Citzen Kane (1941) is in 1999 uitgeroepen tot de beste film aller tijden en wordt beschouwd als een van de invloedrijkste films uit de geschiedenis. Om dat oordeel niet na te praten en uit eigen overtuiging te kunnen spreken, moet je de film vaak gezien hebben en heel veel andere films uit de jaren daarna. Alleen het analyseren van Citizen Kane en het onderzoeken van zijn invloed op andere films, maakt het al leuk om filmliefhebber te zijn.
Citizen Kane blinkt uit in het originele script, de vernieuwende fotografie en cinematografie en de levendige, humoristische dialogen. Het is een knappe satire op de American way life, met als hoogtepunt het laatste deel van de film dat zich afspeelt op Xanadu , een oversized kitschpaleis dat gemodelleerd is naar Hearst Castle (1919-1947). Voor de Amerikaanse de krantenmagnaat William Randolph Hearst (1863-1951 was het niet moeilijk om zichzelf te herkennen in de fictieve personage Charles Foster Kane (1856-1941).
De film begint in 1941 kort na het overlijden van Charles Foster Kane. Journalisten worden erop uitgestuurd met de opdracht om de betekenis van het woord Rosebud te achterhalen. Dit was het laatste woord dat men Kane hoorde zeggen vlak voordat hij stierf. Uiteenlopende personen die Kane goed gekend hebben, worden bezocht met de vraag wat hij met Rosebud bedoeld zou kunnen hebben. Zo worden episodes uit zijn leven vanuit verschillende perspectieven bekeken. We komen wat uit zijn kinderjaren te weten dankzij de nagelaten memoires van de bankdirecteur Thatcher . Via gesprekken met zijn compagnon Bernstein, zijn beste vriend Leland, zijn ex-vrouw Susan Alexander en tenslotte met zijn butler Raymond kijken we in flash backs terug op de succesvolle carrière van Charles Foster Kane. Deze manier om een verhaal te vertellen, zien we ook terug in The Killers (1946) al worden in deze film noir de verschillende verhalen niet in chronologische volgorde geplaatst.
Ik keek ditmaal met extra aandacht naar de art direction. De set decoration van Xanadu is natuurlijk geweldig, maar nu viel mij op dat ook in andere scenes prachtige sets zijn gebouwd met expressionistische overdrijvingen. In de episode die zich afspeelt aan het einde van de negentiende eeuw, wanneer Kane samen met Bernstein en Leland in New York de krant The Inquirer begint, zitten prachtige decors. Zo is het gebouw waarin de The Inquirer gevestigd is een goed voorbeeld van negentiende eeuws eclecticisme. Het gebouw van maar drie verdiepingen zit op een straathoek tussen hogere gebouwen ingeklemd. Historische stijlen zijn net als in Beverly Hills of Las Vegas op een lachwekkende door elkaar heen gegooid. Het lijkt meer op een draaiorgel dan op een gebouw. Precies zo werd er tot het begin van de jaren twintig in New York gebouwd. Het bekendste voorbeeld is het neo-gotische Woolworth Building dat in 1913 het hoogste gebouw ter wereld werd. Alessandro Baricco heeft in zijn boek Barbaren een woord voor dit typisch Amerikaanse cultuurverschijnsel: spectaculariteit.
Tenslotte heb ik weer genoten van de magistrale fotografie en cinematografie. Citizen Kane gebruikt stijlelementen uit de expressionistische film zoals contrast in licht en donker, contrast in close up en totaal, diagonalen en schaduwen. De gouden tijd van de film noir begon niet voor niets kort na het verschijnen van Citizen Kane en duurde tot de late jaren vijftig. Orson Welles maakte overigens ook een van de allerlaatste meesterwerken in de film noir: Touch of Evil. Deze film uit 1958 begint met een ingenieuze boom shot die mij herinnert aan een beroemd shot dat in Citzen Kane tweemaal voorkomt.

