vandaag [slot]: Pygmalion

Bron: satura-lanx.telenet.be/Ovidius

Voor de psychologische klassieker Repulsion geldt hetzelfde als voor Persona (1966) van Bergman: je moet er tegen opgewassen zijn. Net als de foto’s van Frits Weeda tonen ze de achterkant van de jaren zestig. Bepaald geen vrijheid blijheid, maar droge en beklemmende registraties van eenzame personen.
Niet om vrolijk van te worden. In veel films van Bergman en deze vroege film van Polanski wordt het bestaan van de deurknop, de wastafel en het gebraden konijn even reëel als het bestaan van de hoofdpersoon. Alles wordt uiteindelijk wat het is, niets meer en niets minder, naakt en onbedekt als in de brandende zon. Er is geen schaduw meer om je in terug te trekken. Vluchten kan niet meer.
Deze existentiële benauwdheid moet je twee uur lang uit kunnen houden. Het is mij net gelukt. Dankzij de aristocratische schoonheid van Catherine Deneuve. En dankzij de prettige momenten met straatbeelden uit 1965 waarbij de camera Deneuve volgt, begeleid met jazzklanken. Ik maak dan onmiddellijk de associatie met ascenseur pour l’échafaud (1958) met Jeanne Moreau onlosmakelijk verbonden met de soundtrack van jazzlegende Miles Davis. Op dit soort tijdsbeelden ben ik helemaal verliefd. Was het nog maar steeds 1965 en kon dat maar zo blijven. De auto’s, zware brilmonturen, proto-flowerpower typen en zwartwit wereld die kleur krijgt door de jazz. Dit is voor mij de andere kant van Repulsion, een icoon van nostalgie. De langzame aftakeling van de protagonist die in haar eigen bestaan gevangen zit, neem ik dan voor lief. En ook met een flinke korrel zout, want in dit existentialistische genre wordt het natuurlijk ook gekoesterd.


De geweldadige thriller is niet mijn favouriete genre. Maar als deze knap gemaakt is, dan kijk ik er toch naar. Dat was de reden om eindelijk eens Se7en te gaan zien, naast Pulp Fiction een van de meest bejubelde films van de jaren 90. Het is een donkere vette film met mooie rollen van Morgan Freeman als bedaarde rechercheur en Brad Pitt als agressieve jonge hond. Ze worden op een zaak gezet die leidt naar een gestoorde seriemoordenaar waardoor de thriller dicht het horrorgenre nadert. Maar David Fincher is spaarzaam met shockeffecten en gebruikt meer de suggestie en de dialogen om de gruwelijkheden ‘in beeld’ te brengen.
Zoals in elke betere thriller is het juist de psychologische laag die de film interessant maakt. De seriemoordenaar, genaamd John Doe (Pietje Huppeldepup), is geobsedeerd door de zeven hoofdzonden en gebruikt zijn moorden om te ‘preken’. De moorden komen met elkaar in verband te staan doordat er telkens bij het slachtoffer een van de hoofdzonden met grote letters geschreven is. Het eerste slachtoffer, een dikke man wordt gevonden met het woord ‘vraatzucht’, het tweede slachtoffer, een advocaat met het woord ‘hebzucht’. Later in de film zegt de moordenaar: ‘We zien elke dag een zonde gebeuren, maar we accepteren het. Omdat het normaal is. Omdat we het hebben aanvaard als de gang van zaken.’

In vlagen doet deze John Doe mij denken aan kolonel Curtz uit Apocalyps Now, of aan Raskolnikov uit Crime and Punishment: ze hebben met elkaar gemeen dat ze een ‘logica’ zijn gaan aannemen, waar geen speld tussen te krijgen is, maar die uiteindelijk wél extreem immoreel is. Ik geloof dat ik deze figuren niet zo interessant vind. Wat mij wél intrigeert, is dat ze gedeeltelijk onder mijn huid kruipen. Ze confronteren mij met de immoraliteit die diep in mij leeft en hoe ik deze in het dagelijks leven kanaliseer.
In het proces dat Raskolnikov doormaakt, wordt dit het zorgvuldigst uitgewerkt en met het enige echte resultaat: de bekering door het berouw. In Apocalyps Now en Se7en maken de gestoorde geesten dit proces niet mee en laten ze zich gretig slachtofferen, dat eigenlijk neerkomt op zelfmoord op verzoek. Apocalyps Now en Se7en blijven voor mij daardoor sombere films die geen hoop geven, heel anders dan in Schuld en Boete dat wél naar een uitweg wijst uit de duivelse logica waarin de moordenaar gevangen zit.

