dinsdag 28 februari 2006
de vierde dimensie
Historische kaarten van Amsterdam

Een mooie stadswandeling is onbetaalbaar. Te vaak ontvlucht ik de verkeersdrukte van de stad en zoek ik de rust in het bos. Het is ook een vlucht uit de tijd in het a-historische van de natuur. Maar wat de natuur mij niet kan bieden is juist die boeiende aanvaring tussen wat geweest is en de actualiteit, wat van onze voorouders was en wat ‘van ons’ is, de ervaring die ik de gelijktijdigheid van het ongelijktijdige noem. In Amsterdam is dat natuurlijk een belevenis.

Amsterdam in 1538
Amsterdam in 1538
[ schilderij van Cornelis Anthoniszoon ]

Zaterdagavond fietste ik de hele Prinsengracht af van de Jordaan tot aan de Amstel, dwars door een brouwsel van vijf eeuwen met een stevig accent op de 17e eeuw. (wanneer je de blik boven de geparkeerde auto’s uit laat dwalen.) In mijn poging om te doorvorsen welke geest hier precies aanwezig is, voel ik een drang naar historische kennis. Alleen door mij in de geschiedenis te verdiepen, kan ik er misschien achter komen wát die dominee-koopman’s geest eigenlijk is en hoe ik daar zelf mee verbonden ben. Dus ben ik thuis een beetje langs historische kaarten aan het surfen. Historische kaarten laten op een bijzondere wijze zien hoe tijd en ruimte met elkaar samenhangen, geven inzicht in de vierde dimensie.

Amsterdam in 1640
Amsterdam in 1640
Op het stadsplattegrond van Joan Blaeu uit 1647 is de stadsuitbreiding van 1663 reeds met stippellijntjes ingetekend. Ook bij deze kaart is het noorden aan de onderzijde afgebeeld. Goed is te zien dat een complete buurt buiten de stad voor deze stadsuitleg is gesloopt.
 
De stadsuitleg van 1663, de vierde uitleg, begint eigenlijk al in 1655 met het aanplempen van Kattenburg, gevolgd door Oostenburg en Wittenburg. Rond 1660 worden de havenaktiviteiten van de Admiraliteit en de VOC naar deze eilanden verplaatst, als een voorbode van de vierde stadsuitleg, waartoe eerst in 1658, daarna in 1660 (door de Vroedschap) wordt besloten. In januari 1662 wordt het stadsuitbreidingsplan, waarin alle rooilijnen worden uitgezet, door stadsarchitect Daniël Stalpaert ingediend. In mei 1663 wordt door de Staten van Holland octrooi verleend.
 
In oktober 1663 begint de verkoop van kavels aan de Leidse- en Utrechtsestraat, in december die aan de nieuwe grachten. Vaak werden kavels in de radiaalstraten gekocht door bewoners van de grachten. Zo kocht Hendrick Hooft in 1665 de kavels Herengracht 556 plus zes woonhuizen en een koetshuis met poort aan de Utrechtsestraat. In het eerste deel van de grachtengordel waren de kavels in een breedte van 30 voet uitgegeven, in 1663 in kavels van 26 voet (twee roeden). De meeste kopers kochten echter twee kavels naast elkaar om een groot dubbel huis van 52 voet te bouwen, waardoor van meet af aan de bebouwing in dit deel van de grachtengordel ruimer was.
 
Deze laatste grote uitbreiding zal een veel te ruime jas blijken. Een groot gebied ten oosten van de Amstel wordt niet bebouwd en krijgt uiteindelijk een recreatieve functie: de Plantage. Dit gebied blijft tot ±1860 onbebouwd, op enkele grote gestichten en een ruim park na. Artis is in feite een overblijfsel van het oorspronkelijke gebruik van dit gebied.
 
Bron: bma.amsterdam.nl

» de stedebouwkundige ontwikkeling van Amsterdam
» een korte geschiedenis van Amsterdam
» interactieve historische kaart van het centrum van Amsterdam

maandag 27 februari 2006
ossenkop
Cimabue (1240 - 1302)
Cimabue is de bijnaam voor een zekere Giovanni. Giorgio Vasari (1511-1574), biograaf van alle Noord-Italiaanse (vooral Toscaanse) schilders vanaf Cimabue tot aan zijn tijd beweert dat Cimabue daadwerkelijk de familienaam van zijn geslacht is, maar aangezien Cimabue ‘ossenkop’ betekent, is het waarschijnlijker dat dit een bijnaam is voor deze Giovanni, die bekend stond als zeer lelijk, zoals andere bronnen suggereren.

Hij was een tijdgenoot van Dante, die aan hem refereert in zijn Divina Comedia als de artiest die op het gebied van schilderkunst alleen werd overtroffen door de grote Giotto. Mede door deze referentie wordt Cimabue gezien als de ontdekker van Giotto di Bondone. Via Dante weten we ook dat Cimabue een erg luxe en weelderig leven leidde. Hij plaatst hem in zijn Divina Comedia namelijk daarvoor op de louteringsberg.

De werken van Cimabue zijn, op een na, allemaal toegeschreven aan de hand van stijlonderzoek. Het enige werk waarvan zeker is dat Cimabue zelf het heeft gemaakt is een mozaïek van Johannes in de kathedraal van Pisa (1302). De andere werken die aan hem worden toegeschreven doen allemaal wel recht aan zijn vermeende grootsheid in de schilderkunst van de late Middeleeuwen. Wel weten we via een lijst van Vasari welke thema’s hij heeft geschilderd en waar deze te vinden zijn.
Cimabue Cimabue
Het Vaticaan gaf in 2002 een serie postzegels uit ter herdenking van de 700ste sterfdag van Cimabue
De jonge Cimabue werd door zijn vader naar het klooster bij de Santa Maria Novella gestuurd, waar een familielid hem onderwees. Binnen de kortste tijd had hij al het papier in zijn boeken volgetekend met alles wat hij kon bedenken, zodat men hem maar bij Griekse icoonschilders in de leer deed, aangezien deze toentertijd in Florence de enige kunstenaars waren.
 
Zijn meest prestigieuze opdracht, zij het weer in samenwerking met Griekse icoonschilders, is de beschildering van het gewelf en de muren van delen van de grafkerk van Franciscus van Assisi. In stijl is goed zichtbaar wat Cimabue gemaakt heeft, daar hij de icoonschilders ver achter zich liet. De kerk is versierd met op de muren afbeeldingen van het leven van de heilige, en met taferelen uit het leven van Jezus Christus. Op het plafond staan afbeeldingen van de vier evangelisten met hun attributen. Deze heeft de schilder vermoedelijk alleen gemaakt, omdat toen zijn vernuft boven de anderen duidelijk was.
 
Een ander project van Cimabue was een tijdelijk bouwmeesterschap bij de bouw van de Santa Maria del Fiore, wat hij samen met Arnolfo di Lapo deed. Cimabue ligt zelf ook in de Santa Maria del Fiore begraven, waar zijn grafschrift als volgt luidt: “Zoals Cimabue geloofde het veld van de schilderkunst aan te voeren bij zijn leven, zo voerde hij dit aan, nu voert hij de sterren aan.”
 
Bron: nl.wikipedia.org

centenario van Cimabue in 2002

zondag 26 februari 2006
de zeer oude zingt

De zeer oude zingt:
er is niet meer bij weinig
noch is er minder
nog is onzeker wat er was
wat wordt wordt willoos
eerst als het is is het ernst
het herinnert zich heilloos
en blijft ijlings
 
alles van waarde is weerloos
wordt van aanraakbaarheid rijk
en aan alles gelijk
 
als het hart van de tijd
als het hart van de tijd
 
Lucebert

Parmenides
De zeer oude waar Lucebert naar verwijst, blijkt bij onderzoek de Griekse presocratische wijsgeer Parmenides te zijn.
zaterdag 25 februari 2006
het ideale schilderij
Rembrandt als leermeester

Op 11 december schreef ik hier iets over mijn schilderkunstige ideaal:

Ik hou van het werk van handige schilders zoals Velazquez, Singer Sargent en Repin. Hoewel ik ook enorme bewondering kan hebben voor fijnschilders, is het brede gebaar meer mijn stijl. Krachtige, breedgeschilderde olieverfschilderijen hebben een frisheid en suggestieve kracht die je in de tekenachtige schilderkunst niet tegenkomt.

Dit ideaal wordt voor mij zichtbaar gemaakt in Rembrandt’s schilderij van de badende jonge vrouw. Ik ben nu bezig met het kopieren van dit juweeltje en dan valt mij op hoe veelzijdig Rembrandt’s techniek was in 1655, vlak voor zijn vijftigste. Eigenlijk demonstreert hij een scala aan technieken. Het eerste dat opvalt is de directe en trefzekere a la prima techniek. Hierdoor maakt het tafereel een frisse indruk. Maar wanneer je beter gaat kijken, valt op dat de schaduwpartijen bestaan uit geglaceerde lagen. Zo onstaat er een raadselachtige ruimtelijkheid, die je a la primanooit kunt bereiken. Uiteraard moet je hier wel het origineel voor gaan zien.

Hendrickje badend
Badende jonge vrouw, 1655
Dit werk belichaamt mijn schilderkunstige ideaal van verf en voorstelling

Dat origineel hangt trouwens in de National Gallery in Londen, waar ik het in 1990 een aantal keren gezien heb. Rembrandt’s werk heeft zich over de hele wereld verspreid en bijna al zijn schilderijen hangen in het buitenland. In Nederland zijn er vijf musea die één of meer schilderijen van Rembrandt hebben: De Lakenhal in Rembrandt’s geboorteplaats Leiden, het Rijksmuseum in Amsterdam, het Mauritshuis in Den Haag , het Catharijneconvent in Utrecht en museum Boymans van Beuningen in Rotterdam. Die heb ik natuurlijk allemaal meerdere malen gezien.

Dan hangt er een prachtige verzameling in de Staatliche Kunstsammlungen in Kassel. Ook in de Gemäldegalerie in Berlijn hangen een respectabel aantal Rembrandt’s. Ook daar ben ik meer dan eens wezen kijken. Twee andere toplokaties in Duitsland zijn de Alte Pinakothek in München en de Gemäldegalerie Alte Meister in Dresden. Die moet ik nog bezoeken.

Een plek waar je geen Rembrandt verwacht is Boekarest. Toch zag ik in 2004 in de National Museum of Art of Romania een enorm doek van de meester zelf. Ook in de Narodni Galeria in Praag werd ik in 1993 verrast met een schilderij van de Hollandse meester.

