooral in de laatste stad zal een eeuw later het humanisme zo gaan bloeien, dat we dan over de renacimiento spreken, de wedergeboorte van de Romeinse en Griekse Oudheid. Als Dante zijn meesterwerk schrijft, is het zover nog niet. Europa is nog doordrenkt van het Middeleeuwse christendom. Maar de antieke beschaving wordt in de Commedia al volop gereanimeerd. Zo is er niet alleen de Romeinse dichter Vergilius, de gids die hem door de hel leidt, Dante doorspekt zijn epos met tientallen personages uit de Oudheid. Alleen al in het limbo (de eerste kring) ontmoeten Dante en Vergilius een groep Griekse en Romeinse filosofen, wetenschappers en dichters waaronder Cicero, Euclides, Homerus en… Ovidius !

eerste pagina Divina Commedia
De eerste pagina uit La Divina Commedia

Ik ben de Metamorphosen en de Commedia (Divina is een toevoeging uit latere tijd) gaan lezen omdat ik ‘boeken die iedereen kent maar niemand gelezen heeft’ eigenlijk gewoon gelezen wil hebben. De Metamorphosen was dat betreft even wennen, bij de Commedia is het niet anders. We hebben een vrij uitvoerig notenapparaat nodig om de tekst nog te kunnen verstaan. Ovidius en Dante leefden in zo’ n totaal andere tijd dan de onze, dat we hun mens- en wereldbeeld moeten reconstrueren. Dat vind ik eigenlijk ook het boeiende van deze teksten: ze roepen niet alleen een andere wereld op, maar leggen ook een heel ander denken bloot. Bij het lezen van de Commedia is het daarom eigenlijk noodzakelijk om iets te weten over de cultuurfilosofische als de geopolitieke achtergronden van de tijd waarin Dante leefde. Anders blijft het een onverteerbaar boek. Makkelijk is een reis door de hel toch al niet.

Dante schreef in tegenstelling tot de meeste tijdgenoten niet in het Latijn maar in een Florentijns dialect waaruit het moderne Italiaans zich ontwikkeld heeft. De vorm is niet, zoals bij Ovidius, in hexameters (zes dactylen), maar in terzinen die als schakels met elkaar verbonden zijn: de eerste zin rijmt op de derde en de tweede op de eerste en derde van de volgende terzine. Door dit omarmende rijm ontstaat een keten van terzines.

Nel mezzo del cammin di nostra vita (A)
mi ritrovai per una selva oscura (B)
ché la diritta via era smarrita. (A)
Ahi quanto a dir qual era è cosa dura (B)
esta selva selvaggia e aspra e forte ©
che nel pensier rinova la paura! (B)

Inferno, canto I: 1-6

“Halverwege mijn levensweg vond ik mijzelf terug in een donker woud…”

De Commedia is een gestructureerd episch gedicht: zoals bekend bestaat het uit drie delen getiteld Inferno (Hel), Purgatorio (Louteringsberg of Vagevuur) en Paradiso (Paradijs). Elk deel bevat 33 canti ("zangen"), van elk ongeveer 100 terzinen.
Inferno heeft nog een inleidende canto, waarmee het totale aantal op 100 komt.

Dante stelt zich de hel voor als een trechter die vlak onder het aardoppervlak breed begint en dan toeloopt naar het (ijskoude!) middelpunt der aarde, waar Lucifer zetelt. Hij onderscheidt negen kringen. Deze maand zal ik in negen stukjes telkens iets laten zien van wie en wat Dante en Vergilius in elk van de negen kringen telkens ontmoeten. Telkens ontmoetten ze grotere zonden en grotere zondaars.

Dante 1965
Dante op een postzegel uit Italië
bij zijn 700ste geboortedag in 1965

Ik vind het wel twijfelachtig dat Dante niet alleen historische personages, maar ook veel van zijn tijdgenoten in feite naar de hel wenste. Want door ze daar keurig op te bergen, maakte hij ze gelijk ook onsterfelijk in deze onfortuinlijke positie. Misschien was dat juist zijn genoegdoening tegenover degenen die hem uit Florence verbannen hadden en tegenover wie hij zoveel wrok koesterde. In welke kring plaatste Dante de wraakzuchtigen ook alweer? Het is maar goed, ook voor Dante zelf, dat het allemaal zijn eigen fantasie is.

Biografie | Dante Online | Dante on the Web | download de integrale tekst
nieuwe Dante-vertaling | la Divina Commedia in de cinema

zaterdag 29 juli 2006
hoofdzonden die nergens toe leiden
gisterenavond gezien op Net 5: Se7en (1995) van David Fincher

se7enDe geweldadige thriller is niet mijn favouriete genre. Maar als deze knap gemaakt is, dan kijk ik er toch naar. Dat was de reden om eindelijk eens Se7en te gaan zien, naast Pulp Fiction een van de meest bejubelde films van de jaren 90. Het is een donkere vette film met mooie rollen van Morgan Freeman als bedaarde rechercheur en Brad Pitt als agressieve jonge hond. Ze worden op een zaak gezet die leidt naar een gestoorde seriemoordenaar waardoor de thriller dicht het horrorgenre nadert. Maar David Fincher is spaarzaam met shockeffecten en gebruikt meer de suggestie en de dialogen om de gruwelijkheden ‘in beeld’ te brengen.

Zoals in elke betere thriller is het juist de psychologische laag die de film interessant maakt. De seriemoordenaar, genaamd John Doe (Pietje Huppeldepup), is geobsedeerd door de zeven hoofdzonden en gebruikt zijn moorden om te ‘preken’. De moorden komen met elkaar in verband te staan doordat er telkens bij het slachtoffer een van de hoofdzonden met grote letters geschreven is. Het eerste slachtoffer, een dikke man wordt gevonden met het woord ‘vraatzucht’, het tweede slachtoffer, een advocaat met het woord ‘hebzucht’. Later in de film zegt de moordenaar: ‘We zien elke dag een zonde gebeuren, maar we accepteren het. Omdat het normaal is. Omdat we het hebben aanvaard als de gang van zaken.’

Se7en
Rechercheur Sommerset en Mills in de schuilplaats van de seriemoordenaar

In vlagen doet deze John Doe mij denken aan kolonel Curtz uit Apocalyps Now, of aan Raskolnikov uit Crime and Punishment: ze hebben met elkaar gemeen dat ze een ‘logica’ zijn gaan aannemen, waar geen speld tussen te krijgen is, maar die uiteindelijk wél extreem immoreel is. Ik geloof dat ik deze figuren niet zo interessant vind. Wat mij wél intrigeert, is dat ze gedeeltelijk onder mijn huid kruipen. Ze confronteren mij met de immoraliteit die diep in mij leeft en hoe ik deze in het dagelijks leven kanaliseer.

Wie naar het zwaard grijpt,
zal door het zwaard omkomen.

In het proces dat Raskolnikov doormaakt, wordt dit het zorgvuldigst uitgewerkt en met het enige echte resultaat: de bekering door het berouw. In Apocalyps Now en Se7en maken de gestoorde geesten dit proces niet mee en laten ze zich gretig slachtofferen, dat eigenlijk neerkomt op zelfmoord op verzoek. Apocalyps Now en Se7en blijven voor mij daardoor sombere films die geen hoop geven, heel anders dan in Schuld en Boete dat wél naar een uitweg wijst uit de duivelse logica waarin de moordenaar gevangen zit.

Het verhaal is u waarschijnlijk welbekend: rechercheur Somerset (Morgan Freeman) wordt tijdens zijn laatste week opgezadeld met een jongere collega die hem zal opvolgen, David Mills (Brad Pitt). Wat mooi is aan het team van deze film, is dat ze de gemeenplaatsen overstijgen. Ik bedoel, een white cop, black cop team, dat is toch een huizenhoog cliché? Maar hier hebben de twee flikken het niet zo voor elkaar, ze verschillen als dag en nacht: Somerset is een bedaarde intellectueel die met een sombere blik (Freeman op z’n best) door het leven stapt. Hij heeft alles al gezien, en aanvaard, hoewel het hem niet bevalt. Mills is een gretige jonge hond, niet al te slim, die denkt de wereld te kunnen verbeteren. Deze twee zijn blank en zwart in meer dan één betekenis.
 
Bron: digg.be

sevenmovie.com

zondag 16 juli 2006
de geile en de heilige berg
Enkele beschouwingen bij het lezen van de Metamorphosen
met betrekking tot de Westerse kunstgeschiedenis

Van de Griekse goden leer je weinig wijsheid. Ze zijn eigenlijk net als wij, verliefd, jaloers, wraakzuchtig. De oppergod is een geile baas die vanaf de Olympus badende meisjes beloert. Die berg is overigens meer een plaats van lichte zeden dan een plek waar hoogstaande personen resideren. Voortdurend worden de Olympiërs verliefd, op elkaar of op stervelingen.

Negen jaar geleden was ik aan de voet van die andere berg in Noord-Griekenland, de Athos (2033 m), na de Olympus (2917 m) en de Moussala (2925 m) in Bulgarije een van de hoogste bergen in Zuid-Oost Europa. Daar ontmoette ik drie Italiaanse mannen uit Rome, drie Romeinen dus, die na de Olympus ook de Athos gingen beklimmen. Anders dan de Moussala die ik twee jaar geleden bij het Rilaklooster in Bularije zag, is de Athos een majestueuze berg die pal uit de zee oprijst tot een hoogte van ruim twee kilometer.

De Athos wordt overigens ook al in het eerste boek van de Metamorphosen genoemd. Maar toen was het nog niet de Heilige Berg die het sinds 963 is. Het schiereiland waar de Athos ligt, wordt de Tuin van de Moeder Gods genoemd en is alleen toegankelijk voor mannen. Er liggen tientallen kloosters en skites die door duizenden monniken bewoond worden. De Athos en de Olympus zijn voor mij symbolen van het orthodox-christelijke Griekenland en het antieke heidense Griekenland. Op de Athos heerst kuisheid, op de Olympus vooral hartstocht en overspel.

Adam als jonge god door Michelangelo

En toen ontdekte men in de Renaissance die antieke godenwereld weer. Het had een magnetische aantrekkingskracht op schrijvers, dichters, beeldhouwers en schilders. Waarom was die aantrekkingskracht eigenlijk zo groot? Ik denk dat de zintuigen en hartstochten een enorme injectie kregen van al die welgevormde nimfen en geile saters. Dus ontstonden er voorstellingen van pastorale landschappen met badende nimfen, mythologische wezens en vrijende paartjes. Die deden het natuurlijk goed in de paleizen die de rijken voor zichzelf hadden laten bouwen.

In de kerk komen deze expliciete voorstellingen aanvankelijk niet voor. Maar al snel treedt er een vermenging op tussen klassieke mythologische en christelijke thema’s. De Moeder Gods wordt dan voorgesteld als herderinnetje in een arcadisch landschap terwijl cherubijntjes met rozige billetjes in de lucht bungelen. Maar het echte bloot komt de kerk nog niet binnen. Dat verandert pas in 1508 wanneer Michelangelo de Sixtijnse kapel onder handen gaat nemen. De paus vindt het allemaal prachtig, maar een kardinaal merkt op dat zulke fresco’s in een taveerne thuishoren en niet in een kerk. Maar het hek is nu van de dam en de vergeestelijkte Middeleeuwse kunst heeft definitief plaats gemaakt voor de zintuigprikkelende kunst van de antieken. De goden met hun fraaie lijven zijn afgedaald van de Olympus om de plaats in te gaan nemen van Bijbelfiguren. Adam en David worden jonge goden en de Moeder Gods wordt een kruising tussen de kuise Diana en de beeldschone Venus.

Hemel van de PausLeestip
Ross King, De Hemel van de Paus
Toen Michelangelo in 1508 van Julius II de opdracht kreeg het gewelf van de Sixtijnse kapel te beschilderen, had hij weinig ervaring met het maken van fresco’s. Toch nam hij de opdracht aan.
 
 

zaterdag 15 juli 2006
grieks-romeins

DionysosDe Griekse goden in de Metamorphosen hebben Romeinse namen gekregen. De bekendste kennen we wel: De oppergod Zeus werd Jupiter, zijn vrouw Hera werd Juno, Hermes werd Mercurius, Poseidon werd Neptunes, Aphrodite werd Venus, Pallas Athene werd Minerva en Dionysos werd Bacchus. Maar hoe zit het met de andere goden en godinnen? Hoe heette de godin van de jacht bijvoorbeeld in het Grieks en in het Latijn? En hoe heette de oorlogsgod Mars bij de Grieken? Op de encyclopedia mythica, een van de grootste mythologiewebsites die op het internet te vinden zijn, staat een lijst met goden- en godinnennamen bij de grieken en de romeinen. Van Amphitrite tot Zephyrus, compleet met een bio. Er is ook een lijst romeins-grieks en een stamboom ontbreekt ook niet.

donderdag 6 juli 2006
het godvormige gat van greene
gisterenavond gezien: The end of the affair (1999)
naar het gelijknamige boek van Graham Greene

Ik had Greeneland, het universum dat Graham Greene geschapen heeft, nog nooit betreden. Julianne MooreDe film noir (in kleur) The End of the affair die gisteren door de Canvas werd uitgezonden, was mijn eerste kennismaking.

Karel van het Reve heeft de gebroeders Karamazov wel eens een detective genoemd, terwijl het voor mij in de eerste plaats een religieus boek is. Zo vond ik de verfilming van Greene’s boek ook niet direct een thriller (één privédetective maakt nog geen detectiveverhaal), maar vooral een religieuze film. God speelt in het verhaal een rol als ‘godvormig gat’ dat uiteindelijk via een belofte een hartstochtelijke liefdesrelatie sublimeert tot geestelijke liefdesrelatie met de ander in God. Dat betekent onverbiddelijk het einde van de affaire. Prachtig gespeeld door Julianne Moore.

Tijdens de tweede wereldoorlog had schrijver Maurice Bendix (Ralph Fiennes) een passionele relatie met Sarah Miles (Julianne Moore), de vrouw van een Britse politicus.Tijdens één van hun vele seksuele ontmoetingen, slaat er plots een V1 bom in op hun liefdesnestje en daarop maakt Sarah een abrupt einde aan hun relatie.
 
Ongeveer 2 jaar later ontmoet Maurice Sarahs man Henry Miles (Stephen Rea) en als hij hem naar huis begeleidt, ontmoet hij Sarah opnieuw. De oude gevoelens laaien opnieuw op. Deze keer heeft Maurice wel vernomen van Henry dat zijn vrouw hem waarschijnlijk bedriegt en vol van jaloezie huurt hij de privé-detective Mr.Parkis (Ian Hart) in om Sarah te schaduwen.
 
In het eerste deel van de film zien we dit verhaal vanuit het standpunt van Maurice die wil weten waarom ze destijds een einde aan hun verhouding heeft gemaakt. In het tweede deel zien we het verhaal aan de hand van het dagboek van Sarah, dat door de detective aan Maurice werd gegeven. Nu zien we een heel ander en onthullend verhaal, dat Maurice doet inzien dat ze nog zeer veel van hem houdt. In het derde deel zien we hoe deze emotionele thriller overgaat in een soort theologische thriller, waarin zelfs een klein menselijk mirakel geschiedt.
 
Bron: kutsite.com/recensie

Graham GreeneHenry Graham Greene was in 1926 roomskatholiek geworden; het geloof, en vooral religieuze twijfel, speelde een overheersende rol in al zijn grote romans. Zo zwerft in The Power and the Glory (1940) een drinkebroer-priester door revolutionair Mexico, voortdurend op het punt zijn God te verraden; terwijl in The Heart of the Matter (1948) een andere sanctified sinner ten onder gaat in een corrupte West-Afrikaanse kolonie. Maar Greene’s katholicisme was allesbehalve dogmatisch. ’s Heren wegen zijn bij hem ondoorgrondelijk, de genade Gods wordt geheel willekeurig over de mensheid verdeeld, en de bewoners van ‘Greeneland’ (zoals Greene’s universum door zijn fans wordt genoemd) worden eigenlijk vooral door wanhoop naar het geloof getrokken.

the end of the affairKlassieker
 
Graham Greene’s boek The end of the affair werd in 1955 al verfilmd door Edward Dmytryk met in de hoofdrollen Deborah Kerr en Van Johnson.

bespreking door Jan Willem van de Maat
filmrecensies op moviemeter.nl

maandag 3 juli 2006
Psalters [ 4 ]
Oud-Engels: Eadwine Psalter, c. 1150
The Eadwine Psalter was produced at Christ Church, Canterbury, around the middle of the twelth century; it is one of several Anglo-Saxon and early Norman books that show the influence of the Carolingian Utrecht Psalter, which was in Canterbury at this time. The psalter is named for the monk Eadwine who was primarily responsible for its production.
 
The book presents three versions of the Psalms: the Gallican version (in the large text block under the picture), the Roman version (to the right of the Gallican), and the Hebrew version (in the rightmost column). The psalter is accompanied by extensive introductions (here the end of one shows above the picture) and commentaries (to the left of the Gallican version). In addition, the Roman version is glossed in Old English and the Hebrew version in Old French.
Eadwine Psalter
bladzijde uit het Eadwine Psalter

Beatus uir qui timet dominum. in mandatis eius cupit nimis.
Potens in terra erit semens eius. generatio

Vertaling
Gelukkig de mens met ontzag voor de Heer en met liefde voor zijn geboden. Zijn nageslacht (geniet aanzien in het hele land, de oprechten worden gezegend.)

meer Psalters

donderdag 22 juni 2006
multicultureel potje respect
Bijbels Openlucht Museum wordt Museumpark Orientalis

Toen ik twee jaar geleden het Bijbels Openlucht Museum in Nijmegen bezocht, viel mij al op dat de rooms-katholieke signatuur onder druk van de multiculturele samenleving grotendeels was vervaagd. Er waren toen al grote spanningen ontstaan tussen het bisdom Den Bosch en de museumdirectie die voor een ingrijpende koerswijziging had gekozen. Inmiddels is deze definitief en heeft het Bijbels Museum de rooms-katholieke kerk verlaten. Ik vind het jammer, maar eigenlijk was deze stap onvermijdelijk. Want het Bijbels Museum in zijn oorspronkelijke opzet (ons kennis laten maken met de Bijbel door het leven in de tijd van Jezus aanschouwelijk te maken.) bestond al jaren niet meer.

Wanneer ik educatieve teksten en opschriften lees die beweren dat het jodendom, christendom en de islam zoveel met elkaar gemeen hebben, dat je eigenlijk van één Abrahamitische relgie kunt spreken, en vervolgens onderwijzers zie dit braaf tegenover hun groep (moeten!) bevestigen, dan weet ik dat het museum een boodschap uitdraagt die niet alleen haaks staat op haar oorspronkelijke missie. In dit museum wordt nu ook de relativistische visie van de multiculturele samenleving verkondigd, die de boodschap van Christus probeert te mixen met de boodschap van Mohammed tot een mulicultureel potje ‘respect’ voor elkaar. Vanuit horizontaal perspectief uiteraard volledig correct.

Via Orientalis
Via Orientalis in het Openlucht Museum

Museumpark Orientalis is wel een goedgekozen naam. Het museum kan nu onbelemmerd verder in zijn missie om de Abrahamitische godsdiensten met elkaar te verenigen en ons kennis te laten maken met de cultuur van het Midden-Oosten. Ik denk dat het een multicultureel-antropologisch museum gaat worden, waar we eerder kennis zullen maken met de cultuur van de islam, dan een plek die ons in contact brengt met het Evangelie.

Het Bijbels Openluchtmuseum bij Nijmegen stapt uit haar rijke roomse verleden naar een toekomst waarin het museum zich richt op de actuele vraagstukken van onze huidige samenleving. Zoals het spanningsveld tussen jodendom, christendom en islam, de weerbarstige relatie tussen deze godsdiensten, het onderlinge onbegrip en het gebrek aan kennis van deze religies in het algemeen. Dit onder het veelzeggende motto: Open your Mind.
 
Daarmee wil het museum, gelegen in een uitgestrekt bosrijk park, op positieve wijze bijdragen aan de multiculturele problematiek. Het wil de eenheid in verscheidenheid tonen van deze godsdiensten, alledrie ontstaan in het Midden-Oosten; een podium voor dialoog en discussie zijn en een plek vormen waar de grote verhalen en vragen van jodendom, christendom en islam beeldend gestalte krijgen.
 
Tot een bepaalde religie behoren zal niet meer de enige reden zijn om het museum te bezoeken; wél de interesse in culturen en religies die Nederland en de westerse wereld domineren. Met de nadrukkelijke aandacht voor culturen en religies wordt het museum voor vele doelgroepen interessant.
Educatie, vooral van schooljeugd, is dan ook een belangrijke pijler van het nieuwe museumbeleid. Feitenkennis van religies, hun culturele invloed op onze jaarkalender, beeldende kunst, literatuur, architectuur, taalgebruik, eetgewoonten, verhalen en rituelen zijn belangrijke speerpunten in de museumeducatie. Dit alles heeft, vaak onuitgesproken, nog steeds grote invloed op ons leven anno 2006. Kennis daarvan kan bijdragen tot een beter besef van je eigen identiteit en die van anderen en zo leiden tot meer onderling begrip, verdraagzaamheid en vertrouwen.
 
