dinsdag 31 oktober 2006
killer application
Adobe viert tien jaar Macromedia Flash

In 1996 begon ik als digitaal vormgever met Photoshop 2.5 en Illustrator 5, een jaar later als webdesigner met PageMill 2.0 en weer een jaar later als interaction designer met Flash 2.0 Flash was toen nog een klungelig progje maar de resultaten waren al verbluffend. In een statische wereld waarin een animated gif voor de enige beweging zorgde, flitste Flash als een komeet het Internet binnen. Ik weet nog goed hoe diep we in 1997 onder de indruk waren van de website van Gabocorp.

De intro voorspelde een nieuw tijdperk in webdesign en inderdaad brak met de site van Gabocorp het Flashtijdperk aan. Concurrent Adobe lanceerde met LiveMotion in 2001 nog dapper een tegenaanval, maar tegen Flash is weinig opgewassen. Uiteindelijk bleek het een beter idee om Macromedia en zijn felbegeerde killer application maar gewoon over te nemen. Met een prachtige animatie schenkt Adobe aandacht aan het tien jarige bestaan van Flash.

Mijn ervaringen met Flash MX 2004 | Mijn animaties met Flash

decoratief delirium
Lennard Schuurmans is een kunstenaar uit Schiedam

Decoratief delirium met o.a. graffiti, underground comix, tattoos, tribal en soms een knipoogje naar Heinz Edelmann (Yellow Submarine)

Lennard Schuurmans
His drawings populated themselves over the years with influences from all over the globe, and you wonder if his specific clash is a dutch one or that of some alien life form. He now lives in Schiedam, a industrial suburb of Rotterdam, in a high tower without heating but with hidden chambers. Where former owners once grew drugs, he now paints colorful creatures snuffling and hugging themselves on the walls together with his friends. While he claims to be just an artist who loves to draw, you might search for a greater meaning behind his drawings, murals, panels, and objects. Wondering if painting ever died as an art form, or if his lack of intension is an expression of our time.

v-i-a-v-i-a.nl

maandag 30 oktober 2006
relithriller
“Wie zal paus Benedictus XVI in Istanboel vermoorden?”
smakeloze relithriller Papa’ya suikast bestseller in Turkije

Over vier weken hoopt paus Benedictus XVI een bezoek te brengen aan Turkije. Er is al een boek geschreven over deze komende gebeurtenis, waarin feiten en verzinsels met elkaar worden verweven in een slap genre bekend onder de naam ‘faction’. Dan Brown is er multi-miljonair mee geworden.

In Aanslag op de paus is een belangrijke rol weggelegd voor het bezoek van Benedictus aan het Patriarchaat van de Orthodoxe Kerk in Istanboel – een bezoek dat ook écht op de pauselijke agenda staat. Benedictus wil de banden met de orthodoxe Kerken nauwer aanhalen.
 
aanslag op de pausKaya probeert aan te kaarten dat Benedictus met zijn komst de Turkse overheid onder druk wil zetten om aan het patriarchaat in Istanboel een oecumenische status te verlenen. De Turkse overheid wil daar niet van weten omdat dit een verregaande autonomie zou beteken. Een van de fundamenten van de Turkse staat is nu net het laïcisme: het onderwerpen van godsdienst aan de overheid. Om die reden houdt Ankara het slot op de deur van het orthodoxe priesterseminarie Chalki in Istanboel, en is het een verplichting dat de patriarch in Istanboel Turks is. In de praktijk betekent dit dat de Grieks-orthodoxe gemeenschap in Turkije bij gebrek aan instroom langzaam maar zeker doodbloedt. Juist omdat deze gemeenschap zo klein is, laten de autoriteiten in Ankara de patriarch met rust. Een gemeenschap die aan gewicht wint, zou wel eens voor problemen kunnen zorgen. En problemen kunnen krijgen.
 
Turkse ultranationalisten protesteren geregeld voor de poorten van het orthodoxe patriarchaat. Voor hen is het een voorpost van het onbetrouwbare Westen, en een spook uit het verleden. De Grieks-orthodoxe kerkleiders droomden hardop om op het puin van het Ottomaanse Rijk een nieuw Byzantium te bouwen. Voor de Turken zou in die opzet alleen maar een onherbergzaam stuk Anatolië overblijven. De Turkse ultranationalisten stellen het bezoek van de paus en zijn gevolg dan ook graag voor als het bezoek van missionarissen, die van zins zijn om Anatolië te kerstenen. Precies dat argument lag aan de basis van twee aanvallen op katholieke priesters, eerder dit jaar aan de Zwarte Zee. In Trabzon werd de Italiaanse priester Andrea Santoro vermoord, in de stad Samsun werd zijn confrater Luis Brunissen gewond bij een aanval met een mes. De motieven voor de aanvallen waren vaag, maar kwamen telkens uit de hoek waar ultranationalisme en islamisme een gevaarlijke cocktail vormen.
 
Bron: katholieknieuwsblad.nl

rorate.com

zondag 29 oktober 2006
andere wereld
Douglas Walker is een kunstenaar uit Toronto
Walker
Douglas Walker was born in Brockville, Ontario and is currently living and working in Toronto, Ontario. He received an Associate degree at the Ontario College of Art in 1981. He has exhibited his work in numerous public, non-profit and commercial galleries including the Art Gallery of Ontario, Museum of Canadian Contemporary Art, Kitchener Waterloo Art Gallery, Mendel Art Gallery, Art Gallery of Nova Scotia and the Institute of Contemporary Art in London. Most notably Douglas’s work has been collected by the Art Gallery of Ontario, Mendel Art Gallery and Canadian Museum of Contemporary Photography. He has received awards from the Canada Council for the Arts and the Ontario Arts Council. His most recent body of work is influenced by Delft porcelain Chinese Landscapes, botanical illustrations, and architectural drawings. These crackled, blue and white paintings were displayed at Pulse Miami and AAF Contemporary Art Fair in 2005 and were featured in several Canadian national newspapers and magazines. Doug introduced this new series with exhibitions at the Jennifer Kostuik Gallery in Vancouver and the Birch Libralato Gallery in Toronto.
 
douglaswalker.ca
Walker

over Douglas Walker

zaterdag 28 oktober 2006
new age monnik ?
Vandaag in De Tien Geboden in Trouw: Anselm Grün
Anselm GrünIk word nogal eens bespot omdat ik alles – het christelijk geloof, psychologie en boeddhisme – door elkaar zou gooien. Laatst werd er tijdens een bijeenkomst, door radicaal conservatieven, met posters tegen mij geprotesteerd.
 
Ik zal niet beweren dat het mij niets doet, maar ik wéét dat ik heel christelijk ben, dat ik vanuit mijn geloof leef. Mensen die ervoor openstaan horen het, en zij die het niet willen horen, horen het niet. Ik heb geen last van bewijsdrift, ik zie het niet als mijn opdracht mijzelf bij zoveel mogelijk mensen populair te maken.
 
Dat mijn boeken zo succesvol zijn, verklaar ik uit het feit dat ik een heldere taal spreek, dat ik niet veroordeel maar mensen neem zoals ze zijn en dat ik hen vanuit het christelijk geloof probeer te helpen zin aan hun leven te geven.
 
Bron: De Tien Geboden [trouw.nl]

Een van de redenen waarom de boeken van Anselm Grün zoveel mensen bereiken, is waarschijnlijk dat hij een brug slaat tussen de zoekende ziel en de wijsheid die er in de Christelijke Traditie bewaard wordt. Hij spreekt zelden over het katholicisme, protestantisme of evangelicale beweging, maar als Benediktijner monnik weet hij zich verbonden met een monastieke traditie die teruggaat tot de woestijnvaders van de vierde eeuw. Het enige boekje dat ik van hem heb, gaat over de strijd van de oude monniken tegen de demonen. (Omgaan met de Boze, verschenen in de serie Monastieke Cahiers van de Abdij Bethlehem in Bonheiden) en het valt mij op dat hij de Jungiaanse psychologie hierin combineert met de psychologie avant la lettre van de woestijnvaders. Eigenlijk verkondigt Grün een soort spirituele psychologie en gebruikt net als in de New Age veelvuldig het woord ‘helen’. Daar is natuurlijk niets mis mee, maar vaak valt een beetje teveel nadruk op het zelf dokteren aan de ziel en raakt Christus wat op de achtergrond. Daarom zijn de protesten uit conservatief christelijke kringen ook wel begrijpelijk.

Ik word nogal eens bespot omdat ik alles – het christelijk geloof, psychologie en boeddhisme – door elkaar zou gooien.

Ik wil niet beweren niet Anselm Grün van oosterse en westerse mystiek één potje kookt, maar vaak is hij te weinig kritisch over oosterse mystiek. Natuurlijk weet hij dat er tegenwoordig een grote behoefte is om mystieke tradities met elkaar te verbinden en dat oosterse mystiek erg populair is. Je daarover kritisch uitlaten, betekent waarschijnlijk ook een groot deel van je publiek verliezen en Grün wil nu juist zoveel mogelijk mensen bereiken. Ik vind het jammer dat hij zich niet volledig uitspreekt over de christelijke visie op het bestaan en Jezus bijna als een gnostische messias presenteert:

“Wat ik te vertellen heb, komt hier op neer: God heeft de mens goed geschapen, Jezus heeft ons aan de goddelijke kern herinnerd en wij moeten ons deze kern – waarin we gelukkig en heel zijn – bij alles wat wij doen bewust zijn. Vanuit die gedachte kunnen we onze dagelijkse problemen relativeren en in onze omgang met anderen innerlijke vrijheid ervaren.”

Hij spreekt hier helemaal niet over de menswording van God, dat Christus mens geworden is om ons weer terug te brengen bij God. Door de zonde zijn we gevallen en alleen door het Offer van Zijn Heilig Lichaam en Bloed kunnen we weer bij God terugkeren. Het zou kunnen dat hij meent dat de religieuze zoeker van de 21e eeuw deze visie niet verdraagt. Dat hij als Benediktijner monnik het gnosticisme aanhangt, lijkt mij in ieder geval sterk.

Wat is het eigenlijke doel: zoveel mogelijk mensen willen bereiken en helpen ‘zin aan hun leven te geven’ of zoveel mogelijk mensen bij God willen brengen?

Anselm Grün schreibt:

“Im Ausatmen können wir uns vorstellen, wie wir all die Gedanken, die immer wieder hochkommen, einfach abfließen lassen. Wenn wir das eine Zeitlang tun, werden wir innerlich ruhig. Dann können wir den Atem mit einem Wort verbinden. Wir können z.B. beim Einatmen still sagen: ‘Siehe’ und beim Ausatmen ‘Ich bin bei dir’… Ich muss mich bei dieser Meditation gar nicht konzentrieren.”

Hier aber befinden wir uns voll im Trend der New-Age-Mystik. Gott ist nicht mehr eine Person, dem der Mensch im Anruf gegenübersteht, sondern eine Art kosmische Energie, die einen durch Atemtechniken, die noch dazu die ideale Voraussetzung für Passivität sind, immer mehr erfüllen kann.

Bron: vigi-sectes.org/catholicisme/esoteriklehrer-fuer-evangelikale.html

anselm-gruen.de | vier-tuerme-verlag.de

vrijdag 27 oktober 2006
Tweede van der Helst
Schuttersmaaltijd uit 1648 weer hersteld

Het is een schande dat we Rembrandt en Bartholomeus van der Helst allemaal van naam kennen. En dat we de laatste vooral kennen van die twee straten in Amsterdam.

‘Na mijn dood word ik op de scholen tien jaar vrijwillig gelezen
en daarna nog eens tien jaar verplicht.
Dan noemen ze een straat naar me.
En dan ben ik helemaal vergeten.
Niemand weet toch meer wie Tweede van der Helst was?’

(Gerard Reve, In gesprek, 1983)

Gisteren werd zijn schuttersmaaltijd die op 25 juni door een notoire schilderijenvernieler ‘behandeld’ werd, weer in oude luister gepresenteerd. Een indrukwekkend schilderij, waar de museumbezoeker bij het bewonderen van de Nachtwacht vaak met de rug naar toe staat. Soms wordt er wel eens neerbuigend gedaan over de verbluffende virtuositeit van Van der Helst die vergeleken bij de geniale Rembrandt nogal gelikt zou zijn.

Van der Helst
Slagschaduw op Nachtwacht (1642)
en op Schuttersmaaltijd (1648)

Kijken we bijvoorbeeld eens naar de slagschaduw bij Rembrandt en bij Van der Helst. Voor een dergelijk effect moet je toch een aardig potje kunnen schilderen, aan beide meesters dus wel besteed. Ze voeren het inderdaad perfect uit, zo onstoffelijk als een schaduw maar kan zijn. Wie is er hier nu gelikter?

Bartholomeus van der Helst was een van de belangrijkste Noordnederlandse portretschilders van de zeventiende eeuw. Hij was het, die vanaf het begin van de jaren veertig de stijl van de Amsterdamse portretschilderkunst bepaalde. Tot aan zijn dood in 1670 zou hij een van de meest gevraagde portrettisten van het Amsterdamse patriciaat blijven. Tientallen deftige dames en heren, kinderen en families, schutterscompagnieën en bestuurders werden door hem in een portret vereeuwigd. Al in de zestiende eeuw lieten de machtige regenten en rijke kooplieden van Amsterdam zich veelvuldig portretteren. Met de sterke economische groei in de Gouden Eeuw werd de vraag naar portretten en andere schilderijen alleen nog maar groter en vele kunstenaars vestigden zich daarom in de wereldstad. Zo verhuisde Rembrandt in 1631 vanuit Leiden naar het welvarende Amsterdam. Vanaf het midden van de jaren dertig had ook de uit Haarlem afkomstige Van der Helst zijn eigen atelier in deze stad.
 
lees verder
Van der Helst
Schuttersmaaltijd ter viering van
de Vrede van Münster, 1648
nieuwe klanken [3]
geluisterd naar La Mer (1905) van Claude Debussy

Vorig jaar op 15 oktober werd in Parijs het 100-jarige jubileum gevierd van Debussy’s meesterwerk La Mer. Het bestaat uit drie delen: I. De l’aube à midi sur la mer, II. Jeux des vagues en III. Dialogue du vent et la mer.

I. De l’aube à midi sur la mer
Zoals van de ochtend tot de middag het licht gestadig toeneemt, ofschoon enkele voor de zon schuivende wolken het bijwijlen verduisteren, en de glans over het water telkens wisselt, zo groeit in een grootse stijging versterkt door enkele verstillingen de klank van dit stuk. De wijde eenzaamheid van de zee en haar trage deining is hier en daar volkomen tot muziek geworden. Wonderlijk hoe Debussy de zuiver muzikale overeenkomstigheden voor zijn gegeven schiep; de korte golfslag van de secunden, de rustige onregelmatigheden van het lome Triton-signaal met zijn triolen en synkopen, het wiegelende hoofdthema van dit deel en de verre hymne tegen het slot die eindigt in een kort tumult.
Etretat
Claude Monet, Etretat (1881)
Het is de wereld van het als tijdloos ervaren ‘eeuwige heden’

Claude Debussy, de heimelijke omwentelaar, heeft in de Westeuropese toonkunst een nieuwe akoestische wereld ontsloten, door middel waarvan de daartoe bereide en voorbereide muzische mens toegang kan krijgen tot een belevingsgebied dat voordien in onze muziek terra incognita was. Het is de wereld van het als tijdloos ervaren ‘eeuwige heden’, waarvan niet het Doel wordt verheerlijkt, nagestreefd of veroverd, maar het Zijn wordt beleefd met de grootst mogelijk intensiteit. Het kunstenaarstype waarvoor deze wereld open ligt, is altijd het type dat de natuur als een ondeelbaar proces van ontstaan en vergaan groot, kosmisch ervaart en aan dit ervaren alleen soms ogenblikken dankt van extatisch geluk. De kunstenaar die bestemd is aan dergelijke momenten van ‘eeuwige heden’ een gestalte te geven, is het tegendeel van een ‘romantische dromer’. Hij is een gespannen spieder en luisteraar voor wie natuur nooit achtergrond is, decor waartegen hij eigen of anderer verdriet of drama projecteert. Natuur is hem steeds het symbool voor de buitenmenselijke realiteit, waarvan hij zichzelf en de mens in het algemeen een nietig en nooit dominerend onderdeel weet.

uit: Rudolf Escher, Debussy, Actueel Verleden
Uitgeverij Frits Knuf, Buren, 1985

Etretat
Claude Monet, Etretat (1884)
II. Jeux des vagues
Een ijl tussenspel, met soepele vluchtige en in elkaar verglijdende arabesken, die slechts een enkele maal uitgroeien, gelijk de melodie van de Engelse hoorn. Het verdicht zich geleidelijk, waar de motieven zich omstrengelen boven een lang aangehouden orgelpunt tot een overstelpende klank, die snel vervluchtigt.
 