Tenslotte de grote musea in de wereld: Natuurlijk heeft het Louvre in Parijs een paar Rembrandts, het Prado in Madrid heeft in ieder geval één echte en het Hermitage in Sint-Petersburg heeft er echt een heleboel. In respectievelijk 1982/2003, 1982 en 2005 heb ik deze musea bezocht.

Heel veel Rembrandts zijn in de Verenigde Staten terecht gekomen. In 2000 zag ik daar een verrassend groot aantal Rembrandts in het Metropolitan Museum in New York, en nog eens vier hele mooie in de schuin tegenover gelegen Frick Collection. Helaas had ik geen tijd om naar Washington te gaan, anders had ik daar zeker de National Gallery of Art bezocht, die ook een unieke verzameling schilderijen van Rembrandt in haar bezit heeft. Daarnaast zijn er Rembrandt’s in Boston, Chicago, Cleveland en Los Angelos.

vrijdag 24 februari 2006
de ontdekking van het licht & donker
vandaag opent in het VanGoghMuseum de expositie Rembrandt-Caravaggio

We kunnen ons moeilijk voorstellen welke revolutie Caravaggio veroorzaakte met zijn nieuwe benadering aan het begin van de 17e eeuw. Deze heeft een formele en inhoudelijke component : Als eerste is er steeds het dramatische lichteffect met een sterk contrast tussen licht en schaduw. Ten tweede heeft Caravaggio zich bekeerd tot een realisme dat boers aandoet. Hiermee brak hij met de geïdealiseerde voorstellingen voor zijn tijd. Zijn schilderijen maakten enorme indruk op de jonge Rembrandt, die zijn benadering wist te transformeren tot zijn eigen unieke stijl, die gekenmerkt wordt door goudkleurig licht en individuele vormen. Zo kon Karl Marx schrijven dat de Moeder God’s er bij Rembrandt uitziet als een Hollandse boerenmeid.

Beide schilders staan bekend als revolutionaire vernieuwers van de Noord- en Zuid-Europese barokke schilderkunst: Rembrandt van Rijn en Michelangelo Merisi da Caravaggio. Ter gelegenheid van Rembrandts 400e geboortejaar in 2006 kunt u in het Van Gogh Museum 25 monumentale schilderijen zien van deze ‘meesters van het licht’. De tentoonstelling ‘Rembrandt-Caravaggio’ biedt u een visueel spektakel met krachtige beelden vol liefde, emotie en passie.
 
CaravaggioCaravaggio (1571-1610) stierf vier jaar na de geboorte van Rembrandt (1606-1669). Hoewel ze elkaar dus nooit hebben ontmoet, maakten beide schilders faam met een realistische manier van schilderen. Het aanbrengen van sterke licht-donker contrasten gaf hun schilderijen een dramatisch effect. Omdat het merendeel van de schilderijen getoond wordt in paren met een werk van beide kunstenaars, kunt u de werken prima vergelijken.
 
Behalve schilderijen van Rembrandt en Caravaggio ziet u ook werk van Nederlandse kunstenaars die in Italië door Caravaggio waren beïnvloed, de zogenaamde ‘Caravaggisten’. Via deze schilders maakte Rembrandt kennis met zijn Italiaanse evenknie Caravaggio. Als u goed let op een aantal kleine schilderijen van de Hollandse meesterschilder, herkent u de Caravaggistische stijl die Rembrandt oefende.

rembrandt-caravaggio.nl

donderdag 23 februari 2006
Bijbel en Kunst
Bijbelverhalen als inspiratiebron voor schilders en illustratoren

De website statenvertaling.net combineert de Bijbel met kunst. Je vindt er een lijst met schilders die met een of meerdere werken vertegenwoordigd zijn. Opvallend daarbij is dat de verhalen uit het Oude Testament vooral in de 17e eeuw in de Noordelijke Nederlanden werden uitgebeeld, natuurlijk ook door Rembrandt

Terugkeer van de verloren zoon
De terugkeer van de verloren zoon,
Ets van Rembrandt

Er is ook een engelstalige site biblical-art.com met een nog veel grotere verzameling kunstwerken gebaseerd op Bijbelverhalen. Je kunt zoeken op Bijbeltekst, onderwerp, kunstenaar en trefwoord. De database stelt je zelden teleur. Wanneer je bijvoorbeeld zoekt op het trefwoord “creation” , spuwt de database 10 pagina’s met ieder 30 afbeeldingen uit, van William Blake tot Jacopo Zucchi.

Overigens verwijst biblical-art.com naar de collectie van Museum Meermanno in Den Haag. Op de website van dit museum vind je een schatkamer online met Middeleeuwse miniaturen, bijna uitsluitend illustraties bij Bijbelboeken. Zien!

woensdag 22 februari 2006
moeder van alle westerns
gezien: Once Upon a Time in the West (1968)

Vanmiddag heb ik aan een portret geschilderd en vanavond weer eens naar het meesterwerk van Sergio Leone gekeken. Elke keer valt me weer op hoe ijzersterk de fotografie en de belichting in deze film zijn. Onvergetelijk blijven natuurlijk de enorme closeup’s van Harmonica (Charles Bronson) en Frank (Henry Fonda) in supercinemascope. Prachtige koppen en al kijkende naar de film schilderden mijn ogen verder.

Once upon a Time in the West, Harmonica
Harmonica (Charles Bronson)
Once Upon a Time in the West gaat om het “oude westen” t.o.v. de nieuwe tijd. Het oude westen wordt gerepresenteerd door de drie “echte” mannen: Harmonica, Cheyenne en Frank voor wie oude waarden gelden als eer en (bloed)wraak. Zij zijn de vertegenwoordigers van een uitstervend ras, dat wordt verdrongen door de moderne tijd - symbolisch voorgesteld door de de spoorweg die onverbiddelijk hun richting oprukt. De moderne tijd wordt gerepresenteerd door een type compleet tegengesteld aan “de echte man": een zwakke, kreupele en laffe machtsdenker Morton: de treinbaron, die met kunstmatige nieuwerwetse middelen als geld en techniek de oude waarden en echte mannen verdrijft.
 
JB op filmtotaal.nl
Once upon a Time in the West, Frank
Frank (Henry Fonda)
Henry Fonda

 

Henry Fonda

reacties op Once Upon a Time in the West

russische schilders [ 7 ]
Isaak Iljitsj Levitan (1860-1900)
Levitan werd in 1860 geboren in het kleine stadje Kibarti in de omgeving van Kaunas in Litouwen in een arme joodse familie. Zijn vader was leraar Frans en Duits en later vertaler voor een Frans bouwbedrijf. In 1870 verhuisde het gezin Levitan naar Moskou. In september 1873 werd Levitan aangenomen aan de Moskouse School voor Schilderkunst, Beeldhouwkunst en Architectuur, waar hij les kreeg van Aleksej Savrasov, Vasili Perov en Vasili Polenov.
LevitanToen in 1875 zijn moeder overleed en zijn vader zodanig ziek werd dat hij zijn kinderen niet meer kon onderhouden, kreeg Levitan een beurs van de school om hem de kans te geven op school te blijven. Tijdens zijn studie raakte Levitan bevriend met Konstantin Korovin, Michail Nesterov en Michail Tsjechov, en via deze met zijn broer, de beroemde schrijver Anton Tsjechov. Levitan was vaak te gast bij Tsjechov, en mogelijk was hij verliefd op Tsjechovs zuster, Anna Pavlova Tsjechova. Zijn eerste tentoonstelling was in 1877 en werd positief ontvangen door de pers. In mei 1879 werd de familie Levitan door nieuwe beperkende wetgeving omtrent de permanente verblijfplaats van Joden gedwongen te verhuizen. Onder druk van de bewonderaars van Levitans werk mocht hij echter in de herfst al terugkeren naar Moskou. Vanaf 1880 begon Pavel Tretjakov schilderijen van Levitan te kopen; deze schilderijen zijn nu onderdeel van de collectie van de Tretjakov-Galerij.
Levitan zelfportret
zelfportret
In de tentoonstelling van de Zwervers in 1884 waren ook enkele werken van Levitan. In 1891 werd hij als lid toegelaten tot de Zwervers. Als landschapsschilder pur sang schilderde Levitan nauwelijks stadsgezichten. Op het toppunt van zijn roem werd Levitan in 1897 lid van de Keizerlijke Academie der Schone Kunsten en in 1898 werd hij benoemd tot directeur van zijn oude school.
 
In 1897 werd bij Levitan een ernstige hartkwaal ontdekt. Hij bracht het laatste jaar van zijn leven (1900) door in Goerzoef, in het zomerverblijf van Tsjechov op de Krim. Hij werd begraven op de joodse begraafplaats Dorogomilov, en in augustus 1941 werd hij herbegraven op de begraafplaats van het Novodevitsji klooster in Moskou, vlak bij het grafmonument van Tsjechov.
 
Bron: nl.wikipedia.org

meer Russische schilders

dinsdag 21 februari 2006
meesterlijk portretschilder
Antoon van Dyck (1599-1641)

Gisteren kocht ik bij De Slegte de fraaie catalogus van de grote overzichttentoonstelling in 1999 bij de 400ste geboortedag van Antoon van Dyck. Deze tentoonstelling was zowel in Antwerpen als in Londen te zien, de twee steden waar Van Dyck de langste tijd van zijn korte leven (hij werd slechts 42 jaar) woonde en werkte. Samen met Rembrandt, Velazquez, Repin en Singer-Sargent is hij een van mijn favouriete portretschilders. Ik heb in zeker twaalf musea schilderijen van hem gezien, o.a. in Amsterdam, Den Haag, Brussel, Berlijn, Kassel, Londen, Madrid, Parijs, Praag, Sint-Petersburg en New York.

oeuvrecatalogusHelaas zijn nogal wat van zijn schilderijen in particuliere collecties terecht gekomen, zodat we deze nooit of slechts een enkele keer te zien krijgen wanneer er ter gelegenheid van een bijzondere tentoonstelling een schilderij wordt uitgeleend. Het prachtige portret van Maria Louisa de Tassis uit de vorstlijke verzameling in Vaduz, was in 1999 gelukkig nog in Antwerpen te zien.

Oeuvrecatalogus Anthony van Dyck
Biografie
Antoon van Dyck werd op 22 maart 1599 in het huis ‘den Berendans’ op de Grote Markt in Antwerpen geboren als zevende kind van de rijke koopman Frans van Dyck en Maria Cuypers. Zijn familie was zeer godsvruchtig: drie zussen werden begijn, zijn jongste broer Theodoor kanunnik en later pastoor.
 
