



Vanmorgen was ik in de Byzantijnse kapel in Nijmegen om daar het Feest van Theofanie te vieren. Dit Feest wordt in de Westerse wereld gevierd op 6 januari, Driekoningen dus. Maar de Russen vieren het volgens de kerkelijke kalender, wanneer het inmiddels 19 januari is. Dat het Feest pas op 29 januari gevierd wordt, is een uitzondering.

De parochie van de heilige Tychon is de jongste Orthodoxe parochie in Nederland. Op 8 januari/26 december werd voor de eerste keer samen de Goddelijke Liturgie gevierd. Voorlopig is er onderdak gevonden in de mooie Byzantijnse kapel, maar in de nabije toekomst beschikt deze parochie hopelijk over een eigen ruimte.
Vader Sergei schrijft o.a. in het eerste rondschrijven:

Gisteren was het 230 jaar geleden dat Friedrich Wilhelm Schelling geboren werd (1775) en 191 jaar geleden dat Johann-Gottlieb Fichte stierf (1814). Maar 27 januari is ook de dag dat de bevrijding van Auschwitz herdacht wordt en elke andere herdenking hoort daarbij in de schaduw te staan. Zeker als het gaat om de geboorte- en sterfdag van twee belangrijke vertegenwoordigers van de Duitse identiteitsfilosofie. Meer dan welke ander filosofie heeft het Duitse idealisme, dat tweehonderd jaar geleden aan zijn opmars begon, bijgedragen tot het ontstaan van het nationalisme in Duitsland ( maar ook elders in Europa ).
En toch, juist in deze tijd waarin de multiculturele samenleving opnieuw gestalte moet krijgen en de eigen identiteit (van de autochtoon) niet meer taboe is, zou het goed zijn om te onderzoeken wat de identiteitsfilosofie ons te zeggen heeft.

Van Schelling heb ik de vertaling Filosofie van de kunst (Boom, 1996) en de grondtekst van Ueber das Wesen der menschlichen Freiheit (Reclam Verlag) in mijn boekenkast staan. De inleiding van Filosofie van de kunst telt ruim 30 pagina’s en is geschreven door Jos de Mul. Gedeeltelijk is deze inleiding terug te vinden in zijn essay Kunst als organon over de romantische esthetica van Schelling, waaruit het onderstaande citaat:

schelling.org
Links in het Internet over de klassieke Duitse filosofie
Kant und der Deutsche Idealismus
The Society for German Idealism
German Idealism [The Internet Encyclopedia of Philosophy]
Deze regel kwam ik gisteren tegen in PHP4 het complete handboek geschreven door Tim Converse en Joyce Park. Er zijn blijkbaar mensen die een hartstochtelijke liefde opvatten voor een computertaal. Ze spreken dan zelfs in de taal van een verliefde: over de elegantie van het script, de soepelheid van de variabelen, de helderheid van de syntax en ga zo maar door. Op het web verzamelen ze zich in communities en forums om met elkaar hun passie te delen.
Ik ben zelf een newby in PHP maar ik begrijp dat enthousiasme wel. Een helder script kan in één keer de geest verlichten, net zoals een gedicht daartoe in staat is.
Eigenlijk geloof ik niet in de tegenstelling alphatype-betatype. Wel zijn er twee verschillende sferen in ons bewustzijn: zo gloeit het hart doorgaans eerder op van “ik hou van jou” dan van “e=mc2″. Maar het hoofd en het hart maken deel uit van één lichaam en zijn dus nooit van elkaar gescheiden. Nu er in het maatschappelijk debat over de Islam zo vaak het woord Verlichting valt, zou daar wel eens wat meer aandacht aan mogen worden besteed.
Er bestaat geen Verlichting zonder Verwarming.


Painter IX is het mimetische programma bij uitstek. Het simuleert traditionele teken- en schildertechnieken zo natuurgetrouw dat het virtuele materiaal reageert op de virtuele ondergrond en op de druk die er met de digitale tekenpen wordt uitgeoefend. Maar achter het virtuele handwerk schuilen in werkelijkheid kille reeksen enen en nullen. Reden waarom veel analoge kunstenaars het digitale tekenen en schilderen verketteren, omdat deze manier van tekenen en schilderen gevoelloos zou zijn.
Maar voor mij is deze onnatuurlijke manier van tekenen en schilderen een gevolg van het digitale tijdperk waarin we leven en voel ik mij uitgedaagd hier commentaar op te geven en met het medium op het medium te reageren. Ik geloof er geen bal van dat digitale kunst per definitie gevoelloos is. Ooit werd de fotografie ook verketterd maar al snel werd het een gerespecteerde kunstvorm.
Creativiteit kent geen grenzen, dus waarom zou digitaal schilderen eigenlijk niet creatief kunnen zijn? Natuurlijk mis ik als analoge schilder de fysieke kracht en de geur van olieverf. En daar liggen voor mij vooral de beperkingen van het digitale medium. Maar er zijn wel weer heel andere factoren, zoals de reproduceerbaarheid en de controleerbaarheid, die de creativiteit stimuleren.

