Categorie archief: natuur

Het wilde Oosten

gisterenavond gezien op Arte: Black Robe (1991)

black robeDe meeste westerns spelen zich af in de periode 1850-1890 en dus in de tijd dat de territoria in de Far West aan het Amerikaanse grondgebied werden toegevoegd. Eerst trokken de pioniers van Saint Louis via de trails naar het Westen; vlak na de Civil War kwam de eerste transcontinentale spoorweg tot stand. Daarna ging het hard met de kolonisatie van de Far West. Rond 1890 bestond het Wilde Westen niet meer, maar bleef tot in de jaren zeventig van de twintigste eeuw voortleven in de western.

De exploratie van het Westen in de tweede helft de eeuw is waarschijnlijk de meest belichte episode in de Amerikaanse geschiedenis. Een enkele keer wordt er iets verder teruggegrepen in die eeuw, bijvoorbeeld in The Revenant (2015) een film die zich afspeelt in 1823. Films die nog verder de geschiedenis induiken en zich afspelen in de koloniale tijd, zijn er natuurlijk ook. Maar dan zijn het geen westerns meer. Eigenlijk zouden die films easterns moeten heten, omdat ze zich afspelen aan de Amerikaanse oostkust. De achttiende eeuw, en uiteraard de Amerikaanse Onafhankelijkheidsstrijd krijgen hier de meeste aandacht. Maar er zijn ook films die zich afspelen in de zeventiende eeuw. Het Amerikaanse continent was toen nog een uitgestrekte wildernis met alleen aan de kust een enkele koloniale nederzetting, handelspost of militaire versterking.

Een film die een poëtisch beeld geeft van de eerste encounters tussen westerlingen en natives is The New World (2005) van Terrence Malick. Deze film speelt zich af in en rond Jamestown, de eerste permanente nederzetting van de Engelsen (en de kiem van de staat Virginia), die al in 1607 werd gesticht. De ongerepte Amerikaanse wildernis moet voor de eerste kolonisten op een aards paradijs hebben geleken. Betoverend mooi. Maar intussen levensgevaarlijk.

De ongerepte Amerikaanse wildernis moet voor de eerste kolonisten op een aards paradijs hebben geleken. Betoverend mooi. Maar intussen levensgevaarlijk.

Dit beeld van het pre-koloniale Amerika komt ook naar voren in de film Black Robe (1991). Het verhaal speelt zich iets later af dan dat van The New World en het toneel ligt een stuk noordelijker, namelijk in Quebec. Dit gebied werd zoals bekend niet door de Engelsen gekoloniseerd maar door de Fransen. Een veel gehoorde kritiek is dat er in de film Engels gesproken wordt (naast het Algonkisch). Ik zag de film op Arte met Franse nasynchronisatie dus het kwam voor mij gelukkig authentiek over.

black robe
de verafgelegen missiepost in het gebied van de Huron

Black robe is gebaseerd op de gelijknamige roman van Brian Moore uit 1985. Het verhaal gaat over een jezuïet die afreist naar een verafgelegen missiepost in het gebied van de Huron. Hij wordt daarbij begeleid door een groep Algonkin.

Net als in The Revenant wordt het harde bestaan in de uitgestrekte besneeuwde wildernis heel concreet gemaakt. Vanuit de luie stoel zijn de landschappen schitterend om naar te kijken, maar je zou voor geen goud in de schoenen willen staan van de pioniers en missionarissen die de wildernis moesten doorkruisen. De natuur was niet de enige vijand. Als je in handen van de Irokezen viel, dan belandde je rechtstreeks in de hel. De reden waarom westerlingen toch voor deze levensgevaarlijk wildernis kozen, was divers. Meestal ging het om winstbejag. Avontuurlijke pelsjagers die zaken deden met de plaatselijke indianenstammen werden gedreven door hebzucht, terwijl de meeste missionarissen die het evangelie aan de inheemse Amerikaanse volkeren wilden verkondigen juist uit idealisme handelden.

