zaterdag 30 september 2006
lusthof
De tuinen van Claude Monet in Giverny
In 1893, ten years after his arrival at Giverny, Monet bought the piece of land neighbouring his property on the other side of the railway. It was crossed by a small brook, the Ru, which is a diversion of the Epte, a tributary of the Seine River. With the support of the prefecture, Monet had the first small pond dug ; even though his peasant neighbours were opposed. They were afraid that his strange plants would poison the water.
 
Later on the pond would be enlarged to its present day size. The water garden is full of asymmetries and curves. It is inspired by the Japanese gardens that Monet knew from the prints he collected avidly.
Giverny
In this water garden you will find the famous Japanese bridge covered with wisterias, other smaller bridges, weeping willows, a bamboo wood and above all the famous nympheas which bloom all summer long. The pond and the surrounding vegetation form an enclosure separated from the surrounding countryside.
Never before had a painter so shaped his subjects in nature before painting them. And so he created his works twice. Monet would find his inspiration in this water garden for more than twenty years. After the Japanese bridge series, he would devote himself to the giant decorations of the Orangerie.
 
Always looking for mist and transparencies, Monet would dedicate himself less to flowers than to reflections in water, a kind of inverted world transfigured by the liquid element
 
Bron: giverny.org
vrijdag 29 september 2006
zaligsprekingen
Vandaag is mijn laatste dag in het klooster
We lezen uit het Evangelie volgens Lukas 6: 17-23
Jezus prediktEn met hen afgekomen zijnde, stond Hij op een vlakke plaats, en met Hem de schare Zijner discipelen, en een grote menigte des volks van geheel Judéa en Jeruzalem, en van den zeekant van Tyrus en Sidon; Die gekomen waren, om Hem te horen, en om van hun ziekten genezen te worden, en die van onreine geesten gekweld waren; en zij werden genezen. En al de schare zocht Hem aan te raken; want er ging kracht van Hem uit, en Hij genas ze allen.
Zalig zijt gij, armen, want uwer is het Koninkrijk Gods.
En Hij, Zijn ogen opslaande over Zijn discipelen, zeide: Zalig zijt gij, armen, want uwer is het Koninkrijk Gods. Zalig zijt gij, die nu hongert; want gij zult verzadigd worden. Zalig zijt gij, die nu weent; want gij zult lachen. Zalig zijt gij, wanneer u de mensen haten, en wanneer zij u afscheiden, en smaden, en uw naam als kwaad verwerpen, om des Zoons des mensen wil. Verblijdt u in dien dag, en zijt vrolijk; want, ziet, uw loon is groot in den hemel; want hun vaders deden desgelijks den profeten.
… en uit de Apostel lezen we uit de brief aan de Efezieërs 1: 7-17
In Welken wij hebben de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving der misdaden, naar den rijkdom Zijner genade, Met welke Hij overvloedig is geweest over ons in alle wijsheid en voorzichtigheid; Ons bekend gemaakt hebbende de verborgenheid van Zijn wil, naar Zijn welbehagen, hetwelk Hij voorgenomen had in Zichzelven. Om in de bedeling van de volheid der tijden, wederom alles tot één te vergaderen in Christus, beide dat in den hemel is, en dat op de aarde is; In Hem, in Welken wij ook een erfdeel geworden zijn, wij, die te voren verordineerd waren naar het voornemen Desgenen, Die alle dingen werkt naar den raad van Zijn wil; Opdat wij zouden zijn tot prijs Zijner heerlijkheid, wij, die eerst in Christus gehoopt hebben. In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte; Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verkregene verlossing, tot prijs Zijner heerlijkheid. Daarom ook ik, gehoord hebbende het geloof in den Heere Jezus, dat onder u is, en de liefde tot al de heiligen, Houde niet op voor u te danken, gedenkende uwer in mijn gebeden; Opdat de God van onzen Heere Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u geve den Geest der wijsheid en der openbaring in Zijn kennis
donderdag 28 september 2006
Roeping
Vandaag heb ik mij nog steeds teruggetrokken in een klooster
We lezen uit het Evangelie volgens Lukas 6: 12-19
DuccioOp een van die dagen trok Jezus zich terug op de berg om te bidden. De hele nacht bleef hij tot God bidden. Toen de dag aanbrak, riep hij de leerlingen bij zich en koos twaalf van hen uit, die hij apostelen noemde: Simon, aan wie hij de naam Petrus gaf, diens broer Andreas, Jakobus en Johannes, Filippus en Bartolomeüs, Matteüs en Tomas, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Simon, die de IJveraar genoemd wordt, Judas, de zoon van Jakobus, en Judas Iskariot, die een verrader werd.
 
Toen hij met hen de berg was afgedaald, bleef hij staan op een plaats waar het vlak was. Daar had een groot aantal van zijn leerlingen zich verzameld, evenals een menigte mensen uit heel Judea en Jeruzalem en uit de kuststreek van Tyrus en Sidon. Ze waren gekomen om naar hem te luisteren en zich van hun ziekten te laten genezen; ook degenen die gekweld werden door onreine geesten werden genezen, en de hele menigte probeerde hem aan te raken, want er ging een kracht van hem uit die allen genas.
… en uit de Apostel lezen we uit de Brief aan de Efezieërs 1:1-9
Van Paulus, door Gods wil apostel van Christus Jezus. Aan de heiligen in Efeze, aan de gelovigen die één zijn in Christus Jezus. Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van Jezus Christus, de Heer. Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in de hemelsferen, in Christus, met talrijke geestelijke zegeningen heeft gezegend.
Hij heeft ons in al zijn wijsheid en inzicht dit mysterie onthuld
In Christus immers heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons vol liefde uitgekozen om voor hem heilig en zuiver te zijn, en hij heeft ons naar zijn wil en verlangen voorbestemd om in Jezus Christus zijn kinderen te worden, tot eer van de grootheid van Gods genade, ons geschonken in zijn geliefde Zoon. In Hem zijn wij door Zijn bloed verlost en zijn onze zonden vergeven, dankzij de rijke genade die God ons in overvloed heeft geschonken. Hij heeft ons in al zijn wijsheid en inzicht dit mysterie onthuld: zijn voornemen om met Christus de voltooiing van de tijd te verwezenlijken en zijn besluit om alles in de hemel en op aarde onder één hoofd bijeen te brengen, onder Christus.
woensdag 27 september 2006
Draag elkaars lasten
Vandaag heb ik mij teruggetrokken in een klooster
We lezen uit het Evangelie volgens Lukas 5: 33-39
Ze zeiden tegen hem: ‘De leerlingen van Johannes vasten dikwijls en zeggen hun gebeden, zoals ook de leerlingen van de Farizeeën doen, maar die van u eten en drinken maar.’ Jezus zei: ‘U kunt toch niet verlangen dat de bruiloftsgasten vasten zolang de bruidegom bij hen is? Maar er komt een dag dat de bruidegom bij hen wordt weggehaald, en dan is het hun tijd om te vasten.’ Hij vertelde hun ook een gelijkenis: ‘Niemand scheurt een lap van een nieuwe mantel om daarmee een oude mantel te verstellen, want dan scheurt hij de nieuwe, terwijl de lap niet bij de oude past. En niemand giet jonge wijn in oude leren zakken, want dan scheuren de zakken door de jonge wijn en wordt de wijn verspild, terwijl de zakken verloren gaan. Jonge wijn moet in nieuwe zakken worden gedaan. Maar niemand die oude wijn gedronken heeft, wil jonge; hij zegt immers: “De oude wijn is goed!”’
Jonge wijn moet in nieuwe zakken worden gedaan
…en uit de Apostel lezen we uit de Brief aan de Galaten 6: 2-10
draag elkaars lastenDraag elkaars lasten, zo leeft u de wet van Christus na. Wie denkt dat hij iets is terwijl hij niets is, bedriegt zichzelf. Laat iedereen zijn eigen daden toetsen, dan heeft hij misschien iets om trots op te zijn, zonder zich er bij anderen op te laten voorstaan. Want ieder mens moet zijn eigen last dragen. Wie onderwezen wordt, moet al het goede dat hij bezit met zijn leermeester delen. Vergis u niet, God laat niet met zich spotten: wat een mens zaait, zal hij ook oogsten. Wie op de akker van zijn zondige natuur zaait oogst de dood, maar wie op de akker van de Geest zaait oogst het eeuwige leven. Laten we daarom het goede doen, zonder op te geven, want als we niet verzwakken zullen we oogsten wanneer de tijd daarvoor gekomen is. Laten we dus, in de tijd die ons nog rest, voor iedereen het goede doen, vooral voor onze geloofsgenoten.
Draag elkaars lasten
dinsdag 26 september 2006
Johannes de Theoloog

Vandaag vier ik mijn naamdag. Dat betekent in de Orthodoxe Kerk dat je in het bijzonder de heilige gedenkt en vereert waarnaar je genoemd bent, in mijn geval Johannes. Nu zijn er duizenden heiligen met de naam Johannes. De meest voorkomende Johannes is Johannes de Dooper, ook wel Johannes de Voorloper genoemd. Negen jaar geleden, op 28 september 1997, heb ik de naam ontvangen van Johannes (de Theoloog). Hij wordt ook wel Johannes de Evangelist genoemd omdat hij het gelijknamige Evangelie geschreven heeft. Maar ook de Openbaringen (of Apocalyps) en drie Brieven in het Nieuwe Testament zijn van Johannes. Op deze icoon staat Johannes op hoge leeftijd afgebeeld samen met Prokhoros in zijn grot op Patmos aan wie hij zijn visioenen dicteert.

Tropaar Johannes de Theoloog

Apostel die bemind werd door Christus God
kom het weerloze volk verlossen.
Want hij op Wiens borst gij uw hoofd gebogen had,
neemt u aan wanneer gij u voor Hem neerbuigt.
Smeek tot Hem, Theoloog Johannes
om de donkere wolk van het ongeloof van ons weg te nemen,
opdat Hij ons de vrede schenkt, en de grote genade.

maandag 25 september 2006
lettergekken
Nederlandse typografen…

Dutch Type… en grafische ontwerpers nemen al sinds jaar en dag een internationale positie in. Ontwerpers als S.H. de Roos, Jan van Krimpen, Gerard Unger, Gerrit Noordzij, Wim Crouwel en Karel Martens hebben ook buiten Nederland bekendheid gekregen. Op het web zijn een paar mooie pagina’s over typografie te vinden onder de naam een punt voor typografie.

De Typografische Bibliotheek van de firma Tetterode is sinds 1971 opgenomen in de Universiteitsbibliotheek Amsterdam. Ook de Bibliotheek van de Koninklijke Vereniging van het Boekenvak is hier ondergebracht. Samen vormen ze de kern van een van de grootste typografische verzamelingen in Europa, waarin alle aspecten van papier, letter, boek, illustratie en band, van vormgeving, productie en distributie van het boek vertegenwoordigd zijn.
 
De collectie omvat zo’n 70.000 boeken, 700 tijdschriften, 300.000 antiquariaats-, fonds- en veilingcatalogi, 12.000 documentatiemappen over drukkers, uitgevers en boekhandelaren, 15.000 portretten en prenten, 13.000 letterproeven, 10.000 boekomslagen en enkele duizenden voorbeelden van bijzondere grafische techniek en vormgeving. Verder is er efemeer materiaal als affiches en kalenders, en zijn er boekhandelsmerkjes, ex-libris, papiermonsters, penningen en schilderijen.
 