Sinds een paar dagen ben ik aan het werk met Painter IX Natuurlijk in combinatie met een Wacom tekentablet anders werkt het niet. De komende periode zal ik hier dagelijks een digitale tekening of schildering laten zien.
Zo begint Hoeveel waarheid heeft de mens nodig? van Rüdiger Safranski. Zaterdag kreeg ik het boek binnen en nu ligt het op mijn nachtkastje. Het is niet mijn eerste boek van Safranski. Ik heb inmiddels zes boeken van hem die uitstekend in het Nederlands vertaald zijn (o.a. door Mark Wildschut) waaronder drie monografieën over Schopenhauer, Nietzsche en Heidegger.

Hij heeft een heldere stijl en het vermogen om filosofische vraagstukken toegankelijk maken zonder daarbij de complexiteit uit het oog te verliezen. Met zijn enorme parate kennis is hij in staat citaten van verschillende denkers aan elkaar te koppelen om zo een gedachtegang te illustreren. Zijn betoog is meestal goed getimed met hier en daar een vermakelijke annekdote, zonder dat dit ten koste gaat van de diepgang. Integendeel, op filosofisch entertainment kun je Safranski niet betrappen. Meestal neemt hij je op de eerste bladzijde al direct mee naar het diepe.
Sommige alinea’s zijn zo geconcentreerd in betekenis dat je ze meer keren moet lezen. Het is een soort peilen van de diepte, een inspanning die de lezer ( gelukkig ) zelf moet doen. Bijvoorbeeld in de opening van het hoofdstuk over Rousseau:
Afgelopen zomer bezocht ik in museum Het Valkhof in Nijmegen de schitterende tentoonstelling Spiegel van de Russische Ziel, waarbij de iconen uit Pskov de meeste indruk op mij maakten. Maar ik was ook zeer verrast door een tentoonstelling in een tentoonstelling, ingericht in een intiem kabinet. Een Russisch Sprookje heette dit pareltje en was een initiatief van Albert Lemmens en Serge-Aljosja Stommels, beiden verzamelaars van Russische boekkunst en grafiek uit de 20e eeuw. Een deel van hun verzameling werd getoond en bij deze gelegenheid was ook een klein boekje uitgegeven. Ik heb het onmiddellijk aangeschaft en dankzij de voortreffelijke documentatie op de begeleidende CD Rom is het mijn belangrijkste wegwijzer voor Russische grafiek geworden.

De Russische boekkunst uit de 20ste eeuw staat vaak nog onder invloed van de 18e- en 19e-eeuwse Luboks. Dat is een genre uit de Russische volkskunst: prenten voor de gewone man. Acht jaar geleden bezocht ik in het museum Het Catherijneconvent een tentoonstelling Engelen, monniken en demonen over de Russische lubok. Daarvan heb ik ook de catalogus in mijn bezit. Zo heb ik tezamen met het boekje Een Russisch Sprookje een aardige opstapje voor de Russische grafiek. Het Internet brengt mij vervolgens verder.
Van Russische regisseurs zijn we wel wat gewend als het de lengte van een take betreft. Zo moest in de slotscene van Tarkovski’s zwanenzang Het Offer het huis van de hoofdpersoon opnieuw opgebouwd en weer in brand worden gestoken omdat de eerste take mislukt was en de regisseur het per se in één take gefilmd wilde zien.
Maar Alexander Sokurov heeft met zijn film Russian Ark volgens mij de langste take uit de filmgeschiedenis op zijn naam staan: de film bestaat namelijk uit één take. Verbluffend, als je bedenkt wat een timing dit van een regisseur en de spelers vereist.
De camera vertegenwoordigt in de film de blik van een regisseur die wordt meegenomen in het Hermitagemuseum van Sint Petersburg in het begin van de 18de eeuw. Daar ontmoet hij een 19de eeuwse Franse diplomaat met wie hij samen een wandeling gaat maken door de zalen van het Hermitage. Deze wandeling wordt tegelijkertijd ook een reis door de Russische geschiedenis, met cynische commentaren over de Russische en Europese identiteit.



