Een mooie stadswandeling is onbetaalbaar. Te vaak ontvlucht ik de verkeersdrukte van de stad en zoek ik de rust in het bos. Het is ook een vlucht uit de tijd in het a-historische van de natuur. Maar wat de natuur mij niet kan bieden is juist die boeiende aanvaring tussen wat geweest is en de actualiteit, wat van onze voorouders was en wat ‘van ons’ is, de ervaring die ik de gelijktijdigheid van het ongelijktijdige noem. In Amsterdam is dat natuurlijk een belevenis.

[ schilderij van Cornelis Anthoniszoon ]
Zaterdagavond fietste ik de hele Prinsengracht af van de Jordaan tot aan de Amstel, dwars door een brouwsel van vijf eeuwen met een stevig accent op de 17e eeuw. (wanneer je de blik boven de geparkeerde auto’s uit laat dwalen.) In mijn poging om te doorvorsen welke geest hier precies aanwezig is, voel ik een drang naar historische kennis. Alleen door mij in de geschiedenis te verdiepen, kan ik er misschien achter komen wát die dominee-koopman’s geest eigenlijk is en hoe ik daar zelf mee verbonden ben. Dus ben ik thuis een beetje langs historische kaarten aan het surfen. Historische kaarten laten op een bijzondere wijze zien hoe tijd en ruimte met elkaar samenhangen, geven inzicht in de vierde dimensie.
De stadsuitleg van 1663, de vierde uitleg, begint eigenlijk al in 1655 met het aanplempen van Kattenburg, gevolgd door Oostenburg en Wittenburg. Rond 1660 worden de havenaktiviteiten van de Admiraliteit en de VOC naar deze eilanden verplaatst, als een voorbode van de vierde stadsuitleg, waartoe eerst in 1658, daarna in 1660 (door de Vroedschap) wordt besloten. In januari 1662 wordt het stadsuitbreidingsplan, waarin alle rooilijnen worden uitgezet, door stadsarchitect Daniël Stalpaert ingediend. In mei 1663 wordt door de Staten van Holland octrooi verleend.
In oktober 1663 begint de verkoop van kavels aan de Leidse- en Utrechtsestraat, in december die aan de nieuwe grachten. Vaak werden kavels in de radiaalstraten gekocht door bewoners van de grachten. Zo kocht Hendrick Hooft in 1665 de kavels Herengracht 556 plus zes woonhuizen en een koetshuis met poort aan de Utrechtsestraat. In het eerste deel van de grachtengordel waren de kavels in een breedte van 30 voet uitgegeven, in 1663 in kavels van 26 voet (twee roeden). De meeste kopers kochten echter twee kavels naast elkaar om een groot dubbel huis van 52 voet te bouwen, waardoor van meet af aan de bebouwing in dit deel van de grachtengordel ruimer was.
Deze laatste grote uitbreiding zal een veel te ruime jas blijken. Een groot gebied ten oosten van de Amstel wordt niet bebouwd en krijgt uiteindelijk een recreatieve functie: de Plantage. Dit gebied blijft tot ±1860 onbebouwd, op enkele grote gestichten en een ruim park na. Artis is in feite een overblijfsel van het oorspronkelijke gebruik van dit gebied.
Bron: bma.amsterdam.nl
» de stedebouwkundige ontwikkeling van Amsterdam
» een korte geschiedenis van Amsterdam
» interactieve historische kaart van het centrum van Amsterdam






Caravaggio (1571-1610) stierf vier jaar na de geboorte van Rembrandt (1606-1669). Hoewel ze elkaar dus nooit hebben ontmoet, maakten beide schilders faam met een realistische manier van schilderen. Het aanbrengen van sterke licht-donker contrasten gaf hun schilderijen een dramatisch effect. Omdat het merendeel van de schilderijen getoond wordt in paren met een werk van beide kunstenaars, kunt u de werken prima vergelijken.