Bron: een punt voor typografie

blogs over typografie en grafisch ontwerp
Zichtbare Zaken
Typolog (Gerard Voshaar)
Characters Font Foundry
Designers Who Blog

Typography [ en.wikipedia.org ]

zondag 24 september 2006
Nederlandse affiches
Affiche Museum Amsterdam
Affiches belichamen bij uitstek de ontwikkeling van de cultuurhistorie. Zowel de artistieke gedaante als ook de voorstelling zelf, het onderwerp, tonen in één oogopslag de geest en de stijl van de betrokken periode. Grote kunstenaars hebben zich bezig gehouden met het ontwerpen van affiches, in Nederland onder anderen Jan Sluyters, Jan Toorop, Berlage, Roland Holst, Bart van der Leck, H. Th. Wijdeveld, Chris Lebeau, Leo Gestel, Raoul Hynckes, H.N. Werkman, Harmen Meurs, Eppo Doeve, Nicolaas Wijnberg, Karel Appel.
Otto Treumann
Otto Treumann, Sonsbeek 1955
De opgave om met artistieke middelen direct de kern van een boodschap te raken is immers voor menig schilder of tekenaar een onweerstaanbare uitdaging. Ook de belettering die zij kiezen weerspiegelt doorgaans treffend de geest van het époque. Maar zeker zo groot is het aantal van Nederlandse ontwerpers die van affiches hun specialisme hebben gemaakt. In een zeer onvolledige reeks: Lion Cachet, Van Caspel, Jac. Jongert, Piet Zwart, Paul Schuitema, Joop Sjollema, Frans Mettes, Dick Elffers, Jan Lavies, Charles Verschuuren, Otto Treumann, Wim Crouwel, Jan Bons, Leo Reitsma, Marten Jongema, Gielijn Escher, Anthon Beeke. Zij en hun hier ongenoemde collega’s hebben het Nederlandse affiche een voorname plaats gegeven in de wereld.
 
Bron: affichemuseum.nl

culturele affiches 1950-2000 | Johannes in Retroland

zaterdag 23 september 2006
schilderen aan de Rijn
Gisterenmiddag geschilderd in Arnhem aan de Rijn

Schilders lijken misschien wel een beetje op filosofen. Starend naar de hemel loopt de filosoof in een kuil, en verdiept in zijn onderwerp vergeet de schilder alles om zich heen. Zo stond ik gisteren op de ‘verkeerde plek’. Het was natuurlijk geen verkeerde plek, het was een prachtige plek, pal tegenover de Eusebiustoren in Arnhem in het najaarslicht. Maar je moet één ding weten als je aan het water schildert: ga er niet te dichtbij staan!

Arnhem

Toen die diepliggende rijnaak voorbijkwam, was het te laat, stond ik tot aan mijn knieën in het water en was een golf van ruim een halve meter over mijn schilderspullen, rugzak inclusief mobieltje en fototoestel heengeslagen. Alles te drogen gelegd en daarna weer verder gewerkt. Een schilder verdiept zich in zijn onderwerp en laat zich niet zo snel uit het veld slaan of omverspoelen.

Arnhem
mijn schilderspullen voor de vloedgolf.
Alles is weer terecht, alleen het bakje met terpentine is door de Rijn verslonden
Lucide dromen
Frederik van Eeden en zijn heldere dromen
Op een nacht in 1913 stak de auteur Frederik van Eeden een sigaar op toen hij zich herinnerde dat hij deze gewoonte had afgezworen. Meteen daarna besefte hij echter dat hij aan het dromen was, zodat hij ongestraft nog een paar trekken kon nemen. Triomfantelijk stapte hij met de sigaar in zijn mond de kamer van een vriend binnen: ‘Ik zei tot hem, zeer weloverlegd en bedachtsaam: ‘Zie je wat ik doe?’ En toen hij me niet begreep, vervolgde ik: ‘Ik rook. En toch heb ik mij voorgenoomen niet meer te rooken. Maar nu droom ik, en nu rook ik toch in den droom, en ik heb er al het plezier van.’ Toen ik dit gezegd had, trok ik nog met vol ooverleg aan den sigaar en ik had genoegen omdat ik mijn voornemen niet had gebrooken en toch het plezier van rooken had.’
Woldhek
spotprent van Siegfried Woldhek
Van Eeden was zich er in zijn droom van bewust dat hij aan het dromen was. Hij noemde zulke ervaringen heldere dromen en hield er in hetzelfde jaar een voordracht over voor een parapsychologische vereniging in Londen. Van Eeden vertelde zijn gehoor dat hij in de afgelopen vijftien jaar al 352 heldere dromen had genoteerd. Tijdens deze dromen had hij naar eigen zeggen een min of meer volledig zelfbesef. Hij kon zich zijn dagleven meestal goed herinneren, hij kon doelbewust handelen en hij kon de droomwereld zeer duidelijk waarnemen, terwijl hij tegelijkertijd wist dat hij nog steeds sliep. De heldere dromen traden bijna altijd in de vroege ochtend op, ze duurden vrij kort en gingen vaak gepaard met een groot geluksgevoel.
Gewoonlijk koos hij het luchtruim en vloog over fraaie landschappen onder zonnige, blauwe luchten.
De droom over de sigaar is niet karakteristiek voor de heldere dromen die Van Eeden rapporteerde. Gewoonlijk koos hij het luchtruim en vloog over fraaie landschappen onder zonnige, blauwe luchten. Ook zijn religieuze gevoelens kwamen daarbij naar boven, want hij voelde meestal een sterke behoefte om God te danken. De stadsgezichten die hij soms zag, boeiden hem minder. En tegen de wulpse droomvrouwen die hem probeerden te verleiden, stelde hij zich immer krachtig te weer.
 
Bron: skepsis.nl

Leer zelf lucide dromen [thinkquest.nl]

vrijdag 22 september 2006
De Nederlandse Tolstoi
gelezen: Trots Verbrijzeld, biografie van Frederik van Eeden
door Jan Fontijn
Frederik van Eeden reisde graag en veel. In zijn jonge jaren trok hij naar Frankrijk, waar hij met de methoden van de artsen J.M. Charcot, Liébeault en H. Bernheim kennis maakte en een bewonderaar van Vincent van Gogh werd. Hij reisde ook naar Engeland, dat hem zo beïnvloedde dat hij in 1890 verklaarde ’socialist’ te zijn. Daar maakte hij onder meer kennis met William Morris, Th.J. Cobden-Sanderson en de Russische ballingen P. Kropotkin en F. Stepniak. In Nederland zou hij helpen het tijdschrift Free Russia (Londen) te verspreiden. Verder werd hij er lid van de Society for Physical Research, kende L. Tuckey en F. Myers, gaf lezingen, maakte mediamieke seances mee en behandelde patiënten. In Nederland zou hij deze sterke belangstelling voor parapsychologie en spiritisme steeds meer plaats in zijn leven geven.
 
Frederik van EedenHoewel uiterlijk opgewekt worstelde hij met zware depressies. Hij hield aantekening van zijn denken in Dagboeken en van dromen in dromenboekjes. In 1913 publiceerde hij A study of dreams, een analyse van zijn eigen dromen. In Nederland kreeg hij echter geen erkenning op zijn vakgebied. In Engeland leerde hij Lady Welby kennen (1892), die hem stimuleerde in zijn onderzoek naar de taal als communicatiemiddel. Naarmate mensen elkaar beter zouden begrijpen, zouden agressie en misverstand verminderen. Een voortzetting van deze belangstelling was zijn activiteit in signifische kring, waar de taalfilosofie in het middelpunt stond van hem en Jacob Israël de Haan, L.E.J. Brouwer, Gerrit Mannoury en J. van Ginniken. Zijn wijsgerige studies verschenen in verschillende tijdschriften, zo ook zijn Redekunstige grondslag van verstandhouding (1897) dat sterke verwantschap met het denken van Ludwig Wittgenstein vertoont. In de Studies I- VI (Amsterdam 1897-1918) heeft Van Eeden zijn belangrijkste essays op dit gebied verzameld.
 
Bron: iisg.nl/bwsa/bios/eeden.html

Onder het pseudoniem Cornelis Paradijs schrijft Van Eeden zijn Grassprietjes, waarin hij zich laat zien als een plezierdichter (een vrome dat wel) die in ‘tik-tak-verzen’ als het onderstaande mij een beetje doet denken aan drs.P, vooral in schertsende zinnen als: ‘Doch rein is mijn verlangen / en mijn positie goed’.

Het ja-woord

Nu moet ik haar gaan vragen-
O welk een bange dag!
Doe God! mijn wenschen slagen-
Verschoon mij van dien slag!

Uw grootheid zal ik eeren,
In aller eeuwigheid,
Mocht ik met haar verkeeren
In deugd en eerbaarheid.

Ik voel mijn boezem prangen
Door bangen twijfelmoed-
Doch rein is mijn verlangen,
En mijn positie goed.

Haar vader kent mijn ijver
En duldt mijn nadering,
Als veelbelovend schrijver
En deugdzaam jongeling.

Hoop doet mijn hart herleven
En slaan met blijden slag:
Mijn bellen, haar gegeven,
Draagt zij nog iedren dag.

Doch mocht zij ‘t woord niet spreken,
Waarnaar mijn boezem haakt,
Dan zal het hart mij breken,
Wijl het is afgeraakt.

Dan zal ik eeuwig blijven
Versmolten in mijn smart,
Dan ga ik verzen schrijven,
Met wanhoop in het hart.

uit: Grassprietjes, Cornelis Paradijs (ps. Frederik van Eeden)
Bron: dbnl.org

dbnl.org | inghist.nl | bibliografie Frederik van Eeden

donderdag 21 september 2006
schilderen in ubbergen
het was een schitterende dag en in Ubbergen was het nog mooier

Vandaag met Jos van Riswick en twee schildersezels in het bos gestaan bij Ubbergen. Een paar studies gemaakt die nu achter in de kofferbak van de auto liggen te drogen. Alvast wat foto’s digitaal bewerkt die als aanvullend studiemateriaal dienen. Straks als de herfst echt begint, blijft in het atelier de zon schijnen.

Ubbergen 21 september
impressie van 21 september 2006

Bekijk het schilderij van Jos van Riswick [ postcardfromholland.com ]

Piet van der Hem
schilder en politiek tekenaar Piet van der Hem (1885-1961)
In 1918 vestigde Van der Hem zich definitief in Den Haag. Vanaf dat moment legde hij zich vooral toe op de portretkunst. Daarmee kwam er een einde aan zijn vrije werk, want voortaan schilderde hij - afgezien van enkele taferelen gewijd aan zijn hobby, de jacht - nog vrijwel uitsluitend in opdracht. Dit besluit zal waarschijnlijk zijn ingegeven door een gebrek aan motivatie. Van der Hem was namelijk geen kunstenaar die in isolement kon werken, zonder de respons en waardering van een publiek. Door zich in het schilderen van portretten te specialiseren, wist hij zich daarvan opnieuw verzekerd. Daarnaast zal zijn eeuwige angst voor geldnood hierbij tevens een rol hebben gespeeld. Van der Hems grote vaktechnische bekwaamheid en het belang dat hij ook zelf aan een goede gelijkenis hechtte, maakten hem tot een zeer succesvol society-portrettist, hoewel zijn werk zelden uitblonk door psychologische diepgang. In de loop der jaren werden vele prominenten door hem afgebeeld, onder wie de danseres Mata Hari, minister M.W.F. Treub, de actrice Fie Carelsen en admiraal C.E.L. Helfrich. Naam maakte hij met regeringsopdrachten als het groepsportret van het Ministerie Cort van der Linden uit 1922, het statieportret van De koninklijke familie uit 1925/1926 en de Huwelijksinzegening van prinses Juliana en prins Bernhard uit 1937.
Piet van der Hem
Man te paard in een landschap
Piet van der HemVan der Hem had zich intussen reeds geregeld op het terrein van de toegepaste grafiek begeven. Sinds het begin van zijn carrière deed hij - als nevenactiviteit - illustratiewerk voor kranten, tijdschriften en boeken. Verder ontwierp hij een groot aantal affiches. Vanaf 1914 tekende Van der Hem ook politieke prenten. Zijn vermogen om snelle en rake typeringen te geven, maakte hem in dit genre zeer geliefd. Werk van zijn hand verscheen onder meer in De Nieuwe Amsterdammer (1914-1920), de Haagsche Post (1920-1935) en de Haagsche Courant (1935-1941). Toen de Duitse censuur in 1941 de Nederlandse pers geheel beheerste, staakte Van der Hem zijn activiteiten als politiek tekenaar. Na de oorlog ging hij hier niet mee verder, en tot zijn overlijden in 1961 concentreerde hij zijn aandacht volledig op het portretschilderen.
 
