Categorie archief: film

meesterlijke adaptie

opnieuw gezien: The Magnicficent Ambersons (1942) van Orson Welles

The Magnicficent AmbersonsNadat ik The Magnicficent Ambersons weer eens gezien had en nog voordat ik het boek ging lezen, las ik het essay van Molly Haskell ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de roman in 2018. Velen zullen net als ik eerst het tweede meesterwerk van Orson Welles (op rij!) gezien hebben en daarna pas het boek hebben gelezen.

De roman uit 1918 sluit tegenwoordig de lijst 100 best novels van Modern Library af. Toch wordt het boek in bekendheid overtroffen door de verfilming van Orson Welles uit 1942. Als de filmmaatschappij de oorspronkelijke film niet zo rigoureus had ingekort (François Truffaut noemde dit het ‘mutilated masterpiece‘) dan voerde deze film wellicht samen met Citizen Kane de lijst 100 Greatest American Movies of All Time aan van the American Film Institute. Nu komt de film niet hoger dan een 242e plaats.

Nog altijd is er onder de liefhebbers van het werk van Orson Welles een soort rouw over de 43 minuten die verloren zijn gegaan doordat RKO-pictures de oorspronkelijke film “met een grasmaaier” had bewerkt, zoals Welles zelf ooit zei. Nooit meer zullen we een director’s cut van The Magnicficent Ambersons te zien krijgen, want de filmmaatschappij vernietigde het materiaal. Gelukkig is het oorspronkelijke scenario van Orson Welles bewaard gebleven. Dit final shooting script geldt nog altijd als een van de beste adapties van een roman naar en filmscenario ooit gemaakt.

Het geheim van het script van Orson Welles is dat hij zo dicht mogelijk bij Booth Tarkington gebleven is. Welles zei er zelf over: “If the film of Ambersons”has any quality, a great part of it is due to Tarkington. What doesn’t come from the book is a careful imitation of his style. I can’t pay enough tribute to Tarkington.” Veel beschrijvingen uit de roman worden overgenomen in de voice over (net als in Citizen Kane uitgesproken door Welles zelf). Ook dialogen uit het boek worden in de film letterlijk overgenomen. Martin Scorcese zou Orson Welles hierin volgen door in het filmscenario van The Age of Innocence (1993) de roman van Edith Wharton vaak letterlijk te volgen, zowel in de voice over als in de dialogen.

The Magnificent Ambersons
George Minafer (Tim Holt) laat de vriend van zijn moeder Eugene Morgan (Jospeh Cotton) niet binnen.

Toch is de verfilming van The Magnificent Ambersons een zelfstandig kunstwerk en geen filmische kopie van het boek. Filmcriticus Joseph Egan schrijft: “The film version of The Magnificent Ambersons is Booth Tarkington but — and this but is what makes all the difference — it is Tarkington filtered through the cinematic sensibilities of Orson Welles and in the process becomes an Orson Welles film.”

Nu is een film natuurlijk nooit alleen het werk van de regisseur. Voor de cinematografie is vooral de cameraman verantwoordelijk. Gregg Toland, de meesterlijke cameraman van Citizen Kane, was voor het draaien van The Magnificent Ambersons niet beschikbaar. Welles bracht toen Stanley Cortez binnen, maar doordat deze te langzaam werkte, werd hij vervangen door Harry J. Wild. Deze was dus verantwoordelijk voor de fotografie van deze stijlvolle film.

Daarnaast verdienen production designer/art director Albert S. D’Agostino en set decorator Darrell Silvera het om genoemd te worden. Alleen al het gigantische trappenhuis van de Victoriaanse mansion van de Ambersons dat telkens terugkeert, is een technische prestatie. Hier is de invloed van het Duitse expressionisme evident. Welles geeft zijn cameraman de vrijheid met cinematografische acrobatiek in en om het trappenhuis.

Net als in Citzen Kane of de openingsshot van Touch of evil (1958) zoekt Welles graag het uiterste van een camerabeweging op en maakt hij er soms een sport van om een take zo lang mogelijk te maken. Maar hij stelt het kunst-en-vliegwerk altijd in dienst van het doel en dat is in dit geval de ‘nauwgezette’ verfilming van de roman. Sommige scenes hebben overigens geen cinematografische vertaling meer nodig, omdat Tarkington ze zelf al visualiseert. Een mooi voorbeeld is de onderstaande scene, als George Minafer de deur voor Eugene Morgan heeft dichtgeslagen.

