
in haar roze Mustang
the perfect past
I love my electric appliance!! [ flickr.com ] | the perfect past [ flickr.com ]
Shiny Happy People van R.E.M. [ en.wikipedia.org ]
Brett Payne uit Tauranga (Nieuw-Zeeland) laat op zijn blog niet alleen antieke foto’s zien, maar komt ook met het verhaal bij de foto. Zijn blog heet Photo Sleuth en is dus een speurder die op onderzoek uitgaat. Bijvoorbeeld naar het verhaal bij deze foto van een jongetje met een Eiffeltoren van Meccano. Photo Sleuth telt nu al bijna 200 posts overzichtelijk ingedeeld in categorieën, van de 1840’s tot de 1960’s.

Charles Lucy (1814-1873), historieschilder
George Thomas Doo (1800-1886), graveur
George Henry Vansittart (1823-1885), politicus
De fotograaf Alexander Frederick Rolfe was oorspronkelijk kunstschilder die het nieuwe medium had ontdekt, zoals talloze kunstenaars halverwege de negentiende eeuw
In Trouw van het afgelopen weekeind stond voor mij een zeer boeiend gesprek met de Groningse schilder Henk Helmantel over traagheid als deugd. Helmantel woont in een Middeleeuwse boerderij (de Weem ten Noorden van Groningen) en werkt (wanneer hij niet gestoord wordt) als een monnik aan zijn stillevens. Naast het lezenswaardige artikel vond ik op de website van Trouw deze video over Henk Helmantel nog als bonus.
aan het verloop van de tijd.”
Erik Oger (filosoof)

dwingt je ernaar te kijken.
Daar ben ik van overtuigd,
ik geloof in de taal van verf.”
Henk Helmantel (schilder)
Bron: trouw.nl
Nu het ‘DDR drukwerk’ niet meer bestaat, moet je voor ‘derderangs’ ontwerp en drukwerk verder van huis. Naar India bijvoorbeeld. Daar is de misdruk nog niet uitgebannen en hebben de voetballers en Bollywoodsterren evenals de goden uit het hindoeïstische pantheon soms een extra paar ogen. Met dank aan de drukker.


In Amerika gaan reclame en praktisch nut hand in hand. Vanaf de jaren twintig werd het ‘matchbook’, het kaartje met lucifers en advertentieflap, een effectief promotiedingetje. Net als de promotie ballpoint bindt het weggeefdingetje zich aan de de dankbare handen van de ontvanger. Door het dagelijks gebruik raakt deze vanzelf vertrouwd met de promotietekst. Tegenwoordig zijn matchbooks verzamelobjecten geworden. Ik blijf toeschouwer en kocht zaterdag een boekje over deze ‘boekjes’. Sinds dada en popart mogen we alles kunst noemen, dus heet dit triviale design uit de massacultuur nu voluit vintage matchbookcover art. Op het web vond ik nog een fraaie bonus.
Bron: chroniclebooks.com
vintage matchbooks 1 [ flickr.com ] | vintage matchbooks 2 [ flickr.com ]
Zaterdagmiddag nog snel even naar het filmhuis geweest voor Slumdog Millionaire. “Die moeten jullie gaan zien!” had René nog gezegd. Bovendien hingen de acht Oscars die de film vannacht kreeg toebedeeld al in de lucht. Bollywood in Hollywood, dat is gegarandeerd een happy end.

Hoe kan een jongen uit de sloppenwijk 20 miljoen rupies winnen?
A: hij speelde vals
B: hij had geluk
C: hij is een genie
D: het is het lot

Juiste antwoord: D. It is written
Geen genre is hem te gek. Maar welke vertelvorm Boyle ook kiest er schemert altijd wel iets van zijn sociale betrokkenheid door. Zo ook zeker in zijn nieuwste film Slumdog Millionaire. In dit romantisch Bollywooddrama komt de achttienjarige Jamal (Dev Patel) terecht in de finale van de Indiase versie van de populaire televisieshow ‘Weekend Miljonairs‘. Hij is nog maar één vraag verwijderd van de hoofdprijs, maar dan is de tijd om en moet er gewacht worden tot de volgende avond voor hij het laatste antwoord kan geven.
Bron: film1.nl
In de Verenigde Staten wordt niet alleen meer geblogd dan waar ook ter wereld, er worden daar ook de meeste awards uitgereikt. Het blijft daar niet alleen bij een bloggy. Zo zijn er bijvoorbeeld ook de Cliopatria Awards die jaarlijks worden toegekend aan de beste geschiedenis blogs. Er zijn zes categorieën: Best Group Blog, Best Individual Blog, Best New Blog, Best Post, Best Series of Posts en Best Writer. In 2005 werd de Cliopatria Award voor de eerste keer uitgereikt en toen won bibliodyssey in de categorie Best New Blog. Deze interessante blog met veel historisch ‘oogsnoep’ verdient na vier jaar nog steeds regelmatig een bezoekje. In november werden de Cliopatra Awards voor 2008 uitgereikt en daarbij won wynkendeworde.blogspot.com van Sarah Werner in de categorie Best New Blog. Deze blog is sinds mei vorig jaar in de lucht en besteedt veel aandacht aan historische boeken.

houtsnede uit de Latijnse Bijbel, 1527
In deze posts wordt de Latijnse Bijbel uit 1527 nader belicht, waaruit bovenstaande houtsnede afkomstig is.
The Cliopatria Awards | wynkendeworde | bibliodyssey

De stijl van de achtergronden wordt op animationbackgrounds.blogspot.com door
Rob Richard “Victorian modern” genoemd

de achtergronden in 101 Dalmatiërs zijn in dezelfde stijl

de achtergronden zijn in deze tekenfilm niet gebstraheerd genoeg voor “Victorian modern”
a symposium on popular songs [ disneyshorts.org ] | The Aristocats
animationbackgrounds.blogspot.com
Drents Museum Assen, nog t/m 10 mei 2009
Afgelopen najaar bezocht ik met René de tentoonstelling van de Neue Leipiger Schule in het CobraMuseum in Amstelveen. Deze groep schilders vertegenwoordigt geen duidelijke stroming en heeft geen groepsideaal. De naam is een containerbegrip geworden voor alle schilders die gevormd zijn aan de Hochschule für Grafik und Buchkunst in Leipzig. Inmiddels zijn dat drie generaties. In tegenstelling tot de tenstoonstelling in Amstelveen, is in het Drents Museum niet alleen werk van de Neue Leipiger Schule maar ook van de eerste twee generaties te zien. Deze werden in de DDR-tijd nog geschoold in het sociaal realisme. Anders dan in het vrije Westen met zijn vrije expressie werd in de DDR in de jaren vijftig en zestig nog traditioneel teken- en schilderonderwijs gegeven. De kunststudenten uit Leipzig hebben het tekenen daarom goed in de vingers zitten. Ook zijn ze sterk beïnvloed, beter gezegd geïndoctrineerd, door de beeldtaal van het sociaal realisme. De derde generatie die zich de Neue Leipziger Schule is gaan noemen, bestaat grotendeels uit dertigers (alleen het boegbeeld Neo Rauch is inmiddels 48) die gingen studeren toen de muur net gevallen was. Deze generatie kon zich voor het eerst op het Westen gaan richten, maar bleef tegelijkertijd putten uit de beeldtaal van het sociaal realisme. De schilderijen van Neo Rauch zijn een delirium van figuratieve samples met een quasi-cryptische betekenis. Eenentwintigste eeuws surrealisme of juist engagement? l’art pour l’art misschien? Zijn schilderijen roepen bij mij teveel vragen op terwijl mijn fascinatie voor zijn beeldraadsels uitblijft. Dan resteert er slechts een vermoeid gevoel.

