dinsdag 27 september 2011
stof tot nadenken
gezien bij Tegenlicht: Evgeny Morozov
auteur van: The Net Delusion - The Dark Side of Internet Freedom

Evgeny MorozovEr zijn weinig programma’s op de Nederlandse televisie die mij zoveel stof tot nadenken geven als Tegenlicht van de VPRO. Gisterenavond werd de vierde aflevering van het nieuwe seizoen uitgezonden en daarin stond Evgeny Morozov centraal, de auteur van The Net Delusion In dit boek bestrijdt hij het cyber-utopisme.

Morozov werd vijftig minuten lang door een cameraman in een virtuele arena onder schot gehouden, terwijl op de vier wanden om hen heen beelden werden getoond uit documentaires die de VPRO eerder heeft uitgezonden. Internetscepticus Morozov mocht na elk fragment reageren. We zagen verschillende autoriteiten voorbijkomen waaronder technologiegoeroe Kevin Kelly, futurist Ray Kurzweil, filosoof Peter Sloterdijk, enfant terrible Julian Assange en historicus Tony Judt. Evgeny Morozov bekritiseerde het internetoptimisme met grote overtuigingskracht.

Het begon gelijk al goed. Tegenlicht confronteerde hem met een fragment uit een eerdere aflevering waarin Kevin Kelly, oprichter van het blad Wired en auteur van What Technology wants. Morozov kon bij Kelly’s selectieve kijk op de technologische vooruitgang direct zijn belangrijkste punt van kritiek plaatsen. Technologyfreaks als Kelly zijn zo gefixeerd op technologie dat ze deze als een verlossingsweg voor de mensheid presenteren en daarbij de politieke dimensie helemaal uit het oog verliezen.

Ook de futurist Ray Kurzweil verkondigt het evangelie van de technologie. “Vooruitgang” is bij hem het toverwoord en hij interpreteert deze louter als technische vooruitgang. Het morele perspectief komt bij hem niet aan bod. Vreemd is dat natuurlijk niet. Meestal zijn technologiegoeroes en futuristen de spreekbuizen van machtige netwerken en de promotors van commerciële toepassingen. Hun euforische visie op toekomstige technologische ontwikkelingen is een sirenenzang die meer aantrekkingskracht krijgt, naarmate de verkondiger zich met de mondhoeken omhoog als een optimist presenteert die voor elk mogelijk probleem weer een oplossing ziet. Sceptici zijn in zijn ogen al snel zwartkijkers die lijden aan blikvernauwing. Daardoor zouden ze dus al de fantastische mogelijkheden niet kunnen zien…

Evgeny Morozov is zoals de meeste sceptici geen pessimist, maar een overtuigend criticus. Neem zijn visie op de “Arabische Lente". Een gangbare visie op de revoluties in Tunesië, Egypte en andere Arabische landen, is dat het een Twitter-revolutie is, die vooral door de jeugd gedragen wordt. Vrijheid mogelijk gemaakt door mobiele apparaten en digitale netwerken. Maar deze vrijheid is juist ernstig te betwijfelen. Al die zogenaamde bevrijdende gadgets zijn in feite bedwelmende opium voor het volk.

Peter Sloterdijk zei overigens nog iets heel wezenlijks over de omwenteling door het volk in de postmoderne tijd. Het heeft geen zin meer om in termen van revolutie (van onderaf) te spreken, aangezien we in een voortdurende revolutie leven. De vertrouwde situatie heeft zich helemaal omgekeerd: nu zijn de machthebbers de revolutionairen, terwijl het volk behoudend is. Door de producenten worden er onophoudelijk nieuwe, baanbrekende producten in de markt gezet en het arme volk krijgt via de reclame alsmaar die innovaties over zich heen gestort.

Er is een permanente revolutie gaande. Het volk ondergaat momenteel een revolutie geleid door de economische klasse die ons dagelijks leven permanent wil omgooien.

Peter Sloterdijk

Ook bestrijdt Morozov het cliché dat de digitale revolutie de (virtuele) gemeenschap bevordert. In de jaren negentig was community building nog een van de toverwoorden, maar dat is in de eenentwintigste eeuw veranderd. Schijnbaar verbindt het internet mensen met elkaar. Maar in geestelijk opzicht schept het digitale leven geatomiseerde individuen. Op web 2.0 kun je alles personaliseren. Jij bent zélf het web. Gepersonaliseerde websites, waarvan Facebook de onbetwiste kampioen is, zijn een goudmijntje voor datawarehousing. Via de social media wordt unieke gebruikersinformatie opgeslurpt en slim doorgespeeld naar commerciële instellingen, die deze gegevens gebruiken voor one-to-one-marketing.

The Net DelusionDe digitale revolutie heeft het groene licht gekregen om door te denderen en er wordt onvoldoende nagedacht over de uitgangspunten, meent Morozov. Dé digitale revolutie bestaat natuurlijk niet. De digitalisering van de maatschappij wordt vooral aangedreven door machtige bedrijven als IBM, Apple, Microsoft, Google en Facebook. Ze geven de “vrijheid” om je steeds meer met hun producten te verbinden. Een goed voorbeeld is de Apple Store. Iedereen die een iPad heeft, weet dat je afhankelijk gemaakt wordt van deze Apple Store. Zonder account, kun je geen gratis Apps downloaden. De vrijheid die technologie ons geeft, is maar heel betrekkelijk. De neergestorte witte duif op de omslag van The Net Delusion is daarom een treffend beeld om de euforie van de Twitter-revolutie in de Arabische wereld te relativeren.

evgenymorozov.com | Evgeny Morozov [ tegenlicht.vpro.nl ]

maandag 26 september 2011
de hemel boven Meßkirch
vandaag is het de 122e geboortedag van Martin Heidegger
na drie maanden las ik Heidegger en zijn Tijd eindelijk uit…

geboortehuis van Martin Heidegger in MesskirchRüdiger Safranski begint en eindigt zijn biografie over de Duitse filosoof Martin Heidegger met de hemel boven Meßkirch. Deze zomer bezocht ik met Michaela het kleine provinciestadje in Schwaben waar Heidegger in het Dasein geworpen werd. Zijn geboortehuis ziet er zoals de meeste geboortehuizen van beroemdheden niet spectaculair uit. Zijn vader was koster in de Martinskerk die vlak tegenover het sobere huisje staat waar zijn eerste zoon ter wereld kwam, die vanzelfsprekend de naam Martin kreeg. Heidegger zou vlak voor zijn dertigste afscheid nemen van het geloof van zijn vader maar de laatste twintig jaar van zijn leven zou hij jaarlijks op 11 november, de dag van zijn naamheilige, de mis in Meßkirch bijwonen. Hij zat dan op de oude vertrouwde plaats in de koorbank waar hij rond 1900 als klokkenluidertje altijd had gezeten.

Heidegger nam de uitdaging van de moderne tijd aan. Hij ontwikkelde een filosofie van een bestaan dat zich aantreft onder een lege hemel, beheerst door een alles verslindende tijd, geworpen en toegerust met de gave het eigen leven te ontwerpen.

