maandag 31 juli 2006
het verhaal ging … [20]
Deze maand lees ik de Metamorphosen van Ovidius
vandaag [slot]: Pygmalion
Pygmalion had die vrouwen jarenlang in zonde zien leven en voelde een afkeer van het kwaad dat de natuur bij de vrouwen had ingeplant; daardoor bleef hij steeds vrijgezel. Ondertussen maakte hij wel een wit ivoren beeld met een weergaloze schoonheid en werd verliefd op zijn eigen werk.
Pygmalion
Jean-Leon Gerome
Het leek op een echte jonge vrouw die graag bemind wilde worden. Pygmalion bewonderde haar en brandde van hartstocht voor dit namaak-lichaam. Hij voelde steeds met zijn vingers aan het beeld en maakte zich wijs dat het geen ivoor meer was. Hij kuste haar, sprak tot haar en hield haar in de armen, drukte zijn vingers in haar lichaam en was zelfs bang voor blauwe plekken waar hij haar omarmde.
Pygmalion bewonderde haar en brandde van hartstocht voor dit namaak-lichaam.
Hij vleide haar met verliefde woorden, gaf geschenken (schelpen of stenen, tamme vogeltjes, bloemenkransen, lelies, geverfde knikkers, barnsteenkralen en tranen van de Heliadenbomen). Vervolgens tooide hij haar met kleren, deed ringen aan haar vingers, snoeren om haar hals, lichte parelhangers aan haar oren en behing ook rijk haar borst. Alles sierde haar, ook al was ze mooi zonder dat alles. Hij legde haar op een divan met een purperen sprei, noemde haar zijn bed-vriendin en liet haar hals zachtjes in een kussen leunen, denkend dat ze dat kon voelen.
 
Bron: satura-lanx.telenet.be/Ovidius

Kroon’s mythologisch woordenboek

zondag 30 juli 2006
existentiële benauwdheid
gisterenavond gezien op Canvas: Repulsion (1965) van Roman Polanski

Voor de psychologische klassieker Repulsion geldt hetzelfde als voor Persona (1966) van Bergman: je moet er tegen opgewassen zijn. Net als de foto’s van Frits Weeda tonen ze de achterkant van de jaren zestig. Bepaald geen vrijheid blijheid, maar droge en beklemmende registraties van eenzame personen. repulsionNiet om vrolijk van te worden. In veel films van Bergman en deze vroege film van Polanski wordt het bestaan van de deurknop, de wastafel en het gebraden konijn even reëel als het bestaan van de hoofdpersoon. Alles wordt uiteindelijk wat het is, niets meer en niets minder, naakt en onbedekt als in de brandende zon. Er is geen schaduw meer om je in terug te trekken. Vluchten kan niet meer.

Deze existentiële benauwdheid moet je twee uur lang uit kunnen houden. Het is mij net gelukt. Dankzij de aristocratische schoonheid van Catherine Deneuve. En dankzij de prettige momenten met straatbeelden uit 1965 waarbij de camera Deneuve volgt, begeleid met jazzklanken. Ik maak dan onmiddellijk de associatie met ascenseur pour l’échafaud (1958) met Jeanne Moreau onlosmakelijk verbonden met de soundtrack van jazzlegende Miles Davis. Op dit soort tijdsbeelden ben ik helemaal verliefd. Was het nog maar steeds 1965 en kon dat maar zo blijven. De auto’s, zware brilmonturen, proto-flowerpower typen en zwartwit wereld die kleur krijgt door de jazz. Dit is voor mij de andere kant van Repulsion, een icoon van nostalgie. De langzame aftakeling van de protagonist die in haar eigen bestaan gevangen zit, neem ik dan voor lief. En ook met een flinke korrel zout, want in dit existentialistische genre wordt het natuurlijk ook gekoesterd.

repulsion
Catherine Deneuve als de eenzame
en teruggetrokken Carol.
repulsionPolanski laat geluid en vooral ook de afwezigheid daarvan een cruciale rol spelen in het leven van Carol en dus in “Repulsion”. Stilte en afzondering domineren niet alleen Carol’s leven maar ook haar schaduwrijke appartement, de schulp waarin zij zich dieper en dieper terugtrekt. Dat wat normaal gesproken triviaal en onopvallend is klinkt in de verwrongen wereld van Carol als ongewenste indringer. De fel snerpende deurbel, het onregelmatig maar onophoudelijk druppen van de lekkende kraan, de wekker die onverstoorbaar door blijft tikken, het doordringende gedreun van de kerkklokken van het klooster (!) aan de overkant van de straat; ze fungeren niet alleen als alarmbel die Carol zo nu en dan ruw wakker schudt uit haar bijna comateuze apathie maar ook als startsein voor zeer gewelddadige en angstaanjagende seksueel getinte hallucinaties.
 
Bron: phantasmagoria.nl

Repulsion [imdb.com]

zo zal het ook gebeuren
vandaag lezen we in de Kerk uit het Evangelie naar Mattheüs: 9: 27-35
Toen Jezus van daar verderging, volgden hem twee blinden die luidkeels riepen: ‘Heb medelijden met ons, Zoon van David!’ En nadat hij een huis was binnengegaan, kwamen de blinden naar hem toe. Jezus vroeg hun: ‘Gelooft u dat ik dit kan doen?’ Ze antwoordden: ‘Zeker, Heer!’ Daarop raakte hij hun ogen aan en zei: ‘Zoals u gelooft, zo zal het ook gebeuren.’ En hun ogen gingen open. Jezus waarschuwde hen uitdrukkelijk: ‘Zorg ervoor dat niemand het te weten komt!’ Maar na hun vertrek verspreidden ze het nieuws over hem in de hele omgeving.
Zoals u gelooft, zo zal het ook gebeuren
Terwijl ze het huis weer verlieten, bracht men iemand bij hem die bezeten was en niet kon spreken. Nadat de demon was uitgedreven, begon de stomme te spreken. De mensenmassa stond versteld, men zei: ‘Zoiets hebben we in Israël nog nooit gezien!’ Maar de Farizeeën zeiden: ‘Het is dankzij de vorst der demonen dat hij demonen kan uitdrijven.’ Jezus trok rond langs alle steden en dorpen, hij gaf er onderricht in de synagogen, verkondigde het goede nieuws over het koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal.
en van de Apostel lezen we uit de Brief aan de Romeinen 15: 1-7
Wij, de sterken, moeten de zwakken in hun kwetsbaarheid helpen en niet ons eigen belang dienen. Laat ieder van ons zich richten op het belang van de ander, op wat goed en opbouwend voor hem is. Ook Christus zocht niet zijn eigen belang; integendeel, er staat geschreven: ‘De smaad van wie u smaadt, is op mij neergekomen.’
Aanvaard elkaar daarom ter ere van God, zoals Christus u heeft aanvaard.
Alles wat vroeger is geschreven, is geschreven om ons te onderwijzen, opdat wij door te volharden en door troost te putten uit de Schriften zouden blijven hopen. Moge God, die ons doet volharden en ons troost geeft, u de eensgezindheid geven die Christus Jezus van ons vraagt. Dan zult u eendrachtig en eenstemmig lof brengen aan de God en Vader van onze Heer Jezus Christus.
Aanvaard elkaar daarom ter ere van God, zoals Christus u heeft aanvaard.
het verhaal ging … [19]
Deze maand lees ik de Metamorphosen van Ovidius
vandaag: Thereus en Philomela
Toen ze na een voorspoedige reis in Thrakië waren aangekomen, sleepte Tereus de Atheense prinses mee naar een schaapsstal in de bergen, verborgen in een eeuwenoud bos. De doodsbange en wanhopig huilende Philomela vroeg hem waar Procne nu toch was, maar als antwoord vertelde Tereus haar wat hij voor haar voelde, wat hij dus van haar verlangde en toen hij niet goedschiks kreeg wat hij wou, verkrachtte hij het meisje ondanks haar wanhopige kreten om hulp, ook al riep ze de goden aan…
Philomela
Baur, Metamorphosen 1703
Toen ze zo onteerd was, beefde Philomela als een lam dat bloedend ontsnapt is aan de bek van een wolf maar zich nog niet veilig voelt, of als een duif die trillend, met veren die met bloed bespat zijn, huivert bij de herinnering aan de gierenklauwen die haar zopas nog vasthielden.
Maar de goden zullen wraak nemen… Ik zal wat je gedaan hebt, niet verzwijgen.
Maar toen de gruwel van wat er gebeurd was tot het meisje doordrong, begon ze zich de haren uit te rukken, sloeg zich de armen blauw en schreeuwde haar verkrachter toe: “Jij barbaar! Is dat het respect dat je opbrengt voor de afscheidswoorden van mijn vader? Is dat een bewijs van je liefde voor mijn zuster? Is het zo dat jij een maagd behandelt? Jij bent verantwoordelijk voor wat hier gebeurd is, jij overspelige echtgenoot, en Procne zal zich hiervoor wreken. Dood me dan! Waarom aarzel je? Een schoft als jij deinst toch voor geen enkele misdaad terug? Ik wou dat je me vermoord had voor je me verkrachtte, dan was ik nog een reine schim in de onderwereld geweest! Maar de goden zullen wraak nemen… Ik zal wat je gedaan hebt, niet verzwijgen. Als ik uit deze krocht ontsnap, zal ik alles aan iedereen vertellen; als je me hier in de bossen opgesloten houdt, zal ik je misdaad door de bossen schreeuwen en de stenen zullen het voortvertellen! De hemel zal het horen en de goden zullen ingrijpen!”
 
Bron: satura-lanx.telenet.be/Ovidius

The Ovid Project | Kroon’s mythologisch woordenboek

zaterdag 29 juli 2006
hoofdzonden die nergens toe leiden
gisterenavond gezien op Net 5: Se7en (1995) van David Fincher

se7enDe geweldadige thriller is niet mijn favouriete genre. Maar als deze knap gemaakt is, dan kijk ik er toch naar. Dat was de reden om eindelijk eens Se7en te gaan zien, naast Pulp Fiction een van de meest bejubelde films van de jaren 90. Het is een donkere vette film met mooie rollen van Morgan Freeman als bedaarde rechercheur en Brad Pitt als agressieve jonge hond. Ze worden op een zaak gezet die leidt naar een gestoorde seriemoordenaar waardoor de thriller dicht het horrorgenre nadert. Maar David Fincher is spaarzaam met shockeffecten en gebruikt meer de suggestie en de dialogen om de gruwelijkheden ‘in beeld’ te brengen.

Zoals in elke betere thriller is het juist de psychologische laag die de film interessant maakt. De seriemoordenaar, genaamd John Doe (Pietje Huppeldepup), is geobsedeerd door de zeven hoofdzonden en gebruikt zijn moorden om te ‘preken’. De moorden komen met elkaar in verband te staan doordat er telkens bij het slachtoffer een van de hoofdzonden met grote letters geschreven is. Het eerste slachtoffer, een dikke man wordt gevonden met het woord ‘vraatzucht’, het tweede slachtoffer, een advocaat met het woord ‘hebzucht’. Later in de film zegt de moordenaar: ‘We zien elke dag een zonde gebeuren, maar we accepteren het. Omdat het normaal is. Omdat we het hebben aanvaard als de gang van zaken.’

Se7en
Rechercheur Sommerset en Mills in de schuilplaats van de seriemoordenaar

In vlagen doet deze John Doe mij denken aan kolonel Curtz uit Apocalyps Now, of aan Raskolnikov uit Crime and Punishment: ze hebben met elkaar gemeen dat ze een ‘logica’ zijn gaan aannemen, waar geen speld tussen te krijgen is, maar die uiteindelijk wél extreem immoreel is. Ik geloof dat ik deze figuren niet zo interessant vind. Wat mij wél intrigeert, is dat ze gedeeltelijk onder mijn huid kruipen. Ze confronteren mij met de immoraliteit die diep in mij leeft en hoe ik deze in het dagelijks leven kanaliseer.

Wie naar het zwaard grijpt,
zal door het zwaard omkomen.

In het proces dat Raskolnikov doormaakt, wordt dit het zorgvuldigst uitgewerkt en met het enige echte resultaat: de bekering door het berouw. In Apocalyps Now en Se7en maken de gestoorde geesten dit proces niet mee en laten ze zich gretig slachtofferen, dat eigenlijk neerkomt op zelfmoord op verzoek. Apocalyps Now en Se7en blijven voor mij daardoor sombere films die geen hoop geven, heel anders dan in Schuld en Boete dat wél naar een uitweg wijst uit de duivelse logica waarin de moordenaar gevangen zit.

Het verhaal is u waarschijnlijk welbekend: rechercheur Somerset (Morgan Freeman) wordt tijdens zijn laatste week opgezadeld met een jongere collega die hem zal opvolgen, David Mills (Brad Pitt). Wat mooi is aan het team van deze film, is dat ze de gemeenplaatsen overstijgen. Ik bedoel, een white cop, black cop team, dat is toch een huizenhoog cliché? Maar hier hebben de twee flikken het niet zo voor elkaar, ze verschillen als dag en nacht: Somerset is een bedaarde intellectueel die met een sombere blik (Freeman op z’n best) door het leven stapt. Hij heeft alles al gezien, en aanvaard, hoewel het hem niet bevalt. Mills is een gretige jonge hond, niet al te slim, die denkt de wereld te kunnen verbeteren. Deze twee zijn blank en zwart in meer dan één betekenis.
 
Bron: digg.be

sevenmovie.com

het verhaal ging … [18]
Deze maand lees ik de Metamorphosen van Ovidius
vandaag: Hermaphroditus en Salmacis
Het water was zo uitnodigend dat hij eerst zijn tenen, dan zijn voeten tot aan de enkel in de vijver stak. Het voelde lekker aan; daarom trok hij vlug zijn kleren uit. Salmacis bekeek het prachtige, naakte jongenslichaam met glinsterende ogen, haar verlangen werd steeds groter…
Ze bleef aan hem vastgeklampt en vroeg de goden dat Hermaphroditus voor altijd bij haar zou blijven.
Ze kon niet meer blijven zitten, ze wou nu over hem beschikken! De jongen dook in het water en zwom glinsterend rond. ‘Nu heb ik hem!’ dacht ze, ‘Nu heb ik gewonnen!’ Ze liep snel naar de vijver, gooide haar kleren af en dook in het water.
salmacis
Bartholomeus Spranger, 1546-1611
Hermaphroditus en Salmacis
Ze omarmde hem en kuste hem tegen zijn zin, ze streelde zijn onwillig lichaam en ze klemde zich tegen de jongen aan. Hij stribbelde tegen, rukte zich los en bleef zich koppig verzetten. Maar voor Salmacis was dat geen reden om te stoppen. Ze bleef aan hem vastgeklampt en vroeg de goden dat Hermaphroditus voor altijd bij haar zou blijven. Wat de goden ook toestonden: Hermaphroditus en Salmacis groeiden samen tot een persoon, een tweeslachtig wezen, half man en half vrouw.
 
