» » comics

zaterdag 4 september 2010
pulp vergaat niet…
gisteren gezien: King Kong van Peter jackson (2005)

De Amerikaanse pulpmagazines uit de jaren ‘20, ‘30 en ‘40 hadden in de negentiende eeuw hun voorlopers in de penny dreadfuls en dime novels, gedrukt op goedkoop krantenpapier. In tegenstelling tot de glossy die bestemd was voor de salontafel, was het pulpblaadje voorbestemd om op broeierige en duistere plekken te belanden. In burgerlijke huishoudens werd de ranzige inhoud sterk afgekeurd en de blaadjes moesten meestal verstopt worden. Lectuur voor de onderbuik met een weinig subtiele mix van sex, science fiction, misdaad en horror.

still uit King Kong
still uit King Kong 2005
… fotorealistisch stripverhaal in 3D …

In de Verenigde Staten was er voor de Tweede Wereldoorlog een wildgroei aan pulpmagazines. Ga eens googlen op afbeeldingen met namen als ‘Adventure, Amazing Stories, Black Mask, Planet Stories, Spicy Detective, Startling Stories, Thrilling Wonder Stories‘, of ‘Weird Tales’ en je krijgt schermen vol pulpcovers uit de jaren ‘20, ‘30 en ‘40 Naast pulpromans had je ook pulp comics, bijvoorbeeld Flash Gordon, Fu Manchu, Buck Rogers en natuurlijk de superheroes van Marvel. Na de oorlog kregen de pulp magazines steeds meer concurrentie van de televisie en rond 1950 was hun bloeitijd voorbij.

Ustraal
de U-straal van Edgar P. Jacobs

UstraalDe U-straal
In 1943 tekende de Brusselse striptekenaar Edgar P. Jacobs (vooral bekend van Blake en Mortimer) de science fiction strip De U-straal.
Ik las deze klassieker van het Europese beeldverhaal toen ik een jaar of veertien was. Edgar Jacobs had de Amerikaanse strip Flash Gordon als voorbeeld genomen en liet zijn helden ook op een andere planeet ronddwalen, in duistere jungles tussen afschrikwekkende prehistorische monsters. Dat was in Amerika een beetje mode in die tijd, zullen we maar zeggen.

Ustraal
de U-straal van Edgar P. Jacobs

Ook in King Kong zien we dezelfde setting. Voor de remake uit 2005 van Peter Jackson was het een mooie gelegenheid om de special effects uit Jurrasic Parc nog eens uit de kast te trekken, maar ditmaal humoristisch gebruikt, alsof je naar een computerspelletje kijkt. King Kong is een film die je moet zien als een fotorealistisch stripverhaal. Dat geldt ook voor het origineel uit 1933.

pulp fiction
een regisseur als Quentin Tarantino laat zich inspireren door pulp. De werktitel van Pulp Fiction was in 1993 Black Mask, naar het gelijknamige Amerikaanse pulpmagazine (1920-1951)

Verwacht in 3D stripverhalen als Batman, Spiderman en King Kong uitsluitend onzinnige oppervlakte en actie en vooral geen diepgang en bezinning, dat bespaart veel ergernis. Ze bieden het platte vermaak van een computer game: adembenemende virtuele werelden, onwaarschijnlijke acties en veel sensatie.

game
pulp heeft in de 21e eeuw een nieuw tehuis gevonden in de game industrie

pulp [ nl.wikipedia.org ] | King Kong

zaterdag 12 juni 2010
Back in the USSR
Joost Veerkamp verzorgde de fraaie retro-stalinistische huisstijl
voor de Stripdagen in Haarlem op 5 en 6 juni 2010

Vorig weekend stond tijdens de stripdagen in Haarlem de Oost-Europese strip in de schijnwerpers. (Retro)grafisch vormgever Joost Veerkamp verzorgde de huisstijl. Voor grafisch ontwerpers kan het voormalige oostblok een bron van inspiratie zijn. Daarbij gaat er meestal een flinke scheut constructivisme in de compositie terwijl quasi-cyrillisch schrift de taal van de Sovjet-Unie spreekt.

Joost Veerkamp
Joost Veerkamp
retro-stalinistische postzegel

De lifestyle van de voormalige Sovjet-Unie roept ostalgie op. Toen ik vijf jaar geleden in Rusland was, werden op verschillende plaatsen T-shirts met hamer en sikkel te koop aangeboden als cool souvenir voor westerse toeristen. Een jaar eerder in Bulgarije kon je op de markt in Sofia overal nazispul uit de oorlog kopen. Verwerpelijk misschien, maar is die sovjet retro in Rusland eigenlijk niet even verwerpelijk? Voor Russen en Bulgaren is het allemaal handel. Dat we in Nederland heel tegen het nationaal socialisme aankijken dan tegen het communisme is natuurlijk niet verwonderlijk. Hansi Ons land is vijf jaar bezet geweest door de nazi’s en daardoor is het nationaal socialisme voor ons hét verderfelijke systeem geworden. Na de oorlog kon er zelfs openlijk met het stalinisme geflirt worden. Hoe anders ligt dat in een land als Polen, dat tussen 1939 en 1989 tien keer zo lang bezet geweest is als Nederland. Voornamelijk door de Sovjet-Unie. En in Rusland heeft het stalinisme zelfs nog meer slachtoffers geëist dan het nationaal socialisme. Hier in Nederland ligt het dus anders. Daarom kun je hier gewoon een ludiek ontwerp maken op basis van sovjet retro, terwijl nazi retro gewoon taboe is.

stripdagenhaarlem.nl

zondag 28 februari 2010
pulp for the millions [ 1 ]
de superhelden waren duur afgelopen week …

Spiderman 1962Afgelopen week versloeg de eerste Batman uit 1939 de eerste Superman uit 1938 tijdens een veiling. Beide superhelden verdienen nu definitief de status van million dollar man. Het wachten is nu op een superheld-fetisjist én miljonair die een miljoen neerlegt voor de eerste Spiderman in Amazing Fantasy uit 1962.

Printed in 1938, the Action Comics No. 1 features a picture of Superman on the front cover and is widely regarded at the single-most desirable edition ever created. The excellent condition of this particular comic is the primary reason it sold for such a sum. Rated at 8/10 for its quality, the copy is in far better condition than most of the approximate 100 that remain in existence.
 
Bron: lovereading.co.uk
Superman  en Batman
de eerste Superman in 1938 10 cent per stuk is nu 1 miljoen dollar waard. De eerste Batman leverde drie dagen later zelfs nog meer op
A 1939 comic book in which Batman makes his debut sold at auction on February 25th for more than $1-million, breaking a record set just three days earlier by a Superman comic, Heritage Auction Galleries said. The Dallas-based auction house said the rare copy of Detective Comics No. 27 sold for a total of $1,075,500, which includes the buyer’s premium, to a buyer who wished to remain anonymous. The consigner wanted to remain anonymous as well.
 
Bron: theglobeandmail.com


Action Comics
| Detective Comics | coverbrowser.com

woensdag 5 augustus 2009
op zoek naar de atoomstijl [ 7 ]
A la recherche du “Style Atome”
Paul Rivoche en Antonio Lapone
Paul Rivoche is a freelance illustrator, designer, and comic book writer/artist based in Toronto. He has created stories for graphic novels such as “Flight 5″ and all three of Adhouse Books’ acclaimed “Project” series of anthologies, and drawn stories and covers for DC Comics. He has also contributed key background designs and storyboard art for many WB Animation projects, including Batman, Batman Beyond, Superman, and the recent New Frontier DVD.
 
Bron: rocketfiction.com
Paul Rivoche
Paul Rivoche
Antonio LaponeAntonio Lapone who uses the pseudonym Lapis, is an Italian comics artist from Turin, who works in a Clear Line style, inspired by French artists like Chaland, Clerc and Floc’h. His best-known character is ‘Desy Blonde‘, who stars in stories set in the 1950s. Other creations include ‘The Amazing Lapis-Man‘ and ‘Gek lo Squartatrote‘. Lapis additionally works in advertising and for Walt Disney (covers and ‘Paperinik’ stories). For the French market, he has made short stories for Bo-Doï magazine. From 2001, he makes the series ‘A.D.A.’ (Antique Detective Agency) with Pierre Vanloffelt for Paquet publishers.
 
Bron: lambiek.net

blog van Paul Rivoche [ rocketfiction.com ] | blog van Antonio Lapone

dinsdag 4 augustus 2009
op zoek naar de atoomstijl [ 6 ]
A la recherche du “Style Atome”
Serge Clerc en Ted Benoît
Serge ClercSerge Clerc (1957) is het perfecte toonbeeld van de atoomstijlauteur van de jaren tachtig: hij is enerzijds geïnspireerd door de grote klassiekers van het Belgische stripverhaal en anderzijds door de American Dream. Op zijn 17e wordt hij gerecruteerd door Jean-Pierre Dionnet en verpersoonlijkt hij in zijn eentje Métal Hurlant, een tijdschrift gewijd aan science fiction en rock ‘n roll dat in 1975 werd opgericht. Nog open voor alles bij zijn debuut vat hij de modernistische methode zoals Ted Benoît die beoefent, maar tegelijkertijd dicht genoeg bij Yves Chaland om de nostalgische trillingen van de Belgische stripschool te voelen. Op het bureau van Clerc staat Moebius broederlijk naast Jack Kirby en Jacobs. Hij zag het buitengewone vakmanschap en de fantasie van de SF wereld van de Franse tekenaar, de vitaliteit en de inventieve kracht van de Amerikaanse tekenaar en tenslotte de onfeilbare zin voor compositie van de Brusselse tekenaar. Voeg daarbij een snuifje Will Eisner aan toe en de formule is perfect.
 
Maar er ontbrak nog iets volgens de jonge tekenaar, iets tussen gevoeligheid en onschuld, een extra scheut bezieling. Jean-Pierre Dionnet was ongetwijfeld zijn Jedi in de SF en comic books, maar Philippe Manoeuvre, de sterredacteur van Rock & Folk, liet ongetwijfeld de grootste indruk na op de jonge tekenaar. Deze goeroe had de hedendaagse rock bekend gemaakt bij het Franse publiek met zijn intelligente en subversieve artikels en hiep de grote Franse rockgroepen van de grond komen. Dankzij hem kleedde Serge Clerc zich in een zwart kostuum en reeg de kroegennachtjes aan mekaar. Zijn strips raakten bevolkt met bars, muzikanten en pin-ups.
 
Zijn ontmoeting met Yves Chaland brengt hem bij de atoomstijl. Hij ontdekt de Vlaming Ever Meulen en de Nederlander Joost Swarte met hun ironische esthetiek. Serge Clerc stelt ze een muzikale variant voor: sexy danseressen en berooide nightclubbers, die kicken op jazz, rock en sterke drank vloeien uit zijn smeuïg penseel. Zijn onbezorgdheid, zijn liefdesverdriet (het kort verhaal Nid d’espions a Alphaplage dateert uit deze tijd) dienen hem als reisgids. De buitenlandse uitgaven van Métal Hurlant (in Amerika, Duitsland, Italië, Spanje…), maar ook zijn illustraties in het Londense toonaangevende muziektijdschrift New Musical Express, bezorgen hem wereldwijde faam. Zijn universum beïnvloedt tot vandaag nog een heleboel grafici.
 
Bron: op zoek naar de atoomstijl, tentoonstelling in het Atomium, 2009
Ted Benoît
Ted Benoît
Thierry “Ted” Benoît is geboren op 25 juli 1947 te Niort (Frankrijk). Na zijn studies cinematografie aan het I.D.H.E.C. (Institut des hautes études cinématographiques), wordt hij televisieproducer. In 1971 worden twee van zijn verhalen gepubliceerd in het tijdschrift “Actuel” en verlaat hij televisie om voor het blad “Geranonymo” te tekenen. In 1975 worden enkele van zijn verhalen afgedrukt in “l’Echo des Savanes”. Benoît is gepassioneerd door de Hollywoodfilms uit de gouden jaren en een groot bewonderaar van de tekenstijl “Heldere lijn” die geïntroduceerd werd door Hergé en Edgar P. Jacobs. Ted Benoît voegt deze twee invloeden samen tot een sublieme parodie waar het recente verleden en de nabije toekomst naadloos samenvloeien.
 
In 1979 verschijnt zijn eerste album “Hospitaal” bij “Humanoïdes Associés” waar hij onmiddelijk de prijs voor het beste scenario voor krijgt op het internationaal stripfestival van Angoulême. In 1981 maakt hij “Vers la ligne claire” een eerbetoon aan Hergé en Joost Swarte. Zijn oeuvre bestaat uit diverse verhalen waarvan de serie Ray Banana veruit de belangrijkste is. In 1992 neemt de Uitgeverij Dargaud de rechten van het volledige oeuvre van Edgar P. Jacobs over en ze besluiten de serie verder te zetten. Hiervoor trekken ze mensen aan de het unieke talent van Jacobs kunnen benaderen. Voor de tekeningen trekken ze Jean Van Hamme aan, en voor het verhaal van De zaak Francis Blake wordt gerekend op Ted Benoît.
 
Bron: stripverhalen.net

Op zoek naar de atoomstijl | Paul Gravett, in search of the atom style

maandag 3 augustus 2009
op zoek naar de atoomstijl [ 5 ]
A la recherche du “Style Atome”
Ever Meulen en François Avril
Ever MeulenEen van de auteurs die over de hele wereld meteen worden begrepen en gesmaakt, is ongetwijfeld Ever Meulen. Voor hem is de atoomstijl een levenswijze. Wanneer hij midden jaren ‘70 zijn tekeningen publiceert in het tijdschrift Tante Leny, in Nederland, en Curiosity Magazine, in Brussel, krijgen de meeste lezers een onverwachte esthetische schok: zijn klare lijn heeft een extra, nieuwe dimensie waarin het design sierlijk triomfeert. Zijn wereld refereert naar Hergé, Jijé en Jacobs maar netzo goed naar Giorgio de Chirico, Escher, Magritte, Afrikaanse kunst, Picasso of Raymond Loewy.
 
Zijn carriere dankt hij aan Humo, het televisietijdschrift dat destijds werd uitgegeven door Dupuis. Hij getuigde er van een ongeloofelijke grafische diversiteit en een complete beheersing van de typografische technieken, iets waar Joost Swarte verstomd van stond (de Nederlandse tekenaar woonde toen in Brussel in een Horta appartement aan de Brugmannlaan). Onder zijn trouwe aanhangers waren ook Yves Chaland and Serge Clerc. Zij waren in de wolken dat ze in de Belgische hoofdstad zowel Hergé, André Franquin, Ever Meulen en Joost Swarte vonden, waarbij de laatste twee (we hebben het over begin jaren 80) een soort overgang vormden naar het moderne genie.
 
Zijn werkmethode was geïnspireerd op die van Hergé met een procedé van opeenvolgende kalkpapiertjes (Meulen heeft weinig echte ‘originelen’) die zorgvuldig worden overgebracht voor de ininkting. Even Meulen staat erom bekend traag te zijn en perfectionistisch. Met aandacht voor het kleinste detail beheerst hij het grafische proces tot in de perfectie en houdt, zonder één ogenblik onoplettend te zijn, de controle over alles. Want dat is zijn grote angst: dat al zijn inspanningen, zijn noeste arbeid, de perfectie en de verfijning van zijn werk zou verraden worden door een klein vlekje dat zijn kwaliteiten als eerlijk kunstenaar zou teniet doen. Art Spiegelman stak zijn bewondering voor deze Belgische kunstenaar niet onder stoelen of banken en publiceerde hem in het tijdschrift Raw en in de bijlage van de New Yorker, waarvan zijn echtgenote Françoise Mouly de artistieke directeur is: “His lines quietly call attention to themselves and to the flatness of a plcture plane that buckles and warps into a profusion of visual puns and graphic rhymes…”
 
Bij Ever Meulen vinden we een synthese van de atoomstijl, die deze ‘libertijn van de grafiek’, zoals Bart de Keyser zo mooi zei, tot de perfectie bracht. Toen de gebroeders Pasamonik hun beruchte Atomium ‘58 collectie lanceerden, ontwierp Ever Meulen er uiteraard het logo voor.
 
Bron: op zoek naar de atoomstijl, tentoonstelling in het Atomium, 2009
François Avril
François Avril
Born in 1961 in Paris, François Avril is part of that generation bedazzled by the Clear Line. When Joost Swarte publishes Modern Art in 1980, Avril is 19. Failing by one point to get into the Decorative Arts course, he signs up instead for Applied Arts. A fellow student is Charles Berberian. He discovers Métal Hurlant and in particular Yves Chaland, Serge Clerc, Loustal, Margerin. Following them, Floc’h and Ever Meulen. He creates his first comics for Je Bouquine, from Bayard. It’s here that he comes across a certain Yves Chaland. The author of Bob Fish is already the most emblematic artist of his generation. Avril soon becomes a close friend. Almost daily exchanges with the artist of Freddy Lombard open up new artistic horizons for him: French illustrators from the Thirties like Gus Bofa and The Spider Group; the great American classics: George Herriman, Will Eisner, Cliff Sterett, etc.; the great Belgian masters, led by Ever Meulen
 
verder lezen: Paul Gravett, in search of the atom style

Op zoek naar de atoomstijl [ blog.atomium.be ]

zondag 2 augustus 2009
op zoek naar de atoomstijl [ 4 ]
A la recherche du “Style Atome”
Yves Chaland en Daniel Torres
Yves ChalandYves Chaland werd op 3 april 1957 geboren in Lyon en zijn jeugd wordt opgevrolijkt met het lezen van hetweekblad Spirou (Robbedoes). Na zijn studies aan de academie van Saint-Etienne publiceert hij in het maandblad Métal Hurlant. Dit tijdschrift, opgericht door Moebius en Druillet, was oorspronkelijk enkel aan science fiction gewijd, maar zet daarna de deuren open voor allerlei grafische experimenten. Er duiken namen op: Frank Margerin, Dodo en Ben Radis, Serge Clerc, Ted Benoit… Een generatie die het Franse stripverhaal nieuw leven inblaast. Als volgeling van Joost Swarte gaat Yves Chaland ook de Frans-Belgische strip uit mekaar halen, maar recupereert paradoxaal genoeg de tijdloze elementen om hem een modern kleedje te geven. Een verbluffende operatie want het geeft de grote Belgische auteurs voorgoed hun status van ‘klassiekers’. Een nostalgisch effect treedt op terwijl deze scheppers nog in leven zijn.
 
