donderdag 31 augustus 2006
staufisch bouwwerk
afgelopen maandag de abdijkerk van Maria Laach bezocht

The Beatles of The Stones? Bach of Mozart? Plato of Aristoteles? Romaans of gotiek? Soms moet je kiezen, maar vaak wil je ook kiezen. Niet alleen omdat je iemand wilt zijn, maar ook omdat je wilt weten wie je bent en waar je bij hoort. De keuze tussen romaans en gotiek, was voor mij nooit een moeilijke keuze. Evenals Giorgio Vasari die het label ‘gothisch’ voor het eerst gebruikte voor de stijl die hij zo primitief vond, zag ik de gotiek als een downgrade van het romaans en niet zoals gebruikelijk, als een upgrade. De laatste jaren zie ik romaans-gotiek niet meer als een tegenstelling. De gotiek is als een plant omhooggeschoten uit haar romaanse stam en beiden horen bij elkaar. Het romaans is down to earth en de gotiek is hemelbestormend. Waarom zou dat een tegenstelling zijn? Voor ons verstand lijken het twee tegengestelde bewegingen terwijl in het geestelijk leven altijd paradoxen te vinden zijn. Beide bewegingen blijken ten diepste met elkaar verbonden.

Maria Laach
westfaçade met voorportaal

Afgelopen maandag bezocht ik de abdijkerk van Maria Laach, ten Westen van Koblenz, die de dag tevoren op 27 augustus het 850-jarige jubileum van haar kerkwijding in 1156 had gevierd. Het is de vierde romaanse kerk die ik de afgelopen tien jaar in Duitsland bezocht heb en deze staat bekend als een hoogtepunt van Staufische bouwkunst. In de kunstgeschiedenis kun je de romaanse stijl in Duitsland verdelen in drie verschillende tijdvakken die overeenkomen met de dynastieën uit die perioden:

Ottoons (pre-romaans) 960-1025
Salisch (vroeg-romaans/romaans) 1025-1125
Staufisch (romaans/laat-romaans) 1125-1250

In 2002 bezocht ik de vroeg-romaanse St.Michael in Hildesheim (1033), in 1998 de romaanse St. Maria, St. Liborius und St. Kilian in Paderborn (1220) en in 1996 de laat-romaanse Dom van Limburg an der Lahn (1235). Met een bezoek aan de abdijkerk van Maria Laach (1157) heb ik nu dus ook een romaanse kerk uit de eerste helft van de twaalfde eeuw kunnen bekijken.

De basilika is in Staufische (romaanse) stijl gebouwd. Met haar twee dwarsschepen en twee groepen van drie torens vertoont de abdijkerk gelijkenis met de keizerlijke domkerken van Speyer en Worms. Kenmerkend voor Maria Laach is de westbouw met drievoudige torengevel en de vieringtoren met rombisch dak, die via een transept aan ronde flanktorens is verbonden. Bezienswaardig binnen de kerk is het praalgraf van paltsgraaf Hendrik II (+1095), dat evenwel pas in de 13e eeuw werd opgericht, evenals het daarbij horende stenen baldakijn dat thans het altaar overspant.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Maria Laach1093 Stiftung der Benediktinerabtei durch den Pfalzgrafen Heinrich II. und seine Gemahlin Adelheid. Beginn der Bauarbeiten an der Kirche.
1095 Tod des Pfalzgrafen.
Das Mauerwerk ist bis auf drei Meter hochgezogen; die Krypta und der Ostchor sind am weitesten fortgeschritten.
1100 Mit dem Tod der Pfalzgräfin Adelheid werden die Bauarbeiten zunächst eingestellt.
Das östliche Querhaus war ohne Gewölbe errichtet worden, um einen provisorischen Gottesdienstraum für die Mönche zu haben.
1112 Neue Stiftung von Pfalzgraf Siegfried von Ballenstedt.
Gilbert, aus dem brabantischen Kloster Affligem stammend, wird erster Abt. Er vollendet das Langhaus, das zunächst eine Flachdecke hatte, das Westwerk und die Krypta.
1152 Tod des Abtes Gilbert.
Unter Abt Fulbert (1152-1177) kann die Kirche 1156 durch den Erzbischof von Trier geweiht werden, wobei der Altarraum noch unvollendet ist.
1170 Gräfin Hedwig von Are stellt die Mittel zur Vollendung des Ostchores und der Flankentürme zur Verfügung.
1199-1216 Die Arbeiten kommen schließlich unter Abt Albert zum Abschluss.
1220-1250 Das Mittelschiff wird eingewölbt, der Baldachin entsteht.
um 1270 Hochgrab für den Stifter, Pfalzgraf Heinrich II.

Dethard von Winterfeld 
 
Dethard von Winterfeld: Die Abteikirche Maria Laach. Geschichte – Architektur – Kunst – Bedeutung.
 
 

maria-laach.de

woensdag 30 augustus 2006
Wonder van Remagen
afgelopen maandag de kapotte brug bij Remagen bezocht
Brug bij Remagen
De voormalige Von Ludendorff Brücke
Die Brücke von Remagen wurde während des Ersten Weltkrieges auf Drängen der deutschen Generalität erbaut, um mehr Truppen und Kriegsmaterial an die Westfront bringen zu können.Die Eisenbahnbrücke wurde geplant von dem Architekten Karl Wiener aus Mannheim. Sie war 325 m lang, ihre lichte Höhe über dem normalen Wasserstand des Rheines betrug 14,80 m und der höchste Punkt des Bogens betrug 29,25 m. Die Brücke trug zwei Eisenbahngleise und einen Fußgängersteg.
Op 7 maart 1945 slaagde een kleine voorhoede van de 9e US-pantserdivisie, onder leiding van luitenant Karl H. Timmermann (een Duitser van geboorte), erin de brug te veroveren, nadat de Duitse verdedigers twee mislukte pogingen gedaan hadden om de brug op te blazen. Deze verovering ging als het “Wonder van Remagen” in de annalen van de krijgsgeschiedenis. Generaal Eisenhower riep uit: “De brug is haar gewicht in goud waard". De Duitse legerleiding trachtte in de daaropvolgende dagen vertwijfeld de brug door bombardementen en kikvorsmannen te laten instorten. In machteloze woede richtte Hitler een spoedrechtbank op, die vijf officieren ter dood veroordeelde en vier van hen in het Westerwald liet fusilleren. Op 17 maart stortte de zwaar beschadigde brug in en sleurde 28 Amerikaanse soldaten mee in de dood.
 
Bron: bruecke-remagen.de

The Bridge at Remagen (1969)

Grote Oorlog [2]
unieke kleurenfoto’s uit de Eerste Wereldoorlog
great War

stern.de

dinsdag 29 augustus 2006
Grote Oorlog [1]
The World War I Document Archive
Great War

gwpda.org

maandag 28 augustus 2006
de woeste stroom van het worden
gelezen in Letter & Geest : nawoord van Luuk van Middelaar bij:
over Nut en nadeel van geschiedenis voor het leven door Nietzsche

NietzscheVolgende week verschijnt een nieuwe uitgave van Friedrich Nietzsche’s Tweede Traktaat tegen de Keer (Unzeitgemaesse Betrachtungen) Over nut en nadeel van geschiedenis voor het leven. Ik bezit de uitgave uit 1983 verschenen bij de Historische Uitgeverij Groningen met een nawoord van Frank Ankersmit.

Bij de nieuwe uitgave (zie afbeelding rechts) zal een nawoord verschijnen van politiek filosoof Luuk van Middelaar. Trouw drukte afgelopen weekend in het katern Letter & Geest een voorpublicatie af van het eerste deel van het nawoord.

Op het oog heeft onze tijd de belangrijkste les van ’Nut en nadeel’ ter harte genomen. De boodschap dat een overmaat aan historische kennis het leven schaadt, schijnt welbesteed aan ons vroeg-eenentwintigste-eeuwers. De hedendaagse Bildungsbürger houden weliswaar de cultuurbijlages bij, hebben de kinderen op toneelles en bezoeken in de Provence weleens een Romaans kerkje, maar voor, zeg, de val van het Romeinse rijk, de tiende penning of het Molotov-Ribbentrop-pact geldt: they couldn’t care less.
 
vaderlandse geschiedenisDe politieke en culturele elite heeft decennialang het geschiedenisonderwijs laten verslonzen. Niet vanwege een mogelijk nadeel van de geschiedenis voor het leven, maar omdat het geen voordeel opleverde. Zo verdween het verleden uit de publieke ruimte. De bescheiden golf de andere kant op die sedert enige jaren valt te ontwaren, doet hier weinig aan af. Met politici die voor historische musea pleiten en beleidsmakers die de vaderlandse geschiedenis aan immigranten willen onderwijzen, zijn we weliswaar, nog enigszins onwennig, terug van het nadeel bij het nut, maar diep doorvoeld is dit allemaal niet. De ’grenspalen’ tussen heden en verleden staan nog netjes overeind. De enige verandering: waar eerst achteloosheid heerste, zou nu een zeitgemässer polemist aandacht kunnen vragen voor een gebrek aan historisch besef.
 
Kunnen we dus opgelucht ademhalen, omdat het gevaar dat Nietzsche signaleert is geweken? Deze conclusie is voorbarig. Het ging Nietzsche niet sec om de conjunctuur van de historische belangstelling. De bron van zijn probleem zit veel dieper. Het raakt aan de omgang van de moderne mens met de tijd. Niet voor niets maakt ’Nut en nadeel’ op ons zo’n indruk. Ik wil daarom de stelling verdedigen dat het probleem van Nietzsche een andere gedaante heeft aangenomen en in feite is verergerd. Voorzover het historische bewustzijn inderdaad is afgesleten, komt dat doordat het is geradicaliseerd.
 
De ’woeste stroom van het worden’ is zo sterk geworden dat de moderne mens het verleden niet meer nodig heeft om van die ontwortelende kracht doordrongen te raken. De dagelijks ervaren verandering kan het stellen zonder de plechtige adstructie met de geschiedenis. De beweeglijkheid van de wereld, de kwetsbaarheid van het heden, de onvoorspelbaarheid van de toekomst – ze zitten inmiddels als het ware in eenieders hoofd. Elke generatie ziet haar omgeving veranderen van vorm en kleur in een richtingloze versnelling die velen naar adem doet happen. Wie wil dit alles? Wie of wat drijft dit aan? De voorzienigheid? De wereldleiders? De wet van vraag en aanbod? Niemand weet het. En iedereen weet dat niemand het weet.

Bron: trouw.nl

bombastisch circus
World’s Columbia Exposition Chicago, 1893

Een virtueel bezoek aan de wereldtentoonstelling van 1893 in Chicago geeft een uitstekende indruk van het bombastische en verstikkende eclecticisme van de late negentiende eeuw. Pas 25 jaar later zou de opgezwollen puist van historische bouwstijlen definitief openbarsten en ging voor de een het serene, voor de ander het kille modernisme, het gezicht van de wereld bepalen.