Bron: inghist.nl
woensdag 20 september 2006
het ongeziene
symbolisme en vroege abstractie in Nederland 1890-1920

De laatste weken ben ik weer aan het lezen over het ontstaan van de abstracte kunst. Vorige maand schreef ik hier al iets over de schilder-mysticus Janus de Winter uit Utrecht. Hoe meer je gaat lezen over de vroege abstractie, hoe meer je ziet dat deze ontstaan is vanuit een belangstelling voor het ongeziene. Vanaf 1885 heeft het symbolisme het impressionisme opgevolgd als de heersende stroming in de kunst. In tegenstelling tot de impressionisten richten de symbolisten de blik naar binnen. Hun voorstellingen zijn vaak allegorisch, traditioneel technisch en vaak met een nadruk op de lijn. Sommige symbolisten zijn aanhangers van een occulte beweging zoals de Theosofische Vereniging en de Rozenkruizers.

De symbolistische kunst nam vooral in de literatuur maar ook in de schilderkunst geëxalteerde vormen aan. De Eerste Wereldoorlog maakte daar in één klap een einde aan. Het absurdisme van Dada richtte zich tegen alles dat zich wilde verheffen, maar zou door zijn anarchistische en cynische karakter nooit een massakunst voortbrengen. ( Overigens zie ik de parallel tussen de kunststromingen symbolisme en dada en de subcultuur van flowerpower en punk . In de conjunctuur van de geschiedenis volgt op een periode van optimistische spiritualiteit wel vaker een tegenreactie van rauw cynisme.) Het waren de opvattingen van De Stijl en het Bauhaus die het sobere, serene gezicht van de toekomst gingen bepalen en van waaruit de Nieuwe Zakelijkheid zich zou ontwikkelen.

boeken symbolisme
Enkele van mijn boeken over de vroege abstractie. Twee tentoonstellingscatalogi van het Haags Gemeentemuseum, Kunstenaren der idee (1981) en Het onzichtbare zichtbaar gemaakt (1987) en twee monografieën over Albert August Plasschaert en Janus de Winter

De bekendste kunstenaar die uit deze spirituele beweging aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw is voortgekomen, is natuurlijk Mondriaan. Maar Nederland had meer schilders die zich al in een vroeg stadium met de abstractie bezighielden, maar die nu in de vergetelheid zijn geraakt: Janus de Winter, Jakob Bendien, Adriaan Korteweg, Jacoba van Heemskerck en Albert August Plasschaert.

PlasschaertHet ‘afbeelden van het onzichtbare’ uit de astrale en mentale wereld, is ook het doel geweest van diverse kunstenaars, die vanaf 1916 exposeerden in het Huis der Zielekunst in Den Haag. Onbetwiste leider van de groep, de schilder-schrijver Alb. A. Plasschaert - ook werkend onder het pseudoniem Anjana Bertos - niet te verwarren met zijn neef de kunstcriticus, Albert Plasschaert - probeert door middel van ‘mystieke lijn - en kleursymphonieën’ zijn geesteservaringen uit te drukken, die hij verder toelicht in talloze, zeer duistere lezingen en geschriften. In 1918 en 1919 is hij redacteur van De Derde Weg, het tweemaandelijks tijdschrift van Huis 202. Daarin verschijnen gedichten en opstellen, soms met tekeningen, die nogal evangelistisch aandoen, zoals O! God te dienen.
 
Ook Joh. Tielens blijkt geëxposeerd te hebben in het Huis der Zielekunst, met een schilderij De Jaargetijden. Deze schilder-mysticus, wiens naam al voorkomt in de catalogus van de hierboven genoemde tentoonstelling van leden van de Theosofische Vereeniging in 1904, heeft vooral meegedaan aan exposities van de Rotterdamse kunstenaarsgroep De Branding. De leden van deze groep gingen er van uit dat ‘kunst, godsdienst en filosofie de taak hadden de mensheid weer bewust te maken van de diepere eenheid, de geestelijke achtergrond van al het bestaande…’, een doelstelling, die ook door de kunstenaars van het Huis der Zielekunst werd onderschreven. Volgens Laurens van Kuik, lid van De Branding is de weg tot de kennis van het onbewuste ‘de zelfinkeer, de doordringende concentratie van de bewustzijns-aandacht op het innerlijk zielsgebeuren, zoveel mogelijk met uitsluiting van de indrukken der buitenwereld’, een gedachte die sterk overeenkomt met het belang dat de theosofen hechten aan de meditatie, als middel om hoger bewustzijn te bereiken.
Plasschaert
Albert Plasschaert, O! God te dienen.
Opus 1737. Uit: De Derde Weg 1 (1919)
Plasschaert’s tekeningen laten een drang naar het grenzeloze zien, een sterk verlangen naar het opgaan in het geestelijke en naar een ontbinding van het stoffelijke
Een ware broedplaats van allerlei stromingen en mensen met hoge opvattingen over kunst en kunstenaars was het Gooi, met name Laren en Blaricum, waarvan Herman Hana later nog een fraaie beschrijving geeft. In dit verband moet de schilder Karel Schmidt genoemd worden, die in 1915 in Blaricum kwam wonen en daar in 1918 het genootschap De Smeden oprichtte, dat in september en oktober van dat jaar een grote tentoonstelling hield in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Op die tentoonstelling waren diverse psychologische portretten, waarschijnlijk ook het Lotsportret van Wilhelmina (cat. nr. 119), waarop aura-achtige vormen te zien zijn. Schmidt gaf hierin niet de gelijkenis van de geportretteerden weer, maar wat zij uitstraalden. Margaretha Verwey geeft in haar autobiografie een karakterisering van het werk van Schmidt en zijn medestanders: ‘Kosmisch werk zou ik het willen noemen. Een weergeven niet van de dingen die wij met uiterlijke oogen zien, maar een weergeven van wat achter de dingen ligt, een zien van het ongeziene.’
 
Bron: dbnl.org

achtergronden bij het symbolisme | Theosofie in de Nederlandse kunst

dinsdag 19 september 2006
Nieuwe Zakelijkheid
de grafische ontwerpen van Piet Zwart
Piet Zwart (1885-1977) dankt zijn faam als typografisch ontwerper voor een goed deel aan de uitgebreide serie advertenties die hij tussen 1923 en 1933 voor de Nederlandsche Kabelfabriek te Delft maakte. Experimenteerde hij daarin vooral met een wijd gamma van overwegend schreefloze letters, elementen uit de ‘blikvangerskast’ en lijnen in allerlei soorten en maten, vanaf het einde van de jaren twintig voegt hij aan zijn werk een belangrijke dimensie toe door de toepassing van de fotomontage. De bekendste voorbeelden daarvan zijn de brochure uit 1931 Delft Kabels en natuurlijk Het boek van PTT uit 1938. Daarnaast leverde Zwart voor de Rotterdamse uitgeverij Brusse een aantal opmerkelijke bandomslagen waarop de fotomontage een prominente rol speelt. Een opvallend voorbeeld vormt het ontwerp voor Kamergymnastiek voor iedereen, van de krachtige promotor van de gymnastiek Hubert van Blijenburgh die bij de Brusses nog vijf andere publicaties op dit terrein verzorgde.
PTT
een pagina uit Het boek van PTT, 1938
doordat de belettering parallel loopt met cruciale elementen van de foto, maakt het ontwerp een zeer homogene indruk. Tegelijkertijd wordt een goed bij het onderwerp passende dynamiek bereikt die nog wordt versterkt door de scherpe diagonaal tussen het in oranje gedrukte voorbeeldblad met oefeningen en de raamstijlen. Overigens bleef de medewerking van Zwart aan dit boek beperkt tot het bandontwerp, want de vormgeving van het binnenwerk (het voorwoord begint met een in oranje uitgevoerde ‘D’ uit de serie initialen bij de Hollandsche Mediaeval van De Roos is weinig revolutionair.
Piet Zwart
J.F. Otten, Amerikaansche filmkunst Rotterdam, 1931 ontwerp van Piet Zwart
Het inschakelen van een ontwerper als Zwart is kenmerkend voor de zorg die de Brusses aan hun boeken besteedden. Net zoals zij in vroeger jaren (vgl. nr. 85) ruimte gaven aan een vernieuwend ontwerper als De Roos, boden zij ook de wegbereiders van de Nieuwe Zakelijkheid een mogelijkheid hun ideeën in praktijk te brengen. Zo zou Zwart ook de bandontwerpen voor de befaamde serie Monografieën over Filmkunst verzorgen en werden typografisch interessante experimenten als dat van Paul Schuitema in Stad van B. Stroman (1932) niet geschuwd.
 
Bron: kb.nl/galerie/100hoogtepunten
Piet Zwart 1931 Goudse Glazen
postzegels uit 1931 van Piet Zwart

De Duitse term Neue Sachlichkeit (nieuwe zakelijkheid) werd ingevoerd door Gustav Hartlaub, in 1925, terwijl hij directeur was van de Mannheimer Kunstgalerie. Kenmerkend voor de stijl is een uiterst emotieloze weergave van alledaagse onderwerpen en een hang naar eenvoud, zowel binnen de film, als bij fotografie, architectuur en schilderkunst.
Bron: nl.wikipedia.org

Piet Zwart [nl.wikipedia.org]

maandag 18 september 2006
het punt van Oriana
Was Oriana Fallaci een ordinaire islamofoob?

Vorige week overleed de Italiaanse journaliste, publiciste en schrijfster Oriana Fallaci op 76-jarige leeftijd aan kanker. Hoewel ze altijd een boegbeeld is geweest van de linkse intelligentsia (ze kwam uit een communistisch nest), distantieerde ze zich steeds meer van de westerse intellectuelen die ze ‘de krekels’ noemde. Toen ze in 2001 het pamflet La rabbia e l’orgoglio (vert. de woede en de trots, 2002) schreef, een felle en vulgaire repliek tegen de islam, veroorzaakte dat een oorverdovend krekelconcert. Rene Zwaap van de De Groene liet ook van zich horen

Direct na 11 september doorbrak de legendarische Italiaanse journaliste en schrijfster Oriana Fallaci haar meer dan tienjarige stilzwijgen in haar vrijwillige ballingsoord in het hart van Manhattan voor een lange, woedende tirade tegen de volgens haar naar wereldheerschappij strevende islam. Het pamflet, La rabbia e l’orgoglio (De woede en de trots), geschreven in de vorm van een emotionele brief aan haar uitgever, verkocht in Italië meer dan een miljoen exemplaren en ontketende een fel debat. «Italië raakt verdeeld in het teken van Oriana», schreef een krant. In Frankrijk deed een antiracismegroepering een poging tot een verbod wegens rassenhaat. Bij de gelegenheid van de verschijning van de Nederlandse vertaling, uitgegeven door Bert Bakker, schreef René Zwaap een open brief aan de vrouw die ooit het idool was van een gehele generatie.
Bron: groene.nl

Was haar schotschrift een provocatie of meende ze het allemaal echt? Ik heb het niet gelezen, dus kan er niet over oordelen. Volgens mij had Fallaci wel een punt te pakken. Dat bevestigt ook het artikel op liberales.be de website van de denktank van de liberale beweging in België:

de woede en de trotsZe beschrijft gebeurtenissen die je doen walgen. Zoals de terechtstelling van twaalf mannen in Dacca die voor het oog van twintigduizend gelovigen beestachtig worden afgemaakt onder gejuich ‘Allah Akbar. God is groot’, waarna de twintigduizend een stoet vormen en over de lijken lopen en hun botten verbrijzelen. Zoals de excecutie van drie vrouwen op een publiek plein in Kaboel die gehuld in een burqa als ‘dingen’ worden afgeslacht. Zoals de ‘infibulatie’ waarbij de clitoris bij jonge vrouwen wordt weggesneden en de grote schaamlippen dichtgenaaid, om seksueel genot te verhinderen. Kunnen we dit blijven aanvaarden? Waarom protesteren de Krekels (westerse intellectuelen) daar niet tegen? “Hoe komt het dat jullie over de Afghaanse zusters, over de vrouwen die vermoord, gemarteld, vernederd, mishandels of misleid zijn door die klootzakken met hun soutane en tulband, het stilzwijgen van jullie mannetjes imiteren? Hoe komt het dat jullie nooit heibel schoppen voor de ambassade van Afghanistan of Saoudi-Arabië of enig ander islamitisch land?”
 
