zaterdag 31 december 2011
Yesterday once more [ 7 ]
Luisteren naar de Top 2000 (1975-1983)

Top PopDe Top 2000 is behalve muziek ook nostalgie. Zo komt het ook dat iedereen zijn eigen hoekje in de Top 2000 heeft. De zestigplussers horen graag de singles terug uit de jaren zestig en de jongeren horen het liefst de mp3’s van nu. En een late veertiger als ik, die van 1975 tot 1983 intensief de hitlijst volgde, hoort graag muziek uit de tweede helft van de jaren zeventig en begin jaren tachtig. Waarom? Niet omdat deze muziek beter is dan de andere, maar vooral omdat bij het horen van de platen uit die tijd herinneringen naar boven komen uit de jaren tussen mijn twaalfde en twintigste. Volgens de bioloog Midas Dekkers is dat dé periode in een mensenleven waarin popmuziek belangrijker is dan op welke leeftijd dan ook. Ik geloof dat ik het met hem eens ben. Daarom een selectie van platen tussen 1975 en 1983.

Go Your Own Way (1977) van Fleetwood Mac
… in het voorjaar van 1977 vond ik dit de beste plaat aller tijden en van mij mag deze bij de beste veertig…

Vandaag op nummer
154: I’m not in love (1975) van 10CC
132: Wuthering heights (1978) van Kate Bush
115: In the air tonight (1981) van Phil Collins
  71: Go your own way (1977) van Fleetwood Mac
    1: Bohemian Rapsody (1975/1976) van Queen

I’m not in love (1975) van 10CC
… een van de dromerigste nummers uit mijn jeugd en de clip met de vier hoofden van de bandleden liep al vooruit op de clip van Bohemian Rapsody uit datzelfde jaar…

top2011.radio2.nl/lijst

vrijdag 30 december 2011
Yesterday once more [ 6 ]
Luisteren naar de Top 2000 (1975-1983)
Uit het onlangs verschenen boek De Muziek Zegt Alles waarin wetenschappers onder aanvoering van Douwe Draaisma, Huub Wijfjes en Ad Vingerhoets de Top 2000 verklaren, blijkt dat de gemiddelde leeftijd van de stemmer rond de 47 en 48 jaar ligt. Hits uit de jaren zeventig doen de luisteraars denken aan hun eerste platenspelertje, schoolfeesten en jeugdliefdes. Nostalgie lijkt dan ook de basis van de hoge noteringen van Queen & Co.
 
Bron: Milo Lambers donderdag 22 december in Trouw
Denis (1978) van Blondie
Ik ging kopje onder met de New Wave toen ik haar in het voorjaar van 1978 voor de allereerste keer zag bij Top Pop…

Vandaag op nummer
492: Tusk (1979) van Fleetwood Mac
490: Everytime I think of you (1979) van The Babys
431: Denis (1978) van Blondie
383: If you leave me now (1976/1977) van Chicago
396: Baker Street (1978) van Gerry Rafferty

Everytime I think of you (1979)
van The Babys
audiocassettes uit de 70's
cassettebandjes uit de jaren zeventig

top2011.radio2.nl/lijst

donderdag 29 december 2011
Yesterday once more [ 5 ]
Luisteren naar de Top 2000 (1975-1983)

Top PopDe Top 2000 is behalve muziek ook nostalgie. Zo komt het ook dat iedereen zijn eigen hoekje in de Top 2000 heeft. De zestigplussers horen graag de singles terug uit de jaren zestig en de jongeren horen het liefst de mp3’s van nu. En een late veertiger als ik, die van 1975 tot 1983 intensief de hitlijst volgde, hoort graag muziek uit de tweede helft van de jaren zeventig en begin jaren tachtig. Waarom? Niet omdat deze muziek beter is dan de andere, maar vooral omdat bij het horen van de platen uit die tijd herinneringen naar boven komen uit de jaren tussen mijn twaalfde en twintigste. Volgens de bioloog Midas Dekkers is dat dé periode in een mensenleven waarin popmuziek belangrijker is dan op welke leeftijd dan ook. Ik geloof dat ik het met hem eens ben. Daarom een selectie van platen tussen 1975 en 1983.

It’s a long way there (1976)
van The Little River Band
Voor mij de ultieme road music, met de blik op oneindig over het asfalt dwars door de Grote Victoriawoestijn

Vandaag op nummer
836: House for Sale (1975) van Lucifer
842: It’s a long way there (1976) van The Little River Band
760: Blue Monday (1983) van New Order
735: Black Betty (1978) van Ram Jam
598: Down under (1982) van Men at work

Blue Monday (1983) van New Order
Mijn favouriete dansplaat uit 1983
Een muziekcassette, cassettebandje, compactcassette of gewoon bandje (officieel Compact Cassette), is een magneetband die wordt gebruikt als geluidsdrager, in een speciaal daarvoor gemaakte vaste doos (cassette). De compactcassette is een ontwikkeling geweest van Philips in 1963 in zijn vestiging in Hasselt, en was bijzonder populair naast de grammofoonplaat voordat de digitale geluidsdragers werden ontwikkeld. Een muziekcassette kan worden afgespeeld met een cassetterecorder, een cassettedeck of een walkman.
 
Bron: nl.wikipedia.org
audiocassette van BASF
cassettebandje van BASF uit 1977-1979

top2011.radio2.nl/lijst

woensdag 28 december 2011
Yesterday once more [ 4 ]
Luisteren naar de Top 2000 (1975-1983)
Uit het onlangs verschenen boek De Muziek Zegt Alles waarin wetenschappers onder aanvoering van Douwe Draaisma, Huub Wijfjes en Ad Vingerhoets de Top 2000 verklaren, blijkt dat de gemiddelde leeftijd van de stemmer rond de 47 en 48 jaar ligt. Hits uit de jaren zeventig doen de luisteraars denken aan hun eerste platenspelertje, schoolfeesten en jeugdliefdes. Nostalgie lijkt dan ook de basis van de hoge noteringen van Queen & Co.
 
Bron: Milo Lambers donderdag 22 december in Trouw
Night boat to Cairo (1979) van Madness
Op mijn zestiende vond ik ska wel cool…

Vandaag op nummer
1067: Show me the way (1976) van Peter Frampton
1021: Love is all (1975) van Roger Glover & Guests
 980:  Night boat to Cairo (1979) van Madness
 945:  Uncertain smile (1983) van The The
 914:  Make me smile (1975) van Steve Harley & Cockney Rebel

Uncertain Smile (1983) van The The
Samen met Blue Monday van New Order een van mijn favourieten dat jaar
het cassettebandje
De walkman was een uitvinding van SONY, sinds jaar en dag de aartsvijand van Philips, dat in 1963 het cassettebandje introduceerde. Kinderen die nu een jaar of tien zijn, hebben geen flauw idee wat dat plastic ding met wieltjes is, laat staan dat ze snappen waarom je er soms een potlood bij nodig had. Hoe snel en resoluut het bandje uit ons leven verdwenen is. wordt duidelijk als je de verkoopcijfers erbij pakt: vijftig tot honderd miljard werden er wereldwijd verkocht. (Als je die allemaal op elkaar stapelt, schijn je twee tot vier keer de afstand van hier naar de maan te overbruggen.)
 
Bron: Maarten Vermeulen in het Nederlands Dagblad, 28 december 2011
audiocassette van Philips
een van mijn cassettebandjes uit de jaren 1975-1977. De audiocassette werd in mijn geboortejaar door Philips geïntroduceerd en verdween na de komst van de audio compact disc in 1983 steeds meer uit beeld.

top2011.radio2.nl/lijst | vintagecassettes.com

dinsdag 27 december 2011
Yesterday once more [ 3 ]
Luisteren naar de Top 2000 (1975-1983)

Ad VisserDe Top 2000 is behalve muziek ook nostalgie. Zo komt het ook dat iedereen zijn eigen hoekje in de Top 2000 heeft. De zestigplussers horen graag de singles terug uit de jaren zestig en de jongeren horen het liefst de mp3’s van nu. En een late veertiger als ik, die van 1975 tot 1983 intensief de hitlijst volgde, hoort graag muziek uit de tweede helft van de jaren zeventig en begin jaren tachtig. Waarom? Niet omdat deze muziek beter is dan de andere, maar vooral omdat bij het horen van de platen uit die tijd herinneringen naar boven komen uit de jaren tussen mijn twaalfde en twintigste. Volgens de bioloog Midas Dekkers is dat dé periode in een mensenleven waarin popmuziek belangrijker is dan op welke leeftijd dan ook. Ik geloof dat ik het met hem eens ben. Daarom een selectie van platen tussen 1975 en 1983.

Vandaag op nummer
1461: Weekend (1979) van Earth & Fire
1369: Wild places (1979) van Duncan Browne
1302: I feel love (1977) van Donna Summer
1278: Yesterday once more (1973) van The Carpenters
1262: Golden Years (1976) van David Bowie

Wild places (1979) van Duncan Browne
In het voorjaar van 1979 vond ik DB ontzettend cool, al gebruikten we dat woord nog niet …

top2011.radio2.nl/lijst

maandag 26 december 2011
Yesterday once more [ 2 ]
Luisteren naar de Top 2000 (1975-1983)
Uit het onlangs verschenen boek De Muziek Zegt Alles waarin wetenschappers onder aanvoering van Douwe Draaisma, Huub Wijfjes en Ad Vingerhoets de Top 2000 verklaren, blijkt dat de gemiddelde leeftijd van de stemmer rond de 47 en 48 jaar ligt. Hits uit de jaren zeventig doen de luisteraars denken aan hun eerste platenspelertje, schoolfeesten en jeugdliefdes. Nostalgie lijkt dan ook de basis van de hoge noteringen van Queen & Co.
 
