zondag 31 januari 2010
Founding Father
gezien: The President’s Mistress Sally Hemings (2004)

Thomas JeffersonThomas Jefferson de schrijver van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring (1776) en de latere president van de Verenigde Staten, was van 1784 tot 1789 ambassadeur in Parijs. Frankrijk had de Amerikaanse kolonisten vanaf 1778 in hun onafhankelijkheidsstrijd gesteund en was daarmee het eerste land dat de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten heeft erkend. Zoals gewoonlijk werden de bondgenoten in elkaars armen gedreven door een gemeenschappelijke vijand, Engeland. Er waren goede diplomatieke contacten tussen Frankrijk en de piepjonge Verenigde Staten, maar het bleef ook wringen tussen die twee. Frankrijk leefde in de nadagen van het absolutisme en het gewone volk had nog altijd niets te zeggen. Terwijl de democratische staatsvorm van de Verenigde Staten juist een uitdrukking is van de gelijkheid van alle mensen. Het duurde nog een paar jaar totdat in Frankrijk de bom uiteindelijk barstte en Thomas Jefferson moest zich na vijf jaar als ambassadeur uit Parijs terugtrekken en maakte weer de grote oversteek. De Parijse periode uit Jefferson’s leven (1784-1789) is al eens verfilmd in Jefferson in Paris uit 1995. Bijna tien jaar later werd de miniserie The President’s Mistress op de Amerikaanse televisie uitgezonden. De Parijse periode is een dankbaar onderwerp voor een film omdat Jefferson in die tijd een affaire kreeg met zijn kamermeisje Sally Hemmings een jonge slavin uit Monticello. De miniserie is erg gelikt, maar daar moet je een beetje doorheen willen kijken. Het geeft toch een fraai tijdsbeeld met al die fijne plaatjes.

Monticello
Monticello bij Charlottesville, Virginia
het landgoed waar Thomas Jefferson met zijn slaven woonde en dat hij zelf ontwierp
There were two reasons Thomas Jefferson was sent to Paris in 1784. First, his beloved wife had just died after childbirth and his friends feared that he was so distraught that his health and career might be permanently damaged; a strong change of place was what he needed. Second, Benjamin Franklin who had marvelously represented the new United States in France was old and becoming more frail, there was much business to be done concerning such matters as following up on the peace treaty with England, the 1793 Treaty of Paris, dealing with North African pirates and French loans to the United States. John Adams, who was never the most popular American in Paris was leaving his work with the finished Treaty of Paris to represent the United States in London.
 
Whoever decided that Jefferson should go to Paris made the correct decision. He became immensely popular in that sophisticated city and, despite a dangerous love affair and bouts of ill health, including migraines, his scientific knowledge, mastery of foreign affairs and intellectual sophistication greatly benefited from his years in France.
 
Bron: jeffersoninparis.com
Jefferson in Paris
still uit Jefferson in Paris
In de miniserie The President’s Mistress leren we Thomas Jefferson kennen als Amerikaans ambassadeur in Parijs. Het is 1787 als hij zijn jongste dochter naar Frankrijk laat komen. Het meisje wordt vergezeld door slavin Sally Hemings, op dat moment slechts 15 jaar. Weduwenaar Jefferson voelt zich sterk aangetrokken tot het beeldschone kind. Hij regelt voor haar onderwijs in lezen en schrijven. En tevens sleurt hij haar regelmatig het bed in om de liefde te bedrijven. Een dikke buik is het gevolg. Als in 1789 de Franse Revolutie uitbreekt, keert het hele gezelschap terug naar Virginia. Nabij het stadje Charlottesville bevindt zich Jefferson’s kapitale landhuis Monticello, alwaar hij meer dan 200 slaven in bezit heeft. Diep in zijn hart is Jefferson fel tegen slavernij, maar ondanks zijn hoge politieke invloed doet hij er bar weinig aan om tot algehele afschaffing te komen. Dat zou in die tijd ook niet echt gunstig geweest zijn voor zijn politieke carrière.
 
Bron: dvd-gratis.nl
Jefferson in Paris
still uit Jefferson in Paris

Overigens werd een paar jaar na de miniserie over Thomas Jefferson een miniserie gemaakt over het leven van zijn politieke tegenstander John Adams , de tweede president van de Verenigde Staten. Net als Jefferson was Adams voordat hij president werd eerst ambassadeur in Europa. Van 1782 tot 1788 was hij in Nederland de eerste ambassadeur van de Verenigde Staten. Beide founding fathers stierven op Independence Day 1826, precies een halve eeuw na de geboorte van de Verenigde Staten. Adam’s laatste woorden waren “Thomas Jefferson survives..“, maar hij kon niet weten niet dat deze enkele uren daarvoor was overleden.

jeffersoninparis.com | Sally Hemmings [ en.wikipedia.org ]

zaterdag 30 januari 2010
virtuoze streken [ 8 ]
hoe precies is precies geschilderd ?

Het fascinerende van de Vlaamse schilderkunst uit de vijftiende eeuw vind ik altijd weer de radicale detaillering. In de Zuid-Nederlandse miniaturen van de vroege 15e eeuw was de aandacht voor de details al tot in het extreme doorgevoerd. Wie een paar jaar geleden in Nijmegen tijdens de tentoonstelling over de gebroeders Van Limburg met een loep gekeken heeft, zal zeker onder de indruk zijn geweest. In de vijftiende eeuw was de olieverf nog een nieuwe techniek. Vergeleken met de traditionele temperaverf was het nieuwe medium veel geschikter voor het schilderen van vloeiende overgangen. Olieverf werd vooral gebruikt voor de plasticiteit. Belichting speelde nog nauwelijks een rol. En de kleuren waren weliswaar briljant maar bepaald niet natuurlijk.

Gerard David
details uit het Oordeel van Cambyses 1498
van Gerard David

In de zestiende eeuw werd door de Venetianen de eigenlijke basis gelegd voor de olieverfschilderkunst. De kleuren worden ‘vuiler’ gemaakt door vele glaceringen en de detaillering wordt opgeofferd om meer atmosfeer te scheppen. De suggestie wordt belangrijker dan de zorgvuldige inventarisatie van de details. In plaats van de volledige weergave wordt een ’samenvatting’ geschilderd in trefzekere streken. Wanneer je suggestief kunt schilderen, dan heb je eerst heel precies gekeken en kun je in de rauwe materie, die verf tenslotte is, datgene tevoorschijn laten komen wat je gezien hebt. Daar is zeker bravoure voor nodig, want je loopt niet keurig langs het paadje (dat je overigens wél goed kent) en je blijft niet binnen de lijntjes. Met slordigheid heeft het niets te maken, met meesterschap des te meer.

In de geschiedenis is de losse penseelstreek telkens verschillend gewaardeerd. Er zijn perioden geweest waarin de losse penseelstreek slordig en lui werd gevonden. Door de opkomst van de fotografie in de tweede helft van de negentiende eeuw bijvoorbeeld, kwam er juist meer waardering voor de losse penseelstreek, omdat een duidelijke meerwaarde van het schilderij boven de foto daarin zichtbaar was. In het impressionisme heeft de penseelstreek zich tenslotte volledig vrijgemaakt. Maar ook in de zeventiende eeuw gebeurde dat. Velazquez bijvoorbeeld was typisch een schilder met een virtuoze losse hand en een meester in de schilderkunstige illusie.

Velazquez en Rigaud
tweemaal een koninklijke arm
boven Velazquez (ca. 1640)
en onder Rigaud (1701)

In de tweede helft van de zeventiende eeuw ging de Franse stijl de Europese kunst beheersen en deze gebood dat de penseelstreek onzichtbaar moest zijn. Details werden net als in de vijftiende eeuwse schilderkunst weer in zijn geheel geschilderd. Wanneer je met je neus bovenop het schilderij stond, moest je precies kunnen zien wat het detail voorstelde en daarvoor moest het gepolijst geschilderd zijn. Dat ging ten koste van de suggestie. Maar de koning wilde het zo en iedereen volgde dus. Want zo ging dat in de tijd van het absolutisme.

Ook in de achttiende eeuw ging de Franse stijl nog een poosje door, maar na de dood van Lodewijk XIV in 1715 veranderde de opvattingen over hoe iets geschilderd moest zijn. Op de Académie Royale had je sinds 1648 in de schilderkunst twee richtingen: degenen die Poussin en de degenen die Rubens volgden. De zgn. Poussenistes benadrukten het belang van de (gedetailleeerde) tekening terwijl de Rubénistes de kleur juist belangrijker vonden. In de achttiende eeuw werd gaandeweg weer wat losser en vrijer geschilderd.

Reynolds en Ingres
boven Reynolds (ca.1785)
en onder Pierre Paul Prud’hon (1810)

Aan het einde van de eeuw kwam het classicisme in de mode en deze stijl vroeg weer om gepolijste vormen. Ook hier gaf Frankrijk weer de boventoon aan. De poussenistes David en zijn leerling Ingres drukten een zwaar stempel op de kunst van de eerste decennia van de negentiende eeuw. De Académie des Beaux Arts die hun opvattingen propageerde, zou tot ver in de negentiende eeuw grote invloed blijven uitoefenen. Omstreeks 1870 maakte een groep jonge schilders zich los van de strenge regels van de Académie.

De impressionisten, zoals ze al snel genoemd werden, waren echte rubénistes al werd deze term toen al niet meer gebruikt. Onder de oude meesters waardeerden ze bijvoorbeeld Velazquez en Rembrandt om hun losse streek. Wij zijn nog steeds geneigd om deze vrije manier van schilderen als modern te bestempelen. Het bovenste portret van Reynolds dat 25 jaar eerder ontstond dan het schilderij van Pierre Paul Prud’hon zal ons meer aanspreken. We ervaren deze manier van schilderen tegenwoordig als fris, kleurrijk en levendig.

meer virtuoze streken

vrijdag 29 januari 2010
tropische cocktail
geluisterd naar Exotica 1970 van de Kokee Band (1966)

Bij deze LP uit 1966 krijg ik het gevoel in een tikibar rond te hangen. Maar deze muziek is ook bijzonder geschikt om er lottoballetjes bij te laten krioelen.

Exotica 1970De Kokee Band is een gezelschap heren dat alle denkbare percussie-instrumenten met veel verve te lijf gaat, in een programma, dat inderdaad exotisch genoemd kan worden. Bij deze percussiegroepen horen ook een paar piano’s en het geheel wordt bijgemengd met hoorns, trombones en een enkele altsaxofoons. Het resultaat is een soort muziek met herinneringen en associaties aan Zuid-Amerikaanse Polynesische en Noord-Amerikaanse ritmen, Dit wonderlijk maar toch wel interessante mengsel is tenslotte fabuleus geregistreerd. De “transiënts” vergen het uiterste van de installatie. Vooral de pickup en de speakers moeten van zeer goede komaf zijn om deze scherpe impulsen zonder moeilijkheden te reproduceren. Nog nooit heb ik zo’n fel getekende opname gehoord en men kan alleen maar verbijsterd zijn dat een dergelijke registratie mogelijk is en misschien nog meer dat deze ook nog feilloos weergegeven kan worden.
 
Bron: Bert Dekkers op rateyourmusic.com

Exotica 1970 tracklist

side one
Love For Sale 2:45 (C. Porter)
Baia 2:59 (A. Barroso , R. Gilbert)
The Lady In Red 2:22 (A.Wurbel , M. Dixon)
I Wish You Love 2:31 (C. Frenet , L. Wilson)
Misirlou 2:45 (Roubanis)

side two
Tico-Tico 2:02 (A. Oliveira , Z. Abreu)
Sand In My Shoes 2:36 (F. Loesser , V. Schertzinger)
Poinciana 2:58 (Berrier , N. Simon)
Deep Night 2:20 (E. Henderson , R. Vallee)
The Moon Of Manakoora 2:30 (A. Newman , F. Loesser)

Solid State Records [ en.wikipedia.org ]

donderdag 28 januari 2010
200 jaar geleden …
… hield het Koninkrijk Holland (1806-1810) op te bestaan

Lodewijk NapoleonHet woordje ‘oogluikend’ leerde ik toen ik een jaar of tien was tijdens de les vaderlandse geschiedenis. In het boekje stond dat Lodewijk Napoleon, die van 1806 tot 1810 koning was van het Koninkrijk Holland, de smokkel naar Engeland oogluikend toestond. De meester gebruikte het woord ook graag en hield dan de hand met de vingers gespreid voor zijn gezicht. “Hij zag het door de vingers” verduidelijkte de meester het woord en dacht daarbij ongetwijfeld aan zichzelf en aan zijn leerlingen. Veel meer over Lodewijk Napoleon ben ik eigenlijk niet te weten gekomen tijdens de vaderlandse geschiedenisles. Dit jaar is het tweehonderd jaar geleden dat Napoleon zijn broer weer van de troon wipte en ons grondgebied werd opgeslokt door het Franse Keizerrijk. Nadat Nederland al 15 jaar als vazal Frankrijk had moeten volgen, kwam er nu definitieve Franse duidelijkheid.

