» » taal & poëzie

maandag 1 april 2013
noche oscura del alma
gezien op Canvas bij Katholieke Televisie en radio Omroep: Braambos
karmeliet Reinhard Körner over depressie en Juan de la Cruz

De benedictijner monnik Anselm Grün is niet alleen in Duitsland maar ook in Nederland en Vlaanderen een bekende auteur van boeken over zingeving. Tientallen van zijn boeken zijn inmiddels in het Nederlands vertaald. Een grote kracht van Anselm Grün is dat hij een brug weet te slaan van het christendom naar de hedendaagse zoektocht naar zingeving. In zijn teksten gebruikt hij vaak de taal van de psychologie.

Reinhard KörnerGisteren viel ik op het Belgische Canvas in een mooi gesprek met een andere Duitse monnik. De karmeliet Reinhard Körner is zielzorger en begeleidt mensen die aan depressies lijden. Daarbij baseert hij zich op de spiritualiteit van Juan de la Cruz. Met Lucette Verboven sprak hij een halfuur lang over depressiviteit, Johannes van het Kruis en geloof in eeuwig leven. Zijn boeken verschijnen bij Vier-Türme Verlag die ook de boeken van Anselm Grün uitgeeft. Deze uitgeverij is gevestigd in de benedictijner Abtei Münsterschwarzach. Zelf woont Körner in het Karmelitenkloster Birkenwerder.

En una noche oscura,
con ansias en amores inflamada,
¡oh dichosa ventura!
salí sin ser notada,
estando ya mi casa sosegada.

Juan de la Cruz, ca. 1577

Dunkle NachtDonkere nacht van de ziel is een metafoor die de spirituele ervaring beschrijft van iemand die een fase in zijn leven doormaakt waarin hij zich door iedereen verlaten voelt, zonder hoop op een betere toekomst. Deze aan depressie verwante gevoelens ervaart de persoon als een crisis van geestelijke identiteit. Verschillende spirituele tradities zoals de christelijke mystiek verwijzen naar deze ingrijpende en louterende ervaring. Zo beschreef Johannes van het Kruis in een gedicht de reis van de ziel vanuit zijn lichamelijke thuis naar een vereniging met God. Deze reis is bijzonder zwaar want het betekent een onthechting van de wereld om zich “met het licht van de schepper te kunnen verenigen.” In zijn werken maakt Johannes onderscheid tussen twee donkere nachten: de nacht van de zuivering van de zintuigen en de nacht van de zuivering van de geest. Bron: nl.wikipedia.org

reinhard-koerner.de

maandag 25 maart 2013
Hoe genoeglijk rolt het leven …
van Michaela gekregen: H.K.Poot - Dichter en Boer
Hubert Korneliszoon PootHubert Korneliszoon Poot (1689-1733) was bij zijn leven een hype. Het was in Nederland nog nooit vertoond dat een boer tegelijk dichter was. Zijn eerste bundel Mengeldichten (1716) met vooral liefdespoëzie kreeg meteen een paar herdrukken. Zijn tweede boek, Gedichten, werd chic uitgegeven met tal van illustraties bij de afzonderlijke gedichten, waaronder het bekende Akkerleven, ‘Hoe genoeglijk rolt het leven / des gerusten landmans heen’, dat onder dit brave begin heel wat ironie verbergt. Zijn roem is zo groot dat men hem op de boerderij opzoekt: kijk, hij dicht. Als eerste literator probeert hij van de pen te leven, door poëzie in opdracht te schrijven en redactioneel werk te verrichten. Daartoe verhuist de boerenzoon van Abtswoude naar Delft.
 
Het loopt op een pijnlijke mislukking uit. Hij raakt in een depressie en keert naar huis terug. Die teleurstelling is hij nauwelijks te boven gekomen. Maar wel heeft hij zijn poëzie een nieuwe wending gegeven. In zijn laatste jaren heeft hij vernieuwende gedichten geschreven met de natuur als uitgangspunt. Ook had hij de durf zijn schrijnende levenservaringen een plaats in zijn poëzie te geven.
 
Bron: uitgeverijprometheus.nl
Hubert Korneliszoon Poot was bij zijn leven een hype. Het was in Nederland nog nooit vertoond dat een boer tegelijk dichter was.
Hubert Korneliszoon PootHubert Korneliszoon Poot (1689-1733) was een Nederlands dichter, wiens werk aansluit bij zowel de klassiek georiënteerde poëzie van bijvoorbeeld Vondel, als bij de gevoelige stemmingspoëzie uit de 18e eeuw. Poot stond ook aan de basis van een ommekeer in de Nederlandse literatuur: hij nam zich voor om te proberen van zijn pen te leven en, wat heel ongebruikelijk was in de 17e eeuw, daarnaast geen ander beroep uit te oefenen. Als brooddichter trad hij ook op als uitgever.
 
Aanvankelijk was Poot boer. Dat hij als boerenzoon de Latijnse school niet bezocht, heeft hem echter niet belet om door middel van vertalingen vertrouwd te geraken met de klassieke auteurs. Dat blijkt uit de vele klassieke toespelingen die in zijn gedichten te vinden zijn. Zo is zijn Akkerleven (uit Gedichten, verschenen in 1722) een navolging van wat Horatius schreef in zijn verheerlijking van het leven van de boer. Het succes van zijn in 1716 gepubliceerde Mengeldichten (herdrukt in 1718) bracht hem er in 1723 toe om zich in Delft te vestigen en zich geheel aan de literatuur te wijden. Dat draaide echter uit op een teleurstelling en een jaar later keerde hij terug naar zijn dorp. Na zijn huwelijk in 1732 verhuisde hij opnieuw naar Delft, waar hij na een jaar aan een nierziekte overleed.
 
Bron: nl.wikipedia.org
vrijdag 1 maart 2013
plekken uit mijn jeugd
in het voorbijgaan … (1969-1975)

Ik maakte een wandeling over het kale terrein waar eens het bos uit mijn jeugd stond. Veertig jaar geleden was dit mijn wereld. Nu is het er leeg, kaal en koud. Een golf van weemoed overspoelde mij en uit de diepte klonken de woorden van de Psalmist: “Gelijk het gras is ons kortstondig leven, Gelijk een bloem, die op het veld verheven, Wel sierlijk pronkt, maar kracht’loos is en teêr; Wanneer de wind zich over ‘t land laat horen, Dan knakt haar steel, haar schoonheid gaat verloren; Men kent en vindt haar standplaats zelfs niet meer.” (Psalm 103:8).

CNS II
voorjaar 2010
mijn school is na veertig jaar verdwenen…

Voor maandagmorgen moesten we altijd een psalmversje leren. Vrolijke maar ook droevige. In 1973 wist ik nog niet wat melancholie was en had de onomkeerbaarheid van het leven nog niet leren kennen. Het was eeuwig zomer. Al zong Gerard Cox op de radio dat-ie weer voorbij was…

De plekken uit mijn jeugd zijn
er nog, maar iedereen is weg.
Ik ben dertig zomers geleden al vertrokken. En keer steeds terug.
Puskásbosje
voorjaar 2011
mijn bos is na veertig jaar verdwenen…
donderdag 31 januari 2013
de Hollandsche natie
200 Jaar Koninkrijk der Nederlanden en het nationalisme :
Jan Frederik Helmers (1767-1813) en Hendrik Tollens (1780-1856)

de Hollandse natieAls het niet om voetbal gaat, dan is nationalisme de Nederlanders tamelijk vreemd. Dat was in het jonge Koninkrijk der Nederlanden anders. Voetbal bestond nog niet maar nationalisme was er juist wél. In 1813 het geboortejaar van het Koninkrijk der Nederlanden stelde ons land in cultureel en economisch opzicht weinig voor. Er moest verder dan honderd jaar terug in de tijd worden gekeken om gevoelens van nationale trots op te wekken. Al in 1713 toen in Utrecht de Spaanse Successieoorlog beëindigd werd, was het duidelijk dat de Gouden Eeuw voorbij was. De eens zo machtige Republiek moest haar dominante positie op zee aan Engeland doorgeven. De Spaanse Successieoorlog had kapitalen gekost, waardoor de schatkist na 1713 leeg bleef. In de achttiende eeuw zou het land niet meer bovenop komen. In 1781 raakte de Republiek voor een vierde maal slaags met Engeland en tenslotte werd het in 1795 door Frankrijk verzwolgen.

Dat Nederland nog altijd als zelfstandige natie bestaat, heeft het te danken aan het Congres van Wenen. De toenmalige grootmachten Engeland, Oostenrijk, Rusland en Pruisen verdeelden daar de kaart van Europa opnieuw. Omdat de geallieerden elkaar het grondgebied van Nederland, België en Luxemburg niet gunden én omdat Engeland en Rusland een bufferstaat wilden om van daaruit de expansie van Frankrijk naar het Noorden en Pruisen naar het Westen terug te kunnen slaan, werden Nederland, België en Luxemburg soeverein. Heel Europa moest monarchistisch worden; de Restauratie stond geen republieken meer toe. Zo werd het dus Koninkrijk der Nederlanden.

de leeuw van WaterlooNederland had in 1813, behalve een roemrijk verleden in de zeventiende eeuw, dus nog weinig om trots op te zijn. Maar in 1815 bood zich een schitterende gelegenheid aan om de vaderlandse borst te laten opzwellen. En dat werd mogelijk gemaakt door Napoleon, die in 1813 bij Leipzig verslagen was. De nederlaag van de Franse keizer was niet definitief. Tijdens de Honderd Dagen nam hij revanche en in juni 1815 trok de Grande Armée nog eenmaal op richting Brussel waar zich het hoofdkwartier van de geallieerden bevond. De Slag bij Waterloo vond dus plaats op het grondgebied van het piepjonge koninkrijkje aan de Noordzee, dat in de jaren daarna vol trots kon zeggen dat Napoleon op zijn territorium definitief verslagen was. Tussen 1823 en 1826 werd in opdracht van koning Willem I een piramide opgericht, bekroond door de monumentale Leeuw van Waterloo.

Natuurlijk was de overwinning bij Waterloo het werk van Engeland en Pruisen geweest. Toch speelde Nederland een bescheiden rol. Er vochten Nederlandse regimenten en wat voor het vaderlandse prestige nog belangrijker was, de Prins van Oranje (de toekomstige koning Willem II) was tijdens de aanloop naar Waterloo, bij Quatre-Bras aan zijn schouder gewond geraakt. Een levende nationale held kwam als geroepen en bovendien was hij een Oranje, een afstammeling van de Vader des Vaderlands. De continuïteit met het verleden was gewaarborgd en direct na 1815 begon de verering van de “held van Waterloo". De schilder Jan Willem Pieneman vereeuwigde de gewonde kroonprins op een reusachtig schilderij van de Slag bij Waterloo, “de Nachtwacht van de negentiende eeuw.”

Pieneman
Jan Willem Pieneman 1824
De slag bij Waterloo, 18 juni 1815
Olieverf op doek, 576 x 836 cm
Centrale figuur is de hertog van Wellington terwijl de gewonde prins Willem II links staat afgebeeld

Niet alleen schilders maar ook dichters wakkerden de nationale trots aan. Op 26 februari a.s. is het precies tweehonderd jaar geleden dat de zakenman en dichter Jan Frederik Helmers (1767-1813) stierf. Hij maakte de Volkerenslag bij Leipzig in oktober dus niet meer mee en ook niet de aankomst van de toekomstige koning Willem I op 30 november 1813 bij Scheveningen. In 1799 had hij het gedicht Aan het Vaderland geschreven. Het wordt tegenwoordig niet meer in bloemlezingen vermeld. Helmers draafde in zijn enthousiasme over de Gouden Eeuw een beetje door: “Uw eeuwgen afkeer van geweld en slavernij.” Ook hij “vergat” de ware VOC-mentaliteit.

Aan het Vaderland (tweede strofe)
 
ô Vaderland, dat, lang voordezen,
De roem der volken plagt te wezen!
Ach! Is uw oude roum voorbij?
Gij, schier tilt niets ten top gerezen,
Ontworsteld aan de dwinglandij,
Deedt u door gansch Europa vreezen;
Gij waart alom godncht, ontzaglijk, groot en vrij;
Uw naam, in oost en west geprezen,
Uw vlag, met blijdschap opgehezen,
Deed volk bij volk uw grootheid lezen,
Uw eeuwgen afkeer van geweld en slavernij.
 
uit: Aan mijn vaderland (1799) van Jan Frederik Helmers

In 1816 werd er een wedstrijd georganiseerd voor een nieuw volkslied. Hendrik Tollens (1780-1856) won met Wien Neerlandsch bloed. Het telt acht strofen.

Volkslied
Wien Neerlandsch bloed 1817
Wien Neerlandsch bloed (eerste strofe)
 
Wien Neerlandsch bloed in de aders vloeit,
Van vreemde smetten vrij,
Wiens hart voor land en koning gloeit,
Verheff’ den zang als wij:
Hij stell’ met ons, vereend van zin,
Met onbeklemde borst,
Het godgevallig feestlied in
Voor vaderland en vorst.
 
uit: Volkslied (1817) van Hendrik Tollens

Vergelijken we het volkslied van Tollens met het volkslied dat het duo Jochem Fluitsma en Eric van Tijn in 1996 schreef voor een commercial van de Postbank. Geen propaganda voor het vaderland maar voor een bank die graag alle Nederlanders in zich verenigt. Tollens won de prijsvraag in 1816 mede doordat hij elke strofe afsloot met de regel “voor vaderland en vorst” en tenslotte met “Bewaar, o God! den koning lang En ‘t lieve vaderland.”

In 1996 hoefde je het vaderland en de monarch niet meer te paaien, maar de onderdanen des te meer. Want vijftien miljoen Nederlanders zijn vijftien miljoen potentiële klanten. En aangezien de klant koning is, waren er in 1996 vijftien miljoen koningen bij de Postbank, en “die schrijf je niet de wetten voor, die moeten niet ‘t keurslijf in, die laat je in hun waarde.”

Vijftien miljoen mensen (refrein)
 
Vijftien miljoen mensen
Op dat hele kleine stukje aarde
Die schrijf je niet de wetten voor
Die laat je in hun waarde
Vijftien Miljoen mensen
Op dat hele kleine stukje aarde
Die moeten niet ‘t keurslijf in
Die laat je in hun waarde
 
uit: Vijftien Miljoen Mensen (1996) van Jochem Fluitsma en Eric van Tijn.
maandag 28 januari 2013
il n’y a pas d’amour heureux
gezien op DVD: Aurélien (2003)

Aurelién DVD 2003Aurélien (2003) is een verfilming van de gelijknamige roman van Louis Aragon uit 1944. Het is goed verzorgd drama dat ons zowel in de binnen- als de buitenscènes terugbrengt naar de roaring twenties in Parijs. Luis Aragon (1897-1982) moet veel autobiografische gegevens in zijn roman verwerkt hebben. Kort na de Eerste Wereldoorlog sloot hij zich aan bij het dadaïsme en samen met André Breton en Paul Eluard stond hij bij de wieg van het surrealisme. Het verhaal speelt zich voor een deel af in de hippe kunstenaarswereld van Parijs halverwege de jaren twintig. Aragon modelleerde zijn hoofdpersoon Aurélien waarschijnlijk naar zijn vriend Pierre Drieu la Rochelle.

Sa vie est un étrange
et douloureux divorce
Il n’y a pas d’amour heureux

Louis Aragon

In het naoorlogse Parijs is bijna iedereen getekend door de Grote Oorlog. De meesten houden hun littekens verborgen en proberen het gewone leven weer op te pakken. Aurélien kampt met telkens terugkerende aanvallen van malaria die hij in de loopgraven heeft opgelopen. Bijna alle mannen die in de oorlog gevochten hebben, zijn cynisch geworden. Ook Aurélien heeft zijn geloof in de liefde opgegeven. Verzekerd door familiekapitaal leidt hij een mondain leventje en loopt hij in Parijs van het ene naar het andere feestje. Wanneer hij het nichtje van zijn vriend Edmond de Barbentane ontmoet, ontdekt hij dat zij de enige persoon op de wereld is van wie hij houdt.

Zijn liefde voor Bérenice blijkt wederzijds, maar wordt niet geconsumeerd. Niet omdat Bérenice getrouwd is en haar man trouw wil blijven, maar omdat ze de zuiver liefde die ze voor Aurélien niet wil vermengen met lichamelijke liefde. In het decadente uitgangsleven anno 1925 waarin beide verkeren, zijn de meesten zo losgeslagen dat liefde en seks niets meer met elkaar te maken hebben. Seks gaat net als de drankjes en de hapjes rond en heeft zijn waarde als bezegeling van de liefde tussen twee mensen totaal verloren. Bij Bérenice ontdekt de cynische Aurélien de waarde van de liefde en dus van het leven opnieuw. Op zijn kamer koestert hij een gipsen masker met de gelijkenis van Bérenice. Het masker geeft aan het verhaal een surrealistische sfeer maar is ook een metafoor voor het karakter van Bérenice. Zij wil de liefde tussen hen absoluut houden en hecht aan een strenge scheiding tussen lichaam en geest.

Aragon’s roman gaat tenslotte over oorlog en liefde, niet over geluk. Een van zijn gedichten Il n’y a pas d’amour heureux ken ik al ruim dertig jaar door de uitvoering van Georges Brassens. Het past precies bij Aurélien en Bérenice.

Il n’y a pas d’amour heureux
 
AureliénRien n’est jamais acquis à l’homme Ni sa force
Ni sa faiblesse ni son coeur Et quand il croit
Ouvrir ses bras son ombre est celle d’une croix
Et quand il croit serrer son bonheur il le broie
Sa vie est un étrange et douloureux divorce
Il n’y a pas d’amour heureux
 
Sa vie Elle ressemble à ces soldats sans armes
Qu’on avait habillés pour un autre destin
A quoi peut leur servir de se lever matin
Eux qu’on retrouve au soir désoeuvrés incertains
Dites ces mots Ma vie Et retenez vos larmes
Il n’y a pas d’amour heureux
 
Mon bel amour mon cher amour ma déchirure
Je te porte dans moi comme un oiseau blessé
Et ceux-là sans savoir nous regardent passer
Répétant après moi les mots que j’ai tressés
Et qui pour tes grands yeux tout aussitôt moururent
Il n’y a pas d’amour heureux
 
Le temps d’apprendre à vivre il est déjà trop tard
Que pleurent dans la nuit nos coeurs à l’unisson
Ce qu’il faut de malheur pour la moindre chanson
Ce qu’il faut de regrets pour payer un frisson
Ce qu’il faut de sanglots pour un air de guitare
Il n’y a pas d’amour heureux
 
Il n’y a pas d’amour qui ne soit à douleur
Il n’y a pas d’amour dont on ne soit meurtri
Il n’y a pas d’amour dont on ne soit flétri
Et pas plus que de toi l’amour de la patrie
Il n’y a pas d’amour qui ne vive de pleurs
Il n’y a pas d’amour heureux
Mais c’est notre amour à tous les deux
 
Louis Aragon

Bron: Aurélien [ imdb.com ]

woensdag 12 december 2012
12/12/12
bij een schilderij van Ceciel Naalden

eenzame opsluiting

de mateloze verlatenheden
de hemel zonder gieren

ben ik dood of ben ik licht?
ben ik aan of ben ik uit?

mama, mag het licht
blijven branden?

