in het Digital Archive of Historic Gardens and Landscapes (Catena)
Bron: nl.wikipedia.org

Parnassusberg, ca.1690
Zorgvliet [ catena.bgc.bard.edu ] | Cathshuis [ bibliodyssey.blogspot.com ]

Zorgvliet [ catena.bgc.bard.edu ] | Cathshuis [ bibliodyssey.blogspot.com ]
Onderstaande foto is niet genomen door de Phoenix bijna 250 miljoen kilometer van hier, maar ruim 150 jaar geleden tijdens de Krimoorlog Het is de eerste oorlogsfoto uit de geschiedenis, genomen door Roger Fenton. Deze Robert Capa van de vorige-vorige eeuw was oorspronkelijk kunstschilder, maar verwisselde zijn beroep voor dat van fotograaf, zoals wel vaker gebeurde in het midden van de negentiende eeuw. Actiefoto’s waren door de lange sluitertijd nog niet mogelijk, dus moest hij de tijd wel stil zetten zoals de kunstschilder zijn model.


The photographic career of Roger Fenton (1819-1869) lasted only eleven years, but during that time he became the most famous photographer in Britain. Part of the second generation of photographers who came to maturity in the 1850s—only a decade after the process was invented—Fenton strove to elevate the new medium to the status of a fine art and to establish it as a respected profession. He was the first official photographer to the British Museum and one of the founders of the Photographic Society, later named the Royal Photographic Society, an organization he hoped would help establish the medium’s importance in modern life.
Bron: nga.gov
Crimean War Photos [loc.gov] | The Photographs of Roger Fenton (1852-1860) [National Gallery of Art ] | The Crimean War Research Society
Roger Fenton [ metmuseum.org ]


Het project De Atlantische Wereld: Amerika en Nederland, verkent de geschiedenis van de Nederlandse aanwezigheid in Amerika en de interactie tussen de Verenigde Staten en Nederland vanaf Henry Hudson’s reis in 1609 tot de periode na de Tweede Wereldoorlog. Het project is het resultaat van een duurzame samenwerking tussen de Library of Congress en de Koninklijke Bibliotheek, de nationale bibliotheek van Nederland, in samenwerking met andere belangrijke bibliotheken, musea en archieven in Nederland.
Bron: international.loc.gov
In het Haags Gemeentemuseum loopt een tenstoonstelling over de gebroeders Maris en de Haagse School. De jongste van de drie broers, Willem, is vooral bekend van zijn vage landschappen met koeien.

Willem Maris (1844-1910)
Oefening baart kunst. Filosofie van het kijken
Mieke Boon, Peter Henk Steenhuis
Museumbezoekers blijven gemiddeld negen seconden voor een schilderij staan. Veel te kort om er recht aan te doen. Kun je beter leren kijken? Langer, intensiever, met een ruimere blik? Jazeker, zo blijkt uit de gesprekken die journalist Peter Henk Steenhuis voerde met filosofe Mieke Boon.
Een verrassend voorbeeld uit het boek is Notion Motion, een eigentijds kunstwerk van Olafur Eliasson. Dat is een installatie waarbij je als toeschouwer eigenhandig golven veroorzaakt in een onzichtbare bak water, die je vervolgens op een scherm geprojecteerd ziet. Als je een tijd naar die golven blijft kijken, dan zie je dat het springerige lichtflitsen worden, of bobbels, of rimpelloze vegen. Je ontdekt met andere woorden hoeveel je zelf doet tijdens het kijken: je construeert een beeld. Dit verschijnsel wordt door Mieke Boon in verband gebracht met de waarnemingstheorie van Kant.
De aanpak van Boon en Steenhuis leidt tot vragen die je in de meeste kunstboeken niet aantreft. Vragen over kunst als meditatie, over aangeleerde gevoelens en ons romantische zelfbeeld, over balans en evenwicht, over de manier waarop we kijken en oordelen. Waarom worden we geraakt door een Mondriaan, Rembrandt of Vlaamse meester - of juist niet? Dit boek is een oefening om op verschillende manieren (filosofisch, historisch, ethisch, theologisch) te leren kijken. Niet alleen naar kunst, maar ook naar onszelf en naar de wereld om ons heen.Bron: lemniscaat.nl
De (Samaritaanse) vrouw zeide tot Hem: Heere! Gij hebt niet om mede te putten, en de put is diep; van waar hebt Gij dan het levend water? Zijt Gij meerder dan onze vader Jakob, die ons den put gegeven heeft, en hijzelf heeft daaruit gedronken, en zijn kinderen en zijn vee? Jezus antwoordde, en zeide tot haar: Een ieder, die van dit water drinkt, zal wederom dorsten; Maar zo wie gedronken zal hebben van het water, dat Ik hem geven zal, dien zal in eeuwigheid niet dorsten; maar het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem worden een fontein van water, springende tot in het eeuwige leven. De vrouw zeide tot Hem: Heere, geef mij dat water, opdat mij niet dorste, en ik hier niet moet komen, om te putten. Jezus zeide tot haar: Ga heen, roep uw man, en kom hier. De vrouw antwoordde en zeide: Ik heb geen man.… en het was ook de dag van de heilige Symeon van Verchoturje
Eduard Bezembinder is niet de enige blogger die op het web langs vreemde kusten surft op zoek naar exotisch of historisch, maar altijd inspirerend beeldmateriaal. PK uit Australië is ook een plaatjesfreak en beheert een blog waar zelfs een boek over verschenen is.


