maandag 31 maart 2008
hoe sterk ben je?
zaterdagavond met Michaela gezien: Das Experiment (2001)

Das Experiment DVDTijdens het proces tegen Adolf Eichmann in 1961 werd de wereld geconfronteerd met wat Hannah Arendt de banaliteit van het kwaad heeft genoemd: de brave ambtenaar die kwaadaardige bevelen van hogerhand blindelings opvolgt. In diezelfde tijd publiceerde Stanley Milgram zijn onderzoeksrapport behavioral study of obedience dat gebaseerd is op een omstreden psychologisch experiment. Hij toonde daarmee aan dat de meeste mensen tot blinde gehoorzaamheid in staat zijn. De film Das Experiment is gebaseerd op een ander omstreden psychologisch experiment uit 1971 aan de Stanford University in Californië.

In een onderzoekslaboratorium wordt een gevangenis gebouwd waarin 20 mannen worden geplaatst om gevangenen en bewakers te spelen. De gevangenen worden opgesloten en moeten een aantal regels opvolgen; de bewaarders moeten de orde handhaven zonder geweld gebruiken. Iedereen is vrij om te stoppen wanneer ze willen, maar als ze dat doen, geven ze wel hun loon op. In het begin is de stemming tussen de twee groepen jolig en ontspannen. Maar langzaam aan ontstaat er ruzie, en gaan de bewakers over tot drastische straffen om hun overwicht te bewaren.
 
Bron: moviemeter.nl
Das Experiment
still uit Das Experiment

The Stanford Prison Experiment
In 1971 voerde professor Zimbardo aan de Stanford University in Californië een psychologisch experiment uit, dat erin bestond twintig mensen in een geïmproviseerde gevangenis te zetten. Acht bewakers, twaalf gevangenen die in principe volledig aan hun bewakers waren overgeleverd. Het experiment liep zeer snel uit de hand en moest na zes dagen worden stilgelegd, toen bleek dat de bewakers hun rol iets te ernstig namen. Ze gingen zich te buiten aan mentale vernederingen van de gevangenen, die het dan ook steeds moeilijker gingen krijgen en tekenen van depressie gingen vertonen.

Over de loop der jaren is het verhaal van dit experiment uitgegroeid tot een soort van legende - mensen vertelden het aan elkaar door, en tegen de tijd dat wij ervan hoorden, waren er al een paar doden gevallen. Het boek ‘Black Box’, waarvan ‘Das Experiment’ een verfilming is, lijkt eerder gebaseerd op de door geruchten aangedikte versie van de feiten dan op de realiteit.
( Bron: digg.be )

Abu GhraibMet de beelden van Abu Ghraib nog vers in ons geheugen, kruipt Das Experiment onder de huid. Wat gebeurt er met ons wanneer we het spel van verdrukkers en onderdrukten gaan spelen. Welke psychologische mechanismen treden in werking? Hoeveel verleiding en hoeveel vernedering kun je verdragen?
Hoe sterk ben je?

The origins of violence in a peaceful society | The Stanford Prison Experiment

zondag 30 maart 2008
kritische houding
gelezen: kritisch over Mohammed in Letter & Geest (Trouw)

In dit artikel citeert prof. Pieter W. van der Horst enkele passages uit een geschrift van Johannes Damascenus uit 740 waarin hij als apologeet van de Orthodoxe Kerk stelling inneemt tegenover de jonge islam.

Johannes van DamascusHet verhaal is dat Mohammed een vriend had genaamd Zaid. Die had een mooie vrouw op wie Mohammed verliefd werd. Toen ze eens bij elkaar zaten, zei Mohammed tegen hem: „God heeft mij opgedragen jou te zeggen dat jij van je vrouw moet scheiden.” De vriend scheidde van haar. Enkele dagen later zei hij: „God heeft mij bevolen dat ik haar zelf moet nemen.” Na haar genomen te hebben en echtbreuk met haar te hebben gepleegd, aldus Johannes (Damascenus), maakte hij de volgende wet: ’Een man die dat wil mag van zijn vrouw scheiden. Maar als hij na de scheiding naar haar terug wil, moet eerst iemand anders met haar trouwen. Want hij mag haar niet terugnemen als ze niet eerst met iemand anders getrouwd is geweest.’
 
De wijze waarop Johannes (Damascenus) dit verhaal vertelt impliceert opnieuw dat Mohammeds openbaringen vooral werden ingegeven door uiterst dubieuze vormen van eigenbelang.
 
lees verder op website van Trouw

20 februari 2008 (wereldomroep.nl)
De Egyptische schrijver Bisnat Rashad is doelwit geworden van fatwa’s en bedreigingen vanwege haar boek Seks in het Leven van de Profeet Mohammed. Rashad wil de mythe over Mohammeds uitzonderlijke seksuele prestaties ontkrachten. Zij vindt het verhaal beledigend voor de profeet, en bovendien een slecht voorbeeld voor moslims. Rashad, die zichzelf een vrome moslima noemt, kreeg zware kritiek van islamitische leiders op een religieuze satellietzender. De mannen vaardigden een fatwa uit en noemden haar trouweloos. Zij riepen de gelovigen op haar bloed te doen vloeien, ook al mocht ze eventueel haar dwaling toegeven. Rashad vertelde aan de nieuwszender Al Arabiya dat de leiders haar boek zien als een ‘zware belediging jegens de Profeet Mohammed en zijn vrouwen’. Naar eigen zeggen heeft zij ernstige bedreigingen ontvangen.

Johannes Damascenus (676-749)

zaterdag 29 maart 2008
Siebrand Weitenberg
is een schilder uit Den Haag

Afgelopen twee weken heb ik mij ondergedompeld in de negentiende eeuwse landschapsschilderkunst. Ik schreef hier over landschapsschilders die aan het begin van de negentiende eeuw naar Italië reisden. De Amerikaanse kunstcriticus Robert Hughes noemde de verhouding tussen de mens en de natuur het grote culturele project van de negentiende eeuw. Aansluitend zou je kunnen zeggen dat de verhouding tussen de mens met zichzelf (en uitvergroot: met de maatschappij) het grote project van de twintigste eeuw was. Maar de romantiek bloeit nog steeds. In januari liet ik hier een landschap van Anutosh zien. Deze week ontdekte ik op internet schilderijen van een andere ‘verdwaalde romanticus’ in de eentwintigste eeuw.

herfstweerspiegeling
Siebrand Weitenberg
herfstweerspiegeling

sjaweitenberg.com

vrijdag 28 maart 2008
Erin Petson
is een illustrator uit Londen
Erin Petson

erinpetson.com

donderdag 27 maart 2008
John Everett Millais [ 3 ]
nagenieten van de tentoonstelling John Everett Millais
in het Van Gogh Museum Amsterdam nog tot 18 mei 2008

a Souvenir of VelasquezIn tegenstelling tot de schilders voor Raffael waar de PreRaffaelieten zich graag aan spiegelden, gingen de schilders na Titiaan de nadruk meer op de verf leggen en vrijer schilderen. Kleuren werden ‘vuiler’ gemaakt, zodat ze natuurlijker overkwamen, het chiaroscuro deed zijn intrede en de penseelstreken werd vaak losser. In de zeventiende eeuw bereikte dat een hoogtepunt bij Rembrandt en Velazquez. De suggestieve kracht van de verf is bij hen altijd aanwezig. Millais, een meesterlijk tekenaar, wil met het portret a Souvenir of Velasquez niet alleen een hommage aan de Spaanse meester brengen, maar ook laten zien dat hij de expresssie van de verf belangrijk is gaan vinden.

a Souvenir of Velasquez
a Souvenir of Velasquez is geinspireerd op de Infante Margharita van Velasquez (links)
a Souvenir of Velasquez
a Souvenir of Velasquez (detail)
Millais laat hier, in navolging van zijn tijdgenoot Eduard Manet, zijn bewondering voor Velasquez zien

John Everett Millais Collectie van de Royal Academy

woensdag 26 maart 2008
Phil Wrigglesworth
is een illustrator uit Manchester
Phil Wrigglesworth
website van Phil Wrigglesworth

philwrigglesworth.com

dinsdag 25 maart 2008
Italiëgangers [ 3 ]
Thomas Cole (1801-1848) en de Hudson River School

De reis naar Italië was in de negentiende eeuw niet alleen voor veel Europese schilders een (bijna) verplicht nummer, ook in de Verenigde Staten maakten veel schilders de reis naar het oude Europa. Een van hen was de van origine Engelse Thomas Cole die tussen 1829 en 1831 o.a. in Italië verbleef. Bij zijn terugkeer in de Verenigde Staten zou hij aan het begin staan van de zgn. Hudson River School. De schilders van deze school keerden bewust Italië en het oude Europa de rug toe en verheerlijkten de imponerende Amerikaanse wildernis met schilderijen in even imponerende formaten.