World's Columbia Exposition Chicago

columbus.gl.iit.edu

zondag 27 augustus 2006
vergeven
Vandaag lezen we in de Kerk uit het Evangelie naar Mattheus 18: 23-35
Daarom is het met het koninkrijk van de hemel als met een koning die rekenschap wilde vragen van zijn dienaren. Toen hij daarmee begonnen was, bracht men iemand bij hem die hem tienduizend talent schuldig was. Omdat hij niets kon terugbetalen, gaf zijn heer bevel dat de man samen met zijn vrouw en kinderen en alles wat hij bezat verkocht moest worden, zodat de schuld kon worden ingelost. Toen wierp de dienaar zich aan de voeten van zijn heer en smeekte hem: “Heb geduld met mij, ik zal u alles terugbetalen.” Zijn heer kreeg medelijden, hij liet hem vrij en schold hem de geleende som kwijt. Toen deze dienaar naar buiten ging, trof hij daar een van de andere dienaren, die hem honderd denarie schuldig was. Hij nam hem in een wurggreep en beet hem toe: “Betaal me alles wat je me schuldig bent!” Toen wierp deze zich voor hem neer en smeekte hem: “Heb geduld met mij, ik zal je betalen.” Maar hij wilde daar niet van weten, integendeel, hij liet hem gevangenzetten tot hij de hele schuld zou hebben afbetaald. Toen de andere dienaren begrepen wat er gebeurd was, waren ze zeer ontdaan, en gingen ze naar hun heer om hem alles te vertellen. Daarop liet zijn heer hem bij zich roepen en hij zei tegen hem: “Je bent een slechte dienaar. Heel die schuld heb ik je kwijtgescholden, omdat je me erom smeekte. Dan had jij toch zeker ook medelijden moeten hebben met die andere dienaar, zoals ik medelijden heb gehad met jou?” En zijn heer was zo kwaad dat hij hem in handen van de gerechtsbeulen gaf tot hij de hele schuld zou hebben terugbetaald. Zo zal mijn hemelse Vader ook ieder van jullie behandelen die zijn broeder of zuster niet van harte vergeeft.’
…en uit de Brieven lezen we uit I Korinthiërs 9: 2-12
Ook al erkennen anderen mij niet als apostel, u zou het wel moeten doen, want u bent door uw geloof in de Heer het waarmerk van mijn apostelschap. Ziehier mijn verdediging tegen wie zich een oordeel over mijn apostelschap aanmatigen. Hebben wij geen recht op eten en drinken?
‘Als wij geestelijke zaken onder u hebben gezaaid, is het dan te veel gevraagd dat we materiële zaken van u oogsten?’
Zouden wij niet het recht hebben een gelovige echtgenote op onze reizen mee te nemen, zoals de andere apostelen, de broers van de Heer en Kefas? Of zouden nu uitgerekend Barnabas en ik in ons eigen levensonderhoud moeten voorzien? Wie gaat er nu op eigen kosten in krijgsdienst? Wie plant er een wijngaard en eet niet van de vruchten? Of wie hoedt er een kudde en drinkt niet van de melk? Dit is niet alleen een algemene waarheid, het staat ook in de wet, want in de wet van Mozes staat: ‘U mag een dorsend rund niet muilbanden.’ Maar bekommert God zich dan om runderen? Of zegt hij dit om ons? Om ons natuurlijk, want het is ook om ons dat er staat: ‘Een ploeger en een dorser werken beiden in de hoop op een aandeel in de oogst.’ Als wij geestelijke zaken onder u hebben gezaaid, is het dan te veel gevraagd dat we materiële zaken van u oogsten?
zaterdag 26 augustus 2006
Teutoons verschijnsel
170 Bismarcktürmen online te bezichtigen

Jörg Bielefeld uit Menden (Sauerland) heeft een aardige site gemaakt met veel historisch fotomateriaal over het fenomeen Bismarck Türm. Deze vlogen tussen 1869 en 1934 (met een zwaartepunt in de periode 1899-1914) in het toenmalige Duitse Rijk overal als paddestoelen uit de grond. In totaal zijn er 240 gebouwd en op dit moment zijn daar nog 170 van over. Jammer dat op de achtergrond geen Götterdämmerung of Walkürenritt van Wagner te horen is. Dat zou perfect samengaan met deze loodzware, bombastische architectuur.

In der Zeit von 1869 bis 1934 wurden insgesamt (soweit bekannt) 240 Bismarcktürme (auch Bismarcksäulen und -warten) erbaut (bzw. in Bismarcktürme umbenannt). Zu Bismarcks Lebzeiten entstanden 16 Bismarcktürme, die sich in Form und Material (meist Holz) stark von den späteren Feuersäulen unterschieden.
 
Nach dem Wettbewerb der Deutschen Studentenschaft wurde durch den preisgekrönten Entwurf “Götterdämmerung” von Wilhelm Kreis ab April 1899 die Form der Bismarck-Feuersäule eindeutig charakterisiert (quadratischer Grundriss, mehrstufiger Unterbau, einfach gehaltener Sockel, Ecken bestehen aus vier Säulen, kapitellartiges Gesims mit Überbau für die Feuerschale).
 
Von den 240 gebauten Türmen wurden jedoch nur 47 (auch hier in Variationen) nach dem Standardentwurf von Wilhelm Kreis gebaut. Weitere Architekten konstruierten ähnliche Turmentwürfe mit wuchtigem und einfachem Charakter. Trotzdem gab es immer wieder besondere Türme, die sich durch gänzlich andere Formen auszeichneten (z.B. in Köln, Apenrade, Berlin, Aachen, Heringsdorf usw.). Auch Wilhelm Kreis entwarf andere Bismarckturmbauten, die sich mehr (z.B. Radebeul/Sachsen) oder weniger (z.B. Asch/Tschechien) an seinen Entwurf “Götterdämmerung” anlehnten.
 
Eine einheitlich geplante Befeuerung der Türme ("Flammen über ganz Deutschland zu Ehren Bismarcks") an bestimmten Tagen (z.B. Bismarcks Geburtstag) war von der deutschen Studentenschaft vorgesehen. Doch konnte man sich nicht auf gemeinsame Termine einigen. So wurden die Türme teilweise zu Bismarcks Geburtstag, -Todestag, zur Sommersonnenwende, am Sedanstag usw. entzündet.
 
172 von 240 Bismarcktürmen (incl. neu entdeckte Bismarcktürme) stehen heute noch in Deutschland, Österreich, Frankreich, Tschechien, Rußland, Polen, Kamerun und Chile.
 
Bron: bismarcktuerme.de

Bismarck Türme Heute
 
Deutschland
(146 von 184 Türmen erhalten)
Polen (17 von 40 Türmen)
Rußland (2 von 4 Türmen)
Tschechien (3 von 3 Türmen)
Frankreich (2 von 3 Türmen)
Dänemark (0 von einem Turm)
Österreich (1 von einem Turm)
Chile (1 von einem Turm)
Papua-Neuguinea (0 von einem Turm)
Tansania (0 von einem Turm)
Kamerun (1 von einem Turm)

bismarcktuerme.de

vrijdag 25 augustus 2006
Rembrandt bij de Arapaho’s
indianenportretten van Edward Curtis bij picture-history.com
old man

picture-history.com | edwardscurtis.com

donderdag 24 augustus 2006
hogere psychedelica [2]
schilderijen en animaties van Scott Draves
Draves
een animatie van Scott Draves
The animation is made from a series of 100 lithographs entitiled “Kunstformen der Natur“, German for “Artforms of Nature", created by Ernst Haeckel in 1899-1904.
 
Haeckel was a late 19th century German physician, scientist, and artist. He coined the word “ecology” and reformulated the theory of recapitulation in terms of evolution, which was the big new idea of the day. “Ontogeny recapitulates phylogeny” is his phrase and he is most famous for faking data to support it. Haeckel was a legendary raconteur and socialite, known in his time for popularizing Darwin’s theory on the continent and clever sloganeering. But he was unable to isolate his artistic nature from his scientific practice. Sometimes he let theory take precedence over reality, hence the faking, which he brazenly and unapologetically admitted to after getting caught. Furthermore, not only was he into species but races, and like many of his contemporaries he used “survival of the fittest” to justify his racism. His writings were later adopted by the social darwinists and the nazis.
Draves
The theory of recapitulation is a fractal theory of evolution. It states that the story of the lifetime of the individual is a retelling of the story of the lifetime of the species. It’s fractal because it posits self-similarity between scales, ie, the whole consists of many smaller versions of itself. In particular, it compares the development of the individual in the womb—from single cell as a fertilized egg to a multi-cellular blob (blastula) through a fish-like stage with gills to a mammalian embryo and eventually a person—to the evolution of our species which also started with a single cell. The theory as put forth by Haeckel, however, has been thoroughly discredited. Not only because of the faking incident, which involved distorting drawings of dog and human embryos, and the association of his racism, but scientifically as well. In fact Stephen J. Gould wrote a whole book about it, “Ontogeny and Phylogeny". Despite all that I believe there is a grain of truth to the theory: it tells us something about the origin of multicellular organisms and sexual reproduction. We have to return to our origin in order to reproduce. Further there is a tendency but not a rule I believe for evolution to build upon working systems rather than modify them. This is clearly visible in technology where once something is adopted we get locked in. Evolution has momentum.
 
Bron: draves.org/dub/kunstformen.html

draves.org

woensdag 23 augustus 2006
hogere psychedelica [1]
Ernst Haeckel: Kunstformen der Natur, 1899-1904

De werkelijkheid van de natuur overstijgt de fantasie.

Ernst Haeckel
Tafel 31: Cyrtoidea (Radiolaria)
Haeckel’s specialty as a scientist was microscopic undersea organisms, things like plankton, diatoms, radiolaria, and larval jellyfish, and most of the graphics in the Kunstformen are of such creatures. Haeckel was a huge fan of symmetry and continuity. The Kunstformen are filtered through this attitude. So not only are they real and organic they are hyper-real, beyond organic, a product of imagination and exageration.
 
Bron: draves.org/dub/kunstformen.html

Kunstformen der Natur | Alle 100 platen

dinsdag 22 augustus 2006
Tommy van Leeuwen
Urban Exploration, Infrared en andere fotoseries
infra
Tommy van Leeuwen: Gaasperplas, infrarood

p.chiparus.net

Dante en de scholastiek
Dante en zijn leermeester Siger van Brabant
uit: Het land van Rembrand (1884) door Conrad Busken Huet

Rond 1280 studeerde Dante in Parijs. In die tijd was de Sorbonne hét centrum van de scholastiek, die bij Thomas van Aquino (1225-1275) een hoogtepunt had bereikt. Ook Conrad Busken Huet woont een periode van zijn leven in Parijs, waar hij tussen 1882 en 1884 het bekende standaardwerk over de Nederlandse cultuurgeschiedenis schrijft, Het land van Rembrand. In Parijs volgt hij ook Dante die daar 600 jaar eerder onderricht ontving van de omstreden scholasticus Siger van Brabant

De poëzie van het tijdvak, door Dante vertegenwoordigd, getuigt niet anders dan de kunst. Vier zangen van het Paradijs (x-xiii) zijn eene onafgebroken hulde aan de scolastiek, als inwijding in de edelste vormen van geestelijk leven waartoe, langs den weg van het denken, het menschelijk gemoed zich verheffen kan. Hetgeen wij als de middeneeuwsche wijsbegeerte zelve beschouwen; hetgeen Erasmus eenmaal in haar veroordeelen en bespotten zal, is in Dante’s oogen slechts het bovendrijvend schuim van den smeltkroes, dat, afgeschept, het zuiverst goud ontbloot. Scolastiek en goddelijke waarheid gelden voor Dante als woorden van één beteekenis. In het door Thomas van Aquino bereikt inzigt vereert hij een hoogtepunt, hetwelk de menschelijke geest niet zal kunnen verlaten of vaarwel zeggen, zonder te ontaarden en beneden zichzelf te dalen.
 
DanteMet blijkbaar welgevallen vertoeft Dante’s herinnering bij den tijd toen hijzelf, naar Parijs getogen als student (omstreeks 1280), er in de Rue du Fouarre de lessen van een bemind leermeester volgde. Met de vrijmoedigheid van het dichterlijk genie wijst hij den parijschen scolasticus Siger de Brabant, naderhand gevallen als een slagtoffer van staatkundigen hartstogt, voor alle volgende eeuwen eene plaats in den Hemel aan.
 
Dante’s grootmoedigheid en vrijheidsliefde zijn te bekend dan dat de scolastiek, zoo zij niets anders dan een wespenest van onpraktische spitsvindigheden geweest was, hem in die mate bekoord zou hebben. Voor hem was zij het inbegrip der geheele hoogere beschaving van zijn tijd in haar ruimsten omvang, met Parijs tot middenpunt; en de fransche hoogeschool verdiende die ingenomenheid.
 