Koninkrijk Holland in 1810
het Koninkrijk Holland in 1810
De Nederlandse Republiek was al in 1795 door de Fransen veroverd. De Fransen kregen daarbij hulp van Nederlandse patriotten. De Bataafse Republiek (zo heette Nederland toen) bleef zogenaamd onafhankelijk van Frankrijk. In het echt was dat niet zo. Voor de meeste beslissingen moesten de Fransen eerst goedkeuring geven. In 1806 besloot Napoleon dat zijn broer Lodewijk koning van Holland werd. Nederland was toen opeens een koninkrijk. Maar in 1810 was dat alweer voorbij. Napoleon zette zijn broer af en maakte Nederland onderdeel van het Franse Keizerrijk. Drie jaar later, in 1813, werd Napoleon verslagen en op het Franse eiland Elba gevangengezet. Nederland werd weer onafhankelijk.
 
Bron: entoen.nu/napoleon
Lodewijk Napoleon
Lodewijk Napoleon op de munt
Grandes Armes du Royaume de Hollande
wapen van het Koninkrijk Holland

Nederland heeft in de Franse Tijd vier verschillende namen gehad :
Bataafse Republiek (1795-1801)
Bataafs Gemenebest (1801-1806)
Koninkrijk Holland (1806-1810)
Onderdeel van het Franse Keizerrijk (1810-1813)
(Bron: entoen.nu/napoleon)

Napoleon en de Franse Tijd [entoen.nu ]
Nederland in de Franse Tijd [ members.home.nl/pfransetijd ]

woensdag 27 januari 2010
fab four
Raphaelle, Rubens, Rembrandt en Titian
Charles Willson Peale (1741-1827) en zijn zonen

PealeStel dat je vier zonen hebt en je noemt ze John, Paul, George en Ringo, dan heb je een beetje het gevoel the fab four te bezitten. De Amerikaanse schilder Charles Willson Peale had ook zijn fab four en hij noemde ze Raphaelle, Rubens, Rembrandt en Titian. Hij had nog dertien andere kinderen, maar daarvan stierven er elf! Rembrandt Peale maakte de American Dream van zijn vader (die weliswaar compleet Europees geworteld was) helemaal waar. Net als zijn vader en drie broers maakte hij carrière als schilder.

Rembrandt Peale met geranium 1804In 1801, Rembrandt painted a portrait of his brother Rubens, youngest of the 6 Peale children, who always had an admiration for gardening and tending to natural life. Inspired by his brother’s gardening appreciation, Rembrandt seated his younger brother next to a geranium. Viewers must understand the story behind this particular painting, as it carries more than the artist’s admiration for a sibling’s love of nature. The painting was the initial inspiration of the Dutch 17th century artist, David Teniers the Younger, who had painted the 5 senses series, all oil on copper. His painting, “Smell” is quite similar to Rembrandt Peale’s work of art, which depicts a man looking over at another individual admiring a flower pot. Rembrandt’s piece captures the essence of a young gardener/artist’s peace of mind, gracefully looking out, a posture of wonder and calmness.
 
Bron: en.wikipedia.org
Rembrandt Peale
Rembrandt Peale
zelfportret uit 1828

de zonen van Charles Willson Peale (1741-1827)
Raphaelle Peale (1774-1825)
Rembrandt Peale (1778-1860)
Rubens Peale (1784-1865)
Titian Peale (1799-1885)

de gebroeders Peale
de gebroeders Peale
Raphaelle, Titian, Rubens en Rembrandt

Charles Willson Peale [ en.wikipedia.org ]

dinsdag 26 januari 2010
van Kleve naar Klaipėda
alles over Pruisen op preussen-chronik.de

Preussen KronikWat bindt de Duitse stad Kleve, hier vlak over de grens, met het verre Klaipėda in Litouwen? Beide steden vormden van 1618 tot eind 1944 het uiterste westen en uiterste noordoosten van Pruisen. Kleve en Memel (Klaipėda) behoorden al in de tijd van Rembrandt tot Brandenburg-Pruisen. De afstand van Kleve naar Klaipėda is ruim 1400 km, evenver als naar Rome. Tegenwoordig moet je om de Russische exclave Kaliningrad (het voormalige Königsberg) heen via Kaunas, nog eens honderden kilometers om. Ik kwam overigens op deze route door een fraaie website over Pruisen.

van west naar oost
van Kleve naar Klaipėda (Memel)

Wie de afstand tussen Kleef en Oost-Pruisen goed gekend heeft, was de grote keurvorst (en hertog van Pruisen) Frederik Wilhelm van Brandenburg (1640-1688). De eerste jaren resideerde hij voornamelijk in Kleef maar ook in Koningsberg (Kaliningrad). Pas in 1652 koos hij Berlijn, dat ongeveer in het midden lag, als vaste residentie. Ene Michiel Smids uit Nederland werd omstreeks 1649 aangesteld als baas van de posterijen in Brandenburg en onder zijn leiding deed een brief uit Kleef er 10 dagen over om in Koningsberg bezorgd te kunnen worden. Voor die tijd was dat enorm snel!

Pruisen 1618 - 1866
250 jaar expansie van Pruisen
Pruisen in 1618, 1713, 1803 en tenslotte in 1866
vlak voor de Duitse eenwording

preussen-chronik.de | preussenweb.de | foto’s van Kaliningrad [ panoramio.com ]

maandag 25 januari 2010
het naakte bestaan
nachtelijk dwalen door Parijs en meedrijven met de muziek
van Miles Davis Ascenseur pour l’échafaud 1958

CD Ascenseur pour l'échafaudAl eerder schreef ik over de film Ascenseur pour l’échafaud van Louis Malle met de score van Miles Davis. Vandaag luisterde ik naar de CD met maar liefst 26 tracks. (Op de oorspronkelijke LP van Fontana stonden er tien.) Het begint met vier takes van de improvisatie Nuit sur les Champs-Elisées waarvan je de derde (Générique) in de scene hieronder kunt horen. Générique is een prachtige uitdrukking van nachtelijk dwalen en de troost van de roes. Jeanne Moreau de hoofdpersoon in de film dwaalt half verdoofd door de Parijse nacht en realiseert zich dat haar leven is ingestort. Het is de verdoving na de mokerslag, die je even boven de realiteit uit kan tillen. Nuit sur les Champs-Elisées plaatst je even helemaal in het hier en nu, waarin oorsprong en doel niet meer ter zake doen. Want nu ben je hier, in het naakte bestaan en meer is er niet. Subliem!


scène uit Ascenseur pour l’échafaud

oorspronkelijke tracklist op de LP (Fontana)
(op de CD staan 26 tracks waarvan verschillende takes van L’assassinat, Sequence en voiture en Final )

1. Générique 2.52
2. L’assassinat De Carala 2.12
3. Sur L’autoroute 2.21
4. Julien Dans L’ascenseur 2.13
5. Florence Sur Les Champs-elysées 2.53
6. Diner Au Motel 3.59
7. Evasion De Julien 0.55
8. Visite Du Vigile 2.05
9. Au Bar Du Petit Bac 2.55
10. Chez Le Photographe Du Motel 3.55

Ascenseur pour l’échafaud [ musicmeter.nl ]

zondag 24 januari 2010
twee concerten
geluisterd naar : Keith Jarrett - The Köln Concert (1975)
en Terry Riley - live at Cafe Einstein Berlin (1984)

Precies 35 jaar geleden gaf Keith Jarrett zijn legendarische concert in Keulen op 24 januari 1975. Gisteren luisterde ik weer…

The Köln ConcertThe Köln Concert
The recording is in three parts, lasting 26 minutes, 34 minutes and 7 minutes, respectively. As the concert was originally programmed on LP, the second part was split into parts labeled “IIa” and “IIb". Part IIc actually is a 3rd part, the encore. A notable aspect of this concert is Jarrett’s ability to produce very extensive improvised material over a vamp of one or two chords for prolonged periods of time. For instance, in Part I, he spends almost 12 minutes vamping over the chords Am7 (A minor 7) to G major, sometimes in a slow, rubato feel, and other times in a bluesy, gospel rock feel. And for about the last 6 minutes of Part I, he vamps over an A major theme. Roughly the first 8 minutes of Part II A is a vamp over a D major groove with a repeated bass vamp in the left hand, and in Part II B, Jarrett improvises over an F# minor vamp for approximately the first 6 minutes.
 
Bron: en.wikipedia.org

Na een onderdompeling in het meditatieve Part II B draaide ik een opname van een concert van de Amerikaanse componist Terry Riley in Café Einstein in Berlijn op 13 januari 1984. Deze pionier op het gebied van minimal music en een van de wegbereiders van new age- en ambient music hoopt in juni zijn 75e verjaardag te vieren. Tijdens het concert in Berlijn liet Riley samen met Krishna Bhatt (sitar) een aantal ragacomposities horen. Het meeste indruk maakt op mij Song from the old country met Terry Riley achter de piano.


Terry Riley Repetitive Music Godfather,
Franse documentaire
Terry Riley’s music is usually based on improvising through a series of modal figures of different lengths, such as in In C and the Keyboard Studies. In C (1964) is probably Riley’s best-known work and one that brought the minimalist music movement to prominence. Its first performance was given by Steve Reich, Jon Gibson, Pauline Oliveros and Morton Subotnick, among others, and it has influenced their work and that of many others, including John Adams, Roberto Carnevale, and Philip Glass. Its form was an innovation: the piece consists of 53 separate modules of roughly one measure apiece, each containing a different musical pattern but each, as the title implies, in C. One performer beats a steady pulse of Cs on the piano to keep tempo. The others, in any number and on any instrument, perform these musical modules following a few loose guidelines, with the different musical modules interlocking in various ways as time goes on. The Keyboard Studies are similarly structured – a single-performer version of the same concept.
 
Bron: en.wikipedia.org
Terry Riley
Terry Riley in 2005
Ter gelegenheid van zijn 70e verjaardag in 2005 werd in Berkeley een concert gegeven.

Keith Jarrett - The Köln Concert [ musicmeter.nl ]

zaterdag 23 januari 2010
pruikentijd [ 2 ]
gezien met Michaela: Orlando (1992)

Tilda Swinton als OrlandoBen van Os en Jan Roelfs die verantwoordelijk zijn voor de art direction in de film Orlando, werden in 1993 beiden terecht genomineerd voor een oscar. Maar deze werd gewonnen door de art directors van Schlindler’s List. Orlando werd ook voor een oscar genomineerd in de categorie kostuumontwerp. Maar ook deze oscar werd niet verzilverd en de prijs ging tenslotte naar Gabriella Pescucci die de kostuums verzorgde in The Age of Innocence van Martin Scorcese.

Orlando
stills uit Orlando 1992

Orlando is een magnifieke film, vooral wat de kostuums en fotografie betreft. Het verhaal spreidt zich uit over vier eeuwen en dat moet een enorme uitdaging zijn geweest voor de afdeling kostuums en art direction.

Orlando
Qua fotografie vind ik dit een van de mooiste scenes uit Orlando (de art direction is van Ben van Os en Jan Roelfs)

Ik ben geen historicus en zeker geen modehistoricus en kan dus niet oordelen of de voorstellingen die in kostuumfilms gegeven worden historisch verantwoord zijn. Wanneer er oscarnominaties zijn voor de kostuums en de art direction zal het we goed zitten, is mijn simpele redenering. En toch hoeft dat niet per se zo te zijn, tenminste als ik A. Bender mag geloven van marquise.de De film Amadeus die in 1984 een aantal oscars won, waaronder die voor het beste kostuumontwerp ( van Theodor Pistek ) en art direction, is als het om kleding gaat, historisch niet altijd juist. Maar het zou mij niets verbazen als Pistek deze ‘verkeerde’ keuzes bewust heeft gemaakt. In de film Marie Antoinette horen we toch ook Siouxsie and the Banshees ?

Het verleden is dood, leve de interpretatie!

Ironischerweise bekam Amadeus einen Oscar für die Kostüme, obwohl der Kostümbildner wie auch bei “Valmont” übelst gestümpert hat. Dabei sind zwischen vielen besch…eidenen Kostümen nur einige wenige, die halbwegs in Ordnung sind.
 
Constanze trägt beim ersten Auftritt etwas, das wohl eine Française sein soll. Der Kostümbildner hat den gleichen Fehler gemacht wie Sabine Normalverbraucherin und an ein Kleid hinten ein paar “Watteaufalten” geklebt. Das wäre wahrscheinlich nicht weiter aufgefallen, hätte er die Falten nicht ausgerechnet aus einem anderen Stoff als das restliche Kleid gemacht. Beim Bild links allerdings fällt schon anhand der Form auf, daß die Falten nicht, wie es sein sollte, Teil des Kleidrückens sind.
 
