zondag 28 februari 2010
pulp for the millions [ 1 ]
de superhelden waren duur afgelopen week …

Spiderman 1962Afgelopen week versloeg de eerste Batman uit 1939 de eerste Superman uit 1938 tijdens een veiling. Beide superhelden verdienen nu definitief de status van million dollar man. Het wachten is nu op een superheld-fetisjist én miljonair die een miljoen neerlegt voor de eerste Spiderman in Amazing Fantasy uit 1962.

Printed in 1938, the Action Comics No. 1 features a picture of Superman on the front cover and is widely regarded at the single-most desirable edition ever created. The excellent condition of this particular comic is the primary reason it sold for such a sum. Rated at 8/10 for its quality, the copy is in far better condition than most of the approximate 100 that remain in existence.
 
Bron: lovereading.co.uk
Superman  en Batman
de eerste Superman in 1938 10 cent per stuk is nu 1 miljoen dollar waard. De eerste Batman leverde drie dagen later zelfs nog meer op
A 1939 comic book in which Batman makes his debut sold at auction on February 25th for more than $1-million, breaking a record set just three days earlier by a Superman comic, Heritage Auction Galleries said. The Dallas-based auction house said the rare copy of Detective Comics No. 27 sold for a total of $1,075,500, which includes the buyer’s premium, to a buyer who wished to remain anonymous. The consigner wanted to remain anonymous as well.
 
Bron: theglobeandmail.com


Action Comics
| Detective Comics | coverbrowser.com

zaterdag 27 februari 2010
ten hemel schreiend brutalisme
zojuist verschenen: Het reële paradijs van Albert Gielen
socialistische architectuur en stedenbouw in Praag 1948-1989
GielenIn het eeuwenoude Praag hebben tal van ingrijpende perioden en gebeurtenissen hun sporen nagelaten in de architectuur van de stad. Een bijzonder ingrijpende periode is die van het communisme, dat van 1948 tot 1989 het land in zijn ijzeren greep hield. Het twintigjarig jubileum van de Fluwelen Revolutie in oktober a.s. is een goede aanleiding om de balans op te maken en zowel de geïnteresseerde thuisblijver als de bevlogen reiziger te helpen de sporen van het communisme - hoe fel bekritiseerd ook - terug te vinden en als zodanig te herkennen.
 
De Praagse architecten van na de Tweede Wereldoorlog wilden in de stijl van het functionalisme blijven werken, maar de communistische heersers waren hier fel tegen gekant. Het tij leek te keren toen Tsjechoslowakije op de Wereldtentoonstelling in Brussel in 1958 tal van nieuwe impulsen op het gebied van architectuur liet zien. Heel voorzichtig trachtte het land weer aan te knopen bij de internationale architectuur. Tijdens de Praagse Lente leek de aansluiting met het Westen gevonden te zijn, maar de militaire inval in 1968 deed alles weer teniet en daarmee was de Praagse lente voorbij. Er begon een ‘normalisatieproces’ en het reëel socialisme werd ingevoerd, zoals het socialisme in de oostbloklanden werd genoemd. Deze gids neemt de lezer mee naar de architectuur uit deze turbulente periode, niet alleen naar de afzonderlijke bouwwerken, maar ook naar de veel bekritiseerde uitbreidingswijken waar meer te zien is dan men in eerste instantie verwacht.
 
Bron: tsjechie.net
Officieel was kritiek verboden tijdens de - communistische - tijd van de bouw, maar in feite
werd de toren verafschuwd
omdat het te overheersend was
op de skyline van Praag
Žižkovská televizní věž
Žižkovská televizní věž
Toen ik in 1993 Praag bezocht, was ik ontdaan van dit horizonvervuilende gedrocht midden in de stad. Brutalistische oostblok architectuur is meestal ten hemel schreiend. Ironisch genoeg werd de televisietoren pas voltooid in 1992 na de Fluwelen Revolutie, terwijl bijna iedereen het verafschuwde. Nu het socialistische ding er eenmaal stond werd in 2000 een dappere poging gedaan het op te leuken met beelden van kruipende baby’s.
Žižkovská televizní věž is een televisietoren in de Tsjechische hoofdstad Praag. De constructie werd gebouwd tussen 1985 en 1992 op een heuvel in de wijk Žižkov. Naar deze wijk is de toren, die een hoogte heeft van 216 meter, genoemd. De Žižkovtoren valt op door zijn ongewone uiterlijk. Aan drie betonnen palen hangen blokken waarin de radiozenders, de observatieruimtes en het torenrestaurant zijn gevestigd. Het torenrestaurant hangt op een hoogte van 63 meter, een ander uitzichtpunt op 95 meter hoogte.
 
David ČernýSinds het jaar 2000 zijn de drie palen van de toren versierd met beelden van kruipende baby’s, ontworpen door de Tsjechische beeldhouwer David Černý. Zoals vele brutalistische bouwwerken in Centraal- en Oost-Europa werd de TV-toren niet op prijs gesteld door de Praagse bevolking. Officieel was kritiek verboden tijdens de - communistische - tijd van de bouw, maar in feite werd de toren verafschuwd omdat het te overheersend was op de skyline van Praag.
 
Bron: nl.wikipedia.org
vrijdag 26 februari 2010
couleur locale [ 1 ]
de kleur(en) van de jaren vijftig

In onze jeugdherinneren zijn het vaak geen grote dingen die ons bijblijven, maar eerder de ‘kleine dingen’. Bijvoorbeeld de lichtval in de keuken, de geur van een etui en de kleur van het bankstel bij oma. Het zijn blijkbaar de ‘kleine dingen’ die het doen, die het levenssap doen bruisen. Ik heb het zelf meestal met geuren en kleuren, maar beperk mij hier even tot kleur. Kleur is gebroken licht en licht is het eerste dat God schiep. Met kleur laten we zien hoe we ons voelen, lang niet altijd bewust en vaak collectief. Zo heeft elke tijd zijn couleur locale. Heel duidelijk is dat zichtbaar in de jaren vijftig toen de kleuren van onze kleding, interieurs en auto’s grotere verzadigingen hadden dan de kleuren die we tegenwoordig om ons heen hebben.

retro color set
de ‘verschoten’ kleuren uit de jaren vijfig hebben grotere verzadigingen dan de kleuren die we tegenwoordig gebruiken

Je kunt het pastelkleuren of verschoten kleuren noemen. Maar mij doen ze altijd denken aan technicolor en vooral aan Sissi: zonnig en zoet. Zo moest het na de Tweede Wereldoorlog ook zijn: De getraumatiseerde wereld omgaf zich in een ‘roze’ wolk van zachte kleuren. Een nieuw begin. In de loop van de jaren zestig zouden de kleuren geleidelijk weer op volle sterkte komen vooral in de jongerensubculturen. In het begin van de jaren zeventig vond het ook zijn neerslag in de massacultuur; de kleuren konden niet hard genoeg knallen en liefst in bonte combinaties. Technicolor was nostalgie geworden.

The Aviator
Martin Scorcese liet The Aviator uit 2004 in technicolor opnemen voor de juiste couleur locale

Technicolor [ nl.wikipedia.org ]

donderdag 25 februari 2010
volg de meester [ 2 ]
Sir Thomas Lawrence en Johann Zoffany
Lawrence en Batoni
John Fawcett door Thomas Lawrence
en een zelfportret van Johann Zoffany
Lawrence en Zoffany
… en na mijn “mimetische bewegingen” …
De Oude Meesters schilderen precies en slordig tegelijk. In de ’slordigheid’ nemen ze de vrijheid een schilderkunstige idee te laten zien. Ze volgen niet letterlijk elk haartje en elk glimlichtje, maar ze schilderen als het ware een samenvatting. Tussen deze slordigheid en deze precisie ontstaat een interferentie waarin zich zowel de schilderkunstige illusie als de persoonlijke stijl openbaart.
 
uit: van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan
Hoe nauwkeuriger je de meester volgt, hoe dichter hij bij je komt

van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan [ PDF ]

woensdag 24 februari 2010
405 Madison Avenue
op zoek naar het kantoor van Sterling Cooper in New York

De Amerikaanse televisieserie Mad Men is dit jaar toe aan het vierde seizoen. Vorige zomer zond de VARA het eerste seizoen uit en het tweede seizoen is door A-film op de markt gebracht in een fraaie DVD-box. We lopen nu bijna twee seizoenen achter op Amerika, tenzij A-film niet te lang gaat wachten met het derde seizoen dat binnenkort in Amerika op DVD wordt uitgebracht.

