Categorie archief: boeken

Spengler’s onheilsprofetie

gisteren gekocht: De ondergang van het avondland (1918-1922)

Samen met Johan Huizinga en Jose Ortega y Gasset wordt Oswald Spengler gezien als een van de grondleggers van het cultuurpessimisme. Hun namen zijn vastgeklonken aan het interbellum (1919-1939). Deze interval tussen de twee wereldoorlogen was een periode van gespannen vrede tijdens de Urkatastrophe des 20. Jahrhunderts (1914-1945). Der Untergang des Abendlandes is ongetwijfeld het eerste boek waar we aan denken wanneer we over cultuurpessimisme komen te spreken. Oswald Spengler schreef het eerste deel vlak voor de Eerste Wereldoorlog, maar kon het pas in december 1918 laten verschijnen. Het tweede deel verscheen vier jaar later, toen Duitsland volledig onderuit lag. Uitgeverij Boom gaf vorig jaar een fraai uitgevoerde jubileumeditie uit in twee banden. Deze uitgave wordt begeleid door een website.

De ondergang van het avondland
De Nederlandse vertaling in een jubileumuitgave in een fraaie art deco vormgeving.

oikofobieDe zelfhaat van het avondland
Soms lijkt het dat rechts een monopolie op cultuurpessimisme heeft. Hedendaagse cultuurpessimisten als Theodore Dalrymple en Roger Scruton schrijven vanuit een conservatief en rechts georiënteerd standpunt vanwaaruit ze het al te rooskleurige maakbaarheidsideaal van de links-progressieve politiek bekritiseren. Zo wordt het begrip oikofobie (gemunt door Roger Scruton) uitgewerkt door Thierry Baudet in zijn boek Oikofobie. De angst voor het eigene. De huidige polarisatie wordt gemarkeerd door sleutelwoorden. Progressief-links verwijt zijn tegenstanders xenofobie terwijl vanuit de conservatieve hoek progressief-links oikofobie verweten wordt. Joseph Ratzinger (later paus Benedictus XVI) is er nog explicieter in en sprak over de zelfhaat van het avondland.

De meest gehoorde kritiek op cultuurpessimisten is dat het zwartkijkers zouden zijn die te weinig oog hebben voor positieve ontwikkelingen en vooral voor het positieve in de mens. Zo reageerde Beatrice de Graaf onlangs op het boek De meeste mensen deugen van Rutger Bregmans: ‘Cynici en zwartkijkers kunnen inpakken. Een heerlijk boek voor iedereen die echt realistisch wil zijn.’ Realistisch willen zijn, daar gaat het dus om. Is het glas half vol of half leeg? De realist probeert een middenpositie in te nemen, maar zal steeds weer tot de ontdekking komen dat aan zorgvuldige beschouwingen en afwegingen een optimistische of pessimistische levenshouding ten grondslag ligt.

Overigens is cultuurpessimisme van alle tijden. Dat beschavingen opkomen, blinken en verzinken was al lang voor Spengler bekend. In het laatste kwart van de achttiende eeuw publiceerde Edward Gibbons zijn monumentale The History of the Decline and Fall of the Roman Empire over het verval en de ondergang van het Romeinse Rijk. Door hun hegemonie in de wereld begonnen de Victorianen in de negentiende eeuw zich te identificeren met de romeinen. Daarnaast leefde ook sterk het besef van vergankelijkheid. Een schilder als John Martin (1789-1854) oogstte veel succes met zijn apocalyptische landschappen, een soort vanitas landschapsschilderkunst.

The course of the empire
Thomas Cole The Course of the Empire, 1833-1836

Ook de Amerikaanse schilder Thomas Cole (1801-1848) wilde zijn tijdgenoten herinneren aan de vergankelijkheid en schilderde tussen 1833-1836 een serie van vijf schilderijen die hij The Course of the Empire noemde. Hij schilderde de opkomst, bloei en ondergang van een beschaving in vijf stadia om zijn Amerikaanse tijdgenoten te waarschuwen dat een trotse beschaving, net als het Romeinse Rijk, ooit ten onder zal gaan.

