Categorie archief: Italië

Siciliaanse dromer

De Italiaanse schilder, beeldhouwer, architect, schrijver en decorontwerper
Salvatore Fiume (1915-1997)

In het Stedelijk Museum Schiedam loopt op dit moment de tentoonstelling Manzoni in Holland. Fijn dat er belangstelling is voor een Italiaanse kunstenaar uit de twintigste eeuw, maar jammer dat er voor Manzoni gekozen is. Vanuit het museum gezien is het begrijpelijk. Met Piero -Merda d’Artista -Manzoni krijg je de media gemakkelijk achter je aan. Bovendien wil je op zondagmiddag graag gezinnen naar het museum trekken. En een blikje poep is leuk en spannend (dat wist Ome Willem al) voor de kinderen. Net als pindakaasvloeren.

Salvatore Fiume
Salvatore Fiume
Isola di statue, 1950
[credits: fiume.org]

Van mij hadden ze in Schiedam beter een retrospectief kunnen organiseren van de Italiaanse schilder, beeldhouwer, architect, schrijver en decorontwerper Salvatore Fiume (1915-1997). Maar Fiume is in Nederland weinig bekend. Toch is hij een belangrijke Italiaanse kunstenaar van de twintigste eeuw en liet hij een veelzijdig oeuvre na. Hij werd duidelijk beïnvloed door de pittura metafisica van zijn landgenoten Carlo Carrà (1881-1966) en Giorgio de Chirico (1888-1978). Deze richting in de moderne kunst die maar van korte duur was (1917-1918), vormde een soort prelude op het surrealisme.

Salvatore Fiume
Isola di statue detail van linker luik
[credits: fiume.org]

Pittura metafisica was een reactie op het Italiaanse futurisme (1909-1914). De futuristen hadden het verleden definitief de rug toegekeerd en verkozen een Bugatti boven de Mona Lisa. De van oorsprong Griekse Giorgio de Chirico wilde het verleden niet loslaten maar ook niet eindeloos blijven herhalen zoals in het classicisme. Hij zocht naar een heel persoonlijke relatie met het verleden en combineerde beelden uit zijn jeugd met beelden uit het collectieve geheugen zoals klassieke beelden en architectuur. Zijn broer Alberto Savinio (geboren als Andrea de Chirico) was ook kunstenaar maar schreef ook cultuur-filosofische beschouwingen, o.a. primi saggi di filosofia delle arti (1921). Hierin verbindt hij cultuur met herinnering.

Salvatore Fiume
Isola di statue detail van rechter luik
[credits: fiume.org]

Alberto Savinio trad in 1950 op als promotor van Salvatore Fiume tijdens de Biënnale van Venetië. Fiume exposeerde hier zijn drieluik Isola di statue. Het was een variatie op Città di statue dat in 1949 door het Museum of Modern Art in New York was aangekocht. Hiermee had de 34-jarige kunstenaar internationaal zijn naam gevestigd. Sinds 1977 maakt het drieluik Isola di statue samen met dertig andere werken van Fiume deel uit van de collecties van de Musei Vaticano.

Niet alleen beelden, maar ook gebouwen kijken ons aan. We wonen in onze beelden op een eiland. Een krachtige metafoor van de menselijke conditie.

Als geboren Siciliaan was Salvatore Fiume (1915-1997) vertrouwd met de restanten van uiteenlopende culturen die zich over een periode van ruim 2500 jaar op Sicilië hadden gevestigd. Door het verleden kreeg zijn identiteit de geheimzinnige diepte van een droom. De reeks schilderijen met de naam Isola di statue zijn een soort zelfportretten. Niet alleen beelden, maar ook gebouwen kijken ons aan. We wonen in onze beelden op een eiland. Een krachtige metafoor van de menselijke conditie.