Toen Hermaphroditus merkte dat hij, die als een man in de vijver was gedoken, er in een halve vrouw en een halve man veranderd was, vroeg hij met een stem die geen echte mannenstem meer was, zijn ouders dat voortaan elke man die in dit water zou zwemmen, er als een halve man weer zou uitkomen. Mercurius en Venus vervulden die wens en gaven het water die verdorven wonderkracht.”
 
Bron: satura-lanx.telenet.be/Ovidius

Kroon’s mythologisch woordenboek

vrijdag 28 juli 2006
oorlogsverklaring
Op 28 juli 1914 verklaarde Oostenrijk-Hongarije de oorlog aan Servië

Al eerder verwees ik naar de prachtige site over de Eerste Wereldoorlog die Menno Wielinga nu al vier jaar helemaal alleen aan het maken is. Vandaag keerde ik weer even terug om te kijken naar de chronologie van de gebeurtenissen die aan de Great War voorafgingen. Het is 92 jaar geleden dat de juli crisis escaleerde. Een week later was de Eerste Wereldoorlog begonnen.

(…)om de vrede te redden, overhandigde Oostenrijk op 23 juli 1914 een bij voorbaat onaanvaardbaar geacht ultimatum aan Servië. Servië wees dit ultimatum van de hand en mobiliseerde. Op 28 juli verklaarde Oostenrijk de oorlog aan Servië. Op 30 juli begon de algemene mobilisatie in Rusland. Op 1 augustus mobiliseerden zowel Duitsland als Frankrijk. Diezelfde dag nog verklaarde Duitsland de oorlog aan Rusland. Op 3 augustus verklaarde Duitsland ook de oorlog aan Frankrijk. De schending van de Belgische neutraliteit door Duitsland, veroorzaakt om Frankrijk te kunnen binnenvallen, was voor Engeland de aanleiding om op 4 augustus Duitsland de oorlog te verklaren.
 
Bron: wereldoorlog1418.nl

Wielinga geeft op zijn site een overzicht van de verschillende oorzaken die geleid hebben tot het uitbreken van deze oorlog. Een zeer uitgebreid overzicht van dag tot dag van alle gebeurtenissen vond ik op het engelstalige firstworldwar.com, vooralsnog de grootste website over de Eerste Wereldoorlog die ik ben tegengekomen.

Vienna, 28 July 1914

BerchtoldThe Royal Serbian Government not having answered in a satisfactory manner the note of July 23, 1914, presented by the Austro-Hungarian Minister at Belgrade, the Imperial and Royal Government are themselves compelled to see to the safeguarding of their rights and interests, and, with this object, to have recourse to force of arms.
Austria-Hungary consequently considers herself henceforward in state of war with Serbia.

Count Berchtold

het telegram (de oorlogsverklaring) dat graaf Leopold von Berchtold ( Minister van Buitenlandse Zaken van Oostenrijk-Hongarije) om 11.10 verstuurde naar Nicola Pasic ( Premier en Minister van Buitenlandse Zaken van Servië), die het ontving om 12.30.
Nicola Pasic
Nicola Pasic, Premier en Minister van Buitenlandse Zaken van Servië

This day in World War I

liefde tussen twee archiefmuizen
gisterenavond gezien: Possession (2002) op Net 5

Possession is de zoveelste film van twee mensen die iets uit het verleden op het spoor komen, dit gaan onderzoeken, vervolgens nog meer op het spoor komen, het verder gaan uitrafelen en daardoor steeds meer ergens in verwikkeld raken. Maar ditmaal geen kerkgeheimen en gangsterbenden, maar wel een zoektocht van twee literatuuronderzoekers naar een verborgen liefde die langzaam maar zeker ook naar henzelf gaat verwijzen.

PossessionIn april zag ik de verfilming van Sarah Water’s bestseller Fingersmith, een typisch Engels kostuumdrama met subliem acteerwerk. A.S.Byatt’s boek Possession heeft een parallel met Fingersmith: het speelt zich ook (gedeeltelijk) af in de Victoriaanse tijd en gaat (gedeeltelijk) over een schrijfster met een lesbische verhouding . Ook in Engeland zijn vrouwenstudies onder schrijfsters razend populair en worden feministen avant la lettre uit het verleden in kaart gebracht. Vaak blijken deze er dan een lesbische verhouding op na gehouden te hebben dat voor veel onderzoeksters geldt als het ultieme bewijs voor hun vrouw-zijn.

Possession speelt zich hoofdzakelijk in deze tijd af. Een Amerikaanse onderzoeker ontdekt een brief van de Victoriaanse dichter Randolph Henry Ash gericht aan de dichteres Christabel LaMotte. Hij raakt in contact met de biograaf van deze Christabel LaMotte, de jonge professor Maud Bailey. Samen ontrafelen ze het verleden en komen tot de ontdekking dat beiden in 1859 een geheime verhouding hebben gehad. Intussen bloeit er tussen de twee onderzoekers ook iets op.

possession
Gwyneth Paltrow als Maud Bailey

De film is soms een beetje teveel in Hollywoodstijl neergezet en ik vind Aaron Eckhart slecht gecast als de literatuuronderzoeker Roland Michell. Ik zou hem eerder verwachten in de jungle met ontbloot bovenlijf, vechtend tegen krokodillen, maar niet tussen de archiefkasten. Gwyneth Paltrow speelt een mooie rol als ijskoningin die langzaam ontdooit. Het verhaal speelt zich af in heden en verleden en regisseur Neil LaBute heeft dat vaak mooi door elkaar gevlochten.

A.S. Byatt’s Possession, winner of the 1990 Booker Prize, was made to be a movie. Some might argue that it had too much literary baggage — academic office humor and discourse on everything from feminist scholarship to ancient French mythology, not to mention whole chapters of original epic poems. But the heart of “Possession” couldn’t be simpler. The story’s about parallel love stories — two (fictional) Victorian poets and a pair of modern-day academics who study them. The venerable Randolph Henry Ash once carried on a secret affair with Christabel LaMotte, who is celebrated by Women’s Studies types as a proto-feminist and lesbian. They wrote elaborate allusions to each other in their poetry, and the world never suspected. The movie, however, doesn’t need to approach these subtleties. Just say something to the effect of “The married poet laureate and a lesbian?!” and audiences get the gist. It’s a literary mystery, an English thesis with the heart of a bodice-ripper.
 
Bron: flakmag.com

possession-movie.com

het verhaal ging … [17]
Deze maand lees ik de Metamorphosen van Ovidius
vandaag: Phaeton
Samen gingen ze naar de prachtige zonnewagen, gemaakt van goud en zilver, waarin het zonlicht weerkaatste. Aurora had de purperen poorten van de rozenzaal in het oosten al geopend terwijl Phaëthon nog naar de wagen stond te kijken. De zonnegod gaf de Uren de opdracht om de paarden in te spannen toen hij Lucifer, de laatste ster, naar de aarde zag afdalen en merkte hoe rood de wereld kleurde. De vuurspuwende dieren deden zich te goed aan hun ruif vol ambrozijn en lieten zich gewillig het rinkelende tuig aangespen. De vader wreef Phaëthons gezicht in met goddelijke zalf tegen de hitte en zette tenslotte de stralenkrans op zijn hoofd.
De vier paarden van de Zon bliezen vlammen
en hinnikten luid.
De Zon slaakte diepe zuchten en gaf Phaëthon nog wat raad: “Phaëthon, je mag niet te kwistig zijn met de zweep, je moet je krachten sparen voor de teugels en geen steile routes nemen.” Dan beschreef de Zon Phaëthons route en legde uit welke hemellichamen hij zou passeren. Hij mocht niet te hoog en niet te laag rijden. Aarde en hemel moesten gelijke warmte krijgen, anders zou een van beiden in brand kunnen schieten. Hij moest dus de middenweg nemen. Zijn vader bad tot Fortuna dat zij Phaëthon zou helpen.
phaeton
Virgil Solis, Metamorphosen 1581
Toen brak het ogenblik aan dat Phaëthon de wagen besteeg en hij niet meer op zijn beslissing kon terugkomen. Phaëthon was blij de teugels in handen te hebben en bedankte zijn vader, die dat liever niet had zien gebeuren… De vier paarden van de Zon bliezen vlammen en hinnikten luid. Toen Tethys het hek geopend had, schoten ze snel weg. Door het lichte gewicht van Phaëthon schokte de wagen door de lucht en leek wel onbemand. De onervaren Phaëthon schrok van het geweld van de paarden en wist niet wat doen. Hoe kon hij greep krijgen op het span? Hoe kon hij in het oog houden waar de wagen heen moest? En als hij dat al zou weten, hoe zou hij dan de wagen daarheen kunnen loodsen? (…)
phaeton
Sebastiano Ricci, 1703
(…) Daarom liet Jupiter een donderslag weerklinken en schoot met een wel gemikte bliksemschicht Phaëthon, de wagenmenner, van de zonnewagen. De paarden schrokken, steigerden en rukten zich los van de nu slaphangende teugels; de zonnewagen was herleid tot een hoop verspreid liggende wrakstukken…
 
Getroffen stortte Phaëthon neer van zijn verbrijzelde wagen terwijl zijn rosse haardos in brand stond. Hij viel in een grote boog door de lucht omlaag, zoals een ster uit een onbewolkte hemel omlaag valt. De Eridanus, een hoofdstroom van het westen, ving hem op in zijn water en waste het roet van zijn gezicht. De waternimfen van het Avondland begroeven zijn nog smeulend lichaam. Het grafschrift luidde: ‘Dit is het graf van Phaëthon, de menner van de zonnewagen; hij overleed aan overmoed’.
 
Bron: satura-lanx.telenet.be/Ovidius

Kroon’s mythologisch woordenboek

donderdag 27 juli 2006
het verhaal ging … [16]
Deze maand lees ik de Metamorphosen van Ovidius
vandaag: Orpheus en de bacchanten
Terwijl de dichter Orpheus in Thrakië dieren, bomen en zelfs rotsen meelokte met zijn gezang, kregen de vrouwen van de Ciconen, in Bacchantenstemming en gehuld in dierenvellen, hem in het oog van op een heuvel. Een van de vrouwen riep: “Kijk daar! Daar heb je onze vrouwenhater.” Ze gooide haar thyrsus naar het hoofd van Orpheus, raakte hem maar kwetste hem niet omdat de tak dik bebladerd was. Een ander gooide een steen naar hem maar die werd in zijn vaart geremd door zijn gezang en viel voor zijn voeten neer. Orpheus smeekte om genade bij die mislukte aanval.
Orpheus
Virgil Solis, 1581
Orpheus en de dieren
Ondanks zijn smeken nam het geweld toe en kende geen grenzen meer. Door het luid gekrijs, het handgeklap, de klank van toeters en timpanen en de Bacchuskreten was de stem van de dichter niet meer te horen en toen trof iedere steen zijn doel. Dan stortten de vrouwen zich op de vogels, slangen en andere wilde dieren (die luisterden naar Orpheus’ gezang) en verscheurden hen. Toen gingen ze, met bloed aan hun handen, naar Orpheus toe en omringden hem als vogels die bij het ochtendlicht een nachtuil zien rondvliegen of zoals een hert reeds in de vroege uren de prooi wordt van enkele honden en beseft dat het gaat sterven.
Een van de vrouwen riep: “Kijk daar! Daar heb je onze vrouwenhater.”
Met hun thyrsus sloegen ze Orpheus neer. Sommigen gooiden met afgerukte takken, kluiten of stenen. Er was genoeg materiaal in de buurt omdat daar vlakbij boeren hun akkers bewerkten met ploeg en ossenspan. Maar die boeren waren in paniek gevlucht voor de Maenaden en hadden hun harken, houwelen en schoffels achtergelaten op het veld. De wilde bende nam het materiaal mee, jaagde de ossen uiteen en keerde dan terug naar Orpheus. Hoe hij ook smeekte, ze doodden hem toch.
Orpheus
Orpheus wordt door bacchanten
in stukken gereten
Orpheus’ in stukken gereten lichaam werd door de Hebrus meegevoerd. En wonderlijk om zeggen: klagend klonk de lier, klagend fluisterde de mond, klagend antwoordden de oevers van de stroom. Toen de stroom het land verlaten had, dreef het lichaam verder weg op zee tot op de kust van Lesbos, waar Methymna ligt. Terwijl het hoofd van Orpheus op het strand lag, wou een slang het aanvallen. Maar toen de slang toehapte, snelde Apollo Orpheus te hulp. Hij liet de slangenbek verstenen zodat de kaken voorgoed opengesperd bleven. Orpheus’ ziel daalde af naar de onderwereld, waar hij Eurydice aantrof in de Elyzese velden en haar omhelsde. Sindsdien zijn ze altijd samen: zij aan zij, of één voorop en één die volgt; dan is het dikwijls Orpheus die omkijkt naar Eurydice, maar hij hoeft nu niet bang meer te zijn..
 