ConstanzeDie Perücken sind ein weiterer Schwachpunkt, besonders bei den Statistinnen. Sie sehen aus, als wäre ein toter Pudel aus 2000 Metern Höhe auf ihren Kopf gefallen und dort klebengeblieben. Die Haare sind ganz offensichtlich von Natur aus (oder besser gesagt, von Chemie aus) weiß, anstatt weiß gepudert zu sein, und der Haaransatz ist allzu offensichtlich mit Absicht verdeckt.Dabei waren solche Türme (typisch für die 1770er), wie sie links zu sehen sind, schon aus der Mode, bevor Mozart erwachsen war. Schaflockig-wuschelig waren die Türme nie, sondern im Gegenteil sehr ordentlich gelegt. Wuschelige Frisuren gab es Ende der 80er noch, aber sie waren nicht hochgetürmt.
 
Bron: marquise.de

Orlando [ imdb.com ]

vrijdag 22 januari 2010
pruikentijd [ 1 ]
Nicolas de Largillière (1656-1746) en de pruikentijd

Tijdens de regeerperiode van Lodewijk XIV (1640-1715) werd de Europese cultuur ondergedompeld in de Franse stijl. In ons land werd de Hollandse eenvoud en soberheid nog wel even vastgehouden (met Vermeer als laat hoogtepunt) maar na 1672 rukten het geparfumeerde coloriet, het fluweel en de pruiken ook in de Hollandse schilderkunst steeds verder op. Rond 1700 was de Europese hofcultuur volledig Frans geworden. De schilders maakten hun penseelstreek onzichtbaar door eindeloos glad te ‘dassen’ zodat hun schilderij een glossy uitstraling kreeg. Wanneer je de portretten uit het galante tijdperk bekijkt dan vraag je je af wat ons toen heeft bezield. Zeker als je deze portretten vergelijkt met de Hollandse portretschilderkunst van nog geen halve eeuw eerder, dan is het duidelijk dat de welgestelden hun nuchterheid hadden verloren. Natuurlijk behoorden de geportretteerden in hun extravagante kleding allemaal tot de happy few. Het gepeupel was armoedig gekleed. Gewone meisjes werden bijvoorbeeld grisettes (’grijsjes’) genoemd, omdat hun kleding altijd grijs was.

portretten van de Largillière
portretten van Nicolas de Largillière

Het meest verbaast mij toch altijd weer die pruiken. Hoe kwamen kerels zo ver om zich zo verwijfd te kleden? Als iets gangbare mode wordt, gaat iedereen die mee wil tellen daarin mee. Dus werd in navolging van de zonnekoning een pruik gedragen… en gebruikten mannen parfum. Er werd gezegd dat de zonnekoning meer parfum gebruikte dan al zijn hofdames bij elkaar. Alles moest elegant zijn en zelfs kousen werd van achteren opgevuld voor een paar ideale kuiten. De Europese hofcultuur was veranderd in een lachwekkende balts. Dit was de pronktijd van het absolutisme en als het aan de rijken had gelegen, had het feestje eeuwig mogen duren. Maar aan het einde van de eeuw rolden de koppen van het Ancien Régime. De pruiken waren al eerder afgezet.

De Largillière,  familieportret
Nicolas de Largillière
familieportret, ca. 1730

Nicolas de Largillière 1707De Franse barokschilder Nicolas de Largillière was samen met Hyacinthe Rigaud en Charles LeBrun een van de grote Franse schilders van zijn tijd. Een van zijn bekendste werken is een familieportret uit 1730 dat in het Louvre hangt. Hij had alles waar het galante tijdperk om vroeg: een ‘geparfumeerd’ palet, zwier en gevoel voor stofuitdrukking. Hij zat beslist niet om opdrachten verlegen. Het aardige is dat hij ook zichzelf schilderde. Het mooist vind ik zijn zelfportret uit 1707. Hier zien we de schilder zonder pruik, met kaalgeschoren hoofd en eenvoudige muts. Doe maar gewoon…

One of the most sought-after portraitists of the late 17th and early 18th centuries, Nicolas de Largillierre was as much at home with easel painting as with the monumental group portraits prized by the aldermen of the City of Paris. His marked taste for rich fabrics and elaborate tailoring gives his portraits a theatricality that is a close reflection of an elegant, sophisticated society. Lively brushwork and extensive use of impasto gleamingly highlight the details while giving his figures depth and solidity. He also painted a number of religious works in the same stylistic vein. Coming in the wake of François de Troy, he developed an approach to the portrait that earned him the substantial clientele he shared with Hyacinthe Rigaud.
 
Bron: louvre.fr

Nicolas de Largillière [ nl.wikipedia.org ]

donderdag 21 januari 2010
onthaasting & Vermeer-dering
gezien: Vensters op Vermeer - 10 korte verhalen
documentaire van Koos de Wilt en Hans Pool

VermeerOver de persoon van Johannes Vermeer is bijna niets bekend. De film Girl with a Pearl Earring naar het boek van Tracy Chevalier probeert wél iets van hem te laten zien, maar de Sfinx van Delft blijft een gesloten man. Een maand geleden (20 december j.l.) zond de Avro in Close Up Vensters op Vermeer - 10 korte verhalen uit. Het is een boeiende en met liefde gemaakte documentaire waarin verschillende kunstenaars, met name fotografen, vertellen over de betekenis van Vermeer voor hun werk. Daaruit blijkt dat ‘Vermeer’ voor hen eerder een way of life is dan een persoon. Bij de afwezigheid van het persoonlijke krijgt het onpersoonlijke juist alle aandacht en voor Vermeer is dat natuurlijk het licht. Dat is precies wat heel veel fotografen en natuurlijk ook schilders in zijn schilderijen zo aantrekt. De documentaire is permanent op internet te zien.

Alain de Botton
filosoof Alain de Botton over Vermeer
Wat maakt Vermeer zo actueel? Filmmakers Koos de Wilt en Hans Pool reisden de wereld rond en gingen op bezoek bij wereldberoemde fotografen als Erwin Olaf, Steve McCurry, Joel Meyerowitz, Philip-Lorca diCorcia en Tom Hunter. Hoe eigentijds zijn Vermeers beelden? Bestseller auteur en filosoof Alain de Botton, schilder Chuck Close, filmregisseur Peter Webber, schrijfster Tracy Chevalier en kunsthandelaar Otto Naumann ontrafelen allen op hun eigen manier het geheim van de ‘Sfinx van Delft‘. Ook kunsthistorici en Vermeerkenners als Geoffrey Batchen, Lawrence Weschler, Walter Liedtke en Arthur K. Wheelock verklaren het hedendaagse succes van zijn werk.
 
‘Vensters op Vermeer - 10 korte verhalen’ is een documentaire van regisseur Hans Pool (onder meer ‘Van Dis in Afrika‘ en ‘Van Moskou tot Magadan‘) en kunsthistoricus, journalist en scenarioschrijver schrijver Koos de Wilt (onder meer ‘Rembrandt Inc.’). Het camerawerk en de regie zijn van Hans Pool, de research en de interviews van Koos de Wilt.
 
Bron: cultuurgids.avro.nl

bekijk de documentaire in lokale mediaplayer

woensdag 20 januari 2010
tweemaal Slag bij Lützen
De Slag bij Lützen 1632 en de Slag bij Lützen (Großgörschen) 1813

De Slag bij Lützen speelt in onze nationale geschiedenis geen rol, maar in de Duitse en Zweedse geschiedenis des te meer. Ook voor de Fransen heeft Lützen een vertrouwde klank. Dat komt omdat zij de Slag bij Großgörschen (1813) la bataille de Lützen zijn gaan noemen. Na de mislukte Russische veldtocht in 1812 streed een deel van wat er van de Grande Armée was overgebleven tegen de coalitietroepen van Pruisen en Rusland. Napoleon verloor bij deze veldslag nog eens 22.000 soldaten.

De Slag bij Lutzen/Großgörschen
De Slag bij Lützen 1813
Nachdem Preußen am 27. März 1813 Napoleon den Krieg erklärt hatte, zog dieser mit sechs in Kolonnen marschierenden Armeekorps von Mainz (damals vorübergehend von 1803 bis 1814 französisch: Mayence) über Erfurt in Richtung Leipzig. Am 29. April erreichte er Naumburg, am 30. April Weißenfels und am 1. Mai Lützen, wo er die Nacht am Denkmal für den 1632 gefallenen Schwedenkönig Gustav II. Adolf verbrachte. Dieser demonstrative historische Bezug führte auch dazu, dass in Frankreich diese Schlacht als “la bataille de Lützen” bezeichnet wird.
 
Bron: de.wikipedia.org

Maar de oorspronkelijke Slag bij Lützen vond twee eeuwen eerder plaats tijdens de Dertigjarige Oorlog. Hoewel deze veldslag door de protestantse coalitie werd gewonnen, betekende zij toch een trauma voor Zweden, omdat hun koning Gustav II Adolf dodelijk gewond raakte. Zweden steunde de protestantse keurvorsten in de strijd tegen hun gemeenschappelijke vijand, de katholieke Habsburgers. In 1855 toen overal in Europa het nationalisme opbloeide, schilderde de Zweedse historieschilder Carl Wahlbom onderstaand schilderij met centraal de dood van Gustav II Adolf in de Slag bij Lützen.

De Slag bij Lutzen
Carl Wahlbom 1810-1858
de dood van koning Gustav II Adolf op het slagveld bij Lützen
De Dertigjarige Oorlog was een tussen 1618 en 1648, voornamelijk in het Centrale Europese gebied van het Heilig Roomse Rijk, waarbij echter ook de belangrijkste continentale machten waren betrokken, uitgevochten conflict. De oorzaken voor het conflict waren zeer uiteenlopend. Hoewel het van in het begin een godsdienstig conflict tussen protestanten en katholieken was, was het zelfbehoud van de Habsburger ook een deel van de inzet van de strijd. De Denen en vervolgens Zweden kwamen verscheiden malen tussenbeide ter verdediging van hun eigen belangen.
De Slag bij Lutzen
De Slag bij Lützen detail
Rubens, Battle of Anghiari
Carl Wahlbom vond voor zijn schilderij duidelijk inspiratie in de bovenstaande tekening van Pieter Paul Rubens naar een origineel van Leonardo da Vinci dat verloren is gegaan
De Zweedse interventie begon in 1630 en duurde tot 1635. Sommigen aan het hof van Ferdinand II geloofden dat Wallenstein de controle wilde krijgen over de Duitse Prinsen en aldus zijn invloed op de keizer te versterken. Daarop ontsloeg Ferdinand II Wallenstein in 1630. Hij zou hem later echter terugroepen, nadat de Zweden onder leiding van koning Gustaaf II Adolf van Zweden het Rijk aanvielen en een aantal beduidende veldslagen won.
 
Gustaaf II Adolf, zoals eerder Christiaan IV, kwam de Duitse Lutheranen ter hulp, om te anticiperen op katholieke agressie tegen hun vaderland en om economische invloed te verkrijgen in de Duitse staten rond de Oostzee. Net zoals Christiaan IV werd Adolf door Richelieu, de eerste minister van Lodewijk XIII van Frankrijk, en de Nederlanders betaald. Van 1630 tot 1634 dreven ze de katholieke krijgsmacht terug en herwonnen een groot deel van de bezette protestante gebieden.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Tweemaal Slag bij Quebec | Tweemaal Slag bij Waterloo

dinsdag 19 januari 2010
¡ milagroso !
geluisterd naar Miles Davis en Gil Evans Skectches of Spain (1960)

Sketches of SpainSkectches of Spain van Miles Davis en Gil Evans viert dit jaar zijn halve eeuwfeest. Ik krijg toch al kippenvel van de frygische toonladder, maar de manier waarop Miles Davis de Spaanse geest uit de fles drijft c.q. uit zijn trompet perst, is ¡milagroso! De ultieme verjazzing van het mysterieuze Spanje. Overigens is het aardig om naast Sketches of Spain ook eens naar het adagio uit het originele Concierto de Aranjuez van Joaquin Rodrigo (1901-1999) te luisteren, dat oorspronkelijk voor gitaar en orkest werd geschreven. De climax van Evans’ schetsboek is Solea, veredelde trapeze muziek met ingehouden en aangehouden spanning terwijl Miles de duende ziet.

Sketches of Spain is een jazz-plaat van Miles Davis en Gil Evans, die de arrangementen en het dirigeerwerk voor zijn rekening nam. De plaat werd in 1960 uitgegeven door Columbia. De opnames vonden plaats in november 1959 en maart 1960 in de 30th Street Studio in New York City. Na Miles Ahead en Porgy and Bess, was Sketches of Spain de derde samenwerking tussen Miles Davis en Gil Evans. Het werd de eerste plaat die het jazzpubliek met Spaanse muziek in aanraking bracht en niet louter met Latinoritmes, rumba’s of tango’s.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Sketches of Spain
1. Concierto de Aranjuez (Adagio) (Joaquín Rodrigo) – 16:19
2. Will O’ The Wisp (Manuel de Falla) – 3:47
3. The Pan Piper (Gil Evans) – 3:52
4. Saeta (Evans) – 5:06
5. Solea (Evans) – 12:15

Sketches of Spain [ nl.wikipedia.org ]

maandag 18 januari 2010
gare du retro
afgelopen weekend geluisterd naar Sex’n'Jazz (2007) van Gare du Nord

Sex’n'Jazz van Gare du Nord is typisch een album voor dertigplussers. Het staat vol intelligente citaten uit de fusion en soul van de jaren zeventig en tachtig. Van Steely Dan tot Grace Jones, van Al Jarreau tot Marvin Gay en knipoogjes naar Miles Davis en Chet Baker. Michaela bracht zaterdag de Platinum Edition van Sex’n'Jazz mee. Mijn favourite tracks zijn Hot Glue en Chet’s Chat. Gare du Nord kreeg na het succes van deze CD een contract bij het prestigieuze Blue Note label die het vervolg op de zgn. Love Trilogy op CD uitbracht: Jazz and the City (2007) en Love for lunch (2009).