Terwijl Joost Swarte en Ted Benoit de stijl van Hergé moderniseerden en Floc’h die van Jacobs, voegt Chaland zich bij dit rijtje maar neemt de meesters van de “School van Marcinelle” als referentie. Na Captivant, een zuivere pastiche op het stripverhaal van de jaren vijftig, dat hij tekent met Luc Cornillon, publiceert Chaland eerst Bob Fish (1980) en vervolgens Freddy Lombard (1981) waarbij de rechtstreekse invloed van Franquin en Tillieux overduidelijk is. Het duurt niet lang voor men hem de figuur van Robbedoes toevertrouwt met IJzeren harten (1982), maar de aanpak wordt slecht begrepen; de reeks wordt brutaal stopgezet en blijft onafgewerkt.
 
Adolphus ClaarHij gaat meer tegenstrijdige albums maken met Adolphus Claar (1983), De jonge Albert (1985), de verderzetting van de reeks Freddy Lombard (5 albums tot 1990), maar een ongeluk op de terugreis van een vakantie maakt op 18 juli 1990 een einde aan zijn jonge carriere. Met nauwelijks een tiental albums is de invloed van Chaland diepgaand en internationaal.(…) Zijn meesterwerk in de atoomstijl is zonder twijfel Adolphus Claar (1983), dat de avonturen vertelt van een leider van een afvalverwerkende fabriek in de 23e eeuw tegen weerspannige robots. De tekening is dynamisch, precies, vindingrijk en geïnspireerd. Hij projecteert een esthetiek in de toekomst die geïnspireerd is op de jaren vijftig, en dan vooral het Robbedoes op avontuur van Jijé (1947) en Robbedoes, Radar de Robot (1947) van Franquin.
 
Bron: op zoek naar de atoomstijl, tentoonstelling in het Atomium, 2009
Daniel Torres
litho van Yves Chaland
Another son of Valencia, like Mariscal, Daniel Torres studied Fine Art and Architecture there and made his comics debut in El Vibora magazine in 1980. His first influences were the classic American adventure strips born in the Thirties: Flash Gordon, Terry and the Pirates, Dick Tracy. Then came his discovery of Hergé, Jacobs and other Belgian masters which spurred him to change magazines in 1982, joining Cairo, a new forum for the Franco-Belgian “Clear Line” and “Atom Style” revivals and their Spanish peers. It was here that Torres began finding his distinctive voice on the retro-future thriller Opium. Sir Opium is a Fu Manchu-type villain in top hat and tails who terrorises an extraordinary retro-future metropolis. Torrres fills it with huge Fifties-style automobiles, real shark-finned gas-guzzlers, which cruise past towering buildings resembling gigantic jukeboxes or festooned with eye-catching logos and hoardings.
Daniel Torres
Daniel Torres
Torres progressed to his first full-length story in colour, Triton, serialised in Cairo in 1983. For this he introduced his ongoing hero Roco Vargas, a retired space pilot, who is trying to live a discreet life as science fiction writer and nightclub owner Armando Mistral. Not surprisingly, Vargas gets called back into service to save the planet from alien invasion. Torres designs every glamorous detail blending classical and modern references. His next project is Sabotage! for Magic Strip’s Atomium 58 collection.
 
verder lezen: Paul Gravett, in search of the atom style

Op zoek naar de atoomstijl

donderdag 30 juli 2009
op zoek naar de atoomstijl [ 3 ]
A la recherche du “Style Atome”
Joost Swarte en Javier Mariscal
A la recherche du “Style Atome”
de tentoonstelling in een van de bollekes
van het Atomium in Brussel
Joost SwarteIn de buitengewone plejade van atoomstijlauteurs prijkt de Nederlandse tekenaar Joost Swarte, de man die er het concept van uitvond, uiteraard op de eerste plaats. Swarte komt uit de designwereld het stripverhaal binnen wanneer hij de complexloze, vol van ’sex & drugs & rock ‘n roll’ comix ontdekt van de Amerikaanse underground, het rebelse product van de tegencultuur van de jaren 1960 en 1970, waarvan Robert Crumb het boegbeeld was. Swarte koopt ze als importproducten en gaat hun afstamming opzoeken tot bij de auteurs van de comic strips van het begin van die eeuw, zoals Bringing up father van George McManus met zijn prachtige art deco versieringen. Op dezelfde manier grijpen zijn collega’s van de Nederlandse underground, zoals Marc Smeets, terug naar hun eigen culturele referenties met Hergé als hoofdfiguur. Swarte ontleent de smetteloze pennentrek aan de Brusselse meester en verandert de weerbarstige haarlok van de deugdzame Kuifje in een rockers bananenkuif voor een bizarre figuur met de naam Jopo de Pojo.
 
Wat volgens Swarte de atoomstijl kenmerkt is het plezier dat de auteur heeft om de ‘grafische stijl van de jaren vijftig te herontdekken’. Dat is ondermeer te zien aan een aantal symbolische voorwerpen uit de binnenhuisinrichting: een authentieke jukebox, vreemd gevormde vazen, kubistische en abstracte schilderijen, elegante verlichtingen, cactussen met sculpturale vormen, een voudige en zuivere kleuren. De smaak van Swarte voor de fifties esthetiek is ook duidelijk in zijn straatscenes: het chroom schittert op de auto’s en moet niet onderdoen voor de ongewone vormen van de architectuur, die mogelijk werden door de nieuwe technologie en materialen.
 
De beelden van Swarte combineren steeds een klare lijn met een atoomstijl, die bij hem minder een artistiek dogma lijkt dan een mentale toestand, een houding, die er, zoals hij zegt, in bestaat ‘een talent te hebben om zaken uit te vinden op een bewust optimistische manier’. Swarte tempert nochthans dit optimisme met poëtische en onevenwichtige elementen: een omgegooide frisdrank, een uit de stekker getrokken haardroger, een kat met zelfmoordneigingen, een hond met verstopping, enz. Intrigerende en abnormale figuren die er wellicht zijn om te suggereren dat de realiteit steevast de mooie beloften van de publiciteit en de urbanistische utopieën tegenspreekt. Kortom, dat ondanks het gesophisticieerde van onze leefomgeving, onze steden en onze levenswijze, de mens altijd onvolmaakt en chaotisch zal blijven. Erg menselijk dus.
 
Bron: Op zoek naar de atoomstijl
Javier Mariscal
Javier Mariscal Cobi
Javier Mariscal , geboren in 1950 in Valencia, groeit op in de zon bij de Middellandse zee en in de bruisende sfeer van feesten waarop de bewoners ‘fallas’ bouwen, grote figuren in hout en papier-maché, soms realistisch, soms karikaturaal, en in felle kleuren beschilderd, die op het einde van de ceremonie in brand gestoken worden. Als kind maakte hij elk jaar zo een kleine falla. Na twee jaar grafische studies in Barcelona laat hij zijn vitaliteit de vrije teugel en maakt de eerste ‘hippie strips’ van Spanje. Zijn creaties worden al snel opgemerkt door de censuur van het Franco regime, waardoor de kunstenaar twee jaar onderduikt op Ibiza. Maar na de dood van de dictator in 1976 profiteren het stripverhaal en alle andere kunstvormen volop van hun hervonden vrijheid.
 
verder lezen: Paul Gravett, in search of the atom style
Bron: Op zoek naar de atoomstijl

joostswarte.com | studio Mariscal

woensdag 29 juli 2009
op zoek naar de atoomstijl [ 2 ]
A la recherche du “Style Atome”
Bronnen van de atoomstijl: de School van Marcinelle
Robbedoes en Kwabbernoot
André Franquin Spirou et Fantasio
Bij de bronnen van de ‘atoomstijl’ moeten we vijf auteurs rekenen van de zogenaamde ‘School van Marcinelle’ (hommage aan het adres van de hoofdzetel van uitgeverij Dupuis), die hun debuut maakten in de jaren na de oorlog: Jijé (alias Joseph Gillain), mentor van André Franquin en Will (alias Willy Maltaite), vervolgens Jidéhem (alias Jean de Mesmaeker) en Maurice Tillieux. Ze begrepen dat ze de lezers van Robbedoes nieuwe dromen en hoop moesten geven, gekleurd met wat modernisme en American Dream. Robbedoes en Kwabbernoot gebruikten gadgets en wagens van vooruitstrevende technologie, terwijl Stomp, in Baard en Kale, ronddwaalde in design interieurs die de hipste chique showrooms waardig waren. Deze auteurs, die allen bij uitgeverij Dupuis gepubliceerd werden, pasten perfect in de veranderende tijden die getekend werden door Rock ‘n roll en de verovering van de ruimte. Ze tooiden hun wagens met fiere vleugels en aerodynamische lijnen, versierden de muren met moderne schilderijen, verzonnen ultramoderne gebouwen. Deze uitbundige albums illustreerden het prettige van het moderne leven.
 
Bron: op zoek naar de atoomstijl, tentoonstelling in het Atomium, 2009
Baard en Kale
Will Tif et Tondu
Guus Slim
Maurice Tillieux Gil Jourdan

Op zoek naar de atoomstijl | Paul Gravett, in search of the atom style

dinsdag 28 juli 2009
op zoek naar de atoomstijl [ 1 ]
A la recherche du “Style Atome”
Atomium Brussel, 04.06.2009 - 20.09.2009

Brussel is niet alleen de hoofstad van België en Europa, maar ook van het beeldverhaal. Dat was afgelopen weekend goed te merken en niet alleen vanwege het stripjaar 2009 dat vooral deze zomer met veel tentoonstellingen en manifestaties gevierd wordt. Brussel kent maar liefs vier musea waar de Negende Kunst centraal staat: het onlangs geopende Hergé Museum en het Marc Sleen Museum, la Maison de la Bande Dessinée en het Centrum van het Beeldverhaal. Ook is er een permanente route door de stad te lopen langs ruim dertig muurschilderingen van Belgische stripfiguren. Wie Brussel zegt, zegt niet alleen Art Nouveau maar ook bande-dessinée, als het over de schone kunsten gaat. Naast deze ’stripmusea’ zijn er deze zomer in een van de bollen van het Atomium nog twee tentoonstellingen aan het beeldverhaal gewijd. Interessant is de kleine tentoonstelling op zoek naar de atoomstijl. Een prima gelegenheid om de komende week weer eens een duik te nemen in het beeldverhaal dat ‘de jaren vijftig stijl’ als inspiratiebron heeft. Maar misschien kun je hier beter spreken over de kunst van Joost Swarte, Ever Meulen, Yves Chaland, Serge Clerc, Ted Benoit, Javier Mariscal, Daniel Torres, Francois Avril, Paul Rivoche en Antonio Lapone

Ever Meulen
litho van Ever Meulen
De ‘atoomstijl’ bestond al voor de fifties, ook al droeg die dan zijn naam nog niet. Het is pas in 1977 dat de Nederlandse tekenaar Joost Swarte die omschrijft. We waren deze theoreticus al de term ‘klare lijn’ verschuldigd om de gedetailleerheid en de rigoureuze strakheid van Hergé’s tekenwerk en dat van zijn volgelingen van de ‘Brusselse School’, gepubliceerd in het weekblad Kuifje (TinTin), te omschrijven. Maar Swarte vergat de andere grote stroming niet in het Belgisch stripverhaal, vol grafische kunst en design en voorgesteld in Robbedoes: de beroemde ‘School van Marcinelle’. In 1977 onderscheidt Swarte deze van de eerste door het de titel ‘atoomstijl’ toe te kennen.
 
Bron: op zoek naar de atoomstijl, tentoonstelling in het Atomium, 2009
striptekenaars zien het Atomium
Wat volgens Joost Swarte de atoomstijl kenmerkt is het plezier dat de auteur heeft om de grafische stijl van de jaren vijftig te herontdekken

Op zoek naar de atoomstijl | Paul Gravett, in search of the atom style

zondag 26 juli 2009
Bruxelles - Brussel
in Brussel : A la recherche du “Style Atome” in het Atomium

De Belgische/Europese hoofdstad staat dit jaar in het teken van het beeldverhaal. Jammer genoeg komen we te laat voor de tentoonstelling over Blueberry die vorige maand afliep, maar er is zoveel georganiseerd dat er elke maand wel wat moois te zien is. De striproute in de Brusselse binnenstad is permanent te zien, al vanaf 1993. Het Musée Hergé opende dit jaar haar deuren en blijft daarna een trekpleister voor een internationaal publiek. Net als het Magritte Museum dat ook afgelopen voorjaar werd geopend. Brussel is goed bezig. Wel jammer dat de website van het Musée Hergé nog geen nederlandstalige versie heeft zoals de website van het Magritte Museum.

Atomium Comics
Het atomium is na de restauratie weer helemaal terug. Vorig jaar werd het halve eeuwfeest gevierd en dit jaar is er volop aandacht voor het beeldverhaal en de atoomstijl.

De tenstoonstellingen in het Atomium zou ik zeker willen zien. Strips, retro en architectuur. Drie vliegen in één klap.

A la recherche du “Style Atome”
De tentoonstelling zal een nieuwe blik werpen op de enorme nalatenschap van striptekenaars gaande van André Franquin tot Yves Chaland via Jijé, Tillieux, Will, Jidéhem, Joost Swarte, Ever Meulen, Serge Clerc of Daniel Torres. Deze stijl is afkomstig van de School van Marcinelle en wordt voortdurend herwerkt door deze designgevoelige kunstenaars. Deze tentoonstelling vindt plaats in het Atomium, een monument dat al sinds 1958 de “Atoomstijl” in drie dimensies vertegenwoordigt.
 
Bron: blog.atomium.be
Striproute
De Stad Brussel startte met de aanbreng van stripschilderingen in 1993. Deze fresco’s vormen ondertussen een heus parcours door de stad, dat toeristen erg kunnen smaken. De hele route gaat langs 31 muren in de vijfhoek, en vier muren in Laken, voor een mooie wandeling op ontdekking van Brussel buiten de platgetreden paden. Het parcours is nu een integrerend deel van het Brussels erfgoed. En die troef willen wij in het stripjaar natuurlijk extra uitspelen, zodat iedereen het kent en erkent. Het komt nu zeker in de top van de favoriete toeristische bezienswaardigheden in onze hoofdstad, die ook de hoofdstad van het stripverhaal is. Naast de fresco’s hebben bepaalde straten van de hoofdstad ook een tweede, fictieve, naam als knipoog naar het Belgisch stripverhaal.
 
Bron: brusselstrip.com

atomium.be | brusselstrip.com/nl

zondag 14 juni 2009
Brussel en het stripverhaal
2009 is het jaar van het stripverhaal in Brussel
Op zoek naar de Atoomstijl in het Atomium t/m 20 september 2009
De autoriteiten van Brussel beslisten om het toeristisch jaar 2009 in het teken van het stripverhaal te plaatsen. Dat is een logische keuze voor een stad die tal van striptekenaars huisvest en waar de wieg van enkele legendes van de negende kunst stond: Hergé (Kuifje), Franquin (Guust Flater) en Peyo (Smurfen) zijn allemaal Brusselaars. Bovendien is ook het Belgisch Centrum van het beeldverhaal in Brussel gevestigd, in een prachtig Art Nouveau huis. En in 2009 bestaat het trouwens 20 jaar. Brussel heeft ook een lange traditie van feesten. En dus zal 2009 de kans bij uitstek bieden om de negende kunst in de hoofdstad van Europa op te waarderen, met tentoonstellingen, evenementen en zelfs op de muren van de stad (met de fresco’s, maar ook uitzonderlijke installaties). In 2009 zal Brussel meer dan ooit de hoofdstad van het stripverhaal zijn!
 
Bron: brusselstrip.com

atoomstijl door Yves ChalandOp zoek naar de Atoomstijl
4 juni t/m 20 september 2009 in het Atomium
Deze tentoonstelling werpt een nieuwe blik op de onvoorstelbare linie striptekenaars van André Franquin tot Yves Chaland, via Jijé, Tillieux, Will, Jidéhem, Joost Swarte, Ever Meulen, Serge Clerc en Daniel Torres. Door de generaties heen werd de stijl die ontstond in de School van Marcinelle, overgenomen door kunstenaars met een passie voor de vele vormen van het design. Het is ook niet meer dan normaal dat deze tentoonstelling plaatsvindt in het hart van het Atomium, een monument dat sinds 1958 de atoomstijl in drie dimensies tot leven brengt.
(Bron: brusselstrip.com)

brusselstrip.com | alle evenementen op een rij | www.atomium.be

donderdag 23 april 2009
Blueberry [ 9 ]
herlezen: de avonturen van Luitenant Blueberry
Mister Blueberry tot en met Dust 1995-2005

Geronimo ApacheIn 1988 stierf scenarist Jean Michel Charlier met wie Giraud bijna vijfentwintig jaar had samengewerkt. Op dat moment woonde hij zelf in de Verenigde Staten en leek de reeks Blueberry met Het einde van de lange rit (1986) afgesloten. Maar in 1995 keert Giraud terug naar Frankrijk en pakt met Mister Blueberry na bijna tien jaar de draad weer op. Het scenario schrijft hij nu zelf, maar als eerbetoon aan Jean Michel Charlier komt zijn naam gewoon op de omslag. In 1995 is het voor Blueberry 1881 geworden; de Verenigde Staten zijn door een netwerk van spoorlijnen ontsloten. In 1890 zal de frontier definitief opgeheven worden. Het Wilde Westen is dan legende geworden. In de jaren daarvoor begint de commerciële exploitatie van kleurrijke figuren als Wild Bill Hickok, Buffalo Bill, Calamity Jane, Jesse James, de gebroeders Earp en Billy the Kid al op gang te komen. In de laatste vijf verhalen Mister Blueberry, Geronimo Apache, Schaduw over Tombstone, OK Corral en Dust is Blueberry zelf een levende legende geworden. Een schrijver uit Boston reist naar Tombstone in het Zuiden van Arizona om zijn legendarische held te ontmoeten. Mister Blueberry is inmiddels als pokeraar een tweede leven begonnen.

schetsen
wanneer Giraud aan een verhaal begint, maakt hij eerst in een schetsboek een indeling van de pagina’s

De tekeningen zijn zo onmiskenbaar in de stijl van Moebius, dat je je afvraagt of Jean Giraud zijn pseudoniem artistiek heeft overleefd. Moebius is een duizendpoot en zijn meesterhand laveert moeiteloos tussen het realisme en het burleske. Sommige karakters hebben opvallend lege gezichten, andere koppen zijn woest gekrabbeld, maar altijd trefzeker. Is Dust nu écht het laatste Blueberry album van Giraud geworden? Alles wees daarop, maar in 2008 liet de inmiddels 70-jarige Giraud weten dat hij weer zin had om een nieuw verhaal te maken dat zich moet afspelen in 1900, wanneer Blueberry een grijsaard geworden is. Giraud en Blueberry zijn taaie rakkers.