Paul Blow in Orange Alert
In tegenstelling tot Celle dat de Tweede Wereldoorlog ongeschonden doorstond, werd de historische binnenstad van Braunschweig in de nacht van 15 oktober 1944 zwaar gebombardeerd.


Braunschweig werd in 1017 gesticht en kwam tot grote bloei toen de Saksische hertog Hendrik de Leeuw uit de Welfen-dynastie er in de 12e eeuw zijn residentie bouwde. De bronzen leeuw die hij in 1166 liet gieten is het symbool van de stad. De dom dateert eveneens uit deze periode. Deze kerk behoort tot het weinige cultuurhistorische erfgoed dat de luchtbombardementen tijdens de Tweede Wereldoorlog (15 oktober 1944) heeft overleefd.
Bron: nl.wikipedia.org



De eerste vermelding van Celle (Kellu, wat nederzetting aan de rivier betekent) dateert van 986, maar dit Kellu was niet het huidige Celle, maar het vier kilometer oostelijker gelegen Altencelle. Al in de 11e eeuw beschikte Celle over muntrecht: munten uit de stad zijn op het eiland Sandoy in de Faeröer teruggevonden. 1292 kan als het jaar van de stichting van de huidige stad gezien worden, omdat hertog Otto de Strenge in dat jaar de burcht en het hof vanuit Altencelle hierheen verplaatste. In 1378 werd Celle de residentie van de hertogen van Saksen-Wittenberg. Vanaf 1433 resideerden er de hertogen van Brunswijk-Lüneburg. Celle was inmiddels een belangrijke handelsplaats op de route tussen Brunswijk en Bremen: goederen konden vanaf hier resp. tot hier per schip worden vervoerd. In de periode 1665-1705 beleefde Celle een bloeiperiode als residentie onder hertog George Willem. In deze periode werden de Franse en Italiaanse tuinen aangelegd en het nog altijd gebruikte barokke slottheater gebouwd. In 1705 stierf de laatste Celler hertog en werd het vorstendom geërfd door de Welfen.
George Lodewijk werd als George I koning van Engeland. Nog steeds zijn daardoor de banden met Engeland nauwer dan in vele anderen steden van Duitsland. Ter compensatie van het verlies van haar status als residentiestad kreeg Celle verschillende bestuurlijke en juridische instellingen binnen haar grenzen. Tijdens de Kristallnacht van 1938 werd de synagoge van Celle niet geheel verwoest, omdat zich in de nabijheid oude vakwerkhuizen bevonden. De oude binnenstad is overigens ongeschonden uit de Tweede Wereldoorlog gekomen, omdat alleen het stationsgebied werd getroffen door geallieerde luchtbombardementen. De vernietiging van de stad kon worden voorkomen door overgave van de stad aan de Geallieerde troepen in april 1945.
Gisteren besteedde ik hier aandacht aan het boek van Adam Zamoyski over het Congres van Wenen. Nadat de grote mogendheden de kaart van Europa opnieuw hadden ingevuld, bleef een grote oorlog op Europees grondgebied honderd jaar lang uit. Tegenwoordig zijn veel historici het erover eens geworden dat we de negentiende eeuw niet tussen 1800 en 1900 maar tussen 1815 en 1914 moeten bepalen. Dat is het tijdperk van vooruitgangsoptimisme, industrialisering, nationalisme en imperialisme. Elke negentiende eeuwer kon daarvan getuigen.
Een daarvan is de Berlijnse schilder Adolph von Menzel die geboren werd in 1815 en stierf in 1905. Hij heeft het allemaal meegemaakt en tijdens zijn lange leven zijn stad en zijn wereld ingrijpend zien veranderen. Berlijn, de stad waar hij vanaf zijn vijftiende bleef wonen, telde rond 1800 nog 170.000 inwoners. Aan het eind van zijn leven waren dat er met twee miljoen ruim tien keer zoveel geworden. In de eerste helft van zijn leven zag hij de eerste fabrieken en spoorwegen, de eerste foto’s en telegraafverbindingen. Toen hij een oude man was, waren er telefonische verbindingen en elektrisch licht gekomen en verschenen in Berlijn de eerste auto’s op straat. Menzel was bijzonder klein van stuk; hij kwam niet boven de 1.40m uit. Maar ook van binnen bleef hij klein, iedere vorm van grootdoenerij was hem vreemd. De voorstellingen die hij bijvoorbeeld maakte van Frederik de Grote zijn vaak huiselijk en alledaags en missen de grandeur die je bij een staatsschilder zou verwachten.

