Categorie archief: animatie

ze was weer even terug …

gelezen in De Gids: Hoe vroeger voelde van Ian Buruma

Met Koninginnedag leek het prozaïsche Veenendaal even veranderd in Rio toen de koninklijke familie er afgelopen maandag op bezoek was. De horeca in de Sandenbrinkstraat had er wellicht op aangedrongen om het stijfburgerlijke imago dat aan Veenendaal kleeft aan de kant te schuiven met een samba. En zo schalde op deze zonnige voorjaarsdag Mas que Nada door de straat om de koninklijke benen wat losser te maken. “Mas que nada, Sai da minha frente, Eu quero passar , Pois o samba está animado, O que eu quero é sambar.” Je hoeft er geen Portugees voor te kennen om de boodschap te verstaan.

Sergio Mendes & Brasil´66
Mas que Nada

De samba deed Michaela stralen. “Signor Rossi!” riep ze heel blij, “Signor Rossi!”. “Het is Sergio Mendes” verbeterde ik haar en toen begon ik te twijfelen. Had ze ooit met een Italiaan op de samba van Sergio Mendes gedanst? Het bleek onschuldiger. Signor Rossi was een figuurtje uit een tekenfilmserie die in het begin van de jaren zeventig op de Duitse televisie werd uitgezonden. Het was getekend in een wat achteloze cartoon modern stijl en net als de Pink Panther had het een swingende intro. Op youtube liet Michaela mij het beginfilmpje van Signor Rossi zien met de samba Viva La Felicita van de Italiaanse componist Franco Godi. Het was mij ineens duidelijk waarom Mas que Nada haar bij Signor Rossi had gebracht.

Signor Rossi Theme 1960-1974
Viva La Felicita van Franco Godi

De volgende dag las ik in De Gids de Kousbroeklezing van Ian Buruma: Hoe vroeger voelde. In de nostalgie gaan we terug naar het gevoel dat we vroeger hadden. Toen Michaela via Mas que nada het gevoel van Viva La Felicita kreeg, was ze weer terug bij dat gevoel van veertig jaar geleden. Ze was zélf weer even terug, dat blije meisje dat van binnenuit straalt.

Nostalgie is een verlangen, niet zozeer om daadwerkelijk terug te zijn in de verleden tijd, want dat zou absurd zijn, maar om een gevoel uit het verleden terug te vinden; niet hoe het werkelijk was, maar hoe het voelde.

Ian Buruma in zijn Kousbroeklezing

De GidsRudy Kousbroek was een onvermoeibare promotor van het redelijke verstand. Nochtans werd hij om het op zijn Kousbroekiaans te zeggen, opvallend vaak overmand door zijn gevoelens, met name het gevoel van weemoed. Het geluid van een oude Franse auto, een foto van een dier, een geur die hem herinnerde aan Indië, en hij was weer even terug, als het ware. Nostalgie is een verlangen, niet zozeer om daadwerkelijk terug te zijn in de verleden tijd, want dat zou absurd zijn, maar om een gevoel uit het verleden terug te vinden; niet hoe het werkelijk was, maar hoe het voelde.
 
Bron: Hoe vroeger voelde door Ian Buruma in De Gids

I’m just drawn that way

zaterdagmiddag gezien op BBC1: Who framed Roger Rabbit (1988)

Who framed Roger RabbitIn de Disneyklassieker Mary Poppins uit 1964 zijn speelfilm en tekenfilm geraffineerd in elkaar geschoven. Een van de leukste momenten uit die film is de scene met Dick van Dyke die danst met getekende pinguïns. Deze pinguïns zouden 24 jaar later weer terugkeren in Who framed Roger Rabbit net als veel andere figuren uit de tekenfilmgeschiedenis. De wederzijdse doordringing van tekenfilm en speelfilm gaat in laatstgenoemde film nog verder dan in Mary Poppins. De wereld van de cartoon is namelijk niet alleen getekend maar ook zwaar over the top, vooral als het om leedvermaak gaat. Een burleske slapstick van Laurel en Hardy is een understatement naast het sadistische universum van Tom en Jerry, Bugs Bunny of Tweetie. Voortdurend wordt er door muren en plafonds gevlogen, in afgronden gelazerd, verpletterd en geroosterd. Roger Rabbit overkomt het allemaal en als lijdend voorwerp is hij zo aanstekelijk, dat ook Eddie Valiant (Bob Hoskins) eraan moet geloven. Maar in een tekenfilm heeft een kat wel negentig levens en ook een geroosterd konijn loopt even later weer rond met zwart geblakerde oren en verschroeide snorharen.