Al eerder verwees ik naar de prachtige site over de Eerste Wereldoorlog die Menno Wielinga nu al vier jaar helemaal alleen aan het maken is. Vandaag keerde ik weer even terug om te kijken naar de chronologie van de gebeurtenissen die aan de Great War voorafgingen. Het is 92 jaar geleden dat de juli crisis escaleerde. Een week later was de Eerste Wereldoorlog begonnen.
Wielinga geeft op zijn site een overzicht van de verschillende oorzaken die geleid hebben tot het uitbreken van deze oorlog. Een zeer uitgebreid overzicht van dag tot dag van alle gebeurtenissen vond ik op het engelstalige firstworldwar.com, vooralsnog de grootste website over de Eerste Wereldoorlog die ik ben tegengekomen.
Vienna, 28 July 1914
The Royal Serbian Government not having answered in a satisfactory manner the note of July 23, 1914, presented by the Austro-Hungarian Minister at Belgrade, the Imperial and Royal Government are themselves compelled to see to the safeguarding of their rights and interests, and, with this object, to have recourse to force of arms.
Austria-Hungary consequently considers herself henceforward in state of war with Serbia.Count Berchtold

Possession is de zoveelste film van twee mensen die iets uit het verleden op het spoor komen, dit gaan onderzoeken, vervolgens nog meer op het spoor komen, het verder gaan uitrafelen en daardoor steeds meer ergens in verwikkeld raken. Maar ditmaal geen kerkgeheimen en gangsterbenden, maar wel een zoektocht van twee literatuuronderzoekers naar een verborgen liefde die langzaam maar zeker ook naar henzelf gaat verwijzen.
In april zag ik de verfilming van Sarah Water’s bestseller Fingersmith, een typisch Engels kostuumdrama met subliem acteerwerk. A.S.Byatt’s boek Possession heeft een parallel met Fingersmith: het speelt zich ook (gedeeltelijk) af in de Victoriaanse tijd en gaat (gedeeltelijk) over een schrijfster met een lesbische verhouding . Ook in Engeland zijn vrouwenstudies onder schrijfsters razend populair en worden feministen avant la lettre uit het verleden in kaart gebracht. Vaak blijken deze er dan een lesbische verhouding op na gehouden te hebben dat voor veel onderzoeksters geldt als het ultieme bewijs voor hun vrouw-zijn.
Possession speelt zich hoofdzakelijk in deze tijd af. Een Amerikaanse onderzoeker ontdekt een brief van de Victoriaanse dichter Randolph Henry Ash gericht aan de dichteres Christabel LaMotte. Hij raakt in contact met de biograaf van deze Christabel LaMotte, de jonge professor Maud Bailey. Samen ontrafelen ze het verleden en komen tot de ontdekking dat beiden in 1859 een geheime verhouding hebben gehad. Intussen bloeit er tussen de twee onderzoekers ook iets op.

De film is soms een beetje teveel in Hollywoodstijl neergezet en ik vind Aaron Eckhart slecht gecast als de literatuuronderzoeker Roland Michell. Ik zou hem eerder verwachten in de jungle met ontbloot bovenlijf, vechtend tegen krokodillen, maar niet tussen de archiefkasten. Gwyneth Paltrow speelt een mooie rol als ijskoningin die langzaam ontdooit. Het verhaal speelt zich af in heden en verleden en regisseur Neil LaBute heeft dat vaak mooi door elkaar gevlochten.