The Magnificent Ambersons
Nadat George Minafer de deur gesloten heeft, blijft Eugene Morgan voor de deur staan alsof hij nog een keer wil aanbellen. Hij vervaagt achter het matglas. Deze visualisering van het verdwijnen van een ongewenste persoon uit iemands leven is een cinematografische vondst. Maar wél bedacht door Booth Tarkington die dit moment letterlijk beschrijft!

themagnificentambersons.com

metafysisch schaakspel

gisteren gezien: Het zevende zegel (1957)

het zevende zegelVorige week zondag overleed de wereldberoemde Zweedse acteur Max von Sydow. Hij werd bijna 91 jaar. Von Sydow speelde van 1949 tot 2018 in meer dan honderd films en zijn carrière als acteur duurde dus bijna zeventig jaar. Hij werd vooral bekend door zijn samenwerking met regisseur en landgenoot Ingmar Bergman (1918-2007). De meest iconische filmscène die hij speelde, was ongetwijfeld de schaakpartij met de dood in Het zevende zegel. Omdat het thema van deze film (de Zwarte Dood) samenvalt met actualiteit (overlijden van Max Sydow en de corona pandemie) besloot ik Het zevende zegel (1957) eindelijk eens te gaan zien. Films van Ingmar Bergman zouden loodzwaar zijn. Voor Persona (1966) geldt dat zeker, maar Het Zevende Zegel heeft ook heel levendige en lichte scenes die Jean Renoir geregisseerd zou kunnen hebben.

In het Bergmanesque universum is een apocalyptische tijd de intensivering van (elke) tijd. Want staat de dood niet altijd op ons te wachten? Leven we niet per definitie in een eindtijd, ook zonder de pest? Het bewustzijn van de sterfelijkheid, werd door Martin Heidegger bijna honderd jaar geleden als het Sein-zum-Tode aan de menselijke existentie vastgeklonken. Het existentialisme verspreidde dit ‘memento mori in een modern jasje’ over het intellectuele leven rond het midden van de twintigste eeuw.

Doordat Het zevende zegel zich in de middeleeuwen afspeelt, brengt Bergman het universele van zijn thema naar voren. De “afgrondelijkheid van het bestaan” die voelbaar wordt als de mens zich met zijn naakte existentie geconfronteerd ziet, bestond in de middeleeuwen evengoed als nu. De veilige haven van de Kerk die we op de middeleeuwen kunnen projecteren, werd door de middeleeuwse mens vaak net zo betwijfeld als door de moderne mens voor wie de hemel nu op aarde aan scherven zou liggen.

Bergman voert zo’n mens ten tonele, de ridder Antonius Block die na tien jaar kruistocht samen met zijn schildknaap Jöns terugkeert naar huis. Hij is gedesillusioneerd geraakt door alles wat hij heeft gezien en meegemaakt. Hij is een gevoelige ziel die gekweld wordt door zingevingsvragen. Net als de moderne mens die geen genoegen neemt met een oppervlakkig leven.

Geloof is een kwelling. Het is alsof je van iemand houdt die in het donker is maar die nooit verschijnt, hoe hard je ook roept.

Antonius Block

Helemaal in het begin van de film heeft Antonius Block op het strand een persoonlijke ontmoeting met de dood, terwijl zijn schildknaap Jöns ligt te slapen. (Dat laatste is overigens niet zonder betekenis.) Block begrijpt dat de dood hem komt halen en vraagt deze om uitstel. “Dat vragen ze allemaal”, zegt de dood, “maar ik doe niet aan uitstel”. Toch laat de dood zich overhalen tot een schaakpartij. Als Antonius Block deze partij wint, belooft de dood hem vrijuit te laten gaan. De ridder daagt de dood dus uit.

Dan begint er een tweede verhaal. Bergman introduceert drie rondreizende komedianten Jof, Mia en Skat. Deze zorgen voor lichtheid na het donkere begin. De apocalyptische tijd (overal lijden en sterven mensen aan de pest) waarin zij leven lijkt geen enkel vat te hebben op hun levenslust.

