vanavond is er een jubileumconcert in het Bayreuther Festspielhaus
Arte zendt het Gebutstagkonzert vanavond live uit vanaf 21.45.

Bron: wagnerjahr2013.de
» » muziek
Arte zendt het Gebutstagkonzert vanavond live uit vanaf 21.45.

Een ontroerend en intiem portret van de legendarische gitarist van the beatles, met nooit eerder vertoonde beelden en niet eerder uitgebrachte muziek. Oscar winnaar Martin Scorsese neemt je mee op reis door het muzikale en spirituele leven van George Harrison. Interviews met de beroemde gitarist zelf, maar ook met zijn weduwe Olivia, zoon Dhani en vrienden en collega’s (o.a. Phil Spector, Paul McCartney, Ringo Starr, Eric Clapton, Terry Gilliam), geven een zeldzaam kijkje in het bewogen leven van de muzikant. Het resultaat is een openhartig, ontroerend en intiem portret van een van de meest getalenteerde artiesten van zijn generatie.George Harrison
Afgelopen week luisterde ik naar klavierwerken van J.S. Bach uit de periode 1700-1715. Van 1708 tot 1717 was Bach in Weimar hoforganist, kamermusicus en later ook concertmeester van hertog Willem Ernst van Saksen-Weimar. Deze regeerde tamelijk autoritair, zoals in de tijd van het absolutisme gebruikelijk was. Hij was ook een beschermheer van kunstenaars. Bach was een virtuoos op het orgel en het klavecimbel. Zo zou Bach op het orgelpedaal loopjes hebben kunnen spelen die de meeste organisten niet eens met de handen gespeeld kregen. De hertog betaalde hem vorstelijk voor zijn diensten. De suite in F mineur componeerde Bach in 1715. Daarin meen ik invloed van François Couperin te horen. We weten dat zijn theoretische werk L’art de toucher le clavecin (1716) grote indruk maakte op Bach. De Suite in F Mineur is twee jaar na Le Premier livre de pièces de clavecin (1713) van Couperin gecomponeerd. In de uitvoering van Christiane Wuyts klinkt deze meditatief, abstract en verrassend modern.
Suite in F Minor [ youtube.com ] | Couperin & Bach [ bach-cantatas.com ]
In de achttiende eeuw was het Stabat Mater van Giovanni Battista Pergolesi het meest gedrukte muziekwerk en werd het op Goede Vrijdag veel vaker uitgevoerd dan een oratorium van Johann Sebastian Bach. Tegenwoordig is dat omgekeerd. Pergolesi wordt net als Bach tot de barokmuziek gerekend, maar ik associeer zijn muziek eerder met het rococo. Net als het rocaille van deze ornamentele stijl, wordt de melodielijn in eindeloze versieringen uitgesponnen. Meestal is late barok en rococo frivool en feestelijk, en zo klinkt ook de muziek. Maar Pergolesi bereikt met zijn Stabat Mater een diepte die recht doet aan de dramatische inhoud van de tekst.
Een van de mooiste delen van het Stabat Mater van Pergolesi vind ik Sancta mater, istud agas.
Stabat Mater [ nl.wikipedia.org ] | Pergolesi [ nl.wikipedia.org ]
In 1970 stonden we even dicht bij 1927 als bij 2013. Kijk aan het eind (5:16) naar het publiek bij Voor de vuist weg uit 1970. Dit was óók de hippietijd.
De periode tussen 1767 en 1785, dus grofweg tussen het einde van de Zevenjarige Oorlog (1756-1763) en het begin van de Franse Revolutie (1889-1899) wordt in de Duitse literatuurgeschiedenis wel eens aangeduid als de Genietijd. Na 1820 kennen we deze periode vooral onder de benaming Sturm und Drang, naar het gelijknamige toneelstuk van Max Klinger uit 1776. Een van de mooiste ingangen tot de Sturm und Drang vind ik niet in de literatuur maar in de muziek. Het eerste deel Allegro con brio uit Symfonie 25 van Mozart maakt het stormachtige gevoelsleven van de jonge generatie rond 1770 hoorbaar. Mozart componeerde deze symfonie in 1773 aan de vooravond van de Amerikaanse Revolutie. De tijd vóór 1789 was zeker géén stilte voor de storm.
Op een verzamelalbum van Ella Fitzgerald luisterde ik telkens weer naar drie composities van het duo Mack Gordon en James V.Monaco uit de film Pin Up Girl (1944): Time alone will tell, Once too often en I´m making believe.
Time alone will tell is een geweldige ballad, Once too often swingt de pan uit en I´m making believe is een heerlijk zwijmelnummer. Pin Up Girl is een musical die door Twentieth Century Fox in Technicolor op de markt werd gebracht voor de Amerikaanse soldaten in de Pacific en Europa. Foto´s van Betty Grable werden overal opgeprikt en haar lange benen waren lang houdbaar. Totdat Rita Hayworth in 1946 met Gilda haar pin up status overnam.
Michaela kocht drie weken geleden een CD-box met drie klassiekers van de legendarische Jazzpianist Bill Evans (1929-1980). Sharp Notes is een bundeling van zijn vroege albums New Jazz Conceptions (1956), Everybody Digs Bill Evans (1958) en Portrait in Jazz (1959). In de periode maakte Evans Miles Davis’s sextet en drukte daar een zwaar stempel op. In 1959 verscheen hun album Kind of Blue, het meest verkochte Jazzalbum aller tijden.
Twee maanden geleden schreef ik hier iets over het liedje Cheek to Cheek van Irving Berlin. Het komt uit de beroemde musicalfilm Top Hat met Ginger Rogers en Fred Astaire. De BBC zond deze dindagmorgen uit. De enige manier voor mij om Top Hat te overleven, is te letten op de decors en de vormgeving van het escapisme tijdens de Grote Depressie. De showfilms waarin gedanst en gezongen werd, waren er in de eerste plaats voor Jan met de pet.
De interieurs in Top Hat zijn tamelijk sober met hier een daar een gestileerde krul. De Nieuwe Zakelijkheid uit de jaren dertig was eerder een grote opruiming van historische stijlen dan dat het zélf een stijl was. In de crisistijd was er vaak ook geen geld meer voor peperdure art deco zoals in de jaren twintig.

Vergeleken bij Die Große Liebe uit 1942 met Zarah Leander, een musicalfilm die gemaakt werd toen Hitler op het toppunt van zijn macht was, zijn de decors nogal sober. Kijk naar Ich weiß, es wird einmal ein Wunder gescheh’n en daarna naar Cheek to cheek en zie het grote verschil.

Toen Top Hat werd opgenomen was de talkie al helemaal ingeburgerd. Toch zien we hier en daar nog overblijfselen uit de zwijgende film, zoals de oogschaduw van Ginger Rogers of het jacket van Fred Astaire. En platinum blonde met boa was in 1935 helemaal in.
Jason and the Argonauts is een ouderwetse fantastische en bombastische avonturenfilm waar twee meesters aan hebben bijgedragen: Bernard Herrmann schreef de filmscore en Ray Harryhausen deed de stop motion animatie. Na een halve eeuw zijn de special effects in deze film hopeloos verouderd. Deze liggen in feite dichter bij filmpionier Georges Meliés dan bij de computer-generated imagery. De scene met de vechtende geraamten aan het eind van de film wordt beschouwd als het meesterwerk van Ray Harryhausen. Deze stop motion animatie duurt drie minuten, maar Harryhausen heeft er ruim vier maanden lang dag in dag uit aan gewerkt.

Een andere stop motion animatie uit de film is het gevecht tussen Jason en de zevenkoppige hydra die het Gulden Vlies bewaakt. Vergeleken met de indrukwekkende special effects uit Lord of the Rings of Avatar ziet het er nogal knullig uit, maar als ik mij bedenk dat dit allemaal handwerk is en beeldje voor beeldje opgenomen, dan maak ik een diepe buiging, beeldje voor beeldje.
Bernard Herrmann’s score liberally utilizes the technique known as “self-borrowing", which involves reusing elements from his previous scores. Exact passage reuse is taken from scores for The Kentuckian, Beneath the 12-Mile Reef, 5 Fingers and others, and reworking of passages from North by Northwest, The Day the Earth Stood Still and Vertigo scores, among others.
(Bron: imdb.com)
Jason and the Argonauts [ cinema.nl ] | bespreking [ conjurecinema.com ]
Andere Tijden ziet in een van de vele lijnen in de jaren zeventig het volgende verhaal: De jaren zeventig begonnen met de tegencultuur van de late jaren zestig. Maar het idealisme liep schipbreuk op de weerbarstige werkelijkheid. De onvermijdelijke teleurstelling volgde en de stemming werd in de tweede helft van het decennium somberder. Het eindigde met punkers, krakers en no future met als droevig dieptepunt de rellen op Koninginnedag 1980.

De momenten uit de Jaren ‘70-special die mij zijn bijgebleven: Mariska Veres en Robbie van Leeuwen met Venus voor het schilderij As I Opened Fire van Roy Liechtenstein, Het Schaep met de vijf poten met het liedje Bijlmermeer, beelden van Nederlandse huiskamers rond 1972 met Our House van CSN&Y, het straatbeeld in 1973 met de tune van Turks Fruit, tafeltennismatch tussen Joop Den Uyl en Willem van Hanegem, beelden van de autoloze zondag, splitscreen á la “Woodstock” met links Cherry Duyns en Armando (Herenleed) en rechts André van Duyn en Frans van Dusschoten, Bram van der Lek (PSP) over legalisering van kinderpornografie, beelden met de ontruiming van een kraakpand met The Wild Places van Duncan Browne. De redactie heeft een selectie gemaakt van de tien leukste momenten uit de compilatie van beelden uit de jaren zeventig.
gedraaide platen in de Jaren ‘70-special
In the Summertime van Mungo Jerry, I had a dream van John Sebastian, Old Blue van The Byrds, Venus van Shocking Blue, Super Fly van Curtis Mayfield, Our House van CSN&Y, het thema van Turks Fruit van Rogier van Otterloo, The year of the cat van Al Stewart, Rebel rebel van David Bowie, Girls girls girls van Sailor, Love is All van Roger Glover, I’ll never drink again van Alexander Curly, Radar Love van Golden Earring, Paradise by the Dashboard Light van Meatloaf, Une belle histoire van Michel Fugain, Sweet Home Alabama van Lynyrd Skynyrd, I feel love van Donna Summer, Staying Alive van The BeeGees, Wild Places van Duncan Browne en God Save the Queen van Sex Pistols.
In 1982 kwam er Weltschmerz in mijn leven. Het was de tijd van no future en doemdenken en ik kreeg daar een flinke tik van mee. Het lag voor de hand dat ik punker of no future zou worden, maar dat vond ik te conformistisch. Met een groepje gelijkgestemde zielen op school maakten we een flirt met het dadaïsme. Dat was in 1981 net met pensioen gegaan, maar voor ons was het springlevend. We hadden een leraar Duits die ons begreep. Die bleek ooit op z’n knieën door het werk van Franz Kafka te zijn heengekrópen. Er was ook nog een leraar Nederlands die aandacht besteedde aan onze absurdistische poëzie.
We waren geen punks en schreven niet in het Engels, maar gewoon in het Nederlands. En soms schreven we in navolging van Paul van Ostayen, Jan Hanlo of Kurt Schwitters klankdichten in oerkreten. Mijn favoriete platen uit de Top 40 in december 1982 waren van Nederlandse bodem: België van Het Goede Doel en Vang Me van Cherry. En samen met mijn vriendinnetje luisterde ik naar Sexual Healing van Marvin Gaye.
Wat stond er deze week 30 jaar geleden in de Top 40?
De Bom van Doe Maar, You Can’t Hurry Love van Phil Collins, Sexual Healing van Marvin Gaye, België van Het Goede Doel, Shoot Your Shot van Divine, Young Guns van Wham!, Met Kerst Ben Ik Alleen van André Hazes, Nipple To The Bottle van Grace Jones, Time (Clock Of The Heart) van Culture Club, Old And Wise van The Alan Parsons Project, 1999 van Prince, Vang Me van Cherry, Nasty Girl van Vanity 6, Pass The Dutchie van Musical Youth, It’s Raining Again van Supertramp, Sinterklaas, Wie Kent Hem Niet van Henk & Henk.
Met mijn broer maakte ik in de zomer van 1981 met de trein een lange reis langs Rome, Napels, Athene, Istanbul en Venetië. Eind augustus kwam ik in de examenklas van het VWO. Maar omdat ik zo druk was met schilderen en gedichten en verhalen schrijven zou ik het eindexamen het volgende jaar niet gaan halen. Ondanks de lage cijfers voor mijn schoolonderzoeken werd het een leuk schooljaar met veel poëzie, absurdistisch theater en dadaïsme.
Wat stond er deze week 31 jaar geleden in de Top 40?
One Of Us van ABBA, Under Pressure van Queen & David Bowie, I Go To Sleep van The Pretenders, Pretend van Alvin Stardust, Waiting On A Friend van The Rolling Stones, Vrijgezel van Benny Neyman, Chachacha van Raymond van het Groenewoud, Je Loog Tegen Mij van Drukwerk, Live It Up van Time Bandits, I Won’t Let You Down van Ph.D., Love Games van Level 42, Cambodia van Kim Wilde, Every Little Thing She Does Is Magic van The Police.
In december 1980 werd John Lennon in New York doodgeschoten. Het was het einde van een tijdperk. New Wave bracht een nieuw geluid. Ik vond Ska een prettig alternatief en luisterde graag naar Madness. Lola van The Kinks uit 1970 werd 32 jaar geleden opnieuw een nummer-één-hit. Driver’s Seat van Sniff ‘n’ The Tears kwam in december 1980 niet verder dan een 34e plaats, maar bereikte dankzij een commercial op televisie in 1991 alsnog de hoogste positie.
Wat stond er deze week 32 jaar geleden in de Top 40?
Super Trouper van ABBA, Lola van The Kinks, Passion van Rod Stewart, The Tide Is High van Blondie, Baggy Trousers van Madness, Celebration van Kool & The Gang, De Vogeltjesdans van De Electronica’s, Woman In Love van Barbra Streisand, Driver’s Seat van Sniff ‘n’ The Tears, Runaway Boys van Stray Cats, (Just Like) Starting Over van John Lennon, De Do Do Do De Da Da Da van The Police, Do You Feel My Love van Eddy Grant, Release van Patti LaBelle.
De jaren zeventig hielden op 31 december 1979 op te bestaan. Niet voor types die zich in alles aan de regels van de logica houden. Want eigenlijk eindigden de jaren zeventig op 31 december 1980. Zoals ze op 1 januari 1971 begonnen waren. Maar voor de meeste mensen begonnen de jaren tachtig op 1 januari 1980. Ik weet het nog goed, in de nieuwjaarsnacht begon het te sneeuwen op de Westersingel. De jaren zeventig waren definitief voorbij. De dagen ervoor had ik elke avond geluisterd naar Frits Spits met zijn programma Poplijnen door de jaren zeventig op Hilversum 3. In twaalf uitzendingen werd afscheid genomen van de jaren zeventig. Vier cassettebandjes (1970, 1971, 1974 en 1975) die ik toen heb opgenomen, bewaar ik nog altijd, compleet met jingles en journaals. Inmiddels zijn het historische opnamen geworden.
Ook werd er einde december 1979 een Top 1000 van de jaren zeventig uitgezonden. De hoogste noteringen van de Top 2000 zijn 33 jaar later nog altijd identiek aan de nummers in de top drie van de jaren zeventig: Bohemian rhapsody (1975), Hotel California (1977) en Child in time (1972). Jammer dat One Step Beyond van Madness dit jaar 124 plaatsen in de Top 2000 gezakt is.
Wat stond er deze week 33 jaar geleden in de Top 40?
Weekend van Earth and Fire, Get Up And Boogie van Freddie James, Crazy Little Thing Called Love van Queen, Please Don’t Go van KC and The Sunshine Band, Another Brick In The Wall van Pink Floyd, Lady Of The Dawn van Mike Batt, David’s Song van The Kelly Family, Still van Commodores, Walking On The Moon van The Police, Rapper’s Delight van Sugarhill Gang, Laugh And Walk Away van The Shirts, Fly Too High van Janis Ian, Gimme! Gimme! Gimme! van ABBA, One Step Beyond… van Madness, Can We Still Be Friends van Robert Palmer.
De musicalfilm is niet mijn favoriete genre, maar als ik er een zie, dan geef ik mij er helemaal aan over. Op Eerste Kerstdag zond BBC 2 achter elkaar twee musicals uit van zestig jaar oud: On the town (1949) en Singing in the Rain (1952), allebei met Gene Kelly. Eind jaren veertig, begin jaren vijftig was onschuldig amusement een vorm van zelfmedicatie om de verschrikkingen van de oorlog te doen vergeten. Bovendien moest de show doorgaan en de kassa blijven rinkelen. Fred Astaire en Ginger Rodgers hadden de showfilm in de jaren dertig groot gemaakt en in de jaren veertig werd er iets nieuws aan toegevoegd: kleur!

On the town moet in 1949 een overrompelende ervaring geweest zijn. De drie witte matrozenpakjes van Kelly, Sinatra en Munshin tegenover het lichtrode, groene en gele jurkje van Ann Miller, Vera-Ellen en Betty Garrett gecombineerd met achtergronden in vaak één effen kleur, spatten van het doek.

Zoals bij de meeste musicalfilms is er een dun verhaaltje als kapstok voor de liedjes en danceacts. Nu weet ik waar de artdirector van de kleurige Franse musicalfilm Les demoiselles de Rochefort (ook met Gene Kelly) zijn inspiratie vandaan heeft.
In 1978 was ik zwaar in de puberteit gekomen. Om ons heen stormden de hormonen. Een hijgerige dikzak was onze spreekbuis en kwam adem te kort om zijn Paradise By The Dashboard Light te bezingen. Ian Dury had ook een pittige tekst. Maar de volmaakte uitdrukking van gierende hormonen was toch wel Whole Lotta Rosie van ACDC.
Maar 1978 was vooral het jaar dat mij de adem benomen werd door een blonde verschijning. Blondie was voor mij en de jongens in mijn klas een verpletterende verschijning. Na een blond voorjaar volgde een najaar met dreadlocks. We gingen met z’n allen aan de reggae met 10cc. En tussen de reggae door hoorden we een hopeloos verliefde John Travolta en Olivia Newton John.
Wat stond er deze week 34 jaar geleden in de Top 40?
Paradise By The Dashboard Light van Meat Loaf, Mary’s Boy Child van Boney M., Get Off van Foxy, Y.M.C.A. van Village People, Da Ya Think I’m Sexy? van Rod Stewart, Sandy van John Travolta, Giving Up, Giving In van The Three Degrees, Dreadlock Holiday van 10cc, Blame It On The Boogie van The Jacksons, Le Freak van Chic, Hit Me With Your Rhythm Stick van Ian Dury and The Blockheads, Well All Right van Santana, Mac Arthur Park van Donna Summer, Hey Girl van Gruppo Sportivo, Hot Shot van Karen Young.
In 1977 ging Elvis dood, hoorde ik voor het eerst van punk en vloog mijn tamme kraai weg. Met kerst verruilde ik een rapport met twee 3′en en twee 4′en voor een rapport met vijf 8′en en vijf 9′ens, het mirakel van 2VWO. Ik wist zelf wel beter, dat het om een uit de hand gelopen kalverliefde ging, waardoor ik in plaats van mijn huiswerk te maken alleen nog maar zat de dagdromen. Ik bleef dus voor het eerst in mijn leven “plakken", zoals dat heette. Het was een vreemde ervaring, de metamorfose van de domste naar de knapste van de klas binnen één jaar. 1977 was ook het jaar waarin ik voor het eerst in Venetië was. Wat smoezelige briefjes van 1000 lire heb ik nog altijd bewaard. In het najaar hoorde je op school overal een nieuw woord: punk. (Michaela zegt “pank") en bij Toppop zagen we voor het eerst een dansende zombie.
Wat stond er deze week 35 jaar geleden in de Top 40?
Mull Of Kintyre van Wings, ‘t Smurfenlied van Vader Abraham, Lust For Life van Iggy Pop, We Are The Champions van Queen, Heroes van David Bowie, Isn’t It Time van The Babys, Spanish Stroll van Mink Deville, Love Is In The Air van John Paul Young, How Deep Is Your Love van The Bee Gees, Belfast van Boney M., The Name Of The Game van ABBA, Virginia Plain van Roxy Music, Needles And Pins van Smokie.
In 1976 kreeg ik de baard in mijn keel en werd alles anders. Klassenavonden en verjaardagfeestjes met dansen op The Dancing Queen en Daddy Cool. Ik ontdekte The Beatles en draaide het rode en blauwe verzamelalbum grijs. Vanuit het aangrenzende puberhol van mijn broer klonken A Night at the Opera en a Day at the Races van Queen daar dwars doorheen. Het jaar werd besloten met de Top 100 die ik traditiegetrouw op tweede kerstdag opnam. De muziekcassette heb ik nog altijd bewaard. Met op nummer 25 The Four Seasons met December ‘63 (Oh what a night) en op nummer 13 If you leave me now, een heerlijke ballad van Chicago, die mij onmiddellijk terugbrengt naar het gevoel van December ‘76.
Wat stond er deze week 36 jaar geleden in de Top 40?
If You Leave Me Now van Chicago, Upside Down van Teach In, Don’t Take Away The Music van Tavares, Somebody To Love van Queen, Livin’ Thing van Electric Light Orchestra, Rock And Roll Star van Champagne, Money, Money, Money van ABBA, Eenzame Kerst van André Hazes, Beautiful Noise van Neil Diamond, The Things We Do For Love van 10cc, Sorry Seems To Be The Hardest Word van Elton John, Under The Moon Of Love van Showaddywaddy, Heaven Must Be Missing An Angel van Tavares, Magic Man van Heart, I’ll Meet You At Midnight van Smokie, Howzat van Sherbet, Daddy Cool van Boney M.
Iedereen kent het gevoel tijdens het luisteren naar oude platen in de Top 2000. Met de muziek maken we weer contact met de herinneringen en ons oude ik. De nostalgie schift het zure van het zoete zodat we ons meestal aangenaam kunnen uitstrekken in een bed van herinneringen. Het is ons eigen vertrouwde nest. Bovendien kunnen we het delen met generatiegenoten. Weet je het nog, toen we in december 1975 overrompeld werden door de Bohemian Rapsody? Het vuur van de twaalfjarige gloeit dan weer in mij op. Tegelijkertijd weet ik dat herinneringen hoogstpersoonlijk zijn. Sinds 5 december 1975 hadden we kleurentelevisie. Mijn ogen werden 37 jaar geleden in een nieuwe wereld ingewijd. En als Wiki de Viking in kleur voor mij al een geestverruimende ervaring was, dan was de Bohemian Rapsody psychedelica voor gevorderden.
Het individuele is niet alleen onuitspreekbaar maar ook eenzaam. Mijn herinneringen aan ‘mijn eerste keer Bohemian Rapsody‘ deel ik met niemand anders dan met mijzelf. Maar door de muziek wordt, zoals Nietzsche het in Die Geburt der Tragödie aus dem Geiste der Musik opmerkt, het principium individuationis opengebroken en worden we weer verenigd met de gemeenschappelijke oergrond. Daarom vind ik de twaalfjarige in mijzelf altijd weer terug. Door nostalgie worden we herenigd, verzamelen we onszelf op één punt: Is this the real life? Is this just fantasy? Caught in a landslide, No escape from reality.
Wat stond er deze week 37 jaar geleden in de Top 40?
Mississippi van Pussycat, Calypso van John Denver, Space Oddity van David Bowie, That’s The Way (I Like It) van KC and The Sunshine Band, Nights On Broadway van The Bee Gees, Fly, Robin, Fly van Silver Convention, Mamma Mia van ABBA, Bohemian Rhapsody van Queen, You Sexy Thing van Hot Chocolate, Girls, Girls, Girls van Sailor, Als De Dag Van Toen van Reinhard Mey en Dansez Maintenant van Dave.
Aan het jaar 1974 bewaar ik nog veel herinneringen. Ik was elf jaar en voelde mij, zoals het op die leeftijd hoort, een stoer mannetje. Een soort adempauze voordat de onvermijdelijke puberteit de kinderziel zou komen torpederen. Ik had mijzelf uitgeroepen tot bendeleider van de Zwarte Super Spion en op zaterdagmiddag gingen we op pad, aangetrokken door verboden bouwplaatsen, geheimzinnige bosjes en onze angst voor kinderlokkers. Op het schoolplein speelden we iedere aflevering van Colditz na en ’s avonds keken we met rooie oortjes naar de man van zes miljoen. Op mijn elfde verjaardag kreeg ik een cassetterecorder van Intel met mijn allereerste muziekcassette van Agfa. En zo raakte ik verslingerd aan Mud en Rubettes. Dat hun muziek mij zo in vuur en vlam kon zetten, dat was beslist een van de zegeningen van de elfjarige.
Wat stond er deze week 38 jaar geleden in de Top 40?
Lonely This Christmas van Mud, You Ain’t Seen Nothing Yet van Bachman-Turner Overdrive, I Can Help van Billy Swan, Jukebox Jive van Rubettes, Killer Queen van Queen, Swinging On A Star van Spooky & Sue, Lady Of The Night van Donna Summer, Sad Sweet Dreamer van Sweet Sensation, Kung Fu Fighting van Carl Douglas, You’re The First, The Last, My Everything van Barry White, Far Far Away van Slade, Honey, Honey van ABBA, Kinderen Een Kwartje van Liesbeth List, Kaap’ren Varen van Fungus.
Toen ik tien was, was er ook al crisis. Oliecrisis. En er was een crisis in normen en waarden, maar daar werd nog niet over gesproken. Mijn ouders deden dat al wel. Die zagen Alice Cooper, Gary Glitter en Ziggy Stardust op tv en dachten dat de wereld gek geworden was. Kerels die zich als wijven opmaakten, was dat het voorland van hun zonen? Nederland was in 1973 behoorlijk losgeslagen. In het voorjaar was Turks Fruit in de bioscopen te zien, met veel gevloek en ander smerigs. En Astrid Nijgh zong later dat jaar Ik doe wat ik doe. Nee, dan hield de bezadigde Drs. P. het een stuk rustiger. “Krijg het heen-en-weer met de beschaving” moet de Sisyphus van het Nederlandstalige lied gedacht hebben.
uit: Veerpont van Drs.P.
Wat stond er deze week 39 jaar geleden in de Top 40?
‘t Is Weer Voorbij Die Mooie Zomer van Gerard Cox, Sebastian van Cockney Rebel, Ik Doe Wat Ik Doe van Astrid Nijgh, The Day That Curly Billy Shot Down Crazy Sam McGee van The Hollies, One Way Ticket To Anywhere van The Osmonds, Paper Roses van Marie Osmond, When I Fall In Love van Donny Osmond, Merry Xmas Everybody van Slade, Veerpont van Drs. P., Dirty Ol’ Man van The Three Degrees, Jimmy van Boudewijn De Groot, Angie van The Rolling Stones.
Volgende week wordt er weer een nieuwe editie van de Top 2000 gedraaid. We horen dan het oude in een nieuwe volgorde aan ons voorbijtrekken. Sinds de eerste editie van de top 2000 in 1999 is het evenement vooral een feestje voor veertigers en vijftigers. Dat is duidelijk zichtbaar in het café van het jaarlijks terugkerende Top 2000 a gogo. Dat komt waarschijnlijk omdat zij de gouden jaren van de popmuziek (1965-1975) bewust hebben meegemaakt.
Als ‘bijna-vijftiger’ was ik er nog net bij. In 1974 kreeg ik een cassetterecorder waarmee ik op vrijdagmiddag wekelijks opnamen maakte van de Top 40. Veel bandjes heb ik nog altijd bewaard. Een ervan dateert van 26 december 1975 met opnamen van de Top 100 van dat jaar. Daarin stond ook Listen to the music van The Doobie Brothers. Dit nummer bereikte een 94e plaats in de Top 100 van 1975. In november en december 1972 hadden de Doobie Brothers met hetzelfde nummer al eens in de Top 40 gestaan.
Wat stond er deze week veertig jaar geleden in de Top 40?
Crazy Horses van The Osmonds, Ben van Michael Jackson, Het Bananenlied van André Van Duin, Claire van Gilbert O’Sullivan, Clap Your Hands And Stamp Your Feet van Bonnie St. Claire & Unit Gloria, Listen To The Music van The Doobie Brothers, You’re A Lady van Peter Skellern, Shalalie Shalala van Gert en Hermien, Mexico van The Les Humphries Singers en Sugar Me van Lynsey De Paul.
Ik ben alweer over de helft van het vijfde seizoen Mad Men. De Amerikaanse tv-serie over een stel reclamejongens (ad men) aan de Madison Avenue in New York is een van de beste tv-series ooit gemaakt. Vier keer op rij won Mad Men een Emmy Award, de allerhoogste televisieonderscheiding. De vijfde reeks haalde net geen Emmy Award binnen maar blijft op hetzelfde hoge niveau. Meestal raken series na een paar seizoenen sleets, maar Mad Men blijft prikkelen. In de eerste plaats komt dat door de geniale scenarist Matthew Weiner, de geestelijk vader van Mad Men. Daarnaast is er de geweldige cast en last but not least het production design.
Mad Men is een period piece. Dat betekent dat elk detail op de set ondervraagd is: hoor jij wel thuis in deze tijd? De art director en set decorator hebben de jaren zestig weer helemaal tot leven gebracht. Mad Men brengt geen karikatuur van de jaren zestig met de overbekende style icons zoals je ziet in films met Austin Powers of Down with Love. De makers laten vooral de verscheidenheid van de jaren zestig zien. In het eerste seizoen zitten we eigenlijk nog helemaal in de late jaren vijftig. Sommige meubels dateren zelfs nog van vóór de oorlog. De kleuren zijn zacht, de ruimtes met lambriseringen tamelijk donker.
In het vierde seizoen breken de mid sixties door: de ruimtes zijn veel lichter geworden, de kleuren feller en het design strak en minimalistisch. Tussen 1960 en 1970 zien we het tijdsbeeld eerder verglijden dan verschuiven. De jaren zestig blijken niet te bestaan als één iconisch beeld. Zo is het ook met de personages met hun vele kanten. Don Draper is aan de ene kant een overspelige egomaan, aan de andere kant is hij een gewetensvolle binnenvetter. Deze perspectivische blik is een van de grote kwaliteiten van Mad Men. Het speelt zich allemaal een halve eeuw geleden af, maar het gaat helemaal over ons, over onze verlangens, ambities, angsten en mijmeringen.
Tomorrow never knows
Door de serie zijn historische gebeurtenissen verweven, meestal incidenteel. De lotgevallen van het personeel van SCDP worden door deze ankerpunten verbonden met het leven van iedereen die er toen bij was. Zoals in episode 8 : Lady Lazarus, waarin een commercial voor Chevalier Blanc gemaakt wordt. De opdrachtgevers willen er graag muziek bij zoals in de Beatlesfilm A Hard Day’s Night. De babyboomers zijn voor fabrikanten een felbegeerde markt en met popmuziek denken ze de jeugd aan hun producten te kunnen binden. De veertiger Don Draper, die is opgegroeid met muziek van Glen Miller, weet niets van de nieuwe Britse muziek en vraagt zijn veel jongere vrouw Megan of ze hem een beetje op de hoogte wil brengen.
Aan het einde van de aflevering komt ze met het nieuwste album van the Beatles binnen. Revolver, het is augustus 1966. Don zet de plaat op met het eerste nummer. We horen Tomorrow never knows. De kenners weten dat dit niet klopt, want het eerste nummer van kant twee is Good day sunshine. Na een poosje geluisterd te hebben, zet Don de plaat weer uit. We zien nog net even hoe de naald boven het laatste nummer van de plaat omhoog beweegt. Dat nummer is wél Tomorrow never knows. Een geweldige keuze en een typische afsluiter voor een Mad Men episode. Het kostte de producent wél 250.000 dollar om een fragment van Tomorrow never knows te mogen gebruiken.
Tomorrow never knows
In Die Geburt der Tragödie aus dem Geiste der Musik citeert Friedrich Nietzsche een lang fragment uit Die Welt als Wille und Vorstellung, het hoofdwerk van zijn leermeester Arthur Schopenhauer. Hij reflecteert hierin over het wezen van de muziek. Volgens Schopenhauer onderscheidt de muziek zich van de andere kunsten doordat zij geen afbeelding of verschijning is, maar de meest directe uitdrukking van de wereldwil.
Voor Nietzsche lag de oorsprong van de Griekse tragedie in de geest van de muziek en in het muziekdrama van Richard Wagner zag hij de wedergeboorte van de tragedie in zijn eigen tijd. Maar toen in Bayreuth in 1876 de Ring des Nibelungen voor het eerst werd opgevoerd, raakte hij hevig teleurgesteld in Wagner. In zijn boek uit 1872 is daar nog niets van te merken. De 27-jarige professor filologie uit Basel heeft al zijn hoop gesteld op Wagner.
Wagner’s ideaal van het Gesammtkunstwerk waarin de kunstvormen met elkaar verstrengeld zijn, zou in de twintigste eeuw in de film tot uitdrukking komen. Beeld en geluid versterken elkaar in de film wederzijds. Zoals Schopenhauer in 1819 al schreef, zijn beelden en begrippen de afgepelde buitenste schil van de dingen terwijl de muziek het hart van de dingen vormt. Vanuit dit bewustzijn werken de meeste filmcomponisten: door de muziek, hoe minimaal deze soms is, leggen ze het emotionele centrum bloot. Niet voor niets zeggen we dat de muziek de kortste weg naar de ziel is.
Arthur Schopenhauer
Denn die Musik ist, wie gesagt, darin von allen anderen Künsten verschieden, dass sie nicht Abbild der Erscheinung, oder richtiger, der adäquaten Objectität des Willens, sondern unmittelbar Abbild des Willens selbst ist und also zu allem Physischen der Welt das Metaphysische, zu aller Erscheinung das Ding an sich darstellt. (…) Indem die Begriffe nur die allererst aus der Anschauung abstrahirten Formen, gleichsam die abgezogene äussere Schale der Dinge enthalten, also ganz eigentlich Abstracta sind; die Musik hingegen den innersten aller Gestaltung vorhergängigen Kern, oder das Herz der Dinge giebt.Afgelopen zondagavond 20.15 was er op de ARD in plaats van Tatort een aflevering van Polizeiruf 110. De aflevering begon met een vlucht over besneeuwde bergtoppen waarbij het gelukzalige “Heaven, I’m in heaven, and my heart beats so that I can hardly speak…” van Irving Berlin klonk.
De klassieker uit Top Hat (1935) is al ontelbare malen door heel veel verschillende artiesten uitgevoerd, onder wie Billy Holiday, Ella Fitzgerald, Doris Day, Peggy Lee, Bing Crosby en Frank Sinatra. Na Top Hat, verscheen Cheek to Cheek ook in andere films, waaronder The Green Mile. Het gelukzalige moment van Fred Astaire wordt als nostalgie effectief ingezet als brug van 1999 naar een verhaal uit 1935.
Canvas zond woensdagnacht de klassieke sciencefiction- en horrorfilm The thing from another world uit. Zestig jaar na dato, na échte sciencefiction horror als Alien (1979) gezien te hebben, is het moeilijk voor te stellen dat deze film ooit als griezelfilm gepresenteerd werd. De filmposter en cover van de pulproman Who goes there? van John W. Campbell Jr. waarop de film gebaseerd is, zijn misleidend want erg griezelig is The Thing niet. Maar de spanningsopbouw is knap, de dialogen zijn zeer onderhoudend en de muziek van Dmitri Tjomkin is zoals we van hem gewend zijn lekker bombastisch. Het orkest speelt donker en dreigend in de geest van Nacht op de kale berg van Modest Moessorgski.
Een van de aardigste opnamen die in de Nacht van de Popmuziek getoond werden, vond ik het onderstaande fragment uit de film Celebration at Big Sur opgenomen tijdens het Big Sur Folk Festival op 13 en 14 september 1969. Eigenlijk had ik nog liever het fragment gezien van Down by the River met het hypnotiserende samenspel van Crosby, Stills, Nash and Young, maar Get Together (Smile on your brother) van Joni Mitchell is ook wel mooi.
Joni Mitchell
Deze concertregistratie laat het hippiedom van haar meest ontwapenende en verbroederende kant zien. De droom van love and peace was weliswaar een maand eerder door de gruwelijke Manson moorden wreed verstoord. Maar het plezier en het kinderlijke optimisme bleken tijdens het Big Sur Folk Festival onverwoestbaar.
Al eerder schreef ik iets over de Kanon Pokajanen van Arvo Pärt. Deze boetekanon die aan de heilige Andreas van Kreta wordt toegeschreven, wordt in de eerste week van de Grote Vasten verdeeld over vier stases van maandag tot en met donderdag gelezen en daarna nog eens in zijn geheel op de woensdag van de vierde week vóór de Zondag van Maria van Egypte. De compositie van Arvo Pärt uit 1997 volgt de negen oden en eindigt met een gebed.
Arvo Pärt
1. Exodus 15:1-19—Het Lied van Mozes en Miriam na het oversteken van de Schelfzee.
2. Deuteronomium 32:1-43—Het Lied van Mozes.
3. 1 Samuel 2:1-10 (1 Koningen 2:1-10, LXX)—Het lied van Hannah.
4. Habakkuk 3:2-19—Het visioen van Habakkuk.
5. Jesaja 26:9-20—Het gebed van de Profeet Jesaja.
6. Jona 2:3-10—Het gebed van de Profeet Jona.
7. Het gebed van Azariah 2-21 (Daniel 3:26-45)—Het gebed van Hananiah, Mishael en Azariah.
8. Daniël 3:52-90—Het Lied van de jongelingen in de vuuroven.
9. Lukas 1:46-55—Het Magnificat.
de kanon in het Kerkslavisch | Engelse vertaling van de kanon
Disco had zijn wortels in de soul, om precies te zijn in de Philadelphia soul. Uiterst dansbare muziek met extreem onbenullige teksten. Waarschijnlijk is 1974 het jaar van de grote doorbraak van de disco. Exemplarisch is de hit TSOP (The Sound of Philadelphia) van MFSB (Mother Father Sister Brother).
Aangemoedigd door Donna Summer werden discotheken kweekvijvers voor SOA. Niet alleen ’s zomers aan de costa’s, maar het hele jaar door. Wat in 1974 begon als een vrolijk feestje eindigde in 1984 in een grimmige epidemie.
In augustus 1972 kwam ik in klas 4 (groep 6) van de lagere school. Veel herinneringen heb ik niet meer aan dat jaar maar één moment zal ik nooit meer vergeten. Toen op dinsdagmiddag 5 september om half twee de les weer begon, werd er gebeden voor de gijzelaars in München. Het ultimatum zou ’s middags om drie uur aflopen. We begrepen allemaal dat het om iets heel spannends ging en ik deed als negenjarige mijn best om het tot mij door te laten dringen.
Wanneer ik eens rond snuffel in de Top 40 van week 35 van 1972 komen er onmiddellijk herinneringen omhoog. De meisjes op school dweepten met Donnie Osmond en David Cassidy. Pop Corn van Hot Butter was in augustus omhoog gesprongen naar de hoogste plaats en hield die positie bijna twee maanden vast zodat tenslotte iedereen popcorn tussen de oren had. En daarbij kwam nog Bata Illic die over Michaela-ha blééf zingen…
Ondertussen hadden de O’Jays in de Verenigde Staten een wereldhit met Black Stabbers. Het duurde lang voordat deze soulplaat Nederland bereikte. Op 14 oktober kwam Back Stabbers eindelijk de Top 40 binnen en bereikte in week 45 een elfde plaats. Na zeven weken lagen de O’Jays er weer uit. Voor mij is het een van de zoete herinneringen aan veertig jaar geleden, sweet philly op z’n best.
Philadelphia (or Philly) soul, sometimes called the Philadelphia Sound or Sweet Philly, is a style of soul music characterized by funk influences and lush instrumental arrangements, often featuring sweeping strings and piercing horns. The subtle sound of a vibraphone can often be heard in the background of Philly soul songs. The genre laid the groundwork for disco and what are now considered Quiet Storm and smooth jazz by fusing the R&B rhythm sections of the 1960s with the Pop Vocal tradition, and featuring a slightly more pronounced jazz influence in its melodic structures and arrangements. (Bron: Philadelphia Sound [ en.wikipedia,org ] )
veertig jaar geleden [ 1 ] | Die olympische Tragödie [ olympia72.de ]
Op 29 mei was het honderd jaar gelden dat in het Theâtre du Châtelet in Parijs het ballet L’après-midi d’un faune van de Ballets Russes in de choreografie van Vaslav Nijinsky voor het eerst werd opgevoerd. De Russische schilder Leon Bakst (pseudoniem van Lev Samoïlevitch Rosenberg) ontwierp de kostuums en decors. Nijinsky nam de faun voor zijn rekening en danste een lange solo vanaf het moment dat de faun zich loom uitstrekt in het bucolische landschap. De katachtige wellust waarmee de faun met de nimfen flirt, schokte destijds het publiek.
Nijinsky brak met de conventies van het klassieke ballet. Net als zijn tijdgenoot Isadora Duncan danste hij graag op blote voeten. Het directe contact met de aarde waarin de faun staat, sluit helemaal aan bij de reformbewegingen aan het begin van de twintigste eeuw. De Nietzscheaanse imperatief “Blijf de aarde trouw” werd ook beantwoord door de moderne dans. De heidense reidansen uit het oude Griekenland raakten in zwang en zouden een hoogtepunt krijgen in Stravinsky’s Le Sacre du Printemps. Dat ballet ging precies een jaar na L’après-midi d’un faune in het Théâtre des Champs-Elysées in Parijs in première en zorgde voor een nog groter schandaal.

