vrijdag 30 april 2010
Vrolijk, vet & veelkleurig
gisteren gezien op Net 5 : Hairspray (2007)

Vette musicalfilm met knipoog naar Grease. Meesterzet in deze remake naar het origineel uit 1988 is de rol van John Travolta als Edna Turnblad. Art Director Dennis Davenport en Set Decorator Gordon Sim tekenen voor de toonzetting in de stijl van de late jaren vijftig/vroege jaren zestig. Anders dan in Mad Men of in het afgelopen dinsdag door de ZDF uitgezonden docudrama Dutschke is de reconstructie van het tijdsbeeld niet realistisch maar juist karikaturaal en vooral kleurrijk. Hairspray is evenals Moulin Rouge (2001) vet aangezet en drijft op Shrek-achtige ironie. Het sprankelende gevoel van de sixties dat een musicalfilm Les demoiselles de Rochefort (1967) van binnenuit en naturel liet zien, is veertig jaar later in Hairspray grotesk geworden.

Hairspray
Hairspray kleurrijke & swingende retro

Hairspray [ imdb.com ]

donderdag 29 april 2010
La journée sera rude
de terechtstelling van Robert François Damiens in 1757
en Jean Calas in 1762 onder Lodewijk XV

In Frankrijk bestonden er 250 jaar geleden nog verschrikkelijke openbare executies. De afschrikwekkendste voorbeelden zijn de terechtstellingen van Robert François Damiens (vierendeling) en Jean Calas (het rad). Verlichte geesten probeerden een einde te maken aan deze middeleeuwse praktijken. Maar de Verlichting bewerkstelligde hoogstens een “verlichte” doodstraf: de guillotine. Het zou daarna nog bijna tweehonderd jaar duren voordat de doodstraf in Frankrijk definitief werd afgeschaft op 9 oktober 1981. Tot 27 juni is in het Musée d’Orsay in Parijs de tentoonstelling Crime et châtiment te zien.

de terechtstelling van Jean Calas
de terechtstelling van Damiens in 1757
Damiens diende in het leger, was bediende en had verschillende andere baantjes. Hij was een goedgelovige en beïnvloedbare man die zich vaak ophield in kringen van het Parlement van Parijs, een rechtbank die in verschillende conflicten had met Lodewijk XV gewikkeld was, en waar opruiende taal tegen de koning gebruikt werd. Op 5 januari 1757 bracht de koning een bezoek aan een van zijn dochters in het kasteel van Versailles. Toen hij in zijn koets wilde stappen kwam Damiens naar voren en stak de koning met een mes, waarbij slechts een oppervlakkige wond ontstond. Damiens werd onmiddellijk gearresteerd. De koning zélf vond de zaak nauwelijks de moeite waard, maar het proces werd voor het Parlement van Parijs gebracht, dat geen moeite spaarde om te verdoezelen dat de eigen magistraten door hun opruiende taal zélf de inspirators tot de moordpoging waren geweest. De morele schuld werd uiteindelijk op perfide wijze bij de Jezuïeten gelegd. Vanwege van deze poging tot koningsmoord (regicide) werd hij op 26 maart 1757 veroordeeld tot de dood door middel van vierendeling. Bij de aankondiging van de straf antwoordde Damiens met de woorden “La journée sera rude” (vertaling: ‘t wordt een zware dag). De terechtstelling vond twee dagen later plaats op het Place de Grève voor het stadhuis van Parijs, en werd bijgewoond door onder andere Casanova.
 
Bron: nl.wikipedia.org
de terechtstelling van Jean Calas
de terechtstelling van Jean Calas in 1762
Calas, along with his wife, was a Protestant. France was then a mostly Catholic country; Catholicism was the state religion. While the harsh oppression of Protestantism initiated by King Louis XIV had largely receded, Protestants were, at best, tolerated. Louis, one of the Calas’ sons, converted to Catholicism in 1756. On October 13-October 14, 1761, another of the Calas’ sons, Marc-Antoine, was found dead on the ground floor of the family’s home. Rumors had it that Jean Calas had killed his son because he, too, intended to convert to Catholicism. The family, interrogated, first claimed that Marc-Antoine had been killed by a murderer. Then they declared that they had found Marc-Antoine dead, hanged; since suicide was then considered a heinous crime against oneself, and the dead bodies of suicides were defiled, they had arranged for their son’s suicide to look like a murder. On March 9, 1762, the parlement (appellate court) of Toulouse sentenced Jean Calas to death on the wheel. On March 10, at the age of 64, he died tortured on the wheel, while still very firmly claiming his innocence. Voltaire, contacted about the case, after initial suspicions that Calas was guilty of anti-Catholic fanaticism had subsided, began a campaign to get Calas‘ sentence overturned.
 
Bron: en.wikipedia.org
guillotine
Lodewijk XVI met zijn hoofd onder de guillotine op 21 januari 1793 in Parijs

executedtoday.com

Misdaad en straf
Crime et châtiment
Musée d’Orsay, Parijs, 16 maart t/m 27 juni 2010
Théodore Géricault
Théodore Géricault (1791-1824)
studie van afgehouwen ledematen, 1819
© Musée Fabre de Montpellier Agglomération
The exhibition Crime and Punishment looks at a period of some two hundred years: from 1791, when Le Peletier de Saint-Fargeau called for the abolition of the death penalty, to 30 September 1981, the date the bill was passed to abolish it in France. Throughout these years, literature created many criminal characters. The title of the exhibition is itself taken from a work by Dostoyevsky. In the press, particularly the illustrated daily newspapers, the powerful fantasy of violent crime was greatly increased through novels.
 
At the same time, the criminal theme came into the visual arts. In the work of the greatest painters, Goya, Géricault, Picasso and Magritte, images of crime or capital punishment resulted in the most striking works. The cinema too was not slow to assimilate the equivocal charms of extreme violence, transformed by its representation into something pleasurable, perhaps even into sensual pleasure.
 
It was at the end of the 19th century that a new theory appeared purporting to establish a scientific approach to the criminal mind. This tried to demonstrate that the character traits claimed to be found in all criminals, could also be found in their physiological features. Theories like these had a great influence on painting, sculpture and photography. Finally, the violence of the crime was answered by the violence of the punishment: how can we forget the ever-present themes of the gibbet, the garrotte, the guillotine and the electric chair?
 
Beyond crime, there is still the perpetual problem of Evil, and beyond social circumstances, metaphysical anxiety. Art brings a spectacular answer to these questions. The aesthetic of violence and the violence of the aesthetic - this exhibition aims to bring them together through music, literature and a wide range of images.
 
Bron: musee-orsay.fr
woensdag 28 april 2010
gids voor de verdoolden
gids voor de verdoolden (1977) van E.F. Schuhmacher

gids voor de verdooldenToen E.F. Schuhmacher in 1968 in Sint Petersburg was, dat toen nog Leningrad heette, zag hij verschillende kerkgebouwen om zich heen, terwijl er op de kaart geen kerkgebouwen stonden aangegeven, behalve kerken die als museum waren ingericht, zoals de Izaakijevskije Sobor die in 1930 was omgedoopt in het Soviet Museum of Scientific Atheism. “Levende kerken laten we op onze kaarten niet zien", verklaarde de gids.

Veertig jaar later is de situatie in Rusland volkomen veranderd. Toen ik in 2005 een bezoek aan Sint Petersburg bracht waren er alleen al in het begin van de Nevski Prospect een handvol kerken dagelijks geopend die eveneens keurig op de kaart vermeld stonden. Niet alleen in Rusland is religie in het openbare leven teruggekeerd. Ook in Nederland is religie weer terug van weggeweest en wordt er in het publieke debat zelfs weer over God gesproken. Maar toen E.F. Schuhmacher aan het eind van zijn leven gids voor de verdoolden schreef, leek religie iets voor het museum geworden. Religie mag als thema misschien weer terug zijn in de samenleving, God lijkt nog even ver weg als 33 jaar geleden toen gids voor de verdoolden verscheen.

isaac kathedraal
De Izaakijevskije Sobor is op de kaart van Sint Petersburg niet meer over het hoofd te zien
Wie alles zonder meer gelooft, loopt het risico zich te vergissen. Toch, als ik alleen maar dingen wil weten die ik boven alle twijfel verheven acht, loop ik wel zo min mogelijk gevaar me te vergissen, maar het het gevaar dat misschien het fijnst, belangrijkste en kostbaarste van het leven mij ontgaat, wordt daarmee des te groter. Thomas van Aquino heeft, in navolging van Aristoteles, gezegd dat ‘de vaagste kennis die van het hoogste te verwerven is, te verkiezen is boven de meest stellige kennis die over het lagere is vergaard.”
 
uit: gids der verdoolden, Ambo, Baarn, 1977
isaac kathedraal en pantheon
De Izaakijevskije Sobor in Sint Petersburg en het Pantheon in Parijs. De Isaac kathedraal is nu weer de zetel van het patriarchaat van Sint-Petersburg waar de Liturgie weer gevierd kan worden. Het Pantheon in Parijs is nog altijd een museum, waar naast de Slinger van Foucault ook de kille geest van de Verlichting hangt.

Ernst Friedrich SchumacherErnst Friedrich “Fritz” Schumacher (1911-1977) was een invloedrijk economisch denker met een statistische achtergrond. Schumacher verliet vóór de Tweede Wereldoorlog al zijn geboorteland Duitsland, onder meer voor studies in Oxford (waarvoor hij een Rhodesbeurs kreeg) en aan Columbia University in New York. Na de oorlog werkte hij van 1950 tot 1970 als adviseur voor de Britse National Coal Board. Hij voorzag dat de energievoorziening van het land niet enkel op steenkool kon blijven draaien, maar tegelijk beschouwde hij aardolie evenzeer als niet onuitputtelijk. Bovendien waarschuwde hij dat de olievoorraden zich bevonden in ’s werelds meest onstabiele landen. Als economisch raadgever bezocht bij meerdere derde-wereldlanden en steunde die in hun streven naar meer zelfvoorziening (self-reliance). Hij is gekend voor zijn kritiek op de Westerse economieën en zijn voorstellen voor op mensenmaat aangepaste en gedecentraliseerde technologieën. Volgens de Times Literary Supplement hoort zijn boek Small Is Beautiful (1973), (de schoonheid van het kleine), in het Nederlands uitgebracht onder de titel Hou het klein, bij de honderd meest invloedrijke boeken van na de Tweede Wereldoorlog. Schumacher’s ontwikkelingstheorieën kunnen samengevat worden met de termen intermediate size en intermediate technology. In tegenstelling tot veel klassieke economen was hij op zoek naar een alternatieve economie. In die geest schreef hij zelfs een essay over boeddhistische economie. Hij schreef over economie in The Times, The Economist en Resurgence. (Bron: nl.wikipedia.org)

schumacher.org.uk

dinsdag 27 april 2010
fundi light [ 1 ]
ben ik een fundamentalist? doe de funditest !

In de jaren zeventig was het woordje fascist een verbaal projectiel waarmee je elk debat kon saboteren. Tegenwoordig lijkt het woordje fundamentalist die functie te hebben overgenomen. Daarmee wordt dan een religieuze fanaticus of betweter bedoeld. In ieder geval een gesloten persoon die niet echt open staat voor de ander. Maar misschien zijn we zélf fundamentalistischer dan we denken. Wanneer we tolerantie tegenover fundamentalisme stellen en vervolgens daarboven verheffen, nemen we ongemerkt eenzelfde positie in als dat verfoeide fundamentalisme. Tolerantie is misschien eerder een eigenschap die het eigen gelijk siert, en juist niet het tegendeel van fundamentalisme.

Ik ben het oneens met wat je zegt, maar ik zal tot de dood je recht verdedigen om het te zeggen

Voltaire

De funditest lijkt ontworpen vanuit de idee dat tolerantie en fundamentalisme tegengesteld zijn aan elkaar en elkaar dus min of meer uitsluiten. Hoe lager je score in deze test, hoe toleranter en zelfs hoe ruimdenkender je zou zijn. Wordt tolerantie (of ruimdenkendheid) in de funditest niet teveel opgevat als het ruimhartige eigen gelijk dat te prefereren is boven het gelijk van “de fundamentalist"?

fundi test
Fundamentalist is een vaag scheldwoord voor iedereen
waar je het niet mee eens bent

Herman Philipse

uitslag
volgens de funditest ben ik een Fundi Light

doe de funditest

maandag 26 april 2010
het betoverde oog
tentoonstelling het betoverde oog van Thijn van de Ven
Museum Elisabeth Weeshuis te Culemborg, 27 april t/m 9 mei 2010
U bent van harte uitgenodigd om (…) fotograaf/kunstenaar Thijn van de Ven aan het werk te zien in een tweekamer setting: een Lichte Kamer, het Vermeer-interieur en een Donkere Kamer, de Camera Obscura. Thijn van de Ven is al vele jaren gefascineerd door de schilderijen van Johannes Vermeer en de voor hedendaagse ogen ‘fotografische look’ van Vermeers schilderkunst. Wat Van de Ven drijft is de liefde voor Vermeer en zijn artistieke zoektocht naar het licht; om met oude en moderne media een eigen draai te geven aan de visie van Vermeer. Op een speelse manier werkt Van de Ven met theater, licht, optica, projecties en schilderkunst/fotografie. De ‘Vermeer-weken’ zullen plaatsvinden van 27 april t/m 9 mei 2010. Tevens wordt een korte film opgenomen in de setting van de Muziekles van Vermeer. Op zondag 2 mei verzorgt VJ Martijn Grootendorst een optreden waarin moderne lichtprojecties en muziek een dialoog aangaan met het licht van Vermeer.
 
Bron: museumculemborg.nl
Het betoverde oog
foto van Thijn van de Ven naar de muziekles (ca. 1662-1664) van Johannes Vermeer

museumculemborg.nl

zondag 25 april 2010
fundament & fragment
gelezen in Letter & Geest (Trouw) :
Lofzang op het fundamentalisme door Rik Torfs

Rick TorfsIn Letter & Geest, de weekendbijlage van Trouw, las ik een bijdrage van Rik Torfs, hoogleraar kerkelijk recht aan de Katholieke Universiteit Leuven. In Lofzang op het fundamentalisme vergelijkt hij de afgeronde levensvisie (het katholicisme van Evelyn Waugh) met het aftasten van Patrick Modiano van zijn verleden. Niet als zoektocht, maar juist om thuis te blijven. Al blijft dit verleden vaak bij fragmenten, ze vormen wel degelijk een fundament onder ons bestaan. Modiano is evenmin als Torfs een existentialist, die het bestaan beschouwt als een intrinsiek doelloze en zinloze zwerftocht.

Onze onmacht om onszelf, ons leven, onze God van vroeger een plaats te geven, dichten wij aan een grotere, alomvattende zinloosheid toe. Als wij geen zin kunnen vinden, is het omdat die er niet is. Raar. Wanneer iemand een onbevredigende relatie heeft met zijn vriendin, en daaruit afleidt dat goede relaties niet bestaan, haasten wij ons om de beperktheid van die visie aan het licht te brengen. Gaat het echter om zin, dan verheffen wij ons falen tot norm. Als wij niet kunnen geloven, komt dat omdat God er niet in slaagt te bestaan.
 