Bron: Milo Lambers donderdag 22 december in Trouw
Tell me your plans (1978) van The Shirts
Dit was een van de eerste golfjes van de new wave music in het najaar van 1978

Vandaag op nummer
1762: Tell me your plans (1978) van The Shirts
1727: Black Pearl (1982) van de Margriet Eshuijs Band
1725: Rappers Delight (1980) van The Sugar Hill Gang
1693: Brick House (1977) van The Commodores
1634: Lovely Day (1978) van Bill Withers

top2011.radio2.nl/lijst

zondag 25 december 2011
Yesterday once more [ 1 ]
Luisteren naar de Top 2000 (1975-1983)

Top PopDe Top 2000 is behalve muziek ook nostalgie. Zo komt het ook dat iedereen zijn eigen hoekje in de Top 2000 heeft. De zestigplussers horen graag de singles terug uit de jaren zestig en de jongeren horen het liefst de mp3’s van nu. En een late veertiger als ik, die van 1975 tot 1983 intensief de hitlijst volgde, hoort graag muziek uit de tweede helft van de jaren zeventig en begin jaren tachtig. Waarom? Niet omdat deze muziek beter is dan de andere, maar vooral omdat bij het horen van de platen uit die tijd herinneringen naar boven komen uit de jaren tussen mijn twaalfde en twintigste. Volgens de bioloog Midas Dekkers is dat dé periode in een mensenleven waarin popmuziek belangrijker is dan op welke leeftijd dan ook. Ik geloof dat ik het met hem eens ben. Daarom een selectie van platen tussen 1975 en 1983.

Agfa bandje 1974
opnemen van de radio was goedkoper dan singles kopen; mijn allereerste cassettebandje (mei 1974) in hard jaren zeventig oranje.

Vandaag op nummer
1966: Sailor (1975) van Sailor
1903: Zoek jezelf broeder (1975) van Het Simplisties Verbond
1895: Winter in America (1976) van Doug Ashdown
1861: Fame (1976) van David Bowie
1877: Copacabana (1978) van Barry Manilow

Zoek jezelf broeder (1975)
van Het Simplisties Verbond
Ik verstond: “wat moet je met Dianne Stok?” Van een Januskop had ik op mijn twaalfde nog nooit gehoord.
Uit het onlangs verschenen boek De Muziek Zegt Alles waarin wetenschappers onder aanvoering van Douwe Draaisma, Huub Wijfjes en Ad Vingerhoets de Top 2000 verklaren, blijkt dat de gemiddelde leeftijd van de stemmer rond de 47 en 48 jaar ligt. Hits uit de jaren zeventig doen de luisteraars denken aan hun eerste platenspelertje, schoolfeesten en jeugdliefdes. Nostalgie lijkt dan ook de basis van de hoge noteringen van Queen & Co.
 
Bron: Milo Lambers donderdag 22 december in Trouw

top2011.radio2.nl/lijst

zaterdag 24 december 2011
de stad & de mensen
vrijdagnacht gezien op Nederland 2: Paris (2008) van Cédric Klapisch

ParisVanaf het balkon van Pierre‘’s appartement heb je een mooi panoramauitzicht over Parijs, compleet met Eiffeltoren en de druppelende pianoklanken van Eric Satie. Vooral bij een druilerig Parijs komen die goed tot hun recht. Beneden op straat wordt de blik aangetrokken door de groentenmarkt waar de Parijzenaars een gezicht krijgen. Pierre is doodziek, hij heeft waarschijnlijk niet lang meer te leven. Om de tijd die hij nog heeft te vullen, observeert hij de mensen beneden hem op straat. Wie zijn zij? Wat doen zij? Net als Amélie Poulain fantaseert hij over hun levens: het mooie meisje aan de overkant, de groenteboer op straat, de stagiair bij de bakker. Van Pierre’s fantasieën over de levens van voorbijgangers springt Cédric Klapisch in zijn scenario naar hun werkelijke levens, die als draden door de stad lopen. De lichtjes van de metro die voorbij vliegt, de draden van de spoorwegen en het verkeer op straat zijn daar de metaforen van. Parijs, dat zijn miljoenen zielen die elkaar niet eens kennen maar toch op een of andere manier met elkaar verbonden zijn. Cédric Klapisch‘ film is een ode aan Parijs en een ode aan het leven. Je zou er het Parijse antwoord op Woody Allen’s “Manhattan” of Robert Altman’s “Short Cuts” in kunnen zien.

still uit Paris
Julliete Binoche als Elise en Romain Duris als haar broer Pierre op het balkon.
Elise: Wat doe je de hele dag?
Pierre: Ik kijk hoe andere mensen leven. Ik vraag me af wie ze zijn, waar ze heengaan. Ze worden de helden in mijn kleine verhalen.
Paris (2008) trailer

Paris [ imdb.com ]

Napoleon en zijn schilders [ 17 ]
Mattheus Ignatius van Bree (1773-1839)
 

Weinig historische figuren zijn zo vaak geschilderd als Napoleon Bonaparte. Niet alleen tijdens zijn bewind maar ook tijdens de Restauratie bleven schilders historische gebeurtenissen vastleggen met Napoleon in het centrum van de aandacht. Tijdens de dictatuur en het Franse keizerrijk (1799-1814) was de ‘fotorealistische’ classicistische stijl de officiële stijl.

De intocht van Napoleon in Amsterdam, 1811
Mattheus Ignatius van Bree 1813
De intocht van Napoleon in Amsterdam, 1811

De schilder Mattheus Ignatius van Bree werd in 1773 in Antwerpen geboren en kreeg les van de Vlaams landschapsschilder Petrus Johannes van Regemorter. Daarna vertrok hij naar Parijs waar hij een ‘Cato in Utica‘ won die hem in de gelegenheid stelde om in Rome te gaan studeren. Van 1797 tot 1804 verbleef hij in deze stad. Hij schilderde vele grote doeken met historische taferelen en wist als historieschilder in Vlaanderen een grote naam op te bouwen.

Het Amsterdam Museum heeft voor de restauratie van het schilderij De intocht van Napoleon te Amsterdam ruim 51.000 euro opgehaald. Het doek van de schilder Mathieu van Bree uit 1813 is met 6 bij 4 meter een van de grootste schilderijen in Nederland. Het doek heeft een tijd lang opgerold gelegen, waardoor er beschadigingen waren ontstaan. Om het schilderij te restaureren, vroeg het museum bezoekers en cultuurliefhebbers om hulp. Vanaf oktober konden zij door middel van dit zogeheten crowdfunding een klein deel van de restauratiekosten op zich nemen.
 
Bron: nos.nl

alle posts uit deze reeks

vrijdag 23 december 2011
stijlvol en adembenemend mooi
gisteren gezien op BBC2: The Young Victoria (2009)

The Young VictoriaThe Young Victoria is een historisch kostuumdrama met adembenemend mooie fotografie. Het kostuumontwerp is van Sandy Powell die voor haar kostuums de BAFTA voor het beste kostuumontwerp won. Powell is geen onbekende in de filmwereld. Ze won eerder een oscar voor het beste kostuumontwerp in Shakespeare in Love (1998) en ze werkte al eens samen met Martin Scorcese, een van de producenten van The Young Victoria. De film kostte 35 miljoen dollar, ongeveer evenveel als The Age of Innocence in 1993 kostte. Ook hier werd het enorme budget voor een groot deel besteed aan de kostuums en terecht werd de kostuumontwerper (Gabriella Pescucci) beloond met een oscar voor het beste kostuumontwerp. The Young Victoria werkt als een tijdmachine waarmee je terugreist naar de jaren dertig van de negentiende eeuw. Alles lijkt tot in de details te kloppen: de mode, de attributen, de decors, de etiquette. Toch zijn er door oplettende kijkers een aantal anachronismen gevonden.

Ook de gelauwerde kostuumontwerper heeft een steek laten vallen: In bepaalde close ups kun je aan de achterkant van sommige jurken, ook bij een jurk van Victoria, de naad van een rits zien. Maar de rits werd in 1851 in de Verenigde Staten uitgevonden en bestond dus nog niet in de jaren dertig. Er zijn nog meer historische onjuistheden. Maar soms zijn die fouten bewust gemaakt. Victoria en haar moeder spraken in werkelijkheid bijvoorbeeld Duits onder elkaar en geen Engels. Maar dan waren er telkens ondertitels nodig geweest.

The Young Victoria
Emily Blunt als de jonge koningin Victoria
In 1837, het jaar dat Victoria koning wordt, is de Jane Austen-tijd voorbij. Het classicisme heeft plaats gemaakt voor de Biedermeier.
Victoria (1819-1901) was het enige kind van Eduard August, hertog van Kent (de vierde zoon van koning George III) en prinses Victoria van Saksen-Coburg-Saalfeld (een zuster van de Belgische koning Leopold I). Via haar moeder had ze een halfbroer en een halfzus: Karel (1804-1856) en Feodora (1807-1872). Haar eerste naam Alexandrina kreeg ze van tsaar Alexander I van Rusland. De Russische tsaar was namelijk een peetoom van Victoria. Andere peetooms en -tantes waren: de Prince Regent, prinses Charlotte van het Verenigd Koninkrijk, een zus van haar vader, en haar grootmoeder aan moederskant Augusta van Reuss-Ebersdorf en Lobenstein, de hertogin van Saksen-Coburg-Saalfeld. Haar jeugd was vrij roerig, en de relatie tussen Victoria en haar moeder, de hertogin van Kent, was niet altijd gelukkig.
Queen Victoria
een portret van de jonge koningin Victoria
Willem IV, koning van het Verenigd Koninkrijk en Hannover stierf op 20 juni 1837 op 72-jarige leeftijd. Omdat hij en zijn oudere broers geen wettige mannelijke en vrouwelijke nakomelingen hadden gekregen werd Victoria de nieuwe koningin. In de ochtend van 21 juni, rond 6.00 uur werd zij wakker gemaakt door haar moeder. Zij vertelde Victoria dat William Howley, de aartsbisschop van Canterbury en Lord Conyngham naar haar toe waren gekomen om haar te spreken. Lord Conyngham vertelde Victoria dat haar oom, Willem IV, was overleden rond 2.00 uur in de morgen en dat zij de nieuwe koningin was. Haar kroning vond plaats op 28 juni 1838 in de Westminster Abbey. Koningin Victoria was de eerste monarch die Buckingham Palace te Londen permanent bewoonde.
 