Who framed Roger Rabbit is in meerdere opzichten knap gemaakt. Een legertje animators heeft een heel arsenaal tekenfilmcliché’s toegepast. Daarbij is de set decorator ook niet lui geweest; het tijdsbeeld is bijzonder overtuigend gereconstrueerd. Het verhaal speelt zich af in Los Angelos anno 1947. Het is niet alleen de gouden tijd van de tekenfilm, maar ook van de film noir. Het scenario van Who framed Roger Rabbit is eigenlijk een klassiek film noir scenario.

De film speelt zich af in het Los Angeles van 1947. In de realiteit waarin de film zich afspeelt, wonen tekenfilmpersonages, “Toon“ genaamd, in dezelfde wereld als “echte“ personages. Een deel van Los Angeles is zelfs geheel aan hen gegeven en staat bekend als Toontown. Een van de bekendste Toons is het konijn Roger Rabbit, die de ster is van zijn eigen tekenfilmreeks. De laatste tijd kan hij zich echter niet concentreren op zijn werk. Om te ontdekken waarom, huurt R.K. Maroon, de studiobaas en eigenaar van Maroon Cartoons, de chagrijnige privé-detective Eddie Valiant in. Eddie was ooit een van de bekendste detectives van Hollywood. Hij en zijn broer Teddy hielpen honderden Toons met hun problemen. Sinds Teddy enkele jaren geleden door een Toon werd vermoord, koestert Eddy een diepe haat tegen tekenfilmfiguren. Al snel verkrijgt Eddy fotografisch bewijs dat Roger’s vrouw, Jessica Rabbit (die anders dan haar naam doet vermoeden geen konijn is maar een mens), een relatie heeft met Marvin Acme, de eigenaar van de Acme Company en van Toontown. Wanneer Roger dit ontdekt, is hij razend en zweert zijn vrouw terug te zullen krijgen.
 
Bron: nl.wikipedia.org

De vamp Jessica Rabbit is duidelijk geïnspireerd door Gilda/Rita Hayworth (1946), misschien wel hét stijlicoon én sekssymbool van de jaren veertig.

Rita Hayworth en Jessica Rabbit
I’m just drawn that way
Rita Hayworth als Gilda (1946) heeft model gestaan voor de vamp Jessica Rabbit
I„m not bad.
I„m just drawn that way.
Jessica Rabbit: You don’t know how hard it is being a woman looking the way I do.
Eddie Valiant: You don’t know how hard it is being a man looking at a woman looking the way you do.
Jessica Rabbit: I’m not bad. I’m just drawn that way.
(meer citaten uit de film)

Who framed Roger Rabbit [ imdb.com ]

geanimeerde crisis

The Crisis of Credit Visualized van Jonathan Jarvis

In de afgelopen week zag ik twee documentaires over de Krediet Crisis: The Flaw van David Sington en The Inside Job van Charles Ferguson. In beide documentaires zien we naast de vele talking heads evenzovele grafieken, animaties en infographics waarin we uitgelegd krijgen hoe het prijsmechanisme werkt, waarom zeepbellen zo riskant zijn en wat Subprime Mortages, Collateralized Debt Obligations (CDO’s) en Credit Default Swap (CDS’s) zijn. Via een forum kwam ik bij de flashanimatie The Crisis of Credit Visualized van Jonathan Jarvis die alles in één keer duidelijk maakt.

flashanimatie van Jonathan Jarvis
[met Google Ad: Interesse in derivaten?]

crisisofcredit.com

laissez-faire, laissez-passer

gisterenavond gezien: The Flaw (2010) van David Sington
What happens when the rich get richer?

Bekroonde documentaire van de Brit David Sington over de kredietcrisis en hoe het allemaal heeft kunnen gebeuren. Wat ging er mis op de Amerikaanse vastgoedmarkt? Waarom werkt “de onzichtbare hand” (als de prijzen stijgen, daalt de vraag) meestal niet op de effectenmarkt? Sington ziet de toenemende inkomensongelijkheid als een bron van economische instabiliteit en als aanjager van een meltdown op de effectenbeurzen. De documentaire heeft daarom als ondertitel: What happens when the rich get richer? Net als bij de kredietcrisis was aan de crash van 1929 een grote inkomensongelijkheid voorafgegaan waardoor een zeepbel-economie was ontstaan. Op een kritisch moment spatte de zeepbel uit elkaar. Iedereen verloor geld, maar vooral de gewone man met een torenhoge hypotheek, die de prijs van zijn eigen woning zag kelderen, was de dupe. The Flaw prikt de mythe van de vrije markt en het blinde vertrouwen in “marktwerking” (laissez-faire, laissez-passer) definitief door. De “onzichtbare hand” die volgens het neoliberalisme van de jaren negentig de financiële markten had moeten reguleren, bleek vooral een graaiende hand.