De camera zoomt in op een billboard aan de muur met een blonde zangeres erop, gaat daarna omhoog totdat we over een dak uitkijken. Op het dak staat een framework met grote neonletters EL RANCHO -Floor Show -SUSAN ALEXANDER KANE - Twice Nightly. De camera beweegt zich tussen de tekst EL RANCHO en Floor Show door, komt bij een glazen dakraam, zoomt in op de beslagen ruiten waaronder we een vrouw aan een tafel zien zitten.





Ruim 150 schilderijen, sculpturen, foto’s en videowerken belichten de rijkdom en diversiteit van de realistische kunst van 1850 tot nu. Het indrukwekkende overzicht omvat werk van talrijke internationaal gerenommeerde kunstenaars als Jean-François Millet, Walker Evans, Edward Hopper, Richard Estes, Duane Hanson en Thomas Ruff en is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de Kunsthalle Emden en de
John Gollings (1944) is een meester in het maken van opvallende, inventieve foto’s. Om een magische sfeer te creëren, maakt hij zijn foto’s vaak in het uur van de schemering en gebruikt hij graag een groothoeklens voor een dramatisch effect. Zijn foto’s kunnen een gebouw transformeren tot kunst.



Patriottischer had de titel niet gekund. Flags of our Fathers gaat ook over patriottisme. Maar er zit een wereld van verschil tussen de visie op patriottisme uit deze film uit 2006 en 


Tot 1994, het jaar waarin hij zijn camera’s demonstratief aan de wilgen hing, was Hans Aarsman een gevierd fotograaf. Tegenwoordig kijkt hij liever naar foto’s van anderen. Net als zijn grote voorbeeld Sherlock Holmes doet hij dat met een scherpe en speurende blik, onder meer in zijn wekelijkse rubriek ‘De Aarsman Collectie’ in de Volkskrant en in zijn maandelijkse optreden in De Wereld Draait Door. In De fotodetective onderzoekt Hans Aarsman aan de hand van foto’s het verschil tussen kijken en zien, met als leidraad zijn eigen ontwikkeling van fotograaf tot beschouwer. Hij werpt prikkelende vragen op: waarom fotograferen we de onderwerpen die we fotograferen? Kunnen foto’s op Flickr.com concurreren met die van beroepsfotografen? Welke foto’s krijgen we niet te zien in de krant? Is de digitale revolutie een zegen of een vloek? Zijn foto’s kunst? Wat zijn de drijfveren van fotografen?
In één klap negen films noir uit de jaren veertig rijker geworden: This Gun for Hire (1942), The Glass Key (1942), Double Indemnity (1944), Murder My Sweet (1944), The Blue Dahlia (1946), 

Fijne film noir met het debuut van Burt Lancaster (32) en Ava Gardner (23). The Killers is gebaseerd op het gelijknamige korte verhaal van Ernest Hemmingway uit 1927. In een reeks flash backs die door elkaar gehusseld zijn, wordt het verhaal van “Swede” Anderson verteld die in het begin van de film door huurmoordenaars uit de weg wordt geruimd. Het is duidelijk te zien dat de van oorsprong Duitse regisseur Robert Siodmak uit de Duitse expressionistische school komt. De cinematografie van Woody Bredell is oogstrelend, met veel licht-donker contrasten en diagonalen. Overal zijn er schaduwen, ook in de buitenopnamen die in de filmstudio zijn opgenomen. De ene keer zijn de schaduwen messcherp, de andere keer fluweelzacht, zoals de subtiele slagschaduw op het gezicht van Ava Gardner die haar mysterieuze kant versterkt. Als een roofdier lijkt ze zich gedeeltelijk verborgen te houden in het donker om op het juiste moment toe te kunnen slaan.