Niet alleen de vrouwen worden onderdrukt en vermoord, maar ook alle niet islamitische symbolen. In opdracht van de mullah’s werden twee duizend-jarige Boedhabeelden opgeblazen, net zoals later de Twin Torens. Alles wat niet islamitisch is moet verdwijnen. Het is voor Fallaci een houding die al veertienhonderd jaar bestaat en waarvoor het westen onverklaarbaar genoeg de ogen sluit. Hier heeft ze een punt. Vanuit een soort cultuurrelativisme worden onaanvaardbare praktijken vanuit een misbegrepen verdraagzaamheid al te snel geaccepteerd als vormen van traditie of gewoonte.
 
Bron: liberales.be
Vanuit een soort cultuurrelativisme worden onaanvaardbare praktijken vanuit een misbegrepen verdraagzaamheid al te snel geaccepteerd als vormen van traditie of gewoonte

enkele boeken van Oriana Fallaci
1990 - Insciallah roman vert. Insjallah
2001 - La rabbia e l’orgoglio vert. De woede en de trots
2004 - La forza della ragione vert. De kracht van de rede
2004 - Oriana Fallaci intervista Oriana Fallaci
2005 - Oriana Fallaci intervista sé stessa - L’Apocalisse

zondag 17 september 2006
Kritiek van de praktische rede
Kritik der praktischen Vernunft (1788) in het Nederlands vertaald

Jabik Veenbaas (foto rechtsonder), een van de vertalers van Immanuel Kant’s Kritik der praktischen Vernunft, schrijft dit weekend in Trouw

Wij maken deel uit van een wereld die aan alle kanten beheerst wordt door het kennen, door de wetenschap, en door de toepassing daarvan, de techniek. En natuurlijk, die wetenschap heeft haar geweldige kanten. Maar ze bedreigt ons ook. Jabik VeenbaasEn dan doel ik op de dreiging van een denktrant, van een wereldbeeld. Er bestaat een neiging om onze hele wereld in wetenschappelijke termen te benoemen. DNA, quasars, snaren - dat alles zoemt en wervelt om ons heen. De wetenschappelijke kwalificering lijkt de mens te reduceren tot een wirwar van deeltjes en processen, tot een kluwentje dat hulpeloos rondspartelt in een kleine uithoek van het heelal.
 
Kants filosofie toont ons een uitweg uit dat wereldbeeld. De mens is niet alleen een radartje, opgenomen in een causaal gedetermineerd geheel, hij is dat zelfs niet in de eerste plaats, hij is voor alles een wezen dat moreel handelt en zich als zodanig tot het hele universum moet en kan verhouden. Zo kan hij zich staande houden in dat immense, door wetmatigheden beheerste heelal. Daarin bestaat zijn waardigheid. Dat is uiteindelijk de betekenis van Kants veel geciteerde uitspraak aan het slot van de Kritiek van de praktische rede:
‘Twee dingen vervullen de geest met steeds nieuwe en toenemende bewondering en eerbied, hoe vaker en langduriger het denken zich ermee bezighoudt: de sterrenhemel boven mij en de morele wet in mij’

Boeken van Immanuel Kant bij Uitgeverij Boom
De drie kritieken
Kritiek van de zuivere rede (vert. Jabik Veenbaas en Willem Visser)
De religie binnen de grenzen van de rede
Naar de eeuwige vrede
Kritiek van de praktische rede (vert. Jabik Veenbaas en Willem Visser)
Prolegomena (vert. Jabik Veenbaas en Willem Visser)
Fundering voor de metafysica van de zeden
Bron: immanuelkant.nl (doorlink naar boomsun.nl)

integrale grondtekst van de drie kritieken in het Duits:
Kritik der reinen Vernunft, 1787 (Wat kan in weten?)
Kritik der praktischen Vernunft, 1788 (Wat moet ik doen en mag ik hopen?)
Kritik der Urteilskraft, 1790

Kritiek van de praktische redeIn de Kritiek van de zuivere rede had Kant de mogelijkheidonderzocht van de menselijke kennis. Hij kwam tot de slotsom dat die beperkt blijft tot het domein van de zintuiglijke ervaring, en dat we niets kunnen weten over zaken die die ervaring te boven gaan: over de ziel, de wereld als geheel en God. In de Kritiek van de praktische rede stelt Kant echter dat we als praktische, moreel handelende wezens onafhankelijk zijn van de zintuiglijke wereld en deel krijgen aan de wereld van de bovenzin-tuiglijke dingen. Omdat alle belang uiteindelijk moreel is, heeft de praktische rede voor Kant het primaat boven de zuivere rede. Kants tweede Kritiek is de ‘sluitsteen’ van zijn filosofische systematiek en het kloppende hart van zijn filosofisch oeuvre.
 
Bron: boomsun.nl
Adzer van der Molen
Adzer van der Molen (1959) is een schilder uit Amsterdam
Adzer van der Molen
Sentimental Journey, 2004
olieverf op doek, 105x90 cm
De motieven in mijn werk hebben te maken met ideeën over vrijheid en verlangen. Ideëen die een dominante rol spelen in onze cultuur. Ze worden uitgewerkt in klassiek gecomponeerde landschappen waarbij metaforische en verhalende mogelijkheden worden onderzocht.
 
De doeken refereren vaak aan bestaande beelden. Hierbij worden romantische cliché’s, zoals het schilderij met het weggetje naar de einder, niet geschuwd, maar herzien en opnieuw geïnterpreteerd. Het “Laantje te Middelharnis” van de schilder Hobbema is een autoweg geworden.
 
Bron: adzervandermolen.nl/words.html

adzervandermolen.nl

zaterdag 16 september 2006
overpeinzingen [5]
achteraf genoteerde gedachten tijdens het schilderen

mimesis: veredeld navolgen
Het Griekse filosofische begrip Mimesis betekent meer dan louter imitatie. Het is niet alleen nabootsing van de natuur, maar een ‘veredeld’ navolgen van de natuur, het spiegelen van de uiterlijke aan de innerlijke natuur. Een schilderij van een landschap kan zo een weergave van dat landschap zijn en tegelijkertijd een spiegel van het innerlijk.

panta rhei
De werkelijkheid is eigenlijk niet te volgen, niet te schilderen. Als je wel eens in de openlucht geschilderd hebt, dan weet je dit. Niet alleen omdat de ‘dingen’ bewegen, maar vooral ook omdat het licht ieder moment verandert. Om de werkelijkheid toch te kunnen schilderen, hebben we schema’s nodig. Er zijn aangeleerde schema’s en er zijn schema’s die we zelf ontwikkeld hebben. Tot in de tweede helft van de negentiende eeuw ontstonden alle schilderijen op het atelier, ook de landschappen. Deze waren niet rechtstreeks naar de waarneming geschilderd maar werden met behulp van schema’s en visuele trucks geconstrueerd. Wel werden op lokatie allerlei studies van het onderwerp gemaakt, maar het schilderij zelf werd op het atelier in elkaar gezet. Cut and paste dus. Het zijn de schilders van de School van Barbizon geweest en later de impressionisten (zelf noemden ze zich overigens realisten) die de rechtstreekse confrontatie met de werkelijkheid opzochten. Ze zagen dat de werkelijkheid voortdurend verandert door het wisselende licht. Dit probeerden ze te vangen terwijl ze wisten dat het slechts bij benadering mogelijk is.

plein air
Gisteren begonnen om ongeveer 11.00 en gestopt om 13.00. Niet alleen veranderen de schaduwen elk moment, het licht wordt harder naarmate de zon hoger komt.

ik wil je omhelzen maar je bent te groot voor mij
Het bos is tijdloos. Tweeduizend jaar geleden zag het er precies zo uit als nu. Niets in het bos is door mensenhanden gemaakt. De natuur is een mysterie. Hoe alledaags een bospad ook is, wanneer je afdaalt in het mysterie van de natuur gaat het je duizelen. Want je komt tegenover de oneindigheid te staan. Het enige dat zinvol is, is loslaten en meegaan in de stroom. De natuur is niet te schilderen. Het is meer dan een oneindig aantal schilderijen. Toch wil ik het schilderen, het mysterie (be)naderen. Ik wil je zo graag omhelzen, maar je bent te groot voor mij.

alle overpeinzingen [2006] | oude overpeinzingen [1996]

Manuel II Paleologos
Wie was de man die afgelopen week door de paus geciteerd werd?

Benedictus XVI in RegensburgDe islam lijkt zichzelf steeds meer te ontmaskeren als een religieuze ideologie die geen kritiek verdraagt en dreigt met het kopje kleiner maken van iedereen die kritiek heeft op ‘de Profeet’, in psychologisch opzicht het brandpunt van trots en eer van bijna iedere moslim. Na de Deense cartoonrellen, lijkt paus Benedictus XVI een nieuwe rel ontketend te hebben met zijn toespraak aan de universiteit van Regensburg afgelopen week. Trouw schrijft vandaag in haar commentaar:

Als we het woord spot even tussen haakjes zetten is dit (kritiek) precies wat paus Benedictus XVI in praktijk bracht toen hij deze week in een theologische lezing aan de universiteit van Regensburg de veertiende-eeuwse Byzantijnse keizer Manuel II citeerde. Hij zei over de profeet:
‘Laat me zien wat Mohammed voor nieuws heeft gebracht. Wat je dan tegenkomt is niets dan kwaads en onmenselijks, zoals zijn bevel om het geloof dat hij predikte met het zwaard te verbreiden’
Zo’n tekst komt hard aan. En als het over geweld gaat had de paus ook wel wat nadrukkelijker naar de eigen kerkgeschiedenis kunnen verwijzen met zijn kruistochten en heksenverbrandingen. Dat neemt niet weg dat de boodschap van het Nieuwe Testament er niet één is van geweld. Anders gezegd, hier ligt een belangrijk verschil in uitgangspunt, dat in een goede dialoog tussen beide godsdiensten niet weggemoffeld mag worden. De expliciete vraag is: hoe vat de islam deze boodschap van de profeet op en hoe gaat men daarmee om in een wereld waarin het woord djihad en het gebruik van geweld een geladen betekenis hebben gekregen?
 
Bron: trouw.nl

Vanmorgen ben ik op het web gaan zoeken naar wie deze Byzantijnse keizer Manuel II Paleologos nu precies was. Als zo vaak kwam ik bij een van de 1.386.667 artikelen op de Engelstalige wikipedia terecht. De kracht van deze online en open encyclopedie bleek weer eens uit de zeer recente informatie over de controverse tussen de uitspraak van de paus en de moslimgemeenschap.

Pope Benedict XVI quoted in his September 12 speech at the University of Regensburg parts from a dispute between Manuel II and a Persian scholar, in which Palaiologos was quoted by as saying, “Show me just what Muhammad brought that was new and there you will find things only evil and inhuman, such as his command to spread by the sword the faith he preached"[1], triggering outrage from Muslim organizations: Ali Bardakoglu opined that Benedict has a “crusader mentality", Mahdi Akef called Muslim states to discontinue relations with the Vatican and al-Arabiya predicted the quote would provoke the “anger of the Muslim world".
 
While the speech discussed the issue of transcendence, Manuel II’s original writings reflect the rise of Islam (the original letters were penned sometime around 1391, when the Ottomans had conquered most of the Byzantine provinces. Α mere 200 years earlier, it was Catholicism which represented the greater threat to the Byzantine Empire’s stability, as exemplified by the events of the Fourth Crusade, but by Manuel II’s time, Turkish power had become the predominant threat. Professor Adel Theodor Khoury, editor of the cited writings, criticized the lack of understanding of the historical context in the debate and denounced both the Emperor’s argument and the Islamist reaction to the Pope’s speech
 
Bron: en.wikipedia.org

Om de uitspraak van Manuel II Paleologos goed te kunnen begrijpen, moeten we naar de geopolitieke achtergrond van zijn tijd kijken: de islamitische (Ottomaanse) dreiging .

Byzantijnse Rijk 1265
Het Byzantijnse Rijk in 1265

Het Byzantijnse Rijk had zich in 1265 weer hersteld van de Latijnse overheersing, maar zou tweehonderd jaar later niet meer bestaan. Rond 1400, tijdens het bewind van Manuel II Paleologos waren alleen nog de laatste bolwerken (Constantinopel, Thessaloniki, Chalkidiki en de Zuidelijke Peloponnesos) overgebleven.