III. Dialogue du vent et la mer
MonetEen stormachtig tweegesprek van de elementen met geladen verstillingen en grootse luwten. Naar de aard van dit sluitstuk zijn melodische bestanddelen van het eerste deel hier gewijzigd. Het Triton-signaal wordt jachtig in de trompet, onheilspellend waar de fagotten het laag blazen en besluit triomfantelijk het werk als de kornetten het snel aanzwellend telkens herhalen. De verre hyme klinkt hier breder. Het eigen hoofdthema van dit deel is onrustig in zijn weifeling tussen kleine en grote secunde, en door de versnelling en vertraging van zijn vaart.
 
Bron: XYZ der Muziek van Casper Höweler (1936)

download La Mer

donderdag 26 oktober 2006
nieuwe klanken [2]
pianowerken van Claude Debussy (1862-1918)

Claude DebussyIn bijna elk inleidend stuk dat je over Claude Debussy leest, wordt gerefereerd aan zijn bezoek aan het paviljoen van Nederlands-Indië op de Wereldtentoonstelling van Parijs in 1889 waar hij in de ban raakte van een gamelan-orkest. We zijn nu gewend aan het verschijnsel wereldmuziek, maar in 1889 was de West-Europese muziek nog gesloten en volgde haar eigen traditie. In navolging van Chopin hadden in de tweede helft van de negentiende eeuw vooral de Russische componisten interesse getoond voor de eigen volksmuziek en deze in hun composities verwerkt. Zo waren er al invloeden uit de Slavische cultuur de Westerse muziek binnengestroomd.

Debussy stond in zijn vroege werk sterk onder invloed van Moessorgsky en vooral de opera Boris Godoenov maakte diepe indruk op hem. Vanaf 1890 begint er bij hem een nieuw geluid door te klinken. De Suite Bergamasque bestaat uit de delen Prélude, Menuet, Clair de Lune, en Passepied en markeert het begin van een ontwikkeling die uiteindelijk zal uitmonden in de zogenaamde nieuwe pianistiek. Met het werk Estampes uit 1903 is de doorbraak definitief een feit. Estampes bestaat uit de delen Pagodes, La soirée dans Grenade en Jardins sous la pluie. In het eerste deel Pagodes hoor je onmiskenbaar oosterse klanken. Debussy was de gamelan uit 1889 niet vergeten… Overigens was het Maurice Ravel die claimde de nieuwe pianistiek te hebben geïntroduceerd met zijn compositie Jeux d’eau uit 1901, zie nieuwe klanken [1]

Eén, soms wat te veel benadrukt aspect van zijn stijl, is het impressionisme. Deze term duidde aanvankelijk op een school van Franse kunstenaars die haar bloeiperiode had van 1880 tot het einde van de negentiende eeuw.
Het impressionisme in de muziek staat voor een benadering die is gericht op het weergeven van stemmingen en zintuiglij­ke indrukken, met harmonie en klankkleur als belangrijkste middelen. Het im­pressionisme is dus een soort programmamuziek, maar verschilt van de mees­te programmamuziek omdat het niet de uitdrukking van diepe emoties of de uitbeelding van een verhaal tot doel heeft. Het wil alleen een bepaalde stem­ming oproepen, een vluchtige sfeer of beleving. Suggestieve titels en verwij­zingen naar natuurlijke geluiden, een ‘zwevend’ ritme, karakteristieke flarden melodisch materiaal en dergelijke moeten dit streven ondersteunen. Daarnaast gaat het bij impressionisme om de zinspeling en het understatement. In zeke­re zin is het de antithese van het uitgesproken, energieke en diepgravende ex­pressionisme van de romantiek.
 
Verscheidene vroege invloeden hebben bijgedragen tot de vorming van Debussy’s stijl. Tot de directe achtergrond behoorden César Franck, Saint ­Saëns en de spitsvondige en originele Emmanuel Chabrier (1841-1894); maar contemporaine kunstenaars bepaalden waarschijnlijk evenzeer De­bussy’s overwegingen. Andere invloeden waren Wagner, Moessorgski, Grieg en na 1900 Ravel. Enkele technische aspecten van de impressionistische stijl hadden hun pre­cedenten in het werk van Chopin en dat van Liszt. Van de Franse traditie erfde Debussy zijn fijngevoeligheid, zijn aristocratische smaak en zijn anti-romantische visie op de functie van muziek. In zijn laatste werken wend­de hij zich met hernieuwde overtuiging tot het erfgoed van Couperin en Ra­meau.
 
Bron: kunstbus.nl

Pianowerken van Claude Debussy in mijn collectie
Deux Arabesques (1888)
Petite Suite (1889)
Suite bergamasque (1890)
(including Prélude, Menuet, Clair de Lune, and Passepied)
Rêverie (1890)
Valse romantique (1890)
Nocturne (1892)
Pour Le Piano (1899)
Estampes (1903)
L’Isle Joyeuse (1904)
Images, sets one and two (1905, 1907)
(a very notable piece being Reflets dans l’eau)
Children’s Corner Suite (1909)
Préludes, book one and two (1910-1913)
(including La Fille aux Cheveux de Lin, La Cathédrale Engloutie and Canope )
La plus que lente (valse pour piano) (1910)
Etudes, book one and two (1915)

uitvoering: Gordon Fergus-Thomson en Paul Crossley

ons nationaal geheugen [9]
de boekdrukkunst en de opkomst van het boek (1460-1585)

Vorige week maandag werd de Canon van Nederland gepresenteerd, die bestaat uit vijftig vensters waardoor de Nederlander zijn nationaal zelfbewustzijn bij elkaar kan gluren. Door het achtste venster kijken we naar de boekdrukkunst

boekdrukkerij
Eind 16e-eeuwse boekdrukkerij
door Giovanni Stradanus, 1587-1589
In de beginjaren van de drukkunst werd de decoratie van het gedrukte boek met de hand aangebracht door rubricatoren of illuminatoren. Dit waren initialen van verschillende grootte, paragraaftekens, in rood en blauw, soms onderstrepingen, titels van hoofdstukken in rood, en verder konden randen en miniaturen aangebracht worden in de stijl van de handschriften uit de stad of de streek. De decoratie en illuminatie dienden om de structuur van de tekst aan te geven en de gebruiker de weg door het boek te wijzen. Omstreeks 1480 werd deze bewerking, die vaak (maar niet altijd) aan de koper overgelaten werd, vervangen door typografische middelen: gedrukte initialen, randen en illustratie van de tekst door houtsneden, die dezelfde structurerende functie hadden als de handgeschreven of -geschilderde decoratie.
 
Bron: bibliopolis.nl/handboek

bibliopolis.nl | verwijzingen [entoen.nu]

woensdag 25 oktober 2006
dialoog?
Herman Hegger over de ontmoeting tussen christenen en moslims

Vandaag las ik in Trouw een Open Brief van ds. Herman Hegger aan Harry Kuitert. Hierin roept hij Kuitert tegenover zijn eigen publiek tot de orde. Onder de indruk van deze brief, zocht ik met Google naar informatie over Hegger’s boek Mijn weg naar het Licht en kwam ik een van zijn rondzendbrieven tegen op de website eenheid.org. Hegger spreekt hierin heel duidelijk over de relatie tussen moslims en christenen.

dialoog
spotprent van Tom Janssen

Over een ‘dialoog’ zoals hierboven verbeeld hoor je Herman Hegger niet spreken..

Wij zijn geroepen om te getuigen van Christus als de enige en volkomen Zaligmaker voor een verloren mensdom. We mogen nooit opzij gaan voor geweld waarmee men ons bedreigt omdat wij onze Heiland openlijk belijden. Als we voor de keuze gesteld worden: Christus of de dood, mag er geen twijfel over bestaan, dan is onze keuze zonder meer: Christus.
 
Maar daaruit volgt niet dat wij als een ‘wij’ een front moeten maken tegenover de ‘zij’ die een onjuiste leer aanhangen. De liefde sluit wel een valse leer uit, maar ze sluit nooit mensen buiten. Waarom niet? Omdat de Here dat ook niet doet en omdat wij geroepen zijn om navolgers van God te zijn (Ef. 5:1). God sluit niemand buiten Zijn liefde. Hij wil dat alle mensen behouden worden (1 Tim. 2:4). Hij omvangt allen met Zijn uitnodigende liefde.
De liefde sluit wel een valse leer uit, maar ze sluit nooit mensen buiten
Aan Zijn barmhartigheid hebben wij onze eigen redding te danken. Christus heeft ons door Zijn kruisdood met God verzoend, ondanks het feit dat wij vijandig stonden tegenover Zijn Vader (Rom. 5:10). Daarom: “Weest dan barmhartig gelijk uw Vader barmhartig is” (Lukas 6:36).
 
Een betere manier om moslims voor Christus te winnen is het, als we met hen uit de Koran lezen. Laat hen maar de verzen voorlezen die zij graag naar voren willen brengen. Maar stel dan wel als voorwaarde dat ook u uit de Bijbel mag voorlezen. Zo kunnen ze zelf in Gods Woord ontdekken dat Jezus zo heel anders is.
 
En we moeten wat de Bijbel zegt, onderstrepen met ons getuigenis. Ze moeten merken dat wij vol zijn van de levende God als de Vader van Jezus en dat we daarom over Hem niet kunnen zwijgen. Ze moeten aan ons zien dat wij Hem met ons hart kennen door de verlichting van de Heilige Geest. Het moet van ons afstralen dat wij ons in Christus “verheugen met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde” (1 Petr. 1:8).
 
Bron: eenheid.org/Rondzendbrief-doc

Open Brief van Hegger aan Kuitert [refdag.nl] | tomjanssen.net

ons nationaal geheugen [8]
De Hanze (1356-1450)

Vorige week maandag werd de Canon van Nederland gepresenteerd, die bestaat uit vijftig vensters waardoor de Nederlander zijn nationaal zelfbewustzijn bij elkaar kan gluren. Door het zevende venster kijken we naar de Hanze

Kampen
Hanzestad Kampen
In de lange periode van de twaalfde tot de zestiende eeuw waren Zutphen, Deventer, Tiel, Kampen, Zwolle en nog meer steden, vooral in het oosten van het land, belangrijke en welvarende centra van handel. Deze steden waren namelijk lid van het Hanzeverbond. Een Hanze (of: Hanza) was oorspronkelijk een samenwerkingsverband tussen kooplieden, in verschillende steden, die dezelfde producten verhandelden. Door samen te werken konden zij de kosten drukken, veiliger (samen!) reizen, op grotere schaal inkopen of verkopen en zich samen wapenen tegen grillen en willekeur van landsheren. Vanaf 1356 werd de Hanze een verbond van steden, dus niet alleen meer van de handelaren in die steden. Dat werd besloten op de eerste vergadering in Lübeck, een stad in het huidige Duitsland, in 1356. De Duitse Hanze, die wij in Nederland gewoon ‘De Hanze’ noemen, werd een machtig netwerk van handelssteden: het netwerk van samenwerkende steden strekte zich uit over Duitsland, Nederland, België, de Baltische Staten, Noorwegen en Polen. Daarbinnen probeerde het stedenverbond zoveel mogelijk de handelsbelemmering te slechten. Het Hanzenetwerk dreef ook handel met partners buiten dit gebied, bijvoorbeeld met Londen en zelfs met Spaanse steden.
 
Bron: entoen.nu

verwijzingen [entoen.nu] | geschiedenis van Deventer | Zwolle en de Hanze

dinsdag 24 oktober 2006
Openbaring van Johannes (Paulus II)
bizarre interpretatie van de Apocalyps door World’s Last Chance

In religieus opzicht zijn de Verenigde Staten een merkwaardig land. Het is de bakermat van veel protestants-christelijke sekten, fundamentalistische groeperingen en de evangelicale beweging. Nergens ter wereld wordt zoveel gespeculeerd over de Eindttijd in het licht van het laatste Bijbelboek. Vijfendertig jaar geleden las mijn vader gretig de bestsellers van Hal Lindsey. Inmiddels heeft deze exegeet een heus orakelimperium opgebouwd. Maar hij is niet de enige. Zo kwam ik gisteren via een linkje op de website van Worlds Last Chance. Deze groepering interpreteert het zeventiende hoofdstuk van de Apocalyps als volgt: Benedictus XVI is de laatste menselijke paus en de volgende paus zal een geïncarneerde duivel zijn in de persoon van een wederopgestane paus Johannes Paulus II.

zeven koningen
En het beest, dat was en niet is, die is ook de achtste koning, en is uit de zeven en gaat ten verderve
Openbaringen, Hoofdstuk 17
1 En een uit de zeven engelen, die de zeven fiolen hadden, kwam en sprak met mij, en zeide tot mij: Kom herwaarts, ik zal u tonen het oordeel der grote hoer, die daar zit op vele wateren; 2 Met welke de koningen der aarde gehoereerd hebben, en die de aarde bewonen zijn dronken geworden van den wijn harer hoererij. 3 En hij bracht mij weg in een woestijn, in den geest, en ik zag een vrouw, zittende op een scharlakenrood beest, dat vol was van namen der godslastering, en had zeven hoofden en tien hoornen. 4 En de vrouw was bekleed met purper en scharlaken, en versierd met goud, en kostelijk gesteente, en paarlen, en had in hare hand een gouden drinkbeker, vol van gruwelen, en van onreinigheid harer hoererij. 5 En op haar voorhoofd was een naam geschreven, namelijk Verborgenheid; het grote Babylon, de moeder der hoererijen en der gruwelen der aarde. 6 En ik zag, dat de vrouw dronken was van het bloed der heiligen, en van het bloed der getuigen van Jezus. En ik verwonderde mij, als ik haar zag, met grote verwondering. 7 En de engel zeide tot mij: Waarom verwondert gij u? Ik zal u zeggen de verborgenheid der vrouw en van het beest, dat haar draagt, hetwelk de zeven hoofden heeft en de tien hoornen. 8 Het beest, dat gij gezien hebt, was en is niet; en het zal opkomen uit den afgrond, en ten verderve gaan; en die op de aarde wonen, zullen verwonderd zijn namen niet zijn geschreven in het boek des levens van de grondlegging der wereld), ziende het beest, dat was en niet is, hoewel het is.
Het Beest van de Apocalyps
Het beest in de Bamberger Apocalyps,
een pareltje van Ottoonse boekverluchtiging
tussen 1000 en 1020 vervaardigd
9 Hier is het verstand, dat wijsheid heeft. De zeven hoofden zijn zeven bergen, op welke de vrouw zit. 10 En het zijn ook zeven koningen; de vijf zijn gevallen, en de een is, en de ander is nog niet gekomen, en wanneer hij zal gekomen zijn, moet hij een weinig tijds blijven. 11 En het beest, dat was en niet is, die is ook de achtste koning, en is uit de zeven en gaat ten verderve. 12 En de tien hoornen, die gij gezien hebt, zijn tien koningen, die het koninkrijk nog niet hebben ontvangen, maar als koningen macht ontvangen op één ure met het beest. 13 Dezen hebben enerlei mening, en zullen hun kracht en macht het beest overgeven. 14 Dezen zullen tegen het Lam krijgen, en het Lam zal hen overwinnen en die met Hem zijn, de geroepenen, en uitverkorenen en gelovigen. 15 En hij zeide tot mij: De wateren, die gij gezien hebt, waar de hoer zit, zijn volken, en scharen, en natiën, en tongen. 16 En de tien hoornen, die gij gezien hebt op het beest, die zullen de hoer haten, en zullen haar woest maken, en naakt; en zij zullen haar vlees eten, en zullen haar met vuur verbranden. 17 Want God heeft hun in hun harten gegeven, dat zij Zijn mening doen, en dat zij enerlei mening doen, en dat zij hun koninkrijk het beest geven, totdat de woorden Gods voleindigd zullen zijn. 18 En de vrouw, die gij gezien hebt, is de grote stad, die het koninkrijk heeft over de koningen der aarde.
 