Bron: satura-lanx.telenet.be/Ovidius

Orpheus in de kunst | Kroon’s mythologisch woordenboek

woensdag 26 juli 2006
het verhaal ging … [15]
Deze maand lees ik de Metamorphosen van Ovidius
vandaag: Acis en Galatea
Ik dook in mijn doodsangst het water in. Ook Acis sloeg op de vlucht en riep: ‘Help me, Galatea, ik smeek je… Vader! Moeder! Help! Als jullie me niet verbergen in jullie wateren, ben ik verloren!’ Maar de Cycloop zat hem al op de hielen en gooide een rotsblok dat hij uit een berg gerukt had. Acis werd verpletterd, hoewel alleen een hoekje van het gevaarte hem raakte. Ik was machteloos en kon alleen toestaan wat het lot beschikt had: Acis kreeg dezelfde krachten als zijn vader en moeder.
Galatea
Raffael
De triomf van Galatea, 1511
Van onder de rots drupte een felrood bloedspoor, maar na een tijdje begon de kleur van het bloed te veranderen en kreeg het de kleur van een rivier die door een stortbui vertroebeld is en langzaam weer helder wordt. Daarna barstte de rots die Acis gedood had; op die plaats groeiden doorheen de spleten slanke en welige rietpluimen en bruiste water. En - wonderlijk om zeggen - daar verrees plots uit dat water een man, zijn hoofd was omkranst met gevlochten riet. Het was Acis, maar zijn nieuwe verschijning was groter en was waterblauw.
Zijn naam bleef bestaan, maar hij was in een rivier veranderd.”
De nimfen zwommen weg in de kalme golfslag toen Galatea haar verhaal verteld had. Scylla die de diepe zee vreesde, wandelde op het strand waar ze naakt bleef ronddwalen en af en toe verfrissing zocht in een stille inham van de kust.
 
Bron: satura-lanx.telenet.be/Ovidius

Kroon’s mythologisch woordenboek

dinsdag 25 juli 2006
Constantijn in York
Vandaag is het 1700 jaar geleden dat Constantijn
in York gekroond werd tot Keizer van het Romeinse Rijk
25 July 2006 is the 1700th anniversary of the proclamation of Constantine in York as emperor, which took place on the 25th July 306. To celebrate this anniversary, York Museums Trust is organising a major loan exhibition at the Yorkshire Museum illustrating the story of Constantine and his legacy to Europe, the Mediterranean and ultimately to the rest of the world. The exhibition will bring together rare historic writings, and allow the visitor to explore the history and richness of the Late Roman World through exhibits of important sculptures, silver plate, gold jewellery, mosaics, textiles and paintings.
 
The exhibition will also explore the Anglo-Saxon legacy of Constantine in Britain with carved monuments of the church. It will be accompanied by an illustrated publication with authoritative essays and a full catalogue of over 270 exhibits.
 
Bron: constantinethegreat.org.uk
Constantine the Great
cover van de tentoonstellingscatalogus

ConstantineFlavius Valerius Constantinus (Naissus, tegenwoordig Niš (Servië), 27 februari 272? - 22 mei 337), bekend als Constantijn I de Grote, was Keizer van Rome. Hij noemde zich vanaf juli 306 keizer, maar werd pas vanaf 308 als zodanig erkend. Hij was de zoon van Constantius I Chlorus en Helena. Met Constantius voerde hij in Schotland een veldtocht tegen de Picten. Zijn vader stierf in Eburacum (York) in 306 en Galerius aanvaardde dat Constantijn zijn vader op zou volgen, zij het eerst slechts als Caesar, pas later als Augustus. Na 308 trok hij op tegen de Alamannen en de Franken die de Rijn onveilig maakten, hij was verantwoordelijk voor Gallië, Brittannië en Hispanië.
Bron: nl.wikipedia.org

constantinethegreat.org.uk | hoe Rome christelijk werd

het verhaal ging … [14]
Deze maand lees ik de Metamorphosen van Ovidius
vandaag: Cadmus en de draak
Het was middag toen Cadmus zich ongerust begon te maken over het wegblijven van zijn makkers. Hij besloot hen te gaan zoeken met een leeuwenhuid als bescherming, met een lans en een spies als wapens maar vooral met een dapper hart - dat ieder wapen overtreft. Ziedend van woede zag hij hoe de moordlustige draak de wonden van zijn vrienden likte en nam zich voor tot het einde te strijden om hun dood te wreken.
Tot plots Cadmus met inzet van al zijn krachten de lans door de drakenkeel stootte en het monster aan een boom spietste…
Hij greep een groot rotsblok en smeet het met al zijn kracht naar de draak. Hoewel de impact zwaar genoeg was om een grote muur te slopen, voelde de draak niets, dankzij zijn machtig pantser van schubben.
Hij wendde een aanval van de drakenkop af door met zijn lans te steken.
De tweede poging van Cadmus met zijn werpspies had echter wel resultaat, want het pantser werd doorboord en de punt trof de kronkelende ruggengraat waar de spies bleef steken. De draak voelde de pijn, draaide zijn hoofd en rukte met veel moeite de speer uit de wonde, maar de punt bleef zitten.
Goltzius
Hendrick Goltzius,
Cadmus en de draak
Woester geworden door deze aanval zwollen zijn aderen, schuimde zijn op moord beluste bek en zijn zwarte adem bevuilde de lucht. Hij baande zich een weg omhoog tot hij zijn volle lengte had bereikt om zich vervolgens verpletterend op het bos te laten vallen. Cadmus ontsnapte aan een gewisse dood door opzij te springen.
 
Hij wendde een aanval van de drakenkop af door met zijn lans te steken. De draak wou de lans stuk bijten, maar beet steeds weer op de punt die wonden maakte in zijn bek zodat bloedspatten het groene gras rood kleurden. Toch waren deze verwondingen voor de draak ongevaarlijk zolang de lans zijn nek niet kwetste; de draak moest er alleen voor zorgen dat hij daar geen diepe of rake stoten moest incasseren. Tot plots Cadmus met inzet van al zijn krachten de lans door de drakenkeel stootte en het monster aan een boom spietste… De boom boog door onder het gewicht van het drakenlijk…
 
Bron: satura-lanx.telenet.be/Ovidius/

Kroon’s mythologisch woordenboek

maandag 24 juli 2006
het verhaal ging … [13]
Deze maand lees ik de Metamorphosen van Ovidius
vandaag: Diana en Actaeon
Als Diana vermoeid was van het jagen, ging ze vaak in die vijver baden. Ze werd dan door nimfen vergezeld die haar wapens en kledij bijhielden. Een nimf, Crocale, mocht altijd Diana’s haar opbinden dat normaal verspreid lag in haar nek. Vijf andere nimfen schepten constant met kruiken water en goten het over Diana uit.
Diana werd rood van schaamte toen ze besefte dat ze naakt door Actaeon gezien was.
Terwijl Actaeon in het bos ronddoolde, kwam hij zonder het zelf te beseffen bij die gewijde plaats, in de grot waar Diana haar bad nam. Nauwelijks hadden de nimfen hem gezien of ze begonnen luidkeels te gillen en gingen allen rond Diana staan opdat Actaeon haar niet zou kunnen zien. Dat had echter niet veel zin, want Diana was een stuk groter dan haar nimfen en stak boven hen uit.
Titiaan - Diana en Actaeon
Titiaan, 1559
Diana en Actaeon
Diana werd rood van schaamte toen ze besefte dat ze naakt door Actaeon gezien was. Haar eerste reactie was naar haar boog grijpen, maar toen ze zich herinnerde dat die een eindje verder lag, smeet ze een handvol water in zijn gezicht. Terwijl ze dat deed, zei ze nog dat hij nu aan iedereen mocht vertellen dat hij haar naakt had gezien, als hij dat tenminste nog zou kunnen. Verder zei ze niets meer.
 
Bron: satura-lanx.telenet.be/Ovidius

meer mythologische voorstellingen van Titiaan | Kroon’s mythologisch woordenboek

zondag 23 juli 2006
zegen uw vervolgers
vandaag lezen we in de Kerk uit het Evangelie van Mattheus 9: 1-8
Hij stapte weer in de boot en stak over, terug naar zijn eigen stad. Daar probeerden een paar mensen een verlamde bij hem te brengen die op een draagbed lag. Bij het zien van hun geloof zei Jezus tegen de verlamde: ‘Wees gerust, uw zonden worden u vergeven.’ Daarop zeiden enkele schriftgeleerden bij zichzelf: Wat een godslasterlijke taal! Jezus doorzag hun gedachten en zei: ‘Waarom hebt u zulke boosaardige gedachten? Wat is gemakkelijker, te zeggen: “Uw zonden worden u vergeven” of: “Sta op en loop”? Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven.’ Toen zei hij tegen de verlamde: ‘Sta op, pak uw bed en ga naar huis.’ En hij stond op en ging naar huis. Bij het zien hiervan werden de mensen met ontzag vervuld en ze loofden God, om de macht die hij aan mensen heeft verleend.
Zegen uw vervolgers; zegen hen, vervloek hen niet
…en bij de Apostel lezen we uit de Brief aan de Romeinen 12:6-14
We hebben verschillende gaven, onderscheiden naar de genade die ons geschonken is. Wie de gave heeft te profeteren, moet die in overeenstemming met het geloof gebruiken. Wie de gave heeft bijstand te verlenen, moet bijstand verlenen. Wie de gave heeft te onderwijzen, moet onderwijzen. Wie de gave heeft te troosten, moet troosten. Wie iets weggeeft, moet dat zonder bijbedoeling doen. Wie leiding geeft, moet dat doen met volle inzet. Wie barmhartig voor een ander is, moet daarin blijmoedig zijn. Laat uw liefde oprecht zijn. Verafschuw het kwaad en wees het goede toegedaan. Heb elkaar lief met de innige liefde van broeders en zusters en acht de ander hoger dan uzelf. Laat uw enthousiasme niet bekoelen, maar laat u aanvuren door de Geest en dien de Heer. Wees verheugd door de hoop die u hebt, wees standvastig wanneer u tegenspoed ondervindt, en bid onophoudelijk. Bekommer u om de noden van de heiligen en wees gastvrij. Zegen uw vervolgers; zegen hen, vervloek hen niet
Heb elkaar lief met de innige liefde van broeders en zusters en acht de ander hoger dan uzelf.

NAZARETH, 19 juli 2006 - Bij een raketaanval van de Hezbollah op de vooral door Arabische Israëliërs bewoonde Noord-Israëlische stad Nazareth zijn woensdag twee kinderen gedood, hebben de Israëlische autoriteiten bekendgemaakt. De doden zijn twee Arabische broertjes van 4 en 8. Volgens een ooggetuige kwam de raket neer in een steeg tussen twee woningen in het centrum van Nazareth. De kinderen waren daar juist aan het spelen. Een tweede raket kwam neer op een gebouw. In totaal vielen er achttien gewonden.

Libanon crisis

Nazareth is de plaats waar Jezus is opgegroeid en staat vol kerken. De stad ligt op dertig kilometer van de Libanese grens. Voor zover bekend is geen van de heilige plaatsen in Nazareth beschadigd geraakt. De afgelopen dagen werd het nabijgelegen Boven-Nazareth ook al door raketten getroffen. [Bron: nieuws.nl]

het verhaal ging … [12]
Deze maand lees ik de Metamorphosen van Ovidius
vandaag: Diana en Callisto
Na een tijdje kwam Diana, omringd door de andere nimfen, opdagen en ze riep Callisto. Die hield zich aanvankelijk schuil in het struikgewas omdat ze vreesde dat het ook deze keer een list was van Jupiter. Toen ze evenwel zag dat Diana omringd was door een schare nimfen, liep ze hen, toch wat onzekerder dan voorheen, tegemoet. Hoe graag wou ze praten over wat haar overkomen was… Maar wie zou haar begrijpen? Diana begreep dat soort dingen niet. Bij haar kon ze haar verdriet, woede, machteloosheid, schaamte en afkeer niet kwijt.
Eenzamer dan ooit liep Callisto het bos in.
Er waren al vele maanden voorbijgegaan. Op een dag stelde Diana voor om te baden in een meertje, en Callisto probeerde zich blozend op de achtergrond te houden.
Titiaan, 1560
Diana en Callisto
Dat lukte haar een beetje tot enkele nimfen speels haar kleed afrukten. Ze bedekte haar onderbuik waar de vorm van het kind van de oppergod (die ze zo haatte) zichtbaar werd, maar Diana had alles gezien. Ze verbood Callisto nog ooit terug te keren en joeg haar weg. Eenzamer dan ooit liep Callisto het bos in. Nu was ze alles kwijt, haar maagdelijkheid, haar waardigheid en haar vrienden.
 
Bron: satura-lanx.telenet.be/Ovidius

meer mythologische voorstellingen van Titiaan | Kroon’s mythologisch woordenboek

zaterdag 22 juli 2006
het verhaal ging … [11]
Deze maand lees ik de Metamorphosen van Ovidius
vandaag: Bacchus en Ariadne
Daarvoor nam hij haar diadeem van haar hoofd en wierp hem hoog in de lucht: de kroonjuwelen veranderden in glanzend vuur.
Bacchus en Ariadne
Alessandro Turchi (1578-1649)
Haar klachten werden gesmoord in Bacchus’ armen. Hij troostte haar en wou haar eren met een stralend sterrenbeeld. Daarvoor nam hij haar diadeem van haar hoofd en wierp hem hoog in de lucht: de kroonjuwelen veranderden in glanzend vuur. Ze staan als een kroon aan de hemel tussen de sterren van de Slangendrager en de Man die knielt.
 
Bron: satura-lanx.telenet.be/Ovidius
Bacchus en Ariadne
Titiaan, 1520
Bacchus en Ariadne

Lees meer over bovenstaand schilderij | Kroon’s mythologisch woordenboek

vrijdag 21 juli 2006
wat aten zij?
airlinemeals.net the world’s first and leading website
about nothing but airline food

Na de nostalgische foto van gisteren nog wat andere vintage airline pictures opgedoken, waarbij onderstaande die ik van een site gevist heb die alleen maar over vliegtuig maaltijden gaat. Je kunt er plaatjes van duizenden in- en uitgepakte vliegtuigmaaltijden bekijken.

TWA 1950's
In de jaren 50 was je bij Braniff International Airways erg enthousiast over je maaltijd
Ryan Air
Ryan Air is erg basic,
behalve in alle toeslagen

airlinemeals.net

het verhaal ging … [10]
Deze maand lees ik de Metamorphosen van Ovidius
vandaag: Hippomenes en Atlanta
Hippomenes liet een gouden appel vallen opdat Atalanta de appel zou oprapen. Hij passeerde haar en ontving een luid applaus, maar ze haalde hem weer in en vertraagde opnieuw bij het zien van de tweede appel en raakte achterop, maar haalde Hippomenes tenslotte toch opnieuw in. Bij het ingaan van de laatste ronde riep hij: «Godin, bescherm mij; Venus, jij gaf mij dit geschenk…» en hij wierp zijn laatste hoop ver weg, zodat zij verder achterop kwam…
Guido Reni
Guido Reni, 1672
Ik zag haar aarzelen en heb haar ingegeven de appel op te rapen. Het meisje werd verslagen en de winnaar kreeg zijn prijs. Zeg me, Adonis, had ik geen dank verdiend? Maar nee, hij gaf me die niet! En dat bracht me tot razernij… Gekwetst door dit gebrek aan eerbied stelde ik een voorbeeld dat maakt dat niemand nog met mij durft spotten. Ik zou ze krijgen!»
 
