dinsdag 30 juni 2009
yesterday once more [ 11 ]
dertig jaar later draai ik mijn oude radio-opnamen (1975-1979) nog eens
Michael Jackson Don’t stop till you get enough 1979

Don't stop till you get enoughDertig jaar geleden begon de solocarriere van Michael Jackson pas goed. Don’t stop till you get enough (1979) was na Ben (1972) weer een grote hit voor hem en bereikte een tweede plaats in de top 40. Het jaar daarop kwam Off the wall, en in 1981 had hij met One day in your life zijn eerste nummer één hit in Nederland. In het jaar van Thriller (1983) scoorde hij zes hits: Billie Jean, Beat it, Wanna be starting something, Human nature, Say say say en Thriller. Daaronder waren twee nummer één hits en drie top vijf hits. Daarom spreken we sindsdien van de King of Pop. Het succes van Michael Jackson in 1983 viel gelijktijdig met mijn definitieve afkeer van de hitparade.


De twintigjarige Michael Jackson met zijn broers met Blame it on the Boogie 1978
Het ‘trace effect’ was in de jaren zeventig nog niet belegen en werkt hier heel effectief in een overigens sobere clip waar het plezier vanaf spat

Don’t stop till you get enough ( clip uit 1979)

maandag 29 juni 2009
Petrus en Paulus
vandaag viert de Orthodoxe kerk het Feest van Petrus en Paulus
Petrus en Paulus
de Eersttronende Apostelen Petrus en Paulus
zondag 28 juni 2009
Nederland demoraliseert
gelezen in Beweging: Nederland demoraliseert door Jan Hoogland

PSP poster 1972In het zomernummer van Beweging, het tijdschrift voor Reformatorische Wijsbegeerte, blikt Jan Hoogland in het essay Nederland demoraliseert terug op het naoorlogse Nederland. Zijn betoog dat eindigt met een oproep aan het CDA, begint met een helder overzicht van de tweede helft van de vorige eeuw. De schrijver, zelf geboren in 1959 (en die met zijn jaargang dit jaar dus zijn halve eeuwfeest viert) kijkt tegelijkertijd terug op zijn eigen studietijd. Toen hij in de tweede helft van de jaren ‘70 sociologie studeerde werd hij geacht PSP, PPR of CPN te stemmen. Elk decennium wordt in een hoofdstukje samengevat onder een rake typering, bijvoorbeeld Jaren zestig: jongeren gingen los, Jaren 70: het grote kwaad, jaren 80: no-nonsense. Kort en bondig geeft hij daarin de tijdsgeest treffend weer, bijvoorbeeld die van de jaren zestig:

Toen kwamen de jaren 60. Een nieuwe generatie stond op. Jongeren die de oorlogsjaren niet uit eigen ervaring kenden. Studenten doe het zwijgende doorwerken van hun ouders maar moeilijk verdragen konden. Jongvolwassenen die zich afvroegen wat hun preutse ouders tussen de lakends bezighield. Er deed zich een culturele revolutie voor.
 
DE jeugd kwam de huizen uit en klonterde samen. De popmuziek brak door. Op allerlei plaatsen, maar bij voorkeur in de buitenlucht, werden concerten georganiseerd. Waar het naar moest klinken, wist je vaak niet bij voorbaat. Met improvisatie kwam je een end. Het leven werd een vorm van experimenteren. Bij het welvaartspeil van de jaren 60 was van grote armoede geen sprake meer. Er kwam weer ruimte voor onzekerheid en onderzoek: zonder geld en met een tentje de wijde wereld in.
 
Als je beelden uit die periode ziet, dan zie je soms al aan de lichaamshouding van mensen, hoezeer deze omwenteling als een verrassing kwam: de onhandigheid van het politieoptreden bij opstootjes: de verbouwereerde blikken van gezagsdragers bij protestacties van studenten en scholieren. De jongeren gingen los na jaren van zwijgende ascese.
 
En de jongeren vroegen door. Waarom zwegen hun oudres? Wat verzwegen zij? Waarom was Europa door een verschrikkelijke oorlog opnder de voet gelopen? Hoe konden mensen zo apathisch het onheil over zich heen laten komen. Waarom was men niet in opstand gekomen? Waarom had men alles geslikt?
 
Wie terugkijkt naar die jaren kan zich slechts verbazen over de naïeviteit van de jongeren van toen. Fraai gesymbolisserd in de flowerpower: als je de natuur zijn gang laat gaan, bloeien de mooiste bloemen. Geef toe aan je gevoelens. Gun je lusten de vrije loop. Het moet maar eens afgelopen zijn met het zwijgen, het toedekken en onderdrukken van het iegen innerlijk. Een naïevisteit die ‘ontwapenend’ wordt afgelbeeld op de poster van de Pacifistisch Socialistische Partij (’blote vrouw met koe’) uit 1972.
 
Bron: Nederland demoraliseert door Jan Hoogland in Beweging, Zomer 2009

bewegingonline.nl

zaterdag 27 juni 2009
dag van de architectuur
vandaag is het in heel Nederland de Dag van de architectuur
In Arnhem is er aandacht voor de wijk Presikhaef

Vandaag worden in onze woonplaats Arnhem in het kader van de Dag van de Architectuur manifestaties gehouden in de wijk Presikhaef. De afgelopen paar jaar zijn hier een paar grote gebouwen verdwenen die inmiddels vervangen zijn door markante gebouwen die de jaren zestig wijk eigentijdse smoel moeten geven. Hieronder vallen het Rijn IJssel College en de Campus HAN Hogeschool Arnhem Nijmegen door LIAG Architecten, Gezondheidscentrum De Bethaan door Vera Yanovshtchinsky architecten, het Multi Functioneel Centrum Presikhaven door architectuurstudio HH architects and urban designers en de nieuwe woonblokken aan De Blauwe Weide door 01-10 Architecten + GroupA. Tussen 12.00 en 16.00 zijn deze gebouwen en bouwprojecten toegankelijk. Ook zal in het informatiecentrum van winkelcentrum Presikhaef door Soeters Van Eldonk architecten een plan gepresenteerd worden voor vernieuwing van dit winkelcentrum. Dit winkelcentrum is een typisch jaren zestig woon-winkelomgeving en ik krijg er altijd associaties met de voormalige DDR, die door de later aangebrachte overkapping enigszins teniet wordt gedaan.

website dag van de architectuur
website van de dag van de architectuur

dag van de architectuur [ bna.nl ] | dagvandearchitectuur-arnhem.nl

vrijdag 26 juni 2009
yesterday once more [ 10 ]
dertig jaar later draai ik mijn oude radio-opnamen (1975-1979) nog eens
Duncan Browne The Wild Places 1979

In het voorjaar van 1979 was het filmpje van The Wild Places in toppop te zien en nu is het dankzij youtube permanent te bekijken in ons collectieve geheugen (helaas wel in ’smalbeeld’). Tegenwoordig is het niets nieuws meer, maar toen was het heel iets anders dan de disco die we toen bij toppop gewend waren. Je ziet daarin een lange bleke figuur en katachtige dame die wulps om en tussen zijn benen kronkelt, beiden in dampen gehuld en van onderaf belicht. Duncan Browne zingt hier over die broeierige, gevaarlijke plekken die je in het stadse nachtleven kunt tegenkomen en waar je niets en niemand kunt vertrouwen. En zeker niet het type vrouwen dat wulps aan je kleeft om intussen je broekzakken leeg te vissen. Maar op mij als vijftienjarige had deze biotoop nog de onweerstaanbare aantrekkingskracht die bij het échte leven hoort.

I wanna set the wheels in motion
I don’t wanna see your eyes
across a dancin’ floor

Duncan Browne The Wild Places 1979

The wild places
And oh, oh, take me to the wild places
And let me show you what the night is for
‘Cos I don’t wanna dream
I wanna set the wheels in motion
I don’t wanna see your eyes across a dancin’ floor

yesterday once more, alle posts

donderdag 25 juni 2009
yesterday once more [ 9 ]
dertig jaar later draai ik mijn oude radio-opnamen (1975-1979) nog eens
Blondie Hanging on the telephone 1979

Gisteren draaide ik de audiocassette die ik op 31 mei 1979 had opgenomen en werd weer even die 16-jarige. Was ik nou verliefd op Blondie? Ik weet het niet meer zo goed… Het zal wel, want anders dan de andere jongens was ik als puber eigenlijk niet.

Blondie
stills uit Hanging on the telephone 1979

De zestienjarigen van nu hebben allemaal hun eigen mobiele telefoon en hoeven niet meer via het ouderlijk huis te bellen. Maar aan een vast toestel kon je tenminste nog hangen, letterlijk, met het snoer om je nek.

Hanging on the telephone

I’m in the phone booth, it’s the one across the hall
If you don’t answer, I’ll just ring it off the wall
I know he’s there, but I just had to call
Don’t leave me hanging on the telephone (2x)
I heard your mother now she’s going out the door
Did she go to work or just go to the store
All those things she said, I told you to ignore
Oh why can’t we talk again (3x)
Don’t leave me hanging on the telephone (2x)

It’s good to hear your voice, you know it’s been so long
If I don’t get your call then everything goes wrong
I want to tell you something you’ve known all along
Don’t leave me hanging on the telephone

I had to interrupt and stop this conversation
Your voice across the line gives me a strange sensation
I’d like to talk when I can show you my affection
Oh I can’t control myself (3x)
Don’t leave me hanging on the telephone

Hang up and run to me
Whoah, hang up and run to me (3x)
Whoah oh oh oh run to me

lyrics by Jack Lee

bekijk de clip van Hanging on the telephone uit 1979 | yesterday once more, alle posts

woensdag 24 juni 2009
typografische anachronismen
vanavond begint op Nederland 2 om 22.50: Mad Men
over het wel en wee op een reclamebureau aan het begin van de jaren zestig

Vorige jaar schreef ik hier iets over Down with love, een film die zich afspeelt rond een uitgever in het Amerika van de vroege jaren zestig. Er is daarbij van alles uit de kast gehaald om alle clichébeelden uit die tijd weer op te roepen. De serie Mad Men die vanavond op Nederland 2 van start gaat, speelt in diezelfde jaren af maar dan op een reclamebureau. Net als in down with love wordt het tijdsbeeld van de vroege jaren zestig tot in de kleinste details gereconstrueerd, maar dan wel op een realistische manier. Voor de rekwisieten die in de serie gebruikt worden, zijn de vlooienmarkten afgestruind voor originele kantoormeubelen, telefoons en typmachines. Daarbij is gelet op een realistische reconstructie van het tijdsbeeld. Lang niet al het meubilair aan het begin van de jaren zestig was gloednieuw , het meeste stamde ergens uit de jaren veertig. En dat geldt zeker ook voor het wagenpark. Let maar eens in een willekeurige film uit de jaren vijftig op de straatbeelden en je zult zien dat er nog modellen uit de jaren dertig rondrijden. De huidige tijd absorbeert alle voorgaande tijd. Wanneer het omgekeerde het geval is, spreken we van een anachronisme.