Een andere grote Russische balletdanser van de twintigste eeuw, Rudolf Nureyev, danste later de faun in de oorspronkelijke choreografie en scenografie.
In 1985 maakte Barry Moreland, de toenmalige artistiek directeur van het West Australian Ballet, een choreografie van L’Après-midi d’un Faune. Deze is minder loom en energieker dan de choreografie van Vaslav Nijinsky. De faun wordt vertolkt door Ronnie Van den Bergh en de drie nimfen door Geraldine Lett, Michele Martin en Donna Mathews.
Tenslotte vond ik op youtube nog een historische opname van Prélude à L’après-midi d’un faune van 14 juni 1972 waarin de legendarische dirigent Leopold Stokowski (1882-1977) het London Symphony Orchestra dirigeert. Stokowski dirigeerde het LSO voor de eerste maal in 1912.
ballet L’après-midi d’un faune [ fr.wikipedia.org ]
ballet van Nizhinsky [ histoire-image.org ]
Eens in de zoveel tijd laat ik mij helemaal overspoelen door de golven die Claude Debussy in 1905 in drie symfonische schetsen “vastlegde". Debussy’s rijke klankwereld ontsluit een nieuwe ruimte die vanaf 1890 hoorbaar en zichtbaar werd. Zelf verbind ik zijn muziek meer met de symbolistische tendens in de Sezession-bewegingen van de jaren negentig dan met het impressionisme. Die laatste stroming is de componist vanaf zijn doorbraak in 1893 met Prélude à l’après-midi d’un faune blijven achtervolgen.


Debussy at 150: The Impressions Still Deceive [ nytimes.com ]
Gisterenavond viel ik met mijn vader (*1930) pardoes in de film Bleeke Bet uit 1934. Een oubollige Nederlandse film van 78 jaar oud is natuurlijk voor de heel taaie oudjes, type Johan Heesters (1903-2011). Deze speelt uiteraard ook een rol (Ko Monje) in Bleeke Bet en zingt O mooie Westertoren terwijl Jans (Jopie Koopman) nog net niet in zwijm uit het raam valt. Bleeke Bet is in navolging van het succes van De Jantjes (1934) een ode aan de Jordaan.
De cinematografie van Bleeke Bet is bijna tachtig later niet meer om aan te zien. Er werd nog gefilmd met een statische camera in shots van soms langer dan een minuut. De montage hapert hier en daar en is overal traag. Tussen de scenes door zitten “diavoorstellingen” van pittoreske plekjes in de Jordaan of de bloeiende bollenvelden (een zacht briesje is de enige actie) die voor onze groot- en overgrootouders zonder meer spannend geweest moeten zijn, maar die nu bijna schokkend zijn in hun slaapverwekkendheid. Het jengelende geluid van de smartlappen uit 1934 maakt dit Hollandse drama compleet. Bleeke Bet is definitief opgeborgen in het reservaat dat nostalgienet heet.
In 1982 zag ik Koyaanisqatsi en maakte ik voor het eerst kennis met de muziek van Philip Glass. Zelden heb ik een filmbeelden en filmmuziek zo prachtig in elkaar zien schuiven. De geest van Koyaanisqatsi (in de taal van de Hopi-indianenleven betekent dit woord “leven uit evenwicht, leven in gekte") sluit naadloos aan bij de muziek.
Exemplarisch voor Koyaanisqatsi zijn voor mij de gierende arpeggio’s die je hoort bij versneld afgespeelde beelden van stadsverkeer in het donker. De koplampen en rode achterlampen zie je in tegengestelde richtingen pijlsnel langs elkaar heen schieten als stromen rode en witte bloedlichaampjes. De muziek van Philip Glass maakt voor de een transformaties in de microkosmos hoorbaar, voor de ander de harmonie der sferen in de macrokosmos. In het verschijnen van deze verre en onafzienbare werelden, word je geconfronteerd met het ontzagwekkende. Muss es sein? Es muss sein! Koyaanisqatsi lijkt zich te verzoenen met de ongemakkelijke waarheid dat we onze planeet op den duur onleefbaar zullen hebben gemaakt, maar dat het leven hoe dan ook altijd door zal gaan.
Tamelijk flauwe satire van Stanley Kubrick maar de generiek is wel subliem. We zien een tankende B-52 terwijl we luisteren naar Try a Little Tenderness van Vera Lynn. De deinende beelden en de zwijmelmuziek geven helemaal het gevoel gelukzalig mee te dobberen in hogere sferen, bevrijd van zwaartekracht en aardse zorgen, terwijl je in de wolken wordt bijgetankt. Vijf jaar later zou Kubrick dit kunstje nog eens herhalen met het draaiende ruimtestation op een wals van Strauss in 2001: A Space Odyssey.
Overigens ligt de Freudiaanse symboliek er in deze beelden dik bovenop. Kubrick heeft mogelijk gedacht aan de laatste scene uit North by Northwest.
Drie weken geleden was het vijfenveertig jaar geleden dat Sergeant Pepper’s Lonely Hearts Club Band werd uitgebracht. Zestigplussers die het album toen kochten en voor het eerst beluisterden, zullen zich de maand juni 1967 nog altijd herinneren. Het album was een openbaring. Het mysterieuze A day in the life waarmee het album afsluit, is sindsdien als een ster aan de hemel blijven staan. De finale crash klinkt nog altijd door. Tune in, turn on and drop out.
Vanavond keek ik naar een cover van A day in the life door Tom Pintens tijdens de Radio 1 Beatles-sessie op de Vlaamse televisie ter gelegenheid van de zeventigste verjaardag van Paul McCartney. Behalve Tom Pintens lieten ook Arno, Soulsister, School is Cool, Jasper Steverlinck, Intergalactic Lovers, Amatorski en Geppetto & The Whales covers horen.
Na het zien van de psychedelische film The Trip (1967) surfte ik nog wat op het web door de tweede helft van de jaren zestig. Ik kwam o.a. de blog A dandy in Aspic tegen. Deze begint met een citaat van Peter Fonda uit de film The Limey (1999) van Steven Soderbergh:
Toen The Beatles op 1 juni 1967 (it was was 45 years ago …) Sergeant Peppers Lonely Hearts Club Band uitbrachten, waren volgens veteraan Peter Fonda de échte jaren zestig dus alweer voorbij. Na het voorjaar van 1967 begon de commerciële exploitatie van de psychedelische revolutie. Eerst in de Verenigde Staten maar het waaide snel over naar Europa. Het jaar van de studentenopstand was ook het jaar van drie Europese psychedelische films: De Frans-Italiaanse film Barbarella en de Beatlesfilm Yellow Submarine zijn de bekendste. Maar er is nog een minder bekende Engelse film waarvoor George Harrison de muziek schreef en waarin Jane Birkin de hoofdrol speelde. Het nummer Wonderwall van Oasis werd naar deze film genoemd.
Wonderwall [ imdb.com ] | Back to the sixties [ 1 ] | Back to the sixties [ 2 ]
De psychedelische revolutie van 1966 leverde een aantal hippiefilms op waarvan Easy Rider uit 1969 het bekendst is. Maar er zijn ook een paar minder bekende en over het algemeen lager gewaardeerde films over de hippietijd. Een paar jaar geleden schreef ik hier iets over The Trip uit 1967. Deze week dompelde ik mij weer eens veilig onder in de trip van Peter Fonda. Hij speelt in deze film Paul Groves, een ambitieuze reclamejongen die in scheiding ligt met zijn vrouw Sally (Susan Strasberg) en in een persoonlijke crisis zit. Door een LSD-trip te maken, hoopt hij meer inzicht te krijgen in zichzelf. Het scenario werd geschreven door Jack Nicholson. Deze zou twee jaar later doorbreken in Easy Rider maar in 1968 was hij ook te zien in Psych-Out, weer een andere hippiefilm. De muziek speelt uiteraard een belangrijke rol in hippiefilms. De filmscore bij The Trip is van de Amerikaanse psychedelische bluesband The Electric Flag.
Dave in Psych-Out

Sfeervolle zwart-witdocumentaire om op de late avond weg te drijven in gelukzaligheid. Chet Baker was een meester van de roes die hij permanent leek te bewonen. Voor de realiteit was hij minder geschikt. Op 12 mei 1988 viel hij in Amsterdam uit een raam, waarschijnlijk onder invloed van drugs. Hij overleefde het niet.
Eind jaren zestig, begin jaren zeventig brak er in Amerika een golf van soloartiesten door die eenzaam voor zich uit tokkelend commentaar leverden bij het leven in een overspannen mediacultuur. Voor het genre singer-composer betekende de Troubadour in Los Angeles niet alleen een podium maar ook een springplank naar de platenindustrie en het grote publiek. De documentaire die in Het Uur van de Wolf werd uitgezonden, concentreerde zich rond een optreden van James Taylor en Carole King in de Troubadour in 2007.
James Taylor bracht zijn gelijknamige debuutalbum uit in 1968 en vanaf dat moment heeft hij de schijnwerpers nooit verlaten. Zijn grootste hit scoorde hij in 1971 met het door Carole King geschreven’You’ve got a friend‘.recensie van het concert van James Taylor op 16 mei in Amsterdam
Met Koninginnedag leek het prozaïsche Veenendaal even veranderd in Rio toen de koninklijke familie er afgelopen maandag op bezoek was. De horeca in de Sandenbrinkstraat had er wellicht op aangedrongen om het stijfburgerlijke imago dat aan Veenendaal kleeft aan de kant te schuiven met een samba. En zo schalde op deze zonnige voorjaarsdag Mas que Nada door de straat om de koninklijke benen wat losser te maken. “Mas que nada, Sai da minha frente, Eu quero passar , Pois o samba está animado, O que eu quero é sambar.” Je hoeft er geen Portugees voor te kennen om de boodschap te verstaan.
De samba deed Michaela stralen. “Signor Rossi!” riep ze heel blij, “Signor Rossi!". “Het is Sergio Mendes” verbeterde ik haar en toen begon ik te twijfelen. Had ze ooit met een Italiaan op de samba van Sergio Mendes gedanst? Het bleek onschuldiger. Signor Rossi was een figuurtje uit een tekenfilmserie die in het begin van de jaren zeventig op de Duitse televisie werd uitgezonden. Het was getekend in een wat achteloze cartoon modern stijl en net als de Pink Panther had het een swingende intro. Op youtube liet Michaela mij het beginfilmpje van Signor Rossi zien met de samba Viva La Felicita van de Italiaanse componist Franco Godi. Het was mij ineens duidelijk waarom Mas que Nada haar bij Signor Rossi had gebracht.
De volgende dag las ik in De Gids de Kousbroeklezing van Ian Buruma: Hoe vroeger voelde. In de nostalgie gaan we terug naar het gevoel dat we vroeger hadden. Toen Michaela via Mas que nada het gevoel van Viva La Felicita kreeg, was ze weer terug bij dat gevoel van veertig jaar geleden. Ze was zélf weer even terug, dat blije meisje dat van binnenuit straalt.
Ian Buruma in zijn Kousbroeklezing
Rudy Kousbroek was een onvermoeibare promotor van het redelijke verstand. Nochtans werd hij om het op zijn Kousbroekiaans te zeggen, opvallend vaak overmand door zijn gevoelens, met name het gevoel van weemoed. Het geluid van een oude Franse auto, een foto van een dier, een geur die hem herinnerde aan Indië, en hij was weer even terug, als het ware. Nostalgie is een verlangen, niet zozeer om daadwerkelijk terug te zijn in de verleden tijd, want dat zou absurd zijn, maar om een gevoel uit het verleden terug te vinden; niet hoe het werkelijk was, maar hoe het voelde.Wanneer je een willekeurige voorbijganger op straat vraagt om één kunstwerk uit de achttiende eeuw te noemen, dan is er een grote kans dat je dan als antwoord krijgt : de Matthäus Passion. Johann Sebastiaan Bach componeerde al zijn werk uitsluitend in opdracht. Niet één cantate, fuga of orgelwerk schreef hij puur voor zichzelf. Daar had hij geen tijd voor. Teveel opdrachten. De Matthäus Passion componeerde hij als cantor voor de Thomaskerk in Leipzig in 1727 of 1728. Ieder jaar met Goede Vrijdag zijn er overal in het land vele uitvoeringen en op televisie wordt het beroemde koorwerk elk jaar tussen twaalf en drie uur ’s middags uitgezonden. Gisterenmiddag was dat de uitvoering van het barokorkest en koor met solisten o.l.v. Ton Koopman op 14 maart 2006.
Een van de meest aangrijpende momenten vind ik de verloochening van Petrus: “Und alsbald krähete der Hahn. Da dachte Petrus an die Worte Jesu, da er zu ihm sagte: “Ehe der Hahn krähen wird, wirst du mich dreimal verleugnen", und ging hinaus und weinte bitterlich.” Bach heeft het woord “weinte” grote intensiteit gegeven door het over enkele maten uit te spinnen. Ook wanneer je geen belijder bent van het Grote Verhaal, blijft de verloochening van Petrus een diep menselijk drama. Het gaat dan over het verraden van je geliefde, over overspel en gepast berouw. Maar voor Bach en gelovigen gaat het over een kosmisch drama, het schepsel dat zijn Schepper verloochent en daar in navolging van Petrus berouw over heeft. Daarna horen we een van de mooiste aria’s: “Erbarme Dich, Mein Gott, um meiner Zähren willen! Schaue hier, Herz und Auge weint von dir Bitterlich.“
Prachtige documentaire van Jan Louter over Eric Vloeimans in het Uur van de Wolf. Zondagmiddag wordt deze herhaald op Nederland 2 om vijf over vijf. Ik ging eens kijken op de website van Eric Vloeimans en was verrast door de HTML-versie. Alles is in HTML5 geprogrammeerd, zo clean als The White Album van The Beatles terwijl Eric af en toe voorbij komt …
Eric Vloeimans
Het fluisteren van Eric Vloeimans
zondag 1 april herhaling op Nederland 2 van 17 u.05 tot 18 u.05.
“Dit stuk, dat pakt nog één keer die hele negentiende eeuw samen op een schaal zoals niemand dat ooit gedaan heeft. Een autodidact, die niet eens op het conservatorium gezeten heeft. Hou oud was hij, 26, 27? toen hij dit stuk maakte? Dat is ongeloofelijk geniaal.” aldus dirigent Reinbert de Leeuw over de Gurrelieder (1903) van Arnold Schönberg.
Documentairemaakster Carine Bijlsma volgt in Extase de dirigent tijdens de voorbereiding van zijn droom: de uitvoering van de Gurrelieder met de grootste orkestrale bezetting aller tijden: 356 personen! Alleen het orkest bestaat al uit 84 strijkinstrumenten. Daarbij komen nog een aantal koren van in totaal 200 personen. Een ambitieus project én een mammoetonderneming.
De documentaire is vooral een eerbetoon aan Reinbert de Leeuw en een portret van een man die bezeten is van muziek en reflecteert over zijn werk: “Fantastisch om dat mee te mogen maken… Dat het in jouw handen zit… Zo’n stuk, daarvan ben jij natuurlijk het centrum… Het heeft ook met macht te maken… Het is verslavend natuurlijk… Jij bepaalt wat er gebeurt.”
Van de uiteindelijke uitvoering wordt alleen het slotakkoord getoond met een close up van het gezicht van de dirigent tegen een donkere achtergrond. Ik moest denken aan de woorden van Skrjabin: “Ik wil mijn publiek laten stikken in extase”. Je ziet het gezicht van De Leeuw aanzwellen bij de laatste maten, de ogen beginnen uit te puilen, de adem stokt … en dan is het voorbij. “Als je zo intens met muziek bezig bent… en als het dan afgelopen is. Dat is on-ver-dra-ge-lijk. Vreselijk! Dat is in het zwarte gat vallen. Dat is het echt.”
Extase is niet alleen een prachtig portret van Reinbert de Leeuw maar laat ook iets horen van die opgezwollen late negentiende eeuw. Met de Gurrelieder (1903) was Schönberg nog niet de atonale weg ingeslagen en zat hij net als Mahler en Skrjabin op het staartje van de Romantiek. Een laatste maal nog zwelt de geest van Wagner aan tot een extatische hoogtepunt om daarna uiteen te spatten in de koele klaarheid van de atonaliteit en het modernisme.
Toen Michaela zaterdag uit de stad terug kwam en haar nieuwste CD had opgezet (ingezet met Portrait of a Picture) dacht ik onmiddellijk aan John Coltrane. Joris Posthumus is er aan gewend om met Coltrane vergeleken te worden: ,,Hij is een tenorist en ik een altist. Ik heb toch een ander geluid maar speel soms op een Coltrane-achtige manier. In mijn spel zitten quotes, referenties naar Coltrane. Als zoiets eens in een recensie verschijnt, veroorzaakt dat klaarblijkelijk een sneeuwbaleffect. Maar goed, ik word liever vergeleken met Coltrane dan met bijvoorbeeld Kenny G.” (scheldejazz.nl)
Mijn favoriete compositie op The Abyss is Of A Different Kind met onweerstaanbare, gejaagde drums en hypnotiserend spel.
De Nederlandse tekstschrijver Rob Chrispijn (Wenen, 1944) is vanaf het allereerste begin medebepalend geweest voor het succes van Herman van Veen. In 1968 vertaalde hij het poëtische Suzanne van Leonard Cohen en sindsdien schreef hij tientallen teksten voor Herman van Veen, meestal in samenwerking met componist Erik van der Wurff en gitarist Harry Sacksioni. Mijn favouriete platen van Herman van Veen zijn albums uit de jaren zeventig zoals Bloesem (1972) Alles (1973), En nooit weerom (1974), Overblijven (1977) en Op Handen (1978).
Een deel van de liedteksten die Rob Chrispijn tussen 1968 en 1983 geschreven heeft, is gebundeld in Chrispijn, 15 jaar liedteksten. Het boek is allang uitverkocht, maar vorig jaar verscheen een nieuw boek Ogen met uitzicht op zee met honderd liedteksten. Het is te bestellen op zijn website. Een van de mooiste liedjes die hij voor Herman van Veen geschreven heeft, vind ik nog altijd Hoe dikwijls van de albums Overblijven (1977) en Carré IV (1979).
Nog een paar mooie liedjes van Herman van Veen, geschreven door Rob Chrispijn: Ogen met uitzicht op zee, Verzameling en Ze boog zover voorover. In navolging van het dorp (1965) van Friso Wiegersma schreef Rob Chrispijn Kind aan huis (1974) over de verkillende modernisering en heimwee naar vroeger.
In januari 1982 luisterde ik dagelijks naar Iets van een Clown van Herman van Veen. Het was net vóór de komst van de CD en ik draaide de LP op de oude platenspeler van mijn vader. Het eerste nummer heette: Laten we maar zeggen dat het regende en in de tekst zat een regel die mij erg aansprak: “Jonge dichters dromen van eigen werk in de literaire bladen.” Ik voelde mij een dichter en een dromer en ambities waren mij niet vreemd. Maar eenzaam voelde ik mij niet. Met een geestverwant was ik een blaadje ter bevordering van experimentele poëzie begonnen dat we samen vol schreven met Paul van Ostayen-achtige gedichten. Soms wreef ik mij suf met wrijfletters voor een visueel gedicht. En zo hadden we ons voorschot genomen op de droom van jonge dichters.
uit: Laten we maar zeggen
dat het regende
Terwijl de meisjes in onze klas op maandagavond luisterden naar de liefdesgedichten in Candlelight (met de onvergetelijke stem van Jan van Veen!), schreven wij klank- en dingdichten én persiflages op Candlelight (“zonder jou voel ik me als een parkeermeter zonder paal.”) Ons poëzieblaadje kopieerden we in de schoolbibliotheek en verspreidden het in de schoolkantine. Een klasgenoot smokkelde het blaadje naar onze leraar Nederlands. We hadden allerlei docenten, maar we hadden maar één leraar. Hij stimuleerde onder zijn leerlingen de artistieke ontwikkeling en was onze stille bondgenoot in onze strijd tegen het oprukkende yuppendom. Bovendien was hij een groot vogelliefhebber. In navolging van Jan Hanlo schreef ik een klankdicht dat ik “symphonie der vogelgeluiden” noemde. Uit een vogelgids had ik de roep overgeschreven van een aantal vogels die hun eigen naam roepen.
Onomatopeeën, zo hadden we bij Nederlands geleerd. De Karrekiet, tjiftjaf, grutto, kievit, koekoek ving ik allemaal in een klankdicht én lokroep. Het werkte. Onze leraar die ons blaadje had ingekeken, was op de lijmstok van mijn gedicht gaan zitten en stond voor een stomverbaasde klas wild te “twitteren": “poe-wiet, poe-wiet, karre-karre-kiet-kiet, sie-doeè-dol, koekoek, koekoek…” Het had allemaal een hoog poelifinario-gehalte maar de klankervaring was in ieder geval rijker dan Jan Hanlo’s monotone mus: “Tjielp, tjielp, tjielp.” In 1982 pleegden we een coup in de redactie van de schoolkrant. Nu hadden we pas echt een kanaal voor onze artistieke ambities ter beschikking.
De Top 2000 is behalve muziek ook nostalgie. Zo komt het ook dat iedereen zijn eigen hoekje in de Top 2000 heeft. De zestigplussers horen graag de singles terug uit de jaren zestig en de jongeren horen het liefst de mp3’s van nu. En een late veertiger als ik, die van 1975 tot 1983 intensief de hitlijst volgde, hoort graag muziek uit de tweede helft van de jaren zeventig en begin jaren tachtig. Waarom? Niet omdat deze muziek beter is dan de andere, maar vooral omdat bij het horen van de platen uit die tijd herinneringen naar boven komen uit de jaren tussen mijn twaalfde en twintigste. Volgens de bioloog Midas Dekkers is dat dé periode in een mensenleven waarin popmuziek belangrijker is dan op welke leeftijd dan ook. Ik geloof dat ik het met hem eens ben. Daarom een selectie van platen tussen 1975 en 1983.
Vandaag op nummer
154: I’m not in love (1975) van 10CC
132: Wuthering heights (1978) van Kate Bush
115: In the air tonight (1981) van Phil Collins
71: Go your own way (1977) van Fleetwood Mac
1: Bohemian Rapsody (1975/1976) van Queen
Vandaag op nummer
492: Tusk (1979) van Fleetwood Mac
490: Everytime I think of you (1979) van The Babys
431: Denis (1978) van Blondie
383: If you leave me now (1976/1977) van Chicago
396: Baker Street (1978) van Gerry Rafferty

De Top 2000 is behalve muziek ook nostalgie. Zo komt het ook dat iedereen zijn eigen hoekje in de Top 2000 heeft. De zestigplussers horen graag de singles terug uit de jaren zestig en de jongeren horen het liefst de mp3’s van nu. En een late veertiger als ik, die van 1975 tot 1983 intensief de hitlijst volgde, hoort graag muziek uit de tweede helft van de jaren zeventig en begin jaren tachtig. Waarom? Niet omdat deze muziek beter is dan de andere, maar vooral omdat bij het horen van de platen uit die tijd herinneringen naar boven komen uit de jaren tussen mijn twaalfde en twintigste. Volgens de bioloog Midas Dekkers is dat dé periode in een mensenleven waarin popmuziek belangrijker is dan op welke leeftijd dan ook. Ik geloof dat ik het met hem eens ben. Daarom een selectie van platen tussen 1975 en 1983.
Vandaag op nummer
836: House for Sale (1975) van Lucifer
842: It’s a long way there (1976) van The Little River Band
760: Blue Monday (1983) van New Order
735: Black Betty (1978) van Ram Jam
598: Down under (1982) van Men at work

Vandaag op nummer
1067: Show me the way (1976) van Peter Frampton
1021: Love is all (1975) van Roger Glover & Guests
980: Night boat to Cairo (1979) van Madness
945: Uncertain smile (1983) van The The
914: Make me smile (1975) van Steve Harley & Cockney Rebel

De Top 2000 is behalve muziek ook nostalgie. Zo komt het ook dat iedereen zijn eigen hoekje in de Top 2000 heeft. De zestigplussers horen graag de singles terug uit de jaren zestig en de jongeren horen het liefst de mp3’s van nu. En een late veertiger als ik, die van 1975 tot 1983 intensief de hitlijst volgde, hoort graag muziek uit de tweede helft van de jaren zeventig en begin jaren tachtig. Waarom? Niet omdat deze muziek beter is dan de andere, maar vooral omdat bij het horen van de platen uit die tijd herinneringen naar boven komen uit de jaren tussen mijn twaalfde en twintigste. Volgens de bioloog Midas Dekkers is dat dé periode in een mensenleven waarin popmuziek belangrijker is dan op welke leeftijd dan ook. Ik geloof dat ik het met hem eens ben. Daarom een selectie van platen tussen 1975 en 1983.
Vandaag op nummer
1461: Weekend (1979) van Earth & Fire
1369: Wild places (1979) van Duncan Browne
1302: I feel love (1977) van Donna Summer
1278: Yesterday once more (1973) van The Carpenters
1262: Golden Years (1976) van David Bowie
Vandaag op nummer
1762: Tell me your plans (1978) van The Shirts
1727: Black Pearl (1982) van de Margriet Eshuijs Band
1725: Rappers Delight (1980) van The Sugar Hill Gang
1693: Brick House (1977) van The Commodores
1634: Lovely Day (1978) van Bill Withers
De Top 2000 is behalve muziek ook nostalgie. Zo komt het ook dat iedereen zijn eigen hoekje in de Top 2000 heeft. De zestigplussers horen graag de singles terug uit de jaren zestig en de jongeren horen het liefst de mp3’s van nu. En een late veertiger als ik, die van 1975 tot 1983 intensief de hitlijst volgde, hoort graag muziek uit de tweede helft van de jaren zeventig en begin jaren tachtig. Waarom? Niet omdat deze muziek beter is dan de andere, maar vooral omdat bij het horen van de platen uit die tijd herinneringen naar boven komen uit de jaren tussen mijn twaalfde en twintigste. Volgens de bioloog Midas Dekkers is dat dé periode in een mensenleven waarin popmuziek belangrijker is dan op welke leeftijd dan ook. Ik geloof dat ik het met hem eens ben. Daarom een selectie van platen tussen 1975 en 1983.

Vandaag op nummer
1966: Sailor (1975) van Sailor
1903: Zoek jezelf broeder (1975) van Het Simplisties Verbond
1895: Winter in America (1976) van Doug Ashdown
1861: Fame (1976) van David Bowie
1877: Copacabana (1978) van Barry Manilow
Op 10 september j.l. speelde de Radio Kamer Filharmonie o.l.v. Thomas Zehetmair tijdens de zaterdagmatinee het Vioolconcert in D opus 61 van Ludwig van Beethoven. Vorige week werd het ’s avonds laat uitgezonden in het programma nps podium. Ik pakte na het luisteren het XYZ der Muziek (eerste druk 1936) van Casper Höweler erbij. Zijn beschrijving van Beethovens vioolconcert komt tegenwoordig nogal hijgerig op ons over. Na 75 jaar klinkt Höweler’s taal ouderwets. Maar het vioolconcert uit 1806 dat hij beschrijft, is nog veel ouder en spreekt voor ons ook een taal die we zelf niet meer spreken. Een zin als “…ondoorgrondelijke dragers van hoogste en zuiverste schoonheid, wier zeldzaam geheim wel nooit ontraadseld zal worden.” staat in feite dichter bij Beethovens tijd als de onze. Beethoven leefde in de tijd van het geniale en het sublieme en wij leven in een tijd van relativisme en vervlakking.
Casper Höweler over
het vioolconcert in D van Beethoven
Het vioolconcert in D groot, Op. 61 van Ludwig van Beethoven is één van de bekendste en meest gespeelde vioolconcerten uit het late classicisme. Het werd in 1806 geschreven en ging op 23 december van dat jaar in première in het Theater an der Wien in Wenen. Beethoven schreef het stuk voor zijn collega Franz Clement, die het stuk ook voor het eerst uitvoerde samen met Beethoven als dirigent. Echter werd de eerste druk van het stuk in 1808 aan Beethovens vriend Stephan von Breuning opgedragen. Het concert werd niet goed ontvangen en werd in de jaren daarna weinig meer uitgevoerd. (Bron:nl.wikipedia.org)
Een vriendje van mij had in 1975 een Big Jim pop. Die zag er tamelijk opgeblazen uit, maar het was toch geen opblaaspop. Als je Jim uit de doos haalde, droeg hij alleen een boxer short. De fabrikant wilde wel graag dat Jim aangekleed werd, dus bestond er een hele garderobe voor Jim. Zo had je een judopak(je) voor Jim, een tennistenue(tje), een kaki safaripak(je) en een commandopak(je). Er was zelfs een wit kostuum(pje) leverbaar voor een romantisch rendez-vous(tje) met Barbie bij het buurmeisje. Aan mij was dat allemaal niet besteed. Want ik had Hank.
Mijn held Hank the Knife was altijd strak gekleed in een zwart pak, droeg een penose zonnebril en een six string bass. Dat zwarte pak was voor mij vertrouwd, want ik kwam immers uit Veenendaal. Vlak voor mijn twaalfde verjaardag werd Hank mijn held. Guitar King was in het voorjaar van 1975 de hitparade binnengevlogen en voor mij was het onmiddellijk duidelijk dat er een band was tussen Hank, de Guitar King en mijzelf.

Als je Hank net als Jim in een doos met alleen een boxer short aan had moeten verkopen, was je er gegarandeerd mee blijven zitten. Hank was in werkelijkheid een schriel mannetje. Maar zijn gangster imago en zijn riffs maakte op mij als kersverse twaalfjarige veel meer indruk dan het luie biologische kapitaal van Jim. Kleren maken de man. En woorden de guitar king en the gunman.
Mijn eerste kennismaking met de Zesde Symfonie van Tsjaikovski was nog op vinyl. Op de LP-hoes stond het Vlot van de Medusa afgebeeld, het beroemde schilderij van Théodore Géricault. Dat beloofde wat! Zou de muziek net zo dramatisch en over the top zijn? Zeker, het orkest overweldigt, verzwelgt en scheurt ons aan stukken. Maar er zijn ook heel stille, verfijnde, liefelijke en soms mierenzoete passages. Tsjaikovski heeft alle registers opengetrokken en laat het hele scala aan emoties voorbijtrekken. Je kunt je er tegen verzetten en het als bombastisch geweld aan de kant zetten of je kunt je er door laten meevoeren. De reacties van het publiek waren na de première in oktober 1893 aan de lauwe kant. De overgevoelige componist die pas op 47-jarige leeftijd zijn verlegenheid eindelijk had overwonnen en voor het eerst als dirigent publiekelijk had opgetreden, overleefde de première tien dagen. Het werk waarin hij alles had gestopt dat hij wilde zeggen, is zijn zwanenzang geworden.
Mooi interview van Hans Haffmans met Jaap van Zweden die na zeven jaar afscheid neemt als chef-dirigent van het Radio Filharmonisch Orkest.
Daarna was er een documentaire te zien over het orkestwerk Een Nacht op de Kale Berg (Modest Moessorgsky, 1867 / Rimsky-Korsakov, 1886). Haffmans sprak o.a. met musicoloog Marcel Zwitser en vroeg hem of deze ongewone compositie over een heksensabbat duivelse muziek is. Zwitser bekende hem dat hij er niet echt graag naar luistert, “omdat het toch een beetje reclame maken is voor de duistere wereld". Hoe goed het muzikaal ook is, volgens Marcel Zwitser is het toch “alsof je wordt uitgescholden in een taal die je niet verstaat".
Vrijdagavond gaf het Metropole Orkest o.l.v. chef-dirigent Vince Mendoza een concert met filmklassiekers uit Hollywood. Het programma volgde losjes het thema “de jaren twintig” en werd live op radio 4 uitgezonden. Jammer dat er in het programma zo weinig aandacht was voor de pioniers van de filmmuziek, juist omdat de jaren twintig centraal stonden. Van de drie godfathers van de filmmuziek, Max Steiner (Gone with the wind 1939, Casablanca 1942), Alfred Newman (All about Eve 1950, The Robe 1953) en Dimitri Tiomkin (The Guns of Navarone 1961, The fall of the Roman Empire 1964), was alleen Steiner’s thema voor King Kong (1933) in het programma opgenomen.
Beroemde filmcomponisten als Erich Korngold (The adventures of Robin Hood, 1938), Franz Waxman (Rebecca 1940, Rear Window 1954), Miklós Rósza (Lust for life 1956, Ben Hur 1959) en Alex North (Spartacus 1960, Cleopatra 1963) zaten ook al niet in het programma. Ook Gottfried Huppertz (Die Nibelungen 1924, Metropolis 1926) de huiscomponist van Fritz Lang heb ik gemist. Hij is heel erg “jaren twintig", maar weer geen componist uit Hollywood. Gelukkig was Bernard Herrmann er weer wel bij met een van zijn vroegste scores, namelijk die bij Citizen Kane (1940).
programma 11 november 2011, Vrijdag van Vredenburg
Overture Lawrence of Arabia - Maurice Jarre (Lawrence of Arabia)
What’ll I do - Irving Berlin (The Great Gatsby)
Overture and Themes - Lenny Hayton (Singin’ in the Rain)
A New Carpet - Nino Rota (Godfather Two)
Murder of Don Fanucci - Nino Rota (Godfather Two)
The Immigrant - Nino Rota (Godfather Two)
Solace - Scott Joplin (The Sting)
Main Title - John Barry (Out of Africa)
Last Emperor Theme - Ryuichi Sakamoto (The Last Emperor)
The Untouchables - Ennio Morricone (The Untouchables)
Chaplin Medley - Charlie Chaplin (MODERN TIMES)
Drop me off in Harlem - Duke Ellington (The Cotton Club)
King Porter Stomp - Fletcher Henderson (Millers Crossing)
Old Man of the Mountain (Young, Brown) - Cab Calloway/Fleischer (1933) (Betty Boop)
Chinatown Main Theme - Jerry Goldsmith (Chinatown)
Kong Escapes - Max Steiner (King Kong)
Citizen Kane’s News Office - Bernard Herrmann (Citizen Kane)
Running Wild - Duke Ellington (Millers Crossing)
The Devil and Daniel Johnston is a 2006 documentary film about the noted American artist Daniel Johnston. It chronicles Johnston’s life from childhood up to the present, with an emphasis on his experiences with bipolar disorder, and how it manifested itself in demonic self-obsession. The film was directed by Jeff Feuerzeig and produced by Henry S. Rosenthal. Rotten Tomatoes gave the film a rating of 89 percent, based on 102 reviews, and stated the critical consensus as: “Whether you think this mentally ill cult musician is worthy of being called a ‘genius’, this document of his life is crafted with sincere respect and is fascinating to watch.
Mijn ouders zijn honkvast en wonen vandaag alweer 42 jaar in het huis waar ik ben opgegroeid. Vorige week werd een nieuwe cv-ketel geïnstalleerd. Dat betekende dat er op de zolder met dozen moest worden geschoven en dat nodigde tegelijkertijd uit tot een opruiming. Cees Nooteboom heeft wel eens gezegd dat de herinnering een hond is die gaat liggen waar hij wil. Van de dozen op de zolder van mijn ouderlijk huis kun je precies het omgekeerde zeggen. Ze staan er en staan er, totdat er weer eens in gesnuffeld wordt. Niet door een hond, maar door de Marcel Proust in mij. Afgelopen week had ik juist een stukje over de zomer van 1975 geschreven en nu vond ik in een van die dozen een stapeltje hitlijsten uit 1975 en 1976. Je bekijkt ze en hoort in je hoofd vanzelf de muziek weer en wordt teruggezogen in de tijd. Zo vond ik ook de top 40 van 20 december 1975, de week waarin Bohemian Rapsody op een vijftiende plaats binnen kwam. Drie weken later, in 1976 verdrong Queen de zingende zusjes van Pussycat van de eerste plaats. Bohemian Rapsody staat nog altijd bijna elk jaar bovenaan in de top 2000.

