vrijdag 30 juni 2006
ik bevond mij alweer hier

Ik dacht dat ik daar was, maar vanmiddag bevond ik mij tijdens een fietstocht over de Rijnbandijk alweer onverwacht hier.

Van deze here-and-now-experience kun je even op adem komen aan de Marsdijk ter hoogte van Lienden.

vGtO

Psalters [ 2 ]
Iers: Cathach, het Psalter van St. Columba, c. 560-630
Written in Latin. The Cathach is the oldest extant Irish manuscript of the Psalter and the earliest example of Irish writing. It contains a Vulgate version of Psalms XXX (10) to CV (13) with an interpretative rubric or heading before each psalm. It is traditionally ascribed to St. Columba as the copy, made at night in haste by a miraculous light, of a Psalter lent to Columba by St. Finnian. A dispute arose about the ownership of the copy and King Diarmait Mac Cerbhaill gave the judgement “To every cow belongs her calf, therefore to every book belongs its copy". The arbitration failed and the Psalter of St. Columba passed into the hands of the O’Donnells after the battle of Cul Dremhne in A.D. 561. St. Columba went to Iona in A.D. 563. It is possible to date the manuscript to the late 6th or early 7th century from the script, but modern historical scholarship has cast doubts on the authorship by St. Columba as well as on the dating.
 
Bron: ria.ie.
cathach
detail uit het handschrift

Cathach, the Psalter of St. Columba | meer Psalters

donderdag 29 juni 2006
Petrus en Paulus
Vandaag wordt het Feest van Petrus en Paulus gevierd
Troparion - Tone 4
 
First-enthroned of the apostles,
teachers of the universe:
Entreat the Master of all
to grant peace to the world
and to our souls great mercy!
Petrus en Paulus
Kontakion - Tone 2
 
O Lord, You have taken up to eternal rest
and to the enjoyment of Your blessings
the two divinely-inspired preachers, the leaders of the Apostles,
for You have accepted their labors and deaths as a sweet-smelling sacrifice,
for You alone know what lies in the hearts of men.
 
Kontakion - Tone 2
 
Today Christ the Rock glorifies with highest honor
The rock of Faith and leader of the Apostles,
Together with Paul and the company of the twelve,
Whose memory we celebrate with eagerness of faith,
Giving glory to the one who gave glory to them!
 
Bron: oca.org
woensdag 28 juni 2006
Psalters [ 1 ]
Karolingisch: het Utrechts Psalter (School van Reims, c. 820-835)

Vandaag begin ik met een reeks over historische psalters. Ik open met het kostbaarste handschrift dat in ons land bewaard wordt: het zgn. Utrechts Psalter. Dit wereldberoemde manuscript werd vervaardigd in de Benedictijner abdij Hautvillers bij Epernay en is een topstuk uit de Karolingische handschriftenproductie. Op de website van de Universiteit van Utrecht kun je een digitaal facsimile van dit unieke handschrift in een virtuele vitrine bekijken.

psalm 11
Psalm 11:7 7 Des Heeren woorden zijn reine woorden: zilver door het vuur beproefd, gangbare munt, zevenmaal gelouterd.
Op de negende-eeuwse tijdgenoten moeten vooral de 166 pentekeningen die aan de tekst van elk van de 150 psalmen en de zestien daaraan toegevoegde bijbelse liedteksten – de zogenaamde cantica – voorafgaan, een even overweldigende indruk hebben gemaakt als op ons. De tekst van de psalmen, die al in de vroegchristelijke gemeenschappen zo’n cruciale rol speelde en in de volgende eeuwen het religieuze en devotionele leven in hoge mate vormgaf, werd hier, in dit handschrift, plotseling op een tot dan toe ongekende manier tot leven gewekt. De beelden die de eeuwenlang uit het hoofd geleerde en gereciteerde psalmverzen opriepen, werden hier nu voor ogen getoverd in een geheel nieuwe stijl die zijn inspiratie vond in de vormgevingsprincipes van de late oudheid en van het vroege christendom.
 
Deze nieuwe stijl was ontstaan en was voorbereid in een groep handschriften die in het begin van de negende eeuw vervaardigd was aan het hof van Karel de Grote in Aken. Tot volle bloei kwam de stijl echter twee tot drie decennia later in een ander belangrijk centrum van Karolingische cultuur en Renovatio, namelijk in Reims, waar Ebbo, de zogeheten zoogbroeder van de nieuwe keizer, Karel de Grote’s zoon Lodewijk de Vrome, sinds 816 als aartsbisschop zetelde. Een van de boeken die in opdracht van Ebbo werden gemaakt, is het Ebbo Evangeliarium (nu Epernay, Bibliothèque Municipale, Ms. 1), vervaardigd in de benedictijner abdij Hautvillers bij Epernay. De portretten van de evangelisten in het Ebbo Evangeliarium vertonen zo’n grote verwantschap met de tekeningen in het Utrechts Psalter dat ook het laatste handschrift vervaardigd moet zijn in Hautvillers, tussen circa 820 en 835. Het Utrechts Psalter wordt algemeen beschouwd als het belangrijkste handschrift van de zogenaamde School van Reims.
 
Lees verder: vitrine.library.uu.nl/
psalm 150
Psalm 150:5 Looft Hem met hel-klinkende cimbalen looft Hem met bekkens van vreugdegeluid!

Het Utrechts Psalter behoort zonder meer tot de grootste meesterwerken van de Westerse middeleeuwse kunst. Het is ongetwijfeld het belangrijkste boek dat in Nederland bewaard wordt en zeker het topstuk van de Utrechtse Universiteitsbibliotheek. Zijn naam dankt het handschrift aan de huidige plaats van bewaring, niet aan de plaats van vervaardiging. Het is een zogenaamd psalter of psalterium, dat wil zeggen dat het handschrift de tekst van het bijbelboek Psalmen bevat.

Utrechts Psalter

dinsdag 27 juni 2006
verwrongen bloteriken [1]
maniërisme in de Lage Landen

Laatst schreef ik hier iets over de Haarlemse maniërist Hendrick Goltzius. Op de prachtige en informatieve website van het Metropolitan Museum las ik gisteren een stukje over schilders uit de Lage Landen die in de 16e eeuw de Renaissance uit Italië naar het Noorden brachten. Tot de eerste generatie van deze kunstenaars die de Renaissance hier introduceerden behoorden Jan Gossaert (Mabuse), (1478/88-1532), Lucas van Leyden (1494-1533) Jan van Schoorl (1495-1562) en Maarten van Heemskerck (1498-1574). Vooral de stijl van de laatste is sterk beinvloed door het maniërisme dat na 1525 in de mode is gekomen en daarna een zwaar stempel gedrukt heeft op de zestiende eeuwse schilderkunst.

Cornelis Cornelisz. van Haarlem
Cornelis Cornelisz. van Haarlem 1588
Val van de Titanen. De bloteriken worden als gekleurde hagel op een boterham gestrooid.

In Nederland kwam het maniërisme tot een hoogtepunt in de Haarlemse School. Hiertoe behoorden Cornelis Cornelisz. van Haarlem (1562-1638), Karel van Mander (1548-1606) en eerder genoemde Hendrick Goltzius (1558-1616). Het werk van Bartholomeus Spranger (1546-1611) vormde voor hen een enorme bron van inspiratie.

In the sixteenth century, Rome was the cradle and capital of Western civilization. It attracted painters, engravers, and sculptors from throughout Europe, especially the Netherlands and northern France. Rome’s principal attractions were its classical ruins, works by contemporary masters like Raphael and Michelangelo, and patronage from local aristocracy and the Roman Catholic Church. Important painters from the Netherlands who made the journey and stayed in the city (often for years, sometimes decades) were: Jan Gossaert, Jan van Scorel, Pieter Coecke van Aelst, Maarten van Heemskerck, Bartholomeus Spranger, Dionijs Calvaert, and Paul Bril. They were accompanied by sculptors, including Niccolò Pippi from Arras, Gillis van den Vliete, Jacques Du Broeucq, and his pupil Jean Boulogne (Giambologna). Among the engravers were Cornelis Cort, Aegidius Sadeler, and Hendrick Goltzius. Eagerly absorbing the available Roman culture, these artists also had an intensive interaction with, and left an imprint of their own, on the cultural scene of the Italian metropolis.
 
Bron: metmuseum.org

Op de site van het Metropolitan Museum kun je verschillende prenten met een interactief vergrootglas bekijken, zoals een mooie gewassen tekening van Bartholomeus Spranger of de vier beroemde gravures uit de serie Tantalus, Icarus, Phaeton en Ixion van Hendrick Goltzius.

Goltzius
Hendrick Goltzius 1588
uit de serie Tantalus, Icarus, Phaeton en Ixion. Zoek deze figuur op het schilderij van Cornelis Cornelisz.

maniërisme
De term ‘maniërisme’ wordt gebruikt voor de periode in de kunstgeschiedenis die volgt na de Renaissance. Rond 1520 streefde een aantal Italiaanse kunstenaars ernaar hun voorgangers - beroemde meesters als Rafael en Michelangelo - te evenaren. Sommigen probeerden bepaalde aspecten van de stijl (de manier, ‘maniera’) van deze kunstenaars te overtreffen. Zij keken bijvoorbeeld naar de gespierde lichamen en ingewikkelde houdingen in Michelangelo’s Sixtijnse kapel en deden daar nog een schepje bovenop. Lichamen met overdreven proporties en sterke draaiingen waren het resultaat. De ‘maniera’ van deze kunstenaars werd hierdoor een doel op zich, bijna een ‘maniertje’. Later werd deze kunst daarom wel ‘maniërisme’ genoemd.
 
Bron: rijksmuseum.nl

Northern Mannerism in the Early Sixteenth Century | Mannerism in Italy

maandag 26 juni 2006
ecologie en orthodoxie
gelezen: interview met Dimitri Oikonomou door Peter H. Siebe
in BEWEGING, Tijdschrift voor Reformatorische Wijsbegeerte
Dimitri OikonomouU onderscheidt een milieuethos van een milieuethiek. Maar hoe werkt zo’ n ethos dan in de praktijk? Hebben de oosters-orthodoxe christenen een andere levensstijl dan bijvoorbeeld de protestanten?
Er is helaas een groot verschil tussen wat mensen zeggen en wat ze doen, ook onder orthodoxe gelovigen. Maar zij worden wel aangemoedigd een bescheiden levensstijl te ontwikkelen, ook wel een ‘ascetische levensstijl’ genoemd. Het kerkelijk jaar helpt hen daarbij met perioden van vasten en feesten. Als we in sommige perioden afzien van bepaald voedsel, helpt dat ons te beseffen dat we niet van brood alleen leven. We proberen ons ook te onthouden van een consumentistische en verspillende levensstijl. En als we feesten, danken we God voor al het goede dat de aarde voortbrengt. Eten wordt een sacramentele daad van offeren en dankzegging.
 