The Oxbow
Thomas Cole
The Oxbow, 1836

Voor de identiteit van de jonge Verenigde Staten hadden deze majestueuze natuurtaferelen bijzondere betekenis. Zo wilde men graag geloven dat de ongerepte natuur die men aan de overzijde van de oceaan aantrof, zonder sporen van beschaving, laat staan van verwoestende industrialisering, een aards Paradijs was dat de Schepper persoonlijk aan de Amerikanen geschonken had. Het was voor de jonge Verenigde Staten de compensatie van het gebrek aan verleden en cultuur. God had de Amerikanen bevoorrecht door hen te laten delen in de ongereptheid van Zijn Schepping.

“The new world has something better than ruins and history,” it has natural beauty through which “God had writ the immensity of his plan right here in America.”

Arthur Danto

Thomas ColeThomas Cole was born in 1801 at Bolton, Lancashire in Northwestern England and emigrated with his family to the United States in 1818. During the early years Cole lived for short periods in Philadelphia, Ohio, and Pittsburgh where he worked as an itinerant portrait artist. Although primarily self-taught, Cole worked with members of the Philadelphia Academy, and his canvases were included in the Academy’s exhibitions. In 1825, Cole discovered the haunting beauty of the Catskill wilderness. His exhibition of small paintings of Catskill landscapes came to the attention of prominent figures on the New York City art scene including Asher B. Durand, who became a life-long friend, and his fame spread. While he was still in his twenties, Cole was made a fellow of the National Academy.

In 1829-1831, Cole returned to Britain for study and to attend to family business and to travel to France and Italy. These years were among the most happy and productive of his life. Cole met a large number of wealthy Americans traveling abroad and received numerous commissions from them, increasing his reputation and stature. Cole returned to New York City in November of 1832 and mounted an exhibition of his European paintings, which aroused considerable public interest. Shortly thereafter, Cole first established his rural studio in Catskill, New York, when he rented a small outbuilding at Cedar Grove.
( Bron: thomascole.org )

“The great cultural project of the 19th century was to explore the relations between man and nature, to learn to see nature as the fingerprint of God’s creation . . . No previous age had brought such passionate scrutiny to nature, from the highest Alp to the smallest pollen of grain . . .”

Robert Hughes

Niagara Falls
Frederick Edwin Church, Niagara Falls 1857

Na Cole’s vroegtijdige dood in 1848 had hij nog geen opvolger als leider van de Hudson River School gevonden. Maar in 1857 maakte Frederick Edwin Church (1826-1900) in Amerika én Europa verpletterende indruk met zijn panorama van de Niagara Falls en bracht hij de Hudson River School tot een nieuw hoogtepunt.

Robert Hughes: Well, the idea that you redeem yourself from the sins of Europe; that you can leave the past behind, while at the same time bringing elements of culture, its cultural baggage with you, is very important to Americans. I mean, the Puritans thought that they could do it by, you know, by means of the religious revolution. Then when it became apparent that the–there was this immense field outside of the coastal settlement into which Americans, into which new Americans could move, which they could conquer, dominate, appropriate, and displace the original inhabitants of, there was this almost religious search for the image of landscape, you know, for the discovery of the image of God in the landscape, and, as it were, the appropriation of divine will into human will.

fragment uit American Visions (1997)
van Robert Hughes, episode 3:
The Wilderness and the West
This echoes through and through the paintings of the 19th century, and, you know, you might say that landscape painting is the great religious art form of America. And it became so really as early as the 1820’s with Thomas Cole. The reason why the wilderness has always played such a vast part in the American imagination is not just because it was there. It’s because the constructions that European Americans made of it.
 
Bron: youtube.com

Hudson River School
Asher B. Durand (1796-1886)
Thomas Cole (1801-1848)
John F. Kensett (1816-1872)
Martin Johnson Heade (1819-1904)
George Inness (1825-1894)
Frederick Church (1826-1900)
Albert Bierstadt (1830-1902)

thomascole.org | Hudson River School [ artchive.com]

maandag 24 maart 2008
John Everett Millais [ 2 ]
nagenieten van de tentoonstelling John Everett Millais
in het Van Gogh Museum Amsterdam nog tot 18 mei 2008

In 1874 is de stijl van Millais helemaal veranderd. Zijn penseelstreek heeft zich verbreed en de kleuren zijn gedempter geworden. Het realisme wordt in Europa steeds meer geaccepteerd en in Frankrijk zijn de impressionisten al aan het doorbreken. Het onderstaande schilderij dat ook op de tentoonstelling in het Van Gogh Museum hangt, is eigenlijk een patriotisch schilderij. De North-West Passage duidt op de noordelijke (arctische) doorvaart naar de West Coast en het Verre Oosten. Een prestatie waarmee Brittania weer eens had bewezen dat het de golven van de wereldzeeën beheerste.

North West Passage
The north-west passage, 1874
It might be done,
and England should do it’

The north-west passage was the sea route round the north of the American continent which was thought to provide a passage to China and the East. Several arctic expeditions had tried and failed to find it. Millais painted this picture in 1874 just when another English expedition was preparing to set off on the same voyage.When the picture was shown at the Royal Academy in 1874 it was accompanied by the lines ‘It might be done, and England should do it’. This patriotic message is underlined by the presence of the Union Flag draped over a screen.
(Bron: tate.org.uk)

North West Passage
The north-west passage (details)

Millais [ victorianweb.org ]

zondag 23 maart 2008
opstanding
vandaag is het Westers Pasen
in de Orthodoxe Kerk is het de Zondag van Gregorios Palamas
Opstanding
wandtegels in een 16e eeuws koopmanshuis in Hattem waarin tegenwoordig het Voerman Museum gevestigd is
zaterdag 22 maart 2008
retrovert
deze week met Michaela bezocht: Hattem en Oudewater
en daarbij het Anton Pieck Museum en Voerman Museum

Vaak omschrijf ik mijzelf als retrovert, iemand die leeft met de blik naar het verleden. Niet omdat ik denk dat vroeger alles beter was, wel omdat ik denk dat het moeilijk anders kan. Ik ben namelijk geen helderziende die in de toekomst kan kijken. En het heden gaat voor mij sneller dan ik kijken kan. Het is voor mij vaak alsof ik omgedraaid in een auto zit en ‘achteruit’ moet rijden om verder te komen, kijkend naar de weg die ‘achter’ mij ligt. Om een goed beeld van het heden te krijgen en realistische verwachtingen over de toekomst, moet nog eens heel goed naar dat verleden gekeken worden.

Maar het verleden kan voor mij ook een vlucht uit de werkelijkheid worden. Gisteren kon ik wat dat betreft even op adem komen bij een van grootste retroverts die ons land gekend heeft, iemand die zijn lange leven lang (1895- 1987) het modernisme getrotseerd heeft: Anton Pieck.

werkplek van Anton Pieck
Anton Pieck Frankfurt, 1929

Op de kunstacademies werd in de twintigste eeuw zijn grafische werk meestal neerbuigend als ziekelijke retromanie in de ban gedaan. Maar gelukkig heeft Anton Pieck (1895-1987) nog tijdens zijn leven in 1984 een museum gekregen in Hattem. Hier is te zien wat voor een ambachtsman hij was. Of, zoals je wilt, wat voor een kunstenaar.

De vraag wat kunst is en voor wie en voor wat men kunst ‘maakt’ houdt mij niet bezig. Ik vind het best als men argumenteert: dit is géén kunst, dat is wél kunst, maar het doet mij persoonlijk niets.

Anton Pieck

werkplek van Anton Pieck
de werkplek van Anton Pieck in het Anton Pieck Museum in Hattem

In het museum wordt permanent een video getoond waar we Anton Pieck weer zien en horen. Een heer uit een andere tijd. Een beetje de laatste der mohikanen, maar ook niet helemaal. Want ook Marten Toonder en Carel Willink bleven met hun ascetische indianengezichten hun lange leven vasteberaden tegen de wind in fietsen. Hun kracht was de rotsvaste overtuiging dat de traditie en het ambacht de basis vormen.

Waarschijnlijk ligt de belangrijkste oorzaak van de algemene waardering voor Anton Pieck in de sfeer van zijn werken. Een antwoord op een romantisch verlangen dat bij veel mensen aanwezig is. Hoewel hij zijn hele leven tekende en schilderde en een grote variëteit aan werken produceerde, kenmerkt zijn werk zich toch door zijn voorliefde voor de 19e eeuw; het stempel van een romantisch tekenaar is dan ook altijd aan zijn naam blijven kleven. Dat heeft invloed gehad op de waardering, die hij in de kunstwereld kreeg. Zelf heeft hij hierover gezegd: “De vraag wat kunst is en voor wie en voor wat men kunst ‘maakt’ houdt mij niet bezig. Ik vind het best als men argumenteert: dit is géén kunst, dat is wél kunst, maar het doet mij persoonlijk niets. Ik wil mijn kunst best anders noemen. Met grote bewondering heb ik het ambacht bij anderen leren zien, laat mij dan maar zo’n ambacht beoefenen, maar dan wel met vakmanschap en liefde voor het werk!”
 