Wie was Oswald Spengler? [ leesspengler.nl ]

historiezucht

gisteren gekocht: Historiezucht (2013) van Marita Mathijsen
De obsessie met het verleden in de negentiende eeuw

HistoriezuchtSommige boeken zijn mij op het lijf geschreven. En soms begint dat al bij de titel. Bij het doorbladeren van Historiezucht voelde ik mij helemaal thuiskomen. Marita Mathijsen kent de verslaving aan de negentiende eeuw. (Je bent gelukkig nooit de enige die hier mee besmet is.) In haar aangename en speelse stijl spreekt ze over een ‘epidemie’ om de negentiende eeuwse obsessie voor geschiedenis te beschrijven. Deze ‘epidemie’ brak los aan het begin van de negentiende eeuw en zou leiden tot de democratisering van het verleden. Voor 1800 was geschiedenis het domein van de kerk en adel geweest en van vermogende liefhebbers, daarna werd geschiedenis van ons allemaal.

De natiestaat ontdekte het verleden, het eigen verleden in het bijzonder, als een belangrijk middel om het volk nationaal bewustzijn bij te brengen en op te voeden tot burgerschap. Vaderlandse geschiedenis is een product van het nationalisme in de negentiende eeuw. Daarvoor werd er neergekeken op het verleden, als iets dat oud en afgedankt was. Op de stenen van ruïnes liepen de ploegen stuk. De boer wierp die oude rommel aan de kant en ploegde voort. Totdat er archeologen op zijn akker kwamen die hem erop wezen dat er vroeger een oud kasteel op zijn land had gestaan. Marita Mathijsen vertelt er in de inleiding smakelijk over. Wanneer de boer zich bewust wordt van wat die oude rotzooi op zijn land vertegenwoordigt, namelijk nationaal erfgoed, slaat zijn afkeer voor afgedankte rommel om in trots. “Die stenen benne nog van het kasteel van de heren!”

In eeuwige verstrengeling
Op de omslag van Historiezucht staat het schilderij Les ombres de Francesca da Rimini et de Paolo Malatesta apparaissent à Dante et à Virgile van Ary Scheffer uit 1835. Het is een illustratie bij de Goddelijke Komedie van Dante. In de Divina Commedia komen Dante en Vergilius (rechts afgebeeld) in de tweede kring van de hel, waar ze onder anderen Paolo en Francesca tegenkomen. De zielen van beide verdoemden worden voortgedreven door de stormachtige wind, die als metafoor dient voor de wispelturige gevoelens van de twee overspeligen. Ze worden voor eeuwig voortgejaagd in hun verstrengeling. De keuze voor deze afbeelding op de omslag heeft een dubbele boodschap. Het schilderij behoort tot de historische schilderkunst en deze illustreert de obsessie van de negentiende eeuw met het verleden. Daarnaast drukt de eeuwige verstrengeling van de twee lichamen ook de innige verstrengeling uit van de actualiteit met het verleden.

Ary Scheffer 1835
Ary Scheffer Paolo en Francesca (1835)
De eeuwige verstrengeling van de twee overspeligen is een metafoor van de innige verstrengeling van de actualiteit met het verleden. Terwijl het dier trouw is aan het heden, gaat de mens steeds vreemd met zijn verleden.
Historiezucht kan de lezer doen duizelen, zoveel feitjes en weetjes worden met elkaar in verband gebracht. Nooit is deze informatiedichtheid echter een bezwaar. Kundig en vol humor neemt Mathijsen de lezer bij de hand; het is haar grote verdienste dat dit lijvige boek goed leesbaar blijft. Persoonlijke anekdotes uit Mathijsens jeugd en menselijke portretten wisselen de cultuurhistorische beschrijvingen af. Zo ontmoeten we bijvoorbeeld dichter Jacob van Dijk die in 1789 het eerste literatuuroverzicht schreef voor het Nederlandse taalgebied. Door zijn halsstarrige weigering wijzigingen door te voeren, verwerd hij tot een voetnoot in de literatuurgeschiedenis.
 
