Categorie archief: schilderkunst

Petits faits vrais

gelezen: De Slag (2018) van Ivan Gil en Frédéric Richaud
naar de gelijknamige roman uit 1997 van Patrick Rambaud

Voor zijn roman La Bataille heeft Patrick Rambaud zich intensief gedocumenteerd. Hij maakte niet alleen gebruik van gedetailleerde verslagen van gevechtshandelingen maar vooral ook van talloze anekdotes van veteranen. Zo verwerkte hij het voorval van de infanterist die zijn hoofd werd afgerukt door een kanonskogel. De gouden Napoleons die hij in zijn halsdoek genaaid vlogen de andere infanteristen om de oren. Of het gegeven dat er bouillon getrokken werd van paardenvlees op smaak gebracht met buskruit. Naast deze ‘petits faits vrais’, zoals Stendhal ze noemde, zijn er ook de ‘grote’ feiten. Wanneer we in een standaardwerk over Napoleon lezen over de Slag bij Aspern-Eßling komen we deze tegen. Zowel Andrew Roberts als Adam Zamoyski maken melding van een aantal feiten tijdens of rondom deze veldslag. Deze komen we ook tegen in de roman van Patrick Rambaud en in de bewerking van Ivan Gil en Frédéric Richaud.

De Slag
de drie delen van de graphic novel De Slag (2018)

Allereerst de line up. Voordat een (militair) historicus verslag doet van een veldslag, moet hij eerst weten wie de hoofdrolspelers zijn. Zoals ik al eerder schreef, komen de Oostenrijkers niet in beeld. Alleen hun opperbevelhebber, aartshertog Karl, zien we heel even vanuit de verte. La Bataille wordt beschreven vanuit verschillende posities in het Franse kamp. Allereerst de hoofdpersoon Louis-François Lejeune, een kolonel van 34 die tevens kunstschilder is. Rambaud heeft zijn hoofdpersoon slim gekozen. Lejeune was tijdens de Slag bij Aspern-Eßling verbindingsofficier. Hij moest dus boodschappen doorgeven tussen Napoleon en zijn generaals.

Via Lejeune maken we dus kennis met alle hoofdrolspelers in deze veldslag. Allereerst Napoleon zelf en zijn chef-staf Louis Alexandre Berthier die steeds bezorgd is dat Napoleon zich op het slagveld te kwetsbaar opstelt. Vervolgens zijn belangrijkste generaal André Masséna met de koosnaam ‘L’Enfant chéri de la Victoire’ die de leiding heeft in het dorpje Eßling, het meest strategische punt in de veldslag. Drie maanden later zal hij op de veertigste verjaardag van Napoleon de titel Prins van Eßling ontvangen.

Dan is er nog een hele reeks generaals en officieren onder wie Lannes, Sainte-Croix, Lasalle, Espagne, Saint-Cyr, Molitor, Legrand, Carra, Perigord, Dorsenne, Boudet, Saint-Hilaire en Pouzet. Drie generaals zullen sneuvelen: Espagne, Saint-Hilaire en Lannes. Vooral het verlies van Jean Lannes viel Napoleon zwaar. Ze waren sinds het Beleg van Toulon (1793) met elkaar bevriend.

Boutigny 1894
Paul-Émile Boutigny (1853-1929) schilderde dit tafereel (detail van een schilderij uit 1894) waarin Napoleon zijn zwaargewonde vriend Jean Lannes bezoekt, nadat een kanonskogel zijn been verbrijzeld had. Lannes zou tien dagen na de veldslag aan zijn verwondingen overlijden.

Bij een historische roman is het altijd de vraag of hoe vrais de faits zijn. Klopt het of heeft de schrijver de geschiedenis naar zijn eigen hand gezet? In ieder geval vond ik twee feiten die niet helemaal waar zijn. In het verhaal wordt een 17-jarige Duitse jongen opgevoerd die Napoleon zo hartgrondig haat dat hij hem persoonlijk wil vermoorden. Deze jongen heeft werkelijk bestaan en heette Friedrich Stapß. Op 12 oktober, vlak voor de ondertekening van de Vrede van Schönbrunn zou hij in een mislukte aanslag Napoleon met een mes hebben willen aanvallen. Hij werd door Napoleon persoonlijk ondervraagd en kon gratie krijgen. Maar Friedrich Stapß toonde geen berouw en werd ter dood gebracht. Deze gebeurtenis is in La Bataille verwerkt, maar vindt plaats voor de Slag bij Wagram op 5 en 6 juli 1809. Dat klopt dus niet.

Ook de excommunicatie van Napoleon door paus Pius VII die beantwoord werd met zijn arrestatie valt in de roman net iets te vroeg. De excommunicatie was op 10 juni maar de gevangenneming van Pius VII kwam pas op 6 juli nadat Napoleon bij Wagram de Oostenrijkers verslagen had.

Meynier 1812
Charles Meynier schilderde een tafereel (detail van een schilderij uit 1812) na de terugtrekking van de Fransen op het eiland Lobau in de Donau. Napoleon bezoekt de gewonden van de Slag bij Aspern-Eßling en wordt voorgesteld als een messiaanse figuur.

Het laatste restje romantiek

gisterenavond gezien op NPO 2: Een Hollander in Parijs: Ary Scheffer

Ary SchefferAls er aandacht is voor Nederlandse schilders in het Parijs van de negentiende eeuw, dan richt deze zich vrijwel altijd op het belle epoque, het laatste kwart van de negentiende eeuw tot aan de Eerste Wereldoorlog. Toen begon het spannende avontuur van de moderne kunst: bekende Nederlandse schilders in Parijs waren Jongkind, Van Dongen en natuurlijk Van Gogh. Ook al is dit inmiddels een uitgekauwde geschiedenis, het grote publiek lijkt er niet genoeg van te kunnen krijgen.

