dinsdag 31 mei 2011
alles is relatief [ 2 ]
vandaag op de Filosofie Scheurkalender

M.C.EscherDe uitspraak dat “alles relatief is” staat hoog genoteerd in de toplijsten quasi-filosofische kretologie en lui denken. Vaak wordt hiermee dan bedoeld dat er geen absolute waarheid bestaat. Zo laat de relativist zich tegenover de vermeende absolutist juist kennen als de absolutist. Toch kan deze kreet soms zinvol zijn. Timon Meynen legt op de Filosofie Scheurkalender uit dat het gaat om de context en de relatie met de ander.

De Vlaamse filosoof en ethicus Etienne Vermeersch (1934) verdedigt zich (…) op een bekende wijze tegen het relativisme. Het relativisme zaagt immers de tak door waarop het zelf gezeten is, zoals Bruno Latour (1947) het uitdrukt. Met de stelling “alles is relatief” doet de relativist een beroep op een of ander criterium voor de waarheid van die stelling. En dat criterium moet zelf dus wel absoluut zijn. Kortom: hij spreekt zichzelf tegen, en dat mag niet.
 
Maar wie heeft er eigenlijk gezegd dat “alles relatief is"? En in welke context gebeurde dat? Je kunt je heel wel voorstellen dat de relativist in gesprek was met een absolutist. De zin “alles is relatief” zou dan relatief zijn ten opzichte van het gesprek waarin de relativist beweerde dat er geen universele en tijdloze criteria voor de waarheid van uitspraken bestaan, en de absolutist dat die er wel zijn. Misschien maakten beiden zich wel oprechte zorgen over de geestelijke gezondheid van de ander. De relativist was bang dat de absolutist zich door zijn illusies de wet liet voorschrijven. De absolutist was bang dat de relativist straks met tak en al naar beneden zou vallen. Zo lang zij nog de inzet hadden om elkaar te helpen wijzer te worden, was het wellicht niet zinloos dat zijn zich met die onzin bezighielden.
 
Bron: Timon Meynen, Filosofie Scheurkalender 31 mei 2011
Relativisme houdt geen moment stand onder rationele argumenten. Ten eerste is de stelling zelf een contradictie. Want zeggen dat de waarheid niet bestaat, impliceert dat de stelling zelf ook niet waar is. Omgekeerd is zeggen dat ‘de’ waarheid niet bestaat een absolutisme dat de stelling zelf beoogt te bestrijden: het is ‘een waarheid’.
 
Bron: plein2010.blogspot.com

filosofie scheurkalender | alles is relatief [ 1 ]

maandag 30 mei 2011
Jim
begonnen aan een portret van Baba Jim
Jim
verschillende stadia in acrylverf
als basis voor het olieverfportret
zondag 29 mei 2011
weet wat je eet
gisterenavond gezien op DVD: Food, Inc. (2008) van Robert Kenner

Documentaires als Bowling for Columbine, Fahrenheit 9/11, An Inconvenient Truth, The Age of Stupid, Manufactured Landscapes of Darwin’s Nightmare hebben mij dagenlang, soms wekenlang achtervolgd. Toen Michaela zaterdag thuiskwam met de DVD Food, Inc. wist ik al dat het eten mij de komende dagen een nare bijsmaak zou gaan bezorgen… Welcome to the real world!

Food, Inc. trailer
In Food, Inc., filmmaker Robert Kenner lifts the veil on our nation’s food industry, exposing the highly mechanized underbelly that has been hidden from the American consumer with the consent of our government’s regulatory agencies, USDA and FDA. Our nation’s food supply is now controlled by a handful of corporations that often put profit ahead of consumer health, the livelihood of the American farmer, the safety of workers and our own environment. We have bigger-breasted chickens, the perfect pork chop, herbicide-resistant soybean seeds, even tomatoes that won’t go bad, but we also have new strains of E. coli—the harmful bacteria that causes illness for an estimated 73,000 Americans annually. We are riddled with widespread obesity, particularly among children, and an epidemic level of diabetes among adults.
 
Bron: foodincmovie.com

foodincmovie.com

zaterdag 28 mei 2011
vulgair materialisme
de drooglegging van het Duitse idealisme rond 1850 volgens Safranski

Nu ik mij steeds dieper heb ingenesteld in de biografieën van Rüdiger Safranski, valt mij op hoe zijn boeken over Schopenhauer (1987), Heidegger (1994), Nietzsche (2000) en de Romantiek (2007) met elkaar verweven zijn. De filosofen Schopenhauer (1788-1860), Nietzsche (1844-1900) en Heidegger (1889-1976) zijn geworteld in de Romantiek en dat is vooral een Duitse affaire. Safranski’s biografieën zijn daarom ook een onderzoek naar de Duitse identiteit en een studie van het geestelijk klimaat van de negentiende eeuw.

boeken van Safranski In de historische achtergrond bij het denken van Schopenhauer, Nietzsche en Heidegger kom je in de onderstaande boeken telkens een passage tegen die Safranski ‘de drooglegging van het Duitse idealisme’ noemt. In Arthur Schopenhauer. De woelige jaren van de filosofie vanaf pagina 463 (Olympus 2002), vervolgens in Heidegger en zijn Tijd vanaf pagina 46 (Olympus 2000), in Nietzsche. Een biografie van zijn denken vanaf pagina 100 (Olympus 2000) en tenslotte in zijn nieuwste boek Romantiek. Een Duitse Affaire vanaf pagina 277 (Atlas 2009). Halverwege de jaren tachtig moet Safranski voor het eerst geschreven hebben over het geestelijk klimaat rond 1850. In zijn biografie over Schopenhauer kun je vanaf pagina 463 lezen hoe het realisme rond 1850 het idealisme verdrongen heeft.

In plaats van de subjectieve tendens van de geest is er nu de ‘objectieve’ tendens in de dingen en omstandigheden zelf. Allerwege, uit de wereld van de politiek, de literatuur, de wetenschap, het dagelijks leven en ook de filosofie klinkt de roep: terug naar de feiten!”(Nederlandse vertaling: Mark Wildschut)

Safranski refereert in vier van zijn boeken aan een aantal bestsellers uit de jaren veertig en vijftig van de negentiende eeuw. Psychologische Briefen (1847) en Köhlerglaube und Wissenschaft (1854) van Karl Vogt, Kreislauf des Lebens (1852) van Jakob Moleschott, Kraft und Stoff van Ludwig Büchner en Neue Darstellung des Sensualismus (1855) van Heinrich Czolbe. In dit overzicht van wetenschappelijke bestsellers (brevieren van ontnuchtering noemt hij ze) beperkt Safranski zich tot het Duitse taalgebied, maar de zegetocht van de objectiverende wetenschap was in de eerste plaats een Angelsaksische affaire.

Ludwig BüchnerVulgärmaterialismus
Der naturwissenschaftliche Materialismus ab 1850, auch bezeichnet als wissenschaftlicher Materialismus oder abwertend als Vulgärmaterialismus, ist eine Variante des Materialismus, die seit Mitte des 19. Jahrhunderts von den Naturwissenschaftlern Carl Vogt, Ludwig Büchner und Jakob Moleschott vertreten wurde. Diese bildeten eine radikale und populäre Gegenbewegung zu den philosophischen Systementwürfen des deutschen Idealismus und zu dem gesellschaftlich dominierenden christlichen Weltbild. Sie argumentierten dabei mit dem Erfolg der rasanten wissenschaftlichen und technischen Entwicklung des 19. Jahrhunderts sowie mit den Erkenntnissen und Folgerungen der Evolutionstheorie von Charles Darwin. Die Überwindung der Kluft zwischen organischer und anorganischer Chemie durch Friedrich Wöhlers Synthese eines organischen Stoffes (Harnstoff) wurde von ihnen als Argument gegen vitalistische und für materialistische Ansätze benutzt. ( Bron: de.wikipedia.org )

The Origin of Species (1859) van Charles Darwin is misschien wel hét boek dat de triomf van de materialistische wetenschap in de negentiende eeuw symboliseert. Vooral op het denken van de jonge Friedrich Nietzsche had deze geestelijke ontwikkeling veel invloed. Hij las als een van de eersten de Duitse vertaling (1860) van Darwin’s beroemde boek. In de zestiger jaren begon Nietzsche een diepe afkeer te krijgen van het eigentijdse geestelijk klimaat dat in zijn beleving door gedreven werd door een bangelijk realisme dat de mensen klein hield. Safranski schrijft in zijn biografie over Nietzsche (pagina 100), een passage die hij overigens letterlijk heeft overgenomen uit zijn biografie over Heidegger (pagina 47).

Het is al verbazingwekkend hoe sinds het midden van de negentiende eeuw, na de idealistische hoge vluchten van de absolute geest, plotseling overal het verlangen opkomt de mensen klein te maken. Toendertijd maakte de volgende stijlfiguur opgang: “De mens is niets ander dan…"Voor de romantiek begon zoals bekend de wereld te zingen als je maar het toverwoord vond. De poëzie en de filosofie van de eerste helft van de eeuw was het meeslepende project om steeds nieuwe toverwoorden te ontdekken en te verzinnen. (Nederlandse vertaling: Mark Wildschut)

In Romantiek. Een Duitse Affaire komt de passage over het ontnuchterende realisme voor in hoofdstuk 14 waarin Nietzsche langs de meetlat van de Romantiek wordt gelegd. Hier legt Safranski uit wat de kracht was (en is!) van het materialisme.