Bron: trouw.nl

Torfs besluit zijn essay met de transsubstantiatie. Het heiligste sacrament (mysterie) van de Kerk (de verandering van brood en wijn in het Bloed en Lichaam van Christus) kan de rationele mens uitsluitend symbolisch interpreteren. Symboliek is een soort één-tweetje in ons hoofd. Het Mysterie dat ons hart wil binnendringen, wordt ergens in ons hoofd opgelost: “o ja, dat moet je symbolisch zien!”

Zo heb ik vandaag, wie weet door aandachtiger te leven, meer sympathie voor de traditionele katholieke opvatting over transsubstantiatie dan vroeger. De transsubstantiatie: door de instellingswoorden tijdens de eucharistie worden brood en wijn het lichaam en bloed van Christus. Tegelijk houden zij op brood en wijn te zijn. Lange tijd dacht ik, zoals vele hedendaagse katholieken: we moeten dat allemaal symbolisch opvatten. Het brood blijft brood, de wijn blijft wijn. Vandaag weet ik dat niet meer zo. Symboliek is saai en simpel. Is het symbool geen vlucht voor wat confronterend, en tegelijk voor wat inspirerend is? Brood en wijn die werkelijk lichaam en bloed worden, klinkt dat niet veel spannender? Er komt een moment in je leven waarop je niet langer wil dat waarheid onaantrekkelijk is.
 
Bron: trouw.nl

Rick Torfs : Wie gaat er dan de wereld redden?

zaterdag 24 april 2010
een prachtige, eindeloze tocht
gelezen in Trouw: de tien geboden
een interview met de schilder Henk Helmantel

De schilder Henk Helmantel is schilder-kluizenaar. Een kluizenaar schuwt de publiciteit, maar kan tegelijkertijd ook uitspraken doen die in de maatschappij niet correct heten te zijn. Zo is door de huidige polarisatie bijna onmogelijk om je nog kritisch uit te spreken tegenover de islam zonder dat je ervan verdacht wordt op de PVV te stemmen. Het correcte antwoord moet zijn dat de islam een religie is als alle andere en even waar of onwaar is als alle andere religies. Een combinatie van lui relativisme en onverschilligheid is de beste remedie om sociaal overeind te blijven. Maar Helmantel durft iets anders te zeggen. Een voordeel van een kluizenaarsbestaan is dat je betrekkelijk vrij bent van sociale strategieën.

Henk Helmantel in zijn atelier
Henk Helmantel werkt aan een boekstilleven
Ik heb er geen intensieve studie van gemaakt, maar voor zover ik het kan nagaan, lijkt me dat alle overtuigingen, behalve het christelijk geloof, door de mensen zelf bedacht zijn. Geen mens zou bedenken dat een ander, Christus, alle schuld op zich zou nemen. Die liefde van God is voor ons niet te bevatten; tot zoiets zijn mensen niet in staat. Het christelijk geloof is het ware geloof. Dat betekent dat andere geloven vals zijn.
 
Met name de islam heeft twee gezichten. Ze hebben allerlei dingen van het jodendom en het christendom geleend en één van de stamgoden tot God gemaakt. Maar het ergste is: ze claimen de wereldheerschappij. In die zin vormen ze een groot gevaar. Zo lang ze in de minderheid zijn houden ze zich koest, maar zodra ze de meerderheid vormen gaat het mis. Kijk maar naar de Arabische wereld: daar loopt alles door gebrek aan tolerantie in de soep.
 
Bron: trouw.nl
Er zijn meer mensen op zoek
naar de dingen die er werkelijk
toe doen. Het is een prachtige, eindeloze tocht
Het klinkt misschien raar, maar ik denk dat het mij lukt om in balans te blijven omdat ik altijd heb geweten wat mij voor ogen stond. Ik word misschien iets wijzer, maar ik heb nooit een wilde tijd gehad. Ik ging niet achter de vrouwen aan, ik ben me nooit aan drank te buiten gegaan. Ik heb me van jongs af aan bezig gehouden met geloof, natuur, kunst en geschiedenis. Ik had daardoor ook nooit echte vrienden. Toen ik naar de kunstacademie ging, begon ik op te bloeien. Daar kwam ik in contact met mensen die net zo in het leven stonden. Het christelijk geloof kon ik slechts met enkelen delen, maar dat contact leverde wel spannende en voor mij vormende discussies op. Op alle andere vlakken waren we allemaal geestverwanten. Ineens bevond ik me tussen mensen die óók naar klassieke muziek luisterden en zich bemoeiden met het hele culturele veld. Het was een verademing. En ook een geruststelling: ik ben niet alleen. Er zijn meer mensen op zoek naar de dingen die er werkelijk toe doen. Het is een prachtige, eindeloze tocht.
 
Bron: trouw.nl


Henk Helmantel over de deugd der traagheid [ trouw.nl ]

cameravlees
gezien op DVD : Waterloo (1970)
spektakelfilm met tienduizenden figuranten als voer voor de camera

DVDHet had niet zoveel gescheeld of Napoleon had Wellington tijdens de Slag bij Waterloo verslagen. Toen het Pruisische leger zich vroeg in de avond eindelijk bij de coalitie voegde, wisten de Engelsen dat ze gered en de Fransen dat ze verslagen waren. Waterloo uit 1970 van Dino de Laurentiis is ouderwets megaspektakel in de traditie van The Ten Commandments (1956), Ben Hur (1959), Spartacus (1960), El Cid (1961), The Longest Day (1962), Lawrence of Arabia (1962) en Cleopatra (1963). Veel diepgang heeft de film niet. Ook al zet Rod Steiger als Napoleon nog een aardige karakterrol neer, Christopher Plumer komt met een bijna clowneseke interpretatie van de Duke of Wellington. Ook zitten er lollige scenes in, bijvoorbeeld die ene gardist die een varkentje in zijn knapzak meesmokkelt. Vergeleken bij een oorlogsfilm als Gettysburg (1993) biedt Waterloo nauwelijks verdieping. Maar het spektakel dat deze veertig jaar oude film biedt, is erg indrukwekkend. Aan deze megaproductie werkte een deel van het sovjetleger mee. Alle brigades die de camera met één lange pan in beeld brengt, zijn geen samples maar échte figuranten, tienduizenden moeten het er zijn. In onze tijd met CGI (computer generated imagery) zijn dergelijke aantallen figuranten niet meer nodig. Misschien is er na Waterloo, dankzij het toenmalige sovjetleger, geen massaproductie meer geweest waaraan zoveel figuranten hebben meegewerkt.


scene uit Waterloo : de aanval op Hougoumont én de aanval van de Scots Grey
de Scots Grey
De twee Britse brigades zware cavalerie reden op de Fransen in, en de Fransen begonnen zich terug te trekken, wat uitmondde in een vlucht met de Britse cavalerie in de achtervolging. De Britse cavalerie werd overmoedig en wilde meteen ook maar de ‘grande batterie’ oprollen, maar die schoot terug. Ondertussen kwam er Franse cavalerie aangesneld en die sneed de Britten af van de rest van het geallieerde leger. Drie andere lichte geallieerde cavaleriebrigades, waaronder een Nederlandse, kwamen hen ontzetten.
 
Bron: nl.wikipedia.org
Waterloo slagveld
15.30 : de Franse cavalerie breekt door de Engelse stellingen die zich in defensieve carrés hebben opgesteld

Als lesmateriaal is Waterloo bijzonder geschikt, maar dan zou de film hier en daar fors ingekort moeten worden. Het slagveld is overtuigend in beeld gebracht en als krijgshistorisch document voldoet de film ook. Vanuit de helikopter gefilmd is vooral aanval van de Franse cavalerie op de Engelse linies prachtig te volgen. De cavaleristen die door de linie breken komen in een labyrint van carrés terecht waarin ze van alle kanten beschoten worden. Daarom splitst de cavalerie zich in tweeën om in een omtrekkende beweging eerst alle carrés te vangen en dan samen te trekken. Maarschalk Ney maakte echter een fout door de cavalerie te vroeg te laten oprukken, waardoor er geen ondersteuning kwam van infanterie en artillerie. De carrés bleven daardoor onneembaar voor de cavalerie.

Napoleon’s plan
Het plan van Napoleon was om de geallieerden met de cavalerie te bestormen, gevolgd door infanterie en artillerie om de geallieerden vervolgens te verdrijven. Maar maarschalk Ney, die de aanval zou moeten coördineren, liet de cavalerie te vroeg aanvallen, zodat er geen infanterie- en artilleriesteun beschikbaar was. Trompetten bliezen de aanval en dwars door de modder trachtten zijn vijfduizend ruiters in het centrum de glooiing van de Mont-Saint-Jean te bestormen. Mede door de slechte staat van de grond kwam het niet tot een charge in galop, en had de aanval nooit de vereiste impact. De geallieerde infanterie formeerde zich -zoals verwacht- in defensieve carrés, en werden onneembaar voor cavalerie zonder steun van infanterie en artillerie. De hoeve La Haye Sainte, die tussen Napoleon en het geallieerde leger in stond, was voor beide zijden van vitaal belang. Daar konden de infanterie en artillerie tegengehouden worden.
 
Bron: nl.wikipedia.org
Waterloo Kaart
overzichtskaart van de veldslagen bij Ligny, Quatre-Bras, Waver en Waterloo 15-18 juni

chronologie van de veldslag, 18 juni 1815
11.30 u Begin van de vijandelijkheden: aanvallen van de Fransen.
14.00 u Franse aanvallen worden teruggedrongen. Charge van de Engelsen tegen de gedesorganiseerde Franse rangen.
15.00 u Herhaaldelijke maar tevergeefse Franse aanvallen bij La Haie-Sainte. Terugtrekking van de Franse cavaleristen en infanteristen: mislukking van de Franse infanterieaanval.
15.30 u Charge geleid door maarschalk Ney met 5.000 cavaleristen tegen de Engelse artillerie en brigades: een bloedbad. De cavalerie van Kellerman wordt gestuurd als versterking. Weerstand van de Engelsen te Hougoumont.
18.30 u La Haie-Sainte valt uiteindelijk in handen van de Engelsen
19.00 u De korpsen van het Pruisische leger van Bulow en vervolgens ook van Blücher komen het Engelse leger te hulp.
De keizer gooit de garde in de strijd.
19.30 u Een eerste schreeuw “De garde trekt zich terug!” gevolgd door een terugtrekking van de Franse troepen: “Victorie, victorie, ze vluchten!”
20.15 u Een toejuiching in de Engelse rangen, gevolgd door een algemeen offensief van de geallieerden op heel het front: het is de strijd tot de dood van alle naties tegen één enkele.
20.30 u Paniek en ontreddering bij de Fransen. Napoleon begrijpt dat de geschiedenis hier een wending neemt.
21.30 u Wellington keert terug naar zijn hoofdkwartier, waar hij zijn overwinningsverslag van Waterloo opstelt.

historische reconstructie van de slag bij Waterloo, 18-20 juni 2010
De Slag van Waterloo is één van de grootste Europese veldslagen, zowel door zijn omvang als door zijn gevolgen. Het Slagveld is vandaag een herdenkingsplaats geworden die ieder jaar bezocht wordt door duizenden mensen. Maar meer nog, om de vijf jaar, spreken duizenden vrijwilligers van overal ter wereld af, om een magistrale reconstructie te doen van de evenementen van 1815, een exceptioneel spektakel dat je absoluut moet gezien hebben. ( Bron: waterloo1815.be )

waterloo1815.be

vrijdag 23 april 2010
flatus vocis
de historische fundering van de Institutionele Theorie
gelezen in Niet alles is kunst een essay van Lennaart Allan

niet alles is kunst(wat vooraf ging) In zijn essay een pleidooi voor een herwaardering van de representatietheorie in de bundel Niet alles is kunst laat Lennaart Allan zien dat de Institutionele Theorie aandelen van het nominalisme in zich draagt. In de geschiedenis van de filosofie kennen we het nominalisme uit de scholastiek, de middeleeuwse wijsbegeerte. Deze werd voortgestuwd door de zogenaamde universaliastrijd. In deze strijd ging het om de vraag of de essenties of Ideeën een werkelijk bestaan hebben of dat ze slechts als abstracties bestaan, als namen dus. De eerste nominalist, Roscellinus (ca. 1050 - ca. 1120) leerde bijvoorbeeld (volgens Anselmus van Canterbury) dat de universalia niets anders waren dan flatus vocis, een “ademtocht van de stem". Voor het nominalisme hadden de essenties dus geen eigen werkelijkheid, terwijl het realisme (we zouden het tegenwoordig beter idealisme kunnen noemen) meende dat de essenties werkelijk bestonden in een transcendent Ideeënrijk.

Het nominalisme botste in de Middeleeuwen met de christelijke leer. Nominalisten liepen steeds het risico van ketterij beschuldigd te worden, vooral als zij zich uitspraken over de dogma’s van de Kerk. In de eerste helft van de veertiende bouwde William van Occam (ca. 1300 - ca. 1349) het nominalisme verder uit. Ook hij werd van ketterij beschuldigd en in 1328 werd hij geëxcommuniceerd en vogelvrij verklaard. We kennen deze nominalist vooral van ‘het scheermes van Occam‘. Dit ’scheermes’ is de uitspraak: Entia non sunt praeter necessitatem multiplicanda, d.w.z. dat men de zijnden (gepostuleerde objecten binnen een hypothese) niet zonder noodzaak moet verveelvoudigen. Deze methode doet denken aan de zogenaamde ‘fenomenologische reductie‘, die ruim vijf eeuwen later door Edmund Husserl werd geformuleerd. In de fenomenologie streeft men naar een terugkeer naar de dingen (verschijnselen) zélf, zonder deze te vermeerderen met abstracties.

nominalisme of anti-essentialisme
Een halve eeuw geleden werd een serie boeken geïllustreerde wereldgeschiedenis nog onder de titel de pelgrimstocht der mensheid uitgegeven. Tegenwoordig zou een dergelijke titel ondenkbaar zijn. Er bestaat voor de postmoderne mens geen pelgrimstocht, hoogstens een zwerftocht, aangezien het post-modernisme het hogere doel heeft afgeschaft. Ook heeft ‘het scheermes van Occam‘ het woord ‘mensheid’ bijna uit ons vocabulaire weggeschoren. Dat we een woord als ‘mensheid’ niet zo gauw meer gebruiken, heeft te maken met de dominantie van het nominalisme of anti-essentialisme. Deze leer houdt in dat de dingen geen essentie hebben, maar samenvallen met wat ze zijn. Het gevolg van deze opvatting is dat de ideeënleer van Plato en alle metafysica die zich hieruit ontwikkeld heeft (en bovendien alle religie!) simpelweg wordt opgedoekt. Andy WarholWat overblijft, zijn de dingen zelf. Warhol’s Brillo Boxes markeren volgens Arthur Danto een eindpunt in de kunstgeschiedenis. Vanuit filosofisch oogpunt zijn ze het einde van de metafysica. Kunst die eigenlijk hoort bij Nietzsche’s laatste mens. De pop-art van Andy Warhol is anti-humanistisch. Zijn uitspraak “I want to be a machine” is misschien ironisch maar legt tegelijkertijd een griezelig verlangen naar ontmenselijking bloot, om een ding onder de dingen te zijn.

