Bron: schmemann.org
Verrijzenis is de verschijning in deze wereld, die volledig gedomineerd wordt door de tijd en dus door de dood, van een leven dat geen einde zal hebben.
Vader Alexander Schmemann
» » orthodoxie
Vader Alexander Schmemann
De titel The Dark Ages - An Age of Light geeft al aan dat deze BBC serie wil afrekenen met ons beeld van de Middeleeuwen als een donkere tijd. Presentator Waldemar Januszczak begint zijn reis toepasselijk in de donkere krochten van vroeg-christelijk Rome maar verzekert ons dat de Middeleeuwen veel lichter waren dan wij doorgaans denken. In de periodisering van de Middeleeuwen hanteert hij een andere interval dan gebruikelijk is. De Middeleeuwen lopen in deze serie niet van 476 (de afzetting van de laatste keizer van het West-Romeinse Rijk) tot 1453 (de val van Constantinopel, hoofdstad van het Oost-Romeinse Rijk), maar van de vierde eeuw tot aan 1066 (Battle of Hastings). Voor het begrip “donkere eeuwen” klopt deze periodisering misschien wel, maar het hoogtepunt van de Middeleeuwen met de kruistochten en gotische kathedralen (12e -14e eeuw) blijft zo buiten beschouwing.
De eerste aflevering The Clash of the Gods gaat over het beeld van Christus in de vroeg-christelijke kunst. In Pompeï, Rome, Ravenna, Lullingstone en Monreale gaat Januszczak op zoek naar overblijfselen van vroeg-christelijke kunst en wijst ons daarbij op de ontwikkeling van de iconografie. Hij begint in Pompeï dat ons een momentopname geeft van het leven in het jaar 79 na Christus. Daar bleken toen al christenen te wonen. We weten dit omdat hier op verschillende plekken een tegel is gevonden met het zogenaamde SATOR-vierkant. Deze Lingo-achtige woordpuzzel is inmiddels ontcijferd als een christelijk cryptogram. De woorden SATOR-AREPO-TENET-OPERA-ROTAS die onder elkaar in en vierkant geschreven zijn, vormen de letters van het woord PATERNOSTER met een extra A en O. Het SATOR-vierkant getuigt van Onze Vader en de Alpha en Omega, van Christus dus.
Tijdens de christenvervolgingen in het Romeinse Rijk, die duurden tot aan het begin van de vierde eeuw, konden de eerste christenen niet openlijk van hun geloof getuigen. In Rome woonden ze in catacomben en zelfs daar moesten ze hun geloof verborgen houden. Zo ontstonden er pictogrammen, zoals een visje (Ichthus) en cryptogrammen zoals het christogram XP (Chi Rho, de eerste letters van Christus). Ook werd Christus vaak afgebeeld door een plaatsvervanger, de profeet Jona.
Toen vanaf 313 onder keizer Constantijn het christelijk geloof publiekelijk beleden mocht worden, ontstond de vroeg-christelijke kunst waarin Jezus Zélf afgebeeld mocht worden. Januszczak presenteert zijn visie op de ontwikkeling van de vroeg-christelijke iconografie als dé visie. Zo negeert hij bijvoorbeeld de legende van de Mandilion, de doek waarmee de heilige Veronica volgens de legende het gezicht van Christus zou hebben vastgelegd. Dat de vroege christenen aan de klassieke, naturalistische Romeinse kunst hun voorbeelden ontleenden, zoals Januszczak beweert, is aannemelijk. Het is goed mogelijk dat Apollo, een schone Griekse jongeling, model stond voor sommige vroege afbeeldingen van Christus, met name in de beeldhouwkunst op sarcofagen. Toch gaat de theorie dat Christus bewust als half man-half vrouw werd afgebeeld mij te ver.

Wanneer de vroeg-christelijke Kerk vanaf de vierde eeuw institutionaliseert, verandert ook het beeld van Christus: hij wordt ondubbelzinnig mannelijk en krijgt een baard. Dat heeft volgens Januszczak verschillende redenen. In de eerste plaats zou dit komen omdat er in de afbeelding van de Moeder Gods met Christuskind een alternatief komt voor het archetype van de godin. Als voorbeeld zou de Egyptische godin Isis en haar zoon Horus hebben gediend.
Toen men de Madonnafiguur met kind ging afbeelden, was een androgyne Christusfiguur, waarin zowel mannen als vrouwen zich konden herkennen, niet meer nodig. Een tweede reden is dat de Kerk, toen het eenmaal wereldse macht had gekregen, dit ook wilde uitdrukken. Men ging Christus afbeelden als Pantokrator, als Albeheerser. Hij werd groot en machtig boven in de apsis afgebeeld en zat vaak op een troon, als een Romeinse perfect in zijn basilica.
The Clash of the Gods [ bbc.co.uk ] |The Dark Ages [ imdb.com ]
Na bijna twintig jaar las ik afgelopen week weer het verhaal van een Russische pelgrim. Het is een klein en eenvoudig boekje dat ergens tussen 1853 en 1863 geschreven moet zijn. Het manuscript werd jarenlang in een klooster bewaard voordat het in 1884 in Kazan gepubliceerd werd. Buiten Rusland bleef het onbekend. Pas in 1930 verscheen een Engelse vertaling. Na de oorlog kwam er ook een Nederlandse vertaling.
De anonieme pelgrim verhaalt over zijn belevenissen op zijn pelgrimstocht door Siberië maar vooral over de kracht van het Jezusgebed (“Heer Jezus Christus, Zoon van God, ontferm U over mij, zondaar”) Het enige dat de pelgrim in zijn ransel met zich meedraagt zijn een Bijbel en een exemplaar van de Philokalia.

De Philokalia is een verzameling geestelijke geschriften die tussen de vierde en veertiende eeuw (in het Grieks) geschreven zijn en in de achttiende eeuw door de heilige Nikodimos van de berg Athos gebundeld zijn. Nikodimos‘ tijdgenoot, de Russische monnik Paisius Velichkovsky maakte een vertaling in het Kerkslavisch onder de naam ДОБРОТОЛЮБИЕ. In de negentiende eeuw verschenen Russische vertalingen van Ignatius Brianchaninov (1857) en Theophan de kluizenaar (1877). Deze zorgden voor een opleving van het hesychasme in het tsaristische Rusland. Het boekje De weg van een pelgrim maakt deze opleving heel concreet en persoonlijk.
het innerlijk gebed in de Philokalia
1. Nicephorus: Over de waakzaamheid van het hart
2. Gregorius van de Sinaï: over gedachten, hartstochten en deugden
3. Simeon de Nieuwe Theoloog: over de drie vormen van gebed
4. Simeon de Nieuwe Theoloog: over het geloof
5. Calistus en Ignatius: aanwijzingen voor hesychasten
Three Stages In the Practice of the Jesus Prayer | meer Philokalia
De orthodoxe parochie Boodschap aan de Moeder Gods in Utrecht heeft sinds kort een nieuwe website op de logische domeinnaam orthodox-utrecht.nl.

Vandaag (en in ons hele leven in Christus) gelden de volgende regels:
1. Dagelijks gebed
Volg een regelmatig gebed’s regel welke ‘s ochtends en’ s avonds gebed omvat.
2. Lofprijzing en het deelnemen aan de Mysteriën
Het bijwonen en deel te nemen aan de Goddelijke Liturgie, het regelmatig ontvangen van de Heilige Communie en het regelmatige deelname in de biecht.
3. Het respecteren van de liturgische cyclus
Volg de kerkelijke seizoenen door deel te nemen aan zowel het vasten als de feesten van de Kerk.
4. Maak gebruik van het Jezusgebed
Herhaal Zijn Heilige Naam zoveel mogelijk gedurende de dag of nacht.
5. Vertragen en breng orde en regelmaat in je leven
Stel je prioriteiten en verminder stress en wrijving welke veroorzaakt wordt door een gehaast en jachtig leven.
6. Wees waakzaam
Houd aandacht bij wat je doet op ieder moment van je leven.
7. Probeer je aanvechtingen te beheersen
Overwin je gewoonten, je gehechtheid aan uw voorkeuren en antipathieën, en leer jezelf aan de deugden te beoefenen.
8. Stel de ander (je naaste) op de eerste plaats
Bevrijd jezelf van je egoïsme en vindt vreugde in het bijstaan van anderen.
9. spirituele saamhorigheid
Breng regelmatig tijd door met andere [orthodoxe] Christenen met het oog op steun en inspiratie.
10. Lees de Schrift en de Heilige Vaders
Laat je inspireren door de opvoedkunde van de Heilige Schrift, de wijsheid van de Heilige Vaders en de levens van de Heiligen van de Kerk.
Op adolphus.net staat een zeer uitgebreide beschrijving over het leven van Anthonius de Grote van Egypte. In oktober 2007 bezocht ik met een groep orthodoxe pelgrims het oudste klooster ter wereld in Egypte bij de Rode Zee, vlakbij de plaats waar de heilige Anthonius (251-356) als kluizenaar leefde.

Uw geboorte, o Christus onze God
Bracht aan de wereld het Licht der kennis
Een ster onderwees de aanbidders der sterren.
Om U te aanbidden als zon der gerechtigheid;
En als opgang uit den Hoge,
Heer, ere zij U!
Rozdestvo Tvoje, Hriste Boze nas,
Vozsija mirovi sjet razuma
Vnembo zvjezdam sluzasci zvjezdoju ucahusja.
Tjebje klanjatisja solncu pravdi;
I tebje vjedjeti svisoti vostoka,
Gospodi, slava Tebje!
Рождество Твое, Христе Боже наш,
возсия мирови свет разума
в нем бо звездам служащии звездою учахуся.
Тебе кланятися Солнцу правды;
и Тебе ведети с высоты востока,
Господи, слава Тебе!
Dit jaar is het honderd jaar geleden dat de Ottomanen definitief van de Balkan verjaagd werden. Al sinds het begin van de achttiende eeuw was de Ottomaanse heerschappij over Zuid-Oost Europa ernstig verzwakt. In de negentiende eeuw begon de bevrijding van de onderdrukte orthodoxe christenen van het Ottomaanse juk en ontstonden er christelijke vorstendommen. In 1815 werd het Vorstendom Servië onafhankelijk. In 1829 volgde Griekenland (op Macedonië en Thracië na). In 1859 vormden Walachije en Moldavië samen het vorstendom (Klein)Roemenië en tenslotte kreeg Bulgarije in 1878 zelfbestuur binnen het Ottomaanse Rijk.
De Bulgaren hadden daarbij veel te danken aan hun grote Slavische broeders. Het Russische Rijk wilde zijn invloedssfeer uitbreiden richting Constantinopel. Deze stad had grote strategische betekenis. Engeland keek met argusogen toe. Tijdens het Congres van Berlijn in 1878 wist Bismarck de grootmachten tevreden te stellen, behalve Rusland. Dat moest een deel van zijn veroveringen weer opgeven. Constantinopel bleef zo, tot tevredenheid van Engeland en Frankrijk, buiten de Russische invloedssfeer.
De Ottomanen hadden op de Balkan enorme verliezen geleden maar rond 1900 hielden ze nog altijd een deel van de Balkan bezet. De laatste fase van de christelijke herovering van de Balkan begon in 1908 met de annexatie van Bosnië-Herzegovina door Oostenrijk-Hongarije. De gemoederen liepen hierbij hoog op omdat ook Servië aanspraak maakte op dit gebied. Daarbij kreeg het steun van zijn grote Slavische broer (Rusland). De Europese grootmachten dreigden tijdens de Bosnische crisis (1908-1909) een oorlog in getrokken te worden. Maar aan deze dreiging kwam een eind toen Rusland in 1909 de steun aan Servië staakte. Servië moest de annexatie van Bosnië en Herzegovina door Oostenrijk-Hongarije accepteren. Maar er lag nu wel een tijdbom te tikken…

Op 8 oktober 1912 verklaarde Montenegro de oorlog aan het Ottomaanse Rijk. Inzet was het gebied dat de Ottomanen op de Balkan nog bezet hielden: Macedonië en Thracië. Dit gebied strekte zich uit van de Ionische Zee langs de Egeïsche Zee tot aan de Zwarte Zee. Macedonië besloeg delen van het huidige Albanië, Griekenland, Servië, Bulgarije en FYROM. Kort na de oorlogsverklaring van Montenegro voegden de andere orthodox christelijke landen op de Balkan zich erbij. Maar Montenegro, Servië, Bulgarije en Griekenland bleken eerder rivalen dan bondgenoten in de strijd om Macedonië.
Tussen de Grieken en Bulgaren ontstond een wedloop om de felbegeerde stad Thessaloniki. Op 26 oktober 1912 werd Thessaloniki door de Grieken bevrijd. Het scheelde een haar of deze belangrijke Macedonische havenstad was vanuit Sofia door de Bulgaren bevrijd. De Grieken hadden nu de hoofdprijs. In het Oosten hadden de Bulgaren meer succes. West-Thracië werd ingenomen waardoor Bulgarije een ruime toegang kreeg tot de Egeïsche Zee.

Dit was tegen het zere been van de westerse grootmachten die de Slavische broertjes van Rusland liever als binnenlanden zagen. Nu Bulgarije via de Egeïsche Zee toegang had gekregen tot de Middellandse Zee, werd de Mare Nostrum van Engeland, Frankrijk en Italië nog steeds bedreigd door Russische aanwezigheid. Op 30 mei 1913 werd de Eerste Balkanoorlog afgesloten met het Verdrag van Londen. Albanië werd in dat verdrag als nieuwe staat erkend en Servië, Montenegro en Griekenland moesten hun troepen uit dat land terugtrekken. Macedonië bleef een betwist gebied en het Verdrag van Londen bleek daardoor erg instabiel. Een maand na ondertekening zou de Tweede Balkanoorlog uitbreken.

van Eerste Balkanoorlog tot Eerste Wereldoorlog
In 1912 en 1913 waren er twee Balkanoorlogen. Tenslotte brak na de moordaanslag op Franz-Ferdinand van Oostenrijk door een Servische nationalist op 28 juni 1914 in Sarajevo een Derde Balkanoorlog uit. Maar omdat deze zou uitmonden in de Grote Oorlog, is de Derde Balkanoorlog nooit in de geschiedenisboeken terecht gekomen. We kennen deze nu onder een andere naam: de Eerste Wereldoorlog.
Kruitvat [ W&V ] | Eerste en TweedeBalkanoorlog [ nl.milpedia.org ]
Al eerder schreef ik iets over de Kanon Pokajanen van Arvo Pärt. Deze boetekanon die aan de heilige Andreas van Kreta wordt toegeschreven, wordt in de eerste week van de Grote Vasten verdeeld over vier stases van maandag tot en met donderdag gelezen en daarna nog eens in zijn geheel op de woensdag van de vierde week vóór de Zondag van Maria van Egypte. De compositie van Arvo Pärt uit 1997 volgt de negen oden en eindigt met een gebed.
Arvo Pärt
1. Exodus 15:1-19—Het Lied van Mozes en Miriam na het oversteken van de Schelfzee.
2. Deuteronomium 32:1-43—Het Lied van Mozes.
3. 1 Samuel 2:1-10 (1 Koningen 2:1-10, LXX)—Het lied van Hannah.
4. Habakkuk 3:2-19—Het visioen van Habakkuk.
5. Jesaja 26:9-20—Het gebed van de Profeet Jesaja.
6. Jona 2:3-10—Het gebed van de Profeet Jona.
7. Het gebed van Azariah 2-21 (Daniel 3:26-45)—Het gebed van Hananiah, Mishael en Azariah.
8. Daniël 3:52-90—Het Lied van de jongelingen in de vuuroven.
9. Lukas 1:46-55—Het Magnificat.
de kanon in het Kerkslavisch | Engelse vertaling van de kanon
Twintig jaar geleden was ik via mijn (onvergetelijke!) yogalerares Stien Nowack in contact gekomen met Purnima Zweers die toen bezig was om swami Chidananda uit India naar Nederland te halen. Omdat ik een busje had, werd mijn hulp gevraagd bij de organisatie. De swami zou naar de jeugdherberg in Arnhem komen waar een kleine honderdtal volgelingen en belangstellenden met hem een weekend lang zou doorbrengen met spiritueel onderricht, meditatie, satsang en mantra’s zingen. In Amsterdam pikte ik een vrachtlading spullen op die we nodig hadden om de ruimte in te richten waar swami Chidananda ontvangen werd.

Ik schilderde een welkomstbord en verzorgde het kleine podium voor de geestelijk leraar. Een portret van Chidananda’s persoonlijke leraar, swami Sivananda omkranst met een mala, hing in het midden. Aan weerszijden werden afbeeldingen opgehangen van zogenaamde “wereldleraren” waaronder Vivekananda, Sri Ramakrishna, Sai Baba en Paramhansa. Maar er hing ook een afbeelding van Jezus, aan de rechterhand van swami Chidananda.

Toen ik swami Chidananda op vrijdagavond 18 september 1992 voor de eerste maal zag, was ik erg onder de indruk. Ik volgde al een paar jaar een oosterse weg van zelfrealisatie maar een echte goeroe uit India had ik nog nooit ontmoet. Nu stond ik oog in oog met een verlicht mens en verlichting zag ik toen als mijn/onze eindbestemming. Ik was ontroerd door de blik van de swami, die goedheid en nederigheid uitstraalden. We wisten allemaal dat we iets heel kostbaars in ons midden hadden.
Swami Chidananda Saraswati, geboren als Sridhar Rao (1916-2008) was de voorzitter van de Divine Life Society in Rishikesh, India. Hij was een student van Swami Sivananda sinds 1943 en hij volgde hem op als voorzitter bij zijn dood in 1963, waar hij sinds 1948 al voorzitter van was. Hij werd geïnitieerd in de Sannyas orde door Sivananda op de dag van Guru Purnima, 10 juli 1949, waarbij hij zijn spirituele bijnaam Chidananda Saraswati ontving, dat de herbenoemde in het hoogste bewustzijn en gelukzaligheid betekent. (Bron: nl.wikipedia.org)
Swami Chidananda leerde ons over de zogenaamde bhakti yoga, de yoga van de toewijding tot het Allerhoogste. Verrassend genoeg was de swami ook toegewijd aan de westerse heilige Franciscus van Assissi. Het eenvoudige gebed van Fransiscus sloten we met de swami in ons hart: “Heer, maak mij tot een instrument van Uw vrede! Waar haat is, laat mij liefde brengen. Waar belediging is, laat mij vergeving brengen…” Voor mij was de oosterse weg altijd een weg geweest die zich van het westen en van het christendom afkeerde. Nu had ik een leraar uit India ontmoet, die ons naar de liefde en toewijding van het christendom liet kijken.

Als herinnering aan het weekend bewaar ik nog altijd een foto met iedereen erop en de swami in het midden. Apetrots was ik toen ik een vaas met bloemen kreeg met het verzoek deze achter swami Chidananda vast te houden.


God’s wegen zijn ondoorgrondelijk. Begin 1993 wilde ik voor enkele maanden naar Zuid-India waar ik bij een kunstenaar op zijn atelier kon werken. Maar het liep anders. Ik werd in Nederland verliefd en stelde mijn reis naar India uit. Op 21 maart 1993, precies een half jaar na mijn ontmoeting met swami Chidananda, had ik een ontmoeting met Jozef van den Berg. Uit zijn ogen straalde de zachtheid die ik ook bij swami Chidananda had gezien. Ik kon hem vertrouwen. Hij bracht mij nog dichter bij het Allerhoogste door mij te vertellen dat het om toewijding aan dé Allerhoogste gaat, dat het niet om iets gaat, bewustzijn of verlichting, maar om Iemand. Een van de “wereldleraren” van wie ik een afbeelding op het podium had geplakt, bleek deze Persoon te zijn. Swami Chidananda had mij een voorzet gegeven om tot dit inzicht te komen.
Er valt niets meer te spelen | een gesprek met Jozef van den Berg

De laatste keer dat ik de Servische skite van de heilige Spiridon bezocht, kreeg ik van Johannes Sigel een Duitse vertaling van Молитве на језеру van de Servische heilige Nikolaj Velimirović (1880-1956). Zijn leerling, de beroemde theoloog Justin Popović vergeleek deze honderd hymnen met de Psalmen van David. In Servië wordt Nikolaj Velimirović al lang als een heilige beschouwd, maar in 2003 werd hij door de patriarch van Konstantinopel pas heilig verklaard. De Servische Kerk viert zijn naamdag op 18 maart en 3 mei. Vanwege zijn dichterlijke gave en welsprekendheid wordt hij vaak “de Servische Chrisostomus” (=gouden mond) genoemd. De heilige Nikolaj heeft enorm veel geschreven. Zijn hoofdwerk is zonder twijfel De proloog van Ohrid (Охридски пролог) uit 1926-28, een boek van meer dan duizend bladzijden.
Nikolaj Velimirović wurde 1880 in dem kleinen serbischen Dorf Lelić bei Valjevo geboren. Er wuchs in einer frommen Familie auf. Schon früh wirkte Velimirović im Kirchenleben mit und beschloss angeblich mit 11 Jahren, Mönch zu werden. Er besuchte die Priesterschule in Belgrad, wo er schon damals wegen seiner Redekunst bemerkt wurde. Bis 1908 studierte er an der altkatholischen Fakultät der Universität Bern, wo er die Doktorwürde in Philosophie erlangte. Danach studierte Velimirović in Oxford und erwarb ein weiteres Doktorat. In England entwickelte er eine tiefe Freundschaft zur anglikanischen Kirche, die er später pflegen sollte. So war Velimirović auch der erste Nichtanglikaner, der in der Saint Paul’s Cathedral predigte. 1909 kehrte er nach Belgrad zurück und wurde Mönch.
Bron: de.wikipedia.org
Vandaag is het de naamdag van Saint Germain van Auxerre (378-448), niet te verwarren met Saint Germain van Parijs, die een eeuw later leefde. Saint Germain stierf in 448 in Ravenna waar hij op bezoek was bij keizer Valentinianus III om te pleiten voor ordeherstel en vrede in Armorica. Tijdens dit bezoek heeft hij ook de keizerin-moeder, Galla Placidia (388-450) ontmoet. Deze stierf twee jaar na hem in 450. Toen we een maand geleden in Ravenna waren, bezochten we haar kleine mausoleum dat ze in 425 had laten bouwen.

Saint Germain zou dit mausoleum in 448 dus ook gezien kunnen hebben. Na zijn dood werd zijn stoffelijk overschot vanuit Ravenna overgebracht naar Auxerre waarvan hij bisschop was geweest. Koningin Clothilde (480-545) liet boven zijn graf een kerk bouwen.
Drie weken geleden bezochten we in Ravenna verschillende vroeg-christelijke kerken uit de vijfde en zesde eeuw. Achteraf zie je op de foto’s soms meer dan tijdens het bezoek. Zo vielen mij pas later bepaalde verschillen en overeenkomsten op bij het mozaïek in het baptisterium van de arianen en van de orthodoxen. In de vierde eeuw had Arius de orthodox christelijke leerstelling verworpen dat Christus volledig God en volledig mens is. In het zogenaamde arianisme worden Christus en de Heilige Geest gezien als scheppingen van God en daarmee wordt afstand gedaan van de leer van de Heilige Drie-eenheid die leert dat Vader, Zoon en heilige Geest een volmaakt Eenheid vormen, éénwezenlijk en ondeelbaar.

In Ravenna hadden de arianen een eigen doopkapel, het zogenaamde baptisterium. In het interieur is een plafondmozaïek bewaard gebleven. Ook de orthodoxen hadden een eigen baptisterium en ook daar is een plafondmozaïek. Beide mozaïeken hebben dezelfde centrale voorstelling van de doop van Christus door Johannes de Doper in de Jordaan. Op de foto’s zag ik een paar verschillen (zie boven). De Christusfiguur bij de arianen is baardloos. Dat is in overeenstemming met de toenmalige iconografie. Christus werd in de vijfde en zesde eeuw meestal zonder baard afgebeeld.

De Christusfiguur in het baptisterium van de orthodoxen heeft wel een baard, maar dat is een toevoeging uit de negentiende eeuw. Een deel van het mozaïek was verloren gegaan en in de negentiende eeuw heeft men het gelaat van Johannes de Doper en Christus en de duif toegevoegd.
En opmerkelijke overeenkomst is de figuur naast Christus in het water. In het ariaanse mozaïek heeft deze twee kreeftenscharen op zijn hoofd. Het blijkt een riviergod te zijn, een overblijfsel uit de Romeinse mythologie. In het andere mozaïek is er ook zo’n figuur, die de personificatie van de Jordaan voorstelt. Deze reikt een groen badlaken (?!) aan.
Het is onmogelijk niet onder de indruk te zijn van het leven van de heilige Elisabeth groothertogin van Rusland. Vandaag is het 94 jaar geleden dat ze door de bolsjewieken in Alapajewsk werd vermoord en voor de eeuwigheid geboren werd. De dag daarvoor was de tsaar en zijn familie omgebracht waaronder tsarina Alexandra, de zuster van Elisabeth. Haar relieken én die van haar medezuster, de heilige Varvara, bevinden zich sinds 1921 in het klooster van Maria Magdalena in Gethsemané op de olijfberg in Jeruzalem.

uit de Grote Vespers van 5/18 juli
De heilige Elisabeth was een dochter van groothertog Ludwig IV en prinses Alice en daarmee een kleindochter van koningin Victoria van Engeland. Haar moeder was de lievelingsdochter van koningin Victoria en met hen deelde Elisabeth haar serieuze karakter en sterke geloof. Haar jongste broer Ernst Ludwig volgde in 1892 zijn vader op als groothertog van Hessen-Darmstadt.
Op de Mathildenhöhe had hij in opdracht van zijn schoonbroer, tsaar Nicolaas II van Rusland, een Russische kapel laten bouwen waar diensten werden gehouden wanneer zijn schoonfamilie uit Rusland op bezoek was. Elisabeth en haar man Serge Alexandrovitch konden zo ook de goddelijke Liturgie in het Kerkslavisch vieren wanneer ze op familiebezoek in Duitsland waren.

De 82-jarige Jørgen Laursen Vig is eigenaar van een bouwvallig kasteeltje uit 1880 op het Deense eiland Fyn. Al veertig jaar loopt hij met het plan om van kasteel Hesjberg een Russisch-orthodox klooster te maken. De Deense documentairemaakster Pernille Rose Grønkjaer volgt hem vanaf het moment dat hij naar Moskou reist om daar met het Russische patriarchaat in Rusland te onderhandelen over de toekomst van het kasteeltje als Russisch-orthodox klooster. Enige tijd later ontvangt Mr.Vig op Hesjberg een delegatie nonnen uit Rusland onder leiding van zuster Amvrosija. Ze komen beoordelen of kasteel Hesjberg geschikt is om als klooster te dienen. De nonnen geven hun goedkeuring maar eisen ook ingrijpende reparaties.
Mr. Vig is een in zichzelf gekeerde norse heer met een markant uiterlijk. Zijn witte baard ziet eruit alsof hij is afgezakt en nu aan een touwtje onder zijn kin bungelt. Met zijn rare mutsen lijkt hij wel een stripfiguur maar van zijn theatrale verschijning is hij zichzelf niet bewust. De doorgewinterde vrijgezel wordt gevolgd tijdens het klussen in huis, de landarbeid en de gesprekken met zuster Amvrosija in moeizaam Engels. Er ontstaat een conflict wanneer er een definitief besluit moet worden genomen. Wordt zijn kasteeltje eigendom van de Russische Kerk of zal hij er zijn laatste jaren alleen doorbrengen?

De wil om zijn droom uit te laten komen, is groter dan zijn weerstand om alles voor zichzelf te houden. De stugge vrijgezel en de praktische zuster Amvrosija verschillen veel van karakter en botsen regelmatig. Toch gaan ze door met de uitvoering van het plan en we zien het kasteeltje langzaam veranderen in een Russisch-orthodoxe klooster waar dagelijks diensten worden gehouden.
Wanneer de zusters voor overleg met het patriarchaat even in Moskou zijn, spreekt Mr. Vig vrijuit: “Russen hebben geen geweten. Ze kennen ook geen schuldgevoel. Ik ben nog nooit een Rus met een slecht geweten tegengekomen.” Toch kiest hij vrijwillig en bewust de Russisch-orthodoxe Kerk uit als de nieuwe eigenaar van zijn kasteel Hesjberg.