Hoewel Anton Pieck vanuit zijn bescheidenheid zichzelf ambachtsman noemde vanwege het vakmanschap en de liefde voor het werk, maakt het museum duidelijk, dat het niveau van het werk van Anton Pieck van hoge kwaliteit is; en dat er door hem een persoonlijk en herkenbaar stempel op het werk is gedrukt. De keuze en de uitbeelding van de onderwerpen getuigen van een maatschappelijke betrokkenheid. De kwalificatie ambachtsman is weliswaar zeker van toepassing op hem, maar dat is niet toereikend. Anton Pieck gaf een extra dimensie aan zijn werk, waardoor het zeker kunst genoemd mag worden.
 
Bron: antonpieckmuseum-hattem.nl
Hattem
Hattem gisteren

Twee Anton Pieck-stadjes
Afgelopen week wilde ik mijn Duitse vriendin iets van het historische Nederland laten zien. Niet de grote steden ditmaal, maar kleine schilderachtige stadjes. Donderdag bezochten we Oudewater, op de grens van Utrecht en Zuid-Holland en vrijdag Hattem op de grens van Gelderland en Overijssel.

Oudewater Oudewater
Oudewater eergisteren

Jammergenoeg was het Museum De Heksenwaag in Oudewater afgelopen week nog niet opengesteld. Morgen gaan de deuren weer open en blijven dan dagelijks (behalve op maandag) geopend van 11.00-17.00 tot 1 november. Het Anton Pieck Museum en Voerman Museum zijn dankzij de vrijwilligers het hele jaar geopend.

vrijdag 21 maart 2008
John Everett Millais [ 1 ]
nagenieten van de tentoonstelling John Everett Millais
in het Van Gogh Museum, Amsterdam, nog tot 18 mei 2008

Een van de mooiste tentoonstellingen die ik de afgelopen jaren zag, is de grote overzichtstentoonstelling van John Everett Millais. Deze is nog tot 18 mei 2008 in het Van Gogh Museum te zien. In de jaren zestig, zeventig en tachtig zou een dergelijke tentoonstelling voor een groot publiek ondenkbaar geweest zijn. Alles wat aan de Victoriaanse tijd herinnerde was in naam van de seksuele revolutie in de ban gedaan. Kitsch, was het eenvoudige maar vernietigende oordeel en daarmee was alles gezegd. Het tij is inmiddels gekeerd. Twaalf jaar geleden bracht hetzelfde Van Gogh Museum een grote overzichtstentoonstelling van het werk van onze eigen Victoriaanse salonschilder Laurens Alma Tadema, toen nog in de donkere gangen op de bovenste verdieping. De overzichtstentoonstelling van Millais is gelukkig in de ruime nieuwe vleugel ondergebracht. Ondanks de royale opstelling verdrongen op zondagmiddag de bezoekers zich voor de schilderijen en dat van Ophelia in het bijzonder.

Isabelle
Isabella, 1849

The painting Isabella is structured with deliberately distorted perspective, elongating the right hand side of the table and flattening the figures ranged along it. Following Pre-Raphaelite theory, Millais almost eliminates chiaroscuro and exaggerates the intensity of juxtaposed colours and tones - as evidenced in the flat black tunic set against the sharply modelled white cloth of the servant at the right, whose lower body virtually disappears as his yellow stockings semi-merge with the background.
(Bron: wikipedia)

Het was mijn eerste kennismaking met het werk van Millais buiten de reproducties om. Gelukkig heeft men gekozen voor een chronologische opstelling, zodat we de stijlontwikkeling kunnen volgen. Naast schilderijen worden ook tekeningen getoond. In zijn begintijd, rond 1850, zien we uiterst gedetailleerde schilderijen. Met een inventariserende blik heeft hij elk detail geschilderd. Daarin gaat hij bewust terug op de Vlaamse Primitieven, die zo natuurgetrouw schilderden dat we nog steeds de afgebeelde planten kunnen determineren.

Isabelle detail
Isabella, detail

Het overzicht is zeer representatief al ontbreken er enkele topstukken, zoals het hier afgebeelde Isabella. Met dit schilderij kreeg hij in 1849 gunstige kritiek op de tentoonstelling van de Royal Academy. Maar het jaar daarop werd hij zwaar bekritiseerd met een schilderij van de jonge Jezus in de werkplaats van zijn vader Jozef. Dit schilderij hangt gelukkig wel op de tentoonstelling in het Van Gogh Museum.

Isabelle detailIsabella
The painting illustrates an episode from John Keats’s poem, Isabella, or the Pot of Basil, which describes the relationship between Isabella, the sister of wealthy medieval merchants, and Lorenzo, an employee of Isabella’s brothers. It depicts the moment at which Isabella’s brothers realise that there is a romance between the two young people, and plot to murder Lorenzo so they can marry Isabella to a wealthy nobleman. Isabella, wearing grey at the right, is being handed a blood orange on a plate by the doomed Lorenzo. A cut blood orange is symbolic of the neck of someone who has just been decapitated, which is a sign of how Lorenzo will be killed by Isabella’s brothers. One of her brothers violently kicks a frightened dog while cracking a nut.
 
Bron: wikipedia
Jesus in the house of his parents
Jesus in the house of his parents
Dit schilderij hangt gelukkig wel in Amsterdam. In 1850 op de tentoonstelling van de Royal Acadamy had men er geen goed woord voor over.

John Everett Millais in het Van Gogh Museum

donderdag 20 maart 2008
Italiëgangers [ 2 ]
Pierre-Henri de Valenciennes (1750-1819)
en de Prix de Rome voor het historische landschap (vanaf 1817)

Sinds de zestiende eeuw was de reis naar Italië voor de meeste kunstenaars een bijna verplicht nummer. Toch gaven niet alle kunstenaars gehoor aan de lokroep van het land van de antieken. Aan het einde van de zestiende eeuw was een levendige handel van prenten op gang gekomen, zodat de kunstenaars ten noorden van de Alpen hun voorbeelden konden bestuderen zonder de moeizame reis te ondernemen. Zo had Rembrandt bijvoorbeeld geen enkele behoefte om de reis naar Italië te maken. Hij gebruikte zijn omvangrijke collectie prenten en rekwisieten, zoals wij nu het internet gebruiken om een virtuele reis te maken naar een ander land. Ook Delacroix, die bijna 200 jaar later leefde, wilde Italië nooit bezoeken; hij gaf de voorkeur aan Noord-Afrika. Maar de meeste schilders die in de gelegenheid waren om hun Italiëreis te maken, die gingen. Vanaf 1666 was door Lodewijk XIV de Prix de Rome ingesteld, die de reis naar Italië en Rome in het bijzonder onder jonge kunstenaars stimuleerde.

Prix de Rome
Villa MediciDe Prix de Rome vindt zijn fundament bijna 350 jaar geleden in Frankrijk. Vanaf het begin van de zestiende eeuw geldt de klassieke oudheid als bakermat van de Europese kunst. Voor de meeste Noordeuropese kunstenaars ontbreken dan echter de mogelijkheden om het klassieke Rome te bezoeken. Een enkeling durft de (voet-)tocht over de Alpen wel te maken. En komt terug met verhalen, prenten en een enkele keer met een klein schilderij met een klassiek, mythologisch onderwerp of een landschap uit de omgeving van Rome. Koning Lodewijk XIV besluit dat Franse kunstenaars de klassieken met eigen ogen moeten kunnen bekijken en bestuderen. De door hem opgerichte ‘Académie Royale de Peinture et de Sculpture’ stelt daartoe in 1666 de Prix de Rome in. De prijs is een vorstelijk geldbedrag (stipendium) waarmee de winnaar maar liefst vier jaar in Rome kan werken: aan de ‘Académie de France’ die dan is gevestigd in de Villa Medici. Temidden van de klassieke omgeving van het Oude Rome.