In 1609 schreef hij zich in in de Antwerpse Sint-Lucasgilde als leerjongen van Hendrik van Balen (1574/5-1632). De jonge Van Dyck bleek al gauw veel talent te hebben. Op zijn veertiende schilderde hij zijn eerste bewaard gebleven zelfportret (Wenen, Gemäldegalerie der Akademie der bildenden Künste). Twee jaar later had hij waarschijnlijk al een eigen atelier.
 
In 1618 werd hij meester van de Sint-Lucasgilde. Vanaf dat ogenblik speelde hij een actieve rol als medewerker van Pieter Paul Rubens (1577-1640), met wie hij al vroeger goede contacten had. Dat blijkt onder meer uit het door Rubens geschilderde portret van Van Dyck van ca. 1613-15. Rubens noemt Antoon van Dyck in 1618 trouwens ‘mijn beste leerling’.
 
Genua
In 1620 ging hij naar het Engelse hof, maar hij bleef daar slechts kort. Een jaar later reisde hij via Antwerpen naar Italië met als bestemming Genua, waar hij speciaal in contact stond met de Antwerpse schilder Cornelis de Wael (1579-1667) en zijn broer Lucas, die kunsthandelaar was. Vanaf 1622 bezocht hij Venetië, Mantua, Milaan en Turijn. Ook verbleef hij voor langere periodes in Rome. Mede door deze reizen wist Van Dyck in Italië zijn faam te vestigen. In 1624 vertrok hij naar Palermo in Sicilië, waar hij de gunst genoot van de Spaanse onderkoning. Het toppunt van zijn roem bereikte Van Dyck niettemin in Genua, waar hij tussen 1625 en 1627 de favoriete schilder van de stedelijke aristocratie werd.
 
Onmiddellijk na zijn terugkeer uit Italië in 1627 ontving hij belangrijke opdrachten voor altaarstukken voor kerken en kloosters waarvan men het interieur in de geest van de Contrareformatie wenste te vernieuwen. Bovendien bleek hij zeer gewild als portretschilder. De Infante Isabella benoemde hem tussen 1628 en 1630 tot haar hofschilder. In die periode bracht hij ook twee bezoeken aan de Noordelijke Nederlanden. Aan het Haagse hof schilderde hij de portretten van Frederik Hendrik, prins van Oranje-Nassau, en zijn familie. De Hollandse stadhouder had trouwens, meteen na Van Dycks terugkeer in Antwerpen, al op grote schaal werk van hem aangekocht.
 
Engeland
In 1632 werd Van Dyck hofschilder van de Engelse koning Karel I. Hij vestigde zich in het toen net buiten het Londense stadscentrum gelegen Blackfriars. In mei 1632 werd hij al in de adelstand verheven en benoemd tot principalle Paynter in ordinary to their Majesties. Een jaar later kreeg hij de gouden ketting met de medaille van de koning, het insigne waarmee hij zichzelf heeft afgebeeld op een aantal zelfportretten, waaronder Zelfportret met zonnebloem van 1633.
 
Met tussenpozen bezocht hij de Nederlanden en Parijs, maar zijn belangrijkste werkterrein bleef Londen. In 1639 huwde Van Dyck, die vanaf 1628 lid was geweest van de Sodaliteit van de bejaerde Jongmans, een vrijgezellengenootschap onder leiding van de jezuïeten, Mary Ruthven, een adellijke hofdame van de Engelse koningin. Op 1 december 1641 werd zijn dochter Justina geboren. Een week later, op 9 december, stierf Van Dyck onverwacht te Blackfriars. Hij werd begraven in het koor van de Sint-Pauluskathedraal. Zijn graf en stoffelijke resten gingen tijdens de grote brand van Londen in 1666 verloren.
 
Bron: archief.antwerpenopen.be

Schilderijen van Van Dyck staan o.a. op webgalleries van The National Gallery of Art in Washington (15 werken), artrenewal.org (70 werken), Olga’s Gallery (94 werken), artcyclopedia.com , artchive.com en biblical-art.com

maandag 20 februari 2006
russische schilders [ 6 ]
Ilja Jefimovitsj Repin (1844 -1930)

Ilya Repin is de laatste jaren ook in Nederland enorm in de belangstelling komen te staan. Zijn grote overzichttentoonstelling Repin, het geheim van Rusland vier jaar geleden in het Groninger Museum was een mediaevent dat door oud-president Michail Gorbachov geopend werd. Voor mij was het toen de eerste keer dat ik met zijn schilderijen kennis maakte. Vorig jaar was ik heel blij toen ik in het Russisch Museum in Sint-Petersburg weer een groot aantal werken van hem terugzag.

Ilya RepinGeboren in de Oekraïne, werd Repin aanvankelijk opgeleid tot ikonenschilder. Tijdens het doorlopen van de kunstacademie in Sint-Petersburg - waar hij overigens eerst niet werd toegelaten - raakte hij ervan overtuigd dat ware kunst het echte leven zou moeten uitbeelden. Een van zijn eerste werken, Boerlaki (Boottrekkers van de Wolga), voldeed volledig aan dat criterium: het laat arbeiders zien die blijkbaar goedkoper waren dan paarden. Het sloeg meteen aan en is nog altijd zijn bekendste werk. Naast dergelijk maatschappijkritisch werk vervaardigde Repin enkele historische taferelen en vooral veel portretten, o.a. van Moessorgski en Tolstoj.
Ivan de Verschrikkelijke
Iwan de Verschrikkelijke en zijn zoon
Op de academie schilderde hij een aantal bijbelse taferelen. Voor zijn afstudeerwerk De opwekking van de dochter van Jaïrus ontving hij een gouden medaille en een beurs voor maar liefst zes jaar studie in het buitenland. Met zijn vrouw Vera trok hij naar Europa. Tijdens hun verblijf in Parijs maakte hij kennis met de nieuwe stroming impressionisme, maar hij hield zelf vast aan zijn haast fotografische, realistische stijl. Zijn beste werk maakte Repin in de 19e eeuw. Na de bolsjewistische machtsovername in 1917 vestigde hij zich op zijn landgoed in Finland.
 
Bron: statenvertaling.net

Ilya Repin in Olga’s Gallery | meer Russische schilders

zondag 19 februari 2006
terug naar huis
Tweede Zondag van de Voorvasten: Zondag van de Verloren Zoon
21 En de zoon zeide tot hem: Vader, ik heb gezondigd tegen den Hemel, en voor u, en ben niet meer waardig uw zoon genaamd te worden.
22 Maar de vader zeide tot zijn dienstknechten: Brengt hier voor het beste kleed, en doet het hem aan, en geeft hem een ring aan zijn hand, en schoenen aan de voeten;
23 En brengt het gemeste kalf, en slacht het; en laat ons eten en vrolijk zijn.
24 Want deze mijn zoon was dood, en is weder levend geworden; en hij was verloren, en is gevonden! En zij begonnen vrolijk te zijn.
25 En zijn oudste zoon was in het veld; en als hij kwam, en het huis genaakte, hoorde hij het gezang en het gerei,
26 En tot zich geroepen hebbende een van de knechten, vraagde, wat dat mocht zijn.
27 En deze zeide tot hem: Uw broeder is gekomen, en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht, omdat hij hem gezond weder ontvangen heeft.
28 Maar hij werd toornig, en wilde niet ingaan. Zo ging dan zijn vader uit, en bad hem.
29 Doch hij, antwoordende, zeide tot den vader: Zie, ik dien u nu zo vele jaren, en heb nooit uw gebod overtreden, en gij hebt mij nooit een bokje gegeven, opdat ik met mijn vrienden mocht vrolijk zijn.
30 Maar als deze uw zoon gekomen is, die uw goed met hoeren doorgebracht heeft, zo hebt gij hem het gemeste kalf geslacht.
31 En hij zeide tot hem: Kind, gij zijt altijd bij mij, en al het mijne is uwe.
32 Men behoorde dan vrolijk en blijde te zijn; want deze uw broeder was dood, en is weder levend geworden; en hij was verloren, en is gevonden.
Lucas 15 : 21-35
 
Bron: statenvertaling.net
russische schilders [ 5 ]
Ivan Ivanovitsj Shishkin (1832-1898)

Ik heb nog steeds vreselijke spijt dat ik vorig jaar in het Russisch Museum in Sint Petersburg voor 250 roebel een boek over Ivan Sjisjkin liet liggen. Zijn schilderijen deden mij in eerste instantie even denken aan de enorme natuurtaferelen van de schilders van de Hudson River School die ik in het Metropolitan Museum in New York zag. Maar anders dan deze schilderijen zijn Sjisjkin’s voorstellingen helemaal niet theatraal. Hij weet met zijn beschrijvend realisme de indrukwekkende ’saaiheid’ van de eindeloze wouden in Rusland als geen ander te treffen. Het is precies wat het is, niets meer en niets minder.

Shishkin
Woud met dennen, 1898
SjiskinSjisjkin begon zijn studie aan de Moskouse school voor schilderkunst, beeldhouwkunst en architectuur. Na vier jaar ging hij studeren aan de Keizerlijke Academie der Kunsten in Sint-Petersburg, alwaar hij in 1860 afstudeerde. In 1865 werd Sjisjkin benoemd tot lid van de Academie, en later werd hij professor.
 
Gedurende enige tijd leefde Sjisjkin in Zwitserland en Duitsland. Na zijn terugkeer naar Rusland, sloot hij zich aan bij de Zwervers. Sjisjkin is beroemd geworden door zijn romantische bosgezichten, soms met spelende jonge beertjes.
 
Bron: nl.wikipedia.org
 

Sjiskin in Olga’s Gallery | meer Russische schilders

zaterdag 18 februari 2006
russische schilders [ 4 ]
Ivan Nikolajevitsj Kramskoj (1837-1887)

Na Serov, Siemiradzki en Polenov is vandaag Kramskoj aan de beurt. Samen met Repin en Shishkin is hij een van de belangrijkste schilders van de Russian Silver Age. Een aardige beschouwing over deze Grote Drie is te lezen op de site van artrenewal.org.