De zegetocht van het materialisme was ondanks scherpzinnige tegenwerpingen niet te stuiten, vooral niet omdat het vermengd was met een bijzonder metafysicum, het geloof in de vooruitgang.
De zegetocht van het materialisme was ondanks scherpzinnige tegenwerpingen niet te stuiten, vooral niet omdat het vermengd was met een bijzonder metafysicum, het geloof in de vooruitgang. Als we de dingen en het leven maar tot op het bot, tot de meeste elementaire bestanddelen analyseren, dan kunnen we, zo leert dat geloof, het fabrieksgeheim van de natuur ontdekken. Als we erachter komen hoe alles is gemaakt, zijn we in staat het na te maken. Hier is een bewustzijn aan het werk dat van alles de kneepjes wil kennen, ook van de natuur, die men -in experiment- op heterdaad moet betrappen en die men, als men weet hoe ze werkt, wel eens zal laten zien hoe de vork in de steel zit. (Nederlandse vertaling: Mark Wildschut)

Naturwissenschaftlicher Materialismus ab 1850 [ de.wikipedia.org ]

vrijdag 27 mei 2011
ambachtelijk [ 2 ]
gelezen:The Art of the Pre-Raphaelites van Steven Adams

De blog preraphaelitepaintings.blogspot.com is waarschijnlijk de grootste vindplaats voor plaatjes van schilderijen van pre-raphaelieten op het web. In de drie jaar dat deze blog bestaat, heeft de ijverige blogger Hermes al bijna 3000 keer gepost. Hermes beheert bovendien nog meer blogs. Zijn blog over Victoriaanse schilderkunst telt zelfs 6000 posts! Meestal bestaat de post uit een afbeelding van een schilderij, soms met een korte begeleidende tekst. Naast veel bekend werk is er ook een vracht onbekend materiaal te vinden, o.a. onderstaande schets van John Everett Millais voor zijn beroemde schilderij van de jonge Jezus in de houtwerkplaats van zijn vader Jozef.

Millais
studie voor Christ in the House of His Parents (1850) van Sir John Everett Millais. De kleine Johannes de Doper rechts op de voorgrond en Jezus’ grootmoeder Anna (naast Jozef) ontbreken nog in het oorspronkelijke schetsontwerp.
The painting depicts the young Jesus assisting Joseph in his workshop. Joseph is making a door, which is laid on his carpentry work-table. Jesus has cut his hand on an exposed nail, leading to a sign of the stigmata, prefiguring the crucifixion. As Saint Anne removes the nail with a pair of pincers, his concerned mother Mary offers her cheek for a kiss while Joseph examines his wounded hand. The young John the Baptist brings in water to wash the wound, prefiguring his later baptism of Christ. An assistant of Joseph’s, representing potential future Apostles watches these events. In the background various objects are used to further point up the theological significance of the subject. A ladder, referring to Jacob’s ladder is visible leaning against the back wall; a dove standing for the Holy spirit rests on it. Other carpentry implements refer to the Holy Trinity. Millais probably used Albrecht Dürer’s print Melancholia I as a source for this imagery, along with quattrocento works. The sheep in the fold in the background represent the future Christian flock.
 
Bron: en.wikipedia.org

preraphaelitepaintings.blogspot.com | goldenagepaintings.blogspot.com

donderdag 26 mei 2011
who the * is … ? [ 8 ]
John Henry Newman (1801-1890)

John Henry NewmanPascal’s beroemde uitspraak ‘Le coeur a ses raisons que la Raison ne connaît pas’
(Het hart heeft zijn redenen die de rede niet kent.) wordt vaak aangehaald om de intuïtie boven het verstand te plaatsen. Het hart spreekt een eigen taal die voor het verstand soms onbegrijpelijk is. ‘Cor ad cor loquitur’ zou de negentiende eeuwse Engelse theoloog en kardinaal John Henry Newman Pascal aanvullen. In 1845 was er in de Engelse pers een golf van verontwaardiging ontstaan over het feit dat de bekende publicist John Henry Newman het hart had gehad om de Anglicaanse Kerk te verlaten voor de Rooms-katholieke Kerk. In zijn autobiografische boek Apologia pro sua vita verdedigt Newman zijn overstap naar de Kerk van Rome. Het hart spreekt tot het hart…

Cor ad cor loquitur
Het hart spreekt tot het hart

credo van John Henry Newman

In 1991 werd John Henry Newman eerbiedwaardig verklaard na een zorgvuldig onderzoek naar zijn leven en werk door de Congregatie voor de Heiligverklaringen, de eerste stap op weg naar een canonisatie. Het proces voor zijn zalig- en heiligverklaring loopt nog. De Congregatie voor de Heiligverklaringen heeft inmiddels (april 2009) een wonder erkend dat aan de tussenkomst van de kardinaal wordt toegeschreven. Op 19 september 2010 werd de kardinaal door paus Benedictus XVI tijdens zijn staatsbezoek aan Groot-Brittannië aan het Verenigd Koninkrijk zalig verklaard. Hij is daarmee de eerste geboren Engelsman die deze eer te beurt valt sinds de Reformatie. Zijn feestdag is op 9 oktober. De Paus spreekt normaliter geen zaligverklaring uit, alleen heiligverklaringen. Door deze uitspraak wil de Paus benadrukken dat hij Newman als een rolmodel ziet in een steeds meer geseculariseerde wereld. De Paus prees de kardinaal voor het verdedigen van de vitale plaats van de openbaringsgodsdiensten in de samenleving.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Oog in oog met John Henry Newman [ charlesvanleeuwen.nl ]

woensdag 25 mei 2011
Greatest Show on Earth
de theatrale landschappen van Thomas Cole (1801-1848)
en de Hudson River School

De vader van de Amerikaanse Hudson River School, Thomas Cole, bracht de autonome landschapsschilderkunst van Europa naar Amerika en combineerde deze met de grandeur van het Amerikaanse landschap. Het resultaat was een theatrale landschapsschilderkunst. Cole was net als zijn tijdgenoot Caspar David Friedrich gevoelig voor het ontzagwekkende van de natuur, dat hij vooral in de woeste en ongetemde elementen tot uitdrukking zag komen. Maar terwijl Friedrich de numineuze ervaring verinnerlijkt en versobert, gaan bij Cole alle registers open en geeft hij zich schaamteloos over aan kitscherige rotspartijen en zonsondergangen. Wie overweldigd wordt door de natuur, maakt zich niet meer druk over het onderscheid tussen kunst en kitsch, lijkt hij te willen zeggen.

Thomas Cole
De verdrijving uit het Paradijs, ca. 1828
Thomas Cole
De elementen, ca. 1828
Wie overweldigd wordt door de natuur, maakt zich niet meer druk over het onderscheid tussen kunst en kitsch, lijkt hij te willen zeggen.
Thomas Cole
Na de zondvloed, 1829

In de jaren dertig gaat Thomas Cole zijn landschappen doorspekken met symboliek. Een schilderij als The Voyage of Life uit 1842 laat zien dat eigentijdse new age of fantasy kitsch niets nieuws is.

Thomas Cole
The Voyage of Life, 1842

Toen Thomas Cole in 1848 op 47-jarige leeftijd stierf, werd de vader van de Hudson River School opgevolgd door zijn kroonprins Frederic Edwin Church (1826–1900). In het derde kwart van de negentiende eeuw schilderde deze imposante landschappen waarmee hij in Verenigde Staten én in Europa triomfen vierde. De Hudson River School had van het landschap een circusattractie gemaakt, een Greatest Show on Earth.

Frederic Edwin Church
Frederic Edwin Church
Heart of the Andes, 1859
Metropolitan Museum New York

Nature and the Sublime

dinsdag 24 mei 2011
Heidegger’s Heimat [ 5 ]
Komende zomer hopen we Heidegger’s berghut te bezoeken
aan het lezen in Heidegger en zijn tijd van Rüdiger Safranski

Martin HeideggerMartin Heidegger is een van de weinige grote filosofen van de twintigste eeuw die zich zijn hele leven heeft opengesteld voor de religieuze dimensie van het bestaan. Hoewel hij rond zijn dertigste, kort na de Eerste Wereldoorlog, afstand had gedaan van het katholieke geloof, was hij er wel door gevormd. Niet alleen als kind maar ook als student en jonge filosoof. Een typisch Heideggeriaans begrip als Seinsvergessenheit is te herleiden tot zijn eerste teksten die hij tussen 1910 en 1912 schreef voor het katholieke maandblad Der Akademiker. Hierin verdedigde hij de traditie tegenover de oprukkende moderniteit. Een van deze stukken gaat over de Deense schrijver en essayist Johannes Jørgensen en is getiteld Per mortem ad vitam (’van de dood naar het leven’). Het geloof is voor de jonge filosoof in deze jaren nog een veilige haven en een plek van (oorspronkelijk) leven. In tegenstelling tot de geestelijke stromingen van de moderniteit (zoals het Darwinisme) die de mens ‘metafysisch dakloos’ maken. Ook als Heidegger zélf ‘metafysisch dakloos’ is geworden, blijft hij zoeken naar ‘oergeborgenheid’ en ziet hij de moderniteit als een voortdurende bedreiging van het oorspronkelijke zijn.