Salvatore Fiume
L’isola volante 1950′s
[credits: fiume.org]

…When Fiume talks to you of an island of statues, gigantic inhabitable statues, which he would want someone to let him build, you shouldn’t be amazed or smile as if you thought this was only fantasy. In fact, if no one will not build it for him, he will build it for himself. He is his own patron and he bleeds himself for Fiume and his ideas. What matters to him is that things be done, and quickly. In a sense his painting is an abstraction, more filtered and precious, but the dimensions of his imagination are in the scale of construction. Fiume paints what he would build. You can even walk within his world; islands, heads, domes are all alike. And the analogy originates from the fantastic stories, regal and comic, of his hometown. He is a Sicilian Gaudì…
(Bron: Lisa Ponti in Domus Magazine, oktober 1954)

Salvatore Fiume
Salvatore Fiume maakte de omslag van het gerenommeerde architectuurmagazine Domus #247 (juni 1950)

schilderijen van Salvatore Fiume [ fiume.org ]

Ciao Bernardo

vandaag overleed Bernardo Bertolucci (77)

Bernardo BertolucciVandaag is een van de laatste maestro’s van de Italiaanse cinema ons ontvallen, Bernardo Bertolucci. Bij zijn naam denk ik vooral aan twee films: Novecento (1976) en Prima della rivoluzione (1964). Deze hebben op mij de meeste indruk gemaakt. Nog altijd vind ik het eeuwig zonde dat Novecento Engels gesproken is, maar de film blijft een monument in de Italiaanse cinema.

Prima della rivoluzione is een echte Italiaanse neorealistische film in de traditie van Rocco e i suoi fratelli. Het speelt zich af in Bertolucci‘s geliefde Parma, de stad van zijn voorvaderen en de stad van Stendhals beroemde roman de Kartuize van Parma. De pas 23 jarige Bertolucci baseerde in 1964 zijn film losjes op het verhaal van Fabrizio del Dongo en zijn tante Gina, de hertogin Sanseverina.

Het communisme en met name de kameraadschap speelt in beide films een centrale rol. Bertolucci werd geboren in een intellectuele familie. Zijn vader Attilio Bertolucci was kunsthistoricus en dichter en het marxisme kreeg hij met de paplepel ingegoten. In Novecento wordt de fascist iconisch en onvergetelijk vertegenwoordigd door Atilla (Donald Sutherland). De scène die door veel mensen die de film ooit gezien hebben als eerst genoemd wordt, is die met het katje. In Prima della rivoluzione wordt hoofdpersoon Fabrizio verscheurd tussen de liefde voor zijn non-conformistische tante Gina, waardoor hij voor het communisme kiest, en het kleinburgerlijke milieu van zijn familie.

Bertolucci werd geboren te Parma, als oudste zoon van Attilio Bertolucci, een kunsthistoricus en dichter. Ook Bernardo’s broer Giuseppe Bertolucci zou filmregisseur en scenarioschrijver worden. Bernardo Bertolucci begon met schrijven op zijn vijftiende, en ontving al snel belangrijke literaire prijzen zoals de Premio Viareggio voor zijn eerste boek. De achtergrond van zijn vader hielp hem bij zijn carrière: Bertolucci senior had de Italiaanse filmmaker Pier Paolo Pasolini geholpen bij het publiceren van diens eerste roman, en op zijn beurt gaf Pasolini de jonge Bernardo een baan als eerste assistent in Rome bij Accattone (1961). Maar Bertolucci’s talent was al herkend door anderen, zoals Sergio Leone, die hem vroeg de verhaallijn voor Once Upon a Time in the West te schrijven.
 