Één van de belangrijkste schilderijen van Kramskoj is Christus in de woestijn uit 1872. Hiermee continueerde hij de humanistische lijn van Alexander Ivanov, waarbij hij een religieus aspect introduceerde in het moraal-filosofische ontwerp. In de Christusfiguur is duidelijk het idee van de heroïsche zelfopoffering te zien. Al met al is Kramskoj essentieel geweest voor het ontstaan van de Russische gouden eeuw van de schilderkunst.
Kramskoy
Christus in de woestijn, 1872
Kramskoj studeerde van 1857 tot 1863 aan de Keizerlijke Academie der Schone Kunsten. Als leider van de opstand van de veertien, die weigerden een tekening te maken van een examenonderwerp, werd hij van de Academie verwijderd, en begon hij zijn eigen groep, de Artel van kunstenaars, Kramskojdat een voorloper was van de Zwervers die bestond uit de schilders Nikolaj Ge, Archip Koeindzji, Ivan Kramskoj, Isaak Levitan, Vasili Perov, Ilja Repin, Aleksej Savrasov, Valentin SerovIvan Sjisjkin, Vasili Soerikov en Viktor Vasnetsov.
 
Kramskoj werd sterk beïnvloed door democratische revolutionaire denkbeelden, en vond dat een kunstenaar een grote plicht had om het publiek bij de sociaal-kritische kunst te betrekken. Daarvoor moesten realistische schilderijen gemaakt worden. Uit deze ideeën vloeide de stroming van de Zwervers voort. In de periode 1863-1868 gaf Kramskoj les; in deze periode maakte hij veel portretten van beroemde schrijvers als Leo Tolstoj en Michail Saltikov-Sjtsjedrin, de schilder Ivan Sjisjkin, de kunstverzamelaar en maecenas Pavel Tretjakov en de arts Sergej Botkin. Alle portretten hebben een simpele compositie, waardoor het karakter extra sterk tot uiting komt.
 
Bron: nl.wikipedia.org

KramskoyOlga’s Gallery is met 103(!) schilderijen van Kramskoy het best vertegenwoordigd, maar op de site van artrenewal.org vind je scans van de beste kwaliteit en allemaal in high-res.
 
 
meer Russische schilders

vrijdag 17 februari 2006
alle dertien goed
videoclip ‘The Nth degree’ van Morningwood

Een van de meligste clips van de laatste tijd is de lekker stomme retroclip van de Amerikaanse band Morningwood. De makers zijn uitgegaan van een simpel gegeven: het zappen langs platenhoezen in van die plastic kratten die je overal bij de kringloop en zwarte markten aantreft. Ze zitten bijna altijd vol met jarenzeventigmeuk van De Kermisklanten, James Last , Best of Tom Jones en Mieke.

morningwood
langspeelplaten draaide je vroeger bij voorkeur in je puberhol op een pickupje

Met beeldmanipulatie worden deze hoezen door de bandleden tot leven gebracht in allerlei mogelijke stijlen, omlijst door gedateerde lettertypen. Ik vind het heerlijk om naar deze clip te kijken, omdat ik van nostalgie en grafische vormgeving hou. En omdat ik weet hoe je zoiets met Photoshop , After Effects en Premiere zelf kunt maken. De clip van The Nth degree is te zien op de site van Morningwood.

morningwood
melige imitaties van Morningwood

Mijn eigen retroblog: Johannes in Retroland

donderdag 16 februari 2006
mystiek smachten
De chromatische hoogspanning van Skrjabin

Op dit moment luister ik veel naar de symfonieën van Aleksandr Skrjabin. Ook heb ik het pianoconcert uit 1896 weer eens uit de kast gehaald, een vroeg werk van de componist in laat-romantische Chopinstijl. Na 1900 voert Skrjabin de chromatische spanning steeds hoger op om tenslotte bijna zelf op te lossen in het Prometheus-akkoord (1910). Zelf zei hij over zijn mystieke akkoord: ‘De melodie is een gedesintegreerde harmonie en de harmonie is een verdichte melodie’

Composer and theosophist Alexander Scriabin’s so called mystic chord, actually called the synthetic chord by Scriabin, consists of the pitch classes: C, F#, Bb, E, A, D. An augmented fourth, diminished fourth, augmented fourth, and two perfect fourths. It is a quartal hexachord.
 
Bron: en.wikipedia.org

In mijn aantekeningen over Skrjabin vond ik overigens nog het volgende citaat, overgeschreven uit een of ander handboek musicologie:

Scrjabin Piano SonatasSkrjabin heeft geleefd in de roes van het Tristan-akkoord. Alle akkoorden staan bij hem onder chromatische hoogspanning. De rustige drieklank wordt stilaan uitgeschakeld. Nieuwe akkoorden worden gevormd door een steeds maar hogere opeenstapeling van tertsen.
 
Nadat hij de wellust van de dominante none (5-klank) had uitgeput, woekerden undecimen en tredecimen (6- en 7- klanken) in allerlei geëxalteerde vormen. Het accoord uit Skrjabin’s tweede scheppingsperiod kan ook bepaald worden als een opeenstapeling van kwarten, waar de tritonus de scepter zwaait. Dit klankenagregaat kwam de toondichter voor als geschikste uitdrukking van zijn mystiek smachten.

Vorige week schreef ik hier al iets over Skrjabin’s visionaire ideëen. Tijdens de uitvoering van het vuurgedicht Prometheus moest een kleurenklavier (soort lichtorgel) kleurmengingen projecteren op een wit scherm. Voor zijn hallucinerende compostitie Mysterium dat hij niet meer heeft kunnen voltooien, moest bij de uitvoering behalve kleur ook geur worden toegevoegd, om de extase hoger op te voeren.

Prometheus
Partituur van Prometheus met de relatie tussen de 12 tonen en de kleuren in de kleurencirkel. De bovenste notenbalk is voor het kleurenklavier.

Na Skrjabin’s dood in 1915 wordt zijn werk regelmatig uitgevoerd met een “lichtshow". In danceclub Now&Wow (Rotterdam) werd in 2002 Le Poeme de l’ Extase in een lichtshow met de naam Skrjabin’s Ecstacy ten gehore gebracht met visuele effecten van videokunstenaar en veejay Gerald van der Kaap Beeldend kunstenaar Peter Struyken maakte in 1998 een serie stills bij het vuurgedicht Prometheus.

Skrjabin Genootschap | Skrjabin en Kandinsky

woensdag 15 februari 2006
Russische schilders [ 3 ]
Vasily Polenov (1844-1927)

Van Vasily Polenov zag ik vorig jaar in het Russisch Museum in Sint Petersburg twee schilderijen: Weppes Park in Normandië uit 1874 en zijn meesterwerk Christus en de overspelige vrouw uit 1887. Dit thema werd eerder al door Henryk Siemiradzki verbeeld.

PolenovPolenov studied under Pavel Chistyakov and in the Imperial Academy of Arts from 1863 to 1871. He was the pensioner of academy of arts in Italy and France, where he painted a number of pictures in the spirit of Academism on subjects taken from the European history ("The Right of mister", 1874, Tretyakov gallery); at the same time he worked a lot in the open air.
 
Polenov took part in the Russo-Turkish War, 1877-1878 as the war artist. Returning from the war, he joined the Peredvizhniki, taking part in their mobile exhibitions. His works won the admiration of Pavel Mikhailovich Tretyakov, who acquired many of them for his gallery.
Polenov
Polenov’s meesterwerk:
Christus en de overspelige vrouw, 1887
Henryk Siemiradzki
hetzelfde thema 14 jaar eerder geschilderd door Henryk Siemiradzki, 1873
Polenov postzegel
Polenov’s meesterwerk op een postzegel ter gelegenheid van zijn 150e geboortedag in 1994
In the late 1870s, Polenov concentrated on painting landscapes in the realist tradition of Aleksey Savrasov and Fyodor Vasilyev. He attempted to impart the silent poetry of Russian nature, related to daily human life. He was the one of the first Russian artists who achieved a plein air freshness of color combined with artistic finish of composition ("The Moscow court yard “, 1878; “The Grandmother’s garden", 1878; “Zarosshy pond", 1879). The principles developed by Polenov had a great impact on further development of Russian (and especially Soviet) landscape painting.
Polenov
Zarosshy pond, 1879
Polenov’s sketches of Middle East and Greece (1881-1882) paved the way for his masterpiece, “The Christ and the Sinner” (1886-87), an interesting attempt to update picturesque system of academism. In the works of the 1880s, Polenov tended to combine New Testament subjects with his penchant for landscape. Since the 1870s, Polenov also turned to theatrical decoration. Most notably, he decorated Savva Mamontov’s mansion and his Private Russian Opera. In 1910-1918, Polenov was involved into a folk theatre project.
Polenov
The Moscow court yard, 1878

Vasily Polenov | meer Russische schilders

dinsdag 14 februari 2006
russische schilders [ 2 ]
Henryk Hector Siemiradzki (1843-1902)

Tegenwoordig wordt Siemiradzki tot de Poolse schilders gerekend, maar tijdens zijn leven bestond Polen niet meer (of nog niet) en maakte zijn werk deel uit van de Russische schilderkunst. Daarom was hij ook vertegenwoordigd op de tentoonstelling kunst en religie in Rusland in het Haags Gemeentemuseum. In oktober 2002 bezocht ik met mijn vader deze mooie tentoonstelling en maakte ik voor het eerst kennis met de enorme doeken van Siemiradzki.

Henryk Siemiradzki
Christus en de overspelige vrouw, 1873
Dit vijf meter lange doek zag ik voor het eerst in 2002 in Den Haag. Nu hangt het weer in de Tretyakowgallerie in Moskou
Henryk Siemiradzki
Christus bij het huis van Martha en Maria
Dit doek zag ik in 2005 in het Russisch Museum in Sint Petersburg

Siemiradski was een echte colorist die de academische stijl met succes wist te combineren met een impresionistisch coloriet. Ook maakte hij zuiver impressionistische schilderijen zonder literair of historisch thema zoals het onderstaande.

Henryk Siemiradzki
landschap
Lvov Picture Gallery, Lvov

Siemiradzki op het web | meer Russische schilders

maandag 13 februari 2006
gelikte antieken voor in uw salon
online schatkamer van 19e eeuwse salonkunst
presenteert top 225 van populairste schilders

Art Renewal Center, een posterboer uit Amerika, draait de tijd ruim honderd jaar terug en doet alsof het modernisme nooit bestaan heeft. De schilderkunst houdt voor bezoekers van artrenewal.org op bij de academische en Victoriaanse salonschilderkunst van de 19e eeuw. (Deze bleef overigens nog tot aan de Eerste Wereldoorlog bestaan.)