Mad Men
scene uit Mad Men

De grafische vormgever Mark Simonson gaat op zijn blog marksimonson.com uitvoerig in op de grafische ontwerpen die in de serie getoond worden. Ondanks de precisie waarmee het tijdsbeeld in Mad Men gereconstrueerd is, komt hij een typografisch anachronisme tegen. Zo dateert de Lucida Handwritying die in de titelsequentie wordt gebruikt, uit 1992. Het zal de gemiddelde kijker ontgaan, maar grafische ontwerpers die de serie volgen (en dat zullen er heel wat zijn), zal het zeker opvallen.

Mad Men
scene uit Mad Men

Op de website panopticist.com wordt een andere grafisch anachronisme blootgelegd: in de aftiteling van Mad Men komen we de Arial tegen. De Arial is in 1982 ontworpen in opdracht van Monotype. Bekendheid kreeg het font vooral als hét alternatief voor de Helvetica (1957) dat Microsoft als systeemfont voor Windows is gaan gebruiken om daarmee vele tientallen miljoenen aan licenties te ontwijken.

Set in New York City, Mad Men begins in the early 1960s at the fictional Sterling Cooper advertising agency on New York City’s Madison Avenue. The show centers on Don Draper (Jon Hamm), a high-level advertising creative director, and the people in his life in and out of the office. It also depicts the changing social mores of 1960s America.
Bron: [ en.wikipedia.org ]

marksimonson.com | panopticist.com

yesterday once more [ 8 ]
dertig jaar later draai ik mijn oude radio-opnamen (1975-1979) nog eens
Chic Le Freak 1978/1979

Samen met Stayin’ Alive heeft Le Freak een van de aanstekelijkste gitaar riffs uit de disco en funk van de jaren zeventig. Bedenkers en performers van de fameuze ritmische riff die Le Freak zo dansbaar maakt, zijn Nile Rodgers en Bernard Edwards. De laatste is in 1996 overleden.


Chic with Nile Rodgers Le Freak
Eind 1978 en begin 1979 werd in Avro’s toppop een registratie uit top of the pops uitgezonden

Aaahh Freak out!
Le Freak, C’est Chic
Freak out!

Have you heard about the new dance craze?
Listen to us, I’m sure you’ll be amazed
Big fun to be had by everyone
It’s up to you, It surely can be done
Young and old are doing it, I’m told
Just one try, and you too will be sold
It’s called Le Freak! They’re doing it night and day
Allow us, we’ll show you the way

Le Freak [ en.wikipedia.org ] | yesterday once more, alle posts

dinsdag 23 juni 2009
yesterday once more [ 7 ]
dertig jaar later draai ik mijn oude radio-opnamen (1975-1979) nog eens
Bee Gees Stayin’ Alive 1978

Staying Alive!In het voorjaar van 1978 was Stayin’ Alive een dijk van een hit. Zestien weken lang bleven de Bee Gees ha, ha, ha (het zijn er inderdaad drie) roepen. Jongste broertje Andy had in datzelfde voorjaar met Shadow dancing ook in Amerika nog een hit, maar in Nederland wilde het niet lukken. Inmiddels zijn alleen Barry en Robin nog stayin’ alive. Saturday Night Fever was natuurlijk de film waar deze track bijhoorde. John Travolta kwam die zomer terug samen met Olivia Newton John in Grease om de meisjesharten van toen sneller kloppend te houden.


staying alive 1978

yesterday once more, alle posts

maandag 22 juni 2009
yesterday once more [ 6 ]
dertig jaar later draai ik mijn oude radio-opnamen (1975-1979) nog eens
Fleetwood Mac Go your own way 1977

Toen ik in 1977 voor het eerst Go your own way op de radio hoorde, maakte dat grote indruk op mij. Kort daarop zag ik in toppop ook nog eens de clip van Fleetwood Mac en maakte ik kennis met het dromerige profiel van Stevie Nicks. Net 14 jaar geworden, wist ik nog niets van ‘another lonely day’ of van het medicijn ‘go you own way’. De LP Rumours was een van de sensaties van 1977.

Fleetwood Mac
Fleetwood Mac Go your own way 1977
bekijk de clip uit 1977
Loving you
Isn’t the right thing to do

RumoursGo your own way

Loving you
Isn’t the right thing to do
How can I ever change things
That I feel

If I could
Maybe I’d give you my world
How can i
When you won’t take it from me

You can go your own way
Go your own way
You an call it
Another lonely day
You can go your own way
Go your own way

Tell me why
Everything turned around
Packing up
Shacking up is all you wanna do

If I could
Baby I’d give you my world
Open up
Everything’s waiting for you

You can go your own way
Go your own way
You an call it
Another lonely day
You can go your own way
Go your own way

Lyrics by Lindsey Buckingham

yesterday once more, alle posts

zondag 21 juni 2009
yesterday once more [ 5 ]
dertig jaar later draai ik mijn oude radio-opnamen (1975-1979) nog eens
Peter Frampton Show me the way 1976

Frampton comes alive!Vaak werken oude platen op ons bewustzijn in als herinneringen aan ‘de zomer van’. Er bestaan zelfs platen die letterlijk over herinneringen aan een bepaalde zomer gaan. Summer of ‘71 van Bolland en Bolland bijvoorbeeld. Of Summer of ‘68 van Pink Floyd en Summer of ‘69 van Bryan Adams. De zomer van 1976 is voor mij voor eeuwig bijgezet door Show me the way van Peter Frampton. Het was de zomer van de Olympische Spelen in Montreal en terwijl half Nederland Frampton comes alive! grijs draaide, schalde vanuit het aangrenzende puberhol van mijn broer de hele zomer A Night at the Opera van Queen met daarop het fraaie year of ‘39.

Frampton

Over zomerhits gesproken, vandaag 21 juni van 10.00 tot 17.00, zendt Sky Radio de Zomerhit Top 101 uit.

yesterday once more, alle posts

zaterdag 20 juni 2009
elegante eenvoud
gezien met Michaela: Coco avant Chanel (2008)

Audrey TautouAudrey Tautou is Michaela’s favouriete actrice en omdat ze een nieuwe film gemaakt heeft is, zaten we zaterdagavond in de bioscoop naar Coco avant Chanel te kijken. De film gaat over de eerste helft van haar leven waarin ze de maîtresse was van de Franse playboy Étienne Balsan. Op zijn kasteel leerde ze haar grote liefde kennen, de Engelse steenkolenondernemer Arthur “Boy” Capel. Coco avant Chanel laat een overtuigend beeld zien van de verveelde Franse jetset aan het begin van de vorige eeuw. Er is een glansrol voor de Waalse acteur Benoît Poelvoorde die de rol van Balsan speelt. En Audrey Tautou toont weer eens dat ze als actrice genoeg in huis heeft om haar Amélie-imago van zich af te schudden. De elegante eenvoud die Coco Chanel introduceerde, is op haar lijf geschreven.

While working at a tailoring shop she met and soon began an affair with the French playboy and millionaire Étienne Balsan who lavished her with the beauties of “the rich life,” diamonds, dresses and pearls. While living with Balsan, Chanel began designing hats as a hobby, which soon became a deeper interest of hers. After opening her eyes, as she would say, Coco left Balsan and took over his apartment in Paris. In 1913, she opened up her very first shop which sold a range of fashionable raincoats and jackets. Situated in the heart of Paris it wasn’t long before the shop went out of business and Chanel was asked to surrender her properties. This did not discourage Chanel; it only made her more determined. During the pre-war era, Chanel met up with an estranged and former best friend of Étienne Balsan, Arthur “Boy” Capel, with whom she soon fell in love. With his assistance, Chanel was able to acquire the property and financial backing to open her second millinery shop in Brittany. Her hats were worn by celebrated French actresses, which helped to establish her reputation. In 1913, Chanel introduced women’s sportswear at her new boutique in Deauville, in the Rue Gounaut-Biron; Marthe, Countess de Gounaut-Biron (daughter of American diplomat, John George Alexander Leishman), was Chanel’s first aristocratic client. Her third shop and successor to her biggest store in France was located in Deauville, where more women during the World War I era came to accept her view that women were supposed to dress for themselves and not their men.
 