Flavius Valerius Constantinus (Naissus, tegenwoordig Niš (Servië), 27 februari 272? - 22 mei 337), bekend als Constantijn I de Grote, was Keizer van Rome. Hij noemde zich vanaf juli 306 keizer, maar werd pas vanaf 308 als zodanig erkend. Hij was de zoon van Constantius I Chlorus en Helena. Met Constantius voerde hij in Schotland een veldtocht tegen de Picten. Zijn vader stierf in Eburacum (York) in 306 en Galerius aanvaardde dat Constantijn zijn vader op zou volgen, zij het eerst slechts als Caesar, pas later als Augustus. Na 308 trok hij op tegen de Alamannen en de Franken die de Rijn onveilig maakten, hij was verantwoordelijk voor Gallië, Brittannië en Hispanië.
Bron: nl.wikipedia.org


meer mythologische voorstellingen van Titiaan | Kroon’s mythologisch woordenboek
NAZARETH, 19 juli 2006 - Bij een raketaanval van de Hezbollah op de vooral door Arabische Israëliërs bewoonde Noord-Israëlische stad Nazareth zijn woensdag twee kinderen gedood, hebben de Israëlische autoriteiten bekendgemaakt. De doden zijn twee Arabische broertjes van 4 en 8. Volgens een ooggetuige kwam de raket neer in een steeg tussen twee woningen in het centrum van Nazareth. De kinderen waren daar juist aan het spelen. Een tweede raket kwam neer op een gebouw. In totaal vielen er achttien gewonden.
Nazareth is de plaats waar Jezus is opgegroeid en staat vol kerken. De stad ligt op dertig kilometer van de Libanese grens. Voor zover bekend is geen van de heilige plaatsen in Nazareth beschadigd geraakt. De afgelopen dagen werd het nabijgelegen Boven-Nazareth ook al door raketten getroffen. [Bron: nieuws.nl]

meer mythologische voorstellingen van Titiaan | Kroon’s mythologisch woordenboek


Lees meer over bovenstaand schilderij | Kroon’s mythologisch woordenboek
Na de nostalgische foto van gisteren nog wat andere vintage airline pictures opgedoken, waarbij onderstaande die ik van een site gevist heb die alleen maar over vliegtuig maaltijden gaat. Je kunt er plaatjes van duizenden in- en uitgepakte vliegtuigmaaltijden bekijken.



Vanmorgen bleef mijn oog dankbaar haken aan onderstaande foto in de krant. Voor dit soort tijdsbeelden bezwijk ik telkens weer. Het is die onbeheerste baldadigheid van de sixties die omstreeks 1970 smakeloze vormen had aangenomen. De opblaasbanken (waarom is in dit interieurontwerp hier eigenlijk niet voor gekozen, zo ligt als een veertje), het meubilair overtrokken met opart-motieven waarin je halucinerend met je Martini in kunt wegdrijven. De opstand van hoge laarzen-blootbeen-minirokje bekroond met kashmir-blouse en startrek-kapsel. In het midden een onbegrijpelijke borreltafel met lederen stootrand en een draaitrap met bordeeltreden. [C] Het feest is compleet.

Dan die levende paspoppen. Meneer links op de voorgrond [A] lijkt op een laptopje te werken, maar dit is 1970. Hij neemt slechts analoog wat rapporten door in zijn zakenkoffertje. Dan achter hem de onvermijdelijke Aziaat [C], die elke multinational moet koesteren. De dames op de voorgrond rechts [B], hebben sinds 1968 [D] nog niets aan hun garderobe gedaan, maar ik vind het prima zo. En dan het motief [E] van die bank, gelukkig zijn er behulpzame en begrijpende stewardessen, die weten dat op 10 kilometer hoogte alles design is, ook de kotszakjes.



Vandaag wordt misschien wel de warmste julidag ooit. Dus ben ik straks weer aan het water te vinden. Met in gedachten de eeuwige baadster, in zichzelf gekeerd, maar talloze malen bespied, al eeuwen lang.




Alleen al van de schilderijen van Rembrandt en Cézanne zou ik een leven lang kunnen genieten. Beide schilders hebben dit jaar iets te vieren. Rembrandt zijn 400ste geboortedag en Cézanne zijn 100ste sterfdag. Paul Cézanne, de vader van de moderne (abstracte) kunst, heeft een enorme invloed gehad op de schilderkunst van 100 jaar geleden. Een jaar na zijn dood, schilderde Picasso zijn demoiselles d’ Avignon en daarmee was het kubisme geboren. Ondenkbaar zonder het voorbereidende werk van Cézanne. Niet voor niets noemde Picasso hem ‘de vader van ons allemaal’. Aix-en-Provence eert zijn beroemde zoon dit jaar met een indrukwekkende overzichtstentoonstelling.