Geen andere toenmalige instelling in Europa was zoo geschikt Dante te behagen als deze kosmopolitische parijsche republiek van den geest, welke noch eene militaire noch eene burgerlijke monniksorde was, maar van de waardigen onder de jonge muzezoonen eene belangstelling, eene inspanning, een leven van zelfvergeten en ontberingen eischte en verwierf, hetwelk in den tijd van hun eersten en schoonsten bloei zelfs de bedelmonniken te naauwernood verwezenlijkten. Voor het eerst in de geschiedenis der europesche beschaving heeft de universiteit van Parijs het denkbeeld beligchaamd eener hoogere regtbank, voor welke rijkdom, geboorte, noch uitwendige voorregten gelden, maar de verstandelijke meerderheid, die, met het karakter of de deugd, de eenige redelijke maatstaf der menschelijke beteekenis is. Loopplaats van alle buitensporigheden der jeugd, uit alle europesche landen; internationale bedelaarskolonie met gehoorzalen waar stroo de kollegebanken verving; was Parijs reeds in Dante’s dagen tegelijk een vereenigingspunt van edelmoedige opwellingen, eene gelegenheid tot onderscheiden van anderen en van zichzelven, een kweekbed van den wetenschappelijken geest.
 
Hetgeen omtrent het onderwijs van Dante’s parijschen lievelingsmeester ons bekend is, vormt te weinig een geheel om als rigtsnoer te kunnen dienen bij een oordeel over Siger. In een zijner geschriften werpt Siger verreikende twijfelingen op (dat er geen God is; dat de wereld der verschijnselen om ons heen slechts in onze verbeelding of voorstelling bestaat; dat alle menschelijke handelingen strikt genomen goed zijn; dat men zoogenaamd slechte handelingen niet moet verbieden of straffen, enz.); en gaat dan met klem van redenen aantoonen hoe valsch die paradoxen zijn.
‘Dat is het eeuwig, stralend licht van Siger, die in de straat der voorraadmagazijnen door zijn geleerdheid haat en nijd verwekte’

Paradiso X : 136-138

In een geschrift van een zijner leerlingen, dat over politiek handelt, vindt men met ingenomenheid herinnerd hoe welsprekend Siger de aristotelische stelling plag te verdedigen: dat het ‘verweg beter is voor den Staat te worden geregeerd door goede wetten dan door brave personen, daar ook de braafste lieden op den duur zoo braaf niet kunnen zijn, of zij blijken toegankelijk voor opwellingen van toorn, haat, partijdige vriendschap, vrees, begeerlijkheid.’
 
Onze weetlust wordt door deze karige gegevens niet bevredigd. Zij maken alleen verklaarbaar dat Dante in zijne jonge jaren krachtig en blijvend geboeid werd
 
Bron: dbnl.org

Busken HuetConrad Busken Huet werd geboren in Den Haag, als zoon van een ambtenaar. Hij studeerde theologie in Leiden. Van 1851 tot 1862 was Busken Huet Waals predikant in de Église Walonne te Haarlem. Hij nam zelf ontslag om literair criticus te worden. Door E.J. Potgieter was hij gevraagd om in de redactie van het bekende literaire tijdschrift De Gids zitting te nemen. Zijn opdracht als redacteur was om één kritiek per maand af te leveren.

Huet zag literatuur als een uiting van beschaving; hij vond dan ook dat men aan de kwaliteit van de literatuur van een maatschappij de stand van de beschaving kon aflezen. Huet vergeleek in zijn kritieken de boeken van Nederlandse schrijvers vaak met de door hem hoger gewaardeerde literatuur uit landen als Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië. Hij leverde scherpe kritiek, soms op spottende toon geschreven, ook en vooral op gevestigde schrijvers.

Huet vestigde zich in 1876 in Parijs. Zijn neef J. l’Ange Huet nam het redacteurschap over, maar vanuit Parijs hield Busken Huet een stevige vinger in de pap, en bleef kritische bijdragen leveren. Dit leidde ertoe dat l’Ange Huet, als verantwoordelijk redacteur, op Java een gevangenisstraf opgelegd kreeg. Ook schreef hij daar zijn bekende Nederlandse cultuurgeschiedenis Het land van Rembrand (2 dln, 1882—1884; Huet spelde de naam met een -d), mede als gevolg waarvan de 17e eeuw voortaan als de Gouden Eeuw in de Nederlandse kunst zou worden beschouwd, en Rembrandt als haar grootste schilder. Conrad Busken Huet overleed te Parijs in 1886.

Bron: nl.wikipedia.org

maandag 21 augustus 2006
virtuele reis door de hel [10]
deze maand daal ik met Dante en Vergilius af in de hel [slot]
de negende kring: de verraders

Helemaal beneden aangekomen, ontmoeten Dante en Vergilius de duivel in eigen persoon. Hij heeft drie muilen waarmee hij drie verraders simultaan ende eeuwig verslindt: Brutus, Judas en Cassius. Omdat voor Dante het verraad van Julius Ceasar door Brutus en Cassius minder ernstig was dan het verraad van Jezus Christus door Judas, plaatste hij de laatste met zijn hoofd in de middelste bek van het monster. Dat gaf nog net iets meer helse pijnen. De Florentijnse schilder Sandro Botticelli maakte in de quattrocento de vijftiende eeuw, 150 jaar na Dante, onderstaande tekening van deze gruwelijke fantasie.

‘Die in de voorste muil stak, had van het bijten geen pijnen door de wreder pijn van het klauwen dat keer op keer de ruggegraat ontblootte’

Inferno, canto 34: 58-60

lucifer
Lucifer verslindt vlnr. Brutus, Judas en Cassius
Eternally eaten by Lucifer’s three mouths are–from left to right– Brutus, Judas, and Cassius (Inf. 34.61-7). Brutus and Cassius, stuffed feet first in the jaws of Lucifer’s black and whitish-yellow faces respectively, are punished in this lowest region for their assassination of Julius Caesar (44 B.C.E.), the founder of the Roman Empire that Dante viewed as an essential part of God’s plan for human happiness. Both Brutus and Cassius fought on the side of Pompey in the civil war. However, following Pompey’s defeat at Pharsalia in 48 B.C.E., Caesar pardoned them and invested them with high civic offices. Still, Cassius continued to harbor resentment against Caesar’s dictatorship and enlisted the aid of Brutus in a conspiracy to kill Caesar and re-establish the republic. They succeeded in assassinating Caesar but their political-military ambitions were soon thwarted by Octavian (later Augustus) and Antony at Philippi (42 B.C.E.): Cassius, defeated by Antony and thinking (wrongly) that Brutus had been defeated by Octavian, had himself killed by a servant; Brutus indeed lost a subsequent battle and took his life as well.
 
For Dante, Brutus and Cassius’ betrayal of Julius Caesar, their benefactor and the world’s supreme secular ruler, complements Judas Iscariot’s betrayal of Jesus, the Christian man-god, in the Bible. Judas, one of the twelve apostles, strikes a deal to betray Jesus for thirty pieces of silver; he fulfills his treacherous role–foreseen by Jesus at the Last Supper–when he later identifies Jesus to the authorities with a kiss; regretting this betrayal that will lead to Jesus’ death, Judas returns the silver and hangs himself (Matthew 26:14-16; 26:21-5; 26:47-9; 27:3-5).
 
Suffering even more than Brutus and Cassius, Dante’s Judas is placed head-first inside Lucifer’s central mouth, with his back skinned by the devil’s claws (Inf. 34.58-63).

Dante Online | illustraties Doré | Dante Inferno

zondag 20 augustus 2006
geloof
Vandaag lezen we in de Kerk uit het Evangelie naar Mattheus 17: 14-23
Toen ze zich weer bij de mensenmassa voegden, kwam er iemand naar hem toe die voor hem op zijn knieën viel en zei: ‘Heer, heb medelijden met mijn zoon, want hij is maanziek en lijdt daar erg onder; hij valt dikwijls in het vuur of in het water. Ik heb hem bij uw leerlingen gebracht, maar zij konden hem niet genezen.’ Jezus antwoordde: ‘Wat zijn jullie toch een ongelovig en dwars volk, hoe lang moet ik nog bij jullie blijven? Hoe lang moet ik jullie nog verdragen?
‘Dit soort kan alleen door gebed en vasten worden uitgedreven.’
Breng hem bij me.’ Daarop sprak Jezus de demon op strenge toon toe. Deze ging uit de jongen weg, en vanaf dat moment was hij genezen. Later kwamen de leerlingen naar Jezus toe. Eenmaal met hem alleen vroegen ze: ‘Waarom konden wij die geest niet uitdrijven?’ Hij antwoordde: ‘Vanwege jullie gebrek aan geloof. Ik verzeker jullie: als jullie geloof hebben als een mosterdzaadje, dan zullen jullie tegen die berg zeggen: “Verplaats je van hier naar daar!” en dan zal hij zich verplaatsen. Niets zal voor jullie onmogelijk zijn.’ Andere handschriften hebben een extra vers: ‘Dit soort kan alleen door gebed en vasten worden uitgedreven.’ Terwijl ze door Galilea trokken, zei Jezus tegen hen: ‘De Mensenzoon zal uitgeleverd worden aan de mensen. Die zullen hem doden, maar op de derde dag zal hij uit de dood worden opgewekt.’ Dit maakte hen zeer bedroefd.
…en uit de Brieven lezen we uit I Korinthiërs 4: 9-16
Maar volgens mij heeft God ons, apostelen, de laagste plaats toegewezen, alsof we ter dood veroordeeld zijn. We zijn voor heel de wereld, zowel voor engelen als mensen, een schouwspel geworden. Wij zijn dwaas omwille van Christus, terwijl u dankzij Christus zo geweldig wijs bent; wij zijn zwak, terwijl u zo geweldig sterk bent; u staat enorm in aanzien, terwijl wij worden veracht. Tot op de dag van vandaag lijden we honger en dorst, hebben we nauwelijks kleren, worden we mishandeld, zijn we dakloos, zwoegen we voor ons eigen brood.
Worden we bespot, dan zegenen we; worden we vervolgd, dan verdragen we het; worden we beledigd, dan antwoorden we vriendelijk.
Tot op dit ogenblik zijn wij het uitschot van de wereld, het uitvaagsel van de mensheid. Ik schrijf dit alles niet om u te beschamen, maar om u als mijn geliefde kinderen terecht te wijzen. Hoeveel opvoeders in het geloof in Christus u ook zult hebben, u hebt maar één vader. Door Christus Jezus ben ik uw vader geworden, omdat ik u het evangelie heb gebracht. Ik roep u dus op mij na te volgen.
duidelijke taal
Dit weekend in het katern Letter & Geest van Trouw:
De gematigde islam bestaat niet, door Anne-Marie Delcambre
HallajTussen islam en islamisme bestaat geen wezenlijk, maar slechts een gradueel verschil. Het islamisme is aanwezig in de islam als het kuiken in het ei. Er is geen goede of slechte islam, net zoals er ook geen gematigde islam is. Daarentegen zijn er wel gematigde moslims: dat zijn degenen die een deel van hun geloof links laten liggen.
 
