Categorie archief: Italië

Ladro del sole

gezien in het Drents Museum Assen: Sprezzatura
Vijftig jaar Italiaanse schilderkunst (1860-1910) 2 juni t/m 3 november 2019

Eindelijk zagen we dan de schitterende tentoonstelling Sprezzatura in het Drents Museum in Assen. De gekozen periode (1860-1910) uit de Italiaanse schilderkunst sluit overigens prima aan bij de vaste collectie van dit museum die kunst en kunstnijverheid uit de periode 1885-1935 laat zien. Er is dus een overlap van 25 jaar, waarbij het “staartje” van Sprezzatura (schilderijen in de stromingen van het sociaal realisme, symbolisme, divisionisme en futurisme) aansluit op de romp van de vaste collectie.

Sprezzatura
Francesco Lojacono 1875
Veduta di Palermo (78 x 156 cm)

Het mooiste schilderij op Sprezzatura vond ik Veduta di Palermo uit 1875 van Francesco Lojacono, bijgenaamd Ladro del sole. Bij dit zonovergoten Siciliaanse landschap begrijp je waarom de Italianen hem ‘zonnedief’ zijn gaan noemen. Ik herkende onmiddellijk de iconische vorm van de Monte Pellegrino. In 2013 was deze berg, gezien door vier schilders, al eens op mijn blog te zien.

Sprezzatura
Francesco Lojacono 1875
Veduta di Palermo (detail)

Sprezzatura toont een grote diversiteit aan stijlen en stromingen. De periode 1860-1910 was niet alleen een tijd van grote veranderingen maar ook de periode waarin de moderne kunst ontstaat. Wanneer Edouard Manet in 1863 met het schandaal rond zijn schilderijen Le déjeuner sur l’herbe en l’Olympia de weg naar een nieuwe, directe kunst heeft gewezen, begint het avontuur van de moderne kunst. De schilderkunst komt in een stroomversnelling terecht waardoor allerlei -ismen zich razendsnel opvolgen. Men heeft nauwelijks tijd om op adem te komen.

Sprezzatura
Michaela voor het vierluik Symfonie van de maan (1899) van Plinio Nomelli

Op deze tentoonstelling zien we enkele van die stromingen rond 1900 de revue passeren. De laatste divisie van Sprezzatura eindigt met symbolisme en divisionisme. Het bovenstaande vierluik van Plinio Nomelli uit 1899 behoort tot het symbolisme. Dit is een grensoverschrijdende stroming die vaak raakvlakken heeft met poëzie en muziek. De titel Symfonie van de maan en de poëtische sfeer getuigen daarvan.

Sprezzatura [ drentsmuseum.nl ]

Marco Ricci

De Venetiaanse schilder Marco Ricci (1676-1730)

De Italiaanse schilder Marco Ricci wordt meestal samen genoemd met zijn oom, de schilder Sebastiano Ricci (1659-1734). Beiden kwamen uit Venetië en stonden dus in een indrukwekkende schilderkunstige traditie. De Venetiaanse schilderkunst zou na de zestiende eeuw in de achttiende eeuw opnieuw een bloeiperiode meemaken met de frescoschilder Giovanni Battista Tiepolo (1696-1770), de veduteschilders Canaletto (1697-1768) en Fransesco Guardi(1712-1793) en de graficus Giovanni Battista Piranesi (1720-1778).

Marco Ricci
De Franse graveur François Vivares (1709-1780) maakte een ets naar een schilderij van Marco Ricci die je zo voor een Piranesi zou kunnen aanzien.

De Ricci‘s zijn wat minder bekend maar hadden toch veel invloed, met name Marco Ricci die met zijn capricci vooruit zou lopen op Piranesi. Zijn schilderijen tonen qua coloriet verwantschap met Tiepolo. Na 1720 zou de barok in twee opzichten lichter worden: lichtzinniger maar ook lichter van kleur. Bij Marco Ricci is deze overgang duidelijk te zien. Dat komt mede doordat hij vaak met gouache (op geprepareerde geitenhuid als drager) werkte, een verf die vergelijkbaar is met tempera. Het is niet voor niets dat hij in zijn kleurgebruik dezelfde helderheid wist te bereiken als Tiepolo, want met gouache kun je geen vloeiende overgangen maken zoals in olieverf, maar de frisheid van gouache is uniek.