Zijn tijdgenoot Anton von Werner met wie Menzel goed bevriend was, maakte wél de schilderijen die het trotse Pruisische zelfbewustzijn propageerden, zoals het beroemde schilderij van de proclamatie van het Duitse Keizerrijk. Toch werd Adolph von Menzel met zijn alledaagse voorstellingen over het leven van Frederik de Grote in het Duitse Keizerrijk mateloos populair. Toen hij in 1905 overleed, kreeg hij in Berlijn een staatsbegrafenis en liep keizer Wilhelm II met zijn familie achter de kist aan.
Als echte Pruis werkte hij met grote zelfdiscipline en bleef hij trouw aan de directe waarneming. In de Nationalgalerie in Berlijn hangt een prachtig schilderijtje uit 1876 van nog geen 40 bij 35 centimeter met daarop zijn eigen voet op ware grootte afgebeeld. In de Europese kunstgeschiedenis wordt meestal Gustave Courbet als de vader van het realisme naar voren geschoven. Maar Adolph Menzel was hem waarschijnlijk voor. En niet alleen Courbet of Manet, maar ook de impressionisten. In de jaren veertig van de negentiende eeuw, schilderde de autodidactische Menzel als zelfstudie kleine schilderijen, vaak van interieurs op directe wijze met zoveel gevoel voor licht en sfeer dat ze in de twintigste eeuw in de categorie ‘pre-impressionistisch’ zijn geplaatst. Tegenwoordig wordt aan dit vroege werk (Menzel schilderde het voor zijn 35e) de meeste aandacht gegeven. Vooral der Balkonzimmer uit 1845 (Nationalgalerie Berlin) en die Schwester des Künstlers uit 1847 (Neue Pinakothek, München) zijn eindeloos gereproduceerd.

Die Schwester des Künstlers hangt deze zomer ook op de tentoonstelling in München. In plaats van de gedetaileerde en fijne penseelstreek die men in de Biedermeierzeit in Duitsland gewend was, zien we hier een enorme vrije beweging die aan de late Rembrandt of impressionisten doet denken. De kleine kunstenaar schilderde met bijzondere bravoure, een Biedermeier-bravoure die altijd ingetogen bleef.

