door Robert Howlett (1831-1858)
De fotograaf en pionier van de fotojournalistiek Robert Howlett is vooral bekend geworden door de fotoreportage die hij in opdracht van The Times in 1857 maakte van de bouw van het reusachtige stoomschip The SS Great Eastern. De bekendste foto uit deze reportage is het portret van de Engelse ingenieur Isambard Kingdom Brunel die voor een ankerketting met monsterachtig grote schakels staat.

Het is een archetypisch en paradoxaal beeld: we zien het cliché van de directeur met hoge hoed en dikke sigaar. Deze man is hier duidelijk de baas. De moderne techniek vergroot zijn macht tot bovenmenselijke proporties. Toch blijft hij zélf mens en wordt zijn eigen nietigheid benadrukt door de reusachtige ketting. Deze foto uit 1857 wordt wel eens het eerste moderne portret genoemd en de moderne tijd met de paradox van de techniek is hier aangebroken. In de periode 1850-1880 die als The Age of Optimism bekend is, nam het zelfvertrouwen van de mens enorm toe en dacht men de wereld te beheersen.
Tegelijkertijd vond juist in deze periode de pessimistische filosofie van Arthur Schopenhauer weerklank: Schopenhauer stelde in Die Welt als Wille und Vorstellung dat de wereld in wezen beheerst wordt door de duistere kracht van de ‘wereldwil’. In Howlett’s portret van Brunel visualiseert de ketting op de achtergrond deze onontkoombare oerkracht. Je kunt ook de radicaal Darwinistische opvatting van Richard Dawkins in deze foto weerspiegeld zien: Dawkins beweert dat het leven een zinloze reproductie van aminozuurketens is, waar de mens zélf een uitdrukking van is.

The SS Great Eastern (1858-1883) was met een lengte van 211 meter het grootste stoomschip (met zeilen) van de negentiende eeuw
Robert Howlett’s major work was the commission by The Times (or Illustrated Times) to document the construction of the worlds largest steamship the SS Great Eastern. His images were translated into engravings for The Illustrated Times. They reflected and stimulated the widespread interest in this feat of engineering. This project included the well known portrait of the Great Eastern’s creator and engineer, Isambard Kingdom Brunel, standing in front of the giant launching chains on the ‘checking drum’ braking mechanism at John Scott Russell’s Millwall shipyard. It was taken to celebrate the launch of the world’s largest steamship, in November 1857. This image, which depicts Brunel in an industrial setting instead of a more traditional background for a portrait, has been described as one of the first examples of environmental portraiture.
Bron: en.wikipedia.org

Seven wonders of the industrial world [ BBC ] | brunel200.com



Robert Howlett’s major work was the commission by The Times (or Illustrated Times) to document the construction of the worlds largest steamship the SS Great Eastern. His images were translated into engravings for The Illustrated Times. They reflected and stimulated the widespread interest in this feat of engineering. This project included the well known portrait of the Great Eastern’s creator and engineer, Isambard Kingdom Brunel, standing in front of the giant launching chains on the ‘checking drum’ braking mechanism at John Scott Russell’s Millwall shipyard. It was taken to celebrate the launch of the world’s largest steamship, in November 1857. This image, which depicts Brunel in an industrial setting instead of a more traditional background for a portrait, has been described as one of the first examples of environmental portraiture.
Moritz von Schwind, der unter dem Einfluss von Peter von Cornelius und dessen Monumentalstil zu einem Stil fand, der durch Großzügigkeit und wenige Figuren gekennzeichnet ist, war neben Carl Spitzweg der bedeutendste und populärste Maler der deutschen Spät-Romantik. Seine Bilder zu Themen aus deutschen Sagen und Märchen sind volkstümlich und poetisch gestaltet. Neben der Ölmalerei schuf er auch Bedeutendes in der Freskomalerei und in der Buchillustration. So schuf er auch viele Vorlagen für die Münchener Bilderbogen. ( Bron: 
Vandaag drie weken geleden bezochten we Schloss Hohenschwangau gelegen vlakbij misschien wel het beroemdste kasteel ter wereld:
In dit kasteel groeide Ludwig II op en in 1865 was 