Onlangs hebben de bezoekers gestemd op hun favouriete schilder en daaruit is een top 225 is komen rollen. Wat direct opvalt is dat drie salonschilders de lijst aanvoeren: William Bourgereau, Sir Lawrence Alma-Tadema en Jean-Léon Gérôme. De heren waren elkaars tijdgenoten en hadden hun tijd mee want de gouden tijd van de salonkunst (1850-1900) viel precies samen met hun productieve periode.

William Bourgereau
Bourgereau
Nymphen en satyr (detail), 1873

Grootheden als Raphael, Rembrandt en Leonardo da Vinci moeten het doen met een 4e, 7e en 8e plaats. De in zijn tijd verafgode Michelangelo mist overigens net de top 10 en staat genoteerd op een 11e plaats. Vermeer, Velazquez en Repin staan zelfs op een resp. 20e, 34e en 135e plaats. Ook de immer populaire impressionisten staan bij de bezoekers van artrenwal.org minder hoog aangeschreven dan de salonschilders. Ongetwijfeld behoren veel stemmers tot de burgerlijke klasse en houden ze van veel slagroom en André Rieu.

Sir Lawrence Alma-Tadema
Sir Lawrence Alma-Tadema
Lezing uit Homerus, 1885

Ik vind het wel verfrissend dat deze site 100 jaar moderne schilderkunst schaamteloos negeert. Tijdens mijn opleiding aan de Arnhemse kunstacademie in de jaren 80 was juist het omgekeerde het geval en werd vanaf de modernistische hoogten diep neergekeken op academische schilderkunst. Het ambacht was naar de knoppen geholpen en men dacht daarmee de schilderkunst een goede dienst te hebben bewezen. Een jaargenote schreef een essay over 19e eeuwse kunst met de titel Wat moeten we in godsnaam met Laurens Alma-Tadema? De bezoekers van artrenewal.org weten dus wel raad met hem.

Jean-Léon Gérôme
Jean-Léon Gérôme
Laatste gebed van de martelaren, 1883

De top 10 ziet er als volgt uit: (tussen haakjes is vermeld met hoeveel werken de betreffende schilder vertegenwoordigd is op de website van artrenewal.org)

  William Bouguereau [1825-1905] [225]
  Sir Lawrence Alma-Tadema [1836-1912] [181]
  Jean-Léon Gérôme [1824-1904] [175]
  Raphael [1483-1520] [181]
  Lord Frederick Leighton [1830-1896] [101]
  John Singer Sargent [1856-1925] [440]
  Rembrandt [1606-1669] [224]
  Leonardo da Vinci [1452-1519] [126]
  John William Waterhouse [1849-1917] [90]
  John William Godward [1861-1822] [122]

Bekijk de volledige lijst

Lord Frederick Leighton
Lord Frederick Leighton
De Bruid uit Syracuse, 1865
John William Waterhouse
9 John William Waterhouse
Hylas en de nymphen, 1896
Our visitors have overwhelmingly voted in favour of William Bouguereau as the most popular artist in the ARC Museum, followed by Sir Lawrence Alma-Tadema and Jean-Léon Gérôme, also Academic masters. Bouguereau received more than three times the hits (or pages viewed) of the highest ranking Old Master, Raphael; more even than Leonardo da Vinci, in a year when there has been a resurgence of popular interest in his life and work. The top three ranking artists are not Impressionists like Monet, Renoir, or Degas but three of the greatest Academic painters of the 19th century. Conventional wisdom has it that the Impressionists are the most well-known and loved artists of the 19th century. These results suggest that preferences are changing.
 
Bron: artrenewal.org
John William Godward
10 John William Godward
Dolce Far Niente, 1904

De gelikte plaatjes van de salonschilders verdwenen na de Eerste Wereldoorlog uit beeld. Fotografie en film zouden de geidealiseerde voorstellingen uit de schilderkunst gaan overnemen. Je hoeft maar een paar salontafelglossy’s open te slaan om de smaak van de nouveau riche te proeven: esthetisch en compositorisch perfect uitgevoerd, maar meestal inhoudsloos.

zondag 12 februari 2006
christenen in Irak

Twee weken geleden gingen er in katholieke, orthodoxe en anglicaanse kerken in Kirkoek en Bagdad bommen af waarbij drie doden en meer dan tien gewonden vielen. Al eerder waren er aanslagen op kerken in Irak, met name in augustus 2004 en op 7 december 2004 toen het bisschoppelijk paleis in de Noord-Iraakse stad Mosul door terroristen werd opgeblazen.

Emmanuel III DellyOp 7 december 2004 bliezen terroristen het bisschoppelijk paleis in de Noord-Iraakse stad Mosul op. Ook een Armeens-katholieke kerk was doelwit van een bomaanslag. Gewapende mannen vielen de gebouwen binnen, verjoegen de aanwezigen en lieten explosieven afgaan die grote schade toebrachten. Niemand raakte gewond. Ze hebben “het mooiste symbool van de Chaldeeuwse Kerk in heel Irak” verwoest, zei de Chaldeeuws-katholieke patriarch Emmanuel III Delly [ zie foto ] van Bagdad tegenover AsiaNews. Patriarch Emmanuel: “Christenen maken zich steeds meer zorgen over dit soort geweld dat steeds weer toeslaat.”. Hij vreest dat de Iraakse regering niet bij machte is om de christenen afdoende tegen terreur te beschermen.

Zware tijden voor Assyrische christenen in Irak, een artikel uit het Nederlands Dagblad

Een verslag van de situatie in 2005 van Yosé Höhne-Sparborth op de website van Kerk en Vrede.

zaterdag 11 februari 2006
slavist
Leven en werk van Nicolaas van Wijk (1880-1941)
vader van de slavistiek door Jan Paul Hinrichs

Bij Uitgeverij Bas Lubberhuizen verscheen een biografie over de Leidse hoogleraar Nicolaas van Wijk en grondlegger van de slavistiek in Nederland.

Nicolaas van Wijk BiografieNicolaas van Wijk (Delden, 4 oktober 1880 - Leiden, 25 maart 1941) was een Nederlands taalkundige, en van 1913 tot zijn dood in 1941 de eerste Nederlandse hoogleraar in de Slavische talen. Van Wijk was een zeer veelzijdig taalkundige, en publiceerde onder andere over de Slavische talen (waaronder met name het Oudkerkslavisch), de Baltische talen, het Indo-Europees, de Russische letterkunde en de Nederlandse dialectologie. In het studiejaar 1929-1930 was Van Wijk rector magnificus van de Leidse universiteit; in deze functie begeleidde hij de erepromotie van prinses Juliana in 1930.
 
Uit veel zaken blijkt ook Van Wijks fascinatie voor Rusland en de Russen, al bezocht hij het land niet meer na de Revolutie. Na zijn overlijden werd de domineeszoon Van Wijk na een Russisch-orthodoxe mis bijgezet in het graf van zijn eerder overleden Russische pleegzoon.
 
Bron: nl.wikipedia.org

interview met de biograaf [ in Mare 10 2005 ]

vrijdag 10 februari 2006
Russische schilders [ 1 ]
tentoonstelling Valentin Serov 3.11.2005 - 13.3.2006
in het Russisch Museum te Sint Petersburg

Het Russisch Museum in Sint Petersburg was vorig jaar een openbaring voor mij. Vooral de afdeling 19 eeuwse Russische schilderkunst heeft veel indruk op me gemaakt. Tijdens mijn opleiding aan de kunstacademie (1983-1988) was er uitsluitend aandacht voor Russische schilders van de avant-garde zoals Kandinsky, Tatlin en Malevich. Zelfs Ilya Repin bleef onvermeld. Om maar te zwijgen over andere grote schilders als Kramskoj, Shishkin, Polenov, Levitan en Serov. Ze bepaalden het schilderkunstige gezicht van de Russian Silver Age

Valentin SerovValentin Aleksandrovitsj Serov ( Sint-Petersburg, 7/19 januari 1865 - Moskou, 22 november/5 december 1911) was een Russisch kunstschilder die tot de stroming van de Zwervers behoorde. Hij was de zoon van componist Aleksander Serov. Hij werd vooral beïnvloed door zijn leermeester Ilja Repin, zijn vriend Michail Vroebel en de kring van kunstenaars die in Abramtsevo bijeenkwamen. Serov concentreerde zich op het maken van portretten. Daarbij waren de kunstenaars uit zijn omgeving zijn favoriete modellen; bekende portretten zijn bijvoorbeeld van de landschapsschilder Isaak Levitan, de schrijver Nikolaj Leskov en componist Nikolaj Rimski-Korsakov
serov
Het meisje met de perzikken
Serov werd zeer populair, en kreeg opdrachten uit de hoogste kringen. Zo schilderde hij het portret van groothertog Pavel Aleksandrovitsj. Tegelijkertijd begon Serov ook aandoenlijke tafereeltjes van vooral kleine kinderen te schilderen.
 
Vanaf 1900 ging Serov over van een impressionistische stijl naar een meer modernistische stijl. Uit deze periode zijn bekend de portretten van de schrijver Maksim Gorki, de actrice Maria Jermolajeva en de beroemde bas Fjodor Sjaljapin. Uit protest tegen de Bloedige Zondag (9 januari 1905) verliet hij de Academie van Schone Kunsten van Sint-Petersburg. Hij begon daarna vooral historische schilderijen te maken.
 
Serov was leraar aan de Moskouse School voor Schilderkunst, Beeldhouwkunst en Architectuur van 1897 tot 1909. Hij heeft daar lesgegeven aan onder andere Pavel Koeznetsov, Nikolaj Sapoenov, Koezma Petrov-Vodkin, Nikolaj Oeljanov en Konstantin Joeon. Serov is begraven op de begraafplaats van het Novodevitsji klooster in Moskou.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Valentin Serov heeft enkele zeer mooie portretten in het Russisch Museum hangen, waaronder die van Sofija Michajlovna Botkina (1899), Zinaida Nikolaevna Yusupova (1902) en Olga Konstantinova Orlova (1911).

catalogus
catalogus met portret van Olga Orlova op de omslag. Olga was overigens niet tevreden met het resultaat en liet zich door een andere schilder portretteren

Valentin Serov, 140th Anniversary | meer Russische schilders

donderdag 9 februari 2006
pianosonates
Alle pianosonates van Aleksandr Skrjabin
uitgevoerd door Håkon Austbø [ Simax / Brilliant Classics ]

Dinsdag schreef ik hier over de Russische componist Aleksandr Skrjabin. Bij het Kruidvat kocht ik een box met 3 CD’s met symfonieën en bestelde daarna via de webwinkel een box met pianosonates die vandaag bezorgd werd.

