woensdag 29 juni 2011
Heidegger’s Heimat [ 9 ]
van Konstanz naar Liechtenstein

Martin HeideggerVanuit Messkirch volgen we het spoor van Heidegger door boerendorpjes als Zizenhausen (Uierhuizen) naar de Bodensee. De vrije stad Konstanz, bekend van het Concilie uit de vijftiende eeuw, ligt vijftig kilometer ten zuiden van Messkirch. Op zijn veertiende gaat Heidegger hier in 1903 met een stipendium van de katholieke kerk studeren aan het seminarium en gymnasium. Safranski schrijft over de geestelijke invloed die de jonge Heidegger hier ondergaat. In tegenstelling tot het conservatieve en katholieke klimaat in het slapende provinciestadje Messkirch heerst er in Konstanz aan het begin van de twintigste eeuw een progressieve en liberale geest. De katholieke studenten interesseren zich voor Nietzsche, Hartmann, Vaihinger, de psychoanalyse en ook het atheïsme. Heidegger moet het gevoel hebben gehad hier uit zijn katholieke voegen te barsten. Onder de voogdij van zijn broodheer de rooms-katholieke kerk, wordt hij in de richting van het anti-modernisme gestuurd. Zijn mentor biedt de puberende Martin het gedachtengoed van Carl Braig aan als antidotum tegen het modernisme. Het werkt.

Edmund HussserlDe jongvolwassen Heidegger ontwikkelt zich als geboren Messkircher al snel tot een zogenaamde Zuid-Duitse anti-modernist. In het conservatieve spoor van Carl Braig zal Heidegger zelf de filosofie van Franz Brentano ontdekken en in het verlengde daarvan weer de filosofie van Edmund Husserl. In 1901 verschijnt het beroemde werk Logische Untersuchungen van Husserl. Het boek wordt een openbaring voor de jonge Heidegger die het met rode oortjes leest. Zijn afkeer van de tegencultuur rond 1900 met zijn mediagenieke Nietzscheadepten wordt tijdens zijn studiejaren in Messkirch en later in Freiburg steeds groter. Volgens Safranski heeft dat ook te maken met ressentiment. Heidegger had zelf de uitstraling van een verwarmingsmonteur en moet heimelijk jaloers geweest zijn op de charismatische persoonlijkheden die hun stempel drukten op het geestelijk klimaat van rond de eeuwwisseling.

In Konstanz bezoeken we niet het internaat waar Heidegger als puber doorbracht, want we zijn hier samen en er moet ook nog geshopt worden. Dat betekent o.a. een bezoekje aan het Duitse Kruidvat, Mueller geheten. Wanneer je de Mueller binnengaat, begrijp je waarom er in Duitsland zoveel plaatsen zijn die met Bad beginnen. Er is bijvoorbeeld een heel straatje met aan beide zijden alleen maar shampoos. Het moeten tientallen merken zijn en honderden soorten. Aan mij is al die keuzevrijheid niet besteed, integendeel. Meestal raak ik in verwarring en verlaat een megastore in het buitenland dan bijvoorbeeld verdwaasd met een halfje gesneden casinobrood. Michaela vindt het heerlijk en gaat letterlijk snuffelend de winkel door. Ze dirigeert me naar de dure herenluchtjes en spuit onverwacht uit een monsterflesje een dosis Fahrenheit van Dior in mijn nek, mmmmm, wat ruik je lekker. Dit is het wisselgeld van Heidegger Reisen.

Peter RoseggerNa de Mueller duiken we nog het warenhuis Karstadt in. Daar hebben we gedeelde belangen: de boekenhoek. En Karstadt verkoopt ook postzegels. Michaela ontdekt een aantal series historische Duitse postzegels. Ik koop twee ongestempelde postzegels uit 1943 van het Deutsches Reich ter gelegenheid van de honderdste geboortedag van een zekere Peter Rosegger. Nooit van gehoord. Was hij een negentiende eeuwse  voorloper van het arianisme of een of andere proto-fascist? Ik koop de zegels omdat op een ervan een berghut staat afgebeeld en deze Peter Rosegger in mijn fantasie een Martin Heidegger uit een parallelwereld is. Via de postzegels bij Karstadt dus terug naar onze Heideggertrip.

Peter Rosegger Waldheimat
ook Peter Rosegger had een berghut

Rond het middaguur verlaten we Konstanz en steken de grens over naar Zwitserland. Of we nog iets aan te geven hebben, vraagt de Zwitserse douanier. Niet iemand der Spass versteht, dus we gedragen ons maar vormelijk. In Zwitserland begint het na een paar bloedhete dagen in Zuid-Duitsland te regenen. We kronkelen binnendoor via Sankt-Gallen naar Liechtenstein, het dwergstaatje dat tussen Oostenrijk en Zwitserland ligt ingeklemd aan de voet van een imposante berg. Achter deze berg ligt Feldkirch in Oostenrijk, waar Heidegger nog een blauwe maandag op een Jezuïetencollege heeft gezeten. Ook in Liechtenstein wint de filatelie het van de filosofie. We ontdekken dat Liechtenstein een favouriete vakantiebestemming is van Zuid-Koreaanse postzegelverzamelaars. Ze hebben de prijzen behoorlijk opgedreven hier. Achter de balie staat een Koreaans meisje een stapel postzegelmapjes af te prijzen. Het zijn allemaal frankeerzegels uit de oorlog met de beeltenis van de Führer. Postfris. Alsof er nooit een Untergang heeft plaatsgevonden. De Zuid-Koreanen lusten er wel pap van. Zou Heidegger ze mooi gevonden hebben deze zegels? Peter Rosegger waarschijnlijk wel.

dinsdag 28 juni 2011
Heidegger’s Heimat [ 8 ]
het geboortehuis van Martin Heidegger in Meßkirch

geboortehuis van Martin Heidegger in MesskirchDinsdag bezoeken we Messkirch, de geboorteplaats van Heidegger. Naast de St. Martinskerk staat nog altijd het geboortehuis van Heidegger. Er woont nu blijkbaar een jong gezinnetje want op een van de ramen hebben kinderen kleurige plakplaatjes geplakt. In de gevel is een gedenksteen gemetseld. Hier is hij dus geboren, tegenover de kerk waar zijn vader koster was. Maar toen de kleine Martin geboren werd, waren de katholieken in Messkirch uitgeweken naar een noodkerkje omdat de St. Martinskerk door de Oud-katholieken in gebruik was genomen. Het huisje waar Heidegger in het Dasein kwam, is een wat onooglijk huisje tussen twee fraaie Fachwerkbauten. Het heeft dezelfde kwaliteiten als de blokhut: eenvoudig, sober, gewoontjes. En zo schijnt Heidegger ook geweest te zijn, bepaald geen flamboyante persoonlijkheid zoals zijn broer Fritz. In tegenstelling tot Martin was Fritz een publieke figuur in Messkirch. Zelfs toen Heidegger al wereldberoemd was, kende men hem in Messkirch als ‘de broer van Fritz.’ Omdat Fritz stotterde, sprak hij altijd over het da-Dasein.

In de muur van de St. Martinskerk, schuin tegenover Heidegger’s geboortehuis, is een reliëf ingemetseld ter nagedachtenis van Conrad Gröber, sinds 1932 aartsbisschop van Freiburg. Tijdens Heidegger’s studiejaren in het Konradihuis in Konstanz hield Gröber zijn studenten op het pad van de rooms-katholicisme.

Conrad Gröber
reliëf ter nagedachtenis van Conrad Gröber

Vanwege zijn optreden als aartsbisschop van Freiburg tijdens nazi-Duitsland, is Gröber nog altijd omstreden. Maar Meßkirchers hadden voor de oorlog het anti-semitisme nu eenmaal met de paplepel ingegeven gekregen.

Meßkirch [ de.wikip[edia.org ] | Conrad Gröber [ de.wikipedia.org ]

maandag 27 juni 2011
Heidegger’s Heimat [ 7 ]
Martin-Heidegger-Rundweg en de Heidegger Hütte

Om een uur of zeven ’s avonds eindelijk de hut van Martin Heidegger gevonden bovenin een weide in Todtnauberg. De hut lijkt eerder op een bunker dan een blokhut. Het uitzicht is niet verkeerd. We waren aanvankelijk aan de hut voorbij gelopen, hoewel deze aan de Martin Heidegger Rundweg gelegen is, lijken de klein- en achterkleinkinderen de hut verborgen te houden. Want het is nog steeds familiebezit en een museum zal het voorlopig niet worden al is het een bedevaartsoord voor Heideggerfreaks. Op tientallen meters afstand van de hut staat een bord met wat informatie voor de liefhebbers. We lezen dat de hut aan de binnenkant even Spartaans is als aan de buitenkant. De enige luxe in de hut is een klein radiootje dat Heidegger in 1962 had aangeschaft om de Cubacrisis te volgen. Blijkbaar was hij in bange afwachting van een nucleaire oorlog in het idyllische Zwarte Woud. Stromend water en elektriciteit had hij lange tijd niet, maar toen hij eenmaal in Berlijn een aanstelling had gekregen als hoogleraar had hij eindelijk wat geld over om de hut van elektriciteit te voorzien. Michaela vroeg zich af of hij ‘het’ in de hut met Hannah (Arendt) had gedaan. Maar ik denk niet dat hij dat heeft aangedurfd omdat hij toch doodsbenauwd was dat zijn vrouw Elfride de affaire zou ontdekken.