Gare du Nord Marvin & Miles
Na een Russische Tour ( beide albums stonden in 2003 maandenlang op 1 en 2 in de Russische Contemporary Jazz Charts) werden de opnames gestart voor het derde album Club Gare du Nord dat in 2005 verschijnt. De mix van urban jazz, delta blues en groove dance vond op dit album zijn definitieve vorm, niet in de laatste plaats vanwege de samenwerking met Blue Note trompettist Erik Truffaz. Met veel aandacht voor de Steely Dan tribute track Go Back, Jack! startte Gare du Nord met zangeres Dorona Alberti en 7-koppige band een Live Tour, die de band sinds 2007 onafgebroken langs de Nederlandse podia voert. Ondertussen werd gewerkt aan het nieuwe album Sex ´n´ Jazz en aan de soundtrack voor Stout, het best selling boek van Heleen van Royen en Marlies Dekkers.
 
sex'n'jazzHet album Sex ‘n’ Jazz, met bijdragen van Marvin Gaye en Paul Carrack, bleek de brede doorbraak van Gare du Nord; het album werd met goud onderscheiden in 2007, in 2008 werd de platina status bereikt en in mei 2009 ontvangt het duo een dubbel platina plaat. Naar aanleiding van dit succes werden Fransen en Lancee door Blue Note Records gevraagd een serie mix-albums voor het legendarische label te produceren. De eerste ervan, Jazz In The City, met de hit Beautiful Day, is inmiddels met goud bekroond. Deze samenwerking resulteerde in een wereldwijde deal voor het nieuwe, vijfde album van La Gare, dat onder de titel Love For Lunch op 15 mei 2009 verschijnt.
 
Bron: garedunord.eu/biography

clubgaredunord.com

zondag 17 januari 2010
tweemaal Slag bij Quebec
De Slag bij Quebec (1759) door Benjamin West en Edward Penny

Benjamin WestRuim een halve eeuw voordat Jan Willem Pieneman zijn schilderij van de Slag bij Waterloo voltooide, maakte de Amerikaanse schilder Benjamin West een soortgelijk schilderij over een andere historische veldslag, de Slag bij Quebec. In Nederland is deze slag niet zo bekend, maar de Engelsen en Fransen en zeker de Canadezen en de Amerikanen weten deze slag moeiteloos te plaatsen in de Zevenjarige Oorlog. Deze oorlog werd niet alleen in Europa uitgevochten tussen Pruisen en Oostenrijk (met Silezië als inzet) maar juist ook in Noord-Amerika. Engeland dat Pruisen steunde in zijn strijd tegen Oostenrijk, Frankrijk en Rusland, voerde de oorlog vooral op zee en overzee, met name in Noord-Amerika. Een van de veldslagen in de Zevenjarige Oorlog was de Slag bij Quebec in 1759. In 1763 kwam aan de oorlog een eind en sloten Engeland en de Frankrijk de Vrede van Parijs waarbij de Fransen Canada en alle gebieden ten oosten van de Mississippi moesten opgeven. Vijftien jaar later zou Frankrijk zich wreken op Engeland door de Amerikaanse kolonisten militair te steunen in de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog (1774-1783).

de dood van generaal Wolfe
de dood van generaal Wolfe, 1770
door Benjamin West
West verdeelde zijn doek in drie groepen. In het midden ligt Wolfe op de grond in de klassieke pose van de stervende held, zijn ogen omhooggericht, zijn bezorgde, treurende officieren boven hem als een boog die culmineert in een bollend vaandel dat met zijn hemelwaartse beweging de aanstaande weg van de ziel aangeeft. Het doet ook denken aan het lege kruis in een kruisafname, waardoor Wolfes lichaam wordt geasscocieerd met het beeld van Christus’ offer.
 
Robert Hughes in Amerikaanse visioenen, blz 74
de dood van generaal Wolfe, detail
de dood van generaal Wolfe, detail

Benjamin Wests schilderij hangt in de National Gallery of Canada (Musée des beaux arts du Canada) in Ottawa. West was niet de enige die het tafereel schilderde. Edward Penny schilderde zeven jaar eerder al de sterfscene van de Engelse generaal. Maar Benjamin West maakte er in 1770 pas een echt meesterwerk van.

de dood van generaal Wolfe
de dood van generaal Wolfe, 1763
door Edward Penny
This 1763 painting depicts the death of General James Wolfe. This work by Edward Penney is probably much closer to the truth of how Wolfe died than Benjamin West’s more famous painting. Of all the accounts of the general’s last moments, Captain John Knox’s version is generally accepted as the most credible. Knox stated that ‘various accounts have been circulated of General Wolfe’s manner of dying, his last words, and the officers into whose hands he fell; and many, from a vanity of talking, claimed the honour of being his supporters after he was wounded; but […] Lieutenant Brown, of the grenadiers of Louisbourg and the twenty-second regiment […] with Mr. Henderson, a volunteer in the same company, and a private man, were the three persons who carried his excellency to the rear; which an artillery officer seeing, immediately flew to his assistance; and these were all that attended him in his dying moments.’
 
Bron: cmhg-phmc.gc.ca

The Battle of Quebec | The Death of General James Wolfe at Quebec

zaterdag 16 januari 2010
achteruitkijkspiegel
eindeloos turen op tijdbalken…

Ik weet niet waar mijn belangstelling voor het verleden precies vandaan komt. Ongetwijfeld heeft het iets met de eigen identiteit te maken, met het opzoeken van mijn wortels en die van mijn voorouders. Door te graven in het verleden vinden we eigenlijk altijd scherven. Het verleden is veel te groot en ontsnapt aan ons beperkte zicht. Het is een onmogelijke opgave om de geschiedenis te kennen. Waarom zou je dan met jaartallen een net willen spannen over het verleden wanneer je weet dat je het nooit zult vangen? Maar met het grofmazige net dat we zélf kunnen knopen, kunnen we door de historische feiten die we daar mee vangen toch een beperkt overzicht van het verleden te krijgen.

willebroek.info
tijdbalk op willebroek.info

Voor mij is een tijdbalk zo’n net waarmee je de verleden tijd kunt vangen. Het is een soort doodskleed vol gaten dat over het lijk van de tijd ligt uitgespreid. Meestal heeft een tijdbalk een bewuste beperking en wordt bijvoorbeeld het overzicht beperkt tot de Nederlandse, Europese of Amerikaanse geschiedenis. Of de tijdbalk focust alleen in op kunst, wetenschap of politiek. Want het doel van de tijdbalk is het overzicht en dat is per definitie een groteske versimpeling van de werkelijkheid. Interessant wordt het wanneer het overzicht en de werkelijkheid elkaar weer gaan raken, wanneer ik in de veelheid van informatie het overzicht weer verlies en wordt teruggeworpen in het hier en nu, in de lévende tijd waarin ikzelf de enige ben die een stap naar voren kan zetten. Want ook al hou ik van het beeld in de achteruitkijkspiegel, de weg ligt vóór mij.

entoen.nu
de canon van Nederland

De canon van Nederland biedt een overzicht van de (Nederlandse) geschiedenis, samengevat in 50 ‘vensters’. Leerlingen (én leraren!) in de bovenbouw van het basisonderwijs worden geacht het uitzicht te kennen dat deze vensters op onze geschiedenis geven. Zonder historisch bewustzijn is er geen nationaal bewustzijn. En zonder nationaal bewustzijn zak je voor je ingeburgeringsexamen.

tijdbalk [ willebroek.info ] | de canon van Nederland [ entoen.nu ]

vrijdag 15 januari 2010
tweemaal Slag bij Waterloo
De Slag bij Waterloo door Jan Willem Pieneman en Louis Moritz

Napoleon BuonaparteOver vier jaar zullen er twee grote herdenkingen zijn. Het zal dan honderd jaar geleden zijn dat de Eerste Wereldoorlog begon en nog eens honderd jaar eerder het Congres van Wenen. Na de Napoleontische oorlogen en na de Eerste Wereldoorlog zou de kaart van Europa drastisch veranderen. Napoleon was in 1814 verbannen maar nog steeds niet definitief verslagen. Op 1 maart 1815 wist hij van Elba te ontsnappen en kwam nog eens voor honderd dagen terug op het Europese toneel. Op 18 juni 1815 na de Slag bij Waterloo moest hij voorgoed de aftocht blazen.

Op 1 maart 1815, toen het congres nog in volle gang was, wist Napoleon van Elba te ontsnappen. Al snel had hij weer een grote legermacht onder zijn bevel, waarmee hij opnieuw oprukte tegen de mogendheden. Uiteindelijk werd hij door Pruisische, Hollandse, Belgische, Nassause (onder aanvoering van de prins van Oranje) en Engelse legers verslagen bij Waterloo. Daarna aarzelde Willem niet langer en riep zich op 16 maart 1815 met instemming van de mogenheden uit tot Koning der Nederlanden, Willem I, nadat op 13 februari 1815 de Nederlanden definitief verenigd werden in het Traktaat van de 38 Artikelen. In september werd in Brussel de eenwording van de Noordelijke- en Zuidelijke Nederlanden plechtig gevierd.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Voor het nationale zelfbewustzijn van het piepjonge Verenigd Koninkrijk der Nederlanden was de aanwezigheid van de prins van Oranje tijdens de Slag bij Waterloo van enorm belang. Bovendien was Napoleon voorgoed verslagen op het grondgebied van het koninkrijk, want België en Nederland waren toen nog verenigd. De jonge prins van Oranje en latere koning Willem II (1840-1849) werd tot nationale held gemaakt. Dat hij tijdens de veldslag (aan zijn schouder) gewond was geraakt, sprak nog meer tot de verbeelding. Voor de historieschilders was er werk aan de winkel. Het bekendst is het heldhaftige schilderij dat Jan Willem Pieneman in 1824 voltooide. Het is een doek van on-Nederlandse afmetingen (576 x 836 cm!) en hangt nu in het Rijksmuseum.

Pieneman
Jan Willem Pieneman 1824
De slag bij Waterloo, 18 juni 1815
Olieverf op doek, 576 x 836 cm
Centrale figuur is de hertog van Wellington terwijl de gewonde prins Willem II links staat afgebeeld
Jan Willem PienemanJan Willem Pieneman werkte jaren aan ‘Waterloo‘. In de jaren 1819-1821 was hij verschillende malen langdurig bij de hertog van Wellington te gast om portretstudies van Wellington en diens officieren te maken. Op het schilderij zijn 69 personen herkenbaar. Het enorme schilderij was in 1824 af. Koning Willem I kocht het voor zijn zoon. Het zou komen te hangen in diens Brusselse paleis. Maar voor het daarheen verhuisde, werd het tentoongesteld in Amsterdam, Gent, Brussel en Londen. Pieneman verdiende daar - bovenop de verkoopsom van veertigduizend gulden - nog eens vijftigduizend gulden extra mee: een vermogen toentertijd.
 
Bron: rijksmuseum.nl/aria
Pieneman
De slag bij Waterloo detail
Prins Willem II raakte tijdens de veldslag gewond
Geen wonder dat dadelijk door Hollandse kunstenaars de afbeelding in prent en schilderij ter hand werd genomen, niet alleen van de slag bij Waterloo, maar ook van het voorafgaande wapenfeit bij Quatre Bras, waar op 16 juni - in strijd met Wellingtons bevelen - de Nederlandse troepen waren geconcentreerd en onder aanvoering van de Prins van Oranje, de Franse aanvallen zolang wisten te weerstaan, dat daardoor het latere verloop van de veldslag ten goede werd beïnvloed. Dankzij die uitkomst kon zijn insubordinatie achteraf als een heldhaftig en beleidvol optreden worden bejubeld.
 
Bron: dbnl.org

Een veel minder bekend schilderij ( maar dan ook veel minder groot) is van Louis Moritz (1773-1850). Ook hij beeldt de gewonde prins van Oranje af maar dan bijna in het midden. Op het schilderij van Pieneman is de hertog van Wellington de centrale figuur. Maar deze had door bemiddeling van koning Willem I dan ook persoonlijk model willen zitten voor de schilder. Pienemans enorme schilderij was een attractie en werd tentoongesteld in Amsterdam, Gent, Brussel en Londen

Louis Moritz
Louis Moritz
De slag bij Waterloo, 18 juni 1815
Tot de eersten, die bij ons Waterloo in beeld brachten, behoorde Louis Moritz, wiens roeping en ervaring als historieschilder met een voorkeur voor paarden, hem hiertoe bijzonder geschikt maakten. Hij toog samen met C.L. Hansen en J. Kamphuysen aan het werk in een ambitieuze onderneming: het schilderen van een groot panorama van de slag bij Waterloo, dat in 1816 te Amsterdam, in een rond gebouwtje op het Leidseplein en naderhand in enkele andere plaatsen werd tentoongesteld. Zijn aandeel bestond in het schilderen van de levensgrote figuren en paarden. De exploitant was blijkbaar E. Maaskamp, die in een brochure van 1816 een uitvoerige beschrijving van het panorama publiceerde met een schematische afbeelding ervan, waarbij de inhoud der voorstelling tot in bijzonderheden werd aangeduid. Over de latere lotgevallen van dit panorama tasten wij in het duister.
 