De mysticus Mansoer Al-Hallaj die alleen de liefde voor God tot in de extase aanprees, werd ter dood veroordeeld in 922. De beulen hakten zijn voeten en handen af, en gaven hem 500 zweepslagen. Vervolgens werd hij gekruisigd. Zijn onthoofde lichaam werd verbrand, zijn as uitgestrooid. Het hoofd werd gespietst op een lans, twee dagen aan de oevers van de Tigris tentoongesteld. In 1131 werd Ayn Al-Quzat Hamadani, Perzisch mysticus, van ketterij beschuldigd en levend gevild, opgehangen en in het vuur gegooid.
 
lees het volledige artikel in Trouw
‘Doch de vergelding van hen die God en Zijn boodschapper bestrijden en zich beijveren verderf te brengen in het land is dat zij ter dood gebracht worden of gekruisigd of dat hun handen en voeten worden afgekapt van weerszijden’

soera 5, vers 33

DelcambreAnne-Marie Delcambre studeerde rechten en islamologie en publiceerde diverse boeken over de islam, waaronder La schizophrenie de l’islam (’De schizofrenie van de islam’)’ en L’islam des interdits (’De islam van de verboden’). Beide studies verschenen bij uitgeverij Desclée de Brouwer. Delcambre geeft Arabisch op het lycée Louis le Grand in Parijs, een van de meest elitaire scholen in de hoofdstad. Volgens Delcambre heeft niet zozeer het islamisme, als wel de Koran een probleem met de moderniteit: ,,De Koran is tegen gelijkheid tussen mannen en vrouwen, tegen gelijkheid tussen moslims en niet-moslims. De Koran is tegen de vrijheid van religie, tegen de vrijheid de islam te verlaten. De Koran is tegen de broederschap tussen moslims en niet-moslims.’’

zaterdag 19 augustus 2006
het verhevene in de kunst
Gelezen in Trots Verbrijzeld de biografie van Frederik van Eeden
over de Utrechtse schilder-mysticus Janus de Winter

Trots verbrijzeld, het tweede deel van de biografie over Frederik van Eeden door Jan Fontijn loopt van 1901 tot aan 1932. Mooi vind ik de overgang van het geëxalteerde symbolisme van de jaren 1890-1910 naar het cynisme en de zakelijkheid van de jaren twintig en dertig. Een vloeiende overgang was het allerminst. De absurdistische gewelddadigheid van de Eerste Wereldoorlog had bij velen de hogere idealen stukgeslagen. Meende men nu echt dat de Mensch op weg naar het hoogere was?

Theo van DoesburgDe dadaïsten werden met hun bijtend sarcasme de sloophamer voor alles wat zich meende te verheffen. Kunst werd anti-kunst. Toch waren er kunstenaars die ook na de grote catastrofe in een betere wereld bleven geloven. Daaronder waren verstokte symbolisten, spiritisten, theosofen en antroposofen die zich zover hadden teruggetrokken in hun cocon van spiritualiteit en verstilling, dat het gedreun van de kanonnen niet eens tot hen was doorgedrongen. Maar het waren vooral de modernisten die de avant garde van een nieuwe wereld en een nieuwe kunst vormden. Ze hadden de Grote Oorlog bijna als grote schoonmaak gezien van het opgeblazen negentiende eeuwse nationalisme en eclecticisme, waar zij zo de buik van vol hadden. De toekomst was aan het communisme en internationalisme. Een van de belangrijkste nieuwe bewegingen vormde natuurlijk De Stijl met de schilders Piet Mondriaan en Theo van Doesburg.

Fredrik van EedenFrederik van Eeden was 54 toen de oorlog begon. Ondanks zijn belangstelling voor mystiek en spiritisme was hij tezeer een man van de wereld om de Eerste Wereldoorlog achter gesloten gordijnen uit te zitten. Hij had vele internationale contacten en had bijvoorbeeld ontmoetingen met de Amerikaanse president Theodore Roosenvelt, Sigmund Freud en Hermann Hesse. Ook in Nederland had hij een uitgebreid netwerk, dat niet alleen bestond uit corifeen, maar ook uit excentriekelingen. Zo ontmoette hij in 1916 de Utrechtse schilder-mysticus Janus de Winter. Van Eeden zag veel in hem. Kunstenaar en kunstbons Theo van Doesburg meende zelfs met een genie te maken te hebben en droeg het gedicht De Priester-Kunstenaar op aan Janus de Winter Dat was midden in de Grote Oorlog in 1916, het geboortejaar van Dada. Maar de verheven taal klonk als nooit te voren.

De Priester-Kunstenaar
 
De mensch komt in ‘t licht!
De mensch wordt nu geboren!
De Kunst wordt religie
De Kunstenaar, de priester, die
den wereldwil uitbeeldt, in
vormen
kleuren
woorden,
klanken
de Priester, aan wien
Wij het nieuwe leven danken!
 
Theo van Doesburg
Janus de Winter
Janus de Winter, Wagnermuziek, 1916
Er ontstond in de negentiende eeuw een traditie van muzikale schilderijen, die onder meer van invloed was op de Utrechtse schilder-mysticus Janus de Winter. Op verzoek van de psycholoog Ten Haeff beschreef Janus de Winter uitvoerig zijn synesthetische ervaringen. De Winter schreef in een brief aan Ten Haeff: ‘Trombones, horens, trompetten van rood over oranje naar geel; hobo’s clarinetten en fluiten variëren van donkerbruin over olijfgroen en donkergroen naar licht geel-groen; cello’s van rood of bruinviolet tot blauw en purper; violen kunnen alle kleuren uitdrukken, die dan altijd gemengd zijn met zilveren grijs.. Beethoven werkt veel met rood, maar ook met purper, violet en prachtig groen, zilver en grijs, terwijl Chopin duistere kleuren oproept.’.
 
Aan het begin van de twintigste eeuw telde Nederland een groot aantal verschillende esoterische bewegingen en die trokken veel actieve leden aan. Het is dus niet helemaal verbazingwekkend dat hier al zo vroeg abstracte kunst ontstond. Behalve algemene zaken konden daarin ook essenties van meer individuele aard worden verbeeld. Mondriaan, Janus de Winter, Van Doesburg. Maar ook expressionisten als Sluijters of Kruyder verloren hele stukken van de vertrouwde werkelijkheid uit het oog, deformeerden hun figuren en radicaliseerden hun kleurgebruik. Vaak ging het picturale ‘gebaar’, zoals bij het latere abstract expressionisme, een hoofdrol spelen.
 
ThoughtformsDe theosofie, in het bijzonder de toepassing van de theorie van de gedachtevormen heeft een belangrijke rol gespeeld bij de ontwikkeling van abstracte kunst, niet alleen bij Kandinsky en Mondriaan maar bij talloze andere kunstenaars. Een navolger van Kandinsky in Nederland is Janus de Winter, die vizioenen, aura’s en gedachtevormen schildert.
 
Volgens Van Doesburg kan De Winter echter nauwelijks aanvoelingen van hoger orde verbeelden, omdat hij te intuïtief werkt en het ‘redelijk evenwicht’ mist. Van Doesburg zegt daarover: ‘Een ontroering wordt bij mij eerst dan een gedachtevorm, wanneer mijn ontroering dóór mijn verstand vorm aanneemt. Deze gedachtevorm wordt tot kunstvorm door het nuchter construeeren, wat in de scheppende handeling van hooger orde beteekent: het in evenwicht brengen - in volkomen rust en helderheid - van het beeldend middel met den geestelijk waargenomen vorm.’
 
Bron: kunstbus.nl

Alexander Skrjabin en de Theosofie | Thoughtforms | Thoughtforms [Project Guthenberg ]

virtuele reis door de hel [9]
deze maand daal ik met Dante en Vergilius af in de hel
de achtste kring: de bedriegers
De achtste kring van de hel heet de malebolge, Italiaans voor “buidels van het kwaad.” De dichters bereiken deze kring, die een diepe en steile afgrond vormt, vliegend op de rug van de draak Geryones. Er zijn tien “buidels,” kloven, voor tien soorten bedriegers:
 
1.Verleiders en koppelaars lopen in tegengestelde richting door de eerste malebolgia, letterlijk opgezweept door duivels (canto 18).
2.De vlijers baden in drek in de tweede kloof.
3. De derde kloof is gevuld met simonisten, waaronder paus Nicolaas III (canto 19). Deze paus, die op zijn kop in een gat in de grond zit waar alleen zijn brandende voeten uitsteken, herkent Dante niet en vraagt of zijn opvolger misschien is gearriveerd. Bedoeld wordt Dantes vijand paus Bonifatius VIII, die in 1300 nog in leven was. Nicolaas voorspelt ook de latere komst van paus Clemens V naar deze regionen. Beide zullen bovenop Nicolaas gestapeld worden, net als onder hem een hele stapel zondige pausen begraven is.
4. In de vierde kloof lopen magiërs, heksen en zieners rond, waaronder Teiresias (canto 20). Hun hoofd is achterstevoren op hun nek gezet.
5. De vijfde kloof bevat een bad van kokende pek, gevuld met corrupte politici en ambtenaren (canto 21-22). Ook worden zij belaagd door duivels met hooivorken.
6. In de zesde kloof lopen de huichelaars rond in loden pijen, die aan de buitenkant een gouden glans vertonen (canto 23). Kajafas en andere leden van het Sanhedrin die Christus naar Pontius Pilatus zonden zijn aan de grond genageld in een kruishouding.
7. De dieven lijden in de zevende kloof (canto 24-25). Zij ontbranden spontaan, waarna ze weer uit hun as herrijzen, en ze worden belaagd door slangen. Eén dief versmelt met een vuurspuwende slang tot een draakachtig wezen.
slechte raadgevers
kwade raadgevers
In die vuren moeten geesten huizen, elk omhuld met wat hen doet verteren
8. De kwade raadgevers branden in de achtste kloof (canto 26-27). Onder hen is Odysseus, die de Trojanen bedroog met het Paard van Troje (de Trojanen zijn volgens de Aeneis de stamvaders van de Romeinen).
9. In de negende kloof lijden de schismatici onder wie Mohammed en Ali (canto 28-29). De stichting van de islam werd beschouwd als een splitsing in het christendom, omdat Mohammed volgens de middeleeuwers eerst een christelijke priester zou zijn geweest. De splitsers worden verminkt (Mohammeds romp wordt opengereten, net als Ali’s hoofd) door een duivel met een zwaard. Vervolgens maken ze een rondgang door de hele kloof, waarbij hun wonden helen, tot ze weer bij de duivel uitkomen.
10. De tiende en laatste kloof is de verblijfplaats van alchemisten en vervalsers (canto 29-30). Zij lijden aan gruwelijke kwalen.

