Categorie archief: boeken

Volmaakte Liefde

gelezen: Christus wordt weer gekruisigd
van Niko Kazantzakis

Christus wordt weer gekruisigdNadat Christus wordt weer gekruisigd in 1952 voor het eerst in een Nederlandse vertaling was verschenen, beleefde het tot 1965 herdruk op herdruk. Maar in de tweede helft van de jaren zestig verdween de belangstelling een beetje. Door de toenemende secularisatie en opkomende “eigentijdse spiritualiteit” was de signatuur van deze roman waarschijnlijk te expliciet christelijk. Maar in 2016 verscheen er ineens weer een nieuwe vertaling. De hernieuwde belangstelling voor Kazantzakis‘ roman heeft veel te maken met de huidige problematiek rond asielzoekers. Trouw kopte in een recensie zelfs “Dorpsnotabelen tegen vluchtelingen”.

In de vertelling van Kazantzakis staan namelijk twee groepen Grieken tegenover elkaar: de bewoners van het welvarende dorp Lykovryssi in Anatolië en een groep op drift geraakte Grieken die konden ontsnappen aan gewelddadige etnische zuiveringen van de Turken. Het verhaal speelt zich af tijdens de Grieks-Turkse Oorlog (1921-1922).

Kazantzakis
Griekenland en Cyprus gaven in 1983 een postzegel uit ter gelegenheid van het honderdste geboortejaar van Niko Kazantzakis

De focus ligt op de vraag hoe we met onze naasten moeten omgaan. Wie is bereid om vluchtelingen onderdak te bieden en alles met hen te delen? In onze post-christelijke cultuur is dit een humanistische vraag geworden, die een beroep doet op onze medemenselijkheid. Maar Kazantzakis benadert deze vraag expliciet vanuit het Evangelie en de navolging van Christus in het bijzonder. Tegelijkertijd schemert het socialisme door. Kazantzakis buigt de geest van het socialisme en de geest van het Evangelie dicht naar elkaar toe.

Maar dat is niet altijd geloofwaardig omdat de geweldloze weg van Christus en de klassenstrijd van het socialisme elkaar uiteindelijk wederzijds uitsluiten. Christus is geen vrijheidsstrijder in politieke zin want Hij is met een heel ander doel in de wereld verschenen. Zijn boodschap -liefde tot de vijand- is juist voor de onderdrukten zwaar. Maar als deze hun onderdrukkers en verachters met Gods hulp leren liefhebben, kan juist bij de onderdrukten de geest van volmaakte Liefde opbloeien.

Over deze geest van volmaakte Liefde gaat het in Christus wordt weer gekruisigd. Kazantzakis brengt deze geest in een originele vorm naar voren. In de Griekse gemeenschappen in Turkije was het gebruikelijk om de zeven jaar in de Goede Week een passiespel op te voeren. De priester en de notabelen van het dorp kozen een jaar eerder een aantal dorpelingen voor de hoofdrollen: Petrus, Jakobus, Johannes, Maria Magdalena, Judas en Jezus. Een jaar lang moesten ze zich voorbereiden op het passiespel en zich inleven in het personage dat ze moesten spelen.

Dit had voornamelijk een geestelijk doel, want door identificatie met het personage uit het passiespel ga je je eigen leven anders ervaren. Het is alsof de zon doorbreekt en je de eigen tekortkomingen genadeloos duidelijk gaat zien. In het bijzonder geldt dat voor degene die Jezus moet vertolken. In de roman is dat de jonge herder Manolios. Hij wordt voor deze rol gekozen omdat hij eigenschappen heeft die aan Jezus herinneren: hij is zachtmoedig, rustig, bescheiden en vreedzaam.

De priester en de notabelen kiezen ook een dorpeling die Judas moet spelen. Dat is de cynische en opvliegende Panayotaris. We weten natuurlijk bij voorbaat al dat Jezus door Judas verraden wordt, door het volk wordt uitgeleverd aan de bezetter en dat hij gedood wordt. Maar Kazantzakis beschrijft de innerlijke transformatie die de personages doormaken zo indringend, dat we de passie opnieuw beleven, niet als spektakelstuk, maar als ernstig spel van binnenuit.

Kazantzakis beschrijft de innerlijke transformatie die de personages doormaken zo indringend, dat we de passie opnieuw beleven, niet als spektakelstuk, maar als ernstig spel van binnenuit.