Letter to Zola, 14 April 1878
Paul Cézanne was born in Aix on 19 January 1839. His father, a future banker, ran a hat shop where trade was flourishing. With his sister Marie, born in 1841, he frequented the primary school on the rue des Epinaux. At the age of 10 he was enrolled at the Saint Joseph boarding school. Three years later, in 1852, the young scholar followed the classes of the Bourbon college (the present Mignet college) as a day student. There he met Emile Zola and Baptistin Baille. During the holidays, these inseparable friends roamed the Aixois countryside. All three read poetry voraciously and experienced the intense sensations of being at one with nature.
Bron: aixenprovencetourism.com


Van de Griekse goden leer je weinig wijsheid. Ze zijn eigenlijk net als wij, verliefd, jaloers, wraakzuchtig. De oppergod is een geile baas die vanaf de Olympus badende meisjes beloert. Die berg is overigens meer een plaats van lichte zeden dan een plek waar hoogstaande personen resideren. Voortdurend worden de Olympiërs verliefd, op elkaar of op stervelingen.
Negen jaar geleden was ik aan de voet van die andere berg in Noord-Griekenland, de Athos (2033 m), na de Olympus (2917 m) en de Moussala (2925 m) in Bulgarije een van de hoogste bergen in Zuid-Oost Europa. Daar ontmoette ik drie Italiaanse mannen uit Rome, drie Romeinen dus, die na de Olympus ook de Athos gingen beklimmen. Anders dan de Moussala die ik twee jaar geleden bij het Rilaklooster in Bularije zag, is de Athos een majestueuze berg die pal uit de zee oprijst tot een hoogte van ruim twee kilometer.
De Athos wordt overigens ook al in het eerste boek van de Metamorphosen genoemd. Maar toen was het nog niet de Heilige Berg die het sinds 963 is. Het schiereiland waar de Athos ligt, wordt de Tuin van de Moeder Gods genoemd en is alleen toegankelijk voor mannen. Er liggen tientallen kloosters en skites die door duizenden monniken bewoond worden. De Athos en de Olympus zijn voor mij symbolen van het orthodox-christelijke Griekenland en het antieke heidense Griekenland. Op de Athos heerst kuisheid, op de Olympus vooral hartstocht en overspel.

En toen ontdekte men in de Renaissance die antieke godenwereld weer. Het had een magnetische aantrekkingskracht op schrijvers, dichters, beeldhouwers en schilders. Waarom was die aantrekkingskracht eigenlijk zo groot? Ik denk dat de zintuigen en hartstochten een enorme injectie kregen van al die welgevormde nimfen en geile saters. Dus ontstonden er voorstellingen van pastorale landschappen met badende nimfen, mythologische wezens en vrijende paartjes. Die deden het natuurlijk goed in de paleizen die de rijken voor zichzelf hadden laten bouwen.
In de kerk komen deze expliciete voorstellingen aanvankelijk niet voor. Maar al snel treedt er een vermenging op tussen klassieke mythologische en christelijke thema’s. De Moeder Gods wordt dan voorgesteld als herderinnetje in een arcadisch landschap terwijl cherubijntjes met rozige billetjes in de lucht bungelen. Maar het echte bloot komt de kerk nog niet binnen. Dat verandert pas in 1508 wanneer Michelangelo de Sixtijnse kapel onder handen gaat nemen. De paus vindt het allemaal prachtig, maar een kardinaal merkt op dat zulke fresco’s in een taveerne thuishoren en niet in een kerk. Maar het hek is nu van de dam en de vergeestelijkte Middeleeuwse kunst heeft definitief plaats gemaakt voor de zintuigprikkelende kunst van de antieken. De goden met hun fraaie lijven zijn afgedaald van de Olympus om de plaats in te gaan nemen van Bijbelfiguren. Adam en David worden jonge goden en de Moeder Gods wordt een kruising tussen de kuise Diana en de beeldschone Venus.
Leestip
Ross King, De Hemel van de Paus
Toen Michelangelo in 1508 van Julius II de opdracht kreeg het gewelf van de Sixtijnse kapel te beschilderen, had hij weinig ervaring met het maken van fresco’s. Toch nam hij de opdracht aan.

