auteur van: The Net Delusion - The Dark Side of Internet Freedom
Er zijn weinig programma’s op de Nederlandse televisie die mij zoveel stof tot nadenken geven als Tegenlicht van de VPRO. Gisterenavond werd de vierde aflevering van het nieuwe seizoen uitgezonden en daarin stond Evgeny Morozov centraal, de auteur van The Net Delusion In dit boek bestrijdt hij het cyber-utopisme.
Morozov werd vijftig minuten lang door een cameraman in een virtuele arena onder schot gehouden, terwijl op de vier wanden om hen heen beelden werden getoond uit documentaires die de VPRO eerder heeft uitgezonden. Internetscepticus Morozov mocht na elk fragment reageren. We zagen verschillende autoriteiten voorbijkomen waaronder technologiegoeroe Kevin Kelly, futurist Ray Kurzweil, filosoof Peter Sloterdijk, enfant terrible Julian Assange en historicus Tony Judt. Evgeny Morozov bekritiseerde het internetoptimisme met grote overtuigingskracht.
Het begon gelijk al goed. Tegenlicht confronteerde hem met een fragment uit een eerdere aflevering waarin Kevin Kelly, oprichter van het blad Wired en auteur van What Technology wants. Morozov kon bij Kelly’s selectieve kijk op de technologische vooruitgang direct zijn belangrijkste punt van kritiek plaatsen. Technologyfreaks als Kelly zijn zo gefixeerd op technologie dat ze deze als een verlossingsweg voor de mensheid presenteren en daarbij de politieke dimensie helemaal uit het oog verliezen.
Ook de futurist Ray Kurzweil verkondigt het evangelie van de technologie. “Vooruitgang” is bij hem het toverwoord en hij interpreteert deze louter als technische vooruitgang. Het morele perspectief komt bij hem niet aan bod. Vreemd is dat natuurlijk niet. Meestal zijn technologiegoeroes en futuristen de spreekbuizen van machtige netwerken en de promotors van commerciële toepassingen. Hun euforische visie op toekomstige technologische ontwikkelingen is een sirenenzang die meer aantrekkingskracht krijgt, naarmate de verkondiger zich met de mondhoeken omhoog als een optimist presenteert die voor elk mogelijk probleem weer een oplossing ziet. Sceptici zijn in zijn ogen al snel zwartkijkers die lijden aan blikvernauwing. Daardoor zouden ze dus al de fantastische mogelijkheden niet kunnen zien…
Evgeny Morozov is zoals de meeste sceptici geen pessimist, maar een overtuigend criticus. Neem zijn visie op de “Arabische Lente". Een gangbare visie op de revoluties in Tunesië, Egypte en andere Arabische landen, is dat het een Twitter-revolutie is, die vooral door de jeugd gedragen wordt. Vrijheid mogelijk gemaakt door mobiele apparaten en digitale netwerken. Maar deze vrijheid is juist ernstig te betwijfelen. Al die zogenaamde bevrijdende gadgets zijn in feite bedwelmende opium voor het volk.
Peter Sloterdijk zei overigens nog iets heel wezenlijks over de omwenteling door het volk in de postmoderne tijd. Het heeft geen zin meer om in termen van revolutie (van onderaf) te spreken, aangezien we in een voortdurende revolutie leven. De vertrouwde situatie heeft zich helemaal omgekeerd: nu zijn de machthebbers de revolutionairen, terwijl het volk behoudend is. Door de producenten worden er onophoudelijk nieuwe, baanbrekende producten in de markt gezet en het arme volk krijgt via de reclame alsmaar die innovaties over zich heen gestort.
Peter Sloterdijk
Ook bestrijdt Morozov het cliché dat de digitale revolutie de (virtuele) gemeenschap bevordert. In de jaren negentig was community building nog een van de toverwoorden, maar dat is in de eenentwintigste eeuw veranderd. Schijnbaar verbindt het internet mensen met elkaar. Maar in geestelijk opzicht schept het digitale leven geatomiseerde individuen. Op web 2.0 kun je alles personaliseren. Jij bent zélf het web. Gepersonaliseerde websites, waarvan Facebook de onbetwiste kampioen is, zijn een goudmijntje voor datawarehousing. Via de social media wordt unieke gebruikersinformatie opgeslurpt en slim doorgespeeld naar commerciële instellingen, die deze gegevens gebruiken voor one-to-one-marketing.
De digitale revolutie heeft het groene licht gekregen om door te denderen en er wordt onvoldoende nagedacht over de uitgangspunten, meent Morozov. Dé digitale revolutie bestaat natuurlijk niet. De digitalisering van de maatschappij wordt vooral aangedreven door machtige bedrijven als IBM, Apple, Microsoft, Google en Facebook. Ze geven de “vrijheid” om je steeds meer met hun producten te verbinden. Een goed voorbeeld is de Apple Store. Iedereen die een iPad heeft, weet dat je afhankelijk gemaakt wordt van deze Apple Store. Zonder account, kun je geen gratis Apps downloaden. De vrijheid die technologie ons geeft, is maar heel betrekkelijk. De neergestorte witte duif op de omslag van The Net Delusion is daarom een treffend beeld om de euforie van de Twitter-revolutie in de Arabische wereld te relativeren.