Aleksander Skrjabin was ook een gevierd concertpianist en schreef in een zeer persoonlijke stijl voornamelijk muziek voor zijn instrument: ruim 200 stukken. De 10 sonates vormen een hoogtepunt in de pianoliteratuur. Skrjabin was een vriend en tijdgenoot van Rachmaninov. Zijn eerste vier sonates zijn nog geïnspireerd op Chopin. Maar ze bevatten ook al de kenmerkende korte frasen, zwevende ritmiek en “geparfumeerde” harmonieën. Rond de vijfde sonate ging de componist steeds meer zijn eigen, complexe en in toenemende mate, a-tonale weg.
Scrjabin Piano Sonatas
de complete pianosontas
van Aleksandr Skrjabin

De sonatas worden uitgevoerd door de Noorse pianist Håkon Austbø . Van deze meesterpianist heb ik al een CD box met lyrische stukken van Edvard Grieg, die ook verschenen is bij Brilliant Classics, het label van het Kruidvat. De pianosonates in de uitvoering van verschenen in 1990 bij het SIMAX label.

De Noorse pianist Håkon Austbø is een veelzijdig pianist met als specialisme de muziek van enkele twintigste-eeuwse componisten. Daaronder die van Skrjabin en Messiaen. Hij voert hun muziek zeer regelmatig uit in binnen- en buitenland. Zijn talrijke platen, gemaakt voor diverse labels, genieten internationale waardering. Bij SIMAX bracht hij op CD de 10 sonates van Skrjabin uit; een opname die door het blad Gramophone als referentie werd genoemd en die in 1990 de prijs kreeg voor de beste Noorse klassieke plaat.

woensdag 8 februari 2006
heldenstad
Premiere van Blockade van Sergej Loznitsa
op het Filmfestival van Rotterdam

Vorig jaar juni kwam ik al zwervend over het Vasilevsky Ostra in Sint-Petersburg op een militaire begraafplaats terecht waar slachtoffers liggen van de blockade van Leningrad (1941-43). De grote herdenking (60 jaar na de overwinning op het fascisme) was een maand eerder geweest en overal op de begraafplaats stonden nog erekransen met plastic bloemen en rode sterren. Het 900-dagen durende beleg van Leningrad heeft aan ongeveer 640.000 slachtoffers het leven gekost, eenderde van de toenmalige bevolking.

Dat Leningrad na de Grote Vaderlandse Oorlog tot Heldenstad zou worden uitgeroepen stond waarschijnlijk voor het beleg al in de draaiboeken. De jonge Sovjet Unie had mythen (dus helden) nodig en Stalin besloot dat de inwoners niet mochten evacueren en zo werden honderdduizenden ten dode opgeschreven. De meeste slachtoffers vielen niet door vijandelijk vuur maar door honger en kou, vooral tijdens de barre wintermaanden.

blockade Leningrad
straatbeeld tijdens het beleg van Leningrad

Op het Filmfestival van Rotterdam is de film Blockade de Russische cineast Sergej Loznitsa in premiere gegaan. De film is opgebouwd uit gevonden filmfragmenten uit de archieven in Moskou en toont een indrukwekkend beeld van het gruwelijkste beleg aller tijden.

Het beeld bestaat uitsluitend uit materiaal over de belegering van Leningrad tijdens de Tweede Wereldoorlog, dat Sergej Loznitsa vond in de archieven in Moskou. Door de van oorsprong zwijgende opnamen van een nauwgezet gereconstrueerde en haast perfecte geluidsband te voorzien, lijken de scènes van het dagelijks leven onder het beleg zich in het heden af te spelen. Door de montage niet te verknippen maar de scènes de ruimte te geven een verhaal te vertellen, ontrekken de scènes zich aan de specifieke historische gebeurtenissen en gaan een nieuw leven lijden. Ze roepen niet zozeer herinneringen op aan een verleden, maar worden een adembenemende reanimatie van de werkelijkheid.
 
Bron: filmfestivalrotterdam.com
blockade Leningrad
In seinem jüngsten Film Blockade , den Loznitsa erst vor wenigen Wochen fertiggestellt hat, ist die Arbeit auf der Tonspur ganz entscheidend. Der Film ist ein historisches Portrait Leningrads während der Blockade im Zweiten Weltkrieg, das Loznitsa ausschließlich aus Material aus den Moskauer Archiven zusammengestellt hat. Loznitsa imaginiert zu dem stummen Geschehen im Bild eine Tonspur, synchronisiert nachträglich, was auf Bildebene zu sehen ist, ordnet Geräusche zu, die auf der Tonspur unterstützen, was sich im Bild ereignet. Die Töne sind technisch vollkommen, genau zum Bild gesetzt und erzeugen eine unausweichliche, akustische Präsenz der Szenen, so als würden sie im Moment passieren. Durch diese Arbeit auf der Tonspur, entreißt Loznitsa die Bilder dem Aspekt des Archivierten, Vergangenen; er “reanimiert” sie und verlegt die Bilder wieder dahin, woher sie einst kamen: in die Mitte eines sich im Moment des Filmens ereignenden Lebens.
 
Im Kontext seiner eigenen Filme wirkt Blockade wie ein Film, in dem auch die Bilder Loznitsa selbst zugeordnet werden können. Auch Blockade faßt wiederkehrende Szenen zu längeren thematischen Sequenzen zusammen, gibt den Archivbildern dadurch Dauer, die ihnen eine ganz spezifische Präsenz verleiht. Szenerien, wie das Aufsammeln des Bausschutts nach einem Bombenangriff und das Abtransportieren von Leichen mit Handwägen, ruft Loznitsa nicht als einmalige historische Situation auf, sondern bündelt sie zu wiederkehrenden Handlungen. Erst in der Wiederholung verlieren die Bilder das Präteritum einer vergangen Zeit und erhalten in der Wiederkehr den Charakter historischen Präsens, eines quasi präsenten Lebens. Das Vergangene zur Gegenwart machen - bei Loznitsa erhält der Zeitenwechsel immer auch die Dimension der Metapher. Die Blockade ist auch noch heute auszumachen, die Geschichte kommt nicht voran in Russland, sondern dreht sich, wie die Kamera beim weitläufigen 360-Grad-Schwenk, im Kreis.

foto’s op Voice of Russia.

dinsdag 7 februari 2006
stikken in extase [ 1 ]
vandaag gekocht bij : 3 CD’s met symfonieën van Alexander Skrjabin

Alexander SkrjabinOf de Russische componist Alexander Skrjabin echt van zijn publiek hield, valt te betwijfelen. Hij wilde het namelijk laten stikken in extase. Hij geloofde heilig in zijn missie: de mens de weg wijzen naar zijn hogere geestelijke bestemming. Dat Skrjabin zich als een profeet zag was in die dagen niet ongewoon. In de jaren 90 van de 19e eeuw was het verhevene in de mode en waren overal in Europa geestelijke bewegingen en charismatische figuren als paddestoelen uit de grond omhoog geschoten. Een daarvan, de Theosofische Vereniging, in 1875 in New York opgericht door Henry S. Olcott, William Q. Judge en zijn landgenote Helena Petrovna Blavatsky had bij de elite in Europa en Rusland grote aanhang gekregen. Ook Skrjabin verdiepte zich in de theosofie

Vorige week heb ik nog een korte ’sentimental journey’ gemaakt door de Utrechtsestraat in Arnhem, de straat waar ik 22 jaar geleden als student aan de kunstacademie kwam wonen. Daar kwam ik dagelijks langs een oud huis op de hoek van de Brugstraat met het intrigerende bord Bibliotheek van de Theosofische Vereniging.
ThoughtformsVoor kunstgeschiedenis moest ik in 1984 een lezing houden over het ontstaan van de abstracte schilderkunst en in een literatuuropgave was ik een theosofisch boek tegengekomen dat veel indruk gemaakt had op Mondriaan. Op een dinsdagavond stapte ik bij de theosofische bibliotheek binnen om het boek Thoughtforms (1901) van Charles Leadbeater en Annie Besant te zoeken. Ik was op de juiste plaats want ze hadden zelfs een exemplaar uit 1903 met kleurenplaten en in een nederlandse vertaling van Johan van Manen. Het was mijn eerste kennismaking met de theosofie en ik begon te lezen over aura’s en synesthesie, een geliefd onderwerp bij kunstenaars honderd jaar geleden.

Alexander ScriabinOok Skrjabin was een hartstochtelijk aanhanger van synesthesie en geloofde in een huwelijk tussen kleur en muziek. Hij heeft zelfs de uitvinding van het lichtorgel (kleurenklavier) op zijn naam staan. In de première van zijn symfonische gedicht Prometheus in 1911 was een kleurenklavier gepland, dat in bepaalde accoorden gekleurd licht mengt op een wit scherm. Skrjabin liep hiermee dus al vooruit op de lichtshows van deze tijd. Ook in de housemuziek is ritme, klank en kleur essentieel voor het opwekken van een extatische ervaring.
 

Skrjabin interesseerde zich onder meer voor theosofie en oosterse religie, i.h.b. die richting die zich later tot de Soefibeweging zou ontwikkelen. Veel van zijn werken getuigen van zijn voorloperschap. Voorbeelden hiervan zijn niet slechts zijn Eerste Symfonie, die in feite een ‘Ode aan de Kunst’ is, maar ook drie latere symfonieën, ‘Le Poème de l’Extase’, ‘Le Poème du Feu’ en ‘Le Poème Divin’… Met Hazrat Inaïat Khan ontwierp hij een extravagante metafysica voor zijn ‘Mysterium’, een nieuw Gesamtkunstwerk waarin alle kunstrichtingen en menselijke zintuigelijke waarnemingen tot een harmonisch geheel zouden versmelten, in een in India nieuw te bouwen bolvormige koepelzaal.
 
Bron: componisten.net

scriabinsociety.com | skrjabin genootschap | synesthesie.nl

maandag 6 februari 2006
cartoonrel [ 5 ]

De moslimwoede bereikte dit weekend een nieuw hoogtepunt. Telkens als ik weer beelden zie van een woedende menigte moslimmannen vraag ik mij af wat deze mensen toch bezielt. Vandaag schreef columnist Rob Schouten in Trouw het volgende:

Ik denk dat de islamitische volkswoede vooral een kwestie is van lekkere verongelijktheid, het Calimero-syndroom. Ik herken het uit mijn jeugd, eerst plaagde ik mijn zusje en kreeg ik van mijn ouders op m’n kop; tot zusje op een gegeven moment iets ergs zei en ik zielig naar m’n moeder kon kruipen. Al die tijd kijkt het Westen kwaad naar je omdat zelfmoordenaars en onthoofders bij je vandaan komen maar eindelijk kun je nu eens de gekwetste onschuld uithangen.