Doordat hij zijn leven lang trouw bleef aan de waarneming, werd hij een chroniqueur van de negentiende eeuw. Hij schilderde bijvoorbeeld het eerste schilderij van een trein in Duitsland, Der Berlin-Potsdamer Eisenbahn in 1847, al is het niet meer dan een ruige olieverfschets a la Constable. Een schilderij dat een icoon geworden is van de industriële revolutie in Duitsland, is het grote atelierstuk Eisenwalzwerk uit 1871-1872. In de jaren kort na de proclamatie van het Duitse Keizerrijk trok Menzel zich terug in de krochten van de zware staalindustrie in Silezië om daar ‘naar de natuur’ studies te maken van de staalarbeiders. Het schilderij kreeg al gauw de bijnaam Moderne Zyklopen, naar de mythologische dwangarbeiders in de onderaardse smidse van Vulcanus. Voor Menzel was het doek geen politieke aanklacht of socialistisch pamflet; zijn oog had in de hoogovens als een camera geregistreerd, zoals hij een paar jaar later zijn eigen voet zou registreren.
Adolph von Menzel wird 1815 als Sohn eines Schulvorstehers in Breslau geboren. Sein Vater gründet eine Steindruckerei, in der er schon mit 14 Jahren tätig ist. Die Familie zieht 1830 nach Berlin um, und der junge Menzel muss nach dem frühen Tod des Vaters für den Lebensunterhalt der Familie sorgen. In den Jahren 1833 bis 1834 besucht Adolph von Menzel die Königliche Akademie der Künste und lernt dort seinen späteren Freund und Förderer, den Tapetenfabrikanten Carl Heinrich Arnold, kennen.
Op 18 september 1814 ging het Congres van Wenen van start. Net zoals tijdens de Conferentie van Jalta in 1945 werd de kaart van Europa door de overwinnaars opnieuw getekend. In 1814 was Frankrijk de grote verliezer en waren de Grote Vier: Engeland, Rusland, Oostenrijk en Pruisen. Henry Kissinger schreef in 1957 een dissertatie waarin hij beweerde dat het Weense Congres de vrede in Europa honderd jaar lang had veiliggesteld. Adam Zamoyski bestrijdt dit omdat hij vindt dat men toen te weinig oog had voor de gevaren van het opkomende nationalisme dat Europa honderd jaar later opnieuw in brand zou steken.

Enkele resultaten van het Congres van Wenen
» Oprichting van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden met de Oranjes als vorstenhuis. Het Prinsbisdom Luik, het Prinsdom Stavelot-Malmedy, het Hertogdom Bouillon, en nog wat kleine zelfstandige gebieden, die nooit tot de Oostenrijkse Nederlanden behoorden, werden samen met de Oostenrijkse Nederlanden verenigd met de Bataafse Republiek. Samen gingen deze gebieden het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden vormen.
» Pruisen kreeg bijna de gehele linker Rijnoever, om als een bolwerk te dienen tegen zowel Frankrijk als (heimelijk) tegen Rusland.
» De Oostenrijkers kregen niet alleen Milaan terug, maar kregen ook Venetië en Lombardije.
» In Italië (voor zover niet aan de Oostenrijkers gegeven) werd de vooroorlogse situatie weer hersteld: de Pauselijke staten, en de kleine rijkjes. De zwager van Napoleon, Joachim Murat, bleef dankzij de steun van Metternich echter wel aan de macht in Napels.
» In Spanje en Portugal werden de huizen Bourbon resp. Bragança hersteld.
» De Engelse koning George III werd wederom erkend als koning van Hannover.
» Het Heilige Roomse Rijk werd niet hersteld.
» De resterende Duitse staten werden verenigd in de Duitse Bond, waarin ze vrijwel autonoom bleven. Hervormingen van Napoleon werden hier dus bevestigd.
» Alexander I van Rusland kreeg slechts een deel van Polen, vergelijkbaar met het Groothertogdom Warschau dat bestaan had onder Napoleon.
» Charles-Maurice de Talleyrand (Frankrijk) maakte handig gebruik van het wantrouwen van Oostenrijk en Engeland tegenover Pruisen en Rusland en tekende samen met Castlereagh (Engeland), en Metternich (Oostenrijk) een geheim verdrag waarin Frankrijk, Engeland en Oostenrijk besloten tegen Rusland en Pruisen ten strijde te trekken, wanneer nodig.

