Categorie archief: schilderkunst

Vedute di Roma [ 5 ]

Charles Louis Clerisseau (1721-1820)

Lang voordat de eerste ansichtkaart verscheen, ergens in de jaren zeventig van de negentiende eeuw, bestonden er al prentjes voor toeristen. In Italië, het land waar het toerisme ontstaan is, konden kunstschilders vaak goed verdienen met het produceren van vedute, meestal stadsgezichten, maar soms ook landelijke taferelen. De eerste toeristen waren vaak rijke Engelsen die halverwege de achttiende eeuw hun Grand Tour door Italië maakten.

Canaletto (1697-1768) was misschien de beroemdste veduteschilder uit de achttiende eeuw. Een minder bekende veduteschilder uit de achttiende eeuw is Giovanni Paolo Pannini (1691-1765). En de bekendste vervaardiger van de ansichtkaart avant la lettre is Giovanni Battista Piranesi (1720-1778). Zijn etsen konden in oplagen verspreid worden en vonden zo ook hun weg naar Engeland, waar de Engelse toeristen bij thuiskomst van hun Grand Tour deze vedute lieten zien, als illustratie bij hun reisverhalen.

Terwijl Canaletto topografisch verantwoorde schilderijen produceerde, namen Pannini en Piranesi het niet zo nauw met de werkelijkheid. Daarom is het woord veduta (een topografisch betrouwbaar stadsgezicht of landschap) bij hen vaak niet van toepassing. Ze gebruikten daarom het woord capriccio. Deze onderscheidt zich van de veduta doordat het een fantasiestuk is. Een schilder van een capriccio kan helemaal los gaan in zijn fantasie, maar baseert zich wel op bestaande antieke bouwwerken. Hij kan de triomfboog van Septimus Sevrus groter maken of combineren met andere ruïnes die niet op het Forum Romanum staan.

Het capriccio bestond al in de zestiende en zeventiende eeuw. Vorig jaar liet ik werk zien van Marco Ricci (1676-1730) die aan het begin van de achttiende eeuw werkzaam was. Hij schilderde zijn capricci met gouache.

clerisseau
Charles Louis Clerisseau and the genesis of Neoclassicism

Afgelopen week ontdekte ik het werk van Charles Louis Clerisseau (1721-1820). Deze architect en schilder maakte voor Catharina II van Rusland een serie capricci die zich nu in het Hermitage bevinden. Evenals Ricci werkte Clerisseau graag met gouache. Omdat dekverf alleen het oppervlaktelicht weerkaatst, ziet het werk er direct en fris uit.

Vedute di Roma [ 1 ] | Vedute di Roma [ 2 ] | Vedute di Roma [ 3 ] | Vedute di Roma [ 4 ]

Wiertz, Wauters en Wappers

gekocht bij de kringloopwinkel: De schilderkunst der Lage Landen (2007)

de schilderkunst der lage landen 3Soms heb je in de kringloopwinkel met boeken en platen geluk en vind je tussen alle bagger uiteindelijk toch het goud waarnaar je op zoek was. Het overkwam mij afgelopen weekend. Voor vijftien Euro kon ik de drie spiksplinternieuwe delen De schilderkunst der Lage Landen buit maken. Bij bol.com of boekwinkeltjes.nl betaal je meer dan honderd Euro hiervoor. Hoewel ik al jarenlang een “boekenquotum” in huis na te streven, komen er op deze manier toch weer meer nieuwe boeken bij dan ik voorzien had. Uiteraard ben ik blij met mijn nieuwste aanwinst. Ik ben begonnen in deel drie, vanwege mijn voorliefde voor de negentiende eeuw.

overzicht
Een bescheiden overzicht van ruim 80 Nederlandse (blauw) en Belgische (rood) schilders geboren tussen 1768 en 1846, ingedeeld in 15 categorieën [klik op afbeelding voor PDF]

De meeste Nederlandse schilders van de negentiende eeuw waren mij bekend maar verrassend genoeg kwam ik een aantal Belgische schilders tegen waar ik nog nooit van gehoord had: de landschapsschilders Théodore Fourmois (1814-1871), Francois Lamorinière (1828-1911) en Adriaan Joseph Heymans (1839-1921) bijvoorbeeld. Of de veduteschilder François Bossuet (1798-1889). En ook van de grote historieschilders Louis Gallait (1810-1887), Hendrik Leys (1815-1869), Gustaaf Wappers (1803-1874) en Antoine Wiertz (1806-1865) bleek ik veel werk niet te kennen. Niet alleen een naslagwerk erbij maar ook weer veel nieuwe kennis over de Belgische schilderkunst in de negentiende eeuw.