In het maartnummer (Der Akademiker) van 1910 schrijft hij een recensie (Per mortem ad vitam (Gedanken über Jörgensens Lebenslüge und Lebenswahrheit). In: Der Akademiker II. Jhg., Nr. 5, März 1910) van een levensbeschrijving van de Deense schrijver en essayist Johannes Jørgensen. Lebenslüge und Lebenswahrheit luidt de Duitse titel van het boek. Het schildert de geestelijke ontwikkelingsgang van darwinisme naar katholicisme, weergegeven als weg uit de vertwijfeling naar geborgenheid, uit de trots naar de deemoed, uit de teugelloosheid naar de levende vrijheid. Voor de jonge Martin Heidegger is dit een exemplarische en leerzame weg, omdat hij alle dwaasheden en verlokkingen van de moderne tijd doorkruist om tenslotte uit te komen bij de rust en het heil van het kerkelijk geloof, dus bij de bovenaardse waarde van het leven.
 
uit: Rüdiger Safranski, Heidegger en zijn Tijd, blz. 37.
Uitgeverij Olympus/Contact, derde druk 2002 (vertaling: Mark Wildschut)

Martin Heidegger bibliografie

maandag 23 mei 2011
ambachtelijk [ 1 ]
gelezen:The Art of the Pre-Raphaelites van Steven Adams

The Art of the Pre-RaphaelitesEr loopt historisch niet alleen een lijn tussen de Pre-Raphaelite Brotherhood en de Duitse Nazarener maar ook tussen de kunstreligie van de vroege Romantiek en de Jugendstil met William Morris als belangrijke schakel.

Dat ontdekte ik in het boek The Art of the Pre-Raphaelites van Steven Adams. Hij refereert aan de Herzensergießungen eines Kunstliebenden Klosterbruders van Wackenroder en Tieck uit 1797. Dit geschrift had grote invloed op de vergeestelijking van de kunst tijdens de Romantiek. In 1808 zouden enkele schilders aan de Akademie der bildenden Künste in Wenen zich verenigen in een Lukasbond. Deze idealiseerde de kunst en de kunstnijverheid uit de tijd van Albrecht Dürer. De Lukasbund werd het begin van een reactionaire beweging die als Die Nazarener de geschiedenis is ingegaan.

Via de Engelse schilder Ford Madox Brown die in de jaren veertig in Rome de Nazareners Peter Cornelius en Friedrich Overbeck leerde kennen, is er een verbinding met de Pre-Raphaelite Brotherhood die in 1848 in Londen werd opgericht. Tenslotte zou deze via William Morris weer invloed uitoefenen op de kunstnijverheid van de Jugendstil. Zo loopt er dus dwars door de negentiende eeuw een anti-modernistische beweging die de Romantiek met de Jugendstil verbindt. Ook in de eentwintigste eeuw spreekt ze een publiek aan dat het ambachtelijke en collectieve van traditionele kunst a priori meer waarderen kan dan het conceptuele en hyper-individuele van de moderne kunst.

Isabelle
Sir John Everett Millais
Isabella, 1849
In England, in 1848, three artists banded together, deciding that they’d had enough of the current British art scene. They were irked by what they saw as stagnant and uninspiring work. Paintings at that time consisted mainly of boring landscapes with cattle, stags at bay, seascapes, still life studies, or family portraits.
 
The three rebellious artists seeking change were Dante Gabriel Rossetti, William Holman Hunt, and Sir John Everett Millais. The name of the movement they founded - “The Pre-Raphaelites” stems from their determination to take inspiration from a time before the artist Raphael set standards in art which they felt had been followed for too long. Their vision was to paint real, unidealised landscapes, figures drawn from life, to real proportions, and grouped without stylised arrangement. They favoured subjects from poetry, mythology, religion or mediaeval tales. Paintings were to be vibrant, so they used a white paint background base - which certainly adds impact when viewed next to other contemporary Victorian art. Vivid colour and lyrical forms were to be used for dramatic and emotional effect. Several other artists soon joined the original three, and their work became well known in Britain, attracting both criticism and praise from contemporaries.
 
Bron: twilightstarsong.blogspot.com

Pre-Raphaelite Brotherhood [ en.wikipedia.org ]

zondag 22 mei 2011
save the planet
gezien: Boeken - Wim Brands in gesprek met Peter Sloterdijk
over zijn nieuwste boek: je moet je leven veranderen

De Nederlandse vertaling van Du mußt dein Leben ändern is uit en Peter Sloterdijk is daarom even in Nederland. Vanmorgen was hij op televisie.

sloterdijkIn Je moet je leven veranderen signaleert Peter Sloterdijk niet alleen problemen, maar draagt hij ook oplossingen aan. Zo moet de mensheid inzien dat de huidige mateloze manier van leven - de ‘frivoliteitscultuur’ - niet kan blijven voortbestaan. Een globale ecologische catastrofe ligt volgens Sloterdijk op de loer, en de grootste zorg voor de mens is daarom de zorg om te overleven. Mensen moeten, zoals de titel van het boek al aangeeft, hun leven veranderen. Eén van de veranderingen waar Sloterdijk op aandringt, is het vinden van alternatieven voor de eindige natuurlijke hulpbronnen. Hij verwacht dat ieder moment een nieuwe, wereldwijde avant-garde kan opstaan die zich als reactie op de dreigende catastrofe zal inzetten voor het behoud van onze planeet.
 
Bron: boeken.vpro.nl

interview met Peter Sloterdijk over zijn nieuwste boek [ vn.nl ]

zaterdag 21 mei 2011
Frühling
in Bronkhorst
Bronkhorst
Bronkhorst 21 mei 2011

kleinstestadvannederland

vrijdag 20 mei 2011
Heidegger’s Heimat [ 4 ]
Komende zomer hopen we Heidegger’s berghut te bezoeken
aan het lezen in Heidegger en zijn tijd van Rüdiger Safranski

Martin HeideggerIn de voetsporen van Martin Heidegger betekent soms ook in de voetsporen van Friedrich Hölderlin. Op weg naar Heidegger’s berghut in Todtnauberg willen we eerst een bezoek brengen aan Tübingen waar Hölderlin samen met Schelling en Hegel aan de Tübinger Stift theologie heeft gestudeerd. In 1807 werd de hypochondrische dichter krankzinnig verklaard. De Tübinger timmerman Ernst Zimmer had nog ein Zimmer frei in zijn woontoren. Hölderlin zou er 37 jaar lang, tot aan zijn dood in 1843, blijven wonen. Tegenwoordig is er een klein museum ingericht.

We hebben de natuur aan ons onderworpen, de telescoop dringt door tot in de verste uithoeken van het heelal, en daarbij gaan we ‘overhaast voorbij’ aan de ‘feestelijke opgang’ van de verschijnende wereld.

Hölderlin over die Götternacht

Wij ‘hedendaagse mensen’, zegt Hölderlin, zijn weliswaar ‘mensen met veel ervaring’, namelijk in de zin van wetenschappelijke kennis, maar we hebben daarbij het vermogen verloren de dingen, de natuur en de menselijke relaties in hun volheid en levendigheid waar te nemen. We hebben het ‘goddelijke’ verloren, wat betekent dat de ‘geest’ uit de wereld is geweken. We hebben de natuur aan ons onderworpen, de telescoop dringt door tot in de verste uithoeken van het heelal, en daarbij gaan we ‘overhaast voorbij’ aan de ‘feestelijke opgang’ van de verschijnende wereld. Van de ‘liefdesbanden’ tussen natuur en mens hebben we ’strikken gemaakt’, we hebben ‘gespot’ met de grenzen van het menselijke en natuurlijke. We zijn een ’sluw geslacht’ geworden dat er zelfs nog trots op is de dingen ‘naakt’ te kunnen zien. En zo ‘zien’ we de aarde niet meer, ‘horen’ het lied van de vogels niet meer en de taal tussen de mensen is ‘verdord’. Dat alles betekent bij Hölderlin ‘godennacht’.
 
uit: Rüdiger Safranski, Heidegger en zijn Tijd, blz. 354-55.
Uitgeverij Olympus/Contact, derde druk 2002 (vertaling: Mark Wildschut)


Hölderlin Turm Tübingen [ hoelderlin-gesellschaft.de ]

donderdag 19 mei 2011
balkonscene
Zondag gezien op Een: Franco Zeffirelli’s Romeo and Juliet (1968)

balkon Romeo en JuliaIn onze beeldvorming staan kelderboxen en breezers tegenwoordig voor de verwoestende geilheid van bepaalde groepen teenagers. Zo staat het kleine balkon met de klimop ernaast voor hoofse tederheid. Het balkon waar de twee pubers Romeo en Julia zich voor het eerst met elkaar verstrengelden, bevindt zich nog altijd in Verona. Franco Zeffirelli maakte in 1968 een magnifieke verfilming die oscars won voor de beste cinematografie en kostuums. De pracht en praal uit de Renaissance is een lust voor het oog, alsof schilderijen van Benozzi Gozolli tot leven zijn gekomen. De Shakespeariaanse taal staat weliswaar ver van ons af maar combineert verrassend goed met het naturelle spel van het verliefde paartje.