Bron: satura-lanx.telenet.be/Ovidius

Kroon’s mythologisch woordenboek

donderdag 20 juli 2006
airworld
Airworld, Design en Architectuur voor de Luchtvaart
Stedelijk Museum Amsterdam , 21 juli -tot 5 november

Vanmorgen bleef mijn oog dankbaar haken aan onderstaande foto in de krant. Voor dit soort tijdsbeelden bezwijk ik telkens weer. Het is die onbeheerste baldadigheid van de sixties die omstreeks 1970 smakeloze vormen had aangenomen. De opblaasbanken (waarom is in dit interieurontwerp hier eigenlijk niet voor gekozen, zo ligt als een veertje), het meubilair overtrokken met opart-motieven waarin je halucinerend met je Martini in kunt wegdrijven. De opstand van hoge laarzen-blootbeen-minirokje bekroond met kashmir-blouse en startrek-kapsel. In het midden een onbegrijpelijke borreltafel met lederen stootrand en een draaitrap met bordeeltreden. [C] Het feest is compleet.

1970
interieurontwerp uit 1970 voor de lounge van een Boeing 747

Dan die levende paspoppen. Meneer links op de voorgrond [A] lijkt op een laptopje te werken, maar dit is 1970. Hij neemt slechts analoog wat rapporten door in zijn zakenkoffertje. Dan achter hem de onvermijdelijke Aziaat [C], die elke multinational moet koesteren. De dames op de voorgrond rechts [B], hebben sinds 1968 [D] nog niets aan hun garderobe gedaan, maar ik vind het prima zo. En dan het motief [E] van die bank, gelukkig zijn er behulpzame en begrijpende stewardessen, die weten dat op 10 kilometer hoogte alles design is, ook de kotszakjes.

1970
De gestroomlijnde dames van Lufthansa die in de seventies het luchtruim doorkruisten
Saarinen
TWA-Terminal op Kennedy Airport, New York (1956-62)
Al bijna een eeuw is de luchtvaartindustrie een belangrijke speler op het gebied van architectuur en vormgeving. Voor veel architecten en ontwerpers is het een eer om iets te ontwerpen voor deze bedrijfstak, van steward(essen)kleding tot bewegwijzering, van terminal tot servies of bestek. ‘Airworld’ geeft een goed beeld van de historie van de luchtvaart, met de nadruk op de ontwikkelingen die design en architectuur hebben doorgemaakt. Het is voor het eerst dat dit thema zo breed vanuit een design- en architectuurperspectief wordt belicht. De tentoonstelling ‘Airworld. Design en Architectuur voor de Luchtvaart’ is samengesteld door het Vitra Design Museum (Weil am Rhein). Het Stedelijk voegde affiches uit de eigen collectie toe en objecten die typerend zijn voor de Nederlandse situatie.
 
Bron: stedelijk.nl
het verhaal ging … [9]
Deze maand lees ik de Metamorphosen van Ovidius
vandaag: Minerva en Arachne
Nadat Minerva naar het zingen had geluisterd, het lied van de muzen had geprezen en hun wraak had goedgekeurd, dacht zij: “Ik prijs nu wel een ander, maar ik wil zelf ook worden geëerd; ik laat niet straffeloos met mij spotten.” Daarmee bedoelde zij wat er gebeurd was met Arachne in Lydië.
Het meisje blonk niet uit door stand of afkomst maar door haar vakmanschap.
Minerva had gehoord dat die haar in de weefkunst naar de kroon stak. Het meisje blonk niet uit door stand of afkomst maar door haar vakmanschap. Haar vader, Idmon, was wolverver in Colophon waar hij natte wol met Lydisch purper bewerkte. Haar moeder behoorde net als haar man tot het volk, maar was al overleden.
Minerva en Arachne
Ludovico Dolce, Metamorphosen 1558
Hoewel Arachne in alle eenvoud geboren was in het dorpje Hypaepa (waar ze nog altijd woonde), was ze in alle steden bekend geworden om haar vaardigheid. Bergnimfen daalden van de met wijnranken begroeide Tmolus af om met verbazing naar haar werk te kijken en waternimfen lieten er graag even de Pactolus-stroom voor in de steek.
 
Niet alleen het bekijken van de bewerkte stoffen was heerlijk, maar ook het gadeslaan van het vervaardigen van de stoffen was een feest, hoe ze de ruwe strengen tot een kluwen opwond of vingervlug begon te kaarden, hoe ze een lange zachte draad uit een wolk van wol trok, steeds opnieuw, hoe ze handig met de duim de gladde spoel deed gaan, hoe ze patronen weefde alsof ze les zou gehad hebben van Minerva, het was een wonder om naar te kijken! Maar zelf ontkende Arachne dat ze les zou hebben gekregen van Minerva; ze voelde zich beledigd met zo’n lerares en ze riep: “Ze mag zich met mij komen meten en als ze van mij wint, mag ze alles met me doen wat ze wil.”
 
Bron: satura-lanx.telenet.be/Ovidius

Kroon’s mythologisch woordenboek

woensdag 19 juli 2006
La Baigneuse
De baadster in de Franse schilderkunst

Vandaag wordt misschien wel de warmste julidag ooit. Dus ben ik straks weer aan het water te vinden. Met in gedachten de eeuwige baadster, in zichzelf gekeerd, maar talloze malen bespied, al eeuwen lang.

Baigneuse Courbet
Gustave Courbet
Baigneuse Renoir
Auguste Renoir
Baigneuses Cezanne
Paul Cézanne
Baigneuse Matisse
Henri Matisse
het verhaal ging … [8]
Deze maand lees ik de Metamorphosen van Ovidius
vandaag: Venus en Adonis
De honden joegen een zwijn uit zijn schuilplaats. Het dier wou juist ontkomen toen het in de zij werd geraakt door Adonis’ speer. De ever rukte de speer snel uit de wonde. Hij stortte zich woedend op Adonis die trillend trachtte te vluchten, maar het zwijn zette zijn tanden in de buik van Adonis en liet hem stervend achter in het zand. Venus was nog op weg naar haar Tamaseense velden toen ze zijn doodsklacht hoorde en keerde onmiddellijk terug.
Jaarlijks zal jouw dood herdacht worden, een naklank van mijn klagen.
Zodra ze hem, dood, badend in een plas van bloed, hoog uit de lucht zag liggen, dook ze omlaag en riep verwijtend tot de Schikgodinnen: ‘Jullie macht zal niet alles krijgen, mijn verdriet wordt een eerbewijs aan Adonis; jaarlijks zal jouw dood herdacht worden, een naklank van mijn klagen. Meer nog: je bloed zal tot een bloem uitgroeien.’Bij die woorden liet ze zoete nectar in zijn bloed vallen.
Venus en Adonis
Bartholomeus Spranger
Nog geen uur later was uit dat bloed een nieuwe bloem ontloken, rood als appels van een granaatboom. Maar die nieuwe bloem biedt korte vreugde, omdat zij, broos van bouw en kwetsbaar door haar licht gewicht, geknakt wordt door de wind, waaraan zij ook haar naam dankt: windroos.
 
Bron: satura-lanx.telenet.be/Ovidius

Kroon’s mythologisch woordenboek

dinsdag 18 juli 2006
De berg van Cézanne
100ste sterfdag van Paul Cézanne wordt gevierd in Aix-en-Provence

Alleen al van de schilderijen van Rembrandt en Cézanne zou ik een leven lang kunnen genieten. Beide schilders hebben dit jaar iets te vieren. Rembrandt zijn 400ste geboortedag en Cézanne zijn 100ste sterfdag. Paul Cézanne, de vader van de moderne (abstracte) kunst, heeft een enorme invloed gehad op de schilderkunst van 100 jaar geleden. Een jaar na zijn dood, schilderde Picasso zijn demoiselles d’ Avignon en daarmee was het kubisme geboren. Ondenkbaar zonder het voorbereidende werk van Cézanne. Niet voor niets noemde Picasso hem ‘de vader van ons allemaal’. Aix-en-Provence eert zijn beroemde zoon dit jaar met een indrukwekkende overzichtstentoonstelling.

To mark the centenary, the city of Aix-en-Provence, the Community of the Pays d’Aix and the Ministry for Culture and Communication, in partnership with the Region of Provence-Alpes-Côte d’Azur and the Department of Bouches-du-Rhône, are joining forces to make 2006 a year tribute to Cézanne.
 
Bron: aixenprovencetourism.com
Mont Saint Victoire
De Mont Sainte-Victoire vanuit de helicopter
Mont Saint Victoire
…en de Mont Sainte-Victoire
zoals Cézanne deze zag
Mount Sainte-Victoire was to become a classic motiv in Cézanne’s work, appearing in more than 80 pictures between 1870 and 1906. The mountain became a crucial subject for Cézanne from 1885-1886. To begin with, his views showed it as still distant and inaccessible. Gradually, however, the painter closed in on his subject, moving along the road to Tholonet. In the last years, man and mountain were alone together.
A stunning motif rises up on the eastern side:
Mount Sainte-Victoire and the rocks above Beaurecueil.
I said: “What a fine motif”.

Letter to Zola, 14 April 1878

On his canvases the painter reconciled its warm and cold tones, playing with complementary colors, carving out the landscape in abstract terms, not seeking to “depict” a harmonious countryside but to compose a work in parallel with nature, with its own intrinsic being. Cézanne’s views of Mount Sainte-Victoire changed our perception of the locality for ever. The mountain passed from a state of nature to the status of an art object, becoming part of the heritage of mankind.
 
Bron: cezanne-2006.com

Paul CezannePaul Cézanne was born in Aix on 19 January 1839. His father, a future banker, ran a hat shop where trade was flourishing. With his sister Marie, born in 1841, he frequented the primary school on the rue des Epinaux. At the age of 10 he was enrolled at the Saint Joseph boarding school. Three years later, in 1852, the young scholar followed the classes of the Bourbon college (the present Mignet college) as a day student. There he met Emile Zola and Baptistin Baille. During the holidays, these inseparable friends roamed the Aixois countryside. All three read poetry voraciously and experienced the intense sensations of being at one with nature.
Bron: aixenprovencetourism.com

cezanne-2006.com

het verhaal ging … [7]
Deze maand lees ik de Metamorphosen van Ovidius
vandaag: Theseus en de Minotaurus
Daar werd de stiermens met zijn dubbele gedaante opgesloten. Hij werd tweemaal om de negen jaar, gevoed met Attisch mensenbloed. De derde maal kon Theseus hem doden met Ariadne’s hulp (door een gesponnen draad af te rollen had hij immers de uitgang van de doolhof gevonden; daar waren zijn lotgenoten voor hem nooit in geslaagd). Toen sleurde hij snel Minos’ dochter mee en zeilde naar Naxos.
Minotaurus
Virgis Solis, Metamorphosen 1581
Maar daar liet hij het meisje meedogenloos achter, alleen op het strand. Haar klachten werden gesmoord in Bacchus’ armen. Hij troostte haar en wou haar eren met een stralend sterrenbeeld. Daarvoor nam hij haar diadeem van haar hoofd en wierp hem hoog in de lucht: de kroonjuwelen veranderden in glanzend vuur. Ze staan als een kroon aan de hemel tussen de sterren van de Slangendrager en de Man die knielt.
 
Bron: satura-lanx.telenet.be/Ovidius

Kroon’s mythologisch woordenboek

maandag 17 juli 2006
het verhaal ging … [6]
Deze maand lees ik de Metamorphosen van Ovidius
vandaag: Pluto en Prosperina
Ze werd haast in een tel gezien, begeerd en veroverd door Pluto
zo snel kan de liefde werken.
Nabij de muren van Enna bevindt zich een diep meer, het Pergus-meer. Daar klinken de liederen van de zwanen even mooi als op het water van de Caystros in Lydië. Het Pergusmeer wordt omringd door een dicht bos. De bladeren vormen als het ware een dak en houden de zonnestralen tegen. Takken verschaffen dus koelte en de malse grond dient als voedsel voor talrijke bloemen: op die plek heerst de eeuwige lente.
Pluto rooft Prosperina
Nicolo dell’ Abbate
De roof van Prosperina door Pluto
Proserpina vermaakte zich daar zoals meisjes dat kunnen, en ijverig verzamelde ze lelies en viooltjes in haar schoot. Ze werd haast in een tel gezien, begeerd en veroverd door Pluto - zo snel kan de liefde werken. Het goddelijke meisje was doodsbenauwd en riep huilend om haar moeder en haar vriendinnen - het meest natuurlijk om haar moeder. Toen de zoom van haar kleed scheurde, verloor ze de bloemen die ze daar verzameld had. Hoe naïef is de jeugd toch: door dit verlies werd het meisje zo mogelijk nog verdrietiger…
 
Pluto voerde het tempo op en spoorde zijn paarden aan door elk dier bij zijn naam te noemen en door ze de teugels te laten voelen, die door donkere roest waren aangetast. Ze kwamen langs het diepe water bij de stad Palica (waar uit de gespleten aarde kokende zwaveldampen oprijzen) en langs het door Corinthe gestichte Syracuse, een stad met twee ongelijke havens.
Bron: satura-lanx.telenet.be/Ovidius

Kroon’s mythologisch woordenboek

zondag 16 juli 2006
de geile en de heilige berg
Enkele beschouwingen bij het lezen van de Metamorphosen
met betrekking tot de Westerse kunstgeschiedenis

Van de Griekse goden leer je weinig wijsheid. Ze zijn eigenlijk net als wij, verliefd, jaloers, wraakzuchtig. De oppergod is een geile baas die vanaf de Olympus badende meisjes beloert. Die berg is overigens meer een plaats van lichte zeden dan een plek waar hoogstaande personen resideren. Voortdurend worden de Olympiërs verliefd, op elkaar of op stervelingen.