Bron: nl.wikipedia.org
The Young Victoria
Victoria en Albert

The Young Victoria [ imdb.com ] | The Young Victoria [ rottentomatoes.com ]

donderdag 22 december 2011
de oorsprong van het kunstwerk
eergisteren gekocht: De oorsprong van het kunstwerk
van Martin Heidegger

HeideggerIn de reeks Kleine Klassieken geeft uitgeverijboom.nl een aantal invloedrijke grondteksten uit van bekende filosofen. De boekjes tellen iets meer dan honderd bladzijden, worden kort ingeleid en zijn fraai vormgegeven. Omdat ik mij afgelopen jaar in het leven van Martin Heidegger verdiept heb, vond ik dat het wel eens tijd werd om eens een grondtekst van hem te lezen en daarom kocht ik dinsdag dit boekje met daarin Der Ursprung des Kunstwerkes ingeleid door zijn leerling Hans Georg Gadamer. Tussen kerst en oudjaar ga ik me samen met Heidegger eens verdiepen in de oorsprong van het kunstwerk.

Kunstenaar en werk zijn ieder voor zich en in hun onderlinge relatie krachtens een derde dat het eerste is, namelijk krachtens datgene waar kunstenaar en kunstwerk hun naam aan ontlenen: de kunst

De Nederlandse vertaling werd gemaakt door Mark Wildschut, die ook de vuistdikke biografie Ein Meister aus Deutschland. Heidegger und seine Zeit (1994) van Rüdiger Safranski heeft vertaald. Oorspronkelijk was deze zeventig pagina’s lange tekst een voordracht die Heidegger hield op 13 november 1935 voor de Kunstwissenschaftliche Gesellschaft in Freiburg. In 1949/1950 werd een bewerking opgenomen in de bundel Holzwege. Daarna verschenen er in 1960 en 1989 nog eens twee bewerkingen. Er zijn dus drie versies van Der Ursprung des Kunstwerkes in omloop. De Nederlandse vertaling baseert zich op de versie in de Gesammtausgabe.

uitgeverijboom.nl

woensdag 21 december 2011
I’m just drawn that way
zaterdagmiddag gezien op BBC1: Who framed Roger Rabbit (1988)

Who framed Roger RabbitIn de Disneyklassieker Mary Poppins uit 1964 zijn speelfilm en tekenfilm geraffineerd in elkaar geschoven. Een van de leukste momenten uit die film is de scene met Dick van Dyke die danst met getekende pinguïns. Deze pinguïns zouden 24 jaar later weer terugkeren in Who framed Roger Rabbit net als veel andere figuren uit de tekenfilmgeschiedenis. De wederzijdse doordringing van tekenfilm en speelfilm gaat in laatstgenoemde film nog verder dan in Mary Poppins. De wereld van de cartoon is namelijk niet alleen getekend maar ook zwaar over the top, vooral als het om leedvermaak gaat. Een burleske slapstick van Laurel en Hardy is een understatement naast het sadistische universum van Tom en Jerry, Bugs Bunny of Tweetie. Voortdurend wordt er door muren en plafonds gevlogen, in afgronden gelazerd, verpletterd en geroosterd. Roger Rabbit overkomt het allemaal en als lijdend voorwerp is hij zo aanstekelijk, dat ook Eddie Valiant (Bob Hoskins) eraan moet geloven. Maar in een tekenfilm heeft een kat wel negentig levens en ook een geroosterd konijn loopt even later weer rond met zwart geblakerde oren en verschroeide snorharen.

Who framed Roger Rabbit is in meerdere opzichten knap gemaakt. Een legertje animators heeft een heel arsenaal tekenfilmcliché’s toegepast. Daarbij is de set decorator ook niet lui geweest; het tijdsbeeld is bijzonder overtuigend gereconstrueerd. Het verhaal speelt zich af in Los Angelos anno 1947. Het is niet alleen de gouden tijd van de tekenfilm, maar ook van de film noir. Het scenario van Who framed Roger Rabbit is eigenlijk een klassiek film noir scenario.

De film speelt zich af in het Los Angeles van 1947. In de realiteit waarin de film zich afspeelt, wonen tekenfilmpersonages, “Toon” genaamd, in dezelfde wereld als “echte” personages. Een deel van Los Angeles is zelfs geheel aan hen gegeven en staat bekend als Toontown. Een van de bekendste Toons is het konijn Roger Rabbit, die de ster is van zijn eigen tekenfilmreeks. De laatste tijd kan hij zich echter niet concentreren op zijn werk. Om te ontdekken waarom, huurt R.K. Maroon, de studiobaas en eigenaar van Maroon Cartoons, de chagrijnige privé-detective Eddie Valiant in. Eddie was ooit een van de bekendste detectives van Hollywood. Hij en zijn broer Teddy hielpen honderden Toons met hun problemen. Sinds Teddy enkele jaren geleden door een Toon werd vermoord, koestert Eddy een diepe haat tegen tekenfilmfiguren. Al snel verkrijgt Eddy fotografisch bewijs dat Roger’s vrouw, Jessica Rabbit (die anders dan haar naam doet vermoeden geen konijn is maar een mens), een relatie heeft met Marvin Acme, de eigenaar van de Acme Company en van Toontown. Wanneer Roger dit ontdekt, is hij razend en zweert zijn vrouw terug te zullen krijgen.
 
Bron: nl.wikipedia.org

De vamp Jessica Rabbit is duidelijk geïnspireerd door Gilda/Rita Hayworth (1946), misschien wel hét stijlicoon én sekssymbool van de jaren veertig.

Rita Hayworth en Jessica Rabbit
I’m just drawn that way
Rita Hayworth als Gilda (1946) heeft model gestaan voor de vamp Jessica Rabbit
I’m not bad.
I’m just drawn that way.
Jessica Rabbit: You don’t know how hard it is being a woman looking the way I do.
Eddie Valiant: You don’t know how hard it is being a man looking at a woman looking the way you do.
Jessica Rabbit: I’m not bad. I’m just drawn that way.
(meer citaten uit de film)

Who framed Roger Rabbit [ imdb.com ]

dinsdag 20 december 2011
big bones
zondag gekeken naar O’Hanlon’s helden - de bottenoorlog
De opgraving van de eerste Amerikaanse mammoet (1806) van C.W. Peale

Remond o'HanlonZondagavond reisde Redmond O’Hanlon twee van zijn negentiende eeuwse helden achterna en deed zelf wat veldwerk in Colorado en Montana. In die staten deden de twee beroemde paleontologen Othniel Charles Marsh en Edward Drinker Cope in het laatste kwart van de negentiende eeuw opgravingen. Beter gezegd, daar vochten ze een strijd uit die de geschiedenis is ingegaan als de bottenoorlog.

Voordat de Verenigde Staten een supermacht waren, wisten ze Europa in de negentiende eeuw al te overtreffen op het gebied van de paleontologie. Voor het zelfbewustzijn van deze betrekkelijk jonge natie was dit erg belangrijk. Paleontologie, en in het bijzonder de spectalculaire paleontologie die zich bezig hield met big bones, de overblijfselen van uitgestorven grote reptielen, had onmiskenbaar een politiek aspect. In Amerika wilde men alles groter hebben dan in Europa. Om hun gebrek aan geschiedenis te compenseren, gingen de Amerikanen hun wortels zoeken in de natuurlijke historie. Deze overtrof de geschiedenis van de menselijke beschaving op onbevattelijke wijze. Het Parthenon mocht dan 2500 jaar oud zijn, dinosauriërs waren 150 tot 200 miljoen jaar oud! De paleontologen trokken erop uit om de overblijfselen van de draken uit de oertijd op te graven. Van alle prehistorische monsters die we kennen uit de reconstructies van Jurassic Park werden de overblijfselen in de Verenigde Staten gevonden. Amerika was het land van de oneindige mogelijkheden en rekte zijn eigen geschiedenis met honderden miljoenen jaren op! Bovendien was Amerika het land van de big bones

Marsh and Cope
Othniel Charles Marsh (1831-1899)
en Edward Drinker Cope (1840-1897)

Redmond O’Hanlon reist in de voetsporen van Edward Drinker Cope naar Montana. Wanneer hij een Amerikaanse zeearend ziet vliegen, stelt O’Hanlon vast dat het symbool van de Amerikaanse trots wetenschappelijk gezien een afstammeling van de dinosauriër is. “Geen commentaar!” reageert zijn Amerikaanse metgezel die weet hoe gevoelig deze kwestie in zijn land ligt. In 2005 bleek uit onderzoek dat 40% van de bevolking de evolutietheorie steunde, terwijl 40% deze verwierp en 20% van de ondervraagden twijfelden. Nergens heeft het creationisme zoveel aanhang als in de Verenigde Staten. En nergens anders wordt de dino commercieel zo geëxploiteerd. Rare jongens die Amerikanen. Je zag het O’ Hanlon soms denken.

Nergens heeft het creationisme zoveel aanhang als in de Verenigde Staten. En nergens anders worden dinosauriërs commercieel zo geëxploiteerd.