Bron: nexus-instituut.nl

Historiezucht [ vantilt.nl ]

Donker, zwaar en vol

gekregen van Martina: Gründerzeit, Möbel und Zimmereinrichtungen
van F. Schwenke uit 1881 (facsimile uit 1985)

Ornament und verbrechenDit jaar is het honderd jaar geleden dat het Bauhaus werd opgericht. De principes van het Bauhaus zouden het gezicht van onze leefwereld in de twintigste eeuw fundamenteel veranderen. Deze principes waren formeel en braken met de historische oogopslag van de negentiende eeuw.

Het Bauhaus was niet uit de lucht komen vallen, maar na de Eerste Wereldoorlog ging het ineens hard met de verzakelijking in de grafische en industriële vormgeving en architectuur. De stroming die door het Bauhaus in gang gezet werd, kreeg in de jaren twintig haar naam: Neue Sachlichkeit. In het Engels werd deze stroming bekend onder verschillende namen: New Objectivity, New Matter-of-factness, New Resignation, New Sobriety en New Dispassion. In Nederland werd het letterlijk uit het Duits vertaald: Nieuwe Zakelijkheid. Het gaat hier dus om een zakelijke, sobere, objectiverende, afstandelijke stijl.

De breuk met het verleden werd in 1919 versterkt door de afloop van de Eerste Wereldoorlog. Men wilde afrekenen met de oude wereld en dat gold zeker in Duitsland. Het Duitse Keizerrijk (1871-1918) werd door de overwinnaars, maar ook door de socialisten en communisten in de Weimarrepubliek (1918-1933), gezien als de aanstichter van de Grote Oorlog. De laatste keizer Wilhelm II ging in ballingschap en het keizerrijk werd bij het grofvuil gezet. Alles dat herinnerde aan het opgeblazen nationalisme uit de zogenaamde Gründerzeit en Jahrhundertwende werd afgedankt.

Gründerzeit, Möbel und ZimmereinrichtungenWanneer je wilt weten wat voor spullen dat precies waren, kun je bijvoorbeeld Huis Doorn bezoeken. Wilhelm II liet in 1920 namelijk zestig treinwagons vol met spullen uit zijn paleizen in Berlijn en Potsdam naar Doorn komen.

Maar je kunt ook bladeren in Gründerzeit, Möbel und Zimmereinrichtungen (uitgegeven in twee delen in 1882 en 1884). Het is typisch een product uit de Victoriaanse tijd (Keizer Wilhelm II was overigens het oudste kleinkind van koningin Victoria van Engeland) met grote en perfect uitgevoerde staalgravures van meubelstukken. In het tweede deel uit 1884 staan zelfs enkele foto’s afgedrukt in halftoonraster, een Amerikaanse uitvinding die in 1881 door Frederic Ives in Philadelphia gepatenteerd was. Wanneer je de zware, volle en donkere Wilhelminische interieurs in Gründerzeit, Möbel und Zimmereinrichtungen langs je heen ziet gaan, begin je te begrijpen waarom het Bauhaus dit allemaal op de schroothoop van de geschiedenis heeft gegooid en waarom we het nu liever licht en ruim houden in ons interieur.

Meubel
Veel meubels uit de periode van het historisme zijn neo-renaissancistisch en doen denken aan de gevels van Italiaanse kerken, waarbij architectonische elementen in hout zijn uitgevoerd.

De lelijke tijd
Bijna 25 jaar geleden was in het Rijksmuseum de tentoonstelling De lelijke tijd – pronkstukken van Nederlandse interieurkunst 1835-1895 te zien.

Boek & film [ 4 ]

Graham Greene en de film noir

a gun for saleGraham Greene hoefde tijdens zijn lange leven (1904-1991) niet te klagen over gebrek aan verfilmingen van zijn thrillers en filosofisch getinte romans. Dat begon al in 1934 met Orient Express, gebaseerd op zijn roman Stamboul Train (1932). Daarna volgden nog tientallen andere verfilmingen.

Zijn thrillers waren geknipt voor de film noir en dat genre beleefde in de jaren veertig haar gouden tijd. Een greep uit de verfilmingen: Ministry of Fear (1944) naar de gelijknamige roman uit 1943, Confidential Agent (1945) naar de gelijknamige roman uit 1939, The Man within (1947) naar Greene‘s debuutroman uit 1929, The Fugitive (1947) naar The Power and the Glory (1940) en The Fallen Idol (1948) naar het korte verhaal The Basement Room en Brighton Rock (1948). De beroemdste film noir naar een thriller van Graham Greene is ongetwijfeld The Third Man uit 1949.