De documentaire eindigt met de begrafenis van Mr.Vig in de kloosterkerk. Een priester loopt om de opgebaarde weldoener en bewierookt hem volgens orthodox gebruik. De voice over van zuster Amvrosija spreekt een dankwoord uit voor de man die zijn droom verwezenlijkte en in Gods plan werd opgenomen. “Beste meneer Vig. We waren bijna vijf jaar samen. We verschilden enorm maar we deden hetzelfde. We waren het vaak niet met elkaar eens. Maar God leidt alles in Zijn wijsheid. Onze Heer dit geschenk in uw handen gelegd. Een gift die volgens mij voor u de poorten van het paradijs opent. Ik wens voor het Koninkrijk der Hemelen en eeuwige vrede, beste meneer Vig, dienaar van onze Heer.”
Tegenwoordig is zuster Amvrosija de hegoumena van het klooster van de heilige nieuwe martelaren van Rusland in Hesjberg. De Russisch-orthodoxe priester Theofan, decaan van de heilige Alexander Nevski parochie in Kopenhagen komt regelmatig langs voor het celebreren van de diensten.
Bekijk de documentaire [ youtube.com ]
The Monastery, Mr Vig and the Nun [ imdb.com ]

Gisteren had de Vereniging van Orthodoxen Nicolaas van Myra haar ledendag in de Cunerakerk in Rhenen georganiseerd. Traditioneel wordt deze gevierd met een Goddelijke Liturgie. Vader Theodoor uit Deventer celebreerde in aanwezigheid van een veertigtal orthodoxe gelovigen en het Inter-Parochieel Orthodox Koor o.l.v. Paul Baars. Een Liturgie vieren in een gewijde en historische ruimte als het koor van de Cunerakerk, voelt als geestelijk gedragen te worden in de moederschoot van de Kerk. Door de hoge gotische ramen vallen de zonnestralen met wisselende intensiteit op het altaar en de witte gewaden van de priester, diaken en altaardienaren. De sensuele schoonheid van de Kerk in het geschapen fysieke licht verbindt zich in de eucharistie met het ongeschapen licht van Christus. Hemel en aarde, tijd en eeuwigheid, raken elkaar in de heilige dienst die in de Orthodoxe Kerk de Goddelijke Liturgie genoemd wordt.
Vandaag is het in de Orthodoxe Kerk Grote Donderdag en vanavond worden de Twaalf Evangeliën over het lijden van Christus gelezen als voorbereiding op Goede Vrijdag. In de reeks films die een leven veranderen sprak Willem Jan Otten op maandag 26 maart na afloop van Il Vangelo secondo Matteo in De Balie over deze filmklassieker uit 1964. Volgens velen is het de beste film die ooit over het leven van Jezus is gemaakt. Regisseur Paolo Pasolino was atheïst en communist. Toch maakte hij een waardige film over het Evangelie volgens Mattheüs die zelfs in het Vaticaan positief ontvangen werd.
In zijn essay Hij weigert het beter te weten dan Jezus buigt Willem Jan Otten zich over het raadsel hoe een atheïst een film over het leven van Jezus kon maken die ons zo diep raakt. Door de nadruk te leggen op het gewone volk en op Jezus als man van het volk, focuste Pasolini op marxistische elementen van het Evangelie, maar toch maakte hij er geen marxistische film van. Kort na de première in 1964 werd Pasolini gevraagd hoe een “ongelovige” zo’n getrouwe Jezusvertelling kon neerzetten. Zijn antwoord is beroemd geworden: “Als u weet dat ik een ongelovige ben, dan kent u mij beter dan ik mijzelf. Het kan zijn dat ik een ongelovige ben, maar ik ben een ongelovige die naar geloof verlangt.” Voor elke gelovige is het herkenbaar “Heer ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp!” Hier ligt de brug tussen niet geloven en geloven, in het willen willen en in de wetenschap dat het alleen vanuit onszelf niet gaat.

Pier Paolo Pasolini
De afgelopen twee jaar viel orthodox Pasen samen met westers Pasen, maar dit jaar is er één week verschil. In plaats van het Paasfeest wordt vandaag in de Orthodoxe Kerk de Intocht van Christus in Jeruzalem gevierd en volgt daarop de Goede Week. Miljoenen orthodoxe gelovigen in Servië, Roemenië, Bulgarije, Griekenland, Rusland, de Oekraïne, in de pre-Chalcedonische kerken én wereldwijd (waaronder tienduizenden orthodoxe gelovigen in Nederland en België) vieren Pasen of Pascha op 15 april. Waarom valt orthodox Pasen vaak op een andere datum?
Volgend jaar is er zelfs een maximaal verschil van vijf weken tussen westers en orthodox Pasen maar in 2014 is er weer één gemeenschappelijke Paasdatum.
Op een paar uur rijden van Jeruzalem ligt de Palestijnse stad Jericho op de Westelijke Jordaanoever. Vlak bij deze stad, die door velen beschouwd wordt als de oudste stad ter wereld, ligt een van de belangrijkste plaatsen uit de christelijke geschiedenis: de berg waar Christus door de duivel op de proef werd gesteld. Op een steile klif van deze berg werd het Grieks-orthodoxe klooster Qarantal gebouwd. Volgens het Evangelie vastte Jezus veertig dagen en werd Hij door de duivel verzocht. Het klooster bevindt zich volgens de Traditie op de plaats waar Jezus tot Zijn Vader gebeden heeft. In een steen zou een knieafdruk van Hem bewaard zijn gebleven.
De Grieks-orthodoxe monnik vader Gerasimos woont al 30 jaar in het klooster. Als laatst overgebleven monnik waakt hij als enige over het klooster op de islamitische Westelijke Jordaanoever. Ondanks het belang van het klooster voor het christendom, wordt het slechts door “verdwaalde” pelgrims bezocht. De stad Jericho is nu begonnen om het klooster aantrekkelijker te maken voor het toerisme. Tot ergernis van vader Gerasimos. Een rode kabelbaan loopt nu van de stad naar de heuvel. Zonder de goedkeuring van vader Gerasimos heeft een rijke Palestijnse zakenman deze laten bouwen. De 80-jarige monnik is eraan gewend de zware tocht van het klooster aan de rotswand naar de stad te voet te af te leggen. De kabelbaan is niet de enige ingreep. Aan de rand van Jericho zijn nu plotseling winkels gekomen en zelfs een casino!

Toch blijven de fel begeerde toeristen weg vanwege de onveiligheid op de Westelijke Jordaanoever. Met een werkloosheidspercentage van meer dan zestig procent onder de plaatselijke bevolking, zijn de toeristen in Jericho bijzonder welkom. Maar het casino is nog steeds leeg. Bovendien worden de archeologische opgravingen weer bedolven onder het zand. De weinige toeristen die het klooster nog willen bezoeken, komen soms voor een gesloten deur te staan omdat vader Gerasimos de deur dan weigert open te doen. En zo is er op de Westelijke Jordaanoever weer een conflict bijgekomen: dat tussen de inwoners van Jericho en de eenzame wachter van de “toeristische attractie” op de berg. Over één ding is iedereen het eens. Er moet eindelijk vrede komen op de Westelijke Jordaanoever.
In de Orthodoxe Kerk wordt op de vijfde woensdagavond van de Grote Vasten traditioneel de gehele boetecanon gelezen van Andreas van Kreta en daarna uit het leven van Maria van Egypte. De boetecanon is opgedeeld in negen oden die weer bestaan uit troparen en de oden worden afgewisseld met een irmos. Andreas van Kreta geeft een soort catechese en herinnert ons in zijn boetecanon aan vele Bijbelse figuren, hoe zij God gediend hebben of hoe zij Hem afvallig zijn geworden. Maar het doel van de boetecanon is om de eigen zonden indachtig te zijn en ons te keren tot God, de Schepper en Rechter van ons leven.
boetecanon van Andreas van Kreta
(vierde ode, maandag)

De heilige Maria in kwestie werd geboren in Egypte en vluchtte op de leeftijd van twaalf jaar naar Alexandrië. Sommige bronnen noemen haar een prostituee anderen vermelden uitdrukkelijk dat ze geen geld vroeg voor haar diensten. Zeventien jaar later reisde ze met de pelgrims mee als marketentster naar Jeruzalem voor het feest van de kruisverheffing. Op een bepaald moment wilde ze de Heilige Grafkerk in Jeruzalem binnengaan maar werd verhinderd door een onbekende kracht. Ze vroeg vergiffenis voor haar levensstijl en bad tot een Theotokos icoon van de heilige Maria buiten de kerk. Nu kon ze wel de kerk binnengaan. Een stem zei haar dat ze rust zou vinden als ze de Jordaan overstak. Dus vertrok ze naar het klooster van de heilige Johannes de Doper aan de oever van de Jordaan en ontving de communie. De volgende morgen trok ze zich terug in de woestijn met drie broden en leefde de rest van haar leven in de woestijn.

De Ladder
16. niet gierig zijn
17. arm willen zijn
18. bij jezelf komen
19. niet teveel toegeven aan slaap
20. alert zijn
21. niet bang zijn
22. niet op eer uit zijn
23. niet trots zijn
24. zacht en eenvoudig zijn, argeloos zijn en het kwaad niet zoeken
25. bescheiden zijn
26. onderscheid kunnen maken
27. innerlijk stil zijn
28. kunnen bidden
29. zich door niets in de war laten brengen
30. vol zijn van geloof, hoop en liefde.
homilie van vader Thomas over Johannes Climacus [ orthodox.be ]
Johannes Climacus , ook Johannes Scholasticus, Johannes van de Ladder en Johannes van Sinaï, (505/579 - Sinaï, 605/649) was een Syrisch kluizenaar. Hij werd kluizenaar op verschillende plaatsen in de Arabische woestijn en abt van het Katharinaklooster op de berg Sinaï toen hij 75 jaar was. Kort vóór zijn dood deed hij afstand van zijn ambt om terug te keren naar zijn eenzaam bestaan. Hij was een ascetisch schrijver, wiens werk gedurende 15 eeuwen gebruikt werd door hen die op zoek waren naar een heilig leven. Hij wordt afgebeeld als abt die een ladder draagt en als een man die een visioen heeft waarbij een ladder dor monniken beklommen wordt. Zijn feestdag is in de Rooms-katholieke Kerk en de Orthodoxe Kerk op 30 maart. De Orthodoxe Kerk herdenkt hem ook nog op de vierde zondag van de Grote Vasten.
De Ladder
1. trouw zijn aan je keuze
2. vrij zijn
3. de woestijn ingaan
4. gehoorzaam zijn
5. boetvaardig zijn
6. denken aan je dood
7. verdriet kunnen hebben
8. niet kwaad worden en zachtmoedig zijn
9. kwaad kunnen vergeten
10. geen kwaad spreken
11. niet kletsen
12. oprecht zijn
13. nooit vertwijfeld raken
14. niet toegeven aan gulzigheid
15. kuis zijn
Op donderdag 21 april 2011 werd Nektarios in het bijzijn van zijn peetvader Jozef van den Berg in de Waal bij Neerijnen gedoopt door vader Dušan en met de myronzalving aangenomen in de Heilige Orthodoxe Kerk. Aanwezig waren verschillende diakenen en lectors van de Servische parochies Sveti Nektarije Eginski uit Breda, Sveta Trojica uit Rotterdam en de Russische parochie heilige Tychon uit Nijmegen en een zeventigtal orthodoxe gelovigen en belangstellenden.
In 1965 verfilmde de Engelse filmregisseur David Lean de beroemde roman van Boris Pasternak. Al eerder had hij met The Bridge over the River Kwai (1957) en met Lawrence of Arabia (1962) twee grote epische filmdrama’s op zijn naam gezet. Met Dr. Zhivago zou hij zijn genie als filmmaker nogmaals bewijzen. Lean’s epische drama’s passen nog helemaal in de traditie van Gone with the wind en de drama’s van Cecil B. DeMille. Dr. Zhivago was een van de laatste films in deze traditie die door de opkomst van het snelle en gewelddadige ‘nieuwe Hollywood’ ouderwets was geworden.
Films van meer dan drie uur zijn voor ons een te lange zit geworden. Bovendien passen kamerbrede muziek en zware symboliek niet meer echt in deze tijd. Toch worden bovengenoemde films van David Lean nog altijd erkend als tijdloze meesterwerken. Vanaf het begin was dat al zo. The Bridge over the River Kwai kreeg in 1957 de oscar voor de beste film, Lawrence of Arabia volgde vijf jaar later en ook Dr. Zhivago had deze oscar in 1965 eigenlijk verdiend, maar The Sound of Music ging er mee vandoor. Bij elkaar wonnen deze drie films van David Lean in 1957, 1962 en 1965 negentien oscars.

beginzin uit de roman
De zware symboliek die David Lean graag gebruikt, leent zich uitstekend voor Russisch drama. In een van de eerste scenes in Dr. Zhivago wordt de moeder van de kleine Joeri Zhivago begraven. Het is een prachtige visualisering van de eerste zin uit Pasternak’s roman: “Zij liepen en liepen maar door en zongen Vjetsnaja Pamjat (Eeuwige Gedachtenis), en steeds als zij ophielden leek het, alsof hun benen, de paarden, de windvlagen op hun eigen ritme doorgingen met zingen.” De scene begint met een lang panoramashot van een verlaten landschap met op de voorgrond een karakteristiek Russisch-orthodox kruis. Vanuit de verte nadert langzaam een begrafenisstoet. Dan zien we de kleine Joeri en volgen detailopnamen van de stoet. Een begrafenis in de ijzige kou met het langzame en gedragen liturgische gezang heeft in zichzelf een diepe symboliek en David Lean neemt echt de tijd om ons daar naar te laten kijken.
Regisseur Michael Cimino filmde overigens met eenzelfde geduldige camera een Russisch-orthodoxe bruiloft in The Deer Hunter. Je hoort vaak dat die scene veel te lang duurt, maar juist deze trage bruiloftsscene is heel betekenisvol in het drieluik (hemel, hel en louteringsberg) dat het verhaal omlijst.
Russische drama [ 1 ] | Russische drama [ 2 ] | Russische drama [ 3 ]
In de Orthodoxe Kerk begint morgen de Grote Vasten. Traditiegetrouw gedenkt de Kerk vandaag, op de laatste zondag van de voorvasten, de verdrijving van Adam en Eva uit het Paradijs. Terwijl buiten de Kerk de mens een wezen is met zelfbeschikking, een ‘open ontwerp’, een ‘onvoltooid dier’, is de mens binnen de Kerk een schepsel naar Gods beeld en gelijkenis geschapen, maar door zijn zonde een gevallen wezen.
Door de erfzonde leeft de mens in ballingschap en moet hij lijden en sterven. Maar door het Offer van Christus en Zijn Opstanding is de terugkeer naar het Paradijs weer mogelijk. Net als Christus worden wij uitgenodigd ons kruis te dragen. Door het lijden geduldig en deemoedig te aanvaarden, kunnen we weer bij God komen. De Kerk viert niet alleen elk jaar Pasen, maar gaat ook elk jaar op weg naar Pasen. Tijdens de Grote Vasten krijgen we binnen de Kerk de gelegenheid om de gevallen staat en de ernst van de zonde onder ogen te zien. Wanhopig hoeven we nooit te worden, omdat met de Opstanding van Christus ook onze eigen opstanding in het vooruitzicht wordt gesteld. De Grote Vasten wordt voorafgegaan door de Zondag van de verdrijving uit het Paradijs. De gevallen staat en ons leven in ballingschap is ons vertrekpunt, eeuwig leven met God onze bestemming.
Abbas Hêsaias de Kluizenaar was een kluizenaar uit de vijfde eeuw en leefde in Gaza. Er is niets over hem bekend, maar de samenstellers van de Filokalia kozen zijn 27 Logoi (in sommige versies 29) als de opening van deze compilatie van vaderteksten. De Logoi gaan over de waakzaamheid van de nous (het “oog van het hart", vaak vertaald met het “verstand” of het “intellect"). Het onderscheiden van deugd en ondeugd met onze nous en de beoefening van de deugden en de strijd tegen de hartstochten, is typerend voor de psychologie van de woestijnvaders. Evagrios van Pontus wordt als de grondlegger gezien van de christelijke deugdenleer die ook in de 27 Logoi van Hêsaias de Kluizenaar centraal staat.
Abbas Hêsaias de Kluizenaar

uit: Genoeg Gewacht, 1989

Het wereldberoemde toneelstuk Wachten op Godot van Samuel Beckett werd in 1953 voor het eerst opgevoerd. Het was in de tijd van het existentialisme dat vooral in het naoorlogse Frankrijk sterk present was. Beckett, die destijds in Frankrijk woonde en zijn toneelstuk in het Frans schreef (En attendant Godot), liet zich evenals de Frans-Roemeense toneelschrijver Eugene Ionesco bewegen door de geest van het existentialisme. In hun toneelstukken wordt het absurde en de zinloosheid van het bestaan benadrukt, gecultiveerd en bijna gekoesterd. Het bestaan speelt zich in het existentialisme af onder de lege hemel van Zarathoestra. De mens is in de wereld geworpen en metafysisch dakloos. God is dood. Dood verklaard. Toch heeft een van de vaders van het existentialisme, de Duitse filosoof Martin Heidegger, aan het eind van zijn leven in een beroemd gesprek met Der Spiegel gezegd: Nur ein Gott kann uns noch retten! Hij wist dus dat we onder een lege hemel, zonder ‘een god’ (Hij zegt uitdrukkelijk niet: ‘de goden’) verloren zijn. Blijkbaar kan een existentialist, misschien omdat hij bijna heldhaftig het naakte bestaan wil trotseren, vermoeden dat de mens zonder ‘een god’ verloren is. Je zou kunnen zeggen dat er in Wachten op Godot in de afwezigheid van Godot ‘een godvormig gat’ verborgen ligt. Voor Jozef van den Berg was Wachten op Godot in 1988 een aanleiding om Genoeg Gewacht, (Beckett!) te gaan maken.

Salomé, Herodes en de dood van Johannes de Doper in de schilderkunst
Naar aanleiding van het stukje van donderdag over de Ottoonse Renaissance stuurde Patrick mij een linkje naar de website van de St-Pantaleon in Keulen. De laatste jaren wordt daar in de tweede week van juni een Theophanu-Gedenken georganiseerd. Keizerin Theophanu (956-991) was vanaf de dood van haar man Otto II regentes omdat haar zoontje Otto III pas drie jaar oud was toen zijn vader overleed. Tot haar dood heerste deze Byzantijnse (lees: Griekse) dame over een territorium dat samenvalt met het huidige Duitsland, Nederland en delen van Zwitserland, Oostenrijk, België, Frankrijk en Italië. Nu Europeanen zich in de Europese identiteit moeten vinden, symboliseert zij de verbinding tussen West- en Oost-Europa. En in het bijzonder voor de Grieken in Duitsland is zij een aansprekende figuur. Tijdens de herdenking is er een Griekse delegatie aanwezig en wordt er door rooms-katholieken en (voornamelijk Grieks-) orthodoxen een oecumenische dienst gehouden. Keizerin Theophanu overleed op 15 juni van het jaar 991 in Nijmegen.

Drie weken geleden campeerden we op het eiland Reichenau in de Bodensee. Reichenau is afgeleid van ‘Reiche Aue‘ en Aue is een stuk grond aan een rivier. Het is dus het equivalent van Betuwe, dat een samentrekking is van ‘betere ouwe’ (vergeleken met ‘Veluwe‘ dat een samentrekking is van ‘vaele ouwe’).
Aue en Ouwe zijn dus identieke woorden en worden in het moderne Duits en Nederlands alleen anders gespeld. Op het eiland Reichenau zie je behalve veel fruitbomen ook veel glastuinbouw. Maar van oorsprong is Reichenau een kloostereiland. Ruim duizend (!) jaar lang stond er een abdij die in de Merovingische tijd gesticht werd door de heilige Pirmen. In de Karolingische tijd verrezen er diverse kerkjes en Reichenau ontwikkelde zich tot een van de belangrijkste centra van het Christendom boven de Alpen. Tegenwoordig geniet Reichenau de UNESCO World Heritage Site status.
Dinsdag 28 juni was een bloedhete dag en ’s avonds besloten we nog wat verkoeling te zoeken aan het water. We maakten eerst nog een klein ritje over het eiland dat nog geen vijf kilometer lang is en stopten bij de Sankt Georg, een romaans kerkje gewijd aan de heilige Georg. Over het voorportaal scheen een zacht avondlicht. We hadden ons erop ingesteld dat het kerkje ’s avonds gesloten was, dus we waren verrast toen een vriendelijke dame ons uitnodigde met haar mee naar binnen te gaan. Er begon zojuist een koorrepetitie en wij mochten als toehoorders wel naar binnen. Toen ik het interieur zag, moest ik denken aan de vroeg-christelijke kerken in Ravenna die ik in 1980 heb bezocht. De ruimte is streng geordend, helder en overzichtelijk, zoals de basilica deze voorschrijft: een hoog ’schip’ met plat zadeldak en twee lagere zijbeuken die gescheiden zijn door een zuilengalerij. Aan het einde van het schip in oostelijke richting bevindt zich het verhoogde koor. Ook is er een westelijk koor dat vroeger op zaterdagen gebruikt werd om er het officie aan de Moeder Gods op te dragen. Tussen de hoge vensters in het schip en de zuilengalerij bevinden zich de wereldberoemde fresco’s uit de Ottoonse tijd.

Tegenwoordig dateert men deze rond het jaar 980. Deze muurschilderingen zijn dus nog ouder dan fresco’s die ik in 2005 met René zag in het Mirozhsky klooster in het Russische Pskov. Ze worden beschouwd als de oudste Byzantijnse fresco’s boven de Alpen. Byzantijnse fresco’s in Zuid-Duitsland? Dat was ruim duizend jaar geleden niet zo verwonderlijk. Daarvoor moet je iets weten van het tijdperk dat historici de Ottoonse Renaissance noemen.
De volgende morgen koop ik in Konstanz het boekje Die Ottonen van Hagen Keller, een kenner van de vroege Middeleeuwen. Het boekje is verschenen in de reeks Wissen van uitgever C.H.Beck, een aanrader van Michaela. De dynastie die we de Ottonen (919-1024) zijn gaan noemen, bestaat uit Heinrich I, Otto I, Otto II, Otto III en Heinrich II. De belangrijkste heerser is Otto I (912-973) die daarom Otto de Grote wordt genoemd. Maar voor de Byzantijnse invloed in het Westen zijn Otto II en Otto III belangrijker geweest. Otto II trouwde in het jaar 972 met de Byzantijnse prinses Theophanu. Toen Otto II elf jaar later al stierf, was zijn zoontje Otto III pas drie jaar oud. Zijn moeder werd tot haar dood in 991 regentes. Wanneer je het evangeliarium van Otto III ziet, dan zie je overduidelijk de Byzantijnse invloed. Dit wereldberoemde handschrift werd verluchtigd door de monniken van de abdij in Reichenau en bevindt zich tegenwoordig in de Bayerische Staatsbibliothek in München. Wanneer ik naar de schimmige fresco’s in de Sankt Georg kijk, stel ik in mijn verbeelding de voorstellingen op scherp met de afbeeldingen uit het evangeliarium.

Gisteren vertelde ik Patrick over ons bezoek aan de Sankt Georg. Ik bezocht met hem een paar jaar geleden de Valkhofkapel in Nijmegen, die gebouwd werd onder het regentschap van keizerin Theophanu. Tijdens haar korte leven zocht ze de kapel in Nijmegen telkens weer op en zou er tenslotte in 991 sterven. Patrick vertelde dat haar stoffelijk overschot werd overgebracht naar Keulen waar ze begraven ligt in de St. Pantaleon.


vader Alexander Schmemann

vader Alexander Schmemann
Isaiah 53:12

Vandaag is Nektarios gedoopt in de Waal bij Neerijnen. Daarna vierden we samen met vader Dušan van de Servische parochie Sveti Nektarije Eginski (Breda) de Goddelijke Liturgie in de tuin bij de kapel van vader Jozef in Neerijnen . Met de zegen van vader Voja dienden de (hypo)diakens van de Servische parochie Sveta Trojica (Rotterdam) mee tijdens deze bijzondere gebeurtenis.








svetinektarijeeginski.com | svetatrojica.nl | orthodox-nijmegen.nl
Naar aanleiding van de heiligverklaring van de Bulgaarse nieuwe martelaren op zondag 3 april j.l. heb ik mij weer eens verdiept in de Russisch-Turkse oorlog van 1877-1878 die het directe gevolg was van de gruwelijke Ottomaanse onderdrukking op de Balkan. Al zoekend op het web kwam ik de sovjetfilm Герои Шипки uit 1954 tegen. Het is een heroïsche propagandafilm waarin de eigenlijk helden de Russen (lees: de sovjets!) zijn, die hun lijdende slavische broeders in Bulgarije te hulp schieten. Het 19e eeuwse panslavisme, een mix van nationalisme en orthodox christendom, werd in 1954 vertaald in communisme en humanisme. Want in de Sovjet Unie was de rol van de Orthodoxe Kerk gemarginaliseerd. De film begint met de Ottomaanse onderdrukking waarbij de Bulgaarse christenen trouw moesten zweren aan de sultan (en aan de islam!). Bij weigering werden ze genadeloos vermoord. Tijdens het Filmfestival van Cannes in 1955 werd de film onderscheiden met de prijs voor de beste regisseur (Sergei Vasilyev).

Op de Shipka Pas werden vier veldslagen uitgevochten tussen het Turkse en het Russische leger. Het laatste werd gesteund door Bulgaarse vrijwilligers en het Roemeense leger. Ook vocht een groot contingent Finse soldaten mee.

Gisteren zijn in de Aleksandr Nevsky kathedraal in Sofia de slachtoffers van Batak door de Bulgaars Orthodoxe Kerk heilig verklaard. Batak is het Srebrenica (of het Katyn) van Bulgarije, maar bij ons is deze genocide nauwelijks bekend.
In april 1876 was het Zuid-Bulgaarse dorpje Batak het toneel van wreedheden. Zeker vijfduizend inwoners werden op gruwelijke wijze door de Ottomaanse bezetter vermoord. Voor het Russische broedervolk werd een militaire interventie noodzakelijk. De massamoord in Batak betekende in zekere zin het begin van de Russisch-Turkse oorlog. Zeven jaar geleden maakte ik met een vriendin uit Sofia een rondreis door haar land en we bezochten verschillende plaatsen die een rol hebben gespeeld in deze oorlog (1877-1878). In februari 1878 maakte de Vrede van San Stefano een eind aan de oorlog. Bulgarije kreeg na eeuwenlange Ottomaanse overheersing eindelijk zelfbestuur. Drie maanden later werd de Vrede van San Stefano tijdens het Congres van Berlijn herzien. Pas in 1908 zou Bulgarije een zelfstandig koninkrijk worden.
Voor Engeland lagen de Ottomaanse wreedheden van 1876 gevoelig. In de tweede helft van de negentiende eeuw stonden de Europese grootmachten in een gespannen verhouding met elkaar. Engeland en Frankrijk visten in de koloniale vijver en kwamen elkaar op onverwachte plekken in de wereld tegen. Het Duitse Keizerrijk mengde zich daar vanaf 1880 ook tussen. En dan had je Oostenrijk en Rusland die dezelfde belangen hadden op de Balkan. Rusland breidde zich steeds meer uit naar het Zuid-Westen en werd daardoor een bedreiging voor de Engelsen. In de Krimoorlog steunden Engeland en Frankrijk het Ottomaanse Rijk omdat ze doodsbang waren dat het van oorsprong christelijke Constantinopel in Russische handen zou vallen, zodat voor de Russische vloot de weg naar de Middellandse zee open zou komen te liggen. Nadat de Krimoorlog door Rusland verloren was, bleef met name Engeland goede betrekkingen met het Ottomaanse Rijk houden. Vooral de conservatieven koesterden de Ottomanen als bondgenoot tegen de Russen.