Dante Online | illustraties Doré | Dante Inferno

vrijdag 18 augustus 2006
trouwe volgeling
zaterdag gekocht: Arent de Gelder, Rembrandts laatste leerling

Rembrandt heeft in de bijna veertig jaar (1631-1669) dat hij in Amsterdam woonde altijd leerlingen gehad. Gerard Dou, eveneens als Rembrandt een Leidenaar, was al vanaf 1628 zijn leerling. Zijn laatste leerling was Arent de Gelder uit Dordrecht, die op Rembrandt’s atlier aan de Rozengracht zijn laatste meesterwerken als de Staalmeesters en het Joodse Bruidje tot stand heeft moeten zien komen. Een paar Rembrandtleerlingen zijn algemeen bekend geworden, zoals Govaert Flinck, Ferdinand Bol, Carel Fabritius en de twee eerdergenoemden. In ieder geval leven zij bij de meeste mensen voort in straatnamen.

aert de gelder
Abraham en de drie engelen

Arent de Gelder vind ik persoonlijk een van zijn interessantste leerlingen. Terwijl leerlingen als Ferdinand Bol en Nicolaas Maes volledig afstand namen van de stijl van hun leermeester, nam De Gelder Rembrandts stijl vrij letterlijk over en bleef zelfs tot aan zijn dood in het tweede decennium van de achttiende eeuw zo werken. Na 1680 was Rembrandt’s rauwe werkwijze taboe geworden en moest alles in de Franse stijl. Iedere expressieve penseelstreek werd onzichtbaar gemaakt met een marterharen penseel en olieverfschilderijen kregen de poezeligheid van pasteltekeningen. Maar de Gelder bleef met de achterkant van zijn penseel in de verf krassen en met het paletmes schrapen. In de catalogus die ik zaterdag gekocht heb, schrijft Ernst van de Weetering hierover:

Het atelier van Arent de Gelder is misschien wel het enige historische schilderatelier dat door een tijdgenoot zo beschreven is dat men de schilder kan horen schilderen. Dat overkomt de lezer van de beschrijving van De Gelder aan het werk die ons door zijn 15 jaar jongere Dortse collega Arnold Houbraken is nagelaten. (…) Het schrapend geluid van het platte mes over het strakgespannen doek, het ritmische krassen met de achterkant van het penseel moet de stilte van de ‘agter-off schildercamer’ waar de welgestelde vrijgezel aan het schilderen was vaak verbroken hebben.
aert de gelder
Zelfportret als Zeuxis
Den vroomen Arent de Gelder, die een schilder in de ziel was en op een schilderachtige manier leefde, was een aardige Man vol quinkslaagen en kluchtige discoersen, en dewyl hy onvergeeflijk scheel zag met beyde oogen, kon men nooit zeggen, of hy den persoon daar hy mee stont of zat te praaten aankeek ofte niet, dat dikmaals de luyden niet weynig deed lacghen zonder dat hy zich daar eens aan stoorde.
‘Arent de Gelder was een aardige Man vol quinkslaagen en kluchtige discoersen’
Men kan niet zeggen dat hy stierf, maar wel dat hy uytgeleeft zynde hemelde, want voorneemens zynde om op een morgenstond te gaan speelenryden met een goed gezelschap, en een glaajes brandewyn in de hand hebbende om zich te ontnuchteren, bleef hy schielyk dood gezeten op zyn stoel, oud tweeentachtig jaaren. In den Heere moet hy rusten.
 
Bron: J. Weyerman, Maandelyksche berichten uit de andere waerelt; of de spreekenden dooden. Amsterdam, 1747, deel III 41-44
Leerlingen van Rembrandt
 
jaren 30
Gerard Dou 1613-1675
Isaac de Jouderville 1613-1645
Govaert Flinck 1615-1660
Gerbrand van den Eeckhout 1621-1674
Leendert van Beyeren 1620-1648
Ferdinand Bol 1616-1680
Jan Victors ca 1619-1676
 
jaren 40
Jacob van Dorsten 1627-1674
Samuel van Hoogstraeten 1627-1678
Abraham Furnerius 1628-1654
Carel Fabritius 1622-1654
Bernhard Keil 1624-1687
Christoph Paudiss ca 1625-1672
Johann Ulrich Mayr 1630-1704
Barent Fabritius 1624-1673
Karel van der Pluym 1625-1672
Nicolaes Maes 1634-1693
Constantijn van Renesse 1626-1680
 
jaren 50
Willem Drost ca 1630-1687
Johannes Raven de Jonge ca 1637-1662
Abraham van Dijck ca 1635-1672
Heyman Dullaert 1636-1684
Johannes van Glabbeeck ca 1634-1687
Jacobus Levecq 1634-1675
Titus van Rijn 1641-1668
 
jaren 60
Arent de Gelder 1645-1727

Arent de Gelder [wga.hu] | Arent de Gelder online [artcyclopedia.com]

virtuele reis door de hel [8]
deze maand daal ik met Dante en Vergilius af in de hel
de zevende kring: de geweldplegers
In de zevende kring lijden de geweldplegers. Deze kring is onderverdeeld in drie delen:
 
In het eerste deel bevinden zich degenen die geweld hebben gepleegd tegen anderen,hetzij lichamelijk, hetzij tegen het bezit van een ander. Zij liggen in een kolkende bloedrivier, de Phlegeton, en worden bewaakt door centauren. In de Phlegeton ligt o.a. Attila de Hun. Nessus brengt de dichters de rivier over.
 
Het tweede deel is een woud, bestaande uit in bomen veranderde zelfmoordenaars, die geweld tegen zichzelf gepleegd hebben. Hun zonde is dat zij hun door God gegeven leven niet gewaardeerd hebben. Ze worden gestraft door harpijen, die hun scherpe klauwen in de takken zetten, waarbij de bomen bloeden. Als Dante een tak van een struik afbreekt spreekt deze tegen hem. Dit is gebaseerd op een scène in de Aeneis, waar een struik die op een graf groeit bloedt en spreekt namens de dode, na het afbreken van een tak. Andere zelfmoordenaars, die tevens verkwisters waren, rennen door het bos, opgejaagd door jachthonden die hen willen verscheuren. De zelfmoordenaars verschillen in één belangrijk opzicht van de andere zondaars: op de jongste dag zullen de andere gekwelde zielen hun lichaam weer gaan bewonen, wat hun pijnen verhevigt. De lichamen van de zelfmoordenaars zullen echter aan hun nieuwe boomlichamen worden opgehangen.
godslasteraars
de godslasteraars
In het derde deel lijden de godslasteraars, die geweld plegen tegen God, de sodomieters, die geweld plegen tegen de natuur, en de woekeraars, die geweld plegen tegen de kunst. Zij rennen rond in een woestijn, terwijl vuur op hun hoofden regent. Een van de sodomieters is Dante’s vriend en leermeester Brunetto Latini, die Dante voorspelt dat hij verbannen zal worden.

Dante Online | illustraties Doré | Dante Inferno

donderdag 17 augustus 2006
het schone, het ware en het goede
gelezen: De kunstenaar is dood, lang leve de kunst!
door Lex ter Braak in Vrij Nederland #33
In het woord kunstenaar staat ook een immense geschiedenis van ’scheppende genieen van de geest’ klaar om gecelebreerd te worden. Michelangelo, Caravaggio, Rembrandt, Titiaan- de lijst is te lang om maar enigszins een indruk van volledigheid te kunnen geven. Het ideaal van van de universele mens uit de Renaissance blinkt er doorheen: de kunstenaar als architect, schilder, beeldhouwer, denker, uitvinder, geleerde, hoveling. En nog glanst, als vanouds, om het woord kunstenaar dat aura van het hogere en roept het visioen van hemelse schoonheid op. Het is de kunstenaar die ons de weg wijst, naar gene zijde waar het Schone, het Ware en het Goede samenvloeien in hun gracieuze dans.
 
Natuurlijk, in onze cynsiche momenten weten we het zeker: dit is metafisische kletskoek van toen. De tijd waarin Shelley schreef dat poëzie goddelijk is, en het begin en eind van alle kennis. De verloren dagdroom van biedermeiermeisjes die hun ogen bevallig sloten voor de verdorvenheid van de wereld en hun jeugd verbeidden met het inplakken van poesiealbumplaatjes.
 
Caravaggio
Caravaggio, kunstenaar, moordenaar
Maar als denken we het beter te weten, het kost ons toch de grootste moeite ons van deze overgeleverde beelden te bevrijden. Onze biografische kennis van dichters die sympathiseerden met de nationaal-socialisten, van kunstenaars die de triomfen van de dictatuur in hun schilderijen en sculpturen verbeeldden of die een crimineel bestaan leidden, die hun kinderen verwaarloosden of kruiperig, laf en egoïstisch, vrekkig of vraatzuchtig waren, doet niets af aan het diepgewortelde idee dat kunst en schoonheid, kunstenaar en waarheid in een innig verbond samenleven. De zonden van de kunstenaar worden hem graag vergeven in ruil voor zijn hogere gaven, ook omdat we menen dat het een wel eens niet zonder het ander zou kunnen. En wat werkelijk fout was, voegen we er in gedachte aan toe, dat wordt wel in de beerput van de geschiedenis geworpen.
 
Bron: Lex ter Braak in Vrij Nederland #33
Entarte Kunst
documentatie bij de nazi-tenstoonstelling Entartete Kunst uit 1937
virtuele reis door de hel [7]
deze maand daal ik met Dante en Vergilius af in de hel
de zesde kring: de ketters

Phlegyas zet Dante en Vergilius de Styx over . Nadat een engel de poort geopend heeft, komen ze in de stad van Dis (een van de Latijnse namen van de god Hades), waar de geweldplegers gestraft worden. Het eerste deel van Dis, de zesde kring van de hel, is een grafveld met brandende open graven, waarin de ketters liggen, o.a. Epicurus.

ketters
Zodra ik bij deze tombe stond, keek hij me wat laatdunkend aan en vroeg: “Wie waren uwe vaderen?”
Dante opts for the most generic conception of heresy–the denial of the soul’s immortality (Inf. 10.15)–perhaps in deference to spiritual and philosophical positions of specific characters he wishes to feature here, or perhaps for the opportunity to present an especially effective form of contrapasso: heretical souls eternally tormented in fiery tombs. More commonly, heresy in the Middle Ages was a product of acrimonious disputes over Christian doctrine, in particular the theologically correct ways of understanding the Trinity and Christ. Crusades were waged against “heretical sects,” and individuals accused of other crimes or sins–e.g., witchcraft, usury, sodomy–were frequently labeled heretics as well.
 
Heresy, according to a theological argument based on the dividing of Jesus’ tunic by Roman soldiers (Matthew 27:35), was traditionally viewed as an act of division, a symbolic laceration in the community of “true” believers. This may help explain why divisive, partisan politics is such a prominent theme in Dante’s encounter with Farinata.
 
Bron: danteworlds.laits.utexas.edu

Dante Online | illustraties Doré | Dante Inferno

woensdag 16 augustus 2006
virtuele reis door de hel [6]
deze maand daal ik met Dante en Vergilius af in de hel
de vijfde kring: de wraakzuchtigen

De vijfde kring bevat de moerassige Styx, waarin de agressievelingen elkaar tot in eeuwigheid bevechten. De wrokkigen liggen onder water.

wraakzuchtigen
Like the fourth circle of hell, the fifth circle–presented in Inferno 7 and 8–contains two related groups of sinners. But whereas avarice and prodigality are two distinct sins based on the same principle (an immoderate attitude toward material wealth), wrath and sullenness are basically two forms of a single sin: anger that is expressed (wrath) and anger that is repressed (sullenness). This idea that anger takes various forms is common in ancient and medieval thought. Note how the two groups suffer different punishments appropriate to their type of anger–the wrathful ruthlessly attacking one another and the sullen stewing below the surface of the muddy swamp (Inf. 7.109-26)–even though they are all confined to Styx.
 
Bron: danteworlds.laits.utexas.edu

Dante Online | illustraties Doré | Dante’s Inferno

dinsdag 15 augustus 2006
virtuele reis door de hel [5]
deze maand daal ik met Dante en Vergilius af in de hel
de vierde kring: de hebzuchtigen

In de vierde kring duwen de hebzuchtigen én de verkwisters zware lasten zinloos heen en weer.

hebzuchtigen
Avarice–greed, lust for material gain–is one of the iniquities that most incurs Dante’s scornful wrath. Consistent with the biblical saying that avarice is “the root of all evils” (1 Timothy 6:10), medieval Christian thought viewed the sin as most offensive to the spirit of love; Dante goes even further in blaming avarice for ethical and political corruption in his society. Ciacco identifies avarice–along with pride and envy–as one of the primary vices enflaming Florentine hearts (Inf. 6.74-5), and the poet consistently condemns greed and its effects throughout the Divine Comedy. Dante accordingly shows no mercy–unlike his attitude toward Francesca (lust) and Ciacco (gluttony)–in his selection of avarice as the capital sin punished in the fourth circle of hell (Inferno 7). He viciously presents the sin as a common vice of monks and church leaders (including cardinals and popes), and he further degrades the sinners by making them so physically squalid that they are unrecognizable to the travelers (Inf. 7.49-54). By defining the sin as “spending without measure” (7.42), Dante for the first time applies the classical principle of moderation (or the “golden mean") to criticize excessive desire for a neutral object in both one direction ("closed fists": avarice) and the other (spending too freely: prodigality). Fittingly, these two groups punish and insult one another in the afterlife.
 