De vergelijking met de huidige situatie rond asielzoekers en die van 1922 gaat overigens nauwelijks op. De asielzoekers die nu aan de poorten van Europa staan, verschillen vaak als dag en nacht met de Griekse vluchtelingen die Kazantzakis beschrijft. In 1922 waren het voornamelijk vrouwen, kinderen en grijsaards die uit hun dorp zijn verdreven. De strijdbare mannen waren door de Turken vermoord. Bovendien kloppen de vluchtelingen in het boek bij andere Grieken aan, hun christelijke broeders en zusters. In Christus wordt weer gekruisigd zijn de moslims nu juist niet de asielzoekers maar de onderdrukkers. De Turkse agha is de baas in het Griekse dorp en bezit, net als de Romeinse bezetter in de tijd van Jezus, het geweldsmonopolie. Dat demonstreert hij door uitdrukkelijk een pistool en een vlijmscherp zwaard op zijn buik te dragen.

De slechteriken in Christus wordt weer gekruisigd zijn echter geen Turken maar Grieken: de vrek Ladas, de grootgrondbezitter Patriarcheas en Panayotaris die de rol van Judas moet spelen. De hogepriester Kajafas wordt in het passiespel niet vertegenwoordigd, maar de initiatiefnemer van het passiespel, pope Grigoris van Lykovryssi, zal Manolios tenslotte uitleveren aan de Turkse agha (Pilatus). Dat doet hij met de volgende woorden: “Zolang hij (Manolios) in leven blijft, Heer, zullen godsdienst en eer in gevaar zijn; zolang hij in leven is, worden het christendom en het Griekse ras, de twee grote krachten waarop de hoop van de wereld gevestigd is, bedreigd.” Ik las het boek in de wat oudere vertaling van André Noordbeek en vraag mij af of in de jongste vertaling van Hero Hokwerda “het Griekse ras” is blijven staan.

Christus wordt weer gekruisigd [ pknluttelgeest.nl ] | Christ Recrucified [ en.wikipedia.org ]

Her name was Lola, she was a showgirl

gelezen: Lola Montez van Angelika Jordan

Lola MontezIn de kringloop kocht ik voor twee kwartjes het niemendalletje Lola Montez van Angelika Jordan, in 1972 uitgegeven door de Nederlandse Boekenclub. Gewoon omdat ik het verhaal over de relatie tussen Lola Montez en Ludwig I van Beieren (1786-1868) eens wilde lezen. Ik wist niet veel meer dan het schandaal dat deze affaire in 1847/49 veroorzaakte en dat de koning van Beieren, mede door deze affaire in het revolutiejaar 1848 troonsafstand deed en plaats maakte voor zijn zoon Maximiliaan II. En ik wist dat Joseph Karl Stieler haar portret had geschilderd voor Ludwigs Schönheitengalerie in Slot Nymphenburg. Dat beroemde portret staat overigens ook op de voorkant van het boek.

Ludwig I
Ludwig I koning van Beieren (1825-1848) met de schoenen van Hugo de Jonge. (Portret van Joseph Karl Stieler)

Ludwig I van Beieren drukte tijdens zijn regeerperiode (1825-1848) zijn stempel op München en maakte van de Beierse hoofdstad het Isar-Athen. Hij voelde zichzelf veel meer kunstenaar dan een militair, tamelijk uitzonderlijk voor een koning. Aan hem en zijn belangrijkste architecten Leo von Klenze (1784-1864) en Friedrich von Gaertner (1791-1847) heeft München zijn belangrijkste bouwwerken uit het tweede kwart van de negentiende eeuw te danken: de Ludwigstrasse (1816-27), nog altijd Münchens Prachtmeile , de Glyptothek (1816–30) en de Propyleeën (1846–62) aan de Königsplatz, de Alte Pinakothek (1826-36), de Feldherrnhalle (1841-1844) en grote delen van de Münchner Residenz (koninklijk paleis), de Allerheiligen-Hofkirche (1826–1842) en de Monopteros (1836) in de Englischer Garten. Ondanks de zware bombardementen in de Tweede Wereldoorlog zijn deze bouwwerken voor de totale vernietiging gespaard gebleven zodat we ons in het huidige München nog altijd een beeld kunnen vormen van 1846, het jaar waarin Lola Montez in München arriveerde en een affaire met de koning kreeg.