Living Room, olie op doek, 170 x 190 cm
de retro interieurs van Weischer’s zijn leuk om naar te kijken
Bron: drentsmuseum.nl
Drie generaties Leipziger Schule
eerste generatie
De kunstenaars Bernard Heisig (1925), Werner Tübke (1929-2004) en Wolfgang Mattheuer (1927-2004) waren allen, eerst als student en later als docent, verbonden aan de Hochschule. Deze kunstenaars werden beroemd in de jaren zestig van de vorige eeuw en worden ook wel aangeduid als de eerste generatie van de Leipziger Schule. Heisig, Tübke en Mattheuer vestigden de reputatie van Leipzig in de DDR als kunstcentrum.tweede generatie
Onder de studenten van Heisig, Tübke en Mattheuer bevonden zich de schilders Ulrich Hachulla (1943) en Arno Rink (1940) die tot de tweede generatie Leipziger Schule worden gerekend. Ook zij gaven les aan de Hochschule en leidden de derde generatie Leipzigers op.derde generatie
De schilders van de derde generatie worden de ‘Neue Leipziger Schule’ genoemd. De meeste kunstenaars ( waaronder Christian Brandl, Jan Dörre, Isabelle Dutoit, Falk Gernegroß, Matthias Ludwig, Ulf Puder, Johannes Rochhausen, Michael Triegel, Miriam Vlaming en Matthias Weischer) zijn rond de dertig jaar oud en maakten de laatste jaren van het socialistische regime mee, maar ook haar ineenstorting met de val van de muur in 1989. De samenvoeging van traditie en moderniteit speelt een grote rol in hun schilderijen en de beeldpoëzie is bij velen nog onmiskenbaar Oost-Duits: de onwerkelijke taferelen, de dromerige complexiteit, de verborgen betekenissen.De bekendste kunstenaar van deze generatie en inmiddels wereldberoemd, is Neo Rauch, waarvan op de tentoonstelling ook werk te zien is.
In het onderschrift staat vermeld dat deze bewoners van de maan met een telescoop ontdekt zijn en vervolgens door een graveur zijn vastgelegd. Maar deze surrealistisch ogende prent blijkt in werkelijkheid een satire. Het is Hogarth’s kijk op de middle-class van bijvoorbeeld bisschoppen en advocaten die enkel door hun symbolen macht hebben, maar zelf weinig meer voorstellen dan holle mechanismen.

Some of the Principal Inhabitants of ye Moon
en Elementarteilchen (2006) van Oskar Roehler
Vrijdagnacht zond de VPRO de Duitse verfilming uit van Les particules élémentaires (1998) van Michel Houellebecq. Elementarteilchen werd bewerkt en verfilmd door Oskar Roehler met Moritz Bleibtreu, Martina Gedeck, Franka Potente en Nina Hoss en werd geproduceerd door Bernd Eichinger. De top van de hedendaagse Duitse cinema was dus bij deze film betrokken. Maar Michel Houellebecq was helemaal niet over Elementarteilchen te spreken. Eerder op de avond zagen we het Franse enfant terrible in de documentaire laatste woorden aan het werk tijdens de de verfilming van La possibilité d’une île die hij stevig in eigen hand houdt.
Elementarteilchen is volgens velen een feel good versie van Houllebecq’s roman. Bij Oskar Roehler balanceert de film op het randje van satire of zwarte komedie. Ook al viel er soms goed te lachen, Elementarteilchen gaf me zeker geen aangenaam gevoel. Het boek dat ik niet gelezen heb, zal ongetwijfeld zwaarder zijn dan de film. Er wordt vaak gezegd dat in les particules élémentaires het failliet beschreven wordt van de libertijnse maatschappij die bij de generatie van ‘68 was ingezet. Het boek zou als een soort pamflet gericht zijn tegen deze generatie. Houllebecq toont daarbij geen uitzicht op een betere wereld, we zijn op een dieptepunt beland om daar te blijven. De titel Les particules élémentaires is goed gekozen. In Engeland verscheen het boek onder de titel atomised en dat drukt nog preciezer uit waar het verhaal over gaat: over de ziekte van het isolement waaraan de laat-twintigste eeuwse mens lijdt. Dat isolement zou een gevolg zijn van doorgeslagen liberalisering en individualisering.

De film begint met de afscheidsbrief van de wetenschapper Michel (Christian Ulmen), een van de hoofdpersonen. Hij neemt ontslag bij het genetisch laboratorium omdat hij zijn queeste wil volgen. Hij wil weten wat deze wereld werkelijk bij elkaar houdt. Dit begin is essentieel voor het verhaal: we volgen iemand die naar de cohesie zoekt, omdat ‘de zaak’ anders uit elkaar dreigt te vallen. Ik moest onmiddellijk denken aan het beroemde citaat van Yeats: ‘Things fall apart; the centre cannot hold…’ Individualisering heeft een tegenwerkende en bindende kracht nodig, anders valt de samenleving in losse atomen uit elkaar. Individuele zelfontplooiing is in de afgelopen veertig jaar onze heilige graal geworden en we zijn de samenleving steeds meer gaan opvatten als een optelsom van ‘ikken’ die hun eigen individuele projecten nastreven.
the centre cannot hold…
William Butler Yeats
Juist in het liefdesleven wordt het drama van radicale individualisering in al zijn aspecten pijnlijk zichtbaar. Want liefde is alleen mogelijk binnen een relatie en als relaties verdwijnen, verdwijnt ook de liefde. Of als de liefde verdwijnt, verdwijnen duurzame relaties. Wat overblijft, is vluchtig contact en (inwisselbare) seks. Voor ‘het atomische ik’ kan dat een valkuil worden. In Michel’s halfbroer Bruno (Moritz Bleibtrue) die aan seks verslaafd is, komen we zo’n ‘atomisch ik’ tegen. Bij Roehler krijgt Bruno soms een hoog Mister Bean-gehalte; met name zijn bezoek aan de ’spirituele’ camping levert hilarische scenes op. Bruno’s seksuele uitspattingen die in het boek gedetailleerd beschreven zijn en in de film tamelijk expliciet getoond worden, zorgden destijds voor het nodige tumult. Houellebecq toont een soort ‘laatste mens’ , iemand die uitgehold is door zijn eigen begeerten. In Frankrijk reageerde vooral de linkse 68′ers verontwaardigd. Alsof hun idealen hadden geleid tot deze morele uitholling.
zijn eigen begeerten
Agnes und seine Brüder maakte Oskar Roehler twee jaar eerder. Net als in Elementarteilchen speelt Moritz Bleibtrue hier al de rol van seksverslaafde sukkel. Er zijn nogal wat parallellen tussen beide films en dat komt vooral door de hand van Roehler , die het scenario van beide films voor zijn rekening nam. In beide films gaat het over ongewone familie(relatie)s. Een realistische zedenschets is Agnes und seine Brüder niet geworden, wel een tamelijk bizarre, zwarte komedie.
Agnes en haar broers hebben weinig gemeen, behalve een excentrieke oude vader, relatieproblemen waardoor hun leven een puinhoop is geworden en de voor de hand liggende mogelijkheid dat de problemen met elkaar verbonden zijn. Hans-Jorg verbergt zijn sexuele frustratie door zijn libertijnse voorkomen. Hij is enorm sexverslaafd, maar zijn leven dreigt te veranderen als hij een kanalisatie voor zijn libido heeft gevonden. Werner is succesvoller in het politieke debat dan in gezinsdiplomatie. Zijn wisselende relatie met zijn saaie vrouw Signe zit hem huizenhoog en ook zijn wiet-telende zoon is een bron van ergernis. Agnes wordt achtervolgd door de moeder die ze nooit kende en is misschien ook nostalgisch over haar verleden als man. Ondanks haar pogingen om een volledige vrouw te zijn, voelt ze zich gechanteerd door haar bazige vriendje. De relatie staat behoorlijk onder druk.Bron: moviemeter.nl
agnes-derfilm.de | elementarteilchen.film.de | houellebecq.info | Agnes und seine Brüder [ recensie Frankfurter Allgemeine Sonntagszeitung ]

