Lilla Rogers heeft hoofdzakelijk vrouwelijke illustrators onder haar hoede
Lilla Rogers Studio is a well-established agency in Massachusetts that represents commercial artists internationally. In business for over 23 years, the Studio was founded by Lilla Rogers, a visual arts instructor as well as an internationally-known illustrator and painter. Susan McCabe and Ashley Lorenz are other key partners. They work closely with the artists they represent and engage them in studio events. Their artists’ client lists include popular magazines, newspapers and other major companies in a variety of industries.
in navolging van Georges Rodenbach in Brugge, 1995
Gisterenavond vond ik een foto van mijzelf uit 1995 in Brugge. In mijn gedachten had ik toen het portret dat Lucien Lévy-Dhurmer (1865-1953) in 1896 maakte van de schrijver Georges Rodenbach (1855-1898).
Lucien Lévy-Dhurmer portret van Georges Rodenbach (1896) en mijn navolging uit 1995
Voor mij is dat hét portret van de melancholicus, schitterend getroffen in het bleke, ziekelijke gelaat en zijn onderhuidse paniek. In Brugge zit je goed voor romantiek zou je denken. Zo niet voor Georges Rodenbach. Hij situeerde er zijn roman Bruges-la-Morte, maar in een verkeerde tijd. In de negentiende eeuw was Brugge ernstig in verval geraakt, heerste er armoede en prostitutie. Voor een poète maudit uit het fin de siècle daarom a place to be. Zijn roman Bruges-la-Morte werd in de decadente jaren negentig van de negentiende eeuw een hit, maar de Bruggelingen waren er niet blij mee. Tegenwoordig kun je je in een koetsje door Brugge laten rondtoeren en daarna genieten van een maaltijd die de Bourgondische gouden tijd doet herleven. Brugge is geknipt voor een romantisch weekendje voor twee personen dus. De laat-romantici en decadente dichters zagen dat duidelijk anders en bekeken de stad door een donkere bril. Die heb ik op bovenstaande foto eens uitgeprobeerd.
Georges Rodenbach (1855-1898) heeft ongetwijfeld bijgedragen tot de wereldwijde renommée van de stad Brugge. De wijze waarop dit gebeurde werd hem echter door de Bruggelingen niet in dank afgenomen. Een stad die in volle actie was, enerzijds om een nieuwe haven te veroveren, anderzijds om de stad mooier en aantrekkelijker te maken, was er helemaal niet mee gediend om als La Morte te worden afgeschilderd. Zijn tweede boek, Le Carillonneur, werd zo mogelijk nog slechter onthaald, want dit was een regelrechte aanval op Brugge Zeehaven.
Brugge heeft dan ook steeds geweigerd aan Georges Rodenbach eer te bewijzen. Een voorstel om hier een straat naar hem te noemen, een standbeeld van hem op te richten of al was het maar een plakket tegen een muur te plaatsen, werd steevast geweigerd of genegeerd. Enkel een heel bescheiden plaatje, betaald door de familie Rodenbach, werd door de privévereniging ‘Les Amis de Bruges‘ ingemetseld in de trap van een woning Jan van Eyckplein. In Gent werd daarentegen wel een monument voor Georges Rodenbach opgericht.
Dit is een geslaagde
en gevoelige evocatie
van een tot ziekelijke obsessie
en psychose verworden zoektocht
van een gefrustreerde man
over de verfilming van Bruges-la-Mort
opera en verfilming Erich Wolfgang Korngold schreef in 1920 de opera Die tote Stadt. Het libretto is van Paul Schott (een pseudoniem van de vader van de componist) en is gebaseerd op Bruges-la-Morte. Rodenbach’s korte roman werd ook verfilmd in 1981 onder de naam Brugge, die Stille
Utrechts Museum verwerft prent van Abraham Bloemaert
Sinds eeuwen zijn voorstudie en schilderij weer herenigd, tot 29 november
De Utrechtse schilder Abraham Bloemaert (1564-1651) bereikte een zeer hoge leeftijd voor iemand in de zeventiende eeuw. In zijn lange leven had hij talloze leerlingen en het is dan ook niet overdreven dat men hem de vader van de Utrechtse School is gaan noemen. Het Centraal Museum in Utrecht is de thuishaven van zijn schilderijen geworden. Het museum bezit 33 Bloemaerts: 16 schilderijen en 17 tekeningen. Daar is nu een tekening bijgekomen. Het is een voorstudie van een schilderij dat al in Centraal Museum hing.
de voorstudie de aanbidding van de drie koningen uit 1624 die het Centraal Museum onlangs heeft aangekocht en die nu samen met het schilderij tentoongesteld wordt
Abraham Bloemaert
aanbidding der koningen, 1624
Dit is typisch een Italiaans schilderij. Toch is het geschilderd in de Noordelijke Nederlanden. Vooral de invloed van Titiaan is evident. Het bevindt zich in de collectie van het Centraal Museum Utrecht.
De voorstudie is van grote betekenis voor het getekende oeuvre van Bloemaert, aangezien er slechts een tiental van zijn voorstudies is overgeleverd. De recent aangekochte voorstudie voor De aanbidding van de drie koningen bevat informatie over de oorspronkelijke staat van het schilderij. Door de prent uit Haarlem met dezelfde compositie ontstond het vermoeden dat het schilderij in het verleden aan de rechterzijde was ingekort. Op zowel de voorstudie als de prent staat uiterst rechts, achter de drie koningen, een jongeman ten voeten uit, terwijl op het schilderij enkel het hoofd half is te zien. Het schilderij is waarschijnlijk kleiner gemaakt om het werk te laten passen boven de schouw van een Utrechts woonhuis.
een man van stil en bequamen wesen
Bloemaert nu Ao. 1604. is oudt 37. Iaren, en werdt desen aenstaenden Kerstdagh 38. Hy is een Man van stil en bequamen wesen, hertlijck verlieft en gheneghen meer en meer nae te soecken d’uyterste cracht en schoonheyt der Const Pictura: welcke, ghelijck sy Bloemaert, om zijnen schilderachtigen bloem-aerdt, (van hem bloemigh verciert wesende) gheheel vriendlijck toeghedaen en gunstigh is, doet sy uyt rechte danckbaerheyt van Wtrecht zijnen naem recht uyt de Weerelt over loflijck voeren en dragen, door d’al-siende en al vernemende dochter der spraeck, de duysent tonghsche snel vlieghende Fama oft gheruchte, die in haer ghedacht-camer, by den vermaerden Schilders namen, den zijnen d’onsterflijckheyt sal overleveren, en voor de verderflijcke scheer van Atropos eewigh beschermen en behoeden.