Geert WildersVandaag worden door de radicaal islamitische organisatie Hizb Ut Tahir pamfletten uitgedeeld in Nederlandse steden die Geert Wilders oproepen om de sportprenten van zijn site te halen.
 
De spotprenten zijn overigens ook alle twaalf te zien op de websites van De Volkskrant en fok.nl. Afgelopen zaterdag kwamen op de redactie van De Volkskrant bedreigingen binnen.
 

De radicaal islamitische organisatie Hizb UtTahrir heeft in Geuzenveld-Slotermeer een pamflet verspreid met een waarschuwing aan Geert Wilders. Volgens Hizb UtTahrir zou de politicus veel moslims hebben beledigd door het plaatsen van de spotprenten op zijn website. In de brief eist de groepering dat de politicus deze verwijderd. De brieven zijn zaterdagavond in meerdere brievenbussen gedaan. De politie heeft inmiddels ook een exemplaar.
 
Bron: nieuwnieuws.nl

geertwilders.nl | over Hizb Ut Tahir [ expliciet.nl ]

zondag 5 februari 2006
nostalgie

De foto’s van de Amsterdamse fotograaf Jacob Olie zijn goed vertegenwoordigd in het Gemeentearchief van Amsterdam. In de webwinkel van het Gemeentearchief kun je behalve reproducties van zijn foto’s ook het boek Jacob Olie Jbz bestellen.

Jacob Olie geniet bekendheid als gedreven fotopionier en portretfotograaf maar vooral is hij beroemd geworden als de man die het beeld van 19de eeuws Amsterdam heeft vastgelegd op de gevoelige plaat. En dat terwijl de fotografie niet meer dan een liefhebberij was. Zijn dagelijks brood verdiende deze amateurfotograaf met andere werkzaamheden, eerst als timmerman en bouwkundige, later als tekenleraar en directeur van de eerste ambachtsschool van Nederland.
 
Olie maakte zijn eerste opnamen waarschijnlijk in de zomer van 1861. Hij bouwde eigenhandig een camera. Ook sneed hij zelf uit vensterglas de glasplaatnegatieven. Fotografen gebruikten indertijd het zogenaamde natte collodium procédé. Daarbij werd een natte glasplaat in de camera geplaatst. Het was zaak om de nog steeds natte plaat direct na de opname in de donkere kamer te ontwikkelen. Door deze technische beperkingen kon Olie alleen in zijn eigen omgeving fotograferen.
Jacob Olie
Het Paleis voor Volksvlijt gezien vanaf de Weteringschans, 1892

Het Paleis voor Volksvlijt werd in 1864 op initiatief van Samuel Sarphati gebouwd maar brandde in 1929 af. Nu staat het gebouw van de Nederlandsche Bank er. De Stichting Paleis voor Volksvlijt die o.a. door Wim T. Schippers in juni 2002 werd opgericht, wil het gebouw herbouwen. Hoe deze plek in Amsterdam er in 1900 uitzag, is te zien in een animatie. Op de website amsterdam.nl is meer te lezen over het Paleis voor Volksvlijt.

zaterdag 4 februari 2006
de bazel
Gemeentearchief Amsterdam verhuist naar de Vijzelstraat

Wanneer ik in de jaren zeventig als kind met mijn ouders meeging naar Amsterdam, reden we altijd door de Vijzelstraat naar het centrum. Daar passeerden we dan het reusachtige gebouw van de Nederlandsche Handels Maatschappij gebouwd tussen 1920 en 1926 en ik voelde me er altijd onbehagelijk bij. Te groot, te ongenaakbaar, te gesloten.

De BazelVeel later toen ik mij in theosofie begon te verdiepen, ontdekte ik dat dit monolitische gebouw geconstrueerd is volgens theosofische principes. De architect en theosoof K.P.C. de Bazel (1869-1923) [zie foto] liet zich o.a. inspireren door hindoeïstische tempelbouw. Het gebouw wordt overigens in de volksmond genoemd naar zijn schepper. Maar de Amsterdammers hebben wellicht nog om een andere reden gekozen voor deze naam: door zijn ritmische opbouw van verschillende kleuren steen en inspringingen maakt de monoliet een indruk van gebazel in de ruimte.

De Bazel
De Bazel wordt het nieuwe onderkomen van het Gemeentearchief Amsterdam
Architect K.P.C. de Bazel ontwierp in 1920 het nieuwe hoofdgebouw van de Nederlandsche Handel-Maatschappij in de Vijzelstraat. Het enorme bouwwerk vult de hele ruimte tussen de Herengracht en de Keizersgracht. Het gebouw is 31 meter hoog. Doordat de gevels aan de bovenzijde trapsgewijs terugwijken, wordt die enorme hoogte een beetje verdoezeld. De lange gevel aan de Vijzelstraat heeft 5 vooruitspringende partijen, die ook in de twee inspringende bovenste verdiepingen terugkomen. De muren hebben een patroon van afwisselend baksteen en natuursteen. Bij dit bouwwerk, dat als het belangrijkste gebouw uit de jaren twintig en als het grootste van de door De Bazel verwezenlijkte projecten beschouwd kan worden, werden opnieuw veelvuldig Egyptische en Assyrische motieven toegepast.
 
Het ruim 100 m. lange gebouw is voorzien van een betonskelet dat, in tegenstelling tot Berlages kantoorgebouw voor De Nederlanden van 1845 in Den Haag (1930), door een omkleding van natuur- en baksteen aan het gezicht is onttrokken. Als gevolg van gelukkig gekozen verhoudingen maakt de lange voorgevel een levendige indruk. Deze indruk wordt nog versterkt door het afwisselend gebruik van natuur- en baksteen en door de rijke toepassing van beeldhouwwerk. De Bazel maakte de voltooiing van het bouwwerk, in 1926, niet meer mee.
 
Bron: stationsweb.brinkster.net
Ingang
De ingang met aan weerszijden beelden die Europa en Azië symboliseren

Het grootste gemeentearchief ter wereld, het gemeentearchief van de stad Amsterdam, gaat verhuizen naar dit voormalige bankgebouw. Op de website van het gemeentearchief staat een mooie fotopresentatie van het gebouw in 1926

gemeentearchief.amsterdam.nl

vrijdag 3 februari 2006
cartoonrel [ 4 ]
Balkenende, Straw en Higgins over de spotprenten
Premier Balkenende betreurt de dreigementen uit de moslimwereld vanwege het afdrukken van spotprenten van de profeet Mohammed in een Deense krant. “In onze wereld stappen we naar de rechter als iemand over de schreef gaat. Daar is geen plaats voor dreiging en eigen richting,” zei hij vrijdag op zijn wekelijkse persconferentie. Er is hier gelukkig vrijheid van meningsuiting, vervolgde hij. “Tegelijkertijd moeten wij ons realiseren wat onze beelden en ideeën bij anderen kunnen veroorzaken.”
 
De Britse minister van Buitenlandse Zaken Jack Straw vindt het telkens opnieuw afdrukken van omstreden spotprenten van de profeet Mohammed “beledigend, gevoelloos, oneerbiedig en verkeerd". Hij maakte zijn opmerkingen na een bezoek van zijn Sudanese collega. In elke religie zijn taboes, en media moeten daarvoor respect tonen, aldus Straw. De bewindsman prees de Britse media, die tot op heden geen enkele karikatuur hebben afgedrukt, om hun “terughoudendheid en verantwoordelijk- heidsgevoel".
 
Bron: nu.nl

Engeland distantieert zich dus van de Europese kranten in hun solidariteit met de Denen. Amerika sluit zich daarbij aan. Justin Higgins, de woordvoerder van de minister van Buitenlandse Zaken Condoleeza Rice, riep op tot respect en verdraagzaamheid. De moslimwoede wordt zo wat gelijkmatiger uitgesmeerd over de Westerse wereld.

De afbeeldingen zijn, kwetsend voor het geloof van moslims, aldus Justin Higgins. Hij stelde dat de VS uiteraard volledig de persvrijheid erkennen, maar dat de pers ook zijn verantwoordelijkheid moet nemen. „Het op deze manier aanzetten tot religieuze of etnische haat is niet acceptabel. We roepen op tot tolerantie en respect voor elke gemeenschap en hun religieuze overtuigingen en praktijken.”
 
Bron: telegraaf.nl
cartoonrel [ 3 ]

De rel begint uit de hand te lopen nu ook de Spaanse El Pais en de Italiaanse El Libero vandaag de gewraakte spotprenten geplaatst hebben. Kranten in Noorwegen, Nederland, Zwitserland, Frankrijk en Duitsland verklaarden zich eerder deze week al solidair met de Denen die in de islamitische wereld gestraft worden met een boycot. Maar de hoofdredacteur van France-Soir heeft gisteren ontslag gekregen van zijn Egyptische baas, nadat zijn krant eerder deze week alle prenten had afgedrukt.

Tom in Trouw
spotprent over de spotprent
van Tom in Trouw

Trouw schrijft vandaag in haar commentaar op deze affaire het volgende:

De hoofdredacteur van de France-Soir, die deze week de Deense cartoons ook publiceerde, schreef in een commentaar dat excuses aanbieden voor het uitoefenen van de vrijheid van meningsuiting niet gepast is, al helemaal niet aan vertegenwoordigers van landen die hun eigen burgers vrijheid onthouden: ’Dat is de wereld op zijn kop. Nee, wij verontschuldigen ons nooit voor het feit dat we vrij zijn te praten, te denken en te geloven’. Gisteren werd hij ontslagen door de Egyptische eigenaar van de krant.
 
Nederlandse tekenaars verklaarden deze week dat ze de profeet Mohammed niet of alleen terughoudend durven te tekenen. ’Het is een soort zelfcensuur’, zei de een. ’Ik heb grote ramen en ik wil graag dat ze heel blijven.’ Een ander had geen zin in gelazer. ’Waarom zou ik olie op het vuur gooien?’
 
Journalisten bieden excuses aan, worden ontslagen of plegen zelfcensuur. In Duitsland hadden ze in de jaren dertig een mooi woord voor dit verschijnsel: Einschüchterung. Dat is precies wat zich in deze tijd voltrekt. Langzamerhand, sluipenderwijs.
 