Adam Zamoyski was born in New York in 1949 and brought up in England, with long spells in various European countries. He was educated at Downside School and The Queen’s College, Oxford. He speaks Polish, French, English, Russian and Italian. He lives in London, where he works as a freelance historian, but spends much time in Poland.
His first book, published in 1979, was Chopin. A Biography, which was translated into French and Polish, and has been recognized as the standard work on the life of the composer. He followed this up with a biography of the pianist and statesman Ignacy Jan Paderewski, an account of the Polish-Bolshevik war of 1920, and then The Polish Way: A Thousand-year History of the Poles and Their Culture, which featured in the British best-seller lists for several weeks and has never been out of print. Subsequent works include The Last King of Poland, a life of king Stanisław Augustus, and The Forgotten Few, a history of the Polish Air Force in World War II. His latest books are Holy Madness. Romantics, Patriots and Revolutionaries 1776-1871, a study of Romantic nationalism, and 1812. Napoleon’s Fatal March on Moscow.
Bron: adamzamoyski.com
Caleidoscopische en postmoderne film. De zesmaal gespleten ‘Dylan’ is erg vervelend met zijn quasi-diepzinnige uitspraken en ongrijpbare gedrag. Maar de beelden en de muziek zijn ok en Cate Blanchett speelt een prachtige rol als een van de persoonlijkheden van Bob Dylan. Het hoogtepunt van de film vind ik het negerjongetje ‘Woodie Guthrie’ (Dylan’s zwarte ziel) dat samen met o.a. Richie Havens op de veranda de Tombstone Blues speelt.


Barbara L. Bradley Was Born In Los Angeles On December 12, 1927. Following Her Training At Art Center In 1951, Barbara Bradley (At That Time Barbara Briggs) Began Her Illustration Career At Charles E. Cooper Studio. In 1955, She Returned To The San Francisco Bay Area, Where She Has Free Lanced Ever Since. Specializing In Figures, She Became Known For Her Depiction Of Children, Raising Three Of Her Own, All Of Whom Did Their Stint As Models. Her Illustration For Billboards And Pop (Point Of Purchase) For Clients Such As Bank Of America, Borden S, Dole, And CAndH Sugar Brought Her Many Awards. In 1958, She Began Teching At The Academy Of Art College, Eventually Becoming Director Of Illustration, A Position She Held For Twenty Five Years Until Her Retirement.
Bron: afapo.hq.af.mil
a Tribute to Barbara Bradley [thankyoubarbarabradley.com]
Leif Peng over Barbara Bradley [todaysinspiration.blogspot.com]
Brian Taylor zit in dezelfde hoek als Gary Baseman, Gary Taxali, Gary Leib en Christian Northeast en mixt vintage toys en underground comix vrolijk door elkaar heen. Net als Gary Baseman houdt hij van een feestelijke morbiditeit die ik associeer met Halloween .