Met Frankrijk als voorbeeld groeit in Nederland aan het einde van de achttiende eeuw de belangstelling voor een kunstreis naar Italië. Tijdens de Franse bezetting geeft Lodewijk Napoleon, de jongere broer van de keizer, opdracht tot oprichting van een Koninklijke Akademie. Ook voert hij, eveneens naar Frans voorbeeld, de Nederlandse Prix de Rome in. In 1817 is één en ander onder koning Willem I vastgelegd.
Bron: prixderome.nl

Ook de Franse schilders, die de grootste reputatie hadden op het gebied van landschapsschilderkunst, gaven vanaf de zeventiende eeuw steeds vaker gehoor aan de lokroep van Rome. Dat werd gestimuleerd door de oprichting aldaar, in 1666, van de Académie de France die de studie van de beste leerlingen van de Koninklijke School voor schilder- en beeldhouwkunst moest bevorderen. Al snel zwierven Franse kunstenaars uit over heel Italië. Zo werd Venetië eerst een pelgrimsoord van de romantici en vervolgens van de symbolisten. In Florence leek het landschap volgens de neoclassicistische schilder Pierre Henri de Valenciennes “op de schilderijen van Poussin”. En ook het zuiden van het land, met al zijn archeologische schatten, maakte al vroeg deel uit van de grand tour. Het voornaamste doel van de Italië-reis bleef echter Rome. De beursstudenten van de Villa Medici, waar de Académie de France in de negentiende eeuw werd gevestigd, dienden daar hun opleiding tot de grand goût te vervolmaken.
 
Bron: gemeentemuseum.nl/

Pierre-Henri de Valenciennes, een van de leerlingen van Jacques-Louis David, verbleef lange tijd in Rome en propageerde de landschapsschilderkunst in Frankrijk. Hij schreef een theoretisch werk over het zgn. ‘historische landschap’ en ijverde voor een aparte Prix de Rome voor deze categorie. Pas in 1817, twee jaar voor zijn dood, werd voor het eerst een Prix de Rome voor het historische landschap uitgereikt. Het betekende een officiële herwaardering van de landschapsschilderkunst, die met de School van Barbizon en de impressionisten in de negentiende eeuw zo belangrijk zou worden.

Valenciennes
Pierre Henri de Valenciennes, 1790
klassiek Grieks landschap met meisjes die aan de rivier hun haar offeren aan de godin Diana

In Parijs had men al in 1791 voorgesteld om de leerlingen van de Académie des Beaux-Arts les te geven in landschapskunst en een aparte Prix de Rome in te stellen voor het ‘historische landschap’. Pas in 1817 werd de eerste prijs uitgereikt, vooral door toedoen van één van de docenten aan de Parijse Académie, Pierre Henri de Valenciennes, die een voorstander was van een herwaardering van de landschapskunst. Het ‘historische landschap’ was echter een landschap in de traditie van Poussin, dat wil zeggen een geïdealiseerd landschap in een Italiaanse sfeer, voorzien van tempels of ruïnes en bevolkt door figuren uit de Griekse of Romeinse mythologie.
Bron: digischool.nl

Valenciennes
Twee cypressen bij Villa Farnese
Dit Hopperiaanse schilderij uit 1785 van
Valenciennes was zijn tijd ver vooruit
Pierre-Henri de Valenciennes est né le 6 décembre 1750 dans la capitale languedocienne d’un père maître perruquier, Pierre Devalenciennes (1724-1754) et de Marguerite Abel, fille d’un maître tapissier. Son éducation artistique commence par l’apprentissage de la musique et du violon à la maîtrise de la cathédrale Saint-Étienne. Il étudie ensuite la peinture à l’Académie royale de Toulouse en 1770-1771, où Jean-Baptiste Despax (1710-1773) et Guillaume Bouton (1730-1782) sont ses professeurs. Il effectue des voyages dans le sud de la France et découvre l’Italie en 1769, au cours d’une excursion en compagnie de son protecteur et mécène Mathias Dubourg (1746-1794), futur conseiller au parlement de Toulouse.
 
Entre 1777 et 1785, sans doute grâce à ses appuis financiers et à ses relations, Pierre-Henri de Valenciennes s’établit à Rome. Le peintre entretient des contacts avec les pensionnaires du palais Mancini, mais également avec les autres artistes établis ou de passage dans la ville éternelle, comme les Parisiens Jacques-Louis David et Quatremère de Quincy, ou les Toulousains François Cammas et Joseph Roques. Au contact de ses pairs, en étudiant les ” antiques ” et les paysages romains, il affine son goût pour les représentations de la nature qui s’éloignent de la manière traditionnelle et tendent vers un nouveau langage formel, épuré, choisissant des angles de vue insolites ou privilégiant le traitement atmosphérique des scènes. Il revient peu à Paris, où l’on signale néanmoins sa présence vers 1781, date à laquelle il a probablement fréquenté le paysagiste Claude-Joseph Vernet (1714-1789).
 
Bron: pedagogie.ac-toulouse.fr

Pierre-Henri de Valenciennes [artcyclopedia.com]

woensdag 19 maart 2008
Italiëgangers [ 1 ]
Karl Eduard Ferdinand Blechen (1798-1840)
en Josephus Augustus Knip (1776-1846)

De Alte Nationalgalerie in Berlijn is vooral bekend vanwege de Duitse romantische schilderkunst met de Caspar David Friedrich-zaal als hoogtepunt. Op dezelfde verdieping vinden we ook een deel van de 34 schilderijen die het museum van Karl Blechen in bezit heeft. Karl Blechen is bij ons tamelijk onbekend, maar wat mij betreft staat hij samen met Friedrich aan de top van de Duitse romantische landschapsschilderkunst.

Karl Blechen
Karl Blechen, Amalfi, capucijner klooster
dit Italiaanse landschap ademt eenzelfde rust als de landschappen van Corot

In 1823 ontmoette Blechen als student de 24 jaar oudere Caspar David Friedrich in Dresden. Na zijn studietijd werkte hij eerst als decoratieschilder en maakte in 1828/29 een reis naar Italië. In tegenstelling tot de schilderijen van zijn voorbeeld Friedrich die Italië nooit bezocht heeft, is het werk van Blechen vaak licht en kleurrijk.

Karl Blechen
Bocht van Rapallo, 1829/30
Deze olieverfschets die Blechen in de buitenlucht maakte, doet denken aan de atmosferische momentopnamen van Turner

Ook stond Blechen in Italië aan het begin van wat men in Duitsland de Freilichtmalerei noemt; in Nederland zijn we de Franse term plein air gaan gebruiken omdat het vooral de Franse Barbizonschilders waren die buiten gingen schilderen. Jean Baptiste Camille Corot, ook een echte Italiëganger, stond net als Blechen aan het begin van deze revolutionaire verandering in de landschapsschilderkunst.

Und trotzdem: wir fahren nach Italien
Erlagen die Mittel- und Nordeuropäer nicht immer schon der Faszination und der Magie des südlichen Lichts, in dem die Küsten Italiens wie Sehnsuchtsorte erster Güte erstrahlten? Im 18. und 19. Jahrhundert waren es noch vorwiegend junge Adlige und Künstler, die dieser Sehnsucht folgten und die atemberaubenden Landschaften und spektakulären Überreste antiker Kultur bereisten, bewunderten und darzustellen versuchten.

Karl BlechenUnter ihnen war auch der Maler Karl Eduard Ferdinand Blechen (Cottbus 1798 - 1840 Berlin), der 1828/29 den lang gehegten Wunsch einer Italienreise verwirklichen konnte. Bis zu diesem Zeitpunkt vor allem durch Caspar David Friedrich (Greifswald 1774 - 1840 Dresden) und Johan Christian Clausen Dahl (Bergen 1788 - 1857 Dresden) beeinflußt (s. hierzu kleines Bild), verhalf ihm sein Italienaufenthalt zu einer lichtdurchfluteten Malerei von vorimpressionistischer Leichtigkeit.
( Bron: museenkoeln.de )

Knip: De Golf van Napels
Josephus Augustus Knip
Golf van Napels, 1818

Ook Nederland kende in het begin van de negentiende eeuw Italiëgangers, zoals bijvoorbeeld Josephus Augustus Knip die in 1808 de eerste Nederlandse Prix de Rome won en naar Italië vertrok. Vijf jaar na zijn terugkeer, schilderde hij in 1818 bovenstaand Italiaans landschap in een geïdealiseerde en classisistische stijl. Knip liet zich inspireren door zeventiende eeuwse voorbeelden als Jan Dirckzn. Both. Op de website van het Rijksmuseum (Aria) wordt het schilderij geanalyseerd. Er zijn vier tekeningen en schetsen bewaard gebleven die hij ter plekke maakte en samenvoegde in dit atelierstuk.

De Prix de Rome is de oudste kunstprijs van Nederland. De Prix de Rome werd in 1808 door Lodewijk Napoleon in Nederland ingevoerd. Met de oprichting van de Rijksakademie van beeldende kunsten in 1870 legde koning Willem III de staatsprijs vast in de Wet op de Rijksakademie.
prixderome.nl

Und trotzdem: wir fahren nach Italien

dinsdag 18 maart 2008
boze wereld vol slechteriken
gezien: The Good, the Bad and the Ugly (1966)

DVDLos van de overtuigende cinematografie en filmmuziek viel mij op dat het in deze western juist niet om geloofwaardigheid gaat. Net als in James Bond-films gaat het om de mythe van ‘de man-die-alles-kan’. Dit ‘alles’ wordt gemakshalve even beperkt tot het koelbloedige neerschieten van de tegenstander. De man als rover en revolverheld.

