maandag 31 januari 2011
Napoleon en zijn schilders [ 7 ]
Louis-François Lejeune (1775-1848)
en Denis Auguste Marie Raffet (1804-1860)
 

Weinig historische figuren zijn zo vaak geschilderd als Napoleon Bonaparte. Niet alleen tijdens zijn bewind maar ook tijdens de Restauratie bleven schilders historische gebeurtenissen vastleggen met Napoleon in het centrum van de aandacht. Tijdens de dictatuur en het Franse keizerrijk (1799-1814) was de ‘fotorealistische’ classicistische stijl de officiële stijl.

Louis-François Lejeune werd opgeleid als schilder op het atelier van Pierre-Henri de Valenciennes. Na de Franse Revolutie meldde hij zich, zoals veel andere jonge kunstenaars, in 1792 aan als vrijwilliger bij de Compagnie des arts de Paris. Hij werd sergeant en nam deel aan de veldtocht naar ons land in de winter van 1794-1795. Na de Slag bij Marengo die hij niet alleen geschilderd heeft, maar waaraan hij ook heeft deelgenomen, werd hij bevorderd tot kapitein. Na de overwinning bij Saragossa in 1808 werd hij tenslotte kolonel.

De Slag bij Marengo was een veldslag op 14 juni 1800, tijdens de Tweede Coalitieoorlog. De veldslag vond plaats nabij Alessandria in Piemonte (Noordwest-Italië), tussen Franse troepen (onder bevel van Napoleon Bonaparte) en Oostenrijkse troepen. Hoewel de veldslag ternauwernood door de Fransen werd gewonnen, presenteerde Napoleon de slag als een glorieuze overwinning die de oorlog in het voordeel van Frankrijk besliste. In werkelijkheid was het generaal Moreau die met de Slag bij Hohenlinden op 3 december 1800 de doorslaggevende overwinning op Oostenrijk behaalde.
 
Bron: nl.wikipedia.org
Louis-Francois Lejeune
Louis-François Lejeune 1801
de Slag bij Marengo op 14 juni 1800
The German campaign of 1806 brought Louis-François Lejeune to Munich, where he visited the workshop of Alois Senefelder, the inventor of lithography. Lejeune was fascinated by the possibilities of the new method and whilst there he made the drawing on stone of his famous Cossack (printed by C. and ~f. Senefelder, 1806). Whilst he was taking his dinner, and with his horses harnessed and waiting to take him back to Paris, one hundred proofs were printed, one of which he subsequently submitted to Napoleon. The introduction of lithography into France was greatly due to the efforts of Lejeune.
 
Bron: nl.wikipedia.org
Denis Auguste Marie Raffet
Denis Auguste Marie Raffet
lithografie van Italiaanse soldaten

Denis Auguste Marie Raffet (1804-1860) maakte dankbaar gebruik van de lithografie die door Lejeune in Frankrijk was geïntroduceerd. Tijdens de Restauratie werd hij vooral bekend met zijn litho’s over de Napoleontische veldtochten voor verschillende boeken waaronder de Histoires van Adolphe Thiers.

Key Painting First Empire [ napoleon.org ] | histoire-image.org

zondag 30 januari 2011
oudtestamentische wreedheid
gezien op RTL 7 : Cape Fear (1991) van Martin Scorcese

Cape Fear filmposter 1962Twintig jaar geleden maakte Martin Scorcese een remake van de thriller Cape Fear uit 1962. De twee hoofdrolspelers van toen, Robert Mitchum en Gregory Peck, kregen in deze remake allebei een kleine rol. De originele filmscore van Bernard Herrmann werd door Elmer Bernstein opnieuw georchestreerd. Voor mij was dat laatste een reden om naar deze remake te kijken, want ik ben een liefhebber van Herrmann’s filmmuziek. Bovendien zijn er nog fragmenten toegevoegd uit de score die Herrmann schreef voor de Hitchcockfilm Torn Curtain (1966). Deze werd door de master of suspense geweigerd waardoor in 1966 een abrupt einde kwam aan hun unieke samenwerking. Tot aan Herrmann’s dood op 24 december 1975 zouden ze geen contact meer hebben. Hitchcock overleed zelf op 29 april 1980.

Scorcese pakte voor deze thriller een hele trukendoos uit, waarbij de geest van Hitchcock duidelijk aanwezig is. Emoties worden ingekleurd met visuele effecten die rond 1960 in de mode waren. Zo zijn negatiefbeelden gebruikt om angst en waanzin te verbeelden. Een rood filter stuurt onze staat van bewustzijn richting nachtmerrie, aangevuld met de muzikale adrenaline van Herrmann.

You’re scared. But that’s Ok.
I want you to savor that fear.
The south was born in fear.
Fear of the Indian, fear of the slave, fear of the damn Union.
The south has a fine tradition
of savoring fear.

Claude Kersek (in Cape Fear)

Vooral in de combinatie van excessief geweld met verwijzingen naar Bijbelteksten, moet deze remake van Scorcese een bron van inspiratie zijn geweest voor Quentin Tarantino die twee jaar later met Pulp Fiction de intelligent gemaakte ranzige B-film zowel bij het grote als bij het elitaire publiek tot A-film zou weten te verheffen. Ook al kijk ik helemaal niet graag naar Oudtestamentische wreedheid, de score van Bernard Herrmann, de cinematografie van Freddie Francis en het perfectionisme van Martin Scorcese transformeren de pulp tot een briljant gestyleerde thriller.

Cape Fear
de reflecties van het bord Cape Fear in het water zijn niet in spiegelbeeld en roepen daardoor een nachtmerrieachtige sfeer op.
De regisseur blaast de conventies van de B-film op tot het weer kunst wordt, en zag hier duidelijk gelegenheden om een aantal nieuwe visuele trucs uit te proberen – het gebruik van een negatief-effect, bijvoorbeeld, en het invoegen van shots zoals een reflectie in water die géén spiegelbeeld-weerspiegeling geeft. Ondersteund door een score die bijna rechtstreeks uit de originele film afkomstig is, weet Scorsese hier een bombastisch, intelligent spektakel op te bouwen.
 
Bron: digg.be

Cape Fear [ imdb.com ]

zaterdag 29 januari 2011
Napoleon en zijn schilders [ 6 ]
Anne-Louis Girodet de Roussy-Trioson (1767-1824)
 

Weinig historische figuren zijn zo vaak geschilderd als Napoleon Bonaparte. Niet alleen tijdens zijn bewind maar ook tijdens de Restauratie bleven schilders historische gebeurtenissen vastleggen met Napoleon in het centrum van de aandacht. Tijdens de dictatuur en het Franse keizerrijk (1799-1814) was de ‘fotorealistische’ classicistische stijl de officiële stijl.

Girodet
Anne-Louis Girodet de Roussy-Trioson
Napoleon ontvangt de sleutel van de stad Wenen bij Schloss Schonbrunn op 13 november 1805
Napoleon receives the keys of Vienna, Schloss Schonbrunn, 13th November 1805. Vienna fell to the French during the War of the Third Coalition. Less than three weeks later the war ended after Napoleon decisively defeated the combined armies of Russia and Austria at the Battle of Austerlitz.
 
Bron: heritage-images.com
Girodet
detail van bovenstaande schilderij

Key Painting First Empire [ napoleon.org ] | histoire-image.org

vrijdag 28 januari 2011
Napoleon en zijn schilders [ 5 ]
François Gérard (1770-1837)
 

Weinig historische figuren zijn zo vaak geschilderd als Napoleon Bonaparte. Niet alleen tijdens zijn bewind maar ook tijdens de Restauratie bleven schilders historische gebeurtenissen vastleggen met Napoleon in het centrum van de aandacht. Tijdens de dictatuur en het Franse keizerrijk (1799-1814) was de ‘fotorealistische’ classicistische stijl de officiële stijl.

François Gérard
François Gérard
tweemaal Napoleon ten voeten uit

staatsieportretten van Napoleon door Ingres, Lefevre en Gérard

donderdag 27 januari 2011
Napoleon en zijn schilders [ 4 ]
Claude Gautherot (1769-1825)
 

Weinig historische figuren zijn zo vaak geschilderd als Napoleon Bonaparte. Niet alleen tijdens zijn bewind maar ook tijdens de Restauratie bleven schilders historische gebeurtenissen vastleggen met Napoleon in het centrum van de aandacht. Tijdens de dictatuur en het Franse keizerrijk (1799-1814) was de ‘fotorealistische’ classicistische stijl de officiële stijl.

Gautherot
Claude Gautherot 1808
toespraak van Napoleon voor de aanval op Augsburg op 12 oktober 1805

Dictators houden van de gepolijste en realistische weergave omdat deze net als een foto brandschoon en puntgaaf de Enige Werkelijkheid pretendeert weer te geven. In de tijd van Napoleon werden overigens al primitieve foto’s gemaakt. Thomas Wedgwood slaagde hier in 1802 als eerst in, maar hij had nog geen fixeermiddel en zijn ‘foto’s’ konden alleen in een donkere kamer bij kaarslicht worden bekeken. Pas in 1839 zou Sir John Herschel natriumthiosulfaat gebruiken voor het fixeren van foto’s. Maar tot ver in de negentiende eeuw zouden historische gebeurtenissen nog geschilderd moeten worden. Schilders manipuleerden tegen forse betaling de geschiedenis from scratch. Manipulatie van de zichtbare werkelijkheid noemen we in de 21e eeuw photoshoppen. Vóór de fotografie was dus álles ‘gephotoshopt’!

Gautherot
detail

Key Painting First Empire [ napoleon.org ] | histoire-image.org

woensdag 26 januari 2011
Napoleon en zijn schilders [ 3 ]
Paul Delaroche (1797-1856)
 

Weinig historische figuren zijn zo vaak geschilderd als Napoleon Bonaparte. Niet alleen tijdens zijn bewind maar ook tijdens de Restauratie bleven schilders historische gebeurtenissen vastleggen met Napoleon in het centrum van de aandacht. Tijdens de dictatuur en het Franse keizerrijk (1799-1814) was de ‘fotorealistische’ classicistische stijl de officiële stijl.

Delaroche
Paul Delaroche 1850
Napoleon trekt over de Alpen
Arthur George, Third Earl of Onslow, who had a large Napoleonic collection, was visiting the Louvre with Paul Delaroche in 1848 and commented on the implausibility and theatricality of David’s painting. He commissioned Delaroche to produce a more accurate version which featured Napoleon on a mule. While Delaroche’s painting is more realistic than the symbolic heroic representation of David, it was not meant to be demeaning - Delaroche admired Bonaparte and thought that the achievement was not diminished by depicting it in a realistic fashion.
 
Bron: en.wikipedia.org
Delaroche
Napoleon trekt over de Alpen (detail)

l’ Histoire par l’ Image [ histoire-image.org ]

dinsdag 25 januari 2011
in communio
gisterenavond bij Tegenlicht: De wereld na Wikileaks

In het laatste deel van een tweeluik over Wikileaks had de jonge filosoof en hoofdredacteur van nrc.next Rob Wijnberg gesprekken met drie kenners: de Engelse arts en conservatieve denker Theodore Dalrymple, de Canadese mediasocioloog Derrick de Kerckhove en de Amerikaanse technologiegoeroe Kevin Kelly. Hoe ziet volgens hen de wereld na Wikileaks eruit?

Theodore DalrympleIn het artikel What’s Really Wrong with WikiLeaks - The dissolution of privacy is a fundamental aim of totalitarianism op de website city-journal.org meent Theodore Dalrymple dat Wikileaks op den duur leidt tot een dictatuur van geveinsde deugdzaamheid. Volgens Dalrymple hebben we juist geheimen nodig om eerlijk tegenover elkaar te kunnen zijn.

In effect, WikiLeaks has assumed the role of censor to the world, a role that requires an astonishing moral grandiosity and arrogance to have assumed.

Theodore Dalrymple

Derrick de KerckhoveWanneer Derrick de Kerckhove de stelling van Dalrympe krijgt voorgelegd (”Wikileaks presenteert zich als het morele gezag in de wereld."), begin hij hard te lachen. “It’s show man! it’s all public show.” Hij vergelijkt het zelfs met de klassieke satires uit de oudheid. “Het is niet moralistisch, het is satirisch.” Jammer dat de interviewer hem op dat moment niet confronteerde met de Collatoral Murder video, waarin Wikileaks zich wel degelijk opwerpt als morele politieagent. Als beheerder van het erfgoed van Marshall MacLuhan is De Kerckhove een veel gevraagd spreker. Onlangs noemde hij Julian Assange in een interview met Eugenio Occorioso in La Repubblica nog een kunstenaar. The medium is the massage

Het is een baanbrekende moment in de overgang naar democratie, transparantie.
Assange is een kunstenaar.