Bron: Statenvertaling

Bamberg ApocalypsThe Bamberg Apocalypse
(Bamberg, Staatsbibliothek, MS A. II. 42) is an 11th century richly illuminated manuscript containing the Book of Revelations and a Gospel Lectionary. It was created in the scriptorium at Reichenau between 1000 and 1020 and is closely related to other Reichenau manuscripts including the Pericopes of Henry II and the Munich Gospels of Otto III. It was commissioned by Otto III. The manuscript was unfinished at the time of Otto’s death and was ordered completed by Henry II, who then, along with his wife, Cunigunde, donated it to the newly established Collegiate Abbey of St. Stephan at Bamberg. It is the only extant illustrated Ottonian Apocalypse manuscript. The manuscript has 106 folios and is illuminated with 57 gilded miniatures and over 100 gilded initials.
Bron: en.wikipedia.org

meer afbeeldingen uit de Apocalyps | apocalyptic-theories.com
worldslastchance.com | nog maar één paus? [katholieknieuwsblad.nl]

nieuwe klanken [1]
pianowerken van Maurice Ravel (1875-1937)

Vandaag luister ik weer eens naar een paar pianowerken die Maurice Ravel zo’ n honderd jaar geleden schreef: Jeux d’eau (1901), Sonatine (1903), Miroirs (1904), Gaspard de la nuit (1908) en Le tombeau de Couperin (1914–1917). Ravel wordt vaak met Claude Debussy vergeleken en inderdaad is hij zijn oudere collegapianist heel wat schatplichtig. Over het algemeen is Ravel virtuozer en Debussy poetischer. Niet voor niets voelde de eerste zich meer thuis bij Franz Liszt en de laatste bij Frédéric Chopin. Beiden werden de voormannen van wat later de nieuwe Franse pianistiek genoemd zou worden. Het mooie van deze pianomuziek vind ik dat je onmiskenbaar een nieuw geluid hoort, het geluid van de twintigste eeuw. De klassieke tonica wordt zo onder druk gezet dat er nieuwe klanken vrij komen. Wij zijn daar nu imiddels gewend aan geraakt, maar als je echt luistert, is het nieuwe er steeds weer, zoals elke lente ook weer nieuw is.

RavelRavel was de enige van zijn Franse tijdgenoten die zich als componist naast Claude Debussy heeft kunnen handhaven. Hoewel beiden in hun werk vaak dezelfde invloeden hebben ondergaan ondermeer die van Mussorgsky en er niet zelden sprake is van een wederzijdse beïnvloeding, op het gebied van harmonische subtiliteiten en geraffineerde orkestbehandeling, is het musicologische denken van beide componisten fundamenteel verschillend. Waar zich bij Debussy gaandeweg het componeren ontwikkelde in een steeds grotere vrijheid, die nog slechts aan eigen wetten gehoorzaamt, ontpopte Ravel zich van het begin af als een classicistische componist, die de traditionele vormen met soeverein meesterschap wist te hanteren als kader voor zijn vernieuwingen. Kenmerkend is zijn zin voor vastomlijnde melodiepatronen, waarin zich aanvankelijk nog het voorbeeld van Chabrier en Fauré spiegelt. Van laatstgenoemde is tevens zijn voorliefde voor archaïsche modaliteiten afkomstig. Opmerkelijk is ten slotte het veelvuldige voorkomen van dansvormen in zijn werk.
 
maurice-abravanel.com/ravel_nederlands.html

werken van Maurice Ravel in mijn collectie
Jeux d’eau, piano, 1901
Sonatine, piano, 1903
Miroirs, piano, 1904
Gaspard de la nuit, piano, 1908
Pavane pour une infante défunte, piano 1909, orkest 1910
Le tombeau de Couperin, piano 1914–1917, orkest 1919
Valses nobles et sentimentales, piano 1911, orkest 1912
Pianoconcert in D, voor de linkerhand, 1929–1930
Pianoconcert in G, 1929–1931

uitvoering: Gordon Fergus-Thomson en Paul Crossley

Ravel [nl.wikipedia.org]

maandag 23 oktober 2006
wat een mooite!
Paul Biegel (1925-2006) op 21 oktober overleden

de kleine kapiteinDertien jaar geleden ontmoette ik Paul Biegel voor het eerst en het laatst in de Arnhemse kinderboekwinkel Eigenlijk had ik nooit iets van hem gelezen. Ik kende zijn verhalen De kleine kapitein (1972) met illustraties van de inmiddels ook al overleden Carl Hollander uit de Donald Duck en De vloek van Woestewolf (1974) van de gelijknamige televisieserie.

Omdat ik in 1993 bezig was met het illustreren van een prentenboek voor peuters, wilde ik de oude meester graag ontmoeten. Gisteren zag ik op het journaal van acht uur dat Paul Biegel overleden is. Misschien dat ik binnenkort zijn Nachtverhaal weer eens ga lezen waarmee hij in 1993 een gouden griffel won. Zijn taalgebruik is soms archaïsch en soms met heel eigen woorden, wat hij bij Marten Toonder moet hebben geleerd. Typische Biegel-woorden zijn: mooite en tover.

Kinderboekenweek
programma van de kinderboekenweek 1993. Ook Max Velthuis leeft niet meer
handtekening van Paul Biegel
gesigneerd schutblad van mijn exemplaar van Nachtverhaal

Paul BiegelPaul Biegel wilde eigenlijk pianist worden, maar toen bleek dat hij niet goed genoeg was voor het conservatorium, ging hij een jaar naar Amerika, waar hij voor een krant schreef. Toen hij terugkwam in Nederland werd hij redacteur van de Avrobode. Ook begon hij rechten te studeren in Amsterdam. Dat mislukte ook, waarna hij stripverhalen ging schrijven voor de Toonder Studio’s. Daar leerde hij het schrijversvak. In 1962 verscheen zijn eerste boek, en sindsdien zijn er meer dan 60 boeken van hem verschenen. Ook vertaalde hij werk van anderen.

Vrijwel alle boeken van Paul Biegel bevatten sprookjesachtige elementen. Ze gaan over rovers, prinsessen, feeën, koningen en dwergen. En zelfs als zijn hoofdpersonen gewone mensen zijn, dan gebeuren er toch wel ongebruikelijke, toverachtige dingen. In zijn boeken voor wat oudere kinderen hangt vaak een donkere, dreigende sfeer, die hij in een heel eigen stijl weet neer te zetten. De boeken gaan over de strijd tussen goed en kwaad, over reizen naar het onbekende. Voor een aantal van zijn boeken baseerde hij zich op oude verhalen en legendes. In veel boeken spelen dieren een belangrijke rol.

Bron: home.wanadoo.nl/richard.thiel

ons nationaal geheugen [7]
Floris V (1254-1296)

Vorige week maandag werd de Canon van Nederland gepresenteerd, die bestaat uit vijftig vensters waardoor de Nederlander zijn nationaal zelfbewustzijn bij elkaar kan gluren. Door het zesde venster kijken we naar de tijd van Floris V

Floris V
De aanhouding van Floris V
Toen Floris in de zomer van 1254 werd geboren, stond in des Graven Haghe een nieuw grafelijk slot in de steigers. De opdracht daartoe was nog gegeven door Floris’ vader, graaf Willem II, die in 1256 tijdens een expeditie tegen de Friezen bij Hoogwoud met zijn paard door het ijs zakte en door de toegesnelde Friezen de schedel werd ingeslagen. De pas twee jaar oude Floris was daarna officieel de nieuwe graaf, al werd het bewind voorlopig gevoerd door zijn oom.
Eenmaal zelf aan de macht, besloot Floris zijn vaders dood te wreken door een veroveringstocht tegen de Friezen te ondernemen. Het werd een grote mislukking, die door de boeren en stedelingen in het Kennemerland werd aangegrepen om in opstand te komen. Slechts door de oproerige Kennemers een aantal voorrechten te verlenen die hen moesten beschermen tegen adellijke heren wist Floris de rust te herstellen. ‘Der keerlen god’, noemden de verontwaardigde edelen hem sindsdien misprijzend, de god van de boeren.
 
Bron: entoen.nu

schoolplaten Geschiedenis | verwijzingen [entoen.nu]

zondag 22 oktober 2006
John Raedecker
gezien: De droom van het levende beeld, John Raedecker (1885-1956)
in het Museum voor Moderne Kunst Arnhem, nog tot 28 januari 2007

Gisteren bezocht ik de tentoonstelling met het werk van John Raedecker en was verrast toen ik zijn zwerfhond zag. Ik ken het namelijk heel goed omdat mijn broer een kopie van dit beeldje gemaakt heeft. De hond keert in het werk van Raedecker vaker terug: In het Nationaal Monument op de Dam bijvoorbeeld symboliseren de twee mannen met aan hun voeten huilende honden het verzet.

straathond
kopie van Raedecker’s zwerfhond
gemaakt door mijn broer

John Raedecker op de Dam tijdens de installatie van het Nationaal MonumentVoordat hij bekend werd als beeldhouwer van het Nationaal Monument op de Dam heeft John Rädecker een interessante ontwikkeling doorgemaakt. Hij begon omstreeks 1900 als assistent van beeldhouwers als Joseph Mendes da Costa, maar was daarnaast als vrij kunstenaar als tekenaar en schilder actief. Zijn doorbraak vond omstreeks 1909-1911 plaats; hij maakte toen luministische schilderijen, aansluitend bij het internationale modernisme.

Rädeckers vroege beeldhouwwerken vertonen uiteenlopende invloeden, variërend van jugendstil tot buiten-europese kunst en kubisme. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd hij bekend als expressionistisch beeldhouwer, met een zeer persoonlijke menging van stijlinvloeden. In de jaren dertig en veertig waren Rädecker de tekenaar en Rädecker de schilder net zo geliefd als Rädecker de beeldhouwer. John Raedecker aan het werkHij was inmiddels met werk vertegenwoordigd in bijna alle grote Nederlandse particuliere en openbare collecties. Na de Tweede Wereldoorlog werd Rädecker in ons land beschouwd als de vader van de moderne beeldhouwkunst en kreeg hij grote opdrachten voor portretten en oorlogsmonumenten. Gelijktijdig met de tentoonstelling verschijnt een monografie over Rädecker.

Bron: nga.nu

John Raedecker is overigens beslist aan een rehabilitatie toe. Wanneer je zijn naam intypt bij Google Afbeeldingen komen er zes pagina’s met voornamelijk foto’s van werk van de hedendaagse kunstenaar Michael Raedecker. Daarbij is maar één foto van een beeld van John Raedecker

hetlevendebeeld.nl

ons nationaal geheugen [6]
Het Nederlands op schrift vanaf 1100

Afgelopen maandag werd de Canon van Nederland gepresenteerd, die bestaat uit vijftig vensters waardoor de Nederlander zijn nationaal zelfbewustzijn bij elkaar kan gluren. Door het vijfde venster kijken we naar het ontstaan van de Nederlandse Taal

Hendrick van Veldecken
Hendrik van Veldeke, miniatuur uit de beroemde Codex Manesse
‘Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic enda thu wat unbidan we nu’
Deze regels werden omstreeks het jaar 1100 als pennenproef neergeschreven door een Vlaamse monnik die in een Engels klooster verbleef. Zijn dagelijks leven was grotendeels gevuld met het overschrijven van Latijnse en Oudengelse teksten. Af en toe moest hij de ganzenveer waarmee hij schreef aanscherpen. Op de laatste bladzijde van het boek dat hij aan het maken was, probeerde hij uit of zijn pen weer goed schreef, alvorens verder te werken. In zo’n geval schrijf je vaak het eerste dat je te binnen schiet. Bij onze monnik was dat een liefdesversje dat hij nog uit zijn jeugd in Vlaanderen kende: Hebban olla vogala… En daarmee verschafte hij de Nederlandse literatuurgeschiedenis een romantisch begin.
 
Bron: literatuurgeschiedenis.nl

De canon verwijst naar de prachtige site over Middeleeuwse literatuur met een mooie interactieve kaart van de Lage Landen omstreeks 1300 en een uitgebreide tijdbalk van de periode 1000-1500.

Kloosterzaal
Kloosterzaal

verwijzingen [entoen.nu]

zaterdag 21 oktober 2006
Minoes in the sky with diamonds
de psychedelische katten van Louis Wain (1860-1939)

Louis Wain was een Engelse illustrator uit het begin van de vorige eeuw en werd op een prettige manier geobsedeerd door katten. Hij is dan ook bekend geworden met illustraties van katten. Toen hij op 57-jarige leeftijd aan schizofrenie begon te lijden, werden zijn tekeningen plotseling anders.

Wain

LSD heeft Wain nooit gebruikt, want dat werd pas in 1938 door Albert Hofmann ontdekt en het duurde nog wel 25 jaar voordat LSD echt een consumptiegoed werd, aanvankelijk in de psychotherapie.

WainLouis Wain was born in 1860 and started to draw cats in his early twenties. By the turn of the century, his was a household name, for he had created the Louis Wain Cat, a special type of mischievous feline which found universal acclaim. But he was obsessed with drawing cats, and when the demand for them eventually diminished, he was not able to come to terms with the situation. He had heavy family commitments, but no one would buy his work—his only means of making a living. His mind failed and he was admitted in poverty to a mental hospital. After a time, he was “discovered” there, and a number of influential people set up a fund to enable him to spend the rest of his days in comfort. He died in 1939.
 
Bron: lilitu.com
Wain
The progressive escape of reality towards delusion is expressed in the pictures below. They have been painted by Louis Wain, an European artist in the beginning of this century. Since Wain was young, he used to draw and paint cats for calendars, albums, postcards, etc. When he became 57 years old, he was affected by schizophrenia, which overtook his life as well his art. The last 15 years of his life were spent in psychiatric institutions. His cat’s paintings started to change and to show startling images. Quite revealing of his psychotic condition were the cat’s eyes. See how they become fixed with hostility, even in the earliest paintings, because the psychotic probably tends to think that the world is looking upon him in a menacing way. Another sign is the fragmentation of the cat’s body. They become altered in a strange way under the psychotic’s gaze, and almost always are represented as distorted and phantastic shapes.
 
Bron: cerebromente.org.br
Wain
freak out!
Photoshop filters avant la lettre

Louis Wain [en.wikipedia.org]

ons nationaal geheugen [5]
Karel de Grote (742-814) en ons land in de Karolingische tijd

Afgelopen maandag werd de Canon van Nederland gepresenteerd, die bestaat uit vijftig vensters waardoor de Nederlander zijn nationaal zelfbewustzijn bij elkaar kan gluren. Door het vierde venster kijken we naar de Karolingische tijd in Nederland

CharlemagneGeboren in 742, volgde Karel in 768 Pippijn de Korte op als koning van de Franken. De eerste drie jaar deelde hij het bewind met zijn oudere broer Karloman, maar door diens vroegtijdige overlijden werd Karel alleenheerser. Allereerst richtte Karel zijn blik op de Longobarden. Daar was in het begin geen vuiltje aan de lucht - Karel was zelfs gehuwd met de dochter van hun koning Desiderius. Maar toen deze in 773 dreigde de Kerkelijke staat binnen te vallen, verstootte Karel zijn vrouw en trok met een leger naar Italië. Hij versloeg er de Longobarden in een blitzkrieg, kroonde zich te Pavia tot hun koning en annexeerde hun gebied. Enkele latere opstanden dwongen hem er in 781 evenwel toe om het te erkennen als autonoom koninkrijk, zij het onder het bewind van zijn zoon Pippijn. De Kerkelijke staat werd gehandhaafd, maar stond voortaan onder Frankisch protectoraat.
 
lees verder: users.pandora.be/vroege-middeleeuwen/karelgr.htm

Over de Karolingische tijd in ons land lopen de opvattingen nog steeds uiteen. Zo waart het spook van de Nijmeegse historicus Albert Delahaye ook al rond op entoen.nu Het enfant terrible van de Keizerstad ontkende dat Nijmegen al bestond ten tijde van Keizer Trajanus en Karel de Grote. Ook meende hij dat de Karolingische tijd in Nederland niet klopt en herschreven moet worden.

Albert DelahayeNa zijn benoeming als archivaris in Nijmegen groeide bij Albert Delahaye de overtuiging, dat er iets mis was met het Karolingische karakter van de zogenaamde keizer Karelstad. De eerste twijfel werd opgeroepen door de plaats van het zogenaamde Karolingisch paleis en het daaraan verbonden Valkhof, dat buiten de stad lag. Dat was geen Karolingische stad met het paleis in het centrum, maar een Duitse stad, waarbij het paleis, zoals in Nijmegen, buiten de stad lag. Al snel kwam de verwarring met Noyon (ook Noviomagus geheten) boven tafel. Bovendien vertoonde de archeologie een totaal gemis aan Karolingische vondsten, terwijl er volop Romeins is gevonden. En dat terwijl de Karolingische periode er langer geduurd zou hebben dan de Romeinse aanwezigheid.

Nadat Albert Delahaye begon te publiceren over zijn twijfel over Karel de Grote en zijn Paleis te Nijmegen, bleek al snel dat er veel meer mis was met de historie van Nederland. Aanvankelijk begonnen met het Karolingische tijdperk kwam Albert Delahaye tot de ontdekking dat ook de Noormannen, St.Willibrordus en St.Bonifacius op grond van het onjuist lezen van historische teksten, ten onrechte in Nederland terecht waren gekomen. Hij ging op zoek naar de meest oorspronkelijke teksten en heeft deze zonder vooringenomenheid opnieuw gelezen en beoordeeld. Toen bleken al snel de mystificaties en de mythevorming die gebaseerd zijn geweest op het verkeerd begrijpen van de antieke teksten.