Bron: Persbericht

Mission Statement
Het Bijbels Openluchtmuseum wil het ontstaan, de achtergronden en de tradities van de religies die met de bijbel zijn verbonden in beeld brengen. Het is onze bedoeling dat bezoekers een rondgang door ons museum ervaren als een aanvulling op hun kennis en een aanzet tot bezinning. Het museum wil daartoe de educatieve en recreatieve mogelijkheden versterken zodat bezoekers het gevoel krijgen dat ze als gasten ronddwalen in een wereld die meer dan 2000 jaar achter ons ligt maar waarmee ze nog steeds door traditie en cultuur verbonden zijn. Door middel van educatie wil het Bijbels Openluchtmuseum bijdragen aan een mentaliteitsverandering binnen de multiculturele samenleving. Daarbij kunnen nieuwsgierigheid naar hetgeen we (nog) niet kennen en het leren omgaan met de aspecten waarin we van elkaar verschillen de plaats innemen van een houding die is gebaseerd op angst of vooroordelen.

dinsdag 13 juni 2006
Cisterciënzer kloosters
gekocht: Cisterciënzer kloosters, geschiedenis en architectuur

Afgelopen zaterdag een prachtig fotoboek gekocht over Cisterciënzer kloosters. Twee “dochters” van Cîteaux heb ik ooit bezocht. Een van de oudste, het uit 1148 daterende klooster van Sénanque in Zuid-Frankrijk, prachtig gelegen in de lavendelvelden. Het andere klooster staat bekend om het abdijbier. Het is de abdij van Orval gelegen in de bosrijke omgeving bij Virton in Zuid-België. Dit laatste werd als zovele kloosters onder Napoleon verwoest, maar werd in de twintigste eeuw weer herbouwd. De ruïnes van het Middeleeuwse klooster, die uit de eerste helft van de twaalfde eeuw dateren, zijn nog altijd te bezoeken. Het klooster ontvangt jaarlijks veel toeristen die vaak met een paar flessen ambachtelijk abdijbier het klooster weer verlaten.

Klooster van Sénanque
in Zuid-Frankrijk dat ik in 1984 bezocht
Over de Stichting van Citeaux, A.D. 1098
Het geschiedde dus in het jaar van de menswording 1098 dat, steunend op de raad en sterk door het gezag van de eerbiedwaardige Hugo, aartsbisschop van de kerk van Lyon en toen legaat van de H. Stoel, van de eerbiedwaardige Walter, bisschop van Chalon en van Odo, roemrijke vorst van Burgondië, de monniken aan het werk togen om de gevonden eenzaamheid om te bouwen tot een abdij. Voornoemde abt Robertus ontving van de bisschop van dat diocees de zielzorg en de herderlijke staf, en de overige monniken beloofden vast verblijf op deze plaats, onder zijn gezag.
 
Bron: users.belgacom.net
Klooster van Orval
in Zuid-België dat ik in 1995 bezocht

Abdij van Sénanque | Abdij van Orval

maandag 5 juni 2006
vraagtekens bij de W
dit pinksterweekend in Letter & Geest (Trouw):
WRR negeert het islamitische terrorisme

Sinds het verschijnen van het WRR rapport over het islamitisch activisme op 12 april heb ik al een paar keer over dit onderwerp geschreven.In de bijlage Letter & Geest van Trouw staat een artikel van Marnix Croes en Frans de Leeuw die beweren dat de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid elementaire wetenschappelijke normen geschonden heeft.

Het WRR-rapport over islamitisch activisme
Op 12 april 2006 publiceerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) een op eigen initiatief verrichte studie naar de dynamiek in het islamitisch activisme en de aanknopingspunten die het bood voor democratisering en mensenrechten. Een dag eerder nam Jan Schoonenboom, één van de auteurs, tegenover het ANP hierop vast een voorschot en stelde dat in het debat over de islam in Nederland ’veel grote woorden worden gebruikt zonder dat daaraan feiten ten grondslag liggen’. Schoonenboom beschuldigde met name CDA–fractievoorzitter Maxime Verhagen, VVD–Kamerlid Ayaan Hirsi Ali en Geert Wilders van ’islam-bashing’.

Zowel deze uitlatingen van Schoonenboom als het WRR-rapport zelf kregen vervolgens uit de politiek en de wetenschap bijval en kritiek. Vanwege het verwijt van de grote woorden richtten verschillende criticasters, zoals Afshin Ellian, Ayaan Hirsi Ali en Hans Jansen, hun pijlen op het empirisch gehalte van het rapport zelf. Waarop waren de beleidsaanbevelingen van de WRR, bijvoorbeeld om het gesprek aan te gaan met terroristische organisaties als Hamas en Hezbollah, in feite gebaseerd? Hirsi Ali zei dat de ’W’ van WRR voor ’wereldvreemd’ staat en noemde het rapport ’niet wetenschappelijk, maar een politiek pamflet’. Arabist Hans Jansen noemde het rapport een ’apologie voor de islam’ en vroeg zich af of ’dat de taak is van de WRR’. Arabist Ruud Peters vond het rapport juist ’uiterst verstandig’. Hij gaf wel toe dat vernieuwende stromingen binnen de islam klein zijn en weinig invloed hebben, maar ’juist daarom is het belangrijk om er aandacht aan te besteden’. Trouw-redacteur Eildert Mulder concludeerde dat de WRR echte liberalen in de moslimwereld in de steek laat.

Bron: trouw.nl

dinsdag 30 mei 2006
dhimmitude
gelezen in Trouw: interview met Bat Ye’ or (Dochter van de Nijl),
een Joods historica over de geschiedenis van de islam
Om de cultuur van door de islam onderworpen volkeren te beschrijven, introduceerde Bat Ye’or het begrip ’dhimmitude’. Het komt van het Arabische woord ’dhimmi’ – een onderworpen Jood of christen. Een dhimmi moest conform islamitische rechtsregels behandeld worden. Zo mocht een dhimmi niet op een paard rijden (alleen op een ezel), moest hij speciaal herkenbare kleding dragen, en zijn huis mocht niet hoger zijn dan dat van een moslim. Ook werden dhimmi’s gedwongen om een speciale, zeer hoge belasting te betalen.
 
Bij het innen ervan dienden zij publiekelijk vernederd te worden. Zo schrijft de Marokkaanse islamitische rechtsgeleerde al-Maghili aan het einde van de vijftiende eeuw: ,,Op de dag van de betaling moeten zij [de dhimmi’s] samengebracht worden op het marktplein. Daar moeten ze wachten op de laagste en smerigste plaats. (…) Dan moeten ze, een voor een, naar voren gesleept worden (naar de verantwoordelijke beambte) om te betalen. Als ze betalen, krijgt de dhimmi een klap, en wordt hij opzij gesmeten, zodat hij denkt dat hij aan het zwaard ontkomen is. Dit is de manier waarop de vrienden van de Heer, van de eerste en de laatste generatie, zullen handelen tegenover hun ongelovige vijanden, want de macht behoort bij Allah, bij zijn Boodschapper, en bij de Gelovigen.”
 
Bron: trouw.nl

Bat Ye' orBat Ye’or, born in Cairo, became a stateless refugee in 1957 and a British citizen by marriage in 1959, before settling in Switzerland. She became the pioneer researcher on ‘dhimmitude’ – the inferior status of subjected non-Muslims. She has been described by Sir Martin Gilbert in the third volume of his History of the 20th Century as “the acknowledged expert on the plight of Jews and Christians in Muslim lands”.
 
The Dhimmi: Jews and Christians under Islam (French, 1980; English, 1985) gave Bat Ye’or international recognition. It is an essential introduction to The Decline of Eastern Christianity under Islam. From Jihad to Dhimmitude (1991;1996).Islam and Dhimmitude: Where Civilizations Collide (2002), completes her trilogy on the study of ‘dhimmitude.’ Bat Ye’or’s latest work, Eurabia: The Euro-Arab Axis (2005) focuses on Europe’s transformation into ‘Eurabia’ over the past 30 years.

www.dhimmi.org | www.dhimmitude.org

maandag 22 mei 2006
de tent staat in brand
Finland (Lordi) wint met smakeloze act het Eurovisie Songfestival

Stel je voor dat je niet meer gelooft in het bestaan van inbrekers, dat je gewoon niet gelooft dat er zoiets bestaat als figuren die je huis leegroven en dat dit allemaal fabeltjes zijn. Dan zul je iemand die op klaarlichte dag aanbelt met een masker op, een zaklamp in de hand en een jutezak over de schouder en die zegt dat hij je huis komt leeghalen, zul je dat waarschijnlijk heel vermakelijk vinden en hem lachend binnen uitnodigen. Blijkbaar wordt de leugen onweerstaanbaar charmant als zij zich achter de waarheid verbergt.

Ik moest hier aan denken toen ik op het journaal van gisteren zag dat de Finse hardrockband Lordi het Eurovisie Songfestival in Athene gewonnen heeft. Vier lappen, uitgedost met enge maskers, dalen vanuit de poolcirkel af naar Athene om met een erbarmelijk smakeloze act de harten van de Europese bevolking te stelen. Europa quo vadis? Is dit waar het naar toegaat wanneer je het volk de macht geeft? Het water stroomt blijkbaar altijd naar het laagste punt, ooit zij een vriend van mij heel treffend “democratie is een broek die langzaam afzakt". Plato klaagde 2500 jaar geleden al in datzelfde Athene over de gevolgen van democratie: wanneer politieke leiders zich afhankelijk gaat maken van de gunsten van het volk, dan verdwijnt het leiderschap en is het uiteindelijk de onderbuik die het voor het zeggen heeft. Ik hoorde een van de bandleden vanachter zijn masker beweren dat de zege van Lordi “een overwinning van de vrije geest” is.

Lordi
Finland wint in Griekenland, het noordelijkste en zuidelijkste Euroland, beiden met blauwe vlag met kruis, beiden landen die in het orthodoxe christendom verankerd liggen.

Finland is een van de sterkst geseculariseerde landen van Europa. Tegelijkertijd is het samen met Griekenland een van de weinig orthodox-christelijke landen in de wereld. Een paar jaar geleden ontmoette ik in Engeland een jongeman uit Helsinki die in Thessaloniki voor orthodox priester studeerde. Ik vraag me af wat hij nu van de overwinning van zijn landgenoten vindt. Want de orthodoxie is helder en duidelijk over het bestaan van het gepersonificeerde kwaad. Het is geen mythologie waar we ongestraft boven kunnen gaan staan en de draak mee kunnen steken. De Franse dichter Charles Baudelaire heeft eens gezegd dat het de grootste list van de duivel is om ons te laten geloven dat hij niet bestaat. Al het geflirt met het demonische, dat nu een voorlopig hoogtepunt beleeft in de winnaars van het Eurosongfestival, valt te verklaren vanuit ongeloof en ironie. We voelen ons er stoer bij, vooral als we veertien of vijftien zijn.

The saints are crippled
On this sinners’ night
Lost are the lambs
with no guiding light

Ik moest ook denken aan de metafoor van Kierkegaard: een clown komt in paniek de piste inrennen en schreeuwt “brand!". Het publiek schatert het uit, zo levensecht wordt de paniek door de clown gespeeld. De mensen hebben alleen nog niet in de gaten dat het levensecht is, want de tent staat in brand.

En zo haalt het Avondland geheel uit vrije wil en geamuseerd de monsters in huis. Dit hoef je toch niet serieus te nemen!

Rock ‘n roll angels bring thyn hard rock hallelujah
Demons and angels all in one have arrived
Rock ‘n roll angels bring thyn hard rock hallelujah
In God’s creation supernatural high
 
uit: Hardrock Hallelujah van Lordi
zondag 21 mei 2006
vier het leven !
Jaffe Vink over de problemen van de islam in Letter & Geest (Trouw)
De islam kent twee grote problemen die opgelost moeten worden: het eerste is de positie van de afvallige, het tweede is de voorstelling van het paradijs.
 
Een moslim die zich niet meer kan vinden in de islam en atheïst wordt of christen of een doodgewone humanist, iemand die de islam de rug toekeert, moet – volgens de regels van het islamitische spel – worden gedood.
 
Het eerste wat de moslimgemeenschap nu moet doen is deze idiotie uit haar godsdienst wegsnijden, en wel zo snel mogelijk. Hoe kan een godsdienst respect verwachten, die zo met zijn afvalligen omgaat? Ik daag de imams uit hierover te preken, ik daag ze uit hierover te schrijven. (…)
 
Het tweede probleem is het paradijs. Wat wordt er bedoeld met dat gehunker naar het paradijs waar de zeventig maagden op de martelaren wachten? Het lijkt me toch een heel gezwoeg om die zeventig maagden af te werken. En kijkt Allah toe bij deze islamitische pornoshow?
 
Het lijkt me dat de imams hier een schone taak wacht: zo gaan we niet met vrouwen om. Daar, in dat paradijs, zit iets scheef. Er is niets mis met enig geloof in paradijs of hiernamaals, hoewel ik daar zelf wat minder zeker van ben, en ik gun iedereen zijn spotgoedkope lustfantasietjes, maar het zou ook goed zijn als de moslimmannen – ja, ja, ook de christenmannen en de humanistische heertjes, maar die komen volgende keer aan de beurt – als de moslimmannen enige aandacht besteden aan die lastige strijd met het driftleven hier op aarde. Dat zou de verhouding van mannen en vrouwen ten goede kunnen komen.
 
Dat beeld van het paradijs moet worden gekritiseerd, beste imams. Dat wordt een hele klus, maar begin er vandaag nog aan, want het is echt nodig. Ik denk dat Mohammed B., nadat hij Theo van Gogh in de Linnaeusstraat met kogels had doorzeefd, zijn keel had doorgezaagd en de brief aan Ayaan Hirsi Ali met een mes in zijn borst had gestoken – dit allemaal vlakbij de Van Domselaerstraat waar hij werd geboren en tot zijn zevende opgroeide, waar de voetstappen liggen van het jongetje dat hij ooit was, het jongetje dat in het Oosterpark ging spelen, datzelfde Oosterpark waar hij na zijn daad rustig naartoe wandelde, de dood tegemoet, de martelaarsdood – het paradijs voor zich zag, dat kan niet anders, het paradijs dat hem was beloofd volgens zijn geloof. Beste imams, kritiseer dat beeld van het paradijs, kritiseer de dood van de martelaar, in naam van het leven dat heilig is. Vier het leven, imams. Leer dat uw kinderen. Vier het leven. En zeg tegen uw kinderen dat Ayaan Hirsi Ali ook gewoon mag leven. Gun haar het leven. Zeg dat tegen uw kinderen. Zeg dat.
 
Bron: trouw.nl/deverdieping/letter-geest

Islam Ontmaskerd [ democrates.net ]

vrijdag 19 mei 2006
de geheimzinnige postzegel
zijn tekenen overal waar je ze wilt zien?

Da Vinci

Leonardo da Vinci’s Laatste Avondmaal
op een Liberiaanse postzegel
donderdag 18 mei 2006
succesvol gaten dichten
vandaag gaat wereldwijd de film De Da Vinci Code in premiére

Gnosis is in. Na de hype rond het Judas Evangelie gaat vandaag de langverwachte verfilming van Dan Brown’s bestseller in premiére. Vijftig miljoen mensen hebben De Da Vinci Code inmiddels gelezen en zijn vaak niet alleen enthousiast over de fictie maar ook over de feiten waarop Dan Brown zijn spannende reli-detective heeft gebaseerd.
gnostische tekst Misschien is het megasucces juist te danken aan deze verweving tussen feiten en fictie. Je zou het ook inlegkunde kunnen noemen. De historische bronnen , meestal gnostische geschriften uit de eerste eeuwen na Christus, zitten vaak net als het Judas Evangelie boordevol gaten. Met een beetje fantasie kun je deze opvullen zodat er een spectaculair verhaal ontstaat, dat plotseling ‘nieuw licht werpt’ of een ‘ander verhaal’ vertelt. Opzienbarend! spectaculair! dit moet je lezen!

Intussen blijft het allemaal verzinsel , hoe handig er ook van de historische bronnen gebruik gemaakt wordt om de fictie aannemelijk te maken.

De journalist Henk Schutten heeft boek geschreven over het Judas Evangelie en op zijn website een forum geopend waar al weken intensief van gedachten wordt gewisseld over historische bronnen, waar gnostici universele kennis in bevestigd zien en christenen hun geloof op baseren. Enkele weken geleden startte ik een forumdraad met als onderwerp: een nieuwe gnostische aanval op de orthodoxie?

Orthodoxie en gnosis hebben altijd tegenover elkaar gestaan, ook al beweren sommigen dat beiden goed te verenigen zijn en spreken zij over een “gnostisch christendom".

Veel nieuwetijdse spiritualiteit wordt gekenmerkt door het zoeken naar authentieke, persoonlijke ervaringen. De zoeker gaat een weg die niet door leerstellingen is geplaveid, maar onderzoekt wel allerlei geestelijke tradities. Een veel gehoord motto is: “eenheid in verscheidenheid". Polarisatie hoort daar niet bij. Er is juist een neiging om alle geestelijke tradities te assimileren in één universele mystieke ‘leer’. Gnosis (maar bijv. ook Vedanta) komen dicht in de buurt van die ‘Universele Leer’.

Gnosis lijkt voor velen de oorspronkelijke boodschap van de historische Jezus van Nazareth (in de nieuwetijdse spiritualiteit liever opgevat als historische figuur dan als de Zoon van God, laat staan de Eéngeboren Zoon van God) Veel gnostische geschriften, waaronder nu ook het zgn ‘evangelie’ van Judas, proberen gnosis en christendom met elkaar te verenigen. Christelijk geloof en gnosis zouden niet tegenover elkaar staan.

Maar is dit wel zo? Als we ons in het gnosticisme gaan verdiepen, zien we al snel een zeer dualistisch wereldbeeld en een bizarre mythologie, die helemaal niet met het christelijk geloof te verenigen zijn.

In de eerste eeuwen van het jonge christendom probeerde het gnosticisme christenen ervan te overtuigen dat Jezus geen werkelijk lichaam bezat en loochenden zij daarmee Zijn menswording. Terecht werd deze leer (docetisme) als dwaalleer verworpen.

Nu, bijna 20 eeuwen later, lijkt het erop dat de gnosis opnieuw zijn pijlen richt op een (o.a. door ‘de Verlichting’) uitgehold christendom. Ons geestelijk onderscheidingsvermogen is afgestompt geraakt in deze verwarrende tijd die rijp is voor het Judas ‘evangelie’. Dat duikt ‘plotseling’ weer op met de conclusie: Jezus van Nazareth was een gnosticus en de Kerk heeft het allemaal verdraaid en van Jezus de Zoon van God gemaakt.

Het is het een of het ander. Aan ons de keuze.

dinsdag 16 mei 2006
vrijheid
gelezen: de grootinquisiteur in De Gebroeders Karamazov van Dostojewsky
grootinquisiteurHet verhaal speelt in Spanje, in Sevilla, gedurende de vreselijkste tijd van de inquisitie, toen dagelijks ter ere van God de brandstapels in het ganse land brandden.
 
In Zijn eindeloze genade komt Christus nog eens onder de mensen in dezelfde menselijke gedaante als waarin Hij eeuwen geleden, drieëndertig jaar lang tussen hen heeft gewandeld. Hij daalt neer op de “warmste” plaats van de zuidelijke stad, waar juist de vorige dag, in tegenwoordigheid van de koning, het hof, ridders en kardinalen, de bekoorlijkste hofdames en talloze inwoners van Sevilla, bij een “autodafe vol pracht en praal", door een kardinaal-grootinquisiteur, honderd ketters tegelijk waren verbrand, ‘ter meerdere glorie van God’.
 
Hij kwam stil en ongemerkt, en plotseling hoe merkwaardig het ook is herkenden allen Hem. Met onweerstaanbaar geweld dringt het volk op Hem toe en omringt Hem; de menigte groeit steeds aan en volgt Hem. Zwijgend gaat Hij tussen hen, met een zachte glimlach van eindeloos medelijden. De zon der liefde brandt in Zijn hart, stralen van licht en kracht stromen uit Zijn ogen, beschijnen de mensen en ontbranden in hun hart wederliefde. Hij strekt Zijn handen tot hen uit, zegent hen, en van Zijn aanraking, zelfs van de zoom van Zijn kleed gaat een genezende kracht uit.
 
lees verder …
zondag 14 mei 2006
hoelang kijken we nog weg?
dit weekend in de bijlage Letter & Geest (Trouw):
Piet Winnubst: de sjaria bestaat echt

Vorige maand schreef ik hier over het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) over het islamitisch activisme. Opvallend is dat het rapport lijkt te ontkennen dat dé islam of dé sjaria bestaat. De angst voor confrontatie tussen de autochtone Nederlandse bevolking en de bijna 1 miljoen islamitische Nederlanders is groot. Het is begrijpelijk dat beleidsvoerders kiezen voor een bezwerende mantra als ‘dé islam bestaat niet’. Maar lost het iets op om weg te kijken voor de realiteit? Dit weekend schrijft Piet Winnubst, die jarenlang als voormalig VN-diplomaat in verschillende islamitische landen woonde, in Trouw in ondubbelzinnig: de sjaria bestaat echt. Bij het artikel staat een weerzinwekkende foto van twee minderjarige jongens met een strop om de nek. Ze werden vorig jaar op 19 juli in Mashad (Iran) opgehangen omdat ze zich schuldig zouden hebben gemaakt aan homosexuele handelingen.

sharia
Mahmoud Asgari en Ayaz Marhoni worden in het openbaar opgehangen, 19 juli 2005
De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) trekt in haar, ’op eigen initiatief geschreven rapport over islamitisch activisme’ verbazingwekkende conclusies. Volgens de WRR kunnen ’spanningen en conflicten tussen ons en de islam’ worden opgelost. Als wij de islamitische staten een beetje tegemoet komen, zullen zij ook onze normen en waarden gaan respecteren. De WRR meent dat ’de belemmeringen voor democratisering en mensenrechten in veel van deze (islamitische) landen meestal weinig met de islam zelf van doen hebben’. De WRR meent dat ’het in de grondwet opnemen van de sjaria als basisnorm*. een belangrijke voorwaarde is voor verdere ontwikkeling naar een democratische rechtsstaat’. (Blz. 142-3.)
 