Helemaal aan het einde van de film glipt de camera met de gasten mee naar buiten en eindigt met een blik op de dampende oever van de Neva. De regisseur mompelt in zichzelf dat de diplomaat nooit te weten is gekomen wat hij nu weet. Dat de geschiedenis altijd doorgaat en dat we allemaal gedoemd zijn te varen en eeuwig te leven. Een magistrale film.
Vorige week donderdag was ik sinds lange tijd weer eens bij De Slegte. Na enig snuffelwerk vond ik een mooi bundeltje grafiek van de Belgische graficus Frans Masereel Het kostte slechts € 3,50. Als je een liefhebber van grafiek bent, mag je zoiets niet laten liggen.

Masereel’s houtsneden zijn krachtig en direct en zijn een mooie uitdrukking van de tijdgeest van het interbellum. Vooral zijn drie geïllustreerde anti-oorlogbundels uit de twintiger jaren zijn sterk en vormen een visuele aanklacht in schreeuwend zwart-wit. Masereel blijft zijn hele leven trouw aan de houtsnede. Maar zijn latere werk verliest wel aan kracht en is voor mij vaak teveel een herhaling van het voorafgaande.
Dinsdag keerde Ayaan Hirsi Ali terug in de Tweede Kamer. Dagblad Trouw schreef daar afgelopen woensdag o.a. het volgende over:
Ik vraag mij af waar de slagvaardigheid van de politiek ligt als deze zich niet met de binnenkant van een maatschappelijk probleem zou mogen bemoeien. Als de huisarts je doorverwijst voor diagnose, dan zeg je toch ook niet dat hij zich maar tot de buitenkant moet beperken. Maatschappelijke problemen vinden hun oorzaak aan de binnenkant en een politica als Hirsi Ali toont de moed en de daadkracht dit te onderzoeken. Voor sommige VVD’ers lijkt daarmee afstand te worden gedaan van “de scheiding tussen Kerk en Staat". Maar uiteindelijk is die scheiding een politieke idee en zeker niet onaantastbaar. Maatschappelijk leven en religie horen bij elkaar zoals de buitenkant van ons lichaam bij de binnenkant hoort. Dat politieke levensovertuigingen als liberalisme en socialisme het daar niet mee eens zijn, verandert daar niets aan.
Een van de eerste illustratoren die ik ontdekte in het digitale tijdperk, is Michael Bartalos. Toen ik nog met Adobe Illustrator 5.5 werkte, was Bartalos’ werk voor mij al een schoolvoorbeeld van de heldere vectorstijl. Inmiddels is zijn werk wereldberoemd en al vele malen tentoongesteld in Amerika, Europa en Japan. Zijn illustraties beperken zich niet alleen tot kinderboeken. Zo ontwierp hij bijvoorbeeld de ramen voor de winkelketen Barneys in de Verenigde Staten and Japan.

Bartalos woont en werkt in San Francisco. Een portfolio is te zien op zijn website bartalos.com.
Gisteren viel de nieuwe Filosofiemagazine op de deurmat. Met daarin o.a. een kort vraaggesprek met de Sloveense postmoderne marxist Slavoj Žižek. Ivana Ivkovic legt hem de vraag voor wat het einde van het muticulturalisme voor linkse denkers betekent. Zijn boodschap:
Opmerkelijk voor een postmodern denker. En blijkbaar hoeven postmodernisme en relativisme ook niet altijd samen te gaan:
In een heldere analyse ontmaskert hij de mythe van de neutrale positie t.o.v. niet-Westerse culturen als meta-racisme.
Tussen mijn twaalfde en achttiende was ik gek van strips. Nog steeds koester ik een verzameling van honderden stripalbums en meer dan duizend PEP’s, EPPO’s, Kuifjes en Robbedoezen. Maar verzamelen doe ik al bijna 25 jaar niet meer. Toch koop ik nog altijd de nieuwe Blake en Mortimer, beroemd van de klassieker Het Gele Teken uit 1953. Sinds 1996 verschijnen er namelijk met enige regelmaat weer nieuwe albums.
Lang leek het erop dat de personages Blake en Mortimer net zoals Kuifje nooit meer in een nieuw verhaal zouden verschijnen. Inmiddels is het 34 jaar geleden dat Edgar P. Jacobs, de geestelijk vader van Blake en Mortimer, zijn laatste ( onvoltooide ) verhaal De 3 formules van professor Sato tekende. Na zijn dood in 1987 werd het tekenpotlood overgedragen aan Bob de Moor die dit verhaal voltooide.
Daarna bleef het weer jaren stil. Maar in 1996 verscheen plotseling De Zaak Francis Blake, getekend door Ted Benoit en geschreven door Jean Van Hamme. Benoit’s tekenstijl lijkt als twee druppels water op die van Jacob’s in de periode dat hij aan Het Gele Teken werkte. Vijf jaar later verscheen er van het duo Benoit-Van Hamme Bericht uit het Verleden en op dit moment wordt gewerkt aan een derde titel.