De Griekse goden in de Metamorphosen hebben Romeinse namen gekregen. De bekendste kennen we wel: De oppergod Zeus werd Jupiter, zijn vrouw Hera werd Juno, Hermes werd Mercurius, Poseidon werd Neptunes, Aphrodite werd Venus, Pallas Athene werd Minerva en Dionysos werd Bacchus. Maar hoe zit het met de andere goden en godinnen? Hoe heette de godin van de jacht bijvoorbeeld in het Grieks en in het Latijn? En hoe heette de oorlogsgod Mars bij de Grieken? Op de encyclopedia mythica, een van de grootste mythologiewebsites die op het internet te vinden zijn, staat een lijst met goden- en godinnennamen bij de grieken en de romeinen. Van Amphitrite tot Zephyrus, compleet met een bio. Er is ook een lijst romeins-grieks en een stamboom ontbreekt ook niet.





De invloed die de Metamorphosen van Ovidius op de Westerse kunst gehad heeft, kan men nauwelijks overschatten. Misschien is deze te vergelijken met de impact van Windows op de informatiemaatschappij. Het antieke dichtwerk werd in de Renaissance herontdekt en heeft generaties lang kunstenaars voorzien van onderwerpen voor hun opdrachten.
Bestond er in de Middeleeuwen in feite alleen het Boek der boeken (waarvan in feite de naam van ieder boek direct is afgeleid), na de revolutie van de boekdrukkunst kreeg de Bijbel concurrentie van eigentijdse maar vooral ook van klassieke geschriften. Eén boek was onbetwist hét boek dat de klassieke Oudheid deed herleven en dat was deze compilatie mythen, die door Ovidius aan het begin van onze jaartelling in klassiek Latijn is naverteld. Was Ovidius een beetje de Nico ter Linden van de mythologie? Ik dacht het niet, maar hij liet het verhaal wel gaan en zijn Metamorphosen werd een van de grote bestsellers aller tijden.
Er zijn tussen 1500 en 1700 weinig schilders van naam die zich niet aan een van de verhalen uit de Metamorphosen hebben gewaagd. Als ze in opdracht van een rijke burger of een vorst werkten, stond er altijd wel een verhaal uit de Metamorphosen op het menu. De Renaissance was het begin van de secularisatie en er ontstond een steeds grotere vraag naar zinnelijke afbeeldingen, liefst met enkele naakte godinnen. Vaak werden klassieke thema’s gebruikt als alibi voor erotische voorstellingen.
Zelfs Bijbelverhalen kwamen daarbij soms goed van pas. Joachim Wtewael, een gevierd schilder uit Utrecht, had zo zijn favouriete onderwerpen: Lot en zijn dochters, Suzanna bespied door de oudsten. Hij schilderde ze meerdere malen en kon ze met gemak voor grote bedragen verkopen. Ik vond een aardige website over iconografische thema’s in de schilderkunst, die zowel klassieke als bijbelse onderwerpen belicht.

Ovidius’ boek vormde dus een mooi alibi voor allerlei pikante taferelen. Wie kent niet schilderijen waar we Jupiter (Zeus) als echtbreker en serieverkrachter leren kennen. De ene keer met Europa, dan met Danae en tussendoor nog eens met Leda en Io. Maar alle keren zijn het uiteraard blote meisjes met een mondje dat niet alleen openvalt van verbazing. Die Jupiter flikt het ‘m elke keer toch weer, als stier, zwaan en zelfs als immateriële gouden regen in het geval van Danae. We kennen deze voorstelling natuurlijk vooral van Rembrandt (1636), maar ook Jan Gossaert (1527), Correggio (1531), Titiaan (1544) en vele andere schilders hebben Danae’s gouden moment uitgebeeld.

In de 16e eeuw werden de houtsnede en de houtgravure ontzettend populair. Zo werd de tekst van de Metamorphosen vergezeld met houtsneden overal in Europa verspreid . Een bekend uitgave in Duitsland was de Metamorphosen die geillustreerd was door Virgil Solis en in 1581 in Frankfurt was uitgegeven. Alle houtsneden uit dit boek zijn op internet te bekijken.