Todtnauberg
Michaela bij de hut van Martin Heidegger

De omgeving is boers en idyllisch, maar het boerenbestaan in Todtnauberg is waarschijnlijk even authentiek als hard. Toen we een paar kilometer aan de hut voorbij waren gelopen kwamen we een pensionado tegen op een scootmobiel. Michaela vroeg hem waar de hut was. De man op de scootmobiel begon zich op een onwaarschijnlijke manier te ont-bergen en gesticuleerde wild in de richting van een paar koeien op de alm. Misschien lag het aan het warme weer of was het verbeelding, maar ik meende toch zeker iets van Heidegger in het gezicht van de man te bespeuren. Is Todtnauberg soms een verzamelplek voor look-a-likes geworden of was dit een van de kleinkinderen van de filosoof? Toen we de hut naderden, hoorden en zagen we in de verte een tractor het gras maaien. De techniek heeft het boerenleven van Todtnauberg allang bereikt. Zou Heidegger het als een bedreiging van het zyn ervaren hebben? 

Todtnauberg
uitzicht vanaf de Martin-Heidegger-Rundweg
De man op de scootmobiel begon zich op een onwaarschijnlijke manier te ont-bergen en gesticuleerde wild in de richting van een paar koeien op de alm.
Todtnauberg
“Im Denken wird jeglich Ding einsam & langsam” langs de Martin-Heidegger-Rundweg

Martin-Heidegger-Rundweg [ todtnauer-ferienland.de ]

zondag 26 juni 2011
Hölderlin in Tübingen
vanmiddag bezochten we de Hölderlinturm in Tübingen
Hölderlinturm
Tübingen
Hölderlin in Tübingen
Die Ständige Ausstellung wurde von der Arbeitsstelle für literarische Museen, Archive und Gedenkstätten in Baden-Württemberg, Marbach, eingerichtet und im Januar 1985 mit dem neugestalteten Haus feierlich eröffnet. Ihre drei Abteilungen geben einen Überblick über Hölderlins Studentenjahre im Tübinger Stift (1788-1793), seinen zweiten Tübinger Aufenthalt im Klinikum und bei Ernst Zimmer im Turm (1807-1843), sowie über das Schicksal und die Wirkung seines Werkes bis in die Gegenwart.
 
Bron: hoelderlin-gesellschaft.de

Virtueller Rundgang | hoelderlin-gesellschaft.de

zaterdag 25 juni 2011
Heidegger’s Heimat [ 6 ]
maandag hopen we een filosofische wandeling te maken in Todtnauberg
de Martin-Heidegger-Rundweg en de Heidegger Hütte

Eindelijk is het zover. Na maandenlange voorbereidingen gaan maandag de wandelschoenen en Lederhosen aan. Als we de zijnden op de juiste wijze ontbergen, dan kan het Zijn zich aan ons onthullen. En als we geluk hebben, zien we misschien wel een edelhert in het wild.

Heidegger Rundweg
begin van de Martin-Heidegger-Rundweg
Wandern und Philosophie – kein Gegensatz. Im Todtnauer Ferienland gibt es die Möglichkeit, in Todtnauberg auf den Spuren eines großen Denkers zu wandeln und dabei einiges aus seinem Leben zu erfahren. Der Martin-Heidegger-Rundweg ist 6,4 km lang, die Gehzeit beträgt etwa eineinhalb Stunden. Der Rundweg beginnt am “Radschert” bei der Jugendherberge, führt am Jakobuskreuz vorbei, macht einen Abstecher zu Heideggers Hütte, führt übers Mittelköpfle über den Rütteberg zur Fatimakapelle und durch den Ortsteil Rütte zurück zum Ausgangspunkt.
 
Bron: todtnauer-ferienland.de
Heidegger Hütte
ligging van de Heidegger Hütte

De hut is nog steeds privébezit van de familie Heidegger en de weide waar deze staat, is niet toegankelijk. Wel kun je vanaf de Martin-Heidegger-Rundweg de hut zien liggen.

Martin Heidegger [ nl.wikipedia.org ]

vrijdag 24 juni 2011
Darmstadt 2011
morgen hopen we de Mathildenhöhe in Darmstadt te bezoeken

Op 1 juli a.s. is het 112 jaar geleden dat de Darmstädter Künstlerkolonie Mathildenhöhe door groothertog Ernst Ludwig van Hessen-Darmstadt gesticht werd. We hopen zaterdag een bezoek te brengen aan de permanente tentoonstelling Jugendstil in Darmstadt 1899-1914. Het is wel jammer dat we een halfjaar te vroeg zijn voor de tentoonstelling Schritte ins Reich der Kunst van de Nederlandse tekenaar en conceptkunstenaar Marcel van Eeden.

Darmstadt
de affiches van de tentoonstellingen uit 1901 en 1904 zijn ontworpen in de stijl van de Wiener Sezession, een strakke variant van de Jugendstil
Das von Joseph Maria Olbrich errichtete Ernst-Ludwig-Haus – mit seiner beeindruckenden Südfassade, flankiert von zwei gewaltigen Monumentalfiguren des Bildhauers Ludwig – kann selbst als wahres Jugendstiljuwel bezeichnet werden. Im ehemaligen Ateliergebäude manifestierte Olbrich seine symbolische Absicht einen „Tempel der Arbeit“ zu schaffen, in dem das Wirken der Künstler sich in Form eines „Gottesdienstes“ hoch über den Niederungen des Alltags vollziehen sollte.
 
Bron: mathildenhoehe.info

tentoonstellingsposters 1901-1908 [ la-belle-epoque.de ]
Darmstädter Künstlerkolonie [ de.wikipedia.org ]

donderdag 23 juni 2011
ornamenteninventarisaties
Principles of decorative design (1873) van Christopher Dresser
en L’Ornement Polychrome (1869-1888) van Auguste Racinet

De ontwerpen van motieven en patronen van Christopher Dresser zijn lang niet zo bekend als die van William Morris, maar Dresser is wel bekend doordat hij een paar invloedrijke naslagwerken schreef over decoratieve kunsten. Net als de wereldtentoonstelling was de ornamenteninventarisatie een typisch Victoriaans verschijnsel. De Victorianen beheersten de wereldzeeën, maar wilden ook heer en meester zijn over de geschiedenis. Zo catalogiseerden ze ontelbare kunst- en gebruiksvoorwerpen o.a. uit archeologische opgravingen. In de toegepaste kunsten werd dankbaar gebruik gemaakt van deze inventarisaties.

Dresser
Principles of decorative design (pag. 78-79)

In Frankrijk, waar men ook aan imperialisme deed (Napoleon had voor het Franse Keizerrijk bijvoorbeeld de Egyptische Oudheid al toegeëigend) verscheen L’Ornement Polychrome (1869-1888) van Auguste Racinet dat door de vele gedetailleerde kleurenplaten zo indrukwekkend was dat het Principles of decorative design ver achter zich liet. Toch heeft Christopher Dresser met zijn handboeken veel bijgedragen tot het ontwerp van het plantaardige motief en de ontwikkeling van de Jugendstil.

Racinet
twee platen uit L’Ornement Polychrome (1869-1888) van Auguste Racinet
Christopher DresserChristopher Dresser was born in Glasgow, Scotland. At age 13, he began attending the Government School of Design, Somerset House. He received training in design and took botany as his specialization. He lectured on the new subject of Art Botany to complete his studies before his appointment in 1855 as Professor of Artistic Botany in the Department of Science and Art , South Kensington. He wrote a series of articles that appeared in the Art Journal in 1857, “Botany as Adapted to the Arts and Art Manufactures.” In 1858 he sold his first designs. He was awarded a doctorate in absentia from the University of Jena, Germany in 1859 for his writings. From this early date his design work widened to include carpets, ceramics, furniture, glass, graphics, metalwork, including silver and electroplate, and textiles printed and woven. In 1865 the Building News reported that in the early part of his career he had been active as a designer of wallpapers, textiles and carpets thus the most active revolutioniser in the decorative art of the day. He wrote several books on design and ornament, including The Art of Decorative Design (1862), The Development of Ornamental Art in the International Exhibition (1862), and Principles of Design (1873).
 