Naast het duo Benoit-VanHamme hebben zich nog een tekenaar en schrijver verenigd: André Juillard en Yves Sente. Juillard tekent in de vroege Jakobs stijl, minder krachtige lijnvoering maar gedetailleerder. Dit duo heeft inmiddels al drie titels op zijn naam staan: Het Voronov Complot en De Sarcofagen van het 6eContinent (deel 1 en 2). Gisteren stond ik in de rij bij de kassa van de AH toen mijn blik viel op de omslag van deel 2 van De Sarcofagen van het 6e Continent.
En plotseling was ik weer die twaalfjarige jongen en dacht onmiddellijk: kopen!
Toen ik vorig jaar juli weer in de winkel aan de Berlijnse Rosenthalerstrasse was, kocht ik twee deeltjes van container getekend door de Zweedse undergroundtekenaar Max Andersson.

De tekeningen van Andersson zijn helemaal in zwart-wit en ademen een lugubere sfeer. De vertellingen zijn behoorlijk bizar, maar het gaat mij eigenlijk alleen om de tekeningen. Qua sfeer komt Andersson aardig in de buurt van undergroundkanon Charles Burns
Dit weekend dook ik weer eens in mijn verstofte verzameling cassettebandjes en viste daar een plaat uit van Kamagurka en de Vlaamse Primitieven: De pijn van het zijn, gemaakt in de tachtiger jaren van de vorige eeuw. Kamagurkiaanse meligheid op z’n hoogtepunt en indertijd een van mijn lievelingsbandjes. Maar de tijden zijn veranderd en ik ben zelf veranderd. Sommige teksten zijn voor mij na al die jaren gevleugelde oneliners gebleven:. “Wat een combinatie, spinazie met spinazie.", “overbevolking, ik doe er niet aan mee, maar waar je ook bent, je volgt gedwee…” en “neuzen volgen vingers.” Zijn gevoel voor absurde humor is grenzeloos en overschrijdt vaak de grenzen van de goede smaak. Een meezinger als “moord eens een volksken uit” is zo over the top dat je het eigenlijk nooit serieus wilt nemen en al helemaal niet als je met een strak gezicht beweert dat het dodelijke ernst is met deze tekst.
Maar in een tijd waarin spreekkoren op de voetbaltribunes en haatprediking op Internet zijn ingeburgerd, moeten we deze ironie juist wél serieus nemen. Kwaadaardigheid is met het masker van de ironie op voor sommigen misschien charmant en geestig, maar het blijft eigenlijk iets heel vreemds dat er om gelachen kan worden. Is die lach misschien het intieme pact dat het kwaad sluit met degene die de kwaadaardigheid uit onbenul ( of is het toch kwaadaardigheid? ) niet veroordeelt?
Over twee weken zal jong Nederland waarschijnlijk massaal op de nieuwste Nederlandse bioscoopfilm vet hard duiken. De trailer die ik zaterdagavond in de bioscoop zag, bewees weer eens dat je met extreme grofheid extreem gelach en gebulder kunt opwekken.
Christian Northeast is een andere tekenaar die ik de afgelopen twee jaar tot mijn favourieten ben gaan rekenen. Net zoals bij Henning Wagenbreth zie je bij hem een voorliefde voor een rauwe, primitieve vormentaal, maar ook regelmatig citaten uit de striptaal, in het bijzonder die van de Amerikaanse (underground) comics.