Een overzicht van alle verhalen wordt geven op een website uit België, daar kent zijn klassieken in het onderwijs tenminste nog! En op deze engelstalige site kun je door het boek bladeren en tegelijkertijd zien hoe de schilders zich door de eeuwen heen hebben laten inspireren door de verhalen.
Publius Ovidius Naso werd geboren te Sulmo (Sulmona, ca. 120 km ten oosten van Rome, in een vallei van de Abruzzen) op 20 maart 43 v.C. Hij stamde uit een oude en gegoede familie van de ridderstand en had een broer, die precies één jaar ouder was dan hijzelf (gestorven 24 v.C.). Omdat zijn vader wenste dat hij advocaat werd, studeerde hij reeds vroeg letterkunde, welsprekendheid en recht in Rome, waar hij een schitterend student was bij bekende retoren (Arellius Fuscus en Marcus Porcius Latro) en blijk gaf van een buitengewoon geheugen. Om zich verder te vervolmaken, reisde hij naar Athene (waar hij filosofie studeerde), Klein-Azië en Sicilië.
Na zijn terugkeer in Rome bekleedde hij enkele lagere rechterlijke ambten en was hij advocaat, hoewel hij zich allerminst aangetrokken voelde tot de advocatuur. Tot groot ongenoegen van zijn vader lag zijn hart veeleer bij de dichtkunst. Dat was trouwens reeds vroeg het geval: heel jong al had hij blijk gegeven van veel dichterstalent (men vertelde zelfs dat hij in verzen sprak). Op 18-jarige leeftijd maakte hij zijn literair debuut. Met zijn lichtvoetige werken werd hij de geliefde dichter van de mondaine kringen en kwam hij in contact met grote dichters als Publius Vergilius Maro, Quintus Horatius Flaccus, Albius Tibullus en Sextus Propertius. Lees verder…
Een ondubbelzinnig schilderij van Angelo Bronzini siert de cover van de uitgave die verschenen is in 1993 bij Atheneum Polak & Van Gennep. (Vertaling: M.d’ Hane-Scheltema) Elke dag ga ik een verhaal lezen en vanaf morgen laat ik telkens een ‘historieschilderij’ zien dat een van de verhalen uit de Metamorphosen illustreert.
integrale tekst in Latijn | Test je kennis van de Metamorphosen
Honderden afbeeldingen uit de Metamorphosen

meer hedendaagse nederlandse tekenaars
In mijn stukjes over het maniërisme is zijn naam al een paar keer gevallen. Abraham Bloemaert was in het begin van de 17e eeuw voor heel wat schilders een echte vaderfiguur. Geboren in Gorinchem en later verhuisd naar Utrecht, vormde hij daar het middelpunt van de Utrechtse School. Deze groep schilders onderscheidde zich van de schilders in Haarlem, Leiden en Amsterdam door hun thematiek, die meer aansloot bij de Italiaanse religieuze schilderkunst dan bij het Hollandse naturalisme. Dat kwam omdat Utrecht in wezen een katholieke stad gebleven was en de katholieke kerk dikwijls de opdrachtgever van deze schilders was in tegenstelling tot andere schilders uit de Republiek die vooral voor de protestantse burgerij werkten.

Bij Bloemaert is duidelijk de invloed van de Italianen te zien, vooral van de zinnelijke Venetiaanse schilders. Zijn leerlingen Hendrick Terbrugghen en Gerrit van Honthorst waren ook op Italië georriënteerd en lieten zich zo sterk door Caravaggio beïnvloeden, dat deze schilders bekend zijn geworden als de Utrechtse Caravaggisten.