het nut van filosofie door Voltaire
Wanneer Voltaire in deze tijd geleefd zou hebben, dan was hij waarschijnlijk columnist of stand-up comedian geweest. Maar in het galante tijdperk was zijn bijtende spot ongewoon. Zo werd hij in 1716 op 22-jarige leeftijd al tot 11 maanden Bastille veroordeeld wegens een satire op de monarchie. Tien jaar later was het weer raak. Voltaire had een machtige edelman, de Chevalier de Rohanwerd beledigd en werd weer veroordeeld, ditmaal werd hij voor drie jaar verbannen naar Engeland. Toen hij in 1729 terugkeerde, kon hij zich een paar jaar inhouden maar in 1734 moest hij alweer zijn biezen pakken wegens zijn kritiek op de overheid en vertrok hij naar Nederland. Voltaire ’s sarcasme is onsterfelijk geworden en vooral bij de katholieke kerk maakte hij zich voor altijd gehaat. Zo lees ik in het katholieke Leerboek der Algemeene Geschiedenis, Uitgeverij Malmberg uit het begin van de vorige eeuw, het volgende over deze Franse filosoof:
en met een deamonischen haat
tegen het christendom bezield
Toen Voltaire in 1778 stierf, mocht hij niet in kerkelijke grond begraven worden vanwege zijn kritiek op de Kerk. Het schijnt dat de bisschop van Parijs gezegd zou hebben dat zijn lijk maar op de mesthoop moest worden gegooid. Tijdens het revolutionaire bewind was Voltaire een van de helden van de revolutie geworden en in 1791 werd zijn stoffelijk overschot overgebracht naar het Pantheon in Parijs, dat inmiddels een tempel van de Rede was geworden. Toen het Pantheon in 1815 weer een kerk werd, liet koning Lodewijk XVIII Voltaire daar rusten, omdat het volgens de reactionaire koning “hem goed zou doen om af en toe een mis te horen".
Onlangs verscheen bij Uitgeverij Van Gennep een Nederlandse vertaling van Dialogues d’Euhémère uit 1777 dat behoort tot het laatste wat hij aan zijn enorme literaire en essayistische productie heeft toegevoegd. Meer dan 700 werken verschenen in druk en het doornemen van zijn volledige bibliografie neemt op zich al uren in beslag. Deze dialogen kunnen misschien beschouwd worden als Voltaire’s filosofische testament. Net als in Candide uit 1759 voert hij een personage op die door zijn vele reizen wereldwijs is geworden. Bij Voltaire gaat wereldwijsheid samen met verbittering. “Ik heb de halve wereld rondgereisd, en ik heb niets anders gezien dan waanzin, ellende en misdaad.” zegt de hoofdfiguur Euhémère in de dialogen. Voltaire had in zijn beroemde gedicht (1756) over de aardbeving in Lissabon al de goedheid van God betwijfeld en in Candide (1759) stak hij de draak met Leibniz‘ Theodicee die ervan uitgaat dat God de beste van alle mogelijke werelden geschapen heeft. In de Dialogues d’Euhémère draagt hij zijn verbittering tenslotte met een ferme grimlach.
uit: Dialogues d’Euhémère
Bron: trouw.nl
(je moet je tuin onderhouden)
uit: Candide
Voltaire laat zijn hoofdpersoon uit Candide concluderen ‘dat we onze tuin moeten onderhouden’. Toen Candide 250 jaar geleden gepubliceerd werd, was Voltaire juist op een landgoed komen te wonen bij het dorpje Ferney, even ten Noorden van Genève. Door allerlei beleggingen was hij rijk geworden en de seigneur van Ferney liet het bestaande landgoed uitbreiden met akkers en wijngaarden. Dus wist hij zeer goed dat we onze tuin moeten onderhouden. De dorpsbewoners profiteerden van zijn aanwezigheid en honderd jaar na zijn dood zou het plaatsje uit eerbetoon worden omgedoopt in Ferney-Voltaire
Voltaire [ nl.wikipedia.org ] | 533 citaten van Voltaire [ franstalig ] | Institut et Musée Voltaire [ ville-ge.ch ] | Voltaire Foundation | voltaire-integral.com