Na omzwervingen in Hollywood vindt Luis Buñuel, net als veel Spaanse intellectuelen, in de jaren veertig een nieuw thuis in Mexico, waar hij ruim twintig films regisseert. In 1951 ontvangt hij voor Los olvidados in Cannes een Gouden Palm (beste regisseur). In daaropvolgende producties als Él (1952) en El ángel exterminador (1962) vindt Buñuel zijn unieke stijl: realiteit, droom en verbeelding zijn aan elkaar gewaagd, de scenario’s doorspekt met surreële, zwarte humor en antiburgerlijke sentimenten. Ondanks alle ophef is de betekenis van Buñuel als cineast nooit onderschat. Zijn oeuvre is meermalen onderscheiden met belangrijke prijzen en Europese filmsterren, onder wie Catherine Deneuve, Jeanne Moreau en Michel Piccoli, traden graag op in zijn films. Behalve de Gouden Palm voor Los olvidados won Buñuel onder meer de Gouden Leeuw van het filmfestival van Venetië voor Belle de jour, nog een Gouden Palm in 1961 voor Viridiana en de Oscar voor de beste buitenlandse film in 1973 voor Le charme discret de la bourgeoisie.
We kunnen alweer negentig jaar terugkijken op de geboorte van het modernisme. Stijlen die in het tweede decennium van de vorige eeuw ontstonden, zijn inmiddels historische stijlen geworden en opgenomen in de canon van de westerse kunstgeschiedenis als moderne klassiekers. Maar in wezen verzetten deze stijlen zich juist tegen historisering. Zoals voor het historisch materialisme de socialistische heilstaat het einde van de geschiedenis zou moeten zijn, zo waren voor Malevich en Mondriaan het suprematisme en het het neoplasticisme een eindpunt dat verdere kunsthistorische ontwikkeling overbodig maakte. Hun kunst pretendeerde objectief te zijn en was in wezen dus totalitair: De Stijl zou samen met het verwante Bauhaus het streng zakelijke gezicht van de twintigste eeuw gaan bepalen. En het suprematisme zou aanvankelijk door de sovjets geadopteerd worden om de revolutie te verbeelden. De visuele grammatica van het suprematisme is even krachtig als eenvoudig, maar geeft mij tegelijkertijd, net als de kunst van De Stijl , de nare bijsmaak van een objectivistische en absolutistische visie.
Gustavs Klucis studeert vanaf 1913 aan de Hogeschool voor de Kunsten in Riga. Omdat de Duitse troepen deze stad in 1915 aanvielen, wordt Klucis ingelijfd in het keizerlijke leger, dat wordt verplaatst naar Ochsta bij Sint-Petersburg, waar hij ook gaat studeren aan de Kunstacademie. In de dagen na de Oktoberrevolutie van 1917 meldt Klucis zich als vrijwilliger aan bij Negende Regiment van Letse Rode Infanteristen om Lenin te verdedigen. Geïnspireerd door Malevich en het constructivisme begint hij in diezelfde tijd ook kunst te maken, die moet bijdragen aan de opbouw van de communistische maatschappij.
Bron: gemeentemuseum.nl
Jacob Maris behoorde tot de Haagse School-schilders van het eerste uur. Zijn eerste inspiratie deed hij op bij de Duitse romantische illustrator Ludwig Richter. Daarna raakte hij geboeid door de vernieuwende opvattingen van de schilders van de School van Barbizon, die het werken naar de vrije natuur hoog in hun vaandel voerden. Het schilderen “en plein air” werd hun uitgangspunt. Jacob Maris paste dit toe in de bossen bij Oosterbeek, waar ook schilders als Gerard Bilders en Anton Mauve te vinden waren. In 1864 vertrok Jacob Maris naar Parijs om zijn carrière voort te zetten. In de omgeving van Barbizon maakte hij olieverfschetsen van rotslandschappen. In Frankrijk werkte Jacob Maris voor de kunsthandel Goupil. ‘Het breistertje’ is een voorbeeld van een typisch salonstuk uit zijn Parijse tijd. Na de Frans-Duitse oorlog van 1870 keerde Jacob naar Den Haag terug. Daar werd hij een van de belangrijkste figuren uit de Haagse School, die zich vanaf omstreeks 1875 begon te formeren. Jacob Maris werd een schilder van Hollandse landschappen en stadsgezichten, met een accent op het lichteffect van wolkenluchten.
Willem Maris kreeg les van zijn oudere broers en op de avondlessen van de Haagse Tekenacademie. In Oosterbeek raakte hij bevriend met Anton Mauve. Met Blommers reisde hij naar Duitsland en Noorwegen. Willem bleef in Nederland wonen en legde zich toe op zonnige polderlandschappen met koeien en eenden. Zijn werk vond internationaal veel waardering. Tot zijn leerlingen behoorden Poggenbeek en Breitner.

It’s Everybody’s Business (1954)
This John Sutherland cartoon glorifies the American consumption economy, and tells its viewers that it would be unpatriotic not to “risk your savings in our competitive business system.” Watch for the many scenes where anthropomorphized dollar bills run around frantically, and don’t miss the relentless, money-sucking tax monster. The Freedoms Foundation awarded this film its gold honor medal as “the best film developed in the United States during 1954 to further better understanding of the American way of life.” In Technicolor.
Ken Smit

De animatie It’s Everybody’s Business uit 1954 is hieronder te bekijken.