Nu terug naar het essay van Lennaart Allan. In verband met de Institutionele Theorie gaat hij vooral in op het hedendaagse nominalisme. Hij stelt hierbij vast dat het huidige nominalisme een anti-humanisme is, omdat deze veronderstelt dat de menselijke natuur niet bestaat. Vervolgens gaat hij op zoek naar de oorsprong en oorzaak van het nominalisme in onze tijd. De geest van het nominalisme heeft zich in het postmodernisme radicaal uitgewerkt. Het postmodernisme schaft namelijk de hoogste Idee af en stelt dat de waarheid niet bestaat. De invloed van Derrida’s uitspraak ‘Il n’y a pas de hors-texte’ (uit: L’écriture et la différance, 1967) is groot geweest. Eigenlijk is dit een radicalisering van de flatus vocis: elke uitspraak, dus ook de filosofische uitspraak, is een ‘ademtocht van de stem’ en verwijst weer naar een andere ‘ademtocht van de stem’, maar nooit naar een werkelijkheid buiten de taal. Het postmodernisme heeft zich dus opgesloten binnen de taal, in de flatus vocis en schaft de werkelijkheid daarbuiten af. Occam’s scheermes is bij Derrida een kettingzaag geworden. Niet alleen ‘de filosoof met de hamer’ wist van opruimen.

Gunther van Hagens
Gunther van Hagens X-lady, 2008
het menselijk lichaam als ready made
postmodernisme (of hedendaags nominalisme) houdt van deconstructie en is anti-humanistisch

Het is duidelijk dat het postmodernisme en de Institutionele Theorie wat met elkaar gemeen hebben. Beiden sluiten zich op in een cirkelredenering en oefenen vanuit deze positie macht uit. Voor het postmodernisme bestaat dé werkelijkheid niet en is alles interpretatie. Voor de Institutionele Theorie bestaan er geen criteria meer voor kunst, maar bepaalt de (Institutionele) Theorie tenslotte wat kunst is. Allan beschouwt het nominalisme terecht als een voorloper van het postmodernisme. Dichterbij in de geschiedenis ligt volgens hem het marxisme als tweede belangrijke bron van het postmoderne denken. Hij beschrijft zelfs het postmodernisme als marxisme-substituut. Daarover een volgende keer meer.

Damien Hirst
Damien Hirst For the love of God, 2008
postmodernisme (of hedendaags nominalisme) is ding-achtig en vaak cynisch

Niet alles is kunst
Diederik Kraaijpoel, Willem L. Meijer en Lennaart Allan
Uitgeverij Aspekt maart 2010, 310 pagina’s, ISBN 9789059118669

recensie over Niet alles is kunst door Stefan Beyst

donderdag 22 april 2010
toverstafje
De Institutionele Theorie
gelezen in Niet alles is kunst een essay van Lennaart Allan

niet alles is kunst( wat vooraf ging ) In zijn essay een pleidooi voor een herwaardering van de representatietheorie in de bundel Niet alles is kunst zoekt Lennaart Allan naar de oorsprong van de Institutionele Theorie. Deze kunsttheorie is ontstaan na de revolutie van de ready made, waardoor in de moderne kunst alles (en zelfs niets) tot kunst bevorderd kan worden. De Amerikaanse filosoof en kunstcriticus Arthur Danto (*1924) was de eerste die in zijn essay The Artworld (1964) tot een formulering van de Institutionele Theorie is gekomen. Tien jaar zou George Dickie (*1926) deze theorie in zijn boek Art and the Aesthetic: An Institutional Analysis nog verder verfijnen.

Wat houdt de Institutionele Theorie van Arthur Danto en George Dickie precies in? De kortste samenvatting van deze theorie is: Kunst berust op iets buiten het kunstwerk, namelijk theorie. De theorie is dus een cirkelredenering en daarom kan ook letterlijk alles of niets tot kunst worden bevorderd. Met de Institutionele Theorie kan de kunstwereld zijn mantra’s laten rondzingen. Zo zegt Anna Tilroe kunstcriticus van de Volkskrant: “Kunst is context". Haar collega Cornel Bierens van NRC Handelsblad is sarcastisch: “het is beeldende kunst omdat de beeldende kunstclub het zegt, zoals televisie televisie is omdat het televisietoestel het doorgeeft.”

Het essay The Artworld (1964) van Arthur Danto had veel invloed. Een bekende passage uit dat essay is Danto’s reflectie op de Brillo Boxes (1963) van Andy Warhol. Volgens Danto was dit de culminatie en het eindpunt van de geschiedenis, omdat de essentie van kunst hierin zou worden onthuld:

Brillo Boxes 1963Wat uiteindelijk het verschil maakt tussen een Brillo-doos en een kunstwerk dat bestaat uit een Brillo-doos, is een bepaalde kunsttheorie. Het is de theorie die de doos opneemt in de wereld van de kunst en hem beschermt tegen een terugval naar het object dat hij in werkelijkheid is (…) Zonder die theorie zal niemand hem als kunst zien, en om dat te kunnen inzien, moet men heel wat kunsttheorie beheersen plus een flink portie geschiedenis vande recente New Yorkse schilderkunst.
 
Bron: Arthur Danto in “The Artworld” (1964)

De Institutionele Theorie is dus eigenlijk het toverstafje waarmee alles tot kunst kan worden omgetoverd. De theorie is tegelijkertijd een zelfrechtvaardiging van veel hedendaagse kunst, waarvan je je kunt afvragen of het nog kunst is. De schrijvers van de essays in Niet alles is kunst stellen vast dat er door Institutionele Theorie grote verwarring is ontstaan over wat nu wél en wat nu géén kunst is, ook onder de ingewijden.

Kamagurka
© Kamagurka. uit: Harde Tijden, 1983

Juist omdat de Institutionele Theorie alles tot kunst kan maken, komt de kunst zélf in een crisis. Want welk onderscheid is er dan nog tussen kunst en niet-kunst? Om uit de verwarring te komen, moeten we terug naar de tijd dat de Institutionele Theorie nog niet bestond. Allan begint dan het spoor terug te volgen en komt eerst uit bij een voorloper van de Institutionele Theorie die door de Amerikaanse estheticus Morris Weitz werd geformuleerd. In zijn Philosophy of the Arts (1950) introduceerde hij het anti-essentialisme van Wittgenstein in de kunsttheorie. Het anti-essentialisme van Wittgenstein is historisch terug te voeren naar het nominalisme een stroming binnen de scholastiek, de middeleeuwse wijsbegeerte. Een volgende keer wil ik stil staan bij de filosofische fundering van de Institutionele Theorie, het nominalisme.

Niet alles is kunst
Diederik Kraaijpoel, Willem L. Meijer en Lennaart Allan
Uitgeverij Aspekt maart 2010, 310 pagina’s, ISBN 9789059118669

recensie over Niet alles is kunst door Stefan Beyst

woensdag 21 april 2010
de pelgrimstocht der mensheid
toegevoegd aan mijn verzameling geschiedenisboeken:
de pelgrimstocht der mensheid (1960)

Omdat ons beeld van de geschiedenis beperkt is, verzamel ik oude geschiedenis(school)boeken. Deze helpen mij de geschiedenis te bekijken vanuit de geschiedenis. Vandaag kocht ik de pelgrimstocht der mensheid die in 1937 voor het eerst verscheen en die in 1960 als vijf geïllustreerde deeltjes in de Phoenix pocketreeks nog een vijfde en laatste druk beleefde.

de pelgrimstocht der mensheid
de pelgrimstocht der mensheid
uitgeverij De Haan, 1937-1960

Een halve eeuw geleden was de titel eigenlijk al over de houdbaarheidsdatum heen, maar uitgeverij De Haan durfde het nog aan. De vijf deeltjes uit 1960 zien er even puntgaaf als ongelezen uit. Dat gaat nu allebei veranderen. Ik kon mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en heb alvast gekeken hoe het afloopt met de pelgrimstocht der mensheid. De allerlaatste bladzijde uit de laatste en herziene druk van het vijfde deel, waarin ook de Tweede Wereldoorlog is opgenomen, eindigt als volgt:

Blijft echter de grote vraag, die ieder mens zich geregeld stelt (althans stellen moet): maar… zijn wij wel op weg naar vrede, gaan wij wel, zij het met vallen en opstaan, omhoog of glijden wij integendeel steeds verder af naar een nieuwe catastrofe? Op deze vraag behoeft (gelukkig!) en kan (helaas!) de geschiedschrijver van het jongste verleden, van de eigen tijd dus, geen antwoord op geven. Welbewust laat hij daarom dit overzicht van ’s mensen tocht door twintig eeuwen in oktober 1960 eindigen met een vraagteken, maar ook… met een afbeelding van het gebouw der Verenigde Naties.
 
Prof. Dr. C.D.J.Brandt in De pelgrimstocht der mensheid
united nations headquarters
De pelgrimstocht der mensheid eindigt in 1960
bij het hoofdkwartier van de Verenigde Naties
dinsdag 20 april 2010
de humptydumptisering van de kunst
gelezen uit Niet alles is kunst een essay van Lennaart Allan:
een pleidooi voor de herwaardering van de representatietheorie

The Shock of the NewIn 1982 was op de Nederlandse televisie de documentaireserie The shock of the new te zien die ging over de aardverschuiving in de beeldende kunst aan het begin van de twintigste eeuw. Deze serie vormde voor mij een aanleiding om voor mijn eindexamen voor het vak geschiedenis een scriptie te schrijven over het ontstaan van de abstracte kunst. Bovendien zou ik na mijn eindexamen naar de kunstacademie gaan dus het leek mij een uitstekende voorbereiding. Als leidraad voor mijn werkstuk koos ik voor een uitspraak van Paul Klee: “Moderne kunst geeft niet het zichtbare weer, maar maakt zichtbaar.” Ik was ervan overtuigd dat moderne beeldende kunst visionair is en een groter bereik heeft dan traditionele kunst die niet verder komt dan reproduceren van het bekende, terwijl we in de moderne kunst geconfronteerd worden met het nieuwe. En honderd jaar geleden veroorzaakte dat een schok.

The Shock of the New van en met de Australische kunstcriticus Robert Hughes was eigenlijk een terugblik op het modernisme. In 1982 hoorde je het woord ‘postmodern’ nog nauwelijks. De Franse filosoof Jean-François Lyotard gaf het woord in La condition postmoderne (1979) een filosofische lading en in de loop van de jaren tachtig ging men steeds vaker de term postmodernisme gebruiken in het besef dat het modernisme ten einde was. De manifesten die in de eerste decennia van de vorige eeuw geschreven werden, zijn nu ouderwets. Als postmoderne eenentwintigste eeuwers kunnen we de utopische visie van het jonge modernisme niet meer delen, een enkele stokoude modernist onder ons daargelaten. Nu zijn het tijdsdocumenten geworden en vanuit postmodernistisch oogpunt zelfs gevaarlijk. Want ‘de Nieuwe Mensch’ en zijn ‘Nieuwe Kunst’ passen niet per toeval precies bij de totalitaire ideologieën die in de twintigste eeuw een apocalyps hebben voortgebracht. Wij, de erfgenamen van het modernisme zoeken nu in zekere zin onze veiligheid in het huis van het postmodernisme. Laten we het klein en bij onszelf houden en laten we vooral geen grote woorden meer gebruiken. Het modernisme is definitief door het postmodernisme ten grave gedragen.

Ruim een kwarteeuw later ben ik anders tegen het modernisme aan gaan kijken. Ik herkende mij in de visie van Robert Hughes die vijfentwintig jaar later in 2004 de documentaire The New Shock of the New maakte, waarin hij probeerde te volgen hoe de hedendaagse kunst zich na 1982 ontwikkeld had. Hij was daar niet optimistisch over. Grootstedelijke celebrity en het grote geld hadden volgens hem de hedendaagse kunst verziekt en de kunstwereld was gaan lijken op de schijnwereld van de showbizz. Dat was voor een deel de erfenis van Andy Warhol, maar had ook te maken met de gekte op de financiële markten die overgeslagen was op de kunstwereld. Kunstmakelaars, kunstbobo’s en hypes hadden de hedendaagse kunst steeds meer in hun greep gekregen, waarbij kunstenaars soms niet meer te onderscheiden waren van yuppies of beurshandelaren. Robert Hughes in gesprek met Jeff KoonsJeff Koons is daar het prototype van. Hughes kon weinig waardering voor zijn werk opbrengen, maar zocht Koons toch op omdat zijn werk exemplarisch is voor de kunst van de neoliberale jaren negentig. Hughes luisterde onbewogen naar Koons mantra’s die New Yorkse kunstmakelaars en galeriehouders zo graag reproduceren.

Bij het verschijnen van the new shock of the new in 2004 schreef Hughes:

Styles come and go, movements briefly coalesce (or fail to, more likely), but there has been one huge and dominant reality overshadowing Anglo-Euro-American art in the past 25 years, and The Shock of the New came out too early to take account of its full effects. This is the growing and tyrannous power of the market itself, which has its ups and downs but has so hugely distorted nearly everyone’s relationship with aesthetics. That’s why we decided to put Jeff Koons in the new programme: not because his work is beautiful or means anything much, but because it is such an extreme and self-satisfied manifestation of the sanctimony that attaches to big bucks. Koons really does think he’s Michelangelo and is not shy to say so. The significant thing is that there are collectors, especially in America, who believe it.
 
Bron: guardian.co.uk

Wanneer je dit nu leest, valt de parallel met de kredietcrisis onmiddellijk op. Het bedrog dat in de financiële wereld mogelijk is, is ook in de kunstwereld mogelijk. Hughes: “in art, it can. And since it can, as Bill Clinton remarkes in another context, it does.”


Robert Hughes: The Business of Art.
Damien Hirst is all hype

Tijdens zijn bezoek aan David Hockney zag je de kunstcriticus weer delen in de verwondering en de nieuwsgierigheid van de kunstenaar. Hughes had het duidelijk gehad met de mindgames die er in de hedendaagse en conceptuele kunst gespeeld worden en besloot zijn documentaire met de vraag waarover kunst hoort te gaan. Zijn antwoord was kort en duidelijk: beauty. Daarmee keerde hij terug naar de klassieke opvatting over kunst.

niet alles is kunstDe vooruitgangsidee dat alles, dus ook kunst, steeds beter, bewuster en universeler wordt en die door het modernisme werd uitgedragen, is uitgewerkt en lijkt in het postmodernisme zelfs geïmplodeerd. Postmodernisme is anti-utopisch en kent geen vooruitgang meer. Alles kan. Maar is dat wel zo? De klassieke drieslag het schone, het ware en het goede wordt door postmoderne ogen met wantrouwen bekeken. Omdat deze drieslag mij zo lief is, ben ik blij als de schijnbaar tolerante houding van het postmodernisme kritisch bekeken wordt. Vorige maand verscheen bij uitgeverij Aspekt de essaybundel Niet alles is kunst met daarin drie essays van Diederik Kraaijpoel, Willem L.Meijer en Lennaart Allan. Het essay van Lennaart Allan is voortgekomen uit het artikel we laten ons niet langer voor de gek houden , een essay van Lennaart Allan dat op 10 september 2005 in de weekendbijlage Letter & Geest van Trouw verscheen. Zijn betoog geeft een helder inzicht in een ontwikkeling in de twintigste eeuwse kunst die heeft geleid tot een vervreemding tussen kunst en samenleving en is tegelijkertijd te lezen als een pleidooi voor de herwaardering van de representatietheorie zoals hij zijn essay zelf noemt.