Derrick de Kerckhove

Kevin KellyDe Amerikaanse technologiegoeroe Kevin Kelly is ervan overtuigd dat we op de drempel staan naar een nieuw zelfbewustzijn. Evenals Derrick de Kerckhove is hij bereid om onze idee van de privépersoon los te laten. Is dat niet uitvinding uit de Verlichting, toen de mens zijn individualiteit ontdekte en van het genot proefde een ik te zijn. Maar op het internet waar iedereen met iedereen kan communiceren, is het volgens Kellyde vraag geworden waar het ik ophoudt en waar de ander begint.

We hebben nu een uitvinding die de keuzevrijheid geeft om geheimen wel of niet te publiceren en dat is een klein goed waardoor de balans positief doorslaat.

Kevin Kelly

Het was een boeiende aflevering van Tegenlicht, maar door de samenwerking met nrc.next was de insteek vooral journalistiek. De stellingen van Dalrymple, De Kerckhove en Kelly riepen bij mij vragen op die helemaal niet aan bod kwamen. Kevin Kelly die diep inging op de gevolgen van de sociale media op ons zelfbewustzijn, gebruikte het woord ‘individu’ en ‘persoon’ dwars door elkaar. Terwijl zijn toverwoorden ’sharing’ en ‘connected’ waren, gebruikte hij telkens het woord individu, dat juist ‘ondeelbaar’ betekent. Essentieel voor het menselijk zelfbewustzijn is dat het zich kan mede-delen en daarin ligt de openheid en mogelijkheid tot communio met het andere. Hij is in de eerste plaats persoon en heeft een diep verlangen te communiceren, te delen met anderen, maar ook behoefte aan intimiteit, om het geheim van zijn leven te delen met zijn geliefde. In zijn persoon-zijn ligt ook zijn geluk, want een mens die niet kan of wil delen, is een eenzaam individuum.

Deze spirituele dimensie kwam in de hele uitzending niet aan bod en dat is wel jammer. Interviewer Rob Wijnberg heeft met zijn boek Boeiuh! juist een hartstochtelijk pleidooi geschreven om het hart meer te laten spreken in een wereld waarin vooral de jeugd wordt platgeslagen door een overload aan informatie. Veel jonge mensen zijn hun innerlijke oriëntatie kwijtgeraakt. Gisterenavond was de filosoof Wijnberg wel erg journalistiek bezig, maar dat kwam vooral doordat Tegenlicht en NRC zich concentreerden op informatie en kennis, en dus op de macht in de wereld. De wijsheid waarvan gezegd wordt dat ze in het hart woont, bleef buiten beeld. Journalisten proberen informatie te filteren en het gat tussen de burger en de overheid te verkleinen. Een rechtvaardige verdeling van informatie (dus transparantie) is de heilige graal van de vrije pers. Maar omdat de journalist handelt in informatie, blijft hij tot op zekere hoogte zelf ook weer binnen een machtsspel gevangen. Elke hoofdredacteur heeft graag zijn scoop. De jacht op de cables van Wikileaks haalde niet het mooiste naar boven bij de rivaliserende NRC en NOS. Waar kennis is, is macht. Ook al duurt een kennismonopolie volgens Kevin Kelly steeds korter, een klein tijdsverschil maakt uit wie de macht en de scoop heeft.

Wijsheid dient het algemene belang en vraagt vaak om persoonlijke offers. Misschien is ze daarom minder geliefd dan informatie en kennis. Eén ding is zeker: Er is een overvloed aan informatie en een tekort aan wijsheid.

Tegenlicht | De wereld na Wikileaks door Rob Wijnberg in NRC.next
Nederlandse vertaling van Dalrymples artikel in de Volkskrant

Napoleon en zijn schilders [ 2 ]
Auguste Couder (1790-1873)
 

Weinig historische figuren zijn zo vaak geschilderd als Napoleon Bonaparte. Niet alleen tijdens zijn bewind maar ook tijdens de Restauratie bleven schilders historische gebeurtenissen vastleggen met Napoleon in het centrum van de aandacht. Tijdens de dictatuur en het Franse keizerrijk (1799-1814) was de ‘fotorealistische’ classicistische stijl de officiële stijl.

Couder
Auguste Couder 1833
Napoleon bij de trap van Percier en Fontaine in het Louvre
The architects Percier and Fontaine originally built the large staircase at the entrance to the museum (between 1809 and 1812). It has since been replaced by the Escalier Daru, which has provided access to the rooms housing the painting collections (Salon Carré and Grande Galerie). The Salles Percier et Fontaine, which constitute the former museum vestibule, are all that remain of the magnificent original decoration commissioned by Napoleon, with marble columns, sculpted ceilings decorated with allegorical paintings and trompe l’oeil bas-reliefs. Today they house frescoes marking the beginning of the presentation of Italian paintings. The windows on the right look out over the whole Cour du Sphinx.
 
Bron: louvre.fr
Couder
Napoleon in het Louvre (detail)

l’ Histoire par l’ Image [ histoire-image.org ]

maandag 24 januari 2011
Napoleon en zijn schilders [ 1 ]
Jacques Louis David (1748-1825) Paul DelaRoche (1797-1856)
François Bouchot (1800-1842) en Auguste Couder (1790-1873)
 

Weinig historische figuren zijn zo vaak geschilderd als Napoleon Bonaparte. Niet alleen tijdens zijn bewind maar ook tijdens de Restauratie bleven schilders historische gebeurtenissen vastleggen met Napoleon in het centrum van de aandacht. Tijdens de dictatuur en het Franse keizerrijk (1799-1814) was de ‘fotorealistische’ classicistische stijl de officiële stijl.

Photoshoppen was nog niet nodig; schilders manipuleerden tegen forse betaling en voor hun persoonlijke roem de geschiedenis from scratch. Anders was het nooit geweest. In 1802 lukt het Thomas Wedgwood al een primitieve foto te maken maar hij beschikte nog niet over een fixeermiddel. Het zou nog bijna vier decennia duren voordat Sir John Herschel negatieven kon fixeren. De ‘foto’s’ van Wedgwood konden alleen in een donkere kamer bij kaarslicht worden bekeken en zijn verloren gegaan. Tot ver in de negentiende eeuw zouden historische gebeurtenissen nog geschilderd moeten worden.

De schilderkunst had in de eerste helft van de negentiende eeuw een sterk objectiverende tendens. Dictators als Napoleon hielden hiervan omdat een gepolijst ‘fotorealistische’ voorstelling de Enige Werkelijkheid pretendeert weer te geven. Jacques Louis David werd tijdens het keizerrijk Napoleon’s hofschilder zoals Hyacinthe Rigaud dat geweest was voor Lodewijk XIV. In 1816 moest David daarom in ballingschap naar Brussel verhuizen.

Napoleon trekt over de Alpen
David (1801) en DelaRoche (1850)
Napoleon trekt over de Sint Gotthard
Een beeld zegt meer dan duizend woorden …

Tijdens de Restauratie werd het beeld dat schilders van Napoleon hadden gegeven gecorrigeerd. Een bekende correctie van de historische feiten is het schilderij van Paul Delaroche uit 1850 dat David’s heroïsche voorstelling van Napoleon uit 1801 corrigeert. In werkelijkheid was Napoleon niet op een steigerend wit paard maar op een ezeltje de Sint Gotthard overgestoken. Een beeld zegt nog altijd meer dan duizend woorden. Tegenwoordig heeft de fotojournalistiek de plaats van de historieschilderkunst overgenomen.

François  Bouchot
François Bouchot 1840
Staatsgreep van 18 Brumaire

Een ander schilderij dat een historische gebeurtenis weergeeft maar veel later geschilderd is, is van François Bouchot. We zien hier Napoleon’s Staatsgreep van 18 Brumaire (9 november 1799). Terug van zijn veldtocht in Egypte stapt de zelfverzekerde en brutale generaal de Raad van Vijfhonderd binnen die onder arrest komt van zijn grenadiers. De afgevaardigden zijn woedend en enkelen proberen door de ramen te ontvluchten.

François  Bouchot
Staatsgreep van 18 Brumaire (detail)
François  Bouchot
Staatsgreep van 18 Brumaire (detail)

Na de Staatsgreep van 18 Brumaire wordt er voor de vierde keer sinds 1789 aan een nieuwe grondwet gewerkt. Deze rechtvaardigt de staatsgreep en stelt Napoleon aan als eerste consul. Op eerste kerstdag (!) 1799 wordt de geboorte van de nieuwe Grondwet bekend gemaakt. Een week voor het begin van de negentiende eeuw heeft het Franse volk zijn dictator gekregen. In 1802 zal Napoleon zichzelf uitroepen tot consul voor het leven.

Couder
Auguste Couder
de invoering van de Conseil d’État met Napoleon als eerste consul in het Palais du Petit-Luxembourg op 25 december 1799
Tijdens de staatsgreep van 18 Brumaire door Napoleon Bonaparte in 1799 verhuisde de Raad van Vijfhonderd tijdelijk van Parijs naar Château de Saint-Cloud, ten westen van de hoofdstad. Toen Bonaparte verscheen in de Oranjerie van het Château waar de Raad van Vijfhonderd in sessie was, werd hij aangevallen door woedende parlementsleden, en alleen door ingrijpen van zijn lijfwachten lukte het hem te ontsnappen. Napoleons broer Lucien Bonaparte, destijds voorzitter van de Raad, glipte de zaal uit en meldde aan de troepen die buiten stonden dat de Raad bedreigd werd door een groep met dolken gewapende afgevaardigden. Hierop marcheerden de troepen de Oranjerie in en ontruimden de zaal.Na de staatsgreep drukte Napoleon een nieuwe grondwet door, de Grondwet van het Jaar VIII (aangenomen op 24 december 1799), waarbij het Directoire vervangen werd door een nieuw regeringssysteem, het Consulaat, met Napoleon als Eerste Consul. De Raad van Vijfhonderd en de Raad der Ouden werden vervangen door een nieuw vierkamerig parlement.
 
Bron: nl.wikipedia.org

l’ Histoire par l’ Image [ histoire-image.org ]

zondag 23 januari 2011
Napoleon in Nederland
binnenkort verschijnt het tijdschrift Napoleon in Nederland 1811-2011

Napoleon in NederlandOmdat het in oktober precies tweehonderd jaar geleden is dat Napoleon een bezoek aan Nederland bracht, geeft thematijdschriften.nl dit jaar zes tijdschriften uit over Napoleon. Daarin staat telkens een bepaalde regio in Nederland centraal. Ook is het dit jaar tweehonderd jaar geleden dat Napoleon in ons land de burgerlijke stand invoerde. Iedereen die aan stamboomonderzoek doet, zal hem hiervoor dankbaar zijn, want het volgen van het voorgeslacht vóór 1811 is vaak een ondoenlijk karwei. Terwijl Napoleon’s leven van dag tot dag gedocumenteerd is, is er heel weinig bekend over de tijd dat hij in ons land verbleef. De kleine dictator reisde van Zeeland naar Texel, van de kust in het westen tot aan de grens met Duitsland in het oosten. Twee weken logeerde hij met zijn nieuwe vrouw Marie Louise, de dochter van keizer Franz I van Oostenrijk in het paleis op de Dam. Napoleon in Nederland 1811-2011 is een combinatie van een historisch tijdschrift en een reisgids. Met het tijdschrift in de hand kunnen de voetstappen die Napoleon in ons land zette worden nagevolgd.

Napoleon
de zes tweemaandelijkse tijdschriften
die komend jaar zullen verschijnen

thematijdschriften.nl

zaterdag 22 januari 2011
er was eens … [ 5 ]
Harry Clarke (1889-1931) uit Ierland
 

De periode 1870-1930 wordt wel eens The Golden Age of Illustration genoemd. Door het populaire Edwardian Gift Book was het geïllustreerde sprookjesboek in Engeland tot een uitzonderlijk hoog niveau gekomen. De meeste tekenaars die zo’n honderd jaar geleden actief waren, stonden onder invloed van het symbolisme en Jugendstil met zijn geaccentueerde lijnenspel. In deze serie vijf van deze illustratoren uit vijf verschillende landen die in hun unieke beeldtaal bekende sprookjes en sagen visualiseerden: Kay Nielsen, Edmund Dulac, Arthur Rackham, Ivan Bilibin en Harry Clarke.