Hoe kom ik aan zo’n milieuethos?
Een correct milieuethos vereist berouw. De eerste zonde van de mens was het breken van de vasten. Adam en Eva mochten niet eten van de verboden vrucht, maar deden het toch. Ze gaven toe aan de verleiding en stilden hun begeerte naar meer kennis en macht. De monarchie - de koninklijke eigenschap van het gemaakt zijn naar Gods beeld en gelijkenis - werd tirannie. Onze hebzuchtige en wellustige aard heeft ons gemaakt tot vervuilers van Gods goede schepping en heeft geleid tot een ontkenning van de wereld als een ’sacrament van communie tussen het menselijke en het goddelijke’. Het is nodig dat we als verloren zonen tot onszelf komen, vergeving vragen voor onze zelfzucht en onze blindheid voor de schoonheid en transformerende goedheid van Gods gaven aan ons. Het is onze zondige natuur die obstakels opwerpt voor een zorgzame en bescheiden levensstijl.
 
Past zo’n milieuethos bij landen als Rusland en Griekenland of is het universeel?
De moraal en leer van de Oosters-orthodoxe Kerk is altijd en overal dezelfde. Maar de toepassing ervan is niet mechanisch en overal eender. Verschillende situaties vereisen onder- scheidingsvermogen en daarvoor hebben we elkaar en doen we een beroep op geestelijk leiders. Mensen zijn immers sociale wezens. We leven, werken en delen met elkaar in gemeenschap, niet in een isolement. Besluiten nemen we in gebed, met vasten en berouw, zodat we ontvankelijk zijn voor de wil van God in ons leven.
 
Bron: aspecten.org/beweging
zondag 25 juni 2006
Heilige monnik
Vandaag is het volgens de oude kalender 12/25 juni
de naamdag van de Heilige Petrus van de Athos
Saint Peter was born of noble parents in Constantinople in the ninth century. Sent forth with the Roman army against the Saracens, he was taken captive and shut up in the prison of Samarra in Syria; this is no doubt the same prison in which the Forty-Two Martyrs of Amorion were kept (see Mar. 6). Released from prison through the prayers of Saint Nicholas of Myra and Saint Symeon the God-receiver, he fled to Rome, where he became a monk, and later came to the peninsula of Athos, where he lived in a cave as a solitary, suffering many temptations from the evil one, but also enjoying the manifest help of the most holy Theotokos. After many years, he reposed in peace.
 
Bron: iconograms.org
We lezen vandaag in de Kerk weer uit de Brief aan de Romeinen 2: 10-16
Iedereen die het goede doet wacht glorie, eer en vrede, de Joden in de eerste plaats, maar ook de andere volken. God maakt geen onderscheid. Allen die gezondigd hebben zonder de wet te kennen, zullen ook zonder de wet verloren gaan; en allen die gezondigd hebben terwijl ze de wet wel kennen, zullen door de wet worden veroordeeld. Niet wie de wet slechts aanhoort zal voor God rechtvaardig zijn, maar wie de wet naleeft. Wanneer namelijk heidenen, die de wet niet hebben, de wet van nature naleven, dan zijn ze zichzelf tot wet, ook al hebben ze hem niet. Ze bewijzen door hun daden dat wat de wet eist in hun hart geschreven staat; en hun geweten bevestigt dit, omdat ze zichzelf met hun gedachten beschuldigen of vrijpleiten. Dit alles zal blijken op de dag waarop, volgens het evangelie dat ik verkondig, God door Christus Jezus oordeelt over wat er in de mens verborgen is.
zaterdag 24 juni 2006
de wapens van het licht
vandaag lezen we in de Kerk uit de Brief aan de Romeinen 13:11-14:4
U kent de huidige tijd: het moment is gekomen waarop u uit de slaap moet ontwaken, want de redding is ons meer nabij dan toen we tot geloof kwamen. De nacht loopt ten einde, de dag nadert al. Laten we ons daarom ontdoen van de praktijken van de duisternis en ons omgorden met de wapens van het licht. Laten we daarom zo eerzaam leven als past bij de dag en ons onthouden van bras- en slemppartijen, ontucht en losbandigheid, tweespalt en jaloezie. Omkleed u met de Heer Jezus Christus en geef niet toe aan uw eigen wil, die begeerten in u opwekt.
 
Aanvaard mensen met een zwak geloof zonder hun overtuiging te bestrijden. De een gelooft dat hij alles mag eten, maar iemand die een zwak geloof heeft eet alleen groenten. Wie alles eet mag niet neerzien op iemand die dat niet doet, en wie niet alles eet mag geen oordeel vellen over iemand die dat wel doet, want God heeft hem aanvaard. Wie bent u dat u een oordeel velt over de dienaar van een ander? Of hij wel of niet volhardt in het geloof gaat alleen zijn eigen meester aan – en hij zal volharden, want de Heer heeft de macht hem dat te laten doen.
meester van de lijn [ 1 ]
Hendrick Goltzius (1558-1617)

De tekenaar, graveur en schilder Hendrick Goltzius was een echte maniërist, een 16e eeuwse navolger van de Renaissance. Maniërisme, dat is Michelangelo over the top. Veel anabole steroïden dus. Een van Goltzius’ bekendste prenten, de Farnese Hercules, ziet er eerder uit als een Michelinmannetje dan als een levend wezen. (Een andere Hercules ziet eruit alsof hij door een zwerm bijen gestoken is en werd in de volksmond de Knollenman genoemd.) Goltzius was als kind van zijn tijd nu eenmaal gebonden aan deze stijl en kwam er ook niet meer van los. Hij stierf in 1617 als een gerespecteerd meester samen met een heel tijdperk. Inmiddels had het maniërisme plaats gemaakt voor de barok.

Goltzius
detail van een gravure

De reden waarom ik nu over Goltzius schrijf, is dat ik op dit moment veel naar zijn techniek aan het kijken ben. Evenals Dürer is hij een meester in de tekening en de gravure. Zijn prenten hebben voor mij dan ook meer waarde dan zijn schilderijen die technisch wel erg goed zijn, maar toch teveel ingekleurde tekeningen blijven. Logisch, want Goltzius was een tekenaar, een meesterlijk tekenaar. Het mooist vind ik zijn houtsneden met landschappen die hij maakte tussen 1595 en 1600 en waar je net als bij Van Gogh in een kolkend lijnenspel de natuur tevoorschijn ziet komen.

De nabij Venlo geboren Hendrick Goltzius leerde het vak van glasschilder bij zijn vader Jan Goltz te Duisburg. Van 1574 tot 1576 kreeg hij les in de graveertechniek van de uit Haarlem uitgeweken dichter, graveur, theoloog en wijsgeer Dirck Volckertsz Coornhert te Xanten. In navolging van Coornhert vestigde hij zich in Haarlem, waar hij in 1582 een bloeiend atelier had. Samen met de Vlaamse schilder-theoreticus Karel van Mander en de schilder Cornelis Cornelisz richtte hij in Haarlem een ‘Academy’ op. In deze periode perfectioneerde Goltzius een extreem elegante stijl, beïnvloed door het maniërisme van Bartholomeus Spranger.
 
In 1590-91 reisde hij naar Italië, waar hij enkele maanden in Rome verbleef en waar hij de beroemdste antieke beelden natekende. De kennismaking met de werken uit de oudheid en Renaissance betekende een ommekeer in Goltzius’stijl, die soberder en realistischer werd. Na zijn terugkeer in 1591 ontstonden zijn meest beroemde prenten, de zogenaamde ‘Meisterstiche’, taferelen uit het leven van Maria gemaakt op de manier van oude meesters als Albrecht Dürer en Parmigianino. Tegen 1600 begon Goltzius ook te schilderen. Zijn schilderijen hebben meestal mythologische onderwerpen. Zijn tekeningen, waarvan Teylers Museum een groot aantal bewaart, hebben belangrijk bijgedragen aan de ontwikkeling van de kunst in zijn tijd, vooral door zijn weergave van het landschap en de (naakt)figuur.
 
Bron: teylersmuseum.nl
Goltzius
Goltzius’ dertigjarige rechterhand 1588
pen en inkt op bruin papier
(Teylers Museum Haarlem)

GoltziusIn 2003 was er in het Metropolitan Museum in New York een tentoonstelling over het leven en werk van Hendrick Goltzius. Een deel van de werken zijn nog altijd online te bekijken. Rechts de catalogus bij deze tentoonstelling.

De Haarlemse Maniëristen
Hendrick Goltzius , Carel van Mander , Dirck Volkertsz. Coornhert en Cornelis van Haarlem Andere maniëristen:
Bartholomeus Spranger en Jacques de Gheyn II (overgang naar het naturalisme van de 17e eeuw)

vrijdag 23 juni 2006
american dream onder de microscoop
gezien: American Beauty van Sam Mendes (1999)

American BeautyGisterenavond weer eens gekeken naar deze moderne klassieker die vanaf het eerste begin onder je huid kruipt. Een film over gewone mensen die zich afspeelt in een gewone buitenwijk. Ieder personage worstelt met het bestaan en ook al is lang niet iedereen in deze film even sympathiek, je voelt onmiddellijk mededogen met deze verdoolde zielen. Hoewel de atmosferische muziek van Thomas Newman vaak eenzaamheid en verweesdheid oproept, balanceert American Beauty steeds tussen zwaar en licht en blijft de film vooral door de bijtende dialogen tot het einde toe vermakelijk.

Wes Bentley als de buurjongen en Thora Birch als de dochter vormen samen een prachtig duo. De scene waarin ze beiden naar een video zitten te kijken van een plastic zakje dat opwaait door de wind, is onvergetelijk en wat mij betreft legendarischer dan de opwaaiende jurk van Marilyn Monroe in The Seven Year Itch. Vooral ontroerend mooi spel van Kevin Spacey. Ook Annette Bening zet overtuigend een luxevrouwtje neer dat gevangen is in een schijnwereld en daardoor het contact met zichzelf is kwijtgeraakt. Haar einde staat in schril contrast met dat van haar man. Terwijl hij met een groot gat in zijn hoofd en met een gelukzalige glimlach op zijn lippen heel zijn leven aan zich voorbij ziet trekken, zinkt zij hysterisch weg in haar garderobe die geen houvast meer biedt.

Voor een filmdebuut is ‘American Beauty’ een adembenemend werk. Het script van Alan Ball bevat een schier oneindig aantal subtiliteiten en kleine momentjes – je hebt natuurlijk de prachtige monoloog van Wes Bentley als zonderlinge buurjongen (“Soms is er zoveel schoonheid in de wereld dat ik het gevoel krijg dat ik het niet meer aankan”). Maar nog meer dan dat is het fantastisch hoe we korte scènes krijgen, zoals Lester die in z’n auto zit mee te zingen met een liedje, zich compleet niet bewust van zichzelf, of de manier waarop Lester op een feestje stoned wordt, terwijl z’n vrouw zich bezat.
Wes Bentley en Thora Birch
Wes Bentley en Thora Birch
wat dat scenario betreft, is ‘American Beauty’ niet alleen een erg subtiel, complex stukje werk, maar ook enorm grappig. Uitspraken als “could you please pass me the fucking asparagus” zijn bij mij thuis in ieder geval tot het standaard lexicon gaan behoren, evenals “Smile, you’re at Smiley’s!” Momenten die eens zo geestig zijn, omdat ze niet op zichzelf staan als grappen, maar heel natuurlijk voortvloeien uit de plot en de personages. Dit zijn geen karakters in een komedie die alles doen om ons toch maar aan het lachen te maken. Ze zijn gewoon heel geestig in al hun miserie, hoewel ze zich dat zelf niet beseffen.
 