Tischbein

gezien op 17 december: Tischbein en de ontdekking van het gevoel
in het Rijksmuseum Twenthe – nog tot 19 januari 2020

catalogusHet Rijksmuseum Twenthe is in enkele jaren een van mijn favoriete musea voor schilderkunst geworden. Het museum verdient lof vanwege uitstekend verzorgde tentoonstellingen van schilders voor 1800. Precies drie jaar geleden zag ik Eindelijk, Lairesse! met een groots overzicht van deze schilder uit de late zeventiende eeuw. Door zijn classicistische glamour wordt er soms een beetje op hem neergekeken. Rembrandt ervaren we, als erfgenamen van Rousseau, als authentiek, maar de gepolijste schilderkunst in het laatste kwart van de zeventiende eeuw zijn we toch geneigd te beschouwen als kunstmatig en dus niet authentiek.

In het voorjaar van 2015 zag ik in het Rijksmuseum Twenthe Alexander Roslin. Portrettist van de aristocratie. Ook hier werd een schilder gepresenteerd die zich helemaal de gladde, Franse manier van schilderen had aangemeten. Alweer een schilder dus uit een periode in de schilderkunst die we vaak ten onrechte overslaan. Als een museum een tentoonstelling maakt over een schilder uit de achttiende eeuw, weet het al bij voorbaat dat het voor een select publiek is. Het is moedig dat het Rijksmuseum Twenthe telkens zijn neus durft uit te steken voor schilders uit de achttiende eeuw en vanwege mijn voorliefde voor de periode 1750-1850 heb ik veel waardering voor dit museum gekregen.

Op 17 december zag ik Tischbein en de ontdekking van het gevoel over de Hessische portretschilder Johann Friedrich August Tischbein (1750-1812). Tischbein liep vooruit op de romantiek. Je zou ook kunnen zeggen dat hij een van de eerste portretschilders was die onder invloed kwam van Jean-Jacques Rousseau. Zijn portretten tonen een groot verschil met die van de eerder genoemde Alexander Roslin (1718-1793). Roslin was van de generatie voor Tischbein en hoewel deze een tijdgenoot van Rousseau (1712-1778) was, zijn de opvattingen van Rousseau nooit bij Roslin doorgedrongen. Hij heeft ze in ieder geval nooit in de praktijk gebracht. Roslin was een schilder van het ancien regime, een van de schilderende lakeien van Versailles.

Tischbein brak met het formele portret zoals dat in de periode van het rococo gebruikelijk was. Rond 1780 begon hij grote opdrachten aan te nemen. In de jaren zeventig had hij veel gereisd, o.a. naar Parijs en Rome. In Rome ontmoette hij bijvoorbeeld de virtuoze schilder en zijn landgenoot Anton Raphael Mengs (1728-1779). Maar ook kwam hij in aanraking met Engelse portretschilders die in Rome waren neergestreken om er rijke Engelsen te portretteren op hun grand tour. Deze schilders werkten met een veel vrijere en lossere penseelstreek dan hofschilders als Alexander Roslin. Tischbein zal tijdens zijn verblijf in Rome zeker onder invloed zijn gekomen van de manier van schilderen van de Engelse portretschilders.

Deze grotere vrijheid hing samen met de nieuwe wind die er vanaf 1770 was gaan waaien. Europa was namelijk in de ban gekomen van Jean-Jacques Rousseau, de meest invloedrijke schrijver van de achttiende eeuw. Aan het begin van de jaren zestig had hij drie boeken geschreven, die bovenin de top tien staan van meest gelezen boeken van de achttiende eeuw: Julie, ou la nouvelle Héloïse (1761), Émile, ou De l’éducation (1762) en Du contrat social (1762). Rousseau stelde dat de mens van nature goed was maar dat de cultuur hem verdorven had gemaakt. Daarom zou de mens weer terug moeten keren naar de natuur. Natuur was het sleutelbegrip van Rousseau en werd dat ook van de Sturm und Drang en de Romantiek die daaruit voortkwam. Deze bewegingen waren, net als het sentimentalisme in de literatuur, een reactie op het rationalisme van de Verlichting.