San Xavier Del Bac -Tuscon
San Xavier Del Bac (Tuscon) werd gesticht in 1783. De staat Arizona waarin ook Tombstone ligt, werd pas in 1863 aan de Verenigde Staten toegevoegd

In 1993 verschenen er twee films die Jean Giraud voor de vijf verhalen van Mister Blueberry inspireerden: Tombstone (1993) en Geronimo (1993)

voorgaande posts | Blueberry [ official website ] | Blueberry [ moorsmagazine.nl ]

zaterdag 18 april 2009
stripbeurs Arnhem
dit weekend in Hotel Haarhuis te Arnhem: stripbeurs Arnhem
Poster Stripbeurs Arnhem 2009
poster stripbeurs Arnhem 2009

stripbeursarnhem.nl

woensdag 25 maart 2009
Blueberry [ 8 ]
herlezen: de avonturen van Luitenant Blueberry
Gebroken Neus tot en met Het Einde van de Lange Rit 1980-1986

Toen Giraud in 1975 klaar was met Angel Face was hij Blueberry ontzettend moe geworden. In twaalf jaar had hij 18 verhalen getekend, bijna 850 pagina’s (platen). Het moordende tempo van twee platen per week was hem teveel geworden en het zou vijf jaar duren voordat hij met zijn vaste scenarist Jean-Michel Charlier in 1980 weer een nieuwe cyclus zou beginnen. Tussen 1975 en 1980 hield hij zich in samenwerking met Jodorowsky voornamelijk bezig met film en tekende storyboards onder zijn pseudoniem Moebius. Voor de verfilming van Dune maakte hij ruim 3000 (!) tekeningen. Dit werk bleef lang in de kast liggen totdat David Lynch in 1983 eindelijk de verfilming van Frank Herbert’s SF klassieker op zich nam.

kaart New Mexico
het verhaal speelt zich af in Arizona en New Mexico

In 1980 pakt Giraud de draad dus weer op en laat de vogelvrijverklaarde Blueberry onder zijn indianennaam Gebroken Neus onderduiken bij zijn oude indianenvrienden die we nog kennen uit de eerste cyclus van Fort Navajo. In het daaropvolgende album De Lange Mars komen we ook Jimmy McClure en Red Neck weer tegen die op zoek gaan op zoek naar Chihuahua Pearl. De volgende albums De Ongrijpbare Navajo’s en De Laatste Kaart zijn wisselend van kwaliteit, de inkleuring van het laatstgenoemde album is belabberd. In 1983 geeft Giraud publiekelijk te kennen dat hij Blueberry meer dan zat is. Toch tekent hij daarna nog Het Einde van de Lange Rit dat echt het laatste verhaal van Blueberry lijkt te worden. Het is een soort apotheose waarin definitief met zijn tegenstanders Vigo en Angel Face wordt afgerekend en er komt eindelijk gerechtigheid voor de vogelvrijverklaarde luitenant. Mike S. Blueberry lijkt van zijn pensioen te kunnen gaan genieten.

de laatste kaart
de harde inkleuring van De Laatste Kaart komt het tekenwerk niet ten goede. Na Angelface (1975) lopen Giraud’s stijl en die van zijn alter ego Moebius door elkaar. De verhalen van Blueberry worden nu getekend zonder zwaar penseelwerk en vaak met eenvoudigere en gesloten contouren. Net als zijn bijna even oude collega Hermann ( van Comanche ) inkt Giraud nu ook veel meer met de pen.
Blueberry Albums
Gebroken Neus - De Lange Mars -De Ongrijpbare Navajo’s - De Laatste Kaart - Het Einde van de Lange Rit

voorgaande posts | Blueberry [ official website ] | Blueberry [ moorsmagazine.nl ]

donderdag 19 maart 2009
Blueberry [ 7 ]
herlezen: de avonturen van Luitenant Blueberry
Vogelvrij verklaard en Angelface 1974-1975

cover van AngelfaceDeze twee albums worden vaak samen met de drie voorgaande albums als één lang verhaal beschouwd. Vogelvrij verklaard begint waar Ballade voor een Doodskist ophield, in de militaire strafgevangenis van Francisville in Alabama waarin Blueberry terecht gekomen is na zijn onfortuinlijke avontuur in Mexico. Hij is nu definitief de anti-held geworden met een grimmige, kaalgeschoren kop. Charlier en Giraud hebben van hun personage bewust een outcast gemaakt en hem daarmee uitgetild boven het niveau van de gemiddelde cowboystrip. Blueberry is een volwassen strip geworden, maar zonder de hinderlijke sex of het diabolische geweld dat veel strips voor volwassenen aankleeft.

kaart Colorado - New Mexico
het verhaal speelt zich af in Colorado
en New Mexico

Blueberry’s grote kwelgeest in dit tweeluik is de doortrapte Kelly. We maken ook kennis met een nieuw personage, Angel Face naar wie een van de albums genoemd is. Zijn companen McClure en Redneck ontbreken ditmaal, maar Blueberry krijgt wel hulp van de moddervette madame Guffie. Het verhaal draait om een complot waarin de samenzweerders een aanslag op president Ulysses Grant willen plegen. Generaal Grant was in de Burgeroorlog de opperbevelhebber van de Unie, maar de regering onder zijn presidentschap was tamelijk corrupt.

plaat 8b uit Angelface
Angelface plaat 8b
Duffy probeert met haar laatste woorden de president van de Verenigde Staten te overtuigen van Blueberry’s onschuld, maar bereikt tragisch genoeg juist het tegendeel

Ulysses GrantUlysses Simpson Grant (1822 - 1885) was de bekendste Noordelijke generaal in de Amerikaanse Burgeroorlog en tussen 1869 en 1877 de achttiende president van de Verenigde Staten. Ulysses S. Grant was een buitengewoon succesvol generaal en werd daarmee beroemd; zijn regering werd echter doorlopend geplaagd door schandalen en beschuldigingen van corruptie. Hij werd zelf echter nooit aan corruptie schuldig bevonden. ( Bron: nl.wikipedia.org )

voorgaande posts | Blueberry [ official website ] | Blueberry [ moorsmagazine.nl ]

woensdag 18 maart 2009
Blueberry [ 6 ]
herlezen: de avonturen van Luitenant Blueberry
Chihuahua Pearl tot en met Ballade voor een Doodskist 1973-1974

Het is niet de eerste keer dat ik iets schrijf over het drieluik Chihuahua Pearl - De man die 500.00 dollar waard was - Ballade voor een Doodskist. Deze cyclus stamt uit 1973-74 en vormt het hoogtepunt van de reeks Blueberry . Voor Chihuahua Pearl ontving Giraud in 1973 in Amerika de prijs van de beste buitenlandse tekenaar. Charlier’s scenario is een bewerking van The Good, the Bad and the Ugly uit 1966 waarin drie bandieten jagen op een goudschat. De schurken zijn tot elkaar veroordeeld omdat ieder een deel van de waardevolle informatie bezit. Een sleutelrol wordt gespeeld door Chihuahua Pearl een plaatselijke schone uit de Mexicaanse stad Chihuahua. en ook duiken in het verhaal twee oude bekenden van Blueberry op, Finlay en Kimball , twee Jayhawkers die na de Amerikaanse Burgeroorlog naar Mexico zijn gevlucht om hun straf te ontlopen.

Chihuahua Pearl krijgt er flink van langs…
kaart New Mexico
het verhaal speelt zich af in het grensgebied tussen Texas en Mexico

kathedraal van ChihuahuaChihuahua
Chihuahua is de hoofdstad van de gelijknamige staat en van de gelijknamige gemeente in het noorden van Mexico. Chihuahua heeft 698.500 inwoners (2004). De naam komt van het Nahuatl Xicuahua, wat “droge en zandige plaats” betekent. De stad ligt midden in de woestijn in een oase. De plaats was al bewoond voordat Antonio Deza y Ulloa de stad in 1709 stichtte. Na de Franse inval in 1862 was Chihuahua gedurende enige tijd zetel van de tegenregering van Benito Juárez. Tijdens de Mexicaanse Revolutie was het de uitvalsbasis van Pancho Villa. Chihuahua is de beginplaats van de Chihuahua al Pacífico spoorweg.

Bron: nl.wikipedia.org

still uit The Searchers en cover van Ballade voor een Doodskist
voor de omslag van Ballade voor een Doodskist (1974) heeft Giraud goed gekeken naar een still uit de western The Searchers uit 1956. Zoals bij alle andere Blueberry covers laat Giraud hier zien dat hij ook een meester in gouacheverf is. Deze techniek leerde hij begin jaren 60 toen hij samen met Mezieres werkte aan geschilderde illustraties voor een historische encyclopedie voor Uitgeverij Hachette.

Chihuahua Pearl en Ballade voor een doodskist staan op een resp. 30e en 26e plaats in de FransenTop [stripspeciaalzaak.be]

De trilogie verscheen tussen oktober 1975 en april 1977 in Eppo

Blueberry omslagen van Eppo 1975-1976
nog meer jeugdsentiment:
Blueberry op de omslag van Eppo

Blueberry in Eppo
Chihuahua Pearl [01-1975] - [10-1976]
De man die 500.00 dollar waard was [11-1976] - [33-1976]
Ballade voor een Doodskist [34-1976] - [11-1977]

voorgaande posts | Blueberry [ official website ] | Blueberry [ moorsmagazine.nl ]

dinsdag 17 maart 2009
Blueberry [ 5 ]
herlezen: de avonturen van Luitenant Blueberry
De Mijn van Prosit en Het Spook van de Goudmijn 1971-1972

Prosit LucknerIn 1971 schrijft Charlier voor Giraud het scenario voor het tweeluik De Mijn van Prosit en Het Spook van de Goudmijn. Hij baseert zich daarbij op de legende van The Lost Dutchman’s Gold Mine die ook al eens verfilmd is in de western Lust for Gold uit 1949. De belangrijkste bijfiguur, ‘Prosit’ Luckner (zie hiernaast), is geïnspireerd door de legendarische Jacob Waltz (zie kader hieronder). Het verhaal speelt zich af in de Superstition Mountains ten oosten van Phoenix in de staat Arizona. Volgens de liefhebbers behoort dit tweeluik tot het beste dat Charlier en Giraud gemaakt hebben. Niet alleen het scenario is ijzersterk, ook bereikt Giraud hier de top van zijn technische kunnen en maakt van elke plaat een kunstwerkje. De Bande Desinée is nu geen droge pagina meer met vier stroken plaatjes, maar heeft een spannende compositie gekregen waarbij kaders soms geheel ontbreken zodat er lucht komt in het vaste stramien van plaatjes. Ook de inkleuring is beter geworden. Daarom is het des te meer zonde dat de presentatie (de albums uit de jaren zeventig) belabberd is: het goedkope houthoudende papier maakt de kleuren dof en de lijm die de bladzijden bij elkaar zou moeten houden is zo slecht dat de albums soms bij een eerste lezing al van ellende uit elkaar vallen.

The Lost Dutchman’s Gold Mine
The Story of Jacob Waltz

Jacob Waltz arrived in California about 1850. His name appears on several California census records. He prospected and worked as a miner in the mother lode country of California for eleven years. It was on July 19, 1861, in the Los Angeles County Courthouse, Jacob Waltz became a naturalized citizen of the United States of America. Waltz worked as a miner on the San Gabriel River for a man named Ruben Blakney. It was probably here he met Elisha M. Reavis, later to become the “Hermit of Superstition Mountain.”

Jacob WaltzJacob Waltz departed California in 1863, with the Peeples-Weaver Party or a similar group of prospectors headed for the Bradshaw Mountains of Arizona Territory. Waltz was one of the earliest pioneer prospectors in the Bradshaw Mountain area. Waltz’s name appears on the Gross Claim which was filed in Prescott, Arizona Territory on September 21, 1863. His name also appears on a special territorial census taken in 1864. On this census Waltz is listed as a miner, 54 years of age, and a native of Germany. Waltz’s name also appeared on a petition to territorial governor John N. Goodwin soliciting a militia to control the predatory raids of hostile Indians in the Bradshaw Mountains. Jacob Waltz’s name also appeared on the Big Rebel and the General Grant claims in the Bradshaw Mountains. Waltz was very active in the Bradshaw Mountain area between 1863-67.

Jacob Waltz moved to the Salt River Valley in 1868 and filed a homestead claim on 160 acres of land on the north bank of the Salt River. It is from here Waltz began his exploratory trips into the mountains surrounding the Salt River Valley. If Waltz had a rich gold mine or cache he had to have discovered it on one of these prospecting forays. Old timers claim Waltz prospected every winter between 1868-1886. Waltz died in Phoenix, Arizona Territory on October 25, 1891, in the home of Julia Thomas. Clues attributed to Waltz, both during his lifetime and as a deathbed revelation, have not yet resulted in finding the source of his gold.

Bron: superstitionmountainmuseum.org/LostDutchman

Arizona
kaart van Arizona met de Superstition Mountains
Superstition Mountains
Superstition Mountains Arizona

voorgaande posts | Blueberry [ official website ] | Blueberry [ moorsmagazine.nl ]

zondag 15 maart 2009
Blueberry [ 4 ]
herlezen: de avonturen van Luitenant Blueberry
Het IJzeren Paard tot en met Generaal Geelkop 1970-1971

Gov. StanfordNa de man met de zilveren ster beginnen Charlier en Giraud in 1970 weer met een cyclus van ditmaal vier albums Het IJzeren Paard - de man met de Stalen Vuist - Vlakte der Sioux - Generaal Geelkop. Het verhaal speelt zich deze keer niet af in Arizona en New Mexico maar voornamelijk in de noorderlijker gelegen staten Wyoming, Nebraska en Colorado, het grondgebied van de Sioux en Cheyennes. Charlier gebruikt de historische gebeurtenissen opnieuw als decor. Zo gaat het IJzeren Paard over de episode in de Amerikaanse geschiedenis vlak na de Bugeroorlog toen de Union Pacific (Railroad) en de Central Pacific (Railroad) de oost- en de westkust met elkaar gingen verbinden. Hierboven een foto van de Gov. Stanford (het IJzeren Paard) die door de Central Pacific (Railroad) werd gebruikt .

start Union Pacific Railroad
De directie van the Union Pacific Railroad kwam in oktober 1866 bijeen op de 100e meridiaan, waar nu Cozad (Nebraska) ligt, ongeveer 400 km ten westen van Omaha, (Nebraska Territory)

Gov. Stanford is a 4-4-0 steam locomotive originally built in 1862 by Norris Locomotive Works. It entered service on November 9, 1863 and it was used in the construction of the First Transcontinental Railroad in North America by Central Pacific Railroad bearing road number 1. It was Central Pacific’s first locomotive and it is named in honor of the road’s first president and ex-California governor, Leland Stanford. Bron: en.wikipedia.org

Het IJzeren Paard
de beginscene uit Het IJzeren Paard doet mij enigszins denken aan de slotscene van Sergio Leone’s Once Upon a Time in the West
kaart Wyoming
de tweede cyclus van Blueberry speelt zich af in en rond fort Laramie in Wyoming , Nebraska en Colorado

Ook voert Charlier weer historische figuren ten tonele. Zo herkennen we in generaal McAllister (Generaal Geelkop) overduidelijk George Armstrong Custer.

George Armstrong CusterGeorge Armstrong Custer
Remaining in the army after the war, in 1866 he was appointed Lt. Col. of the newly authorized 7th Cavalry, remaining its active commander until his death. He took part in the 1867 Sioux and Cheyenne expedition, but was court-martialed and suspended from duty one year for paying an unauthorized visit to his wife. His army career ended June 25, 1876, at the battle of Little Big Horn, which resulted in the extermination of his immediate command and a total loss of some 266 officers and men. On June 28th, the bodies were given a hasty burial on the field. The following year, what may have been Custer’s remains were disinterred and given a military funeral at West Point.

Bron: civilwarhome.com

albums 7,8,9,10
De tweede cyclus Blueberry verhalen:
Het IJzeren Paard - De man met de ijzeren Vuist - Vlakte der Sioux - Generaal Geelkop

voorgaande posts | Blueberry [ official website ] | Blueberry [ moorsmagazine.nl ]

zaterdag 14 maart 2009
Blueberry [ 3 ]
herlezen: de avonturen van Luitenant Blueberry
de man met de zilveren ster 1969

Na de eerste vijf albums van Fort Navajo die samen een aaneengesloten verhaal vormen, maken Charlier en Giraud de man met de zilveren ster dat een op zichzelf staand verhaal is. Charlier baseert zich op het scenario van Howard Hawks‘ western Rio Bravo uit 1959. McClure die in De lange weg naar Cochise geïntroduceerd werd, speelt een belangrijke bijrol. En we zien dat Giraud zich heeft losgemaakt van de stijl van zijn leermeester Jijé en zijn eigen stijl gevonden heeft.

de man met de zilveren ster
beginscene van de man met de zilveren ster
met een zingende Jimmy McClure

De man met de zilveren ster verscheen in 1970 in Pep. In totaal verschenen er 12 verhalen in dit legendarische stripblad.