Bron: danteworlds.laits.utexas.edu

Dante Online | illustraties Doré | Dante’s Inferno

maandag 14 augustus 2006
virtuele reis door de hel [4]
deze maand daal ik met Dante en Vergilius af in de hel
de derde kring: de vraatzuchtigen

In de derde kring, waar het eeuwig regent, bevinden zich de vraatzuchtigen, die bewaakt en gemarteld worden door de hellehond Cerberus.

de vraatzuchtigen
om mijn verdoemelijke vraatzuchtigheid werd ik door deze regen neergeslagen
Gluttony–like lust–is one of the seven capital sins (sometimes called “mortal” or “deadly” sins) according to medieval Christian theology and church practice. Dante, at least in circles 2-5 of hell, uses these sins as part–but only part–of his organizational strategy. While lust and gluttony were generally considered the least serious of the seven sins (and pride almost always the worst), the order of these two was not consistent: some writers thought lust was worse than gluttony and others thought gluttony worse than lust. The two were often viewed as closely related to one another, based on the biblical precedent of Eve “eating” the forbidden fruit and then successfully “tempting” Adam to do so (Genesis 3:6). Based on the less than obvious contrapasso of the gluttons and the content (mostly political) of Inferno 6, Dante appears to view gluttony as more complex than the usual understanding of the sin as excessive eating and drinking.
 
Bron: danteworlds.laits.utexas.edu

Dante Online | illustraties Doré | Dante’s Inferno

onbeheersbare crisis
92 zomers geleden begon de Eerste Wereldoorlog
Zijn we nu op weg naar een Derde Wereldoorlog?

Afgelopen vrijdag publiceerde NRC handelsblad een essay van Richard Holbrooke waarin hij de huidige situatie in de wereld vergelijkt met die van augustus 1914.

„De landen kwamen terecht in een val, een val die in de eerste dertig dagen ontstond uit gevechten die geen beslissing brachten, een val waaruit toen en later geen ontsnappen mogelijk was.”
HolbrookeTwee volwassen crises, een in Libanon en een in Irak, versmelten tot één noodsituatie. Vrijwel overal tussen Kairo en Mumbai zou zich een kettingreactie kunnen voordoen. Turkije spreekt over een inval in het noorden van Irak om Koerdische terroristen aan te pakken. Syrië kan gemakkelijk betrokken raken in de oorlog in het zuiden van Libanon. Egypte en Saoedi-Arabië staan onder druk van jihadisten om Hezbollah te steunen, ook al verafschuwen de regeringen in Kairo en Riad die organisatie. Afghanistan verwijt Pakistan dat het een schuilplaats biedt aan Al-Qaeda en de Talibaan; aan weerszijden van hun grens wordt voortdurend gevochten. Met de eigen oorlog van de NAVO in Afghanistan loopt het niet best. India overweegt een strafexpeditie tegen Pakistan, dat achter de bomaanslagen in Mumbai zou zitten.
 
De enigen die baat hebben bij deze chaos zijn Iran, Hezbollah, Al-Qaeda en de Iraakse shi’itische leider Muqtada Sadr, die vorige week in Bagdad de grootste demonstratie tegen Amerika en Israël van de hele wereld hield, terwijl nog eens zesduizend Amerikaanse militairen de stad in werden gestuurd om een burgeroorlog te ‘voorkomen’ die al begonnen is.
 
Deze opeenstapeling van explosieve elementen vormt het grootste gevaar voor de stabiliteit in de wereld sinds de Cubaanse rakettencrisis van 1962, de enige confrontatie tussen nucleaire supermogendheden. De Cuba-crisis was wel erg gevaarlijk, maar betrekkelijk simpel: ze kwam neer op twee leiders en geen oorlog. In 13 dagen van briljante diplomatie wist John F. Kennedy Nikita Chroesjtsjov te bewegen de sovjetraketten weg te halen van Cuba.
Cubacrisis
spotprent uit 1962 over de Cubacrisis

guns of augustThe guns of August
Kennedy was sterk beïnvloed door Barbara Tuchmans klassieke The guns of August, waarin werd beschreven hoe een ogenschijnlijk op zichzelf staande gebeurtenis van 92 zomers geleden – een moordaanslag in Sarajevo door een Servische terrorist – een kettingreactie ontketende die uitliep op de Eerste Wereldoorlog. De verschillen tussen die augustus en deze zijn immens. Maar Tuchman besloot haar boek met een zin die tot in deze crisiszomer naklinkt: „De landen kwamen terecht in een val, een val die in de eerste dertig dagen ontstond uit gevechten die geen beslissing brachten, een val waaruit toen en later geen ontsnappen mogelijk was.”
Bron: nrc.nl

zondag 13 augustus 2006
Vertrouwen
Vandaag lezen we in de Kerk uit het Evangelie naar Mattheus 14: 22-34
Meteen daarna gelastte hij de leerlingen in de boot te stappen en alvast vooruit te gaan naar de overkant, hij zou ook komen nadat hij de mensen had weggestuurd. Toen hij hen weggestuurd had, ging hij de berg op om er in afzondering te bidden. De nacht viel, en hij was daar helemaal alleen. De boot was intussen al vele stadiën van de vaste wal verwijderd en werd, als gevolg van de tegenwind, door de golven geteisterd. Tegen het einde van de nacht kwam hij naar hen toe, lopend over het meer. Toen de leerlingen hem op het meer zagen lopen, raakten ze in paniek.
‘U bent werkelijk Gods Zoon!’
Ze riepen: ‘Een spook!’ en schreeuwden het uit van angst. Meteen sprak Jezus hen aan: ‘Blijf kalm! Ik ben het, wees niet bang!’ Petrus antwoordde: ‘Heer, als u het bent, zeg me dan dat ik over het water naar u toe moet komen.’ Hij zei: ‘Kom!’ Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe. Maar toen hij voelde hoe sterk de wind was, werd hij bang. Hij begon te zinken en schreeuwde het uit: ‘Heer, red me!’ Meteen strekte Jezus zijn hand uit, hij greep hem vast en zei: ‘Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?’ Toen ze in de boot stapten, ging de wind liggen. In de boot bogen de anderen zich voor hem neer en zeiden: ‘U bent werkelijk Gods Zoon!’
Petrus loopt over het water naar Christus
…en uit de Brieven lezen we uit I Korinthiërs 3: 9-17
Dus wij zijn medewerkers van God en u bent zijn akker. U bent een bouwwerk van God. Overeenkomstig de taak die God mij uit genade heeft opgelegd, heb ik als een kundig bouwmeester het fundament gelegd, en anderen bouwen daarop voort. Laat ieder erop letten hoe hij bouwt, want niemand kan een ander fundament leggen dan er al ligt – Jezus Christus zelf. Of er op dat fundament nu verder wordt gebouwd met goud, zilver en edelstenen of met hout, hooi en stro,van ieders werk zal duidelijk worden wat het waard is.
U bent een bouwwerk van God.
Op de dag van het oordeel zal dat blijken, want dan zal het door vuur aan het licht worden gebracht. Het vuur zal laten zien wat ieders werk waard is. Wanneer iemands bouwwerk blijft staan, zal hij worden beloond. Wanneer het verbrandt, zal hij daarvoor de prijs betalen; hijzelf zal echter worden gered, maar door het vuur heen. Weet u niet dat u een tempel van God bent en dat de Geest van God in uw midden woont
zaterdag 12 augustus 2006
virtuele reis door de hel [3]
deze maand daal ik met Dante en Vergilius af in de hel
de tweede kring: de wellustigen

In deze kring woedt een eeuwige storm, die de zielen voortblaast van de wellustigen, die hun erotische verlangens niet konden beheersen; o.a. Francesca da Rimini, Cleopatra VII en koningin Dido van Carthago. Blijkbaar had Dante vooral vrouwen op het oog…

wellustigen
de wellustigen
Here Dante explores the relationship–as notoriously challenging in his time and place as in ours–between love and lust, between the ennobling power of attraction toward the beauty of a whole person and the destructive force of possessive sexual desire. The lustful in hell, whose actions often led them and their lovers to death, are “carnal sinners who subordinate reason to desire” (Inf. 5.38-9). From the examples presented, it appears that for Dante the line separating lust from love is crossed when one acts on this misguided desire. Dante, more convincingly than most moralists and theologians, shows that this line is a very fine one indeed, and he acknowledges the potential complicity (his own included) of those who promulgate ideas and images of romantic love through their creative work. Dante’s location of lust –one of the seven capital sins–in the first circle of hell in which an unrepented sin is punished (the second circle overall) is similarly ambiguous: on the one hand, lust’s foremost location–farthest from Satan–marks it as the least serious sin in hell (and in life); on the other hand, Dante’s choice of lust as the first sin presented recalls the common–if crude–association of sex with original sin, that is, with the fall of humankind (Adam and Eve) in the garden of Eden.
 
Bron: danteworlds.laits.utexas.edu

Dante Online | illustraties Doré | Dante’s Inferno

vrijdag 11 augustus 2006
bergen fijne plaatjes
Bezembinder’s Geillustreerde Links en de kleine uurtjes

De weblog van Eduard Bezembinder heeft op mij hetzelfde effect als de boekencatalogus van uitgever Benedict Taschen: mijn plaatjeshonger wordt er door gestild, gevoed én opgewekt.

Bezembinder

weblog.bezembinder.nl | www.bezembinder.nl

virtuele reis door de hel [2]
deze maand daal ik met Dante en Vergilius af in de hel
de eerste kring: het limbo of voorgeborchte van hel

Het web is steeds meer een virtuele spiegelwereld geworden. Je kunt zelfs virtueel afdalen in de trechtervormige hel van Dante. De universiteit van Austin (Texas) vraagt er geen entreegeld voor en inloggen hoeft ook al niet. Als je helemaal beneden bent, is de game over. Treed binnen zonder dat je alle hoop hoeft te laten varen.

hel
Dante stelt zich de hel voor als een trechter die vlak onder het aardoppervlak breed begint en dan toeloopt naar het (ijskoude!) middelpunt der aarde, waar Lucifer zetelt. Hij onderscheidt negen kringen.De zevende en achtste kring bestaan uit verschillende divisies.
De eerste kring is het limbo of voorgeborchte. Hier bevinden zich de deugdzame heidenen, waaronder Vergilius. Omdat zij niet gedoopt zijn, hebben ze geen toegang tot de hemel. Echter, ze worden niet actief gestraft, omdat ze geen kwaad verricht hebben; hun enige straf is dat ze verstoken zijn van de goddelijke liefde.
 
In het limbo bevinden zich onder andere Averroës, Cicero, Euclides, Homerus, Ovidius en Saladin, maar ook mythische figuren als Aeneas. Het limbo is ook Vergilius’ gebruikelijke verblijfplaats, die hij voor de gelegenheid mag verlaten om Dante de weg te wijzen. De bijbelse aartsvaderen (zoals Adam, Abraham, Koning David) verbleven aanvankelijk in het limbo, maar zijn er door Christus vandaan gehaald.