In zijn column ’Door het bos de bomen niet meer zien’ (Trouw, 22 april) wijt J.A.A. van Doorn de ’onwelwillende ontvangst’ van dit WRR-rapport aan ’hetzelfde schematische denken als dat waaraan de oude socialisten leden en de moderne globalisten lijden’. De critici van het WRR-rapport zouden ’islamcritici’ zijn die geen rekening willen houden met het feit dat er, aldus Van Doorn, geen sjaria bestaat. Wat er wel bestaat, zo ontdekte hij na lezing van het rapport, is de ’buitengewoon gedifferentieerde werkelijkheid ter zake van het rechtsbestel in moslimlanden’.
 
Van Doorn is van mening, dat men schematisch denken moet vermijden: ’De werkelijkheid is altijd gedifferentieerder dan ambitieuze schema’s suggereren.’ Een correcte observatie die Van Doorn ook zelf ter harte moet nemen. Hij toont zich namelijk een typische vertegenwoordiger van het schematische denken dat sinds de Verlichting voor velen het klassieke denkpatroon is geworden. De essentie daarvan is, dat men vaststelt de waarheid niet te kunnen kennen en zich daarom primair, zo niet uitsluitend, met haar verschijningsvormen bezig gaat houden. We vergeten het bos en houden ons bezig met de bomen. Het WRR-rapport volgt deze lijn, en ook voor Van Doorn is het ’’zonneklaar dat van ’de’ sjaria geen sprake is’’. De sjaria kennen we niet; laten wij ons daarom bezighouden met de verschillende verschijningsvormen.
 
trouw.nl
zaterdag 13 mei 2006
schepping of existentiële leegte
dit weekend in de bijlage Letter & Geest (Trouw): een verkorte versie
van een hoofdstuk uit De Berg van Cézanne door Jurrian Benschop
Het schilderij doet verschillende dingen. Het zet je als toeschouwer aan de rand van het bestaan, nog even een klein stukje land rest er als een vluchtheuvel en dan is er de slokkende zee. Tegelijk toont het de weidsheid van het bestaan, de eindeloosheid ook, wie zou daar geen deel van uitmaken? Een existentieel moment vol paradoxen. het schilderij is er zowel voor de gelovige die in de natuur vol ontzag God’s schepping ervaart, als voor de atheïst, die er het niets de existentiële leegte in bevestigd ziet. Beide beleven een gouden moment omdat hun bewustzijn zich verhevigt. Een moment dat hun bestaan wordt onderstreept.
 
Bron: trouw.nl
Monch am Meer
Caspar David Friedrich
Monch am Meer, 1810
Sentiments upon Viewing Friedrich’s Seascape. Caspar David Friedrich’s painting “Monk by the Sea", viewed by Clemens Brentano, Achim von Arnim and Heinrich von Kleist
 
With this exhibition, one of the most important paintings of Romanticism, Caspar David Friedrich’s “Monk by the Sea", is put into the context of contemporary literature and art theory. “Sentiments upon Viewing Friedrich’s Seascape” was the title of an article that appeared on 13 October 1810 in the “Berliner Abendblätter", a newspaper of which Heinrich von Kleist was the editor. The painting under discussion by Friedrich had first been presented to the public at the Berlin Academy exhibition in September 1810, only a few weeks prior to the article’s publication. Today, the “Monk by the Sea” belongs to the highlights of the National Gallery’s collection. Heinrich von Kleist, having asked Clemens Brentano and Achim von Armin to write a review of the picture, had received four handwritten manuscript pages, two by each author. Kleist reworked and extended this text, giving it a new direction of thought. Both Kleist’s and Brentano’s comments belong to the most memorable and profound reflections on the Romantic idea of landscape, the most modern of its time. The studio exhibition in the Caspar-David-Friedrich-Room of the Old National Gallery is a cooperation with the Kleistmuseum in Frankfurt/Oder and the Freier Deutscher Hochstift in Frankfurt/Main. This show is the first to bring together Friedrich’s painting, the precious autographs on loan from the Frankfurt Goethe Museum, and the printed versions (differing from the handwritten text), supplemented by additional exhibits relevant to the subject.
 
Bron: smb.spk-berlin.de

Caspar David Friedrich bij artchive | webmuseum | artcyclopedia

zaterdag 6 mei 2006
het nieuwe fascisme?
Dit weekend in de bijlage Letter en Geest van Trouw:
De nieuwe dreiging, door Daniel Jonah Goldhagen

Be Prepared for the real HolocaustNa 9/11 leven we in een periode die in bepaalde opzichten lijkt op de jaren 30 van de vorige eeuw. Er is een nieuwe dreiging in de wereld gekomen en die roept allerlei (tegenstrijdige) reacties op. Degenen die ons in 1945 van het fascisme bevrijd hebben, nemen de dreiging ernstig en bereiden zich voor op een aanval op Iran. De bevrijders van weleer zijn nu voor velen agressors geworden. Maar als zij in de jaren ‘30 een preventieve aanval op Hitler-Duitsland hadden ondernomen, was de verschrikking van de Tweede Wereldoorlog aan ons voorbijgegaan. Achteraf is het gemakkelijk praten. De ‘wereldvrede’ verkeert nu in een griezelige situatie. Waar moeten we banger voor zijn: voor een onbesuisde actie (met alle gevolgen vandien) of voor een nieuw verraad van München (met alle gevolgen vandien)?

Drie opeenvolgende Iraanse presidenten hebben in het openbaar opgeroepen tot de vernietiging van Israël en de feitelijke massamoord op honderdduizenden of miljoenen. De oproep van de ’radicale’ Ahmadinejad om ’Israël van de kaart te vegen’ is een echo van de uitspraken die de ’gematigde’ vroegere president en huidige makelaar in macht Hashemi Rafsanjani deed in december 2001 en die een betere uitwerking waren van het gedachtegoed van het politiek-islamitische leiderschap in Iran: ’Als de islamitische wereld op een dag ook de beschikking heeft over de wapens die Israël nu heeft, dan zal de strategie van de imperialisten tot stilstand komen, omdat het gebruik van ook maar één atoombom op Israël alles zal vernietigen. Het zal echter alleen de islamitische wereld schaden. Het is niet irrationeel om zo’n mogelijke gebeurtenis te overdenken.’ Koelbloedig doordenkt Rafsanjani hier de implicaties van het nastreven van een politiek van volkerenmoord: één atoombom die vlakbij Tel Aviv zou worden gedropt, zou het geografisch nietige Israël volledig vernietigen. Onbekommerd zegt hij tegen zijn land en de wereld dat de kosten – waaronder honderdduizenden, wellicht miljoenen Iraanse doden als gevolg van de nucleaire vergelding door de onkwetsbare, met atoomwapens uitgeruste onderzeeërs van Israël – het waard zouden zijn.
 
Bron: trouw.nl/deverdieping/letter-geest
dinsdag 25 april 2006
neo-gnostische hype
deze week elke avond op National Geographic Channel: Secret Bible

Het succes van de Da Vinci Code staat niet op zich. Over de hele wereld is er een enorme belangstelling gegroeid voor het vroege Christendom, in het bijzonder voor het zogenaamde “gnostische christendom". Deze mystieke variatie op het Christendom past onder de paraplu van New Age en lijkt een brug te slaan tussen oosterse spiritualiteit en de Bijbel. National Geographic Channel zond twee weken geleden al een documentaire uit over het Judas Evangelie en volgt nu deze week met iedere avond een documentaire onder de naam Secret Bible Op de website lezen we het volgende hierover:

In Secret Bible Week lichten we de sluier op aan de hand van historisch bewijs en forensisch onderzoek.In deze week bent u getuige van een documentaire en een driedelige serie, die een nieuw licht werpt op de geheimen van het Christendom.
 
We duiken diep in de mythes en de mysteries van de legendarische geestelijke ridderorde - de Tempeliers. Recentelijk zijn De Tempeliers wereldwijd onder de aandacht gekomen door het boek The Da Vinci Code van Dan Brown, waarin zij worden gepresenteerd als mysterieuze beschermers van de Heilige Graal. Moderne theorieën suggereren dat de Tempeliers nog steeds in het geheim onder ons aanwezig zijn en een grote schat bewaren. Door historische gevechten en geheime rituelen na te bootsen, kunnen we feiten van fictie onderscheiden.
Apollonius van Tyana
In de aflevering Rivals Of Jesus staat de neo-platonist Apollonius van Tyana centraal
Er bestond een man die de zoon van God werd genoemd, zieken kon genezen, wonderen kon verrichten en drie dagen na zijn dood opstond uit zijn graf. Zijn naam was Apollonius van Tyana en hij was niet uniek. In Rivals Of Jesus vragen we ons af waarom zo veel priesters en zogenaamde heelmeesters rond het Middellandse Zeegebied verschenen in de eerste eeuw na Christus en waarom de verering van Jezus overwon.
 
Wonderen, rampen en vernietiging domineren de wereld, maar zijn dit de ‘laatste dagen’ zoals voorspeld in de bijbel? Veel mensen denken dat het ‘Einde der Tijden’ nadert. We onderzoeken de voorspellingen over het naderende einde en vergelijken ze met nieuwe wetenschappelijke feiten. Is de Apocalyps gewoonweg een poëtische beschrijving van een religieuze status zoals sommige theologen benadrukken of is het de voorspelling van de dreigende ondergang?
 
Bron: nationalgeographic.nl
dinsdag 18 april 2006
’streng islamitisch opgevoed’
Ronald Plasterk meent in Buitenhof dat columnist Ephimenco
streng islamitisch is opgevoed en “scheldt en tiert” als een Algerijn

Vorige week citeerde ik hier fragmenten uit de reacties van Ayaan Hirsi Ali en Sylvain Ephimenco op het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, dynamiek in islamitisch activisme.

Zondag ging Ronald Plasterk in zijn tv-column bij Buitenhof hier op in:

Ronald PlasterkDeze week kwam de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, de WRR, met dit rapport, waarin wordt bepleit dat de Nederlandse politiek minder verkrampt omgaat met de islam dan de laatste tijd gebeurt. Een van de leden van die raad is overigens de bekende VVD-man Pieter Winsemius, voorzitter is de CDA-er professor Van de Donk. Het is inderdaad een nogal uitgesproken rapport, hier en daar kritisch op de regering, controversieel waar het oproept tot een open dialoog met Hamas. Overigens heeft de WRR wel een punt als men zegt: wij willen altijd dat er in die landen democratische verkiezingen zijn, en dan zijn die er een keer, dan kunnen we niet zomaar alle contact verbreken omdat de uitslag ons niet bevalt. Maar goed, over dat rapport kun je lang en breed praten, en dat gebeurt ook, en daarmee alleen al heeft het zijn waarde bewezen.
 
Wat mij het meeste opviel waren de reacties van drie prominente Nederlanders: Afhsin Ellian, Sylvain Ephimenco, en Ayaan Hirsi Ali; respectievelijk hoogleraar rechtsfilosofie in Leiden, columnist bij het dagblad Trouw, en woordvoerder van een grote regeringspartij. Afshin Ellian in een halve pagina NRC roept: charlatanerie! Ephimeco in Trouw: Knoeiwerk, idioten! De kroon spant de woordvoerder integratiezaken van de VVD, Ayaan Hirsi Ali. Die zegt in Trouw op 12 april: “Het rapport is niet wetenschappelijk. Daarom", zegt de VVD-woordvoerder, “ben ik voor het hervormen van deze zogenaamd onafhankelijke instituten als de WRR.”
 
Wat mij aan deze reacties opvalt is dat Ellian, Ephimenco en Hirsi Ali, afkomstig uit Iran, Algerije, en Somalie, precies de reactie hebben die de regeringen in die landen altijd hebben als er kritiek komt: schelden, tieren, en dreigen met “hervormen", en iedereen weet dat hervormen betekent: opheffen, sluiten. Ayaan, Afshin en Sylvain zijn alledrie streng islamitisch opgevoed, en hebben de islam nog in elk haarvat, ze zijn vol islamitisch activisme. Hun liberalisme is flinterdun, ze hebben zoals dat tegenwoordig heet een erg kort lontje
 
Bron: vpro.nl/programma/buitenhof/

Vandaag reageerde Ephimenco in zijn eigen column in Trouw:

Sylvain EphimencoHet is niet de eerste keer dat in de bruine regionen waar knoeiers spartelen, men Hirsi Ali op grond van haar jeugdverleden probeert te treffen. Nieuw is dat Afshin Ellian een ’streng islamitische opvoeding’ wordt aangepraat. Bijna iedereen in Nederland weet dat deze hoogleraar rechtsfilosofie in een liberaal Iraans gezin is groot gebracht.
 
Wat mij betreft is de fout van Plasterk nog onvergeeflijker: van een islamitische jeugd kan ik me niets herinneren. Maar over mijn katholieke opvoeding (niet streng, niet traumatiserend maar als misdienaar zingevend en vrolijk) heb ik al zo vaak geschreven.
 
Speciaal voor de documentatiemap van Ronald: Op 16 december werd ik in de Notre-Dame te Oran gedoopt, op 11 mei 1969 deed ik mijn plechtige communie in de Église Saint-Jean de Malte te Aix-en-Provence. Dat hij mij ook nog voor Nederlander aanziet en als rechtse ideoloog neerzet geeft deze grap een hoog 1 april gehalte. Voor Plasterk geldt hetzelfde als voor de opstellers van het islamrapport: hij presenteert zich als wetenschapper maar is niets meer dan een knoeier die met feiten en intellectuele integriteit gebrouilleerd is. De mogelijkheid om die babbelaar ooit op een ministerpost terug te vinden (bijvoorbeeld in Bos 1 voor de PvdA) doet me eerlijk gezegd huiveren. Vanzelfsprekend verwacht ik nu dat de man zijn verzinsels in een volgende Buitenhof publiekelijk terugneemt.
 
Bron: trouw.nl

Op dit moment zijn er al 25 reacties van lezers binnen. Ik ben erg benieuwd naar wat Ronald Plasterk nu gaat doen…

Buitenhof

zaterdag 15 april 2006
WRR rapport over islam
Reacties op het WRR-rapport Dynamiek in islamitisch activisme
dat verscheen op 12 april j.l.

De inhoud van het WRR-rapport, een verslag van een raad die wetenschappelijk prentendeert te zijn, heeft mij aan de ene kant verbaasd, aan de andere kant ook weer niet. Links en rechts konden afgelopen week weer over elkaar heenvallen. Een kort verslag van de reacties. We beginnen bij de bron:

Onder brede belangstelling verscheen op 12 april jl. Dynamiek in islamitisch activisme. Aanknopingspunten voor democratisering en mensenrechten (AUP, ISBN 978 90 5356827 9) WRR-rapporten aan de regering nr. 73
 
De raad draagt met dit rapport mogelijkheden aan voor Nederland en de EU om kansen voor toenadering tot de moslimwereld te benutten. Aanknopingspunten zijn er meer dan men algemeen veronderstelt. Analyses in dit rapport gaan over de ontwikkelingen in islamitisch activisme sinds de jaren zeventig en zijn mede gebaseerd op studies die op verzoek van de WRR zijn verricht en tegelijkertijd met dit rapport verschijnen. De nadruk ligt op intellectuele ontwikkelingen, de veranderende opstelling van islamitische politieke bewegingen en de betekenis van het islamitisch recht voor het recht in de moslimlanden.
 
Bron: WRR-rapport

Enkele reacties van links:
weblog van Jan Marijnissen met 107 reacties
weblog van Anja Meulebelt [ook sp] met 12 reacties
Vluchtelingenwerk

Omdat ik persoonlijk vind dat de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid zich met dit onwetenschappelijke rapport (Ayaan Hirsi Ali: “Hier lijkt de wens de vader van de gedachte") belachelijk heeft gemaakt, enkele houtsnijdende reacties van zogenaamde ‘moslimhaters’:

ayaan hirsi aliHet rapport beschrijft vrij uitputtend in een aantal hoofdstukken de ontwikkeling van het islamitisch- politieke denken, de ontwikkeling van islamitisch-politieke bewegingen en de ontwikkeling van het islamitisch recht. Als er een ding duidelijk wordt, dan is het dat er vele stromingen en richtingen zijn en dat dé islam niet bestaat.
 
Maar het rapport is niet alleen informatief, het is ook programmatisch.
 
Dat blijkt als na vijftig pagina’s wordt geconstateerd dat de aanhang van liberale moslim- denkers niet zo erg groot is, maar dat je dat niet moet bagatelliseren.
 
‘Vernieuwend denken moet ergens beginnen en kan geleidelijk aan diepgang en invloed winnen’. Hier lijkt de wens de vader van de gedachte.
 
Bron: weblog over Ayaan Hirsi Ali

Geert Wilders publiceert op zijn website niet alleen de kamervragen die hij aan de minister-president en aan de minister van Buitenlandse Zaken stelde over het WRR-rapport, maar ook over Balkenende’s toespraak in Indonesië op de Universitas Islam Negeri, 7 april j.l.

geert wildersvraag 8: Is het waar dat minister-president Balkenende in een lezing voor de Universitas Islam Negeri (Jakarta, Indonesië, 7 april 2006) heeft gezegd dat de islam als zodanig geen bedreiging vormt.[3]? Bent u het met mij eens dat die uitspraak in het licht van het anti-westerse karakter van de (zuivere) islam en de daaruit voortgevloeide aanslagen en bedreigingen van de westerse beschaving een ernstige vergissing en een derhalve laakbare opmerking is? Is de minister-president bereid zijn opmerkingen in dat licht te nuanceren danwel terug te nemen; zo neen, waarom niet?
 
vraag 9: Is het tevens waar dat de minister-president zich sterk relativerend heeft uitgelaten over het belang van de christelijke, joodse en humanistische traditie in Nederland door te stellen: ‘Nederland heeft altijd opengestaan voor mensen met andere overtuigingen’? Bent u het met mij eens dat in ieder geval moet worden voorkomen dat die ‘andere overtuigingen’ in Nederland dominant worden en de eigenlijke bronnen van onze beschaving – de joods-christelijke en humanistische tradities – gaan overheersen?
 
Bron: geertwilders.nl

Islam-bashen
WRR-onderzoeker Schoonenboom heeft naar aanleiding van het rapport gezegd dat politici op moeten houden met ‘islam-bashen’, het beschimpen van de islam. Hij beschuldigt met name CDA-fractievoorzitter Verhagen en Tweede Kamerlid Wilders van stemmingmakerij.

Verhagen en Wilders zijn uitermate ontstemd over de beschuldigingen van Schoonenboom. “Dit is onzorgvuldige lariekoek. Studeerkamerpolitiek” zegt Verhagen in een reactie. Wilders zegt over het WRR-rapport: “Dit is naïef en gevaarlijk. Dit is de taal der dwazen. Ik blijf erbij dat de islam onverenigbaar is met democratie".

Bron: wereldomroep.nl

sylvain ephimencoTwee jaar geleden in Frankrijk veroorzaakte prediker Tariq Ramadan een golf van verontwaardiging door het stenigen van vrouwen niet te willen veroordelen. Hij stelde alleen een moratorium voor. Het rapport vindt dit werkelijk fantastisch: „Dit kan een proces van meningsvorming op gang brengen” en ook al heeft een tijdelijke opschorting van stenigingen weinig kansen, het voorstel daartoe heeft dan „een belangrijke signaalfunctie” gehad. Ach, om dit knoeiwerk hoef je heus niet boos te worden. Ook in de tijd van de communistische overheersing wemelde het in het Westen van naïeve geesten die ’nuttige idioten’ werden genoemd.
 
Bron: column van Sylvain Ephimenco in Trouw

Trouw over het WRR-rapport
dossier WRR [ trouw.nl ]

islamdeskundigheid
vandaag in de Letter & Geest bijlage van Trouw:
slot van het debat tussen Michiel Leezenberg en Machteld Allen

De arabiste en historicus Machteld Allen begon een paar weken geleden in het onvolprezen Letter & Geest, een bijlage van Trouw op zaterdag, een debat met Michiel Leezenberg. Deze universitair docent verbonden aan de Universiteit van Amsterdam publiceerde in 2001 een boek over islamitische filosofie. Vandaag reageert Leezenberg met een woest stuk waarin hij haar wetenschappelijk probeert koud te maken. Maar Allen slaat met het onderstaande grandioos terug.

Volgens mij zit de islamdeskundigheid gevangen tussen twee ’scholen’, die elkaar gedeeltelijk overlappen. Beide benaderingen zijn ideologisch van aard. Bij de ene school is emancipatie en bevrijding het doel van de wetenschap, bij de andere school staat de interreligieuze ‘dialoog’ meer centraal. Bij de ene school wordt de veranderlijkheid en diversiteit van de islam als uitgangspunt genomen, terwijl de andere school de overeenkomsten tussen de drie monotheïstische godsdiensten wil benadrukken. Voor het gemak noem ik ze maar even de UvA-benadering (waarvan Leezenberg een exponentis) en de VU-benadering. Neem het niet al te letterlijk, het is maar een schets.
 
De UvA-benadering is goddeloos. Al het mensengedrag, dus ook het gedrag van moslims, wordt verklaard vanuit puur politieke of materiële motieven. De islam wordt als een veelomspannend, sociologisch fenomeen benaderd, en de geest van het poststructuralisme waart daarbij nog altijd stevig rond. Het werk van de populaire Franse islamdeskundigen (eigenlijk sociologen) Gilles Keppel en Olivier Roy zijn voorbeelden uit deze traditie. Het woord ‘essentialist’, waar Leezenberg mij van beschuldigt, komt uit het poststructuralistisch jargon. Als je een essentialist bent, bekleed je iets of iemand met inherente, onveranderlijke eigenschappen. Essentialisme is een wetenschappelijke ‘doodzonde’, zoals Leezenberg het noemt. Dat is veelzeggend. Waarom is het een morele dwaling om de islam inherente, onveranderlijke eigenschappen toe te schrijven? Omdat je dan de emancipatie van de moslims blokkeert. De UvA-school wil dat je de geschiedenis zó beschrijft, dat je het de mensen gemakkelijk maakt zich van hun ketenen te bevrijden. Dat is ook de reden waarom Leezenberg de geschiedenis van de islam wil injecteren met het woord ‘Verlichting’. Het is flink persen om de islam in die mal te krijgen, en het verkruimelt bij de eerste empirische toetsing.
 