Abraham Bloemaert was een leerling van Frans Floris Hij had veel leerlingen waaronder Hendrick Terbrugghen, Andries Both, Jan Dirksz Both, Dirk Hals, Gerrit van Honthorst, Hendrick de Keyser, Nicolaus Knupfer, Cornelis van Poelenburgh, Paulus Moreelse, Joachim von Sandrart en Jan Baptist Weenix
Karel van Mander
een man van stil en bequamen wesen
Bloemaert nu Ao. 1604. is oudt 37. Iaren, en werdt desen aenstaenden Kerstdagh 38. Hy is een Man van stil en bequamen wesen, hertlijck verlieft en gheneghen meer en meer nae te soecken d’uyterste cracht en schoonheyt der Const Pictura: welcke, ghelijck sy Bloemaert, om zijnen schilderachtigen bloem-aerdt, (van hem bloemigh verciert wesende) gheheel vriendlijck toeghedaen en gunstigh is, doet sy uyt rechte danckbaerheyt van Wtrecht zijnen naem recht uyt de Weerelt over loflijck voeren en dragen, door d’al-siende en al vernemende dochter der spraeck, de duysent tonghsche snel vlieghende Fama oft gheruchte, die in haer ghedacht-camer, by den vermaerden Schilders namen, den zijnen d’onsterflijckheyt sal overleveren, en voor de verderflijcke scheer van Atropos eewigh beschermen en behoeden.Karel van Mander in zijn Schilderboeck over Abraham Bloemaert
Hoewel ik al de helft van mijn leven een Gelderlander ben, blijft mijn geboortegrond hier 30 kilometer vandaan liggen in de provincie Utrecht. Mijn geboorteplaats Veenendaal ligt op het randje van de provincie Utrecht en in vroeger tijden lag het er gedeeltelijk zelfs overheen. Men sprak toen van een ‘Stichts’ en ‘Gelders’ Veenendaal. Mijn grootouders van vaderskant komen trouwens van het Benedeneind, dat vroeger dus in de provincie Gelderland lag. Je zou dus zeggen dat ik mijn Gelderse geboortegrond trouw gebleven ben. In ieder geval ben ik een man van de bossen. Een paar kilometer van mijn huis sta je op het Nationaal Park Veluwezoom, terwijl mijn ouderlijk huis op een steenworp afstand ligt van het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug.
Inmiddels woon ik alweer 20 jaar in de Gelderse hoofdstad. Maar ik blijf verbonden met de provincie Utrecht. Ook online. Zo ontdekte ik de op prachtige website collectieutrecht.nl een interactief kaartje van het Sticht. Iedere lokatie die je kunt aanklikken, vertelt een verhaal. Zo vertelt Veenendaal het verhaal van textiel en sigaren. De veenkolonie is er groot mee geworden. Ondernemend volk die Veenendalers. Zo ook mijn grootvader die in 1920 met een compagnon een eigen textielgroothandel begon. Deze ondernemersgeest heeft Veenendaal omhooggestuwd tot het derde winkelcentrum van de provincie Utrecht. Met het nieuwe centrum de Brouwerspoort krijgt het winkelhart van Veenendaal straks een forse uitbreiding, die de stevige positie in de provincie Utrecht moet handhaven.

(gezegde uit Ede)

Binnenkort wordt de Mussenfabriek na 25 jaar lang speculeren eindelijk gesloopt, alleen de gevel blijft staan. Van 1985 tot 1988 had ik als student aan de kunstacademie hier een atelier in de voormalige directiekamer op de hoek van de eerste verdieping. De lokatie gaat deel uitmaken van de Brouwerspoort en achter de gerestaureerde gevel krijgt o.a. het museum het Kleine Veenloo onderdak.
wolkammers
Vóór 1840 is Veenendaal grotendeels een dorp waarin de huisnijverheid floreert en de sociale verhoudingen duidelijk zijn. Enerzijds zijn er de wolkammers die het kapitaal verschaffen voor de wolproductie. Is er geverfde wol nodig of behoefte aan lappen textiel? De wolkammer zet de juiste arbeiders aan het werk. Hij verdeelt en bepaalt de productiewijze om aan de vraag te kunnen voldoen. De wolkammers zijn dan ook de ‘baas’ in Veenendaal. Daarnaast zijn er de handwerklieden en thuisspinners. Zij beschiken over de werktuigen en de technische kennis en bepalen het werktempo. Lees verder…
Ik had Greeneland, het universum dat Graham Greene geschapen heeft, nog nooit betreden.
De film noir (in kleur) The End of the affair die gisteren door de Canvas werd uitgezonden, was mijn eerste kennismaking.
Karel van het Reve heeft de gebroeders Karamazov wel eens een detective genoemd, terwijl het voor mij in de eerste plaats een religieus boek is. Zo vond ik de verfilming van Greene’s boek ook niet direct een thriller (één privédetective maakt nog geen detectiveverhaal), maar vooral een religieuze film. God speelt in het verhaal een rol als ‘godvormig gat’ dat uiteindelijk via een belofte een hartstochtelijke liefdesrelatie sublimeert tot geestelijke liefdesrelatie met de ander in God. Dat betekent onverbiddelijk het einde van de affaire. Prachtig gespeeld door Julianne Moore.
Henry Graham Greene was in 1926 roomskatholiek geworden; het geloof, en vooral religieuze twijfel, speelde een overheersende rol in al zijn grote romans. Zo zwerft in The Power and the Glory (1940) een drinkebroer-priester door revolutionair Mexico, voortdurend op het punt zijn God te verraden; terwijl in The Heart of the Matter (1948) een andere sanctified sinner ten onder gaat in een corrupte West-Afrikaanse kolonie. Maar Greene’s katholicisme was allesbehalve dogmatisch. ’s Heren wegen zijn bij hem ondoorgrondelijk, de genade Gods wordt geheel willekeurig over de mensheid verdeeld, en de bewoners van ‘Greeneland’ (zoals Greene’s universum door zijn fans wordt genoemd) worden eigenlijk vooral door wanhoop naar het geloof getrokken.
Klassieker
Graham Greene’s boek The end of the affair werd in 1955 al verfilmd door Edward Dmytryk met in de hoofdrollen Deborah Kerr en Van Johnson.
bespreking door Jan Willem van de Maat
filmrecensies op moviemeter.nl
Op 27 juni schreef ik hier iets over het maniërisme. Vaak zijn maniëristische schilderijen displays die tot de nok toe gevuld zijn met bodybuilders in allerlei krampachtige houdingen. In de tweede helft van de zestiende eeuw was men daar dol op.