405 madison avenue blog
de blog 405 madison avenue

Om bij te blijven, volg ik niet alleen de official homepage maar ook de blog 405madisonavenue.com genoemd naar het fictieve adres waar Sterling Cooper gevestigd is. Overigens kun je naar 405 Madison Avenue lang zoeken. Tenminste als je virtueel een bezoekje aan Manhattan brengt via streetview.

madison avenue

Het zou moeten liggen op de hoek van Madison Avenue en 50th Street maar dat is nummer 444. Het uitzicht uit Roger’s kantoor lijkt in ieder geval wel te kloppen want een pinakel van Saint Patrick’s Cathedral torent vlak achter zijn raam. Saint Patrick’s Cathedral ligt in het blok tussen Park Avenue, Fifth Avenue, 50th en 51st Street. Maar dit uitzicht is bedrieglijk, want Mad Men wordt in werkelijkheid opgenomen vierduizend kilometer verderop in L.A.

madison avenue
Madison Avenue in Google streetview

tail fin stampThe New York Observer mijmert in To Don Draper, tailfins and TWA, with love over New York anno 1962 en situeert het kantoor van Sterling Cooper bij voorkeur in het Lever House weer een blok verder aan Park Avenue. Dit gebouw uit 1952 wordt beschouwd als het ideaal van mid century corporate modernism en past dus helemaal bij de snelle reclamewereld van Mad Men.

405madisonavenue.com | Don and Betty’s Paradise Lost [ vanityfair.com ]

dinsdag 23 februari 2010
vintage shopping
winkelen met de set decorator van Mad Men

De kwaliteit van Mad Men is voor een deel te danken aan de zeer zorgvuldige reconstructie van het tijdsbeeld. Matthew Weiner, die de serie bedacht, vindt het belangrijk dat de serie een authentiek beeld geeft van de vroege jaren zestig in Manhattan. Hij wilde uitdrukkelijk geen iconisch beeld van ‘mid-century modern’. Daarom zit Mad Men niet vol met hip design zoals de retromovie Down with Love die zich ook in Manhattan anno 1962 afspeelt. Begin jaren zestig waren de interieurs en het straatbeeld zeker niet up to date. Net zoals er nu nog auto’s uit de jaren negentig rondrijden en een enkele oldtimer, zo reden er in 1962 nog volop modellen uit de jaren vijftig en de late jaren veertig. En sommige interieurs waren nog vooroorlogs, vooral bij ouderen.

Mad Men Office
het interieur van Sterling Cooper
The Sterling Cooper office has a lot of medium blue and muted green. Palettes also complement each actor.
We go with period colors that have different saturations than today’s. For example, the Sterling Cooper office has a lot of medium blue and muted green. Palettes also complement each actor. The complexion of Don Draper (Jon Hamm), for instance, looks good against blue. Betty Draper (January Jones) is very blonde, so we surround her with more contrast, like the French blue grass-cloth walls of the Draper house living room or the tan-black plaid wallpaper in the kitchen. Since Joan Holloway (Christina Hendricks) is a redhead, we’re careful what we put her against, steering clear of pinks and oranges.
 
Bron: interiordesign.net

Dan Bishop is production designer voor Mad Men. De eerste vraag die hij zich stelt bij het design van de set is “Bestond het al in 1962?” De volgende vraag is “Werd het algemeen gebruikt in 1962?” en tenslotte “ook in Manhattan in 1962?” Amy Wells is verantwoordelijk is voor de aankleding van de set. In elke aflevering komen vier tot tien sets voor. Er zijn zes vaste sets, o.a. het kantoor van Sterling Cooper en het huis van de Drapers. Daarnaast zijn er een paar “swing sets” zoals de appartementen van bijfiguren. Er worden ook veel hotelinterieurs gebruikt en die moeten tot in de details 1962-proofed zijn.

Pasadena
Amy Wells Salvation Army paintings
(Jay L. Clendenin /Los Angeles Times)

Op de website van de LA Times kwam ik een leuk stukje tegen over Amy Wells die in de Salvation Army Antique Thrift Store in Pasadena ‘nieuwe’ rekwisieten aanschaft voor de set.

Beat-up pieces – be they picture frames or coffee tables – don’t distress Wells. “Old wooden furniture, particularly American walnut and Scandinavian teak, is so forgiving,” says Wells, who swears by an oil-based rub-on product called Restor-A-Finish . Though “Mad Men” is celebrated for its use of post-World War II American office furniture and Danish modern designs, some of the sets are more traditional. The Draper family kitchen, for instance, leans toward Colonial revival. At the Salvation Army Antique Thrift Store at 35 W. Waverly Drive in Pasadena, Wells scored a pair of ornately framed farmer-and-his-wife needlework hangings. For more Americana, she heads to Mission Street in South Pasadena. She likes the fine Colonial and Federal furniture at Thomas R. Field; vintage draperies, vanity table items and knickknacks at Hodgson Antiques; and kitchenware at Mission Antiques.
 
Bron: latimes.com

vintageshoppingguide.com

maandag 22 februari 2010
keeping up appearances
gekeken naar Mad Men (tweede seizoen) op DVD

De televisieserie Mad Men geeft een grondige inkijk in de schijnwereld van de American Dream. De intro met de in elkaar stortende reclamewereld en de reclameman in vrije val doet al vermoeden dat de zeepbellen die de reclamejongens blazen in hun eigen leven uit elkaar spatten. De tv-serie laat vooral zien hoe het is om te leven op de oppervlaktespanning van die zeepbel.

mad men intro
de intro van Mad Men
Dan River 1962
Dan River Ad 1962
De zeepbel van ‘het gelukkige gezinnetje’ wordt door de reclame nog altijd geblazen… Het is een beeld waar we ‘allemaal’ in willen blijven geloven

Bijna een halve eeuw later is er van de American Dream weinig over. Dat maakt deze serie ook tot pure nostalgie. Nog een keertje je vingers aflikken bij al het mahonie, chroom en pastelkleurige staartvinnen. De Cadillac Coupe de Ville bijvoorbeeld. De serie is tot in de puntjes verzorgd. Zet het beeld op een willekeurig moment stil en bestudeer alle details, ook op de achtergrond. Het klopt allemaal! Mad Men werkt als een tijdmachine.

Cadillac
Cadillac Coupe de Ville 1962
Cadillac
Don Draper in zijn 1962 Cadillac

All-American Ads '60sThe mood of advertising in the sixties was cheerful, optimistic, and at times, revolutionary. This nostalgic and diverse collection of print ads explores the wide, wonderful world of 60s Americana. (Bron: taschen.com)

De meeste advertenties die voor de intro van Mad Men zijn gebruikt, staan ook in All-American Ads ’60s, een bundeling advertenties onder redactie van Jim Heimann en verschenen bij Uitgeverij Taschen.

Cadillac brochure 1962 [ tocmp.com ] | 405madisonavenue.com

zondag 21 februari 2010
onze man in Rusland
vanavond om 20.20 op Nederland 2: Van Moskou tot Moermansk
met Jelle Brandt Corstius langs de Wolga
In de eerste serie, Van Moskou tot Magadan, reisde Jelle Brandt Corstius van West naar Oost, en lag het accent op het eindeloze Russische platteland en de dorpen. In de tweede serie reist hij van Noord naar Zuid langs de grootste rivier van Rusland: de Wolga. Een tocht die voert langs relatief onbekende miljoenensteden als Moermansk, Volgograd, Dzerzjinsk, Nizjni Novgorod, maar ook bezoekt hij Moskou en Petersburg. Met thema’s als vrouwen in Rusland, nieuwe censuur, het milieuprobleem vanuit Russisch perspectief en het ideologisch vacuüm, wordt opnieuw een relatief onbekende kant van Rusland belicht.
 
Bron: vpro.nl
Van Moskou tot Moermansk
Jelle Brandt Corstius begint zijn reis in Nizjni Novgorod, een miljoenenstad aan de Volga, ook wel het ‘Detroit’ van Rusland genoemd. Hier staat de autofabriek GAZ, waar de beroemde Russische Volga wordt gemaakt. Tenminste tot voor kort, want nu is het crisis en regent het ontslagen. Jelle spreekt met de fabrieksarbeiders van toen en nu. Ook loopt hij mee met een demonstratie van communisten, zingt in een fabriekskoor en gaat ’s nachts stappen met jonge gefortuneerde Russen. De aloude strijd tussen het communisme en kapitalisme uit zich in Rusland steeds meer in onbegrip tussen de oude en de nieuwe generatie Russen.
 