Bron: nl.wikipedia.org
Chanel en Madonna
Audrey Tautou in ‘Coco Avant Chanel’ en Madonna in de videoclip ‘Papa don’t preach’
elegante en flodderige eenvoud

Coco avant Chanel [ official site ] | Coco avant Chanel [ imdb.com ]

vrijdag 19 juni 2009
Hermitage aan de Amstel
vandaag opent koningin Beatrix in aanwezigheid van president Medvedev
de Hermitage aan de Amstel en morgennacht is er het Witte Nacht Festival

Precies vier jaar geleden kwam ik met René terug in Nederland van een bezoek aan de Hermitage in Sint Petersburg. Het was twee dagen voor de langste dag van het jaar. In de kortste nacht die daar bijhoort, wordt in Sint Petersburg traditioneel ‘de bjeliki notsje’ gevierd, de Witte Nacht. In Sint Petersburg zijn de nachten half juni inderdaad ‘wit’, de zon gaat pas na middernacht onder om een paar uur later weer te verschijnen. En in de tussentijd wordt de hemel niet echt donker, omdat de zon zich net achter de horizon verbergt. Morgennacht 20/21 juni is het de laatste nacht van het voorjaar en dan wordt in de Hermitage Amsterdam het Witte Nacht Festival gehouden en het museum zal dan de hele nacht open blijven. Maar eerst nog moet koningin Beatrix vandaag het museum openen en president Medvedev zal daar zelf bij aanwezig zijn, vooral om de Nederlands-Russische (lees: Gasunie-Gazprom) betrekkingen warm te houden en het gas sneller te laten stromen.


zweven door de Hermitage Amsterdam
Toen dit filmpje geschoten werd, waren de meeste ruimten nog niet ingericht

De eerste tentoonstelling die in de nieuwe Hermitage Amsterdam gehouden wordt, gaat over het Russische hof. Alexander Sukorov heeft in de Hermitage in Sint Petersburg een schitterende film gemaakt, waarin de tijd van de tsaren herleeft. De film Russian Arch bestaat uit één lange shot, waarbij de camera kriskras door het gigantische museum annex theater dwaalt om tenslotte uit te komen in een grote balzaal waar het complete hof van Nicolaas II zich verzameld heeft. Tijdens een gala zie je dan meer kostuums voorbij komen dan in de Hermitage getoond kunnen worden. In de museumwinkel zal de DVD van deze film ongetwijfeld hoog opgestapeld liggen.

De Hermitage Amsterdam zal op zaterdag 20 juni om 10.00 uur ’s morgens in het geheel verbouwde en gerenoveerde Amstelhof haar deuren openen voor het publiek. Het 17de-eeuwse ‘landmark’ aan de Amstel verandert tussen juni 2007 en juni 2009 van een verpleeghuis in een spectaculair multifunctioneel museum met tentoonstellingszalen, café-restaurant, winkels, studiecentrum, auditorium en Hermitage voor Kinderen. De Hermitage Amsterdam opent met de tentoonstelling Aan het Russische hof. Paleis en protocol in de 19de eeuw die met ruim 1800 objecten van het moedermuseum in St.-Petersburg een van de grootste tentoonstellingen ooit in Nederland belooft te worden.
 
De Hermitage Amsterdam viert de opening groots op de laatste dag van het voorjaar met het Witte Nacht Festival, waarop het museum 31 uur lang aaneen geopend is voor het publiek. De hele dag, avond én nacht van 20/21 juni vinden tal van feestelijke activiteiten en concerten plaats in het gebouw, in de binnentuin en langs de Amstel.
 
Bron: hermitage.nl

alle berichten in Trouw over de Hermitage aan de Amstel

yesterday once more [ 4 ]
dertig jaar later draai ik mijn oude radio-opnamen (1975-1979) nog eens
Roger Glover Love is all 1975

mijn top 100 van 1975Het tekenfilmpje met de zingende kikker was vanaf april 1975 dertien weken lang te zien in toppop. Roger Glover kwam zelf nooit in beeld. Zijn stem was de kikker. Love is all eindigde in de top 100 van dat jaar op een derde plaats achter die twee andere zomerhits Una Paloma Blanca (vanaf maart 14 weken genoteerd) en The Elephant Song (vanaf juli 13 weken genoteerd). Een andere (na)zomerhit die de zomer van 1975 bij mij oproept, is Sailing van Rod Stewart die eind augustus in de hitparade binnenkwam. Sailing kwam in de top 100 van dat jaar niet verder dan een negende plaats, maar is wel een evergreen geworden.

Roger Glover
de zingende kikker uit Love is All

The Butterfly’s Ball, and the Grasshopper’s Feast
An animated short based on Alan Aldridge’s illustrations, but once more focusing on the Ball itself, was made in 1974, with Roger Glover writing the accompanying song Love is All, based on the song Love’s All You Need mentioned in the book (which may, in turn, have been a reference to The Beatles’ All You Need Is Love). This was supposed to lead to a full length animated film, which did not get made. However, Glover had written a full soundtrack, which was released as an album.
Bron: wikipedia.org


het animatiefilmpje bij Love is All stond in de zomer van 1975 niet alleen bij mij op mijn netvlies gebrand
donderdag 18 juni 2009
yesterday once more [ 3 ]
dertig jaar later draai ik mijn oude radio-opnamen (1975-1979) nog eens
The Rubettes Sugar Baby Love 1974

Precies 35 jaar geleden stond de Engelse band The Rubettes voor het eerst genoteerd in de Nederlandse hitparade. Sugar Baby Love kwam op 15 juni 1974 binnen om de hele zomer lang (15 weken) in de hitparade te blijven. Het werd een historische zomerhit en als jongetje van elf vond ik het prachtig. Daarna deden de jonge honden het nog eens en nog eens en nog eens, maar na You’re the reason why uit 1976 was het op. De Britse glamrock en teenybopper band uit het midden van de jaren 70 nam zichzelf niet al te serieus en was al camp voordat het camp was. Een hele kunst om niet op een cynische maar op een vrolijke manier een lange neus te maken naar de populaire cultuur en er tegelijkertijd mee samen te vallen.

the Rubettes
The Rubettes tijdens registraties van You’re the reason why (1976) en Sugar Baby Love (1974)

Bekijk de clip van Sugar Baby Love uit 1974 | The Rubettes [ nl.wikipedia.org ]

woensdag 17 juni 2009
yesterday once more [ 2 ]
dertig jaar later draai ik mijn oude radio-opnamen (1975-1979) nog eens
Steve Harley & Cockney Rebel Make me smile 1975

Ik zat in ‘de zesde klas van de lagere school’ (zoals groep acht van de basisschool toen nog heette) toen in het voorjaar van 1975 Steve Harley met lange jas en bolhoed in Toppop verscheen. Omdat ik toen al een verzamelaar was, had ik het jaar daarvoor met mijn verjaardag een cassetterecorder gekregen. Het ding klonk blikkerig en had een ingebouwde microfoon zodat je deze voor de radio moest plaatsen en je adem in moest houden bij iedere opname.

oude muziekcassettes 1975-1978
mijn audiocassettes uit 1974/1975

Gelukkig kreeg ik in 1975 van sinterklaas, omdat ik als brugklasser zo’n fraai kerstrapport had afgeleverd, een Philips cassetterecorder met een metertje erin en een kabel zodat ik veel betere opnamen kon maken. Make me smile (Come up and see me) was een van de eerste nummers die ik met dat apparaat heb ingeblikt. Om heel precies te zijn: dat was op tweede kerstdag 1975 tijdens de uitzending van de top 100. Steve Harley stond daarin op een 63e plaats.


Make me smile 1975

Make me smile

You’ve done it all, you’ve broken every code
And pulled the rebel to the floor
You spoilt the game, no matter what you say
For only metal - what a bore!
Blue eyes, blue eyes, how come you tell so many lies?

Come up and see me, make me smile
Or do what you want, run on wild

There’s nothing left, all gone and run away
Maybe you’ll tarry for a while
It’s just a test, a game for us to play
Win or lose, it’s hard to smile
Resist, resist, it’s from yourself you have to hide

Come up and see me, make me smile
Or do what you want, run on wild

There ain’t no more, you’ve taken everything
From my believe in Mother Earth
How can you ignore my faith in everything
When I know what Faith is and what it’s worth
Away, away, and don’t say maybe you’ll try

Come up and see me, make me smile
Or do what you want, run on wild

Steve Harley [nl.wikipedia.org ]

dinsdag 16 juni 2009
yesterday once more [ 1 ]
dertig jaar later draai ik mijn oude radio-opnamen (1975-1979) nog eens
Abba S.O.S. 1975

Dé band van de jaren zeventig was ongetwijfeld Abba. Maar het was wel typische meidenmuziek waar de jongens zich te stoer voor voelden. Dat was trouwens nog niet op de lagere school, want toen met Waterloo het songfestival gewonnen werd zat ik in de vijfde klas en iedereen vond het geweldig. Ook S.O.S. dat in de hitparade kwam toen ik net twaalf jaar was geworden, was als jongen nog te verdragen. De omslag kwam bij mij ergens in 1976 en in 1977 wist is het zeker. Al kreeg ik kippenvel als My love, my life op schoolavondjes gedraaid werd, omdat schuifelen op Abba ook voor jongens heel spannend was.


Abba met S.O.S. in Toppop 1975
maandag 15 juni 2009
Ludwigslust
drie weken geleden bezochten we Ludwigslust in Mecklenburg-Vorpommern

Op weg naar Berlijn bezochten we Kirsten in Vorpommern. Zij bracht ons ’s avonds naar de nabijgelegen Ludwigslust. Het was een surrealistisch beeld: eerst reden we over een brede rechte straat door een plaatsje van 12.000 inwoners om tenslotte op een reusachtig plein te belanden met een reusachtig barokkasteel daaraan gelegen. Dit was in de achttiende eeuw de residentie van ene Prinz Christian Ludwig.

Ludwigslust
plein met kasteel in Ludwigslust
1731-35 ließ Prinz Christian Ludwig an dieser Stelle durch den Hofbaumeister Johann Friedrich Künnecke ein einfaches Jagdschloss in Fachwerk erbauen. 1747 folgte Christian Ludwig seinem Bruder Karl Leopold als regierender Herzog im (Teil-) Herzogtum Schwerin. 1754 erhielt der Ort Klenow auf Weisung des Herzogs Christian Ludwig den Namen „Ludwigslust“. Zwei Jahre später verstarb dieser und sein Nachfolger, Herzog Friedrich (der Fromme) begann, Residenz und Hofhaltung aus Schwerin hierher zu verlegen. Die endgültige Verlegung des Hofes begann 1763 und war 1765 abgeschlossen, die Regierungsbehörden waren jedoch in Schwerin verblieben. Danach setzte rege Bautätigkeit ein, nach wohldurchdachten Plänen entstand die Hauptresidenz von Mecklenburg-Schwerin. Nordwestlich des Schlosses entstand schrittweise einer der größten Landschaftsparks Norddeutschlands.
 