Pep covers 1970-1974
jeugdsentiment: Blueberry op de omslag van PEP 1970-1974

Blueberry in Pep
Storm over ‘t westen [1967-36] - [1968-06]
De Eenzame Adelaar [1968-10] - [1968-21]
De lange weg naar Cochise [1968-30] - [1968-51]
Oorlog of vrede [1969-19] - [1969-41]
De man met de zilveren ster [1970-21] - [1970-33]
Het ijzeren paard [1970-52] - [1971-12]
De man met de ijzeren vuist [1971-27] - [1971-38]
De nederlaag van Steelfingers [1972-10] - [1972-22]
Generaal Geelkop [1972-52] - [1973-21]
De mijn van “Prosit” [1973-31] - [1973-51]
Het spook van de goudmijn [1974-13] - [1974-29]
Fort Navajo [1975-05] - [1975-06] (Peptoe)

Bron: users.fmg.uva.nl/pbakker/pep/blueberry.html

de man met de zilveren ster
omslag van de man met de zilveren ster Giraud toont zich hier eveneens zeer bekwaam
in de gouachetechniek

voorgaande posts | Blueberry [ official website ] | Blueberry [ moorsmagazine.nl ]

donderdag 12 maart 2009
Blueberry [ 2 ]
herlezen: de avonturen van Luitenant Blueberry
eerste vijf verhalen van Fort Navajo 1965 - 1969

Toen Blueberry in 1965 voor het eerst in het legendarische Franse stripblad Pilote verscheen en twee jaar later in het eveneens legendarische Nederlandse stripblad Pep had de 27-jarige Giraud al heel veel getekend. Maar de ontmoeting die hij op zijn twintigste had met de Belgische striptekenaar Jijé (Joseph Gillain) zou een beslissende betekenis hebben voor zijn loopbaan en zou indirect ook naar het ontstaan van Blueberry leiden. Overigens is hij niet de enige striptekenaar die veel aan Jijé te danken heeft, daarover meer in het kader helemaal onderaan.

De Weg naar CoronadoVlak voordat Giraud in 1958 voor een reis naar Mexico vertrok, ontdekte hij dat de Belgische meester Jijé bij hem in de buurt van Parijs woonde. Toen hij in 1960 zijn trip naar Mexico en zijn militaire dienst (die hij min of meer kon ontlopen door voor de militaire krant Cinq sus cinq te gaan tekenen) achter de rug had, werd het contact met Jijé omgezet in een samenwerking. Giraud kon voor de 24 jaar oudere nestor van Spirou (Robbedoes) meewerken aan de westernstrip Jerry Spring, die Jijé in 1955 begonnen was. Voor het verhaal De Weg naar Coronado mocht Giraud de platen gaan inkten die door Jijé in potlood getekend waren. Zo groeide hij in de stijl van zijn leermeester, die hij pas in 1969 zou loslaten.

In de eerste verhalen van Ford Navajo is er zo weinig verschil tussen de tekeningen van leerling en leermeester, dat het in De Lange Weg naar Cochise (1968) niet eens opvalt dat de platen 18 tot en met 32 niet door Giraud maar door Jijé zijn getekend. Het is een robuuste stijl met stevige gesloten contouren en zwaar penseelwerk. Het eerste verhaal van Blueberry verscheen in 1975 als zwart-wit bijlage in Pep (Peptoe) zodat je Ford Navajo in kleur én zwart-wit met elkaar kan vergelijken. De kleur heeft eigenlijk weinig toegevoegde waarde en Jijé’s robuuste stijl is echt toegesneden op de krantenstrip die in zwart-wit gedrukt werden.

Fort Navajo
beginscene uit Fort Navajo

Een tweede ontmoeting die belangrijk was voor Giraud’s leven was met de scenarist Charlier, eveneens een Belg. Hij ontmoette hem op de redactie van Pilote toen hij naar werk zocht. Gelukkig had hij goede referenties want hij had met Jijé samen aan Jerry Spring gewerkt. Daarbij had hij op zijn reis door Mexico zelf Navajo’s ontmoet en zijn ‘indianenverhalen’ vielen goed op de redactie. Zo ontstond het idee om een cowboystrip te gaan maken. Charlier schreef voor hem de eerste pagina’s van Fort Navajo maar wachtte vervolgens af, want hij wilde zien wat Giraud ervan zou gaan maken. Het was het allereerste begin van Blueberry, het jaar 1963.

Jean-Michel Charlier (1924 - 1989) was een scenarist die zich uitstekend documenteerde. Voor de eerste verhalen van Fort Navajo baseerde hij zich op de zogenaamde Apache Wars (zie hieronder) die na de Amerikaanse Burgeroorlog in de pas toegevoegde staten Arizona en New Mexico werden uitgevochten. Het legendarische opperhoofd Cochise speelt eveneens een grote rol in deze eerste cyclus van vijf verhalen (Fort Navajo - Storm over ‘t westen - De Eenzame Adelaar - De lange weg naar Cochise - Oorlog of vrede) Aanvankelijk kreeg Blueberry niet de enige hoofdrol, maar speelden Craig en Crow, zijn wapenbroeders uit het fort, ook belangrijke rollen. Daarom heette de serie in het begin nog Fort Navajo.

kaart Arizona
de eerste vijf verhalen van Fort Navajo spelen zich af een paar jaar na de Amerikaanse Burgeroorlog in de staten Arizona en New Mexico, het grondgebied van de Apaches en hebben de Apache Wars (zie hieronder) als historische achtergrond
the Apache Wars
When the United States went to war against Mexico, many Apache bands promised U.S. soldiers safe passage through their lands. When the U.S. claimed former territories of Mexico in 1846, Mangas Coloradas signed a peace treaty, respecting them as conquerors of the Mexicans’ land. An uneasy peace (a centuries old tradition) between the Apache and the now citizens of the United States held until the 1850s, when an influx of gold miners into the Santa Rita Mountains led to conflict. In 1851, near Pinos Altos mining camp, Mangas was personally attacked by a group of miners who tied him to a tree and severely beat him. Similar incidents continued in violation of the treaty, leading to Apache reprisals. In December 1860, thirty miners launched a surprise attack on an encampment of Bedonkohes Apaches on the west bank of the Mimbres River. According to historian Edwin R. Sweeney, the miners “…killed four Indians, wounded others, and captured thirteen women and children.” Retaliation by the Apache again followed, with raids against U.S. citizens and property. This period is sometimes called the Apache Wars.
 
Bron: en.wikipedia.org

Joseph GillainJoseph Gillain - Jijé (1914-1980)
de leermeester van Giraud

Samen met Georges Remi (Hergé) is
Joseph Gillain (Jijé) een van de vaders van het Belgische beeldverhaal. Terwijl Hergé aan het begin stond van wat we later de Brusselse School zijn gaan noemen, geldt Jijé als de grondlegger van de School van Marcinelle. Tot de eerste School rekenen we o.a. Edgar P. Jakobs en Jacques Martin die Hergé volgden met de zgn. ‘klare lijn’. Tot de School van Marcinelle rekenen we bijvoorbeeld Franquin, Peyo, Will en Roba maar ook Giraud begon als leerling van Jijé te tekenen binnen deze School. Toen Joseph Gillain (Jijé) op 19 juni 1980 overleed, verscheen een paar weken later de Robbedoes met een rouwomslag in zwart-wit. Jijé was ook een beetje de vader van Robbedoes/Spirou. Ook al was hij niet de schepper van deze figuur (die eer komt de Franse tekenaar Rob Vel toe), tijdens de oorlog was Jijé de stuwende kracht achter het legendarische Belgische stripblad Robbedoes/Spirou. De Nederlandstalige Robbedoes verdween vier jaar geleden na 67 jaar van de markt, de Franstalige Spirou leeft gelukkig nog voort. Jijé’s leerlingen [André] Franquin (Robbedoes en Kwabbernoot, Ton en Tineke, Guust), Peyo [Pierre Culliford] (Johan en Pierewiet, de Smurfen), Will [Maltaite] (Baard en Kale, Isabel) en [Jean] Roba (Bollie en Billie) (Morris [Maurice de Bevere] (Lucky Luke) ontbrak) kwamen na de dood van hun leermeester op de redactie van Robbedoes/Spirou in Brussel bijeen om herinneringen op te halen aan hun leermeester. Inmiddels zijn ook deze legendarische striptekenaars niet meer onder ons. Naast Jean Giraud, is Eddy Paape (Jan Kordaat, Luc Orient) Jijé’s oudste en nog in leven zijnde leerling. Hij hoopt in juli 89 te worden. Tegenwoordig heeft Jijé een eigen museum en op deze prachtige webpagina is een selectie van Jijé’s strips te bekijken.

voorgaande aflevering | Blueberry [ official website ] | Blueberry [ moorsmagazine.nl ]
Blueberry [ zozolala.com ]

woensdag 11 maart 2009
Blueberry [ 1 ]
herlezen: de avonturen van Luitenant Blueberry

Vorige week maakte ik de stripalbumreeks Blueberry (bijna) compleet en dat is voor mij een aanleiding om de hele serie te herlezen en daarbij ook eens te gaan kijken wat er op internet over deze Frans-Belgische BD (Bande Desinée) te vinden is…

BlueberryIk maakte voor het eerst kennis met Blueberry als negenjarig jongetje begin 1973 toen het verhaal Generaal Geelkop in PEP verscheen voordat het in albumvorm werd uitgebracht. Lezen deed ik nog niet, teveel tekst en een te ingewikkeld verhaal voor een negenjarige, die zich liever beperkte tot één pagina Flippie Flink of Peanuts . Eind jaren zeventig was ik geestelijk rijp geworden voor deze anti-held en kon ik de ruigheid van de western waarderen. Met de strip Blueberry word je net als in de western ondergedompeld in een wereld van slechterikken en corrupte braverikken. Niemand deugt. Behalve dan de anti-held een beetje. Mike S. Blueberry is aan de buitenkant gemodeleerd naar de Franse filmster Jean Paul Belmondo en aan de binnenkant naar Clint Eastwood in zijn rol als Blondie in The Good, the Bad and the Ugly. Hij wordt omgeven door allerlei tuig van de richel: desperado’s, bandieten, outlaws, premiejagers en niet te vergeten corrupte overheidsdienaren. Giraud tekent ze treffend, een beetje als dieren, vaak met kleine oogjes en smalle sluwe tronies zoals Lee van Cleef (The Bad) of juist als vadsige zwijnen wanneer het corrupte ambtenaren betreft. Je moet er van houden. Zoals je in het genre van de western weer allerlei soorten hebt, zo is Blueberry ook weer een bepaald soort western. Hoewel voor Jean Giraud de westerns van Sam Pekinpah het neusje van de zalm zijn, heeft tekstschrijver Jean-Michel Charlier vooral gekeken naar de spaghettiwestern. het drieluik Chihuahua Pearl - De man die 500.000 dollar waard was - Ballade voor een Doodskist is zelfs helemaal gebaseerd op Sergio Leone’s dollartrilogie. Niemand deugt er nog, er is verraad op verraad en de plotwendingen leiden uiteindelijk niet bepaald naar een happy end. Giraud en scenarist Charlier kiezen voor de rauwe interpretatie van het ‘wetteloze’ Wilde Westen, waar de snelheid en de nauwkeurigheid van de revolver(held) het verschil uitmaken tussen leven of dood.

In de komende weken zal ik de complete reeks Blueberry verhalen die door Giraud tussen 1963 en 2005 getekend is, de revu laten passeren. Voor mij is het genot van het lezen van een Blueberry vooral ook het genot van het kijken naar de meesterhand van Giraud/Moebius. Hij is een van de meest virtuoze (strip)tekenaars die ik ken en hieronder kun je zien hoe hij het allemaal uit zijn mouw schudt. In de eerste video laat hij het inktwerk zien in de tweede video tekent hij het schema van Blueberry’s kop rechtstreeks met een marker uit zijn hoofd.


Giraud inkt potloodtekening van Blueberry
let op de virtuoze dynamiek in zijn penseelvoering

Giraud tekent Blueberry rechtstreeks

Blueberry [ official website ] | Blueberry [ wikipedia ]
Blueberry [ moorsmagazine.com ]

donderdag 29 januari 2009
tweede jeugd
Stripblad Eppo is terug en ligt vanaf vandaag weer in de winkels

Toen ik in 1975 van de lagere school naar de brugklas ging, maakte ik de metamorfose mee van de PEP naar de Eppo. Ruim dertig jaar geleden had je nog een computerloze jeugd en strips waren veel belangrijker dan tegenwoordig. Zeker voor mij, een jongen van twaalf die de bovenmeester had opgebiecht dat hij striptekenaar wilde worden. De klas had erom moeten lachen, maar het was wel degelijk serieus bedoeld. De PEP en de Eppo waren voor mij heilige lectuur en ik gooide geen nummer weg tot op de dag van vandaag. Met het gevolg dat ik nog altijd bijna 6 jaargangen PEP compleet (1970-1975) en ruim 6 jaargangen Eppo compleet (1976-1981) heb staan.

aankondiging van Eppo in 1975
Deze aankondiging van Eppo verscheen in het allerlaatste nummer van PEP in september 1975
vandaag verschijnt Eppo na 34 jaar opnieuw…

Deze week keert Eppo terug en richt zich vooral op lezers zoals ik, veertigers en dertigers die tussen 1975 en 1989 het blad lazen en die nu bijna honderd Euro per jaar over hebben voor hun tweewekelijkse dosis jeugdsentiment. Ik vind het wel jammer dat voor de naam Eppo is gekozen en niet voor PEP. Maar dat zal te maken hebben met het feit dat het stripblad PEP de nostalgische en koopkrachtige dertigers weinig of niets zegt. Ik hoop dat deze reanimatie een serieuze kans van slagen heeft en het stripverhaal in Nederland een tweede jeugd krijgt. Aan het team van Nederlandse toptekenaars zal het niet liggen. Onder deze tekenaars vinden we ouwe rotten als Dick Matena, Daan Jippes, Martin Lodewijk en Henk Kuijpers die ooit begonnen in PEP (en Donald Duck) en die na veertig jaar de meesters zijn van het Nederlandse stripverhaal. Ik steun dit initiatief van harte met het kopen van een los nummer, om te beginnen…

Heb je weleens heimwee naar de jaren 70 en 80? Toen het hoogtepunt van de week dat moment was, waarop de brievenbus klepperde en de nieuwe Eppo op de deurmat viel. Nou… Die tijd komt weer terug!!! Het legendarische stripblad Eppo komt terug! Vanaf 29 januari 2009 verschijnen er maar liefst 25 nieuwe nummers. Dat betekent dus ook splinternieuwe avonturen van onder andere Storm, Franka, De Partners en Agent 327. Verhalen die speciaal voor Eppo worden gemaakt. Maar daar blijft het natuurlijk niet bij! Tal van andere artiesten staan te popelen om voor Eppo aan de slag te gaan, en jou elke twee weken te verrassen met een superblad.
 
Bron: eppostripblad.nl

de terugkeer van Eppo [ wereldomroep.nl ] | Eppo terug van weggeweest [ adformatie.nl ] | strips horen door de brievenbus [ nrcnext.nl ]

zaterdag 25 oktober 2008
stripmarathon
vorige week zaterdag was het 24 hours comic day
24 hours comic day
volle bak afgelopen zaterdag bij stripantiquariaat Lambiek in Amsterdam

24hourcomicsday.com | lambiek.net

zondag 21 september 2008
wat een nul ben ik …
vannacht gezien op Canvas: American Splendor (2003)

American SplendorVerwacht in een verfilming van of over een underground comic geen heroes, winners of happy end. Want de Amerikaanse underground comic is de volmaakte tegenhanger van de American Dream met zijn superhelden. Als je Ghost World gezien hebt, ken je de toonzetting: schlemielige figuren die gewapend met gitzwarte zelfspot door het leven sukkelen. Voordat Ghost World verfilmd werd, maakte regisseur Terry Zwigoff een documentaire over Robert Crumb, het boegbeeld van de Amerikaanse underground comic. Crumb speelde in Ghost World (2001) en in American Splendor ook weer een rol. Hij is het prototype van de loser: een schutterige neuroot die zijn foute uiterlijk heeft gecultiveerd en er eigenaardige hobbies op nahoudt, zoals het verzamelen van 78-toeren platen. In Harvey Pekar, die de hoofdrol speelt in American Splendor, ontmoeten we zijn evenknie. Pekar is een gloomy guy die zich in het deprimerende Cleveland ook al niet thuis voelt.

American Splendor is een mix van documentaire, zwarte komedie en graphic novel. We zien interviews met Harvey Pekar en volgen ondertussen zijn leven terwijl hij gespeeld wordt door Paul Giamatti. Net als Steve Buscemi (die de rol van Seymour vertolkt in Ghostworld ) speelt Giamatti meestal een sukkelige man. Hij zet Pekar overtuigend neer, met een permanente frons van kwelling en verongelijktheid op zijn gezicht. Wanneer hij in de spiegel kijkt, lezen we in zijn gedachtenwolkje “There’s another reliable disappointment.”