Het mooie van Black Robe (zwartrok) is dat er nergens geoordeeld wordt over de missiedrang van de westerlingen. Het huidige standpunt is dat we vreemde culturen vooral zichzelf moeten laten zijn en niemand onze eigen cultuur en religie en al helemaal niet het eigen gelijk moeten opdringen. Vanuit dit standpunt ligt een oordeel snel klaar. De westerlingen zouden hun cultuur en christelijke geloof aan de vreemde volken hebben opgedrongen. Dat was natuurlijk ook regelmatig het geval, maar het was zeker niet altijd zo zwart-wit. Deze film laat zien dat missionering niet synoniem is met het opdringen van het geloof of het dwingen tot bekering

black robe
stills uit Black Robe (1991)

Ook laat Black Robe een veel genuanceerder beeld zien van de relatie tussen de westerlingen en de inheemse bevolking. Vaak worden we verleid tot een zwart-wit beeld: de Europeanen en de indianen. Daarbij wordt dan vergeten dat DE indianen, overigens de Europese benaming van de oorspronkelijke bewoners van Amerika, eigenlijk nooit bestaan hebben. In werkelijkheid ging het om honderden veelal nomadische volkeren die over het hele continent verspreid leefden in ontelbare stammen. Deze stammen stonden soms op voet van oorlog met elkaar, net als de kolonisators overigens. De tegenstelling Europeanen vs. Indianen geeft dus helemaal geen goed beeld. Daarbij stimuleert het een denken in termen van “wij-zij”, waarbij “wij” de agressors zijn en “zij” de slachtoffers. Natuurlijk kwam dit nogal eens voor, maar in werkelijkheid is het verhaal van de kolonisatie van Amerika veel genuanceerder.

In Black Robe zien we dat er in 1634 al innige vriendschappen bestonden tussen de Europeanen en inheemse bewoners van Amerika. Soms werd er zelfs samen gestreden tegen vijandige stammen. Wanneer er oorlogen waren tussen de stammen, ging het bijna altijd om jachtgronden. Europeanen waren dus niet de enigen die om territorium vochten. Ook stonden inheemse volken ook open voor het christelijk geloof en namen ze dit vrijwillig aan. Daarbij versmolt het vaak met elementen uit hun eigen natuurreligie. Black Robe laat uiteraard maar één episode zien in de koloniale geschiedenis van Amerika, en in deze periode waren de Europeanen nog erg zwak waren en sterk afhankelijk van een symbiose met de oorspronkelijke bewoners. De wederzijdse afhankelijkheid van autochtone Amerikanen en allochtonen (westerlingen) laat zien dat de symbiose tussen volkeren met een volstrekt andere cultuur vaak vreedzamer is geweest dan het eenzijdige “wij-zij” verhaal ons vertelt.

Black Robe [ imdb.com ]

Beeld van het Wilde Westen [ 6 ]

gisteren gezien op BBC 2: The Searchers (1956)

Eindelijk zag ik gisteren The Searchers, het meesterwerk van John Ford (1894-1973) uit 1956 en een van de beste westerns ooit gemaakt. Ik keek vooral voor de fotografie van Winton C.Hoch (1905-1979) met de weergaloze landschappen van Monument Valley. Regisseur David Lean bestudeerde deze voor zijn Lawrence of Arabia (1962) waarin desolate woestijnlandschappen naast de acteurs ook een belangrijke rol spelen.

The Searchers
still uit The Searchers 1956

Zoals ik al eens eerder opmerkte in Beeld van het Wilde Westen zie ik de western als een voortzetting uit de 20e eeuw van het landschap in de Amerikaanse schilderkunst van de 19e eeuw, met name die van de Hudson River School. De schilders van deze school wilden het majestueuze van de Amerikaanse wildernis tot uitdrukking brengen. Dit deden ze op reusachtige doeken en daarmee liepen ze al vooruit op het witte doek van de 19e eeuw. Hun landschappen waren letterlijk exhibitionistisch en maakten zelfs tournees (ook naar Europa) waar het publiek ze tegen betaling kon bewonderen. Hun enorme schilderijen waarbij alle registers werden opengetrokken, waren een voorloper van de “levende beelden” op het witte doek.