Rüdiger Safranski

Martinskirche
De Martinskirche in Meßkirch met het geboorthuis van Martin Heidegger

Meßkirch [ de.wikipedia.org ]

zondag 25 september 2011
inscapes [ 16 ]
landschappen achter mijn ogen
inscapes
olieverf op canvasboard ( 24 x 30 cm )

meer inscapes | schilderen als empirisch onderzoek [ PDF ]

zaterdag 24 september 2011
Kuifje in Bolivië
precies 25 jaar geleden reisden we langs het Titicacameer naar La Paz
Titicacameer 1986
Puno - La Paz - Puno
24 t/m 27 september 1986
Bolivia 1986
reisdagboek 25 september 1986
Bolivia 1986
moedergeluk in Copacabana
beeld op de Kalasasaya in Tiwanaku
Tiwanaku ontstond waarschijnlijk al voor het jaar 200 en was de hoofdstad van een rijk dat in zijn bloeitijd (tot ca. 1000) ruwweg de zuidelijke helft van het latere Incarijk beheerste, dat wil zeggen Zuid-Peru, Noord-Chili, een flink stuk van Bolivia en een deel van Noord-Argentinië. De noordelijke helft van het latere Incarijk werd beheerst door het in het huidige Peru gelegen rijk van de Wari, Tiwanaku’s grote rivaal. Het Tiwanakurijk telde waarschijnlijk zo’n miljoen onderdanen en werd later door de Inca’s als een soort grootvaderbeschaving beschouwd.
 
Bron: nl.wikipedia.org
Bolivia 1986
van Tiahuanacu naar Desaguardero
Bolivia 1986
reisdagboek 27 september 1986
100.000 pesos
Door de hyperinflatie halverwege de jaren tachtig, betaalde je in Bolivia 200.000 pesos voor een coca cola. Omgerekend was dat ongeveer dertig cent…
Illimani
Nuestra Señora de la Paz, de hoogst gelegen hoofdstad ter wereld met ongeveer een miljoen inwoners, ligt aan de voet van de majestueuze Illimani (6458 m.) een van de hoogste bergen van het Amerikaanse continent.
Illimani
nogmaals de Illimani

Tiwanaku [ en.wikipedia.org ] | Copacabana [ en.wikipedia.org ]

vrijdag 23 september 2011
Professor Heidegger spricht …
… over Moderne Kunst in het interview in Der Spiegel (1966)

Martin HeideggerPrecies 45 jaar geleden, op 23 september 1966 had Martin Heidegger een gesprek met twee journalisten van Der Spiegel. Het interview mocht pas na Heidegger’s dood openbaar gemaakt worden. Vijf dagen na zijn dood op 26 mei 1976 stond het al in Der Spiegel. Het gesprek ging voor een deel over Heidegger’s zeer omstreden positie in 1933 en 1934 toen hij rector was van de Universiteit in Freiburg en uit volle overtuiging nationaal socialist. Aan het eind van het gesprek kwam de positie van de moderne kunst ter sprake. Ik maakte van dat fragment onderstaande vertaling.

SPIEGEL: Professor, in de sfeer van het denken bestaan er geen gezaghebbende uitspraken. Daarom is het niet verwonderlijk dat het ook voor de moderne kunst moeilijk is om gezaghebbende uitspraken te doen. Toch noemt u dit “destructief". De moderne kunst ziet zichzelf vaak als experimentele kunst. De kunstwerken zijn probeersels …
 
Heidegger: Ik laat het mij graag uitleggen…
 
SPIEGEL: … probeersels vanuit een situatie waarin de mens en dus de kunstenaar op zichzelf is teruggeworpen. En af en toe zit er dan onder een van die probeersels een voltreffer.
 
Heidegger: Het is de grote vraag. Waar staat de kunst? Welke plaats moet ze innemen?
 
SPIEGEL: Prima, maar hier verlangt u iets van de kunst dat u niet meer verlangt van de filosofie.
 
Heidegger: Ik verlang niets van de kunst. Ik zeg alleen dat het een kwestie is van welke plaats de kunst inneemt.
 
SPIEGEL: Als de kunst zijn plaats niet kent, betekent dit dan dat ze destructief is?
 
Sigmar Polke 1968Heidegger: OK, vergeet dat dan maar. Ik wil enkel vaststellen dat ik het wegwijzende in de moderne kunst niet zo zie, vooral omdat het onduidelijk blijft waar ze het meest kenmerkende van de kunst zoekt.
 
SPIEGEL: De kunstenaar is ook niet meer met de traditie verbonden. Hij vindt het misschien mooi en hij kan zeggen: Ja, dat is de manier waarop men zeshonderd jaar geleden of driehonderd jaar geleden, of zelfs dertig jaar geleden schilderde. Maar zelf kan hij dat niet meer. Zelfs als hij zou willen, zou hij het nog niet kunnen. De grootste kunstenaar zou dan de geniale vervalser Hans van Meegeren zijn, omdat hij “beter” zou kunnen schilderen dan de anderen. Maar zo werkt het eenvoudig niet meer. Daarom is de kunstenaar, schrijver en dichter in een soortgelijke situatie als de filosoof. Hoe vaak moeten we nog zeggen: Sluit je ogen.
 
Heidegger: Als we voor de indeling van kunst en poëzie en filosofie het hedendaagse kunstbedrijf als kader nemen, dan bestaat deze gelijkstelling terecht. Maar als we niet alleen het kunstbedrijf, maar de cultuur zélf gaan bevragen, dan is een dergelijke reflectie een opgave voor het denken, waarvan de uitkomst vrijwel ondenkbaar is. Maar de grootste nood van de filosofie is, voor zover ik kan zien, dat er vandaag de dag niet één denker spreekt, die “groot” genoeg is om het denken onmiddellijk in vorm te brengen en daardoor op de weg te helpen. De grootheid van het denken is op het moment te groot voor ons. Misschien kunnen we worstelen met het bouwen van een smalle en ontoereikende brug voor een oversteek.
 
SPIEGEL: Professor Heidegger, wij danken u voor dit gesprek.
Der Spiegel
Het interview met Martin Heidegger
verscheen op 31 mei 1976 in Der Spiegel

Der Spiegel #23 uit 1976 is te bestellen bij spodats.de en kost € 12.
download het volledige interview als PDF [ engelse vertaling ]

donderdag 22 september 2011
de lichtval langs het gordijn
met René gezien in Zutphen: Kees Verwey (1900-1995) Zelfbeelden
in Museum Henriette Polak nog t/m 24 september

Kees VerweyAl eerder schreef ik over de schilder Kees Verwey. Gisteren bezocht ik met René de tentoonstelling Kees Verwey (1900 - 1995) Zelfbeelden in het Museum Henriette Polak in Zutphen. Verwey’s aquarellen zien er op het eerste gezicht knoeierig uit en zijn schilderijen ogen even rommelig als het atelier waarin ze ontstonden. Maar in het schijnbare geknoei met aquarelverf en geklodder met olieverf komt meestal een scherp waarnemer naar voren.