Bron: nl.wikipedia.org

beleefdheidsacrobatiek

vandaag uitgelezen: De schele hertogin (2000) van Frederic Bastet
Gedenkschriften van Marie-Caroline de Berry

De schele hertoginIemand die een roman schrijft die zich afspeelt aan het hof tijdens de Restauratie (1815-1848), moet niet alleen thuis zijn in de geschiedenis maar ook in het uitvoerige protocol. Voor een tijdgenoot stond de etiquette aan het hof minder ver van zich af dan voor ons. Stendhal (1783-1842) dicteerde in 1839 De kartuize van Parma , een verhaal dat zich voor een groot deel afspeelt in het hertogdom Parma en Piacenza in de jaren 1815-1830. Hij stond nog met één been in de achttiende eeuw en was helemaal vertrouwd met de beleefdheidsacrobatiek in de hogere kringen. Het keurslijf van de vormelijkheid ging overigens verder dan het hof. De hele maatschappij was nog doordrenkt van gezagsverhoudingen en daarbij hoorde dus klassenbewustzijn en allerlei gedragsvoorschriften. In onze liberale maatschappij waarin iedereen zich mag en kan beroepen op gelijkheid, leven de ongelijkheid en de etiquette van vroeger nog enigszins voort in de titulatuur.

Voor Frédéric Bastet (1926-2008), de P.C.Hooft-prijswinnaar van 2005, stond de Restauratie even ver van hem af als voor ons. Toch weet hij deze tijd bijna net zo dicht te benaderen als Stendhal. Zijn roman is het pseudo-gedenkschrift van Maria Carolina van Sicilië- hertogin van Berry die leefde van 1798 tot 1870. De memoires bestrijken vooral de periode 1816, toen ze in het huwelijk trad met de Franse troonopvolger, de hertog van Berry, en 1836, de dood van koning Karel X.

Ook op de Brunnsee leefden wij in stijl en zetten de klok gewoon terug naar de achttiende eeuw. Dat is nu eenmaal de beste tijd die er is geweest.

Marie-Caroline de Berry in
“De schele hertogin” van Frédéric Bastet

Tijdens de Restauratie probeerde men de klok terug te zetten naar de achttiende eeuw en te doen alsof er nooit een Revolutie was geweest. In Europa lukte dat een poosje. Maar in Zuid-Amerika wilde men geen afstand doen van de vrijheid die was opgesnoven. Tussen 1810 (Colombia) en 1828 (Uruguay) maakten zich alle huidige soevereine staten in Zuid-Amerika (op de drie Guyana’s na) los van Spanje. Brazilië riep in 1822 de onafhankelijkheid uit en drie jaar later werd dit door Portugal erkend. In Frankrijk, nog altijd het kernland van de revolutie, duurde de Restauratie tot 1830.

Na de Julirevolutie moest de laatste Bourbon, Karel X, vluchten naar Engeland. De ‘schele hertogin’ vergezelt de koninklijke familie tijdens de vlucht en verblijft met hen in ballingschap. Daarna gaat ze de Franse troon opeisen voor haar zoon Henri V van Frankrijk, de legitieme troonopvolger. Maar na 1830 zal er nooit meer een Bourbon en na de troonsafstand van burgerkoning Louis Philippe II in 1848 zal er zelfs nooit meer een koning Frankrijk regeren.

Karel X
Karel X, koning van Frankrijk van 1824 tot 1830, liet zich in 1825 portretteren in de traditie van Lodewijk XIV. Karel X was een man uit het verleden. In 1830 werd hij door het Franse volk afgedankt. De toekomst was aan het liberalisme en aan de constitutionele monarchie. In 1848 zou Frankrijk voor de tweede keer een Republiek worden en vier jaar later voor de tweede maal een Keizerrijk. Na 1871 zouden er nog drie Republieken volgen.