Het meeste werk van Christiaan Northeast roept een raadselachtige sfeer op en combineert deze vaak met subtiele humor. Op zijn website zijn meer dan honderd illustraties te bekijken.
Gisterenavond naar Alexander geweest. De sandalenfilm leek decennialang een achterhaald genre, maar is sinds Gladiator weer helemaal terug. Vorige week heb ik Troy gezien met Brad Pitt als Achilles. En Gladiator, waar de sandalenrevival dus mee begon, heb ik zelfs op video.
Het verschil tussen de huidige kostuumdrama’s en de films van bijv. Cecil B. DeMille zit hem vooral in de toepassing van digitale animatietechnieken. Zo zagen we in Gladiator al het Forum Romanum uit de puinhopen herrezen, in Troy de stad Troje en in Alexander komt het wereldwonder Babylon weer tot leven. Een ander duidelijk verschil met de historische films uit de jaren ‘50, is de wijze waarop de gevechten in beeld gebracht worden. Niet alleen versterken nieuwe filmische en montagetechnieken de chaos en de hectiek van het slagveld, tegenwoordig zien we overal het bloed stromen en (in korte shots gemonteerd) rondvliegende lichaamsdelen. We winden er geen doekjes meer om. Onze tijd gewelddadig? Moet je maar eens zien hoe het er in de Oudheid aan toe ging!
De meeste filmkritieken ten spijt, vond ik Alexander de moeite van het bekijken waard. Het is een gegeven dat spektakelfilms smalende recensies opleveren, het is niet chic genoeg voor de filmrecensenten. Ik heb in ieder geval nog nooit eerder zo’n overtuigende reconstructie van een veldslag op het witte doek gezien als de veldslag bij Gaugamela in Alexander.

Stone had 1361 manschappen, 102 paarden en tien kamelen bij de reconstructie van deze veldslag tot zijn beschikking. In werkelijkheid lagen er bij Gaugamela 250.000 wanordelijke Perzische manschappen en 47.000 georganiseerde Macedonische manschappen tegenover elkaar. Alexander wist in deze legendarische veldslag Darius (en daarmee het Perzische Rijk) te verslaan zodat voor hem de weg naar “het einde van de wereld” vrij was.
alexanderthemovie.nl
reconstructie van de slag bij Gaugamela [ allempires.com ]
Henning Wagenbreth is een underground tekenaar uit de voormalige DDR en is sinds 1994 als professor verbonden aan de Universität der Künste Berlin. Ik ontdekte zijn werk in november 2003 in een undergroundshop aan de Rosenthalerstrasse 40 in Berlijn. Het was liefde op het eerste gezicht. Ik kocht het boekje Kelvins Tod in een kleine oplage (350) gezeefdrukt.

Daarna bezocht ik zijn website die ik vervolgens integraal naar mijn harde schijf verplaatst heb.
Gisterenmiddag werd bij Teleac het tweeluik De Zoon van God Op zoek naar de oorsprong van het christelijk geloof herhaald. Vermoedelijk werd deze documentaire ditmaal ook bekeken door velen die na het lezen van De Da Vinci Code geïnteresseerd zijn geraakt in de geschiedenis van het vroege Christendom. Ik geloof dat het van levensbelang is om serieus te onderzoeken welke betekenis de Persoon van Jezus Christus voor ons leven heeft. In onze post-christelijke tijd is het vanzelfsprekend dat je dan begint bij de historische Jezus van Nazareth. Deze speurtocht zal je onvermijdelijk in contact brengen met het wetenschappelijke onderzoek van historische bronnen. En dat onderzoek loopt al snel vast in de haast onmogelijke opgave om feit en fictie, Wahrheit und Dichtung van elkaar te onderscheiden. Wat zijn na 2000 jaar geschiedschrijving en geschiedvervalsing eigenlijk betrouwbare bronnen? Is het uiteindelijk niet een zaak van het hart ( en niet van het verstand ) om waarheid en verzinsel van elkaar te onderscheiden?
De vondst van de Nag Hammadi-geschriften hebben volgens velen eindelijk een onvertroebeld zicht gegeven op “de ware” Jezus van Nazereth en daarmee zouden deze geschriften de “ware” betekenis van Jezus voor onze tijd (en dus voor ons persoonlijke leven) openbaren.
Deze visie werd ook verkondigd in de documentaire die in opdracht van Teleac/NOT en WDR is gemaakt. Ze is op het moment razend populair geworden omdat ze zo tegemoetkomt aan de geestelijke behoeften van het individu. In onze tijd neemt niet God, maar het individu een centrale plaats in; de autoriteit heeft afgedaan en het “Ik” of geestelijker gezegd het “Zelf” is hot. New Age voorziet in de behoefte van het individu om zich niet alleen maatschappelijk maar ook geestelijk ten volle te ontplooien. Dat is natuurlijk allemaal heel positief. Want uiteindelijk gaat het erom dat we worden wie we zijn.
En daar ligt tegelijkertijd ook het probleem en het al tweeduizend jaar oude verschil tussen de Weg van Christus en de gnosis. Want WIE zijn we in werkelijkheid? Het orthodoxe Christendom en het gnosistisch Christendom lijken heel dichtbij elkaar te liggen. Beide leren dat de ziel onsterfelijk is, dat de mens gemaakt is naar God’s gelijkenis en dat Christus de Zoon van God is. Maar het grote verschil tussen het Christendom en gnosis is dat er in het Christendom altijd afstand blijft tussen de mens en zijn Schepper, dat de mens altijd in relatie staat met God. De gnostici geloven dat de mens in zijn diepste wezen “Zélf God” zou zijn en dat iedere mens in wezen de titel Zoon van God verdient. Opvattingen die gedeeld worden door de vele stromingen binnen New-Age: van paganistisch pantheïsme tot vedanta. De eenheidsmystiek van de gnosis staat haaks op de bruidsmystiek van het orthodox Christendom. In de eenheidsmystiek keert de druppel terug naar de oceaan, in de bruidsmystiek blijft er altijd een relatie, een geestelijk huwelijk tussen de bruid (de menselijke ziel) en de Bruidegom (Christus).
De gnostici beweren het wezen van de boodschap van Christus te doorgronden en zeggen dat Jezus van Nazareth ons heeft willen leren dat we allemaal Zonen van God zijn op een zelfde wijze als Hij dat is. Gnosis lijkt zo voor sommigen verenigbaar met het Christendom. Maar de aanhangers van de gnosis gaan nog een stap verder en zeggen dat de boodschap van Christus niets anders is dan de eeuwige gnosis die alle leren overstijgt. Het Christendom is datgene wat de Kerk (vanaf 325 een ‘machtsinstituut’) heeft gemaakt van de boodschap van Jezus. De gnostica Elaine Pagels , auteur van The Gnostic Gospels beweert bijvoorbeeld dat de titel Zoon van God pas in het jongste evangelie (van Johannes, rond 160 na Chr.) op de figuur van Jezus wordt toegepast als strategische zet van een machtsinstituut in wording. Daarna zou de Kerk de ware boodschap van Jezus steeds meer verdraaid hebben om de gnostici te kunnen vervolgen en zelf te kunnen zegevieren. Christendom is volgens de gnostici een gedegenereerde gnosis voor de massa, alleen de geestelijke elite zou dit beseffen. Maar in deze tijd van New Age zou de massa ontwaken, zich afkeren van het geïnstitutionaliseerde Christendom en “het oorspronkelijke Christendom", de Gnosis, weer herkennen als de “Universele Waarheid".