Bron: en.wikipedia.org

principles of decorative design [ issuu.com ]

woensdag 22 juni 2011
portretstudies [ 2 ]
portretten met dramatische belichting

Nu de zomerwende achter ons ligt en de dagen weer gaan korten, maakte ik een paar portretstudies bij kaarslicht. Het gouden, ‘zeventiende eeuwse’ licht ontstaat door een dun laagje rauwe sienna op de onderliggende withogingen. In plaats van tempera gebruikte ik acrylverf voor de onderschildering. Hierna wordt er met olieverf ‘gediept’ en ‘gehoogd’ om het portret meer reliëf te geven.

schetsboek
olieverfglacis op onderschildering in acrylverf
dinsdag 21 juni 2011
volg de meester [ 19 ]
drie landschappen van Carl Rottmann (1797-1850)

Begonnen aan drie kopieën van Griekse landschappen die Carl Rottmann vanaf 1835 in opdracht van koning Ludwig I van Beieren schilderde. Voordat Rottmann aan zijn magnum opus begon, maakte hij op kosten van de Beierse koning een studiereis door Griekenland. Samen met de architect Ludwig Lange verbleef hij achtereenvolgens in Nauplia, Korinthe en Athene. Vanuit Nauplia bezocht hij Tiryns, Mycene en Nemea. Vanuit Athene reisde hij naar Sparta, Thebe en Chalkis en naar de eilanden Delos en Naxos.

Carl Rottman
rauwe onderschilderingen in acrylverf

Zoals ik dit voorjaar al eerder schreef, was Rottmann een vertegenwoordiger van het realisme in de landschapsschilderkunst. Maar je zou hem ook onder de late Romantiek kunnen plaatsen, want zoals de meeste romantici hield hij van het ‘heroïsche’ landschap. Toen Caspar David Friedrich en Carl Blechen in 1840 beiden waren gestorven, was Carl Rottmann de belangrijkste Duitse landschapsschilder geworden. Persoonlijk vind ik Rottmann eerder een realist dan een romanticus. Over zijn werk ligt eenzelfde koele objectiviteit die je tegenkomt op geschilderde educatieve wandplaten. Ik associeer zijn landschappen daarom eerder met archeologie of volkenkunde dan met dichtkunst of mythologie.

Carl Rottmann
de landschappen van Carl Rottmann lijken soms veel op educatieve wandplaten uit een museum voor volkenkunde

volg de meester [ 1-19 ] | van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan

maandag 20 juni 2011
portretstudies [ 1 ]
portretten met dramatische belichting
schetsboek
withoging op roodbruine ondergrond in acrylverf
schetsboek
withoging op roodbruine ondergrond in acrylverf
zondag 19 juni 2011
organische vormgeving
Vital Forms American Art and Design in the atomic age 1940-1960
samengesteld door Brooke Kamin Rapaport en Kevin L. Stayton

Vital FormsTien jaar geleden was in het Brooklyn Museum of Art een tentoonstelling te zien over Amerikaanse kunst en vormgeving tussen 1940 en 1960. Afgelopen week kocht ik de tentoonstellingscatalogus. De grafisch vormgever in mij springt altijd op bij vormgeving uit de jaren veertig, vijftig en zestig. Geregeld baan ik mij een weg door het world wide web met zoektermen als ‘retro’, ‘mid century modern’ of ‘atomic age design’.

Bij een eerste ronde langs de vele afbeeldingen van deze catalogus, viel mij weer eens op dat er na de Tweede Wereldoorlog vanuit Amerika een nieuwe geest was gaan waaien die overal in tot uitdrukking wilde komen. In het abstract expressionisme van de Amerikaanse avant-garde, in de vormgeving van auto’s, stoelen en lampen, in de grafische vormgeving en in de architectuur. De vormtaal van de nieuwe stijl, die soms ‘atoomstijl’ wordt genoemd, is organisch en vaak worden er zachte kleuren gebruikt.

Tentoonstelling 2001
beelden van de tentoonstelling Vital Forms
in het Brooklyn Museum of Art (2001-2002)

In veel opzichten is de atoomstijl tegengesteld aan de stijl van het Bauhaus of De Stijl uit het interbellum. De strenge hoeken en de harde kleuren hebben plaats gemaakt voor organische en fantasierijke vormen. Vital Forms is de toepasselijke naam van de tentoonstelling uit 2001-2002. Net als het strenge modernisme van Mondriaan en Mies van der Rohe, is de atoomstijl gericht op het elementaire en abstraherende, maar het gedraagt zich speelser.

Deze stijl is meer geïnspireerd door de weke vormen van het vooroorlogse surrealisme dan door de hoekige abstractie van het constructivisme. Het surrealisme duikt onder de oppervlakte en ontsluit de ‘onderwaterwereld’ van onze psyche. Deze lijkt soms letterlijk op een onderwaterwereld waarin weke vormen langzaam zweven en ronddraaien. Bij de surrealistische kunstenaars Jean Arp en Juan Miró komt deze wereld in de jaren twintig al in beeld.

Joan Miro 1924-25
Joan Miro 1924-1925
Het carnaval van Harlekijn
Curator Brooke Rapaport says surrealist elements in the work of Onslow-Ford and other artists had an effect on the abstract expressionists, who would in turn influence later American art. Surrealism, adds Stayton, prompted a “growing interest in irrational rather than rational form.”
 
Another source of the postwar turn to organic art and design lay in the theory of vitalism, according to which all living things possess a life force or essence. In the philosophy of Henri Bergson, the life force or élan vital can be sensed, but not understood intellectually—one intuits the force that sets apart living from nonliving matter. Sir Herbert Read wrote that the sculptor must reverse the process of the natural world and dis-cover— or represent—the vital force concealed within his material. Abstract expressionist Jackson Pollock described it another way: the painter must release the life in a painting.
 
Bron: neh.gov
Jean Arp
de beeldhouwer Jean Arp in zijn atelier
Surrealism prompted a growing interest in irrational rather than rational form.

Kevin L. Stayton

patroon 1953
behang ontworpen door Nancy Warren 1953
From the automobile and Tupperware to paintings by Willem de Kooning and Mark Rothko, Vital Forms: American Art in the Atomic Age, 1940–1960, an exhibition of some 200 objects, will explore how the use of organic forms crossed the boundaries between fine art and popular culture and was used by leading painters and sculptors of the day as well as by designers of industrial products.
 
This is the first exhibition to include all of the visual arts that made use of organic forms in the 1940s and 1950s and to examine their relationship to the period in which they were created. Among the historical events that influenced the art and design of these two decades were World War II, the Holocaust, the immigration from Europe of an extraordinary number of artists and designers, the dropping of the atomic bomb, followed by the Korean war, McCarthyism, and the prosperity and conformity of the 1950s.
 
Bron: brooklynmuseum.org
Knoll 1947-1948
Knoll Associates 1947-1948 [ knoll.com ]

Op zoek naar de atoomstijl [ W&V ]

zaterdag 18 juni 2011
weg …
gezien op Net 5: Big Fish (2003) van Tim Burton

“Halverwege onze levensreis vond ik mezelf terug in een donker woud, afgedwaald van het rechte pad.” Zo luidt de eerste canto uit Inferno, het eerste deel van La Divina Comedia van Dante. In de negentiende eeuw heeft Gustav Doré het werk geïllustreerd. Op de eerste plaat zien we Dante in een donker woud vertwijfelend achterom kijkend, tot aan zijn knieën in de brandnetels.

pelgrim
illustraties uit La Divina Comedia van Dante
en The Pilgrim’s Progress van John Bunyan
Halverwege onze levensreis
vond ik mezelf terug
in een donker woud
afgedwaald van het rechte pad

eerste canto uit La Divina Comedia

Ik moest aan deze afbeelding denken toen ik gisteren naar Big Fish keek van Tim Burton. Net als Gustav Doré is Burton visueel hoogbegaafd en kun je je vingers aflikken bij het oogsnoep dat hij ons voorschotelt. In Big Fish volgen we de levensweg van Ed Bloom in een raamvertelling. Op zijn sterfbed vertelt hij zijn schoondochter zijn levensverhaal dat even fantasierijk als ongeloofwaardig is. Big Fish is een komedie en allegorie ineen. Als het gaat om een allegorie van de levensweg kom je niet om de christelijke symboliek van de brede en de smalle weg heen. En zijn er ineens donkere wouden, ravijnen, maar ook grazige weiden. Ook in Big Fish wordt deze symbolische ruimte betreden en wordt er met de allegorie gespeeld. Toen ik de hoofdpersoon met een rugzakje op samen met zijn reuzenvriend Carl op weg zag gaan, moest ik direct aan The Pilgrim’s Progress (1678) van John Bunyan denken.

pelgrim
The Pilgrim’s Progress
There comes a point when any reasonable man will swallow his pride and admit he made a mistake. The truth is…
I was never a reasonable man.