By his late teens Harry Clarke was studying stained glass at the Dublin Art School. While there his The Consecration of St. Mel, Bishop of Longford, by St. Patrick won the gold medal for stained glass work in the 1910 Board of Education National Competition. Completing his education in his main field, Clarke travelled to London, where he sought employment as a book illustrator. Picked up by London publisher Harrap, he started with two commissions which were never completed: Samuel Taylor Coleridge’s The Rime of the Ancient Mariner (his work on which was destroyed during the 1916 Easter Rising) and an illustrated edition of Alexander Pope’s The Rape of the Lock. Difficulties with these projects made Hans Christian Andersen’s Fairy Tales by Hans Christian Andersen his first printed work, however, in 1916—a title that included 16 colour plates and more than 24 monotone illustrations. This was closely followed by an illustrations for an edition of Edgar Allan Poe’s Tales of Mystery and Imagination: the first version of that title was restricted to monotone illustrations, while a second iteration with 8 colour plates and more than 24 monotone images was published in 1923. The latter of these made his reputation as a book illustrator (this was during the golden age of gift-book illustration in the first quarter of the twentieth century: Clarke’s work can be compared to that of Aubrey Beardsley, Kay Nielsen, and Edmund Dulac). His work was influenced by both the passing Art Nouveau and coming Art Deco movements. His stained glass was particularly informed by the French Symbolist movement.
 
Bron: en.wikipedia.org
Harry Clarke
illustratie van Harry Clarke

Harry Clarke’s geillustreerde boeken (1916-1928)

The Rime of the Ancient Mariner van Samuel Taylor Coleridge (onvoltooid)
The Rape of the Lock van Alexander Pope (onvoltooid)
Sprookjes van Hans Christian Andersen (16 afbeeldingen in kleur en 24 in monotoon) (1916)
Tales of Mystery and Imagination van Edgar Allan Poe (1923)
The Years at the Spring (1920) (12 afbeeldingen in kleur)
Sprookjes van Charles Perrault
Faust van Goethe (1925) (8 afbeeldingen en kleur en 70 in mono- en duotoon)
A History of a Great House van Jameson Irish Whiskey (1924)
Elixir of Life van Geofrey Warren (1925)
Selected Poems van Algernon Charles Swinburne (1928)

Harry Clarke [ surlalunefairytales.com] | Harry Clarke Gallery | artpassions.net

vrijdag 21 januari 2011
er was eens … [ 4 ]
Ivan Bilibin (1876-1942) uit Rusland
 

De periode 1870-1930 wordt wel eens The Golden Age of Illustration genoemd. Door het populaire Edwardian Gift Book was het geïllustreerde sprookjesboek in Engeland tot een uitzonderlijk hoog niveau gekomen. De meeste tekenaars die zo’n honderd jaar geleden actief waren, stonden onder invloed van het symbolisme en Jugendstil met zijn geaccentueerde lijnenspel. In deze serie vijf van deze illustratoren uit vijf verschillende landen die in hun unieke beeldtaal bekende sprookjes en sagen visualiseerden: Kay Nielsen, Edmund Dulac, Arthur Rackham, Ivan Bilibin en Harry Clarke.

Ivan Bilibin
illustratie van Ivan Bilibin
Ivan Yakovlevich Bilibin was a 20th-century illustrator and stage designer who took part in the Mir iskusstva and contributed to the Ballets Russes. Throughout his career, he was inspired by Slavic folklore. Ivan Bilibin was born in a suburb of St. Petersburg. He studied in 1898 at Anton Ažbe Art School in Munich, then under Ilya Repin in St. Peterburg. In 1902-1904 Bilibin travelled in the Russian North, where he became fascinated with old wooden architecture and Russian folklore. He published his findings in the monograph Folk Arts of the Russian North in 1904. Another influence on his art was traditional Japanese prints. Bilibin gained renown in 1899, when he released his illustrations of Russian fairy tales. During the Russian Revolution of 1905, he drew revolutionary cartoons. He was the designer for the 1909 première production of Nikolai Rimsky-Korsakov’s The Golden Cockerel. The October Revolution, however, proved alien to him. After brief stints in Cairo and Alexandria, he settled in Paris in 1925. There he took to decorating private mansions and Orthodox churches. He still longed for his homeland and, after decorating the Soviet Embassy in 1936, he returned to Soviet Russia. He delivered lectures in the Soviet Academy of Arts until 1941. Bilibin died during the Siege of Leningrad.
 
Bron: en.wikipedia.org


Ivan Bilibin [ surlalunefairytales.com ]
| artpassions.net

donderdag 20 januari 2011
Jezus & Mohammed
De Washington Post weigerde artikel van Willis E. Elliott

Willis E. Elliot“Rel in VS over artikel islam” kopt het Nederlands Dagblad vandaag op de voorpagina. Verderop in de krant is een Nederlandse vertaling te lezen van het artikel van de baptistenpredikant Willis E. Elliott dat door de Washington Post geweigerd is. Amerikaanse websites, waaronder pajamasmedia.com, die voor de vrijheid van meningsuiting willen opkomen, hebben het artikel van Elliott daarna integraal geplaatst.

Omdat Jezus een mislukkeling was en Mohammed juist succes had, leerden christenen vanaf het begin wat het is om een religieuze minderheid te zijn en overleefde Jezus’ falen alleen vanwege het feit dat Hij niet dood bleef.

Willis E. Elliott

Blasphemy (irreverent speech or action against a deity or religious person/belief/object) is currently in the news only when Muslims become violent, or threaten violence, when they feel offended: when we Christians feel offended, almost never do we become violent, and almost always we suffer the disrespect in silence. In the New Testament (and other early Christian literature), much is said about nonviolence, never is violence commanded or even suggested; it is forbidden. Not so, early Muslim literature. The contrast is to be expected: Jesus was anti-violent, Muhammad was violent (a military leader as well as a religious leader).
 
Bron: pajamasmedia.com

The True Islamophobia at the Washington Post | Nederlands Dagblad
Willis E. Elliott On Faith [ Washington Post ]

woensdag 19 januari 2011
een werkelijkheid die niet deert
gezien op DVD: Les vacances de monsieur Hulot (1953)

Monsieur HulotLes vacances de monsieur Hulot is een sfeervolle en poëtische aaneenschakeling van visuele grappen. De film klopt aan alle kanten. De zwierige open typografie van de openingsgeneriek en het lichtvoetige Quel Temps Fait-Il A Paris van Alain Romans passen perfect bij het verpozen, flaneren en uitwaaien aan zee. Waar kende ik deze sfeer ook alweer van? Bert Haanstra, inderdaad. Hij kende Tati persoonlijk. In Alleman (1963) is soms de invloed van Les vacances de monsieur Hulot te herkennen. Beide regisseurs observeren het alledaagse leven met een nadruk op spontaan geestige momenten.

Les vacances de  Monsieur Hulot
de zwierige open typografie past perfect bij het verpozen, flaneren en uitwaaien aan zee

Jacques Tati was op zijn beurt weer beïnvloed door de stomme film. Zelf was hij altijd variété artiest geweest totdat hij vlak na zijn veertigste zijn eerste lange film Jour de fête (1949) maakte. De grote komieken van de stomme film waren hun carrière vaak ook begonnen in het variététheater. Daarin hadden ze geleerd hoe je zonder woorden met mime een verhaal kon vertellen, meestal door het aaneenrijgen van visuele grappen. Deze manier van vertellen was geknipt voor de slapstickcomedy waarbij een ‘uitvergroot’ geluid het visuele effect versterkt.

Door de overdrijving ontstaat een aanstekelijk soort werkelijkheid, een werkelijkheid waarbij iemand een zwart gezicht krijgt als er een zwarte bol ontploft, een werkelijkheid die niet deert.

Net als in de burleske of het stripverhaal is deze manier van vertellen gebaseerd op overdrijving. Je ziet die overdrijving vooral in de gebaren, mimiek en de bewegingen van de hoofdfiguur. Zijn wereld is de wereld van de komische stripfiguur. Als de deur naar het strand opengaat, waait gelijk alles maar dan ook alles van tafel. Als een auto remt, vliegen de achterbanden bijna de lucht in. Als iemand boos is, schudt hij uitdrukkelijk vele malen met zijn vuist. Door de overdrijving ontstaat een aanstekelijk soort werkelijkheid, een werkelijkheid waarbij iemand een zwart gezicht krijgt als er een zwarte bol ontploft, een werkelijkheid die niet deert. Het is ook een werkelijkheid van gelegitimeerd leedvermaak waarbij we mogen lachen als iemand op zijn neus valt.

Quel Temps Fait-Il A Paris
van Alain Romans

Tati, een kwestie van kijkenVorige week kocht ik het boek Jacques Tati. Een kwestie van kijken (2010) van Ann Meskens en ben dat nu aan het lezen. Al eerder, in 2003 publiceerde zij het essay Les vacances de monsieur Hulot, of het verlangen naar vrije tijd dat voor het boek bewerkt werd.

In Les vacances de monsieur Hulot speelt Tati voor het eerst het personage van Monsieur Hulot: een lange slungelige man, excentriek maar goedbedoelend, met een pijp, paraplu, flaphoedje, vlinderdas en te korte broek. Hulot is een ouderwetse man die niets begrijpt van de wereld om zich heen. Hij bedoelt alles goed, maar door zijn onhandigheid stuurt hij alles in de war. Tati zou monsieur Hulot in al zijn latere films spelen en Hulot zou uitgroeien tot een van de grootste iconen uit de komische cinema. In Les vacances de Monsieur Hulot gaat Hulot op vakantie naar een luxe vakantieoord aan zee. Binnen de kortste keren wordt het hele hotel op stelten gezet. Met deze komedie wilde Tati kritiek leveren op de decadentie van de bourgeoisie. Het hele hotel is daarom bevolkt met kakkerige, rijke mensen, die voortdurend het slachtoffer worden van stuntelpartijen van Hulot. De film groeide uit tot Tati’s meest succesvolle en meest geprezen film. Tal van scènes - de tennispartij, de kano die in een krokodil verandert en het diner in het hotel - werden legendarisch. De film is op prachtige locaties in het Franse Saint-Marc-sur-Mer (Loire-Atlantique) opgenomen en heeft een glossy ansichtkaartachtige zwart-witfotografie. De jazzsaxofoonmuziek van de film is van Alain Romans en werd wereldberoemd. In deze film gaat Tati met zijn maatschappijkritiek en filmstijl al een hele stap verder dan in zijn vorige films. Tati laat duidelijk een fascinatie zien voor mensenmassa’s, de dialogen worden minder, het verhaal abstracter, de geluidseffecten prominenter en de close-ups zijn al verdwenen. Door het minimum aan dialoog moet de film het hebben van situaties en mimiek, waardoor de prent een beetje Engels aandoet.
 
Bron: nl.wikipedia.org

tativille.com

dinsdag 18 januari 2011
Sjors van de rebellenclub
gisteren gezien bij Tegenlicht: De WikiLeaks Code

Truth will out“Het is net als in 1984 van George Orwell. De vijand is onder ons, maar je ziet hem niet en hij mag niet worden genoemd. Het is een heel gevaarlijke sfeer.” aldus Jón Thórisson in de reportage De Wikileaks Code maandagavond in Tegenlicht. Activisten en rebellen die instituties bevechten, krijgen na verloop van tijd vaak last van paranoia. Ze gaan dingen zien op basis van een bepaald scenario. Hun strijd van het vrije individu tegen de kwade institutie wordt een mythische strijd tussen licht en duisternis. Maar de werkelijkheid is altijd complexer. Jón Thórisson formuleerde het zo: “Ons enige wapen, als je het zo mag noemen, tegen onze politici, is dat we druk blijven uitoefenen zodat ze zich correct gedragen. En daglicht is het beste middel. Zonlicht.”

Ons enige wapen, als je het zo mag noemen, tegen onze politici, is dat we druk blijven uitoefenen zodat ze zich correct gedragen.
En daglicht is het beste middel. Zonlicht.