Als contrast zien we later in het verhaal een groep pelgrims die een boeteprediker en flagellanten volgen. Zij leggen de nadruk juist op de angst voor de dood, werpen zich in het stof, geselen zichzelf. De zwarte dood is volgens hen de straf van God omdat we onverbeterlijke zondaars zouden zijn en ons niet werkelijk willen bekeren.

het zevende zegel
De komedianten en de boetelingen als de tegenpolen van het clair-obscur van de condition humaine.

Anders dan de Hollywoodfilm die het contrast gebruikt om goed tegenover kwaad te plaatsen, gebruikt Bergman het contrast juist om grijstinten te mengen. De vrolijkheid van de komedianten is als het wit te verkiezen boven het zwart van de angst van de pelgrims, maar diep in de ziel blijken deze grondstemmingen intens met elkaar verstrengeld. Een scene die dit goed illustreert is de ontmoeting in de kerk tussen Jöns en een frescoschilder waarin de laatste uitlegt waarom hij taferelen schildert waarin de dood triomfeert.

Frescoschilder: Waarom moet je mensen altijd gelukkig maken? Het is misschien een goed idee om ze af en toe bang te maken.
Jöns: Dan sluiten ze hun ogen en weigeren te kijken.
Frescoschilder: Ze zullen kijken. Een schedel is interessanter dan een naakte vrouw.
Jöns: Als je ze bang maakt …
Frescoschilder: Dan denken ze.
Jöns: En dan?
Frescoschilder: Ze zullen banger worden.

Het zevende zegel is een auteursfilm bij uitstek, omdat Ingmar Bergman door de personages zijn eigen persoonlijke zoektocht zo krachtig laat zien. Zijn alter ego, ridder Antonius Block, is een vertwijfelde idealist die geen genoegen wil nemen met een zwijgend universum. Zijn schildknaap Jöns is juist een realist en pragmaticus. Hij heeft geleerd zichzelf met bijtende spot te beschermen tegen een harde wereld waarin geen zin te ontdekken valt. Maar ook Jöns is een alter ego van Bergman. De regisseur voert beide contrasterende persoonlijkheden op als twee kanten van dezelfde persoon, iets dat hij in zijn andere meesterwerk Persona (1966) zal herhalen, maar dan met twee vrouwen in de hoofdrollen.

En toen Het (Lam) het zevende zegel geopend had, werd er een stilzwijgen in den hemel, omtrent van een half uur. En ik zag de zeven engelen, die voor God stonden; en hun werden zeven bazuinen gegeven. En er kwam een andere engel, en stond aan het altaar, hebbende een gouden wierookvat; en hem werd veel reukwerks gegeven, opdat hij het met de gebeden aller heiligen zou leggen op het gouden altaar, dat voor den troon is. En de rook des reukwerks, met de gebeden der heiligen, ging op van de hand des engels voor God. En de engel nam het wierookvat, en vulde dat met het vuur des altaars, en wierp het op de aarde; en er geschiedden stemmen, en donderslagen, en bliksemen, en aardbeving.
 
Openbaringen 8: 1-11

Essay van Brian Eggert op deepfocusreview.com

De neven

gisteren gezien op TV5: Les cousins (1959) van Claude Chabrol

les cousins 1959Les cousins (1959) was de tweede film van Claude Chabrol. Ook hier speelt het thema van twee jongemannen die elkaar weer tegenkomen en een tijdje met elkaar optrekken. Ditmaal zijn het geen oude vrienden, zoals in Le beau Serge, maar twee neven, zoals de filmtitel aangeeft. De hoofdrollen in Les cousins worden, net als in Le beau Serge, gespeeld door Gérard Blain en Jean-Claude Brialy.

Het verhaal is even eenvoudig als de filmtitel. Wat de sociale interactie boeiend maakt, zijn de tegenstrijdige karakters van de twee neven Paul en Charles. Paul is een doorgewinterde bohemien die leeft in een appartement in Parijs en meer geniet van de meisjes dan van zijn studie. Zijn neef Charles is vanuit de provincie naar Parijs gekomen voor zijn rechtenstudie en mag bij Paul zijn intrek nemen. Paul’s vriend Clovis, een dertiger met een drankprobleem, komt vaak over de vloer. Net als Paul leidt deze een dandy-achtig bestaan. Als Charles verliefd wordt op Florence, verwijderen de neven zich steeds verder van elkaar en worden de verschillen nog groter.

les cousins 1959
Waar ik erg van genoten heb, is de scene waarin Paul en Charles in een open sportwagen over de Champs-Élysées rijden. Prachtig om het Parijs van 1959 in zwart-wit te zien. Je mag mij daarvoor wakker maken.