Bron: hollanddoc.nl

meer Rusland [ hollanddoc.nl ]

zaterdag 20 februari 2010
Vermeer = méér
essentialvermeer.com van Jonathan Janson

Er zijn mensen die al langer met Vermeer bezig zijn, dan de 30 jaar die Vermeer geschilderd heeft (1655-1675). Met Vermeer bezig zijn betekent per definitie méér dan met Vermeer bezig zijn. Want wat weten we nu eigenlijk over het leven van ‘de sfinx van Delft’? Wanneer je Vermeer’s biografie uit je hoofd kent, kun je je nog geen expert noemen. Het rijtje met biografische gegevens is zo kort, dat iedereen het binnen een uur uit zijn hoofd kan leren. Vermeer is méér dan Johannes Vermeer, Vermeer is licht en Vermeer is tijdloos.

alle schilderijen op een rij
Alle schilderijen van Vermeer naar grootte

Een van die mensen die al meer dan 30 jaar into Vermeer zijn, is Jonathan Janson. Naast zijn passie voor Vermeer en de zeventiende eeuwse Hollandse schilderkunst beheert hij al een aantal jaren een cluster van websites waarvan essentialvermeer.com het hart vormt. Op deze zeer informatieve website heeft hij een indrukwekkend aantal gegevens verzameld, niet alleen over Vermeer zelf maar ook over de tijd van Vermeer en de Europese schilderkunst

Hollandse schilders
een overzicht van zeventiende eeuw schilders uit de Republiek der Verenigde Nederlanden per stad en met een link naar de webgallery of art van Dr. Emil Krén en Mr. Dániel Marx uit Budapest

Naast essentialvermeer.com beheert Janson ook rembrandtpainting.net

essentialvermeer.com | rembrandtpainting.net

vrijdag 19 februari 2010
morphing the moviestar
de vrouw in de film door Philip Scott Johnson

de vrouw in de film door Philip Scott Johnston

Philip Scott Johnson

donderdag 18 februari 2010
morphing the muse
de vrouw in de schilderkunst door Philip Scott Johnson

Johnson gebruikte voor deze animatie
90 portretten

Philip Scott Johnson

woensdag 17 februari 2010
morphing the master
de blik van de meester door Philip Scott Johnston

Zeer geslaagde morphing van Philip Scott Johnston, niet alleen omdat hij langzaam gaat en daardoor nog magischer wordt, maar vooral omdat de geconcentreerde blik van de meester voortdurend aanhoudt en verandert.


het zelfportret in de kunst

alle zelfportretten achter elkaar : 0:08 - Leonardo da Vinci 1452-1519, 0:15 - Francisco Goya 1746-1828, 0:22 - Albrecht Dürer 1471-1528, 0:29 - Sir Joshua Reynolds 1723-1792, 0:35 - Rembrandt 1606-1669, 0:42 - Andy Warhol 1928-1987, 0:48 - William-Adolphe Bouguereau 1825-1905, 0:55 - Henri Matisse 1869-1954, 1:02 - Eugène Delacroix 1798-1863, 1:09 - Jean-François Millet 1814-1875, 1:15 - Jan van Eyck 1395-1441, 1:22 - Peter Paul Rubens 1577-1640, 1:28 - James McNeill Whistler 1834-1903, 1:35 - John Singer Sargent 1856-1925, 1:42 - Kazimir Malevich 1878-1935, 1:49 - Nicolas Poussin 1594-1665, 1:55 - Paul Cézanne 1839-1906, 2:02 - Paul Gauguin 1848-1903, 2:08 - Vincent Van Gogh 1853-1890, 2:15 - Dante Gabriel Rossetti 1828-1882, 2:22 - Diego Velázquez 1599-1660, 2:28 - Nicholas Hilliard 1547-1619, 2:35 - Anthony van Dyck 1599-1641, 2:41 - Titian 1485-1576, 2:48 - Paolo Veronese 1528-1588, 2:55 - Lucas Cranach the Elder 1472-1553, 3:01 - Édouard Manet 1832-1883, 3:08 - Pablo Picasso 1881-1973


Philip Scott Johnston

dinsdag 16 februari 2010
opkomst, bloei & verval
een vergeten studie: der Weg aus dem Chaos (1931) van Paul Ligeti

Der Weg aus dem ChaosJaren terug ontdekte ik bij De Slegte een zeldzaam exemplaar van der Weg aus dem Chaos van de Hongaarse architect Paul Ligeti. Het is een zware linnen band uit het interbellum met een hoog Untergang des Abendlandes-gehalte. De eerste editie die in 1931 verscheen, is gelukkig niet gedrukt in Buchstaben met weerhaken. Ik kocht het boek onmiddellijk omdat ik geïnteresseerd ben in de conjunctuur van de (kunst)historische ontwikkeling waar deze studie juist op focust. Daarmee is het ook een curiosum geworden, want het ordenen van de geschiedenis in wetmatige modellen is al minstens een halve eeuw even bizar als not done. In onze postmoderne tijd denken we niet meer in termen van opkomst, bloei en verval maar in termen van pluriformiteit, complexiteit en relativiteit. Toch is het helemaal niet verkeerd om eens uit ons postmoderne kader te ontsnappen. Laten we het eens proberen: Zou postmodernisme een andere naam kunnen zijn voor arrogantie (van het heden over het verleden) verpakt in de bescheidenheid waarin het ‘Grote Woord’ ontbreekt? Ik ben het helemaal met Huub Mous eens die op zijn blog schrijft:

En toch, soms denk ik wel eens, waarom waagt niemand het meer aan een organische ontwikkelingstheorie van de geschiedenis. Een theorie over opkomst, bloei en verval, ook van onze beschaving. Bewust of onbewust gaat menigeen er nog altijd vanuit dat de westerse beschaving zich alleen maar in opwaartse lijn zal verder ontwikkelen of op zijn minst op een constant niveau zal blijven voortbestaan. Het postmodernisme mag dan de utopie en de vooruitgang uit ons denken weggevaagd hebben, dat er ooit nog sprake zal zijn van neergang en verval, dat is natuurlijk een andere zaak. Vandaag de dag is menigeen belast met de loodzware arrogantie van het leven in het hier en nu en het superieur achten van onze eigen tijd. Zonder voor een nieuw cultuurpessimisme te pleiten, denk ik wel eens dat een beetje meer bescheidenheid ten aanzien van het heden wellicht geen kwaad zou kunnen. Alle grote beschavingen zijn ooit ten gronde gegaan. Waarom zou onze superieure westerse beschaving een uitzondering op die regel vormen? Een beschaving, die zijn goden ziet sterven, zei Spengler, krijgt zicht op het eind van zijn levenscyclus. Een weg uit de chaos, die Paul Ligeti tussen al zijn schema’s en modellen ontdekte, hebben weinigen nog voor ogen.
 
Bron: huubmous.nl
der Weg aus dem Chaos
twee uitgaven van het boek waarvan de linker editie nu in Michaela’s boekenkast staat

Pa(u)l Ligeti (1885-1941) was een joods Hongaarse architect over wie nauwelijks iets bekend is. Der Weg aus dem Chaos verscheen in 1931 bij de prestigieuze uitgeverij Callwey in München. In 1926 was de oorspronkelijke tekst al in een Hongaarse editie verschenen, maar met de Duitse uitgave in 1931 kreeg deze studie een veel groter verspreidingsgebied. Ligeti was de leermeester van de modernistische architect Farkas Molnár die in 1945 in Budapest gedood werd tijdens de Russische beschietingen. Ligeti stierf vier jaar eerder in een concentratiekamp.

Een beschaving, die zijn goden
ziet sterven, krijgt zicht
op het eind van zijn levenscyclus.

Oswald Spengler

der Weg aus dem Chaos
Ligeti zag de geschiedenis van Duitsland als een golfbeweging met het Habsburgse Rijk rond 1500 als hoogtepunt. De ironie van dit wetmatige model is dat Ligeti kort na het verschijnen van zijn boek gelijk kreeg. In 1933 begon de zwartste bladzijde uit de Duitse geschiedenis die uitliep op een ondergang die ook Ligeti het leven kostte.

Op het web vond ik overigens nog een verwijzing naar deze vergeten studie: Obscure(d) Modernism: The Aesthetics of the Architect Paul Ligeti van Rajesh Heynickx:

The few short articles devoted to him, or the short mention of Der Weg aus dem
Chaos
in studies on world history, have been mainly dominated by the idea that his philosophy of history and art theory was fascinating but intellectually negligible because it consisted of an incoherent patchwork of ideas. I want here to probe more fully the foundations of and justification for this treatment of Ligeti’s work. ( … ) To answer that question, I firstly want to offer an analysis of Ligeti’s art philosophy by delving into his intellectual sources and the graphical figures and charts he designed to elucidate his theories. Secondly, I will raise questions about the nature of writing (architectural) history and will discuss how our knowledge of twentieth-century aesthetics has been formed. More particularly, I will explore the mechanism by which historiographical narratives canonised some, and excluded other, strains of modernist thought.
 