Eigenlijk zijn alle films waarin mensen worden vermoord walgelijk en het moet gezegd: vrouwen willen dat doorgaans veel beter inzien dan mannen. De man is een jager en onder de andere mannen veroordeeld tot jager onder de jagers. Door competitie wordt het killerinstinct aangesproken. Dat maakt in principe elke man tot tegenstander. Homo homini lupus. Zo gezien kan de man in het Wilde Westen waar elke moraal versmald is tot the survival of the fittest (de snelste, de wreedste, de gemeenste, enz…) eigenlijk geen vrienden hebben, maar is elke soortgenoot een tegenstander.

The Good, the Bad and the Ugly
de blik van het roofdier

Dit is het boze universum waarin The Good, the Bad and the Ugly zich afspeelt. De man moet koelbloedig, genadeloos en snel zijn en mag de ander nooit vertrouwen. Wanneer we als filmkijker de moraal achter ons laten en ons in de drie bandieten verplaatsen (dus alleen nog maar aan onszelf denken) hebben we de inwonende slechterik in onszelf gevonden. In deze film is hij er in drie uitvoeringen en kunnen we eventueel kiezen: een échte slechte, een weerzinwekkende maar grappige slechte én een slechte die eigenlijk zo slecht nog niet is. Met The Good (gespeeld door Clint Eastwood) wordt het verlangen naar rechtvaardigheid, ook in deze wereld vol slechterikken, enigszins nog bevredigd.

The Good, the Bad and the Ugly vertelt het verhaal over drie criminelen die tijdens de Amerikaanse burgeroorlog jacht maken op een goudschat. Hoewel ze elkaar voortdurend haten, worden ze door een samenloop van omstandigheden steeds gedwongen tot samenwerking. The Good, the Bad and the Ugly is een studie naar de hebzucht in de mens. Iedereen in de film is hebberig, achterbaks, corrupt en a-moralistisch. Leone schetst een wereld vol chaos waarin iedereen individueel zijn hoofd boven water moet houden. Het verhaal wordt verteld in een vreemde combinbatie van experimentele stijloefeningen, cynische humor, keiharde acties, opera-achtige dramatiek en episch-historische scènes. Volgens velen is The Good, the Bad and the Ugly een van de beste westerns ooit gemaakt.
 
Bron: wikipedia
The Good, the Bad and the Ugly
v.l.n.r. Clint Eastwood, Eli Wallach en Lee van Cleef als the Good, the Ugly en the Bad

The Good, the Bad and the Ugly Na a Fistful of Dollars en For a Few Dollars More is deze film de definitieve afsluiting van het drieluik. Leone’s regiestijl is nu tot in het perfecte doorgevoerd. Ontelbare close-ups, talloze langzaam opgebouwde scènes en talloze vreemde totaalshots maken van deze film een experimenteel staaltje avant-garde cinema. Het verhaal is volledig ondergeschikt gemaakt aan het beeld. Het is slechts dit keer een achtervolging door het wilde westen waarbij de personages van de ene locatie naar en van de ene actiescène naar de andere lopen. Terwijl de vorige twee delen zich nog afspeelden in een niet nader genoemde periode, is deze film duidelijk geplaatst tegen een historische setting. De Amerikaanse burgeroorlog is een perfecte achtergrond voor het verhaaltje van hebzucht en verraad. Het is een duidelijke studie naar het slechte in de mens en de aanwezigheid van een zinloze oorlog geeft de film een extra dimensie.

De muziek van Ennio Morricone is zowaar beroemder geworden dan de film zelf en het fluitdeuntje wordt tegenwoordig door iedereen geassocieerd met het wilde westen. In deze film is de muziek nog nadrukkelijker aanwezig dan de vorige delen. De combinatie tussen beeld en muziek begint hier zelf opera-achtige proporties aan te nemen. Voor een aantal scènes is aparte muziek geschreven die speciaal bij die ene scène past. Die scènes worden dan gedragen door de muziek zoals zangpartijen dat bij een opera doen.

Volgens Leone zelf was de aanwezigheid van Tuco (Eli Wallach) de grootste bijdrage aan de film. Hij zorgt voor een komische noot en geeft tegengas aan de sombere dramatiek en al het geweld. Eastwood en Van Cleef kopiëren eigenlijk hun rollen uit de eerdere twee films. Eli Wallach zet als hyperactieve, druk pratende, diepgelovige, laffe, achterbakse, hebzuchtige en vooral smerige bandiet een humoristisch personage neer dat nog niet eerder in een western voorkwam. Hij is eigenlijk een soort parodie op de slechtheid van de mens.
( Bron: wikipedia)

The Good, the Bad and the Ugly [ moviemeter.nl ] [ movie2movie.nl]
Once Upon a Time in the West [woest & vredig]

maandag 17 maart 2008
‘t zit in de genen
Vier schilders in één gezin: Dirck, Jan, Joseph en Salomon de Bray
Frans Hals Museum Haarlem, 2 februari - 22 juni 2008

Tijdens de tentoonstelling Hollanders in Beeld in Het Mauritshuis, zag ik in november een familieportret uit 1652 geschilderd door Jan de Bray. Daarin beeldt hij zijn ouders, de schilder, architect en dichter Salomon de Bray en zijn moeder Anna Westerbaen af als Marcus Antonius en Cleopatra. Er bestaan van dit familieportret twee versies die allebei in het buitenland terecht zijn gekomen. De versie hieronder hangt in de Royal Collection van koningin Elisabeth II. De andere versie hangt in het Currier Museum of Art in Manchester, New Hampshire, Verenigde Staten.

familie De Bray
Jan de Bray, Het banket van Marcus Antonius en Cleopatra, familieportret van Salomon de Bray en zijn vrouw Anna Westerbaen. Zijn zoon Jan staat links met hellebaard.

Het Frans Hals Museum heeft nu een tentoonstelling gewijd aan het gezin van Salomon de Bray, waaronder we vier schilders kunnen rekenen: Tot nog toe kenden we vooral de vader Salomon en zijn oudste zoon Jan, maar nu worden ook de jongere zonen Dirck en Joseph beter belicht. De familie De Bray was katholiek en dat kwam in het protestantse Haarlem van de zeventiende eeuw niet vaak voor. Hun kinderen staan bijvoorbeeld niet in het doopregister van de stad Haarlem ingeschreven en daarom is het op het schilderij moeilijk te bepalen wie van de kinderen wie is. Maar doorgaans gaat men ervan uit dat de jongeman rechtsachter Cleopatra (zijn moeder Anna Westerbaen) Dirck de Bray is.

Van 2 februari tot en met 22 juni 2008 is in het Frans Hals Museum een unieke overzichtstentoonstelling te zien van vier schilders in één gezin: Dirck, Jan, Joseph en Salomon de Bray. Uitzonderlijk schilderstalent zat bij alle vier in de genen. In het Frans Hals Museum komen ze na eeuwen voor het eerst weer tezamen. Vader Salomon en zoon Jan gelden als de grootste historieschilders die Haarlem heeft voortgebracht. Hun classicistische, verhalende en theatrale werken hebben een opvallende positie in de schilderkunst van de Gouden Eeuw. De jongere zonen Dirck en Joseph produceerden op hun beurt verfijnde bloemstillevens van een uitzonderlijke kwaliteit. Een veelzijdige familie, katholiek, universeel onderlegd en de spil van het culturele leven van het Haarlem in de Gouden Eeuw. De schilderijen zijn behalve uit de eigen collectie, afkomstig uit musea en privé-collecties uit Europa en de Verenigde Staten.
 
Bron: franshalsmuseum.nl

Salomon de Bray (1597-1664) | Jan de Bray (1627-1697)

zondag 16 maart 2008
Michael Knapp
is een illustrator en art-director van Ice Age 3
Michael Knapp is an avowed workaholic who occasionally dabbles in laziness. For years he teetered between a dismal career playing in rock bands or a sporatically paid career as a freelance illustrator. Through some strange twist of fate, he now pursues neither while working at Blue Sky Studios as the Art Director on the third Ice Age movie. Although somehow, his employment at Blue Sky led him to drawing comics.
 
Bron: michaelknapp.com
Knapp

michaelknapp.com | blog van Michael Knapp | Blue Sky Studios

zaterdag 15 maart 2008
wie es eigentlich (gewesen) ist [ 1 ]
de officiële geschiedenis in de negentiende eeuwse schilderkunst

De Proklamatie van het Duitse Keizerrijk in 1871 in de spiegelzaal van het Paleis in Versailles wordt voornamelijk door één beeld overgeleverd. In het Wilhelminische tijdperk (1871-1918) is dat talloze malen gereproduceerd: een schilderij van de Duitse historieschilder Anton von Werner.