De VU-benadering is wél geïnteresseerd in God en de profeten. Naast alle materiële en politieke motieven wordt rekening gehouden met goddelijke openbaring als verklaring voor menselijk handelen. Maar misschien komt het doordat de godsdienst überhaupt een beetje in het verdomhoekje zit, dat de VU-school zich kenmerkt door een samentrekkende beweging. Anders gezegd: moslims worden gezien als een soort bondgenoten van christenen. Dit levert een geschiedschrijving op die haar onderwerpen selecteert op ‘bruggen bouwen’, en ‘openingen creëren voor de dialoog’. De term ‘Abrahamitische godsdiensten’ (wij delen allen één aartsvader) is één van de poëtische patenten van deze school.
 
Hoe moet het dan? In mijn ogen is wetenschap een middel om de werkelijkheid te beschrijven. Als de wetenschap de werkelijkheid wil gaan scheppen of veranderen, verwordt ze tot ideologie. Ik stel vast dat in dit opzicht bij de bestudering van de islam iets verschrikkelijk is misgegaan. Het wordt heel gewoon gevonden dat de wetenschap, ten behoeve van de emancipatie en de dialoog, bepaalt wat de islam inhoudt.
 
Het zijn echter niet de wetenschappers, maar de gelovigen die bepalen wat de islam is. Het beste is daarom misschien om te beginnen de islam te beschouwen zoals moslims die zélf beschouwen: niet als een kleurrijk, sociologisch fenomeen, maar als een flinke, volwassen godsdienst, die zich baseert op Allah’s eeuwige en ongeschapen woord, de Koran. Islamwetenschap zal dus in de eerste plaats theologie moeten zijn, te beginnen met de eenvoudige vraag: wat geloven moslims? Voor de beantwoording van die vraag kunnen we, om te beginnen, terecht bij de Koran en de hadieth.
 
Maar omdat het antwoord op die vraag, vanwege de ‘inherente’ en krasse geloofswaarheden van de islam, noch de emancipatie, noch de integratie, noch de dialoog zal bevorderen, stellen we de vraag liever helemaal niet. De Koran wordt soms zelfs afgedaan als irrelevant voor de wetenschappelijke bestudering van de islam. En wie de vraag wél stelt, wordt onmiddellijk kaltgestellt als een ‘overspannen’ essentialist en mag niet meer meedoen.
 
Bron: trouw.nl

Michiel Leezenbergdr. Michiel Leezenberg (1964) is als universitair docent verbonden aan de afdeling Wijsbegeerte van de Faculteit der Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam. Hij verbleef geruime tijd voor onderzoek in de islamitische wereld en publiceerde hierover talrijke artikelen. In 2001 verscheen van zijn hand Islamitische filosofie - een geschiedenis, dat bekroond werd met de Socrates wisselbeker.

maandag 10 april 2006
waarheid, oudheid en leugen
gezien op National Geographic Channel: The Gospel of Judas

Zoals ik verwacht had, was de documentaire The Gospel of Judas (die overigens met reclamespotjes van o.a. Fortis en Nationale Nederlanden was opgerekt tot bijna twee uur) een aaneenschakeling van gedramatiseerde beelden, wetenschappelijke betogen en reconstructies met de ‘rehabilitatie’ van Judas als doel. Onverbloemde gnostische propaganda waarvoor het post-christelijke Westen op dit moment bijzonder ontvankelijk is. Gnosis biedt op de reli-markt een geestelijke weg aan die het individu erg aanspreekt. Het ‘ik’ kan zich in de leerschool van het leven ontplooien als egoloze en goddelijke vonk zonder daarbij afhankelijk te zijn van de persoonlijke, patriarchale God. Laat staan afhankelijk van de Kerk! Een ‘Baas-in-eigen-Huis-geloof’ dus.

Maria MagdalenaEen ’spiritualiteit’ die ook heel veel vrouwen aanspreekt. Niet voor niets werden we voor deze uitzending al opgewarmd met een documentaire over Maria Magdalena, waarin fenomeen Dan Brown veelvuldig aan het woord kwam. Hij mocht nog eens zeggen waarom Maria Magdalena altijd als hoer is afgeschilderd. De Kerk heeft als boos en mannelijk machtsinstituut natuurlijk altijd de positie van de vrouw willen onderdrukken. Maria Magdelena is een van de trouwste discipelen van Christus. Volgens sommige sprekers in deze documentaire was ze in de meeste opzichten ‘veel verder’ dan de mannelijke volgelingen. De boodschap is duidelijk: naast machtswellust zal de door mannen gedomineerde Kerk vast ook wel door jaloezie gedreven zijn en haar daarom gestraft hebben met een negatief imago. Dan Brown weet haarfijn hoe hij zijn publiek, dat vooral uit lezeressen bestaat en zich identificeert met de spirituele Maria Magdalena, moet paaien.

Uit het volgende citaat van de lesbische (en dus feministische) criminoloog Dr. C.I. Dessaur blijkt hoeveel frustratie en felheid er in het (’spirituele’) feminisme soms is tegenover het christelijk geloof:

“Met het monotheïstische jodendom en de later volgende, nog fanatiekere islam, behoort het orthodoxe christendom tot de extreemste paternalistische, monotheïstische godsdiensten. In een totale verabsolutering van het manlijke ego wordt de hoogste god als een (grillige, driftige, jaloerse, wrede, maar ook wel door gebeden en rituelen manipuleerbare!) Vader geprojecteerd, de Verlosser als diens Zoon. Zelfs het wijsheidsbeginsel, de Heilige Geest (de Hagia Sophia van de Oudheid) wordt in het christendom gemasculiniseerd.
De van oorsprong zeer tirannieke Vader-God transformeert in de christelijke mythe overigens soms tot een liefdevolle, zorgzame Vader, die de rol van de Moeder heeft geüsurpeerd.”
 
Bron: Dr. C.I. Dessaur (Andreas Burnier) De Droom der Rede [ blz. 65 ]

Ook bij het ‘Evangelie’ van Judas is er een identificatie met de hoofdpersoon: Volgens dit ‘Evangelie’ is Judas de enige discipel die Jezus goed begrepen heeft. Hij was dus ‘verder’ dan de anderen, een positie die de gemiddelde aanhanger van New Age voor zichzelf stiekem geclaimd heeft. Temidden van de slapende (en door de Kerk onderdrukte) massa, komt de enkeling tot inzicht en wordt hij/zij ‘een wetende’.

Wat mij uiteindelijk het meest verbaast van deze documentaire is de volstrekt onlogische redenering dat een bron die ruim 1600 jaar oud is ons het ware verhaal over Judas (maar juist ook over ‘de historische Jezus’) zou brengen. Alsof er in de vierde eeuw geen leugens opgeschreven werden! Er is niets nieuws onder de zon en hoe je het allemaal ook wilt noemen, gnosis, neo-gnosis of New Age, leugens blijven leugens.

Irenaeus van Lyon
Bisschop Ireneaos van Lyon
verwierp terrecht de gnosis als een dwaalleer, maar wordt in de documentaire van NGC voorgesteld als een intolerante man die ‘ware geschriften’ agressief van tafel veegt

Ik geef vader Sergius Heitz graag het laatste woord met de visie van de Orthodoxe Kerk op het gnosticisme:

De gnostici (=wetenden) in de christelijke gemeenten aan het eind van de eerste en in de tweede eeuw verbreidden dualistische geheimleren en mythen om de goddelijke geestziel uit de slavernij van lichaam en psyche te verlossen. Deze heretici (dwaalleraren) werden door de na-apostolische kerkelijke schrijvers bestreden bv. door Ignatios van Antiochië en Irenaeos van Lyon), aan wie we ook de belangrijkste inlichtingen over hun leerstellingen te danken hebben, naast vondsten in Egypte (Nag Hammadi) en overgeleverde apokriefe christelijke geschriften. Hun leerstellingen en mythen berustten op een dualistisch (tweepolig) wereldbeeld, waarin de wereld een noodlottige vermenging is van goddelijk-goede geest en demonisch-boze materie. Ze erkennen dientengevolge de wereld niet als goede schepping van God, maar zien daarin het werk van een ‘demiourgos’ (maker). Zij verwerpen niet alleen een scheppende God, maar daarmee ook het Oude Testament. Christus is voor hen een gezant van de verre, vreemde Lichtgod, en had Zich, als een zuiver geestelijk wezen, slechts met een schijnlichaam bekleed (=doketisme). Zij loochenen de opstanding der doden en vertegenwoordigen onder de dekmantel van het christendom een leer van zelfverlossing, waarbij Jezus Christus, als mythisch wezen, slechts de aanleiding is voor het in de mens gevangen goddelijk bewustzijn om zichzelf te vinden.
 
Deze beweging van het ‘gnosticisme’ of van de ‘gnosis’ -hoe men die ook noemt- leidde in de 2e en 3e eeuw tot heftige discussies in de christelijke gemeenten van de hele toenmalig bekende wereld; vooral in Klein-Azië, Oost-Syrië en Alexandrië waren centra van gnostische sekten. Een begin van het gnosticisme, dat men vaak met ‘pregnosis’ aanduidt, vindt men echter in het begin van het Nieuwe Testament, zoals bij de tegenstanders van Paulos in Korinthe of in de omgeving van de gemeenten waarvoor de Brieven van Joannes bestemd zijn., hoewel hier een gnostische mythe nog niet werkelijk vorm gekregen schijnt te hebben. Of er een gnosticisme heeft bestaan dat onafhankelijk van het Christendom is ontstaan en zich zonder invloed van het Christendom ontwikkeld heeft, is bij het wetenschappelijk onderzoek nog steeds omstreden.
 
Bron: Christus in U : Verwachting van Heerlijkheid, Orthodox Geloofsonderricht,
uitgegeven door Aartspriester Sergius Heitz in Düsseldorf

Bekijk het zelf

zondag 9 april 2006
de ondergang van het atheisme ?
Afgelopen nacht was er tijdens de Nacht van de Filosofie
een debat tussen Alister McGrath en Herman Philipse
Toneel van het debat tussen de twee hoogleraren is de Nacht van de Filosofie, die zaterdag plaatsvindt in Felix Meritis in Amsterdam. McGrath, een bekend evangelicaal theoloog uit Oxford, schreef het boek The Twilight of Atheism. Daarin probeert hij aan te tonen dat het atheïsme, een leer die het bestaan van hogere machten ontkent, zijn langste tijd heeft gehad. Dit boek verscheen vorige maand bij Ten Have onder de titel De ondergang van het atheïsme in een Nederlandse vertaling.
 
Philipse, hoogleraar filosofie in Utrecht, schreef op zijn beurt het boek Atheïstisch Manifest, waarin hij zijn atheïstische levensvisie verdedigt en de ‘onredelijkheid van religie’ probeert aan te tonen.
 
Beide hoogleraren zien uit naar het debat van zaterdagavond, lieten zij gisteren weten. “Het atheïsme heeft intellectueel steeds minder te zeggen en steeds meer mensen raken geïnteresseerd in spiritualiteit'’, aldus McGrath vanuit Oxford. “Waar het op neerkomt is dat de meeste atheïsten oud en grijs zijn en dat er een diepe kloof gaapt tussen hen en de generatie die nu opgroeit en zich ’spiritueel’ noemt.'’
 
Philipse had gisteren nog niet het hele boek van McGrath gelezen, maar kon al wel melden dat hij er niet door van zijn geloof zal vallen. “Hij betoogt dat de atheïstische wereldvisie onvoldoende rendement heeft. Voor mij als filosoof is dat niet meer dan een slag in de lucht. Het gaat mij om de argumenten, om de ideeën, en op dat vlak kan McGrath mij niet overtuigen.'’

McGrathAlister McGrath (1953) is een belangrijk denker op het internationale spirituele vlak. Hij is hoogleraar historische theologie in Oxford en hoofd van Wycliffe Hall. Hij heeft meer dan veertig boeken geschreven op het gebied van wetenschap, religie en christelijke spiritualiteit. Interessant is zijn zienswijze op de toekomst van het christelijk geloof en de verhouding tot het atheïsme. Hij is van mening dat het atheïsme op de terugweg is en exploreert de historische wortels van de verhouding tussen atheïsme en religie. McGrath is een man die de controverse niet schuwt en kritiek levert op de periode van de Verlichting. Ook gaat hij in zijn werken in discussie met de bioloog Richard Dawkins. McGrath is in Nederlands vanwege de vertaling van zijn boek The Twilight of Atheism bij uitgeverij Ten Have.

Op zijn beurt verwacht hij ook niet McGrath te kunnen bekeren. “In het christendom gaat het niet alleen om argumenten, maar speelt ook het geloofsleven een rol. Mijn ervaring is dat religieuze mensen bijzonder moeilijk te overtuigen zijn van het atheïsme.'’
 
McGrath zei gisteren dat hij toch gaat proberen de belangrijkste leringen van het atheïsme in twijfel te trekken. Een van zijn stellingen zal zijn dat het in het atheïsme ten diepste níet draait om ideeën, maar om de culturele context van de westerse samenleving. “Atheïsme is heel duidelijk een product van het modernisme. Sinds de opkomst van het postmodernisme, dat een aantal basiswaarden van het modernisme verwerpt, is het atheïsme in grote problemen gekomen'’, aldus McGrath.
 
Het is overigens niet de eerste keer dat de Oxfordse hoogleraar het einde van een stroming voorspelt. Enkele jaren geleden haalde hij de publiciteit toen hij het einde van het protestantisme voorspelde. Dit kwam hem in Nederland te staan op een repliek van prof. Bram van de Beek, die in reactie daarop het einde van het evangelicalisme voorspelde.
 
Bron: Nederlands Dagblad

McGrathHerman Philipse (1951) is hoogleraar aan de Universiteit Utrecht en verricht onderzoek op het gebied van de moderne en contemporaine wijsbegeerte. Hij heeft belangrijke bijdragen geleverd aan de kennis- en wetenschapsleer en aan de interpretatie van filosofen zoals Husserl en Heidegger. Ook mengt hij zich nadrukkelijk in het publieke debat, met o.a. zijn Atheïstisch Manifest en, tot voor kort, zijn regelmatige column in Buitenhof.

Alister McGrath: The Twilight of Atheism
Herman Philipse: Atheïstisch Manifest

donderdag 6 april 2006
nieuwswaar en handelswaar
de neo-gnostische hype in de media

Dagblad Trouw kopte vandaag met opmerkelijk nieuws op de voorpagina:
375 miljoen jaar geleden: vis zet vaste voet aan wal
en daaronder:
Judas is geen verrader in zijn eigen evangelie

Het NOS journaal besteedde vanavond ook aandacht aan deze items, maar in omgekeerde volgorde. Het journaal sloot af met Judas en de vis van 375 miljoen jaar geleden. Het fossiel dat in Canada werd gevonden en luistert naar de naam Tiktaalik laat mij net zo koud als het ijs waarin het gevonden is. Ik hoorde wel een opgewonden wetenschapper iets zeggen over de onvoorstelbare waarde van de vondst (This is part of our own body!) Nuchter constateerde ik dat ik momenteel geen vermiste lichaamsdelen heb.

Meer werd ik geraakt door het nieuws over het Judasevangelie. De media kolken mee met de hysterie rond de Da Vinci Code en de gnostische revival die binnen en buiten NewAgekringen gevierd wordt. Zowel Trouw als het NOS journaal maakten braaf reclame voor een uitzending over het ‘Judas evangelie’ op National Geographic Channel aanstaande zondag. Daar gaan dus tussen de 1 en 2 miljoen mensen naar kijken. Waarschijnlijk zullen er in de reclameblokken boeken van Dan Brown en andere neo-gnostici waar worden aangeprezen.

Ik erger mij aan de wijze waarop de media aandacht besteden aan het zogenaamde ‘evangelie’ van Judas. Vandaag werd dit in Amerika door National Geographic wereldkundig gemaakt. Wetenschappers als de Nederlandse hoogleraar patristiek Hans van Oort, worden aan het woord gelaten om uit te leggen dat juist dit ‘evangelie’ ‘een waarheid’ verkondigt die misschien wel dichterbij de boodschap van de ‘historische Jezus van Nazareth’ ligt dan de boodschap die kanonieke vier evangelieën verkondigen.

Marketing en media weten inmiddels dat er een enorme honger bestaat naar een onorthodoxe, anti-kerkelijke uitleg van het vroege Christendom. De Kerk wordt steeds meer als een machtsinstituut ervaren dat het oorspronkelijke ‘gnostische Christendom’ onderdrukt heeft. Het ‘evangelie van Judas’ heeft alles in zich om een hit te worden, want het zet de uitleg van de Kerk op zijn kop: Volgens de leugen van het ‘Judas evangelie’ is niet Christus de eigenlijke Verlosser. Ik moet terugdenken aan mijn puberteit waarin ik tegendraadse opvattingen als een spons in mij opzoog. In Demian van Hermann Hesse beweert de gelijknamige slimmerik met een originele redenering, dat de moordenaar aan het kruis die geen berouw toonde, de ‘goede moordenaar’ is. Zo lijkt ook het Judas evangelie een ‘diepe waarheid’ bloot te leggen.

Wat zou National Geographic hebben betaald voor de publicatierechten van het Judas-evangelie? Gefluisterd wordt dat het om enkele tonnen gaat. In dat geval heeft de eigenaar van het manuscript, de Grieks-Zwitserse galeriehoudster Frieda Tchakos, haar geld er meteen uit.
Slimme tante. Lef heeft ze ook. In de documentaire die National Geographic op 9 april op de Nederlandse televisie uitzendt vertelt ze zonder blikken of blozen dat ze ‘voorbestemd was om Judas te rehabiliteren’.
 
Henk Schutten op het forum van judas-evangelie.nl
Judas evangelie
Een van de vele boeken over het ‘evangelie’ van Judas. De ondertitel ‘wat joden, christenen en moslims niet mogen weten’ moet de ruimdenkende lezer prikkelen het boek te kopen
Het evangelie is een zogeheten gnostische tekst, waarin de innerlijke kennis centraal staat die de mens zou kunnen verenigen met God. De kerk heeft de gnosis steeds afgedaan als ketterij. Kerkvader Irenaeus waarschuwde in de tweede eeuw in zijn geschrift Adversus Haereses tegen het evangelie van Judas.
 
Als enige Nederlander heeft prof. dr. Hans van Oort, hoogleraar Vroeg Christendom en Gnostiek aan de Radboud Universiteit Nijmegen toegang tot de inhoud van de Codex. Samen met anderen werkt hij aan een uitleg van het Evangelie van Judas voor de door hem geredigeerde serie Nag Hammadi and Manichaean Studies.
 
Bron: katholieknederland.nl/

nationalgeographic.nl
special van National Geographic Magazine
gnostische evangelisatie bij Teleac

maandag 27 maart 2006
religie en kunst

Helikon, het landelijk instituut voor religie in kunst en cultuur organiseert reizen, lezingen, cursussen en excursies. Ook wordt jaarlijks een helikonlezing gehouden, afgelopen jaar was het onderwerp, vooruitlopend op het Rembrandtjaar, Bijbelse historieschilderkunst bij Rembrandt

Een historiestuk is een kunstwerk waarop een episode uit een literaire bron is afgebeeld. Dat kan een verhaal zijn uit de Bijbel; een moment uit het leven van een heilige; een voorstelling met een onderwerp uit de klassieke mythologie of een moment uit de geschiedenis. Rembrandt geldt als de grootste historieschilder aller tijden. Hij richtte zich vooral op verhalen uit de Bijbel. Daarbij nam hij geen genoegen met de traditionele weergave van het verhaal. Steeds weer bewijzen zijn bijbelse historiestukken dat hij zich persoonlijk verdiepte in het verhaal; hij koos voor nieuwe momenten, onverwachte hoogtepunten en een eigen interpretatie. De nieuwe behandelingswijze van oude thema’s én de verrassende onderwerpkeuze maakten het Rembrandt mogelijk voor díe momenten uit bekende verhalen te kiezen, waarop emoties tot een hoogtepunt komen. Door steeds het beslissende, dramatische moment in een verhaal uit te beelden, schiep Rembrandt de mogelijkheid datgene weer te geven wat zijn grote belangstelling had: de emotionele reactie van de personen. Als geen ander voelde Rembrandt aan wat de mensen emotioneel doormaken op het moment dat hij in beeld bracht. Het is bekend dat de werkwijze van Rembrandt niet altijd werd gewaardeerd. Door ook hier tijdens de lezing op in te gaan, wordt veel duidelijk over het geniale van zijn kunst en de unieke plaats die Rembrandt in de kunstgeschiedenis inneemt.
kruisafname
Rembrandt, kruisafname
Helikon is een kunsthistorisch instituut dat de kennis en inzicht op het gebied van de kunsten wil vergroten. Het instituut richt zich daarvoor op de invloed die verschillende godsdienstige gedachten en levensbeschouwelijke inzichten hebben uitgeoefend op kunst en cultuur. De onderwerpen die gedurende de cursussen, lezingen, excursies en reizen aan bod komen hebben een religieuze, filosofische of levensbeschouwelijke achtergrond. Het doel is deze achtergrond inzichtelijk te maken en de betekenis en symboliek van een kunstwerk te ontrafelen. Helikon wil het kunstwerk plaatsen in de tijd waarin het is vervaardigd en het verhaal achter een kunstwerk vertellen.
 