Frédéric Bastet, die wat naam betreft zo zou kunnen figureren in zijn roman, legt zijn hoofdpersonage rake beweringen over het protocol in de mond: “Gelukkig hebben wij aan het hof niet voor niets geleerd frases te debiteren zonder inhoud en beleefdheden uit te wisselen zonder hart. Dat is het vet in de machinerie. Zo draaien de raderen toch wel door. Maar als het vet verhardt of ranzig wordt! Dat was wat gebeurde.” En: “Als het moet, trekken beschaafde mensen uit ons milieu op het gewenste ogenblik hun gezicht weer helemaal in de plooi. De bekende stijve bovenlip. Negatieve en positieve gevoelens worden samen te slapen gelegd en toegedekt met een goed gestevend laken.”

bespreking van het boek door Arnold Heumakers [ arnoldheumakers.nl ]

de schele hertogin

begonnen aan De schele hertogin (2000) van Frederic Bastet
Gedenkschriften van Marie-Caroline de Berry
F.BastetMarie-Caroline hertogin de Berry (1798-1870) is in haar leven afwisselend bewonderd en verguisd. Na de val van Napoleon trouwde de van oorsprong Siciliaanse prinses in 1816 met de hertog de Berry om ook in de toekomst de Franse troon voor de Bourbons te verzekeren. Het liep anders. Vier jaar later werd de hertog in de opera vermoord door een anarchist. De zoon van wie Marie-Caroline zwanger bleek te zijn is door de revolutie van 1830 nooit koning geworden. De even geestige als ondernemende Marie-Caroline nam daar geen genoegen mee. jarenlang heeft zij voor haar zoon Henri de kroon opgeëist.
 
Bron: hebban.nl
Lawrence
Thomas Lawrence schilderde rond 1825 Marie-Caroline de Bourbon (1798-1870) die toen 27 jaar oud was en al vijf jaar weduwe. Het portret heeft niet alleen de levendigheid van Rubens maar ook de setting is helemaal in de stijl van de grote meester uit Antwerpen.

Maria Carolina van Bourbon-Sicilië

Reine Diesseitigkeit

gisteren gezien: Rocco e i suoi fratelli (1960)

Rocco e i suoi fratelliVoor het eerst in mijn leven zag ik dan Rocco e i suoi fratelli van Luchino Visconti, een van de klassiekers van de Italiaanse cinema. Deze film markeert een overgang in het werk van Visconti, die toen al 53 was. Het zou zijn laatste werk zijn in neorealistische stijl. De volgende film die hij maakte, alweer een meesterwerk, droeg een heel ander karakter.

Tijdens het kijken naar Rocco e i suoi fratelli werd ik steeds herinnerd aan beelden uit een andere klassieker van het Italiaanse neorealisme: Ladri di biciclette van Vittorio de Sica. Ook hier wordt de rauwe realiteit in het gezicht gesmeten. Voor mij komt dat niet meer hard aan, omdat het naoorlogse Italië inmiddels het verzachtende aura van de geschiedenis gekregen heeft; je mag het nostalgie noemen. Als je de arbeiders naar de fabriek ziet lopen (zowel in Ladri de biciclette als in Rocco e i suoi fratelli komt dat enkele keren in beeld) wordt dit toch boven de prozaïsche alledaagsheid uitgetild. Natuurlijk helpen de zwart-witbeelden daarbij. Zo komt er afstand tussen beeld en werkelijkheid waarin de poëzie zich kan nestelen.

Rocco
still uit Rocco e i suoi fratelli

De cinematografie in Rocco e i suoi fratelli was in handen van Giuseppe Rotunno (inmiddels 95 jaar oud). In de openingsscène zit een mooi beeld van het perron op het station van Milaan. We zien niets anders dan brute realiteit, maar Rotunno weet ons oog daar zo op te vestigen dat er een transfiguratie lijkt plaats te vinden. Hij vindt de poëzie op plaatsen waar je het niet verwacht: op een perron. Of in een grauwe buitenwijk van Milaan.

Rocco
Het Italiaanse neorealisme heeft een voorliefde voor de moderne buitenwijken van Rome of Milaan
We zien niets anders dan brute realiteit, maar Giuseppe Rotunno weet ons oog daar zo op te vestigen dat er een transfiguratie lijkt plaats te vinden.