Harvey Pekar
Harvey Pekar is een archiefbediende in een ziekenhuis in Cleveland, die niet bepaald gelukkig is met zichzelf of z’n leven: hij is geen adonis, zijn vrouw heeft hem net in de steek gelaten, zijn job gaat helemaal nergens naartoe en dan raakt hij nog z’n stem kwijt ook. Geïnspireerd door een ontmoeting met Robert Crumb, begint hij in de jaren zeventig stripverhalen te schrijven over zijn eigen leven – alle banale, kleingeestige, futiele details van z’n deprimerende bestaan kotst hij in één gulp uit in zijn comic-scenario’s. De tekeningen zijn niet meer dan rudimentaire figuren, streepjes en bolletjes, maar Crumb ziet er voldoende brood in om zichzelf aan te bieden als illustrator. De underground stripreeks American Splendor is geboren.
 
Tijdens de jaren tachtig wordt Pekar een soortement symbool voor de loser die er ongegeneerd een statement van maakt een loser te zijn. Zijn strips worden razend populair in het circuit, hij wordt een vaste gast op de David Letterman-show en hij vindt onder zijn fans zelfs een nieuwe echtgenote: Joyce Brabner (Hope Davis), een hypochondrische vrouw die zelf ook niet gespeend is van persoonlijkheidsproblemen.
 
Bron: digg.be

americansplendormovie.com | american splendor [wikipedia] | underground movies

vrijdag 22 augustus 2008
Sergio Mora [ 2 ]
… tekent ook strips
la cara occulta de la luna
het verborgen gezicht van de maan
door Sergio Mora

sergiomora.com

vrijdag 15 augustus 2008
Lou Brooks
… is een retro comic illustrator uit Californië
Lou Brooks
Lou Brooks Thriller

loubrooks.com

dinsdag 22 juli 2008
Brussel stripstad
Honderden levensgrote stripfiguren op de muren van Brusselse gevels
Brussel stripstad
op de site brusselstripstad.be kun je via google maps de lokaties van alle muurschilderingen vinden zoals deze in de Loofstraat / Rue de la Verdure
Brussel stripstad
… met een muurschildering van Isabelle en Calendula door tekenaar Will(y Maltaite)

WillWill (Willy Maltaite 1927-2000)
Zonder enige artistieke opleiding gevolgd te hebben begint hij op vijftienjarige leeftijd te schilderen. Kort daarna sluit hij zich aan bij de groep tekenaars rond Jije, die later in de stripwereld als de School van Marcinelle bekend zou worden. Tot die groep behoorden ook Morris, Franquin en Paape. Will tekent Les Mysteres de Banbochal, neemt in 1949 de langlopende reeks Baard en Kale over van tekenaar Dineur (op scenario van Rosy), start de reeks Eric et Artimon en begint in 1970 met Isabel, op tekst van Yvan Delporte en Franquin. Zijn zoon Eric Maltaite heeft de liefde voor het beeldverhaal van zijn vader overgenomen en is ook striptekenaar van beroep geworden.

Bron: strippagina.nl

brusselstripstad.be | stripmuren | muurschilderingen | Isabelle en Calendula

dinsdag 1 juli 2008
my favourite things [ 16 ]
animatiefilm peur(s) du noir met o.a. werk van Charles Burnes
Peurs du noir
still uit peur(s) du noir

Imagine Herge’s brightness, the sardonic darkness of the 50’ horror comic strips, add a good dose of teenage ill-being and you will grasp what Charles Burns world is about. He was born 50 years ago in Washington D.C and he was launched at the beginning of the 1980’s by Art Spiegelman and Françoise Mouly in the pages of Raw magazine. Since he has completed several works (Defective stories, El Borbak) published around the world. He has just completed Black hole, his longest work whose publication is on its way in France. He is the illustrator of the first anthology of grunge music; he has also illustrated the CD “Brick by brick” by Iggy Pop, of whom he is a great fan.

Bron: primalinea.com

fear(s) of the dark | my other favourite things

zaterdag 7 juni 2008
stripdagen Haarlem
dit weekend zijn de Stripdagen Haarlem 2008
stripdagen Haarlem 2008

stripdagenhaarlem.nl

donderdag 15 mei 2008
underground Disney
Brian Taylor is Candykiller

Brian Taylor zit in dezelfde hoek als Gary Baseman, Gary Taxali, Gary Leib en Christian Northeast en mixt vintage toys en underground comix vrolijk door elkaar heen. Net als Gary Baseman houdt hij van een feestelijke morbiditeit die ik associeer met Halloween .

Candy Killer
gallery op candykiller.com
Candy Killer

Candykiller Blog

zaterdag 3 mei 2008
Picha
Picha, tentoonstelling van 19 Afrikaanse striptekenaars
Afrikamuseum Berg en Dal, 26 april t/m 31 augustus
Afrikaanse strips bieden een originele en creatieve kijk op de bewogen werkelijkheid in Afrika. Van 26 april t/m 31 augustus 2008 kan deze werkelijkheid ontdekt worden op de striptentoonstelling Picha, met werk van 19 striptekenaars uit alle delen van Afrika. De tentoonstelling is te zien in het Afrika Museum in Berg en Dal. Daarna reist hij door naar Lagos (Nigeria) en Sao Paolo (Brazilië). Picha (’tekening’ in het Swahili) is een initiatief van NCDO en het Afrika Museum.
A l'ombre du Baobab
A l’ombre du Baobab is een verzameling stripverhalen van diverse Franssprekende Afrikaanse tekenaars, uitgegeven door de organisatie Equilibres & Population en gelanceerd op het Angouleme Comics festival in 2001
De tentoonstelling bevat originele tekeningen, stripalbums en gepubliceerde strips in kranten en tijdschriften van de geselecteerde tekenaars. De strips zijn afkomstig uit heel Afrika en geven een beeld van de diversiteit en rijkdom van de Afrikaanse stripcultuur. Aan de presentatie van elke tekenaar is een thema gekoppeld, waarmee dieper wordt ingegaan op de karakteristieken van de Afrikaanse stripwereld. Bezoekers kunnen zo kennis maken met een andere (onbekende) kant van Afrika: die van tekenaars die de strip als kunst, voorlichtings- en communicatiemiddel aanwenden om een beeld te scheppen van hun werkelijkheid. De tentoonstelling is samengesteld door Joost Pollmann, directeur van de Stripdagen Haarlem en stripjournalist van de Volkskrant.
 
Bron: picha.nl

Database met 140 striptekenaars uit 55 Afrikaanse landen

Speciaal voor de tentoonstelling is een database ontwikkeld met informatie over en werk van meer dan 140 striptekenaars uit alle 55 Afrikaanse landen. Deze database is evenals de tentoonstelling uniek te noemen: nooit eerder werd op systematische wijze de Afrikaanse stripcultuur in kaart gebracht. De database is samengesteld door Joost Pollmann en Alain Brezault, Frans scenarioschrijver en kenner van de Franstalige strip in Afrika.

direct naar de database

picha.nl | afrikamuseum.nl

woensdag 2 april 2008
Het heiligdom van Gondwana
vandaag komt na 4 jaar weer een nieuwe Blake en Mortimer uit

Drie jaar geleden schreef ik hier iets over De Sarcofagen Van Het 6e Continent, het laatste verhaal Blake en Mortimer. Het volgende album De Vervloeking van de Dertig Penningen had allang verschenen moeten zijn, maar op 15 november 2006 overleed onverwacht René Sterne, de tekenaar die samen met Jean van Hamme aan dit verhaal werkte. Daarom moesten we tot vandaag wachten op het album Het heiligdom Van Gondwana (Le Sanctuaire du Gondwana) van het team Yves Sente en André Juillard.

Blake en Mortimer
de nieuwste Blake en Mortimer
Mortimer heeft van zijn expeditie naar de Zuidpool een steen meegebracht die hem op het spoor zet van een mysterieuze beschaving, waarvan de bakermat blijkt te liggen in de krater van de Ngorongoro, niet ver van het Victoriameer. Het is de start van een uitbundige avontuur, dat onze beide helden voor het eerst naar donker Afrika en Tanganyika (het huidige Kenia en Tanzania) brengt met de terugkeer van de beroemdste gentleman strip, maken Yves Sente en André Juilliard een verrassende thriller, die de vele liefhebbers van deze serie en het avontuur in het algemeen veel vreugde zal schenken.
 
Bron: strippagina.nl
Blake en Mortimer

blakeetmortimer.com | Blake en Mortimer [ wikipedia ] | jacobs2004.com

donderdag 28 februari 2008
jeugdheld
gisteren twee albums van Lefranc gekocht
getekend door Gilles Chaillet

Vorig jaar schreef ik hier iets over Lefranc, een van mijn papieren jeugdhelden. Hoe ik als jongetje van twaalf diep onder de indruk kwam van een oubollig jaren vijftig verhaal. Maar ik wil het blijven koesteren. En daarom kocht ik gisteren, bijna 33 jaar later, twee albums van Lefranc. Gaat het nog steeds om die jeugdheld of gaat het voorgoed om dat jongetje van twaalf? Misschien dat ik het ditmaal definitief kan ontraadselen.

Lefranc
De Apocalyps en Het Doelwit verschenen voor het eerst in 1987 en 1989

Gilles ChailletGilles Chaillet werd in 1946 geboren in Parijs en was van kinds af aan geïnteresseerd in geschiedenis in het algemeen en de geschiedenis van Italië in het bijzonder, in eerste instantie vooral de Italische oudheid en later de geschiedenis van middeleeuws Italië. In 1965 gaat hij werken voor de Franse uitgever Dargaud, waar hij de inkleuring verzorgde voor reeksen als Mick Tangy en Blueberry. Vanaf 1973 werkt hij anoniem mee aan de 14 kleine stripboekjes over Idéfix, het hondje van Obelix uit de stripreeks Asterix van René Goscinny en Albert Uderzo. Vanaf 1976 werkt hij mee aan de stripreeksen Lefranc en Alex van Jacques Martin.
(Bron: nl.wikipedia.org)

woensdag 6 februari 2008
strip en kunst
morgen opent in het Singer Museum in Laren
de tentoonstelling Strip en Kunst, tot 27 april 2008
strip en kunst 2008

stripenkunst.nl

woensdag 19 december 2007
Nicolas Tual
is een 21-jarige straatkunstenaar en designer uit Lille
dekor

dekoreone.com | interview met Nicolas Tual [ feedmecoolshit.com ]

donderdag 6 december 2007
Austin Briggs
…was een legendarische striptekenaar en illustrator uit de VS
Austin Briggs
Chevrolet, 1958
Austin Briggs ( 1908 - 1973 ) was a cartoonist and illustrator. Born in Humboldt, Minnesota he grew up in Detroit, Michigan before moving to New York City as a teenager. After working for a while at an advertising agency, he became an assistant to the cartoonist Alex Raymond on Flash Gordon and succeeding him on Secret Agent Corrigan. In 1940 he drew a Flash Gordon Daily strip which he stayed on till about 1944, when he moved into illustrations for books and magazines such as Readers Digest and The Saturday Evening Post. He was one of the founding faculty for the Famous Artists School. In 1969 he was elected to the Society of Illustrators’ Hall of Fame.
 
Bron: en.wikipedia.org

Austin Briggs [ flickr.com ] | Austin Briggs [ todaysinspiration.blogspot.com ]
Austin Briggs [ lambiek.net ]

maandag 8 oktober 2007
woestijnervaring [ 11 ]
elfde dag: Gizeh en Sakkara

In onze pelgrimage nemen we vandaag een uitstapje naar het land van de farao’s en we bezoeken de ouste bouwwerken ter wereld. Archeologen zijn het er tegenwoordig over eens dat we de grote piramides uit het Oude Rijk (van de farao’s Cheops, Chefren en Mykerinos) moeten dateren rond 2500 voor Christus. De trappenpiramide van farao Djoser (bij Sakkara) die we ’s middags zullen bezoeken, is zelfs nog iets ouder. In de tijd van Mozes en de exodus uit Egypte bestonden deze bouwsels al ruim duizend jaar!

Gizeh
piramide van Cheops met sfinx

piramide van DjoserDe trappenpiramide van Djoser is oorspronkelijk niet als dusdanig opgezet, maar begon als mastaba, een klassieke Egyptische grafvorm. In latere stadia werd het grondvlak vergroot, tot uiteindelijk 126 bij 109 meter, en werden steeds kleinere trappen toegevoegd. Uiteindelijk kwamen er zes trappen voor een totale hoogte van meer dan 60 meter. Onder de piramide zijn er verschillende galerijen en kamers en één van die kamers is de eigenlijke grafkamer. Er is in de zuidmuur een klein graf, waarin het ka-beeld van de farao stond. De naam trappenpiramide stamt niet uit de vroegere tijd maar uit de 19e eeuw. Het heet zo omdat de piramide niet echt een piramide is, men kan als het ware op de trappen lopen. De piramide kan gezien worden als het helder is uit Caïro.

Bron: nl.wikipedia.org

Het geheim van de grote pyramide (1959)Naast een boek over de woestijnvaders heb ik ook drie stripboeken meegenomen naar Egypte. De boog kan nu eenmaal niet altijd gespannen zijn. Zeggen ook de woestijnvaders. Het geheim van de Grote Piramide (deel een en twee) is niet zomaar een stripverhaal. Het verhaal uit 1954 is een onbetwiste klassieker. Een echt jongensboek waar ik vroeger van gesmuld heb en zeker van blijf smullen, ook dertig jaar later weer. Edgar P.Jacobs forever!
 
 
De Sigaren van de faraoVan de andere grote meester van de Brusselse school Hergé, neem ik ook een stripalbum mee en het was ook geen moeilijke keuze welke Kuifje het moest worden. De sigaren van de farao tekende Hergé in 1934 maar in 1954 verscheen pas de ingekleurde versie die wij nu kennen. Aardig detail: een van de gemummificeerde Egyptologen op de omslag (tweede van rechts) heet E.P. Jacobini, een verwijzing naar Edgar P. Jacobs, met wie Hergé goed bevriend was.

maandag 24 september 2007
duivelskunstenaar
gezien: gisterenavond bij close up op Nederland 2: Moebius
De kunst van het striptekenen

ArzachIk ken Jean Giraud als de tekenaar van de strip Blueberry al vanaf 1972. Zijn alter ego Moebius leerde ik pas in 1980 kennen met de strip Arzach samen met andere tekenaars van het Franse stripblad Métal Hurlant: Druillet, Bilal en Dionnet. Strips bleken zoveel meer te kunnen zijn dan Donald Duck, Kuifje of Asterix. Het beeldverhaal was ook een vorm van kunst. Juist de tekenaars van Métal Hurlant vestigden hier samen met de Amerikaanse underground comic artists de aandacht op. Moebius (Jean Giraud) ontwierp ook decors, kostuums en rekwisieten voor fantasyfilms (o.a. Alien, Dune, the Fifth Element). Daarmee bewees hij meer te zijn dan alleen een striptekenaar. Naast het fenomenale tekentalent dat hij gekregen heeft, heeft hij een heel persoonlijke ingang gevonden van een bizarre fantasiewereld. Hijzelf schrijft dat toe aan iets dat van buitenaf in hem komt: goden, geesten of buitenaards leven, hij weet het niet precies.

Blueberry
Mike Blueberry, virtuoos getekend

In deze documentaire komt ook de necromane kunstenaar Giger aan het woord, die evenals Moebius demonische fantasieën zichtbaar maakt. Niet mijn favouriete genre. Toch heb ik wel gekozen voor een fragment van het Isenheimer Altaar (de verzoeking van de heilige Anthonius door Matthias Grünewald, ca. 1514) rechtsboven in de header van deze weblog. Daarin wordt de heilige Anthonius belaagd door wezens uit een duistere fantasiewereld. Maar er is voor mij één groot verschil met het werk van Giger en Moebius en dat van de late middeleeuwer. Grünewald’s verbeelding is ingebed in de Traditie van de Kerk, terwijl de voorstellingen van Giger en Moebius in een relatief korte traditie staan van Science Fiction en Fantasy, los van God. Hoewel ik enorm onder de indruk ben van het tekentalent van Gir, Jean Giraud en Moebius (alledrie dezelfde persoon), ben ik niet gecharmeerd van zijn zwartgalligheid, die uiteraard met ‘humor’ verteerbaar wordt gemaakt.

Jean Giraud alias MoebiusDe Franse striptekenaar Jean Giraud, alias Moebius, tilt met zijn ongekende tekentalent in de jaren zestig en zeventig het stripgenre naar een hoger artistiek niveau. Tegelijkertijd breekt hij met de traditionele superheldenclichés van de Amerikaanse stripverhalen. Het resutaat is oogverblindend mooi. De Franse kunstenaar en auteur Jean Giraud, oftewel Moebius, is één van de meest invloedrijke en vernieuwende striptekenaars ooit. Als mede-oprichter van het stripmagazine ‘Métal Hurlant’ schept hij in de jaren zeventig een heel nieuwe, ‘volwassen’ kijk op de kunst van het striptekenen, die stof doet opwaaien in de wereld van de Franse bourgeoisie en die van de Amerikaanse striptekenaars. Met series als ‘Blueberry’, over een cowboy, en fantastische, surrealistische verhalen als ‘John Difool’, maar ook met decorontwerpen voor films als ‘The Fifth Element’, weet Giraud een enorm publiek te bereiken.
 
documentaire.nl

Jean Giraud: biography Jean Giraud
Moebius : stripschrift.nl | close up [ avro.nl ]
Blueberry : blueberry-lesite.com | moorsmagazine.com | alle albums op een rij

vrijdag 14 september 2007
Richard Sala
… is een underground comicbook artist uit Berkeley
Richard Sala

richardsala.com | Richard Sala bij Fantagraphics Books | interview met Richard Sala

woensdag 18 juli 2007
virtuoze atoomstylist
vandaag 17 jaar geleden verongelukte Yves Chaland (1957 - 1990)
en ik las de strip Freddy Lombard uit 1981

Yves Chaland was de belangrijkste vertegenwoordiger van de retro atoomstijl en de gedoodverfde opvolger van Hergé en Franquin. Door zijn vroege dood in 1990 heeft hij nooit bij het grote publiek bekendheid gekregen. Maar van mij mag Chaland zo in het rijtje van Franquin (Guust), Hergé (Kuifje) en Edgar P.Jakobs (Blake en Mortimer).