Byzantijnse Rijk 1403
Het Byzantijnse Rijk rond 1400 ten tijde van Manuel II Paleologos
polderpeil Trouw
vrijdag 15 september 2006
overpeinzingen [4]
achteraf genoteerde gedachten tijdens het schilderen

werkwijze: opbouw van een schilderij
Wanneer ik aan het schilderen ben, gaat het meestal om meerdere zaken tegelijk. Het gaat over het waarnemen van kleur, van licht en donker, van verhoudingen, van richtingen en dat allemaal in één globale blik. Bovendien ben ik mij ervan bewust dat ik in deze wereld en in deze tijd leef, dus dat ik in een schilderkunstige traditie sta. Maar tijdens het schilderen wil ik niet reflecteren maar schilderen. Toch is de reflectie op de achtergrond voortdurend aanwezig. In de beginfase waarin ik de basis van het schilderij opzet, concentreer ik mij op de grote vormen waarbij ik de juiste toon en de juiste verhouding probeer te vinden. Wanneer ik de ogen half dichtknijp, dwing ik mijzelf tot het waarnemen van de grote vormen. Het schilderij moet na deze fase overeenkomen met het onscherpe totaalbeeld van mijn onderwerp. Wanneer ik tevreden ben, ga ik iets scherper stellen, zonder nog teveel op de details te letten.

plein air
In het bos is het geen seconde hetzelfde, overal wemelt het van kleurvlekjes. Hoe schilder je iets dat voortdurend verandert?

werkwijze en zienswijze
Deze liggen in elkaars verlengde. Wanneer ik bijvoorbeeld met brede kwasten schilder, dan ga ik ook op een andere manier kijken omdat ik een minder gedetaileerd beeld kan schilderen. Ik ga met een bredere kwast dus ook ‘breder’ kijken. Omdat ik weinig controle heb over de details, moet ik ze met brede streken suggereren. Ik kan niet als een fijnschilder met een fijn penseel ‘articuleren.’

de juiste maat
Met een fijn penseel kan gemakkelijk een peuterig breiwerk ontstaan. Het is de kunst om een fijn penseel met mate te gebruiken voor de essentiële details, bij een portret bijvoorbeeld bij accentueringen in de ogen, mond en neus. Het is belangrijk dat deze fijnere streken integreren met de brede streken, zodat het schilderij een eenheid wordt.

alle overpeinzingen [2006] | oude overpeinzingen [1996]

2314 zelfportretten
Philip Akkerman : Tweeduizendzes
2314 zelfportretten 1981-2005, De Hallen, Haarlem 09.09 - 19.11

Vijfentwintig jaar alleen maar je eigen kop schilderen, Philip Akkerman heeft bewezen dat zoiets mogelijk is. Je houdt dat natuurlijk alleen maar vol als je boven je onderwerp weet uit te stijgen. Saai is zijn werk beslist niet. Stilistisch en coloristisch trekt hij telkens weer nieuwe registers open en hij maakt je deelgenoot van zijn eigen verbazing op deze ontdekkingsreis van het oog.

AkkermanDoor zijn nimmer aflatende toewijding aan één en hetzelfde onderwerp, zijn eigen beeltenis, neemt Philip Akkerman al jarenlang een unieke positie in de kunstwereld in. Zijn zelfportretten zijn inmiddels beroemd over de hele wereld: hij heeft er tot nu toe zo’n 2400 geschilderd, in een grote variëteit aan stijlen en technieken. Van flamboyant en expressief tot serieus en ingetogen, van realistisch-figuratief tot totaal abstract. Akkermans oeuvre laat zich beschouwen als een zinderende reis langs alle uithoeken van de schilderkunst, binnen de lijnen van één en hetzelfde gezicht. De tentoonstelling in De Hallen kent een zeer bijzonder uitgangspunt. Alle zelfportretten die sinds het verschijnen van Akkermans oeuvrecatalogus 2314 zijn gemaakt, worden chronologisch en zonder selectie getoond.
 
AkkermanNooit eerder kreeg het publiek zo’n openhartig kijkje in de keuken bij de kunstenaar: de ontwikkelingen in het schilderkunstig onderzoek zijn hier stapje voor stapje, van schilderij tot schilderij waarneembaar. Zo zien we hoe de keuze voor een bepaalde stijl en techniek langzaam tot technische perfectie wordt gevoerd, alvorens Akkerman zich door momenten van crisis en twijfel genoodzaakt ziet van koers te veranderen – soms voorzichtig, dan weer radicaal. Balancerend tussen overtuiging en onzekerheid, beperking en totale vrijheid, laat Philip Akkerman zien hoe avontuurlijk het zelfportret kan zijn.
 
Bron: dehallen.com
donderdag 14 september 2006
overpeinzingen [3]
achteraf genoteerde gedachten tijdens het schilderen

vertrouwen in ‘eigen’ kunnen
Een tekening of plan geeft houvast, maar werkt voor mij als schilder vaak verstikkend. Ik heb dan de neiging om de tekening met verf in te kleuren en dat is voor mij geen schilderen. Ik geloof dat ik een a la prima schilder ben, dat ik de voorstelling rechtstreeks wil schilderen, alles in één keer. Je hebt dan een groot vertrouwen nodig omdat je niet kunt steunen op een tekening of onderschildering. Het enige dat ik dan heb, is vertrouwen: het vertrouwen dat ik het kan. Als je daar aan gaat twijfelen kun je niet meer schilderen.

plein air
NAT! ( vanmiddag geschilderd )

de pijnlijke bevalling
Wanneer ik bepaalde dingen geleerd heb, kneepjes in de vingers heb, wil ik weer verder. Ik wil niet steeds dezelfde kunstjes herhalen, ook al ontkom ik daar niet altijd aan. Ik wil verder doordringen in het zichtbare, verder doordringen in de verf. Daarom heb ik naast een zekere voldoening bijna altijd een gevoel van pijn als iets helemaal af is. Het is een soort begrafenis van het creatieve proces. Het leven wil (her)scheppen en keert zich af van de stolsels van dat proces.

vernieuwing
Ik ben huiverig voor routine. Hoewel het een bijzonder prettige zekerheid biedt en continuïteit garandeert kan het voor de creativiteit de doodsteek zijn. Het oog wil verder doordringen, wil voorbij het aangeleerde, voorbij het bekende. De geest zoekt steeds het nieuwe en verlangt er naar om zélf steeds nieuw te worden.

alle overpeinzingen [2006] | oude overpeinzingen [1996]

klassieker over de twaalfde eeuw
gelezen: Duecento van Hélène Nolthenius

duecentoVeel minder bekend dan Huizinga’s Herfsttij der Middeleeuwen, maar wat mij betreft ook een klassieker is Duecento van Hélène Nolthenius. Het is een gepopulariseerde versie van het onderzoek waar ze in 1948 op promoveerde en het werd Nolthenius’ eerste grote publiekssucces. Duecento. Zwerftocht door Italië’s late middeleeuwen verscheen in 1951 als pocket bij Het Spectrum en ik heb daarvan een derde druk (zie afbeelding rechts) in mijn bezit. Wat mij zowel bij Huizinga als bij Nolthenius onmiddellijk opvalt, is het rijke beeldende taalgebruik.

Herfsttij der Middeleeuwen leest als een gedetaileerd schilderij en Duecento lijkt vaak wel op de zang van een troubadour. Het schrijftalent wordt bij Huizinga ondersteund door zijn tekentalent en bij Nolthenius treedt haar muziektalent duidelijk naar voren. Duecento is dan ook een muzikaal boek. Later distantieerde zij zich van het boek, omdat ze het te ‘romantisch’ en ‘onwetenschappelijk’ vond. In 1995 verscheen een nieuwe uitgave bij Querido (zie afbeelding links). De taal in de derde druk is ouderwets, maar dat stoort mij niet. Integendeel, net als bij de lyrische beschrijvingen van bijvoorbeeld Jac.P.Thijssen heeft het charme. Een citaat uit het eerste hoofdstuk:

En omdat we terug zijn getreden naar de tijd waarin niemand lezen kon, is iedere naam geduldig en aanschouwelijk uitgepenseeld. De citroenboom klimt op uit de deur en hangt zijn helgele vruchten op ieder blauw stukje muur. En op de gevel ‘Zum Ueberfluss’ torsen twee Mosesverspieders samen de wijntros; een venstertje kijkt maar juist tussen de druiven door. Ge zijt de enige die er op let. In uw oren versmelt zich het rustig gescandeerd dialect der werkzame burgers met de tastende volkstaal van Notker Labeo uit Sankt Gallen, gelijkelijk primitief en aandoenlijk, maar negen eeuwen ouder.
Een massieve rode baksteen-toren bonkt omhoog uit het groen naast het dak van een romaanse abdij
Of als ge de geest der transalpine middeleeuwers nog zuiverder in wil ademen, loop de plompe poort dan uit en volg het pad langs de Rijn. Daar ligt verweg een eiland in de zonnige golven. Een massieve rode baksteen-toren bonkt omhoog uit het groen naast het dak van een romaanse abdij. Als ge het nog niet geraden hebt, zal ik het u zeggen: dat is Reichenau.

NoltheniusHélène Nolthenius werd grootgebracht met muziek - piano en zang - en met verhalen uit de Griekse mythologie. Haar vader was cellist in het Concertgebouworkest. Religie speelde thuis geen rol, al las de moeder haar enige kind wel eens voor uit de kinderbijbel. Hélènes ontvankelijkheid voor religiositeit werd gevoed door onder meer de lezing, op dertienjarige leeftijd, van De Heilige Franciscus van Assisi, een vertaling van de romantische biografie van de katholiek geworden Deen Johannes Jørgensen uit 1907. [ Bron: inghist.nl]

woensdag 13 september 2006
overpeinzingen [2]
achteraf genoteerde gedachten tijdens het schilderen

wanneer is het af?
In de moderne kunst is het schilderij problematisch geworden. Wanneer is een schilderij af? Dat speelde natuurlijk ook in de 17e eeuw al een rol. ‘Een schilderij is af wanneer een schilder zijn doel bereikt heeft.’ Deze uitspraak wordt aan Rembrandt toegeschreven. Het is een opmerkelijke uitspraak voor die tijd, want het doel werd toen eigenlijk altijd bepaald door de verwachtingen van de opdrachtgever. In het vierde kwart van de 17e eeuw voldeed Rembrandts werkwijze niet meer aan de Franse stijl die in de mode was gekomen. Een schilderij moest glad geschilderd zijn en de penseelstreken mochten niet zichtbaar zijn. Dan was het af. Expressieve middelen als krassen met de achterkant van het penseel of wegschrapen met het paletmes waren taboe geworden. Een schilderij moest er netjes uitzien met de poezelige uitstraling van een pastel.

Het gaat over beheersing omdat kunst over kunde en vaardigheid gaat.

waar heb ik controle over?
Een schilderij is af wanneer het af is, zo spreekt de zenmeester. Dit is ontzettend simpel en tegelijkertijd problematisch. De vraag wanneer iets af is, kan ik ook anders stellen: waar heb ik controle over? Als je alles gedetaileerd en vaardig kunt schilderen, zoals echte fijnschilders dat kunnen, beheers je dan wel het materiaal?

Het gaat over overgave omdat kunst het leven wil volgen.

beheersing en overgave, leven en kunst
Schilderkunst ligt voor mij altijd op de grens tussen beheersing en overgave. Het gaat over beheersing omdat kunst over kunde en vaardigheid gaat. Het gaat over overgave omdat kunst het leven wil volgen.

alle overpeinzingen [2006] | oude overpeinzingen [1996]

het oerboek van de romantiek
Heinrich von Ofterdingen van Novalis eindelijk vertaald

Zoals A Rebours (1884) van J.K.Huysmans de Bijbel van de decadentie werd, zo werd 85 jaar eerder Heinrich von Ofterdingen (1799-1801) van Novalis het oerboek van de romantiek Eindelijk verscheen er nu een Nederlandse vertaling bij Atheneum-Polak & Van Gennep door Ria van Hengel met een nawoord van Arnold Heulkemakers.