Het verhaal van deze nouvelle vague film kon mij niet echt boeien. Ik kijk liever naar de beelden en in het bijzonder naar het tijdsbeeld. Dat is iets dat er automatisch insluipt en dus geen verdienste van Chabrol. Het existentialistische sfeertje van de nouvelle vague voelt na zestig jaar nogal gedateerd aan. De lichtheid en de levendigheid van Les cousins, die mij herinnert aan de films van Jean Renoir, wordt afgewisseld met existentiële zwaarte, maar de verbinding tussen beide polen voel ik niet, waardoor het eerder ingrediënten van de film worden, dan dat ze de film dragen.

Les cousins [ imdb.com ]

De mooie Serge

gezien op TV5: Le beau Serge (1958) van Claude Chabrol

le beau Serge 1958Samen met de vorig jaar overleden Frans filmregisseuse Agnes Varda (1928-2019) en Jean-Luc Godard (1930) stond Claude Chabrol (1930-2010) aan de wieg van de nouvelle vague in Frankrijk. Chabrol wordt vaak als de theoretische grondlegger van deze beweging gezien. Hij was oorspronkelijk filmcriticus en voordat hij op zijn 27e zelf begon te filmen, schreef hij samen met Eric Rohmer (1920-2010) in 1957 een studie over de films van Hitchcock. Chabrol onderging zo sterk de invloed van deze grote filmregisseur dat hij vaak “de Franse Hitchcock” genoemd wordt.

le beau Serge
stills uit Le beau Serge 1958

De Franse zender zendt deze maand zijn eerste films uit. Vrijdag keek ik naar zijn debuutfilm Le beau Serge (1958) en vanavond is Les cousins (1959) aan de beurt, opnieuw met Gérard Blain en Jean-Claude Brialy in de hoofdrollen. In Le beau Serge viel mij de fraaie zwart-wit cinematografie op, met veel oog voor licht-donkerverhoudingen en close ups. Net als Hitchcock was Chabrol duidelijk beïnvloed door de Duitse film uit de jaren twintig met zijn sterke visuele expressies.

Le beau Serge [ imdb.com ]

Urban gothic [ 3 ]

verfilmingen van Les mystères de Paris

les mysteres de Paris 1962De beroemde roman-feuilleton Les mystères de Paris van Eugene Sue werd in de pionierstijd van de film in Frankrijk maar liefst driemaal verfilmd. Een korte verfilming in 1909, een langere in 1912 en in 1922 volgde een derde verfilming in 12 episoden. De roman paste goed in het melodrama dat in die jaren zo populair was. In 1935 verscheen de eerste verfilming met geluid en in 1957 een Italiaanse verfilming. Daarna volgden nog twee bewerkingen: een Franse film in 1962 en tenslotte in 1980 nog een miniserie op de Franse televisie.

Les mystères de Paris verscheen oorspronkelijk als een vervolgverhaal in le journal des débats. Tussen 19 juni 1842 en 15 oktober 1843 hield het de lezers van deze krant zestien maanden lang bezig. Het was de voorloper van de televisieserie waar “iedereen” naar kijkt, een verschijnsel dat inmiddels tot het verleden behoort. Het publiek in de jaren veertig van de negentiende eeuw was gek op misdaadverhalen en het genre van de urban gothic was daardoor erg populair.

les mysteres de Paris 1922
Les mystères de Paris 1922

Ik lees Les mystères de Paris als een Krimi uit de negentiende eeuw. De Parijse onderwereld en de wereld van de aristocratie worden door Eugene Sue spannend met elkaar vermengd. De geheimen van de aristocratie blijken verstrengeld met die van criminelen. De hoofdpersoon (Rodolphe) is een aristocraat die incognito durft af te dalen in de onderwereld van Parijs. Daarbij vertrouwt hij op zijn fysieke kracht. De Nederlandse titel van de verfilming uit 1962 heette dan ook De markies met de ijzeren vuist.