Michaël Borremans (44) uit Ledeberg bij Gent noemt zichzelf ‘een donkere romanticus’. Hij geldt als één van Belgiës meest succesvolle hedendaagse kunstenaars. Zijn schilderijen en tekeningen hangen in tal van buitenlandse musea, onder meer in het MoMa in New York en in het Museum of Contemporary Art in Los Angeles.
Michaël Borremans bij Zeno-X galerie
“Alle gelukkige gezinnen lijken op elkaar, ieder ongelukkig gezin is ongelukkig op zijn eigen manier” is de eerste beroemd geworden zin uit Tolstoi’s Anna Karenina. Zoals de lezers van Het Vaderland in 1889 het lot van hun tragische heldin Eline Vere volgden, zo waren de lezers van Ruskii Vestnik ("Russische Boodschapper") tien jaar eerder al bezig met de tragiek van Anna Karenina.
Als kind van deze tijd ken ik mijn klassiekers vaak van de film. Volgens de lezer is die film vaak een verkrachting van het boek. En volgens de filmliefhebber is het vaak gewoon een slechte film. Anna Karenina is al tig keer verfilmd. De eerste verfilming was al in het tsaristische Rusland, in 1914 door Vladimir Gardin. De meest klassieke verfilming is echter de Hollywoodversie uit 1935 met Greta Garbo en Fredric March. Deze moet ik beslist nog eens zien. Want de versie uit 1997 die wij zondagavond zagen, vindt geen hoge waardering. Voor mij bleef er toch genoeg te snoepen van de zorgvuldige Russische setting, omlijst door Tsjaikovski’s greatest hits.
beginzin uit Anna Karenina
verfilmingen van Anna Karenina
Russische producties
1914 verfilming van Vladimir Gardin
1953 verfilming van Tatyana Lukashevich
1967 verfilming van Alexander Zarkhi
2005 miniserie van Sergei Solovyov.
Amerikaanse producties
1915 verfilming met Deense actrice Betty Nansen.
1927 verfilming onder de titel Love, met Greta Garbo en onder regie van Edmund Goulding. (Deze versie verschilde sterk van de roman en had twee verschillende einden, waaronder een “happy end” voor het Amerikaanse publiek.)
1935 verfilming met Greta Garbo en Fredric March onder regie van Clarence Brown.
1948 verfilming met Vivien Leigh en regie van Julien Duvivier.
1985 televisiefilm met Jacqueline Bisset en Christopher Reeve, geregisseerd door Simon Langton.
1997 eerste Amerikaansie versie die op locatie in Rusland gefilmd is, met Sophie Marceau, geregisseerd door Bernard RoseEngelse producties
1977 tiendelige, Britse miniserie geregisseerd door Basil Coleman.
2000 vierdelige, Britse bewerking voor de televisie door David Blair.Bron: wikipedia

glenmullaly.com | Glen Mullaly Blog | Glen Mullaly [flickr.com]


Database met 140 striptekenaars uit 55 Afrikaanse landen
Speciaal voor de tentoonstelling is een database ontwikkeld met informatie over en werk van meer dan 140 striptekenaars uit alle 55 Afrikaanse landen. Deze database is evenals de tentoonstelling uniek te noemen: nooit eerder werd op systematische wijze de Afrikaanse stripcultuur in kaart gebracht. De database is samengesteld door Joost Pollmann en Alain Brezault, Frans scenarioschrijver en kenner van de Franstalige strip in Afrika.
Dinsdag was ik weer op de plek waar ik ruim twintig jaar geleden een atelier had, in de voormalige Hollandia fabriek in het hart van Veenendaal. Aan de voorkant op de eerste verdieping waar ooit de directiekamers waren, was mijn atelier met ramen op het noorden. Het fabriekscomplex stond in 1984 al jarenlang leeg toen we van de Gemeente Veenendaal een kleine subsidie kregen om in het pand gedeeltelijk weer van water en elektriciteit te voorzien. In 1984 bestond de groep uit zes studenten van de kunstacademie Utrecht en Arnhem. Twee jaar later waren er bijna 20 kunststudenten en kunstenaars werkzaam.

Het is een vreemde ervaring om een blik te werpen tegen de achterkant van het gebouw. Alles is verwijderd, alleen de grens tussen binnen en buiten staat er nog. Nog altijd droom ik van dit gebouw, waar ik zoveel voetstappen heb liggen. Dan dwaal ik door donkere vochtige ruimten en ontdek ik altijd weer nieuwe vertrekken die ik nog niet kende. De fabrieksruïne als metafoor van het onderbewustzijn.

Maar de fabriek is weg, alleen een deel van de gevel blijft behouden en staat nu nog overeind, van buitenaf gestut door steunberen. Het enige dat overblijft is een buiten. De muur blijft over als een schim van een binnen dat ooit was. De ruimte is onttovert, alleen in mijn dromen geeft deze nog altijd nieuwe ruimten prijs.


Into Drawing | deelnemende kunstenaars
Gijs Assmann, Marlies Appel, David Bade, Merina Beekman, Simon Benson, Dineke Blom, Marcel van Eeden, Otto Egberts, Helen Frik, Rosemin Hendriks, Tjibbe Hooghiemstra, Nour-Eddine Jarram, Natasja Kensmil, Juul Kraijer, Ronald Noorman, Erik Odijk, Roland Sohier, Elly Strik, Dieuwke Spaans, Juliette Tulkens, Piet Tuytel, Hans de Wit