De massamoord in Batak bracht Engeland in grote verlegenheid tegenover zijn Ottomaanse bondgenoot. Eerst probeerden de conservatieven onder Disraeli de feiten te bagatelliseren, maar de liberalen onder Gladstone loeiden van verontwaardiging. Maanden later, op 22 augustus 1876, verscheen er in de Londense Daily News een stuk van de Amerikaanse journalist Januarius MacGahan, getiteld The Turkish Atrocities in Bulgaria: Horrible Scenes at Batak. Tot in de details beschrijft hij na een bezoek aan de onheilsplek en aan de hand van ooggetuigeverslagen wat er in Batak precies gebeurd is. Batak is in omvang het Srebrenica van de late negentiende eeuw, maar qua misdaad nog barbaarser, omdat vrouwen en kinderen en zelfs baby’s niet werden ‘ontzien’.
J.A. MacGahan in the Daily News
The advantage of killing children is that it can be done without danger, and that a child counts for as much as an armed man. Here in Batak the Bashi-Bazouks, in order to swell the count, ripped open pregnant women, and killed the unborn infants. As we approached the middle of the town, bones, skeletons, and skulls became more numerous. There was not a house beneath the ruins of which we did not perceive human remains, and the street besides was strewn with them. Before many of the doorways women were walking up and down wailing their funeral chant. One of them caught me by the arm and led me inside of the walls, and there in one corner, half covered with stones und mortar, were the remains of another young girl, with her long hair flowing wildly about among the stones and dust. And the mother fairly shrieked with agony, and beat her head madly against the wall. I could only turn round and walk out sick at heart, leaving her alone with her skeleton. A few steps further on sat a woman on a doorstep, rocking herself to and fro, and uttering moans heartrending beyond anything I could have imagined. Her head was buried in her hands, while her fingers were unconsciously twisting and tearing her hair as she gazed into her lap, where lay three little skulls with the hair still clinging to them.
Januarius MacGahan was assigned as a war correspondent for the Daily News, and, thanks to his friendship with General Skobelev, the Russian commander, rode with the first units of the Russian Army as it crossed the Danube into Bulgaria. He covered all the major battles of the Russian-Turkish War, including the siege of Plevna and Shipka Pass. He reported on the final defeat of the Turkish armies, and was present at the signing of the treaty of San Stefano, which ended the war. He was in Istanbul, preparing to travel to Berlin for the conference that determined the final borders of Bulgaria, when he caught typhoid fever. He died on June 9, 1878, and was buried in the Greek cemetery, in the presence of diplomats, war correspondents, and General Skobelev. His body was five years later returned to the United States and reburied in New Lexington, and a statue was erected in his honor by a society of Bulgarian-Americans. MacGahan is still remembered in Bulgaria for his role in winning Bulgarian independence. A street in the capital, Sofia, is named for MacGahan, as is a square in the city of Plovdiv, and streets and squares in several other towns.
Bron: en.wikipedia.org
The Turkish Atrocities In Bulgaria [ The Bronx Times ]
Batak Massacre [ en.wikipedia.org ]
Heilig hen, die de schoonheid van Uw Huis liefhebben. Deze tekst spreekt vaak in mijn hart wanneer ik een prachtige orthodoxe kerk binnentreed. Zoals zes jaar geleden de kathedraal van Pskov met zijn iconostase van zeven verdiepingen hoog, 42 meter de hemel in. Gelovigen in orthodoxe landen houden van hun kerk op een wijze die voor ons nuchtere Hollanders vreemd is. Nadat ergens in Griekenland een parochiekerkje in vlammen was opgegaan, jammerde een vrouw: “Was dit maar met mijn huis gebeurd!” Tenslotte is onze natie verrezen op de kaalslag van de beeldenstorm in de zestiende eeuw. Wij zijn toch het land van Mondriaan, van ‘minder = meer’. Voor barok moet je bij onze Zuiderburen zijn. In ons land waren de kerkmuren honderden jaren zo blank en zo kaal als een oosterse meditatieruimte. Daar hoort ook een godsbeeld bij, dat geen beeld (meer) mag zijn, een ‘(mind)er = meer’ tussen hemel en aarde.
Afgelopen Zondag vierden we in de Russische parochie van de heilige Tychon in Nijmegen de Zondag van de Orthodoxie. Op deze Zondag vieren we de Triomf van de Orthodoxie in het jaar 843. Onder invloed van de islamitische expansie in de zevende en achtste eeuw waren er in het Byzantijnse Rijk felle disputen ontstaan over het vereren van iconen. Zondigde men daarin niet tegen het Tweede Gebod? Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde. De tegenstanders van iconen werden iconoclasten genoemd, de voorstanders iconodulen. De beeldenstorm in de Lage Landen in het jaar 1566 was dus geen nieuw verschijnsel. In 730 ontbrandde tussen beide groepen een strijd met als inzet de icoon. Pas na vele decennia werd door keizerin Irene in het jaar 787 het Tweede Concilie van Nicea bijeengeroepen. De vraag was : Mag men beelden vereren of niet? De uitspraak was : Geen latreia, wel dulia, geen aanbidding, maar wel verering. Toch duurde in de Oosterse Kerk de beeldenstrijd voort tot het jaar 843. Na 113 jaar (!) strijd, wonnen tenslotte de iconenschilders die meestal monnik waren. Sindsdien is de icoon de belangrijkste visuele getuigenis van het Orthodoxe (of Oosterse) Christendom.
De tentoonstelling Glans en Glorie die overmorgen in het Hermitage aan de Amstel opent, zal een bijzondere tentoonstelling zijn waarop ik mij zeer verheug. In het hart van Amsterdam zijn we in de gelegenheid om aankomend voorjaar en deze zomer kennis te maken met tien eeuwen Russisch-orthodoxe kerkelijke kunst. Aan de tentoonstelling Spiegel van de Russische Ziel in het Nijmeegse Valkhofmuseum in 2004 met vele kostbare iconen uit de School van Pskov bewaar ik goede herinneringen. De inrichting was intiem gehouden in donkere ruimten waarin de iconen als edelstenen fonkelden. De inrichting van de tentoonstelling Glans en Glorie in het Hermitage lijkt dit te gaan volgen. Kerkelijke kunst vraagt ook om een andere opstelling dan profane kunst.
Iconen staan vaak met elkaar in een specifieke context. Een iconostase laat dit duidelijk zien. De Christusicoon en de icoon van de Moeder Gods hebben een vaste plaats aan weerszijden van de Koninklijke Deuren. De icoon van Johannes de Doper en de heilige aan wie de kerk is opgedragen, komen daarnaast. De aartsengelen Gabriël en Michaël komen daar weer naast. In de Orthodoxe Traditie zie je meestal ook een Deësis boven en een Annunciatie op de Koninklijke Deuren. En zo heeft elke icoon zijn vaste plek. Niet alleen in de kerk, maar ook in het museum.
Voor orthodoxe gelovigen zijn iconen gebruiksvoorwerpen die vereerd worden met buigingen, een lichte aanraking, een kus. In het museum zijn iconen plotseling ‘kunst’ en ‘cultureel erfgoed’ en staan er bordjes bij: ‘Please, don’t touch!’ Toen ik in 1997 in Thessaloniki de tentoonstelling Treasures of Mount Athos in het Museum of Byzantyne Culture bezocht, was dat een vreemde ervaring. Vooral omdat ik eerst drie weken lang kloosters op de Berg Athos had bezocht en daar dagelijks iconen had vereerd. In het museum waren ook enkele monialen. Zij konden op deze manier participeren aan de rijkdommen van de Berg Athos, een plek waar vrouwen niet mogen komen. Maar ook zij mochten de iconen niet aanraken en kussen. In een museum heb je contact met een icoon als met een gevangene, door een onzichtbare wand van elkaar gescheiden.
De eerste keer dat ik geconfronteerd werd met het martelaarschap, was in de zomer van 1977. We bezochten nabij Lienz (de hoofdstad van Ost-Tirol) het dertiende eeuwse Schloss Bruck waar toen veel laat-Middeleeuws houtsnijwerk uit Tirol te zien was. Ik was zwaar onder de indruk van een houten beeld van het hoofd van Johannes de Doper op een schaal. Uit zijn afgesneden hals kwamen zoveel grote druppels bloed dat het op een druiventros leek. Ook al was dit beschilderd hout, er ging wél een huivering door mij heen.
Mijn tweede confrontatie was vier jaar later in 1981 toen ik met mijn broer het Meteoraklooster Roussanou in Griekenland bezocht. Op de muren en plafonds waren fresco’s geschilderd van het martelaarschap van verschillende heiligen. Het was een soort beeldencyclopedie van folteringen. Net als het houtsnijwerk uit Tirol van vier jaar daarvoor, maakten deze bijna kinderlijke voorstellingen van het gruwelijkst denkbare veel indruk op mij.

Pas veel later ben ik de betekenis van het woord ‘martelaar’ gaan begrijpen. Letterlijk betekent het woord ‘bloedgetuige’. Een martelaar getuigt met zijn bloed, met zijn leven. Maar waarvan? Het woord ‘martelaar’ is besmet geraakt door zelfmoordterroristen die menen dat zij in de hemel komen door zoveel mogelijk anderen te vermoorden en te laten lijden. Maar voor deze praktijk past het woord ‘massamoordenaar’ en ‘massafolteraar’ beter. Een martelaar getuigt van zijn geloof met het allergrootste offer. Iedere christelijke martelaar brengt het Woord in de praktijk: “Hebt uw vijand lief!” In het uiterste geval is dat de persoon die jou wil doden. Door zijn bovenmenselijke prestatie getuigt de martelaar van God, omdat hij zijn beul alleen kan liefhebben met Gods hulp.
Er zijn in de geschiedenis vele massavervolgingen van christenen geweest die ontelbare martelaren hebben voortgebracht. De vervolgingen onder de romeinse keizers Decius en Diocletiaan waren verschrikkelijk en grootschalig. Maar niet minder gruwelijk waren de vele andere vervolgingen in de geschiedenis van het christendom. Tot op de dag van vandaag sterven er mensen omwille van Christus. Een van de nieuwe martelaren is de Russische soldaat Yevgeny Rodionov die op 23 mei 1996 in Tsjetsjenië werd onthoofd. Hij is inmiddels heilig verklaard en op zijn graf gebeuren wonderen. Het korte leven van hl. Yevgeny Rodionov (1977-1996) getuigt van een diep geloof in Christus. Op 11-jarige leeftijd gedroeg hij zich al dapper door openlijk een kruisje te dragen, dat hem bij de communistische autoriteiten niet geliefd maakte. Zijn moeder waarschuwde hem voor de gevaren om zo openlijk zijn geloof te tonen, maar Yevgeny weigerde zijn kruisje te verbergen. Toen hij 19 was, werd hij gegijzeld door Tsjetsjeense rebellen. Hij werd in een kelder gevangen gehouden waar hij nauwelijks te eten kreeg en dikwijls geslagen en gemarteld werd. De rebellen probeerden Yevgeny en andere Russische krijgsgevangenen te verleiden om Christus te verloochenen en zich tot de islam bekeren. In tegenstelling tot de meeste van zijn medegevangenen, weigerde Yevgeny zijn Verlosser te verraden. Op 23 mei 1996 werd hij onthoofd door zijn beul Ruslan Khaikhoroyev. Deze liet de moeder van Yevgeny weten, dat haar zoon nog geleefd zou hebben als hij zich tot de islam bekeerd zou hebben. Maar Yevgeny wilde zijn kruis niet (laten) afnemen. Yevgeny’s moeder, die nooit eerder een voet in een kerk had gezet, heeft zich door het martelaarschap van haar zoon bekeerd. Kort na de onthoofding van zijn zoon, stierf haar man van verdriet.
Tijdens de Grote Vasten bidden wij het gebed van Ephraïm de Syriër

Schriftlezingen vandaag: Genesis 1: 1-13 en Spreuken 1:1-20
De christenen in Egypte vieren Kerstfeest net als in Rusland op 7 januari volgens de Oude Kalender. Aan het feest is een vastenperiode van 43 dagen (25 november tot 6 januari) voorafgegaan. Het Kerstfeest wordt middernacht gevierd en begint met het luiden van de kerkklokken. Sommige koptische christenen reizen naar verschillende kerken waarvan men traditioneel aanneemt dat ze zijn gelegen op de route die de Heilige Familie volgde op hun vlucht naar Egypte.

De koptische paus Shenouda III van Alexandrië, die in 1992, 1994 en vier maanden geleden een bezoek bracht aan de koptische christenen in Nederland, celebreert in de kerstnacht in de kathedraal van San Marco in Cairo. Deze plechtigheid wordt vanaf elf uur ’s avonds life uitgezonden op de Egyptische televisie. Sommige diensten, met name in de koptische kloosters, duren zelfs van ’s avonds negen tot vier uur in de nacht. De meeste kerken zijn versierd met gekleurde lampen, en engelfiguren. Tijdens deze diensten is er een speciaal brood met de naam Qurban dat onder de gelovigen gedeeld wordt. Het is versierd met een kruis in het midden, omgeven door twaalf punten die de twaalf apostelen symboliseren. Na de dienst gaan de gelovigen naar huis en verbreken dan de vasten en wordt er genoten van de zgn. Fatta, een maaltijd die meestal bestaat uit vlees en rijst. Op kerstochtend worden vrienden en buren bezocht. Kinderen krijgen El ‘aidia, een feestelijk geschenk in de vorm van een kleine geldbedrag voor snoepjes, speelgoed en ijs.
Kopten slaan kerstdienst niet over [ Nederlands Dagblad, 5 januari 2011 ]
Van 5 juni t/m 26 juni a.s. vindt de expositie plaats: Ikoonschilderen: een geestelijke weg, van voornamelijk voortekeningen voor ikonen en een aantal ikonen van Leonti Haring in het bekendste klooster van Nederland: het Benedictijnerklooster de Adelbertabdij te Egmond-binnen. Op deze tentoonstelling is ook de ikoon te zien, die in het bezit is van de Adelbertabdij, die Leonti in 2003 in opdracht heeft vervaardigd, namelijk de ikoon van de heilige Adelbert, apostel van Kennemmerland.De van huis uit beeldend kunstenaar Ben Haring (geboren in 1945 te Amsterdam) heeft zich in 1989 als Russisch orthodox christen laten dopen in de Kathedraal van de heilige Nicolaas te St. Petersburg, en heeft daar de kerknaam Leonti gekregen. Niet lang daarna is Leonti zich gaan toeleggen op de kunst van het ikonen schilderen. Jarenlang studeerde hij bij Bernard Frinking, die zelf weer een leerling was van Leonid Ouspenski, één der grootste ikonenschilders uit de 20e eeuw. Inmiddels werkt Leonti als zelfstandig ikonenschilder. Ikonen van zijn hand hangen in verschillende kloosters.
De tentoonstelling wordt morgen om 14.00 uur officieel worden geopend door hiëromonnik Serafim Standhardt.

Het oudste klooster ter wereld heeft sinds augustus 2009 een nieuwe website (in het Engels en het Arabisch). Op de site staat niet alleen veel informatie over de Koptische Kerk en het Sint Anthoniusklooster maar ook is er van alles te downloaden: foto’s, audio, het magazine Abba Anthony en binnenkort zijn er op deze site ook video’s te bekijken.
Saint John Climacus


De stralende week na Pasen werd gisteren in Nijmegen met de Paasliturgie en aansluitend het parochiefeest feestelijk afgesloten. Vandaag viert de Kerk Antipascha of Thomaszondag



Michael Bakker in Het Vermoeden
Voor de Oosters-orthodoxe gelovigen is Pasen het feest der feesten, het scharnier van het kerkelijk jaar. Dus ook voor dr. Michael Bakker (43), diaken in de Russisch-orthodoxe kerk Heilige Nikolaas van Myra in Amsterdam. (Bron: ikonrtv.nl )


Father Alexander Schmemann on Holy Saturday [ schmemann.org ]

Journey to Pascha
A Daily Guide Through Holy WeekThe services of Holy Week transform us into eyewitnesses and direct participants in the awesome events of the Passion and Resurrection of Jesus Christ…
(Deze brochure is te downloaden op lent.goarch.org als PDF in twee formaten: 8.5x11 inch en 11x17 inch Format, beiden 13 MB groot)
‘Niet doorvertellen hoor…’ zegt de kleine prinses Marianne (het kleine zusje van Guillot, de latere koning Willem II) wanneer ze Anna Paulovna voor het eerst ontmoet, de zuster van tsaar Alexander II met wie haar grote broer in 1816 trouwt, ‘…maar de kroon van mijn vader is eigenlijk van hout hoor!’ De tolk die Anna en Guillot dag en nacht begeleidt, vertaalt het maar niet…

Waar de waarheid wordt gesproken over de hoofdbedekking van koning Willem I, zo onjuist is De Troon over de hoofdbedekking van de Russische geestelijkheid. Regisseur Erik de Bruyn zal misschien gedacht hebben dat met het gedragen orthodoxe gezang, de wierookvaten en het visueel rijke kerkinterieur bij de meeste kijkers het beeld van de Russische Kerk wel compleet zal zijn. Maar God zit in de details. Tijdens de huwelijkskroning in De Troon zien we twee Russische geestelijken met bisschopsmijters op. Ook is er in het interieur van de kerk geen iconostase te bekennen. Voor de art director en de regisseur misschien onbelangrijke details. Of gewoon gebrek aan geld? Het budget voor De Troon bedroeg namelijk maar twee miljoen Euro.

Erik de Bruyn had wat mij betreft beter een voorbeeld kunnen nemen aan Michael Cimino. De regisseur van The Deer Hunter laat tijdens de plechtige huwelijkskroning in de Saint Sergius de Russische kathedraal van Cleveland de priester figureren zónder hoofdbedekking. Ook al heeft deze baardloze priester iets katholieks over zich, de iconostase maakt in ieder geval duidelijk dat je hier in een orthodoxe kerk bent.
Lent is the liberation of our enslavement to sin, from the prison of “this world". And the Gospel lesson of this last Sunday (Matt. 6:14-21) sets the conditions for that liberation. The first one is fasting - the refusal to accept the desires and urges of our fallen nature as normal, the effort to free ourselves from the dictatorship of flesh and matter over the spirit. To be effective, however, our fast must not be hypocritical, a “showing off". We must “appear not unto men to fast but to our Father who is in secret.”Father Alexander Schmemann

Terwijl onze koningin in haar kersttoepraak spreekt over ‘het nieuwe licht, de hoop in donkere dagen en het kerstkind’, zijn we intussen cynisch of op zijn minst sceptisch geworden in onze bezinning op de toestand in de wereld. Maar ‘vrede op aarde’ lijkt een even kunstmatige als onverwoestbare kerstgedachte. De VPRO gids probeert deze collectieve ‘kerstreflex’ te doorbreken en plaatst een zilveren duif op de cover met een gevleugelde zilveren tekst. ‘Oorlog op aarde’ Laten we de zoete dromen over kerstvrede dit jaar even opschorten. Vader Johannes Krestjankin wil ons ook wakker schudden. In zijn adviezen voor het geestelijk leven spreekt hij ons duidelijk toe: “Er bestaat helemaal geen vrede! Er is nooit vrede.” Maar toch zegt hij niet hetzelfde als Heraclitus die oorlog ‘de vader van alle dingen’ noemde. Integendeel, de starets (die in 2006 overleden is) wijst ons juist naar de Vader en Zijn Zoon in Wie wij de uiteindelijke vrede van het hart kunnen vinden. In de wereld blijft de vrede zo ver te zoeken dat het zalvende ‘vrede op aarde’ haast een perversiteit geworden is.
Starets Johannes Krestjankin
(…) de spirituele ontreddering in West-Europa is inmiddels vele malen ernstiger dan die in Rusland en wij ontberen node geestelijk leiders als vader Johannes om ons zo nu en dan geestelijk door elkaar te schudden en ons leven en een ander perspectief te plaatsen dan dat van het ons omringende Westerse christendom, waarin een ’softe’ opvatting van de christelijke liefde en streven naar wereldse genoegzaamheid, een leven in vrede en rust, het vluchten voor ziekte en ongemak en het moeiteloos accepteren van de zonde de boventoon voeren. Wat voor een verfrissende ervaring is het niet om vader Johannes ons als het ware vanaf het papier toe te horen roepen: “Er bestaat helemaal geen vrede! Er is nooit vrede. De Heer heeft de wereld geen vrede gebracht, maar het zwaard. Dit zwaard des Heren klieft tot op het bot; alleen in geloof, alleen met God en in God vinden wij rust en vertroosting en kunnen wij gebeurtenissen interpreteren.”
agionorostamps.gr | monnikenrepubliek Athos op Griekse regiozegels
Vandaag vieren we in de Russische Kerk in Nijmegen het feest van de Apostel Andreas, de eerstgeroepene en patroon van Rusland.

Troparion - Tone 4
Andrew, first-called of the Apostles
and brother of the foremost disciple,
entreat the Master of all
to grant peace to the world
and to our souls great mercy.
On his journeys the First-Called Apostle endured many sufferings and torments from pagans: they cast him out of their cities and they beat him. In Sinope they pelted him with stones, but remaining unharmed, the persistant disciple of Christ continued to preach to people about the Savior. Through the prayers of the Apostle, the Lord worked miracles. By the labors of the holy Apostle Andrew, Christian Churches were established, for which he provided bishops and clergy. The final city to which the Apostle came was the city of Patras, where he was destined to suffer martyrdom.
Zondagavond zond de VPRO de eerste aflevering uit van ‘Beagle, in het kielzog van Darwin’, een ambitieus project dat een lieve 12 miljoen Euro gekost heeft en waaraan ook Teleac en Canvas hun steentje hebben bijgedragen. Maar hoofdsponsor Randstad zal daarbij ook een grote duit in de zak hebben gedaan. Het Beagleproject gaat 35 weken duren en zal de Clipper Stad Amsterdam gaan volgen op zijn reis om de wereld. Het hoogtepunt zal rond kerstmis vallen, wanneer de bemanning in de voetsporen van Charles Darwin de Galapagos eilanden zal betreden. Achterachterkleindochter Sarah Darwin is van plan om evenals als haar beroemde betovergrootvader de hele reis om de wereld aan boord te blijven. Maar de meeste gasten zullen tijdelijk meevaren zoals Redmond O ‘Hanlon die we in Plymouth aan boord zagen gaan samen met ex-bioloog Ronald Plasterk.
De VPRO heeft net als met het project In Europa weer een prachtige website gelanceerd, zodat het Beagleproject een echte cross-media productie is geworden. In de modus ‘kaart’ (zie afbeelding boven), kun je op de website in realtime de wereldreis van de ‘Beagle’ volgen op een fraaie natuurkundige wereldkaart, hetgeen heel wat exclusiever overkomt dan de uitgekauwde kaart van google maps, waar de site van In Europa gebruik van maakt.

weblogs.vpro.nl/beagle | thebeagleproject.blogspot.com | darwin200.org







Een aantal keren had ik The Deer Hunter al gedeeltelijk gezien, maar gisterenavond was het toch echt de eerste keer dat ik deze klassieker in zijn geheel zag. En deze film verdient dat natuurlijk ook. Het verhaal is opgebouwd als een drieluik: het leven van een groepje Russisch-Amerikaanse vrienden vóór, tijdens en na de oorlog in Vietnam. Wanneer je wacht op de Vietnamscenes in het tweede deel van de film, komt het eerste deel moeizaam op gang . Maar juist in dit deel is veel symboliek verwerkt en dat doet The Deer Hunter het genre van de Vietnamfilm ontstijgen. Net als Apocalypse Now heeft The Deer Hunter een boeiende gelaagdheid. Behalve een tijdgebonden verhaal waarin de oorlog in Vietnam centraal staat, is er ook een verhaal dat niet aan tijd gebonden is. Het hoofdthema van The Deer Hunter is officieel ‘vriendschap in oorlogstijd’, maar daarnaast (of daaronder?) zag ik nog een ander thema, dat misschien niet direct opvalt, hoewel het duidelijk aan de oppervlakte ligt. Het is eigenlijk hetzelfde als met Schuld en Boete of de Geboeders Karamazov van Dostovjewsky. Die boeken kun je als misdaadromans of existentialistische romans lezen. Maar toen ik, eenmaal orthodox geworden, deze boeken las, merkte ik dat hét onderwerp de Russische Orthodoxie is. Gisterenavond viel mij bij het kijken naar The Deerhunter hetzelfde op.
Noem de titel van deze film en bijna iedereen zal over het Russische roulette beginnen. De Russische Kerk zal daarentegen door vrijwel niemand genoemd worden en toch speelt deze een sleutelrol. De wijk waar de Russisch-Amerikaanse vrienden wonen, wordt gedomineerd door de koepeltjes van de plaatselijke Russisch-orthodoxe kerk. In werkelijkheid is dit de St Theodosius Russian Orthodox Cathedral aan de Starkweather Avenue in Cleveland. Het inwendige van deze kerk is aan het begin van de film prominent aanwezig tijdens de bruiloft en keert ook helemaal aan het eind weer terug tijdens de begrafenis.
The Deer Hunter is beslist geen Hollywoodfilm. Daarvoor gaat hij veel te traag en bovendien is er een gelaagdheid die je wél kunt tegenkomen in een Italiaanse of Russische film, maar niet in een Hollywoodfilm. De lengte en poëzie van veel shots roepen het werk van Tarkovsky en Poedovkin in de herinnering. Alles lijkt een diepere betekenis te krijgen: het groepje Russische Amerikanen, de hoogovens, de hertenjacht, de bruiloft. Aan het begin van de film maken we eerst kennis met de leef- en werkomgeving en dan pas met de hoofdpersonen. De eerste beelden openen met een naargeestig en vervallen Amerikaans industriestadje in Pensylvania en de zware arbeid in de hoogovens. In de vuurovens kun je een stille verwijzing zien naar de hel (van napalm in Vietnam). Naast de industriële verpaupering van hun woonoord is de verroeste witte Cadillac waar het vriendenclubje zich mee verplaatst ook al een symbool van de achterkant van de American Dream die met de oorlog in Vietnam in duigen viel. Om in die diepere lagen te kunnen doordringen, blijft de camera lang en aandachtig de oppervlakte volgen, zodat wij door die oppervlakte heen kunnen gaan kijken. Waarom moet het shot met een verroeste Cadillac op de voorgrond anders zo lang duren? Toegegeven, als je van actie houdt is al dat trage aftasten van en afstemmen op slaapverwekkend.
In The Deer Hunter is er opvallend veel aandacht voor de huwelijkskroning in de Russische Kerk. Volgens sommige critici is de bruiloftsscene veel te langdradig, maar binnen de film heeft deze scene juist een heel duidelijke en belangrijke plek. De camera staat frontaal voor de iconostase opgesteld en we zien de priester in het altaar staan. Daarna draait hij zich om en komt hij naar voren gelopen waar hij het bruidspaar zegent. Vervolgens loopt dat samen met de priester driemaal een cirkel voor het altaar. Dit alles wordt zonder inkortingen gefilmd. Ondertussen klinkt het koor en is het alsof de hemel openbreekt. Later hoor je het koor weer als de vrienden hoog in de bergen op hertenjacht zijn. Ze zijn daardoor in hoger sferen en lijken daardoor los te komen van de aarde, vlak voordat ze naar de hel van Vietnam vertrekken. Je zou in het drieluik daarom ook de structuur van de Divina Comedia kunnen zien, maar dan wél in een andere volgorde: hemel, hel en louteringsberg.

The Deer Hunter heeft ontegenzeggelijk een Russische kleur: het Russische roulette en de Russische Kerk staan tegelijkertijd voor de keuze tussen leven en dood. Bij het Russische roulette lijkt er overigens helemaal geen keuze. In het weekend woordat ze naar Vietnam gaan, spreken ze over hun angst om te sterven. Het verschil is één kogel, merkt een van hen zakelijk op. In het Russische roulette is het verschil ook één kogel. Maar als je meerdere malen gedwongen wordt deze marteling te ondergaan, ga je juist verlangen naar die verlossende kogel. Tenslotte is de begrafenis in de Russische Kerk helemaal aan het einde van de film toch troostrijk. Al weten de achtergebleven vrienden niets meer te zeggen… totdat één van hen de Amerikaanse hymne over de lippen krijgt en het verhaal besloten wordt met “God Bless America /Land that I love / Stand beside her /And guide her /Through the night / With the light from above / From the mountains / To the prairies / To the ocean / White with foam / God bless America / My home sweet home / God bless America / My home sweet home.” Ondanks de Russische inkleuring blijft The Deer Hunter een Amerikaanse film.
discussie op Byzantijns forum over de trouwscene uit The Deer Hunter
Aan het einde van de negentiende en het begin van de vorige eeuw maakte de Franse schrijver Pierre Loti lange reizen naar het Oosten: Sinaï en Palestina (1895), Brits-Indië (1902), China (1903) en Perzië (1904). Van zijn eerste reis deed hij verslag in drie delen Le Désert, Jérusalem en La Galilée. Deze zijn in het Duits vertaald en Michaela gaf mij op mijn verjaardag de eerste twee delen (Die Wüste en Jerusalem). Vooral het eerste deeltje dat loopt van 22 februari tot 25 maart 1895 is voor mij interessant, omdat Loti daarin vertelt over zijn reis door de Sinaï en zijn verblijf in het heilige Catherinaklooster aan de voet van de berg waaraan het schiereiland haar naam te danken heeft. De Arabieren noemen deze berg eenvoudig de djebel moesa (’de Berg van Mozes’). Ik maakte als pelgrim in oktober 2007 met een groep orthodoxe christenen een reis naar deze heilige plaats. Het was heerlijk nazomerweer en dat betekent in de Sinaï nog altijd temperaturen van dertig graden of zelfs nog hoger. Piere Loti reisde van 22 februari tot 3 mei 1895 door de Sinaï en het Heilig Land.