Karel van Mander in zijn Schilderboeck over Abraham Bloemaert
gisterenavond het Square Eyes Festival in Arnhem bezocht
Het tweede blok van het Square Eyes Festival begon met een half uur durende performance van media artist Max Hattler uit Londen. Het werd een zware aanslag op mijn perceptie. In een moordend tempo kreeg het publiek honderdduizenden beelden over zich heen. Waar ging deze voortijlende stroom beelden over? The medium is the message? Of was het ‘the massage’ van miljarden synapsspleten? Niets meer om je aan vast te klampen, een genadeloze beeldenstroom waar je aan was overgeleverd alsof je in een achtbaan zat. Het ging de interpretatie voorbij en leverde enkel nog perceptie op die na verloop van tijd zijn drogerende werking kreeg. Hier en daar werden wat plaatjes van hersenen, dendrieten en axons door de beeldenbrei gestrooid, als medische bijsluiter. Wilde ik mij hieraan overgeven?
Antoine Catala
still uit Couple in the garden (2007)
Volgende graag! Dat was een video van de Franse media artist Antoine Catala (1975) met de titel Couple in the garden. Ook hier voortdurende verandering, maar in deze video werd wél een houvast geboden. In de kleurige pixeldiarree zagen we telkens twee figuren opdoemen, druipend als lavalampen. Door het in- en uitzoomen gaf de data moshing techniek een heel ruimtelijk effect. Fascinerend.
In Couple in a Garden, Antoine Catala presents a video portrait that verges on the edge of abstraction, recognition, chance and control. Catala first began experimenting with “data moshing” in 2003, a technique that intentionally causes compression errors in digital video, which often plague satellite television, streaming internet videos and other digital environments. Using his own original footage of a young couple set against a backdrop of foliage, the camera pans and zooms around the tableau while the data moshing creates streaks of distortion and color. Through the continuous motion of the video, the human form becomes mutated in a visceral manner that exposes fleeting insights into our relationships with moving images. The dissonance of the video’s music—composed by Olivier Alary—further heightens the psychedelic qualities of the visuals, which become something like physical images.
Humphrey Bogart met het kostbare beeldje dat gemaakt is van ’stuff that dreams are made of’…
Sam Spade (Humphrey Bogart) is samen met zijn partner Miles Archer eigenaar van een detective-bureau. Op een dag wordt Archer doodgeschoten terwijl hij iemand aan het schaduwen is. Vanaf dat moment wordt Spade in de gaten gehouden door de politie. Dat belet hem echter niet om zelf op onderzoek uit te gaan naar de mysterieuze omstandigheden rond de moord. Zodoende raakt hij verwikkeld in de strijd om een extreem kostbaar beeldje
The Maltese Falcon van Dashiell Hammett verscheen in 1929 in het detective magazine Black Mask. Het verhaal was al tweemaal verfilmd (in 1931 en 1936) toen Humphrey Bogart in 1941 de ultieme Sam Spade neerzette.
The Maltese Falcon staat hoog genoteerd bij de bezoekers van imdb.com
01. 8.7 Sunset Blvd. (1950)
02. 8.6 Double Indemnity (1944)
03. 8.5 M (1931)
04. 8.5 The Third Man (1949)
05. 8.4 The Maltese Falcon (1941)
06. 8.4 Touch of Evil (1958)
07. 8.3 Strangers on a Train (1951)
08. 8.3 Notorious (1946)
09. 8.3 The Big Sleep (1946)
10. 8.2 The Ox-Bow Incident (1943)
gekocht: Taschen mini-monografie van Norman Rockwell
Uitgeverij Taschen zoekt meestal een evenwicht tussen goede smaak en grote oplage en deze afweging vind je vooral terug in de canon van Taschen’s populaire kunstenaarsmonografieën voor de kleine beurs. Zo is er in de serie (zeer) betaalbare monografieën niet alleen plek voor twintigste eeuwse kunstenaars met een grote ‘K’ zoals Mark Rothko, Jackson Pollock en Francis Bacon, maar ook voor commerciële kunstenaars en illustratoren als Alphonse Mucha, Carl Larson en Norman Rockwell. Waar drie eerstgenoemde kunstenaars het bij een (brede) elite goed doen, doen drie laatstgenoemde het vooral goed bij de massa. Voor veel mensen (en zeker onder kunststudenten) geldt dat de smaak van de elite beter ontwikkeld is dan die van de massa. Toegankelijke en illustratieve kunst valt daardoor bijna altijd uit de gratie, terwijl ‘moeilijke’ en minder toegankelijke kunst de elite aantrekt. Hoewel Norman Rockwell (1894-1978) in de Verenigde Staten een van meest geliefde kunstenaars is, verdient zijn ‘kunst’ bij de critici en connaisseurs nog niet eens een kleine ‘k’. Het is een beetje hetzelfde verhaal als met Anton Pieck. Te zoetsappig, sentimenteel, vals en natuurlijk, ook te commercieel.