Bron: kunstgeschiedenis-helikon.nl
zondag 5 maart 2006
glossies voor gelovigen
Zondags Zilver in Bijbels Museum, 17.02 t/m 04.06 2006
Zondags Zilver’ geeft voor het eerst een indrukwekkend overzicht van gedrukte en rijk versierde kerkboeken in Nederland van 1650 tot 1900. Het prachtige zilverwerk op de boeken getuigt van een verbluffend vakmanschap. De zilveren en gouden sloten en beslag, de bewerkte boekband en de subtiel aangebrachte versiering in het goud op snee zijn stuk voor stuk een streling voor het oog. Opmerkelijk zijn de kerkboeken van Koningin Emma en Koningin Wilhelmina, waarvan de laatste zelfs met een persoonlijke opdracht. De bijna 200 boeken uit de protestantse, katholieke en joodse traditie zijn voornamelijk afkomstig uit de particuliere collectie Van Noordwijk, aangevuld met exemplaren uit belangrijke Nederlandse musea en bibliotheken.
zondags zilver
Joods gebedenboek, vroeg 17e-eeuwse zilveren band met barokke patronen. Amsterdam, 17de eeuw
In de expositie ‘Zondags Zilver’ komen alle aspecten van het versierde kerkboek aan bod. Er wordt aandacht besteed aan de vervaardigingprocessen en aan de zilversmeden die aan hun stijl of regionale afkomst herkenbaar zijn. In veel sloten zijn bijbelse personen, maar ook symbolische voorstellingen aangebracht. Banden van volledig zilver beelden de belangrijkste episoden uit het leven van Jezus uit. Mozes en Aäron worden regelmatig uitgebeeld. Bijzonder is een Luthers kerkboek met in de sloten de portretten van Prins Willem V en Wilhelmina van Pruisen. In de tentoonstelling is een rijke selectie opgenomen van kerkboeken uit zowel de protestantse, katholieke als de joodse traditie, gepresenteerd in een ambiance waarin ook het persoonlijke en kerkelijke leven van de gebruikers tot leven komt. Er zijn zeldzame topstukken te zien, zoals het zeer bijzondere kerkboek uit 1614 met een wonderschone witzijden boekband, geheel geborduurd met pareltjes en lovertjes waarmee bloemen, vruchten en dieren zijn afgebeeld. Het koninklijke boekje van blauw fluweel waarop een gouden kroon is gemonteerd, dat Koningin Emma in 1879 voor haar huwelijk kreeg, is beslist een lust voor het oog.
 
Bron: bijbelsmuseum.nl
vrijdag 3 maart 2006
dood in egypte
gnosticus Quispel op 89-jarige leeftijd in Egypte overleden

Wikipedia is de meest uptodate encyclopedie die er ooit geweest is. Vandaag berichtte de krant over het overlijden gisteren van de wereldberoemde Nederlandse gnosisgeleerde Gilles Quispel en wikipedia was al op de hoogte.

Gilles Quispel (30 mei 1916- 2 maart 2006) is een Nederlands onderzoeker van het klassieke en christelijke gnosticisme.
 
Gilles Quispel werd geboren op 30 mei 1916 in Rotterdam - verhuisde al vroeg naar de Kinderdijk, waar zijn vader een smederij had. Hij bleek te onhandig om zelf in de smederij te gaan werken. Daarom werd hij dus maar naar het gymnasium gestuurd. Hij studeerde daarna Klassieke Talen en Theologie in Leiden en Groningen, en promoveerde in Utrecht in 1943 op een proefschrift over Tertullianus’ geschrift tegen de gnosticus Marcion, die leefde rond 144 na Christus. Aanvankelijk werd hij leraar op een lyceum. Na de oorlog stapte hij over naar de universiteit, waar hij in 1951 op 35-jarige leeftijd in Utrecht werd benoemd tot hoogleraar kerkgeschiedenis. Hij was tevens hoogleraar te Leuven en Harvard. Quispel is op 2 maart 2006 in Egypte overleden aan de gevolgen van een longontsteking.

Centraal in het werk van Quispel staat de ‘Gnosis’ en de gnostiek, een verzameling van in de tweede eeuw van onze jaartelling uit de confrontatie tussen christendom en gnosis ontstane religieuze bewegingen. De uiteenlopende bewegingen van de gnostiek worden in de visie van Quispel gekenmerkt door het beginsel van de vrije mens en zouden hebben gepleit voor een niet-autoritaire en ondogmatische beleving van het jonge christendom. Op het Dordtse Gymnasium leerde hij de Gnosis kennen door zijn leraar, P. Hendrikx, die op de Alexandrijnse gnosticus Basilides was gepromoveerd.

Op 10 mei 1952 kocht hij de gnostische Codex Jung en na 1956 gaf hij het Evangelie van Thomas uit. Na zijn pensioen gaf hij met R. van den Broek het Corpus Hermeticum uit en zelfstandig de hermetische Asclepius.
 
Op 2 maart 2006 overleed Quispel onverwacht, verrassend genoeg in Egypte.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Quispel schreef diverse boeken over het gnosticisme, waaronder:
 
Valentinus, de gnosticus en zijn Evangelie der Waarheid In de Pelikaan
Het Evangelie van Thomas In de Pelikaan
De hermetische Gnosis in de loop der eeuwen In de Pelikaan

over gnosis

donderdag 23 februari 2006
Bijbel en Kunst
Bijbelverhalen als inspiratiebron voor schilders en illustratoren

De website statenvertaling.net combineert de Bijbel met kunst. Je vindt er een lijst met schilders die met een of meerdere werken vertegenwoordigd zijn. Opvallend daarbij is dat de verhalen uit het Oude Testament vooral in de 17e eeuw in de Noordelijke Nederlanden werden uitgebeeld, natuurlijk ook door Rembrandt

Terugkeer van de verloren zoon
De terugkeer van de verloren zoon,
Ets van Rembrandt

Er is ook een engelstalige site biblical-art.com met een nog veel grotere verzameling kunstwerken gebaseerd op Bijbelverhalen. Je kunt zoeken op Bijbeltekst, onderwerp, kunstenaar en trefwoord. De database stelt je zelden teleur. Wanneer je bijvoorbeeld zoekt op het trefwoord “creation” , spuwt de database 10 pagina’s met ieder 30 afbeeldingen uit, van William Blake tot Jacopo Zucchi.

Overigens verwijst biblical-art.com naar de collectie van Museum Meermanno in Den Haag. Op de website van dit museum vind je een schatkamer online met Middeleeuwse miniaturen, bijna uitsluitend illustraties bij Bijbelboeken. Zien!

zondag 12 februari 2006
christenen in Irak

Twee weken geleden gingen er in katholieke, orthodoxe en anglicaanse kerken in Kirkoek en Bagdad bommen af waarbij drie doden en meer dan tien gewonden vielen. Al eerder waren er aanslagen op kerken in Irak, met name in augustus 2004 en op 7 december 2004 toen het bisschoppelijk paleis in de Noord-Iraakse stad Mosul door terroristen werd opgeblazen.

Emmanuel III DellyOp 7 december 2004 bliezen terroristen het bisschoppelijk paleis in de Noord-Iraakse stad Mosul op. Ook een Armeens-katholieke kerk was doelwit van een bomaanslag. Gewapende mannen vielen de gebouwen binnen, verjoegen de aanwezigen en lieten explosieven afgaan die grote schade toebrachten. Niemand raakte gewond. Ze hebben “het mooiste symbool van de Chaldeeuwse Kerk in heel Irak” verwoest, zei de Chaldeeuws-katholieke patriarch Emmanuel III Delly [ zie foto ] van Bagdad tegenover AsiaNews. Patriarch Emmanuel: “Christenen maken zich steeds meer zorgen over dit soort geweld dat steeds weer toeslaat.”. Hij vreest dat de Iraakse regering niet bij machte is om de christenen afdoende tegen terreur te beschermen.

Zware tijden voor Assyrische christenen in Irak, een artikel uit het Nederlands Dagblad

Een verslag van de situatie in 2005 van Yosé Höhne-Sparborth op de website van Kerk en Vrede.

maandag 6 februari 2006
cartoonrel [ 5 ]

De moslimwoede bereikte dit weekend een nieuw hoogtepunt. Telkens als ik weer beelden zie van een woedende menigte moslimmannen vraag ik mij af wat deze mensen toch bezielt. Vandaag schreef columnist Rob Schouten in Trouw het volgende:

Ik denk dat de islamitische volkswoede vooral een kwestie is van lekkere verongelijktheid, het Calimero-syndroom. Ik herken het uit mijn jeugd, eerst plaagde ik mijn zusje en kreeg ik van mijn ouders op m’n kop; tot zusje op een gegeven moment iets ergs zei en ik zielig naar m’n moeder kon kruipen. Al die tijd kijkt het Westen kwaad naar je omdat zelfmoordenaars en onthoofders bij je vandaan komen maar eindelijk kun je nu eens de gekwetste onschuld uithangen.

Geert WildersVandaag worden door de radicaal islamitische organisatie Hizb Ut Tahir pamfletten uitgedeeld in Nederlandse steden die Geert Wilders oproepen om de sportprenten van zijn site te halen.
 
De spotprenten zijn overigens ook alle twaalf te zien op de websites van De Volkskrant en fok.nl. Afgelopen zaterdag kwamen op de redactie van De Volkskrant bedreigingen binnen.
 

De radicaal islamitische organisatie Hizb UtTahrir heeft in Geuzenveld-Slotermeer een pamflet verspreid met een waarschuwing aan Geert Wilders. Volgens Hizb UtTahrir zou de politicus veel moslims hebben beledigd door het plaatsen van de spotprenten op zijn website. In de brief eist de groepering dat de politicus deze verwijderd. De brieven zijn zaterdagavond in meerdere brievenbussen gedaan. De politie heeft inmiddels ook een exemplaar.
 
Bron: nieuwnieuws.nl

geertwilders.nl | over Hizb Ut Tahir [ expliciet.nl ]

vrijdag 3 februari 2006
cartoonrel [ 4 ]
Balkenende, Straw en Higgins over de spotprenten
Premier Balkenende betreurt de dreigementen uit de moslimwereld vanwege het afdrukken van spotprenten van de profeet Mohammed in een Deense krant. “In onze wereld stappen we naar de rechter als iemand over de schreef gaat. Daar is geen plaats voor dreiging en eigen richting,” zei hij vrijdag op zijn wekelijkse persconferentie. Er is hier gelukkig vrijheid van meningsuiting, vervolgde hij. “Tegelijkertijd moeten wij ons realiseren wat onze beelden en ideeën bij anderen kunnen veroorzaken.”
 
De Britse minister van Buitenlandse Zaken Jack Straw vindt het telkens opnieuw afdrukken van omstreden spotprenten van de profeet Mohammed “beledigend, gevoelloos, oneerbiedig en verkeerd". Hij maakte zijn opmerkingen na een bezoek van zijn Sudanese collega. In elke religie zijn taboes, en media moeten daarvoor respect tonen, aldus Straw. De bewindsman prees de Britse media, die tot op heden geen enkele karikatuur hebben afgedrukt, om hun “terughoudendheid en verantwoordelijk- heidsgevoel".
 
Bron: nu.nl

Engeland distantieert zich dus van de Europese kranten in hun solidariteit met de Denen. Amerika sluit zich daarbij aan. Justin Higgins, de woordvoerder van de minister van Buitenlandse Zaken Condoleeza Rice, riep op tot respect en verdraagzaamheid. De moslimwoede wordt zo wat gelijkmatiger uitgesmeerd over de Westerse wereld.

De afbeeldingen zijn, kwetsend voor het geloof van moslims, aldus Justin Higgins. Hij stelde dat de VS uiteraard volledig de persvrijheid erkennen, maar dat de pers ook zijn verantwoordelijkheid moet nemen. „Het op deze manier aanzetten tot religieuze of etnische haat is niet acceptabel. We roepen op tot tolerantie en respect voor elke gemeenschap en hun religieuze overtuigingen en praktijken.”
 
Bron: telegraaf.nl
cartoonrel [ 3 ]

De rel begint uit de hand te lopen nu ook de Spaanse El Pais en de Italiaanse El Libero vandaag de gewraakte spotprenten geplaatst hebben. Kranten in Noorwegen, Nederland, Zwitserland, Frankrijk en Duitsland verklaarden zich eerder deze week al solidair met de Denen die in de islamitische wereld gestraft worden met een boycot. Maar de hoofdredacteur van France-Soir heeft gisteren ontslag gekregen van zijn Egyptische baas, nadat zijn krant eerder deze week alle prenten had afgedrukt.

Tom in Trouw
spotprent over de spotprent
van Tom in Trouw

Trouw schrijft vandaag in haar commentaar op deze affaire het volgende:

De hoofdredacteur van de France-Soir, die deze week de Deense cartoons ook publiceerde, schreef in een commentaar dat excuses aanbieden voor het uitoefenen van de vrijheid van meningsuiting niet gepast is, al helemaal niet aan vertegenwoordigers van landen die hun eigen burgers vrijheid onthouden: ’Dat is de wereld op zijn kop. Nee, wij verontschuldigen ons nooit voor het feit dat we vrij zijn te praten, te denken en te geloven’. Gisteren werd hij ontslagen door de Egyptische eigenaar van de krant.
 
Nederlandse tekenaars verklaarden deze week dat ze de profeet Mohammed niet of alleen terughoudend durven te tekenen. ’Het is een soort zelfcensuur’, zei de een. ’Ik heb grote ramen en ik wil graag dat ze heel blijven.’ Een ander had geen zin in gelazer. ’Waarom zou ik olie op het vuur gooien?’
 
Journalisten bieden excuses aan, worden ontslagen of plegen zelfcensuur. In Duitsland hadden ze in de jaren dertig een mooi woord voor dit verschijnsel: Einschüchterung. Dat is precies wat zich in deze tijd voltrekt. Langzamerhand, sluipenderwijs.
 
Daarbij gaat het er niet in de eerste plaats om of je begrip kunt hebben voor moslims die zich door de cartoons gekwetst voelen. En ook niet over de vraag hoe verstandig het is ze te publiceren of hoe smaakvol (en geestig) de tekeningen zijn. Daarover moet je vrij van mening kunnen verschillen. Voorop staat dat het onaanvaardbaar is hoe sommige moslims en regeringen hun gekwetstheid uiten. Respect voor religie kan niet afgedwongen worden met intimidatie door degenen voor wie respect voor vrijheden niet bestaat. En, inderdaad, verontschuldigen is dan de wereld op z’n kop.
 
Bron: trouw.nl

Dit commentaar leverde vandaag heel reacties op, die je op de website van trouw kunt lezen o.a. die van Koen:

Dat sluipende proces van Einschüchterung heeft bij ons eigenlijk al een geschiedenis van ruim 20 jaar. De burger zag al in de jaren ‘80 dat er met de integratie op onderdelen zaken helemaal mis gingen, maar een échte discussie daarover moest door Pim Fortuyn worden geforceerd. Pas tóén ging bij de elite eindelijk de ogen open. En nu laten wij ons alléén nog maar bang maken, en nemen we al even sluipend afscheid van onze rechtsstaat…
 
Zeker door deze cartoon-affaire ben ik met andere ogen naar de boodschap van Theo van Gogh en Hirsi Ali gaan kijken. Wij in de westerse wereld nemen alles en iedereen -als daar aanleiding voor is- in cartoons op de hak. Of het nu de Paus is, de regering, president Bush… En dat moet ook zo blijven ook, als wij aan de Mullahs gaan toegeven is het straks de laatste keer dat we Bevrijdingsdag hebben gevierd… De woede over de cartoons bij de Mullahs kon nog wel eens meer over hénzelf en hun bedoelingen, dan over de cartoonisten zeggen. Géén excuses dus!

meer over deze affaire vandaag in Trouw.

donderdag 2 februari 2006
cartoonrel [ 2 ]

Eerder vandaag schreef ik hier over de commotie die er onder moslims en in de Arabische wereld ontstaan is door de publicatie van spotprenten van Mohammed vorig jaar september in de Deense krant Jyllands-Posten. Vandaag verklaarden enkele Europese kranten (waaronder France Soir en Die Welt ) zich solidair met de Denen en publiceerden de prenten ook.

France Soir
de twaalf spotprenten
gisteren in France Soir
De Franse krant France Soir heeft de verontwaardiging onder moslims over het afbeelden van de profeet Mohammed verder gevoed door gisteren spotprenten uit de Deense Jyllands-Posten opnieuw af te drukken. De krant deed dat onder de kop: ‘Ja, men heeft het recht om een karikatuur van God te maken’. De publicatie heeft geleid tot het ontslag van hoofdredacteur Jacques Lefranc. Ook de Duitse krant Die Welt publiceerde een van de cartoons op haar voorpagina met de vermelding dat in de democratie het ‘recht op blasfemie’ verankerd ligt.
 
Bron: nrc.nl
cartoonrel [ 1 ]

Toen Theo van Gogh vermoord was, volgde dezelfde avond een debat bij Rondom Tien. Een van de genodigden was de satiricus Rob Muntz en hij opperde dat het na Monty Python’s Life of Brian de hoogste tijd was voor een satirische film over het leven van Mohammed en dat hij deze wel zou willen maken. Vorig jaar echter toen hij met een collega het RVU-programma God bestaat niet had opgeleukt met een kwetsende sketche met twee hondjes die Jezus en ‘de Profeet’ moesten voorstellen, ontkende hij heftig dat het ene hondje Mohammed moest voorstellen. Hij had geen zin om gekeeld te worden.

We komen er steeds meer achter: Jezus Christus en zijn volgelingen kun je straffeloos belachelijk maken, maar van ‘de Profeet’ moet je afblijven, anders… In Denemarken, Zweden en Noorwegen hebben de moedige media zich niets van deze intimidatie aangetrokken. Met grote gevolgen. Overal in de Arabische wereld moest alles wat Skandinavisch was het ontgelden. Het liep zo hoog op dat zelf de Deense premier en de buitenlandcoördinator van de EU zich ermee moesten gaan bemoeien. Uiteindelijk heeft de Deense krant Jyllands-Posten excuses aangeboden.

Mohammed
een van de gewraakte spotprenten
van Kurt Westergaard
In de rel over Deense cartoons van Mohammed heeft zich nu ook Brussel gemengd. Javier Solana, de EU- buitenlandcoördinator, stelde dat de Unie op geen enkele wijze religies wil demoniseren, maar verdedigde wel de persvrijheid in Europa.
 
Een van de twaalf gewraakte cartoonsWoedende Palestijnen bestormden gisteren een kantoor van de Europese Unie in de Gazastrook en waarschuwden Denen en Noren niet naar de Palestijnse gebieden te komen. Bij het Zweedse consulaat in Jeruzalem kwam een fax binnen met een oproep van de radicale Al Aksa Brigades aan alle Denen en Zweden om binnen 48 uur de Palestijnse gebieden te verlaten.
 
De Europese ministers van Buitenlandse Zaken veroordeelden tijdens overleg in Brussel deze ’ernstige bedreigingen’. Denemarken gaf gisteren een negatief reisadvies voor Saoedi-Arabië. Kopenhagen waarschuwde Deense toeristen, voorzichtig te zijn in het Midden-Oosten.
 
Aanleiding voor alle commotie is de publicatie van een aantal spotprenten van de profeet Mohammed vorig jaar september in de Deense krant Jyllands-Posten en later in Noorse en andere media. De tekeningen leidden tot hevige protesten in het Midden-Oosten. De Deense regering verdedigde het recht van de krant om de cartoons te plaatsen.
 
Jyllands-Posten bood gisteren in een verklaring moslims wereldwijd verontschuldigingen aan.
 
Met de publicatie vorig jaar wilde het grootste Deense dagblad zelfcensuur in de media aankaarten en protesteren tegen de beknotting van de vrijheid van meningsuiting. Het ging om een solidariteitsactie met een schrijver die geen uitgever kon vinden voor diens boek over de profeet Mohammed. De uitgevers vreesden represailles. Ook kon de auteur geen illustrator krijgen.
 
Bron: trouw.nl

Staat u achter de excuses van de Deense krant Jyllands-Posten aan moslims wereldwijd, voor het publiceren van spotprenten over de profeet Mohammed?

woensdag 1 februari 2006
god = liefde
Afgelopen maand verscheen Deus Caritas Est
de eerste encycliek van paus Benediktus XVI
God is liefde: wie in de liefde woont, woont in God en God is met hem” (1 Joh. 4, 16)
Deze woorden uit de Eerste Brief van Johannes spreekt met verrassende duidelijkheid over het hart van het christelijk geloof: het christelijke beeld van God en het resultaat van deze afbeelding in de mensheid en zijn bestemming. In hetzelfde vers geeft de Heilige Johannes ook een soort samenvatting van het christelijk leven: “Zo hebben wij de liefde leren kennen die God voor ons heeft, en wij gelóven in haar”. (1 Joh. 4, 16)
 
Bron: rkdocumenten.nl

Zo begint paus Benediktus XVI zijn eerste encycliek Deus Caritas Est De immer uptodate online encyclopedie wikipedia schrijft het volgende over de nieuwe encycliek:

paus Benediktus XVIDe titel is afkomstig van de Eerste brief van Johannes (vers 4:16). In 42 alinea’s over 70 pagina’s bespreekt de encycliek de concepten eros (seksuele liefde), agape (onvoorwaardelijke liefde), logos (het woord) en hun verhouding tot de leer van Jezus Christus. Het document legt uit dat eros en agape beide inherent goed zijn, maar dat eros het gevaar loopt te worden gedegradeerd tot enkel seks wanneer het niet in balans wordt gebracht door een Christelijk spiritueel element.
 