1765 begann Baumeister Johann Joachim Busch mit dem Bau der Hofkirche (fertiggestellt 1770, heute Stadtkirche) und setzte den Ausbau zur Residenz mit dem barocken Schloss fort, an dem von 1772 bis 1776 gebaut wurde. Um das Schloss herum entstanden am heutigen Schlossplatz, am Kirchplatz sowie in der Schloßstraße Häuser für das Personal. 1789 wurde der Komponist Johannes Matthias Sperger erster Kontrabassist der Hofkapelle.
 
Bron: de.wikipedia.org
Ludwigslust
Prinz Christian Ludwig
Ludwigslust
Michaela en Kirsten

stadtludwigslust.de

zondag 14 juni 2009
Brussel en het stripverhaal
2009 is het jaar van het stripverhaal in Brussel
Op zoek naar de Atoomstijl in het Atomium t/m 20 september 2009
De autoriteiten van Brussel beslisten om het toeristisch jaar 2009 in het teken van het stripverhaal te plaatsen. Dat is een logische keuze voor een stad die tal van striptekenaars huisvest en waar de wieg van enkele legendes van de negende kunst stond: Hergé (Kuifje), Franquin (Guust Flater) en Peyo (Smurfen) zijn allemaal Brusselaars. Bovendien is ook het Belgisch Centrum van het beeldverhaal in Brussel gevestigd, in een prachtig Art Nouveau huis. En in 2009 bestaat het trouwens 20 jaar. Brussel heeft ook een lange traditie van feesten. En dus zal 2009 de kans bij uitstek bieden om de negende kunst in de hoofdstad van Europa op te waarderen, met tentoonstellingen, evenementen en zelfs op de muren van de stad (met de fresco’s, maar ook uitzonderlijke installaties). In 2009 zal Brussel meer dan ooit de hoofdstad van het stripverhaal zijn!
 
Bron: brusselstrip.com

atoomstijl door Yves ChalandOp zoek naar de Atoomstijl
4 juni t/m 20 september 2009 in het Atomium
Deze tentoonstelling werpt een nieuwe blik op de onvoorstelbare linie striptekenaars van André Franquin tot Yves Chaland, via Jijé, Tillieux, Will, Jidéhem, Joost Swarte, Ever Meulen, Serge Clerc en Daniel Torres. Door de generaties heen werd de stijl die ontstond in de School van Marcinelle, overgenomen door kunstenaars met een passie voor de vele vormen van het design. Het is ook niet meer dan normaal dat deze tentoonstelling plaatsvindt in het hart van het Atomium, een monument dat sinds 1958 de atoomstijl in drie dimensies tot leven brengt.
(Bron: brusselstrip.com)

brusselstrip.com | alle evenementen op een rij | www.atomium.be

zaterdag 13 juni 2009
twee (zelf)portretten
twee schilders zien elkaar:
Friedrich von Amerling en Carl Christian Vogel von Vogelstein

De Alte Nationalgalerie in Berlijn heeft twee werken van de Oostenrijkse schilder Friedrich von Amerling in haar bezit, waarvan er één permanent te zien is. Het is een mooi ingetogen Biedermeier-portretje van zijn collega Carl Christian Vogel von Vogelstein. Amerling schilderde het op 16 augustus 1837 in zes uur tijd. Het is dun en delicaat geschilderd, met losse maar zeer beheerste penseelstreken. Amerling had o.a. onder invloed ondergaan van de virtuoze Engelse portretschilder Thomas Lawrence en dat is te zien, vooral in de kinderportretjes die Amerling schilderde.

Carl Christian Vogel von Vogelstein in 1839
Friedrich von Amerling, portret van de schilder Carl Christian Vogel von Vogelstein

Van de schilder Carl Christian Vogel von Vogelstein had ik nog nooit gehoord. Hij blijkt ook een portret van Friedrich von Amerling geschilderd te hebben. Maar eigenlijk is het meer een zelfportret en het mist de schwung van Amerling’s portret, dat in feite ook meer een zelfportret is dan een portret van Carl Christian Vogel von Vogelstein.

Friedrich Amerling
Carl Christian Vogel von Vogelstein
portret van Friedrich von Amerling
Christian Leberecht Vogel von Vogelstein (1788-1868)
Der Sohn des durch Porträts und Kinderbilder bekannt gewordenen Malers Christian Leberecht Vogel wurde schon früh vom Vater unterrichtet. Ab 1804 besuchte er die Kunstakademie in Dresden, wo er viele Bilder der Gemäldegalerie kopierte und auch mit ersten eigenen Porträts hervortrat.
 
1807 zog er auf Einladung des Barons von Löwenstern, dessen Kindern er in Dresden Zeichenunterricht gegeben hatte, nach Dorpat in Livland. 1808 zog er nach Sankt Petersburg, wo er im fürstlich Gagarin’schen Palais ein Atelier einrichtete und erfolgreich Adlige und Diplomaten porträtierte.
 
1812 hatte Vogel genug Mittel beisammen, um eine lang ersehnte Reise nach Italien antreten zu können. Auf dem Weg dorthin machte er in Berlin und Dresden Station, wo er u. a. seine Eltern und Franz Pettrich porträtierte. Von 1813 bis 1820 wohnte Vogel in Rom, wo zu dieser Zeit viele deutsche Künstler tätig waren. Zwischen den dort vorherrschenden antikisierenden und romantisierenden Schulen versuchte er einen Mittelweg zu finden. Seine Stil lehnte sich stark den des Malers Raphael Mengs an. In Italien kopierte er eine große Zahl von Gemälden und Wandgemälden alter Meister. Auch bei späteren Reisen vermehrte er seine Sammlung von Kopien und veröffentlichte 1860 sogar einen Katalog.
 
Bron: de.wikipedia.org

Friedrich von Amerling [ woest & vredig ]

vrijdag 12 juni 2009
Ich bin ein New Ulmer
Hermann, the German American
ook in New Ulm (Minnesota) wordt de Varusschlacht dit jaar herdacht

Het 14.000 inwoners tellende plaatsje New Ulm in Minnesota werd in 1853 gesticht door kolonisten uit Baden-Würtemberg die in het revolutiejaar 1848 naar Amerika waren uitgeweken. Niet alleen de plaatsnaam herinnert aan de Zuid-Duitse wortels, ook vieren ze hier in Minnesota jaarlijks het Oktoberfest. Maar boven alles moet het monument van Hermann de bijzondere band met Duitsland uitdrukken. Met het negentiende eeuwse Duitse Keizerrijk wel te verstaan. Toen in 1875 in het Teutoburger Wald even ten zuiden van Detmold het reusachtige Hermannsdenkmahl werd onthuld, is dat niet aan de Duitse kolonisten in New Ulm voorbijgegaan. Een van de eerste kolonisten in New Ulm, de Duitse ingenieur en architect Julius Berndt ontwierp in navolging van Ernst von Bandel een beeld van Hermann dat in 1897 in New Ulm werd opgericht.

Hermann in New Ulm
Hermann in New Ulm, Minnesota
Why was the statue of a Germanic Chieftain built in Minnesota?
Negotiations between the Sisseton and Wahpeton bands of the Dakota tribes and representatives of the US government resulted in the Traverse Des Sioux Treaty of 1851 opening thirty-five million acres for settlement in Minnesota. In 1854, Julius Berndt and other immigrants of the Chicago Land Association homesteaded along the Minnesota River near reserved lands of the Dakota Indians. Two years later, they were joined by members of the Turner Society of North America and the population of New Ulm grew to nearly 800. East coast anti-immigration resentment and the Dakota Conflict of 1862 forged a strong bond unifying these early German settlers. These hard working pioneers appreciated the opportunities of owning their own land, businesses, and the freedom life in America offered. However, preserving their heritage, language, and culture as they settled in their new homeland was important to them. Hermann, a legendary Germanic freedom fighter symbolized strength and unity for the Order of the Sons of Hermann Lodges throughout the United States. Julius Berndt, a gifted surveyor, architect, and engineer drew plans for a monument similar to a massive Hermann Monument already under construction in Detmold, Germany. Serving as the national secretary of the Sons of Hermann, Berndt sought funding to build a monument in New Ulm, Minnesota. Julius Berndt designed and built an ocatagonal base, pillars, and cupola funded largely by the Order of the Sons of Hermann. The W.H. Mullins Manufacturing Company of Salem, Ohio was hired to manufacture the statue of Hermann (Arminius).
 
Bron: hermannmonument.com

2000 jaar Hermann,  New UlmEvenals zijn grote broer in het Teutoburger Wald heft Hermann fier het zwaard omhoog. Met een hoogte van 32 voet is dit beeld na Liberty (het vrijheidsbeeld in New York) en the Portlandia in Portland het grootste bronzen standbeeld in de Verenigde Staten. De overwinning van Hermann wordt in New Ulm heel anders beleefd dan in der Heimat. Terwijl Duitsland de mythe nu heeft doorgeprikt, lijkt deze bij de afstammelingen van de Duitse kolonisten voort te leven. “2000 years Hermann’s Victory” staat erop het vignet van de herdenking te lezen met achter de triomferende Hermann van New Ulm de Amerikaanse en Duitse vlag. Hermann wordt weer eens voor een politiek programma gebruikt, nu als voertuig van Amerikaans/Duits patriotisme.

new-ulm.mn.us | hermannmonument.com

donderdag 11 juni 2009
Hermann de Europeaan
2000 jaar geleden vond in het Teutoburger woud de Varusslacht plaats
Duitsland prikt de mythe definitief door

Hermann bij DetmoldWe blijven nog even in Duitsland, waar ze dit jaar het ene na het andere jubileum vieren. Allereerst de zestigste verjaardag van de Bundesrepublik. En op 9 november is het twintig jaar geleden dat de muur viel en de Duitse hereniging weer een feit werd. Een andere herdenking is die van de Varusslacht die dit jaar precies 2000 jaar geleden plaats vond in het Teutoburger woud. Dit jubileum is niet zonder betekenis omdat Duitsland nu voorgoed afrekent met de mythe van Hermann.