Gustave Moreau : SaloméDoor deze couleur locale en de historische achtergrond bleef het lezen van deze romantische geschiedenis, die bij Angelika Jordan niet boven het niveau van een kasteelroman uitkomt, voor mij toch enigszins verteerbaar. De koning krijgt weinig meer profiel dan dat van de gepassioneerde vrouwenliefhebber met slappe knieën. De vergelijking tussen koning Herodes en Salomé ligt dan ook voor de hand in deze zoveelste variatie van The King and I (of Beauty and the King). Het “hoofd van Johannes de Doper” dat Ludwig van Beieren zijn danseres geeft is een paleis aan de Barerstrasse. Plus de titel Gravin van Landsfeld zodat Lola ook aan het Beierse hof mag verschijnen.Zoveel passie, dat kan niet goed gaan. De bom zal onvermijdelijk barsten.

De afloop is overbekend: de zestigjarige koning is verliefd op en verslaafd aan de ruim dertig jaar jongere danseres en kan niet van haar loskomen. Er vallen binnen anderhalf jaar twee regeringen omdat de koning gewoon een nieuwe regering laat vormen als de oppositie hem te sterk wordt. De Beierse politiek staat onder hoogspanning en wordt door twee partijen bepaald: de conservatieven die “de Spaanse hoer” liever kwijt dan rijk zijn en de liberalen die in de vrijgevochten Lola juist de toekomst zien. In het voorjaar van 1848 loopt het uiteindelijk uit de hand. Door de ontwikkelingen elders in Europa (overal breekt de revolutie uit en Frankrijk wordt voor de tweede keer in haar geschiedenis een republiek), moet ook de koning een moeilijke keuze maken. Onder druk tekent hij voor de uitwijzing van Lola Montez en enkele dagen later doet hij troonsafstand.

Lola Montes in Bavaria
Het toneelstuk Lola Montes in Bavaria (uiteraard met veel dans) van C.P. Ward vierde in 1851 grote successen in New York

Angelika Jordan heeft geen biografie geschreven, maar een geromantiseerd verhaal over de relatie tussen de “Spaanse” danseres en de Beierse koning. Ze besluit met een epiloog nadat Lola Montez in 1848 naar Genève is gevlucht en naïef wacht op “haar koning” nadat deze op 11 maart is afgestreden. Deze zal haar echter nooit volgen en gedesillusioneerd vertrekt ze naar Engeland en trouwt binnen korte tijd met een man die tien jaar jonger is. Deze relatie houdt geen stand en ze vertrekt naar Amerika, dat voor haar het land van de vrijheid vertegenwoordigt. In de Verenigde Staten wordt ze een beroemdheid door het toneelstuk “Lola in Bavaria”. De Amerikanen zijn gek op het verhaal van de koning die valt voor zijn danseres. Na New York komt ze rond 1853 in Sacramento terecht waar de goudkoorts woedt. Ook daar kan ze niet aarden en ze stapt op de boot naar Australië. Overal wordt ze achtervolgd door schandalen. Zo moet ze weer naar Engeland vluchten. Uiteindelijk komt ze weer in New York terecht waar ze in begin 1861 overlijdt aan de gevolgen van een hersenbloeding, een maand voor haar veertigste verjaardag. Ze had meer meegemaakt en van de wereld gezien als tien vrouwen van tachtig bij elkaar.

Lola Montez [ nl.wikipedia.org ]

meesterlijke adaptie

opnieuw gezien: The Magnicficent Ambersons (1942) van Orson Welles

The Magnicficent AmbersonsNadat ik The Magnicficent Ambersons weer eens gezien had en nog voordat ik het boek ging lezen, las ik het essay van Molly Haskell ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de roman in 2018. Velen zullen net als ik eerst het tweede meesterwerk van Orson Welles (op rij!) gezien hebben en daarna pas het boek hebben gelezen.

De roman uit 1918 sluit tegenwoordig de lijst 100 best novels van Modern Library af. Toch wordt het boek in bekendheid overtroffen door de verfilming van Orson Welles uit 1942. Als de filmmaatschappij de oorspronkelijke film niet zo rigoureus had ingekort (François Truffaut noemde dit het ‘mutilated masterpiece‘) dan voerde deze film wellicht samen met Citizen Kane de lijst 100 Greatest American Movies of All Time aan van the American Film Institute. Nu komt de film niet hoger dan een 242e plaats.

Nog altijd is er onder de liefhebbers van het werk van Orson Welles een soort rouw over de 43 minuten die verloren zijn gegaan doordat RKO-pictures de oorspronkelijke film “met een grasmaaier” had bewerkt, zoals Welles zelf ooit zei. Nooit meer zullen we een director’s cut van The Magnicficent Ambersons te zien krijgen, want de filmmaatschappij vernietigde het materiaal. Gelukkig is het oorspronkelijke scenario van Orson Welles bewaard gebleven. Dit final shooting script geldt nog altijd als een van de beste adapties van een roman naar en filmscenario ooit gemaakt.