Tischbein plaatste de geportretteerde graag buiten in de natuur, in gemakkelijke kleding en een ongedwongen houding. Dit informele portret was iets nieuws. Opdrachtgevers waren meestal mensen van aanzien die graag ook zo gezien wilden worden. Hun portretten zagen er altijd formeel en nogal plechtig uit. Maar op de portretten van Tischbein vanaf 1780 zien we ontspannen en vooral natuurlijke mensen. Rousseau bekritiseerde de cultuur en idealiseerde de natuur en zijn boodschap was ook bij de rijke burgerij aangekomen. Deze moest weinig hebben van de stijve etiquette van het ancien regime en wilde juist graag gezien worden als gewone, natuurlijke mensen. De ongedwongen portretten van Tischbein waren een groot succes, vooral onder de rijke burgers van Amsterdam waar hij aan het einde van de jaren tachtig was neergestreken.

echtpaarBoode1791
Johann Friedrich August Tischbein (1750-1812)
Jacob Hendrik Boode en zijn vrouw Catharina Antoinette Martin, 1791

Een van de mooiste portretten op de tentoonstelling is het dubbelportret van Jacob Hendrik Boode (1763-1826) en Catharina Antoinette Martin (1767-1848) uit 1791. Tischbein laat het jonge echtpaar zien alsof je ze met elkaar betrapt. Ze poseren niet, maar beleven eerder een intiem moment met elkaar. Dit dubbelportret demonstreert ook een ideaal uit de Verlichting, namelijk de gelijkheid tussen man en vrouw. Het echtpaar Boode is een modern echtpaar, ook al beleeft de Republiek in 1791 zijn laatste jaren onder Stadhouder Willem V (1751-1795) en de daarmee verbonden ouderwetse standenmaatschappij van de achttiende eeuw.

Dit dubbelportret deed mij onmiddellijk denken aan het beroemde dubbelportret van Monsieur et Madame Lavoisier in 1788 geschilderd door Jacques Louis David. Ook hier de ongedwongen, natuurlijke houding en het ideaal van gelijkheid tussen man en vrouw.

Echtpaar Lavoisier 1788
Jacques Louis David (1748-1825)
Monsieur et Madame Lavoisier, 1788
Echtpaar Boode 1791
Boode en zijn vrouw (detail)
Echtpaar 
 Lavoisier 1788
Monsieur et Madame Lavoisier (detail)

rijksmuseumtwenthe.nl

Ladro del sole

gezien in het Drents Museum Assen: Sprezzatura
Vijftig jaar Italiaanse schilderkunst (1860-1910) 2 juni t/m 3 november 2019

Eindelijk zagen we dan de schitterende tentoonstelling Sprezzatura in het Drents Museum in Assen. De gekozen periode (1860-1910) uit de Italiaanse schilderkunst sluit overigens prima aan bij de vaste collectie van dit museum die kunst en kunstnijverheid uit de periode 1885-1935 laat zien. Er is dus een overlap van 25 jaar, waarbij het “staartje” van Sprezzatura (schilderijen in de stromingen van het sociaal realisme, symbolisme, divisionisme en futurisme) aansluit op de romp van de vaste collectie.

Sprezzatura
Francesco Lojacono 1875
Veduta di Palermo (78 x 156 cm)

Het mooiste schilderij op Sprezzatura vond ik Veduta di Palermo uit 1875 van Francesco Lojacono, bijgenaamd Ladro del sole. Bij dit zonovergoten Siciliaanse landschap begrijp je waarom de Italianen hem ‘zonnedief’ zijn gaan noemen. Ik herkende onmiddellijk de iconische vorm van de Monte Pellegrino. In 2013 was deze berg, gezien door vier schilders, al eens op mijn blog te zien.

Sprezzatura
Francesco Lojacono 1875
Veduta di Palermo (detail)

Sprezzatura toont een grote diversiteit aan stijlen en stromingen. De periode 1860-1910 was niet alleen een tijd van grote veranderingen maar ook de periode waarin de moderne kunst ontstaat. Wanneer Edouard Manet in 1863 met het schandaal rond zijn schilderijen Le déjeuner sur l’herbe en l’Olympia de weg naar een nieuwe, directe kunst heeft gewezen, begint het avontuur van de moderne kunst. De schilderkunst komt in een stroomversnelling terecht waardoor allerlei -ismen zich razendsnel opvolgen. Men heeft nauwelijks tijd om op adem te komen.