Deze gnostische evangelisatie kon in de Teleac-documentaire van A tot Z worden verkondigd. De Kerk werd afgeschilderd als een agressief, repressief en geestelijk primitief instituut dat de boodschap van Christus aangepast zou hebben om macht uit te kunnen oefenen. De gnosis zou de verdrukte “Waarheid” vertegenwoordigen. Door enkele professoren aan het woord te laten als vertegenwoordigers van het machtsinstituut de Wetenschap, lijken hun beweringen allemaal waar te zijn. De documentairemakers hebben zich laten verblinden door de “wetenschappelijke” visie van een paar invloedrijke hoogleraren in het vroege Christendom. Zo is het resultaat geen diepgravende documentaire geworden, maar platte gnostische propaganda.
Sussen en bijeenhouden, dat is de opdracht die de meeste gezagsdragers in Nederland zich stellen na de gebeurtenissen van 11 september 2001, 6 mei 2002 en 2 november 2004. Met als doemscenario een etnische burgeroorlog voor ogen, is deze strategie natuurlijk vanzelfsprekend. Maar het kan ook gemakkelijk leiden tot een sullig en welwillend soort naieviteit, die tot uitdrukking komt in opvattingen als “DE islam bestaat niet” of “alle godsdiensten kunnen gevaarlijk zijn” Ik ervaar dat zelf als een hinderlijke vorm van wegkijken. De arabist Hans Jansen besluit zijn essay Dhimmitude ( verschenen in Trouw | Letter en Geest, 27 november 2004 ) met de woorden:
Er is nu een campagne gestart onder de leuze “Nederland niet kapot te krijgen” Dagblad Trouw schreef gisteren het volgende commentaar bij deze campagne:
Deze campagne mogen we er wat mij betreft best bijhebben, als tegelijkertijd ook maar de scherpte van het debat gezocht wordt en we de moed tonen om de confrontatie met de Islam (want daar gaat het natuurlijk allemaal over) aan te gaan.

Sinds ik een beetje gevorderd begin te raken met de Russische taal, bezoek ik regelmatig Russische sites. Zo kwam ik gisterenavond terecht bij ozon.ru het Russische amazon.com, zullen we maar zeggen ( of bol.com, zoals je wilt ). En daar kwam ik de onvermijdelijke Dan Brown weer tegen… De hype beperkt zich niet alleen tot Amerika en Nederland.