Al vanaf de zestiende eeuw speelde deze legendarische figuur als oervader van de Germanen een belangrijke rol in het Duitse collectieve bewustzijn. Maarten Luther schreef zelfs dat hij Hermann “hartstochtelijk lief” had. In de negentiende eeuw ontstond er zelfs een cultus rondom deze Hermann en vier jaar na de stichting van het Duitse keizerrijk in 1871 werd in het Teutoburger woud in de buurt van Detmold een 53 meter hoog beeld van Hermann onthuld. Deze plek zou in de negentiende eeuw een ontmoetingsplek worden voor nationalisten terwijl in de twintigste eeuw de fascisten hier bijeenkwamen om de Germaanse identiteit (lees: superioriteit) te vieren.

Maar in het herenigde Duitsland van het verenigde Europa is geen plek meer voor dit Grote Germaanse Verhaal. Na uitgebreid historisch onderzoek is gebleken dat Hermann (een germanisering van Arminius de Cherusk) helemaal geen Germaan moet zijn geweest maar een Romeinse huurling die zich tegen de keizer verzette. Toen keizer Augustus hoorde dat zijn legioenen in het Teutoburger woud verslagen waren en dat generaal Varus zich in zijn eigen zwaard had gestort, zou hij hebben uitgeroepen “Varus, geef mij mijn legioenen terug.” Met deze nederlaag zou de Romeinse expansie naar het oosten een halt zijn toegeroepen. De Romeinen zouden het huidige Duitse territorium ten oosten van de Rijn en ten noorden van de Donau voortaan links laten liggen. Deze overwinning kan nu niet meer aan de Germaanse standvastigheid worden toegeschreven, nu blijkt dat Arminius geen Germaan was.

Ernst von Bandel en 'zijn' Hermann
de beeldhouwer Ernst von Bandel (1800-1876) bij zijn levenswerk het Hermannsdenkmahl.
In 1839 werd de onderbouw (sokkel) al ingewijd maar het reusachtige beeld zou pas in 1875
een jaar voor zijn dood, gereedkomen.
Ernst Von Bandel ploeterde bijna veertig jaar aan het project. Toen hij was afgedankt door de Beierse monarchie verhuisde hij zijn atelier naar de Groteburg-heuvel even ten zuiden van Detmold, waar hij officieel werkte voor de landgraaf van Hessen, maar voortdurend werd belemmerd door de verdeelpolitiek van het negentiende eeuwse Duitsland en door de snel stijgende prijzen.Het was de bedoeling dat alle Duitse staten, inclusief Oostenrijk, een bijdrage zouden leveren, en dat deden ze ook, maar onregelmatig en niet altijd in overeenstemming met hun grootte of welvaart. Duitse patriotten van Chicago tot Buckingham Palace (waar prins Albert gretig een bijdrage leverde) waren enthousiast over het project en stortten plichtsgetrouw hun contributies. Maar pas toen de kwestie van het nationale leiderschap van Duitsland geregeld werd door de verpletterende overwinning in 1866 van Pruisen en zijn bondgenoten op Oostenrijk en de Zuidduitse katholieke staten, zag Von Bandel nieuwe mogelijkheden. Hoewel hij uit Beieren kwam, had hij veel werk gemaakt in Berlijn, waaronder een standbeeld van koning Willem Frederik IV voor de universiteit. En nu zou hij schaamteloos de zegevierende koning (weldra keizer) Wilhelm I verheerlijken als de nieuwe Arminius. In 1869 werd hij vereerd met een bezoek van de koning zelf die de voortgang van het werk in Von Bandels atelier kwam inspecteren en bewonderend bleef staan voor de heroïsche trekken van zijn oude voorganger in het grote, gehelmde hoofd.
 
Bron: Simon Schama, Der Holzweg: het spoor door de bossen
uit: landschap en herinnering, 1995

Bovendien is gebleken dat de Varusschlacht niet heeft plaatsgevonden op de lokatie waar in 1875 het Hermannsdenkmahl werd opgericht. In werkelijkheid vond de slachting plaats in Kalkriese, ten noorden van Osnabrück. Daar is nu een museum ingericht waar dit jaar uiteraard veel aandacht wordt besteed aan de Varusschlacht. Had deze herdenking 75 jaar eerder plaatsgevonden, dan zouden de nazi’s er alles aan hebben gedaan om hun Hermann te bewierroken, zoals Heinrich Himmler in 1936 deed met keizer Heinrich I die toen duizend jaar geleden was gestorven. Maar nu in het Europa van 2009 lijkt deze historische gebeurtenis juist voor een anti-nationalistisch programma te zijn ingezet. De Germaanse Hermann wordt als Arminius, de Romeinse huurling, teruggeven aan de Romeinen, de ‘uitvinders’ van de Europese eenheid.

wandplaat van H. Knackfuss
De slag in het Teutoburger Wald
wandkaart van H. Knackfuss, 1890
Zoals vroeger de wandplaten van Isings het nationaal bewustzijn op school moest aanwakkeren, zo werden de Duitse schoolkinderen met de wandplaten van Knackfuss Germaans bewustzijn bijgebracht. Anno 2009 is dit een ‘on-Europese’ gedachte.
Die Legionen des Varus gingen unter – die Folgen dieser vernichtenden Niederlage lassen sich bis in die heutige Zeit nachzeichnen. Einige Facetten: Viele Städte, Straßen und Handelswege gründen in der Römerzeit, Ländergrenzen orientieren sich bis heute an der Struktur des römischen Imperiums. Die Kunst zahlreicher römischer Bauwerke lässt heute noch staunen. Die Römer brachten Münzen als Zahlungsmittel und die Wertschätzung von Gold und Silber mit; die germanische Bevölkerung pflegte bis dato überwiegend gegen Gebrauchsgüter zu tauschen oder etwa mit Bernstein zu bezahlen. Das Erbe Roms hat das Rechts-und Staatswesen des heutigen Europa maßgeblich geprägt. Mit den Römern kamen auch die lateinische Schrift und die lateinische Sprache in die besetzten Gebiete. Latein beeinflusste vor allem die modernen romanischen Sprachen. Es blieb bis in die Neuzeit die Sprache der Gebildeten, der Wissenschaft – man denke an die Medizin – und der Kirche.
 
Auch Tacitus’ Schriften waren in lateinischer Sprache abgefasst. Die Jahrbücher des römischen Geschichtsschreibers, bis zum 16. Jahrhundert verschollen, stellen den Cherusker und römischen Reiteroffizier Arminius als »Befreier Germaniens« vor. Als eines der ersten gedruckten Bücher waren die Annalen einer breiten Bevölkerungsschicht zugänglich. Die Figur des tapferen Kriegers, der die Römer in der Varusschlacht besiegte, faszinierte die Menschen. Arminius – oder Hermann, wie ihn Martin Luther benannt haben soll – wurde zum Mythos und, besonders im 19. Jahrhundert, zur national übersteigerten Symbolfigur der Deutschen auf der Suche nach einer nationalen Identität.
 
Bron: kalkriese-varusschlacht.de

kalkriese-varusschlacht.de | hermann2009.de

woensdag 10 juni 2009
Duitsland-Amerika 1813-1913
gekocht in Berlijn: de tentoonstellingscatalogus Vice Versa (1996)
Deutsche Maler in Amerika - Amerikanische Maler in Deutschland 1813-1913
Worthington Whittredge (1820-1910) en Albert Bierstadt (1830-1902)

vice versaRond het midden van de negentiende eeuw stond de Düsseldorfer Malerschule in hoog aanzien. Ze trok niet alleen kunstenaars aan uit heel Duitsland, maar ook uit de Verenigde Staten. De icoon van het Amerikaans nationalisme, het schilderij van George Washington die de Delaware oversteekt (zie de omslag van de museumcatalogus hiernaast), van Emanuel Leutze werd zelfs in Düsseldorf geschilderd. Leutze was rond 1850 niet de enige Amerikaan die in Düsseldorf verbleef. Voor de persoon van George Washington poseerde zijn landgenoot en vakbroeder Worthington Whittredge (1820-1910). Deze woonde van 1849 tot 1855 in Düsseldorf en daarna nog eens vier jaar in Rome voordat hij in 1859 terugkeerde naar New York. Na een degelijke scholing aan de kunstacademie in de Pruisische Rijnstad en geïnspireerd door de landschappen in de Harz, de Alpen en in de omgeving van Rome zou hij teruggekeerd in de Verenigde Staten een van de bekendste landschapsschilders van de negentiende eeuw worden.

Albert BierstadtWat bekendheid betreft zou hij overtroffen worden door Albert Bierstadt (1830-1902). Deze van origine Duitse schilder vertrok in 1853 van de Verenigde Staten naar Duitsland om aan de academie in Düsseldorf te gaan studeren. Hij raakte daar bevriend met de tien jaar oudere Worthington Whittredge. Een paar jaar later trokken zij samen naar Rome waar ze een atelier deelden. Tijdens hun verblijf in Düsseldorf schilderden ze veel in Westfalen en in de Harz. Het onderstaande schilderij maakt Bierstadt op zijn vijfentwintigste, braaf maar evenwichtig geschilderd. Later zou hij met deze werkwijze in de Verenigde Staten veel succes hebben.

Albert Bierstadt
Albert Bierstadt
Westfälische Landschaft, 1855

Bierstadt keerde na vier jaar weer terug naar Amerika. Wat hij in Europa geleerd had, paste hij toe op het Amerikaanse landschap. Samen met de dichter en avonturier Fitz Hugh Ludlow volgde hij de kolonisten in hun trek naar het Westen. Onderweg maakte hij ontelbare schetsen. In navolging van Frederic Church legde hij de grootsheid van het Amerikaanse landschap vast op enorme doeken en gebruikte theatrale effecten om de heroïek van het landschap te benadrukken. Zijn meesterlijke kitsch maakte hem in de Verenigde Staten tot een vermogend man. Worthington Whittredge schrijft in zijn autobiografie dat Bierstadt een schilderij verkocht had voor 15.000 dollar, ( nu ongeveer 1,5 miljoen), een voor die tijd ongehoord bedrag.