The Searchers
still uit The Searchers 1956

De pioniers die westwaarts trokken, kwamen in contact met een ongerepte wildernis. Daar was weinig tot niets romantisch aan. Maar voor de romantische kunstenaars in de negentiende eeuw was het een heerlijk thema: de gecultiveerde Europese mens die werd teruggeworpen in de schoot van de natuur. Het Amerikaanse Transcendentalisme pakte dit onderwerp dankbaar op. In het Oosten droomden Ralph Waldo Emerson (1803-1882) en Henry David Thoreau (1817-1862) erover, in het Westen bracht men het in de praktijk. In de rauwe werkelijkheid moest de pen ingeruild worden voor de colt revolver.

The Searchers
still uit The Searchers 1956
Voor de romantische kunstenaars in de negentiende eeuw was het een heerlijk thema: de gecultiveerde Europese mens die werd teruggeworpen in de schoot van de natuur.

Het Wilde Westen is een verdichting van mythen. Het beeld dat we van het Wilde Westen hebben, bestaat uit mythische beelden. De cowboyfilm of western heeft daar heel veel in bijgedragen. Mogelijk bijna alles. En de westerns van John Ford steken boven alles uit. Voordat de spaghettiwestern in de jaren zestig geboren werd, had Ford de meeste stereotypen al gedefinieerd.

The Searchers
still uit The Searchers 1956

Een van de sterkste stereotypen van het Wilde Westen is Monument Valley. Het is aan John Ford te danken dat dit iconische landschap op de grens van Utah, Arizona, Colorado en New Mexico ongeveer hét decor van de western werd. Ook Sergio Leone (1929-1989) wilde of kon niet om Monument Valley heen. Hoewel Once Upon a Time in the West (1968) in La Calahorra in Zuid-Spanje werd opgenomen, werd er ook gefilmd in Monument Valley. De scenes met de engelachtige muziek van Ennio Morricone waarbij we Claudia Cardinale volgen op haar reis naar de ranch in Sweetwater zijn hier gefilmd.

The Searchers
still uit The Searchers 1956

Beeld van het Wilde Westen [ 5 ]

sublieme landschappen

vrijdag in Rotterdam gekocht: Groots en meeslepend
Sublieme landschappen uit de Nederlandse romantiek

Groots en meeslependTien jaar geleden was in het Frans Hals Museum in Haarlem de tentoonstelling Groots en meeslepend te zien. Ik heb deze tentoonstelling helaas niet gezien, maar als bij zoveel tentoonstellingen koop ik jaren later de catalogus in de ramsj. Antoon Erftemeijer heeft in samenwerking met vormgever Willem Morelis een schitterende catalogus gemaakt die uit twee delen bestaat. In het eerste deel worden zestien landschapsschilders uit de eerste helft van de negentiende eeuw besproken. De oudste is Gerard van Nijmegen (1735-1804) en de jongste Gerard Bilders (1838-1865). Daartussen de bekende namen uit de romantische school: Andreas Schelfhout (1787-1870) en Barend Cornelis Koekkoek (1803-1862) en iets minder bekende schilders als Hendrik Voogd, Abraham Teirlink, Jacob Cremer.

Van Gerard van Nijmegen
tot Gerard Bilders

In een lichtgroen katern worden in vijf intermezzo’s verkenningen gedaan rond de landschapsschilderkunst van de romantiek. De religieuze diepte van de landschapsschilderkunst wordt gepeild, het verhevene in de literatuur en filosofie in de eerste helft van de negentiende eeuw komt aan bod, er wordt gekeken naar de voorlopers van de romantische landschapsschilderkunst in de Hollandse schilderkunst van de zeventiende eeuw en tenslotte is er ook aandacht voor de werkwijze van de landschapsschilders. In het tweede deel worden thema’s behandeld die kenmerkend zijn voor het zogenaamde sublieme landschap: schipbreuk en stormzee, noodweer, watervallen, wouden, bergen, de nacht, enz…

De romantische landschapsschilderkunst was in de eerste helft van de negentiende eeuw een internationaal fenomeen. Het werd vooral in Duitsland beoefend, maar ook in Oostenrijk, Scandinavië en in de Verenigde Staten. Iedere lokale romantische school voegde een karakteristiek toe aan het sublieme landschap: Alpenreuzen (Thomas Ender), fjorden en watervallen (Johan Christian Dahl) en prairies (Hudson River School). De catalogus legt geen link naar de romantische landschapsschilderkunst buiten Nederland, maar dat ervaar ik niet als een gebrek.