Negen jaar geleden was ik aan de voet van die andere berg in Noord-Griekenland, de Athos (2033 m), na de Olympus (2917 m) en de Moussala (2925 m) in Bulgarije een van de hoogste bergen in Zuid-Oost Europa. Daar ontmoette ik drie Italiaanse mannen uit Rome, drie Romeinen dus, die na de Olympus ook de Athos gingen beklimmen. Anders dan de Moussala die ik twee jaar geleden bij het Rilaklooster in Bularije zag, is de Athos een majestueuze berg die pal uit de zee oprijst tot een hoogte van ruim twee kilometer.

De Athos wordt overigens ook al in het eerste boek van de Metamorphosen genoemd. Maar toen was het nog niet de Heilige Berg die het sinds 963 is. Het schiereiland waar de Athos ligt, wordt de Tuin van de Moeder Gods genoemd en is alleen toegankelijk voor mannen. Er liggen tientallen kloosters en skites die door duizenden monniken bewoond worden. De Athos en de Olympus zijn voor mij symbolen van het orthodox-christelijke Griekenland en het antieke heidense Griekenland. Op de Athos heerst kuisheid, op de Olympus vooral hartstocht en overspel.

Adam als jonge god door Michelangelo

En toen ontdekte men in de Renaissance die antieke godenwereld weer. Het had een magnetische aantrekkingskracht op schrijvers, dichters, beeldhouwers en schilders. Waarom was die aantrekkingskracht eigenlijk zo groot? Ik denk dat de zintuigen en hartstochten een enorme injectie kregen van al die welgevormde nimfen en geile saters. Dus ontstonden er voorstellingen van pastorale landschappen met badende nimfen, mythologische wezens en vrijende paartjes. Die deden het natuurlijk goed in de paleizen die de rijken voor zichzelf hadden laten bouwen.

In de kerk komen deze expliciete voorstellingen aanvankelijk niet voor. Maar al snel treedt er een vermenging op tussen klassieke mythologische en christelijke thema’s. De Moeder Gods wordt dan voorgesteld als herderinnetje in een arcadisch landschap terwijl cherubijntjes met rozige billetjes in de lucht bungelen. Maar het echte bloot komt de kerk nog niet binnen. Dat verandert pas in 1508 wanneer Michelangelo de Sixtijnse kapel onder handen gaat nemen. De paus vindt het allemaal prachtig, maar een kardinaal merkt op dat zulke fresco’s in een taveerne thuishoren en niet in een kerk. Maar het hek is nu van de dam en de vergeestelijkte Middeleeuwse kunst heeft definitief plaats gemaakt voor de zintuigprikkelende kunst van de antieken. De goden met hun fraaie lijven zijn afgedaald van de Olympus om de plaats in te gaan nemen van Bijbelfiguren. Adam en David worden jonge goden en de Moeder Gods wordt een kruising tussen de kuise Diana en de beeldschone Venus.

Hemel van de PausLeestip
Ross King, De Hemel van de Paus
Toen Michelangelo in 1508 van Julius II de opdracht kreeg het gewelf van de Sixtijnse kapel te beschilderen, had hij weinig ervaring met het maken van fresco’s. Toch nam hij de opdracht aan.
 
 

het verhaal ging … [5]
Deze maand lees ik de Metamorphosen van Ovidius
vandaag: Jupiter en Europa
Mercurius werd na zijn lange vliegreis bij Jupiter ontboden die hem opdroeg: “Beste zoon, jij die me altijd trouw bijstaat in alles, ga naar de aarde langs de vertrouwde weg en zoek het land dat tegenover je moeders sterrenbeeld ligt, Sidon genoemd. Je zult er al van ver de koninklijke stieren in een wei niet ver van de zee zien grazen; jij moet die stieren naar het strand drijven.”
Jupiter en Europa
Johann Ulrich Krauss, Edition 1690
Jupiters woorden waren nauwelijks uitgesproken of de kudde liep al gedwee richting strand waar Europa, de prinses, vaak het gezelschap van haar Tyrische vriendinnen opzocht. Om haar niet af te schrikken veranderde Jupiter zich in een stier: een prachtig dier, dat met de andere stieren statig door de grasvlakte liep. Hij had een huid als ongeschonden sneeuw, een gespierde nek, kleine maar mooie horens en als sterkste wapen: een vredige kop die vertrouwen inboezemde.
Ze omklemde met een hand een hoorn terwijl haar andere hand zich afzette tegen zijn rug.
Agenors dochter keek op van zijn schoonheid en vreedzaamheid. Eerst durfde ze hem, ondanks zijn charme, niet strelen, maar na verloop van tijd hield ze hem toch bloemen voor. Zo zag hij wat hij verlangde dichterbij komen en speels likte hij haar handen, dartelde om haar heen en rolde zich in het gouden zand. Langzaam verdween alle angst bij Europa en in een speelse bui klom ze op de rug van de stier.
 
Nu zag de god zijn kans schoon en haastig stapte hij op de branding af, de zee in. De prinses zag angstig haar land achter zich verdwijnen terwijl Jupiter dwars door zee zijn buit meevoerde. Ze omklemde met een hand een hoorn terwijl haar andere hand zich afzette tegen zijn rug. De wind speelde met haar losse kleren…
 
Bron: satura-lanx.telenet.be/Ovidius

Kroon’s mythologisch woordenboek

zaterdag 15 juli 2006
grieks-romeins

DionysosDe Griekse goden in de Metamorphosen hebben Romeinse namen gekregen. De bekendste kennen we wel: De oppergod Zeus werd Jupiter, zijn vrouw Hera werd Juno, Hermes werd Mercurius, Poseidon werd Neptunes, Aphrodite werd Venus, Pallas Athene werd Minerva en Dionysos werd Bacchus. Maar hoe zit het met de andere goden en godinnen? Hoe heette de godin van de jacht bijvoorbeeld in het Grieks en in het Latijn? En hoe heette de oorlogsgod Mars bij de Grieken? Op de encyclopedia mythica, een van de grootste mythologiewebsites die op het internet te vinden zijn, staat een lijst met goden- en godinnennamen bij de grieken en de romeinen. Van Amphitrite tot Zephyrus, compleet met een bio. Er is ook een lijst romeins-grieks en een stamboom ontbreekt ook niet.

het verhaal ging … [4]
Deze maand lees ik de Metamorphosen van Ovidius
vandaag: Argus, Io en Mercurius
Argus was een zonderling wezen met honderd ogen waarvan er om beurt twee rustten terwijl de anderen de waakten. Waar Io zich ook bevond, nooit was het haar gegund om buiten het bereik van Argus’ blik te blijven. Het lot van de arme Io was wreed want bij daglicht mocht ze grazen, maar zodra de zonnewagen achter de horizon verdween en Somnus zich over de mensen ontfermde, werd haar eens zo lieflijke hals aan zware kettingen vastgelegd. Haar voedsel bestond uit bladeren en met modderig water moest zij haar dorst lessen. Als bed moest ze de grond gebruiken, zelfs wanneer die niet bedekt was met een dun laagje gras. Toen ze haar klachten probeerde te uiten, weerklonk alleen een akelig geloei dat zelfs haar schrik aanjoeg.
Mercurius
Peter Paul Rubens, Mercurius doodt Argus
Ovid, Met. I, 711-712
Bliksemsnel greep Mercurius zijn zwaard en trof Argus daarmee op de plaats waar zijn hoofd aan de nek vastzat. Daarna duwde hij hem van de rots zodat zijn bloed een blijvend spoor op de helling achterliet. Argus was stervende. Zijn eens zo waakzame ogen hadden zich nu voorgoed gesloten. Maar toch zou hij nooit vergeten worden want Juno zou de lichtjes van zijn eens zo fonkelende ogen opnemen in haar pauwenstaart.
 
Toen ze op zekere dag een blik wierp in het heldere water van de Inachus, deinsde ze verschrikt terug. Het deed haar immens veel pijn dat zelfs haar eigen vader haar niet lieflijk streelde maar haar slechts afgeplukt gras aanreikte. Ze likte haar vaders handen en liet haar hete tranen stromen. Als ze nu had kunnen spreken, had ze tenminste hulp kunnen vragen…
Ik droomde van een huwelijksfeest en hoopte op een schoonzoon en ja, zelfs op kleinzoons, maar nu behoor je tot het vee
Met haar poot maakte ze een teken in de zandgrond en bracht zo haar vader op de hoogte van haar vreselijke lot. Hangend aan de hals en horens van de sneeuwwitte koe riep Inachus ontzet: “Ben jij het kind naar wie ik overal heb gezocht? Je kunt niet antwoorden en niet praten, alleen mijn vragen met loeien beantwoorden? Ik droomde van een huwelijksfeest en hoopte op een schoonzoon en ja, zelfs op kleinzoons, maar nu behoor je tot het vee en doet elke aanblik mijn mooie dromen vervagen. O, mocht een spoedige dood mij van deze kwelling bevrijden! Maar ik ben een god en voor mij zullen de poorten van de onderwereld nooit opengaan; ik zal wegkwijnen van verdriet.” Maar Argus duwde hem weg en sleurde Io mee naar afgelegen weiden. Hij nam plaats op een hoge bergtop vanwaar hij een goed zicht had.
 
Bron: satura-lanx.telenet.be/Ovidius

Kroon’s mythologisch woordenboek

vrijdag 14 juli 2006
het verhaal ging … [3]
Deze maand lees ik de Metamorphosen van Ovidius
vandaag: Daedelus en Icarus
Terwijl hij deze vermanende woorden uitsprak, bond hij zijn zoon de hem onbekende vleugels aan de schouders. Tijdens het werk en de vermaningen biggelden bij Daedalus de tranen over zijn wangen en beefden zijn handen. Hij omhelsde zijn zoon - voor de laatste keer… Hij verhief zich op zijn vleugels en vloog voor zijn zoon uit, bezorgd of hij wel volgde, zoals een vogel die vanuit een hoog nest zijn tengere kroost voorgaat in de lucht. Hij spoorde Icarus aan hem goed te volgen, leerde hem de fatale techniek van het vliegen en keek of de vleugels van zijn zoon wel goed vastzaten.
Armen zonder pluimen wiekten door de lucht maar vonden geen steun
Een hengelaar, een herder en een boer zagen hen voorbijkomen - ze schrokken omdat ze dachten dat het goden waren: wie kon er anders door de lucht vliegen? Aan de linkerkant was Samos al in zicht, Delus en Paros waren al achter hen en Lebinthus en het honingrijke Calymne lagen aan hun rechterkant toen de knaap vliegen leuk begon te vinden.
Daedelus
Virgis Solis, editie 1581
Hij liet zijn gids waar die was en ging, aangelokt door de wijde hemel, hoger vliegen. De nabijheid van de verzengende zon maakte de vleugellijm - de geurige bijenwas - zacht, en opeens was de was gesmolten. Armen zonder pluimen wiekten door de lucht maar vonden geen steun; tenslotte werd zijn mond, die nog de naam van zijn vader schreeuwde, omsloten door het blauwe zeewater dat aan hem zijn naam zou ontlenen.
 
De vader - die nu geen vader meer was - riep “Icarus!", en nogmaals “Icarus, waar ben je? Waar kan ik je vinden?” Hij schreeuwde opnieuw de naam van Icarus toen hij plots de vleugels op de golven zag drijven en zijn techniek vervloekte. Hij begroef het lichaam op de kust en het eiland kreeg de naam van hem die daar begraven ligt.
 
Bron: satura-lanx.telenet.be/Ovidius

Kroon’s mythologisch woordenboek

donderdag 13 juli 2006
het verhaal ging … [2]
Deze maand lees ik de Metamorphosen van Ovidius
vandaag: Perseus en Andromeda
De winden die door Aeolus voor de nacht waren opgesloten in kerkers, werden door Lucifer tot werken aangemaand. Perseus nam zijn vleugels, bond ze weer aan zijn voeten, gordde zijn zwaard om en vloog snel door het luchtruim. Hij had alweer heel wat landen doorkruist toen Ethiopië, het koninkrijk van Cepheus, in zicht kwam. Op bevel van Ammon werd zijn dochter Andromeda gestraft voor wat haar moeder had misdaan.
Ketens die verliefde harten binden, zouden beter bij jou passen dan de ketens waarmee je aan deze rots gekluisterd bent.
Perseus zag haar vastgeketend aan een harde rotswand. Hij had haar waarschijnlijk voor een marmeren beeld gehouden als haar haren niet zachtjes hadden mee gewiegd met de wind en als ze niet bitter had geweend om haar lot. Perseus was diep onder de indruk van haar schoonheid en voor hij het besefte brandde hij van liefde - hij vergat zelfs bijna dat hij zijn vleugels moest blijven bewegen! Hij daalde en zei tot het meisje: “Ketens die verliefde harten binden, zouden beter bij jou passen dan de ketens waarmee je aan deze rots gekluisterd bent. Vertel me hoe je heet, waar ik ben en waarom je vastgeketend bent.”
Apollo
Joachim Wtewael, 1611
Ovid, Met. I, 583-746
Eerst zei het meisje niets, want een meisje mag nu eenmaal niet met vreemde mannen spreken; jammer genoeg kon ze haar gezicht niet achter haar handen verbergen. Dan begon ze te wenen en toen Perseus bleef aandringen, antwoordde ze tenslotte op zijn vragen; ze wou hem laten weten dat zijzelf onschuldig was en vertelde over haar moeders ijdelheid: die had de schoonheid van haar dochter te veel geroemd (ze had beweerd dat Andromeda mooier was dan de Nereïden) en daardoor had ze Neptunus beledigd. Die had een zeemonster op Ethiopië afgestuurd om het land te verwoesten. Een orakel had aan Cepheus gezegd dat alleen het offer van zijn dochter de vloek van Neptunus kon afwenden…
 
Bron: satura-lanx.telenet.be/Ovidius
Andromeda
Gustave Doré
Andromeda en het zeemonster

Kroon’s mythologisch woordenboek

woensdag 12 juli 2006
het verhaal ging … [1]
Deze maand lees ik de Metamorphosen van Ovidius
vandaag: Apollo en Daphne
Daphne, de dochter van Peneus, was de eerste liefde van Apollo. Dat was geen toeval maar een gevolg van de wraak van Cupido. Apollo, apetrots op zijn overwinning op de Python, bemerkte Cupido die bezig was zijn boog te spannen. Geringschattend zei hij: “Zeg eens, snotneus, wat doe jij daar met een wapen dat alleen maar aan mijn schouders past? Ik heb met dat wapen tenminste al een gevaarlijke vijand gedood; het enige wat jij met die boog uitvreet, is mensen in liefde doen ontvlammen! Wil je daarvoor in het vervolg een fakkel gebruiken in plaats van het wapen van mijn triomf?”
 
