zondag 24 juli 2011
Friedrich & Co [ 14 ]
Caspar Wolf (1735–1783)

Drie weken geleden bepaalden de Alpen ons uitzicht. We probeerden ons te verplaatsen in de traditionele bergbewoners met in gedachten de film Schlafes Bruder naar de roman van de Oostenrijkse schrijver Robert Schneider. Het verhaal speelt zich af aan het begin van de negentiende eeuw in een geïsoleerd bergdorpje in Montafon.

Schlafes Bruder
Schlafes Bruder filmset in Montafon

Als je zoals ik uit Nederland komt, of zoals Michaela uit Niedersachsen en je de vlakke ruimte sinds je geboorte aan alle kanten om je heen hebt gevoeld, is het een beklemmende gedachte een leven lang in een bergdal te wonen. Natuurlijk bepaalt de natuurlijke biotoop, waarvan het landschap het gezicht is, over vele generaties het karakter van een volk. Maar het is dwaas om een open landschap te koppelen aan ruimdenkendheid. Net zo dwaas is het om bekrompenheid te koppelen aan een gesloten landschap. Toch is dat laatste na het lezen of zien van Schlafes Bruder verleidelijk. De bergbewoners die hun hele leven in een bergdal zitten opgesloten, blinken niet bepaald uit door een ruime blik op de wereld. Terwijl in de rest van Europa de Verlichting al in volle gang is, leven zij rond 1800 nog met natuurgeesten die bezweerd moeten worden en bestaat hun godsdienst uit een mix van bekrompen katholicisme en oeroud bijgeloof.

Tegelijkertijd geeft het hooggebergte hen iets unieks, namelijk de ervaring van de grootsheid van de natuur en de nietigheid van de mens. De Duitse theoloog Rudolf Otto heeft deze ervaring in zijn beroemde boek Das Heilige het Mysterium tremendum ac fascinans genoemd. En de Duitse romantische landschapsschilder Caspar David Friedrich geldt als een van de voornaamste schilders die de overweldiging door de natuur heeft gevisualiseerd.

Caspar WolfIn deze serie liet ik al verschillende Duitse en Oostenrijkse romantische landschapsschilders zien uit de eerste helft van de negentiende eeuw. Maar de achttiende eeuwse Zwitserse schilder Caspar Wolf (1735–1783) is nog niet aan bod geweest. Wolf was onder de indruk geraakt van het gedicht Die Alpen van Albrecht von Haller (1708–1777) en schilderde vanaf 1773 tot aan zijn dood in 1783 gletsjers, watervallen, rotsen en ravijnen dat het een lust was.

Alpen landschappen
Caspar Wolf twee Alpenlandschappen
In tegenstelling tot de landschappen van veel Duitse romantici zijn Wolfs landschappen topografisch exact.

meer Friedrich & Co

donderdag 15 oktober 2009
de enen en nullen zijn onder ons
het digitale leven

De digitalisering van onze leefruimte zie ik als de eindfase van het seculariseringsproces dat sinds de Renaissance de Westerse cultuur (en daarmee de hele wereld) vooruit gestuwd heeft. Digitalisering is radicale onttovering. Middeleeuws bijgeloof is uitgebannen en in toenemende mate wordt ook het geloof zélf uit het openbare leven weggedrukt. In de publieke ruimte schijnt het koele en zakelijke licht van de Verlichting. Aangesloten op een wereldwijd netwerk van computers persen we triljoenen enen en nullen door de kabel om onszelf van informatie te voorzien.

digitaal leven als mysterium tremendum
doorbraak in cyber space

Met Google Maps overzien we bijna elke vierkante meter van de aardbol en zo hebben we de illusie van overzicht, beheersing en onafhankelijkheid steeds verder geperfectioneerd. Tegelijkertijd worden we steeds afhankelijker van datgene waarmee we ons leven calculeren, de computer. De boze geesten lijken verdreven, maar de enen en nullen zijn onder ons.

donderdag 3 april 2008
het onweerstaanbaar vreeswekkende
Friedrich Nietzsche over ‘crimen laesae majestatis humanae’
en Rudolf Otto over ‘mysterium tremendum ac fascinans’
De neutraliteit van de grote natuur (in de berg, de zee, het woud en de woestijn) bevalt ons, maar slechts voor een korte tijd: daarna worden we ongeduldig. “Willen deze dingen ons dan helemaal niets zeggen? Bestaan wij niet voor ze?” Er ontstaat een gevoel van een crimen laesae majestatis humanae (misdaad tegen de menselijke waardigheid)
 
Friedrich Nietzsche in Also sprach Zarathustra
Mönch am Meer
Caspar David Friedrich
Der Mönch am Meer, 1809-10
“Bei diesem Bild, besonders wenn man es mit anderen aus der Zeit um 1800 vergleicht, tut sich ein Abgrund auf, der sonst oft mit vordergründigen Schönheiten übermalt wird. Dieses Bild ist radikal, es führt bis an ein Ende, wo es nicht mehr weitergeht und sich das Ungeheure zeigt.”

Rüdiger Safranski

Mysterium Tremendum Ac Fascinans

Nieuwe uitgave van Het HeiligeDe fijnzinnige Marburgse theoloog en godsdiensthistoricus Rudolf Otto heeft ons in zijn beroemde boek Das Heilige (1917) een magistrale analyse geschonken van de structuur van dit begrip. Otto begint zijn studie door een originele benaming voor het heilige in te voeren, n.l. het numineuze. Dit begrip is afgeleid van numen, wat in het Latijn oorspronkelijk betekent: de door een knik gegeven wenk of wilsuiting. In numineus zit dus het oncontroleerbare, soevereine karakter van het Heilige. Tevens de gedachte, dat het zich aan rationeel begrip en ethische beoordeling onttrekt. Vervolgens karakteriseert Otto het Heilige als een mysterium tremendum ac fascinans. Deze Latijnse kunstterm is ook buiten de kring van theologen bekend geworden en is met enige uitleg direct doorzichtig. Dat het Heilige een mysterie is (…) behoeft geen nader betoog.