De zomer der zomers was voor mij die van 1975. Dat was een legendarisch hete zomer. Net als de zomer van 1947, de zomer der zomers van mijn vader. Het zal ongetwijfeld ook met mijn leeftijd te maken hebben gehad dat deze zomer mij zo goed is bijgebleven. In mei was ik twaalf geworden en er stond een grote verandering voor de deur: in juni zou ik de lagere school verlaten om deze in augustus te verwisselen voor de brugklas. De zomer van 1975 was dus een soort pauze tussen twee belangrijke fasen in mijn leven.
Terwijl de zomermaanden mij zo goed zijn bijgebleven, kan ik mij van de eerste dag op de middelbare school in augustus helemaal niets meer herinneren. Eigenlijk is dat vreemd omdat ik mij nog wél wat kan herinneren van mijn eerste dag op de kleuterschool (augustus 1967), de lagere school (augustus 1969) en de kunstacademie (augustus 1983). Douwe Draaisma schrijft ergens in een van zijn boeken dat we ons nooit de gebeurtenis zélf herinneren, maar altijd de laatste herinnering aan deze gebeurtenis die we in ‘ons systeem’ hebben opgeslagen. Vergeten begint dus bij het moment dat je vergeet een ‘backup’ te maken. Wanneer was dat? Kon ik mij een jaar later mijn eerste dag op de middelbare school nog wél herinneren? Of is deze dag zo vreselijk geweest dat ik ’s avonds al besloten heb er geen herinneringen aan te bewaren?
In ieder geval was de zomer van 1975 mooi genoeg om er telkens weer op terug te kijken. Dat gebeurt bij mij vaak aan het einde van het jaar wanneer de radio met de top 2000 op de nostalgische toer gaat. Bij het horen van een zomerhit uit 1975 wordt dan het deel van mijn geheugen waar ik herinneringen aan de zomer van 1975 bewaar, even onder stroom gezet.
twintig hitsingles uit de zomer (en nazomer) van 1975
mei: House for Sale - Lucifer, Love is All - Roger Glover & Guests, Foxie Foxtrot - Nico Haak, The Guitar King - Hank the Knife and the Jets
juni: Girls - Moments and Whatnauts, Swing your daddy - Jimmy Gilstrap,
I´m not in love - 10 CC, Roll over lay down - Status Quo
juli: S.O.S. - Abba, Autobahn - Kraftwerk, Stand by your Man - Tammy Wynette, One of these nights - The Eagles
augustus: The Elephant Song - Kamahl, Ramaya - Afric Simone, Tu t’en vas - Alain Barrière & Noëlle Cordier, Slow Down - Shabby Tiger
september: Sailing - Rod Stewart, Moviestar - Harpo , The Hustle - Van Mc Coy, Rhinestone Cowboy - Glen Campbell
Nostalgie is een zoete verbintenis tussen bepaalde beelden, geluiden en geuren en gekoesterde herinneringen. De ‘Marcel Proust’ in mij verzamelt soms allerlei beelden, geluiden en geuren in de zoektocht naar de verloren tijd. Ik luister bijvoorbeeld naar platen uit 1975 en pak er wat beelden bij die ik toen voor het eerst moet hebben gezien. De jaargang PEP uit 1975 staat nog steeds in de kast, dus dat maakt het gemakkelijk. Het lastigste is om er een geur bij te vinden. Met de inmiddels bedompte lucht van een PEPje wil het niet goed meer lukken. Welke geur moet er in de tijdmachine om in de zomer van 1975 te belanden? Nivea? Suikerspinnen? Gemaaid gras? Met een Autan muggenstift moet het wel gaan, maar de kans is groot dat ik dan in de zomer van 1976 (ook warm met veel muggen) terecht kom. Gelukkig zijn de zintuigsferen met elkaar verbonden, dus door te luisteren naar bijvoorbeeld One of these Nights van The Eagles moet het mogelijk zijn in mijn herinnering een luchtje te ruiken. En zo gaat mijn zoektocht door. Terug naar de zomer die ik nooit voorbij wil laten gaan.


Als je naar het filmpje kijkt van The Turtles uit 1967, dan lijkt de vrolijkheid van de sixties wel een recept: zet een paar springerige jongvolwassenen in de wei en maak daar een filmpje van. Breng tussendoor in close up hun individuele dolletjes in beeld. The Turtles waren net als de Monkees een kopie van de Beatles met een paar jonge honden teveel. Happy Together werkt nog altijd aanstekelijk en heeft voor mij de ultieme galm van the sixties: pa-pa-pa-pa pa-pa-pa-pa pa-pa-paaah-pa-pa-pa-paaaaahh….
Herman Brood was onze nationale knuffeljunk. Om deze status te verdienen, had Brood in de jaren een imago opgebouwd waarbij de kwajongen en de lieve zorgzame man elkaar zorgvuldig in evenwicht hielden. Dat werkte het beste tegen de achtergrond van een moederfiguur. Door in een familieshow met zijn bloedeigen moeder op te treden, had Herman Brood een dijk van een PR-stunt neergezet. De junk die schor als een kraai op prime time voor zijn moeder een ondeugende tekst over moederliefde zong, bleek een tweesnijdend zwaard in handen te hebben. Zijn gevestigde publiek vond de combinatie van de junk en het burgerlijke vrouwtje grappig en ontroerend, terwijl in honderdduizenden burgerlijke huiskamers en verzorgingstehuizen de harten van de omaatjes smolten. De smerige heroïnejunk bleek de kwaadste niet. Door met zijn moeder op de vaderlandse buis te verschijnen, had hij er bovendien nog een imago bij gekregen. Herman Brood was nu ook ons nationale Grote Kind geworden. Je schrijft het inderdaad met hoofdletters omdat het Grote Kind een religieuze dimensie heeft: het is namelijk altijd en overal Zichzelf en lijkt Augustinus‘ woord te belichamen: “Ama et fac quod vis.” Heb lief en doe wat je wilt.
Wanneer Henk Binnendijk in 1994 voor het EO-programma fifty-fifty Herman Brood in zijn atelier opzoekt en hem langs de religieuze meetlat legt, dan weet Brood precies hoe hij het publiek voor zich kan winnen. “Henk deugt. Maar ik deug meer.” Het Grote Kind heeft gesproken. Wie gevoelig is voor de tijdgeest weet dat het geloof in God versmald (of verbreed) is tot het geloof in jeZelf. In de post- christelijke tijd heeft degene die niet in ‘de oude man met de grijze baard’ maar in zichZelf gelooft de sterkste papieren in handen gekregen.

Aurelius Augustinus
Ook in Villa Felderhof gaat het Grote Kind in 1996 de confrontatie met een vertegenwoordiger van het oude geloof aan. De moederfiguur, die eerder al zo doeltreffend door zijn eigen moeder in het spel was gebracht, wordt ditmaal vertegenwoordigd door de tweede gast in Villa Felderhof: majoor Bosshardt. De moeder- zoon-act wordt verder geperfectioneerd. De Majoor zeept het Grote Kind in, terwijl het naakt in bad zit en er wordt een geweldige tv-hit gescoord. Natuurlijk was het een gouden greep geweest om Herman Brood en Majoor Bosshardt samen in de villa te zetten. Majoor Bosshardt had door haar vele mediaoptredens de harten van het grote publiek al veroverd. Ze was een nationale moederfiguur geworden. En Herman Brood had door het tv-optreden met zijn eigen moeder al een beetje de aura van het Grote Kind om zich hangen. Het moet voor de programmamanagers op voorhand al een succesnummer zijn geweest: De knuffeljunk en de knuffelmajoor in dezelfde show.
In 1974 had Long Tall Ernie samen met de Zangeres Zonder Naam bij Mies Bouwman een optreden. In de Nederlandse televisiegeschiedenis zou je dit als een soort voorafbeelding kunnen zien van het optreden van Herman Brood en Majoor Bosshardt in Villa Felderhof. Bij de NCRV vlogen de kijkcijfers omhoog, de manager van Herman Brood kon de oplagen van zijn zeefdrukken weer verhogen, majoor Bosshardt had weer goede PR gemaakt voor het Leger des Heils en Rik Felderhof had tenslotte een legendarische televisie uitzending op zijn naam staan. Een echte win-win-win-win situatie dus, iedereen blij.
Empyrean Isles is the fourth album by jazz musician Herbie Hancock, recorded on June 17, 1964 for Blue Note Records. It features the debut of two of his most popular compositions, “One Finger Snap” and “Cantaloupe Island“.
Sjostakowitsj schreef de 8e in de zomer van 1943 tijdens de beslissende oorlogsmaanden na de slag om Stalingrad. De première vond plaats in november 1943 en men verwachtte van de componist een overwinningssymfonie net zoals de 7e symfonie dat een jaar eerder was. Dat was niet zo, het is een beladen symfonie, waarin de verschrikkingen en het verdriet van een volk in oorlog uitgedrukt worden. In deze uitzending veel archiefbeelden van de componist, Rusland en Stalin.Afgelopen zondagmiddag werd deze prachtige documentaire uit 2004 herhaald. Vanavond is deze om 23.23 nogmaals te zien, nu op de digitale zender Cultura .
Een leven in angst (Sjostakowitsj biografie van Theodore van Houten)
Dit nummer van The Moody Blues blijft maar in mijn hoofd hangen. Ik associeer het altijd met de oorlog in Vietnam. In mijn gevoel gaat het dan over een jonge Amerikaan die op dinsdagmiddag zijn enkele reis Vietnam krijgt. Misschien komt dit omdat ik in de stem van Justin Hayward altijd een wonderschone klaagzang hoor. Tuesday Afternoon gaat natuurlijk over blowen op de dinsdagmiddag. Maar het ene hoeft het andere niet uit te sluiten.
In The Summer Man gaan we met MAD MEN 46 jaar terug in de tijd. 1965 was een vruchtbaar jaar. Nog nooit werden er in Nederland zoveel kinderen geboren. Voor de 45ers en 46ers, heeft het vierde seizoen van MAD MEN een extra dimensie. In juni 1965 was ik net twee geworden, jong genoeg om de eerste ruimtewandeling door een Amerikaan (3/6), de slag bij Dong Xoai (11/6), het eerste grote protest tegen de Vietnamoorlog (16/6) en de verloving van Beatrix en Claus (28/6) volledig aan mij voorbij te laten gaan.
Volgens mij was 1965 een mooi jaar, op de ‘waterscheiding’ tussen twee tijdperken, waarbij de oudere generatie was gaan botsen met de babyboomers. Wat de beatniks tien jaar eerder niet gelukt was, namelijk het veroorzaken van een culturele omwenteling, zou de protestgeneratie uit de tweede helft van de jaren zestig wél voor elkaar krijgen. De fabrikanten en de marketingjongens gingen met de jeugd mee, want in de grenzeloze behoeften van de jongeren zagen ze het grote geld. Een tekst als I can’t get no satisfaction was natuurlijk de ongeschreven oneliner van elke copywriter. In de tegendraadse jongerencultuur en in hun muziek vonden de marketeers een machtige bondgenoot. In William Bradley’s recensie over deze episode van MAD MEN kwam ik een zeldzame opname tegen van de superhit Satisfaction uit 1965.
Wat mij verbaast bij deze opname is het tamme publiek. De jongens en de meisjes blijven op hun stoel zitten. Ze weten nog niet hoe het moet. En toch is dit dezelfde generatie die je twee jaar later blowend en slikkend, halfnaakt en met lange haren the summer of love ziet vieren. Ergens tussen 1965 en 1967 moeten dus de remmen los gegaan zijn. Was het nu de LSD of de anticonceptiepil?

Het was natuurlijk vooral de muziek. De architecten van de massaconsumptie kregen de dankbaarste doelgroep in hun schoot geworpen: welvaartskinderen die de dag wilden plukken in een aards paradijs. De maakbaarheidsgedachte van de jeugd dat je de wereld kunt veranderen, sluit aan bij het verlangen van fabrikanten en marketeers om met hun producten de wereld te “verbeteren".
Veertig jaar geleden verscheen in de Sovjet Unie de film Белорусский вокзал over een reunie van vier veteranen uit de Tweede Wereldoorlog. Het Station Moskva Beloroesskaja is een van de negen kopstations in Moskou en verbindt de Russische hoofdstad via Smolensk, Brest en Warschau met Berlijn. Het neo-classicistische station werd in 1912 voltooid, nadat in 1910 de rechtervleugel al in gebruik genomen was. Tijdens de Tweede Wereldoorlog speelde het een cruciale rol bij de bevoorrading van het Rode Leger.
Amerikaans melodrama wordt in ons nuchtere landje al gauw sentimenteel gevonden. Maar Russisch melodrama doet er nog een schepje bovenop. Op iedere wang één traan. In de Russische film Жестокий романс van Eldar Ryazanov zingt Larisa Guzeyeva het gedicht А напоследок я скажу van de Russische dichteres Bella Akhmadullina. En tenslotte zal ik zeggen…
Vorige week verscheen in de Verenigde Staten de DVD box van het vierde seizoen Mad Men. Hier moeten we nog wachten tot 28 mei voordat de DVD box door distributeur A-Film wordt uitgebracht. Mad Men kun je kijken als een kroniek van de vroege jaren ‘60. Net als in de serie Heimat of de Italiaanse film La meglio gioventù breken historische gebeurtenissen telkens door in het dagelijks leven van de hoofdfiguren. Ik vind dit een prettige manier om naar geschiedenis te kijken. Want vanuit onze persoonlijke beleving is de grote geschiedenis altijd ingebed in ons levensverhaal en niet omgekeerd.
Op de fansite madmenshow.com vond ik een tijdsbalk van vier seizoenen Mad Men, lopend van begin 1960 tot augustus 1965. De eerste historische gebeurtenis is de beroemde Volkswagen Lemon Ad van 11 april 1960 en de laatste historische gebeurtenis is het Beatlesconcert van 15 augustus 1965 in het Shea Stadium in New York. Het jaar 1961 wordt in de serie overgeslagen. En natuurlijk weten we nu ook waar Don Draper was toen president Kennedy vermoord werd.
Afgelopen week schreef ik hier iets over de marionettenkeizer Maximiliaan I van Mexico. In 1857 trouwde hij met Charlotte van België, de dochter van koning Leopold I. Haar leven is niet minder tragisch dan dat van haar echtgenoot die op 19 juni 1867 door Benito Juarez ter dood was gebracht. Drie jaar eerder waren Maximiliaan en Charlotte in Mexico aangekomen, waar ze als keizerlijk echtpaar gingen wonen in het paleis van Chapultepec. Omdat ze geen kinderen konden krijgen, adopteerden ze uit tactische overwegingen Agustín de Iturbide y Green, de kleinzoon van de Mexicaanse keizer Agustín I (1822-1823), als zoon en opvolger. Charlotte en Maximiliaan waren door Mexicaanse monarchisten op de troon gezet maar hadden nauwelijks of geen contact met het gewone volk. Carlota, zoals ze in Mexico werd genoemd, hield zich vooral bezig met de hofhouding en het organiseren van bals. Ook wilde zij graag de oude grandeur van Mexico herstellen door Centraal-Amerika te heroveren. Toen de republikein Juarez met wapenleveranties van de Verenigde Staten in 1865 een tegenoffensief begon, moesten de Fransen hun interventie staken en in 1866 trokken zij zich definitief terug uit Mexico. Charlotte reisde naar Europa waar ze wanhopig probeerde steun te krijgen voor de Mexicaanse zaak, maar geen grootmacht wilde zijn vingers hieraan branden. Tenslotte ging ze zelfs bij Paus Pius IX langs. Het wilde allemaal niet baten en voor Charlotte werd het allemaal teveel. Ze kreeg een inzinking en werd opgevangen in kasteel Miramar bij Triëst waar ze haar eerste huwelijksjaren met Maximiliaan had doorgebracht.

De pas 27-jarige Charlotte belandde in de waanzin. Aan de muur had ze haar bruidsjurk opgehangen en een gevederd Mexicaans afgodsbeeld. Er wordt gezegd dat ze een levensgrote pop had aangekleed in een keizerlijk gewaad en deze aansprak met ‘Max‘. Ze beweerde dat deze pop het hart van haar gefusilleerde echtgenoot bezat. Je zou haar ook Carlota la Loca kunnen noemen, want de overeenkomst met Johanna van Castilië (Juana la Loca) is frapant. Vanaf 1879 leidde ze een leven in afzondering op kasteel Boechout dat haar broer Leopold II voor haar gekocht had. Charlotte overleefde zelfs haar zwager Franz Jozef I van Oostenrijk en stierf in 1927 op 86-jarige leeftijd.

Marcel Wick maakte een paar jaar geleden de musical a serpentine crown over het leven van keizerin Carlota. Over deze musical en de historische achtergronden is een uitgebreide website gemaakt. Naast een musical werd ook een theaterstuk over haar geschreven: Zotte Charlotte van Patrick Bernauw.
In de eerste voorjaarsweek heb ik weer eens buiten in de zon gezeten. Wanneer ik dan even mijn ogen sluit en in de verte de roep van de houtduif hoor, glij ik weg in een eeuwigheidservaring. Alle geluiden in de buitenwereld dringen dan intens naar binnen en begeleiden als vrije en ongebonden muziek mijn onderdompeling in het nunc stans van de ontluikende natuur. Voor mij was deze ervaring een aanleiding om weer eens de muziek van Claude Debussy op te gaan zetten.
Vrijdagavond luisterde ik naar La Mer (1905) en Iberia (1909). In Debussy’s symfonische gedichten hoor ik telkens het ontluikende van het voorjaar. In de eerste maten van Prélude à l’après-midi d’un faune (1894) met de kletterende harp op de voorgrond en hoorns in de verte, breekt de betovering door. Het valt mij overigens steeds vaker op dat Debussy sterk beïnvloed is door Russische volksmuziek en componisten. Soms hoor ik duidelijk Tsjaikovsky doorschemeren (bijv. de Zesde Symfonie) maar vooral ook elementen uit de rijke klankwereld van Rimsky-Korsakov en Moessorgsky.

Anthony Tobin
Het programma Classic Albums dat de VPRO op zaterdagavond op Nederland 3 uitzendt, is pure nostalgie voor vijftigplussers. Begin jaren zeventig was deze veertigplusser het kleine broertje van grote broer die in zijn aangrenzende puberhol Machine Head grijs draaide. In de documentaire uit 2002 haalden Ritchie Blackmore, Ian Gillan, Roger Glover, Jon Lord en Ian Paice herinneringen op aan de opnamen van dit legendarische Deep Purple album. Natuurlijk ging het ook over Smoke on the water en de brand in het Victoriaanse casino van Montreux. Roger Glover liet vanachter het mengpaneel de verschillende tracks horen en verklaarde dat de sound van Deep Purple vooral te danken is aan het virtuoze gitaarspel van Ritchie Blackmore, de strakke drums van Ian Paice en het bedwelmende spel van Jon Lord op zijn Hammondorgel. Wel jammer dat deze documentaire mijn favouriete nummer Lazy niet liet horen met de lange intro van John Lord en Ritchie Blackmore. Daarom keek ik nog eens naar een liveregistratie uit 1972 op Youtube…
Die middag gaven Frank Zappa & The Mothers een matineeconcert. Tijdens de show schoot iemand (’some stupid with a flare gun’) een lichtkogel af in de zaal, waarna het houten plafond vlam vatte. Het casino brandde tot de grond toe af, Enkele bandleden waren afwezig bij het concert, anderen keken vanuit hun hotelkamer aan de andere kant van het meer van Geneve en zagen de rook over het meer trekken.Deep Purple - Machine Head
Highway Star 6:05
Maybe I’m a Leo 4:51
Pictures of Home 5:03
Never Before 3:56
Smoke on the Water 5:40
Lazy 7:19
Space Truckin’ 4:31
Nostalgie kan verraderlijk zijn. Iemand omschreef het ooit als ‘de herinnering waaruit de pijn verwijderd is’. Nostalgie maakt van een bepaald deel van het verleden een Hof van Eeden. Een halve eeuw geleden leek de wereld mij bijvoorbeeld zachter, aardiger en rustiger dan tegenwoordig. Maar wat weet ik ervan, ik bestond nog niet en ken deze tijd alleen door het beeld dat ik mij gevormd heb na het bekijken van ontelbare films, foto’s en design.
De geweldige tv-serie Mad Men is voor mij een heerlijke onderdompeling in de vroege sixties, een soort tijdmachine. Wanneer je een scene uit Mad Men stil zet en vervolgens de achtergrond screent, dan zie je hoeveel aandacht er aan de details is besteed. Kijk bijvoorbeeld eens naar Breakfast at Tiffany’s, opgenomen in hetzelfde Manhattan anno 1961, en kijk dan naar Mad Men dat bijna vijftig jaar later het optimistische tijdsbeeld van de vroege jaren zestig reconstrueert. Breakfast at Tiffany’s en Mad Men zijn beide een style icon, een ijzersterk statement van de American Dream.
Breakfast at Tiffany’s is voor mij eigenlijk het hoogtepunt en het happy end van de rooskleurige jaren vijftig, waarin geen plaats is ingeruimd voor het rauwe realisme uit de film noir. Natuurlijk, er is wel liefdesverdriet, maar alleen omdat de liefde weer geneest. Wanneer je door de roze bril der verliefden kijkt, wordt overal de pijn uitgefilterd en is de gedachte dat vroeger alles mooier en onschuldiger was ronduit belachelijk. Niet omdat het niet waar zou zijn, maar omdat ineens álles mooi en witgewassen is. Dat is ook de kracht van een film als Breakfast at Tiffany’s die een halve eeuw na dato dat dromerige optimisme heeft weten te bewaren. Henry Mancini won een oscar met zijn filmscore, vooral dankzij het mierenzoete Moon River. De onderstaande scene waarin Audrey Hepburn in het open raam dit wildromantische liedje ten gehore brengt, is legendarisch geworden.
Met Audrey Hepburn deel ik overigens nog een plekje in Arnhem. Tijdens de oorlogsjaren ging ze naar de Openbare Lagere School nr. 21 op de hoek de Amsterdamseweg, Brantsenstraat en Bouriciusstraat. Daar leerde ze o.a. de Nederlandse taal beter beheersen. In de jaren negentig was deze school leeg komen te staan en had ik hier een paar jaar een atelier. Elf jaar geleden werd het fraaie schoolgebouw afgebroken. Een paar honderd meter verder, op het Burgemeestersplein, staat een bronzen beeldje van Audrey Hepburn.
Ik kan me nog vrij goed het moment herinneren dat ik voor het eerst Go your own way van Fleetwood Mac hoorde. Dat moet ergens in maart 1977 zijn geweest. Al snel veroverde deze plaat een nummer één positie in de top 40 en het album Rumours werd de sensatie van dat jaar. Vierendertig jaar later en na ontelbare malen deze plaat gehoord te hebben, is de eerste indruk overeind gebleven: Go your own way is een meesterwerk. Natuurlijk werd mijn dertienjarige ik, samen met miljoenen anderen, heimelijk verliefd op de dromerige verschijning van Stevie Nicks. Met haar lieve poppengezicht had ze eenzelfde uitstraling als Mary Pickford en werd ze een opvolgster van America’s Sweetheart. Maar een voorjaar later werd haar plaats ingenomen door iemand anders. Het nummer Denis, onze kennismaking met Blondie, was voor veel pubers in 1978 een verpletterende ervaring. Het dromerige hippiemeisje had plaats gemaakt voor het wakkere punkmeisje.
Classic Albums - Fleetwood Mac - Rumours [ uitzendinggemist.nl ]
Twintig jaar geleden maakte Martin Scorcese een remake van de thriller Cape Fear uit 1962. De twee hoofdrolspelers van toen, Robert Mitchum en Gregory Peck, kregen in deze remake allebei een kleine rol. De originele filmscore van Bernard Herrmann werd door Elmer Bernstein opnieuw georchestreerd. Voor mij was dat laatste een reden om naar deze remake te kijken, want ik ben een liefhebber van Herrmann’s filmmuziek. Bovendien zijn er nog fragmenten toegevoegd uit de score die Herrmann schreef voor de Hitchcockfilm Torn Curtain (1966). Deze werd door de master of suspense geweigerd waardoor in 1966 een abrupt einde kwam aan hun unieke samenwerking. Tot aan Herrmann’s dood op 24 december 1975 zouden ze geen contact meer hebben. Hitchcock overleed zelf op 29 april 1980.
Scorcese pakte voor deze thriller een hele trukendoos uit, waarbij de geest van Hitchcock duidelijk aanwezig is. Emoties worden ingekleurd met visuele effecten die rond 1960 in de mode waren. Zo zijn negatiefbeelden gebruikt om angst en waanzin te verbeelden. Een rood filter stuurt onze staat van bewustzijn richting nachtmerrie, aangevuld met de muzikale adrenaline van Herrmann.
Claude Kersek (in Cape Fear)
Vooral in de combinatie van excessief geweld met verwijzingen naar Bijbelteksten, moet deze remake van Scorcese een bron van inspiratie zijn geweest voor Quentin Tarantino die twee jaar later met Pulp Fiction de intelligent gemaakte ranzige B-film zowel bij het grote als bij het elitaire publiek tot A-film zou weten te verheffen. Ook al kijk ik helemaal niet graag naar Oudtestamentische wreedheid, de score van Bernard Herrmann, de cinematografie van Freddie Francis en het perfectionisme van Martin Scorcese transformeren de pulp tot een briljant gestyleerde thriller.

Les vacances de monsieur Hulot is een sfeervolle en poëtische aaneenschakeling van visuele grappen. De film klopt aan alle kanten. De zwierige open typografie van de openingsgeneriek en het lichtvoetige Quel Temps Fait-Il A Paris van Alain Romans passen perfect bij het verpozen, flaneren en uitwaaien aan zee. Waar kende ik deze sfeer ook alweer van? Bert Haanstra, inderdaad. Hij kende Tati persoonlijk. In Alleman (1963) is soms de invloed van Les vacances de monsieur Hulot te herkennen. Beide regisseurs observeren het alledaagse leven met een nadruk op spontaan geestige momenten.

Jacques Tati was op zijn beurt weer beïnvloed door de stomme film. Zelf was hij altijd variété artiest geweest totdat hij vlak na zijn veertigste zijn eerste lange film Jour de fête (1949) maakte. De grote komieken van de stomme film waren hun carrière vaak ook begonnen in het variététheater. Daarin hadden ze geleerd hoe je zonder woorden met mime een verhaal kon vertellen, meestal door het aaneenrijgen van visuele grappen. Deze manier van vertellen was geknipt voor de slapstickcomedy waarbij een ‘uitvergroot’ geluid het visuele effect versterkt.
Net als in de burleske of het stripverhaal is deze manier van vertellen gebaseerd op overdrijving. Je ziet die overdrijving vooral in de gebaren, mimiek en de bewegingen van de hoofdfiguur. Zijn wereld is de wereld van de komische stripfiguur. Als de deur naar het strand opengaat, waait gelijk alles maar dan ook alles van tafel. Als een auto remt, vliegen de achterbanden bijna de lucht in. Als iemand boos is, schudt hij uitdrukkelijk vele malen met zijn vuist. Door de overdrijving ontstaat een aanstekelijk soort werkelijkheid, een werkelijkheid waarbij iemand een zwart gezicht krijgt als er een zwarte bol ontploft, een werkelijkheid die niet deert. Het is ook een werkelijkheid van gelegitimeerd leedvermaak waarbij we mogen lachen als iemand op zijn neus valt.
Vorige week kocht ik het boek Jacques Tati. Een kwestie van kijken (2010) van Ann Meskens en ben dat nu aan het lezen. Al eerder, in 2003 publiceerde zij het essay Les vacances de monsieur Hulot, of het verlangen naar vrije tijd dat voor het boek bewerkt werd.
Let’s Dance stond op nummer 10 in de top 100 van 1983.
Private Investigations stond op nummer 6 in de top 100 van 1982.
In the Air Tonight stond op nummer 12 in de top 100 van 1981.
One Day I’ ll Fly away stond op nummer 20 in de top 100 van 1980.
Le Freak stond op nummer 20 in de top 100 van 1979.
Staying Alive stond op nummer 6 in de top 100 van 1978.
Ma Baker stond op nummer 1 in de top 100 van 1977.
Inmiddels ben ik behoorlijk afgestompt door de ontelbare videoclips die er in de loop der jaren over mij heen gestort zijn. Maar elke keer als ik de intro van you only live twice (1967) zie, lopen er rillingen van gelukzaligheid over mijn rug. Met jeugdsentiment heeft het zeker te maken. Mijn eerste herinneringen gaan terug tot 1967, het jaar waarin voor mij de vage oertijd overging in tijdgebonden herinneringen. Net als in de mystieke en psychedelische ervaring wordt op die grens de eeuwigheid in de tijdelijkheid ontsloten. One life for yourself and one for your dreams.
uit de titelsong
In de film The Limey (1998) vraagt een jong retro-hippiemeisje, geboren in de jaren tachtig aan een veteraan (Peter Fonda) hoe die sixties nu écht waren. En de Easy Rider geeft haar het volgende antwoord:
De reden waarom Gabriel Fauré het werk heeft gecomponeerd is niet bekend. Een mogelijke aanleiding kan de dood van zijn vader in 1885 zijn, en de dood van zijn moeder twee jaar later op oudejaarsavond 1887. Desalniettemin was Fauré al met het werk begonnen toen zijn moeder overleed. Fauré zei later over de reden tot componeren: “ik heb het nergens voor gecomponeerd… gewoon voor het plezier, als u me dat toelaat te zeggen!” Het eerst geschreven deel is het Libera Me, dat als een losstaand werk werd gecomponeerd in 1877. In het daaropvolgende jaar componeerde hij de eerste versie van het Requiem, welke hij Un Petit Requiem noemde. De eerste versie bestond uit vijf delen (Introitus et Kyrie, Sanctus, Pie Jesu, Agnus Dei en In Paradisum), maar bevatte nog niet het Libera Me. De eerste versie werd op 16 januari 1888 in La Madeleine te Parijs uitgevoerd. Fauré dirigeerde de uitvoering zelf. Het stuk werd opgedragen ter nagedachtenis aan de architect Joseph La Soufaché. In 1889 werd het ‘Hostias toegevoegd aan het Offertorium.1. Introitus et Kyrie (d mineur)
2. Offertorium (b mineur)
3. Sanctus (Es majeur)
4. Pie Jesu (Bes majeur)
5. Agnus Dei en Lux Aeterna (F majeur)
6. Libera Me (d mineur)
7. In Paradisum (D majeur)
Vandaag is de vierde dag van de 14e editie van het Holland Animation Film Festival in Utrecht. Het festival bestaat 25 jaar en wil vooral vooruit kijken.
Op de vooravond van het festival maakte ik bij Kees kennis met een computeranimatie van het Amerikaanse avant garde collectief The Residents. Gingerbread Man uit 1994 toont een troosteloos laat-twintigste-eeuws naturalisme. Deze animatie is een verzameling bizarre miniatuurtjes met eenzame individuen die in hun gemeenschappelijke lotsverbondenheid met een mannetje van peperkoek samen gevangen zitten in een doelloos draaiend rad.

Vertigo is een fascinerende film. Aan de oppervlakte is het een romantisch verhaal, want Vertigo is in de eerste plaats een love story. Maar onder de oppervlakte is de thematiek existentialistisch omdat in Vertigo het diepste verlangen en de diepste angst bij elkaar komen. Een van de hoogtepunten uit de film vind ik de monoloog van Madeleine Elster (gespeeld door Kim Novak) die ‘bezeten wordt’ door de geest van de overleden Carlotta Valdes:
“Ik weet zo weinig… Het lijkt alsof ik door een lange gang loop waar ooit een spiegel was… en delen van die spiegel hangen er nog… en als ik aan het einde van die gang kom, is er niets dan duisternis… en ik weet dat als ik die duisternis inloop, ik zal sterven…”

Madeleine Elster / Carlotta Valdes
Het is een beschrijving van de existentiële leegte en wanhoop die zo bij de twintigste eeuw zijn gaan horen. Onder de romantiek ligt een zwart gat, een duizelingwekkend verdwijnpunt. Tijdens de historische Romantiek aan het begin van de negentiende eeuw was dat zwarte gat al blootgelegd. De zwarte Romantiek was een prelude op het existentialisme van de twintigste eeuw. Historisch in het midden staat Richard Wagner. Het is daarom niet toevallig dat we in Vertigo de echo van Liebestod uit Tristan und Isolde horen.
De zwaarbesnorde meester van het Franse chanson overleed op 29 oktober 1981, een week na zijn zestigste verjaardag. Ik besloot hem te gedenken met het draaien van zijn muziek. Terugblikkend was het ook het vieren van mijn prille adolescentie. Terwijl ik nog met één been stevig in de muziek stond waar een gemiddelde achttienjarige in 1981 naar luisterde, The Police, Supertramp, Ultravox en David Bowie, had ik mijn andere been in een nieuwe wereld geplaatst. Tegelijkertijd was dat ook een heel oude wereld, de wereld van de troubadour. Brassens is beslist geen vocale hoogvlieger, eerder declameert hij gedichten terwijl hij zichzelf begeleidt op gitaar.
De scores van Vertigo (1958) en Psycho (1960) laten het genie van de filmcomponist Bernard Herrmann horen. Een halve eeuw later klinkt zijn filmmuziek ons vertrouwd in de oren omdat ze sindsdien vaak geïmiteerd is, vooral in thrillers. Maar Herrmann was toch echt de eerste. Dat zijn scores precies het hart van de emotie raken, komt zeker ook door zijn vruchtbare samenwerking met Alfred Hitchcock. De master of suspense wist hoe hij moest doordringen tot de kern en Herrmann voelde muzikaal precies aan waar Hitchcock naartoe wilde. Aan hun samenwerking kwam in 1966 abrupt een einde nadat Hitchcock zijn score voor Torn Curtain geweigerd had.
In 1958 Alfred Hitchcock created his masterpiece, Vertigo. Based upon the novel d’ Entre les Morts (The Living and the Dead) by Pierre Boileau and Thomas Narcejac Vertigo was, itself, a modern variation of the Tristan myth upon which Richard Wagner based his opera, Tristan and Isolde. A story of love, obsession and enduring passion for a woman obscuring the fragile boundaries separating life and death, Vertigo became the perfect culmination not only of Alfred Hitchcock’s filmic fears and vulnerability, but of Bernard Herrmann’s, as well.
Martin Scorsese over de Vertigo score
bernardherrmann.org | Vertigo in 1000 stills [ hitchcockwiki.com ]
Wanneer je over filmmuziek spreekt, kun je moeilijk om de invloed van Richard Wagner heen. In de documentaire Emotions through music doet Martin Scorsese dat ook niet. Aan de hand van de scores bij zijn films neemt hij ons mee op reis door de geschiedenis van de filmmuziek. Scorsese ontwijkt evenmin de regisseur Cecil B. DeMille, bekend om zijn bombastische drama’s met kamerbrede muziek in de geest van de negentiende eeuw. Niet alleen uit eerbetoon omdat aan Scorsese in januari de Cecil B. DeMille-Award werd toegekend, maar ook omdat je de films van DeMille door hun epische dramatiek Wagneriaans kunt noemen. Scorsese verwijst nog op een andere manier naar Wagner met de legendarische filmcomponist Bernard Herrmann (1911-1975) die vlak voor zijn dood de score voor Taxi Driver (1976) had geschreven. In 1958 had Bernard Herrmann de muziek bij Vertigo van Alfred Hitchcock gecomponeerd. In de score van Vertigo horen we de echo van Liebestod uit Wagner’s Tristan und Isolde.
The heart of obsessionuit: Liebestod van Wagner
bernardherrmann.org | filmmuziek.be | filmmuziek [ nl.wikipedia.org ]
Georges Brassens
Vanaf vanmorgen 6.00 uur is op Radio WKCR de jaarlijkse 24-uurs birthday broadcast voor John Coltrane (1926-1967) te beluisteren.

Net als andere Russische componisten heeft ook Igor Stravinsky met zijn fantasierijke en evocatieve muziek grote invloed uitgeoefend op de filmmuziek in de twintigste eeuw. Het is vandaag precies honderd jaar geleden dat het ballet l’oiseau de feu voor het eerst in Parijs werd opgevoerd.

Joe Jackson is nu 55 en leidt een teruggetrokken bestaan in Berlijn. Zijn grote doorbraak was in 1979 met het album look sharp! De single Is she really going out with him? is nu een klassieker. Nóg mooier vind ik real men uit 1982 van de LP night and day. Real men is een lofzang en klaagzang ineen. Jackson was als kind astmatisch en in zichzelf gekeerd en het jongetje uit de videoclip dat zich vergaapt aan stoere filmsterren op tv moet wel autobiografisch zijn. Zijn bewondering voor echte mannen is gebleven (but now and then we wonder who the real men are) maar de clip geeft in zijn verwijzing naar James Dean een bittere bijsmaak en balanceert kunstig op het randje van wrok.
Kamagurka (en de Vlaamse Primitieven) maakte vijf jaar na Joe Jackson op het album De pijn van het zijn een eigen, absurde versie van real men :
Wie is hier de échtste man? In ieder geval is Joe Jackson de ontroerendste man en volgens Kamagurka’s tekst toch ook de echtste omdat hij niet verhult met ongein maar ‘de wonde doodgewoon open en bloot’ laat.
Buurlanden waren weer lief voor elkaar. Of juist niet. De puntentelling bij het Eurovisie Songfestival is een graadmeter voor de Europese verhoudingen. Dat Turkije geen punten gaf aan Cyprus verbaasde ons niet. En evenmin dat het grootste moslimland van Eurovision 2010 zijn 12 punten naar Azerbeidzjan stuurde. En deze vervolgens weer van hun moslimbroeder terugkregen. Dat Cyprus en Griekenland elkaar de hoofdprijs gaven, was ook geen verrassing. Toch waren er nog onvoorspelbare momenten. Zo gaf Turkije 10 punten aan Armenië. Zou het dan toch aan het liedje van Eva Rivas hebben gelegen?

Vette musicalfilm met knipoog naar Grease. Meesterzet in deze remake naar het origineel uit 1988 is de rol van John Travolta als Edna Turnblad. Art Director Dennis Davenport en Set Decorator Gordon Sim tekenen voor de toonzetting in de stijl van de late jaren vijftig/vroege jaren zestig. Anders dan in Mad Men of in het afgelopen dinsdag door de ZDF uitgezonden docudrama Dutschke is de reconstructie van het tijdsbeeld niet realistisch maar juist karikaturaal en vooral kleurrijk. Hairspray is evenals Moulin Rouge (2001) vet aangezet en drijft op Shrek-achtige ironie. Het sprankelende gevoel van de sixties dat een musicalfilm Les demoiselles de Rochefort (1967) van binnenuit en naturel liet zien, is veertig jaar later in Hairspray grotesk geworden.