Verwey plaatste zichzelf graag in de traditie van Vermeer, Breitner, Verster en zijn leermeester Henri Fréderic Boot. Kijken was voor Verwey synoniem met beleven. Dat deed hij zijn lange leven het allerliefste, bij voorkeur in afzondering op zijn Haarlemse atelier. Daarom werd hij wel eens “de kluizenaar aan het Spaarne” genoemd. De lichtval langs het gordijn vond hij boeiender dan het leven buiten op straat. Er zit iets onmiskenbaar zwaarmoedigs in zijn werk. “Ik heb twee fouten gemaakt", zei hij aan het eind van zijn leven in zijn tjokvolle atelier tijdens een interview voor de televisie, “Ik heb te lang geleefd en ik heb teveel werk gemaakt.” Cynisme? Of een bekentenis van iemand die klaar was met (be)leven?

In een selecte bloemlezing uit het omvangrijke oeuvre van Kees Verwey passeren zijn belangrijkste thema’s de revue: stillevens van bloemen en de voorwerpen in zijn eigen atelier, zelfportretten en portretten van vrienden en bekenden - met name bevriende kunstenaars - en in mindere mate interieurs, landschappen en stadsgezichten. Voor het eerst wordt een recente aankoop van de Stichting Kees Verwey gepresenteerd: een unieke vondst in de vorm van een vroeg zelfportret (1918), uitgevoerd in glas in lood.
 
Het werk van Kees Verwey hoort op een vanzelfsprekende manier thuis in Museum Henriette Polak. Onder de eerste aankopen van de Stichting Henriette Antoinette in 1968 bevindt zich een aquarel van Verwey, een portret van de beeldhouwster Charlotte van Pallandt. In latere jaren werd nog meer van hem aangekocht. Kees Verwey kende de oprichters van Museum Henriette Polak goed; het waren geestverwanten en met velen van hen, waaronder Otto B. de Kat, Johan Buning, Joop Sjollema, Charlotte van Pallandt en Jeanne Bieruma Oosting onderhield hij goede contacten en vriendschappen.
 
Bron: museazutphen.nl

keesverwey.com

woensdag 21 september 2011
de gestalte der toekomst (1950)
gelezen: Das Ende der Neuzeit van Romano Guardini

Das Ende der NeuzeitDe Duitse theoloog en cultuurfilosoof Romano Guardini (1885-1968) was een tijdgenoot van Martin Heidegger (1889-1976). Beiden studeerden aan het begin van de twintigste eeuw theologie (Guardini in Tübingen en Heidegger in Konstanz en Freiburg) en raakten als jonge theologen verwikkeld in de Modernismusstreit waarin de Rooms-katholieke Kerk moderne theologische opvattingen bestreed. Guardini werd in 1910 tot priester gewijd en ook Heidegger leek voorbestemd om priester te worden. Na een blauwe maandag bij de Jezuïeten, zag hij in 1909 van het priesterschap af. Twee jaar later verruilde hij zijn studie theologie voor de filosofie. In 1915 habiliteerde de dan 26-jarige Heidegger met een studie over Duns Scotus. In hetzelfde jaar kreeg de 30-jarige Guardini de doctorstitel in de theologie met een studie over Bonaventura, zijn eerste in een lange reeks theologische studies. Daarnaast publiceerde hij ook cultuurfilosofische studies over o.a. Hölderlin, Dante, Pascal en Kierkegaard. Heidegger viel kort na de Eerste Wereldoorlog van zijn geloof en keerde zijn vroegere broodheer, de Rooms-katholieke Kerk, de rug toe.

Romano Guardini 1885-1985
Romano Guardini kreeg bij zijn honderdste geboortedag een postzegel. Zijn tijdgenoot Martin Heidegger viel rond zijn dertigste van zijn geloof. In 1933 koos hij zelfs voor het nationaal socialisme. Dat laatste maakt hem nog altijd tot een omstreden filosoof en om die reden heeft de Deutsche Post hem nog steeds niet met een postzegel willen eren.

Guardini ontwikkelde zich in de geest van zijn tijd tot een existentialistisch theoloog en schreef in hoog tempo theologische werken. Tot zijn bekendste werken behoren Vom Geist der Liturgie (1918) en Der Herr. Betrachtungen über die Person und das Leben Jesu Christi. (1937). Kort na de Tweede Wereldoorlog kwamen zowel Guardini als Heidegger in een depressie terecht. Heidegger schreef in 1946 zijn Brief über den “Humanismus”, waarin hij onderzocht of en hoe er na de verschrikkingen van de oorlog aan het woord humanisme nog betekenis kon worden gegeven. Guardini gaf in 1947 en 1948 in Tübingen en in 1949 in München een aantal colleges die in 1950 selectief bijeengebracht werden in het essay Das Ende der Neuzeit. Hierin schetste hij de historische ontwikkeling van Europa sinds de Middeleeuwen, met het accent op de verdringing van het christelijk geloof door de moderniteit en de hoop voor de toekomst. Anders dan in Novalis‘ essay Der Christenheit oder Europa (1799) zag hij geen visioen van een verenigd christelijk Europa. Hij stelde zijn hoop niet op een politieke werkelijkheid maar op Christus.

Wat […] levensbeschouwingen als die van het Franse existentialisme betreft: hun negatie van de zin des levens is zo gewelddadig, dat men zich afvraagt of zij niet een bijzonder vertwijfelde vorm van romantiek vormen, die door de aardbevingen der laatste decennia mogelijk is geworden.

Romano Guardini
in: Das Ende der Neuzeit (1950)

De Tweede Wereldoorlog laat in Duitsland diepe wonden na. Velen vragen zich af hoe een beschaafd volk deze verschrikkingen heeft kunnen laten gebeuren. Er ontstaat een indruk dat het ideaal van de moderne, redelijke, humane mens ten einde gelopen is. Guardini is door de oorlog veranderd. Hij meent dat de catastrofe met Hitler uiting en voorbode is van het einde van een tijdperk en tegelijk het angstwekkende begin van een nieuw tijdperk. Hij herhaalt steeds hoe dat alles wel moest gebeuren in het kader van de toenmalige cultuurgeschiedenis. Hij thematiseert dit in zijn essay Das Ende der Neuzeit (1950), maar in het enthousiasme van de wederopbouw vindt zijn geluid geen weerklank.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Boeken van Guardini bij Matthias Grünewald Verlag
Romano Guardini im Internet

dinsdag 20 september 2011
schetsboek [ 12 ]
portret in olieverf
zelfportret
olieverf op canvas ( 20 x 14 cm )
maandag 19 september 2011
spitfires & stuka’s
zondagmiddag gezien op Een: Battle of Britain (1969)

Battle of BritainVorig jaar keek ik naar First of the Few (1942 en in de VS uitgebracht onder de titel Spitfire) van en met Leslie Howard over de Slag om Engeland. Deze oorlogsfilm uit de Tweede Wereldoorlog was een propagandafilm én een eerbetoon aan de vliegeniers van de Royal Air Force. First of the Few bevatte spectaculaire luchtgevechten waarbij de dubbeldekkers uit Howard Hughes’ Hells Angels (1930) verbleekten. In 1969 zou deze film opnieuw overtroffen worden door misschien wel de meest spectaculaire film die er over de Slag om Engeland is gemaakt.