Toen in 1875 zijn moeder overleed en zijn vader zodanig ziek werd dat hij zijn kinderen niet meer kon onderhouden, kreeg Levitan een beurs van de school om hem de kans te geven op school te blijven. Tijdens zijn studie raakte Levitan bevriend met Konstantin Korovin, Michail Nesterov en Michail Tsjechov, en via deze met zijn broer, de beroemde schrijver Anton Tsjechov. Levitan was vaak te gast bij Tsjechov, en mogelijk was hij verliefd op Tsjechovs zuster, Anna Pavlova Tsjechova. Zijn eerste tentoonstelling was in 1877 en werd positief ontvangen door de pers. In mei 1879 werd de familie Levitan door nieuwe beperkende wetgeving omtrent de permanente verblijfplaats van Joden gedwongen te verhuizen. Onder druk van de bewonderaars van Levitans werk mocht hij echter in de herfst al terugkeren naar Moskou. Vanaf 1880 begon Pavel Tretjakov schilderijen van Levitan te kopen; deze schilderijen zijn nu onderdeel van de collectie van de Tretjakov-Galerij.
Helaas zijn nogal wat van zijn schilderijen in particuliere collecties terecht gekomen, zodat we deze nooit of slechts een enkele keer te zien krijgen wanneer er ter gelegenheid van een bijzondere tentoonstelling een schilderij wordt uitgeleend. Het prachtige portret van Maria Louisa de Tassis uit de vorstlijke verzameling in
Geboren in de Oekraïne, werd Repin aanvankelijk opgeleid tot ikonenschilder. Tijdens het doorlopen van de kunstacademie in Sint-Petersburg - waar hij overigens eerst niet werd toegelaten - raakte hij ervan overtuigd dat ware kunst het echte leven zou moeten uitbeelden. Een van zijn eerste werken, Boerlaki (Boottrekkers van de Wolga), voldeed volledig aan dat criterium: het laat arbeiders zien die blijkbaar goedkoper waren dan paarden. Het sloeg meteen aan en is nog altijd zijn bekendste werk. Naast dergelijk maatschappijkritisch werk vervaardigde Repin enkele historische taferelen en vooral veel portretten, o.a. van 
21 En de zoon zeide tot hem: Vader, ik heb gezondigd tegen den Hemel, en voor u, en ben niet meer waardig uw zoon genaamd te worden.
Sjisjkin begon zijn studie aan de Moskouse school voor schilderkunst, beeldhouwkunst en architectuur. Na vier jaar ging hij studeren aan de Keizerlijke Academie der Kunsten in Sint-Petersburg, alwaar hij in 1860 afstudeerde. In 1865 werd Sjisjkin benoemd tot lid van de Academie, en later werd hij professor.
dat een voorloper was van de Zwervers die bestond uit de schilders Nikolaj Ge, Archip Koeindzji, Ivan Kramskoj, Isaak Levitan, Vasili Perov, Ilja Repin, Aleksej Savrasov, Valentin SerovIvan Sjisjkin, Vasili Soerikov en Viktor Vasnetsov.


Skrjabin heeft geleefd in de roes van het Tristan-akkoord. Alle akkoorden staan bij hem onder chromatische hoogspanning. De rustige drieklank wordt stilaan uitgeschakeld. Nieuwe akkoorden worden gevormd door een steeds maar hogere opeenstapeling van tertsen.
Polenov studied under Pavel Chistyakov and in the Imperial Academy of Arts from 1863 to 1871. He was the pensioner of academy of arts in Italy and France, where he painted a number of pictures in the spirit of Academism on subjects taken from the European history ("The Right of mister", 1874, Tretyakov gallery); at the same time he worked a lot in the open air.