Marco Ricci
capriccio van Marco Ricci (gouache)
Marco Ricci
capriccio van Marco Ricci (gouache)
Marco Ricci is known to have begun painting ruins quite early in his career and it has been argued that his conception of ruins depends upon direct experience of Rome and its monuments. No trip to Rome is documented, although Marco may have gone there during his youth or less likely around 1720. Like his uncle’s in history painting, Marco’s accomplishments were important in the subsequent development of eighteenth-century Venetian landscape and capriccio painting. Painters such as Canaletto (1697-1768) and the Guardi drew upon his subtle and varied light effects and his masterful combination of real and imaginary elements.
 
Bron: nga.gov
Marco Ricci
De poëzie van zijn grote en mysterieuze stadgenoot Giorgioni is zichtbaar in dit landschap van Marco Ricci met twee monniken (detail van een gouache)
Marco Ricci
In ander detail uit hetzelfde landschap is zijn virtuoze beheersing van gouache goed zichtbaar.

Marco Ricci [ en.wikipedia.org ]

capriccio

vandaag is het de 211e sterfdag van Hubert Robert

Hubert Robert door Elisabeth Vigee-LebrunWanneer je in Nederland vraagt een Franse schilder uit de achttiende eeuw te noemen, zal het antwoord meestal luiden: Jacques-Louis David, de grote classicistische schilder aan het einde van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw die zo ernstig brak met het kokette rococo. Of men noemt Watteau, de Noord-Franse schilder helemaal aan het begin van de achttiende eeuw die Rubens weer tot leven wekte in een heel nieuwe en lichte vorm van barok die bekend zou worden onder de naam rococo, de stijl die de achttiende eeuw tussen 1730 en 1770 in zijn greep zou krijgen. Chardin, Boucher en Fragonard zouden eventueel nog genoemd kunnen worden. Maar de naam van Hubert Robert (1733-1808) hoor je in Nederland niet zo gauw. Toch behoort hij tot de grote Franse schilders van de achttiende eeuw.

Hubert Robert had een specialisme waar hij zijn bijnaam Robert des ruines aan te danken had: het schilderen van ruïnes. Halverwege de achttiende eeuw had hij dit geleerd in Rome waar hij van zijn 21e tot zijn 33e woonde (1754-1765). De eeuwige stad was toen naast Florence en Venetië de hoofdbestemming van de Grand Tour, de Italiaanse reis die rijke Engelsen graag maakten. De wieg van het moderne toerisme lag in de achttiende eeuw in Italië. Hier ontwikkelde zich toen al een toeristenindustrie, voornamelijk gericht op schatrijke Engelsen. Omdat er nog geen fotografische ansichtkaarten waren, was er veel vraag naar gravures van antieke ruïnes.

In Rome en Venetië ontstond een aparte bedrijfstak die zich bezighield met het tekenen en schilderen van ‘toeristenkiekjes’ de zogenaamde vedute. De allerberoemdste veduteschilder uit de achttiende eeuw is ongetwijfeld Canaletto. Hij was een van de honderden en waarschijnlijk duizenden veduteschilders die rond het midden van de achttiende eeuw werkzaam waren in Rome of Venetië.

Pannini
capriccio van Giovanni Paolo Pannini uit 1758

De jonge Hubert Robert heeft het schilderen van vedute afgekeken bij Giovanni Paolo Pannini (1691-1765). Oorspronkelijk was Pannini decoratieschilder. Door de toenemende vraag naar Romeinse stadsgezichten door Engelse toeristen stapte hij over op de lucratieve handel in vedute. Vanuit zijn ervaring als decoratieschilder nam Panini het niet zo nauw met de werkelijkheid. Hij gebruikte de ruïnes van het antieke Rome voor gefantaseerde taferelen, zogenaamde capricci.

Hubert Robert
capriccio van Hubert Robert

Capriccio of veduta?
Een capriccio is een gefantaseerde voorstelling met architectonische elementen die aan de werkelijkheid zijn ontleend. Een veduta is een stadsgezicht dat topografisch vaak correct is. De fantastische etsen van Piranesi zijn een schoolvoorbeeld van capricci terwijl de heldere en topografisch nauwkeurige stadsgezichten van Canaletto een goed voorbeeld zijn van vedute.