Rüdiger Safranski begint en eindigt zijn biografie over de Duitse filosoof Martin Heidegger met de hemel boven Meßkirch. Deze zomer bezocht ik met Michaela het kleine provinciestadje in Schwaben waar Heidegger in het Dasein geworpen werd. Zijn geboortehuis ziet er zoals de meeste geboortehuizen van beroemdheden niet spectaculair uit. Zijn vader was koster in de Martinskerk die vlak tegenover het sobere huisje staat waar zijn eerste zoon ter wereld kwam, die vanzelfsprekend de naam Martin kreeg. Heidegger zou vlak voor zijn dertigste afscheid nemen van het geloof van zijn vader maar de laatste twintig jaar van zijn leven zou hij jaarlijks op 11 november, de dag van zijn naamheilige, de mis in Meßkirch bijwonen. Hij zat dan op de oude vertrouwde plaats in de koorbank waar hij rond 1900 als klokkenluidertje altijd had gezeten. 









Precies 45 jaar geleden, op 23 september 1966 had Martin Heidegger een gesprek met twee journalisten van
Heidegger: OK, vergeet dat dan maar. Ik wil enkel vaststellen dat ik het wegwijzende in de moderne kunst niet zo zie, vooral omdat het onduidelijk blijft waar ze het meest kenmerkende van de kunst zoekt.
Al
De Duitse theoloog en cultuurfilosoof Romano Guardini (1885-1968) was een tijdgenoot van Martin Heidegger (1889-1976). Beiden studeerden aan het begin van de twintigste eeuw theologie (Guardini in Tübingen en Heidegger in Konstanz en Freiburg) en raakten als jonge theologen verwikkeld in de 

Vorig jaar keek ik naar 
Michaela verrast mij vaak met
Duitsland zou het land zijn van dichters en denkers. Wanneer je een boek van Rüdiger Safranski leest, hoef je daar in elk geval niet meer aan te twijfelen. Safranski schreef een vuistdikke biografie over Martin Heidegger, monografieën over E.T.A. Hoffmann, Schopenhauer, Nietzsche en Schiller, een studie over het kwaad en een hele stapel opstellen over o.a. Rousseau, Kleist, Kant, Kafka en Freud. Zijn laatste boek, dat in een Nederlandse vertaling verscheen onder de titel Romantiek. Een Duitse Affaire, kreeg lovende kritieken.
Hoeveel waarheid heeft de mens nodig? is een bundeling van essays die Safranski in de jaren tachtig schreef. Met zijn onderwerpen richt hij zich op het menselijk tekort. De bundel opent met een citaat van Georg Büchner. “Er is een fout geslopen in hoe we geschapen zijn; we missen iets, ik heb er geen naam voor - maar we zullen het niet vinden door in elkaars ingewanden te wroeten, dus wat zouden we elkaars lichamen ontweien? Ga heen, we zijn miserable alchemisten.” In de jaren negentig zou Safranski in zijn studie over het kwaad, het menselijke tekort, zijn (on)vrijheid nog preciezer onder de loep nemen.
Toen ik 25 jaar geleden met twee vrienden door Peru en Bolivia reisde, had ik wat zwarte beertjes in mijn rugzak. Een paar Maigrets van Georges Simenon en een pocket van Jean-Paul Sartre. Het was een Nederlandse vertaling (door H.P. van Aardweg) van zijn bekendste roman La Nausée. Ik meende dat Jean Paul Sartre (Michel Houellebecq had in 1986 nog niets geschreven) hielp bij het afbranden van valse verwachtingen. Als drieëntwintigjarige hield ik uit voorzorg alle verwachtingen a priori voor vals, als een laffe vlucht uit de barre realiteit. Hier en nu, dat was het. Niets meer en niets minder.
Sartre’s verhaal, als men het een verhaal mag noemen, is meeslepend door de eindeloze verveling, de grauwe doodsheid der schildering bijkans zonder enige actie. Woorden, welke in de enkele gesprekken met de anderen worden gewisseld, glijden langs elkaar. Geen spoor van menselijke warmte, geen medelijdend gebaar, geen blik van innige verstandhouding, slechts kilte, nuchterheid, beklemmende en tot een gevoel van walging opstijgende wanhoop.




De Nazcawoestijn in Peru is een van de droogste gebieden op aarde maar is vooral beroemd vanwege de 


Ik ben benieuwd naar het nieuwe Nederlandse praatdrama Geen Probleem! dat vanavond bij de VPRO op Nederland 3 van start gaat. Daarin spelen Wim van Helsen, Stefaan Van Brabandt en Theo Maassen drie veertigers die één keer per week bij elkaar komen. Geen Probleem! gaat over mannenvriendschap met subtiele en minder subtiele wendingen van ‘laat je niet kennen!’ naar emotionele ontboezemingen. Een soort kruising tussen de vrienden uit de bierreclame en dat andere Nederlandse praatdrama In Therapie misschien? We zullen vanavond wel zien…
Als jongetje heb ik eindeloos gespeeld op het braakliggende stukje grond voor ons huis in de nieuwbouwwijk waar ik ben opgegroeid. Bijna iedereen kent uit zijn jeugd waarschijnlijk zo’n plekje dat aan niemand leek toe te behoren en wat je als kind je al spelende had eigen gemaakt. Tijdens haar studie 


Mijn ouders zijn honkvast en wonen vandaag alweer 42 jaar in het huis waar ik ben opgegroeid. Vorige week werd een nieuwe cv-ketel geïnstalleerd. Dat betekende dat er op de zolder met dozen moest worden geschoven en dat nodigde tegelijkertijd uit tot een opruiming. Cees Nooteboom heeft wel eens gezegd dat de herinnering een hond is die gaat liggen waar hij wil. Van de dozen op de zolder van mijn ouderlijk huis kun je precies het omgekeerde zeggen. Ze staan er en staan er, totdat er weer eens in gesnuffeld wordt. Niet door een hond, maar door de Marcel Proust in mij. Afgelopen week had ik juist een stukje over 



Vermoeden van het goddelijke