Ceciel Naalden
schilderij van Ceciel Naalden

cecielnaalden.nl

donderdag 29 november 2012
hier ligt Poot, hij is dood
Literatuurgeschiedenis van H.J.F.M.Lodewick
literatuurgeschiedenis.nl

LodewickIn 1979 kreeg ik in de vierde klas van het atheneum voor het eerst literatuuronderwijs. Op onze school gebruikten we de 34e druk van Literatuurgeschiedenis van H.J.F.M. Lodewick uit 1958. De drie delen (inclusief Literaire Kunst uit 1955) heb ik nog altijd bewaard en gebruik ik alweer dertig jaar als naslagwerk. Omdat ik de laatste tijd met de achttiende eeuw bezig ben, sloeg ik het boek weer eens open om de namen door te nemen van de achttiende eeuwse schrijvers en dichters die ik voor de boekenlijst moest leren (en lezen!)

De canon die Lodewick van de achttiende eeuw geeft, begint met “de laatste 17e eeuwer” Hubert Cornelisz. Poot, bij mij alleen nog bekend van het grafschrift van de Schoolmeester: “Hier ligt Poot, hij is dood.” Lodewick sluit de achttiende eeuw af met Willem Bilderdijk. Tussen Poot en Bilderdijk moesten we de volgende namen leren: Pieter Langendijk (1683-1756), Justus van Effen (1684-1735). Betje Wolff (1738-1804) en Aagje Deken (1741-1804), Hieronymus van Alphen (1746-1803) Rhynvis Feith (1753-1824) en Jacobus Bellamy (1757-1786).

Eind jaren zeventig vulden we onze boekenlijst graag helemaal met titels van Jan Wolkers, zoals na 1990 vooral boeken van Ronald Giphart en Herman Brusselmans bij scholieren op het menu staan. Maar we moesten ook stoffige literatuur lezen van vóór 1945. Daar werden uiteraard uitreksels voor gebruikt. Toch kreeg je op die manier nog een flinke scheut Vondel, Wolff en Deken of Hildebrand naar binnen. En dat was precies de bedoeling.

Arnold HoogvlietDe Literatuurgeschiedenis van H.J.F.M.Lodewick wordt al decennia lang niet meer gebruikt. De canon uit 1958 zal inmiddels gewijzigd zijn. Voor mijn generatie was literatuur van vóór 1900 vaak al onleesbaar, hoe zal dat dan wel niet zijn voor de Facebookgeneratie? In ieder geval hebben de jongeren van nu door het internet veel beter toegang tot ons literaire verleden dan wij destijds met Lodewick hadden. Ik nam eens een kijkje op literatuurgeschiedenis.nl en klikte de achttiende eeuw aan. Het rijtje dat ik in 1979 moest leren, is aanzienlijk langer. Voor mij onbekende namen als Arnold Hoogvliet, Hendrik Doedijns, Arend Fokke Simonsz, Jacob Haafner, Pieter Rabus, Cornelius Martinus Spanoghe, Jan Verlooy, Jacob Campo Weyerman, Pieter van Woensel en Jozef de Wolf komen voorbij. De achttiende eeuw krijgt voor mij zo weer wat meer profiel.

literatuurgeschiedenis.nl
literatuurgeschiedenis.nl

De achttiende eeuw in vijftien hoofdstukken [ literatuurgeschiedenis.nl ]

woensdag 3 oktober 2012
de waanzin van Hölderlin
gelezen in Die Gedichte van Friedrich Hölderlin (1770-1843)

Friedrich Hölderlin - Die GedichteToen we vorig jaar het idyllische universiteitsstadje Tübingen bezochten, maakten we op een mooie zondagmorgen in juni een tochtje met een vlet over de Neckar. Onze gids vertelde natuurlijk het bekende verhaal van de Blutbruderschaft (in het Duits klinkt het mooier) tussen Hegel, Hölderlin en Schelling, die hier rond 1790 studeerden. Drie kamergenoten die het alle drie tot “grote geest” schoppen, dat is zeldzaam, zelfs in Duitsland. Terwijl Hegel en Schelling uiteindelijk in Berlijn terecht kwamen om daar in het pantheon van Grote Duitsers te worden bijgezet, belandde Friedrich Hölderlin in 1806 in de waanzin, in geistiger Umnächtung.

Een timmerman uit Tübingen die hem bewonderde, bood de geesteszieke dichter in 1806 een woning aan in een toren aan de Neckar. Hölderlin bleef er tot aan zijn dood in 1843 wonen. De Hölderlinturm is tegenwoordig het Wahrzeichen van Tübingen. Een waanzinnige dichter die 37 jaar in een toren leeft, hééft natuurlijk iets. Een ideaal onderwerp voor een gothic novel.

Emily Brontë schreef Jane Eyre, met het thema van “de waanzinnige in de toren", kort na Hölderlin’s dood. Toch lijkt het mij niet dat ze ooit van hem gehoord heeft, want aan het eind van zijn leven was de dichter totaal vergeten.

Hölderlinturm
Hölderlinturm in Tübingen, 26 juni 2011

Lang zou Hölderlin vergeten blijven. Toen Hegel en Goethe in 1832 gestorven waren, was het voorbij met het gouden tijdperk van Duits classicisme en Duitse romantiek. De Biedermeier bepaalde tijdens de Vormärz het klimaat in Duitsland en de cultuur was burgerlijk en oerconservatief geworden. Na 1850 was al het idealisme uit de romantiek drooggelegd en had de wereld een nuchtere en realistische aanblik gekregen, niet in de laatste plaats door een revolutie in wetenschap en techniek. De kunst en de filosofie waren aan de leiband van realisme en positivisme gelegd. Er was geen reden tot cultuurpessimisme. De Götternacht van Hölderlin was een weinig realistische gedachte in het optimistische licht van de vooruitgang.

Er was geen reden tot cultuurpessimisme.
De Götternacht van Hölderlin was een weinig realistische gedachte
in het optimistische licht
van de vooruitgang.

Nietzsche in 1862Toch was er kritiek op het “wir haben es so herrlich weit gebracht” van de burgerlijke cultuur. De jonge Friedrich Nietzsche bijvoorbeeld ontdekte in 1861 het werk van Hölderlin. Bijna niemand kende deze dichter toen nog, zelfs de leraar Duits was hem vergeten. Maar de 17-jarige Nietzsche zag in Hölderlin onmiddellijk een geestverwant. Hij deelde zijn grote liefde voor de oude Grieken en hun cultuur. Nietzsche verlangde ook naar een terugkeer van de mythos in de kunst, die in zijn beleving door de logos van de wetenschap verdrongen was. Rond 1860 domineerde positivistische wetenschap alle domeinen van het leven. Voor Nietzsche was dat verstikkend voor het leven zélf.

Filisters noemde Nietzsche iedereen die zich door het verleidelijke optimisme en de maakbaarheid van de positivistische wetenschap had laten bedwelmen. We moeten niet vergeten dat de schaduwzijde van de wetenschap en techniek zich in die tijd nog niet aan ons had opgedrongen. De “Materialschlacht” van de Eerste Wereldoorlog lag nog ver in de toekomst. Cultuurpessimisme bestond eigenlijk niet. Nietzsche ontdekte in Hölderlin niet alleen een gelijkgestemde geest door zijn diepe liefde voor het Oude Griekenland. Hij vond bij Hölderlin ook een gitzwart cultuurpessimisme. Dat was toch dragelijk omdat Hölderlin in die duisternis een toekomstvisioen had. Hij meende dat zijn eigen tijd een Götternacht was, een verduistering van het mythische. Maar achter de horizon zag hij een stralende Morgen.

Hölderlin leefde in een tijd waarin de industriële revolutie nog helemaal op gang moest komen, zeker in Duitsland. Maar de voedingsbodem voor een technologische revolutie was er al, omdat de Verlichting definitief was doorgebroken. Sapere aude!, durf te weten, de imperatief waarmee de grote Verlichtingsfilosoof Immanuel Kant de mens uit zijn dogmatische sluimer wilde opwekken, kon Hölderlin in zijn jeugd overal horen klinken. De mens moest op eigen benen leren te staan, dat was de enige juiste richting die de Verlichting aangaf. Mythos en geloof werden teruggedrongen, de logos en de ratio ging heersen. Met het verstand zou de mens de natuur volledig aan zich kunnen onderwerpen, dat was de droom en het optimisme van de Verlichting.

Maar Hölderlin’s droom ging over iets heel anders. Hij zag het Oude Griekenland herleven, de goden bovenop de Olympus en saters en nimfen bij een koele bron in een imaginair Grieks landschap. Het bestond alleen in zijn verbeelding, want Hölderlin was nog nooit in Griekenland geweest. Het mythische landschap moet hij alleen gekend hebben van geïdealiseerde pastorales. Deze taferelen waren om te behagen. Niet voor niets vulden ze de paleizen en buitenplaatsen van de vorsten en de adel in de achttiende eeuw.

Schinkel
Karl Friedrich Schinkel 1836
Schinkel was schilder én bouwmeester. Hij idealiseerde het Oude Griekenland omdat classicisme goed in de markt lag en koning Friedrich Wilhelm III bestelde zo af en toe een “Griekse tempel” bij hem. Hölderlin’s droom over het Oude Griekenland ging veel dieper dan het uiterlijke vertoon van Schinkel en de koning.

Hölderlin zag door de oppervlakte van het behaagzieke plaatje heen. Voor hem waren de Griekse goden geen mythologische figuren in een zinnenstrelend decor, maar levende wezens die in de bestaansdiepte met ons verbonden zijn. In 1799 ontstond het onderstaande gedicht Götter wandelten einst bei Menschen, een liefdesgedicht voor Diotima (Susette Gontard).

An Diotima
 
Götter wandelten einst bei Menschen, die herrlichen Musen
Und der Jüngling, Apoll, heilend, begeisternd wie du.
Und du bist mir wie sie, als hätte der Seligen Einer
Mich ins Leben gesandt, geh ich, es wandelt das Bild
Meiner Heldin mit mir, wo ich duld und bilde, mit Liebe
Bis in den Tod, denn dies lernt’ ich und hab ich von ihr.
 
Laß uns leben, o du, mit der ich leide, mit der ich
Innig und gläubig und treu ringe nach schönerer Zeit.
Sind doch wirs! und wüßten sie noch in kommenden Jahren
Von uns beiden, wenn einst wieder der Genius gilt,
Sprächen sie: Es schufen sich einst die Einsamen liebend
Nur von Göttern gekannt ihre geheimere Welt.
 
Denn die Sterbliches nur besorgt, es empfängt sie die Erde
Aber näher zum Licht wandern, zum Äther hinauf
Sie, die inniger Liebe treu und göttlichem Geiste
Hoffend und duldend und still über das Schicksal gesiegt.
 
Bron: gutenberg.spiegel.de

Hölderlin: Allgemeine Einführung und Erklärung [ armin-risi.ch ]

donderdag 12 juli 2012
hemel en hel in Padua
vorige week vrijdag in Padua bezocht:
La Cappella degli Scrovegni

GiottoIn 1980 begon ik met het verzamelen van kunstboeken. Een klein boekje over Giotto geschreven door Arnim Winkler was waarschijnlijk mijn eerste boek. Ik kocht het voor 1 gulden en 45 cent bij De Slegte. Het was mijn eerste kennismaking met de Italiaanse schilder die aan het begin van de veertiende eeuw actief was.

Vrijdag bezochten we in Padua de wereldberoemde Arenakapel die in Italië La Cappella degli Scrovegni wordt genoemd. Het wordt beschouwd als het meesterwerk van Giotto en als een van de vroege hoogtepunten in de Westerse schilderkunst. De reproducties van de fresco’s die Giotto tussen 1304 en 1306 in deze kapel schilderde, zitten al dertig jaar goed in mijn geheugen opgeborgen. Het geeft een fetisjistische kick om de originelen te zien. En wat is het plafond blauw!

La Cappella Scrovegni
La Cappella Scrovegni 1304-1306

Dezelfde week waren we in Ravenna bij het graf van Dante. Giotto (1266/7-1337) en Dante (ca. 1265-1321) waren tijdgenoten en hebben elkaar waarschijnlijk ook ontmoet. De opdrachtgever van de kapel was Enrico degli Scrovegni, de zoon van de Paduaanse edelman Reginaldo degli Scrovegni, een beruchte woekeraar. Met het oprichten van een kapel hoopte Enrico zijn vader vrij te pleiten. Maar in de Divina Commedia die Dante vanaf 1311 schreef, is er weinig genade voor Reginaldo. Dante plaatst de Paduaanse edelman tussen de andere woekeraars - die overigens allemaal uit Florence komen - in een van de onderste kringen van de hel. Woeker werd door Dante als een zeer grote zonde gezien. Dat Reginaldo’s zoon de kerk een schitterende kapel had geschonken, mocht in Dante’s oordeel de straf voor zijn vader niet verminderen.

Con questi Fiorentin son padoano:
spesse fïate mi ‘ntronan li orecchi
gridando: (…)

Inferno, Canto XVII, 70-72

La Cappella Scrovegni
La Cappella Scrovegni 1304-1306
Met de dichter Vergilius als gids maakt Dante een tocht door de hel. In Dantes voorstelling is de hel een soort reusachtige trechter, waarvan de punt zich in het centrum der aarde bevindt. De trechter bestaat uit negen ommegangen of kringen waar de straffen naar beneden toe steeds zwaarder worden. In de zevende kring van de hel vangt hij een glimp op van de woekeraars, die hij kan identificeren aan de wapenschilden op de geldbuidels die zij dragen.
 
Onder hen ontdekt hij de uit Padua afkomstige Reginaldo Scrovegni, wiens wapenschild bestaat uit een blauwe, zware zeug. Deze passage duidt op de slechte reputatie van Enrico’s vader en maakt de theorie waarschijnlijk dat Enrico Scrovegni zich verplicht voelde de Arenakapel als een soort boetedoening op te richten.
 
Canto XVII
Toen ‘k enigen van hen in de ogen staarde,
op wie het vreselijk vuur der smarten regent,
herkende ik er niet één, maar ik bespeurde,
hoe ieder om de hals een beurs had hangen,
die eigen kleuren droeg en eigen wapen
en die zij met hun ogen als verslonden.
En toen ik hen aandachtiger beschouwde
zag ‘k op een gele beurs een blauw borduursel
de kop en houding van een leeuw vertonend.
De kring van mijn gezicht nog wijder trekkend,
zag ik een tweede beurs, bloedrood, neen, roder,
waar blanker nog dan room een gans op prijkte.
En één dier schimmen, op wiens witte buidel
een blauwe, vette zeug stond weergegeven
vroeg mij: ‘Wat voert gij uit in deze diepte?
Verdwijn maar gauw! Doch als nog steeds in leven,
verneem, dat eens mijn buurman Vitaliano
hier aan mijn linkerzijde komt te zitten.
‘k Ben Paduaner bij deez’ Florentijnen, (70)
die vele malen de oren doof mij donderen (71)
door hun gebrul. (72)
 
Bron: cultuurnetwerk.nl

La Cappella degli Scrovegni [ ilmondodisally.it ]

maandag 9 juli 2012
Italiaanse verzen
onze reis door Italië in gedichten en foto´s
Italiaanse verzen
De bundel Italiaanse Verzen
is als low res PDF te downloaden [2,33 MB]
zaterdag 7 juli 2012
La Battaglia di Rivoli
bij een bezoek aan Rivoli Veronese

La Battaglia di Rivoli

Het haar van de jonge veldheer wappert
bij de openstaande achterdeur van Oostenrijk

Een bajonet in de buik
Een verbrijzelde schedel

De romantiek van de revolutie

Dronken van de tricolore
& dromend van victorie

vrijdag 6 juli 2012
Cappella degli Scrovegni
bij een bezoek aan Padua

Cappella degli Scrovegni

Dante schreef de woekeraar uit Padua
Diep en genadeloos zijn inferno in

Bezwaard door de schuld
Van het vaderlijke kapitaal
Knielt de zoon voor de Maagd

Onder het stralende hemelsblauw
Verlichten en verblinden
Deugden en ondeugden

De schaamte bloot en bedekt
Voor de muur van het oordeel

donderdag 5 juli 2012
Ca’d'oro [ 1 ]
bij een bezoek aan Venetië

Ca’d'oro

Oriëntaalse betovering aan het grote kanaal
Het barse steen draait zich als een koele handpalm
Naar binnen

Suppoosten zitten als vogels bij de ventilator
Onder de vele blikken van Madonna 
En de Umbrische glimlach van Perugino

Als heerlijk verdwaalde kinderen
In het Quattrocento 
Het Paleis van Goud

woensdag 4 juli 2012
Avond in Cannaregio
bij een bezoek aan Venetië

Avond in Cannaregio

Massatoerisme uit de tube geknepen
Een eenzame bultenaar op een kaal plein

De Koopman van Venetië
Draagt nog altijd een keppeltje

Een Japanse lijst het Canal Grande in met haar iPad
Een kale zakenman belt mobiel een courtisane

Een deken van warme lucht 
Heeft iedereen ingepakt

dinsdag 3 juli 2012
San Vitale
bij een bezoek aan Ravenna

San Vitale

Kleine stukjes steen en glas
Bij elkaar gehouden door het Verhaal

Voordat de Profeet met zijn Nieuwe Orde kwam
Had God voor iedereen een Zoon
Arianen knaagden aan Zijn goddelijk Wezen
En lieten zich apart dopen in Zijn Naam

Toeristen maken mozaïeken van acht megapixel
Zonder de scherpte van Byzantijnse haarkloverijen

De schoonheid is losgewrikt 
Het Woord is overgeleverd aan deconstructie
Door de geest die de fonkelende schrijn van Waarheid
Niet verdragen kan

maandag 2 juli 2012
Super Mario
de finale van het EK gekeken tussen de Italianen

Super Mario

Balotelli spant zijn torso
ebbenhout, rode lap
vertrapt door de Spaanse toro

De jonge haantjes voelen hun kam jeuken
van onmacht

De nationale trots
slaat om
in vrolijke wanhoop
Que viva España!

zondag 1 juli 2012
On the beach
bij een bezoek aan Rimini

On the beach

De highway van geluk en van God
De sideways van geld en genot
De TomTom kent alle wegen

Russische wapenhandelaren
met teveel haar op de schouders
en veel te jonge meisjes aan hun zij

Mars en Venus on the beach

zaterdag 30 juni 2012
Urbino
bij een bezoek aan Urbino

Urbino

De weg slingert over de heuveltoppen
Historisch strooigoed in de brandende zon

Aan de rand van het korenveld
plukt Michaela aren op de sabbat

In het paleis van de hertog met de neus
Lopen we op blote voeten door de koele gangen

San Sebastiaan doorboord
Met een compositie van pijlen

De gulden snede streelt het oog
Met zoete pijn

vrijdag 29 juni 2012
Barbaren
bij een bezoek aan San Marino

Barbaren

De straten en gevels zijn geschrobd
Op de middeleeuwse rots
Armani, Cartier en Versace
Vermengen zich met pek en olie

La Bella figura di Nokkia e IKEA
Aphrodite met Kalashnikov
En Plinius met Korsakov
History is bunk, Ford said

De credit cards en canons zijn uitgelaten
Net als gisteren
En in Brussel berekent men
Het gat in de hand

donderdag 28 juni 2012
La Piscina
het zwembad in San Marino

La Piscina

Een dik meisje doet sportief
Op Italiaanse hiphop
Aan de rand van het zwembad

De badmeester is een wandelende fallus
Een kleine kordate met kale kop
En een korte levenslange boodschap op zijn vel
Voglio una Donna

In de verte aan zee, Rimini
Waar Fellini zijn jeugd filmde
En zijn zwakbegaafde oom Teo
Die ook een vrouw wilde

Hier, in deze middeleeuwse staat
Met zijn euro, wifi en airco
Staat de tijd toch stil

woensdag 27 juni 2012
Autostrada
van Aosta naar San Marino

Autostrada 

Een bos wolken blijft plakken aan de laatste bergen
Voor ons de zinderende eindeloze vlakte
Met Italiaanse gerechten
Piacenza, Parma, Bologna

dinsdag 26 juni 2012
Aosta
bij een bezoek aan Aosta

Aosta

Laatste keer finishplaats in?
De Dikke Jean Nelissen niet bij de hand
Salami! zegt Michaela
En ik denk aan keizer Augustus 

De stadspoort is een heidens karwei geweest
Archeologen kwasten laagje voor laagje het verleden bloot
Zouden ze het ooit terugvinden?
Jean Nelissen zwijgt boekdelen.

maandag 25 juni 2012
Sint Bernard
van Freiburg im Breisgau naar Aosta

Over de Sint Bernard

Zonder dure penetratie
Steken we over de pas

De verlatenheid is hier om te huilen
Rots en ijs en asfalt

Aan de andere kant van dit ballingsoord
Het land van macho’s en homo’s

Rambo doet zijn sportoefeningen
En wijst ons een winderig veldje in het Italiaans

De beroemde hond kijkt ons kwijlend aan
En wij tappen uit een ander vaatje

zondag 24 juni 2012
Freiburg im Breisgau
bij een bezoek aan Freiburg im Breisgau

Freiburg im Breisgau

Bij Henk en Ingrid op de camping
Alemannisch en Hoch-Deutsch 

Duitsland in de halve finale en
Schuhmacher op de Hockenheimer Ring

Draaien op de harde grond
Flarden van de Autobahn im Kopf

Klaus Kinski naast mij langzaam
wakker moeten zien worden

Alptraum in het Zwarte Woud

En in de schaduw van de Münster
ontbergen Martin en Hannah zich

Henk en Ingrid nemen er nog een

donderdag 7 juni 2012
oh! Makita!
voor René, vrij naar En rade (1930) van Jan Engelman

Makita BDF 452Oh! Makita!