For never was a story of more woe Than this of Juliet and her Romeo

Romeo and Juliet [ imdb.com ]

woensdag 18 mei 2011
schetsboek [ 8 ]
glamourfoto 1965 (Virna Lisi)
schetsboek
gewassen tekening op 200 grams papier
dinsdag 17 mei 2011
de jaren ‘10
zondagavond gezien bij Andere Tijden: jaren van vooruitgang
Nederland tussen 1910 en 1920

Van MaasdijkHet geschiedenisprogramma Andere Tijden zendt ieder jaar een special uit met onbekend archiefmateriaal uit een bepaalde periode van onze nationale geschiedenis. Toen het programma in 2005 het eerste lustrum vierde, was er bijvoorbeeld De Andere Jaren Vijftig te zien met zeldzame kleurenfilmpjes uit de jaren vijftig. En in 2008 waren er amateurfilms te zien van Nederlandse families uit het ‘pre-videotijdperk’ (1920-1980). Afgelopen zondagavond ging het honderd jaar terug in de tijd. Bijzonder vond ik de beelden van luchtvaartpioniers. Het eerste Nederlandse luchtvaartslachtoffer Clement van Maasdijk verongelukte in 1910 op de Warnsbornerheide bij Schaarsbergen. Op de website is interessante achtergrondinformatie te vinden en de special is permanent op geschiedenis24.nl te bekijken.

Een breukvlak tussen de traditionele en de moderne tijd,
zo zijn de jaren tien
van de twintigste eeuw
de geschiedenisboeken ingegaan.
Auto en fiets kunnen echter niet concurreren met de menigte die uitloopt om de eerste vliegtuigen die het luchtruim kiezen te kunnen aanschouwen. De beelden van de vaak nog jonge luchtvaartpioniers spreken boekdelen, zij klimmen vol trots achter het stuurwiel van hun gevaartes waarmee zij op ijle hoogten hun halsbrekende toeren zullen gaan uithalen. Zij vergaren grote roem en trekken veel publiek. De vliegdemonstraties worden over heel Nederland gehouden. Dat dit niet altijd zonder gevaar is blijkt wanneer Nederlands eerste vliegpionier Clement van Maasdijk dodelijk verongelukt te Arnhem. De luchtvaartgekte wordt er niet minder om.
 
Bron: geschiedenis24.nl

jaren van vooruitgang [ geschiedenis24.nl ]

maandag 16 mei 2011
good storytelling
terug naar het jaar 1963 met Mad Man Season Three

J.F. Kennedy“At the heart of good history is a naughty little secret: good storytelling” De Amerikaanse journalist en scenarist Stephen Schiff ziet in het hart van de geschiedenis geen kroniek maar een vertelling. Officiële geschiedschrijving is vaak zakelijk, een chronologie van gebeurtenissen, terwijl ‘kleine’ geschiedenis de nadruk legt op onze persoonlijke beleving. En om dat laatste gaat het natuurlijk als je geschiedenis wilt laten leven. Een vraag als “waar je was toen je van de moord op John F. Kennedy hoorde?” plaatst de wereldgeschiedenis in het kader van ons persoonlijke leven. Iedereen die het bewust heeft meegemaakt, weet dat het om 22 november 1963 gaat. Zoals we in Nederland weten dat Pim Fortuyn op 6 mei 2002 werd vermoord. Matthew Weiner en de scenaristen die aan Mad Men werken, kennen het geheim waarover Stephen Schiff spreekt…

At the heart of good history
is a naughty little secret:
good storytelling

Stephen Schiff

Martin Luther KingDeze maand komt de Nederlandse DVD-box van het vierde seizoen van Mad Man (1964-1965) op de markt. Voordat ik ga kijken, draai ik nog een keer de 13 afleveringen van het derde seizoen, dat zich afspeelt in mijn geboortejaar 1963. De moord op Kennedy zit er in (episode 12, The Grown Ups) en nog een aantal andere gebeurtenissen uit 1963 zoals de historische toespraak (I have a dream) van Martin Luther King op 28 augustus. In het scenario van episode 9 (Wee Small Hours) is de droom van Martin Luther King verweven met de dromen (of de slapeloosheid!) van de hoofdpersonen.

with the beatlesWeer een andere gebeurtenis die het jaarboek van 1963 moeiteloos haalde, was de zelfverbranding van een Boeddhistische monnik in Saigon op 11 juni. De beroemde foto van Malcolm Browne is zo op ons netvlies gebrand dat de gruwelijkheid van het beeld lijkt te zijn ingehaald door het hoge World Press Photo-gehalte. We zien de historische beelden van de brandende monnik in zwartwit op de televisie, gadegeslagen door Don en Betty’s dochtertje Sally . Haar opa is net gestorven. Dit soort een-tweetjes tussen de wereldgeschiedenis en onze persoonlijke geschiedenis maken van het derde seizoen Mad Men een persoonlijke vertelling over mijn geboortejaar. Op de fab four moet ik overigens nog even wachten. Zij zitten in episode 10 van het vierde seizoen.

Mad Men [ amctv.com ]

zondag 15 mei 2011
schetsboek [ 7 ]
kopie naar een gravure van Johann Wilhelm Schirmer
schirmer
Elia am Bach Kerit (ca. 1851)
pentekening, maart 2011

Johann Wilhelm Schirmer [ commons.wikimedia.org ]

zaterdag 14 mei 2011
Heidegger’s Heimat [ 3 ]
Komende zomer hopen we Heidegger’s berghut te bezoeken
aan het lezen in Heidegger en zijn tijd van Rüdiger Safranski

Martin HeideggerHeidegger is niet alleen via Hölderlin met de Duitse Romantiek verbonden. De leermeester, Franz Brentano (1838-1917), van zijn leermeester, Edmund Husserl (1859-1938), was een neef van de romantische dichter Clemens Brentano (1778-1842). Brentano en Husserl zijn Heidegger op het pad van de fenomenologie voorgegaan. Heidegger had het motto van zijn leermeester “Zu den Sachen selbst!” aangescherpt en keerde in Sein und Zeit (1927) nog verder terug dan Husserl, voorbij de zaken zelf, naar datgene dat de fenomenen (’zijnden’) mogelijk maakt, namelijk ‘het Zijn’. Ook na Sein und Zeit heeft Heidegger zich zijn hele leven de vraag naar ‘het Zijn’ gesteld. Volgens Heidegger kun je over deze vraag alleen filosoferen vanuit een bepaalde grondstemming en hij legt daarbij de nadruk op de angst.

In Sein und Zeit staat Heideggers beroemde paragraaf veertig, waarin hij de angst analyseert. Daarbij heeft hij zich door Kierkegaard laten inspireren, die onder het pseudoniem Johannes de Silentio in 1843 Vrees en Beven had geschreven. Safranski schrijft daarover: “Kierkegaard probeert de angst te overwinnen door de sprong in het geloof, een sprong over de afgrond. Heideggers angst is niet het voorspel voor die sprong. Hij heeft het geloof van zijn afkomst verloren. Bij Heidegger is het de angst na de sprong, als je al bezig bent in de afgrond te storten.”

Für Heidegger ist diese Unheimlichkeit das ursprünglichere Phänomen gegenüber dem beruhigt-vertrautem In-der-Welt-Sein, d. h., das Dasein muss sich ein Zuhause, in dem sich wohnen lässt,
erst schaffen.

de.wikibooks.org

In der Angst als Grundbefindlichkeit wird Heidegger den phänomenalen Boden für das Erfassen des Seins des Daseins als Sorge suchen (§ 40). Innerhalb des Zusammenhangs von Sorge, Weltlichkeit, Zuhandenheit und Vorhandenheit wird anschließend Realität zum Thema und das hiermit verbundene Problem von Idealismus und Realismus (§ 43), an welche Analyse Heidegger seine Auffassung des Wahrheitsbegriffes anknüpft (§ 44).
 
Das sechste Kapitel verbindet außerdem die beiden Teile von „Sein und Zeit“, also den ersten Teil, in welchem die Existenzialien herausgearbeitet werden und den zweiten Teil, welcher diese auf ihre Zeitlichkeit hin interpretiert. Heidegger bereitet die zeitliche Interpretation vor, indem er die Bestimmung der Sorge umformuliert als „Sich-vorweg-schon-sein-in(-der-Welt) als Sein-bei (innerweltlich begegnendem Seienden)“. Die Worte vorweg, schon und bei verweisen hierbei auf die zeitlichen Dimensionen von Zukunft, Vergangenheit und Gegenwart.
 