Op de Sinaï lag sneeuw en in het klooster was het toen bitter koud. Maar de woestijn en de berg moeten er in 1895 net zo hebben bijgelegen als in 2007 of als in de dertiende eeuw voor Christus toen Mozes van God op deze afgelegen maar heilige plaats de Wet ontving. Als een scherp waarnemer schildert Loti met woorden zijn woestijnervaring, bijvoorbeeld het vallen van de avond in woestijn zoals hieronder:

Loti die zijn reis als ‘een pelgrimage van een zoekende’ beschouwt, is meer geïnteresseerd in zijn zieleroerselen dan in religie. Hoewel in zijn aanbevelingsbrief in het Arabisch staat dat hij de islam vereert, noemt hij zichzelf ‘een ongelovige’. De brief die door een zekere Omar is geschreven om vijandige bedoeïnenstammen gunstig te stemmen is dan ook geen geloofsbrief maar een diplomatenbrief. Op zondag 25 maart, na zijn reis door het schiereiland komt Loti in Gaza aan. Het is dan Pasen 1895. Was hij maar een paar dagen vroeger geweest, dan had hij in de Heilige Grafkerk in Jeruzalem misschien getuige kunnen zijn van het wonder van het paasvuur. Maar de ‘ongelovige pelgrim’ vindt daarna, tijdens zijn reis door het Heilige Land juist alleen maar meer twijfel in zijn ziel. Loti is eigenlijk al een typische twintigste eeuwer; een zoeker met een onvermogen om te vinden en daardoor met zijn eigen wanhoop geconfronteerd raakt. Evenals Nietzsche spreekt hij als een profeet van het nihilisme over de toekomst:
Pierre Loti, 1895
Zijn reisdagboek besluit hij met de profetische woorden:
Pierre Loti (pseudonym of Julien Viaud), born January 14, 1850 in Rochefort, Charente-Maritime and died June 10, 1923 in Hendaye, was a French novelist and naval officer. Loti’s education began in Rochefort. At the age of seventeen he entered the naval school in Brest and studied on Le Borda. He gradually rose in his profession, attaining the rank of captain in 1906. In January 1910 he went on the reserve list.
Bron: [ en.wikipedia.org ]
Vorig weekend schreef Willem jan Otten in Letter & Geest (Trouw) ter gelegenheid van (Westers) Pinksteren over de drie woorden van het Christendom : ‘Christus is verrezen’. Hij besprak o.a. het boek van de Franse filosoof en romancier Alain Badiou, Paulus -De fundering van het universalisme. Dit boekje is in een Nederlandse vertaling bij Ten Have in de Agora-reeks verschenen.
Paulus -De fundering van het universalisme
Badious interesse in het universalisme is (…) geen religieuze. In de eerste plaats vindt hij in dit universalisme een alternatief voor het ‘differentie-denken’ dat decennialang bij Franse wijsgerige tijdgenoten zoals Deleuze en Derrida de boventoon heeft gevoerd. Dit denken benadrukt het belang van particularisme en differentie. Voor Badiou daarentegen zijn verschillen en particulariteiten het allergewoonste wat er is, zoals hij in het boekje De ethiek provocerend opmerkt. Alleen dat wat deze verschillen overstijgt en doorkruist en zo iedereen gelijkelijk aangaat vormt een uitzondering op dit doodgewone en verdient daarom met recht de kwalificatie ‘événement’.
Bron: bespreking Alain Badiou [ 8weekly.nl ]
Willem Jan Otten over Badiou
Badiou noemt Paulus bij herhaling, en met diepe sympathie, ’de geniale anti-filosoof’. Hij rekent af met iedereen die in Paulus een religieuze dwingeland of een alle vooruitgang blokkerende godsdienstfanaat ziet, speciaal met Nietzsche. Het boek heeft een postmodernistische agenda. Badiou wil iets zeggen over ’waarheid’. Die kan volgens hem nooit een kwestie van weten en kennis zijn, ook niet van herinneren, maar van al verkondigend trouw blijven aan een beseffende gebeurtenis, een ’evenement’.Vijftig dagen geleden op Vergevingszondag begon ik de weg naar Pasen (ook in deze blog) dagelijks te volgen. Na zeven weken Grote Vasten, viert de Orthodoxe Kerk vandaag het heilig Pascha, het Feest der feesten en hoogtepunt van het kerkelijk jaar.

Paastropaar
Michaela, monnik Patrick en ik vierden vannacht met vrienden en parochianen van de Russische parochie in Deventer het Pascha. We kwamen pas om half zeven ’s morgens thuis en sliepen toch nog acht uur. Daarna maakten we ons op om de paasvespers te vieren in de Russische parochie in Nijmegen. Naast de paasvreugde maakte een mild zonnetje de paasmaaltijd buiten compleet.



The Great and Holy Feast of Pascha | The Resurrection of Our Lord
Stille Zaterdag [ocafs.oca.org] | Stille Zaterdag [lent.goarch.org]
Isaiah 53:12



Journey to Pascha
A Daily Guide Through Holy WeekThe services of Holy Week transform us into eyewitnesses and direct participants in the awesome events of the Passion and Resurrection of Jesus Christ…
(Deze brochure is te downloaden op lent.goarch.org als PDF in twee formaten: 8.5x11 inch en 11x17 inch Format, beiden 13 MB groot)


Jesaja 66:10
Andere lezingen vandaag: Genesis 49:33-50:26 en Spreuken 31:8-31
Genesis 46:3
Andere lezingen vandaag: Spreuken 23:15-24-5 en Jesaja 65:8-16
Spreuken 22:4
Andere lezingen vandaag: Genesis 43:26-31, 45:1-16 en Jesaja 58:1-11
Genesis 31:3
Andere lezingen vandaag: Spreuken 21:3-21 en Jesaja 49:6-10
Spreuken: 19:20
Andere lezingen vandaag: Genesis 27:1-41 en Jesaja 48:17-49:4
Marcus 10:34
Apostellezing vandaag: Hebreeën 9:11-14
Hebreeën 9:5
Evangelielezing vandaag: Lukas 1:39-49, 56
Genesis 22:2
Andere lezingen vandaag: Spreuken 17:17-18:5 en Jesaja 45:11-17
Genesis 18:32
Andere lezingen vandaag: Spreuken 16:17-17:17 en Jesaja 42:5-16
Genesis 17:2
Andere lezingen vandaag: Spreuken 15:20 - 16:9 en Jesaja 41:4-14
Genesis 15:5
Andere lezingen vandaag: Spreuken 15:7-19 en Jesaja 40:18-31
Genesis 12:16
Andere lezingen vandaag: Spreuken 14:27-15:4 en Jesaja 37:33-38:6
Hebreeën 6:14
Evangelielezing van vandaag: Marcus 9:17-31
Hebreeën 6:10
Evangelielezing van vandaag: Marcus 7:31-37
Spreuken 14:16
andere lezingen vandaag: Genesis 12:1-7 en Jesaja 29:13-23
Spreuken 14:2
andere lezingen vandaag: Genesis 10:32-11:9 en Jesaja 28:14-22
Lukas 1:28
andere lezingen vandaag: Lukas 1:39-49, 56 en Hebreeën 2:11-18
Spreuken 12:15
andere lezingen vandaag: Genesis 9:8-17 en Jesaja 25:1-9
Spreuken 12:1
andere lezingen vandaag: Genesis 8:21-9:7 en Jesaja 14:24-32
Marcus 8:34
Apostellezing van vandaag : Hebreeën 4:14-16; 5:1-6
Hebreeën 10
Evangelielezing van vandaag : Marcus 2:14-17
Spreuken 11:2
andere lezingen vandaag: Genesis 8:4-21 en Jesaja 13:2-13
Spreuken 10:22
andere lezingen vandaag: Genesis 7:11-8:3 en Jesaja 11:10-12:2
Spreuken 9:12
andere lezingen vandaag: Genesis 7:6-9 en Jesaja 10:12-20
Spreuken 8:35
andere lezingen vandaag: Genesis 7:1-5 en Jesaja 9:9-10:4
Een klein avondje Rusland bij de VPRO. Eerst de laatste aflevering van Jelle Brandt Corstius‘ Van Moskou tot Magadan en daarna de op één na laatste aflevering van Geert Mak’s In Europa over de val van de Sovjet Unie in 1991 en hoe het achttien jaar later met Rusland gesteld is. Dat leverde mooie televisie op. Jelle Brandt Corstius ontmoette verschillende Russen op weg van Vladikazkav naar Moskou en vroeg hen naar het wezen van de Russische ziel. In Europa ging op zoek in Sint Petersburg en ontmoette daar Misja Borzykin een popmuzikant die in de jaren tachtig al felle kritiek leverde op het systeem en daar onverminderd mee doorgaat, maar zijn toon is nu ironisch geworden: ‘life is pretty in Gazprom City‘.

De herhaling van In Europa is te zien aanstaande zaterdagmiddag 21 maart om 13.40 en de herhaling van Van Moskou tot Magadan op 4 april om 15.00. Maar daarna zijn beide uitzendingen hier en hier permanent te zien.
Spreuken 8:11
Andere lezingen vandaag: Genesis 6:9-22 en Jesaja 8:13-9:7
Brief aan de Hebreeën 1:10
Evangelielezing vandaag: Marcus 2:1-12
Brief aan de Hebreeën 3:15
Evangelielezing vandaag: Marcus 1:35-44
Spreuken 6:23
Andere lezingen vandaag: Genesis 5:32 - 6:8 en Jesaja 7:1-14
Spreuken 6:6
Andere lezingen vandaag: Genesis 5:1-24 en Jesaja 6:1-12
Spreuken 5:15
Andere lezingen vandaag: Genesis 4:16-26 en Jesaja 5:16-25
Spreuken 5:1-2
Andere lezingen vandaag: Genesis 4:8-15 en Jesaja 5:7-16
Brief aan de Hebreeën 12:6
Evangelielezing vandaag: Mattheus 20:1-16
Brief aan de Hebreeën 11:36-37
Evangelielezing vandaag: Johannes 1:43-51
Timotheüs 2: 8
Evangelielezing vandaag: Marcus 2:23-28; 3:1-5
Spreuken 3 : 34
Andere lezingen vandaag: Genesis 2:20-3:20 en Jesaja 3:1-14
Spreuken 3 : 3
Andere lezingen vandaag: Genesis 2:4-19 en Jesaja 2:11-21
Spreuken 2:11
Andere lezingen vandaag: Jesaja 2:3-11 en Genesis 1:24-2:3
Spreuken 1:33
Andere lezingen vandaag Jesaja 1:19-2:3 en Genesis 1:14-23
Spreuken 1: 7
tijdens de Grote Vasten bidden wij
het gebed van Ephraïm de Syriër
Heer en Meester van mijn leven,
bevrijd mij van de geest van ledigheid,
moedeloosheid, heerszucht en ijdel gepraat
(grote buiging)
maar geef mij, Meester van mijn leven
de geest van nederigheid, deemoed, geduld en liefde
(grote buiging)
Ja Heer, laat mij geen oordeel vellen over mijn broeder en zuster
maar leer mij slechts mijn eigen fouten zien
want Gij zijt gezegend in de eeuwen der eeuwen.
Amen
Heer, reinig mij van mijn zonden
(12x en telkens kleine buiging)
(tenslotte nog 1x het hele gebed afgesloten met een grote buiging)
Andere lezingen vandaag Genesis 1: 1-13 en Jesaja 1:1-20

blog van Christiaan Biesbroeck met veel informatie over de Orthodoxie
Enkele jaren geleden heb ik in het bos eens een paar wandelaars aangesproken met een EO-achtig ‘mag ik es met je praten?’ Misschien dat het te maken had met de openbare maar intieme omgeving van het bos, want het ‘aangeschoten wild’ reageerde veel openhartiger dan ik verwacht had. Mijn vraag was ‘gelooft u in de evolutieleer?’ Het was in de omgeving van mijn geboorteplaats die bekend staat om zijn vele uiteenlopende protestantse kerkgenootschappen, van PKN tot Gereformeerde Gemeente in Nederland. Dus het verbaasde mij niet dat die wandelaars verklaarden in het scheppingsverhaal te geloven. Wat mij wél verbaasde is dat sommigen daarbij óók in de evolutie geloofden. “Waarom niet én-én?…” reageerde een opgewekte man met een open blik. Nu Darwin vandaag zijn 200e verjaardag viert, lijkt het mij een prima gelegenheid om nog eens na te gaan waarom deze ‘en-en’ optie voor mij nog steeds een onmogelijkheid is. Vandaag valt de brochure Evolutie of schepping. Wat geloof jij? bij mij en u door de bus en staat een deel van Nederland misschien heel even stil bij de vraag, wat geloof ik eigenlijk? Voor de meesten zal de vraag allang beantwoord zijn, maar heel veel mensen, met name christenen, worstelen er nog steeds mee.
Toen ik vlak voor mijn dertigste tot geloof kwam , heb ik zeer bewust afstand genomen van de evolutieleer. Het kinderlijk geloof in de Schepping, Adam en Eva, de zondeval, de menswording van de Schepper, de Opstanding en het Paradijs dat ik tijdens de pubertijd verloren had, kon ik met (en in) hart en ziel weer omhelzen. Of preciezer gezegd was ik degene die omhelsd werd. Als veertienjarige had ik er plezier in gehad mijn moeder te jennen met de uitspraak dat de mens een zoogdier is. Dat leerde ik immers op school en zo was het. Mijn moeder was met haar geloof volgens mij blijven steken in een mythe die nu voorgoed ontmaskerd was. Als de mens van de aap en dus ook van de worm afstamde, bleek de complete Bijbel gebaseerd te zijn op religieuze mythologie. De mens was dier onder de dieren en had zichzelf een god geschapen. Het christelijk geloof was een gepasseerd station, een fase in de evolutie van het bewustzijn die ik voorbij gegaan was. Zo bleef het tot mijn dertigste.

In mijn bekering, vond ik in één keer het kinderlijk geloof terug en daarna heb ik er niet meer aan getwijfeld: God heeft de mens naar Zijn beeld en gelijkenis geschapen en dat betekent dat de mens en de aap geen gemeenschappelijke voorouder kunnen hebben. Dat ik dat met mijn verstand wél had aangenomen, is eigenlijk niet zo vreemd. Alles wat wij ondervragen, wordt blootgesteld aan het heldere maar meedogenloze licht van de wetenschap. Deze heeft aannemelijk gemaakt dat er een directe lijn loopt van de mensaap naar de mens. Voor de meesten van ons is het een wetenschappelijk dus onomstotelijk feit dat het scheppingsverhaal een religieuze mythe of een poëtisch verhaal is terwijl de evolutietheorie de waarheid openbaart. De wetenschap heeft dus de plaats van het geloof ingenomen.
Fossielen, aardlagen en C14-datering leveren voor de Rede voldoende materiaal, om te bewijzen dat de evolutietheorie waar is. Wie dan nog het scheppingsverhaal letterlijk neemt, maakt zich in de ogen van de redelijke mens belachelijk. Hoe kun je nog geloven dat de wereld zesduizend jaar oud is wanneer de wetenschap bewijst dat de wereld 4,57 miljard jaar oud is? En is het niet helemaal bespottelijk om te geloven dat alles in zes dagen geschapen is, terwijl je op wikipedia kunt lezen dat het heelal volgens de laatste theorie 13,7 miljard jaar oud moet zijn. Voor de Rede is het scheppingsverhaal een onmogelijkheid en wordt daarom naar het rijk der fabelen verwezen.
Zo’n tweehonderdvijftig jaar geleden heerste er in Europa een bruisend vooruitgangsoptimisme. Toen 17 jaar na de dood van Edmond Halley in 1758 de komeet aan de hemel verscheen die hij precies op dat tijdstip voorspeld had, was men ervan overtuigd: met de wetenschappelijke methode zou de mens uiteindelijk het volledige leven kunnen beheersen. Tijdens de ‘Verlichting’ heeft de Rede zich boven alle dingen weten te verheffen. In het deïsme werd zelfs God een object van ons denken en daarmee was de allerhoogste plaats definitief door de Rede ingenomen. De Rede was het Alziend Oog van God geworden. Tegenwoordig vertellen we elkaar met grote stelligheid dat de de aarde 4,57 miljard jaar oud is en dat het heelal ontstaan is met de big bang. Het is een objectieve waarheid geworden.
Toch is de Rede een beperkt instrument. Wanneer we ons daarvan bewust blijven, kan de Rede nederig blijven op de plaats die door God Zelf gesteld is in plaats van omgekeerd. De foto die in 1968 vanuit de ruimte van de aarde werd genomen tijdens de Apollo 8 missie is sindsdien in ons collectieve bewustzijn opgeslagen en we weten het nu dus zeker: dat we op een bol leven, die drijft in een pikzwarte oneindige ruimte. Wanneer we met telescopen in de uithoeken van het universum turen, wordt de afgrond van het mysterie alleen nog dieper. We bevinden ons in het midden van een groot raadsel, in een zee van onwetendheid. Ook in de tijd. Altijd en overal zijn we in het hier en nu met het verleden als de onpeilbare diepte van het heden. Onpeilbaarheid als kenmerk van het mysterie van tijd en ruimte. Door deze existentiële huiver krijgt de Rede een bescheiden plaats toegewezen. De eerste oorzaak zal voor het verstand altijd verborgen blijven, alleen in de geestelijke ervaring zal het Mysterie Zich ten volle openbaren.
Iedereen die aan genealogisch onderzoek doet, weet dat je op een gegeven moment de draad definitief kwijtraakt en voor de meeste families begint de mist der tijden al vlak vóór 1811 (het jaar dat in Nederland de burgerlijke stand wordt ingevoerd). Dan wordt het al heel lastig om in de lichtbundel van het onderzoek nog namen te vinden in de pikzwarte duisternis van het verleden. ‘Nog maar tweehonderd jaar geleden’ denk je dan, maar eigenlijk kun je je er geen voorstelling van maken hoe lang geleden dat is. Zelfs een eeuw kun je je niet voorstellen. Honderd jaar is voor een mens in feite even onvoorstelbaar als zesduizend jaar of 4,57 miljard jaar. Alleen met ons verstand kunnen we weten dat een eeuw vijf maal zo lang duurt als twintig jaar en door te vergelijken kunnen we een begrip van tijd vormen. Maar we weten ook dat het in onze beleving anders is. De eerste vier jaar van ons leven duren bijvoorbeeld een eeuwigheid, in vergelijking met wat er na komt. Met getallen kun je misschien prima vergelijken, maar je kunt er nooit ervaring mee uitdrukken.
Daarin ligt voor mij het verschil tussen het scheppingsverhaal en de wetenschappelijke hypothese van de evolutietheorie. Het scheppingsverhaal gaat over de diepste ervaring, over onze relatie met God Die ons in het leven geroepen heeft. De evolutietheorie probeert met meten en wegen te verklaren hoe het leven op aarde ontstaan zou zijn in de loop der honderden miljoenen jaren. Dat laatste sprak mij in mijn pubertijd enorm aan. Dat was nog eens wereldverklaring, niet te voorzichtig maar in honderden miljoenen jaren tegelijk!
In mijn beleving maakt de evolutietheorie geen indruk op mij. Het raakt mij wel, misschien zoals het mijn moeder raakte, toen ik haar pesterig vertelde dat alle mensen zoogdieren zijn. Ook kan ik meevoelen met de reacties van Darwin’s gelovige tijdgenoten. Darwin en vooral zijn ‘bull dog’ Huxley verkondigden dat de mens en de aap een gemeenschappelijke voorouder hebben. Dat was en is nog steeds onverenigbaar met het scheppingsverhaal. Ook al zei de wandelaar in het bos met de open blik “waarom niet én-én?…” Maar het is het één of het ander.
creatio ex nihilio
Als God ons werkelijk geschapen heeft langs de evolutionaire weg, had God eerst duizenden generaties apen moeten laten sterven en na nog eens duizenden generaties mensachtige apen was Hij dan eindelijk aan de mens toegekomen. Dat betekent o.a. twee dingen: A. dat God schept volgens een principe dat voor ons verstand begrijpelijk is, namelijk de natuurlijke selectie en B. dat God de dood nodig heeft om te kunnen scheppen. De vereniging van de evolutietheorie met God als Ongeschapen Schepper is even monstrueus als onmogelijk. De mens kan nooit van de aap afstammen en moet altijd geschapen zijn op een manier die voor ons verstand onbegrijpelijk, ja belachelijk is. De Rede zegt dat de wereld nooit in zes dagen geschapen kan zijn. Maar God schept, in tegenstelling met de mens, uit het niets en heeft niet de geleidelijke weg nodig die wij met ons verstand kunnen volgen.

Het scheppingsverhaal legt het allemaal zo mooi aan ons uit. God schept de mens naar Zijn beeld en gelijkenis en plaatst hem in het Paradijs. Hij schept de mens voor het Eeuwige Leven met Hem in het Paradijs. Dat is geen concept, dat is de Liefde Zelf. Wij zijn bedoeld om gelukkig te zijn als een spelend kind in de tuin dat geen tijd kent en daardoor alle tijd heeft: het Eeuwige Leven. De dood heeft daar helemaal geen plaats in, omdat de dood helemaal niets met God, Die het Leven is, te maken heeft. God schept de mens uit het niets en plaatst hem in het Paradijs. Wanneer de eerste twee mensen door de eerste zonde vallen, worden zij uit het Paradijs verdreven en komt de dood en daarmee ook het lijden in de wereld. Daarom kan de evolutie, die gebaseerd is op de keten van geboorte en dood, nooit onderdeel van God’s Schepping zijn.
De evolutie opgevat als eindeloos proces van aanpassing van soorten, lijkt op het troosteloze Rad van Wedergeboorte van de boeddhisten. Die gedachte is zo deprimerend dat elke boeddhist daaruit verlost wil worden. Zelfmoord is voor de boeddhist geen optie omdat je dan negatief karma zou verzamelen waardoor je in een lagere levensvorm opnieuw geboren zou worden. Schopenhauer introduceert deze opvatting in de Westerse filosofie. De ‘blinde wereldwil’ die deze pessimistische filosoof onder de oppervlakte van al het leven meent te zien, is net als de Ewige Wiederkehr bij Nietzsche verwant aan het evolutieconcept. Het vooruitgangsoptimisme is dan definitief gekraakt. In onze tijd is het meedogenloze materialisme van Richard Dawkins die beweert dat het leven in zijn diepste wezen een doelloze brei DNA is, waarschijnlijk de meest radicale interpretatie van Darwin’s leer, de materialistische pendant van Schopenhauer’s pikzwarte metafysica over ‘de blinde wereldwil’. Kortom, de evolutieleer bevredigt mijn verstand misschien wel met een netjes wetenschappelijk antwoord, maar mijn hart krimpt ervan ineen.
De brochure Evolutie of schepping. Wat geloof jij? verschijnt in het kader van het Darwin-jaar. Op 12 februari 2009 is het 200 jaar geleden van Charles Darwin, door velen gezien als de grondlegger van de evolutietheorie, werd geboren. Op 24 november 2009 is het bovendien 150 jaar geleden dat Darwins belangrijkste werk, ‘Over het ontstaan van soorten’, verscheen. Coördinator van de huis aan huisactie in Nederland is Kees van Helden uit Urk. Aan de actie nemen ruim 30 organisaties en individuele personen deel. ( … ) Onder de organisaties die de actie steunen zijn de Vereniging Bijbel en Onderwijs, Stichting Ark van Noach, Stichting Hulp Vervolgde Christenen en Schreeuw om Leven.
( Bron: manna-vandaag.nl )
In de Orthodoxe Kerk wordt soms gesproken over het heilige Rusland en in zekere zin bestaat dat ook. Kijk maar eens naar het leven van de (laatste) staretsen van Optina, de hl. Serafim van Sarov, de hl. Johannes van Kronstadt, de hl. Silouan de Athoniet of vader Arsenij, om er maar een paar te noemen, en we weten dat het zo is. Tegelijkertijd bestaat er ook zoiets als het onheilige Rusland waar het Russische volk in de duistere eeuw die achter ons ligt, zo onbeschrijfelijk onder geleden heeft. Sinds 1991 neemt de Orthodoxe Kerk in de Russische samenleving weer een rol van betekenis in, heerst er een enorme kerkelijke bouwactiviteit en is de stem van het heilige Rusland sterker gaan klinken en daarmee bedoelen we de stem van talloze martelaren, heiligen en ’strastoterpetsy’ die Rusland rijk is. Tegelijkertijd klinken ook de stemmen van het onheilige Rusland. In Letter & Geest (Trouw) van dit weekend schrijft Dina Chapajeva een alarmerend artikel over het morele verval in Rusland, met name onder jongeren. Miljoenen jonge Russen zijn in de ban van gothic cult romans waarin moraal wordt afgewezen en geweld wordt verheerlijkt. Dina Chapajeva denkt dat dit komt omdat het huidige Rusland nog niet heeft afgerekend met het eigen sovjetverleden.


Ночной дозор
Der erste Band der Reihe, Wächter der Nacht (russ. Originaltitel: Notschnoj dosor), erschien erstmals 1998 und wurde in Russland schnell zu einem Bestseller, vor allem im Zuge der erfolgreichen Verfilmung. Sergei Lukjanenko ließ dem Roman daraufhin zwei Fortsetzungen folgen: Wächter des Tages (russ. Originaltitel: Дневной дозор; Transkription: Dnewnoi dosor oder Dnewnoj dosor) im Jahr 2000 sowie Wächter des Zwielichts (russ. Originaltitel: Sumeretschny dosor) im Jahr 2005. Im April 2007 erschien der vierte Band unter dem Titel Wächter der Ewigkeit (russ. Originaltitel: Последний дозор Transkription: Poslednij dosor, wörtlich “Die Letzte Wache“). Eine Fortsetzung, die Kurzgeschichte Die kurzen Wächter (Transkription: Melkij Dosor), wurde von Sergej Lukianenko im Sommer 2007 in einem russischen Sammelband mit Namen Mify megapolisa (Мифы Meгaпoлиca) veröffentlicht. Die Romane wurden international vermarktet und in viele Sprachen übersetzt. In Deutschland wurden sie ab dem Jahr 2005 vom Heyne-Verlag in einer Übersetzung von Christiane Pöhlmann veröffentlicht.Bron: de.wikipedia.org

Gabriël van Oostrom
Parochie van de hl.Tychon in Nijmegen [ orthodox-nijmegen.nl ] | Brabants Dagblad

De website van het Metropolitan Museum is wat kunst(geschiedenis) betreft een van mijn geliefde stekjes op het web. Bovendien is deze site uitstekend vormgegeven. Regelmatig worden nieuwe specials toegevoegd over kunsthistorische onderwerpen die rijk geïllustreerd zijn met kunstvoorwerpen uit de eigen collectie. Naar aanleiding van de tv-serie die Deutschen waarvan ik helaas het eerste deel over Otto de Grote gemist heb, kwam ik bij the Met terecht op een pagina over Ottoonse kunst
themapagina’s [ metmuseum.org ] | Otto I | Otto II | Otto III [ de.wikipedia.org ]
Op mijn achttiende verjaardag deed ik mijzelf een reproductie cadeau van onderstaand schilderij van Dalí en hing die op aan de muur tegenover mijn bed. De hormonen waren inmiddels op stormkracht gekomen en ik geloof dat ik in de bloterik met de opgeheven crucifix een bondgenoot had gezien. De titel zei mij toen niet zoveel, maar het surrealisme raakte mij op die leeftijd even diep als fantasieën met ondergrondse tunnels toen ik een jongetje van negen was. Later met kunstgeschiedenis ontdekte ik dat de heilige Antonius een favouriet onderwerp is in de schilderkunst. En nog weer later ging ik mij verdiepen in het leven van deze historische figuur. Uiteindelijk mocht ik vorig jaar als pelgrim een bezoek brengen aan het eerste klooster ter wereld dat door hem gesticht is, niet ver van de Rode Zee waar hij in een grot geleefd moet hebben.