Man van vijftig
harde werker
boort gaten en schroeft graag
zoekt trouwe hulp

Ze zeggen
dat jij de beste bent
the one and only

Makita mi guapa
Makita asbest
Makita Zanzibar
Oost West, thuis best

Witter dan Harlow
en harder dan Bogie
Play it again, Mak!

Makita Calcutta
Makita draait door
Makita Lolita
Makita next door

makita.nl

zaterdag 21 januari 2012
gezongen poëzie
De liedteksten van Rob Chrispijn voor Herman van Veen

Overblijven 1977De Nederlandse tekstschrijver Rob Chrispijn (Wenen, 1944) is vanaf het allereerste begin medebepalend geweest voor het succes van Herman van Veen. In 1968 vertaalde hij het poëtische Suzanne van Leonard Cohen en sindsdien schreef hij tientallen teksten voor Herman van Veen, meestal in samenwerking met componist Erik van der Wurff en gitarist Harry Sacksioni. Mijn favouriete platen van Herman van Veen zijn albums uit de jaren zeventig zoals Bloesem (1972) Alles (1973), En nooit weerom (1974), Overblijven (1977) en Op Handen (1978).

Rob ChrispijnEen deel van de liedteksten die Rob Chrispijn tussen 1968 en 1983 geschreven heeft, is gebundeld in Chrispijn, 15 jaar liedteksten. Het boek is allang uitverkocht, maar vorig jaar verscheen een nieuw boek Ogen met uitzicht op zee met honderd liedteksten. Het is te bestellen op zijn website. Een van de mooiste liedjes die hij voor Herman van Veen geschreven heeft, vind ik nog altijd Hoe dikwijls van de albums Overblijven (1977) en Carré IV (1979).

Hoe dikwijls
 
Hoe dikwijls stond ik op het punt van breken
en brak ik zonder het zelf te weten
beloften die ik ongemerkt gemaakt heb
door heel vriendelijk onduidelijk te zijn.
 
Hoe dikwijls stond ik op het punt van weggaan,
maar bleef ik om niemand voor het hoofd te stoten
en heb ik mezelf stilzwijgend opgesloten
achter een plaatselijk angstvallig rookgordijn.
 
Wijs me waar de toetsen zitten,
dan speel ik iets voor jou
zonder erbij na te denken,
omdat ik van je houd.
 
Wijs me waar de toetsen zitten
en schuif de hele boel opzij,
dan kan ik eindelijk zeggen
wat ik voor je voel.
 
de volledige tekst staat op: discoveen.nl

Nog een paar mooie liedjes van Herman van Veen, geschreven door Rob Chrispijn: Ogen met uitzicht op zee, Verzameling en Ze boog zover voorover. In navolging van het dorp (1965) van Friso Wiegersma schreef Rob Chrispijn Kind aan huis (1974) over de verkillende modernisering en heimwee naar vroeger.

Wriemelende mensenmassa’s
Die als muizen in hun eigen kooi zijn verdwaald
Op hol geslagen op weg naar morgen
We draven maar door
Met een hekel aan bochten
Maken wij van elke rivier een kanaal
 
uit: Kind aan huis

hermanvanveen.com | robchrispijn.nl

vrijdag 13 januari 2012
jonge dichters dromen …
jeugdsentimenten: 1982
weer geluisterd naar Iets van een clown (1981) van Herman van Veen

Iets van een clownIn januari 1982 luisterde ik dagelijks naar Iets van een Clown van Herman van Veen. Het was net vóór de komst van de CD en ik draaide de LP op de oude platenspeler van mijn vader. Het eerste nummer heette: Laten we maar zeggen dat het regende en in de tekst zat een regel die mij erg aansprak: “Jonge dichters dromen van eigen werk in de literaire bladen.” Ik voelde mij een dichter en een dromer en ambities waren mij niet vreemd. Maar eenzaam voelde ik mij niet. Met een geestverwant was ik een blaadje ter bevordering van experimentele poëzie begonnen dat we samen vol schreven met Paul van Ostayen-achtige gedichten. Soms wreef ik mij suf met wrijfletters voor een visueel gedicht. En zo hadden we ons voorschot genomen op de droom van jonge dichters.

Jonge dichters dromen van
eigen werk in literaire bladen

uit: Laten we maar zeggen
dat het regende

Terwijl de meisjes in onze klas op maandagavond luisterden naar de liefdesgedichten in Candlelight (met de onvergetelijke stem van Jan van Veen!), schreven wij klank- en dingdichten én persiflages op Candlelight (“zonder jou voel ik me als een parkeermeter zonder paal.”) Ons poëzieblaadje kopieerden we in de schoolbibliotheek en verspreidden het in de schoolkantine. Een klasgenoot smokkelde het blaadje naar onze leraar Nederlands. We hadden allerlei docenten, maar we hadden maar één leraar. Hij stimuleerde onder zijn leerlingen de artistieke ontwikkeling en was onze stille bondgenoot in onze strijd tegen het oprukkende yuppendom. Bovendien was hij een groot vogelliefhebber. In navolging van Jan Hanlo schreef ik een klankdicht dat ik “symphonie der vogelgeluiden” noemde. Uit een vogelgids had ik de roep overgeschreven van een aantal vogels die hun eigen naam roepen.

Onomatopeeën, zo hadden we bij Nederlands geleerd. De Karrekiet, tjiftjaf, grutto, kievit, koekoek ving ik allemaal in een klankdicht én lokroep. Het werkte. Onze leraar die ons blaadje had ingekeken, was op de lijmstok van mijn gedicht gaan zitten en stond voor een stomverbaasde klas wild te “twitteren": “poe-wiet, poe-wiet, karre-karre-kiet-kiet, sie-doeè-dol, koekoek, koekoek…” Het had allemaal een hoog poelifinario-gehalte maar de klankervaring was in ieder geval rijker dan Jan Hanlo’s monotone mus: “Tjielp, tjielp, tjielp.” In 1982 pleegden we een coup in de redactie van de schoolkrant. Nu hadden we pas echt een kanaal voor onze artistieke ambities ter beschikking.

De stoelen staan omgekeerd op tafel
Het seizoen is voorbij
Er hangt geen blad meer aan de bomen
Jonge dichters dromen van eigen werk in literaire bladen
Vogels trekken naar het zuiden
Wij doen een dikke trui aan
 
Laten we maar zeggen dat het regende
Die ochtend dat er weinig over was
Van alles wat daarvoor zoveel betekende
Mooi weer of een depressie, het scheelt een jas
 
Bron: songtexte.com
maandag 8 augustus 2011
globetrotter [ 2 ]
gisteren gezien op Een: Tijdgenoten (herhaling van 14 november 2010)
Piet Piryns in gesprek met Cees Nooteboom

Piet PirynsDe Vlaamse journalist Piet Piryns sprak vorig jaar met schrijver, reiziger en dichter Cees Nooteboom bij zijn huis in Menorca en probeerde bij de wereldwijze schrijver tevergeefs uitspraken over ‘de toestand in de wereld’ te ontlokken. Nooteboom liet zich niet in de hoek van het cultuurpessimisme drijven, terwijl zijn ezeltje, huh-huh-huh, een klagelijk gebalk liet horen. In 1983 had Piryns al een gesprek met de toen vijftigjarige Nooteboom dat gepubliceerd is in de bundel Er is nog zoveel ongezegd. Vraaggesprekken met schrijvers. Ook in dit interview vertelt Nooteboom hoe hij in 1975 in de heilige stad Qom (spreek uit als ‘Chom’) door een mullah werd bespuugd en de islamitische theocratie in Iran aan de horizon zag gloren. En in 1983 wijst Nooteboom op de kloof tussen het salonsocialisme van de linkse elite en het materialisme van de arbeidersklasse, die in 2011 maximaal geworden is: de arbeidersklasse is nu voor het grootste deel verrechtst.

Wat is er nog over van het visioen van Herman Gorter: “De arbeidersklasse danst een grote reidans aan de oceaan der wereld…” Zijn gelijk kun je nu zién, maar dan letterlijk, in Torremolinos, in de discotheek.

Cees Nooteboom (1983)

( … ) wie nu nog met een brok in de keel over mei ‘68 praat is een sentimentele oude tante.
‘O ja. Er zal altijd gelachen worden om hoop en verlangen. Maar er was niets in de beweging van mei ‘68 wat je vandaag niet zou kunnen onderschrijven. Alle ideeën van mei ‘68 waren goed. De oude droom van arbeiders en intellectuelen…’
… heeft tot niets geleid.
‘Nu is het omgeslagen. Nu voelen de intellectuelen zich door de arbeiders in de steek gelaten, want die kijken naar de Tros en lezen De Telegraaf. Ja, vind je ‘t gek als je zelf niets beters te bieden hebt. Zie het spektakel van de Vara aan! Dan kijk je toch in een diepe put. Ik las bij jullie in de krant ooit eens een interview met een hoogleraar, die zei dat bij hem thuis nog twee keer per week arbeiderseten op tafel komt. Dat is het precies. De hele houding van linkse intellectuelen tegenover arbeiders is er een van gêne. Ze hanteren het woord als abstractie en schrikken zich dood als ze een keer een echte ontmoeten - die er dan ook nog een rechtse smaak op nahoudt. Maar die gêne komt voort uit schuldbewustzijn. De socialisten zijn er, zeker sinds de oorlog, de schuld van dat de oriëntatie de materialistische kant is opgegaan. De arbeider als minikapitalist, dat was pas wat. Want van wie is nu eigenlijk die tegelijk Victoriaanse en puur op geld gebaseerde terminologie van de zwaksten en de minima afkomstig? Alsof een minimum binnen zijn eigen muren geen maximum zou kunnen zijn - maar dat vinden ze een heiligschennende gedachte. De oude socialistische idealen - Henriëtte Roland Holst, de verheffing des volks, de dans op de Paasheuvel - daar wordt hartelijk om gelachen. En de afdeling-Schiedam van de PvdA stelt vast dat kunst een zaak van de elite is en daarom niet meer gesubsidieerd hoeft te worden. Het gaat alleen nog om de knikkers - een half procent meer of minder. Wat is er nog over van het visioen van Herman Gorter: “De arbeidersklasse danst een grote reidans aan de oceaan der wereld…” Zijn gelijk kun je nu zién, maar dan letterlijk, in Torremolinos, in de discotheek. Maar dat is altijd nog musischer dan een stel kiftende dorpsidioten bij de Vara.’
 
Bron: dbnl.org

ceesnooteboom.com

zaterdag 6 augustus 2011
Heidegger’s Heimat [ 12 ]
Heidegger als dichter: Abendgang auf der Reichenau 1916

Niet alleen de brieven die Martin Heidegger aan zijn geliefde Hannah Arendt schreef, zijn gebundeld. Ook de brieven aan zijn vrouw Elfride zijn in boekvorm verschenen en zelfs in het Nederlands vertaald onder de titel Mijn lieve zieltje (2007). Omdat ik in juni met ‘mijn lieve zieltje’ nog een avondwandeling op Reichenau heb gemaakt, las ik het gedicht Abendgang auf der Reichenau dat Heidegger op 12 augustus 1916 schreef toen hij zich met Elfride op het kloostereiland in de Bodensee had verloofd.

HeideggerAbendgang auf der Reichenau
 
Seewärts fließt ein silbern Leuchten
zu fernen dunklen Ufern fort,
und in die sommermüden, abendfeuchten
Gärten sinkt wie ein verhalten Liebeswort
die Nacht.
Und zwischen mondweißen Giebeln
verfängt sich noch ein letzter Vogelruf
vom alten Turmdach her –
und was der lichte Sommertag mir schuf
ruht früchteschwer –
aus Ewigkeiten
eine sinnentrückte Fracht –
mir in der grauen Wüste
einer großen Einfalt.
 
12. August 1916
Heidegger
het originele handschrift
Sant Georg
Michaela maakte tijdens onze avondwandeling op Reichenau deze foto van het 1100 jaar oude Sankt Georg kerkje

Mijn lieve zieltje [ Brieven aan zijn vrouw Elfride 1915 - 1970 ]

vrijdag 20 mei 2011
Heidegger’s Heimat [ 4 ]
Komende zomer hopen we Heidegger’s berghut te bezoeken
aan het lezen in Heidegger en zijn tijd van Rüdiger Safranski

Martin HeideggerIn de voetsporen van Martin Heidegger betekent soms ook in de voetsporen van Friedrich Hölderlin. Op weg naar Heidegger’s berghut in Todtnauberg willen we eerst een bezoek brengen aan Tübingen waar Hölderlin samen met Schelling en Hegel aan de Tübinger Stift theologie heeft gestudeerd. In 1807 werd de hypochondrische dichter krankzinnig verklaard. De Tübinger timmerman Ernst Zimmer had nog ein Zimmer frei in zijn woontoren. Hölderlin zou er 37 jaar lang, tot aan zijn dood in 1843, blijven wonen. Tegenwoordig is er een klein museum ingericht.

We hebben de natuur aan ons onderworpen, de telescoop dringt door tot in de verste uithoeken van het heelal, en daarbij gaan we ‘overhaast voorbij’ aan de ‘feestelijke opgang’ van de verschijnende wereld.

Hölderlin over die Götternacht

Wij ‘hedendaagse mensen’, zegt Hölderlin, zijn weliswaar ‘mensen met veel ervaring’, namelijk in de zin van wetenschappelijke kennis, maar we hebben daarbij het vermogen verloren de dingen, de natuur en de menselijke relaties in hun volheid en levendigheid waar te nemen. We hebben het ‘goddelijke’ verloren, wat betekent dat de ‘geest’ uit de wereld is geweken. We hebben de natuur aan ons onderworpen, de telescoop dringt door tot in de verste uithoeken van het heelal, en daarbij gaan we ‘overhaast voorbij’ aan de ‘feestelijke opgang’ van de verschijnende wereld. Van de ‘liefdesbanden’ tussen natuur en mens hebben we ’strikken gemaakt’, we hebben ‘gespot’ met de grenzen van het menselijke en natuurlijke. We zijn een ’sluw geslacht’ geworden dat er zelfs nog trots op is de dingen ‘naakt’ te kunnen zien. En zo ‘zien’ we de aarde niet meer, ‘horen’ het lied van de vogels niet meer en de taal tussen de mensen is ‘verdord’. Dat alles betekent bij Hölderlin ‘godennacht’.
 
uit: Rüdiger Safranski, Heidegger en zijn Tijd, blz. 354-55.
Uitgeverij Olympus/Contact, derde druk 2002 (vertaling: Mark Wildschut)


Hölderlin Turm Tübingen [ hoelderlin-gesellschaft.de ]

donderdag 19 mei 2011
balkonscene
Zondag gezien op Een: Franco Zeffirelli’s Romeo and Juliet (1968)

balkon Romeo en JuliaIn onze beeldvorming staan kelderboxen en breezers tegenwoordig voor de verwoestende geilheid van bepaalde groepen teenagers. Zo staat het kleine balkon met de klimop ernaast voor hoofse tederheid. Het balkon waar de twee pubers Romeo en Julia zich voor het eerst met elkaar verstrengelden, bevindt zich nog altijd in Verona. Franco Zeffirelli maakte in 1968 een magnifieke verfilming die oscars won voor de beste cinematografie en kostuums. De pracht en praal uit de Renaissance is een lust voor het oog, alsof schilderijen van Benozzi Gozolli tot leven zijn gekomen. De Shakespeariaanse taal staat weliswaar ver van ons af maar combineert verrassend goed met het naturelle spel van het verliefde paartje.

For never was a story of more woe Than this of Juliet and her Romeo

Romeo and Juliet [ imdb.com ]

woensdag 11 mei 2011
Heidegger’s Heimat [ 1 ]
Komende zomer hopen we Heidegger’s berghut te bezoeken
Bauen Wohnen Denken (1951)

Martin HeideggerVolgens Hannah Arendt trok er door het denken van haar leermeester Martin Heidegger een storm. “Hij komt uit het oeroude en wat hij achterlaat, is iets volmaakts, dat zoals al het volmaakte terugvalt aan het oeroude.

Eigenlijk is het niet verwonderlijk dat Heidegger kort na de Tweede Wereldoorlog een fenomenologie van de architectuur heeft proberen te ontwikkelen. In het woord architectuur zit het Griekse woord archè dat we ook tegenkomen in de eerste woorden van het Johannesevangelie: εν αρχη ην ο λογος (in den Beginne was het Woord).