Op 7 december 2004 bliezen terroristen het bisschoppelijk paleis in de Noord-Iraakse stad Mosul op. Ook een Armeens-katholieke kerk was doelwit van een bomaanslag. Gewapende mannen vielen de gebouwen binnen, verjoegen de aanwezigen en lieten explosieven afgaan die grote schade toebrachten. Niemand raakte gewond. Ze hebben “het mooiste symbool van de Chaldeeuwse Kerk in heel Irak” verwoest, zei de Chaldeeuws-katholieke patriarch Emmanuel III Delly [ zie foto ] van Bagdad tegenover AsiaNews. Patriarch Emmanuel: “Christenen maken zich steeds meer zorgen over dit soort geweld dat steeds weer toeslaat.”. Hij vreest dat de Iraakse regering niet bij machte is om de christenen afdoende tegen terreur te beschermen.
Nicolaas van Wijk (Delden, 4 oktober 1880 - Leiden, 25 maart 1941) was een Nederlands taalkundige, en van 1913 tot zijn dood in 1941 de eerste Nederlandse hoogleraar in de Slavische talen. Van Wijk was een zeer veelzijdig taalkundige, en publiceerde onder andere over de Slavische talen (waaronder met name het Oudkerkslavisch), de Baltische talen, het Indo-Europees, de Russische letterkunde en de Nederlandse dialectologie. In het studiejaar 1929-1930 was Van Wijk rector magnificus van de Leidse universiteit; in deze functie begeleidde hij de erepromotie van prinses Juliana in 1930.
Valentin Aleksandrovitsj Serov ( Sint-Petersburg, 7/19 januari 1865 - Moskou, 22 november/5 december 1911) was een Russisch kunstschilder die tot de stroming van de Zwervers behoorde. Hij was de zoon van componist Aleksander Serov. Hij werd vooral beïnvloed door zijn leermeester Ilja Repin, zijn vriend Michail Vroebel en de kring van kunstenaars die in Abramtsevo bijeenkwamen. Serov concentreerde zich op het maken van portretten. Daarbij waren de kunstenaars uit zijn omgeving zijn favoriete modellen; bekende portretten zijn bijvoorbeeld van de landschapsschilder Isaak Levitan, de schrijver Nikolaj Leskov en componist Nikolaj Rimski-Korsakov



Of de Russische componist Alexander Skrjabin echt van zijn publiek hield, valt te betwijfelen. Hij wilde het namelijk laten stikken in extase. Hij geloofde heilig in zijn missie: de mens de weg wijzen naar zijn hogere geestelijke bestemming. Dat Skrjabin zich als een profeet zag was in die dagen niet ongewoon. In de jaren 90 van de 19e eeuw was het verhevene in de mode en waren overal in Europa geestelijke bewegingen en charismatische figuren als paddestoelen uit de grond omhoog geschoten. Een daarvan, de
Voor kunstgeschiedenis moest ik in 1984 een lezing houden over het ontstaan van de abstracte schilderkunst en in een literatuuropgave was ik een theosofisch boek tegengekomen dat veel indruk gemaakt had op Mondriaan. Op een dinsdagavond stapte ik bij de theosofische bibliotheek binnen om het boek Thoughtforms (1901) van
Ook Skrjabin was een hartstochtelijk aanhanger van
Vandaag worden door de radicaal islamitische organisatie Hizb Ut Tahir pamfletten uitgedeeld in Nederlandse steden die Geert Wilders oproepen om de sportprenten van zijn site te halen.
Veel later toen ik mij in theosofie begon te verdiepen, ontdekte ik dat dit monolitische gebouw geconstrueerd is volgens theosofische principes. De architect en theosoof K.P.C. de Bazel (1869-1923) [zie foto] liet zich o.a. inspireren door hindoeïstische tempelbouw. Het gebouw wordt overigens in de volksmond genoemd naar zijn schepper. Maar de Amsterdammers hebben wellicht nog om een andere reden gekozen voor deze naam: door zijn ritmische opbouw van verschillende kleuren steen en inspringingen maakt de monoliet een indruk van gebazel in de ruimte.





De titel is afkomstig van de Eerste brief van Johannes (vers 4:16). In 42 alinea’s over 70 pagina’s bespreekt de encycliek de concepten eros (seksuele liefde), agape (onvoorwaardelijke liefde), logos (het woord) en hun verhouding tot de leer van Jezus Christus. Het document legt uit dat eros en agape beide inherent goed zijn, maar dat eros het gevaar loopt te worden gedegradeerd tot enkel seks wanneer het niet in balans wordt gebracht door een Christelijk spiritueel element.