Maar Rocco e i suoi fratelli is in de eerste plaats natuurlijk een indrukwekkend familiedrama. De eindscene is een van de meest gedenkwaardige eindscènes die ik ooit zag. De grootsheid van Dostojevsky is overgebracht naar een Siciliaanse migrantenfamilie in Milaan anno 1960. Visconti moet ook veel geleerd hebben van Jean Renoir (1894-1979) met wie hij in de jaren dertig samenwerkte want de levendigheid van zijn acteurs is ongeëvenaard. Vooral Renato Salvatori en Annie Girardot spelen de sterren van de hemel. In de film loopt hun relatie uit op een drama, maar in werkelijkheid vonden ze elkaar en trouwden kort na de opnamen.

Rocco
het laatste beeld uit Rocco e i suoi fratelli waarin het verhaal weer door de werkelijkheid wordt opgeslokt. Ook in Ladri dei biciclette wordt deze neorealistische afsluiting toegepast.

Rocco e i suoi fratelli [ imdb.com ]

pittrice Italiana

vandaag is het de 392 sterfdag van Sofonisba Anguissola (1532-1625)

De Italiaanse schilderes Sofonisba Anguissola is samen met Rosalba Carriera (1675-1757), Angelica Kauffmann (1741-1807) en Elisabeth Vigée Le Brun (1755-1842) een van de grootste vrouwelijke schilders van internationaal niveau die vóór 1800 werkzaam waren.

Sofonisba Anguissola
Le sorelle della pittrice Lucia, Minerva e Europa Anguissola giocano a scacchi, 1555
Sofonisba Anguissola
portret van Caterina Micaela van Spanje, 1578

De Amerikaanse schilder Charles Wilson Peale (1741-1827) had tien kinderen waarvan er volgens het plan van hun vader zeven kunstschilder werden. Hij had het blijkbaar hoog in de bol met hen want hij noemde zijn zoons achtereenvolgens Rembrandt, Rubens, Titian, Raphaelle en Tizian II en zijn dochters Angelica Kauffmann en Sofonisba Anguissola (1786-1859). Zoon Rembrandt Peale (1778-1860) zette de ambitie van zijn vader voort om in de jonge Verenigde Staten en dynastie van schilders te stichten. Zijn dochter noemde hij Rosalba Carriera Peale (1799-1874)

Sofonisba Anguissola [ nl.wikipedia.org ]

Marcia Su Roma 1922

vandaag is het 95 jaar geleden dat Mussolini definitief aan de macht kwam
Marcia Su Roma – 28 ottobre 1922
Mars op Rome
Geïnspireerd door Gabriele D’Annunzio, die in 1919 de Joegoslavische stad Fiume had ingenomen met een groep fascisten (of Zwarthemden), keerde Mussolini zich met een sterk nationalistische groep oud-strijders – de Fasci di Combattimento – naar het ontevreden Italiaanse volk. In 1921 werden de krachten van alle fascistische bewegingen in Italië gebundeld, en werd de Fascistische Partij samengesteld onder leiding van Mussolini, waarmee hij naar de verkiezingen ging. Mussolini leende van het Russische communisme een systeem van duidelijke hiërarchie binnen de partij – deze strikte organisatie zou kenmerkend worden voor alle fascistische regimes. De Zwarthemden kregen financiële steun uit de hoek van de gegoede klasse, die in hen een uitweg zag voor een mogelijke – maar niet zo’n waarschijnlijke – Sovjetachtige revolutie.
 
Alhoewel Italië tijdens de verkiezingen van 1921 maar matig op Mussolini’s Fascistische Partij stemde, kan dit toch worden gezien als een blijk van de alsmaar groeiende invloed van de fascisten op Italië. Fascisten bonden op straat de strijd aan met de communisten waarbij de gegoede burgerij en politie een oogje toeknepen. In Noord-Italië waren op deze manier zelfs steden veroverd op communisten en andere linkse elementen in straatgevechten die op miniveldslagen begonnen te lijken.
 
Bron: nl.wikipedia.org