In 1951 houdt Heidegger in Darmstadt de voordracht Bauen Wohnen Denken voor de Deutsche Werkbund over de betekenis van architectuur voor de mens. Na de verwoestende oorlog lagen de Duitse steden in puin en leek het geïndustrialiseerde Duitsland teruggekeerd naar zijn agrarische wortels. Van een Wirtschaftswunder was in 1951 nog geen sprake. In de voordracht Bauen Wohnen Denken trekt Heidegger een parallel met de drieslag Arbeitsdienst, Wehrdienst, Wissensdienst uit zijn beruchte Rektoratsrede (1933) Die Selbstbehauptung der deutschen Universität. Bauen Wohnen Denken was daar een naoorlogse hertaling van en vestigde de aandacht op de actualiteit van het menselijk dasein in 1951: de woningnood. De Lebensraum van het Derde Rijk was geïmplodeerd. Miljoenen Duitsers hadden geen dak meer boven hun hoofd. De Trümmergeneration was teruggeworpen in het oorspronkelijke dasein, onder de naakte sterrenhemel. Voor de existentiële fenomenoloog Heidegger is de oergrond tevens ‘oerplafond’. Het is tenslotte de taal die ons een dak boven het hoofd geeft, en grond onder de voeten. ‘In den beginne was het Woord’, zegt de Evangelist. ‘Die Sprache ist das Haus des Seins’, zegt Martin Heidegger.

Heidegger's blokhut
Heidegger’s blokhut bij Todtnauberg
Das Wohnen ist die Weise, wie
die Sterblichen auf der Erde sind.

Martin Heidegger

Der Aufsatz “Bauen Wohnen Denken” wurde nach dem Zweiten Weltkrieg verfaßt und vor dem Deutschen Werkbund vorgetragen. Heidegger reflektiert über Worte, die unterschiedlich klingen, möglicherweise ein und daselbe bedeuten können, auf jeden Fall aber zu einer Gleichsetzung gebracht werden konnten. Daß dies Sinn macht, läßt sich dem Text entnehmen, der sehr einfach strukturiert ist und systematisch aufgebaut wurde. Sprache sei die Herrin des Menschen, auch wenn wir uns noch so gut ihrer bedienen können.
 
Ik kan wonenHeidegger will das Wesen vom Wohnen und Bauen durchmessen. Als er den Worten nachgeht, stößt er auf überraschende Zusammenhänge.
 
“Bauen ist eigentlich Wohnen.”
 
“Das Wohnen ist die Weise, wie die Sterblichen auf der Erde sind.”
 
“Das Bauen als Wohnen entfaltet sich zum Bauen, das pflegt, nämlich das Wachstum, - und zum Bauen, das Bauten errichtet.”
 
Bron: de.nntp2http.com

Martin Heidegger [ de.wikipedia.org ]

maandag 31 mei 2010
oud nieuws voor kluizenaars
Zeitung für Einsiedler uit Heidelberg (1808)

De Zeitung für Einsiedler werd tussen april en augustus 1808 door Achim von Arnim uitgegeven en behoorde tot de Heidelberger Romantik. Clemens Brentano en Joseph Görres zaten in de redactie. De Heidelberger Universiteit heeft de originele uitgaven gedigitaliseerd en op haar website voor alle kluizenaars ter wereld mét internetverbinding toegankelijk gemaakt. Aangezien kluizenaars al met één been in de eeuwigheid staan, is het niet zo erg dat de krant van vandaag 202 jaar oud is.

Zeitung für Einsiedler
Zeitung für Einsiedler 31 mei 1808

Zeitung für Einsiedler [ de.wikipedia.org ] | diglit.ub.uni-heidelberg.de

donderdag 15 april 2010
Amerikaanse Burgeroorlog [ 5 ]
Abraham Lincoln’s Gettysburg Adress op 19 november 1863
vandaag is het 145 jaar geleden dat Abraham Lincoln werd vermoord

De korte en simpele toespraak die Abraham Lincoln op 16 november 1863 in Gettysburg hield, is in de Verenigde Staten een canonieke tekst die al door generaties Amerikaanse schoolkinderen uit het hoofd is geleerd. Lincolns woorden zijn vereeuwigd op het Lincoln Memorial in Washington. Ook op het Lincoln Monument in Gettysburg staat de volledige tekst van zijn toespraak.

Gettysburg Adress Monument
het Lincoln Adress Monument door Henry Kirke Bush-Brown bij het Gettysburg Battlefield, opgericht in 1912
Gettysburg Adress
Lincoln’s Gettysburg adress
in de New York Times van 20 november 1863
Zevenentachtig jaar geleden brachten onze voorvaders op dit continent een nieuwe natie voort, ontstaan in vrijheid en gewijd aan het beginsel dat alle mensen als gelijken zijn geschapen.
 
Nu zijn we verwikkeld in een grote burgeroorlog, die beproeft of die natie, of elke natie zo ontstaan en gewijd, zich lang kan voortzetten. We zijn bijeen op een groot slagveld van die oorlog. We zijn gekomen om een gedeelte van dat veld te wijden als laatste rustplaats voor hen die hier hun levens gaven opdat die natie mocht leven. Het is, al met al, gepast en juist dat we dit doen moeten.
 
Maar, in ruimer zin, kunnen we deze grond niet opdragen, wijden of heiligen. De dappere, al dan niet gesneuvelde mannen die hier streden hebben het gewijd, ver boven onze armzalige macht daaraan toe of af te doen.
 
Het zal de wereld amper opvallen, laat staan lang bijblijven wat wij hier zeggen, maar nooit zal ze vergeten wat zij hier deden. Veeleer is het aan ons, de navertellers, om hier te zijn gewijd aan het onvoltooide werk, hetwelk zij die hier vochten, tot dusver zo nobel hebben bevorderd. Veeleer is het aan ons om hier te zijn gewijd aan de grote voor ons overgebleven taak: dat we ons om deze geëerde doden des te nauwer mogen verbinden met de zaak aan welke zij voorgoed zijn gebonden; dat we hier plechtig beloven dat deze doden niet tevergeefs zullen zijn gestorven; dat deze natie, onder God, in nieuwe vrijheid zal herleven; en dat staatsbestuur van een volk, door een volk, voor een volk, niet van de aarde zal verdwijnen.
begrafenis van Lincoln
Amerika neemt afscheid van zijn geliefde president (gravure uit: Harper’s Weekly)

Gettysburg Adress [ en.wikipedia.org ]

dinsdag 15 december 2009
ontvrienden
nieuwe woorden 2009

KamagurkaHoeveel personen ik het afgelopen jaar ontvriend heb? Ik ben niet actief op Hyves of op een ander netwerk. Dus hoef ik mij gelukkig niet met ontvrienden bezig te houden. Mijn naamgenoot Henk Johannes (399) op Hyves heeft dit jaar ook niemand ontvriend, terwijl hij 95 procent van zijn Hyves-vrienden niet eens kent. Reden genoeg om daar eens grondig de bezem doorheen te halen, zou je zeggen. Maar ontvrienden is slecht voor je status (cijfer). Voor je het weet, tel je niet meer echte vrienden als er vingers aan je hand zitten en maak je een harde landing werkelijkheid.

In Nederland hebben de leden van het genootschap van Onze Taal “twitteren” gekozen tot woord van het jaar 2009. Geen slechte score voor een communicatietool die door minder dan 1 procent van de Nederlandse bevolking wordt gebruikt (volgens het rapport van Sysomos uit juni 2009 bij een bevolking van circa 16,5 miljoen inwoners). Ook in Nederland wordt schijnbaar steeds meer waarde gehecht aan korte contactmomenten.
Bron: frankwatching.com

Andere nieuwe woorden in 2009
groenpas (5.660) , kopvoddentaks (98.300), multicultimijter, (7.430) recessionista (4.720), scheetbelasting (4.370) en vaccinatieangst (113.000). Tusen haakjes staat de score bij Google voor pagina’s uit Nederland.

zondag 20 september 2009
‘dom geboren & suf gewiegd’
Désanne van Brederode in haar tv-column bij Buitenhof
over de onderschatting van het volk door politici met Jip en Janneke taal

Bestaat ‘de gewone man’ of is hij juist een product van onze democratie? Hoe het ook zij, politici benaderen ‘de gewone man’ doorgaans met een mengsel van respect en infantilisering. Désanne van Brederode pleit voor meer Hochkultur in het parlement en minder ‘Jip en Janneke taal’. Deze eenvoudige taal is een trend geworden na de regenteske achterkamertjespolitiek van de paarse jaren negentig. Maar onderhand lijkt deze manier om de burger rechtstreeks aan te spreken ook heel erg veel op de manier waarop volwassenen kinderen aanspreken. Deze goedwillendheid om op eenzelfde niveau te communiceren kan evengoed als onderschatting worden uitgelegd. Parlementariërs lijken deze benadering van de reclame te hebben afgekeken: de consument (c.q. de kiezer) wordt in feite tot een infantiele figuur gemaakt. Maar als de klant koning is en de consument of de kiezer de baas wordt, dan regeert de onderbuik. Democratie als broek die langzaam afzakt…


In de jaren 70 ging het bij de Rijkspost Spaarbank nog van ‘giroblauw past bij jou!’ Na de privatisering in 1986 verkondigt Postbank/ING ‘het evangelie van het (oranje) wij-gevoel’ aan 16 miljoen mensen. ‘Uiterst effectieve slaapliedjes, waardoor we nu in een nachtmerrie zijn beland’ volgens Désanne van Brederode
PvdA-fractievoorzitter Mariëtte Hamer refereerde uitgebreid aan een hit uit de jaren ‘90 van Fluitsma & Van Tijn, getiteld Vijftien miljoen mensen. Ze hoopte dat de huidige zestien miljoen mensen ‘op dit hele kleine stukje aarde’, hoe onderling verschillend ook, nog steeds naast elkaar op het strand konden liggen, en elkaar in hun waarde zouden laten. Net als in het liedje. Echter, het gaat hier niet om een spontane ode van een onafhankelijke artiest, maar om een reclameliedje. Geschreven in opdracht van de toen nog niet zo lang geprivatiseerde Postbank, nu ING, die het liefst heel Nederland tot haar klantenkring rekende. Het liedje bevat geen concrete informatie over financiële producten, maar suggereert dat het de bank om immateriële waarden gaat. Om warmte, gemoedelijkheid, menselijkheid en verbondenheid. Veel meer banken presenteerden zich als liefdadigheidsorganisaties met het hart op de goede plek. En soms nog – schaamteloos. ‘Kijk eens, dit paradijs is ook van jou. Wie je ook bent, wij helpen jou je dromen te verwezenlijken.’ Uiterst effectieve slaapliedjes, waardoor we nu in een nachtmerrie zijn beland.
 
Bron: vpro.nl/programma/buitenhof

Buitenhof

donderdag 17 september 2009
65 jaar later
op 17 september 1944 begon de Slag om Arnhem
en ik mijmerde aan de Rijn over mijn plek in de geschiedenis
aan de Rijn
aan de Rijn tussen Oosterbeek en Arnhem
Het water kabbelt zonder notie
terug naar de Lethe
maar zolang de nabestaanden
zich nog herinneren
mag er niet vergeten worden
en heeft alles een naam
aan de Rijn

Over Market Garden [ omroepgelderland.nl ]

donderdag 20 augustus 2009
het verschrikkelijk weefsel
een gedicht van J.W. Schulte Nordholt (1920-1995)

Jan Willem Schulte NordholtDenkend over God en mij

Ben ik het hart, het licht dat schijnen zal?
Wordt het geboren uit mijn open hand?
Zal het mijn oog zijn dat het zonlicht spant
rondom het glazen hulsel van het heelal?

Ik zit er zelf gevangen, middenin,
met al de grote dromen die ik heb.
De draden van het uitgespannen web
zijn al mijn zekerheid en al mijn zin.

Ik kan wel zitten tasten met mijn pen
in het verschrikkelijk weefsel om mij heen,
totdat ik zoals ik gekend ben, ken,

maar dan stort heel mijn glazen huis ineen.
Kan er geen waarheid buiten mij bestaan,
dan moet ik in mijzelf ten onder gaan.

J.W. Schulte Nordholt

over Jan Willem Schulte Nordholt

zaterdag 25 april 2009
Eisenbahngleichnis
uit Doktor Erich Kästners Lyrische Hausapotheke
van Erich Kästner (1899-1974)

Das Eisenbahngleichnis
 
Wir sitzen alle im gleichen Zug
und reisen quer durch die Zeit.
Wir sehen hinaus. Wir sahen genug.
Wir fahren alle im gleichen Zug.
Und keiner weiß, wie weit.
 
Ein Nachbar schläft, ein anderer klagt,
ein dritter redet viel.
Stationen werden angesagt.
Der Zug, der durch die Jahre jagt,
kommt niemals an sein Ziel.
 
Wir packen aus. Wir packen ein.
Wir finden keinen Sinn.
Wo werden wir wohl morgen sein?
Der Schaffner schaut zur Tür herein
und lächelt vor sich hin.
 
Auch er weiß nicht, wohin er will.
Er schweigt und geht hinaus.
Da heult die Zusirene schrill!
Der Zug fährt langsam und hält still.
Die Toten steigen aus.
 
Ein Kind steigt aus. Die Mutter schreit.
Die Toten stehen stumm
am Bahnsteig der Vergangenheit.
Der Zug fährt weiter, er jagt durch die Zeit,
und niemand weiß, warum.
 
Die I. Klasse ist fast leer.
Ein feister Herr sitzt stolz
im roten Plüsch und atmet schwer.
Er ist allein und spürt das sehr.
Die Mehrheit sitzt auf Holz.
 
Wir reisen alle im gleichen Zug
zu Gegenwart in spe.
Wir sehen hinaus. Wir sahen genug.
Wir sitzen alle im gleichen Zug
und viele im falschen Coupé.

 
Bron: gedichte.xbib.de

Doktor Erich Kästners Lyrische HausapothekeDoktor Erich Kästners Lyrische Hausapotheke ist eine Gedichtesammlung Erich Kästners, die erstmals 1936 in der Schweiz erschien. Sie vereinigte zahlreiche bereits vorher erschienene sowie neu veröffentlichte Gedichte des Autors in einem Band. Die Besonderheit des Bandes ist die im Vorwort empfohlene Anwendung in Art einer Apotheke. Der Leser findet unter 36 aufgeführten Leiden und Unannehmlichkeiten von „A bis Z“ (Kästner nennt diese die Etiketten einer Arnzneiflasche, seine Gedichte selbst Arznei) den eigenen körperlichen bzw. Seelenzustand wieder. Dahinter wird Auskunft gegeben, welche Seiten er zur Linderung seines jeweiligen Zustandes aufschlagen kann.

Bron: de.wikipedia.org

erichkaestnergesellschaft.de | Erich Kästner [ de.wikipedia.org ]

woensdag 11 februari 2009
epicurische wereldverklaring
De Rerum Natura van Lucretius
nieuwe Nederlandse vertaling van Piet Schrijvers bij Historische Uitgeverij

Morgen wordt uitgebreid stilgestaan bij de 200e geboortedag van Charles Darwin. Zijn evolutieleer volgens het principe van natuurlijk selectie die hij 150 jaar geleden voor het eerst beschreef in On the Origin of Species is nog steeds hét algemene aanvaarde wetenschappelijke verhaal over het ontstaan van het leven op aarde. Alle religieuze scheppingsverhalen worden sindsdien door de wetenschap als mythologie ontmaskerd.

Daarenboven zagen ze, dat de hemelverschijnselen en de verschillende jaarseizoenen in een vaste orde evolueerden en ze waren niet in staat uit te vorsen door welke oorzaken dit gebeurde. Dus hadden ze als toevlucht alles toe te schrijven aan de goden en te maken dat alles door een knik van hen werd gestuurd.
 
Bron: De Rerum Natura, boek V - 1183 [ koxkollum.nl ]

Ruim 2000 jaar geleden was het Lucretius die met zijn leerdicht De Rerum Natura een einde wilde maken aan het bijgeloof van zijn tijd en aan de macht van de goden.
In het vijfde boek van De Rerum Natura behandelt Lucretius het ontstaan van aarde, zon, maan en sterren, van planten en dieren. Ook komt hij met een uitvoerige beschouwing over de evolutie van de mens en zijn cultuur. Onlangs is een nieuwe Nederlandse vertaling van Piet Schrijvers verschenen.

LucretiusOver Lucretius‘ leven is heel weinig bekend. Zijn kennis van de Griekse en Romeinse letterkunde en filosofie getuigt van een degelijke opvoeding. Uit zijn werk blijkt dat hij goed op de hoogte was van het leven in Rome, maar zijn vertrouwdheid met het platteland wijst erop dat hij niet steeds in Rome woonde. Lucretius’ cognomen Carus verwijst mogelijk naar een Keltische afkomst (uit Noord-Italië?). Hij was waarschijnlijk bevriend met enkele vooraanstaande aristocraten. Aan één van hen, een zekere Memmius (praetor in 58 v.Chr., wellicht dezelfde die ook door Catullus wordt genoemd), heeft hij zijn bewaard gebleven werk opgedragen. ( … ) Zijn werk De Rerum Natura is, behalve om de inhoud, ook om zijn literaire kwaliteiten van grote betekenis, en werd door toedoen van Cicero, die zelf allerminst een aanhanger van Lucretius‘ leer was, postuum uitgegeven.
( Bron: nl.wikipedia.org )

Lucretius’ leerdicht De Rerum Natura (Over de natuur der dingen) beschrijft in zes boeken (in totaal 7400 verzen, dactylische hexameters), de verschijningsvormen van de natuur en hun ontstaan. In het werk predikt hij de levensbeschouwing van de Griekse filosoof Epicurus, die voor zijn fysische verklaringen teruggreep naar de atoomtheorie van Democritus, en stelt zich tot doel de lezers op die manier te bevrijden van de angst voor en het bijgeloof aan de macht van de goden.
 
In de eerste twee boeken toont hij met de atoomtheorie aan dat de traditionele opvattingen dat de natuur door een scheppende godheid zou zijn ontstaan, totaal onwetenschappelijk zijn.
In het derde boek zet hij uiteen dat de atoomtheorie ook van toepassing is op de mens, op zijn ziel zowel als op zijn lichaam. Van onsterfelijkheid is helemaal geen sprake.
In het vierde boek heeft hij het over de betrouwbaarheid van onze waarnemingen. Wanneer er fouten optreden, komt dat doordat onze geest deze waarnemingen onjuist interpreteert. De waarnemingen vormen ook de grond van onze indrukken van smart en genot, en van de dromen, instincten en driften, inclusief de seksuele. Dit boek eindigt met een satirische schildering van de liefde in al haar verschijningsvormen.
Het vijfde boek behandelt het ontstaan van aarde, zon, maan en sterren, van planten en dieren, en eindigt met een uitvoerige beschouwing over de evolutie van de mens en zijn cultuur.
In het zesde boek worden bijzondere meteorologische verschijnselen besproken en vanuit de atoomtheorie verklaard. Extreme weersomstandigheden en natuurrampen ontstaan via natuurlijke weg, en hebben niets met goddelijke ingrepen te maken. Het boek eindigt abrupt met de evocatie van de pest te Athene: het is duidelijk dat de dood Lucretius heeft verhinderd de laatste hand aan zijn werk te leggen.

recensie in Trouw | recensie in NRC | Lucretius [ koxkollum.nl ] | Lucretius Links

maandag 26 januari 2009
de redenaar en zijn tekstschrijver
vanavond om 20.55 op Nederland 2 bij Tegenlicht
documentaire over Jon Favreau de speechwriter van Barack Obama

Deze documentaire over Jon Favreau die de toespraken schrijft voor Barack Obama wil ik vanavond niet missen. Dinsdag 10 maart om 15.05 wordt deze uitzending herhaald op dezelfde zender.