Jón Thórisson in Tegenlicht

De enorme aandacht voor Julian Assange in de media droeg bij tot een verwijdering tussen Assange en zijn vrienden van Wikileaks in IJsland. De activiste en het IJslandse parlementslid Birgitta Jónsdóttir, die hem assisteerde tijdens de voorbereidingen van Collateral Murder, vindt dat alle roem hem erg veranderd heeft. Volgens haar is op hem het verhaal van Icarus van toepassing. Assange heeft teveel wind van de media onder zijn vleugels gekregen. Als vijand van het machtigste land ter wereld en met alle schijnwerpers op hem gericht, komt hij ongenaakbaar over. Op een persconferentie vorige maand in Londen zie je hem ten overstaan van de internationale pers, omringd met bewonderende blikken in het geflits van honderden camera’s. Assange is een celebrity geworden. Maar Julian Assange is niet Wikileaks. Volgens Jón Thórisson is Wikileaks een idee dat zich wereldwijd moet verspreiden. Er mogen wat hem betreft ook andere Wikileaks bijkomen. De IJslandse afscheiding Openleaks is er al.

Julian’s gedachte was: zodra er een enorm gat ontstaat tussen wat er werkelijk gebeurt in de wereld en wat de mensen weten .. en niemand in dat gat springt om eens even uit te zoeken hoe een verhaal echt is, dan ontstaat er een situatie waarbij burgers hun regeringen niet meer kunnen corrigeren, waarbij verkiezingen niet meer dienen om de juiste politici aan de macht brengen, waarbij het alleen maar om lege soundbites en spin gaat en dat is een ongewenste situatie”
Rop Gonggrijp (internetactivist) in Tegenlicht

Volgende week maandag in het tweede en laatste deel van De WikiLeaks Code in Tegenlicht: interviews met Derrick de Kerckhove, Kevin Kelly en Theodore Dalrymple.

Hans Laroes hoofdredacteur van het NOS-journaal kreeg vorige week in Engeland persoonlijk van Julian Assange een USB-stick met daarop duizenden cables, ambtelijke berichten van de Amerikaanse ambassade in Den Haag over de Nederlands-Amerikaanse betrekkingen. Het afgelopen weekend werd er op de redactie druk gelezen en maandag bracht het NOS-journaal alvast wat naar buiten. Op de website worden de cables publiek gemaakt. Verslaggever Eelco Bosch van Rosenthal schreef zaterdag op zijn Weblog Washington een stukje over de race om de cables van Wikileaks. Minister van Buitenlandse zaken Rosenthal vindt dat de onthullingen door WikiLeaks schadelijk zijn voor het werk van diplomaten.

No secrets [ newyorker.com ] | Slavoj Žižek: Good manners in the age of Wikileaks | Wikileaks interactive timeline [ latimes.com ]

maandag 17 januari 2011
zonsondergang
zondagmiddag gezien op Een: Sunset Boulevard (1950)

Sunset Blvd.Het Belgische televisiekanaal Een heeft de goede gewoonte om op zondagmiddag een klassieker in zwartwit uit de periode 1940-1960 uit te zenden. Gisteren keek ik naar Sunset Boulevard (1950). Ook al zijn de meeste films van Billy Wilder inmiddels meer dan een halve eeuw oud, je komt ze op televisie gelukkig nog steeds tegen. Zo was vorige maand Some like it hot (1959) nog te zien. Voor beide films werd Wilder genomineerd voor twee oscars (beste regie en beste scenario en filmscript). Hopelijk worden Double Indemnity (1944), The Lost Weekend (1945) en The Appartment (1960) ook nog eens op Een vertoond. Ook voor deze drie films werd Billy Wilder voor de twee eerdergenoemde oscars genomineerd. Met in totaal acht oscarnominaties (waaronder twee gewonnen) is Wilder een van de weinige regisseurs die ooit zoveel bereikt heeft. Alfred Hitchcock, Stanley Kubrick, Sidney Lumet, Federico Fellini en Peter Weir kregen bijvoorbeeld ieder hooguit vijf nominaties maar wonnen nooit een oscar.

Wie de Academy Award maar een verwerpelijk symbool van Hollywood vindt, zal Sunset Boulevard wel kunnen waarderen, want deze film noir laat Hollywood zien als een fabriek met mensen als grondstof. In de schaduw van het circus dat Paramount heet, speelt Gloria Swanson de verbleekte ster Norma Desmond die in de pionierstijd van Hollywood haar gloriedagen had, maar nu verpietert in een imposant Hollywoodpaleis aan de Sunset Boulevard, samen met haar butler (Erich von Stroheim) terwijl ze zich vastklampt aan haar droom om nog eens als Salomé voor de camera’s te schitteren in een productie van Cecile B. DeMille. Ze wil niet inzien dat haar tijd voorbij is en nooit meer terugkomt en sneert naar het moderne Hollywood van de late jaren veertig. “We didn’t need dialogue. We had faces!”, verwijt ze de talkies. Het is immers niet haar leeftijd, maar de moderne tijd die haar heeft afgedankt, meent ze.

Gloria Swanson
“We didn’t need dialogue. We had faces!”
Gloria Swanson in de jaren twintig
Norma, you’re a woman of 50, now grow up. There’s nothing tragic about being 50, not unless you try to be 25.

Joe Gillis tegen Norma Desmond

In een nostalgische Victoriaanse salon laat ze haar butler stomme films vertonen waarin zij als ster te zien is. Swanson vertolkt zichzelf met veel theatrale gebaren en mimiek. Haar groteske verschijning krijgt een dubbele betekenis: op het eerste gezicht is ze een gestoorde filmdiva, maar tegelijkertijd verwijst ze naar de stijl van de stomme film, waarin acteurs met veel gebaren en mimiek hun taal spraken. Filmpionier Cecile B. DeMille speelt in Sunset Boulevard zichzelf en is overigens niet het enige monument dat meespeelt. Ook Hedda Hopper, Anna Nilsson, Ray Evans, Jay Livingston, Buster Keaton en zelfs de toen 75-jarige H. B. Warner spelen zichzelf in Norma’s bridgeclubje. De verteller wiens voice over we telkens horen, noemt hen wassenbeelden.

Sunset Boulevard is een film noir uit 1950 onder regie van Billy Wilder. De film is vernoemd naar de boulevard in Los Angeles en heeft William Holden en Gloria Swanson in de hoofdrollen. De film werd genomineerd voor elf Oscars en won er drie. De film draait om een voormalig filmdiva uit het tijdperk van de stomme film, die inmiddels afgedankt is door het publiek. De film opent met een scène waarin een man zojuist is vermoord en in het zwembad drijft. De verteller legt uit dat de man een scenarioschrijver was die moeilijk aan de bak kwam. De film werkt vanaf dan vanuit flashbacks toe naar deze scène. De man blijkt Joe Gillis te zijn, een man die spoedig wat geld moet verdienen om ervoor te zorgen dat zijn automobiel niet in beslag wordt genomen.
 
Bron: nl.wikipedia.org
Sunset Boulevard
stills uit Sunset Boulevard

Sunset Boulevard [ imdb.com ]

zondag 16 januari 2011
levensecht
gezien met Michaela in filmhuis Focus: Another Year (2010)

Je hebt films die de nadruk leggen op één verhaal en films die juist de nadruk leggen op de vele verhalen. In de laatste soort films gaat het meestal over met elkaar vervlochten mensenlevens, waarbij hun aanwezigheid in de film ’slechts’ een spoor is, om met de filosoof Levinas te spreken. In terloopse opmerkingen, persoonlijke ontboezemingen en het gepraat van anderen, komen mensen tevoorschijn die met de bagage van hun verleden rondlopen. Levensechte mensen in plaats van radertjes in een plot.

Another Year
het gelukkige echtpaar Tom and Gerri

In Another Year volgen we een jaar lang het bedaarde en tevreden echtpaar Tom en Gerri. De voortkeutelende muzieknoten die hun voortkabbelende leven hier en daar benadrukken, herinnerden mij aan Heimat van Edgar Reitz, ook zo’n registratiefilm over gewone mensen en het alledaagse leven. Deze cinema is de volmaakte tegenhanger van actie en suspense. Geen adrenalineshots dus, maar subtiele en psychologische observaties. Toch, en dat is het knappe, wordt Another Year nergens vervelend en slaapverwerkend. Regisseur en schrijver Mike Leigh schept uit de pijnlijk-komische dimensie van de menselijke conditie en haalt daarin tenenkrommende en vaak hilarische momenten naar boven. Another Year focust daarbij op een van de meest wezenlijke aspecten van de menselijke conditie, onze tijdelijkheid, onze houding tegenover het verstrijken van de tijd en de acceptatie van ouder worden.

Another Year is alledaags en zonder plot waardoor de mensenlevens die in deze film opduiken op de voorgrond kunnen komen. Door de gesprekken aan de keukentafel, in de huiskamer en in de volkstuin bij Tom en Gerri leren we door de sporen de mensen een klein beetje kennen. Gerri’s collega Mary bijvoorbeeld, een teleurgestelde en beschadigde ziel die zich nog altijd gedraagt als opgewonden meisje. Ze heeft nog wel het figuur van een twintigjarige, maar haar gezicht verraadt medogenloos dat ze fifty-something is. Ze wordt briljant vertolkt door Lesley Manville en steelt voor mij de show. Net als Tom’s vriend Ken is haar leven getekend door tegenslag. In eerste instantie laten ze dat niet zo merken, maar laat op de avond na de nodige alcohol, valt het doek en is het opgepepte spel van de happy single afgelopen. Tegenover hun vrienden Tom en Gerri worden ze geconfronteerd met wie ze geworden zijn. Hun aanwezigheid verandert steeds meer in een biecht van hun gevecht met het leven.

Another Year
less thinking, more drinking
het leven is niet erg vriendelijk geweest voor de alleenstaanden Ken en Mary

Hier en daar vond ik het spel te weinig subtiel, vooral in de lichaamstaal. Mensen die elkaar bij anderen ontmoeten, naast elkaar komen te zitten maar een instinctieve afkeer voelen voor de ander, gedragen zich zelden zo dat ze hun blik en lijf bijna demonstratief afgewend houden. Hierin laat Leigh naar mijn smaak, de overdrijving van de komedie iets te nadrukkelijk doorschemeren. Maar zijn mild observerende houding zonder oordeel verdient zonder meer respect. Meer dan eens werd ik balancerend op het randje van medelijden en afkeer achtergelaten en geconfronteerd met de vraag of wij ons geluk wel zelf in de hand hebben.

anotheryear-movie.com

zaterdag 15 januari 2011
de boom van kennis
Wikipedia bestaat vandaag tien jaar

Jimmy walesToen oprichter Jimmy Wales op 15 januari 2001 met Wikipedia begon, was het 250 jaar geleden dat het eerste deel was verschenen van de Encyclopédie ou dictionnaire raisonné des sciences, des arts et des métiers. Meestal wordt deze encyclopedie kortweg de Encyclopédie van Diderot en d’Alembert genoemd, naar zijn twee voornaamste redacteuren. Ze zijn als encylclopédisten de geschiedenis ingegaan. Het ideaal van de Encyclopédie was ook het ideaal van de Verlichting.

Encyclopedie 1751
titelpagina van deel 1 van de Encyclopedie van Diderot en d’Alembert uit 1751

Denis DiderotDenis Diderot omschreef het doel van de Encyclopédie als volgt: “het verzamelen van alle kennis die over de wereld verspreid is, het “algemene systeem” blootleggen voor tijdgenoten en doorgeven aan het nageslacht, zodat het werk uit het verleden niet nutteloos geweest zal zijn voor de toekomst. Het nageslacht zal daardoor beter onderlegd zijn, en tegelijkertijd deugdzamer en gelukkiger worden. Wij, encyclopédisten, zullen niet sterven zonder ons verdienstelijk gemaakt te hebben jegens de mensheid.”
Diderot had een zeer positieve opvatting over kennis en was dus echt een man van de Verlichting, die geloofde dat in de donkere eeuwen van de geschiedenis het licht van de Rede was aangegaan en dat de mensheid nu een stralende toekomst tegemoet ging.

Het vergaren van kennis heeft voor mij iets verslavends, het voelt als een omhelzing waarbij mijn armen steeds langer worden en de wereld steeds groter.