Het is een vreemde ontwikkeling in de schilderkunst: vóór 1870 was de historieschilderkunst het hoogste dat je als schilder kon bereiken. Je moest niet alleen technisch je métier door en door beheersen, maar tegelijkertijd moest je regisseur zijn en daarbij nog een mensenkenner. Die bundeling van talenten is zeldzaam. Rembrandt had het allemaal en is daarom een voorbeeld voor bijna iedere schilder. Zijn Bijbelse ‘historieschilderingen’ zijn in feite grote illustraties op doek en werden en worden vooral om hun narratieve kwaliteiten gewaardeerd. Maar in de twintigste eeuw keert de hiërarchie zich om en gaat men neerkijken op verhalende schilderkunst. “Anekdotisch” of “illustratief” was op de kunstacademie in de jaren tachtig een van de ergste kritieken die je op een schilderij kon krijgen. Wanneer een schilderij te toegankelijk was en dus mogelijk in de smaak kon vallen bij het grote publiek en daardoor vatbaar was voor commerciële exploitatie, dan zat je duidelijk in de verkeerde hoek. Maakte je dat soort schilderijen, dan moest je maar iets met ‘toegepaste kunst’ gaan doen en naar een posterboer lopen of een reclamebureau opzoeken.
de tweede omslag (juni 1916) die Norman Rockwell schilderde voor The Saturday Evening Post. Omdat moderne vier kleurendruk toen nog niet mogelijk was, moest hij zijn palet beperken tot wortelachtig rood en warme grijzen
Toen Norman Rockwell 22 was, zocht hij het bureau van The Saturday Evening Post in Philadelpia op. In 1916 was de avant garde in Amerika al wel aan het doorbreken, maar tegelijkertijd was er een gouden tijd voor illustratoren, vooral voor degenen die zich gespecialiseerd hadden in covers. Voor de oplage was een aantrekkelijke omslag cruciaal. Dus wemelde het van de artiesten die Mary Pickford-achtige meisjes schilderden. Maar covergirls bleken niet Rockwell’s sterke punt. Waar hij wel erg goed in was, dat waren straatjochies en scenes met onschuldig kattekwaad. Daarin was ook nauwelijks concurrentie en zo kon Rockwell in 1916 bij de The Saturday Evening Post aan de slag. Het zou het begin zijn van een levenslange carriere bij het populairste magazine van de Verenigde Staten. Zijn werk kwam zo in miljoenen huiskamers op tafel te liggen. Tot 1963 zou hij 322 omslagen voor dit blad schilderen. Tegenwoordig zijn deze covers een gewild verzamelobject en overal op internet worden ze aangeboden. Zoals Mark Rothko een van de publiekslievelingen van de elite geworden is, zo is Rockwell dat van de (Amerikaanse) massa.
Normal Rockwell (1894 – 1978), one of America’s most beloved artists, left a timeless legacy of nostalgic, endearing, whimsical paintings that appealingly and insightfully depict simple, and often idyllic, scenes from daily life. After illustrating a series of children’s books at age 16, Rockwell was hired to be the art director of “Boys’ Life,” the official publication of the Boy Scouts of America. Six years later, he sold his first cover to the most prestigious magazine of the era, the “Saturday Evening Post.” Over the next 47 years, he created 321 covers for the “Post,” which became synonymous with his name. He later worked for “Look” magazine, addressing more serious issues of civil rights, poverty and space exploration.
een van zijn latere covers the runaway 1958
Honderd jaar geleden volgde Norman Rockwell als teenager in de weekenden in New York lessen aan de gerenormeerde Chase School of Art van William Merritt Chase. Ook Edward Hopper studeerde (enkele jaren daarvoor) aan dit instituut.
Met de herdenkingen rond de Slag om Arnhem zijn er behalve de veteranen en hun familie weer heel wat belangstellenden die een blik werpen over de Rijn, Betuwe en de Waal naar Nijmegen, de zusterstad die van september 1944 tot mei 1945 frontstad was. In en rond Arnhem heb je verschillende fraaie uitzichten. Bij het Museum voor Moderne Kunst bijvoorbeeld. Westelijker op de Westerbouwing bij Oosterbeek kijk je ook dwars over de Betuwe heen. En op Hoogte 80 (Geitenkamp) kijk je tot in Duitsland (zie hieronder).
Presikhaef, de oostelijke Betuwe en het Reichswald gezien vanaf Hoogte 80 en de bocht in de Rijn bij Oosterbeek vanaf de Westerbouwing
De Veluwezoom is rijk bebost, maar dat is niet altijd zo geweest. Op een schilderij van een tijdgenoot van Rembrandt zien we dat de stuwwallen bij Arnhem en Doorwerth er 350 jaar compleet anders uitzagen. De bomen waren rond 1500 in opdracht van de Bourgondische vorst Filips de Schone gekapt en de schapen zorgden er daarna voor dat het kaal bleef.
Arnhem buiten de Rijnpoort ca. 1640
door Joris van der Haagen (1615-1669)
Honderd jaar later zien we dat de bomen op de stuwwal zijn teruggekeerd.
Arnhem het Onderlangs ca. 1741
door Jan de Beyer
Eeuwenlang waren de heuvels en de woeste heide- en zandvelden van Veluwe een last voor de stad. Je kon er niet op bouwen, het was geen geschikte landbouwgrond en het belemmerde het verkeer en vervoer. Vrijwel alle bomen werden rond 1500 in opdracht van de Bourgondische vorst Filips de Schone gekapt om een belegering van de stad mogelijk te maken. Nieuwe grootschalige boomaanplant vond plaats in de achttiende en negentiende eeuw. In die tijd werd Arnhem het ‘groene Haagje van het oosten’ en vestigden welgestelden, niet alleen overigens uit ‘s-Gravenhage, zich in de stad. Ze werden later gevolgd door de toeristen van de twintigste eeuw. De bossen en juist het contrast tussen heuvel en rivier, tussen Veluwe en Betuwe, gaven de stad reliëf.
gisterenavond gezien op Arte: The Big Sleep (1946)
Voor een film noir liefhebber als ik zit je bij de Duits-Franse zender Arte goed. In mei werd Sunset Boulevard (1950) nog uitgezonden en gisterenavond was de ‘Bogie and Bacall’ klassieker The Big Sleep (1946) aan de beurt. Deze film werd in het voorlaatste oorlogsjaar opgenomen maar het duurde tot augustus 1946 voordat hij werd uitgebracht. Een kwestie van marketing. Want Warner Brothers had in 1944 en 1945 nog oorlogsfilms op de plank liggen waar men nu plotseling haast mee had omdat de oorlog ten einde liep en men vreesde dat het publiek die straks niet meer zou lusten.
