Categorie archief: schilderkunst

Het laatste restje romantiek

gisterenavond gezien op NPO 2: Een Hollander in Parijs: Ary Scheffer

Ary SchefferAls er aandacht is voor Nederlandse schilders in het Parijs van de negentiende eeuw, dan richt deze zich vrijwel altijd op het belle epoque, het laatste kwart van de negentiende eeuw tot aan de Eerste Wereldoorlog. Toen begon het spannende avontuur van de moderne kunst: bekende Nederlandse schilders in Parijs waren Jongkind, Van Dongen en natuurlijk Van Gogh. Ook al is dit inmiddels een uitgekauwde geschiedenis, het grote publiek lijkt er niet genoeg van te kunnen krijgen.

Daarom vind ik het een dapper initiatief van de NPO om eens aandacht te besteden aan Nederlandse schilders in Parijs in de eerste helft van de negentiende eeuw. Wat moet het grote publiek zich daarbij voorstellen? Was dat niet de periode van de Biedermeier, van zoete sentimentele plaatjes? En zitten we daar tegenwoordig niet met onze rug naar toegekeerd? Ja, dat klopt. En dat is best wel jammer, want eigenlijk geven we onze ogen dan niet de kans om eens echt te kijken naar de schilderkunst uit de eerste helft van de negentiende eeuw.

Dante en Vergilius
Ary Scheffer 1854
Francesca da Rimini en Paolo Malatesta aanschouwd door Dante en Vergilius (Hamburger Kunsthalle)

Presentator Philip Freriks kan er blijkbaar niet omheen zijn verhaal over Ary Scheffer op te leuken met sappige anekdotes, o.a. over “kakken op een Frans schijthuis rond 1830″ of met kreten als “een man met geheimen” of kwijlerige vragen als “dus hij was best wel een rebel?”. Het is onvermijdelijk dat kunst op televisie zo behandeld wordt. Een programma over Ary Scheffer, die toch vooral bekend geworden is met mierzoete voorstellingen, is een gewaagde onderneming. Daarom wordt er ook een koppeling gemaakt naar de moderne kunst. Pat Andrea legt uit dat Scheffer abstracties, lege ruimten en kleurstellingen gebruikte waarin hij vooruitloopt op de moderne kunst. Gelukkig maar, hadden we bijna iets verkeerds gegeten…

Met Ary Scheffer lopen we het Parijs in waar de rust nog lang niet is weergekeerd. Parijs is in burgeroorlog. En Ary Scheffer bevindt zich in het centrum van de macht. Al beweren de geschiedenisboeken anders, hij was degene die Louis Philippe d’Orleans in 1830 op de troon zette. Scheffer was een uitgesproken persoonlijkheid, en dat staat in schril contrast met zijn mierzoete schilderijen. Kunstenaar Pat Andrea laat zien wat het talent van Ary Scheffer was. In zijn tijd een ware ster, maar nu zo goed als vergeten. Ook de kunst is onderhevig aan modegrillen.
 
Bron: npostart.nl

Hij staat gestandbeeld in Dordrecht [de-maarschalk.blogspot.com]

Chateaubriand & Napoleon [ 1 ]

Chateaubriand over Napoleon bezoekt het pesthuis in Jaffa
van Antoine-Jean Gros (1804)

GirodetIn het veertiende “boek” (eigenlijk hoofdstuk) van Mémoires d’Outre-Tombe beschrijft Chateaubriand zijn eerste ontmoeting met Napoleon in 1802. De schrijver had in datzelfde jaar grote bekendheid gekregen door de publicatie van zijn Génie du christianisme waarin hij het christelijk geloof herwaardeerde na een periode van atheïsme tijdens de Franse Revolutie. Napoleon was op het gebied van religie een opportunist die het grote succes van dit boek hoopte te gebruiken om de paus weer aan zijn kant te krijgen. Chateaubriand wijdt zes “boeken” aan Napoleon die hij lang na de dood van Napoleon schreef omstreeks 1838.
 
Aflevering 1: Napoleon in Jaffa (1799)
 
rechts: details uit portretten van Napoleon en Chateaubriand door Anne-Louis Girodet-Trioson

Twee jaar geleden schreef ik hier iets over het beroemde schilderij van Antoine-Jean Gros: Napoleon bezoekt het pesthuis in Jaffa. Dit beeld paste helemaal in de cultus die Napoleon als dictator rond zijn persoon had gecreëerd. Gros schildert een beeld van Napoleon als heiland.

De werkelijkheid was anders. Napoleons secretaris Bourrienne verklaart: “De bedden van de pestlijders bevonden zich aan de rechterkant in de eerste zaal. Ik liep naast de generaal (lees: Napoleon); ik verklaar hierbij dat ik hem niet een pestlijder heb zien aanraken. Hij liep snel door de zalen heen, terwijl hij met een karwats korte tikjes tegen de gele rand van zijn laars gaf. Met grote stappen doorlopend herhaalde hij steeds de volgende woorden:”Ik moet terug naar Egypte voordat de vijand daar aankomt.”