The Young Victoria is een historisch kostuumdrama met adembenemend mooie fotografie. Het kostuumontwerp is van 











Franz Haenfstaengl fotografeerde tussen 1853 en 1863 tal van beroemdheden in zijn studio in München. Tweeënveertig van deze portretten zijn opgenomen in het Album der Zeitgenossen. Wanneer je het boek openslaat, wordt je door een kier in de tijd aangekeken door strenge blikken. Een enkeling heeft ironie om de lippen maar bij de meesten hangen de mondhoeken omlaag. Op de achtergrond hangt vaak een gedrapeerd gordijn, een erfenis uit de portretschilderkunst. De geportretteerde heeft zichzelf in zijn houding bevroren, meestal vergezeld door een attribuut dat verwijst naar zijn identiteit. Hanfstaengl heeft geen geschilderde decors gebruikt, maar de wand van zijn studio kaal gelaten zodat het licht zich mooi verspreiden kan. Meestal fotografeerde hij vooraanstaande mannen, maar een enkele keer maakte hij ook een portretfoto van een vrouw. De piepjonge Beierse prinses Elisabeth (Sissi) bijvoorbeeld. Of Clara Schumann. 
Met toenemende verwondering kan ik met mijn aandacht in een negentiende eeuwse foto verdwijnen. Voor mij is zo’n foto eigenlijk een gat in de tijd. Zoals je met een telescoop naar de sterrenhemel in een onhistorisch verleden kunt turen, zo kun je via een oude foto toegang krijgen tot ons historische verleden. Een foto herbergt ontelbare verhalen. Vorig jaar kocht ik in Augsburg de catalogus van de tentoonstelling Fotografie in Augsburg 1839 – 1900 uit 2004. In het boek staan met name foto’s uit het laatste kwart van de negentiende eeuw en we zien een Augsburg dat niet meer bestaat, maar toch zeer herkenbaar Augsburg is. 



Visuele vervorming is in het digitale tijdperk een kwestie van de juiste Photoshopfilters. Maar in 1950 ging alles nog analoog en werden voor trucages glasplaten en spiegels gebruikt. Maar voor Spiegel van Holland gebruikte Bert Haanstra een simpele truc die zo oud is als de wereld. Hij laat ons kijken naar de weerspiegeling in het water. In eerste instantie levert dit een omgekeerd beeld op. Maar dan past Haanstra weer een simpele truc toe. Hij laat een man aan de kant zijn gezicht draaien zodat deze de waterkant op zijn kop ziet en wij nu naar de wereld kijken alsof de reflecties de werkelijke wereld zijn. En dat levert een adembenemend schouwspel op, vooral wanneer je even vergeet dat je naar reflecties kijkt. “Dit is wat we zien", zo leidde Piet Vroon twintig jaar geleden bij Zomergasten een fragment in. En inderdaad, je kunt Spiegel van Holland bekijken als een variatie van Plato’s allegorie van de grot. De modernistische klanken van voornamelijk blaasinstrumenten door componist Max Vredenburg versterken de vloeibare en dansende spiegelwereld.




Eerder in deze serie liet ik al 

Soms grijpt het lot van een historische figuur mij plotseling aan. Afgelopen dagen heb ik dat met groothertog 



Zoekend naar portretfoto’s uit de zestiger jaren van de negentiende eeuw, kwam ik twee aardige blogs tegen:
De reactionaire website 

In de geschiedenis van het beeld wordt de mechanisering van het wereldbeeld duidelijk zichtbaar in de fotografie. Fotografie maakt het mogelijk een beeld te maken, niet door mensenhanden gemaakt. Fotografie betekent letterlijk “schrijven met/door licht". Een foto is een uitwerking van universele optische en chemische wetten. Sinds 1839 is beeldvorming radicaal gemechaniseerd. In de negentiende eeuw konden foto’s nog niet in massaproductie worden genomen. Als substituut voor foto’s zouden tot ver in de negentiende eeuw 