Het hier getoonde schilderij, dat niet gedateerd is maar vermoedelijk ongeveer gelijktijdig ontstond, kan een indruk geven van de manier, waarop Moritz het onderwerp behandelde. Ook al is het moment van Oranjes verwonding hier op iets andere wijze in beeld gebracht dan in het desbetreffende stuk van het panorama, de schilder heeft hier stellig met evenveel accuratesse de juiste toedracht gevolgd als hij deed in het grote tafereel, dat volgens Maaskamp door de Prins ‘met de uiterste oplettendheid’ werd bekeken en ‘met het hoogste welgevallen goedgekeurd’.
 
Bron: dbnl.org

De Slag bij Waterloo [ rijksmuseum.nl/aria ]

donderdag 14 januari 2010
bewijzen vermoeien de waarheid
begonnen aan het verbroken contract (1989) van George Steiner
het verbroken contractWe hebben het nog steeds over ‘zonsopkomst’ en ‘zonsondergang’, alsof het copernicaans model van het zonnestelsel niet voorgoed het ptolemeïsche wereldbeeld had vervangen. Vacante metaforen, versleten zegswijzen huizen vasthouden in onze woordenschat en grammatica. Ze worden betrapt in de hoeken en gaten van onze omgangstaal. Daar spoken ze rond, als oude vodden of geesten op zolder.
 
Dit is de reden waarom rationele mannen en vrouwen, vooral in de wetenschappelijke en technologische werkelijkheden van de westerse wereld het nog steeds over ‘God’ hebben. Daarom leeft het postulaat van het bestaan van God voort in zoveel veronachtzaamde uitdrukkingen en toespelingen. Geen plausibel denken of geloof garandeert Zijn bestaan. Er is ook geen begrijpelijk bewijs. Waar God met onze cultuur verbonden blijft, met onze vaste zegswijzen, is Hij een grammaticaal spook, een fossiel uit de kinderjaren van de rationele taal. Aldus Nietzsche (en velen na hem).
 
eerste twee alinea’s uit Het verbroken Contract van George Steiner (1989) vertaald door Herman Hendriks (1990)
De bewering van ‘de dood van God’ tast elke vezel van onze cultuur aan. Ze ligt ten grondslag aan de krachtige argumenten
voor afwezigheid, voor leegte
in hedendaagse analyses
van taal en vorm.

George SteinerHet thema van George Steiners werk is de geschiedenis, cultuur en literatuur van Europa. In zijn beschouwingen, zowel als in zijn romans en verhalen rond dit thema, nemen de cultuur en geschiedenis van het Jodendom en de Jodenvervolging in Europa daarbinnen een belangrijke plaats in: Europa pleegde zelfmoord door de Joden te doden, zei Steiner in 1969. Niettemin benadrukt hij ook de charmes van Europa, zoals de koffiehuizen en de klassieke muziek. In Nederland kreeg Steiner grotere publieke bekendheid door zijn deelname aan het interviewprogramma Nauwgezet en Wanhopig (VPRO-televisie, 1989) en het discussieprogramma Van de Schoonheid en de Troost (VPRO-televisie, 2000), beide van Wim Kayzer. Vanaf het eind van de jaren 60 begonnen er al diverse boeken van hem in Nederlandse vertaling te verschijnen bij verschillende uitgevers. In 1985 hield hij de Uhlenbeck-lezing aan het NIAS en in 1987 gaf hij in Leiden ook de Huizingalezing. In 2000, 2002, 2004 en 2008 was hij aanwezig op de conferenties van de Tilburgse stichting Nexus. ( Bron: nl.wikipedia.org )

George Steiner [ contemporarywriters.com ]

woensdag 13 januari 2010
de NMC leeft met je mee
Wim de Bie is in 2010 onze Nationale Mental Coach
Wim de Bie
Hoe kun je de mental coach, oftewel geestelijk begeleider, van zestien en een half miljoen Nederlanders zijn? Het antwoord op die vraag hopen we aan het eind van 2010 te hebben gevonden, als we het werk van NMC Wim de Bie gaan evalueren. Het is de eerste keer dat in ons land een coach op nationaal niveau is aangesteld met een dergelijke omvangrijke taak. Hij kan dus niet terugvallen op de ervaringen van voorgangers. Hij springt gelijk in het diepe.
 
Bron: weblogs.vpro.nl

nationale mental coach | bieslog | federatie coaches nederland

dinsdag 12 januari 2010
perfecte reconstructie
gezien op DVD: The Aviator (2004) van Martin Scorcese

Het leven van de excentrieke Howard Hughes (1905-1976) is driemaal verfilmd (in 1977, 2004 en 2006) maar de verfilming van Martin Scorcese uit 2004 is het meest memorabel. The Aviator werd dan ook bekroond met vijf oscars en vier BAFTA’s. De film loopt van 1927 tot en met 1947 en is met grote accuratesse gemaakt. Decadente Holywoodparty’s, filmsets, art-deco-paleizen, straatscenes en natuurlijk ook de vliegtuigen, alles klopt tot in de kleinste details. Scorcese is zelfs zover gegaan om in technicolor te filmen dat letterlijk de couleur local bepaalt. Het camerawerk in The Aviator is verbluffend en Robert Bridge Richardson won terecht de oscar voor de beste cinematografie.

The Aviator
In de art-deco-paleizen van de jaren 20 gingen Cleopatra’s en Nefertiti ’s met de drankjes rond. De film won in de categorie ‘kostuumontwerp’ ook een oscar…
Op 7 juli 1946 maakte Howard Hughes de eerste proefvlucht met het experimentele vliegtuig XF-11. Onderdeel van zijn vluchtplan was een rondvlucht boven Los Angeles om het nieuwe toestel te laten zien. Door een olielek ging een van de tegengesteld draaiende propellers andersom draaien. Hughes probeerde het toestel te redden door een noodlanding te maken op het golfterrein van de Los Angeles Country Club. Enkele seconden voor de landing daalde het toestel sterk en vervolgens stortte het neer in de woonbuurt rond de Country Club. Het toestel raakte drie huizen, en vervolgens explodeerden de brandstoftanks waardoor een huis en het gebied er omheen in brand vlogen. Hughes lag naast het vliegtuig, maar werd gered door een sergeant van de Amerikaanse mariniers. die in het huis ernaast op bezoek was. Hughes had een sleutelbeen en zes ribben gebroken en had derdegraads brandwonden. Het letsel had tot zijn dood invloed op hem en velen schrijven zijn latere verslaving aan opiaten toe aan de hoge dosering morfine die hij na het ongeluk voorgeschreven kreeg. Zijn kenmerkende snor die hij later in zijn leven droeg was een poging om een klein litteken in zijn gezicht te verbergen.
 
Bron: nl.wikipedia.org
The Aviator
Scorcese laat de film ook in de spiegel kijken en ook hier klopt alles tot in de puntjes…
De meest spectaculaire scène uit The Aviator (…) toont hoe filmmaker en vliegenier Howard Hughes neerstort in voorstedelijk Beverly Hills met een zelfontworpen vliegtuig. Een uur en drie kwartier lang was hij de snelste mens ter wereld, maar op een kwestie van seconden ging die triomf verloren in een furie van metaal, glas en steen. De vleugels van het toestel sneden door de daken van de woonsten heen als door boter en tegen de tijd dat het ding eindelijk stil kwam te liggen, was er van Hughes zelf nog maar nét genoeg over om ‘m terug op te kunnen lappen met zes maanden revalidatie. Die scène vat in feite het hele leven van Hughes samen: een man die steeds gekkere risico’s nam om z’n obsessies waar te maken. Hij wilde de snelste vliegtuigen ter wereld bouwen, de beste films maken. Zijn ambities werden steeds waanzinniger, tot hij niet anders kón dan ten onder gaan.
 
Bron: digg.be
The Aviator
de technicolor beelden roepen letterlijk de couloure local van de late jaren veertig op

The Aviator [ imdb.com ]

maandag 11 januari 2010
De Bijbel volgens Hollywood
gezien op televisie: The Ten Commandments van Cecil B. DeMille (1956)

10 commandmentsIn de jaren vijftig stond er in de meeste Amerikaanse huizen al een televisie en het bioscoopbezoek liep daardoor terug. Om de bioscoopfilm een extra injectie te geven bedachten de grote filmmaatschappijen van alles om het publiek weer naar bioscoop te lokken. Met de spektakelfilm keerde de Hollywoodfilm in zekere zin weer terug naar de tijd waarin D.W. Griffith (1875-1948) zijn spektakelstukken maakte. Maar Griffith was in 1948 overleden. Een andere Hollywoodpionier en een van de oprichters van Paramount Cecil B. DeMille (1881-1959) was nog altijd actief. Vanaf 1914 had hij al tientallen films op zijn naam staan. Een daarvan was The Ten Commandments die hij in 1923 al had gemaakt. Net als Intolerance van D.W.Griffith was dit een imponerende spektakelfilm met levensgrote decors en honderden figuranten. Om het bioscooppubliek terug te winnen, besloot Paramount halverwege de jaren vijftig tot een remake en de 75-jarige DeMille deed The Ten Commandments nog eens over, maar nu in vistavision, technicolor en met duizenden figuranten. Het publiek moet net zo geïmponeerd zijn geweest als in de vroege jaren van de film. De felle kleuren knalden van het enorme doek. Daar had de televisie niet van terug. De film werd een enorm succes en zeven keer genomineerd voor een Oscar. Een paar jaar later speelde “Mozes” voor concurrent MGM in een ander Bijbelse spektakelstuk dat elf Oscars won (van de twaalf nominaties).

And God said Let there be light, and there was light. And from this light, God created life upon earth. And man was given diminion over all things upon this earth and the power to choose betweem good and evil. But each sought to do his own will because he knew not the light of God’s law. Man took dominion over man, the conquered were made to serve the conqueror, the weak were made to serve the strong, and freedom was gone from this world. So did the Egyptians cause the children of Israel to serve with rigor, and their lives were made bitter with hard bondage. And their cry came up unto God. And God heard them and cast into Egypt, into the lowly hut of Amram and Yochabel, the seed of a man upon whose mind and heart would be written God’s law and God’s commandments, one man alone against an empire.
(De verteller aan het begin van de film)

10 commandments
decor uit The Ten Commandments
boven 1923 en onder 1956
The Ten Commandments doet nauwelijks of geen oproep tot enige interpretatie maar wil spektakel bieden. Veel elementen van de film, zoals sommige effecten en het traditionele toneelspel dat DeMille zijn acteurs laat opvoeren, kunnen tegenwoordig oubollig of zelfs kitsch overkomen, maar voor het publiek destijds waren deze groots. Het werk was de best bezochte film van 1956 en is in de V.S. op vier na de film met de grootste opbrengst aller tijden.
 
Bron: nl.wikipedia.org
intolerance
de enorme decors die D.W. Griffith voor Intolerance (1916) liet bouwen, zijn legendarisch geworden en stonden aan het begin van het Hollywoodspektakelstuk

The Ten Commandments [ imdb.com ]

zondag 10 januari 2010
de ware Paulus
afgelopen week in Trouw: Plato en Paulusvertaler Gerard Koolschijn en
hoogleraar Bijbel en Ned. cultuur Patrick Chatelion Counet over Paulus

de Apostel PaulusOver de Apostel Paulus bestaan ontzettend veel vooroordelen. Volgens de een is hij de stichter van het fundamentalistische christendom, volgens een ander is hij een vrouwenhater en homofoob. Volgens weer anderen een fanaat, ophitser, demagoog, drammer en zelfs Romeinse spion. Gelukkig verschijnen er ook telkens weer publicaties die onderzoeken hoe eerlijk deze oordelen eigenlijk zijn. Zo verscheen begin vorig jaar bij uitgever Ten Have Paulus - De fundering van het universalisme van Alain Badiou. Deze niet-christelijke filosoof verbergt zijn sympathie voor Paulus niet en noemt hem zelfs ’de geniale anti-filosoof’. De gelauwerde Platovertaler Gerard Koolschijn maakte onlangs een rauwe vertaling van Paulus’ Brief aan de Romeinen. Deze week las ik een interview met hem in Trouw over zijn vertaling, waarin hij gehakt maakt van de Apostel der heidenen.