Gisterenavond werd de bioscoopversie uit 1946, de zgn. ‘movie star’ versie uitgezonden. Daarnaast is er een film noir versie. Op sommige DVD’s staan beide versies, zodat je kunt zien welke scenes zijn weggelaten en/of toegevoegd. Dat er twee versies van de film kwamen, had o.a. te maken met het optreden van Martha Vickers die de rol speelde van het nymfomane zusje van Lauren Bacall. De erotiek spat van het scherm en dus moest haar ster minder schitteren ten gunste van die van Lauren Bacall. Daarom werden er voor de ‘movie stars’ versie nieuwe scenes tussen Bogart en Bacall opgenomen en werd Vickers hier en daar weggeknipt. Maar haar binnenkomer (zie scene hieronder) heeft Howard Hawks er wél ingelaten. Overigens werd Hawks’ originele cut die was bedoeld voor de Amerikaanse militairen in de Pacific, pas in de jaren negentig teruggevonden.
beginscene uit The Big Sleep
Philip Marlowe arriveert in het huis van generaal Sternwood en terwijl hij in de hal wacht, ontmoet hij daar Carmen, de brutale jongste dochter van de generaal, gespeeld door de in 1944 negentienjarige Martha Vickers
Ook speelde de motion picture production code van Hayes Office in die dagen een doorslaggevende rol. In de roman The Big Sleep van Raymond Chandler stonden expliciete scenes die in de film niet konden. Zo ging Martha Vickers bijvoorbeeld niet uit de kleren omdat dit in die tijd nog taboe was. Als compensatie zijn veel dialogen in The Big Sleep erotisch geladen, met name die tussen Bogart en Bacall. Tenslotte werd er in de “movie star” versie uit 1946 een scene geknipt waarin de plot belicht wordt. Het verhaal werd zo veel lastiger te volgen, maar voor de film was dat minder belangrijk dan de chemie tussen de twee hoofdrolspelers. Bovendien is in een film noir de plot meestal ondergeschikt gemaakt aan de sfeer. En die sfeer werd door Howard Hawks zo overtuigend neergezet dat The Big Sleep een voorbeeld werd voor alle film noirs die daarna gemaakt werden. En Humphrey Bogart zette de ultieme Philip Marlowe neer.
Humphrey Bogart en Martha Vickers
Privé-detective Philip Marlowe wordt ingehuurd om Carmen de jongste dochter van generaal Sternwood in de gaten te houden. Ze is in slecht gezelschap terecht gekomen en staat op het punt om schade aan te richten aan zichzelf en haar familie. Marlowe raakt al snel verliefd op de oudste zuster, Vivian, die in het begin niets met Marlowe te maken wil hebben. Wanneer er enkele moorden plaatsvinden begint het allemaal pas echt…
vandaag is het de 149e sterfdag van Arthur Schopenhauer (1788-1860)
De mensheid heeft enige dingen van mij geleerd die zij nooit zal vergeten
Arthur Schopenhauer
Ik ben nu al benieuwd hoeveel aandacht er volgend jaar besteed gaat worden aan de 150e sterfdag van Arthur Schopenhauer. Maar het staat voor mij al vast dat die aandacht in het niet zal vallen vergeleken bij de mediahype die er dit jaar rond Darwin is georganiseerd. Toch heeft het gedachtengoed van ‘de Schoop’ evenals de evolutietheorie een aardbeving in ons collectieve zelfbewustzijn teweeggebracht. Schopenhauer-biograaf Rüdiger Safranski schrijft dat Schopenhauer het vooruitgangsoptimisme van de Verlichting radicaal heeft afgebrand door op de ‘drie grote verwondingen’ van de menselijke grootheidswaanzin te wijzen. Schopenhauer zelf heeft daarbij voor het eerst de kosmologische verwonding onder woorden gebracht:
“In de oneindige ruimte talloze lichtende bollen, met om iedere bol in hun baan telkens een duizendtal kleinere belichte bollen die, van binnen heet, met een gestolde koude korst overdekt zijn, waarop een schimmellaag levende en kennende wezens heeft voortgebracht.”
Sigmund Freud heeft de psychologische verwonding verder uitgewerkt en aangetoond dat het onbewuste ons bewustzijn beheerst. Ons bewuste ik blijkt geen baas in eigen huis. De biologische verwonding is door Charles Darwin blootgelegd: de mens blijkt volgens de evolutietheorie een dier waarbij de intelligentie het gebrek aan instinct en de gebrekkige fysieke aanpassing aan de omgeving moet compenseren. Van de ontdekkingen van Schopenhauer, Freud en Darwin word je ‘niet vrolijk’. Nietzsche die zelf nog een stapje verder ging dan zijn pessimistische leraar en in 1860 al kennis nam van The Origin of Species heeft de verwondingen tot in het uiterste uitgewerkt en heeft dat tenslotte niet kunnen dragen. De moderne mens die niet wil wegkijken van deze drie verwondingen, zal er net als Schopenhauer, Darwin, Freud en Nietzche mee worstelen.
weer eens geluisterd naar Martha’s Harbour (1988) van All About Eve
All About Eve heeft sinds 1987 in Engeland al 16 hitsingles gescoord maar is in Nederland tamelijk onbekend gebleven. Martha’s Harbour vond ik laatst terug op youtube en er spoelde een golf van melancholie over mij heen.