Die Proklamation des Deutschen Kaiserreiches
De Proklamatie van het Duitse Keizerrijk in Versailles in 1871
een geschenk van keizer Wilhelm I aan Bismarck voor zijn 70e geboortedag in 1885

Voor 1900 zijn we in onze beeldvorming van grote historische gebeurtenissen vaak afhankelijk van schilderijen. Omdat in politieke schilderijen de visie van de opdrachtnemer zich ondergeschikt maakt aan de visie van de opderachtgever, weten we bij voorbaat dat we dergelijke taferelen moeten wantrouwen. Ze dienen een politieke ideologie en zelden de waarheid. Net zoals fotomanipulaties met Photoshop weten we dat onze interpretatie gemanipuleerd wordt en ons wantrouwen groeit naarmate het beeld vertrouwder en objectiever overkomt.

schetsen van Anton von Werner
portretstudies van Anton von Werner voor bovenstaand schilderij. het derde portret is de toekomstige keizer Friedrich III, die 99 dagen keizer was. Op het schilderij staat hij schuin achter zijn vader Wilhelm I.

Anton von Werner registreerde met een fotografische en inventariserende blik. Toch is zijn schilderij allerminst een foto. Zoals in de schilderkunst noodzakelijk is, moeten vooraf portretstudies gemaakt worden. Vaak zijn dat tekeningen of schetsen in olieverf, soms ook uitgewerkte losse olieverfportretten. Daarna voegt de schilder als een regisseur alle personages samen tot één voorstelling die eruit ziet als een historische momentopname.

Na de doorbraak van de natuurwetenschap in de achttiende eeuw werd men in de negentiende eeuw bezeten van objectiviteit. In de filosofie kwam dit duidelijk tot uitdrukking in de Hegeliaanse dialiectiek, waarin een dialectische beweging gevolgd wordt die tenslotte tot rust zou moeten komen in de Absolute Geest, het Hegeliaanse objectiviteitsideaal. Ook de geschiedschrijving werd door deze objectiviteitskoorts aangestoken. Bekend in dit kader is de uitspraak van de historicus Leopold von Ranke “wie es eigentlich gewesen ist". Men geloofde, in tegenstelling tot vandaag, dat er uiteindelijk één interpretatie van de werkelijkheid bestond. Voor de komst van de fotografie was de fotorealistische benadering in de historische schilderkunst vanzelfsprekend het ideaal.

Een van de bekendste voorbeelden is het enorme doek van de kroning van Napoleon door David dat in het Louvre hangt. In ons eigen land is het eveneens reusachtige schilderij van Pieneman in het Rijksmuseum een treffend voorbeeld. In dit schilderij wordt de verwonding van de toekomstige koning Wilhelm I tijdens de Slag bij Waterloo als een heroïsche gebeurtenis gepresenteerd. Op schilderijen als deze zien we op de voorgrond (en vaak ook nog op het middenplan) talloze portretten van bestaande individuen.

Congres van Berlijn
Het Congres van Berlijn, 1878

Anton von Werner gaf ook de officiële visie weer op het Congres van Berlijn in 1878. Tijdens deze historische gebeurtenis werd de Balkan door de grote Europese mogendheden verdeeld en moest het Ottomaanse Rijk zich schikken. Rechts in beeld zien we een groepje Turken met fez in Europees uniform.

Anton von Werner Anton von Werner (1843-1915) begann seine Karriere im Jahre 1857 mit einer Lehre als Stubenmaler, bevor er 1860 ein Studium an der Berliner Akademie der Künste aufnahm. Um seine Ausbildung noch mehr zu vertiefen und um neue Eindrücke zu sammeln, wechselte er 1862 an die Kunstakademie nach Karlsruhe.

Mit 27 Jahren nahm Anton von Werner 1870/71 am deutsch-französischen Krieg teil. Als er 1871 aus dem Feld zurückgekehrt war, ließ er sich in Berlin, wo er drei Jahre lang zur Miete in der Lützowstraße 31 wohnte, als freischaffender Maler nieder. Im gleichen Jahr heiratete er Malwine Schroedter, eine Tochter seines Lehrers, des Malers und Grafikers Adolph Schroedter. Von Werners Einzug 1874 in die Villa VI an der Potsdamer Straße, zeigt, dass Anton von Werner es inzwischen schon zu recht beachtlichem Wohlstand gebracht hatte. Den Höhepunkt seiner Karriere markiert aber sicherlich seine Ernennung im Jahre 1875 zum Direktor der Königlichen Hochschule der bildenden Künste. In dasselbe Jahr fällt auch die Eröffnung eines Ateliers in seinem neuen Domizil am Karlsbad 21. Dass Anton von Werner ein hohes Ansehen in der damaligen Berliner Kunstszene genoss, beweist seine Wahl zum Generalkommissar der deutschen Abteilung auf der Weltausstellungim Jahr 1878 sowie 1895 und 1899/1901 zum Vorsitzenden des Vereins der Berliner Künstler. 1899/1900 und 1902/1906 war er außerdem Vorsitzender der Berliner Sektion Bildende Künste des Senats der Künste. Eine enge Freundschaft verband ihn mit Adolph von Menzel.

Repin
Ilya Repin, De Staatsraad in het Mariinskipaleis, 1901

grootvorst Mikhail Aleksandrovich door Ilya RepinHelemaal aan het begin van de twintigste eeuw maakte Ilya Repin een politiek en prestigieus schilderij dat nu in het Russisch Museum in Sint Petersburg hangt. Het verbeeldt de eeuwvergadering van de Staatsraad in het Mariinskipaleis op 5 mei 1901. Voor dit enorme doek maakte hij vele losse olieverportretten (zie het portret van grootvorst Mikhail Aleksandrovich rechts) die tegenwoordig samen met het doek zijn tentoongesteld. Onder Stalin diende Repin’s stijl als model voor het Socialistische Realisme. Het dictaat van de tsaar veranderde in het dictaat van de communist: wie es eigentlich ist.

vrijdag 14 maart 2008
virtueel stappen [ 3 ]
straatweergave met Google Maps in New York
Municipal Building
recht voor het stadhuis van NewYork, hét prototype van de Stalinistische ’suikertaartstijl’
Metropolitan Museum
recht voor het Metropolitan Museum aan de Fifth Avenue (Museum Mile)

virtueel stappen door Manhattan

donderdag 13 maart 2008
broodje aap verhaal
gezien: King Kong (2006)

Pulp heeft geen grote aantrekkingskracht op mij. Toch is deze groot genoeg om mij aan zelfkritiek bloot te stellen. Bij voorkeur doe ik dat terwijl ik een duik neem in de ranzigheid die pulp heet. Afgelopen vrijdag was het weer zover en keek ik naar de jongste remake van King Kong. Zoals bekend, verscheen de film King Kong 75 jaar geleden voor het eerst, bracht de beroemdste aap uit de filmgeschiedenis voort en maakte van de in 1933 piepjonge Empire State Building een celebrity.

King Kong
website van King Kong in art deco stijl

Zoals we van pulp gewend zijn, is het verhaaltje een mix van horror, sensatie en erotiek. Als je wat Freudiaanse psychologie erop loslaat, lijkt het nog wat te worden: een variatie van the Beauty and the Beast. featuring: America’s proud phallus, the Empire State Building. Nee, daarvoor hoefde ik ook deze remake niet te zien. Maar wel voor de verbluffende reconstructie van New York anno 1933.

King Kong
De jaren ‘30. Een groep filmmakers reist af naar een legendarisch eiland om een film op te nemen. Eenmaal aangekomen blijken alle geheimzinnige verhalen over het eiland op waarheid berust: het eiland wordt bevolkt door mysterieuze inboorlingen en vele gigantische beesten. Hoofdrolspeelster Ann Darrow wordt de gevangene van één van deze beesten: de 8 meter grote gorilla Kong. De filmcrew trekt er vervolgens op uit om haar te redden.
 
Bron: moviemeter.nl
King Kong

kingkongmovie.com | King Kong [moviemeter.nl]

woensdag 12 maart 2008
twee Oostenrijkse schilders
Friedrich von Amerling (1803-1887)
en Ferdinand Georg Waldmüller (1793-1865)

catalogus Liechtenstein Museum Maandag kocht ik een catalogus over Classicisme en Biedermeier van het Weense Liechtenstein Museum omdat ik getroffen was door een delicaat meisjesportret van Friedrich von Amerling op de omslag. Amerling is bekend van zijn statieportret van Franz II uit 1832, een potsierlijk keizerlijk portret uit de Restauratie. Maar in de catalogus vond ik gelukkig een paar van zijn mooiste portretten. Ook zijn tijdgenoot Ferdinand Georg Waldmüller is in de collectie van het Liechtenstein Museum in Wenen vertegenwoordigd. In Nederland zijn hun namen nauwelijks bekend, maar wat mij betreft staan de landschappen van Waldmüller op eenzelfde niveau als die van Caspar David Friedrich en Karl Blechen en behoren de Biedermeierportretten van Von Amerling tot de top van de negentiende eeuwse portretschilderkunst.