Charles Willson PealeNa publicatie van Darwin’s boek in 1859 nam de paleontologie een hoge vlucht. Koortsachtig begon men uit de rotslagen overal bewijsstukken uit te hakken. Toch waren big bones niet nieuw in Amerika. In 1801 werd door een paar boerenknechten in een mergelgroeve bij Newsburgh (NY) een enorm skelet ontdekt. Zoveel mogelijk botten werden verzameld en in een schuur bij elkaar gezet. Toen de schilder Charles Willson Peale hiervan hoorde, ging hij er onmiddellijk samen met zijn zoon Rembrandt Peale op af. Hij kocht de opgravingsrechten van de boer en leende vijfhonderd dollar om gravers in te huren. Thomas Jefferson, de derde president van de VS, was ook de uitvinder van de emmerhoosmolen en leende deze uit aan zijn vriend Charles Willson Peale om de ondergelopen groeve leeg te hozen. Peale maakte er vijf jaar later een groot olieverfschilderij van dat tegenwoordig in The Peale Museum in Baltimore hangt.

Charles W. Peale
Charles Willson Peale 1806
de opgraving van de mastodont in 1801

Bot voor bot werd vervolgens opgegraven en toen de puzzel gelegd was, bleek het een skelet van een mastodont, het eerste dat in Amerika was opgegraven en het meest volledige dat toendertijd in de wereld was gevonden. De mastodont van Peale was al een heel vroege episode uit de jacht op grote botten die in het laatste kwart van de negentiende eeuw pas goed op gang kwam.

Charles W. Peale
Charles Willson Peale 1806
opgraving van de mastodont (detail)
mastodont 1801The Peale’s Barber Farm Mastodon Exhumation Site is largely defined by a small, spring-fed pond—the flooded remains of the August 1801 excavation site, a marl bog– which is ringed with natural growth. The exhumation and subsequent reconstruction of mastodon skeletal remains from this and two other Orange County, New York sites, an endeavor conducted in the summer of 1801 under the direction of the noted artist and scientist, Charles Willson Peale (1741-1827), garnered considerable attention on the national–and international–stage. This effort provided for the creation of the world’s first fully articulated prehistoric skeleton, a mastodon, and offered scientists a model of this extinct mammal for comparative analysis with other species. Today the one remaining mastodon skeleton first assembled is exhibited at the Hessisches Landemuseum in Darmstadt, Germany.
 
Bron: flickr.com

programma.vpro.nl/ohanlonshelden | Bone wars [ en.wikipedia.org ]

maandag 19 december 2011
“hoogste en zuiverste schoonheid”
geluisterd en gekeken naar het Vioolconcert in D van Beethoven
door Thomas Zehetmair en de Radio Kamer Filharmonie

Thomas ZehetmairOp 10 september j.l. speelde de Radio Kamer Filharmonie o.l.v. Thomas Zehetmair tijdens de zaterdagmatinee het Vioolconcert in D opus 61 van Ludwig van Beethoven. Vorige week werd het ’s avonds laat uitgezonden in het programma nps podium. Ik pakte na het luisteren het XYZ der Muziek (eerste druk 1936) van Casper Höweler erbij. Zijn beschrijving van Beethovens vioolconcert komt tegenwoordig nogal hijgerig op ons over. Na 75 jaar klinkt Höweler’s taal ouderwets. Maar het vioolconcert uit 1806 dat hij beschrijft, is nog veel ouder en spreekt voor ons ook een taal die we zelf niet meer spreken. Een zin als “…ondoorgrondelijke dragers van hoogste en zuiverste schoonheid, wier zeldzaam geheim wel nooit ontraadseld zal worden.” staat in feite dichter bij Beethovens tijd als de onze. Beethoven leefde in de tijd van het geniale en het sublieme en wij leven in een tijd van relativisme en vervlakking.

Na vier zachte paukenslagen op de centrale toon D van het eerste deel zet de hobo het vredige hoofdthema in, begeleid door de overige houtblazers. Wij zijn dan ingesteld op de toonsoort D groot, maar nu intoneren de violen die wonderlijke Dis, die bovendien zo eigenaardig oplost in een Cis, een verrassing die nog herhaaldelijk terugkeert. Nu worden gewone toonladders of gedeelten daarvan en dito drieklanken door de toverstaf van het ritme tot wonderen van melodische schoonheid. Eerst dan heft de solist aan, in een snelle stijging naar een kort triolenthema, dat bijna dadelijk weer verzinkt, nogmaals omhoog stuwt, en dan in een zachte, gedragen wijs zingt van onuitsprekelijke tederheid en gelukzaligheid. Het gehele stuk door worden eenvoudige middelen, in een overgeleverd vormschema, tot ondoorgrondelijke dragers van hoogste en zuiverste schoonheid, wier zeldzaam geheim wel nooit ontraadseld zal worden. Misschien nog wonderlijker is, dat in dit moeilijk te spelen stuk een sfeer van eenzaamheid en wijze rust de boventoon heeft. Hier is het virtuoze volkomen vergeestelijkt.
 
Bron: Casper Höweler in het XYZ der Muziek, 1936
Vioolconcert in D van Beethoven
met solist Thomas Zehetmair
Hier is het virtuoze volkomen vergeestelijkt.

Casper Höweler over
het vioolconcert in D van Beethoven

Lange tijd leidde het Vioolconcert van Beethoven een slapend bestaan. Vrijwel geen violist waagde zich aan de voor die tijd reusachtig moeilijke solopartij. Pas toen een halve eeuw na Beethovens dood de meesterviolist Joseph Joachim er zijn licht op liet schijnen is het een en al glorie met dit werk. Een statisticus heeft eens berekend dat het tegenwoordig gemiddeld elke dag wel ergens wordt gespeeld… De uitmuntende Oostenrijkse violist Thomas Zehetmair soleert en dirigeert tegelijk.
 
Bron: npspodium.nps.nl

Het vioolconcert in D groot, Op. 61 van Ludwig van Beethoven is één van de bekendste en meest gespeelde vioolconcerten uit het late classicisme. Het werd in 1806 geschreven en ging op 23 december van dat jaar in première in het Theater an der Wien in Wenen. Beethoven schreef het stuk voor zijn collega Franz Clement, die het stuk ook voor het eerst uitvoerde samen met Beethoven als dirigent. Echter werd de eerste druk van het stuk in 1808 aan Beethovens vriend Stephan von Breuning opgedragen. Het concert werd niet goed ontvangen en werd in de jaren daarna weinig meer uitgevoerd. (Bron:nl.wikipedia.org)

zondag 18 december 2011
de christofobie van het avondland
vrijdag hield Antoine Bodar zijn afscheidsrede in Tilburg
als hoogleraar Christendom, Cultuur en Media

Antoine BodarNadat ’s morgens de Commissie Deetman haar eindrapport over seksueel misbruik binnen de katholieke kerk had gepresenteerd, hield Antoine Bodar ’s middags aan de Universiteit van Tilburg zijn afscheidsrede als hoogleraar Christendom, Cultuur en Media. In navolging van het essay de zelfhaat van het avondland van de toenmalige kardinaal Joseph Ratzinger en nu dus paus Benedictus XVI, richtte Bodar zich in zijn afscheidsrede op het avondland. Europa verkeert opnieuw in een crisis en onheilstijdingen en diagnoses als die van Oswald Spengler razen weer over het continent. Voor Bodar is de onzekere en stormachtige tijd waarin we ons nu bevinden een moment om het anker uit te werpen en weer contact te maken met de grond die onze gedeelde Europese identiteit draagt: het Christendom.

Dierbaar Europa is de titel van zijn afscheidsrede waarin hij het geestelijke aspect van de huidige crisis onder de loep neemt. Als hoogleraar Christendom, Cultuur en Media kijkt hij daarbij vooral ook naar de rol van de media. Hij ziet een toenemende christofobie in de media. In tegenstelling tot islamofobie die in bepaalde opiniërende kringen politiek incorrect is, is christofobie correct.

In tegenstelling tot islamofobie die in bepaalde opiniërende kringen politiek incorrect is,
is christofobie correct.

Atheïsten, ongelovigen en agnosten die het hart vormen van weldenkend Nederland zijn volgens Bodar ‘de telgen van de Europese cultuur’. Maar, zegt hij “Het is als met kinderen jegens hun ouders. Een periode zich tegen hen afzetten kan behoren tot volwassenwording. Maar kinderen, die ook op den duur niet willen weten van hun ouders, zijn niet volwassen geworden.” Hierin sluit hij aan bij het essay van kardinaal Ratzinger/paus Benedictus XVI:

Er bestaat hier een merkwaardige en alleen als pathologisch aan te duiden zelfhaat van het avondland, dat zich weliswaar vol begrip en op prijzenswaardige wijze openstelt voor waarden van buiten, maar van zichzelf een afkeer heeft en van zijn eigen geschiedenis alleen nog maar het gruwelijke en het vernietigende ziet en het grote en reine niet meer kan waarnemen.
 
Bron: Joseph Ratzinger in de zelfhaat van het avondland
Lessing
kruisridder die huiswaarts keert
(schilderij van Carl Friedrich Lessing, 1835)
De kruistochten maken net als de V.O.C. geen deel uit van gedeelde trots maar van gedeelde schaamte. Het omzetten van deze schaamte (over onze ‘ouders’) in een persoonlijk berouw, zou een remedie kunnen zijn tegen zelfhaat.
Het is als met kinderen jegens hun ouders. Een periode zich tegen hen afzetten kan behoren tot volwassenwording. Maar kinderen, die ook op den duur niet willen weten van hun ouders, zijn niet volwassen geworden.

Antoine Bodar in “Dierbaar Europa”

Antoine Bodar moet zich er goed bewust van zijn geweest dat hij zijn afscheidsrede zou uitspreken op de dag waarop de Commissie Deetman haar eindrapport over seksueel misbruik binnen de katholieke kerk zou presenteren. In het slot van Dierbaar Europa wijst hij erop dat het berouw deel moet uitmaken van onze Europese identiteit.