Een encyclopedie confronteert mij met de paradox van “hoe meer ik weet, hoe minder ik weet". Maar het vergaren van kennis heeft iets verslavends voor mij, het voelt als een omhelzing waarbij mijn armen steeds langer worden en de wereld steeds groter. Wanneer ik wikipedia raadpleeg, zie ik altijd maar één pagina tegelijk en is niet meer zichtbaar hoe deze pagina zich verhoudt tot het geheel. Toen ik vroeger in mijn ouderlijk huis de twintig dikke delen van de Winkler Prins Encyclopedie als naslagwerk gebruikte, had ik nog een idee hoe groot mijn kennis was ten opzichte van het geheel. Maar bij een online encyclopedie is er geen concretisering meer. Wikipedia is in tien jaar tijd beschikbaar geworden in 278 talen met een totaal van ruim 17 miljoen artikelen, ruim 66 miljoen pagina’s en meer dan een miljard bewerkingen. Hoeveel is dat eigenlijk als je dat concreet maakt. Op Wikipedia lees ik dat de twee grootste bibliotheken ter wereld, de Library of Congres in Washington en de British Library respectievelijk 1199 en 625 kilometer aan volle boekenplanken hebben. The Library of Congress bezit 130 miljoen items waaronder 29 miljoen boeken, terwijl de British Library 150 miljoen items waaronder 25 miljoen boeken in haar bezit heeft. Deze informatie heeft weinig nut. Als het om kennis gaat, lijk ik in mijn nietigheid te verdampen in een ontzagwekkend en duizelingwekkend universum. Zo heeft de mens van de Verlichting door het produceren van een alsmaar uitdijende monsterlijke hoeveelheid kennis de onbevattelijkheid van God in het vizier gehouden.

Als het om kennis gaat, lijk ik in mijn nietigheid te verdampen in een ontzagwekkend en duizelingwekkend universum.
De Encyclopédie ou dictionnaire raisonné des sciences, des arts et des métiers (’Encyclopedie of beargumenteerd woordenboek van de wetenschappen, kunsten en beroepen’) was een intellectuele en artistieke onderneming die het boegbeeld geworden is van De Verlichting in Frankrijk in de 18e eeuw. De eerste 28 delen van deze encyclopedie zijn in Frankrijk gepubliceerd tussen 1751 en 1772. Denis Diderot en Jean Le Rond d’Alembert waren de redacteuren. ( Daarom wordt dit werk meestal aangeduid als de ‘Encyclopedie van Diderot en d’Alembert‘). Zelf schreven zij ook. Diderot zelfs 6000 van de in totaal 72.000 artikelen. Andere auteurs waren onder meer de ridder De Jaucourt (14.000 artikelen), Montesquieu, Rousseau en Voltaire. Van deze 28 delen waren er 11 bestemd voor illustraties (gravures). Dit voor die tijd gigantische project kon alleen maar slagen dankzij de vóórintekening van particulieren. Die intekenaars bleken later meer te moeten gaan betalen voor het zich steeds uitdijende project. De redacteuren en drukkers kregen het van de kant van de inschrijvers zwaar te verduren. Ook moesten de redacteuren steeds maar weer met de censor onderhandelen, die in opdracht van de staat en de kerk de publicatie kon verbieden, hetgeen enkele keren gebeurde. Dankzij bevriende personen uit adellijke kring, en dichtbij de koning (Lodewijk XV), waaronder Madame de Pompadour, mocht het project telkens weer voortgezet worden. Tenslotte werd het een voor die tijd en omvang ongekend succes. Er werden van de oorspronkelijk eerste editie 4.250 exemplaren gedrukt. Maar spoedig werden herziene uitgaven en clandestiene versies (roofdrukken) gedrukt zodat men schat dat tegen de tijd van de Franse Revolutie 24.000 exemplaren in omloop waren.
 
Bron: nl.wikipedia.org
De mens van de Verlichting heeft door het produceren van een alsmaar uitdijende monsterlijke hoeveelheid kennis de onbevattelijkheid van God in het vizier gehouden.
Encyclopedie 1751
een gravure die het lemma over kalligrafie (schoonschrijven) illustreert

Voor de verjaardag van Wikipedia gaf ik gehoor aan de oproep van Jimmy Wales en maakte online een klein geldbedrag over. Als ieder van de 400 miljoen Wikipedia-gebruikers elk één euro zou doneren, zou er 20 maal het bedrag zijn dat Wikipedia nodig heeft om voort te kunnen bestaan.

platen uit de Encyclopedie [ alembert.fr ] | Encyclopedie [ nl.wikipedia.org ]

vrijdag 14 januari 2011
er was eens … [ 3 ]
Arthur Rackham (1867-1939) uit Engeland
 

De periode 1870-1930 wordt wel eens The Golden Age of Illustration genoemd. Door het populaire Edwardian Gift Book was het geïllustreerde sprookjesboek in Engeland tot een uitzonderlijk hoog niveau gekomen. De meeste tekenaars die zo’n honderd jaar geleden actief waren, stonden onder invloed van het symbolisme en Jugendstil met zijn geaccentueerde lijnenspel. In deze serie vijf van deze illustratoren uit vijf verschillende landen die in hun unieke beeldtaal bekende sprookjes en sagen visualiseerden: Kay Nielsen, Edmund Dulac, Arthur Rackham, Ivan Bilibin en Harry Clarke.

RackhamArthur Rackham was een Engelse tekenaar, schilder en illustrator van boeken. Hij kwam op de wereld als één van 12 kinderen. Toen hij achttien was werkte hij als kantoorbediende bij de Westminster Fire Office en begon een kunststudie aan de Lambeth School of Art. In 1892 gaf hij zijn baan op en ging werken voor The Westminster Budget als reporter en illustrator. Zijn eerste boekillustaties werden gepubliceerd in 1893 in The Dolly Dialogues. Illustrator van boeken zou hij de rest van zijn leven blijven. (…) Rackham won een gouden onderscheiding op de Milan International Exhibition in 1906 en nog een op de Barcelona International Exposition in 1911. Arthur Rackham overleed in 1939 aan kanker in zijn huis in Limpsfield, Surrey.
 
Bron: Arthur Rackham [ en.wikipedia.org ]
Arthur Rackham
illustratie van Arthur Rackham

een kleine selectie van Arthur Rackham’s geïllustreerde boeken

Sprookjes van de gebroeders Grimm (1900)
Rip van Winkle (1905)
Peter Pan in Kensington Gardens (1906) (50 afbeeldingen in kleur)
Alice’s Adventures in Wonderland (1907) (13 afbeeldingen in kleur)
A Midsummer Night’s Dream (1908) (40 afbeeldingen in kleur)
Undine (1909) (15 afbeeldingen in kleur)
Das Rheingold en Die Walküre van Wagner (1910) (32 afbeeldingen in kleur)
Siegfried en Götterdämmerung van Wagner (1911) (34 afbeeldingen in kleur)

Tribute to Arthur Rackham

Arthur Rackham [ surlalunefairytales.com ] | artpassions.net

donderdag 13 januari 2011
er was eens … [ 2 ]
Edmund Dulac (1880-1953) uit Frankrijk
 

De periode 1870-1930 wordt wel eens The Golden Age of Illustration genoemd. Door het populaire Edwardian Gift Book was het geïllustreerde sprookjesboek in Engeland tot een uitzonderlijk hoog niveau gekomen. De meeste tekenaars die zo’n honderd jaar geleden actief waren, stonden onder invloed van het symbolisme en Jugendstil met zijn geaccentueerde lijnenspel. In deze serie vijf van deze illustratoren uit vijf verschillende landen die in hun unieke beeldtaal bekende sprookjes en sagen visualiseerden: Kay Nielsen, Edmund Dulac, Arthur Rackham, Ivan Bilibin en Harry Clarke.

DulacBorn in Toulouse, France, Edmund Dulac began his career by studying law at the University of Toulouse, but also followed classes in the Ecole des Beaux Arts, switching full time to art after he became bored with law, and also having won prizes at the Ecole des Beaux Arts. He spent a very brief period at the Académie Julian in Paris in 1904 before moving to London. In London, the 22-year old Frenchman was picked up by J.M. Dent and given a commission to illustrate the collected works of the Brontë sisters. He then began an association with the Leicester Gallery and Hodder & Stoughton; the gallery would commission paintings from Dulac and then sell the rights to Hodder & Stoughton, who would publish the books (one book a year over many years) while the gallery would sell the paintings.
 
Bron: en.wikipedia.org
Dulac
illustratie van Edmund Dulac

Edmund Dulac’s geïllustreerde boeken (1907-1920)

Stories from The Arabian Nights (1907) (50 afbeeldingen in kleur)
The Tempest van Shakespeare (1908) (40 afbeeldingen in kleur)
The Rubaiyat of Omar Khayyam (1909) (20 afbeeldingen in kleur)
The Sleeping Beauty and Other Fairy Tales (1910)
Stories from Hans Christian Andersen (1911)
The Bells and Other Poems van Edgar Allan Poe (1912)
Princess Badoura (1913)
Picture Book for the French Red Cross (1915) (20 afbeeldingen in kleur)
The Dreamer of Dreams (1915) (6 afbeeldingen in kleur)
Edmund Dulac’s Fairy Book (1916)
The Tanglewood Tales (1918) (14 afbeeldingen in kleur)
The Kingdom of the Pearl (1920)

Edmund Dulac [ surlalunefairytales.com ] | artpassions.net

woensdag 12 januari 2011
er was eens … [ 1 ]
Kay Nielsen (1886-1957) uit Denemarken
 

De periode 1870-1930 wordt wel eens The Golden Age of Illustration genoemd. Door het populaire Edwardian Gift Book was het geïllustreerde sprookjesboek in Engeland tot een uitzonderlijk hoog niveau gekomen. De meeste tekenaars die zo’n honderd jaar geleden actief waren, stonden onder invloed van het symbolisme en Jugendstil met zijn geaccentueerde lijnenspel. In deze serie vijf van deze illustratoren uit vijf verschillende landen die in hun unieke beeldtaal bekende sprookjes en sagen visualiseerden: Kay Nielsen, Edmund Dulac, Arthur Rackham, Ivan Bilibin en Harry Clarke.

Kay Nielsen was a Danish illustrator who was popular in the early 20th century, the “golden age of illustration” which lasted from when Daniel Vierge and other pioneers developed printing technology to the point that drawings and paintings could be reproduced with reasonable facility, He joined the ranks of Arthur Rackham and Edmund Dulac in enjoying the success of the gift books of the early 20th century. This fad lasted until roughly the end of World War I when economic changes made it more difficult to make a profit from elaborately illustrated books.
Nielsen
illustratie van Kay Nielsen
Kay Nielsen studied art in Paris from 1904 to 1911, and then lived in England from about 1911 to 1916. He received his first English commission from Hodder & Stoughton to illustrate a collection of fairytales, providing 24 colour plates and more than 15 monotone illustrations - In Powder and Crinoline, Fairy Tales Retold by Sir Arthur Quiller-Couch, 1913. In the same year, Nielsen was also commissioned by The Illustrated London News to produce a set of four illustrations to accompany the tales of Charles Perrault - with the images for ‘Le Belle au Bois Dormant’ (’Sleeping Beauty’), ‘Le Chat Botté’ (’Puss in Boots’), ‘Cendrillon’ (’Cinderella’) and ‘La Barbe Bleue’ (’Bluebeard’) being published in the 1913 Christmas Edition. A year later, he also provided 25 colour plates and more than 21 monotone images for the children’s collection East of The Sun West of The Moon, old tales from the North, 1914. The colour images for both In Powder and Crinoline and East of the Sun and West of the Moon were reproduced by a 4-colour process - in contrast to many of the illustrations prepared by his contemporaries that characteristically utilised a traditional 3-colour process. In 1914, too, Nielsen produced at least three illustrations depicting scenes from the life of Joan of Arc (when published later in the 1920s, those images were associated with relevant text from The Monk of Fife).
 
Bron: en.wikipedia.org

Walt Disney verzamelde voor zijn tekenfilms de grootste talenten die hij kon vinden. Vaak waren dat illustratoren van sprookjesboeken. Voor de achtergronden in Sneeuwwitje (1937) had hij gekozen voor de stijl van de Engelse illustrator Arthur Rackham. Een paar jaar later, tijdens de productie van Fantasia, werd de bekende Deense illustrator Kay Nielsen aangetrokken als art director. Zijn stijl werd gebruikt voor de twee laatste composities in Fantasia: Nacht op de Kale Berg van Modest Moessorgsky en Ave Maria van Franz Schubert.