Bron: Obscure(d) Modernism: The Aesthetics of the Architect Paul Ligeti
maandag 15 februari 2010
rewind - stop - play !
van Michaela gekregen met Valentijnsdag: Mad Men (tweede seizoen)

Kodak CarouselNostalgia
It’s delicate, but potent…
Teddy told me that in Greek, nostalgia literally means the pain from an old wound.
It’s a twinge in your heart, far more powerful than memory alone.
This device… isn’t a spaceship, it’s a time machine.
It goes backwards, forwards.
It takes us to a place where we ache to go again.
It’s not called the Wheel.
It’s called the Carousel.
It lets us travel the way a child travels.
Around and around and back home again,
to a place where we know we are loved.

uit: “Mad Men” Season 1, Episode 13, “The Wheel”

We zeggen meestal over het verleden dat het voorbij is en dat we in het heden (moeten) leven. En in zekere zin is dat ook waar. Maar door de ambivalentie van ons bestaan blijft het verleden voortdurend aanwezig. En dat is maar goed ook. Bernlef die in Hersenschimmen over ‘het grote vergeten’ schrijft (niet schrééf!) benadrukte dat laatst nog in een interview. Voor veel mensen is leven in het hier en nu het hoogste spirituele ideaal, maar Bernlef is ervan overtuigd dat dit juist de hél moet zijn.

Wanneer we zeggen dat we het verleden los moeten laten, bedoelen we eigenlijk dat we moeten leren leven mét het verleden en niet dat we moeten proberen het verleden uit te wissen. Voor ons verstand leven we ergens midden in de tijd op een onmogelijke richel tussen verleden en toekomst die voortdurend opschuift richting toekomst. Maar in wezen leven we altijd in het hier en nu. Dat verandert nooit. Het hier en nu is de al-tijd waar het verleden voortdurend wordt uitgebraakt en geherinterpreteerd. Dit hier en nu is een ander hier en nu dan het hier en nu dat tussen verleden en toekomst zit ingeklemd. Wanneer je in dat hier en nu leeft, voel je je voortdurend bedreigd en leef je in de hel waar Bernlef over spreekt.

Het aantrekkelijke van de verleden tijd is dat het mij steeds meer toegangen geeft tot de al-tijd. Het verleden is dat deel van het hier en nu dat tot stilstand is gekomen en waarnaar je rustig kunt kijken, zodat je scherper kunt gaan zien. Daardoor lijkt het verleden gemakkelijker in een tijdsbeeld te vangen dan de eigen tijd. De tweede reeks van Mad Men speelt zich af in 1962. Dat is een halve eeuw geleden, 1962 is al lang voorbijgegaan. Maar je zou ook kunnen zeggen dat 1962 doodstil staat. Besteed er vervolgens aandacht aan en de ‘dode’ komt weer tot leven. Rewind- stop - play! De tijd stroomt niet als water naar één punt, maar staat in wezen stil. Dát is de toekomende tijd. Wij zijn het zélf die onze aandacht kunnen richten en ons kunnen bevrijden van het ongeduld en van de drang om de toekomst te veroveren.

Mad men
Mad Men II zet de tijd stil in 1962
It lets us travel the way a child travels. Around and around and back home again, to a place
where we know we are loved.

uit seizoen I, afl. 13 : The Wheel

mad menDe serie speelt zich af in het New York City van de vroege jaren 60 van de 20e eeuw, en draait om de medewerkers van het fictieve reclamebureau Sterling Cooper advertising agency, gelegen aan Madison Avenue. Centraal staat Don Draper, een van de belangrijkste medewerkers van het bedrijf. De serie toont ook de veranderingen van de sociale mores in Amerika, en de reclamewereld in New York begin jaren 60. Een wereld waarin iedereen de hele dag drinkt, rookt en vreemd gaat. Waar mannen voor veel geld slogans en campagnes bedenken terwijl ongetrouwde vrouwen notuleren.
 
Bron: nl.wikipedia.org
United Airlines
advertentie voor United Airlines

Erg leuk aan Mad Men vind ik dat deze serie zich afspeelt rond een reclamebureau aan Madison Avenue in New York. (vandaar de naam Mad Men. Reclamejongens werden in Amerika ad men genoemd.) In elke aflevering wordt er wel gebrainstormd voor een relcamecampagne. In de eerste aflevering van de tweede reeks is dat een campagne voor Mohawk Airlines. Het aardige is dat er op reclamebureau’s in 1960 nog kunstschilders werkten. Na 1960 begint de fotografie de geschilderde advertentie langzaam te verdringen.

vintage ads
in de eerste helft van de jaren zestig wordt de geschilderde advertentie minder arbeidsintensief en tenslotte komt de goedkopere fotografie ervoor in de plaats.

Mad Men tweede seizoen

zondag 14 februari 2010
Vergevingszondag
vandaag is het in de Orthodoxe Kerk Vergevingszondag
en morgen begint de heilige Veertigdagentijd, de Grote Vasten
De terugkeer van de verloren zoonLent is the liberation of our enslavement to sin, from the prison of “this world". And the Gospel lesson of this last Sunday (Matt. 6:14-21) sets the conditions for that liberation. The first one is fasting - the refusal to accept the desires and urges of our fallen nature as normal, the effort to free ourselves from the dictatorship of flesh and matter over the spirit. To be effective, however, our fast must not be hypocritical, a “showing off". We must “appear not unto men to fast but to our Father who is in secret.”
 
The second condition is forgiveness - “If you forgive men their trespasses, your Heavenly Father will also forgive you.” The triumph of sin, the main sign of its rule over the world, is dicvision, opposition, separation, hatred. Therefore, the first break through this fortress of sin is forgiveness: the return to unity, solidarity, love. To forgive is to put between me and my “enemy” the radiant forgiveness of God Himself. To forgive is to reject the hopeless “dead-ends” of human relations and to refer them to Christ. Forgiveness is truly a “breakthrough” of the Kingdom into this sinful and fallen world.
 
uit: Father Alexander Schmemann, Great Lent - Journey to Pascha, blz. 28
To forgive is to put between me and my “enemy” the radiant forgiveness of God Himself. To forgive is to reject the hopeless “dead-ends” of human relations and to refer them to Christ. Forgiveness is truly a “breakthrough” of the Kingdom into this sinful and fallen world.

Father Alexander Schmemann

zaterdag 13 februari 2010
Saint-Germains-des-Pres 1949
vanavond op radio 6: Miles Davis & Juliette Greco
en Saint-Germains-des-Pres het brandpunt van het existentialisme

… of luister later naar de podcast

Juliette GrecoDe roep van het na-oorlogse Parijs was onweerstaanbaar. Sommige namen klinken bekend. Remco Campert. Simon Vinkenoog. Karel Appel. De vele anderen waarvan de namen vergeten zijn. Goedkope Algerijnse wijn. Frites. 30 frs. Sandwich Pate, 40 frs. Klonk veel beter dan de andijviestampot na het Onze Vader, thuis. Slapen op een bank in de metro of het park. Zwartomrande ogen en gespeelde verveling. Bietsen. ‘Cigarette?’ Gauloisses. Ribfluwen broek, houtje-touwtje jas. ‘Vind je het niet mieters! ‘, schreef Voskuil in Bij nader inzien. ‘Jezus, Klaas. Parijs!’ Saint-Germains-des-Pres, een kleine wijk die geen grenzen kende. Nu zijn de Rue de Jacob, Rue Mazarine en Rue Guenegaud gevuld met haastige toeristen en geparkeerde scooters.
 
Bron: wissel.radio6.nl

Juliette Greco in Bonjou Tristesse (1958)

playlist [ wissel.radio6.nl ]

vrijdag 12 februari 2010
toekomstnachtmerrie 1927
vanavond op Arte om 20.40 : Metropolis (1927)

MetropolisTer gelegenheid van de zestigste Berlinale wordt vanavond in Berlijn bij de Brandenburger Tor de moeder van alle science fiction films getoond. Het bijzondere van deze voorstelling is dat we voor het eerst in 83 jaar (!) kennis kunnen maken met de onverkorte versie van Metropolis. In Argentinië werden in 2008 fragmenten teruggevonden waarvan men dacht dat ze verloren waren gegaan. Fritz Lang’s megaproductie (Ufa investeerde vijf miljoen mark in de film) was oorspronkelijk een rampzalige flop. Het grote publiek bleef weg en uiteindelijk werd er maar 75 duizend mark terugverdiend. Het gevolg was dat de Ufa failliet ging en werd opgekocht door een krantenmagnaat die het bedrijf veranderde in een propagandamachine voor de nazi’s.

Metropolis op de Berlinale 2010
Metropolis wordt vanavond bij de Brandenburger Tor op een groot scherm vertoond en tegelijkertijd uitgezonden op Arte
Op 3 juli 2008 maakte de Friedrich-Wilhelm-Murnau Foundation bekend dat er in het Cinema Museum van Buenos Aires een vrijwel complete kopie uit 1928 van de originele film is aangetroffen. De kwaliteit van het beeld is matig, maar is het enige overblijfsel van de decennia lang verloren gewaande delen. Er ontbreekt nu nog slechts een scène, namelijk een waarin een monnik de ondergang van Metropolis voorspelt aan de inwoners. Eind 2009 raakte bekend dat op de Berlinale 2010 de gerestaureerde versie van Metropolis zal getoond worden onder impuls van de Murnau Foundation.
 