Rothenburg ob der Tauber

Nördlingen 


Tot 1789 leek de achttiende eeuw wel een feestje van de happy few waar het gewone volk part nog deel aan had. De tweede verdieping van de westelijke vleugel met de beroemde Kaisersaal in het midden is een lange galerij van pronkkamers. Vorig jaar werd de residentie na een restauratie van tien jaar weer geopend en alles ziet er nu weer puntgaaf uit. Wat vroeger alleen door aristocratische ogen gezien mocht worden, mag tegenwoordig door iedereen voor acht Euro gezien worden. Had ik 250 jaar eerder geleefd, dan had ik nog niet eens toegang gekregen in de lage gang achter de pronkkabinetten die voor het personeel bestemd was. Om telkens op hun lage positie te worden gewezen, waren de toegangsdeuren tot deze ’schaduwgangen’ zo laag gemaakt dat je, zelfs in een tijd waarin mensen korter waren dan tegenwoordig, moest bukken en je dienblad recht moest houden. 








Het Hermannsdenkmal even ten Zuiden van Detmold op de Groteberg kent een boeiende geschiedenis. Vorig jaar schreef ik
Het beeld van Ernst von Bandel zou in 1875 de kroon op deze Hermanncultus worden. Ruim vijftig jaar zou Von Bandel aan het project werken, maar vanwege geldgebrek moest hij het telkens onderbreken. In 1846 voltooide hij het 27 meter hoge gebouw waarop het 25 meter hoge beeld staat. Toch duurde het toen nog bijna dertig jaar voordat het beeld er eenmaal stond. Toen in 1871 het Duitse Keizerrijk werd uitgeroepen, ging het ineens erg snel. Von Bandel werkte vanaf 1872 onafgebroken aan zijn Arminiussäule en op 16 augustus 1875 werd het reusachtige beeld onder de aanwezigheid van keizer Wilhelm I voor het eerst voor het publiek opengesteld. Het Hermannsdenkmal zou daarna actief deel gaan uitmaken van de stormachtige Duitse geschiedenis. Vanaf zijn ontstaan had het beeld immers al een sterke politieke lading meegekregen.


Gisteren waren Michaela en ik in Bückeburg aan de rand van het Wesergebirge en tegenwoordig op de grens van Niedersachsen en NordRhein-Westfalen. Van 1640 tot 1807 was Bückeburg de residentie van het graafschap 
Twee jaar geleden schreef ik al over een 
Een volledige oeuvrecatalogus van Adolph von Menzel is er naar mijn weten nog niet en zal er wellicht ook nooit komen. Menzel, de kabouter Plop onder de schilders bleef zijn hele leven ongetrouwd en van hem kun je bij wijze zeggen dat hij niet geleefd heeft, maar dat hij getekend heeft. Naast zijn schilderijen liet hij zesduizend tekeningen na en daarbij komen nog eens 77 schetsboeken. Na zijn dood in 1905 kreeg hij een staatsbegrafenis en liep keizer Wilhelm II achter zijn kist aan. Toch had Menzel niet de opdracht gekregen om de proclamatie van het Duitse Keizerrijk op 18 januari 1871 in Versailles te schilderen. Die ging naar 




The New York Observer mijmert in 









Der achteckige Turm mit der Wendeltreppe an der Westseite des Hauses wurde jedoch erst 1535 fertig gestellt. Das zweigeschossige Gebäude steht auf einem im Grundriss rechteckigen steinernen Sockel, der den Höhenunterschied des abfallenden Grundstückes geschickt ausgleicht. Es verfügt über eine Freitreppe sowie spitzbogige Eingangstüren. Das Rathausdach ist durch eine Vielzahl von Erkern und Vorkragungen aufgelockert.