Het geheim van het script van Orson Welles is dat hij zo dicht mogelijk bij Booth Tarkington gebleven is. Welles zei er zelf over: “If the film of Ambersons”has any quality, a great part of it is due to Tarkington. What doesn’t come from the book is a careful imitation of his style. I can’t pay enough tribute to Tarkington.” Veel beschrijvingen uit de roman worden overgenomen in de voice over (net als in Citizen Kane uitgesproken door Welles zelf). Ook dialogen uit het boek worden in de film letterlijk overgenomen. Martin Scorcese zou Orson Welles hierin volgen door in het filmscenario van The Age of Innocence (1993) de roman van Edith Wharton vaak letterlijk te volgen, zowel in de voice over als in de dialogen.

The Magnificent Ambersons
George Minafer (Tim Holt) laat de vriend van zijn moeder Eugene Morgan (Jospeh Cotton) niet binnen.

Toch is de verfilming van The Magnificent Ambersons een zelfstandig kunstwerk en geen filmische kopie van het boek. Filmcriticus Joseph Egan schrijft: “The film version of The Magnificent Ambersons is Booth Tarkington but — and this but is what makes all the difference — it is Tarkington filtered through the cinematic sensibilities of Orson Welles and in the process becomes an Orson Welles film.”

Nu is een film natuurlijk nooit alleen het werk van de regisseur. Voor de cinematografie is vooral de cameraman verantwoordelijk. Gregg Toland, de meesterlijke cameraman van Citizen Kane, was voor het draaien van The Magnificent Ambersons niet beschikbaar. Welles bracht toen Stanley Cortez binnen, maar doordat deze te langzaam werkte, werd hij vervangen door Harry J. Wild. Deze was dus verantwoordelijk voor de fotografie van deze stijlvolle film.

Daarnaast verdienen production designer/art director Albert S. D’Agostino en set decorator Darrell Silvera het om genoemd te worden. Alleen al het gigantische trappenhuis van de Victoriaanse mansion van de Ambersons dat telkens terugkeert, is een technische prestatie. Hier is de invloed van het Duitse expressionisme evident. Welles geeft zijn cameraman de vrijheid met cinematografische acrobatiek in en om het trappenhuis.

Net als in Citzen Kane of de openingsshot van Touch of evil (1958) zoekt Welles graag het uiterste van een camerabeweging op en maakt hij er soms een sport van om een take zo lang mogelijk te maken. Maar hij stelt het kunst-en-vliegwerk altijd in dienst van het doel en dat is in dit geval de ‘nauwgezette’ verfilming van de roman. Sommige scenes hebben overigens geen cinematografische vertaling meer nodig, omdat Tarkington ze zelf al visualiseert. Een mooi voorbeeld is de onderstaande scene, als George Minafer de deur voor Eugene Morgan heeft dichtgeslagen.

The Magnificent Ambersons
Nadat George Minafer de deur gesloten heeft, blijft Eugene Morgan voor de deur staan alsof hij nog een keer wil aanbellen. Hij vervaagt achter het matglas. Deze visualisering van het verdwijnen van een ongewenste persoon uit iemands leven is een cinematografische vondst. Maar wél bedacht door Booth Tarkington die dit moment letterlijk beschrijft!

themagnificentambersons.com

Hij die alles vertrapt

gelezen: The Magnificent Ambersons (1918) van Booth Tarkington

The Magnificent AmbersonsBooth Tarkington schreef met The Magnificent Ambersons een elegie op de Gilded Age in de Midwest, om preciezer te zijn, in zijn geliefde Indy, zoals de inwoners van Indianapolis hun stad liefkozend noemen. Als hij zijn verhaal begint, is de oude glorie van de stad al aan het tanen.

Maar in de eerste plaats is zijn roman de ondergang van de Ambersons, een vooraanstaande familie uit Indianapolis in de Gilded Age. De zwanenzang begint met een zin die door de magnifieke verfilming van Orson Welles in 1942 legendarisch is geworden: “The magnificence of the Ambersons began in 1873. Their splendor lasted throughout all the years that saw their Midland town spread and darken into a city.”

The magnificence of the Ambersons began in 1873. Their splendor lasted throughout all the years that saw their Midland town spread and darken into a city.