Blaue BlumeZelfportret als minstreel
In een middeleeuws handschrift is het portret overgeleverd van een minstreel wiens werk verloren is gegaan: Heinrich von Ofterdingen. Aan de hand van deze figuur heeft de romantische schrijver Novalis de ontwikkeling van een jonge dichter vormgegeven. Die dichter is geen middeleeuwer, Heinrich von Ofterdingen is geen echte historische roman geworden. Je zou eerder zeggen dat Novalis ons een zelfportret als minstreel geeft: een echt romantische dweper op zoek naar de blauwe bloem (het hoogste ideaal), op reis door Duitsland, die door ontmoetingen met een Goethe-achtige mentor en een al spoedig door de dood onbereikbare geliefde wordt gesterkt, terneergeslagen en gelouterd tot hij openstaat voor het hogere, voor schoonheid en waarheid. Novalis schrijft met een nog steeds schokkende originaliteit en een hartroerende urgentie, die dit boek, zijn enige en door zijn vroege dood onvoltooid gebleven roman, voor latere generaties hebben gemaakt tot de romantische roman bij uitstek.
Bron: boekboek.nl

NovalisFriedrich von Hardenberg (1772-1801) werd opgeleid tot mijnbouwkundige. Als dichter gebruikte hij het pseudoniem Novalis, Latijn voor Ontginner – hij is dan ook de origineelste figuur uit de Duitse Romantiek. Dat blijkt uit zijn aforismen, die hijzelf van de titel Blütenstaub (Stuifmeel) voorzag, het blijkt misschien nog wel meer uit zijn enige, door zijn vroege dood onvoltooid gebleven roman, Heinrich von Ofterdingen. Dat boek is autobiografisch: we lezen er over een jeugd tussen de Harz en het Ertsgebergte, we lezen over de mijnbouw, we lezen vooral veel over de ontdekking van het grootste wereldwonder, de dichtkunst; en ook de vervoering van de verliefdheid en de rouw om de jonggestorven geliefde zijn duidelijk naar de natuur beschreven. Tegelijkertijd is het een historisch werk: de hoofdpersoon is een dertiende-eeuwse minstreel, die is weggelopen uit het vanwege zijn fraaie illustraties befaamde Manessische handschrift. Die minstreel groeit op in Eisenach, leert het volle leven kennen in de grote stad Augsburg, en was de Alpen overgetrokken om aan het hof van Keizer Frederik II terecht te komen – wanneer Novalis daaraan toegekomen was.
 
Bron: boekboek.nl

Novalis und sein Heinrich von Ofterdingen

dinsdag 12 september 2006
overpeinzingen [1]
achteraf genoteerde gedachten tijdens het schilderen

kleurgevoel
Het palet van de 17e eeuwse schilder is beperkt vergeleken bij het palet van de impressionist of de hedendaagse schilder. Toch waren de 17e eeuwers echte coloristen. Door veel kleuren te gebruiken, ben je nog geen colorist. Dat ben je omdat je een sterk ontwikkeld kleurgevoel hebt.

‘bruine’ Rembrandt
Tegenwoordig vinden we Rembrandt meestal te bruin. Dat kan een belemmering zijn om goed naar zijn schilderijen te kijken. Rembrandt’s palet is beperkt maar zijn kleurgebruik is bijzonder subtiel. Anders dan zijn leermeester Pieter Lastman gebruikt hij geen opvallende lokale kleuren of vaste kleurenschema’s die we kennen uit de Italiaanse schilderkunst. In plaats daarvan drenkt hij alles in een okeren grondtoon.

verf & voorstelling
Fijnschilders volgen en beheersen hun onderwerp tot in de details. De verf verliest daardoor vaak zijn expressieve kracht. Ook verliest het schilderij als voorstelling in verf meestal zijn mysterie. Hoewel ik een mateloze bewondering voor de fijnschilderkunst kan hebben, ligt mijn hart meer bij schilderijen die balanceren op de rand tussen verf en voorstelling. Het gaat om het geheimzinnige grensgebied waarin de materie nog rauw is en waarin je de voorstelling geboren ziet worden. Schilderijen die nog niet helemaal af en dus nog aan het ontstaan zijn, hebben een restwaarde die door de blik van de beschouwer ingevuld mag worden.

alle overpeinzingen [2006] | oude overpeinzingen [1996]

handel in meesterwerken
Rembrandt en Uylenburg, handel in meesterwerken
tentoonstelling in het Rembrandthuis Amsterdam, 16.9 - 10.12

Het Rembrandtjaar gaat in Amsterdam afsluiten met een veelbelovende najaars- tentoonstelling in het Rembrandthuis die de relatie belicht tussen de schilder en zijn schoonvader en kunsthandelaar Hendrick Uylenburgh. De organisatoren hebben prachtige portretten weten te lenen, waaronder het onderstaande portret dat Rembrandt schilderde op 26-jarige leeftijd om zijn vaardigheden mee te demonstreren.

Rembrandt
De nobele slaaf, 1632
The Metropolitan Museum of Art, New York
In 1631 verhuisde Rembrandt van Leiden naar Amsterdam. Daar werkte hij vier jaar lang in de schilderswerkplaats van Hendrick Uylenburgh. Het bedrijf van deze kunsthandelaar speelde een sleutelrol in het culturele leven van de 17de eeuw. Gelanceerd door Uylenburgh maakte Rembrandt in korte tijd naam als de belangrijkste portretschilder van zijn tijd. Museum Het Rembrandthuis brengt een groot aantal schilderijen samen die tussen 1625 en 1675 door de firma Uylenburgh zijn verhandeld. Bijna twintig topstukken van Rembrandt en werken van tijdgenoten zoals Govert Flinck, Caspar Netscher en Gerard de Lairesse werpen nieuw licht op de betekenis van deze kunsthandel.
 
Bron: rembrandthuis.nl

Ook zal het prachtige portret van Agatha Bas, dat normaal bij Queen Elisabeth II thuis hangt, vanaf aanstaande zaterdag in het Rembrandthuis te zien zijn.

Agatha Bas
Portret van Agatha Bas,
The Royal Collection, Buckingham Palace

meer portretten van Rembrandt uit The Metropolitan Museum of Art

maandag 11 september 2006
de bijbel van de decadentie
gelezen: Tegen de Keer (A rebours) van J.K.Huysmans

De Franse schrijver J.K.Huysmans is samen met Frederik van Eeden en Jan Toorop een van die kunstenaars die zich in de jaren negentig van de negentiende eeuw bezighielden met het occultisme maar zich op latere leeftijd bekeerden tot het katholicisme. Twintig jaar na het verschijnen van zijn bekendste roman, a Rebours, schreef Huysmans in 1903:

( … ) In dit tumult was er slechts één schrijver die het boek begreep: Barbey d’Aurevilly, die mij overigens helemaal niet kende. Het blad Le Constitutinnel bevat een artikel, gedateerd 28 jult 1884, dat ook opgekomen is in zijn boek Le Roman Contemporain, verschenen in 1902, waarin hij schreef:
Na zo’ n boek blijft de auteur slechts de keus tussen de mond van een pistool en de voeten van het Kruis.
Die keus is gemaakt.

Tegen de KeerTegen de Keer
De vermogende hedonist hertog Jean Floressas des Esseintes, die behept is met alle neurosen die het eind van de negentiende eeuw rijk was, verwerpt de maatschappij en verafschuwt mensen. Hij trekt zich terug in een afgezonderd herenhuis en realiseert daarin al zijn extravagante droomwensen. Huysmans beschrijft op indrukwekkende wijze Des Esseintes’ opvattingen over versiering en kleurvarianten van het interieur, over de symboliek van stenen, bloemen en parfums, over zijn artistieke voorkeuren, die in de toen weldenkende wereld een schandaal veroorzaakten: klassieke auteurs als Vergilius vindt hij vervelend, maar hij bewondert een decadent als Petronius, de middeleeuwse mystici en de schilder Gustave Moreau. Des Esseintes is een decadent met sterk religieuze preoccupaties.
Bron: boekboek.nl

HuysmansCharles-Marie-Georges Huysmans
(5 februari 1848 – 12 mei 1907) werd geboren uit een Franse moeder en een Nederlandse vader; zijn grootvader was tekenleraar aan de Militaire Academie in Breda. Om zijn Nederlandse afkomst te onderstrepen publiceerde de auteur onder de naam Joris-Karl Huysmans. Hij behoorde tot de kring van Zola en schreef aanvankelijk naar diens naturalistische stijl. In 1884 keerde hij deze de rug toe met de publicatie van zijn roman A rebours (Tegen de keer). Deze roman werd door critici en bewonderaars de bijbel van de decadentie genoemd. Net als zijn hoofdpersonage hertog des Esseintes leed Huysmans aan zenuwziektes. In 1891 publiceerde hij de ’satanische roman’ Là-bas (Uit de diepte), rond het historische personage Gilles de Rais.
 
Later bekeerde hij zich tot het katholicisme; ook daarin behield hij echter zijn hang naar het vreemde, afwijkende en decadente. Men kan zich dan ook afvragen of zijn bekering wel oprecht was. Zijn roman La Cathédrale vormt in elk geval een keerpunt in zijn literaire productie. Vanaf dan zouden alleen nog maar katholiek geïnspireerde werken verschijnen: in 1903 L’Oblat, gebaseerd op zijn eigen toetreding als oblaat van de Benedictijnen en later Les foules de Lourdes, over Maria en de wonderen in Lourdes, waar Huysmans indirect afrekent met Emile Zola en diens boek Lourdes (1894).
 
Bron: ternet.com

Werken van J.K.Huysmans in een Nederlandse vertaling:

Tegen de keer (A rebours vertaling Jan Siebelink),
Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1977

Op drift (A vau-l’eau vertaling Wim Raven),
Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1979

huysmans.org | a Rebours

zondag 10 september 2006
Bungelen boven Rome
met Google Maps per satelliet de wereld screenen
Rome en de haven van Ostia
Het centrum van Rome (De pijl wijst naar het monument voor Vittorio Emmanuel )
bocht van de Tiber (rechtsonder) met Engelenburcht en Sint Pietersplein
Sint Pietersplein
Forum Romanum en Coloseum
Tibereiland

Google Maps

zaterdag 9 september 2006
magie van de veluwezoom
expositie in Museum Veluwezoom, kasteel Doorwerth, 27.8 t/m 6.12 2006

Eerder schreef ik over schilders die zich in de negentiende eeuw in Oosterbeek en aan de Veluwezoom gevestigd hadden. In kasteel Doorwerth waar Museum Veluwezoom gehuisvest is, is een tentoonstelling gemaakt over de prelude van de Haagse School.

Schapen in de uiterwaarden bij Oosterbeek
door Gerard Bilders, 1863
Het dorp Oosterbeek aan de Veluwezoom kan gerekend worden tot de vroegste kunstenaarsdorpen van ons land. Oosterbeek en het nabij gelegen Wolfheze zijn door hun gevarieerde natuurschoon reeds in de jaren veertig van de negentiende eeuw geliefd bij een kleine groep kunstschilders. De naam en faam van Oosterbeek breidt zich vooral uit met de komst van Johannes Warnardus Bilders. Hij heeft een grote aantrekkingskracht op een jonge generatie schilders, die onder invloed van het Franse Barbizon de ateliers verlaten. Buiten schilderen ‘en plein air’, is de nieuwe trend. In weer en wind de confrontatie met de natuur aangaan en deze in impressies vastleggen. Voor kortere of langere perioden verbleven hier – vooral ’s zomers – Willem Roelofs, Anton Mauve, de drie gebroeders Maris, Paul Gabriël en Johannes de Haas.
 