De aanvechtingen van deze woestijnmonnik zijn voer voor psychologen en het is dus niet zo vreemd dat in de serie filosofie van het kijken vooral veel Freud wordt losgelaten op dit schilderij. Bij Freud denken we voornamelijk aan de lust, of het lustprincipe. Toen ik over de psychologie van de woestijnvaders ging lezen, ontdekte ik dat deze veel breder is dan de Freudiaanse psychologie. De lust is voor de woestijnvaders een van de aanvechtingen, al is het een heel brandende en hardnekkige. Maar dat geldt evenzeer voor de vraatzucht, de hebzucht, de woede, de neerslachtigheid, de ijdelheid en de trots op het moment dat je het gevecht aan wilt gaan. Dalí laat ons de woestijnheilige zien op het moment dat hij verpletterd dreigt te worden door zijn lichamelijke hartstochten.
Matthias Grünewald schilderde vijfhonderd jaar geleden misschien wel de beroemdste voorstelling van de gekwelde Anthonius. Dat schilderij doet nogal kinderlijk aan: de heilige wordt bedolven onder harige kwelgeesten die aan zijn baard trekken en hem met stokken slaan. De voorstelling maakt deel uit van het Issenheimer altaar en is te zien in Colmar.

Alexandr Solzjenitsyn
Alexandr Solzjenitsyn ontwikkelde zich tot een scherp criticus van het morele verval waaraan zijn land volgens hem ten prooi was. Als Russisch nationalist had hij ook felle kritiek op de Westerse wereld, niet alleen vanwege het ongeneneerde materialisme, maar ook als geopolitieke tegenstander van Rusland, blijkens zijn afwijzen van de NAVO bombardementen op Servië in maart 1999, tijdens de Kosovo-crisis. In 2006 beschuldigde hij de NAVO ervan Rusland te willen omsingelen.
Bron: nl.wikipedia.org
Een strastoterpets (mv. strastoterptsy) is een bepaald type heilige uit de Russisch-orthodoxe Kerk. Dit Russische woord betekent zoiets als “dulder van lijden“. Het wordt gebruikt voor heiligen die niet als martelaren voor het geloof kunnen worden aangemerkt, maar wel veel lijden grootmoedig en vergevingsgezind hebben verdragen.
Bron: nl.wikipedia.org

Na afloop werden ze ontdaan van hun rijkdommen, met een vrachtwagen 40 kilometer uit de stad gereden en, na hun gezichten te hebben overgoten met zwavelzuur om ze onherkenbaar te maken, in een ondiepe mijnschacht gegooid, genaamd ‘de vier broers’. Omdat ze vermoeden dat ze hierbij waren gezien, werden de lichamen de volgende dag weer opgehaald en verplaatst naar een andere plek, met de bedoeling ze in een diepere mijnschacht te gooien. De vrachtwagen die de lichamen vervoerde kreeg onderweg echter pech, waarna ze de twee lichamen verbrandden langs de weg.programma voor de herdenkingsdienst vandaag in Ganina Jama
17 июля, четверг.
04.00 - 09.00 Храм-на-Крови - Ганина Яма. Традиционный Крестный ход до монастыря во имя Святых Царственных Страстотерпцев.
06.00 Храм-на-Крови (Нижний храм, алтарь на месте мученической кончины святых Царственных Страстотерпцев). Божественная литургия.
09.00 Ганина Яма. Храмы монастыря. Божественная литургия.
09.00 Храм-на-Крови (нижний храм). Божественная литургия (поздняя).
17.00 Ганина Яма. Храм преподобного Сергия Радонежского. Всенощное бдение возглавит Правящий Архиерей.
17.00 Алапаевск. Монастырь во имя Новомучеников Российских. Свято-Троицкое Архиерейское подворье. Всенощное бдение.
(heilige koninklijke strastoterpetsy
bid God voor ons)
Henri Matisse
Een jaar of tien geleden verzekerde iemand mij dat het schilderen van iconen en het schilderen van profane schilderijen prima samen konden gaan, net als in- en uitademen. Zelf was en ben ik daar nog niet van overtuigd, omdat ik geloof dat de iconenschilder en de kunstschilder tegengestelde richtingen volgen, die je niet met in- en uitademen kunt vergelijken. Er lijkt op het eerste gezicht een grote overeenkomst tussen iconen en profane schilderijen: beide zijn plat, veronderstellen een zekere vaardigheid en zijn te analyseren in vormkenmerken (typerend voor de westerse kunstgeschiedenis). Maar daar houden de overeenkomsten gelijk op.
Nemen we bijvoorbeeld Domenikos Theotokopoulos beter bekend als El Greco. Hij is geschoold in het ’schrijven’ van iconen op Kreta, liet zich in de zestiende eeuw omscholen op het atelier van Titiaan in Venetië en kwam tenslotte in Toledo terecht waar hij zijn beroemdgeworden werken maakte. Formeel kun je in die schilderijen de invloed van de iconenschilderkunst zien, bijvoorbeeld helder lokaal kleurgebruik, langgerekte figuren en een tekenachtige manier van schilderen. Toch is het verschil tussen de religieuze voorstellingen die hij in Toledo schilderde en de iconen die hij ooit op Kreta ’schreef’, oneindig veel groter dan de oppervlakkige overeenkomsten. Het verschil is namelijk niet formeel, maar zit juist aan de binnenkant. Een iconen’schrijver’ heeft een totaal andere innerlijke houding dan de kunstschilder.
In de profane en westers religieuze schilderkunst is vanaf de Renaissance de persoonlijke vaardigheid, verbeelding en originaliteit van de kunstenaar centraal komen te staan daarmee in feite dus de kunstenaar zélf. Dat past helemaal bij de geest van het humanisme die sinds de Renaissance in West-Europa heerst: niet langer God, de Schepper, maar zijn schepsel, de mens, komt in het middelpunt te staan. Zijn schepsel werd, vooral in de kunstenaar, steeds meer gezien als mede-schepper. De kunstenaar die eerst een gewone ambachtsman was, wordt tijdens de Renaissance een mini-god, die bij nader inzien niet zo mini blijkt te zijn. Giorgio Vasari komt in zijn Vita (beschrijvingen van kunstenaars) superlatieven tekort om ‘il divino’ Michelangelo op te hemelen. In de Renaissance ontstond het beeld van de kunstenaar dat ten tijde van de romantiek werd voltooid, namelijk de kunstenaar als goddelijk genie.
De kunstenaar ging vanaf de romantiek de plaats innemen die traditioneel de priester toebehoorde, hij werd een bemiddelaar tussen ‘het hogere’ en de gewone stervelingen. Religieuze kunst werd in de Westerse wereld ‘de meest individuele expressie van de meest individuele emotie’. In de twintigste eeuw werd, vooral met conceptuele kunstwerken, de uiterste consquentie getrokken uit dit twijfelachtige uitgangspunt: de ingeblikte uitwerpselen van een kunstenaar (Piero Manzoni) werden bijgezet in het ‘heilige der heiligen’. De grote ‘tempels’ voor moderne kunst over de gehele wereld bezitten nu een blikje Merda d’artista uit 1961. De zaak is op zijn kop gezet: de kunst, ‘het hogere’, is stront geworden en de moderne kunstkritiek heeft de blindheid of het lef daar intelligent of zelfs religieus over te doen.
De houding van de moderne kunstenaar is uiteindelijk toch gericht op zichzelf, op zijn eigen verbeelding en interpretatie van de wereld, of hij deze nu als maatschappelijke werkelijkheid, als speeltuin of als mysterie benadert. De houding van de iconenschilder richt zich op de persoonlijke God die het Orthodoxe Christendom belijdt. Dit mysterie wordt bewaard en beschermd in de Orthodoxe Kerk, het mystieke Lichaam van Christus. De ware iconenschilder is bovenal een belijder van het geloof en begint zijn werk daarom altijd met gebed. Dat gebed is zowel persoonlijk (niet individueel) als in-gebed in de Traditie van de Kerk. Iconen zijn dus ook in-gebed in deze levende Traditie en kunnen daarom niet geplaatst worden in de (kunst)historische ontwikkeling die op de profane kunst geprojecteerd wordt. Maar in de westerse kunstgeschiedenis gebeurt dat wel. Iconen worden geanalyseerd in vormkenmerken en die worden dan geplaatst tegenover de vormkenmerken van de profane kunst. Tot ver in de negentiende eeuw werd de ruimtelijke illusie (o.a. gedragen door de perspectieftekening) die in de Renaissance ontstaat, als een vooruitgang beschouwd ten opzichte van de Byzantijnse iconenschilderkunst.
Tegenwoordig zijn iconen weer in. We ervaren gelukkig weer dat het platte een geestelijke ruimte kan ontsluiten. Iconen worden gelukkig allang niet meer gezien als stijve, statische en primitieve voorstellingen, maar als vensters op de eeuwigheid. Maar wélke eeuwigheid? De icoon verwijst niet naar iets dat absoluut is, zoals Kazimir Malevich probeerde met zijn zwarte vierkant uit 1915: het absolute als een onpersoonlijk zwart gat. De icoon verwijst naar Iemand Die absoluut is, naar God Die mens geworden is in Christus. Dat lijkt voor de post-moderne kunstenaar een stap terug, want we hadden toch afgesproken dat we de Grote Verhalen achter ons hebben? Wat overblijft, is het hoogst individuele, de ‘eigen waarheid’. Dat is de gedachte van het post-modernisme.
Nu naar de tentoonstelling Icons in Transformation die deze zomer in de Eusebiuskerk in Arnhem te zien is. Op deze expositie worden samen met twintig traditionele iconen uit het Danilovklooster in Moskou ruim honderd werken getoond van Ludmila Pawlowska. Deze hedendaagse Russische kunstenares laat zich inspireren door iconen.
citaat uit een brochure
Als je je baseert op de eigen inspiratie, kun je nooit iconen schilderen, maar hoogstens onsterfelijke profane of ‘religieuze’ kunst produceren. Je ademt de lucht uit die je hebt ingeademd. Monniken en monialen die iconen schilderen, staan volledig in de Traditie van de Kerk en hun werk ademt daarom in de geest van de Kerk. Zélf heb ik nog nooit één icoon geschreven. Misschien wel om dat een van mijn grootste passies (profane) schilderkunst en schilderen is. Ik wil beiden niet met elkaar vermengen omdat ik geloof het in wezen niet gaat. Ludmila Pawlowska doet dit juist wel en ik heb daar moeite mee.

Ludmila Pawlowska
Meestal ontstaan er dan zo’n postmodern allegaartje waarin beelden en symbolen ‘a la carte’ uit hun context worden gerukt en zo hun oorspronkelijke betekenis verliezen. Ludmila Pawlowska’s beelden en ‘icoonachtige’ schilderijen roepen bij mij herinneringen op aan de materieschilderkunst uit de jaren ‘50 en textiele werkvormen uit de jaren ‘60 en ‘70 maar raken mij niet. De organisatoren zijn er in ieder geval overtuigd van iets bijzonders in huis gehaald te hebben. Clemens Cornielje, de commissaris van de koningin in Gelderland benadrukte dat nogmaals in zijn toespraak en vergeleek de tentoonstelling in de Gelderse hoofdstad alvast met grote publiekstrekkers uit Amsterdam, Rotterdam en Groningen.

“Gisteren heb ik een collectie oude Russische iconen gezien; een waar stukje kunst met een grote K. Ik ben erg onder de indruk van de iconische schilderingen; ik heb nog maar één gedachte in mijn hoofd, en nu rennen we, dag in dag uit, naar kloosters, kerken en allerlei collecties. Ik ben verliefd op hun ontroerende eenvoud… De ziel van de kunstenaar ontvouwt zich in deze iconen als een mystieke bloem. Met behulp van deze iconen zouden wij moeten leren kunst te doorgronden. De Russen hebben geen idee welke schatten zij bezitten. Ik heb in veel verschillende landen kunstwerken van de kerken gezien, maar nergens ben ik zo’n krachtige expressie tegengekomen, zo’n gevoel van mysterie… overal dezelfde helderheid en devotie… De studenten hebben veel betere voorbeelden in hun eigen land dan in het buitenland. Franse kunstenaars zouden naar Rusland moeten komen om te leren.”
Henri Matisse, 1911
Twee jaar geleden besteedde ik hier aandacht aan een interview uit 2006 in Zenit met de Russische bisschop van Wenen en Oostenrijk waarin vooral gesproken werd over de Russische Orthodoxie in het werk van Dostojewsky. Als liefhebber van Dostojewsky (op zijn vijftiende las hij al zijn romans en dagboeken!) en generatiegenoot (1966) spreekt deze bisschop mij bijzonder aan. Zijn voordracht Atheism And Orthodoxy in Modern Russia is nu door Irina Rempt in het Nederlands vertaald en verscheen onlangs in het jaarboek 2008 van de Vereniging van Orthodoxen Hl. Nicolaas van Myra. Hierin schetst hij een beeld van het atheïsme en orthodoxie in het Rusland van voor, tijdens en na het sovjet-tijdperk (1917-1991), ook vanuit het perspectief van zijn familie. Het ‘heilige Rusland’ van voor de revolutie ontmaskert hij niet alleen als een mythe; hij ziet juist in de maatschappij en de Kerk van het tsaristische Rusland de wortels van de revolutie.

In zijn betoog geeft hij een indringend citaat van de Russische filosoof Nikolaj Berdjajev (1874-1948) uit 1917, een paar maanden voor de Oktoberrevolutie:
“De Russische natie beschouwde zichzelf altijd als Christelijk. Veel Russische denkers en kunstenaars neigden er zelf toe haar te beschouwen als een bij uitstek Christelijk land. De slavofielen dachten dat de Russen leefden naar het Orthodoxe geloof, wat het enig ware geloof is dat de gehele waarheid in zich heeft…. Dostowevsky predikte dat de Russische natie een drager van God is… Maar het was hier dat de revolutie uitbrak, en dat… legde een spirituele leegte in het Russische volk bloot. Deze leegte is het resultaat van slavernij die te lang had geduurd, van een proces van degeneratie van het oude regime dat te ver ging, van verlamming van de Russische Kerk en morele achteruitgang van de kerkelijke autoriteiten die te lang doorging. Het heilige is al lang geleden uit de menselijke ziel uitgeroeid, zowel aan de linker- als aan de rechterkant, waardoor deze cynische houding ten opzichte van het heilige werd voorbereid, die nu in al zijn walgelijkheid wordt blootgelegd.”Bisschop Hilarion besluit zijn historische uiteenzetting met forse zelfkritiek op de huidige situatie van het geestelijk leven in Rusland:
Een engelse vertaling is te lezen op de website van bisschop Hilarion
Het jaarboek 2008 met daarin de Nederlandse vertaling is hier te bestellen.
tropaar toon 4
Gij, Eersttronenden der Apostelen,
en Leraren der wereld,
bidt tot de Meester van het heelal
om aan de wereld vrede te schenken,
en aan onze zielen de grote genade.
Parochie van de Eersttronende Aposelen Petrus en Paulus in Deventer

De (Samaritaanse) vrouw zeide tot Hem: Heere! Gij hebt niet om mede te putten, en de put is diep; van waar hebt Gij dan het levend water? Zijt Gij meerder dan onze vader Jakob, die ons den put gegeven heeft, en hijzelf heeft daaruit gedronken, en zijn kinderen en zijn vee? Jezus antwoordde, en zeide tot haar: Een ieder, die van dit water drinkt, zal wederom dorsten; Maar zo wie gedronken zal hebben van het water, dat Ik hem geven zal, dien zal in eeuwigheid niet dorsten; maar het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem worden een fontein van water, springende tot in het eeuwige leven. De vrouw zeide tot Hem: Heere, geef mij dat water, opdat mij niet dorste, en ik hier niet moet komen, om te putten. Jezus zeide tot haar: Ga heen, roep uw man, en kom hier. De vrouw antwoordde en zeide: Ik heb geen man.… en het was ook de dag van de heilige Symeon van Verchoturje
Paastropaar


The Great and Holy Feast of Pascha| The Resurrection of Our Lord
Stille Zaterdag [ocafs.oca.org] | Stille Zaterdag [lent.goarch.org]
Isaiah 53:12

Journey to Pascha
A Daily Guide Through Holy WeekThe services of Holy Week transform us into eyewitnesses and direct participants in the awesome events of the Passion and Resurrection of Jesus Christ…
(Deze brochure is te downloaden op lent.goarch.org als PDF in twee formaten: 8.5x11 inch en 11x17 inch Format, beiden 13 MB groot)


Journey to Pascha
A Daily Guide Through Holy WeekThe services of Holy Week transform us into eyewitnesses and direct participants in the awesome events of the Passion and Resurrection of Jesus Christ…
(Deze brochure is te downloaden op lent.goarch.org als PDF in twee formaten: 8.5x11 inch en 11x17 inch Format, beiden 13 MB groot)
Journey to Pascha
A Daily Guide Through Holy WeekThe services of Holy Week transform us into eyewitnesses and direct participants in the awesome events of the Passion and Resurrection of Jesus Christ…
(Deze brochure is te downloaden op lent.goarch.org als PDF in twee formaten: 8.5x11 inch en 11x17 inch Format, beiden 13 MB groot)

Willem Jan Otten (1951)
is een Nederlands schrijver, met een veelzijdig oeuvre van poëzie, verhalend proza, toneel, kritieken, artikelen, beschouwingen en essays. Otten is getrouwd met schrijfster Vonne van der Meer. Hij debuteerde in 1973 als dichter met de bundel Een zwaluw vol zaagsel. Van 1989 tot 1996 was hij redacteur van Tirade. Na het verschijnen van zijn roman Ons mankeert niets in 1994 raakte Otten betrokken in de discussie over het euthanasie-vraagstuk.Naar aanleiding van zijn bekering tot het katholieke geloof publiceerde hij in 1999 Het wonder van de losse olifanten, een rede tot de ontwikkelden onder de verachters van de christelijke religie. In 2004 verscheen zijn roman Specht en zoon die op 2 mei 2005 bekroond werd met de Libris Literatuurprijs. In deze roman vertelt Willem Jan Otten het verhaal van portretschilder Felix Vincent die van de rijke industrieel Valéry Specht de opdracht krijgt zijn gestorven zoon te schilderen. Specht en zoon zal vertaald worden in het Italiaans (Iperborea), Frans (Gallimard), Duits (Fischer Verlag) en Zweeds (Bonniers).
( Bron: nl.wikipedia.org )
Het wonder van de losse olifanten, een rede tot de ontwikkelden onder de verachters van de christelijke religie
Het was in 1999 een handige retorische truc van romanschrijver en dichter Otten om zijn VU-gehoor naar Schleiermachers voorbeeld uit 1799 aan te spreken als verachters van de christelijke religie. Kritische gelovigen verwijt hij dat hun afwijzen van leerstukken als de maagdelijke geboorte en de lichamelijke opstanding resulteert in een hooghartig neerzien op “achterblijvers” zoals hij. De beste verdediging is de aanval, zal hij gedacht hebben. Zijn late gang naar het geloof der Moederkerk voerde hem tegen de stroom in, en hij neemt het deze stroom kwalijk dat die niet zijn zwemrichting koos. “Eigentijdse” christenen, stelt hij, willen “hun leerstellingen zo ruim interpreteren dat je er met je verstand bij kunt". Dat doet hij anders: hij wenst de christelijke religie uitsluitend te consumeren in de klassieke bereidingswijze, d.w.z. met huid en haar. Dat gaat tegen de rede in, en daarom is zijn geloof ook precies wat het alleen maar zijn kan: geloof. Zijn strijdlust zal vele Sancho Panza’s enthousiast maken, en lezers die de gemakkelijke stoel verkiezen boven de gevaren van het strijdperk nieuwsgierig.
(Bron: Biblion recensie, Drs. J. Kleisen)
In dit artikel citeert prof. Pieter W. van der Horst enkele passages uit een geschrift van Johannes Damascenus uit 740 waarin hij als apologeet van de Orthodoxe Kerk stelling inneemt tegenover de jonge islam.
Het verhaal is dat Mohammed een vriend had genaamd Zaid. Die had een mooie vrouw op wie Mohammed verliefd werd. Toen ze eens bij elkaar zaten, zei Mohammed tegen hem: „God heeft mij opgedragen jou te zeggen dat jij van je vrouw moet scheiden.” De vriend scheidde van haar. Enkele dagen later zei hij: „God heeft mij bevolen dat ik haar zelf moet nemen.” Na haar genomen te hebben en echtbreuk met haar te hebben gepleegd, aldus Johannes (Damascenus), maakte hij de volgende wet: ’Een man die dat wil mag van zijn vrouw scheiden. Maar als hij na de scheiding naar haar terug wil, moet eerst iemand anders met haar trouwen. Want hij mag haar niet terugnemen als ze niet eerst met iemand anders getrouwd is geweest.’20 februari 2008 (wereldomroep.nl)
De Egyptische schrijver Bisnat Rashad is doelwit geworden van fatwa’s en bedreigingen vanwege haar boek Seks in het Leven van de Profeet Mohammed. Rashad wil de mythe over Mohammeds uitzonderlijke seksuele prestaties ontkrachten. Zij vindt het verhaal beledigend voor de profeet, en bovendien een slecht voorbeeld voor moslims. Rashad, die zichzelf een vrome moslima noemt, kreeg zware kritiek van islamitische leiders op een religieuze satellietzender. De mannen vaardigden een fatwa uit en noemden haar trouweloos. Zij riepen de gelovigen op haar bloed te doen vloeien, ook al mocht ze eventueel haar dwaling toegeven. Rashad vertelde aan de nieuwszender Al Arabiya dat de leiders haar boek zien als een ‘zware belediging jegens de Profeet Mohammed en zijn vrouwen’. Naar eigen zeggen heeft zij ernstige bedreigingen ontvangen.

Nu Kosovo afgelopen zondag de onafhankelijkheid heeft uitgeroepen, wil ik even aandacht schenken aan wat de luchtaanvallen van de NAVO in 1999 (mede) veroorzaakt hebben: de vernietiging van uniek cultureel erfgoed dat bovendien van onschatbare waarde is voor de christelijke identiteit, die Europa gevormd heeft. Het is goed om dat in de herinnering te roepen in een tijd waarin democracy en zelfbeschikking de nieuwe heilige huisjes zijn geworden.

zie mij post van 24 maart 2005, zes jaar nadat de NAVO luchtaanvallen begonnen

Tropaar van Kerstmis, toon 4, Christus’ geboorte
Uw geboorte, Christus, onze God, bracht aan de wereld het licht der
kennis. De aanbidders van de sterren leert een ster u te aanbidden,
de zon der gerechtigheid, die opgaat uit den Hoge.
Heer, eer aan U.

Op de website van Dennis Geurten is een uitgebreide levensbeschrijving in het Nederlands te vinden, waaruit onderstaand fragment.
Johannes Ilyitch Sergieff
was geliefd door rijke en arme, door edelman en bedelaar, maar vader Johannes was niet, nochtans, universeel populair. Er waren mensen die naar hem op keken en zijn werken met jaloersheid aanschouwde, bijzonder onder geestelijkheid en staats-ambtenaren, vele waren die niet van hem hielden. Aan de andere kant naar het einde van zijn leven, zijn conservatisme, dwingend en open, op kwesties van principe, zowel theologisch als politiek, wekte de bittere haat van de liberale vals-intellectueel die ijverig de weg voor het klaarmaakten omwerpen van zowel kerken als monarchie en met hen van ieder publiek en priv?deugd en de onderneming van een godloze en onmenselijke tirannie. Zij zouden kunnen niet, maar haten een die hen zag waarvoor zij waren, die christendom zo krachtig en overtuigend preekte en wiens leven bezit was een voorbeeld van het ver overtuigender dan enig preken.Tijdens zijn laatste jaren voorspelde vader Johannes constant de benadering van verschrikkelijke gebeurtenissen in Rusland, en gaf aan openlijk degenen die met het toenemen van succes leidden, de mensen op het verkeerde pad, vooral die in posities van autoriteit. In zijn preken van 1907 sprak hij iedereen aan, van het verschrikkelijke oordeel van God en spoorde de nood van berouw en een terugkeer naar gezond verstand aan, dat aankondigde dat indien Rusland stopte met het Heilige Rusland te zijn, was zij niets meer dan een loutere horde van een wilde stam , bedoeling op het vernietigen van elkaar.
De gezondheid van vader johannes begon in 1906 te verminderen en naar het einde van 1908 hij werd heel ziek en was onbekwaam om enig rust te vinden van zijn lijdenen, behalve tijdens zijn dagelijkse liturgie, die hij deed zo lang dat het mogelijk was, en deed de laatste liturgie op 10 december 1908. Hij communiceerde nog steeds dagelijks, maar op 18 december hij viel in een coma, hij ontwaakte de volgende avond, met een gekwelde ziel. met heel veel moeite ontving hij de communie voor de laatste keer, stierf hij om 06.40 uur in de morgen van de 20ste december 1908. (2 januari 1909)
My life in Christ | Johannes van Kronstad [ roca.org ] | orthodoxwiki.org

Jozef van den Berg op 14 september 1989
in De Singel, Antwerpen
Vanaf 4 januari 2008 gaat Winterverblijf op tournee
vr 04/01/08 Hamburg, Kampnagel, Hamburg
za 05/01/08 Hamburg, Kampnagel, Hamburg
zo 06/01/08 Hamburg, Kampnagel, Hamburg
wo 09/01/08 De Warande, Turnhout
za 12/01/08 Stadsschouwburg, Amsterdam
zo 13/01/08 Rotterdamse Schouwburg, Rotterdam
vr 18/01/08 Vooruit, Gent
za 19/01/08 Vooruit, Gent
wo 23/01/08 Toneelschuur, Haarlem
vr 25/01/08 Theater De Veste, Delft
ma 28/01/08 Koninklijke Schouwburg, Den Haag
wo 30/01/08 30CC / Stadsschouwburg, Leuven, Leuven
vr 01/02/08 Stadsschouwburg, Groningen
wo 13/02/08 KVS, Brussel
Ik heb mij altijd meer aangetrokken gevoeld tot de hippies dan tot de punks. Maar wanneer ik te lang kijk naar foto’s met bloemenkinderen, verandert flowerpower voor mij in een oppervlakkig en leeg fenomeen met holle kreten. ‘Love and peace! far out man!’ Veerig jaar te laat voel ik dan een drang om die zeepbel eens flink door te prikken. De Velvet Underground deed dat al in 1967 met het beroemde album met de banaan. Die plaat werd een voorbeeld voor het antwoord op de counterculture van de sixties dat in de tweede helft van de jaren zeventig eindelijk een naam kreeg: punk
Ik vond en vind punk negatief: een agressief middel om de bloemen en de vlinders van de hippies mee af te bijten. Onder de kleurrijke en zoete voorstellingen van de flowerpower kwamen donkere, rauwe beelden tevoorschijn die volgens de punks meer met de werkelijkheid te maken hadden dan de roze wolk van de hippies. In zekere zin hebben ze gelijk: Onze wereld is in verval al vegen we dat het liefst onder het vloerkleed. Maar in tijden van crisis of oorlog wordt het duidelijk: we gaan tenonder en niet eens zo langzaam.
In de punk- en de grungescene wordt de rauwe werkelijkheid vaak gekoesterd. Maar wanneer afbraak en verval een doel worden, wordt punk een geïnstitutionaliseerd nihilisme of een oppervlakkige lifestyle. Toch blijven waarheidszoekers overal en zoeken zij het licht juist in de duisternis en het leven in het verval. John Marler (ex-gitarist van de punkrockbands Sleep en Paxton Quiggly) heeft het licht gevonden in de Oosterse Orthodoxie. Met gelijkgestemde zielen maakte hij in de jaren negentig Death to the World een gekopieerde knipselkrant in harde contrasten met grungy zwartwit beelden van heiligen met verweerde blikken zoals op iconen.