Bron: de.wikibooks.org

Sein zum Tode [ W&V ]

vrijdag 13 mei 2011
Rens
gisteren verder gewerkt aan een portret van Rens
Rens
drie verschillende stadia
olieverf op onderschildering in acrylverf
donderdag 12 mei 2011
Heidegger’s Heimat [ 2 ]
Komende zomer hopen we Heidegger’s berghut te bezoeken
aan het lezen in Heidegger en zijn tijd van Rüdiger Safranski

Martin Heidegger“Heidegger begon als katholiek filosoof. Hij nam de uitdaging van de moderne tijd aan. Hij ontwikkelde de filosofie van een bestaan dat zichzelf aantreft onder een lege hemel, beheerst door een verslindende tijd, geworpen en toegerust met de gave het eigen leven te ontwerpen. Een filosofie die de enkeling op zijn vrijheid en verantwoordelijkheid aanspreekt en de dood serieus neemt. De zijnsvraag in Heideggeriaanse zin betekent, het bestaan lichten zoals je een anker licht, om bevrijd de open zee op te varen.” Zo begint Rüdiger Safranski zijn biografie over Heidegger (1994).

Hij ontwikkelde de filosofie van een bestaan dat zichzelf aantreft onder een lege hemel, beheerst door een verslindende tijd, geworpen en toegerust met de gave het eigen leven te ontwerpen.

Safranski over Heidegger

Zijn boek Romantiek. Een Duitse Affaire laat Safranski ook heel bewust beginnen met de uitgestrektheid van de oceaan. (Johann Gottfried von Herder die op 17 mei 1769 het ruime sop kiest, vol vertrouwen een onbepaalde toekomst tegemoet.) Safranski heeft de gave om spannend over filosofie te schrijven en filosofie terug te brengen tot wat het is: het avontuur van de geest.

Toen Safranski aan Heidegger en zijn tijd begon, had hij al een biografie over ETA Hoffmann (1984) en Schopenhauer (1988) geschreven. Ein Meister aus Deutschland luidt de ondertitel van zijn biografie over Martin Heidegger en Safranski plaatst hem daarmee in de traditie van Meister Eckhart en andere Duitse mystici. Zoals bijna alle mystici had ook Heidegger een plek waar hij zich terug kon trekken en waar hij ‘het Zijn’ kon ondervragen. Die plek was bij Todtnauberg in het Zwarte Woud waar hij een blokhut bezat en waar hij ongestoord aan zijn hoofdwerk Sein und Zeit (1923-1927) en aan vele andere teksten kon werken.

Hij was echt een ‘meester’ uit de school van de mysticus meester Eckhart. Als geen ander heeft hij in een a-religieuze tijd de horizon voor de religieuze ervaring opengehouden.

Safranski over Heidegger

Heidegger
dichterisch wohnet der Mensch auf dieser Erde (Heidegger bij zijn blokhut)
Das Tagungsmotto ‘Voll Verdienst, doch dichterisch wohnet/Der Mensch auf dieser Erde‘ ist eine Wendung Hölderlins, der sich Heidegger auf seinem Weg mit dem Dichter immer wieder auslegend näherte. Eine Verwandlung des Denkens, die der ‘Machenschaft’ und dem ‘Ge-stell’ als den Formen, in denen die Geschichte der Metaphysik im 20. Jahrhundert ihre höchste und zugleich brutalste Ausprägung gewann, einen anderen Anfang, eine echte geschichtliche ‘Besinnung’ entgegenstellt, erwartete Heidegger von einer Neubegründung des Verhältnisses von Dichten und Denken in der Zuwendung zu Hölderlin. Noch in jenem berühmten Spiegel-Gespräch aus dem Jahre 1966 merkt Heidegger an, dass ‘mein Denken […] in einem unumgänglichen Bezug zur Dichtung Hölderlins‘ stehe, dass Hölderlin derjenige Dichter sei, ‘der in die Zukunft weist’. Indem Heidegger so von der Bedeutsamkeit Hölderlins angesprochen wird und ihr entspricht, erreicht er den Ort, an welchem ein wahrhaft freies Gespräch mit der Dichtung überhaupt erst möglich wird, ein Gespräch, in welchem es um die gemeinsame Sache des Dichtens und des Denkens geht.
 
Bron: beck-shop.de

Ein Philosoph und seine Dichter - Heidegger, Hölderlin und Thelema

woensdag 11 mei 2011
Heidegger’s Heimat [ 1 ]
Komende zomer hopen we Heidegger’s berghut te bezoeken
Bauen Wohnen Denken (1951)

Martin HeideggerVolgens Hannah Arendt trok er door het denken van haar leermeester Martin Heidegger een storm. “Hij komt uit het oeroude en wat hij achterlaat, is iets volmaakts, dat zoals al het volmaakte terugvalt aan het oeroude.

Eigenlijk is het niet verwonderlijk dat Heidegger kort na de Tweede Wereldoorlog een fenomenologie van de architectuur heeft proberen te ontwikkelen. In het woord architectuur zit het Griekse woord archè dat we ook tegenkomen in de eerste woorden van het Johannesevangelie: εν αρχη ην ο λογος (in den Beginne was het Woord).

In 1951 houdt Heidegger in Darmstadt de voordracht Bauen Wohnen Denken voor de Deutsche Werkbund over de betekenis van architectuur voor de mens. Na de verwoestende oorlog lagen de Duitse steden in puin en leek het geïndustrialiseerde Duitsland teruggekeerd naar zijn agrarische wortels. Van een Wirtschaftswunder was in 1951 nog geen sprake. In de voordracht Bauen Wohnen Denken trekt Heidegger een parallel met de drieslag Arbeitsdienst, Wehrdienst, Wissensdienst uit zijn beruchte Rektoratsrede (1933) Die Selbstbehauptung der deutschen Universität. Bauen Wohnen Denken was daar een naoorlogse hertaling van en vestigde de aandacht op de actualiteit van het menselijk dasein in 1951: de woningnood. De Lebensraum van het Derde Rijk was geïmplodeerd. Miljoenen Duitsers hadden geen dak meer boven hun hoofd. De Trümmergeneration was teruggeworpen in het oorspronkelijke dasein, onder de naakte sterrenhemel. Voor de existentiële fenomenoloog Heidegger is de oergrond tevens ‘oerplafond’. Het is tenslotte de taal die ons een dak boven het hoofd geeft, en grond onder de voeten. ‘In den beginne was het Woord’, zegt de Evangelist. ‘Die Sprache ist das Haus des Seins’, zegt Martin Heidegger.

Heidegger's blokhut
Heidegger’s blokhut bij Todtnauberg
Das Wohnen ist die Weise, wie
die Sterblichen auf der Erde sind.

Martin Heidegger

Der Aufsatz “Bauen Wohnen Denken” wurde nach dem Zweiten Weltkrieg verfaßt und vor dem Deutschen Werkbund vorgetragen. Heidegger reflektiert über Worte, die unterschiedlich klingen, möglicherweise ein und daselbe bedeuten können, auf jeden Fall aber zu einer Gleichsetzung gebracht werden konnten. Daß dies Sinn macht, läßt sich dem Text entnehmen, der sehr einfach strukturiert ist und systematisch aufgebaut wurde. Sprache sei die Herrin des Menschen, auch wenn wir uns noch so gut ihrer bedienen können.
 
Ik kan wonenHeidegger will das Wesen vom Wohnen und Bauen durchmessen. Als er den Worten nachgeht, stößt er auf überraschende Zusammenhänge.
 
“Bauen ist eigentlich Wohnen.”
 
“Das Wohnen ist die Weise, wie die Sterblichen auf der Erde sind.”
 
“Das Bauen als Wohnen entfaltet sich zum Bauen, das pflegt, nämlich das Wachstum, - und zum Bauen, das Bauten errichtet.”
 
Bron: de.nntp2http.com

Martin Heidegger [ de.wikipedia.org ]

dinsdag 10 mei 2011
schetsboek [ 6 ]
filmportretten
schetsboek
gewassen tekeningen op 200 grams papier
maandag 9 mei 2011
picture - perfect
gezien op DVD: Mad Men Season 3 (2009)

De tv-serie Mad Men, over een groot reclamebureau in New York in de jaren zestig, past uitstekend bij het thema van de inmiddels verstreken Maand van de Filosofie: Het echte leven. In de openingsanimatie van elke aflevering zien we het silhouet van een vallende reclameman. Dat heeft uiteraard een symbolische betekenis. De wereld van Sterling-Cooper aan de Madison Avenue (vandaar de naam (M)ad Men) is een lucratieve schijnwereld van leugens. In deze corrumperende biotoop probeert iedereen zich staande te houden en succes uit te stralen. Maar diep in je hart voel je aan dat deze wereld vroeg of laat als een kaartenhuis in elkaar moet storten. De schijn van het maatschappelijk succes tegenover het echte leven van de val. Wie zou dat niet kunnen herkennen?