Bron: nl.wikipedia.org
Metropolis
De decors voor Metropolis stonden later ook model voor Gotham City (Batman) en inspireerden de art directors van Blade Runner
Die Verstümmelung des Monumentalfilmes begann kurz nach seiner Premiere am 10. Januar 1927 im Berliner Ufa-Palast am Zoo. Die Uraufführungsfassung von 4.189 Metern lief vier Monate ohne Erfolg, weshalb die Ufa den Film zurückzog und um circa 30 Minuten auf 3.241 Meter kürzen ließ. Dabei orientierte sie sich an der bereits 1926 hergestellten amerikanischen Verleihfassung; der von der Paramount beauftragte Theaterautor Channing Pollock hatte den Film um etwa ein Viertel auf eine gängige Kinolänge von 3.100 Meter gekürzt und alle “kommunistischen Tendenzen” eliminiert.
 
Kurz nach der Premiere - und noch vor den Kürzungen des Films - erwarb der argentinische Filmverleiher Adolfo Wilson eine Kopie, die er ab 1928 in argentinischen Kinos einsetzte. Nach der kommerziellen Auswertung gelangte diese Kopie in den Privatbesitz des Filmkritikers Manuel Peña Rodriguez, dessen Sammlung später in das Museo del Cine Pablo C. Ducrós Hicken gelangte. In den 70er Jahren wurde von der inzwischen stark beanspruchten Nitrokopie eine Sicherheitskopie auf 16-mm-Negativ gezogen. Das leicht entflammbare Nitromaterial, dessen Beschädigungen im Duplikat nun verewigt sind, wurde anschließend vermutlich vernichtet.
 
Bron: arte.tv

fragmenten uit Metropolis

Metropolis - die Anti-Utopie einer Großstadt
Metropolis verhaalt over een futuristische stad in het jaar 2026, waarin de mensen zijn opgedeeld in ‘denkers’ die in luxe boven de grond leven en de ‘werkers’ die zwoegen in de mijnen. Een bijna bijbelse vrouw genaamd Maria komt op voor de rechten van de werkers en zegt hen niet in opstand te komen maar om de komst van een bemiddelaar af te wachten. De burgemeester van de stad laat Maria opsluiten en een robot haar vorm aannemen; deze robot speelt vervolgens de werkers tegen elkaar uit en organiseert een opstand in de mijnen, waarbij de mysterieuze ‘M-Machine’ wordt vernietigd en de reservoirs van de stad overstromen, waarbij de kinderen van de werkers verdrinken. Wanneer de robot-Maria, die verantwoordelijk wordt gehouden voor de chaos, levend wordt verbrand ontdekt men dat het geen echt mens is. Uiteindelijk verzoent de zoon van de burgemeester de twee groepen in zijn rol als bemiddelaar.
Bron: nl.wikipedia.org

berlinale.de

donderdag 11 februari 2010
volg de meester [ 1 ]
Pierre-Paul Prudhon (1758-1823)
Prudhon
kopie naar Pierre-Paul Prudhon
Eerst komt een uniforme ondergrond met acrylverf (transparante rauwe Siena met een stralend geel-oranje gloed). Daarover komt ook in acrylverf een toonschildering in rauwe omber. Daarover komt in olieverf en veel medium een ’sluierlaag’ van transparant zinkwit. De rauwe omber krijgt hierdoor een zweem van blauw-violet. Daarover komt in olieverf een tweede ’sluierlaag’ van rauwe Siena en een beetje medium, waardoor de omber groenachtig wordt. Zo heb je een goede basis voor een portret. De schaduwen kunnen onbedekt blijven en de lichte delen worden eerst geschilderd. Door de withoging met de duim of waaierpenseel over de droge ondergrond uit te smeren, ontstaat een overtuigende schaduw doordat de groenachtige ondergrond doorschermert.
 
uit: van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan
woensdag 10 februari 2010
toekomstnachtmerrie 1965
maandagavond gezien op Arte: Alphaville (1965) van Jean-Luc Godard
AlphavilleDe vrouwelijke hoofdrol is perfect ingevuld door Godards echtgenote en muze Anna Karina. Als dochter van Von Braun, Natascha, heeft zij geleerd geen emoties meer te voelen, maar Lemmy weet toch tot haar door te dringen. Karina laat zien niet alleen over een klassieke schoonheid te bezitten, maar ook over acteertalent: haar transformatie wordt volkomen geloofwaardig en ontroerend gespeeld. Een andere belangrijke rol is voor Alpha 60, er zullen weinig mensen zijn bij wie de doordringende stem van deze supercomputer geen indruk heeft gemaakt, of je je er nu aan ergert of niet, deze stem vergeet je je leven lang niet meer. Hetzelfde kan eigenlijk van de film gezegd worden. Geen film om rustig achterover te leunen, voor een optimale beleving van ‘Alphaville’ moet je je eigen interne computer aan het werk zetten. Vreemd? Dat zeker, maar ook heel inventief en eigenzinnig.
 
Bron: movie2movie.nl

l’ amour? qu’est-ce que c’est?
fragment uit Alphaville

l’amoureuse

Elle est debout sur mes paupières
Et ses cheveux sont dans les miens,
Elle a la forme de mes mains,
Elle a la couleur de mes yeux,
Elle s’engloutit dans mon ombre
Comme une pierre sur le ciel.

Elle a toujours les yeux ouverts
Et ne me laisse pas dormir.
Ses rêves en pleine lumière
Font s’évaporer les soleils
Me font rire, pleurer et rire,
Parler sans avoir rien à dire.

Paul Eluard (uit: Capitale de la douleur, 1926 )

Alphaville
Eddie Constantine en Anna Karina
in Alphaville

Alphaville [ imdb.com ]

dinsdag 9 februari 2010
Short sentences
zondagmiddag gezien op televisie: Lady in the Lake (1947)
geregiseerd door Robert Montgomery

Lady in the lakeDeze Amerikaanse film noir naar een roman van Raymond Chandler is de eerste film waarin de zgn. POV (of subjectieve) camera consequent wordt doorgevoerd. We zien Philip Marlowe die gespeeld wordt door Robert Montgomery alleen wanneer hij in de spiegel kijkt. Voor de rest zien we zijn schaduw, zijn hand(en) en de sigarettenrook die hij uitblaast. Maar de meeste tijd zien we zijn tegenspelers recht in de camera kijken in vaak vinnige ‘Chandler‘ dialogen met de sarcastische privédetective. Persoonlijk vind ik die subjectieve camera een tamelijk vermoeiend experiment. Bij elke bezoek van Marlowe zien we eerst de camera de voordeur naderen als bij een interactief computerspel. Een voordeel is dat we Robert Montgomery nauwelijks zien, zodat je in gedachten toch naar de enige echte Philip Marlowe kunt kijken : Humphrey Bogart.

Adrienne Fromsett: [Adrienne pitches Marlowe’s story to publisher Derace Kingsby] And he’s a very well-known private detective. That’s what makes the stuff so authentic. So full of life and vigor and heart. So full of… what would you say it was full of, Mr. Marlowe?
Philip Marlowe: Short sentences.

trailer van Lady in the lake waarin de techniek van de subjectieve camera als een noviteit wordt geïntroduceerd
Lady in the Lake is a 1947 American noir film that marked the directorial debut of actor Robert Montgomery who also starred in the film. Based on the 1944 Raymond Chandler novel The Lady in the Lake. The picture features Audrey Totter, Lloyd Nolan, Tom Tully, Leon Ames and Jayne Meadows. The storyline revolved around a conventional murder mystery similar to many others of the period, however it was notable for the perspective presented to the viewer. The entire film was seen from the viewpoint of the central character, the detective Philip Marlowe, played by Montgomery. The gimmick was that the audience would see only what the character saw, and MGM in its promotion of the film claimed that it was the first of its kind and the most revolutionary style of film since the introduction of the talkies. The movie was also rare for having virtually no musical soundtrack.
 
Bron: en.wikipedia.org
… a startling and daring method in story telling, a milestone in moviemaking …

uit de trailer van de film

Lady in the Lake [ noiroftheweek.com ] | Lady in the Lake [ imdb.com ]

maandag 8 februari 2010
de hel van het eeuwigdurende heden
gekeken naar een interview met Bernlef in Boeken
ter ere van de vijftigste druk van Hersenschimmen (1984)
Wim Brands en BernlefBernlef: Er zijn twee concepten waarmee we ons door het leven slaan. Het ene is onze positie in de ruimte en het andere is onze positie in de tijd. Tijd en ruimte. Als die concepten worden aangetast, dan leef je in een eeuwig bedreigend heden. Elke handeling die je moet doen, is nieuw, onbekend. Dat is… ik bedoel… dit boek (Hersenschimmen) is maar een vage afspiegeling van hoe érg het is, hoe érg het moet zijn.
Wim Brands: Dit is overigens ook wel aardig wat je zegt over het heden. Er zijn snuiters die zeggen: Het lijkt me zo mooi als je alleen maar ten volle in het heden leeft.
Bernlef: Haha, God hoort ze brommen!
Wim Brands: Dat is de hél.
Bernlef: Nou en of… of dat de hel is. Dat kan ik je verzekeren!
 