What do we mean by: “Death to the World"?
“The world is the general name for all passions. When we wish to call the passions by a common name, we call them the world. But when we wish to distinguish them by their special names, we call them passions. The passions are the following: love of riches, desire for possessions, bodily pleasures from which comes sexual passion, love of honor gives rise to envy, lust for power, arrogance and pride of position, the craving to adorn oneself with luxurious clothing and vain ornaments, the itch for human glory which is a source of rancor and resentment, and physical fear. Where these passions cease to be active, there the world is dead….
Someone has said of the Saints that while alive they were dead; for though living in the flesh, they did not live for the flesh. See for which of these passions you are alive. Then you will know how far you are alive to the world, and how far you are dead to it.”
St. Isaac the Syrian, 7th Century
As Frederica Mathewes-Green reports in Regeneration Quarterly (Winter 1997), Marler and two other punks-turned-monks at St Herman’s – Mother Neonilla and Father Damascene – are reaching out to disaffected teens in ways hitherto unexplored by Orthodox Christianity: a zine, alternative music, a Web site, and a chain of coffeehouses. The zine, Death to the World, has reached more than 50,000 readers, mostly punks who “feel out of place in this world,"says Father Damascene. “We try to open up to them the beauty of God’s creation,” he adds, “and invite them to put to death ‘the passions,’ which is what we mean by ‘the world.’. . . Selfish passions can then be redirected into love for God.” What’s most remarkable about these monks is that they’re tapping the heart of contemporary youth culture even though they have little or no contact with its commercial manifestations. Two of the St. Herman Brotherhood’s three California monasteries have no electricity, phones, or running water. And Father John lives in a monastery on an island off Alaska and communicates only by mail. In aanwezigheid van Zijne Eminentie aartsbisschop Gabriël van Komana, vader Boris Chapchal van de parochie, een zevental parochiepriesters uit Nederland, vader Peter Sonntag uit Duitsland, moeder Maria, vader Matthew Arnold en de zusters van het klooster Geboorte van de Moeder Gods in Asten, monnik Patrick, verschillende diakenen en lectors, de parochianen en een groot aantal orthodoxe gelovigen en belangstellenden is gisteren vader Pachom vanuit ‘zijn’ klooster in het Barabantse Sint Hubert (bij Mill) begraven. Eeuwige gedachtenis!




voorgaande afleveringen
25.08: interview met Jan Abels
28.09: orthodoxe kerkkoren
12.10: koptisch-orthodoxe kerk in Nederland
Net terug van de pelgrimage langs koptische kloosters in Egypte, vind ik vandaag in Trouw een artikel over de Koptisch-Orthodoxe Kerk. Ondanks haar moeilijke positie in een overwegend islamitische wereld heerst in deze Kerk een blijdschap die je nooit meer vergeet.


Vandaag blijven we de hele dag in Cairo, een stad met 16 miljoen inwoners. We bezoeken in de koptische wijk de kerk van Abu Serga, gebouwd bovenop de grot waar de Heilige Familie geschuild zou hebben.


Vanmorgen vieren we de Goddelijke Liturgie in het Catharinaklooster. Daarna reizen we terug naar Cairo om de Rode Zee heen.

Vandaag is een rustdag en voor degenen die dat willen is er de mogelijkheid om met een jeep de woestijn in te gaan. Een goede gelegenheid om de ruimte te ervaren waarin God’s volk veertig jaar heeft moeten wachten.

Op de lagere school was het een grapje: wie was de eerste automobilist? Mozes, want hij ging in zijn een(d)tje de berg op. Wij gaan nu echt in zijn voetsporen en volgen met elkaar Mozes in zijn eentje de berg op.


We zijn in de voetsporen van Mozes om (niet helemaal dus) de Rode Zee heen gereisd en komen vandaag aan in de Sinaï. De monniken van het Catharinaklooster zullen ons de komende dagen onderdak verlenen.


Vandaag reizen we naar de Rode Zee en bezoeken we het oudste klooster ter wereld, de plaats waar de heilige Antonius (251-356) geleefd heeft (Deir el Qiddis Antun). s’ Middags bezoeken we het nabijgelegen klooster van de heilige Paulus (Deir al Qiddis Boula).

Onze laatste dag in Wadi al Natrun. s’ Morgens bezoeken we het klooster der Romeinen (Deir el Baramous) en daarna reizen we naar Alexandrië en het klooster van de heilige Mina (Deir Anba Mina)

Vanmorgen vieren we de Goddelijke Liturgie in het Macarios klooster. s’ Middags brengen we bezoeken aan de kloosters van de heilige Bishoy (Deir Anba Bishoy) en het klooster der Syriër. (Deir el Souryan)

During the first centuries of monasticism in Egypt, tens of thousands of minks inhabited monastic settlements throughout the Egypt, and around 550, prior to the fourth sack of the Wadi, John of Petra claims there were some 3,500 monks living in the various monasteries in the area. However, because of a poll tax which was imposed on the monks from 705 onward, monasticism began to decline. The Coptic historian Mauhub ibn Mansur ibn Mufarrig states that there were only 712 monks at Wadi Habib (Wadi al-Natrun) in 1088, divided among seven monasteries, consisting of:
400 Monks in the Monastery of St. Macarius
156 Monks in the Monastery of John the Little
60 Monks in the Monastery of the Syrians
40 Monks in the Monastery of Anba Bishoi
25 Monks in the Monastery of John Kame
20 Monks in the Monstery of Al-Baramus
2 Monks in the Cave of MosesBron: touregypt.net
Bron: touregypt.net
De komende twaalf dagen hoop ik met een groep van twintig medepelgrims door Egypte te reizen. Het doel van deze pelgrimage is het doel van iedere pelgrimage: het zoeken van een diepere verbondenheid met Christus. Specifiek voor deze pelgrimage is dat we samen de oorsprong van het christelijke monasticisme gaan zoeken. Niet alleen als toeristen bezienswaardigheden bekijken, maar vooral ook, als volgelingen van Christus, de binnenkant van die bezienswaardigheden bezoeken. Zo God het wil, landen we vrijdagmiddag in Cairo en vertrekken dan direct naar het Makariosklooster in Wadi Natrun.

Een week voordat we naar Egypte en de Berg Sinaï vertrekken, ontving ik een uitnodiging voor een virtueel bezoek aan die andere heilige Berg, de Athos. Tien jaar geleden mocht ik daar drie weken rondwandelen en heb daar bijzondere herinneringen en een fraai fotoalbum aan overgehouden. Blij dat ik vandaag onverwacht deze reis opnieuw mag beleven en ervaringen van iemand anders mag lezen. Een hele weblog over de Athos met inmiddels al 194 stukjes! Het web wordt steeds meer een afspiegeling van de werkelijkheid zelf.


Mijn onderbuurvrouw maakte mij attent op een tentoonstelling van iconen uit de school van Jan Verdonk in de Nicolaïkerk in Utrecht. Zaterdag was er in de nabijgelegen Grieks-Orthodoxe Kerk Verkondiging aan de Moeder Gods aan de Springweg in Utrecht ook de jaarlijkse ontmoetingsdag van de Vereniging van Orthodoxen Nicolaas van Myra, dus het was ideaal met elkaar te combineren.
Na de viering van de Goddelijke Liturgie in de Grieks-Orthodoxe Kerk kwam ik met de tropaar van de heilige Nicolaas van Myra nog in mijn hoofd, aan bij de mooie Nicolaïkerk naast het Centraal Museum Utrecht. Het is dé lokatie voor een dergelijke tentoonstelling en heel toepasselijk was ook een reeks iconen tentoongesteld van het type heilige Nicolaas redt de zeevaarenden door leerlingen van Jan Verdonk. Maar de langste reeks (20 iconen van verschillende leerlingen) was die met het Mandylion als thema. Dat is de doek met het gelaat van Christus, die in de Kerk als de oericoon wordt gezien.
In zo’ n reeks zie je het persoonlijke handschrift extra duidelijk naar voren komen, juist omdat het de intentie is om het voorbeeld zo getrouw mogelijk na te volgen. Wat het originaliteitsprincipe betreft, is de iconenschilderkunst tegengesteld aan de meeste moderne kunst, juist omdat het sinds de Renaissance vooral om de persoonlijke visie en uitdrukking van de individuele kunstenaar gaat. Maar er zijn uitzonderingen.
Bijvoorbeeld de handdoek van het kunstenaarsduo vGtO waarvan ik sinds vorige week een van de gelukkige eigenaren ben. Een persoonlijk handschrift zien we hier niet meer, wel een meerduidige visie. De handdoek maakt deel uit van een Community Art Project Camminghaburen hangt de was buiten van het cultureel centrum Parnas in Leeuwarden. vGtO gebruikt de handdoek meerduidig: in zijn triviale functie als handdoek én als banier, als zelfbeeld-versterkend vaandel. Wat we zien is de een duidelijke verwijzing naar het Mandylion, maar zonder het gelaat van Christus, als een soort negatieve icoon, een afbeelding van de ‘negatieve theologie’ uit de post-christelijke tijd. Maar het kleine hartje blijft hoopvol verwijzen. Voor de een naar het Heilig Hart, voor een ander naar Fryslân boppe en voor weer een ander naar de koffiemelk. Wat een tijd, waarin ieder zijn eigen invulling mag maken!

de heilige Nicolaas redt de zeevaardenden
een icoon uit een serie van leerlingen van Jan VerdonkTropaar hl. Nicolaas van Myra
Als richtsnoer van het geloof
voorbeeld van zachtmoedigheid
leraar der onthouding
zo heeft de waarheid uwer daden
U aan de kudde getoond.
Door nederigheid hebt gij het verhevene gewonnen
door armoede de rijkdom
Vader en aartsbisschop Nicolaas
bid tot Christus God onze zielen te redden.
Na het talenwonder van Pinksteren was er op Tweede Pinksterdag in Den Haag een herdenking van het ‘vertaalwonder’ (van) archimandriet Adriaan. Vader Adriaan heeft zeer veel betekend voor de orthodoxie in het Nederlandse taalgebied. Dankzij zijn enorme vertaalwerk kunnen orthodoxe gelovigen in Nederland, Vlaanderen en daarbuiten in hun eigen taal het Officie bidden van de Orthodoxe Kerk.

Dankzij de inspanningen van archimandriet Adriaan is het grootste deel van de boeken voor de goddelijke diensten in het Nederlands vertaald en uitgegeven, onder meer: het boek Apostel, bestaande uit de niet-evangelische boeken van het Nieuw Testament, en het Evangelie, het Liturgikon (sloezjebnik), het boek van de uren Horologion, het Sacramentarion (trebnik), de menea voor de twaalf maanden, de triodia en de heiligenlevens. V. Adriaan was praktisch tot de laatste dagen van zijn leven bezig met vertalen en daarbij maakte hij succesvol gebruik van de computer, waar hij goed mee had leren werken. Ondanks zijn eerbiedwaardige leeftijd celebreerde hij in het klooster alle door het Tipikon voorgeschreven diensten van de dagcyclus en op de dag van zijn overlijden was hij ook nog aanwezig geweest tijdens de Goddelijke liturgie en had hij de Heilige Geheimenissen van Christus ontvangen.
Bron: ruskerk.nl

De begrafenis van Boris Jeltsin vandaag was voor veel Russen in een ander opzicht ook een emotionele gebeurtenis: het was de eerste keer sinds de begrafenis van Tsaar Alexander III in 1894 dat er een staatshoofd vanuit de Russisch Orthodoxe Kerk begraven werd. In 113 jaar tijd, de hele 20e eeuw, was dat niet meer voorgekomen.

De begrafenisdienst vond plaats in de Christus de Verlosser Kathedraal in Moskou, hét symbool van de herrijzenis van het geloof in Rusland. Onder Stalin werd deze kathedraal in 1931 afgebroken, omdat hij op die plek een Sovjetpaleis wilde bouwen met een enorm beeld van Lenin erbovenop. Maar door de oorlog is daar nooit wat van gekomen. Uiteindelijk kwam er een zwembad op die plaats. Na de val van het communisme werd de kathedraal sinds 1995 in recordtijd herbouwd.




Schuld en Boete blijft voor mij een van de allermooiste boeken die ik ooit gelezen heb. Je kunt het lezen als een misdaadroman, maar het is tenslotte veel meer dan dat. De roman overstijgt het gegeven van de moord en bereikt het tijdloze domein van de menselijke ziel. Eigenlijk is het ook niet één verhaal, maar net zoals bijvoorbeeld dat andere boek van Dostojewsky De Gebroeders Karamazov, een hele cluster van verhalen.
In de eerste plaats is Schuld en Boete het verhaal van de student Raskolnikov die een moord pleegt, omdat hij wil ontsnappen aan de morele wet. Hij wil zichzelf tot wet maken en niet zoals in zijn ogen zijn als de verachtelijke massa die uit lafheid gehoorzaamt aan die wet. Hij pleegt een moord voor een idee, een idee die hij koestert als de grootste vrucht van zijn genie. De trots gebiedt hem vervolgens om flink door te bijten. En dat begint al met de voorbereidingen van die moord, waarin we hem zien ijsberen door de straten van Sint Petersburg, koortsachtig bezig met de vraag: “Zal ik het doen?” Helemaal moeilijk wordt het voor hem als blijkt dat zijn geplande roofmoord uitloopt in een dubbele moord omdat er onvoorziene dingen gebeuren. Die wirwar van straten en bruggen in Sint Petersburg vormen later ook het parcours waardoor hij, eenmaal als dader en slachtoffer van ‘zijn idee’, wordt voortgejaagd door zijn eigen geweten.
de BBC-productie met John Simm in de hoofdrol, werd in 2002 opgenomen op de lokatie waar Dostojewsky zijn verhaal laat afspelen: de Sennaja Plosjad in Sint Petersburg. Twee jaar geleden ben ik er zelf wezen kijken. Samen met een goede vriend voer ik met een boot over de Fontanka, onder de bruggen door van de Sennaja Plosjad. Hier was het, ik herinnerde me de beelden uit de film, en kon in mijn fantasie het leven in de negentiende eeuwse Sint Petersburg weer tot leven brengen. Ook hoorde ik de muziek uit de film weer. Helaas heb ik nog niet kunnen achterhalen wie de componist is. De track van Crime and Punishment valt evenals het hoofd van Raskolnikov uiteen in twee delen: eerst is er de zoete, maar pijnlijke viool die herinnert aan zijn jeugd en aan alles wat goed is. Daarop volgen hectische klanken die de manische achtervolging van zijn geweten hoorbaar maken.

Dit clair-obscur van goed en kwaad, deze uiteindelijke dimensie waarin het menselijke bestaan zich afspeelt, is de tijdloze lokatie waar Dostojewsky zijn verhaal laat afspelen. Met een chirurgische precisie volgt hij de bewegingen in het hart. Het magistrale van Schuld en Boete is de wijze waarop Dostojewsky met de figuur van Raskolnikov een uitvergroting maakt van het schemergebied tussen goed en kwaad, tussen trots en nederigheid, een gebied waar we ons met een eerste oprechte poging tot zelfonderzoek meteen al middenin bevinden. Raskolnikov komt mij soms zo nabij, dat ik ervan schrik. Hoe kan Dostojewsky zo goed weten wat er zich in de diepte van mijn hart afspeelt?!
De Orthodoxie speelt in Schuld en Boete en in de Gebroeders Karamazov een centrale rol. Beide boeken hebben een tekst uit het Evangelie als motto. Bij het laatste boek is dat een tekst uit het Evangelie van Johannes over de noodzaak van het sterven om opnieuw geboren te kunnen worden. Het motto van Schuld en Boete is het Evangelie van de Opwekking van Lazarus. Dostojewsky’s thematiek is universeel, het draait om het worden van een nieuwe mens door een innerlijke revolutie. Het is veelzeggend dat Dostojewsky deze vindt in het berouw. Berouw tegenover God in de eerste plaats, want Hij is de Goede, de Zon der Gerechtigheid die onze harten doorlicht. Zonder God is de mens overgeleverd aan zijn driften. Een typerende uitspraak van Dostojewsky is daarom niet voor niets: “Als God niet bestaat, is alles geoorloofd.”
Voor hem is het berouw dus de enige manier om een nieuw mens te worden. Hij beleefde de opkomst van het socialisme, maar wist dat de Nieuwe Mens en de socialistische heilstaat eigenlijk materialistische utopiën waren. Het is alsof hij de tirannie van het communisme die zijn land de volgende eeuw bijna 75 jaar in zijn greep zou krijgen al voorvoelde, want hij schreef een boek over het opkomende socialisme onder de veelzeggende titel Boze Geesten. Innerlijk had hij begrepen dat de werkelijke revolutie dieper ligt dan een sociale omwenteling, precies zoals Christus het ook zegt: “Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld.” Het gaat om een innerlijke verandering, die begint met het afstand doen van het oude. Dat zoiets niet vanzelf gaat, wordt met de zieleroerselen van Raskolnikov haarfijn beschreven: tot het laatste toe vecht hij voor zijn idee, blijft hij trots en veracht hij degene (in zichzelf!) die tot ‘laf’ berouw wil komen. Hij spuugt erop. Toch is er iets in hem dat tot berouw wil komen. Rechercheur Porfiri toont zich een groot mensenkenner wanneer hij zegt: “de moordenaar komt vanzelf naar mij toe omdat zijn zenuwen het begeven. En omdat hij thuis wil komen.”
Schuld en Boete is daarnaast ook het verhaal van de prostituee Sonja die haar waardigheid heeft verloren maar toch in haar berouw een rein geweten heeft, de trotse maar waardige Dunja, de zuster van Raskolnikov en ook van zijn moeder die ziekelijk aan hem hangt. Het is ook het tragische verhaal van Swidrigailov die zijn lijden uiteindelijk niet aanvaarden wil en daaraan de uiterste consquentie verbindt. En niet te vergeten: speurneus Porfiri, in deze BBC productie verrukkelijk gespeeld door Ian McDiarmid.
De aantrekkingskracht van een intelligente en charmante rebel
“He is intelligent and sexy, but not in a conventional way. He can combine charm with arrogance and that is essential for Raskolnikov. This has to be the man you want desperately to get away with murder.
“Raskolnikov is a timeless, rootless, disillusioned angry young man and his own existential problems are especially relevant today.”
acteur John Simm over het karakter Raskolnikov
Dichtbij Sennaja Plosjad, of Hooiplein, leidt een scheve trap in een gebouw naar een gedeukte metalen deur. Door een spleet is een donkere zolder vol puin en brokstukken te zien. De muren van het trapportaal zijn volgespoten met graffiti over Rodja, de bijnaam van bijlmoordenaar Raskolnikov die een woekeraarster het hoofd spleet.
Rodja, we staan achter je, schreef een persoon. Don’t do it, staat ergens in het Engels. Volgens Dostojevski-fanaten is dit het appartement van Raskolnikov, een van de beroemdste protagonisten uit de Russische literatuur.
Bron: Sint-Petersburg is al eeuwen een bron van inspiratie voor schrijvers
Raskolnikov forever!At the top of the staircase, you stand next to the graffiti-filled wall that’s painted a dull green on the bottom half, an old white on the top. Raskolnikov’s door is in front of you, a thick, dark, almost purple color and secured with a metal lock. The lock looks newer than the door, though the door is metal and probably not that old. Not knowing what to do with yourself, you turn to read the carved graffiti. Where’s the axe? Don’t kill Radyo. Raskolnikov will fight them all. You lost your soul, Rodya. There is a smiley face carved into the wall, large teardrops of blood falling beneath it. Free your mind from temptation. Shine on you crazy, Napoleon. The man is at the door. . .hide the bloody rags. Raskolnikov wasn’t black so he didn’t graffiti, but I am so I do graffiti. And there’s a little drawing of an axe falling toward the head of a screaming stick figure and a phrase in Russian. You linger over the phrase carved in the paint in Russian. It’s not the only language carved into the white paint that you don’t understand.
Raskolnikov forever!
Dostojewsky’s romanfiguur leeft in de 21e eeuw nog steeds en spreekt jongeren over de hele wereld aan om zijn onconventionele en trotse houding. Ivan Karamazov uit zijn laatste boek is eenzelfde karakter maar heeft bij mijn weten nog geen eigen trap met graffiti.You recognize French, Spanish, some Italian, German, even Japanese, and you’re sure some words scrawled in irony or tribute are in Finnish or Swedish, but you can’t be sure which. Then, you move to the door, slowly, because your steps seem loud. Lifting the bulky padlock you peer through the crack. Everything is gray. The gray of heavy dust and grime, the gray of age and dirt, layers the floor and clings to the faded, striped wallpaper. Even the light seems dark gray.
Bron: Dostoewsky Walk



He was initially asked by his fellow monks on Mount Athos to defend them from the charges of Barlaam. Barlaam believed that philosophers had better knowledge of God than did the prophets, and he valued education and learning more than contemplative prayer. He stated the unknowability of God in an extreme form, having been influenced by a reductionist interpretation of the writings of St. Dionysius the Areopagite. As such, he believed the monks on Mount Athos were wasting their time in contemplative prayer when they should instead be studying to gain intellectual knowledge.
( … ) Forgiveness stands at the very center of Christian faith and of Christian life because Christianity itself is, above all, the religion of forgiveness. God forgives us, and His forgiveness is in Christ, His Son, whom He sends to us so that by sharing in His humanity we may share in His love and be truly reconciled with God. Indeed, Christianity has no other content but love. And it is primarily the renewal of that love, a growth in it, that we seek in Great Lent, in fasting and prayer, in the entire spirit and the entire effort of that season. Thus, truly forgiveness is both the beginning of, and the proper condition for, the Lenten season.Bron: ocafs.oca.org
Tien jaar geleden gaf Thérèse mij na mijn myronzalving een mooie oude uitgave van de Belijdenissen van Augustinus uit 1928 in de vertaling van Dr. A.Sizoo. Ik las weer eens in het adembenemend mooie Tiende Boek en zal er de komende dagen wat uit citeren. Maar eerst een fragment uit een preek van Augustinus die volgens de lezers van Trouw de mooiste preek aller tijden is.
Het leven van Augustinus geschilderd door Benozzo Gozzoli in 1463
“(Her)kent u die uitdrukking? Of zoals sommige mensen wel eens zeggen… Ik moest daaraan denken toen…” zo begon ds. Gremdaat altijd zijn fijne televisiecolumn waarbij hij ons moed insprak. Ik moest weer eens aan hem denken, toen ik in de krant bovenstaande oneliner las. Typisch een uitdrukking uit het therapeutische circuit waarbij ik dan onmiddellijk moet denken aan die vriesbox met ingevroren hart die ik wel eens zag in een documentaire over harttransplantatie. Tranen ontdooien het ingevroren hart, maken weer warmbloedig en levend. Hete tranen zorgen voor het beste resultaat.
De woestijnvaders, waaraan ik mij graag spiegel, spreken over de gave van de tranen. Daarmee bedoelen ze dat God tranen van berouw kan schenken die ons hart van zonden schoon te wassen. Dat dit andere tranen zijn dan krokodillentranen mag duidelijk zijn.
There are tears that burn and there are tears that anoint as if with oil. All tears that flow out of contrition and an anguish of heart on account of sins dry up and burn the body, and often even the governing faculty feels the injury caused by their outflow. At first a man must necessarily come to this order of tears and through them a door is opened unto him to enter into the second order, which is superior to the first; this is the sign that a man has received mercy. These are the tears that are shed because of insight; they make the body comely and anoint it as if with oil, and they pour forth by themselves without compulsion… The body receives from them a sort of nourishment, and gladness is imprinted upon the face. He who has had experience of these two alterations will understand.Dit weekend verscheen in de zaterdagbijlage Letter & Geest van Trouw een tweede artikel van Jan Oegema over Meister Eckhart. Op de zingevingsmarkt is mystiek op dit moment razend populair en ook voor Meister Eckhart is de belangstelling gestaag groeiende. Oegema noemt hem in de introductie stijgen naar het ongewone samen met Eckhart Tolle, net als Anselm Grün een schrijver van bestsellers:
Meister Eckhart toont op dit punt duidelijk verwantschap met de Spaanse mysticus Juan de la Cruz, die met zijn mystieke gedicht Noche Oscura del Alma (donkere nacht van de ziel) de duisternis benadrukt. Uiteraard komen we de duisternis tegen wanneer we een geestelijk leven willen gaan leiden, maar Juan de la Cruz en Meister Eckhart gaan veel verder: ze zien de duisternis als een wezenlijk kenmerk van God. Wanneer we het begin van het Johannesevangelie erbij pakken, lezen we het volgende:
Hoe komt het dat een mysticus als Meister Eckhart die volgens Oegema ‘verknocht is aan het christendom’ tot een ervaring van God komt die haaks staat op wat de evangelist Johannes schrijft? Voor een mysticus uit de oosterse traditie van het christendom zoals Simeon de Nieuwe Theoloog zou een dergelijke uitspraak ondenkbaar zijn. Niet alleen de polariteit licht-duisternis wordt door Meister Eckhart als een oosters yin-yangprincipe gehanteerd, ook de polariteit: volheid-leegte.
Een uitspraak als deze doet denken aan een oosterse wijsheid en lijkt een peilloze diepzinnigheid te bezitten. Maar als we deze ervaring toetsen aan het Evangelie en de traditie is deze gewoon onwaar. Het punt is nu dat deze toets steeds meer als (negatief!) fundamentalisme wordt beschouwd. De ‘vrije’ individuele ervaring lijkt nog de enige toets die OK is. Het individu zoekt boven alles zijn eigen-zinnigheid, zichZelf, onafhankelijkheid, orginaliteit en zijn eigen-wijsheid. Oosterse eenheidsmystiek, gnosis en Eckhart sluiten hier naadloos op aan. Dat de kerkelijke leer hier niet in meegaat, wordt vaak als een bevestiging gezien dat het individu gelijk heeft en het instituut zich daartegen verzet. Uit angst voor machtsverlies zou de Kerk daarom inzichten van mystici afwijzen. De tegenstelling instituut-individu (meestal geinterpretteerd als verdrukker-onderdrukte) is een hardnekkig denkbeeld, maar in het geestelijk leven bestaat deze tegenstelling niet. De mens is juist een persoon, in de eerste plaats afhankelijk van Zijn Schepper en geroepen om voor altijd in een relatie met Hem te leven. De oosterse mystiek en gnosis gaan er juist vanuit dat de mens ondeelbaar (individuum) is en in wezen Zélf God is en bij zijn bestemming komt als hij volledig ontwaakt. Oosterse mystiek en gnosis spreken daarom bij voorkeur over het onpersoonlijke leven, over ‘het’ goddelijke, over ‘onzijdig’ bewustzijn en verwerpen God als Persoon.
Meister Eckhart leefde in een tijd (eind 12e , begin 13e eeuw) waarin de theologie in het westen intellectueel geworden was. Het vertrekpunt in de omgang met God had zich verplaatst van het hart naar het hoofd. Er werd heel diep nagedacht en wat Meister Eckhart doet, lijkt op het kraken van een zen-koan. Het lijkt diepzinnig als hij over God spreekt in termen van duisternis en leegte, maar zijn uitspraken getuigen niet meer van een levende omgang met God Die Persoon is. Het is ook niet voor niets dat bij Eckhart God zijn gezicht verliest. Voor het individu betekent dit het begin van zijn ‘verlichting’, maar voor de persoon betekent dit zijn dood.
De vaders van de Orthodoxe Kerk benadrukken de apofatische kennis van God. We kunnen God kennen door wat Hij allemaal niet is. Het lijkt op negatieve theologie avant la lettre. Maar in de Orthodoxie verzelfstandigt de apofatische kennis zich nooit maar blijft ze steeds verbonden met de levende ervaring met God. Daarom schrijft de evangelist Johannes (die ook wel Johannes de Theoloog wordt genoemd) in zijn eerste Brief :
Eerste Brief van Johannes 1: 5-7I want it all and I want it now! Pluk de dag! Geniet ieder moment!
Wie herkent de geloofsartikelen van de hedonist niet? Een welvarende wereld als de onze brengt in de eerste plaats hedonisten voort.