… of luister later naar de podcast …
De roep van het na-oorlogse Parijs was onweerstaanbaar. Sommige namen klinken bekend. Remco Campert. Simon Vinkenoog. Karel Appel. De vele anderen waarvan de namen vergeten zijn. Goedkope Algerijnse wijn. Frites. 30 frs. Sandwich Pate, 40 frs. Klonk veel beter dan de andijviestampot na het Onze Vader, thuis. Slapen op een bank in de metro of het park. Zwartomrande ogen en gespeelde verveling. Bietsen. ‘Cigarette?’ Gauloisses. Ribfluwen broek, houtje-touwtje jas. ‘Vind je het niet mieters! ‘, schreef Voskuil in Bij nader inzien. ‘Jezus, Klaas. Parijs!’ Saint-Germains-des-Pres, een kleine wijk die geen grenzen kende. Nu zijn de Rue de Jacob, Rue Mazarine en Rue Guenegaud gevuld met haastige toeristen en geparkeerde scooters.Bij deze LP uit 1966 krijg ik het gevoel in een tikibar rond te hangen. Maar deze muziek is ook bijzonder geschikt om er lottoballetjes bij te laten krioelen.
De Kokee Band is een gezelschap heren dat alle denkbare percussie-instrumenten met veel verve te lijf gaat, in een programma, dat inderdaad exotisch genoemd kan worden. Bij deze percussiegroepen horen ook een paar piano’s en het geheel wordt bijgemengd met hoorns, trombones en een enkele altsaxofoons. Het resultaat is een soort muziek met herinneringen en associaties aan Zuid-Amerikaanse Polynesische en Noord-Amerikaanse ritmen, Dit wonderlijk maar toch wel interessante mengsel is tenslotte fabuleus geregistreerd. De “transiënts” vergen het uiterste van de installatie. Vooral de pickup en de speakers moeten van zeer goede komaf zijn om deze scherpe impulsen zonder moeilijkheden te reproduceren. Nog nooit heb ik zo’n fel getekende opname gehoord en men kan alleen maar verbijsterd zijn dat een dergelijke registratie mogelijk is en misschien nog meer dat deze ook nog feilloos weergegeven kan worden.Exotica 1970 tracklist
side one
Love For Sale 2:45 (C. Porter)
Baia 2:59 (A. Barroso , R. Gilbert)
The Lady In Red 2:22 (A.Wurbel , M. Dixon)
I Wish You Love 2:31 (C. Frenet , L. Wilson)
Misirlou 2:45 (Roubanis)side two
Tico-Tico 2:02 (A. Oliveira , Z. Abreu)
Sand In My Shoes 2:36 (F. Loesser , V. Schertzinger)
Poinciana 2:58 (Berrier , N. Simon)
Deep Night 2:20 (E. Henderson , R. Vallee)
The Moon Of Manakoora 2:30 (A. Newman , F. Loesser)
Al eerder schreef ik over de film Ascenseur pour l’échafaud van Louis Malle met de score van Miles Davis. Vandaag luisterde ik naar de CD met maar liefst 26 tracks. (Op de oorspronkelijke LP van Fontana stonden er tien.) Het begint met vier takes van de improvisatie Nuit sur les Champs-Elisées waarvan je de derde (Générique) in de scene hieronder kunt horen. Générique is een prachtige uitdrukking van nachtelijk dwalen en de troost van de roes. Jeanne Moreau de hoofdpersoon in de film dwaalt half verdoofd door de Parijse nacht en realiseert zich dat haar leven is ingestort. Het is de verdoving na de mokerslag, die je even boven de realiteit uit kan tillen. Nuit sur les Champs-Elisées plaatst je even helemaal in het hier en nu, waarin oorsprong en doel niet meer ter zake doen. Want nu ben je hier, in het naakte bestaan en meer is er niet. Subliem!
oorspronkelijke tracklist op de LP (Fontana)
(op de CD staan 26 tracks waarvan verschillende takes van L’assassinat, Sequence en voiture en Final )1. Générique 2.52
2. L’assassinat De Carala 2.12
3. Sur L’autoroute 2.21
4. Julien Dans L’ascenseur 2.13
5. Florence Sur Les Champs-elysées 2.53
6. Diner Au Motel 3.59
7. Evasion De Julien 0.55
8. Visite Du Vigile 2.05
9. Au Bar Du Petit Bac 2.55
10. Chez Le Photographe Du Motel 3.55
Precies 35 jaar geleden gaf Keith Jarrett zijn legendarische concert in Keulen op 24 januari 1975. Gisteren luisterde ik weer…
The Köln ConcertNa een onderdompeling in het meditatieve Part II B draaide ik een opname van een concert van de Amerikaanse componist Terry Riley in Café Einstein in Berlijn op 13 januari 1984. Deze pionier op het gebied van minimal music en een van de wegbereiders van new age- en ambient music hoopt in juni zijn 75e verjaardag te vieren. Tijdens het concert in Berlijn liet Riley samen met Krishna Bhatt (sitar) een aantal ragacomposities horen. Het meeste indruk maakt op mij Song from the old country met Terry Riley achter de piano.

Skectches of Spain van Miles Davis en Gil Evans viert dit jaar zijn halve eeuwfeest. Ik krijg toch al kippenvel van de frygische toonladder, maar de manier waarop Miles Davis de Spaanse geest uit de fles drijft c.q. uit zijn trompet perst, is ¡milagroso! De ultieme verjazzing van het mysterieuze Spanje. Overigens is het aardig om naast Sketches of Spain ook eens naar het adagio uit het originele Concierto de Aranjuez van Joaquin Rodrigo (1901-1999) te luisteren, dat oorspronkelijk voor gitaar en orkest werd geschreven. De climax van Evans’ schetsboek is Solea, veredelde trapeze muziek met ingehouden en aangehouden spanning terwijl Miles de duende ziet.
Sketches of Spain
1. Concierto de Aranjuez (Adagio) (Joaquín Rodrigo) – 16:19
2. Will O’ The Wisp (Manuel de Falla) – 3:47
3. The Pan Piper (Gil Evans) – 3:52
4. Saeta (Evans) – 5:06
5. Solea (Evans) – 12:15
Sex’n'Jazz van Gare du Nord is typisch een album voor dertigplussers. Het staat vol intelligente citaten uit de fusion en soul van de jaren zeventig en tachtig. Van Steely Dan tot Grace Jones, van Al Jarreau tot Marvin Gay en knipoogjes naar Miles Davis en Chet Baker. Michaela bracht zaterdag de Platinum Edition van Sex’n'Jazz mee. Mijn favourite tracks zijn Hot Glue en Chet’s Chat. Gare du Nord kreeg na het succes van deze CD een contract bij het prestigieuze Blue Note label die het vervolg op de zgn. Love Trilogy op CD uitbracht: Jazz and the City (2007) en Love for lunch (2009).
Het album Sex ‘n’ Jazz, met bijdragen van Marvin Gaye en Paul Carrack, bleek de brede doorbraak van Gare du Nord; het album werd met goud onderscheiden in 2007, in 2008 werd de platina status bereikt en in mei 2009 ontvangt het duo een dubbel platina plaat. Naar aanleiding van dit succes werden Fransen en Lancee door Blue Note Records gevraagd een serie mix-albums voor het legendarische label te produceren. De eerste ervan, Jazz In The City, met de hit Beautiful Day, is inmiddels met goud bekroond. Deze samenwerking resulteerde in een wereldwijde deal voor het nieuwe, vijfde album van La Gare, dat onder de titel Love For Lunch op 15 mei 2009 verschijnt.In 1976 begon ik voor het eerst bewust naar The Beatles te luisteren. Dat kwam omdat Hey Jude en Yesterday in mei en juni opnieuw werden uitgebracht. Een vriendje had de ‘rode’ en de ‘blauwe dubbel’. Die werden op cassettebandjes vastgelegd en eindeloos afgespeeld. Het jaar werd afgesloten door de Amerikaanse band Chicago. If you leave me now stond 33 jaar geleden op een eerste plaats in de top 40.
If you leave me now stond op een 13e plaats in de single top 100 van 1976.
En toen was er de disco… en leerde ik mijn eerste franse woordjes, al leerde ik die nog niet gebruiken…
Voulez-vous coucher avec moi ce soir stond op een 10e plaats in de single top 100 van 1975.
1974 was het jaar van de Engelse band Mud die 10 weken lang een nummer één positie bezet hield met Dynamite en Tigerfeet in het voorjaar en Lonely this Christmas rond kerst en nieuwjaar. En 1974 was het jaar van Baby. Zeven weken stond Sugar Baby Love op nummer één. Maar Nederland was nog lang niet babymoe want daarna stond George McGrae nog eens zeven weken op één met Rock me Baby. In het jaaroverzicht van 1974 eindigde de baby van George McGrae op de eerste plaats en de baby van The Rubettes op de tweede plaats. Maar ik vond de baby van The Rubettes het leukst om te horen.
Sugar Baby Love stond op een 2e plaats in de single top 100 van 1974.
1973 was het jaar van Crazy Horses (The Osmonds), Go like Elijah (Chi Coltrane), We were all wounded in Wounded Knee (Redbone) en Angie (Rolling Stones). En in september kwam Radar Love drie weken op één te staan. Vanaf 1974 zijn zowel Angie als Radar Love niet meer weg te branden uit de beste helft van de Top 100 aller Tijden.
Radar Love stond op een 7e plaats in de single top 100 van 1973.
Michaela stond op een 75e plaats in de single top 100 van 1972.
Een van mijn eerste duidelijke muzikale herinneringen gaan terug naar 1971. Als jongetje kon ik eindeloos mee memmie bloe-en.
Mammy Blue stond op een 20e plaats in de single top 100 van 1971.
Black Night stond op een 76e plaats in de single top 100 van 1970.
Oh well part one stond op een 32e plaats in de single top 100 van 1969.
White Room stond op een 51e plaats in de single top 100 van 1968.
Happy together stond op een 44e plaats in de single top 100 van 1967.
Eentje voor de King William’s Test:
Welke overeenkomst is er tussen 10CC en Lovin’ Spoonful?
Summer in the City stond op een 19e plaats in de single top 100 van 1966.
Yesterday stond op een 40e plaats in de single top 100 van 1965. The Beatles scoorden dat jaar zes nummer één singles die bij elkaar dertig weken (!) op een eerste plaats stonden.
Als publieke figuur hoeft Tom Barman nauwelijks te worden voorgesteld: hij is de leider van dEUS, muzikaal manusje-van-alles en de man achter de 0110-concerten tegen extreemrechts. Toch legt de extraverte artiest zelden zijn ziel bloot. Klaas Janszoon, al jarenlang de beste vriend van Barman bij dEUS, zegt: “Na al die jaren ben ik ervan overtuigd dat ik meer over Tom weet door zijn songs dan door wat hij tegen mij zegt.”Aanstaande vrijdag zendt Cultura 24 de complete registratie uit van Popgala de Vliegermolen, Voorburg 1973. Met The Who, The Eagles, Rory Gallagher, Colin Blunstone, Chi Coltrane, Slade, Rod Argent, Supersister, Rod Stewart & The Faces en Ry Cooder.

Samen met Joni Mitchell en Carly Simon is Chi Coltrane een van de bekendere vrouwelijke singer-songwriters uit het begin van de jaren zeventig. Van buiten en van binnen mooi. Na 36 jaar nog steeds zoals onderstaand fragment van twee maanden geleden laat zien. “Jezelf zijn, is tijdloos” zo luidt de wijsheid van Chi.
You were my friend (fragment)
I wish I knew what strange disease
Could make you act that way
All the things we did together
I’ve known you for so long
I always did believe in you
How could I be so wrong?
You were my friend, you were my friend
How could you let me down?
You were my friend
De Amerikaanse miniserie The 60’s is zo’n sentimentele Amerikaanse televisiefilm waarbij een adagio aanzwelt zodra er iemand moet huilen. Toch slaagt de film er ook in de jaren zestig in de Verenigde Staten te laten herleven. Alle grote gebeurtenissen uit die tijd, van de moord op Kennedy in 1963 tot aan de eerste maanlanding in 1969 die als historische beelden in de film zijn ingelast, staan al ons hele leven bijgezet in het mausoleum van de geschiedenis en zijn in zekere zin morsdood. Maar deze familiekroniek wekt de dode feiten weer tot leven. Dat is de kracht ook van een familiekroniek: je kijkt door de verschillende perspectieven van de familieleden naar het historische decor dat daardoor weer tot leven komt.
Uiteraard speelt de muziek in the 60’s een voorname rol. Want als er een decennium is geweest waarin het geluid nog bepalender is geweest dan het beeld, dan zijn het de zestiger jaren. Dat geluid was vooral de stem van het protest. Dat kwam van verschillende kanten. In de eerste plaats waren het natuurlijk de jongeren. Maar in de Verenigde Staten was er ook het protest van de zwarte Amerikanen. Waar de stem van jongeren vertolkt werd door Bob Dylan, deed James Brown hetzelfde voor de black people. Bij een van de mooiste scenes uit de film klinkt Say it loud, I’m black and proud van James Brown terwijl het hart van de film een impressie is bij Love minus zero van Bob Dylan. Bij de scene waarin iedereen op televisie getuige is van de moord op Robert Kennedy in 1968 klinkt heel toepasselijk For what’s worth van Buffalo Springfield. Nog meer dan in de beelden, is de geest van de jaren zestig in het geluid gekropen.
Buffalo Springfield

Joeri Peljoesjonok
In 1967 onderneemt Peter Fonda een LSD trip in de gelijknamige cultfilm. Zijn zusje Barbarella doet een jaar later die hele trip weer vergeten. Maar haar broertje laat het er niet bij zitten en is weer een jaar later samen met Dennis Hopper (die hij nog kende van zijn trip uit 1967) van de partij in Easy Rider En zo hebben de twee Fonda-kids zich met Barbarella en Easy Rider voor altijd met de sixties weten te verbinden. Zozeer zelfs dat dertig jaar na Easy Rider Peter Fonda samen met die andere sixties icon Terrence Stamp in Soderbergh’s The Limey nog eens de bejaarde hippie mag spelen. Overigens werd het script voor The Trip geschreven door ervaringsdeskundige Jack Nicholson die in 1967 nog tamelijk onbekend was. Maar dat veranderde toen hij in Easy Rider achterop de brommer van Peter Fonda mocht meerijden…
Uitgeverij Taschen geeft heel veel moois uit. Vaak betaalbaar, soms onbetaalbaar. Althans voor mij. Gelukkig kun je de Art Edition over vormgever Alex Steinweiss op internet compleet doorbladeren.



alexsteinweiss.com | Taschen lookinside | Hommage to Alex Steinweiss
1. “Blue Train” (Coltrane) – 10:43
2. “Moment’s Notice” (Coltrane) – 9:10
3. “Locomotion” (Coltrane) – 7:14
4. “I’m Old Fashioned” (Kern/Mercer) – 7:58
5. “Lazy Bird"(Coltrane) – 7:00
Deze 3D visualisering van Coltrane’s sheets of sounds (Giant Steps) gemaakt door Michal Levy doet Mondriaan’s Broadway Boogie Woogie verbleken.
All About Eve heeft sinds 1987 in Engeland al 16 hitsingles gescoord maar is in Nederland tamelijk onbekend gebleven. Martha’s Harbour vond ik laatst terug op youtube en er spoelde een golf van melancholie over mij heen.
Martha’s Harbour
I sit by the harbour
The sea calls to me
I hide in the water
But l need to breatheYou are an ocean wave my love
Crashing at the bow
I am a galley slave my love
If only I would find out the way
To sail you…
Maybe Ill just stow away…Ive been run aground
So sad for a sailor
I felt safe and sound
But needed the danger


Woodstock by Joni Mitchell
Line Up - August 17, 1969
1. Jefferson Airplane
2. Joe Cocker
3. Country Joe & The Fish
4. Ten Years After
5. The Band(na middernacht tot maandagmorgen) - August 18, 1969
6. Blood Sweat And Tears
7. Johnny Winter
8. Crosby, Stills, Nash & Young
9. Paul Butterfield Blues Band
10. Sha-Na-Na
11. Jimi Hendrix (The Gypsy Sun & Rainbows Band)
Line Up - August 16, 1969
1. Quill
2. Keef Hartley Band
3. Santana
4. Canned Heat
5. Grateful Dead
6. Mountain
7. Creedence Clearwater Revival
8. Sly & The Family Stone
9. Janis Joplin
10. The Who

Line Up - August 15, 1969
1. Richie Havens
2. Swami Satchidananda
3. Country Joe McDonald
4. John B. Sebastian
5. Sweetwater
6. Incredible String Band
7. Bert Sommer
8. Tim Hardin
9. Ravi Shankar
10. Melanie
11. Arlo Guthrie
12. Joan Baez
interview met Michael Walleigh over Woodstock [ efilmcritic.com ]
woodstockstory.com/woodstock40thanniversary.html | Woodstock [ en.wikipedia.org ]
De tweede helft van de jaren zeventig is de tijd van de disco. Een van de meest dansbare platen uit 1976 is Turn the Beat around van Gerald en Peter Jackson (geen familie van) en uitgevoerd door Vicky Sue Robinson. Als je goed luistert, hoor je Ma Baker van Boney M al in de verte opdagen. Die plaat zal het jaar daarop dé zomerhit worden en de nummer één in de top 100 van 1977.
Turn the Beat Around is a disco song written by Gerald Jackson and Peter Jackson and popularized by Vicki Sue Robinson in 1976, originally appearing on her debut album, Never Gonna Let You Go. Released as a single, the song went to #10 on the Billboard pop charts, and Robinson received a Grammy nomination for best female pop vocal. The track, considered a disco classic, is featured on many compilation albums.
Bron: en.wikipedia.org
Dertig jaar geleden begon de solocarriere van Michael Jackson pas goed. Don’t stop till you get enough (1979) was na Ben (1972) weer een grote hit voor hem en bereikte een tweede plaats in de top 40. Het jaar daarop kwam Off the wall, en in 1981 had hij met One day in your life zijn eerste nummer één hit in Nederland. In het jaar van Thriller (1983) scoorde hij zes hits: Billie Jean, Beat it, Wanna be starting something, Human nature, Say say say en Thriller. Daaronder waren twee nummer één hits en drie top vijf hits. Daarom spreken we sindsdien van de King of Pop. Het succes van Michael Jackson in 1983 viel gelijktijdig met mijn definitieve afkeer van de hitparade.
In het voorjaar van 1979 was het filmpje van The Wild Places in toppop te zien en nu is het dankzij youtube permanent te bekijken in ons collectieve geheugen (helaas wel in ’smalbeeld’). Tegenwoordig is het niets nieuws meer, maar toen was het heel iets anders dan de disco die we toen bij toppop gewend waren. Je ziet daarin een lange bleke figuur en katachtige dame die wulps om en tussen zijn benen kronkelt, beiden in dampen gehuld en van onderaf belicht. Duncan Browne zingt hier over die broeierige, gevaarlijke plekken die je in het stadse nachtleven kunt tegenkomen en waar je niets en niemand kunt vertrouwen. En zeker niet het type vrouwen dat wulps aan je kleeft om intussen je broekzakken leeg te vissen. Maar op mij als vijftienjarige had deze biotoop nog de onweerstaanbare aantrekkingskracht die bij het échte leven hoort.
The wild places
And oh, oh, take me to the wild places
And let me show you what the night is for
‘Cos I don’t wanna dream
I wanna set the wheels in motion
I don’t wanna see your eyes across a dancin’ floor
Gisteren draaide ik de audiocassette die ik op 31 mei 1979 had opgenomen en werd weer even die 16-jarige. Was ik nou verliefd op Blondie? Ik weet het niet meer zo goed… Het zal wel, want anders dan de andere jongens was ik als puber eigenlijk niet.

De zestienjarigen van nu hebben allemaal hun eigen mobiele telefoon en hoeven niet meer via het ouderlijk huis te bellen. Maar aan een vast toestel kon je tenminste nog hangen, letterlijk, met het snoer om je nek.
Hanging on the telephone
I’m in the phone booth, it’s the one across the hall
If you don’t answer, I’ll just ring it off the wall
I know he’s there, but I just had to call
Don’t leave me hanging on the telephone (2x)
I heard your mother now she’s going out the door
Did she go to work or just go to the store
All those things she said, I told you to ignore
Oh why can’t we talk again (3x)
Don’t leave me hanging on the telephone (2x)It’s good to hear your voice, you know it’s been so long
If I don’t get your call then everything goes wrong
I want to tell you something you’ve known all along
Don’t leave me hanging on the telephoneI had to interrupt and stop this conversation
Your voice across the line gives me a strange sensation
I’d like to talk when I can show you my affection
Oh I can’t control myself (3x)
Don’t leave me hanging on the telephoneHang up and run to me
Whoah, hang up and run to me (3x)
Whoah oh oh oh run to melyrics by Jack Lee
bekijk de clip van Hanging on the telephone uit 1979 | yesterday once more, alle posts
Samen met Stayin’ Alive heeft Le Freak een van de aanstekelijkste gitaar riffs uit de disco en funk van de jaren zeventig. Bedenkers en performers van de fameuze ritmische riff die Le Freak zo dansbaar maakt, zijn Nile Rodgers en Bernard Edwards. De laatste is in 1996 overleden.
Aaahh Freak out!
Le Freak, C’est Chic
Freak out!Have you heard about the new dance craze?
Listen to us, I’m sure you’ll be amazed
Big fun to be had by everyone
It’s up to you, It surely can be done
Young and old are doing it, I’m told
Just one try, and you too will be sold
It’s called Le Freak! They’re doing it night and day
Allow us, we’ll show you the way
Le Freak [ en.wikipedia.org ] | yesterday once more, alle posts
In het voorjaar van 1978 was Stayin’ Alive een dijk van een hit. Zestien weken lang bleven de Bee Gees ha, ha, ha (het zijn er inderdaad drie) roepen. Jongste broertje Andy had in datzelfde voorjaar met Shadow dancing ook in Amerika nog een hit, maar in Nederland wilde het niet lukken. Inmiddels zijn alleen Barry en Robin nog stayin’ alive. Saturday Night Fever was natuurlijk de film waar deze track bijhoorde. John Travolta kwam die zomer terug samen met Olivia Newton John in Grease om de meisjesharten van toen sneller kloppend te houden.
Toen ik in 1977 voor het eerst Go your own way op de radio hoorde, maakte dat grote indruk op mij. Kort daarop zag ik in toppop ook nog eens de clip van Fleetwood Mac en maakte ik kennis met het dromerige profiel van Stevie Nicks. Net 14 jaar geworden, wist ik nog niets van ‘another lonely day’ of van het medicijn ‘go you own way’. De LP Rumours was een van de sensaties van 1977.

Go your own way
Loving you
Isn’t the right thing to do
How can I ever change things
That I feelIf I could
Maybe I’d give you my world
How can i
When you won’t take it from meYou can go your own way
Go your own way
You an call it
Another lonely day
You can go your own way
Go your own wayTell me why
Everything turned around
Packing up
Shacking up is all you wanna doIf I could
Baby I’d give you my world
Open up
Everything’s waiting for youYou can go your own way
Go your own way
You an call it
Another lonely day
You can go your own way
Go your own wayLyrics by Lindsey Buckingham
Vaak werken oude platen op ons bewustzijn in als herinneringen aan ‘de zomer van’. Er bestaan zelfs platen die letterlijk over herinneringen aan een bepaalde zomer gaan. Summer of ‘71 van Bolland en Bolland bijvoorbeeld. Of Summer of ‘68 van Pink Floyd en Summer of ‘69 van Bryan Adams. De zomer van 1976 is voor mij voor eeuwig bijgezet door Show me the way van Peter Frampton. Het was de zomer van de Olympische Spelen in Montreal en terwijl half Nederland Frampton comes alive! grijs draaide, schalde vanuit het aangrenzende puberhol van mijn broer de hele zomer A Night at the Opera van Queen met daarop het fraaie year of ‘39.

Over zomerhits gesproken, vandaag 21 juni van 10.00 tot 17.00, zendt Sky Radio de Zomerhit Top 101 uit.
Het tekenfilmpje met de zingende kikker was vanaf april 1975 dertien weken lang te zien in toppop. Roger Glover kwam zelf nooit in beeld. Zijn stem was de kikker. Love is all eindigde in de top 100 van dat jaar op een derde plaats achter die twee andere zomerhits Una Paloma Blanca (vanaf maart 14 weken genoteerd) en The Elephant Song (vanaf juli 13 weken genoteerd). Een andere (na)zomerhit die de zomer van 1975 bij mij oproept, is Sailing van Rod Stewart die eind augustus in de hitparade binnenkwam. Sailing kwam in de top 100 van dat jaar niet verder dan een negende plaats, maar is wel een evergreen geworden.

The Butterfly’s Ball, and the Grasshopper’s Feast
An animated short based on Alan Aldridge’s illustrations, but once more focusing on the Ball itself, was made in 1974, with Roger Glover writing the accompanying song Love is All, based on the song Love’s All You Need mentioned in the book (which may, in turn, have been a reference to The Beatles’ All You Need Is Love). This was supposed to lead to a full length animated film, which did not get made. However, Glover had written a full soundtrack, which was released as an album.
Bron: wikipedia.org
Precies 35 jaar geleden stond de Engelse band The Rubettes voor het eerst genoteerd in de Nederlandse hitparade. Sugar Baby Love kwam op 15 juni 1974 binnen om de hele zomer lang (15 weken) in de hitparade te blijven. Het werd een historische zomerhit en als jongetje van elf vond ik het prachtig. Daarna deden de jonge honden het nog eens en nog eens en nog eens, maar na You’re the reason why uit 1976 was het op. De Britse glamrock en teenybopper band uit het midden van de jaren 70 nam zichzelf niet al te serieus en was al camp voordat het camp was. Een hele kunst om niet op een cynische maar op een vrolijke manier een lange neus te maken naar de populaire cultuur en er tegelijkertijd mee samen te vallen.

Bekijk de clip van Sugar Baby Love uit 1974 | The Rubettes [ nl.wikipedia.org ]
Ik zat in ‘de zesde klas van de lagere school’ (zoals groep acht van de basisschool toen nog heette) toen in het voorjaar van 1975 Steve Harley met lange jas en bolhoed in Toppop verscheen. Omdat ik toen al een verzamelaar was, had ik het jaar daarvoor met mijn verjaardag een cassetterecorder gekregen. Het ding klonk blikkerig en had een ingebouwde microfoon zodat je deze voor de radio moest plaatsen en je adem in moest houden bij iedere opname.

Gelukkig kreeg ik in 1975 van sinterklaas, omdat ik als brugklasser zo’n fraai kerstrapport had afgeleverd, een Philips cassetterecorder met een metertje erin en een kabel zodat ik veel betere opnamen kon maken. Make me smile (Come up and see me) was een van de eerste nummers die ik met dat apparaat heb ingeblikt. Om heel precies te zijn: dat was op tweede kerstdag 1975 tijdens de uitzending van de top 100. Steve Harley stond daarin op een 63e plaats.
Make me smile
You’ve done it all, you’ve broken every code
And pulled the rebel to the floor
You spoilt the game, no matter what you say
For only metal - what a bore!
Blue eyes, blue eyes, how come you tell so many lies?Come up and see me, make me smile
Or do what you want, run on wildThere’s nothing left, all gone and run away
Maybe you’ll tarry for a while
It’s just a test, a game for us to play
Win or lose, it’s hard to smile
Resist, resist, it’s from yourself you have to hideCome up and see me, make me smile
Or do what you want, run on wildThere ain’t no more, you’ve taken everything
From my believe in Mother Earth
How can you ignore my faith in everything
When I know what Faith is and what it’s worth
Away, away, and don’t say maybe you’ll tryCome up and see me, make me smile
Or do what you want, run on wild
Dé band van de jaren zeventig was ongetwijfeld Abba. Maar het was wel typische meidenmuziek waar de jongens zich te stoer voor voelden. Dat was trouwens nog niet op de lagere school, want toen met Waterloo het songfestival gewonnen werd zat ik in de vijfde klas en iedereen vond het geweldig. Ook S.O.S. dat in de hitparade kwam toen ik net twaalf jaar was geworden, was als jongen nog te verdragen. De omslag kwam bij mij ergens in 1976 en in 1977 wist is het zeker. Al kreeg ik kippenvel als My love, my life op schoolavondjes gedraaid werd, omdat schuifelen op Abba ook voor jongens heel spannend was.
Johanna van Castilië huwde op 20 oktober 1496 met Filips de Schone in de Sint-Gummaruskerk in Lier. Na de dood van een aantal familieleden, haar enige broer Juan, haar oudste zus koningin Isabella van Portugal en dier zoon Miguel werd zij in 1502 door de Cortes erkend als troonopvolgster van de Spaanse koninkrijken Castilië en Aragón. Na haar moeders dood in november 1504 werd ze koningin van Castilië, maar bleek ongeschikt om te regeren. Deze taak werd waargenomen door haar vader Ferdinand en daarna voor korte tijd door haar man Filips. Tot op heden bestaat er in Lier een groot gebouw, genaamd Hof van Aragón.
Reeds tijdens haar verblijf in de Nederlanden, toen zij haar echtgenoot Filips achterna gereisd was, vertoonde Johanna tekenen van onevenwichtig gedrag, maar toen Filips in september 1506 stierf, raakte zij geestelijk volledig de weg kwijt. Zijn lijk werd gebalsemd en in een loden kist gelegd, die Johanna in haar slaapkamer liet plaatsen. Elke ochtend liet ze de kist openen in de hoop dat Filips tot leven zou zijn gekomen. Ook als zij op reis ging nam ze het lijk van haar echtgenoot met zich mee. Uiteindelijk werd Johanna krankzinnig verklaard en haar vader, Ferdinand, wist haar ervan te overtuigen dat Filips moest worden begraven. Ze werd opgesloten in een kasteel te Tordesillas, waar zij ook verbleef tijdens het bewind van haar zoon Karel V (in Spanje Karel I), die haar koel en liefdeloos behandelde. Tijdens de opstand van de comunidades in Castilië in 1520 werd zij even door de steden als koningin erkend, maar toen de opstand nog hetzelfde jaar werd onderdrukt, bleef zij voorgoed in dezelfde vesting opgesloten. Zij leefde nog heel lang in totale afzondering, tot zij er in 1555 overleed. Officieel is ze steeds koningin van Castilië gebleven.
La Nef, a creation and production company founded in 1991 by Sylvain Bergeron, Claire Gignac and Viviane LeBlanc, works in three sectors ; Early Music and World Music, New Music and Youth. Its productions includes concerts, recordings, music-theater shows, multidisciplinary and multimedia productions.
Sylvain Bergeron : luth, oud, saz, voix
Nathalie Cloutier : soprano
Claire Gignac : contralto, flûtes, gemshorn, psaltérion à archet
Isabelle Marchand : viole de gambe, vièle à archet, voix
Rafik Samman : voix, percussions, santour
Van mijn afkeer van hiphop heb ik nooit een geheim gemaakt. Het agressieve geroep om respect dat de meeste rap eigen is, kan mij absoluut niet mobiliseren. Dat Michaela mij kon verleiden om naar 8 mile (met rapper Eminem) te kijken, kwam door haar uitnodigende commentaar: “8 mile filmt de wereld van de rap indringend van binnenuit waardoor je je verbonden gaat voelen met het kansarme proletariaat van de straat.” Een wereld die zo tegengesteld is aan de mijne wilde ik, bij wijze van sociologisch onderzoekje, wel eens observeren.
8 mile vormt de grens tussen blank en zwart Detroit, tussen rijk en arm. De blanke Eminem groeit op aan de verkeerde kant van 8 mile, in een wereld waarin je leeft onder permanente dreiging. Om te overleven moet je van je af kunnen bijten, je tanden kunnen laten zien met vlijmscherpe woorden. Voordat er fysiek geweld gebruikt wordt, scheld je de ander zo creatief uit dat de groep respect voor je krijgt. De taal dient niet meer de dialoog, maar een monoloog van minachting en haat. Een afgrijselijke wereld. Maar wat moet je als je gedwongen in zo’n wereld leeft?
8 mile heeft bij mij begrip gekweekt voor al die naamlozen met nicknames die met hun giftige tong proberen te overleven tussen de rivaliserende bendes van de asfaltjungle. Het Evangelie zegt mij dat niet wat de mond ingaat, maar wat de mond uitgaat, slecht is voor mijn ziel. Het permanente oordelen over de ander(en) kan voor hen dus ook niet gezond zijn. Maar in een wereld waarin overleven belangrijker is dan geestelijke gezondheid, lijkt creatief schelden een machtig wapen. En door de beat in je lichaam op te vangen, word je cool voor de permanente verhitting van een leven onder hoge druk.
Zesenveertig jaar geleden verscheen in Engeland het eerste Beatles album. Evenals op With The Beatles stonden daar zes covers op. De Amerikaanse meidengroep The Shirelles moet een paar maanden later verbaasd zijn geweest toen Please Please Me ook in de Verenigde Staten werd uitgebracht. Want op het debuutalbum van de beste popgroep aller tijden stonden twee van hun nummers: Op kant A Boys uit 1960 en op kant B Baby it’s you uit 1961, een compositie van Burt Bacharach en Luther Dixon (credited as Barney Williams)
Please Please Me (1963)
1. “I Saw Her Standing There”
2. “Misery”
3. “Anna (Go to Him)” (Arthur Alexander)
4. “Chains” (Gerry Goffin, Carole King)
5. “Boys” (Luther Dixon, Wes Farrell)
6. “Ask Me Why”
7. “Please Please Me”
8. “Love Me Do”
9. “P.S. I Love You”
10. “Baby It’s You” (Mack David, Barney Williams, Burt Bacharach)
11. “Do You Want to Know a Secret”
12. “A Taste of Honey” (Bobby Scott, Ric Marlow)
13. “There’s a Place”
14. “Twist and Shout” (Phil Medley, Bert Russell)
Het is deze maand zesenveertig jaar geleden dat Please please me werd uitgebracht en de Beatlemania uitbrak. Gisteren luisterde ik naar de opvolger With the Beatles die in november 1963 verscheen. Daarop staat o.a. Don’t Bother Me, de eerste compositie van George Harrisson en zes covers die ze al een paar jaar op hun repertoire hadden staan. De andere helft van de in totaal veertien nummers zijn van het duo Lennon/McCartney. De eerste kant vind ik de beste met als besluit twee covers: Till There Was You van Meredith Wilson uit 1959 en de Motown klassieker Please Mr. Postman de debuutsingle van The Marvelettes uit 1961.
With the Beatles (1963)
1. “It Won’t Be Long”
2. “All I’ve Got to Do”
3. “All My Loving”
4. “Don’t Bother Me” (Harrison)
5. “Little Child”
6. “Till There Was You” (Meredith Willson)
7. “Please Mr. Postman” (Dobbin/Garret/Garman/Brianbert)
8. “Roll Over Beethoven” (Chuck Berry)
9. “Hold Me Tight”
10. “You Really Got a Hold on Me” (Robinson)
11. “I Wanna Be Your Man”
12. “Devil in Her Heart” (Drapkin)
13. “Not a Second Time”
14. “Money (That’s What I Want)” (Bradford/Gordy)
Michaela bracht voor vijf Euro de dubbel CD Roxy Music Live mee, een concertregistratie van de reunie acht jaar geleden. Met daarop het onheilspellende en bezwerende In Every Dream Home a Heartache. De band had grote invloed op de new wave. Zo waren de Engelse new romantic bands uit het begin jaren van de jaren tachtig stevig geënt op de stam van Roxy Music. En ook een zanger als Bono van U2 lijkt mij qua zangstijl schatplichtig aan Brian Ferry.
In every dream home a heartache / And every step I take / Takes me further from heaven / Is there a heaven? / I`d like to think so / Standards of living / They´re rising daily /But home oh sweet home / It´s only a saying / From bell push to faucet / In smart town apartment / The cottage is pretty / The main house a palace / Penthouse perfection / But what goes on / What to do there / Better pray there
Ludwig van Beethoven componeerde zijn eerste strijkkwartetten tussen 1798 and 1800 in opdracht van prins Franz Joseph Maximilian von Lobkowitz die de werkgever was van de violist Karl Amenda met wie Beethoven bevriend was. Deze zes strijkkwartetten zijn gebundeld in opus 18. Het strijkkwartet in C mineur dat bekend is als opus 18 no.4 werd het laatst gecomponeerd. Het verschil met zijn latere strijkkwartetten is levensgroot. Opus 18 is nog een volledig klassiek strijkkwartet in de traditie van Haydn en Mozart terwijl de latere strijkkwartetten opvallen door grote eigenzinnigheid. Prins Von Lobkovitz was als mecenas zeer tevreden over Beethoven en gaf hem vanaf 1809 een jaargeld van 4000 florijnen. Ook omdat hij daarmee wilde voorkomen dat Beethoven in dienst zou treden bij de jongste broer van Napoleon, Jérôme Bonaparte in Kassel, en Wenen zou verlaten. Met succes want Beethoven bleef tot aan zijn dood in Wenen. Niet iedereen vond zijn eerste strijkkwartetten geslaagd. Joseph Haydn, de schepper van het klassieke strijkkwartet, had weinig er waardering voor.
The Beethoven Quartets
Joseph Kerman
Dit boek dat voor het eerst in 1967 verscheen, geldt inmiddels als hét standaardwerk over Beethoven’s strijkwartetten.Strijkkwartet in C mineur [ Opus 18 no.4 ]
1. Allegro ma non tanto
2. Andante scherzoso quasi Allegretto
3. Menuetto: Allegretto
4. Allegro - Prestissimo
( Bron: en.wikipedia.org )
Beluister het tweede deel van strijkkwartet opus 18 no.1 [ arte.tv ]
Veel fans bewonderen hun idool dermate, dat ze ook uiterlijk op hun voorbeeld willen lijken. Er zijn ook bewonderaars die meer een innerlijke band met hun idool hebben. Hoe dan ook, op den duur gaan ook zij op hun voorbeeld lijken. Dat dacht ik toen ik zondag Ronald Brautigam bij Kunststof TV zag. Een bescheiden leerling die ijverig de meester interpreteert en zelf transparant probeert te blijven. Niet voor niets kiest Brautigam voor de pianoforte om zo dicht mogelijk bij Beethoven te blijven.