Allan probeert met zijn essay de wortels van de hedendaagse kunst(theorieën) te belichten vanuit een filosofisch, kunsthistorisch en kunsttheoretisch standpunt. Om de oorsprong van de hedendaagse kunst(theorieën) bloot te leggen, gaat Allan eerst bijna honderd jaar terug naar Duchamp en dan weer honderd jaar naar de Romantiek. Daarna volgt hij het spoor verder terug en belandt via de scholastiek bij de klassieke filosofen Aristoteles en Plato. Tenslotte eindigt hij bij de pre-socraten Parmenides en Heraclitos. Binnen het bestek van nog geen negentig pagina’s komt dus de westerse filosofie in volgelvlucht voorbij. In de filosofie komt het rijtje Kant, Fichte, Schelling, Hegel, Schopenhauer, Marx en Nietzsche aan bod en wat de kunstbeschouwing betreft, gaat hij in op de kunsttheorieën van Claude Henri de Saint-Simon, Gabriel-Désiré Laverdant, Charles Batteux, Arthur Danto, Morris Weitz en George Dickie. Ook verwijst hij naar hedendaagse denkers als Stephen Halliwell, Merlin Donald, Mark Lilla en Stefan Beyst.

Het essay begint met enkele voorbeelden van wat je naar analogie van sportverdwazing ook wel kunstverdwazing zou kunnen noemen. Een schoonmaakster die enkele volle asbakken en vuile bierglazen opruimt en daarna hoort dat het een kunstwerk (van Damien Hirst) is. Haar eerlijke reactie: “ik wist niet dat het kunst was.” Om aan te tonen dat er niet alleen onder schoonmakers maar ook onder museumdirecteuren en conservatoren zélf verwarring is over wat wél en wat géén kunst is, geeft hij nog een ander voorbeeld, waaruit blijkt dat men het in de kunstwereld soms ook niet meer precies weet. De verwarring is dus alom. We weten het gewoon niet meer goed. Allan stelt vast dat er iets niet klopt en opent zijn betoog met de vraag “hoe is dat zo gekomen?”

fountain van Marcel DuchampWaar komt de verwarring over wat kunst nu precies is eigenlijk vandaan? Daarvoor gaat Allan eerst terug naar Marcel Duchamp. Misschien is Duchamp wel de meest invloedrijke kunstenaar van de twintigste eeuw geweest. Wat de kwantummechanica voor de moderne natuurkunde is, dat is de ready made voor de moderne kunst. De ready made, de naam zegt het al, is een voorwerp dat reeds gemaakt is en wat tot kunst wordt bevorderd. Dat is mogelijk doordat we met elkaar afspreken dat het kunst is. Bij de navolgers van Duchamp, bijvoorbeeld bij Yves Klein, fluxus, neo-dada en pop-art kan een ready made zelfs (van) alles zijn. Of letterlijk niets. Zo staat op de achterflap van ‘niet alles is kunst’ het volgende te lezen over een project van kunstenares Saskia Korsten:

Op 27 november 2004 berichtte de NRC dat de Italiaanse kunstenaar Luis Listoni van de gemeente Zwolle de opdracht had gekregen om in een buitenwijk een kunstwerk te plaatsen. Er werd een tent neergezet. Na een paar maanden mochten de wijkbewoners naar binnen. Iedereen gefopt: er was niets te zien. Een stem op een bandje legde uit dat het kunstwerk bestond uit deze lege tent. Het ging om de kunst van het weglaten, ‘tot de essentie van het niets overblijft’. De grap kostte 138.000 euro.

Marcel Duchamp kon ik als achttienjarige wel waarderen om de kwajongensstreek waarmee hij de kunst op zijn kop had gezet. Samen met een schoolvriend die ook naar de kunstacademie zou gaan, hadden we ons niet aangesloten bij de punk (veel te mainstream vonden we) maar bij Dada. Begin jaren tachtig hing er een donkere wolk boven Nederland, in de vorm van jeugdwerkloosheid en kernbewapening. We herkenden ons in de ‘vrolijke’ reactie van de dadaïsten op de zelfvernietiging van de burgerlijke maatschappij tussen 1914 en 1918. Als de wereldleiders de boel belazerden, dan kon de jeugd hen een spiegel voorhouden. Dada was bewust anti-kunst omdat ze tegen het oude Europa was die de jeugd als kanonnenvoer naar het front liet marcheren. Dada was dus niet bedoeld als kunst maar werd als dadaïsme wel gecanoniseerd in de twintigste eeuwse kunstgeschiedenis.

Marcel Duchamp
de tandartsnota van Marcel Duchamp uit 1919 als kunstwerk

Marcel Duchamp speelde een grote rol als het gaat om de omkering anti-kunst in kunst. Hij was een uitstekend schaker en zijn (anti)kunst was dan ook een uitkomst van zijn strategisch denken. Met de introductie van de ready made hoefde een kunstenaar zelf niets meer te maken. Het enige wat nodig was, was de bevordering tot kunstwerk. Duchamp is de vader van de conceptuele kunst, van de nieuwe kleren van de keizer. Wat gebeurt er eigenlijk als je een voorwerp tot kunst bevordert en de ander accepteert dat? Allan noemt een bekende annekdote uit het leven van Duchamp. Deze werd gevraagd een werk in te zenden voor een tentoonstelling van zelfportretten. Hij stuurde een telegram naar de galeriehouder met de mededeling: “This is a portrait if I say this is a portrait”. De galeriehouder hing het telegram op de tentoonstelling tussen de ingezonden zelfportretten. Toen het op een betaling van het ingezondene aankwam, stuurde de organisator een telegram terug naar Duchamp met de boodschap “This is a cheque, if I say this is a cheque.” Duchamp werd dus met een voorspelbare tegenzet geconfronteerd, maar was evenwel niet meer van het bord te vegen. Hij had namelijk zelf de regels van het spel bepaald en de ander had met hem meegespeeld. Bij dit spel verwijst Allan naar Humpty Dumpty, het eivormige mannetje uit het boek Through the Looking Glass, het vervolg van Alice in Wonderland.

Humpty Dumpty
Humpty Dumpty uit Alice in Wonderland geïllustreerd door John Tenniel, 1871
“Als ik een woord gebruik", zegt Humpty Dunpty op een nogal boze toon, “dan betekent het precies wat ik kies dat het betekent - niets meer en niets minder.” “De vraag is", zei Alice, “of je woorden wel zulke verschillende dingen kunt laten betekenen.” “De vraag is", zei Humpty Dumpty “wie er de baas is - dat is alles.”
 
uit: Through the Looking Glass van Lewis Carroll

De ready made, waar Duchamp de geestelijk vader van is, bestaat bij gratie van de acceptatie door de kunstwereld. Anders gezegd: de kunstwereld geeft zich over aan de macht van de individuele kunstenaar die een voorwerp, alles of zelfs niets tot kunst heeft bevorderd. Achter de ready made gaat dus een machtsspel verborgen.

Merda d’artista uit 1961Zo kreeg de Italiaanse kunstenaar Piero Manzoni het in 1961 voor elkaar zijn eigen ingeblikte uitwerpselen te verkopen. Nu hebben bijna alle grote musea voor moderne kunst in de wereld een geel blikje poep van Manzoni in hun collectie. Poep als kunst. Het is duidelijk dat Duchamp’s ready made een revolutie in de kunst van de 20e eeuw heeft veroorzaakt. Daarom was er ook een nieuwe kunsttheoretische fundering nodig. Maar je zou ook kunnen zeggen, dat de moderne kunst die door de ready made op zijn kop gezet werd, gerechtvaardigd moest worden. Deze rechtvaardiging werd de Institutionele Theorie. Een volgende keer meer hierover…

Niet alles is kunst
Diederik Kraaijpoel, Willem L. Meijer en Lennaart Allan
Uitgeverij Aspekt maart 2010, 310 pagina’s, ISBN 9789059118669

recensie over Niet alles is kunst door Stefan Beyst

maandag 19 april 2010
Amerikaanse Burgeroorlog [ 9 ]
het Anacondaplan van generaal Winfield Scott

Na de Eerste Slag bij Bull Run (First Manassas) op 21 juli 1861 was het voor de Unie duidelijk geworden dat de oorlog langer zou gaan duren dan men aanvankelijk had gedacht. President Lincoln besloot tot de uitvoering van het Anaconda Plan. Omdat het Zuiden zonder toevoer van middelen van buiten niet zou kunnen overleven, werd besloten om het Zuiden af te knijpen. De Unie beschikte over een moderne vloot van zgn. ironclads die superieur waren vergeleken bij de houten schepen van de geconfedereerde staten. De Unie breidde haar vloot uit en begon aan een blokkade van de 5600 km. lange kustlijn tussen Virginia en Mexico. In het Westen draaide alles over de heerschappij op de Mississippi, terwijl in het Noorden de staat Tennessee werd ingenomen. Deze reusachtige omsingeling moest het Zuiden tenslotte op de knieën dwingen. Gedurende de hele Amerikaanse Burgeroorlog bleef het Anacondaplan de strategie van de Unie bepalen.

het Anaconda Plan
cartoon van het Anacondaplan
“It is the design of the Government to raise 25,000 additional regular troops, and 60,000 volunteers, for three years. … We rely greatly on the sure operation of a complete blockade of the Atlantic and Gulf ports soon to commence. In connection with such blockade, we propose a powerful movement down the Mississippi to the ocean, with a cordon of posts at proper points … the object being to clear out and keep open this great line of communication in connection with the strict blockade of the seaboard, so as to envelop the insurgent States and bring them to terms with less bloodshed than by any other plan.”
Winfield Scott (letter to McClellan)

Winfield ScottHet Anacondaplan werd in 1861 voorgesteld door de Noordelijke generaal Winfield Scott als strategie om de Amerikaanse burgeroorlog te winnen met minimale verliezen, door de Geconfedereerde Staten van Amerika op zee te blokkeren en door de controle over de Mississippi (rivier) over te nemen. Het plan bestond uit twee onderdelen: 1. Blokkade van de kust en havens van de Zuidelijke staten om de export van katoen en andere producten te voorkomen, en om de import van oorlogsmaterieel tegen te houden. 2. Afsnijden van de zuidwestelijke staten van de rest van het Zuiden door de Mississippi-rivier over haar gehele lengte te controleren.
 
Bron: nl.wikipedia.org

zondag 18 april 2010
Amerikaanse Burgeroorlog [ 8 ]
foto’s van de Amerikaanse Burgeroorlog

Roger Fenton was de eerste oorlogsfotogaaf uit de geschiedenis en zijn naam is voor altijd verbonden met de Krimoorlog (1853-1856). Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) had de fotografie zich verder ontwikkeld en Matthew Brady kon al een kortere sluitertijd gebruiken dan zijn collega Fenton tien jaar eerder. Toch waren actiefoto’s nog steeds niet mogelijk. Brady’s oorlogsfoto’s zijn dan ook vooral foto’s van slagvelden bezaaid met lijken of van geduldig poserende mannen.

civil war
A regimental fife-and-drum corps 111-B-328
civil war
Amputation being performed in a hospital tent, Gettysburg July 1863. 79-T-2265
civil war
U.S.S. St. Louis first Eads ironclad gunboat, renamed the Baron de Kalb in October 1862. 165-C-630

Overigens was de Amerikaanse Burgeroorlog niet de eerste oorlog op Amerikaanse bodem die gefotografeerd is. Vijftien jaar daarvoor vochten Amerika en Mexico de Mexican-American War (1846-1848) uit en daar zijn nog enkele vroege foto’s, zogeheten daguerreotypes van overgebleven, maar de fotografen zijn anoniem gebleven.

civilwarphotos.net | de Amerikaanse Burgeroorlog in foto’s

zaterdag 17 april 2010
Amerikaanse Burgeroorlog [ 7 ]
historische filmpjes met oorlogsveteranen op youtube

Over drie jaar is de slag bij Gettysburg 150 jaar geleden. In 1958 stierf de allerlaatste veteraan van de Amerikaanse Burgeroorlog. Maar in juli 1938 waren er tijdens de 75e herdenking nog 1800 civil war veterans aanwezig. Het zijn mooie beelden van stokoude mannen met baarden, allemaal geboren tegen het midden van de vorige vorige eeuw. En President Roosevelt houdt een toespraak in de eeuwige schaduw van Lincoln’s Gettysburg Adress.


Gettysburg, 75th Anniversary, 1938

Op youtube kwam ik zelfs nog een filmpje tegen uit 1914, opgenomen in Jacksonville, Florida, waar 40.000 geconfedereerde veteranen bijeenkwamen. 51 jaar na Gettysburg waren sommigen nog fit genoeg om een dansje te maken.


Confederate Veterans Convention, 1914
een filmpje met een hoog ZZ top gehalte
vrijdag 16 april 2010
Amerikaanse Burgeroorlog [ 6 ]
de oorlog in prenten: Harper’s Weekly (1861-1865)

Op de website sonofthesouth.net ontdekte ik uniek historisch materiaal over de Amerikaanse Burgeroorlog. Alle uitgaven van het legendarische Harper’s Weekly uit de jaren 1861-1865 zijn hier te bekijken met afbeeldingen in hoge resolutie en alle tekst in HTML gecodeerd. Dat is nog eens archiveren! Je kunt hier eindeloos teksten scannen en fraaie gravures downloaden. Harper’s Weekly hield een groot aantal illustratoren (waaronder Winslow Homer) en graveurs aan het werk. In de 19e eeuw was het nog niet mogelijk om foto’s met een halftoonraster af te drukken en werden in kranten gravures gebruikt als illustratie. Vaak diende een foto als uitgangspunt voor een gravure.