All About Eve Martha’s Harbour
Martha’s Harbour
I sit by the harbour
The sea calls to me
I hide in the water
But l need to breathe
You are an ocean wave my love
Crashing at the bow
I am a galley slave my love
If only I would find out the way
To sail you…
Maybe Ill just stow away…
Ive been run aground
So sad for a sailor
I felt safe and sound
But needed the danger
All About Eve toen (boven) en nu (onder)
This song happened by accident when we were recording the first album. It was one of those things when we had the day off and we were sat in this very idyllic setting beneath a willow tree besides a stream by this beautiful residential recording studio and it just came out so naturally. It was a miracle of a little song and its very dear to us because of that, because it was very pure, a really happy accident. Everybody went to the pub and we put it down and by the time they got back Martha’s Harbour was committed to tape. Martha’s Harbour is a fictitious backdrop for this happening.
gisterenavond gezien op Nederland 2: The New York Connection
aflevering 1: New York en the American Dream
Aardige documentaireserie waarin verschillende minireportages heden en verleden met elkaar verbinden. Dirk van Weelden bezocht zo een nazaat van de familie Staats die al vanaf de zeventiende eeuw aan de Hudson woont ten noorden van Manhattan in een huis dat waarschijnlijk het oudste uit deze streek is. De familie heeft een eigen kerkhof waar o.a. Joachim Staats (1654-1712) begraven ligt. Zijn grootvader Abraham Staats was een van de eerste kolonisten en kwam in 1617 al naar Nieuw-Nederland. De Amerikaanse nazaten die er nu wonen, behoren alweer tot de tiende generatie. Toch blijven ze hun Nederlandse wortels koesteren door bij hun huis de Nederlandse vlag te laten wapperen. Verder zien we Van Weelden in Manhattan waar hij aan de rand van Central Park een droomappartement van 51 miljoen bezichtigt. Nadat hij zich vergaapt heeft aan het adembenemende uitzicht, komt er een jonge vrouw binnen die belangstelling heeft. Haar rijke pa wil het misschien wel voor haar kopen. ‘Een verstandige beslissing’ meent de makelaar.
er volgen nog drie afleveringen
op 27 september, 4 en 11 oktober
(klik op de afbeelding voor de eerste aflevering)
In The New York Connection gaat schrijver en filosoof Dirk van Weelden in het New York van vandaag op zoek naar de vroege geschiedenis van de stad. Hij onderzoekt welke lijnen getrokken kunnen worden van het Hollandse verleden naar het New York van nu. Hoe zag die samenleving er toen uit? Welke Hollandse elementen zien we nu nog terug? Historische vertellingen uit de 17e eeuw worden gekoppeld aan actuele thema’s.
Désanne van Brederode in haar tv-column bij Buitenhof
over de onderschatting van het volk door politici met Jip en Janneke taal
Bestaat ‘de gewone man’ of is hij juist een product van onze democratie? Hoe het ook zij, politici benaderen ‘de gewone man’ doorgaans met een mengsel van respect en infantilisering. Désanne van Brederode pleit voor meer Hochkultur in het parlement en minder ‘Jip en Janneke taal’. Deze eenvoudige taal is een trend geworden na de regenteske achterkamertjespolitiek van de paarse jaren negentig. Maar onderhand lijkt deze manier om de burger rechtstreeks aan te spreken ook heel erg veel op de manier waarop volwassenen kinderen aanspreken. Deze goedwillendheid om op eenzelfde niveau te communiceren kan evengoed als onderschatting worden uitgelegd. Parlementariërs lijken deze benadering van de reclame te hebben afgekeken: de consument (c.q. de kiezer) wordt in feite tot een infantiele figuur gemaakt. Maar als de klant koning is en de consument of de kiezer de baas wordt, dan regeert de onderbuik. Democratie als broek die langzaam afzakt…
In de jaren 70 ging het bij de Rijkspost Spaarbank nog van ‘giroblauw past bij jou!’ Na de privatisering in 1986 verkondigt Postbank/ING ‘het evangelie van het (oranje) wij-gevoel’ aan 16 miljoen mensen. ‘Uiterst effectieve slaapliedjes, waardoor we nu in een nachtmerrie zijn beland’ volgens Désanne van Brederode
PvdA-fractievoorzitter Mariëtte Hamer refereerde uitgebreid aan een hit uit de jaren ‘90 van Fluitsma & Van Tijn, getiteld Vijftien miljoen mensen. Ze hoopte dat de huidige zestien miljoen mensen ‘op dit hele kleine stukje aarde’, hoe onderling verschillend ook, nog steeds naast elkaar op het strand konden liggen, en elkaar in hun waarde zouden laten. Net als in het liedje. Echter, het gaat hier niet om een spontane ode van een onafhankelijke artiest, maar om een reclameliedje. Geschreven in opdracht van de toen nog niet zo lang geprivatiseerde Postbank, nu ING, die het liefst heel Nederland tot haar klantenkring rekende. Het liedje bevat geen concrete informatie over financiële producten, maar suggereert dat het de bank om immateriële waarden gaat. Om warmte, gemoedelijkheid, menselijkheid en verbondenheid. Veel meer banken presenteerden zich als liefdadigheidsorganisaties met het hart op de goede plek. En soms nog – schaamteloos. ‘Kijk eens, dit paradijs is ook van jou. Wie je ook bent, wij helpen jou je dromen te verwezenlijken.’ Uiterst effectieve slaapliedjes, waardoor we nu in een nachtmerrie zijn beland.
metafysische XML op de hei
ben ik in de wereld of is de wereld in mij?
Extended Markup Language is een zgn. metataal. Deze opmaaktaal maakt gebruik van containers en is uitstekend geschikt om relaties te structureren. Filosoferend op de hei over tijd en ruimte ontdekte ik dat de syntax van metafysische XML veel vrijer is dan die van XML of HTML. In HTML bijvoorbeeld worden de <head></head> en de <body></body> in de <html></html> container bij elkaar gehouden, maar blijven strict gescheiden. In een metafysische opmaak, zijn zowel <body><head></head></body> als <head><body></body></head> mogelijk. Alles zit tenslotte ook tussen de oren.