Snow White | Goofy | Jungle Book | animationbackgrounds.blogspot.com
Evolutie of schepping. Wat geloof jij? wordt huis aan huis verspreid
Enkele jaren geleden heb ik in het bos eens een paar wandelaars aangesproken met een EO-achtig ‘mag ik es met je praten?’ Misschien dat het te maken had met de openbare maar intieme omgeving van het bos, want het ‘aangeschoten wild’ reageerde veel openhartiger dan ik verwacht had. Mijn vraag was ‘gelooft u in de evolutieleer?’ Het was in de omgeving van mijn geboorteplaats die bekend staat om zijn vele uiteenlopende protestantse kerkgenootschappen, van PKN tot Gereformeerde Gemeente in Nederland. Dus het verbaasde mij niet dat die wandelaars verklaarden in het scheppingsverhaal te geloven. Wat mij wél verbaasde is dat sommigen daarbij óók in de evolutie geloofden. “Waarom niet én-én?…” reageerde een opgewekte man met een open blik. Nu Darwin vandaag zijn 200e verjaardag viert, lijkt het mij een prima gelegenheid om nog eens na te gaan waarom deze ‘en-en’ optie voor mij nog steeds een onmogelijkheid is. Vandaag valt de brochure Evolutie of schepping. Wat geloof jij? bij mij en u door de bus en staat een deel van Nederland misschien heel even stil bij de vraag, wat geloof ik eigenlijk? Voor de meesten zal de vraag allang beantwoord zijn, maar heel veel mensen, met name christenen, worstelen er nog steeds mee.
Toen ik vlak voor mijn dertigste tot geloof kwam , heb ik zeer bewust afstand genomen van de evolutieleer. Het kinderlijk geloof in de Schepping, Adam en Eva, de zondeval, de menswording van de Schepper, de Opstanding en het Paradijs dat ik tijdens de pubertijd verloren had, kon ik met (en in) hart en ziel weer omhelzen. Of preciezer gezegd was ik degene die omhelsd werd. Als veertienjarige had ik er plezier in gehad mijn moeder te jennen met de uitspraak dat de mens een zoogdier is. Dat leerde ik immers op school en zo was het. Mijn moeder was met haar geloof volgens mij blijven steken in een mythe die nu voorgoed ontmaskerd was. Als de mens van de aap en dus ook van de worm afstamde, bleek de complete Bijbel gebaseerd te zijn op religieuze mythologie. De mens was dier onder de dieren en had zichzelf een god geschapen. Het christelijk geloof was een gepasseerd station, een fase in de evolutie van het bewustzijn die ik voorbij gegaan was. Zo bleef het tot mijn dertigste.

spotprent in Punch uit 1882
In mijn bekering, vond ik in één keer het kinderlijk geloof terug en daarna heb ik er niet meer aan getwijfeld: God heeft de mens naar Zijn beeld en gelijkenis geschapen en dat betekent dat de mens en de aap geen gemeenschappelijke voorouder kunnen hebben. Dat ik dat met mijn verstand wél had aangenomen, is eigenlijk niet zo vreemd. Alles wat wij ondervragen, wordt blootgesteld aan het heldere maar meedogenloze licht van de wetenschap. Deze heeft aannemelijk gemaakt dat er een directe lijn loopt van de mensaap naar de mens. Voor de meesten van ons is het een wetenschappelijk dus onomstotelijk feit dat het scheppingsverhaal een religieuze mythe of een poëtisch verhaal is terwijl de evolutietheorie de waarheid openbaart. De wetenschap heeft dus de plaats van het geloof ingenomen.
Fossielen, aardlagen en C14-datering leveren voor de Rede voldoende materiaal, om te bewijzen dat de evolutietheorie waar is. Wie dan nog het scheppingsverhaal letterlijk neemt, maakt zich in de ogen van de redelijke mens belachelijk. Hoe kun je nog geloven dat de wereld zesduizend jaar oud is wanneer de wetenschap bewijst dat de wereld 4,57 miljard jaar oud is? En is het niet helemaal bespottelijk om te geloven dat alles in zes dagen geschapen is, terwijl je op wikipedia kunt lezen dat het heelal volgens de laatste theorie 13,7 miljard jaar oud moet zijn. Voor de Rede is het scheppingsverhaal een onmogelijkheid en wordt daarom naar het rijk der fabelen verwezen.
Zo’n tweehonderdvijftig jaar geleden heerste er in Europa een bruisend vooruitgangsoptimisme. Toen 17 jaar na de dood van Edmond Halley in 1758 de komeet aan de hemel verscheen die hij precies op dat tijdstip voorspeld had, was men ervan overtuigd: met de wetenschappelijke methode zou de mens uiteindelijk het volledige leven kunnen beheersen. Tijdens de ‘Verlichting’ heeft de Rede zich boven alle dingen weten te verheffen. In het deïsme werd zelfs God een object van ons denken en daarmee was de allerhoogste plaats definitief door de Rede ingenomen. De Rede was het Alziend Oog van God geworden. Tegenwoordig vertellen we elkaar met grote stelligheid dat de de aarde 4,57 miljard jaar oud is en dat het heelal ontstaan is met de big bang. Het is een objectieve waarheid geworden.
Toch is de Rede een beperkt instrument. Wanneer we ons daarvan bewust blijven, kan de Rede nederig blijven op de plaats die door God Zelf gesteld is in plaats van omgekeerd. De foto die in 1968 vanuit de ruimte van de aarde werd genomen tijdens de Apollo 8 missie is sindsdien in ons collectieve bewustzijn opgeslagen en we weten het nu dus zeker: dat we op een bol leven, die drijft in een pikzwarte oneindige ruimte. Wanneer we met telescopen in de uithoeken van het universum turen, wordt de afgrond van het mysterie alleen nog dieper. We bevinden ons in het midden van een groot raadsel, in een zee van onwetendheid. Ook in de tijd. Altijd en overal zijn we in het hier en nu met het verleden als de onpeilbare diepte van het heden. Onpeilbaarheid als kenmerk van het mysterie van tijd en ruimte. Door deze existentiële huiver krijgt de Rede een bescheiden plaats toegewezen. De eerste oorzaak zal voor het verstand altijd verborgen blijven, alleen in de geestelijke ervaring zal het Mysterie Zich ten volle openbaren.
Iedereen die aan genealogisch onderzoek doet, weet dat je op een gegeven moment de draad definitief kwijtraakt en voor de meeste families begint de mist der tijden al vlak vóór 1811 (het jaar dat in Nederland de burgerlijke stand wordt ingevoerd). Dan wordt het al heel lastig om in de lichtbundel van het onderzoek nog namen te vinden in de pikzwarte duisternis van het verleden. ‘Nog maar tweehonderd jaar geleden’ denk je dan, maar eigenlijk kun je je er geen voorstelling van maken hoe lang geleden dat is. Zelfs een eeuw kun je je niet voorstellen. Honderd jaar is voor een mens in feite even onvoorstelbaar als zesduizend jaar of 4,57 miljard jaar. Alleen met ons verstand kunnen we weten dat een eeuw vijf maal zo lang duurt als twintig jaar en door te vergelijken kunnen we een begrip van tijd vormen. Maar we weten ook dat het in onze beleving anders is. De eerste vier jaar van ons leven duren bijvoorbeeld een eeuwigheid, in vergelijking met wat er na komt. Met getallen kun je misschien prima vergelijken, maar je kunt er nooit ervaring mee uitdrukken.
Daarin ligt voor mij het verschil tussen het scheppingsverhaal en de wetenschappelijke hypothese van de evolutietheorie. Het scheppingsverhaal gaat over de diepste ervaring, over onze relatie met God Die ons in het leven geroepen heeft. De evolutietheorie probeert met meten en wegen te verklaren hoe het leven op aarde ontstaan zou zijn in de loop der honderden miljoenen jaren. Dat laatste sprak mij in mijn pubertijd enorm aan. Dat was nog eens wereldverklaring, niet te voorzichtig maar in honderden miljoenen jaren tegelijk!
In mijn beleving maakt de evolutietheorie geen indruk op mij. Het raakt mij wel, misschien zoals het mijn moeder raakte, toen ik haar pesterig vertelde dat alle mensen zoogdieren zijn. Ook kan ik meevoelen met de reacties van Darwin’s gelovige tijdgenoten. Darwin en vooral zijn ‘bull dog’ Huxley verkondigden dat de mens en de aap een gemeenschappelijke voorouder hebben. Dat was en is nog steeds onverenigbaar met het scheppingsverhaal. Ook al zei de wandelaar in het bos met de open blik “waarom niet én-én?…” Maar het is het één of het ander.
creatio ex nihilio
Als God ons werkelijk geschapen heeft langs de evolutionaire weg, had God eerst duizenden generaties apen moeten laten sterven en na nog eens duizenden generaties mensachtige apen was Hij dan eindelijk aan de mens toegekomen. Dat betekent o.a. twee dingen: A. dat God schept volgens een principe dat voor ons verstand begrijpelijk is, namelijk de natuurlijke selectie en B. dat God de dood nodig heeft om te kunnen scheppen. De vereniging van de evolutietheorie met God als Ongeschapen Schepper is even monstrueus als onmogelijk. De mens kan nooit van de aap afstammen en moet altijd geschapen zijn op een manier die voor ons verstand onbegrijpelijk, ja belachelijk is. De Rede zegt dat de wereld nooit in zes dagen geschapen kan zijn. Maar God schept, in tegenstelling met de mens, uit het niets en heeft niet de geleidelijke weg nodig die wij met ons verstand kunnen volgen.