„Plato en Paulus draaien de materiële wereld de rug toe. Beiden gaan daarbij hevig tekeer tegen seksuele begeerte in zijn homofiele variant. Wanneer Paulus de slechtheid van de mens beschrijft is het eerste wat hij noemt de mannelijke en vrouwelijke homofiele liefde. Die krijgt een hele alinea, terwijl doodslag in een rijtje hebzucht, twist, kwaadsprekerij staat. Paulus voert een innerlijke oorlog, zegt hij, waarbij de wet van het lichaam vecht tegen de wet van zijn God. Hij verwart die wet van het lichaam op een rare manier met de joodse wet. In elk geval wil hij van die wet loskomen. Zoals een vrouw vrij komt voor een andere man wanneer haar man sterft, zo wil Paulus vrij komen voor zijn verlossende vereniging met Jezus. Die moet hem bevrijden van alle aardse strijd en hem vrede en eeuwige glorie bezorgen.
 
Dát vind ik het ergste, die afwijzing van het enige leven dat we hebben, in dienst van een hersenschim. En als zijn fundamentalistische vrienden nu maar in hun binnenkamer bleven en alleen zichzelf voor de gek hielden. Maar wat een vernietiging en misvorming hebben ze op hun geweten!”
 
Gerard Koolschijn in Trouw, dinsdag 5 januari, De Verdieping, pagina 27

Twee dagen later publiceerde dezelfde krant een reactie van bijzonder hoogleraar Bijbel en Nederlandse cultuur Patrick Chatelion Counet over Koolschijn’s vertaling van de Romeinenbrief. Chatelion Counet verdiepte zich in de vooroordelen over Paulus en schreef er een boek over.

Hoe kan het dat uw visie op Paulus zo essentieel verschilt van die van Koolschijn?
„Over deze teksten ligt tweeduizend jaar interpretatie, beïnvloeding, en bevooroordeling. En zeker de calvinistische interpretatie neigt naar fundamentalisme. Een vertaler zou zich daar aan moeten proberen te ontworstelen. Dat doet Koolschijn niet. Hij keurt de interpretatie van Paulus af, waarmee zijn voorouders probeerden te leven. Maar hij ziet de revolutionaire Paulus, de bevrijder, volkomen over het hoofd. Hij leest hem areligieus, zonder mystiek en antirevolutionair. Het maakt hem tot een atheïstische calvinist. Nog een laatste voorbeeld. Het meest ergert Koolschijn zich aan Paulus’ zogenaamde eis tot „gehoorzaamheid aan een zelfbedachte instantie.” Die gehoorzaamheid kom je bij Paulus nauwelijks tegen. „Onderzoek alles, behoud het goede,” schrijft hij in zijn vroegste brief. En: „Alles is geoorloofd, maar niet alles is nuttig.” In die uitspraken kom ik een Paulus tegen die Koolschijn eigenlijk had willen zien.”
 
Patrick Chatelion Counet in Trouw, donderdag 7 januari, De Verdieping, pagina 27

Genie of Misgeboorte. Zeven vooroordelen over de Apostel Paulus
In zijn nieuwste boek presenteert Chatelion Counet zeven ‘Paulijnse paradoxen’. Is hij nu de volgeling van Jezus of de feitelijke stichter van het christendom? Is zijn schrijven fundamenteel joods of is hij een proto-antisemiet? Is het beroep dat velen op hem doen om homoseksualiteit en vrouwenemancipatie te veroordelen terecht? Is hij een manager of een mysticus, een rouwdouwer of een man van gebed? (Bron: rkkerk.nl)

Aan de Romeinen [vert. Gerard Koolschijn ] | Genie of Misgeboorte. Zeven vooroordelen over de Apostel Paulus

zaterdag 9 januari 2010
vliegende olifant
vanmiddag gezien op Net 5 : Dumbo (1941)

Donald Duck 1971 nr. 1Mijn eerste herinneringen aan het vliegende olifantje gaan terug naar 1971. Als zevenjarige leerde ik lezen samen met de Donald Duck en ter gelegenheid van zijn 30e verjaardag keerde Dumbo 39 jaar geleden terug in het vrolijke weekblad. Hij verscheen op de omslag van de eerste Donald Duck uit 1971 die ik nog altijd als een relikwie bewaar. Bijna zeventig jaar na dato heeft de vierde grote Disney tekenfilm nog niets aan frisheid verloren. Na de commerciële flops van Pinokkio en Fantasia in 1940 werd de film over het vliegende olifantje een echte kaskraker. In 1942 won Dumbo zelfs een Oscar. Een van de hoogtepunten uit de film vind ik de Pink Elephant Parade, waarin de animators net als in Fantasia hun fantasie de vrije loop hebben gelaten.


Dumbo Pink Elephant Parade

Maar het meest bijzondere aan Dumbo is het vertederende olifantje zélf met zijn lange oren en dikke tranen. Onvergetelijk is het beeld van het kleine hoopje verdriet dat levensmoe het circus uit strompelt. Zelfs de Amerikaanse soldaten die de film aan het front zagen, moesten een brok wegslikken…

Dumbo animatiecel
Aan Dumbo wordt nog altijd geld verdiend
een originele animatiecel (rechts) uit de tekenfilm met echtheidscertificaat wordt bijna 70 jaar later op internet voor $1250 aangeboden.

Dumbo is de derde lange animatiefilm van Disney. Na het maken van Sneeuwwitje en Pinokkio, moest Dumbo met veel lagere kosten geproduceerd worden. Critici waren bang dat door de bezuinigingen de kwaliteit van de Disney film omlaag zou gaan. Maar niets was minder waar, Dumbo werd een absolute kaskraker. In 1942 ontving de film een Oscar, en vijf jaar later kreeg Disney voor ‘uop het filmfestival in Cannes de prijs voor de beste animatiefilm.
( Bron: movie2movie.nl )

Dumbo [ imdb.com]

vrijdag 8 januari 2010
“uitroeien die beesten!”
gelezen Hart der Duisternis (1902) van Joseph Conrad
in de Nederlandse vertaling van Bas Heijne

Heart of DarknessNadat ik mij laatst weer eens had laten onderdompelen in de waanzin van Apocalypse Now besloot ik toch maar eens het boek te gaan lezen waarop deze film gebaseerd is. Joseph Conrad schreef Heart of Darkness aan de vooravond van de twintigste eeuw in 1898 toen de koloniale uitbuiting op een dieptepunt was. Maar Heart of Darkness is meer dan een boek over de duistere kant van het kolonialisme. Het gaat vooral over de mens die van God en gebod is losgeraakt en kan daarom ook worden gelezen als een metafoor op de moderne, goddeloze mens. Maar een moraal zoals bij Dostojewsky ("als God niet bestaat, is alles geoorloofd") zul je bij de ironische Conrad tevergeefs zoeken.

Het verhaal gaat over de missie van kapitein Marlow. Deze moet van een handelsmaatschappij op een verre post in de binnenlanden van Kongo agent Kurtz opsporen. Men zegt dat hij er ‘ondeugdelijke praktijken’ op na houdt. In de film Apocalypse Now is de missie van de hoofdpersoon verplaatst naar Vietnam en Cambodja en is Kurtz een Amerikaanse kolonel. Conrad baseerde het relaas van Marlow op zijn eigen ervaringen in Kongo Vrijstaat, waar hij als binnenschipper getuige was van de koloniale praktijken.

Heart of Darkness
In Heart of Darkness maakt de hoofdpersoon een bootreis en dringt niet alleen dieper door in de jungle maar ook in de duistere krochten van de menselijke geest
Hart der Duisternis van Conrad volgt de zoektocht van een jonge Kapitein van de Britse Oost-Indische Compagnie naar een voorganger die ‘verloren’ is in de Kongo. Kapitein Marlow en zijn bemanning stuiten op vele hindernissen tijdens hun reis, en worden blootgesteld aan de onmenselijkheden in het hart van de koloniale bezetting van Afrika. Als ze eindelijk hun doel (Kurtz) bereiken, ontdekken ze een stervende man die volledig is ‘gecorrumpeerd’ door zijn ervaring in de Kongo. Ze ontdekken dat Kurtz zichzelf heeft opgeheven tot de positie van een god die heerst over een gemeenschap van ondergeworpen inboorlingen en een leven leidt van beestachtigheid en buitensporigheid. Kurtz is haast een sekteleider, bevreesd en vereerd door zijn volgelingen. Maar ondanks zijn macht is Kurtz getraumatiseerd door wat hij heeft gezien en gedaan in Afrika, en zijn laatste woorden ‘the horror’ geven zijn geestelijke toestand weer.
 
Bron: nl.shvoong.com/books/

Joseph ConradJoseph Conrad werd in 1857 geboren in het Poolse Berdyczów (tegenwoordig Berdychiv in de Oekraïne) en groeide op in een verarmde adellijke en patriottistische familie. Zijn vader, Apollo Korzeniowski, schreef politiek getinte toneelstukken en vertaalde werken van auteurs als Charles Dickens, Victor Hugo en Shakespeare vanuit het Engels en Frans. In 1861 werd Josephs vader verbannen naar Vologda, en de 4 jarige Joseph en zijn moeder gingen mee. Vanwege de slechte gezondheid van moeder en het extreme klimaat in Vologda kreeg het gezin in 1865 toestemming om naar Tsjernihiv te verhuizen, waar moeder Ewelina Korzeniowska enkele weken later overleed aan de gevolgen van tuberculose. Vier jaar later overleed ook vader Apollo Korzeniowski, waardoor Joseph op 11 jarige leeftijd achterbleef als wees. Familielid Tadeusz Bobrowski nam de opvoeding voor zijn rekening, totdat de jonge Conrad op 16 jarige leeftijd verhuisde naar Marseille alwaar hij aanmonsterde op een schip en zeeman werd.

Conrad maakte vele reizen naar alle uithoeken van de wereld. Zijn jongensdroom om naar Afrika te reizen kwam uit. Hij voer ver landinwaarts op de Kongo door het de toenmalige Kongo-Vrijstaat. Indrukken en ervaringen van deze reis zijn terug te vinden in later werk, in het befaamde Heart of Darkness wordt de tocht over de rivier met een stoomschip uitvoerig beschreven en dient de reis naar het binnenland ook als metafoor voor een reis naar het innerlijke van de menselijke geest. Geschokt hoe de koloniale mogendheden zich gedragen tegenover de lokale bevolking besluit Conrad na één reis ontslag te nemen. (Bron: nl.wikipedia.org )


Congo-The Brutal History
BBC documentaire over Kongo-Vrijstaat de privékolonie van de Belgische koning Leopold II

Heart of Darkness [ books.google.com ]

donderdag 7 januari 2010
terug naar het oerverhaal [ 3 ]
cultuurrelativisme en het einde van het Grote Verhaal

KMMA TervurenEen van de nieuwe wetenschappen die in de negentiende eeuw ontstond en die nauw verband hield met de Europese expansie, was de volkenkunde. In de twintigste eeuw vond er met de dekolonisering een omslag plaats in de volkenkunde, die tegenwoordig etnologie of culturele antropologie wordt genoemd. Men deed afstand van de etnocentrische visie en ging alle culturen als gelijkwaardig beschouwen. Dit betekende ook dat men alle religies in principe als gelijkwaardig ging zien. Het is niet onbelangrijk om te zien dat de veroordeling van het zgn. Europacentrisme een Westerse zélfveroordeling is.

beeld voor het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren, gebouwd in neo-rococo stijl tussen 1904 en 1910

De Sloveense filosoof Slavoj Žižek heeft aangetoond dat er achter het Westerse cultuurrelativisme nog altijd een superioriteitsgevoel schuilgaat. Volgens hem is het Westen er in geoefend om het authentieke van andere culturen te benadrukken terwijl het haar eigen identiteit onzichtbaar probeert te maken. Doordat het Westen in daarmee ‘identiteitloos’ wordt, kan het zich verbinden met ‘universele waarden’ die voor alle culturen zouden moeten gelden. En daarmee behoudt het Westen stiekem nog altijd haar superioriteitsgevoel.

( … ) Vroeger kon je als witte, heteroseksuele man niet eens spreken over je eigen “authentieke” cultuur en identiteit, want dan was je bij voorbaat al verdacht, dan was je al bijna een neofacist. Maar die zelfvernedering bleek ook een dekmantel. Juist doordat wij “identiteitloos” waren, konden wij namelijk spreken over universele waarden. Want omdat wij geen identiteit hadden, spraken we vanuit een neutrale positie. En precies dat was zo arrogant tegenover die mensen die we zogenaamd beschermen. “Toe maar, wees vooral jezelf", zeiden we - maar daarmee stellen wij de norm van wat “jezelf” is. Niet omdat we “westers” en dus superieur waren, want dat zou racistisch zijn, maar omdat we “neutraal” waren. Maar superieur bleven we… stiekem. Het is eigenlijk meta-racisme. Fascinerend, hoe deze hypocrisie mogelijk was: meta-racisme als kritiek op het racisme! ( … )
 
Bron: Slavoj Žižek in Filosofie Magazine

Wat heeft dit alles met oerverhalen te maken? Het betekent dat Europa met zijn cultuurrelativisme (én godsdienstrelativisme) het Grote Verhaal waarop de Westerse cultuur gebaseerd is (het Christendom) verloochent door dit verhaal te nivelleren aan de honderdduizenden oerverhalen die de Westerse cultureel antropologen en mythografen verzameld hebben. Het post-modernisme, dat je als de erfgenaam van de Europese Verlichting kunt zien, probeert een bescheiden maar neutrale positie in te nemen en verklaart hét Grote Verhaal taboe. Dat is een noviteit in de geschiedenis, want elke cultuur is altijd gefundeerd geweest op een oerverhaal over de oorsprong van de wereld en van de mens. Dit Grote Verhaal heeft een cultuur gevormd en het kloppend hart daarvan is de religie.