De hoofdrolspelers verschijnen op een toneel dat al donker begint te worden. Ze bevinden zich in een verdwijnende wereld zodat de weemoed als een rode draad door het boek blijft lopen. Maar Tarkington mijmert niet alleen over een verdwijnende wereld, hij beschrijft ook het doorbreken van een nieuwe wereld. Omdat de gebeurtenissen zich afspelen aan de vooravond en aan het begin van de twintigste eeuw, gebruikt hij de ‘paardloze wagen’, ofwel het automobiel, als hét symbool van de nieuwe tijd. Het is een veel snellere wereld, individualistischer maar ook massaler en dus anoniemer. Kortom, het gezellige is eraf.

De Ambersons worden vertegenwoordigd door drie generaties: 1. de oude major Amberson die aan de familie na de Amerikaanse Burgeroorlog rijkdom en aanzien heeft gegeven. 2. Zijn dochter Isabel en zijn zoon George en 3. George Amberson Minafer, het verwende zoontje van Isabel en Wilbur Minafer. Zijn ongetrouwde zuster Fanny Minafer woont bij Isabel, Wilbur en hun zoontje als huishoudster in.

In contrast met de familie Amberson staan Eugène Morgan en zijn dochter Lucy. Eugène vertegenwoordigt als automagnaat de nieuwe tijd, terwijl George Amberson Minafer zit vastgeklonken aan de oude tijd. George is als enig kind de oogappel van zijn moeder en is vreselijk door haar verwend. In een terugblik zien we zijn jeugd voorbij komen, waarin het verwende prinsje nooit door zijn moeder gecorrigeerd wordt en mede daardoor kan uitgroeien tot een onhebbelijke en arrogante jongeman. George heeft zich helemaal met de familie van zijn moeder geïdentificeerd en niet met die van zijn vader.

George leeft als de verwende telg van een dynastie en het is voor hem vanzelfsprekend dat hij niet voor een beroep hoeft te kiezen. De adel werkt immers niet, maar teert op het familiekapitaal. Dat de tijden inmiddels veranderd zijn, wil niet tot hem doordringen. Hij heeft een vreselijke hekel aan het automobiel, die de nieuwe, snellere wereld aankondigt waarin voor de Ambersons geen plaats meer is. Hij weigert zich aan te passen aan het tempo van deze nieuwe wereld vanuit de vaste overtuiging dat adeldom het privilege heeft zijn pas niet te hoeven versnellen. Dat zal zijn ondergang worden en dus van de familie Amberson.

mansion
De nieuwe rijken van de Gilded Age bouwden Victoriaanse mansions, vaak ‘cottages’ genoemd. In de twintigste eeuw raakten de meeste mansions in verval, werden uiteindelijk afgebroken en maakten soms plaats voor eindeloze parkeerplaatsen. het automobiel had overwonnen. Tarkington gebruikt de Indiaanse naam Vendonah die betekent: “hij die alles vertrapt”

The Magnificent Ambersons verscheen in 1918 en won het jaar daarop de Pulitzer Price. In 1919 rolden er, alleen al van het Ford model T, een half miljoen exemplaren van de lopende band. Voor slechts 300 dollar kon je een Ford Model T kopen en door deze lage prijs raakte de auto in de Verenigde Staten helemaal ingeburgerd.

De roman speelt zich ongeveer 15 jaar eerder af, als Henry Ford zijn beroemde Model T nog niet in productie heeft genomen en er nog volop ruimte is voor pioniers als Eugène Morgan. Door zijn personage George Amberson Minafer, kan Tarkington zijn eigen twijfels kwijt over de komst van het automobiel. En zelfs Eugène Morgan is als pionier in de automobielindustrie niet onverdeeld positief en is het tot op zekere hoogte met George eens. Beiden voorzien in 1904 al de negatieve gevolgen van de massaproductie van de auto in de twintigste eeuw : de snelheid, de drukte, het asfalt, de aardolie en de uitlaatgassen.

But automobiles have come, and they bring a greater change in our life than most of us suspect. They are here, and almost all things are going to be different because of what they bring.

De lezers van The Magnificent Ambersons leven rond 1920 al in de nieuwe en snelle tijd. De ondergang van the Gilded Age en zijn tycoons wordt door hen niet meer betreurd, want de welvaart is nu ook toegankelijk geworden voor de massa. Natuurlijk zijn er telgen van puissant rijke families die nog tot ver in de twintigste eeuw kunnen teren op familiekapitaal. Maar veel meer families uit die tijd zagen net als George Amberson Minafer hun oud geld verdampen en moesten gaan werken om de kost te verdienen.

themagnificentambersons.com

overmoedige actie

Vandaag is de Slag bij Aspern-Eßling 211 jaar geleden

Opnieuw las ik de graphic novel De Slag met tekeningen van Ivan Gil naar de roman van Patrick Rambaud en bewerkt door Frédéric Richaud. Deze onbesliste veldslag tijdens de Vijfde Coalitieoorlog liep uit op de allereerste tactische nederlaag van Napoleon. De Fransen moesten zich in de nacht van 21 op 22 mei terugtrekken op het eiland Lobau.

