Categorie archief: boeken

De sans-culotten

gelezen in de sans-culotten (1936) van Jo van Ammers-Küller

de sans-culottenTwee weken geleden schreef ik over de trilogie Heren, knechten en vrouwen van de “vergeten” schrijfster Jo van Ammers-Küller. Van mijn achternicht kreeg ik het eerste deel De Patriotten en dat las ik in tien dagen uit. Vorige week maakte De Olde Jan uit Herwen mij blij met de resterende twee delen De sans-culotten en De Getrouwen met originele stofomslag in behoorlijke staat. Voor een uitgave uit 1953 geen vanzelfsprekendheid. De stofomslagen zijn geschilderd door Karel Thole (1914-2000) vooral bekend door zijn werk voor het Italiaanse scifi-blad Urania.

Gisteren begon ik aan De sans-culotten dat net als het vorige deel uit drie “boeken” bestaat. Het eerste “boek” speelt zich af in het revolutionaire Frankrijk van 1792. De hoofdpersoon Dirk Egbert Tavelinck, zoon van een patriottische burgemeester uit Amsterdam, is gevlucht naar het Noord-Franse stadje Saint-Omer. Toen in 1787 de Pruisen ons land binnenvielen om stadhouder Willem V, de zwager van de Pruisische koning, aan de macht te houden, vluchtten veel patriotten het land uit. Ze vonden tenslotte asiel in Frankrijk, dat aan de kant van de patriotten stond.

Van Ammers-Küller brengt deze geschiedenis, waar ik vrijwel niets van wist, overtuigend tot leven. Ze beschrijft het leven in de vluchtelingenkolonie van Saint-Omer tot in de details. Hier leefden vijfduizend Nederlandse patriotten in ballingschap. In 1792, als het verhaal van De sans-culotten begint, woont Dirk Egbert Tavelinck al ruim vier jaar in het Noord-Franse stadje dat bekend staat als een katholiek bolwerk. De Hollanders vormden er een parallelle samenleving met hun eigen schaduweconomie en eigen kerk(en). Van koning Lodewijk XVI ontvingen ze een kleine toelage. Het beheer was in handen van de patriot Coert Lambertus van Beyma en dat leidde tot een ruzie met zijn medepatriot Johan Valckenaer. Dit conflict tussen beide voormannen splitste de kolonie op in twee groepen, de Beymanisten en de Valckenaeristen.

Omdat in Nederland stadhouder Willem V de macht grijpt vluchten er eind 1787 vele Nederlanders, voornamelijk (5000) Patriotten, naar Saint-Omer. De meeste gaan wonen in of buiten de stad. Eén op de tien inwoners van Saint-Omer is in 1788 Nederlander. De Franse koning heeft met de Nederlandse Patriotten te doen en regelt dat bij aankomst bedden voor hen klaar staan. Ook geven de Fransen de Nederlanders zakgeld. De Patriotten vormen een kolonie van politieke ballingen in Saint-Omer onder bescherming van de Franse regering.De lokale bevolking stelt de Nederlandse aanwezigheid niet altijd op prijs. De Nederlanders staan nogal bekend als wanbetalers. De meeste vluchtelingen zijn jonge mannen en die drinken graag een borrel. Dit loopt nog al eens uit de hand en de Amsterdammers gaan regelmatig met de Utrechtenaren op de vuist. Of zij keren zich met z’n allen tegen de Fransen.
 
Bron: bojawalboyaval.nl

Met Johan Valckenaer reist de hoofdpersoon naar het revolutionaire Parijs. Vanuit Saint-Omer is dat zo’n tweehonderdvijftig kilometer, een vermoeiende reis met tussenstops in Arras, Amiens, Chantilly en Saint-Denis die in vijf dagen wordt afgelegd. In het katholieke Saint-Omer is weinig van de revolutie te merken, maar in Picardië verandert dat. De reizigers zien langs de route geplunderde en uitgebrande kloosters en kastelen. Ze zijn diep geschokt als ze in de bomen halfvergane lijken zien hangen. Het land van de revolutie toont de patriotten uit Holland voor het eerst zijn grimmige gezicht.

Tenslotte komen ze aan in Parijs. Daar ontmoeten ze de Nederlandse Etta Palm (1743-1799), een voorvechtster van vrouwenrechten die “la belle Hollandaise” genoemd wordt. Een andere historische figuur die Dirk Egbert Tavelinck ontmoet, is Georges Danton (1759-1794). Van Ammers-Küller beschrijft zijn kop, die volgens de sardonische eigenaar “de aanblik waard was.” Zijn laatste woorden tegen de beul op het schavot zouden zijn geweest: “N’oublie pas surtout, n’oublie pas de montrer ma tête au peuple : elle est bonne à voir.”