De mening dat eros inherent goed is, staat in contrast met de zienswijze van Anders Nygren, een Lutherse bisschop, die aan het begin van de twintigste eeuw in zijn boek Eros en Agape verkondigde dat agape de enige echte Christelijke vorm van liefde is, en dat eros (een uitdrukking van de menselijke verlangens) ons afhoudt van God.
 
Bron: wikipedia.org
Titiaan: de hemelse en aardse liefde
de hemelse en aardse liefde op een Italiaanse postzegel [ schilderij van Titiaan ]

Een Nederlandse vertaling staat inmiddels online.

katholieknederland.nl en katholieknieuwsblad.nl over de encycliek.

zaterdag 21 januari 2006
wijsneus
‘Bijbelgeleerden zijn de enige wetenschappers
die niet in hun bronnen geloven’

Al jaren maakt Arjan Visser voor Trouw diepteinterviews aan de hand van de Tien Geboden. Dit weekend legt hij dominee Nico ter Linden langs de meetlat van deze universele moraal. Bij het negende gebod zegt Ter Linden het volgende:

Nico ter LindenToen mijn kinderbijbel Koning op een ezel verscheen, schreef het Confessioneel Gereformeerd Beraad een brief aan mijn synode waarin ze zeggen dat de kerk publiekelijk afstand van mij moet nemen. En wat doet die dappere Bas Plaisier (topman van de Protestantse Kerk in Nederland, AV)? In plaats van pal achter mij te gaan staan, zegt hij dat tuchtmaatregelen niet werken, of iets dergelijks! En dat is godverdorie mijn baas! Hij beweert dat ik mijn hand heb overspeeld en dat ik eens met wetenschappers in gesprek zou moeten gaan. Terwijl tientallen Oud- en Nieuw-Testamentische exegeten van alle grote universiteiten - in extenso vermeld - mij in Het verhaal gaat… trouw terzijde hebben gestaan! Wat Plaisier had moeten doen is die - helaas slecht geïnformeerde - broeders van het Gereformeerd Beraad rustig uitleggen dat mijn theologie mainstream-theologie is en dat ik een bescheiden poging doe de ook bij hen stagnerende geloofsoverdracht - tot op zekere hoogte een taalkwestie - uit het slop te helpen.

Bas Plaisier geeft het volgende commentaar :

,,Ik vraag mij af of je kinderen met de wijze waarop Ter Linden de bijbelverhalen aan ze doorgeeft, niet het levensgevoel van deze tijd aanpraat.'’ Een kinderbijbel schrijven, moet je kunnen, aldus Plaisier. ,,Ik heb het gevoel dat Ter Linden zijn hand overspeelt door in de huid van een kind te willen kruipen. Misschien is hij daar een maatje te groot of te klein voor.'’ Volgens Plaisier stelt de auteur vragen die kinderen helemaal niet hebben.
 
Bron: Nederlands Dagblad 2 november 2004

Nieuwsgierig geworden naar deze kwestie ben ik eens op het web gaan zoeken waarom Ter Linden’s kinderbijbel nu zo omstreden is. Ik kwam er al snel achter: Ter Linden vertelt de kinderen dat ‘de Heer waarlijk niet is opgestaan.’ (citaat Katholiek Nieuwsblad)

Met deze perverse maar ongetwijfeld winstgevende catechese is dominee Nico ter Linden opnieuw in de publiciteit. In zijn juist verschenen ‘kinderbijbel’ stelt hij de vier evangelisten voor als een clubje verhalenvertellers, die de thema’s onder elkaar verdelen. Een kwalijk boek, dat vierkant verworpen moet worden.
 
Intussen zijn de verhalen ‘natuurlijk niet echt gebeurd’, zoals de dominee niet ophoudt te benadrukken. Blijkbaar ontleent hij aan zijn ongeloof meer rotsvaste zekerheid dan intellectuele integriteit. Het enige dat we immers hebben zijn historische geschriften met als kern dat het juist wél echt gebeurd is en die zo ook gelezen willen worden. En daarnaast hebben we ook nog altijd een gemeenschap van twee millennia, die de wereld omspant en mensen van alle soorten ontwikkeling bevat, inclusief de grootste vernuften uit de geschiedenis van de mensheid als Augustinus, Pascal, Newton en Kierkegaard.
( … )
Intussen hebben we hier te maken met een kwalijk boek, dat vierkant verworpen moet worden. Het ziet eruit als een vriendelijke kinderbijbel en is mooi en kleurig geïllustreerd. Hoeveel nietsvermoedende ouders of grootouders zullen erin trappen? Wat de kinderen betreft: die zullen waarschijnlijk na een kortstondige interesse hun schouders ophalen. Bijbelverhalen zijn immers het tegendeel van sprookjes of literaire verhalen. Wanneer ze geen relatie met de geschiedenis hebben, verliezen ze direct iedere betekenis. Behalve natuurlijk voor wie nog kans ziet er geld aan te verdienen.
 
Bron: Katholiek Nieuwsblad
Koning op een ezel
Nico ter Linden: “mijn theologie
is mainstream-theologie”
Dat Ter Linden in het interview alle behoorlijke universiteiten in West-Europa achter zijn visie schaarde, noemde Westerneng arrogant. De Protestantse Kerk moet niet accepteren dat al haar opleidingen gediskwalificeerd worden, omdat daar volgens Westerneng wel wordt uitgegaan van de opstanding als historisch feit. Westerneng riep op een duidelijk ‘nee’ tegen Ter Linden te laten horen. Hij dacht niet direct aan een tuchtmaatregel, maar wel aan een publieke actie waarbij afstand van Ter Lindens visie wordt genomen.
 
Bron: Nederlands Dagblad 31 oktober 2004

In die tijd zei Jezus ook: ‘Ik loof u, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat u deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt gehouden, maar ze aan eenvoudige mensen hebt onthuld. Ja, Vader, zo hebt u het gewild.’ [ Mattheus 11: 25-26 ]

De Tien Geboden: Nico ter Linden

vrijdag 20 januari 2006
Hal’s orakelfabriek

Hal LindseyDe bestsellers van de Amerikaanse schrijver Hal Lindsey vormen de basis van een geldmachine die draait op interpretatie van het Bijbelboek De Openbaringen van Johannes. Wanneer ik zijn website hallindseyoracle.com bekijk, verbaas ik me over de schaamteloze mengeling van geloof en commercie, een typische eigenschap van de Amerikaanse cultuur. Hal en zijn medewerkers pakken het grondig aan. Dagelijks worden de internationale nieuwsfeiten langs de lat van de Apocalyps gelegd. De orakelfabriek draait grotendeels op nieuws uit het Midden-Oosten en ongetwijfeld zullen de neocon’s uit Washington flink wat aandelen hebben in Lindsey’s imperium.

Toch houd ik zelf de ontwikkelingen in het Midden-Oosten ook tegen het licht van de Openbaringen en is het voor mij duidelijk dat we in de voorspelde Eindtijd leven. Ik behoor niet tot de relativisten die elke tijd tot Eindtijd bestempelen. Vanuit het individu gezien is dat natuurlijk realistisch want voor ons allemaal geldt dat onze wereld over 100 jaar niet meer bestaat. Maar de Apocalyps gaat niet over onze eigen uitvaart maar over ‘de uitvaart’ van de aarde met alles erop en eraan. We leven inmiddels ruim 60 jaar in het nucleaire tijdperk en in het besef dat we de wereld kunnen vernietigen.

Globalisering en moderne media maken het in de 21ste eeuw mogelijk dat de hele wereld op hetzelfde moment getuige kan zijn van een wereldgebeurtenis, waarvan we vroeger alleen maar achteraf kennis konden nemen. September Eleven is zo’n gebeurtenis en blijft voor mij een voorafbeelding van de naderende Apocalyps. Ik ben zeker niet de enige die dat zo ziet. Er is een groot publiek dat gevoelig is voor de naderende ondergang en dat betekent in Amerika money. Lindsey is niet de enige onheilsprofeet, maar mischien wel de grootste in dollars gemeten. En we weten wat er over broodetende profeten gezegd wordt.

hallindseyoracle.com

woensdag 28 december 2005
geef je over !

Het woord islam betekent onderwerping of overgave. In de islamitische cultuur wordt het woord overgave gebruikt zoals het woord respect in de rapcultuur. Als imperatief.
De ene gang laat de andere gangs weten dat je respect moet tonen, anders…
Zo laat de clan van Mohammed de andere clans weten: onderwerp je (aan ons), of anders…

vlag van Saudi Arabië
De vlag van Saudi Arabië met de shahada de islamitische geloofsbelijdenis: “er is geen god dan allah en mohammed is zijn profeet
Het zwaard staat er niet voor niets onder…
zondag 25 december 2005
kritiek op consumentisme

Paus Benedictus XVI heeft twee weken geleden gewaarschuwd tegen buitensporig materialisme en consumentisme dat volgens hem de geest van Kerstmis vervuilt.

“In de hedendaagse consumptiemaatschappij lijdt deze tijd van het jaar helaas aan een soort commerciële vervuiling die de werkelijke geest dreigt te veranderen'’, aldus de paus. Hij roept christenen op een kerststalletje in huis te hebben, als “een simpele maar effectieve manier om hun geloof te tonen en over te dragen aan hun kinderen'’.

Bent u het met paus Benedictus eens: verandert alle commercie rondom Kerst de geest van het christelijke feest?

lees de reacties

Kabouter Buttplug
Kabouter Buttplug van
Paul McCarthy

Niet alleen Paus Benedictus XVI, ook kunstenaars hebben kritiek op de consumptiemaatschappij. Kabouter Buttplug, Paul McCarthy’s kritiek op het consumentisme, is omstreden. Het beeld mag nu alleen voor een select publiek protesteren op de binnenplaats van Museum Boymans van Beuningen in Rotterdam

zaterdag 24 december 2005
wreed en onredelijk offer
onvoorwaardelijke overgave als kenmerk van waar geloof

Onvoorwaardelijke liefde, wie wil dat niet (ontvangen)?
Maar hoe brengen we dat zélf in de praktijk? In het Bijbelverhaal van het Offer van Abraham wordt ons iets duidelijk gemaakt: Om écht lief te hebben, worden we uitgenodigd onszelf op te offeren.
Of erger: ons eigen kind. Echte liefde blijkt huiveringwekkend tegengesteld aan hoe wij het graag willen.

Al eerder dit jaar besteedde de Filosofie Scheurkalender aandacht aan het boek Angst en Beven (1843) van Kierkegaard waarin hij schrijft over het offer van Abraham.

Vrijdag 23 december kwam met het volgende citaat:

Zou men misschien niet moeten durven spreken over Abraham? Ik denk dat het moet. Als ik zelf over hem zou spreken zou ik het eerst hebben over de pijn van de beproeving

Frank en Maarten Meester schrijven het volgende over Kierkegaard’s interpretatie van het offer van Abraham.

Een ongelovige heeft het makkelijk met het oudtestamentische verhaal waarin God Abraham vraagt Hem zijn zoon Izaak te offeren, de langverwachte zoon die Abraham pas op zijn oude dag kreeg. Het verhaal laat eens te meer zien hoe wreed en onredelijk die zogenaamde God is.
 
Maar wat moet een gelovige met het verhaal? Hoe kun je in iemand geloven die zoiets eist? En dat van zijn trouwste dienaar Abraham. Van de man die altijd alles heeft gedaan wat God van hem verlangde en die ook nu direct op pad gaaat naar de offerplaats.
 
In Angst en Beven komt Kierkegaard, of preciezer zijn nom de plum Johannes de Silentio, na een lange worsteling tot de conclusie dat de onvoorwaardelijke overgave de ware gelovige tekent.

Filosofie Magazine besteedde in september dit jaar uitgebreid aandacht aan Kierkegaard’s boek. Sinds de moord op Theo van Gogh plaatste Paul Cliteur het bovenaan op de lijst van gevaarlijke boeken. De vraag die filosofen zich stellen is de volgende:
Legitimeert Angst en Beven religieus geweld?

Moeten we Vrees en beven dan inderdaad beschouwen als een legitimatie voor religieus terrorisme, zoals Cliteur stelt? Stel nu dat Abraham zijn zoon inderdaad had vermoord, dat God hem niet had tegengehouden? Zou Kierkegaard dan nog steeds de grootste bewondering hebben voor Abraham? Uiteraard niet, want in dat geval zou het verhaal geen illustratie meer zijn van de paradox van het geloof. Kierkegaard bewondert Abraham, omdat hij de verschrikkelijke, onmogelijke eis van God inwilligt, zonder het vertrouwen in God op te zeggen, niet omdat hij een kindermoordenaar is. Maar deze nadruk op het vertrouwen van Abraham is op zijn minst eenzijdig: God beloont dat vertrouwen immers door Abraham ervan te weerhouden zijn zoon te doden.
 
Het is opmerkelijk dat Kierkegaard alleen maar oog heeft voor de verschrikkelijke beproeving die Abraham wordt opgelegd. Is het tweede moment waarop de stem klinkt, die hem vertelt dat hij een ram mag offeren in plaats van zijn zoon Isaac, niet minstens zo belangrijk? Vereist deze tweede roep niet eenzelfde uitgebreide analyse, naast een Vrees en beven een tweede deel Vreugde en verzoening?
 
Bron: filosofiemagazine.nl
Het Offer van Abraham door Rembrandt (1635)
Het offer van Abraham in de verbeelding van Rembrandt (1635). Ik zag dit schilderij in juni in het Hermitage, schuin tegenover het beroemde schilderij van de Verloren Zoon.

Op 30 mei hield Henk van Os een lezing over Rembrandt’s schilderij het Offer van Abraham.

In zijn lezing beantwoordt Van Os de vraag waarom het offer van Abraham in de Nederlandse kunst van de zeventiende eeuw zo frequent werd voorgesteld en aanleiding gaf tot zulke monumentale schilderijen. Dat blijkt samen te hangen met de totaal verschillende betekenissen die katholieken en protestanten aan dit bijbelverhaal hebben gehecht. De voorstelling van het offer van Abraham was, behalve een artistieke uitdaging voor kunstenaars, ook een hot item voor theologen.
Het Offer van Abraham door Rembrandt (1636)
In de Alte Pinakothek in München hangt een tweede versie van het schilderij uit 1636
maandag 19 december 2005
islamitisch imperialisme

In mei schreef ik hier over de spektakelfilm Kingdom of Heaven. De film getuigde voor mij van een relativistische visie waarbij de hoofdpersoon zich boven de twee strijdende partijen (christenen en moslims) stelt. Hij spreekt van een Koninkrijk van ons Geweten dat wij hier op aarde moeten nastreven. In de film worden de christenen als agressors voorgesteld en de moslims als redelijke verdedigers. Het sluit aan bij de algemene beeldvorming die we collectief gevormd hebben over deze donkere episode in de geschiedenis. De kruistochten staan voor velen bovenaan op het strafblad van het christendom.

verbreiding van het christendom 300 - 600

Als we de geschiedenis van de kruistochten gaan bestuderen, merken we dat deze een reactie waren op de islamitische expansie. James Arlandson van American Thinker heeft hierover een artikel geschreven, The truth about islamic crusades and imperialism. Hierin presenteert hij een lange reeks bloedige veroveringstochten in naam van Allah vanaf 635 tot aan 1095, het jaar waarin het Westen de islamitische agressie beantwoordde met de kruistochten. Hij rechtvaardigt deze kruistochten allerminst, maar probeert wel meer zicht te krijgen op de historische context waarin deze ontstonden: als reactie op de islamitische agressie. Hij benadrukt daarbij dat de kruistochten haaks stonden op de boodschap van Christus, maar dat de islamitische veroveringstochten juist voortkwamen uit de boodschap van Mohammed.

Het artikel maakt een einde aan de misvatting dat het (post-christelijke) Westen alleen agressief en imperialistisch is. Miljoenen moslims wijzen naar het rijke Westen met een beschuldigende vinger: ‘you stole our lands’. Veel linksgeorienteerde westerlingen zijn geneigd deze beschuldiging te delen. Wat vaak over het hoofd gezien wordt, is dat ‘gestolen gebieden’ als het Iberisch schiereiland en Zuidoost-Europa honderden jaren hebben geleden onder het islamitisch imperialisme.

verbreiding van de islam
635 - heden

The truth about islamic crusades and imperialism

zaterdag 17 december 2005
oorlogsgod ?

Vandaag stond mijn ingezonden brief in Trouw. Ik reageer daarin op een stuk van Cocky van der Limpt dat afgelopen woensdag in Trouw stond. Daarin werd een boekje De statistieken der religies van de arabist Jan Jaap de Ruiter besproken. Hierin screent hij de Bijbel en de Koran op trefwoorden als “oorlog” en “barmhartigheid". Deze methode houdt natuurlijk geen rekening met de exegese, maar daar is het De Ruiter blijkbaar om te doen: de kale tekst. Maar ik geloof niet in kale teksten, omdat een tekst zonder interpretatie een verzameling soundbytes is.

artikel Trouw
fragment uit het artikel in Trouw

Overigens is De Ruiter zelf niet vies van interpreteren. Hij gebruikt zijn onderzoek om Bijbel en Koran, Christendom en Islam wat meer met elkaar in balans te brengen. (lees: de Koran wat vreedzamer te maken en de Bijbel wat wreder) Hij gaat zelfs zover dat hij de God van de Bijbel als een oorlogsgod interpreteert in tegenstelling tot Allah, de god van de Koran.

artikel Trouw
mijn ingezonden brief
vrijdag 16 december 2005
‘vrolijk’ fundamentalisme

Want spelen met LEGO is leuk, moeten de makers van thebricktestament.com gedacht hebben. Daarnaast biedt het Deense speelgoed solide groene grondplaten waarop je kunt bouwen.

In het humanisme van onze geseculariseerde maatschappij is het individuele geweten het morele kompas geworden en het enige dat heilig is.

Deuteronomy 29:19
‘If anyone should think to himself, “I will do well enough if I follow the dictates of my heart,"…’

Deze geclaimde heiligheid zal eens ontmaskerd worden. Maar moet dat nu met een vlammenwerper van LEGO?

Deuteronomy 29:20
‘…Yahweh will not pardon him. His wrath shall burn against him.’

Bron: thebricktestament.com

woensdag 7 december 2005
doe de islam-test

Iedereen is het erover eens dat er een probleem is met de islam, maar wat de kern van dat probleem precies is, daarover bestaat veel minder eensgezindheid. Timothy Garton Ash analyseert een zestal vaak gehoorde stellingen. ,,Onze visie op de islam zegt vooral veel over onszelf.'’

Kort samengevat zijn dit de stellingen:

1. Het probleem is niet de islam, maar religie in het algemeen
2. Het probleem is niet de religie, maar de islam
3. Het probleem is niet de islam, maar het islamisme
4. Het probleem is de specifieke geschiedenis van de Arabieren
5. Wij - en niet zij - vormen de oorzaak van het probleem
6. Het probleem situeert zich op het raakvlak van verschillende culturen
 
Bij welke van deze zes visies hebt u het grootste kruisje gezet? Uw antwoord op die vraag zegt niet alleen iets over de islamitische wereld, maar ook over uzelf. Want wat wij de islam noemen, is een spiegel waarin wij naar onszelf kijken. Zeg me welke islam de uwe is en ik zal u zeggen wie u bent.

Luc van Braekel maakte van het artikel van Garton Ash een test.

dinsdag 6 december 2005
Duistere Machten

Precies 5 jaar geleden, op 6 december 2000 opende in de Leidse Universiteitsbibliotheek een tentoonstelling van recente boeken uit de Arabische wereld met als titel Duistere Machten; Gestalten van het kwaad in de wereld van de islam. Op deze tentoonstelling lag onder andere een Arabische vertaling van Mein Kampf. Ik vraag mij af of een dergelijke tentoonstelling na 9/11 nog kan, vanwege het expliciete karakter van de getoonde boeken.

Een ongewijzigde herdruk van de ‘ongecensureerde’, onvolledige Arabische vertaling van Mein Kampf uit 1963.

Bron: bc.ub.leidenuniv.nl/

maandag 5 december 2005
geloof het of anders !

Er is veel te doen geweest om de strip Mohammed, believe it or else! van Abdullah Aziz. Op de site Bron: islamcomicbook.com is het stripboek als .pdf in 32 talen te lezen. Het is begrijpelijk dat moslims het boek beledigend vinden, want Mohammed wordt gepresenteerd als stripfiguur met dito neus. Toch is het geen zuivere satire want de strip wordt geladreerd met soera’s uit de koran.

omslag van de Nederlandse vertaling van Believe it or else!

Wanneer je de strip leest, dan schokken vooral de citaten uit de koran. We hebben in het Westen moeten leren dat de islam ‘een religie van vrede en respect’ is. In een multiculturele samenleving met bijna 1 miljoen moslims in Nederland, is begrip voor het elkaar(s verschil) noodzakelijk. Een tweedeling of nog erger is een schrikbeeld en moet natuurlijk altijd voorkomen worden.

inleidende woorden van Aziz

Hoe zouden we spreken over Jehova getuigen of fascisten als er daar bijna 1 miljoen van in ons midden zouden leven en nog eens miljoenen anderen in de ons omringende landen? Zouden we het fascisme dan ook een nog een verderfelijk systeem noemen of de Jehovagetuigen nog een sekte? Na 5 mei 1945 is het niet gevaarlijk meer om openlijk te zeggen dat Hitler en het fascisme het kwaad vertegenwoordigen. Integendeel, we zijn het moreel verplicht om dit te denken en uit te spreken.