Sprezzatura
Michaela voor het vierluik Symfonie van de maan (1899) van Plinio Nomelli

Op deze tentoonstelling zien we enkele van die stromingen rond 1900 de revue passeren. De laatste divisie van Sprezzatura eindigt met symbolisme en divisionisme. Het bovenstaande vierluik van Plinio Nomelli uit 1899 behoort tot het symbolisme. Dit is een grensoverschrijdende stroming die vaak raakvlakken heeft met poëzie en muziek. De titel Symfonie van de maan en de poëtische sfeer getuigen daarvan.

Sprezzatura [ drentsmuseum.nl ]

geruststellende Biedermeier

opnieuw gezien: Victoria II-1: A soldier’s daughter (2017)

VictoriaHet eerste seizoen van Victoria (2016) volgde dezelfde periode als de film The young Victoria (2009), van haar kroning in 1837 tot de geboorte van haar dochter Victoria (‘The Royal Princes’) in 1840. De art direction in de eerste elf episoden is van Tanya Bowd. (inmiddels opgevolgd door Niki Longmuir). Op de website architecturaldigest.com zien we een aantal Victoriaanse interieurs die door Tanya Bowd ontworpen zijn.

De benaming Victoriaans die we voor de periode 1837-1901 zijn gaan gebruiken, is overigens geen stijlaanduiding. Tijdens de lange regeerperiode van koningin Victoria was er een opeenvolging van neostijlen, waarbij in Engeland vooral de neogotiek (ca. 1840- ca.1870) veel invloed had. Maar ook Biedermeier komen we in Victoria’s interieurs veel tegen. Victoria was immers de dochter van een Duitse prinses en Albert van Saksen-Coburg was natuurlijk zelf een Duitser.

Biedermeier vertegenwoordigde hét levensgevoel van de Restauratie.

Biedermeier vertegenwoordigde hét levensgevoel van de Restauratie en keerde zich af van de pracht en praal van de achttiende eeuw. Huiselijke eenvoud en intimiteit, daar ging het om. Biedermeier stelde ook gerust in een tijd die onder hoogspanning stond, want de moderniteit wilde via het liberalisme binnendringen. Dat werd door alle vorstenhuizen in Europa in de eerste helft van de negentiende eeuw als zeer bedreigend ervaren.

De tv-serie Victoria laat naast al dat geruststellende Biedermeier ook zien wat er mis is in de Victoriaanse tijd. Het tweede seizoen begint in januari 1842 en de eerste beelden die we te zien krijgen komen niet uit Buckingham Palace maar uit Afghanistan. Daar was sinds 1838 namelijk een oorlog aan de gang, die bekend zou worden als de Eerste Brits-Afghaanse Oorlog.

In november 1841 dwong Mohammed Akbar Khan de Britten om zich terug te trekken. Aanvankelijk gebeurde dit ook, maar door onenigheid onder de Afghanen, maakten de Britten pas op de plaats. Op 23 december liet Akbar Khan de Britse leiders vermoorden waarop de definitieve terugtrekking op 6 januari 1842 begon. Daarbij werden ze aangevallen door omwonende Afghanen, al dan niet met steun van de autoriteiten in Kaboel, die de Britten juist een vrijgeleide hadden beloofd. Veel soldaten sneuvelden of werden krijgsgevangen gemaakt. Op 12 januari hielden de Britten bij Gandamak hun last stand. Slechts één overlevende, dr. William Brydon, wist op 13 januari veilig Jalalabad te bereiken. Daar sprak hij de legendarisch woorden “I am the army”.

Last stand at Gandamak
Last stand at Gandamak, January 1842
door William Barnes Wollen, 1898

De beelden uit het onherbergzame Afghanistan contrasteren enorm met de knusse interieurs in Buckingham Palace waar Queen Victoria het slechte nieuws uit Afghanistan verneemt. Met de Eerste Brits-Afghaanse Oorlog wordt er ook een parallel met het heden getrokken. Ook toen al liet een westerse grootmacht zich Afghanistan inzuigen en liep het verkeerd af.

Maar de oorlog in Afghanistan is niet het enige contrast dat in Victoria gebruikt wordt. Veel dichterbij huis, in de sloppenwijken van Londen, kwijnen de arbeiders weg in bittere ellende. Karl Marx, die na de revolutie van 1848 in 1850 naar Londen vlucht heeft deze aan den lijve ondervonden en schreef zijn magnum opus in de stad waar Victoria resideerde, daarbij gebruik makend van de bibliotheek van het British Museum. En in Ierland sterven tussen 1845 en 1849 honderdduizenden van de de honger, terwijl Engeland het rijkste land was dat de wereld tot dan toe gezien had.