Friedrich von AmerlingFriedrich Amerling war der Sohn des Gold- und Silberdrahtziehers Franz Amerling und dessen Frau Theresia Kargl. Er studierte von 1815 bis 1824 an der Akademie der bildenden Künste in Wien. Nachdem er dort zunächst bei Josef Klieber die Graveurschule besucht hatte, wechselte er in die Klasse für “Historische Zeichnungsgründe” bei Hubert Maurer und Karl Gsellhofer. 1824 ging Amerling nach Prag zu seinem Onkel Heinrich und studierte an der dortigen Akademie als Schüler von Joseph Bergler dem Jüngeren bis 1826 weiter. 1827 und 1828 verbrachte er in London, wo er vom Portraitmaler Thomas Lawrence beeinflusst wurde. Weitere Reisen führten ihn nach Paris, wo er bei Horace Vernet arbeitete, und Rom, ehe er - seit 1828 wieder zurück in Wien - Aufträge des österreichischen Kaiserhauses, des Adels und Bürgertums ausführte.

1829 erhielt er den Reichel-Preis der Akademie in Wien. Amerling unternahm Zeit seines Lebens ausgedehnte Reisen: 1836 und 1838 nach Italien, 1838 in die Niederlande, 1839 nach München, 1840-43 nach Rom, 1882 nach Spanien, 1883 nach England, 1884 nach Griechenland, 1885 nach Skandinavien bis zum Nordkap und 1886 nach Ägypten und Palästina.
(Bron: de.wikipedia.org)

portret van Clara Serena door RubensHet dwergstaatje Liechtenstein kennen we tegenwoordig voornamelijk van belastingontduiking. Minder bekend is dat Hans-Adam II, de vorst van Liechtenstein, een van de mooiste privécollecties ter wereld bezit, met o.a. een schitterend portretje van Clara Serena door Rubens. Een deel van deze collectie is sinds 2004 gehuisvest in het Liechtenstein Museum in Wenen. Op de prachtige en informatieve website staan veel goede reproducties waarvan je details kunt bekijken, zoals bij deze schilderijen van Amerling en Waldmüller.

Biedermeier in het Liechtenstein Museum | fuerstenhaus.li | Liechtenstein [wikipedia]

dinsdag 11 maart 2008
vluchten in schoonheid
de Prerafaëlieten en de Aesthetic Movement in Nederland
Museum Mesdag Den Haag, 13 februari - 18 mei
Gelijktijdig met John Everett Millais is in Museum Mesdag in Den Haag Vluchten in schoonheid te zien. De invloed van de Prerafaëlieten op Nederlandse kunstenaars staat centraal in deze tentoonstelling. Hoewel Nederlandse kunstenaars al vrij snel kennis konden nemen van deze nieuwe Engelse kunststroming via tentoonstellingen in onder andere Frankrijk, duurde het enige tijd voordat de beeldtaal van de Engelse kunstenaars in ons land navolging kreeg.
Vluchten in schoonheid
Matthijs Maris (1839-1917), die in Londen woonde, was één van de eerste Nederlanse schilders die in aanraking kwam met de Prerafëlieten. Ofschoon hij dit zelf vaak ontkende, zijn in zijn werk voorbeelden aan te tonen die onder invloed van de Prerafaëlieten zijn vervaardigd. Hiermee vormt Matthijs Maris een uitzondering binnen de Haagse School. Zijn schilderijen, maar vooral etsen en tekeningen hebben Nederlandse kunstenaars van een latere generatie onder wie Jan Toorop (1858-1928), Antoon Derkinderen (1859-1925), Richard Roland Holst (1868-1938) en Antoon van Welie (1866-1956) beïnvloed. Deze kunstenaars werden eveneens geïnspireerd door de mystieke en poëtische beelden van sprookjesprinsessen en dromerig kijkende vrouwen van hun Engelse collega’s, waarbij zij gebruik maakten van dezelfde literaire bronnen en beeldtaal.
 
De tentoonstelling is in twee delen verdeeld. De meeste nadruk ligt op Matthijs Maris (1839-1917). Het is sinds lange tijd dat een groot aantal tekeningen en schilderijen van deze kunstenaar te zien is in een presentatie. Het tweede deel laat de andere kunstenaars zien die onder invloed van Maris en de Engelse Prerafaëlieten hebben gewerkt. Deze laatste kunstenaars bewogen zich ook op het vlak van de kunstnijverheid, toegespitst op Gemeenschapskunst. In Nederland stond deze richting onder invloed van de Arts and Crafts Movement van William Morris, die op zijn beurt nauwe contacten onderhield met de Prerafaëlieten.
 
Bron: museummesdag.nl
maandag 10 maart 2008
pronto?
vandaag is het 132 jaar geleden dat Alexander Graham Bell
en Thomas Watson het eerste telefoongesprek voerden
Alexander Graham BellIn 1873 werd Alexander Graham Bell hoogleraar in de spraakfilosofie te Boston. De periode die volgde was erg belangrijk voor het leven van Bell en voor de techniek: Hij vond een techniek uit waardoor je door middel van elektrische stroomvariaties geluid over kon brengen. In 1876 wierf hij patent op deze uitvinding. In 1854 was er namelijk door een Italiaan al een mechanische telefoon uitgevonden. Eigenlijk was het helemaal niet de bedoeling van Bell om deze mechanische telefoon uit te vinden, hij had een nieuw en beter soort telegraafsysteem willen ontwikkelen. In 1874 krijgt Bell een veel beter idee: Hij denkt dat het mogelijk moet zijn om de menselijke stem via elektromagnetische signalen over te brengen. Om dit project te realiseren werkt Bell samen met Thomas Watson en op 10 maart 1876 voeren Bell en Watson het allereerste telefoongesprek via elektromagnetische signalen.
the day is coming when telegraph wires will be laid on to houses just like water or gas and friends will converse with each other without leaving home.
Bell was zelf erg goed bewust van het grote belang dat zijn uitvinding zou hebben, kort nadat hij de telefoon had uitgevonden schreef hij naar zijn vader: “De dag is gekomen dat telegraafpalen bij elk huis zullen staan net als er water en gas is in elk huis. Vrienden zullen met elkaar praten zonder het huis te hoeven verlaten".
 
Bron: scholieren.com

wat gebeurde er nog meer op 10 maart?

zondag 9 maart 2008
virtueel stappen [ 2 ]
straatweergave met Google Maps in New York
Chrysler Building
inzoomen op het Chrysler Building (gekanteld scherm)
Chrysler Building
op straat schuin tegenover het Chrysler Building

virtueel stappen door Manhattan

zaterdag 8 maart 2008
100 jaar geleden [ 4 ]
8 maart 1908: Frederik van Eeden geeft lezing in Carnegie Hall NYC
Op 28 februari 1908 werpt de schrijver-psychiater Frederik van Eeden vanaf een stampend en slingerend schip een eerste zeezieke blik op New York. ‘Ongedacht mooi en bijzonder’ noteert hij in zijn dagboek. ‘Een wonderstad,tot grooter wonderen bestemd.’ Zijn levenswerk, de socialistische commune Walden, was net door ruzies en een bankroet uit elkaar gevallen. Fel aangevallen in de pers vanwege zijn moderne ideeën, liepen ook Van Eedens psychiatrische praktijk en zijn huwelijk op de klippen. Voordat hij verscheurd op de boot stapte, beet hij in een laatste artikel van zich af. ‘In Amerika zal ik trachten te doen wat mij in Holland onmogelijk is.’
Woldhek
spotprent van Siegfried Woldhek
Van Eeden had al lang grote belangstelling voor de Verenigde Staten. De inspiratie voor Walden was een boek van de Amerikaanse filosoof Thoreau en nadat het op een fiasco was uitgelopen, meende Van Eeden dat communes slechts geleid konden worden met de strakke efficiëntie van het Amerikaanse kapitalisme. Gelokt door het aanbod van de grootindustrieel Robert Bly om hem een serie lezingen te bezorgen, dacht Van Eeden naïef dat hij Amerika zou kunnen transformeren tot de eerste socialistische heilsstaat.
 
Zijn connecties lijken op het eerste gezicht invloedrijk genoeg. Nog voordat zijn schip aan de wal ligt, wordt het al geënterd door een klein stoombootje vol reporters. ‘En aan de kunstbewerking van interviewen moest ik me den heelen avond onderwerpen’, schrijft hij een dag later wat confuus aan zijn ex-vrouw. ‘Mr. Ely, mijn kornuit hier vond dat hoogst noodig en belangrijk. Ik moet me veel ophemelen laten welgevallen (booming heet dat hier).’
 