Siciliaanse dromer

De Italiaanse schilder, beeldhouwer, architect, schrijver en decorontwerper
Salvatore Fiume (1915-1997)

In het Stedelijk Museum Schiedam loopt op dit moment de tentoonstelling Manzoni in Holland. Fijn dat er belangstelling is voor een Italiaanse kunstenaar uit de twintigste eeuw, maar jammer dat er voor Manzoni gekozen is. Vanuit het museum gezien is het begrijpelijk. Met Piero -Merda d’Artista -Manzoni krijg je de media gemakkelijk achter je aan. Bovendien wil je op zondagmiddag graag gezinnen naar het museum trekken. En een blikje poep is leuk en spannend (dat wist Ome Willem al) voor de kinderen. Net als pindakaasvloeren.

Salvatore Fiume
Salvatore Fiume
Isola di statue, 1950
[credits: fiume.org]

Van mij hadden ze in Schiedam beter een retrospectief kunnen organiseren van de Italiaanse schilder, beeldhouwer, architect, schrijver en decorontwerper Salvatore Fiume (1915-1997). Maar Fiume is in Nederland weinig bekend. Toch is hij een belangrijke Italiaanse kunstenaar van de twintigste eeuw en liet hij een veelzijdig oeuvre na. Hij werd duidelijk beïnvloed door de pittura metafisica van zijn landgenoten Carlo Carrà (1881-1966) en Giorgio de Chirico (1888-1978). Deze richting in de moderne kunst die maar van korte duur was (1917-1918), vormde een soort prelude op het surrealisme.

Salvatore Fiume
Isola di statue detail van linker luik
[credits: fiume.org]

Pittura metafisica was een reactie op het Italiaanse futurisme (1909-1914). De futuristen hadden het verleden definitief de rug toegekeerd en verkozen een Bugatti boven de Mona Lisa. De van oorsprong Griekse Giorgio de Chirico wilde het verleden niet loslaten maar ook niet eindeloos blijven herhalen zoals in het classicisme. Hij zocht naar een heel persoonlijke relatie met het verleden en combineerde beelden uit zijn jeugd met beelden uit het collectieve geheugen zoals klassieke beelden en architectuur. Zijn broer Alberto Savinio (geboren als Andrea de Chirico) was ook kunstenaar maar schreef ook cultuur-filosofische beschouwingen, o.a. primi saggi di filosofia delle arti (1921). Hierin verbindt hij cultuur met herinnering.

Salvatore Fiume
Isola di statue detail van rechter luik
[credits: fiume.org]

Alberto Savinio trad in 1950 op als promotor van Salvatore Fiume tijdens de Biënnale van Venetië. Fiume exposeerde hier zijn drieluik Isola di statue. Het was een variatie op Città di statue dat in 1949 door het Museum of Modern Art in New York was aangekocht. Hiermee had de 34-jarige kunstenaar internationaal zijn naam gevestigd. Sinds 1977 maakt het drieluik Isola di statue samen met dertig andere werken van Fiume deel uit van de collecties van de Musei Vaticano.

Niet alleen beelden, maar ook gebouwen kijken ons aan. We wonen in onze beelden op een eiland. Een krachtige metafoor van de menselijke conditie.

Als geboren Siciliaan was Salvatore Fiume (1915-1997) vertrouwd met de restanten van uiteenlopende culturen die zich over een periode van ruim 2500 jaar op Sicilië hadden gevestigd. Door het verleden kreeg zijn identiteit de geheimzinnige diepte van een droom. De reeks schilderijen met de naam Isola di statue zijn een soort zelfportretten. Niet alleen beelden, maar ook gebouwen kijken ons aan. We wonen in onze beelden op een eiland. Een krachtige metafoor van de menselijke conditie.

Salvatore Fiume
L’isola volante 1950′s
[credits: fiume.org]

…When Fiume talks to you of an island of statues, gigantic inhabitable statues, which he would want someone to let him build, you shouldn’t be amazed or smile as if you thought this was only fantasy. In fact, if no one will not build it for him, he will build it for himself. He is his own patron and he bleeds himself for Fiume and his ideas. What matters to him is that things be done, and quickly. In a sense his painting is an abstraction, more filtered and precious, but the dimensions of his imagination are in the scale of construction. Fiume paints what he would build. You can even walk within his world; islands, heads, domes are all alike. And the analogy originates from the fantastic stories, regal and comic, of his hometown. He is a Sicilian Gaudì…
(Bron: Lisa Ponti in Domus Magazine, oktober 1954)