Mehrwert mit Geert
In de jaren tachtig kocht ik voor een knaak een muffe Prisma Pocket uit 1963 van Kierkegaard’s bekende werk uit 1849. Nu is er voor € 31,50 een nieuwe uitgave bij 
Donderdag kreeg ik de doos Genesis 1970-1975 die afgelopen maandag zijn wereldpremiere beleefde. Behalve de vijf bekende albums op een SACD en DVD, zitten er in de doos een paar verrassingen: zeldzame opnamen die nog niet eerder op plaat werden uitgebracht en op DVD interviews met de bandleden Tony Banks, Phil Collins, Peter Gabriel, Steve Hackett en Mike Rutherford die vorig jaar speciaal voor deze uitgave zijn opgenomen en waarin per album herinneringen worden opgehaald. Daarnaast hoeven een paar historische concertregistraties niet meer op youtube.com bekeken te worden, maar passen ze nu op een groot plasmascherm. 


Omstreeks 1908 brak er een nieuw tijdperk aan. Tot dat moment was een auto alleen iets voor de rijkelui. Auto’s werden luxer en de fabrikanten van toen waren er al achter gekomen dat ze meer winst konden maken op duurdere auto’s dan op goedkopere. Daarom eisten de aandeelhouders van Ford dat Henry ook een zescilinder zou bieden. Maar Henry had een beter plan: In 1908 kwam de T-Ford op de markt, een praktisch ingesteld vervoermiddel met ruimte achterin zodanig “dat men er een paar melkbussen kan neerzetten", zo zei Ford.
Jacob Maris behoorde tot de Haagse School-schilders van het eerste uur. Zijn eerste inspiratie deed hij op bij de Duitse romantische illustrator Ludwig Richter. Daarna raakte hij geboeid door de vernieuwende opvattingen van de schilders van de School van Barbizon, die het werken naar de vrije natuur hoog in hun vaandel voerden. Het schilderen “en plein air” werd hun uitgangspunt. Jacob Maris paste dit toe in de bossen bij Oosterbeek, waar ook schilders als Gerard Bilders en Anton Mauve te vinden waren. In 1864 vertrok Jacob Maris naar Parijs om zijn carrière voort te zetten. In de omgeving van Barbizon maakte hij olieverfschetsen van rotslandschappen. In Frankrijk werkte Jacob Maris voor de kunsthandel Goupil. ‘Het breistertje’ is een voorbeeld van een typisch salonstuk uit zijn Parijse tijd. Na de Frans-Duitse oorlog van 1870 keerde Jacob naar Den Haag terug. Daar werd hij een van de belangrijkste figuren uit de Haagse School, die zich vanaf omstreeks 1875 begon te formeren. Jacob Maris werd een schilder van Hollandse landschappen en stadsgezichten, met een accent op het lichteffect van wolkenluchten.
Willem Maris kreeg les van zijn oudere broers en op de avondlessen van de Haagse Tekenacademie. In Oosterbeek raakte hij bevriend met Anton Mauve. Met Blommers reisde hij naar Duitsland en Noorwegen. Willem bleef in Nederland wonen en legde zich toe op zonnige polderlandschappen met koeien en eenden. Zijn werk vond internationaal veel waardering. Tot zijn leerlingen behoorden Poggenbeek en Breitner.