Daarbij gaat het er niet in de eerste plaats om of je begrip kunt hebben voor moslims die zich door de cartoons gekwetst voelen. En ook niet over de vraag hoe verstandig het is ze te publiceren of hoe smaakvol (en geestig) de tekeningen zijn. Daarover moet je vrij van mening kunnen verschillen. Voorop staat dat het onaanvaardbaar is hoe sommige moslims en regeringen hun gekwetstheid uiten. Respect voor religie kan niet afgedwongen worden met intimidatie door degenen voor wie respect voor vrijheden niet bestaat. En, inderdaad, verontschuldigen is dan de wereld op z’n kop.
 
Bron: trouw.nl

Dit commentaar leverde vandaag heel reacties op, die je op de website van trouw kunt lezen o.a. die van Koen:

Dat sluipende proces van Einschüchterung heeft bij ons eigenlijk al een geschiedenis van ruim 20 jaar. De burger zag al in de jaren ‘80 dat er met de integratie op onderdelen zaken helemaal mis gingen, maar een échte discussie daarover moest door Pim Fortuyn worden geforceerd. Pas tóén ging bij de elite eindelijk de ogen open. En nu laten wij ons alléén nog maar bang maken, en nemen we al even sluipend afscheid van onze rechtsstaat…
 
Zeker door deze cartoon-affaire ben ik met andere ogen naar de boodschap van Theo van Gogh en Hirsi Ali gaan kijken. Wij in de westerse wereld nemen alles en iedereen -als daar aanleiding voor is- in cartoons op de hak. Of het nu de Paus is, de regering, president Bush… En dat moet ook zo blijven ook, als wij aan de Mullahs gaan toegeven is het straks de laatste keer dat we Bevrijdingsdag hebben gevierd… De woede over de cartoons bij de Mullahs kon nog wel eens meer over hénzelf en hun bedoelingen, dan over de cartoonisten zeggen. Géén excuses dus!

meer over deze affaire vandaag in Trouw.

opwindende stukjes papier

Wie verzamelt er nu nog postzegels? Deze hobby lijkt uitsluitend voorbehouden aan stoffige grijze heren onder schemerlampen in benauwde achterkamers. Maar dit is een vreselijk vooroordeel. Postzegels verzamelen is namelijk helemaal geen duffe hobby. Groot was mijn vreugde toen bleek dat een vriendin van mij een hartstochtelijk filatelist is. Ze is in de dertig en helemaal niet duf, eerder een wilde meid, maar postzegels brengen haar in een meditatieve staat. Dat herken ik wel, urenlang op je buik op de vloer en overal postzegels om je heen.

Postzegelhaters weten één ding niet: aan een postzegel kun je de hele wereld ophangen en dat maakt postzegels juist zo leuk. Binnen de wereld van de filatelie kom je wel randverschijnselen tegen waarbij het vooroordeel misschien opgaat. Zo zijn er mensen die geen postzegels meer verzamelen, maar velranden. Ze hebben zich verenigd en dat moet ook want het is een heel eenzame hobby.

etsingnummers
velrandbijzonderheden

Verzamelaars van velranden blijken doorgaans wel gepensioneerde heren te zijn. Gaat het vooroordeel voor velrandverzamelaars dan wel op? Misschien, maar als je eenmaal velranden kunt lezen, gaat er waarschijnlijk een wereld voor je open die je in vervoering kan brengen.
Chapeau voor degene die zover komt!

Studiegroep Velrandbijzonderheden

donderdag 2 februari 2006
cartoonrel [ 2 ]

Eerder vandaag schreef ik hier over de commotie die er onder moslims en in de Arabische wereld ontstaan is door de publicatie van spotprenten van Mohammed vorig jaar september in de Deense krant Jyllands-Posten. Vandaag verklaarden enkele Europese kranten (waaronder France Soir en Die Welt ) zich solidair met de Denen en publiceerden de prenten ook.

France Soir
de twaalf spotprenten
gisteren in France Soir
De Franse krant France Soir heeft de verontwaardiging onder moslims over het afbeelden van de profeet Mohammed verder gevoed door gisteren spotprenten uit de Deense Jyllands-Posten opnieuw af te drukken. De krant deed dat onder de kop: ‘Ja, men heeft het recht om een karikatuur van God te maken’. De publicatie heeft geleid tot het ontslag van hoofdredacteur Jacques Lefranc. Ook de Duitse krant Die Welt publiceerde een van de cartoons op haar voorpagina met de vermelding dat in de democratie het ‘recht op blasfemie’ verankerd ligt.
 
Bron: nrc.nl
cartoonrel [ 1 ]

Toen Theo van Gogh vermoord was, volgde dezelfde avond een debat bij Rondom Tien. Een van de genodigden was de satiricus Rob Muntz en hij opperde dat het na Monty Python’s Life of Brian de hoogste tijd was voor een satirische film over het leven van Mohammed en dat hij deze wel zou willen maken. Vorig jaar echter toen hij met een collega het RVU-programma God bestaat niet had opgeleukt met een kwetsende sketche met twee hondjes die Jezus en ‘de Profeet’ moesten voorstellen, ontkende hij heftig dat het ene hondje Mohammed moest voorstellen. Hij had geen zin om gekeeld te worden.

We komen er steeds meer achter: Jezus Christus en zijn volgelingen kun je straffeloos belachelijk maken, maar van ‘de Profeet’ moet je afblijven, anders… In Denemarken, Zweden en Noorwegen hebben de moedige media zich niets van deze intimidatie aangetrokken. Met grote gevolgen. Overal in de Arabische wereld moest alles wat Skandinavisch was het ontgelden. Het liep zo hoog op dat zelf de Deense premier en de buitenlandcoördinator van de EU zich ermee moesten gaan bemoeien. Uiteindelijk heeft de Deense krant Jyllands-Posten excuses aangeboden.

Mohammed
een van de gewraakte spotprenten
van Kurt Westergaard
In de rel over Deense cartoons van Mohammed heeft zich nu ook Brussel gemengd. Javier Solana, de EU- buitenlandcoördinator, stelde dat de Unie op geen enkele wijze religies wil demoniseren, maar verdedigde wel de persvrijheid in Europa.
 
Een van de twaalf gewraakte cartoonsWoedende Palestijnen bestormden gisteren een kantoor van de Europese Unie in de Gazastrook en waarschuwden Denen en Noren niet naar de Palestijnse gebieden te komen. Bij het Zweedse consulaat in Jeruzalem kwam een fax binnen met een oproep van de radicale Al Aksa Brigades aan alle Denen en Zweden om binnen 48 uur de Palestijnse gebieden te verlaten.
 
De Europese ministers van Buitenlandse Zaken veroordeelden tijdens overleg in Brussel deze ’ernstige bedreigingen’. Denemarken gaf gisteren een negatief reisadvies voor Saoedi-Arabië. Kopenhagen waarschuwde Deense toeristen, voorzichtig te zijn in het Midden-Oosten.
 
Aanleiding voor alle commotie is de publicatie van een aantal spotprenten van de profeet Mohammed vorig jaar september in de Deense krant Jyllands-Posten en later in Noorse en andere media. De tekeningen leidden tot hevige protesten in het Midden-Oosten. De Deense regering verdedigde het recht van de krant om de cartoons te plaatsen.
 
Jyllands-Posten bood gisteren in een verklaring moslims wereldwijd verontschuldigingen aan.
 
Met de publicatie vorig jaar wilde het grootste Deense dagblad zelfcensuur in de media aankaarten en protesteren tegen de beknotting van de vrijheid van meningsuiting. Het ging om een solidariteitsactie met een schrijver die geen uitgever kon vinden voor diens boek over de profeet Mohammed. De uitgevers vreesden represailles. Ook kon de auteur geen illustrator krijgen.
 
Bron: trouw.nl

Staat u achter de excuses van de Deense krant Jyllands-Posten aan moslims wereldwijd, voor het publiceren van spotprenten over de profeet Mohammed?

woensdag 1 februari 2006
god = liefde
Afgelopen maand verscheen Deus Caritas Est
de eerste encycliek van paus Benediktus XVI
God is liefde: wie in de liefde woont, woont in God en God is met hem” (1 Joh. 4, 16)
Deze woorden uit de Eerste Brief van Johannes spreekt met verrassende duidelijkheid over het hart van het christelijk geloof: het christelijke beeld van God en het resultaat van deze afbeelding in de mensheid en zijn bestemming. In hetzelfde vers geeft de Heilige Johannes ook een soort samenvatting van het christelijk leven: “Zo hebben wij de liefde leren kennen die God voor ons heeft, en wij gelóven in haar”. (1 Joh. 4, 16)
 
Bron: rkdocumenten.nl

Zo begint paus Benediktus XVI zijn eerste encycliek Deus Caritas Est De immer uptodate online encyclopedie wikipedia schrijft het volgende over de nieuwe encycliek:

paus Benediktus XVIDe titel is afkomstig van de Eerste brief van Johannes (vers 4:16). In 42 alinea’s over 70 pagina’s bespreekt de encycliek de concepten eros (seksuele liefde), agape (onvoorwaardelijke liefde), logos (het woord) en hun verhouding tot de leer van Jezus Christus. Het document legt uit dat eros en agape beide inherent goed zijn, maar dat eros het gevaar loopt te worden gedegradeerd tot enkel seks wanneer het niet in balans wordt gebracht door een Christelijk spiritueel element.
 
De mening dat eros inherent goed is, staat in contrast met de zienswijze van Anders Nygren, een Lutherse bisschop, die aan het begin van de twintigste eeuw in zijn boek Eros en Agape verkondigde dat agape de enige echte Christelijke vorm van liefde is, en dat eros (een uitdrukking van de menselijke verlangens) ons afhoudt van God.
 
Bron: wikipedia.org
Titiaan: de hemelse en aardse liefde
de hemelse en aardse liefde op een Italiaanse postzegel [ schilderij van Titiaan ]

Een Nederlandse vertaling staat inmiddels online.

katholieknederland.nl en katholieknieuwsblad.nl over de encycliek.

johannes@mimesis.nl

HTML Hit Counters
eXTReMe Tracker

het numineuze www.griffioen-beelden.nl

www.gerdrenshof.com

www.vanleestantiek.com

nl.orthodoxlogos.com

comics grafische vormgeving en webdesign muziek tekeningen en illustraties wetenschap taal & poëzie Rusland religie geschiedenis filosofie film boeken orthodoxie schilderkunst architectuur fotografie