The Flaw van David Sington trailer
De “onzichtbare hand“ die volgens het neoliberalisme van de jaren negentig de financiële markten had moeten reguleren, bleek vooral een graaiende hand.
Drie jaar nadat de financiële crisis wereldwijd toesloeg, lijkt er niets veranderd te zijn. De overheid en het huidige politieke systeem blijven in grote mate afhankelijk van de financiële sector. Een sector die niet in staat lijkt te zijn om de veranderingen door te voeren en hun zaken transparanter te maken in een wereld waarin de rijken steeds rijker worden. Filmmaker Sington wil dat er dingen veranderen. In deze film probeert hij uit te leggen wat de onderliggende oorzaak van de afgelopen crisis is. Bekende economen en experts komen aan het woord, zoals vastgoedexpert Robert Shiller, winnaar van de Nobelprijs Joseph Stiglitz en historisch econoom Louis Hyman. Verder legt Sington zijn oor te luister bij kenners van Wallstreet. Slachtoffers van de crisis komen ook aan het woord, zoals Ed Andrews, economisch verslaggever bij de New York Times. Met een ironische knipoog wisselt Sington de interviews af met korte animaties en reclames uit de periode tussen de jaren dertig en zestig.
 
Bron: hollanddoc.nl
It’s Everybody’s Business
In de documentaire zijn verschillende animatiefilmpjes uit de jaren vijftig en zestig te zien waaronder It’s Everybody’s Business 1954 in een swingende “cartoon modern” stijl.

The Flaw is permanent te zien op hollanddoc.nl

theflawmovie.com

kleigoed

vorige week met Michaela gezien: Wallace and Grommit
The Curse of the Were Rabbit (2005)

Ontzettend leuk vermaak voor jong en oud. Terechte winnaar van de Academy Award 2006 in de categorie Beste Animatiefilm.

the making of The Curse of the Were Rabbit

wallaceandgromit.com

geknipt voor de film

gezien op BBC 2: Anatomy of a murder (1959)
met openingsanimatie van Saul Bass en Duke Ellington

Twee weken geleden zond de BBC 2 The man with the golden arm (1955) uit van Otto Preminger. Grafisch vormgever Saul Bass had met de openingsanimatie met uitgeknipte vormen de aandacht getrokken en in de jaren daarop werd hij veel gevraagd voor andere films. In 1959 maakte hij weer de openingsanimatie voor een film van Otto Preminger. In Anatomy of a murder (1959) krijgen de uitgeknipte vormen extra kracht door een ‘autopsie met een schaar’ op het silhouet van een vermoorde man. Gestyleerde silhouetten waren in de tweede helft van de jaren vijftig erg populair. Denk maar eens aan het silhouet van de Schaduw ontworpen door Dick Bruna voor de pockets van Havank.

openingsgeneriek van Saul Bass
met muziek van Duke Ellington

Via de bovenstaande video op Youtube kwam ik de onderstaande openingsanimatie tegen uit Catch me if you can (2002). Het is een prachtige herinterpretatie van de eenvoudige stijl waarmee Saul Bass eind jaren vijftig beroemd werd. Een goed voorbeeld van postmodern hergebruik. Op de website artofthetitle.com zijn stills te bekijken.

Catch me if you can (2002)
openingsanimatie door Kuntzel en Deygas

Een van de aardige bijkomstigheden van Anatomy of a murder is dat we James Stewart weer zien, nadat hij voor North by Northwest door Alfred Hitchcock was afgedankt. Na Rear Window, The man who knew tot much en Vertigo zien we hem in zwart-wit. Het wagenpark is sinds Vertigo nauwelijks veranderd en op de Internet Movie Car Data Base hebben liefhebbers 28 modellen gespot.