Salvatore Fiume
Salvatore Fiume maakte de omslag van het gerenommeerde architectuurmagazine Domus #247 (juni 1950)

schilderijen van Salvatore Fiume [ fiume.org ]

Ciao Bernardo

vandaag overleed Bernardo Bertolucci (77)

Bernardo BertolucciVandaag is een van de laatste maestro’s van de Italiaanse cinema ons ontvallen, Bernardo Bertolucci. Bij zijn naam denk ik vooral aan twee films: Novecento (1976) en Prima della rivoluzione (1964). Deze hebben op mij de meeste indruk gemaakt. Nog altijd vind ik het eeuwig zonde dat Novecento Engels gesproken is, maar de film blijft een monument in de Italiaanse cinema.

Prima della rivoluzione is een echte Italiaanse neorealistische film in de traditie van Rocco e i suoi fratelli. Het speelt zich af in Bertolucci‘s geliefde Parma, de stad van zijn voorvaderen en de stad van Stendhals beroemde roman de Kartuize van Parma. De pas 23 jarige Bertolucci baseerde in 1964 zijn film losjes op het verhaal van Fabrizio del Dongo en zijn tante Gina, de hertogin Sanseverina.

Het communisme en met name de kameraadschap speelt in beide films een centrale rol. Bertolucci werd geboren in een intellectuele familie. Zijn vader Attilio Bertolucci was kunsthistoricus en dichter en het marxisme kreeg hij met de paplepel ingegoten. In Novecento wordt de fascist iconisch en onvergetelijk vertegenwoordigd door Atilla (Donald Sutherland). De scène die door veel mensen die de film ooit gezien hebben als eerst genoemd wordt, is die met het katje. In Prima della rivoluzione wordt hoofdpersoon Fabrizio verscheurd tussen de liefde voor zijn non-conformistische tante Gina, waardoor hij voor het communisme kiest, en het kleinburgerlijke milieu van zijn familie.

Bertolucci werd geboren te Parma, als oudste zoon van Attilio Bertolucci, een kunsthistoricus en dichter. Ook Bernardo’s broer Giuseppe Bertolucci zou filmregisseur en scenarioschrijver worden. Bernardo Bertolucci begon met schrijven op zijn vijftiende, en ontving al snel belangrijke literaire prijzen zoals de Premio Viareggio voor zijn eerste boek. De achtergrond van zijn vader hielp hem bij zijn carrière: Bertolucci senior had de Italiaanse filmmaker Pier Paolo Pasolini geholpen bij het publiceren van diens eerste roman, en op zijn beurt gaf Pasolini de jonge Bernardo een baan als eerste assistent in Rome bij Accattone (1961). Maar Bertolucci’s talent was al herkend door anderen, zoals Sergio Leone, die hem vroeg de verhaallijn voor Once Upon a Time in the West te schrijven.
 
Bron: nl.wikipedia.org

beleefdheidsacrobatiek

vandaag uitgelezen: De schele hertogin (2000) van Frederic Bastet
Gedenkschriften van Marie-Caroline de Berry

De schele hertoginIemand die een roman schrijft die zich afspeelt aan het hof tijdens de Restauratie (1815-1848), moet niet alleen thuis zijn in de geschiedenis maar ook in het uitvoerige protocol. Voor een tijdgenoot stond de etiquette aan het hof minder ver van zich af dan voor ons. Stendhal (1783-1842) dicteerde in 1839 De kartuize van Parma , een verhaal dat zich voor een groot deel afspeelt in het hertogdom Parma en Piacenza in de jaren 1815-1830. Hij stond nog met één been in de achttiende eeuw en was helemaal vertrouwd met de beleefdheidsacrobatiek in de hogere kringen. Het keurslijf van de vormelijkheid ging overigens verder dan het hof. De hele maatschappij was nog doordrenkt van gezagsverhoudingen en daarbij hoorde dus klassenbewustzijn en allerlei gedragsvoorschriften. In onze liberale maatschappij waarin iedereen zich mag en kan beroepen op gelijkheid, leven de ongelijkheid en de etiquette van vroeger nog enigszins voort in de titulatuur.