Bron: noviomagus.info

Karel de Grote in Aken
Karel de Grote in Aken

verwijzingen naar Karel de Grote [entoen.nu]
Karel de Grote als Europeaan [geschiedenis.vpro.nl]

vrijdag 20 oktober 2006
just another one
bezocht: tenstoonstelling Philip Akkerman, 25 jaar zelfportretten
De Hallen in Haarlem, nog tot 19 november

Beu van de abstracte schilderkunst zocht Philip Akkerman begin jaren ‘80 weer aansluiting bij de schilderkunstige traditie en begon wars van alle trends met het schilderen van zelfportretten. En hield dat vol tot op de dag van vandaag. Met als resultaat een oeuvre van tot nu toe ruim 2400 zelfportretten. Daarvan zijn er 2314 in een lijvig fullcolor boek verschenen en de overige portretten die hij het afgelopen jaar (10 januari-28 augustus 2006) schilderde, zijn te zien in De Hallen in Haarlem. Gisteren bezocht ik deze tentoonstelling die nog tot 19 november te zien is.

Akkerman boek 2314
pagina uit het boek 2314, zelfportretten van Philip Akkerman 1981-2005

Wanneer ik door het boek 2314 blader, dan moet ik denken aan mijn eerste sessies met Photoshop tien jaar geleden, hoe ik het ene na het andere filter met een oh! en ah! opentrok. Iedereen die wel eens met de filters van Photoshop geklungeld heeft, weet dat dit meestal al binnen vijf minuten gaat vervelen. Het is daarom een oneerbiedige vergelijking, want Philip Akkerman is na 25 jaar varieren op een thema nog steeds niet verveeld geraakt van just another one. Hij is de eerste om toe te geven dat zijn werk ook zwakke plekken heeft, maar in zijn konsekwentheid blijft het ijzersterk: een goed of slecht schilderij bestaat in zijn visie niet. Het zijn allemaal variaties die er mogen zijn. Middelpuntzoekend in het onderwerp maar stylistisch gezien middelpuntvliedend. Misschien is hij daarom wel meer dan zijn generatiegenoot Rob Scholte, dé post-modernistsische schilder van Nederland. Het is alsof hij niet alleen door de brillen wil kijken die we uit het verleden kennen, maar ook door de brillen die nog gaan komen. Voor Philip Akkerman is de schilderkunst nog niet afgelopen. In zijn bescheidenheid heeft hij waarschijnlijk onbedoeld een uniek monument tot stand gebracht in de Nederlandse schilderkunst

dutch design in Eindhoven
Dutch Design Week 21 - 29 oktober in Eindhoven

Morgen gaat in Eindhoven de Dutch Design Week van start.

Bezoekers van Dutch Design Week (DDW) wordt een blik in de designkeuken gegund en ze krijgen zicht op de producten van morgen. Vrijwel alle vormen van design komen aan bod: productdesign, grafisch ontwerp, maar ook industrieel ontwerp en conceptueel design. DDW streeft naar verdergaande internationalisering, dus ook ontwerpers en ontwerpopleidingen van buiten Nederland zijn gevraagd hun producten, concepten en visies presenteren. Tijdens DDW staat Eindhoven – dat in 2006 European Design Capital is- volledig in het teken van design: diverse galeries, werkplaatsen en ateliers in de binnenstad zijn voor het publiek opengesteld. Veel activiteiten worden op vier aansprekende en centraal gelegen locaties in Eindhoven geconcentreerd: Strijp-S, het Temporary Art Centre, het terrein van de Technische Universiteit en de Witte Dame.
 
lees verder…

designplatformeindhoven.nl | eindhoveneuropeandesigncapital.nl

donderdag 19 oktober 2006
ons nationaal geheugen [4]
Willibrord (658-739) en de verbreiding van het Christendom in Nederland

Afgelopen maandag werd de Canon van Nederland gepresenteerd, die bestaat uit vijftig vensters waardoor de Nederlander zijn nationaal zelfbewustzijn bij elkaar kan gluren. Door het derde venster kijken we naar de verbreiding van het Christendom in ons land

Dagobert
Dagobert I bouwt de stad Utrecht op
Vanuit het zuiden en het westen Met de Merovingische Franken komt het christendom in de zesde eeuw vanuit het zuiden naar midden-Nederland. Clovis is de eerste Merovingische koning die zich in 495 tot het christendom heeft bekeerd. Zijn latere opvolger Dagobert I laat in de stad Utrecht een kerkje te bouwen, om de kerstening van de Friezen in gang te zetten. Rond dezelfde tijd komen Engelse monniken, waaronder de later heilig verklaarde Willibrord, het christelijk geloof verspreiden. Vanaf die tijd zijn het niet alleen archeologische vondsten maar ook - meer of minder betrouwbare - teksten die iets vertellen over het verloop van de kerstening vanuit Utrecht.
 
Bron: collectieutrecht.nl
De apostel der Friezen
De apostel der Friezen

verwijzingen naar Willibrord en het Christendom [entoen.nu] | schoolplaten Geschiedenis

woensdag 18 oktober 2006
ons nationaal geheugen [3]
de grens van het Romeinse Rijk

Afgelopen maandag werd de Canon van Nederland gepresenteerd, die bestaat uit vijftig vensters waardoor de Nederlander zijn nationaal zelfbewustzijn bij elkaar kan gluren. Door het tweede venster kijken we naar ons land in de Romeinse tijd

De Romeinen in ons land
De Romeinen in ons land
De Nederlandse Limes, ooit onderdeel van de noordgrens van het Romeinse Rijk, is nu het grootste archeologische monument van Nederland. Onzichtbaar, sluimerend in het landschap, deels verwoest of weggespoeld in de drassige Hollandse bodem. Nieuwsgierig naar deze zone die langs de voormalige Oude Rijn loopt van Nijmegen naar Katwijk? Wat weten we er nog van? Wat is er nog te zien? Hoe kan de Limes een inspiratiebron zijn voor de hedendaagse inrichting van Nederland? Deze website www.limes.nl is een vraagbaak en vindplaats voor dit soort vragen van professionals en een geïnteresseerd publiek.
 
Bron: limes.nl


bekijk de computeranimatie van het hoofdkwartier (principia) in het Romeinse legerkamp in Nijmegen op de site van Museum het Valkhof

In juni schreef ik al iets over mijn fietstocht langs Romeinse nederzettingen in de Betuwe.

verwijzingen naar de Limes [entoen.nu] | Museum het Valkhof Nijmegen

dinsdag 17 oktober 2006
Hedendaagse Nederlandse schilders [4]
Frans Koppelaar uit Amsterdam

In juni maakte ik kennis met het werk van Hans Versfelt, die ongeveer hetzelfde ‘handschrift’ heeft als Frans Koppelaar, een van mijn favouriete hedendaagse Nederlandse landschapschilders. Robuust, breed en trefzeker geschilderd.

Frans Koppelaar
Breitner’s atelier, Prinseneiland, Amsterdam
Kunstschilder Frans Koppelaar (1943) koos na zijn afstuderen in 1969 aan de Haagse Koninklijke Academie al snel voor een in die tijd hoogst ongebruikelijke werkwijze. Lijnrecht ingaand tegen de heersende salonkunst het abstract-expressionisme ontwikkelde hij reeds in de jaren zeventig en tachtig zijn vernieuwende figuratieve schilderstijl. Met zijn eigenzinnige figuratie en het schilderen ‘after nature’ kan hij inmiddels als voorloper van een nieuwe figuratieve stroming in de Moderne Nederlandse Schilderkunst beschouwd worden. Met zijn vooruitstrevende werk, zijn positieve opstelling tegenover de traditie van de Nederlandse schilderkunst en zijn unieke persoonlijke stijl verwierf Koppelaar veel erkenning in binnen- en buitenland.
 
Bron: exto.nl

meer hedendaagse Nederlandse schilders

maandag 16 oktober 2006
ons nationaal geheugen [2]
Pim en Theo hebben De Canon van Nederland niet gehaald

De commissie Van Oostrom heeft vanmiddag de Canon van Nederland gepresenteerd: 50 ijkpunten die iedere Nederland op zijn ‘harde schijf’ dient te hebben opgeslagen. Ongetwijfeld zal er nu een discussie losbarsten over deze selectie. Vijftig ijkpunten waren er te kiezen en zoals te verwachten, zou de nadruk op de nieuwste geschiedenis (na 1945) liggen. De nieuwe geschiedenis (na 1815) en de Gouden Eeuw (1566-1672) zouden waarschijnlijk ook extra belicht worden. Inderdaad valt bijna de helft (24) van alle ijkpunten uit de canon in de periode na 1800 en bijna een kwart (12) in de periode 1566-1672. Het resterende kwart valt in de tijd voor 1566 en in de periode 1672-1800.

de canon van Nederland
De klassieke tijdbalk is afgeschaft: zigzaggend onderweg naar morgen

entoen.nu

ons nationaal geheugen [1]
vandaag presenteert de commissie Van Oostrom de Canon van Nederland
Sinds het verdwijnen van ’het oude verhaal Nederland’ liggen de historische feiten erbij als losse puzzelstukjes. Niemand weet nog op welke plaats ze horen, want het deksel van de puzzeldoos met het totaalbeeld is kwijt. Eigenlijk heeft het ook geen zin meer om nog naar de puzzelstukjes om te kijken; een compleet plaatje is er toch niet meer van te maken.
 
Toch kan een land niet zonder een gedeelde historische ervaring. Dat wist de Franse filosoof Ernest Renan al in 1882, toen hij vaststelde dat de natie allereerst een sociaal-culturele eenheid was die haar wens om samen verder te gaan uitdrukte in de notie van een gemeenschappelijk verleden. En precies die notie is wat Nederland met de canon hoopt te verkrijgen.
 
Bron: trouw.nl
schoolplaat
Schoolplaat:
Krijgsraad voor de vierdaagse zeeslag

De commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon heeft van de minister van OC&W opdracht gekregen om de ‘canon van Nederland’ te ontwikkelen. Van Dales woordenboek noemt als eerste betekenis van canon ‘regel, richtsnoer, maatstaf’, en iets dergelijks is hier bedoeld: het geheel van belangrijke personen, teksten, kunstwerken, voorwerpen, verschijnselen en processen die samen laten zien hoe Nederland zich ontwikkeld heeft tot het land waarin we nu leven.

De minister licht haar opdracht als volgt toe: “Ik stel mij een canon voor die uit drie concentrische cirkels bestaat. De elementen die de kern ervan vormen, betrek ik bij kerndoelen en examenprogramma’s. De tweede cirkel biedt elementen die scholen daarnaast ook nog in hun programma kunnen opnemen. De derde cirkel reikt verder dan het onderwijs en kan andere instellingen (musea, media e.d.) inspireren bij hun activiteiten en daardoor de impact van een canon versterken.”

Het vaststellen van wat er nu wel en niet bij die canon hoort is een ingewikkelde puzzel. Het aanbod is zo ontzettend groot, en wie kan dan echt bepalen wat het allerbelangrijkste is? Dat bleek wel uit alle discussies die losbarstten rond de verkiezing van de ‘grootste Nederlander’, zeker toen daarbij Pim Fortuyn als winnaar werd uitgekozen.

Bron: canonvannederland.nl

canonvannederland.nl | schoolplaten Geschiedenis

Hollandsch Trotsch
Jan Frederik Helmers (1767-1813)

HelmersDe kans dat deze vroeg-negentiende eeuwse dichter en nationalist in de Canon van Nederland terechtkomt, is uiterst klein. Zijn tijdgenoot en medenationalist Tollens scoort overigens zeer laag in de test op canonvannederland.nl
We hoeven niet bang te zijn dat we met de Canon van Nederland het bombastische nationalisme weer in huis halen.
 
 

Van hier, van hier die onverlaat,
Wiens hart niet voor het heil van ‘t schoone Holland slaat;
Wiens borst zich niet verheft als hij dien naam hoort slaken!
Dien Goddelijken naam, die nooit verdwijnen zal,
Maar bij de slooping van ‘t heelal
Nog door de wrakken der verbrijzling heen zal kraken.

Uit de Dithyrambe “De Lof van Holland", in de Gedichten van J.F. Helmers, 3de dr., Rotterdam, Immerzeel Jr., 1822
Bron: Helmers Pagina

Ik juich! geen hooger heil heeft ooit mijn ziel gestreeld,
Dan dat ik, Nederland! ben op uw’ grond geteeld,
Dat van den heldren glans die van u af mogt stralen,
Een nietig sprankjen, op mijn’ schedel af mag dalen
Dat ik ook deel in de eer, den roem dien ‘t voorgeslacht,
‘t Verbaasd Euroop’ ten trots aan ons ten erfgoed bragt.
‘k Zweer bij dat erfdeel, bij de trouw en deugd der vaderen,
Dat steeds de dankbaarheid zal gloeijen in mijne aderen.
Ja! ‘k blijf, ô Vaderland! tot aan het uur des doods,
Als Nederlander op dien schoonen eernaam grootsch.

Begin van De Hollandsche Natie, een episch gedicht in zes zangen met een verzetskarakter door J.F. Helmers. Het boek verscheen in 1812, gecensureerd door de Franse bezetter.
Bron: dbnl.org

Werken van Helmers
Bespiegeling, dichtstuk (1788)
De nacht (1788)
Socrates (1790)
Dinomaché of de verlossing van Athene (1798)
Over de oneindige volmaakbaarheid der menschelijke natuur.
Lierzang (1802)
Gedichten (1809-1810)
Hollandsche natie (1812)

cf.hum.uva.nl | dbnl.org

zondag 15 oktober 2006
hedendaagse Nederlandse schilders [3]
Pieter Pander uit Franeker
Pieter Pander
Henk als schoorsteenveger
Pieter Pander schildert niet alleen portretten en zelfportretten, maar ook zijn dierstudies zijn inmiddels bij een breed publiek bekend. Evenals zijn mensen behandelt hij hen met respect en hij tracht dat gevoel ook bij ons over te brengen. Het zijn de dieren uit onze cultuur, vanzelfsprekend aanwezig, maar daarom niet minder waardevol. Hij verbeeldt hun kwetsbaarheid, hun angst, parmantigheid of hun vertrouwen in de mensheid. Door een ongebruikelijk standpunt te kiezen zonder het perspectief geweld aan te doen, schept hij een zekere vervreemding, waardoor we opeens het dier met nieuwe ogen gaan bekijken. ‘Ieder beest heeft zijn eigen ‘portret’, een eigen manier van kijken en doen’, meent hij. In zijn respect voor dieren en de manier waarop hij hen verbeeldt, toont Pander zijn bewondering voor de schilder Jan Mankes.
 
Bron: artrevisited.com

meer hedendaagse Nederlandse schilders

zaterdag 14 oktober 2006
kunst of kitsch ?
De kleine breister van William Bouguereau deze maand onder de hamer

William Bouguereau, de held van het fundamentalistische artrenewal.org, is dé negentiende eeuwse salonschilder bij uitstek. Na tachtig jaar lang uitgekotst te zijn door het establishment van het modernisme, is hij sinds een jaar of tien weer volledig gerehabiliteerd. En doen zijn schilderijen het weer voor prijzen die in de buurt komen van wat hij er ooit zelf voor ving. Afnemers vond hij vooral onder de Amerikaanse nouveau riche uit de gilded age (1865 -1901) en nu zijn het weer de miljonairs die gretig honderdduizenden voor zijn doeken neerleggen. Je kunt er veel kritiek op hebben, maar ik betaal liever een miljoen voor een Bouguereau dan voor een Koons, want het is en blijft ongeloofelijk knap vakmanschap.

Bouguereau
Bouguereau’s The Little Knitter (1884) will be sold in a Sotheby’s auction on October 24-25, 2006 in New York City. 25% of the proceeds from the sale are committed for a donation to the Art Renewal Center to be used to expand the ARC Museum and fund scholarship and atelier grant programs. It’ s a great masterpiece, and is probably under-valued at the current estimated sale price of $900,000-1,200,000. Last April, La Gouter sold for $1,300,000 and this is even better condition, and substantially larger too.
 