This gun for hire
Filmposter van This gun for hire uit 1942 en een pocket uit 1975

Greene’s eerste thriller die in een film noir gegoten werd, was A gun for sale (1936). Onder de titel This gun for hire verscheen deze in 1942 met Alan Ladd en Veroncia Lake in de hoofdrollen.

Boek & film 1: Der nasse Fisch van Volker Kutscher (2008 en 2017)
Boek & film 2: Double Indemnity van James M.Cain (1936 en 1944)
Boek & film 3: The Age of Innoncence van Edith Wharton (1920 en 1993)
Boek & film 4: A gun for sale door Graham Greene (1936 en 1942)

De moordenaar en het meisje [ W&V ]

Boek & film [ 3 ]

gezien: The Age of Innocence (1993) van Martin Scorsese
aan het lezen in: De jaren van onschuld (1920) van Edith Wharton

The Age of InnocenceNadat ik The Age of Innocence drie of vier keer gezien heb, is het eerste dat mij opvalt tijdens het lezen van de roman, dat het filmscript vaak letterlijk de woorden van Edith Wharton heeft overgenomen. Martin Scorsese en Jay Cocks die samen het scenario schreven, hebben de sublieme stijl van Wharton in de film zoveel mogelijk overeind proberen te houden. Niet alleen in dialogen maar ook in de fraaie beschrijvingen van interieurs, rijke families en etiquette. De voice over laat de roman hier en daar letterlijk door de film heen schemeren.

Ook visueel wordt het boek nauwgezet gevolgd. Het verhaal speelt zich voornamelijk af in de Victoriaanse interieurs van de beau monde in New York, maar we zien een enkele keer ook straatbeelden. In historische films, waarin het verleden tot leven geroepen moet worden, stelt het straatbeeld de production designer meestal voor technische problemen. Tot het einde van de vorige eeuw werden historische stadsbeelden vaak met matte painting afgedekt en ingevuld. Sinds 25 jaar wordt bijna alles opgelost met digitale animatie. Voor The Age of Innocence maakte art director Dante Ferretti vooral gebruik van matte painting. Persoonlijk zie ik dat liever als Computer Generated Imagery, die het over het totaal een zweem van onechtheid achterlaat.

Op movie-locations.com zien we een overzicht van locaties uit The Age of Innocence. De film begint in de opera, de natuurlijke biotoop waar de upperclass zichzelf met toneelkijkers in de gaten hield. Scorsese en zijn art director Ferretti weken uit naar Philadelphia om te filmen in de Academy of Music die gebouwd werd tussen 1855-1857 en dus uitstekend de Academy of Music in New York die in 1926 werd afgebroken, kan vervangen.

The Age of Innocence begint in de opera waar de wereldberoemde Zweedse sopraan Christine Nilsson (1843-1924) een aria in Faust zingt.

Een andere locatie in New York die niet meer bestaat, is het mansion van Mrs. Mingott op de hoek van Fifth Avenue en de 57th street. In werkelijkheid stond hier vroeger een rij huizen van Mrs. Jones, een tante van Edith Wharton. Ook deze werden in de jaren twintig afgebroken voor hoogbouw. Voor deze locatie liet Ferretti door een production designer een matte painting schilderen, waarbij hij de beschrijving uit het boek volgde. In 1869 toen Wharton’s tante hier haar mansion liet bouwen, was Fifth Avenue boven de 40th street nog een modderige weg die over een braakliggend deel van Manhattan liep.

Een derde locatie is het historische Van Alen House uit 1731 die in de film moet staan voor Skuytercliff, een buitenhuis aan de Hudson van de Van Luydens. Niet alleen de familie Van Luyden maar ook het Van Alen House benadrukken de Nederlandse wortels van de happy few in New York in de 1870′s. Wharton schrijft dat de Van Luydens directe afstammelingen waren van de eerste gouverneur van Manhattan (Nieuw-Amsterdam) en dat was Cornelius Jacobsz May.