John Burns in Harpers Weekly
John L. Burns inwoner van Gettysburg gefotografeerd in juli 1863. De graveurs volgden de foto maar gaven er toch vaak een eigen draai aan.
Harpers Weekly artist
Alfred R. Waud een illustrator van Harper’ s Weekly op het slagveld van Gettysburg, juli 1863

Harper’s Weekly (1857-1916)

Harpers Weekly

Harper & Brothers publishing was started in 1825 by James, John, Fletcher and Wesley Harper. Following the successful example of the Illustrated London News, Fletcher began publishing Harper’s Monthly in 1850. The publication was more intent on publishing established authors such as Dickens and Thackeray, but was a great enough success to begin publishing the Harper’s Weekly in 1857. By 1860 the Weekly’s circulation had reached 200,000. Illustrations were an important part of the Weekly’s content, and it developed a reputation for employing some of the most renowned illustrators, notably Winslow Homer, Granville Perkins and Livingston Hopkins. Among its recurring features were the political cartoons of Thomas Nast who was recruited in 1862 and would remain with the Weekly for more than 20 years. Nast was a feared caricaturist, considered by some the father of American political cartooning. He was the originator of the use of animals to represent the political parties—the Democrats’ donkey and the Republicans’ elephant—as well as the familiar character of Santa Claus. So as not to upset its wide readership in the South, Harper’s took a moderate editorial position on the issue of slavery. For this it was called by the more hawkish publications “Harper’s Weakly.” The Weekly supported the Stephen A. Douglas presidential campaign against Abraham Lincoln, but as the American Civil War broke out, Lincoln and the Union received full and loyal support of the publication. Arguably, some of the most important articles and illustrations came from the Weekly’s reporting on the war. Besides renderings by Homer and Nast, Harpers also published illustrations by Theodore R. Davis, Henry Mosler, and the brothers Alfred Waud and William Waud. ( Bron: en.wikipedia.org )

Harper's
In Franklin, Tennessee worden op 9 juni 1863 twee zuidelijke spionnen opgehangen. (We are indebted to Mr. James K. Magie, of the 78th Illinois Regiment, for the sketch of the execution of the two rebel spies, Williams and Peters, who were hanged by General Rosecrans on 9th inst.)
Harpers Weekly
een typische ‘center spread’ uit Harper’s Weekly. de graveurs maakten overuren om de oorlogsverslaggeving visueel te ondersteunen

sonofthesouth.net | harpers archive 1850-2010 | civilwarphotos.net

donderdag 15 april 2010
Amerikaanse Burgeroorlog [ 5 ]
Abraham Lincoln’s Gettysburg Adress op 19 november 1863
vandaag is het 145 jaar geleden dat Abraham Lincoln werd vermoord

De korte en simpele toespraak die Abraham Lincoln op 16 november 1863 in Gettysburg hield, is in de Verenigde Staten een canonieke tekst die al door generaties Amerikaanse schoolkinderen uit het hoofd is geleerd. Lincolns woorden zijn vereeuwigd op het Lincoln Memorial in Washington. Ook op het Lincoln Monument in Gettysburg staat de volledige tekst van zijn toespraak.

Gettysburg Adress Monument
het Lincoln Adress Monument door Henry Kirke Bush-Brown bij het Gettysburg Battlefield, opgericht in 1912
Gettysburg Adress
Lincoln’s Gettysburg adress
in de New York Times van 20 november 1863
Zevenentachtig jaar geleden brachten onze voorvaders op dit continent een nieuwe natie voort, ontstaan in vrijheid en gewijd aan het beginsel dat alle mensen als gelijken zijn geschapen.
 
Nu zijn we verwikkeld in een grote burgeroorlog, die beproeft of die natie, of elke natie zo ontstaan en gewijd, zich lang kan voortzetten. We zijn bijeen op een groot slagveld van die oorlog. We zijn gekomen om een gedeelte van dat veld te wijden als laatste rustplaats voor hen die hier hun levens gaven opdat die natie mocht leven. Het is, al met al, gepast en juist dat we dit doen moeten.
 
Maar, in ruimer zin, kunnen we deze grond niet opdragen, wijden of heiligen. De dappere, al dan niet gesneuvelde mannen die hier streden hebben het gewijd, ver boven onze armzalige macht daaraan toe of af te doen.
 
Het zal de wereld amper opvallen, laat staan lang bijblijven wat wij hier zeggen, maar nooit zal ze vergeten wat zij hier deden. Veeleer is het aan ons, de navertellers, om hier te zijn gewijd aan het onvoltooide werk, hetwelk zij die hier vochten, tot dusver zo nobel hebben bevorderd. Veeleer is het aan ons om hier te zijn gewijd aan de grote voor ons overgebleven taak: dat we ons om deze geëerde doden des te nauwer mogen verbinden met de zaak aan welke zij voorgoed zijn gebonden; dat we hier plechtig beloven dat deze doden niet tevergeefs zullen zijn gestorven; dat deze natie, onder God, in nieuwe vrijheid zal herleven; en dat staatsbestuur van een volk, door een volk, voor een volk, niet van de aarde zal verdwijnen.
begrafenis van Lincoln
Amerika neemt afscheid van zijn geliefde president (gravure uit: Harper’s Weekly)

Gettysburg Adress [ en.wikipedia.org ]

woensdag 14 april 2010
Amerikaanse Burgeroorlog [ 4 ]
gisteren gezien op DVD: Gettysburg (1993)
een eerbetoon aan de 58.000 dodelijke slachtoffers van Gettysburg

The Killer AngelsGettysburg is het Waterloo van de Verenigde Staten en keerde het tij voor Robert E. Lee. De eerste oorlogsjaren had deze briljante generaal van de geconfedereerden met zijn leger vooral overwinningen behaald op het leger van de Unie. Na Gettysburg zouden de kaarten anders op tafel komen te liggen. Michael Shaara schreef over deze bloedigste veldslag die ooit op Amerikaans grondgebied is uitgevochten, de roman The Killer Angels (Pulitzerprize 1974) waarop de film Gettysburg (1993) gebaseerd is. Zondag keek ik al naar God and Generals (2002) de verfilming (en prequel) van het gelijknamige eerste deel van Micheal Shaara’s zoon Jeffrey.

GettysburgGettysburg is een magistrale oorlogsfilm die zowel te bekijken is als een nauwkeurige reconstructie van de Slag bij Gettysburg als om de diepzinnige dialogen over leven of dood en over winnen of verliezen. De film doet een zeer gedetailleerd verslag van de strijd waarbij vele sleutelpersonages optreden en er geschakeld worden tussen evenzovele sleutelposities aan beide zijden van het front. Het is een knappe prestatie van regisseur Ronald F. Maxwell dat hij het verhaal heel precies vertelt en toch de vaart en de spanning erin weet te houden. De langdradigheid van de de prequel God and Generals heeft Gettysburg gelukkig helemaal niet. Het verslag begint op de avond van 30 juni en volgt de strijd die de volgende dag uitbreekt en de daaropvolgende dagen tot de avond van 3 juli wanneer Lee besluit om zich terug te trekken. Bij het schakelen tussen de posities aan het front worden telkens onderschriften gebruikt. Er worden zoveel personages opgevoerd dat je wel met al je aandacht bij de film moet blijven.

In het verhaal komen talloze namen voorbij en er zijn zeker tien belangrijke figuren: luitenant general James Longstreet (Tim Berenger), kolonel Joshua Chamberlain (Jeff Daniels), generaal Robert E. Lee (Martin Sheen), sergeant “Buster” Kilrain (Kevin Conway), luitenant Thomas Chamberlain (Thomas Howell), brigadier generaal John Buford (Sam Elliott), brigadier generaal Lewis A. “Lo” Armistead (Richard Jordan), majoor generaal Winfield Scott Hancock (Brian Mallon) en majoor generaal George Pickett (Stephen Lang), luitenant generaal Richard S. Ewell (Tim Scott) en majoor generaal Henry Heth (Warren Burton). Oorlog was 150 jaar geleden een mannenwereld en in Gettysburg zit dan ook geen enkele vrouwelijke rol. De enige vrouwen die je in de filmziet, zijn een paar Pennsylvanische vrouwen aan de kant van de weg die de colonne voorbijzien trekken en de enkele tekst die door een vrouw wordt uitgesproken luidt “Ik dacht dat de oorlog in Virginia was!”

Gettysburg focust vooral op de generaals aan beide zijden, uiterst gewetensvolle mannen die eigenlijk geen oorlog willen. Daardoor komt de verschrikking van de oorlog angstaanjagend dichtbij. Want beide partijen hebben toch besloten het conflict met geweld te beëindigen en hebben zich daardoor in een oorlog gestort waarvan ze aan het begin niet konden vermoeden wat dat betekende. Oorlog is een duivelse onderneming, een cultus van het kwaad waarbij de eer van goedwillende mannen gebruikt wordt om dood en verderf te zaaien. Als Gettysburg een boodschap heeft, is het deze: het zijn de goedwillenden die oorlog voeren, degenen die eigenlijk geen oorlog willen, maar die zich tot oorlog hebben laten verleiden.

sterfscene van generaal Reynolds
sterfscene van generaal Reynolds
deze wordt door de art director van Gettysburg in de vorm gegoten van een tableau vivant dat geïnspireerd is door het iconische tafereel van de dood van generaal Wolfe door Benjamin West
generaal Reynolds dood
de plaats waar generaal Reynolds dodelijk getroffen raakte vlak na de slag gefotografeerd door oorlogsfotograaf Matthew Brady en als gravure gepubliceerd in Harper’s Weekly

In werkelijkheid waren het natuurlijk niet alleen maar gewetensvolle mannen die meevochten. Dat de generaals aan beide zijden als killer angels worden voorgesteld, komt waarschijnlijk omdat de Amerikaanse Burgeroorlog een broedermoord is geweest. Ook daarom focust het verhaal in op de twee broers Joshua en Thomas Chamberlain en op de generaals Armistead en Hancock, twee oude vrienden die aan het front plotseling tegenover elkaar komen te staan. Elke oorlog is broedermoord, en bij een burgeroorlog is de hartverscheurendheid van deze broedermoord een blijvend trauma. “Zegt u generaal Hancock dat het mij spijt.” huilt de generaal Armistead tegen een van de noordelijken wanneer hij in de vijandelijke stellingen dodelijk gewond is geraakt. De broers Joshua en Thomas Chamberlain zijn op de avond na de slachting in shock. Ze kunnen niets meer zeggen, kijken elkaar met een lege blik aan en omhelzen elkaar. De slachting van Gettysburg was een broedermoord, een humanitaire ramp, zoals elke moord (laat staan een oorlog) een broedermoord en een humanitaire ramp is. Tijdens de slachtpartij bij Gettysburg (1-3 juli 1863) vielen 58.000 doden, bijna net zoveel als tijdens de hele oorlog in Vietnam (58.177 doden).

Joshua ChamberlainThe Killer Angels
Joshua Chamberlain tegen sergeant Buster Kilrain: Zeg ’s Buster, wat vind jij van negers?
Buster: Als u het ras bedoelt, ik weet het echt niet. Daar hoef je je niet voor te schamen. ‘t Gaat erom dat je een ras niet kunt veroordelen. Het is achterlijk om een groep als geheel te veroordelen. Je moet mensen op zich beoordelen.
Chamberlain
: Voor mij was het nooit een verschil.
Buster: Helemaal niet?
Chamberlain
: Ik ken niet veel bevrijde slaven, maar de paar die ik ken… als je hen in de ogen keek, zag je ‘n mens. Een goddelijke vonk zei mijn moeder dan. En daar gaat ‘t om, alle rassen zijn mensen. (stilte) Wat zit de mens mooi in elkaar. Volmaakt toegerust voor zijn taak. Zijn daden gelijken die van een engel.
Buster: Hij mag misschien wel een engel zijn, maar dan is hij wel een moordende engel. Kolonel, u bent een goed mens. Er is een groot verschil tussen ons, maar toch bewonder ik u. U bent een idealist, God zij geloofd. De waarheid is dat er geen goddelijke vonk bestaat. Er zijn veel mensen met evenveel waarde als een dode hond. Als je ze elkaar op ziet hangen, zoals in mijn oude land (Buster komt uit Ierland). Gelijkheid? Ik vecht ervoor om te bewijzen dat ik beter ben dan zij. Wanneer hebt u ooit die goddelijke vonk gezien, kolonel? Waar hebt u die prachtige gelijkheid waargenomen? Geen twee dingen op aarde zijn gelijk of hebben gelijke kansen. Veel mensen zijn slechter dan mij. Sommigen zijn beter. Maar ik geloof niet dat ras of land maar iets uitmaakt. Wat er toe doet is rechtvaardigheid. (stilte) En daarom ben ik hier. Ik wil beoordeeld worden op mijn eigen verdiensten, niet op die van mijn vader. Ik ben Kilrain en ik vervloek alle hoge heren. Er is maar één aristocratie. En die zit hier (wijst naar zijn hersens). En daarom moeten we deze oorlog winnen.
(uit: The Killer Angels)

Generals can do anything.
There’s nothing so much
like a god on earth
as a General on a battlefield.

Kolonel Joshua Chamberlain

gevechten om little round top
de strijd om little round top op 2 juli 1863 behoorde tot de bloedigste gevechten tijdens de Slag bij Gettysburg

John BufordJohn Buford: Wij vallen dapper aan. En we worden dapper afgeslacht. En na afloop slaan de hoge heren zich van trots op de borst omdat het zo’n dappere aanval was. Devin, ik ben al heel lang soldaat. En ik heb nog nooit zo duidelijk iets voor ogen gezien. Alsof ik die blauwe troepen echt zie tijdens die bloedige gebeurtenis. Hoe ze die helling opgaan naar de top. Alsof het al gebeurd is. Alsof het al een herinnering is. Het heeft een vreemde, oneigenlijke helderheid. Alsof morgen al gebeurd is en je er niets meer aan kunt doen. Het gevoel dat je soms hebt als je weet dat een aanval zal mislukken. Maar je kunt ‘m niet voorkomen. Je moet ‘m zelfs helpen mislukken.
(uit: The Killer Angels)

We will charge valiantly…
and be butchered valiantly!
And afterwards men in tall hats and gold watch fobs will thump their chest and say what a brave charge it was.

Generaal John Buford

little round top
herdenking op little round top bij Gettysburg

Robert E. LeeRobert E. Lee tegen generaal James Longstreet (voordat de strijd op de tweede dag begint): We vrezen onze dood niet. Maar eens is het moment daar. We zijn er niet klaar voor dat er zoveel doden vallen. We verwachten wel af en toe een lege stoel. Als saluut voor omgekomen kameraden. Maar deze oorlog gaat maar door en er vallen steeds meer doden. We verwachten dat er mensen omkomen. Maar niet dat we allemaal omkomen en daarin ligt het gevaar. Als u aanvalt moet u alles geven. Dit is een zee van bloed en ik wil dat er een eind aan komt. Dit moet het laatste gevecht worden.
(uit: The Killer Angels)

When you attack, you must hold nothing back. You must commit yourself totally.
We are adrift here in a sea of blood and I want it to end.
I want this to be the final battle.

Robert E. Lee

slagveld op Google Maps
het slagveld bij Gettysburg op Google maps in terreinweergave

James LongstreetRobert E. Lee tegen generaal James Longstreet (na de verschrikkelijke nederlaag op de avond van 3 juli 1863): Ze sterven niet voor ons (generaals). Niet voor ons. Dat is nog enigszins een opluchting. Als deze oorlog doorgaat… en hij zal doorgaan. Wat kunnen we anders doen dan doorgaan? Het is altijd dezelfde vraag. Wat kunnen we anders doen? Als zij vechten, moeten we met ze mee vechten. En maakt ‘t uit wie er wint? Was dat ooit écht de vraag? Zal de almachtige God die vraag stellen aan het einde? (uit: The Killer Angels)

Gettysburg [ imdb.com ] | Gettysburg [ en.wikipedia.org ]

dinsdag 13 april 2010
Amerikaanse Burgeroorlog [ 3 ]
zondag gezien op DVD: Gods and Generals (2002)

Gods and GeneralsGettysburg van Ronald F. Maxwell uit 1993 was de verfilming van het middelste deel uit de befaamde trilogie van Michael en Jeffrey Shaara over de Amerikaanse Burgeroorlog. Bijna tien jaar later werd het eerste deel Gods and Generals verfilmd. Het derde deel The Last Full Measure zal onverfilmd blijven want Gods and Generals flopte terwijl de film zestig miljoen dollar had gekost. De veldslagen zijn uitstekend in beeld gebracht, maar over het geheel genomen is de film langdradig en traag en dat is regisseur Ronald F. Maxwell aan te rekenen. Zijn director’s cut duurt zelfs zes uur!