Op oudejaarsavond hebben we van half elf tot twaalf genoten van de beste platen uit de top 2000, waarbij wederom de ‘toppopjaren‘ uitblinkten: Queen (1975), The Eagles (1977), Deep Purple (1972), Led Zeppelin (1971), Pink Floyd (1975) en Meat Loaf (1978). De waardering voor het Pink Floyd album Wish you were here is in Nederland vrij laat op gang gekomen. In de top 100 van 1975 zul je die plaat tevergeefs zoeken. Gelukkig haalde mijn broer het album in 1977 al in ons ouderlijk huis.
De VPRO zendt vanavond een documentaire over Pink Floyd uit. Jammer genoeg staat er in de aankondiging een storende fout: “Veertig jaar na hun debuutalbum ‘The Piper at the gates of dawn’ (1969) is het Britse Pink Floyd nog steeds een van de bekendste en meest geliefde rockbands ter wereld.” Maar de eerste LP van Pink Floyd verscheen al in 1967 en werd gelijktijdig opgenomen met ‘Sergeant Pepper’s‘ in The Abbey Road Studio’s. Dit jaar is het overigens wél veertig jaar geleden dat Umma Gumma werd uitgebracht.
Wat mij betreft vallen de gouden jaren van de band tussen 1970 (Atom Heart Mother) en 1975 (Wish you where here) en hoop ik dat er in de documentaire ook aandacht wordt besteed aan Meddle uit 1971, vergeleken bij Dark Side of the Moon (1973) een onderschatte plaat. Op de DVD Live in Pompeï wordt Echoes Part One & Two, het Magnum Opus van Meddle uitgevoerd.
Het Uur van de Wolf | Pink Floyd [ official site ] | pinkfloyd.co.uk

Tussen 10.00 en 11.00 worden de volgende platen gedraaid
136 Art Garfunkel Bright eyes 1979
137 Guus Meeuwis Geef mij je angst 2004
138 Ike & Tina Turner Proud Mary 1971
139 Queen Don’t stop me now 1979
140 Elvis Presley In the ghetto 1969
141 Herman Brood & His wild romance Saturday night 1978
142 Jimi Hendrix Experience All along the watchtower 1968
143 Doors Light my fire 1967
144 Chris de Burgh The lady in red 1986
145 Bruce Springsteen Born to run 1975
146 Eric Clapton Wonderful tonight 1988
147 Charles Aznavour She 1974


Tussen 16.00 en 17.00 worden de volgende platen gedraaid
380 Focus Hocus pocus 1971
381 Bruce Springsteen My home town 1986
382 Fischer Z So long 1980
383 Supertramp Dreamer 1974
384 Tina Turner Private dancer 1984
385 Eagles One of these nights 1975
386 Van Morrison Moondance 1970
387 Neil Young Old man 1972
388 Guus Meeuwis & Vagant Het is een nacht (Levensecht) 1995
389 De Dijk Ik kan het niet alleen 1989
390 Ten Sharp You 1991
391 Verve Bitter sweet symphony 1997


Tussen 20.00 en 21.00 worden de volgende platen gedraaid
654 Eurythmics Sweet dreams (Are made of this) 1983
655 Golden Earring Back home 1970
656 Madonna Like a prayer 1989
657 John Denver Calypso 1975
658 Boudewijn de Groot Een wonderkind van 50 1996
659 Rolling Stones Waiting on a friend 1981
660 Pussycat Mississippi 1975
661 Bob Dylan Lay lady lay 1969
662 Roxy Music Avalon 1982
663 George Michael Jesus to a child 1996
664 Bløf Omarm 2003
665 Zucchero Fornaciari Senza una donna 1988


Tussen 11.00 en 12.00 worden de volgende platen gedraaid
1107 Paul Young Love of the common people 1984
1108 Johnny Cash A thing called love 1972
1109 Andrew Gold Lonely boy 1977
1110 Peter Koelewijn & zijn Rockets Kom van dat dak af 1960
1111 Nilsson Without you 1972
1112 Laura Pausini La solitudine 1993
1113 Harry Belafonte Island in the sun 1957
1114 Smokie Living next door to Alice 1977
1115 Michael Jackson Heal the world 1992
1116 Earth & Fire Seasons 1970
1117 Vera Lynn We’ll meet again 1939
1118 Scorpions Hello Josephine 1965
1119 Madness Baggy trousers 1980
1120 Depeche Mode Enjoy the silence 1990


Tussen 15.00 en 16.00 worden de volgende platen gedraaid
1403 O.M.D. Enola Gay 1980
1404 Monkees Daydream believer 1967
1405 Turtles Happy together 1967
1406 Elkie Brooks Pearl’s a singer 1977
1407 Rob de Nijs Jan Klaasen de trompetter 1973
1408 Elton John Song for guy 1979
1409 Kim Wilde Kids in America 1981
1410 Fleetwood Mac Everywhere 1988
1411 Jackson Browne The pretender 1976
1412 Pointer Sisters I’m so excited 1984
1413 Kate Bush Babooshka 1980
1414 Dusty Springfield I just don’t know what to do with myself 1964
1415 Genesis I can’t dance 1992
1416 Olivia Newton John Hopelessly devoted to you 1978


vannacht om 12 uur is de lijst van start gegaan met de volgende platen, waarbij maar één plaat zit die minder dan 30 jaar oud is. Nostalgie voor veertigplussers dus…
top 2008 - de aftrap
1984 Status Quo Pictures of matchstick men 1968
1985 Booker T. & The MG’s Green onions 1962
1986 Wally Tax Miss wonderful 1974
1987 Cats Sure he’s a cat 1967
1988 Rolling Stones Beast of burden 1978
1989 Ro-d-ys Take her home 1967
1990 Outsiders The summer is here 1967
1991 KC & the Sunshine Band Please don’t go 1979
1992 Gordon Lightfoot If you could read my mind 1971
1993 Prince & the Revolution I would die 4 U 1984
1994 Chicago I’m a man 1969
1995 Moody Blues Ride my see-saw 1968
1996 Twice as much Sittin’ on a fence 1966
1997 Commodores Brick house 1978
1998 Pacific Gas & Electric Are you ready 1970
1999 Four Seasons December 1963 (Oh what a night) 1976
2000 James Brown I feel good (I got you) 1966

Prachtige late film noir die in plaats van spruitjeslucht het rauwe gezicht van jaren vijftig toont. Met de legendarische score van Miles Davis die de nachtelijke zoektocht van de hoofdpersoon door de straten van Parijs boven de tijd doet uitstijgen, als een existentialistische metafoor van het bestaan zelf.
Miles Davis zat in Parijs voor optredens. Miles hield van de stad. En via zijn liefje Juliette Greco werd hij aan Louis Malle voorgesteld. Louis bleek groot fan van Miles te zijn en dus vroeg hij Miles de muziek voor Ascenseur pour l’échafaud te schrijven.
Miles ontving vervolgens van Louis de rushes (tijdelijke gemonteerde beelden) en begon te componeren. Dit resulteerde in een aantal inmiddels beroemde thema’s. ( Bron: .marcoraaphorst.nl )
ascenseur pour l’échafaud [ en.wikipedia.org ] | ascenseur pour l’échafaud [ Johannes in Retroland ] | ascenseur pour l’échafaud [ filmsdefrance.com ]

Three hours (Five Leaves Left)
Een paar jaar geleden vroeg Matthijs van Nieuwkerk aan Midas Dekkers die te gast was in Top 2000 a gogo temidden van de veertigers en vijftigers in het studio-café, hoe het toch komt dat onze dierbaarste platen meestal dateren uit onze puberteitsjaren. Midas Dekkers had er een biologische verklaring voor. Hij koppelde de popmuziek aan de hormonenstorm van de puberteit. Ik kan het aanvullen met een psychologische verklaring: het popidool sluit naadloos aan bij de jacht naar het ideale zelfbeeld en de ideale wederhelft, die in de puberteit overheersend is. Natuurlijk heb je uitzonderingen en zijn er pubers die naar klassieke muziek luisteren en in sociaal opzicht hun puberteit achter gesloten gordijnen doorbrengen. Maar voor de meesten van ons geldt dat popmuziek een zeer centrale plaats heeft ingenomen in de puberteit. Jongeren communiceren nu eenmaal graag via popmuziek. De veertigplussers groeiden op met Radio Veronica en Radio Noordzee, de veertigminners met MTV en TMF.
Mijn eigen golden years liggen niet in mijn puberteit, maar in de eerste twaalf jaar van mijn leven. Om precies te zijn tussen 14 december 1963 en 20 december 1975, respectievelijk de dag waarop de eerste single van de Beatles (She loves you) de Top 40 binnenkwam en de dag waarop je Bohemian Rapsody van Queen voor het eerst kon horen in diezelfde lijst. Daartussen liggen voor mij de gouden jaren. Ik zal niet beweren dat er daarna geen goede platen meer gemaakt zijn, want dat is natuurlijk onzin. Maar vanaf het begin van de jaren tachtig is het wel bergafwaarts gegaan. Dat ene uurtje toppop in het begin van de jaren 70, dat was een feest, daar keek je naar uit. Maar nu worden er op minstens drie televisiezenders 24 uur per dag nonstop videoclips over ons heengekieperd en lijkt de popmuziek er alleen nog maar voor te dienen om de hormonenstorm op volle kracht te houden. Deze manipulatie van jongeren en dus vercommercialisering van de popmuziek heeft natuurlijk geleid tot allerlei subculturen. Punk bijvoorbeeld ontstond halverwege de jaren ‘70 als een agressieve reactie op de commerciële disco en middle of the road muziek. De popmuziek die vooral de spreekbuis was van de tegencultuur van de sixties , was mainstream geworden zodat in de vele antwoorden daarop myriaden subculturen onstonden waarin je jezelf kon zijn.
De top 2000 lijkt mijn gevoel te bevestigen dat we de gouden tijd van de popmuziek moeten zoeken in de jaren 1963-1975. Neem bijvoorbeeld de rocksymfonieën die in elke editie van de top 2000 bij de absolute top worden gerekend: Stairway to Heaven (1971), Child in Time (1972), Shine on your Crazy Diamond (1975) en natuurlijk Bohemian Rapsody (1975) . Wat mij betreft kunnen daar Echoes (1971) van Pink Floyd en Dancing with the Moonlit Knight (1973) van Genesis aan worden toegevoegd. Maar die rocksympfonieën zijn in Nederland geen single geweest, dus doen ze niet mee…
Wat begon als een uniek radio-evenement aan het einde van het vorige millennium is inmiddels jaarlijkse traditie geworden. De top 2000 onderscheidt zich niet alleen qua lengte van de top 100 die ik in de tweede helft van de jaren ‘70 op tweede kerstdag altijd volgde. We leven nu in het internettijdperk en dat betekent dat de top 2000 in zijn inmiddels 10-jarige bestaan steeds ondersteund is geweest door een website en webcam. Maar voor het eerst is de website nu ook 100% web 2.0 proofed. De indrukwekkende database (alle 2000 platen inclusief statistieken, herinneringen van luisteraars en bandbeschrijvingen) wordt nu met flash ontsloten. Eenvoudiger gezegd: je kunt uit een virtuele platenkast je tien favouriete singles trekken met originele hoes en het begin van de plaat beluisteren.

Communicatie staat bij web 2.0 hoog in het vaandel geschreven. Je kunt niet alleen, net zoals in de voorgaande jaren, de chatroom induiken maar ook direct in contact treden met degenen die van dezelfde platen houden als jij. Omdat de populariteit van de top 2000 nog steeds groeiende is, wordt de kans weer wat groter dat je iemand tegen komt die precies dezelfde top tien heeft samengesteld.
Donderdag kreeg ik de doos Genesis 1970-1975 die afgelopen maandag zijn wereldpremiere beleefde. Behalve de vijf bekende albums op een SACD en DVD, zitten er in de doos een paar verrassingen: zeldzame opnamen die nog niet eerder op plaat werden uitgebracht en op DVD interviews met de bandleden Tony Banks, Phil Collins, Peter Gabriel, Steve Hackett en Mike Rutherford die vorig jaar speciaal voor deze uitgave zijn opgenomen en waarin per album herinneringen worden opgehaald. Daarnaast hoeven een paar historische concertregistraties niet meer op youtube.com bekeken te worden, maar passen ze nu op een groot plasmascherm.
Onder deze opnamen is ook de registratie uit Brussel, 1972 van een paar nummers van Nursery Cryme. Wanneer je Peter Gabriel zo ziet, dan is het nummer The Fountain of Salmacis op zijn lijf geschreven. In dit epische en symfonische gedicht wordt het verhaal van Hermaphroditus uit de Metamorphosen van Ovidius niet alleen muzikaal verteld, maar het lijkt er ook veel op dat Peter Gabriel weet waar het bad is dat mannen verwijfd maakt.
uit: The Fountain of Salmacis
Hermaphroditus en Salmacis
Het water was zo uitnodigend dat Hermaphroditus eerst zijn tenen, dan zijn voeten tot aan de enkel in de vijver stak. Het voelde lekker aan; daarom trok hij vlug zijn kleren uit. Salmacis bekeek het prachtige, naakte jongenslichaam met glinsterende ogen, haar verlangen werd steeds groter… Ze kon niet meer blijven zitten, ze wou nu over hem beschikken! De jongen dook in het water en zwom glinsterend rond. ‘Nu heb ik hem!’ dacht ze, ‘Nu heb ik gewonnen!’ Ze liep snel naar de vijver, gooide haar kleren af en dook in het water.
de waternimf SalmacisZe omarmde hem en kuste hem tegen zijn zin, ze streelde zijn onwillig lichaam en ze klemde zich tegen de jongen aan. Hij stribbelde tegen, rukte zich los en bleef zich koppig verzetten. Maar voor Salmacis was dat geen reden om te stoppen. Ze bleef aan hem vastgeklampt en vroeg de goden dat Hermaphroditus voor altijd bij haar zou blijven. Wat de goden ook toestonden: Hermaphroditus en Salmacis groeiden samen tot een persoon, een tweeslachtig wezen, half man en half vrouw.
Toen Hermaphroditus merkte dat hij, die als een man in de vijver was gedoken, er in een halve vrouw en een halve man veranderd was, vroeg hij met een stem die geen echte mannenstem meer was, zijn ouders dat voortaan elke man die in dit water zou zwemmen, er als een halve man weer zou uitkomen. Mercurius en Venus vervulden die wens en gaven het water die verdorven wonderkracht.”
Bron: satura-lanx.telenet.be
Ik verheug mij nu al op 10 november wanneer een box met 13 SACD’s uitkomt met al het vroege werk van Genesis. Al eerder schreef ik over mijn liefde voor de oude Genesis albums. Trespass (1970), Nursery Cryme (1971), Foxtrot (1972), Selling England by the Pound (1973) en The Lamb Lies Down on Broadway (1974) zijn symfonische meesterwerken. Anders dan de platen na 1975 komt daar nog het unieke stemgeluid van Peter Gabriel bovenop. Op youtube.com kun je een oude opname bekijken van de legendarische compositie The Musical Box uit 1972. Phil Collins had in dat jaar nog een flinke bos haar en Peter Gabriel leek wel een meid. De box is beslist niet goedkoop (€ 145) maar voor een gepassioneerd luisteraar speelt dat geen rol.



Genesis 1970-1975 bestellen bij bol.com | genesis-news.com | dicography
Van je oude klasgenoten moet je het soms hebben. Zo stuurde André (óók CLV) mij vorige maand de CD Brittle Hearts, het debuutalbum van zijn band Paper Moon uit Utrecht. Helaas bestaat de band niet meer, maar niet te lang getreurd, ars longa, vita brevis…
Brittle Hearts is een vakkundig gemaakt album met blije luisterliedjes die rechtstreeks uit de jaren zestig lijken te komen. De zang deed me regelmatig denken aan die van Paul McCartney of Roger McGuinn en dat kan geen toeval zijn, want de mannen van Paper Moon zijn openlijke belijders van britpop en ook al niet vies van westcoastpop en neo-psychedelica. Toen ik 1992 het nummer Texarkana hoorde op het R.E.M album Out of Time was dat een openbaring. Ik besefte toen voor het eerst dat de sound of the sixties helemaal niet dood is, maar dat deze altijd en overal weer tot leven kan worden geroepen. Niet alleen in Athens, Georgia 1991 maar ook in Utrecht 2004. Als je het maar met liefde doet en als je het nodige talent hebt uiteraard.
Brittle Hearts staat met springerige popliedjes zoals die in de jaren zestig door frisgewassen jongelui gemaakt werden. Vaak denk je Beatles, dan weer Turtles, soms Byrds, een keertje R.E.M. en ook wordt Jonathan Richman in herinnering geroepen. De eerste twee ep’s van Paper Moon werden geproduceerd door de gebroeders Paulusma van Daryll-Ann, dus daar zijn ook wat sporen van blijven hangen.
( Aloha )Er zijn van die bandjes die tijdens donkere en herfstachtige dagen toch een grote zon op je gezicht weten te toveren. Laat Paper Moon er daar nou een van zijn. Zo schijnt in ‘The Lost Parade’ een gelukzaligheid door die we dezer dagen nog enkel bij The Polyphonic Spree tegenkomen.
( Oor )
nazorg:
Paper Moon stopt ermee [ papermoon.noet.nl ]
Jelle Paulusma [ producer van Brittle Hearts ]
Het is voor de luisteraar erg verleidelijk en gemakkelijk om vroeger als beter te beschouwen. Aan vroeger weet je wat je hebt. Vroeger is klaar, het verandert niet meer, het is wat het is, take it or leave it. Je kiest er je favoriete meesterwerken uit, je dierbare net-niet meesterwerken, plus nog wat ditjes en datjes, want het moet wel een beetje gezellig blijven. De rest negeer je gewoon. Geen haan die ernaar kraait. Vroeger is namelijk meer selectie, constructie en interpretatie dan realiteit.
vroeger was alles beter
We leven in doemdenkende tijden. De een voorspelt de rappe ondergang van de planeet dankzij de klimaatverandering. De ander maakt zich zorgen over de seksualisering van de samenleving, of weet zeker dat het onderwijspeil schrikbarend is gedaald. Vroeger, kortom, was alles beter. Of toch niet?
auteurspagina van Elmer Schönberger bij uitgeverij j.M. Meulenhoff
Revolution in the Head met daarin een analyse van alle 178 Beatles songs verscheen voor het eerst in 1994 en is sindsdien een onmisbaar standaardwerk geworden. McDonald stierf in augustus 2003 terwijl de derde druk nog in voorbereiding was, bijna een jaar na het overlijden van George Harisson. Als naslagwerk heeft de derde druk uit 2005 nu een vaste plek gekregen bij mij naast de Beatles LP’s onder mijn draaitafel. Elk Beatlesnummer wordt door McDonald van zowel historisch als muziektechnisch commentaar voorzien en daarbij komen de gegevens over de bezetting en opnamedata. McDonald oogste ook kritiek met zijn benadering. Alles wat er na 1970 in de muziek gebeurd is, blijft voor hem slechts een verwerking van wat er in het decennium daarvoor gemaakt is. Ik vind dat trouwens wel een aantrekkelijke tunnelvisie. De popmuziek uit de sixties is waarschijnlijk de invloedrijkste uitdrukkingsvorm van de counter culture, die sindsdien mainstream is geworden voor bijna iedereen die na 1945 geboren is. En die tegencultuur was doordrenkt van geestverruimende middelen die de revolution in the head een handje hielpen.
Het psychedelische jaar 1967 kwam niet zomaar uit de lucht vallen. In de eerste helft van de zestiger jaren waren de voortekenen al zichtbaar. Voor The Beatles zorgden Rubber Soul (1965) en Revolver (1966) voor de grote ommekeer, de weg naar binnen. Ook heel letterlijk. De reden waarom de band vanaf eind 1965 de studio indook had een even praktische als banale oorzaak. Door de constante massahysterie in het publiek konden ze zichzelf niet meer horen spelen! De weg naar binnen werd paradoxaal ook een weg naar buiten, een ontdekkingsreis door onbekende werelden met tangerine trees and marmalade skies
Revolution in the Head bevat een chronologie van bijna 80 pagina’s van januari 1960 (The Quarry Man) tot december 1970 (het officiële einde van The Beatles), met daarin van maand tot maand alle belangrijke data over The Beatles, de overige (pop)muziek en politieke en culturele gebeurtenissen.
The Beatles Channel [ youtube.com ] | The Beatles [nl.wikipedia.org] | thebeatles.com
Regelmatig luister ik naar een van mijn favouriete psychedelische albums. Gelukkig heb ik geen grote keuze dus mag het blijven bij de volgende vier albums:
Revolver (1966) en Sgt.Peppers Lonely Hearts Club Band (1967) van The Beatles
The Piper at the Gates of Dawn (1967) van Pink Floyd
en Electric Music for the Body and Soul (1967) van Country Joe and the Fish
De laatste drie albums zijn trouwens terug te vinden in Mojos 40 greatest psychedelics of all time en de eerste drie in Rolling Stone Magazine 500 Greatest Albums of All Times.

Vorige maand ontdekte ik bijna 41 jaar na dato een album dat in beide charts een hoge positie inneemt (resp. op nummer 2 en 40) en terecht als een meesterwerk beschouwd wordt. Daarom luister ik de laatste weken bijna uitsluitend nog naar Forever Changes (1967) van Love. Misschien ook omdat ik iets goed te maken heb. Want hoe heb ik die plaat vier decennia aan mij voorbij kunnen laten gaan? Forever Changes is een betoverende plaat met barokke arrangementen en pathetische zang van frontman Arthur Lee, die mij in vlagen doet denken aan Richard Harris (Mac Arthur Park). Baroque Pop is een van de namen van het nieuwe geluid dat door Love geïntroduceerd werd en waaruit eind jaren zestig, begin jaren zeventig de symphonische rock tevoorschijn kwam. Zo hoor ik nu pas in de bijna oriëntaalse verfijning in melodielijnen op de vroege Genesisalbums als Selling England by the Pound, Tresspass, Foxtrot en Nursery Crime de invloed van Love. Wanneer ik naar de teksten luister op Forever Changes dan word ik in een stream of conciousness meegetrokken in een unheimische stemming die je eerder verwacht bij punk dan bij flower power .
uit: the red telephone
The Red Telephone
Verse 1:
Sitting on a hillside
Watching all the people die
I’ll feel much better on the other side
I’ll thumb a ride
Verse 2/3:
I believe in magic
Why, because it is so quick
I don’t need power when I’m hypnotized
Look in my eyes
What are you seeing (I see…)
How do you feel?
(…you)
I feel real phony when my name is Phil
Or was that Bill?
Bridge:
Life goes on here
Day after day
I don’t know if I am living or if I’m
Supposed to be
Sometimes my life is so eerie
And if you think I’m happy
Paint me (white)(yellow)
I’ve been here once
I’ve been here twice
I don’t know if the third’s the fourth or if the -
The fifth’s to fix
Sometimes I deal with numbers
And if you wanna count me
Count me out
Verse 4:
I don’t need the time of day
Anytime with me’s OK
I just don’t want you using up my time
‘Cause that’s not right
Coda:
[repeat 3X:]
ahh….
[repeat 3X:]
They’re locking them up today
They’re throwing away the key
I wonder who it’ll be tomorrow, you or me?
We’re all normal and we want our freedom
Freedom… freedom… freedom… freedom
Freedom… freedom… freedom… freedom
[continue with Am - A progression as above, to fade]
(spoken:) Alla God’s chilluns gotta have dere freedom
Alweer vijfentwintig jaar oud, geïnspireerd door de Falklandoorlog in 1982, maar ook tijdens de nog immer voortdurende War on Terrorism is de houdbaarheidsdatum van dit nummer nog lang niet verstreken.
Op het album Green Street staan behalve het bekende ‘Round about Midnight van Theolonious Monk en het minderbekende Alone Together drie composities van de toen vijfentwintigjarige Grant Green, waaronder twee uitvoeringen van Green with Envy.
Green Street
Bezetting
Grant Green (jazzgitaar)
Ben Tucker (bas)
Dave Bailey (drums)
opgenomen op 1 april 1961
Blue Note BST-84071 (origineel)
Blue Note B2-32088 (huidige versie)Tracks
1. NO. 1 GREEN STREET (Grant Green)
2. ‘ROUND ABOUT MIDNIGHT (T. Monk)
3. GRANT’S DIMENSIONS (Grant Green)
4. GREEN WITH ENVY (Grant Green)
5. ALONE TOGETHER (Dietz-Schwartz)
6. GREEN WITH ENVY (Grant Green)
7. ALONE TOGETHER (Dietz-Schwartz)
Op youtube.com staan nu al verschillende (schokkerige) amateurregistraties van de concerten van Neil Young en Leonard Cohen, zoals bijvoorbeeld deze van heart of gold

Leonard Cohen zag er 38 jaar geleden overigens zo uit, tijdens het Isle of Wight Festival (1970).
Beeld, muziek en tekst gaan in deze kitschclip met Bryan Ferry uitstekend samen in een delirium van beelden en kreten over bedwelmende maar gevaarlijke aantrekkingskracht.

Voodoo warning/ Is calling/ Down in limbo/ Moonlight lush life/ Bears strange fruit/ Down in limbo/ Come with me now/ A moth to a flame/ You never get near enough/ You try again/ Closer now/ Oh how we dance/ The spirit holding us/ In a trance/ Bamboo dancer/ No stranger/ Down in limbo/ Can you tango?/ Takes two to/ Down in limbo/ You are the one/ Now is the time/ Let your memory beat the drum/ On the street car line/ Voodoo warning/ Is calling/ Down in limbo/ Moonlight lush life/ Bears strange fruit/ Down in limbo/ Creole tattoo/ I buy you/ Down in limbo/ Heartbeat you mistreat/ I owe you/ Down in limbo
Caleidoscopische en postmoderne film. De zesmaal gespleten ‘Dylan’ is erg vervelend met zijn quasi-diepzinnige uitspraken en ongrijpbare gedrag. Maar de beelden en de muziek zijn ok en Cate Blanchett speelt een prachtige rol als een van de persoonlijkheden van Bob Dylan. Het hoogtepunt van de film vind ik het negerjongetje ‘Woodie Guthrie’ (Dylan’s zwarte ziel) dat samen met o.a. Richie Havens op de veranda de Tombstone Blues speelt.


Michaël Borremans (44) uit Ledeberg bij Gent noemt zichzelf ‘een donkere romanticus’. Hij geldt als één van Belgiës meest succesvolle hedendaagse kunstenaars. Zijn schilderijen en tekeningen hangen in tal van buitenlandse musea, onder meer in het MoMa in New York en in het Museum of Contemporary Art in Los Angeles.
Michaël Borremans bij Zeno-X galerie
de beste 25 platen van de jaren zeventig
(te beluisteren tussen 15.00 en 18.00, presentatie: Hans Schiffers)1 Eagles, Hotel California 1977
2 Deep Purple, Child in time 1972
3 Queen, Bohemian rhapsody 1975
4 Beatles, Let it be 1970
5 Led Zeppelin, Stairway to heaven 1971
6 Doors, Riders on the storm 1971
7 Golden Earring, Radar love 1973
8 Meat Loaf & Ellen Foley, Paradise by the dashboard light 1978
9 Dire Straits, Sultans of swing 1978
10 Creedence Clearwater Revival, I put a spell on you 1972
11 Simon & Garfunkel, Bridge over troubled water 1970
12 AC/DC, Whole lotta Rosie 1978
13 Eagles, Last resort 1976
14 Fleetwood Mac, Go your own way 1977
15 John Lennon, Imagine 1971
16 Alice Cooper, Halo of flies 1973
17 Al Stewart, The year of the cat 1977
18 Rolling Stones, Angie 1973
19 ABBA, Dancing queen 197620 Pink Floyd
Wish you were here (1975)21 Cat Stevens, Morning has broken 1972
22 Billy Joel, Piano man 1974
23 Cockney Rebel, Sebastian 1973
24 Electric Light Orchestra, Mr. Blue sky 1978
25 Blondie, Denis 1978( Bron: made in the seventies [radio2.nl] )
De nostalgiefabriek draait overuren sinds we in het nieuwe millennium zijn aangeland. Voelen we pas grond onder onze voeten als we onszelf aarden in onze jeugd? Of in de jeugd (lees: eeuw) van onze vader en voorvaderen zoals de hype rond In Europa laat zien. Regelmatig wordt er uitbundig teruggekeken op de twintigste eeuw. Vorige zomer 40 jaar terug naar de summer of love van 1967, deze zomer 50 jaar terug naar de wereldtentoonstelling van 1958 en tussendoor zappen we met de NPS naar de made in the sixties (7 februari j.l.), made in the seventies (vanavond en herhaling op 1 mei a.s.) en made in the eighties (4 juni a.s.) thema-avonden.

de week van de jaren zeventig
editie 2003
editie 2004
editie 2006
editie 2007
editie 2008
made in the seventies [sites.nps.nl] | jarenzeventig.web-log.nl
Toen ik vijfentwintig jaar geleden aan de kunstacademie kwam studeren, gold Lou Reed al als een icoon en vormde hij met Andy Warhol de ultieme tandem. Ze waren samen een ijkpunt en het absolute nulpunt van coolheid. Ik voelde me gedesoriënteerd als liefhebber van symphonische rock; fouter kon je begin jaren tachtig overigens niet zitten. Voor sommigen bleek Lou Reed een goeroe, een wegwijzer die je leerde hoe je de veronderstelde zinloosheid van het bestaan cool het hoofd kon bieden met permanente onderkoeling. Ik heb de invloedrijke banaan zelf nooit in huis gehaald, maar hoorde ‘m regelmatig bij anderen.

Lou Reed scheen een fantastische zanger, maar ik vond en vind hem nog steeds een monotone prater. Wel een prater met een mooie stem. Zingen, dat is toch iets heel anders, zo liet Antony ( van Antony and the Johnsons) in de film Berlin horen met het nummer Candy Says. Ik hoor Lou Reed zoals ik ook graag kraaiachtigen hoor. Maar ik ben het er niet mee eens dat ze tot de zangvogels worden gerekend. In de film Berlin hoor en zie je Lou Reed op zijn best: als een introverte, gevoelige en onderkoelde man.
Luchtig, swingend en een lust voor het oog. Les demoiselles de Rochefort van Jacques Demy is een heerlijk ongecompliceerde film, die het optimisme van de jaren zestig kleurrijk weerspiegelt. Met in de hoofdrollen Catherine Deneuve en haar zusje Françoise Dorléac die in de musical de zusjes Delphine en Solange spelen. En Gene Kelly als l’étranger Andy. Françoise Dorléac, de oudere zus van Catherine Deneuve kwam vlak na de opnamen op 25-jarige leeftijd bij een auto-ongeluk om het leven.


les demoiselles de Rochefort | Michel Legrand [ fr.wikipedia.org ]
In 1990 maakte het toen 17-jarige Russische pianowonder Nikolai Lugansky een opzienbarend debuut als invaller voor Maria João Pires. Inmiddels wordt Lugansky wereldwijd gezien als een fenomeen van uitzonderlijke klasse. Hij beschikt over enorme technische gaven, maar maakt geen show van zijn virtuositeit. Hij musiceert open en eerlijk maar ook met kracht, raffinement en verdieping. In oktober 2006 speelde Lugansky met Het Gelders Orkest op indrukwekkende wijze het ‘Tweede pianoconcert’ van Rachmaninov. Ditmaal keert hij terug naar Arnhem met werk van Schumann, Prokofjev en pianogenie Liszt.pianorecital 10 januari Musis Sacrum
Schumann: Faschingsschwank aus Wien, opus 26
Prokofjev: zeven delen (nr. 3, 5, 6, 7, 8, 9 en 10) uit ‘Romeo & Julia’
Liszt: Sposalizio uit ‘Années de pèlerinage’, boek 2, Italie
Liszt: Jeux d’eau al la villa d’este uit ‘Années de pèlerinage’, boek 3
Liszt: Sonnet 123 van Petrarca uit ‘Années de pèlerinage’, boek 2, Italie
Liszt: vier delen (nr. 12, 5, 11 en 10) uit ‘Douze études d’exécution transcendante’
Voor degene in een schuilhoek achter glas
Voor degene met de dichtbeslagen ramen
Voor degene die dacht dat-ie alleen was
Moet nu weten, we zijn allemaal samenVoor degene met ‘t dichtgeslagen boek
Voor degene met de snelvergeten namen
Voor degene die ‘t vruchteloze zoeken
Moet nu weten, we zijn allemaal samenrefr.:
Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
Niet zonder onsVoor degene met de slapeloze nacht
Voor degene die ‘t geluk niet kan beamen
Voor degene die niets doet, die alleen maar wacht
Moet nu weten, we zijn allemaal samenVoor degene met z’n mateloze trots
In z’n risicoloze hoge toren
Op z’n risicoloze hoge rots
Moet nu weten, zo zijn we niet geborenrefr.
Voor degene met ‘t open gezicht
Voor degene met ‘t naakte lichaam
Voor degene in ‘t witte licht
Voor degene die weet, we komen samenrefr.
Niet zonder ons (15x)
16.00-17.00
82 Queen - Love of my life (1975)
81 Elvis Presley - Suspicious minds (1969)
80 Bon Jovi - Bed of roses (1993) 112
79 Bob Marley & the Wailers - No woman no cry (1975)Al Stewart op 78
met Year of the cat (1977)78 Al Stewart - Year of the cat (1977)
77 Van Morrison - Have I told you lately (1989)
76 John Miles - Music (1976)
75 Bløf - Liefs uit Londen (1998)
74 Jackson Browne - The load out/Stay (1977)
73 U2 - I still haven’t found what I’m looking for (1987)
17.00-18.00
380 Bløf - Hemingway (2007)
379 Beatles - All you need is love (1967)
378 Billy Joel - Leningrad (1989)
377 Van Morrison - Moondance (1970)
376 Elton John - Candle in the wind ‘97 (1997)
375 James Blunt - You’re beautiful (2005)
374 Yes - Owner of a lonely heart (1983)
373 Fats Domino - Blueberry hill (1957)
372 Iron Butterfly - In a gadda da vida (1970)Fleetwood Macop 371
met Sara (1980)371 Fleetwood Mac - Sara (1980)
370 Michael Jackson - Billie Jean (1983)
369 Peter Gabriel - Solsbury Hill (1977)
21.00 - 22.00
654 Police - Message in a bottle (1979)
653 Goede Doel - Alles geprobeerd (1986)
652 Thin Lizzy - Whiskey in the jar (1973)
651 Michel Fugain - Une belle histoire (1972)
650 Live - Overcome (2001)
649 Elvis Presley - Can’t help falling in love with you (1961)
648 Melanie - Beautiful people (1969)
647 Pink Floyd - The great gig in the sky (1973)
646 Ennio Morricone - Once upon a time in the west (1968)
645 Poppys - Non non rien n’a changé (1971)
644 Them - Gloria (1967)
643 Emerson, Lake & Palmer - Peter Gunn Theme (1980)
642 Anneke Grönloh - Brandend zand (1962)Neil Young op 641
met Harvest (1972)641 Neil Young - Harvest (1972)
13.00 - 14.00
1079 INXS - Never tear us apart (1988)
1078 Simon & Garfunkel - Scarborough fair (1966)
1077 Dusty Springfield - Summer is over (1965)Talking Heads op 1076
met Slippery people (1985)1076 Talking Heads - Slippery people (1985)
1075 Jim Croce - I’ll have to say I love you in a song (1974)
1074 Toon Hermans - 24 rozen (1967)
1073 Jon & Vangelis - I’ll find my way home (1982)
1072 Ry Cooder - He’ll have to go (1976)
1071 Percy Sledge - My special prayer (1969)
1070 Hans de Booij - Annabel (1983)
1069 Joe Cocker - You can leave your hat on (1986)
1068 Rob de Nijs - Open einde (1987)
1067 René Klijn - Mister blue (1993)
19.00 - 20.00
1351 Nina Hagen - Unbeschreiblich weiblich (1979)
1350 Melanie & Edwin Hawkins singers - Lay down (1970)
1349 Corrs - Radio (2000)Tweemaal Roxy Music in dit uur: Love is the drug (1976) op 1348 en Jealous Guy (1981) op 13401348 Roxy Music - Love is the drug (1976)
1347 Neil Diamond & Barbra Streisand - You don’t bring me flowers (1978)
1346 Slade - Merry Christmas everybody (1973)
1345 Golden Earring - Weekend love (1979)
1344 Smokie - Living next door to Alice (1977)
1343 Soft Cell - Tainted love (1981)
1342 Jefferson Airplane - Somebody to love (1970)
1341 Neil Diamond - Hello again (1981)
1340 Roxy Music - Jealous guy (1981)
1339 Moody Blues - I’m just a singer (in a rock and roll band) (1973)
1338 Al Martino - Volare (1976)
07.00 - 08.00
1882 Charles Aznavour - For me…formidable (1963)
1881 Julien Clerc - Venise (Elle voulait qu’on l’appelle) (1976)
1880 Paul McCartney - Hope of deliverance (1993)de Stranglers op 1879
met No more heroes (1978)1879 Stranglers - No more heroes (1978)
1878 K.T. Tunstall - Black horse and the cherry tree (2005)
1877 Rolling Stones - Heart of stone (1965)
1876 Sutherland Brothers & Quiver - Arms of Mary (1976)
1875 Roger Daltrey - Without your love (1981)
1874 Robert Palmer - Can we still be friends (1979)
1873 Tammy Wynette - Stand by your man (1975)
1872 Oleta Adams - Get here (1990)
1871 Mama’s & Papa’s - Twelve thirty (1967)
1870 Muddy Waters - Mannish boy (1988)
1869 Rob de Nijs - Jan Klaasen de trompetter (1973)
1868 Level 42 - Lessons in love (1986)
Ik heb mij altijd meer aangetrokken gevoeld tot de hippies dan tot de punks. Maar wanneer ik te lang kijk naar foto’s met bloemenkinderen, verandert flowerpower voor mij in een oppervlakkig en leeg fenomeen met holle kreten. ‘Love and peace! far out man!’ Veerig jaar te laat voel ik dan een drang om die zeepbel eens flink door te prikken. De Velvet Underground deed dat al in 1967 met het beroemde album met de banaan. Die plaat werd een voorbeeld voor het antwoord op de counterculture van de sixties dat in de tweede helft van de jaren zeventig eindelijk een naam kreeg: punk
Ik vond en vind punk negatief: een agressief middel om de bloemen en de vlinders van de hippies mee af te bijten. Onder de kleurrijke en zoete voorstellingen van de flowerpower kwamen donkere, rauwe beelden tevoorschijn die volgens de punks meer met de werkelijkheid te maken hadden dan de roze wolk van de hippies. In zekere zin hebben ze gelijk: Onze wereld is in verval al vegen we dat het liefst onder het vloerkleed. Maar in tijden van crisis of oorlog wordt het duidelijk: we gaan tenonder en niet eens zo langzaam.
In de punk- en de grungescene wordt de rauwe werkelijkheid vaak gekoesterd. Maar wanneer afbraak en verval een doel worden, wordt punk een geïnstitutionaliseerd nihilisme of een oppervlakkige lifestyle. Toch blijven waarheidszoekers overal en zoeken zij het licht juist in de duisternis en het leven in het verval. John Marler (ex-gitarist van de punkrockbands Sleep en Paxton Quiggly) heeft het licht gevonden in de Oosterse Orthodoxie. Met gelijkgestemde zielen maakte hij in de jaren negentig Death to the World een gekopieerde knipselkrant in harde contrasten met grungy zwartwit beelden van heiligen met verweerde blikken zoals op iconen.

What do we mean by: “Death to the World"?
“The world is the general name for all passions. When we wish to call the passions by a common name, we call them the world. But when we wish to distinguish them by their special names, we call them passions. The passions are the following: love of riches, desire for possessions, bodily pleasures from which comes sexual passion, love of honor gives rise to envy, lust for power, arrogance and pride of position, the craving to adorn oneself with luxurious clothing and vain ornaments, the itch for human glory which is a source of rancor and resentment, and physical fear. Where these passions cease to be active, there the world is dead….
Someone has said of the Saints that while alive they were dead; for though living in the flesh, they did not live for the flesh. See for which of these passions you are alive. Then you will know how far you are alive to the world, and how far you are dead to it.”
St. Isaac the Syrian, 7th Century
As Frederica Mathewes-Green reports in Regeneration Quarterly (Winter 1997), Marler and two other punks-turned-monks at St Herman’s – Mother Neonilla and Father Damascene – are reaching out to disaffected teens in ways hitherto unexplored by Orthodox Christianity: a zine, alternative music, a Web site, and a chain of coffeehouses. The zine, Death to the World, has reached more than 50,000 readers, mostly punks who “feel out of place in this world,"says Father Damascene. “We try to open up to them the beauty of God’s creation,” he adds, “and invite them to put to death ‘the passions,’ which is what we mean by ‘the world.’. . . Selfish passions can then be redirected into love for God.” What’s most remarkable about these monks is that they’re tapping the heart of contemporary youth culture even though they have little or no contact with its commercial manifestations. Two of the St. Herman Brotherhood’s three California monasteries have no electricity, phones, or running water. And Father John lives in a monastery on an island off Alaska and communicates only by mail. 
Top 2000 krant
Vanaf vandaag ligt de krant o.a. bij ’s lands grootste grootgrutter, tankstations, en de betere boekhandel. Bent u niet in de gelegenheid om de Top 2000 Krant bij een van de distributiepunten af te halen? Dan kunt u hem vanaf maandag ook downloaden via Radio2.nl
Het tragische levensverhaal van Ian Curtis is voor mij vooral het verhaal van een jongeman die door zijn eigen ontrouw verscheurd wordt. Geen onverschillige no future zoals ik ooit gemakzuchtig veronderstelde, maar een gevoelige ziel die worstelde met zijn ontrouw en zijn onvermogen om een duidelijke (zwart-wit) keuze te maken. Een van de mooiste scenes uit de film vind ik de lange shot waarin je hem naar het arbeidsbureau ziet lopen, van achteren gefilmd. Op zijn jas staat met grote kapitalen HATE geschreven. Was dit enkel een pose, een statement om zich te verzetten tegen de lovefreaks van de generatie voor hem? Of gaat het veel dieper, zoals Freud voor het eerst psychologisch heeft uitgewerkt, om de haat van het narcistische ik tegenover ‘de objecten van het libido’? Anders gezegd: de diepe haat tegenover de (ge)liefde omdat de (ge)liefde ‘het ik’ in gijzeling heeft genomen en het voortdurend bedreigt met ‘ik-verlies’.