Zich herinneren dat Europa in oorsprong een christelijke cultuur is betekent zich bewust zijn van de bronnen waaruit die is voortgekomen – de Joodse Bijbel, de Griekse wijsbegeerte, het Romeinse recht. Maar het betekent beslist ook de wijze waarop christenen met niet-christenen in Europa zijn omgegaan opdat niet meer kan geschieden wat niet op grond van het christendom maar wel uit naam van het christendom aan slechts, minderwaardigs en erger in het verleden is geschied. Laat het berouw daaromtrent voortaan ook deel uitmaken van de identiteit van dit continent, opdat Europa aan eenieder dierbaar is.
 
Bron: Antoine Bodar in Dierbaar Europa

Dierbaar Europa [ refdag.nl ]

zaterdag 17 december 2011
Charles Burns in Leuven
Charles Burns in Museum M Leuven t/m 11 maart 2012
Charles Burns XOp het kruispunt van fictie en het geheugen, van goedkope sensatie en horror, ligt de duistere wereld van de Amerikaanse graphic novelist en illustrator Charles Burns (Washington, 1955). Zijn verhalen worden bevolkt door clichépersonages van de strip: betweterige kinderen, sinistere wetenschappers, ‘tough-as-nails detectives’, en geile tieners. Burns herordent ze in verontrustende maar grappige patronen. De sfeer van Burns’ strips varieert van kitscherige nostalgie naar troosteloze horror. Thema’s als adolescentie en seksuele bewustwording vermengen zich met steeds terugkerende beelden van mutatie, pest, vervreemding en geweld.
 
Je kan de veelzijdigheid van Burns in de winter van 2011 ontdekken in M. De organisatie is in handen van Beeld Beeld die al eerder succesvolle exposities organiseerde van onder meer Ever Meulen, Dupuy & Berberian, Schuiten & Peeters, Dave McKean, Mattotti, José Muñoz en Hanco Kolk. De tentoonstelling toont meer dan 200 werken, waaronder originele platen van ‘Black Hole’ en van zijn nieuwe boek ‘X’ en schetsen en illustraties voor tijdschriften en boeken, gerealiseerd de afgelopen dertig jaar.
 
Bron: mleuven.be

beeldbeeld.be

vrijdag 16 december 2011
lekker vet geschilderd
de (satirische) portretten van Daniel Adel

TIME 2004Zeven jaar geleden stond George W. Bush op de cover van TIME magazine als person of the year. Zijn portret was geschilderd door de cover artist Daniel Adel. Hij heeft een vlotte art brush stijl die een brede, soepele penseelvoering paart aan fotografische precisie. Als je zijn satirische portretten van politici niet kent, zou je vermoeden dat hij de ideale huisschilder voor dictators is. Maar dictatorportretten zonder ironie en satirische portretten raken elkaar juist aan de buitenkant. Ze zijn zo lekker vet geschilderd.

Daniel Adel was born in 1962 in the United States. After a degree in Art History, he studied at the National Academy of New York in New York City. Daniel Adel is a painter, an illustrator and a photographer. His work appeared in many magazines such as The New York Times, Newsweek, Time, … His paintings have been exhibited in New York City since 1989. He currently lives in Lacoste, France, where he holds the Atelier Rue Basse with his wife Veronique.
 
Bron: sketchtravel.tv
Daniel Adel
Daniel Adel tijdens een workshop

danieladel.com | Daniel Adel [ artoutthere.blogspot.com ]

donderdag 15 december 2011
de Ander op de WC
Emmanuel Levinas over de Ander

Emmanuel  LevinasWij doen het al jaren zonder filosofische toiletrol. En het boekje Filosofie voor in bed, op het toilet of in bad ontbreekt ook al in ons huis. Maar voor het dagelijkse portie filotainment doet de Filosofie Scheurkalender op de WC al weer jaren uitstekende dienst. Soms leidt dit in het kleinste kamertje van het huis tot een zucht van dubbele verlichting. En regelmatig kom ik weer naar buiten met een verrassend inzicht of een inspirerende gedachte. Zo las ik gisteren een mooie tekst van Jochem van den Berg over mijn favouriete filosoof Emmanuel Levinas (1906-1995).

Levinas

De kalender loopt over twee weken af, dus heb ik zojuist snel de Filosofie scheurkalender 2012 besteld.

woensdag 14 december 2011
Jantzen & Mad Men
de badkleding advertenties van Pete Hawley voor Jantzen swimwear

In de eerste episode van het vierde seizoen van Mad Men krijgt Sterling Cooper Draper Pryce bezoek van Jantzen, de badkledinggigant uit Portland. Het reclamebureau toont als schetsontwerp voor de 1964 campagne een foto van een meisje in een Jantzen bikini waarbij de borsten zijn afgeplakt met een tagline: “So well built, we can’t show you the second floor.” Maar Jantzen is conservatief gebleven. Het bedrijf vindt de suggestie te gewaagd en wijst het schetsontwerp af. Een woedende Don Draper schopt daarna zijn klant de deur uit. Voor hem is Jantzen “a company stuck in the mud.” Je moet de legendarische advertenties van Jantzen uit de jaren veertig en vijftig kennen om te begrijpen waarom het bedrijf in deze Mad Men episode zo te kijk gezet wordt.

Jantzen
advertentie voor Jantzen met illustratie van Pete Hawley in zijn gestroomlijnde leggy stijl
De advertenties met het artwork van Hawley waren zo succesvol
dat deze kunstenaar
zeventien jaar lang het gezicht
van Jantzen zou bepalen.

Tegenwoordig draait in de reclamewereld alles om gemanipuleerde fotografie. De laatste twintig jaar zijn we gewend geraakt aan de levensgrote foto’s van naakte dames in badkleding van H&M hartje winter langs de kant van de weg. Maar tot 1960 waren de meeste advertenties geschilderd. Vaak werden daarbij foto’s gebruikt, maar de touch and feel van de advertentie was schilder- of tekenachtig. Omdat een fabrikant zijn badkleding in de preutse jaren vijftig toch een beetje pikant wilde presenteren, werd een pinup kunstenaar aangetrokken omdat deze gespecialiceerd was in het schilderen van vrouwelijk schoon.

Jantzen
advertentie voor Jantzen met illustratie van Pete Hawley waarbij de nadruk ligt op het spel tussen man(nen) en vrouw.

De eerste kunstenaar die advertenties maakte voor Jantzen swimwear was Coles Phillips. In de jaren twintig werd hij opgevolgd door McClelland Barclay. In de jaren dertig nam George Petty weer het stokje van hem over. In 1941 werd de beroemde Alberto Vargas gecontracteerd maar dat werd toch geen succes. De koning van de pin up was weliswaar onovertroffen in het tekenen en schilderen van vrouwen, maar mannen wist hij niet overtuigend neer te zetten. Twee jaar later koos Jantzen voor Pete Hawley. Deze volgde de gestroomlijnde stijl van zijn voorgangers en versterkte de interactie tussen de vrouwen en de mannen, waarbij hij met humor met hun sexappeal speelde. Zijn advertenties waren zo succesvol dat Hawley tot 1960 het gezicht van Jantzen zou gaan bepalen. Maar na 1960 was de rek eruit en werden geschilderde advertenties ouderwets. Bovendien stond de seksuele revolutie voor de deur en werden campagnes gewaagder. De oneliner “so well built, we can’t show you the second floor.” uit Mad Men past helemaal in die tijd. Jantzen is met Drapers woorden “in de modder blijven steken". Maar geef mij toch maar de retrogirls van Jantzen in plaats van de gephotoshopte vamps van H&M.

‘Mad Men’ and the Jantzen connection [ oregonlive.com ]
Hey, “Mad Men,” give Jantzen its due! [ artsdispatch.blogspot.com ]
Pete Hawley [ todaysinspiration.blogspot.com ] | glamoursplash.com

dinsdag 13 december 2011
Belgisch beeldverhaal
zaterdagavond gezien op Nederland 2 : Beeldverhaal aflevering 7
Jean-Marc van Tol op bezoek bij Brecht Evens

Brecht Evens (1986) is een jonge stripmaker en illustrator uit Vlaanderen. Ik zag hem en zijn werk voor het eerst in de serie Beeldverhaal op de VPRO. Hij maakt kleurrijk en transparant werk met ecoline en plakkaatverf. Een aantal van zijn illustraties is te zien op flickr.com en op zijn blog.

Brecht Evens
illustratie van Brecht Evens
bron: Monsieur Bandit Blogozine

brechtnieuws.blogspot.com

maandag 12 december 2011
Amerikaanser dan Amerikaans
gezien op televisie zaterdagmiddag op Nederland 2 : My Dog Skip (2000)
en zondagmiddag op Een : It’s a wonderful life (1946)

It's a wonderful lifeOmdat er steeds meer kerstfilms komen, beginnen de herhalingen al twee weken voor kerst. Op de Belgische zender Een was zondagmiddag de moeder van alle kerstfilms te zien, It’s a wonderful life uit 1946. Komende maand zal deze zeker nog eens door een of andere buitenlandse zender uitgezonden worden. Zaterdagmiddag keek ik naar de jeugdfilm My Dog Skip die een zelfde touch and feel heeft als eerdergenoemde kerstklassieker. Dat komt vooral omdat het decor in deze films ongeveer gelijk is, een Amerikaans provincieplaatsje in de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw. Alles oogt Amerikaanser dan Amerikaans. Je zou het ook een hoog Norman Rockwell-gehalte kunnen noemen. Voor niet-Amerikanen is dat vaak synoniem met sentimenteel en patriottisch. De Rockwell stereotypen zijn er allemaal: het schoffie, het meisje, de politieagent, de huisvader, de toegewijde moeder, de middenstander, de dronkaard, de grijsaard en natuurlijk ook de kerstman.