Beeld van het Wilde Westen [ 5 ]

opnieuw gezien: She wore a yellow ribbon (1949)

Samen met Sergio Leone was John Ford (1894-1973) de bekendste regisseur van westerns. Ford was de eerste die het iconische Monument Valley op de grens van Utah en Arizona als filmdecor koos. Hij schiep daarmee een van de iconen van het Wilde Westen. She wore a yellow ribbon (1949) is de middelste film uit de zogenaamde cavalry trilogy die begint met Fort Apache (1948) en wordt afgesloten met Rio Grande (1950). Zeven jaar geleden schreef ik al iets over deze film. Ik keek eergisteren terug, vooral vanwege de kleurenfotografie van Winton C. Hoch (1905-1979), een pionier op het gebied van de kleurenfilm. Voor het filmwerk voor She wore a yellow ribbon won Hoch in 1949 de academy award voor de beste cinematografie. Het jaar daarvoor had hij deze prijs ook al gekregen en in 1952 won hij zijn derde oscar samen met Archie Stout.

winton hoch 1949
De scene van de cavalerie in een onweersbui in Monument Valley is bekend geworden om een controverse tussen regisseur John Ford en zijn cinematograaf Winton Hoch. De laatste zag het niet zitten, maar Ford stond erop dat er gefilmd werd. Hoch meende dat het te donker was geworden om te filmen, maar daardoor zijn de opnamen sfeervol geworden.
Although the film’s cinematographer, Winton Hoch, won an Academy Award for his work, filming was not a smooth creative process because of conflicts with Ford. Ironically one of the most iconic scenes from the film was created during a dispute. As a line of cavalry rode through the desert, a real thunderstorm grew on the horizon. Hoch began to pack up the cameras as the weather worsened only for Ford to order him to keep shooting. Hoch argued that there was not enough natural light for the scene and, more importantly, the cameras could become potential lightning rods if the storm swept over them. Ford ignored Hoch’s complaints; completing the scene as the thunderstorm rolled in, soaking the cast and crew. Hoch later had filed a letter of complaint against Ford with the American Society of Cinematographers over the filming of this scene.
 
en.wikipedia.org

Pruikentijd op Prime Time

gezien op ZDF: Terra X – Ein Tag in Paris 1775 Ein Tag im Leben
des Perückenmachers Léonard Minet van Jochen Ruderer en Sigrun Laste

MinetHoewel Robespierre na 1789 een pruik bleef dragen, maakte de Franse Revolutie abrupt een einde aan de pruikentijd. De pruik gold voor het revolutionaire Frankrijk als hét symbool van het decadente ancien régime. Een florerende bedrijfstak, met name in Parijs (rond 1775 waren er meer dan 800 ateliers waar pruiken gefabriceerd werden), ging na 1789 vrijwel geheel verloren. Het docudrama Ein Tag in Paris 1775 – Ein Tag im Leben des Perückenmachers Léonard Minet dat het Duitse ZDF in februari van dit jaar uitzond, draait de klok terug naar 1775. We volgen een dag lang de fictieve pruikenmaker Léonard Minet.

Paris in 1775
still uit Ein Tag in Paris 1775 – Ein Tag im Leben des Perückenmachers Léonard Minet in februari 2019 uitgezonden op het ZDF

Historici, antropologen én pruikenmakers geven daarbij commentaar zodat we een prima indruk krijgen van de pruikenmakersbranche aan de vooravond van de Franse Revolutie. De makers hebben waarschijnlijk bewust voor het jaar 1775 gekozen. Lodewijk XVI was het jaar daarvoor zijn grootvader Lodewijk XV opgevolgd als koning van Frankrijk. Hij resideerde net als zijn voorgangers in het Château de Versailles. De hofcultuur had daar een graad van decadentie bereikt, die zich rond 1775 vooral zou uiten in de extravagante dameskapsels.

Ein Tag in Paris 1775

Der Terra X-Film Ein Tag in Paris 1775 schildert den Alltag des jungen Perückenmachers Léonard Minet, der gegen das starre Klassendenken rebelliert und heimlich Damenfrisuren kreiert. Zur Zeit des Ancien Régime gilt es selbst in der Modestadt Paris für einen Friseur als unschicklich, einer Frau die Haare zu machen. Den talentierten Léonard Minet (Max Hegewald) kümmert das nicht. Der Film erzählt, wie es ihm gelingt, Hoffriseur von Versailles zu werden. (Bron: crush.de)

Ein Tag in Paris 1775 [zdf.de/dokumentation/terra-x]