In 1909 was de Franse bankier Albert Kahn met zijn chauffeur en fotograaf Alfred Dutertre voor zaken in Japan . Toen beiden in Parijs terugkeerden, hadden ze zoveel foto’s gemaakt dat Kahn op het idee om een fotoportret van de hele wereld te maken. Met zijn kapitaal zou hij dit ambitieuze project gaan financieren. Hij benoemde Jean Brunhes tot projectcoördinator en over de hele wereld werden fotografen uitgezonden. Het bijzondere van het project is dat er gebruik gemaakt werd van 
Op 










Plaatjes van filmsterren tot 1920 lijken soms op bidprentjes. Mary Pickford, de eerste filmster van Amerika was wereldberoemd door haar imago van het schattige meisje, ofschoon ze een jonge vrouw was. In een van haar ontelbare fotoshoots werd ze geportretteerd met witte leliën der onschuld, met een kuis gesloten mondje en een devote blik omhooggericht. Britney Spears zou lang na de seksuele revolutie nog maagdelijkheid veinzen, als publiciteitsstunt en als anachronisme. Het beeld van de mooie jonge maagd lijkt zijn geloofwaardigheid voorgoed verloren te hebben. Maar in het tijdperk van de stomme film werd er nog in geloofd, of deed men zijn best om er nog in te geloven. Zoals de foto’s van de zogenaamde ‘silent innocents‘ op 






Doordat Vermeer niet alle details gelijke aandacht geeft en speelt met de scherptediepte, beantwoordt hij meer aan onze zienswijze dan de Vlaamse Primitieven. Onze blik is altijd ergens op gevestigd en in het brandpunt van de aandacht stelt de lens zich op scherp. In de illusionistische schilderkunst wordt veel van dit principe gebruik gemaakt en door het spelen met de focus wordt ook de spiegeling overtuigender. Aan het begin van de 19e eeuw heeft de schilderkunst zich zodanig ontwikkeld dat ze rond 1840 in de fotografie lijkt over te vloeien. In de twintiger jaren van de 19e eeuw heeft Niepcé de projectie van de camera obscura eindelijk op een gevoelige plaat weten vast te leggen en in 1839 heeft Daguerre het chemische procedé zodanig ontwikkeld dat er gedetailleerde afdrukken mogelijk zijn.




Robert Howlett’s major work was the commission by The Times (or Illustrated Times) to document the construction of the worlds largest steamship the SS Great Eastern. His images were translated into engravings for The Illustrated Times. They reflected and stimulated the widespread interest in this feat of engineering. This project included the well known portrait of the Great Eastern’s creator and engineer, Isambard Kingdom Brunel, standing in front of the giant launching chains on the ‘checking drum’ braking mechanism at John Scott Russell’s Millwall shipyard. It was taken to celebrate the launch of the world’s largest steamship, in November 1857. This image, which depicts Brunel in an industrial setting instead of a more traditional background for a portrait, has been described as one of the first examples of environmental portraiture.






Wat 


In de jaren veertig begon de fotografie de portretschilderkunst langzaam te verdringen. Van de meeste beroemdheden geboren aan het einde van de achttiende eeuw zijn er op latere leeftijd daguerreotypes gemaakt. Zo ook van Friedrich Wilhelm IV (1795-1861) in 1847. Willem II (1792-1849) heeft blijkbaar nooit voor de camera geposeerd. Hij stierf in 1849 en in Nederland was de fotografie toen nog niet echt doorgedrongen. Zijn weduwe Anna Palowna liet zich na zijn dood wel fotograferen.