Amerika beleeft net het hoogtepunt van de Progressive Era, een tijd van enorme immigratiegolven waarin de Socialistische Partij uitgroeit tot een respectabele third party, en ook vele zakenlieden zich bezig houden met idealistische menslievendheid. Van Eedens charisma doet het dan ook goed bij de Amerikaanse geld-aristocratie.
 
Bron: amerika.nl
vrijdag 7 maart 2008
Maria Sibylla Merian
Maria Sibylla Merian & Dochters
Vrouwenlevens tussen kunst en wetenschap, Rembrandthuis 23.02/18.05
Een representatief overzicht van circa 100 meesterwerken, afkomstig uit tientallen prentenkabinetten en hier voor de eerste maal bijeengebracht, geeft de bezoeker inzicht in Merians wetenschappelijke onderzoek, observatie en minutieuze registratie van bloemen, insecten en reptielen.
Maria Sybilla Merian
Merian wordt tegenwoordig algemeen beschouwd als de eerste vrouwelijke entomoloog (insectenkenner), omdat zij haar onderzoek buitengewoon zorgvuldig registreerde en documenteerde. Even bijzonder als haar wetenschappelijke werk is haar avontuurlijke levensloop. Zo reisde zij op 53-jarige leeftijd naar Suriname om de insecten in het regenwoud te bestuderen. Ook als zelfstandig ondernemer onderscheidde zij zich van haar tijdgenoten door met haar dochters een succesvolle uitgeverij en drukkerij van boeken en prenten op te zetten.
 
Bron: boekendingen.nl
Maria Sybilla Merian

Maria Sybilla MerianMaria Sybilla Merian (1647-1717) was de dochter van de beroemde 17de eeuwse Zwitserse graveur Matthäus Merian. Ze werd de eerste vrouwelijke entomologe in de geschiedenis en deed onderzoek naar Europese insecten. Die beeldde ze af samen met hun voedselplant - een novum in die tijd - en gaf haar aquarellen in boekvorm uit. Op 52-jarige leeftijd scheepte ze zich met haar dochter in naar Suriname, waar ze de tropische insectenwereld bestudeerde. Haar geschreven en getekende observaties gaf ze in 1705 in het Latijn en Nederlands uit onder de titel: Metamorphosis Insectorum Surinamensium, Ofte Verandering der Surinaamse Insecten.
(Bron: boekendingen.nl)

mariasibyllamerian.nl

donderdag 6 maart 2008
virtueel stappen [ 1 ]
straatweergave met Google Maps in New York
Empire State Building
inzoomen op het Empire State Building (gekanteld scherm)
Empire State Building
op straat voor de ingang van het Empire State Building

virtueel stappen door Manhattan

if you can dream it, you can make it
gezien met Michaela: Pan’s Labyrinth (2006)

Toen ik twee jaar geleden The Chronicles of Narnia zag, merkte ik dat fantasyfilms mij nauwelijks meer boeien. Misschien heb ik met de Lord of the Rings-trilogie in 2001-2003 teveel van het genre over mij heen gekregen. Maar waarschijnlijk ligt het ook aan de inwisselbaarheid van de verhalen. Altijd gaat het over een strijd tussen goed en kwaad die uit een grote duim gezogen is en tamelijk vlakke karakters. Visueel is er veel te genieten, want daar blinkt het genre in uit. El Laberinto del Fauno (Pan’s Labyrinth) heeft niet voor niets drie ‘cosmetische’ Oscars gewonnen: Artdirection, Cinematography en Makeup.

Pan's Labyrinth
website van Pan’s Labyrinth

Pan’s Labyrinth is het zoveelste verhaal waarin een meisje in de voetsporen van Alice in Wonderland een fantasiewereld betreedt. Geavanceerde computeranimatie heeft de fantasyfilm boven het niveau van de papier-maché uitgetild. Waar in de The Dark Crystal ‘muppetwizard’ Jim Henson nog aan de specialeffects moest bijdragen, is in Pan’s Labyrinth alles digitaal geanimeerd en lopen virtual reality en dé reality op het witte doek naadloos in elkaar over. Maar de verstrengeling van de twee verhaallijnen, een meisjesfantasie en een harde guerilla story, is als stokvis en aardbeien op één boterham.

DVDIn 1944, na de zege van Franco, verhuizen de 12-jarige Ofelia en haar zwangere moeder naar een landelijk gebied in Noord-Spanje, waar ze bij Ofelia’s strenge en keiharde stiefvader Kapitein Vidal komen wonen. Met zijn leger vecht de meedogenloze Vidal tegen de rebellen die in de bossen leven. In deze barre omstandigheden ontmoet Ofelia op een nacht een mysterieuze faun. Deze vertelt haar dat ze eigenlijk een prinses is en dat ze zich kan bewijzen als ze drie belangrijke opdrachten uitvoert.
 
Bron: moviemeter.nl
 

panslabyrinth.com

woensdag 5 maart 2008
de legende van Bahira
Barbara Roggema schreef proefschrift over de legende van Bahira

Volgens de legende van Bahira zou Mohammed door ketterse ideëen van een ‘christelijke’ monnik zijn misleid en daarop een nieuwe godsdienst hebben gebaseerd.

Bahira en Mohammed
Mohammed ontvangt volgens de legende vals onderricht van de wraakzuchtige monnik Sergius Bahira
Promovendus Barbara Roggema onderzocht deze legende van Bahira. Haar proefschrift omvat edities en vertalingen van de twee Syrische en twee Arabische versies van deze legende, met een gedetailleerde studie daarvan. Zij vergeleek de legende met andere oosters-christelijke geschriften, waardoor zij nieuw inzicht kon geven in de manier waarop de legende probeert het christendom te verdedigen. Verder bleek de legende geen verband te hebben met de vele westers-middeleeuwse geschriften waarin de docent van Mohammed als ketter wordt afgeschilderd. Bovendien vond zij een tweede Arabische versie van de legende. Roggema vond gedetailleerd bewijs voor een negende-eeuwse oorsprong. Tot slot toonde zij aan dat de Latijnse tekst van de legende geen oudere versie van de legende vertegenwoordigt.
 
Bron: dissertations.ub.rug.nl

de list van de monnik [ scholieren.nrc.nl ]

dinsdag 4 maart 2008
Adriaen Coorte leeft !
Ode aan Coorte in Mauritshuis van 23 februari tot 8 juni

De 17e eeuwse Hollandse schilderkunst is uniek in haar realisme. Terwijl men overal elders in Europa de werkelijkheid op het schilderslinnen idealiseerde, probeerden de schilders in de Republiek met een objectieve blik te kijken. Je zou kunnen zeggen dat ze wilden registreren zoals een camera registeert, met een inventariserende blik, trouw aan het detail. Het beroemdste bosje apserges uit de kunstgeschiedenis is daar een schoolvoorbeeld van. Het is geschilderd door Adriaen Coorte, een man waarvan we (bijna) niets weten.

Adriaen Coorte
Asperges, Rijksmuseum Amsterdam

Wat dat betreft lijkt hij wel op Johannes Vermeer, die een veel bekendere naam heeft gekregen, maar van wie we relatief gezien misschien nog minder weten. Schilders die niet met hun ego bezig waren maar met hun onderwerp. Svetlana Alpers heeft een mooi boek geschreven over de 17e eeuwse Hollandse obsessie voor objectiviteit: The Art of Describing. In onze tijd ,waarin alles lijkt te draaien om celebrity, laten kunstenaars als Coorte zien waar het in de kunst werkelijk om gaat: aandacht. Ze cijferen zichzelf weg voor hun onderwerp, maar slagen er toch niet helemaal in om zelf anoniem te blijven. Hun naam leeft voort, zonder gezicht. Coorte leeft in een bosje asperges.

Jos van RiswickJos van Riswick schildert net als Adriaen Coorte eenvoudige stillevens. Vaak zo eenvoudig dat je nauwelijks nog van een compositie kunt spreken, want vaak is er alleen maar één voorwerp te zien. De aandacht is zo volledig gericht op het voorwerp.
postcardfromholland.com

mauritshuis.nl

maandag 3 maart 2008
Benoit Godde
is een illustrator uit Frankrijk
Benoit Godde

porte-voix.com

zondag 2 maart 2008
Alex Green
is een illustrator uit Londen
Alex Green

alexgreen-illustration.co.uk

zaterdag 1 maart 2008
Chloé Poizat
is een illustrator uit Frankrijk
Chloe Poizat

chloepoizat.com

johannes@mimesis.nl

HTML Hit Counters
eXTReMe Tracker

het numineuze www.griffioen-beelden.nl

www.gerdrenshof.com

www.vanleestantiek.com

nl.orthodoxlogos.com

comics grafische vormgeving en webdesign muziek tekeningen en illustraties wetenschap taal & poëzie Rusland religie geschiedenis filosofie film boeken orthodoxie schilderkunst architectuur fotografie