België 58
De Wereldtentoonstelling van Brussel 

Max Planck verrichtte onderzoek naar de wetten van de thermodynamica en de uitstraling van energie door zwarte lichamen (black body radiation) en zocht naar de oplossing voor het probleem waar de klassieke natuurkunde niet uit kwam: hoe luidt de formule die het continue energieverloop beschrijft van een energie uitstralend lichaam. Het was al bekend dat de golflengte van elektromagnetische straling korter wordt naarmate de temperatuur van het lichaam stijgt. Wilhelm Wien vond in 1893 een formule voor de energiedistributie van straling vanuit zwarte lichamen, die gold voor het violette eind van het spectrum en John Rayleigh en James Jeans produceerden een formule voor het rode gebied, maar niemand kon een formule vinden die gold voor het hele spectrum. Zijn onderzoekingen brachten Planck er in 1900 toe de klassieke Newtoniaanse principes te verwerpen en een heel nieuw principe te introduceren, wat uiteindelijk resulteerde in de kwantumtheorie. Hij publiceerde zijn bevindingen in de verhandeling Zur Theorie des Gesetzes der Energie-Verteilung im Normal-Spektrum. Plancks theorie komt erop neer dat energie wordt uitgestraald in kleine ‘pakketjes’ of eenheden, die hij quanta (kwanta) noemde, meervoud van het Latijnse quantum (kwantum), wat “hoeveelheid” betekent.
Kamerlingh Onnes richtte zijn onderzoek op het aantonen of ontkrachten van de beweringen van Johannes van der Waals, die stelde dat ieder gas vloeibaar kon worden gemaakt, maar slechts onder de kritieke temperatuur. Boven die kritieke temperatuur kan het gas, ongeacht de druk, niet vloeibaar worden. Hiertoe wilde hij vloeibare waterstof proberen te maken, het simpelste gas toen bekend (Helium was nog niet ontdekt). Hij moest daarvoor eerst zorgen voor vloeibare zuurstof, waarmee hij vervolgens kon werken aan vloeibare waterstof. Om hier te komen moest hij vele technische problemen overwinnen (verontreinigingen door pompen, olie enz).
De Duitse graficus, tekenaar en fotograaf Heinrich Zille werd in januari 1858 geboren in Radeburg bij Dresden. Heinrich groeide op in een arm arbeidersgezin in Berlijn. Zille volgde een opleiding tot lithograaf en volgde in zijn vrije tijd kunst- en tekenlessen. Tijdens zijn opleiding bestudeerde hij in opdracht van zijn leermeester professor Hosemann het leven van alledag. Hiermee legde Heinrich de basis voor zijn latere werk.

Die Gemälde Carl Spitzwegs (1808-1885) gehören zu den bekanntesten und beliebtesten in Deutschland. Bei einer Umfrage des Kunstmagazins “art” nach dem Lieblingsbild der Deutschen landete Der arme Poet auf dem zweiten Platz, gleich hinter Leonardo da Vincis “Mona Lisa". Auch Spitzwegs Bilder “Der Bücherwurm” und “Der Sonntagsspaziergang” stehen in der Rangliste weit vorne. Die drei Gemälde zeigen Spitzwegs Zeitgenossen aus der so genannten Biedermeierzeit zwischen 1815 und 1848 - immer mit einem leicht ironischen Unterton. Doch was genau zeichnete das Biedermeier aus? Und welche Rolle nahm Spitzweg in dieser Epoche ein?

Zu Beginn der 1920er-Jahre kommt August Sander in Berührung mit der „Gruppe Progressiver Künstler“ in Köln und findet in diesem Kreis eine starke Resonanz; hier u. a. in engem Austausch mit den Künstlern Franz Wilhelm Seiwert und Heinrich Hoerle sowie des weiteren mit Gerd Arntz, Gottfried Brockmann, Otto Freundlich, Raoul Hausmann und Stanislaw Kubicki (Berlin), Hans Schmitz, Augustin Tschinkel (Prag/Köln) und Peter Alma (Amsterdam). Zudem ist Sander mit den Malern Jankel Adler, Otto Dix, Heinrich Pilger und Anton Räderscheidt in engerem Kontakt. Viele von ihnen wurden wie auch Künstler anderer Sparten, so der Musik, Literatur, Baukunst und dem Schauspiel von August Sander portraitiert und in sein großes Werk Menschen des 20. Jahrhunderts aufgenommen. Für dieses entwirft er um 1925 ein Konzept, das allerdings über das Sujet des Künstlerportraits hinaus, ein weites Spektrum der damaligen Gesellschafts- und Berufsgruppen umfasst und auf rund 600 Aufnahmen, unterteilt in sieben Gruppen, angelegt ist. 