A soldier’s daughter [ imdb.com ]

Lodewijk de Laatste

vandaag is het 195 jaar geleden dat Lodewijk XVIII (1755-1724) overleed

Vandaag precies 195 jaar overleed Lodewijk XVIII, de laatste Lodewijk van Frankrijk. Hij was de zoon van Lodewijk Ferdinand (1729-1765) en werd geboren als Lodewijk Stanislaus Xaverius. Zijn vader was de troonopvolger van Lodewijk XV (1710-1774) maar overleed al in 1765. Toen Lodewijk XV in 1774 stierf, werd hij opgevolgd door zijn oudste kleinzoon Lodewijk XVI (1754-1793). Met het koningschap ging de guillotine aan Lodewijk Stanislaus Xaverius voorbij. Na de mislukte vlucht van naar Varennes van zijn broer en schoonzuster Marie-Antoinette op 21 juni 1791, vluchtte hij naar Brussel. Overigens niet voor de laatste keer, want tijdens de Honderd Dagen in 1815 moest hij weer hals over kop vluchtten, ditmaal naar Gent.

Lodewijk XVIII
De Restauratie verzette zich tegen de vooruitgang. François Gérard, de schilder van dit staatsieportret, grijpt terug naar het Ancien Régime en negeert de Franse Revolutie volkomen. Lodewijk XVIII krijgt dezelfde behandeling als de Zonnekoning.
Lodewijk XVIII in ballingschap (1792-1814)
Lodewijk XVI werd onthoofd in 1793 tijdens de revolutie. Lodewijk XVIII was toen reeds gevlucht naar Brussel en daarna naar Westfalen en verklaarde zich tot regent van Frankrijk voor zijn minderjarige neef Lodewijk XVII. Dit kind was een gevangene van de revolutionairen en zou nooit regeren. Toen Lodewijk XVII in 1795 op tienjarige leeftijd onvindbaar was, verklaarde Lodewijk XVIII zichzelf tot koning. Hij woonde achtereenvolgens in Pruisen en in Verona in Italië en had te kampen met eenzaamheid en geldzorgen. Waar hij kwam moest hij smeken om gastvrijheid en financiële hulp. Uiteindelijk bood tsaar Paul van Rusland hem een paleis aan te Mittau in Koerland, vanwaar hij tevergeefs probeerde bij buitenlandse hoven belangstelling voor zijn zaak te wekken. Hij kon er wel een mini-hofhouding met een honderdtal trouwe hovelingen op na houden. In 1807, bij de Vrede van Tilsit tussen Napoleon en de nieuwe tsaar Alexander, werd hij gedwongen het vasteland van Europa te verlaten. Hij besefte dat hij nu slechts de keuze had tussen een ballingschap in Amerika of in het Verenigd Koninkrijk en bovendien was zijn relatie met zijn broer Karel, die reeds in Engeland woonde, slecht. De Britse regering had Lodewijk het liefst gehuisvest in Schotland, ver van Londen, om te voorkomen dat hij politieke invloed zou uitoefenen, maar dankzij de Britse koninklijke familie kon hij in het noorden van Essex blijven, op voorwaarde dat hij niet aan politiek zou doen. Zelfs werd hem verboden te titel van koning van Frankrijk te gebruiken.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Na de val van Napoleon keerde Lodewijk Stanislaus Xaverius terug uit ballingschap en werd in 1814 koning Lodewijk XVIII van Frankrijk. De Bourbons waren na 22 jaar weer in ere hersteld. Hij werd de achttiende Lodewijk omdat Lodewijk XVII, het kind van Lodewijk XVI en Marie-Antoinette in 1795 in gevangenschap was gestorven. Omdat de Restauratie de Franse Revolutie terugdraaide, werd Lodewijk XVII met terugwerkende kracht erkend als wettige koning van Frankrijk, ook al heeft hij door de Franse Revolutie nooit kunnen regeren. Zijn beide ooms volgden hem op. Na de dood van Lodewijk XVIII werd zijn andere oom Karel X (1757-1836) koning van Frankrijk.

Karel X
Ook opvolger Karel X was tussen 1824 en 1830 nog bereid om zich als Prins Carnaval te laten portretteren. Het absolutisme was in de negentiende eeuw belachelijk geworden. Louis Philippe liet zich na de Revolutie van 1830 portretteren in burgerkleding in plaats van een hermelijnen mantel. En een paraplu nam de plaats in van de scepter.