Bron: Filmbespreking van Dennis Van Dessel

Official Website | Trivia for American Beauty

donderdag 22 juni 2006
multicultureel potje respect
Bijbels Openlucht Museum wordt Museumpark Orientalis

Toen ik twee jaar geleden het Bijbels Openlucht Museum in Nijmegen bezocht, viel mij al op dat de rooms-katholieke signatuur onder druk van de multiculturele samenleving grotendeels was vervaagd. Er waren toen al grote spanningen ontstaan tussen het bisdom Den Bosch en de museumdirectie die voor een ingrijpende koerswijziging had gekozen. Inmiddels is deze definitief en heeft het Bijbels Museum de rooms-katholieke kerk verlaten. Ik vind het jammer, maar eigenlijk was deze stap onvermijdelijk. Want het Bijbels Museum in zijn oorspronkelijke opzet (ons kennis laten maken met de Bijbel door het leven in de tijd van Jezus aanschouwelijk te maken.) bestond al jaren niet meer.

Wanneer ik educatieve teksten en opschriften lees die beweren dat het jodendom, christendom en de islam zoveel met elkaar gemeen hebben, dat je eigenlijk van één Abrahamitische relgie kunt spreken, en vervolgens onderwijzers zie dit braaf tegenover hun groep (moeten!) bevestigen, dan weet ik dat het museum een boodschap uitdraagt die niet alleen haaks staat op haar oorspronkelijke missie. In dit museum wordt nu ook de relativistische visie van de multiculturele samenleving verkondigd, die de boodschap van Christus probeert te mixen met de boodschap van Mohammed tot een mulicultureel potje ‘respect’ voor elkaar. Vanuit horizontaal perspectief uiteraard volledig correct.

Via Orientalis
Via Orientalis in het Openlucht Museum

Museumpark Orientalis is wel een goedgekozen naam. Het museum kan nu onbelemmerd verder in zijn missie om de Abrahamitische godsdiensten met elkaar te verenigen en ons kennis te laten maken met de cultuur van het Midden-Oosten. Ik denk dat het een multicultureel-antropologisch museum gaat worden, waar we eerder kennis zullen maken met de cultuur van de islam, dan een plek die ons in contact brengt met het Evangelie.

Het Bijbels Openluchtmuseum bij Nijmegen stapt uit haar rijke roomse verleden naar een toekomst waarin het museum zich richt op de actuele vraagstukken van onze huidige samenleving. Zoals het spanningsveld tussen jodendom, christendom en islam, de weerbarstige relatie tussen deze godsdiensten, het onderlinge onbegrip en het gebrek aan kennis van deze religies in het algemeen. Dit onder het veelzeggende motto: Open your Mind.
 
Daarmee wil het museum, gelegen in een uitgestrekt bosrijk park, op positieve wijze bijdragen aan de multiculturele problematiek. Het wil de eenheid in verscheidenheid tonen van deze godsdiensten, alledrie ontstaan in het Midden-Oosten; een podium voor dialoog en discussie zijn en een plek vormen waar de grote verhalen en vragen van jodendom, christendom en islam beeldend gestalte krijgen.
 
Tot een bepaalde religie behoren zal niet meer de enige reden zijn om het museum te bezoeken; wél de interesse in culturen en religies die Nederland en de westerse wereld domineren. Met de nadrukkelijke aandacht voor culturen en religies wordt het museum voor vele doelgroepen interessant.
Educatie, vooral van schooljeugd, is dan ook een belangrijke pijler van het nieuwe museumbeleid. Feitenkennis van religies, hun culturele invloed op onze jaarkalender, beeldende kunst, literatuur, architectuur, taalgebruik, eetgewoonten, verhalen en rituelen zijn belangrijke speerpunten in de museumeducatie. Dit alles heeft, vaak onuitgesproken, nog steeds grote invloed op ons leven anno 2006. Kennis daarvan kan bijdragen tot een beter besef van je eigen identiteit en die van anderen en zo leiden tot meer onderling begrip, verdraagzaamheid en vertrouwen.
 
Bron: Persbericht

Mission Statement
Het Bijbels Openluchtmuseum wil het ontstaan, de achtergronden en de tradities van de religies die met de bijbel zijn verbonden in beeld brengen. Het is onze bedoeling dat bezoekers een rondgang door ons museum ervaren als een aanvulling op hun kennis en een aanzet tot bezinning. Het museum wil daartoe de educatieve en recreatieve mogelijkheden versterken zodat bezoekers het gevoel krijgen dat ze als gasten ronddwalen in een wereld die meer dan 2000 jaar achter ons ligt maar waarmee ze nog steeds door traditie en cultuur verbonden zijn. Door middel van educatie wil het Bijbels Openluchtmuseum bijdragen aan een mentaliteitsverandering binnen de multiculturele samenleving. Daarbij kunnen nieuwsgierigheid naar hetgeen we (nog) niet kennen en het leren omgaan met de aspecten waarin we van elkaar verschillen de plaats innemen van een houding die is gebaseerd op angst of vooroordelen.

woensdag 21 juni 2006
Gerd Renshof

Gerd reist vandaag af naar het Noorse Fjaerland om te exposeren tijdens het midzomerfestival in dit boekenstadje aan het Sognefjord.

stilleven van Gerd Renshof
stilleven van Gerd Renshof

gerdrenshof.com | booktown.net

dinsdag 20 juni 2006
u bevindt zich hier
uitgerust op een kunstwerk met een geruststellend gevoel
vGtO
NB! bovenstaande lokatie is bij Maurik
Er zijn nog 54 andere pijlen in de nederBetuwe, spaar ze allemaal!

vGtO

Jan Eversen
Stillevens van Jan H.Eversen (1906-1995)

Gerd liet me vanmiddag een boek zien met schilderijen van de Edese schilder Jan Eversen die honderd jaar geleden geboren is en in 1995 overleed. Tot afgelopen zondag was in Ede een tentoonstelling van zijn werk te zien, die ik helaas gemist heb. Ik had ook nog nooit van hem gehoord, maar hij is beslist een groot stillevenschilder die geheel tegen de tijdgeest in 17e eeuwse stillevens schilderde al lang voor Cornelis LeMaire en Henk Helmantel. Zijn werk is al decennia lang geliefd in Engeland waar hij vlak voor de oorlog ook zijn opleiding kreeg.

Fijnschilder Jan Eversen, die in 1995 op 89-jarige leeftijd overleed, was tijdens zijn leven met name in Groot-Brittanië veel beroemder dan in Nederland. Maar de laatste jaren neemt de belangstelling voor zijn ,,Rembrandteske'’ werk in Nederland snel toe, zeggen kunstkenners.
 
Omdat Jan Eversen volgende week honderd jaar zou zijn geworden, gaat in Huis Kernhem in zijn voormalige woonplaats Ede op 3 juni een unieke expositie van zijn werk open.Op de tentoonstelling hangen veertig doeken, die deels uit particulier bezit zijn afgestaan. Burgemeester Robbertsen van Ede komt de expositie openen. Tot en met 18 juni is het werk te zien.
 
Eversen was grotendeels autodidact. Hij probeerde zijn hele leven de schilderstechniek van oude meesters als Rembrandt, Paulus Potter en Jan Steen te beheersen. Volgens kenners slaagde hij daar bijna geheel in. Vooral de manier waarop de grote schilders het licht vingen, wist Eversen te evenaren.
 
Werk van Eversen hangt onder andere in de National Gallery in Londen. In het buitenland werd al tientallen jaren veel geld betaald voor de uiterst precieze stillevens en portretten van Eversen. De fijnschilder kon daar riant van leven in Ede.
 
Bron: stillevenschilders.nl
maandag 19 juni 2006
Zuidelijk Realisme 2006
Gisteren bezocht: Zuidelijk Realisme in Ubbergen

Laatste nieuws
Jos van Riswick en Ralf Heynen werken nog tot half augustus in de kapel in Ubbergen waar het werk van deze groep kunstenaars nog te zien zal zijn.

Op een prachtige lokatie in Ubbergen ten Oosten van Nijmegen ligt het complex De Refter. Nog tot 25 juni is daar de tentoonstelling Zuidelijk Realisme te zien met schilderijen van Michel Alders, Paul van Ernich, Diederik Grootjans, Ralf Heynen, Jos van Riswick en Hans Versfelt Het werk van Hans Versfelt vind ik echt een ontdekking, ik had nog nooit van hem gehoord. Hij heeft precies de robuuste toets waar ik van hou en die me denken doet aan het late impressionisme van de twintigste eeuw. Zijn landschappen, portretten en veestukken zijn allemaal zeer consistent geschilderd, daardoor misschien zelfs een beetje saai, maar ik heb een zwak voor zijn boetserende manier van schilderen.

Hans versfelt
Hans Versfelt, 2007
Koe met riet, Olieverf op paneel

zuidelijkrealisme.nl | hansversfelt.nl

zondag 18 juni 2006
64
vandaag wordt Paul McCartney 64
Paul McCartneyWhen I get older, losing my hair, many years from now,
Will you still be sending me a Valentine,birthday greetings, bottle of wine?
If I’d been out ’till quarter to three,would you lock the door?
Will you still need me, will you still feed me,
When I’m sixty-four?
 
Hmm——mmm—mmmh.
You’ll be older, too.Aaah, and if you say the word, I could stay with you.
 
I could be handy, mending a fuse, when your lights have gone.
You can knit a sweater by the fireside, sunday mornings, go for a ride.
Doing the garden, digging the weeds, who could ask for more?
Will you still need me, will you still feed me, when I’m sixty four?
 
Every summer we can rent a cottage in the Isle of Wightif it’s not to dear. We shall scrimp and save.
Ah, grandchildren on your knee, Vera, Chuck, and Dave.
 
Send me a postcard, drop me a line stating point of view.
Indicate precisely what you mean to say, yours sincerely wasting away.
Give me your answer, fill in a form, mine forever more.
Will you still need me, will you still feed me, when I’m sixty four?
 
by John Lennon/Paul McCartney
zaterdag 17 juni 2006
luxe optrekjes
De Vanderbilt’s en hun mansions

Na het zien van Age of Innocence ben ik eens wat gaan rondkijken op het web wat er zoal te vinden is over de Gilded Age, de periode waarin de film zich afspeelt. Ik heb daar al wat over gelezen in het boek American Visions van Robert Hughes, waarin deze zijn visie geeft op het epos van de Amerikaanse kunst. Na de Amerikaanse Burgeroorlog beleefden de Verenigde Staten een enorme economische bloei. Weliswaar was het Brits Imperium nog het machtigste ter wereld, maar rond 1890 begon het al duidelijk te worden dat Amerika de grootste economische macht ter wereld zou gaan worden in de komende eeuw. Hughes beschrijft in zijn boek op kostelijke wijze de cultuur en de kitscherige smaak van de nieuwe rijken in Amerika.