De zoon van Venus was spinnijdig geworden en had teruggeroepen: “Het kan best zijn, Apollo, dat jouw boog alles kan treffen; maar ik zal jou met mijn boog treffen!” En na die woorden had hij postgevat op een van de toppen van de Parnasus. Twee pijlen haalde hij uit zijn koker: een pijl met een loden punt, die alle liefde verdrijft, had hij afgeschoten op een nimf, Daphne, de dochter van Peneus; een pijl met een gouden punt, die in liefde doet ontvlammen, had hij afgevuurd op Apollo.
 
Onmiddellijk stond Apollo in lichterlaaie voor Daphne, die van zijn liefde natuurlijk niet wou weten. Ze wou alleen maar jagen, gekleed in dierenhuiden, als een nieuwe Diana. Haar vader mocht aandringen op een huwelijk, vragen dat ze hem kleinkinderen zou geven, niets baatte. Ze smeekte Peneus dat hij haar zou toelaten haar hele leven maagd te zijn, en tenslotte stond haar vader dat, zeer tegen zijn zin, toe.
Apollo
Johann Ulrich Krauss, Edition 1690 Ovid, Met. I, 452-567
in frondem crines, in ramos bracchia crescunt / pes modo tam velox pigris radicibus haeret /ora cacumen habet: remanet nitor unus in illa.
Maar juist haar schoonheid belette dat haar wens in vervulling kon gaan. Apollo was immers smoorverliefd op haar geworden! Hij droomde van haar, verlangde naar haar en werd misleid door zijn eigen zienerskunst. Hij zag hoe haar onverzorgde lokken op haar schouders vielen en probeerde zich voor te stellen hoe mooi ze zou zijn als die haren opgebonden waren; hij zag haar ogen fonkelen, bewonderde haar veelbelovende lippen, liet zijn blik gaan van haar vingers naar haar handen, haar armen, haar…
 
Maar Daphne sloeg op de vlucht en wat Apollo ook riep om haar op hem te laten wachten, ze bleef niet staan. Hoe hij haar ook smeekte en probeerde te overtuigen, ze bleef maar lopen. Het leek wel of de snelheid van haar vlucht haar schoonheid nog deed toenemen… Apollo verdubbelde zijn snelheid en gedragen door de vleugels van de liefde begon hij de nimf in te halen: ze voelde al zijn adem in haar nek.
Haar borst werd ingesloten door een dunne bast, haar armen groeiden uit tot takken, haar vingers tot twijgen en haar haren tot loof.
Uitgeput bad ze tot haar vader: “Vader, jij die stroomgod bent, jij hebt de macht om mijn schoonheid te veranderen. Help me toch!” En terwijl ze die woorden uitsprak, werd ze bevangen door stijfheid. Haar borst werd ingesloten door een dunne bast, haar armen groeiden uit tot takken, haar vingers tot twijgen en haar haren tot loof. Haar voeten die zonet nog zo snel waren, werden nu tegengehouden door wortels; haar hoofd was een kruin geworden. Alleen haar schoonheid was in haar blijven bestaan.Apollo hield nog steeds van haar, ook al was ze dan een boom geworden. Hij legde zijn hand op de stam en voelde haar hart nog kloppen onder de nieuwe schors, hij omhelsde haar stam als was het nog een lichaam, hij kuste het hout - maar het hout boog van zijn kussen weg. Toen zei Apollo: “Je kunt mijn vrouw niet worden, maar je zult voor altijd mijn boom blijven. Kransen van jouw twijgen zullen mijn lier, mijn boog en mijn lier sieren. Jij zult Romeinse triomfators begeleiden op hun tocht naar het Capitool. Zoals ik altijd mijn haar lang draag, zo zul jij altijd je bladeren behouden.” En het scheen Apollo toe dat de laurierboom instemmend knikte met de kruin, alsof het nog een hoofd was…
 
Bron: satura-lanx.telenet.be/Ovidius

Kroon’s mythologisch woordenboek

dinsdag 11 juli 2006
Een Tweede Bijbel
Deze maand lees ik de Metamorphosen van Ovidius
En tot in verre landen, waar Romeinse macht zal heersen, zal men mij lezen en ik zal door alle eeuwen heen
als dichterswoorden waarheid zingen
roemvol blijven leven.

De invloed die de Metamorphosen van Ovidius op de Westerse kunst gehad heeft, kan men nauwelijks overschatten. Misschien is deze te vergelijken met de impact van Windows op de informatiemaatschappij. Het antieke dichtwerk werd in de Renaissance herontdekt en heeft generaties lang kunstenaars voorzien van onderwerpen voor hun opdrachten.

Was Ovidius de Nico ter Linden
van de Griekse mythologie?

Bestond er in de Middeleeuwen in feite alleen het Boek der boeken (waarvan in feite de naam van ieder boek direct is afgeleid), na de revolutie van de boekdrukkunst kreeg de Bijbel concurrentie van eigentijdse maar vooral ook van klassieke geschriften. Eén boek was onbetwist hét boek dat de klassieke Oudheid deed herleven en dat was deze compilatie mythen, die door Ovidius aan het begin van onze jaartelling in klassiek Latijn is naverteld. Was Ovidius een beetje de Nico ter Linden van de mythologie? Ik dacht het niet, maar hij liet het verhaal wel gaan en zijn Metamorphosen werd een van de grote bestsellers aller tijden.

George Sandy
Metamorphosen frontispiece
George Sandy Edition, 1632

Er zijn tussen 1500 en 1700 weinig schilders van naam die zich niet aan een van de verhalen uit de Metamorphosen hebben gewaagd. Als ze in opdracht van een rijke burger of een vorst werkten, stond er altijd wel een verhaal uit de Metamorphosen op het menu. De Renaissance was het begin van de secularisatie en er ontstond een steeds grotere vraag naar zinnelijke afbeeldingen, liefst met enkele naakte godinnen. Vaak werden klassieke thema’s gebruikt als alibi voor erotische voorstellingen.

Goltzius
Hendrick Goltzius
Lot en zijn dochters, 1616.
Ook Bijbelverhalen vormden in de 16e en 17e eeuw een alibi voor geile plaatjes

Zelfs Bijbelverhalen kwamen daarbij soms goed van pas. Joachim Wtewael, een gevierd schilder uit Utrecht, had zo zijn favouriete onderwerpen: Lot en zijn dochters, Suzanna bespied door de oudsten. Hij schilderde ze meerdere malen en kon ze met gemak voor grote bedragen verkopen. Ik vond een aardige website over iconografische thema’s in de schilderkunst, die zowel klassieke als bijbelse onderwerpen belicht.

Wtewael
Nogmaals Lot en zijn dochters
omstreeks 1600 geschilderd
door Joachim Wtewael

Ovidius’ boek vormde dus een mooi alibi voor allerlei pikante taferelen. Wie kent niet schilderijen waar we Jupiter (Zeus) als echtbreker en serieverkrachter leren kennen. De ene keer met Europa, dan met Danae en tussendoor nog eens met Leda en Io. Maar alle keren zijn het uiteraard blote meisjes met een mondje dat niet alleen openvalt van verbazing. Die Jupiter flikt het ‘m elke keer toch weer, als stier, zwaan en zelfs als immateriële gouden regen in het geval van Danae. We kennen deze voorstelling natuurlijk vooral van Rembrandt (1636), maar ook Jan Gossaert (1527), Correggio (1531), Titiaan (1544) en vele andere schilders hebben Danae’s gouden moment uitgebeeld.

Correggio
Correggio, Danae, 1531

In de 16e eeuw werden de houtsnede en de houtgravure ontzettend populair. Zo werd de tekst van de Metamorphosen vergezeld met houtsneden overal in Europa verspreid . Een bekend uitgave in Duitsland was de Metamorphosen die geillustreerd was door Virgil Solis en in 1581 in Frankfurt was uitgegeven. Alle houtsneden uit dit boek zijn op internet te bekijken.

Metamorphosen
De ontvoering van Europa, uit P. Ovidii Metamorphosis (1581) door Virgil Solis , schilder, tekenaar en graficus uit Neurenberg 1514-1562

Een overzicht van alle verhalen wordt geven op een website uit België, daar kent zijn klassieken in het onderwijs tenminste nog! En op deze engelstalige site kun je door het boek bladeren en tegelijkertijd zien hoe de schilders zich door de eeuwen heen hebben laten inspireren door de verhalen.

OvidiusPublius Ovidius Naso werd geboren te Sulmo (Sulmona, ca. 120 km ten oosten van Rome, in een vallei van de Abruzzen) op 20 maart 43 v.C. Hij stamde uit een oude en gegoede familie van de ridderstand en had een broer, die precies één jaar ouder was dan hijzelf (gestorven 24 v.C.). Omdat zijn vader wenste dat hij advocaat werd, studeerde hij reeds vroeg letterkunde, welsprekendheid en recht in Rome, waar hij een schitterend student was bij bekende retoren (Arellius Fuscus en Marcus Porcius Latro) en blijk gaf van een buitengewoon geheugen. Om zich verder te vervolmaken, reisde hij naar Athene (waar hij filosofie studeerde), Klein-Azië en Sicilië.

Na zijn terugkeer in Rome bekleedde hij enkele lagere rechterlijke ambten en was hij advocaat, hoewel hij zich allerminst aangetrokken voelde tot de advocatuur. Tot groot ongenoegen van zijn vader lag zijn hart veeleer bij de dichtkunst. Dat was trouwens reeds vroeg het geval: heel jong al had hij blijk gegeven van veel dichterstalent (men vertelde zelfs dat hij in verzen sprak). Op 18-jarige leeftijd maakte hij zijn literair debuut. Met zijn lichtvoetige werken werd hij de geliefde dichter van de mondaine kringen en kwam hij in contact met grote dichters als Publius Vergilius Maro, Quintus Horatius Flaccus, Albius Tibullus en Sextus Propertius. Lees verder…

ovidiusEen ondubbelzinnig schilderij van Angelo Bronzini siert de cover van de uitgave die verschenen is in 1993 bij Atheneum Polak & Van Gennep. (Vertaling: M.d’ Hane-Scheltema) Elke dag ga ik een verhaal lezen en vanaf morgen laat ik telkens een ‘historieschilderij’ zien dat een van de verhalen uit de Metamorphosen illustreert.

integrale tekst in Latijn | Test je kennis van de Metamorphosen
Honderden afbeeldingen uit de Metamorphosen

hedendaagse nederlandse tekenaars [6]
B.C.Epker (1968)
B.C. Epker (Harlingen,1968) maakt intrigerende tekeningen en houtsneden, die tot nadenken stemmen over de hedendaagse situatie. Hij heeft een voorliefde voor landschappen, waarin één of meerdere personages figureren. Epker speelt met religies en mythen, maar ook met de beeldenvloed die dagelijks via de media over ons wordt uitgestort. Het werk is een meltingpot van beelden, gebeurtenissen, driften, dromen en een ongebreidelde fantasie. Onlangs won hij de Gerrit Benner prijs.
Epker
Kunstmeststrooier, 2003
B.C. Epker studeerde in 1996 af aan de AKI, Academie voor Beeldende Kunst in Enschede. Fragmenten uit een zeer uiteenlopende beeldverzameling (van een historische gravure, een pornoplaatje en een reclamebeeld tot een bidprentje en een ansichtkaart) worden in een onverwachte context geplaatst en samengesmeed tot een nieuw beeld.
Epker speelt met religies en mythen, maar ook met de beeldenvloed die dagelijks via de media over ons wordt uitgestort.
Een idyllisch landschap is vaak het decor voor de bonte variatie aan personages die hij in zijn werken opvoert; gewapende burgers, stripfiguren, Griekse Goden, mythologische figuren, mensen in klederdracht, etc. De voorstellingen lijken in eerste instantie herkenbaar en toegankelijk. Bij nadere beschouwing blijkt dit niet het geval te zijn. Niets is eenduidig in Epkers voorstellingen. Begrippen als goed en kwaad of mooi en lelijk verliezen hun betekenis; onwrikbaar geachte normen en waarden worden op losse schroeven gezet.
 
Bron: gemeentemuseum.nl

meer hedendaagse nederlandse tekenaars

maandag 10 juli 2006
antiek beeldverhaal
comics avant la lettre
het martelaarschap van de heilige Erasmus, ca. 1460

Origin of Dutch Comics

zondag 9 juli 2006
groot geloof
Vandaag lezen we in de Kerk uit het Evangelie van Mattheus 8: 5-13
…Toen hij Kafarnaüm binnenging, kwam er een centurio naar hem toe die hem om hulp smeekte. ‘Heer,’ zei hij, ‘mijn slaaf ligt thuis verlamd op bed en lijdt hevige pijn.’ Jezus antwoordde hem: ‘Ik zal meegaan en hem genezen.’ Daarop zei de centurio: ‘Heer, ik ben het niet waard dat u onder mijn dak komt, u hoeft alleen maar te spreken en mijn slaaf zal genezen. Ook ik ben iemand die onder andermans gezag staat en zelf weer soldaten onder zich heeft, en als ik tegen een soldaat zeg: “Ga!” dan gaat hij, en tegen een andere: “Kom!” dan komt hij, en als ik tegen mijn dienaar zeg: “Doe dit!” dan doet hij het.’
‘Ik verzeker jullie: bij niemand in Israël heb ik zo’n groot geloof gevonden.
Toen Jezus dit hoorde, verbaasde hij zich en hij zei tegen degenen die hem volgden: ‘Ik verzeker jullie: bij niemand in Israël heb ik zo’n groot geloof gevonden. Ik zeg jullie dat velen uit het oosten en uit het westen zullen komen en met Abraham, Isaak en Jakob zullen aanliggen in het koninkrijk van de hemel, maar de erfgenamen van het koninkrijk zullen worden verbannen naar de uiterste duisternis; daar zullen zij jammeren en knarsetanden.’ Tegen de centurio zei Jezus: ‘Ga naar huis. Zoals u het geloofd hebt, zo zal het gebeuren.’ Op hetzelfde moment genas zijn slaaf.
… en uit de Apostel lezen we uit de Brief aan de Romeinen 6: 18-23
…en bevrijd van de zonde hebt u zich in dienst gesteld van de gerechtigheid. Ik druk me zo gewoon mogelijk uit, omdat het anders uw begrip te boven gaat.
zo stelt u zich nu in dienst van de gerechtigheid om heilig te leven
Zoals u zich ooit in dienst stelde van zedeloosheid en onrecht om een wetteloos leven te leiden, zo stelt u zich nu in dienst van de gerechtigheid om heilig te leven. Toen u nog slaven van de zonde was, was u niet gebonden aan de gerechtigheid. Wat hebt u daarmee geoogst? Dingen waarvoor u zich nu schaamt, want ze leiden tot de dood. Maar nu, bevrijd van de zonde en in dienst van God, oogst u toewijding aan hem en zelfs het eeuwige leven. Het loon van de zonde is de dood, maar het geschenk van God is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Heer.
zaterdag 8 juli 2006
de vader van de utrechtse school
Abraham Bloemaert (1564-1651)

In mijn stukjes over het maniërisme is zijn naam al een paar keer gevallen. Abraham Bloemaert was in het begin van de 17e eeuw voor heel wat schilders een echte vaderfiguur. Geboren in Gorinchem en later verhuisd naar Utrecht, vormde hij daar het middelpunt van de Utrechtse School. Deze groep schilders onderscheidde zich van de schilders in Haarlem, Leiden en Amsterdam door hun thematiek, die meer aansloot bij de Italiaanse religieuze schilderkunst dan bij het Hollandse naturalisme. Dat kwam omdat Utrecht in wezen een katholieke stad gebleven was en de katholieke kerk dikwijls de opdrachtgever van deze schilders was in tegenstelling tot andere schilders uit de Republiek die vooral voor de protestantse burgerij werkten.