Voor Night on Bald Mountain uit Fantasia (1940) liet meesteranimator Vadimir Tytla zich inspireren door de stijl van Kay Nielsen die in 1939 art director was bij The Walt Disney Company
Night on Bald Mountain/Ave Maria is the final segment of Fantasia, following the music of the same name by Modest Moussorgsky and Franz Schubert. Deems Taylor introduces it as the conflict between the profane (represented by Night on Bald Mountain) and the sacred (represented by Ave Maria). At Walpurgis Night (the Witches’ Sabbath), Chernabog, god of evil, emerges from the peak of Bald Mountain (in reality Mount Triglaf, near Kiev in southern Russia) to summon all of his minions, including ghosts, demons, hags and harpies, who dance furiously as he throws them into the mountain’s fiery pit. Chernabog is driven away by the light of the dawn, and a procession of figures walks up a hill to witness a sunrise. It is perhaps the most famous sequences in Fantasia, if not, second to The Sorcerer’s Apprentice. The sequence showcases the animation of Vadimir Tytla and the style of Kay Nielsen, as well as the longest shot ever produced in the multi-plane camera (in the procession).
 
Bron: disney.wikia.com

nielsen.artpassions.net | artsycraftsy.com | Kay Nielsen [ surlalunefairytales.com]

dinsdag 11 januari 2011
volg de meester [ 18 ]
kopie van het portret van Carl Friedrich Gauss uit 1840
door Christian Albrecht Jensen (1792-1870)

De meesterhand van Christian Albrecht Jensen volg ik graag. Zijn portret van de Duitse wetenschapper Carl Friedrich Gauss uit 1840 is met een benijdenswaardige handigheid en levendigheid geschilderd. Jensen beheerst zijn spontane ‘reflexen’ een kenmerk van virtuositeit en sprezzatura.

Carl Gauss
portret van Carl Friedrich Gauss uit 1840
Christian Albrecht Jensen

De kopie is in drie stadia geschilderd: eerst een toonschildering in acrylverf op een roodbruine imprematura. Vervolgens een sluierlaag van olieverf en medium (rauwe Sienna en een beetje zinkwit) om optisch grijs (dus ruimte) te scheppen. Tenslotte de a la prima schildering in olieverf. De kopie is uitgevoerd in de volgende kleuren: zinkwit, titaanwit, gebrande sienna, rauwe sienna, oker, karmijn en rauwe omber.

Carl Gauss
kopie naar Christian Albrecht Jensen
Christian Albrecht Jensen was a Danish portrait painter who was active during the Golden Age of Danish Painting in the first half of the 19th century. Painting more than 400 portraits over the course of his career, he depicted most of the leading figures of the Danish Golden Age, including the writer Hans Christian Andersen, the painter Christoffer Wilhelm Eckersberg, the sculptor Bertel Thorvaldsen, the physicist Hans Christian Ørsted and the theologian Nikolaj Frederik Severin Grundtvig. Although Jensen experienced considerable commercial success, he received little official appreciation from the artistic establishment of his day. In particular, the art historian and critic Niels Lauritz Høyen criticized his style, finding his paintings ‘unfinished’.
 
Bron: en.wikipedia.org
Carl Gauss
Carl Gauss op een postzegel uit 1955

Gauss‘ portret is vaak gereproduceerd en verscheen op een postzegel uit 1955 van de Deutsche Bundespost. Maar de wereld raakte pas echt bekend met Jensens portret van Gauss toen het op het biljet van 10 Mark verscheen. Het portret moest wel in spiegelbeeld afgebeeld worden omdat de beeltenis op een bankbiljet naar links moet kijken.

Carl Gauss
Carl Gauss in spiegelbeeld op 10 Mark biljet

volg de meester [ 1-18 ] | van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan

maandag 10 januari 2011
modern living [ 2 ]
gezien op DVD: Mon Oncle (1958) van Jacques Tati

mon oncleIn Mon Oncle (1958) had Jacques Tati het thema gevonden dat hij in Play Time (1967) verder zou uitwerken: de invloed van het modernisme op het alledaagse leven. In de jaren vijftig en zestig was ‘de vooruitgang’ overal opgerukt en zichtbaar geworden. Wanneer je erbij wilde horen, was modern het toverwoord. Meewarig keek de moderne mens naar zijn ouderwetse soortgenoot die in het verleden was blijven steken.

mon oncleIn Mon Oncle is Monsieur Hulot een van die ouderwetse sukkels. Zijn zus en rijke zwager wonen in een ultramoderne maar steriele villa. Zelf woont hij in een krakkemikkig maar tot de verbeelding sprekende bovenwoning. In de relatie tussen Monsieur Hulot en zijn zwager Monsieur Arpel botst de ouderwetse gemoedelijkheid met het jachtige en snobbistische moderne leven. Terwijl in Play Time de wereld veranderd is in een futuristisch urbaan landschap, speelt Tati in Mon Oncle met het contrast tussen oud en nieuw. De oude wereld verdwijnt onder de sloophamers terwijl uit de puinhopen een nieuwe wereld van staal, beton en glas verrijst. Telkens keert in de film het beeld terug van de grens tussen beide werelden: een smeedijzeren hek van een gesloopte wijk terwijl daarachter grijze en monotone nieuwbouw is gekomen.

mon oncle
contrast tussen nostalgisch en modern leven
still uit Mon Oncle (1958)

De nostalgie in Mon Oncle opende een barokke variant van de zogenaamde Mid Century Modern. Eind jaren vijftig en begin jaren zestig duikt een stijl op die je Victorian Modern zou kunnen noemen. Als reactie op het strakke en kale functionalisme, zoekt deze stijl juist naar tierlantijnen en overdaad. Het smeedijzeren hek, de lantaarn en het vensterluik uit Mon Oncle zien we bijvoorbeeld terug in Mary Poppins (1964) en The Aristocats (1970).

Victorian Modern
still uit Mary Poppins (1964)
en achtergrond uit The Aristocats (1970)
© disney enterprises

De strakke regelmatigheid van het functionalisme straalt doelmatigheid uit, maar verstikt de fantasie. De nostalgische krullen en rondingen van de Victorian Modern geven weer ruimte aan de verbeeldingskracht. In de eerste helft van de jaren zestig zijn Mid Century Modern en Victorian Modern gelijktijdig in de mode.

mon oncle
Monsieur Hulot voor de deur van zijn bovenwoning
Mon oncle is een Franse film van Jacques Tati uit 1958 die de Oscar voor beste buitenlandse film won. Mon oncle is een komedie waarin decadentie, moderniteit, hebzucht en de onschuld van de jeugd centraal staan. De film bevat nauwelijks nog dialoog en het is een observatie van een rijk maar ongelukkig gezin. In de film gaat Monsieur Hulot op bezoek bij zijn kleine neefje die samen met zijn ouders in een hypermodern huis woont. De vader van het gezin bekleedt een hoge functie bij een plasticfabriek. Hulot vindt het helemaal niets in het grote, lege kille huis: de ultrastilistische stoelen zitten niet lekker, de afstandbediening waarmee het elektronisch bestuurde huis bediend wordt, werkt niet. Het huis is kil, koud en onpraktisch. Monsieur Hulot merkt dat zijn neefje ongelukkig is: het kind mag namelijk geen vriendjes meenemen want dan gaat de moderne kunst in het huis kapot, het joch vindt ook geen warmte bij zijn ouders want die zijn altijd aan het werk. Hulot neemt zijn neefje mee naar een nostalgische gezellige woonwijk waar het joch met zijn vriendjes kan spelen. De boodschap is: kille decadentie is maar niets, oude gezelligheid dat is wat een kind nodig heeft. De film eindigt met een scène waarin de oude woonwijk plaats moet maken voor een hypermodern kantorencomplex.
 
Bron: nl.wikipedia.org
mon oncle
het ultramoderne interieur van de Villa Arpel

modern living [ 1 ]| mid century modern uit mon oncle
mon oncle [ lolitasclassics.blogspot.com ]

zondag 9 januari 2011
het uitgeklede bestaan
gezien op DVD: Play Time (1967) van Jacques Tati

TativillePlay Time uit 1967 is een fantastisch kijkavontuur, ook al flopte de film destijds en raakte Jacques Tati daarna zonder werk. Het grote publiek zal in deze film de plot missen en het tempo te traag vinden. Maar juist in een observerende houding en in een bepaalde traagheid, toont Tati als geen ander de magie van het spel van de werkelijkheid. In de interactie tussen de mensen legt hij het omgangsritueel bloot. De inhoud van het gesproken woord is daarbij ondergeschikt gemaakt aan de vorm, het seinen van informatie en de gebaren die daarbij gemaakt worden. Tati houdt de stomme film met zijn theatrale lichaamstaal springlevend. Het zijn de gebaren zélf die een taal spreken, een taal die dieper lijkt te liggen dan het gesproken woord.

TativillePlay Time was een dure productie. Op de filmset aan de rand van Parijs liet Tati met schaalmodellen een futuristische stad bouwen die Tativille gedoopt werd. Toen alles gereed was, begonnen de opnamen die duurden van april 1965 tot oktober 1967. In Tativille is alles ultramodern: strak, koel van kleur en monotoon. We noemen dat futuristisch. Het is een biotoop voor robots, niet voor mensen. Ruim veertig jaar later kennen we de nadelen van de hyperfunctionele omgeving. De meanderende galerijflats in de Bijlmermeer die in de jaren zestig nog verwelkomd werden als een futuristische utopia, zijn inmiddels grotendeels afgebroken en vervangen door traditionele laagbouw. In 2011 zijn we minder futuristisch dan in 1966. Het functionalisme is er voor de mens en niet omgekeerd. Anders dan Charles Chaplin in Modern Times, laat Tati zien hoe de moderniteit op ons inwerkt. De mensen die een steriele omgeving als Tativille bevolken, worden net als hun omgeving ‘uitgekleed’, ze zijn de rol geworden die ze spelen. Een groep reizigers, een verkoper, een stewardess, een portier, allemaal zijn ze hun functie geworden, een geraamte van hun menselijkheid. Net als de architectuur is de mens een functioneel geraamte geworden.

In een geniale scene in Play Time zien we van buitenaf twee ‘woonkamers’ met mensen die naar de televisie kijken. Het zijn eerder twee hokken met een onzichtbare wand, waardoor alles zichtbaar is voor ons. In de twee kamers zitten men tegenover elkaar terwijl de televisie zich aan dezelfde wand bevindt.

Play Time
scene uit Play Time (1967)

We horen niet wat er gezegd wordt, maar zien aan de gebaren dat men zich amuseert. Terwijl bijna alles met een glazen wand zichtbaar is gemaakt, zijn de mensen in de kamers van elkaar afgesloten. Ze blijken te leven in de kunstmatige ruimte van de televisie, een voorloper van de cyberspace uit het internettijdperk. Terwijl wij vanuit de vierde wand naar hen kijken, worden we ingesloten in hun wereld, die de onze blijkt te zijn.

Tati, een kwestie van kijkenVorig jaar verscheen het boek Jacques Tati, een kwestie van kijken van de Vlaamse filosofe Ann Meskens. Het boek staat nu bovenaan in mijn lijstje van boeken die ik komend jaar wil gaan lezen. Tati nodigt uit om anders naar de werkelijkheid te gaan kijken, om het leven als spel te zien. Drie jaar geleden zag ik in Den Bosch Gerucht van Lotte van de Berg. In een geluidsdichte cabine midden op het stationsplein was een klein zaaltje gebouwd en door een eenzijdig doorschijnende glazen wand kreeg het straatgebeuren plotseling de aura van theater. Je ging anders kijken dan wanneer je op een bankje op het stationsplein had gezeten. Acteurs bewogen zich tussen de voetgangers en het verkeer op straat door, waardoor de grens tussen gespeelde en niet gespeelde werkelijkheid diffuus werd. In dat schemergebied ontstonden spontaan magische momenten, waar Jacques Tati zo van hield. Als je oog krijgt voor het spel van de werkelijkheid, vallen je wonderlijke interferenties op en zijn er momenten waarin mensen de rol van hun leven blijken te spelen.