Een van de bekendste selfmade men was de uit Nederland afkomstige Cornelis ‘Commodore’ Vanderbilt. Hij was de Bill Gates van zijn tijd, eigenaar van een imperium van spoorwegen en rederijen. Hij begon zijn carrière met een lening van $100 van zijn moeder met een veerdienst tussen Staten Island en Manhattan. Toen hij in 1877 overleed, was hij met een vermogen van honderd miljoen dollar de rijkste man ter wereld. Hoewel hij altijd de vinger op de knip gehouden had, wisten zijn kinderen en kleinkinderen wel raad met het kapitaal. Ze begonnen voor zichzelf landhuizen, mansions genaamd, te bouwen. In werkelijkheid waren dit poenerige renaissancepaleizen, waarmee ze de hofcultuur van de Europese vorsten imiteerden. In Newport, in de staat Rhode Island en 200 km. ten noorden van New York, liet hij de meest spectaculaire van allemaal bouwen, the Breakers. Het werd voltooid in 1895 maar Cornelis Vanderbilt II kon er nog geen jaar van genieten want hij overleed in 1896.

The Breakers in Newport (Rhode Island), 1895
Certainly the most grandiose of Newport’s mansions and most popular with visitors is The Breakers, an Italian Renaissance palace that is nothing short of sumptuous. Cornelius Vanderbilt called for the finest marble, and he got it. The marble columns in the two-story-high Great Hall have capitals carved of alabaster. Priceless tapestries, fine mosaic work, irreplaceable paintings, and ornate furniture testify to the wealth of The Breakers’ owners and their desire to flaunt it. Designed by Richard Morris Hunt, who did a great many buildings in New England and particularly in Newport, the Breakers was built in only two years—hard to believe!

Tussen 1870 en 1930 liet de familie Vanderbilt vele mansions bouwen. Een aantal staat hieronder vermeld. Een volledige lijst vind je hier Het verbaast mij eigenlijk nog dat de kinderen en kleinkinderen van de ‘Commodore’ toch nog 60 jaar nodig hadden om het vermogen van Commodore (in 1877 op $100 miljoen geschat, meer dan het Amerikaanse ministerie van Financiën) er doorheen te jagen.

Frederick William Vanderbilt (1856-1938), “Hyde Park” , Hyde Park, New York, 1896-1899; McKim, Mead and White.
William Kissam Vanderbilt (1849-1920), “Idle Hour”, Oakdale, Long Island, New York; gebouwd van 1878 tot 1879; Richard Morris Hunt (verwoest door brand, 1899), 660 Fifth Avenue, New York, gesloopt in 1926.
William Kissam Vanderbilt, “Marble House”, Newport, Rhode Island, gebouwd van 1888 tot 1892; Richard Morris Hunt
William Kissam Vanderbilt II, “Eagles Nest”, Centerport, New York, gebouwd van 1910 tot 1936; Warren & Wetmore
George Washington Vanderbilt II (1862-1914), “Biltmore”, Asheville, North Carolina, gebouwd van 1888 tot 1895; Richard Morris Hunt (Het grootste huis van de Verenigde Staten)
Cornelius Vanderbilt II (1843-1899), “The Breakers”, Newport, Rhode Island, gebouwd van 1892 tot 1895; Richard Morris Hunt
Florence Vanderbilt (Mrs. Hamilton Twombly) (1854-1952), “Florham”, Convent Station, New Jersey, 1894-1897; McKim, Mead and White (nu kantoorgebouw, Fairleigh Dickinson University)

De kitscherige mansions van Newport, door Jeroen Bergeijk
America in the Gilded Age | Biography of Cornelis ‘Commodore’ Vanderbilt
newportmansions.org | vanderbiltmuseum.org

vrijdag 16 juni 2006
van rijswijk naar randwijk
fietsen over de Rijnbandijk

Maandag en dinsdag per fiets weer eens langs de Nederrijn getrapt en genoten van het rivierengebied in de grasmaand. Veel boeren hebben al gemaaid, dus al fietsend over de slingerende dijk ruik je telkens weer die heerlijke lucht van pas gemaaid gras. Rijswijk in de Betuwe ligt aan de overzijde van Wijk bij Duurstede en beide plaatsen zijn met een groot veer met elkaar verbonden. Hier doorkruist ook het Amsterdam-Rijnkanaal de rivier om zich tenslotte bij Tiel in de Waal te voegen. Het plaatsje Rijswijk ligt op de plaats waar ooit de Romeinse nederzetting Levefanum lag.

Recreatiegebied Het Eiland van Maurik
met boven de bossen van de Utrechtse Heuvelrug en rechtsonder de Rijnbandijk

Een paar kilometer oostelijker ligt Maurik, dat ook onderdeel vormde van de Romeinse limes. De naam Maurik is afgeleid van de oorspronkelijke naam Mannaricium
De Rijnbandijk die evenals de Nederrijn door het groene landschap meandert, vormt een fantastische fietsroute. Aan de overzijde van de Rijn kijk je tegen de zuidkant van de Utrechtse Heuvelrug aan met als hoogste punt de Amerongse Berg (67m.) Tenslotte eindigt de Utrechtse Heuvelrug bij Rhenen met de Grebbeberg. Tegenover Rhenen ligt het plaatsje Kesteren, evenals Rijswijk en Maurik ooit een Romeinese nederzetting. Kesteren heette in de Romeinse tijd Carvo
Oostelijk van Kesteren, schuin tegenover Wageningen ligt tenslotte het plaatsje Randwijk. Men vermoedt dat ook hier een romeins fort moet hebben gelegen al heeft men hier nog geen sporen van een nederzetting gevonden.

Overzicht van Romeinese nederzettingen
13 Levefanum (Rijswijk), 14 Mannaricium (Maurik), 15 Carvo (Kesteren), 16 Randwijk, 17 Driel, 18 Castra Herculis (Arnhem-Meijnerswijk), 19 Elst, 20 Batavodurum;Noviomagus (Nijmegen)

Voorbij Randwijk begint bij het plaatsje Heteren de gemeente Overbetuwe die in 2001 ontstaan is door het samenvoegen van de gemeenten Heteren, Elst, en Valburg. Op de website van de gemeente kun je wat lezen over de geschiedenis van dit gebied. Van de kerk in Elst is bekend dat hier vroeger een Gallo-Romeinse tempel heeft gestaan.

Limes: de grens van het Romeinse Rijk

donderdag 15 juni 2006
fatsoensmoraal
gezien: verfilming van Edith Wharton’s Age of Innocence
van Martin Scorsese (1993)

Gisterenavond zond canvas dit prachtige kostuumdrama weer eens uit. Dit genre dat vooral bij de BBC tot in de puntjes beheerst wordt, blijkt ook helemaal toevertrouwd aan Martin Scorsese. Vorig jaar zag ik Aviator waarin deze perfectionist een tijdsbeeld heeft neergezet dat tot in de kleinste details overtuigt. Natuurlijk had hij voor Age of Innocence een magistraal boek tot zijn beschikking dat met microscopische precisie de etiquette van de New Yorkse jet set rond 1870 beschrijft. Die beschrijvingen worden niet alleen schitterend gevisualiseerd, maar zijn ook letterlijk aanwezig in een voice over, die knap verweven is met de dialogen.

Door de hoge dichtheid aan informatie viel de film mij in het begin wat zwaar op de maag. De vertalers hebben aan de twee regels ondertiteling vaak niet genoeg gehad. Dat viel me vooral op met de vertaling van de voice over. Op een gegeven moment is er een bal bij een vooraanstaande familie en wordt het interieur beschreven. De gang naar de balzaal gaat niet zoals in de meeste New Yorkse kringen gebruikelijk was door een lange pronkerige pijpenla, maar door een aaneenschakeling van salons waar de high society zichzelf bebabbelt. In een van die vertrekken hangt het beroemde schilderij de Lente van de Franse jetsetschilder William Bourgereau, maar zijn naam wordt bijvoorbeeld door de ondertitelaars niet vermeld. Je merkt gewoon dat aan alle details is gedacht, maar die zijn natuurlijk ook haarfijn door Edith Wharton in haar roman beschreven. Prachtig acteerwerk van Daniel Day-Lewis en Michelle Pfeiffer die ieder op eigen manier zichzelf proberen te ontworstelen aan de sociale codes waarbinnen ze gevangen zitten.

New York aan het einde van de 19de en begin van de 20ste eeuw. De tijd waarin New York uitgroeide tot de gigantische stad die het nu is. Met de toestroom van steeds meer mensen - vooral uit de lagere klassen - was het voor de elite steeds belangrijker geworden om aan elkaar vast te klampen en hun tradities en etiquette boven alles te behouden. Dit proces begon circa 1850 en zou tot ruim in de 20ste eeuw duren. De historicus Edward Pessen heeft berekend dat in 1846 circa 1% van de rijkste families in New York ruim 47% van de welvaart van de stad in handen had.
 
Deze groep, de elite, bestond in eerste instantie uit handelaren, veilingmeesters, bankiers en verzekeraars. Na 1860 kwamen hier ook nog industriëlen bij. Tussen deze eerste en laatste groep ontstonden regelmatig spanningen: “het oude versus het nieuwe kapitaal". De elite bestond over het algemeen uit de zogenaamde White-Anglo-Saxon-Protestants (WASP), nakomelingen van Nederlandse handelaren (nog uit de tijd van Nieuw Amsterdam) en werd later aangevuld met Duits-Joodse kapitalisten.
 
Hoewel er dus spanningen bestonden tussen het “oude” en het “nieuwe” kapitaal en de Amerikaanse Burgeroorlog de elite nog verder uit elkaar dreef (vanwege het abolitionisme) bleef de groep naar buiten toe toch redelijk homogeen en was het erg moeilijk om daar als buitenstaander binnen te “dringen". Binnen deze context moet “The age of innocence” gezien worden
 
Bron: Philip Vos op geschiedenis.nl
Verloofd met een sociaal acceptabele vrouw (Winona Ryder) en verliefd op een uitgestotene (Michelle Pfeiffer), het dilemma van Newland Archer (Daniel Day-Lewis)
Edith Wharton wist waarover zij het had toen zij ‘The age of innocence’ schreef. Als dochter van een rijke New Yorkse zakenman groeide zij op in het morele en sociale keurslijf waarin de elite zichzelf gevangen hield. Haar roman is een nauwkeurige gedragsstudie van deze gesloten groepering, die als hoogste waarde consolidering van de collectieve machtspositie nastreefde. Het individuele belang, zoals liefde, was hieraan ondergeschikt. Huwelijken dienden het groepsbelang niet in gevaar te brengen. Degene die deze gedragscode doorbrak kon rekenen op uitstoting.
 