Eduard Isaac Asser
Ben van Os en 

Die Perücken sind ein weiterer Schwachpunkt, besonders bei den Statistinnen. Sie sehen aus, als wäre ein toter Pudel aus 2000 Metern Höhe auf ihren Kopf gefallen und dort klebengeblieben. Die Haare sind ganz offensichtlich von Natur aus (oder besser gesagt, von Chemie aus) weiß, anstatt weiß gepudert zu sein, und der Haaransatz ist allzu offensichtlich mit Absicht verdeckt.Dabei waren solche Türme (typisch für die 1770er), wie sie links zu sehen sind, schon aus der Mode, bevor Mozart erwachsen war. Schaflockig-wuschelig waren die Türme nie, sondern im Gegenteil sehr ordentlich gelegt. Wuschelige Frisuren gab es Ende der 80er noch, aber sie waren nicht hochgetürmt.
Over de persoon van Johannes Vermeer is bijna niets bekend. De film 









Burtynsky’s foto’s zouden van een adembenemende maar verontrustende schoonheid zijn. Ik begrijp wat ermee bedoeld wordt, maar ik ben het daar niet mee eens. Als de relatie tussen schoonheid en goedheid verbroken is, kan er voor mij geen echte schoonheid zijn. 


Rembrandt vergelijken met Vermeer is meestal even onzinnig als Mozart vergelijken met Bach. Rembrandt en Vermeer, beiden meester in het licht maar tegelijkertijd totaal verschillend in hun benadering van dat licht. Er wordt wel eens beweerd dat Rembrandt het metafysische en Vermeer het optische van het fenomeen licht benadrukt. Daar kan ik wel in meegaan al zou ik het iets anders formuleren: Rembrandt toont ons het mysterie van het verschijnen en verdwijnen, Vermeer toont het mysterie van de stilstand, dat de dingen zijn zoals ze zijn. Herakleitos vs. Parmenides in verf vertaald. Rembrandt en Vermeer staan dus niet alleen voor twee schilders uit de 17e eeuw, maar bovenal voor twee zienswijzen die boven het tijdelijke uitstijgen. We spreken niet voor niets van ‘Rembrandtesk’ of ‘als een Vermeer’. Al eerder schreef ik 







Na de introductie van de boxcamera van Kodak in 1888 wordt fotograferen een stuk makkelijker. De foto’s werden nu in een handzaam kastje belicht op een rolletje, dat ter ontwikkeling en afdruk naar het laboratorium werd verstuurd. Opeens was fotografie voor menigeen bereikbaar. Vooral na 1900 toen de zgn. Brownie, een simpele boxcamera nog maar 1 dollar kostte! In de tentoonstelling worden albums getoond van enkele amateur-fotografen, die rond 1900 de wereld afreisden. Onder hen zijn de Rotterdamse dominee Louis Heldring en de oprichter van de Koninklijke Shell, G.A. Kessler.


Dit is een van de films die mijn vader zestig jaar geleden in de bioscoop zag en waar ik al mijn hele leven van gehoord heb. Gisteren zag ik ‘m voor het eerst. Het verhaal van Fietsendieven is doodsimpel maar wordt filmisch briljant verteld: Een arme werkloze man krijgt een baan als plakker aangeboden maar moet daarbij wel over een fiets beschikken. Die heeft hij niet meer. Zijn vrouw helpt hem door alle lakens in huis te verzamelen en die te verpanden zodat hij de fiets terug kan krijgen die hij eerder al had moeten verpanden. Daarna gaat hij zich bij zijn nieuwe baas melden, trots met zijn fiets in de hand. Het is zijn grootste materiële bezit. De volgende dag brengt hij op de fiets zijn zoontje weg en gaat daarna affiches plakken. Terwijl hij op de ladder staat, ziet hij hoe een jongen zijn fiets grijpt en er snel mee wegrijdt. Hij zet een achtervolging in maar loopt vast in het drukke verkeer. Wanneer hij aangifte doet bij de politie, laat deze hem weten dat hij zelf zijn fiets moet gaan zoeken. 
De Italiaanse fotograaf Ghigo Roli werkte in 1997 aan een complete inventarisering van de wereldberoemde fresco’s van 
After several seismic tremors in Umbria and the Marche in the preceding days, the strongest earthquake occurred on the morning of September 26, 1997. The earthquake not only tragically killed four people, but also caused severe damage and destruction in the upper church of San Francesco. Serious static damage was found in the walls and the vault. The morning earthquake destroyed around 200 square metres of vault frescoes. In the front bay arch above the entrance, four of the eight pairs of saints by Giotto were affected, and in the adjoining vault of the Doctors of the Church, the field containing St. Hieronymus, also a work by Giotto and his workers, collapsed and left a huge hole in the first bay. In contrast, the vault of the second bay and the vault of the third bay, containing the large deesis portraying Christ as the redeemer together with the advocates Mary and John on either side of St. Francis, remained intact. However, the western part of the fourth bay with a starry sky and the adjoining evangelists’ vault with frescoes by Cimabue above the cross-vault collapsed. The field containing St. Matthew was almost completely destroyed.