metafysische XML op de hei
verschillende manieren om mij in te nesten
<ik> de autonome opmaak </ik><jij></jij><hij></hij>
<ik> de solipsistische opmaak <wij><jij></jij></wij><hij></hij></ik>
<wij> de nationalistische opmaak <ik></ik><jij></jij><hij></hij><wij>
<U><ik> de religieuze opmaak </ik></U>
het Beagle Project is zondagavond op Nederland 2 van start gegaan
vanavond om 20.40 volgt het Belgische Canvas
Zondagavond zond de VPRO de eerste aflevering uit van ‘Beagle, in het kielzog van Darwin’, een ambitieus project dat een lieve 12 miljoen Euro gekost heeft en waaraan ook Teleac en Canvas hun steentje hebben bijgedragen. Maar hoofdsponsor Randstad zal daarbij ook een grote duit in de zak hebben gedaan. Het Beagleproject gaat 35 weken duren en zal de Clipper Stad Amsterdam gaan volgen op zijn reis om de wereld. Het hoogtepunt zal rond kerstmis vallen, wanneer de bemanning in de voetsporen van Charles Darwin de Galapagos eilanden zal betreden. Achterachterkleindochter Sarah Darwin is van plan om evenals als haar beroemde betovergrootvader de hele reis om de wereld aan boord te blijven. Maar de meeste gasten zullen tijdelijk meevaren zoals Redmond O ‘Hanlon die we in Plymouth aan boord zagen gaan samen met ex-bioloog Ronald Plasterk.
de website beagle.vpro.nl
De VPRO heeft net als met het project In Europa weer een prachtige website gelanceerd, zodat het Beagleproject een echte cross-media productie is geworden. In de modus ‘kaart’ (zie afbeelding boven), kun je op de website in realtime de wereldreis van de ‘Beagle’ volgen op een fraaie natuurkundige wereldkaart, hetgeen heel wat exclusiever overkomt dan de uitgekauwde kaart van google maps, waar de site van In Europa gebruik van maakt.
voordat de Clipper Stad Amsterdam naar Plymouth vaart, worden schip en bemanning in Delfzijl door de Russisch-orthodoxe priester vader Serafim Standhardt gezegend.
In deze eerste aflevering maken we kennis met het schip en de belangrijkste opvarenden: Sarah Darwin (achterachterkleindochter van Charles en bioloog), Dirk Draulans (bioloog en Darwin-kenner) en Lex Runderkamp (journalist, gastheer en verteller van de reeks). Voor het vertrek gaan Sarah en Dirk in Groot-Brittannië op zoek naar de motieven van Charles Darwin voor zijn wereldreis, bijna 180 jaar geleden. Op de clipper Stad Amsterdam wordt ondertussen hard gewerkt om het schip helemaal op punt te stellen voor zijn wetenschappelijke missie, voor de televisie-uitzendingen en de interactieve internetconnecties. En dan is het zover: het schip is klaar voor het vertrek…
Gasten in deze aflevering zijn onder meer: James Moore (biograaf Darwin), Randal Keynes (schrijver, achterachterkleinzoon van Charles Darwin en woordvoerder van de Darwin-nazaten), Simon Keynes (”Beagle nerd” van de familie Darwin), Anthony Smith (beeldhouwer, tekenaar, fotograaf), en diverse wetenschappers die het schip voorbereiden op de reis.
Het heeft lang geduurd, maar na ruim vijf jaar heeft de website van Studio Mimesis eindelijk een restyling gekregen. In de tien jaar dat Mimesis bestaat, is dit de vijfde restyling. Mimesis 5.0 gaat binnenkort de lucht in.
voor de twaalfde keer pompoenenmarkt in de Kasteeltuin Neerijnen
nog nooit was de oogst zo groot als in 2009
Op de markt worden diverse producten verkocht die uit de eigen tuin afkomstig zijn, zoals: diverse jams, chutneys, relish, kruidenazijn, pompoen- en appeltaarten en natuurlijk een groot assortiment pompoenen. Ook worden appels, peren en receptenboekjes voor pompoenen en taarten verkocht. De pompoenen zijn gekweekt op de buitentuin. Deze ligt tegenover de tuin aan de Van Pallandtweg. De buitentuin is door het Geldersch Landschap ter beschikking gesteld om pompoenen op te kweken. Op het terras is er de mogelijkheid een kopje koffie of thee te drinken en eigengebakken taart te nuttigen. Ook de poffertjeskraam is weer present. Tevens zijn er verschillende activiteiten voor kinderen. Verder kan men rondwandelen in de tuin en genieten op een van de vele zithoekjes. De Kasteeltuin wordt door een grote groep vrijwilligers met veel enthousiasme onderhouden. De opbrengst van de markt is voor het onderhoud van de tuin.
Phil Starke began to show an interest in art from the time he lived in Germany as a young boy while his father was in the military. He studied at the American Academy of Art in Chicago. Inspired by the instructors at the Academy, Starke changed course from his aim at the advertising world and developed a passion for oil painting. It was upon graduation from the American Academy of Art that he decided to plunge into the profession of fine art. From the Midwest, West and Southwest, Phil has continued to be inspired. Each season and each region has its own color palette and unique landscape. From landscape to figures, and plein-air to studio painting Phil continues to find inspiration in his work.
Raised in Lander, Wyoming,Scott Christensen settled in Jackson and became a successful painter at an early age. However, he never began painting until he was in college, but he credits his basic interest to seeing his wheel-chair bound grandfather painting. Christensen nearly had the same fate as he fractured a vertebra in a college football game, and switched his energy to art from a consuming passion for sports.
My goal as an artist is to interpret nature and create a harmonious design. I seek not to copy but to select and heighten what I find to be beautiful. I admire the artists of the past who combined representation with invention to achieve their artistic vision.