Die Ursprünge der Gemäldegalerie Alte Meister reichen zurück bis in das Jahr 1509, als Anna von Mecklenburg, Witwe von Landgraf Wilhelm II., Lucas Cranach d. Ä. mit einem kleinen Flügelaltar zum Gedächtnis an ihren verstorbenen Gemahl beauftragte. Die Periode der intensivsten Sammeltätigkeit war zwischen 1748 und 1756, als Landgraf Wilhelm VIII. ca. 800 Gemälde in Holland, Paris, Brüssel, Antwerpen, Venedig und in Deutschland durch seine Diplomaten und Kunstagenten ankaufen ließ. 1749-51 wurde für die Sammlung eine Galerie hinter das Palais des Landgrafen zwischen Auehang und Frankfurter Straße gebaut. 1877 zogen die Gemälde in das neu errichtete Gebäude der heutigen Neuen Galerie an der Schönen Aussicht um, wo sie bis zum Ausbruch des Zweiten Weltkriegs blieben. Die meisten Gemälde lagerten zwischen 1939 und 1945 im Reichsbahnbunker. Seit 1976 sind sie in den Etagen 1 bis 3 des Schlosses Wilhelmshöhe ausgestellt.














Art FitzPatrick
Op 18 november vorig jaar kwam de Slag om de Seelower Höhen weer in het 



Nu lijkt TNT Post met iets nieuws gekomen: 




Christiaan Huygens (1629-1695) is bekend als een van de beroemdste en invloedrijkste natuurwetenschappers van de zeventiende eeuw. Hij deed belangrijke ontdekkingen op het gebied van de wiskunde, natuurkunde en sterrenkunde. In de moderne natuurkunde spreekt men nog altijd van het ‘beginsel van Huygens’, dat de uitbreiding van het licht verklaart. Daarnaast is Huygens bekend vanwege zijn ontdekking van de ring van Saturnus en van een maan van die planeet, en vanwege zijn werk op het gebied van de mechanica. Hij formuleerde als eerste de regels voor centrifugale kracht, slingers, en elastische botsingen.
Samen met zijn oudere broer Constantijn (1628-1697) sleep hij lenzen voor telescopen, die tot de beste van hun tijd gerekend werden. Hij maakte of suggereerde tal van verbeteringen aan bestaande apparaten. Sommige daarvan hadden een wetenschappelijk doel, zoals een micrometer voor zijn telescopen, andere waren puur op vermaak of gemak gericht, bijvoorbeeld vering voor koetsen en een toverlantaarn. Zijn beroemdste uitvinding was het slingeruurwerk, dat de nauwkeurigheid in de tijdmeting met een grote sprong vooruithielp. Deze uitvinding hing nauw samen met zijn theoretische werk.

Toen in 1875 zijn moeder overleed en zijn vader zodanig ziek werd dat hij zijn kinderen niet meer kon onderhouden, kreeg Levitan een beurs van de school om hem de kans te geven op school te blijven. Tijdens zijn studie raakte Levitan bevriend met Konstantin Korovin, Michail Nesterov en Michail Tsjechov, en via deze met zijn broer, de beroemde schrijver Anton Tsjechov. Levitan was vaak te gast bij Tsjechov, en mogelijk was hij verliefd op Tsjechovs zuster, Anna Pavlova Tsjechova. Zijn eerste tentoonstelling was in 1877 en werd positief ontvangen door de pers. In mei 1879 werd de familie Levitan door nieuwe beperkende wetgeving omtrent de permanente verblijfplaats van Joden gedwongen te verhuizen. Onder druk van de bewonderaars van Levitans werk mocht hij echter in de herfst al terugkeren naar Moskou. Vanaf 1880 begon Pavel Tretjakov schilderijen van Levitan te kopen; deze schilderijen zijn nu onderdeel van de collectie van de Tretjakov-Galerij.
Geboren in de Oekraïne, werd Repin aanvankelijk opgeleid tot ikonenschilder. Tijdens het doorlopen van de kunstacademie in Sint-Petersburg - waar hij overigens eerst niet werd toegelaten - raakte hij ervan overtuigd dat ware kunst het echte leven zou moeten uitbeelden. Een van zijn eerste werken, Boerlaki (Boottrekkers van de Wolga), voldeed volledig aan dat criterium: het laat arbeiders zien die blijkbaar goedkoper waren dan paarden. Het sloeg meteen aan en is nog altijd zijn bekendste werk. Naast dergelijk maatschappijkritisch werk vervaardigde Repin enkele historische taferelen en vooral veel portretten, o.a. van 