Dante Online | illustraties Doré | Dante’s Inferno

donderdag 10 augustus 2006
Sean Cheetham
Sean Cheetham is een schilder uit California
Cheetham
zelfportret

seancheetham.com

virtuele reis door de hel [1]
deze maand daal ik met Dante en Vergilius af in de hel

Na de Metamorphosen die Ovidius aan het begin van onze jaartelling in Rome schreef, neem ik een sprong van 13 eeuwen om te belanden in het Florence rond 1300. Het romeinse rijk is uiteengevallen en in het noorden van Italië zijn een aantal stadstaatjes ontstaan waaronder Genua, Pisa, Sienna en Florence. Vooral in de laatste stad zal een eeuw later het humanisme zo gaan bloeien, dat we dan over de renacimiento spreken, de wedergeboorte van de Romeinse en Griekse Oudheid. Als Dante zijn meesterwerk schrijft, is het zover nog niet. Europa is nog doordrenkt van het Middeleeuwse christendom. Maar de antieke beschaving wordt in de Commedia al volop gereanimeerd. Zo is er niet alleen de Romeinse dichter Vergilius, de gids die hem door de hel leidt, Dante doorspekt zijn epos met tientallen personages uit de Oudheid. Alleen al in het limbo (de eerste kring) ontmoeten Dante en Vergilius een groep Griekse en Romeinse filosofen, wetenschappers en dichters waaronder Cicero, Euclides, Homerus en… Ovidius !

eerste pagina Divina Commedia
De eerste pagina uit La Divina Commedia

Ik ben de Metamorphosen en de Commedia (Divina is een toevoeging uit latere tijd) gaan lezen omdat ik ‘boeken die iedereen kent maar niemand gelezen heeft’ eigenlijk gewoon gelezen wil hebben. De Metamorphosen was dat betreft even wennen, bij de Commedia is het niet anders. We hebben een vrij uitvoerig notenapparaat nodig om de tekst nog te kunnen verstaan. Ovidius en Dante leefden in zo’ n totaal andere tijd dan de onze, dat we hun mens- en wereldbeeld moeten reconstrueren. Dat vind ik eigenlijk ook het boeiende van deze teksten: ze roepen niet alleen een andere wereld op, maar leggen ook een heel ander denken bloot. Bij het lezen van de Commedia is het daarom eigenlijk noodzakelijk om iets te weten over de cultuurfilosofische als de geopolitieke achtergronden van de tijd waarin Dante leefde. Anders blijft het een onverteerbaar boek. Makkelijk is een reis door de hel toch al niet.

Dante schreef in tegenstelling tot de meeste tijdgenoten niet in het Latijn maar in een Florentijns dialect waaruit het moderne Italiaans zich ontwikkeld heeft. De vorm is niet, zoals bij Ovidius, in hexameters (zes dactylen), maar in terzinen die als schakels met elkaar verbonden zijn: de eerste zin rijmt op de derde en de tweede op de eerste en derde van de volgende terzine. Door dit omarmende rijm ontstaat een keten van terzines.

Nel mezzo del cammin di nostra vita (A)
mi ritrovai per una selva oscura (B)
ché la diritta via era smarrita. (A)
Ahi quanto a dir qual era è cosa dura (B)
esta selva selvaggia e aspra e forte ©
che nel pensier rinova la paura! (B)

Inferno, canto I: 1-6

“Halverwege mijn levensweg vond ik mijzelf terug in een donker woud…”

De Commedia is een gestructureerd episch gedicht: zoals bekend bestaat het uit drie delen getiteld Inferno (Hel), Purgatorio (Louteringsberg of Vagevuur) en Paradiso (Paradijs). Elk deel bevat 33 canti ("zangen"), van elk ongeveer 100 terzinen.
Inferno heeft nog een inleidende canto, waarmee het totale aantal op 100 komt.

Dante stelt zich de hel voor als een trechter die vlak onder het aardoppervlak breed begint en dan toeloopt naar het (ijskoude!) middelpunt der aarde, waar Lucifer zetelt. Hij onderscheidt negen kringen. Deze maand zal ik in negen stukjes telkens iets laten zien van wie en wat Dante en Vergilius in elk van de negen kringen telkens ontmoeten. Telkens ontmoetten ze grotere zonden en grotere zondaars.

Dante 1965
Dante op een postzegel uit Italië
bij zijn 700ste geboortedag in 1965

Ik vind het wel twijfelachtig dat Dante niet alleen historische personages, maar ook veel van zijn tijdgenoten in feite naar de hel wenste. Want door ze daar keurig op te bergen, maakte hij ze gelijk ook onsterfelijk in deze onfortuinlijke positie. Misschien was dat juist zijn genoegdoening tegenover degenen die hem uit Florence verbannen hadden en tegenover wie hij zoveel wrok koesterde. In welke kring plaatste Dante de wraakzuchtigen ook alweer? Het is maar goed, ook voor Dante zelf, dat het allemaal zijn eigen fantasie is.

Biografie | Dante Online | Dante on the Web | download de integrale tekst
nieuwe Dante-vertaling | la Divina Commedia in de cinema

woensdag 9 augustus 2006
Terug naar het Christelijke Europa
Deze week in Der Spiegel (#32) : Der Deutschen Reich

Der SpiegelGisteren kocht ik het nieuwste nummer van Der Spiegel dat als omslagartikel niet de actualiteit heeft, maar het roemrijke Duitse verleden, Het Heilige Roomse Rijk om precies te zijn. Dat bestond van 962 tot 1806. Der Spiegel besteedt hier aandacht aan omdat het afgelopen zondag precies 200 jaar geleden was dat het Rijk ophield te bestaan. Maar dat is niet de enige reden. In 1962 toen het precies 1000 jaar geleden was dat het Eerste Rijk gesticht werd, besteedde niemand daar aandacht aan. Want 17 jaar na de oorlog was het Duitse verleden, het Reich in het bijzonder, taboe geworden. Maar in het Duitsland van Angela Merkel mag geschiedenis weer en de Duitser graaft gretig in het verleden naar zijn identiteit. Dat lijkt mij geen verkeerde ontwikkeling, integendeel. Nu de rest van de traditiearme Europese Unie nog, want een flinke dosis historisch bewustzijn leidt Europa vanzelf terug naar de christelijke oorsprong. Paus Benedictus XVI zal het in ieder geval toejuichen, temeer omdat Europa vanuit zijn christelijke wortels dan het sap weer voelt stromen. In het najaar (van 28.8 - 10.12) is er in Magdeburg en Berlijn een grote tentoonstelling De paus is daar nu al enthousiast over:

“In hohem Auftrag danke ich Ihnen … für Ihr Engagement für die Vermittlung der durch das Christentum geprägten Geschichte Deutschlands. Der Heilige Vater lässt der Ausstellung schon heute einen guten Erfolg wünschen. Seine Heiligkeit Papst Benedikt XVI. erbittet Ihnen …
von Herzen Gottes Schutz und Geleit.”

Aus dem Vatikan: Msgr. Gabriel Caccia
Päpstl. Assessor, Apostolische Nuntiatur in Deutschland

En de Europese Raad laat bij monde van Terry Davis weten:

The Council of Europe is working all the time to lay solid, lasting foundations for peace between the peoples of Europe, and this exhibition is fully in line with this approach - looking to the future, but conscious of the past - which is also one of the Strasbourg organisation’s principal characteristics.
Terry Davis (Secretary General Council of Europe)
Heilige Roomse Rijk
Het Heilige Roomse Rijk omstreeks 1520
Het Heilige Roomse Rijk begon zijn bestaan als het Oost-Frankische koninkrijk. Op een zeker moment werd aan de koning van dit rijk ook de keizerstitel gegeven. Hoewel dit als tijdelijke regeling bedoeld was om een acute politieke situatie op te lossen is de keizerstitel blijven ‘hangen’ in het Oost-frankische koninkrijk. In de beginperiode dongen de West-Frankische koningen nog mee naar de keizerstitel, maar kregen die slechts een enkele keer. Reden hiervoor is o.a. dat de West-Frankische koningen zo ver weg woonden dat ze niet precies op de hoogte waren van de politieke situatie in het andere koninkrijk. Uiteindelijke hebben ze het opgegeven zich te bemoeien met dat andere koninkrijk. Dit leidde er toe dat het verkrijgen van de keizerstitel een interne gelegenheid werd van het Oost-Frankische koninkrijk. Dit koninkrijk en het keizerrijk gingen dan ook in de praktijk steeds meer samenvallen ondanks dat het bij de keizer in feite ging om wereldlijke macht als tegenhanger van de paus. In deze situatie kon het zich dan ook voordoen dat de belangrijke spelers in het Oost-Frankische koninkrijk gingen bepalen hoe de keizer werd gekozen en op die manier kon de titel Heilig Roomse Rijk der Duitse naties ontstaan.
 
Het HHR kende dus zowel een koning was als een keizer. Deze hoefden niet dezelfde persoon te zijn, maar waren dat vaak wel; een machtig persoon die je tot koning kiest kun niet de keizerstitel onthouden. De koning van het koninkrijk werd de Rooms-koning genoemd. Gekozen worden tot koning was vaak het voorstadium om keizer te worden, hoewel niet iedere koning het tot keizer maakte. Deze tweestapsraket is altijd blijven bestaan. Uiteraard hangt dat samen met de ontstaansgeschiedenis van het keizersschap, maar ook met de ideologie van het keizersschap. De keizer belichaamde een hoger ideaal dan een koning nl. wereldheerschappij versus een lokale machthebber, de koning. Lodewijk XIV waarschuwde zijn opvolger in zijn testament voor deze ambities van de keizer.
 
Bron: nl.wikipedia.org
Keizers van het Heilige Roomse Rijk
 
Ottonen (Liudolfinger)
Heinrich I, De Vogelaar (919-936)
Otto I, De Grote (936-973)
Otto II (973-983)
Otto III (983-1002)
Heinrich II (1002-1024)
 
Salische Huis
Konrad II (1024-1039)
Heinrich III (1039-1056)
Heinrich IV (1056-1106)
Heinrich V (1106-1125)
Lothar III (1125-1137)
 
Hohenstaufen
Konrad III (1138-1152)
Friedrich I, Barbarossa (1152-1190)
Heinrich VI (1190-1197)
Otto IV von Braunschweig (1198-1218)
Philip von Schwaben (1198-1208)
Friedrich II (1212-1250)
Konrad IV (1250-1254)
 
Interregnum (1250-1273)
 
Wilhelm von Holland (1247-1256)
Alfons X von Kastilien (1257-1274)
Richard von Cornwall (1257-1272)
Habsburgse Huis
Rudolf I von Habsburg (1273-1291)
Adolf von Nassau (1292-1298)
Albrecht I von Habsburg (1298-1308)
 
Luxemburgse Huis
Heinrich VII (1308-1313)
Ludwig IV (1314-1347)
Friedrich (1314-1330)
Karl IV von Luxemburg (1346-1378)
Wenzel von Luxemburg (1378-1400)
Ruprecht (1400-1410)
Jobst von Mahren (1410-1411)
Sigismund (1410-1437)
 
Habsburgse Huis
Albrecht II (1438-1439)
Friedrich III (1440-1493)
Maximilian I (1493-1519)
Karl V (1519-1556)
Ferdinand I (1556-1564)
Maximilian II (1564-1576)
Rudolf II (1576-1612)
Matthias (1612-1619)
Ferdinand II (1619-1637)
Ferdinand III (1637-1657)
Leopold I (1658-1705)
Joseph I (1705-1711)
Karl VI (1711-1740)
Maria Theresa (1740-1780)
Karl VII Albrecht (1742-1745)
Franz I Stephan (1745-1765)
Joseph II (1765-1790)
Leopold II (1790-1792)
Franz II (1792-1806)

spiegel.de | dasheiligereich.de

dinsdag 8 augustus 2006
webdesigners [4]
Veerle Pieters uit Deinze

Veerle ‘we don’ t serve tagsoup’ Pieters is een webdesigner uit Belgie met een opmerkelijke weblog die wereldwijd in de belangstelling staat. Zo publiceerde het gerenomeerde Digital Web Magazine vorige maand een interview met Veerle.

DWM: Many formally trained designers are also artists, but you clearly say that you aren’t. Yet, there are hints throughout your sites that you are an artist at heart. Can you give us some insight here?
Veerle Pieters: What is art, exactly? How would you define it? Is design—or graphic design in particular—an art? If so, than I am an artist. I just think of myself as a designer, a graphic designer, rather than an artist. An artist, for me, is more like a painter or a sculptor; someone whose work is less connected to the real world. I guess it depends on how broadly you interpret the words art and artist. Some might think that visionaries are artists.