Ed Bloom in Big Fish

Na een besloten en intense reünie afgelopen woensdag, kwam deze film bij mij op een goed moment. Tijdens een reünie ga je terug in de tijd, dertig jaar in ons geval, en dan word je je toch bewust dat je al een hele reis achter de rug hebt. En dat je bepaalde ‘dingen’ die je belangrijk vindt nog steeds in je rugzak meedraagt. De allegorie van de levensweg kun je afwijzen als schimmige metafysica, maar je kunt er ook mee spelen zoals in Big Fish. Wanneer de humor en de ernst elkaar dan vinden, heb je een vermakelijk verhaal dat je ook aan het denken zet over je eigen levensweg. Waar liggen de targets en de deadlines? Minder zakelijk: wat (of wie) is mijn doel en wat is mij dat waard?

Big Fish [ official website ]

vrijdag 17 juni 2011
het jongetje en de ballon
maandag gezien op televisie: le ballon rouge (1956)

le ballon rougele ballon rouge is een sprookjesachtige film over de vriendschap tussen een jongetje en een rode ballon. Dit simpele gegeven heeft Albert Lamorisse uitgewerkt tot een boeiende film met schitterende fotografie. Je ziet nog de zwaar aangezette licht-donkercontrasten uit de zwart-wit fotografie, maar juist het contrast tussen het grauwe stadsbeeld en de rode ballon is het meest opvallende in deze film die dus absoluut in kleur gezien moet worden.

Le ballon rouge is opgenomen in de Parijse voorstad Belleville die zich in 1956 in een verpauperde staat bevond. In de jaren zestig werd bijna de hele wijk afgebroken en opnieuw opgebouwd. Meer dan negentig procent van wat je in de film ziet, bestaat niet meer. Voor mij is er een duidelijke overeenkomst met Mon Oncle (1958) van Jacques Tati. Deze film speelt zich af tegen het decor van het verdwijnende oude stadbeeld in de jaren vijftig en zestig. Vorig jaar liet Maarten ‘t Hart in Zomergasten een fragment zien uit le ballon rouge die hij in 1956 met zijn vader in de bioscoop zag. Het was de eerste film die hij in zijn leven zag en het was gelijk een openbaring.

le ballon rouge
stills uit le ballon rouge 1956
In een buitenwijk van Parijs komt een jongetje op een nevelige ochtend in aanraking met een grote felrode ballon, die sterk afsteekt tegen de grauwe straten en woonhuizen. Hij weet het touwtje van de ballon te pakken en neemt hem mee op weg naar school. Maar overal waar hij komt wordt er met onbegrip gereageerd op de ballon. Hij mag er niet mee in de tram, eenmaal op school moet de ballon buiten blijven en als hij ’s middags thuiskomt duwt zijn oma de ballon uit het raam. Wonderwel blijft de ballon hangen en wacht op het jongetje. Vanaf dat moment zijn de ballon en het knaapje onafscheidelijk. De vriendschap tussen de jongen en de ballon wordt danig op de proef gesteld wanneer jaloerse knapen proberen de ballon te stelen. Wanneer ze daarin slagen heeft dat een bijzonder wonderlijk schouwspel tot gevolg.
 
Het is geweldig om te zien hoe Albert Lamorisse met zo weinig middelen en een eenvoudige opzet zoveel diepgang kan bewerkstelligen en van de ballon een werkelijk karakter kan maken. Waar Tom Hanks in Cast away de volleyball nog een naam moest geven, heeft het zoontje van Lamorisse, dat de rol van het jonge ventje speelt, vrijwel geen woorden nodig om de hele film door te komen. De genegenheid tussen de jongen en zijn ballon is gevoelig, warm, oprecht en nergens absurd.
 
Bron: mikrogids.nl

The Red Balloon [ en.wikipedia.org ]

donderdag 16 juni 2011
keizerlijke fotoalbums
veertig fotoalbums van Wilhelm II op fotocollectie.huisdoorn.nl

Op 4 juni was het precies 70 jaar geleden dat Wilhelm II overleed. De laatste Duitse keizer was in november 1918 naar Nederland gevlucht en leefde ruim twintig jaar in ballingschap in Doorn. Toen Duitsland in 1940 Nederland was binnengevallen, hoopte de tachtigjarige keizer op een rehabilitatie. Een jaar voor zijn dood was hij nog naar de Grebbeberg gegaan om de gevallen Duitse soldaten te herdenken. Wilhelm II was nu misschien Heim ins Reich, maar de nationaal-socialisten lieten de afgedankte oude man liever in Doorn en nodigden hem niet uit om naar Berlijn te komen.

Wilhelm II
Wilhelm II bij een kranslegging op de Grebbeberg op 17 juni 1940

Op youtube vond ik unieke beelden van de begrafenis van keizer Wilhelm II in Doorn op 9 juni 1941. Even lijkt het Tweede Keizerrijk te herleven door de vele ijzeren kruisen en Pickelhauben. Maar de Stahlhelme van het Derde Rijk tonen een nieuwe orde, die afstand heeft gedaan van het keizerrijk. De laatste keizer wordt bijgezet in het mausoleum in Doorn en daar rust zijn gebalsemde lichaam nog steeds.

Als op 4 juni 1941 Wilhelm II komt te overlijden zal hij, in tegenstelling tot veel van zijn voorouders, niet worden bijgezet in de statige Berliner Dom. Al in 1933 had hij bij testament bepaald in Doorn begraven te willen worden. Teminste als ten tijde van zijn overlijden de monarchie in Duitsland niet zou zijn hersteld. De zoon van Wilhelm II, kroonprins Wilhelm, verzoekt architect Martin KieBling om een ontwerp te maken voor een mausoleum te midden van de door Wilhelm II zo geliefde rododendrons in het park. Hier vindt Wilhelm II zijn laatste rustplaats. Op het dak staat een koperen bol met kruis, deze is clandestien door de Doornse smid vervaardigd met behulp van oude koperen pannen uit de keuken van het huis. Men moest in de loop van de Tweede Wereldoorlog alle koper bij de Duitse bezetter inleveren, die er wapentuig mee fabriceerde.
 
Bron: huisdoorn.nl
Wilhelm II
enkele stills uit onderstaande film van de begrafenis op 9 juni 1941 in aanwezigheid van o.a. Seyss-Inquart
historische opnamen 9 juni 1941
… even lijkt het Tweede Keizerrijk te herleven door de vele ijzeren kruisen en Pickelhauben …

De mooiste ontdekking deed ik op een subdomein van de website huisdoorn.nl Toen Wilhelm II in november 1918 hals over kop naar Nederland gevlucht was, had hij nauwelijks spullen bij zich. Eenmaal geïnstalleerd in Huis Doorn mocht hij een deel van de keizerlijke inboedel uit Berlijnse en andere paleizen naar Doorn laten komen. Wagonladingen vol Wilhelmische meubels, schilderijen, serviesgoed, en snuisterijen werden naar Huis Doorn gebracht. Daaronder bevonden zich ook de keizerlijke fotoalbums. Deze zijn nu gedigitaliseerd en staan integraal online. Fantastisch! Veertig keizerlijke fotoalbums van 1888 tot 1912 zijn nu voor iedereen toegankelijk gemaakt.

fotocollectie.huisdoorn.nl

woensdag 15 juni 2011
tekenen - schilderen
de zienswijze van Paul Cézanne (1839-1904)

Cézanne in 1861 (22 jaar)Paul Cézanne, de vader van de moderne schilderkunst werd geboren in het jaar dat de fotografie het licht zag. De fotografie en de schilderijen van Cézanne zouden allebei de manier waarop we naar de wereld kijken, gaan veranderen. De fotografie kan met de zichtbare wereld hetzelfde als een computer met data. Zowel de fotografie als een computer werken met de snelheid van het licht en streven de mens definitief voorbij. Zoals Achilles de schildpad kansloos maakt.

Waarom zou je nog schilderen als er fotografie is? Talloze schilders hoefden omstreeks het midden van de negentiende eeuw over deze vraag niet meer na te denken en ruilden hun verf en penselen in voor een camera en een doka. Toch bleef men schilderen na de omwenteling die de fotografie in de maatschappij teweegbracht. Voor de schilders die volhielden, kon de fotografie de schilderkunst niet vervangen. Vergeleken bij een foto was een schilderij meestal veel groter én in kleur. De schilderkunst had dus zijn Unique Selling Point.

Het nieuwe medium beïnvloedde uiteraard de schilderkunst. In de tweede helft van de negentiende eeuw werden vaak foto’s gebruikt als voorstudie. Met name door naturalistische schilders en salonschilders. Een schilder als William Bouguereau overtrof met zijn fabelachtige techniek zijn voorbeelden uit de Italiaanse Renaissance, mede doordat hij foto’s in zijn atelier gebruikte. Zijn vrouwenportretten houden vaak het midden tussen een madonna van Rafael en een foto. Maar Cézanne sloeg een heel andere weg in en aan die keuze heeft hij de titel ‘vader van de moderne schilderkunst’ te danken.