In het najaar van 2015 draaide in het Museum de Fundatie in Zwolle en het Rijksmuseum Twenthe in Enschede: de dubbeltentoonstelling Gevaar & Schoonheid – Turner en de traditie van het sublieme. De catalogus van deze tentoonstelling vormt, zeker om de romantische landschapsschilderkunst in internationaal en eigentijds perspectief te plaatsen, een prima aanvulling op Groots en meeslepend.

rauw

opnieuw gezien: The Revenant (2015)

The RevenantDe natuur is wreed, meedogenloos en onverschillig. De natuur is onze vijand. Toch denkt de verstedelijkte mens vaak dat de natuur mooi, zacht en rustgevend is. De vijand van vroeger lijkt nu een hulpeloze baby die onze bescherming nodig heeft. The Revenant laat het vijandige gezicht van de natuur opnieuw zien door ons te laten kijken door de ogen van pelsjagers tweehonderd jaar geleden in het gebied rond de bovenloop van de Missouri, het huidige South Dakota.

Rond 1820 maakte South Dakota deel uit van de Lousiana Purchase. In 1803 hadden de jonge Verenigde Staten hun grondgebied verdubbeld met de aankoop van het zogenaamde Louisiana Territorium van Frankrijk. Ruim twee miljoen vierkante kilometer ten oosten van de Mississippi werden aan de Verenigde Staten toegevoegd. Dit gebied bestond uit eindeloze prairies en wildernis en werd bevolkt door honderden inheemse indianenstammen.

Al in de achttiende eeuw trokken pelsjagers, trappers en mountainmen door de eindeloze wildernis van Noord-Amerika. Hun werk was levensgevaarlijk omdat ze altijd omringd waren door vijanden: wilde dieren, vijandige indianenstammen en niet zelden: elkaar. Maar de grootste vijand was meestal de natuur zelf. De ongerepte natuur van de Amerikaanse wildernis, die door de schilders van de Hudson River School verheerlijkt werd, was in de eerste plaats de natuurlijke vijand van deze pioniers. Wat voor de stadsmens ‘pittoreske landschappen’ zijn, zijn voor de pelsjagers een wrede arena waarin mens en dier een bikkelharde strijd om het bestaan moeten leveren. Het natuurschoon blijft passief, volmaakt onverschillig tegenover alles dat leeft, overleeft, gedood of vermoord wordt.

Albert Bierstadt
In de schilderijen van Albert Bierstadt is de (Amerikaanse) wildernis een soort mystieke vriend(in). In The Revenant is de wildernis onze natuurlijke vijand nummer één.

The Revenant is een verhaal over wilskracht en drang tot overleven. Het is eigenlijk een ongeloofwaardig verhaal maar ondanks deze ongeloofwaardigheid, spreekt het de ziel toch diep aan. Net als de heldenmythe. De drijvende kracht bij hoofdpersoon Phil Glass is de wil tot wraak. Zijn zoon is gedood door een onbetrouwbare bondgenoot. Phil Glass lijkt vanuit zijn voornemen zijn zoon te wreken bovenmenselijke kracht te ontvangen om te overleven. Nadat hij door een grizzlybeer is aangevallen, overleeft hij de verwondingen, de honger, de koorts, een verdrinkingsdood, een ontmoeting met een wilde, de koude, een val met zijn paard in de afgrond en nog wel meer. Kortom: hij is een kat met negen levens. Maar de wil tot wraak houdt hem in leven.

Nadat hij door een grizzlybeer is aangevallen, overleeft hij de verwondingen, de honger, de koorts, een verdrinkingsdood, een ontmoeting met een wilde, de koude, een val met zijn paard in de afgrond en nog wel meer. Kortom: hij is een kat met negen levens.