Dit mysterie is naar zijn structuur een soort contrastharmonie, d.w.z. het oefent een invloed uit waarin een polaire spanning zit. Het is tremendum, wat betekent, dat het gevreesd moet worden en dat het een onbeperkt ontzag wakker roept, maar het doet zich ook kennen als fascinans, wat inhoudt dat het onweerstaanbaar bekoort en een onbeschrijfelijke staat van zaligheid (hoogste geluk) schenkt. Otto zelf was blijkbaar zeer gefascineerd door het moment van tremendum in het Heilige. Onvermoeibaar schetst hij de verschillende graden van huivering die de mens voor het bovennatuurlijke voelt, vanaf het kippevel dat ons bekruipt bij een griezelige ervaring, tot aan de sprakeloze aanbidding voor Gods overweldigende soevereiniteit. Daarbij spreidt hij zijn meesterschap ten toon in het fijnzinnig bepalen van de godsdienstige kwaliteitsverschillen. Zo onderkent hij aan het tremendum een aantal aspecten: het totaal andere, het daadkrachtige, het majesteitelijke, het zogenaamde mirum en het sanctum. Het Heilige is om te beginnen totaal anders dan al het wereldlijke en menselijke. Het behoort tot een eigen orde van zijn. Het is verder daadkrachtig, d.w.z. het is geen bleek idee, maar het laat zich gelden, het is een willende macht. In die zin spreekt de Bijbel van een levende God.

FriedrichTen derde vertegenwoordigt het heilige een ‘majestas’, waartegenover de mens zich in het niet voelt zinken. Een welsprekende getuigenis van dit besef kan men in de psalmen aantreffen. Vervolgens het mirum, het wonder: dit slaat de mens met stomme verwondering. Otto, die zijn uiteenzetting van stap tot stap verduidelijkt met prachtige citaten, verwijst hier naar de grenzeloze verbazing die de hoorders beving, toen zij Jezus hoorden prediken, met macht, en niet zoals de schriftgeleerden.

Tenslotte het sanctum. Om te peilen, wat deze notie inhoudt, leze men hoofdstuk zes van de profetieën van Jesaja, waarin de profeet beschrijft, hoe hij in een visioen staat voor Gods verterende heiligheid en zich daarbij bewust wordt van zijn onheiligheid, zijn fouten en schuld. Aan dit hoofdstuk ontleende Vondel het thema voor zijn onsterfelijk schone rei der engelen in Lucifer. Het tegenwicht tot het tremendum vormt het fascinans. Daarvan getuigen alle liederen die in stamelende, opgetogen woorden Gods goedheid bezingen en het hoogste geluk van het geloof willen uitspreken.

(Bron: home.versatel.nl/rudolfotto)

Het Heilige ( De Appelbloesem Pers Amsterdam, 2002 )

donderdag 10 maart 2005
mysterium tremendum
gelezen: De Weg van Christus
van vader Kallistos Ware
Wanneer wij erkennen dat God onvergelijkelijk veel groter is dan alles wat wij over Hem kunnen zeggen of denken, dan komt het ons als noodzakelijk voor, wanneer wij het over Hem hebben, dit niet enkel te doen door directe uitspraken maar ook door symbolische beelden. Onze theologie is voor een groot deel symbolisch. Toch volstaan symbolen alleen niet om de transcendentie en het “anders-zijn” van God uit te drukken.
 
imageOm het mysterium tremendum aan te duiden moeten we zowel negatieve als positieve uitspraken doen, om te zeggen wat God niet is eerder dan wat Hij wél is. Zonder deze manier van ontkennen - wat de apophatische benadering genoemd wordt - is al wat wij over God zeggen zeer misleidend. Alles wat we omtrent God bevestigen blijft, hoe juist ook, ver beneden de levende waarheid. Als we zeggen dat Hij goed of rechtvaardig is, dan moeten we er onmiddellijk aan toevoegen dat zijn goedheid of rechtvaardigheid niet kunnen worden gemeten met onze menselijke maatstaven. Als we zeggen dat Hij bestaat, dan moeten we dit onmiddellijk nader bepalen door te zeggen dat Hij niet zomaar een bestaand wezen is onder vele andere, maar dat in Zijn geval het woord “bestaan” een unieke betekenis heeft. Zo houden affirmatie en negatie elkaar in evenwicht. Zoals kardinaal Newman zegt, zijn we voortdurend bezig “te bevestigen en te ontkennen om tot een positief resultaat te komen.” Als we een uitspraak doen over God moeten we erbij voegen: deze bewering is niet onjuist, maar geen woorden zijn in staat de volheid van de transcendente God weer te geven.

johannes@mimesis.nl

HTML Hit Counters
eXTReMe Tracker

het numineuze www.griffioen-beelden.nl

www.gerdrenshof.com

www.vanleestantiek.com

nl.orthodoxlogos.com

comics grafische vormgeving en webdesign muziek tekeningen en illustraties wetenschap taal & poëzie Rusland religie geschiedenis filosofie film boeken orthodoxie schilderkunst architectuur fotografie