Bron: artrenewal.org

In zijn eigen tijd werd William Bouguereau algemeen beschouwd als een van de grootste schilders op aarde en zijn werken werden gretig gekocht door onder meer Amerikaanse miljonairs, doorgaans tegen hoge prijzen. Na 1920 is hij op merkwaardige wijze in diskrediet geraakt, mogelijk als gevolg van een bewuste lastercampagne van de kant van het nieuwe “establishment van kunstcritici", dat hem zijn verzet tegen de nieuwe richtingen in de schilderkunst niet kon vergeven. Waarschijnlijker is evenwel dat diepere maatschappelijke krachten ten grondslag liggen aan deze opmerkelijke omslag in smaak en gevoeligheid. Tientallen jaren lang werd zijn naam niet eens in encyclopedieën vermeld!
Bron: nl.wikipedia.org

vrijdag 13 oktober 2006
Philokalia [12]
Gregorios Palamas (1296-1359)

Gregorios Palamas sluit de Philokalia (Deel IV) af met zes geschriften. Hij is vooral bekend geworden door zijn dispuut met de monnik Barlaam over het Ongeschapen Licht. Zijn betekenis voor de Orthodoxie is zo groot dat de Kerk de Tweede Zondag in de Grote Vasten de Zondag van Gregorios Palamas genoemd heeft.

PalamasContrary to Barlaam, Gregory asserted that the prophets in fact had greater knowledge of God, because they had actually seen or heard God himself. Addressing the question of how it is possible for humans to have knowledge of a transcendent and unknowable God, he drew a distinction between knowing God in his essence (in Greek, ουσια) and knowing God in his energies (in Greek, ενεργειαι). He maintained the Orthodox doctrine that it remains impossible to know God in his essence (God in himself), but possible to know God in his energies (to know what God does, and who he is in relation to the creation and to man), as God reveals himself to humanity. In doing so, he made reference to the Cappadocian Fathers and other early Christian writers.
 
Bron: orthodoxwiki.org

Tropaar [Toon 8]
O light of Orthodoxy, teacher of the Church, its confirmation,
O ideal of monks and invincible champion of theologians,
O wonder working Gregory, glory of Thessalonica and preacher of grace,
always intercede before the Lord that our souls may be saved.
 
Kondaak [Toon 8]
Holy and divine instrument of wisdom,
joyful trumpet of theology,
together we sing your praises, O God-inspired Gregory.
Since you now stand before the Original Mind,
guide our minds to Him, O Father,
so that we may sing to you: “Rejoice, preacher of grace.”

St. Gregory Palamas Cathedral, Thessaloniki, Greece, where the saint’s holy relics are enshrinedGregory further asserted that when the Apostles Peter, James and John witnessed the Transfiguration of Jesus Christ on Mount Tabor, that they were in fact seeing the uncreated light of God; and that it is possible for others to be granted to see that same uncreated light of God with the help of repentance, spiritual discipline and contemplative prayer, although not in any automatic or mechanistic fashion.
 
He continually stressed the Biblical vision of the human person as a united whole, both body and soul. Thus, he argued that the physical side of hesychastic prayer was an integral part of the contemplative monastic way, and that the claim by some of the monks of seeing the uncreated light was indeed legitimate. Like St. Simeon the New Theologian, he also laid great stress in his spiritual teaching on the vision of the divine light.
 
Bron: orthodoxwiki.org

werken van Gregorios Palamas in de Philokalia (Deel IV)
To the Most Reverend Nun Xenia
A New Testament Decalogue
In Defence of Those who Devoutly Practise a Life of Stillness
Three Texts on Prayer and Purity of Heart
Topics of Natural and Theological Science and on the Moral and Ascetic Life: 150 Texts
The Declaration of the Holy Mountain in Defence of Those who Devoutly Practice a Life of Stillness

waakzaamheid
Hesaias de kluizenaar: over de bewaking van het verstand

bewakingHet oudste geschrift dat in de Philokalia is opgenomen, staat op naam van een zekere Hesaias de kluizenaar Men is het er nog steeds niet over eens wie deze Hesaias moet zijn geweest. Sinds 1899 gaat men er over het algemeen van uit dat hij een kluizenaar uit Gaza was die in 488 stierf. Volgens een andere opvatting gaat het hier om een andere Hesaias, namelijk die van de Sketis en dat zijn werkje (27 paragrafen) dateert van omstreeks 400.

( … ) 8.Wanneer het verstand bevrijd is van elke hoop op de wereld van de zichtbare dingen, is dat een teken dat de zonde in u gestorven is.
 
9. Wanneer het verstand bevrijd is, verdwijnt het beletsel dat zich tussen hem en God bevindt.
 
10. Wanneer het verstand bevrijd is van al zijn vijanden en de sabbatsrust geniet, verkeert het in een nieuw tijdperk en schouwt nieuwe en onsterfelijke zaken.
‘Wanneer het verstand bevrijd is van elke hoop op de wereld van de zichtbare dingen, is dat een teken dat de zonde in u gestorven is.’
15. Ik smeek u, laat uw hart zolang u in uw lichaam verblijft, toch niet onbewaakt. De boer kan er nooit zeker van zijn dat zijn akker enige vrucht zal dragen, want hij weet niet wat hem nog boven het hoofd hangt voordat hij alles in zijn schuur heeft opgeslagen. Zo mag ook de mens zijn hart niet onbewaakt laten zolang hij adem in zijn neus heeft. De mens weet niet met welke geestelijke hartstocht hij nog te maken zal krijgen voor zijn laatste ademtocht. Daarom mag hij zijn hart niet onbewaakt laten zolang hij ademt. Neen, hij moet altijd tot God roepen om hulp en om Zijn barmhartigheid. ( … )
 
vertaling: Christofoor Wagenaar ocso (reeks monastieke cahiers nr. 22)

meer (engelstalige) teksten van de woestijnvaders

donderdag 12 oktober 2006
hedendaagse nederlandse schilders [2]
Peter van Poppel uit Utrecht

De schilderijen van Peter van Poppel worden bevolkt door grappige, aandoenlijke, soms dwergachtige personages en lijken op illustraties uit een kinderboek. Meestal schildert hij intieme voorstellingen van een of twee figuren in een ondiepe ruimte. Met zijn gemengde techniek van tempera en alkydverf bereikt Peter van Poppel een tederheid in kleur en belichting die mij bijzonder aanspreekt. Het onderstaande schilderij Placebo uit 2001 is hier een prachtig voorbeeld van.

Peter van Poppel
Placebo, 2001
tempera en alkyd, 23 x 31 cm
Hij kreeg in Utrecht zijn opleiding (School voor de Grafische Vakken) en woont nog steeds in de Domstad. De stad van het surrealisme heeft hem niet ongemoeid gelaten. Peter van Poppel schildert met grote aandacht voor detail, met humor en vertedering, een lief en naief realisme met vervreemdingen in de vorm. Hij rijgt daarmee een litanie van kleine dingen en beminde mensen uit zijn gezichtskring aaneen. Hij zoekt bij voorkeur het kind in de mens, alsof hij zo het troost brengende paradijsgevoel wil aanreiken.

Het schilderij Bevrijdingsbadpak uit 2003 is representatiever voor zijn oeuvre dat grotendeels bestaat uit figuren met een nadruk op het gezicht.

Peter van Poppel
Bevrijdingsbadpak, 2003
tempera en alkyd, 31 x 20 cm

petervanpoppel.nl

Philokalia [11]
Symeon de Nieuwe Theoloog: drie manieren van bidden

De derde tekst van Symeon de Nieuwe Theoloog in de Philokalia (Deel IV) over drie manieren van bidden, wordt aan hem toegeschreven.

PrayerThere are three methods of prayer and attentiveness, by means of which the soul is either uplifted or cast down. Whoever employs these methods at the right time is uplifted, but whoever employs them foolishly and at the wrong time is cast down. Vigilance and prayer should be as closely linked together as the body to the soul, for the one cannot stand without the other. Vigilance first goes on ahead like a scout and engages sin in combat. Prayer then follows afterwards, and instantly destroys and exterminates all the evil thoughts with which vigilance has already been battling, for attentiveness alone cannot exterminate them. This, then, is the gate of life and death. If by means of vigilance we keep prayer pure, we make progress; but if we leave prayer unguarded and permit it to be defiled, our efforts are null and void.
Since, then, as we said, there are three methods of attentiveness and prayer, we should explain the distinctive features of each, so that he who aspires to attain life and wishes to set to work may with firm assurance select what suits him best; otherwise through ignorance he may choose what is worse and forfeit what is better.
 
Bron: innerlightproductions.com
woensdag 11 oktober 2006
de weg naar de hemel
Uitspraken van de woestijnvader Abba Filemoon

In het tweede deel van de Philokalia is een tekst opgenomen over het leven van Abba Filemoon. Deze woestijnvader moet geleefd hebben na Arsenios de Grote, maar voor de verovering van Egypte door de Muzelmannen, dus ergens tussen 445 en 640. Hij spreekt veel over het Jezusgebed (”Heer Jezus Christus, Zoon van God, ontferm U over mij zondaar“), dat hij ook wel de ‘verborgen overweging’ of de ‘eenvoudige overweging’ noemt, als dé juiste houding om het hart te bewaken.

Want als onze ziel geniet van de beschouwing van het aanwezige Goed, wendt zij zich niet naar het genot dat de hartstochten teweegbrengen.
Er is dus geen andere weg naar de hemel dan die van de volmaakte stilte, van het ontvluchten van alle ondeugden, van de verwerving van alle goeds, van de volmaakte liefde tot God en van de verwantschap met Hem door heiligheid en rechtschapenheid. Wie dit alles bereikt heeft, zal spoeidig ten hemel stijgen. Maar als men tot deze hoogte wil geraken, moet men zijn ledematen op aarde geheel en al versterven (Kol. 3:5). Want als onze ziel geniet van de beschouwing van het aanwezige Goed, wendt zij zich niet naar het genot dat de hartstochten teweegbrengen. Zij heeft zich afgekeerd van alle lichamelijke lusten om met zuivere, onbevlekte overdenking Gods verschijning in zich op te nemen. Grote waakzaamheid, lichamenelijke hardheid en reinheid van ziel zijn nodig, wil God in ons hart Zijn woonplaats opslaan. Ook moeten wij Gods geboden nakomen zonder enige overtreding. Hij Zelf leert ons hoe we Zijn wetten feilloos kunnen onderhouden door Zijn eigen (goddelijke) daadkracht als zonnestralen in ons uit te storten door de Genade van de Geest die ons geschonken is.
 
vertaling: Christofoor Wagenaar (reeks monastieke cahiers, nr. 22)

monachos.net

Philokalia [10]
Symeon de Nieuwe Theoloog (949-1022)

Het vierde deel van de Philokalia begint met twee teksten van Symeon de Nieuwe Theoloog. Daarnaast is er nog een derde tekst The Three Methods of Prayer die aan hem wordt toegeschreven. Naast deze drie teksten, heb ik ook de Discourses van Symeon de Nieuwe Theoloog op de plank staan, vertaald door C. J. deCatanzaro en verschenen bij de Paulist Press.

Symeon de Nieuwe TheoloogSt. Symeon was born in Galatia in Paphlagonia (Asia Minor) in 949 AD. His parents, Basal and Theophana, were Byzantine provincial nobles. St. Symeon received only the basics of a primary Greek school education until he was about eleven years old. He finished his secondary education at the age of 14 in the court of the two brother emperors Basil and Constantine Porphyrogenetes. At 14, he met St. Symeon the Studite, who became his spiritual father and who led him into the life of asceticism and prayer. Although he wanted to enter the famous monastery of the Stoudion at the age of 14, his spiritual father had him wait until he turned 27. During this period of preparation, St. Symeon’s elder continued to counsel and guide him, preparing him gradually for the monastic life even in the midst of worldly cares. St. Symeon occupied himself with the management of a patrician’s household and possibly entered the service of his emperor as a diplomat and a senator. While ‘busy in the world’ he also strove to live a monk’s life in the evenings, spending his time in night vigils and reading the spiritual works of Mark the Hermit and Diadochus of Photike. One of his elder’s advice was, “if you desire to have always a soul-saving guidance, pay heed to your conscience and without fail do what it will instil in you".
 
His writings grew out of his preaching and from the spiritual direction given to those under his charge. He is a writer sharing his experiences in prayer and the Triune. The monks of Mount Athos eagerly read his works today, in this Century’s spiritual renewal. His works are also being discovered by the Roman monasteries, as they start to comprehend to wealth and beauty of his writings and personal experience.
 
Bron: home.it.net.au

Tropaar [Toon 3]
Having received the Divine radiance in your soul, Father Symeon,
you showed yourself a most brilliant luminary in the world.
You scattered its dark madness
and convinced all men to seek what they lost,
the grace of the Holy Spirit.
Beseech Him fervently that He may grant us His great mercy.

dinsdag 10 oktober 2006
Philokalia [9]
Maximos de Belijder: over de theosis

Het tweede deel van de Philokalia wordt voor meer dan de helft gevuld met geschriften van Maximos de Belijder. De paragrafen zijn in centuria gebundeld. Maximos schrijft veel over het doel van het leven: het worden als God. In de Orthodoxe Kerk wordt het geestelijke doel van de mens met het woord theosis aangeduid. Opvallend in onze tijd, waarin New Age zoveel populariteit geniet, is dat de Orthodoxie altijd spreekt over een relatie met de Ander, waarin God altijd maar groter wordt en wijzelf steeds kleiner. New Age (als mix van oosterse mystiek en gnosis) staat met het (hogere) Zelf dan ook lijnrecht tegenover de theosis waar de vaders (en moeders) van de Kerk over spreken.

“God made us so that we might become ‘partakers of the divine nature’ (2 Pet. 1:4) and sharers in His eternity, and so that we might come to be like Him (cf. 1 John 3:2) through deification by grace. It is through deification that all things are reconstituted and achieve their permanence; and it is for its sake that what is not is brought into being and given existence.” (p. 173)
 
monniken“A sure warrant for looking forward with hope to deification of human nature is provided by the incarnation of God, which makes man god to the same degree as God Himself became man. For it is clear that He who became man without sin (cf. Heb. 4:15) will divinize human nature without changing it into the divine nature, and will raise it up for His own sake to the same degree as He lowered Himself for man’s sake. This is what St. Paul teaches mystically when he says, ‘…that in the ages to come He might display the overflowing richness of His grace’ (Eph. 2:7). (p. 178)
God made us so that we might become ‘partakers of the divine nature’
“Deification, briefly, is the encompassing and fulfilment of all times and ages, and of all that exists in either. This encompassing and fulfilment is the union, in the person granted salvation, of his real authentic origin with his real authentic consummation. This union presupposes a transcending of all that by nature is essentially limited by an origin and a consummation. Such transcendence is effected by the almighty and more than powerful energy of God, acting in a direct and infinite manner in the person found worthy of this transcendence. The action of this divine energy bestows a more than ineffable pleasure and joy on him in whom the unutterable and unfathomable union with the divine is accomplished. This, in the nature of things, cannot be perceived, conceived or expressed.” (p. 240)
 
Bron: divinewill.org

Maximos de Belijder in de Philokalia (deel II)
Four Hundred Texts on Love, with a foreword to Elpidios the Presbyter
Two Hundred Texts on Theology and the Incarnate Dispensation of the Son of God (written for Thalassios)
Various Texts on Theology, the Divine Economy, and Virtue and Vice
On the Lord’s Prayer

hedendaagse nederlandse schilders [1]
Sam Drukker uit Amsterdam / Barcelona
Sam Drukker
In het figuratieve werk van Sam Drukker staat de mens centraal. Hij tekent en schildert de mens, het leven. Niet verpakt maar in zijn ware gedaante. Hij concentreert zich daar zo op dat de rest van het doek vaak leeg blijft. Schoonheid en verval ondersteunen elkaar in zijn werk tot een zeer boeiende eenheid. Het doet soms theatraal en tegelijkertijd romantisch aan. In elke streep van het doek wil Sam Drukker het leven leggen: het ontluikende, of stilgevallen leven, het extatische of leeggelopen leven. Bij de doeken van Sam Drukker mag je genieten van wat je ziet. Qua thematiek herkennen we geregeld bijbelse motieven die volgens Sam Drukker vaak zeer intrigerend zijn vanwege de inherente dramatiek. In het werk van Sam Drukker is niet alleen de figuur van belang, ook de gestalte, de houding en kleurcombinaties. Hij schildert niet vanuit een vast omlijnd idee welke dan met grote zorgvuldigheid stap voor stap wordt uitgewerkt maar lijkt zeer spontaan datgene te schilderen wat hem aangrijpt in wat hij vermeende te signaleren. Als ondergrond schildert Sam Drukker op wat hij noemt “levend materiaal”: gebruikt hout, dekzeil of markiezen, met een geschiedenis en waar weer en wind hun sporen op hebben achtergelaten.
 