Albert Bierstadt
een detail uit een van de ’superlandschappen’ van Albert Bierstadt, de Sierra Nevada in Californië, 1872

Robert Hughes schrijft in American Visions dat Bierstadt zijn Amerikaanse tijdgenoten precies gaf wat zij wilden: Amerika als Onloochenbare Bestemming, als ‘God’s Own Country‘. ‘Go West!’ kreeg op deze manier een religieuze dimensie. De ontsluiting van het continent werd een heilige plicht die de uitroeiing van de indianen legitimeerde.

Amerikanische und deutsche Künstler übten aufeinander eine große Anziehungskraft aus. Was veranlaßte amerikanische Künstler des 19. Jahrhunderts nach Düsseldorf zu fahren, um dort entweder an der Akademie oder im Atelier ihres Landsmannes Emanuel Leutze zu lernen? Möglicherweise ging dies auf die Initiative des deutschen Konsuls in New York zurück, der die Düsseldorf-Gallery, eine Ausstellung von Bildern zeitgenössischer Maler, eröffnet hatte? In der Zeit zwischen 1813 und 1913 waren es mehr als 200 deutsche Maler, die ganz oder zeitweilig Amerika zu ihrem Aufenthaltsort gewählt hatten.
( … )
1841 bezog der Amerikaner Emanuel Leutze die Düsseldorfer Akademie. Allein in seiner Zeit waren an der Akademie mehr als 80 amerikanische Studenten eingeschrieben, nicht gezählt die Schüler, die der Historienmaler privat in seinem Atelier unterrichtete. Sie reisten in die westfälische Landschaft oder in den Harz, sie registrierten sowohl das Detail in der Vegetation wie in der Architektur, hielten Licht und Schattenwirkungen fest, so den malerischen Überblick über ein Tal, eine Flußgegend, eine Gebirgskette. Mit dem Weggang Leutzes schwand die Anziehungskraft der Akademie. Ab 1860 besuchten die Amerikaner regelmäßig und in größeren Gruppen die Akademie in München. Dieser Besucherstrom riß bis zum Ersten Weltkrieg nicht ab.
 
Bron: dhm.de/ausstellungen/vice

autobiographyThe autobiography of Worthington Whittredge, 1820-1910

door Worthington Whittredge,
John I. H. Baur

Aan het eind van zijn leven schreef Whittredge zijn memoires. Deze werden pas in 1969 uitgegeven door Ayer Publishing (ISBN 0405008740, 9780405008740) Deze 68 pagina’s tellende autobiografie is te lezen op
books.google.nl

Deutsches Historisches Museum [ dhm.de ] | thomasworthingtonwhittredge.org

dinsdag 9 juni 2009
Willem
twee weken geleden bezochten we Potsdam en Berlijn

ikzelf als Wilhelm II“Willem achtervolgt ons” fluisterde Michaela in mijn oor toen we op de lange promenade door Park Sansouci naar het Neues Palais liepen dat maar niet dichterbij wilde komen. Toen ik omkeek moest ik haar gelijk geven. Precies vier weken geleden liepen we in het park van Huis Doorn waar Wilhelm II in 1941 stierf en alweer 68 jaar begraven ligt. Nu liepen we naar het Neues Palais waar hij in 1859 ter wereld kwam. Het Neues Palais werd onder Frederik de Grote gebouwd na het einde van de Silezische oorlogen (1763-1769). De sombere gesloten cilinder met guirlandes die het paleis bekroont, geeft het gebouw eerder het aanzien van een mausoleum dan van een paleis.

als Wilhelm II voor het Neues Palais in Potsdam waar de laatste Duitse keizer werd geboren
Neues Palais
Nach dem Tod Friedrichs des Großen im Jahr 1786 wurde das Neue Palais nur noch selten bewohnt oder für größere Festlichkeiten genutzt. 1859 bezog Kronprinz Friedrich Wilhelm, der spätere Kaiser Friedrich III., das Barockschloss mit seiner Familie. Während der nur 99 Tage dauernden Regierungszeit - vom 9. März bis 15. Juni 1888 - erhielt das Palais vorübergehend den Namen Schloss Friedrichskron. In dieser Zeit wurde ein Wassergraben zugeschüttet, der um das Palais herumführte, und einige Modernisierungsmaßnahmen ergriffen, die sein Sohn Wilhelm II. fortführte, wie die Installation einer Dampfheizung, elektrisches Licht, Badezimmer und Toiletten in den einzelnen Quartieren sowie 1903 ein Fahrstuhl im Nordtreppenhaus. Bis 1918 blieb das Palais für den letzten deutschen Kaiser und seine Gemahlin Auguste Viktoria bevorzugte Residenz.
 
Bron: de.wikipedia.org
Neues Palais
Neues Palais (1763-1769)

Wat hebben wij toch met de laatste Duitse keizer? Echt sympathiek kunnen we hem eigenlijk niet vinden, zeker niet nadat hij op 1 augustus 1914 Rusland de oorlog had verklaard en twee dagen later de Russische bondgenoot Frankrijk. Was hij daarmee niet direct verantwoordelijk voor de wereldbrand die volgde en die uiteindelijk 10 miljoen mensenlevens zou kosten? En indirect voor de 50 miljoen doden van de Tweede Wereldoorlog? Vanaf het balkon van het Berliner Stadtschloss schuin tegenover de Berliner Dom had hij op 31 juli 1914 zijn volk toegesproken en opgeroepen massaal in de Dom te gaan bidden voor het dappere Duitse leger dat nu ten strijde zou trekken. Een dag later hield hij een tweede balkonrede.

31. Juli 1914
de balkonrede van keizer Wilhelm II

Berliner DomEen kerk kan ik de Dom van Berlijn eigenlijk niet noemen, evenmin als zijn grote voorbeeld, de Sint Pieter in Rome. Voor gewijde architectuur vind ik de gezwollen barok te patserig. Maar als monument van trots nationalisme zou je deze pompeuze stenen berg zeer geslaagd kunnen noemen. De Berliner Dom maakt samen met de al even bombastische Reichstag deel uit van een bouwproject onder Wilhelm II, waarmee hij Berlijn wilde opstoten in de vaart der volkeren. Wilhelm II koos in navolging van Napoleon III voor de neo-barok, een stijl die het opgeblazen ego van keizers uitstekend belichaamt. In 1894 werd aan de bouw van de dom begonnen en in 1905 werd het monstrum gewijd. Veertig jaar later zou de kolos zwaar gehavend de Tweede Wereldoorlog overleven, te log om door bombardementen weggevaagd te worden. Pas in 1975 werd begonnen met de restauratie van de Berliner Dom die in 1992 werd afgesloten. De laatste keizer heeft de vernietiging van zijn geliefde Berlijn niet meer mee hoeven te maken.

Berliner Dom
in het portaal van de Berliner Dom staat nog een bord met kogelgaten van beschietingen tijdens de Slag om Berlijn, april - mei 1945

Neues Palais in Potsdam | Berliner Dom

maandag 8 juni 2009
‘grandioze troosteloosheid’
de woestijnervaring van een ‘ongelovige pelgrim’
Pierre Loti over zijn reis door de Sinaï (1895)

Pierre LotiAan het einde van de negentiende en het begin van de vorige eeuw maakte de Franse schrijver Pierre Loti lange reizen naar het Oosten: Sinaï en Palestina (1895), Brits-Indië (1902), China (1903) en Perzië (1904). Van zijn eerste reis deed hij verslag in drie delen Le Désert, Jérusalem en La Galilée. Deze zijn in het Duits vertaald en Michaela gaf mij op mijn verjaardag de eerste twee delen (Die Wüste en Jerusalem). Vooral het eerste deeltje dat loopt van 22 februari tot 25 maart 1895 is voor mij interessant, omdat Loti daarin vertelt over zijn reis door de Sinaï en zijn verblijf in het heilige Catherinaklooster aan de voet van de berg waaraan het schiereiland haar naam te danken heeft. De Arabieren noemen deze berg eenvoudig de djebel moesa (’de Berg van Mozes’). Ik maakte als pelgrim in oktober 2007 met een groep orthodoxe christenen een reis naar deze heilige plaats. Het was heerlijk nazomerweer en dat betekent in de Sinaï nog altijd temperaturen van dertig graden of zelfs nog hoger. Piere Loti reisde van 22 februari tot 3 mei 1895 door de Sinaï en het Heilig Land.

Catherina klooster
Catherinaklooster Sinaï
hier in 2007 gefotografeerd, maar sinds 550 wezenlijk niet veranderd

Op de Sinaï lag sneeuw en in het klooster was het toen bitter koud. Maar de woestijn en de berg moeten er in 1895 net zo hebben bijgelegen als in 2007 of als in de dertiende eeuw voor Christus toen Mozes van God op deze afgelegen maar heilige plaats de Wet ontving. Als een scherp waarnemer schildert Loti met woorden zijn woestijnervaring, bijvoorbeeld het vallen van de avond in woestijn zoals hieronder:

Sobald die Zelte aufgeschlagen sind, verstreuen sich unsere von ihrer schweren Last befreiten Kamele um das Lager auf der Suche nach spärlichem Ginster; unsere Araber, auf der Suche nach trockenem Reisig zum Feuermachen, gleichen Hexen in langen Röcken, die abends Kräuter für ihre Zaubergetränke zusammenlesen. Und für eine Nacht bringt unsere kleine Nomadenstadt den Schein von Leben an diesen verlassenen Ort, wohin sie niemals mehr kommen und wo morgen wieder Totenstille herrschen wird.
 
Je tiefer die Sonne sinkt, um so gradioser wird die Trostlosigkeit dieses Ortes. Ein riesiger Kessel, den verschüttete Stadte zu umgeben scheinen; ein Wirrwarr an umgestürtzten, zerborstenen Dingen, an Spalten und Hohlen. Und das Ganze - wie unsere Kamele, wie unsere Beduinen, wie der Erdboden und wie alles andere - ist von aschgrauem oder warmem braunen Farbton, der ewige Hintergrund, der neutrale und doch so intensive Hintergrund, auf dem de Wüste ihren Lichtzauber verbreitet.
 
Jetzt naht die Stunde des Sonnenuntergangs, die zauberische Stunde; auf den fernen Gipfeln zeigt sich für flüchtige Minuten glühendes Violett und flammendes Rot; alles scheint Feuer in sich zu bergen.
 