In Control wordt geen antwoord gegeven, zodat we zelf tot een interpretatie kunnen komen en dat is prima. Het is ook niet aan ons om Ian’s noodlottige keuze te verklaren. Tenslotte gaat het om de keuzen die we zelf maken in het schemergebied van liefde en haat, trouw en ontrouw, goed en kwaad. En dat schemergebied bestaat misschien niet, zoals we vaak (willen) denken, uit grijstinten. Als het erop aankomt, bestaat het misschien juist uit de harde contrasten, die het handelsmerk van Corbijn zijn geworden.
Ian Kevin Curtis (1956 - 1980) was een Engelse zanger en songwriter. Hij is bekend als de zanger van de groep Joy Division, die hij oprichtte in 1977 in Manchester. In 1980 pleegde hij zelfmoord door zich op te hangen. De overige leden van Joy Division richtten later New Order op. Ian Curtis leed aan epilepsie, wat de reden was waarom bij optredens van Joy Division de belichting steeds gedimd moest zijn. Desalniettemin kreeg hij soms nog aanvallen, waarna hij van het podium gedragen moest worden. Hij had een eigen, excentrieke dansstijl, die veel fans deed twijfelen of hij nu een aanval kreeg of aan het dansen was. Veel teksten hadden als onderwerp de dood, geweld en degeneratie. Dit was de voedingsbodem voor veel speculatie over een mogelijke depressie. Zelf beweerde hij dat hij zong over hoe verschillende mensen verschillende problemen aanpakken. In 1976 bezocht hij een concert van de legendarisch punkband The Sex Pistols. Dit overtuigde hem naar verluidt van zijn eigen lotsbestemming als artiest in plaats van gewoon fan van een band. De belangrijkste invloeden op Curtis waren de schrijvers William S. Burroughs en J.G. Ballard, en zangers Jim Morrison, Iggy Pop en David Bowie.
Bron: nl.wikipedia.org
Then love, love will tear us apart again
When the routine bites hard
And ambitions are low
And the resentment rides high
But emotions wont grow
And were changing our ways,
Taking different roads
Then love, love will tear us apart againWhy is the bedroom so cold
Turned away on your side?
Is my timing that flawed,
Our respect run so dry?
Yet theres still this appeal
That weve kept through our lives
Love, love will tear us apart againDo you cry out in your sleep
All my failings expose?
Get a taste in my mouth
As desperation takes hold
Is it something so good
Just cant function no more?
When love, love will tear us apart again
control [ wikipedia.nl ] | control [ moviemeter.nl ] | control [ digg.be ]
De gouden jaren van de popmuziek liggen wat mij betreft in mijn lagere schooltijd: 1967-1975. De basisschool bestond toen nog niet; in het jaar van het Monterey popfestival ging ik naar de kleuterschool en in het jaar van Woodstock volgde de lagere school. Misschien had ik acht jaar eerder geboren moeten worden, dan had ik het allemaal in de middelbare schooltijd mee mogen maken.
Maar waarschijnlijk is het beter zo: 1967 blijft voor altijd het jaar waarin ik de ‘mystieke leeftijd’ bereikte en de Summer of Love blijft voor altijd een Paradise Lost, zonder de kritische blik die ik als puber of jong-adolescent gehad zou hebben. Politiek engagement hoorde er nooit bij, alleen de kinderlijke blijheid dat het leven een feest is. Zo ongelooflijk naief dat onder de bloemen van de hippiebeweging onvermijdelijk de slang van punk en no future uit moest kronkelen. Dat maakte ik als puber en adolescent wel mee. Maar gouden jaren waren het niet (meer).

Michaela (1967) zingt in de kamer met haar gitaar Stairway to Heaven. Er komt een tijdsbeeld omhoog, een tijd die ik gemist heb omdat ik er nog net te jong voor was. Ik hoorde soms wel stoere verhalen van de jongens met brommers, die in het weekend naar de legendarische Veenendaalse discotheek Suzie Q gingen. Toen ik mij in 1976 begon te verzetten tegen de schooltas die ik in de brugklas had moeten dragen, was de tijd voor mij ook rijp en schreef ik eindelijk Deep Purple op mijn pukkel.
Ik ben niet de enige die graag, met de muziek mee, terugkijkt. Vorige jaar luisterden 10 miljoen Nederlanders naar de Top 2000, de traditionele sentimental journey aan het einde van het jaar. Het aftellen voor de achtste editie is begonnen. Tussen 12 en 30 november kan er weer gestemd worden. Meer dan de helft van de platen in de top 10 kwam vorig jaar nog steeds uit de golden years 1971-1978 :
Bohemian Rapsody (1975)
Child in Time (1972)
Stairway to Heaven (1971)
Wish you were here (1975)
Hotel California (1977) en
Paradise by the Dashboard Light (1978)
Ik herinner me van Peter Fonda’s western The hired hand niet veel meer dan de openingsscene die ik gisteren toevallig weer eens tegenkwam op youtube.com. De score van gitarist Bruce Langhorne is nooit beroemde filmmuziek geworden, maar verdient wat mij betreft dezelfde status als de score van Ennio Morricone voor die andere western.
Fonda: Yeah. Universal told me, “You can’t just hire your friends, man.” But the word “virtuoso,” applied to musical instruments, means something. Like if I want a full string section, he’ll go play fourteen different violins and violas and cellos. So I have one man I have to pay who can do all this work for me! Then they were okay with him. And by the way, on Bruce’s picking hand, his thumb, his index and middle fingers are all stumps. They were blown off in a rocket accident in his backyard when he was a kid. But he had already been playing, so he had the surgeon sort of shave them down a little so he could still finger pick. And that National steel guitar that he favors, and we favored very much in the film because it has such a beautiful tone - how did he get there? He used old electric guitar strings, and this muted picking. So there’s a reason his playing sounds like no one else…
De kans is groot dat u al iets van Bruce Langhorne in huis heeft. Hoewel zijn naam weliswaar niet op de goedkope cd-heruitgaven staat, was Bruce Langhorne wel degelijk van de partij op de beruchte Dylan-elpee Subterranean Homesick Blues. Berucht omdat de jonge Dylan opeens de elektrische gitaar in het o zo brave folkgenre introduceerde. Dat was in het goede jaar 1965, toen hij eigenlijk bij zowat iedere folkmuzikant in Greenwich Village aanklopte. Grootheden als onder anderen Tom Rush, Richie Haven, Eric Andersen, Gordon Lightfoot en Judy Collins maakten gebruik van zijn handige gitaarspel. Een solomuzikant is Langhorne nooit geweest, maar in 1969 componeerde hij wel een korte soundtrack voor Peter Fonda’s verguisde western The Hired Hand, die twee jaar later op het witte doek verscheen. Voor de traditionele begeleidingsmuziek van de film, die Langhorne in zijn garage schreef, werden onder andere banjo’s, viool, gitaar en harmonica gebruikt. De muziek ademt een beklemmende atmosfeer uit.
In dezelfde weken van 1967 toen The Beatles in de Abbey Road Studios bezig waren met de opnamen voor Sgt. Pepper’s waren net om de hoek de heren van Pink Floyd bezig met het opnemen van hun debuutalbum The Piper at the Gates of Dawn. Veertig jaar na dato luisterde ik vandaag weer eens naar dit curieuze album, dat bijna helemaal gevuld is met composities van Syd Barrett en eigenlijk revolutionairder is dan Sgt. Pepper’s. Ik werd vooral getroffen door het debuutnummer van Rogers Waters : Take up thy Stethoscope and walk. Een compositie die onmiddellijk laat horen waarom 1967 zo’n bijzonder jaar was. In 1967 gingen namelijk alle remmen los. Onder invloed van LSD koos men voor de hoogste versnelling en manische grenzeloosheid.
Ik moest denken aan de cover van Mojo Magazine Special over the Summer of Love dat ik afgelopen week kocht. Daarop staan degenen die moedwillig gierend uit de bocht vlogen: Jimmy Hendrix, Janis Joplin, Jim Morrisson, Brian Jones en eigenlijk ook Syd Barrett. Ze overleefden 1967 nog geen vier jaar en stierven voor hun dertigste. Ook al stierf het brein achter The Piper at the Gates of Dawn pas een jaar geleden, geestelijk belandde hij in 1968 al in Neverland en was zijn brein deleted.
Maandag a.s. verschijnt de 40th Anniversary Edition van The Piper at the Gates of Dawn.
Ik kocht vanmorgen een speciale uitgave van Mojo Classic evenals een vorige uitgave waarover ik hier al eens iets schreef met Jimmy Hendrix op de cover. Het is een themanummer over het gedenkwaardige jaar 1967 met 144 pagina’s over o.a. Donovan, The Monkees, Cream, the Grateful Dead, Procol Harum, Pink Floyd, Moby Grape, The Beatles, Jefferson Airplane, Janis Joplin, The Doors, Traffic, Love en The Who.
Daarnaast zijn er paginagrote besprekingen van een paar klassieke albums uit 1967, waaronder natuurlijk Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band van The Beatles en The Piper at the Gates of Dawn van Pink Floyd. Maar ook Are you experienced van The Jimmy Hendrix Experience, Smiley Smile van The Beach Boys, Surrealistic Pillow van Jefferson Airplane, Disraeli Gears van Cream en de debuutalbums van The Velvet Underground & Nico en David Bowie.
Op 8 augustus 1967 bezochten George Harrison en Patti Boyd in San Francisco The Haight Ashbury en het Golden Gate Park. Uiteraard waren de fotografen erbij. De ‘originele’ afdrukken worden nu op het internet verhandeld.
During the summer of 1966 the Beatles played their last live concert at San Francisco’s Candlestick Park. After a short break, they spent the next six months in the recording studio working on “Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band,” their eighth studio album. After the record’s release on June 1, 1967 they took another short break during the so-called “Summer of Love.” George and his wife Patti came back to San Francisco on Aug. 8, 1967, and visited the Haight. They had traveled from England to Los Angeles the week before, renting a house on Blue Jay Way, which gave Harrison an idea for the tune of the same name. George traveled north to San Francisco, telling reporters that he was simply curious about the hippie phenomenon. George, Patti, and Beatles press agent, Derek Taylor, drove into the area in the early evening and strolled, unnoticed, along Haight Street.
They reached the sector of Golden Gate Park, then known as “Hippie Hill,” where they found a young man performing before a gathering of about 20 long-haired youths. After a few minutes, Harrison asked to borrow the musician’s guitar, and proceeded to play. After a few moments he was recognized and a sizable crowd formed. He stopped in a park to play a few bars of “Baby, You’re a Rich Man” for the hippies. After a few minutes Harrison shouted “Let’s go for a walk.” As he walked and strummed the guitar the hippies followed along. As the crowd left the park and moved down Haight, it grew. When asked how he liked the Haight, he answered “Wow, if it’s all like this, it’s too much.”Eergisteren kocht ik in Londen de Times met een artikel over Wonderful Today, de autobiografie van Pattie Boyd , vooral bekend door haar huwelijken met George Harrison en Eric Clapton. Ze is een van de inspirerendste vrouwen uit de geschiedenis van de popmuziek want we hebben indirect drie lovesongs aan haar te danken: Laila en Wonderful Tonight van Eric Clapton en Something van George Harrison. Het filmpje uit 1968 bij Something liet ik vorig jaar hier al zien. Het opent met Pattie ’something in the way she moves’ Boyd , maar ook de andere liefjes van The Beatles komen in beeld.

Pattie Boyd
was born Patricia Anne Boyd in Taunton, Somerset, England on March 17, 1944. The family later moved to Nairobi, Kenya, where Pattie spent most of her childhood, from 1949-1954. Her father was assigned there as a Royal Air Force pilot. ( … ) After she finished religious school, Pattie went to London in 1962. Pattie got into modeling after working as a hairstylist. One of her clients asked her if she was interested in modeling. She happened to be a modeling agent and Pattie’s first test shots were taken the next day. Jenny later became a model in 1965. Pattie traveled to the world’s fashion capitals. Patte modeled in Paris for Mary Quant and was an ambassador to “cool Britannia” in New York City. She hung with people who always had the latest trends, such as model Jean Shrimpton and photographer David Bailey.She landed a commercial deal with American director Richard Lester, who wanted her to be the Smith’s Crisps Girl. She was in TV advertisements and did promotional appearances in London. Lester was working on a film with the Beatles called A Hard Day’s Night. He was inspired by her work ethic and gave her a small role in the movie as a schoolgirl named “Jean” in the train scenes. Her part was shortened to the line “Prisoners?” and a little appearance with some other cast schoolgirls in the music scene “I Should Have Known Better“. It would be her last acting role and she stated, “I’m quite happy modeling.”
Pattie brought her sisters on the set to get the Beatles’ autographs. She asked Paul and Ringo for theirs, but not John’s, as she was afraid of his sarcasm. When she got to George, he put one kiss under Paula and Jenny’s, but put seven under hers. “George hardly said hello. When we started filming, I could feel him looking at me and I was a bit embarrassed,” Pattie recalls. He offered her a visit to his trailer, but, Pattie remembers, “I was loyal, not stupid.” George then proceeded to ask her on a proper date. She said yes.
Bron: jesmith2009.tripod.com

05-08-67 Paay, Patricia Je Bent Niet Hip (*) 12 12
05-08-67 Monkees Alternate Title (*) 21 04
05-08-67 Wonder, Stevie I Was Made To Love Her (*) 24 08
12-08-67 Jones, Tom I’ll Never Fall In Love Again (*) 07 13
12-08-67 Amen Corner Gin House Blues (*) 18 0712-08-67 Doors Light My Fire (*) 25 06
12-08-67 Outsiders I’ve Been Loving You So Long (*) 29 04
19-08-67 Tremeloes Even The Bad Times Are Good (*) 07 10
19-08-67 Beach Boys Heroes And Villains (*) 11 07
19-08-67 Sinatra, Frank The World We Knew (*) 19 09
19-08-67 Stevens, Cat A Bad Night (*) 30 03
26-08-67 Tee Set Now’s The Time (*) 13 07
26-08-67 Price, Alan The House That Jack Built (*) 26 04
26-08-67 Beck, Jeff Tallyman (*) 31 04
26-08-67 Troggs Hi Hi Hazel (*) 39 02Bron: home.hetnet.nl/~kjoe65 (met dank aan Paul)
Ik kende Jim Flora van een albumhoes van Benny Goodman and his Orchestra, maar ontdekte vandaag een hele webpagina met albumhoezen die hij in de jaren veertig en vijftig maakte voor RCA Victor and Columbia Records. Flora vond in zijn tijd al navolging en ook tegenwoordig laten illustratoren zich door zijn ‘gecompliceerd ongecompliceerde’ stijl inspireren, waaronder Michael Bartalos, J.Otto Seibold, Chris Pyle en Tim Biskup.

Jim Flora
best known for his distinctive and idiosyncratic album cover art for RCA Victor and Columbia Records during the 1940s and 1950s, was also a prolific commercial illustrator from the 1940s to the 1970s and the author/illustrator of 17 popular children’s books. Less well-known is that he was a fine artist with a diabolical bent, who created hundreds of paintings, drawings, etchings and sketches over his 84-year lifespan.Bron: en.wikipedia.org
Jim Flora maakte niet alleen illustraties, maar ook schilderijen en grafiek.

Jim Flora in Twilight | jimflora.com | jimflora.blogspot.com
Wie de jaren zeventig bewust heeft meegemaakt, zal zich ongetwijfeld nog de Onedin Line herinneren, een van de meest succesvolle tv-dramaseries die er ooit gemaakt zijn. Natuurlijk weer door de BBC. Onvergetelijk is natuurlijk ook de muziek van Aram Khachaturyan. Deze heeft hij voor het ballet Spartacus (opus 82, 1950-1954) gecomponeerd en het stuk heeft helemaal niets met de zee te maken. Toch lijkt het alsof het speciaal voor de serie geschreven is, want er is een zeldzame eenheid tussen de majestueuze muziek en de windjammer op de deinende golven van de oceaan.

De eerste reeks uit 1971 wordt de komende weken iedere werkdag bij Max herhaald van 17.20 tot 18.10. In totaal waren er acht seizoenen, bij elkaar 92 afleveringen James Onedin hield er in oktober 1980 mee op. De hoofdrolspelers James en Elisabeth (Peter Gilmore en Jessica Benton) zag je daarna nauwelijks nog in andere producties terug. Ze werden achtervolgd door het Swiebertje-effect.
Die Onedin Line | The Onedin Line [ en.wikipedia.org ] | over Aram Khachaturian
In april ben ik nog naar Goya’s Ghosts geweest, een biopic die zich afspeelt in dezelfde tijd als waarin Jane Austen haar zedenschetsen situeert. Afgelopen maand zag ik daar nog drie verfilmingen van. Ook Copying Beethoven speelt zich af in de tijd net na Napoleon. Historisch drama blijft een van mijn favouriete genres, zeker als het een biopic over een kunstenaar is. Vorig jaar schreef ik hier al iets over biopics over Caravaggio, Rembrandt en Vermeer en aanstaande vrijdag besteed ik aandacht aan een biopic over het leven van Frida Kahlo. Maar nu dan de film, die afgelopen donderdag in Nederland in premiere ging.
De Poolse regisseuse Agnieszka Holland heeft het 22 jaar na Amadeus aangedurfd een film te maken die wat thematiek betreft nogal lijkt op het meesterwerk van Milos Forman. Beide films zijn een gedramatiseerde fantasie over een episode uit het leven van een van de grootste muzikale genieën uit de geschiedenis. Copying Beethoven concentreert zich op het jaar 1823 waarin Beethoven werkt aan de voltooiing van zijn Negende Symfonie. Drie jaar na het overlijden van Mozart in 1791 was de jonge Beethoven al van plan om een gedicht van Schiller, de “Ode an die Freude", op muziek zetten. Maar pas in de Negende Symfonie zou dit plan worden uitgewerkt, bijna dertig jaar later. Copying Beethoven volgt hem in de periode dat hij de de laatste hand legt aan zijn Negende en daarbij assistentie krijgt van de jonge conservatoriumstudente Anna Holtz. Voor Beethoven zelf, maar ook voor veel tijdgenoten, was het ongebruikelijk dat een vrouw dit werk deed. Deze verdichting in de feiten zegt misschien net zoveel over Agniezska Holland dan over de componist. Ze wil het sexeverschil in die tijd nog eens benadrukken.
Copying Beethoven drijft net zoals Amadeus natuurlijk voor een belangrijk deel op de muziek. Ook al zijn Beethoven en Mozart 21 jaar tijdgenoten geweest, in hun muziek ademt toch een heel andere geest. Mozart is natuurlijk een kind van het galante tijdperk, maar ook bij hem horen we in zijn Don Giovanni al een nieuw geluid: donker en dreigend, met een zelfde orchestrale woede als waarmee Beethoven zich zo fel zal verzetten tegen de klassieke vorm die door Haydn was uitgestippeld.

Hoogtepunt van de film is de uitvoering van zijn Negende Symfonie in Wenen. De uitgeputte maestro moet tijdens deze uitvoering voor alle hooggeplaatste personen van Wenen door zijn studente ondersteund worden. Ze slaat niet alleen de maat voor hem, maar beleeft tegenover de door haar zo bewonderde componist in de orkestbak tevens een muzikaal orgasme, hallelujah! Cinematografisch is het mooi in beeld gebracht hoe beide zielen drijvend op de muziek in elkaar versmelten, al is het een tamelijk onwaarschijnlijke romantisering. Op andere punten neemt de film het ook niet zo nauw met de feiten. Zo was Beethoven tijdens de uitvoering van zijn Negende in 1823 al stokdoof, terwijl hij in de film nog enigszins kan communiceren.

Prachtig is de relatie tussen de componist en de jonge vrouw en ik vermoed dat de scenarist The girl with the pearl earring ook gelezen of gezien heeft. Hierin wordt een soortgelijke relatie tussen de schilder Johannes Vermeer en zijn dienstmeisje beschreven. Tot een filmromance komt het niet, omdat de kunst zelf (misschien beter gezegd: het kijken cq. luisteren) hun grote passie is. Daarin herkennen en naderen leraar en leerling elkaar meer en meer. De erotiek heeft zich vergeestelijkt in het luisteren naar en gehoor geven aan ‘de stem van God’.
Evenals in Amadeus wordt het muzikale genie in deze film soms teveel als een idiot savant neergezet. Beethoven blonk niet bepaald uit in wellevendheid maar was eerder een lompe, ziekelijke egomaan die op de gewone stervelingen neerkeek. Niet bepaald een persoon waar je gauw sympathie voor voelt. Toch vergeef je hem die negatieve eigenschappen graag. Niet alleen omdat je niet met hem samen hoeft te wonen, maar vooral toch omdat hij ondanks zijn grofheid iets hoorbaar heeft gemaakt, dat je niet zou willen missen.

Misschien hoef je niet eens zo van zijn muziek te houden, maar je voelt dat bij Beethoven de grenzen overschreden worden, dat er door zijn noten een andere werkelijkheid binnendringt. Al is ‘binnendringen’ vaak niet het goede woord. Zijn muziek dondert je huis binnen, of klopt aan met de onvermijdelijkheid van het noodlot. Es muss sein. In dat overdonderende lijkt het genie van Beethoven op dat van Mozart. Salieri wordt er bijna met stomheid door geslagen. Of liever gezegd, het is de Schepper die Salieri zo verbijstert. Hoe heeft Hij iets van Zijn goddelijkheid in zo’n platvloerse verpakking de wereld in kunnen sturen? Ook Herr Ludwig van Beethoven is niet bepaald een heer. Maar als hij tegenover zijn conservatoriumstudente spreekt over de muziek als ‘de stem van God’, dan weet je dat je zielsveel van die man houdt.
Muziek van Beethoven uit de film
Grosse Fugue in B-flat, Op. 133
Seid umschlungen, millionen
Piano Sonata No. 5 in C minor, Op. 10 (Prestissimo)
String Quartet No. 14 in C-sharp minor, Op. 131
Symphony No. 9 in D minor, Op. 125 “Choral” (Finale)
Anna’s Etude and Variation
Diabelli Variations, Op. 120
Piano Sonata No. 32 in C minor, Op. 111 (arietta)
Copying Beethoven [official website] | Ludwig van Beethoven’s website | moviemeter.nl
juli 1967
01-07-67 Them Gloria (*) 05 14
01-07-67 Traffic Paper Sun (*) 16 06
01-07-67 Turtles She’d Rather Be With Me (*) 21 07
01-07-67 Cream Strange Brew (*) 30 05
01-07-67 Troggs Night Of The Long Grass (*) 33 0408-07-67 McKenzie, Scott San Francisco (*) 01 20
08-07-67 Small Faces Here Come The Nice (*) 28 06
08-07-67 Mamas & Papas Creeque Alley (*) 34 03
15-07-67 Beatles All You Need Is Love (*) 01 13
15-07-67 RO-D-YS Just Fancy (*) 08 08
15-07-67 Sinatra, Nancy & Lee Hazlewood Jackson (*) 10 09
15-07-67 Cats Sure He’s A Cat (*) 12 13
15-07-67 Cuby & the Blizzards Another Day, Another Road (*) 20 07
22-07-67 Golden Earrings Sound Of The Screaming Day (*) 04 13
22-07-67 Posey, Sandy I Take It Back (*) 04 15
22-07-67 Whittaker, Roger Mexican Whistler (instr.) (*) 09 08
22-07-67 Valk, Ria Dan Moet Je Me Zuster Zien (*) 24 07
22-07-67 Baars, Gonnie Alle Leuke Jongens Willen Vrijen (*) 31 06
29-07-67 Davies, Dave Death Of A Clown (*) 02 13
29-07-67 Whittaker, Roger If I Were A Rich Man (*) 04 11
29-07-67 Bee Gees To Love Somebody (*) 13 08
29-07-67 Redding, Otis & Carla Thomas Tramp (*) 19 12
29-07-67 Four Seasons C’mon Marianne (*) 27 05
29-07-67 Garrick, David Ave Maria (*) 28 04Bron: home.hetnet.nl/~kjoe65 (met dank aan Paul)
meer Summer of Love
Om nog even in de sfeer van de festivals uit de sixties te blijven: vier maanden na Woodstock had je in California het Big Sur Festival. Met een hypnotiserend optreden van Crosby, Stills, Nash & Young.
Monterey Festival 1967, zondag 18 juni 1967
* Ravi Shankar
* The Blues Project
* Big Brother & The Holding Company
* The Group With No Name
* Buffalo Springfield
* The Who
* Grateful Dead
* The Jimi Hendrix Experience
* Scott McKenzie
* The Mamas & The Papas

Zaterdag 17 juni 1967
* Canned Heat
* Big Brother & The Holding Company
* Country Joe and The Fish
* Al Kooper
* The Butterfield Blues Band
* Quicksilver Messenger Service
* Steve Miller Band
* The Electric Flag
* Moby Grape
* Hugh Masekela
* The Byrds
* Laura Nyro
* Jefferson Airplane
* Booker T and The MG’s
* Otis Redding
Monterey was the first major rock festival in the world and became the model for future festivals, notably Woodstock – although unlike Woodstock it was not a profit-making venture, and Monterey’s various audio and visual products still earn income for the non-profit Monterey Festival Foundation.
Vrijdag 16 juni 1967
* The Association
* The Paupers
* Lou Rawls
* Beverly
* Johnny Rivers
* The Animals
* Simon and Garfunkel
03-06-67 Bee Gees New York Mining Disaster 1941 (*) 04 10
03-06-67 Burdon, Eric & the Animals When I Was Young (*) 07 12
03-06-67 Les Baroques Bottleparty (*) 34 05
10-06-67 Dave Dee, Dozy, Beaky, Mick & Tich Okay (*) 04 12
10-06-67 Beck, Jeff Hi-Ho Silver Lining (*) 12 09
10-06-67 Bojoura Everybody’s Day (*) 18 06
10-06-67 Young Rascals Groovin’ (*) 19 08
10-06-67 Humperdinck, Engelbert There Goes My Everything (*) 20 07
17-06-67 Procol Harum A Whiter Shade Of Pale (*) 01 13
17-06-67 Hollies Carrie-Anne (*) 06 1017-06-67 Jimi Hendrix Experience The Wind Cries Mary (*) 07 08
17-06-67 Four Tops Seven Rooms Of Gloom (*) 23 05
17-06-67 Lovin’ Spoonful Six O’Clock (*) 31 02
24-06-67 Charles, Ray Here We Go Again (*) 03 14
24-06-67 Heikrekels Jij Bent Voor Mij Alleen (*) 08 18
24-06-67 Franklin, Aretha Respect (*) 11 12
24-06-67 Richard, Cliff I’ll Come Runnin’ (*) 31 04Bron: home.hetnet.nl/~kjoe65 (met dank aan Paul)
The Luv’d Ones
were an all-female American garage rock band in the 1960s. Led by singer/guitarist Charlotte ‘Char’ Vinnedge, the group released singles on the Chicago-based Dunwich Records. Vinnedge sang lead vocals and played lead guitar and the rest of the band was filled out by her sister Chris on bass, Mary Gallagher on rhythm guitar and Faith Orem on drumset. The band was mostly Vinnedge’s project: she wrote all of their songs, designed their artwork, fixed their equipment and even drove their van on tours.Though they were never commercially successful and recorded only a handful of songs, The Luv’d Ones have developed a cult following in the decades following their disbandment; they are often praised for being ahead of their time, and cited as being both proto-punk and proto-feminist. Their sound is characterized by fuzzed-out guitars, strong rhythm section and Vinnedge’s icy vocals. The lyrics are decidedly dark and bitter; many of the songs deal with jealousy.
meer video van Funknroll [ Tym Stevens ] | tymstevens.com
… want het hing natuurlijk al gewoon in de lucht. Op de laatste track van het Beatlesalbum Revolver uit 1966 Tomorrow Never Knows horen we al duidelijk dat er iets gaande is. Something’s happening. Turn on, tune in and drop out.
Tomorrow Never Knows (1966)
Turn off your mind, relax
and float down stream
It is not dying
It is not dying
Lay down all thought
Surrender to the void
It is shining
It is shining
That you may see
The meaning of within
It is being
It is being
That love is all
And love is everyone
It is knowing
It is knowing
That ignorance and hate
May mourn the dead
It is believing
It is believing
But listen to the
color of your dreams
It is not living
It is not living
Or play the game
existence to the end
Of the beginning
Of the beginning
Of the beginning
Of the beginning
Of the beginning
Of the beginning
De San Francisco Chronicle publiceerde afgelopen maand een serie van vier delen:
The Summer of Love, 40 Years Later

De San Francisco Chronicle publiceerde afgelopen maand een serie van vier delen:
The Summer of Love, 40 Years Later

De San Francisco Chronicle publiceerde afgelopen maand een serie van vier delen:
The Summer of Love, 40 Years Later
Ik heb me er inmiddels mee verzoend dat ik aan ongeneeslijke nostalgie lijd. Het is een logische gevolg van heftig verlangen naar de eeuwige jeugd en hopeloos verzet tegen de vergankelijkheid. De zoete pijn van de nostalgie begon al vroeg in mij te werken, zeker al voor mijn 25ste. Het verleden heb ik altijd overzichtelijk bij me - ik weet mij bijvoorbeeld nog te herinneren wat ik vandaag 20 jaar geleden deed - alsof ik de route terug naar huis wil onthouden. Hoe ben ik hier gekomen, hoe ben ik geworden wie ik ben, kortom: wie ben ik? Het antwoord ligt altijd in het levende verleden. Wie ooit getript heeft weet dat er een staat van bewustzijn is, waarin het geheim van de tijdelijkheid zich openbaart als de nog veel geheimzinnigere eeuwigheid. Naar dit mystieke moment ben ik altijd op zoek geweest. Het is niet zo vreemd dat het historische brandpunt van dit mystieke moment voor mij kwam te liggen in het jaar 1967. Het jaar waarin ik vier werd, de ‘mystieke leeftijd’ zoals sommige ontwikkelingspsychologen beweren en natuurlijk het jaar van de Summer of Love. Toen ik begin twintig was, was ik bijna ziek van heimwee naar 1967.
Vandaag is het twintig jaar geleden dat de documentaire “It was twenty years ago today” van John Sheppard werd uitgezonden, over het album Sergeant Pepper’s Lonely Hearts Club Band. De video van deze documentaire en de plaat draaide ik in die dagen grijs. Een beetje spijt heb ik daar inmiddels wel van, want een nummer als a day in the life heb ik waarschijnlijk vaker gehoord dan de vier Beatles bij elkaar en is door mijn eigen schuld nu afgezaagd.
De documentaire gaat niet alleen over de Beatles. Eigenlijk is het een ode aan het jaar 1967. Je ziet de bekende beelden van het Monterey festival (elke keer als ik Janin Joplin in het slotaccoord van a ball and a chain zie ‘breken’, springen de tranen in mijn ogen.) en de hippiesubcultuur van de Haight Ashbury in San Francisco. Maar eigenlijk veel interessanter is dat deze film laat zien hoe het twintig jaar later ging met de hoofdrolspelers van toen: De provo Robert Jasper Grootveld dobberde in 1987 op het vlot ‘de yuppie’ ergens rond op het IJsselmeer, Abbie Hoffman was nog altijd politiek activist en acteur Peter Coyote had zich in 1987 even teruggetrokken in de overweldigende natuur van de Rocky Mountains. Derek Taylor, de voormalige persagent van de Beatles vond dat 1967 een jaar met een gouden randje was. “Een van mijn kinderen is van 1967 en dat merk je", zei hij met een beschamend lachje. Als ik aan Michaela denk, die in de Summer of Love geboren werd, dan geef ik hem onmiddellijk gelijk.
Mijn persoonlijk flowerpower revival van twintig jaar geleden is inmiddels weer lang voorbij. Maar heel af en toe steek ik nog wel eens een jointje op en komt er toepasselijke plaat uit de kast. Vorig jaar kreeg ik van Kees deze zeldzame eerste persing van Pink Floyd uit 1967. Met Syd Barrett dus. Ook deze cover is eindeloos nagevolgd en ik blijf een zwak houden voor idealisten in een kashimiroverhemd met een dromerige blik en/of caleidoscopische visie.
It Was Twenty Years Ago Today is a winning, evocative film crammed with the music of the good times, laced with interviews with Harrison, McCartney, Timothy Leary (looking toothless), Derek Taylor (the former Beatles press agent) who wrote the paperback based on the film. There’s not much sense that the Black Panthers had just been launched or that Che Guevara would soon die (someone prophesying there would one day be a shop called Che Guevara), or any mention that four days after Sergeant Pepper was released on June 1, 1967, the Six Day War began. But then I’ve always thought the American Sixties were about styles of politics, the British Sixties about styles of style.verzameling
Een straaljager trekt een streep door de hemel
Een merel slaat alarm
Het grasveld vergeelt onder mijn handen
De mollen hebben het warmDe man op de bank in de gloeiende zon
Praat over Zwitserland
Waar de wereld haar geld bewaart
Hij had vroeger ook iets gespaard maar wat
Is ie vergeten
Maar goed ook zegt ie, gek
Hoe alles op den duur
In een verzameling ontaardEn hij kan het weten
Hij had dozen vol bladeren
Een hele herfst in een kast
Hij zei: in mijn strijd tegen de tijd
Vormt alles wat valt een houvastEn het is voor zijn bestwil
Dat hij hier zit
Staart en eet en slaapt
Maar ik weet wat ze onder helpen verstaan
Ze hebben het met de kat gedaan
Die ligt nu lui en vadsig voor de haard
De schemering sluipt
Over het grasveld
De nacht staat op een kier
De man op de bank wordt langzaam doorzichtig
Ik was liever bij jou
Maar ik ben hierBron: waltertje.com
Nel
Hoe gaat het toch met
Je weet wel
Zij
Met die te vroeg te grote
Ze liet me altijd
Zo verbaasd beminnen
En vroeg daarna
Waarom je dat deed
Je zei dan
Dat het je speet
Maar dat dacht je nietHoe heet ze nu toch
Je weet wel
Ze was toen getrouwd met die dichterBeroemd geworden om zijn
Op haar lijf geschreven verzen
Dan ben ik dichterbij
Dichtte hij
Toen zijn naam
Van de bestsellerslijst
Verdwenen was
Ging hij ook snelHoe gaat het toch met
Je weet wel
Is haar zoon
Nu werkelijk bij z’n vaderZe zeggen
Dat ze met die jongen sliep
En toen de rechter vroeg
Waarom ze dat deed
Heeft ze zich
Voor zijn ogen
Uitgekleed
Toen begreep die rechter het welBron: nomorelyrics.net
Vijfentwintig jaar geleden, in het voorjaar van 1982, draaide ik platen van Herman van Veen grijs. Aan het onderstaande lied heb ik een bijzondere herinnering. Ik had net eindexamen VWO gedaan en het zag er naar uit dat ik gezakt was. Ik wachtte de uitslag niet af, maar gaf eind mei alvast een feest. Een oom van mij had een grote boerderij en in een van de schuren op het land mochten we de beest uithangen. Als voorproef op het komende studentenleven, braken we de nacht door. Toen het licht werd, liet ik met een kater om half vijf ’s morgens keihard Ochtend in de stad over de weilanden schallen:
Die nacht en die morgen zouden niet alleen een voorproef zijn op het studentenleven, maar ook op de weltschmerz en de wrange ‘verzachtende’ humor van het adolescentenbestaan.
Ochtend in de stad
Licht gaat branden achter sommige gordijnen
Hier en daar een mens op straat, ietwat verdwaald
Rokershoest weerklinkt alom, lantarens kwijnen
Als er hier een haan was, had ie al gekraaidMensen overwegen om in bed te blijven
Zien er toch maar weer vanaf uit goed fatsoen
En een oude man wordt wakker met een stijve
Maar heeft niemand om een vluggertje te doenErgens laat zich al de helse toeter horen
Van een matineuze heer in het verkeer
Achter grote gele vensters van kantoren
Zijn de werksters met hun emmers in de weerEn wie in zijn diepste nachtelijke dromen
Is gezworven naar de bron van zijn bestaan
Mag zo dadelijk weer op het matje komen
Aangezien hij een vergissing heeft begaanNet als vroeger is er weer een dag geboren
Maar de jaren van verwondering zijn voorbij
En ook zijn er hier geen vogels meer te horen
Behalve twee minuten op de vierde meiMaar ach, het leven nam ons allen op de korrel
En de dood genaakt met een klapperend gebit
Ja, wij verlangen naar het uur dat de eerste borrel
Goed en wel weer achter onze kiezen zit

Windstil (Herman van Veen)
Jij in mijn agenda met Oost-Indische inkt
Hij op de veranda terwijl de merel zingt
Onder de bloeiende jasmijn, een stuk brood
En een glas wijn, jij zegt het en hij weet het
Het zou voldoende moeten zijnEn met jou in de buurt voor altijd
Voor altijd, voor altijd, voor zolang als dat duurt
En met jou in de buurt voor altijd
Voor altijd, voor altijd
Vergeet hij de tijdDe klok is stuk, de tijd staat stil
De lucht lijkt lila door m’n paarse zonnebril
Ze zitten en zwijgen want praten en denken
Is een grotere luxe dan die armband
die hij jou laatst heeft gegevenJij op je knieën in het pas gemaaide gras
Hij lui in een ligstoel op zoek naar z’n glas
Slaperig lees je ‘m iets voor
Tot ‘t aardedonker wordt
De buitenlucht omringt ze
Ze komen ’s zomers niks te kortEn met jou in de buurt voor altijd
Voor altijd, voor altijd, voor zolang als dat duurt
En met jou in de buurt voor altijd
Voor altijd, voor altijd
Vergeet hij de tijdHet is windstil geen blad beweegt
De muggen steken er zit onweer in de lucht
Ik lijk zo oplettend en het is zo ontzettend
moeilijk om wakker te worden als je alleen
maar geleerd hebt om te dromenZij in de keuken met de pannen in de weer
Hij voert de goudvis voor de tienmiljoenste keer
Heus dat beest heeft het toch goed
Want al is z’n kom te klein hij krijgt
op tijd z’n eten hij zou tevreden moeten zijnEn met jou in de buurt voor altijd
Voor altijd, voor altijd, voor zolang als dat duurt
En met jou in de buurt voor altijd
Voor altijd, voor altijd
Vergeet ik de tijd
Discografie van herman van Veen | 218 teksten van 218 liedjes
Noorwegen staat dit jaar uitgebreid stil bij het 100e sterfjaar van zijn belangrijkste componist. Op de website grieg07.no die ter gelegenheid van dit Griegjaar in de lucht is, vond ik een interview met Grieg-vertolker Håkon Austbø. Ik ken geen Noors maar het is leuk om te ontcijferen. Austbø woont al jaren in Nederland en geeft les aan het conservatorium in Amsterdam. Hij is ook verbonden aan het Skriabin Genootschap.