Bernlef en Wim Brands in Boeken
Het gekke met herinneringen
is dat je je totaal onbelangrijke dingen vaak het helderst herinnert

Bernlef

Wim Brands en BernlefDe onvermijdelijke vraag aan de schrijver, die inmiddels in de zeventig is, luidt of hij zélf niet bang begint te worden voor het vertroebelen van zijn eigen geest. Bernlef: “Mijn geheugen voor dingen in de tijd is slechter geworden: wanneer iets precies is gebeurd, weet ik soms niet meer. Het gekke met herinneringen is dat je je totaal onbelangrijke dingen vaak het helderst herinnert. Zo zie ik zo voor me hoe mijn moeder in een bepaalde lichtval een brood staat te snijden. Maar vraag me niet naar mijn eerste verliefdheid. Mensen zeggen weleens: ‘Wacht maar tot je ouder wordt, dan komen al je jeugdherinneringen weer haarscherp terug. Maar ik ben nu 73, en ik zit nog te wachten.” (bron)

bekijk deze uitzending

zondag 7 februari 2010
om op te vreten !
gisteren gezien met Michaela : l’ours van Jean-Jacques Annaud (1988)

De verhalende natuurfilm is de laatste 25 jaar vooral door Franse filmmakers op een hoog niveau gebracht. Al eerder schreef ik iets over de films microcosmos - le peuple de l’herbe (1996), le peuple migrateur (2001), La Marche De L’empereur (2005) en le renard et l’enfant (2007) van Luc Jacquet. Gisterenavond keken we naar l’ours (1988) van Jean-Jacques Annaud met een hoog knuffelgehalte. Een van de leukste scènes uit de film is die waarin het beertje Youk een LSD trip maakt na het scoren van een vliegenzwam. Deed mij denken aan de Pink Elephant Parade van het olifantje Dumbo.
Conclusie: een hallucinerend berenbrein is zeker zo leuk.


fragment uit l’ours (1988)
l'ours DVDEen uniek portret van het beertje Youk dat door een ongeluk zijn moeder verliest. Youk trekt alleen de wijde wereld in en maakt kennis met de reusachtige mannetjesbeer Kaar. Samen proberen ze te overleven in de overweldigende maar gevaarlijke natuur, en Youk leert met vallen en opstaan hoe een beer altijd op zijn hoede moet zijn. Maar het gevaar loert om de hoek want Kaar wordt achtervolgd door een stel jagers. De beer kan ontkomen maar moet de kleine Youk aan zijn lot overlaten. Youk wordt door de jagers gevonden en naar hun kamp meegenomen.
 
Bron: moviemeter.nl

prijzen
1988: National Academy of Cinema, France, Academy Award (Jean-Jacques Annaud)
1989: César, Best Director (Jean-Jacques Annaud)
1990: Genesis Award, Feature Film (Foreign)
1990: Guild of German Art House Cinemas Film Award, Silver Foreign Film (Ausländischer Film) (Jean-Jacques Annaud)

l’ours [ imdb.com ]

zaterdag 6 februari 2010
trouw aan Rembrandt [ 2 ]
de Noorse schilder Odd Nerdrum (1944 - )
Odd Nerdrum
zelfportretten
Odd Nerdrum werkt al dertig jaar in een zelfgekozen isolement, hetgeen heeft geresulteerd in
een oeuvre dat in alle opzichten
merkwaardig kan worden genoemd
Odd NerdrumDe Noorse schilder Odd Nerdrum (geboren 1944) is in eigen land een fenomeen. Al meer dan dertig jaar veroorzaken zijn figuratieve doeken, die in de grandioze stijl van de ‘oude meesters’ zijn geschilderd, felle debatten tussen bewonderaars en hen die zijn werk verafschuwen. Odd Nerdrum werkt al dertig jaar in een zelfgekozen isolement, hetgeen heeft geresulteerd in een oeuvre dat in alle opzichten merkwaardig kan worden genoemd. De Noorse kunstenaar ontwikkelde een eigen programma waarin hij zich afzet tegen het modernisme en aansluiting zoekt bij de schilderkunstige traditie van Caravaggio, Rembrandt, Goya en Courbet: grote schildersgenieën, revolutionairen eigenlijk, die volgens Nerdrum op net zo’n gespannen voet met hun tijd en tijdgenoten-kunstenaars leefden als hij met o.a. Beuys en Warhol. Behalve de ambachtelijke schildertechniek en de klassieke composities in clair-obscur, is de allegorische vorm, waarin existentiële thema’s als leven, dood, liefde, verlies en hoop zijn gevat, onvergelijkbaar met andere schilderkunst uit heden en verleden. Nerdrum situeert zijn allegorieën in onheilspellende landschappen die niet van deze wereld lijken.
 
Bron: kunsthal.nl
Odd Nerdrum
Nerdrum began study at the Art Academy of Oslo, but became dissatisfied with the direction of modern art, and began to teach himself how to paint in a Neo Baroque style, with the guidance of Rembrandt’s technique and work as a primary influence. In doing so he placed himself in direct opposition to most aspects of the school, including his primary painting instructor, his fellow students, and a curriculum designed to have Norway seen as a country with an up-to-date artistic culture. He, in his own words was chased from the academy after a two year period like a “scroungy mutt". Years later Nerdrum said, I saw that I was in the process of making a choice that would end in defeat. By choosing those qualities that were so alien to my own time, I had to give up at the same time the art on which the art of our time rests. I had to paint in defiance of my own era without the protection of the era’s superstructure. Briefly put I would paint myself into isolation.
Nerdrum later studied with Joseph Beuys, at the Kunstakademie Düsseldorf.
 
Bron: en.wikipedia.org
Odd Nerdrum

nerdrum.com

vrijdag 5 februari 2010
trouw aan Rembrandt [ 1 ]
de passieserie van Aert de Gelder (1645-1727)

de GelderEen van de grootste monumenten van de achttiende eeuwse Hollandse schilderkunst vind ik persoonlijk de passieserie van Aert de Gelder, de laatste leerling van Rembrandt. De kruisweg bestaat uit 22 schilderijen waarvan er twaalf zijn terug gevonden. In de catalogus van de tentoonstelling Arent de Gelder. Rembrandts laatste leerling in 1998 in het Dordrechts Museum staat een essay van Guus Sluiter over deze reeks schilderijen, die na de dood van de schilder in zijn atelier werd aangetroffen. Tien van de twaalf overgebleven schilderijen uit de reeks bevinden zich tegenwoordig in de collectie Schloss Johannisburg in Aschaffenburg. Het is niet de enige passieserie van een Hollandse schilder die naar Beieren is gegaan, want in de Alte Pinakothek in München hangt ook de bekende passieserie van Rembrandt.

Nooit heeft De Gelder zich naar de mode geschikt, nooit ook heeft hij zich, dankzij zijn rijkdom, naar de wensen van klanten hoeven schikken. De Gelder bleef Rembrandt trouw als een hond.
de Gelder
achtste statie de weg naar Golgotha

Aert de Gelder is een intrigerende figuur. We weten bijna niets van hem en de belangrijkste bron is, zoals voor zoveel zeventiende eeuwse schilders, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen van Arnold Houbraken (1718–1721). Houbraken was een stadsgenoot van De Gelder en zelf ook schilder, maar werkte in een tegenoverliggende stijl; hij maakte gepolijste schilderijen in de Franse stijl zoals toen in de mode was. Het bijzondere van het werk van De Gelder is dat hij tot aan zijn dood in 1727 in de latere stijl van zijn leermeester bleef schilderen, een stijl die in de achttiende eeuw absoluut niet meer gewaardeerd werd. De Gelder was door een erfenis een vermogend man geworden en hoefde dan ook niet meer te leven van zijn werk. Maar hij bleef zijn leven lang schilderen en dat was niet iets vanzelfsprekends. Tijdgenoten als Ferdinand Bol en Albert Cuyp hingen hun palet en penseel aan de wilgen, toen ze een rijke weduwe aan de haak hadden geslagen. De Gelder trouwde nooit, misschien uit angst dat hij zelf aan de haak geslagen werd…

Het laatste van zyne werken is de Passie, anders de Historie van den lydenden Christus, in 22 stukken, waar van ‘er reets 20 voltooit zyn, waar in konstig de menigerhande hartstogten, of gemoedsdriften, uit kennelyke wezenstrekken te zien zyn, gelyk ook eene onbedenkelyke verandering van dragten, en vremde toestellingen omtrent de bekleedingen der beelden, bywerken, en verkiezinge van dag en schaduwe, en deze naar ik gis zullen ook wel de laatste blyven, want hy al een geruimen tyd doorbrengt met ter kerk te gaan, en vrienden te bezoeken. Hy is thans in dit jaar 1715. terwyl ik dit schryve, nog in goede gezontheid, en ongetrouwt. Veel licht heeft hy de spreuk Horatius
…… Melius nil caelibe vita:
Dat is:
Niet beter als een ongetrouwt leven, gekent, en die zig altyd ten leerles voorgestelt.