Gros
Antoine-Jean Gros 1804
Napoleon in het pesthuis in Jaffa in 1799 (detail)
Ik verklaar hierbij dat ik hem niet een pestlijder heb zien aanraken.

Napoleons secretaris Bourrienne over Napoleon in Jaffa

Chateaubriand schrijft in boek XIX van zijn memoires: “Wat moeten we nu aan met het prachtige schilderij van Gros? Wel dat blijft een meesterwerk van de schilderkunst.” Als romanticus beoordeelt Chateaubriand het kunstwerk dus op zijn esthetische kwaliteiten, niet op haar historische betrouwbaarheid. Net als Riefenstahl is Gros gezwicht voor de leugen van de dictatuur. Maar die leugen ziet er dan wel schitterend uit! De romantische esthetiek vindt in de uitspraak van Nietzsche misschien wel zijn bestemming: “Alleen als esthetisch fenomeen zijn het bestaan en de wereld voor eeuwig gerechtvaardigd”. Voorbij goed en kwaad, waarheid en leugen, historische nauwkeurigheid en idealisering, betrouwbaar nieuws en propaganda. Kortom: esthetiek boven ethiek.

Napoleon de Verlosser [ W&V ]

Op de barricaden

gelezen in Les Misérables (1862) van Victor Hugo

Place Charles de GaulleDe revoluties van 1789, 1830 en 1848 in Parijs gingen steeds gepaard met gevechten op de barricaden. Het Tweede Keizerrijk (1852-1870) wilde daar voortaan een einde aan maken. Dus werd besloten tot een grootschalige verbouwing, waarbij de oude infrastructuur van Parijs met smalle bochtige straten die nog uit de late Middeleeuwen dateerde, plaats moest maken voor een stervormig netwerk van brede avenues die allemaal samenkwamen op de Place de l’Etoile (sinds 1970 Place Charles de Gaulle) met de Arc de Triomph als stralend middelpunt.

Dit ambitieuze stedenbouwkundige plan had twee doelen: prestige en veiligheid. Onder baron de Hausmann (1809-1891), de perfect van het departement van de Seine ging Parijs in de jaren vijftig van de negentiende eeuw op de schop. Parijs heeft sindsdien een belangrijk deel van haar allure te danken aan deze stadsvernieuwing. La plus belle avenue du monde, de Avenue des Champs Elysées, werd oorspronkelijk dus niet aangelegd voor de jaarlijkse finale van de Tour de France of voor de jaarlijkse militaire parade op 14 juli. Samen met de andere boulevards heeft ze als doel om Parijs overzichtelijk te houden, waarbij de Place de l’Etoile het oog in een stedenbouwkundig panopticum vormt.

Les MisérablesVoor de rigoureuze stadsvernieuwingen tijdens het Tweede Keizerrijk had de Rive Droite (met name het achtste arrondissement) een heel ander karakter. Het was een labyrint van straatjes, een ideale biotoop voor revolutionairen. In het vierde deel van Les Misérables beschrijft Victor Hugo (naar hem is overigens een avenue in het 16e arrondissement genoemd) de junirevolutie van 1832. Hij was daar zelf getuige van (zie helemaal onder) en beschrijft tot in de details hoe het “in de barricade” was (zie onder). De revolutie van 1832 was een volksopstand en in feite een (mini)burgeroorlog.

“Franse revolutie!”
“Vuur!” werd er gecommandeerd.
Een rosse flits verlichtte de gevels aan de straat, alsof de deur van een oven werd geopend en snel weer gesloten. Het salvo daverde over de barricade. De rode vlag stortte neer. De kogels waren in een zo dichte regen neergekomen dat de stok was stuk geschoten. De eerste charge maakte diepe indruk in de barricade. De aanval was fel genoeg om de moedigsten tot nadenken te stemmen. Er leek minstens een regiment voor de barricade te staan.

uit het vierde deel van Les Misérables

Schnetz
Het schilderij van Jean-Victor Schnetz (Combat devant l’hôtel de ville) is veel minder bekend dan de beroemde allegorie ‘de vrijheid die het volk leidt’ van Eugène Delacroix maar geeft wel een realistischer beeld van de julirevolutie van 1830

Victor Hugo, who was thirty years old at the time, was in Tuileries Gardens writing a play on June 5, 1832. He heard the sounds of gunfire coming from the area of Les Halles and had to have the park-keeper let him out so he could leave the gardens. Hugo decided not to hurry back to his home and instead followed the sounds of the rebellion through Paris’s empty streets. He stumbled upon the barricades near Les Halles, unaware that much of his city had fallen into the control of the rebels for the short period of time. Hugo kept going north to rue Montmartre then towards Passage du Saumon. He ended up near rue du Bout du Monde, where he saw grilles on either side of the alleyway slammed shut. Surrounded by the many barricades, he hid himself between columns in the street where he stayed for about a quarter of an hour as the rebels and the French troops shot at each other.
Bron: historythings.com

De vrijheid van 1830 [ Woest & Vredig ]