na de zondeval komt de dood in de wereld en gaat de gevallen mens de gevallen wereld uitleggen terwijl hij op zichzelf vertrouwt. Met de komst van Christus wordt de terugkeer naar het Paradijs weer mogelijk.
Het scheppingsverhaal legt het allemaal zo mooi aan ons uit. God schept de mens naar Zijn beeld en gelijkenis en plaatst hem in het Paradijs. Hij schept de mens voor het Eeuwige Leven met Hem in het Paradijs. Dat is geen concept, dat is de Liefde Zelf. Wij zijn bedoeld om gelukkig te zijn als een spelend kind in de tuin dat geen tijd kent en daardoor alle tijd heeft: het Eeuwige Leven. De dood heeft daar helemaal geen plaats in, omdat de dood helemaal niets met God, Die het Leven is, te maken heeft. God schept de mens uit het niets en plaatst hem in het Paradijs. Wanneer de eerste twee mensen door de eerste zonde vallen, worden zij uit het Paradijs verdreven en komt de dood en daarmee ook het lijden in de wereld. Daarom kan de evolutie, die gebaseerd is op de keten van geboorte en dood, nooit onderdeel van God’s Schepping zijn.
De Rede zegt dat de wereld nooit in zes dagen geschapen kan zijn. Maar God schept uit het niets
en heeft niet de geleidelijke weg nodig die wij met ons verstand kunnen volgen.
De evolutie opgevat als eindeloos proces van aanpassing van soorten, lijkt op het troosteloze Rad van Wedergeboorte van de boeddhisten. Die gedachte is zo deprimerend dat elke boeddhist daaruit verlost wil worden. Zelfmoord is voor de boeddhist geen optie omdat je dan negatief karma zou verzamelen waardoor je in een lagere levensvorm opnieuw geboren zou worden. Schopenhauer introduceert deze opvatting in de Westerse filosofie. De ‘blinde wereldwil’ die deze pessimistische filosoof onder de oppervlakte van al het leven meent te zien, is net als de Ewige Wiederkehr bij Nietzsche verwant aan het evolutieconcept. Het vooruitgangsoptimisme is dan definitief gekraakt. In onze tijd is het meedogenloze materialisme van Richard Dawkins die beweert dat het leven in zijn diepste wezen een doelloze brei DNA is, waarschijnlijk de meest radicale interpretatie van Darwin’s leer, de materialistische pendant van Schopenhauer’s pikzwarte metafysica over ‘de blinde wereldwil’. Kortom, de evolutieleer bevredigt mijn verstand misschien wel met een netjes wetenschappelijk antwoord, maar mijn hart krimpt ervan ineen.
De brochure Evolutie of schepping. Wat geloof jij? verschijnt in het kader van het Darwin-jaar. Op 12 februari 2009 is het 200 jaar geleden van Charles Darwin, door velen gezien als de grondlegger van de evolutietheorie, werd geboren. Op 24 november 2009 is het bovendien 150 jaar geleden dat Darwins belangrijkste werk, ‘Over het ontstaan van soorten’, verscheen. Coördinator van de huis aan huisactie in Nederland is Kees van Helden uit Urk. Aan de actie nemen ruim 30 organisaties en individuele personen deel. ( … ) Onder de organisaties die de actie steunen zijn de Vereniging Bijbel en Onderwijs, Stichting Ark van Noach, Stichting Hulp Vervolgde Christenen en Schreeuw om Leven.
( Bron: manna-vandaag.nl )
nieuwe Nederlandse vertaling van Piet Schrijvers bij Historische Uitgeverij
Morgen wordt uitgebreid stilgestaan bij de 200e geboortedag van Charles Darwin. Zijn evolutieleer volgens het principe van natuurlijk selectie die hij 150 jaar geleden voor het eerst beschreef in On the Origin of Species is nog steeds hét algemene aanvaarde wetenschappelijke verhaal over het ontstaan van het leven op aarde. Alle religieuze scheppingsverhalen worden sindsdien door de wetenschap als mythologie ontmaskerd.
Bron: De Rerum Natura, boek V - 1183 [ koxkollum.nl ]
Ruim 2000 jaar geleden was het Lucretius die met zijn leerdicht De Rerum Natura een einde wilde maken aan het bijgeloof van zijn tijd en aan de macht van de goden.
In het vijfde boek van De Rerum Natura behandelt Lucretius het ontstaan van aarde, zon, maan en sterren, van planten en dieren. Ook komt hij met een uitvoerige beschouwing over de evolutie van de mens en zijn cultuur. Onlangs is een nieuwe Nederlandse vertaling van Piet Schrijvers verschenen.
Over Lucretius‘ leven is heel weinig bekend. Zijn kennis van de Griekse en Romeinse letterkunde en filosofie getuigt van een degelijke opvoeding. Uit zijn werk blijkt dat hij goed op de hoogte was van het leven in Rome, maar zijn vertrouwdheid met het platteland wijst erop dat hij niet steeds in Rome woonde. Lucretius’ cognomen Carus verwijst mogelijk naar een Keltische afkomst (uit Noord-Italië?). Hij was waarschijnlijk bevriend met enkele vooraanstaande aristocraten. Aan één van hen, een zekere Memmius (praetor in 58 v.Chr., wellicht dezelfde die ook door Catullus wordt genoemd), heeft hij zijn bewaard gebleven werk opgedragen. ( … ) Zijn werk De Rerum Natura is, behalve om de inhoud, ook om zijn literaire kwaliteiten van grote betekenis, en werd door toedoen van Cicero, die zelf allerminst een aanhanger van Lucretius‘ leer was, postuum uitgegeven.
( Bron: nl.wikipedia.org )
In de eerste twee boeken toont hij met de atoomtheorie aan dat de traditionele opvattingen dat de natuur door een scheppende godheid zou zijn ontstaan, totaal onwetenschappelijk zijn.
In het derde boek zet hij uiteen dat de atoomtheorie ook van toepassing is op de mens, op zijn ziel zowel als op zijn lichaam. Van onsterfelijkheid is helemaal geen sprake.
In het vierde boek heeft hij het over de betrouwbaarheid van onze waarnemingen. Wanneer er fouten optreden, komt dat doordat onze geest deze waarnemingen onjuist interpreteert. De waarnemingen vormen ook de grond van onze indrukken van smart en genot, en van de dromen, instincten en driften, inclusief de seksuele. Dit boek eindigt met een satirische schildering van de liefde in al haar verschijningsvormen.
Het vijfde boek behandelt het ontstaan van aarde, zon, maan en sterren, van planten en dieren, en eindigt met een uitvoerige beschouwing over de evolutie van de mens en zijn cultuur.
In het zesde boek worden bijzondere meteorologische verschijnselen besproken en vanuit de atoomtheorie verklaard. Extreme weersomstandigheden en natuurrampen ontstaan via natuurlijke weg, en hebben niets met goddelijke ingrepen te maken. Het boek eindigt abrupt met de evocatie van de pest te Athene: het is duidelijk dat de dood Lucretius heeft verhinderd de laatste hand aan zijn werk te leggen.
recensie in Trouw | recensie in NRC | Lucretius [ koxkollum.nl ] | Lucretius Links
De gebroeders Meester zijn twee mediagenieke filosofen. Als een Maarten van Rossum of een Midas Dekkers maken ze hun vakgebied toegankelijk voor een breed publiek en dat doen ze dus meestal met flink wat ironie. Dat ze een duo vormen, is ideaal want daardoor is er een voortdurende dialoog en dat is dé klassieke manier om te filosoferen. Natuurlijk verschillen de twee broers voortdurend van mening. Maarten is de rationalist, Frank de mysticus-romanticus. Dat botst. De plagerige toon is soms wat geforceerd, maar het levert in ieder geval wel grappige gesprekjes op en dat is natuurlijk uitstekend voor een breed publiek. Voor vakfilosofen zullen de gesprekken in meesters in de filosofie meestal de diepgang van een pannenkoek hebben, maar voor de lezers voor wie dit een eerste kennismaking met de filosofie is, kan het een uitnodiging zijn om meer te gaan lezen. De kadertjes tussendoor met wat achtergrondinformatie over de betreffende filosoof kunnen hiertoe ook een aanzet geven. Het boekje is verre van volledig en de geschiedenis van de filosofie wordt met zevenmijlslaarzen genomen. Maar het werkje is dan ook tamelijk pretentieloos. De Meesters hebben er vooral plezier in om met filosofie bezig te zijn en hun gesprekken werken erg aanstekelijk.
Frank: Ja maar Maarten, wat moet je met die ervaringen? Hoe weet je dat die kloppen? Misschien zitten we wel in de matrix.