Tenslotte, de film duurt 156 minuten, komt de confrontatie met de moordenaar van zijn zoon. Wrok zuigt de mens in een geweldsspiraal die alleen te doorbreken is door af te zien van wraak. Maar Phil Glass doet dit niet en vindt dezelfde lotsbestemming als zijn vijand. Voor de a-morele natuur lijkt het allemaal niet uit te maken. De dood als grote gelijkmaker. De indianenwijsheid dat wraak voorbehouden is aan het Opperwezen, stijgt boven de fysieke natuur uit en verbindt ons met de geestelijke natuur, die juist niet de schouders ophaalt voor goed en kwaad. Indianen blijken ongeneeslijk religieus. Maar zijn bleekgezichten dat ook?

The Revenant [ imdb.com ]

Het beeld van het Wilde Westen [ 4 ]

gisteren gezien: The Revenant (2015)

Voor mij is de western een erfgenaam van The Hudson River School en van de Amerikaanse romantiek, het transcendentalisme. Het gaat daarbij om de grootsheid van de natuur met haar eindeloze vergezichten en de nietigheid van de mens. Ik ben vaak meer geboeid door het decor, de Amerikaanse wildernis, dan door het verhaal. De mens staat op de achtergrond en de natuur op de voorgrond. De western als voortzetting van de landschapsschilderkunst.

Albert Bierstadt
Go West!Albert Bierstadt, een van de schilders van de Hudson River School geeft een romantisch beeld van het Westen Dit is ook het beeld dat ons in How the West was won (1962) wordt opgedrongen. Het beeld dat The Revenant (2015) van de Amerikaanse wildernis geeft, staat hier haaks op.

De western heeft vele gezichten. Je hebt de zwijgende westerns van Edwin S.Porter (The Great Train Robbery, 1903), de klassieke westerns van John Ford (Wagon Master, 1950) en William Wyler (The Big Country, 1958) en de spaghettiwesterns van Sergio Leone (Dollar Trilogie (1964-1966).

Op het witte doek heeft de western zich vaak vermengd met andere genres: er zijn komische westerns (Blazing Saddles, 1974 ), horrorwesterns (Devil Rider, 1988), scifiwesterns (Westworld, 1973), patriottische westerns (How the West was won, 1962) en psychedelische westerns (The Hired Hand, 1971). En je zou het niet verwachten, maar ook de feministische western (True Grit, 2010) bestaat. De western heeft zijn eigen iconen: John Wayne, de iconische cowboy. Monument Valley, het iconische landschap. Deadwood, het iconische westernstadje. De 4-4-0 ‘American’ , de iconische stoomlocomotief.

Misschien is de western wel het Amerikaanse genre bij uitstek. In How the West was won geeft een heroïsche voice over ons geschiedenisles en vertelt hoe de verovering van het wilde Westen, Amerika groot maakte. De film besluit met een patriottisch lied: “The promised land, the land of plenty rich with gold. Here came dreamers with Bible, fist and gun. Bound for land, across the plains their wagons rolled. Hell bent for leather – that’s how the West was won.”

The RevenantEen groter contrast met The Revenant is nauwelijks denkbaar. Deze western van Gonzalez Iñáritu uit 2015 is een ontluisterende film. Van de trots uit 1962, toen The American Dream misschien wel op zijn hoogtepunt was, is niets meer over. In The Revenant is de Amerikaanse kolonisator in het Westen een beest geworden onder inheemse beesten (grizzlyberen en indianen) die vecht om te overleven in een wildernis die volmaakt onverschillig staat tegenover de mens. Geen fraai mensbeeld en ook al geen romantische opvatting over de natuur.

De 37-jarige avonturier Hugh Glass sluit zich in 1823 aan bij de Rocky Mountain Fur Company, een onderneming pelsjagers die de bovenloop van de Missouri afspeurt op zoek naar pelsdieren. Wanneer Glass zich op een dag van de groep afscheidt en op verkenning gaat, wordt hij aangevallen door een grizzlybeer. Zijn collega’s vinden zijn bewusteloze lichaam. Ondanks zijn hevige verwondingen is Glass nog steeds in leven. Omdat ze zich op gevaarlijk terrein begeven en de winter op komst is, betaalt de kapitein van de expeditie John Fitzgerald en de jonge Jim Bridger om bij Glass te blijven en hem te begraven zodra hij overleden is.
Bron: nl.wikipedia.org

The Revenant rekent niet alleen genadeloos af met een optimistisch mensbeeld (dat deden de spaghettiwesterns natuurlijk ook al), maar ook met de illusie dat de natuur onze bescherming nodig heeft (of door de mens geknuffeld zou moeten worden). De witte, vijandige wildernis in The Revenant is een wrede arena waarin wrede wezens proberen te overleven. Ieder voor zich. Een zwarte film, al is het landschap steeds wit. De wildernis als metafoor van het universum in zijn kale existentie.