Karel X was de jongste broer van de in 1793 vermoorde koning van Frankrijk. Een koning Lodewijk zou er in Frankrijk nooit meer komen, hoewel Lodewijk Anton (1775-1844), de zoon van Karel X na 1830 als Lodewijk XIX nog aanspraak maakte op de troon.

historiezucht

gisteren gekocht: Historiezucht (2013) van Marita Mathijsen
De obsessie met het verleden in de negentiende eeuw

HistoriezuchtSommige boeken zijn mij op het lijf geschreven. En soms begint dat al bij de titel. Bij het doorbladeren van Historiezucht voelde ik mij helemaal thuiskomen. Marita Mathijsen kent de verslaving aan de negentiende eeuw. (Je bent gelukkig nooit de enige die hier mee besmet is.) In haar aangename en speelse stijl spreekt ze over een ‘epidemie’ om de negentiende eeuwse obsessie voor geschiedenis te beschrijven. Deze ‘epidemie’ brak los aan het begin van de negentiende eeuw en zou leiden tot de democratisering van het verleden. Voor 1800 was geschiedenis het domein van de kerk en adel geweest en van vermogende liefhebbers, daarna werd geschiedenis van ons allemaal.

De natiestaat ontdekte het verleden, het eigen verleden in het bijzonder, als een belangrijk middel om het volk nationaal bewustzijn bij te brengen en op te voeden tot burgerschap. Vaderlandse geschiedenis is een product van het nationalisme in de negentiende eeuw. Daarvoor werd er neergekeken op het verleden, als iets dat oud en afgedankt was. Op de stenen van ruïnes liepen de ploegen stuk. De boer wierp die oude rommel aan de kant en ploegde voort. Totdat er archeologen op zijn akker kwamen die hem erop wezen dat er vroeger een oud kasteel op zijn land had gestaan. Marita Mathijsen vertelt er in de inleiding smakelijk over. Wanneer de boer zich bewust wordt van wat die oude rotzooi op zijn land vertegenwoordigt, namelijk nationaal erfgoed, slaat zijn afkeer voor afgedankte rommel om in trots. “Die stenen benne nog van het kasteel van de heren!”

In eeuwige verstrengeling
Op de omslag van Historiezucht staat het schilderij Les ombres de Francesca da Rimini et de Paolo Malatesta apparaissent à Dante et à Virgile van Ary Scheffer uit 1835. Het is een illustratie bij de Goddelijke Komedie van Dante. In de Divina Commedia komen Dante en Vergilius (rechts afgebeeld) in de tweede kring van de hel, waar ze onder anderen Paolo en Francesca tegenkomen. De zielen van beide verdoemden worden voortgedreven door de stormachtige wind, die als metafoor dient voor de wispelturige gevoelens van de twee overspeligen. Ze worden voor eeuwig voortgejaagd in hun verstrengeling. De keuze voor deze afbeelding op de omslag heeft een dubbele boodschap. Het schilderij behoort tot de historische schilderkunst en deze illustreert de obsessie van de negentiende eeuw met het verleden. Daarnaast drukt de eeuwige verstrengeling van de twee lichamen ook de innige verstrengeling uit van de actualiteit met het verleden.

Ary Scheffer 1835
Ary Scheffer Paolo en Francesca (1835)
De eeuwige verstrengeling van de twee overspeligen is een metafoor van de innige verstrengeling van de actualiteit met het verleden. Terwijl het dier trouw is aan het heden, gaat de mens steeds vreemd met zijn verleden.
Historiezucht kan de lezer doen duizelen, zoveel feitjes en weetjes worden met elkaar in verband gebracht. Nooit is deze informatiedichtheid echter een bezwaar. Kundig en vol humor neemt Mathijsen de lezer bij de hand; het is haar grote verdienste dat dit lijvige boek goed leesbaar blijft. Persoonlijke anekdotes uit Mathijsens jeugd en menselijke portretten wisselen de cultuurhistorische beschrijvingen af. Zo ontmoeten we bijvoorbeeld dichter Jacob van Dijk die in 1789 het eerste literatuuroverzicht schreef voor het Nederlandse taalgebied. Door zijn halsstarrige weigering wijzigingen door te voeren, verwerd hij tot een voetnoot in de literatuurgeschiedenis.
 
Bron: nexus-instituut.nl

Historiezucht [ vantilt.nl ]