Gods and GeneralsDe twee zuidelijke generaals Stonewall Jackson (Stephen Lang) en Robert Edward Lee (Robert Duvall) en de noordelijke majoor Joshua Chamberlain (Jeff Daniels) spelen in Gods and Generals de hoofdrollen. Dat het verhaal vooral vanuit het zuidelijke perspectief verteld wordt, hoeft niet te verwonderen omdat Ted Turner voor de financiering van de film zorgde. Overigens speelt ‘The Mouth From The South’ zélf de rol van de zuidelijke kolonel Waller T. Patton. Net als in Gettysburg uit 1993, want ook deze film is door Turner geproduceerd.

Thomas Jonathan JacksonThomas Jonathan Jackson genaamd Stonewall (1824-1863) was een Amerikaans onderwijzer en militair. Hij werd beroemd als Zuidelijk generaal tijdens de Amerikaanse burgeroorlog als legerkorps-commandant in het Army of Northern Virginia van generaal Robert E. Lee. Krijgshistorici noemen zijn Shenandoah-campagne en zijn omsingeling van de Noordelijke rechtervleugel bij Chancellorsville briljant; maar daar tegenover stellen ze zijn zwakke en verwarde optreden tijdens de Zeven Dagen veldslagen rondom Richmond. Al met al wordt hij beschouwd als één van de meest talentvolle tactici in de militaire geschiedenis van de Verenigde Staten. “Stonewall” Jackson werd per abuis door zijn eigen troepen neergeschoten bij Chancellorsville en verloor een arm. Hij overleed enkele dagen later aan complicaties bij zijn verwondingen. Zijn dood was een zware tegenslag voor de Confederatie; na zijn verwonding, maar vóór zijn dood, zei generaal Lee: “Hij heeft zijn linkerarm verloren, maar ik mijn rechterarm.” (Bron: nl.wikipedia.org)

I regard the crime of desertion as a sin against the army of the Lord. Duty is ours,
the consequences are God’s

Generaal ‘Stonewall’ Jackson

Drie grote veldslagen worden in beeld gebracht: de Eerste Slag bij Bull Run (of Slag bij Manassas) (18 juli 1861), de Slag bij Fredericksburg (11-15 december 1862) en de Slag bij Chancellorsville (30 april - 6 mei 1863). Tijdens deze laatste veldslag raakte generaal Jackson door eigen vuur gewond en overleed kort daarop aan een longontsteking. Een maand later zou generaal Lee de noordelijken op eigen grondgebied aanvallen. De Slag bij Gettysburg (1-3 juli 1863) werd de bloedigste slag uit de Amerikaanse geschiedenis en is verfilmd in Gettysburg gebaseerd op The Killer Angels het tweede deel van de trilogie. De Slag bij Antietam (16-18 september 1862) wordt overigens overgeslagen.

Slag bij Chancellorsville
Generaal Stonewall Jackson wordt tijdens de Slag bij Chancellorsville door eigen vuur getroffen (Kurz and Allison, 1863)

De Amerikaanse Burgeroorlog (The Secession War voor de Zuidelijke Staten en The Civil War voor de Noordelijke Staten) is in de Verenigde Staten nog altijd springlevend. Het is het grootste trauma uit de geschiedenis van het land die het Vietnamtrauma honderd jaar later overschaduwt. In de Vietnamoorlog kwamen ruim 58.000 Amerikanen om terwijl in de Burgeroorlog het aantal doden op 618.000 wordt geschat, zeker tien keer zoveel. En daarbij moet je ook bedenken dat de VS ten tijde van de Burgeroorlog 32 miljoen inwoners had tegenover ruim 300 miljoen tegenwoordig. In de vier jaar (1861-1865) van de Burgeroorlog stierven meer Amerikaanse soldaten dan tijdens alle oorlogen waarbij Amerika in de twintigste eeuw betrokken was.

They carried one Bible. They believed in the same God. One side fought for God’s glory. The other for His kingdom on earth. But for the duration of the war God refused to take side.

Gods and Generals, trailer

straatgevechten in Fredericksburg
straatgevechten in Fredericksburg 1863
gravure uit Harper’s Weekly

Er zijn vele websites over deze zwartste episode uit de Amerikaanse geschiedenis, waaronder ook forums als civilwarinteractive.com waar bijna 150 jaar later levendig over de Civil/Secession War wordt nagepraat. En nog altijd is het verschil tussen de noordelijke en zuidelijke staten merkbaar, al is het al in de naamgeving van de veldslagen die door beide partijen vaak anders genoemd werden en worden. De veldslagen uit 1861-1865 worden door vrijwilligers nog altijd nagespeeld. Zo organiseert de Washington Civil War Association over drie weken in het weekend van 1 en 2 mei bij Fort Steilacoom (Washington) een reconstructie van de Slag om Fort Steilacoom door vrijwilligers.


reconstructie van de Slag om Fort Steilacoom door vrijwilligers. (Geen schokkende, wel schokkerige beelden.)

godsandgenerals.warnerbros.com | Gods and Generals [ en.wikipedia.org ]
Gods and Generals [ jeffshaara.com ]

maandag 12 april 2010
CS5 global launch [ 2 ]
vanmiddag de wereldwijde lancering van Adobe CS5 online bijgewoond
CS5 lineup
CS5 line up
Design Premium, Design Standard, Web Premium, Production Premium en Master Collection

Precies om 17.00 ging de presentatie van Adobe Creative Suite 5 van start. In ruim een uur presenteerden diverse Adobe guru’s de workflows voor design, web, videoproductie en fotogarfie en kwam een deel van de nieuwste snufjes uit Flash, Photoshop, Illustrator en Premiere aan bod. De bijeenkomst Next Level die de Adobe User Group Nederland ter gelegenheid van de lancering had georganiseerd was eveneens een succes. Via een aantal twitterkanalen, zoals Webdesigner, hedwygNL, Adobe User Group NL en creativesuite twitterden tijdens de presentatie de eerste reacties binnen. Even later verscheen de Nederlandse vertaling van het persbericht over de presentatie van de nieuwe Adobe Creative Suite. De presentatie is permanent te zien op cs5launch.adobe.com

CS5 global online launch
Precies om 17.00 hield Adobe’s CEO Shantanu Narayen (helemaal boven) CS5 ten doop
Amsterdam, 12 april 2010Adobe Systems Incorporated (Nasdaq:ADBE) introduceert Adobe® Creative Suite® 5. De suite is een doorbraak op het gebied van design- en ontwikkelso!ware voor nagenoeg iedere creatieve work"ow. Het nieuwe CS5 productportfolio van Adobe is sterk gericht op interactiviteit, prestaties en het maximaliseren van de impact van digitale content en marketingcampagnes voor alle media en apparaten. Creative Suite 5 omvat uitgebreide nieuwe versies van creatieve tools en biedt belangrijke work"ow-verbeteringen voor designers en ontwikkelaars. Creative Suite 5 producten bevatten toegang tot Omniture-technologieën om informatie van websites en andere bronnen te verzamelen, op te slaan en te analyseren. Daarnaast voegt CS5 ook voor het eerst integratie toe met online content, het inzichtelijk maken van digitale marketinginvesteringen en optimalisatiemogelijkheden. Verder omvat de suite een volledig nieuw component, namelijk Adobe Flash® Catalyst™. Hiermee is interactieve content te ontwerpen zonder dat de gebruiker code hoe! te schrijven. Verder verbetert deze component de samenwerking tussen designer en ontwikkelaar.
 
Bron: press.adobe.com
CS5 global online launch
CS5 global online launch

cs5launch.adobe.com | adobe.com

CS5 global launch [ 1 ]
vandaag is de wereldwijde lancering van Adobe Creative Suite 5

De lancering van Creative Suite 5 is een gebeurtenis die doet denken aan de lancering van de Apollo 11. Op de website cs5launch.adobe.com is het aftellen al weken geleden begonnen en nu de final countdown nadert, groeit de spanning in de wereldwijde Adobegemeenschap. Vanmiddag om vijf uur (8.00 in Los Angeles en 11.00 in New York) zal adobe.tv roodgloeiend staan, want miljoenen Adobegebruikers over de hele wereld zullen online de lancering volgen. Daar zal ik er één van zijn en om er zeker van te zijn dat er verbinding is, heb ik al gereserveerd.

CS5
Ik heb al gereserveerd voor de lancering van CS5 vanmiddag om 17.00

Ik ben vooral nieuwsgierig naar de nieuwe mogelijkheden van Photoshop CS5 en Illustrator CS5 die een belangrijk onderdeel van de Creative Suite vormen. Beide applicaties gebruik ik nu alweer veertien jaar (Photoshop viert dit jaar overigens zijn twintigste verjaardag) Ook Dreamweaver waar ik nu ruim tien jaar mee werk, heeft weer nieuwe uitbreidingen gekregen. Waar ik mij het meest op verheug is de ondersteuning van content managing systemen als Joomla!, Wordpress (achter deze blog) en Drupal.

cs5launch.adobe.com

Amerikaanse Burgeroorlog [ 2 ]
149 jaar geleden werd het eerste schot in de Civil War gelost
Fort Sumter
Fort Sumter 12 april 1861
Op 12 april 1861, om 04.30 uur ’s ochtends openden de Zuidelijke batterijen het vuur, recht op fort Sumter, en hielden dat 36 uur lang vol. Het garnizoen beantwoordde het vuur, maar zonder veel effect, omdat majoor Anderson niet toestond om kanonnen te gebruiken (omdat die teveel kans liepen door het Zuidelijke kanonvuur geraakt te worden). Op 13 april gaf het fort zich over en werd geëvacueerd. Volgens getuige-verslagen, zoals het bekende dagboek van Mary Chesnut, vierden de bewoners van Charleston groot feest ter gelegenheid van het begin van de strijd.
 
Bron: nl.wikipedia.org
beschieting van Fort Sumter
de bewoners van Charleston kijken op de daken van hun huizen naar de beschietingen van de geconfedereerden op fort Sumter (Harper’s Weekly, 4 mei 1861)


aanleiding Burgeroorlog tot 1820
| aanleiding Burgeroorlog 1820-1860
de aanval op fort Sumter op 12 april 1861

zondag 11 april 2010
Paasvreugde [ 3 ]
gisteren in Nijmegen de Paasliturgie en het parochiefeest gevierd
in de parochie van de heilige Tychon van Moskou
parochiefeest Nijmegen
de parochie van de heilige Tychon van Moskou
voor de Byzantijnse Kapel in Nijmegen

De stralende week na Pasen werd gisteren in Nijmegen met de Paasliturgie en aansluitend het parochiefeest feestelijk afgesloten. Vandaag viert de Kerk Antipascha of Thomaszondag

parochiefeest Nijmegen
processie en lezing van het paasevangelie

orthodox-nijmegen.nl

zaterdag 10 april 2010
het loon van de angst
gisteren gezien op Arte: Le salaire de la peur (1953)

Le salaire de la peur van Henri-Georges Clouzot naar de gelijknamige roman van Georges Arnaud is een echte actiefilm maar tegelijkertijd ook een film noir.

Le salaire de la peur
still uit Le salaire de la peur
In Las Piedras, een klein, geïsoleerd gelegen stadje in de Centraal-Amerikaanse woestijn, ver van de beschaving, zoekt een grote oliemaatschappij vier dappere chauffeurs om een lading nitroglycerine naar een afgelegen oliebron te vervoeren. De route loopt door bergachtig gebied over onverharde wegen en de opslag in jerrycans op twee vrachtwagens is niet optimaal maar er is haast want de bron is ontploft en staat in brand. Het vuur kan alleen worden gedoofd door de omringende rotsen op te blazen. Na deze vlammende introductie bouwt de eerste helft van de film de spanning op met de selectie van de kandidaten voor dit lucratieve maar levensgevaarlijke karwei. Zij moeten beschikken over zenuwen van staal en uiterst koelbloedig de risico’s onderweg kunnen inschatten. De eigen werknemers van het bedrijf zijn aangesloten bij de vakbond en die heeft het werk verboden. Na de rauwe portrettering van de uitzichtloosheid van hun bestaan zijn de motivaties van de mannen duidelijk. Bimba en Luigi gaan voorop in de eerste vrachtwagen, de tweede vrachtwagen rijdt uit veiligheidsoverwegingen op een half uur afstand en wordt bestuurd door Mario (Yves Montand), een voormalige playboy die zijn moedeloze leven wil ontsnappen, met als bijrijder Jo. Eigenlijk was Jo niet geselecteerd maar hij neemt de plaats in van een gekozen chauffeur die op de dag van vertrek onder mysterieuze omstandigheden niet komt opdagen.
 
De tweede helft is te zien als een uitgestrekte actiescène, want niet alleen kan elke hobbel de laatste zijn, ook moeten er lawines worden opgeblazen, bandieten worden afgeschud, en geïmproviseerde hangbruggen worden overgestoken tijdens een loeiende storm. De fysieke en mentale obstakels verdiepen de karakters van de mannen en maken van Mario een held, maar in de traditie van de Franse film noir eindigt de film met een nihilistische clou.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Le salaire de la peur trailer

onderscheidingen
Gouden Beer, Filmfestival Berlijn, 1953
Prix d’interprétation masculine voor Charles Vanel
Palme d’or lors, Filmfestival Cannes, 1953
Prix Méliès, 1953
BAFTA voor beste film, 1955

Le salaire de la peur [ imdb.com ]

volg de meester [ 7 ]
Nicolas de Largillière (1656-1746) en Pierre-Paul Prud’hon (1758-1823)
kopie Nicolas de Largillière
kopie naar Nicolas de Largillière
olieverf, in lagen opgebouwd

van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan [ PDF ]

vrijdag 9 april 2010
Amerikaanse Burgeroorlog [ 1 ]
145 jaar geleden kwam er een einde aan de Amerikaanse Burgeroorlog
Omsingeld door een enorme overmacht kon Lee kiezen: vechten tot de laatste man voor een gedoemde confederatie, of zich overgeven en naar huis terugkeren. Robert E. Lee, de man die alles gegeven had voor zijn Virginia, besloot de koers te varen die het meeste moed vergde en het beste resultaat voor zijn manschappen op zou leveren: op 9 april 1865 tekende hij te Appomattox Court House de overgave van ‘the Army of Northern Virginia‘ aan ‘the Army of the Potomac‘. Met de overgave van Lee – meer dan wie ook het gezicht van de Geconfedereerde Staten van Amerika, meer dan wie ook de leider van de natie – scheen de vechtersziel van de confederatie ineen te storten. Hoewel er nog tot 13 mei 1865 schermutselingen waren, gaven de confederale strijdkrachten zich massaal over. Tegen juni 1865 was er geen confederaal leger meer, de confederale marine gaf de strijd in november op.
 
Bron: nl.wikipedia.org
overgave van Lee 9 april 1865
de capitulatie van generaal Robert E. Lee tegenover generaal Ulysses S. Grant in Appomattox Court House op 9 april 1865
Appomattox Court House in Virginia is de plaats waar de Zuidelijke generaal Robert E. Lee zich overgaf aan de Noordelijke commandant Ulysses S. Grant op 9 april 1865 in het huis van Wilmer McLean, waarmee effectief een einde kwam aan de Amerikaanse burgeroorlog.
 