Dat merkte Edith Wharton toen zij na een paar jaar een einde maakte aan haar gearrangeerde huwelijk. Met haar echtscheiding maakte zij zich in de New Yorkse society onmogelijk. Ze vertrok naar Europa en vestigde zich in Frankrijk, waar zij zich ontpopte tot een produktief literair talent. Toen zij in 1937 stierf telde haar oeuvre meer dan veertig titels. Aan erkenning ontbrak het niet: ‘The age of innocence’, haar afrekening met de fatsoensmoraal van de Amerikaanse elite, won in 1921 de Pulitzer Prijs.
 
Bron: filmkrant.nl

Biografie van Edith Wharton | Amerikaanse elite onder de microscoop

woensdag 14 juni 2006
schokkend experiment
het Stanley Milgram experiment

Onlangs verscheen het boek In iedereen schuilt een terrorist waarin de sociale en psychologische factoren worden onderzocht die ertoe kunnen leiden dat een brave burger een levensgevaarlijke terrorist wordt. We kunnen het niet voorstellen hoe iemand zichzelf in naam van God kan opblazen om daarmee zoveel mogelijk andere mensen te doden of te verminken. Maar met een baanbrekend experiment in de jaren zestig is men tot de ontluisterende conclusie gekomen dat de meeste mensen onder groepsdruk het eigen geweten kunnen uitschakelen en bereid zijn tot misdadig gedrag. Het is bekend geworden als het Stanley Milgram experiment. Later is men de ethiek van het experiment zélf ter discussie gaan stellen. Mogen we de ander in de rol als proefkonijn wel verleiden tot onethische handelingen om hiermee aan te tonen dat de mens vrij gemakkelijk bereid is zijn eigen geweten uit te schakelen en blind bevelen op te volgen, zelfs als deze leiden tot de dood van de ander.

Het experiment van Milgram was een beroemd wetenschappelijk experiment in de sociale psychologie. Het experiment werd voor het eerst beschreven door Stanley Milgram, een psycholoog aan de Yale University in een artikel getiteld Behavioral study of obedience (Gedragstudie van gehoorzaamheid) dat in 1963 werd gepubliceerd. Later werd het experiment samengevat in zijn boek Obedience to Authority: An Experimental View (Gehoorzaamheid aan autoriteit: een experimentele waarneming) uit 1974. Het was bedoeld om de bereidheid te meten van een deelnemer om gehoor te geven aan opgedragen taken van een gezaghebbende die strijdig zijn met het persoonlijke geweten van de deelnemer.
 
De methode van het originele experiment van Milgram was als volgt:
De deelnemers werden geworven via een krantenadvertentie en een direct postverzoek, met daarin de mededeling dat het om een “geheugenstudie” aan de Yale University zou gaan. Er werd gesteld dat het experiment één uur zou duren, waarvoor de persoon $ 4,50 zou krijgen. De deelnemers waren mannen tussen de leeftijd van 20 en 50 jaar, met allerlei verschillende onderwijsachtergronden, variërend van een basisschoolopleiding tot deelnemers met een doctoraatstitel.
 
Aan de deelnemer en een proefpersoon (een acteur die een andere deelnemer beweert te zijn) wordt door degene die het experiment uitvoert verteld dat zij aan een experiment zullen deelnemen om de gevolgen van straf bij het leren van gedrag te testen.
 
Aan de deelnemer en de acteur wordt een papiertje overhandigd. De deelnemer wordt ervan overtuigd dat op een van de papiertjes “leerling” staat en op de andere “leraar” en dat hij willekeurig een van de papiertjes krijgt. De acteur claimt het papiertje met “leerling” te hebben gekregen, zodat de deelnemer gelooft dat de rollen willekeurig zijn gekozen. In werkelijkheid staat op beide papiertjes “leraar” en de acteur liegt over wat er op zijn papiertje staat. Er is dus geen element van willekeur in het spel en de deelnemer wordt altijd als leraar aangewezen.
Als zijn antwoord onjuist is, krijgt de leerling een schok, die verhoogd wordt met 15 volt bij elk verkeerd antwoord.
De opzet van het experiment is dat de leraar de leerling onderwijst door fouten af te straffen met een elektrische schok. De deelnemer die als leraar wordt aangemerkt krijgt aan het begin als voorbeeld een 45-volt elektrische schok met een elektro-schokgenerator om te voelen wat de leerling voelt als deze straf krijgt. De “leraar” wordt vervolgens een lijst van woordparen gegeven die hij moet gebruiken om de leerling te onderwijzen. De leraar leest een lijst van woordparen voor aan de leerling. Na het lezen van de woordparen leest de leraar de eerste helft van de woordparen nog eens en zal 4 mogelijke antwoorden geven aan de leerling. De leerling zegt dan welk tweede woord hij denkt dat goed is door een knop (1 tot 4) in te drukken. Als zijn antwoord onjuist is, krijgt de leerling een schok, die verhoogd wordt met 15 volt bij elk verkeerd antwoord. Als de leerling een correct antwoord geeft, wordt het volgende woordpaar gelezen. Als het experiment begint, worden leraar en leerling gescheiden.
proefopstelling
Proefopstelling van het Milgram Experiment
De leraar gelooft dat hij echte schokken aan de leerling geeft. In werkelijkheid zijn er geen schokken in het spel. Zodra de leerling en leraar worden gescheiden, zet de leerling (de acteur) een bandrecorder op, die met de elektro-schokgenerator is geïntegreerd. Deze bandrecorder speelt vooraf opgenomen opnames bij bepaalde schokniveaus af. Bij 135 volt begint het geschreeuw van pijn op de opnames. Naast de opnames, bonst de acteur op de muur die hem van de leraar scheidt. Als het voltage is opgelopen tot 300 volt bonst de acteur opnieuw op de muur. Na het bonzen op de muur en het klagen over zijn hart, geeft de leerling geen verdere reactie op de vragen en geen verdere klachten.
Sommige deelnemers beginnen zelfs te lachen zodra zij de schreeuwen van pijn horen van de leerling.
Het is op dit punt dat veel mensen proberen het experiment te beëindigen en zich bezorgd beginnen te maken over het proefpersoon. Veel deelnemers houden bij 135 volt op en beginnen het doel van het experiment na te vragen. Sommigen gaan verder nadat zij ervan zijn verzekerd dat zij niet verantwoordelijk zullen worden gehouden voor eventuele gevolgen. Sommige deelnemers beginnen zelfs te lachen zodra zij de schreeuwen van pijn horen van de leerling. Dit gelach is niet sadistisch, maar zenuwachtig gelach dat velen gebruiken om de kalmte te bewaren ondanks de angst en spanning die zij voelen vanwege het gejammer van de acteur. Hoewel er enkele deelnemers tot schokken van 450 volt doorgingen, hield iedereen op een punt op en begon te twijfelen aan het experiment. Anderen zeiden zelfs dat zij het geld zouden teruggeven dat hen in het vooruitzicht was gesteld. Recentere testresultaten en veelvoudige testopstellingen toonden aan dat des te dichter de leraar bij de leerling was, des te spoediger hij ophield. In één testopstelling waren zij in dezelfde ruimte, en in een andere moest de leraar de hand van de leerling op een “schok-stootkussen” houden. In deze gevallen hielden de deelnemers veel vroeger op en weigerden verder te gaan.
 
Als de deelnemer op een ogenblik zijn wens kenbaar maakte om het experiment te stoppen, kreeg hij weerwoord van degene die het experiment uitvoerde. Er werd dan een poging gedaan om de deelnemer door te laten gaan. Zo zou er na een weigering worden gezegd: „Het experiment vereist dat u verdergaat. Gelieve verder te gaan.“ Als de deelnemer na vier opeenvolgende pogingen nog steeds weigerde door te gaan, werd het experiment gestopt.
 
Bron: nl.wikipedia.org
The man who shocked the world
The man who shocked the world, biografie over het leven van Stanley Milgram
dinsdag 13 juni 2006
Cisterciënzer kloosters
gekocht: Cisterciënzer kloosters, geschiedenis en architectuur

Afgelopen zaterdag een prachtig fotoboek gekocht over Cisterciënzer kloosters. Twee “dochters” van Cîteaux heb ik ooit bezocht. Een van de oudste, het uit 1148 daterende klooster van Sénanque in Zuid-Frankrijk, prachtig gelegen in de lavendelvelden. Het andere klooster staat bekend om het abdijbier. Het is de abdij van Orval gelegen in de bosrijke omgeving bij Virton in Zuid-België. Dit laatste werd als zovele kloosters onder Napoleon verwoest, maar werd in de twintigste eeuw weer herbouwd. De ruïnes van het Middeleeuwse klooster, die uit de eerste helft van de twaalfde eeuw dateren, zijn nog altijd te bezoeken. Het klooster ontvangt jaarlijks veel toeristen die vaak met een paar flessen ambachtelijk abdijbier het klooster weer verlaten.

Klooster van Sénanque
in Zuid-Frankrijk dat ik in 1984 bezocht
Over de Stichting van Citeaux, A.D. 1098
Het geschiedde dus in het jaar van de menswording 1098 dat, steunend op de raad en sterk door het gezag van de eerbiedwaardige Hugo, aartsbisschop van de kerk van Lyon en toen legaat van de H. Stoel, van de eerbiedwaardige Walter, bisschop van Chalon en van Odo, roemrijke vorst van Burgondië, de monniken aan het werk togen om de gevonden eenzaamheid om te bouwen tot een abdij. Voornoemde abt Robertus ontving van de bisschop van dat diocees de zielzorg en de herderlijke staf, en de overige monniken beloofden vast verblijf op deze plaats, onder zijn gezag.
 
Bron: users.belgacom.net
Klooster van Orval
in Zuid-België dat ik in 1995 bezocht

Abdij van Sénanque | Abdij van Orval

maandag 12 juni 2006
hoog, hoger, hoogst [7]
De ontwikkeling van de skyline van Lower Manhattan vanaf 1900

Vorige week ben ik in de geschiedenis van de wolkenkrabber gedoken. De wolkenkrabber is in Chicago ontstaan, maar heeft zich sinds 1890 juist in New York kunnen ontwikkelen. Persoonlijk vind ik het interessant hoe in dit onderdeel van de architectuurgeschiedenis, de vorm nog een poosje achterblijft bij de functie. Hoewel Louis Sullivan al aan het einde van de 19e eeuw het axioma van het modernisme Form Follows Function formuleerde, bleef de hoogbouw nog tot in de Eerste Wereldoorlog historische stijlen citeren.