Martin Scorsese werkte veel samen met art director Dante Ferretti. Tweemaal werd deze genomineerd voor een oscar voor de art direction voor een Scorsese film (The Age of Innocence, 1994 en The Gangs of New York, 2003) en tweemaal wist hij zijn nominatie ook te verzilveren (The Aviator, 2005 en Hugo, 2012). Ferretti is niet half zo bekend als Scorsese terwijl deze laatste zeker half zoveel te danken heeft aan zijn vaste art director.

Hoofdpersoon Newland Archer is een jonge advocaat met een passie voor schilderkunst. Dit laatste gegeven weten Scorsese en Ferretti uit te buiten, door Newland Archer met de blik van een connaisseur over de schilderijen te laten gaan. De camera neemt het daarna van hem over en voor het oog van de camera passeren schilderijen van William-Adolphe Bouguereau, Alexandre Cabanel en Jean Baptiste Isabey die in de roman genoemd worden.

the age of innocence
Newland Archer interesseert zich voor schilderkunst. De New Yorkse elite heeft een voorkeur voor Franse salonschilders met een fabelachtige techniek, zoals William Bouguereau. Maar in het huis van gravin Olenska wordt hij geconfronteerd met de allernieuwste, rauwe schilderkunst uit Europa, die het verlangen naar vrijheid benadrukt.

Ook laat ze ons weten dat haar hoofdpersoon helemaal op de hoogte is van de kunsthistorische literatuur van zijn tijd. Zo heeft hij The Renaissance van Walter Pater uit 1873 en Renaissance in Italy uit 1875 van John Addington Symonds gelezen en is hij thuis in de esthetische geschriften van John Ruskin, Vernon Lee en Philip Gilbert Hamerton.

Boek & film [1] : Schaduw over Berlijn van Volker Kutscher

waar staat Ivan Toergenjev?

gelezen: Vaders en zonen (1862) van Ivan Toergenjev

Ivan ToergenewHet heeft lang geduurd voordat ik voor het eerst een boek van Ivan Toergenjev heb gelezen. Vaak staat Ivan Toergenjev (1818-1883) in de schaduw van Tolstoi (1828-1909) en Dostojewski (1821-1881). Toch was Vaders en zonen (1862) de eerste Russische roman die buiten Rusland populair werd. Het wordt wel eens gezien als de eerste moderne roman. Het psychologische thema van de innerlijke tegenstrijdigheid, zo kenmerkend voor de moderne literatuur, zou in deze roman voor het eerst uitgewerkt worden. Dostojewski en Tolstoi hebben met personages vol tegenstrijdigheden als Pierre Bezoechov (Oorlog en vrede), Anna Karenina en Raskolnikov (Misdaad en straf) een lijn voortgezet die Toergenjev met Jevgeni Vasiljevitsj Bazarov in Vaders en Zonen begon.

Hoofdpersoon Jevgeni Vasiljevitsj Bazarov is een student wetenschap én nihilist. Hij erkent geen enkele autoriteit en verzet zich tegen alles dat romantisch is of naar gevoel zweemt. Zijn vriend Arkadi Nikolajevitsj Kirsanov bewondert hem om zijn zelfverzekerdheid en zijn ferme uitspraken. Het verhaal is duidelijk in de tijd geplaatst: het begint in mei 1859 en loopt tot ergens in de zomer en eindigt met een epiloog in januari 1860. In deze periode waren er in Rusland grote maatschappelijke veranderingen die zouden leiden tot de afschaffing van het lijfeigenschap in 1861 door tsaar Alexander II (1855-1881).

Toergenjev publiceerde Vaders en Zonen in 1862. Voor hem had het grote gevolgen, want hoewel hij politiek niet geëngageerd was, werd zijn roman wel opgevat als politiek pamflet en hij kreeg zowel uit conservatieve als linkse hoek allerlei verwijten over zich heen. Omdat hij bevriend was met de anarchist Bakoenin (1814-1876) was hij voor de conservatieven al bij voorbaat verdacht. Maar links nam het hem kwalijk dat hij van zijn hoofdpersoon Bazarov een karikatuur had gemaakt, een kille rationalist waarmee de links radicalen in een ongunstig licht werden geplaatst.