The photographic career of Roger Fenton (1819-1869) lasted only eleven years, but during that time he became the most famous photographer in Britain. Part of the second generation of photographers who came to maturity in the 1850s—only a decade after the process was invented—Fenton strove to elevate the new medium to the status of a fine art and to establish it as a respected profession. He was the first official photographer to the British Museum and one of the founders of the Photographic Society, later named the Royal Photographic Society, an organization he hoped would help establish the medium’s importance in modern life.

Het Rockefeller Center is een complex van 14 commerciële gebouwen, gebouwd tussen 1929 en 1940, in het hart van Manhattan in New York. Het bestaat onder andere uit de volgende gebouwen:






De Duitse graficus, tekenaar en fotograaf Heinrich Zille werd in januari 1858 geboren in Radeburg bij Dresden. Heinrich groeide op in een arm arbeidersgezin in Berlijn. Zille volgde een opleiding tot lithograaf en volgde in zijn vrije tijd kunst- en tekenlessen. Tijdens zijn opleiding bestudeerde hij in opdracht van zijn leermeester professor Hosemann het leven van alledag. Hiermee legde Heinrich de basis voor zijn latere werk.


Alfred Stieglitz was born in Hoboken, New Jersey, in 1864 to German immigrants. He began to photograph while a student in Berlin in the 1880s and studied with the renowned photochemist Hermann Wilhelm Vogel. 



Met Henk Jonker, Aart Klein en Wim Zilver Rupe richtte Maria Austria in 1945 het fotobureau Particam Pictures op. Het persbureau richtte zich op onderwerpen uit het gewone leven. Op de documentaire reportages voor kranten en tijdschriften stond de werkende mens centraal. Maria Austria fotografeerde de opbouw van Nederland door de lens te richten op bijvoorbeeld de huishoudbeurs en de bevolking in een typische Amsterdamse buurt als de Jordaan. Ook na de oorlog maakte Maria Austria veel portretten. Zij kreeg acteurs, cabaretiers, dansers, regisseurs en musici voor de camera. Austria en Jonker werden bovendien gevraagd om de eerste voorstellingen in de Amsterdamse Stadsschouwburg vast te leggen. Deze opdracht vormde de kiem voor het specialisme van Austria en Jonker, de theaterfotografie. Zo fotografeerde het paar (in 1950 huwden Maria en Henk) vanaf 1947 ook het Holland Festival. Later kregen ze ook opdrachten van de Nederlandse Opera Stichting, het Concertgebouworkest en tal van andere gezelschappen. Met een rubriek in het Algemeen Handelsblad boden ze elke week een visueel verslag over belangrijke maatschappelijke gebeurtenissen.