Bron: museumveluwezoom.nl

museumveluwezoom.nl

vrijdag 8 september 2006
Yuri Orlov
schilderijen van Yuri Orlov op gallery-worldwide.com
Orlov
Yuri was born in 1957 in Stavropol in a family of an artist. He began painting at the age of 3, and since 1978 has exhibited as a professional artist. Participated in more than 60 exhibitions in Russia and abroad. His arwork are owned by the State Tretiakov Gallery, Russian Academy of Art, Stavropol fine arts museum, Ministry of culture of Russian Federation, Ministry of Domestic Affairs of Russian Federation, Painters Union of Russia, Painters Union of the USSR and many Russian banks. Some are in Wilbur Pirs` collection (Philadelphia, USA), as well as in Paris, London, Italy, Germany, Japan, Sweden, Austria, China, Yugoslavia, Arab Emirates.

gallery-worldwide.com

Een Nederlandse Goethe?
250 jaar geleden geboren: Willem Bilderdijk (1756-1831)

Willem BilderbergGeboren 7 jaar na Goethe en een jaar eerder overleden. Willem Bilderdijk was dus een echte tijdgenoot van het Duitse genie. Daarnaast was hij ook hoogbegaafd, veelzijdig en had hij een encyclopedische kennis omdat hij als jongetje de complete bibliotheek van zijn vader ‘gedownload’ had. Zijn verzen hebben we al sinds Conrad Busken Huet en de Tachtigers in de ban gedaan. De laatste decennia neemt de aandacht voor Bilderdijk weer toe en er is een nieuwe biografie in voorbereiding.
Ik leerde Bilderdijk kennen als het superego van de Nederlandse letteren (gedeelde eerste plaats met Harry Mulish overigens) in 1980 tijdens de literatuurles bij de dichteres Nel Benschop, die op onze school lerares Nederlands was. Het was vaak hilarisch wat je over Bilderdijk las. Naar eigen zeggen had hij de Bijbelhistorie, de Mythologie, de Heidelbergse catechismus en vader Cats onder de knie toen hij anderhalf jaar oud was. En toen hij twee jaar was, wilde deze King of Weltschmertz al verlost worden uit dit leven. In Afscheid (1811) licht hij ons alsnog in over deze vroege doodswens:

‘k Lag in mijn wiegj’ alreeds met natbeschreide wangen
In ‘t dorsten naar de dood te smachten en te verlangen
Bilderdijk heeft enorm veel geschreven; naar schatting bestaat zijn dichtwerk uit meer dan driehonderdduizend versregels. Vanwege zijn enorme productie werd hij ook wel ‘een onvermoeibaar versifex’ genoemd en dat terwijl het schrijversschap niet eens zijn full-time baan was. Het grootste gedeelte van zijn leven verdiende hij de kost als advocaat of docent. Buitendien, niet alleen als dichter manifesteerde Bilderdijk zich: hij schreef ook betogen in proza, verhalen, verhandelingen over taalkunde, filosofie, godsdienst en hij maakte vertalingen. Ook als tekenaar was hij verdienstelijk en tevens was hij thuis in de geneeskunst.
 
Bilderdijk voelde zich altijd ongelukkig en koesterde een levenslange doodswens en droeg daarmee bouwstenen aan voor zijn eigen mythe. Aanvankelijk was zijn werk nog classicistisch van aard, maar hij ging de geschiedenis in als het prototype van een romantisch dichter, niet in het minst door zijn melancholie. Latere generaties keken met plaatsvervangende schaamte naar zijn werk en door de Tachtigers werd hij verguisd. Hij werd ‘de grote ongenietbare’ genoemd en kreeg de bijnaam Bulderdijk. Tijdens zijn leven was hij van grote invloed, ten eerste omdat hij zich overal mee bemoeide, van politieke kwesties tot de evolutieleer; en ten tweede doordat hij als docent ook de mogelijkheid kreeg dichters als Da Costa en politici als Groen van Prinsteren diepgaand te beïnvloeden. De Bilderdijk-berg is enorm: dit Profiel wil alleen enkele mijngangen graven om toegang te geven tot verborgen schatten.
 
Bron: kb.nl/dichters/bilderdijk

Gebed

Genadig God, die in mijn boezem leest!
Ik vlied tot U, en wil, maar kan niet smeeken.
Aanschouw mijn nood, mijn neêrgezonken geest,
En zie mijn oog van stille tranen leken!

Ik smeek om niets, hoe kwijnend, hoe bedroefd.
Gy ziet me een prooi van mijn bedwelmde zinnen:
Gy weet alleen het geen uw kind behoeft,
En mint het meer, dan ‘t ooit zich-zelf kan minnen.

Geef, Vader, geef aan uw onwetend kroost,
Het geen het zelf niet durft, niet weet te vragen!
Ik buig my neêr; ik smeek noch kruis, noch troost;
Gy, doe naar uw ontfermend welbehagen!

Ja, wond of heel; verhef, of druk my neêr:
‘k Aanbid uw wil, hoe duister in mijne oogen:
Ik offer me op, en zwijg, en wensch niet meer:
‘k Berust in U, zie daar mijn eenigst pogen!

Ik zie op U met kinderlijk ontzag:
Met Christen hoop, noch lauw noch ongeduldig.
Ach, leer Gy my, het geen ik bidden mag!
Bid zelf in my; zoo is mijn beê onschuldig.

kb.nl/dichters/bilderdijk| bilderdijkmuseum.vu.nl | Willem Bilderdijk [uva.nl]

donderdag 7 september 2006
nogmaals Genesis
The Musical Box (1972) van Genesis op youtube.com

Ik kan er even geen genoeg van krijgen. Natuurlijk blijft de compositie The Musical Box op het album Nursery Cryme ook een meesterwerk. Dit is een prachtige opname uit 1972.


While henry hamilton-smythe minor (8) was playing croquet with cynthia jane de blaise-william (9), sweet-smiling cynthia raised her mallet high and gracefully removed henrys head. two weeks later henrys nursery, she discovered his treasured musical box. eagerly she opened it and as old king cole began to play, a small spirit- figure appeared. henry had returned - but not, for as he stood in the room his body began ageing rapidly, leaving a childs mind inside. a lifetimes desires surged through him. unfortunately the attempt to persuade cynthia jane to fulfill romantic desire led his nurse to the nursery to investigate the noise. instinctively nanny hurled the musical box at the bearded child, destroying both.
Nursery Crime
cover van Nursery Crime (1971)
door Paul Whitehead
Musical BoxThe Musical Box
 
Play me old king cole
That I may join with you,
All your hearts now seem so far from me
It hardly seems to matter now.
 
And the nurse will tell you lies
Of a kingdom beyond the skies.
But I am lost within this half-world,
It hardly seems to matter now.
 
Play me my song.
Here it comes again.
Play me my song.
Here it comes again.
 
Just a little bit,
Just a little bit more time,
Time left to live out my life.
 
Play me my song.
Here it comes again.
Play me my song.
Here it comes again.
 
Old king cole was a merry old soul,
And a merry old soul was he.
So he called for his pipe,
And he called for his bowl,
And he called for his fiddlers three.
 
But the clock, tick-tock,
On the mantlepiece -
And I want, and I feel, and I know, and I touch,
Her warmth…
 
Shes a lady, shes got time,
Brush back your hair, and let me get to know your face.
Shes a lady, she is mine.
Brush back your hair, and let me get to know your flesh.
 
Ive been waiting here for so long
And all this time has passed me by
It doesnt seem to matter now
You stand there with your fixed expression
Casting doubt on all I have to say.
Why dont you touch me, touch me,
Why dont you touch me, touch me,
Touch me now, now, now, now, now…
 
woensdag 6 september 2006
Genesis, 1973

Dancing with the Moonlit Knight, een van mijn favouriete composities van van het Genesis album Selling England by the Pound (1973) vond ik op de website van youtube.com.


je ziet hier de klassieke Genesis-line up:
Peter Gabriel (vocals), Steve Hackett (lead guitar), Mike Rutherford (bass, guitars), Tony Banks (keyboards) en Phil Collins (drums)

Dancing with the Moonlit Knight
Can you tell me where my country lies?
Said the unifaun to his true loves eyes.
It lies with me! cried the queen of maybe
- for her merchandise, he traded in his prize.
 
lees verder

Een andere compositie van Genesis, het magnum opus Supper’s Ready van het album Foxtrot (1972) is ook te bekijken Het duurt maar liefst 23 minuten.

Foxtrot
cover van Foxtrot (1972) door Paul Whitehead
Op de in respectievelijk 1971 en 1972 uitgebrachte Nursery Cryme en Foxtrot komt de groep muzikaal tot wasdom. Het muzikale avontuur kan nu, dankzij de komst van de technisch veel competentere Hackett en Collins, ten volle worden aangegaan, en naast de duistere romantiek wordt ook de zwarte, macabere humor van Peter Gabriel onmisbaar onderdeel van de muziek van Genesis. En om het theatrale aspect van de muziek nog meer kracht bij te zetten - en ook om de ogen van de muziekpers op de groep gericht te krijgen - kruipt zanger Gabriel op het podium in de huid van een almaar groter arsenaal aan personages. Hij gebruikt make-up, vertelt bizarre verhalen, maar maakt voornamelijk gebruik van kostuums. Dat slaat, vanaf het moment dat hij zich uitdost in de rode jurk van zijn vrouw, en een vossemasker opzet, in als een bom, en Genesis en Gabriel zijn plotseling hot.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Een jaar geleden schreef ik hier een stukje over mijn favouriete Genesisalbums.

dinsdag 5 september 2006
Mingus & Mulligan, 1975
Goodbye Pork Pie Hat [Live at Montreux 1975]

Een andere historische jazzopname die ik vond op youtube.com dateert uit 1975: Goodbye Pork Pie Hat met Charles Mingus en Gerry Mulligan.


Bezetting: Charles Mingus [b] Don Pullen [p] George Adams [s] Gerry Mulligan [bs] Benny Bailey [t]

Charles Mingus Discography

Vladimir Pimenov
werk van Vladimir Pimenov op gallery-worldwide.com
Pimenov
Vladimir Pimenov: Osjen (herfst)
Born in 1941 in Zaraisk town of Moscow area. In 1963 graduated from art school in Ryazan. In 1972 graduated from an art faculty of the State Institution for Cinematography. In 1971 began to participate in republican and international exhibitions. Over 20 personal exhibitions held in Zaraisk, Zvenigorod, Dubna, Kolomna, Luhovicy, Serebrjanye Prudy, Moscow.

gallery-worldwide.com 

maandag 4 september 2006
Trane & Miles 4ever
filmopnamen van John Coltrane & Miles Davis op youtube.com

Vandaag ontdekte ik op internet vijf filmpjes van historische opnamen met John Coltrane: Naima (1965), Impressions (met Eric Dolphy), Afro Blue (John Coltrane Quartet, 1963), Alabama (1963) en So What (met Miles Davis, 1959)


John Coltrane en Miles Davis
So What (1959)

Nog veel meer vond ik daarna op de website van youtube.com waaronder een swingende animatie van Michal Levy op de track van Giant Steps die Coltrane’s sheets of sound-techniek prachtig visualiseert.

aAl voor de opname van Coltrane’s magnum opus, A Love Supreme (1964), zijn de optredens van zijn kwartet uitgegroeid tot een adembenemende belevenis. De gedrevenheid van de ritmesectie en de stuwende pianistiek van Tyner drijven Coltrane zo ver dat er een hypnotische, haast bezwerende werking uitgaat van de muziek. Tegenstanders spreken in die tijd over de saxofonist als ‘de Jezus van de jazz’. Zo niet Michiel de Ruyter, die als recensent voor Het Parool (26 oktober 1963) de volgende observatie doet over een concert van het John Coltrane Quartet in het Amsterdamse Concertgebouw:
 
‘Nadat na het slot de ovaties wat abrupt afgebroken waren, viel een groot deel van het publiek volkomen stil (…) omdat men betoverd was door deze muziek, en die betovering eerst uitgewerkt moest raken voor er weer te praten was. Hoe deze hypnose bewerkstelligd werd? Ik weet het niet. Natuurlijk kan men analyseren, technisch, achteraf: een hoe dan ook vrij zinloos gedoe. Maar het behoort tot de taak van de criticus de lezer duidelijk trachten te maken wat voor jazz er te horen was. (…) Het behoort ook tot de taak van de recensent het gehoorde te kwalificeren, in een perspectief te plaatsen, maar de jazz van dit Coltranekwartet bevindt zich ongrijpbaar, net boven de top van de piramide. En toch, deze muziek was de mooiste muziek. Ik voel dat, ik weet het.‘
 
Bron: mdr.jazzarchief.nl
Coltrane
John Coltrane Blue Train 1957

Eind jaren vijftig ontwikkelde Coltrane een zeer snelle speelstijl, die Sheets of Sound wordt genoemd. Ook begon hij met het verkennen van de uithoeken van het harmonisch materiaal in de jazz: de LP Giant Steps (1959) is hier het bekendste voorbeeld van. Coltrane speelde samen met diverse jazz-grootheden van zijn tijd, van Duke Ellington tot Miles Davis. Hij oefende gemiddeld 8 uur per dag. In 10 jaar tijd evolueerde hij van zeer getalenteerd Be-bop saxofonist tot het boegbeeld van de Amerikaanse Avant-garde jazz. Hij heeft een groot aantal opnames op zijn naam staan.
Bron: nl.wikipedia.org

johncoltrane.com | discography

zondag 3 september 2006
Latijnsamerikaanse dromen
A Map of Latin American Dreams
“Dreams are real. They exist,” states Martin Weber. In the series A Map of Latin American Dreams, Weber aspires to record the hopes and dreams of his subjects, and to assemble an archive of portraits created throughout Latin America. Born and raised in Argentina, Weber feels that “Latin America is a land of contradictions and broken dreams. A place where countries are being rebuilt again and again almost every ten years.” As the title of the series implies, Weber’s goal is to draft his own map of Latin America, one that does not show geographic boundaries or variations of terrain, but instead portrays its people through their innermost desires.
 