Never in the field of human conflict was so much owed
by so many to so few

Winston Churchill

Net als bij A Bridge Too Far (1977) past bij Battle of Britain de opmerking a star too much. De cast met steracteurs als Lawrence Olivier, Trevor Howard, Christopher Plummer, Michael Caine e.a. is natuurlijk indrukwekkend, maar of dat nu echt nodig was… Tenslotte zijn het de Spitfire, Hawker Hurricane, Heinkel en Messerschmitt Bf 109 die de eigenlijke hoofdrollen spelen. Het is dus echt een film voor mijn vader, die vandaag zijn 81e verjaardag viert, en gisteren weer als 11-jarig jongetje met rode oortjes heeft gekeken.

Battle of Britain
Het zenuwcentrum van de Slag om Engeland Wanneer tijdens een bombardement de kaart bedolven wordt onder neerstortend puin, krijgt de uitdrukking “de kaart is niet het gebied ” een extra betekenis: de kaart is óók het gebied…

Battle of Britain [ imdb.com ]

zondag 18 september 2011
de schilder en de tuinman
zaterdag gezien op DVD: Dialogue avec mon jardinier (2007)

Dialogue avec mon jardinierMichaela verrast mij vaak met Franse films. Tien jaar geleden was dat met Le Fabuleux Destin d’Amélie Poulain (2001). Daarna volgden een aantal films van Jacques Tati en Seraphine (2008). Niet lang geleden bracht ze de DVD van Dialogue avec mon jardinier mee. Evenals Seraphine is deze film een ode aan het platteland. Sfeervolle opnamen met tegenlicht, bochtige weggetjes, moestuintjes, rieten stoeltjes en een eerlijke plattelandswijn. Cliché´s worden niet geschuwd. De schilder heeft een strohoed op en doet het natuurlijk weer met zijn model.

Het scenario volgt het voortkabbelende leven van een schilder die gesprekken heeft met zijn tuinman en concentreert zich vooral op het verschil tussen beide personages. De schilder maakt in Parijs deel uit van het grootsteedse leven en de culturele elite maar komt in zijn buitenhuis op het platteland pas weer tot zichzelf. De tuinman is een simpele ziel met alleen maar lagere school, maar met een open hart voor de kleine dingen van het leven. In de gesprekken met de schilder, ontwikkelt de tuinman zich ongewild tot de kenner van het gewone leven en in zekere zin tot een leraar voor de schilder. Maar nergens gaat het gesprek echt de diepte in. Dialogue avec mon jardinier is vooral een filmduet voor twee steracteurs. Jean-Pierre Darroussin als de eenvoudige tuinman op zijn brommertje roept een beeld op van tevredenheid en ‘domweg gelukkig zijn’, precies zoals Monsieur Hulot op zijn fiets in Mon Oncle.

Dialogue avec mon jardinier trailer

Over schilderkunst kom je door deze film niet veel te weten. Behalve dan dat Jean-Léon Gérôme in Barbizon oriëntaalse schilderijen maakte. Hij kwam niet naar Barbizon voor de omgeving, maar wilde gewoon bij zijn vrienden zijn… En daar gaat Dialogue avec mon jardinier ook over, niet over tuinieren of schilderkunst, maar over een gewone vriendschap die door het fijnzinnige duet van Daniel Auteuil en Jean-Pierre Darroussin overtuigt en ontroert.

Dialogue avec mon jardinier [ nrc.nl ]

zaterdag 17 september 2011
barbaarse metafysica
gelezen: Metafysica en Misdaad (1990) van Rüdiger Safranski
in Hoeveel waarheid heeft de mens nodig?

Rüdiger Safranski Duitsland zou het land zijn van dichters en denkers. Wanneer je een boek van Rüdiger Safranski leest, hoef je daar in elk geval niet meer aan te twijfelen. Safranski schreef een vuistdikke biografie over Martin Heidegger, monografieën over E.T.A. Hoffmann, Schopenhauer, Nietzsche en Schiller, een studie over het kwaad en een hele stapel opstellen over o.a. Rousseau, Kleist, Kant, Kafka en Freud. Zijn laatste boek, dat in een Nederlandse vertaling verscheen onder de titel Romantiek. Een Duitse Affaire, kreeg lovende kritieken.

Michaël Zeeman schreef ooit in De Volkskrant dat wanneer je Safranski een filosofisch, moreel of politiek idee geeft en hem er even op laat kauwen, je dan altijd een scherpe analyse kunt verwachten. Safranski is een meester in het volgen van filosofische hersenspinsels en legt deze vast in een literaire stijl. Filosofie wordt bij hem een spannend avontuur. Zijn intellectuele bereik is indrukwekkend. Voor de historische achtergronden schildert hij virtuoos weidse panorama’s van de turbulente Duitse geschiedenis.

Hoeveel waarheid heeft de mens nodig?Hoeveel waarheid heeft de mens nodig? is een bundeling van essays die Safranski in de jaren tachtig schreef. Met zijn onderwerpen richt hij zich op het menselijk tekort. De bundel opent met een citaat van Georg Büchner. “Er is een fout geslopen in hoe we geschapen zijn; we missen iets, ik heb er geen naam voor - maar we zullen het niet vinden door in elkaars ingewanden te wroeten, dus wat zouden we elkaars lichamen ontweien? Ga heen, we zijn miserable alchemisten.” In de jaren negentig zou Safranski in zijn studie over het kwaad, het menselijke tekort, zijn (on)vrijheid nog preciezer onder de loep nemen.

Ik las het opstel Metafysica en Misdaad over Hitler en Goebbels. Het nationaal socialisme keert in Safranski’s boeken telkens terug. In Romantiek. Een Duitse Affaire analyseert hij o.a. in hoeverre je de historische Romantiek verantwoordelijk kunt stellen voor de gruwelen van het Derde Rijk. In het essay Metafysica en Misdaad kijkt hij in de afgrondelijke diepte van het nationaal socialisme naar de verwrongen denkbeelden uit de filosofische traditie.

Uit Nietzsches ‘wil tot macht’, uit Schopenhauer’s ‘wil tot leven’ en uit Darwins tot sociaal-darwinisme getrivialiseerde leer van de ’selectie’ van het levensvatbare, compileert Hitler zijn metafysische levenswet.