Het post-modernisme, dat je als
de erfgenaam van de Europese Verlichting kunt zien, probeert
een bescheiden maar neutrale
positie in te nemen en verklaart
het Grote Verhaal taboe.

In het Westen heeft de wetenschap de plaats van het Christendom ingenomen. Aan de ene kant is er winst: de Westerse mens is geen gelovige meer die door een religieuze autoriteit klein gehouden wordt, maar is geëmancipeerd tot een individu. Toch betaalt hij voor deze ‘vrijheid’ een hoge prijs: diep wantrouwen en een onvermogen tot overgave. Hij zou wel willen geloven, maar hij kan het niet (meer). Met het afschaffen van het Grote Verhaal valt het bezielend verband weg en moet ieder voor zichzelf maar ‘zijn’ of ‘haar waarheid’ zien te vinden. De geestelijke uitholling die het afschaffen van het Grote Verhaal veroorzaakt, drukt zwaar op de post-moderne mens.

Mircea EliadeDe van oorsprong Roemeense godsdienst-psycholoog Mircea Eliade wijst in Het heilige en het dagelijkse bestaan ook op deze verzakelijking van de wereld, een proces dat gepaard gaat met het verlies van bevredigende zingevende verhalen, ook al schept de wetenschap eigen oorsprongsverhalen, zoals het verhaal van de oerknal. Mythen worden door de moderne mens bestudeerd in plaats van gecelebreerd. Eliade noemde dit proces desacralisatie. Ook de Canadese filosoof Charles Taylor houdt zich diepgaand met de onttovering van de wereld bezig. Het is veelzeggend dat hij naast filosoof ook praktiserend katholiek is.

Het heilige en het dagelijkse bestaan
van Mircea Eliade

eerdere posts in deze reeks | Het heilige en het dagelijkse bestaan

woensdag 6 januari 2010
с рождеством ! - S Rozhdestvom !
vandaag is het volgens de Juliaanse kalender 24 december 2009
en vannacht viert men in de Russische Kerk de Geboorte van Christus
Russisch kerstfeest

Christmas in Russia

dinsdag 5 januari 2010
terug naar het oerverhaal [ 2 ]
gelezen: het heilige en het profane (1957) van Mircea Eliade

Mircea EliadeOver godsdienstwetenschappers wordt wel eens gegrapt dat zij de enige wetenschappers zijn die niet in hun eigen bronnen geloven. Tijdens het lezen van het heilige en het profane van de godsdienst-historicus Mircea Eliade ontdekte ik hoe waar deze opmerking eigenlijk is. De van oorsprong Roemeense Eliade (1907-1986) was behalve godsdienst-historicus nog veel meer: yoga-kenner, religie-psycholoog, wijsgerig antropoloog en misschien ook wel socioloog. In het voorwoord bij de Nederlandse vertaling van Hans Andreus schrijft deze dat Mircea Eliade meer verwant is met de dichter dan met de wetenschapper. Maar het heilige en het profane is vooral een boek van iemand die de smaak van honing beschrijft. Terwijl je van een dichter verwacht dat hij ‘hoger honing’ bezingt.

Misschien is dit het tragische lot van de wetenschapper; beroepshalve moet hij aan de kant blijven staan en daardoor mist hij datgene wat hij bestuderen wil: de levende ervaring. Omdat de godsdienstwetenschapper afstand schept tussen zichzelf en het object van zijn studie, kan hij niet participeren als een gelovige. Hij beschrijft de godsdienst(en) niet van binnenuit maar van buitenaf. Daardoor spreekt hij ook een andere taal. De terminologie die Eliade gebruikt, is even wetenschappelijk precies als kil. Religieuze ervaringen worden gebundeld en gelabeld in verstandelijke categorieën als ‘antropokosmische homologatie’, ‘zijnsmodus’ of ‘hiërofanie’. De godsdienstwetenschap brengt net als de fenomenologie een rationalistisch monstrum voort. Beiden worden gedreven door een diep verlangen om door te dringen tot de essentie. ‘Zurück zu den Sachen selbst‘ zoals de grondlegger van de fenomenologie Edmund Husserl het verwoordde. Maar in plaats van terug te keren naar de naakte verschijnselen, schept de fenomenologie een eigen metataal, waardoor het brandpunt juist op de taal komt te liggen en niet op de verschijnselen zoals oorspronkelijk de bedoeling was.

Mircea EliadeNiet elke wetenschapper hoeft in deze valkuil terecht te komen. Zo ontmoette de Peruaanse student antropologie Carlos Castaneda in 1960 in de Yaqui sjamaan ‘Don Juan’ terwijl hij de riten van zijn stam als studieobject gekozen had. Het verhaal is bekend: Castaneda gaf zijn positie als wetenschapper op en gaf zich over aan de levende ervaring. In zijn boeken deed hij verslag van de lessen die hij van zijn leermeester Don Juan ontving. De reacties waren voorspelbaar: zijn oudere vakbroeders noemden hem een charlatan, omdat hij zijn wetenschappelijke positie had opgegeven. Maar daardoor was hij nu een ingewijde in plaats van een buitenstaander ‘Het object van zijn belangstelling’ had hem uitgenodigd de grens te overschrijden en zijn wetenschappelijke houding op te offeren.

Het heilige en het profane is een boek van een wetenschapper die geconcentreerd schrijft over ‘het object van zijn belangstelling.’ Eliade heeft het voortdurend over ‘de goden’ maar dat blijft voor hem een categorie, evenals ‘de mythische helden’. Hij plaatst zich daardoor op een ‘wetenschappelijke Olympus’ die boven alle godenbergen uitreikt. Maar de religieuze ervaring zélf is in die positie onbereikbaar. De paradox is dat hij de religieuze ervaring wél dichterbij brengt, zoals onmiddellijk uit de eerste alinea van zijn boek blijkt:

Voor de religieuze mens is de ruimte niet homogeen. Hij toont scheuren en breuken; er zijn ruimte-delen die kwalitatief verschillen van de andere. ‘Kom niet te dichtbij’ zei de Heer tot Mozes ‘doe uw schoenen van uw voeten want de plaats waarop gij staat, is heilige grond. (Exodus 3:5) Er is dus gewijde, en daarom ’sterke’ veelbetekenende ruimte, en er zijn andere ruimten, die niet-gewijd, en bijgevolg over ‘t geheel zonder ordening en samenhang amorf zijn. De religieuze mens ziet deze ruimtelijke in-homogeniteit in de ervaren tegenstelling tussen de gewijde ruimte - de enige die werkelijk is, die werkelijk bestaat - en al het overige, de vormloze uitgestrektheid daar omheen.
 
Bron: eerste alinea uit ‘het heilige en het profane’
De religieuze mens ziet deze ruimtelijke in-homogeniteit in de ervaren tegenstelling tussen de gewijde ruimte - de enige die werkelijk is, die werkelijk bestaat - en al het overige, de vormloze uitgestrektheid daar omheen

Mircea Eliade

The Sacred and the Profane [ books.google.nl ] | castaneda.com

maandag 4 januari 2010
hoog, hoger, hoogst [ 11 ]
vandaag is de Burj Khalifa officieel in gebruik genomen
en is de definitieve hoogte bekendgemaakt: 828 meter

Het hoogste gebouw ter wereld de Tapei 101 (sinds 2004) is vandaag officieel gepasseerd door de Burj Khalifa dat zich nu met afstand het hoogste gebouw ter wereld mag noemen. Het Empire State Building dat van 1931 tot 1973 het hoogste gebouw ter wereld was, staat nu op een elfde plaats, terwijl de Burj Khalifa ruim twee keer zo hoog is. Chicago en New York (De bakermat van de wolkenkrabber) lijken uit de race en zijn nog maar met vier wolkenkrabbers vertegenwoordigd onder de vijftien hoogste gebouwen ter wereld. China is koploper met zeven wolkenkrabbers. Behalve de Willis Building (voorheen Sears Building) in Chicago en de Empire State Building in New York zijn de vijftien hoogste gebouwen ter wereld allen na 1990 tot stand gekomen.

2010
sinds vandaag wordt de lijst met hoogste gebouwen op skyscraperpage.com aangevoerd door de Burj Khalifa

de vijftien hoogste gebouwen in de wereld

1 Burj Khalifa (2010) Dubai, VAE 828 m
2 Taipei 101 (2004) Taipei, Taiwan 508 m
3 Shanghai World Financial Center (2007) Shanghai, China 492 m
4 Petronas Towers (1998) Kuala Lumpur, Maleisië 452 m
5 Willis Tower (Sears Tower) (1974) Chicago, VS
6 Trump International Hotel & Tower (2009) Chicago, VS 423 m
7 Jin Mao Tower (1999) Shanghai, China 421 m
8 Two International Financial Center (2003) Hongkong, China 412 m
9 CITIC Plaza (1996) Kanton, China 391 m
10 Shun Hing Square (1996) Shenzhen, China 384 m
11 Empire State Building (1931) New York, VS 381 m
12 Central Plaza (1992) Hong Kong, China 374 m
13 Bank of China Tower (1990) Hong Kong, China 367 m
14 Bank of America Tower (2009) New York, VS 365 m
15 Almas Tower (2009) Dubai, VAE 363 m

Bron: skyscraperpage.com

hoog, hoger, hoogst [woest & vredig ]

zondag 3 januari 2010
drie zwart wit klassiekers
gezien rond kerst en nieuwjaar: City Lights (1931)
Citizen Kane (1941) en Psycho (1960)

De afgelopen tien dagen werden er tussen alle Sissi’s en Shreks door, ook een paar zwart-wit meesterwerken uitgezonden. Het Duits-Franse Arte zond een aantal Charlie Chaplin klassiekers uit, waaronder City Lights uit 1931. Vannacht zond de Avro op Nederland 2 de Hitchcock klassieker Psycho uit en vanmiddag keek ik naar Citizen Kane op België Eén, volgens veel filmcritici de beste speelfilm ooit gemaakt.

City Lights, Citizen Kane en Psycho
filmposters van City Lights (1931) Citizen Kane (1941) en Psycho (1960)
Citizen Kane is een film uit 1941, de eerste lange speelfilm van Orson Welles, die naast het regisseren tevens de film produceerde, meeschreef aan het script en de titelrol speelde. Citizen Kane wordt door veel filmcritici als ‘beste film aller tijden’ beschouwd. De film was vernieuwend in vele opzichten: verhaalstructuur, montage, de deep-focusfotografie maar ook het gebruik van grime en make-up. Citizen Kane gaat over het leven en werk van krantenmagnaat Charles Foster Kane, een personage dat waarschijnlijk gebaseerd is op William Randolph Hearst. In de film volgen we een journalist, die op zoek gaat naar de betekenis van zijn laatste woord, Rosebud.
 
Bron: nl.wikipedia.org

City Lights | Citizen Kane | Psycho

zaterdag 2 januari 2010
terug naar het oerverhaal [ 1 ]
25 jaar terug in mijn geschiedenis:
Mircea Eliade, Carl Gustav Jung en Anselm Kiefer

Mircea EliadeMet het lezen van het heilige en het profane uit 1957 van de bekende godsdienstwetenschapper Mircea Eliade (1907-1986 ) reis ik voor mijn gevoel weer 25 jaar terug in de tijd. Ik was begin twintig en voelde mij geestelijk ontworteld, een onderhuidse wanhoop die met religieuze honger beantwoord werd. Tijdens mijn studie aan de kunstacademie voelde ik mij vrij om aan de hand van geesten als Carl Gustav Jung en Mircea Eliade een spirituele reis te maken langs allerlei geestelijke tradities. Ik beschouwde hen als mijn gidsen op deze spirituele ontdekkingstocht.