Vaders en ZonenHet was Toergenjev’s tragiek dat hij een buitengewoon scherp waarnemer was, maar door zijn weifelmoedigheid geen stelling koos. Voor de conservatieven werd in Vaders en Zonen de oudere generatie te kijk wordt gezet en voor links radicalen wordt de representant van de nieuwe generatie neergezet als een vulgaire materialist. Maar Toergenjev had het goed gezien. De polarisatie in de Russische maatschappij rond 1860 eiste van Toergenjev een duidelijk standpunt. Hij was in 1862 al een groot schrijver en zelfs tsaar Alexander II las hem. De vraag was direct na het verschijnen van Vaders en Zonen in 1862: Waar staat Ivan Toergenjev?

De vraag was direct na het verschijnen van Vaders en Zonen in 1862: Waar staat Ivan Toergenjev?

Voor hemzelf was dat waarschijnlijk glashelder: in afstandelijke betrokkenheid tot zijn personages. Toergenjev werd dus ook estheticisme verweten, het wegvluchten in de kunst. Ook dat liet de Russische samenleving op dat moment niet toe. De roman mocht dan wel een kunstvorm zijn, in het tsaristische Rusland van de negentiende eeuw was literatuur zo ongeveer nog het enige dat door de censuur kon glippen. En dus kon de roman stiekem als politiek pamflet gebruikt worden. Juist daarom was debat over Vaders en Zonen destijds zo heftig. Men moest weten waar de schrijver zélf stond. Toergenjev werd het allemaal teveel en hij vluchtte naar Parijs waar hij tenslotte in 1883 stierf.

De maaiers (detail) uit 1887 door Grigori Grigorjewitsch Mjassojedow (1834–1911)
In 1861 werd door tsaar Alexander II het lijfeigenschap afgeschaft. De bevrijding van de lijfeigenen die tot dan toe slaven waren geweest, zette de Russische maatschappij op z’n kop. Vaders en Zonen speelt zich af in de zomer van 1859.

Bart Voorsluis meent uit Vaders en Zonen af te kunnen leiden waar Toergenjev zelf stond. In zijn artikel engagement of distantie (verschenen in: In de marge, 2006) schrijft hij dat Toergenjev helemaal aan het einde van de roman een politiek statement van de eerste orde zou hebben verkondigd. Volgens Voorsluis geloofde Toergenjev niet in het nieuwe Rusland waarvan Bazarov de representant was. Als we Bazarov zien als de voorloper van de bolsjewieken, zouden we Toergenjev ongelijk moeten geven, want dat nieuwe Rusland kwam er in 1917 toch. Maar we kunnen Toergenjev, als Bart Voorsluis het bij het rechte eind heeft, ook gelijk geven: het radicale socialisme heeft geen stand gehouden en Rusland is in deze nieuwe eeuw onder een nieuwe “tsaar” herrezen. En de Russisch Orthodoxe Kerk lijkt helemaal terug van weggeweest. “In de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.” Of zoals Vaders en Zonen eindigt: “ze (de bloemen) spreken ook van de eeuwige verzoening en van het oneindige leven…”

Personages in Vaders en Zonen
Jevgeni Vasiljevitsj Bazarov – Arkadi Nikolajevitsj Kirsanov – Nikolaj Petrovitsj Kirsanov – Pavel Petrovitsj Kirsanov – Fenitsjka (Fedosja) – Anna Sergejevna Odintsova – Katja Sergejevna Lokteva – Jevdoksia Koeksjina – Vasili Ivanovitsj Bazarov – Arina Vlasjevna Bazarova – Pjotr – Sitnikov

Oriëntalisme

Vorige week las ik De Graaf van Monte Cristo (1846) uit

Graaf van Monte CristoIn april begon ik aan de klassieker van Alexandre Dumas. Deze succesvolle roman-feuilleton, voor het eerst gepubliceerd in het Journal des Débats in 18 delen tussen 28 augustus 1844 tot 15 januari 1846, bevat allerlei elementen die het Franse publiek tijdens de regering van Louis-Philippe bezig hielden. Bonapartisme, effectenhandel, de opkomst van de telegraaf en spoorwegen en oriëntalisme. Het oriëntalisme heeft veel meer met West-Europa (Frankrijk in het bijzonder) te maken dan met het Midden-Oosten. Je zou dit fenomeen kunnen zien als een mengsel van romantische idealisering, volkenkunde en toerisme.