Dan River 1962
Say Cheese !
(Dan River Ad, 1962) Het plaatje van het gelukkige gezinnetje wordt ons door de reclame nog altijd voorgehouden… Het is een beeld waarin blijkbaar de meesten van ons willen blijven geloven…

Bedenker en scenarist Matthew Weiner is een tovenaar in het neerzetten van personages die overtuigende en messcherpe dialogen met elkaar voeren. Zijn ‘palet’ lijkt hij te hebben opgebouwd tussen de duidelijke personages Roger Sterling en Peggy Olson. Het groene blaadje Peggy is in het verdorven Manhattan een katholiek meisje gebleven met een zuiver hart, terwijl Roger Sterling het prototype is van de kapitalistische zakenhufter: arrogant, gewetenloos en altijd op zoek naar persoonlijk gewin. In de morele twilight zone waarin Peggy en Roger de uitersten zijn, bewegen zich de anderen.

Hoofdpersoon Don Draper is een complexe en raadselachtige figuur. Hij is een notoire leugenaar en vreemdganger, maar doordat we hem via zijn verleden steeds beter leren kennen, gaan we toch sympathie voor hem voelen. Maar Weiner brengt ons ook telkens terug bij diepe afkeer voor zijn gedrag.

De bewondering die zijn collega’s voor hem hebben, is begrijpelijk. Don is een brilliant reclameman met een diep intuïtief gevoel voor wat de consument wil. Terwijl Roger de leeuwentemmer is, die klanten met zijn kille charme intimideren kan, is Don de creatieve tovenaar die met zijn idee en overtuigingskracht de klant laat zien hoe de consument zich laat verleiden.

La Société du SpectacleMad Men speelt zich af in de jaren zestig, wanneer de commercie en massamedia de maatschappij in hun greep hebben gekregen. Guy Debord schreef in 1967 La Société du spectacle waarin hij aantoont hoe ons leven beheerst wordt door wat de massamedia ons laten denken. Sterling-Cooper is een van de werkplaatsen van ‘de Spektakelmaatschappij’, waarin de American Dream van beelden wordt voorzien. De beelden roepen vervolgens gedachten op waarmee we onszelf kunnen identificeren en waardoor de reclame werkt. Tenslotte is een reclamecampagne een ‘veldtocht’ in de strijd om de consument. Het verkopen van een product is in de eerste plaats het verkopen van een idee.
Mad Men brengt ook ideëele reclame naar voren, waarbij de reclamejongens aan de Madison Avenue bepaalde gewetensbezwaren die er maatschappelijk zijn, onschadelijk moeten maken. Campagne voeren is vaak politiek bedrijven en het witwassen van een slecht geweten.

De verbijzondering van de beelden van de wereld wordt in voltooide vorm teruggevonden in de wereld van het autonoom geworden beeld, waar het leugenachtige zichzelf belogen heeft.

Guy Debord

Het gehele leven van de samenlevingen waarin de moderne productieverhoudingen heersen, dient zich aan als een ontzaglijke opeenhoping van spektakels. Al wat direct werd geleefd, heeft zich in een voorstelling verwijderd. De beelden die zich van ieder aspect van het leven hebben losgemaakt, versmelten in een gemeenschappelijke stroom, waarin de eenheid van dit leven niet meer kan worden hersteld. De gedeeltelijk beschouwde werkelijkheid ontvouwt zich in haar eigen algemene eenheid als afzonderlijke schijnwereld, slechts object van aanschouwing. De verbijzondering van de beelden van de wereld wordt in voltooide vorm teruggevonden in de wereld van het autonoom geworden beeld, waar het leugenachtige zichzelf belogen heeft. Het spektakel is in het algemeen, als concrete omkering van het leven, de autonome beweging van het niet-levende. (Bron: Guy Debord, De Spektakelmaatschappij)

Het spektakel is in het algemeen, als concrete omkering van het leven, de autonome beweging van het niet-levende.

Guy Debord

mad men intro
de intro van Mad Men
(…) the most striking aspect of Mad Men’s title sequence is the depiction of the male protagonist falling from the top of a skyscraper. The action begins as he enters his office in black silhouette, puts down his briefcase, and watches as his furniture begins to implode, almost melting. A small rotating fan spins in an open window, but we never see how the silhouetted man ends up outside the building; we just see him in a graceful freefall for over half of the sequence tumbling past seductive images of women, a glass of whiskey, advertising slogans (“Enjoy the Best America Has to Offer”; “It’s the Gift That Never Fails”), two hands wearing wedding rings, a couple kissing, a smiling nuclear family, and four old vintage photographs. There’s a lot going on in just thirty-six seconds. The slow, languid pace of the fall almost suggests a dream where the protagonist is watching his life pass before his eyes. We can all relate to dreams of falling which typically express our latent anxieties, even our feelings of being out of control and overwhelmed.
 
Bron: mediacommons.futureofthebook.org

Guy Debord, De Spektakelmaatschappij [ marxists.org ]

zondag 8 mei 2011
sitcomic
vanmiddag gezien op Een: How to murder your wife (1965)

How to murder your wifeErg flauwe komedie die het huwelijksleven op kluchtige wijze als een ramp benadert. Jack Lemmon speelt net als in The Apartment (1960) weer een eigenaar van een appartement en heeft net als in Some Like it Hot (1959) weer een blonde seksbom als tegenspeelster. Maar How to murder your wife is toch een stuk minder leuk. Dat komt natuurlijk omdat het scenario niet van Billy Wilder is, maar ook omdat Jack Lemmon en Virna Lisi geen Dorris Day en Rock Hudson zijn. Wat mij wél boeit aan deze film is het aardige tijdsbeeld. Neem bijvoorbeeld de deinende en kolossale Lincoln Continental 1964 uit het begin van de film. Maar het leukste vind ik dat de hoofdpersoon een striptekenaar is (Stanley Ford gespeeld door Jack Lemmon). Fragmenten uit het verhaal keren terug in de stroken die hij dagelijks voor de krant tekent. De Amerikaanse tekenaar Mel Keefer heeft ze getekend en in 1965 verschenen ze ter promotie tijdelijk in enkele dagbladen.

Bash Brannigan
De fictieve krantenstrip Bash Brannigan van Stan Ford (gespeeld door jack Lemmon) werd voor de film getekend door Mel Keefer
How to murder your wife
in de grafische vormgeving van deze filmposter uit 1965 zie je een overgang van de jaren vijftig naar de jaren zeventig: fotografie heeft het geschilderde beeld vervangen, de typografie herinnert nog aan de swingende comicfonts maar is strakker, de kleuren zijn harder geworden.

How to murder your wife [ the-unmutual.blogspot.com ]

zaterdag 7 mei 2011
gemoedelijke godloochenaar
vandaag is het de 300e geboortedag van David Hume (1711-1776)

A Treatise of Human NatureDe Schotse filosoof David Hume schreef op zijn 26e al zijn hoofdwerk A Treatise of Human Nature (1739-1740) Tachtig jaar vóór Die Welt als Wille und Vorstellung van Arthur Schopenhauer beschrijft hij al de wanhoop van de mens die metafysisch dakloos is geraakt: “Waar ben ik? Wie ben ik? Wat heeft mijn bestaan veroorzaakt? Deze vragen brengen mij totaal in de war en ik begin mij te verbeelden dat ik in de meest wanhopige situatie verkeer die men zich voor kan stellen, omgeven door totale duisternis.”

In Nederland is Hume vooral actueel in de discussie over het recht op zelfdoding door zijn verhandeling On Suicide uit 1755 waarin hij zelfmoord decriminaliseert. Minder bekend is Hume door zijn Natural History of Religion (1757) waarin hij honderd jaar voor Charles Darwin een ‘evolutietheorie’ over de godsdienst beschrijft. In den beginne was er animisme. Daaruit ontstond het polytheïsme en tenslotte ontwikkelde zich daaruit het monotheïsme. Hume was zélf overtuigd atheïst. In de eerste helft van de achttiende eeuw lag dat maatschappelijk nog erg gevoelig, maar met de komst van de Franse Philosophes na 1750 begon het atheïsme salonfähig te worden. Tijdens een etentje met baron Dietrich von Holbach merkt Hume op dat hij vele malen van atheïsme is beschuldigd, maar dat hij zélf nog nooit een atheïst heeft gezien. Holbach antwoordt hem dat er aan tafel vijftien mensen zitten die atheïst zijn en dat drie het nog niet zeker weten.