Veerle PietersVeerle Pieters started in 1992 as a freelance graphic designer under the name of Duoh!. The first 3 years were mainly filled with print orientated work such as logos and stationary. From 1995 onward, designing websites and user interfaces for Intranets together with multimedia development was her main focus. In 2000 Veerle founded Duoh! n.v. (n.v. is the equivalent of an inc.) together with Geert Leyseele. Veerle is the CEO of Duoh! n.v. and lives in Deinze, Belgium a small but beautiful country in the heart of Europe. During those past years Duoh! has been working for the Library of Congress in Washington DC for a project called “The Learning Page". An overview of all this work can be found here. In 2003 Veerle discovered Web Standards after seeing the Zen Garden and the work of Douglas Bowman. Since then she never looked back and is actively promoting the benefits through her personal journal. Veerle is the author of Veerle’s blog, an online journal started in September 2003. It’s a source for a wide range of topics going from XHTML/CSS to graphic design tips and personal impressions.

veerle’s blog | meer geeks uit Vlaanderen | meer webdesigners

maandag 7 augustus 2006
bungelen boven Manhattan
Met Google Maps Manhattan via de satelliet screenen

Alsof je in het mandje van een luchtballon zit en bijna tussen de wolkenkrabbers door zweeft. Je kunt zo ver inzoomen dat je het aantal voetgangers soms gemakkelijk kunt tellen.

Chrysler Building en omgeving
maximaal ingezoomd op het
Chrysler Building
maximaal ingezoomd op het
Empire State Building
Flat Iron Building

Google Maps

Femke Hiemstra
Femke Hiemstra is een illustrator uit Amsterdam
Femke Hiemstra

femtasia.nl

zondag 6 augustus 2006
transfiguratie
vandaag viert de Kerk de Verheerlijking op de Berg Tabor
We lezen uit het Evangelie naar Mattheus 17: 1-9
Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broer Johannes met zich mee een hoge berg op, waar ze alleen waren. Voor hun ogen veranderde hij van gedaante, zijn gezicht straalde als de zon en zijn kleren werden wit als het licht. Plotseling verschenen aan hen Mozes en Elia, die met Jezus in gesprek waren.
‘Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde. Luister naar hem!’
Petrus nam het woord en zei tegen Jezus: ‘Heer, het is goed dat wij hier zijn. Als u wilt zal ik hier drie tenten opslaan, een voor u, een voor Mozes en een voor Elia.’ Hij was nog niet uitgesproken, of de schaduw van een stralende wolk gleed over hen heen, en uit de wolk klonk een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde. Luister naar hem!’ Toen de leerlingen dit hoorden, wierpen ze zich neer en verborgen uit angst hun gezicht. Jezus kwam dichterbij, raakte hen aan en zei: ‘Sta op, jullie hoeven niet bang te zijn.’ Ze keken op en zagen niemand meer, Jezus was alleen. Toen ze van de berg afdaalden, gebood Jezus hun: ‘Praat met niemand over wat jullie hebben gezien voordat de Mensenzoon uit de dood is opgewekt.’
Transfiguratie
feesticoon
uit de Brieven lezen we uit Petrus II 1: 10-19
Span u daarom des te meer in om uw roeping en uitverkiezing waar te maken, broeders en zusters. Als u dit alles doet, komt u nooit ten val en zal u onbelemmerd toegang worden verleend tot het eeuwige koninkrijk van onze Heer en redder Jezus Christus.
Die stem hebben wij zelf uit de hemel horen klinken toen wij met Hem op de heilige berg waren.
‘Daarom zal ik u hieraan blijven herinneren, hoewel u dit alles wel weet en gegrondvest bent in de waarheid die u hebt leren kennen. Maar het lijkt me goed u wakker te houden door het telkens opnieuw onder uw aandacht te brengen zolang ik in deze tent verblijf. Ik weet dat mijn tent binnenkort zal worden afgebroken – dat heeft onze Heer Jezus Christus mij te kennen gegeven –, en ik doe er mijn uiterste best voor dat u zich dit alles ook na mijn heengaan steeds weer voor de geest zult kunnen halen. Toen wij u de glorierijke komst van onze Heer Jezus Christus verkondigden, baseerden wij ons niet op vernuftige verzinsels – integendeel, wij hebben met eigen ogen zijn grootheid gezien. Want hij ontving van God, de Vader, eer en luister, toen de stem van de majesteitelijke luister tegen hem zei: ‘Dit is mijn geliefde zoon, in hem vind ik vreugde.’ Die stem hebben wij zelf uit de hemel horen klinken toen wij met hem op de heilige berg waren. Ons vertrouwen in de woorden van de profeten is daardoor alleen maar toegenomen. U doet er goed aan uw aandacht altijd daarop gericht te houden, als op een lamp die in een donkere ruimte schijnt, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart.

meer iconen van de Verheerlijking op de Berg

zaterdag 5 augustus 2006
Jennifer Nicholls
Jennifer Nicholls is een illustrator uit Philadelphia
Jennifer Nicholls

jennifernicholls.com | inkfinger [weblog]

vrijdag 4 augustus 2006
el sueño (…) produce monstruos
gisterenavond gezien op Nederland 3: Abre los ojos
abre los ojos 
Amenábar laat in de film werkelijkheid en dromen knap door elkaar lopen. Cesar is een jonge playboy die op een feestje de mooie vriendin van zijn beste vriend verleidt. Hij denkt de ware liefde te hebben gevonden, maar de volgende ochtend zorgt zijn ex ervoor dat Cesars leven een nachtmerrie wordt. Een door haar veroorzaakt auto-ongeluk misvormt zijn gezicht, en vanaf dat moment gaan waanbeelden en flashbacks door elkaar lopen.
 
Bron: cinema.nl
donderdag 3 augustus 2006
Ellen Weinstein
Ellen Weinstein is een illustrator uit New York

In het nieuwste nummer (44) van het schitterende online illustratiemagazine clandestina colors uit Buenos Aires kwam ik het werk tegen van Ellen Weinstein. Daarnaast ook werk van Irana Douer, Ken Wong, Michael Rytz en Rubens LP.

weinstein

ellenweinstein.com | clandestina.com/colors

woensdag 2 augustus 2006
Italiaans epos
gisterenavond gezien op Canvas: deel 2 van La Meglio Gioventù (2003)
Best of Youth 
“La Meglio Gioventù” vertelt het verhaal van een Italiaanse familie van het einde van de jaren zestig tot nu. Het verhaal focust op de broers Nicola en Matteo. In het begin delen zij dezelfde dromen, lectuur en vriendschappen, tot ze op een gegeven moment Giorgia ontmoeten, een jong meisje dat lijdt aan psychische stoornissen. Hun toekomst neemt noodgedwongen een andere wending. Nicola beslist psychiater te worden, Matteo geeft zijn studies op en meldt zich bij de politie aan.
 

bespreking op Filmtotaal.nl

dinsdag 1 augustus 2006
onaangepaste weirdo’s
zondagavond gezien op RTL 5: Ghostworld (2001)

ghostworldIk heb de gelijknamige graphic novel van Daniel Clowes nog niet gelezen, maar wist ongeveer wat ik in de film verwachten kon: vlijmscherp sarcasme, onderkoelde humor en maffe typen. Scarlett Johansson (the horsewisperer) en Thora Birch (American Beauty) blonken al eerder uit als nukkige, boze pubermeisjes en het is niet verwonderlijk dat beiden gecast zijn voor de rollen van Enid en Rebecca, twee eigenzinnige vriendinnen die weinig moeite doen om zich aan te passen aan de wereld van hun leeftijdsgenoten. Enid komt in contact met Seymour, een treurige veertiger en wereldvreemde verzamelaar van 78-toerenplaten (een prachtige rol van Steve Buscemi) in wie insiders moeiteloos de legendarische underground tekenaar Robert Crumb zullen herkennen. Zwigoff maakte al eerder een film over hem en in Ghost World is er ook een expliciete verwijzing naar Crumb. Enid haalt op een gegeven moment een oude plaat uit de bak die even in beeld verschijnt. Het is de onderstaande plaat van de Cheap Suit Serenaders, waarin Crumb zelf speelt. Die plaat vindt Seymour natuurlijk maar niks.
 

Cheap Suit Serenaders
Cheap Suit Serenaders
met tekenaar Robert Crumb

De wereld van underground comics, oude bluesplaten en vintage posters geeft de film een heerlijke nestgeur waar ik mij onmiddellijk in thuisvoel. De door Robert Crumb geinspireerde ’sukkel’ Seymour is mij erg sympathiek en ik deel net zoals Enid zijn smaak volkomen. Hij leeft in een eigen wereldje, ver verwijderd van de aangepaste socializers.

Clowes
Daniel Clowes in zijn atelier

Ik denk dat de bedenker van Ghost World Daniel Clowes zich in zijn eigen leven ook stevig heeft laten inspireren door Crumb. Of is het nu eenmaal het noodlot van de underground artiest dat hij een afkeer heeft van de mainstream en zich vervolgens terugtrekt in een eigen wereldje?

Enid weet precies wie ze niet wil zijn; geen hersenloos trutje die toegeeft aan alles wat de maatschappij haar opdringt. Geen oppervlakkige slet. En bovenal wil ze niet zo worden als haar vader. Alleen heeft ze niet ontdekt wat ze dan wél wil doen, en we zien Enid met een stoïcijnse blik door haar stadje lopen, vol van afkeer voor praktisch alles dat ze ziet. Ze wil niet gaan studeren en werken spreekt haar ook niet aan. In haar kleding en haarstijl probeert ze continu op te vallen, door op te komen zetten met vaak hilarische stijlen uit de jaren vijftig en zeventig. Ze luistert naar platen die de meeste mensen van haar leeftijd geen blik waardig zouden gunnen. In feite is ze gewoon op zoek naar iets anders, iets dat nog niet gedaan is.
 
Na een tijdje merkt ze dat Rebecca ook die verschrikkelijke richting van de grijze middenmaat opgaat - een job, servies gaan kopen. Er zijn hints dat de relatie tussen hen twee ooit iets meer betekende dan enkel vriendschap, maar wat het zo mooi maakt, is dat dit nooit wordt uitgesproken. Het is er, op de achtergrond, als een ondertoon voor al hun scènes samen, en het geeft een extra betekenis aan de tweede helft van de film, wanneer de vriendinnen verder uit elkaar groeien.
 
Enid kiest de kant van Seymour, prachtig gespeeld door Steve Buscemi, een eenzame verzamelaar van 78-toeren platen, die zichzelf opsluit in zijn verzameling om te vermijden de wereld onder ogen te komen. Hij beseft dit zelf, zegt tegen Enid dat hij zich volledig vervreemd voelt van 99 procent van de bevolking. Enid begrijpt hem.
 
‘Ghost World’ is een film voor mensen die dat gevoel begrijpen - dat je op een punt in je leven staat waarop je niet meer weet of je vooruit wil of achteruit, waarop je gewoon naar de mensen om je heen kijkt alsof ze allemaal, van de eerste tot de laatste, stapelgek zijn geworden en wil jij daar wel iets mee te maken hebben? Voor de meeste mensen is dit een voorbijgaande gedachte, maar Enid en Seymour leiden hun leven in deze mentaliteit.
 
Bron: bespreking op digg.be

ghostworld-themovie.com | moviemeter.nl

johannes@mimesis.nl

HTML Hit Counters
eXTReMe Tracker

het numineuze www.griffioen-beelden.nl

www.gerdrenshof.com

www.vanleestantiek.com

nl.orthodoxlogos.com

comics grafische vormgeving en webdesign muziek tekeningen en illustraties wetenschap taal & poëzie Rusland religie geschiedenis filosofie film boeken orthodoxie schilderkunst architectuur fotografie