Bron: lightwork.org/exhibitions/past/weber.html
Martin Weber
‘Mi hermano sueña con estudiar musica’
Mijn broer droomt ervan om muziek
te studeren
houd vast aan het geloof
vandaag lezen we in de Kerk uit het Evangelie van Lucas 4: 16-22
Hij kwam ook in Nazaret, waar hij was opgegroeid, en volgens zijn gewoonte ging hij op sabbat naar de synagoge. Toen hij opstond om voor te lezen, werd hem de boekrol van de profeet Jesaja overhandigd, en hij rolde hem af tot de plaats waar geschreven staat: ‘De Geest van de Heer rust op mij, want hij heeft mij gezalfd.
‘Vandaag hebben jullie deze schrifttekst in vervulling horen gaan.’
Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft hij mij gezonden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden het herstel van hun zicht, om onderdrukten hun vrijheid te geven, om een genadejaar van de Heer uit te roepen.’ Hij rolde de boekrol op, gaf hem terug aan de dienaar en ging weer zitten; de ogen van alle aanwezigen in de synagoge waren op hem gericht. Hij zei tegen hen: ‘Vandaag hebben jullie deze schrifttekst in vervulling horen gaan.’ Allen betuigden hem hun bijval en verwonderden zich over de genaderijke woorden die uit zijn mond vloeiden, en ze zeiden: ‘Dat is toch de zoon van Jozef?’
… en uit de Brieven lezen we uit II Timotheüs 1:7
Van Paulus, apostel van Christus Jezus door de wil van God, gezonden om de belofte te verkondigen van het leven in eenheid met Christus Jezus. Aan Timoteüs, mijn geliefd kind. Genade, barmhartigheid en vrede van God, de Vader, en van Christus Jezus, onze Heer! Telkens als ik je in mijn gebeden noem, elke dag en elke nacht, dank ik God, die ik net als mijn voorouders met een zuiver geweten dien. Als ik aan je tranen denk, verlang ik ernaar je terug te zien; dat zal me met vreugde vervullen. Ik denk vaak aan het oprechte geloof dat je grootmoeder Loïs en je moeder Eunike hadden en dat – daarvan ben ik overtuigd – jij nu ook hebt. Daarom spoor ik je aan het vuur brandend te houden van de gave die God je schonk toen ik je de handen oplegde. God heeft ons niet een geest van lafhartigheid gegeven, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid.
zaterdag 2 september 2006
een lach en een traan
gezien: Limelight (1952) met Charles Chaplin

Prachtig ontroerend drama met Charles Chaplin als de aan lager wal geraakte clown Calvero die zich ontfermt over Thereza, een verlamde ballerina, gespeeld door een jonge en beeldschone Claire Bloom. Hoogtepunt uit Limelight is een variéténummer met Charles Chaplin en Buster Keaton, de twee grote komieken van de stomme film. Het was de eerste en de laatste keer dat ze samen in een film te zien waren. Met de oude clown Calvero kijken we in limelight en in weemoed terug op de vergane glorie van het variété en de revue dat naast Chaplin nog zoveel andere filmkomieken heeft voortgebracht.

Buster Keaton en Charles Chaplin in Limelight
Limelight is inescapably a personal film for each of us from the moment one sees it for the first time. No matter if this happened under unfavourable stars, as is my own case. I was a zombie programmed into the humor of Abbott and Costello when my father took me to see a new Chaplin film. He praised Chaplin and swore that he was the funniest man on earth. So at the age of ten I was sitting and watching Limelight. It was enough to alienate me from Chaplin for many years – as I didn’t laugh then, why should I give the guy another chance? Unknowingly I had entered in the midst of Calvero’s trouble. From the eternity of the screen he was clearly trying as desperately and vainly as myself to reach the happiness of laughter.
 
Bron: sensesofcinema.com

kalklicht (limelight) is een bijzonder heldere gaslamp die in 1825 werd uitgevonden en tot rond 1900 alom gebruikt werd voor de verlichting van toverlantaarns en andere toepassingen, zoals toneelverlichting. Zij bestaat uit een blokje kalk (calcium oxide) dat verhit wordt door een vlam bestaande uit een mengsel van zuurstof en waterstof.

kalklicht

De twee gassen worden vanaf de buitenkant via een pijpenstelsel met aparte regelaars naar binnen gevoerd. De vlam die uit het mondstuk komt, verhit het cilindervormige stukje kalk, dat daarop witheet gaat gloeien. De lamp heeft een mechanisme met hefbomen en tandwielen waarmee het kalkblokje door middel van optillen en verdraaien in de juiste positie kan worden gebracht. Dit kalklicht kan een lichtsterkte van wel duizend kaarsen produceren.
Bron: luikerwaal.com


trailer van Limelight (1952)
Limelight was soon after 1825 used in theaters because it was moderately safer than the gas lights that were used around the stage at that time. When an actor was in the limelight, he or she was center stage and the center of attention, hence the expression we still use today. Limelight was eventually replaced by other, much safer lighting technology, but the phrase remained.

Limelight [moviemeter.nl] | filmography of Charles Chaplin

vrijdag 1 september 2006
fraai decor
afgelopen dinsdag Burg Eltz aan de Moezel bezocht

EltzVorig jaar schreef ik hier iets over de Belgische strip Yoko Tsuno van Roger Leloup. Deze perfectionistische tekenaar combineert vaak high-tech met pittoreske, historische decors in Duitsland zoals Rothenburg (album: de grens van het leven), de Burg Katz (album: het helse orgel) en Burg Eltz (album: de bliksem van Wodan). Kastelen en oude stadsgezichten worden door Leloup met dezelfde helderheid en precisie getekend als technische installaties. De strip Yoko Tsuno is in België maar ook daarbuiten een enorm succes geworden. In 1978 bezocht ik al eens Rothenburg om daar lokaties te bekijken uit het album de grens van het leven.

Afgelopen week kwam ik onverwacht een andere lokatie uit een verhaal Yoko Tsuno tegen, ditmaal aan de Moezel. Burg Eltz is een van de mooiste kastelen van Duitsland.

Yoko Tsuno
eerste plaatje uit Yoko Tsuno: de bliksem van Wodan

Ik vind het persoonlijk mooier dan bijv. het sprookjeskasteel Schloss Neuschwannstein, dat oogt als een droom maar toch teveel bedacht is. Burg Eltz is daarentegen op een organische manier in de loop der eeuwen gegroeid. Torentjes en erkertjes ontspruiten overal aan de burcht als knoppen aan een tak. De ligging is ook magnifiek op een geisoleerde plek in de natuur waar geen auto’s kunnen komen. Na een wandeling van ruim een half uur vanuit Moselkern doemt het kasteel plotseling voor je op.(zie foto linksonder)

EltzDie Entwicklung der mittelalterlichen Burgen, die wir heute in ihrer Wehrhaftigkeit und ihrer Schönheit bewundern, begann im 9. und 10. Jahrhundert. Aus den bisher mit Erdwällen und Palisaden geschützten Herrenhöfen wurden mit Mauern befestigte, gesicherte Burgen. Die Blütezeit des Burgenbaus reichte vom späten 11. bis zum 13. Jahrhundert – die große Zeit der Staufer. Parallel dazu wurden viele Städte gegründet. In diese ereignisreiche Epoche fällt die erste Erwähnung des Namens Eltz.
 
1157
Rudolf von Eltz unterzeichnete und besiegelte im Jahre 1157 eine Schenkungsurkunde von Kaisers Friedrich I. Barbarossa als einer seiner Zeugen. Er bewohnte die damals noch kleine Burganlage am Elzbach. Teile davon, wie der spätromanische Bergfried Platt-Eltz und Reste des romanischen Wohnhauses im Untergeschoß des Kempenicher Hauses, sind heute noch erhalten.
Die Burg Eltz entstand in strategisch günstiger Lage: Sie wurde an einem Weg erbaut, der die Mosel – seit jeher eine der wichtigsten Handelsstraßen des Deutschen Reichs – mit der Eifel und dem fruchtbaren Maifeld verband.
Die Anlage und ihre Umgebung bilden eine harmonische Einheit: Auf drei Seiten von der Elz umflossen, ragt die Festung auf einem bis zu 70 m hohen, elliptischen Felskopf hervor – dem Fundament der gesamten Burg. Die Erbauer orientierten sich bei der Architektur an den natürlichen Gegebenheiten. So entstanden die teilweise ungewöhnlichen Grundrisse der einzelnen Räume.
 
1268
Noch vor 1268 kam es unter den Brüdern Elias, Wilhelm und Theoderich zu einer Stammesteilung und damit verbunden auch zu einer Teilung der Burg und der dazugehörigen Güter. Fortan war Burg Eltz eine “Ganerbenburg", in der mehrere Linien des Hauses Eltz in einer Ganerbengemeinschaft zusammenlebten.
Eltz
impressies van Burg Eltz
gefotografeerd op 29 augustus
1331 bis 1336
Burg Eltz wurde nicht als Festung konzipiert, sondern diente vielmehr als “befestigte Wohnanlage". Sie blieb im Gegensatz zu vielen anderen deutschen Burgen unzerstört. Hierzu trugen vor allem eine geschickte Familienpolitik und kluge Diplomatie bei. Mit Ausnahme der “Eltzer Fehde” in den Jahren 1331–1336, bei der sich die Eltzer Herren zusammen mit anderen freien Reichsrittern der Territorialpolitik des Kurfürsten Balduin von Trier widersetzen, kam es nie zu kriegerischen Auseinandersetzungen.
 
1472
Im 15. Jahrhundert setzte eine rege Bautätigkeit ein, die 1472 zur Fertigstellung des auf der Westseite gelegenen Rübenacher Hauses unter Lancelot und Wilhelm vom Silbernen Löwen führte. Der Name Eltz-Rübenach geht übrigens auf die Vogtei Rübenach bei Koblenz zurück, die Richard vom Silbernen Löwen 1277 erworben hatte.
Mit seinen mehreckigen Fachwerktürmchen, dem schlichten, auf zwei Basaltsäulen ruhenden Erkervorbau über der Eingangstür des Hauses und dem reizvollen spätgotischen Kapellenerker bestimmt das Rübenacher Haus wesentlich die architektonische Vielfalt des Burginnenhofes.
 
Bron: burg-eltz.de

burg-eltz.de | Yoko Tsuno Fansite van Ilse Cop

johannes@mimesis.nl

HTML Hit Counters
eXTReMe Tracker

het numineuze www.griffioen-beelden.nl

www.gerdrenshof.com

www.vanleestantiek.com

nl.orthodoxlogos.com

comics grafische vormgeving en webdesign muziek tekeningen en illustraties wetenschap taal & poëzie Rusland religie geschiedenis filosofie film boeken orthodoxie schilderkunst architectuur fotografie