Wonderful Life Wonderful Life
illustratie van Norman Rockwell en beeld uit My Dog Skip dat duidelijk door Norman Rockwell geïnspireerd is.
Alles oogt Amerikaanser dan Amerikaans. Je zou het ook een hoog Norman Rockwell-gehalte kunnen noemen.

Wanneer je die elementen allemaal samenvoegt, krijg je een soort mystiek van jeugdherinneringen en geborgenheid binnen de concentrische ringen van het familieleven en het sociale en patriottische domein. Ook het huisdier is belangrijk. In de taferelen van Norman Rockwell zien we vaak een hondje.

Wonderful Life Wonderful Life
twee posters voor It’s a wonderful life

In My Dog Skip speelt de bijna onvermijdelijke Jack Russell de hoofdrol en in It’s a wonderful life zijn er zelfs een raaf en een eekhoorntje op het kantoor. Het is een typisch Amerikaanse traditie. In de Noord-Amerikaanse koloniale schilderkunst worden kinderen vaak afgebeeld met een vogel of eekhoorn.

It’s a wonderful life [ imdb.com ] | My Dog Skip [ imdb.com ]

zondag 11 december 2011
de molen en het kruis
The Mill and the Cross (2011) van Lech Majewski
Mill and the CrossDe Poolse regisseur en multimediakunstenaar Lech Majewski en de Amerikaanse scenarioschrijver annex kunstkenner Michael Gibson lieten zich inspireren door het schilderij ‘De kruisdraging’ van de Vlaamse schilder Pieter Bruegel de Oude. Op het doek uit 1564 staan behalve een molen en het kruis meer dan 500 mensen: van Jezus, Maria en Johannes de Evangelist tot allerlei losse groepjes figuren. Majewski en Gibson lichten twaalf personages uit het schilderij, brengen hen tot leven en combineren hun verhalen met de totstandkoming van het doek. Het lijden van Christus wordt verweven met de onderdrukking van de Vlaamse bevolking door de Spanjaarden in deze film.
 
Bron: moviemeter.nl
The Mill and the Cross trailer

themillandthecross.com

zaterdag 10 december 2011
lekker plat
Platter & dikker van H.J.A. Hofland en Roel Visser

Platter & DikkerDat de massacultuur steeds grover en platter wordt, is dagelijks te registreren. Massacultuur is de cultuur van de grootste gemene deler en misschien per definitie wel grof en plat. De meerderheid legt het meeste gewicht in de schaal en laat de balans overhellen. Je hoeft maar een volks tafereel van Jan Steen te bekijken om te zien dat vierhonderd jaar geleden ook alles al naar het laagste punt stroomde. De wereld is niet minder plat en grof dan vroeger. Toch waren in het verleden hoge cultuur en plat volksvermaak nog enigszins van elkaar gescheiden. De hogere standen, de burgerij en de middenklasse lieten zich doorgaans niet in met poep-en-pies-vermaak. Honderd jaar geleden gingen de rijken naar het theater en niet naar de bioscoop. Film was voor Jan met de pet. Maar in de tweede helft van de twintigste eeuw zijn de grenzen onder invloed van de televisie diffuus geworden. En sinds de komst van internet en interactieve televisie is tegenwoordig werkelijk álles on demand geworden. Voor porno hoef je niet meer de deur uit. Elk computerscherm is de etalage van de sexshop geworden die je vroeger in obscure steegjes moest binnenglippen.

De dikke tokkie met tatoeages is juist onder hogeropgeleiden populair. Het lijkt wel liefde, maar in werkelijkheid is het meer een slecht huwelijk tussen exhibitionisme en leedvermaak.

billboardDe lagere behoeftes dringen zich steeds meer aan ons op. En niemand hoeft zich er meer voor te schamen. Studenten en hogeropgeleiden kijken naar O o cherso omdat het zo lekker plat is. De dikke tokkie met tatoeages is juist onder hogeropgeleiden populair. Het lijkt wel liefde, maar in werkelijkheid is het meer een slecht huwelijk tussen exhibitionisme en leedvermaak. De oude Hochkultur wordt verzwolgen door een massacultuur die steeds platter en schaamtelozer wordt. Iemand als Alessandro Baricco maakt zich in zijn boek De Barbaren geen zorgen over de toenemende oppervlakkigheid. Maar de nestor van de Nederlandse journalistiek Henk Hofland denkt er in Platter & dikker anders over.

Wat is er mis in Nederland? De nieuwe rijken etaleren als nooit tevoren hun bezittingen, obesitas is de nieuwe volksziekte en agressie en geweld zijn normale aspecten van het dagelijks leven.’De nieuwe mens is overal. Hij is dikker. Hij praat harder en vlugger maar niet duidelijker. Hij steekt zijn middelvinger op, hij is eerder bereid een medemens uit te schelden, op zijn gezicht te slaan. Hij zal iedereen laten weten dat hij hier op aarde is. Respect!’
 
In een lang essay fileert H.J.A. Hofland deze nieuwe nationale cultuur. Fotograaf Roel Visser struinde met zijn camera langs voetbalvelden, snackbars, Miljonairs Fairs en strandtenten en maakte verontrustende foto’s. In een dubbelessay nemen journalist Henk Hofland en fotograaf Roel Visser de excessen van de welvaart onder de loep. Een confronterend boek over heb- en vraatzucht, over hufterigheid, agressie, consumentisme en exhibitionisme.
 
Bron: lubberhuizen.nl
vrijdag 9 december 2011
Gangsters, Jazz & Hollywood
drie boeken met illustraties van Robert Nippoldt

In de nieuwe catalogus van Taschen kwam ik voor het eerst pentekeningen tegen van de Duitse illustrator Robert Nippoldt. Op internet vond ik daarna drie geïllustreerde boeken waarmee hij in Duitsland naam gemaakt heeft. Zijn laatste boek heet Hollywood in den 30er Jahren en verscheen dit jaar.

Robert Nippoldt
Robert Nippoldt
Gangsters, Jazz & Hollywood

Zijn heldere en grafische stijl doet me enigszins denken aan de ‘grafische vertalingen’ van foto’s in staalgravures die in de tweede helft van de 19e eeuw aan de lopende band gemaakt werden. Vaak is het te machinaal en te weinig bezield. Maar de passie voor glamour fotografie uit de jaren dertig deel ik helemaal. De subtiele zwart-witfotografie met uitgebalanceerde belichting en vele grijstonen zijn vaak om je vingers bij af te likken. Nippoldt kon gebruik maken van de collectie vintage Hollywood glamourfoto’s van verzamelaar Daniel Kothenschulte. De illustraties zijn van foto’s overgetrokken maar overtuigend gestyleerd. In de composities zit veel witruimte en in combinatie met de klare lijnen doen deze soms aan Japanse houtsneden denken.

Clark Gable
Toen ik Nippoldt’s boek “Hollywood in den 30er Jahren” ontdekte, was ik zelf bezig met een paar portretten van Clark Gable in oostindische inkt en acrylverf als basis voor een definitieve schildering in olieverf.
Robert Nippoldt wurde 1977 in Kranenburg am Niederrhein geboren. Nach der Schule verirrte sich der Richtersohn kurz in den Rechtswissenschaften, bevor er im Sommer 1999 nach Münster kam, um dort an der Fachhochschule Grafik und Illustration zu studieren. Sein Diplombuch Gangster. Die Bosse von Chicago fand gleich einen Verleger, und Nippoldt konzentrierte sich fortan auf die Buchkunst. Nach zwei jähriger Arbeit erschien im Herbst 2007 sein zweites Buch Jazz im New York der wilden Zwanziger, das von der Stiftung Buchkunst zum schönsten deutschen Buch 2007 gekürt wurde. Nippoldts Arbeiten wurden in zahlreichen Ausstellungen u.a. in Berlin, Darmstadt, Essen, Frankfurt, Leipzig und München gezeigt. Seine Serigrafien sind käuflich erhältlich. Wenn er nicht gerade schnorchelt oder versucht seine Gitarre zu stimmen, zeichnet er vermutlich im Moment in seinem Atelier am alten Güterbahnhof von Münster.
 
Bron: shop.fr-online.de

nippoldt.de

donderdag 8 december 2011
smullen van kannibalenverhalen
zondag gezien op Nederland 2: O’Hanlons Helden

Remond o'HanlonRedmond O’Hanlon doet mij soms denken aan zijn landgenoot Roald Dahl. Beiden delen een voorliefde voor het lugubere en onsmakelijke detail. In de tweede aflevering van O’Hanlons Helden laat hij een talisman zien die hij meegebracht heeft van zijn laatste reis door Congo. Het is een klein dichtgenaaid buideltje en O’Hanlon verklapt ons iets over de inhoud. Er zit een afgehakt kindervingertje in en O’Hanlon draagt het aan een touwtje om zijn nek. Een kindervingertje brengt geluk in Afrika. O’Hanlon verzekert ons dat het geen kwaad kan, want er sterven dagelijks zoveel kinderen in Afrika en de ‘onderdelen’ worden door fetisj-priesters weer gebruikt voor talismannen. Een normale zaak in Afrika.

Later in de uitzending blijkt dat er in Gabon vooral in de verkiezingstijd opvallend vaak kinderen ‘verdwijnen’ en later gruwelijk verminkt worden teruggevonden. Wat blijkt? De rijke Gabonezen geloven nog altijd in de bovennatuurlijke kracht van de talisman. Tijdens de verkiezingstijd is de macht van het woord natuurlijk erg belangrijk. Men gelooft nu dat het eten van een kindertong de welsprekendheid bevordert. Redmond O’Hanlon is vol afkeer over deze verschrikkelijke praktijken. Het is jammer dat hij niet even terugkomt op zijn eigen talisman. Of heeft hij daar nu maar afstand van gedaan?