Freddy Lombard
Freddy Lombard
Het Testament van Godfried van Bouillon, 29 pagina’s

Zijn personage Freddy Lombard heeft net als Kuifje… een kuifje dus, maar ziet er voor de rest heel anders uit. Hergé definieert zijn wereld in een klare lijn (soms spreekt men over het beheerste wit) en er is nauwelijks dynamiek. Yves Chaland tekent met een penseel, vaak in een aanzwellende zware lijn en oogt daardoor veel expressiever. Alleen al voor het tekenen van plooien geeft het penseel meer schwung aan de klare lijn. Bovendien kun je mooi met licht-donker contrasten werken. Net als in undergroundcomics of de film-noir is de zeggingskracht van het pure zwart-witbeeld een onderdeel van zijn stijl, ook al is (en wordt) zijn werk meestal (mooi!) ingekleurd uitgegeven.

Yves Chaland
voorbeeld van Chaland’s virtuoze stijl

Yves ChalandOn April 3rd, 1957 a great artist was born in Lyon: Yves Chaland. He studied at the Art Academy of St. Etienne together with Luc Cornillon. Chaland was “the” representator of atoomstijl/style atome, a retro movement named after the 1958 expo building “Atomium” in Brussels, showing their appreciation to the artists from the fifties and the 1950’s design.

During his academy days he released some of his work in the home made magazine “L’Unité de Valeur". Jean-Pièrre Dionnet spoted the magazine and saw a great talent in Chaland and asked him to work for Ah Nana and Métal Hurlant, he started back in 1978. It’s Métal Hurlant in which leading characters as Bob Fish (1980), Adolphus Claar (1981), Jeune Albert (1982) and Chalands biggest breakthrough Freddy Lombard (1981) saw the daylight. In 1982 he brought Spirou back to his roots with his retro “Jijé” alike style in Les aventures de Spirou for Spirou Magazine. The story only recently got released in a legally released album by Dupuis.

Bron: atoomstijl.nl

Yves Chaland [ lebrunf9.free.fr] | Freddy Lombard [zozolala.com]

dinsdag 17 juli 2007
twee stripheldinnen
Yoko Tsuno en Franka
van resp. Roger Leloup (1933) en Henk Kuijpers (1946)
en ik herlas het Franka-album Circus Santekraam uit 1980

Yoko TsunoTwee jaar geleden schreef ik hier een stukje over de strip Yoko Tsuno van de Belgische striptekenaar Roger Leloup. Deze verscheen vanaf 1969 in Robbedoes/Spirou, maar ik leerde de strip pas in 1978 leerde kennen. Ik was toen enorm onder de indruk van het gedetaileerde tekenwerk. FrankaEenzelfde soort indruk maakte op mij als 11-jarig jongetje in 1974 het Misdaadmuseum van Henk Kuijpers, waarin Franka voor het eerst verscheen. Nog altijd bewaar ik twaalf complete jaargangen (1970 t/m 1981) PEP/EPPO in de kast, met daarin de eerste vijf Franka-verhalen.

Striptekenaars blijven eigenlijk 12-jarige jongetjes, als ze geluk hebben.

franka.nl

Franka, het zwaard van IskanderIn 1981 sloeg mijn passie voor strips om in een passie voor schilderkunst. Maar mijn liefde voor het beeldverhaal verdween nooit helemaal en weerhield mij ervan om afstand te doen van een kast vol Robbedoezen, Kuifjes, PEP’s EPPO’s en honderden albums. Vijfentwintig jaar later ben ik erg gelukkig met deze verzameling, zeker nu alle Nederlandstalige stripbladen in het computertijdperk ten onder zijn gegaan. Maar nu het web er dan is, is er wel een nieuwe mogelijkheid om het verloren contact een beetje te herstellen. En doordat ik al zolang de ontwikkelingen niet meer gevolgd heb, kom ik voor veel verrassingen te staan. Zo ontdekte ik vandaag een prachtige website van Henk Kuijpers met heel veel materiaal over zijn heldin. Inmiddels is Henk Kuijpers na 32 jaar bij zijn 19e Franka album (het zwaard van Iskander) en werkt hij nu aan zijn 20e: De witte godin. En Roger Leloup is na 38 jaar bij zijn 24e Yoko Tsuno album (de zevende code)

Yoko Tsuno, de zevende codeToch wil ik Yoko Tsuno en Franka niet teveel met elkaar vergelijken, want er zijn grote verschillen tussen beide stripheldinnen: Yoko is de oosterse high tech girl, Franka de frisse Hollandse babe die het woord stripheldin soms heel letterlijk neemt. Wanneer je naar de evolutie van Franka’s figuur kijkt, dan zie je duidelijk dat haar borstomvang elk decennium is toegenomen. Bij Natasja (vanaf 1967) van Francois Walthery zie je dat pinup-effect trouwens ook. Roger Leloup heeft van zijn heldin nooit een sexpoes willen maken. In zijn verhalen staan de decors juist op de voorgrond.

Roger LeloupRoger Leloup (Yoko Tsuno)
wordt geboren op 17 januari 1933 te Verviers en studeert aan de kunstschool St. Luc aan de afdeling publiciteit waar hij les kreeg in schilderen, aquarelleren, enzovoort. Hij begint zijn carrière in de stripwereld, tevens het einde van zijn schoolse activiteiten, in 1950 als assistent van Jacques Martin, de tekenaar van de stripreeks Alex, waarvoor hij enkele decors mag inkleuren. In 1953 begint hij tevens te werken voor de studio Hergé waar hij blijft tot 1969. Bij Hergé zal hij de privéjet tekenen in Vlucht 714 en is hij verantwoordelijk voor de modernisering van de voertuigen in Kuifje en de zwarte rotsen. Roger moest echter ander werk gaan zoeken, want de Studio Hergé verdween met zijn oprichter. Gelukkig voor hem zocht de uitgeverij Dupuis een jonge tekenaar voor haar Siencie-fiction verhalen. Het verhaal was een onmiddelijk succes, zo bleek uit het jaarlijks referendum dat door de uitgeverij gehouden werd.
Bron: stripverhalen.net

De heldere stijlen van Leloup en Kuijpers zijn op een heel andere manier helder. Beiden staan ze duidelijk in de traditie van de klare lijn van Hergé, maar Kuijpers heeft in de loop der jaren veel meer stylistische schwung gegeven aan zijn figuren. De decors blijven bij hem strak en zitten vol aardige details. Bij Leloup springt vooral de technische perfectie van de decors in het oog. Het verhaal en de emotie die het verhaal moet oproepen, dreigen zo te worden ondergesneeuwd door technisch perfectionisme. En het is jammer dat er zo weinig humor zit in Yoko Tsuno, maar daar lees je die strip ook niet voor. Henk Kuijpers is wat dat betreft meer een allrounder: net als Leloup is hij een meester in het detail, maar dan niet alleen visueel maar ook verhaaltechnisch.

Henk KuijpersHenk Kuijpers (Franka)
las als jongetje strips, vooral in ‘Robbedoes’ ( Franquin en Tillieux ) en ook wel in Kuifje ( Hergé, Macherot ) en tekende dus zelf strips, op de lagere- en middelbare school, en op de universiteit. (…) Henk Kuijpers wilde na de HBS wel iets met zijn grafische belangstelling doen en ging naar de Grafische School in Amsterdam. Dat bleek een vergissing - die school leidde op voor een managersbaan in de drukkerswereld. Maar, tijdens de daaropvolgende studie Sociologie in Amsterdam, bleef de amateur-tekenaar hobby strips maken. In 1973 wilde hij wel eens weten wat professionals ervan vonden en liet werk zien bij het Stripblad PEP. Oktober 1974 startte de Reeks Franka. Daarnaast tekende hij veel commercieel werk. Na 1979 verschenen er achtereenvolgens ook zeefdrukken, luxe boeken en speciale uitgaven rond Franka. In 1996 begon hij een eigen uitgeverij, Franka BV. Voor ieder die geinteresseerd is in de wereld van Franka verschijnt bij Franka BV het ‘Franka Magazine’ vol achtergrond-informatie en nieuws.
Bron: franka.nl

Yoko Tsuno | Franka.nl | overzicht Franka albums | 17 covers van Franka albums

vrijdag 13 juli 2007
Gary Leib
…is een underground cartoonist uit de Verenigde Staten
Gary Leib
Idiotland is het bekendste boek van
Gary Leib en Doug Allen.
Gary Leib has won wide praise for his work as an animator and cartoonist, including a 1994 Harvey nomination for his comic book Idiotland. His illustrations and cartoons have appeared in The New Yorker, Musician Magazine, The New York Observer, Raw, Blab and as weekly features in The New York Press for many years. Leib also designed a popular line of promotional toys for Hershey. An accomplished musician, Leib was a founding member of the Grammy-nominated band Rubber Rodeo, which recorded two albums for Mercury Records. He has created original music for independent and feature films, including the critically acclaimed Ironweed. He is a graduate of the Rhode Island School of Design and has taught in the graduate computer animation program at the School of Visual Arts in Manhattan. He was a famous trumpet man from out Chicago way He had a boogie style that no one else could play He was the top man at his craft But then his number came up and he was gone with the draft He’s in the army now, a-blowin’ reveille He’s the boogie woogie bugle boy of Company B.
 
Bron: garyleib.com

Gary Leib heeft in 1993 de animatiestudio Twinkle opgericht.

Gary Leib online | Gary Leib weblog | fantagraphic books

zondag 1 juli 2007
fascinatie voor de hallucinatie
De bizarre wereld van Jim Woodring

Het werk van Jim Woodring is een van die zeldzame ontdekkingen die ik gemiddeld maar eens in de twee of drie jaar mag doen. Ik ben verbaasd dat ik nog nooit van hem gehoord had. Bij Christiaan Northeast, Gary Taxali, Henning Wagenbreth had ik dat gevoel ook. Onder het kaf is nog heel veel koren verborgen. Gelukkig maar!

Jim Woodring

Het psychedelische element kwam vanaf 1966 vanuit de underground comics in bijna alle visuele uitdrukkingsvormen duidelijk tevoorschijn: in de beeldende kunst, de mode, de film en in de reclame. Zelfs televisieseries voor kinderen waren soms half-psychedelisch, de summer of love bleef nog lang nabroeien. Een serie als Tita Tovenaar bijvoorbeeld, die van 1972-1974 werd uitgezonden, was duidelijk in de geest van de tijd, met een hippe tovenaar en een blond hippieheksje. Toen ik de wereld van Jim Woodring betrad, kwamen deze herinneringen weer terug. Neverland kende ik niet van het blowen, maar wel van de kindertelevisie uit de vroege jaren zeventig. Het was allemaal lief en soft, maar soms lag er onder een bloem een opgerolde slang.

Jim Woodring

De wereld die Jim Woodring in zijn werk visualiseert, is grappig en beklemmend tegelijk. De figuurtjes zijn lief en onschuldig, maar in de schaduwen sluimeren monsters. De verhalende titels roepen bij ieder plaatje een verhaal op, een beproefde methode waar vooral de surrealisten gebruik van maakten.

Jim Woodring was born in Los Angeles in 1952 and enjoyed a childhood made interesting by frequent hallucinations, apparitions, disembodied voices and other psychological malfunctions. Despite the generally frightening nature of his delusions he learned to accept them as part of life and was accordingly a reasonably cheerful and good-natured lad.After barely graduating from high school Woodring got a job as a garbage man and lived in picturesque squalor as he set about the task of capturing his inner life in words and pictures.

Bron: jimwoodring.com

jimwoodring.com

vrijdag 25 mei 2007
levende stripfiguren
de musical Kuifje en de Zonnetempel is in première gegaan
Miranda van Kralingen als Bianca Castafiore
„Ik lach bij ’t zien van mijn schoonheid
in deez’ spiegel.”

Woensdag stond er op de voorpagina van Trouw een foto van Miranda van Kralingen als Bianca Castafiore. De Nederlandse operazangeres speelt op dit moment de Milanese Nachtegaal uit Kuifje in de musical Kuifje en de zonnetempel. Verderop in de krant een foto van de hele cast. Ik kreeg onmiddellijk medelijden met de hond die Bobbie moet spelen, zoals ik het met elk dier te doen heb dat avond aan avond in een musical moet komen opdraven. Sommige mensen kiezen ervoor, maar dieren wordt nooit wat gevraagd. Daarentegen werkte aan de muscial cats geen enkele kat mee, maar dat komt omdat katten te eigenzinnig zijn voor slaafse musicalpasjes en hun teksten niet kunnen onthouden. Maar de hond is door zijn spreekwoordelijke trouw onvermijdelijk de klos. Misschien dat Marianne Thieme het droevige lot van de musicalhond in de Tweede Kamer eens ter discussie kan gaan stellen…

Hans AldersOp een volgende pagina viel mijn blik op een foto van Hans Alders die ik altijd verwar met Hans Anders. Je hoeft maar een willekeurige Kuifje open te slaan, of je ziet wel ergens een Hans Alders lopen ergens op een trottoir op de achtergrond. Ik lees dat hij vertrekt als burgemeester van Groningen. Hij zou nu geweldig kunnen figureren in de Kuifjemuscial en daarna met een welverdiend pensioen naar Toontown.
 

musicalkuifje.com

dinsdag 22 mei 2007
Kuifje postzegels
vandaag geeft de Post in België postzegels uit met alle covers van Kuifje
De Post geeft een nieuwe reeks van 25 postzegels uit ter herdenking van de 100ste verjaardag van de geboorte van Hergé. De zegels van de reeks worden niet afzonderlijk verkocht. Dat heeft de Post in een persverklaring meegedeeld. De reeks wordt verkocht per vel van 25 zegels van elk 0,46 eurocent, wat neerkomt op 11,5 euro per vel (frankering voor genormaliseerde zendingen tot 50 gram, niet prior, voor België). Elke zegel stelt de cover van een album van Kuifje voor in een toepasselijke taal en één beeldt Hergé zelf af. De lay-out is van Moulinsart. De oplage bedraagt 700.000 exemplaren.
 
Bron: demorgen.be
dinsdag 8 mei 2007
helden van weleer
32 jaar geleden maakte ik kennis met Lefranc

PEP 19 19758 mei 1975. Tweeëndertig jaar geleden, een week voor mijn twaalfde verjaardag, viel deze PEP op de mat. Het was mijn eerste kennismaking met Lefranc, een personage van de Franse striptekenaar Jacques Martin (bekend van de reeks Alex). Ik was zo onder de indruk van Het sein staat op rood dat ik zelf een stripverhaal begon te tekenen. Toen de meester in de zesde klas van de lagere school mij vroeg wat ik wilde worden, wist ik het wel. In de klas moesten ze lachen natuurlijk, maar het was heel serieus bedoeld. Tot mijn achttiende bleef ik mijn jongensdroom koesteren en tekende ik vele verhalen.

Drie decennia later zijn er in Nederland nauwelijks nog striptekenaars omdat er onder de jeugd weinig strips meer worden gelezen. Jongens van twaalf spelen liever computerspelletjes en vinden strips waarschijnlijk maar suf. Maar toen Lefranc in 1952 het levenslicht zag, was dat anders. In de moralistische jaren vijftig vonden de ouders strips niet fatsoenlijk en Lefranc moet voor de jeugd ooit een hippe held geweest zijn. Moeilijk voor te stellen. Lefranc is voor mij nostalgie geworden en Het sein staat op rood blijft een prachtig, rijk geïllustreerd jongensboek.

Lefranc
Het sein staat op rood, 1952

Jacques Martin (Straatsburg 25 september 1921) is een Frans striptekenaar. Samen met Hergé (Kuifje) en Edgar P. Jacobs (Blake en Mortimer) wordt hij tot de drie groten van de zogenaamde “Brusselse school” gerekend. In zijn jeugd had Jacques Martin drie passies : klassieke kunst, stripverhalen en geschiedenis. Hij schrijft zich in voor een opleiding aan de school “Kunst en beroep” waar hij een puur technische opleiding krijgt. Maar het artistieke neemt dan toch de bovenhand. (…) In 1948 creëert hij de reeks Alex dat in het weekblad Kuifje verschijnt. In dat zelfde weekblad verschijnt in 1952 zijn nieuwe creatie Lefranc.

Herge en Martin
Hergé en Martin
in de jaren vijftig

In 1953 treedt hij toe tot de studio Hergé, waar hij meewerkt aan diverse avonturen van Kuifje. Maar zijn eigen creaties vergeet hij niet : in de Kuifje-periode die 19 jaar duurt, publiceert hij zeven Alex- en drie Lefranc albums. Nadat hij Kuifje verlaat, publiceert hij op 10 jaar tijd nog eens negen Alex- en vier Lefranc albums. En in 1978 start hij samen met Jean Pleyers de serie “Jhen”. In 1983 start hij “Arno” samen met André Juillard en in 1990 begint hij aan de reeks “Orion”. In 1996 verschijnt de 20e Alex. In 1998 ontsnapt Jacques Martin niet langer aan de tand des tijds : zijn ogen gaan erop achteruit en hij zoekt jonge artiesten om zijn levenswerk verder te zetten. Voor de reeks “Alex” werkt hij samen met Rafael Morales en voor “Lefranc” vindt hij een medewerker in Gilles Chaillet en later Christophe Simon, die dan ook al “Orion” heeft overgenomen.

Bron: nl.wikipedia.org

woensdag 10 januari 2007
rauwe tekenfilm van Disney
gezien: Teacher’s Pet (2004) van Disney op NET 5

Zaterdagavond op Net 5 nog net het staartje gezien van de tegendraadse animatiefilm Teacher’s Pet, gebaseerd op de characters van Gary Baseman.