Jetzt ist die Sonne verschwunden, und obwohl sich alles verdunkelt, glimmt ein Feuer unter dem Aschgrau und dem Braun, den wirklichen Farben der Dinge, weiter. Dann ein Schauder, und plötzlich sinkt die Kälte herab, die unvermeidliche Abendkälte der Wüste.
 
uit: Pierre Loti, Die Wüste (1895) Deutscher Taschenbuch Verlag 2002, blz. 23
Catherina klooster
het Catherinaklooster zoals ik het in 2007 zag - 112 jaar nadat Pierre Loti er verbleef

Loti die zijn reis als ‘een pelgrimage van een zoekende’ beschouwt, is meer geïnteresseerd in zijn zieleroerselen dan in religie. Hoewel in zijn aanbevelingsbrief in het Arabisch staat dat hij de islam vereert, noemt hij zichzelf ‘een ongelovige’. De brief die door een zekere Omar is geschreven om vijandige bedoeïnenstammen gunstig te stemmen is dan ook geen geloofsbrief maar een diplomatenbrief. Op zondag 25 maart, na zijn reis door het schiereiland komt Loti in Gaza aan. Het is dan Pasen 1895. Was hij maar een paar dagen vroeger geweest, dan had hij in de Heilige Grafkerk in Jeruzalem misschien getuige kunnen zijn van het wonder van het paasvuur. Maar de ‘ongelovige pelgrim’ vindt daarna, tijdens zijn reis door het Heilige Land juist alleen maar meer twijfel in zijn ziel. Loti is eigenlijk al een typische twintigste eeuwer; een zoeker met een onvermogen om te vinden en daardoor met zijn eigen wanhoop geconfronteerd raakt. Evenals Nietzsche spreekt hij als een profeet van het nihilisme over de toekomst:

Het gevoel dat alles meer dan ooit aan het wankelen is,
dat de goden verslagen zijn,
dat Christus gestorven is
en dat niets onze afgrond meer verlichten kan, heeft zich nu
meer dan tevoren bevestigd

Pierre Loti, 1895

Zijn reisdagboek besluit hij met de profetische woorden:

Duidelijk zien we een troosteloze toekomst voor ons; duistere tijden zullen komen wanneer de hemelse visioenen vervlogen zijn, tiranieke, gruwelijke democratieën en de ongelukkigen zullen niet eens meer weten wat bidden is.”

Pierre LotiPierre Loti (pseudonym of Julien Viaud), born January 14, 1850 in Rochefort, Charente-Maritime and died June 10, 1923 in Hendaye, was a French novelist and naval officer. Loti’s education began in Rochefort. At the age of seventeen he entered the naval school in Brest and studied on Le Borda. He gradually rose in his profession, attaining the rank of captain in 1906. In January 1910 he went on the reserve list.
 
Bron: [ en.wikipedia.org ]

Sinaï [ nl.wikipedia.org ]

zondag 7 juni 2009
Pinksteren 2009
vandaag viert de Orthodoxe Kerk haar geboortefeest
Alain Badiou over Paulus: universalisme vs. differentie-denken

Vorig weekend schreef Willem jan Otten in Letter & Geest (Trouw) ter gelegenheid van (Westers) Pinksteren over de drie woorden van het Christendom : ‘Christus is verrezen’. Hij besprak o.a. het boek van de Franse filosoof en romancier Alain Badiou, Paulus -De fundering van het universalisme. Dit boekje is in een Nederlandse vertaling bij Ten Have in de Agora-reeks verschenen.

 

Pinksteren

Paulus -De fundering van het universalisme
Badious interesse in het universalisme is (…) geen religieuze. In de eerste plaats vindt hij in dit universalisme een alternatief voor het ‘differentie-denken’ dat decennialang bij Franse wijsgerige tijdgenoten zoals Deleuze en Derrida de boventoon heeft gevoerd. Dit denken benadrukt het belang van particularisme en differentie. Voor Badiou daarentegen zijn verschillen en particulariteiten het allergewoonste wat er is, zoals hij in het boekje De ethiek provocerend opmerkt. Alleen dat wat deze verschillen overstijgt en doorkruist en zo iedereen gelijkelijk aangaat vormt een uitzondering op dit doodgewone en verdient daarom met recht de kwalificatie ‘événement’.
Bron: bespreking Alain Badiou [ 8weekly.nl ]

Niet zozeer de gedachte, maar de trouw daaraan is zijn onderwerp. En hij maakt gaandeweg duidelijk dat deze trouw van Paulus
een vrij mens maakt.

Willem Jan Otten over Badiou

PaulusBadiou noemt Paulus bij herhaling, en met diepe sympathie, ’de geniale anti-filosoof’. Hij rekent af met iedereen die in Paulus een religieuze dwingeland of een alle vooruitgang blokkerende godsdienstfanaat ziet, speciaal met Nietzsche. Het boek heeft een postmodernistische agenda. Badiou wil iets zeggen over ’waarheid’. Die kan volgens hem nooit een kwestie van weten en kennis zijn, ook niet van herinneren, maar van al verkondigend trouw blijven aan een beseffende gebeurtenis, een ’evenement’.
 
Trouw blijven aan iets wat in je opkomt, en tegen alles ingaat wat je voorheen wist, en niet beredeneerd of gelegitimeerd kan worden – dat fascineert Badiou. Niet zozeer de gedachte, maar de trouw daaraan is zijn onderwerp. En hij maakt gaandeweg duidelijk dat deze trouw van Paulus een vrij mens maakt. Iemand die, om zijn eigen woorden (in de Galatenbrief) te spreken, „in de vrijheid stond waarin Christus u gelaten heeft”.
 
Badiou gaat neuriënd en schouderophalend voorbij aan de discussie waaraan moderne geloofscolumnisten en filmers verslaafd zijn: kan Jezus heus bestaan hebben? Was hij bezig met het stichten van een religie? Hij was Jood, kan hij zich dan Zoon van God genoemd hebben? Kan hij uit de dood zijn opgestaan?
 
Badiou gelooft niet, ook niet in ’Christus is verrezen’, en toch laat hij zijn hele betoog draaien om Paulus’ trouw aan deze woorden. En ik vraag me af of er een hedendaagse theoloog is die me dichter bij de mateloze betekenis van deze woorden zou kunnen brengen dan Badiou heeft gedaan.Volgens Badiou beweert Paulus met de drie woorden niets anders dan dat Christus in hem, Paulus, is verrezen.
 
Bron: de drie woorden van het Christendom [ trouw.nl ]
zaterdag 6 juni 2009
de langste dag
D-Day van Antony Beevor is in het Nederlands vertaald

Beevor, D-DayD-Day is vandaag 65 jaar geleden. Er is over de landing in Normandië al een bibliotheek volgeschreven. Toch heeft de Britse historicus Antony Beevor het aangedurfd een nieuw boek over D-Day te schrijven. Maar komt hij ook met nieuwe feiten en nieuwe interpretaties? Antony Beevor is toch wel iemand van wie je dat mag verwachten. Hij schreef al twee bestsellers over de Slag om Stalingrad en de Slag om Berlijn en vooral dat laatste boek bevatte veel nieuws omdat Beevor na het einde van de Sovjet Unie in de jaren negentig als een van de eerste toegang werd gegeven tot de archieven in Moskou. Ook wanneer dit boek weinig nieuws zou bevatten, blijft het een ervaring om Beevor’s toegankelijke, beeldende en nauwgezette stijl te volgen.

Beevor, D-Day‘Nooit eerder in de oorlogsgeschiedenis,’ schreef Stalin aan Churchill, ‘heeft zo’n onderneming plaatsgevonden.’ Het was inderdaad verreweg de grootste vlootinvasie ooit vertoond. De deelnemers aan de invasie over Het Kanaal – soldaten, zeelieden, piloten – zullen het beeld nooit vergeten, net zo min als de verraste Duitse verdedigers aan de Normandische kust. De schaal van de onderneming en de nauwgezette planning waren zonder precedent, maar hoewel de bruggenhoofden relatief snel waren aangelegd, was de volgende fase van de strijd veel moeilijker dan verwacht. Het Normandische heggenlandschap was ideaal voor de verdediging, en de Duitsers, in het bijzonder de divisies van de Waffen-SS, vochten meedogenloos voor hun laatste kans. Aan de hand van nooit eerder gebruikt materiaal uit meer dan dertig archieven in zes landen laat Antony Beevor zien hoe de Britse, Canadese en Amerikaanse troepen verzeild raakten in gevechten waarvan de hevigheid die van het Oostfront evenaarde. Het aantal slachtoffers groeide, evenals de spanning tussen de leiders aan gene zijde. Franse burgers raakten ongewild verstrikt in de gevechten en kregen groot leed te verduren. Zelfs de vreugde om de bevrijding had een keerzijde. De oorlog in Noord-Frankrijk drukte niet alleen een stempel op een generatie, maar op de hele naoorlogse wereld en had een bepalende invloed op de verhouding tussen Amerika en Europa. Net als in zijn eerdere bestsellers over Stalingrad en de bevrijding van Berlijn, maakt Antony Beevor de werkelijke ervaring van oorlog voelbaar.
 
Bron: amboanthos.nl

antonybeevor.com

vrijdag 5 juni 2009
rear window
vier uitzichten van ‘driehoog achter’ van 1794 tot 1844
de ’snapshots’ van David, Blechen, Daguerre en Menzel

Driehoog achter is het uitzicht uit een klein zolderraam soms het weinige contact dat een (arme) schilder met de buitenwereld heeft. Dat is natuurlijk helemaal zo als je gevangen gezet wordt. Dat overkwam Jean Jacques Louis David in 1794. Een jaar daarvoor had hij nog een tekening gemaakt van Marie-Antoinette op weg naar het schavot. En nu was het hem zelf bijna overkomen. Na de val van Robespierre was er een aanklacht tegen David ingediend en ontsnapte hij tenauwerdood aan de dood. Hij werd gevangen gezet en keek vanuit zijn cel op de Jardin du Luxembourg. Daar maakte hij toen een olieverfschilderijtje van het uitzicht dat tegenwoordig in het Louvre hangt .