Bouguereau en Cezanne
Deze schilderijen (details) zijn gemaakt tussen 1876 en 1879. Het linker is van William Bouguereau, het rechter van Paul Cézanne. Terwijl Bouguereau het Renaissancistische ideaal met behulp van de fotografie tot nieuwe hoogte bracht, maakte Cézanne het schilderij juist primitiever. Zo stond hij aan het begin van de moderne en abstracte schilderkunst.

Eigenlijk kon Cézanne niet echt tekenen. Wanneer je de modeltekeningen ziet die hij rond zijn twintigste maakte, zie je een enorme worsteling met de vorm. Een web van telkens afwijkende contouren toont zijn gemiste kansen. Hij komt er gewoon niet uit. Cézanne is geen tekenaar, hij is een schilder. Maar voor een schilder doet hij een heel opmerkelijke uitspraak waarmee hij de tekenkunst op een elementair niveau integreert in de schilderkunst. “In dezelfde mate waarin je schildert, teken je.” Dit inzicht heeft de schilderkunst op zijn kop gezet zoals E=mc² de natuurkunde op zijn kop gezet heeft.

In dezelfde mate waarin je schildert, teken je

Paul Cézanne

Wat is er zo belangrijk aan dit inzicht? Tekenkunst en schilderkunst waren traditioneel min of meer van elkaar gescheiden. Wanneer je vroeger schilder wilde worden, begon je met tekenen. Tekenen was de basis van het schilderen. Een schilderij werd opgebouwd vanuit een uitgewerkte tekening, die in de onderschildering met lichte en donkere tonen gemodelleerd werd waardoor een ruimtelijk beeld ontstond. Pas in laatste instantie werden de lokale kleuren aangebracht. Vooral in de Renaissance werkte men zo. Eigenlijk waren schilderijen ingekleurde tekeningen.

Bij Tiziaan en de Venetianen ontstaat de vorm vanuit de suggestieve kracht van de verf. De tekening werd eerder een aanwijzing dan een gedetailleerd grondplan. Tijdens het schilderen ontstonden er vormen die in de tekening niet gepland waren, maar doordat de schilder de suggestieve kracht van de verf kende, wist hij hoe in de verf details ontstaan, die je met omtreklijnen niet kunt vastleggen. Het sfumato dat Leonardo da Vinci in de geheimzinnige speling om de lippen van de Mona Lisa gebruikt, is bijvoorbeeld niet met omtreklijnen vast te leggen. Het ontstaat door subtiele overgangen in de olieverf.

la Gioconda
sfumato is een techniek in olieverf om het ongrijpbare zichtbaar te maken. Atmosfeer bijvoorbeeld of een speling rond de lippen.

Maar ook wanneer een verftoets rauw zichtbaar blijft, kun je details suggereren die de lijntekening overstijgen. Een goed voorbeeld is de werkwijze van de latere Rembrandt. De verf ligt rauw op het doek maar de meester kent de magie van zijn materie en de suggestieve kracht van een bepaalde verfbehandeling. Wanneer je verf bijvoorbeeld droog op het doek smeert, levert dat een korrelig streek op. De vele kleine puntjes kunnen treffend de illusie wekken van zonlicht op het water bij tegenlicht. Wanneer je de werkelijkheid zo dicht mogelijk wilt benaderen en de schilderkunstige illusie wilt maximaliseren, dan blijkt de schilderkunst in het verlengde te liggen van de tekenkunst. Maar ergens raken ze elkaar en op dat punt balanceert de schilderkunst van Cézanne.

Bouguereau en Cezanne
l’ homme a la Pipe (1895) van Cézanne en daarnaast misschien wel het beroemdste schilderij van Georges Braque uit 1910. Cézanne heeft duidelijk de voorzet gegeven voor het analytisch kubisme en Braque en Picasso zagen in hem een vaderfiguur.

“In dezelfde mate waarin je schildert, teken je.” betekent dat de vorm, de richting en de dikte van de kwaststreek de vorm en de tekening van het schilderij bepalen. Bij Cézanne zijn de verfstreken duidelijk zichtbaar. De verftoetsen liggen als dunne schijfjes verf over elkaar heen, vaak in dezelfde richting, soms gedraaid of haaks erop. De toetsen zijn soms zwaar aangezet en soms sterk verdund met terpentine. Zo ontstaat een beeld dat uit facetten is opgebouwd en zo laat Cézanne ons naar de wereld kijken. Doordat zijn beeld uit losse toetsen is opgebouwd die de structuur van de zichtbare wereld proberen te ontrafelen, gebeurt er ook iets met de ruimte. Vooral na 1890 kun je dit duidelijk zien. Het lijkt alsof hij de ruimte gaat bekijken als een diamant met vele facetten. Terwijl het één beeld blijft, verbrokkelt het beeld in een mogelijkheid van beelden. Deze zienswijze die in het analytische kubisme rond 1910 op de spits wordt gedreven, is wel eens vergeleken met de relativiteitstheorie van Einstein. De ruimte die alles overkoepelt en die sinds de Renaissance door het centraalperspectief een eenheidscheppend principe in de kunst is geworden, heeft aan het begin van de twintigste eeuw zijn absolute geldigheid verloren. Ruimte is net als tijd relatief geworden.

citaten van Paul Cézanne [ dekunsten.net ]

dinsdag 14 juni 2011
Jim 2.0
begonnen aan een tweede portret van Baba Jim

Een digitaal beeldbewerkingsprogramma kan behulpzaam zijn tijdens het maken van een schilderij. Je kunt je snel en schoon een beeld vormen van welke kant je op wilt. Nadat Jim in acrylverf ‘gedoodverfd’ was, paste ik in Photoshop verschillende digitale glacislagen toe om de juiste sfeer te vinden. Na het echte glacis volgt de olieverfschildering.

Jim
rechts de originele onderschildering in acrylverf en links twee bewerkingen met Photoshop
maandag 13 juni 2011
de juiste toon
waarnemingspsychologie voor schilders

Als het in de tekenkunst om vorm en begrenzing gaat, dan draait het in de schilderkunst om licht en om kleur. Het treffen van de juiste toon is niet alleen een kwestie van heel goed kijken, maar ook van weten. Het schildersoog kan daarbij leunen op de kennis uit de waarnemingspsychologie. De visuele prikkels op het netvlies worden via de oogzenuw doorgegeven aan de hersenen die de gewaarwording omzet in beelden. Het menselijk oog kan miljoenen nuances waarnemen, maar in de hersenen wordt een kleurconstante op de waarneming losgelaten. Hierdoor zijn we in staat om bijvoorbeeld een schaduw als schaduw te interpreteren en niet als een losse vorm met een afwijkende kleur. Door de kleurconstante in de hersenen weten we dat het beschaduwde gras net zo groen is als het gras in het zonlicht. Maar als we het gras zouden gaan schilderen, moeten we de nuances gaan volgen die het oog in wérkelijkheid waarneemt. En dan blijkt dat het beschaduwde gras allesbehalve groen is. Bovendien zijn er in het gras in de zon vele nuances te ontdekken. Hoe groen is groen?

illusie
Hoe grijs is grijs? (Munker-White illusie)
De helderheid van een tint wordt door de context bepaald

Vanuit de waarnemingspsychologie kunnen verschillende vormen van gezichtsbedrog verklaard worden. Voor een schilder is de Munker-White illusie een van de meest voorkomende fysiologische illusie. De lichtgevoelige cellen op het netvlies schatten de helderheid van een tint in ten opzichte van zijn omgeving. Is de omgeving donker, dan lijkt de tint donkerder dan in een lichte omgeving. Bij portretten lijkt het licht op een donker kapsel vaak donkerder dan de schaduw op de huid. Maar meestal is de schaduwtint op de lichte huid toch donkerder dan het belichte deel van het donkere haar.

Gezichtsbedrog of een optische illusie is iets wat het oog waarneemt, dat door de hersenen anders geïnterpreteerd wordt. Gezichtsbedrog toont meestal eigenschappen van ons visueel perceptiesysteem aan, de mechanismen in de hersenen die grotendeels bepalen wat wij menen waar te nemen.
Er zijn globaal drie foutenbronnen:

optische illusies, veroorzaakt door eigenschappen van licht.
Voorbeeld: menen dat ’s avonds de zon echt rood is.
fysiologische illusies, gebaseerd op eigenschappen van het menselijk oog.
Voorbeeld: een nabeeld op het netvlies, of van ver een reclamepaneel als homogeen gekleurd zien, terwijl het feitelijk gestippeld is.
psychologische illusies, waarbij de hersenen de signalen verkeerd interpreteren.
Voorbeeld: een onmogelijke figuur waarnemen, of een gezicht in de wolken onderscheiden.