Gary Baseman is creator and executive producer of the critically acclaimed animated television show for ABC/Disney “Teacher’s Pet. Teacher’s Pet recently won two years in a row the Emmy award for Best Daytime Animated series and a British Emmy (BAFTA) for best International Children’s Programming. His artwork can be seen in the pages of major publications such as The New Yorker, Time, The New York Times, Rolling Stone, and Blab. Mr. Baseman best describes his work where the line between genius and stupidity has been smudged beyond recognition. His work is in the permanent collection of the National Portrait Gallery in D.C. and the Museum of Modern Art in Rome.
 
Bron: earlmcgrathgallery.com
Baseman
Happy Idiot 2003
Acrylic on Board 30 x 42 inches

garybaseman.com

vrijdag 1 september 2006
fraai decor
afgelopen dinsdag Burg Eltz aan de Moezel bezocht

EltzVorig jaar schreef ik hier iets over de Belgische strip Yoko Tsuno van Roger Leloup. Deze perfectionistische tekenaar combineert vaak high-tech met pittoreske, historische decors in Duitsland zoals Rothenburg (album: de grens van het leven), de Burg Katz (album: het helse orgel) en Burg Eltz (album: de bliksem van Wodan). Kastelen en oude stadsgezichten worden door Leloup met dezelfde helderheid en precisie getekend als technische installaties. De strip Yoko Tsuno is in België maar ook daarbuiten een enorm succes geworden. In 1978 bezocht ik al eens Rothenburg om daar lokaties te bekijken uit het album de grens van het leven.

Afgelopen week kwam ik onverwacht een andere lokatie uit een verhaal Yoko Tsuno tegen, ditmaal aan de Moezel. Burg Eltz is een van de mooiste kastelen van Duitsland.

Yoko Tsuno
eerste plaatje uit Yoko Tsuno: de bliksem van Wodan

Ik vind het persoonlijk mooier dan bijv. het sprookjeskasteel Schloss Neuschwannstein, dat oogt als een droom maar toch teveel bedacht is. Burg Eltz is daarentegen op een organische manier in de loop der eeuwen gegroeid. Torentjes en erkertjes ontspruiten overal aan de burcht als knoppen aan een tak. De ligging is ook magnifiek op een geisoleerde plek in de natuur waar geen auto’s kunnen komen. Na een wandeling van ruim een half uur vanuit Moselkern doemt het kasteel plotseling voor je op.(zie foto linksonder)

EltzDie Entwicklung der mittelalterlichen Burgen, die wir heute in ihrer Wehrhaftigkeit und ihrer Schönheit bewundern, begann im 9. und 10. Jahrhundert. Aus den bisher mit Erdwällen und Palisaden geschützten Herrenhöfen wurden mit Mauern befestigte, gesicherte Burgen. Die Blütezeit des Burgenbaus reichte vom späten 11. bis zum 13. Jahrhundert – die große Zeit der Staufer. Parallel dazu wurden viele Städte gegründet. In diese ereignisreiche Epoche fällt die erste Erwähnung des Namens Eltz.
 
1157
Rudolf von Eltz unterzeichnete und besiegelte im Jahre 1157 eine Schenkungsurkunde von Kaisers Friedrich I. Barbarossa als einer seiner Zeugen. Er bewohnte die damals noch kleine Burganlage am Elzbach. Teile davon, wie der spätromanische Bergfried Platt-Eltz und Reste des romanischen Wohnhauses im Untergeschoß des Kempenicher Hauses, sind heute noch erhalten.
Die Burg Eltz entstand in strategisch günstiger Lage: Sie wurde an einem Weg erbaut, der die Mosel – seit jeher eine der wichtigsten Handelsstraßen des Deutschen Reichs – mit der Eifel und dem fruchtbaren Maifeld verband.
Die Anlage und ihre Umgebung bilden eine harmonische Einheit: Auf drei Seiten von der Elz umflossen, ragt die Festung auf einem bis zu 70 m hohen, elliptischen Felskopf hervor – dem Fundament der gesamten Burg. Die Erbauer orientierten sich bei der Architektur an den natürlichen Gegebenheiten. So entstanden die teilweise ungewöhnlichen Grundrisse der einzelnen Räume.
 
1268
Noch vor 1268 kam es unter den Brüdern Elias, Wilhelm und Theoderich zu einer Stammesteilung und damit verbunden auch zu einer Teilung der Burg und der dazugehörigen Güter. Fortan war Burg Eltz eine “Ganerbenburg", in der mehrere Linien des Hauses Eltz in einer Ganerbengemeinschaft zusammenlebten.
Eltz
impressies van Burg Eltz
gefotografeerd op 29 augustus
1331 bis 1336
Burg Eltz wurde nicht als Festung konzipiert, sondern diente vielmehr als “befestigte Wohnanlage". Sie blieb im Gegensatz zu vielen anderen deutschen Burgen unzerstört. Hierzu trugen vor allem eine geschickte Familienpolitik und kluge Diplomatie bei. Mit Ausnahme der “Eltzer Fehde” in den Jahren 1331–1336, bei der sich die Eltzer Herren zusammen mit anderen freien Reichsrittern der Territorialpolitik des Kurfürsten Balduin von Trier widersetzen, kam es nie zu kriegerischen Auseinandersetzungen.
 
1472
Im 15. Jahrhundert setzte eine rege Bautätigkeit ein, die 1472 zur Fertigstellung des auf der Westseite gelegenen Rübenacher Hauses unter Lancelot und Wilhelm vom Silbernen Löwen führte. Der Name Eltz-Rübenach geht übrigens auf die Vogtei Rübenach bei Koblenz zurück, die Richard vom Silbernen Löwen 1277 erworben hatte.
Mit seinen mehreckigen Fachwerktürmchen, dem schlichten, auf zwei Basaltsäulen ruhenden Erkervorbau über der Eingangstür des Hauses und dem reizvollen spätgotischen Kapellenerker bestimmt das Rübenacher Haus wesentlich die architektonische Vielfalt des Burginnenhofes.
 
Bron: burg-eltz.de

burg-eltz.de | Yoko Tsuno Fansite van Ilse Cop

dinsdag 1 augustus 2006
onaangepaste weirdo’s
zondagavond gezien op RTL 5: Ghostworld (2001)

ghostworldIk heb de gelijknamige graphic novel van Daniel Clowes nog niet gelezen, maar wist ongeveer wat ik in de film verwachten kon: vlijmscherp sarcasme, onderkoelde humor en maffe typen. Scarlett Johansson (the horsewisperer) en Thora Birch (American Beauty) blonken al eerder uit als nukkige, boze pubermeisjes en het is niet verwonderlijk dat beiden gecast zijn voor de rollen van Enid en Rebecca, twee eigenzinnige vriendinnen die weinig moeite doen om zich aan te passen aan de wereld van hun leeftijdsgenoten. Enid komt in contact met Seymour, een treurige veertiger en wereldvreemde verzamelaar van 78-toerenplaten (een prachtige rol van Steve Buscemi) in wie insiders moeiteloos de legendarische underground tekenaar Robert Crumb zullen herkennen. Zwigoff maakte al eerder een film over hem en in Ghost World is er ook een expliciete verwijzing naar Crumb. Enid haalt op een gegeven moment een oude plaat uit de bak die even in beeld verschijnt. Het is de onderstaande plaat van de Cheap Suit Serenaders, waarin Crumb zelf speelt. Die plaat vindt Seymour natuurlijk maar niks.
 

Cheap Suit Serenaders
Cheap Suit Serenaders
met tekenaar Robert Crumb

De wereld van underground comics, oude bluesplaten en vintage posters geeft de film een heerlijke nestgeur waar ik mij onmiddellijk in thuisvoel. De door Robert Crumb geinspireerde ’sukkel’ Seymour is mij erg sympathiek en ik deel net zoals Enid zijn smaak volkomen. Hij leeft in een eigen wereldje, ver verwijderd van de aangepaste socializers.

Clowes
Daniel Clowes in zijn atelier

Ik denk dat de bedenker van Ghost World Daniel Clowes zich in zijn eigen leven ook stevig heeft laten inspireren door Crumb. Of is het nu eenmaal het noodlot van de underground artiest dat hij een afkeer heeft van de mainstream en zich vervolgens terugtrekt in een eigen wereldje?

Enid weet precies wie ze niet wil zijn; geen hersenloos trutje die toegeeft aan alles wat de maatschappij haar opdringt. Geen oppervlakkige slet. En bovenal wil ze niet zo worden als haar vader. Alleen heeft ze niet ontdekt wat ze dan wél wil doen, en we zien Enid met een stoïcijnse blik door haar stadje lopen, vol van afkeer voor praktisch alles dat ze ziet. Ze wil niet gaan studeren en werken spreekt haar ook niet aan. In haar kleding en haarstijl probeert ze continu op te vallen, door op te komen zetten met vaak hilarische stijlen uit de jaren vijftig en zeventig. Ze luistert naar platen die de meeste mensen van haar leeftijd geen blik waardig zouden gunnen. In feite is ze gewoon op zoek naar iets anders, iets dat nog niet gedaan is.
 
Na een tijdje merkt ze dat Rebecca ook die verschrikkelijke richting van de grijze middenmaat opgaat - een job, servies gaan kopen. Er zijn hints dat de relatie tussen hen twee ooit iets meer betekende dan enkel vriendschap, maar wat het zo mooi maakt, is dat dit nooit wordt uitgesproken. Het is er, op de achtergrond, als een ondertoon voor al hun scènes samen, en het geeft een extra betekenis aan de tweede helft van de film, wanneer de vriendinnen verder uit elkaar groeien.
 
Enid kiest de kant van Seymour, prachtig gespeeld door Steve Buscemi, een eenzame verzamelaar van 78-toeren platen, die zichzelf opsluit in zijn verzameling om te vermijden de wereld onder ogen te komen. Hij beseft dit zelf, zegt tegen Enid dat hij zich volledig vervreemd voelt van 99 procent van de bevolking. Enid begrijpt hem.
 
‘Ghost World’ is een film voor mensen die dat gevoel begrijpen - dat je op een punt in je leven staat waarop je niet meer weet of je vooruit wil of achteruit, waarop je gewoon naar de mensen om je heen kijkt alsof ze allemaal, van de eerste tot de laatste, stapelgek zijn geworden en wil jij daar wel iets mee te maken hebben? Voor de meeste mensen is dit een voorbijgaande gedachte, maar Enid en Seymour leiden hun leven in deze mentaliteit.
 
Bron: bespreking op digg.be

ghostworld-themovie.com | moviemeter.nl

maandag 10 juli 2006
antiek beeldverhaal
comics avant la lettre
het martelaarschap van de heilige Erasmus, ca. 1460

Origin of Dutch Comics

zaterdag 10 juni 2006
virtuoos tekenaar
herlezen: Blueberry Trilogie van Giraud en Charlier

Gisteren weer eens genoten van het legendarische Blueberry-drieluik uit de eerste helft van de jaren zeventig. Jean Giraud was een jaar of 35 toen hij eraan begon en had zich al ontwikkeld als een meestertekenaar. Ik vind hem nog steeds een van de allerbeste tekenaars die ik ken. Zijn lijnvoering is schilderachtig zoals die van onze eigen Hans G. Kresse of de Belgische striptekenaars Jijé en René Follet. In hun visie bevinden ze zich ergens tussen schilderkunst en tekenkunst en niet voor niets tekenen ze met een penseel. De klare lijn, waar vooral de Belgische school wereldberoemd om is, is bij deze heren dus tevergeefs te zoeken. In plaats van heldere tekeningen, schilderachtige plaatjes met een vaak borstelige streek. Giraud tekende ook onder het pseudoniem Möbius in een stijl die gekenmerkt wordt door virtuoze arceringen. Wanneer je ziet hoe de rotspartijen in de verhalen van Blueberry getekend zijn, zie je duidelijk de hand van Möbius.

  
eerste drukken van Chihuahua Pearl, De man die $500.000 dollar waard was en Ballade voor een doodskist, alledrie in mijn boekenkast.

Giraud had als meestertekenaar beschikking over een meesterscenarist: Charlier. De trilogie voert een behoorlijk aantal personages ten tonele, staat boordevol met intriges, heeft scherpe dialogen en is erg goed gedocumenteerd. Het verhaal speelt zich af in 1869, een paar jaar na de Amerikaanse burgeroorlog in het grensgebied tussen Mexico en de verenigde Staten. De yankees worden nog steeds gehaat door zuidelijke rebellen en in Mexico is de gehate keizer Maximilliaan afgezet door president Juarez. In dit decor ontmoet luitenant Mike S. Blueberry in het woestijnstadje Chihuahua een Amerikaanse schone, Chihuahua Pearl genaamd. De omstandigheden zijn echter niet ideaal: als outlaw moet hij een geheime opdracht uitvoeren onder rechtstreeks bevel van Washington. Mike is niet bepaald een brave jongen, maar de vele slechterikken die hem achtervolgen, zijn zeker niet braver en maken het hem wel erg lastig. Gelukkig heeft hij in deze wereld van list en bedrog nog twee vrienden: Kopernek en de ouwe zuiplap MacGlure.

eerste pagina uit Chihuahua Pearl, 1973
Jean Giraud is in 1938 in Frankrijk geboren. In een beetje een turbulente jeugd vol scheidende ouders ontdekt hij al snel Science Fiction en werkt mee aan kleine blaadjes allerhande. In 1955 vertrekt hij naar Mexico en là, il découvre en même temps la marijuana, le be-bop et les expériences de l’âge adulte zoals één van zijn biografieën het zo mooi zegt. Later keert hij terug naar Europa (om zijn legerdienst te vervullen) en blijft hangen.
Hij werkt zich op in de Europese stripwereld, eerst via het Kuifje, later start hij met Charlier in Pilote met Blueberry. Hij werkt ook regelamtig samen met Opta, een Science Fiction-tijdschrift. Na nog enkel bezoeken aan Mexico verandert Giraud’s stijl, mede onder invloed van hallucinogene drugs: In Pilote tekent hij vernieuwende reeksen die grote invloed zullen uitoefenen op komende generaties tekenaars, zoals Arzach en Majoor Fataal. Langzaam raakt hij ook in de ban van de film, en hij werkt onder meer (samen met Jodorowsky) mee aan Dune
Onder invloed van de spirituele beweging geeft hij uiteindelijk tabac, alcohol en andere drugs op, om ascetisch en vegetarisch te worden. Als de commune naar Tahitit trekt om er een vredig leven te leiden, vindt ook Giraud het een beetje overdreven worden, en bovendien lonkt Hollywood…
Met films wordt het nooit meer zoals met Dune maar met Jodorowsky maakt hij wel De Incal, en dat wordt een enorm succes. In Los Angeles trekt hij de aandacht van Marvel Comics, waarvoor hij onder meer enkele verhalen van Stan Lee illustreert (The Silver Surfer).
Sindsdien geniet Giraud van zijn cultstatus en bolt rustig uit, links en rechts nog eens aan een project meewerkend. En hoewel die cultstatus meer dan verdiend is, zagen velen hem liever nog actiever…

canyonblueberry.com | moorsmagazine.com

woensdag 1 maart 2006
architectuurvisioenen
De Duistere Steden van tekenaar François Schuiten

Wanneer je laatst nog de verfilming van de Ontdekking van de Hemel hebt gezien, is je opgevallen dat de hemel van Mulish ontworpen is door Piranesi. Zijn architectonische fantasieën hebben in de 20ste eeuw veel navolging gekend bij filmmakers en architecten. Van Metropolis tot Gotham City. Ook in het beeldverhaal heeft het architectuurvisioen vorm gekregen. Het mooiste beeldverhaal waarin decors de hoofdrol spelen, vind ik de reeks de Duistere Steden van de Belgische tekenaar François Schuiten. Hij concentreert zich op misschien wel de meest opwindende episode uit de architectuurgeschiedenis, toen neostijlen, art nouveau en art deco de hemel inschoten, de tijd waarin de klassieke wolkenkrabbers ontstonden tussen grofweg 1905 en 1930.

Schuiten
De reeks speelt zich af op de z.g.n. Tegenaarde, een hypothetische, vanaf de aarde onzichtbare planeet die de baan van de aarde volgt maar diametraal aan de andere kant van de zon ligt. Toch is de wereld van de Duistere Steden in veel opzichten eerder een vervormde afspiegeling van onze eigen aarde. De reeks heeft kenmerken van een alternatieve geschiedenis, waarin de uitwerking van een alternatieve technologische en architectonische ontwikkeling wordt verkend. Stuk voor stuk zijn de steden imposante bouwwerken vol gigantische wolkenkrabbers. Het toneel wordt gedomineerd door zeppelins, luchtballonnen en andere veelal in onbruik geraakte vervoermiddelen.
 
Zoals de naam al aangeeft, bestaat de wereld van de Duistere Steden (in de reeks zelf meestal Het Continent genoemd) vooral uit steden; van een leven op het platteland schijnt nauwelijks sprake te zijn. Het aantal steden is bovendien beperkt: er wordt gerefereerd aan een aantal grote tot zeer grote steden en enkele kleinere, maar niet meer dan hooguit enkele tientallen in totaal. Sommige van deze steden zijn duidelijk gebaseerd op of verwant aan een stad in de echte wereld (Brüsel, Pâhry, Københaven), andere vertegenwoordigen eerder een idee, stijl of concept (Blossfeldtstad, Urbicande, Xhystos, Mylos, Galatograd).
( … )
De stijl van de Duistere Steden is rijk en zeer gedetailleerd. Indrukwekkend zijn de enorme wolkenkrabbers die de steden kenmerken. Elke stad is bovendien geënt op een esthetische stroming, zoals de Art Nouveau in het geval van Xhystos en de Art Deco en de Bauhaus in het geval van Urbicande. Ook de kleding van de personnages is geheel in de sfeer van het begin van de twintigste eeuw.
 
Bron: nl.wikipedia.org

ebbs.net | schuitenpeeters.beeldbeeld | urbicande.be

donderdag 5 januari 2006
stupid comics

Nog meer idiote strips op stupid comics

maandag 5 december 2005
geloof het of anders !