In 1945 was Aart Klein een van de medeoprichters van de groep Particam, later op initiatief van Klein omgedoopt tot Particam Pictures. Dit bureau, waar onder anderen ook Maria Austria deel van uitmaakte, verwierf in de eerste jaren na de oorlog een monopolie op het gebied van de theaterfotografie. Daarnaast maakten de leden reportages over de meest uiteenlopende onderwerpen. Het waren de jaren van opbouw en optimisme en deze facetten kwamen in de fotografie van de Particam-fotografen vaak naar voren. In 1956 besloot Aart Klein zich te vestigen als zelfstandig fotograaf en richtte zich op bedrijfsfotografie. Zijn opdrachtfotografie zou steeds meer een ongebonden karakter krijgen; hij vond zijn eigen stijl in een uitgesproken ‘wit-zwart’ fotografie. Aart Klein is actief geweest binnen diverse fotografische organisaties. Zo was hij in 1945 een van de medeoprichters van de Nederlandse Vereniging van Fotojournalisten en maakte gedurende vier jaar, van 1956 tot 1960, deel uit van het bestuur van de GKf. Hij heeft zich altijd ingezet voor de verbetering van de positie van fotografen in Nederland.

Zu Beginn der 1920er-Jahre kommt August Sander in Berührung mit der „Gruppe Progressiver Künstler“ in Köln und findet in diesem Kreis eine starke Resonanz; hier u. a. in engem Austausch mit den Künstlern Franz Wilhelm Seiwert und Heinrich Hoerle sowie des weiteren mit Gerd Arntz, Gottfried Brockmann, Otto Freundlich, Raoul Hausmann und Stanislaw Kubicki (Berlin), Hans Schmitz, Augustin Tschinkel (Prag/Köln) und Peter Alma (Amsterdam). Zudem ist Sander mit den Malern Jankel Adler, Otto Dix, Heinrich Pilger und Anton Räderscheidt in engerem Kontakt. Viele von ihnen wurden wie auch Künstler anderer Sparten, so der Musik, Literatur, Baukunst und dem Schauspiel von August Sander portraitiert und in sein großes Werk Menschen des 20. Jahrhunderts aufgenommen. Für dieses entwirft er um 1925 ein Konzept, das allerdings über das Sujet des Künstlerportraits hinaus, ein weites Spektrum der damaligen Gesellschafts- und Berufsgruppen umfasst und auf rund 600 Aufnahmen, unterteilt in sieben Gruppen, angelegt ist. 






The design-focused Cooper style had always featured a strong outline or silhouette. Now through the work of Austin Briggs, the ever-inventive Al Parker and the artists associated with the Fredman-Chaite studio in New York City (Bob McGuiness, Bob Peak, Mitch Hooks, Bernie Fuchs, Frank McCarthy and Joe Bowler), mainstream realistic illustration in the 60s devolved to a distillation of line, color, and white space. The rendering was meant to look like a jazzy, improvised sketch or high contrast photograph with broad side pencil slashes, loose, gesture-like contours and flat translucent or granular color. In many ways it was thought to be a repudiation of what the Cooper era had brought to picture making, but it wasn’t entirely new, as many of the conventions remained in place and many longtime illustrators successfully made the transition. Commercial artists still relied heavily on photographs although now they took pains to not look like they did. The scene could have no direct narrative content, making its point by suggestion or association. The women in these images for the most part retained the same All-American features and improvised, candid, ecstatic expressions the Cool School had popularized, but now the reference was abstracted to the essence of volume and the point of view, often from the rear, was pulled back to show the whole figure.



Sven Nykvist 

speelde als jong meisje al in een paar films, totdat ze in de Tsjechische film Extase (1933) door Hollywood werd opgemerkt. Het was overigens niet zo vreemd dat deze film in Amerika was opgevallen, want Hedy Lamarr heeft met Extase de eerste ‘naaktscene’ uit de filmgeschiedenis op haar naam staan. Al is dat misschien een groot woord, je ziet haar gewoon even bloot van voren, dat is alles, maar in die tijd bracht dat op het witte doek een enorme opschudding teweeg.
ex-man zelfmoord pleegt, weigert ze met haar minnaar mee te gaan. Deze film, met in de hoofdrol Hedwig Kiesler, zorgde voor opschudding door de (voor die tijd) gewaagde erotische scènes met beelden van frontaal vrouwelijk naakt. Het puriteinse Amerika censureerde de produktie zoals het bijna overal het geval was. (…) Extase werd gedraaid op locaties met prachtige landschappen en is een film vol lyrische schoonheid en gestileerde erotiek.