Jean Jacques Louis David en Adolph Menzel
boven: Jean Jacques Louis David, uitzicht op de Jardin du Luxembourg (1794) en onder: Adolph Menzel, Hinterhaus und Hof (1844)
Ondanks de droge en niet gemanipuleerde compositie oogt het bovenste tafereel duidelijk als een schilderij, terwijl de onderste voorstelling veel meer van een foto heeft. Tussen beide schilderijen zit vijftig jaar, de periode waarin de fotografie ontstond.

De Duitse realist Adolph Menzel waarover ik al eerder schreef, schilderde vijftig jaar later ook een uitzicht. Hij zat niet gevangen en schilderde het tafereel vrijwillig. Uit overtuiging. Omdat hij realist was. Een schijnbaar onbeduidend uitzicht hoorde er voor hem gewoon bij. Dat was toen nog helemaal niet vanzelfsprekend. Geïnspireerd door de Constables die hij in 1839 in Berlijn had gezien, begon hij schetsmatig in olieverf de wereld om hem heen vast te leggen en Hinterhaus und Hof uit 1844 is daar een prachtig voorbeeld van.

Louis-Jacques-Mandé Daguerre, 1839
Boulevard du Temple Parijs 1839
door Louis-Jacques-Mandé Daguerre

Het nieuwe medium van de fotografie opende vanaf 1840 een nieuw venster op de werkelijkheid. In 1839 maakte Louis-Jacques-Mandé Daguerre de bovenstaande opname, een van de eerste ‘foto’s’ (lees: daguerreotypie) uit de geschiedenis. Dat er op straat geen mensen zijn te bekennen, komt omdat er in 1839 nog een lange sluitertijd nodig was. Alleen de schoenpoetser en zijn klant op de straathoek zijn vereeuwigd, de voorbijgangers zijn vervluchtigd. Dergelijke beelden hadden hun uitwerking op de schilderkunst die zich nu samen met het nieuwe medium tegenover een veel ruimere werkelijkheid bevond. Schijnbaar onbeduidende voorstellingen bleken ook tot het domein van de schilderkunst te horen nu er een soort ‘achterraam op de wereld’ was bijgekomen. De realisten en impressionisten begonnen in navolging van de fotografie de alledaagse werkelijkheid te omarmen. De schilderijen van David (1794), Menzel (1844) en Blechen (1833) zijn bijzonder, omdat zij geschilderd zijn voor 1845, toen realisme en impressionisme nog niet waren ‘uitgevonden’ en de fotografie nog niet of nauwelijks een rol speelde. Daarbij onderscheiden deze taferelen zich ook van het Hollandse realisme uit de 17e eeuw omdat iedere vorm van moralisme achterwege blijft. Het gaat om de naakte feiten, niets meer en niets minder.

Carl Blechen, Blick auf Dächer und Gärten (1833)
Dieses Gemälde zeigt den Ausblick aus einem rückwärtigen Fenster in Carl Blechens (1798-1840) Wohnung in der Berliner Kochstraße. Die Szene ist nicht zuletzt deshalb interessant, weil sie die ungleiche Natur der städtischen Entwicklung Berlins dokumentiert. Die Kochstraße lag nur wenige Häuserblöcke südlich von Schinkels berühmtem Schauspielhaus am Gendarmenmarkt. Ihre Nähe zu den Repräsentativbauten Berlins zeigt sich im linken Bildhintergrund, wo die Rückseiten der prachtvollen Bauten zu sehen sind, welche sich entlang der Friedrichstraße zogen. Der Stadtteil, in dem die Kochstraße lag, war jedoch wesentlich bescheidener und hauptsächlich von Handwerkern und anderen Facharbeitern bewohnt. Obwohl Blechen eine Professur für Landschaftsmalerei an der Berliner Akademie innehatte und die Unterstützung kultureller Größen wie Bettina von Arnim genoss, erzielten seine Gemälde keine besonders hohen Preise und verkauften sich schlechter als er es für angemessen hielt. In den 1880er Jahren wurde Blechen durch eine Retrospektive in der Berliner Nationalgalerie aus der Vergessenheit geholt.

Blechen
Carl Blechen
Blick auf Dächer und Gärten, 1833

Wie Adolf von Menzel, wurde auch Blechen später von Kritikern und Künstlern gelobt, deren modernistischer Kunstgeschmack sie nur einen begrenzten Teil des großen Schaffens dieses Malers schätzen ließ. Diese Ansicht von Dächern und Gärten wäre von ihnen beispielsweise für den groben Pinselstrich, das einfache, alltägliche Thema und den willkürlichen Bildausschnitt gelobt worden. Wie auch Menzels Balkonzimmer, das mehr als ein Jahrzehnt später entstand, scheint der Blick auf Dächer und Gärten aus dem reinen Festhalten des Künstlers seiner persönlichen Wahrnehmung der engsten Umgebung hervorgegangen zu sein. Die Vorstellung, dass ein Kunstwerk in erster Linie als Ausdruck der einzigartigen, subjektiven Idee des Künstlers geschätzt werden sollte – nicht als Darstellung einer Geschichte, einer Form des Lobes Gottes oder der Monarchie oder der Darstellung eines schönen Anblicks – ist natürlich auf die Romantik zurückzuführen.

Bron: germanhistorydocs.ghi-dc.org

donderdag 4 juni 2009
walhalla
Michaela en ik bezochten zondag het walhalla van de Duitse schilderkunst
de Alte Nationalgalerie in Berlijn
Alte Nationalgalerie
Alte Nationalgalerie in Berlijn

Afgelopen zondag bezochten we de Alte Nationalgalerie in Berlijn. Anders dan bij het vorige bezoek namen we nu de lift naar de bovenste verdieping om te beginnen in het walhalla van de negentiende eeuwse Duitse schilderkunst. In het heiligdom van de Duitse romantiek, de zaal met schilderijen van Caspar David Friedrich hing een eerbiedige stilte. Bij de huivering en het ontzag voor de grootsheid van de natuur horen geen woorden meer. Achteraf begint het gestamel, de biecht van de zwijger.

Carl BlechenIn de kleinere zaal naast de Duitse schilder-mysticus hangt het werk van een van zijn navolgers Carl Blechen, een schilder waar ik steeds meer door geboeid ben. De Alte Nationalgalerie heeft ruim dertig werken van hem, waaronder een werk dat pas vorig jaar verworven is en nog niet in de catalogus uit 2001 is opgenomen. Anders dan Friedrich werd Blechen aangetrokken door het Zuiden en trok hij in 1828 voor een paar jaar naar Italië. Deze reis heeft een beslissende invloed op hem gehad. Hij tekende en schilderde in Italië heel veel in de openlucht, waardoor hij zijn gevoeligheid voor licht en kleur sterk ontwikkelen kon. De helderheid en het koloriet van zijn schilderijen, die door het Italiaanse licht bepaald worden, onderscheiden hem van Caspar David Friedrich, die hij zo bewonderde. Zijn manier van schilderen is ook veel losser en vrijer dan de die van zijn tijdgenoten, waardoor je Blechen samen met Constable als een van de voorlopers van het impressionisme zou kunnen zien.

Friedrich Overbeck, Der Maler Franz PforrDe hoogste verdieping van de Alte Nationalgalerie is toepasselijk ingericht voor de kunst uit de zogenaamde ‘Goethezeit’ zeg maar de Duitse Gouden Eeuw. Schuin tegenover de zaal met schilderijen van Carl Blechen hangen de minutieus geschilderde doeken en panelen van de Nazarener, een groep romantici die het gevoel hadden te laat geboren te zijn. Zij dweepten met de Middeleeuwen en spiegelden zich in schilderkunstig opzicht aan Rafael. Daarin verschilden ze dus van hun Engelse vakbroeders, de Pre-Raphaelite Brotherhood, al was hun kunst niet minder een anachronisme. Geïnspireerd door Wackenroder’s Herzensergießungen eines kunstliebenden Klosterbruders vluchtten ze uit de werkelijkheid in een geïdealiseerde wereld van maagdelijkheid en devotie.

Menzel, der Fuss des Künstlers, 1876Adolph Menzel had vergeleken met de Nazareners weinig moeite met de alledaagse werkelijkheid. Hij schilderde in 1847 al een locomotief die door het landschap raast en was daarmee de impressionisten een kwarteeuw voor. Het monster van de vooruitgang, getiteld Die Berlin-Potsdamer Eisenbahn , hangt nu toepasselijk op de eerste verdieping van de Alte Nationalgalerie. Vanuit de bovenste regionen met religieuze landschappen van Caspar David Friedrich en devote maagdelijkheid van de Nazarener daalden we zo af naar het negentiende eeuwse realisme van Menzel. Het beviel mij beter dan de voorlaatste keer, toen ik de brede trappen beklom om de aarde te ontstijgen en in het walhalla te eindigen. Na sluitingstijd had ik daar toch niet mogen blijven. Mijn plek is de aarde, met de beide benen op de grond, tussen de ronkende locomotief en de opgezwollen voet van Menzel.

Menzel
Adolph Menzel
Die Berlin-Potsdamer Eisenbahn, 1847

Na ons bezoek aan de Alte Nationalgalerie keerden we met de trein Berlijn-Potsdam terug naar onze vrienden in Potsdam, met in mijn hoofd het schilderij van Menzel. De vaart is 162 jaar later alleen maar toegenomen, al durven de meesten van ons dat geen vooruitgang (meer) te noemen. De realiteit is niet te verkiezen boven een geïdealiseerde wereld, toch zullen we het ermee moeten doen.

realist [ over Adolph Menzel op W&V ]

johannes@mimesis.nl

HTML Hit Counters
eXTReMe Tracker

het numineuze www.griffioen-beelden.nl

www.gerdrenshof.com

www.vanleestantiek.com

nl.orthodoxlogos.com

comics grafische vormgeving en webdesign muziek tekeningen en illustraties wetenschap taal & poëzie Rusland religie geschiedenis filosofie film boeken orthodoxie schilderkunst architectuur fotografie