Play Time
still uit Play Time (1967)

Play Time is tijdloos maar natuurlijk ook gebonden aan de modernistische jaren zestig. Tati tast de oppervlakten af en registreert de koele zakelijkheid van de mid sixties. De leefomgeving is een geraamte geworden, opgevuld met glazen wanden. De geest van het modernisme heeft het leven afgepeld tot haar utilistische kern. Interieurs zijn maximaal uitgekleed en veranderd in kille, transparante hokken. Het is de koele en kunstmatige geest van de vooruitgang die Wim Sonneveld in ‘het dorp’ (1967) bezingt: Want ziet hoe rijk het leven is: ze zien de televisiekwis en wonen in betonnen dozen, met flink veel glas, dan kun je zien hoe of het bankstel staat bij Mien en d’r dressoir met plastic rozen.

Play Time
still uit Play Time (1967)
In zijn films levert Jacques Tati kritiek op de huidige moderne maatschappij. Volgens Tati gingen techniek, decadentie en hebzucht een steeds grotere rol spelen in onze samenleving. De echte menselijke waarden zoals individualiteit, gezelligheid, behulpzaamheid en lichaamsbeweging gaan hierdoor verloren. In alle films van Tati staan mensenmassa’s centraal, maar er is altijd een personage dat zich niet wil aanpassen, maar uiteindelijk toch oplost in de massa. Dit individu, altijd door Tati zelf gespeeld, vecht (vaak onbewust) tegen de moderniteit. Hij begrijpt niets van machines en dat resulteert vaak in hilarische mislukkingen, waarin de moderne techniek vernietigd wordt door de menselijke natuur. In veel van z’n films wordt de goeie oude tijd geplaatst naast de moderne techniek. Nostalgie botst met de fantasieloze, decadente, massale en onpersoonlijke wereld van de moderne tijd.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Play Time [ imdb.com ] | Play Time [ ebertfest.com ]

zaterdag 8 januari 2011
The Fall of the Roman Empire
The Fall of the Roman Empire (1964) en Gladiator (2000)

The Fall of the Roman EmpireTussen The Fall of the Roman Empire uit 1964, (de afsluiting van een tijdperk) Gladiator uit 2000 (het begin van de sandalenfilm revival) zijn een paar opvallende overeenkomsten. Beide films spelen zich af tussen 180 en 192 na Chr. en voeren de keizer-filosoof Marcus Aurelius en zijn bastaardzoon Commodus ten tonele. In navolging van Ben Hur is er in beide films naar Hollywoodmodel een krachtmeting tussen the good guy en the bad guy (Commodus vs. Livius en Commodus vs. Maximus). Stephen Boyd (Livius) zou net als in Ben Hur waarin hij de rol van Messala speelde, weer in een strijdwagen klimmen voor een onwaarschijnlijke actiescene, ditmaal als good guy tegenover bad guy Christopher Plummer (Commodus).

Regisseur Ridley Scott verwees in Gladiator bewust naar de film van zijn collega Anthony Mann. Zo kreeg Richard Harris de rol van de oude Marcus Aurelius. In 1964 was Harris gecast om de rol van Commodus te spelen, maar hij werd op het laatste moment vervangen door de charismatische Christopher Plummer.

Sophia Loren als LucillaOok speelt Commodus‘ zuster Lucilla in beide films een belangrijk rol. In Gladiator werd ze gespeeld door Connie Nielsen en in The Fall of the Roman Empire natuurlijk door Sophia Loren die in 1964 een miljoen dollar met haar rol verdiende. Elisabeth Taylor was haar een jaar eerder in Cleopatra voorgegaan als de eerste million dollar actress. Ondanks de aanwezigheid van Sophia Loren werd The Fall of the Roman Empire geen succes. Producent Samuel Bronston leed een enorm verlies en de filmcarrière van Stephen Boyd werd geruïneerd door zijn houterige optreden als Livius. Charleston Heston (die oorspronkelijk voor de rol van Livius was gecast) en Kirk Douglas konden wat dat betreft blij zijn dat ze niet in de film zaten.

Alec Guiness als Marcus AureliusHet acteertalent van Sir Alec Guinness was in 1964 onomstreden en zijn carrière kon onder de commerciële flop niet lijden. Veel interesse voor film had hij toch al niet. Hij bekende ooit niet meer van de film gezien te hebben dan twintig minuten. Uiteraard was dat zijn eigen optreden, met als hoogtepunt een monoloog uit de Meditaties (Ta eis heauton) die Marcus Aurelius tijdens zijn veldtocht aan de Germaanse grens had geschreven. Vlak voordat hij vergiftigd wordt, mijmert de keizer-filosoof over de dood.

Nu gij ziet hoe vermoeiend de heksenketel van onze samenleving is, kunt gij zeggen, ‘Kom toch snel, o dood, voordat ook ik mijzelf nog verlies.’

uit: ‘Ta eis heauton’
van Marcus Aurelius

Gij moet de dood niet geringschatten, maar hem als iets goeds beschouwen. De natuur heeft het immers zo gewild. De jeugd, de ouderdom, het groeien en het tot volle wasdom komen, tanden krijgen, baardgroei en vergrijzen, een kind ver-wekken, zwanger zijn en baren en alle andere natuurlijke verrichtingen behoren tot bepaalde levensfasen. Hetzelfde geldt voor het sterven. Wanneer men dit dus met betrekking tot de mens heeft overwogen, dient gij de dood niet onverschillig, gehaast of overmoedig tegemoet te treden, maar haar geduldig af te wachten als een van die natuurlijke processen, en zoals gij nu het moment afwacht waarop een kind de schoot van uw vrouw verlaat, moet gij ook het uur verbeiden waarop de ziel dit omhulsel loslaat. Als ge werkelijk een richtlijn wenst, sta dan stil bij de dingen waar gij door de dood van verlost zult worden. En bedenk met welke mensen uw ziel niet langer in aanraking zal komen, dan zult gij u het best kunnen verzoenen met de dood. Laten wij ons liever niet aan hen ergeren, maar voor hen zorgen en hen welwillend tegemoet treden. Herinner u echter wel dat ge niet van gelijkgezinden afscheid neemt. Want zo er al iets is dat ons in de andere richting drijft en ons doet vasthouden aan het leven, is het de mogelijkheid samen te leven met mensen die zich dezelfde beginselen hebben eigen gemaakt. Nu gij ziet hoe vermoeiend de heksenketel van onze samenleving is, kunt gij zeggen, ‘Kom toch snel, o dood, voordat ook ik mijzelf nog verlies.’
 
Nederlandse vertaling © Copyright 2006 - Stichting Ars Floreat – www.arsfloreat.nl
scene uit The Fall of the Roman Empire
Commodus trekt de Karpaten in

Het mooiste moment uit de film vind ik de bovenstaande scenes waarin de soldaten van Commodus het vijandelijke gebied ten noorden van de Donau intrekken. Tenslotte komt het hier tot een confrontatie met de Marcomannen onder aanvoering van hun leider Ballomar. De stilte voor de storm is prachtig in beeld gebracht en versterkt door het onheilspellende Andante misterioso in C van de beroemde filmcomponist Dimitri Tiomkin.

The Fall of the Roman Empire [ imdb.com ]

vrijdag 7 januari 2011
koptisch kerstfeest
vandaag vieren de orthodoxe christenen (oude kalender) en de kopten
het Feest van de Geboorte van hun Heer Jezus Christus

De christenen in Egypte vieren Kerstfeest net als in Rusland op 7 januari volgens de Oude Kalender. Aan het feest is een vastenperiode van 43 dagen (25 november tot 6 januari) voorafgegaan. Het Kerstfeest wordt middernacht gevierd en begint met het luiden van de kerkklokken. Sommige koptische christenen reizen naar verschillende kerken waarvan men traditioneel aanneemt dat ze zijn gelegen op de route die de Heilige Familie volgde op hun vlucht naar Egypte.

Koptisch Kersticoon
een koptische kersticoon

De koptische paus Shenouda III van Alexandrië, die in 1992, 1994 en vier maanden geleden een bezoek bracht aan de koptische christenen in Nederland, celebreert in de kerstnacht in de kathedraal van San Marco in Cairo. Deze plechtigheid wordt vanaf elf uur ’s avonds life uitgezonden op de Egyptische televisie. Sommige diensten, met name in de koptische kloosters, duren zelfs van ’s avonds negen tot vier uur in de nacht. De meeste kerken zijn versierd met gekleurde lampen, en engelfiguren. Tijdens deze diensten is er een speciaal brood met de naam Qurban dat onder de gelovigen gedeeld wordt. Het is versierd met een kruis in het midden, omgeven door twaalf punten die de twaalf apostelen symboliseren. Na de dienst gaan de gelovigen naar huis en verbreken dan de vasten en wordt er genoten van de zgn. Fatta, een maaltijd die meestal bestaat uit vlees en rijst. Op kerstochtend worden vrienden en buren bezocht. Kinderen krijgen El ‘aidia, een feestelijk geschenk in de vorm van een kleine geldbedrag voor snoepjes, speelgoed en ijs.

Kopten slaan kerstdienst niet over [ Nederlands Dagblad, 5 januari 2011 ]

donderdag 6 januari 2011
achtergronden [ 7 ]
achtergronden bij animatiefilms op de weblog van Hans P. Bacher

dreamworldsVoor achtergronden van animatiefilms was ik altijd aangewezen op de blog animationbackgrounds.blogspot.com. Maar Rob Richards hield eind september op met posten. Gelukkig ontdekte ik toen de blog van Hans P. Bacher, een animation production designer met 40 jaar ervaring. Tegenwoordig is hij als universitair docent verbonden aan de Universiteit van Manila. Onlangs verscheen van zijn boek Dreamworlds een Japanse uitgave. Op zijn blog staat een berg beeldmateriaal van hoge kwaliteit en grote verscheidenheid: achtergronden, sequences, studiofoto’s en ander inspirerend materiaal voor animatiefilmers.

animation treasures [ one1more2time3.wordpress.com ]

woensdag 5 januari 2011
rugfiguur [ 2 ]
eergisteren verscheen een nieuwe postzegel met het bekende schilderij
Der Wanderer über dem Nebelmeer van Caspar David Friedrich
Friedrich
Der Wanderer über dem Nebelmeer
Friedrich will ausdrücken, das durch eine Erfahrung mit Einsamkeit und unüberwindbaren Grenzen der Mensch das Jenseitige, die Weite und Unendlichkeit des Göttlichen sehen und anerkennen kann.
Dieses Bild drückt genau das aus, was man unter romantischer Landschaftsmalerei versteht: die Sicht in die Ferne, in das Unendliche und ein einsamer Mensch, fast verloren wirkend bei der Betrachtung der Natur, in der der Nebel, das unter im liegende Nebelmeer die Konturen verschwimmen lässt. Seit jeher wird mit der Darstellung eines Wanderers die Reise des Lebens, die Sehnsucht nach Erfüllung verbunden. Diese Verbindung greift Friedrich zwar auf, kehrt sie aber bei diesem Bild um: Seine Figur ist bürgerlich gekleidet, also dadurch nicht als Wanderer sondern als neutraler Beobachter einzustufen. Dieser Beobachter, der auch wir selbst sein könnten, steht herausgehoben auf einem Gipfel und an einer nicht überschreitbaren Grenze; ein tiefer Abgrund trennt ihn von der vor ihm liegenden Landschaft. Die Felsen, auf denen er steht, sind für den Bildbetrachter eine Barriere, die unsere Sicht auf das verhindert, was der Wanderer selbst sieht. Diese Barriere macht neugierig auf das, was darunter liegt aber auch auf die undefinierbare, nicht erreichbare Weite der Natur. Friedrich will damit ausdrücken, das durch eine Erfahrung mit Einsamkeit und unüberwindbaren Grenzen der Mensch das Jenseitige, die Weite und Unendlichkeit des Göttlichen sehen und anerkennen kann.
 