Dat we de Jehova getuigen een sekte te noemen, is natuurlijk terecht. We durven dit omdat het maar om een handjevol mensen gaat en we hebben hoogstens last van ze wanneer we onnodig naar de bel moeten lopen. Maar stel dat je zou beweren dat de islam de grootste sekte ter wereld is, met alle kenmerken van een sekte (charismatische leider, angst onder de volgelingen zaaien, een paradijs beloven, verdraaide waarheid als waarheid presenteren, enz…) dan is dit niet alleen politiek incorrect maar ook nog eens riskant.

Dus doen we dat maar niet.

Bron: islamcomicbook.com

zaterdag 3 december 2005
misplaatste relativering

Vandaag schreef J.A.A. van Doorn in Trouw een reactie op de rubriek Het Filosofisch Elftal afgelopen woensdag in dezelfde krant. De vraag die de filosofen werd voorgelegd was: “Waarom hebben we het zoveel over de islam en niet over iets anders?” In het elftal speelden ditmaal de onvermijdelijke (als het om het islamdebat gaat) Afshin Ellian en de Rotterdamse filosoof Ger Groot.

Zoals we van hem gewend zijn haalt Ellian hard uit naar de islam, die hij als de motor ziet achter het mondiale terrorisme. Zijn filosofische tegenspeler Ger Groot neemt tamelijk voorspelbaar een relativistisch standpunt in.

Trouw

Nadat Groot eerst gerelativeerd heeft met het katholicisme, probeert hij het vervolgens met het linkse terrorisme uit de jaren zeventig:

Het huidige extremisme is een probleem, maar de aard daarvan is dezelfde als elk extremisme, waarvan we in de jaren 70 de “rode” variant zagen (RAF. Rode Brigades, etc…) Dat kan de samenleving behoorlijk ontwrichten, maar heeft niets specifiek ‘islamitisch’

Terecht wijst Ellian op een onjuiste vergelijking van zijn tegenstander:

Het linkse extremisme was het geloof van een paar intellectuelen, niet van het volk. De politieke islam beschikt over een vijver met 1 miljard vissen die door de djihad gerecruteerd kunnen worden.

Nu naar het commentaar van J.A.A. van Doorn:

Trouw

Van Doorn verwijt Ellian later in zijn betoog dat hij overgelijkbaarheden met elkaar vergelijkt. Maar de relativering van het islamitisch terrorisme met het links terrorisme komt juist van Groot! Zuiver redeneren valt niet mee staat er boven zijn commentaar. Het gaat hier eerder over de denkbewegingen van Groot dan die van Ellian.

Het valt me op dat het een trend geworden is onder intellectuelen om het gevaar van de islam weg te relativeren met onjuiste vergelijkingen. Zo snap ik eigenlijk ook niet goed waarom Groot het katholicisme erbij moet halen. Voor zover ik weet is er in de afgelopen 10 jaar geen enkele katholiek geweest die zichzelf heeft opgeblazen, in tegenstelling tot de dagelijkse aanslagen van islamitische zelf/massamoordenaars.

Natuurlijk is het onder relativisten een veelgemaakte stijlfiguur om naar het strafblad van die andere Abrahamitische religie te kijken. Maar Groot haalt het katholicisme er ditmaal bij om te wijzen op het anti-individualistische karakter van de katholieke Kerk. Misschien omdat hij weet dat hij daar bij Ellian een punt mee kan scoren?

Bron: Trouw

dinsdag 29 november 2005
Jezus hot, Zijn Kerk not

Twee weken geleden stonden hier een paar citaten van Anton van Harskamp die soloreligieuzen de bange meesters van hun eigen geloof noemde. Vandaag verscheen er in Trouw een reactie van Govert Jan Bach (pastoraal psycholoog en geestelijk verzorger). Hij is het niet eens met Van Harskamp, die beweert dat solo-religieuzen een antichristelijke spits zouden hebben.

In de laatste alinea heeft hij (Van Harskamp) het over een antichristelijke spits, waarmee hij wil aangeven dat het denken van solo-religieuzen zich niet goed verhoudt met het christelijke erfgoed. Hij bedoelt waarschijnlijk meer een anti-kerkelijke spits, want het is nog maar de vraag of onze solo-religieuzen niet een heel eind op weg kunnen met Jezus, die ongetwijfeld ook een mysticus was en een soort solo-religieus.
 
Waar ze wars van zijn is: kerkelijkheid en niet spiritualiteit. Als ze ergens bang voor zijn, dan is het wel de geborneerdheid en angstvalligheid van het kerkelijke en theologische gefundeerde christendom.

Het hoort natuurlijk allemaal bij het individualisme van onze tijd: geloven á la carte. De Kerk is voor het individu per definitie een vrijheidsbeperkend machtsinstituut (met een strafblad) geworden. Jezus daarentegen was OK, een ideale mens, revolutionair, gnosticus, solo-religieus, broeder, vriend, enz…

Maar Zoon van God? Dat is natuurlijk een strategische zet van de geïnstitutionaliseerde Kerk geweest om een machtspositie te veroveren. Voor de solo-religieus is het allemaal allang ontmaskerd. Jezus is tegenwoordig los verkrijgbaar.

zaterdag 19 november 2005
mogen ze bang zijn ?

Vandaag reageerde in Trouw een lezer op het stukje van Anton van Harskamp (zie post van gisteren). Hij vindt sommige uitspraken weinig invoelend en neerbuigend.

Harskamp zegt: “de soloreligieus wil meester zijn", maar hij/zij worstelt juist met het meester worden over het machtstreven van het kleine zelf voordat hij/zij kan gaan werken met de Kracht en de Liefde van de innerlijke Grootheid, het Zelf met hoofdletter. Wanneer mensen wakker worden voor dit Weten, gaan ze allerlei wegen bewandelen, hoe vreemd de kronkels ook lijken te zijn. Die pogingen vragen respect. Mogen ze twijfelen, mogen ze bang zijn? Dat is, lijkt me, juist gezond om te groeien.

Eigenlijk zie ik in de worsteling waar deze briefschrijver over spreekt, juist een bevestiging van de uitspraak van Harskamp dat de soloreligieus “meester wil zijn". Hij/zij zoekt naar een toestand waarin “hij/zij kan gaan werken met de Kracht van Liefde van de innerlijke Grootheid".

Is dat geen wil tot macht in het kwadraat?

vrijdag 18 november 2005
bange trans-religieuzen ?

Jan OegemaAnton van Harskamp, hoogleraar Religie, Identiteit en Civil Religion aan de VU, schreef afgelopen dinsdag in Trouw een raak stukje over soloreligieuzen. De uitgever Jan Oegema (foto) die deze term bedacht, sprak vorig weekend tijdens een bijeenkomst in de Rode Hoed. De godsdienst is dood, lang leve de religie. Wat beweegt de trans-religieus?

Interessant vind ik Harskamp hij de soloreligieuzen ontmaskert als zielen die meester willen zijn over hun eigen geloof en dus bang zijn voor de overgave.

Wie zijn de soloreligieuzen en wat houdt hun religiositeit in?
Gebruikmakend van Jan Oegema’s appèl tot religieuze ’outcoming’: soloreligieuzen zijn mensen die het verkerkelijkte christendom verlaten hebben, maar toch nog steeds waarde hechten aan de mystieke traditie van datzelfde christendom. En het zijn mensen die uit literatuur hun religiositeit alleen construeren, ’onder de leeslamp’, terwijl ze toch enig verlangen hebben naar gezamenlijkheid.
 
En hun religiositeit? Het gaat om mensen die in plaats van het geloof aan een Vadergod daarboven, een besef hebben gekregen van het goddelijke als de eenheid of de samenhang van al wat ’leven’ is. En het gaat óók nog eens om mensen die die eenheid van het ’leven’ via de introspectie van het eigen innerlijk ervaren, én zich daarin onthechten van hun ego, kennelijk om bij een niet-zelf of een hoger of dieper ’zelf’ uit te komen.
 
Maar er ís wat met die soloreligieuzen. Want ze zijn bang, bang om voor hun religiositeit uit te komen. Ze dúrven niet wat Willem Jan Otten durfde, geeft Jan Oegema aan.
 
Maar: dat is niet juist! We moeten zeggen: de solo’s wíllen niet wat Otten durfde. Want Otten heeft het juist over een persoonlijke God, zelfs over een Vader die hem gevonden heeft. Ook heeft Otten in de katholieke kerk een ritueel thuis gevonden. En, om nog maar één ding te noemen: Otten schrijft en spreekt van kwaad, ook kwaad in hem, van zonde dus, én van zijn behoefte aan vergeving, een behoefte die voor hem een reden is om te leven in dat geloof aan een persoonlijke God. Nee, Otten is een anti-soloreligieus.

Tenslotte vat hij het als volgt samen::

Soloreligiositeit heeft een familiegelijkenis met nieuwetijdsachtige spiritualiteit. Ze heeft een antichristelijke spits. En: de nog niet voltooide soloreligieuzen zijn bang. Dat zullen ze altijd blijven, zolang ze toegeven aan de wil om meester te zijn over hun eigen geloof, want die wil verraadt bangheid. Zij zijn daarom niets anders dan ’de bange meesters van hun eigen geloof’.

Godsbeelden [ Trouw.nl ]

vrijdag 14 oktober 2005
666

Het WWW en 666 hebben iets met elkaar. Google braakt bij “666″ 21.300.000 pagina’s uit, waaronder 724.000 Nederlandstalige pagina’s. Onder één van de pagina’s in het Nederlands vond ik de pagina Close up: Merkteken van het beest, geschreven door Henry V.

“En het maakt, dat aan allen, de kleinen en de groten, de rijken en de armen, de vrijen en de slaven, een merkteken gegeven wordt op hun rechterhand of op hun voorhoofd, [en] dat niemand kan kopen of verkopen, dan wie het merkteken, de naam van het beest, of het getal van zijn naam heeft.Hier is wijsheid: wie verstand heeft berekene het getal van het beest, want het is een getal van een mens en zijn getal is zes honderd zes en zestig.”
 
[Openbaring 13:16-18]
barcode
In elke barcode staan standaard drie zessen
Iedereen die regelmatig inlogd op het World Wide Web(WWW) en met name op de Amerikaanse christelijke websites vindt globaal gezien twee hoofdopvattingen met betrekking tot het merkteken:
De ene opvatting is dat het merkteken geestelijk moet worden geïntepreteerd en verreweg de meerderheid is van mening dat het een om een fysiek merkteken gaat. Wij ondersteunen deze laatste opvatting van een fysiek merkteken omdat dit merkteken duidelijk wordt gekoppeld aan “het kopen en verkopen” De “aanhangers” van een geestelijk merkteken beweren dat dit merkteken op de rechterhand te maken heeft met uw “handelen"(en hoe zit het dan met linkshandigen?) en een merkteken op het voorhoofd met het “denken” van iemand.Verder beweren ze dat de mensen dit merkteken inmiddels hebben.Een gevaarlijke interpretatie die we zeker niet onderschrijven, immers als dit zo is hoeft het evangelie van Jezus Christus niet meer verkondigd te worden omdat namelijk iemand die dit merkteken heeft niet meer bekeerd kan worden.Het geestelijk merkteken zal hier dus ook niet verder worden besproken.Wat overigens wel duidelijk blijkt uit Openbaring is dat het aannemen van dit merkteken tevens een onherroepelijke geestelijke beslissing met zich meebrengt en consequentie heeft:
 
En een andere engel, een derde, volgde hen, zeggende met luider stem: Indien iemand het beest en zijn beeld aanbidt en het merkteken op zijn voorhoofd of op zijn hand ontvangt,10 die zal ook drinken van de wijn van Gods gramschap, die ongemengd is toebereid in de beker van zijn toorn; en hij zal gepijningd worden met vuur en zwavel ten aanschouwen van de heilige engelen en van het Lam.11 En de rook van hun pijniging stijgt op in alle eeuwigheden, en zij hebben geen rust, dag en nacht, die het beest en zijn beeld aanbidden, en al wie het merkkteken van zijn naam ontvangt.
[Openbaring 14:9-12:9 ]
 
Blijkbaar moet men, alvorens men het merkteken ontvangt, trouw zweren aan deze toekomstige dictator(antichrist) en hem( of zijn beeld) aanbidden.Dit eerbetoon/aanbidding wordt door God niet vergeven omdat de antichrist op een bepaald tijdstip in de (nabije) toekomst de incarnatie van satan wordt en men dus feitelijk satan aanbidt.Het ontvangen van dit merkteken en/of aanbidding van deze persoon is dan ook zeer sterk af te raden.(en feitelijk is dat nog te licht uitgedrukt.)
 
Bron: 777 or 666

nieuwewereldorde | dewaarheid.nl| Eindtijd Informatie Web

zaterdag 24 september 2005
islamitische tolerantie
De door de moslims zelf vaak zo geprezen tolerantie is eigenlijk eerder een vorm van gedogen: een beperkt aantal andere religies mag binnen de islamitische wereld bestaan met een tweederangspositie. In feite is dit gedogen een soort sterfhuisconstructie: een kerkgebouw mag bestaan maar eigenlijk niet gerepareerd worden, en er mag strikt genomen geen nieuwbouw plaatsvinden. Dat is waarom Saoedi-Arabië geen enkele kerk of synagoge heeft: het sterfhuis is eeuwen geleden al voltooid, voor altijd.

Bron: Een waardige maar glasheldere dialoog met de islam, door Stefan van Wersch, gepubliceerd in Trouw | Letter & Geest.

vrijdag 9 september 2005
7 hoofdzonden

Laatst noemde ik hier de 8 boze gedachten die door Evagrius Pontus in de 4e eeuw voor het eerst zijn aangeduid. Hieruit ontwikkelde zich later de leer van de 7 hoofdzonden. Deze werd door paus Gregorius de Grote geformuleerd.

1. Superbia (hoogmoed - hovaardigheid - ijdelheid - trots)
2. Avaritia (hebzucht - gierigheid)
3. Luxuria (onkuisheid - lust - wellust)
4. Invidia (nijd - gramschap - jaloezie)
5. Gula (onmatigheid - gulzigheid- vraatzucht)
6. Ira (woede - toorn)
7. Acedia (traagheid - luiheid - vadsigheid)

Als tegenhangers hebben deze de 7 deugden:

1. Prudentia (Voorzichtigheid - verstandigheid - wijsheid)
2. Iustitia (Rechtvaardigheid - rechtschapenheid)
3. Temperantia (Gematigdheid - matigheid - zelfbeheersing)
4. Fortitudo (Moed - sterkte)
5. Fides (Geloof)
6. Spes (Hoop)
7. Caritas (Naastenliefde)

Bron: wikipedia | deadlysins.com

dinsdag 6 september 2005
hel in miniatuur

De website www.gebroedersvanlimburg.nl is een juweeltje. Van Les Belles Heures staan bijvoorbeeld 280 afbeeldingen online. Les Petites Heures en Les Très Riches Heures zijn virtueel ook volledig door te bladeren. Alleen Les Très Belles Heures is op dit moment nog in bewerking. Ook staan er onder de sectie schilderij en verhaal verklarende teksten zodat we ons beter kunnen inleven in de laat-Middeleeuwse mens. Hulde voor de Stichting en de makers van deze site!

de hel
Middeleeuwse schilders en beeldhouwers hielden van de hel. Het lot van de zondaars en de gemeenheid van de duivels hoorden tot hun meest geliefde onderwerpen. Deze schildering van de gebroeders Van Limburg is representatief voor de laatmiddeleeuwse verbeelding van de plaats waar zondaars voor eeuwig branden. Midden in het tafereel zien we het oudtestamentische monster Leviathan, liggend op een immens rooster. Het vuur wordt aangewakkerd met geweldige blaasbalgen. Duivels voeren een eindeloze stroom verdoemden naar het monster dat hen verslindt en vervolgens uitbraakt. Dit beeld vindt zijn oorsprong in het bijbelboek Job. De afgebeelde duivels zijn naakt, op vreemde plekken behaard en bovendien gedeeltelijk bedekt met schubben. Hun prominente geslachtsorganen benadrukken hun bestialiteit. Ze hebben vleermuisvleugels en gedraaide ramshoorns. Aan de vele getonsureerde hoofden te zien, hebben de duivels van de gebroeders Van Limburg het vooral op geestelijken voorzien. Geen wonder: rond 1400 was de kerk in een diepe crisis geraakt. Er heersten twee, soms drie pausen tegelijk, ieder met hun eigen curie, kardinalen en bisschoppen. Hoge religieuze posten werden bij opbod verkocht, straffen in het hiernamaals konden al op aarde worden afgekocht. Omdat iedere paus de concurrentie naar hartenlust verketterde, waren er onder de geestelijkheid genoeg kandidaten voor de eeuwige verdoemenis.
 
Het middeleeuwse beeld van een vurige hel, gesitueerd in het binnenste van de aarde, waar zondaars met roodgloeiende tangen eeuwige folteringen ondergaan, was relatief nieuw. De volkeren in de Oudheid zagen het dodenrijk als een donkere, kille omgeving, waar zowel de zondaars als de deugdelijken terechtkwamen. Het was verre van aangenaam in dit schimmenrijk, maar er werd niet gemarteld.

Lees verder: www.gebroedersvanlimburg.nl

zaterdag 3 september 2005
mildheid
Vele woestijnvaders zijn op het einde van hun leven, na een lange ascese van vechten tegen negatieve gedachten en emoties, naar diepe mildheid toegegroeid. Denken we maar aan het verhaal van de christelijke monnik Silouan. Na jaren vechten tegen demonen, tegen storende gevoelens van woede, jaloersheid, luiheid, haat, krijgt hij op een nacht een bijzondere ingeving, waardoor zijn innerlijk leven een andere wending krijgt.
 
‘Er waren vijftien jaar verstreken sinds de dag waarop de Heer aan hem verschenen was. En zie, op een keer tijdens een van die kwellende nachtelijke worstelingen met de demonen, toen het hem ondanks alle inspanningen niet lukte om onverstrooid te bidden, stond Silouan van zijn krukje op en begon manden te maken. Opeens zag hij de kolossale gestalte van een demon die voor de iconen stond in afwachting dat er voor hem gebogen zou worden: zijn cel was vol met demonen. Vader Silouan ging weer op zijn kruk zitten, met gebogen hoofd en met pijn in zijn hart sprak hij toen dit gebed: “Heer, Gij ziet dat ik onverstrooid tot U wil bidden, maar de demonen beletten mij dit. Leer mij wat ik moet doen opdat zij mij niet hinderen.” En in zijn ziel werd hem het antwoord gegeven: “De trotse mens heeft altijd op die wijze van de demonen te lijden“. “ Heer”, sprak Silouan, “leer mij wat ik doen moet, opdat mijn ziel nederig mag worden”. En opnieuw kwam het antwoord van God in zijn hart: “ Hou je geest in de hel en wanhoop niet”.
 
Nederigheid betekent waarheid: ‘zien wat is’. Als je weerstand en zelfveroordeling loslaat, is er gewoon plaats voor wat is. Het vraagt moed om de waarheid van je eigen hart te leren zien, om de confrontatie met licht én schaduw, engelen én demonen aan te gaan. Trots zijn wil juist zeggen: er weerstand tegen bieden, ertegen vechten. Hierdoor zullen de demonen nog sterker worden. Als je, bijvoorbeeld, vecht tegen angst, zal de angst nog meer macht over je krijgen. ‘Hou je geest in de hel’ wil zeggen: vlucht niet, vecht niet, wees aanwezig, hou je hart open in de pijn en… wanhoop niet .

Bron: hantayo.nl

woensdag 31 augustus 2005
prentenboek

DOOR LAST VAN DE HOOG-MOGENDE HEREN STATEN-GENERAAL DER VERENIGDE NEDERLANDEN EN VOLGENS HET BESLUIT VAN DE SYNODE NATIONAAL GEHOUDEN TE DORDRECHT IN DE JAREN 1618 EN 1619 UIT DE OORSPRONKELIJKE TALEN IN ONZE NEDERLANDSE TAAL GETROUWELIJK OVERGEZET.

Het aardige van deze online Bijbel is de combinatie met schilderijen en prenten.

Statenvertaling Online

dinsdag 30 augustus 2005
geestelijke strijd
gelezen: Unseen Warfare
St. Vladimir’s Seminary Press 2000
The enemy is within ourselves. An invisible war is taking place within us. If interior evil is defeated, then the external, weaker, foe will surrender.
St. John Cassian
 
Those who strive to live a spiritual life experience the most subtle and difficult of spiritual wars: a battle throughout each moment of their lives, with their thoughts.
St. John of Kronstadt
 
There exists within us greater mental warfare than sensual warfare.
Venerable St. Philotheus of Sinai
 
The central point in the matter of internal warfare lies in the following: go down attentively into your heart. Stand there before the Lord and do not permit anything sinful to enter in. In this lies the fullness of interior warfare.
St. Theophan the Recluse

combattimento spirituale

donderdag 11 augustus 2005
onbehagen
‘Heer, maak mij kuis, maar nu nog niet.’ De theoloog Matthias Smalbrugge sprak voor ‘Op Goed Gerucht’, een beweging van predikanten, over het thema onbehagen, over Freud, Augustinus en Hannah Arendt, over het boek ‘Tijd van onbehagen’ van de filosoof Ad Verbrugge en over ons onvermogen het goede te realiseren. ‘Natuurlijk wil je afvallen, maar hoe lang houd je het vol tegenover een schotel chocola?’

Trouw

vrijdag 20 mei 2005
wegkijken of confrontatie zoeken?

Lof aan de redactie van Letter & Geest voor het plaatsen van het artikel van Piet Winnubst. Hopelijk hebben veel mensen hiervan kennis genomen. Want de stelling van Boutros klopt: Nederland lijdt t.a.v. de islam aan wensdenken. De tegensputterende geluiden van een briefschrijver (19 mei) en van drs.J.Gerritsen (Wie is de ware moslim, 20 mei) bevestigen dit.