Lower Manhattan omstreeks 1900
Klik op foto voor vergroting

Er is op het web een schat aan informatie te vinden over de geschiedenis van de wolkenkrabber. Ik besluit deze reeks met drie panoramafoto’s van de skyline van New York. Deze foto’s zijn allemaal te vinden op de website van vazyvite.com

Lower Manhattan West omstreeks 1907
Klik op foto voor vergroting
Lower Manhattan omstreeks 1909
Het Singer Building is hier nog de hoogste
Klik op foto voor vergroting

Vergelijk de skyline van Lower Manhattan vlak voor en na 11 september 2001.

zondag 11 juni 2006
pinksterdag
vandaag wordt in de orthodoxe Kerk Pinksteren gevierd
De Evangelielezing van vandaag is Johannes 7: 37-52
Op de laatste dag, het hoogtepunt van het feest, stond Jezus in de tempel, en hij riep: ‘Laat wie dorst heeft bij mij komen en drinken! “Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in mij gelooft,” zo zegt de Schrift.’ Hiermee doelde hij op de Geest die zij die in hem geloofden zouden ontvangen; de Geest was er namelijk nog niet, want Jezus was nog niet tot Gods majesteit verheven.
“Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in Mij gelooft.”
Toen de mensen in de menigte dit hoorden zeiden ze: ‘Dit moet wel de profeet zijn.’ Anderen beweerden: ‘Het is de messias,’ maar er werd ook gezegd: ‘De messias komt toch niet uit Galilea? De Schrift zegt toch dat de messias uit het nageslacht van David komt en uit Betlehem, waar David woonde?’ Zo ontstond er verdeeldheid in de menigte, en sommigen wilden hem grijpen, maar niemand deed hem iets.
 
De dienaren van de hogepriesters en de Farizeeën gingen terug. Toen hun werd gevraagd: ‘Waarom hebben jullie hem niet meegebracht?’ antwoordden ze: ‘Nog nooit heeft een mens zo gesproken!’ Maar de Farizeeën zeiden: ‘Hebben jullie je ook al laten misleiden? Er is toch geen enkele leider of Farizeeër tot geloof in hem gekomen? Alleen de massa die de wet niet kent – vervloekt zijn ze!’ Maar Nikodemus, die destijds bij Jezus was geweest, iemand uit hun eigen kring, zei: ‘Onze wet veroordeelt iemand toch pas als hij gehoord is en als bekend is wat hij heeft gedaan?’ Ze zeiden tegen hem: ‘Kom jij soms ook uit Galilea? Zoek het maar na, dan zul je zien dat er uit Galilea geen profeet kan komen.’

goarch.org

zaterdag 10 juni 2006
virtuoos tekenaar
herlezen: Blueberry Trilogie van Giraud en Charlier

Gisteren weer eens genoten van het legendarische Blueberry-drieluik uit de eerste helft van de jaren zeventig. Jean Giraud was een jaar of 35 toen hij eraan begon en had zich al ontwikkeld als een meestertekenaar. Ik vind hem nog steeds een van de allerbeste tekenaars die ik ken. Zijn lijnvoering is schilderachtig zoals die van onze eigen Hans G. Kresse of de Belgische striptekenaars Jijé en René Follet. In hun visie bevinden ze zich ergens tussen schilderkunst en tekenkunst en niet voor niets tekenen ze met een penseel. De klare lijn, waar vooral de Belgische school wereldberoemd om is, is bij deze heren dus tevergeefs te zoeken. In plaats van heldere tekeningen, schilderachtige plaatjes met een vaak borstelige streek. Giraud tekende ook onder het pseudoniem Möbius in een stijl die gekenmerkt wordt door virtuoze arceringen. Wanneer je ziet hoe de rotspartijen in de verhalen van Blueberry getekend zijn, zie je duidelijk de hand van Möbius.

  
eerste drukken van Chihuahua Pearl, De man die $500.000 dollar waard was en Ballade voor een doodskist, alledrie in mijn boekenkast.

Giraud had als meestertekenaar beschikking over een meesterscenarist: Charlier. De trilogie voert een behoorlijk aantal personages ten tonele, staat boordevol met intriges, heeft scherpe dialogen en is erg goed gedocumenteerd. Het verhaal speelt zich af in 1869, een paar jaar na de Amerikaanse burgeroorlog in het grensgebied tussen Mexico en de verenigde Staten. De yankees worden nog steeds gehaat door zuidelijke rebellen en in Mexico is de gehate keizer Maximilliaan afgezet door president Juarez. In dit decor ontmoet luitenant Mike S. Blueberry in het woestijnstadje Chihuahua een Amerikaanse schone, Chihuahua Pearl genaamd. De omstandigheden zijn echter niet ideaal: als outlaw moet hij een geheime opdracht uitvoeren onder rechtstreeks bevel van Washington. Mike is niet bepaald een brave jongen, maar de vele slechterikken die hem achtervolgen, zijn zeker niet braver en maken het hem wel erg lastig. Gelukkig heeft hij in deze wereld van list en bedrog nog twee vrienden: Kopernek en de ouwe zuiplap MacGlure.

eerste pagina uit Chihuahua Pearl, 1973
Jean Giraud is in 1938 in Frankrijk geboren. In een beetje een turbulente jeugd vol scheidende ouders ontdekt hij al snel Science Fiction en werkt mee aan kleine blaadjes allerhande. In 1955 vertrekt hij naar Mexico en là, il découvre en même temps la marijuana, le be-bop et les expériences de l’âge adulte zoals één van zijn biografieën het zo mooi zegt. Later keert hij terug naar Europa (om zijn legerdienst te vervullen) en blijft hangen.
Hij werkt zich op in de Europese stripwereld, eerst via het Kuifje, later start hij met Charlier in Pilote met Blueberry. Hij werkt ook regelamtig samen met Opta, een Science Fiction-tijdschrift. Na nog enkel bezoeken aan Mexico verandert Giraud’s stijl, mede onder invloed van hallucinogene drugs: In Pilote tekent hij vernieuwende reeksen die grote invloed zullen uitoefenen op komende generaties tekenaars, zoals Arzach en Majoor Fataal. Langzaam raakt hij ook in de ban van de film, en hij werkt onder meer (samen met Jodorowsky) mee aan Dune
Onder invloed van de spirituele beweging geeft hij uiteindelijk tabac, alcohol en andere drugs op, om ascetisch en vegetarisch te worden. Als de commune naar Tahitit trekt om er een vredig leven te leiden, vindt ook Giraud het een beetje overdreven worden, en bovendien lonkt Hollywood…
Met films wordt het nooit meer zoals met Dune maar met Jodorowsky maakt hij wel De Incal, en dat wordt een enorm succes. In Los Angeles trekt hij de aandacht van Marvel Comics, waarvoor hij onder meer enkele verhalen van Stan Lee illustreert (The Silver Surfer).
Sindsdien geniet Giraud van zijn cultstatus en bolt rustig uit, links en rechts nog eens aan een project meewerkend. En hoewel die cultstatus meer dan verdiend is, zagen velen hem liever nog actiever…

canyonblueberry.com | moorsmagazine.com

vrijdag 9 juni 2006
hoog, hoger, hoogst [6]
De eerste negentiende eeuwse wolkenkrabbers in New York
Newspaper Row, een schitterend historisch straatbeeld van New York aan het einde van de 19e eeuw. Links met koepel het New York World Building, in 1890 nog het hoogste gebouw van New York en hoogste kantoorgebouw ter wereld.
Located at the corner of Park Row and the now closed Frankfort Street, the New York World Building was the tallest of several high-rise structures built for major newspapers in the late 19th century. Commissioned by the famous editor Joseph Pulitzer and designed by the prolific architect George B. Post, the World (also known as Pulitzer Building) was the first building in New York to surpass the 284-foot spire of Trinity Church. It stretched 309 feet to the top of the lantern (measured from the steep grade of Frankfort Street rather than the main frontage on Park Row). The number of stories is disputed; estimates range from the 26 stories claimed by the World to the 16 or 18 suggested by recent scholars. Pulitzer placed his private office at the second level of the dome where he could easily look down on the other buildings of Newspaper Row. The paper used the lower floors and basements for its large presses and the sunlit top floors for copy-editing; the remainder were rented out to tenants, generating income for the World.
 
The structural system of the World Building was a hybrid “cage” frame. Steel framing was used to support the interior structure, but the exterior masonry walls contributed lateral stability and some vertical support. Columns embedded in the exterior walls carried the floor loads, transferring lateral forces between the frame and the masonry. The facade was red sandstone, brick and terra-cotta, with red and gray granite at the arched entryway. In 1890, the building’s height appalled some critics who called it “high-shouldered” and “hideous.” The World Building was demolished in 1955 for the expanded automobile entrance to the Brooklyn Bridge.

19th Century Skyscrapers

donderdag 8 juni 2006
hoog, hoger, hoogst [5]
Twee laat-negentiende eeuwse wolkenkrabbers in New York

Een van de eerste wolkenkrabbers in New York dateert nog uit de negentiende eeuw. In 1899 nam het 117 meter hoge Park Row Building de titel world’s tallest building over van zijn buurman St.Paul Building.

Park Row Building, 1899
Tot 1908 het hoogste gebouw ter wereld. Rechts St.Paul’s Building dat in 1898 nog deze titel droeg.
The 30-story Park Row Building was the tallest office building in the world from the time of its completion until the completion of the Singer Building in 1908. Built as a speculative office building by a syndicate of investors lead by August Belmont (also the entrepreneur behind the Interborough Rapid Transit Company (IRT), a private company responsible for the building and operation of the original subway line) the office block originally accommodated 950 offices and over 4,000 workers. It exploited the newly developed all steel-skeleton technology. The syndicate bought and consolidated seven smaller lots to create this large but very irregularly shaped site which lacked the corner lot. The exterior lacks the soaring profile and slender tower of the office buildings that would take the title of tallest building in the next decade, the Singer Building, Metropolitan Life Tower and Woolworth Building. The most distinctive elements of its design are the two three-story cupolas and four life-sized sculpted figures projecting from the fourth floor of the Park Row front. 
 
Bron: nyc-architecture.com
Nogmaals de kampioenen van 1898-1908 samen op een ansichtkaart.
The Park Row Building still stands today facing City Hall Park in lower Manhattan. Commissioned in 1896 by William Mills Ivins, the head of an investment group, the structure was built as speculative office space. It rises 386 feet to its cornice and 391 feet to the lanterns placed atop the structure; counting the four stories in the lanterns, the building is 30 stories tall. The interior could accommodate up to 1,000 offices, and was the home of the first IRT subway headquarters. Under the direction of architect R.H. Robertson and engineer Nathaniel Roberts, the building was under construction for over three years.
 
Bron: skyscraper.org

Een aardig overzicht van wolkenkrabbers in New York met actuele foto’s vind je hier

nyc-architecture.com | skyscraper.org

woensdag 7 juni 2006
dagje Amsterdam
Gisteren bezocht: Rembrandt-Caravaggio in het Van Gogh Museum

De tentoonstelling loopt al vanaf 24 februari, maar eindelijk heb ik hem gisteren dan gezien. Voor het eerst in de geschiedenis worden zoveel Rembrandt’s gepresenteerd naast schilderijen van zijn grote voorbeeld en zoiets mag je eigenlijk niet voorbij laten gaan. Dinsdag is doorgaans een rustige museumdag, maar dat geldt zelden voor blockbusters. Zo liep ik vier jaar geleden op dinsdagmorgen in de rij te schuiven langs de schilderijen van Repin in het Groninger Museum. Ook in het Van Gogh Museum was het bij elk schilderij naar voren schuiven voor een plekje. Maar de expositie is het waard, ook al had ik de meeste Rembrandt’s al eerder ergens gezien. Zijn vier vrouwenportretten o.a. van Bathseba, Flora (tweemaal) en Artemis zag ik voor het eerst in respectievelijk Parijs, Londen, Sint-Petersburg en Madrid. Maar het was een eerste confrontatie met de Rembrandt’s uit Frankfurt, München en San Francisco. En met bijna alle Caravaggio’s wiens werk ik nog nauwelijks vanuit het echt kende. Alleen zijn schilderij van de Emmaüsgangers had ik als eens in Londen gezien.