Bron: philatelie.deutschepost.de

FriedrichEine 10. Jahrgangsstufe zerlegte Caspar David Friedrichs Wanderer über dem Nebelmeer in seine Raumschichten. Die Schüler wurden dazu in Gruppen auf jeweils eine Schicht angesetzt. Dadurch hielt sich der zeitliche Aufwand so in Grenzen, dass die Arbeit auch im einstündigen Unterricht zügig voran ging. Das isolierte Material wurde dann allen Schülern zum Zweck der Manipulation zur Verfügung gestellt. Es entstanden unterschiedlichste Versionen, die mit dem Original konfrontiert und in Bezug auf ihre jeweilige Wirkung verglichen werden konnten. Die verschiedenen Raumschichten lassen sich auf diese Weise inhaltlich isolieren, gleichsam als Sinnschichten:

-Himmel, Licht, Erhabenes, Göttliches
-entrückte, lebensfeindliche, versteinerte, eisige Höhen
-aufsteigende Nebel, Kreislauf, Strömung, Bewegung
-bezwingbare Gipfel, Erdung, Leben, Erleben.

In einem Leistungskurs bauten die Schüler das gleiche Bild als räumliches Modell einer Bildbühne nach. Auch dazu mussten sie auf der jeweiligen Ebene die Kulissen um den Teil ergänzen, der in der Vorlage verdeckt ist durch die jeweils vorgelagerte Bildzone. Als dritte Möglichkeit würde sich anbieten, die in Photoshop freigestellten Raumstaffeln in einem 3-D-Programm als Raummodell aufzubauen. Damit ließen sich ähnlich wie in dem Papiertheater schräge Ansichten aus jedem beliebigen Blickwinkel erzeugen.
(Bron: kusem.de)

Der Wanderer über dem Nebelmeer [ de.wikipedia.org ] | rugfiguur [ 1 ]

dinsdag 4 januari 2011
sneeuwwitje
zondagmiddag gezien: Sneeuwwitje (1937) van Walt Disney
de illustraties van Arthur Rackham (1867-1939)

RackhamSneeuwwitje was de eerste grote tekenfilm van Walt Disney en werd met kerst 1937 in de Verenigde Staten uitgebracht na een productietijd van vier jaar. De film vestigde in één klap de celanimatie als zelfstandige kunstvorm. Om zich in te dekken tegen het enorme risico dat hij met deze onderneming liep, koos Disney voor een sprookje waar iedereen vertrouwd mee was en zocht hij aansluiting bij de illustraties van Arthur Rackham (1867-1938) , de Engelse meesterillustrator die de meeste mensen in de jaren dertig kende van zijn illustraties bij de sprookjes van Grimm. Vervolgens huurde hij kunstenaars in als Albert Hurter, Ferdinand Horvath en Gustaf Tenggren die Rackham’s stijl vertaalden naar de tekenfilm. Disney’s figuren werden opgebouwd uit cirkels die effectief te animeren zijn. Met egale dekverf werden alle bewegende elementen op transparante cellen geschilderd. Achtergronden werden steeds in aquarelverf uitgevoerd in de door Disney zo bewonderde stijl van Rackham. Gustaf Tenggren paste Rackham’s stijl enigszins aan omdat deze vaak erg gedetailleerd is voor de achtergrond en daardoor afleidt van de figuren.

sneeuwwitje
achtergrond uit Sneeuwwitje (1937)
© disney enterprises, inc image source

In de zogenaamde Golden Age maakte Walt Disney na Sneeuwwitje (1937) nog de tekenfilms Assepoester (1950) en de Schone Slaapster (1959). Het succes van Sneeuwwitje, in 1937 een mirakel in Technicolor , zou niet meer geëvenaard worden. Sneeuwwitje stond in 1998 op een 49e plaats in de AFI’s 100 Years de lijst met honderd beste Amerikaanse films van de twintigste eeuw.

Honorary Academy Award
Shirley Temple overhandigt Walt Disney in 1939 een Honorary Academy Award voor Sneeuwwitje image credits

Op het web vond ik nog een serie artikelen getiteld The Art Behind the Disney Princesses waarin Disney’s inspiratiebronnen voor zijn tekenfilmprinsessen worden onthuld. Voor Snow White, Cinderella en Aurora (The Sleeping Beauty) liet Disney zich inspireren door de illustratoren Arthur Rackham (1867-1939), C.E. Brock (1870-1938), Mary Blair (1911-1978) en Eyvind Earle (1916-2000).

Rackham
Sneeuwwitje en de zeven dwergen
volgens Arthur Rackham
The primary authority on the design of the film was concept artist Albert Hurter. All designs used in the film, from character’s appearances to the look of the rocks in the background, had to meet Hurter’s approval before being finalised. Two other concept artists contributed to the visual style of Snow White and the Seven Dwarfs: Ferdinand Hovarth (whose designs were often thought not to be as easily translated into animation as Hurter’s, but who produced a number of dark concepts for the film) and Gustaf Tenggren, whose style borrowed from the likes of Arthur Rackham and John Bauer, and thus possessed the European illustration quality that Walt Disney was interested in. Tenggren was used primarily as a color stylist and to determine the staging and atmosphere of many of the scenes in the film. He also designed the poster for the film and illustrated the press book. However, only Hurter receives a credit for the film, as a character designer. Other artists to work on the film included Joe Grant, whose most significant contribution was the design for the Queen’s Witch form.
 
Bron: en.wikipedia.org

snow white and the seven dwarfs [ surlalunefairytales.com ] | official site

maandag 3 januari 2011
de ondergang van de sandalenfilm
vorige week op BBC 2: The Fall of the Roman Empire (1964)

The Fall of the Roman Empire uit 1964 was de laatste grote epische sandalenfilm met kamerbrede muziek en sloot een periode af waarin de ene na de andere historische spektakelfilm het thuisblijvende televisiepubliek voor een unieke ervaring met oogstrelende technicolor en overrompelende super cinemascope weer naar de bioscoop moest lokken. Je zou deze film ook de The Fall of the Roman Epic kunnen noemen, want het genre zou daarna voor ruim drie decennia verdwijnen om pas in 2000 te herrijzen met Gladiator van Ridley Scott. Na het commerciële succes van deze film zouden filmproducenten het weer aandurven om de historische oudheid als decor te kiezen. Troy (2004) werd een nog grotere hit dan Gladiator, maar Alexander (2004) van Oliver Stone deed het in de Verenigde Staten niet goed, al konden de opbrengsten buiten Amerika de kosten van de film (155 miljoen dollar) net dekken.

Na het commerciële succes van Gladiator zouden filmproducenten het na 2000 pas weer aandurven om de historische oudheid als filmdecor te kiezen.
The Fall of the Roman Empire
De filmset van The Fall of the Roman Empire overtrof de gigantische set die D.W.Griffith in 1916 voor Intolerance liet bouwen. Van het Forum Romanum werd bij Las Matas (Spanje) een levensgrote replica van 400 bij 230 meter gebouwd, de grootste filmset die ooit in de open lucht gebouwd is.
Despite their appeal in the 1950s, the ancient historical epic would eventually fade away in the mid sixties. Cinematic trends were changing, and the spiralling expense of Cleopatra and weak reception to Anthony Mann’s The Fall of the Roman Empire convinced studios to cease productions in the costly genre.
 
Another contributing factor may have been the influx of Italian-made muscleman epics, or pepla; cheaply made, badly dubbed films set in ancient Greece or Rome featuring muscle-bound leads in tiny, brightly coloured ‘skirts’ that flooded cinemas and drive-ins during the 1950s and 1960s. Although fun, the sheer numbers and poor quality of these films would have eventually tired audiences of seeing the ancient world on screen.
 
Bron: shadowlocked.com
The Fall of the Roman Empire
still uit The Fall of the Roman Empire

Dimitri TiomkinDimitri Tiomkin’s score, which is one of the notable features of the film, is more than 150 minutes in length. It is orchestrated for a large orchestra, including an important part for cathedral organ. (…) The score was recorded by the Sinfonia of London (uncredited) at Shepperton Studios. The music editor was George Korngold, son of Erich Wolfgang Korngold. A sound track album was released by Columbia Records. ( Bron: en.wikipedia.org )

De score van Dimitri Tiomkin werd in 1964 genomineerd voor een oscar voor de beste original score maar Richard M. en Robert B. Sherman (Mary Poppins, vanmiddag om 17.05 bij de BBC 1) gingen ermee vandoor.

The Fall and Rise of the Roman Epic
Film Score Rundown by Bill Wrobel [ filmscorerundowns.net ]

zondag 2 januari 2011
the 1965 look
Mad Men Season Four Fashion Gallery
de DVD-box met het vierde seizoen wordt dit voorjaar uitgebracht

Jane Bryant is kostuumontwerper voor Mad Men en gaat voor deze stijlvolle televisieserie bijna een halve eeuw terug in de mode. Het vierde seizoen speelt zich af in 1965 en dat is tot in de details toe te zien. De art director en set decorator vermijden overbekende style icons en doen er alles aan om een geloofwaardig beeld van 1965 neer te zetten. In de interieurs zie je meubels van 1945 tot 1965 dwars door elkaar heen en op straat rijden nog auto’s uit 1950 rond. Maar vrouwen als Betty en Joan dragen uiteraard de 1965 look.

madmen
in de Fashion Gallery op amctv.com motiveert Jane Bryant haar kledingkeuze.

Jane Bryant was ook costume designer voor de HBO-tvserie Deadwood

fashion gallery [ amctv.com ] | Mad Men Season 4

zaterdag 1 januari 2011
Neoclassicisme en Biedermeier
Neoclassicisme en Biedermeier uit de Collecties
van de Vorst van Liechtenstein Museum de Fundatie t/m 8 mei 2011

catalogusDe eerste tentoonstelling die ik in het nieuwe jaar hoop te bezoeken is Neoclassicisme en Biedermeier uit de Collecties van de Vorst van Liechtenstein in Zwolle. Drie jaar geleden kocht ik de catalogus van het Liechtenstein Museum in Wenen vooral om de schilderijen van Von Amerling en Waldmüller. Deze twee schilders uit Wenen zijn in Nederland nauwelijks bekend maar tijdens de Restauratie (die in hun vaderstad werd uitgebroed) waren zij beroemdheden. Ze blinken uit in geruststellende taferelen vol harmonieus gemeenschapsleven en moedergeluk en zijn daarom echte Biedermeier schilders. Amerling mocht als zeer getalenteerd portretschilder het officiële portret van keizer Franz I schilderen. Terwijl Amerling meer binnenhuistaferelen schilderde, speelde bij Waldmüller het landschap een voorname rol in zijn werk. Lang voor Sissi en The Sound of Music liet hij de vreugde en de bekoring van het leven in die Heimat zien, door de plaatselijke bevolking in een innige omarming met haar omgeving te schilderen.

de fundatie
website van de fundatie met een kinderportret door Friedrich von Amerling
De afgelopen vier eeuwen is door de Koninklijke familie van Liechtenstein een prachtige, rijke en veelzijdige kunstverzameling opgebouwd die wordt gerekend tot één van de belangrijkste privé-collecties ter wereld. Neoclassicisme en Biedermeier vormen daarin een hoogtepunt. Het is voor het eerst dat de collectie van de Vorst van Liechtenstein, Hans-Adam II, in Nederland wordt getoond. Na ondermeer Moskou (Pushkin Museum) en Praag doet deze verzameling van wereldniveau nu Zwolle aan, in 2012 gaat hij definitief naar het Liechtenstein Stadtpalais in Wenen. Dit is een unieke gelegenheid om er in Nederland kennis mee te maken. De expositie in Zwolle laat werk zien van het allerhoogste niveau met ruim 150 schilderijen, beelden, meubelen en gebruiksvoorwerpen. Weense grootheden als Rudolf von Alt, Friedrich von Amerling, Ferdinand Runk en Ferdinand Georg Waldmüller zijn vertegenwoordigd met indrukwekkende portretten, landschappen en genrestukken naast gerenommeerde Europese kunstenaars als Antonio Canova, Francesco Hayez en Elisabeth Vigée-Lebrun. Van de Kaiserliche Porzellanmanufaktur Wien is divers porselein te zien.
 
Bron: museumdefundatie.nl

johannes@mimesis.nl

HTML Hit Counters
eXTReMe Tracker

het numineuze www.griffioen-beelden.nl

www.gerdrenshof.com

www.vanleestantiek.com

nl.orthodoxlogos.com

comics grafische vormgeving en webdesign muziek tekeningen en illustraties wetenschap taal & poëzie Rusland religie geschiedenis filosofie film boeken orthodoxie schilderkunst architectuur fotografie