Voor Frédéric Bastet (1926-2008), de P.C.Hooft-prijswinnaar van 2005, stond de Restauratie even ver van hem af als voor ons. Toch weet hij deze tijd bijna net zo dicht te benaderen als Stendhal. Zijn roman is het pseudo-gedenkschrift van Maria Carolina van Sicilië- hertogin van Berry die leefde van 1798 tot 1870. De memoires bestrijken vooral de periode 1816, toen ze in het huwelijk trad met de Franse troonopvolger, de hertog van Berry, en 1836, de dood van koning Karel X.

Ook op de Brunnsee leefden wij in stijl en zetten de klok gewoon terug naar de achttiende eeuw. Dat is nu eenmaal de beste tijd die er is geweest.

Marie-Caroline de Berry in
“De schele hertogin” van Frédéric Bastet

Tijdens de Restauratie probeerde men de klok terug te zetten naar de achttiende eeuw en te doen alsof er nooit een Revolutie was geweest. In Europa lukte dat een poosje. Maar in Zuid-Amerika wilde men geen afstand doen van de vrijheid die was opgesnoven. Tussen 1810 (Colombia) en 1828 (Uruguay) maakten zich alle huidige soevereine staten in Zuid-Amerika (op de drie Guyana’s na) los van Spanje. Brazilië riep in 1822 de onafhankelijkheid uit en drie jaar later werd dit door Portugal erkend. In Frankrijk, nog altijd het kernland van de revolutie, duurde de Restauratie tot 1830.

Na de Julirevolutie moest de laatste Bourbon, Karel X, vluchten naar Engeland. De ‘schele hertogin’ vergezelt de koninklijke familie tijdens de vlucht en verblijft met hen in ballingschap. Daarna gaat ze de Franse troon opeisen voor haar zoon Henri V van Frankrijk, de legitieme troonopvolger. Maar na 1830 zal er nooit meer een Bourbon en na de troonsafstand van burgerkoning Louis Philippe II in 1848 zal er zelfs nooit meer een koning Frankrijk regeren.

Karel X
Karel X, koning van Frankrijk van 1824 tot 1830, liet zich in 1825 portretteren in de traditie van Lodewijk XIV. Karel X was een man uit het verleden. In 1830 werd hij door het Franse volk afgedankt. De toekomst was aan het liberalisme en aan de constitutionele monarchie. In 1848 zou Frankrijk voor de tweede keer een Republiek worden en vier jaar later voor de tweede maal een Keizerrijk. Na 1871 zouden er nog drie Republieken volgen.

Frédéric Bastet, die wat naam betreft zo zou kunnen figureren in zijn roman, legt zijn hoofdpersonage rake beweringen over het protocol in de mond: “Gelukkig hebben wij aan het hof niet voor niets geleerd frases te debiteren zonder inhoud en beleefdheden uit te wisselen zonder hart. Dat is het vet in de machinerie. Zo draaien de raderen toch wel door. Maar als het vet verhardt of ranzig wordt! Dat was wat gebeurde.” En: “Als het moet, trekken beschaafde mensen uit ons milieu op het gewenste ogenblik hun gezicht weer helemaal in de plooi. De bekende stijve bovenlip. Negatieve en positieve gevoelens worden samen te slapen gelegd en toegedekt met een goed gestevend laken.”

bespreking van het boek door Arnold Heumakers [ arnoldheumakers.nl ]

de schele hertogin

begonnen aan De schele hertogin (2000) van Frederic Bastet
Gedenkschriften van Marie-Caroline de Berry
F.BastetMarie-Caroline hertogin de Berry (1798-1870) is in haar leven afwisselend bewonderd en verguisd. Na de val van Napoleon trouwde de van oorsprong Siciliaanse prinses in 1816 met de hertog de Berry om ook in de toekomst de Franse troon voor de Bourbons te verzekeren. Het liep anders. Vier jaar later werd de hertog in de opera vermoord door een anarchist. De zoon van wie Marie-Caroline zwanger bleek te zijn is door de revolutie van 1830 nooit koning geworden. De even geestige als ondernemende Marie-Caroline nam daar geen genoegen mee. jarenlang heeft zij voor haar zoon Henri de kroon opgeëist.
 
Bron: hebban.nl
Lawrence
Thomas Lawrence schilderde rond 1825 Marie-Caroline de Bourbon (1798-1870) die toen 27 jaar oud was en al vijf jaar weduwe. Het portret heeft niet alleen de levendigheid van Rubens maar ook de setting is helemaal in de stijl van de grote meester uit Antwerpen.

Maria Carolina van Bourbon-Sicilië