Lobau 1809
Anton Ritter von Perger (1809-1876)
Napoleon moet zich in de nacht van 21 op 22 mei 1809 noodgedwongen terugtrekken op het eiland Lobau in Donau

Maar een maand later zou Napoleon opnieuw uithalen en bij Wagram een definitieve overwinning behalen. Oostenrijk werd net als na de Slag bij Austerlitz vier jaar eerder door Frankrijk op de knieën gedwongen en moest met de Vrede van Schönbrunn opnieuw gebiedsdelen afstaan aan het Franse Keizerrijk. Keizer Franz II van Oostenrijk werd nu Napoleons onderdanige bondgenoot. Na de Vrede van Schönbrunn stond de Franse keizer op het hoogtepunt van zijn macht en had het hele continent onder controle.

De Slag bij Aspern-Eßling was een waagstuk. De Fransen hadden weliswaar bezit genomen van Wenen, maar de hoofdmacht van Oostenrijk was nog niet verslagen en had zich teruggetrokken ten noorden van de Donau. Zolang Aartshertog Karl, de jongere broer van de in 1790 overleden keizer Jozef II, niet verslagen was, kon Napoleon Oostenrijk nog geen vrede afdwingen, ook al had hij de hoofdstad bezet.

Napoleon besloot dus om aan te vallen. Maar de Donau vormde daarbij een grote hindernis. Hij positioneerde zijn hoofdmacht op het eiland Lobau in de Donau om van daaruit over te steken naar de noordoever. De Oostenrijkers hadden alle bruggen over de Donau opgeblazen en de Franse genietroepen moesten in korte tijd twee pontonbruggen bouwen: een tussen Lobau en Wenen en de andere tussen Lobau en de noordoever. Deze bruggen vormden de achilleshiel van de Fransen.

Aartshertog Karl was zich daar uiteraard van bewust. De Fransen wilden gaan vechten met de Donau in de rug. Wanneer de Oostenrijkers de kwetsbare verbindingslijnen over de Donau konden verbreken, waren de Fransen dus ingesloten. Napoleon wist dat hij een risico nam maar was gaan geloven dat hij onoverwinnelijk was en handelde overmoedig. De bruggen werden in korte tijd gebouwd en de Franse troepen marcheerden de noordoever op richting twee dorpjes: Aspern in het Westen en Eßling in het Oosten. Daar kozen de Fransen positie.

Napoleon wilde met een aanval op het centrum de Oostenrijkse hoofdmacht doormidden hakken. Maar al snel werd de rekening voor deze waaghalzerij gepresenteerd. De Oostenrijkers slaagden erin om de kwetsbare pontonbrug van de Fransen onklaar te maken. Ze lieten boten gevuld met stenen stroomafwaarts glijden. Deze veroorzaakten aanzienlijke schade waardoor de bevoorrading werd afgesneden. Daardoor kampten de Fransen al snel met een tekort aan buskruit voor hun artillerie. De Oostenrijkers waren op dit onderdeel dus sterker en rukten op naar Aspern en Eßling. De dorpjes werden in de strijd volledig van de kaart geveegd.

Napoleon en Lannes
Paul-Émile Boutigny (1853-1929) schilderde dit tafereel (detail van een schilderij uit 1894) waarin Napoleon zijn zwaargewonde vriend Jean Lannes bezoekt, nadat een kanonskogel zijn been verbrijzeld had. Lannes zou tien dagen na de veldslag aan zijn verwondingen overlijden.

Napoleon was laaiend dat de pontonbrug het had begeven en gaf uiteraard anderen de schuld. Hij liet de beschadigde brug in allerijl oplappen en zette zijn plan door. Maar de Oostenrijkers gingen door met hun aanval op zijn achilleshiel. Op 21 mei lieten ze een houten vlot stroomafwaarts de Donau afzakken. Daarop hadden ze een complete houten molen met pek overgoten en in brand gestoken. De pontonbrug begaf het definitief. Nu waren de Fransen ingesloten en was hun belangrijkste verbindingslijn verbroken. Zonder buskruit waren ze uitgeleverd aan de genade van de Oostenrijkers. Napoleon moest inzien dat hij een belangrijke tactische nederlaag geleden had en besloot in de nacht van 21 op 22 mei 1809 al zijn troepen te hergroeperen op het eiland Lobau. Hij was dus noodgedwongen om zich terug te trekken. Tijdens deze bloedige veldslag verloor hij drie generaals waaronder zijn vriend Jean Lannes.