Wat maakt een politieke toespraak historisch? Hoe kan een president zich via woorden onsterfelijk maken? En welke invloed had zijn retoriek op de massale jongerenbeweging die Barack Obama hielp om president te worden? Achter de historische speeches van Barack Obama schuilt een piepjonge speechschrijver. Tijdens de verkiezingen schreef Jon Favreau de toespraken waarmee Obama als totale nieuwkomer de harten van miljoenen Amerikaanse kiezers wist te veroveren. Jon is net zevenentwintig en nu al benoemd tot hoofd speechschrijver van Obama in het Witte Huis. Hij wordt daarmee het jongste lid van president Obama’s inner circle in de West Wing. Wie is Jon Favreau? Waar komt hij vandaan? Wat bracht hem zó snel, zó dicht bij het hart van de Amerikaanse politieke macht?
 
Bron: vpro.nl
Obama

QuintillianusQuintillianus
De kunst van het spreken werd al 25 eeuwen geleden gezien als een hoeksteen van de staat. In het oude Griekenland verwoordde Aristoteles de eisen voor een goede toespraak. In de eerste eeuw na Christus werkte Quintillianus dit uit in een lijvig boek, dat in het Nederlands de titel De opleiding tot redenaar kreeg.
Bron: refdag.nl

Tegenlicht [ vpro.nl ]

maandag 8 december 2008
Ein Wintermärchen
voorgelezen aan Michaela: de eerste duizend versregels van
Deutschland. Ein Wintermärchen van Heinrich Heine

Het woord Heimat is eigenlijk onvertaalbaar. Je kunt het zeker niet vertalen met ‘vaderland’ want dat is mannelijk, terwijl Heimat vrouwelijk is en onmiddellijk verbonden is met de aarde, die behalve vrouwelijk ook moederlijk is. ‘Moederland’ zou eerder in aanmerking komen, of ‘thuisland’ omdat het woord ‘Heim’ erin zit. Wanneer je de Duitse filmreeks Heimat in zijn geheel ziet, dan blijkt Heimat niet alleen een lokatie maar ook een tijd te omvatten. Heimat gaat dus dieper dan het horizontale Boden, het is ook de verticale lijn van het Blut. Kortom, Heimat is de tijdloze verbondenheid met de moederschoot, de oorspronkelijke Lebensraum. Zo, de hoge woorden zijn eruit. Al zijn ze door de nazi’s nog zo misbruikt, ik geloof niet dat er in het Nederlands woorden bestaan die deze mystieke betekenis zo krachtig uitdrukken. Als onze taal ‘het huis van het Zijn’ is, zoals Heidegger eens heeft opgemerkt, dan voel ik mij thuis in een huis met Duitse fundamenten: Die Sprache ist das Haus des Seins. In Heimat komt het allemaal aan bod, inclusief de studenten die staan te ‘heideggeren‘ aan de zijlijn van het voetbalveld.

Michaela
Deutschland. Ein Wintermärchen

Maar nu naar Heinrich Heine. Hij leefde honderd jaar vóór de eeuw van Heimat en verliet net als Paul Simon zijn geboortegrond. Reden: de censuur die in Pruisen was afgekondigd na de julirevolutie van 1831. Heine vluchtte naar Frankrijk, zoog zich daar vol met liberale opvattingen en bekritiseerde de Restauratie en het opkomende nationalisme. Als jongen van dertien had hij in Düsseldorf de troepen van Napoleon binnen zien trekken en was hij onder de indruk geraakt van de idealen van de Franse Revolutie. Voor Pruisen werd hij zo een landverrader. Nadat hij in 1843 nog eenmaal voor een paar weken naar zijn Heimat was teruggekeerd voor een bezoek aan zijn uitgever en aan zijn moeder in Hamburg , schreef hij in Parijs zijn satirische epos, waarin hij oprechte vaderlandsliefde en kritiek op datzelfde Pruisische vaderland fijnzinnig met elkaar verenigde. Na publicatie in 1844 werd Deutschland. Ein Wintermärchen in Pruisen verboden en koning Friedrich Wilhelm IV van Pruisen kondigde zelfs een arrestatiebevel af waardoor Heine geen tweede keer kon terugkeren. De hele negentiende eeuw zou het epische gedicht als een schandschrift beschouwd worden, ook toen de censuur werd opgeheven. Maar de eeuw daarop zouden de nazi’s zijn boeken zelfs gaan verbranden en bleek dat Heine profetische woorden had gesproken.

Wo man Bücher verbrennt,
verbrennt man am Ende
auch Menschen.

Heinrich Heine

Het aardige van Deutschland. Ein Wintermärchen is dat je met dit epische gedicht niet alleen een reis door de geschiedenis maakt, maar ook een reis door Duitsland. Heine komt bij Aken de grens over, reist dan via Keulen, Hagen, Paderborn naar Hamburg. De spoorwegen bestonden in 1843 nog net niet en de reis gaat nog per koets. In Keulen ziet Heine de beroemde dom die dan al bijna zes eeuwen bestaat, maar nog steeds niet voltooid is. In 1842 heeft koning Friedrich Wilhelm IV van Pruisen echter besloten om de dom te laten voltooien. Niet zozeer vanuit religieuze maar vooral vanuit prestigieuze overwegingen, want de Keulse dom zou in 1880 met 157 meter het hoogste gebouw van Europa worden en met name dat feit telde. Maar Heine is juist blij dat hij de torens van de dom in 1843 nog impotent aantreft en bezingt ze satirisch als een monument van Duitsland’s kracht. Zo streek hij de trotse nationalisten tegen de haren in en dat werd hem dus niet bepaald in dank afgenomen: hij werd gestraft met een leven in ballingschap.

Da kam der Luther, und er hat
Sein großes »Halt!« gesprochen -
Seit jenem Tage blieb der Bau
Des Domes unterbrochen.
 
Er ward nicht vollendet - und das ist gut.
Denn eben die Nichtvollendung
Macht ihn zum Denkmal von Deutschlands Kraft
Und protestantischer Sendung.
 
Bron: gutenberg.spiegel.de

Niet alleen zijn vaderland, maar ook het katholieke geloof kregen van Heine een satirische behandeling. Ook hier gaf hij weer blijk van zijn vrijheidsliefde en afkeer van censuur. We zien ook dat Heine zijn beroemde uitspraak over boekverbranding baseerde op de Middeleeuwse ketterverbrandingen. Hij keek achterom en wist dat het verbranden van het woord tenslotte weer tot het verbranden van het vlees zou leiden.

Die Flamme des Scheiterhaufens
hat hier Bücher und Menschen
verschlungen;
Die Glocken wurden geläutet dabei
Und Kyrie eleison gesungen.

Heinrich Heine

Dom van Keulen tijdens voltooiingKönig Friedrich Wilhelm IV. will mit seiner Teilnahme am Dombaufest zu Köln am 14.August 1842 die Aussöhnung zwischen Staat und Kirche demonstrieren. Gemeinsam mit Erzbischof von Geisel legt er den Grundstein zum Weiterbau. Zugleich ist der Dom ein nationales Symbol: Seine Vollendung bedeutet auch, dass sich der Traum von einem neuen Heiligen Römischen Reich deutscher Nation erfüllen könnte. Nun soll es künftig einen vollendeten Dom geben, eine Stein gewordene Verklärung des Mittelalters, für einen Herrscher von Gottes Gnaden. Gemeint ist der König von Preußen. Ein zweites Dombaufest findet am 14.August 1848 statt. An ihm nehmen 300 Abgeordnete der Frankfurter Nationalversammlung, Johann, Erzherzog von Österreich und der preußische König, Friedrich Wilhelm IV. teil. Das Volk jubelt wenige Monate nach der Revolution dem Monarchen zu. Die Veranstaltung scheint wie ein Vorgriff auf ein neues Deutsches Reich. Bereits 1248 war der Grundstein gelegt worden. Nach 250 Jahren Bauzeit wurden die Arbeiten eingestellt und werden jetzt unter der Schutzherrschaft des Königs wieder aufgenommen. Erst am 15.10.1880 wird der mit 157 Metern höchste Bau Europas nach 623 Jahren vollendet.

Bron: preussen-chronik.de

integrale tekst [ Project Gutenberg ]

woensdag 16 juli 2008
Luilekkerland
gekocht bij De Slegte voor tweeënhalve euro:
Dromen van Cocagne van Herman Pleij

Prima lectuur voor een luie strandvakantie. Cocagne is het land waar niet gewerkt mag worden, waar beekjes van bier en wijn stromen en worstjes aan de bomen hangen. Cocagne is het luilekkerland uit de middeleeuwen dat inmiddels eigentijdse varianten heeft gekregen in de reis- en filmindustrie.

Cocagne in de ogen van Breughel
Pieter Breughel, Cocagne
Cocagne Hoe lijvig zijn studie ‘Dromen van Cocagne‘ ook is, bijna vijfhonderd bladzijden, men hoeft zich geen ogenblik te vervelen, want er blijken telkens nieuwe, onverwachte kanten te zitten aan Cocagne. De voorstelling van een droomland, een paradijs waar niemand zelfs ook maar iets mag uitvoeren en waar de gebraden duifjes de bewoners vanzelf de geopende mond in vliegen, waar de muren gemaakt zijn van worsten, de huizen bedekt zijn met vlaaien, de rivier van heerlijke wijn is en waar men in een verjongingsbron drieëndertig jaar kan worden - zo’n voorstelling is al oud en heeft een lange orale geschiedenis. Ook in andere landen, zoals Frankrijk, Duitsland, Ierland. Zelfs de antieken hadden vergelijkbare voorstellingen.
 
Eten, of liever gezegd vreten, en luieren, dat zijn de belangrijkste aspecten van Cocagne. Pleij legt overtuigend het verband met de angst van de middeleeuwse boer, want de Cocagne-droom moet in het plattelandsmilieu zijn ontstaan, voor hongersnoden, de vrees voor gebrek aan voedsel. Het zal een ware obsessie in die tijd geweest zijn. De Cocagne-droom heeft aanvankelijk als een soort uitlaatklep gewerkt, waardoor men zich van die angst kon bevrijden. De dagelijkse, harde strijd om het bestaan, het werken om te kunnen eten, de voedselschaarste, dit alles werd opgeheven in de paradijselijke tegenwereld van Cocagne, die een wensdroom is, een compensatie voor het aardse ongemak.
 
Ton van Deel in Trouw
maandag 16 juni 2008
erfgenaam van een lege hemel
Zaterdagavond overleed Kees Fens (1929 - 2008)
vanavond in het Uur van de Wolf op Nederland 2 om 23.50
De hemel en voorstelling
van de hemel zijn in scherven
naar beneden gekomen.
Het geheel is er niet meer.
Kees FensKees Fens (1929) is een alom geacht en bewonderd literair criticus en essayist. Decennialang waren zijn literatuurrecensies in De Volkskrant toonaangevend voor boekliefhebbers. In 1977 verscheen zijn laatste recensie, maar nog steeds schrijft hij wekelijks eigenzinnige, scherpe en liefdevolle stukken over muziek, geloof, architectuur en beeldende kunst. Fens is emiritus hoogleraar in de moderne letterkunde en ontving in 1990 de P.C. Hooftprijs voor zijn gehele oeuvre. Muziek, literatuur, geloofsbelijdenis en architectuur zijn pijlers onder het werk en het leven van Kees Fens. De film van Hans Keller is daar getuige van. De film is een proeve van archeologie in het bestaan en de ziel van Kees Fens. ‘De hemel en voorstelling van de hemel zijn in scherven naar beneden gekomen.’ Het geheel is er niet meer. (Regie: Hans Keller)
 
Bron: nederland2.nl

Postuum: Kees Fens. Een geboren bewonderaar [ Volkskrant ]

vrijdag 1 februari 2008
de dichters en de dingen
gisteren was het gedichtendag
met deze keer als thema: dingen in gedichten

Na de Nationale Tuinvogel Telling het afgelopen weekend was het op de zeventigste verjaardag van onze koningin gedichtendag die ditmaal in het teken stond van ‘het ding’. Gerrit Kouwenaar (84), dingdichter par excellence, was helaas niet aanwezig. Drie jaar geleden werd tijdens de gedichtendag nog zijn bundel het bezit van een ruine gepresenteerd.

gedichtendag

Twaalf dichters maakten speciaal ter gelegenheid van deze gedichtendag een gedicht geinspireerd door een voorwerp uit het Depot Gevonden Voorwerpen van de NS in Utrecht. Wim T. Schippers maakte onderstaand gedicht bij een knaloranje jarenzeventiglampje.

Marieke praat ’s avonds tegen een lampje

Dag lampje
op mijn bureau
Vind je de wereld leuk
of eigenlijk maar zozo
Je staat zo mooi te prijken
ik kan uren naar je kijken
Dag lampje
I love you so

Als jij nou eens kon praten
dan zou ik kunnen horen
wie er aan je knopje zaten
wie dood ging wie werd geboren
Je bent door velen aangeraakt
je hebt vast heel veel meegemaakt
Ik ben weleens bij je weggegaan
maar jij bent hier altijd blijven staan
Mijn lichtje in de duisternis
mijn steun in vreugd’ en droefenis
[…]

O lief lampje
I love you so
Dag mijn lieve lampje
op mijn bureau

Wim T. Schippers

gedichtendag.org | tijdvoorlezen.nl

zondag 23 december 2007
Liebchens Bild
gisteren fijne wandeling gemaakt
Michaela
Mag da draußen Schnee sich türmen,
Mag es hageln, mag es stürmen,
Klirrend mir ans Fenster schlagen,
Nimmer will ich mich beklagen,
Denn ich trage in der Brust
Liebchens Bild und Frühlingslust.

Heinrich Heine
uit: Winterzyklus (1822)

woensdag 20 juni 2007
esthetische waanzin
38e Poetry International Festival in Rotterdam, 16-21 juni
met dit jaar als thema: Poëzie, waanzin en melancholie
en dichter Menno Wigman verbleef drie maanden in Den Dolder

Menno WigmanGisteren schreef ik iets over beeldende kunst van psychiatrisch patienten. Deze staat over het algemeen meer in de belangstelling dan de poëzie, afkomstig uit de kliniek. Daarom wil het Poetry International Festival daar dit jaar wat meer aandacht aan geven.

Op zoek naar de bron van de waanzin, verbleef dichter Menno Wigman drie maanden in Den Dolder. Afgelopen weekend werd hij op het festival in Rotterdam daarover geinterviewd. Hij ging vol verwachtingen, maar keerde enigszins teleurgesteld terug naar huis.

De dichter Menno Wigman verbleef in het najaar van 2005 drie maanden in ‘Het vijfde seizoen’ een paviljoen op het terrein van de psychiatrische kliniek in Den Dolder. Over die periode publiceerde Wigman het logboek Het gesticht, met dagboekaantekeningen, een zoektocht naar sporen van Gerrit Achterberg en scherpe en intrigerende notities over waanzin en gestoorde dichters en kunstenaars. Tijdens het Poetry International Festival geeft Menno Wigman een lezing over zijn fascinatie voor het thema. Na afloop gaat hij in gesprek met Douwe Draaisma, bijzonder hoogleraar in de geschiedenis van de psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Recent verscheen van Douwe Draaisma Ontregelde geesten. Ziektegeschiedenissen, waarin hij de levens van dertien beroemde ‘namen’ uit de wetenschap van hersenen en geest reconstrueert.
 
Bron: poetry.nl

Stel je een normaal mens voor… heb je hem voorgesteld – goed! denk je een gesprek met hem in van een half uur… er komt niets ter sprake dat niet tot de simpele alledaagsheid behoort… je wordt ondergedompeld in banaliteiten – hij wordt gek.

One Flew over the Cuckoos's Nest
One Flew over the Cuckoos’s Nest

Plotseling is hij spits, amusant. Hij praat onzin – maar er zit originaliteit in, vaak misschien iets groots! Zijn geest spint draden tussen de meest uiteenlopende dingen, die hij vroeger met zijn armzalige gewone verstand niet met elkaar in verband had gebracht. Hij wordt fantasierijk – hij wordt bijna een dichter. De troepen zijn er, om het zo te zeggen… alleen de strategie ontbreekt’.

Arthur Schnitzler

Beeldende kunst en gedichten van psychiatrisch patienten op de website van netclienten

woensdag 23 mei 2007
Dulce et decorum est
Dulce et Decorum Est van Wilfred Owen (1893-1918)
Dulce et Decorum Est

Bent double, like old beggars under sacks,
Knock-kneed, coughing like hags, we cursed through sludge,
Till on the haunting flares we turned our backs,
And towards our distant rest began to trudge.
Men marched asleep. Many had lost their boots,
But limped on, blood-shod. All went lame, all blind;
Drunk with fatigue; deaf even to the hoots
Of gas-shells dropping softly behind.

Gas! Gas! Quick, boys! - An ecstasy of fumbling,
Fitting the clumsy helmets just in time,
But someone still was yelling out and stumbling
And floundering like a man in fire or lime.-
Dim, through the misty panes and thick green light,
As under a green sea, I saw him drowning.

In all my dreams before my helpless sight
He plunges at me, guttering, choking, drowning.

If in some smothering dreams, you too could pace
Behind the wagon that we flung him in,
And watch the white eyes writhing in his face,
His hanging face, like a devil’s sick of sin;
If you could hear, at every jolt, the blood
Come gargling from the froth-corrupted lungs,
Bitter as the cud
Of vile, incurable sores on innocent tongues,-
My friend, you would not tell with such high zest
To children ardent for some desperate glory,
The old Lie: Dulce et decorum est
Pro patria mori.

gas
Ook al is deze foto in scene gezet, de werkelijkheid was niet minder bizar: het gasmasker was aan het front onmisbaar geworden. Zelfs paarden en honden droegen het bij een gasaanval.
Dulce Et Decorum Est

Dubbel gebogen, als oude bedelaars onder hun lasten
Op x-benen en hoestend als oude wijven,
vloekten we ons een weg door slijk
Tot we onze rug keerden naar de niet aflatende vuurpijlen
En begonnen terug te sjokken naar onze verre rustplaats
Mannen marcheerden slapend. Velen waren hun laarzen kwijt
Maar hinkten verder, tot bloedens. We raakten allemaal lam, allemaal blind;
Dronken van uitputting; doof, zelfs voor de sirenes
Waarschuwend voor gasbommen die stil achter ons neervielen.

Gas! Gas! Snel, jongens! Opgejaagd rommelend
Aan onhandige gasmaskers, net op tijd.
Maar iemand stond nog te schreeuwen en struikelde
En spartelde als een man in het vuur of onder de lijm
Vaag, door nevelslierten en in dikke groene schijn
Als in een groene zee, zag ik hem verdrinken.

In al mijn dromen, stort hij zich op mij,
Gulpend, stikkend, verzuipend, en ik kijk hulpeloos toe.

Als ook jij in verstikkende dromen eens kon opstappen
Achter de kar waarop wij hem gooiden
En het wit van zijn ogen in zijn gezicht zien draaien
Zijn hangende mond, als van een duivel ziek van zonde
En ook jij bij elke schok, het bloed kon horen
Opborrelend uit zijn door schuim bezoedelde longen,
Smerig als een kanker, bitter als etter
Van walgelijk oude, ongeneeslijke wonden in onschuldige monden,
Mijn vriend, dan zou je niet met zoveel ijver,
Aan kinderen snakkend naar wanhopige roem,
De oude leugen vertellen: Dulce et decorum est
Pro patria mori.