Een aardige introductie vormen een paar schilderijen van de Utrechtse Caravaggisten door wie Rembrandt bekend raakte met Caravaggio’s licht en realisme. We hebben er daar drie van en ik kan ze soms moeilijk uit elkaar halen: Gerrit van Honthorst (Gerhardo della Notte), Hendrick Ter Brugghen en Dirck van Baburen. Ze werkten bij voorkeur met kaarslicht in hun compositie dat ze middenin een groep mensen plaatsten. Het moet een onvergetelijke indruk op Rembrandt gemaakt hebben.

Dirck van Baburen
Dirck van Baburen, 1623
Prometheus wordt geketend door Vulcanus. Dit doek was ook op de tentoonstelling aanwezig en is duidelijk door een compositie van Caravaggio geinspireerd.

Wat me heel erg is opgevallen, is dat Rembrandt’s benadering van het licht totaal anders is als dan die van zijn Italiaanse voorbeeld. Vergeleken bij Rembrandt is het licht bij Caravaggio bijna altijd vrij hard en oppervlakkig. Rembrandt is veel meer de psycholoog en de metafysicus. En hoewel hij een nuchtere noorderling is, heeft hij een groot gevoel voor dramatiek. Natuurlijk is Caravaggio ook een echte theaterrnaker, maar hij mist voor mij de tederheid van Rembrandt. Ik was geraakt door de overpeinzende blik van Bathseba met de brief van koning David in haar hand. Rembrandt heeft haar gemengde gevoelens weergaloos goed getroffen: de jonge vrouw is onder de indruk dat de koning haar begeert maar denkt tegelijkertijd aan haar eigen man en de mogelijke gevolgen van de onweerstaanbare koninklijke avances.

Bathseba
Rembrandt, 1654
Bathseba (detail)

Het is een hele prestatie dat de organisatoren voor deze tentoonstelling twee doeken met exact hetzelfde thema bij elkaar hebben gebracht: het offer van Abraham. Bijna precies een jaar geleden zag ik Rembrandt’s versie uit Sint Petersburg voor het eerst. Op de tentoonstelling hangt het naast Caravaggio’s interpretatie (normaal in het Uffizi, Florence). Rembrandt’s vertolking van het drama vind ik veel krachtiger: de oude man is verbijsterd en laat het mes uit zijn hand vallen wanneer de engel hem tegenhoudt zijn zoon te offeren. Bij Caravaggio kijkt hij verstoord opzij, alsof niets hem van ‘zijn voornemen’ kan weerhouden. Ook de wijze waarop hij met zijn andere hand de jongen beetpakt, werkt bij Rembrandt veel sterker.

offer van Abraham offer van Abraham
Abraham offert zijn zoon Izaak
door Caravaggio (links) en Rembrandt (rechts)

Na het Van Gogh Museum gingen we via de Albert Cuyp markt op weg naar de Nieuwe Kerk waar de mooie tentoonstelling KIEV loopt met negentiende en vroeg-twintigste eeuwse schilderijen uit de Oekraïne. Een kleine, overzichtelijke expositie met prachtig werk en voor mij hoofdzakelijk onbekende namen. Wat is er nog veel te ontdekken!

rembrandt-caravaggio.nl ( nog tot 18 juni )

dinsdag 6 juni 2006
hoog, hoger, hoogst [4]
Drie historische wolkenkrabbers in New York

Wanneer je oude foto’s van Manhattan bekijkt, valt je onmiddellijk een wolkenkrabber op in de vorm van een reusachtige lantaarn. Dit was het Singer Building en het werd in hetzelfde jaar (1908) gebouwd als het huis waarin ik woon. Een jaar lang was het Singer Building het hoogste gebouw ter wereld. In 1909 werd het ingehaald door de Met Life Tower, die vervolgens weer werd overtroffen door het Woolworth Building in 1913.

lower Manhattan
Lower Manhattan omstreeks 1913
Met het Singer Building (1908) en de Met Life Tower, (1909) als hoogste gebouwen ter wereld.

Deze drie vroege wolkenkrabbers (Singer Building 1908, Life Met Tower 1909 en Woolworth Building 1913) werden gebouwd in een eclectische stijl, respectievelijk in neobarok, neorenaissance en neogotiek. In de jaren twintig en dertig ontwikkelt zich de strakke, klassieke wolkenkrabberstijl die samenvalt met de periode art-deco en nieuwe zakelijkheid.

singer building
Singer Building 1908-1968
Tot 1909 was dit het hoogste gebouw ter wereld. Zestig jaar later werd het gesloopt.
Lower Manhattan omstreeks 1923
De hoogste toren is het Woolworth Building (1913), helemaal rechts het Singer Building (1908) en de kolos helemaal links is het Barclay-Vesey Building (1923), resp. in neo-gotiek, neo-barok en art deco

nyc-architecture.com | Singer Building Gallery

maandag 5 juni 2006
vraagtekens bij de W
dit pinksterweekend in Letter & Geest (Trouw):
WRR negeert het islamitische terrorisme

Sinds het verschijnen van het WRR rapport over het islamitisch activisme op 12 april heb ik al een paar keer over dit onderwerp geschreven.In de bijlage Letter & Geest van Trouw staat een artikel van Marnix Croes en Frans de Leeuw die beweren dat de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid elementaire wetenschappelijke normen geschonden heeft.

Het WRR-rapport over islamitisch activisme
Op 12 april 2006 publiceerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) een op eigen initiatief verrichte studie naar de dynamiek in het islamitisch activisme en de aanknopingspunten die het bood voor democratisering en mensenrechten. Een dag eerder nam Jan Schoonenboom, één van de auteurs, tegenover het ANP hierop vast een voorschot en stelde dat in het debat over de islam in Nederland ’veel grote woorden worden gebruikt zonder dat daaraan feiten ten grondslag liggen’. Schoonenboom beschuldigde met name CDA–fractievoorzitter Maxime Verhagen, VVD–Kamerlid Ayaan Hirsi Ali en Geert Wilders van ’islam-bashing’.

Zowel deze uitlatingen van Schoonenboom als het WRR-rapport zelf kregen vervolgens uit de politiek en de wetenschap bijval en kritiek. Vanwege het verwijt van de grote woorden richtten verschillende criticasters, zoals Afshin Ellian, Ayaan Hirsi Ali en Hans Jansen, hun pijlen op het empirisch gehalte van het rapport zelf. Waarop waren de beleidsaanbevelingen van de WRR, bijvoorbeeld om het gesprek aan te gaan met terroristische organisaties als Hamas en Hezbollah, in feite gebaseerd? Hirsi Ali zei dat de ’W’ van WRR voor ’wereldvreemd’ staat en noemde het rapport ’niet wetenschappelijk, maar een politiek pamflet’. Arabist Hans Jansen noemde het rapport een ’apologie voor de islam’ en vroeg zich af of ’dat de taak is van de WRR’. Arabist Ruud Peters vond het rapport juist ’uiterst verstandig’. Hij gaf wel toe dat vernieuwende stromingen binnen de islam klein zijn en weinig invloed hebben, maar ’juist daarom is het belangrijk om er aandacht aan te besteden’. Trouw-redacteur Eildert Mulder concludeerde dat de WRR echte liberalen in de moslimwereld in de steek laat.

Bron: trouw.nl

zondag 4 juni 2006
dood van een keizer
vandaag is het 65 jaar geleden dat Keizer Wilhelm II in Doorn overleed
Na zijn dood op 4 juni 1941 werd Wilhelm II tot de voltooiing van zijn graf tijdelijk opgebaard in de kapel op het landgoed. In 1942 kwam het mausoleum gereed. Het was een ontwerp van de Berlijnse architect Kiessling en werd gebouwd in opdracht van de tweede echtgenote van de keizer. Het classicistische gebouw heeft een strakke stijl die kenmerkend is voor de architectuur van het Derde Rijk. De vierkante baarruimte wordt vooraf gegaan door een diep portaal met een dubbele deur. De voorgevel bestaat uit zes natuurstenen pilasters die een vlak fronton met wapen dragen. Het gebouw zelf is in baksteen uitgevoerd. De baarruimte heeft enkele, zogenaamde rondboogvensters, waarbij elk een gietijzeren hekwerk heeft met daarin een manshoog zwaard.
Graf Wilhelm II
Voor het mausoleum, achter het beeld van de Pruisische adelaar, liggen de vijf honden van de keizer begraven.
Senta
In het midden ligt het grafje van Senta, de hond die de keizer tijdens de Eerste Wereldoorlog begeleidde.
In het midden ligt Senta, die de respectabele leeftijd van 20 jaar bereikte en aan de zijde van de keizer stond ten tijde van de Eerste Wereldoorlog. Duitse monarchisten herdenken de keizer nog jaarlijks op 27 juni, de geboortedag van Wilhelm II, en op 4 juni, zijn sterfdag. De organisatie is in handen van Duitslands grootste monarchistische vereniging Tradition und Leben. Huize Doorn werd na de Tweede Wereldoorlog als vijandelijk vermogen door de Nederlandse staat in beslag genomen. Meteen na de oorlog werd het opengesteld voor het publiek en sindsdien fungeert het als museum.
 
Bron: dodenakkers.nl/beroemd/wilhelmII.html

huizedoorn.nl

zaterdag 3 juni 2006
schilderbeesten & schildermonniken
Dionysos en Apollo achter de schildersezel

Lopez-ReyDe Spaanse Velazquezkenner José López-Rey die in 1991 overleden is, was een beetje de Spaanse Ernst van de Wetering. Wat deze laatste betekend heeft voor de inventarisatie alle Rembrandts, betekende Lopez-Rey voor het oeuvre van Diego Velazquez. Al jaren bezit ik zijn standaardwerk A Catalogue Raisonné of His Oeuvre (1963) waarvan in 1999 een uitgave in twee delen verscheen bij Taschen-Waldenstein Institute. Het eerste Duitstalige deel is een biografie met veel kleurenreproducties van details op ware grootte. Het tweede deel is een oeuvrecataglogus (130 werken) in Frans, Engels en Duits. Gisteren herontdekte ik dit prachtboek weer.