Bron: nl.wikipedia.org

psycholog.web-log.nl

zondag 12 juni 2011
spiegelwereld
gekeken naar Spiegel van Holland (1950) van Bert Haanstra

Spiegel van HollandVisuele vervorming is in het digitale tijdperk een kwestie van de juiste Photoshopfilters. Maar in 1950 ging alles nog analoog en werden voor trucages glasplaten en spiegels gebruikt. Maar voor Spiegel van Holland gebruikte Bert Haanstra een simpele truc die zo oud is als de wereld. Hij laat ons kijken naar de weerspiegeling in het water. In eerste instantie levert dit een omgekeerd beeld op. Maar dan past Haanstra weer een simpele truc toe. Hij laat een man aan de kant zijn gezicht draaien zodat deze de waterkant op zijn kop ziet en wij nu naar de wereld kijken alsof de reflecties de werkelijke wereld zijn. En dat levert een adembenemend schouwspel op, vooral wanneer je even vergeet dat je naar reflecties kijkt. “Dit is wat we zien", zo leidde Piet Vroon twintig jaar geleden bij Zomergasten een fragment in. En inderdaad, je kunt Spiegel van Holland bekijken als een variatie van Plato’s allegorie van de grot. De modernistische klanken van voornamelijk blaasinstrumenten door componist Max Vredenburg versterken de vloeibare en dansende spiegelwereld.

Spiegel van Holland 1950
(met alternatieve soundtrack van Masp)
Het simpele idee van de film heeft een prachtige uitwerking. Het licht kabbelende water geeft de beelden een droomachtig karakter. Beelden van gevels, kerken, koeien, en treurwilgen, die normaal gesproken niet bijster bijzonder zouden overkomen. Nu lijkt er soms een zilveren gordijn overheen getrokken te zijn, helemaal wanneer er een stel ronde waterplanten schijnbaar “over” een groot zeilschip heentrekt.
 
Bron: movie2movie.nl

berthaanstra.nl

zaterdag 11 juni 2011
modern wonen
retro into your mod lifestyle

De Amerikaanse tv-serie MAD MEN is niet alleen erg goed geschreven, maar ziet er ook heel stijlvol uit. De set decorator en art director hebben het tijdsbeeld nauwkeurig gereconstrueerd. Daarbij hebben ze zich grondig verdiept in de Amerikaanse lifestyle van de vroege jaren zestig. Het vierde seizoen van MAD MEN speelt zich af in 1964 en 1965 in het nieuwe kantoor van SCDP. Nieuw is de zogenaamde creative room waar de creatievelingen brainstromen. Het ziet er allemaal veel hipper, kleurrijker en levendiger uit. De culturele omslag halverwege de jaren zestig is duidelijk zichtbaar. Fabrikanten en hun reclamebureau’s waren gretig op de opkomende jongerencultuur gedoken. Toch is het ook jammer om nu in MAD MEN afscheid te nemen van de lifestyle van de jaren vijftig, die in 1965 iets van de vorige generatie was geworden. Struinend op internet kwam ik de website populuxebooks.com tegen met boeken over lifestyle in de jaren 1945-1965. Voordat IKEA een multinational was, maakten veel mensen hun moderne houten meubels thuis zelf en daarvoor waren allerlei handboeken op de markt. Omdat retro populair is, worden de oorspronkelijke boeken uit de jaren vijftig en zestig op deze website opnieuw aangeboden.

modern living 1950's
modern wonen anno 1955
modern living
enkele boeken van populuxebooks.com
modern living 1950's
modern wonen anno 1955

populuxebooks.com

vrijdag 10 juni 2011
Now I’m on my way
geluisterd naar Tuesday Afternoon (1968) van The Moody Blues

Dit nummer van The Moody Blues blijft maar in mijn hoofd hangen. Ik associeer het altijd met de oorlog in Vietnam. In mijn gevoel gaat het dan over een jonge Amerikaan die op dinsdagmiddag zijn enkele reis Vietnam krijgt. Misschien komt dit omdat ik in de stem van Justin Hayward altijd een wonderschone klaagzang hoor. Tuesday Afternoon gaat natuurlijk over blowen op de dinsdagmiddag. Maar het ene hoeft het andere niet uit te sluiten.

The Moody Blues Tuesday Afternoon
Live tijdens Jazz Bilzen, 1969
Tuesday, afternoon,
I’m just beginning to see,
Now I’m on my way,
It doesn’t matter to me,
Chasing the clouds away.
 
Something, calls to me,
The trees are drawing me near,
I’ve got to find out why
Those gentle voices I hear
Explain it all with a sigh.
 
I’m looking at myself, reflections of my mind,
It’s just the kind of day to leave myself behind,
So gently swaying thru the fairy-land of love,
If you’ll just come with me and see the beauty of
 
Tuesday afternoon
Tuesday afternoon

Tuesday Afternoon [ nl.wikipedia.org ]

donderdag 9 juni 2011
Satisfaction
gezien op DVD: MAD MEN vierde seizoen episode 8: The Summer Man

LIFE juni 1965In The Summer Man gaan we met MAD MEN 46 jaar terug in de tijd. 1965 was een vruchtbaar jaar. Nog nooit werden er in Nederland zoveel kinderen geboren. Voor de 45ers en 46ers, heeft het vierde seizoen van MAD MEN een extra dimensie. In juni 1965 was ik net twee geworden, jong genoeg om de eerste ruimtewandeling door een Amerikaan (3/6), de slag bij Dong Xoai (11/6), het eerste grote protest tegen de Vietnamoorlog (16/6) en de verloving van Beatrix en Claus (28/6) volledig aan mij voorbij te laten gaan.

Volgens mij was 1965 een mooi jaar, op de ‘waterscheiding’ tussen twee tijdperken, waarbij de oudere generatie was gaan botsen met de babyboomers. Wat de beatniks tien jaar eerder niet gelukt was, namelijk het veroorzaken van een culturele omwenteling, zou de protestgeneratie uit de tweede helft van de jaren zestig wél voor elkaar krijgen. De fabrikanten en de marketingjongens gingen met de jeugd mee, want in de grenzeloze behoeften van de jongeren zagen ze het grote geld. Een tekst als I can’t get no satisfaction was natuurlijk de ongeschreven oneliner van elke copywriter. In de tegendraadse jongerencultuur en in hun muziek vonden de marketeers een machtige bondgenoot. In William Bradley’s recensie over deze episode van MAD MEN kwam ik een zeldzame opname tegen van de superhit Satisfaction uit 1965.

Satifaction live in 1965
De jongens en de meisjes blijven op hun stoel zitten. Ze weten nog niet hoe het moet. En toch is dit dezelfde generatie die je twee jaar later blowend en slikkend,
halfnaakt en met lange haren
The Summer of Love ziet vieren.

Wat mij verbaast bij deze opname is het tamme publiek. De jongens en de meisjes blijven op hun stoel zitten. Ze weten nog niet hoe het moet. En toch is dit dezelfde generatie die je twee jaar later blowend en slikkend, halfnaakt en met lange haren the summer of love ziet vieren. Ergens tussen 1965 en 1967 moeten dus de remmen los gegaan zijn. Was het nu de LSD of de anticonceptiepil?

mini skirts
het minirokje van Mary Quant beleefde in september 1965 haar wereldpremiere en voldeed precies aan de behoeften van het moment

Het was natuurlijk vooral de muziek. De architecten van de massaconsumptie kregen de dankbaarste doelgroep in hun schoot geworpen: welvaartskinderen die de dag wilden plukken in een aards paradijs. De maakbaarheidsgedachte van de jeugd dat je de wereld kunt veranderen, sluit aan bij het verlangen van fabrikanten en marketeers om met hun producten de wereld te “verbeteren".

1965 the war in Vietnam continues to worsen as whatever the Americans do including major bombing of North Vietnam they continue to lose more men , at the same time the Anti-War movement grows and in November 35,000 march on Washington as a protest against the war. There is also civil unrest with rioting, looting and arson in Los Angeles. This was also the first year mandated health warnings appeared on cigarette packets and smoking became a no no. The latest craze in kids toys was the Super Ball and The Skate Board. Fashions also changed as women’s skirts got shorter men’s hair grew longer as the The miniskirt makes its appearance. Hypertext is introduced for linking on the Internet. The St Louis Arch is completed and The Beatles release 4 new albums including “Help".
 
Bron: thepeoplehistory.com

What happened in 1965? [ thepeoplehistory.com ]

woensdag 8 juni 2011
Looser !
gekeken op DVD naar MAD MEN Season 4 Episode 7: The Suitcase

mad men 4Zaterdag kwam de DVD-box van het vierde seizoen MAD MEN in huis en gisterenavond keek ik alweer naar de zevende episode. Het scenario concentreert zich op de avond van 25 mei 1965, de avond van de legendarische bokswedstrijd Muhammad Ali vs. Sonny Liston. De bedenker van MAD MEN en schrijver Matthew Weiner heeft tegen de achtergrond van deze historische match een intens scenario geschreven. The suitcase is een emotional rollercoaster tussen creative director Don Draper en zijn copywriter Peggy Olson. Zij vormen samen de meest intrigerende karaktercombinatie uit de serie. In de verhouding tussen de creative director en zijn copywriter tekent zich de essentie van de reclamewereld af. En dat wordt in deze sterke episode gecombineerd met het wereldkampioenschap zwaargewicht, dat je als een metafoor zou kunnen zien van het kapitalisme. Terwijl de producenten achter de consumptiemaatschappij hun klanten een aards paradijs vol luxe proberen voor te schotelen, wordt er eigenlijk een strijd op leven en dood gestreden.