The Great Infidel

bijnaam van David Hume

Op een van zijn dagelijkse wandelingen in de omgeving van Edinburgh gleed Hume van het pad en viel in een moddersloot, waaruit hij tevergeefs trachtte zich los te werken. Na enige tijd geworsteld te hebben, wist hij de aandacht van een met vis ventende vrouw te trekken, die echter, toen ze de beruchte atheïst herkende, twijfelde, of zij er wel goed aan zou doen, hem uit zijn kritieke situatie te bevrijden.
‘Maar goede vrouw’ - zo betoogde Hume vanuit zijn benarde positie, ‘gebiedt Uw christendom U niet Uw medemensen goed te doen, zelfs wanneer zij uw vijanden zijn?’
‘Dat kan wel zijn’, antwoordde het vrouwtje, ‘maar U komt er niet uit voordat Uzelf een christen zijt geworden en het Onze Vader en de Twaalf Artikelen des Geloofs hebt opgezegd.’
Tot haar verbazing kweet Hume zich grif van deze taak, waarna hij uit de modder werd getrokken. Voortaan beweerde hij altijd, dat deze Edingburghse visvrouw de meest gewiekste godgeleerde was, die hij ooit ontmoet had, een pienter wijfje, dat wist, hoe zij een godloochenaar moest aanpakken.
 
Bron: Dr. J.KL. Snethlage, David Hume. Kruseman, Den Haag 1963

De Schotse schrijver James Boswell (1740-1975) die David Hume persoonlijk kent, begrijpt niet hoe een gemoedelijke en eerzame man als Hume in hemelsnaam atheïst kan zijn. Wanneer hij het leven na de dood ter sprake brengt in gesprek met hem, is dat volgens Humea most unreasonably fancy‘. Op zijn sterfbed, schrijft Hume op één dag (18 april 1776) zijn autobiografie My Own Life. Niets daarin over een mogelijke bekering. Na zijn dood bezoekt James Boswell zijn graf in de hoop er tekenen van bekering te vinden. Tevergeefs. Jaren later krijgt Boswell ‘antwoord’ in een droom. Hij droomt dat hij geheime dagboekaantekeningen van Hume gevonden heeft, waarin de atheïstische filosoof bekent dat hij in het geheim is blijven geloven. Voor Boswell was de vraag ‘is er leven na de dood?’ blijkbaar identiek met de vraag ‘gelooft David Hume in een hiernamaals?’

‘He was an Atheist!’
‘No matter, he was
an honest man!’

reacties tijdens Hume’s begrafenis

HumeDavid Hume is vereeuwigd op een van de mooiste filosofenportretten die ik ken. Het is geschilderd door de Schotse schilder Allan Ramsay (1713-1784) in 1766. Zijn scharlaken mantel met goudbrokaat roept bij mij onmiddellijk Rembrandt’s portret van Jan Six in de herinnering. Ook de belichting is Rembrandtiek. Tegelijkertijd herinnert de kalme ontspannen pose die door de schilderkunstige abstrahering nog versterkt wordt mij aan Ramsay’s tijdgenoot Chardin (1699-1779)

Hume Tercentenary [ iash.ed.ac.uk ]
The Scottish Enlightenment [ scotland.org ]

vrijdag 6 mei 2011
eigentijdse heiland anno 1927
opnieuw gezien: de gerestaureerde versie van Metropolis (1927/2010)

MetropolisBegin jaren zeventig was de stomme film nog volop aanwezig op de televisie. Toen ik zes of zeven jaar oud was, keek ik het liefst naar Comedy Capers met de aanstekelijke begintune van Jack Saunders (’daar komen die keepurs’ maakte ik er van). Ook naar de legendarische VPRO tv-programma’s “horen, zien en zwijgen” en “zwijgen is goud” van cinefiel Maarten van Rooijen keek ik graag. Tot 1975 stond er bij ons thuis nog geen kleurentelevisie zodat de zwartwitfilm geen concurrentie had van de kleurenfilm. Voor mij als jongetje was de stomme film synoniem met slapstick en onbedaarlijk hard lachen.

Films met Laurel en Hardy, Charley Chaplin, Buster Keaton, Harold Lloyd, Harry Langdon en Ben Turpin behoorden voor mij tot het leukste dat er op de televisie te zien was. Later ontdekte ik dat er ook serieuze stomme films waren, maar daar vond ik toen niets aan. Weer later, toen ik op de kunstacademie zat, hoorde ik over de Duitse expressionistische film en leerde ik verbanden te zien tussen de schilderkunst, film en tijdgeest. Sindsdien ben ik geboeid door de expressionistische film en de uitvergrote manier van acteren.

Op 12 februari 2010 zag ik op Arte de wereldpremière van de gerestaureerde versie van Metropolis met orkest in Berlijn die live op een scherm op de Brandenburger Tor te zien was. Op 10 januari 1927 was de première van de duurste film uit de jaren twintig ook al niet ongemerkt voorbijgegaan. Hindenburg en de hele Duitse regering waren in de zaal aanwezig. Tegenwoordig staat Metropolis op de Unesco-lijst van werelderfgoed en beschouwt men de film als een van de beroemdste uit de geschiedenis.

Metropolis
stills uit Metropolis
de boze uitvinder Rotwang heeft de robot het gezicht van Maria gegeven

Wat mij ditmaal sterk opviel, is dat Metropolis op het kruispunt staat van de negentiende naar de twintigste eeuw. Vooral in het acteerwerk worden gevoelens reusachtig opgeblazen, waardoor de film soms aanzwelt tot een pathetische, Wagneriaanse opera. Maar in thematiek neemt de film een voorschot op de toekomst, op een eeuw die inmiddels achter ons ligt. Er is veel geschreven over de nationaal-socialistische aspecten in Metropolis . Vooral de rol van Freder Fredersen als Mittler (bemiddelaar) wordt dan vergeleken met die van de Führer die zes jaar later aan de macht zou komen. Ook het beeld van de massamens wordt in de film treffend weergegeven. In de onderwereld van Metropolis zijn de arbeiders een soort zombies geworden, die hun persoonlijkheid zijn kwijtgeraakt. De arbeiders die schouder aan schouder als robots naar hun werk marcheren, lijken veel op de soldaten die je acht jaar later op de partijdag in Neurenberg ziet in de film Triumph des Willens. Maar Fritz Lang was geen Leni Riefenstahl. Zoals algemeen bekend is, was Hitler erg onder de indruk van Metropolis en had hij Fritz Lang graag als ‘hofregisseur’ gehad. Maar Lang vluchtte in 1933 het land uit en vertrok naar de Verenigde Staten.

Metropolis
De hoer van Babylon in Metropolis wordt aanbeden. Vervang haar door Hitler en je hebt bijna een beeld uit Riefenstahl’s Triumph des Willens.

Metropolis wordt gezien als de eerste grote science fiction film met (zeker voor die tijd) indrukwekkende special effects. Maar net als 2001: A Space Odyssey, Star Wars en The Matrix is Metropolis ook een modern sprookje. De film vertelt niet alleen een verhaaltje over de nabije toekomst (2026 in dit geval), maar vooral ook iets over de tijd waarin wij nu leven, een tijd waarin de toekomstnachtmerrie uit de film al in voorbereiding is.

Mittler zwischen
Hirn und Händen
muss das Herz sein.

motto van Metropolis

Het is opvallend hoeveel Bijbelse motieven er in het scenario zijn verwerkt: Moloch, de torenbouw van Babel, Maria, de messias (der Mittler), de openbaringen van Johannes, de hoer van Babylon, de vader en de zoon… Metropolis wortelt dus in de Bijbelse traditie, maar er wordt een invulling gegeven die je helemaal ‘twintigste eeuws’ kunt noemen. Want de oplossing komt in Metropolis niet meer van boven, maar van een bemiddelaar, een mediator zouden we nu zeggen. ‘Een sterke man’, zei men in de Weimar Republiek. In deze zin wordt in Metropolis de eigentijdse en menselijke heiland gelegitimeerd, al heeft Fritz Lang nooit enig heil verwacht van Mittler Hitler.

Metropolis [ de.wikipedia.org ] | Metropolis [ imdb.com ]

donderdag 5 mei 2011
het echte leven volgens Soφie
gelezen: het nieuwste nummer van Soφie

Soφie nummer 2Soφie, een uitgave van de Stichting voor Christelijke Filosofie, gaat in het tweede nummer (mei 2011) nog even door op het thema van de afgelopen Maand van de Filosofie: Het echte leven. Er is echt een levensgroot verschil in hoe christenen en niet-christenen over ‘het echte leven’ filosoferen. In Filosofie Magazine gaat bijna iedereen ervan uit dat ‘het echte leven’ een constructie is. Maarten Doorman schrijft in het aprilnummer bijvoorbeeld dat ‘het echte leven’ een romantisch bedenksel is, dat nu aan het verdwijnen is. De meeste denkers die over ‘het echte leven’ reflecteren, beschouwen ‘het echte leven’ als een menselijke constructie.