De Slag
De Slag met tekeningen van Ivan Gil naar de roman van Patrick Rambaud en bewerkt door Frédéric Richaud

De graphic novel De Slag heeft beslist literaire kwaliteiten. Het scenario van Frédéric Richaud is namelijk een bewerking van de roman van Patrick Rambaud die via zijn hoofdpersonages een beschouwelijke en artistieke blik geeft op deze historische veldslag. Louis-François Lejeune en Henri Beyle hebben ook werkelijk bestaan. De eerste was niet alleen een Franse generaal maar ook schilder. En Henri Beyle werd onder zijn pseudoniem Stendhal jaren later bekend als schrijver.
 
Daarnaast heeft hij ook fictieve personages in zijn verhaal opgenomen, zoals de Fayolle en Vincent Paradis. De eerste is een cynische kurassier die enkel zijn eigenbelang volgt. Vincent Paradis doet mij persoonlijk denken aan Pierre Bezoechov uit Oorlog en Vrede. Hij moet vooral vechten om zijn menselijkheid te behouden en levert verbijsterd commentaar wanneer hij de slachting aan het oog ziet voltrekken: “Beesten. We zijn beesten aan het worden.”
 
Ramboud gebruikt ook meerdere perspectieven om zijn verhaal te vertellen. Allereerst de verschillende strijdtonelen. Daarbij vallen nogal wat namen van generaals maar dat is onvermijdelijk bij een verslag van een historische veldslag. Ook Wenen vormt een toneel. De sfeer in de mondaine hoofdstad staat in schril contrast met de taferelen op het slagveld. Wanneer de veldslag begint staat er veel publiek op de Donaukade in Wenen. Met toneelkijkers worden de gevechten gevolgd alsof men naar een toneelstuk kijkt. De hoofdpersonage Louis-François Lejeune treedt tijdens de gevechten op als verbindingsofficier en verbindt zo letterlijk de hoofdrolspelers aan de Franse zijde met elkaar: Masséna, Lannes, Espagne, Molitor, Sainte Croix, Saint-Cyr, Périgord, Bessières, Berthier en uiteraard Bonaparte lui-même.

een boek om in te wonen

De esthetische Revolutie (2015) van Arnold Heumakers
Hoe Verlichting en Romantiek de kunst uitvonden

De esthetische revolutieSommige boeken lees ik niet alleen, in sommige boeken kan ik wonen. Anders dan in mijn fysieke woning blijken deze boeken steeds weer “kamers” te hebben die ik niet goed kende. Maar vooral ook “vensters” met nieuwe uitzichten. Een van die boeken is Romantiek een Duitse Affaire van Rüdiger Safranski. Het is nog lang niet uitgewoond, al doen de beduimelde bladzijden en talloze onderstrepingen en aantekeningen in de marge anders vermoeden. Een ander boek waar mijn geest steeds weer zijn intrek in neemt, is De esthetische Revolutie van Arnold Heumakers. Weer een boek dat (voor een groot deel) over de (Duitse) Romantiek gaat.

Dat is natuurlijk geen toeval. Het tijdvak 1760-1830 (van de Zevenjarige Oorlog tot aan de Julirevolutie) is nu eenmaal de periode waarin mijn second life zich afspeelt. Niet omdat ik in die tijd had willen leven, maar omdat toen de grondtrekken van de moderniteit zich begonnen uit te tekenen. Door het geestelijke leven in de periode 1760-1830 kan ik een beter begrip van het heden opbouwen. Want waar moeten we de uitleg bij het heden anders vinden dan in het verleden?

Wanneer ik met één been in het verleden wil gaan staan, zijn er boeken die mij daar bij helpen. Historische biografieën bijvoorbeeld. Maar ik heb een voorkeur voor boeken die omvattend een periode in beeld brengen. Zo zijn Romantiek. Een Duitse Affaire en De esthetische revolutie echt mijn lijfboeken geworden. Safranski en Heumakers hebben beiden het talent om een enorme intellectuele reikwijdte te combineren met helder, maar ook mooi taalgebruik. Er zijn uiteraard ook grote verschillen. Zo schreef Safranski zijn boek over de romantiek voor een breed publiek, terwijl Heumakers’ boek een proefschrift is, zij het dan een atypisch proefschrift omdat het niet academisch geschreven is en qua omvang bijzonder ambitieus is.