Ali Liston II May 25th 1965
Muhammad Ali vs. Sonny Liston
icoon over winnen en verliezen
Creative director Don Draper
over Muhammad Ali tegen zijn copywriter Peggy Olson:
“I’m the greatest! …
not if you have to say it”

uit: episode 7 - the suitcase

In de reclamewereld moeten de maskers niet alleen voortdurend opgehouden worden, maar moeten er ook telkens nieuwe maskers worden uitgevonden, onder druk van de steeds dreigende ontmaskering. Business as usual betekent op een de werkvloer van het reclamebureau per definitie The show must go on!

De reclamejongen moet in zijn rol blijven als charmeur en als grote verleider. Hij moet in zijn spel en daarom in zichzelf geloven, terwijl hij voortdurend in de vuurlinie ligt van zijn concurrenten op de werkvloer. Door bluf wordt snel heen geprikt. Het gaat erom telkens te winnen met de innerlijke overtuiging de grootste en de beste te zijn, zonder het te zeggen.

Roger Sterling en Don DraperIn MAD MEN zitten veel hilarische situaties en dialogen. De scenaristen maken regelmatig gebruik van schaamteloos seksisme, rascisme en anti-semitisme dat vijftig jaar geleden op een Amerikaans kantoor heel gewoon was. Als de humeurige secretaresse Miss Blankenship hoort dat iedereen naar de bokswedstrijd gaat kijken, merkt ze zonder ironie op : “If I wanted to see two Negroes fight, I’d throw a dollar bill out my window.” Ook het bijtende sarcasme van Roger Sterling is vaak wreed komisch. Als Don Draper zich tegenover Roger verontschuldigt dat hij niet mee gaat naar de bokswedstrijd “I wouldn’t be good company anyway", heeft deze zijn antwoord onmiddellijk klaar: “That’s never bothered me before.”

the suitcase [ amctv.com ] | the suitcase [ imdb.com ]

dinsdag 7 juni 2011
twee “kunstenaarsbergen”
Mathildehöhe (Darmstadt) en Monte Verità (Ascona)

Vakantie gaat bij mij vaak samen met voorpret. Sinds internet 2.0 er is, kun je virtueel op reis gaan, een route uitstippelen via Google Maps, inzoomen met de satelliet en zelfs ter plekke om je heen kijken. Ook al zou de reis tenslotte niet doorgaan of de andere kant opgaan, de voorpret van de virtuele reis pakt niemand je meer af. De route die op dit moment staat uitgestippeld, loopt tussen twee kunstenaarskolonies van de Jahrhundertwende: de Mathildehöhe in Darmstadt en de Monte Verità aan het Lago Maggiore bij Ascona.

Mathildehöhe
de Mathildehöhe in Darmstadt vlak na de voltooiing ruim honderd jaar geleden
Die Künstlerkolonie Mathildehöhe wurde 1899 durch Großherzog Ernst Ludwig von Hessen und bei Rhein (Hessen-Darmstadt) ins Leben gerufen. Unter dem Leitspruch “Mein Hessenland blühe und in ihm die Kunst” erwartete er aus einer Verbindung von Kunst und Handwerk eine wirtschaftliche Belebung für sein Land. Das Ziel der Künstler sollte die Erarbeitung neuzeitlicher und zukunftsweisender Bau- und Wohnformen sein. Dafür berief Ernst-Ludwig als Mäzen die Jugendstilkünstler Peter Behrens, Paul Bürck, Rudolf Bosselt, Hans Christiansen, Ludwig Habich, Patriz Huber und Joseph Maria Olbrich nach Darmstadt.
 
Bron: de.wikipedia.org
Monte Verità
twee boeken over de kunstenaarskolonie Monte Verità met de onvermijdelijke naaktlopers
Von 1900 bis 1920 betrieben Ida Hofmann und Henri Oedekoven auf dem Monte Verità ein vegetarisches Naturheilsanatorium. Mit Rohkosternährung, »Lichtluftkuren« und Sonnenbädern wollten sie ihre Gäste zu einem »naturgemäßen« Leben führen. Sie verfochten hohe Ansprüche und suchten mit Frauenemanzipation, Genossenschaftswesen und Gemeinbesitz ein Modell für ein neues Leben zu schaffen. Unter ihrer Leitung entstand ein Zentrum für Sinnsucher und Lebensreformer, die sich in »Reformkleidern« ablichten ließen. Da sich aber ihre Ziele nicht erfüllten, verließen Ida Hofmann und Henri Oedenkoven 1920 den Monte Verità und wanderten über Spanien nach Brasilien aus.
 
Bron: limmatverlag.ch

mathildenhoehe.info | monteverita.org

maandag 6 juni 2011
Fidus
neoromantiek vanaf 1890 : Hugo Höppener (1868-1948)

Romantiek. Een Duitse AffaireTerwijl de Romantiek als tijdvak meestal tussen 1795 en 1820 gesitueerd wordt, zijn romantische tendenzen in de negentiende en twintigste eeuw zich blijven ontwikkelen. In het tweede deel van Romantiek. Een Duitse Affaire volgt Rüdiger Safranski het romantische spoor van 1820 tot in de jaren zestig van de vorige eeuw.

Het romantische is in de Biedermeiertijd (1815-1848) nog zo sterk vertegenwoordigd dat men vaak over de ‘late Romantiek’ spreekt. Als na 1848 het geestelijk klimaat verzakelijkt, stroomt het romantische ondergronds door en beleeft het bij Wagner en Nietzsche heftige uitbarstingen. In hoofdstuk 15 is Safranski aangekomen in de jaren negentig van de negentiende eeuw. Nietzsche was in 1890 afgezonken in een geestelijke afgrond waar hij nooit meer uit zou komen. Veel intellectuelen beschouwden hem nu als een ‘martelaar van de geest’ en in er ontstond zelfs een hype rond zijn persoon en zijn ‘profeet’ Zarathustra. Safranski schrijft over het geestelijke klimaat in de jaren negentig:

‘Leven’ werd het begrip waar alles om draaide, zoals vroeger ‘zijn’, ‘natuur’, ‘God’ of ‘ik’, een strijdbegrip bovendien dat op twee fronten werd ingezet. Enerzijds tegen het halfhartige idealisme van de plicht, zoals het op Duitse leerstoelen, in de retoriek van de officiële instanties en door de burgerlijke conventies werd uitgedragen. Anderzijds was het parool ‘leven’ gericht tegen een zielloos materialisme, dus tegen de erfenis van de op zijn eind lopende eeuw. ‘Leven’ betekende de eenheid van lichaam en ziel, dynamiek en creativiteit. Er vond een herhaling plaats van het protest van de Sturm und Drang en van de Romantiek. Toentertijd waren ‘natuur’ respectievelijk ‘geest’ de strijdleuzen tegen rationalisme en materialisme geweest. Het begrip ‘leven’ heeft nu diezelfde functie.
 
uit: Romantiek. Een Duitse Affaire. Hoofdstuk 15, blz. 302-303 (vertaling: Mark Wildschut)

LichtgebetNietzsche en het toverwoord ‘leven’ inspireren na 1890 het symbolisme en allerlei expressionistische tendenzen. Maar ook de Jugendstil ontstaat in het de neoromantische klimaat aan het einde van de negentiende eeuw. In de decoratieve Jugendstil wordt vooral het plantaardige leven afgebeeld, het groeien uit de aarde naar het licht. “Wees de aarde trouw” had Nietzsche verkondigd. De Duitse schilder Hugo Höppener (1868-1948) noemde zich Fidus (’de getrouwe’) en schilderde vanaf 1908 vele versies van een zonaanbiddende figuur die zich als een zonnebloem naar de zon uitstrekt. Lichtgebet werd de icoon van de Reformbeweging, van Freie Körper Kultur en van communes als de Neue Gemeinschaft van Gustav Landauer en de Brüder Hart en de Kosmischer Kreis rond Alfred Schuler en Ludwig Klages. Rond 1910 bloeide er een nieuw heidendom en droomde men van een universele natuurreligie. Maar de vruchten van het neopaganisme waren niet goed. In de jaren twintig trok ‘de Nieuwe Mensch’ de laarzen aan. En een bruin uniform.

Hugo HöppenerHugo Höppener wurde am 8. Oktober 1868 (…) in Lübeck geboren. Ostern 1887 wurde er von seinen Eltern auf die Vorschule der Münchner Akademie geschickt. Nach nur drei Monaten verließ er die Akademie und wurde Schüler des Malers und Naturapostels Karl Wilhelm Diefenbach in Höllriegelskreuth, von dem er seine stilistische Prägung und den Künstlernamen „Fidus“ (Der Getreue) erhielt. Er verschrieb sich den lebensreformerischen Ideen des Vegetarismus, der Lichtgläubigkeit, der Freikörperkultur und einer naturgemäßen Lebensweise.
 