Safranski in: Metafysica en Misdaad

Metafysica beijvert zich zoals bekend door de oppervlakkige, in de regel kwellende en beangstigende werkelijkheid heen te dringen om het onderliggende ‘wezen, de oriënterende ‘zin’ ervan bloot te leggen. Zo gaat ook Hitler te werk. Hij wil door de gebeurtenissen op de voorgrond - de troebelen van de burgeroorlog, de inflatie, de verandering van de moraal, de verstedelijking, de massacivilisatie, de verwoesting van de natuur, het isolement, de vertechnisering, enzovoort - heendringen en het ‘eigenlijke’ gebeuren, dat daarachter schuilgaat, blootleggen. En hij komt daarbij in een kosmische dimensie terecht - ook dat is een specialiteit van de metafysica. Uit Nietzsches ‘wil tot macht’, uit Schopenhauer’s ‘wil tot leven’ en uit Darwins tot sociaal-darwinisme getrivialiseerde leer van de ’selectie’ van het levensvatbare, compileert Hitler zijn metafysische levenswet. (…)
 
Bron: Hoeveel waarheid heeft de mens nodig? Uitgeverij Atlas Amsterdam, 2004 (blz. 141) vertaling Mark Wildschut

Hoeveel waarheid heeft een mens nodig? [ uitgeverijatlas.nl ]

vrijdag 16 september 2011
zwart(gallig) beertje
La Nausée (1938) van Jean-Paul Sartre

walgingToen ik 25 jaar geleden met twee vrienden door Peru en Bolivia reisde, had ik wat zwarte beertjes in mijn rugzak. Een paar Maigrets van Georges Simenon en een pocket van Jean-Paul Sartre. Het was een Nederlandse vertaling (door H.P. van Aardweg) van zijn bekendste roman La Nausée. Ik meende dat Jean Paul Sartre (Michel Houellebecq had in 1986 nog niets geschreven) hielp bij het afbranden van valse verwachtingen. Als drieëntwintigjarige hield ik uit voorzorg alle verwachtingen a priori voor vals, als een laffe vlucht uit de barre realiteit. Hier en nu, dat was het. Niets meer en niets minder.

Ik weet nog wel dat ik erin las op het dak van een hotel in Arequipa, op een bootje op het Titicacameer en wachtend op de bus in La Paz. Nog steeds heb ik de pocket, die inmiddels bijna een halve eeuw oud is, bewaard als een herinnering aan die reis. Sommige zinnen zijn onderstreept. Ze hebben destijds indruk op mij gemaakt. Een vriend vertelde mij later dat hij De Avonden van Gerard Reve (een vergelijkbaar boek) veel beter vond dan La Nausée. “Heb jij één keer moeten schateren bij Sartre?” Hij had inderdaad gelijk. Toch is de borende intensiteit van La Nausée indrukwekkend. Je kunt het misschien vergelijken met de legendarische colleges van Martin Heidegger over de verveling. Honderden pagina’s lang hield hij zijn studenten op het puntje van de stoel, terwijl hij met chirurgische precisie het epicentrum van de verveling beschreef. Overigens wilde Sartre zijn (gedeeltelijk autobiografische) roman, in de vorm van een dagboek, publiceren onder de naam Melancholia. Maar onder druk van zijn uitgever Gaston Gallimard is de titel veranderd in La Nausée.

Maandag 29 januari 1932,
Er is mij iets overkomen,
ik kan er niet meer aan twijfelen.
Het is gekomen als een ziekte,
niet als een gewone zekerheid,
niet als een duidelijke gebeurtenis.

beginzin uit La Nausée

zwart beertjeSartre’s verhaal, als men het een verhaal mag noemen, is meeslepend door de eindeloze verveling, de grauwe doodsheid der schildering bijkans zonder enige actie. Woorden, welke in de enkele gesprekken met de anderen worden gewisseld, glijden langs elkaar. Geen spoor van menselijke warmte, geen medelijdend gebaar, geen blik van innige verstandhouding, slechts kilte, nuchterheid, beklemmende en tot een gevoel van walging opstijgende wanhoop.
 
Bron: inleiding door E.A.D.E.Carp ( Zwarte Beertjes 434)

La Nausée [ nl.wikipedia.org ]

donderdag 15 september 2011
schetsboek [ 11 ]
twee portretten
olieverfschetsen
olieverfschetsen op canvas 18 x 13 cm
woensdag 14 september 2011
schetsboek [ 10 ]
Café “l’Existence”
schetsen
gewassen inkt op crèmekleurige romandruk
dinsdag 13 september 2011
schetsboek [ 9 ]
portretten van Louis-Ferdinand Céline en Alberto Giacometti
schetsen
4B-potlood op papier
maandag 12 september 2011
lift naar het schavot [ 2 ]
gezien op TV5 Monde: Ascenseur pour l´échafaud (1958)

Zondagavond heb ik weer eens gekeken naar een van mijn favouriete Franse films, Ascenseur pour l´échafaud van Louis Malle. Toen ik de film de laatste keer zag, was ik vooral geboeid door de nachtelijke sfeer, briljant weergegeven door de score van Miles Davis. Deze keer lette ik op het Parijse straatbeeld anno 1957. Op de Internet Movie Car Database staan 59 stills uit de film met auto´s die door gebruikers gespot zijn.

imcdb.org
enkele auto’s uit Ascenseur pour l´échafaud
[source: imcdb.org]

De auto van Julien Tavernier die door de twee joyriders gekaapt is, is een Peugeot 304 cabriolet 1957 en de sportauto van het Duitse echtpaar een Mercedes-Benz 300 SL Coupe 1957. Wanneer Tavernier zondagmorgen eindelijk uit de lift ontsnapt, ziet hij op de plek waar zijn auto geparkeerd stond een Velam Isetta 1955. Ook is in deze film goed te merken dat de Tweede Wereldoorlog bij de Fransen nog vers in het geheugen ligt. Het jonge Franse stel proost met het Duitse echtpaar weliswaar op Europa, maar de Frans-Duitse verhoudingen zijn allesbehalve hartelijk. Wanneer de commissaris Florence Carala meedeelt dat Lucien Tavernier twee Duitsers heeft afgeslacht, mompelt Taverniers dronken vriend die naast haar zijn roes uitslaapt: “prima zo!”

Elevator to the gallows [ imdb.com ] | filmscore van Miles Davis

zondag 11 september 2011
het hoofd van Johannes de Doper
vandaag is het volgens de Juliaanse Kalender 29 augustus :
de onthoofding van Johannes de Doper
icoon van het hoofdvan Johannes de Doper
icoon van het hoofd van Johannes de Doper
Het levenseinde van Johannes de Doper
Koning Herodes hoorde over Hem, want zijn naam was bekend geworden, en ze zeiden: ‘Johannes de Doper is uit de doden opgewekt. Daarom zijn die krachten in Hem werkzaam.’ Maar anderen zeiden: ‘Het is Elia’, en weer anderen: ‘Het is een profeet als andere profeten.’ Toen Herodes dat hoorde, zei hij: ‘Die Johannes, die ik heb laten onthoofden, is uit de doden opgewekt.’ Want zelf had Herodes Johannes laten arresteren en in de gevangenis laten zetten vanwege Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus, omdat hij haar getrouwd had. Want Johannes had tegen Herodes gezegd: ‘Het is u niet geoorloofd de vrouw van uw broer te bezitten.’ Herodias was daarom op hem gebeten en wilde hem uit de weg ruimen, maar ze had daartoe niet de macht. Want Herodes had ontzag voor Johannes, in het besef dat deze een rechtvaardige en heilige man was, en hij nam hem in bescherming. Als hij naar hem luisterde, raakte hij steeds in verlegenheid, en toch hoorde hij hem graag.
 