Larnaca
De Graaf van Monte Cristo op Cyprus
De Venetianen heersten van 1489 tot 1573 over Cyprus. Op de Finikoudes Boulevard in Larnaca staat een (grijnzende!) kopie van de leeuw van San Marco. Het origineel werd tijdens de Vierde Kruistocht (1202-1204) gejat uit Constantinopel en is sindsdien het symbool van La Serenissima. Een geschenk van de stad Venetië aan de stad Larnaca die sinds 2010 met elkaar een stedenband onderhouden. Het Levantijnse bezit van de voormalige zeemacht wordt met dit vriendelijke plasje alsnog afgebakend.

Dumas weeft het oriëntalisme handig door zijn roman heen door te verwijzen naar het verblijf van zijn hoofdpersoon, Edmond Dantès, in de Oriënt. Nadat hij na veertien jaar gevangenschap in het Château d’If (vlak voor de kust bij Marseille) ontsnapt is, brengt hij ongeveer tien jaar door in het Midden-Oosten alvorens hij in 1838 terugkeert naar Parijs om wraak te nemen op degenen die hem ten onrechte veroordeeld hebben tot levenslang wegkwijnen in een kerker, een straf die hij als vele malen erger beschouwt dan de doodstraf. Over die jaren schrijft Dumas niets, want hij maakt op een gegeven moment en sprong van tien jaar.

Maar als Edmond Dantès als de Graaf van Monte Cristo terugkeert in zijn land, is hij naast zijn trouwe dienaar Bertuccio, omgeven door een kleine oosterse hofhouding. Prinses Haydée is in Dumas’ roman de verpersoonlijking van het oriëntalisme.

Haydée is de dochter van Ali Pasja van Ioannina en Vasiliki. Haydée wordt op driejarige leeftijd geconfronteerd met het verraad van Fernando Mondego. Haydée weet zich dit nog goed te herinneren doordat Fernando een litteken op zijn hand heeft. Tijdens de Turkse oorlog is haar vader verraden door Fernando Mondego en is zij samen met haar moeder verkocht als slavin. Op het moment dat haar moeder het hoofd van Ali op een spies ziet staan, sterft zij ter plekke en is Haydée wees. Monte Cristo heeft haar tijdens een van zijn reizen gekocht en voedt haar op alsof ze zijn eigen dochter is. Door de jaren heen is er een intieme band tussen de twee ontstaan. Bron: nl.wikipedia.org

Door de expeditie van Napoleon naar Egypte (1798-1799) waren de Fransen al sinds 1800 vertrouwd geraakt met het Midden-Oosten. Napoleon had uit Egypte zijn Mammelukse lijfwacht Roustam Raza naar Frankrijk meegenomen, en deze was tot april 1814 een van de trouwste dienaren van de Franse keizer. De Fransen raakten met zijn exotische verschijning naast Napoleon vertrouwd, doordat hij op vele schilderijen (en nog veel meer prenten) stond afgebeeld. Roustam werd in de jaren na 1815 opgevolgd door de ontelbare oosterse figuren op de schilderijen van Delacroix, Ingres, Gérôme en andere oriëntalisten.

Roustam Raza werd in Georgië geboren als zoon van een Armeense koopman en zijn Georgische echtgenote. In 1797 werd hij in Constantinopel als slaaf verkocht. Na het overlijden van zijn meester kwam hij in Caïro in het bezit van een met Napoleon bevriende sjeik. In augustus 1799, kort voor Napoleons terugkeer in Frankrijk, trad hij in zijn dienst. De volgende vijftien jaar vergezelde Roustam de consul en latere Franse keizer op al zijn krijgstochten, van Spanje tot Rusland aan toe. ‘s Nachts sliep hij direct naast Napoleons vertrek. Op 1 februari 1806 trouwde hij Alexandrine Douville, de dochter van de eerste kamerjonker, valet de chambre, van keizerin Joséphine de Beauharnais. Bron: nl.wikipedia.org