Bron: samdrukker.com/nl/cv.html

samdrukker.com

maandag 9 oktober 2006
Philokalia [8]
Maximos de Belijder (580-662)

Zijn naam dankt Maximos de Belijder aan zijn onvoorwaardelijke trouw aan de orthodoxie in een tijd dat zelfs de Byzantijnse keizer en de patriarch van Constantinopel de ketterij van het monothelisme waren gaan volgen. Zijn trouw en standvastigheid werden hem niet bepaald in dank afgenomen want Maximos de Belijder werd vervolgd, gemarteld en uiteindelijk verbannen. Maar eerst nog werd zijn tong uitgesneden en zijn rechterhand afgehakt. Toch is hij alles behalve monddood gemaakt. In de Philokalia is geen andere vader te vinden van wie zoveel geschriften zijn opgenomen, waaronder tweehonderd teksten waarin hij het dythelitisme verdedigt tegenover het monothelisme.

Maximos de BelijderMaximos the Confessor wrote many theological works in defense of Orthodoxy. Especially valuable are his instructions on the spiritual and contemplative life, some of which are included in The Philokalia, a collection of patristic instructions on prayer and the ascetic life. In these ascetic instructions, the spiritual profundity and perceptiveness of St. Maximos’ thought is revealed. Also, an explanation of the Liturgy that has a great theological significance is included.
 
In 680, 18 years after St. Maximos’ death, the sixth Ecumenical Council outlawed Monothelitism. In addition to his theological and apologetic writings, St. Maximos left many writings on the Christian life and spiritual counsel for believers. The second volume of The Philokalia, compiled by Sts. Nektarios of the Holy Mountain and Makarios of Corinth, contains many writings of St. Maximos, including two hundred texts on Theology and the teachings of the Lord Jesus Christ, texts on the nature of Christian love, a treatise on the Lord’s Prayer, and various other teachings. This book is currently in print.
 
Bron: en.wikipedia.org

Tropaar [toon 3]
Through thee the Spirit poured forth
streams of teaching for the Church;
thou didst expound God the Word’s self emptying,
and shine forth in thy struggles as a true Confessor of the Faith;
holy Father Maximos, pray to Christ our God to grant us His great mercy.
 
Kondaak [toon 8]
O faithful, let us acclaim the lover of the Trinity,
great Maximos who taught the God-inspired Faith,
that Christ is to be glorified in two natures, wills and energies:
and let us cry to him: Rejoice, O herald of the Faith.

Santana, 1970
Incident at Neshabur van Santana op youtube.com

Al 36 jaar ingeblikt, maar deze fusion swingt nog altijd de pan (het blik) uit.


youtube.com

zondag 8 oktober 2006
Philokalia [7]
Johannes Cassianos: over de acht ondeugden

Johannes CassianosJohannes Cassianos is in het westen vooral bekend geworden om zijn werk de Institutiones dat hij omstreeks 425-28 in Marseille schreef op verzoek van de bisschop Castor van Apt (Provence). Benedictus van Nursia zou een eeuw later veel aan dit werk ontlenen, bij het opstellen van zijn monniksregel. De Institutiones bestaan uit twaalf boeken die verschillende aspecten van het monniksleven beschrijven. De eerste vier boeken gaan over de buitenkant: de kleding, het officie, de psalmodie en wereldverzaking. De acht overige boeken behandelen ieder een van de acht boze geesten die zijn leermeester Evagrios voor het eerst van elkaar heeft onderscheiden. In de Philokalia zijn twee teksten van Johannes Cassianos opgenomen. De eerste tekst over de acht boze geesten is door de samensteller de hl.Nikodimos van de Heilige Berg overgenomen uit de boeken V-XII van de Institutiones

We gaan nu met Gods hulp, dit vijfde boek samenstellen. na de vier boeken die handelen over de inrichting van het kloosterleven willen we nu, in de kracht van de Heer, ons verleend dankzij het gebed, de strijd aanvatten tegen de acht hoofd-ondeugden, namelijk ten eerste de gulzigheid, dit is de begerigheid naar eten, ten tweede de ontucht, ten derde de filargyria waarmee de gierigheid wordt bedoeld of, juister gezegd, de geldzucht, ten vierde de gramschap, ten vijfde de droefheid, ten zesde de lusteloosheid, dit is de benauwdheid of de weerzin van het hart, ten zevende de cenodoxia, dit is de ijdel pralende glorie, ten achtste de hoogmoed.
 
Nu we deze strijd op ons nemen hebben we, eerbiedwaardige vader castor, uw gebeden nog dringender nodig om hun zo subtiele, zo verborgen en zo duistere natuur op te sporen zoals het behoort, en daarna de oorzaken op een bevredigende manier uiteen te zetten, en tenslotte de manier en de middelen om ervan te genezen aan te reiken.
 
Nederlandse vertaling: Christofoor Wagenaar, ocso

De Institutiones verschenen in een Nederlandse vertaling onder de titel Instellingen, leven en streven van monniken in 1984 als deel 26 in de reeks monastieke cahiers bij de Abdij Bethlehem te Bonheiden (B)

( … ) For it is impossible for a person to deserve to triumph over a passion before he has understood that he is not able to obtain victory in the struggle by his own diligence and his own effort, even though in order to be cleansed he must always be careful and attentive, day and night.
 
Bron: pigizois.gr

integrale tekst van de Institutiones [ engels ]

zaterdag 7 oktober 2006
Philokalia [6]
Johannes Cassianos (360-435)

Johannes Cassianos is de derde woestijnvader die in de Philokalia is opgenomen. Hij leefde in dezelfde tijd als Evagrios, vestigde zich in Egypte bij de Kellia, ging bij Evagrios van Pontus in de leer en sloot zich aan bij zijn kring van aanhangers van de omstreden Alexandrijnse theoloog Origines.

CassianosJohannes Cassianos
is een Romein van geboorte, maar waar hij geboren is en uit welke familie is onbekend. Als jongeman trekt hij, samen met zijn grote vriend Germanus naar het Heilig Land, waar ze rond 380 intreden in een klooster in Betlehem. Daar horen ze van de woestijnmonniken en na enkele jaren sluiten ze zich bij een kluizenaarsgemeenschap in Egypte aan. Na jaren in eenzaamheid en meditatie te hebben geleefd, brengt juist het gedachtegoed van woestijnvaders zoals Antonius hem terug naar de bewoonde wereld. Er ontstaat een ernstig theologisch conflict over dat gedachtegoed en na 15 jaar moeten ze vluchten. Terug in de wereld worden hij en zijn vriend Germanus medewerkers van de vurige bisschop Johannes Chrysostomus in Constantinopel. Chrysostomos (= ‘Gouden mond’ ), die zoals altijd geen blad voor zijn mond neemt, raakt in conflict met de keizerin. Hij en zijn medewerkers vluchten in 404 naar Rome. Cassianos raakt daar bevriend met de later paus Leo de Grote. Hij sticht een mannen- en een vrouwenklooster in Marseille. Daar draagt hij zijn inzichten en ervaringen over aan de monniken die zich rond hem verzamelen. Cassianos schrijft zijn ervaringen op, zodat anderen daar hun voordeel mee kunnen doen. Zijn geschriften en die van zijn medebroeder Athanasius zullen tot de bestellers der oudheid gaan behoren. Zij vormen de basis van het monnikendom in West-Europa. Cassianos wordt ‘de vader van het kloosterleven in West-Europa’ genoemd.
Bron: mystiek-mediapastoraat.nl

Teksten van Cassianos in de Philokalia (Deel I)
On the Eight Vices
On the Holy Fathers of Sketis and on Discrimination

Johannes Cassianos [wachters.kapittel.be]

vrijdag 6 oktober 2006
Philokalia [5]
Evagrios van Pontus: De Antirrhetikos
De strijd tegen de boze gedachten

De Antirrhetikos van Evagrios is niet opgenomen in de Philokalia, maar het is wel een van zijn bekendste werken. Waarschijnlijk is Evagrios de eerste monnik die de hartstochten ’systematisch’ beschrijft. Het tweede geschrift van Evagrios dat in de Philokalia is opgenomen (Texts on Discrimination in respect of the Passions and Thoughts) handelt over de hartstochten. Evagrios noemt ze ook wel: boze geesten en vergelijkt de strijd die we tegen hen moeten voeren met een veldslag:

Van de boze geesten die de praktike bestrijden, staan in de krijg vooraan zij die tot taak hebben te prikkelen tot gulzigheid, die ons geldzucht influisteren, en die ons verleiden om menselijke eer te zoeken. Alle overigen stappen achter hen aan en geven hun die door de eersten gewond zijn, een volgende behandeling. Want niemand kan in de handen van de geest van ontucht vallen , als hij niet eerst aan de gulzigheid bezweken is. En niemand kan trillen van toorn, als hij geen spijzen, geld en eer najaagt. En niemand kan aan de boze geest van treurigheid ontsnappen, als hij het derven van al deze zaken niet heeft meegemaakt. Ook ontkomt niemand aan de hoogmoed, het eerste voortbrengsel van de duivel, als hij het derven van al deze zaken niet heeft meegemaakt.
Verhandeling over allerlei slechte gedachten, vertaling door Christofoor Wagenaar ocso
En niemand kan trillen van toorn, als hij geen spijzen, geld en eer najaagt.

Zijn leerling Cassianos neemt zijn indeling van de acht boze geesten over en via zijn geschriften bereikt deze de Westerse traditie waarin ze bekend worden onder de zeven hoofdzonden. Evagrios onderscheidt vraatzucht, lust, hebzucht, woede, droefheid, lusteloosheid, ijdele glorie en trots. Tegenover elke hartstocht plaatst hij een deugd. Om de boze gedachte te bestrijden, schrijft hij de Antiherrhetikos , een methode om met teksten uit de Heilige Schrift (vooral de Psalmen) God’s hulp te zoeken en de boze gedachte een halt toe te roepen.

Isenheimer Altar
De boze geesten in actie,
volgens de laat-Middeleeuwse schilder
Matthias Grünewald
Uit de Antirrhetikos
 
Tegen de lust
2.26 Against the soul that thinks that voluptous thoughts are more powerful than the commandments of God that are given to us in order to shake off this passion
Ps 17:43 I will disperse them like dust in the wind, like the dung in the streets will I tread them underfoot.
 
Tegen de neerslachtigheid
4.11.For the soul that is cast into gloom because of disturbances at night and imagines it will become perpetually dismayed [i.e. mentally unbalanced] because of its terror:
Lev 26:6-7 And I will give peace in your land, and you shall sleep, and none shall make you afraid; and I will destroy the evil beasts out of your land.
 
Tegen de lusteloosheid
6.12. Against the thoughts of acedia that tear down my hope:
Ps. 26:13 I believe that I shall see the good things of the Lord in the land of the living.
 
Tegen de trots
8.493. For the proud demon calling itself “god”.
Mt 15:11 not what goes into the mouth defiles a man, but what comes out of the mouth, this defiles a man.
 
Bron: ldysinger.com

Psalmody and Prayer in the Writings of Evagrius Ponticus
This book explores the writings of Evagrius Ponticus. It seeks a connection between the seemingly disparate aspects of Evagrius’ mystical theology by approaching the relationship between psalmody and prayer from three perspectives. First, Evagrius’ life, works, and spiritual doctrine are presented, followed by a description of the monastic discipline of psalmody as practised by Evagrius and his contemporaries;
EvagriosEvagrius texts on the interrelationship between psalmody and prayer are then considered. Second, Evagrius’ recommendations on the usefulness of psalmody in healing of the passions are discussed. Finally, the biblical scholia are studied, which facilitate what Evagrius called ‘undistracted psalmody’, that is, contemplation by means of the words used in psalmody of the person of Christ and of Christ’s salvific work within creation.
Bron: oxfordscholarship.com

A Corpus of Evagrios’ Writings | Evagrius Ponticus by Luke Dysinger

Twee landschapsschilders
de schilders Willem Roelofs (1822-1897) en Paul Gabriël (1828-1903)

Ik heb ze altijd met elkaar verward. Want allebei in Amsterdam geboren, in Brussel gewoond, geschilderd in o.a. Veenendaal en als enige coloristen van de Haagse School, haal je ze gemakkelijk door elkaar. Daar komt nog bij dat Paul Gabriël, toen het met schilderen maar niet wilde vlotten (De Prins der Landschapsschilders B.C.Koekoek bij wie hij in Kleve schilderlessen volgde, zei dat er geen schilder in hem school), in Brussel bij de zes jaar oudere Willem Roelofs in de leer ging. Hier kreeg hij het schilderen echt in zijn vingers. Paul Gabriël was net als Willem Roelofs een echte colorist en in tegenstelling tot andere schilders van de Haagse School zag hij in het Nederlandse landschap meer dan alleen maar gekleurde grijzen.

Paul Gabriel
Paul Gabriël, Het Drielse veer
“ons land is gekleurd sappig vet, vandaar onze schoone gekleurde en gebouwde runderen, hun vleesch melk en boter, nergens vind men dat zoo”
Alhoewel ik er zelf wat knorrig uit kan zien houd ik er veel van dat het zonnetje in het water schijnt, maar buiten dat, ik vind mijn land gekleurd en wat mij bijzonder opviel wanneer ik uit den vreemden kwam: ons land is gekleurd sappig vet, vandaar onze schoone gekleurde en gebouwde runderen, hun vleesch melk en boter, nergens vind men dat zoo maar ze worden ook door dat sappige vette land gevoed-ik heb vreemdelingen dikwijls horen zeggen, die Hollandsche schilders, schilderen allemaal grijs en hun land is groen- wanneer men jong is word men naar buiten gezonden om te studeren in een gekleurde natuur en later moet men den grijze Schilderijen schilderen, een ensemble bordpapier met hier en daar een kleurtje en dat heet poëzie; dat heeft bij mij veel weg van meubelmakerij op de atelier bedacht en het wordt dikwijls een opgaaf als of het niet anders kan…
Paul Gabriël in een brief aan A.C. Loffelt, 29 mei 1901
Bron: schilderijen1850-1950.com

Roelofs en Gabriël hebben allebei in Veenendaal geschilderd. Ze werkten in de jaren vijftig van de 19e eeuw in Oosterbeek, waar rond die tijd veel schilders verbleven. Vanuit Oosterbeek werden vaak uitstapjes ondernomen en zo ontdekte Roelofs en Gabriël het turfdorp aan de Grift. Ze schilderden o.a. aan het Benedeneind dat sterk aan Giethoorn doet denken. Ik stel me voor dat mijn betovergrootvader, die toen aan het Benedeneind gewoond moet hebben, de schilders wel eens in zijn boerderijtje heeft uitgenodigd en een kom room (glas melk) voor ze heeft ingeschonken. Maar waarschijnlijk was daar geen sprake van. De schilders waren stadse jongens en leefden in een wereld die voor de vrome boeren goddeloos en bedreigend moet zijn geweest.

Roelofs
Rivierlandschap, een vroeg schilderij (1842) van Willem Roelofs toen hij nog sterk onder invloed stond van de romantische school
Wij scheiden kleur en tekening af, omdat wij dat wel moeten. Maar de natuur doet dat niet. Zij geeft niet iets een vorm om het daarna te kleuren. Vorm en kleur zijn inherente eigenschappen van het voorwerp, dat ons te schilderen is gegeven. Verwaarlozen wij een van beiden, dan geven wij slechts de helft.
Willem Roelofs over zijn schilderijen
donderdag 5 oktober 2006
Philokalia [4]
Evagrios van Pontus over het gebed

EvagriosEvagrios heeft veel geschreven. We kunnen zijn geschriften grofweg in twee categorieën verdelen: de Praktikos en de speculatieve geschriften. De vaders die de Philokalia hebben samengesteld, hebben van Evagrios drie werken uit de eerste categorie geselecteerd.

De speculatieve geschriften van Evagrios staan sterk onder invloed van Origenes (c. 185- c.254) en worden binnen de Orthodoxe Kerk niet gelezen. Over het Gebed, de vierde tekst van Evagrios die in de Philokalia is opgenomen, werd door de samenstellers toegeschreven aan de hl. Nilos de asceet, een tijdgenoot van Evagrios die hem ongeveer 30 jaar overleefd heeft. Waarschijnlijk is deze tekst na het Tweede Concilie van Constantinopel (553) opzettelijk onder een andere naam verspreid omdat alle geschriften van Evagrios verbrand moesten worden. Wij zijn geneigd om dit bevel als uiterst negatief te zien, maar dat komt misschien ook omdat we vaak nauwelijks nog beseffen hoe schadelijk bepaalde gedachten voor het geestelijk leven kunnen zijn. De speculatieve geschriften van Evagrios leunen op de leer van Origenes en kunnen beter ongelezen blijven. In 553 werd het anathema uitgesproken over de geschriften van Origenes en indirect op de geschriften van zijn volgelingen (waaronder ook Evagrios werd gerekend):

Anathema
“If anyone does not anathematize Arius, Eunomius, Macedonius, Apollinaris, Nestorius, Eutyches and Origen, as well as their impious writings, as also all other heretics already condemned and anathematized by the Holy Catholic and Apostolic Church, and by the aforesaid four Holy Synods and [if anyone does not equally anathematize] all those who have held and hold or who in their impiety persist in holding to the end the same opinion as those heretics just mentioned: let him be anathema.”
Bron: Fifth Ecumenical Council: Constantinople II, 553

Gelukkig onderscheidde men de praktische van de theoretische, speculatieve geschriften van Evagrios en werden vertalingen van zijn Praktikos onder een andere naam verspreid. Evagrios werd uiteindelijk (gedeeltelijk) gerehabiliteerd, zij het wat laat. Want pas aan het einde van de negentiende eeuw werd hij weer uit de vergetelheid gehaald. Het werk Over het Gebed is een compositie van 153 teksten. Deze is weer verdeeld in vijf reeksen.