Ooit werden we in onze genotszoekerij afgeremd door de gedachte aan de dood. In de Middeleeuwen was de dood veel concreter aanwezig dan in onze tijd, ze lag letterlijk op straat. De rijke burgers uit de Renaissance konden zich terugtrekken in artificiële paradijzen: paleizen volgepakt met zintuigelijke prikkels die het leven vulden met plezier. Tyrannen, keizers en koningen hadden overigens nooit anders gedaan, maar in de Renaissance werd het door de toegenomen welvaart voor de rijke burgers ook mogelijk om te leven als vorsten. Vandaar dat we de geest van de Renaissance nu typeren als carpe diem en de geest van de Middeleeuwen als memento mori. We zijn zelfs geneigd om het momento mori als primitief te beschouwen en het carpe diem als verstandig. Want de dood komt toch wel en het is dom om daar voortdurend aan te denken als je nu van ieder moment genieten kunt.
Toch biedt de gedachte aan de dood toegang tot een inzicht dat we in onze jacht op het genot nooit zullen vinden. De woestijnvaders spraken hierover. In de Philokalia, een verzameling geestelijke teksten wordt veel over de gedachte aan de dood gesproken, omdat deze zo vruchtbaar is voor het geestelijke leven. Nil Sorski zei zelfs:


- Jij bent wat ik was. Ik ben wat jij zult zijn - (grafschrift bij de Romeinen)
Zoete herinneringen zijn soms gevaarlijk
en kunnen het hart pijnigen met verdriet en vergiftigen met woede
omdat het voorbij is
Vooral als die zoete herinnering een geliefde is,
of een kind, of beiden tegelijk
Ik heb nog geen vermoeden over wat gaat komen
Het lijkt vaak minder mooi dan wat geweest is
Want ik weet dat we allemaal ouder worden dus ook ik
en dat het lichaam onherroepelijk in verval raakt
Ik weet dat we langzaam stervende zijn
en soms ook ineens heel vlug …
Hoe ga ik om met deze gedachte aan de dood?
Laat ik mij erdoor verpletteren?
Maak ik een lange neus?
Verzet ik mij met hand en tand?
Of… geloof ik in een eeuwig leven waarin de dood niet meer bestaat
Een leven waarin mijn persoon niet verdampt
Een leven waarin ik mag blijven wie ik ben
omdat ik geloof dat de Liefde Zélf mij wil
en altijd al gewild heeft, al voordat ik bestond…
The year 2006 marked several dates related to Fyodor Dostoyevsky, such as the 125th anniversary of his death, the 160th birthday of his wife Anna, the 145th anniversary of his novel ‘The Insulted and Humiliated,’ the 140th anniversary of ‘Crime and Punishment,’ the 135th anniversary of ‘The Devils,’ and the 125th anniversary of ‘The Brothers Karamazov.’ Bishop Hilarion of Vienna and Austria, representative of the Moscow Patriarchate to the European institutions shares his views on Christian contents in the great author’s creative work with Interfax-Religion.
However, all these shortcomings do not reduce Dostoyevsky’s importance as a greatest writer in the history of humanity. He managed to penetrate into the innermost depths of the human being, to raise the most difficult and important questions about the meaning of life, God’s existence and the relationship between human freedom and God’s justice. After he had served his term of hard labour he remained a deeply believing person and Orthodox Christian till his death. Yet, judging by his works, the question of God’s existence remained open to him. The main story of all his novels, ‘Crime and Punishment,’ ‘The Devils,’ or ‘The Brothers Karamazov,’ is that of whether God exists. The scale of moral values offered to the human beings depends on the answer to this question. That is why one of his characters says: ‘If there is no God, anything is permitted.’ In other words, if there is no God, there is no absolute scale of moral values, and all the values are relative. I think that Dostoyevsky’s power is in that he showed in all his works that salvation and morality are impossible without God. Only faith in God guarantees moral survival of every human being and all humanity. I had believed in God even before I got to know Dostoyevsky’s works, but the author contributed to my growing in the faith, in Orthodoxy.
Answering this question, many educated Russians would mention the rites, – but we hardly need wasting time on this sort of nonsense. Not much closer to the truth, however, is another opinion, fairly common among those who are better versed in theology. They would tell us about the filioque, about Papal supremacy and other teachings rejected by Orthodoxy, and also about the teachings of both Latin and Orthodox faiths which are rejected by the Protestants. It would turn out that Orthodoxy has no specific substance of her own, equally unfamiliar to all of the European confessions. But because they have originated one from another, we might expect that there are certain treasures of Christ’s truth which cannot be found in any of them: a heresy born of another heresy must keep some part of the parent if it is not returning to the True Church.
Holy Mass at the Cathedral of the Holy Spirit Homily of the Holy Father
Farewell ceremony at the Airport of Istanbul
13.15 Departure from the Airport of Istanbul to RomeBron: vatican.va
This fraternal encounter which brings us together, Pope Benedict XVI of Rome and Ecumenical Patriarch Bartholomew I, is God’s work, and in a certain sense his gift. We give thanks to the Author of all that is good, who allows us once again, in prayer and in dialogue, to express the joy we feel as brothers and to renew our commitment to move towards full communion. This commitment comes from the Lord’s will and from our responsibility as Pastors in the Church of Christ. May our meeting be a sign and an encouragement to us to share the same sentiments and the same attitudes of fraternity, cooperation and communion in charity and truth.
The Holy Spirit will help us to prepare the great day of the re-establishment of full unity, whenever and however God wills it. Then we shall truly be able to rejoice and be glad.
Istanbul [Konstantinopel]
Divine Liturgy at the Patriarchal Church of St. George Address of the Holy Father
Joint Declaration
Visit to the Museum of Saint Sofia
Moment of prayer to the Armenian Apostolic Cathedral and meeting with H.B. Patriarch Mesrob II Greeting of the Holy Father
Meeting with H.E. the Syrian Orthodox Metropolitan
Meeting with the Grand Rabbi of Turkey
Meeting and dinner with the members of the Catholic Episcopal ConferenceBron: vatican.va

Bekijk de Goddelijke Liturgie [realplayer vereist]

Zijne Alheiligheid Bartholomeos is de Aartsbisschop van Konstantinopel, het Nieuwe Rome en de Oecumenische Patriarch. Hij is de 270ste opvolger van de Heilige Apostel Andreas, die tweeduizend jaar geleden de lokale christelijke Kerk van Byzantium heeft gesticht. De Oecumenische Patriarch is een levende getuige voor de wereld van de pijnlijke en verlossende strijd voor religieuze vrijheid en de natuurlijke waardigheid van de mensheid. Als burger van Turkije, geeft zijn persoonlijke ervaring hem een uniek perspectief op de voortdurende dialoog tussen de christelijke, islamitische en joodse gemeenschappen. Voor zijn inspirerende inspanningen voor religieuze vrijheid en mensenrechten, wordt Oecumenisch Patriarch Bartholomeos gezien als een bruggenbouwer en vredestichter en ontving hiervoor de Gouden Medaille van het Congres der Verenigde Staten in 1997.
Bron: orthodoxia.be
Een van de interviews die in De Tien Geboden gebundeld zijn, had Arjan Visser met Jozef van den Berg. Dit interview werd voor het eerst gepubliceerd in Trouw op 7 februari 2004
Jozef van den Berg (Beers, 1949) was poppenspeler, toneelschrijver en acteur tot hij in september 1989 zijn publiek vertelde dat God hem had gevraagd een voorstelling-over een zoektocht van een acteur naar de schrijver van het stuk-niet langer te spelen, maar te leven. In 1991 verliet hij vrouw en kinderen en trok, met zijn theaterkist, naar Neerrijnen. De eerste twee jaar woonde Van den Berg in het fietsenhok van het gemeentehuis. Toen hij daar moest vertrekken, stelden buurtgenoten een stukje van hun tuin beschikbaar. Daar woont hij nog altijd, in een hutje van twee bij anderhalve meter. Hij leeft van wat mensen hem brengen. Hij bidt, leest, schrijft en luistert ‘naar de zachte stem van God’.
Het derde deel van de Philokalia begint met een tekst van Philotheos van de Sinaï over de waakzaamheid van het hart.
De ziel wordt door de geesten van de boosheid met muren en wallen omsloten en geboeid met de ketenen der duisternis. Het donker om haar heen belet haar te bidden zoals zij wil. Zij ligt in het verborgene geboeid, haar inwendige ogen kunnen niet zien. Wanneer zij nu een aanvang maakt met te bidden tot God en door het Jezusgebed nuchter te zijn, dan zal zij door het Jezusgebed van het donker verlost worden. Op een andere manier komt ze er niet vanaf.
Ik word nogal eens bespot omdat ik alles – het christelijk geloof, psychologie en boeddhisme – door elkaar zou gooien. Laatst werd er tijdens een bijeenkomst, door radicaal conservatieven, met posters tegen mij geprotesteerd.Een van de redenen waarom de boeken van Anselm Grün zoveel mensen bereiken, is waarschijnlijk dat hij een brug slaat tussen de zoekende ziel en de wijsheid die er in de Christelijke Traditie bewaard wordt. Hij spreekt zelden over het katholicisme, protestantisme of evangelicale beweging, maar als Benediktijner monnik weet hij zich verbonden met een monastieke traditie die teruggaat tot de woestijnvaders van de vierde eeuw. Het enige boekje dat ik van hem heb, gaat over de strijd van de oude monniken tegen de demonen. (Omgaan met de Boze, verschenen in de serie Monastieke Cahiers van de Abdij Bethlehem in Bonheiden) en het valt mij op dat hij de Jungiaanse psychologie hierin combineert met de psychologie avant la lettre van de woestijnvaders. Eigenlijk verkondigt Grün een soort spirituele psychologie en gebruikt net als in de New Age veelvuldig het woord ‘helen’. Daar is natuurlijk niets mis mee, maar vaak valt een beetje teveel nadruk op het zelf dokteren aan de ziel en raakt Christus wat op de achtergrond. Daarom zijn de protesten uit conservatief christelijke kringen ook wel begrijpelijk.
Ik wil niet beweren niet Anselm Grün van oosterse en westerse mystiek één potje kookt, maar vaak is hij te weinig kritisch over oosterse mystiek. Natuurlijk weet hij dat er tegenwoordig een grote behoefte is om mystieke tradities met elkaar te verbinden en dat oosterse mystiek erg populair is. Je daarover kritisch uitlaten, betekent waarschijnlijk ook een groot deel van je publiek verliezen en Grün wil nu juist zoveel mogelijk mensen bereiken. Ik vind het jammer dat hij zich niet volledig uitspreekt over de christelijke visie op het bestaan en Jezus bijna als een gnostische messias presenteert:
Hij spreekt hier helemaal niet over de menswording van God, dat Christus mens geworden is om ons weer terug te brengen bij God. Door de zonde zijn we gevallen en alleen door het Offer van Zijn Heilig Lichaam en Bloed kunnen we weer bij God terugkeren. Het zou kunnen dat hij meent dat de religieuze zoeker van de 21e eeuw deze visie niet verdraagt. Dat hij als Benediktijner monnik het gnosticisme aanhangt, lijkt mij in ieder geval sterk.
Wat is het eigenlijke doel: zoveel mogelijk mensen willen bereiken en helpen ‘zin aan hun leven te geven’ of zoveel mogelijk mensen bij God willen brengen?
Anselm Grün schreibt:
“Im Ausatmen können wir uns vorstellen, wie wir all die Gedanken, die immer wieder hochkommen, einfach abfließen lassen. Wenn wir das eine Zeitlang tun, werden wir innerlich ruhig. Dann können wir den Atem mit einem Wort verbinden. Wir können z.B. beim Einatmen still sagen: ‘Siehe’ und beim Ausatmen ‘Ich bin bei dir’… Ich muss mich bei dieser Meditation gar nicht konzentrieren.”Hier aber befinden wir uns voll im Trend der New-Age-Mystik. Gott ist nicht mehr eine Person, dem der Mensch im Anruf gegenübersteht, sondern eine Art kosmische Energie, die einen durch Atemtechniken, die noch dazu die ideale Voraussetzung für Passivität sind, immer mehr erfüllen kann.
Bron: vigi-sectes.org/catholicisme/esoteriklehrer-fuer-evangelikale.html
Afgelopen maandag werd de Canon van Nederland gepresenteerd, die bestaat uit vijftig vensters waardoor de Nederlander zijn nationaal zelfbewustzijn bij elkaar kan gluren. Door het derde venster kijken we naar de verbreiding van het Christendom in ons land
verwijzingen naar Willibrord en het Christendom [entoen.nu] | schoolplaten Geschiedenis
Gregorios Palamas sluit de Philokalia (Deel IV) af met zes geschriften. Hij is vooral bekend geworden door zijn dispuut met de monnik Barlaam over het Ongeschapen Licht. Zijn betekenis voor de Orthodoxie is zo groot dat de Kerk de Tweede Zondag in de Grote Vasten de Zondag van Gregorios Palamas genoemd heeft.
Contrary to Barlaam, Gregory asserted that the prophets in fact had greater knowledge of God, because they had actually seen or heard God himself. Addressing the question of how it is possible for humans to have knowledge of a transcendent and unknowable God, he drew a distinction between knowing God in his essence (in Greek, ουσια) and knowing God in his energies (in Greek, ενεργειαι). He maintained the Orthodox doctrine that it remains impossible to know God in his essence (God in himself), but possible to know God in his energies (to know what God does, and who he is in relation to the creation and to man), as God reveals himself to humanity. In doing so, he made reference to the Cappadocian Fathers and other early Christian writers.Tropaar [Toon 8]
O light of Orthodoxy, teacher of the Church, its confirmation,
O ideal of monks and invincible champion of theologians,
O wonder working Gregory, glory of Thessalonica and preacher of grace,
always intercede before the Lord that our souls may be saved.
Kondaak [Toon 8]
Holy and divine instrument of wisdom,
joyful trumpet of theology,
together we sing your praises, O God-inspired Gregory.
Since you now stand before the Original Mind,
guide our minds to Him, O Father,
so that we may sing to you: “Rejoice, preacher of grace.”
werken van Gregorios Palamas in de Philokalia (Deel IV)
To the Most Reverend Nun Xenia
A New Testament Decalogue
In Defence of Those who Devoutly Practise a Life of Stillness
Three Texts on Prayer and Purity of Heart
Topics of Natural and Theological Science and on the Moral and Ascetic Life: 150 Texts
The Declaration of the Holy Mountain in Defence of Those who Devoutly Practice a Life of Stillness
Het oudste geschrift dat in de Philokalia is opgenomen, staat op naam van een zekere Hesaias de kluizenaar Men is het er nog steeds niet over eens wie deze Hesaias moet zijn geweest. Sinds 1899 gaat men er over het algemeen van uit dat hij een kluizenaar uit Gaza was die in 488 stierf. Volgens een andere opvatting gaat het hier om een andere Hesaias, namelijk die van de Sketis en dat zijn werkje (27 paragrafen) dateert van omstreeks 400.
De derde tekst van Symeon de Nieuwe Theoloog in de Philokalia (Deel IV) over drie manieren van bidden, wordt aan hem toegeschreven.
There are three methods of prayer and attentiveness, by means of which the soul is either uplifted or cast down. Whoever employs these methods at the right time is uplifted, but whoever employs them foolishly and at the wrong time is cast down. Vigilance and prayer should be as closely linked together as the body to the soul, for the one cannot stand without the other. Vigilance first goes on ahead like a scout and engages sin in combat. Prayer then follows afterwards, and instantly destroys and exterminates all the evil thoughts with which vigilance has already been battling, for attentiveness alone cannot exterminate them. This, then, is the gate of life and death. If by means of vigilance we keep prayer pure, we make progress; but if we leave prayer unguarded and permit it to be defiled, our efforts are null and void.In het tweede deel van de Philokalia is een tekst opgenomen over het leven van Abba Filemoon. Deze woestijnvader moet geleefd hebben na Arsenios de Grote, maar voor de verovering van Egypte door de Muzelmannen, dus ergens tussen 445 en 640. Hij spreekt veel over het Jezusgebed (”Heer Jezus Christus, Zoon van God, ontferm U over mij zondaar“), dat hij ook wel de ‘verborgen overweging’ of de ‘eenvoudige overweging’ noemt, als dé juiste houding om het hart te bewaken.
Het vierde deel van de Philokalia begint met twee teksten van Symeon de Nieuwe Theoloog. Daarnaast is er nog een derde tekst The Three Methods of Prayer die aan hem wordt toegeschreven. Naast deze drie teksten, heb ik ook de Discourses van Symeon de Nieuwe Theoloog op de plank staan, vertaald door C. J. deCatanzaro en verschenen bij de Paulist Press.
St. Symeon was born in Galatia in Paphlagonia (Asia Minor) in 949 AD. His parents, Basal and Theophana, were Byzantine provincial nobles. St. Symeon received only the basics of a primary Greek school education until he was about eleven years old. He finished his secondary education at the age of 14 in the court of the two brother emperors Basil and Constantine Porphyrogenetes. At 14, he met St. Symeon the Studite, who became his spiritual father and who led him into the life of asceticism and prayer. Although he wanted to enter the famous monastery of the Stoudion at the age of 14, his spiritual father had him wait until he turned 27. During this period of preparation, St. Symeon’s elder continued to counsel and guide him, preparing him gradually for the monastic life even in the midst of worldly cares. St. Symeon occupied himself with the management of a patrician’s household and possibly entered the service of his emperor as a diplomat and a senator. While ‘busy in the world’ he also strove to live a monk’s life in the evenings, spending his time in night vigils and reading the spiritual works of Mark the Hermit and Diadochus of Photike. One of his elder’s advice was, “if you desire to have always a soul-saving guidance, pay heed to your conscience and without fail do what it will instil in you".Tropaar [Toon 3]
Having received the Divine radiance in your soul, Father Symeon,
you showed yourself a most brilliant luminary in the world.
You scattered its dark madness
and convinced all men to seek what they lost,
the grace of the Holy Spirit.
Beseech Him fervently that He may grant us His great mercy.
Het tweede deel van de Philokalia wordt voor meer dan de helft gevuld met geschriften van Maximos de Belijder. De paragrafen zijn in centuria gebundeld. Maximos schrijft veel over het doel van het leven: het worden als God. In de Orthodoxe Kerk wordt het geestelijke doel van de mens met het woord theosis aangeduid. Opvallend in onze tijd, waarin New Age zoveel populariteit geniet, is dat de Orthodoxie altijd spreekt over een relatie met de Ander, waarin God altijd maar groter wordt en wijzelf steeds kleiner. New Age (als mix van oosterse mystiek en gnosis) staat met het (hogere) Zelf dan ook lijnrecht tegenover de theosis waar de vaders (en moeders) van de Kerk over spreken.
Maximos de Belijder in de Philokalia (deel II)
Four Hundred Texts on Love, with a foreword to Elpidios the Presbyter
Two Hundred Texts on Theology and the Incarnate Dispensation of the Son of God (written for Thalassios)
Various Texts on Theology, the Divine Economy, and Virtue and Vice
On the Lord’s Prayer
Zijn naam dankt Maximos de Belijder aan zijn onvoorwaardelijke trouw aan de orthodoxie in een tijd dat zelfs de Byzantijnse keizer en de patriarch van Constantinopel de ketterij van het monothelisme waren gaan volgen. Zijn trouw en standvastigheid werden hem niet bepaald in dank afgenomen want Maximos de Belijder werd vervolgd, gemarteld en uiteindelijk verbannen. Maar eerst nog werd zijn tong uitgesneden en zijn rechterhand afgehakt. Toch is hij alles behalve monddood gemaakt. In de Philokalia is geen andere vader te vinden van wie zoveel geschriften zijn opgenomen, waaronder tweehonderd teksten waarin hij het dythelitisme verdedigt tegenover het monothelisme.
Tropaar [toon 3]
Through thee the Spirit poured forth
streams of teaching for the Church;
thou didst expound God the Word’s self emptying,
and shine forth in thy struggles as a true Confessor of the Faith;
holy Father Maximos, pray to Christ our God to grant us His great mercy.
Kondaak [toon 8]
O faithful, let us acclaim the lover of the Trinity,
great Maximos who taught the God-inspired Faith,
that Christ is to be glorified in two natures, wills and energies:
and let us cry to him: Rejoice, O herald of the Faith.
Johannes Cassianos is in het westen vooral bekend geworden om zijn werk de Institutiones dat hij omstreeks 425-28 in Marseille schreef op verzoek van de bisschop Castor van Apt (Provence). Benedictus van Nursia zou een eeuw later veel aan dit werk ontlenen, bij het opstellen van zijn monniksregel. De Institutiones bestaan uit twaalf boeken die verschillende aspecten van het monniksleven beschrijven. De eerste vier boeken gaan over de buitenkant: de kleding, het officie, de psalmodie en wereldverzaking. De acht overige boeken behandelen ieder een van de acht boze geesten die zijn leermeester Evagrios voor het eerst van elkaar heeft onderscheiden. In de Philokalia zijn twee teksten van Johannes Cassianos opgenomen. De eerste tekst over de acht boze geesten is door de samensteller de hl.Nikodimos van de Heilige Berg overgenomen uit de boeken V-XII van de Institutiones
De Institutiones verschenen in een Nederlandse vertaling onder de titel Instellingen, leven en streven van monniken in 1984 als deel 26 in de reeks monastieke cahiers bij de Abdij Bethlehem te Bonheiden (B)
Johannes Cassianos is de derde woestijnvader die in de Philokalia is opgenomen. Hij leefde in dezelfde tijd als Evagrios, vestigde zich in Egypte bij de Kellia, ging bij Evagrios van Pontus in de leer en sloot zich aan bij zijn kring van aanhangers van de omstreden Alexandrijnse theoloog Origines.
Johannes Cassianos
is een Romein van geboorte, maar waar hij geboren is en uit welke familie is onbekend. Als jongeman trekt hij, samen met zijn grote vriend Germanus naar het Heilig Land, waar ze rond 380 intreden in een klooster in Betlehem. Daar horen ze van de woestijnmonniken en na enkele jaren sluiten ze zich bij een kluizenaarsgemeenschap in Egypte aan. Na jaren in eenzaamheid en meditatie te hebben geleefd, brengt juist het gedachtegoed van woestijnvaders zoals Antonius hem terug naar de bewoonde wereld. Er ontstaat een ernstig theologisch conflict over dat gedachtegoed en na 15 jaar moeten ze vluchten. Terug in de wereld worden hij en zijn vriend Germanus medewerkers van de vurige bisschop Johannes Chrysostomus in Constantinopel. Chrysostomos (= ‘Gouden mond’ ), die zoals altijd geen blad voor zijn mond neemt, raakt in conflict met de keizerin. Hij en zijn medewerkers vluchten in 404 naar Rome. Cassianos raakt daar bevriend met de later paus Leo de Grote. Hij sticht een mannen- en een vrouwenklooster in Marseille. Daar draagt hij zijn inzichten en ervaringen over aan de monniken die zich rond hem verzamelen. Cassianos schrijft zijn ervaringen op, zodat anderen daar hun voordeel mee kunnen doen. Zijn geschriften en die van zijn medebroeder Athanasius zullen tot de bestellers der oudheid gaan behoren. Zij vormen de basis van het monnikendom in West-Europa. Cassianos wordt ‘de vader van het kloosterleven in West-Europa’ genoemd.
Bron: mystiek-mediapastoraat.nl
Teksten van Cassianos in de Philokalia (Deel I)
On the Eight Vices
On the Holy Fathers of Sketis and on Discrimination
De Antirrhetikos van Evagrios is niet opgenomen in de Philokalia, maar het is wel een van zijn bekendste werken. Waarschijnlijk is Evagrios de eerste monnik die de hartstochten ’systematisch’ beschrijft. Het tweede geschrift van Evagrios dat in de Philokalia is opgenomen (Texts on Discrimination in respect of the Passions and Thoughts) handelt over de hartstochten. Evagrios noemt ze ook wel: boze geesten en vergelijkt de strijd die we tegen hen moeten voeren met een veldslag:
Zijn leerling Cassianos neemt zijn indeling van de acht boze geesten over en via zijn geschriften bereikt deze de Westerse traditie waarin ze bekend worden onder de zeven hoofdzonden. Evagrios onderscheidt vraatzucht, lust, hebzucht, woede, droefheid, lusteloosheid, ijdele glorie en trots. Tegenover elke hartstocht plaatst hij een deugd. Om de boze gedachte te bestrijden, schrijft hij de Antiherrhetikos , een methode om met teksten uit de Heilige Schrift (vooral de Psalmen) God’s hulp te zoeken en de boze gedachte een halt toe te roepen.

Psalmody and Prayer in the Writings of Evagrius Ponticus
This book explores the writings of Evagrius Ponticus. It seeks a connection between the seemingly disparate aspects of Evagrius’ mystical theology by approaching the relationship between psalmody and prayer from three perspectives. First, Evagrius’ life, works, and spiritual doctrine are presented, followed by a description of the monastic discipline of psalmody as practised by Evagrius and his contemporaries;
Evagrius texts on the interrelationship between psalmody and prayer are then considered. Second, Evagrius’ recommendations on the usefulness of psalmody in healing of the passions are discussed. Finally, the biblical scholia are studied, which facilitate what Evagrius called ‘undistracted psalmody’, that is, contemplation by means of the words used in psalmody of the person of Christ and of Christ’s salvific work within creation.
Bron: oxfordscholarship.com
A Corpus of Evagrios’ Writings | Evagrius Ponticus by Luke Dysinger
Evagrios heeft veel geschreven. We kunnen zijn geschriften grofweg in twee categorieën verdelen: de Praktikos en de speculatieve geschriften. De vaders die de Philokalia hebben samengesteld, hebben van Evagrios drie werken uit de eerste categorie geselecteerd.
De speculatieve geschriften van Evagrios staan sterk onder invloed van Origenes (c. 185- c.254) en worden binnen de Orthodoxe Kerk niet gelezen. Over het Gebed, de vierde tekst van Evagrios die in de Philokalia is opgenomen, werd door de samenstellers toegeschreven aan de hl. Nilos de asceet, een tijdgenoot van Evagrios die hem ongeveer 30 jaar overleefd heeft. Waarschijnlijk is deze tekst na het Tweede Concilie van Constantinopel (553) opzettelijk onder een andere naam verspreid omdat alle geschriften van Evagrios verbrand moesten worden. Wij zijn geneigd om dit bevel als uiterst negatief te zien, maar dat komt misschien ook omdat we vaak nauwelijks nog beseffen hoe schadelijk bepaalde gedachten voor het geestelijk leven kunnen zijn. De speculatieve geschriften van Evagrios leunen op de leer van Origenes en kunnen beter ongelezen blijven. In 553 werd het anathema uitgesproken over de geschriften van Origenes en indirect op de geschriften van zijn volgelingen (waaronder ook Evagrios werd gerekend):
Anathema
“If anyone does not anathematize Arius, Eunomius, Macedonius, Apollinaris, Nestorius, Eutyches and Origen, as well as their impious writings, as also all other heretics already condemned and anathematized by the Holy Catholic and Apostolic Church, and by the aforesaid four Holy Synods and [if anyone does not equally anathematize] all those who have held and hold or who in their impiety persist in holding to the end the same opinion as those heretics just mentioned: let him be anathema.”
Bron: Fifth Ecumenical Council: Constantinople II, 553
Gelukkig onderscheidde men de praktische van de theoretische, speculatieve geschriften van Evagrios en werden vertalingen van zijn Praktikos onder een andere naam verspreid. Evagrios werd uiteindelijk (gedeeltelijk) gerehabiliteerd, zij het wat laat. Want pas aan het einde van de negentiende eeuw werd hij weer uit de vergetelheid gehaald. Het werk Over het Gebed is een compositie van 153 teksten. Deze is weer verdeeld in vijf reeksen.
De eerste reeks gaat over de voorbereidingen voor het gebed:
1. Wanneer je het welriekende reukwerk wilt bereiden, bestaande uit doorzichtige wierook, kaneel, kruidnagel en hars, meng ze dan naar gelijk gewicht volgens de wet (Exodus 30: 34). Zij zijn de vier deugden. Want als zij volledig zijn en onderling gelijk, zal het verstand niet verraden worden.Teksten van Evagrios in de Philokalia (Deel I)
Outline Teaching on Asceticism and Stillness in the Solitary Life
Texts on Discrimination in respect of Passions and Thoughts
Extracts from the Texts on Watchfulness
On Prayer: 153 Texts
A Corpus of Evagrios’ Writings | Evagrius Ponticus by Luke Dysinger
In de oudheid hadden teksten vaak de structuur van een centarion, een ‘boeket van honderd bloemen’, losse paragrafen die bijeengehouden werden door één centraal thema. In het geval van de eerste tekst die we van Evagrios in de Philokalia tegenkomen, zijn het minder dan 50 teksten en de volgorde van de deze overgeleverde teksten verschilt soms. Het onderwerp waar Evagrios zich op concentreert, is de hesychia. In het oosterse christendom is dit een zeer belangrijke houding. De 14e eeuwse Griekse monnik Gregorios Palamas zegt hierover:
De hesychia heeft ook de geestelijke beweging van het hesychasme zijn naam gegeven. Online vond ik een werkstuk van Alex Pot over het hesychasme.
Het hesychasme wordt soms wel eens in vijf perioden ingedeeld:
1. vierde en vijfde eeuw (o.a. Evagrios en Arsenios)
2. zesde en zevende eeuw (o.a. Johannes Climacus, en zijn leerlingen Hesychius en Philotheus)
3. elfde eeuw (o.a. Simeon de Nieuwe Theoloog)
4. veertiende eeuw (o.a. Nicephorus de Hesychast en Gregorios Palamas)
5. achttiende eeuw (tijd waarin de Philokalia zich begon te verspreiden)
Toen in de achttiende eeuw als reactie op de Verlichting de geestelijke geschriften in de Philokalia werden gebundeld, maakte het hesychasme weer een bloeitijd door. Vooral in het negentiende eeuwse Rusland was de invloed van de Philokalia groot, ook in het leven van Dostojewsky
Iedereen die met het lezen van de Philokalia begint, komt al snel bij deze tekst van Evagrios aan. Het is een goed begin, want Evagrios schrijft hier over de houding die nodig is om met God om te kunnen gaan: we moeten van binnen stil proberen te worden. Hoe we daarin kunnen slagen, is eigenlijk de weg van de monnik. Evagrios raakt daarom allerlei aspecten van het monnikschap aan: celibaat, verzaking, gastvrijheid, aalmoezen, kleding, familie, eenzaamheid, vrienden, kluis, eten, handenarbeid, en natuurlijk ook het gebed.
Met betrekking tot vriendschap zegt Evagrios bijvoorbeeld het volgende:

A Corpus of Evagrios’ Writings | Evagrius Ponticus by Luke Dysinger
In de Philokalia zijn vier fragmenten en geschriften samengebracht van Evagrios van Pontus: Krachtlijnen van het monniksleven (On Ascetism and Stillness in Solitary Life), Verhandeling over allerlei slechte gedachten (On Discrimination in respect of Passions and Thoughts), over Waakzaamheid (Extracts from the Texts on watchfulness) en Verhandeling over het gebed (On Prayer) De meeste teksten zijn overgeleverd in het Syrisch. Evagrios is een omstreden auteur omdat hij onder invloed staat van Origines en zijn geschriften zijn uiteindelijk ook veroordeeld. Dat gebeurde tijdens het concilie van Constantinopel in 553 en waarbij keizer Justinianus I het bevel gaf om al zijn werken in het Byzantijnse Rijk te vernietigen. Zodoende hebben de meeste Griekse vertalingen het niet overleefd op enkele na die onder een andere naam, meestal Nilus van Ancyra, werden verspreid. Later zijn bepaalde teksten van Evagrios toch gecanoniseerd en zo zijn ze uiteindelijk ook in de Philokalia terecht gekomen. Ik heb deze vier teksten gelezen in een Engelse en Nederlandse vertaling. Christofoor Wagenaar (ocso) van het de Abdij Bethlehem te Bonheiden (B) heeft in de jaren tachtig enkele werken van Evagrios in het Nederlands vertaald. Deze zijn uitgegeven in de reeks monastieke cahiers (34 en 35, beiden in 1987 verschenen) van de Abdij Bethlehem.
Evagrius van Pontus werd omstreeks 345 geboren in Ibora, een kleine stad aan de Zwarte Zee. Hij bracht een tijd in Constantinopel door, waar hij door Gregorius van Nazianze in de theologie en de mystiek werd ingewijd. Basilius de Grote benoemde hem tot lector. Evagrius werd in 380 diaken gewijd door Gregorius van Nyssa, die hij op het concilie van Constantinopel in 381 vergezelde. Daar moet hij, dankzij zijn scherpzinnigheid, een belangrijke bemiddelende rol hebben gespeeld. In 382 ontvluchtte hij de stad van Constantijn in verband met een verhouding met een vrouw, die door haar echtgenoot niet op prijs werd gesteld.Enkele andere werken van Evagrios
Praktikos (of De Monnik)
De Gnostikos
De acht boze geesten
Aansporing voor monniken
Alle geschriften van Evagrios op een rijtje
Terug in Nederland uit het klooster waar ik in 1995 het eerste deel van de Philokalia kocht, ben ik weer in deze compilatie van geestelijke geschriften aan het lezen. Inmiddels heb ik alle vier de delen die vanaf 1979 bij Faber & Faber(London) zijn uitgegeven. De Philokalia is een compilatie teksten van woestijnvaders en Byzantijnse theologen tussen de vijfde en de veertiende eeuw. De oudste is Evagrios van Pontos (345-399) en de jongste Gregorios Palamas (1296-1359) De eerste maakte aan einde van zijn leven in 392 nog mee dat het Romeinse Rijk in een westelijk en oostelijk deel gesplitst werd. De laatste leefde in dat oostelijk deel van het Romeinse Rijk, beter bekend als het Byzantijnse Rijk, dat nog tot 1453 zou blijven bestaan.
Juist de politieke scheiding in 392 is bepalend geworden voor de ontwikkeling van het Avondland in cultureel en religieus opzicht. Na het schisma in 1054 heeft zich onder aanvoering van Rome definitief een westers Christendom ontwikkeld, het Rooms-katholicisme, dat in geestelijk opzicht anders is dan het oorspronkelijke Christendom. De Orthodoxe Kerk is trouw gebleven aan de Christelijke Traditie die zich sinds Paulus over de wereld verspreid heeft. Voor ons Westerlingen hebben de teksten van de vaders uit de Philokalia een andere smaak dan de scholastiek of reformatorische theologie. De Westerse theologie is over het algemeen verstandelijk en systematisch, terwijl de theologie van de (woestijn)vaders direct uit het hart spreekt en meestal niet zo strak geordend is. Het is het verschil tussen kennis van het hoofd en kennis van het hart. De vaders laten zien dat we God vooral leren kennen door met Hem om te gaan, niet door alleen over Hem te lezen. Het lezen in de Philokalia lijkt dus wat tegenstrijdig…
Deel 1
St. Isaiah the Solitary (circa 400-491)
Evagrius the Solitary (345-399)
St. John Cassian (circa 360-435)
St. Mark the Ascetic (omstreeks 500)
St. Hesychios the Priest (8e-9e eeuw?)
St. Neilos the Ascetic (5e eeuw)
St. Diadochos of Photiki (circa 400-485)
St. John of Karpathos (7e eeuw?)Deel 2
St. Theodoros the Great Ascetic (7e-9e eeuw?)
St. Maximos the Confessor (580-662)
Thalassios the Libyan (7e eeuw)
St. John of Damascus (675-749)
St. Theognostos (8e - 24e eeuw?)Deel 3
St. Philotheos of Sinai (9e-10e eeuw?)
Ilias the Presbyter (omstreeks 1100)
Theophanis the Monk (?)
St. Peter of Damascus (11e-12e eeuw?)
St. Symeon Metaphrastis (Deze tekst blijkt van Makarios te zijn, circa 300-390)Deel 4
St. Symeon the New Theologian (949-1022)
Nikitas Stithatos (circa 1000-1076)
Theoliptos of Philadelphia (circa 1250-1322)
Nikiphoros the Monk (13e eeuw)
St. Gregory of Sinai (circa 1265-1346)
St. Gregory Palamas (1296-1359)Bron: orthodoxwiki.org
Van de vetgedrukte woestijnvaders en theologen wil ik de komende weken een aantal teksten gaan citeren.
Draag elkaars lasten, zo leeft u de wet van Christus na. Wie denkt dat hij iets is terwijl hij niets is, bedriegt zichzelf. Laat iedereen zijn eigen daden toetsen, dan heeft hij misschien iets om trots op te zijn, zonder zich er bij anderen op te laten voorstaan. Want ieder mens moet zijn eigen last dragen. Wie onderwezen wordt, moet al het goede dat hij bezit met zijn leermeester delen. Vergis u niet, God laat niet met zich spotten: wat een mens zaait, zal hij ook oogsten. Wie op de akker van zijn zondige natuur zaait oogst de dood, maar wie op de akker van de Geest zaait oogst het eeuwige leven. Laten we daarom het goede doen, zonder op te geven, want als we niet verzwakken zullen we oogsten wanneer de tijd daarvoor gekomen is. Laten we dus, in de tijd die ons nog rest, voor iedereen het goede doen, vooral voor onze geloofsgenoten.Vandaag vier ik mijn naamdag. Dat betekent in de Orthodoxe Kerk dat je in het bijzonder de heilige gedenkt en vereert waarnaar je genoemd bent, in mijn geval Johannes. Nu zijn er duizenden heiligen met de naam Johannes. De meest voorkomende Johannes is Johannes de Dooper, ook wel Johannes de Voorloper genoemd. Negen jaar geleden, op 28 september 1997, heb ik de naam ontvangen van Johannes (de Theoloog). Hij wordt ook wel Johannes de Evangelist genoemd omdat hij het gelijknamige Evangelie geschreven heeft. Maar ook de Openbaringen (of Apocalyps) en drie Brieven in het Nieuwe Testament zijn van Johannes. Op deze icoon staat Johannes op hoge leeftijd afgebeeld samen met Prokhoros in zijn grot op Patmos aan wie hij zijn visioenen dicteert.

Tropaar Johannes de Theoloog
Apostel die bemind werd door Christus God
kom het weerloze volk verlossen.
Want hij op Wiens borst gij uw hoofd gebogen had,
neemt u aan wanneer gij u voor Hem neerbuigt.
Smeek tot Hem, Theoloog Johannes
om de donkere wolk van het ongeloof van ons weg te nemen,
opdat Hij ons de vrede schenkt, en de grote genade.
De islam lijkt zichzelf steeds meer te ontmaskeren als een religieuze ideologie die geen kritiek verdraagt en dreigt met het kopje kleiner maken van iedereen die kritiek heeft op ‘de Profeet’, in psychologisch opzicht het brandpunt van trots en eer van bijna iedere moslim. Na de Deense cartoonrellen, lijkt paus Benedictus XVI een nieuwe rel ontketend te hebben met zijn toespraak aan de universiteit van Regensburg afgelopen week. Trouw schrijft vandaag in haar commentaar:
Vanmorgen ben ik op het web gaan zoeken naar wie deze Byzantijnse keizer Manuel II Paleologos nu precies was. Als zo vaak kwam ik bij een van de 1.386.667 artikelen op de Engelstalige wikipedia terecht. De kracht van deze online en open encyclopedie bleek weer eens uit de zeer recente informatie over de controverse tussen de uitspraak van de paus en de moslimgemeenschap.
Om de uitspraak van Manuel II Paleologos goed te kunnen begrijpen, moeten we naar de geopolitieke achtergrond van zijn tijd kijken: de islamitische (Ottomaanse) dreiging .

Het Byzantijnse Rijk had zich in 1265 weer hersteld van de Latijnse overheersing, maar zou tweehonderd jaar later niet meer bestaan. Rond 1400, tijdens het bewind van Manuel II Paleologos waren alleen nog de laatste bolwerken (Constantinopel, Thessaloniki, Chalkidiki en de Zuidelijke Peloponnesos) overgebleven.



NAZARETH, 19 juli 2006 - Bij een raketaanval van de Hezbollah op de vooral door Arabische Israëliërs bewoonde Noord-Israëlische stad Nazareth zijn woensdag twee kinderen gedood, hebben de Israëlische autoriteiten bekendgemaakt. De doden zijn twee Arabische broertjes van 4 en 8. Volgens een ooggetuige kwam de raket neer in een steeg tussen twee woningen in het centrum van Nazareth. De kinderen waren daar juist aan het spelen. Een tweede raket kwam neer op een gebouw. In totaal vielen er achttien gewonden.
Nazareth is de plaats waar Jezus is opgegroeid en staat vol kerken. De stad ligt op dertig kilometer van de Libanese grens. Voor zover bekend is geen van de heilige plaatsen in Nazareth beschadigd geraakt. De afgelopen dagen werd het nabijgelegen Boven-Nazareth ook al door raketten getroffen. [Bron: nieuws.nl]


Vandaag begin ik met een reeks over historische psalters. Ik open met het kostbaarste handschrift dat in ons land bewaard wordt: het zgn. Utrechts Psalter. Dit wereldberoemde manuscript werd vervaardigd in de Benedictijner abdij Hautvillers bij Epernay en is een topstuk uit de Karolingische handschriftenproductie. Op de website van de Universiteit van Utrecht kun je een digitaal facsimile van dit unieke handschrift in een virtuele vitrine bekijken.
Het Utrechts Psalter behoort zonder meer tot de grootste meesterwerken van de Westerse middeleeuwse kunst. Het is ongetwijfeld het belangrijkste boek dat in Nederland bewaard wordt en zeker het topstuk van de Utrechtse Universiteitsbibliotheek. Zijn naam dankt het handschrift aan de huidige plaats van bewaring, niet aan de plaats van vervaardiging. Het is een zogenaamd psalter of psalterium, dat wil zeggen dat het handschrift de tekst van het bijbelboek Psalmen bevat.
U onderscheidt een milieuethos van een milieuethiek. Maar hoe werkt zo’ n ethos dan in de praktijk? Hebben de oosters-orthodoxe christenen een andere levensstijl dan bijvoorbeeld de protestanten?
The same is not true if we say with a sense of awe that another person is not living well and that we should pray for God to help him and grant him repentance; that is, neither do we say, nor deep down do we desire that God will punish him for what he does. In this case not only do we not do harm to our neighbour, but we do him good. When someone prays for his neighbour, a good force proceeds from him and heals, strengthens and revives him. It is a mystery how this force leaves us. But, in truth, the person who has good within him radiates this good power to others, mystically and gently. He sends light to his neighbour and this creates a shield around him and protects him from evil. When we possess a good disposition towards others and pray, then we heal our fellows and we help them progress towards God.
This is the way we should see Christ. He is our friend, our brother; He is whatever is good and beautiful. He is everything. Yet, He is still a friend and He shouts it out, “You’re my friends, don’t you understand that? We’re brothers. I’m not…I don’t hold hell in my hands. I am not threatening you. I love you. I want you to enjoy life together with me.”
geloofsbelijdenis van Nicea
an orthodox answer to the Da Vinci Code
Gnosis is in. Na de hype rond het Judas Evangelie gaat vandaag de langverwachte verfilming van Dan Brown’s bestseller in premiére. Vijftig miljoen mensen hebben De Da Vinci Code inmiddels gelezen en zijn vaak niet alleen enthousiast over de fictie maar ook over de feiten waarop Dan Brown zijn spannende reli-detective heeft gebaseerd.
Misschien is het megasucces juist te danken aan deze verweving tussen feiten en fictie. Je zou het ook inlegkunde kunnen noemen. De historische bronnen , meestal gnostische geschriften uit de eerste eeuwen na Christus, zitten vaak net als het Judas Evangelie boordevol gaten. Met een beetje fantasie kun je deze opvullen zodat er een spectaculair verhaal ontstaat, dat plotseling ‘nieuw licht werpt’ of een ‘ander verhaal’ vertelt. Opzienbarend! spectaculair! dit moet je lezen!
Intussen blijft het allemaal verzinsel , hoe handig er ook van de historische bronnen gebruik gemaakt wordt om de fictie aannemelijk te maken.
De journalist Henk Schutten heeft boek geschreven over het Judas Evangelie en op zijn website een forum geopend waar al weken intensief van gedachten wordt gewisseld over historische bronnen, waar gnostici universele kennis in bevestigd zien en christenen hun geloof op baseren. Enkele weken geleden startte ik een forumdraad met als onderwerp: een nieuwe gnostische aanval op de orthodoxie?
Orthodoxie en gnosis hebben altijd tegenover elkaar gestaan, ook al beweren sommigen dat beiden goed te verenigen zijn en spreken zij over een “gnostisch christendom".
Veel nieuwetijdse spiritualiteit wordt gekenmerkt door het zoeken naar authentieke, persoonlijke ervaringen. De zoeker gaat een weg die niet door leerstellingen is geplaveid, maar onderzoekt wel allerlei geestelijke tradities. Een veel gehoord motto is: “eenheid in verscheidenheid". Polarisatie hoort daar niet bij. Er is juist een neiging om alle geestelijke tradities te assimileren in één universele mystieke ‘leer’. Gnosis (maar bijv. ook Vedanta) komen dicht in de buurt van die ‘Universele Leer’.
Gnosis lijkt voor velen de oorspronkelijke boodschap van de historische Jezus van Nazareth (in de nieuwetijdse spiritualiteit liever opgevat als historische figuur dan als de Zoon van God, laat staan de Eéngeboren Zoon van God) Veel gnostische geschriften, waaronder nu ook het zgn ‘evangelie’ van Judas, proberen gnosis en christendom met elkaar te verenigen. Christelijk geloof en gnosis zouden niet tegenover elkaar staan.
Maar is dit wel zo? Als we ons in het gnosticisme gaan verdiepen, zien we al snel een zeer dualistisch wereldbeeld en een bizarre mythologie, die helemaal niet met het christelijk geloof te verenigen zijn.
In de eerste eeuwen van het jonge christendom probeerde het gnosticisme christenen ervan te overtuigen dat Jezus geen werkelijk lichaam bezat en loochenden zij daarmee Zijn menswording. Terecht werd deze leer (docetisme) als dwaalleer verworpen.
Nu, bijna 20 eeuwen later, lijkt het erop dat de gnosis opnieuw zijn pijlen richt op een (o.a. door ‘de Verlichting’) uitgehold christendom. Ons geestelijk onderscheidingsvermogen is afgestompt geraakt in deze verwarrende tijd die rijp is voor het Judas ‘evangelie’. Dat duikt ‘plotseling’ weer op met de conclusie: Jezus van Nazareth was een gnosticus en de Kerk heeft het allemaal verdraaid en van Jezus de Zoon van God gemaakt.
Het is het een of het ander. Aan ons de keuze.
Het verhaal speelt in Spanje, in Sevilla, gedurende de vreselijkste tijd van de inquisitie, toen dagelijks ter ere van God de brandstapels in het ganse land brandden.
Chrystus Zmartwychwstał! Prawdziwie Zmartwychwstał!
Kristus Vstal A Mrtvych! Opravdi Vstoupil!
Kristus vstal zmŕtvych! Skutočne vstal!
Hristos a înviat! Adevărat a înviat!
Cristo ha resucitado! Verdaderamente, ha resucitado!
Cristo ressuscitou! Verdadeiramente ressuscitou!
Cristo è risorto! È veramente risorto!
Христос Воскресе! Воистину Воскресе!
Χριστός Ανέστη! Αληθώς Ανέστη!
Christus is opgestaan! Hij is waarlijk opgestaan!
Kristus is opstien! Wis is er opstien!
Christ is Risen! Indeed, He is Risen!
Christus ist auferstanden! Er ist wahrhaftig auferstanden!
Le Christ est ressuscité! Vraiment Il est ressuscité!
Het grote feest van het Christendom, Pasen, wordt volgens een beslissing van het Ie Oecumenisch Concilie gevierd op de eerste zondag na de lentevolle maan. De vreugdevolle periode van het “Pentikostarion” duurt van Pasen tot de “Zondag van Alle Heiligen". Tijdens de Paasnacht lopen de orthodoxe kerken vol van gelovigen die er heen komen om het grootste feest aller feesten te vieren : de Verrijzenis van Christus.
Omstreeks middernacht komen de gelovigen in processie uit de kerk. In de hand houden ze een kaars. Op hun gelaat blijkt een bijzondere vreugde. Vooraan lopen de priesters en zangers. De processie doet ons denken aan de voettocht van de Myrondragende Vrouwen, die de nacht van Pasen naar het lege graf trokken. Daar wordt de lezing uit het Evangelie m.b.t. de Verrijzenis van Christus gelezen en voor het eerst het Paastroparion gezongen : “Christus verrezen uit de doden, door Zijn dood overwon Hij de dood, aan hen in het graf heeft Hij het leven geschonken".


Vorig jaar stond er in Trouw een stukje over het paasfeest in de Russisch-orthodoxe parochie van de heilige Tichon in Nijmegen. Vandaag besteedde Trouw aandacht aan de Grieks-orthodoxe parochie van de Verkondiging in Utrecht die volgende week haar 20-jarig jubileum viert.




Deze dag eten we vis, om zo de vasten een beetje te onderbreken. De Grote Vasten is gisteren beeindigd.

De evangelielezing (Johannes. 12 : 1-18) heeft het over de triomfantelijke intocht van de Heer in Jeruzalem. Dit doet ons daarom aan de palmtakken denken, die in onze Kerken worden uitgedeeld.


Guus Labooy is medeorganisator van de derde Utrechtse Studiedag (9 juli) met als thema: “Om een Persoonlijke God”
Zoals ik verwacht had, was de documentaire The Gospel of Judas (die overigens met reclamespotjes van o.a. Fortis en Nationale Nederlanden was opgerekt tot bijna twee uur) een aaneenschakeling van gedramatiseerde beelden, wetenschappelijke betogen en reconstructies met de ‘rehabilitatie’ van Judas als doel. Onverbloemde gnostische propaganda waarvoor het post-christelijke Westen op dit moment bijzonder ontvankelijk is. Gnosis biedt op de reli-markt een geestelijke weg aan die het individu erg aanspreekt. Het ‘ik’ kan zich in de leerschool van het leven ontplooien als egoloze en goddelijke vonk zonder daarbij afhankelijk te zijn van de persoonlijke, patriarchale God. Laat staan afhankelijk van de Kerk! Een ‘Baas-in-eigen-Huis-geloof’ dus.
Een ’spiritualiteit’ die ook heel veel vrouwen aanspreekt. Niet voor niets werden we voor deze uitzending al opgewarmd met een documentaire over Maria Magdalena, waarin fenomeen Dan Brown veelvuldig aan het woord kwam. Hij mocht nog eens zeggen waarom Maria Magdalena altijd als hoer is afgeschilderd. De Kerk heeft als boos en mannelijk machtsinstituut natuurlijk altijd de positie van de vrouw willen onderdrukken. Maria Magdelena is een van de trouwste discipelen van Christus. Volgens sommige sprekers in deze documentaire was ze in de meeste opzichten ‘veel verder’ dan de mannelijke volgelingen. De boodschap is duidelijk: naast machtswellust zal de door mannen gedomineerde Kerk vast ook wel door jaloezie gedreven zijn en haar daarom gestraft hebben met een negatief imago. Dan Brown weet haarfijn hoe hij zijn publiek, dat vooral uit lezeressen bestaat en zich identificeert met de spirituele Maria Magdalena, moet paaien.
Uit het volgende citaat van de lesbische (en dus feministische) criminoloog Dr. C.I. Dessaur blijkt hoeveel frustratie en felheid er in het (’spirituele’) feminisme soms is tegenover het christelijk geloof:
Ook bij het ‘Evangelie’ van Judas is er een identificatie met de hoofdpersoon: Volgens dit ‘Evangelie’ is Judas de enige discipel die Jezus goed begrepen heeft. Hij was dus ‘verder’ dan de anderen, een positie die de gemiddelde aanhanger van New Age voor zichzelf stiekem geclaimd heeft. Temidden van de slapende (en door de Kerk onderdrukte) massa, komt de enkeling tot inzicht en wordt hij/zij ‘een wetende’.
Wat mij uiteindelijk het meest verbaast van deze documentaire is de volstrekt onlogische redenering dat een bron die ruim 1600 jaar oud is ons het ware verhaal over Judas (maar juist ook over ‘de historische Jezus’) zou brengen. Alsof er in de vierde eeuw geen leugens opgeschreven werden! Er is niets nieuws onder de zon en hoe je het allemaal ook wilt noemen, gnosis, neo-gnosis of New Age, leugens blijven leugens.

Ik geef vader Sergius Heitz graag het laatste woord met de visie van de Orthodoxe Kerk op het gnosticisme:
Met deze zondag begint de laatste week voor de Grote Week. Om ons nog beter voor te bereiden, plaatst onze Kerk de ‘metanoia’ (het berouw) van de Heilige Maria van Egypte in de schijnwerper.

De Evangelielezing van de dag (Mc. 10,32-45) kondigt het lijden van Christus aan en van degenen die Hem willen volgen.
Luister naar de hymnen die vandaag gezongen worden.
Deze zondag vieren we de nagedachtenis van de Heilige Johannes, auteur van de “Ladder". Dit fantastisch werk wordt zo genoemd, omdat het gaat over de ladder van de deugden : van de kleinste tot de grootste. De namiddag van de woensdag die volgt wordt de “Grote Kanon” gezongen, nl. een prachtige reeks hymnen geschreven door de Heilige Andreas van Kreta.

Luister naar de hymnen die vandaag gezongen worden.
Vandaag bevinden we ons ongeveer halverwege de Grote Veertigdagentijd. Om ons op deze grote weg van de vasten te helpen, nodigt onze Kerk ons uit om het kostbaar Kruis van de Heer te vereren.

De geest van offergave wordt ons geleerd door de evangelielezing van de dag (Marcus 8:34 - 9:1).
Luister naar de hymnen die vandaag gezongen worden.
Deze dag vieren we de gedachtenis van de grote voorvechter van de Orthodoxie, de Heilige Gregorios Palamas.

In de evangelielezing (Marcus 2 : 1-12) horen we over de genezing van de verlamde:
Luister naar de hymnen die vandaag gezongen worden.
De Zondag van de Orthodoxie is toegewijd aan het herstel van de ikonen, dat plaatshad in 843 door de Keizerin Theodora. De Triomf van het Rechte Geloof (Orthodoxie) wordt gesymboliseerd met de processie van de Heilige Ikonen, dat in de Kerken plaatsgrijpt.

De Evangelielezing van vandaag (Joh. 1: 44-52) heeft betrekking op de geloofsbelijdenis:
Luister naar de hymnen die vandaag gezongen worden.
21 En de zoon zeide tot hem: Vader, ik heb gezondigd tegen den Hemel, en voor u, en ben niet meer waardig uw zoon genaamd te worden.
Gisteren vond ik op het web de OrthodoxWiki, een encyclopedie en informatiebron voor orthodoxe christenen. In tegenstelling tot zijn grote broer, spreekt deze wiki alleen Engels. Sinds november 2004 zijn er ruim 1200 artikelen op gepubliceerd. Dagelijks breidt de informatie uit want iedereen kan deze online encyclopedie aanvullen en/of bewerken.
Ik ontdekte vanmiddag een verzameling links naar websites met Russische liturgische muziek.

Liturgy.ru
Russkaja cerkovnaja muzyka
Biblioteka prepodobnogo Serafima Sarovskogo
Afgelopen donderdag vierde het Grieks-orthodoxe kloostertje Geboorte van de Moeder God’s haar parochiefeest. Vandaag zullen, net als vorig jaar, weer veel Grieken (in bussen) aanwezig zijn voor een grootse viering van de Goddelijke Liturgie.

Moge het weer net zo’n bijzondere dag worden als vorig jaar op 11 september. Een echte geboortedag, zoals voor mij en nog iemand die dat niet vergeten is.
Ik ontdekte op de homepage van Dolf Hartsuiker een paar mooie pagina’s over christelijke asceten. Hij behandelt er vier: Antonius Abt, Maria van Egypte, Paulus van Thebe en Simeon de Pilaarheilige.

Bron: Tijdschrift over Byzantium | leven van Evagrios Ponticus
Acht jaar geleden kwam ik uit Griekenland terug met een vuistdikke catalogus van de tentoonstelling Treasures from Mount Athos die ik tweemaal bezocht had in het Byzantijnse Museum in Thessaloniki. Deze unieke tentoonstelling werd gehouden in het kader van de manifestatie Thessaloniki cultural capital of Europe 1997. Gisterenavond was ik weer eens aan het bladeren met aansluitend een surfsessie. De integrale catalogus staat namelijk (nog altijd) online. Met uniek beeldmateriaal.

Al enkele malen berichtte ik hier over de nieuwe Russisch-orthodoxe parochie van de heilige Tichon in Nijmegen. Trouw publiceert vandaag een groot artikel in de serie De God van Nederland, waarin uitgebreid wordt stilgestaan bij de viering van de vespers van Goede Vrijdag en Pasen in deze parochie, aangevuld met wat algemene informatie over de Orthodoxie.
lees het artikel
website van de parochie van de heilige Tichon
Bron: www.ruskerk.nl

Bron: www.ruskerk.nl





Vandaag zal het parochiefeest van de Russische parochie van de heilige Tychon in Nijmegen worden gevierd. De website van deze parochie is sinds kort in de lucht. Op de website staat een kalender voor alle diensten.

Bron: oca.org