Maarten: Waarin?
Frank: Ik was vergeten dat je te snobistisch bent voor films. The Matrix is een film van Andy en Larry Wachowski. Je zou ervan gehoord moeten hebben want denkers als Hubert Dreyfus, een Amerikaan, en hier in Nederland Jos de Mul en Maarten Coolen hebben er artikelen aan gewijd omdat die film filosofisch zo interessant is. Hij gaat over Neo, die gespeeld wordt door een knappe acteur, Keanu Reeves - sommige mensen zeggen dat ik op hem lijk.
Maarten: De inhoud, Frank. Niets dan de inhoud.
Uit: Meesters in Filosofie, blz 67-68
Gebroeders Meester | serie essays over The Matrix [ dick.wursten.be ]
Het dictaat van de zelfverbetering van Frits de Lange
voor zichzelf,
gaat er gemakkelijk
aan onderdoor
Loesje
Vorige week schreef ik hier iets over het verband tussen individualisme en depressie in het kader van het communitarisme van de Canadese filosoof Charles Taylor. Depressie lijkt volksziekte nummer één aan het worden. Frits de Lange schrijft in Het dictaat van de zelfverbetering (afgelopen weekend in Trouw ) dat er in 2006 ruim één miljoen Nederlanders anti-depressiva gebruikten, ruim 6% van de bevolking. Tussen 1993 en 1998 nam het aantal depresssieve stoornissen toe met 63% en het aantal recepten voor antidepressiva met 278%. Tussen 1999 en 2006 is het gebruik van anti-depressiva nog eens verdubbeld. In zijn essay probeert hij een verklaring te vinden voor deze depressiegolf. Daarin verwijst hij enkele malen naar het boek De depressie-epidemie van Trudy Dehue (zie kader onder) en naar Nietzsche :
Bron: trouw.nl
Frits de Lange
het dictaat van de zelfverbetering
Bron: trouw.nl
de categorische imperatief
van het soevereine individu.
Hij moet onophoudelijk
’aan zichzelf werken’.
Frits de Lange
het dictaat van de zelfverbetering
De Lange wijst aan het slot van zijn essay twee wegen aan die uit de depressie kunnen voeren: 1. onszelf verliezen in de ander en 2. zelfacceptatie. Als ethicus verplicht hij zich binnen een humanistisch kader en reikt ook een oplossing aan die binnen onszelf ligt. Dat is mijns inziens een zwak punt. Bij de eerste weg uit de depressie wijst hij naar datgene wat van buiten op ons afkomt, in het bijzonder degene die wijzelf niet zijn, kortom de ander, als mogelijke oplossing. Want “iets of iemand anders moet ons toch uit de baan om die zwarte zon kunnen stoten?” De doorbraak uit het ik naar de ander wordt door hem terecht als een weg uit de depressie aangewezen. Maar wanneer deze ander nooit de Ander wordt, blijven we binnen de horizon van het menselijke . Je breekt misschien wel uit de eigen gevangenis, maar tenslotte kom je bij een andere mens in zijn cel, misschien wel iemand die aan een nog ernstigere depressie lijdt, of gaat lijden. Van de regen in de drup. De ‘dood van God’ stond bij Nietzsche voor ‘de afrekening met de illusie van een morele wereldorde’ schrijft De Lange. Hier ligt een kans om de Ander binnen te laten, niet als ‘de illusie van een morele wereldorde bij Nietzsche‘, maar als de Weg, de Waarheid en het Leven. Maar dat is waarschijnlijk te dwingend geformuleerd voor de heroïsche identiteit.
De depressie-epidemie
Trudy Dehue bespreekt de geschiedenis van neerslachtigheid. Ze bestudeert de claims van de biopsychiatrie, analyseert de commercialisering van het psychiatrisch onderzoek en de inhoud van de anti-depressivareclames. Ze betoogt dat gangbare verklaringen voor de toename van depressie niet houdbaar of niet volledig zijn. De depressie-epidemie belicht het proces waarin het ideaal van de maakbare samenleving werd ingeruild voor dat van het maakbare individu. Benadrukten we voorheen omstandigheden als oorzaak van ellende, tegenwoordig gaat de aandacht naar het individuele brein. Daarbij werden we zelf verantwoordelijk voor wat ons vroeger gewoon overkwam. Want nu succes een keuze is geworden, geldt dat voor mislukking evenzeer. ( Bron: augustus.nl )
download het eerste hoofdstuk [ PDF ]
Michaela bracht voor vijf Euro de dubbel CD Roxy Music Live mee, een concertregistratie van de reunie acht jaar geleden. Met daarop het onheilspellende en bezwerende In Every Dream Home a Heartache. De band had grote invloed op de new wave. Zo waren de Engelse new romantic bands uit het begin jaren van de jaren tachtig stevig geënt op de stam van Roxy Music. En ook een zanger als Bono van U2 lijkt mij qua zangstijl schatplichtig aan Brian Ferry.
na een sinistere monoloog van drie minuten gaat het pas echt los met fantastisch gitaarspel van Phil Manzanera en hier bovendien ook nog met Brian Eno op keyboards
Bron: en.wikipedia.org
In every dream home a heartache / And every step I take / Takes me further from heaven / Is there a heaven? / I`d like to think so / Standards of living / They´re rising daily /But home oh sweet home / It´s only a saying / From bell push to faucet / In smart town apartment / The cottage is pretty / The main house a palace / Penthouse perfection / But what goes on / What to do there / Better pray there
Bron: nl.wikipedia.org
Afgelopen donderdag voerde een citaat van Charles Taylor op de Filosofie Scheurkalender (inderdaad op het toilet) mij verder in zijn denkwereld. Als naslagwerk voor de nieuwste filosofie gebruik ik het vijfde deel uit de gele Kruidvat slof waar op pagina 185 een fragment staat uit zijn hoofdwerk The Malaise of Modernity uit 1992. De filosofie van Taylor wordt onder het communitarisme gerekend, een beweging van liberale denkers die kritiek heeft op het doorgeschoten individualisme en de nadruk legt op ‘het bezield verband’.
Volgens Taylor heeft het moderne individualisme naast de ontelbare voordelen ook één groot nadeel, namelijk het verlies van een hogere orde die aan het individu zin geeft. In het maakbaarheidsideaal worden alle dingen als grondstof gezien voor het individu dat daarmee zijn eigen doelen realiseert. Daardoor lijkt het individu los te staan van het grotere geheel.
Bron: De malaise van de modernitietit, uit de Nieuwste Filosofie deel V, blz 185.
waren niet slechts potentiële
grondstoffen of instrumenten
voor individuele projecten
maar zij bezaten de betekenis
die zij ontvingen van hun plaats
in de keten van het zijn”
Charles Tayor
The Malaise of Modernity
Al eerder heb ik hier iets opgemerkt over het wezenlijke verschil tussen individu en persoon. Individu komt van het Latijnse equivalent voor het Griekse woord atomos en betekent ondeelbaar. Daarom noemen we na Democritus het kleinste deeltje ‘atoom’. Maar ondeelbaarheid betekent ook eenzaamheid en dat leidt tot depressie, niet voor niets dé ziekte waar de moderne mens aan lijdt. De verlossing ligt bij de Ander en die verschijnt pas in de relatie, op het moment dat het individu zichzelf ontdekt als een persoon die in open verbinding staat met de Ander. Dat hij niet ‘een broodkruimel’ is ‘op de rok van het universum’ maar dat hij wezenlijk met de Ander in vrijheid en verantwoordelijkheid verbonden is. Het communitarisme ziet de samenleving meer als een bezield verband dan als een verzameling losse individuen die genot maximaliseren. Uiteraard heeft de politiek naar het communitarisme geluisterd. Een ‘ieder-voor-zich-maatschappij’ bedreigt de samenleving en vraagt om een hogere orde, die in Nederland vooral bekend geworden is onder de naam ‘normen en waarden’.
Charles Taylor Bibliografie (niet volledig)
1964 The Explanation of Behavior
1975 Hegel
1979 Hegel and Modern Society
1985 Philosophical Papers (2 delen)
1989 Sources of the Self: The Making of Modern Identity
1992 The Malaise of Modernity
1992 The Politics of Recognition
1995 Philosophical Arguments
1999 A Catholic Modernity?
2002 Varieties of Religion Today: William James Revisited
2004 Modern Social Imaginaries
2007 A Secular Age