Er kwam een gunstige dag toen Herodes op zijn verjaardag een feestmaal gaf voor zijn hofhouding, de legerleiding en de hoge heren van Galilea. De dochter van hem en Herodias kwam binnen en met haar dans deed ze Herodes en zijn gasten een groot genoegen. De koning zei tegen het meisje: ‘Vraag me wat je maar wilt, ik zal het je geven.’ En hij deed er zelfs een eed op: ‘Wat je me ook vraagt, ik zal het je geven, al was het de helft van mijn koninkrijk.’Ze ging weg en zei tegen haar moeder: ‘Wat moet ik vragen?’ Die zei: ‘Het hoofd van Johannes de Doper.’ Haastig ging ze recht op de koning af en vroeg: ‘Ik wil dat u mij terstond op een schotel het hoofd van Johannes de Doper geeft.’ De koning werd bedroefd, maar vanwege zijn eed en omwille van zijn gasten wilde hij het haar niet weigeren. Meteen stuurde de koning iemand van zijn lijfwacht en gaf het bevel om het hoofd van Johannes te brengen. Die ging weg en onthoofdde hem in de gevangenis. Hij bracht zijn hoofd op een schotel en gaf het aan het meisje, en het meisje gaf het aan haar moeder. Toen zijn leerlingen het hoorden, kwamen ze zijn lijk halen en legden het in een graf.
 
Bron: Marcus 6: 14-30

Salomé, Herodes en de dood van Johannes de Doper in de schilderkunst

zaterdag 10 september 2011
Kuifje in Peru
precies 25 jaar geleden bezochten we Nasca in Peru

Maria Reiche in 1986De Nazcawoestijn in Peru is een van de droogste gebieden op aarde maar is vooral beroemd vanwege de Nazcalijnen die door het onderzoek van Maria Reiche en de boeken van Erich von Däniken tot een populair-wetenschappelijk fenomeen zijn uitgegroeid dat sinds jaar en dag in documentaires op Discovery Channel en National Geographic Channel wordt uitgemolken. Precies vijfentwintig jaar geleden, van 9 tot 12 september 1986 bezocht ik met René en Marco het woestijnstadje Nasca, 450 kilometer ten zuiden van de Peruaanse hoofdstad Lima. ’s Morgens vlogen we over de Nazcalijnen en ’s avonds bezochten we in een chique hotel een lezing van Maria Reiche (1903-1998) die door haar stijve houding, perkamentachtige huid, dunne grijze haar en omgeslagen doek aan een levende mummie deed denken. De volgende dag lieten we ons de woestijn inrijden om mummies te bekijken. Het goud bij de mummies was al eeuwen geleden weggeroofd. De overgebleven botten en schedels, gewikkeld in grijze, pluizige doeken, die eruitzagen als reusachtige uilenballen, waren (en zijn nog steeds) een goudmijntje voor de plaatselijke toeristenbureau’s.

Nasca 1986
Onder de brandende zon van Nasca zitten de mummies uit de Nazcacultuur (200-1000 na Chr.) al eeuwenlang in het zand.
Nasca
Nasca Necropolis 10 september 1986
memento mori in de Peruaanse woestijn
Maria Reiche was een Duitse wiskundige en archeologe. Haar belangrijkste werk is haar onderzoek naar de betekenis van de beroemde Nazcalijnen in Peru. Zij heeft nooit de betekenis van deze zogenaamde geogliefen volledig kunnen doorgronden. Als onderzoekster en beschermster van de Nazcalijnen heeft zij een belangrijke rol gespeeld in de gedachtevorming naar de betekenis van de tientallen dierenfiguren, geometrische vormen en lijnen in de Nazca-pampa. Zij is begraven naast haar voormalige woning (thans Maria Reiche museum) in de omgeving van de Nazcalijnen.
 
Bron: nl.wikipedia.org

nascaperu.com | nazcamystery.com

vrijdag 9 september 2011
Wilhelm Dilthey [ 2 ]
het innerlijke verstaan van Wilhelm Dilthey (1833-1911)

Vandaag las ik een mooie uitspraak van Wilhelm Dilthey (1833-1911) op de Filosofie Scheurkalender :

Door de aderen van het kennende subject dat Locke, Hume en Kant construeerden, vloeit geen echt bloed, maar enkel het verdunde sap van de rede als niet meer dan een denkactiviteit.

Wilhelm Dilthey

Dilthey zu ehrenWilhelm Dilthey die op 1 oktober a.s. precies honderd jaar geleden stierf, is o.a. bekend geworden door zijn Kritik der historischen Vernunft, zijn onvoltooid gebleven levenswerk. Centraal in de filosofie van Dilthey staat zijn hermeneutiek, waarin hij de kenleer van Immanuel Kant oprekt, door het rationele kennen uit te breiden met een innerlijk verstaan en beleven van de wereld. Dilthey was zeker niet de enige filosoof die in de tweede helft van de negentiende eeuw kritiek had op de klassiek opvatting waarin het menselijk subject tegenover de objecten staat. Franz Brentano, de vader van de fenomenologie, zag een geheimzinnige betrokkenheid tussen subject en object die hij Intentionalität noemde. Dit begrip dat ook in de filosofie van Edmund Husserl een centrale plek inneemt, heeft ook veel invloed gehad op het denken van Martin Heidegger en daarmee op de existentiefilosofie van de twintigste eeuw. Dilthey, Brentano, Husserl en Heidegger stelden de menselijke beleving weer centraal, die door sciëntisme en positivisme was ondergesneeuwd.

Wilhelm Dilthey (1833-1911) publiceerde een Kritik der historischen Vernunft. Meer dan in Schleiermachers leer der tekstinterpretatie wordt de hermeneutiek bij Dilthey tot een algemene methode van de geesteswetenschappen. Hij verzet zich tegen het positivisme en het methodologisch monopolie van de causale verklaring. Het menselijk gedrag en de maatschappelijke wereld gedraagt zich niet zoals de anorganische en organische natuur, zegt Dilthey, en daarom moeten de geesteswetenschappen een principiëel andere methode volgen. Historische kennis wordt volgens Dilthey gekenmerkt door het innerlijk verstaan van betekenissen: een verschijnsel moet niet verklaard worden, maar in zijn betekenis verstaan worden: een beweging van buiten naar binnen, van de fysische verschijningsvorm naar zijn geestelijke betekenis. Een beeld van Rodin is geen klomp metaal, maar een geestelijk product, een Gebilde met een eigen structuur.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Wilhelm Dilthey [ nl.wikipedia.org ] | zum 100. Todestag [ bbaw.de ]

donderdag 8 september 2011
praatdrama
vanavond op Nederland 3 om 21.50: Geen Probleem!

Wim HelsenIk ben benieuwd naar het nieuwe Nederlandse praatdrama Geen Probleem! dat vanavond bij de VPRO op Nederland 3 van start gaat. Daarin spelen Wim van Helsen, Stefaan Van Brabandt en Theo Maassen drie veertigers die één keer per week bij elkaar komen. Geen Probleem! gaat over mannenvriendschap met subtiele en minder subtiele wendingen van ‘laat je niet kennen!’ naar emotionele ontboezemingen. Een soort kruising tussen de vrienden uit de bierreclame en dat andere Nederlandse praatdrama In Therapie misschien? We zullen vanavond wel zien…

Iedere vriendschap is een reeks subtiele verwondingen.