Begin jaren tachtig was in de schilderkunst de figuratie terug van weggeweest en waren ‘jonge Duitsers’ en ‘jonge Italianen’ in de mode. De heftige en expressionistische schilderijen van deze jonge wilden waren meestal rauw geschilderd en daarmee verwant aan de subculturen van punk, grunge en graffiti. De enige nieuwe wilden die mij interesseerden waren Anselm Kiefer en Francisco Clemente. Naar mijn gevoel gingen zij inhoudelijk dieper dan de rest, juist omdat ze citeerden uit het verleden, bij voorkeur uit mythische verhalen. In het aanboren van Germaanse en Hindoeistische tradities brachten zij de tijdloze sapstroom weer omhoog. In diezelfde tijd las ik voor het eerst Man and his symbols van Carl Gustav Jung en gebruikte ik de universele beeldtaal van de archetypen ook bewust in mijn eigen tekeningen en schilderijen. Ik was ervan overtuigd dat een kunstenaar zijn eigen mythe schept. Religie moest opnieuw worden uitgevonden om waarachtig te kunnen zijn. Geïnstitutionaliseerde religie, met ons eigen Christendom voorop, vond ik niet authentiek. De toekomst was aan de esoterische, mystieke en mythische tradities die ik in mijn adolescente maakbaarheidswaanzin dacht te kunnen samensmeden tot een hoogst persoonlijke re-ligio, een blauwdruk van mijn ziel.

priester kunstenaar, 1916
laatste deel van het gedicht priester kunstenaar van Theo van Doesburg

Ik vond overigens wel dat dit met de nodige zelfspot moest gebeuren. Een hoogdravend ‘God in het diepst van mijn gedachten’ kon immers tot gevaarlijke zelfverheffing leiden. Een gedicht als priester-kunstenaar dat Theo van Doesburg in 1916 voor de Utrechtse schilder-mysticus Janus de Winter had geschreven, vond ik aantrekkelijk en afstotend tegelijk. Van Doesburg was overigens niet de enige die zo bralde in die tijd, onder kunstenaars zwangerde het van de Nieuwe Mensch die in het heldere licht van het modernisme geestelijk herboren moest worden. Uiteraard bedoelde men daar in de eerste plaats zichzelf mee. Dat de mythe van ‘de nieuwe Mensch’ een vruchtbare voedingsbodem voor foute ideologieën kon zijn, werd pas achteraf goed duidelijk. Zowel fascisme als communisme misbruikten de mythe van de nieuwe mens en van de moderniteit. Waarschijnlijk was Dada, een beweging die bewust anti-kunst nastreefde, een van de weinige bewegingen uit die tijd, die niet gevoelig was voor dergelijke aanlokkelijke gedachten. Als nuloptie had het dadaïsme geen idealen en ambities en dus ook niets te verliezen.

Ernst werd door de dadaïsten doeltreffend afgebrand met spot. ‘Nihil, nihil, driewerf nihil!’. De traditionele opvatting dat kunst het goede, het ware en het schone in zich verenigt, werd belachelijk gemaakt. De pop-art en later ook de punkbeweging hebben de anti-kunst van de dadaïsten in de twintigste eeuw voortgezet. Ideologie, grote verhalen en niet in de laatste plaats waarheid, kwamen na de 1945 onder sterke verdenking te staan. De klassieker The Open Society and its Enemies van Karl Popper uit 1945 zou een enorme invloed krijgen op het geestelijk klimaat na de Tweede Wereldoorlog. Op de weerlegging van theorieën zou een grotere nadruk komen te liggen dan op de bevestiging van theorieën. Betwijfelen van waarheid werd positiever dan het onderstrepen van waarheid. Het geestelijk klimaat werd na de oercatastrofe van de twintigste eeuw (1914-1945) steeds anti-dogmatischer en keerde zich daarmee van ‘de grote Waarheid’ af. Waarheid werd iets relatiefs en net zoiets individueels als de eigen mening.

Verwerping van ideologie en waarheid leek een veiliger optie dan bevestiging daarvan. En naarmate de meerderheid zich bij deze opvatting ging aansluiten, werd het een alsmaar veiliger optie. Spot bleek bovendien een doeltreffend middel om stellige opvattingen genadeloos af te branden. De geest van Dada bleef jonge mensen inspireren tot het cultiveren van een strategische nuloptie. Elke verheffende gedachte moest blijvend worden afgebrand met een methodisch en categorisch nihilisme. In de tweede helft van de jaren zeventig werden flower power en oosterse wijsheden door de punk afgekrabd of met spuitbussen overgespoten. No future! In dat klimaat kwam ik met een van de eerste lichtingen uit de Generatie X in 1983 naar de kunstacademie, terwijl er een schrijnende en vooral deprimerende jeugdwerkloosheid heerste.

De Duitse schilder Anselm Kiefer (1945) stond op dat moment erg in de belangstelling. In zijn werk verwees hij bijna altijd naar de Duitse geschiedenis en met een reflectie op de mythische dimensie van de Duitse identiteit, liet hij zien dat na Dada en pop-art de oude verhalen nog springlevend waren. In navolging van zijn ‘goeroe’ Joseph Beuys keerde hij zich af van het kosmopolitische modernisme dat na 1945 vooral uit New York kwam. De naoorlogse abstracte schilderkunst en ook de popart hadden zich in hun ogen teveel los gemaakt van plaats en tijd. In de drang naar universele geldigheid die het modernisme eigen is, had de moderne kunst zichzelf steeds verder uitgehold en, om met Simon Schama te spreken, was de kunst in de jaren zestig ontaard in “eindeloze pirouettes rond het heiligste der heiligen: de voorstellingstheorie.”

Net als Joseph Beuys legde Anselm Kiefer juist de nadruk op de innerlijke gelaagdheid en de interpretatie van het kunstwerk. Die gelaagdheid was vaak heel concreet. Bij Beuys en Kiefer zien we geen gladde en gelikte oppervlakten, zoals bij heel veel kunst uit de jaren zestig, maar juist rauwe en natuurlijke structuren, vaak half weggekrabd om de structuren daaronder bloot te leggen. Terwijl Beuys in zijn werk vaak verwees naar sjamanistische tradities, zocht Kiefer het eigen door de nazi’s besmette Duitse verleden op en onderzocht hij in zijn werk Germaanse en nationalistische mythen.

Anselm Kiefer
Anselm Kiefer markischer Sand, 1980

Een Duitse schilder die zo schaamteloos weer de aandacht vestigde op de mythe zoals die van Blut en Boden, werd met argusogen bekeken.Vooral de Boden werd er in zijn werk soms dik bovenop gelegd, zelfs letterlijk, want Kiefer verwerkte modder en stro in de rauwe verflaag. Op de kunstacademie noemde ik dergelijke kunst die toen erg in was spottend ‘zureregenkunst’. (’Zure regen’ was tussen de Club van Rome en de Kyoto Conferentie een veel gebezigde term in de milieuproblematiek) Het woord paste precies bij het deprimerende klimaat van de eerste helft van de jaren tachtig. Maar dit als een persoonlijke herinnering even terzijde.

Wat bezielde Kiefer om in de linkse jaren van de Baader-Meinhoff Gruppe de ‘dark room’ van Duitse mythen op te te zoeken? Kiefer geloofde dat het gevaarlijk was de mythe compleet te negeren. Na 1945 was de Duitse geschiedenis die taboe geworden. Vanaf 1949 moest er met de Bundesrepublik een nieuw Duitsland komen, gezuiverd van mythen. Hij wilde met zijn werk aantonen dat deze zuivering ook risico’s met zich meedroeg. De Britse historicus Simon Schama ziet het zo:

Het was duidelijk dat Kiefer het niet eens was met de opvatting die opgang deed bij de empirische historici in de jaren zestig, dat het Dritte Reich een historische abberatie was die weinig of niets te maken had met de lange traditie van het Duitse militaristische autoritisme. Het zou natuurlijk goed uitkomen als de geweldadige mythen van Blut und Boden veilig geklasseerd konden worden als specifiek nazistisch, en het daarbij te laten. Maar Kiefer is een te consciëntieuze cultuurhistoricus om dat soort keurige klasseringen te dulden. Democratie, lijkt hij te zeggen, wendt haar gezicht af van deze mythen, en dat is gevaarlijk. Wie hun betovering wil verbreken, moet tot op zekere hoogte hun kracht van dichtbij begrijpen, misschien wel binnen besmettingsafstand.
 
Bron: Simon Schama, Landscape and Memory (1995), Ned. vertaling 2007, blz. 147
Innenraum, Anselm Kiefer
Anselm Kiefer Innenraum, 1980

Voor Kiefer was het veiliger om het gevaar op te zoeken ook al was er het risico om zelf besmet te raken. Gelukkig zag men in de kunstwereld dat dit wel meeviel. Het Stedelijk Museum kocht al heel snel zijn schilderij Innenraum aan, dat een desolate aanblik bood op het uitgemergelde interieur van die Neue Reichskanzlei in Berlijn. Toch was niet iedereen enthousiast over Kiefer’s thematiek. Je bezighouden met mythen, bleef voor hen spelen met vuur. Sommige kunstcritici zagen in hem zelfs een ‘pyromaan’.

Het hoeft geen betoog dat Kiefers onbetamelijke bereidheid met vuur te spelen hem de beschuldiging heeft opgeleverd dat hij de gretige pyromaan was. In Duitsland wordt hij nog steeds met onaangename argwaan bekeken, en een reizende tentoonstelling door de Verenigde Staten in 1988-89 werd niet met onverdeeld enthousiasme ontvangen. Arthur Danto verweet hem zelfs achterbaks te zijn, zich te wentelen in een soort zonderlinge Wagneriaanse cult, en reclame te maken voor de mystiek van Blut und Boden die hij juist beweerde af te keuren.
 
Ik ben ervan overtuigd dat Anselm Kiefer geen verkapte fascist is (of wat voor fascist dan ook). Maar ondanks alle prijzen die hij heeft gekregen in Jeruzalem en Tel Aviv, is het makkelijk te begrijpen waar de argwaan uit voortkomt. Want die heeft zich gehecht aan talloze kunstenaars en antropologen die op afstand hebben genomen van de scepsis van de Verlichting over de culturele kracht van mythe en magie, en die in de ingewikkelde symbolische detaillering meer hebben gezien dan een misleiding van de naïeven door de gewetenlozen. Het staat vast dat mythen verleidelijk zijn. Een angstaanjagend aantal mensen die hun leven hebben besteed aan het coderen, vertellen en uitleggen ervan, is zelf aangetast door hun betovering. De moderne carrieres van Mircea Eliade en Joseph Campbell zijn alarmerende waarschuwingen. Campbell, dankzij de televisie de bekendste mythograaf in Amerika, was, blijkt nu, niet alleen een kenner, maar ook een aanhanger van heroïsche archetypen, en had beslist weinig geduld met de dagelijkse pietluttigheden van de democratie. Eliade, ongetwijfeld de voornaamste interpretator van de mythe, blijkt bezwarend betrokken te zijn geweest bij de wrede autoritaire politiek in zijn geboorteland Roemenië. En achter hen strekt zich natuurlijk een lange rij aanhangers van archetypen uit, van Carl Gustav Jung tot Friedrich Nietzsche (…), die door hun betrokkenheid bij de mythe aangezet werden tot vijandigheid jegens het individualisme van de natuurlijke rechten, en de democratische politiek die dat beschermt.
 
Bron: Simon Schama, Landscape and Memory (1995), Ned. vertaling 2007, blz. 148
Het staat vast dat mythen verleidelijk zijn. Een angstaanjagend aantal mensen die hun leven hebben besteed aan het coderen, vertellen en uitleggen ervan, is zelf aangetast door hun betovering. De moderne carrieres van Mircea Eliade en Joseph Campbell zijn alarmerende waarschuwingen.

Simon Schama

Ook eerder genoemde Mircea Eliade en Carl Gustav Jung staan nog altijd onder sterke verdenking bij degenen die de mythe schuwen. Mythen zouden mythografen besmetten met een verlangen naar een sterke leider en een afkeer van pietluttig overleg en democratie. Relativisme is het aangewezen middel om krachtige ideëen, waarvan de mythen een voertuig zijn, af te zwakken. Maar relativisme kan zelf ook weer een absoluut karakter krijgen. De postmoderne waarheid dat dé Waarheid niet bestaat, maar dat ieder heeft zijn/haar eigen waarheid heeft, is mijns inziens een zeer gevaarlijke gedachte. Achter het doodverklaren van het Grote Verhaal zoals dat in het post-modernisme gebeurt, verbergt zich zelf ook weer een Groot Verhaal dat maar moeilijk gezien wil worden. Een volgende keer meer hierover.

vrijdag 1 januari 2010
Old New Year Babies
nieuwjaarscovers van J.C. Leyendecker voor The Saturday Evening Post

De Amerikaanse illustrator Norman Rockwell (1894–1978) tekende van 1916 tot 1963 covers voor de Saturday Evening Post en zijn naam zal voor altijd met dit legendarische magazine verbonden blijven. Maar ook zijn oudere vakbroeder Joseph Christian Leyendecker (1874-1951) illustreerde jarenlang voor dit magazine. Van 1908 tot 1943 maakte hij ieder jaar de nieuwjaarscover

Leyendecker
de New Year Babies van honderd jaar geleden en die van 1928 en 1942

alle new year babies (1908-1943)

johannes@mimesis.nl

HTML Hit Counters
eXTReMe Tracker

het numineuze www.griffioen-beelden.nl

www.gerdrenshof.com

www.vanleestantiek.com

nl.orthodoxlogos.com

comics grafische vormgeving en webdesign muziek tekeningen en illustraties wetenschap taal & poëzie Rusland religie geschiedenis filosofie film boeken orthodoxie schilderkunst architectuur fotografie