In deze korte reeks toon ik een paar schilders van de volgende generatie die het modernisme de rug hebben toegekeerd. Vaak baseren zij zich op de traditie van de Oude Meesters of de negentiende eeuwse Académie:
Vandaag: Daniela Astone (1980)
Daniela Astone 2007
Daniela Astone was born in Pisa in 1980 and raised in the town of Porto S. Stefano in Maremma, Italy. She discovered her passion for drawing and painting at a very young age and thus began cultivating this desire. In 1997, after graduating from the Visual Arts High School of Maremma, her motivation for the arts initiated a move to Florence. The cultural city of Florence provided her with the opportunity to deepen her knowledge and love of the art by both challenging and motivating her. Daniela’s first experience in Florence was working in the illustration school. In 2001, she enrolled in the Florence Academy of Art, one of the most serious art schools of Florence. Upon graduating in 2004, she received the painting award, the highest honor of her class. Daniela’s accomplishments include participation in the exhibition “Realism Revisited” in the Panorama Museum, Bad Frankenhausen Germany in 2003 as well as two successful solo shows with Ann Long Fine Art in 2005 and 2007. Daniela currently teaches at the Florence Academy of Art in Florence and resides in the nearby countryside.
In deze korte reeks toon ik een paar schilders van de volgende generatie die het modernisme de rug hebben toegekeerd. Vaak baseren zij zich op de traditie van de Oude Meesters of de negentiende eeuwse Académie:
Vandaag: Travis Seymour (1976)
Travis Seymour Old City Wall, Florence
Travis Seymour is an emerging artist trained in the classical tradition. A native of North Carolina, Travis graduated from the University of North Carolina at Wilmington in 2001 with degrees in both studio art and Art History. From 2002 to 2007 Travis studied the Old Master techniques of drawing and painting at The Angel Academy of Art in Florence, Italy.
In deze korte reeks toon ik een paar schilders van de volgende generatie die het modernisme de rug hebben toegekeerd. Vaak baseren zij zich op de traditie van de Oude Meesters of de negentiende eeuwse Académie:
Vandaag: Travis Schlaht (1975)
Travis Schlaht (1975) is a graduate of The University of the Pacific in Stockton, CA., where he also starred on the school’s basketball team. After graduation, he moved to New York and became affiliated with the Water Street Atelier and blossomed as a painter under the mentorship of the Atelier’s founder and leader, Jacob Collins.
Travis Schlaht, inspiration
Travis Schlaht’s paintings include still-lifes, landscapes, florals, interiors and figurative works, displaying his prowess in all areas of the realist genre. His palette is alluring; ranging from moody darks to sensuously saturated reds, yellows and blues. With confident, academic execution deeply introspective moods are created that are at once personal and painterly. Schlaht’s subjects have a powerfully seductive quality that draw you in and keep you there to observe and contemplate his carefully designed compositions. His richly detailed still-lifes display both his sensitivity and daring bravura as a painter. His recent paintings of the Catskills, done while teaching at the great Hudson River School, are beautiful examples of the classic landscape. Travis Schlaht’s powerful paintings stand out, he is a young artist with endless potential and collectors nationwide have taken notice.
Open Brief van PKN-leden over de dialoog tussen christenen en moslims
wil de verschillen benadrukken om de eigen identiteit te behouden
In de zomer van 2009 werd door een aantal bezorgde PKN-leden een open brief aan de Synode is gezonden inzake de dialoog met de islam. De brief werd op initiatief van Hebe Kohlbrugge opgesteld en is ondertekend door enkele tientallen leden van de kerk. Het schrijven is nadrukkelijk niet gericht aan de moslims, maar aan de kerk die zich op de dialoog met moslims bezint.
De weg van Jezus Christus
In het verlengde van dit Godsbegrip (de God van Israel) ligt de christelijke belijdenis, dat God zich heeft geopenbaard in de weg die Jezus gegaan is door leven, lijden en dood heen. Juist in de keuze van Jezus om zich met Gods liefde en waarheid kwetsbaar uit te leveren aan de mensen en krachten om hem heen, herkennen wij de radicale keuze van de Ene om de God van feilbare en kwetsbare mensen te zijn.
Juist in het kruislijden van Jezus, teken van zegenende weerloosheid, is Jezus voor ons de openbaring van Gods diepste wezen. Dat het voor islamitisch besef onbestaanbaar is dat de Almachtige zich weerloos maakt en dat de Ene de vloek op zich neemt, geeft aan hoe diametraal verschillend wij de grootheid van God zien. Waar het wordt uitgesloten dat Gods messias lijdt en sterft om het diepste lot van de mensheid te delen, verdampt de common ground van een gemeenschappelijk godsbesef.
Dat maakt het des te nodiger dat we intens met elkaar over God in gesprek zijn, maar laat dan helder zijn dat we niet ‘eigenlijk in hetzelfde geloven’, want dat is niet het geval.
Mekka en Rome broederlijk voorgesteld
Tijdens een iftar-maaltijd kan het nog gezellig zijn, maar naarmate de dialoog vordert, wordt steeds meer een mijnenveld betreden
Dat het voor islamitisch besef onbestaanbaar is dat de Almachtige zich weerloos maakt en dat de Ene de vloek op zich neemt, geeft aan hoe diametraal verschillend wij de grootheid van God zien
gisteren werd op de Westerplatte het begin van WO II herdacht
eigenlijk begon deze met de mislukte aanval op de Weichselbrücken
de Weichselbrücken Dirschau (1851-1857)
Als am 1.9.1939 der deutsche Überfall auf Polen offiziell um 4.45 Uhr begann, waren die Aktionen um die Dirschauer Brücke längst angelaufen. Als der Güterzug kurz nach 4.45 Uhr die Brücke erreichte, war der Bombenangriff bereits erfolgt und die Brückentore geschlossen. Die polnischen Eisenbahner im zu Danzig gehörenden Simonsdorf hatten den Zug aufgehalten und in Kämpfe verwickelt. Durch weitere Kämpfe der polnischen Besatzung des östlichen Brückenkopfes konnten die Züge aufgehalten werden. Die Zeit reichte aus um die Zündeinrichtungen zu reparieren, so dass um 6.10 Uhr der östliche und um 6.40 Uhr der westliche Teil der Brücken gesprengt werden konnten.