Emil Cioran

Geen probleem! is een serie van, voor en door vrienden. Drie boezemvrienden voeren gesprekken over zowel de grot van Plato, vrouwen, hedendaagse cinema, vegetarisch eten, de kapitalistische consumptiemaatschappij, hun vriendschap en het niveau van het onderwijs als over de vorm van een gemiddelde balzak. Gesprekken waarin ze hun onderlinge frustraties op elkaar botvieren. Gesprekken waarvan niemand de bedoeling kent. Even lachwekkend als hartverscheurend. Het drama in Geen probleem! ontwikkelt zich tussen Peter “Peer” (Theo Maassen), Herman (Wim Helsen) en Koen “Koentje” (Stefaan Van Brabandt), drie belezen, overbewuste, egocentrische en op het neurotische af overgevoelige boezemvrienden, die na de mislukte zelfmoordpoging van Herman besluiten om elke week samen te komen. Door hun vriendschap zijn ze alle drie veroordeeld tot het krampachtig in stand houden van hun wederzijdse verbondenheid. Elk gesprek -vol onderhuids verlangen en verborgen verdriet en waarin evenveel verhuld als onthuld wordt, is in wezen één lange, aandoenlijke poging tot contact. Contact met zichzelf, met de ander, met het leven.
 
Bron: weblogs.vpro.nl

Geen probleem! [ ed.nl ]

woensdag 7 september 2011
niemandsland
het braakliggende terrein in de film

Lucius BurckhardtAls jongetje heb ik eindeloos gespeeld op het braakliggende stukje grond voor ons huis in de nieuwbouwwijk waar ik ben opgegroeid. Bijna iedereen kent uit zijn jeugd waarschijnlijk zo’n plekje dat aan niemand leek toe te behoren en wat je als kind je al spelende had eigen gemaakt. Tijdens haar studie Freiraum- und Landschaftsplanung in Kassel ‘ontdekte’ Michaela dat kinderen juist vaak spelen in de grijze gebieden van de ruimtelijke ordening, op plekken die niet gepland zijn om te spelen. Lucius Burckhardt (1925-2003), een van haar professoren en de vader van de Spaziergangwissenschaft schreef in de bundel Grün in der Stadt (Andritzki/ Spitzer; S. 114-115; Reinbek 1981.) over de betekenis van niemandsland voor kinderen in een woonwijk.

Niemandsland ist ein Produkt der Planung: ohne Planung kein Niemandsland. Aber wenn die Planer merken, daß sie das Niemandland geplant haben, ist es aus mit dem Niemandsland. Dann würde schon der Name geändert: es heißt denn “disfunktionale Flächen".

Lucius Burckhardt

Het niemandsland is zo eigenlijk een soort metafoor van het onderbewustzijn. Wanneer het bewustzijn het onderbewustzijn opmerkt, is het onderbewustzijn niet meer het onderbewustzijn. Niemandsland speelt als filosofisch gegeven de hoofdrol in de film Stalker (1979) van Andrei Tarkovsky. Mijn Top 3 van het niemandsland in de cinema ziet er zo uit: 1. Stalker (1979) 2. Der Himmel über Berlin (1986) 3. Le Ballon Rouge (1956)

Niemandsland
Niemandsland in Le Ballon Rouge (1956), Mon Oncle (1958) en in Der Himmel über Berlin (1986)
Niemandsland
Niemandsland in Stalker (1979)
Een niemandsland of neutrale zone is een grensgebied dat aan niemand toebehoort. In oorlogstijd wordt het gebied tussen de frontlinies van twee vijandelijke legers ook wel aangeduid als niemandsland. In het algemeen zou je een gebied waar nooit iemand komt niemandsland kunnen noemen.
 
Bron: nl.wikipedia.org
dinsdag 6 september 2011
Spaziergangwissenschaft
Tijs van den Boomen liep door Veenendaal

Google Streetview is natuurlijk hartstikke leuk, maar leer je er ook écht de omgeving mee kennen? Nee, natuurlijk niet. Tijs Van den Boomen bewees met een virtuele en daarna met een echte wandeling door mijn geboorteplaats Veenendaal dat de Spaziergangwissenschaft van Lucius Burckhardt (1925-2003) na Google Streetview nog altijd unieke en dus waardevolle kennis oplevert. Met een trackfinder liep Van den Boomen kriskras door Veenendaal zodat zijn wandeling gedocumenteerd werd op Google Maps met routekaart, foto’s en grafiekjes. Op everytrail.com is zijn wandeltocht voor iedereen toegankelijk. Wow! Ideaal voor stedenplanners, landschapsarchitecten en studenten planologie, lijkt me. Jaren geleden maakte Michaela voor haar studie Freiraum- und Landschaftsplanung bij Karl Heinrich Hülbusch (Kiwi) een uitgebreide studie van een wijk in de Duitse stad Kassel. Alles nog met potlood op papier. Met een trackfinder en Google Maps wordt het allemaal een eitje.

Veenendaal
Tijs’ wandeling op everytrail.com

In 2009 maakten we nog twee lange stadswandelingen door Brussel die ik achteraf documenteerde met Google Maps en het potloodje uit Photoshop. Zeker weten dat wij een volgende keer met de iPad en Every Trail gaan lopen.

een experiment in Veenendaal [ archined.nl ] | de route [ everytrail.com ]

maandag 5 september 2011
retro 1975
op de zolder van mijn ouderlijk huis vond ik oude hitlijsten

top 40Mijn ouders zijn honkvast en wonen vandaag alweer 42 jaar in het huis waar ik ben opgegroeid. Vorige week werd een nieuwe cv-ketel geïnstalleerd. Dat betekende dat er op de zolder met dozen moest worden geschoven en dat nodigde tegelijkertijd uit tot een opruiming. Cees Nooteboom heeft wel eens gezegd dat de herinnering een hond is die gaat liggen waar hij wil. Van de dozen op de zolder van mijn ouderlijk huis kun je precies het omgekeerde zeggen. Ze staan er en staan er, totdat er weer eens in gesnuffeld wordt. Niet door een hond, maar door de Marcel Proust in mij. Afgelopen week had ik juist een stukje over de zomer van 1975 geschreven en nu vond ik in een van die dozen een stapeltje hitlijsten uit 1975 en 1976. Je bekijkt ze en hoort in je hoofd vanzelf de muziek weer en wordt teruggezogen in de tijd. Zo vond ik ook de top 40 van 20 december 1975, de week waarin Bohemian Rapsody op een vijftiende plaats binnen kwam. Drie weken later, in 1976 verdrong Queen de zingende zusjes van Pussycat van de eerste plaats. Bohemian Rapsody staat nog altijd bijna elk jaar bovenaan in de top 2000.

top veertig
20 december 1975 de dag dat de Bohemian Rapsody voor het eerst in de hitlijst stond. Om vervolgens nooit meer te verdwijnen.
In het programma Tracks op Arte zag ik laatst warempel de Duitse discodames van Silver Convention voorbijkomen met Fly Robin Fly (op een negende plaats in het lijstje boven) waarbij je goed kunt horen dat disco zijn wortels had in o.a. de ‘Sweet Philly’ en het niet moest hebben van diepzinnige teksten.


nummer één hits in 1975
| alle top 40 hits van 1975

zondag 4 september 2011
twee “wijzen van de berg”
Martin Heidegger in Todtnauberg en Friedrich Nietzsche in Sils Maria

Heidegger en Nietzsche voelden zich beiden in de bergen in hun element. Afgelopen zomer bezochten we de Heidegger Hütte in Todtnauberg (Schwarzwald) en het Nietzsche Haus in Sils Maria (Engadin). De interieurs van hut en huis bleven voor ons verborgen, net als de diepste gedachten van beide filosofen, die in de omgeving de inspiratie vonden voor hun hoofdwerk.