Bron: nl.wikipedia.org

americancivilwar.com | civilwarhome.com | civilwar.org | civil-war.net
american civil war [ history.com ]

donderdag 8 april 2010
de steen die niemand wentelen kan
À la recherche du temps perdu

Het verleden is iets merkwaardigs, vooral als het om onze jeugd gaat. Nu ik inmiddels een veertiger geworden ben, heeft mijn jeugd een eeuwigheidsstatus gekregen. Het verleden is de steen die je niet wentelen kunt en die onwrikbaar op zijn plek blijft liggen, een leven lang. De dag na Pasen was ik in een nostalgische bui en heb ik een klassenfoto uit 1973/74 op schoolbank.nl geplaatst. Ik zat toen in de vijfde klas van de CNS II in Veenendaal.

CNS II
klassenfoto schooljaar 1973/74
Alle 40 namen ken ik tot mijn verbazing nog. Alleen bij de Van Kooten tweeling haal ik de namen door elkaar, net als toen trouwens.

Gisteren was ik weer eens in Veenendaal en kwam ik even op het Dr. Slotemaker de Bruïneplein terecht waar het gebouw van de voormalige CNS staat. Het heeft voor mij altijd een rituele functie gehad om op deze plek terug te komen; even contact maken met mijn jeugd, de jaren tussen mijn zesde en twaalfde. Maar gisterenmiddag bleek de traditionele sentimental journey naar het Dr. Slotemaker de Bruïneplein plotseling een afscheid. Want aan het gebouw van de CNS II knaagde een gele grijper.

Het verleden is de steen
die je niet wentelen kunt
en die onwrikbaar op zijn plek
blijft liggen, een leven lang
CNS II
het schoolgebouw van de voormalige CNS II

Gelukkig draag ik meestal een fototoestel bij me en kon ik het afscheid vastleggen. Het schoolplein was al behoorlijk omgewoeld en er stonden een paar containers. Ik vroeg aan een van de slopers of ik het gebouw even mocht inlopen. Dat mocht wel, het asbest was toch al verwijderd. Als ik maar uit de buurt van de grijper bleef. Ik liep naar het lokaal waar ik in augustus 1969 in klas 1 (groep3) aan mijn lagere schooltijd begonnen was.

CNS II
het lokaal waar ik 1969/70 in klas 1 zat
De eerste schooldag in augustus 1969 kan ik me nog heel goed herinneren. Het moet in de week geweest zijn van het Woodstock Festival

In deze ruimte heb ik heel wat van mijn kostbare kindertijd doorgebracht. Hier heb ik lezen en schrijven geleerd. Hier tekende ik de eerste plattegrond van mijn wereld. Hier hoorde ik met Bijbelse geschiedenis over het volk van Israël dat veertig jaar door de Sinaï zwierf. Veertig jaren! Daar kon ik mij als zesjarige niets bij voorstellen. Nu als 46-jarige weet ik wat het betekent… Het is precies de periode die mij scheidt van de tijd dat ik in dit ontzielde lokaal mijn eerste jaar op ‘de grote school’ doorbracht.

CNS II
CNS II aan het Dr. Sl. de Bruïneplein, 1955

Volgende week is het schoolgebouw met de grond gelijk gemaakt en zal er geen steen meer op de andere liggen. En tóch, mijn jeugd blijft de steen die niemand wentelen kan. Onwrikbaar blijft deze op zijn plek liggen, een leven lang.

CNS II
CNS II op 12 april 2010
lokaal 1 (1969/70) en lokaal 4 (1972/73)
staan nog net overeind…

CNS II op schoolbank.nl

volg de meester [ 6 ]
Sir Henry Raeburn (1756-1823)
kopieën Sir Henry Raeburn
kopieën naar Sir Henry Raeburn
olieverf, alla prima

van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan [ PDF ]

woensdag 7 april 2010
Willem & Anna
met Pasen gekocht in het Hermitage aan de Amstel in Amsterdam
De ridder en de grootvorstin van Michel Didier
Michel Didier - De ridder en de grootvorstinWillem II was de enige Romantische ridder die Nederland ooit heeft geregeerd en zijn exotische bruid Anna Paulowna bracht de praal van het Russische hof naar de Lage Landen bij de Zee, op het moment dat Romantische kunstenaars en dichters stonden te dringen om de nieuwe eenheidsstaat, het Koninkrijk der Verenigde Nederland, te bezingen. Willem II verzamelde niet alleen kunst op grote schaal, hij introduceerde de Romantische gotiek in Nederland en liet ‘middeleeuwse’ paleizen en vorstelijke onderkomens ontwerpen in heel Nederlanden in België. Na zijn dood wijdde Anna paleiszalen aan de nagedachtenis van haar ranke oorlogsheld.Voor het eerst zijn alle kunstuitingen rond Willem en Anna in één boek bijeengebracht, van de poëzie van Bilderdijk en Tollens tot de schilderijen van Kruseman en Koekkoek, van de Russisch-orthodoxe kapellen in Den Haag en Soestdijk tot de paleizen in Berlijn, Tervuren en Sint Petersburg. Een fascinerend tijdsgewricht komt tot leven: de Franse revolutie, Napoleon, de Slag bij Waterloo, de Tiendaagse Veldtocht, Van Speijk, Victoria en Thorbecke, de dynastieke verwikkelingen van de Oranjes en Romanovs, de Saksen-Coburgs, Bourbons en Bonapartes, kortom: Revolutie en Romantiek.
 
Bron: nnbh.com
Willem II, Anna Paulowna en hun kinderen
Willem II, Anna Paulowna en hun kinderen
door Jan Baptist van der Hulst
Willem II was ook een groot verzamelaar van kunstwerken uit de 15de tot de 19de eeuw. In zijn tijd had deze Oranje de grootste privé collectie van Nederland.
Dat Willem II een grote liefde voor de schone kunsten had, komt ruimschoots aan de orde. Didier is niet voor niets kunsthistoricus. Willem II wordt belicht als fervent aanhanger van de neogotiek en ook zijn eigen talenten als architect worden belicht. Willem II was ook een groot verzamelaar van kunstwerken uit de 15de tot de 19de eeuw. In zijn tijd had deze Oranje de grootste privé collectie van Nederland. Helaas moest deze collectie na zijn dood worden geveild om de schulden aan zijn zwager, de Tsaar van Rusland, te kunnen voldoen. Zo zijn vele belangrijke stukken, waaronder prachtige Rembrandts, uit Nederland verdwenen.
 
Zo meldt Didier bijvoorbeeld niet dat een deel van deze collectie op de veiling is gekocht door de Luxemburgse verzamelaar Pescatore, die vervolgens zijn collectie heeft nagelaten aan de stad Luxemburg. Zo is nog steeds een deel van de collectie van Willem II te zien in de Villa Vauban in Luxemburg.
 
Bron: oranje-nassau.org

Anna Paulowna 1855Anna Paulowna (1795-1865) was een dochter van tsaar Paul I van Rusland en diens vrouw Sophia Dorothea Augusta Louisa van Württemberg, in Rusland beter bekend als tsarina Maria Fjodorovna. Toen zij 6 jaar was werd haar vader vermoord en opgevolgd door zijn zoon Alexander I. In 1809 (ze was toen veertien jaar oud) heeft keizer Napoleon geprobeerd haar te trouwen, maar zijn verzoek werd afgewezen. Hij was toen op zoek naar een adellijke echtgenote, maar kreeg Anna’s hand niet, na verzet van Anna zelf en haar moeder tsaritsa Maria Fjodorovna, de vrouw van tsaar Paul I. In 1814 was er een plan geweest om Anna uit te huwelijken aan de Franse prins Karel, zoon van de latere koning Karel X. Maar doordat Anna direct na het huwelijk zich tot het katholicisme zou moeten bekeren, ging dit uiteindelijk niet door. Toen de verloving tussen de Nederlandse prins Willem II en de Engelse prinses Charlotte werd verbroken, werd Anna door haar broer, tsaar Alexander, hij was een goede vriend van kroonprins Willem, als geschikte huwelijkskandidate naar voren geschoven. Na een reis van bijna een maand arriveerde kroonprins Willem met zijn vader koning Willem I op 20 december 1815 in het Russische Sint-Petersburg. Aldaar heeft het huwelijksaanzoek plaatsgevonden. Na onderhandelingen op het gebied van geloofsovertuiging werd overeengekomen dat zij Russisch-Orthodox mocht blijven, al bezocht zij later ook veel hervormde kerkdiensten. Op 21 februari 1816 trouwde ze met veel pracht en praal in het Rozenpaviljoen, dat zich in de paleistuin van het Pavlovsk-paleis nabij Sint-Petersburg bevindt, met de latere koning Willem II.
 
Bron: nl.wikipedia.org

dinsdag 6 april 2010
grijs gebied
documentaire over het ministaatje Neutraal Moresnet (1815-1919)
vanavond op Canvas in de serie Publiek Geheim om 20.40
de ligging van MoresnetHet was na de val van Napoleon in 1815 dat tijdens het Congres van Wenen de grenzen binnen Europa opnieuw getrokken moesten worden. Zo moest ook de grens tussen Pruisen en het Koninkrijk der Nederlanden worden bepaald. (België bestond toen nog niet, dit gebied werd grotendeels bij Nederland getrokken) Echter in de buurt van het plaatsje Kelmis (vlakbij Moresnet) kwamen ze niet tot overeenstemming omdat in Kelmis een belangrijke zinkmijn lag. Omdat geen van beide landen deze belangrijke grondstof in handen van de ander wilde laten vallen hebben ze er nog een jaar lang over moeten onderhandelen.
 
Uiteindelijk werd in 1816 in een apart grensverdragje, het Akens Grensverdrag (ook wel het ‘Verdrag der Grenzen’ genoemd), maar besloten het gebied (de Mairie Moresnet) als volgt in drieën te verdelen. Het plaatsje Moresnet kwam bij Nederland, het huidige Neu-Moresnet ging als Pruisisch Moresnet naar Pruisen en het gebiedje met daarin het plaatsje Kelmis en zijn zinkmijn kregen een neutrale status. En het was dit laatste gebiedje met zijn status aparte dat onder de naam Neutraal Moresnet als ministaatje verder ging, weliswaar onder gezamenlijk bestuur van een Pruisische en een Nederlandse commissaris.
 
Bron: moresnet.nl
Moresnet ansichtkaart
ansichtkaart begin 20e eeuw
Feitelijk was het bestaansrecht van Neutraal Moresnet geëindigd bij het uitgeput raken van de zinkmijn in 1885. Vanaf die tijd zal voornamelijk Pruisen weer meer pogingen dan voorheen gaan doen om de ‘tijdelijke’ status van Neutraal Moresnet te beëindigen. Met doet van alles om België zover te krijgen dat ze willen gaan onderhandelen. Omdat dit allemaal niet snel genoeg gaat, gaat men tot regelrechte sabotageacties over. Zo worden rond 1900 door Pruisen de elektriciteits- voorzieningen afgesneden en telefoonverbindingen gekapt. Zelfs de aanleg van nieuwe leidingen over Belgisch gebied probeert men tegen te houden. Verder probeert men de aanstelling van nieuwe gemeenteambtenaren etc tegen te werken. De bewoners van Neutraal Moresnet die de bui al voelen hangen dienden al in maart 1897 een verzoekschrift in om aanhechting bij België in geval van afschaffing van het neutraliteitsstatuut.
 
Bron: moresnet.nl
Moresnet ansichtkaart
ansichtkaart begin 20e eeuw

moresnet.nl

maandag 5 april 2010
Paasvreugde [ 2 ]
Gisterennacht de Paasnacht gevierd in de Russische Kerk in Amsterdam
Paasprocessie
processie door de Jordaan
In de Paasnacht gaan de bezoekers van de Russisch-orthodoxe kerk aan de Lijnbaansgracht in Amsterdam de straat op. In processie lopen ze de Jordaan in, gehuld in kaarslicht, achter een icoon van de opgestane Christus aan. Af en toe roepen ze dat ook uit “Christus is opgestaan!” (…) De processie is onderdeel van een lange viering, die kort voor middernacht begint en pas eindigt als het licht de duisternis heeft verdrongen. Die gang van donker naar licht symboliseert de overwinning van leven op de dood. “Als je zo’n dienst van vele uren hebt meegemaakt, is er geen twijfel meer mogelijk. Dan voel je tot in het diepst van je vezels: Christus is opgestaan!”
 
Bron: Bert van der Kruk in de NCRV gids
Dan voel je tot in het
diepst van je vezels:
Christus is opgestaan!
NCRV gids 5 april 2010
deel van het artikel in de NCRV gids

Michael Bakker in Het Vermoeden

Voor de Oosters-orthodoxe gelovigen is Pasen het feest der feesten, het scharnier van het kerkelijk jaar. Dus ook voor dr. Michael Bakker (43), diaken in de Russisch-orthodoxe kerk Heilige Nikolaas van Myra in Amsterdam. (Bron: ikonrtv.nl )

» Bekijk de uitzending

orthodox.nl

zondag 4 april 2010
Paasvreugde [ 1 ]
vandaag vieren we in de Orthodoxe Kerk het Feest van de Opstanding
Vader Alexander Schmemann over de betekenis van Pasen
Resurrection is the appearance in this world, completely dominated by time and therefore by death, of a life that will have no end
In the center of our liturgical life, in the very center of that time which we measure as year, we find the feast of Christ’s Resurrection. What is Resurrection? Resurrection is the appearance in this world, completely dominated by time and therefore by death, of a life that will have no end. The one who rose again from the dead does not die anymore. In this world of ours, not somewhere else, not in a world that we do not know at all, but in our world, there appeared one morning Someone who is beyond death and yet in our time. This meaning of Christ’s Resurrection, this great joy, is the central theme of Christianity and it has been preserved in its purity by the Orthodox Church. There is much truth expressed by those who say that the real central theme of Orthodoxy, the center of all its experience, the frame of reference of everything else, is the Resurrection of Christ.
 
Bron: schmemann.org
orthodox children
Ik zeg u: Wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt als een kind, zal het voorzeker niet binnengaan. (Marcus 10: 14-16)
The only real thing, especially in the child’s world, which the child accepts easily, is precisely joy. We have made our Christianity so adult, so serious, so sad, so solemn that we have almost emptied it of that joy. Yet Christ Himself said, “Unless you become like children, you will not enter the Kingdom of God.” To become as a child in Christ’s terms means to be capable of that spiritual joy of which an adult is almost completely incapable. To enter into that communion with things, with nature, with other people without suspicion of fear or frustration. We often use the term “grace.” But what is grace? Charisma in Greek means not only grace but also joy. “And I will give you the joy that no one will take away from you…” If I stress this point so much, it is because I am sure that, if we have a message to our own people, it is that message of Easter joy which finds its climax on Easter night. When we stand at the door of the church and the priest has said, “Christ Is Risen,” then the night becomes in the terms of St. Gregory of Nyssa, “lighter than the day.” This is the secret strength, the real root of Christian experience. Only within the framework of this joy can we understand everything else.
 