Voor een schilder is het een boek om van te smullen, want door de vele detailweergaven krijg je een aardig beeld van Velázquez’ techniek, zonder dat je naar het buitenland hoeft. Want er hangt niet één doek van de Spaanse meester in Nederland. De meeste schilderijen hangen in het Prado in Madrid en het is helaas te lang geleden dat ik deze voor het laatst zag. In New York zag ik 6 jaar geleden 5 werken in het Metropolitan Museum, eentje in de Frick Collection en vorig jaar in Sint-Petersburg drie doeken in het Hermitage. Met de editie van Taschen kun je prima op details studeren want de reproducties zijn redelijk, de uitsneden bewust gekozen en altijd op ware grootte.

Velazquez
Detail van de naaister van Diego Velazquez geschilderd tussen 1640-1650

Wat mij telkens weer verbaast bij Velázquez is de enorme vrijheid waarmee hij schildert. In de tegenwoordige tijd wel te verstaan, want zijn penseelstreek is zo vitaal dat je hem nog steeds aan het werk kunt zien. Ik heb een mateloze bewondering voor fijnschilders en andere perfectionisten die de verf onzichtbaar kunnen maken en meester zijn in de stofuitdrukking. Maar de schilders die mij het meest boeien, blijven toch degenen die balanceren tussen nonchelance en preciezie, tussen verf en voorstelling. Daarvoor is een vertrouwen nodig, een loslaten, een vermogen om door de verf heen te kijken naar het beeld dat aan het ontstaan is. Dan openbaart zich voor mij het geheimzinnige van schilderkunst, dat de voorstelling zowel door de verf als in de verf verschijnt. Er openbaart zich een nieuw beeld dat er nog nooit eerder was, een beeld in verf. Dat is het mysterie dat de fotografie mij niet bieden kan. Schilderen kan het zien ‘openbreken’, onze waarneming van de werkelijkheid kwadrateren.

Vermeer
Detail van de melkmeid van Johannes Vermeer
geschilderd rond 1660

De fotografie biedt weer een heel ander mysterie dan de schilderkunst: het mysterie van de tijd. De tijd wordt pas geopenbaard wordt als het moment volmaakt wordt stopgezet. Omdat we nu gewend zijn geraakt aan de foto, lijkt dit mysterie verdwenen. Pas als we 19e eeuwse daguerotypes zien, dringt weer enigszins tot ons door, welke openbaring een foto eigenlijk is en wat onze voorouders gezien moeten hebben.

Johannes Vermeer is natuurlijk hét voorbeeld van een schilder die, dankzij de camera obscura, oog had voor dit mysterie. Pas in de 19e eeuw kon het door het nieuwe medium van de fotografie ten volle geopenbaard worden. Het ogenschijnlijk koele en beheerste temperament van Vermeer, dat tot uitdrukking komt in een weloverwogen en uitgebalanceerde toets, is veel geschikter om het moment te bevriezen, dan het vurige temperament van de Sevillaanse Velázquez’, wiens stijl vooruitloopt op het pictorale vuurwerk van de impressionisten.

De paradox is dat juist de laatsten met de fotografie gingen wedijveren in de vastlegging van het moment. De fotografie kon het moment nog niet in kleur vastleggen, de impressionisten wél! Met als gevolg dat het handschrift maximaal los werd en de vormen zich ontbonden in een delirium van gekleurde vlekjes.

José Lopez-Rey - bibliografie:
Velázquez: A Catalogue Raisonné of His Oeuvre, with an Introductory Study. London: 1963
Velázquez’ Work and World. London: 1968
Velázquez: the Artist as a Maker with a Catalogue Raisonné of the Extant Works. Lausanne: Bibliothéque des Arts, 1979
Francisco de Goya. London: , 1951
A Cycle of Goya’s Drawings: the Expression of Truth and Liberty. London: Faber and Faber, 1956
Goya’s Caprichos: Beauty, Reason & Caricature. Princeton: Princeton University Press, 1953

Diego Velázquez Werkverzeichnis Online

vrijdag 2 juni 2006
nightwatching
vandaag opent het 59e Holland Festival
Peter Greenaway opent het Festival met de tentoonstelling Nightwatching, een theatrale beleving waarbij alle 31 figuren op Rembrandts absolute meesterwerk centraal staan. Rembrandts De Nachtwacht is waarschijnlijk één van de drie meest beroemde schilderijen ter wereld. Miljoenen toeristen bewonderen dit waagstuk en zijn gefascineerd door zijn raadselachtigheid en dubbelzinnigheden. Maar wie zijn eigenlijk de afgebeelde personen? In drie aaneensluitende zalen in het Rijksmuseum laat Greenaway de bezoekers kennis maken met de karakters en geeft hij het schilderij weer als theaterstuk met belichting, geluid en context en hij licht de attributen uit het schilderij, die een beeld geven van Nederland in de tijd van de totstandkoming van dit meesterwerk.
 
Bron: hollandfestival.nl

Peter Greenaway is voornamelijk bekend als cineast maar treedt naast zijn activiteiten als filmmaker ook met enige regelmaat op als gastcurator, kunstenaar, schilder, schrijver, theatermaker, componist, documentairemaker en filmcriticus. Voor het theater maakt hij experimentele opera’s.
 
Greenaway is geboren in Newport, Wales in 1942 en volgde een opleiding tot schilder aan het Walthamstow College of Art. In 1965 trad hij in dienst bij het Central Office of Information. Hier monteerde hij elf jaar lang documentaires en binnen een jaar maakte hij daar zijn eerste experimentele films.

Peter Greenaway

Zijn eerste korte film die succesvol werd verspreid was Interval. Hij maakt verschillende korte films in de eerste helft van de jaren zeventig maar kwam pas onder de aandacht op festivals met A Walk Through H and Vertical Features Remake (1978), waarin zijn fascinatie voor numerologie een prominente rol in neemt. In 1980 maakte hij zijn debuut als speelfilmregisseur met The Falls, een documentaire die zich afspeelt in de toekomst. Met zijn film The Draughtsman’s Contract uit 1982 verwierf Greenaway definitief zijn plaats in de voorhoede van de wereldwijde experimentele filmwereld.
 
In 1983 maakte Greenaway in opdracht van de BBC documentaires over componisten Robert Ashley, John Cage, Philip Glass en Meredith Monk. Pas in 1985 regisseerde hij weer een speelfilm, A Zed and Two Noughts. The Belly of an Architect en Drowning by Numbers volgden.
 
Greenaways Amerikaanse doorbraak kwam met de film The Cook, the Thief, His Wife and Her Lover (1989). Hierop volgend bracht de regisseur zijn meest experimentele film uit: Prospero’s Books, een radicale interpretatie van Shakespeare’s The Tempest. In de jaren negentig verschenen verschillende documentaires en films van Greenaways hand, waaronder The Baby of Macon, Stairs 1 Geneva, The Pillow Book, en 8 1/2 Women. Maar ook schreef hij het libretto voor Writing to Vermeer en richtte hij de tentoonstelling The Physical Self in het Rotterdamse Boymans van Beuningen in.
 
Bron: hollandfestival.nl

donderdag 1 juni 2006
camera work
Camera Work is een legendarisch fototijdschrift uit 1903-1917

camera workWeer eens wat gebladerd door de prachtige bundel met alle jaargangen van Camera Work dat tussen 1903 en 1917 werd uitgegeven door de fotografen Edward Steichen (1879-1973) en Alfred Stieglitz (1864-1946) in New York. Camera Work heeft er in belangrijke mate toe bijgedragen dat de fotografie zich in de twintigste eeuw tot een kunstvorm kon ontwikkelen. Duidelijk is te zien hoe de fotografie zich losmaakt van de schilderkunst en de fotografie gaat kiezen voor ongewone uitsneden, composities en momentopnamen.

De mooiste foto’s vind ik persoonlijk de stadsbeelden uit New York van Alfred Stieglitz, de poetische (portret)foto’s van Clarence H. White, de stillevens van Baron A. de Meyer en de portretten van Frank Eugene. Bij de laatste is de fotografie vrij letterlijk verbonden met de schilderkunst. In de laatste nummers van Camera Works die verschenen tijdens de Eerste Wereldoorlog is het modernisme van de twintigste eeuw definitief aangebroken. Dat is vooral heel duidelijk te zien in de straight photography van Paul Strand

De Amerikaanse fotograaf Alfred Stieglitz werd op 1 januari 1864 te Hoboken (New Jersey) geboren als eerste kind in een welvarend Duits immigrante gezin. Het gezin met uiteindelijk zes kinderen verhuisde in 1871 naar New York. Zijn vader was een amateurschilder en kwam in 1850 naar de V.S., zijn moeder in 1852. In 1881 kon zijn vader stoppen met werken en ging het gezin naar Duitsland om de kinderen een Europese opleiding te geven. Hij ging na een jaar op de Karlsruhe Realgymnasium in 1882 in Berlijn voor ingenieur studeren aan de Technische Hochschule. Tijdens zijn studie ontdekte hij het fotograferen en stapte hij over naar de universiteit van Berlijn, waar hij zich ook met fotochemie bezig hield. In 1887 won hij met fotograferen een prijs. Op aandringen van zijn vader keerde Alfred in 1890 naar New York terug. In 1893 trouwde Stieglitz met Emmeline Obermeijer en in 1898 werd zijn enig kind Katherine geboren. Van 1893 tot 1896 was hij redacteur bij het tijdschrift American Amateur Photographer.
 
Op 25 november 1905 vestigde hij met zijn vriend, de schilder en fotograaf Edward Steichen (1879-1973), de foto-galerie Little Galleries of the Photo-Secession op de zolder van het huis op de Fifth Avenue 291. Begin 1908 begon Stieglitz naast foto’s ook met andere kunstexposities. De eerste keer, januari 1908, liet hij tekeningen van Auguste Rodin zien. Deze waren door Steichen, die in 1906 naar Parijs was vertrokken, opgestuurd. In april 1908 hield Stieglitz de eerste tentoonstelling van Henri Matisse in de V.S. Beide tentoonstellingen zorgden voor veel commotie en een aantal fotografen haalden hun werk weg.
 
Nadat het driejarig contract in 1908 was afgelopen en de huisbaas een nieuw vierjarig contract voor het dubbele huurbedrag aanbod, verhuisde de galerie in december 1908 naar een ruimte op nummer 293 en gaf Steglitz zijn galerie de naam 291. Deze verhuizing werd mogelijk gemaakt door de advocaat en amateurfotograaf Paul Haviland, de oudere broer van Frank Burty, die de financiën voor de huur verzorgde.
 
Bron: home.hccnet.nl/att.leurs/kbd104.html
camera work
A. Stieglitz: Two Towers, New York, 1913
De Met Life Tower (achterste toren) uit 1909 was met 213 meter tot 1913 (Woolworth Building) de hoogste wolkenkrabber ter wereld

Camera Work 1903 - 1917

johannes@mimesis.nl

HTML Hit Counters
eXTReMe Tracker

het numineuze www.griffioen-beelden.nl

www.gerdrenshof.com

www.vanleestantiek.com

nl.orthodoxlogos.com

comics grafische vormgeving en webdesign muziek tekeningen en illustraties wetenschap taal & poëzie Rusland religie geschiedenis filosofie film boeken orthodoxie schilderkunst architectuur fotografie