The Revenant is een zwarte film, al is het landschap steeds wit. De wildernis als metafoor van het universum in zijn kale existentie.

En toch, wat kan het het zwijgen van de natuur mooi zijn! Deze esthetische ervaring van de vijandige natuur zou Nietzsche tot de gedachte brengen “dat alleen als esthetisch fenomeen het bestaan en de wereld voor eeuwig gerechtvaardigd zijn”. Het camerawerk van Emmanuel Lubezki werd niet voor niets beloond met een oscar. De regisseur en de hoofdrolspeler kregen er ook een.

The Revenant [ nl.wikipedia.org ] | voorgaande stukjes in deze reeks

huilen met Rousseau

gelezen: Jean-Jacques Rousseau – een rusteloos genie (2012)
door Leo Damrosch

RousseauOp 28 juni 2012 was het precies 300 jaar geleden dat Jean-Jacques Rousseau in Genève geboren werd. Maarten Doorman schreef een boekje over zijn persoonlijke relatie met de vader van de moderne autobiografie (en nog wel meer) en Uitgeverij Ten Have/Veen bracht in 2012 een bijna vuistdikke vertaling van Rousseau – Restless Genius (2005) van Leo Damrosch op de markt. Een paar jaar later kwam het in de ramsj en ik kocht het om het bijna twee jaar ongelezen in de boekenkast te laten staan.

Deze zomer kwam een mooie gelegenheid om het te lezen: tijdens onze vakantie in de Jura bezochten we Môtiers, het Zwitserse bergdorpje waar Rousseau en zijn levensgezellin Thérèse tussen 1762 en 1765 in ballingschap zouden wonen. Helaas was het kleine museum gesloten, maar het was toch fijn om even op de beroemde waranda te hebben gestaan, al is in de afgelopen 250 jaar bijna alles vernieuwd.

Môtiers
Môtiers …op de trap naar de waranda van het huis waar Rousseau na de publicatie van Emile en Le contract social in 1762 verbleef.
(Foto genomen op 11 juli 2018)

In Frankrijk zijn er nog tientallen andere “Rousseau bedevaartsplaatsen”. De meeste dateren van kort na zijn dood in 1778 toen er een Rousseaucultus ontstond. In de achttiende eeuw hoorde je in de voetsporen van Rousseau je zakdoek te pakken en enkele tranen te plengen. Ik hield het droog in Môtiers.

boekbespreking door Sebastien Valkenberg in Trouw [ trouw.nl ]

koningin zoekt boerderij

gisteren gezien op Arte: Marie Antoinette und die Geheimnisse von Versailles

De Zonnekoning was al zeventig jaar dood toen de koningin van Frankrijk, Marie Antoinette, in de tuin van Versailles haar droom liet realiseren: een boerendorpje waar ze zichzelf letterlijk even kon bevrijden van het knellende korset van het protocol. Hier kon ze even vrij adem halen, van een geïdealiseerd boerenleven genieten en met haar koninklijke handen de koeien melken of de (geparfumeerde!) schapen hoeden. Een boerderij op Versailles, Lodewijk XIV zou zich omdraaien in zijn graf.

Hameau de la reine
Hameau de la reine
… ontmoeting tussen rococo en romantiek …

En toch had de stichter van Versailles onbedoeld de aanzet hiertoe gegeven. Hij was de bedenker van een hofcultuur waarin hij de complete adel van Frankrijk in een soort bijenkorf gevangen hield en deze vervolgens om hem heen liet zwermen. Wie het best zijn rol speelde, werd beloond door bijvoorbeeld ‘s morgens aanwezig te mogen zijn tijdens het koninklijk toilet. Er ontstonden ontelbare regels die de etiquette aan het hof bepaalden en waarin iedereen zat ingesponnen. Het korset van de dames was een materialisatie van dat andere korset: de etiquette. Degenen die zich het beste aanpasten, hadden de meeste kansen om op Versailles te overleven én om hogerop te komen.