Bron: schmemann.org
This is the secret strength, the real root of Christian experience. Only within theframework of this joy can we understand
everything else.
zaterdag 3 april 2010
Grote Sabbat
vandaag viert de Orthodoxe Kerk Grote Sabbat
de dag van Christus’ nederdaling in de Hades
In de Orthodoxe Kerk wordt deze dag Heilige en Grote Zaterdag of de Grote Sabbat genoemd. Omdat op deze dag Christus fysiek “rustte” in het graf. Maar men gelooft ook dat op deze dag Christus geestelijk nederdaalde in de hel. En de hades veroverde, om de zielen van hen die daar vastgehouden waren, te redden en naar het paradijs te voeren.
epitafios of plasjenitsa
de Epitafios (Plasjenitsa) met de graflegging van Christus blijft met bloemen bedekt van de vespers op Goede Vrijdag tot aan de Paasvigilie midden in de Kerk
Op zaterdagmorgen, wordt er een gecombineerde vesperdienst met de Goddelijke Liturgie van de Heilige Basilius de Grote gevierd. Dit is de langste Goddelijke Liturgie van het gehele jaar en traditioneel ook degene die qua uur het laatst gevierd wordt. Na de Kleine Intocht zijn er 15 oud-oudtestamentische lezingen. Net voor de Evangelielezing (Mattheus 28:1-20) worden alle (altaar)bekledingen en gewaden veranderd van zwart naar wit. De diaken bewierookt de gehele kerk. In de Griekse traditie strooit de geestelijkheid laurierbladeren en bloembladeren door de gehele kerk om de verbrijzelde poorten en verbroken ketenen van de hel en Jezus’ overwinning op de dood te symboliseren. Terwijl de liturgische atmosfeer verandert van verdriet naar blijdschap, wordt de paasgroet “Christus Is Opgestaan” niet uitgewisseld. Deze wordt pas uitgewisseld na het Paasvigilie. De gelovigen gaan door met de vasten. De reden hiervoor is dat, de Goddelijke Liturgie op Heilige en Grote Zaterdag de verkondiging voorstelt, van Jezus’ overwinning op de dood, aan hen in de Hades. De Opstanding is nog niet verkondigt aan de mensen op de aarde (dit zal plaatsvinden tijdens het Paasvigilie).
 
De Grote Vasten was van oorsprong de periode van catechese voor de catechumenen om hen voor te bereiden op de doop en myronzalving op Pascha (Pasen). Voor het samenstellen van het huidige Paasvigilie van Johannes van Damascus was deze dienst de belangrijkste Paasviering. Volgens de traditie vindt het ontvangen van catechumenen plaats na deze dienst.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Father Alexander Schmemann on Holy Saturday [ schmemann.org ]

Sfinx Washington
het kunstgebit van George Washington
Gilbert Stuart’s beroemde portret gekopieerd

Als je een historische figuur wilt leren kennen, is er naast het lezen van de biografie nog een andere mogelijkheid: bestudeer aandachtig het portret van de betreffende persoon. Misschien wel de mooiste bijkomstigheid van het kopiëren van een portret van een historische figuur is de ontmoeting met de geportretteerde. Afgelopen maand begon ik aan een kopie van een portret van George Washington, de vader des vaderlands van de Verenigde Staten. Voor Amerikanen is zijn portret een icoon en de persoon van George Washington is voor de gemiddelde Amerikaan wellicht heiliger dan Willem van Oranje voor de gemiddelde Nederlander. Ik weet voor diezelfde Amerikaan waarschijnlijk oneerbiedig weinig over het leven van George Washington. Eerst behaalde hij als generaal voor de Engelsen overwinningen op de Fransen. Maar na de zevenjarige oorlog zou hij zich steeds meer van de Engelsen afkeren. Door zijn vastberaden optreden en de oversteek over de Delaware werd hij de held in de Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd en in 1789 de eerste president van de Verenigde Staten. Dat is het wel zo’n beetje.

George Washington
portret van George Washington
door Gilbert Stuart (detail)

Terwijl ik zijn portret kopieer, sta ik oog in oog met een wantrouwende oude man. Stuart heeft een fraai gestyleerde en tekenachtige stijl. De trekken zijn scherp. De vastberaden mond is treffend weergegeven met enkele parallelle penseelstreken. Stuart schilderde een man, gesloten als een vesting en calculerend als een generaal. Was George Washington écht zoals hij in Stuart’s portret naar voren komt? In ieder geval weten we dat Washington zojuist zijn nieuwe kunstgebit droeg en in die tijd was dat eerder een martelwerktuig dan een hulpstuk. Vandaar de verbeten uitdrukking. Bovendien werd zijn kaaklijn door de prothese vervormd.

…when the president came to sit for the portrait, his newly acquired set of false teeth created a bulge around the mouth and distorted his jawline….
kopie Stuart
de verschillende stadia van mijn kopie

Gilbert Stuart schilderde Washington in 1795 en 1796 in totaal driemaal en maakte op basis van die drie ‘lifeportaits’ in zijn verdere loopbaan meer dan honderd portretten waar hij zeer goed voor betaald kreeg. Wanneer het waar is dat het portret de spiegel van de ziel is, heeft Stuart dus driemaal de gelegenheid gehad om in Washington’s ziel door te dringen. De relatie tussen de eerste president van de Verenigde Staten en Stuart moet niet bijzonder hartelijk zijn geweest. In ieder geval vond de portretschilder Washington tijdens de sessies geen geduldig model. Voor de oud-generaal moet zijn officiële portret een verplicht nummer zijn geweest. Op Stuart’s portretten zie je steeds dezelfde afstandelijke man. Op het bekendste, de zgn. Atheneum, die ook op het ééndollarbiljet staat, lijkt hij net iets ‘vriendelijker’. Washington stierf in 1799, drie jaar nadat hij geportretteerd was.

George Washington
de zgn. ‘Athenaeum’ George Washington door Gilbert Stuart bekend van het dollarbiljet
Each of Stuart’s portraits of Washington (about one hundred in all) is based on one of three life portraits. Washington first sat for Stuart in 1795, but the result of that early session, a portrait showing Washington facing right, is known only through replicas that are identified as the Vaughan type (named for the first owner of one of the replicas). That first portrait was so successful that Martha Washington commissioned Stuart to paint a pair of portraits of her and her husband for their Virginia home, Mount Vernon. Stuart began what would become his most reproduced image, a depiction of Washington facing left, now called the Athenaeum portrait for the Boston library that acquired it after Stuart’s death. Although he never finished the original itself, he used it throughout his career to make approximately seventy-five replicas, and the image––carefully built up with contrasting flesh tones––is one of Stuart’s most accomplished portraits. Creating it was not an easy task; when the president came to sit for the portrait, his newly acquired set of false teeth created a bulge around the mouth and distorted his jawline.
 
In 1796 the president sat a third time. This full-length canvas envisions Washington in the role of civilian leader, in a formal black velvet suit rather than his military uniform. The portrait is known as the Lansdowne because it was commissioned as a gift for the Marquis of Lansdowne. The composition, which reflects Stuart’s knowledge of European state portraiture, includes objects symbolic of Washington’s illustrious military and civil leadership, while his oratorical pose, with hand extended, refers, according to contemp- oraries, to his recent speech to Congress. The image was celebrated in America and England upon its completion, and Stuart was commissioned to paint several replicas.
 
Bron: nga.gov
George Washington
George Washington at Princeton (detail)
door Charles Peale Polk. Vergeleken bij Stuart is Peale Polk een derderangs schilder, maar zijn Washington oogt wél ontspannender zonder kunstgebit. Peale Polk schilderde Washington nooit naar het leven en zijn portret is eigenlijk meer een karikatuur.

George Washington [ en.wikipedia.org ] | Gilbert Stuart [ en.wikipedia.org ]

vrijdag 2 april 2010
Old Amsterdam
De eerste foto’s van Amsterdam 1845-1875
Stadsarchief Amsterdam 2 april tot 27 juni 2010

Een paar jaar geleden schreef ik hier iets over de Amsterdamse stadsfotografen Jacob Olie en Johannes Leendert Scherpenisse die de stad zo’n honderd jaar geleden op de gevoelige plaat vastlegden. Met de tenstoonstelling De eerste foto’s van Amsterdam 1845-1875, die vandaag opent in het Stadsarchief Amsterdam, keren we nog eens een halve eeuw verder terug in de tijd. De vijftien foto’s die de Engelse landschapsfotograaf Benjamin Brecknell Turner in 1857 van onze hoofdstad maakte, vormen het hart van deze tentoonstelling.

Singel bij Lutherse kerk 1857
Singel bij Lutherse kerk 1857
in 1857 barstte het van de bedrijvigheid in Amsterdam, maar op de foto’s van Benjamin Brecknell Turner is de stad uitgestorven

Anders dan de opnamen van Olie en Scherpenisse tonen zijn beelden een ontvolkte hoofdstad. Dat had te maken met de sluitertijd die in die dagen van enkele minuten soms wel kon oplopen tot een half uur. Weg mensen, een enkele honkvaste bedelaar of schoenpoetser daargelaten. In het kader van deze tentoonstelling zijn in het centrum grote reproducties van zijn foto’s geplaatst waarlangs een wandeling is uitgezet. Deze is ook online te volgen

Het Stadsarchief Amsterdam organiseert van 2 april t/m 27 juni 2010 de tentoonstelling ‘De eerste foto’s van Amsterdam 1845-1875’. Uit eigen bezit en collecties in binnen- en buitenland is het mooiste wat er uit deze periode bewaard is gebleven bij elkaar gebracht. De tentoonstelling geeft een breed overzicht van de erfenis aan foto’s die in het derde kwart van de negentiende eeuw van Amsterdam zijn gemaakt. De tentoonstelling is het resultaat van jarenlang onderzoek en het is voor het eerst dat de opnamen als een ‘ensemble’ worden gepresenteerd. Niet eerder is de relatie tussen het ‘nieuwe medium’ fotografie en de topografische werkelijkheid op deze wijze aan de orde gesteld.
 
Bron: stadsarchief.amsterdam.nl

Uitzicht op Muntsluis. Rechts: ingang Reguliersbreestraat. Rechthebbende: Rijksmuseum AmsterdamEduard Isaac Asser
De eerste foto’s van Amsterdam zijn waarschijnlijk omstreeks 1840 gemaakt, kort na de ‘ontdekking van de fotografie’ in 1839 van de Fransman Louis Daguerre. Helaas zijn deze mysterieuze opnames niet bewaard gebleven. De oudste foto’s van Amsterdam dateren uit 1845: het zijn beelden van de Reguliersbreestraat en het logement Rondeel (waar nu Hotel L’Europe staat), gemaakt door de Amsterdamse advocaat en fotograaf Eduard Isaac Asser.
Bron: amsterdam.nl

stadsarchief.amsterdam.nl

donderdag 1 april 2010
God tussen de potten en pannen
gezien op DVD: il vangelo secondo Matteo (1964) van Pasolini

il vangelo secondo MatteoTheresa van Avila heeft wel eens gezegd dat God in de keuken rondwaart tussen de potten en de pannen. Dat aardse beeld past helemaal bij het Mysterie van de menswording van God. In deze tijd wordt dit Mysterie vaak niet meer begrepen. We hebben van de God-mens een mens gemaakt, een historische en inspirerende figuur. Maar Jezus van Nazareth als Gods Zoon die Zélf God is? Dat gaat er na de Verlichting nog moeilijk in. De volledig transcendente god van de moslims of ‘de god’ van de New Age, de voortdurende wedergeboorte van het Zelf, is voor ons verstand enigszins nog te begrijpen. Maar de ménswording van God? Jezus als dé Zoon van God? Misschien is dat wel hét Grote Verhaal waar de postmoderne mens afstand van heeft gedaan.

il vangelo secondo Matteo
Margherita Caruso als de jonge Maria

Italiaanse cineasten verstaan de kunst om van het alledaagse theater te maken. Het alledaagse zoals het is: een brood op tafel, de schaduw van een boom, een jongetje met ongewassen voeten. Caravaggio heeft dat, natuurlijk. Ladri di biciclette (fietsendieven, 1946) van Vittorio de Sica heeft het ook; in zijn film is het alledaagse verplaatst naar het naoorlogse Rome. Pasolini’s il vangelo secondo Matteo heeft het helemaal. Het droge Zuid-Italiaanse landschap en de Bijbelse wereld vallen in zijn film samen. De rauwe volkse koppen zijn die van tijdgenoten van Jezus, nog altijd. De tijd staat stil. En in dat magische moment vertelt Pasolini het Evangelie volgens Mattheus. Zonder franje. Ook al kijkt hij door een bril met dikke communistische glazen en maakt hij van Jezus een Che Guevarra look-a-like, het verhaal blijft recht overeind staan.

Voor zijn verfilming van het leven van Jezus van Nazareth ging Pier Paolo Pasolini uitsluitend uit van het eerste Evangelieboek, dat van Mattheüs: niets werd toegevoegd, alle gesproken teksten zijn letterlijke citaten. In tegenstelling tot de bombastische Hollywood-bijbelfilms uit de jaren ‘50 en ‘60 streefde Pasolini een eenvoudige, pure en poëtische stijl na. Hij liet een aan het volk toebehorende Christus zien, een Christus van de armen, strijdbaar en sociaal geëngageerd. De locaties vond hij in het arme zuiden van Italië. Alle acteurs (waaronder zijn moeder, die Maria op latere leeftijd speelt) zijn amateurs. Met deze film leverde Pasolini de meest zuivere en volgens velen de beste verfilming van het het leven van Christus af.
 
Bron: italiaansefilms.nl

Il vangelo secondo Matteo wordt door velen gezien als de beste film ooit over het leven van Jezus gemaakt. Pasolini’s film was zeker niet de eerste Jezusfilm. Toen het medium film nog maar net bestond werd er al een film over het leven van Jezus gemaakt. Volgens christianitytoday.com is La vie et la passion de Jésus Christ uit 1902-05 nog altijd de beste Jezusfilm aller tijden.

Pier Paolo Pasolini en zijn moeder
Pier Paolo Pasolini met zijn moeder die in de film Maria op latere leeftijd speelt
Right from its very first frames—when a visibly upset Joseph beholds a very pregnant Mary—this film challenges the soft-focus piety that affects many adaptations of the Gospels. Director Pier Paolo Pasolini, a gay Marxist atheist who was famous for his poetry before he turned to filmmaking, certainly wanted to confront the conventional spirituality of his day, and his Jesus is more aggressive than most. But nearly every single line of dialogue comes from Matthew’s Gospel (a pattern that would be followed decades later by Campus Crusade’s adaptation of Luke and the Visual Bible’s adaptations of Matthew and John), and the film’s gritty, down-to-earth realism underscores the revolutionary nature of Christ’s message; you can believe the authorities would want to crucify this guy. While the film is often hailed for stripping the story down to its basics, it also reflects Pasolini’s belief in finding transcendence within the everyday—an effect that is especially achieved on the eclectic soundtrack, which includes Bach, Negro spirituals, and the Missa Luba.
 
Bron: christianitytoday.com

Il vangelo secondo Matteo [ movie2movie.nl ]

johannes@mimesis.nl

HTML Hit Counters
eXTReMe Tracker

het numineuze www.griffioen-beelden.nl

www.gerdrenshof.com

www.vanleestantiek.com

nl.orthodoxlogos.com

comics grafische vormgeving en webdesign muziek tekeningen en illustraties wetenschap taal & poëzie Rusland religie geschiedenis filosofie film boeken orthodoxie schilderkunst architectuur fotografie