Anarcho-sozialistische Vorstellungen von Bodenreform und vegetarischer Pazifismus beherrschten die Geisteswelt des jungen Fidus. So war Fidus unter anderen Mitglied der lebensreformerischen Verbände Deutsche Gartenstadtgesellschaft, des Bundes Deutscher Bodenreformer sowie Mitglied im Bund für allseitige Lebensreform des gesamten Deutschtums, im Verein für Körperkultur und im Deutschen Verein für vernünftige Leibeszucht.
 
1889 setzte Fidus sein Studium an der Münchner Akademie fort. Die Bekanntschaft mit dem Theosophen Wilhelm Hübbe-Schleiden führte zur Mitarbeit als Illustrator der Zeitschrift Sphinx. Fidus vertrat fortan eine mystische Naturreligion und setzte sich für Ideen einer Sexualreform ein. Der spezifische Jugendstil seiner Bilder wurde fortan mit esoterischen Symbolen - Lotosblüten, Eiformen, Kreuzen und Sonnenzeichen - angereichert. Die zyklische Kreisstruktur des Lebens, die Rückkehr des Mannes in den göttlichen Mutterschoß, die Verschmelzung der Geschlechter und die Erlösung durch das Licht waren immer wiederkehrende Bildmotive. Zudem entwarf er Pläne zu gigantischen Tempelanlagen für eine neue Natur- und Lichtreligion, in denen sich das Volk zur Andacht versammeln sollte. Sein berühmtestes Bild wurde das in mehrfacher Ausfertigung, erstmals 1908, entstandene „Lichtgebet“. Es zeigt einen jungen, schlanken, fast androgynen Mann auf einem Berggipfel, die Arme in Form einer Lebensrune spreizend und die Sonne anbetend. Dieses Bild wurde zur Ikone der Jugendbewegung.
 
Bron: de.wikipedia.org

Altijd de ramen openlaten [ nrcboeken.nl ]

zondag 5 juni 2011
radio
mijn radio uit 1978 doet het nog steeds …

Als Michaela in de keuken bezig is, heeft ze meestal de radio aan. Het is de radio die ik voor mijn vijftiende verjaardag van mijn ouders kreeg en ik ben blij dat het mahoniehouten tafelmodel na drieëndertig jaar nog altijd dienst doet. Ik weet nog precies het moment dat ik voor het eerst naar deze radio luisterde. Het was zaterdagmiddag 6 mei 1978 en op het journaal van één uur hoorde ik dat Ko van Dijk was overleden. (Diezelfde dag zou ook Piet Muijselaar overlijden). Ik heb het van de radio gehoord terwijl een radio zelf van niets weet. De radio is slechts een doorgeefluik in de geschiedenis zonder de geschiedenis te kennen. Een dom ding dus. En toch hou ik van mijn radio!

radio 1978
al drieëndertig jaar mijn radio
zaterdag 4 juni 2011
beschouwing van een voyeur
kijken en bekeken worden in het zwembad

Ik lig met mijn buik in het gras, voel de zon op mijn rug branden terwijl het zomerse geroezemoes op de zonneweide in mijn oren zoemt. Mijn buitenste oog houd ik gesloten terwijl mijn binnenste oog van onder de brug van mijn neus een paar kinderen in de gaten houdt, een paar meter verderop. Een jongetje van een jaar of elf draait om twee meisjes. Met zijn mobieltje maakt hij foto’s. Het ene meisje is blijkbaar het bevoorrechte slachtoffer terwijl het andere met haar mobieltje het jongetje onder schot houdt. Ik sluit mijn loerend spiedersoog. Even later zie ik het jongetje in het gras zitten terwijl hij op zijn mobieltje de foto’s van de meisjes bekijkt, als een roofdier over zijn prooi gebogen. De twee meisjes kijken nieuwsgierig op hun mobieltje naar de foto van het jongetje.

zwembad

Blijkbaar hebben we stilstaande beelden nodig om in de veranderlijkheid van het leven betekenis te kunnen zien. Een levend gezicht toont vele gezichten terwijl een foto maar één gezicht tegelijk laat zien. Een momentopname laat dus altijd iemand zien die we óók zijn. Maar stel nu eens dat die ene foto het ultieme beeld zou representeren, zouden we die persoon dan ook écht willen zijn? De wil tot macht concentreert zich op het gewenste beeld. Ik moet even denken aan de trampolinescene uit de strandfilm Don’t make waves (1967) met Sharon Tate en Tony Curtis, een voorloper van de tv-serie Baywatch.

Sharon Tate op de trampoline
in Don’t make waves (1967)

De conservering van het perfecte lichaam van Sharon Tate op het witte doek valt hier samen met een onverwoestbaar apollinisch beeld. Dat haar ideale lijf twee jaar later in een bacchantische razernij van een stel gekken verwoest werd, tast het ideaalbeeld niet aan. Het beeld onderhoudt blijkbaar geheimzinnige betrekkingen met het onvergankelijke.

vrijdag 3 juni 2011
Maman, Papa
geluisterd naar Georges Brassens en Patachou
une magnifique chanson de Georges Brassens sur ses souvenirs d’enfance chantée par Patachou et lui-même. (1953)

georges-brassens.com

donderdag 2 juni 2011
meester van de roes
Károly Kerényi: Dionysos - Archetypal Image of Indestructable Life

Dinsdag kwam ik op een donker plekje in huis een deel van een studie tegen over Dionysos (1931-1969) van de Hongaarse filoloog en mytholoog Károly Kerényi. Deze heb ik in 1985 gelezen toen ik mij op de kunstacademie bezig hield met het dionysische in de kunst. Tot mijn verrassing zat er een jeugdwerk in van vriend en studiegenoot René. Het Griekse restaurant Dionysos in Nijmegen bestaat overigens nog altijd.

Dionysos
collage van René (1986)
Kerényi looked at the appearances in Greek religion not as curiosities, but as expressions of real human experience.
Károly Kerényi Károly Kerényi saw the theory of religion as a human and humanistic topic which coined his reputation as humanist further. So for him every view of mythology had to be a view of man – and hence theology always had to be at the same time anthropology. In this humanist spirit Kerényi defined himself as philological-historical as well as psychological scholar. In later years Kerényi evolved his psychological interpretation further and replaced the concept of archetypes with one that he labeled ’Urbild’. This became particularly clear in some of his most important publications: Prometheus as well as especially in Dionysos, likely Kerényi’s most crucial work, which he had started as idea in 1931 and finished writing in 1969. Kerényi hence looked at the appearances in Greek religion not as curiosities, but as expressions of real human experience.
 
Bron: en.wikipedia.org
woensdag 1 juni 2011
het filosofisch kwintet
vanaf 19 juni iedere zondag: Het Filosofisch Kwintet op HUMAN

In navolging van het Duitse tv-programma Das Philosophische Quartett met Peter Sloterdijk en Rüdiger Safranski gaat omroep HUMAN vanaf 19 juni iedere zondagmiddag tussen 12.10 en 13.10 Het Filosofisch Kwintet uitzenden.

HUMAN
filosofischkwintet.tv

De eerste zes afleveringen hebben als thema ons idee van de rechtstaat. In Filosofie Magazine van juni staat een interview met de presentatoren Clairy Polak en Ad Verbrugge. Beiden krijgen regelmatig het verwijt moralistisch te zijn. De conservatieve denker Ad Verbrugge:

Dat verwijt van moralisme gaat impliciet alweer uit van een bepaalde moraal, een echter die vaak impliciet blijft of valselijk als neutraal gepresenteerd wordt.

Ad Verbrugge in Filosofie Magazine

Dat verwijt van moralisme gaat impliciet alweer uit van een bepaalde moraal, een echter die vaak impliciet blijft of valselijk als neutraal gepresenteerd wordt. Zodra we het over recht, politiek, economie of welke maatschappelijke institutie dan ook hebben, is er noodzakelijkerwijs altijd al een bepaald moraal verondersteld. Zonder een gemeenschappelijk idee van goed en slecht is er überhaupt geen samenleving mogelijk en verliest ons eigen leven zijn richting en betekenis.
 
Bron: Filosofie Magazine, juni 2011, blz. 17

filosofischkwintet.tv

johannes@mimesis.nl

HTML Hit Counters
eXTReMe Tracker

het numineuze www.griffioen-beelden.nl

www.gerdrenshof.com

www.vanleestantiek.com

nl.orthodoxlogos.com

comics grafische vormgeving en webdesign muziek tekeningen en illustraties wetenschap taal & poëzie Rusland religie geschiedenis filosofie film boeken orthodoxie schilderkunst architectuur fotografie