Sjisjkin begon zijn studie aan de Moskouse school voor schilderkunst, beeldhouwkunst en architectuur. Na vier jaar ging hij studeren aan de Keizerlijke Academie der Kunsten in Sint-Petersburg, alwaar hij in 1860 afstudeerde. In 1865 werd Sjisjkin benoemd tot lid van de Academie, en later werd hij professor.
dat een voorloper was van de Zwervers die bestond uit de schilders Nikolaj Ge, Archip Koeindzji, Ivan Kramskoj, Isaak Levitan, Vasili Perov, Ilja Repin, Aleksej Savrasov, Valentin SerovIvan Sjisjkin, Vasili Soerikov en Viktor Vasnetsov.
Polenov studied under Pavel Chistyakov and in the Imperial Academy of Arts from 1863 to 1871. He was the pensioner of academy of arts in Italy and France, where he painted a number of pictures in the spirit of Academism on subjects taken from the European history ("The Right of mister", 1874, Tretyakov gallery); at the same time he worked a lot in the open air.




Of de Russische componist Alexander Skrjabin echt van zijn publiek hield, valt te betwijfelen. Hij wilde het namelijk laten stikken in extase. Hij geloofde heilig in zijn missie: de mens de weg wijzen naar zijn hogere geestelijke bestemming. Dat Skrjabin zich als een profeet zag was in die dagen niet ongewoon. In de jaren 90 van de 19e eeuw was het verhevene in de mode en waren overal in Europa geestelijke bewegingen en charismatische figuren als paddestoelen uit de grond omhoog geschoten. Een daarvan, de
Voor kunstgeschiedenis moest ik in 1984 een lezing houden over het ontstaan van de abstracte schilderkunst en in een literatuuropgave was ik een theosofisch boek tegengekomen dat veel indruk gemaakt had op Mondriaan. Op een dinsdagavond stapte ik bij de theosofische bibliotheek binnen om het boek Thoughtforms (1901) van
Ook Skrjabin was een hartstochtelijk aanhanger van 
De titel is afkomstig van de Eerste brief van Johannes (vers 4:16). In 42 alinea’s over 70 pagina’s bespreekt de encycliek de concepten eros (seksuele liefde), agape (onvoorwaardelijke liefde), logos (het woord) en hun verhouding tot de leer van Jezus Christus. Het document legt uit dat eros en agape beide inherent goed zijn, maar dat eros het gevaar loopt te worden gedegradeerd tot enkel seks wanneer het niet in balans wordt gebracht door een Christelijk spiritueel element.
Breslau, tegenwoordig Wroclaw in Polen, is een stad met een dramatisch verleden. Als hoofdstad van Neder-Silezië werd het in 1742 door Pruisen ingelijfd. Toen Polen in 1918 na 123 jaar weer op de landkaart verscheen, bleef Breslau gewoon de Duitse stad die het sinds 1742 geworden was. Ook toen Hitler in 1939 Polen binnenviel, maakte Breslau dus nog steeds deel uit van het Duitse Rijk.
In februari 1945 begon de meest dramatische periode van Breslau. Toen het Rode Leger oprukte naar Berlijn bepaalde Hitler dat Breslau een 