Georges DantonHij is lelijk, deze volksheld, voor wie zich een dolle menigte de kelen hees schreeuwt. De pokken hebben hem zo geschonden, hebben zo ingevreten in het vlees van zijn gezicht, dat het bijna zijn menselijke trekken heeft verloren. Hij heeft een neus als een platgeslagen karbonkel boven een mond, die als een snuit van een dier vooruitsteekt. Kleine verzonken ogen liggen onder een laag bultig voorhoofd, hij heeft dikke uitpuilende wangen en vleeskwabben van vet hangen langs en onder zijn zware vierkante kin. En toch is het een lelijkheid die boeit en fascineert, die vooral vrouwen aantrekt.
 
uit: de sans-culotten, hoofdstuk VII

Grachtenboek 1768

Het Grachtenboek van Caspar Philips Jacobszoon (1768)

grachtenboek 1768Volgende week hoop ik aan de Keizersgracht het Museum Van Loon te bezoeken. In 2015 bezocht ik met Michaela al het Museum Willet-Holthuysen aan de Herengracht. We kregen toen een prachtige indruk van het rijke leven achter een van de fraaie gevels. Nu ik in De Patriotten aan het lezen ben, een roman over een Amsterdamse regentenfamilie in de jaren 1778-1787, trekt de grachtengordel mij weer aan. De website amsterdamsegrachtenhuizen.info is online misschien wel de beste voorbereiding op een bezoek aan de grachtengordel. Alle gevels zijn hier aan te klikken en van informatie voorzien, zoals bouwjaar, architect en overzicht van de bewoners. Het standaardwerk van Caspar Philips Jacobszoon uit 1768 dient als basis.

grachtenboek
gravures van Caspar Philips Jacobszoon
Op de Heren- en Keizersgracht staan ca. 490 halsgevels, 230 lijstgevels, 200 verhoogde lijstgevels, 190 trapgevels, 190 klokgevels, 70 verhoogde halsgevels, 25 tuitgevels en 20 overige gevels.
Het Grachtenboek geeft een gaaf en harmonisch beeld van het Amsterdamse stadsgezicht tegen het einde van de 18de eeuw. Op de Heren- en Keizersgracht staan ca. 490 halsgevels, 230 lijstgevels, 200 verhoogde lijstgevels, 190 trapgevels, 190 klokgevels, 70 verhoogde halsgevels, 25 tuitgevels en 20 overige gevels. Van de meer dan 1.400 afgebeelde gevels zijn er zo’n 480 in min of meer ongewijzigde toestand bewaard gebleven. Klaarblijkelijk zijn geen opmetingen verricht, want de verhoudingen van de meeste gevels kloppen niet. In 1959 werden door C.A. van Swigchem in een kast van de KNAW de tekeningen teruggevonden die de basis vormde voor de gravures en toen bleek dat de tekeningen zeer nauwkeurig waren gegraveerd en dus dat de onnauwkeurigheden door de oorspronkelijke tekenaars zijn gemaakt. Voor een deel zijn de onnauwkeurigheden toe te schrijven aan het toegepaste vereenvoudigingssysteem. De in 1959 gevonden tekeningen bevatten een verrassing: van een aantal huizen is de oorspronkelijke tekening overgeplakt met een nieuwe tekening. Kennelijk heeft men vlak vóór het graveren nog even snel de laatste mutaties aangebracht.
 
Bron: onderdekeizerskroon.nl

Dallas aan de Amstel

gelezen in: De Patriotten van Jo van Ammers-Kuller
deel 1 uit de trilogie Heren, knechten en vrouwen (1934-1938)

De patriottenVan mijn achternicht kreeg ik een damesroman uit 1934 van Jo van Ammers-Kuller. Had ik nog nooit van gehoord. Deze schrijfster is in de vergetelheid geraakt, niet in de laatste plaats omdat ze fout was in de oorlog. Maar in de jaren dertig werd ze veel gelezen. Haar werk werd vertaald in het Engels, Duits, Pools en Tsjechisch. De literaire kritiek moest weinig van haar hebben, ook voordat ze in de oorlog haar bijdragen leverde aan de Kulturkammer. Deze informatie heeft me er niet van weerhouden om aan dit boek te beginnen.

Als ik ga volhouden, heb ik een lange adem nodig. De Patriotten (438 blz.) is het eerste deel uit de trilogie Heren, knechten en vrouwen en gaat over het lot van de familie Tavelinck in de jaren 1778-1813. De Tavelincks behoren tot de Amsterdamse elite van de achttiende eeuw. In de zomer verblijven ze in de schitterende buitenplaats Oostermeer bij Oudekerk aan de Amstel. De schrijfster maakte een grondige studie van dit landgoed voordat ze aan haar trilogie begon. De schatrijke familie Tavelinck van de buitenplaats Oostermeer vormt net als de familie Ewing van de Southfork Ranch uit Dallas het middelpunt van een soap.

Tavelinck Trilogie
De sans-culotten en De getrouwen complementeren de Tavelinck Trilogie
De hof van Oostermeer is groot en breed, ze is rondom begrensd door berceaus en vol paden en perken, vijvers en beelden en overal verrast zij door ingenieus bedachte perspectieven. De burgemeester slaat links af en schrijdt door een weg van taxushagen, die telkens halve cirkels vormen en waarin godinnen van de Olympus op voetstukken zijn opgesteld. Hij heeft echter in het geheel geen aandacht voor de goden en slechts een zeer vluchtige voor sommige der godinnen, hij zoekt een ander pad, dat naar een kunstmatige heuvel voert, waarop het kleine Amortempeltje staat, dat gloednieuw en de laatste aanwinst van Oostermeer is.
 
uit: De Patriotten, blz. 10/11

In Huis en habitus- Over kastelen, buitenplaatsen en notabele levensvormen schrijft Jaap Moes op blz. 167-168 over buitenplaats Oostermeer als decor van de roman van Jo van Ammers-Kuller. Op deze pagina zijn fraaie historische foto’s van het landgoed te zien.