Tegensputteren mag, maar de argumenten zijn telkens zo voorspelbaar en komen altijd voort uit een krampachtig relativisme waarin godsdiensten en culturen gelijkgeschakeld dienen te worden. Als het om ideologieën zou gaan, zou niemand het in zijn hoofd halen om het fascisme een gelijke behandeling te geven. Boutros kent de islam uit het heden en verleden van zijn eigen land te goed om islam en islamofascisme niet reflexmatig, zoals wij hier in Nederland reageren, volledig van elkaar gescheiden te houden.

Islam en moslimterrorisme mogen dus niets met elkaar te maken hebben, alsof we dat met elkaar hebben afgesproken. Het is eigenlijk een ongeschreven pact, gedicteerd door de angst. Natuurlijk moet een etnische burgeroorlog worden voorkomen. Maar lukt ons dit door weg te kijken en de feiten niet onder ogen te willen zien?

zondag 1 mei 2005
Benedictus XVI over Europa

Vijf jaar geleden verscheen in Die Zeit een cultuurhistorische beschouwing over de identiteit van Europa door kardinaal Joseph Ratzinger. Een vertaling verscheen in januari 2001 in Trouw en dit weekend publiceerde Trouw het essay ten tweede male in Letter & Geest. Als opvolger van Petrus en in zekere zin ook als opvolger van de Romeinse keizer, kent Benedictus XVI zijn positie. Ook ten opzichte van het oosters christendom dat door de historische tweedeling Rome-Byzantium in 1054 voorgoed van het rooms-katholicisme gescheiden werd. Ratzinger noemt dit scheidingsprincipe terecht ‘een bron van oneindig lijden’.

Im Osten vollzog sich die Umbildung der alten Welt langsamer als im Westen: Das Römische Reich mit Konstantinopel als Mittelpunkt hielt dort - wenn auch immer weiter zurückgedrängt - bis ins 15. Jahrhundert hinein stand. Während die Südseite des Mittelmeers um das Jahr 700 endgültig aus dem bisherigen Kulturkontinent herausgefallen ist, vollzieht sich zur selben Zeit eine immer stärkere Ausdehnung nach Norden. Der Limes, der bisher eine kontinentale Grenze gewesen war, verschwindet und öffnet sich in einen neuen Geschichtsraum hinein, der nun Gallien, Germanien, Britannien als eigentliche Kernlande umgreift und sich zusehends nach Skandinavien ausstreckt.
 
In diesem Prozess der Verschiebung der Grenzen wurde die ideelle Kontinuität mit dem vorangehenden, mittelmeerischen Kontinent durch eine geschichtstheologische Konstruktion gewahrt: Im Anschluss an das Buch Daniel sah man das durch den christlichen Glauben erneuerte und verwandelte Römische Reich als das letzte und bleibende Reich der Weltgeschichte überhaupt an und definierte daher das sich konstituierende Völker- und Staatengebilde als das bleibende Sacrum Imperium Romanum. Hier taucht nun auch wieder das alte Wort Europa in verwandelter Bedeutung auf: Diese Vokabel wurde nun geradezu als Bezeichnung für das Reich Karls des Großen gebraucht und drückte das Bewusstsein der Endgültigkeit wie das Bewusstsein einer Sendung aus. Der Begriff Europa ist zwar nach dem Ende des Karolingischen Reiches wieder weitgehend verschwunden und setzt sich allgemein erst im 18. Jahrhundert durch. Die Konstituierung des Frankenreiches als des nie untergegangenen und nun neu geborenen Römischen Reiches bedeutet aber den entscheidenden Schritt auf das zu, was wir heute meinen, wenn wir von Europa sprechen.
 
Freilich gibt es auch noch eine zweite Wurzel Europas, eines nicht westlichen, nicht abendländischen Europa: Das Römische Reich hatte ja in Byzanz über die Stürme der Völkerwanderung und der Islamischen Invasion hin standgehalten. Byzanz verstand sich als das wirkliche Rom; hier war das Reich in der Tat nicht untergegangen, weshalb man auch weiterhin Anspruch auf die westliche Reichshälfte erhob. Auch dieses östliche Römische Reich hat sich weit nach Norden, in die slawische Welt hinein ausgedehnt und eine eigene, griechisch-römische Welt geschaffen, die sich von dem lateinischen Europa des Westens durch die andere Liturgie, die andere Kirchenverfassung, die andere Schrift und Bildungssprache unterscheidet.
 
Freilich gibt es auch genug verbindende Elemente, die die zwei Welten doch zu einem gemeinsamen Kontinent machen können: an erster Stelle das gemeinsame Erbe der Bibel und der alten Kirche, das übrigens in beiden Welten über sich hinausweist auf einen Ursprung, der nun außerhalb Europas, in Palästina liegt; dazu die gemeinsame Reichsidee, das gemeinsame Grundverständnis der Kirche und damit auch die Gemeinsamkeit grundlegender Rechtsvorstellungen und rechtlicher Instrumente; schließlich das Mönchtum, das in den großen Erschütterungen der Geschichte der wesentliche Träger nicht nur der kulturellen Kontinuität, sondern vor allem der grundlegenden religiösen und sittlichen Werte geblieben ist und als vorpolitische und überpolitische Kraft auch zum Träger der immer wieder nötigen Wiedergeburten wurde.
 
Zwischen den beiden Europen gibt es allerdings einen tiefreichenden Unterschied: In Byzanz erscheinen Reich und Kirche nahezu miteinander identifiziert; der Kaiser ist das Haupt auch der Kirche. Er versteht sich als Stellvertreter Christi, und im Anschluss an die Gestalt des Melchisedek, der König und Priester zugleich war (Gen 14,18), führt er seit dem 6. Jahrhundert den offiziellen Titel “König und Priester". Weil das Kaisertum seit Konstantin aus Rom abgewandert war, konnte sich in der alten Reichshauptstadt die selbstständige Stellung des römischen Bischofs als Nachfolger Petri und Oberhaupt der Kirche entwickeln; hier wird schon seit Beginn der konstantinischen Ära eine Dualität der Gewalten gelehrt: Kaiser und Papst haben je getrennte Vollmachten, keiner verfügt über das Ganze.
 
Papst Gelasius I. (492 bis 496) hat der byzantinischen Melchisedek-Typologie gegenüber betont, dass die Einheit der Gewalten ausschließlich in Christus liege. “Dieser selbst hat nämlich wegen der menschlichen Schwäche (superbia!) für spätere Zeiten die beiden Ämter getrennt, damit sich niemand überhebe” (c. 11). Für die Dinge des ewigen Lebens bedürfen die christlichen Kaiser der Priester (pontifices), und diese wiederum halten sich für den zeitlichen Lauf der Dinge an die kaiserlichen Verfügungen. Die Priester müssen in weltlichen Dingen den Gesetzen des durch göttliche Ordnung eingesetzten Kaisers folgen, während dieser sich in göttlichen Dingen dem Priester zu unterwerfen habe.
 
Damit ist eine Gewaltentrennung und -unterscheidung eingeführt, die für die folgende Entwicklung Europas von höchster Bedeutung wurde und sozusagen das eigentlich Abendländische grundgelegt hat. Weil auf beiden Seiten entgegen solchen Abgrenzungen immer der Totalitätsdrang, das Verlangen nach der Überordnung der eigenen Macht über die andere lebendig blieb, ist dieses Trennungsprinzip auch zum Quell unendlicher Leiden geworden.

Europas Kultur und ihre Krise [ Zeit.de ]

zaterdag 30 april 2005
bestsellerauteur

Nadat bekend werd dat kardinaal Ratzinger gekozen was tot paus Benedictus XVI, veranderde de bestsellerslijst van het Duitse Amazon ingrijpend. Zelfs de nieuwe Harry Potter die in juli verschijnt, werd van de eerste plaats verdreven.

Top drie bij Amazon.de
klik op de afbeelding hierboven
voor de Amazon.de Hot 100 van vandaag

Inmiddels staat Harry Potter weer bovenaan, maar daarna volgen twee boeken van Joseph Ratzinger: Werte in Zeiten des Umbruchs en Salz der Erde. Verder staan in de Duitse bestsellerslijst ook nog titels van de onvermijdelijke Dan Brown. Overigens heeft kardinaal Ratzinger terecht heftige kritiek geuit op The Da Vinci Code.

The Kardinaal Ratzinger Fan Club

Op de website van The Kardinaal Ratzinger Fan Club staan onder de noemer De-Bunking The Da Vinci Code: Articles and Resources een aantal verwijzingen naar websites waarin de neo-gnostische The Da Vinci Code tegen het licht van het Evangelie gehouden wordt.

meer boeken van Ratzinger bij Amazon.de

donderdag 21 april 2005
het ideaal van de ‘oude Kerk’
interview met H.Häring, hoogleraar te Nijmegen
die in de jaren 60 colleges volgde bij Joseph Ratzinger
Wat was zijn ideaal?
“Hij heeft eigenlijk altijd hetzelfde uitgangspunt gehad: de kerk van de kerkvaders, de eerste acht eeuwen, nog één geheel met de oosters-orthodoxe kerk. De kerk ook van de grote concilies, waarin antwoorden werden geformuleerd op vragen over de natuur van Christus. Hij promoveerde op Augustinus en Bonaventura. Die kerk stond hem voor ogen en dat is nog steeds zo.”
 
Wat bedoelt hij (Benedictus XVI) dan als hij zegt dat hij het pausdom in het teken van de oecumene wil stellen?
“Daarmee doelt hij weer op dat (…) ideaal van de ‘oude kerk’. Daarin schuilt de inspiratie van al zijn ideëen. De kerk als een in wezen sacramenteel gebeuren. De enige kerk waarmee de rk kerk dat echt gemeen heeft, is de oosters-orthodoxe. In die richting zal hij toenadering zoeken. Dat betekent voor de overige christelijke kerken alleen maar een verdere achteruitgang. De protestanten zullen er de komende jaren echt bijbungelen.”

Bron: Echt progressief is Ratzinger eigenlijk nooit geweest

woensdag 20 april 2005
nederland en de nieuwe paus

‘Nederland en de nieuwe paus hebben elkaar al opgegeven’, zo hoorde ik gisteren een commentator op televisie zeggen. ‘Sinds het pausbezoek van 1985 zal het wel nooit meer goed komen tussen Rome en Nederland’ was een andere reactie. In het NOS Journaal en NOVA vielen typeringen als “dogmatisch", “aartsconservatief", “rechtlijnig” en “autoritair". Etiketten die in dezelfde hoek van de kast liggen als het brandmerk “fundamentalist". Door een van deze etiketten te gebruiken kun je in Nederland al vaak iemand intimideren.

poll op de website van de Volkskrant op 20 april

Ik ben vanmorgen de Nederlandse berichtgeving op Internet eens nagegaan. Maar eerst eens het redactioneel commentaar van Trouw. Opmerkelijk vind ik de volgende regels:

In zijn preek maandag hekelde hij (Ratzinger) de kwalen en de ideologieën van de huidige tijd en hij noemde onder meer het relativisme. Velen zullen blij zijn dat in deze tijden van duister en twijfel, de sleutels van Petrus opnieuw in rotsvaste handen zijn. Maar voor dezelfde tijden zou je een meester kunnen wensen in ruimte, in vrijheid, in humor en grootmoedigheid. Die meester lijkt met Benedictus XVI niet gegeven.

Hier wordt de suggestie gewekt dat de uitgesproken visie van Ratzinger de volgende kwaliteiten uitsluit: ruimte, vrijheid, humor en grootmoedigheid. De tegenstellingen eng vs.ruim, dwang vs. vrijheid, dodelijke ernst vs. humor en bekrompen vs. grootmoedig worden hier impliciet naar voren geschoven. Ik had zoveel onderhuids venijn van Trouw niet verwacht. Toch, als je bedenkt dat Trouw van oorsprong antipaaps is maar zich tegenwoordig als levensbeschouwelijke, verdiepende krant moet profileren op de postchristelijke markt is het misschien helemaal niet verwonderlijk.

Trouw online

Op de antichristelijke nieuwsgroep nl.religie kun je lezen hoe puberaal, hatelijk en scherp de reacties in Nederland vaak zijn, juist van mensen die beweren dat ze in religie zijn geinteresseerd. Dat Joseph Ratzinger als jongetje ooit bij de Hitlerjugend heeft gezeten, is koren op hun molen. Ze trappen tegen alles wat in hun ogen ‘dogmatisch’, ‘geinstitutionaliseerd’,'autoritair’,’ ‘rechts’en ‘homo- en vrouwonvriendelijk’ is.

Habemus Papam? Habemus Imman!
Veel geluk met deze oud-Nazi, anti-homo, en anti-vrouwpaus.
De Islam of de Kerk? De pest of de cholera?

Natuurlijk beschouwen zij zichzelf als ruimdenkende, goede (linkse) humanisten. Opvallend is dat er ook altijd kritiekloos de kant van de rebellen en dissidenten wordt gekozen:

Ratzinger heeft mensen als Kung en Schillebeeckx weggepest uit het Vaticaan toen de kerkvernieuwing hem (voor zijn carriere) niet goed meer uitkwam. Benedictus XVI is een heel eng mannetje.

nieuwsgroep nl.religie

Tenslotte de voorspelbare reactie van Henk Krol, de hoofdredacteur van de Gay krant:

‘De witte rook was voor veel homo’s zwart. Het was Ratzinger die in 2003 schreef dat het huwelijk heilig was en dat homo’s zich gedragen tegen de natuurlijke en morele wetten in. Dank je wel, zeg.’
dinsdag 19 april 2005
benedictus XVI

De virtuele encyclopedie Wikipedia is een wonderlijke medium. Wanneer je de naam Joseph Ratzinger intypt dan word je, nog geen twee uur na zijn installering als nieuwe paus, direct doorgelinkt naar paus Benedictus XVI. Het nieuws is al keurig netjes opgeborgen in de geschiedenis.

Kardinaal RatzingerGisterenmorgen, in zijn laatste preek als kardinaal Ratzinger, hekelde hij het relativisme van deze tijd. Hij durft krachtige uitspraken te doen die in deze wereld op veel weerstand kunnen rekenen.

Met de naam Benedictus verwijst hij niet alleen naar Benedictus XV die tijdens de Eerste Wereldoorlog paus was, maar natuurlijk ook naar de stichter van het monnikendom in het Westen: Benedictus van Nursia. Deze werd bij het formuleren van zijn Regel rechtstreeks beïnvloed door het Oosterse monasticisme, in het bijzonder door Evagrios en Cassianos die leefden in de vierde en vijfde eeuw. Ik ben erg benieuwd hoe de relatie tussen de katholieke kerk en het oosterse christendom zich onder zijn leiding gaat ontwikkelen. Kardinaal Ratzinger heeft er nooit een geheim van gemaakt dat hij de kerk van Rome als de Kerk van Christus beschouwt.

Voor wie net zoals ik van lijstjes houdt:
Benedictus I (575-579)
Benedictus II (684-685)
Benedictus III (855-858)
Benedictus IV (900-903)
Benedictus V (964)
Benedictus VI (973-974)
Benedictus VII (974-983)
Benedictus VIII (1012-1024)
Benedictus IX (1032-1045)
Benedictus IX (1045)
Benedictus IX (1047-1048)
Benedictus XI (1303-1304)
Benedictus XII (1334-1342)
Benedictus XIII (1724-1730)
Benedictus XIV (1740-1758)
Benedictus XV (1914-1922)
Benedictus XVI (2005-

korte biografie [ katholieknederland.nl ]
Berichtenoverzicht [ katholieknederland.nl ]

maandag 18 april 2005
Kardinaal Ratzinger (s)preekt
Preek van Joseph Ratzinger
tijdens de mis voor de opening van het conclaaf

Kardinaal RatzingerVanmorgen werd in Rome de laatste mis gehouden voor de opening van het conclaaf. Kardinaal Ratzinger ging voor en hield een preek o.a. over de lezing uit de Brief aan de Efezieërs ( 4 : 11 - 16 ) waarbij hij het onverzettelijke karakter van de Kerk benadrukte.
 
“Wie een uitgesproken standpunt inneemt, zoals dat door de Kerk verkondigd wordt, krijgt in de heersende relativistische kultuur het etiket “fundamentalist” op zich geplakt", zo sprak hij.

Passiamo alla seconda lettura, alla lettera agli Efesini. Qui si tratta in sostanza di tre cose: in primo luogo, dei ministeri e dei carismi nella Chiesa, come doni del Signore risorto ed asceso al cielo; quindi, della maturazione della fede e della conoscenza del Figlio di Dio, come condizione e contenuto dell’unità nel corpo di Cristo; ed, infine, della comune partecipazione alla crescita del corpo di Cristo, cioè della trasformazione del mondo nella comunione col Signore.
 
Soffermiamoci solo su due punti. Il primo è il cammino verso “la maturità di Cristo”; così dice, un po’ semplificando, il testo italiano. Più precisamente dovremmo, secondo il testo greco, parlare della “misura della pienezza di Cristo”, cui siamo chiamati ad arrivare per essere realmente adulti nella fede. Non dovremmo rimanere fanciulli nella fede, in stato di minorità. E in che cosa consiste l’essere fanciulli nella fede? Risponde San Paolo: significa essere “sballottati dalle onde e portati qua e là da qualsiasi vento di dottrina…” (Ef 4, 14). Una descrizione molto attuale!
 
Quanti venti di dottrina abbiamo conosciuto in questi ultimi decenni, quante correnti ideologiche, quante mode del pensiero… La piccola barca del pensiero di molti cristiani è stata non di rado agitata da queste onde - gettata da un estremo all’altro: dal marxismo al liberalismo, fino al libertinismo; dal collettivismo all’individualismo radicale; dall’ateismo ad un vago misticismo religioso; dall’agnosticismo al sincretismo e così via. Ogni giorno nascono nuove sette e si realizza quanto dice San Paolo sull’inganno degli uomini, sull’astuzia che tende a trarre nell’errore (cf Ef 4, 14). Avere una fede chiara, secondo il Credo della Chiesa, viene spesso etichettato come fondamentalismo. Mentre il relativismo, cioè il lasciarsi portare “qua e là da qualsiasi vento di dottrina”, appare come l’unico atteggiamento all’altezza dei tempi odierni. Si va costituendo una dittatura del relativismo che non riconosce nulla come definitivo e che lascia come ultima misura solo il proprio io e le sue voglie.
 
Noi, invece, abbiamo un’altra misura: il Figlio di Dio, il vero uomo. É lui la misura del vero umanesimo. “Adulta” non è una fede che segue le onde della moda e l’ultima novità; adulta e matura è una fede profondamente radicata nell’amicizia con Cristo. É quest’amicizia che ci apre a tutto ciò che è buono e ci dona il criterio per discernere tra vero e falso, tra inganno e verità.
 
Questa fede adulta dobbiamo maturare, a questa fede dobbiamo guidare il gregge di Cristo. Ed è questa fede - solo la fede - che crea unità e si realizza nella carità. San Paolo ci offre a questo proposito – in contrasto con le continue peripezie di coloro che sono come fanciulli sballottati dalle onde – una bella parola: fare la verità nella carità, come formula fondamentale dell’esistenza cristiana. In Cristo, coincidono verità e carità. Nella misura in cui ci avviciniamo a Cristo, anche nella nostra vita, verità e carità si fondono. La carità senza verità sarebbe cieca; la verità senza carità sarebbe come “un cembalo che tintinna” (1 Cor 13, 1).
 
Bron: vatican.va [ PDF ]
in conclaaf
Vandaag begint in Rome het conclaaf
De dag na het overlijden begon de negendaagse periode van rouw. Vrijdag wordt de paus bijgezet met een grote mis in de Sint Pieter, wat de weg vrijmaakt voor het conclaaf van de kardinalen. Dat begint tussen 17 en 22 april en duurt net zo lang tot er een nieuwe paus is. 
Tot nog toe sliepen kardinalen tijdens zo’n conclaaf in sobere cellen. Ze mochten geen kranten lezen, geen televisie kijken of naar de radio luisteren, niet telefoneren en geen brieven schrijven. De regels zeggen niets over internet, maar aangenomen mag worden dat dat ook niet is toegestaan. 
Het strenge regime is iets versoepeld: in plaats van de oncomfortabele cellen slapen de kardinalen nu in een soort hotel in het Vaticaan.
De stemprocedure is ook iets veranderd door Johannes Paulus II, die een 13.000 woorden tellend document heeft nagelaten waarin staat hoe de kerk in de weken na zijn overlijden bestuurd moet worden. Na een votieve mis die het conclaaf inluidt zweren de de kardinalen (van de 183 zijn 117 onder de 80 jaar en dus stemgerechtigd) geheimhouding en kunnen meteen hun eerste stem uitbrengen. Dat doen ze met briefjes waarop staat: “Eligio in summum ponticem", ofwel “Ik kies als paus".
 
Eén voor één leggen de kardinalen hun briefjes in een miskelk, afgedekt met een schaal. Drie stemopnemers lezen de briefjes afzonderlijk en de laatste leest de naam hardop voor en rijgt het briefje aan een draad. Als alle briefjes zijn geregistreerd is duidelijk of tweederde van de kardinalen met dezelfde naam is gekomen, zo niet, dan moet opnieuw worden gestemd. De oude stembriefjes worden verbrand en er worden chemicaliën toegevoegd waardoor er zwarte rook opstijgt uit de befaamde schoorsteen waar tientallen camera’s hun lenzen op gericht zullen houden.
Er kan op die manier vier keer per dag worden gestemd, twee keer ’s ochtends en twee keer ’s middags. Als er na dertig stemmingen nog steeds geen tweederde meerderheid is voor één kandidaat, veranderen de regels volgens de clausule die Johannes Paulus II heeft toegevoegd. Dan volstaat een gewone meerderheid van vijftig procent van de stemmen. Met die