Ernstzunehmende Stimmen sehen die ersten Kampfhandlungen des Zweiten Weltkrieges daher an der Dirschauer Brücke und nicht an der Westerplatte vor Danzig. Nach einem behelfsmäßigen Wiederaufbau ereilte sie beim Rückzug der deutschen Truppen vor der Roten Armee zum Kriegsende das gleiche Schicksal noch einmal. Nun sprengte die deutsche Wehrmacht die Brücken.
de Weichselbrücken Dirschau (Tczew)
nadat het Poolse leger deze ’s morgens nog net op tijd had kunnen opblazen. Tijdens de Duitse bezetting werden ze weer herbouwd, maar in 1944 moesten nu de Duitsers zélf de bruggen opblazen voor het naderende Rode Leger
In deze korte reeks toon ik een paar schilders van mijn generatie die het modernisme de rug hebben toegekeerd. Vaak baseren zij zich weer op de traditie van de Oude Meesters of de negentiende eeuwse Académie:
Vandaag: Steven J. Levin (1964)
Steven J. Levin
Steven J. Levin, a native of Minnesota, was interested in an art career even as a young boy. His aptitude for art was inspired and nurtured by his father, a commercial artist. This desire continued throughout his childhood and by age fifteen, Levin had firmly decided on a career in art. After high school, he enrolled at the Minneapolis College of Art and Design. The training there however did not have the emphasis on drawing and painting that he had hoped, and after a year, he left and enrolled at the Atelier LeSueur in Excelsior, Minnesota. Modeled after the studio schools of nineteenth century France, the training at the Atelier consisted entirely of studio work under the direction of professional painters. He remained for the next six years, honing his artistic skills in drawing and painting from life. He completed his studies with an extended stay in England to copy works in London’s National Gallery in the time honored tradition practiced by the earlier American Impressionists. In his professional work, Levin continues to paint from life asserting that it is the best way to achieve a forceful representation. He draws his inspiration from many sources and his work reflects this diversity of interests with subject ranging from portraits, still lifes, and landscapes, to figure paintings. Steven J. Levin’s artwork exhibits a decided influence of the Masters and he cites Vermeer, Rembrandt and Hopper among those whose work has left a mark on his own development.
aan het lezen in Reis door Italië (1786-1788) van Johann Wolfgang Goethe Goethe over Andrea Mantegna
In september 1786 reist Goethe van Karlsbad naar Venetië. Op 26 september komt hij aan in Padua waar hij de Chiesa degli Eremitani (Kluizenaarskerk) bezoekt. Goethe moet weinig hebben van kerkelijke kunst, maar is zo in de ban van de antieken dat hij de fresco’s van Andrea Mantegna met episodes uit het leven van de heilige Jacobus en de heilige Christoffel niet wil overslaan. Hij bewondert vooral de architectonische helderheid en gedetaileerdheid van deze muurschilderingen. Wanneer Goethe de schilderingen aanschouwt, zijn deze al 330 jaar oud maar nog steeds in goede staat. Op 11 maart 1944 slaat het noodlot toe en wordt de Ovetari kapel waarin Mantgena’s fresco’s zich bevinden, door geallieerde bombardementen vrijwel volledig verwoest. Het duurt daarna 59 jaar (!) om aan de hand van duizenden overgebleven stukjes de fresco’s te reconstrueren. In het Mantegnajaar 2006 was in het museum van de Chiesa degli Eremitani een tentoonstelling ingericht over deze reconstructie
In der Kirche der Eremitaner habe ich Gemälde von Mantegna gesehen, einem der älteren Maler, vor denen ich erstaunt bin. Was in diesen Bildern für eine scharfe, sichere Gegenwart dasteht! Von dieser ganz wahren, nicht etwa scheinbaren, effektlügenden, bloß zur Einbildungskraft sprechenden, sondern derben, reinen, lichten, ausführlichen, gewissenhaften, zarten, umschriebenen Gegenwart, die zugleich etwas Strenges, Emsiges, Mühsames hatte, gingen die folgenden Maler aus, wie ich an Bildern von Tizian bemerkte, und nun konnte die Lebhaftigkeit ihres Genies, die Energie ihrer Natur, erleuchtet von dem Geiste ihrer Vorfahren, auferbaut durch ihre Kraft, immer höher und höher steigen, sich von der Erde heben und himmlische, aber wahre Gestalten hervorbringen. So entwickelte sich die Kunst nach der barbarischen Zeit.
Jacobus op weg naar zijn excecutie 1455
zo (maar dan in kleur) heeft Goethe het in 1786 gezien. Het werd in 1944 verwoest tijdens een bombardement van de geallieerden
Was in diesen Bildern
für eine scharfe, sichere
Gegenwart dasteht!
J.W. von Goethe [ Italienische Reise ]
One of the greatest losses due to the Second World War was without doubt the destruction of the Ovetari Chapel at the Eremitani. finished by 1455 by Mantegna together. initially, with Giovanni d’Alemagna, Antonio Vivarini and Nicolo Pizolo, the latter having created the terracotta altar. The scenes depicting the Assumption of the Blessed Virgin and the martyrdom of Saint Christopher and the transportation of his body have survived, as they were removed before the war. In fact the cycle narrated the stories of Saint James and Saint Christopher, accompanied by the images of Saints and Church Fathers: the twenty-year-old Mantegna showed himself to be a mature, profound interpreter of the new Rennaissance culture which he interpreted in a entirely Paduan manner. ( Bron: hotel-padova.com )
In deze korte reeks toon ik een paar schilders van mijn generatie die het modernisme de rug hebben toegekeerd. Vaak baseren zij zich weer op de traditie van de Oude Meesters of de negentiende eeuwse Académie.
Vandaag: Aldo Balding (1960)
Aldo Balding
Born in Southsea in 1960 Aldo now lives in the Languedoc-Roussillon region of France. Beginning his career as a freelance illustrator his work appeared in and on the front covers of numerous magazines including the Sunday Times Culture Magazine, TV Times and Punch. Aldo is now a recognised and successful figurative and portrait artist, awards include Arc Salon finalist 2004 and 2006, NSE Exhibition first prize 2003, Artist International first prize 2002. Magazine articles include Artists International issue numbers 22, the front cover and in issue 27 a five page feature. He has also appeared in Artists & Illustrators June/July 2003 edition, and has more recently been featured in their May 2009 issue.