Deze hofcultuur waarbij alles draaide om de rol die men behoorde te spelen, moest wel tot een heftige reactie leiden. Versailles was in feite een theater en de hovelingen waren de acteurs. De mens zou door een mens in opstand komen tegen dit nepleven. Die mens heette Jean-Jacques Rousseau. De wal had voor hem het schip gekeerd. De Franse cultuur, die inmiddels de toenmalige beschaafde wereld in zijn greep had gekregen, was overgecultiveerd geworden en moest terug naar de natuur.

Het appèl van Rousseau vond overal gehoor. In de jaren zeventig van de achttiende eeuw nam zijn invloed steeds meer toe en toen hij in 1778 stierf, brak er een Rousseau-mania uit. Marie Antoinette was toen 23 jaar en al acht jaar gekneed aan het hof van Versailles. Ze droeg belachelijk hoge kapsels die in de tweede helft van de jaren zeventig mode waren geworden. De rol van koningin die ze vanaf 1775 moest spelen, was de hoogste rol die er voor een vrouw was en dus een voorbeeld voor alle andere vrouwen aan het hof.

In 1775 had ze van haar gemaal Lodewijk XVI het Petit Trianon cadeau gekregen, een klein paleisje dat op afstand lag van het grote paleis van Versailles. Door zich daarin terug te trekken, kon ze ook afstand nemen van alle etiquette waarin het leven aan het hof van Versailles verstrikt was. Na 1780 ging er een andere wind waaien. De ideeën van Rousseau en andere Verlichtingsdenkers kregen steeds meer invloed. Ook de koningin van Frankrijk wilde terug naar de natuur.

Marie-Antoinette
Op een portret uit 1783 dat Elisabeth Vigée-Lebrun van Marie-Antoinette schilderde, draagt de koningin een jurk van dunne stof, een hoed van stro en misschien wel het opvallendst van alles: ze draagt geen juwelen. Dit portret is een statement waarmee de koningin wil laten zien dat ook zij een volgeling van Rousseau wil zijn: terug naar de natuur.

De afkeer van het protocol aan het hof van Versailles en de terugkeer naar de natuur zouden er komen. Rond 1785 werd achter het Petit Trianon een Engelse tuin aangelegd met daarin een pittoresk boerendorpje. Het telt een tiental huizen waaronder een watermolen (die verder geen functie heeft), een schapenstal en een boerderij. Of Marie-Antoinette nu een authentiek mens was geworden, valt te betwijfelen. Ze speelde nu gewoon af en toe ook een andere rol, die van boerin.

Hameau de la reine
Hameau de la reine
Den Höhepunkt ihres Gestaltungswillens und ihrer Sehnsucht nach Privatsphäre bildet das tief im englischen Landschaftsgarten verborgene Hameau – von außen ein beschauliches Bauerndörfchen, doch im Inneren ein echtes Schmuckstück. In gerade einmal 20 Jahren hat Marie Antoinette Versailles ihre ganz persönliche Prägung verliehen: Zwar wurde das Schloss von Ludwig XIV. erbaut, doch die Innenarchitektur trägt die Handschrift der Königin. Nach der Revolution begann der Zahn der Zeit am Hameau de la Reine zu nagen. Nach umfangreichen Restaurierungsarbeiten ist er nun in alter Pracht wiedererstanden und erstmals seit dem 18. Jahrhundert der Öffentlichkeit zugänglich. Kunsthandwerker legen im restaurierten Hameau letzte Hand an, Möbel und Nippes finden ihren ursprünglichen Platz. Aus dem Halbdunkel beobachtet eine einsame Marie Antoinette das Geschehen. Der letzten Königin von Frankreich wurde zum Verhängnis, dass sie ihrer Zeit voraus war und für sich das Recht auf Glück in Anspruch nahm.
 
Bron: arte.tv
Hameau de la reine
Hameau de la reine