Er is veel te doen geweest om de strip Mohammed, believe it or else! van Abdullah Aziz. Op de site Bron: islamcomicbook.com is het stripboek als .pdf in 32 talen te lezen. Het is begrijpelijk dat moslims het boek beledigend vinden, want Mohammed wordt gepresenteerd als stripfiguur met dito neus. Toch is het geen zuivere satire want de strip wordt geladreerd met soera’s uit de koran.

omslag van de Nederlandse vertaling van Believe it or else!

Wanneer je de strip leest, dan schokken vooral de citaten uit de koran. We hebben in het Westen moeten leren dat de islam ‘een religie van vrede en respect’ is. In een multiculturele samenleving met bijna 1 miljoen moslims in Nederland, is begrip voor het elkaar(s verschil) noodzakelijk. Een tweedeling of nog erger is een schrikbeeld en moet natuurlijk altijd voorkomen worden.

inleidende woorden van Aziz

Hoe zouden we spreken over Jehova getuigen of fascisten als er daar bijna 1 miljoen van in ons midden zouden leven en nog eens miljoenen anderen in de ons omringende landen? Zouden we het fascisme dan ook een nog een verderfelijk systeem noemen of de Jehovagetuigen nog een sekte? Na 5 mei 1945 is het niet gevaarlijk meer om openlijk te zeggen dat Hitler en het fascisme het kwaad vertegenwoordigen. Integendeel, we zijn het moreel verplicht om dit te denken en uit te spreken.

Dat we de Jehova getuigen een sekte te noemen, is natuurlijk terecht. We durven dit omdat het maar om een handjevol mensen gaat en we hebben hoogstens last van ze wanneer we onnodig naar de bel moeten lopen. Maar stel dat je zou beweren dat de islam de grootste sekte ter wereld is, met alle kenmerken van een sekte (charismatische leider, angst onder de volgelingen zaaien, een paradijs beloven, verdraaide waarheid als waarheid presenteren, enz…) dan is dit niet alleen politiek incorrect maar ook nog eens riskant.

Dus doen we dat maar niet.

Bron: islamcomicbook.com

vrijdag 2 december 2005
por dios! wat een blad [ 2 ]

Lekker aan het bladeren in de PEP’s uit 1970 die ik vorige week op de kop heb getikt. Naast strips van de Nederlandse tekenaars Dick Matena, Hans G.Kresse, Gideon Brugman, Martin Lodewijk en John Bakker stonden dat jaar ook de internationaal bekende strips Roodbaard , Rik Ringers, Asterix en Lucky Luke in PEP. Minder bekend maar zeker niet minder leuk is die andere stripcowboy Cocco Bill van Benito Jacovitti.

Jacovitti

De Italiaanse meester maakte daarnaast tot zijn dood in 1997 maffe cartoons, bijna altijd vergezeld van zijn handelsmerk: de platgeslagen vis, de worst (op pootjes) of de dobbelsteen.

De Nederlandse striptekenaar Jan van Haasteren, bekend van de jumbopuzzels, is duidelijk een navolger van Jacovitti. Zijn handelsmerk (de haaienvin) is ook in vrijwel elke prent aanwezig, maar meestal is het wel even zoeken…

zondag 27 november 2005
por dios! wat een blad [ 1 ]

pepPiet Bakker heeft een mooie website gemaakt over het legendarische stripblad PEP (por Dios wat een blad!) uit de jaren 60 en eerste helft van de jaren 70. Hij heeft alle jaargangen van 1962 tot 1969 keurig geindexeerd. Zelf heb ik de jaargangen 1972-1975 nog compleet bewaard. Deze week is daar na 35 jaar eindelijk de jaargang van 1970 bijgekomen. Nu nog op zoek naar de pepjes van ‘71…
 

Indexen
De PEP-site van Piet Bakker
PEP-index 1962-1975 van Dik Winter
EPPO-index 1975-1985 van Dik Winter
EPPO-index 1975-1985 van Floris Wiesman
PEP-EPPO-Wham!-Wordt Vervolgd-Sjosji-Stripparazzi-Myx-Index van Martijn Moree

woensdag 23 november 2005
My favourite things [ 13 ]
Strip Noir van Maarten Vande Wiele

Struinend op comicbase.nl kwam ik een recensie tegen van het nieuwste stripalbum van de Vlaamse tekenaar Maarten Vande Wiele tegen, getekend in swingende retrostijl. Direct na het lezen van de recensies ging ik kijken op zijn eigen website, die mij qua stijl wat doet denken aan Jotto, een van mijn favourite tekenaars.

Stilistisch gezien is Maarten Vande Wiele een van de grootste talenten uit het Vlaamse stripcircuit. Bries bundelde drie ‘film noir’-pastiches in zijn zwierige retrostijl.
 
De expressieve lijnvoering van Vande Wiele doet denken aan het Meccano-werk van Hanco Kolk. Het verbaasde me dan ook niks dat ik Kolk en Vande Wiele vorig jaar samen tegenkwam in Amsterdam, wandelend langs de Keizersgracht: de jonge Vlaming kan veel opsteken van zijn geroutineerde noorderbuur.
 
Het nieuwe boekje Strip Noir (geen debuut, want Vande Wiele publiceerde al bij Incognito en in de Pincetreeks van, jawel, Hanco Kolk) appeleert nadrukkelijk aan de nostalgische ‘film noir’-sfeer. Telkens speelt een vrouw de hoofdrol: de aan lagerwal geraakte B-actrice die ten koste van alles haar carrière weer op gang wil helpen, de door verdriet verscheurde vrouw die ongewild getuige is van een beraamde moord en enkele doortrapte vrouwen die een miljoenenerfenis proberen binnen te slepen.
 
Lees verder de recensie van Jeroen Mirck op comicbase.nl
strip noir
Omslag van Strip Noir
verschenen bij Uitgeverij Bries, 2005
De Vlaamse tekenaar Maarten Vande Wiele mag geen onbekende worden genoemd in de Nederlandstalige stripwereld. Al in 2000 deed deze auteur van zich spreken met Glamourissimo, verschenen in de Pincet Reeks. Het in 2001 verschenen album Best Girlfriends Forever 2000 betekende vervolgens de definitieve doorbraak. Daarnaast is zijn werk te bewonderen in verschillende stripbladen als Beeldstorm en Zone 5300. Wat direct opvalt is de eigenzinnige tekenstijl en de aan de televisiesoaps van de jaren 80 schatplichtige verhaallijnen.
 
Het is goed te zien dat Vande Wiele zich verder heeft bekwaamd in dit stilistische gedachtegoed. Het nieuwe album Strip Noir bevat drie korte verhalen, geënt op televisieseries als Dynasty. Het mag dan ook niet verwonderen dat iedere passage gedragen wordt door een aantrekkelijke glamour girl. Ieder van hen vertelt een eigen verhaal dat op vakkundige wijze in beeld wordt gebracht. Het dynamisch perspectievenspel verhoogt het leesplezier en tovert de personages om tot wezens van vlees en bloed. De keuze van de uitgeverij om te werken met een enkele steunkleur pakt hier verbazend goed uit. Niet alleen zorgt dit voor een authentieke sfeer, het verleent het geheel tevens een chique uitstraling.
 
Lees verder de recensie van Danny Koningstein in 8weekly.nl

my other favourite things

zaterdag 1 oktober 2005
my favourite things [ 8 ]
Pictures & Words door Roanne Bell en Mark Sinclair

In het oktobernummer van Computer Arts stond een bespreking van het boek van de maand: Pictures and words: New Comic Art and narrative illustration van Roanne Bell en Mark Sinclair. Daarna op het Internet een recensie gelezen op de weblog van Pete Ashton.

Pictures & Words
Pictures & Words is uitgegeven bij Laurence King Publishing ()
Thirty three artists are featured from around the world with a slight emphasis on the UK: Anna Bhushan, Barry Blitt, Fredrik von Blixen, My Clement, Jordan Crane, Paul Davis, Mantin tom Dieck, John Dunning, Marcel Dzama, Jeff Fisher, Scott Garrett, Tom Gauld, Jochen Gerner, Sammy Harkham, Igort, Benoit Jacques, James Jarvis, Jason, Andrez Klimowski, Simone Lia, Lorenzo Mattotti, Roderick Mills, Ethan Persoff, David Rees, Barnaby Richards, Jenni Rope, Joe Sacco, Marjane Satrapi, David Shrigley, Nikhil Singh, Katja Tukianen, Andrew Wightman and Jim Woodring. Of those I recognise twelve as being comics creators in the traditional sense. The rest come from another school, usually fine art or illustration.
 
Bron: Pete Ashton’s Weblog

my other favourite things

zondag 4 september 2005
perfectionistisch

Bliksem van WodanIn 1978, 14 jaar was ik toen, ontdekte ik de strip Yoko Tsuno van de Belgische striptekenaar Roger Leloup. De Japanse heldin bestond toen al bijna 10 jaar. In 37 jaar tijd zijn er 24 verhalen verschenen en is Leloup een van de ‘oude (Waalse) meesters’ in de stripwereld, samen met Hergé, Edgar P. Jakobs, Franquin, Morris, Roba, Jijé en Peyo. Zijn perfectionisme en humorloosheid zijn in de stripwereld ongeëvenaard. Alleen de Franse tekenaar Gilles Chaillet benadert hierin de Waalse meester. Vanmiddag herlas ik twee albums, eerst De Bliksem van Wodan en daarna Dochter van de Wind. Het zijn de verbluffend gedetaileerde, meestal technische illustraties die de strip voor mij interessant maken. De verhalen heb ik nooit echt boeiend gevonden. Dochter van de Wind Toch heb ik nog 15 albums in de kast staan, waarvan ik het album De Grens van Leven altijd de meeste indruk op mij heeft gemaakt. Het speelt zich voor een groot deel af in het pittoreske Middeleeuwse stadje Rothenburg. In 1979 ben ik zelfs op “bedevaart” geweest naar dit oord, in de voetsporen van mijn toenmalige Japanse stripheldin. Net zoals in James Bondfilms maakt Leloup graag gebruik van historische en spectaculaire lokaties. Om zijn vaak technische illustraties contrast te geven, gebruikt hij vaak historische decors van Middeleeuwse stadjes (Rothenburg, Brugge, kastelen aan de Rijn en Moezel, enz…)

Op het web vond ik een mooie nederlandstalige fansite van Ilse Cop. De meest functionele website met o.a. een druk bezocht forum is echter franstalig.

maandag 21 maart 2005
historisch bewustzijn

 

Peter Geenen
Het Dagboek van Anton Dingeman door Peter Geenen, 14 maart in Trouw
donderdag 17 maart 2005
suske en wiske 60 jaar
herlezen : Suske en Wiske
De Speelgoedzaaier, door Willy Vandersteen

De SpeelgoedzaaierSinds Willy Vandersteen van Suske en Wiske een studioproduct maakte, is de kwaliteit van de verhalen en tekeningen erbarmelijk. Kamagurka maakte er zelfs een liedje over. Hergé heeft dat direct goed gezien en de degeneratie van zijn geesteskind voor en na zijn dood weten te voorkomen. De liefhebber heeft liever 20 goede dan 200 slechte albums. Gelukkig zijn het er, dankzij de productiviteit in de jaren vijftig meer geworden: Zeker 30 Suske en Wiske’s vind ik nog altijd de moeite waard. Hieronder een lijstje van de eerste 41 albums, die ik allemaal in mijn verzameling heb, met als mijn favorieten: de speelgoedzaaier, de circusbaron, de bokkerijders, de tuf-tuf club en de ringelingschat

1946
Op het eiland Amoras [68]
De vliegende aap [87]
De sprietatoom [107]
De koning drinkt [105]
1947
De bokkerijders [136]
Prinses Zagemeel [129]
De zwarte madam [140]
1948
De witte uil [134]
De mottenvanger [142]
1949
Lambiorix [44]
Bibbergoud [138]
De stierentemmer [132]
1950
De stalen bloempot [145]
Het zingende nijlpaard [131]
1951
De sterrenplukkers [146]
Het bevroren vuur [141]
De ringeling schat [137]
De tuf-tuf club [133]
1952
De lachende wolf [148]
De dolle musketiers [89]
1953
De knokkersburcht [127]
De tamtamkloppers [88]
1954
De speelgoedzaaier [91]
De ijzeren schelvis [76]
De circusbaron [81]
1955
De straatridder [83]
1956
De spokenjagers [70]
De brullende berg [80]
De snorrende snor [ 93 ]
1957
De stemmenrover [ 84 ]
De geverniste zeerovers [ 120 ]
Het sprekende testament [119]
1958
De zwarte zwaan [123]
De duistere diamant [121]
1959
Het vliegende bed [124]

De albums uit de blauwe reeks blijven natuurlijk ook klassiekers:
Het Spaanse spook, 1951 [150]
De bronzen sleutel, 1952 [116]
De Tartaarse helm, 1953 [114]
De schat van Beersel, 1954 [111]
Het geheim der gladiatoren (Goud voor Rome), 1955 [113]
De gezanten van Mars, 1956 [115]
De groene splinter, 1957 [112]
Het gouden paard, 1958 [100]

Suske en Wiske Hitlijst 2005
reacties van lezers op De Speelgoedzaaier

woensdag 19 januari 2005
My favourite things [ 4 ]
De nieuwe Blake en Mortimer is uit!

Tussen mijn twaalfde en achttiende was ik gek van strips. Nog steeds koester ik een verzameling van honderden stripalbums en meer dan duizend PEP’s, EPPO’s, Kuifjes en Robbedoezen. Maar verzamelen doe ik al bijna 25 jaar niet meer. Toch koop ik nog altijd de nieuwe Blake en Mortimer, beroemd van de klassieker Het Gele Teken uit 1953. Sinds 1996 verschijnen er namelijk met enige regelmaat weer nieuwe albums.

Lang leek het erop dat de personages Blake en Mortimer net zoals Kuifje nooit meer in een nieuw verhaal zouden verschijnen. Inmiddels is het 34 jaar geleden dat Edgar P. Jacobs, de geestelijk vader van Blake en Mortimer, zijn laatste ( onvoltooide ) verhaal De 3 formules van professor Sato tekende. Na zijn dood in 1987 werd het tekenpotlood overgedragen aan Bob de Moor die dit verhaal voltooide.

Daarna bleef het weer jaren stil. Maar in 1996 verscheen plotseling De Zaak Francis Blake, getekend door Ted Benoit en geschreven door Jean Van Hamme. Benoit’s tekenstijl lijkt als twee druppels water op die van Jacob’s in de periode dat hij aan Het Gele Teken werkte. Vijf jaar later verscheen er van het duo Benoit-Van Hamme Bericht uit het Verleden en op dit moment wordt gewerkt aan een derde titel.

Blake en Mortimer
Het lange verhaal De Sarcofagen van het 6e Continent verscheen in twee delen in 2003 en 2004. Het verhaal speelt zich af tijdens de wereldtentoonstelling in Brussel in 1958.

Naast het duo Benoit-VanHamme hebben zich nog een tekenaar en schrijver verenigd: André Juillard en Yves Sente. Juillard tekent in de vroege Jakobs stijl, minder krachtige lijnvoering maar gedetailleerder. Dit duo heeft inmiddels al drie titels op zijn naam staan: Het Voronov Complot en De Sarcofagen van het 6eContinent (deel 1 en 2). Gisteren stond ik in de rij bij de kassa van de AH toen mijn blik viel op de omslag van deel 2 van De Sarcofagen van het 6e Continent.
En plotseling was ik weer die twaalfjarige jongen en dacht onmiddellijk: kopen!

blakeetmortimer.com

dinsdag 18 januari 2005
my favourite things [ 3 ]
undergroundcomic artist Max Andersson

Toen ik vorig jaar juli weer in de winkel aan de Berlijnse Rosenthalerstrasse was, kocht ik twee deeltjes van container getekend door de Zweedse undergroundtekenaar Max Andersson.

car boy
Eerste plaatje uit Car Boy’s Garten in Container Nummer 3

De tekeningen van Andersson zijn helemaal in zwart-wit en ademen een lugubere sfeer. De vertellingen zijn behoorlijk bizar, maar het gaat mij eigenlijk alleen om de tekeningen. Qua sfeer komt Andersson aardig in de buurt van undergroundkanon Charles Burns

maandag 8 november 2004
het literaire beeldverhaal
Gisterenavond bij R.A.M. :
De opmars van de grafische roman
De graphic novel is in opmars. Wereldwijd verschijnen literaire werken die niet alleen geschreven maar ook getekend zijn. Beeldromans zou je ze moeten noemen, maar die term is gekaapt door de keukenmeidenlectuur. Grafische romans dan maar. Will Eisner begon ermee in 1978 toen hij ‘A Contract with God’ publiceerde en in het voorwoord pleitte voor een geestverruiming van de stripkunst.
 
Eisner heeft talrijke navolgers gekregen. In het Abecedarium van de grafische roman, dat verschijnt tijdens de Haarlemse Stripdagen 2004, schreef Joost Pollmann een verkenning van het onontgonnen gebied tussen het letterlijke en het figuurlijke. Het omslag van het boekje laat een pagina zien uit een albumvan de Franse stripmaker Yvan Alagbe (’Rouw’), een tekenaar die bij uitstek is in staat is om ‘moeilijke’ onderwerpen op overtuigende wijze in oostindische inkt om te zetten. De Amerikaanse schrijfster Myla Goldberg geeft als definitie van de grafische roman: “Een complexe vertelling in een pakkende visuele omgeving.”

R.A.M. | Grafische roman verdient een plek in de Nederlandse les | stichtingbeeldverhaal.nl | interview met Dominique Goblet

johannes@mimesis.nl

HTML Hit Counters
eXTReMe Tracker

het numineuze www.griffioen-beelden.nl

www.gerdrenshof.com

www.vanleestantiek.com

nl.orthodoxlogos.com

comics grafische vormgeving en webdesign muziek tekeningen en illustraties wetenschap taal & poëzie Rusland religie geschiedenis filosofie film boeken orthodoxie schilderkunst architectuur fotografie