De meeste denkers die over ‘het echte leven’ reflecteren, beschouwen ‘het echte leven’ als een menselijke constructie.
De dringende vraag naar echtheid is een signaal dat er in de cultuur iets aan het verschuiven is. Het duidt op een collectief afscheid van de levenshouding die met een vage en inadequate term als ‘postmodernisme’ werd aangeduid. Wat dit postmoderne ook inhield, men was het er in elk geval over eens dat alles een kwestie is van stijl. Postmodern denken was een leerschool in het herkennen en doorzien van stijl en constructie. We leerden te zien dat wat echt lijkt vaak een kwestie van fictie is. Echte gevoelens en gedachten - ook de meest intieme - kunnen tot stand komen door citeren of imiteren, zoals Roland Barthes dat liet zien voor de taal die verliefden spreken. Niemand kon zo schitterend uitleggen als hij dat de frase ‘ik hou van jou’ in feite niets betekent, en dat het schijnbaar onomstotelijke feit van ons verliefde gevoel op fictie en taalspel berust. De taal van de verliefden beschrijft niet de werkelijkheid van mijn verliefdheid, want buiten de taal om betekent die verliefdheid niets. Verliefdheid is een en al verbeelding, en de taalfiguren zijn de pogingen van de verliefde om zich die onherbergzame wereld een plaats te verschaffen.
 
uit: Renée van Riessen, Wil je het echte leven? Lees dan Lolita. in Soφie #2 2011

Het postmoderne monisme (’alles is constructie’) kun je herleiden tot wat Immanuel Kant over de menselijke geest heeft gezegd. Onze geest richt zich niet naar de dingen, maar de dingen richten zich naar onze geest. In de perceptie en receptie worden de prikkels die we met onze zintuigen uit de buitenwereld hebben opgevangen tot ‘beelden’ geconstrueerd. Hoe de wereld in werkelijkheid is, dus ook hoe het échte leven is, daarover kunnen we met ons verstand geen enkele uitspraak doen. Kant noemt ‘het échte leven’ eigenlijk het Ding an Sich. Vervolgens duikt de Duitse identiteitsfilosofie er bovenop. Fichte doopt het Ding an Sich om in het Ich. Hegel in Absolute Geist en Schopenhauer noemt het Wille. Maar voor het postmodernisme blijven dit allemaal weer menselijke constructies, táálconstructies. Taal is in het postmodernisme de grote gelijkmaker en maakt alle filosofie, de Grote Verhalen en de Grote Woorden met de grond gelijk. Waarheid bestaat niet, er zijn alleen ‘eigen waarheden’ (meningen). Met ons verstand hebben we geen toegang tot de Waarheid, alleen tot geconstrueerde waarheid, en die moet klein gehouden worden, want grote waarheden kunnen levensgevaarlijk zijn. De postmoderne mens is namelijk in de eerste plaats een zeer wantrouwende mens.

Niemand kon zo schitterend uitleggen als hij dat de frase
‘ik hou van jou’ in feite niets betekent.

R. van Riessen over Roland Barthes

Het christelijk geloof geeft wél toegang tot de Waarheid en het échte Leven: Jezus Christus. Voor het verstand alléén blijft deze Weg gesloten. Het verstand benadert geloofswaarheden als menselijke constructies. Met de basispremisse dat alle spreken over boven van beneden komt, heeft de moderne theologie met het fileermes van het ‘gezond’ verstand de geloofsopenbaring in mootjes gesneden en is ze de dienstmaagd van de wetenschap geworden.

Maar de meeste bijdragen in Soφie zijn geschreven door gelovige denkers. Vanuit de geloofopenbaring wéten zij dat ‘het échte leven’ bestaat en dat het tenslotte geen menselijke constructie is, maar het werk van de Schepper en de Verlosser. Na de boeiende artikelen over ‘het echte leven’ (als constructie) in Filosofie Magazine gaat Soφie voor mij persoonlijk nét iets verder. Daar waar het verstand niet volgen kan. In het échte leven van geloofsopenbaring, vertrouwen en geborgenheid waardoor het kind in ons kan (her)leven.

Sophie [ bewegingonline.nl ]

woensdag 4 mei 2011
schetsboek [ 5 ]
filmportretten
schetsboek

schetsboek

schetsboek
gewassen tekeningen op 200 grams papier

filmnoirphotos.blogspot.com

dinsdag 3 mei 2011
goed fout
gezien bij NCRV Document : Zwarte soldaten
documentaire van Joost Seelen over zes Nederlandse Waffen-SS’ers

Gisterenavond met verbijstering geluisterd naar de verhalen van zes Nederlandse Waffen-SS’ers. ‘De foutste der fouten’, schrijft Maarten van Bracht in de VPRO-gids. De mannen zijn ver over de tachtig en sommigen zijn in de negentig, maar tonen nauwelijks berouw. “Hitler was een prachtkerel…”

fragmenten uit Zwarte soldaten
Ze werden bij uitstek gezien als ‘fout’: Nederlanders die tijdens de Tweede Wereldoorlog vrijwillig toetraden tot de Duitse Waffen-SS. Ondanks hun omvangrijke aantal zijn zij na de oorlog niet of nauwelijks in de openbaarheid getreden. Documentairemaker Joost Seelen slaagde erin zes van deze SS’ers voor de camera te krijgen. Op onverbloemde en confronterende wijze vertellen deze Nederlanders in NCRV Dokument Zwarte Soldaten over hun keuze voor de SS, over hun ervaringen aan het Oostfront en over de aantrekkingskracht van het soldatendom en het nationaalsocialisme van Hitlers Duitsland.
 
Bron: pers.ncrv.nl

Zwarte Soldaten [ dokument.ncrv.nl ] | Uitzending gemist?

maandag 2 mei 2011
schetsboek [ 4 ]
schetsen van stilstaande televisiebeelden
schetsboek
gewassen tekening op 200 grams papier
zondag 1 mei 2011
het lijden van de vader
opnieuw gezien: Ladri di biciclette (1948) van Vittorio de Sica

Toen ik Ladri di biciclette voor de eerste maal zag, werd ik onmiddellijk verliefd op deze ontroerende en hartverscheurende film. Het verhaal is van een bijna lachwekkende eenvoud (fiets wordt gestolen, man gaat met zijn zoontje de fiets zoeken.), maar de inhoud is zo universeel, dat de film na 63 jaar nog steeds helemaal overeind staat. Ladri di biciclette bestaat uit meerdere lagen. Anno 2011 kun je deze film bekijken als een tijdsdocument van het naoorlogse Rome met zijn enorme werkloosheid en schrijnende armoede. Tegelijkertijd is het een ijzersterk document van sociaal-realisme dat ons verbindt met het ellendige en uitzichtsloze bestaan van de ontelbare naamloze armen en werklozen op deze wereld. In de diepste laag van de film gaat het over het naakte bestaan en de metafysische dakloosheid van de moderne mens. Vooral in de score van Alessandro Cicognini is dat goed te horen. Zijn atmosferische, ijle klanken roepen een sfeer op van een desolate ruimte die geen geborgenheid meer biedt.

Ladri di biciclette
stills uit Ladri di biciclette

Het knappe aan deze film is de koppeling van een uiterst simpel thema aan de bestaansgrond. In Ladri di biciclette is de fiets de metafoor van onze hoop. Wanneer de vader een baantje als plakker heeft gekregen, maar daarbij afhankelijk is van zijn fiets, is het ontroerend om de kinderlijke blijdschap in het armoedige gezinnetje te zien. De donkere wolk boven hun bestaan is opzij geschoven. De vader is zo trots als een pauw op zijn fiets, zijn vrouw en zijn zoontje genieten volop voor hem mee. De fiets verlost zijn gezin uit de armoede. Zonder fiets zou zijn gezin weer wegzakken in de armoede en hijzelf in het gevoel waardeloos te zijn voor de wereld. Een leven zonder fiets is een ondragelijke achtbaan van schaamte, woede, verdriet en machteloosheid.

Het knappe aan deze film is de koppeling van een uiterst simpel thema aan de bestaansgrond. In Ladri di biciclette is de fiets de metafoor van onze hoop.

Op zijn eerste werkdag gebeurt het rampzalige. Wanneer zijn fiets gestolen wordt, lijkt de bodem onder het bestaan van de vader weggeslagen. Hoe vertelt hij het zijn vrouw en zijn zoontje? Schaamte, woede, verdriet, machteloosheid… Het jongetje voelt het lijden van zijn vader feilloos aan. Trouw en dapper begeleidt hij hem door de eindeloze stad, de spreekwoordelijke hooiberg waarin zij nu de speld moeten gaan zoeken. We zien honderden, duizenden fietsen, maar het is niet die ene. Alle hoop lijkt vervlogen. Ladri di biciclette is hét voorbeeld van het sombere naoorlogse neo-realisme en heeft zijn wortels in het existentialisme. Wanneer de katholieke kerk, het baken van de oude hoop, in beeld komt, is het naakte bestaan van de vader zichtbaar geworden. Want hij kan en wil niet meer geloven. De Verlosser zegt hem niets meer, alleen zijn fiets kan hem verlossen uit de misère. Hij is een arme materialist geworden, een van het geloof beroofde, moderne mens.

Ladri di biciclette [ W&V ]

johannes@mimesis.nl

HTML Hit Counters
eXTReMe Tracker

het numineuze www.griffioen-beelden.nl

www.gerdrenshof.com

www.vanleestantiek.com

nl.orthodoxlogos.com

comics grafische vormgeving en webdesign muziek tekeningen en illustraties wetenschap taal & poëzie Rusland religie geschiedenis filosofie film boeken orthodoxie schilderkunst architectuur fotografie