Lady and the Tramp [ en.wikipedia.org ]
uitgevoerd door het Alban Berg Kwartet
Ludwig van Beethoven componeerde zijn eerste strijkkwartetten tussen 1798 and 1800 in opdracht van prins Franz Joseph Maximilian von Lobkowitz die de werkgever was van de violist Karl Amenda met wie Beethoven bevriend was. Deze zes strijkkwartetten zijn gebundeld in opus 18. Het strijkkwartet in C mineur dat bekend is als opus 18 no.4 werd het laatst gecomponeerd. Het verschil met zijn latere strijkkwartetten is levensgroot. Opus 18 is nog een volledig klassiek strijkkwartet in de traditie van Haydn en Mozart terwijl de latere strijkkwartetten opvallen door grote eigenzinnigheid. Prins Von Lobkovitz was als mecenas zeer tevreden over Beethoven en gaf hem vanaf 1809 een jaargeld van 4000 florijnen. Ook omdat hij daarmee wilde voorkomen dat Beethoven in dienst zou treden bij de jongste broer van Napoleon, Jérôme Bonaparte in Kassel, en Wenen zou verlaten. Met succes want Beethoven bleef tot aan zijn dood in Wenen. Niet iedereen vond zijn eerste strijkkwartetten geslaagd. Joseph Haydn, de schepper van het klassieke strijkkwartet, had weinig er waardering voor.
Bron: nl.wikipedia.org
The Beethoven Quartets
Joseph Kerman
Dit boek dat voor het eerst in 1967 verscheen, geldt inmiddels als hét standaardwerk over Beethoven’s strijkwartetten.Strijkkwartet in C mineur [ Opus 18 no.4 ]
1. Allegro ma non tanto
2. Andante scherzoso quasi Allegretto
3. Menuetto: Allegretto
4. Allegro - Prestissimo
( Bron: en.wikipedia.org )
Beluister het tweede deel van strijkkwartet opus 18 no.1 [ arte.tv ]
Vorige week kwam Michaela thuis met de DVD Fire walk with me en we hebben direct gekeken. De film is een prequel van de surrealistische ‘whodonit’ Twin Peaks die in 1990 en 1991 op de Nederlandse televisie werd uitgezonden en nu op de Vlaamse zender Canvas elke vrijdagavond herhaald wordt. Fire walk with me werd pas na de serie gemaakt en verscheen in 1992 in de bioscoop. We volgen de laatste dagen uit het leven van Laura Palmer en eindelijk wordt ons de oplossing gegeven van het ondoorgrondelijke raadsel “wie is de moordenaar van Laura Palmer?” Overigens is het verklappen van het raadsel van Twin Peaks nooit de bedoeling geweest van regisseur (en samen met Mark Frost een van de geestelijke vaders van Twin Peaks) David Lynch, maar onder druk van de productiemaatschappij kon hij er niet onderuit komen. Deze prequel moet je zeker niet zien wanneer je de serie nog niet helemaal hebt uitgekeken.
Most of the television cast returned for the film, with the notable exceptions of Lara Flynn Boyle who declined to return as Laura’s best friend Donna Hayward (she was replaced by Moira Kelly), and Sherilyn Fenn due to scheduling conflicts. Also, Kyle MacLachlan, who starred as Special Agent Dale Cooper in the TV series, was reluctant to return so his presence in the film is smaller than originally planned.
Bron: en.wikipedia.org
Victor Delhez was one of seven children. He studied at Antwerp’s Royal Academy of Fine Arts from 1916-1918 and at the University of Leuven from 1918-1923, graduating as an agronomist with chemistry as his primary subject. Delhez began exhibiting caricatures and surrealist work while in college. Taking up a role as manager of his family’s car company, he continued his artistic interests, publishing a series of prints in 1925.In 1925, Delhez’s parents died in a road accident, and he subsequently moved to Argentina, working as a draughtsman and architect, and contractor, in Buenos Aires from 1926-1933. He then moved to Bolivia, before moving back to Argentina in 1940. He settled in Chacras de Coria and took a post as professor at the Academy of Fine Arts, National University of Cuyo. While in Bolivia, Delhez produced a set of forty illustrations for the Gospels, and twenty-one for Lord Dunsany’s “A Dreamer’s Tales”, while in correspondence with the author.