Fragment uit: De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen

de Gelder
de weg naar Golgotha (detail)
Die trouw en verbetenheid spreidde de kunstenaar ook tentoon ten aanzien van Rembrandt, bij wie hij tussen 1661 en 1663 in de leer was. Na Rembrandts dood raakte diens ’slordige’, pasteuze manier van schilderen, en diens voorkeur voor bijbelse thema’s uit de mode. Het Franse classicisme, met een veel fijnere manier van schilderen en een lichter koloriet, raakte ook in Nederland en vogue. Nooit heeft De Gelder zich naar die mode geschikt, nooit ook heeft hij zich, dankzij zijn rijkdom, naar de wensen van klanten hoeven schikken. De Gelder bleef Rembrandt trouw als een hond.
 
Bron: volkskrant.nl
de Gelder
de weg naar Golgotha (detail)
donderdag 4 februari 2010
nét echt !
met Michaela gezien in Cinemec (Ede): Avatar (2009)

De eerste vertoningen in januari 1896 L’Arrivée d’un train en gare de La Ciotat van Auguste and Louis Lumière waren een sensatie. Film was in die dagen een kermisattractie en ook al duurden de levende beelden meestal niet langer dan een minuut, de toeschouwers werden er compleet door overrompeld. Op het moment dat de trein de zaal leek in te rijden, kreeg het publiek zijn adrenalineshot. Wanneer ik het filmpje van de gebroeders Lumière nu bekijk, kan ik mij moeilijk voorstellen wat voor een sensatie dit moet zijn geweest voor het bioscooppubliek 114 jaar geleden.


L’Arrivée d’un train en gare de La Ciotat, 1895

De sensatie die onze voorouders voelden bij de levende beelden kunnen wij ook nu weer beleven. We hebben alleen een nieuw medium nodig om weer te kunnen ervaren hoe nieuw het oude medium film ooit was. Nu is 3D-film ook allang geen nieuw medium meer. De gebroeders Lumière hadden de aankomst van de trein in 1895 al stereoscopisch willen filmen en deden dat in 1935 :

What most film histories leave out is that the Lumière Brothers were trying to achieve a 3D image even prior to this first-ever public exhibition of motion pictures. Louis Lumière eventually re-shot L’Arrivée d’un Train with a stereoscopic film camera and exhibited it (along with a series of other 3D shorts) at a 1935 meeting of the French Academy of Science. Given the contradictory accounts that plague early cinema and pre-cinema accounts, it’s plausible that early cinema historians conflated the audience reactions at these separate screenings of L’Arrivée d’un Train. The intense audience reaction fits better with the latter exhibition, when the train apparently was actually coming out of the screen at the audience. But due to the fact that 3D film never took off commercially as conventional 2D did, including such details would not make for a compelling myth.

3D-cinema is dus helemaal geen nieuw fenomeen. Maar bij Avatar had ik wél het gevoel wat die ene toeschouwer in 1896 kan hebben gehad. Waarom is het eigenlijk zo bijzonder om datgene wat we de hele dag al zien, nog eens in de bioscoop te zien? Het fascinerende van de 3D-film is voor mij de grenservaring, de ervaring waarbij de ‘illusie’ ongevaarlijk dicht bij de ‘werkelijkheid’ komt. Ongevaarlijk, omdat je weet dat het niet echt is (het is maar een film). Dichtbij, omdat de beelden van het doek afkomen en in de zaal hangen boven de hoofden van het publiek vlak voor je. De scheidingswand van het witte doek wordt opgeheven en de filmbeelden bewegen zich vrij in dezelfde ruimte als de ‘werkelijke’ ruimte van de bioscoopzaal. Het is een even ongevaarlijke als adembenemende illusie. Je hoeft niet weg te vluchten, zoals sommigen dat in 1896 deden voor de spooktrein van de gebroeders Lumière. Want daarvoor zijn we nu te vertrouwd geraakt met het bedrog van fotografie en film.

Ooit was ook de fotografie in onze collectieve ervaring grensoverschrijdend. En vóór de fotografie vertegenwoordigde de schilderkunst de magie van de ruimtelijke illusie. We zijn nu geconditioneerd. Voordat we een foto of een film zien, is er in ons brein een knop om en hebben we onbewust tegen onszelf gezegd: ‘dit is niet echt.’ Maar wanneer we vergeten deze knop om te draaien, kijken we alsof het echt is. Dat is de magie van het medium: het is echt en onecht te gelijk, het balanceert op de grens en wij balanceren mee en zijn verzekerd van een veilige landing. Want uiteindelijk is het toch niet echt.

Carravaggio
is het écht?
de ongelovige Thomas van Caravaggio 1601

Als je met een onbevangen blik kijkt, dan kun je ook naar schilderijen kijken zoals er naar schilderijen gekeken werd toen er nog geen fotografie bestond. Een illusionistisch (realistisch) schilderij representeerde vóór 1840, na de spiegel, de hoogste graad van zichtbare werkelijkheid. De schilderkunst heeft van 1400 tot 1900 een ontwikkeling doorgemaakt die je zou kunnen samenvatten in: van plat naar steeds ruimtelijker en tenslotte weer naar plat. Aan het einde van de zestiende eeuw was er een revolutionaire ontwikkeling in de schilderkunst die verbonden is met de naam van één schilder: Caravaggio. Door gebruik te maken van een dramatische belichting komen de figuren uit het donker tevoorschijn in het licht. Het platte vlak wordt door de ruimtewerking opengebroken en verandert in een soort kijkdoos, een ondiepe ruimte met daarin échte mensen van vlees en bloed.

Dat is de magie van het medium: het is echt en onecht te gelijk;
het balanceert op de grens
en wij balanceren mee en zijn verzekerd van een veilige landing. Want uiteindelijk is het
toch niet echt.

Ook hier moet het toenmalige publiek een grenservaring hebben beleefd. Is het nu verf of staat daar nu echt iemand? De trompe l’oeil is niet alleen een kunstje waarmee je je publiek op het verkeerde been kunt zetten en géén 1-aprilgrap. Wanneer het oog misleid wordt, wordt óók de geest misleid. Eerst komt de receptie van de rauwe zintuigprikkels, en vervolgens komt de de perceptie. In het ingewikkelde proces van de verwerking van deze rauwe zintuigprikkels, zijn we geconditioneerd geraakt. Wanneer we iets menen te kennen, dan nemen we niet meer écht waar. Zo gaat het ook met de conditionering in het kijken naar schilderijen, foto’s en film. We hebben onszelf al verteld dat het niet echt is. Pas als we weer de ervaring krijgen van ‘wow! net echt!’, dan komen we weer op het grensvlak waar ‘illusie’ en ‘werkelijkheid’ samenkomen.

Avatar
still uit Avatar (2009)

Voor het verhaal van Avatar (een mix van Apocalypse Now (Vietnam), The New World (Pocahontas), The Emerald Forest en The Celestine Prophecy) hoef je wat mij betreft niet te gaan kijken, wél voor de 3D-ervaring. Het blijft vreemd dat we naar de bioscoop of naar het museum gaan om te zien wat we de hele dag al om ons heen zien. Blijkbaar hebben wij het nodig onze conditionering te doorbreken om onze waarneming te ijken en te vernieuwen.

avatarmovie.com

woensdag 3 februari 2010
achttiende eeuwse meesters [ 2 ]
Johann Zoffany (1735-1810)

ZoffanyTot voor kort had ik het vooroordeel dat de schilderkunst van de achttiende eeuw nauwelijks de moeite waard was. Alles was in de zeventiende eeuw al gedaan en in het laatste kwart van die eeuw kwamen die vreselijke pruiken al en werd de schilderkunst even poezelig als de mannen verwijfd. Mea culpa voor dit verschrikkelijke vooroordeel! Om boete te doen, heb ik mij de laatste tijd op de schilderkunst van de achttiende eeuw gestort, met name op portretten.