Nederland ikkje lenger så morsomt
(Nederland is niet langer zo leuk.
met dank aan Bart voor de vertaling.)Etter å ha studert i Paris, busette du deg etterkvart i Nederland, der du tilbrakte dei neste omlag 20 åra. Så, i 2005 flytta du attende til Noreg. Kva er årsaka til at du no kom hit?
Det er vel flere grunner, noen er personlige, seier Austbø. - Men det er også fordi Nederland ikke er et så morsomt land som det var før.
Det har blitt et hardere og mer polarisert samfunn, enn det åpne, tolerante og frie samfunnet det var. Det har vært politiske mord, for eksempel i 2002-2003 da Pim Fortuyn, som var på vei til å vinne valget ble skutt. Så, to år etterpå var det det Theo van Gogh, en arrogant fyr, som blant annet laget en dokumentar som en kritikk mot islam, sammen med Ayaan Hirsi Ali. Van Gogh ble skutt av en ung fanatisk islamist - selv om det nok var Hirsi Ali de var ute etter.
Bron: grieg07.no
Ik zit buiten op de camping en geniet van de middag. Het bos is nog helemaal open, maar tussen de kale takken wemelt het teerste groen. De houten huisjes recht voor mij staan in een zee van witte bloesems. Een duif vliegt af en aan met takjes in de snavel. Het is onmiskenbaar voorjaar. Ik laat me gaan in een lyrische bui. Met een zekere schroom, want ik lees de krant en ken de zwarte bladzijden uit de geschiedenis. Ik weet dat in het voorjaar van 1915 de bloesemtakken door mitrailleurvuur uiteengereten werden, en bossen door granaatinslagen veranderen in spookachtige Jeroen Bosch-landschappen. Ik weet van de ellende buiten mij en binnen mij.
En toch is deze ervaring te sterk. De dichter wint het van de cynicus die zich altijd verschanst achter bittere commentaren. Misschien omdat hij de pijn niet wil voelen? Ik hoor Letzter Frühling, een van de lyrische stukken van Edvard Grieg. Het toppunt van romantiek, vol heftig verlangen, pijnlijk besef en stille berusting. In gedachten zie ik een foto van Mickey van vroeger met haar onverwoestbare blijheid. Het kind dat we waren, het kind dat we zijn. De buitenkant verandert onherroepelijk, maar van binnen blijft de ziel een knop die steeds weer opengaat. Ieder jaar intenser. De cynicus blijft op een gecalculeerde en calculerende afstand. Maar de dichter komt steeds dichter …

1 Boudewijn de Groot Avond
2 Ramses Shaffy & Liesbeth List Pastorale
3 Klein Orkest Over de muur
4 Wim Sonneveld Het dorp
5 Frans Halsema Voor haar
6 Amazing Stroopwafels Oude Maasweg
7 Stef Bos Papa
8 Frank Boeijen Groep Kronenburg park
9 Henk Westbroek Zelfs je naam is mooi
10 Van Dik Hout Stil in mij

In de vastentijd presenteren Trouw en NRC Handelsblad broederlijk een CD box met twaalf maal een Stabat Mater, waaronder enkele uit mijn eigen collectie, o.a. van Antonio Vivaldi, Giovanni Pierluigi da Palestrina, Giovanni Battista Pergolesi en Antonín Dvořák. Sinds de Mattheus Passion elk jaar in april een hype is en religie tegenwoordig ook cultuur heet, durven een seculiere en een protestantse krant deze bij uitstek katholieke muziek te promoten.
Hans van der Velden wijdde een groot deel van zijn leven aan het fenomeen Stabat Mater en maakte er een zeer informatieve website over waarin zo’n 600 componisten worden genoemd die een Stabat Mater hebben gecomponeerd.
Stabat mater
Stabat mater dolorosa
Juxta crucem lacrimosa,
Dum pendebat filius.
Cujus animam gementem
Contristantem et dolentem
Pertransivit gladiusDe diepbedroefde Moeder
Stond wenend bij het kruis
Terwijl haar Zoon daar hing.
Haar klagende ziel,
Medelijdend en vol smart,
Werd als door een zwaard doorstoken
In november 2001 stuurde Michaela mij deze CD, die ik de laatste dagen weer aan het beluisteren ben. Het begint en eindigt met het schitterende Parce mihi, Domine van Cristóbal de Morales uitgevoerd door Jan Garbarek en The Hilliard Ensemble.
Het werk dateert uit 1550 en werd in 1993 door de Noorse Jazzsaxofonist Jan Garbarek letterlijk en figuurlijk nieuw leven ingeblazen. De track is o.a. gebruikt voor de film Loving Annabelle (2006).
Parce mihi, Domine
Parce mihi, Domine, nihil enim sunt dies mei.
Quid est homo, quia magnificas eum?
Aut quid apponis erga eum cor tuum?
Visitas eum diluculo et subito probas illum.
Usquequo non parcis mihi, nec dimittis me, ut glutiam salivam meam?
Peccavi, quid faciam tibi, o custos hominum?
Quare posuisti me contrarium tibi, et factus sum mihimetispsi gravis?
Cur non tollis peccatum meum, et quare non aufers iniquitatem meam?
Ecce, nunc in pulvere dormiam, et si mane me quaesieris, non subsistam.

translation:
Spare me, Lord, for my days are as nothing.
What is Man, that you should make so much of us?
Or why should you set your heart upon us?
You visit us at dawn,
and put us to the test at any moment.
Will you not spare me and let me be,
while I swallow my saliva?
If I have sinned, how have I hurt you,
O guardian of mankind?
Why have you set me up as your target,
so that I am now a burden to myself?
Why do you not forgive my sin
and why do you not take away my guilt?
Behold, I shall now lie down in the dust:
if you come looking for me I shall have ceased to exist.
Bitterzoete film over een schooljongen van vijftien die als junior-popjournalist voor Rolling Stone Magazine in 1973 meetoert met de fictieve band Stillwater. Fijn tijdsbeeld van de nadagen van de flower power. En mooie rollen van Patrick Fugit als het onwapenende groentje en Kate Hudson als dolende groupie op zoek naar het echte leven. Beiden komen tot de ontdekking dat je beter eerlijk kunt zijn dan cool. Naast ontroerende momenten zijn er ook heel vermakelijke scenes in deze film; heb een paar keer echt moeten schateren.
Almost famous is geen realistische film, maar een sprookje. Kleine gebeurtenissen zijn uitvergroot en de anno 1973 niet (meer) zo gemoedelijke sfeer in de Amerikaanse rockscène is bewust geromantiseerd. Toch is het een eerlijke film. Almost famous is Cameron Crowe’s persoonlijke waarheid en bij het vertellen daarvan valt hij niet op leugens te betrappen. Zelfs niet in de scène waarin de beginnende, vijftienjarige popjournalist William Miller (Patrick Fugit) door een stel groupies wordt ontmaagd. Die valt in dezelfde categorie als de scène in High fidelity waarin John Cusack als tweedehands platenhandelaar een liefdesnacht beleeft met een mooie singer-songwriter - de categorie waarin de wens vader is van de gedachte en de grens tussen werkelijkheid en fantasie wat dunner is dan anders. En de waarheid verfraaien is, zoals iedere journalist weet, heel iets anders dan liegen.
Oene Kummer in de Filmkrant
Gisterenavond naar een uitvoering geweest van een cantate die Bach voor de zondag na kerstmis componeerde: Sie werden aus Saba alle kommen Thuis ook weer eens geluisterd naar de uitvoering van BWV 65 op de tweede CD in de Box Cantatas Vol. X van de Bach Edition. Vijf jaar geleden kocht ik alle cantates van de Bach Edition op 60 CD’s in de uitvoering (2000) van het Holland Boys Choir uit Elburg o.l.v. Pieter Jan Leusink.
slotkoor van BWV 65
7. Choral
Ei nun, mein Gott, so fall ich dir
Getrost in deine Hände.
Nimm mich und mach es so mit mir
Bis an mein letztes Ende,
Wie du wohl weißt, dass meinem Geist
Dadurch sein Nutz entstehe,
Und deine Ehr je mehr und mehr
Sich in ihr selbst erhöhe.
Leusink houdt van een enthousiaste Bach. In veel cantates is dat een prima aanpak. Bij cantate 197: “Gott is unsere Zuversicht” krijg je bij Leusink een koor dat bruist van het enthousiasme. Dat enthousiasme hoor je soms wel terug bij Harnoncourt/Leonhardt, maar veel te weinig bij de anderen. Minder geslaagd bij Leusink zijn die koorfragmenten die om een ingetogen karakter vragen. Het openingskoor uit cantate 21: “Ich habe viel Bekümmernis” heeft echt geen dans-tempo nodig. Herreweghe heeft dat uitstekend door.Onder Leusink’s leiding kwamen vele cd, dvd & tv opnamen tot stand, waarvan 3 met goud en 1 met platina bekroond. Internationaal kwam zijn doorbraak met het realiseren van de integrale opnamen van Bach’s 200 geestelijke Cantates (60 cd’s!) in het Bach Herdenkingsjaar 2000, waarvan wereldwijd meer dan 5 miljoen werden verkocht. In tal van muziekvakbladen werd zijn vakmanschap geprezen! Voor zijn bijzondere verrichtingen als dirigent, musicus en Bach-specialist werd hij in 2004 door Hare Majesteit de Koningin benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Een hoge koninklijke onderscheiding.
De goedkope uitvoering (dankzij een enorme oplage van 5 miljoen!) van de cantates van Pieter Jan Leusink voor het Brilliant-label (te koop bij het Kruidvat) wordt door de meeste kenners als redelijk studiemateriaal beschouwd. Inmiddels is er door Ton Koopman & The Amsterdam Baroque Orchestra & Choir voor Antoine Marchand Records ook een complete registratie op 22 CD’s uitgebracht. Dit is een veel duurdere editie maar deze uitvoering wordt over het algemeen ook hoger gewaardeerd. Te koop in de webshop van deze website
De cantates van Johann Sebastian Bach [ hoogtelijnen.nl ] | bach-cantatas.com
De cantates en het kerkelijk jaar | kalender met een BWV-nummer voor elke dag
Wanneer je de top 2000 serieus neemt, is het vaak storend dat sommige platen zo laag staan. Maar meestal is het nog storender dat sommige platen zo hoog staan. Om de notering maak ik me eigenlijk nooit zo druk, het gaat om de plaat en niet om zijn positie. Toch vind ik het wel jammer dat de waan van de dag soms zo duidelijk aanwezig is. In deze editie wordt deze vooral vertegenwoordigd door het nummer Rood van Marco Borsato dat op 17 binnenkomt.
Dat populariteit lang niet altijd iets over de kwaliteit en duurzaamheid van een plaat zegt, blijkt wel hieruit: wat hebben La danse de zorba, Waarom heb je me laten staan, Ich bau’dir ein Schloss, Huilen is voor jou te laat en Manuela met elkaar gemeen? Het zijn de best verkochte platen uit resp. 1965, 1967, 1968, 1970 en 1971. La Danse de Zorba van Trio Hellenique is zelfs de best verkochte plaat aller tijden. Maar in deze editie van de top 2000 zie ik hem helemaal niet staan. En ook das Heintje is onvindbaar! Terwijl hij misschien ook op 17 zou zijn binnengekomen als het nu 1968 was geweest. Volkomen begrijpelijk natuurlijk dat deze platen niet meer gedraaid worden. Je vraagt je eigenlijk af wat ons land toen bezield heeft.

Het lijkt me beter om voortaan geen platen van de laatste drie jaar (of nog beter: laatste vijf jaar) in de top 2000 op te nemen. Al weet ik bijna nu al zeker dat Rood volgend jaar ‘een paar plaatsjes’ lager staat. De waan van de dag wordt er in de loop der jaren wel uitgefilterd. Alleen jammer dat het vaak zo lang moeten duren…

Vannacht wordt de top 2000 afgesloten met het Top 2000 concert
Ik heb nooit een puberhol bewoond. Posters met jeugdidolen, sportwagens en vliegtuigen waren blijkbaar niet aan mij besteed. Mijn grote broer had in 1973 een keer de middenplaat uit de radiogids met Linsey ’sugar me’ de Paul erop ergens op zolder aan de muur gehangen. Maar verder kwam het niet met de idolatrie bij ons in huis. Al boetseerde diezelfde broer wel eens een keer een beeld van Pallas Athene en zette dat op diezelfde zolder op een kist met kaarsen erbij. Maar dat is een ander verhaal.
In 1973 was ik trouwens nog ongevoelig voor jeugdidolen. Het bleef voornamelijk nog bij TitaTovenaar en Pippi Langkous. Pas later zag ik, als man in wording, wat ik destijds in mijn kinderlijk onbenul voorbij had laten gaan: prachtige klavierleeuwinnen als: Chi Coltrane, Carly Simon en eerder genoemde Linsey de Paul. In een aflevering van Top 2000 a gogo van vorig jaar zag ik een reportage over Chi Coltrane die in de Verenigde Staten werd opgezocht. Ze vertelde iets over de totstandkoming van haar grootste hit Go like Elijah waar het vuur vanaf spat. Begin 1973 mooi in beeld gebracht in een clip met wapperende haar en wijd opengesperde mond achter de vleugel. Chi vertelde over haar inspiratiebron, het Bijbelse verhaal van de profeet Elia die ten hemel werd opgenomen in een wagen van vuur met twee paarden van vuur ervoor.
Chi Coltrane is een van de weinige zangeressen uit de hitparade met een échte overtuiging. Ik vraag me soms wat er van haar geworden zou zijn als ze nu begin 20 was geweest. Want met haar face value en stem ben je tegenwoordig een commercieel object dat maximaal geëxploiteerd wordt, kijk maar naar een mega-ster als Britney Spears. Bij Chi gaat het allemaal écht om een hoger doel dan de mooie buitenkant. Een beeldschone jonge vrouw die verrukt en vol vuur over haar eigen uitvaart zingt, is in een hedonistische wereld ondenkbaar, maar Chi méént wat ze zingt. Natuurlijk kun je Go like Elijah lacherig afdoen als ‘de ultieme crematoriumplaat’ maar dan gaat de boodschap wel aan je voorbij.

Go like Elijah (1973)
Someday my time to die will come.
When that will be, I do not know
I only know that when I have to go.
Yeah, when I go— I wanna go
Just let me go— Lord, when I go
Yeah, when I go— Lord, let me goJust let me go like Elijah when I go
I want to rise right up into the sky
And ride white horses with fiery eyes
Lord for my sins I apologizeJust let me go — Lord when I go
When my time comes for me to go
Just let me go like Elijah when I go
I don’t want no tombstone above my head
And I don’t want no pinebox for my bed
And I don’t want anyone to say I’m dead.
I don’t want no one cryin’
Or feelin’ sad
Or standin’ in the rain without their hat
I wanna go up happy — Imagine that
Yeah, when I go— I wanna go
Just let me go -—Lord, when I go,
Yeah, when I go— Lord, let me go
Just let me go like Elijah when I go
I want to rise right up into the sky
And ride white horses with fiery eyes
Lord for my sins I apologize
Just let me go— Lord when I go
When my time comes for me to go
Just let me go like Elijah when I go…



Als de jaren tussen 1965 en 1975 mijn golden years waren, dan is 1975 hét gouden jaar, het jaar waarin ik de lagere school verwisselde voor de brugklas, het jaar van drie kalverliefdes, het jaar van Paloma Blanca, Love is all (de zingende kikker!), Roll over lay down, Sailing , S.O.S., Voulez vous coucher avec moi ce soir en Bohemian Rapsody. Een greep uit de klassiekers van 1975. En natuurlijk was 1975 het jaar van House for Sale. We waren in de zesde klas (nu groep acht) bezig met het voorbereiden van een musical voor ons afscheid van school, toen House for Sale de hitparade binnenkwam en Margriets stem bleef drie maanden lang schallen over de radio. De rillingen lopen me weer over de rug als ik haar hoor. Wat een stem…
House for Sale (1975)
The sign went up one rainy morning just a couple of hours after dawn
Mrs. Hanley peeked out through her curtains, wondering what was going on
The neighbors said over coffee cups, that nice young couple is breaking upIn the living room the crystal and the linen sit all packed and set to go
I tell myself once more I won’t be here this spring to see my roses grow
And all the things you tried to fix, the roof still leaks, the door still sticksHouse for Sale
You can read it on the sign
House for Sale
It was yours and it was mine
And tomorrow some strangers will be climbing up the stairs
To the bedroom filled with memories
The one we used to shareI know you always loved that painting
From that funny little shop in Spain
Remember how we found it
When we ducked in from that sudden summer rain
But I think I’ll keep the silver tray
My mother gave us on our wedding dayHouse for Sale…

Gisterenavond was de laatste plaat die ik hoorde maybe tomorrow, maybe tonight van Earth & Fire op 1286 en vanmorgen toen ik de radio aanzette, hoorde ik weekend van dezelfde band op 1126. Voor mij gelijk een reden om even stil te staan bij een van de bekendste nederlandse popgroepen uit mijn lagereschooltijd. Er staan zes nummers van Earth & Fire genoteerd, de hoogste op 547 met song of the marching children. Alle singles zijn te vinden op een indrukwekkend complete official site.
Speciale herinneringen heb ik aan de single memories die in mei 1972 twee weken bovenaan stond. Het was rond mijn negende verjaardag en mijn opa lag in het ziekenhuis op sterven. Mijn moeder was natuurlijk heel verdrietig en toen ik op de radio de plaat hoorde terwijl zij zich weer naar het ziekenhuis haastte, voelde ik plotseling iets heel volwassens in mij, alsof ik al een heel verleden had om melancholiek op terug te kijken. Bewust heb ik mijn opa maar 5 jaar gekend en als ik Memories weer hoor, dan denk ik weer aan hem.
Earth & Fire komt uit Den Haag en werd opgericht door Jerney Kaagman (zang) en de tweelingbroers Gerard en Chris Koerts. De andere bandleden wisselden in de loop van de jaren. Hun doorbraak kwam in 1970 met het nummer Seasons, dat werd geschreven door George Kooymans (Golden Earring). Er volgende nog enkele hitsingles en in 1971 ging men richting symfonische rock. Gerard Koerts begon met de mellotron (elektronisch muziekinstrument met toetsen en geluidsbanden) dat toen vernieuwend was in de Nederlandse muziekwereld.
In 1972 had de groep z’n eerste nummer één in Nederland te pakken met Memories. In 1978 werd Frits Hirschland manager die bekend was van Kayak en al producer was van Ekseption en Status Quo. Het jaar erop had de groep een internationale hit met ‘Weekend’. In 1983 viel de groep uiteen. In 1987 maakte de groep een comebacktour. Zanger Jerney Kaagman was sinds 2003 nog te zien als jurylid bij het tv-programma Idols.
Bron: waltertje.com

Memories (1972)
If you have been away
And left this world behind
So fare away
No problems on your mindAlone again
Feeling very sad
Left with your memoriesIf you have been away
And made a lot of fun
No place to stay
Always on the runAlone again
Feeling very sad
Left with your memoriesIs it really worth-while?
Is it really worth-while?Now if you’ve been away
And wandered on the shores
Games to play
So what you’ve been looking forAlone again
Feeling very sad
Left with your memories
Left with your memories
Left with your memories
Top 2000 | earth-and-fire.nl [ official site met heel veel foto’s ]
Luisterend naar de top 2000 kwam vanmiddag op 1383 France Gall voorbij met Poupee de cire, poupee de son. Ik heb mijn hele leven al een zwak voor dit lieve liedje, waar ik toch ook iets onmiskenbaar dramatisch-Frans (of Frans-dramatisch) in hoor. Het is geschreven door Serge Gainsbourg, in Nederland vooral bekend van Je t’aime… moi non plus (op nummer 1729 dit jaar)

Het jonge ding kwam tijdens het Songfestival in 1965 ( bleef het maar eeuwig 1965, toen was ik twee en de wereld nog een paradijs ) voor Luxemburg uit en won. France Gall heb ik nooit bij toppop gezien en weet pas sinds vanmiddag dankzij Google hoe ze eruit zag: het ultieme toppopmeisje (of bloemenmeisje, hippiemeisje, enz…) Type Michelle Philips van de mamas and the papas. In Frankrijk schijnt ze nog steeds een fenomeen te zijn. Op een van haar fansites vond ik deze schattige foto’s.

Poupee de cire, poupee de son
Je suis une poupe de cire
Une poupe de son
Mon coeur est grav dans mes chansons
Poupe de cire poupe de son
Suis-je meilleure suis-je pire
Qu’une poupe de salon
Je vois la vie en rose bonbon
Poupe de cire poupe de sonMes disques sont un miroir
Dans lequel chacun peut me voir
Je suis partout la fois
Brise en mille clats de voixAutour de moi j’entends rire
Les poupes de chiffon
Celles qui dansent sur mes chansons
Poupe de cire poupe de sonElles se laissent sduire
Pour un oui pour un non
L’amour n’est pas que dans les chansons
Poupe de cire poupe de sonMes disques sont un miroir
Dans lequel chacun peut me voir
Je suis partout la fois
Brise en mille clats de voixSeule parfois je soupire
Je me dis quoi bon
Chanter ainsi l’amour sans raison
Sans rien connatre des garonsJe n’suis qu’une poupe de cire
Qu’une poupe de son
Sous le soleil de mes cheveux blonds
Poupe de cire poupe de sonMais un jour je vivrai mes chansons
Poupe de cire poupe de son
Sans craindre la chaleur des garons
Poupe de cire poupe de son
Terwijl nu moeiteloos tweeduizend platen in een iPod verdwijnen, had je in de jaren zeventig twee koffertjes nodig met bijna 30 bandjes om een paar honderd nummers te bewaren. Die heb ik weer eens uit het stof gehaald. Ik luister er nooit meer naar, maar ik wil ze beslist ook niet weggooien. De twee koffertjes zijn een soort schrijnen geworden waarin ik de jaren tussen 1975 en 1979 bewaar, de tijd tussen mijn twaalfde en zestiende.

Waarom koester ik de jaren die voorbij zijn en nooit meer terugkomen? Het antwoord is even simpel als diepzinnig: omdat ze deel uitmaken van mijn identiteit, omdat ze deel uitmaken van de identiteit van mijn generatie. Met wildvreemde veertigers kun je een gesprek beginnen over Bohemian Rapsody, waar was jij toen deze video 31 jaar geleden in december 1975 in toppop werd uitgezonden? Wij hadden juist die Sinterklaas in 1975 kleurentelevisie gekregen, dus ik kon me vergapen aan de kleurige psychedelische tunnel waarin Freddy Mercury met een yell verdween.
Het is prettig om muzikale herinneringen als bindmiddel te gebruiken in onze communicatie, want het raakt altijd ergens wel ons emotional center. Niet voor niets wordt gesproken over hitparade, een optocht van treffers die ons met elkaar raken. Elk jaar komen er met de uitzending van de Top 2000 weer honderden verhalen binnen met persoonlijke herinneringen bij een plaat, meestal erg leuk om te lezen vind ik.
Op een cassette die ik vandaag precies 31 jaar geleden op tweede kerstdag 1975 heb opgenomen, platen als: Golden Earring: ce soir, Steve harley: Make me smile, Queen: Killer Queen en Stan the Gunman van de Arnhems rocker Henk Bruysten (Hank te Knife and the Jets) Als elfjarig jochie vond ik hem met zijn grote zonnebril op geweldig, nu is het vooral grappig om te zien.
Henk en zijn jets spelen overigens nog steeds! Zondag 17 december j.l. werd de nieuwste CD Black gepresenteerd in Arnhem en aanstaande vrijdag 29 december treden ze op in Lemele( Ov.)
»lees meer…
The compact audio cassette medium for audio storage was introduced by Philips in 1963 under the name Compact Cassette. Although there were other magnetic tape cartridge systems at the time, the Compact Cassette became dominant as a result of Philips’ decision (in the face of pressure from Sony) to license the format free of charge. It went on to become a popular (and re-recordable) alternative to the vinyl record deck during the 1970s. During the 1980s, its popularity grew further as a result of the Sony Walkman, with cassette sales overtaking those of LPs. (Vinyl overall remained ahead due to greater sales of singles, although cassette singles achieved popularity for a period in the 1990s).
The mass production of compact audio cassettes began in 1965 in Hanover, Germany, as did commercial sales of prerecorded music cassettes (also known as musicassettes; MC for short). The system had been initially designed for dictation and portable use, thus the audio quality of early recorders was not well suited for music. Some early models also had unreliable mechanical design. As time went on, various improvements (in particular, the introduction of Dolby noise reduction) resulted in the format being taken seriously for musical use.
Bron: tapedeck.org
Voor de achtste keer wordt tussen kerst en nieuwjaar de top 2000 uitgezonden, inmiddels uitgegroeid tot het radio evenement van het jaar. Vanaf de eerste editie in 1999 is de top 2000 een multimedia- en interactief fenomeen: je kunt via internet met een webcam in de studio gluren, meeouwehoeren in een chatroom en bij alle 2000 platen kun je op de prachtige website een persoonlijk verhaal kwijt. Dat was op tweede kerstdag 1975 of 1976 wel anders toen ik met een klein cassetterecordertje en een radio op mijn kamer de top 100 zat op te nemen en geen plaat wilde missen omdat ik alles op wilde schrijven. De lijstjeshonger zat er blijkbaar al vroeg in, nu heb ik nog alle zeven lijsten van de top 2000 (1999-2005) bewaard en vandaag komt daar weer eentje uit de krant bij.
Dé lijst brengt zelf weer talloze lijstjes voort. Natuurlijk is er elk jaar ook weer het lijstje met bands die de meeste platen in de top 2000 hebben staan: de Beatles of de Stones? Hun hoogstgenoteerde plaat staat dit jaar niet hoger dan nr. 22 (Hey Jude) en nr. 21 (Angie).
Opvallend is dat die andere Britse band Pink Floyd hen driemaal voorbijstreeft: nr. 20 (Comfortably Numb), nr. 14 (Shine on your Crazy Diamond) en nr. 8. (Wish you were here)
Ook de Dire Straits doen het niet slecht met drie platen in de hoogste regionen: nr. 31 (Private Investigations), nr. 27 (Sultans of Swing) en nr. 20 (Brothers in Arms)
De beste tien platen van de top 2000 zijn traditioneel platen uit de jaren zeventig. Nieuwkomers zijn Avond (1997) van Boudewijn de Groot en Clocks (2003) van Coldplay.
De top 2000 is niet alleen bekend van radio en internet, maar komt elke draaidag ook op televisie. Top 2000 a gogo is gezellige groepsTV op z’n best. Het valt me steeds weer op dat in het café de veertigers domineren. Daarbij zijn de presentator en zijn ‘rots in de branding’ ook de veertig gepasseerd. Misschien komt het omdat de gouden jaren van de popmuziek ongeveer samenvielen met het Ad Visser-tijdperk, de jaren zeventig dus. De veertigers spreken natuurlijk met ironie over ‘hun jonge jaren’, want ze voelen zich uiteraard nog steeds jong. Maar er iets dat voorbij is en dat mag gekoesterd worden.
It was a very good year (1965) van Frank Sinatra staat op nummer 737. Een mooie plaat voor iedereen die weemoedig maar tevreden kan terugblikken op zijn leven. Een plaat die net als vintage wine steeds beter wordt.
When I was seventeen
It was a very good year
It was a very good year for small town girls
And soft summer nights
Wed hide from the lights
On the village green
When I was seventeenWhen I was twenty-one
It was a very good year
It was a very good year for city girls
Who lived up the stair
With all that perfumed hair
And it came undone
When I was twenty-oneWhen I was thirty-five
It was a very good year
It was a very good year for blue-blooded girls
Of independent means
Wed ride in limousines
Their chauffeurs would drive
When I was thirty-fiveBut now the days grow short
Im in the autumn of the year
And now I think of my life as vintage wine
from fine old kegs
from the brim to the dregs
And it poured sweet and clear
It was a very good yearIt was a mess of good years
Doe mee aan een onderzoek van de Universiteit Tilburg over muziek en tranen.
Top 2000 - de volledige lijst
Terwijl buiten op de stoep de hippies lagen te blowen, speelden Paul Beaver en Bernard L. Krause op 10 en 11 februari 1971 in de Grace Cathedral in San Francisco de sterren van het plafond. Ze kregen o.m. versterking van bariton saxofonist Gerry Mulligan die op kant 2 zijn eigen compositie By Your Grace speelt.
Gandharva (Kant B) is een van mijn favouriete platen uit het begin van de jaren zeventig. Is het nu ambient , fusion, westcoast jam of moog? Het maakt mij weinig uit, Gandharva is een unieke plaat en ik denk dat Roger Waters en David Gilmour ‘m ook gehoord hebben. Toetsenist Rick Wright kocht in 1974 twee mini-moogs voor de solopartijen in Shine On Your Crazy Diamond en kwam daarmee in de buurt van de ambient sound van Beaver & Krause.
Beaver en Krause waren niet de eersten die de akoestiek van een ruimte bewust benutten voor de sound van hun improvisatie. In 1968 had fluitist Paul Horn al een plaat opgenomen in de Taj Mahal. Er zouden later nog meer Inside-platen van hem verschijnen, die zowel in binnenruimte zijn opgenomen zoals Inside the Great Pyramid als buiten: Inside Monument Valley en Inside Canyon De Chelly. Waar Beaver en Krause nog net op het randje liggen en een beetje flirten met het oosterse, gaat Paul Horn er helemaal in en ’sluit zichzelf op’ in het hokje New Age. Maar de liefhebber weet dat er van opsluiting of beperking geen sprake is; het is juist bevrijdend als je ergens bewust in gaat zitten en de harmonie der sferen (nada brahma) ervaart. Horn’s Inside-platen worden daarom over de hele wereld gebruikt voor meditatie.
The whole of Side Two (CD tracks 15-19) was recorded live in Grace Cathedral the evenings of February 10 and 11, 1971. It’s an unbelievable cavern about 150 feet long and over 90 feet high with a 7-second decay time. It allows you to use the whole space as an instrument, which was our intent. We set up mikes in the hall in such a way as to have the musicians walk through the four-channel space as part of the performance.
Grace Cathedral lends itself to many things, but not to strong, punctuated rhythms … mostly because of the very long echo time. This fit perfectly with our concept of Gandharva in that it begins on Side One at a point of dynamically tense energy with the “Saga Of The Blue Beaver,’ and diminishes through the end of the second side with nothing in the ending of the last cut (’Bright Shadows’) but the ambient sound of the Cathedral itself.
Bron: gerrymulligan.info
Side Two
Gandharva 1:10
By Your Grace 5:14
Good Places 3:38
Short Film For David 5:30
Bright Shadows
In 1994 gaven David Gilmour, Rick Wright en Nick Mason (zonder Roger Waters dus) een concert met de muziek van het legendarische conceptalbum The Dark Side of the Moon. De drie veteranen spelen met forse versterking onder een reusachtige pupil waarin beelden worden geprojecteerd die omlijst worden met sublieme lichteffecten. Vooral de animaties bij het nummer Time met vloeibare horloges zijn indrukwekkend. Maar het is allemaal zo gelikt dat je haast gaat terugverlangen naar obscure zaaltjes met lage plafonds en ambachtelijke vloeistofdiaprojecties. Pink Floyd is voortgekomen uit de psychedelische undergroundscene, maar in de jaren negentig is de band al lang een merknaam geworden en moet het allemaal XXL. Toch kun je achter die schaalvergroting nog altijd iets van de undergroundscene van 1966 proeven. Als je nog verder terugblikt in de tijd, zie je Alexander Skrjabin mijmeren over het Gesammtkunstwerk waarin muziek en gekleurd licht samenvloeien en het publiek laten stikken in extase. De apotheose Eclipse lijkt daar ook voor gemaakt, maar eindigt toch weer met de hartslag uit Breathe.
Het vierde nummer is ‘The Great Gig In The Sky’. Nadat een man zegt niet bang te zijn van de dood, krijgt de pianoriff gezelschap van de andere instrumenten waarna Clare Torry een woordloze zang begint. Ze had de opdracht gekregen ‘doodsangst’ te laten horen in haar stem. De titel werd gekozen uit ironie: alsof de dood het hoge, mooie eindpunt van het leven zou zijn. Middenin het nummer zegt Myfanwy ‘Miv’ Watts: I never said I was frightened of dying. In 2005 klaagde ze Pink Floyd aan omdat ze geen auteursrechten zou krijgen van dit nummer. De zaak werd in der minne geregeld. Na ‘The Great Gig In The Sky’ moest men de langspeelplaat omdraaien, en daarom is dit het enige nummer dat niet vlot overgaat in het volgende. Op de recente cd-drukken is dit echter aangepast.Eclipse (Waters) 2:04
All that you touch
All that you see
All that you taste
All you feel.
All that you love
All that you hate
All you distrust
All you save.
All that you give
All that you deal
All that you buy,
beg, borrow or steal.
All you create
All you destroy
All that you do
All that you say.
All that you eat
And everyone you meet
All that you slight
And everyone you fight.
All that is now
All that is gone
All that’s to come
and everything under the sun is in tune
but the sun is eclipsed by the moon.
Pas na het verschijnen van Abbey Road werd George Harrisson muzikaal gezien op één lijn gesteld met John Lennon en Paul McCartney. Frank Sinatra noemde Something “the greatest love song ever written”. Inspiratiebron was Pattie Boyd die het filmpje opent. In 1974 zou ze van George Harrisson scheiden en trouwen met Eric Clapton die ze wederom inspireerde tot songs als Layla en Wonderful Tonight. De ex-Beatle ontkende dat Patti Boyd zijn muze is geweest, maar zelfs aan jaar na hun scheiding in 1974 bleef ze hem inspireren. Ook de songs “For You Blue,” “I Need You,” and “So Sad” op de LP DarkHorse verwijzen naar het blonde meisje uit Something.
Something
Something in the way she moves
Attracts me like no other lover
Something in the way she woos meI don’t want to leave her now
You know I believe her nowSomewhere in her smile she knows
That I don’t need no other lover
Something in her style that shows meDon’t want to leave her now
You know I believe her nowYou’re asking me will my love grow
I don’t know, I don’t know
You stick around now it may show
I don’t know, I don’t knowSomething in the way she knows
And all I have to do is think of her
Something in the things she shows meDon’t want to leave her now
You know I believe her now

Goldfinger
He’s the man, the man with the midas touch
A spiders touch, such a cold finger
Beckons you to enter his web of sin
But don’t go in.
Golden words he will pour in your ear
But his lies can’t disguise what you fear
For a golden girl knows when he’s kissed her
It’s the kiss of death from
Goldfinger
Pretty girl beware of this heart of gold
This heart is cold.
He loves only gold. Only gold. He loves gold.
He loves only gold. Only gold. He loves gold.
tekst: Anthony Newley en Leslie Bricusse
Vorig jaar op 15 oktober werd in Parijs het 100-jarige jubileum gevierd van Debussy’s meesterwerk La Mer. Het bestaat uit drie delen: I. De l’aube à midi sur la mer, II. Jeux des vagues en III. Dialogue du vent et la mer.

Claude Debussy, de heimelijke omwentelaar, heeft in de Westeuropese toonkunst een nieuwe akoestische wereld ontsloten, door middel waarvan de daartoe bereide en voorbereide muzische mens toegang kan krijgen tot een belevingsgebied dat voordien in onze muziek terra incognita was. Het is de wereld van het als tijdloos ervaren ‘eeuwige heden’, waarvan niet het Doel wordt verheerlijkt, nagestreefd of veroverd, maar het Zijn wordt beleefd met de grootst mogelijk intensiteit. Het kunstenaarstype waarvoor deze wereld open ligt, is altijd het type dat de natuur als een ondeelbaar proces van ontstaan en vergaan groot, kosmisch ervaart en aan dit ervaren alleen soms ogenblikken dankt van extatisch geluk. De kunstenaar die bestemd is aan dergelijke momenten van ‘eeuwige heden’ een gestalte te geven, is het tegendeel van een ‘romantische dromer’. Hij is een gespannen spieder en luisteraar voor wie natuur nooit achtergrond is, decor waartegen hij eigen of anderer verdriet of drama projecteert. Natuur is hem steeds het symbool voor de buitenmenselijke realiteit, waarvan hij zichzelf en de mens in het algemeen een nietig en nooit dominerend onderdeel weet.
uit: Rudolf Escher, Debussy, Actueel Verleden
Uitgeverij Frits Knuf, Buren, 1985

In bijna elk inleidend stuk dat je over Claude Debussy leest, wordt gerefereerd aan zijn bezoek aan het paviljoen van Nederlands-Indië op de Wereldtentoonstelling van Parijs in 1889 waar hij in de ban raakte van een gamelan-orkest. We zijn nu gewend aan het verschijnsel wereldmuziek, maar in 1889 was de West-Europese muziek nog gesloten en volgde haar eigen traditie. In navolging van Chopin hadden in de tweede helft van de negentiende eeuw vooral de Russische componisten interesse getoond voor de eigen volksmuziek en deze in hun composities verwerkt. Zo waren er al invloeden uit de Slavische cultuur de Westerse muziek binnengestroomd.
Debussy stond in zijn vroege werk sterk onder invloed van Moessorgsky en vooral de opera Boris Godoenov maakte diepe indruk op hem. Vanaf 1890 begint er bij hem een nieuw geluid door te klinken. De Suite Bergamasque bestaat uit de delen Prélude, Menuet, Clair de Lune, en Passepied en markeert het begin van een ontwikkeling die uiteindelijk zal uitmonden in de zogenaamde nieuwe pianistiek. Met het werk Estampes uit 1903 is de doorbraak definitief een feit. Estampes bestaat uit de delen Pagodes, La soirée dans Grenade en Jardins sous la pluie. In het eerste deel Pagodes hoor je onmiskenbaar oosterse klanken. Debussy was de gamelan uit 1889 niet vergeten… Overigens was het Maurice Ravel die claimde de nieuwe pianistiek te hebben geïntroduceerd met zijn compositie Jeux d’eau uit 1901, zie nieuwe klanken [1]
Pianowerken van Claude Debussy in mijn collectie
Deux Arabesques (1888)
Petite Suite (1889)
Suite bergamasque (1890)
(including Prélude, Menuet, Clair de Lune, and Passepied)
Rêverie (1890)
Valse romantique (1890)
Nocturne (1892)
Pour Le Piano (1899)
Estampes (1903)
L’Isle Joyeuse (1904)
Images, sets one and two (1905, 1907)
(a very notable piece being Reflets dans l’eau)
Children’s Corner Suite (1909)
Préludes, book one and two (1910-1913)
(including La Fille aux Cheveux de Lin, La Cathédrale Engloutie and Canope )
La plus que lente (valse pour piano) (1910)
Etudes, book one and two (1915)uitvoering: Gordon Fergus-Thomson en Paul Crossley
Vandaag luister ik weer eens naar een paar pianowerken die Maurice Ravel zo’ n honderd jaar geleden schreef: Jeux d’eau (1901), Sonatine (1903), Miroirs (1904), Gaspard de la nuit (1908) en Le tombeau de Couperin (1914–1917). Ravel wordt vaak met Claude Debussy vergeleken en inderdaad is hij zijn oudere collegapianist heel wat schatplichtig. Over het algemeen is Ravel virtuozer en Debussy poetischer. Niet voor niets voelde de eerste zich meer thuis bij Franz Liszt en de laatste bij Frédéric Chopin. Beiden werden de voormannen van wat later de nieuwe Franse pianistiek genoemd zou worden. Het mooie van deze pianomuziek vind ik dat je onmiskenbaar een nieuw geluid hoort, het geluid van de twintigste eeuw. De klassieke tonica wordt zo onder druk gezet dat er nieuwe klanken vrij komen. Wij zijn daar nu imiddels gewend aan geraakt, maar als je echt luistert, is het nieuwe er steeds weer, zoals elke lente ook weer nieuw is.
Ravel was de enige van zijn Franse tijdgenoten die zich als componist naast Claude Debussy heeft kunnen handhaven. Hoewel beiden in hun werk vaak dezelfde invloeden hebben ondergaan ondermeer die van Mussorgsky en er niet zelden sprake is van een wederzijdse beïnvloeding, op het gebied van harmonische subtiliteiten en geraffineerde orkestbehandeling, is het musicologische denken van beide componisten fundamenteel verschillend. Waar zich bij Debussy gaandeweg het componeren ontwikkelde in een steeds grotere vrijheid, die nog slechts aan eigen wetten gehoorzaamt, ontpopte Ravel zich van het begin af als een classicistische componist, die de traditionele vormen met soeverein meesterschap wist te hanteren als kader voor zijn vernieuwingen. Kenmerkend is zijn zin voor vastomlijnde melodiepatronen, waarin zich aanvankelijk nog het voorbeeld van Chabrier en Fauré spiegelt. Van laatstgenoemde is tevens zijn voorliefde voor archaïsche modaliteiten afkomstig. Opmerkelijk is ten slotte het veelvuldige voorkomen van dansvormen in zijn werk.werken van Maurice Ravel in mijn collectie
Jeux d’eau, piano, 1901
Sonatine, piano, 1903
Miroirs, piano, 1904
Gaspard de la nuit, piano, 1908
Pavane pour une infante défunte, piano 1909, orkest 1910
Le tombeau de Couperin, piano 1914–1917, orkest 1919
Valses nobles et sentimentales, piano 1911, orkest 1912
Pianoconcert in D, voor de linkerhand, 1929–1930
Pianoconcert in G, 1929–1931uitvoering: Gordon Fergus-Thomson en Paul Crossley
Al 36 jaar ingeblikt, maar deze fusion swingt nog altijd de pan (het blik) uit.
Ik kan er even geen genoeg van krijgen. Natuurlijk blijft de compositie The Musical Box op het album Nursery Cryme ook een meesterwerk. Dit is een prachtige opname uit 1972.