Bloemaert
Abraham Bloemaert
aanbidding der koningen, 1624
Dit is typisch een Italiaans schilderij. Toch is het geschilderd in de Noordelijke Nederlanden. Vooral de invloed van Titiaan is evident. Het bevindt zich in de collectie van het Centraal Museum Utrecht.

Bij Bloemaert is duidelijk de invloed van de Italianen te zien, vooral van de zinnelijke Venetiaanse schilders. Zijn leerlingen Hendrick Terbrugghen en Gerrit van Honthorst waren ook op Italië georriënteerd en lieten zich zo sterk door Caravaggio beïnvloeden, dat deze schilders bekend zijn geworden als de Utrechtse Caravaggisten.

Abraham Bloemaert werd in eerste instantie opgeleid door zijn vader Cornelis Bloemaert, die beeldhouwer en architect was. Rond 1575 trok het gezin naar Utrecht, waar Abraham leerling werd van de decoratieschilder Gerrit Splinter en van Joos de Beer. Als we Carel van Mander mogen geloven, heeft hij van hen niet al te veel opgestoken. Van 1581 tot ongeveer 1585 verbleef hij in Parijs als leerling van ene Jean Bassot en van Hiëronymus Francken. Na een korte periode in Fontainebleau keerde hij in naar Utrecht terug. Hier verbleef hij tot zijn dood, met uitzondering van de jaren 1591 tot en met 1593, die hij in Amsterdam doorbracht. Daar trouwde hij in 1592 met de Utrechtse Judith van Schonenburch, die in 1599 kinderloos stierf. In 1593 werd Bloemaert in Utrecht benoemd tot deken van het zadelaarsgilde, waar ook de schilders deel van uitmaakten. Hij hertrouwde in 1600 het Gerarda de Roij, die hem minstens acht kinderen schonk.
In 1611 was hij een van de oprichters van het Utrechtse schildersgilde Sint-Lucas, waarvoor hij in 1618 de functie van deken bekleedde. Samen met Paulus Moreelse begon hij in 1612 een tekenacademie. Bloemaert deed goede zaken, want in 1617 kocht hij een groot huis aan het Mariakerkhof, het centrum van de katholieke gemeenschap in Utrecht. Ondanks zijn welstand zou hij, in tegenstelling tot de protestante Moreelse, nooit een rol spelen in de Utrechtse politiek. Wel leverde zijn katholieke geloofsovertuiging hem verschillende opdrachten op uit de zuidelijke Nederlanden. Bloemaerts studio werd in 1626 bezocht door Elizabeth Stuart, de vroegere koningin van Bohemen, en het volgende jaar door Rubens. Bloemaert moet een begenadigd leraar zijn geweest, want zijn vier zonen werden schilder, en hij leidde een groot aantal anderen op. Vanwege zijn vele bekend geworden leerlingen wordt hij wel de vader van de 17e-eeuwse Utrechtse schildersschool genoemd. Bloemaert werd begraven in de Catharijnekerk in Utrecht.
 
Bron: nl.wikipedia.org
Bloemaert
Abraham Bloemaert, studie in rode krijt gehoogd met wit, omstreeks 1620
Hier laat Bloemaert zich zien als een virtuoos tekenaar die Leonardo da Vinci 100 jaar na zijn dood laat herleven.

Abraham Bloemaert was een leerling van Frans Floris Hij had veel leerlingen waaronder Hendrick Terbrugghen, Andries Both, Jan Dirksz Both, Dirk Hals, Gerrit van Honthorst, Hendrick de Keyser, Nicolaus Knupfer, Cornelis van Poelenburgh, Paulus Moreelse, Joachim von Sandrart en Jan Baptist Weenix

“een man van stil en bequamen wesen”

Karel van Mander

De Utrechter Abraham Bloemaert (1566-1651) wordt gerekend tot de meest virtuoze tekenaars uit de 17de eeuw. Omdat vele van de Utrechtse Caravaggisten en Italianisanten bij hem in de leer zijn geweest, wordt hij wel de ‘Vader van de Utrechtse school’ genoemd. Bloemaert liet een groot oeuvre schilderijen en honderden tekeningen na, waaronder vele landschapsstudies. Gastconservator Jeroen Jurjens selecteerde voor de tentoonstelling in het Centraal Museum 32 tekeningen van de hand van Bloemaert en een aantal andere tekenaars die door hem werden beïnvloed.
 
Bloemaert ontwikkelde al vroeg een grote belangstelling voor het platteland en het rustieke leven. Omstreeks 1585-’90 trok hij er met een schetsboek op uit om bomen, bruggetjes, boerderijen en schuren ‘nae ’t leven’ te tekenen. In het atelier werden dergelijke landschappelijke motieven door Bloemaert toegepast in grotere composities voor schilderijen, tekeningen en prenten. Tot dan toe hadden kunstenaars zich gebaseerd op bestaande studies, die zij kopieerden en vervolgens als uitgangspunt voor een voorstelling namen. Bloemaert daarentegen bestudeerde de natuur naar het leven en ontwikkelde een werkwijze die pas begin zeventiende eeuw algemeen gangbaar werd. Door de uitgaven van prentenseries naar zijn schetsen leerden vele kunstenaars Bloemaerts landschappen kennen. De invloed van Bloemaert is onder meer zichtbaar in de tekeningen van Jacques de Gheyn II, de gebroeders Herman en Cornelis Saftleven, Roelant Savery en Anthonie Waterloo.
 
De tentoonstelling Tekenaar van het Utrechtse landschap was in het Centraal Museum in Utrecht te zien tot 12 maart 2006.
 
Bron: museum.nl

een man van stil en bequamen wesen
Bloemaert nu Ao. 1604. is oudt 37. Iaren, en werdt desen aenstaenden Kerstdagh 38. Hy is een Man van stil en bequamen wesen, hertlijck verlieft en gheneghen meer en meer nae te soecken d’uyterste cracht en schoonheyt der Const Pictura: welcke, ghelijck sy Bloemaert, om zijnen schilderachtigen bloem-aerdt, (van hem bloemigh verciert wesende) gheheel vriendlijck toeghedaen en gunstigh is, doet sy uyt rechte danckbaerheyt van Wtrecht zijnen naem recht uyt de Weerelt over loflijck voeren en dragen, door d’al-siende en al vernemende dochter der spraeck, de duysent tonghsche snel vlieghende Fama oft gheruchte, die in haer ghedacht-camer, by den vermaerden Schilders namen, den zijnen d’onsterflijckheyt sal overleveren, en voor de verderflijcke scheer van Atropos eewigh beschermen en behoeden.

Karel van Mander in zijn Schilderboeck over Abraham Bloemaert

vrijdag 7 juli 2006
geboortegrond
virtueel & historisch reizen door de provincie Utrecht en Veenendaal

Hoewel ik al de helft van mijn leven een Gelderlander ben, blijft mijn geboortegrond hier 30 kilometer vandaan liggen in de provincie Utrecht. Mijn geboorteplaats Veenendaal ligt op het randje van de provincie Utrecht en in vroeger tijden lag het er gedeeltelijk zelfs overheen. Men sprak toen van een ‘Stichts’ en ‘Gelders’ Veenendaal. Mijn grootouders van vaderskant komen trouwens van het Benedeneind, dat vroeger dus in de provincie Gelderland lag. Je zou dus zeggen dat ik mijn Gelderse geboortegrond trouw gebleven ben. In ieder geval ben ik een man van de bossen. Een paar kilometer van mijn huis sta je op het Nationaal Park Veluwezoom, terwijl mijn ouderlijk huis op een steenworp afstand ligt van het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug.

Inmiddels woon ik alweer 20 jaar in de Gelderse hoofdstad. Maar ik blijf verbonden met de provincie Utrecht. Ook online. Zo ontdekte ik de op prachtige website collectieutrecht.nl een interactief kaartje van het Sticht. Iedere lokatie die je kunt aanklikken, vertelt een verhaal. Zo vertelt Veenendaal het verhaal van textiel en sigaren. De veenkolonie is er groot mee geworden. Ondernemend volk die Veenendalers. Zo ook mijn grootvader die in 1920 met een compagnon een eigen textielgroothandel begon. Deze ondernemersgeest heeft Veenendaal omhooggestuwd tot het derde winkelcentrum van de provincie Utrecht. Met het nieuwe centrum de Brouwerspoort krijgt het winkelhart van Veenendaal straks een forse uitbreiding, die de stevige positie in de provincie Utrecht moet handhaven.

VSW Veenendaal

De VSW, de Veenendaalsche Stoomspinnerij en Weverij N.V. ofwel ‘de grote fabriek’ aan de Zandstraat in Veenendaal bijna 100 jaar geleden. In deze tijd werkte mijn overgrootvader hier. Negentiende eeuwse uitbuiting ging nog gewoon door. Was hij eens ziek, dan was er thuis ook geen geld.
Waarom werd Veenendaal zo’n grote industrieplaats? Veenendaal lag immers niet aan een belangrijke waterweg. En ook kwam de eerste trein pas in 1886 langs Veenendaal, toen de spoorlijn Amersfoort–Kesteren werd aangelegd.
Verkeers-geografisch lag het dorp dus niet ideaal.
Maar Veenendaal was van oorsprong een veenkolonie waar eeuwenlang veen werd gewonnen. Omdat veenarbeid seizoensgebonden was, zochten veenarbeiders en hun vrouwen de resterende tijd van het jaar naar andere inkomstenbronnen, als wolwever of sigarenmaker. Er werd voornamelijk gebruik gemaakt van lokale grondstoffen en producten. In de 18de eeuw raakten de venen uitgeput en werd de turfwinning minder rendabel. Vanuit de traditionele huisnijverheid ontstonden nu meer georganiseerde werkplaatsen door kleine lokale zelfstandigen opgericht.
 
Landbouw leverde voor de Veenendalers maar weinig op, omdat de grond door de vervening te slecht was. De verwerking van wol en tabak was voor de veenarbeiders dan ook een welkome aanvulling. Wol en tabak waren makkelijk verkrijgbaar. Door de tabaksteelt rond Amerongen, Rhenen, Elst en Amersfoort werden in Veenendaal thuis sigaren voor de verkoop gerold.
Maar belangrijker nog was de aanwezigheid van schapen.
Zowel voor de tabaksteelt - de schapen zorgden voor de mest op de akkers - als op de Gelderse heidevelden was een flink aantal schapenhouderijen. Deze leverden de wol voor de wolkammerijen, spin- en weverijen die in Veenendaal floreerden.
 
Veenendalers waren dus van huis uit bekend met spinnen en weven. Bijkomend voordeel was het stromende water van de Grift. Water was nodig voor het wassen en verven van de wol. Uit deze wolkammerijen en spinnerijen groeiden in de tweede helft van de 19de eeuw fabrieken: Scheepjeswol, Hollandia, Frisia en VSW (Veenendaalse Stoomspinnerij en Weverij). Vanaf 1850 ontwikkelde Veenendaal zich tot een industrieplaats van formaat waar duizenden Veenendaalse gezinnen een boterham verdienden. Rond 1900 gebeurde dit nog vooral in de textielindustrie, maar daarna ook in de sigarenfabrieken, zoals van Ritmeester en Panter & Tijger.
 
Bron: collectieutrecht.nl
“Als we hier naar het toilet moeten hebben ze in Veenendaal de broek al weer omhoog.”

(gezegde uit Ede)

Hollandia Veenendaal
Vergane glorie in Veenendaal:
De Hollandia fabriek (of Mussenfabriek).

Binnenkort wordt de Mussenfabriek na 25 jaar lang speculeren eindelijk gesloopt, alleen de gevel blijft staan. Van 1985 tot 1988 had ik als student aan de kunstacademie hier een atelier in de voormalige directiekamer op de hoek van de eerste verdieping. De lokatie gaat deel uitmaken van de Brouwerspoort en achter de gerestaureerde gevel krijgt o.a. het museum het Kleine Veenloo onderdak.

de Brouwerspoort
Plan voor het nieuwe centrum de Brouwerspoort. De lokatie van de oude Hollandiafabriek is rood omcirkeld.

wolkammers
Vóór 1840 is Veenendaal grotendeels een dorp waarin de huisnijverheid floreert en de sociale verhoudingen duidelijk zijn. Enerzijds zijn er de wolkammers die het kapitaal verschaffen voor de wolproductie. Is er geverfde wol nodig of behoefte aan lappen textiel? De wolkammer zet de juiste arbeiders aan het werk. Hij verdeelt en bepaalt de productiewijze om aan de vraag te kunnen voldoen. De wolkammers zijn dan ook de ‘baas’ in Veenendaal. Daarnaast zijn er de handwerklieden en thuisspinners. Zij beschiken over de werktuigen en de technische kennis en bepalen het werktempo. Lees verder…

fotocollectie Veenendaal | collectieutrecht.nl

donderdag 6 juli 2006
het godvormige gat van greene
gisterenavond gezien: The end of the affair (1999)
naar het gelijknamige boek van Graham Greene

Ik had Greeneland, het universum dat Graham Greene geschapen heeft, nog nooit betreden. Julianne MooreDe film noir (in kleur) The End of the affair die gisteren door de Canvas werd uitgezonden, was mijn eerste kennismaking.