Wilfred Owen
Wilfred Owen1917 in many ways was the pivotal year in his life, although it was to prove to be his penultimate. In January he was posted to France and saw his first action in which he and his men were forced to hold a flooded dug-out in no-man’s land for fifty hours whilst under heavy bombardment. In March he was injured with concussion but returned to the front-line in April. In May he was caught in a shell-explosion and when his battalion was eventually relieved he was diagnosed as having shell-shock (’neurasthenia’). He was evacuated to England and on June 26th he arrived at Craiglockhart War Hospital near Edinburgh.

Had Owen not arrived at the hospital at that time one wonders what might have happened to his literary career, for it was here that he met Siegfried Sassoon who was also a patient. Sassoon already had a reputation as a poet and after an awkward introduction he agreed to look over Owen’s poems. As well as encouraging Owen to continue, he introduced him to such literary figures as Robert Graves (a friend of Sassoon’s) which in turn, after his release from hospital, allowed Owen to mix with such luminaries as Arnold Bennett and H. G. Wells.

The period in Craiglockhart, and the early part of 1918, was in many ways his most creative, and he wrote many of the poems for which he is remembered today. In June 1918 he rejoined his regiment at Scarborough and then in August he returned to France. He was awarded the Military Cross for bravery at Amiens, but was killed on the 4th November whilst attempting to lead his men across the Sambre canal at Ors. The news of his death reached his parents on November 11th 1918, the day of the armistice.

Bron: oucs.ox.ac.uk/ltg/projects/jtap/tutorials/intro/owen

zondag 20 mei 2007
we are the dead
In Flanders Fields van John McCrae

Voordat we vrijdagmiddag vanuit Ieper weer naar huis reden, bezochten we ten noorden van Ieper bij het plaatsje Boezinge nog twee lokaties uit de Grote Oorlog: de Yorkshire trench en de site John McCrae

Yorkshire TrenchDe Yorkshire Trench is in 1992 ontdekt en door de diggers gerestaureerd. Hier vond op 22 april 1915 de eerste Duitse aanval met chloorgas plaats. Opvallend, bijna macaber vond ik de vreselijke stank op deze plek, waarschijnlijk afkomstig van het industrieterrein van Ieper dat zich tegenwoordig uitstrekt langs het kanaal tot aan Boezinge. Het is een bizarre lokatie: wat eens het slagveld Boezinge was, is sinds een paar jaar een onooglijk industrieterrein. De loopgraaf en de ondergrondse dug-outs liggen nu tussen twee loodsen en elke dag stoppen er bussen met schoolkinderen voor een ‘loopgraafervaring’. De loopgraaf is fraai geconserveerd maar de meters diepe dug-outs staan vol met grondwater. Voor de soldaten in 1915 was er naast de strijd boven de grond in de dug-outs ook een voortdurende strijd tegen het grondwater.

trench & dug-out
loopgraaf verbonden met dug-out

site John McCraeVlak ten zuiden van deze plek aan de andere kant van het kanaal ligt de site John McCrae waar het beroemde gedicht In Flanders Fields is geschreven. Lopende langs de graven van de soldaten van de West Riding Division die hier tijdens de Tweede Slag om Ieper (april-mei 1915) zijn omgekomen, kreeg het gedicht voor mij zijn maximale betekenis: “Between the crosses, row on row that mark our place” en vooral “We are the dead". McCrae heeft de doden voor altijd een stem gegeven. De doden zélf leven voort en het is niet alleen hun naam zoals op elk Brits monument van de Grote Oorlog staat geschreven:

Their Name Liveth For Evermore
site John McCrae
Between the crosses, row on row
that mark our place
John MacCraeTijdens de tweede slag bij Ieper bevond zich in het plaatsje Boezinge een verpleegpost waar de militaire arts John McCrae werkzaam was. Hij was van Canadese afkomst, geboren in 1872, en had zich onderscheiden in de Boerenoorlog (1899-1902) waaraan hij als arts-vrijwilliger had deelgenomen. In 1901 nam hij ontslag uit militaire dienst en wijdde zich aan een medische carrière tot op 4 augustus 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak en hij zich opnieuw meldde als vrijwilliger. Hij werd benoemd tot arts bij de First Brigade van de Canadian Field Artillery.
 
McCrae schreef met een zekere regelmaat gedichten waarvan ook een aantal in literaire bladen werd geplaatst. Op 22 april 1915 werden de eerste aanvallen met chloorgas ingezet te Boezinge, de plaats waar McCrae als arts frontdienst verrichtte tijdens de gevechten. Diep onder de indruk van de gebeurtenissen schreef hij op 3 mei het gedicht In Flanders Fields, misschien wel het meest bekende gedicht uit deze oorlog.
 
Bron: wereldoorlog1418.nl

In Flanders fields

In Flanders fields the poppies blow
Between the crosses, row on row
That mark our place; and in the sky
The larks, still bravely singing, fly
Scarce heard amid the guns below.

We are the dead. Short days ago
We lived, felt dawn, saw sunset glow
Loved, and were loved, and now we lie
In Flanders fields.

Take up our quarrel with the foe:
To you from failing hands we throw
The torch; be yours to hold it high.
If ye break faith with us who die
We shall not sleep, though poppies grow
In Flanders fields.

Lieutenant Colonel John McCrae, 1872-1918

about John McCrae [ firstworldwar.com ] | poëzie en proza uit de loopgraven

zaterdag 12 mei 2007
en nooit weerom [ 2 ]
Vandaag blijf ik nog steeds luisteren naar En Nooit Weerom (1974)
van Herman van Veen met teksten van Rob Chrispijn

verzameling

Een straaljager trekt een streep door de hemel
Een merel slaat alarm
Het grasveld vergeelt onder mijn handen
De mollen hebben het warm

De man op de bank in de gloeiende zon
Praat over Zwitserland
Waar de wereld haar geld bewaart
Hij had vroeger ook iets gespaard maar wat
Is ie vergeten
Maar goed ook zegt ie, gek
Hoe alles op den duur
In een verzameling ontaard

En hij kan het weten
Hij had dozen vol bladeren
Een hele herfst in een kast
Hij zei: in mijn strijd tegen de tijd
Vormt alles wat valt een houvast

En het is voor zijn bestwil
Dat hij hier zit
Staart en eet en slaapt
Maar ik weet wat ze onder helpen verstaan
Ze hebben het met de kat gedaan
Die ligt nu lui en vadsig voor de haard

en nooit weerom

De schemering sluipt
Over het grasveld
De nacht staat op een kier
De man op de bank wordt langzaam doorzichtig
Ik was liever bij jou
Maar ik ben hier

Bron: waltertje.com

Discografie Herman van Veen

donderdag 10 mei 2007
en nooit weerom [ 1 ]
Ik luisterde gisterenavond weer eens naar En Nooit Weerom (1974)
van Herman van Veen met teksten van Rob Chrispijn

Nel

En nooit weeromHoe gaat het toch met
Je weet wel
Zij
Met die te vroeg te grote
Ze liet me altijd
Zo verbaasd beminnen
En vroeg daarna
Waarom je dat deed
Je zei dan
Dat het je speet
Maar dat dacht je niet

Hoe heet ze nu toch
Je weet wel
Ze was toen getrouwd met die dichter

Beroemd geworden om zijn
Op haar lijf geschreven verzen
Dan ben ik dichterbij
Dichtte hij
Toen zijn naam
Van de bestsellerslijst
Verdwenen was
Ging hij ook snel

Hoe gaat het toch met
Je weet wel
Is haar zoon
Nu werkelijk bij z’n vader

Ze zeggen
Dat ze met die jongen sliep
En toen de rechter vroeg
Waarom ze dat deed
Heeft ze zich
Voor zijn ogen
Uitgekleed
Toen begreep die rechter het wel

Bron: nomorelyrics.net

Discografie Herman van Veen

woensdag 9 mei 2007
jaren van verwondering
Geluisterd naar Bloesem (1972) van Herman van Veen

Vijfentwintig jaar geleden, in het voorjaar van 1982, draaide ik platen van Herman van Veen grijs. Aan het onderstaande lied heb ik een bijzondere herinnering. Ik had net eindexamen VWO gedaan en het zag er naar uit dat ik gezakt was. Ik wachtte de uitslag niet af, maar gaf eind mei alvast een feest. Een oom van mij had een grote boerderij en in een van de schuren op het land mochten we de beest uithangen. Als voorproef op het komende studentenleven, braken we de nacht door. Toen het licht werd, liet ik met een kater om half vijf ’s morgens keihard Ochtend in de stad over de weilanden schallen:

Net als vroeger is er weer een dag geboren, maar de jaren van verwondering zijn voorbij

Die nacht en die morgen zouden niet alleen een voorproef zijn op het studentenleven, maar ook op de weltschmerz en de wrange ‘verzachtende’ humor van het adolescentenbestaan.

Ochtend in de stad

Licht gaat branden achter sommige gordijnen
Hier en daar een mens op straat, ietwat verdwaald
Rokershoest weerklinkt alom, lantarens kwijnen
Als er hier een haan was, had ie al gekraaid

Mensen overwegen om in bed te blijven
Zien er toch maar weer vanaf uit goed fatsoen
En een oude man wordt wakker met een stijve
Maar heeft niemand om een vluggertje te doen

Ergens laat zich al de helse toeter horen
Van een matineuze heer in het verkeer
Achter grote gele vensters van kantoren
Zijn de werksters met hun emmers in de weer

En wie in zijn diepste nachtelijke dromen
Is gezworven naar de bron van zijn bestaan
Mag zo dadelijk weer op het matje komen
Aangezien hij een vergissing heeft begaan

Net als vroeger is er weer een dag geboren
Maar de jaren van verwondering zijn voorbij
En ook zijn er hier geen vogels meer te horen
Behalve twee minuten op de vierde mei

Maar ach, het leven nam ons allen op de korrel
En de dood genaakt met een klapperend gebit
Ja, wij verlangen naar het uur dat de eerste borrel
Goed en wel weer achter onze kiezen zit

maandag 7 mei 2007
voor altijd
vanmiddag was het ineens windstil in mijn hoofd
en ik liet me drijven op een lied
hond Sint Petersburg
hond van Pavlov
met piekervaring van Maslov
Sint-Petersburg, juni 2005

Windstil (Herman van Veen)

Jij in mijn agenda met Oost-Indische inkt
Hij op de veranda terwijl de merel zingt
Onder de bloeiende jasmijn, een stuk brood
En een glas wijn, jij zegt het en hij weet het
Het zou voldoende moeten zijn

En met jou in de buurt voor altijd
Voor altijd, voor altijd, voor zolang als dat duurt
En met jou in de buurt voor altijd
Voor altijd, voor altijd
Vergeet hij de tijd

De klok is stuk, de tijd staat stil
De lucht lijkt lila door m’n paarse zonnebril
Ze zitten en zwijgen want praten en denken
Is een grotere luxe dan die armband
die hij jou laatst heeft gegeven

Jij op je knieën in het pas gemaaide gras
Hij lui in een ligstoel op zoek naar z’n glas
Slaperig lees je ‘m iets voor
Tot ‘t aardedonker wordt
De buitenlucht omringt ze
Ze komen ’s zomers niks te kort

En met jou in de buurt voor altijd
Voor altijd, voor altijd, voor zolang als dat duurt
En met jou in de buurt voor altijd
Voor altijd, voor altijd
Vergeet hij de tijd

Het is windstil geen blad beweegt
De muggen steken er zit onweer in de lucht
Ik lijk zo oplettend en het is zo ontzettend
moeilijk om wakker te worden als je alleen
maar geleerd hebt om te dromen

Zij in de keuken met de pannen in de weer
Hij voert de goudvis voor de tienmiljoenste keer
Heus dat beest heeft het toch goed
Want al is z’n kom te klein hij krijgt
op tijd z’n eten hij zou tevreden moeten zijn

En met jou in de buurt voor altijd
Voor altijd, voor altijd, voor zolang als dat duurt
En met jou in de buurt voor altijd
Voor altijd, voor altijd
Vergeet ik de tijd

Bloesem
Bloesem, 1972 (achterzijde)

Discografie van herman van Veen | 218 teksten van 218 liedjes

maandag 11 december 2006
kijkplaat
de spreekwoorden van Pieter Breughel
spreekwoorden
Pieter Brueghel, 1559
De spreekwoorden

spreekwoorden [literatuurgeschiedenis.nl]

maandag 16 oktober 2006
Hollandsch Trotsch
Jan Frederik Helmers (1767-1813)

HelmersDe kans dat deze vroeg-negentiende eeuwse dichter en nationalist in de Canon van Nederland terechtkomt, is uiterst klein. Zijn tijdgenoot en medenationalist Tollens scoort overigens zeer laag in de test op canonvannederland.nl
We hoeven niet bang te zijn dat we met de Canon van Nederland het bombastische nationalisme weer in huis halen.
 
 

Van hier, van hier die onverlaat,
Wiens hart niet voor het heil van ‘t schoone Holland slaat;
Wiens borst zich niet verheft als hij dien naam hoort slaken!
Dien Goddelijken naam, die nooit verdwijnen zal,
Maar bij de slooping van ‘t heelal
Nog door de wrakken der verbrijzling heen zal kraken.

Uit de Dithyrambe “De Lof van Holland", in de Gedichten van J.F. Helmers, 3de dr., Rotterdam, Immerzeel Jr., 1822
Bron: Helmers Pagina

Ik juich! geen hooger heil heeft ooit mijn ziel gestreeld,
Dan dat ik, Nederland! ben op uw’ grond geteeld,
Dat van den heldren glans die van u af mogt stralen,
Een nietig sprankjen, op mijn’ schedel af mag dalen
Dat ik ook deel in de eer, den roem dien ‘t voorgeslacht,
‘t Verbaasd Euroop’ ten trots aan ons ten erfgoed bragt.
‘k Zweer bij dat erfdeel, bij de trouw en deugd der vaderen,
Dat steeds de dankbaarheid zal gloeijen in mijne aderen.
Ja! ‘k blijf, ô Vaderland! tot aan het uur des doods,
Als Nederlander op dien schoonen eernaam grootsch.

Begin van De Hollandsche Natie, een episch gedicht in zes zangen met een verzetskarakter door J.F. Helmers. Het boek verscheen in 1812, gecensureerd door de Franse bezetter.
Bron: dbnl.org

Werken van Helmers
Bespiegeling, dichtstuk (1788)
De nacht (1788)
Socrates (1790)
Dinomaché of de verlossing van Athene (1798)
Over de oneindige volmaakbaarheid der menschelijke natuur.
Lierzang (1802)
Gedichten (1809-1810)
Hollandsche natie (1812)

cf.hum.uva.nl | dbnl.org

vrijdag 22 september 2006
De Nederlandse Tolstoi
gelezen: Trots Verbrijzeld, biografie van Frederik van Eeden
door Jan Fontijn
Frederik van Eeden reisde graag en veel. In zijn jonge jaren trok hij naar Frankrijk, waar hij met de methoden van de artsen J.M. Charcot, Liébeault en H. Bernheim kennis maakte en een bewonderaar van Vincent van Gogh werd. Hij reisde ook naar Engeland, dat hem zo beïnvloedde dat hij in 1890 verklaarde ’socialist’ te zijn. Daar maakte hij onder meer kennis met William Morris, Th.J. Cobden-Sanderson en de Russische ballingen P. Kropotkin en F. Stepniak. In Nederland zou hij helpen het tijdschrift Free Russia (Londen) te verspreiden. Verder werd hij er lid van de Society for Physical Research, kende L. Tuckey en F. Myers, gaf lezingen, maakte mediamieke seances mee en behandelde patiënten. In Nederland zou hij deze sterke belangstelling voor parapsychologie en spiritisme steeds meer plaats in zijn leven geven.
 
Frederik van EedenHoewel uiterlijk opgewekt worstelde hij met zware depressies. Hij hield aantekening van zijn denken in Dagboeken en van dromen in dromenboekjes. In 1913 publiceerde hij A study of dreams, een analyse van zijn eigen dromen. In Nederland kreeg hij echter geen erkenning op zijn vakgebied. In Engeland leerde hij Lady Welby kennen (1892), die hem stimuleerde in zijn onderzoek naar de taal als communicatiemiddel. Naarmate mensen elkaar beter zouden begrijpen, zouden agressie en misverstand verminderen. Een voortzetting van deze belangstelling was zijn activiteit in signifische kring, waar de taalfilosofie in het middelpunt stond van hem en Jacob Israël de Haan, L.E.J. Brouwer, Gerrit Mannoury en J. van Ginniken. Zijn wijsgerige studies verschenen in verschillende tijdschriften, zo ook zijn Redekunstige grondslag van verstandhouding (1897) dat sterke verwantschap met het denken van Ludwig Wittgenstein vertoont. In de Studies I- VI (Amsterdam 1897-1918) heeft Van Eeden zijn belangrijkste essays op dit gebied verzameld.
 
Bron: iisg.nl/bwsa/bios/eeden.html

Onder het pseudoniem Cornelis Paradijs schrijft Van Eeden zijn Grassprietjes, waarin hij zich laat zien als een plezierdichter (een vrome dat wel) die in ‘tik-tak-verzen’ als het onderstaande mij een beetje doet denken aan drs.P, vooral in schertsende zinnen als: ‘Doch rein is mijn verlangen / en mijn positie goed’.

Het ja-woord

Nu moet ik haar gaan vragen-
O welk een bange dag!
Doe God! mijn wenschen slagen-
Verschoon mij van dien slag!

Uw grootheid zal ik eeren,
In aller eeuwigheid,
Mocht ik met haar verkeeren
In deugd en eerbaarheid.

Ik voel mijn boezem prangen
Door bangen twijfelmoed-
Doch rein is mijn verlangen,
En mijn positie goed.

Haar vader kent mijn ijver
En duldt mijn nadering,
Als veelbelovend schrijver
En deugdzaam jongeling.

Hoop doet mijn hart herleven
En slaan met blijden slag:
Mijn bellen, haar gegeven,
Draagt zij nog iedren dag.

Doch mocht zij ‘t woord niet spreken,
Waarnaar mijn boezem haakt,
Dan zal het hart mij breken,
Wijl het is afgeraakt.

Dan zal ik eeuwig blijven
Versmolten in mijn smart,
Dan ga ik verzen schrijven,
Met wanhoop in het hart.

uit: Grassprietjes, Cornelis Paradijs (ps. Frederik van Eeden)
Bron: dbnl.org

dbnl.org | inghist.nl | bibliografie Frederik van Eeden

woensdag 13 september 2006
het oerboek van de romantiek
Heinrich von Ofterdingen van Novalis eindelijk vertaald

Zoals A Rebours (1884) van J.K.Huysmans de Bijbel van de decadentie werd, zo werd 85 jaar eerder Heinrich von Ofterdingen (1799-1801) van Novalis het oerboek van de romantiek Eindelijk verscheen er nu een Nederlandse vertaling bij Atheneum-Polak & Van Gennep door Ria van Hengel met een nawoord van Arnold Heulkemakers.