De eerste reeks gaat over de voorbereidingen voor het gebed:

Iconenhoek1. Wanneer je het welriekende reukwerk wilt bereiden, bestaande uit doorzichtige wierook, kaneel, kruidnagel en hars, meng ze dan naar gelijk gewicht volgens de wet (Exodus 30: 34). Zij zijn de vier deugden. Want als zij volledig zijn en onderling gelijk, zal het verstand niet verraden worden.
 
2. Een ziel die zich gereinigd heeft door de volheid van de geboden, geeft zo een hechte ordening aan het verstand, dat dit geschikt wordt om de begeerde staat te verwerven.
 
3. Het gebed is de omgang van het verstand met God. Welke staat behoort het verstand bereikt te hebben om zich onverstoorbaar te kunnen richten op zijn eigen Heer, en zonder bemiddeling met Hem om te gaan!
 
4. Als Mozes, toen hij het aardse brandende braambos tachtte te naderen, weerhouden werd totdat hij zijn sandalen had uitgetrokken (Exodus 3:5), zou dan jij, die de boven alle waarneming en begrip Verhevene wil zien en met Hem spreken, je niet eerst van elke hartstochtelijke gedachte moeten ontdoen?
 
(Nederlandse vertaling door Christofoor Wagenaar, ocso)
[ Engelse vertaling naast Griekse grondtekst ]

Teksten van Evagrios in de Philokalia (Deel I)
Outline Teaching on Asceticism and Stillness in the Solitary Life
Texts on Discrimination in respect of Passions and Thoughts
Extracts from the Texts on Watchfulness
On Prayer: 153 Texts

A Corpus of Evagrios’ Writings | Evagrius Ponticus by Luke Dysinger

Luchtvaartpionier
Clément van Maasdijk (1885-1910)

Clement van MaasdijkGisterenmiddag was ik met Mojo aan het wandelen in het bos en passeerde het monument van Clément van Maasdijk op de Warnsbornse hei. Het markeert de plek waar 96 jaar geleden op 27 augustus het eerste Nederlandse slachtoffer in de luchtvaart viel.
 
 
 
Clement van MaasdijkEen bronzen borstbeeld van Clément van Maasdijk van de beeldhouwer August Falise, stond jarenlang naast het oude schoolgebouw bij het station van Arnhem (Sonsbeekzijde) waar ik van 1996 tot 1999 mijn atelier had. Zijn naam was mij dus welbekend. Na de sloop van het gebouw in 2001 en herinrichting van de publieke ruimte, is het borstbeeld verplaatst naar Schaarsbergen.
 
 
 

Op 30 juli 1910 vloog de eerste Nederlander, Clement van Maasdijk, een volwaardige vlucht boven Nederland! Na dit enorme succes werd hij voor meer demonstraties gevraagd: Den Haag, Arnhem en Leeuwarden. De vliegweek in Arnhem (zijn verloofde Jeanne Ladenius was Arnhemse) stond gepland van 28 tot en met 31 augustus 1910. De avond daarvoor, op de 27e, besloot hij een korte demonstratie te geven in aanwezigheid van zijn verloofde en het vliegcomité. De machine werd gestart en na 70 meter verhief de Sommer zich. Van Maasdijk cirkelde drie keer boven het vliegveld, maar bij de vierde rondgang ging het mis. In een scherpe bocht over links dook het uit buizen en doek bestaande vliegtuig vanaf een hoogte van 50 meter plotseling steil naar beneden. Van Maasdijk probeerde wanhopig het toestel op te trekken, echter zonder succes. Achter de provisorisch ingerichte hangar op de Warnsbornse heide (heitje van Maasdijk) stortte de Sommer neer. De aviateur werd verpletterd onder de 50 pk Gnôme-motor die achter de vlieger geplaatst was.
 
Bron: dorpsraadschaarsbergen.nl
Van Maasdijk
Van Maasdijk in zijn Sommer

Clément Guillaume Jean van Maasdijk
Clement van Maasdijk is op 9 augustus 1885 te ’s-Gravenhage geboren. Hij volgt een studie aan de machinistenschool in Amsterdam, waarna hij praktijk opdoet in machinefabrieken in Duitsland. Tijdens een korte periode in de automobielbranche ziet hij in Den Haag Lefèbvre vliegen, en hij krijgt de vliegkoorts. Na een bezoek aan de internationale luchtvaarttentoonstelling in Frankfurt gaat hij naar Pau, waar hij eerst lest op Wright, maar al spoedig overstapt op Blériot. In augustus 1909 koopt hij een Blériot-XI met Anzani-motor, die hij kort daarna voorziet van een zwaardere motor. Op 21 april 1910, krijgt hij een ongeluk, waarna zijn Blériot ‘total loss’ wordt verklaard. Hijzelf mankeert niets. Voor ƒ 15.000,- koopt hij vervolgens een Sommer-tweedekker (biplan), waarmee hij enige vluchten maakt te Mourmelon. Op 22 juni 1910 wordt zijn brevet, nr. 130 van de Aero Club de France, uitgeschreven en hij biedt zich aan voor het geven van vliegdemonstraties. Na demonstraties in Heerenveen en Den Haag vindt Van Maasdijk, tijdens een proefvlucht bij Arnhem, op 27 augustus 1910 de dood. Op 30 augustus 1910 wordt de vliegenier op de begraafplaats Moscowa te Arnhem ter aarde besteld.
Bron: arneym.nl

Aviateur Clément van Maasdijk verongelukt [arneym.nl]

woensdag 4 oktober 2006
Philokalia [3]
Evagrios van Pontus over het bewaren van de genade van de stilte

EvagriosIn de oudheid hadden teksten vaak de structuur van een centarion, een ‘boeket van honderd bloemen’, losse paragrafen die bijeengehouden werden door één centraal thema. In het geval van de eerste tekst die we van Evagrios in de Philokalia tegenkomen, zijn het minder dan 50 teksten en de volgorde van de deze overgeleverde teksten verschilt soms. Het onderwerp waar Evagrios zich op concentreert, is de hesychia. In het oosterse christendom is dit een zeer belangrijke houding. De 14e eeuwse Griekse monnik Gregorios Palamas zegt hierover:

‘Hesychia is een stil zijn van de geest en van de wereld.
Zij die zich door heilig stilzwijgen (hesychia) hebben gezuiverd
en op onuitsprekelijke wijze zijn verenigd met het alle denken en weten overstijgende licht,
aanschouwen God in zichzelf als in een spiegel’.

De hesychia heeft ook de geestelijke beweging van het hesychasme zijn naam gegeven. Online vond ik een werkstuk van Alex Pot over het hesychasme.

Het hesychasme wordt soms wel eens in vijf perioden ingedeeld:
1. vierde en vijfde eeuw (o.a. Evagrios en Arsenios)
2. zesde en zevende eeuw (o.a. Johannes Climacus, en zijn leerlingen Hesychius en Philotheus)
3. elfde eeuw (o.a. Simeon de Nieuwe Theoloog)
4. veertiende eeuw (o.a. Nicephorus de Hesychast en Gregorios Palamas)
5. achttiende eeuw (tijd waarin de Philokalia zich begon te verspreiden)

Toen in de achttiende eeuw als reactie op de Verlichting de geestelijke geschriften in de Philokalia werden gebundeld, maakte het hesychasme weer een bloeitijd door. Vooral in het negentiende eeuwse Rusland was de invloed van de Philokalia groot, ook in het leven van Dostojewsky

Iedereen die met het lezen van de Philokalia begint, komt al snel bij deze tekst van Evagrios aan. Het is een goed begin, want Evagrios schrijft hier over de houding die nodig is om met God om te kunnen gaan: we moeten van binnen stil proberen te worden. Hoe we daarin kunnen slagen, is eigenlijk de weg van de monnik. Evagrios raakt daarom allerlei aspecten van het monnikschap aan: celibaat, verzaking, gastvrijheid, aalmoezen, kleding, familie, eenzaamheid, vrienden, kluis, eten, handenarbeid, en natuurlijk ook het gebed.

Met betrekking tot vriendschap zegt Evagrios bijvoorbeeld het volgende:

Als u vrienden hebt, ontwijk dan het voortdurend contact met hen, want door sporadisch contact zult u hun van dienst zijn. Maar als u bemerkt dat u door hen schade oploopt, nader hen dan in het geheel niet. Want u behoort vrienden te hebben die u van nut zijn en die overeenkomen met uw levenswijze. Vermijd eveneens het contact met slechtgezinde en twistzieke mannen en ga nooit met hen samenwonen. Weiger vooral op hun boosaardige voorstellen in te gaan, want zij zijn geen vrienden van God en houden niet van Hem. Vredelievende mannen moeten uw vrienden zijn, geestelijke broeders en heilige vaders. Hen vermeldt de Heer op deze wijze: “Mijn moeder, broers en vaders zijn zij die de wil van de Vader in de Hemel doen” (Mat. 12: 49)
 
Neem niet uw verblijf bij druk bezette lieden, ga niet met hen een glas drinken, anders trekken ze u nog mee naar hun eigen dwalingen en beroven u van uw kennis aangaande het leven in de stilte. Want daarin bestaat hartstocht juist. Leen het oor niet aan hun woorden en stem niet in met de bedenksels van hun hart. Die zijn werkelijk zeer schadelijk. Uw verlangen moet uitgaan naar de ‘getrouwen in het land’ en het zwoegen van uw hart naar wedijver met hen in rouwmoedigheid. “Mijn ogen waren gericht op de getrouwen in het land, zij mochten naast mij plaats nemen.” (Psalm 100:6)
Uw verlangen moet uitgaan naar de ‘getrouwen in het land’ en het zwoegen van uw hart naar wedijver met hen in rouwmoedigheid.
Als iemand die leeft volgens de liefde tot God, u komt uitnodigen voor een etentje en u wilt er heengaan, ga gerust, maar keer zo gauw als u kunt weer naar uw kluis terug. Indien mogelijk, ga dan nooit buiten uw kluis slapen, dan zal de genade van de stilte u ten allen tijden vergezellen en u zult uw gebedsdienst ongehinderd voltrekken in uw kluis zoals u zich dat voorgenomen hebt.
(vertaling: Christofoor Wagenaar ,ocso)
 
Amish
Vredelievende mannen moeten uw vrienden zijn

A Corpus of Evagrios’ Writings | Evagrius Ponticus by Luke Dysinger

nieuwe boeken van Taschen
De najaarscatalogus van Taschen is uit

Taschen Catalogus 
 
Gisteren viel deze door de bus en het is weer om je vingers bij af te likken. Taschen levert weer bergen fijne plaatjes, grenzend aan een overkill. Nieuw is o.a. een XL-boek over de bouw van de Eiffeltoren , een fotoboek van de van de natuurfotograaf Frans Lanting en de befaamde Atlas van Andreas Cellarius uit de zeventiende eeuw.
 
 
 
 

Tour Eiffel
Tour Eiffel, Bertrand Lemoine
When it was completed in 1889, the Eiffel Tower was the highest structure in the world, measuring 300 meters (984 feet). Built for the World’s Fair, it was initially granted a 20-year permit; this permit was thankfully extended and now the Eiffel Tower is one of the world’s most famous structures, having become practically synonymous with Paris itself and receiving more than six million visitors annually. This XL reprint explores the design and construction of this remarkable building; published in 1900 as a large folio by Gustave Eiffel himself in a limited edition of 500 copies, the original was never sold on the market—it was exclusively given and donated by Eiffel. Featuring 53 double-page plates of technical drawings explaining the design as well as 11 photographs of the construction, the book reveals the complex and fascinating process of bringing the Eiffel Tower to life. Also included is a map depicting the entire area visible from the top of the tower. Though the technical drawing will especially appeal to designers wishing to discover the engineering genius behind Eiffel’s masterpiece, everyone can appreciate this very rare and special book about Paris’s glorious mascot.
 
Bron: taschen.com
Frans Lanting
LIFE - A Journey Through Time
Frans Lanting
In the year 2000, world-renowned wildlife photographer Frans Lanting set out on a personal journey to photograph the evolution of life on earth. He made pilgrimages to true time capsules like a remote lagoon in Western Australia, spent time in research collections photographing forms of microscopic life, and even found ways to create visual parallels between the growth of organs in the human body and the patterns seen on the surface of the earth. The resulting volume is a glorious picture book of planet earth depicting the amazing biodiversity that surrounds us all. Lanting’s true gift lies beyond his technical mastery: it is his eye for geometry in the beautiful chaos of nature that allows him to show us the world as it has never been seen before. From crabs to jellyfish, diatoms to vast geological formations, jungles to flowers, monkeys to human embryos, LIFE is a testament to the magical beauty of life in all its forms and is Lanting’s most remarkable achievement to date.
 
Bron: taschen.com
Cellarius
Atlas van Andreas Cellarius
This collection of celestial maps by Dutch-German mathematician and cosmographer Andreas Cellarius (c. 1596 – 1665) brings back to life a masterpiece from the Golden Age of celestial cartography. First published in 1660 in the Harmonia Macrocosmica, the complete 29 double-folio maps and dozens of unusual details reproduced here depict the world systems of Claudius Ptolemy, Nicolaus Copernicus, and Tycho Brahe, the motions of the sun, the moon, and the planets, and the delineation of the constellations in various views. Cellarius’s atlas, superbly embellished with richly decorated borders depicting cherubs, astronomers, and astronomical instruments, features some of the most spectacular illustration in the history of astronomy.
 
Bron: taschen.com

taschen.com

dinsdag 3 oktober 2006
Philokalia [2]
Evagrios van Pontus (345-399)

In de Philokalia zijn vier fragmenten en geschriften samengebracht van Evagrios van Pontus: Krachtlijnen van het monniksleven (On Ascetism and Stillness in Solitary Life), Verhandeling over allerlei slechte gedachten (On Discrimination in respect of Passions and Thoughts), over Waakzaamheid (Extracts from the Texts on watchfulness) en Verhandeling over het gebed (On Prayer) De meeste teksten zijn overgeleverd in het Syrisch. Evagrios is een omstreden auteur omdat hij onder invloed staat van Origines en zijn geschriften zijn uiteindelijk ook veroordeeld. Dat gebeurde tijdens het concilie van Constantinopel in 553 en waarbij keizer Justinianus I het bevel gaf om al zijn werken in het Byzantijnse Rijk te vernietigen. Zodoende hebben de meeste Griekse vertalingen het niet overleefd op enkele na die onder een andere naam, meestal Nilus van Ancyra, werden verspreid. Later zijn bepaalde teksten van Evagrios toch gecanoniseerd en zo zijn ze uiteindelijk ook in de Philokalia terecht gekomen. Ik heb deze vier teksten gelezen in een Engelse en Nederlandse vertaling. Christofoor Wagenaar (ocso) van het de Abdij Bethlehem te Bonheiden (B) heeft in de jaren tachtig enkele werken van Evagrios in het Nederlands vertaald. Deze zijn uitgegeven in de reeks monastieke cahiers (34 en 35, beiden in 1987 verschenen) van de Abdij Bethlehem.

EvagriosEvagrius van Pontus werd omstreeks 345 geboren in Ibora, een kleine stad aan de Zwarte Zee. Hij bracht een tijd in Constantinopel door, waar hij door Gregorius van Nazianze in de theologie en de mystiek werd ingewijd. Basilius de Grote benoemde hem tot lector. Evagrius werd in 380 diaken gewijd door Gregorius van Nyssa, die hij op het concilie van Constantinopel in 381 vergezelde. Daar moet hij, dankzij zijn scherpzinnigheid, een belangrijke bemiddelende rol hebben gespeeld. In 382 ontvluchtte hij de stad van Constantijn in verband met een verhouding met een vrouw, die door haar echtgenoot niet op prijs werd gesteld.
Evagrius trok eerst naar Jeruzalem, waar hij zich aansloot bij het klooster van Melania de Oudere en Rufinus. In 383 kwam hij in Egypte aan waar Macarius de Jongere zijn leidsman werd en waar hij veel belangrijke mensen uit deze periode van het monnikendom in Egypte ontmoette.
In de daaropvolgende jaren bedreef Evagrius een zeer strenge ascese. Hij schreef zeer veel, waarbij hij zich baseerde op de Bijbel, Origenes, het neoplatonisme, en zijn eigen ervaring als monnik en theoloog. Evagrius overleed op 1 januari 399.
 