Karel van het Reve heeft de gebroeders Karamazov wel eens een detective genoemd, terwijl het voor mij in de eerste plaats een religieus boek is. Zo vond ik de verfilming van Greene’s boek ook niet direct een thriller (één privédetective maakt nog geen detectiveverhaal), maar vooral een religieuze film. God speelt in het verhaal een rol als ‘godvormig gat’ dat uiteindelijk via een belofte een hartstochtelijke liefdesrelatie sublimeert tot geestelijke liefdesrelatie met de ander in God. Dat betekent onverbiddelijk het einde van de affaire. Prachtig gespeeld door Julianne Moore.

Tijdens de tweede wereldoorlog had schrijver Maurice Bendix (Ralph Fiennes) een passionele relatie met Sarah Miles (Julianne Moore), de vrouw van een Britse politicus.Tijdens één van hun vele seksuele ontmoetingen, slaat er plots een V1 bom in op hun liefdesnestje en daarop maakt Sarah een abrupt einde aan hun relatie.
 
Ongeveer 2 jaar later ontmoet Maurice Sarahs man Henry Miles (Stephen Rea) en als hij hem naar huis begeleidt, ontmoet hij Sarah opnieuw. De oude gevoelens laaien opnieuw op. Deze keer heeft Maurice wel vernomen van Henry dat zijn vrouw hem waarschijnlijk bedriegt en vol van jaloezie huurt hij de privé-detective Mr.Parkis (Ian Hart) in om Sarah te schaduwen.
 
In het eerste deel van de film zien we dit verhaal vanuit het standpunt van Maurice die wil weten waarom ze destijds een einde aan hun verhouding heeft gemaakt. In het tweede deel zien we het verhaal aan de hand van het dagboek van Sarah, dat door de detective aan Maurice werd gegeven. Nu zien we een heel ander en onthullend verhaal, dat Maurice doet inzien dat ze nog zeer veel van hem houdt. In het derde deel zien we hoe deze emotionele thriller overgaat in een soort theologische thriller, waarin zelfs een klein menselijk mirakel geschiedt.
 
Bron: kutsite.com/recensie

Graham GreeneHenry Graham Greene was in 1926 roomskatholiek geworden; het geloof, en vooral religieuze twijfel, speelde een overheersende rol in al zijn grote romans. Zo zwerft in The Power and the Glory (1940) een drinkebroer-priester door revolutionair Mexico, voortdurend op het punt zijn God te verraden; terwijl in The Heart of the Matter (1948) een andere sanctified sinner ten onder gaat in een corrupte West-Afrikaanse kolonie. Maar Greene’s katholicisme was allesbehalve dogmatisch. ’s Heren wegen zijn bij hem ondoorgrondelijk, de genade Gods wordt geheel willekeurig over de mensheid verdeeld, en de bewoners van ‘Greeneland’ (zoals Greene’s universum door zijn fans wordt genoemd) worden eigenlijk vooral door wanhoop naar het geloof getrokken.

the end of the affairKlassieker
 
Graham Greene’s boek The end of the affair werd in 1955 al verfilmd door Edward Dmytryk met in de hoofdrollen Deborah Kerr en Van Johnson.

bespreking door Jan Willem van de Maat
filmrecensies op moviemeter.nl

woensdag 5 juli 2006
verwrongen bloteriken [2]

Op 27 juni schreef ik hier iets over het maniërisme. Vaak zijn maniëristische schilderijen displays die tot de nok toe gevuld zijn met bodybuilders in allerlei krampachtige houdingen. In de tweede helft van de zestiende eeuw was men daar dol op.

Laatste Oordeel
Michelangelo, Het Laatste Oordeel
in de Sixtijnse kapel (1535-1541) Hoewel Michelangelo tot de hoog-Renaissance behoort, laat hij zich hier zien als zijn eigen navolger, als een maniërist dus.

Met verwonderinghe van al de Weerelt
Doe begaf hy hem voorts te dienen Paus Paulus de derde, voldoende met grooter vlijt het Oordeel, in welck hy eyghentlijck met een groote manier heeft ghelet op de naeckten, te weten, op de schoonheyt, volcomen proportie, en ghestaltenissen der Menschen lichamen, op alderley actituden, hier in allen anderen overtreffende, latende aen d’een sijde de vroylijcke coloreringhe, en ander duysent aerdicheden, die ander Schilders tot vermakelijcken welstandt ghebruycken, en oock eenige gracelijcke inventie in’t ordineren zijnder Historie. (…)
Acht Iaren pijnichde hem Michel Agnolo dit werck te voldoen, het welck van verre en van by hem wel wil laten sien, sonder eenighen welstant te verliesen, en is geweest gheretorqueert, en met artseringen in de diepselen seer net voldaen, niet alleen onder, daer men by can, maer boven in’t opperste, daer ick eens met een langhe leere by gheclommen ben, daer eenen ganck is met yseren leningen. Dit werck worde voldaen, en ontdeckt, Ao. 1541. (ick meen) op eenen Kerstdagh, met verwonderinghe niet alleen van Room, maer van al de Weerelt.

Karel van Mander in zijn Schilderboeck over het Laatste Oordeel van Michelangelo

Grote voorbeeld voor de maniëristen was Michelangelo. Wanneer we de vita lezen van de maniërist Giorgio Vasari valt onmiddellijk op hoeveel bladzijden hij nodig heeft om Michelangelo als een god de hemel in te prijzen. Het genie van Michelangelo had de wereld laten zien dat het menselijk een ruimtelijke vorm is. Net zoals in een 3D-programma ging men de figuren in allerlei posen om de 3 assen draaien. Men maakte er een sport van om het lichaam in een zgn. ‘verkort’ af te beelden.

Het maniërisme werd in de Lage Landen vooral in Haarlem uitgeoefend door Karel van Mander, Hendrick Goltzius en Cornelis Cornelisz. De eerste is tegenwoordig bekender om zijn Schilderboeck, dan om zijn schilderijen. Net als Vasari heeft hij de leven beschreven van schilders. De Haarlemse maniëristen stonden onder invloed van Bartholomeus Spranger uit Antwerpen die met veel succes de maniëristische stijl aan het Praagse hof had geïntroduceerd.

Wtewael
Joachim Wtewael, de zondvloed (1592)
Bloot en beweeglijk: exemplarisch voor het maniërisme.
Joachim Wtewael blonk uit in voorstellingen van mini-formaat waarin nochtans talloze figuren optreden. Deze schilderde hij op een ondergrond van koper dat volkomen glad gepolijst een grote detaillering toeliet. De stevigheid van het materiaal garandeerde bovendien dat de verflaag intact zou blijven. Wie nog twijfels heeft ten aanzien van Wtewaels kwaliteiten zal die beslist moeten laten varen bij het zien van een werk als het ‘Godenbanket’ dat zich tegenwoordig in een Londense privéverzameling bevindt. Het tafereel van krap vijftien bij twintig centimeter heeft niet echt een pointe, maar barst bijkans van virtuositeit.
 
Recentelijk heeft een belangrijk museum in Amerika maar liefst vijftien miljoen gulden neergeteld voor zo’n minuscuul meesterstuk. Carel van Mander, die Wtewael persoonlijk gekend heeft en in de vroege zeventiende eeuw het eerste Nederlandse kunstgeschiedenisboek publiceerde, schreef dat dergelijke werkjes destijds al onbetaalbaar waren.
 
Bron: avro.nl/beeldenstorm

In Utrecht werkten vooral Joachim Wtewael en Abraham Bloemaert in de (laat-)maniëristische stijl. Deze laatste werkte in het begin van zijn carrière overigens in Gorinchem.

wat is maniërisme?

dinsdag 4 juli 2006
Psalters [ 5 ]
Russisch: Het Kiev Psalter, 1397
Kiev Psalter of 1397 is one of the most famous East Slavic illuminated manuscripts. Created in 1397 by the Kievan scribe Spiridon, it passed through the hands of numerous Lithuanian nobles before being sold to the Russian Count Sergey Sheremetev in the mid-19th century. Courtesy of the count, its first printed edition was prepared by Nikodim Kondakov and Fyodor Buslaev. In 1932, the Sheremetev Library merged into the Russian National Library in St Petersburg.
 
Bron: en.wikipedia.org
kiev psalter

mmedia.nsu.ru | meer Psalters

maandag 3 juli 2006
Psalters [ 4 ]
Oud-Engels: Eadwine Psalter, c. 1150
The Eadwine Psalter was produced at Christ Church, Canterbury, around the middle of the twelth century; it is one of several Anglo-Saxon and early Norman books that show the influence of the Carolingian Utrecht Psalter, which was in Canterbury at this time. The psalter is named for the monk Eadwine who was primarily responsible for its production.
 
The book presents three versions of the Psalms: the Gallican version (in the large text block under the picture), the Roman version (to the right of the Gallican), and the Hebrew version (in the rightmost column). The psalter is accompanied by extensive introductions (here the end of one shows above the picture) and commentaries (to the left of the Gallican version). In addition, the Roman version is glossed in Old English and the Hebrew version in Old French.
Eadwine Psalter
bladzijde uit het Eadwine Psalter

Beatus uir qui timet dominum. in mandatis eius cupit nimis.
Potens in terra erit semens eius. generatio

Vertaling
Gelukkig de mens met ontzag voor de Heer en met liefde voor zijn geboden. Zijn nageslacht (geniet aanzien in het hele land, de oprechten worden gezegend.)

meer Psalters

zondag 2 juli 2006
het oog is de lamp van het lichaam
vandaag lezen we in de Kerk uit Matheüs 6: 22-33
Het oog is de lamp van het lichaam. Dus als je oog helder is, zal heel je lichaam verlicht zijn. Maar als je oog troebel is, zal er in heel je lichaam duisternis zijn. Als het licht in jezelf verduisterd is, hoe groot is dan die duisternis!
Niemand kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de andere verachten. Jullie kunnen niet God dienen én de mammon. Daarom zeg ik jullie: maak je geen zorgen over jezelf en over wat je zult eten of drinken, noch over je lichaam en over wat je zult aantrekken. Is het leven niet meer dan voedsel en het lichaam niet meer dan kleding? Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren, het is jullie hemelse Vader die ze voedt. Zijn jullie niet meer waard dan zij?
Als het licht in jezelf verduisterd is, hoe groot is dan die duisternis!
Wie van jullie kan door zich zorgen te maken ook maar één el aan zijn levensduur toevoegen? En wat maken jullie je zorgen over kleding? Kijk eens naar de lelies, kijk hoe ze groeien in het veld. Ze werken niet en weven niet. Ik zeg jullie: zelfs Salomo ging in al zijn luister niet gekleed als een van hen. Als God het groen dat vandaag nog op het veld staat en morgen in de oven gegooid wordt al met zo veel zorg kleedt, met hoeveel meer zorg zal hij jullie dan niet kleden, kleingelovigen? Vraag je dus niet bezorgd af: “Wat zullen we eten?” of: “Wat zullen we drinken?” of: “Waarmee zullen we ons kleden?” – dat zijn allemaal dingen die de heidenen najagen. Jullie hemelse Vader weet wel dat jullie dat alles nodig hebben. Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden.
… en bij de Apostel lezen we uit de Brief aan de Hebreeën 9: 1-7
Het eerste verbond – Andere handschriften lezen: ‘Ook het eerste verbond’.bevatte bepalingen voor de rituelen van de dienst en het aardse heiligdom. De voorste tent, die is ingericht met de lampenstandaard en de tafel voor de toonbroden, wordt het heilige genoemd. Achter het tweede voorhangsel bevindt zich de tent die het allerheiligste genoemd wordt. Daar staan het vergulde reukofferaltaar en de ark van het verbond, die langs alle zijden met goud overtrokken is en waarin zich de vergulde kruik met het manna, Aärons staf die gebloeid heeft en de platen met de verbondstekst bevinden; daarop staan de cherubs als teken van Gods majesteit, zij bedekken de verzoeningsplaat met hun schaduw. Op dit alles kunnen we nu niet in detail ingaan. In het aldus ingerichte heiligdom gaan de priesters voortdurend de voorste tent binnen om hun dienst te vervullen, maar in de tweede tent gaat alleen de hogepriester binnen, slechts eenmaal per jaar en nooit zonder het bloed dat hij offert voor zichzelf en voor de zonden die het volk uit onwetendheid heeft begaan.
zaterdag 1 juli 2006
psalters [ 3 ]
Byzantijns: Melisende Psalter, c 1139
The Melisende Psalter (London, British Library, MS Egerton 1139) is an illuminated manuscript commissioned around 1135 in the crusader Kingdom of Jerusalem, probably by King Fulk for his wife Queen Melisende. It is the most notable example Crusader art, which resulted from a merging of the artistic styles of Roman Catholic Europe and the Eastern Orthodox Byzantine Empire.
 
Seven scribes and illuminators, working in the scriptorium built by the crusaders in the Church of the Holy Sepulchre in Jerusalem, were involved in the creation of the psalter. It measures 21.6 centimetres by 14 centimetres, the size of a psalter for personal rather than liturgical use.
 
Bron: en.wikipedia.org
Melisende Psalter
Deze miniatuur is een directe interpretatie van de traditionele opstandingsicoon: Christus trekt Adam en Eva uit het graf

Queen Melisende’s Psalter | meer Psalters

johannes@mimesis.nl

HTML Hit Counters
eXTReMe Tracker

het numineuze www.griffioen-beelden.nl

www.gerdrenshof.com

www.vanleestantiek.com

nl.orthodoxlogos.com

comics grafische vormgeving en webdesign muziek tekeningen en illustraties wetenschap taal & poëzie Rusland religie geschiedenis filosofie film boeken orthodoxie schilderkunst architectuur fotografie