Bron: en.wikipedia.org

Dit rijk geïllustreerde boek vertelt het verhaal van de grote natuurvorsers uit de geschiedenis – van de Griek Aristoteles uit de klassieke oudheid tot en met de revolutionaire Engelsman Charles Darwin (wiens grootvader Erasmus overigens ook een plaats in het boek kreeg) uit de negentiende eeuw. Bijna veertig bekende en minder bekende wetenschappers, onder wie Antoni van Leeuwenhoek, Carolus Linnaeus, Alexander von Humboldt en Maria Sibylla Merian, trekken aan de lezer voorbij. Ieder portret is geschreven door een specialist. Elk historisch tijdvak – oudheid, renaissance, verlichting en de negentiende eeuw – wordt apart ingeleid.Bron: gottmer.nl

is een van de grootste natuurvorsers uit de geschiedenis, hier geportretteerd in 1806
tijdens zijn grote reis door Zuid-Amerika
Van 1799 tot 1804 maakte Alexander von Humboldt samen met Aimé Bonpland een expeditie naar Amerika. Op de Canarische eilanden onderzocht Humboldt de vulkaan Pico de Teide, en mat de temperatuur in de krater. Het paar landde later in Cumaná, Venezuela, vanwaaruit kust en binnenland onderzocht werden. Via de Apure en Orinoco bereikten ze de Rio Negro, en ze keerden via het ‘natuurlijke kanaal’ de Casiquiare terug. Na een bezoek aan Cuba reisden Humboldt en Bonpland naar het Andesgebied. Ze bezochten Ecuador. Humboldt beklom de bergen in de Peruviaanse Andes om de relatie tussen temperatuur en hoogte te bestuderen. Bonpland en hij bereikten de top van de Pichincha en kwamen op de Chimborazo tot 5610m hoogte. Hierna werd nog Mexico bezocht, waar Humboldt zijn Geschiedenis van Nieuw-Spanje schreef, waarna hij via de Verenigde Staten naar Europa terugkeerde. ( Bron: nl.wikipedia.org )
vanavond bij de VPRO op Nederland 2 om 20.15
Evenals in zijn boek Rusland voor gevorderden komt Jelle Brandt Corstius tijdens zijn reis door het immense land bijzondere mensen tegen in absurde situaties. Of het nu gaat om neergestort ruimteafval in een dorp in het Altai gebergte, of om een ontmoeting met Kirsan Iljoemzjinov, de president van Kalmukkië die claimt dat hij ontvoerd werd door buitenaardse wezens. Brandt Corstius komt overal, of dat nu in beruchte gebieden is als Ingoesjetië of Tsjetsjenië, de weelderige datsja van Josef Stalin of in de Goelagkampen van Kolyma. Niets is vanzelfsprekend. En aan de andere kant is alles mogelijk. Brandt Corstius stelt vragen, geeft commentaar en plaatst zijn ontmoetingen in een bredere context. En met elke aflevering groeit het beeld van Rusland en haar bewoners.In de eerste aflevering bezoekt Jelle Brandt Corstius het Altai gebergte. Bij het afgelegen dorp Korgon valt er regelmatig ruimteafval uit de lucht. Soms zelfs op huizen. De bewoners ondergaan het gelaten, en de verantwoordelijke instanties laten niks van zich horen. Verder bezoekt Jelle een Sjamaan die hem op traditionele wijze van zijn koude voeten af moet helpen.
Bron: vpro.nl
voor de verveelde geest”
Jelle Brandt Corstius
van Moskou tot Magadan
deel 1: Altai het recht van de sterkste (zondag 1 februari)
deel 2: Abchazië de lange arm van Rusland (zondag 8 februari)
deel 3: Kalmukkié het land der blinden (zondag 15 februari)
deel 4: Magadan (zondag 22 februari)
deel 5: Khanti Mansiysk (zondag 1 maart)
website bij deze serie [ vpro.nl ] | Jelle Brandt Corstius [ jellebc.nl ] | Magadan [ nl.wikipedia.org ]









Voltaire laat zijn hoofdpersoon uit Candide concluderen ‘dat we onze tuin moeten onderhouden’. Toen Candide 250 jaar geleden gepubliceerd werd, was Voltaire juist op een landgoed komen te wonen bij het dorpje Ferney, even ten Noorden van Genève. Door allerlei beleggingen was hij rijk geworden en de seigneur van Ferney liet het bestaande landgoed uitbreiden met akkers en wijngaarden. Dus wist hij zeer goed dat we onze tuin moeten onderhouden. De dorpsbewoners profiteerden van zijn aanwezigheid en honderd jaar na zijn dood zou het plaatsje uit eerbetoon worden omgedoopt in
Over Lucretius‘ leven is heel weinig bekend. Zijn kennis van de Griekse en Romeinse letterkunde en filosofie getuigt van een degelijke opvoeding. Uit zijn werk blijkt dat hij goed op de hoogte was van het leven in Rome, maar zijn vertrouwdheid met het platteland wijst erop dat hij niet steeds in Rome woonde. Lucretius’ cognomen Carus verwijst mogelijk naar een Keltische afkomst (uit Noord-Italië?). Hij was waarschijnlijk bevriend met enkele vooraanstaande aristocraten. Aan één van hen, een zekere Memmius (praetor in 58 v.Chr., wellicht dezelfde die ook door Catullus wordt genoemd), heeft hij zijn bewaard gebleven werk opgedragen. ( … ) Zijn werk De Rerum Natura is, behalve om de inhoud, ook om zijn literaire kwaliteiten van grote betekenis, en werd door toedoen van Cicero, die zelf allerminst een aanhanger van Lucretius‘ leer was, postuum uitgegeven.
De depressie-epidemie
The Beethoven Quartets