Terwijl de kannibalen in Afrika van mensen smulden, smulde men in de beschaafde wereld weer van verhalen over menseneters.

De Fransman Paul Belloni du Chaillu was halverwege de negentiende eeuw afgereisd naar de binnenlanden van Gabon. Als eerste blanke had hij oog in oog met gorilla’s en kannibalen gestaan. Over zijn ontdekkingsreis had hij een boek geschreven en in 1861 was er een Engelse vertaling verschenen. Terwijl de kannibalen in Afrika van mensen smulden, smulde men in de beschaafde wereld weer van verhalen over menseneters. Explorations & adventures in equatorial Africa uit 1861 werd een bestseller. O’Hanlon neemt op zijn reis door Gabon een exemplaar mee en toont ons een gravure uit het boek. Het is een afbeelding van een gorilla, de eerste uit de geschiedenis.

Du Chaillu 1861 Du Chaillu 1861
Titelblad en plaat uit: Explorations & adventures in equatorial Africa 1861

In de twintigste eeuw is in de etnografie en de antropologie het cultuurrelativisme in de plaats gekomen van het Europacentrisme. We leren nu dat alle culturen gelijkwaardig zijn en dat onze westerse cultuur niet verheven is boven andere culturen. Ook heeft het woord primitief in de bovengenoemde wetenschappen een andere betekenis gekregen. In de negentiende eeuw beschouwde de volkenkunde primitief als onderontwikkeld, onbeschaafd en achterlijk. Maar door het cultuurrelativisme is de normatieve betekenis van het woord primitief omgebogen naar ‘oorspronkelijker’ en ‘natuurlijker’. De afgrijselijke praktijken van het animisme waarin kinderen vermoord en verminkt worden, zouden volgens het krampachtige cultuurrelativisme niet onbeschaafd, barbaars of achterlijk zijn, maar anders.

programma.vpro.nl/ohanlonshelden

woensdag 7 december 2011
volg de meester [ 22 ]
twee olieverfschetsen naar Rembrandt

Om meer inzicht te krijgen in de mis en scene en lichtregie van Rembrandt, maakte ik een olieverfschets van het kleine maar monumentale schilderij het loflied van Simeon in de tempel (1631) dat in het Mauritshuis hangt.

het loflied van Simeon in de tempel kopie
olieverfschets naar het loflied van Simeon

Naast deze binnenscene maakte ik ook een olieverfschets van een buitenscene: de prediking van Johannes de Doper (1634-1636), een zgn. grauwschildering die in de Gemäldegalerie in Berlijn hangt.

de prediking van Johannes de Doper kopie
olieverfschets naar de prediking van Johannes de Doper

Palet: gele oker, rauwe en gebrande sienna, omber, Van Dijckbruin. Het loodwit (of Cremserwit) dat men in de zeventiende eeuw gebruikte, wordt tegenwoordig meestal vervangen door flakewhite, zinkwit of titaanwit. Het laatstgenoemde pigment heeft de meeste dekkracht. Omdat titaanwit een koude uitstraling heeft, is een beetje gele oker toegevoegd. De withogingen zijn geglaceerd met rauwe sienna en een harsachtig medium.

volg de meester [ 1-22 ] | van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan

dinsdag 6 december 2011
forget the talkies
zaterdag gezien in filmhuis Focus Arnhem: The Artist (2011)

The ArtistNa het zien van La Antena (Esteban Sapir, 2007) en Der die Tollkirsche ausgräbt (Franka Potente, 2006) moest ik natuurlijk ook The Artist (Michel Hazanavicius, 2011) gaan zien. Terwijl de twee eerste films in Argentinië en in Duitsland geproduceerd werden, is de laatste film een Hollywood productie en dat mag een wonder heten. Hollywood heeft al ruim tachtig jaar geleden afscheid genomen van de stille film. Bovendien is Michel Hazanavicius een Fransman en zie dan maar eens een film in Hollywood geproduceerd te krijgen. Toch durfde men het aan en The Artist mag, nu het jaar bijna ten einde is, de verrassing van 2011 genoemd worden. Oliver Kerkdijk, filmrecensent van de VPRO-gids gaf vijf sterren en noemde The Artist een toekomstige klassieker.

In het tijdperk van CGI (computer-generated imagery) waarin elke megalomane fantasie voor veel geld filmische werkelijkheid kan worden, is het verademing om te kijken naar een stille film. Het is niet alleen een onderdompeling in de jaren twintig van de vorige eeuw, maar ook een duik in een ander universum, een stille wereld waarin de mensen geen stem hebben, een wereld van zwart-wit en van licht-donker, een wereld met andere muziek, andere cinematografie, een andere manier van vertellen, een andere aspect ratio en vooral andere manier van acteren, en dus een andere manier van leven. Elke cinefiel die van de zwijgende film houdt, zal enthousiast zijn over retrofilms als La Antena, Der die Tollkirsche ausgräbt en The Artist. Alles is zorgvuldig en met liefde voor het detail gereconstrueerd. En toch schemert hier en daar de eenentwintigste eeuw door in de naadloos geïntegreerde CGI, die trucages realiseert die in de tijd van de stille film onmogelijk waren.

The Artist
Jean Dujardin als George Valentin in The Artist

Het scenario van Michel Hazanavicius is een romantische komedie tegen de achtergrond van het Hollywood aan het einde van de jaren twintig wanneer met de opkomst van de talkie het oude Hollywood ten grave wordt gedragen. De stille film wordt als ouderwets gezien en de jeugd wil talking heads op het witte doek. Zonder uitzondering storten de producenten zich op de geluidsfilm. Veel filmsterren uit de jaren twintig overleven de overstap naar de geluidsfilm niet en hun carrière houdt abrupt op. Michel Hazanavicius gebruikt dit gegeven voor het dramatische element van The Artist. Daarnaast maakt hij ook gebruik van Zwarte Donderdag (24 oktober 1929) en weeft hij de financiële catastrofe samen met de revolutie in de filmindustrie. Hoofdfiguur is George Valentin, een geweldige rol van Jean Dujardin, die sprekend lijkt op Douglas Fairbanks en Clark Gable, maar die leken dan ook weer sprekend op elkaar: exact hetzelfde charmeurssnorretje en de schavuitenknipoog.

The Artist
Rechts Jean Dujardin als George Valentin
Links Douglas Fairbanks en Clark Gable
Na 1930 was het not done
om in Hollywood nog
een stille film te maken

Douglas Fairbanks was samen met D.W. Griffith, Charles Chaplin en Mary Pickford in 1919 een van de oprichters van United Artists. Charles Chaplin was de enige die de overstap naar de talkie overleefde en maakte in 1931 zelfs nog de stille film City Lights. Maar dat was dan ook een uitzondering. Na 1930 was het not done om in Hollywood nog een stille film te maken. De film noir Sunset Boulevard uit 1950 maakte van dit thema gebruik en haalde de toen al twintig jaar afgedankte Hollywoodster Gloria Swanson als Norma Desmond van de zolder. Haar houding tegenover de talkie was een mengeling van dédain en wrok. “They had faces!” droomde ze verder met haar neus omhoog.

The Artist
Jean Dujardin als George Valentin met zijn Jack Russell ‘Uggie’ en Bérénice Bejo als Peppy Miller in The Artist

Ook George Valentin in The Artist kijkt neer op de opkomende talkie. Hij is nog een man van het varieté en van de mimiek en moet niets hebben van het vele geblaat in de geluidsfilm. In een prachtige scene zien we, of beter gezegd horen we zijn ergste nachtmerrie. De dingen hebben plotseling geluid gekregen: een glas dat op tafel wordt neergezet, een druppelende kraan, een piepende deur, een donsveertje belandt tenslotte met een oorverdovende dreun op het asfalt.

Jack Russell
De terriër in Hollywood: The Thin Man (1934-1947), Bringing Up Baby (1938) en natuurlijk als mascotte van de grammofoon

Een geniale vondst in The Artist is de Jack Russell ‘Uggie’. Deze zorgt niet alleen voor een aantal komische noten, maar is ook typisch een Hollywood verschijnsel en onlosmakelijk verbonden met twee beroemde terriërs uit de jaren dertig, namelijk die uit The Thin Man en Bringing Up Baby. Bovendien is de Jack Russell de mascotte van His Master’s Voice. In The Artist is Uggy de trouwe metgezel van zijn meester zonder stem. De trots die George Valentin tegenhoudt om te spreken, doet me denken aan Marlee Matlin in Children of a lesser God en ook aan Liv Ullman in Persona. Maar The Artist is beslist geen zware psychologische film, maar een luchtige romantische komedie.

De geluidsfilm is niet per se een vooruitgang geweest in de geschiedenis van de film. Zwijgen is vaak goud. Nog altijd.

The Artist [ digg.be ] | The Artist [ rottentomatoes.com ]

maandag 5 december 2011
casinokapitalisme
gezien op DVD: Inside Job (2010) van Charles Ferguson

Inside JobInside Job van Charles Ferguson zou je ook An Inconvenient Truth Part II kunnen noemen. Dat de vastgoedzeepbel door de financiële sector geblazen werd, mag genoegzaam bekend zijn. Ook de documentaire The Flaw van David Sington laat zien waar en hoe het mis ging. Maar in Inside Job is er, vooral in de twee laatste delen Accountability en Where We Are Now, aandacht voor de verstrengeling tussen de bancaire wereld van Lower Manhattan en het congres in Washington. Deze ongezonde relatie tussen volksvertegenwoordigers en het grootkapitaal noemen we corruptie.