The Musical BoxDancing with the Moonlit Knight, een van mijn favouriete composities van van het Genesis album Selling England by the Pound (1973) vond ik op de website van youtube.com.
Dancing with the Moonlit Knight
Can you tell me where my country lies?
Said the unifaun to his true loves eyes.
It lies with me! cried the queen of maybe
- for her merchandise, he traded in his prize.
lees verder
Een andere compositie van Genesis, het magnum opus Supper’s Ready van het album Foxtrot (1972) is ook te bekijken Het duurt maar liefst 23 minuten.

Een jaar geleden schreef ik hier een stukje over mijn favouriete Genesisalbums.
Een andere historische jazzopname die ik vond op youtube.com dateert uit 1975: Goodbye Pork Pie Hat met Charles Mingus en Gerry Mulligan.
Vandaag ontdekte ik op internet vijf filmpjes van historische opnamen met John Coltrane: Naima (1965), Impressions (met Eric Dolphy), Afro Blue (John Coltrane Quartet, 1963), Alabama (1963) en So What (met Miles Davis, 1959)
Nog veel meer vond ik daarna op de website van youtube.com waaronder een swingende animatie van Michal Levy op de track van Giant Steps die Coltrane’s sheets of sound-techniek prachtig visualiseert.
Al voor de opname van Coltrane’s magnum opus, A Love Supreme (1964), zijn de optredens van zijn kwartet uitgegroeid tot een adembenemende belevenis. De gedrevenheid van de ritmesectie en de stuwende pianistiek van Tyner drijven Coltrane zo ver dat er een hypnotische, haast bezwerende werking uitgaat van de muziek. Tegenstanders spreken in die tijd over de saxofonist als ‘de Jezus van de jazz’. Zo niet Michiel de Ruyter, die als recensent voor Het Parool (26 oktober 1963) de volgende observatie doet over een concert van het John Coltrane Quartet in het Amsterdamse Concertgebouw:
Eind jaren vijftig ontwikkelde Coltrane een zeer snelle speelstijl, die Sheets of Sound wordt genoemd. Ook begon hij met het verkennen van de uithoeken van het harmonisch materiaal in de jazz: de LP Giant Steps (1959) is hier het bekendste voorbeeld van. Coltrane speelde samen met diverse jazz-grootheden van zijn tijd, van Duke Ellington tot Miles Davis. Hij oefende gemiddeld 8 uur per dag. In 10 jaar tijd evolueerde hij van zeer getalenteerd Be-bop saxofonist tot het boegbeeld van de Amerikaanse Avant-garde jazz. Hij heeft een groot aantal opnames op zijn naam staan.
Bron: nl.wikipedia.org
When I get older, losing my hair, many years from now,Op 7 februari schreef ik hier over de Russische componist Alexandr Skrjabin. Vanavond zijn in Leeuwarden en morgenavond in Groningen twee uitvoeringen door het Noord Nederlands Orkest van zijn magnum (lees: megalomane) opus Mysterium
In het derde deel van de serie ‘Grenzeloze Genieën’ maakt u kennis met - of sterker nog: ondergaat u - het gedachtegoed van de Russische componist Alexander Scriábin (1871-1917), één van de meest uitzonderlijke figuren uit de muziekgeschiedenis die u wellicht al kende van zijn werk Prometheus. Zijn oeuvre is volledig doortrokken van zijn obsessie voor symbolisme en oosterse religie, met name de richting die later tot de Soefibeweging zou leiden. Scriábins levensdoel was een magnum opus tot stand te brengen dat publiek en uitvoerenden tot een hogere vorm van spiritualiteit zou transformeren. Mysterium zou het gaan heten en L’Action Préablable zou daar als voorbereidende handeling aan vooraf gaan.Stel je voor dat je niet meer gelooft in het bestaan van inbrekers, dat je gewoon niet gelooft dat er zoiets bestaat als figuren die je huis leegroven en dat dit allemaal fabeltjes zijn. Dan zul je iemand die op klaarlichte dag aanbelt met een masker op, een zaklamp in de hand en een jutezak over de schouder en die zegt dat hij je huis komt leeghalen, zul je dat waarschijnlijk heel vermakelijk vinden en hem lachend binnen uitnodigen. Blijkbaar wordt de leugen onweerstaanbaar charmant als zij zich achter de waarheid verbergt.
Ik moest hier aan denken toen ik op het journaal van gisteren zag dat de Finse hardrockband Lordi het Eurovisie Songfestival in Athene gewonnen heeft. Vier lappen, uitgedost met enge maskers, dalen vanuit de poolcirkel af naar Athene om met een erbarmelijk smakeloze act de harten van de Europese bevolking te stelen. Europa quo vadis? Is dit waar het naar toegaat wanneer je het volk de macht geeft? Het water stroomt blijkbaar altijd naar het laagste punt, ooit zij een vriend van mij heel treffend “democratie is een broek die langzaam afzakt". Plato klaagde 2500 jaar geleden al in datzelfde Athene over de gevolgen van democratie: wanneer politieke leiders zich afhankelijk gaat maken van de gunsten van het volk, dan verdwijnt het leiderschap en is het uiteindelijk de onderbuik die het voor het zeggen heeft. Ik hoorde een van de bandleden vanachter zijn masker beweren dat de zege van Lordi “een overwinning van de vrije geest” is.

Finland is een van de sterkst geseculariseerde landen van Europa. Tegelijkertijd is het samen met Griekenland een van de weinig orthodox-christelijke landen in de wereld. Een paar jaar geleden ontmoette ik in Engeland een jongeman uit Helsinki die in Thessaloniki voor orthodox priester studeerde. Ik vraag me af wat hij nu van de overwinning van zijn landgenoten vindt. Want de orthodoxie is helder en duidelijk over het bestaan van het gepersonificeerde kwaad. Het is geen mythologie waar we ongestraft boven kunnen gaan staan en de draak mee kunnen steken. De Franse dichter Charles Baudelaire heeft eens gezegd dat het de grootste list van de duivel is om ons te laten geloven dat hij niet bestaat. Al het geflirt met het demonische, dat nu een voorlopig hoogtepunt beleeft in de winnaars van het Eurosongfestival, valt te verklaren vanuit ongeloof en ironie. We voelen ons er stoer bij, vooral als we veertien of vijftien zijn.
Ik moest ook denken aan de metafoor van Kierkegaard: een clown komt in paniek de piste inrennen en schreeuwt “brand!". Het publiek schatert het uit, zo levensecht wordt de paniek door de clown gespeeld. De mensen hebben alleen nog niet in de gaten dat het levensecht is, want de tent staat in brand.
En zo haalt het Avondland geheel uit vrije wil en geamuseerd de monsters in huis. Dit hoef je toch niet serieus te nemen!
Een van de meligste clips van de laatste tijd is de lekker stomme retroclip van de Amerikaanse band Morningwood. De makers zijn uitgegaan van een simpel gegeven: het zappen langs platenhoezen in van die plastic kratten die je overal bij de kringloop en zwarte markten aantreft. Ze zitten bijna altijd vol met jarenzeventigmeuk van De Kermisklanten, James Last , Best of Tom Jones en Mieke.

Met beeldmanipulatie worden deze hoezen door de bandleden tot leven gebracht in allerlei mogelijke stijlen, omlijst door gedateerde lettertypen. Ik vind het heerlijk om naar deze clip te kijken, omdat ik van nostalgie en grafische vormgeving hou. En omdat ik weet hoe je zoiets met Photoshop , After Effects en Premiere zelf kunt maken. De clip van The Nth degree is te zien op de site van Morningwood.

Mijn eigen retroblog: Johannes in Retroland
Op dit moment luister ik veel naar de symfonieën van Aleksandr Skrjabin. Ook heb ik het pianoconcert uit 1896 weer eens uit de kast gehaald, een vroeg werk van de componist in laat-romantische Chopinstijl. Na 1900 voert Skrjabin de chromatische spanning steeds hoger op om tenslotte bijna zelf op te lossen in het Prometheus-akkoord (1910). Zelf zei hij over zijn mystieke akkoord: ‘De melodie is een gedesintegreerde harmonie en de harmonie is een verdichte melodie’
In mijn aantekeningen over Skrjabin vond ik overigens nog het volgende citaat, overgeschreven uit een of ander handboek musicologie:
Skrjabin heeft geleefd in de roes van het Tristan-akkoord. Alle akkoorden staan bij hem onder chromatische hoogspanning. De rustige drieklank wordt stilaan uitgeschakeld. Nieuwe akkoorden worden gevormd door een steeds maar hogere opeenstapeling van tertsen.Vorige week schreef ik hier al iets over Skrjabin’s visionaire ideëen. Tijdens de uitvoering van het vuurgedicht Prometheus moest een kleurenklavier (soort lichtorgel) kleurmengingen projecteren op een wit scherm. Voor zijn hallucinerende compostitie Mysterium dat hij niet meer heeft kunnen voltooien, moest bij de uitvoering behalve kleur ook geur worden toegevoegd, om de extase hoger op te voeren.

Na Skrjabin’s dood in 1915 wordt zijn werk regelmatig uitgevoerd met een “lichtshow". In danceclub Now&Wow (Rotterdam) werd in 2002 Le Poeme de l’ Extase in een lichtshow met de naam Skrjabin’s Ecstacy ten gehore gebracht met visuele effecten van videokunstenaar en veejay Gerald van der Kaap Beeldend kunstenaar Peter Struyken maakte in 1998 een serie stills bij het vuurgedicht Prometheus.
Dinsdag schreef ik hier over de Russische componist Aleksandr Skrjabin. Bij het Kruidvat kocht ik een box met 3 CD’s met symfonieën en bestelde daarna via de webwinkel een box met pianosonates die vandaag bezorgd werd.

De sonatas worden uitgevoerd door de Noorse pianist Håkon Austbø . Van deze meesterpianist heb ik al een CD box met lyrische stukken van Edvard Grieg, die ook verschenen is bij Brilliant Classics, het label van het Kruidvat. De pianosonates in de uitvoering van verschenen in 1990 bij het SIMAX label.
De Noorse pianist Håkon Austbø is een veelzijdig pianist met als specialisme de muziek van enkele twintigste-eeuwse componisten. Daaronder die van Skrjabin en Messiaen. Hij voert hun muziek zeer regelmatig uit in binnen- en buitenland. Zijn talrijke platen, gemaakt voor diverse labels, genieten internationale waardering. Bij SIMAX bracht hij op CD de 10 sonates van Skrjabin uit; een opname die door het blad Gramophone als referentie werd genoemd en die in 1990 de prijs kreeg voor de beste Noorse klassieke plaat.
Of de Russische componist Alexander Skrjabin echt van zijn publiek hield, valt te betwijfelen. Hij wilde het namelijk laten stikken in extase. Hij geloofde heilig in zijn missie: de mens de weg wijzen naar zijn hogere geestelijke bestemming. Dat Skrjabin zich als een profeet zag was in die dagen niet ongewoon. In de jaren 90 van de 19e eeuw was het verhevene in de mode en waren overal in Europa geestelijke bewegingen en charismatische figuren als paddestoelen uit de grond omhoog geschoten. Een daarvan, de Theosofische Vereniging, in 1875 in New York opgericht door Henry S. Olcott, William Q. Judge en zijn landgenote Helena Petrovna Blavatsky had bij de elite in Europa en Rusland grote aanhang gekregen. Ook Skrjabin verdiepte zich in de theosofie
Vorige week heb ik nog een korte ’sentimental journey’ gemaakt door de Utrechtsestraat in Arnhem, de straat waar ik 22 jaar geleden als student aan de kunstacademie kwam wonen. Daar kwam ik dagelijks langs een oud huis op de hoek van de Brugstraat met het intrigerende bord Bibliotheek van de Theosofische Vereniging.
Voor kunstgeschiedenis moest ik in 1984 een lezing houden over het ontstaan van de abstracte schilderkunst en in een literatuuropgave was ik een theosofisch boek tegengekomen dat veel indruk gemaakt had op Mondriaan. Op een dinsdagavond stapte ik bij de theosofische bibliotheek binnen om het boek Thoughtforms (1901) van Charles Leadbeater en Annie Besant te zoeken. Ik was op de juiste plaats want ze hadden zelfs een exemplaar uit 1903 met kleurenplaten en in een nederlandse vertaling van Johan van Manen. Het was mijn eerste kennismaking met de theosofie en ik begon te lezen over aura’s en synesthesie, een geliefd onderwerp bij kunstenaars honderd jaar geleden.
Ook Skrjabin was een hartstochtelijk aanhanger van synesthesie en geloofde in een huwelijk tussen kleur en muziek. Hij heeft zelfs de uitvinding van het lichtorgel (kleurenklavier) op zijn naam staan. In de première van zijn symfonische gedicht Prometheus in 1911 was een kleurenklavier gepland, dat in bepaalde accoorden gekleurd licht mengt op een wit scherm. Skrjabin liep hiermee dus al vooruit op de lichtshows van deze tijd. Ook in de housemuziek is ritme, klank en kleur essentieel voor het opwekken van een extatische ervaring.
De Mozart van de schilderkunst en de Rembrandt van de muziek jubileren dit jaar. Vandaag viert men wereldwijd de geboorte van het wonderkind uit Salzburg. De publieke omroep komt met een lang Mozartweekend en overal ter wereld vinden manifestaties en concerten plaats ter gelegenheid van de 250ste geboortedag van Wolfgang Amadeus Mozart.

Maar hoe zit het nu met Rembrandt Harmenszoon van Rijn? In 2006 is het immers 400 jaar geleden dat hij in Leiden het licht zag. Er wordt natuurlijk aandacht aan besteed, maar met de verbouwing van het Rijksmuseum in Amsterdam betwijfel ik het of 2006 een echt Rembrandtjaar gaat worden zoals 1906 of 1969.
De vijftalige website Rembrandt400.com probeert internationaal wel aandacht te trekken en zet alle tentoonstellingen, manifestaties en lezingen op een rij. Maar of deze internationale aandacht echt komt, valt nog te bezien. Zou Google op 15 juli zijn logo opsieren met Rembrandt’s baret en palet?
Kees uit Amsterdam bracht de nieuwe CD van Erik uit Nieuwgein voor mij mee.
Wat Dagen Van Gras, Dagen Van Stro wederom zo uniek maakt, is de identiteit van Erik de Jong. Zijn observatievermogen, zijn smaak, zijn leven in Nieuwegein en alles daarvoor. In de persoonlijke melancholie van Spinvis hoor je de nabije toekomst van de popmuziek. Een toekomst waarin iedereen met talent en een goede computer met internet zich individueel kan vormen tot een muzikaal genie. Alle muziekstijlen of kunstdisciplines ter wereld kunnen worden aangewend om juist datgene te zeggen, dat geen ander op die manier kan zeggen. Op een zolderkamertje kan de wereld samenkomen en versmelten tot iets ultiem persoonlijks, tot volslagen authentieke egodocumenten van Erik uit Nieuwegein, maar ook van Jan uit Almelo of Piet uit Peize. In de eenentwintigste eeuw is het misschien wel moeilijker authentiek en oorspronkelijk te zijn in de grachtengordel dan in Nieuwegein. Het geluid van de ‘Gordel’ kennen we nu wel, maar wat is het verhaal van Jan uit Almelo? Bron:8weekly.nl
Ik kende de Belgische band dEUS alleen van horen zeggen. Alleen naar de naam luisterend, maakte ik een associatie met die paar latijnse woorden van H.P.Blavatsky: Demon est Deus inversus. Keer het respect in de naam van God om en je schrijft gOD, ofwel dEUS. Maar omkering en tegendraadsheid is lifestyle geworden en worden in de popmuziek slaafs nagevolgd. Het hoort er nu eenmaal bij.
Maar goed, de muziek kende ik dus niet en na het beluisteren van de nieuwste CD Pocket Revolution moet ik bekennen dat ik om ben. Het is een veelzijdig album, vakkundig gemaakte retropop, vaak stoer & stevig. Uit wel ingelichte bron heb ik vernomen dat het allemaal uit de koker van Tom Barman komt. Om jaloers op te worden.
Pocket Revolution is de eerste CD van dEUS na 6 jaar. In de tussentijd hield Barman zich o.a. bezig met filmen. Twee jaar geleden zag ik zijn film Any Way The Wind Blows maar ik vond die niet echt interessant. De titel dekte de lading wel, het is allemaal al lang weggewaaid.
Wel merk je dat je met een vakman te maken, hij heeft een feilloos gevoel voor ‘hoe het moet’ en schaamt zich niet voor zijn voorbeelden. Maar ik hou nu eenmaal niet zo van de films van Jim Jarmusch en het koesteren van de dolende ziel.
Links
dEUS, Official Site
Any Way the Wind Blows, Official Site
Tom Barman in Zomergasten
Interviews met Tom Barman in De Groene en in Zone 03
De grootste Belg [ # 65 ]
Bespreking van Any Way the Wind Blows in de filmkrant.nl
Een andere band die ik in de tweede helft van de jaren ‘70 door mijn oudere broer leerde kennen, was Pink Floyd. In 1976 moet ik het album Meddle voor het eerst vanuit zijn aangrenzende puberhut hebben meegeluisterd. Laatst draaide ik bij hem thuis dit bijna 30 jaar oude vinyl, maar er viel niet meer naar te luisteren omdat hij zijn platen niet alleen als bierviltjes op elkaar stapelt maar ook als bierviltjes gebruikt. De hoes was gelukkig nog puntgaaf.

Ooit heb ik ergens aan de Cote d’ Azur filmopnamen gemaakt van klotsend water tussen de rotsen en daarbij de composities Echoes laten horen. Dat bleek een perfecte combinatie.
In augustus heb ik de DVD van het Concert in Pompeï gekocht, dat begint en afgesloten wordt met dit meesterwerk van Pink Floyd. De regisseur heeft o.a. gekozen voor stromende lava, net iets trager en lomer, doet het nog beter dan klotsend water.
De (vaak ijle) sound van Pink Floyd is bovendien erg geschikt voor:
a. lucht- en ruimtevaart
b. chemische processen
c. rampen met olietankers
Ben je juist op zoek naar Pink Floyd op het Internet, kijk dan eens op another link in the wall. Je kunt Echoes trouwens ook helemaal beluisteren op de flashpromosite van het verzamelalbums Echoes. Commentaren op dit album zijn te lezen op rateyourmusic.com en musicmeter.nl

Tenslotte nog de tekst van Echoes door Roger Waters:
my other favourite things
Ik leerde via mijn broer de muziek van Genesis kennen. Het moet in 1976/77 geweest zijn. Het eerste album had hij geleend van een vriendje van de middelbare school The lamb lies down on Broadway. Daarna begon hij zelf albums te kopen: Trespass en Selling England by the Pound of op te nemen op bandjes: From Genesis tot Revelation, Nursery Cryme, Foxtrot, a Trick of the Tail (1976), Wind and Wuthering(1976). Vanaf 1978 kocht hij de eerste platen uit het Collins-tijdperk: And then there were three (1978), Duke (1980), Abacab (1981) en Genesis (1983).
Met de latere Genesis heb ik nooit zoveel gehad, hoewel ik Phil Collins een uitstekende zanger vind. Maar het zijn vooral de lange epics uit de eerste helft van de jaren ‘70 waar ik zo van genieten kan. De stem en het fluitspel van Peter Gabriel, de symfonische kwaliteiten van Tony Banks, het virtuose gitaarspel van Steve Hackett en de grote afwisseling van de afzonderlijke delen van de composities: echte rock-symfonieën dus.

De rockshow ‘The Lamb lies down on Broadway’ uit 1974/75 wordt op dit moment weer uitgevoerd door de Canadese Genesis-coverband The Musical Box. Peter Gabriël en Genesis hebben dit project gezegend en de 1100 originele dia’s afgestaan die tijdens de rockshow vertoond worden. Op 12 januari 2006 is er een uitvoering in De Vereniging in Nijmegen, 21 januari in Amsterdam en 22 januari in Den Haag. Er is overigens ook een nederlandstalige site van deze replica-band.

Een complete discografie is te vinden op rateyourmusic.com
Alle songteksten en natuurlijk nog veel meer vind je op de official website van de band. Nederlandstalige besprekingen van alle Genesis albums staan in het progarchief.
my other favourite things
Ik ontdekte vanmiddag een verzameling links naar websites met Russische liturgische muziek.

Liturgy.ru
Russkaja cerkovnaja muzyka
Biblioteka prepodobnogo Serafima Sarovskogo
Vandaag opnamen ontdekt van 27 april en 1 juni 1964 (New York) met zijn legendarische quartet: McCoy Tyner (piano) , Jimmy Garrison (bass) en Elvin Jones (drums). In totaal 5 composities: Crescent., Wise One, Bessie’s Blues, Lonnie’s Lament, The Drum Thing.


Het Holland Festival is dit jaar helemaal into Pärt. Vier werken worden uitgevoerd: Miserere, Stabat Mater, Como Cierva Sedienta, en Kanon Pokajanen. Over dit laatste stuk kon je dinsdag hier al lezen.
De artistiek en zakelijk directeur van het Holland Festival menen dat zijn muziek hemels is. Om in de sfeer van het thema Heaven and Hell te blijven, schrijven ze “Laat u verleiden door onder meer de hemelse muziek van Arvo Pärt, de demonische klanken van Louis Andriesen ( … ). Ongetwijfeld zal dit als een compliment bedoeld zijn voor Louis Andriesen.

Programma
Arvo Pärt: Miserere (7 juni, Nieuwe Kerk)
Arvo Pärt: Stabat Mater (8 juni, Muziekgebouw aan ‘t IJ)
Arvo Pärt: Como Cierva Sedienta (9 juni, Muziekgebouw aan ‘t IJ)
Arvo Pärt: Kanon Pokajanen (10 juni, Nieuwe Kerk)
Arvo Pärt en Alexander Knaifel (18 juni, Het Concertgebouw)
In deze eerste week van de Grote Vasten wordt in de Orthodoxe Traditie iedere avond de boetekanon van de heilige Andreas van Kreta gezongen. Ook het Nederlands Zangtheater voert dit jaar een boetekanon uit. De compositie Kanon Pokajanen van Arvo Pärt maakt deel uit van het project Licht dat vorige week zaterdag 5 maart in Amsterdam van start ging met een eerste experiment. De voorstellingen volgen later in oktober. Op de website van het Nederlands Zangtheater staat het volgende:
Arvo Pärt zei zelf over Kanon Pokajanen:
“In deze compositie probeer ik van de taal uit te gaan. Op zaterdag 23 april wordt in de Luthersekerk in Utrecht naast het Concert voor Koor van Alfred Schnittke ook de Kanon Pokajanen van Arvo Pärt uitgevoerd. Op de website van de Pieterskerk wordt dieper ingegaan op de traditionele structuur van de kanon:


11:12:05 The New Phoenix - Give To Me Your Love
11:09:32 Buffalo Springfield - Down Down Down
11:07:11 Fantastic Zoo - Light Show
11:03:40 Jefferson Airplane - Young Girl Sunday Blues
11:00:36 Blood, Sweat & Tears - House In The Country
10:58:06 The Loreys - Goin’ Downtown
10:57:48 Acid Talk - Psychedelic Circus
10:54:14 Electric Banana - Blow Your Mind
10:52:52 The Moody Blues - Eyes Of A Child II
10:50:29 Mystery Clock - Time Marches On
10:47:09 The Who - Disguises
10:43:51 Jeff Beck - Shapes Of Things
10:40:58 The Action - Icarus
10:37:55 The Creation - For All That I Am
10:25:40 Pink Floyd - The Narrow Way
Bij de tijdschriften werd mijn blik opgezogen door het woord PSYCHEDELIC! in circusletters op de cover van een onbekend magazine. How Hendrix, The Beatles & Pink Floyd turned on stond er onder. Ik was al bijna verkocht. Dus eerst maar eens bladeren. De psychedelische layout en typografie zogen mij verder… Tijdlijnen van 1965, 1966, enz… Daar ben ik erg gevoelig voor. Ik plaats mijzelf altijd in de geschiedenis als een reiziger die telkens weer naar de kaart zit te turen. En ik ben vertrouwd met de paradox dat ik mij daardoor juist steeds meer tegenover de geschiedenis ga bevinden.
De sixties zijn voor mij verstrengeld met de jaren die mij voor altijd doen herinneren aan de tijd dat ik nog een kind was, een wezen dat niet reflectief tegenover de wereld stond. Ooit kon ik gewoon simpel zijn kort aangelijnd aan de pin van het ogenblik, zoals Nietzsche schrijft in zijn beschouwing over het geluk van het dier. Ik zie mijzelf als kleuter door mijn ouders gedocumenteerd op vierkante zwartwitfoto’s met een gekarteld randje. Die beelden vermengen zich met de bonte foto’s van vrije en blije bloemenkinderen in het Mojo magazine. Maar ik ben geen kind meer en ik ken de keerzijde: massaal zochten ze het verloren paradijs, maar namen de verkeerde weg en velen belandden in de hel van de drugs.
“Vertel me eens over de sixties, hoe ze echt waren…", kwijlt het retrohippiemeisje uit de jaren negentig tegen Peter Fonda in the Limey van Soderbergh. De vadsige vijftiger geeft een kort antwoord. “De sixties duurden eigenlijk maar een jaar, 1966 of beter gezegd maar een halfjaar. Stel je een land voor waar je nog nooit geweest bent en waar je geen kaart van hebt, maar alles wat je er tegenkomt, is je ten diepste vertrouwd. Dat waren de sixties.”
Neverland, (hoeveel psychedelische bands en albums droegen die naam?) een lokatie zonder coordinaten in tijd en ruimte, een bewustzijnsstaat, net als het verloren paradijs. Maar er is één groot verschil tussen Neverland, mijn jeugd en het verloren paradijs: Aan Neverland en mijn jeugd heb ik herinneringen, maar naar het verloren paradijs kijk ik reikhalzend uit als naar een land waar ik nog nooit geweest ben en waar gelukkig geen kaarten van bestaan.
Psychedelische webradio: technicolor web of sound
week van de jaren zestig [ Radio 2 ]
lees het hele interview …
Niemandsland [ website van Stef Bos ]
She is benediction
She is addicted to he
She is the root connection and
She is connecting with me
Here I go and I don’t know why
I spin so ceaselessly
Could it be he’s taking over me
I’m dancing barefoot
Headed for a spin
Some strange music drags me in
It makes me come up like some heroine

She is sublimation
She is the essence of thee
She is concentrating on
He who is chosen by she
Here I go and I don’t know why
I spin so ceaselessly
Could it be he’s taking over me
I’m dancing barefoot
Headed for a spin
Some strange music drags me in
It makes me come up like some heroine
She is recreation
She intoxicated by thee
She has the slow sensation that
He is levitating with she
Here I go and I don’t know why
I spin so ceaselessly
‘Til I lose my sense of gravity
I’m dancing barefoot
Heading for a spin
Some strange music drives me on
Makes me come up like some heroine
Oh God I feel for you (3x)
Written by Patti Smith and Ivan Kral
Met een vader van Zwitserse afkomst en een Baskische moeder is Maurice Ravel toch van kindsaf in Parijs opgevoed. Hij werd geboren in Cibourne (in de Pyreneeën) op 7 maart 1875. Na de verhuizing volgt hij in het Parijse Conservatorium pianoles bij Anthiome en de Bériot, harmonie bij Pessard, contrapunt bij Gédalge en compositie bij Fauré. Ook met Satie en Chabrier heeft hij veel contact, en zijn interesse gaat vooral uit naar de werken van Schumann en Liszt.werken
Ma Mère l’Oye (Moeder de Gans), ballet
Pavane pour une infante défunte
Le tombeau de Couperin
Daphnis et Chloé, ballet, 1912
La Valse, 1920
Bolero, ballet, 1928
Tzigane voor viool en orkest
twee pianoconcerten, waarvan één voor de linkerhand

Bekendste werken
9 symfonieën, waarvan de laatste met 4 zangsolisten en koor, met het slotkoor Ode an die Freude op tekst van Schiller
32 pianosonates
33 variaties op een wals van Anton Diabelli voor piano solo
10 concerten voor solo-instrumenten en orkest, waaronder 5 pianoconcerten en 1 vioolconcert
16 strijkkwartetten.
ouvertures: Corolianus, Egmont en Leonore (I, II en III)
1 opera: Fidelio
diverse kamermuziekwerken, oratoria en liederen
Bagatelle in A klein (Für Elise)
Mark David Chapman schoot in december 1980 John Lennon neer voor de ingang van zijn appartement in New York. Hij voelde zich een nietsnut, was depressief en wilde de roem van de voormalige Beatle “stelen” en zelf beroemd worden. Op deze manier hoopte hij van zijn hem al langdurig kwellende minderwaardigheidsgevoelens af te komen. Dat heeft de 49-jarige Chapman verklaard in de hoorzitting die onlangs is gehouden voor een gratiecommissie.
Chapman betoonde opnieuw berouw voor de aanslag op Lennon. “Ik hoopte iemand te worden met de moord, maar het enige dat ik heb bereikt is dat veel mensen mij haten.” Om wraak door een Lennon-fan in de gevangenis te voorkomen, zit Chapman in een extra beveiligde vleugel van de gevangenis in Attica. Iedere twee jaar kan hij een verzoek tot vrijlating indienen bij een parole board. De afgelopen drie jaar werden zijn verzoeken afgewezen.
platen
1973 Closing Time
1974 Heart of Saturday Night
1974-75 Nighthawks at the Diner (Live)
1976 Small Change
1977 Foreign Affairs
1978 Blue Valentine
1980 Heart Attack & Vine
1982 One from the Heart (Soundtrack)
1983 Swordfishtrombones
1985 Raindogs
1987 Frank’s Wild Years
1988 Big Time
1992 Bone Machine (Grammy Award voor “Best Alternative Music Album")
1993 Black Rider (in samenwerking met William S. Burroughs)
1993 Jesus Blood Never Failed Me (orkest werk door Gavin Bryars, Waits treed op als gastzanger)
1999 Mule Variations (nog een Grammy, dit keer voor “Best Contemporary Folk Album")
2001 Blood Money
2001 Alice
2004 Real Gone
Requiem aeternam dona eis
Domine et lux perpetua luceat eis
Kyrie eleison.
In de zomer van 1791 kreeg Mozart vreemd bezoek. Een vreemdeling, die onbekend wilde blijven, wenste een Requiemmis te bestellen. Over de reden wilde hij niet meer loslaten, dan dat het een mis ter herinnering aan de echtgenote van een onbekende edelman zou moeten worden. Mozart nam de opdracht - en de vooruitbetaling! - aan, maar de merkwaardige omstandigheden bedrukten hem. Hij werd op dat moment al gekweld door de ziekte, die zijn dood zou worden, en de merkwaardige bezoeker kreeg in zijn beleving de trekken van de dood zelf.I look at you all
See the love there that’s sleeping
While my guitar gently weepsI look at the floor
And I see it needs sweeping
Still my guitar gently weepsI don’t know why nobody told you
How to unfold your love
I don’t know how someone controlled you
They bought and sold youI look at the world
And I notice it’s turning
While my guitar gently weepsWith every mistake
We must surely be learning
Still my guitar gently weepsLook at you all ( 4x )
I don’t know how you were diverted
You were perverted too
I don’t know how you were inverted
No one alerted youLook at you all
Still my guitar gently weepsLook at you all ( 4x )
Still my guitar gently weeps

platen
Five Leaves Left (1969)
Bryter Later (1970)
Pink Moon (1972)
Fruit Tree (1974)

platen
Live at Sin-é (1994)
Grace (1994)postuum
Sketches (For My Sweetheart the Drunk) (1998).
Mystery White Boy (2000) (live)
Live at L’Olympia (2001)
Songs to No One 1991-1992 (2002)
Live at Sin-é (2003)
Grace Legacy Edition (2004)
In Veendam wordt Neil’s verjaardag gevierd met een speciale avond. In Grootcafe Janssen en Janssen aan het Beneden Westerdiep begint de viering om 20.00 uur. Opgetreden wordt er door de Neil Young Mirrorband (oa.Gerry Wolthof), Lex Koopman en Jan Henk de Groot. Tevens is er veel merchandise verkrijgbaar zijn en er zullen films te zien zijn.

Neil’s garage | Neil Young fanclub NL | Neil Young op het web
Tsjaikovski werd door de Russen zelf als een westerse componist beschouwd. Hij was eerst ambtenaar, ging muziek studeren aan het conservatorium te St. Petersburg en werd toen leraar aan datzelfde conservatorium, tot een rijke bewonderaarster hem in 1877 in staat stelde, zijn leven geheel aan het componeren te wijden. Hij reisde veel, werd overal geëerd, maar was een eenzelvig en eenzaam mens. Zijn beschermster, mevrouw Von Meck, heeft hij nooit willen ontmoeten.

Naast 6 symfonieën heeft hij o.a. pianowerken geschreven en werken voor viool. Vooral zijn Notenkrakerssuite en zijn balletmuziek worden vaak uitgevoerd. Tsjaikovski overleed op 54 jarige leeftijd aan cholera. Er wordt echter steeds weer aan deze doodsoorzaak getwijfeld. Het gerucht namelijk, dat hij zelfmoord gepleegd zou hebben door vergiftiging, is erg hardnekkig. [ Bron ]

Bekende werken
Het Zwanenmeer (1876)
Eugen Onegin (1878)
Ouverture 1812 (1880)
Capriccio Italien (1880)
Romeo en Julia (laatste versie: 1880)
Doornroosje (1889)
Schoppenvrouw (1890)
De Notenkraker (1892)
Vladimir Horowitz werd in 1904 geboren in de Oekraïne. Van 1912 tot 1919 studeerde hij aan het conservatorium in Kiev. Zijn Amerikaanse debuut was op 12 januari 1928 in Carnegie Hall in New York met het New York Philharmonic. Op 21 december 1933 trouwde Horowitz met Wanda, de dochter van dirigent Arturo Toscanini. In 1939 vluchtten zij naar Amerika. In 1986 keerde Horowitz naar Rusland terug om concerten te geven in Moskou en Leningrad. Hij is in New York overleden.

Albums
Horowitz Live and Unedited - The Legendary 1965 Carnegie Hall Return Concert (2003)
In the hands of the master (2003)
Horowitz rediscovered - Carnegie 1975 Legendary RCA recordings (2003)
Horowitz Live and Unedited, recensie door Jan Luijsterburg | vladimirhorowitzmusic.com
Twintig jaar geleden hoorde ik op radio 4 een concert van de Amerikaanse minimal music componist Terry Riley. Nog steeds bewaar en koester ik de opname van dat concert op een Spinvisachtig teepje. De eindeloze herhalingen met subtiele verschuivingen van ritmische patronen, was voor mij een openbaring en ik ging op zoek naar meer.
Google bestond in die dagen nog niet, dus het werd een lange analoge speurtocht door de krochten van bibliotheken langs bakken vol microfiches. Met hyperlinks ‘avant la lettre’ spon ik zo een netwerkje over minimal music en repetetive muziek. Daarna ging ik werk verzamelen van John Adams, Philip Glass en Steve Reich. Philip Glass en John Adams (shakerloops) zochten het soms in de mystiek van de Noordamerikaanse indianen en vooral koyaanisqatsi van Philip Glass heeft ook het grote publiek weten te bereiken.
Steve Reich wordt vandaag 68
werken van Steve Reich
Piano phase (1967; piano en geluidsband)
Violin phase (1967)
viool en geluidsband)
Four organs (1970)
Clapping music (1972)
Six pianos (1973)
Music for mallet instruments, voices and organ (1973)
Music for 18 instruments (1976)
Octet (1979)
Tehellim (1981; 1ste versie v. koor en instr. ens., 2de versie v. koor en ork.)
Desert music (1984; koor en ork.)
sextet (1985)
Electric counterpoint (1987)
Different trains (1988)
The cave (1992; muziektheater)
Duet (1995; 2 violen)
Proverbs (1995; ensemble)
Geschrift: Writings about music (1974)

Trane zou vandaag 78 jaar geworden zijn. Hij overleed helaas al in 1967 op 40-jarige leeftijd…
John Coltrane Official Website | 23/9 toen | heiligen van de dag
Suzanne takes you down to her place near the river
You can hear the boats go by
You can spend the night beside her
And you know that she’s half crazy
But that’s why you want to be there
And she feeds you tea and oranges
That come all the way from China
And just when you mean to tell her
That you have no love to give her
Then she gets you on her wavelength
And she lets the river answer
That you’ve always been her lover
And you want to travel with her
And you want to travel blind
And you know that she will trust you
For you’ve touched her perfect body with your mind.And Jesus was a sailor
When He walked upon the water
And he spent a long time watching
From his lonely wooden tower
And when He knew for certain
Only drowning men could see Him
He said “All men will be sailors then
Until the sea shall free them”
But He himself was broken
Long before the sky would open
Forsaken, almost human
He sank beneath your wisdom like a stone
And you want to travel with Him
And you want to travel blind
And you think maybe you’ll trust Him
For He’s touched your perfect body with His mind.Now Suzanne takes your hand
And she leads you to the river
She is wearing rags and feathers
From Salvation Army counters
And the sun pours down like honey
On our lady of the harbour
And she shows you where to look
Among the garbage and the flowers
There are heroes in the seaweed
There are children in the morning
They are leaning out for love
And they will lean that way forever
While Suzanne holds the mirror
And you want to travel with her
And you want to travel blind
And you know that you can trust her
For she’s touched your perfect body with her mind.

Maria Callas Official Website | 16 september toen | heiligen van de dag