Enkele dagen geleden schreef ik al iets over de schilders Nicolas Largillière (1656-1746) en Pompeo Batoni (1708-1787), wat mij betreft achttiende eeuwse meesters. De schilderkunst in deze merkwaardige eeuw verrast mij telkens weer en een van de verrassingen heet Johann Zoffany. Deze van origine Duitse schilder die vooral in Engeland gewerkt heeft, conformeerde zich voorbeeldig aan zijn opdrachtgevers en tegelijkertijd was hij schaamteloos in zijn openlijke bewondering voor Rembrandt. Nu hoef je je voor Rembrandt al tweehonderd jaar niet meer te schamen, maar in de achttiende eeuw konden Rembrandt’s schilderijen over het algemeen geen goedkeuring wegdragen. Te boers, te grof, te onbeschaafd, zo oordeelde men in de ‘galante tijd’. Maar de schilders herkenden zijn genie. Ook Zoffany’s tijdgenoot Joshua Reynolds heeft veel naar Rembrandt gekeken en citeerde hem in zijn pose.

Zoffany
Sir Joshua Reynolds en Johann Zoffany
beiden als Rembrandt

In de achttiende eeuw wordt de portretschilderkunst vooral door de Engelse schilders Thomas Gainsborough, Sir Joshua Reynolds, Sir Thomas Lawrence en George Romney op een zeer hoog niveau gebracht. Toch was het de Duitser Johann Zoffany die de lievelingsschilder van koning George III (1738-1820) werd. Niet alleen in Engeland bereikte hij als schilder het hoogst haalbare. In 1776 werd hij door keizerin Maria Theresia (1717-1880) in de adelstand verheven. Zoffany was ook een avonturier en maakte van 1783 tot 1789 een grote reis naar Indië. Twee maanden geleden is er in Engeland een biografie over hem verschenen met als titel Johan Zoffany: Artist and Adventurer

Zoffany
Charles Towneley in zijn collectie (detail)
Zoffany schilderde overgedetailleerde schilderijen die een kunstcollectie moest inventariseren, met de trotse eigenaar tussen de kunstwerken in.
Johan Zoffany: Artist and Adventurer
In his early years in England, Johan Zoffany (1733-1810) was as much in demand as a portrait artist as Sir Joshua Reynolds and Thomas Gainsborough. Following in the footsteps of Hogarth, for whom he had the greatest admiration, he developed the art of the ‘conversation piece’ – the group portrait – and made the genre uniquely his own. As a painter at the court of King George III, he became a particular favourite of the Queen, Charlotte of Mecklenburg, who felt at home with this talented German-born artist who spoke her own language and who depicted her growing young family in a way that was both touching and unusually informal.
 
ZoffanyFrom early apprenticeships in Ellwangen and Regensburg, studying under Martin Speer, and Rome where he fell under the spell of Piranesi, Zoffany moved to London, finding work painting pastoral vignettes for the clockmaker Stephen Rimbault. From there he joined the studio of Benjamin Wilson whose passion for the theatre opened the door to London’s leading thespian, David Garrick. Under Garrick’s patronage, Zoffany popularised and perfected the art of the theatrical ‘conversation piece’ which captured the actor on stage in character, thereby acting as his publicist and provider of prints for his doting fans.
 
After being nominated by the King himself to membership of the Royal Academy of Arts, the artist – dogged by the want of money and need for escape – was offered the chance to accompany the naturalist Joseph Banks on the second Cook expedition to the South Seas, but their ship was deemed unseaworthy and the voyage was cancelled. In desperation, Zoffany turned to the Queen who agreed to send him to Florence to paint the Grand Duke’s renowned collection of paintings in the gallery of the Uffizi known as ‘The Tribuna’.
 
Bron: suebond.co.uk
Zoffany
Johann Zoffany 1771-72 (detail)
The Academicians of the Royal Academy

Johann Zoffany [ en.wikipedia.org ]

dinsdag 2 februari 2010
achttiende eeuwse meesters [ 1 ]
Pompeo Batoni (1708-1787) en zijn Engelse klanten in Rome

Pompeo  BatoniDe Grand Tour was er niet alleen voor kunstenaars. In de achttiende eeuw was de reis naar Italië voor welgestelden een verplicht nummer geworden voor de culturele vorming. Voor je toenmalige CV was het net zo belangrijk als tegenwoordig een post-universitaire opleiding in de Verenigde Staten. Rond het midden van de achttiende eeuw kwamen er steeds meer Engelsen naar Italië en daarbij was Rome meestal het hoofddoel van hun reis. Ze waren kapitaalkrachtig en voor de Romeinse portretschilders vormden ze een ideale klantenkring. Halverwege de achttiende eeuw was Pompeo Batoni (1708-1787) de beste portretschilder van Rome. In de gedistantieerde voornaamheid die hij zijn opdrachtgevers laat uitstralen, doen zijn verfijnde portretten mij denken aan die van zijn zestiende eeuwse voorganger Agnolo Bronzino. Omdat hij zo goed was, portretteerde hij voornamelijk vooraanstaande Engelsen. Samen met de ontelbare portretten van Joshua Reynolds, die van 1749 tot 1752 ook in Rome verbleef, biedt zijn oeuvre een representatief beeld van de Engelse jetset uit de tweede helft van de achttiende eeuw. Twee jaar geleden was er in de National Gallery in Londen een grote overzichtstentoonstelling van zijn werk.

Batoni
Pompeo Batoni
portret van Richard Miles, ca.1760
Pompeo Batoni (1708-1787) was one of the most esteemed artists of the age. Rather like the Mario Testino or Lord Litchfield of his day, everyone who was anyone wanted Batoni to do his portrait. He captured them at the culmination of a long journey to Rome, displaying the learning, clothes, and fineries they had acquired on their trip. The poses and props in the portraits provide us with good insights about who these men were. Sir Humphry Morice reclines below in beautiful scenery. Batoni had already used this landscape for another painting about the Roman gods Diana and Cupid. Displaying him in this learned context was almost as essential as including fine portraits of his dogs. ( … ) While travel has changed beyond recognition since the Grand Tour, it did leave a lasting legacy. The works of art and the tastes young men brought back have influenced collections of art throughout Britain, including the National Gallery.
 
Bron: nationalgallery.org.uk
Batoni
details uit een portret van Richard Miles of Nackington Miles wijst op de kaart de naam ‘Grisoni’ aan, een Zwitsers kanton dat hij bezocht op weg naar Rome
the Grand Tour
At its height, from around 1660 – 1820, the Grand Tour was considered to be the best way to complete a gentleman’s education. After leaving school or university, young noblemen from northern Europe left for France to start the tour. After acquiring a coach in Calais, they would ride on to Paris, their first major stop. From there they would head south to Italy or Spain, carting all their possessions and servants with them. Their most popular destinations were the great towns and cities of the Renaissance, along with the remains of ancient Roman and Greek civilisation. Their souvenirs were rather more durable than holiday snaps, replica Eiffel Towers or t-shirts - they filled crates with paintings, sculptures and fine clothes. Travel was somewhat more of an ordeal than today (even accounting for the worst airport queues and hold-ups). However rich these young men were, there was no hot shower after a day on the road, no credit card to get them out of a tight spot, and no mobile phone to ring people for help. Furthermore transport was slow. Instead of taking a 12 month trip, some went away for many years. Most went for at least two, spending months in essential spots along the way. The plan was to set young noblemen up to manage their estates, furnish their houses and prepare for conversation in polite society. But did the Grand Tour turn them into gentlemen? Sometimes a taste for vice got in the way.
 
Bron: nationalgallery.org.uk

Italiëgangers [ Woest & Vredig ]

maandag 1 februari 2010
kopiisten online [ 4 ]
kopieën van oude meesters uit het Russisch Museum in Sint Petersburg
Russische kopiisten aan het werk op artsstudio.com

Tot twee jaar geleden waren op de website artsstudio.com online sessies te volgen van kopiisten van het Russisch Museum in Sint Petersburg. Ook al komen er nu geen nieuwe kopieën meer bij, je kunt in het archief nog wel de beste kopieën bekijken die er tussen 1999 tot 2007 jaarlijks zijn gekozen. Hieronder een kopie van een portret van de Russische schilder Ivan Kramskoy en een van de Spaanse schilder Bartolomé Esteban Murillo (1618-1682).

Kramskoy
Ivan Kramskoy
portret van een onbekende vrouw, 1883
Kramskoy
Bartolomé Esteban Murillo
jongen met hond, ca. 1650

artsstudio.com

johannes@mimesis.nl

HTML Hit Counters
eXTReMe Tracker

het numineuze www.griffioen-beelden.nl

www.gerdrenshof.com

www.vanleestantiek.com

nl.orthodoxlogos.com

comics grafische vormgeving en webdesign muziek tekeningen en illustraties wetenschap taal & poëzie Rusland religie geschiedenis filosofie film boeken orthodoxie schilderkunst architectuur fotografie