Inside Job
Part I: How We Got Here
Part II: The Bubble (2001-2007)
Part III: The Crisis
Part IV: Accountability
Part V: Where We Are Now

Sinds de kredietcrisis in het najaar van 2008 een wereldwijde catastrofe werd, is het beleid in Washington nauwelijks veranderd, ondanks onophoudelijke druk van Europa en de rest van de wereld om de financiële sector te reguleren en de bonussen terug te dringen. Dat komt door de enorme invloed van Wallstreet op het beleid in Washington . Elk congreslid heeft gemiddeld vijf lobbyisten uit de bancaire wereld om zich heen. Inside Job leert ons dat dit vaak hoogleraren economie zijn die een riante beloning van de banken krijgen om congresleden ervan te overtuigen dat overheidsbemoeienis slecht is voor de vrije markt. Ze maken daarbij vaak gebruik van theorieën uit de jaren zeventig zoals de Efficient-market hypothesis en de wisdom of the crowd.

Why should a financial engineer be paid four times to 100 times more than a real engineer? A real engineer build bridges. A financial engineer build dreams. And, you know, when those dreams turn out to be nightmares, other people pay for it.

Andrew Sheng
chairman of the Hong Kong SFC

Het zijn zeker niet alleen de republikeinen die onder invloed staan van de machtige financiële instellingen. Ook de democraten zijn in de greep van het grote geld. De regering van Obama had het beleid anders wel kunnen ombuigen. De ongemakkelijke waarheid die Inside Job laat zien, is dat de mammon van Wallstreet nog steeds regeert in de Verenigde Staten en daarmee nog steeds de wereldeconomie in zijn greep houdt. De miljardairs blazen hun zeepbellen en onttrekken er astronomische bedragen aan. Wanneer de zeepbel uiteenspat, hebben ze hun miljarden al op het droge en laten ze de anderen de rekening betalen. Uiteindelijk zijn de armen de dupe van dit onverantwoorde casinokapitalisme.

Inside Job [ imdb.com ] | Inside Job [ sonyclassics.com ]

zondag 4 december 2011
vrije geesten
zaterdagavond gezien op Nederland 2: Beeldverhaal afl. 6 Mr. Natural

Underground comic tekenaars blijven zichzelf en doen geen enkele concessies als het om hun artistieke vrijheid gaat. Liever armoede lijden en onbekend blijven in vrijheid dan carrière maken en rijk worden onder dwang. De Amerikaanse underground tekenaar Jerry Moriarty is er duidelijk over. Carrière maken is niets voor hem en wat moet hij overigens met al dat geld?

Jerry Moriarty
Jerry Moriarty

Peter Pontiac, de nestor van de Nederlandse underground, erkent dat woede een van zijn grootste drijfveren is. Naarmate hij ouder is geworden, is de woede over de hypocrisie in de maatschappij niet minder geworden.

De Underground-strip is een alternatieve stroming die in Amerika ontstond en in Nederland navolging kreeg. Maar bestaat underground nog wel? Jean-Marc van Tol praat in deze aflevering o.a. met Jerry Moriarty (Amerikaanse undergroundtekenaar), Peter Pontiac (tekenaar), Evert Geradts (tekenaar en oprichter undergroundblad ‘Tante Leny presenteert‘)

programma.vpro.nl

zaterdag 3 december 2011
Big Jim & Hank the Knife
wat ben je groot! - Herinneringen aan 1975

Big JimEen vriendje van mij had in 1975 een Big Jim pop. Die zag er tamelijk opgeblazen uit, maar het was toch geen opblaaspop. Als je Jim uit de doos haalde, droeg hij alleen een boxer short. De fabrikant wilde wel graag dat Jim aangekleed werd, dus bestond er een hele garderobe voor Jim. Zo had je een judopak(je) voor Jim, een tennistenue(tje), een kaki safaripak(je) en een commandopak(je). Er was zelfs een wit kostuum(pje) leverbaar voor een romantisch rendez-vous(tje) met Barbie bij het buurmeisje. Aan mij was dat allemaal niet besteed. Want ik had Hank.

Mijn held Hank the Knife was altijd strak gekleed in een zwart pak, droeg een penose zonnebril en een six string bass. Dat zwarte pak was voor mij vertrouwd, want ik kwam immers uit Veenendaal. Vlak voor mijn twaalfde verjaardag werd Hank mijn held. Guitar King was in het voorjaar van 1975 de hitparade binnengevlogen en voor mij was het onmiddellijk duidelijk dat er een band was tussen Hank, de Guitar King en mijzelf.

The Guitar King - Stan the Gunman
The Guitar King en Stan the Gunman (1975)

Als je Hank net als Jim in een doos met alleen een boxer short aan had moeten verkopen, was je er gegarandeerd mee blijven zitten. Hank was in werkelijkheid een schriel mannetje. Maar zijn gangster imago en zijn riffs maakte op mij als kersverse twaalfjarige veel meer indruk dan het luie biologische kapitaal van Jim. Kleren maken de man. En woorden de guitar king en the gunman.

Hank the Knife & The Jets kwamen in april 1975 met een dijk van een single: Guitar King. Ik hoorde het nummer voor het eerst in d’Olde Heerd. Pé Hawinkels zat aan de bar toen Guitar King op de radio werd uitgezonden. Ik vond het lekker stampende muziek. De bas dreunde in je lichaam. Het was natuurlijk wel vaker vertoond, maar toch vond ik het spannend: een bas in de hoofdrol. stak zonder zijn ogen af te wenden van het boek dat hij las, zijn vinger op en zei: “Hoor je? Arnhem.”
 
Thomas Verbogt in: Herfst in het oosten
vrijdag 2 december 2011
geanimeerde crisis
The Crisis of Credit Visualized van Jonathan Jarvis

In de afgelopen week zag ik twee documentaires over de Krediet Crisis: The Flaw van David Sington en The Inside Job van Charles Ferguson. In beide documentaires zien we naast de vele talking heads evenzovele grafieken, animaties en infographics waarin we uitgelegd krijgen hoe het prijsmechanisme werkt, waarom zeepbellen zo riskant zijn en wat Subprime Mortages, Collateralized Debt Obligations (CDO’s) en Credit Default Swap (CDS’s) zijn. Via een forum kwam ik bij de flashanimatie The Crisis of Credit Visualized van Jonathan Jarvis die alles in één keer duidelijk maakt.

flashanimatie van Jonathan Jarvis
[met Google Ad: Interesse in derivaten?]

crisisofcredit.com

donderdag 1 december 2011
laissez-faire, laissez-passer
gisterenavond gezien: The Flaw (2010) van David Sington
What happens when the rich get richer?

Bekroonde documentaire van de Brit David Sington over de kredietcrisis en hoe het allemaal heeft kunnen gebeuren. Wat ging er mis op de Amerikaanse vastgoedmarkt? Waarom werkt “de onzichtbare hand” (als de prijzen stijgen, daalt de vraag) meestal niet op de effectenmarkt? Sington ziet de toenemende inkomensongelijkheid als een bron van economische instabiliteit en als aanjager van een meltdown op de effectenbeurzen. De documentaire heeft daarom als ondertitel: What happens when the rich get richer? Net als bij de kredietcrisis was aan de crash van 1929 een grote inkomensongelijkheid voorafgegaan waardoor een zeepbel-economie was ontstaan. Op een kritisch moment spatte de zeepbel uit elkaar. Iedereen verloor geld, maar vooral de gewone man met een torenhoge hypotheek, die de prijs van zijn eigen woning zag kelderen, was de dupe. The Flaw prikt de mythe van de vrije markt en het blinde vertrouwen in “marktwerking” (laissez-faire, laissez-passer) definitief door. De “onzichtbare hand” die volgens het neoliberalisme van de jaren negentig de financiële markten had moeten reguleren, bleek vooral een graaiende hand.

The Flaw van David Sington trailer
De “onzichtbare hand” die volgens het neoliberalisme van de jaren negentig de financiële markten had moeten reguleren, bleek vooral een graaiende hand.
Drie jaar nadat de financiële crisis wereldwijd toesloeg, lijkt er niets veranderd te zijn. De overheid en het huidige politieke systeem blijven in grote mate afhankelijk van de financiële sector. Een sector die niet in staat lijkt te zijn om de veranderingen door te voeren en hun zaken transparanter te maken in een wereld waarin de rijken steeds rijker worden. Filmmaker Sington wil dat er dingen veranderen. In deze film probeert hij uit te leggen wat de onderliggende oorzaak van de afgelopen crisis is. Bekende economen en experts komen aan het woord, zoals vastgoedexpert Robert Shiller, winnaar van de Nobelprijs Joseph Stiglitz en historisch econoom Louis Hyman. Verder legt Sington zijn oor te luister bij kenners van Wallstreet. Slachtoffers van de crisis komen ook aan het woord, zoals Ed Andrews, economisch verslaggever bij de New York Times. Met een ironische knipoog wisselt Sington de interviews af met korte animaties en reclames uit de periode tussen de jaren dertig en zestig.
 
Bron: hollanddoc.nl
It’s Everybody’s Business
In de documentaire zijn verschillende animatiefilmpjes uit de jaren vijftig en zestig te zien waaronder It’s Everybody’s Business 1954 in een swingende “cartoon modern” stijl.

The Flaw is permanent te zien op hollanddoc.nl

theflawmovie.com

johannes@mimesis.nl

HTML Hit Counters
eXTReMe Tracker

het numineuze www.griffioen-beelden.nl

www.gerdrenshof.com

www.vanleestantiek.com

nl.orthodoxlogos.com

comics grafische vormgeving en webdesign muziek tekeningen en illustraties wetenschap taal & poëzie Rusland religie geschiedenis filosofie film boeken orthodoxie schilderkunst architectuur fotografie