Heumakers begint met het debat over esthetica in deel I (Op weg naar esthetische autonomie) aan het einde van de zeventiende eeuw in Frankrijk, de zogenaamde Querelle des Anciens et des Modernes (Perrault, Fontenelle, Boileau) en via het debat over de kunsten in Engeland (Shaftesbury, Addison, Young) en bij de Franse Philosophes (Voltaire, Rousseau, Diderot) in de eerste helft van de achttiende eeuw, belandt hij tenslotte in Duitsland rond 1760 (Lessing, Hamann, Kant). Daar wordt het moderne kunstbegrip geboren, waarover het in De esthetische revolutie voornamelijk gaat.

Anton Reiser 1786In deel II (De uitvinding van de autonomie van de kunst) is er veel aandacht voor Karl Philipp Moritz (1756-1793) die rond 1790 de autonomie van het kunstwerk naar voren plaatst. Een prachtige passage (Het leven esthetiseren blz. 142) gaat over Moritz’ roman Anton Reiser, de eerste psychologische roman in Duitsland, die tussen 1785 en 1790 in vier delen verscheen. Heumakers verwijst hier naar een ervaring die Anton Reiser heeft op een kerkhof. Hij kijkt eerst in de afgrondelijkheid van het bestaan (‘het enge, benauwde graf’) om kort daarop een doorbraak te beleven en zich ‘aan de vernietiging te ontworstelen‘. Op dezelfde intieme wijze als Safranski analyseert Heumakers deze passage: “Wat gebeurt hier precies?” en komt tot de voorzichtige conclusie (“je zou kunnen zeggen”) dat het leven zelf geësthetiseerd wordt, diepte- en hoogtepunt samen.

Zo komt Moritz met zijn romanfiguur Anton Reiser aan bij het wezen van het kunstwerk: “het esthetische beeld dat zich als het ware van het leven losmaakt om in het vervolg op afroep beschikbaar te zijn als bron van genot”. Heumakers verstaat net als Safranski de kunst om scherp te analyseren zonder daarbij kil te worden. Integendeel, hun analyses laten de innerlijke gloed in het hart juist verder opgloeien in plaats van dat louter het verstand bevredigd wordt. Laat deze “hemelvaart van de geest” nu precies het verlangen zijn dat in de (Duitse) romantiek zo krachtig tot uitdrukking komt.

Metafysische navelstreng [ W&V ]

Wiertz, Wauters en Wappers

gekocht bij de kringloopwinkel: De schilderkunst der Lage Landen (2007)

de schilderkunst der lage landen 3Soms heb je in de kringloopwinkel met boeken en platen geluk en vind je tussen alle bagger uiteindelijk toch het goud waarnaar je op zoek was. Het overkwam mij afgelopen weekend. Voor vijftien Euro kon ik de drie spiksplinternieuwe delen De schilderkunst der Lage Landen buit maken. Bij bol.com of boekwinkeltjes.nl betaal je meer dan honderd Euro hiervoor. Hoewel ik al jarenlang een “boekenquotum” in huis na te streven, komen er op deze manier toch weer meer nieuwe boeken bij dan ik voorzien had. Uiteraard ben ik blij met mijn nieuwste aanwinst. Ik ben begonnen in deel drie, vanwege mijn voorliefde voor de negentiende eeuw.

overzicht
Een bescheiden overzicht van ruim 80 Nederlandse (blauw) en Belgische (rood) schilders geboren tussen 1768 en 1846, ingedeeld in 15 categorieën [klik op afbeelding voor PDF]

De meeste Nederlandse schilders van de negentiende eeuw waren mij bekend maar verrassend genoeg kwam ik een aantal Belgische schilders tegen waar ik nog nooit van gehoord had: de landschapsschilders Théodore Fourmois (1814-1871), Francois Lamorinière (1828-1911) en Adriaan Joseph Heymans (1839-1921) bijvoorbeeld. Of de veduteschilder François Bossuet (1798-1889). En ook van de grote historieschilders Louis Gallait (1810-1887), Hendrik Leys (1815-1869), Gustaaf Wappers (1803-1874) en Antoine Wiertz (1806-1865) bleek ik veel werk niet te kennen. Niet alleen een naslagwerk erbij maar ook weer veel nieuwe kennis over de Belgische schilderkunst in de negentiende eeuw.