De omslag van de Russische uitgave oogt macaber. Het cyrillische schrift, gecombineerd met doodshoofd roept bij mij onherroepelijk associaties op met alchemistische symboliek, hekserij en occultisme. De bezoekers van ozon.ru waarderen De Da Vinci Code met vier sterren.
Gisteren heb ik op het web een schatkamer ontdekt met Duits noodgeld uit de periode 1918-1923. Nog nooit ben ik zo inhalig geweest met virtueel waardepapier en heb al een hele verzameling op de harde schijf van mijn computer staan.

In mijn plaatjesweblog Johannes in retroland kun je vandaag ook de voorkant van dit curieuze bankbiljet bekijken.
Vandaag is het een maand geleden dat er een kerstboom in huis kwam. Ditmaal was het geen fijnspar maar een Nordman. Als je eens een Nordman in huis gehad hebt, wil je niets anders meer. Goedkoop zijn ze niet, de mijne kostte met € 10 korting nog altijd € 16,95, maar daarvoor heb je wel de koningin onder de kerstbomen in huis, mooie volle takken en niet prikkende naalden die bovendien niet uitvallen.

Maar morgen gaat hij na 4 weken over het balkon en verdwijnt de decemberromantiek weer in een nuchtere kartonnen doos. Het is mooi geweest.
Op 21 januari 2004 werd op crimezone.nl geschreven:
Bijna een jaar later wordt de bestsellerlijst in Nederland aangevoerd door maar liefst 4 titels van Dan brown en bovendien staat er nog een boek van Simon Cox (De geheimen van De Da Vinci Code) op een negende plaats. De helft van de bestseller top 10 is een jaar nadat de hype begon, nog helemaal in de ban van De Da Vinci code.

Ik ben niet zo’n hypetype. Het enige hypeboek dat ik het afgelopen jaar gelezen heb (een verjaardagscadeau), is de bestseller van Geert Mak. Maar De Da Vinci Code zal ik beslist niet kopen. Het herinnert mij aan de Celestijnse Belofte-hype (James Redfield) van 10 jaar geleden. Ik heb dat boek toen voor de helft gelezen en werd helemaal week van de MacDonald-mystiek. Als ik de recensies een beetje gevolgd heb, is De Da Vinci Code een ingenieuze vervlechting van feiten en fictie. Ik hou daar eigenlijk niet zo van. De Slinger van Foucault kon ik hoofdzakelijk waarderen als een boeiende verzameling voetnoten.
Wat mij aan het boek van Dan Brown tegenstaat als ik de recensies lees, is de ‘historische’ visie op het leven van Jezus Christus. Het vermengen van feiten en fictie kan natuurlijk best tot een geloofwaardig verhaal leiden, maar uiteindelijk blijft het een if-story. De reden waarom deze if-story niet alleen enthousiast ontvangen, maar tegelijkertijd ook zo serieus genomen wordt, zit hem waarschijnlijk in het feit dat het boek, evenals de gnostici al eeuwenlang doen, de visie van de Kerk betwijfelt en weerlegt. Dat doet het in deze tijd erg goed. Er is erg veel afkeer van geïnstitutionaliseerde godsdienst en de eigen(zinnige) visie wordt bijzonder hoog aangeslagen. De paradox is dat De Da Vinci Code al bijna geinstitutionaliseerd is in Nederland.
Niet de nieuwste Suske en Wiske, maar de nieuwste website van Studio Mimesis die gisteren opgeleverd werd. Helemaal gewijd aan de Nizinny-Tatra. Kenners weten waar dit over gaat…
Dertien dagen geleden stond deze post ook al hier. Vandaag is de Juliaanse kalender zover en zijn we beland op 25 december. De Russisch-Orthodoxe Kerk is nog altijd trouw aan deze kalender. Dus vieren vandaag miljoenen Russen, maar ook Serviërs en oud-kalendaristen het Feest van de Geboorte van onze Heer en God en Verlosser Jezus Christus. Voor de wereld die de Gregoriaanse kalender volgt, lijkt het dat de gelovigen in Rusland achterlopen. Maar zij volgen wél een kalender waarin geen 13 dagen ontbreken. Tussen 4 oktober en 15 oktober 1582 kon er in West-Europa niets meer gebeuren, deze data hebben namelijk nooit bestaan. Het “achterlopen” van oud-kalendaristen bestaat dus alleen vanuit het perspectief van een onmogelijke sprong in de geschiedenis, die opgevat wordt als “meegaan met je tijd “. Maar meegaan met je tijd is iets anders dan (13 dagen) tijd ontkennen.
Er stond een filosofisch stukje in Trouw over Oud en Nieuw. Aan drie wijsgeren uit het filosofisch elftal werden de volgende vragen voorgelegd: Heeft het zin om goede voornemens te maken? Kan een mens een nieuw begin maken? Of zijn we gedoemd tot de eeuwige wederkeer van hetzelfde? Een van de spelers uit het filosofisch elftal is de rechtsfilosoof Andreas Kinneging. Na een onfortuinlijke flirt tussen Geert Wilders en zijn compaan Bart-Jan Spruyt van de conservatieve denktank Edmond Burke Stichting heb ik Andreas nog steeds hoog zitten.
Kinneging haalt Aristoteles erbij. Deze noemt de mens een gewoontedier. Want wanneer we eenmaal goede of slechte gewoonten hebben eigengemaakt, komen we daar niet snel van af, want éthos (gewoonte) wordt èthos (karakter). “Er is niets gemakkelijker dan te stoppen met roken", zei Mark Twain. “Ik heb het al honderd keer gedaan.”
Als conservatief wijst hij op het betrekkelijke van “Nieuw” :