Met verwonderinghe van al de Weerelt
Doe begaf hy hem voorts te dienen Paus Paulus de derde, voldoende met grooter vlijt het Oordeel, in welck hy eyghentlijck met een groote manier heeft ghelet op de naeckten, te weten, op de schoonheyt, volcomen proportie, en ghestaltenissen der Menschen lichamen, op alderley actituden, hier in allen anderen overtreffende, latende aen d’een sijde de vroylijcke coloreringhe, en ander duysent aerdicheden, die ander Schilders tot vermakelijcken welstandt ghebruycken, en oock eenige gracelijcke inventie in’t ordineren zijnder Historie. (…)
Acht Iaren pijnichde hem Michel Agnolo dit werck te voldoen, het welck van verre en van by hem wel wil laten sien, sonder eenighen welstant te verliesen, en is geweest gheretorqueert, en met artseringen in de diepselen seer net voldaen, niet alleen onder, daer men by can, maer boven in’t opperste, daer ick eens met een langhe leere by gheclommen ben, daer eenen ganck is met yseren leningen. Dit werck worde voldaen, en ontdeckt, Ao. 1541. (ick meen) op eenen Kerstdagh, met verwonderinghe niet alleen van Room, maer van al de Weerelt.Karel van Mander in zijn Schilderboeck over het Laatste Oordeel van Michelangelo
Grote voorbeeld voor de maniëristen was Michelangelo. Wanneer we de vita lezen van de maniërist Giorgio Vasari valt onmiddellijk op hoeveel bladzijden hij nodig heeft om Michelangelo als een god de hemel in te prijzen. Het genie van Michelangelo had de wereld laten zien dat het menselijk een ruimtelijke vorm is. Net zoals in een 3D-programma ging men de figuren in allerlei posen om de 3 assen draaien. Men maakte er een sport van om het lichaam in een zgn. ‘verkort’ af te beelden.
Het maniërisme werd in de Lage Landen vooral in Haarlem uitgeoefend door Karel van Mander, Hendrick Goltzius en Cornelis Cornelisz. De eerste is tegenwoordig bekender om zijn Schilderboeck, dan om zijn schilderijen. Net als Vasari heeft hij de leven beschreven van schilders. De Haarlemse maniëristen stonden onder invloed van Bartholomeus Spranger uit Antwerpen die met veel succes de maniëristische stijl aan het Praagse hof had geïntroduceerd.

In Utrecht werkten vooral Joachim Wtewael en Abraham Bloemaert in de (laat-)maniëristische stijl. Deze laatste werkte in het begin van zijn carrière overigens in Gorinchem.


Beatus uir qui timet dominum. in mandatis eius cupit nimis.
Potens in terra erit semens eius. generatio
Vertaling
Gelukkig de mens met ontzag voor de Heer en met liefde voor zijn geboden. Zijn nageslacht (geniet aanzien in het hele land, de oprechten worden gezegend.)