Na zijn dood werd hij door de Kerk veroordeeld samen met Origenes en Didymus. Volgens Hiëronymus was hij een voorloper van Pelagius. Zijn geschriften hadden niettemin zeer veel invloed, onder meer op Cassianus en Pseudo Dionysius de Areapoagiet. In de loop van de twintigste eeuw kwamen zij opnieuw in de aandacht. Ze worden tegenwoordig uitvoerig bestudeerd.
 
Bron: home.hetnet.nl/~h_sevenhoven/evagrius.html

Enkele andere werken van Evagrios
Praktikos (of De Monnik)
De Gnostikos
De acht boze geesten
Aansporing voor monniken
Alle geschriften van Evagrios op een rijtje

Evagrius Ponticus [by Luke Dysinger]

De tijden zijn veranderd
Adelgunde Mertensacker ziet islam als gevaar voor Europa

De Duitse Geert Wilders is een vrouw. Adelgunde Mertensacker was van 1986 tot 1987 bondsvoorzitter van de Deutsche Zentrumspartei maar in 1988 richtte ze haar eigen partij Die Christliche Mitte op waarvan ze nu nog steeds voorzitter is.

Sinds de Tweede Wereldoorlog heeft in onze geseculariseerde wereld het fascisme de plaats van de duivel ingenomen. In de jaren zeventig bereikte de demonisering van alles wat rechts was een hoogtepunt. Deze eenzijdige benadering van het kwaad (die voor links natuurlijk altijd in het voordeel heeft gewerkt) heeft een groot risico, omdat we de achterdeur nooit onbewaakt mogen laten. Wanneer iedereen verwacht dat het gevaar van extreem-rechts komt, van historische en nationalistische (lees: extreem-rechtse) opvattingen, dan is de kans groot dat het gevaar wel eens van een heel andere kant komt. Het islamitisch terrorisme stelt de politiek daarom voor een probleem. Het gevaar komt plotseling van binnenuit, van bepaalde groepen extremistische ‘buitenlanders’ die juist vanuit anti-rascistische sentimenten lang gekoesterd zijn als de potentiële slachtoffers van extreem-rechtse agressie.

Die Christliche Mitte van Adelgunde Mertensacker zou in de jaren tachtig in dezelfde positie hebben gezeten als de Centrum Democraten. Maar de tijden zijn veranderd. Het begint ons te dagen dat we teveel gefixeerd zijn geweest op de spoken uit het verleden en dat we onze blik moeten verruimen. Toch blijven we met het collectieve trauma van de holocaust naar het heden kijken en daarom wordt er soms gesproken van islamofascisme. Het sjabloondenken uit het verleden werkt nog verder door: onder invloed van het multi-culturalisme (traditioneel gepropageerd door links) en het daarmee samenhangende relativisme blijven we het liefst aannemen dat de islam zélf niet bedreigend is, maar dat het de kleine fundamentalistische groeperingen zijn. Dat de islam bedreigend is, is natuurlijk een bijzonder verontrustende gedachte, niet in de laatste plaats voor de moslims zélf. Adelgunde Mertensacker is wat dit betreft niet bang en laat zich niet intimideren met verbale stopkogels als islam-basher. Zoals je tot 1990 elk politieke debat met het verbale projectiel ‘fascist’ kon saboteren, wordt nu iedereen die de islam teveel bekritiseert al gauw een ‘islam-basher’ of moslimhater genoemd.

Muslime sind auf dem Weg, Europa und den deutschsprachigen Raum für den Islam zu erobern. Der Islam ist eine politische Macht. Er will die Weltherrschaft. Die Islamisierung Europas ist auf dem Vormarsch. Alle europäischen Länder - auch die Schweiz - sind davon betroffen. Die Mehrheit der Europäer stehen dieser Entwicklung hilflos gegenüber. Sie sind weder über das wahre Wesen des Islams informiert, noch über die Hintergründe islamischer Politik auf europäischem Boden.
 
Bron: Die Muslime erobern Deutschland

Boeken van Adelgunde Mertensacker
Allahs Krieg gegen die Christen, Christliche Mitte, Lippstadt
Islam von A bis Z. Ein Kurzlexikon, Christliche Mitte, Lippstadt

Können Muslime Demokraten sein? | Der verlogene Dialog

maandag 2 oktober 2006
Philokalia [1]
Deze maand lees ik in de Philokalia

PhilokaliaTerug in Nederland uit het klooster waar ik in 1995 het eerste deel van de Philokalia kocht, ben ik weer in deze compilatie van geestelijke geschriften aan het lezen. Inmiddels heb ik alle vier de delen die vanaf 1979 bij Faber & Faber(London) zijn uitgegeven. De Philokalia is een compilatie teksten van woestijnvaders en Byzantijnse theologen tussen de vijfde en de veertiende eeuw. De oudste is Evagrios van Pontos (345-399) en de jongste Gregorios Palamas (1296-1359) De eerste maakte aan einde van zijn leven in 392 nog mee dat het Romeinse Rijk in een westelijk en oostelijk deel gesplitst werd. De laatste leefde in dat oostelijk deel van het Romeinse Rijk, beter bekend als het Byzantijnse Rijk, dat nog tot 1453 zou blijven bestaan.

Juist de politieke scheiding in 392 is bepalend geworden voor de ontwikkeling van het Avondland in cultureel en religieus opzicht. Na het schisma in 1054 heeft zich onder aanvoering van Rome definitief een westers Christendom ontwikkeld, het Rooms-katholicisme, dat in geestelijk opzicht anders is dan het oorspronkelijke Christendom. De Orthodoxe Kerk is trouw gebleven aan de Christelijke Traditie die zich sinds Paulus over de wereld verspreid heeft. Voor ons Westerlingen hebben de teksten van de vaders uit de Philokalia een andere smaak dan de scholastiek of reformatorische theologie. De Westerse theologie is over het algemeen verstandelijk en systematisch, terwijl de theologie van de (woestijn)vaders direct uit het hart spreekt en meestal niet zo strak geordend is. Het is het verschil tussen kennis van het hoofd en kennis van het hart. De vaders laten zien dat we God vooral leren kennen door met Hem om te gaan, niet door alleen over Hem te lezen. Het lezen in de Philokalia lijkt dus wat tegenstrijdig…

The Philokalia—Greek for “love of the beautiful/holy/exalted"—was first assembled at Mount Athos by Ss. Nicodemus of the Holy Mountain and Makarios of Corinth. The first edition was published at Venice in 1782; a second was done at Athens in 1893, which included a prayer by Patriarch Kallistos; and a third at Athens between 1957 and 1963 by the Astir Publishing Company. All the original writings in the Philokalia were written in Greek with the exception of two, which were originally in Latin but then translated in Greek during the time of the Roman ("Byzantine") Empire.
 
Soon the Philokalia was translated into multiple languages. In 1793, a Slavonic translation done by St. Paisii Velichkovskii (1722-1794), was published at Moscow under the title Dobrotolubiye, and later reprinted in 1822. This would be the version carried by the unnamed central character in The Way of a Pilgrim and was responsible for a spiritual revival in 19th century Russia, impacting a lot of her people, including Fyodor Dostoevsky. A second translation was published in 1857 and was done by St. Ignatii Brianchaninov (1807-1867). A third one was done by St. Theophan the Recluse (1815-1894), but he included other texts not in the Greek original as well as paraphrases or omissions of other sections. This translation was published in five volumes under the auspicies of the Russian Monastery of St. Panteleimon at Mount Athos in 1877. A Romanian translation first appeared in 1946 with Fr. Dumitru Staniloae presiding as editor (the fifth volume appeared in 1976 and it’s expected to be eight volumes). A French translation is currently in the works. Both of these use the Greek.
 
Bron: orthodoxwiki.org
Deel 1
St. Isaiah the Solitary (circa 400-491)
Evagrius the Solitary (345-399)
St. John Cassian (circa 360-435)
St. Mark the Ascetic (omstreeks 500)
St. Hesychios the Priest (8e-9e eeuw?)
St. Neilos the Ascetic (5e eeuw)
St. Diadochos of Photiki (circa 400-485)
St. John of Karpathos (7e eeuw?)
Deel 2
St. Theodoros the Great Ascetic (7e-9e eeuw?)
St. Maximos the Confessor (580-662)
Thalassios the Libyan (7e eeuw)
St. John of Damascus (675-749)
St. Theognostos (8e - 24e eeuw?)
   
Deel 3
St. Philotheos of Sinai (9e-10e eeuw?)
Ilias the Presbyter (omstreeks 1100)
Theophanis the Monk (?)
St. Peter of Damascus (11e-12e eeuw?)
St. Symeon Metaphrastis (Deze tekst blijkt van Makarios te zijn, circa 300-390)
Deel 4
St. Symeon the New Theologian (949-1022)
Nikitas Stithatos (circa 1000-1076)
Theoliptos of Philadelphia (circa 1250-1322)
Nikiphoros the Monk (13e eeuw)
St. Gregory of Sinai (circa 1265-1346)
St. Gregory Palamas (1296-1359)

Bron: orthodoxwiki.org
Van de vetgedrukte woestijnvaders en theologen wil ik de komende weken een aantal teksten gaan citeren.

Kunstboeken van Waanders

Sinds jaar en dag maakt Waanders Uitgevers tentoonstellingscatalogi voor musea en instellingen. Vorige week ontving ik de najaarscatalogus. Als ik drie boeken zou mogen kiezen, zijn dat op dit moment de monografieën van schilders uit de Haagse School
Mijn drie favourieten zijn: P.J.C.Gabriël vanwege zijn heldere kleurgebruik, Jacob Maris vanwege zijn atmosfeer en J.H.Weissenbruch vanwege zijn verstilling.

Gabriel
P.J.C. Gabriël, 1828-1903, Colorist van de Haagse School, door S. de Bodt, M. Wagenaars, J. Sillevis, e.a.
Jacob Maris
Jacob Maris (1837-1899), Ik denk in mijn materie,door Marjan van Heteren
J.H.Weissenbruch
J.H. Weissenbruch, 1824-1903

Waanders Uitgevers opgericht in 1836, is de grootste uitgever van kunstboeken in Nederland. Veel van deze uitgaven verschijnen in samenwerking met musea in Nederland en in het buitenland, zoals het Rijksmuseum, het Mauritshuis, het Gemeentemuseum Den Haag, het Van Gogh Museum, de Kunsthal Rotterdam, The National Gallery of Art Washington, The National Gallery Londen en vele andere. Naast de kunstboeken geeft Waanders Uitgevers boeken uit op het gebied van monumenten en bouwhistorie, onder andere in samenwerking met de Rijksdienst voor de Monumentenzorg te Zeist, en boeken over diverse onderwerpen uit de Nederlandse geschiedenis en over de geschiedenis van stad en streek in Nederland.
Bron: kunstboeken.nl

Kunstboeken van Waanders: 17e eeuw | 19e eeuw | 20e eeuw

zondag 1 oktober 2006
oorlog tegen niet-moslims ?
Nahed Selim schrijft in Trouw een reactie op het gewraakte citaat
van de Byzantijnse keizer Manuel II Paleologos dat door de paus werd aangehaald
Misschien wilde de paus door het citaat zijn eigen afkeer uitspreken van de tegenwoordige djihad, in de vorm van terrorisme. Dat is zijn goed recht, en hij staat zeker niet alleen in deze afkeer. De enige redelijke en beschaafde reactie op het citaat van de paus zou moeten zijn: inhoudelijk op de kritiek ingaan. Is de islam inderdaad met het zwaard verspreid?
Het antwoord luidt eenvoudigweg: ja
De bewering dat de djihad - in de zin van het voeren van een heilige oorlog tegen niet moslims- een extreme opvatting binnen de islam zou zijn of dat alleen radicale moslims dit gedachtengoed ondersteunen, is (dus) totale onzin. Zelfs de zeer gezaghebbende niet-radicale Al-Azhar-Universiteit in Egypte doceert deze leerstelling aan haar studenten. Onderstaand citaat komt uit het handboek ‘Steunpilaar van de reiziger’ uit 1999:
djihad“Zoals blijkt uit de handleiding wordt de djihad verklaard als een ‘collectieve plicht’ om oorlog te voeren tegen niet-moslims. De handleiding verklaart ook dat de kalief oorlog dient te voeren tegen Joden, Christenen en Zoroasters (…) Indien er geen kalief is, dient de djihad nog steeds te worden uitgevoerd.”
Mijns inzien bestaat er geen meerderheid van gematigde moslims die de djihad als doctrine afwijst. De enige die tot nu toe een duidelijke stem tegen de djihad heeft laten horen, was Mahmoud Mohammed Taha uit Soedan, leider van de Republican Brothers, een kleinde beweging voor hervorming van de islam, en schrijver van ‘The Second Message of Islam’. Hij wilde alleen de koranteksten uit de eerste periode in Mekka erkennen als basis voor de islam. Daardoor zouden alle djihad-teksten buiten werking worden gesteld. De Al-Azhar-Universiteit verklaarde hem afvallig, waarop hij in 1985 werd geëxecuteerd.
Bron: Trouw
De bewering dat de djihad een extreme opvatting binnen de islam
zou zijn, is totale onzin

Nahed SelimNahed Selim
Makkelijk is het niet om in deze tijd moslim te zijn, erkent ze. ‘ik schaam me er bijna voor om moslim te zijn. Bij elk conflict in de wereld zijn moslims betrokken. Het is niet zo dat elke moslim een terrorist is, maar wel zijn veel terroristen moslims. Dat geeft te denken. Aan de andere kant staan er in de koran prachtige, inspirerende teksten. Zo staat er geschreven dat er verschillende geloven en verschillende rassen en volkeren zijn opdat men elkaar zal leren kennen. Dat getuigt van tolerant denken. Diezelfde vrije houding, zie je terug wanneer je een zonde begaat. Volgens de koran stel je dan niet God teleur, maar doe je slechts jezelf tekort. Alles wat je doet, moet je voor je eigen geweten kunnen verantwoorden. God is dus eigenlijk je eigen geweten. Vanwege zulke teksten noem ik mezelf nog steeds moslim.’
Bron: hellighart.nl

Boeken van Nahed Selim
Zwijgen is verraad
De vrouwen van de profeet

interview met Nahed Selim [liberales.be]

uitglijer van Halsema
lijsttrekker Groen Links demoniseert ‘orthodox’ christendom samen met
het islamitisch fundamentalisme als de ‘as van het religieus kwaad’

Femke HalsemaMet de naderende verkiezingen in het vooruitzicht is religie voor alle politieke partijen een hot issue geworden, niet in de minste plaats omdat met de stemmen van de allochtone kiezer heel wat kamerzetels gemoeid zijn. Na de controverse tussen de paus en de islam, moet Femke Halsma met haar relativistische visie (te verwarren met Verlichtingsfundamentalisme) gedacht hebben dat het een goed moment is om fundamentalistische Christenen op een hoop te vegen met het islamistische terrorisme.
Een vervelende uitglijer voor Groen Links.

„De bevrijding van vrouwen is een aanhoudende strijd, in Nederland, maar vooral wereldwijd. Vrouwen zijn altijd het eerste slachtoffer van geweld. Zeker wanneer oorlogen woeden zoals in Soedan, Irak en Afghanistan. Vluchtelingen en ontheemden zijn in meerderheid vrouw. Vluchtende vrouwen worden vaak verkracht. Velen van hen krijgen aids. Vrouwen worden in veel landen ernstig onderdrukt, verhandeld en gedwongen geprostitueerd. Helaas bestaat er wereldwijd geen coalitie voor vrouwen, maar wel een coalitie tegen vrouwen. Dat zijn de fundamentalistische moslims, maar ook de fundamentalistische Amerikaanse christenen en de rooms-katholieke kerk. Dat is een as van religieus kwaad die de zeggenschap van vrouwen probeert terug te dringen. De gevolgen zijn desastreus.”
(Femke Halsema tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen op 27 september j.l.) 
Bron: trouw.nl

johannes@mimesis.nl

HTML Hit Counters
eXTReMe Tracker

het numineuze www.griffioen-beelden.nl

www.gerdrenshof.com

www.vanleestantiek.com

nl.orthodoxlogos.com

comics grafische vormgeving en webdesign muziek tekeningen en illustraties wetenschap taal & poëzie Rusland religie geschiedenis filosofie film boeken orthodoxie schilderkunst architectuur fotografie