enkele films die tijdens het retrospectief te zien zullen zijn:
Het succes van Geert Mak staat natuurlijk niet op zichzelf. Er is een enorme belangstelling voor geschiedenis, vooral als het gaat om literaire non-fictie vanuit een persoonlijk perspectief. Dat is ook precies de invalshoek van de stadsfotograaf. Eigenlijk is er niet zoveel verschil tussen de ‘methode’ van een schrijver als Geert Mak en die van de stadsfotograaf: ze gaan beiden de straat op, bewegen zich tussen de mensen door en observeren. Ze houden van de mensen, ze houden van de stad. En ze zien door hun houding van ‘afstandelijke betrokkenheid’ het bijzondere van de alledaagsheid. Het is niet toevallig dat bij mij op tafel naast In Europa het fotoboek Berliner Plätze ligt, met foto’s van de Berlijnse stadsfotograaf Max Missmann. Mak keert tijdens zijn reis door Europa én de twintigste eeuw telkens terug naar Berlijn, voor hem de hoofdstad van die eeuw. 
Johannes Leendert Scherpenisse

Max Missmann







Berlin has survived two world wars, was divided by a wall during the Cold War, and after the fall of the Wall was re-united. The city emerged as a center of European power and culture. From 1860 to the present day, this book presents the story of Berlin in photographs, portraits, maps, and aerial views. With nearly 700 pages of emotional, atmospheric images, from giddy pictures of the Roaring Twenties to devastating images of war to heartwarming postwar photos of a city picking up the pieces—the Reichstag in ruins and later wrapped by Christo and Jeanne-Claude—this is the most comprehensive photographic study on Berlin ever made. More than a tribute to the city and its civic, social, and photographic history, this book especially pays homage to Berlin’s inhabitants: full of hope and strength, in their faces is reflected Berlin’s undying soul.

Het gebeurt zelden dat ik in een museum tranen in mijn ogen krijg. Gisteren overkwam het mij in de Kunsthal. Nadat ik genoten had van de
De tentoonstelling ‘De eindeloze oorlog’ van fotograaf Martin Roemers laat een bijzonder indringend portret van veteranen uit de Tweede Wereldoorlog zien. Voor Roemers (1962), in 2006 een van de winnaars van World Press Photo in de serie Portretten, is oorlog geen onbekend thema. Eerder al verbeeldde hij de militaire dienstplicht in Nederland en de Nederlandse militairen op vredesmissie in het voormalige Joegoslavië en Afghanistan. In deze tentoonstelling geeft Roemers de Tweede Wereldoorlog daadwerkelijk een gezicht door veteranen uit verschillende landen met hun persoonlijke verhalen te portretteren. Hij weet het moment waarop het geheugen zich meester maakt van het gezicht en de herinneringen bovenkomen op intense wijze in zwart-wit fotografie vast te leggen.
Met La Dentellière uit 1977 was zijn naam voorgoed gevestigd. Maar ook die van de toen 23-jarige Isabelle Huppert die het arbeidersmeisje Pomme speelde. Geen vrolijke film, maar dat is sociaal realisme zelden (uitgezonderd in propaganda, maar dat moet eigenlijk sociaal idealisme genoemd worden). Ook






















Weer eens wat gebladerd door de prachtige bundel met alle jaargangen van Camera Work dat tussen 1903 en 1917 werd uitgegeven door de fotografen Edward Steichen (1879-1973) en Alfred Stieglitz (1864-1946) in New York. Camera Work heeft er in belangrijke mate toe bijgedragen dat de fotografie zich in de twintigste eeuw tot een kunstvorm kon ontwikkelen. Duidelijk is te zien hoe de fotografie zich losmaakt van de schilderkunst en de fotografie gaat kiezen voor ongewone uitsneden, composities en momentopnamen. 