Het Christelijk geloof gaat nog verder dan de humanistische levensbeschouwing van Kinneging. Vergeving is niet “een teken van beschaving", maar iets waar ons leven vanafhangt. Nogmaals en nogmaals, zeven maal zeventig… Vergeving ( én gebed, want zonder God’s hulp gaat het niet ) is een postitieve “eeuwige wederkeer van hetzelfde” omdat zij paradoxaal genoeg in de voortdurende herhaling wél tot iets Nieuws in staat is.
Behalve drie bezoeken aan mijn geliefde en eentje aan mijn ouders ben ik dit jaar nog niet echt de deur uitgeweest. Ik heb mij dus nog steeds niet te hoeven identificeren op straat. Ook niet tegenover mijzelf trouwens. Nog altijd ben ik in het bezit van een redelijk consistent zelfbeeld. Maandagavond laat dreigde dat even te versnipperen, toen ik bij de strot gegrepen werd door de fantasievolle thriller “Donnie Darko".
Donnie, een aan schizofrenie leidende 16-jarige jongen voert in deze bizarre vertelling gesprekken met een reuzenkonijn, dat luistert naar de naam Frank. Het herinnerde mij aan een periode dat ik in een deprimerende flat woonde in Arnhem-Zuid en bang was letterlijk mijzelf tegen te komen in de spiegel op de badkamer. Die ontmoeting is natuurlijk te verwachten bij een spiegel, maar de schrik slaat je om het hart wanneer je in of tegenover de spiegel een geheimzinnige en griezelige “rest” dreigt te ontdekken.
Maar gelukkig zijn “we” alweer jaren prettig congruent en ben ik niet bang voor reuzenkonijnen in de spiegel. Wel ben ik zo vrij geweest om mijn identiteitskaart aan te passen.

Drie weken geleden neergestreken in de denneboom en nu blijken het hardnekkige wintergasten. Ten aanzien van de kerstvolière stel ik mij ook al behoudend op. Loslaten valt mij zwaar. Maar gelukkig vliegen ze niet weg, hoogstens de doos in straks…



Panta rhei, maar niet bij mij. Sinds 11 september 2001 gooi ik de krant niet meer weg en ik weet niet waarom. Een oude krant hoor je weg te gooien en niet te bewaren. Maar ik weiger dat en het verleden stapelt zich op. Krant is een verbastering van het woord “courant” dat evenals het woord koerier is afgeleid van het werkwoord “correr” dat “rennen, stromen” betekent. Maar ik laat de krant niet stromen, maar bouw er juist een dam mee op. Wacht ik soms op een doorbraak?
Wodka en discipline gaan niet erg goed samen, behalve als je een gedisciplineerde drinker bent. Maar ik ben een erg ongedisciplineerde oudejaarsavondwodkadrinker die de decemberroes tot in de kleine uurtjes van nieuwsjaarsnacht nog wil rekken. Om vervolgens de nieuwjaarskater in elke vezel te moeten begroeten.
Ik voel me nog steeds een lamme kozak die van zijn paard is gevallen en half verdoofd op de grond naar de hemel ligt te staren en nog geen zin heeft om op te staan.
na zdarovje!
Vlak voor kerst werd ik besprongen door een goed voornemen. Na een kortstondig verzet kwam er tenslotte een pact tot stand tussen de slechte gewoonte en het goede voornemen. Toegegeven, zo’ n voorschot op de toekomst, geeft even rust. De laatste dagen zijn zelfs kalm voorbijgekabbeld. Maar vandaag wordt het oude gevecht hervat. Een nieuw jaar, een nieuw strijdperk.