Daarom vind ik het een dapper initiatief van de NPO om eens aandacht te besteden aan Nederlandse schilders in Parijs in de eerste helft van de negentiende eeuw. Wat moet het grote publiek zich daarbij voorstellen? Was dat niet de periode van de Biedermeier, van zoete sentimentele plaatjes? En zitten we daar tegenwoordig niet met onze rug naar toegekeerd? Ja, dat klopt. En dat is best wel jammer, want eigenlijk geven we onze ogen dan niet de kans om eens echt te kijken naar de schilderkunst uit de eerste helft van de negentiende eeuw.

Dante en Vergilius
Ary Scheffer 1854
Francesca da Rimini en Paolo Malatesta aanschouwd door Dante en Vergilius (Hamburger Kunsthalle)

Presentator Philip Freriks kan er blijkbaar niet omheen zijn verhaal over Ary Scheffer op te leuken met sappige anekdotes, o.a. over “kakken op een Frans schijthuis rond 1830″ of met kreten als “een man met geheimen” of kwijlerige vragen als “dus hij was best wel een rebel?”. Het is onvermijdelijk dat kunst op televisie zo behandeld wordt. Een programma over Ary Scheffer, die toch vooral bekend geworden is met mierzoete voorstellingen, is een gewaagde onderneming. Daarom wordt er ook een koppeling gemaakt naar de moderne kunst. Pat Andrea legt uit dat Scheffer abstracties, lege ruimten en kleurstellingen gebruikte waarin hij vooruitloopt op de moderne kunst. Gelukkig maar, hadden we bijna iets verkeerds gegeten…

Met Ary Scheffer lopen we het Parijs in waar de rust nog lang niet is weergekeerd. Parijs is in burgeroorlog. En Ary Scheffer bevindt zich in het centrum van de macht. Al beweren de geschiedenisboeken anders, hij was degene die Louis Philippe d’Orleans in 1830 op de troon zette. Scheffer was een uitgesproken persoonlijkheid, en dat staat in schril contrast met zijn mierzoete schilderijen. Kunstenaar Pat Andrea laat zien wat het talent van Ary Scheffer was. In zijn tijd een ware ster, maar nu zo goed als vergeten. Ook de kunst is onderhevig aan modegrillen.
 
Bron: npostart.nl

Hij staat gestandbeeld in Dordrecht [de-maarschalk.blogspot.com]

Chateaubriand & Napoleon [ 1 ]

Chateaubriand over Napoleon bezoekt het pesthuis in Jaffa
van Antoine-Jean Gros (1804)

GirodetIn het veertiende “boek” (eigenlijk hoofdstuk) van Mémoires d’Outre-Tombe beschrijft Chateaubriand zijn eerste ontmoeting met Napoleon in 1802. De schrijver had in datzelfde jaar grote bekendheid gekregen door de publicatie van zijn Génie du christianisme waarin hij het christelijk geloof herwaardeerde na een periode van atheïsme tijdens de Franse Revolutie. Napoleon was op het gebied van religie een opportunist die het grote succes van dit boek hoopte te gebruiken om de paus weer aan zijn kant te krijgen. Chateaubriand wijdt zes “boeken” aan Napoleon die hij lang na de dood van Napoleon schreef omstreeks 1838.
 
Aflevering 1: Napoleon in Jaffa (1799)
 
rechts: details uit portretten van Napoleon en Chateaubriand door Anne-Louis Girodet-Trioson

Twee jaar geleden schreef ik hier iets over het beroemde schilderij van Antoine-Jean Gros: Napoleon bezoekt het pesthuis in Jaffa. Dit beeld paste helemaal in de cultus die Napoleon als dictator rond zijn persoon had gecreëerd. Gros schildert een beeld van Napoleon als heiland.

De werkelijkheid was anders. Napoleons secretaris Bourrienne verklaart: “De bedden van de pestlijders bevonden zich aan de rechterkant in de eerste zaal. Ik liep naast de generaal (lees: Napoleon); ik verklaar hierbij dat ik hem niet een pestlijder heb zien aanraken. Hij liep snel door de zalen heen, terwijl hij met een karwats korte tikjes tegen de gele rand van zijn laars gaf. Met grote stappen doorlopend herhaalde hij steeds de volgende woorden:”Ik moet terug naar Egypte voordat de vijand daar aankomt.”

Gros
Antoine-Jean Gros 1804
Napoleon in het pesthuis in Jaffa in 1799 (detail)
Ik verklaar hierbij dat ik hem niet een pestlijder heb zien aanraken.

Napoleons secretaris Bourrienne over Napoleon in Jaffa

Chateaubriand schrijft in boek XIX van zijn memoires: “Wat moeten we nu aan met het prachtige schilderij van Gros? Wel dat blijft een meesterwerk van de schilderkunst.” Als romanticus beoordeelt Chateaubriand het kunstwerk dus op zijn esthetische kwaliteiten, niet op haar historische betrouwbaarheid. Net als Riefenstahl is Gros gezwicht voor de leugen van de dictatuur. Maar die leugen ziet er dan wel schitterend uit! De romantische esthetiek vindt in de uitspraak van Nietzsche misschien wel zijn bestemming: “Alleen als esthetisch fenomeen zijn het bestaan en de wereld voor eeuwig gerechtvaardigd”. Voorbij goed en kwaad, waarheid en leugen, historische nauwkeurigheid en idealisering, betrouwbaar nieuws en propaganda. Kortom: esthetiek boven ethiek.

Napoleon de Verlosser [ W&V ]