James Stewart
Anatomy of a murder (1959)
James Stewart en op de achtergrond o.a. een Buick Special (1955) Bron: imcdb.org

Forget the film, watch the titles! [ watchthetitles.com ]

er was eens … [ 1 ]

Kay Nielsen (1886-1957) uit Denemarken
 

De periode 1870-1930 wordt wel eens The Golden Age of Illustration genoemd. Door het populaire Edwardian Gift Book was het geïllustreerde sprookjesboek in Engeland tot een uitzonderlijk hoog niveau gekomen. De meeste tekenaars die zo’n honderd jaar geleden actief waren, stonden onder invloed van het symbolisme en Jugendstil met zijn geaccentueerde lijnenspel. In deze serie vijf van deze illustratoren uit vijf verschillende landen die in hun unieke beeldtaal bekende sprookjes en sagen visualiseerden: Kay Nielsen, Edmund Dulac, Arthur Rackham, Ivan Bilibin en Harry Clarke.

Kay Nielsen was a Danish illustrator who was popular in the early 20th century, the “golden age of illustration” which lasted from when Daniel Vierge and other pioneers developed printing technology to the point that drawings and paintings could be reproduced with reasonable facility, He joined the ranks of Arthur Rackham and Edmund Dulac in enjoying the success of the gift books of the early 20th century. This fad lasted until roughly the end of World War I when economic changes made it more difficult to make a profit from elaborately illustrated books.
Nielsen
illustratie van Kay Nielsen
Kay Nielsen studied art in Paris from 1904 to 1911, and then lived in England from about 1911 to 1916. He received his first English commission from Hodder & Stoughton to illustrate a collection of fairytales, providing 24 colour plates and more than 15 monotone illustrations – In Powder and Crinoline, Fairy Tales Retold by Sir Arthur Quiller-Couch, 1913. In the same year, Nielsen was also commissioned by The Illustrated London News to produce a set of four illustrations to accompany the tales of Charles Perrault – with the images for ‘Le Belle au Bois Dormant’ (‘Sleeping Beauty’), ‘Le Chat Botté’ (‘Puss in Boots’), ‘Cendrillon’ (‘Cinderella’) and ‘La Barbe Bleue’ (‘Bluebeard’) being published in the 1913 Christmas Edition. A year later, he also provided 25 colour plates and more than 21 monotone images for the children’s collection East of The Sun West of The Moon, old tales from the North, 1914. The colour images for both In Powder and Crinoline and East of the Sun and West of the Moon were reproduced by a 4-colour process – in contrast to many of the illustrations prepared by his contemporaries that characteristically utilised a traditional 3-colour process. In 1914, too, Nielsen produced at least three illustrations depicting scenes from the life of Joan of Arc (when published later in the 1920s, those images were associated with relevant text from The Monk of Fife).
 
Bron: en.wikipedia.org

Walt Disney verzamelde voor zijn tekenfilms de grootste talenten die hij kon vinden. Vaak waren dat illustratoren van sprookjesboeken. Voor de achtergronden in Sneeuwwitje (1937) had hij gekozen voor de stijl van de Engelse illustrator Arthur Rackham. Een paar jaar later, tijdens de productie van Fantasia, werd de bekende Deense illustrator Kay Nielsen aangetrokken als art director. Zijn stijl werd gebruikt voor de twee laatste composities in Fantasia: Nacht op de Kale Berg van Modest Moessorgsky en Ave Maria van Franz Schubert.

Voor Night on Bald Mountain uit Fantasia (1940) liet meesteranimator Vadimir Tytla zich inspireren door de stijl van Kay Nielsen die in 1939 art director was bij The Walt Disney Company
Night on Bald Mountain/Ave Maria is the final segment of Fantasia, following the music of the same name by Modest Moussorgsky and Franz Schubert. Deems Taylor introduces it as the conflict between the profane (represented by Night on Bald Mountain) and the sacred (represented by Ave Maria). At Walpurgis Night (the Witches’ Sabbath), Chernabog, god of evil, emerges from the peak of Bald Mountain (in reality Mount Triglaf, near Kiev in southern Russia) to summon all of his minions, including ghosts, demons, hags and harpies, who dance furiously as he throws them into the mountain’s fiery pit. Chernabog is driven away by the light of the dawn, and a procession of figures walks up a hill to witness a sunrise. It is perhaps the most famous sequences in Fantasia, if not, second to The Sorcerer’s Apprentice. The sequence showcases the animation of Vadimir Tytla and the style of Kay Nielsen, as well as the longest shot ever produced in the multi-plane camera (in the procession).
 
Bron: disney.wikia.com

nielsen.artpassions.net | artsycraftsy.com | Kay Nielsen [ surlalunefairytales.com]