Blaue BlumeZelfportret als minstreel
In een middeleeuws handschrift is het portret overgeleverd van een minstreel wiens werk verloren is gegaan: Heinrich von Ofterdingen. Aan de hand van deze figuur heeft de romantische schrijver Novalis de ontwikkeling van een jonge dichter vormgegeven. Die dichter is geen middeleeuwer, Heinrich von Ofterdingen is geen echte historische roman geworden. Je zou eerder zeggen dat Novalis ons een zelfportret als minstreel geeft: een echt romantische dweper op zoek naar de blauwe bloem (het hoogste ideaal), op reis door Duitsland, die door ontmoetingen met een Goethe-achtige mentor en een al spoedig door de dood onbereikbare geliefde wordt gesterkt, terneergeslagen en gelouterd tot hij openstaat voor het hogere, voor schoonheid en waarheid. Novalis schrijft met een nog steeds schokkende originaliteit en een hartroerende urgentie, die dit boek, zijn enige en door zijn vroege dood onvoltooid gebleven roman, voor latere generaties hebben gemaakt tot de romantische roman bij uitstek.
Bron: boekboek.nl

NovalisFriedrich von Hardenberg (1772-1801) werd opgeleid tot mijnbouwkundige. Als dichter gebruikte hij het pseudoniem Novalis, Latijn voor Ontginner – hij is dan ook de origineelste figuur uit de Duitse Romantiek. Dat blijkt uit zijn aforismen, die hijzelf van de titel Blütenstaub (Stuifmeel) voorzag, het blijkt misschien nog wel meer uit zijn enige, door zijn vroege dood onvoltooid gebleven roman, Heinrich von Ofterdingen. Dat boek is autobiografisch: we lezen er over een jeugd tussen de Harz en het Ertsgebergte, we lezen over de mijnbouw, we lezen vooral veel over de ontdekking van het grootste wereldwonder, de dichtkunst; en ook de vervoering van de verliefdheid en de rouw om de jonggestorven geliefde zijn duidelijk naar de natuur beschreven. Tegelijkertijd is het een historisch werk: de hoofdpersoon is een dertiende-eeuwse minstreel, die is weggelopen uit het vanwege zijn fraaie illustraties befaamde Manessische handschrift. Die minstreel groeit op in Eisenach, leert het volle leven kennen in de grote stad Augsburg, en was de Alpen overgetrokken om aan het hof van Keizer Frederik II terecht te komen – wanneer Novalis daaraan toegekomen was.
 
Bron: boekboek.nl

Novalis und sein Heinrich von Ofterdingen

maandag 11 september 2006
de bijbel van de decadentie
gelezen: Tegen de Keer (A rebours) van J.K.Huysmans

De Franse schrijver J.K.Huysmans is samen met Frederik van Eeden en Jan Toorop een van die kunstenaars die zich in de jaren negentig van de negentiende eeuw bezighielden met het occultisme maar zich op latere leeftijd bekeerden tot het katholicisme. Twintig jaar na het verschijnen van zijn bekendste roman, a Rebours, schreef Huysmans in 1903:

( … ) In dit tumult was er slechts één schrijver die het boek begreep: Barbey d’Aurevilly, die mij overigens helemaal niet kende. Het blad Le Constitutinnel bevat een artikel, gedateerd 28 jult 1884, dat ook opgekomen is in zijn boek Le Roman Contemporain, verschenen in 1902, waarin hij schreef:
Na zo’ n boek blijft de auteur slechts de keus tussen de mond van een pistool en de voeten van het Kruis.
Die keus is gemaakt.

Tegen de KeerTegen de Keer
De vermogende hedonist hertog Jean Floressas des Esseintes, die behept is met alle neurosen die het eind van de negentiende eeuw rijk was, verwerpt de maatschappij en verafschuwt mensen. Hij trekt zich terug in een afgezonderd herenhuis en realiseert daarin al zijn extravagante droomwensen. Huysmans beschrijft op indrukwekkende wijze Des Esseintes’ opvattingen over versiering en kleurvarianten van het interieur, over de symboliek van stenen, bloemen en parfums, over zijn artistieke voorkeuren, die in de toen weldenkende wereld een schandaal veroorzaakten: klassieke auteurs als Vergilius vindt hij vervelend, maar hij bewondert een decadent als Petronius, de middeleeuwse mystici en de schilder Gustave Moreau. Des Esseintes is een decadent met sterk religieuze preoccupaties.
Bron: boekboek.nl

HuysmansCharles-Marie-Georges Huysmans
(5 februari 1848 – 12 mei 1907) werd geboren uit een Franse moeder en een Nederlandse vader; zijn grootvader was tekenleraar aan de Militaire Academie in Breda. Om zijn Nederlandse afkomst te onderstrepen publiceerde de auteur onder de naam Joris-Karl Huysmans. Hij behoorde tot de kring van Zola en schreef aanvankelijk naar diens naturalistische stijl. In 1884 keerde hij deze de rug toe met de publicatie van zijn roman A rebours (Tegen de keer). Deze roman werd door critici en bewonderaars de bijbel van de decadentie genoemd. Net als zijn hoofdpersonage hertog des Esseintes leed Huysmans aan zenuwziektes. In 1891 publiceerde hij de ’satanische roman’ Là-bas (Uit de diepte), rond het historische personage Gilles de Rais.
 
Later bekeerde hij zich tot het katholicisme; ook daarin behield hij echter zijn hang naar het vreemde, afwijkende en decadente. Men kan zich dan ook afvragen of zijn bekering wel oprecht was. Zijn roman La Cathédrale vormt in elk geval een keerpunt in zijn literaire productie. Vanaf dan zouden alleen nog maar katholiek geïnspireerde werken verschijnen: in 1903 L’Oblat, gebaseerd op zijn eigen toetreding als oblaat van de Benedictijnen en later Les foules de Lourdes, over Maria en de wonderen in Lourdes, waar Huysmans indirect afrekent met Emile Zola en diens boek Lourdes (1894).
 
Bron: ternet.com

Werken van J.K.Huysmans in een Nederlandse vertaling:

Tegen de keer (A rebours vertaling Jan Siebelink),
Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1977

Op drift (A vau-l’eau vertaling Wim Raven),
Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1979

huysmans.org | a Rebours

vrijdag 8 september 2006
Een Nederlandse Goethe?
250 jaar geleden geboren: Willem Bilderdijk (1756-1831)

Willem BilderbergGeboren 7 jaar na Goethe en een jaar eerder overleden. Willem Bilderdijk was dus een echte tijdgenoot van het Duitse genie. Daarnaast was hij ook hoogbegaafd, veelzijdig en had hij een encyclopedische kennis omdat hij als jongetje de complete bibliotheek van zijn vader ‘gedownload’ had. Zijn verzen hebben we al sinds Conrad Busken Huet en de Tachtigers in de ban gedaan. De laatste decennia neemt de aandacht voor Bilderdijk weer toe en er is een nieuwe biografie in voorbereiding.
Ik leerde Bilderdijk kennen als het superego van de Nederlandse letteren (gedeelde eerste plaats met Harry Mulish overigens) in 1980 tijdens de literatuurles bij de dichteres Nel Benschop, die op onze school lerares Nederlands was. Het was vaak hilarisch wat je over Bilderdijk las. Naar eigen zeggen had hij de Bijbelhistorie, de Mythologie, de Heidelbergse catechismus en vader Cats onder de knie toen hij anderhalf jaar oud was. En toen hij twee jaar was, wilde deze King of Weltschmertz al verlost worden uit dit leven. In Afscheid (1811) licht hij ons alsnog in over deze vroege doodswens:

‘k Lag in mijn wiegj’ alreeds met natbeschreide wangen
In ‘t dorsten naar de dood te smachten en te verlangen
Bilderdijk heeft enorm veel geschreven; naar schatting bestaat zijn dichtwerk uit meer dan driehonderdduizend versregels. Vanwege zijn enorme productie werd hij ook wel ‘een onvermoeibaar versifex’ genoemd en dat terwijl het schrijversschap niet eens zijn full-time baan was. Het grootste gedeelte van zijn leven verdiende hij de kost als advocaat of docent. Buitendien, niet alleen als dichter manifesteerde Bilderdijk zich: hij schreef ook betogen in proza, verhalen, verhandelingen over taalkunde, filosofie, godsdienst en hij maakte vertalingen. Ook als tekenaar was hij verdienstelijk en tevens was hij thuis in de geneeskunst.
 
Bilderdijk voelde zich altijd ongelukkig en koesterde een levenslange doodswens en droeg daarmee bouwstenen aan voor zijn eigen mythe. Aanvankelijk was zijn werk nog classicistisch van aard, maar hij ging de geschiedenis in als het prototype van een romantisch dichter, niet in het minst door zijn melancholie. Latere generaties keken met plaatsvervangende schaamte naar zijn werk en door de Tachtigers werd hij verguisd. Hij werd ‘de grote ongenietbare’ genoemd en kreeg de bijnaam Bulderdijk. Tijdens zijn leven was hij van grote invloed, ten eerste omdat hij zich overal mee bemoeide, van politieke kwesties tot de evolutieleer; en ten tweede doordat hij als docent ook de mogelijkheid kreeg dichters als Da Costa en politici als Groen van Prinsteren diepgaand te beïnvloeden. De Bilderdijk-berg is enorm: dit Profiel wil alleen enkele mijngangen graven om toegang te geven tot verborgen schatten.
 
Bron: kb.nl/dichters/bilderdijk

Gebed

Genadig God, die in mijn boezem leest!
Ik vlied tot U, en wil, maar kan niet smeeken.
Aanschouw mijn nood, mijn neêrgezonken geest,
En zie mijn oog van stille tranen leken!

Ik smeek om niets, hoe kwijnend, hoe bedroefd.
Gy ziet me een prooi van mijn bedwelmde zinnen:
Gy weet alleen het geen uw kind behoeft,
En mint het meer, dan ‘t ooit zich-zelf kan minnen.

Geef, Vader, geef aan uw onwetend kroost,
Het geen het zelf niet durft, niet weet te vragen!
Ik buig my neêr; ik smeek noch kruis, noch troost;
Gy, doe naar uw ontfermend welbehagen!

Ja, wond of heel; verhef, of druk my neêr:
‘k Aanbid uw wil, hoe duister in mijne oogen:
Ik offer me op, en zwijg, en wensch niet meer:
‘k Berust in U, zie daar mijn eenigst pogen!

Ik zie op U met kinderlijk ontzag:
Met Christen hoop, noch lauw noch ongeduldig.
Ach, leer Gy my, het geen ik bidden mag!
Bid zelf in my; zoo is mijn beê onschuldig.

kb.nl/dichters/bilderdijk| bilderdijkmuseum.vu.nl | Willem Bilderdijk [uva.nl]

dinsdag 2 mei 2006
grote woorden
Mark Boog, de encyclopedie van de grote woorden
winnaar van de VSB Poëzieprijs 2006
De encyclopedie van de grote woorden biedt vierenzestig gedichten, waarin de betekenis van die woorden niet zozeer in een nieuw daglicht wordt gesteld, zoals de flaptekst wil suggereren, maar eerder de oorspronkelijke betekenissen die het woord herbergt en die door het veelvuldig gebruik van dat woord sleets zijn geraakt en naar de achtergrond verdrongen, opnieuw voor het voetlicht brengt. De bundel maakt ons weer bewust van de betekenis van die woorden.
 
Het resultaat is in één woord prachtig. Welbeschouwd is het een meesterzet van Boog om een ‘encyclopedie’ samen te stellen. Zijn (quasi)afstandelijke, (quasi)neutrale stijl leent zich daar prachtig voor. De auteur lijkt ons, inderdaad als in een lemma van een encyclopedie, op neutrale toon uit te leggen wat de betekenis is van grote woorden als geluk (“Het geluk is overkomelijk”), natuur (“Van natuur, dat wat bijgeknipt moet worden, krijgen we niet snel genoeg”) of trouw (“Trouw, liefst eeuwig, is een akelig mannetje”). Maar hij schotelt ons uiteindelijk zo precies mogelijk (met inzet van alle mogelijke poëtische middelen) een persoonlijke uitleg van het woord voor. Beeldend zijn de gedichten heel sterk, en inhoudelijk aangrijpend. Nemen we bijvoorbeeld een gedicht als ‘Geluk’:

Geluk

Het geluk is overkomelijk. Men plaatst het
in een vitrine en gaat aan het werk.
Wie ernaar vraagt krijgt het te zien,
onder weloverwogen commentaar.

Het is gebruikelijk om ’s avonds achterover
te zitten en het geluk, zoals dat beschaafd
verlicht tentoongesteld staat, te beschouwen.
Men stoot de deelgenoot erover aan.
Die knikt of zegt heel zachtjes: ‘Ja.’

In hoeverre het geluk ons bepaalt
is niet eens een vraag: totaal. Wij zijn niets
dan ons geluk, en het geluk is waar wij zijn.

Slechts tijdens het afnemen van de glasplaat
slaan we soms de ogen neer. De vochtige
doek hangt slap in onze handen. Zo mooi.

Mark Boog

Bron: dhost.info/recensent

Mark BoogMark Boog (Utrecht 1970), schreef de dichtbundels Alsof er iets gebeurt (2000, C. Buddingh’-prijs 2001), Zo helder zagen we het zelden (Cossee 2002, genomineerd voor de J.C. Bloemprijs), Luid overigens de noodklok (Cossee), en drie romans, De Vuistslag (2001), De warmte van het zelfbedrog (Cossee 2002) en De helft van liefde (Cossee 2005). Op Gedichtenbal werd de bundel De encyclopedie van de grote woorden genomineerd voor de VSB Poëzieprijs 2006 en op 28 april werd deze aan Mark Boog uitgereikt.

markboog.nl | speel zelf met grote woorden | uitgeverij Cossee

zondag 26 februari 2006
de zeer oude zingt

De zeer oude zingt:
er is niet meer bij weinig
noch is er minder
nog is onzeker wat er was
wat wordt wordt willoos
eerst als het is is het ernst
het herinnert zich heilloos
en blijft ijlings
 
alles van waarde is weerloos
wordt van aanraakbaarheid rijk
en aan alles gelijk
 
als het hart van de tijd
als het hart van de tijd
 
Lucebert

Parmenides
De zeer oude waar Lucebert naar verwijst, blijkt bij onderzoek de Griekse presocratische wijsgeer Parmenides te zijn.
zaterdag 17 september 2005
prepensioen
Anagrammen zoeken met Ragmania
pepsine oren
Ieren soppen
popen sieren
een spin erop
neon piepers
spioneerpen
poepsirenen
non prees iep
sproeipenen
open spieren
penisopener
ene piepsnor
piep ons neer!
Ierse pepnon
 

Ragmania anagrammenzoeker

zondag 11 september 2005
mozes
Dit weekend in Trouw | Letter & Geest:
Jan Oegema over Lucebert
Dit is een van de dingen die me blijft fascineren in het werk van Lucebert: dat hij bron en zegel van religie is. De anekdote wil dat hij in de oorlog met staf en lange mantel door Amsterdam schreed en omstanders riepen: “Hé, daar heb je Mozes!” Die Mozes is hij altijd gebleven, een oudtestamentische Don Quichot, een edele gedrevene in paardenpak die op afgelegen plaatsen met God spreekt. Maar diezelfde Mozes is ook een nietzscheaan en dadaïst, hij is op en top modern, tot in iedere vezel doordrongen van illusies en leugens voortkomend uit projectiedrift, waarheidsmanie en wil tot macht. Lucebert heeft de mediamieke en verbale gaven van een godsdienststichter en de luciditeit en gestrengheid van een godsdienstvernietiger. Dat verklaart zijn nog immer indrukwekkende postuur en de wisselende appreciaties bij zijn lezers.
Bron:Trouw
Lucebert

fantoom

ontoelaatbaar mooi en tegen alle maten
van de verachting en de denkkracht
en met het bevende gebeente van de lichtbron
der liefde - een schim - ja meer dan een schaduw
maar toch minder dan lichaam - een schim
staande op de hoog in de lucht vertragende
verlammende ladders der herfst en daar het
verdriet: zijn kleefrige scherven regenend
om den diamanten pijnboom heen en oh de zo blauwe
de diepblauwe roos de geliefkoosde dood en ook
weldra van de winterse tatoeage de klagende draak
 
maar hoe onverdragelijk mooi en tegen alle regels
van de vertedering en de hevigheid
een schim - een vijand - een schuiflende grijns

Uit: triangel 1958
Uitgegeven door: Bert Bakker/Daamen in 1958

Koninklijke Bibliotheek: Lucebert

Jan Oegema: Lucebert, mysticus. Over de roepingsgedichten en de ‘Open brief aan Bertus Aafjes’. [Nijmegen], Vantilt, (1999).

vrijdag 4 maart 2005
strooimeester
Anagrammen zoeken met Ragmania
motoriseer set
seriestoot rem
rot esoterisme
stomste roerei
stoer toerisme
mieterse torso
isomeer otters
trieste roomse

Probeer het ook eens met ‘gladheidscoordinator’

Ragmania anagrammenzoeker

woensdag 29 december 2004
Rilke
vandaag 78 jaar geleden overleden:
Rainer Maria Rilke, 29 december 1926
Men moet geduld hebben
met het onopgeloste in het hart
en proberen de vragen zelf lief te hebben,
als ontoegankelijke ruimtes,
als boeken, geschreven in volkomen onbekende taal.
 
Wanneer men die vragen leeft,
leeft men misschien geleidelijk,
zonder het te merken,
op een ongewone dag
binnen in het antwoord.
Rainer Maria Rilke

Rainer Maria Rilke

Ad Haans: over leven en werk van Rainer Maria Rilke
rainer-maria-rilke.de

maandag 20 december 2004
John Steinbeck
vandaag 36 jaar geleden overleden:
John Steinbeck, 20 december 1968
John SteinbeckSteinbeck schreef in een naturalistische/realistische stijl, vaak over arme mensen uit de arbeidersklasse. Zijn werk The Grapes of Wrath (De druiven der gramschap) vertelt het verhaal van de Joads, een arme familie uit de Amerikaanse staat Oklahoma, en hun reis naar en hun problemen in de staat Californië. De roman wordt vaak gezien als een verdediging van de armen tegen de rijken. East of Eden is waarschijnlijk het belangrijkste werk van Steinbeck. In deze roman stopt de schrijver met het kijken naar sociale onrechtvaardigheid als de bron van kwaad en zoekt de wortels van het kwaad in plaats daarvan in de menselijke psychologie. In 1962 ontving hij de Nobelprijs voor Literatuur.
 
Bron: asinah.net/nl/wikipedia/j/jo/john_steinbeck.html

Biography [ nobelprize.org ]

zondag 28 november 2004
visionair [ 2 ]
vandaag 247 jaar geleden geboren: William Blake 28 november 1757
Blake groeide op in een warm en onconventioneel middenstands- gezin in Londen. Zijn vader James was van Ierse afkomst en heette eigenlijk O’Neill. De jonge William was een obstinate jongen; hij ging niet naar school en ontving zijn opleiding grotendeels van zijn moeder. Hij las alles wat los en vast zat, waaronder Shakespeare, Milton, Ben Jonson en de bijbel en deed ook de nodige kennis op van Frans, Italiaans, Latijn, Grieks en Hebreeuws. Als spoedig werd zijn artistieke talent herkend en aangemoedigd. Ook bleek hij een mystieke inslag te hebben en zag visioenen, waardoor hij zich in zijn latere leven ook zou laten leiden.
God de Schepper door Wiliam Blake
God als de Schepper die de kosmos ontwerpt [ een van de meest gereproduceerde werken van William Blake ]
Op veertienjarige leeftijd ging hij in de leer bij de graveur James Basire. Deze liet hem schetsen en tekeningen maken van Westminster Abbey en andere oude kerken in Londen. In die tijd onderging hij de invloed van de gotiek. Toen hij 21 was, werd hij toegelaten tot de Royal Academy. Hij wilde echter meer zijn dan alleen graveur en verzette zich bovendien tegen de heersende conventionele kunstopvattingen. Na zijn huwelijk met Catherine Boucher in 1782, wist hij op aandringen en met steun van enkele vrienden een eerste publicatie te laten verschijnen: Poetical sketches (1783).
 