Todtnauberg
Michaela bij Heidegger’s hut in Todtnauberg

Todtnauberg en Sils Maria zijn voor de moderne filosofie wat de agora in Athene voor de klassieke Griekse filosofie was. In Sils Maria kreeg Nietzsche’s figuur Zarathustra gestalte en in Todtnauberg schreef Heidegger veertig jaar na Also sprach Zarathustra zijn magnum opus Sein und Zeit.

Mijn hele werk ( … ) is doortrokken van de wereld van die bergen en boeren. Nu is het werk daarboven af en toe voor langere tijd onderbroken door onderhandelingen, reizen voor het houden van lezingen, besprekingen en mijn werkzaamheden als docent hierbeneden. Maar zodra ik weer boven kom, vanaf de eerste uren van het hutbestaan, dringt de hele wereld van vroegere vragen zich weer aan me op, helemaal in de bewoordingen waarin ik ze had laten liggen. Ik word eenvoudigweg opgenomen in de eigen beweging van het werk en ben de verborgen wetmatigheid van die beweging in de grond niet meester.
 
Bron: Heidegger in Denkerfahrungen, Frankfurt a.M. 1989 (vertaling: Mark Wildschut)
voor het Nietzschehuis
voor het Nietzsche Haus in Sils Maria
Im Engadin ist mir bei Weitem am wohlsten auf Erden. Es kann gar nicht still und hoch und einsam genug um mich sein.

Friedrich Nietzsche

Nietzsche Haus | Heidegger Hütte

zaterdag 3 september 2011
classic illustrators
de illustratoren van Jim Vadeboncoeur Jr.

De verzamelaar en uitgever Jim Vadeboncoeur Jr. uit Palo Alto nodigde mij eergisteren uit zijn website te bezoeken. Tussen tussen 1987 en 2001 schreef hij meer dan honderd biografieën van illustratoren uit de Golden Age of Illustration die hier allemaal te vinden zijn. Het is een mooie aanvulling op de comiclopedia van Lambiek met zijn ruim elfduizend biografieën van striptekenaars. Sinds 2001 geeft Vadeboncoeur Jr. ImageS uit (twaalf edities) en daarnaast B&W ImageS (vijf edities).

JVJ publishing
classic illustrators

Jim Vadeboncoeur Jr. schreef online biografieën van o.m.
Joseph Christian Leyendecker, Ivan Bilibin, Gustav Tenggren, Kay Nielsen, Howard Pyle, Edmund Dulac, Newell Convers Wyeth en Arthur Rackham.

JVJ publishing [ bpib.com ]

vrijdag 2 september 2011
van God los ?
Wat is er gebeurd met God in Nederland? door Peter Nissen

In het nieuwste nummer van het tijdschrift Speling las ik een wetenschappelijke analyse van Peter Nissen van het veranderende godsbeeld in Nederland. Het artikel maakt dus niet wijzer (en heeft die pretentie ook niet) maar informeert wél uitstekend over het religieuze landschap in Nederland. Nissen geeft in zijn objectiverende, wetenschappelijke taalgebruik eigenlijk al antwoord op de vraag waarom het godsbeeld in Nederland zo veranderd is. God is tot een object gemaakt. De volgende zin van de wetenschappelijk onderzoeker Nissen krijgt een andere betekenis als je deze als volgt corrigeert: “In 1966 was 47% van de Nederlanders ervan overtuigd dat er een God is die zich dat God Zich met ieder mens persoonlijk bezighoudt, in 2006 was nog slechts 24% daarvan overtuigd.” De titel zou evengoed kunnen luiden: Wat is er met óns gebeurd in Nederland?

SpelingVermoeden van het goddelijke
Onze cultuur is bezig de speelruimte van de spiritualiteit opnieuw te verkennen. Daarbij staan de eigen traditie en bepaalde voorgegeven leerstellingen niet meer voorop. Het is een open ruimte, waar ervaring en beleving vrij spel hebben.
Maar als alles draait om de menselijke beleving, is er dan nog ruimte voor God? Minder voor God als massieve zekerheid, denken wij, misschien wel meer voor het goddelijke in de toonaard van het vermoeden. Vermoeden zoekt voorzichtig, is tastend, meer gissend dan zeker. Een hachelijk waagstuk voor iemand die zekerheid zoekt en garanties wil. Maar voor wie het waagt, ontstaat er speelruimte en beweging. Dit is vooral van belang waar het gaat om God, waarschijnlijk het meest vermoedelijke dat vermoed wordt.
Bron: speling.nl

Als alles draait om de menselijke beleving, is er dan nog ruimte voor God? Minder voor God als massieve zekerheid, denken wij, misschien wel meer voor het goddelijke in de toonaard van het vermoeden.
Is Nederland van God los? Het beeld wordt soms in behoudende christelijke kringen opgeroepen: Nederland is God vergeten. Maar de werkelijkheid is anders: veel mensen zijn in Nederland bezig met de vraag naar wat hen overstijgt, de vraag naar het transcendente, het heilige, het omvattende en het dragende in hun leven, de vraag naar het goddelijke of naar God. Maar die God is doorgaans niet meer de God over wie de kerken vroeger – en vaak ook nu nog – met gezag en grote stelligheid meenden te kunnen spreken. Veel Nederlanders zijn op een of andere manier wel bezig met de vraag naar God, maar het is niet meer de God van de klassieke kerkelijke leer. God is veranderd in Nederland, of beter natuurlijk: de godsbeelden zijn in Nederland veranderd. lees het hele artikel

Tijdschrift Speling | peternissen.nl

donderdag 1 september 2011
inscapes [ 15 ]
landschappen achter mijn ogen
inscapes
olieverf op canvasboard tweede stadium

Immanuel Kant heeft met zijn kritische onderzoek vastgesteld dat onze geest zich niet naar de dingen (de verfvlekken) richt, maar dat de dingen (de verfvlekken) zich richten naar onze geest. In onze geest wordt het beeld gevormd. Leonardo da Vinci raadde kunstenaars bijvoorbeeld aan te kijken naar een muur vol vochtplekken. Met een losse blik vormen zich in onze geest dan fantastische landschappelijke beelden. De kleinste details werken vaak mee in de spontane beeldvorming. Mijn zogenaamde inscapes zijn een soort fenomenologisch onderzoek naar de oorsprong van de schilderkunstige illusie.

meer inscapes | schilderen als empirisch onderzoek [ PDF ]

johannes@mimesis.nl

HTML Hit Counters
eXTReMe Tracker

het numineuze www.griffioen-beelden.nl

www.gerdrenshof.com

www.vanleestantiek.com

nl.orthodoxlogos.com

comics grafische vormgeving en webdesign muziek tekeningen en illustraties wetenschap taal & poëzie Rusland religie geschiedenis filosofie film boeken orthodoxie schilderkunst architectuur fotografie