Hoewel zijn mystieke inslag leidde tot met veel symboliek beladen en vaak duister werk, waarin hij een eigen mythologie ontwikkelde, verscheen in 1789 zijn Songs of Innocence met eenvoudige lyrische gedichten. In 1794 werd hier in een heruitgave Songs of Experience aan toegevoegd. Dit laatste werk werd nooit apart uitgegeven maar altijd als eenheid met het eerdere, onder de titel Songs of Innocence and of Experience showing the Two Contrary States of the Human Soul.
 
Zijn belangrijkste prozawerk, met gravures, The Marriage of Heaven and Hell ontstond in 1790. In dit werk uit zich zijn verlangen naar vrijheid. De erin opgenomen Proverbs of Hell bevatten een beknopte weergave van zijn levens- en kunstbeschouwing; zijn revolutionaire ideeën verwoordde hij in The French Revolution (1791), America (1793) en Visions of the Daughters of Albion (1793). In zijn latere werken als Milton (1804-1808) en Jerusalem (1804-1820) maakte zijn wanhoop plaats voor een filosofie waarin de redding wordt gezien in liefde en vergeving. In zijn werk blijkt zijn opvatting dat de verbeelding belangrijker is dan de rede.
 
Blake plaatste vraagtekens bij alle heersende waarden van zijn tijd, op het gebied van kunst, relgie en filosofie. Zijn poëzie loopt vooruit op de grote veranderingen die zouden komen: het loslaten van de conventies van de 18e eeuw. Zijn moeilijke mystieke gedichten worden weinig gelezen. Wellicht kon hij in de werken geen goede uitdrukkingsvorm vinden voor zijn ideeën. In de kortere gedichten weet hij zich echter volkomen open te stellen voor de lezer. William Blake stierf in 1827 en werd begraven op Bunhill Fields in Londen.
 
Bron: nl.wikipedia.org

William Blake Archive

vrijdag 26 november 2004
Middeleeuws [ 2 ]
alruinwortel

Alruinwortel moet je bij volle maan uit de grond laten trekken door een hond die er met een touw aan is vastgebonden. De wortel, die vaak op een mens met twee beentjes lijkt, zou dan nog een gilletje slaken. Het kauwen op een stukje van deze wortel levert al snel een effect op als dat van de doornappel. Men beweert dat een gedroogde alruinwortel een uitstekende talisman tegen kwade invloeden is.

Mandragora, als Platearius kent,
es .i. cruud van Orient.
Cout eist ende droghe der toe.
Men vinter of hie ende soe;
die hie es gheblaet inder ghebare
alsoft .i. bete ware,
de soe alst waren louwre blade.
Apple draghen dese ghegade,
soete riekende alsmen weet,
dat men der erden apple heet.

Uut blade ende wortele sine
sijn nuttelic ter medicinen.
Die in heten suchten legt
ende te slapene niet ne plegt,
so salmen met mandraghen bladen
vrouen melc stampen ende begaden,
ende twitte van eye, dies ghelovet,
.i. plaester maken vort vorhoft
bedecter em dien slaep mede.
Die van groter hethede
sijn hovet swert legghe de blade ghewreven
an sinen slaep, et sals begheven.

Dus als hier bescreven staet
maecmen olie mandragoraet:
Die apple stampmen clene
ende mincse met olien ghemene,
dan sietment te samen heet
ende duet dor .i. cleet.
Dits olie mandragoraet
dar hoftswere bi vergaet.
Ende wel slapen doet mede,
ende es goet jeghen allen rede,
up datmen mede striken doe
vorhoft ende slaep der toe.

Men sal oec in goeden wine
.i. stic sieden die wortele sine,
ende ghevent hem drinken diet so staet
dat men hem die lede of slaet,
hi sal hem slapende so vergheten
dat hi der dinc niet sal weten.

uit: Der Nature Bloeme van Jacob van Maerlant

mandragora | uitjebol | mandrake

zondag 7 november 2004
Habseligkeiten

In september berichtte ik hier over het mooiste Nederlandse woord. Onze oosterburen hebben inmiddels ook hun mooiste woord gevonden: Habseligkeiten.

De afgelopen zomer zonden meer dan 22.000 mensen uit 111 landen hun favoriete Duitse woord in. Voor de meeste inzenders was echter een heel ander woord geliefd: Liebe. De jury - bestaande uit zanger Herbert Grönemeyer, schrijver Uwe Timm, filmregisseur Joseph Vilsmaier en leden van de Duitse Taalunie en het Goethe-Instituut - trok zich echter niet veel aan van de voorliefde van het volk.
 
Uit een lijst van 95 woorden koos de jury voor Habseligkeiten, omdat het woord het menselijke streven naar bezit koppelt aan het meer spirituele Seligkeit, dat zaligheid betekent. Op de tweede plaats eindigde Geborgenheit (geborgenheid), de derde plek was voor het werkwoord lieben (houden van).
 
Degene die zijn of haar favoriete woord met de beste of origineelste motivatie had ingezonden, werd beloond met een tweepersoons reis naar Mauritius. (…) Deze ging naar een secretaresse van de Universiteit Tübingen. De jury roemde haar poëtisch-filosofische motivatie die zij bij het mooiste Duitse woord Habseligkeiten had bedacht:
 
“Das Wort bezeichnet nicht den Besitz, nicht das Vermögen eines Menschen, wohl aber seine Besitztümer, und es tut dies mit einem freundlich-mitleidigen Unterton, der uns den Eigentümer dieser Dinge sympathisch und liebenswert erscheinen lässt.”
 
Bron: nos.nl/nieuws/
zondag 24 oktober 2004
wie wordt Lennaert Nijgh’s biograaf?
De literaire nalatenschap van Lennaert Nijgh is door de erven aan het Letterkundig Museum in Den Haag geschonken. De tekstschrijver, vertaler en columnist ‘Lennaert Nijgh, van wie ik nog een tientje krijg’, zoals Boudewijn de Groot zong in ‘Picknick’, heeft een zeer interessant en gevarieerd archief nagelaten.
 
Lennaert Nijgh werd in 1945 in Haarlem geboren en overleed er in 2002 na een kort ziekbed. Hij bracht zijn jeugd door in Heemstede, waar hij enige tijd in dezelfde straat woonde als Boudewijn de Groot. Samen met hem (en Ischa Meijer) zat hij een paar jaar in één klas op de middelbare school. Zijn eerste liedjes schreef hij in de tijd dat hij eindexamen deed. Ze werden vrijwel onmiddellijk op de plaat gezet, maar hadden geen succes. Dat kwam in 1966, met de lp Voor de overlevenden.
 
Hij werd een veelgevraagd tekstschrijver, en schreef, naast veel teksten voor diverse artiesten en tv-programma’s, de musical De engel van Amsterdam voor Jasperina de Jong en de rockopera Ik Jan Cremer. In de loop van de jaren tachtig stokte zijn productie van liedteksten en legde hij zich met name toe op het schrijven van columns. In 1996 bracht Boudewijn de Groot een cd uit met nieuwe teksten van Nijgh, waaronder ‘Een wonderkind van 50′, een lied over het tragische leven van de dichter Halbo C. Kool.
 
Nijghs archief bevat typoscripten van vele bekende liedjes: ‘Testament’, ‘Het land van Maas en Waal’ (Boudewijn de Groot), ‘Jan Klaasen de trompetter’, ‘Malle Babbe’ (Rob de Nijs) en ‘Ik doe wat ik doe’ (Astrid Nijgh, zijn eerste vrouw), om er slechts een paar te noemen. Ook de typemachine waarop hij zijn oudste teksten getikt heeft, maakt deel uit van de schenking. Voorts een aanzienlijke hoeveelheid krantenknipsels over hem en zijn werk, en columns van zijn hand uit het Haarlems Dagblad, gedeeltelijk gebundeld in in eigen beheer uitgegeven boekjes. Zowel zakelijke als persoonlijke correspondentie is aanwezig, waaronder een kaart van Jan Cremer uit 1986 en een aankondiging van het (derde) huwelijk van Louis Ferron.
 
Het typoscript van zijn in 1971 bij een obscuur uitgeverijtje verschenen debuutroman Tobia, of De ontdekking van het masturbariaat (in 1991 herdrukt bij Conserve) bevindt zich eveneens tussen de papieren. Personalia als agenda’s, waaronder een van toen hij 14 was, een verzekeringsbewijs voor een Solex, foto’s uit verschillende perioden van zijn leven, en de oorkonde behorend bij de Culturele aanmoedigingsprijs der gemeente Hilversum 1974, zijn eveneens voorhanden. Dit materiaal biedt een prachtige aanzet voor de reconstructie van leven en werk van deze schrijver.
 
Bron: CultuurNet / Letterkundig Museum

24/10 toen | heiligen van de dag

woensdag 20 oktober 2004
visionair [ 1 ]
vandaag 150 jaar geleden geboren:
Jean Nicolas Arthur Rimbaud (20 oktober 1854)
Mystique
Op de glooiing van de helling draaien de engelen hun wollen gewaden rond in de grasvelden van staal en smaragd.
Vlammenweiden springen tot op de heuveltop.
Links wordt de teelaarde van de bergrug vertrappeld door allerlei moordpartijen en veldslagen, en allerlei rampspoedige geruchten rekken hun ronde. Achter de bergrug rechts de lijn van het oosten, van iedere vooruitgang.
En terwijl de bovenste strook van het schilderij wordt gevormd door het ronddraaiend en opspringend geruis van zeehorens en mensennachten,
Daalt de bloeiende mildheid van de sterren en van de hemel en van de rest neer voor de helling, als een korf, tot tegen ons gezicht, en maakt de afgrond bloesemgeurig en blauw daaronder.
Arthur Rimbaud
Rimbaud beschrijft hier een landschap met toeschouwers en taferelen als in een visioen. Hij schetst het geheel systematisch als een schilderij. Centraal in het middenpaneel knielt de kring van witgeklede engelen, die in het gras op de helling het Lam Gods vereren. Op een linkerpaneel staan de ruiters op de rotsen. Op een rechterpaneel bevinden zich voorttrekkende kluizenaars en pelgrims. Op de bovenpanelen bevinden zich de ronde nissen en de musicerende engelen, onderaan staan bloemen in het gras.
Het ontregelen van de zintuigen begint met grasvelden van staal en smaragd, weiden vol vlammen en bloeiende sterren. Hoewel dit een religieus tafereel is, is dat in eerste oogopslag niet duidelijk te merken. Maar begeeft men zich in de diepere lagen van het gedicht, dan doemen de mystieke elementen langzaam op. Rimbaud beschrijft engelen die ronddraaien in wollen gewaden: wol verwijst indirect naar het Lam Gods, dat door middel van ronddraaien centraal gesteld wordt. De pelgrims komen vanuit het oosten: zij volgen de weg van vooruitgang. De hemel wordt herleid tot gerucht van zeeschelpen en menselijke (lees: aardse) nachten. Terwijl het wereldse gerucht stijgt, daalt het hemelse neer: de sterren worden bloemen, de hemel wordt een afgrond.
Bron

Leonardo di Caprio als Arthur Rimbaud in Total Eclipse
20/10 toen | heiligen van de dag

donderdag 30 september 2004
Tong & Taal

Een halfjaar geleden ben ik begonnen met Russisch. Door een wonderlijk toeval ontmoette ik eind april in Boekarest in de ‘Academia Romania’ pal tegenover het bombastische paleis van de voormalige dictator Ceacsescu een Besarabische docente Russische linguïstiek en fonologie. Ze wees mij op een aantal harde feiten wat betreft de verschillen tussen de Nederlandse en Slavische klanken.

Nederlands is een echte keelklankentaal, een Rus gaat rochelen en hoesten, als hij het woord “kachel” moet uitspreken en de “ui” en de “h” zijn, zoals voor de meeste buitenlanders, ook voor de Rus onmogelijke klanken, zodat ieder “huis” een “gaus” wordt. Omgekeerd heeft het Russisch voor een Nederlander een aantal specifieke klanken in huis waar onze stembanden, spieren en strottehoofd niet op getraind zijn.

logopediste

Weinig dingen lijken zo prozaisch maar blijken tenslotte zo erotisch te zijn als spraaklessen van een gediplomeerd logopediste. Vertrouwd als ze is met de subtiele bewegingen van de tong, komt ze als het ware tijdelijk onder je verhemelte wonen en leert ze je de fijne kneepjes van de juiste uitspraak en het ontdekken van de “melodie” van een vreemde taal.

Jammer dat de betekenis van het woord “tong” in het Nederlands zo vervlakt is; in veel talen heeft het ook de betekenis van ‘taal’. Het Russische woordje ‘jezik’ betekent zowel ‘tong’ als ‘taal’. Maar het warme lapje vlees waarmee we proeven, voelen, tasten&beminnen blijkt nog meer kwaliteiten te hebben. We ‘proeven’ een klank niet alleen met onze oren, maar ook met onze tong. Mmmm, lekker woordje…

tongval; hoe klinken Nederlanders | 30/9 toen

woensdag 29 september 2004
De subtielste manier van jezelf aanraken

Enkele maanden geleden deden de redacties van Onze Taal en Taalpost een oproep om het mooiste woord in te zenden. Inmiddels is er een woordenlijst met ongeveer 1500 ingangen die, om welke reden dan ook, het lievelingswoord van iemand waren.

De lijst is heel divers, maar er is een duidelijke winnaar: het woord desalniettemin werd in totaal 16 keer genoemd, voorzover viel na te gaan door mensen die daarover geen onderling contact hadden gehad. Andere woorden die vaak voorkwamen, waren fluweel (11 keer), ooievaar, vlinder (10 keer), bollebozen, dommelen, melancholie (9 keer), konijn, kabbelen, lanterfanten, slampamper en wielewaal (8 keer).

Ritme en bewegingen in de mond
Waarom uitgerekend desalniettemin? Aan de betekenis kan het niet liggen. Volgens de grote Van Dale is evenwel een synoniem van desalniettemin, maar niemand noemde dit woord als zijn of haar favoriet. Desalniettemin is bovendien een nogal ouderwets kantoortaalwoord, en dat soort woorden wordt meestal eerder lelijk gevonden. Het moet dus bijna wel iets met de vorm van het woord te maken hebben: misschien zit het in het ritme, ‘tam-te-tam-te-tam’, of in de klinkers en de medeklinkers, in de prettige bewegingen in je mond bij het uitspreken van zo’n woord.
 
Tand- en lipklanken
De medeklinkers l en t maak je door met het puntje van je tong het harde gehemelte en de tanden even aan te tikken: de subtielste manier van jezelf aanraken. Datzelfde geldt voor de d, de n en de s. Daarmee hebben we dan bijna alle medeklinkers van desalniettemin gehad. Als we daar nog bij optellen dat de klinkers ie en i óók worden gemaakt door het puntje van de tong iets omhoog te tillen, wordt het uitspreken van het favoriete woord bijna een heimelijk genoegen.
 
Alleen de m-klank in de laatste lettergreep maak je anders, namelijk door je lippen even tegen elkaar aan te leggen en de lucht door je neus te laten stromen. De tand- en lipklanken samen maken bijna de hele mooiewoordenschat uit. In de top-twaalf komen slechts twee medeklinkers voor die meer achter in de mond gemaakt worden (met de rug van de tong omhoog in de buurt van het zachte verhemelte): de ch in melancholie en de k in konijn.
 
Onze vroege jeugd
Het verschil in waardering tussen die klanken voor en achter in de mond is misschien ook terug te voeren op onze vroege jeugd. De taalkundige Roman Jakobson toonde in 1941 aan dat kinderen, onafhankelijk van hun moedertaal, eerst de t-klank (voor in de mond) en de p-klank (bij de lippen) leren maken voordat ze aan een k-klank (achter in de mond) toekomen, terwijl mensen die door een hersenbloeding getroffen worden, omgekeerd de k als eerste verliezen.
 
Misschien blijven mensen verknocht aan de klanken die ze als kind leerden, en misschien zitten de p’s en t’s wel dieper in onze hersenen ingebakken dan de k’s.
 
Bron: Onze Taal

fonologie | 29/9 toen | heiligen van de dag

vrijdag 24 september 2004
Tengo hambre de tu boca

Vandaag is de 31ste sterfdag van Pablo Neruda, terwijl dit jaar zijn 100ste geboortedag wordt gevierd. Op 26 september 1973 werd hij begraven, omringd door miltairen. De moord op president Salvador Allende had 12 dagen eerder plaatsgevonden.

Ondanks de aanwezigheid van militairen, werd zijn begrafenis het eerste protest van het Chileense volk tegen het bewind van generaal Augusto Pinochet die tot 1990 dictator bleef.

“De harten van dichters kennen minder grenzen
dan de harten van andere mensen."[Pablo Neruda]

Tengo hambre de tu boca, de tu voz, de tu pelo,
y por las calles voy sin nutrirme, callado,
no me sostiene el pan, el alba me desquicia,
busco el sonido líquido de tus pies en el día.

Y hambriento vengo y voy olfateando el crepúsculo
buscándote, buscando tu corazón caliente
como un puma en la soledad de Quitratúe.
(SONETO XI)

Pablo Neruda Website | 24/9 toen | heiligen van de dag

zondag 19 september 2004
sandaalbom, nee!
Anagrammen zoeken met Ragmania

Meer anagrammen met Osama Ben Laden:

aasbloemen dan
onbemande asla
lesbo aan de man
anabolen dames
de boeman slaan
aalbes monaden
aanbad smoelen
baalde osmanen
boa’s amandelen
deelsom banaan
aan balsem doen
o.a. de banale mens
Ambo den nasale
belaad ons, amen
basaal demonen

Ragmania anagrammenzoeker

vrijdag 10 september 2004
haatprediker
Anagrammen zoeken met Ragmania
harde parkiet
kater rapheid
terpdraaihek
draaihekpret
hakt draperie
heitrekpaard
rek apartheid
keiharde trap
pater Keihard
adapter herik
hederik paart
dakriethaper
hartaderkiep
harpredaktie

Ragmania anagrammenzoeker

dinsdag 31 augustus 2004
Bermmonument
Anagrammen zoeken met Ragmania
bonnummer tem
bonnummer met
Brummen noemt
Brummen moten
Brummen tomen
netnummer bom
momber munten
monument berm
monument brem
bommen munter
nummert bomen
nummeren bomt
nummer tomben
bruten mommen

De munter uit Brummen verstopt zijn momber munten met bonnummer in het bermmonument en nummert bomen.

Ragmania anagrammenzoeker

johannes@mimesis.nl

HTML Hit Counters
eXTReMe Tracker

het numineuze www.griffioen-beelden.nl

www.gerdrenshof.com

www.vanleestantiek.com

nl.orthodoxlogos.com

comics grafische vormgeving en webdesign muziek tekeningen en illustraties wetenschap taal & poëzie Rusland religie geschiedenis filosofie film boeken orthodoxie schilderkunst architectuur fotografie